Het stormt op zee. Metershoge golven komen op ons af. We worden verblind door een striemende regen. De wind giert om ons heen. We zijn stuurloos. Roeien met de riemen die we hebben en hopen dan maar dat we niet zullen verzuipen of alsnog keihard op die ijsberg botsen. De minister, die ons de haven zou kunnen binnenloodsen, kijkt veilig toe vanaf het vasteland. Ze tuurt in de verte en krabt eens onder haar kin. In plaats van Windkracht 10 gewijs een reddingsteam op ons af te sturen, keert ze ons de rug toe en zegt: zo zullen ze tenminste leren zwemmen.
Het is echt zo dramatisch gesteld met “ons” onderwijs, want het onderwijs: dat zijn wij allemaal. Ik vind dat heel erg en onrechtvaardig. Het lerarentekort wordt steeds nijpender. Scholen zitten in afgeleefde accommodaties en moeten elk jaar besparen op werkingsmiddelen. Er is geen perspectief op beterschap. De plaatsen en ondersteuning voor kinderen met specifieke zorgnoden zijn beperkt. Sterker nog: zij krijgen het signaal dat ze wat harder hun best zullen moeten doen in de toekomst, want als ze het echt willen, kunnen ze heus wel mee met de meute. Er wordt langs alle kanten gesnoeid. Er worden eisen gesteld en oordelen geveld door zogenaamde stuurlui die vanaf de kust de betweter uithangen, maar nog nooit hebben geproefd dat de zee zout is.
Als je een schip wil bouwen, roep dan geen mensen bij elkaar om hout te verzamelen, het werk te verdelen en orders te geven. Laat ze in plaats daarvan verlangen naar de eindeloze zee.
Antoine de Saint-Exupéry
Ik werk nu mijn 2e schooljaar als leerondersteuner bij een leersteuncentrum. Dat houdt in dat ik op een aantal scholen kinderen en jongeren ondersteun met autisme (-kenmerken) of emotionele en gedragsproblemen. Wij staan als organisatie voor een inclusieve schoolomgeving, waarin elk kind er toe doet en elk kind maximale ontplooiingskansen krijgt. Dat heeft niets te maken met pleiten voor een niveauverlaging, wel met een individuele aanpak waarbij iedereen dezelfde kansen krijgt om dezelfde hoge doelen te halen. We werken daarvoor op een coachende manier met zowel leerlingen, leerkrachten als een schoolteam.
Ik doe mijn werk echt doodgraag. Het is echter heel onzeker hoe onze functie, met de huidige hervormingen die op tafel liggen, ingevuld zal worden. Niemand kan zeggen wat er op ons af komt. De storm zal niet meteen gaan liggen. Die onzekerheid boezemt mij ook angst in. Maar ik zou mezelf niet zijn als ik me niet zou vastklampen aan dat ene stuk drijfhout om er dan van uit te gaan dat de zon heel voorzichtig wel weer eens zal gaan schijnen. Ik ben Kate Winslet als Rose, maar dan zonder stervende Leo. Waar wij vorig jaar een officiële Dag van de Leerondersteuner mochten vieren in maart, leek die dit jaar met stille trom voorbij te dobberen. Reden te meer om vanuit mijn megafoon op zee te roepen waarom ik zo van mijn job hou. Omdat ik nu eenmaal van de zee hou en dat altijd zal blijven doen.
- Ik zie fantastisch inspirerende leerkrachten aan het werk. Zowel minder als meer ervaren mensen die het vuur aan de lont durven te steken. Sommigen kozen heel bewust voor het onderwijs, anderen raakten er via een zijweg in verzeild. Het mooie is dat je verschillende stijlen ziet en dat dan keer op keer de conclusie is dat een aanpak die werkt er eentje is waarbij je dichtbij jezelf en dichtbij je leerlingen blijft. Verbinding is altijd de sleutel tot succes!
- Ik krijg de kans om zelf nog eens op de schoolbanken te zitten. Echt letterlijk. Mijn werk speelt zich namelijk maximaal op de klasvloer af. Tijdens de turnles in het 6e leerjaar kan ik mijn volleybaltechnieken opfrissen, maar ook mijn inhoudsmaten bij wiskunde. Integralen laat ik vrolijk aan mij voorbij gaan. Ik leer iets over de bodem en platentektoniek bij aardrijkskunde of ik denk mee na over een stelling voor het betoog. De grenzen van mijn parate kennis dacht ik gelijk te stellen met die van een 14-jarige. Tot het bij wiskunde over merkwaardige producten ging. Kortsluiting.
- Ik voel me meestal nuttig in wat ik doe. Niet dat ik altijd en voor iedereen betekenisvol kan zijn, laat staan een verschil kan maken, maar ik probeer er wel te zijn. Voor iedereen dus. Ook voor zij bij wie ik veel weerstand voel. Hij zit hier niet op zijn plaats! Zij is hopeloos, zal het nooit begrijpen! Het mooie is dat je verschillende partijen op één lijn probeert te krijgen. Dat is op z’n zachtst gezegd uitdagend. Maar als je dan bij die jongen die in zichzelf gekeerd is, plots wat vrolijkheid bespeurt of als je merkt dat er simpelweg zijn om te luisteren ook iets betekent, dan moet je dat binnen nemen. Bovendien krijgen we de kans om op schoolniveau te werken aan een gedragen zorgbeleid. Op beide niveaus is het de kunst om vooruitgang te willen zien.
- Ik ervaar autonomie en veel vertrouwen in mijn job. Ik hang vast aan de structuur van het schoolse leven, maar ik beslis wel zelf hoe ik mijn agenda binnen die tijd organiseer. Zowel van de scholen waarmee ik werk als van mijn eigen team krijg ik het volste vertrouwen dat ik mijn werk goed en grondig doe. Er is heel veel overleg over wat kinderen nodig hebben waarbij mijn inbreng als expert naar waarde wordt geschat. Bovendien ben ik lid van een warm team dat mij ondersteunt door soms ook gewoon dat luisterend oor te zijn.
- Ik leer kinderen en jongeren met een sterke eigenheid kennen. Of ze nu wel of geen diagnose hebben, de leerlingen die ik ondersteun zijn op de één of andere manier anders. Ze kijken anders naar de dingen, ze ervaren die vaak ook anders, maar ze bulken net zo goed van de talenten. Jezelf leren kennen en naar waarde schatten is dan eens zo uitdagend. Met name die eigenheid, die ik ook bij mezelf herken, maakt dat ik zo graag met die jongeren werk. Ik leer elke dag bij. Mijn werk is een ode aan het anders zijn en trouw blijven aan je eigen gekkigheid.