Loperspraat – Op de fiets met Roos

Hoe zou het eigenlijk zijn met Roos? Na de 10 Miles van Marike en de 100 kilometer van Seppe is dat een terechte vraag die jullie je vast stellen. Wel, het gaat goed met Roos. Mijn kleine zus moet natuurlijk niet op de covid-afdeling werken om een heldin te zijn, maar ze deed dat wel. Daarnaast verrichte ze ook uitstekend werk als persoonlijk psycholoog die mijn verhuisstress keer op keer kon sussen, want ja: sinds vorige week woon ik in regio Tienen. Nog verder van mijn zussen verwijderd dus. Gelukkig ontdekte Roos de geneugten van de fiets en nam ik in stijl afscheid van de Leuvense omgeving door in ons knusse zussenpeloton langs de Demer te sjezen. Marike gaat dus verder op haar sportieve elan en Roos kan je al eens op een koersfiets aantreffen. Hoe dat zo kwam, vertelt ze hier zelf.

Ik fiets elke dag 11 kilometer naar mijn werk en terug, maar door mijn fietsende familieleden kreeg ik wel steeds meer zin om ook te fietsen als hobby. Ik had echter geen koersfiets en ook niet meteen budget om er eentje aan te schaffen, dus toen mama vorig jaar voor haar 60e verjaardag een nieuwe koersfiets voor zichzelf kocht, zag ik mijn kans schoon om haar Specialized racefiets over te nemen. Echt een super goeie fiets! In het begin vond ik het wel heel moeilijk fietsen. Vooral manoeuvres maken, bleek lastig. Ik vond het wel meteen heel leuk. Je gaat veel sneller en het is toch een heel ander fietsgevoel dan met een stadsfiets. Met Joke ging ik al een paar keer langs de Demer vlammen. Twee weken geleden vormden we een zussenpeloton met Marike erbij. Fietsen doe ik namelijk bij voorkeur in groepsverband. Alleen hou ik het bij kortere ritjes. Ik zou heel graag eens naar de zee fietsen in een peloton vol familieleden. Als de corona-maatregelen dat weer toelaten, is dat zeker iets waar ik voor wil oefenen. Sinds heel kort heb ik klikpedalen. Ik heb daar nog maar een paar kilometer mee gefietst en dat viel goed mee. Het is een heel ander gevoel om ook aan je pedalen te kunnen trekken. Iedereen zegt wel dat je daar eens mee moet vallen, dus nu vraag ik me de hele tijd af wanneer dat zal gebeuren.

IMG_2647b
Mijn zussenpeloton #teamodeyn

Ik loop ook nog steeds regelmatig. 42 kilometer als weektotaal vind ik een mooi doel, maar dat lukt me niet altijd. Sommige weken loop ik met een super gevoel, andere weken lijkt niets te lukken. Ik loop niet echt gericht omdat ik geen specifiek trainingsdoel heb. Ik heb wel een tijdje intervals gelopen. Leuk, maar ik merkte dat ik daar een soort van patroon in kreeg, waardoor het niet meer uitdagend was. Toen heb ik een ander soort intervaltraining geprobeerd: elke kilometer sneller lopen dan de vorige, maar dat bleek na een werkdag niet echt ideaal te zijn. Soms frustreert het me wel dat mijn tempo lijkt vast te zitten. Omdat er geen wedstrijden zijn, weet je niet hoe snel je nu echt kan lopen. Als ik dan eens echt hard probeer door te lopen, merk ik dat mijn lichaam dat niet meer gewoon is en dan hakkel ik maar wat verder in de tempo’s die ik ken. Ik had me ook voorgenomen om wat vaker oefeningen te doen voor de core stability. Sterker nog: ik had aan Niko gezegd dat we daar samen aan zouden werken. Mij is het welgeteld drie keer gelukt, Niko deed nul keer mee.

Ik vind het wel spijtig dat de trail in Houffalize niet doorgaat, een jaarlijkse familietraditie. Een zussenmarathon in het najaar lijkt me geweldig, maar ook dat is onzeker. De 10 Miles zie ik niet meteen in het najaar plaatsvinden. Misschien wordt de halve marathon van Kasterlee in november dan wel mijn trainingsdoel. Ik vind het jammer dat er geen wedstrijden zijn, maar ik besef nu wel dat ik gewoon heel graag loop omdat ik geen races nodig heb om mezelf te te motiveren.

Op naar nog heel veel fietsritjes in familiaal gezelschap!

OKUE0040
Ook mijn metekindje Leah bereikte weer een mijlpaal. Ze mag achterop de fiets!

 

Het boek – Lezen in tijden van quarantaine #2

Met de voorzichtige heropstart van de scholen en mijn eigen verhuizing in het verschiet, staat ook mijn leestempo op een lager pitje. Helaas. Jullie hebben echter nog boeken te goed die mijn coronaperiode kleur gaven. Hoop en vermaak in onzekere tijden. Een goed boek moet, wat mij betreft, in de eerste plaats een sterk verhaal brengen dat leesbaar en begrijpelijk is voor de gemiddelde mens. Ik haak af als auteurs te opzichtig hun literaire kunsten tentoon spreiden of als een verhaal verteld wordt met zoveel afstand dat het eerder een gedachte-experiment lijkt te zijn dan een vertelling van vlees en bloed. Een goed boek is stilistisch verzorgd en zet mij aan tot nadenken over mezelf of de wereld. Ik wil iets bijleren: feitelijke kennis, andere standpunten of inzichten. Tot slot mogen ook gevoel voor humor en tragiek nooit ver weg zijn. Zo gaat dat immers in het echte leven. Bij deze stel ik jullie vier steengoede boeken voor waarbij ik met pijn in het hart de laatste pagina omsloeg.

IMG_2636b

Waagstukken – Charlotte Van den Broeck
Architectuur is zowel kunst als functionaliteit. Ik heb er nooit eerder bij stilgestaan dat architecten in zekere zin waaghalzen zijn omdat ze hun persoonlijke werk tonen in de openbare ruimte. Charlotte Van den Broeck vertelt de levensverhalen van 13 architecten die zich waagden aan een bijzonder project en zich uiteindelijk van het leven beroofden. Een ietwat vreemde insteek, zou je denken. Als je dan nog eens weet dat Van den Broeck debuteerde als dichter, amper 28 jaar oud is en dat ze in Waaghalzen schippert tussen een essayistische en autobiografische aanpak, dan zou je kunnen denken dat ze te veel hooi op haar vork heeft genomen. Niets is minder waar. Elk hoofdstuk is boeiend en verrassend. Motieven die steeds terugkeren zijn die van de kunstenaar als mens en falen in al zijn facetten. Middelmatigheid is wreder dan domweg mislukken. Het bijzonderste verhaal vond ik dat van George Arthur Crump die aan het begin van de 20e eeuw de Pine Valley Golf Course in New Jersey ontwierp. Een prestigieus project dat resulteerde in een golfterrein waar het gras maar niet wilde groeien, symptomatisch voor Crumps leven. Pine Valley is vandaag de dag enkel toegankelijk voor een select groepje en hult zich dus nog steeds in een waas van mysterie.

De geesten – Yves Petry
Sinds Liefde bij wijze van spreken ben ik fan van Yves Petry. Qua schrijfstijl zijn er weinig auteurs uit de Lage Landen die aan hem kunnen tippen. In De geesten volg je het verhaal van de derdewereldarts Mark Oostermans die abrupt terugkeert uit een vluchtelingenkamp uit West-Afrika waar hij op missie was. Aanvankelijk lijkt daar één specifieke aanleiding voor te zijn. Naarmate het verhaal vordert, merk je dat er meer speelt. Mark Oostermans blijkt op z’n zachtst gezegd een beschadigde mens te zijn die zijn ex-vriendin niet kan loslaten. Bovendien botste hij ook met het hoofd van het medische team, een ex-jezuïet die er bijzondere standpunten over vluchtelingenwerk op na houdt. De geesten is een straf boek over de drijfveren van weldoeners, over leven en de dood, over de gruwel en onzin van de oorlog, over de totale onredelijkheid die daarmee gepaard gaat en machteloosheid waar we allemaal in meer of mindere mate mee geconfronteerd worden.

IMG_2638b

Little Fires Everywhere – Celeste Ng
In maart ging de achtdelige gelijknamige serie in première. Reese Witherspoon en Kerry Washington vertolken de hoofdrollen van respectievelijk Elena Richardson en Mia Warren: twee vrouwen die sterk in hun schoenen staan. Mia is een artistieke, alleenstaande moeder. Met haar tienerdochter Pearl komt ze in het huurhuis wonen van Elena Richardson, een vrouw die alles voor elkaar lijkt te hebben door standvastig haar principes te volgen. Rules existed for a reason: if you followed them, you would succeed. Mia en Elena lijken goed met elkaar te kunnen opschieten, maar hoe meer hun levens met elkaar verstrengeld raken, hoe meer barsten hun band begint te vertonen. Het verhaal begint met het huis van de Richardsons dat in lichterlaaie staat, een huisbrand die werd aangestoken door de jongste dochter des huizes. Vonken die alle kanten opschieten en heel veel kleine brandjes zijn hieraan vooraf gegaan. Naast intrigerende personages, biedt dit boek ook een gelaagd portret van Amerika in de nineties, waar interraciale conflicten nooit ver weg zijn. Ik hoop van harte dat de eigenheid van dit boek niet verloren is gegaan in een fancy Hollywood-saus.

De kolibrie – Sandro Veronesi
Marco Carrera kreeg als kind de bijnaam de kolibrie vanwege zijn kleine gestalte. Ook als hij zijn groeiachterstand inhaalt, blijft die bijnaam hem achtervolgen. Dat een kolibrie met 80 vleugelslagen per minuut schijnbaar bewegingloos in de lucht kan blijven hangen, is een treffend beeld dat Veronesi uitstekend weet uit te spelen. Net zoals dat van de allesverwoestende kracht van een draaikolk, behalve als je je heel dicht bij de kern bevindt. Veronesi lijkt met elke roman aan te tonen dat hij nog iets achter de hand heeft. De kolibrie is wederom een schitterend staaltje vakmanschap! Het levensverhaal van Marco Carrera situeert zich tussen 1959 en 2030. Prozaïsche hoofdstukken doorspekt met culturele verwijzingen worden afgewisseld met e-mails, passionele brieven en telefoongesprekken. Een magisch en obscuur sfeertje is altijd aanwezig. Bovendien wordt Leuven genoemd en speelt ook Parijs een rol in het verhaal. Na afloop wist ik niet zo goed of ik nu diep respect dan wel medelijden moest hebben voor Marco Carrera.

IMG_2639b

Als de tijd schaars is, ben ik een kei in het combineren van verschillende activiteiten. De foto’s maakte ik dan ook tijdens een kort mountainbikerondje in Bertem. Het is eens iets anders om aan hoge snelheid een afdaling te nemen met vier boeken op je rug.

Loperspraat – De 100 kilometer van Seppe

Ik moet dezer dagen bij mijn broer en zussen zijn voor een straf verhaal of grensverleggende activiteit. We waren nog maar net bekomen van de snelle 10 Miles van Marike toen Seppe daar een week later, zoals we hem kennen, een serieuze schep bovenop deed. Op zaterdag 2 mei liep hij maar liefst 100 kilometer. Honderd. Een luttele 7 uur en 56 minuten had hij daar voor nodig. Mijn ouders vergezelden hem door weer en wind een heel stuk op de fiets. Ik zag mijn kans schoon om mijn broers looptempo aan te kunnen. Met 96 kilometer in de benen bleek hij inderdaad over een quasi normale tred te beschikken. Zou hij dan toch een mens zijn? Een onheilspellende lucht, enkele fikse buien en wat onweer droegen bij aan de heroïek, al ziet hij dat zelf niet zo. Ik belde hem op, vroeg naar zijn beleving van die 8 uur en hoe het een topsporter vergaat in deze competitieloze maanden.

Waar komt in godsnaam het idee vandaan om 100 kilometer aan een stuk te lopen? Het antwoord is eenvoudig: ik had dat op mijn lijstje staan. 100 kilometer is een afstand die ik ooit gelopen wilde hebben. Soms doe je een lange duurloop en denk je: ik kan de hele dag blijven lopen. Wel, ik wilde eens kijken of dat echt zo is. Omdat al mijn wedstrijden wegvielen, had ik nu de mogelijkheid om dit in te plannen. Binnen de 8 uur finishen was meteen een doel. Ik wilde sneller dan 12 kilometer per uur lopen en normaal gezien zou ik die dag aan de start staan van de Ironman in St. George. Wie een Ironman kan finishen binnen de 8 uur behoort tot de wereldtop, symbolische waarde dus. Sinds 18 maart loop ik elke dag. Hierdoor kwam ik aan weekvolumes van 120 à 140 kilometer. Drie weken geleden liep ik mijn eigen Trail d’Odin van 50 kilometer. Als ik daar mijn fietstrainingen bij optel, kom ik wel in de buurt van iemand die specifiek traint voor die afstanden.

SJSO6696

Seppe trok om 4 uur stipt de deur achter zich dicht in Herent. Om 3 uur stond hij op en at zijn muesli met havermout. Coach Stefaan deed hetzelfde bij hem thuis. Ook hij had een uitdaging op het programma staan: “Everesten” op Zwift, waarover later meer. Waarom vertrok Seppe eigenlijk om 4 uur en niet om pakweg 6 uur als het al licht is? Als ik deelneem aan een Ironman staan Stefaan en ik ook altijd op om 3 uur, een herkenbaar gevoel. De uren die je in het donker loopt, zijn gewonnen uren. Ik doe dat eigenlijk altijd als ik heel lang moet fietsen of lopen. Het is ook leuk om te zien hoe de zon opkomt en de wereld zich op gang trekt. Ik had bewust heel veel gegeten. Mijn eten ligt dan nog zwaar en dan vertrek ik niet te rap. Voor onderweg had ik 2 x 500 ml sportdrank mee en 2 x 500 ml isotone drank, drie gels en een havermoutreep. Normaal zou ik mijn voeding voor onderweg helemaal uitrekenen, maar nu heb ik gewoon gekeken wat ik thuis nog had liggen. Dat bleek dus niet heel veel meer te zijn. Gelukkig kon ik nog wat teren op dat stevige ontbijt. Mijn hartslag lag ook laag, dus heel veel verbruikte ik niet.

Met het weer ben ik niet echt bezig geweest. Om te lopen maakt dat niet zo heel veel uit. Ik was al content dat het niet te warm werd, anders had ik niet genoeg drinken kunnen meenemen. De route had ik op voorhand uitgetekend. Ik was eerst van plan om de Vaart af te lopen tot in Mechelen en dan via een lus terug, maar zo kwam ik niet aan 100 kilometer. Ik liep dus ook langs de Demer tot een stuk boven Mechelen. Dat zou een 98,9 kilometer zijn. Onderweg zou ik dan wel nog ergens een lus lopen. Op het einde ben ik dus nog creatief uit de hoek moeten komen en voor mijn deur liep ik ook nog een paar keer op en neer. Ik denk dat het wel wat beter vooruit zou gaan als je in het bos loopt, maar omdat ik een tijd wou lopen, wou ik niet te veel hoogtemeters. Ik wou ook eindigen met wind af en liep het laatste stuk van Zaventem naar huis.

BEVS8912
#teamodeyn

Hoe deel je een looptocht van 8 uur in? Ga je dan door pieken en dalen? Dankzij mijn zware ontbijt ben ik vertrokken aan een rustig tempo van 4:45. Daarna ben ik versneld naar 4:30. Op het einde liep ik nog rond de 5:00. 25 kilometer is een afstand die ik vaak loop en toen dacht ik: dit voelt nu al zo aan, gaat dat nog 4x erger worden? Ik verdeelde mijn toer verder in stukken: eerst tot 33 kilometer (een derde), dan tot de marathon, vervolgens tot 50 en vanaf dan was alles eigenlijk nieuw. Ik probeerde die kilometers ook los te laten en bekeek het als: ik ga een heel lang stuk lopen. Dat is een andere mindset. Vanaf 40 kilometer begon ik de inspanning wel te voelen, maar dat verergerde niet echt. Mijn benen voelden na 90 kilometer ongeveer hetzelfde als na 50 kilometer. 

PUHB1309
Laurien Odeyn op haar Orbea

Ik heb heel veel reacties gekregen op mijn 100 kilometer, veel meer dan bij een overwinning in de Hel. Daar ben ik wel van verschoten. Zelf vond ik dit niet heel bijzonder om te doen. Misschien raar, maar ik bekijk dat anders omdat ik een sport doe waarbij de marathon slechts een onderdeel is. Ik ben het dus gewoon om uren bezig te zijn. Dit was ook geen wedstrijd en ik had dus alles zelf in de hand. Natuurlijk voelde ik de inspanning wel, maar dit staat niet in mijn top 20 van Afzien. Bij mijn laatste Ironman in Cozumel (Mexico) was het zo warm dat ik van mijn fiets kwam en dacht: ik loop hier in geen 100 jaar een marathon. Het geeft veel vertrouwen als dat dan toch lukt. Op zich mis ik de competitie niet zo hard. Ik kan dat gevoel evenaren door uitdagingen als deze: je denkt daar over na, bent nerveus en volgt je vaste rituelen van voor een wedstrijd. Leerrijk en plezant! Ik mis het reizen wel en de sfeer van de competitie. Ik hoop dat het WK duatlon zal kunnen doorgaan in Zofingen op 20 september. Verder reken ik in december op de Hel van Kasterlee.

QIFM7422
Foto: Robrecht Paesen / Be Movi

Voor de lockdown werd afgekondigd, was Seppe met coach Stefaan op trainingsstage in Lanzarote, Spanje dus. Vluchten werden gecanceld, maar gelukkig konden ze vervroegd terugkeren. De afgelopen weken was hij ook nog aan het werk als vertegenwoordiger van fietsenmerk Orbea (what else?), vanop afstand weliswaar. Hij leerde zijn vierjarige dochter Laurien fietsen en zag hoe zoon Vik met steeds meer zelfvertrouwen begon rond te stappen langs het meubilair. Op de dag dat de Veiligheidsraad bijeen kwam om te beslissen over een mogelijke verstrenging van sportactiviteiten fietste hij “eventjes” naar de zee en terug (+/- 330 km), want ja: ook dat stond op zijn lijstje. Net zoals “Everesten”: op één berg en in één rit het aantal hoogtemeters bij elkaar fietsen van de Mount Everest: 8848 om precies te zijn. Die missie volbracht hij gisteren op de Sigarenberg in Herent. 239x dezelfde berg op en af, 393 kilometer op de teller in 15 uur en 21 minuten. En ja, ook voor die uitdaging werd het virtuele startschot gegeven om 4 uur. Bekijk hier de bijhorende documentaire.

Seppes andere uit de hand gelopen hobby is de podcast van De Jogclub die hij uitbaat met goede vriend Robrecht “Bobbie” Paesen. Elke week ontvangen ze een interessante gast die vertelt over haar of zijn sportieve exploten. In de recent verschenen aflevering 42 beantwoordt Seppe vragen van luisteraars over zijn 100 kilometer. Zeker beluisteren dus!

XVJZ7460
#teamodeyn

Ik wist natuurlijk al langer dat mijn broer uit heel bijzonder hout – of een andere degelijke doch waardevolle materie – gesneden is. Hij blijft verbazen en inspireren. Niet alleen door als 24-karaats sportman prestaties neer te zetten die tot de verbeelding spreken, maar net zo goed door gewoon onze broer te zijn. Ik ben alvast heel benieuwd wat hij volgende week in petto heeft. Aangezien kajakken weer toegelaten is, mogen we misschien iets met water verwachten?

 

Het boek – Voorleestips voor jong en oud #3

De berenjacht is nog open. Pluche beren in allerlei formaten staan achter ramen om door kinderen “gevangen” te worden. Die berenjacht-wandeling is gebaseerd op een oerklassieker onder de prentenboeken: Wij gaan op berenjacht van Michael Rosen. We’re Going on a Bear Hunt, zoals het boek oorspronkelijk heet, is het favoriete voorleesboek van de tweejarige Julian. Op vrijdag 13 maart was hij jarig, maar ons land ging in lockdown light en Julians verjaardagsfeestje ging dus niet door. Als troost werd hem wellicht een extra boekje voorgelezen. Julian is het zoontje van mijn goede jeugdvriendin Elizabeth en haar man Samuël. Baby Julian stal meteen mijn hart. Aan schattigheid en charmes heeft hij namelijk geen gebrek. Recent verkoos hij een truitje dat ik voor hem maakte tot zijn allereerste lievelingskledingstuk. Wat een eer! Bovendien blijkt Julian ook een volbloed book lover te zijn, net zoals zijn mama.

DSCF3858 kopie

Elizabeth en ik… we go way back! We zaten samen in de eerste kleuterklas en later ook op de lagere school. Dat betekent dat we elkaar dus 32 jaar kennen, bijna ons hele leven. Als ik aan Elizabeth denk – nu durf ik haar Eli te noemen, vroeger had ze daar een hekel aan – dan denk ik aan boeken. We waren allebei die-hard lezers die wekelijks naar de bibliotheek gingen om een nieuwe dosis leesvoer (vijf boeken, het maximum dat je kon ontlenen) aan te slepen. Boeken over paarden werden verslonden, want ook de dierenliefde was er eentje die we deelden. We schreven brieven naar elkaar op briefpapier met dieren, ook al zagen we elkaar dagelijks op school. We signeerden die met een “geheim symbool” dat ik hier dus zeker niet zal delen. Ik herinner me nog heel goed hoe fascinerend ik het vond dat Elizabeth even goed Engels als Nederlands kon. Bij de Australisch-Belgische familie Carlon werd thuis namelijk Engels gesproken. Zo leerde ik ook de boeken van The Famous Five kennen en de Australische paardenfilm The Silver Brumby (aanrader!). Wat ik zo mogelijk nog vreemder vond, was dat Elizabeth Engels kon lezen en begrijpen, maar het niet kon vertalen. Ik herinner me hoe we het in het derde leerjaar naast elkaar zaten te lezen. Elizabeth las Alice in Wonderland van Lewis Carroll, in het Engels dus. Ze moest om iets lachen. Ik vroeg of ze kon vertellen wat er zo grappig was, maar hoe hard ze ook probeerde: dat kon ze me dus niet uitleggen.

Wanneer ik nu Alice in Wonderland zie passeren, herbeleef ik dat moment opnieuw. Ik vroeg Elizabeth naar haar eigen voorleesherinneringen. Ook daar blijkt een rijke fantasie de boventoon te voeren. Mama heeft de zeven delen van The Chronicles of Narnia allemaal voorgelezen aan ons. We vonden die magische fantasierijke wereld écht geweldig. We wilden zo graag één van die kindjes zijn, zodat we zelf al die avonturen konden meemaken. Ik ging af en toe eens in mijn kast kijken om te zien of daar echt geen doorgang was! Toen de films uitkwamen (we waren toen al twintigers) keken we er alle drie heel erg naar uit om die mooie boeken omgezet te zien in film, maar dat was toch een tegenvaller. In onze hoofden was het allemaal anders en beter… de films konden niet tippen aan de sfeer die in de boeken gecreëerd werd. Een ander boek dat ik me ook herinner is Pluk van de petteflet, een klassieker uiteraard. Dit werd ook op school voorgelezen. Ik vond het leuke en ontspannende verhaaltjes, maar de boeken van Narnia hebben een veel grotere indruk achtergelaten.

DSCF3873 kopie

Ik vroeg Elizabeth ook naar de voorleesgewoontes van Julian. Die nemen grootse vormen aan, zo blijkt. Julian is echt een boekjesfanaat, als je hem laat doen ben je de héle dag boeken aan het lezen. Soms verstoppen we boekjes als we ze echt beu zijn. Bumba bijvoorbeeld. Vooral in de voormiddag lezen we veel, als hij net wakker is. Dat zijn er minstens 4 à 5 na elkaar. Hij kiest altijd zelf een boek, zowel Engels en Nederlands. We hebben iets meer Engelse boeken omdat mama dat altijd als cadeau geeft. Ondertussen kent hij veel boekjes al quasi van buiten en kan hij de zinnen zelf aanvullen of uit z’n hoofd opzeggen. Vaak als hij aan het spelen is met z’n duplo mannetjes, horen we hem zinnetjes uit bepaalde boekjes opzeggen. Sinds hij Bear Hunt leerde kennen, is één van zijn knuffels, een bruine beer die hij nooit echt speciaal vond, ineens zijn lievelingsknuffel geworden. Hij sleept hem overal mee naartoe, soms moet hij zelfs mee op de fiets. Hij is door het boekje helemaal zot van beren! Hij kijkt ook graag naar de film, die wij persoonlijk zelfs nog beter vinden dan het boek, wat niet vaak gebeurt. Als hij de film wil zien, zegt hij altijd “beantje kijken” en dan zie je z’n gezichtje helemaal opfleuren en zegt hij de tekst mee op.

DSCF3869 kopie

Elizabeth spreekt, net zoals haar zussen dat doen met hun kroost, altijd Engels met Julian. Engels als moedertaal in letterlijke zin dus, de gelukzak! Julian pikte het Engels even snel op als Nederlands. Dat merk je aan het feit dat sommige eerste woordjes in het Nederlands komen en sommige in het Engels. Dat zijn dan woorden die ik veel gebruik in het Engels of Samuël in het Nederlands. Je merkt wel dat als Samuël een paar dagen meer met hem is bezig geweest, hij meer Nederlands praat. Als ik dan de dag erna tijd met hem doorbreng, praat hij weer meer Engels. Boeken helpen wel heel erg met zijn taalontwikkeling. Het boekje van Bear Hunt kan hij volledig mee zeggen en hij spreekt het ook echt met een goed Engels accent uit. In het begin liep het wat door elkaar, maar nu merk je dat hij door heeft dat hij tegen mij Engels moet praten en tegen Samuël Nederlands. Hij kan ook heel triomfantelijk kijken als hij iets in het Engels gezegd heeft. Zo zei hij onlangs tegen mij terwijl hij z’n tut overhandigde “don’t need the dummy, dummy is for sleeping” omdat ik dat altijd zeg. Met z’n neefjes en nichtjes praat hij in het algemeen niet veel. Meestal is het gewoon non-verbaal samen spelen en lachen.

DSCF3880 kopie

Bedankt, Elizabeth voor de prachtige foto’s en de boekenervaringen! Je bent niet alleen een fantastische vriendin, maar ook een bewonderenswaardige mama die ten allen tijde haar nuchterheid zal bewaren. Ik duim dat we snel weer eens samen kunnen gaan lunchen of bubbels drinken. In afwachting daarvan moeten we misschien weer eens brieven sturen op koala-briefpapier?

De voorleeslijst #3
We’re Going on a Bear Hunt of Wij gaan op berenjacht – Michael Rosen (wie inspiratie nodig heeft of de juiste melodie wil kennen: de auteur geeft hier het goede voorbeeld)
The Chronicles of Narnia – C.S. Lewis
Pluk van de petteflet – Annie M.G. Schmidt

 

 

Loperspraat – De 10 Miles van Marike

De loopkalender van het voorjaar is volledig blanco. Geen marathons, geen trails en ook geen 10 Miles in Antwerpen. Mijn zussen en ik keken daar nochtans heel erg naar uit. We zouden er met z’n drieën aan de start staan. Een absolute primeur én de officiële comeback van Marike: onze sportieve pitbull, top kinesitherapeut en mama van Leah. Na haar zwangerschap was de sportkriebel niet langer te negeren en ontstond er een plan. Eentje waar zij zelf mee op de proppen kwam: een zussenmarathon met drie! De 10 Miles zou haar eerste doel zijn en dus ook het eerste loopevent voor ons gezusterlijk trio. Met de koppigheid van een Odeyn liep Marike afgelopen zaterdag haar 16,1 kilometer oftewel 10 mijl. Volledig op eigen houtje. Ik belde haar op om te vragen hoe het was gegaan. Hier volgt haar relaas.

Voor ik zwanger was, ging ik drie keer per week lopen, telkens tussen de 30 en 45 minuten. Met afstand en snelheid was ik niet bezig. In de zomer fiets ik ook. In de winter ben ik minder sportief omdat ik allergisch ben aan de koude. Nadat ik in augustus bevallen was van Leah ben ik aan de slag gegaan met het boek Reboot van Elodie Ouedraogo. Daarin staan allemaal oefeningen om na je zwangerschap terug in vorm te komen. Er was veel werk aan de winkel! Zelfs een eenvoudig bruggetje was lastig. Mijn stabiliteit was ver zoek. Ik vond het wel leuk om terug fysiek bezig te zijn. Met Leah in de buggy ging ik veel wandelen. Toen Joke en Roos in oktober de marathon van Brugge liepen, wilde ik daar eigenlijk heel graag bij zijn. Ik kreeg het idee om samen eens een marathon te lopen. Dat was het startschot om weer te beginnen lopen.

Met een baby in huis was het niet gemakkelijk om trainingsmomenten in te plannen. Meestal liep ik ’s avonds op de loopband in mijn praktijk. Via de babyfoon kon ik Leah dan horen. Ideaal was het niet, maar wel de enige manier om drie keer per week te kunnen lopen. Naast een gebrekkige stabiliteit, had ik het ook conditioneel zwaar. Ik begon dus met enkele minuten aan een stuk te lopen. Stelselmatig bouwde ik dat uit. Ik ging voor het eerst buiten lopen toen Leah naar de crèche ging. Dat deed deugd! Het gaf ook voldoening toen ik merkte dat mijn uithoudingsvermogen verbeterde. Joke had me aangeraden om tot en met februari niet langer dan een uur te lopen. Ik heb me braaf aan dat advies gehouden. Drie keer per week ging ik lopen: twee kortere trainingen en één wat langere. Soms nam ik Leah mee in de Mountain buggy. Je kan daar schuin naast lopen zodat je de buggy met één hand kan bijsturen en dus nog een arm vrij hebt. Dat loopt best goed, behalve als je wind tegen hebt. Leah gaat graag mee in de buggy. Als ik langer dan een half uur loop, valt ze in slaap.

GVJY4790

Mijn laatste trainingsweken richting de 10 Miles verliepen goed. Een paar weken geleden liep ik al eens 15 kilometer, maar die 16 wilde ik echt houden voor het weekend van de 10 Miles. Mijn zaterdag was druk: ik had mijn praktijk en de ramen gepoetst, was gaan wandelen met Leah en had in de tuin gewerkt. Uiteindelijk ben ik rond 17u30 vertrokken. Bij mijn inschrijving moest ik van Joke een richttijd van 1u20 opgeven. Dat leek me te hoog gegrepen omdat ik nooit onder de 5 minuten (12 km/uur) loop: de snelheid die nodig is om te finishen in 1u20. De eerste kilometer was ik wat aan het prutsen met mijn iPod, maar toch liep ik vlot onder de 5 minuten. Ik liep door met de gedachte dat ik die seconden winst al op zak had. Ook mijn tweede kilometer liep ik sneller dan verwacht. Mijn zussen zeggen altijd: niet te snel vertrekken, maar ik waagde het er toch op en besloot gewoon door te lopen. Ik was heel gefocust en liep met een duidelijk doel voor ogen. Normaal gezien begroet ik iedereen die ik kruis, nu zat dat er echt niet in. Ik zat helemaal in mijn eigen wedstrijd en stelde me voor hoe ik achter mijn zussen liep. Zij waren een geoliede trein die ik MOEST volgen. Ik mocht niet lossen! De laatste drie kilometer waren echt zwaar. Toen ik thuiskwam, was ik knalrood en morsdood. Ik finishte uiteindelijk in 1:16:31. Zo snel, dat had ik nooit gedacht!

Ik weet nog niet hoe ik mijn looptrainingen de komende maanden verder zal zetten. Sowieso probeer ik wel om drie keer per week te blijven lopen en ook te fietsen in het weekend. Of ik in het najaar echt een marathon ga lopen, dat weet ik nog niet zeker. Ik merk dat mijn lichaam toch nog niet helemaal bekomen is van de zwangerschap. Als kinesitherapeut weet ik dat het niet verstandig is om je lichaam te forceren. Een halve marathon in het najaar is ook al een mooi doel. We zien wel…

DZIU8934

Na het telefoontje met Marike kreeg ik Peter nog aan de lijn. Hij zei me dat ik zeker moest vermelden dat Marike deze prestatie nooit had kunnen leveren zonder zijn steun en toeverlaat. Bij deze dus. Peter beweert dat hij in zijn tienerjaren een goede loper was. Tot hij besliste dat zijn befaamde dancemoves (met zware impact voor de knieën) belangrijker waren dan een loopcarrière. Het verdict van de kine in huis is hard: zijn knieën zijn kapot. Lopen zit er dus niet meer in. De trouwe volgertjes weten dat ik al eens met Peter ga mountainbiken. Normaal zou hij zaterdag zijn eerste Luik-Bastenaken-Luik hebben gefietst. Deze jongen is dus ook niet vies van een sportieve uitdaging.

Ik ben heel trots op Marike. Ze heeft haar 10 miles echt schitterend gelopen. Je moet het maar kunnen om je vast te bijten in een zog dat er niet is. Chapeau, zusje! Ik kijk uit naar het moment dat we gewoon weer eens samen kunnen lopen.

Het boek – Voorleestips voor jong en oud #2

Naar aanleiding van de De Nationale Voorleesdagen las ik in januari een verhaal van Remco Campert voor in mijn klassen. In De beestjes verveelden zich is een hoofdrol weggelegd voor een praatgraag lieveheersbeestje dat alles kinderlijk leuk lijkt te vinden. Kinderachtig, oud en ongeschikt voor puberende jongeren zou je denken, maar mijn leerlingen wisten het verhaal echt te appreciëren. Er volgde een gesprek over hoe verveling hoort bij kind zijn. Behalve in één klas: daar proestten enkele jongens het meteen uit bij de zin De leeuw sliep in zijn hol. Er gebeurden nog onschuldige dingen in dat hol. Toen er ook nog een poes bij dat hol kwam, was het hek helemaal van de dam. Het voorleesmoment verliep wat minder sereen, maar was daardoor niet minder waardevol. Mijn collega en goede vriendin An kan beamen dat onze leerlingen nog intens kunnen genieten van voorleesmomenten. An is expert in de voorleesmaterie omdat ze in 2003 haar eindwerk schreef over de voordelen van voorlezen. Bovendien heeft ze ook heel wat in-huis-voorleeservaring dankzij haar 10-jarige tweeling Lieselore en Reinout.

an3b

An vertelde me dat dit gedicht van Bart Moeyaert de aanzet gaf om haar eindwerk over voorlezen te schrijven:

Voorlezen doet lezen

Wens jezelf een vader die voorleest wat hij mooi vindt.
Voorlezen is verhalen doorgeven.
Wens jezelf een moeder die zo hard lacht als jij.
Voorlezen is plezier voor twee.
Wens jezelf een broer die alles eerlijk deelt.
Voorlezen doe je samen, met vier ogen en vier oren.
Wens jezelf een zus die zelfs in het donker ziet.
Voorlezen kun je overal en altijd.

Wens jezelf een tante die de puntjes op de i wil.
Voorlezen is een kunst die je kunt leren.
Wens jezelf een oom die klok kan kijken.
Regelmatig voorlezen is beter dan af en toe.
Wens jezelf een oma die iederéén wil hebben.
Horen voorlezen doet zelf voorlezen.
Wens jezelf een opa die vaak omkijkt.
Voorlezen is geschiedenis doorgeven.
Wens jezelf een boek.
Voorlezen doet zelf lezen.

Later voegde hij er nog deze regels aan toe:

Wens jezelf leraren die vaak voorlezen
Want horen voorlezen doet zelf lezen.

Een wijsheid die wij als Bart Moeyaert fans én gepassioneerde leerkrachten ter harte nemen. In haar eindwerk behandelde An onder andere de kenmerken van een goede voorlezer. Een flinke dosis enthousiasme en durf zijn daarbij van groot belang. Voorlezen is meer dan luidop tekst lezen. Je moet je lichaam durven gebruiken. Lezen met stemmetjes is geen noodzaak, een gevarieerde en aangepaste intonatie is dat wel. Precies dat herinnert An zich van de voorleesmomenten met haar broer. Toen ze zelf een jaar of 10 was, genoot ze heel erg van de verhalen die haar oudere broer Tom voorlas. Ze kent die verhaaltjes nog steeds mét Toms intonatie erbij. Als student hield ze dan weer van de voorleesmomenten met Wim (inmiddels haar man) die voorlas uit Stad der blinden van José Saramago.

lenr2b

An vertelde me ook dat ze al voorlas toen ze zwanger was van haar tweeling. Het is immers aangetoond dat baby’s hier ook in de buik rustig van worden. Toen Lieselore en Reinout geboren waren, werd het borstvoedingsmoment ook een voorleesmoment. Zelfs heel kleine baby’s kunnen al kleurcontrasten waarnemen in een prentenboek. Vanaf 4 maanden is een boek een stuk speelgoed waar ze naar kunnen grijpen en al hun zintuigen op loslaten. Knisperboekjes zijn dan erg geliefd. Vanaf 6 maanden kunnen baby’s even scherp zien als volwassenen. Hierdoor kunnen ze bijvoorbeeld gezichten herkennen op een prent. Om die emoties te beoordelen, zullen ze eerst kijken naar de reactie van de voorlezer op de prent. Baby’s kunnen vanaf 8 maanden voorwerpen of dieren aanwijzen in boekjes. Rond hun eerste verjaardag zullen ze beginnen brabbelen, prenten willen begrijpen en pagina’s zelf omslaan. Een half jaar later zullen ze ook complexe prenten begrijpen en details zien op afbeeldingen. Op 2-jarige leeftijd slaagt een peuter erin om een verhaallijn te begrijpen en mee te leven met personages. Vanaf dan krijgen ze ook favoriete boekjes die ze door en door kennen.

lenr3b

De kids hebben heel wat favoriete voorleesboeken. Ze zijn heel erg fan van klassiekers als Annie M.G. Schmidt en Roald Dahl. Vooral de humor in die verhalen scoort erg goed. Pluk van de Petteflet was het eerste langere verhaal dat ik aan hen voorlas. Ze leefden echt mee! Jip en Janneke vinden ze ook nog altijd leuk. Mijn kinderen houden er echt van als ik stemmetjes doe. Bij de boeken van De gruffalo was dit ook altijd een groot succes, ook dit is weer een grappig boek. Nu Lieselore en Reinout wat ouder zijn, ben ik weer meer boeken gaan voorlezen. De eigenzinnige stijl van Roald Dahl blijft het goed doen en ook Oma Boef is een schot in de roos. Het land van de grote woordfabriek vinden we hier allemaal een geweldig boek, zowel de illustraties als de inhoud. Hart doet het ook goed. Dit is een grappig boek met een schitterende vormgeving over gevoelige onderwerpen zoals echtscheidingen. Lieselores favoriete prentenboek blijft De mooiste vis van de zee.

Ik heb ook luisterboeken mogen inlezen voor de Vlaamse Luister- en Braillebibliotheek. Het is natuurlijk heel anders om een tekst in te lezen dan om hem voor te lezen aan een publiek, maar dat maakte het ook een boeiende ervaring. Veel luisteraars hebben een favoriete inlezer die gecontacteerd kan worden met de vraag om een bepaald boek in te lezen. Hoewel ik de voorkeur geef aan het directe voorleescontact, is dit een schitterend initiatief omdat je op die manier tal van luisteraars kan bereiken die geen toegang hebben tot boeken of zelf niet goed kunnen lezen. Luisterboeken zijn bij ons thuis trouwens ook heel populair. Wim zet ze vaak op in de auto als hij ver moet rijden voor zijn werk. Als we trips maken met het gezin zijn de cd’s van Het Geluidshuis een vaste waarde en de cd van Oma boef wordt standaard beluisterd als we op vakantie gaan met de auto.

an2b

De voorleeslijst #2
Pluk van de Petteflet, Floddertje, Jip en Janneke & Ik wil alles wat niet mag – Annie M.G. Schmidt, Fiep Westendorp en Harry Geelen
Mathilda, Joris en de geheimzinnige toverdrank – Roald Dahl
De gruffalo – Julia Donaldson en Axel Scheffler
Oma boef – David Walliams
Het land van de grote woordfabriek – Agnès de Lestrade en Valeria Docampo
Hart – Eef Rombaut en Emma Thyssen
De mooiste vis van de zee – Marcus Pfister

Dankjewel An, Lieselore, Reinout en Wim om jullie ervaringen en foto’s te delen!

Het gerief – Een nieuwe lading tassen tussen de bomen

Naast asperges brengt het voorjaar mij ook gezinsuitbreiding. Ik voelde het namelijk kriebelen tot in mijn kleine teen om een nieuwe lichting tassen te maken. Flat White tassen om precies te zijn, want dat is de merknaam die ik mijn eigen creaties geef, genoemd naar de pittige koffie die ik zelf zo graag drink. Mijn metekind Leah is het uithangbord van de Flat White Petite collectie, maar jassen en tassen blijven een vaste waarde. Toegegeven, inmiddels naaide ik al een aardige collectie bijeen. Toch blijven er momenten in mijn leven waarop ik met enige zin voor dramatiek denk: waarom heb ik nu niet de juiste tas? Met plezier presenteer ik jullie dus drie nieuwkomers in mijn tassenfamilie. Bertembos deed dienst als feeëriek decor, alwaar mijn jongste telgen zich van hun beste kant konden tonen. Coronagewijs maakte ik foto’s conform de maatregelen. Ik fietste met mijn gewone fiets via een mountainbikeroute (uitdagend!) naar het bos, was constant in beweging en het levend organisme dat mij het dichtst naderde was een ree op 15 meter.

IMG_2504b

De grootste tas uit de collectie gebruik ik voor professionele doeleinden en vervaardigde ik in de krokusvakantie. Het zat namelijk zo: de tas die ik gebruikte voor school was niet zelfgemaakt, maar van een bekend tassen- en rugzakkenmerk (het begint met een E). Ik liep dus rond met iets van de concurrentie omdat de print mij op het lijf was geschreven: een bordeaux luipaardprint in jacquardstijl. Love it or hate it. Al snel ontstonden er praktische problemen. De tas was nét niet groot genoeg voor al mijn gerief, niet splashproof en als klapper op de vuurpijl bleken ook de leren hengsels snel te lossen. Mijn grootste bezwaar was dat de tas die ik het vaakst gebruikte dus niet zelfgemaakt was: een gemiste kans. Ik maakte dus mijn vierde Trixie Trail tas. Ook nu paste ik de verhoudingen wat aan en maakte ik de tas 4 cm dieper. Je wil echt niet weten wat ik meesleep op een schooldag. Ik voorzag een grote zak vooraan en improviseerde verder met voldoende zakken binnenin. Je zal nooit een binnenzak te veel betreuren, wel één te weinig.

IMG_2513b

IMG_2511b
Mijn schoolgerief met passende en gepersonaliseerde sleutelhanger. Het lijken wel relikwieën uit een ver verleden.

De stof lijkt verdacht veel op die van mijn gekochte schooltas. Dat is geen toeval. Het IS dezelfde stof. Ik zette namelijk de schaar in mijn oude tas omdat ik de stof nog steeds geweldig vind. Verder komt er weer een vleugje zebra in voor dat ik gebruikte bij de vorige tassencollectie. De blauwe buitenstof is een zogenaamde oilskin of gewaxte katoen. Perfect tassengerief! Het zal de aandachtige lezer ook niet ontgaan zijn dat ik nog maar eens teruggreep naar de leopard-denim van de eerste tassenreeks die ik hier presenteerde. Ik blijf dat een ongelooflijke winner vinden. Vrouwelijk en stoer. Modieus, maar net dat tikje anders. Helemaal Flat White dus. Ik maakte overigens al heel wat huisgerief met accenten in mijn geliefde stof. Mijn schooltas matcht niet toevallig met de pennenzak die ik ongeveer een jaar geleden maakte.  Ook met franjes, ook met denim en jawel… ook met blauwe leopard.

IMG_2522b

Ik vervolledigde mijn collectie met een Frankie heuptasje van WISJ Designs. Vorig jaar maakte ik het andere model, de Faye, wat ik veelvuldig gebruik. Aangezien dat een arbeidsintensief tasje was, waar veel gepruts en gevloek aan te pas kwam, had ik nu mijn zinnen gezet op Frankie: een klassieker model. Aanvankelijk verliep Frankies maakproces bijzonder vlot. Ik draai er mijn hand niet meer voor om een rits in te stikken en ook het kleinere bochtenwerk kon mij niet intimideren. Het eindresultaat viel echter tegen. Door de positie van de lussen achteraan hing het tasje wat vreemd aan de riem. Er zat niets anders op dan de lussen los te tornen, wat gemakkelijker gezegd was dan gedaan. Mijn tasje zat immers al volledig in elkaar. Ik moest dus door het keergat van de voering alles opnieuw vastnaaien. Voor de kenners: jullie begrijpen hoe irritant werken dat is. Voor de leken: dat is kl*tewerk. Het eindresultaat mocht er nu wel wezen. Al was er een tweede domper op de feestvreugde: mijn portefeuille blijkt er niet (of met heel veel wringen) in te passen. Zoals ik al zei, ben ik ervan overtuigd dat er een gelegenheid is voor elke tas, ook voor dit prachtexemplaar. Het doosje van mijn zonnebril past er perfect in samen met alcoholgel. Ik droom van een moment dat ik mezelf gelukkig zal prijzen dat ik deze Frankie – met eender welke inhoud – heel dicht op mijn lijf zal kunnen dragen.

IMG_2515b
Flo samen met Maurice, die al wat langer mee gaat, maar onmisbaar is geworden.

Frankies bevalling was zwaar, maar gelukkig kwam Flo eens zo gemakkelijk ter wereld. Ze rolde onder mijn machine vandaan alsof het niets was. Flo is het nieuwste patroon van WISJ Designs. Je hebt de keuze uit een sporttas (ben ik aan bezig!) en een handtas met of zonder flap, een zogenaamde bucket bag. Bij gebrek aan het juiste materiaal moest ik wat improviseren. Omdat ik geen magneetsluiting had, koos ik aanvankelijk voor de versie mét flap in de hoop dat een echte sluiting daarbij niet onoverkomelijk zou zijn. Veel flap valt er niet waar te nemen aan mijn Flo. Enerzijds omdat ik de tas iets te enthousiast verstevigde. Anderzijds omdat de improvisatie hier wederom zijn intrede deed. Het stuk tassenband dat ik nog over had, was net wat kort en moest ik dus helemaal bovenaan bevestigen. Dat mag de pret niet drukken! Mijn complimenten aan Sofie voor dit patroonontwerp. Het is geniaal in al z’n eenvoud: de bodem is een cirkel waaraan je een koker bevestigt. Voor de bovenrand ging ik voor een contraststof van leopard. Of wat had je gedacht? Ik kon het niet laten om er wat speelsheid aan toe te voegen in de vorm van franjes. Ook dat is geen nieuw gegeven. Als je de kans hebt: stik ergens franjes op. Ik ben er zeker van dat er nog heel wat Flat White Flo’s gemaakt zullen worden, voor mezelf en om cadeau te geven.

IMG_2501b

Er is nog een nieuwigheidje in deze collectie. In december gaf ik mezelf een nieuwe naaimachine cadeau, de Pfaff Ambition 620. Mijn Pfaff Hobby 1142 vond na 10 jaar trouwe dienst een nieuw huisje bij een andere leuke Joke. Ambitie heeft mij nieuw machien in overvloed. Bij een fiets kan ik doorgaans amper iets zeggen over technische specificaties, hier kan ik het wel, maar ik zal me inhouden. Korte samenvatting: je kan hier bijna alles mee, behalve zelf stof weven. Schrijven kan wel dankzij de alfabetfunctie. Ideaal om mijn Flat White labels nog unieker en ambachtelijker te maken. Ze kregen dan ook een prominente, doch subtiele plaats op mijn tassen, zoals elk zichzelf respecterend merk dat doet.

IMG_2518b

Het is overbodig om te zeggen dat ook deze tassen zich weer uitstekend laten combineren met streepjes en denim. Zoals steeds. Omdat streepjes en denim de max zijn. Omdat ik me geen leven kan voorstellen zonder streepjes en denim. Tassen maken in tijden dat we niet van huis weg mogen, dat klinkt misschien contradictorisch. Met mijn nieuwe schooltas kon ik welgeteld 10 schooldagen gaan werken. Mijn pennenzak staart me al weken verwijtend en technisch werkloos aan vanaf de keukentafel. Mijn tassen doen me dus dromen. Over de tijd dat ik die tas weer propvol met schoolspullen kan stoppen. Over mijn verjaardag in september die ik in Parijs hoop te vieren. Met Roos. En met de juiste tas voor de gelegenheid.

IMG_2520b

De patronen van WISJ Designs kan je rechtstreeks via de website bestellen. Ik kocht het Flo patroon op papier bij LanaLotta, net zoals dat van de Trixie Trail tas. Hier vond ik ook al mijn fournituren, de prachtige oilskin én mijn Pfaff naaimachine. De webshop is gewoon open. Pakjes worden dagelijks verstuurd of persoonlijk met de fiets bezorgd.

Het boek – Voorleestips voor jong en oud #1

Als ik graaf in mijn jeugdherinneringen dan wroet ik boeken en verhalen naar de oppervlakte. Zelfverzonnen verhalen die mama ons vertelde in het stapelbed. Cassettes met verhalen die we kapot speelden. Later de boeken die ik zelf las en voorlas. Een boek is een verbindend middel tussen generaties waar geen superlijm tegen op kan. Het is dan ook niet vreemd dat in deze vreemde tijden tal van (voor)leesinitiatieven ontstaan. Ik deel al eens graag boekentips in de categorie leeswerk voor volwassenen. Bij deze geef ik de aftrap voor een reeks voorleestips. Bij gebrek aan eigen kinderen ging ik te rade bij vrienden en familie en vroeg ik naar hun voorleesboeken en -gewoontes. Vandaag beginnen we in mijn bloedeigen familie.

Als kind was ik zelf weg van Lars de kleine ijsbeer. Niet geheel toevallig heet mijn knuffel-ijsbeer Lars (ja, ik heb hem nog steeds). Ik bombardeerde de ijsbeer prompt tot mijn lievelingsdier, zelfs toen ik wat ouder was en ontdekte dat ijsberen roofdieren zijn die schattige zeehonden doden. Toch heeft het een jaar of 10 geduurd voor de cavia de ijsbeer van de troon der lievelingsdieren stootte. Of wat de impact van een boek kan zijn. Seppes favoriete boek was dan weer Monkie: een prentenboek waar geen letter tekst in staat. Het verhaal gaat over een jongetje dat zijn knuffelaapje Monkie verliest tijdens een fietstocht: regelrechte kinderhorror. Via verschillende dieren – die er niet bepaald zachtzinnig mee omspringen – komt de gehavende knuffel terecht bij een poppendokter die hem oplapt en uiteindelijk ook aan het jongetje terugbezorgt. Oef! Volgens Seppe ligt de kracht van dit verhaal in het feit dat de verteller bij gebrek aan tekst het verhaal wat naar zijn hand kan zetten, waardoor akelige stukken minder zwaar worden en de ontroerende meer naar de voorgrond komen. Dat was ook nodig voor onze gevoelige kinderzieltjes.

NHNS0274

Seppe en ik hebben ook de verhalen Een heel gewoon kikkervisje (dat uitgroeit tot een gigantisch, maar goedaardig zeedier), Ze lopen gewoon met me mee (nijlpaard volgt jongetje na school) en Als je maar vrienden hebt (een vis, een big en een vogel moeten met elkaar spelen) stukgelezen. Wij hielden heel erg van herhaling. Als we naar de bibliotheek gingen, kwamen we vaak met dezelfde boeken terug naar huis. Zo hebben we eens een volledig jaar Nijntje vliegt ontleend (spoiler: de titel is meteen ook het verhaal). Telkens als we het moesten inleveren, wachtten we tot het terug op z’n plaats werd gezet en namen we het terug mee. Sommige van onze boeken moesten jarenlang vier paar kinderhanden doorstaan. Net zoals de afstandsbediening (dé zapper) van de televisie aaneen hing met plakband, vertoonden sommige boeken ernstige gebruikssporen. Flapjes waren in- of afgescheurd, pagina’s meermaals geplooid en we gingen allemaal door een fase waarin we onze stift eens uittestten in een boek. Onverslijtbaar waren de geanimeerde verhalen die mama ons vertelde. Over het geheime leven van onze knuffels of over tractors die samenkwamen op het veld om allerlei agrarische activiteiten te verrichten. Ik ben er zeker van dat ze die verhalen nu – op verzoek – met evenveel overtuiging en inleving zou kunnen brengen. Net zoals ze dat deed bij het Engelse boek waarin acht honden steeds na elkaar op een andere manier blaften, in het Engels dus. Hilariteit gegarandeerd!

HOQY9806
Bomma is helemaal klaar voor een voorleesmoment!

Mijn mama mag zich ondertussen professioneel verhalenverteller noemen. Ze is leerkracht in het lager onderwijs en heeft dus al duizenden kinderen blij gemaakt met een goed boek en dito voorleeskunsten. Nu is ze zorgleerkracht, wat haar de kans geeft om haar taak als leescoach op school met nog meer glans in te vullen en de uitgebreide schoolbibliotheek te managen. Ook als bomma van drie kleinkinderen krijgt voorlezen een prominente plaats binnen het curriculum. Ik laat het haar zelf uitleggen. Voorlezen is één van mijn favoriete bezigheden. Ik lees op een schooldag vier keer voor. Stemvariaties, uitbeelden, vertragen, versnellen en decibels aanpassen: het lukt me allemaal. Mijn oudste kleinkind Laurien (4 jaar) heeft een uitgesproken voorkeur. Soms is ze bang van prenten. Toch kiest ze soms net voor boeken waarin “bang zijn” aanwezig is. Zo was een ouderwetse Roodkapje met een vreselijke prent van een wolf lang geliefd bij haar.

thumbnail_20200414_194456
Laurien en Vik (immer enthousiast) met hun favoriete boeken van thuis.

“De wolf komt echt niet” is één van Lauriens favoriete boeken. Het verhaal gaat over een konijntje dat gaat slapen en herhaaldelijk aan zijn mama vraagt of de wolf komt. Mama konijn stelt gerust en bedenkt telkens een andere reden waarom de wolf niet kan komen en het konijntje dus niet bang moet zijn: de wolven zijn doodgeschoten, ze zijn bang van de stad of ze kennen het adres niet. Het konijntje ontdekt altijd een zwakke plek in mama’s redenering. Op de prenten zie je de wolf naderen en als mama weg is, wordt er op de deur geklopt… Het konijntje heeft geen schrik van de wolf, maar verwacht die juist voor zijn verjaardag! Ik las dat boek elke week voor. Laurien ging telkens helemaal op in het verhaal en dacht altijd weer dat het konijntje bang was. Voor ik begon, zei ze al dat de wolf niet bij haar kon komen, want de wolf wist haar niet wonen. Een ander favoriet boek is “Tijger” (met prachtige prenten van Jan Jutte). Een tijger verschijnt in een dorp. Iedereen is bang van hem behalve een oud vrouwtje dat hem bij haar laat wonen. De tijger krijgt echter heimwee naar zijn land van herkomst. Het vrouwtje brengt hem met een grote boot terug, waarop de tijger herleeft en zijn kleuren terug krijgt. Als ze thuiskomt, vindt ze een poesje dat ze de toepasselijke naam Tijger geeft. Seppe wist me te vertellen dat Lauriens favoriete boek thuis Heksje Mimi en de baby is. Vik (1 jaar) kiest dan weer voor Klein wit visje hoort watermuziek.

HDZG4030

Leah mag als jongste telg van de familie natuurlijk niet ontbreken. Ze is inmiddels 8 maanden oud, maar – net zoals haar meter – volledig vertrouwd met boeken. Als kind was Marike fan van de verhalen van de rosse kater Dikkie Dik. Later ook van Elmer, een patchwork olifant die dus niet grijs is zoals zijn soortgenoten. De kleurrijke Elmer wakkerde bij de kleine Marike ook een fascinatie aan voor de abstracte kunst van Paul Klee. Ze maakte een tekening van allemaal gekleurde hokjes en gaf die de diepzinnige titel Papegaai in een kooi. Toen Marike vorig jaar zwanger was, gaf mama haar het boek van Elmer cadeau. Het gaat over een olifant die anders is. Bovendien is Elmer grappig en erg populair bij zijn grijze soortgenoten. Hij wil echter net zo grijs en gewoon zijn als hen. Als hij zich weet te bedekken met een grijze smurrie merkt hij op dat iedereen hem mist. Uiteindelijk kiest hij er dus toch voor om zijn kleurrijke en unieke zelf te zijn: een buitenbeentje dat gewaardeerd wordt om wie hij is.

ORQC0115
Druk, druk, druk aan het lezen.

Als Leah echter helemaal zelf mag kiezen (en dat kan ze), dan pikt ze altijd het verhaal van Muis uit de stapel. Tante Roos is ongetwijfeld erg blij met die keuze omdat de verhalen van Muis (wij zeiden Maisy, zoals ze oorspronkelijk heet) vroeger haar absolute lievelingsboeken waren. Op haar aanraden kochten we zelfs eens een boek van Maisy voor papa’s verjaardag, want dat zijn zijn lievelingsboeken! Boerderijdieren en vooral heel felle kleuren blijken een grote aantrekkingskracht uit te oefenen op een avontuurlijke baby.

VAOL9265

De voorleeslijst #1
Lars de kleine ijsbeer – Hans de Beer
Monkie – Dieter Schubert
Als je maar vrienden hebt – Friedrich Karl Waechter
Ze lopen gewoon met me mee – Margaret Mahy
Een heel gewoon kikkervisje – Steven Kellogg
De wolf komt echt niet – Myriam Ouyessad
Tijger – Jan Jutte
Elmer – David McKee
Boerderij van Muis – Lucy Cousins

Met dank aan mama, Seppe en Marike voor hun verhalen over voorleesboeken en het fotografisch materiaal.
Noot: mijn papa lijkt in dit verhaal misschien afwezig te zijn, maar hij was hoofdverantwoordelijk voor onze muzikale, wetenschappelijke en bouwkundige opvoeding. Als bompa neemt hij de taak als voorlezer heel ernstig.

Een bericht en vraag voor jullie

Lieve lezertjes

Ik weet dat het dinsdag is, maar verder is tijd een flou begrip tijdens de quarantaine. Dagen lijken naadloos in elkaar over te gaan. Een weekdag lijkt op een weekenddag en vice versa. In het weekend ga ik naar de bakker, in de week wacht ik op de post. Er is een voor-corona en er komt ook een na-corona. Ik vertelde al dat ik mijn familie en leerlingen mis, wat echter niet wegneemt dat ik me bovenal prima vermaak. Het was lang geleden dat ik nog eens het grote kruiswoordraadsel in de weekendkrant kon maken, ik heb geen zwervend wasgoed dat de weg naar de kast niet vindt, ik dweilde zelfs mijn terras. Ik kijk films, online opera, de vlogs van Viktor Verhulst en ik lees boeken. Ik verbaas me over het repertoire aan slaaphoudingen van mijn kat Ada. Ik bekeek een documentaire over de Amazone en de Nijl. Ik stapte bijna op het vliegtuig om te gaan backpacken toen ik me realiseerde dat ik mijn verhuis moet voorbereiden die eind mei zal plaatsvinden. Deze periode beschouw ik dan ook als een intens afscheid van het appartement waar ik vijf jaar woonde.

Kortom, het gaat goed met mij. Ik hoop van harte dat ook jullie gespaard bleven van verdriet en grote zorgen, dat jullie er in slagen om dit leven meestal oké te vinden omdat het ook niet eeuwig zal duren. Mijn tegeltjeswijsheid voor nu is Koester wat je hebt, maar ook wat je mist.

Het ontbreekt me dezer dagen niet aan inspiratie, al heb ik wel een verzoek voor jullie. Zijn er onderwerpen die ik nog onbeschreven liet? Is er iets wat je graag van mij zou weten? Zijn er praktische of filosofische vragen die ik dringend moet beantwoorden? Is er een reeks waar ik heel snel een vervolg op moet schrijven? Welk aartsmoeilijk dilemma zou je mij willen voorschotelen? Vragen staat vrij! Laat hieronder een reactie achter of stuur me een bericht. Ik kijk uit naar jullie antwoorden!

Tot slot heb ik nog een vrolijke tip voor jullie. Artistieke collega Pol maakte een aanstekelijke compilatie van de Work From Home bezigheden van leerlingen en leerkrachten van mijn school. Live muziek, zang, dans, zwoele poses en trampolinekunsten. Zoveel talent op onze school, zo blij dat dit mijn team is. Ik word er helemaal warm van.

Hou jullie goed en tot snel!

Joke
X

 

 

Loperspraat – Dilemma’s op donderdag #2

In tijden van quarantaine is out of the box denken onze tweede natuur geworden. Dilemma’s op dinsdag worden dan dilemma’s op donderdag. Daar kan zelfs Marc Van Ranst niets op tegen hebben. Ik moet eerlijk toegeven dat ik de afgelopen weken amper met dilemma’s werd geconfronteerd omdat er nu eenmaal weinig gebeurt in mijn leven. Ik kom dus niet verder dan Doe ik een grijze of donkerblauwe joggingbroek aan? Uiteraard staat er geen maat op mijn verbeelding en kon ik moeiteloos weer enkele loopgerelateerde dilemma’s bedenken die ik met veel plezier voor jullie beantwoord. Deze keer heb ik zelfs helemaal geen joker nodig.

Altijd op onverharde wegen of altijd op asfalt lopen?
Als loper wordt er van je verwacht dat je een natuurmens bent. Check. Dat ben ik in hart en nieren. Als loper ben ik echter ook een asfaltmens, wat meteen een stuk minder gezellig klinkt. Ik loop echt graag op asfalt. Lang, vlak en saai is voor mij de ultieme beoefening van de eentonige en hypnotiserende bezigheid die lopen kan zijn. In het bos of in de natuur kan je één worden met je omgeving, op kilometers asfalt langs een kanaal word je één met jezelf. De vraag is dus eerder wat ik écht niet zou kunnen missen. Het antwoord is dan toch de natuur. Bovendien moet een bos niet onderdoen voor een degelijk uitgeruste fitnesszaal waar je voor elk type training terecht kan. De geaccidenteerde ondergrond in de natuur zorgt daarenboven voor een betere stabiliteit en een gevarieerde belasting. De trainingsfilosofie van de Keniaanse toppers indachtig kies ik dus resoluut voor de onverharde wegen.

10 Miles van Antwerpen of 20 kilometer van Brussel?
Beide wedstrijden zullen voor het eerst in hun geschiedenis in het najaar gelopen worden. Of misschien is dat zelfs te voorbarig. De 10 Miles liep ik drie keer. Telkens was dat een weergaloze wedstrijd met dank aan het ongeziene enthousiasme van de toeschouwers. Echt mooi kan je het parcours niet noemen, uniek is het zeker wel. Je krijgt namelijk nooit de kans om over het prachtige asfalt van een snelweg te lopen. In Antwerpen wist ik mezelf telkens te overtreffen. Niets dan positieve herinneringen dus. Mijn hart ligt echter net ietsje meer bij de 20 kilometer van Brussel, waar ik vijf keer aan deelnam. Ik heb hier al heel vaak verteld waarom die wedstrijd een kantelmoment was in mijn leven. In mei 2014 verlegde ik in Brussel definitief mijn grenzen samen met Roos. Die allereerste keer heeft iets losgemaakt waar ik 11 marathons later nog heel vaak aan terug denk.

Altijd in lange of korte broek lopen?
Vorige week liep ik voor het eerst dit jaar in een korte broek. Heerlijk! Tussen lang en kort zit altijd een twijfelfase en is het onvermijdelijk dat je ofwel een keer te vaak met een lange broek gaat lopen ofwel te snel in korte broek verschijnt. Ik kan me tijdens het lopen echt ergeren aan benen die te warm zijn. Liefst van al zou ik dan in mijn onderbroek verder lopen. Wat ik natuurlijk niet doe. De keuze is dus snel gemaakt. Ik heb het liever wat fris aan mijn benen dan te warm. Een warmbloedig persoon met hoog zweetgehalte moet in principe ook winterkoude benen kunnen trotseren. Als je vals wil spelen, doe je gewoon compressiekousen aan.

Altijd rustig aan of altijd het volle pond geven?
Het is verstandig om je tempo’s te variëren tussen gezapig en verschroeiend snel. Ik probeer dat ook te doen, al zal mijn snelheidsmeter iets vaker doorslaan richting intensieve inspanning. Bewust traag lopen doe ik bij een hersteltraining of als ik nog een gesprek wil kunnen voeren. Roos gebruikt dit vaak als hulpmiddel om mij wat in te tomen. Als we dan bergop lopen, vraagt ze mij bijvoorbeeld om uit te leggen waar de film precies over ging die ik de dag ervoor gezien heb. Resultaat gegarandeerd. Uiteindelijk kies ik er toch voor om altijd het volle pond te geven. Niet zo zeer om altijd echt snel te lopen, maar omdat het in mijn aard zit om proefondervindelijk vast te stellen wat er in de tank zit.

Weg met alle berkenbomen of weg met alle dennenbomen?
Na mijn bekentenis over asfalt volgt nu een puur natuur dilemma. Er zijn twee bomen die ik een bijzonder warm hart toedraag: enerzijds de berk die al ik de hippe zebra van het bos noemde, anderzijds de ranke den die zowel fragiel als robuust is. Omdat berkenbomen niet oud kunnen worden – helaas – denk ik dat de impact op de natuur kleiner zou zijn als ik alle berken zou laten verdwijnen. Iedereen met pollenallergie zou me dan ook dankbaar zijn. Zonder dennen zou de ArDENnen slechts een hoop kale bergen bijeen zijn. Ook het Kastelse groen – waar ik al eens vertoef – zou niet meer hetzelfde zijn. Kiezen is in dezen zeker verliezen, dus met pijn in het hart kies ik voor het behoud van de dennenbomen.

IMG_2279b