Loperspraat – Klein geluk #2

Vorig jaar deelde ik mijn geluksmomenten toen het bos voorzien was van een royale laag sneeuw. Ik hou van de zon, maar ook van koude en van sneeuw. Omdat de winter tegenwoordig in een identiteitscrisis verkeert, ben ik er niet rouwig om dat ik plots voelde dat (wat moet doorgaan voor) de winter op zijn laatste benen loopt. Ondanks het feit dat zondag duurloopdag de afgelopen weken ook zondag stormdag werd, voelde ik de lente al meermaals de kop op steken. Tijd voor een lijstje van mijn kleine geluksmomenten van de afgelopen weken.

  • na een werkdag gaan lopen zonder ingewikkelde berekeningen te maken om hoe laat je dan het bos uit moet zijn voor de duisternis zijn intrede doet
  • voor je werk gaan lopen, de hele dag met een triomfantelijk gevoel rondlopen en als je thuiskomt van je werk gewoon een koffie drinken
  • het idee dat je de winter ook op sportief gebied hebt overleefd, dat je koppig bent blijven lopen en fietsen, ondanks het donkere en natte weer
  • dat je tijdens de winter een trainingsbodem hebt gelegd en daardoor een voorsprong hebt op de hele wereld
  • mos dat net iets groener lijkt dan anders
  • de geur van bloei en van bloembollen, van lente in de lucht: in de botanische tuin, maar ook in de stad
  • het vrolijke gekwetter van vogels dat ik de laatste maanden enkel hoorde als ik gewekt werd door mijn wake-up light
  • honden die de lente en de wind in hun bol hebben
  • de drie dennenzussen: het botanische evenbeeld van mijn zussen en ik
  • de lucht en wind aan je (veel te witte) blote benen voelen
  • de schittering van de zon op de Vaart die dan oogverblindend is
  • een duurloop met de zon op je kop bij de ideale looptemperatuur
  • mijn gezicht dat nagloeit van de zon
  • de nog grotere verbondenheid die heerst onder lopers en fietsers die de wind trotseren: de knik van samenhorigheid is nog intenser
  • ondanks een fikse tegenwind toch een heel goede duurloop kunnen lopen
  • na stormen Ciara en Dennis in het bos gaan lopen en opgelucht ademhalen dat alle bomen er nog staan
  • twee dagen na elkaar met enkele voorzichtige zonnestralen kunnen gaan lopen als de weersvoorspellingen een grijze wolk met onnoemelijk veel regen aangaven
  • goedgemutst langs chagrijnige autobestuurders lopen
  • mijn muziek van het vorige voorjaar herontdekken, vooral Hozier en Florence stelen de show
  • plannen maken met mezelf en met mijn zussen
  • het marathonseizoen dat nu echt gaat beginnen
  • Eliud Kipchoge en Kenenisa Bekele die allebei de London Marathon zullen lopen op zondag 26 april.
  • aftellen naar mijn volgende marathonavontuur (nog 6 weken en 6 dagen)
  • dagelijks opzoeken of de marathon van Brussel zal doorgaan in het najaar en zo ja: wanneer
  • in mijn agenda schrijven dat ik op 4 oktober 2020 een marathon in Brussel zal lopen met mijn zussen
  • met mijn zussen gaan lopen en dan beseffen dat 45 minuten echt niet lang genoeg is om alles te bespreken
  • met mijn zussen gaan lopen en met z’n drieën synchroon proberen te lopen
  • mijn maatje An, die ook weer aan het lopen is
  • gaan lopen met nieuwe schoenen en het gevoel hebben dat je vliegt
  • gaan lopen met nieuwe schoenen en je route zo uitstippelen dat die schoenen zo proper mogelijk kunnen blijven
  • gaan lopen met afgedragen loopschoenen waar je geen afstand van kan nemen omdat ze zo perfect aan je voeten zitten
  • gaan lopen met modderige schoenen en die dan extra modderig maken

Het portret – Hoera voor mijn dertigjarige zus Marike!

Kleine zusjes worden groot: het is een eenvoudige vaststelling die de opening zou kunnen zijn voor een klaagzang over het feit dat ik zelf dan nog eens zoveel jaren ouder ben. Over imaginaire rimpels en grijze haren. Over hoe verschrikkelijk snel de tijd gaat. Over dat vroeger alles beter was. Niets van dat. We leven in 2020 en vandaag wordt mijn wonderlijke zus Marike 30 jaar. Roos staat nu dus helemaal alleen als twintiger in onze familie. De tijd gaat snel, ja. Ik herinner me nog levendig dat we boerderijen bouwden met Playmobil en samen (in het echt) gingen paardrijden. Ik herinner me nog net iets levendiger hoe we eergisteren tijdens de voorbode van storm Ciara de fikse wind trotseerden en er met z’n drieën op uit trokken voor een eerste zussenlooptraining: een primeur! We hebben geen Playmobil meer nodig om ons te vermaken. We hebben Leah, we hebben elkaar en een schat aan herinneringen. De ene episch, de andere ronduit banaal.

Het is iets heel apart een zusterband. Altijd als je denkt dat het een vanzelfsprekendheid is, besef je juist dat het allesbehalve evident is dat je hen werkelijk alles kan toevertrouwen en dat je echt altijd op hen kan rekenen. Door de jaren krijgt een broederlijke of zusterlijke band de tijd om uitgebreid te rijpen. Zo ontstaan er extra dimensies en ontdekken we steeds meer onderlinge raakvlakken. De body wordt steviger. De verbondenheid neemt toe. Ook de afdronk is navenant. Met de jaren is onze band kostbaarder geworden. De gelijkenissen tussen Roos en mij zijn altijd meer uitgesproken geweest dan die tussen Marike en mij. We zijn echter onmiskenbaar zussen. Ik denk dat we vooral op elkaar lijken in onze felheid en gedrevenheid die met vlagen de kop kan opsteken. We vullen elkaar ook heel goed aan. Laat Marike niet te veel met taal doen: geef mij woorden en ik maak er zinnen van. Hou mij vooral weg van alles wat medisch en wetenschappelijk is: geef haar een lichaam en zij kneedt het in de juiste vorm. Sinds kort doet ze dat in haar eigen praktijk Kine Odeyn. Check vooral eens de website, al was het maar voor de foto van mijn knappe zus met de mooiste blauwe ogen.

IMG_2100b

Op 20 augustus 2019 heeft Marike een kind op de wereld gezet. En wat voor één: Leah is het geweldigste metekind dat ik me kon wensen. Al van bij haar geboorte was het duidelijk dat ze uitzonderlijk was. Ze gedraagt zich voorbeeldig, slaapt als een prinses en heeft een hoge activiteitsgraad. Als zij lacht, ligt de wereld aan haar voeten. Ze is amper 6 maanden, maar maakt nu al deel uit van ons zussenverbond. Marikes sportieve leven mag dan even op een lager pitje hebben gestaan, haar come-back wordt er eentje om u tegen te zeggen zodat ze haar naam van Sporty Spice alle eer aan kan doen. Eind april zullen we haar wegwijs maken op haar eerste 10 Miles in Antwerpen. In het najaar hopen we met z’n drieën, zij aan zij, voetje voor voetje en als het nodig is arm in arm, een marathon te lopen. Ze wil dat gewoon één keer gedaan hebben, zegt ze. Een gevaarlijke uitspraak voor een Odeyn. Onze plannen zijn groots, het enthousiasme nog groter.

IMG_2096b

Liefste zusje, dertig staat je fantastisch. Ik wens je een prachtige verjaardag toe!

 

Het boek – Toppers volgens mijn leerlingen #3

Het schooljaar is halverwege. Dat betekent dat mijn leerlingen al twee boeken lazen en er nog twee te goed hebben. Ik vertelde al eens wat mijn leerlingen van het vierde jaar zoal weten te waarderen op literair vlak. In het vijfde jaar kiezen leerlingen van een uitgebreide lijst die ruimte biedt aan de volledige wereldliteratuur. Vertalingen uit het Engels en Frans worden echter niet toegelaten. Jaarlijks komen er nieuwe titels bij waarvan ik denk dat ze iets teweeg kunnen brengen bij mijn lezerspubliek. Ik merk dat leerlingen in het vijfde jaar minder klagen over moeten lezen. Vaak ontwikkelen ze hun eigen smaak en ontdekken ze een schrijver wiens stijl ze waarderen. Ze geven elkaar ook vaak tips over wat het lezen waard is. Ik licht er graag drie titels uit die steevast positief onthaald worden.

De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween van de Zweedse auteur Jonas Jonasson wordt steeds weer op gejuich onthaald. Jonassons debuutroman verscheen in 2009 en werd meteen een wereldwijde bestseller. Om jongeren meer dan 300 pagina’s te kunnen boeien, moet een boek wel echt overtuigend zijn. Zeker voor jongens is deze roman telkens weer een schot in de roos. Het absurde levensverhaal en het ontsnappingsverhaal van het honderdjarige hoofdpersonage Allan, die op zijn verjaardag uit het rusthuis ontsnapt, worden in de eerste plaats gewaardeerd omdat heel wat gebeurtenissen uit de wereldgeschiedenis de revue passeren, zoals de Wereldoorlogen dichtbij huis, maar ook minder bekende gebeurtenissen in de Sovjet-Unie en China. Mij kon dit verhaal geenszins overtuigen. Ik stoorde me aan de ongeloofwaardige Allan die een voorliefde heeft voor bommen en explosies en bovendien bij werkelijk elke bepalende gebeurtenis in de wereldgeschiedenis een rol van betekenis heeft gespeeld. Mijn leerlingen zijn het daar duidelijk niet mee eens. Ze prijzen keer op keer de humor en originaliteit van het boek de hemel in. Een jongen zei eens: “Mevrouw, er zal echt nooit een boek zijn dat ook maar in de buurt komt van dit.” De pretlichtjes en gelukzalige glimlach op zijn gezicht zal ik niet snel vergeten.

Uit eigen land scoort Griet Op de Beecks Vele hemels boven de zevende erg goed. Ze krijgt vaak het neerbuigende etiket vrouwenliteratuur opgeplakt. Ik vind dat jammer: literatuur is niet te herleiden tot mannen- en vrouwenboeken, al zal ik niet ontkennen dat enkel meisjes dit boek kiezen en er laaiend enthousiast over zijn. Vooral de manier waarop de personages Eva, Lou en Elsie vorm krijgen. Ze worden beschouwd als bestaande personen, echte mensen van vlees en bloed die tot leven komen op papier. Iemand schreef dat ze het gevoel kreeg dat ze naar een toneelstuk aan het kijken was. De eenzaamheid en droevige gebeurtenissen waar de personages op hun zoektocht naar geluk mee geconfronteerd worden, raken duidelijk een gevoelige snaar bij mijn leerlingen. Daarenboven lees ik vaak dat ze door dit verhaal een ander, menselijker en genuanceerder, beeld hebben gekregen van onderwerpen als vreemdgaan en alcoholisme. Onderwerpen waar ze doorgaans een principiële mening over hebben. Vele hemels boven de zevende deed hen beseffen dat het begrijpelijk is dat mensen soms verkeerde beslissingen maken, dat je soms kiest voor zekerheid in plaats van voor geluk en dat het niet erg is om niet perfect te zijn.

De geniale vriendin van de mysterieuze Italiaanse schrijfster Elena Ferrante wordt sinds kort vaak en graag gelezen. Dit boek is het eerste deel van Ferrantes Napolitaanse romans, waarin we kennismaken met Lila en Elena die opgroeien in de harde realiteit van het grauwe Napels in de jaren 50, waar de klassenmaatschappij een feit is. De meisjes worden briljant en ontwapenend genoemd. Door hun kinderogen wordt intens meegeleefd met hun dromen: om een boek te schrijven en rijk te worden bijvoorbeeld. Naarmate de meisjes ouder worden, vervagen hun dromen en leer je hen steeds beter kennen. Je kan echter nooit volledig doorgronden waarom ze doen wat ze doen. Dat je hierdoor alle verwachtingspatronen loslaat en geen idee hebt waar het verhaal naartoe gaat, wordt als een groot pluspunt ervaren. Ik hoorde meermaals dat leerlingen meegesleurd en opgeslorpt werden door het hartverscheurende verhaal, ook al staat dat mijlenver van hun eigen leven. Naast wat Italiaanse geschiedenis leerden ze bovendien dat alles te relativeren valt en dat er niet zoiets bestaat als een absolute waarheid.

Met dank aan Bo, Dante, Lucas en Zacharias wiens inzichten over De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween ik in deze tekst verwerkte. De complimenten over Vele hemels boven de zevende haalde ik bij Josse, Limke, Mira, Robin en Ruth. Voor De geniale vriendin baseerde ik me op de ideeën van Elise, Hermelijn en Jits.

Marathonpraat – Road to Rotterdam #1

Op 1 januari leek het eventjes alsof alle tellers terug op nul stonden. Een blanco blad keek me uitdagend aan. Maagdelijk wit en onbeschreven. Een schone lei die klaar was om versierd te worden met mijn mooiste lussen, krabbels en bedenksels. Gelukkig ging het leven gewoon door en nam ik alles weer op waar het was blijven liggen in 2019. De eerste dag van het nieuwe jaar beschouwde ik wel als de start van mijn marathonvoorbereiding voor Rotterdam. Ergens klonk dat idee van het onbeschreven blad aantrekkelijk. Soms verlang ik terug naar de naïviteit van mijn beginnersjaren als marathonloper toen ik onbesuisd afstormde op het avontuur. Mijn aanpak was niet de beste, wel de eenvoudigste: veel lopen. Hoe meer, hoe beter. De ervaring gaf me meer grip en zelfinzicht. Kennis leidt echter ook onvermijdelijk tot twijfel.

Over 8 weken en 6 dagen sta ik aan de start van de Rotterdam Marathon. Het lijkt een eeuwigheid geleden dat ik me specifiek voor een marathon klaarstoomde. In het najaar liep ik een onvergetelijke marathon in Brugge in functie van Roos, maar die werd opgeslokt door mijn voorbereidingen van de Hel. Het kostte me die periode veel energie om me telkens weer op te laden voor alle uren trainingsarbeid. Vooral in het fietsen kroop veel tijd. Mijn leven leek on hold te staan: ik ging werken en sporten, voor iets anders was er amper tijd. Na de Hel genoot ik tijdens de kerstvakantie intens van mijn vrije tijd. Halve uurtjes lopen waren voldoende om mijn loophonger te stillen. De afgelopen weken betrapte ik mezelf erop dat ik vol weemoed terugblikte op mijn lange en donkere trainingen van oktober en november. Alsof in het donker langs een steenweg fietsen plots het hoogste sportgenot was. Het is een mij bekend fenomeen: wat ik vervloek, wordt na verloop van tijd geromantiseerd zodat ik het intens ga missen. Het gevolg was dat ik in januari vaak het idee had dat ik me niet voldoende toelegde op mijn marathon omdat ik ook tijd had voor andere dingen. Het was kortom een maand van zoeken naar balans: een goede basis leggen enerzijds, de ontspanning en het plezier laten zegevieren anderzijds.

En hoe is het nu met Juan? hoor ik jullie denken. Wel, mijn Spaanse vriend bracht de jaarwisseling gedemonteerd door voor een broodnodige onderhoudsbeurt na zijn Kastels modderbad. De liefde was eens zo groot toen we eenmaal herenigd waren. Mijn mountainbike maakt dus nog steeds deel uit van mijn trainingen. Ik beleefde zelfs een primeur van formaat: met niemand minder dan Roos sjeesde ik tientallen kilometers langs de Demer. Zij kreeg mama’s oude koersfiets en zo kunnen kunnen we elkaar dus niet alleen op twee benen, maar ook op twee wielen vergezellen. We gingen trouwens best hard (of wat had je gedacht?). Zo werd het een behoorlijk uitdagende training omdat we ook non-stop afwisselend aan het praten waren met de nodige inleving. Op korte termijn staat er nog meer zusterlijks op het trainingsprogramma. Daarover later meer!

De afgelopen weken liep ik ook weer intervals om aan mijn snelheid te werken. Het moet bijna een jaar geleden zijn dat ik me daar nog aan waagde. Ik begin er altijd mee in het bos omdat de verwachtingen dan nog niet al te hoog zijn. Op een rondje van 1,5 kilometer versnel ik twee keer bergop en twee keer bergaf. Dat herhaal ik een keer of drie. Vrijdag besloot ik dat het tijd was om tempo’s op het vlakke (en snelle) asfalt te lopen om eens te kijken wat er nu echt in het vat zat. Mijn snelheid bleek verbazingwekkend hoog te zijn. Ik zag cijfers op mijn horloge die ik voor het laatst zag tijdens de Eindejaarscorrida, toen ik pijlsnel vertrok en me ook vakkundig vergaloppeerde. Ondanks de vele kleine kwaaltjes die mijn benen rijk zijn, loop ik wel met een heel goed gevoel rond.

Januari was ook een maand waarin ik veel nadacht. Op zich is dat niets nieuws onder de zon. Soms leidt dat tot verrassend eenvoudige inzichten. Zoals dat ik moest stoppen met mezelf te verwijten dat ik geen 30 kilometer aan een stuk gelopen heb in Kasterlee. Of dat 9 uur sporten per week nog altijd meer dan normaal is. De grootste aha-erlebnis was echter dat ik op 5 april in Rotterdam simpelweg een goede marathon wil lopen: eentje die goed aanvoelt en waarvan ik ook goed herstel. In welke tijd dat zal gebeuren, daar ga ik me nu (nog) niet mee bezighouden. Eigenlijk is het gewoon heel fijn dat we altijd verder borduren op wat voorafging. Als sporter is het fout om te denken dat je altijd verandering nodig hebt. Toen Eliud Kipchoge zijn fenomenale 1:59 liep in Wenen vroeg de wereldpers hem steeds wat hij had veranderd ten opzichte van zijn vorige sub2-poging. Zijn antwoord was simpel: helemaal niets. Hij had gewoon altijd in zichzelf geloofd. Wat een wijsheid.

 

Gelukkige Gedichtendag!

Vandaag laat ik de poëzie spreken. Of beter gezegd Roos Rebergen, ook wel bekend als Roosbeef. Poëtischer kunnen namen niet worden. Zij schreef het gedicht Harde wereld. Denk maar eens na. Laat de woorden en je hoofd hun werk doen (of niet). Ik laat het vandaag aan jullie over of we in een harde en fantasieloze wereld leven (mijn leerlingen vonden van wel).

gedicht

Cheers op de poëzie!

De gedachte – Over mijn lijf en ik

Ik hoor het me hier graag zeggen: draag zorg voor je lichaam, want je hebt er maar één. Als je er ook nog eens veel van vraagt dan wordt dat geen aantekening in de marge, maar een belangrijk deel van het verhaal. Ik slaag er behoorlijk goed in om mijn lichaam van de nodige basiszorg te voorzien. Ook kan ik als geen ander uitleggen wat ik van een complete loper (die ik elke dag probeer te zijn) verwacht. Er is echter een andere kant aan het verhaal. Een gevalletje theorie versus praktijk. Ik kan namelijk bikkelhard zijn voor dat lijf van mij. Ik tolereer niet het kleinste teken van moeheid, de enige weg is die vooruit. Het gaat kortom vaak hard. Ik ben soms boos op mijn lijf. Omdat ik het gevoel heb dat de mankementen eraan zwaarder doorwegen dan de pluspunten. Omdat het er niet altijd uitziet zoals ik zou willen. Omdat het me soms in de weg lijkt te zitten. Tegelijkertijd besef ik dat dit onzin is: mijn geest en lijf zijn geen entiteiten die los staan van elkaar. Ik ben mijn lichaam en erop vloeken leidt helemaal nergens toe. Daarom heb ik één goed voornemen. In 2020 zal ik me liefdevoller opstellen naar mijn dierbare lichaam.

De zussen Narain adviseren in Self-Care for the Real World om je lichaam te behandelen als een goede vriend. Voor vrienden doen we immers ons best, zijn we steeds vriendelijk en altijd bereid om het positieve te zien. Ik doe vaak het tegenovergestelde door het negatieve de bovenhand te laten nemen. Aan het begin van mijn loopcarrière was dat nochtans anders. Doordat ik begon te lopen, zag ik mijn lichaam veranderen. Keer op keer verbaasde het mij door te tonen wat het zoal kon. We waren heel dikke vrienden. Tot er een grens was bereikt. De gewenning deed zijn intrede. Onzekerheden slopen geruisloos binnen. Samen met mijn verwachtingen namen ook mijn complexen toe. Ik zag vooral dat mijn lichaam geen typisch afgetraind en vederlicht atletenlichaam is. Dat sportkleding weinig verhult hielp de zaak ook niet bepaald vooruit. Zoals ik hier vertelde, werd ik niet gelukkig door calorieën te tellen. Ik eet en leef te graag. Ik weiger mezelf uit te hongeren voor een hobby waarvan ik zo graag vertel dat ze me gelukkig maakt. Mijn geluk is geen getal op de weegschaal.

Zowel voor vrouwen als mannen geldt dat geen enkel lichaam hetzelfde is. Uit Stephanie Scheirlyncks Het sportkookboek voor duursporters stak ik een ander waardevol advies op: het heeft geen zin om jouw lichaam te vergelijken met dat van iemand anders. Respecteer je lichaamstype en focus je niet op je gewicht. Ik blijk een combinatie van het meso- en endomorfe lichaamstype te zijn. Dat betekent dat ik krachtig en gespierd ben met een normaal vetpercentage. Niet ideaal voor een marathonloper, maar ik beschik wel over een heel krachtige motor. Waarom klagen over wat vet als het een jaar of 20 geleden is dat ik griep had, ik amper blessureleed heb gekend, ik niet weet hoe het voelt om spierkrampen te hebben en ik er geen flauw benul van heb hoe het is als je hormoonhuishouding het roer overneemt? Stuk voor stuk troeven waar ik mijn sterke gestel dankbaar om mag zijn. Ik zou dat nooit willen inruilen voor een lichtere, maar ook meer kwetsbare versie. Count your blessings, heet dat.

Ik viel dan ook van mijn stoel toen ik vorig weekend in De Morgen de column van Hans Vandeweghe las. Met een ongekende grofheid haalde hij Kim Clijsters door de mangel die werkt aan een comeback op het hoogste tennisniveau, doch volgens Vandeweghe streng aangesproken moest worden op haar vermeende overgewicht. In zijn optiek is de topsportwereld er één van extremen en kunnen we het maar beter accepteren dat wielrenners aan magerzucht lijden. Of hoe sport gereduceerd wordt tot de wet van de magerste. De recente getuigenis van crossfenomeen en atlete Louise Carton over haar eetprobleem verdiende volgens hem niet zoveel aandacht, aangezien overgewicht een veel groter probleem is voor de volksgezondheid. Als sportliefhebber weiger ik graatmagere atleten als de norm te beschouwen. Het moedige verhaal van Louise Carton toont aan tot welke ongezonde levensstijl (top)sport kan leiden. We kunnen daar niet genoeg aandacht aan besteden.

Ook mijn avontuurlijke dag in Kasterlee droeg bij aan het besef dat ik mijn lichaam met mild- en zachtheid moet behandelen. Mensenlief, wat heb ik op mijn lijf gesakkerd. Niet alleen tijdens 115 pittige mountainbikekilometers, ook tijdens mijn afsluitende loopnummer. Ik had toen echt het gevoel dat mijn lichaam me in de steek liet. Hoe durfde dat lijf na 9 uur sporten met zo weinig kracht in de benen te lopen? Hoe was het in godsnaam mogelijk dat ik af en toe moest stappen om op adem te komen? De waarheid is eenvoudig: mijn lichaam was moe van een volledig dagdeel te strijden tegen zichzelf en de modder, zowel mentaal als fysiek. Ik liep niet mijn beste 30 kilometer van het jaar, wel de meest memorabele. Uiteindelijk was het mijn mama die me na mijn zoveelste gebrom en gemopper lief de mond snoerde: stop nu met jezelf zo onderuit te halen, je bent dat hier geweldig aan het doen. Ze had weer maar eens gelijk.

Marathonpraat – De complete loper

In februari 2014 trok ik na een lange periode van inactiviteit mijn loopschoenen aan die al jaren ongebruikt in een hoek stof lagen te vangen. Ik zocht wat kleren bij elkaar die voor running wear konden doorgaan en de loper was herboren. Uit de hersenpan van Roos komt wel vaker een goed idee naar boven geborreld. Samen zouden wij de 20 kilometer van Brussel lopen in mei. Op drie maanden tijd van helemaal niets naar 20 kilometer: elke betrouwbare bron zal je die opbouw ten stelligste afraden. Terecht. Mijn achillespees tekende ernstig verzet aan, maar kon niet beletten dat Roos en ik op 18 mei 2014 voor het eerst in ons leven 20 kilometer liepen. Dagenlang heb ik me onoverwinnelijk gevoeld. Ik had een persoonlijke grens opgezocht en verlegd. De finish van mijn eerste marathon komt niet in de buurt van de euforie die ik voelde na afloop van die eerste 20 kilometer. Naar mijn gevoel had ik me daar perfect op voorbereid. Ik werd een loper door simpelweg veel te lopen. Zo simpel was dat.

Zes jaar later ben ik erachter gekomen dat je niet alleen een goede (marathon)loper wordt op trainingen, maar ook door wat je daarnaast doet. Een marathon lopen is een zware inspanning waarbij je je lichaam tot het uiterste drijft. Het is onverantwoord om een marathonhuis te bouwen op een onbetrouwbare ondergrond of (nog erger) op lucht. Een gebouw van dat formaat heeft stevige fundamenten nodig. Hier en daar een poutrel, zoals elke Belg met een baksteen in de maag weet. Zo las ik een keer over vier pijlers die een loper compleet maken. Ik zou mezelf niet zijn als ik daar geen eigen invulling aan gegeven zou hebben. De eerste steunpilaar is de meest voor de hand liggende: de carrosserie van elke loper of het buitenwerk van je lichaam. Dat zijn dus je spieren, pezen, botten en gewrichten die niet alleen sterker moeten worden, maar ook zo efficiënt mogelijk moeten kunnen samenwerken. Bovendien moet je die carrosserie onderhouden door te werken aan je stabiliteit om de impact van de eentonige loopbeweging te kunnen opvangen. Overbelasting loert hier telkens om de hoek.

Onder de carrosserie schuilt een motor die ervoor zorgt dat je een inspanning een langere tijd volhouden. Je hart en longen vormen dus de tweede pijler die gericht is op uithouding. Net zoals je lichaamsbouw (en het type spiervezels) is ook die voor een groot deel genetisch bepaald. Uithouding trainen doe je niet alleen door te lopen, ook een stevige wandeling of fietstocht dragen bij aan een verbetering van je conditie. Een actieve levensstijl is het begin van een goede conditie. Om de marathonauto aan het rijden (of het huis staande) te houden speelt ook je immuniteit of weerstand een belangrijke rol. Hoewel ik ervan overtuigd ben dat je door regelmatig te sporten een betere weerstand opbouwt, kan die weerstand ook afnemen als je te weinig herstelt van je inspanningen. Rust en voeding doen hier hun intrede in het verhaal.

Het hoofd vormt de laatste steunpilaar. Mentale weerbaarheid en veerkracht zijn onmisbare eigenschappen van de complete marathonloper. Als je voor de eerste keer een lange afstand loopt, dan weet je niet wat je kan verwachten. Je hebt wel een bepaald doel voor ogen dat je graag wil halen, maar je weet niet hoe het voelt om meer dan twee of drie uur te lopen. Laat staan hoe je daar mentaal op zal reageren. Door vaker lange afstanden te lopen en lastige omstandigheden niet uit de weg te gaan, train je zowel je lichaam als je geest. Daarbij is het ook belangrijk dat je ingesteldheid en intrinsieke motivatie op elkaar zijn afgestemd. Wie enkel doelgericht loopt, zal minder plezier halen uit het proces. Er was een periode dat ik vooral liep vanuit frustratie en boosheid. Op korte termijn doet dat de motor draaien, op lange termijn levert dat helemaal niets op.

Door veel marathons te lopen leerde ik mezelf beter kennen, niet alleen als loper. Van succeservaringen kan je iets leren, van teleurstellingen nog veel meer. Zo is mijn keikop-mentaliteit zowel een vloek als een zegen. Balans is hierbij het codewoord. In tegenstelling tot wat ik zes jaar geleden dacht, word je dus niet alleen een betere loper door veel te lopen en steeds meer kilometers te maken. Je kan ook een loper zijn in de keuzes die je elke dag maakt. Ik word daar zelf niet alleen beter van als loper, maar als mens tout court.

 

 

Het boek – Het lezen zoals het is

Ik lees niet alleen graag boeken, maar ik lees ook graag over boeken en wat bekende en onbekende lezers daar zoal over te zeggen hebben. Omdat Humo wellicht nooit in mij als lezer geïnteresseerd zal zijn en omdat je goede vragen mag pikken, beantwoord ik hier enkele prangende boekenvragen.

In welk boek ben je nu bezig?
Zonder liefde, de nieuwste roman van Stefan Brijs: het keuzeboek van de boekenclub voor mijn leerlingen van het vijfde jaar. Elk schooljaar selecteer ik hiervoor andere boeken die recent verschenen zijn. Leerlingen kunnen dan voor een bespreking in groep kiezen in plaats van een schriftelijke opdracht. Ik ben benieuwd wat ze over dit boeken te zeggen zullen hebben.

Waar lees je het liefst?
In de zomer gaat er echt helemaal niets boven buiten lezen: in de zon als het kan, in de schaduw als het nodig is. In huis geef ik dan weer simpelweg de voorkeur aan mijn zetel. Voor elk moment heb ik een andere houding: gaande van deftig rechtzitten of lomp onderuit gezakt.

Met welke auteur zou je een avondje uit willen?
Met Paulien Cornelisse, cabaretière en auteur van De verwarde cavia (aanrader!). Vorig jaar zag ik haar theatershow Om mij moverende redenen. Ik vind haar één van de grappigste mensen op aarde. Een avond in haar gezelschap doorbrengen zou hoe dan ook onvergetelijk zijn.

Met welk romanpersonage zie je een onenightstand wel zitten?
Met het naamloze hoofdpersonage uit De buitenjongen van Paolo Cognetti omdat het bergen-decor op verschillende vlakken zinnenprikkelend is. Als hij niet thuis zou geven, zou ik wel kunnen vallen voor de charmes van Giovanni uit Ernest Van der Kwasts De ijsmakers die een leven met de poëzie verkiest boven de familietraditie.

Wat is je favoriete gedicht?
In het Engels is dat zonder enige twijfel This Is Just To Say van William Carlos Williams omdat het zo bedrieglijk eenvoudig is. Tijdens mijn studies schreef ik eens een volledige paper over dit gedicht en het onderwerp vergeving. Ik zal jullie die uiteenzetting besparen. In het Nederlands kies ik voor een tijdloze klassieker: Voor een dag van morgen van Hans Andreus.

Welk boek heb je het vaakst cadeau gedaan?
De bijbel voor elke lezer: Pieter Steinz’ Gids voor de wereldliteratuur (vroeger: Lezen Etcetera) omdat het onmisbaar is voor iedereen die op een verfrissende manier wil proeven van de literatuur. Met dank ook aan de prachtige vormgeving.

IMG_2013b

Wat is volgens jou het ideale vakantieboek?
In de vakantie lees ik graag dikke boeken die zich afspelen in de natuur, op een desolate plek of in een hotel. Graag met veel personages. Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeijffer heeft het allemaal.

Welk non-fictieboek zou iedereen gelezen moeten hebben?
Mijn haat krijgen jullie niet van Antoine Leiris, die zijn vrouw verloor bij de aanslag op de Bataclan in Parijs en Maus van Art Spiegelman: verhalen die altijd belangrijk zullen blijven.

Welk kunst- of kijkboek kampeert op je salontafel?
Er liggen heel wat boeken op mijn salontafel: boeken die ik op korte termijn wil lezen, poëziebundels en ook blader- en kijkboeken. Het leukste van Eva (Mouton) en The Flame van Leonard Cohen zijn boeken die ik altijd bij de hand wil hebben. Mijn favoriete kunstboek is van Gregory Crewdson, een Amerikaanse fotograaf die cinematografische beelden schiet waarbij David Lynch nooit ver weg is.

Wat is het laatste boek dat je tranen van ontroering heeft bezorgd?
Ik heb nog nooit echt gehuild met een boek, maar een leeservaring kan me wel helemaal uit mijn lood slaan. Dagenlang loop ik dan rond met een krop in de keel die maar niet is weg te slikken. Onder meer A Farewell to Arms van Ernest Hemingway bezorgde me dat gevoel, maar heel recent ook Het echte leven van Adeline Dieudonné.

Welk boek zou je meteen (her)lezen als je een week leestijd cadeau kreeg?
Ik zou dan eindelijk beginnen in Oorlog en vrede van Leo Tolstoj: één van die klassiekers die me al jarenlang verwijtend aankijkt en die ik als literatuurwetenschapper toch gelezen zou moeten hebben.

Welk boek of oeuvre vind je zwaar overschat?
Schrijven is een vak. Het is niet omdat je enige bekendheid hebt, een hoop volgers en er een leuk verhaal in je hoofd zit dat je ook een goede roman kan schrijven. Ik erger me dus wel eens aan bekende koppen die zichzelf schrijver noemen. Zo vind ik onder andere de boeken van Ish Ait Hamou zowel inhoudelijk als stilistisch zwaar overschat.

Welk romaneinde had je liever anders gehad?
Het einde van Call Me By Your Name bleef te lang door kabbelen. Ik ben benieuwd of Find Me, het recent verschenen vervolg van André Aciman me kan verrassen en of er dus nog verhaal zit in de romance van Elio en Oliver.

 

De muziek – Mijn awards van 2019

De Oscar-uitreiking heeft ook dit jaar geen presentator. Jammer, ik had die taak graag op mij genomen. Blijkbaar zijn mijn gegevens niet tot in Amerika geraakt of dachten ze dat mijn kandidatuur een grap was. Gelukkig kan ik hier op eigen houtje prijzen uitreiken aan de muziek die voor mij bepalend was in 2019. Ik vertel het meest over mijn sportieve belevenissen, maar deel soms ook iets over creatieve projecten, wat ik zoal meemaak als leerkracht en welke boeken het lezen meer dan waard zijn. Ik verbaas me er soms zelf over hoe al die bezigheden naadloos in elkaar op gaan. Al lopend kan ik plots een heel goed idee krijgen voor op school, waar ik dan weer geïnspireerd word om een bepaald boek te lezen of een geniale DIY-sweater-ingeving krijg. Die wisselwerking vind ik ook terug bij de muziek die ik beluister. Op het einde van 2019 ontdekte deze digitale fossiel de wondere wereld van Spotify. Nog meer redenen om de vetste hits af te wisselen met diepgravende muziek en opera, waar ik me sinds kort in verdiep. In mijn hoofd vormen al die genres een boeiende melange. Ik zei het al vaker: er is muziek voor elk moment. Dit was mijn soundtrack van 2019.

Categorie: ingetogen met een donker randje
Winnaar: Leonard Cohen en het volledige album Thanks for the Dance
In januari regeerden grijze wolken over mijn gedachten. Op de tonen van Tamino’s Sun May Shine verlangde ik naar zonnigere tijden en lichtheid. Tijdens mijn duurlopen werd ik telkens weer geraakt door Gale Song van The Lumineers. Onder de tropische juli-zon zocht ik vaak mijn toevlucht in het bos. Het romantische My Wild Sweet Love van de Zweedse zussen van First Aid Kit paste perfect in dat decor. Al zonnebadend ging ik ook helemaal op in Famous Blue Raincoat, gezongen door Jennifer Warnes die erin slaagt om dit lied meer dimensie te geven dan Grootmeester Cohen zelf. Uiteindelijk gaat hij wel met de prijs lopen. Het album Thanks for the Dance werd zorgvuldig samengesteld door zoon Adam met een verbluffend resultaat tot gevolg. Elke noot is juist, elke noot komt binnen.

Categorie: Nederlandstalig en als het kan ook absurd
Winnaar: Spinvis
Het universum van Spinvis blijft mij intrigeren, thuis of op de fiets, in de gietende regen of onder een stralende zon: het is altijd raak. In februari ging ik naar de theatershow In werkelijkheid met de ondertitel Spinvis Solo. Dat klopte niet helemaal, want Erik de Jong werd bijgestaan door Saartje Van Camp die al jarenlang meedraait in het Spinvis-circus. Beide spelen ze veel verschillende en ook de meest bizarre muziekinstrumenten (een zaag om er maar eentje te noemen). Het optreden was een wonderlijke ervaring waar populaire deuntjes, poëzie en heel wat hoeken af elkaar ontmoetten. Helemaal mijn ding dus. Daarom kan ik ook de bijzondere wereld die het cabaretduo Yentl en de Boer creëert heel erg waarderen. Hun bekendste nummer Ik heb een man gekend is zowel gevat, grappig als ontroerend.

Categorie: oldie van het jaar
Winnaar: I’m Still Standing van Elton John
Dankzij de zogeheten papa-muziek zijn wij goed thuis in New wave en bij uitbreiding alle muziek van de eighties. Camouflage van Stan Ridgway blijft mijn persoonlijke favoriet. Ik beluister dat vaak als ik ’s ochtends naar school fiets (vraag me niet waarom). De schoonheid van On Top of the World van Carpenters viel mij plots op toen ik het op een donkere decemberavond op de radio hoorde. Omdat het ook ’s ochtends op de radio speelde toen Roos en ik op weg waren naar Kasterlee (naar een plek die ze daar De Hel noemen) kreeg het nog meer betekenis. Het ultieme kerstlied is wat mij betreft Happy New Year van ABBA dat in 1980 the end of a decade aankondigde. De oldie die mij het afgelopen jaar de grootste energieboost bezorgde is I’m Still Standing van Elton John. Samen met Roos ontdekte ik dit lied dankzij de film Sing. Inmiddels doopten we het om tot “het lied van de marathon van Parijs”. Dat was in april mijn tiende marathon, waar ik toch vooral aan mezelf toonde dat ik er nog sta.

Categorie: muzikale ontdekking
Winnaar: The Cat Empire
Ik hoorde Brighter Than Gold in juli op de radio (de zoveelste ontdekking dankzij dit medium) en beluisterde het heel vaak toen ik in Parijs de hittegolf trotseerde met Tante Sien. The Cat Empire is een Australische band met Felix Riebl als leadzanger. Inmiddels draaide ik zowel hun album Steal The Light als Stolen Diamonds grijs. De zin Close your eyes and run uit de song Kila heb ik heel vaak luidkeels uitgeroepen (alvorens me ervan te vergewissen dat niemand me kon zien). The Cat Empire is instrumentaal boeiend door de blazers en drumpartijen, een tikje zwoel en opzwepend, heel herkenbaar, maar ook heel eigenzinnig. Tijdens de laatste kilometers van mijn helletocht weerklonk Still Young uit de box die Roos om haar nek droeg: het moment waarop ik tot in mijn kleinste teen opluchting, euforie en dankbaarheid om dit unieke familiemoment voelde. Eentje om nog heel lang te koesteren.

Categorie: hit van het jaar
Winnaar: Dancemonkey van Tones & I
In mei bracht ik met een longembolie een nacht door op de spoedafdeling. Ik hield me sterk en zei mezelf steeds weer dat er geen enkele indicatie was dat ik dood zou gaan. Toen ik daar achter mijn gordijntje mezelf nog maar eens probeerde te overtuigen dat er echt niets erg aan de hand was, overviel mij een intens gevoel van eenzaamheid. Met mijn hoofdtelefoon beluisterde ik het huilerige Someone You Loved van Lewis Capaldi, waarop mijn traankanalen eens goed werden doorgespoeld. Ik noem dat nu nog steeds mijn ziekenhuislied. Tijdens mijn lange fietstrainingen in november luisterde ik in het weekend heel vaak naar de radio. Ik kende de hitlijsten op een bepaald moment zo goed dat ik zelfs de nieuwste single van Céline Dion kon meezingen, die hier absoluut geen vermelding verdient. Ik begaf me kortom op glad ijs. Zowel Memories van Maroon 5, de nieuwe (en zo mogelijk nog kleffere) van Lewis Capaldi Before You Go en Outnumbered van de Ier Dermot Kennedy ben ik nog lang niet beu gehoord. Dancemonkey is mijn onbetwiste nummer 1 omdat zelfs een die-hard niet-danser als ik er steeds weer zin van kreeg om te dansen.

Bijzondere vermeldingen
Zowel het nieuwe album van Hozier met een glansrol voor Nina Cried Power en dat van Avicii stelden niet teleur. Andere vaste waarde Florence en haar machine was ook in 2019 heel vaak van de partij. Ik ontdekte onze Belgische trots Angèle en haar vrouwen-powerlied Balance ton quoi. Counting Stars van OneRepublic maakt nog steeds deel uit van mijn duurlooplijst, want everything that kills me makes me feel alive. Ik hoop me in 2020 eens zo onoverwinnelijk te voelen als SIA beschrijft in Unstoppable.

img_1860b.jpg

Loperspraat – Mijn sportieve voorjaarsplannen

2019 was een jaar waarin ik heel vaak aan de zijde van Roos liep. Ik kan jullie verzekeren dat het daar fijn lopen is. We bereidden ons samen voor op onze zomertrail in Houffalize, liepen gezusterlijk de 20 kilometer van Brussel en piekten naar de marathon van Brugge in het najaar. Ik liep geen baanbrekende records, maar ik kon mijn besttijden evenaren. Tijdens de marathon van Parijs in het voorjaar bijvoorbeeld. Daar hield ik helaas een longembolie aan over, waardoor ik eens te meer besefte dat mijn lichaam een kostbaar goed is waar ik elke dag zorg voor moet dragen. Loopplezier is dus wat moet primeren, een snelle tijd slechts bijzaak. Drie dagen na mijn duivelse modderavontuur trok ik mijn loopschoenen terug aan voor een heerlijk half uurtje loslopen. Twee dagen later deed ik dat nog eens met evenveel plezier. Een week na Helledag streed ik in de straten van mijn hometown Leuven voor een snelle 12 kilometer tijdens de Eindejaarscorrida. De loophonger was heel groot. Ik vertrok hard met ijsklompen in plaats van voeten. Toen na een heerlijk half uurtje de dooi inzette, voelde ik ook de inspanningen van een week eerder doorwegen. Ik beet door en finishte uiteindelijk in 52’11”, goed voor een dertiende plaats (mijn geluksgetal) en een eervolle vermelding op de website 3athlon.be.

Gisteren zette ik het sportieve jaar 2020 even stijlvol in als ik 2019 had afgesloten. Na wederom twee halve uurtjes lopen in het nieuwe jaar (ode aan het heilige half uurtje) stonden Roos en ik belachelijk vroeg aan de start van de Hagelandse Naturarun: 18 kilometers door en rond het niet te onderschatten Chartreuzebos, onder andere door de Sukkelpotweg die zijn naam niet gestolen heeft. In tegenstelling tot vorig jaar regende het niet. Mijn moddernormen zijn serieus bijgesteld sinds ik mij twee weken geleden in helse omstandigheden urenlang door de modder moest slepen. Ook het begrip uitzichtloze situatie kreeg daar een andere dimensie. Een doorsnee modderstrook onderscheid ik nu enkel van asfalt door het zompige geluid van mijn schoenen. Ik was dus blij dat ik er alleen mezelf in moest voortbewegen en niet ook nog eens een fiets. Halverwege de wedstrijd werd ik ingehaald door een vrouw die duidelijk nog heel wat reserves had. Ik had geen idee in welke positie ik liep, maar achtte het weinig waarschijnlijk dat ik nog voor een podiumplaats in de running was. Mijn verbazing was dan ook groot toen ik aan de finish hoorde dat ik als tweede was geëindigd. Een aangename verrassing die me een robuust houten aandenken en enkele niet-alcoholische streekproducten opleverde. Laat er ook geen twijfel over bestaan dat Roos in vorm is. Ze eindigde knap in de top 10.

Mijn sportieve voorjaarsplannen van 2020 hebben geen grote verrassingen in petto. Het tromgeroffel kan dus achterwege blijven. In de eerste plaats hoop ik weer heel wat trainingskilometers met Roos te kunnen maken om ons optimaal voor te bereiden op een trail in de zomer. Fietskilometers behoren nu ook tot de mogelijkheden aangezien Roos sinds enkele weken met een koersfiets de Demerwegen (on)veilig maakt. We hopen eveneens dat Marike snel ons zussenverbond zal vervoegen, want 2020 wordt ook het jaar waarin zij haar sportieve comeback wil en zal maken. Eén voor allen, allen voor één: zo gaat dat bij de drie zusketiers (of de drie dennenzussen naar ons voorbeeld in het bos). Het kan niet anders dan unieke momenten opleveren. Graag heel veel van dat!

IMG_1953
Ja hoor, er is nog plaats op het eerste zussenschavot!

Wie ons een beetje kent, weet ook dat onze voorjaarskalender enkele vaste waarden bevat. Zo kijken we reikhalzend uit naar de CPC Loop in Den Haag (halve marathon) op zondag 8 maart. De editie van vorig jaar werd afgelast omwille van stormweer (een storm in een glas water, zo bleek). Hoogstwaarschijnlijk staan we ook aan de start van de 10 Miles in Antwerpen op zondag 26 april. De afgelopen twee edities moest ik helaas aan me voorbij laten gaan, dus ik heb er zin in om nog eens ouderwets hard over de E34 en door de Waaslandtunnel te snellen. In mei is het dan weer uitkijken naar de 25 kilometer van de Meerdaalwoudtrail op redelijk gekend gebied die doorgaat op Hemelvaartsdag. 10 dagen later wordt het dan nog ouderwetser genieten bij de enige echte 20 kilometer van Brussel op 31 mei.

Loop ik dit voorjaar dan helemaal geen marathon? Natuurlijk wel! In oktober schreef ik me in voor de jubileumeditie van de Rotterdam marathon. #demooiste, zoals alleen Nederlanders bescheiden kunnen zijn, is op zondag 5 april aan zijn 40e editie toe en op dat feestje wil ik niet ontbreken. Ik liep de marathon van Rotterdam al eens in april 2016, meer bepaald aan de zijde van mijn papa. Een keer of 42 dacht ik dat zou neervallen, maar onze trein bleef gaan en ik kon met 3u27 voor het eerst een sub-3u30 marathon afvinken. Roos herinnert mij er zo nu en dan nog eens aan dat ik mij na afloop de woorden dit nooit meer! liet ontvallen. Maar kijk, vier jaar later blijkt een marathon in minder dan drie uur en een half redelijk gebeiteld in mijn benen vast te zitten. In topvorm aan de start komen, dat is het belangrijkste doel. Of het dan ook echt mijn mooiste zal zijn, daar kan ik jullie over drie maanden meer over vertellen.