Het moment – Terug naar Tervuren

Er was een tijd dat Tervuren mijn achtertuin was. Ik woonde in Heverlee en bij gebrek aan een tuin werd het park van Tervuren mijn groene hangplek. Dichterbij huis was er uiteraard ook veel groens te vinden*, maar ik hield juist van die fietstocht van 13 kilometer. Ik nam koffie mee, een goed boek en dan kon ik gerust een paar uur ongestoord op mijn bank zitten. Bovendien bulkte Tervuren van de herinneringen. Ik was diep onder de indruk toen ik in oktober 2015 tijdens de marathon van Brussel rond de vijvers van het park liep. Het zal dus ergens rond die tijd zijn dat mijn liefde voor Tervuren in alle hevigheid tot bloei is gekomen. Ik moest naar Tervuren als ik buitensporig gelukkig was, maar ook als ik eens ongegeneerd wilde janken. Het park was er om mij op te vangen, in goede en slechte tijden, want – zoals het gaat met grote liefdes – tussen Tervuren en mij was het onvoorwaardelijk.

De marathon van Brussel zou ik uiteindelijk 3x lopen en telkens was daar die magie van het park. Ik ging dan ook op het parcours trainen (al stelde dat weinig voor). Het kan dus geen toeval zijn dat ik de marathon van Brussel, hoe zwaar die ook is, minder leek te voelen dan elke andere marathon die ik liep. In diezelfde periode behoorde een fietstocht naar Brussel (25 km) mét passage door het park ook tot mijn repertoire van uitstappen. Toen ik in in de zomer van 2018 zonder echt plan begon te trainen voor de Hel wist ik dan ook niet beter dan heel vaak naar Tervuren of Brussel te fietsen. De mountainbikeroutes in het Zoniënwoud waren mij op het lijf geschreven (lees: ze zijn toegankelijk). Tervuren is nog steeds de enige plek waar ik me als mountainbiker helemaal in m’n element voel. Ik fietste er zowel onder een loden zon als in de sneeuw. Ik hield er ook mijn generale repetities voor de Hel door er te gaan lopen-fietsen-lopen. Het is eigenlijk simpel: mocht de Hel in Tervuren doorgaan, mijn kansen op winst zouden exponentieel toenemen.

YENV7826

Het Zoniënwoud neemt zijn eretitel serieus en je kan het qua grandeur niet vergelijken met een doorsnee bos. Ook voor de loper biedt het groene Tervuren niks dan voordelen: je kan er makkelijk freestylen zonder hopeloos verloren te lopen en de variatiemogelijkheden zijn onuitputtelijk. Je kan er hoogtemeters overwinnen zonder het moordende klim- en klauterwerk van de Ardennen. Voor elke trail waar ik me op voorbereidde was “Tervuren” dan ook steevast het antwoord op de vraag: waar moet ik gaan trainen? Toen ik twee jaar geleden naar Tienen verhuisde verdween Tervuren wat van mijn radar. Mijn steenwegkilometers vormen al een behoorlijk deel van mijn fietstrainingen en ik heb een eigen achtertuin (met gras dat altijd te hoog staat). Maar – zoals het gaat met grote liefdes – uit het oog was niet uit het hart.

In november kwam ik weer terecht in Tervuren tijdens mijn Frans Claes mountainbike-avontuur. Ik besefte toen dat ik Tervuren had gemist in mijn leven. De liefde laaide weer in alle hevigheid op. Tervuren werd opnieuw een item in mijn agenda. Met dank aan Tony, die de 35 kilometer laat aanvoelen alsof het slechts de 13 zijn van weleer. Ook met dank aan de fantastische koffiecaravan die je aan de ingang van het park kan vinden. Voor onze laatste duurtraining voor de marathon sleepte ik Roos mee naar Tervuren. Ze had het zwaar, dat arme zusje van mij. Ik liep als een zottin in haar natuurlijke habitat en Roos snakte naar adem. Een week geleden liep ik wederom als een losgeslagen wildevrouw door het Zoniënwoud tijdens de Fura 10 Miles. Een wedstrijd die Roos en ik drie keer eerder liepen toen we helemaal into stratenlopen waren (ook weer een periode in mijn leven). 1 uur en 8 minuten had ik nodig om de 16 kilometer af te leggen en zowaar een wedstrijd te winnen in mijn geliefde Tervuren. Het was een besef-moment van jewelste: dat ik de afgelopen jaren zoveel in en rond Tervuren heb meegemaakt en dat ik het nooit voor mogelijk had gehouden dat er een periode zou aanbreken waarop ik wedstrijden zou winnen. Misschien moest het wel gewoon zo zijn – zoals het gaat met grote liefdes.

IMG_8060b

*Ik was en ben nog steeds ook een heel grote fan van Heverleebos, Bertembos (wel opletten voor hazelwormen!) en het park van Arenberg.

Waarom ik ook vanavond zeker naar het Eurosongfestival kijk

Ik noemde het Eurosongfestival vorig jaar nog een ongegeneerd plezier en daar blijf ik bij. Hier volgt dus weer een onverbloemd pleidooi om vanavond af te stemmen op Turijn, waar het Eursongcircus dit jaar is neergestreken dankzij de rockers van Måneskin. Door de tegenkantingen en soms zelfs venijnige opmerkingen die ik her der opving voel ik me eens zo zeer gesterkt in mijn liefde voor Eurovision. Eerlijk gezegd begrijp ik het zogenaamde probleem niet echt. Alsof de doorsnee muzikale keuze van de Vlaming volgens mij getuigt van goede smaak. Alsof dat erg is. Ik geef mij dus maar wat graag over aan het extravagante gebeuren dat het Songfestival is. Een dikke vette “ja”aan de dramatiek en nog volmondiger “ja” aan het positivisme! Na de topeditie van vorig jaar hield ik mijn hart wel een beetje vast voor een mogelijke deceptie dit jaar. En, eerlijk is eerlijk, ik was na de eerste halve finale dinsdag niet meteen laaiend enthousiast. Daar kwam tijdens de tweede halve finale verandering in. Ik geef jullie nog eens vijf goede redenen om je vanavond ook helemaal in de Eurosongwereld onder te dompelen.

  • Omdat op het Songfestival uitersten naadloos in elkaar vloeien. Probeer maar eens een song te schrijven die heel Europa (Australië hoort daar ook bij) kan behagen én je culturele eigenheid in de verf zet. Breng een straffe zangprestatie mét toeters en bellen. Vertel een persoonlijk verhaal dat relevant is voor iedereen (de break up song blijft gigantisch populair). Zing in je eigen taal én in het Engels. Eurosong is een en-en verhaal van show met stijl. Of meerdere muzikale stijlen, dat kan natuurlijk ook, waarbij je helemaal zelf beslist wat stijlvol is. Heerlijk!
  • Omdat op het Songfestival diversiteit, solidariteit en gelijkwaardigheid de norm blijven. Politieke statements zijn niet toegelaten, maar toch is de actualiteit nooit ver weg. Ook in de Eurosong-bubbel voel je in alles de steun voor Oekraïne. De leden van de band Kalush Orchestra zijn nauw betrokken bij de oorlog en ze brengen met het veelzijdige Stefania een ode aan alle moeders. Daarnaast blijft hoop de boventoon voeren. De hoop op een betere toekomst voor alle buitenbeentjes, voor iedereen die op de één of andere manier anders is. Ook als witte cisgender vrouw vind ik dat een heel belangrijke strijd die nog steeds gevoerd wordt. En als Stefan van Estland zingt dat er Hope is dan durf ik dat ook te geloven.
  • Omdat het Songfestival vocaal en muzikaal voor ieder wat wils biedt. Aangezien een lied niet langer dan 3 minuten mag duren, is het zaak van meteen te beklijven. Dat kan met een warme stem zoals die van de Zwitserse Marius Bear en zijn Boys Do Cry. Je kan ook inzetten op een meeslepende singer-song-vibe zoals Snap van de Armeense Rosa Linn. Of er is de werkelijk fenomenale Cornelia Jakobs van Eurosong-grootheid Zweden. Met Hold Me Closer brengt zij een ongeziene ballad met ballen.
  • Omdat het Songfestival een ode is aan alles met een hoek af (en laat ik daar nu toevallig heel erg van houden). Noem het edgy of bold: op het Songfestival wordt out of the box denken naar een hoger niveau getild. Zo ben ik fan van de Noren die met Subwoolfer een aanstekelijke act brengen inclusief cartoonesk wolvenmasker. Give That Wolf A Banana is dan ook een oorwurm van jewelste zonder onderliggende boodschap. Gefascineerd en geïntrigeerd ben ik dan weer door de Servische Konstrakta die In corpore sano zingt terwijl ze aan een waskom zit. Ze doet dat omdat ze bekommerd is om het Servische zorgsysteem en onrealistische schoonheidsidealen. Point taken.
  • Omdat het songfestival ook een feestje van België en Nederland is. Onze Jérémie Makiese is een topgast die met Miss You een knaller van een performance neerzet. Onze noorderburen verdienen alleen al een prijs omdat ze met S10 voor het eerst sinds 12 jaar weer in het Nederlands zingen. S10 bewijst dat de Nederlandstalige zangeressen het helemaal voor het zeggen hebben. De diepte is dan ook een schot in de roos. Net zoals de outfit van de jonge zangeres (die wat dat betreft toch een streepje voor heeft op Jérémie). Laten we elkaar gewoon die twelve points geven, want ook dat is Eurosong: België en Nederland die met elkaar verbroederen.

Mijn douze points voor sfeer en gezelligheid schenk ik nu al aan Roos en Niko, want wij kijken vanavond samen!

Het portret – Wat mijn moeder zoal doet

Moeders en mama’s, ze zijn er in alle soorten en maten. Ze vegen monden af en luisteren een heel leven lang naar wat die te zeggen hebben. Mijn eigenste mama behoeft hier weinig introductie meer aangezien ze vaak in mijn verhalen opduikt. Momenteel herstelt ze van een operatie aan haar knie zodat ze hopelijk snel weer als vanouds kan lopen en fietsen. Ze moet ook mijn papa een beetje missen, want die verblijft nog in het ziekenhuis om te bekomen van een hartoperatie. Mijn oudertjes zijn dus heel even minder mobiel dan hoe we ze kennen. Het staat niet ter discussie dat daar snel verandering in komt! Speciaal voor deze Moederdag volgt hier een lijstje van wat mijn moeder zoal doet.

  • ze zette me na een lijdensweg van 24 uur op de wereld, gaf me de borst, de allerbeste papa en alle geborgenheid die ik nodig had
  • ze schonk me een broer en twee zussen
  • ze vertelde zelfverzonnen verhaal over onze knuffelberen en verjoeg krokodillen op de trap
  • ze leerde ons dat eenden maar tot 3 kunnen tellen
  • ze bracht ons gezonde voedingsprincipes bij, leerde ons sorteren en composteren
  • ze spendeerde elke schoolvakantie met ons en deinsde er dan niet voor terug wat te klussen in huis
  • ze leerde ons de koers en de Olympische Spelen kennen
  • ze toonde ons hoe je zelfs met een beperkte kennis van het Engels uitstekend je plan kan trekken in Angelsaksisch gebied
  • ze breide truien en hielp ons met onze eigen breiwerkjes
  • ze stimuleerde ons om te lezen
  • ze droogde onze pubertranen
  • ze toonde ons de geneugten van het joggen en fietsen langs de Vaart
  • ze zocht eigenhandig in prille internettijden naar de opleiding Literatuurwetenschap en stimuleerde mij om die te volgen omdat ze geloofde dat ik dat kon
  • ze stuurde haar vier kinderen de wereld in
  • ze zet een telefoon naast haar bed zodat we haar ook ’s nachts kunnen bereiken
  • ze heeft een onvoorwaardelijk vertrouwen in ons kunnen
  • ze geeft al eens een uiteenzetting over welke muziek nu wel of niet tot de échte kleinkunst behoort
  • ze zorgde voor haar eigen moeder zoals ze dat voor haar kinderen deed
  • ze mist haar moeder
  • ze drinkt koffie, eet pistolets en taart met haar eigen broer en zussen
  • ze staat met ongezien enthousiasme een dag in de wind, kou, hitte of regen om haar kinderen te steunen bij hun zotte sportieve plannen, in binnen- en buitenland en zelfs als ze dan Parijs-Roubaix moet missen
  • ze benoemt talenten waarvan ik zelf niet geloof dat ik ze heb
  • ze rijdt mijn gras af en verricht het stevigere snoeiwerk
  • ze weet als geen ander wat duursporten inhoudt
  • ze biedt aan om ’s nachts op mijn zetel te slapen of een beveiligingsronde te doen als dat mijn onrust zou kunnen wegnemen
  • ze is een liefdevolle, toegewijde en fantastische bomma voor mijn nichtjes en neefjes
  • ze is op pensioen met de man van haar leven

Een heel mooie zondag gewenst, liefste mamaatje!

De race – Paris Marathon april 2022

  • De cijfers: mijn 14e marathon tikte ik af in een nieuw PR van 3:06:33 (het kan geen toeval zijn dat ik dat deed met nummer 3067), goed voor een 86e plaats en een 17e plaats in mijn leeftijdscategorie
  • De voorbereiding: het ging zoals altijd hard met fietsen-lopen-werken, maar bovenal deed het deugd om me weer helemaal old-school op de marathon te kunnen storten
  • De race: bij gebrek aan frisse benen en een onbezonnen hoofd moest ik vertrouwen op de overschakeling naar marathonmodus, ondanks de verraderlijke hoogtemeters en dankzij een adembenemend Parijs lukte dat behoorlijk
  • De herinnering: de verbondenheid, verbroedering & verzustering, Parijs dat écht altijd Parijs zal zijn
IMG_7753b
Aan kleur geen gebrek met Roos in je leven.

Wat voorafging
Surfend op mijn marathongolf van oktober en met de heropleving van het competitieve sportleven beslissen Roos en ik in een somber november om ons in te schrijven voor de marathon van Parijs. Kwestie van een mooi vooruitzicht te hebben. Ik passeerde eerst nog langs de Hel, waardoor ik in januari opgelucht ademhaalde omdat ik me weer enkel op het lopen kon focussen. Niet dat ik de fiets links liet liggen, integendeel, maar afstandslopen is en blijft mijn core business. Mijn voorbereidingen verliepen naar wens, hoewel ik meer meer dan eens aan mezelf voorbij liep. Ik voelde dat de combinatie hard werken en sporten met daarbij de nodige stress een tol begon te eisen. Parijs kroop dichterbij en de onzekerheid sloeg genadeloos hard toe. Een eerste tik van de vrouw met de hamer was een feit. Dat had ik geheel aan mezelf te wijten: ik moest en zou in de buurt van die ongelooflijke 3:07 van Rotterdam komen om aan mezelf te bewijzen dat dat geen toevalstreffer was. Of hoe een mens zich onnodig veel druk kan opleggen.

IMG_7786b
Op zaterdag zochten en vonden wij de magische groene lijn die Roos meteen aan een test onderwierp.

Vlak voor de start
In het holst van de nacht gaat de wekker op kamer 304 van Hotel Joke. Twee dappere marathonlopertjes hebben een eerste missie: op dit belachelijk vroege uur boterhammen eten. Ontbijten voelt eerder aan als nachtelijk snacken. Roos eet voor het eerst sinds lang nog eens confituur op de boterham. Er is bovendien een peperkoek van de beste bakker en gelukkig ook koffie. Om 6 uur treffen we Sam aan beneden in het hotel. Met z’n drietjes trekken we naar de metro, wellicht net iets te uitgelaten voor dit onchristelijke uur op een zondagochtend. We stappen uit bij de Arc de Triomphe en wauw: wat ziet die er magnifiek uit bij het ochtendlicht. Sam geeft en passant nog een interview aan de radio. We trekken richting finishzone om onze bagage af te geven en we maken om de beurt gebruik van de heel propere dixi’s (stressplasjes). Voor we echt helemaal ontspannen worden, is het tijd om richting start te gaan. Sam en ik vertrekken helemaal vooraan in startvak rouge met objectif 3u. Roos moet met 3u30 net wat meer geduld hebben om aan haar 42,2 te mogen beginnen. Het afscheid van Roos is onvermijdelijk. We geven elkaar een dikke pakkerd, roepen wat in elkaars oor en gaan dan elk onze weg. Er zijn slechtere plaatsen om te wachten dan op de Champs Elysées. Al is het wel steenkoud! Zelfs een warmbloedige persoon als ik moet z’n mond dichthouden om niet te staan klappertanden. Als ik om 8u23 over de startlijn loop is daar het besef dat het begonnen is.

IMG_7811b
Sam, rijzende ster van de Franse radio.

De race
Ik had Sam in het startvak alvast succes gewenst, maar hij sprak toen de profetische woorden dat ik nog niet zo snel van hem af zou zijn. Sam is naast een snelle ook een heel intelligente loper waar ik nog veel van kan leren. Ik vertrek eigenlijk standaard te snel, Sam houdt zich in om dan te versnellen. Wij lopen dus zij aan zij over de Champs Elysées, voorbij de Obelisk die in de stellingen staat, richting Place Vendôme, rond de opera over Rue de Rivoli. De eerste kilometers van de Paris Marathon zijn ongelooflijk mooi, al helemaal met de zon die haast verblindend tussen de gebouwen straalt. Mama en Tante Hilde hebben postgevat op kilometer 5. Vertrouwde gezichten onder de supporters zien geeft altijd een adrenalineboost, zelfs als je die nog niet echt nodig hebt. We lopen naar Bastille (wederom: wauw!), waar Jona staat, de vriendin en eerste supporter van Sam. Onze weg gaat verder richting het Chateau en Bois de Vincennes. We lopen rond de 4’15”, wat voor mij eigenlijk 5 seconden te snel is, maar in vergelijking met mijn eerste 10k in Rotterdam voelt het alsof ik met de rem op loop. Het is leuk, het is gezellig en Parijs is prachtig, maar ik voel na een kilometer of 8 al een stramme achillespees én hamstrings in mijn rechterbeen. Mijn benen zijn duidelijk niet fris. Als ik vandaag een goeie marathon wil lopen, dan zal ik het ironisch genoeg niet van die benen moeten hebben. Er is nog iets dat me wat dwarszit. In Rotterdam liep ik ontspannen, zorgeloos en naïef (daar gaan we weer), maar nu is het dus eerder gespannen, bezorgd en bedenkelijk. Ik heb het echt wel naar mijn zin, maar ik voel aan alles dat het geen dag is waarop ik ongestraft met mijn krachten kan woekeren (als dat al ooit kan bij een marathon). Ik moet zuinig lopen, wat ik duidelijk niet aan het doen ben. In deze fase van de marathon ben ik eigenlijk al veel te hard aan het nadenken.

Na 12 kilometer naderen we het indrukwekkende Chateau de Vincennes. Sam gaat versnellen en is zo galant om dat aan mij mee te delen. Tot over 30 kilometer! zegt hij. Vreemd genoeg klinkt dat op dat moment niet eens zo heel ver weg. In het Bois de Vincennes valt het mij vooral op hoe selectief mijn geheugen het parcours gememoriseerd heeft. Ja, het is daar mooi groen, maar ook wel saai en de eerste oplopende stukken dienen zich aan. Ik blijf er nog steeds een stevig tempo op na houden, aan dat stijve rechterbeen probeer ik niet te veel aandacht te schenken. Kilometer 15 zou zowel voor Sam als voor Roos een verrassend en venijnig tikje uitdelen. Sam wordt dan misselijk en moet daar een kilometer of 10 mee verder lopen, Roos krijgt er een acute en best wel verontrustende kniepijn die op wonderbaarlijke wijze gelukkig weer wegtrekt na een paar kilometer. Om maar te zeggen: het venijn van een marathon zit ‘m niet alleen in de staart, ook de eerste helft moet je altijd lopen.

Ik ben alvast opgelucht als ik halverwege op mijn horloge zie dat ik geen nieuw PR op de halve marathon gelopen heb zoals ik dat in Rotterdam deed. 1u31 is eigenlijk nog steeds te snel als split time, maar ik probeer het positief te bekijken: er is nog ruimte voor verval (hoe oneerbiedig dat ook klinkt). Ik begin af te tellen naar kilometer 25, waar mama en Tante Hilde zullen staan. We lopen ook weer helemaal het echte Parijs in. De ambiance langs het parcours begint ondertussen op gang te komen, want het eerste uur was die toch eerder bescheiden van aard te noemen. Letterlijk met het nodige tromgeroffel maak ik mijn opwachting langs de kade van de Seine. Jawel, dit is prachtig lopen! Als ik mijn supporters nader, ga ik onbewust altijd sneller lopen, dat is nu niet anders. Mama en Tante Hilde staan geconcentreerd tegen de zon in te kijken. Ik zie hen eerder dan zij mij, maar het enthousiasme is er niet minder om.

2995306f-8eac-422f-9831-72875dbc7fb5
Met supporteren kan je echt niet vroeg genoeg beginnen in onze familie. Leah had ook een vlaggenstok met aanmoedigingen, maar ze ging daar nogal wild mee tekeer.

Wat je als toerist in Parijs niet weet, is dat er tunnels zijn langs de Seine. Tot vier keer toe moeten we een tunnel in met dan telkens weer een stevig klimmetje. Met ruim 26 kilometer op de teller hakt dat er goed in. Jongens toch, wat een ellende! Ik krijg flashbacks naar 2017 en 2019, waar het licht in mijn hoofd toch eventjes uitging met die tunnelmiserie. Ik voel me ook schuldig dat ik deze cruciale parcourskennis niet gedeeld heb met Sam en Roos (al zal achteraf blijken dat zij de tunnels beter konden verteren dan ik). Net zoals bij mijn vorige deelnames krijg ik het zwaar te verduren op dit deel van het parcours. Zelfs al loop je op kilometer 30 langs de Eiffeltoren en is dat best een indrukwekkend zicht. Mijn tempo loopt wat terug. De vermoeidheid is voelbaar en het is nu echt duidelijk dat die benen van mij geen al te beste dag hebben. In mijn bovenbenen voel ik de verzuring toeslaan. Wat me wel hoop blijft geven is dat mijn tempo niet zo hard terugvalt als in Rotterdam. Ook voel ik me mentaal sterker dan toen ik rond die dodelijke Kralingse Plas liep. Ik probeer me, ondanks die twee stijve harken, te concentreren op een soepel loopritme, ik zoek afleiding in mijn omgeving, ik blijf tegen mezelf zeggen dat ik dit kan, dat dit er nu eenmaal bij hoort. Ik denk aan iedereen die met mij meeleeft. Ik denk aan Sam die voor mij loopt, aan Roos die achter mij loopt. Ik denk aan de finish, maar nog niet te veel. Ik probeer kortom om het hoofd in strijdmodus te houden.

Ik denk dat één van mijn sterktes als loper is dat ik, ongeacht de omstandigheden, heel lang kan blijven lopen met alle ongemakken die daarbij horen. Ik durf wel te zeggen dat mijn lichaam gemaakt is om duurinspanningen te leveren. Ja, ik kan dus halsstarrig blijven lopen als elke vezel in mijn lichaam zegt dat het mooi is geweest. Helaas is dat geen kwestie van een knop om te schakelen. Op karakter blijven lopen mag dan heel eenvoudig klinken, het kost mij ook elke meter weer heel veel energie en doorzetting om te volharden, zelfs al deed ik dat al heel vaak. Rond kilometer 34 volgt een pittig klimmetje vlak voor we het Bois de Boulogne indraaien. Na de horror van de tunnels is dit eigenlijk maar een onnozel muggenbeetje in het wegdek. Ik kan het er nog wel bij hebben. De eerste kilometers door dat beruchte Bois verlopen best goed. De zon schijnt nog steeds. Er zijn heel veel aanmoedigingen en in mijn hoofd kan ik een paar mooie plaatjes schieten.

Na 35 kilometer voel en denk ik van alles door elkaar. Ondanks de toenemende verzuring voel ik ergens ook nog iets van souplesse in mijn loopbeweging. Ik moet mezelf nog steeds continu blijven aandrijven om die benen draaiende te houden. Met gezwinde pas gaat het niet, maar de terugval blijft binnen de perken en dat geeft me moed, al is het nog steeds ook loodzwaar. Ik probeer niet meer naar mijn kilometertijden te kijken, maar me vooral te concentreren op mijn tred. Als je in de kop van de race loopt, zie je amper miserie om je heen. Iedereen loopt nog aan een behoorlijk tempo. Het lijkt alsof ik de enige ben die zo zwaar aan het afzien is. Iedere loper is heel erg in zichzelf gekeerd, gefocust op de eigen strijd om dat lichaam in beweging te houden. Ook met 38 kilometer in de benen is “blijven lopen” het enige wat je kan doen om de finish zo snel mogelijk te bereiken.

Eindelijk is daar kilometer 40. Ik probeer van het moment te genieten, maar dat is lastig met mijn verzuurde pikkels. Ik snak naar de finish. Ik wil een bewijs zien dat het er echt bijna op zit. We moeten nog een rotonde nemen en het voelt alsof ik noch de kracht, noch de coördinatie heb om een bocht te nemen. Waar oh waar is die finish? Er volgt nog een laatste krappe bocht over kleine steentjes en jawel hoor: de groene boog doemt op. Ik kijk op mijn klok en zie dat mijn marge beperkt is. Onder luid gejoel sleep ik me naar de finish. Mijn rechtervoet (die van dat tegenwerkende been) landt op de finishmat en dat was meteen de laatste stap die ik vandaag kan zetten. Incroyable! Ik ben er weer geraakt. Ik heb mijn PR met een minuut scherper gesteld en breng daarmee mijn recordtijd terug naar Parijs.

528dcdd5-44fd-444c-930f-3709a679ccba
Sam en ik, of moet ik zeggen: The Real Sam en ik?

Ik ben een tevreden mens, maar het is eigenlijk nog mooier om de vreugde te kunnen delen met bekende gezichten. Eerst is er een blij weerzien met Sam, onze superman, die zijn missie volbracht en 2:59:32 liep. Terwijl we op Roos wachten, spreken we met Sams supporters en horen we hoe zij de race hebben beleefd. Via de tracking zien we dat Roos perfect op schema ligt om haar sub 3:30 binnen te halen. We halen onze bagage op en gaan dan terug zo dicht als we bij de finish mogen komen. En daar komt ze dan, onze supervrouw, dat kleine, waanzinnig straffe zusje van mij. Gehuld in een groene plastic poncho als wondercape en helemaal in tranen van de ontlading. Ze kan niet geloven dat ze 3:26:35 gelopen heeft. Ik knijp heel hard in haar arm, want het is echt zo. Wat een dag!

IMG_7823b
Supervrouw Roos met haar wondercape
IMG_7838b
Parijs, stad van de zussenliefde. 2×2 zussenduo’s met elk 7 jaar leeftijdsverschil. We misten Marike wel heel hard.

De conclusie
Het is een understatement om te zeggen dat ze in Frankrijk trots zijn op hun hoofdstad. In het startvak weergalmde elke minuut wel eens Paris, la plus belle ville du monde. Als je de marathon van Parijs loopt, dan kan je niet anders dan hen gelijk geven. Het parcours is indrukwekkend mooi. De “maar” zit in de niet te onderschatten hoogtemeters en de pavés die je her en der voor de voeten krijgt. De organisatie is top, al viel het me wel op dat er in vergelijking met pre-coronatijden amper beveiliging of seingevers langs het parcours stonden. Dat leidde soms tot gevaarlijke oversteekmanoeuvres van voorbijgangers. Twee jaar geleden had je in Frankrijk het juiste papier met stempel nodig om je buitenshuis te begeven, nu is het van laissez-faire en à l’aise. De supporters in Parijs kunnen nog wat leren van de Rotterdammers. Aan sfeer is er echter geen gebrek: die zit simpelweg in de stad zelf. Tot slot formuleerde Roos na afloop een prachtige marathonwijsheid. Ze zei dat hoe hard je ook probeert om voorbereid te zijn op elk scenario van een marathon, je altijd iets onvoorspelbaars tegenkomt. De marathon staat kortom altijd garant voor verrassingen. Het is ook de kunst om daarmee om te gaan.

IMG_7891b

IMG_7874b

Enkele weetjes

  • Op de marathon expo kochten Roos en ik nieuwe sokken van Incylence in bleu-blanc-rouge, waar we allebei onze marathon mee liepen.
  • Zo koud als het was aan de start, zo warm was het in het hotel, zelfs met de verwarming op 18°. Je zou haast denken dat energie gratis is in Frankrijk.
  • We keken ’s avonds in onze kamer naar Mask Singer en The Voice op TF1. Fransen hebben een heel groot gevoel voor dramatiek en theatraliteit, op het smakeloze af.
  • Op zaterdag kreeg Roos, net zoals in Rotterdam, een duivenkak over zich heen. We beschouwen dit nu als een gunstig voorteken van hierboven.
  • Bij gebrek aan vergelijkingsmateriaal weet ik niet of ik de Champs Elysées echt la plus belle avenue du monde vind, sowieso wel la plus iconique.
  • Ik hield me bij deze marathon weer aan een minimaal voedingsschema met 3 sportgels: eentje op 7, 14 en 22 kilometer. En ja, het waren nog steeds die vervallen gels waar ik ook Rotterdam en de Hel mee doorstond.
  • Het is fantastisch dat de fiets stilletjes aan terrein wint in Parijs. Ik vind het alleen onbegrijpelijk dat die kleine gevaarlijke paaltjes van de fietspaden niet ingepakt waren op het marathonparcours.
  • Roos dacht tijdens de race veel aan haar kersvers petekindje Emil (die supporteren voor zijn meetje al heel ernstig neemt) en aan Julien, haar eigen peter en een fanatieke loper die een paar weken geleden overleed.
  • Naast mijn marathon PR brak ik ook twee andere records: een weekrecord aan stappen (137.601) en aan slaapgebrek. Hoezo een gebrek aan frisheid?
  • De Keniaanse Judith Jeptum schreef met 2:19:48 de overwinning op haar naam, evenals de Ethiopiër Deso Gelmisa die 2:05:07 afklokte. Ik herbekeek de race van de profs inmiddels en herbeleefde alles opnieuw. Heerlijk!
  • Op Medal Monday spendeerden Roos en ik tijd in Le Bon Marché. We voedden er onze innerlijke mens bij de boulangerie (ik nam een kaneelbroodje, Roos een madeleine) en we lieten onze creatieve geesten volop inspireren door de nieuwste modetrends. Het was vooral IRO Paris dat veel oooh’s en aaah’s van ons kreeg. Helaas onbetaalbaar.
  • Voor de gelegenheid maakte ik twinning sweaters (grijs/luipaard/goud) die ook matchten met de medaille. IRO Paris mag me altijd een job aanbieden.
  • Drie jaar geleden maakte Tante Hilde voor het eerst onze marathongekte mee in Parijs. Ze sprak toen de legendarische woorden “het was een eer om erbij te mogen zijn”. Omdat ik dat zo mooi vond, kreeg ik deze keer een plechtige brief waarin ze het nog eens zwart op wit schreef. Eentje om te koesteren!
  • Naast de ervaringen van je eigen eerstelijns crew, is het na afloop ook fantastisch om te horen hoe anderen ons vanop afstand hebben gevolgd. Een bijzondere vermelding gaat naar Dirk, fan en inspirator van het eerste uur. Hij volgde onze tracking op de voet en keek simultaan naar de live-beelden voor een optimale supportersbeleving van thuis uit.

IMG_7867b

Het moment – 3 PR’s en 4 seizoenen in Parijs

Natuurlijk stelde Parijs niet teleur. Parijs overtreft werkelijk altijd je verwachtingen. Je hoeft daar echt geen 42,195 kilometer voor te lopen, al helpt het wel om je verbonden te voelen met die zotte stad en de tienduizenden lopers die op zondag 3 april 2022 aan de start stonden van de Paris Marathon. Op die bewuste dag waren er 2 keer 2 zussen, 3 PR’s en 4 seizoenen. Ik stelde vast dat hoe meer marathons ik loop, hoe meer ik geconfronteerd word met de wispelturige aard van dat marathonbeest. Nooit eerder stond ik zo onzeker te koukleumen in het startvak. Ik ben dan ook nog helemaal overdonderd door alles wat die marathon weer gebracht heeft. Na 14 marathons, waarvan 3x Parijs, zou je denken dat ik wel voorbereid ben op die intensiteit. Niks is minder waar. Wat een marathon teweeg brengt dat zindert nog lang na. Wat een unieke belevenis! Wat een fantastisch parcours! Maar ook: wat een pijn!

Jullie horen het al, er valt wederom heel veel te vertellen over vier dagen Parijs inclusief marathonavontuur. Over de onwaarschijnlijk straffe prestatie van mijn zusje Roos die met een tijd van 3u26 maar liefst 10 minuten van haar PR af liep. Over Sam, die we in het begin van het jaar leerden kennen als een gedreven loper en die we alleen al voor het fijne gezelschap in ons marathonkamp opnamen. Met 2u59 denderde ook hij af op een PR: werkelijk fenomenaal! Er valt natuurlijk ook heel wat te zeggen over mijn eigen felbevochten PR. Ik had in Parijs 3 uur 6 minuten en 33 seconden nodig om de finishlijn met zicht op de Arc de Triomphe te halen. Een dikke minuut winst dus, maar wel eentje waarvoor ik door een muur of 10 moest heen lopen, onder andere in dat verdomd lastige Bois de Boulogne. Zo wondermooi als Parijs is, zo hard kan het ook toeslaan.

Met dank aan de aprilse grillen schotelde het weer ons à la carte de 4 seizoenen voor. Sneeuw op vrijdag, een stralende zon met frisse temperaturen op marathondag en tussendoor een verraderlijk koud windje tegen een blauwe wolkenlucht. Vrijdagochtend hoorde ik op de radio Four Seasons In One Day van Crowded House. Een song doorspekt met de nodige melancholie die achteraf gezien de perfecte samenvatting bleek te zijn van mijn vierdaagse in Parijs. Niet alleen beleefden we klimatologisch gezien de 4 seizoenen, ook mijn gemoedstoestand en marathon waren een samenspel van gelaagde emoties. Waar de zon schijnt, valt er ook schaduw. Enerzijds ben ik echt wel ontzettend blij met wat Parijs mij weer gebracht heeft. In het klassement eindig ik als 86e vrouw van de 8390 en 17e in mijn leeftijdscategorie: cijfers waarvan ik amper kan vatten dat ze over mij gaan. Anderzijds knaagt er heel wat. Het afgelopen weekend hoorde ik mezelf vaak tegen anderen zeggen dat je nooit de perfecte marathon kan lopen, ik verwacht dat echter wel van mezelf. Ik wil niet verwaand of ondankbaar overkomen, maar de criticus in mij voert de afgelopen tijd te veel het hoogste woord en ik krijg er amper een speld tussen.

Uiteraard volgt later deze week nog een uitgebreid raceverslag. Voor nu wil ik jullie graag nogmaals hartelijk bedanken voor de vele aanmoedigingen, de lieve woorden, het betere duimwerk, de kaarsen die gebrand werden, maar bovenal: het oprecht meeleven met mijn loopavonturen. Voor, tijdens en na de marathon schoot er heel veel door mijn hoofd: naast die knagende onzekerheid, was ik me ook meer dan eens ten volle bewust van al die trouwe volgers die mij door de jaren heen hebben gevonden, die me steeds blijven opzoeken en vinden. Ik blijf het heel bijzonder vinden dat ik die rol mag vervullen in jullie levens. Een grote en nog steeds even gemeende dankjewel daarvoor!

Marathonpraat – Paris sera toujours Paris

Anno 2022 is de angst niet langer dat een evenement afgelast wordt, maar dat je de gebeurtenis aan je neus voorbij moet laten gaan omdat je zelf geveld bent door corona. Aan de start staan is prioriteit nummer 1, als het eventjes kan in topvorm. De angst om ziek te worden overheerste dan ook de laatste anderhalve week voor mijn Paris Marathon. Gewapend met een FFP2-masker in de klas anderhalvemeterde ik erop los en ventileerde ik alsof mijn leven (mijn marathon dus) ervan afhing. Daarbovenop kwamen dan nog de vaste stressfactoren hun zegje doen. Ik hield de weersvoorspellingen maniakaal in de gaten (sneeuw?!) en brak mijn hoofd over vestimentaire keuzes ter voorbereiding van de inpakstress. De voorpret voor mijn 14e marathon was dan ook voorzichtig van aard te noemen.

Dat het lastigste deel van de marathonvoorbereiding die laatste week is, dat is op zich niks nieuws onder de zon. Naarmate de loopkilometers minderen, slinkt ook mijn zelfvertrouwen. Ik voel mij niet in de topvorm van mijn leven als ik dan eindelijk “mag” gaan lopen, dan voel ik vooral die stramme hamstrings, een zweem van rugpijn of een raar pijntje in mijn knie. Trust the process: je moet erop durven vertrouwen dat de voorbereidingen hun werk hebben gedaan. In het najaar van 2021 zat ik in een ongelooflijk positieve flow waarvan de Rotterdam marathon het hoogtepunt was. Werkelijk alles leek te lukken. Ik hervond mezelf helemaal als loper en liep op enkele weken tijd al mijn records van de tabellen. Het kon met andere woorden niet op. Nu heb ik soms wel het gevoel dat het op is. Ik voel mezelf niet meer die onoverwinnelijke loper die ik mezelf waande in het najaar. In mijn hoofd is het al frisser en luchtiger geweest. Er is wederom veel twijfel en de allesoverheersende vraag of ik er wel echt alles aan gedaan heb om in Parijs te kunnen knallen.

De aan-alles-twijfelende Joke moet er kortom op vertrouwen dat, wat de omstandigheden ook zijn, dat lichaam van haar naar marathonmodus kan schakelen. Cijfermatig wijst er trouwens helemaal niks op dat ik niet heel dicht in de buurt van mijn 3u07 kan eindigen. Het hoofd heeft dan misschien wat last van metaalmoeheid, er zijn geen indicaties dat er sleet zit op mijn loopcarrosserie. Bovendien is wat ik onthoud van vorige marathons (of mijn deelnames aan de Hel) de roes van de euforie. Voor het gemak vergeet ik de stress en onzekerheid die eraan vooraf gingen. Inmiddels weet ik dat je fysiek in staat kan zijn om onder een bepaalde grens te lopen, maar dat je vooral strijdvaardig moet kunnen blijven. Een marathon lopen is geen kwestie van pech of geluk hebben. Het is blijven lopen met rechte rug en de kin omhoog, wat de benen ook te zeggen hebben. Marathons lopen is nog steeds één van mijn favoriete activiteiten. Ik ben bovendien omringd door héél goed volk dat het beste in mij naar boven haalt. Daarenboven loop ik in de stad waar ik nooit op uit gekeken raak. Wat kan er eigenlijk misgaan?

Wees maar zeker dat ik er vooral heel erg van ga proberen te genieten. Hoe de marathon ook uitdraait, Parijs zal altijd Parijs zijn: een stad die barst van de herinneringen en de zussenliefde. De stad waar ik in 2017 bij mijn vijfde marathon teleurgesteld was in mezelf en de stad waar ik in 2019 bij mijn tiende marathon I’m still standing wilde uitschreeuwen, ook al hield ik een longembolie over aan dat avontuur. Nummer 3067, daar zal het mee gebeuren. Doe me één plezier, lieve lezers, denk morgen tussen 8u15 en 11u30 eventjes heel hard aan mij en stuur dan al je wilskracht richting Paris. Merci à vous!

Het moment – Schrijftalent gespot in de klas #3

Goede tradities zijn er om in ere te houden. Een verhaal schrijven van slechts zes woorden in navolging van een Nobelprijswinnaar, is er zo eentje. Voor het derde jaar op rij ging ik op zoek naar de Ernest Hemingway van De Ring onder mijn leerlingen van het vijfde jaar. Wie treedt met andere woorden in de voetsporen van Lucas en Lien? De zoektocht naar het mooiste zes-woorden-verhaal blonk dit jaar uit in spitsvondigheid en originaliteit. Ook de oorlogsrealiteit laat mijn leerlingen duidelijk niet onberoerd. De resultaten van de stemming lagen dicht bij elkaar, behalve de nummer 1, die stond autoritair aan de leiding en scoorde zowel bij leerlingen als bij leerkrachten erg goed. Rooza schreef ongetwijfeld het meest choquerende, gedurfde en ongemakkelijke verhaal. Zes woorden die aantonen hoe een verhaal werkt: je leest iets, maar je denkt vooral iets. Dat wat je denkt is het verhaal.

Met trots presenteer ik jullie de top 10 van 2022:

“Dat heb ik liever niet, papa” – Rooza
Enkel de gestreepte sjaal bleef ongedeerd – Ona
Echte mannen huilen niet, jammerde hij – Cesar
Gezwel gevonden, haar gevallen, strijd verloren – Hanne
Mama, papa, tot aan de grens – Angelo
Voor een dode lachte hij veel – Tobe
Ze greep nog snel haar zusje – Helene
Elke dag is zoals alle andere – Brecht
Aarde omringde hem, we liepen weg – Lara
De laatste sigaar was voor haar – Rooza

IMG_7732b

Met dank aan al mijn lieftallige leerlingen voor hun eigenzinnige blik, originele schrijfsels en onuitputtelijke enthousiasme!

Het moment – Wat ik zeker ga doen als ik in Parijs ben

Ik weet niet hoe ik gereageerd zou hebben als ik in juli 2019 geweten had dat ik ruim 2,5 jaar niet naar Parijs zou (kunnen) gaan door een wereldwijde crisis. Misschien was ik nog 3 keer extra gegaan dat jaar. Mogelijk had ik me met enig gevoel voor dramatiek aan de Arc de Triomphe vastgeketend. Ik zou sowieso nog meer filmpjes gemaakt hebben van het straatbeeld en -leven in een stad die eigenlijk nooit lijkt te slapen, want zeg nu zelf: wie heeft New York nodig als je op een paar uur van Parijs woont? Tussen Parijs en mij is het al jaren heel dik aan. Of eigenlijk tussen Parijs, Roos en mij, een ménage à trois zeg maar. Ik zeg dan ook al ruim een jaar dat ik écht ga janken van geluk als ik weer voet op Parijse bodem zet en met mijn trolley in de hand de chaos van Paris Nord overschouw. De dramatische filmmuziek fantaseer ik er zelf wel bij. Dit is wat ik nog van plan ben te doen tijdens mijn vierdaagse Parijs-trip:

  • een marathon lopen
  • wandelen, wandelen, wandelen: zelfs al ga ik dus op zondag een marathon lopen of heb ik op zondag een marathon gelopen, als ik in Parijs ben, dan moet en zal ik me te voet voortbewegen (en als het echt niet anders kan met de metro) mijn favoriete wandelstraten zijn Rue de Rivoli, Rue Saint-Honoré, Rue du Bac en eigenlijk alles van Saint-Germain-des-Prés
  • postkaartjes sturen en dan weer beseffen hoe lastig het is om ergens timbres te kunnen kopen (en hoe duur de post geworden is)
  • voor de gezelligheid lang bij het hotel-ontbijt blijven plakken en koffie drinken, veel koffie drinken
  • in het teken van de koolhydratenstapeling pasta eten bij Fuxia en gaan shoppen bij de boulangerie van Le Grand Marché
  • op maandag croissants eten die ik de dagen ervoor gedisciplineerd heb laten liggen met de marathon in gedachten
  • mijn ogen uitkijken bij Le Bon Marché en denken: gelukkig zit iedereen in Galerie Lafayette
  • me laten inspireren door wat ik zie in het straatbeeld en in de winkels, stelen met de ogen dus om er dan thuis in mijn atelier iets mee te doen
  • Frans spreken, want daar krijg ik veel te weinig de kans toe in mijn dagelijks leven
  • de Arc de Triomphe knuffelen, de Notre Dame troosten en de Eiffeltoren aanschouwen die heel recent weer 6 meter aan lengte won dankzij een nieuwe antenne
  • duiven observeren terwijl ik in een stoel zit in de Jardin des Tuileries
  • denken aan Lady Di op Place Vendôme en het Ritz hotel
  • de verkeerschaos aanschouwen op de Etoile rond Arc de Triomphe
  • luisteren naar Barbara Pravi en Zaz
  • de Champs-Elysées heel amicaal “De Champs” noemen en uit volle borst het gelijknamige lied van Joe Dassin zingen
  • rondzeulen met de Mijn Parijs gids van Bent Van Looy (I Love Bent!)
  • champagne drinken op zondagavond en dan ook bij de maaltijd een goede vin nuttigen
  • eindeloos en ongevraagd herinneringen ophalen met Roos: over onze eerste keer Parijs samen in juli 2014, tijdens een hittegolf nota bene en de uitputtende voettochten die we maakten om toch maar elke steen gezien te hebben op vier dagen tijd, over madeleines en brioches, over de Rue de la Roquette, onze navigatiekemels, vreemde gewoontes op Père-Lachaise, Rachid van Montmartre en ga zo maar verder
  • ons zusje Marike missen die er deze keer niet bij kan zijn en ook mijn vriendjes An en Murielle met wie ik in schools verband al heel vaak in Parijs mocht zijn

Parijs stelt nooit teleur, om het met de woorden van Roos Odeyn te zeggen.

Een voorbeschouwing op de Paris Marathon van Roos

Over welgeteld drie weken staan Roos en ik aan de start van de Paris Marathon. Een uitstapje en evenement waar we met z’n tweeën lang naar hebben uitgekeken. Ein-de-lijk terug samen naar Parijs! Voor Roos is het haar vijfde marathon, de eerste keer Parijs. Symbolisch, want zelf liep ik daar in 2017 mijn vijfde marathon. Een week geleden liepen we zij aan zij 30 kilometer zoals we dat zo graag doen. We hadden het natuurlijk over de marathon en onze verwachtingen, de stress die de kop begint op te steken en hoe bijzonder het is dat we dit samen kunnen beleven. Hoog tijd om Roos nog eens aan het woord te laten over haar weg naar de Paris Marathon 2022.

Na mijn laatste marathon in Brugge (oktober 2019) dacht ik eigenlijk dat ik geen marathon meer zou lopen. Ik vond het wel mooi geweest en dat record zou ik toch nooit meer kunnen verbeteren. Een marathonvoorbereiding is niet te onderschatten. De marathon van Parijs beleefde ik al twee keer als supporter. Na Jokes prestatie in Rotterdam kriebelde het om toch nog eens een marathon te lopen. En waar kon dat beter dan in onze geliefde stad Parijs? Begin november schreven Joke en ik ons dus in. Een voorjaarsmarathon past beter bij mij. In de zomer zijn er veel andere dingen en vind ik het moeilijker om me te schikken naar de trainingen. Je hebt echt structuur nodig in je voorbereidingen. Ik liep nu wel heel vaak in de regen en wind, ook veel in het donker, maar dat neem ik er dan maar bij. 

Mijn voorbereidingen voor deze marathon zijn goed verlopen. Op maandag liep ik meestal een snelle training. Woensdag deed ik mijn duurlopen. Na het werk liep ik dan 20 kilometer of meer. Vrijdag stond er een nuchtere loop op het programma en in het weekend liep ik nog wat er gelopen moest worden om de kilometers aan te vullen. Ik heb bewust meer tempo’s gelopen, eens goed de gaskraan opendraaien, uit gebrek aan wedstrijden ook wel. Ik heb ook strikter mijn kilometers geteld. Mijn weekgemiddelde lag telkens rond de 52 kilometer. Op maandag vond ik het stresserend dat de teller weer op nul stond. Naar mijn gevoel heb ik nu veel harder getraind dan voor Brugge. Ik stemde mijn planning ook meer af op de trainingen. In januari had ik veel stress voor deze marathon en vroeg ik me echt af waarom ik me had ingeschreven. Het zwaarste van een marathonvoorbereiding vind ik dat je heel de week aan lopen moet denken. Ik voel nu dat ik in vorm ben, heel leuk is dat! Zo gericht trainen geeft me ook veel voldoening.

IMG_7593b

Ik vind het jammer dat de CPC Loop vandaag niet doorgaat. Een snelle halve marathon lopen drie weken voor de marathon geeft veel vertrouwen. Al ben ik tevreden over mijn 30 kilometer vorige week. De laatste 4,5 km waren wel heftig. Ik had wat beter moeten drinken de dag ervoor, denk ik. Mijn voet was verkrampt, maar daar probeer ik niet te veel waarde aan te hechten. Ik heb me er al bij neergelegd dat ik ook spierkrampen zal krijgen tijdens de marathon. Hopelijk laten ze dan wat langer op zich wachten. Van mijn vorige marathon leerde ik dat het heel gemakkelijk is om in iemand z’n zog te hangen. Je wagonnetje kunnen aankoppelen scheelt echt veel. Ik breek mentaal meestal op kilometer 35, dan krijg ik krampen in mijn benen en moet ik heel diep gaan om te blijven lopen. Daarom moet ik meestal ook wenen van de ontlading als ik uiteindelijk over de finishlijn loop. In Brugge stond ik er niet alleen voor en had ik me al beter voorbereid op het mentale aspect, mede dankzij een podcast met Dixie Dansercoer die vertelde hoe koud hebben ook in je hoofd zit. Ik heb nu al nagedacht hoe ik me mentaal sterk kan houden in dat laatste deel van de marathon.

Mijn ambitie is om in Parijs mijn PR van 3u36 te verbeteren. Om dat alleen te kunnen zou een prestatie op zich zijn. Ik hoop zelfs om onder de 3u30 te finishen. Ik wil vertrekken aan een tempo tussen de 4’50” en 4’55”, veel marge heb ik dan niet. Sub 3u30 is een strakke tijd, ik durf er niet blindelings op te vertrouwen dat het me lukt, maar onze 30 kilometer was wel hoopgevend. Ik heb ook al nagedacht over m’n outfit op marathondag. Ik denk dat ik als geluksbrenger hetzelfde shirt aandoe als in Brugge. Ook ga ik hetzelfde shortje dragen als waar ik mijn vorige vier marathons in liep. Momenteel zijn mijn favoriete schoenen de Nike Pegasus 38. Ik twijfel nog of ik mijn compressiekousen zal aantrekken. Ik droeg die niet tijdens mijn trainingen, maar ze kunnen wel iets doen naar krampen toe. Er zijn nog wel een aantal kleine dingetjes waar ik de komende weken over moet nadenken. Ik heb er hoe dan ook heel veel zin in!

Lieve sis, je bent in topvorm, dat merk ik aan alles. Ik ben er zeker van dat 3 april 2022 een topdag wordt voor jou! ’s Avonds drinken we sowieso champagne op een terras. En zo zijn er nog heel veel momenten voor en na de marathon waar ik heel hard naar uitkijk. Wij zijn klaar voor Parijs, ik hoop dat Parijs ook klaar is voor ons.

IMG_7595b

Het boek – Als ik groot ben word ik Michelle Obama

Het is vandaag Internationale Vrouwendag. Mocht u daaraan twijfelen: ja, het is nog nodig dat vrouwen wereldwijd hun solidariteit tonen. Er is al duchtig aan de weg getimmerd, maar we zijn er nog niet. Vorige week las ik Becoming (2018) van Michelle Obama, geboren als Michelle LaVaughn Robinson en voormalig First Lady van de VS. In haar memoires vertelt ze over haar jeugd in Chicago en het warme gezin waarin ze opgroeide, waarom ze rechten ging studeren en uiteindelijk advocaat werd en hoe ze op die manier haar man ontmoette wiens gedrevenheid ook haar aanstak om zich te engageren. De Obama’s krijgen twee dochters en resideren 8 jaar in het Witte Huis. Michelle Obama is op alle vlakken een rolmodel, niet zo zeer omdat de sympathieke girl next door het tot presidentsvrouw en mode-icoon schopte, wel omdat ze het aandurft om ten allen tijde zichzelf te blijven in een wereld waarin zij als zwarte vrouw al te vaak niet blijkt te conformeren aan de geldende norm. Laat me daarom heel duidelijk zijn: iedereen zou Becoming moeten lezen omdat het een pleidooi is om te geloven in onze eigen stem en ons eigen verhaal, hoe naïef dat soms ook mag klinken.

Uit het voorwoord blijkt meteen hoe authentiek Michelles vertelstem is. Als kind wilde ze dokter worden, wat altijd enthousiast onthaald werd door volwassenen. Nu beseft ze dat het zinloos is om aan een kind te vragen wat het later wil worden omdat de vraag impliceert dat een volwassen leven vrijwel meteen een eindstadium kent. Alsof je één welbepaalde rol kan en moet opnemen in je leven en dat was het dan. Het is maart 2017 als Michelle in haar keuken staat en beseft hoe bijzonder het is dat ze weer helemaal zelf een boterham kan smeren om die vervolgens zonder entourage op te eten. En ze heeft dus heel wat te vertellen over de verschillende rollen die ze in haar leven tot dusver kon vervullen.

Michelle Obama houdt zich ver weg van de glamour van het leven dat ze zowel als advocaat als First Lady kon leiden. Ze schetst een intiem portret van Barack en hoe ze elkaar leerden kennen (kan geen rom-com tegen op). Zo schreef hij liever brieven dan dat hij belde en wilde hij eigenlijk niet trouwen. Ze vertelt over de problemen die ze ervoeren om zwanger te worden en hoe pijnlijk dat proces was. Wat steeds terugkeert is de lastige spagaat waar ze zich als vrouw dagelijks in bevindt: enerzijds is er de ambitieuze geëngageerde vrouw die niet louter dossiers wil behandelen, maar haar idealen wil nastreven, anderzijds is er de moeder die een warm nest wil creëren voor haar gezin. Hoe trots ze ook is op de verwezenlijkingen van haar man, ze vindt het oneerlijk dat hij er vijf jobs op kan nahouden zonder te moeten inboeten in zijn vaderrol. Aanvankelijk loopt ze dan ook niet warm voor de politieke loopbaan waar hij in rolt. Na lang wikken en wegen stemt ze toe omdat ze beseft dat anderen hem ook nodig hebben voor hun strijd. Bovendien gaat ze ervan uit dat hij nooit verkozen zal worden: hij is te zwart voor sommigen en te wit voor anderen. Wanneer ze zelf een actieve rol opneemt in zijn presidentscampagne krijgt ze heel wat bagger over zich heen, een black woman die niet op haar mondje is gevallen wordt heel snel als angry black woman gepercipieerd.

In Becoming slaagt Michelle Obama erin om haar wereldberoemde man in een bijrolletje te duwen. Ze toont wat het betekent om zwart te zijn, vrouw en moeder, wereldburger én Amerikaan, om als mens je eigen pad te blijven bewandelen in een wereld die oprechtheid soms genadeloos hard afstraft. Het is een boek dat heel wat gevoeligheden aan de oppervlakte brengt, maar tegelijkertijd ook hoopvol durft te zijn. Simpelweg omdat we allemaal kunnen blijven schrijven aan ons eigen verhaal.