De muziek – Wat ik zoal beluisterde in 2020

Ik vertelde al behoorlijk wat over 2020. Zoals dat ik het afgelopen jaar een dubbele verhouding kreeg met muziek door de aanwezigheid van Spotify in mijn leven. Enerzijds kon ik er intens in opgaan, anderzijds was het soms te veel en beluister ik dus helemaal geen muziek meer als ik ga lopen om beter te kunnen horen wat er in mijn hoofd omgaat. De omstandigheden van dit bijzondere jaar hadden ook een invloed op wat er zoal door de box schalde. Ik zat vaker thuis, dus was het des te belangrijker dat de sfeer goed zat. Hier volgen mijn ultieme luistermomenten van 2020.

Renaissance van Franse muziek
Ik heb altijd iets gehad met Franse muziek. Jacques Brel kende ik als kind al dankzij mama, Brel-fan van het eerste uur. In 1997 slaagde de band Manau erin om een Franse hit te scoren bij de jeugd. La tribu de Dana was dan ook de single die ik cadeau kreeg bij mijn eerste cd-speler. Toen ik studeerde was ik helemaal in de ban van het chanson. Charles Aznavour, Edith Piaf, Georges Brassens, Charles Trenet… Uren en uren aan een stuk luisterde ik verzamelcd’s. In 2020 draaide mijn playlist “Frans” op Spotify eveneens overuren. Bij gebrek aan een trip naar Parijs, dan maar de muziek. Het album Paris (2014) van Zaz vind ik bijvoorbeeld een schot in de roos. Ook haar nummer Eblouie par la nuit is een voltreffer. In de zomer ontdekte ik Les yeux revolvers van Marc Lavoine, dat uit het gezegende jaar 1985 komt. Met Kerstmis gingen Roos en ik uit ons dak op Les lacs du Connemara gedurende de volle 6 minuten (inclusief het elektronische riedeltje op het einde). Ideaal om de kerstdis te verteren.

Filmmuziek in alle soorten en maten
Door de lockdown in het voorjaar keek ik behoorlijk wat films. Nog steeds niet absurd veel, maar toch meer dan gewoonlijk. Ik zag Joaquin Phoenix schitteren in Joker en in Her: twee films met een aantrekkelijke soundtrack. De film die in 2020 de diepste indruk naliet was Portrait de la jeune fille en feu. De eindscène (waarin niets spectaculairs gebeurt) keek ik een keer of 10 na elkaar. Als ik nu Summer in G Minor van Antonio Vivaldi  luister, voel ik nog steeds zowel ingehouden als uitbarstende opgekropte emoties. Er zit waarheid in de uitspraak dat de beste liefdesfilms queer zijn. Daarom ontbreekt in mijn afspeellijst “Film” ook A Love That Will Never Grow Old van Emmylou Harris niet uit de soundtrack van Brokeback Mountain, waar ik destijds twee weken vanonder de voet was. Call Me By Your Name (zag ik in 2018) had een soortgelijk effect, mede dankzij Sufjan Stevens en het lichtjes kleffe Lady, Lady van Giorgio Moroder.

De enige echte zomerhit
Het zal haar jeugdigheid zijn die Roos een neus voor hits geeft. In volle lockdown introduceerde zij dé zomerhit van 2020: Kings and Queens van Ava Max, dat (bij gebrek aan een songfestival) de Eurosong-vibe perfect weet te vatten: een begrijpbare opbeurende tekst, stevige beat en oorwurm van jewelste. Catchy heet zoiets. Kings and Queens mocht dus ook niet ontbreken toen we in september letterlijk de champagne ontkurkten om te toosten op onze verjaardagen. Aan alle koninginnen zonder koning: we popped champaign and raised a toast! 

Leesmuziek in bed
Het afgelopen jaar ontdekte ik het plezier van lezen in bed, ’s ochtends welteverstaan, als ik niet naar school moet. Ook hier zat de voorjaarslockdown voor iets tussen. In de herfstvakantie trok ik me nog meer terug in mijn eigen universum en begon ik de dag steevast met koffie in bed, gevolgd door een paar leesuren. De gelukzaligheid overvalt me weer als ik aan die momenten terugdenk: hoe de wereld lijkt te bestaan uit mijn slaapkamer met mijn bed als epicentrum. Tijdens die leesuren luisterde ik ook muziek. Liefst iets waar melancholie in doorklinkt. Leonard Cohen bijvoorbeeld omdat die gewoon altijd goed is. Ook de jonge Ier Dermot Kennedy vervult die rol met verve. In de kerstvakantie (her)ontdekte ik ook Mumford & Sons en dan vooral hun eerste album Sigh No More waarop Winter Winds de sfeermaker van dienst is. Als het over melancholie gaat, dan mag ook onze Belgische trots Tamino niet ontbreken. Als zijn Sun May Shine door de kamer dwarrelde en er dan heel voorzichtig een zon door bomen spiekte, viel alles op z’n plaats.

De doorbraak van de podcast
Ik ben een podcastluisteraar geworden door De Jogclub, de sportieve podcast van mijn broer en Robrecht Paesen. Sinds ik dagelijks behoorlijk lange fietstochten maak naar mijn werk kreeg ik er heel wat podcastluistertijd bij. Ook als ik aan de slag ben in mijn atelier beluister ik een podcast. Inmiddels zijn dat vooral boekenpodcasts. Mijn collega Murielle stak ik al aan met het verslavende Drie boeken, waarin Wim Oosterlinck aan een bekende mens vraagt welke drie boeken we volgens haar of hem moeten gelezen hebben. Daar kwam ook nog de Bende van het boek bij met Sarah en Trees die telkens één of meerdere boeken bespreken onder het genot van taart en thee. Tot slot luister ik ook naar Boeken FM, de literaire podcast van uitgeverij Das Mag en De Groene Amsterdammer, al was het omdat Nederlanders die op hoog en kritisch niveau spreken over boeken me onherroepelijk terugvoeren naar mijn opleiding als literatuurwetenschapper in Leiden. Luisteren hoe anderen over boeken praten, doet lezen: geloof me maar.

De gedachte – Over 10 jaar voor de klas

Ik had deze week een jubileum te vieren. Maandag 3 januari 2011 was namelijk mijn eerste schooldag als leerkracht. Ik sta dus welgeteld 10 jaar voor de klas. Toen ik afstudeerde als literatuurwetenschapper, werkte ik eerst in een restaurant en vervolgens in de boekensector. Mijn ouders gaven hun leerkrachtengenen echter aan hun eerstgeborene mee en het was dus onvermijdelijk dat ik leerkracht zou worden. In december 2010 ging ik solliciteren op mijn oude, vertrouwde middelbare school: Atheneum De Ring in Leuven. Tot op heden nog steeds de plaats waar mijn onderwijshart sneller gaat slaan. Mijn eerste lesopdracht bestond uit Engels in het vierde en Nederlands in het vijfde jaar. Die klas in het vierde jaar bezorgde me meteen ernstige kopzorgen en twijfels. Ik leerde veel, laten we het daarop houden. Mijn leerkrachtendroom bleef gelukkig overeind. Van mijn eerste schooldagen en -weken als leerkracht herinner ik me vooral hoe herkenbaar de sfeer en dynamiek in een klas was. Ik werd terug gekatapulteerd naar mijn eigen puberjaren en alle worstelingen die daarbij horen. Niet alleen mijn lesopdracht veranderde door de jaren heen (ik gaf les in alle leerjaren), ook het onderwijslandschap doorstond het één en ander. Ter ere van mijn jubileum ontkracht ik met plezier 10 hardnekkige mythes rond onderwijs. Niet omdat ik de wijsheid in pacht heb, wel omdat ik nu eenmaal graag over mijn week vertel.

Leerkrachten zijn niet lui, integendeel: het merendeel van mijn collega’s beschouw ik als hardwerkend, ijverig en doelgericht. Ik kwam op een school terecht met een gedreven lerarenteam dat me wegwijs maakte én inspireerde. Collega’s die een luisterend oor boden en me ook m’n eigen ding lieten doen. Ik kreeg er vrienden voor het leven bij. Natuurlijk zijn er ook leerkrachten die niet vanuit dezelfde overtuiging voor de klas staan, die liever lui dan moe zijn. Zulke werknemers vind je in elke sector. Nee, wij zijn dus niet lui omdat we op woensdagnamiddag “vrij” hebben en we “slechts” 20 à 21 uur lesgeven. Onze lesvrije momenten besteden we aan allerhande voorbereidend werk, evaluaties en administratie. Als je een leerkracht ’s avonds opbelt, dan is de kans groot dat ie aan het werk is, alleen ziet niemand dat.

IMG_4464b
Op jaarlijkse schooluitstap naar Parijs met de vierdejaars!

Leerlingen zijn niet ongeïnteresseerd, op hun leeftijd is het gewoonweg niet makkelijk om openlijk interesse te tonen. Soms liggen de aanknopingspunten bij hun leefwereld voor het grijpen, soms zal je wat meer moeite moeten doen om ze mee te krijgen. Als je geen respons krijgt, betekent dat niet per se dat je ze niet bereikt. Je mag je vooral niet laten tegenhouden door het gebrek aan enthousiasme dat sommige leerlingen uitstralen. Er sijpelt mogelijk meer binnen dan je aanvankelijk denkt.

Achter elk (lastig) gedrag schuilt een persoonlijkheid die je niet uit het oog mag verliezen. Gedrag is de buitenste – zichtbare – schil van een leerling. Het is een misvatting dat de meeste pubers gruwelijk irritant en dwars zijn. Leerlingen die de grenzen aftasten vind je in elke klas, maar dat betekent niet dat ze je het bloed van onder de nagels halen. In mijn carrière is er slechts een handvol leerlingen dat mij uit mijn lood kon slaan, die me een écht onbehaaglijk gevoel bezorgden waardoor ik niet wist hoe ze te benaderen.

IMG_1091
Ik ben het er niet mee eens. Vallen van Anne provoost is echt geen k*tboek.

Leerlingen zijn bang van teksten, waardoor een boek lezen gelijk staat aan een marathon lopen. Sociale media hebben er ongetwijfeld aan bijgedragen dat leerlingen steeds minder geconfronteerd worden met grotere teksthoeveelheden. Een smartphone is een constante bron van afleiding die een wereld creëert waarin alles snel gaat en dus kort moet zijn. Al is het ook flauw om te pretenderen dat voor de opkomst van de smartphone elke jongere wél boeken las. In elke klas zijn er nog steeds boekenjongens en -meisjes te vinden die boeken verslinden en bibliotheken uitlezen. Je mag de hoop voor een lezende jeugd nooit opgeven.

Elke leeftijd heeft zijn voor- en nadelen, de kunst is om je te focussen op het positieve. Na mijn eerste negatieve ervaring met een vierde jaar bleef het lang aan mij plakken dat ik geen les kon geven in dat jaar. Inmiddels vind ik net die leeftijd (15 à 16 jaar) de bijzonderste, mooiste en uitdagendste. Jongeren balanceren daar op een dunne koord tussen kind-zijn en de volwassenwereld. Bovendien heeft onderzoek aangetoond dat het welzijn van leerlingen een dip bereikt in het vierde jaar en de schoolmotivatie een dieptepunt bereikt. Neem daarbij de impulsiviteit die eigen is aan die leeftijd en je krijgt een explosieve cocktail die al eens een verhitte discussie of een uit de hand gelopen spelletje oplevert. Daarnaast staat een heel grote puurheid die prachtige wijsheden en inzichten voortbrengt. Het ene moment noemt een leerling je per ongeluk mama, een tel later roept iemand iets onbeleefd door de klas. Lesgeven is nooit saai.

IMG_1524b

Alles begint met een goed gesprek, of je nu lesgeeft of een conflict moet oplossen. Je moet onbevangen kunnen luisteren en openstaan voor andere invalshoeken. Als je wil dat leerlingen interesse tonen voor jou en je vak, dan moet je je ook interesseren voor hun bezigheden en leefwereld.

Je moet je eigen vak het allerbelangrijkste vinden, maar dit ook altijd kunnen relativeren. Ik geef elk leerstofonderdeel van mijn vak graag. Zo kan ik op 15 verschillende manieren uitleggen hoe de vervoeging van werkwoorden in elkaar zit (en dat dat eigenlijk best logisch is), desgewenst nog een 16e keer omdat iemand niet oplette. Ik kan met evenveel enthousiasme vertellen over passieve zinnen als over poëzie. Als het over boeken gaat, barst ik echt los. Het is fijn als leerlingen affiniteit hebben met de leerstof, maar ook geen ramp als dat niet zo is. Je kan iedereen iets leren, al leer je niet iedereen evenveel.

Je hebt niet 100% de aandacht omdat je vooraan in de klas staat, je bent slechts een deel van het geheel. Lesgeven aan jongeren is in niets te vergelijken met een presentatie geven. De aandacht krijgen en vasthouden is één van de moeilijkste dingen om te leren omdat er geen hapklaar succesrecept is. Het is altijd weer zoeken naar manieren om iedereen te betrekken bij de les. Ik heb vooral geleerd om te durven overdrijven en me niet in te houden om een grapje te maken, ook als niemand het echt grappig vindt. De allerbeste manier om de aandacht te krijgen, is trouwens iets over jezelf te vertellen.

IMG_3440b

Je moet streng zijn, maar tegelijkertijd ook vriendelijk, behulpzaam en geduldig. Streng zijn betekent niet dat je op elk moment je autoriteit uitspeelt door te straffen en te roepen. Streng zijn betekent dat je het klasgebeuren in goede banen leidt en dat je kordaat optreedt als dat nodig is. Wat ik tijdens mijn opleiding leerde over pedagogiek en didactiek hielp me om bepaalde mechanismen te gebruiken en te doorzien, maar elke situatie en ook elke leerkracht is anders. Je mag geen rol spelen die te ver van jezelf ligt. Het is goed dat elke leerkracht anders is. Je moet ook niet “leuk” willen zijn. Je bent begaan met je leerlingen, maar het zijn geen vrienden. Een leuke leerkracht word je door een veilige leeromgeving te creëren, een plaats waar het fijn is om te zijn.  

Leerkrachten hebben een zwaar onderschat beroep. Daar heb ik verder niets aan toe te voegen.

Over de quotes in mijn klaslokaal gaf ik hier tekst en uitleg.

Het moment – En nu op naar 2021!

Lieve lezers

Precies een jaar geleden hoopte ik dat 2020 voor jullie niet zozo zou zijn. Vandaag hoop ik van harte dat het juist wel zozo was, dat je met andere woorden gespaard bleef van het leed dat COVID-19 heet. Zozo dus, dat is niet schitterend, ook niet rotslecht. In een crisisjaar dat voor altijd in ons geheugen gebeiteld zal zijn, lijkt me zozo meer dan prima.

Er valt veel te zeggen over 2020 (zo begon ik ook enkele kerstkaarten). We werden om het hoofd geslagen met cijfers en #flattenthecurve. We leerden over de positiviteitsratio, het reproductiegetal en het mondmasker. De cijfers van mijn jaar zeggen iets anders. Ik las 63 boeken. Al lopend en fietsend legde ik 9413 kilometer af. Er was mijn 1:33 in Den Haag en de 3 enige nachten die ik buitenshuis in die stad sliep, samen met Roos. Er waren 3 cavia’s. Ik werd 35 en mijn liefde voor postcode 3300 werd bezegeld met een 3:32. Kort samengevat: ik las veel, ik liep veel en er was veel liefde. Ik geloof in het geluk van de 3 in elk van die cijfers.

2019 noemde ik een vurig jaar, van gaan-gaan-gaan met vallen en opstaan. 2020 zou ik omschrijven als voortkabbelend. Natuurlijk waren er tranen, was er stress, angst en frustratie. Ik was nog vaker alleen. Ik moest mijn werk uitoefenen in steeds veranderende omstandigheden die verre van ideaal waren en nog steeds zijn. Ik zag mijn familie weinig. Voor de verandering liep ik echter niet keihard tegen een muur die ik vakkundig zelf had opgebouwd. Er maakte zich een berusting en tevredenheid van mij meester waarvan ik niet wist dat ze ergens diep in mij verscholen waren. Ik bleef niet hangen in wat ik mis en waar ik faalde. Ik kreeg meer ruimte en rust in mijn hoofd. Het leven kabbelde verder. Ik volgde de stroom en dat was best oké. Nee, ik gebruik dus geen grove woorden om 2020 samen te vatten. Al heb ik het volste begrip voor zij die dat om de één of andere reden wel doen. Ik ben een gelukzak.

Tot slot wil ik jullie nogmaals oprecht bedanken voor het blogplezier dat ik ook in 2020 mocht ervaren. Ik kon dit jaar geen ellenlange raceverslagen uit mijn pols schudden. Ik zag nog minder van de wereld dan in een normaal jaar. Ik schreef zelfs minder berichten, maar wat verscheen werd wel gretiger gelezen. Weet dat ik elke bezoeker koester, al is het bezoek sporadisch dan wel frequent. Elk gelezen bericht geeft me nog steeds voldoening. Dank je wel daarvoor.

Maak er een mooi einde van. Hou het veilig, wees lief voor elkaar en de dieren. Lees een boek. Maak een wandeling. Laat het leven en ook dit eindejaar gezellig kabbelen. Koester de gezapigheid. Op een dag komt er weer meer deining op het water. Mogelijk wacht er een vloedgolf van geluk. Misschien is het een wonderlijke waterval. Laat je meedrijven op de stroom.

Ik wens jullie het allerbeste toe voor 2021.

Joke
X

Loperspraat – Mijn eerste 50 km

Zondag 20 december 2020. De Hel van Kasterlee gaat niet door. In mijn blogpost van die dag verkondig ik dat ik nog eens echt lang ga lopen. Echt lang, dus niet gewoon lang. Eerder ultra-lang, zelfs record-lang. Om 9 uur trek ik de deur achter mij dicht en vertrek ik voor een zonnige duurloop via fietsknooppunten van het Hageland. Het doel: mijn eerste 50 kilometer lopen. Al voor ik in oktober mijn Suikermarathon liep, was ik namelijk van plan om als de Hel niet doorging – een scenario dat steeds aannemelijker werd – van de gelegenheid gebruik te maken om een andere straffe sportieve stoot te ondernemen. Om het jaar met een knaller af te sluiten, zeg maar. Om me echt volledig te kunnen overgeven aan het vakantiegevoel. Nadat ik die succesvolle marathon liep, leek mijn duurloophonger echter gestild. De Hel werd officieel afgelast en ik was best tevreden met de tijd die mij daardoor op een dienblaadje werd aangeboden. Ik bleef uiteraard fietsen en lopen, maar ik voelde niet de behoefte om weer in de duurlopen te vliegen. Dat plan van die 50 kilometer leek dus een stille dood te gaan sterven in mijn hoofd. 

Tot mijn broer weer iets fenomenaal uit zijn benen schudde. In een redelijk competitieloos jaar maakt hij van de nood een deugd om zich aan stevige uitdagingen te wagen. Op 21 november liep hij een Fastest Known Time op de GR Hageland route, een looptocht van maar liefst 151 kilometer in een goeie 14 uur. Samen met Roos fietste ik enkele kilometers mee. We gingen weer dromen van grootse sportieve prestaties in 2021. In zijn podcast van De Jogclub vertelde Seppe nadien dat hij het iedereen zou aanraden zo’n lange looptocht. Mijn idee van een ultraloop op 20 december kreeg daarmee weer een ferme groeischeut en bloeide in alle hevigheid op. Ik hield mijn plan nog voor mezelf omdat ik er nog niet op vastgepind wilde worden. Ik wilde die 50 km echt alleen lopen als ik er heel veel zin in had en niet omdat ik het gezegd had. De laatste schoolweek bleek die zin steeds overtuigender te weerklinken in mijn hoofd. Ik voelde een grote honger naar een stevige sportieve prikkel. Ik wilde weer naar iets toeleven, spanning voelen de dag voordien, wat op mijn voeding letten, opstaan met adrenaline en er dan op uit trekken voor een avontuur. Ik wilde nog eens de fysieke en mentale uitputting voelen om mijn vakantie in te zetten met een comateuze noodslaap en me nadien volledig over te geven aan de ontspanning.

Ik heb geen fotografisch bewijsmateriaal van mijn tocht. Soms moet je gewoon lopen en is al de rest ballast. Bovendien zal ook het verhaal over de totstandkoming van het idee langer zijn dan uitvoering ervan. Ja, ik liep 50 kilometer. Nee, dat verliep niet zonder slag of stoot. De eerste 12 kilometer verliepen snel. Tot ik last kreeg van mijn kleine teen, een winterteen. Wie niet bekend is met dat fenomeen: wees geprezen. Het komt erop neer dat ik bij elke keer dat ik mijn voet neerzette (behoorlijk vaak), een pijnscheut(je) voelde in die gezwollen teen. Ik probeerde dat te negeren. Ik kon mijn ultraloop toch niet laten verpesten door godbetert een kleine teen? Na een kilometer of 20 fietste mama me tegemoet in Korbeek-Lo. Voor al uw noodgevallen, ook tijdens een duurloop, één adres! De zon scheen, het was goed weer en we haalden herinneringen op aan de Hel van Kasterlee. In mijn enthousiasme volgde ik maar met een half oog de vooropgestelde route en had ik bijgevolg niet door dat we een fietsknooppuntenomleiding volgden. We werden kortom gedwongen om routegewijs wat te freestylen.

Plots had ik al 30 kilometer gelopen en voelde ik de hoogtemeters branden in mijn bovenbenen. Achteraf gezien bereikte ik tussen kilometer 30 en 36 het onvermijdelijke punt waarbij je je afvraagt waar je eigenlijk mee bezig bent. Dankzij wat navigeerwerk bereikten we uiteindelijk weer de vastgelegde fietsknooppunten en baanden we ons verder een weg over kasseien en slecht asfalt, vaak voorzien van modder. Met de hoogtemeters en ook de wind had ik niet echt rekening gehouden. De stijfheid nam toe, maar mama die bleef beweren dat daar niets aan te zien was. Ik weet dan nooit goed of dat valt onder een objectief kennersoog dan wel niets ontziende moederliefde. Omdat ik geen idee had of de improvisatie ons kilometers had gekost of opgeleverd, bracht de gps raad. Ik bleek perfect op schema te liggen om de 50 kilometer af te tikken, zonder nog x aantal keer rond de kerktoren te moeten draaien of, in het andere geval, er ruim boven te gaan. Tijdens de laatste kilometers was er weer die zon. Met een grote grijns op mijn gezicht, deels door de vreugde van een geslaagde missie, deels door de stijfheid in mijn bovenbenen, kwam ik thuis aan.

Mijn looptocht was geen puur geluksloopje van begin tot einde. Met momenten was het écht lastig. Anderzijds kan ik ook niet zeggen dat ik het echt heel zwaar kreeg. Ik liep, zonder specifieke voorbereiding, een marathon in 3u37 en mijn 50,5 kilometer uiteindelijk in 4u23 met een gemiddeld tempo van 5’13”. Ik besef dat ik daar echt heel trots op mag moet zijn. Dankzij mijn 50 kilometer kon ik nadien gelukzalig in de zetel neerstrijken, wetende dat ik fysiek en mentaal veel aan kan en dat mijn familieleden me altijd inspireren en steunen, hoe zot het plan ook is, hoe raar en bevreemdend het jaar ook mag zijn. Ik geef mijn broer gelijk, een stevige loopronde: ik kan het iedereen aanraden.

Oh nee, geen Hel van Kasterlee 2020!

Dat de Hel van Kasterlee vandaag niet doorgaat, is erg begrijpelijk: het is 10 graden en droog, mogelijk zelfs zonnig. In de Hel regent het of sneeuwt het, is het grijs en grauw, krijgen de begrippen “modder” en “koude” een tweede en derde dimensie. De Hel is afzien en genieten. Vandaag geen sporthal, geen Ben en Hans, geen strijd en glorie. Vandaag bloedt het sporthart van Team Odeyn en aanverwanten. Dit jaar dus geen uitgebreid verslag over helse ervaringen in Kasterlee. Ik denk dat ik zelfs de modder, de nattigheid en mijn open geschuurd zitvlak zal missen. Naar aanleiding van deze bijzondere dag vuurde ik enkele vragen af op mijn familieleden (inmiddels zijn ze dat gewend). Meermaals kreeg ik te horen: je kan de Hel niet beschrijven, je kan niet uitleggen wat het is als je er nooit bent geweest. Maar kijk, in tijden van crisis doen we toch een poging.

Ik geef eerst het woord aan Valerie, mijn schoonzus, mama van Laurien (4) en Vik (1) en zoveel meer dan de vrouw van Seppe. De week voor de Hel is het voor ons gezin minder druk dan de weken ervoor omdat Seppe dan juist minder traint. Wij zijn dan vooral met het weer bezig en alle mogelijke denkpistes die daarbij horen. Ik ben in die week ook altijd jarig. Afhankelijk van hoe dicht mijn verjaardag bij de Hel valt, is de feestmaaltijd eerder vettig of mager. De dag van de Hel zelf wordt met de jaren juist spannender. Ik geloof altijd in Seppe, aan hem twijfel ik nooit, maar ieder jaar opnieuw moet alles ook meezitten en mag je geen materiaalpech hebben. Het geluk moet altijd aan je zijde staan. Aan elke Hel-editie heb ik een speciale herinnering: ik heb twee keer zwanger langs het parcours gestaan, er was de eerste keer met Laurien en de eerste keer met Vik erbij. Dat maakt het extra bijzonder. Sinds vorig jaar leeft Laurien ook heel hard mee met haar papa. Tijdens de wedstrijd is ze dan wat opgejaagd en vraagt ze altijd: gaat papa winnen? Ze is heel blij als ze mee op het podium mag. 

hel

Ik was er ook bij in 2011 toen Seppe voor het eerst deelnam en meteen derde werd. Die afstanden leken mij toen immens. Ik was toen echt ongerust of dat het wel zou goedkomen. De dag zelf vind ik nu heel tof, die dag gaat ook heel snel voorbij. Er zijn veel mensen die ik één keer per jaar zie en spreek op dezelfde plaats. We worden ook altijd heel vriendelijk ontvangen door Ben en Hans. Ik krijg daardoor altijd het gevoel dat wij mee een deel zijn van Kasterlee. De gezelligheid die de sport daar uitstraalt kan je ook moeilijk uitleggen aan iemand die het nog nooit heeft meegemaakt. Echt uniek. Sinds we kinderen hebben, gaan Seppe en ik niet meer samen naar huis, maar we bespreken onze dag nadien wel heel uitgebreid na. Vanaf de zijlijn kan ik niet inschatten hoe het voor hem geweest is. Seppe vertelt dan hoe hij alles beleefd heeft, want er is veel meer gebeurd dan wat ik gezien heb. Ik vertel dan wie ik gesproken heb en waar de gesprekken over gingen. Hoe vaak Seppe nog zal deelnemen aan de Hel? Geen idee! Zo lang hij er zin in heeft, maar ik denk dat die zin niet snel over zal zijn. Na 10 overwinningen zijn er nog veel ronde getallen te behalen. 

hel4
Seppe aan de start in 2019

Seppe Odeyn  – broer (9 deelnames, 8 zeges)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. winter – modder – feest
2. Wat zal je het meest missen? de hele voorbereiding die afgesloten wordt in de sporthal
3. Wat zal je het minst missen? de stress die eraan voorafgaat
4. Hel-weetjes? in eerste instantie wilden ze de Hel nog extremer maken, de mama van Rob Woestenborghs won één van de eerste edities, de officiële aankomst ligt net buiten de sporthal: als het dus ooit aankomt op een sprint ligt daar de meet
5. Wat ga je vandaag doen? ik ga om 8 uur het startschot geven voor zij die de Hel op eigen houtje doen, ik ga de fietsronde eens lopen om te kijken hoe de Hel geweest zou zijn

DSC03201
Papa in actie in 2018

Jan Odeyn – papa (5 deelnames, 4 x supporter)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. trainen – doen – ondergaan
2. Wat zal je het meest missen? de start en aankomst, de laatste weken als je minder moet trainen en Alma elk weertype positief vertaalt in een voordeel, dat het goed gaat met Seppe en Joke tijdens de wedstrijd, het hoogtepunt als Seppe mij inhaalt en iets zegt, de overdreven positieve aanmoedigingen van Marike bij het laatste lopen en Alma die dan niets zegt omdat het nog lang gaat duren, de pintjes na de aankomst
3. Wat zal je het minst missen? het trainen en ongerust zijn over ziek worden of een blessure krijgen
4. Hel-weetje? i
n de douche herkennen ze me als de pa van Seppe
5. Wat ga je vandaag doen? me bezighouden met mijn modelbouwvliegtuigen

IMG_0603
Seppes overwinning in 2014 toen ik voor het eerst supporter was

Alma Artoos – mama (ontelbare keren supporter)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. familiedag – spannend – kou
2. Wat zal je het meest missen? Het gevoel dat één dag aanvoelt als één lang uur zonder eet- of hongergevoel (of misschien is die dag tijdloos), maar ook omroeper Hans. Het besef dat al die deelnemers helden zijn en daar een heel jaar voor trainden, de eerbied voor elke atleet. Ik vind het totaalpakket van de Hel perfect.
3. Wat zal je het minst missen? de spannende periode ervoor of misschien ook niet
4. Hel-weetje? (noot van de redacteur: mama had zoveel weetjes dat ik een selectie heb gemaakt) Jan en ik hadden op voorhand veel gesprekken over het weer, ik werd echt een meester-voorspeller om hem gerust te stellen: wind droogde de grond uit, regen was ook goed, want het zand kwam vaster te liggen, vriesweer was ideaal, want het zand lag nog vaster, dooi was dan weer goed om de ondergrond terug zachter te maken. Mijn voorspellingen werden alsmaar beter naarmate dat de Hel dichterbij kwam. Ik vertrok van het bestaande weerbericht en zette dat dan om in een gunstige voorspelling.

5. Wat ga je vandaag doen? het wordt een gewone zondag, denk ik. Misschien fietsen naar de Kempen?

FVAS2774

Mark Artoos – onze nonkel, mijn peter (4 deelnames, 1x supporter)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. afzien – genieten – nagenieten
2. Wat zal je het meest missen? vooral de sfeer ter plekke zowel voor, tijdens als na de wedstrijd, maar misschien nog leuker is de roze wolk de week erna en de vele verhalen van andere deelnemers en supporters: daar kan je nog lang van nagenieten
3. Wat zal je het minst missen? de trainingen van de maand november, die zijn lastig omdat je al zolang bezig bent en omdat het ook de zwaarste zijn, het weer is dan niet zo aangenaam meer en dan ben ik het trainen echt beu!
4. Hel-weetje? bij darmproblemen en een gebrek aan wc-papier kan een geschreven kerstlijstje van Marike ook een oplossing zijn
5. Wat ga je vandaag doen? sporten, want de training voor de Hel 2021 begint!

YGBX6086
Die zusjes van mij, zelfs goedlachs in regenponcho

Roos Odeyn – zus (8x supporter, waarvan 2x als mijn coach)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. familie – emotie – sport
2. Wat zal je het meest missen? De hel is een bijzondere dag. De fierheid op je familie. De pracht en kracht van een sport die je een hele dag kan aanschouwen, want het zijn zotten! Dat iedereen die over de rode loper naar binnen loopt een held is.
3. Wat zal je het minst missen? de eigen organisatie van kledij, voeding, drank, fietsen, lichten en voldoende batterijcapaciteit, het lege gevoel de dag erna: doodmoe en nog vol emoties 
4. Hel-weetjes? wij hebben altijd een fietstas vol zelfgemaakte wafels van Marike bij en als je heeeeeel vroeg komt, kan je gewoon aan de sporthal parkeren

5. Wat ga je vandaag doen? Herinneringen ophalen, beetje treuren. Blij zijn dat ik niet zo vroeg op moet staan.

DSC03200
Ikzelf in actie (lachend?!) in 2018

Marike Odeyn – zus (7x supporter, waarvan 5x als coach van papa)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. kou – familie – spanning
2. Wat zal je het meest missen? picknick maken, vroeg vertrekken en dan mama zoeken om een eerste update te krijgen over het wedstrijdverloop, het moment dat de familieleden gefinisht zijn, ze tevreden zijn over hun prestatie en het gevoel dat het dus ook een goed kerstfeest zal zijn
3. Wat zal je het minst missen? kou, modder, het gevoel dat je iets heel belangrijk aan het vergeten bent
4. Hel-weetje? Als ik mama bel om haar te vragen waar ze is, dan ziet ze mij meestal staan, maar ik haar niet, dus dan roept ze door de telefoon. Ik ben hier! Nee! Nee, hier! Je bent niets met die aanwijzingen door de telefoon.  

5. Wat ga je vandaag doen? bakken of in de tuin werken

hel6
Seppe op het podium in 2018, wat zullen we ook de Sikke (toen de nummer 3) missen!

Peter Dries – Kempenaar en partner van Marike (6x supporter)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. familiefeest – tijdschema’s – motivatiecoaches
2. Wat zal je het meest missen? de emotionele ontlading en de tranen van ontroering als ik mijn schoonbroer over de meet zie komen als winnaar, trots en opgelucht dat na weken meeleven je eindelijk weet: hij doet het, hij doet het!
3. Wat zal je het minst missen? het vroege opstaan, mijn wagen die stonk naar zure melk nadat Marike vergat om het dopje goed op de melkfles te draaien
4. Hel-weetje? ik moest eens naar Heist-op-den-Berg rijden toen Marike haar handtas op de veloroute had laten staan, uitslapen was geen optie 

5. Wat ga je vandaag doen? het stalen ros van stal en mountainbiken!

hel2

Wat ik vandaag zelf ga doen? Ik ga het gemis proberen weg te lopen, door nog eens een echt lange looptocht te ondernemen. Ik denk aan mama’s wijze woorden: die Hel mogen ze ons echt geen twee keer afpakken! Amen.

Loperspraat – En hoe is het nu met de zussen?

Aan sportieve plannen geen gebrek het afgelopen jaar. Het schoentje wrong echter bij de mogelijkheid om ze uit te voeren. Zo werd 2020 niet het jaar van de zussenmarathon en ook niet het jaar van Marikes kennismaking met de 10 Miles, althans niet de evenementenvariant van die middellange afstand. Het was uiteindelijk een jaar om eens zo hard te genieten van het feit an sich dat we zo nu en dan met ons drietjes (viertjes) mochten en konden lopen. Zondag was één van die schaarse momenten. We maakten gezusterlijk nog eens kilometers met Leah in de buggy. Ondanks de wind, de berg op en de modder was het een loopje om de batterijen weer helemaal mee op te laden. Met mijn zussen lopen, dat is namelijk altijd een klein feestje. Als kinesitherapeut en ergotherapeut zijn zij bovendien zorgwonders in barre tijden. Ik geef hen dus graag het woord om te vertellen hoe het hen sportief vergaat.

Hier hoor je Roos: ik heb sinds kort last van mijn heup, dat is gekomen door de klompen die ik moet dragen als ik op de Covid-afdeling van het ziekenhuis werk. Als ik loop, merk ik niks van die heup, maar ’s avonds speelt het wel op. Ik denk dat ik dus eens een bezoekje aan de kine moet brengen. Ook zonder wedstrijden of evenementen ben ik de afgelopen periode blijven lopen volgens mijn vast patroon, zo tussen de 30 en 40 kilometer per week. Ik loop geen echt lange afstanden en ook voor de intervaltrainingen pas ik voorlopig. Ik heb wel het idee dat ik in vorm ben als ik nu een wedstrijd zou lopen. Door alle maatregelen leef ik volgens een strak ritme en ben ik altijd goed uitgerust. Ja, er zit dus wel wat in de tank, denk ik.

Ik heb nog geen doelen voor 2021 gesteld. Als ik één wedstrijd van ons repertoire zou moeten kiezen, dan zou ik gaan voor de La Chouffe trail in Houffalize in de zomer. Dat is ook ons familieweekend en dus een hele happening. Zo’n trail lopen doet ook minder pijn dan al die snelle wedstrijden. De 10 Miles in Antwerpen zou ik eigenlijk ook wel heel graag lopen omdat dat gewoon al langer geleden is. Symbolisch zou het heel mooi zijn als de CPC Loop in maart door kan gaan omdat dat de laatste wedstrijd waar we dit jaar aan konden deelnemen. Ik weet ook wel dat dat niet realistisch is. We hebben het dit jaar al zo vaak gehad over die wedstrijd omdat het één van de enige is die we nog kunnen nabespreken. Wat ik mis aan wedstrijden lopen? Dat gevoel om eens echt diep te gaan, dat je de dag nadien wat stijfjes bent, de euforie ook die je dan voelt, de nabespreking en uitgebreide analyse. En natuurlijk ook het uitstapje dat je dan hebt, een dag weg zijn, daar wat rondhangen, de hele beleving van samen met andere lopers te zijn. Zien lopen doet lopen. Dat geeft je loopleven echt een boost.

Ik fiets nu ook elke week regelmatig. Dankzij de fietsknooppunten-app ontdekte ik al mooie routes in de omgeving. Ik werd ook al door veldwegen gestuurd. Niet ideaal als je met een gewone koersfiets rijdt. Op de fiets heb ik echt altijd koude voeten. Mijn fiets is ook heel snel vuil omdat ik geen spatborden heb. Dat vraagt dus wel wat onderhoud. Inline skaten is met dit weer ook echt geen optie. Modder en regen zijn slecht voor de wieltjes. Bij lopen is het weer minder bepalend.

Dit is wat Marike vertelt: ik ga nu meestal ’s ochtends lopen op nuchtere maag. Dat is voor mij gemakkelijk omdat ik dan geen rekening hoef te houden met mijn eten. Ik reageer namelijk allergisch op gluten in combinatie met een inspanning en kan dus 4 uur voor ik ga lopen geen gluten eten of ik heb het zitten. Het nadeel van ’s ochtends lopen, is dat het niet echt vooruit gaat. Ik heb al wel geprobeerd om te versnellen, maar dat ging echt niet. Omdat ik ook allergisch ben voor de kou is fietsen in de winter voor mij geen optie. Op zondag ga ik soms nog met Leah in de buggy lopen. Dat is nu ook wat ingewikkelder met haar maaltijden, het vraagt wat meer denkwerk. 

Ik weet nog niet echt wat ik in 2021 wil doen op loopgebied. Waarschijnlijk zullen mijn zussen wel weer een uitdaging bedenken en dan kan ik me daarvoor inzetten. Ik vond het wel jammer dat de 10 Miles dit jaar niet door kon gaan. Daar had ik echt wel naartoe geleefd en getraind. Ik heb die 16 kilometer wel snel op m’n eentje kunnen lopen, dus ik voel nu de stress om dat dan beter te doen tijdens een evenement. We zien wel wat het geeft. Dat we dit jaar geen marathon hebben gelopen, vind ik op zich niet heel erg, want daar was ik helemaal niet mee bezig toen het land in lockdown ging en alles werd afgelast.

Bedankt voor de update, zusjes! Ik kijk al uit naar ons volgende samen-loopje!

De gedachte – De tragiek van de steenweg

De steenweg: Vlaams, Vlaamser, Vlaamst. Een functionele verbindingsweg die steden of gemeentes met elkaar verbindt, waar grijs, grauw en groen elkaar ontmoeten, waar levens elkaar routineus kruisen, waar de auto nog steeds baas is. Voor ik hier steenwegen of liefhebbers ervan beledig: ik heb het hier over mijn steenweg, de Tiensesteenweg. Tegenwoordig heb je namelijk ook mooie, leefbare steenwegen die niet langer typerend Vlaams aanvoelen. Dat gaat helaas niet op voor de steenweg tussen mijn woonplaats rond Tienen en mijn werk in Leuven. Sinds ik in het voorjaar verhuisde, bracht ik elke werkdag een uur of twee door op de steenweg. Ik stap ’s ochtends in alle vroegte op mijn zwaarbeladen (volledig door beenkracht aangedreven) stadsfiets om 20 kilometer naar mijn werk te fietsen. 15 kilometer daarvan spendeer ik op steenwegterrein. En na schooltijd fiets ik uiteraard weer naar huis. De afgelopen maanden kreeg ik kortom uitgebreid de tijd om het steenwegleven te observeren. Het leven op de steenweg dat ligt nooit stil.

IMG_3917b

Voor ik jullie uitleg wat mij zo fascineert aan de steenweg, beantwoord ik een veelgestelde vraag: dagelijks 40 kilometer op een glooiende steenweg fietsen, is dat niet vreselijk lang en vermoeiend? Ik geef daarop steeds het ietwat filosofische antwoord: nee, dat is geen opgave omdat het in mijn hoofd niet lang is. Kijk, de eerste week dat ik de fietstocht naar mijn werk ondernam, was ik continu bezig met de weg en vooral met hoe ver het nog was. Ik zat nog niet in de routine, dacht nog te veel na. Ja, toen heb ik dus best wel gezucht, gevloekt en gefrustreerd op mijn pedalen gestampt. Ironisch genoeg reed ik juist die eerste weken ook belachelijk snel. Mijn record (ahum) verbeteren was namelijk een bezigheid die voor afleiding zorgde. Hoewel dat resulteerde in belachelijk snelle fietstochten, moet ik er inmiddels niet meer aan denken om wedstrijdgewijs naar school te fietsen. Nu is het kinderlijk eenvoudig: ik stap op de fiets, ik duw op mijn pedalen en ik kom thuis aan. Soms met wind en regen. Soms met de zon. Maar ik kom altijd thuis aan. 

IMG_3900b

Van thuis uit is de weg náár de steenweg een droom van een fietspad die 4,5 kilometer duurt. Denk: een volledige afgescheiden én nieuw aangelegd pad langs het groen. De steenwegpret of -miserie begint onder de naam Leuvenselaan, dat wordt de Leuvensesteenweg om dan onvermijdelijk te veranderen in dé Tiensesteenweg. De logica achter de naamgeving kan de erbarmelijke fietsinfrastructuur niet verhullen. Armoe troef vat het zowat samen. Het grootste deel fiets ik tussen lijnen de naam fietspad niet waardig. Uitgerekend voor dit gegeven schopte “moordstrookje” het met enig cynisme tot Woord van het Jaar in 2018. Het wegdek bevindt zich bovendien ook nog eens in slechte staat, waardoor ik scheuren, barsten en bobbels moet trotseren. Als zwakke weggebruiker moet ik altijd alert zijn, heb ik ogen in mijn rug en fiets ik met een fluohesje en fietshelm in de hoop dat ik daardoor voldoende beschermd ben tegen (vracht)verkeer dat veel te dicht langs mij voorbij raast.

IMG_3891b

Ik verbaas me nog dagelijks over de diversiteit aan handelszaken die de steenweg huisvest. Voor de hand liggend zijn de medische en paramedische praktijken, de frituren, bloemenwinkels, broodjeszaken en krantenwinkels. Er is echter ook een speciaalzaak voor danskleding, een casino en zelfs een rendez-vous hotel. Met een totaal van 12 stuks zijn de kapperszaken het best vertegenwoordigd. Een bijzondere vermelding gaat naar Bajwa’s nachtwinkel die onder de noemer “algemene voeding” respectievelijk “tabak, alcohol, groenten en fruit” verkoopt. Na verloop van tijd kreeg ik ook inzicht in het mierennest aan gewoontes dat de steenweg herbergt. Kinderen wachten op de bus, werkmannen in hun camionette. Er is de man die op zijn balkon staat te roken (er wordt echt heel veel gerookt op de steenweg), het pubermeisje dat eenzaam op de schommel zit in een kale tuin, het meisje met de roze jas op de te kleine fiets en de kat die alles nauwlettend in de gaten houdt vanachter het raam. De alledaagsheid van de steenweg vind ik nog steeds boeiend. Vraag me niet waarom. 

IMG_3894b

Minder alledaags zijn de magische steenwegmomenten die ik al beleefde. Die hebben altijd te maken met de natuur die ook bijzonder goed vertegenwoordigd is. In september zag ik tientallen ooievaars op lantaarnpalen zitten die in Kumtich (of all places!) hadden overnacht tijdens hun trek naar het zuiden. Ik zag al prachtige zonsopkomsten. Ik zag een betoverend in mist gehuld landschap. Ik zie dagelijks stoere bruine koeien, een merrie met veulen en een weide vol witte herten. Ook toen ik foto’s maakte om deze tekst van beeldmateriaal te voorzien, viel het me op hoeveel pittoreske plaatjes ik kon schieten. Van de natuur, maar ook van de prachtige woningen, de ene al bewoonbaarder dan de andere, die het steenweglint van een sierlijke touch voorzien. Vergis u niet: de steenweg an sich is lelijk, de streek die hij doorkruist is dat geenszins.

IMG_3907b

Ik was eerst van plan om het te hebben over de romantiek van de steenweg. Omdat er heus ook wel hoffelijkheid bestaat. Omdat er dezer dagen heel wat symbolen van verbindende aard te vinden zijn. Maar vooral omdat ik toch wel een klein beetje heel erg van mijn lelijke steenweg ben gaan houden. Het kleinmenselijke dat de steenweg biedt, staat echter in schril contrast met de groezelige en ronduit levensgevaarlijke kant van dat fameuze grijze lint. Een informatiebord langs de weg leerde mij dat er in de maand oktober maar liefst 612 zware boetes werden uitgedeeld op een plaats waar je 70 km/u mag sjezen. Er zijn te veel roekeloze chauffeurs die de steenweg voor Francorchamps aanzien. Het mag dan ook niet verbazen dat ik al meerdere aanrijdingen zag. Daarbovenop is er ook heel veel werfverkeer, (langs de steenweg wordt altijd gewerkt), waardoor er behoorlijk wat bouwmateriaal in de berm belandt. Je zal als fietser op de moordstrook maar een gyprocplaat tegen je hoofd krijgen. Ik zie veel te veel road kill dan goed is voor mijn gevoelig dierenzieltje. Ik voel plaatsvervangende schaamte voor het zwerfvuil in de berm, het wc-papier dat in de struiken hangt en de vuilniszakken die worden gedumpt. De steenweg is een plaats waar de mens zich ook van zijn smerigste kant toont.

IMG_3913b

Ondanks dat tragische aspect ben ik gehecht aan de steenweg omdat ik er als eenzame fietser soms kromgebogen over haar stuur in alle anonimiteit kan opgaan in het landschap. Stevig ingepakt vanonder mijn fietshelm durf ik al eens luidop meezingen en zelfs gesticuleren. Ik kan intens genieten van de muziek die ik op de heenweg luister en de podcast op de terugweg. Heel soms moet ik de neiging onderdrukken om kei hard te schreeuwen: zwijg nu allemaal eens! Hoe tegenstrijdig het ook klinkt, die steenwegruis bezorgt mij op de één of andere manier een dagelijks rustmoment van en naar mijn werk. De steenweg en ik, we zijn aan elkaar overgeleverd. Tussen ons is het van moeten, maar daarom niet minder van harte.

IMG_3422b

 

De muziek – Over een jaar op Spotify

Ik zeg wel eens dat ik in de digitale prehistorie leef aangezien ik er een stormachtige haat-liefde verhouding met mijn laptop, tv en smartphone op na hou. De tijd die ik achter schermen doorbreng, is best vermakelijk en informatief, maar het zijn mijn boeken die me diep weten te raken. Ook mijn iPhone is een geweldig tof speeltje dat ik tegelijkertijd wel eens uit het raam zou willen keilen omdat het constant een overdaad aan prikkels op me afstuurt. Zo kan ik gerust een keer of 50 per dag het weerbericht checken. Totaal overbodig. Ik heb bovendien een hekel aan apps en het feit dat ik er te pas en te onpas eentje moet installeren. De digitale wereld is voor mij zowel een bron van kennis en vertier als van onrust.

Tot een jaar geleden was ik op muzikaal vlak uitgerust met een uit de kluiten gewassen (lelijke) retro cd-speler mét cassettedeck. Een klep openen en een cd’tje opleggen: ik zag eerlijk gezegd het verschil niet met al die hipsters die zweren blij hun platenspeler. De tand des tijds kreeg echter steeds meer vat op mijn cd-speler. Hij kon steeds minder cd’s lezen en afspelen. Ik zat kortom met een bakbeest van een toestel in huis waar ik slechts een heel beperkte selectie muziek mee kon afspelen. Ik besefte dat de tijden waren veranderd. Daarom kocht ik een hoogwaardige Ultimate Ears BOOM 2 box en maakte ik in een wip en een zucht een Spotify-account aan. Zowel de kwaliteit als de kwantiteit van mijn muziekbeleving steeg exponentieel. Spotify leek de hemel op aarde voor mijn brede muzikale smaak. Ik was verkocht.

Ik ben nog steeds verkocht, laat daar geen twijfel over bestaan. Ik zou echt niet meer zonder Spotify kunnen. Voor 120 euro per jaar heb je met een premium account toegang tot een onuitputtelijke bron van muziek: oldies, popmuziek, klassiek, opera, podcasts en het zwaardere werk… je vindt het er echt allemaal. Ik beleefde één van mijn eerste vreugdemomentjes toen ik het album Famous Blue Raincoat van Jennifer Warnes opdiepte dat op cd uitkwam in 1988 en inmiddels dus totaal onvindbaar is in schijfvorm. Hetzelfde geldt voor het album Vandaag uit 2004 waarin wijlen Yasmine met verve liedjes van grootmeester Leonard in het Nederlands brengt. Gewaagd, maar geslaagd! Om maar te zeggen: je vindt écht alles op Spotify. Al snel vulde ik de schappen van mijn digitale bibliotheek met mijn muzikale helden: Florence, Hozier, Spinvis en Leonard om er maar enkele te noemen. Ook begon ik afspeellijsten samen te stellen met de veelzeggende titels oldies, Frans, hits en film. Recent maakte ik voor en met Roos de afspeellijst Lastig gesprek aan met welklinkende nummers als Great War, We Drink Your Blood en Stand Up and Fight. Zei ik al dat Spotify echt een schatkamer aan muziek is?

Gaandeweg begon ik mijn cd’s wel een beetje te missen. Cd-rekken vind ik doorgaans afgrijselijk in een interieur, maar dat neemt niet weg dat ik lades vol heb met schijfjes waar ik nooit afscheid van zal kunnen nemen. Het album So Far, So Good van Bryan Adams bijvoorbeeld, dat ik kreeg toen ik een jaar of 15 was. Mocht je er nog aan twijfelen: Bryan Adams is nog altijd top. Hij katapulteert me recht naar mijn tienerjaren toen een cd nog een waardevol object was waar je makkelijk 800 Belgische franken voor kon neertellen, een slordige 20 euro. Ik denk nostalgisch terug aan hoe ik ging rondneuzen in cd-winkels om te kijken voor welk plaatje ik kon gaan sparen. Ik herinner me ook nog bijzonder goed hoe ik me 2 jaar geleden naar de cd-winkel haastte toen de nieuwe van Florence was uitgekomen. Ik mis kortom het tastbare aspect van een cd. Dat je echt iets in handen hebt, een folie die je moet losprutsen, een boekje met lyrics en artistieke foto’s en het gezoem van de speler vlak voor het eerste nummer weerklinkt. Spotify maakt alles zo gemakkelijk voor mij dat ik het muziekwereldje ook minder moet volgen. Met een simpele druk op het scherm kan ik namelijk een nieuwe plaat van een favoriete artiest meteen beluisteren. Muziek is zo vanzelfsprekend en toegankelijk geworden dat er ook een stukje magie verdwenen is. Dat vind ik best jammer.

Dit jaar schreef ik hier opvallend minder over muziek. Deels valt dat te verklaren door de uitzonderlijke status die dit jaar met zich meedraagt: er zijn nu eenmaal minder bijzondere momenten, want alles kabbelt een beetje verder. Geen loopevenementen en uitjes met de familie die voorzien worden van een unieke soundtrack. Er is dus minder muziek verankerd in mijn geheugen. Bovendien zorgt ook de overdaad van Spotify er voor dat ik uren per dag naar een mix van muziek kan luisteren. Ik ben niet meer gebonden aan één album in één volgorde, maar aan een collectie die geshuffled wordt. Individuele nummers krijgen daardoor minder kans om eruit te springen. Alles wat ik luister is zogenaamd een favoriet. Het overzicht dat Spotify me recent bezorgde (2020 wrapped) met mijn meest beluisterde nummers van het afgelopen jaar bevestigt dat: het is een mix van alle nummers uit de lijsten (en albums) die ik vaak heb geluisterd. Toen ik in mei verhuisde ging ik plots zonder muziek lopen. Aanvankelijk was dat puur om praktische redenen, inmiddels heb ik echt geen behoefte meer aan muziek tijdens het lopen. Simpelweg omdat ik al vaak genoeg muziek luister, thuis of op de fiets. Ironisch genoeg leerde ik dus door Spotify dat het soms ook heel fijn kan zijn om helemaal geen muziek te beluisteren. Omdat ik dan beter kan horen wat er in mijn hoofd omgaat. Lang leve de muziek! Lang leve de stilte!

Het moment – Klein geluk #3

Oh ja, ik heb soms het gevoel dat de wereld naar de verdoemenis is en bijgevolg ook mijn eigenste leven. Reden te meer om stil te staan bij alles wat mij vervult met blijdschap, bij alles wat voldoening geeft en mijn mondhoeken naar boven tilt. Bovendien wachtten mijn lente– en winterverzamelingen van kleine gelukjes smachtend op een herfstvariant, uiteraard gekleurd door de huidige coronaperikelen. Carpe diem, count your blessings of probeer blij te zijn met wat er wél is. Hier gaan we.

  • de zon die onverwacht of harder schijnt dan het weerbericht voorspelde
  • steeds meer loop- en fietsroutes ontdekken waardoor ik beetje bij beetje een gedetailleerder beeld krijg van regio 3300 waar ik nu een half jaar woon
  • de natuur in de Grote Getevallei, een oase van rust
  • bescheiden modderspetters op mijn kuiten die me onder de douche het gevoel geven dat ik vuil ben, maar die niet zo talrijk zijn dat je overal in huis modder terugvindt
  • alle gerief van de Nike Trail collectie, ik word er heel hebberig van
  • met wat koud op het lijf gaan lopen, na een kilometer volledig opgewarmd zijn en als je dan thuis aankomt, je niet meer kunnen voorstellen wat “het koud hebben” betekent
  • na een looprondje zoveel inspiratie hebben dat ik hijgend boven een schrift sta om al die fantastische ideeën op te schrijven
  • een eekhoorn die gezwind de weg oversteekt of een koe die me sympathiek nastaart
  • loopkilometers tijdens vrije momenten op school met mijn sportieve collega’s Bart en Murielle
  • de leerlingen terugzien na de herfstvakantie en luisteren naar hun besoignes
  • de creatieve werkjes die mijn vierdejaars maakten over een boek, de trots op hun gezicht als je daar vol bewondering naar kijkt
  • een jongen die niet graag leest horen vertellen dat hij Het is de liefde die we niet begrijpen van Bart Moeyaert echt een goed boek vond omdat hij er veel over kon nadenken
  • de podcast Drie boeken beluisteren op de terugweg van school, hierdoor zoveel boekeninspiratie opdoen dat ik bij thuiskomst meteen naar mijn ongelezen-kast sprint om er enkele titels uit te vissen
  • boekenplannen maken, nadenken over welke boeken ik wil kopen en lezen, altijd maar lezen, altijd ook méér willen lezen
  • lezen en meteen aansluitend gaan lopen, waardoor ik het gevoel heb dat ik nog in dat boek aan het lopen ben 
  • koken met de crown prince, de koning der pompoenen
  • berekenen wat de maximale afmetingen van mijn kerstboom kunnen zijn: dit jaar zie ik het groots
  • ondanks alle maatregelen toch uitkijken naar de gezelligheid in eigen huis van de kerstperiode
  • kaartjes sturen: altijd een goed idee!
  • FaceTimen met Marike en Leah, die dan vaak in een wilde bui is 
  • creatieve projecten en nieuwe plannen maken met Roos, u hoort nog van ons!
  • wat kilometers mee fietsen met mijn broer Seppe tijdens de 151 kilometer lange looptocht (dit is geen typefout) door het Hageland die hij zaterdag aflegde in een goeie 14 uur: zowel zot als inspirerend
2_22021123_odeyn_FKT
Foto: Robrecht Paesen @ Be Movi

Het boek – Lezen in tijden van lockdown #3

Ik had er in het voorjaar niet echt rekening mee gehouden dat er ook een najaarslockdown zou volgen. Noem me naïef, maar ik dacht echt dat iedereen er alles aan zou doen om te vermijden dat het land weer gedeeltelijk op slot zou gaan. IJdele hoop, zo bleek, want onze wereld is weer een stukje kleiner geworden. De enige meevaller is dat de boekhandels en creawinkels nog open zijn, net zoals de scholen. Ik mag dus nog deeltijds in het echt lesgeven. Tijdens de herfstvakantie vermeed ik maar liefst een volle week alles wat met school te maken had. Ik sloot de media buiten en stortte me helemaal op mijn boeken. Ik las veel. In mijn bed, in de zetel en zelfs staand terwijl de kookpotten op het vuur stonden. De dag beginnen met een boek is voor mij de ultieme vorm van vakantiemodus. Door mijn bewuste kluizenaarschap voelde mijn inner lone wolf zich helemaal opbloeien. Ik las fantastisch mooie boeken die me toch wat verweesd achter lieten, waardoor de eenzaamheid soms des te harder insloeg. Met veel plezier stel ik jullie drie boeken voor met een onvergetelijke loner of eenzaat als hoofdpersonage. Bovendien spelen ze ook alle drie op vernuftige wijze met de grenzen tussen fictie en non-fictie.

IMG_3806b

De thuiskomst – Anna Enquist
Leen Demaré tipte dit boek in de podcast Drie boeken (eveneens een aanrader!) van Wim Oosterlinck. De insteek van de loners stal ik trouwens ook van haar. In De thuiskomst (2005) kijk en voel je als lezer door de ogen van Elizabeth Batts, beter gekend als Elizabeth Cook, vrouw van ontdekkingsreiziger James Cook die in de 18e eeuw drie grote wereldreizen ondernam. Anna Enquist deed grondige research naar de Cooks. De feiten die ze verhaalt zijn dan ook historisch correct. Op basis daarvan gaf ze een stem en kleur aan het personage van Elizabeth, een “vrouw van” die jarenlang thuis zit te wachten, al dan niet zwanger. Terwijl haar man de wereld vastlegt op kaart en leiding geeft aan een scheepscrew, runt zij een huishouden met jonge kinderen. In totaal krijgt ze zes kinderen die allemaal op jonge leeftijd sterven. Elizabeth overleeft niet alleen al haar kinderen, maar ook haar man.

Het perspectief van De thuiskomst prikkelde mij meteen: het zal je maar overkomen dat je man ontdekkingsreiziger is. Allereerst vond ik het historisch perspectief verrijkend. De 18e eeuw is absoluut een zwakke plek in mijn algemene (literatuur)kennis. Ik wist amper iets over James Cook en de wereld waarin hij leefde. Wat dit boek echter uitmuntend maakt, is de kracht van Anna Enquist om de personages van James en Elizabeth tot leven te wekken. Ik leefde echt in hun wereld. Ik voelde hun strubbelingen en onzekerheden. Hun herkenbaarheid greep me bij de keel. Elizabeth is een vrouw waarvan je aanvankelijk denkt dat ze het leven moet ondergaan. Ze wil zijn als het gras, dat moet meebuigen en niet star mag zijn, want dan breekt het. Ze gaat gebukt onder verlies dat ze amper kan delen met haar man. Tussen het echtpaar voel je een liefdevol spanningsveld. Ze kijkt uit naar James’ thuiskomst, maar door zijn jarenlange afwezigheid als geroemde avonturier is hij ook een vreemde voor haar. De ingetogen Elizabeth ontpopt zich echter als een krachtige vrouw die zich niet moedwillig neerlegt bij haar levenspad. Dat resulteert in een indringende levensgeschiedenis waarin alle emoties aan bod komen, een verhaal ook dat je blijft verrassen. De thuiskomst is één van de beste romans die ik ooit gelezen heb.

IMG_3807b

Het jaar dat Shizo Kanakuri verdween – Franco Faggiani
We schrijven het jaar 1912. De Olympische Spelen vinden plaats in Stockholm en de 21-jarige Shizo Kanakuri mag Japan vertegenwoordigen op de marathon, toen nog 40,2 km lang. Hij onderneemt een reis van 18 dagen van het Japanse platteland naar Europa. Shizo Kanakuri is een beloftevolle, maar allesbehalve professionele atleet, wiens besttijd op de marathon de snelste was van alle deelnemers. Zijn marathon loopt echter niet volgens plan (als dat er al was): de onervaren Shizo stapt uit de race en duikt onder omdat hij zich diep schaamt over zijn wanprestatie. Hij durft zijn familie niet onder ogen komen en slaat op de vlucht. Uiteindelijk komt hij weer in Japan terecht waar hij zich terugtrekt in de natuur om daar als zelfverklaarde kluizenaar te gaan wonen. Hij verschijnt pas terug onder de radar als hij een bejaard man is die de kans krijgt om zijn marathon uit te lopen en dus zijn eer te herstellen. Vergis je niet: dit is een waargebeurd verhaal. De Italiaanse auteur Franco Faggiani fictionaliseerde het en vult in wat er precies gebeurde tijdens die marathon en hoe het Shizo, ver weg van alles, verging.

Dit is zo’n boek waarvan ik meteen dacht: dit is mij op het lijf geschreven. We hebben de overweldigende natuur, een loner in de bergen én de heroïek van de marathon die vakkundig worden samengebracht door een Italiaans auteur. Wel, het heeft mijn verwachtingen ruimschoots overtroffen. Ik verzonk helemaal weg in de sprookjesachtige wereld van het kersenbomenbos waar Shizo een huis bouwt. Ik voelde de impact die de natuur en de eenzaamheid kunnen hebben. De natuur die zowel vrijheid als gevangenschap symboliseert. Ik herkende de bevrijding en de eenvoud zelve die lopen kan zijn. Het jaar dat Shizo Kanakuri verdween is een magistrale roman die ik nog lang voelde nazinderen. Hardlopen neemt alles weg wat overbodig is, het legt dingen bloot, het benadrukt wat je kunt, op elk moment dat je je ene voet voor de andere zet.

IMG_3810b

Het boek Daniel – Chris De Stoop
Sommige boeken moeten geschreven worden, ook al bijten en schuren ze langs alle kanten. Het boek Daniel is er zo eentje. Journalist Chris De Stoop vertelt je het volledig waargebeurde relaas van de gewelddadige dood van zijn oom Daniel. In 2015 kwam die om het leven op het Waalse platteland. Hij wordt als 84-jarige eenzaat het slachtoffer van een losgeslagen jeugdbende. Ze overvallen hem met geweld op zijn verlaten boerderij, beroven hem van zijn geld, maar ook van zijn waardigheid. Een week later steken jongeren de boerderij in brand en wordt het verkoolde lichaam van Daniel teruggevonden. Chris De Stoop is gechoqueerd door de gebeurtenissen, die amper media-aandacht krijgen. Hij besluit in 2019 de verdediging van zijn oom op zich te nemen in een rechtszaak. De jonge daders zijn inmiddels prille twintigers. In dit boek reconstrueert De Stoop Daniels leven, diens laatste dagen, het verloop van het onderzoek en de rechtszaak. Tot slot vertelt hij ook over de gesprekken die hij had met enkele daders.

Je kan je afvragen wie de échte loner is: Daniel die zich verwijderde van de maatschappij en amper nog contact had met de buitenwereld of Chris De Stoop zelf die het moederziel alleen moet opnemen voor de vereenzaamde boer. Ook als de daders uiteindelijk worden gestraft, kan je daar niet blij of opgelucht om zijn. Er is te veel blootgelegd. De Stoop schreef een onomfloerst eerbetoon aan zijn oom en diens eenvoudige levensstijl. Tegelijkertijd schetst hij een beklijvend portret van jongeren met een losgeslagen moreel kompas, de ontmenselijking van een slachtoffer en het schielijk te kort schieten van de maatschappij. Hij doet dat zonder te oordelen. Op elke pagina bleef ik hopen dat het verhaal toch een andere wending zou nemen. Ook na het laatste gesprek met één van de daders blijf je met een wrang gevoel achter. Het boek Daniel vertelt een pijnlijke waarheid, maar juist die moet ook gehoord worden.

IMG_3804b