Het moment – Tour de Trail #1 in Zwitserland

Vakantie! Dat is lezen en vooral niet te veel willen doen. Het leven laten gebeuren, proeven van een andere omgeving om daar dan weer nieuwe gewoontes op te bouwen. In mijn geval toch. 4 jaar op rij ging ik in de zomer naar mijn geliefde Den Haag. Ik kon er verblijven in het fantastische huis van mijn neef Maarten. Toen ik niet alleen meer was, kwam Hans mee. Onvergetelijke zomers beleefde ik in Den Haag. Dankzij Hans kreeg ik ook de kans om mijn horizon wat te verbreden. Zo liepen we de marathon in Milaan en kwam ik eindelijk eens Italië. Wat een ervaring! Vorig jaar trokken we voor een lang weekend naar Zwitserland om iets van de UTMB mee te pikken. Het camperavontuur smaakte naar meer en zo kreeg onze vakantie voor de zomer van 2026 vorm. Met dank weer aan Hans, want die heeft én camperervaring én organisatieskills om een mooi reisje in elkaar te steken. Ik moest enkel enthousiast zijn en foto’s van campings bekijken.

We zijn 2 weken weggeweest met Benny, onze gehuurde camper. De reis was een combinatie van bergen en een beetje stad, van Italië en een beetje Zwitserland. Van tijd om te niksen en te hangen en tijd om er sportief eens heel serieus op uit te trekken. Dit meisje van de zee zou kortom helemaal ondergedompeld worden in de pracht van de Alpen. Ik beloof dat het een lang en meerdelig verhaal zal worden, maar ik kan nu al heel kort zeggen: ik ben verkocht! Ik ben zot van de bergen, ik ben gefascineerd door de chaos van Italië en het leven in het dal. We hebben zoveel ongelooflijk indrukwekkende dingen gezien. Zoveel boeiende levens zijn onze weg gekruist. Ik denk er nog dagelijks aan en kan nog heel lang teren op al die indrukken.

Laat ik beginnen bij het begin. We zouden op 4 plaatsen verblijven. In Milaan zouden we slechts één volledige dag zijn en stond er dus geen sportieve activiteit op de planning. De 3 andere verblijfplaatsen vormden het unieke decor voor een drieluik in de Alpen. Ook hier gaat weer alle applaus naar Hans die 3x een route uitstippelde, telkens tussen de 20 en 25 km. In de bergen ben je daar al gauw een dag mee bezig. Het is misschien gek om uitgerekend in je vakantie zo’n sportieve onderneming aan te gaan. Conditioneel kunnen we dat prima aan en is het voor ons een uitgelezen kans om trails te lopen in “de echte bergen”. Bovendien kan je op relatief korte tijd heel veel gezien hebben van dat berglandschap, net wat meer dan aan een gemiddeld wandeltempo.

Onze eerste bestemming: Martigny in Zwitserland! Bij de trouwe lezers doet dat wellicht een koebelletje rinkelen. In augustus was ik er nog niet klaar mee. Ik moet nog een keer terugkomen. En of het een blij weerzien was, mensen! We dronken onze geliefde Petite Arvine bij l’Adresse alsof we nooit écht waren weggeweest. Er was nu tijd om meer van “de stad” te zien en van “de Zwitser” die er woont. Martigny samenvatten is niet zo moeilijk. De stad heeft één winkelstraat (met boekenwinkel) en één gezellig plein, daar vind je de enige gebouwen met historisch karakter. Voor de culturele beleving moet je bij Fondation Gianadda zijn. Vorige jaar opende Barryland, een belevingscentrum rond de Sint-Bernardshond. Het Château de la Bâtiaz zou ik eerder een toren met bijgebouwen dan een kasteel noemen, maar je hebt er wel een mooi zicht op de stad als je niet per se je wandelschoenen wil aantrekken (ik deed de klim op mijn goudkleurige slippers). Na 1 dag was het glashelder: Martigny is zeker niet de mooiste Zwitserse stad, net daarom is er ook niets toeristisch. Martigny is bekend omdat het dichtbij andere – bekendere – plaatsen ligt zoals Chamonix. Die vaststelling deed voor mij niets af aan de intense beleving. Je zit er alsnog in een prachtig decor, omgeven door indrukwekkende Toblerone-bergen en wijngaarden in alle soorten en maten. Ik ben er nog altijd niet uit wie nu “de Zwitser” is die in Martigny woont.

Het is op dag 2 dat we ons in trailoutfit hullen. Helaas wordt het een warme dag. 30 graden is niet wat je nodig hebt als je de berg op gaat, ook al is het daar koeler. Het eerste deel van de tocht is een kopie van vorig jaar: de klim naar de Col de la Forclaz. Op 8,5 km stijg je ongeveer 1000 meter tot 1500 meter hoogte. Hoe lyrisch ik vorig jaar ook was – ik neem er geen woord van terug – dit is niet het echt trail-of bergengevoel. Vanaf de camping lopen we 3 km over asfalt tot Martigny-Combe om dan nog 2 km te stijgen door een residentiële wijk, voornamelijk over asfalt. De laatste 3,5 km zijn wat meer bosachtige paadjes langs chalets en weides, maar je bent nog steeds niet in of tussen de bergen. Je kan namelijk ook gewoon met de auto tot aan de Forclaz rijden. Door de warmte hakt dit begin er bij ons steviger in dan vorig jaar (toen ik “gehaast” was om Seppe te zien). We doen er nu ongeveer anderhalf uur over.

Hoe dan ook is het bijzonder om weer aan te komen op de Col de la Forclaz. De hut is open, dus we kopen een colaatje en vullen ons water bij aan de bron. Aan herinneringen geen gebrek. Dan kan het echte werk beginnen. Vorig jaar stegen we na Seppes passage tot de Mont de l’Arpille. Dit jaar nemen we de andere kant. Hans vond op Komoot een route van een kleine 10 km die ons naar de top Pointe Ronde zal brengen, nog eens bijna 1000 meter omhoog. De eerste paar 100 meters stijgen, geven al meteen een fenomenaal zicht op de gletsjer. Overal waar ik kijk, denk ik: dit is ongezien! En ook: wat ben ik blij met dit pad! Het is steil, maar ook breed en niet moeilijk qua ondergrond. Als je wat ambitie hebt, duw je hier een buggy naar boven. We worden vrij snel beloond voor onze inspanning. Het eerste echte uitzichtpunt smaakt naar meer. Er staat ook een houten kruis en als we wat hoger en verder kijken, zien we nog een kruis. We vermoeden dat dit de top is waar we naartoe gaan.

Tot hiertoe geen noemenswaardige problemen. We kunnen alles aan. In de verte zie ik een bende koeien staan. Ik voel me wat geïntimideerd. Zelfs de mieren die hier over de grond kruipen zijn kleine bodybuilders. Zo ook deze koeien. Ze zijn donker van kleur, hebben een massief lichaam en héél grote horens. Sam vertelde ons tijdens de Chouffe trail een verhaal met fatale afloop over een stel wandelaars dat werd aangevallen door koeien. Het is de voedingsbodem voor mijn angst. Onze route loopt dwars door hun wei heen. Ik duik vrij snel onder het kleine schrikdraadje om toch iet of wat bescherming te hebben. Na een blik op de gpx stelt Hans vast dat we dit stukje ook kunnen afsnijden zodat we niet dwars door de koeienkudde moeten. Hij voelt mijn angst. Er is bovendien een koe die parallel met ons mee naar boven loopt. Ik voel me geviseerd. Deze meid met horens ziet niet vaak mensen. Ik ben een grote dierenvriend, maar je moet altijd voorzichtig zijn met dieren. Je wil niet de toerist zijn die te zelfverzekerd op een bende wantrouwige koeien afloopt. Ik ben dus blij dat het draadje tussen ons blijft.

Een volgende obstakel is het pad. Als je hier al met een buggy zou zijn, dan had je nu beseft hoe ronduit slecht dat idee was en dan had je hem beter voor de koeienweide kunnen achterlaten. Iemand die in de bergen woont zal ongetwijfeld een uitgebreide woordenschat hebben om bergpaden en stenen te beschrijven, maar jullie moeten het doen met mijn beperkte woorden om ons lastige parket te beschrijven. 1) Het pad is heel smal 2) Het is bezaaid met losse stenen 3) Het is behoorlijk dichtgegroeid met struikgewas 4) Die beplanting duwt je de kant van de afgrond op. Heel geconcentreerd lopen we steeds wat meer omhoog. Hoe fenomenaal deze omgeving ook is, ik krijg schrik als ik rond me kijk. Je voortbewegen en rondkijken in één beweging doe je ook beter niet. Hoe hoog we zitten, merk ik aan de de leegte langs mij. Eén schuiver en je ligt er, niet op het pad, maar de diepte in. Het kruis, dat we als eindpunt zien, lijkt ook niet echt dichter te komen.

Ergens denk je dat het terrein weer toegankelijker zal worden. Het is slechts ijdele hoop. Nu weten we dat het zo niet werkt. De volgende fase is er één van klimmen en klauteren over rotsen. Het is niet duidelijk waar het pad is en daarom kan je dit ook bezwaarlijk een pad noemen. Achteraf zullen we zien en beseffen dat we hier eigenlijk over de graat van de berg naar boven klimmen. Dat geeft letterlijk en figuurlijk geen houvast. We moeten onze handen zetten als we de benen niet vertrouwen. Ook in mijn hoofd ben ik er niet gerust in. Al stijgend heb je weinig overzicht over waar je naartoe gaat. Je ziet niet wat bedoeld is als pad of route. Het enige lichtpuntje is dat we het kruis nu echt wel naderen. We zijn allebei echt niet op ons gemak op dit terrein. Het gaat ons petje te boven. Je wil niet de toerist zijn die de koeien vredig achter zich liet, maar na een valpartij per helikopter van de berg gehaald moet worden (als je het dan nog kan navertellen).

Uiteindelijk bereiken we dan toch plots het kruis. We hebben nu in totaal 12 kilometer gestegen, dat is amper 3,5 km vanaf de Forclaz. De wind is zo fel dat we niet durven recht te staan op dit topje. Er is ook amper plaats. We zitten naast elkaar en maken toch maar wat foto’s. Het uitzicht is niet te vatten, alsof het niet echt is en iemand met wat Caran d’Ache potloden bergen heeft getekend. We hebben nu ook een beter zicht op “het pad” dat we gevolgd hebben en hoe dat over de ruggengraat van de berg loopt. Het is onvoorstelbaar dat wij hierover naar boven zijn gekomen. We mogen dan ervaren traillopers zijn, niet van het Alpen-kaliber. Dit is echter nog niet het eindpunt van de vooropgestelde toer. We zien nu wat een akelige bult de Pointe Ronde is, nóg eens 300 meter stijgen over een pad dat er eigenlijk niet is. Nog grilliger en kaler dan wat we achter de rug hebben. We besluiten dus heel snel om terug te keren langs dezelfde weg. Je wil niet de koppige toerist zijn die met gevaar voor eigen leven per se verder wilde.

Het dalen voelt gelukkig comfortabeler aan dan het stijgen. We moeten nog steeds heel goed kijken waar we onze voeten zetten, maar de ergste schrik is er af. Ik ben dolblij als ik de boze koeien terugzie. Als het dit maar is. Ik kruip terug onder het draadje. We zijn opgelucht dat we weer vaste grond onder de voeten hebben. Onze keuze om terug te keren is trouwens dubbel verstandig, want donkere wolken pakken zich samen. Het begint te regenen. Over het begaanbare pad kunnen we gelukkig redelijk vlot naar beneden lopen tot aan de Col de la Forclaz. Dalen is zoveel pijnlijker dan stijgen. De impact op je spieren, zeker bij gebrek aan een degelijke daaltechniek, is enorm. We moeten nog eens 1000 heel steile meters naar beneden. Het doet pijn! We voelen het ook weer heter worden naarmate we het dal naderen.

Als we veilig en wel onze camper bereiken, gooien we ons met enig gevoel voor dramatiek in onze plooistoel. Jongens, wat was dat! Wat hebben wij gedaan! We zijn totaal kapot. Nu we zeker zijn dat het écht is afgelopen, durven we pas uit te spreken hoe bang we waren dat het fout zou gaan. De schrik maakt ook ruimte voor trots en dankbaarheid. We kunnen onze “daarboven” min of meer zien vanaf de camping. We zijn op een heel bijzondere plaats geweest, die inmiddels mythische en magische proporties heeft aangenomen. Het kruis met zicht op de Pointe Ronde, een avontuur om nooit te vergeten.

Voor onze volgende trail in de bergen hebben we 2 belangrijke lessen geleerd.
1) We zijn allebei verbrand in onze nek en Hans ook op zijn hoofd, we hadden ons onderweg nog eens moeten insmeren met zonnecrème.
2) Je kan in Komoot na wat zoeken en doorklikken een indicatie vinden hoe moeilijk een bepaalde route is. Wij hebben ons zowaar gewaagd aan een oranje route of T3-pad! Een T1 en T2 indicatie duiden op een wandel- of bergpad dat duidelijk gemarkeerd is en waar je niet echt een aangepaste uitrusting of ervaring voor nodig hebt. Een T3 is gevaarlijker terrein waarbij het pad niet altijd zichtbaar is. Tredzekerheid is hierbij belangrijk, ervaring in de bergen vereist, net zoals een aangepaste uitrusting. Het deel van onze tocht dat we hebben overgeslagen was zelfs T4 (= rood), daarvoor is alpiene ervaring vereist.

Voor jullie denken dat we helemaal gek zijn geworden, toch nog even benadrukken dat we niet helemaal onvoorbereid aan deze trailtoer begonnen zijn. Hans heeft echt zijn best gedaan om op voorhand een inschatting te maken van de moeilijkheidsgraad. We hadden allebei onze trailstokken en-vest mee met voldoende water en eten, een tweede (warme) bovenlaag en een regenjasje. Hoewel het soms gevaarlijk was, hebben we geen roekeloze risico’s genomen. We checkten ook telkens bij elkaar of we het nog zagen zitten. We waren niet uitgeput, op of leeg, wel onder de indruk en daar hebben we ook naar gehandeld.

Tot slot nog even de cijfers. We liepen in totaal 24,86 km in 5 uur en 23 minuten. We overwonnen 1898 hoogtemeters. De Col de la Forclaz ligt op 1526 meter hoogte. Het kruis dat we uiteindelijk bereikten is het Croix de Prélayes op 2385 meter hoogte. Als je echt wil zien hoe het eruitzag: op YouTube vond ik dit indrukwekkende filmpje (amper 8 minuten) van twee wandelaars die 8 jaar geleden de tocht van Forclaz via Prélayes tot Pointe Ronde in beeld brachten. Er is een hond mee die doodleuk overal rondsnuffelt alsof hij in het park is. Ik krijg er weer een beetje de riebels van als ik het bekijk.

Volgende week neem ik jullie mee op Tour de Trail naar Italië! Daar proberen we in de praktijk te brengen wat we hebben geleerd van Zwitserland, om dan toch weer verleid te worden door het avontuur…

Het moment – De 8 van de Big Chouffe

De Big Chouffe is een magnum fles gevuld met 1,5 liter blond Chouffe bier. Het kost wat moeite om zo’n fles op te heffen. De inhoud nuttigen doe je niet alleen, maar met vrienden: het is een mooie samenvatting van de Big Chouffe trail. Hans, Sam en ik kregen elk zo’n fles Big Chouffe omdat we na 16 uur en 47 minuten de finish haalden met 100,72 km op de teller en 3085 hoogtemeters. Ons avontuur was eveneens eentje van het zware, maar smakelijke soort in heel goed gezelschap. Om jullie een idee te geven van hoe die uitzonderlijke zaterdag 4 juli 2026 verliep, licht ik er 8 onvergetelijke momenten uit. Een fragmentarisch sfeerverslag waarbij ik – zoals dat gaat met herinneringen – de chronologie helemaal loslaat. Bij deze dus een impressie van de Big Chouffe 2026.

De koffie in Warempage
Na 5 uur en 11 minuten bereiken we de derde bevoorrading met 36,3 km in de benen. De post in Warempage is tekenend voor de kwaliteit van de ravito’s tijdens deze editie van de Chouffe trail: ruim voldoende plaats, een goed en netjes gehouden buffet én betrokken vrijwilligers. Dit was de enige ravito waar enkel de 100k lopers passeren. Nieuw dit jaar zijn de (mobiele) wc’s op elke bevoorrading. Een must! De organisatie is gegroeid (en dat moest ook). De absolute klapper is de koffie in Warempage. Ja, mensen, koffie. Ook als je zweet en het 25 graden is kan er niks op tegen de boost van koffie. De bevoorrading bevindt zich in de loods van SportEvents en ik neem meteen van de gelegenheid gebruik om mijn appreciatie voor de koffie kenbaar te maken bij de grote baas van de organisatie. Verder drink ik tijdens het hele avontuur weer véél cola (een liter of 4), véél water (een liter of 8) en eet ik handenvol chips en wine gums.

De finish in het donker
Eindigen met een zonsondergang en dan nog een uurtje in het donker lopen, dat is gewoon prachtig als je een hele dag op pad bent. Het is met de hoofdlamp op dat we, na een heerlijk stuk op de ravel, voor de laatste 5 km nog eens het bos induiken. Een wat avontuurlijker pad, allemaal geen probleem. De allerlaatste klim is daarentegen wel een héél pittige. Met 98 km in de benen gaan de dingen doorgaans niet meer heel fluks (behalve als je Sam heet). Ik moet echt diep tasten om kracht op te halen en mezelf deze steile klim op te hijsen. Bovendien is het jammer dat we de hete adem van de lopers van de 23k race constant in onze nek voelen. Ze hebben doorgaans weinig geduld en zijn niet altijd even hoffelijk. Ach ja, wij zijn op weg naar die memorabele drie getallen. Vorig jaar kwamen we toe in de regen onder een finishboog waar amper volk stond. Dit jaar is het om 22u47 sfeer troef in Houffalize. We maken samen de laatste vertrouwde afdaling om dan eindelijk onder de nieuwe Chouffe-boog door te lopen. Hand in hand. Stokken in de lucht! Wij hebben dit samen geflikt. En hoe! We eindigen op een verdienstelijke 120e plaats. Vanaf de 2e bevoorrading zijn we stelselmatig 55 plekken naar voren geschoven, een mooie remonte.

De race tegen de klok (die er eigenlijk geen bleek te zijn)
Tijd en ultralopen hebben tegelijkertijd heel veel en heel weinig met elkaar te maken. Je vergeet de reguliere tijd van de klok. Hoe laat het is? Daar denk je wel eens aan, maar het maakt eigenlijk niet uit of het 12u of 14u is. Je leeft in een soort van eigen tijdsuniversum. Anderzijds dient tijd juist om richting te geven aan je avontuur. Je weet hoeveel tijd je hebt om de finish te halen en je weet dus ook hoeveel kilometers je gemiddeld per uur moet wegwerken. Aangezien Hans en ik vorig jaar in Bouillon minder dan 16 uur nodig hadden om een gelijkaardig parcours af te werken, was de 18 uur die we nu ter beschikking kregen ruim genoeg om het rustig aan te doen, maar ook weer niet té rustig. Vanaf kilometer 60 begon die tijd wel een dingetje te worden. Om 5 km/u te halen mag je 12 minuten over 1 kilometer doen. Ik hield toen per kilometer bij hoeveel marge we uitbouwden op het tijdsschema. Uiteindelijk namen we tussen kilometers 68 en 78 maar liefst 20 minuten marge. Dat gaf mij heel veel vertrouwen en rust dat we het zouden halen. Vanaf km 79, toen we terug in Houffalize waren, liet ik de tijd dus weer los. Uiteindelijk hadden we meer dan een uur op overschot.

De herrijzenis van Achouffe
Halverwege nemen we een pauze van een half uur op de bevoorrading in Engreux. We vertrekken vol goede moed. Iedereen goed bijgetankt, zo lijkt het althans. Hans heeft de laatste tijd vaker last van een gebrek aan energie in de benen. Het is een verschijnsel dat op eender welk moment kan opduiken. Zelfs als hij voldoende gegeten heeft, komt die brandstof niet in de benen terecht en loopt hij met een totaal leeg gevoel. Op de open, zonnige stukken slaat de vermoeidheid bij hem daarom ook eens zo hard in. Het tempo zakt, lopen gaat steeds moeizamer. Het duurt lang voor we de waterpost in Mormont bereiken. We hebben dan dik 9,5 uur gelopen op 60,5 km.

De volgende bevoorrading is aan de brouwerij van Achouffe. Over de Vallée des Fées gaat het nu noodgedwongen nog trager. Nochtans vertrouwd terrein voor Hans, maar hij hangt aan de rekker. Mentaal is dit een dieptepunt. Ik besef hier dat de tijd begint te dringen. Als je geen puf in de benen hebt, maar wel hoogte te verwerken, is 5 km/u halen geen eenvoudige opdracht. Ik spreek daarom met Sam af dat hij alleen verder moet als blijkt dat we de cut-off niet zullen halen of als het té nipt wordt. Ik laat Hans sowieso niet achter. Liefst van al finishen we natuurlijk gewoon met z’n drietjes. Nauwlettend hou ik de klok in de gaten. We komen na 68 km aan op de drukke bevoorrading van Achouffe. Getreuzel kunnen we ons niet permitteren. En dan gebeurt het mirakel toch weer: Hans breekt er helemaal door. Op de eerstvolgende klim komt hij mij aan een rotvaart voorbij gehiket. Helemaal back in business. Opgestaan uit de doden en weer zo fris als een hoentje. Ongelooflijk.

De trage kilometers langs de Ourthe
Een rivier oversteken draagt bij aan het avontuurlijke gehalte van een trail. In tegenstelling tot vorige Chouffe edities, moeten we nu niet door het water van de Ourthe. Dat mag dan verfrissend zijn, het is vaak dieper dan gedacht en altijd uitkijken geblazen dat je niet onderuit glijdt. Net zo hard moeten we opletten als we langs het water lopen. Het zijn relatief vlakke kilometers die tergend traag vooruit gaan. Zelfs ultra positivo Sam noemt dit ronduit ellendige stukken: heel veel rotsachtige stenen in alle formaten die langs alle kanten uitsteken en heel smalle paadjes door hoog gras of dichte begroeiing. Onze Ourthe-kilometers situeren zich vooral rond het middengedeelte. En net als je denkt dat het dit jaar wel meevalt, krijg je altijd een lastiger stuk voorgeschoteld. Tijd voor een goed gesprek! Sam krijgt uitgebreid antwoord op de vraag hoe Hans de financiële crisis in 2008 beleefd heeft. Ik onthoud: solvabiliteitscrisis, liquiditeitscrisis en de golden boys uit Londen. Zelf haal ik herinneringen op aan de Chouffe trail met Pieter, meer bepaald aan die ene keer dat ik langs dat water 2x zwaar ten val kwam. Zou het echt de ervaring zijn dat dat me nu niet overkomt?

Het oponthoud van de kraan
We vertrekken om 6 uur en dat is helemaal prima. Er zijn een goeie 200 lopers op de 100k en nog eens een 100-tal op de 77k. Het loopt allemaal best lekker eigenlijk, al is de start ook niet heel snel en leggen we in het eerste uur 7,5 km af. Vlak voor de eerste bevoorrading in Bonnerue (15 km) wordt de weg versperd door een kraan die stapvoets over een smal pad rijdt. Tot frustratie van heel wat lopers. Sommigen proberen op een ruimte van een halve meter toch voorbij de rupsbanden te springen. Heel gevaarlijk! Sam en ik lopen een stuk voor Hans uit. De kraan doet ons vertragen. Er zit niks anders op dan geduld te hebben. Hans vindt daardoor terug aansluiting bij ons. We zijn ons wat verloren in een gesprek over ADHD, wat niet zo fijn is voor Hans die een moeizame start kent. Die kraan was er dus niet zomaar, het was een noodzakelijk signaal om de rem erop te zetten, zodat we weer voluit voor het “samen uit, samen thuis” principe kunnen gaan.

Het plezier van de stokken
Ik heb tijdens deze trail meer dan in de Elzas ervaren hoe heerlijk het is om met trailstokken te lopen. Het is logisch dat je ze gebruikt als het (steil) bergop gaat, je kan je er dan mee naar boven trekken. Ik gebruikte ze nu ook om meer grip te hebben bij steilere afdalingen. Bijvoorbeeld op het beruchte BMX-parcours dat we nu rond 75 km voor de benen krijgen. Nooit eerder ging ik zo gezwind over dat verduivelde stuk van het parcours. Tijdens onze laatste 30 km heb ik mijn stokken quasi continu gebruikt. Ook op de goed beloopbare stukken kon ik er mijn verzuurde benen net dat tikkeltje meer comfort mee bieden. Ze fungeren dan als een soort extra demping die de scherpe randjes eraf neemt. Bovendien kom ik daardoor soms in een soort van stokkentrance. Het enige waar ik me dan nog op concentreer is het ritmische getik.

De roze bril van Sam
Het zou verstandig zijn om niet te veel lof in het rond te strooien over Sam. Reclame maken zou namelijk mogelijks als gevolg kunnen hebben dat iedereen nu trails met hem wil gaan lopen en dan zijn wij ons maatje kwijt! Geloof ons maar als ik zeg dat Sam zonder ons makkelijk uren sneller binnen zou zijn. Wij geloven hem dan maar dat hij hier nooit in z’n eentje aan zou beginnen. Het is daarom eens zo bijzonder dat we zijn debuut op de 100k mee mochten waarmaken. Bijna 17 uur onderweg zijn, dat is niet één en al lachen en vrolijkheid. Het is een dag intensief samen zijn in de goede en minder goede tijden. Sam is altijd helpend, luisterend en ondersteunend. Hebben we ooit een tatoeage overwogen? Lopen we soms met een zonnebril? Hoe hebben we onze puberteit beleefd? Het is slechts een greep uit de vragen die aan bod kwamen. Dat we zo goed met elkaar kunnen babbelen en dat we het beste in elkaar naar boven brengen, dat is denk ik de kracht van onze unieke vriendschap. Geen Chouffe trail zonder Sam!

Loperspraat – Voorbeschouwing op de Big Chouffe met Sam

Wat ben ik blij dat ik geen tent moet gaan opzetten op een festivalcamping, maar dat ik gewoon mijn trailvest mag vullen met wat gerief! Morgen loop ik namelijk met Sam en Hans de Chouffe trail. Een XL editie die terug is van weg geweest: de Big Chouffe is goed voor 100 km en 3105 hoogtemeters. We hebben alle 3 een rijk individueel én gezamenlijk verleden in Houffalize. 3 jaar geleden liepen we er voor het eerst met z’n 3en de 70 km, vorig jaar waren het er 80 en nu wordt het avontuur dus bigger dan ooit! Of we er zin in hebben? Reken maar! Hans en ik hebben de Elzas inmiddels verteerd en 3 weken geleden genoten we heel erg van de 35 km in Bouillon. We hebben ook iets te vieren, want het is morgen exact 3 jaar geleden dat Hans en ik elkaar leerden kennen via mijn blog. Ik voel de aankondiging van een bijzondere dag! Tijd om nog wat vraagjes op Sam af te vuren.

Sam, waarom wil je eigenlijk 100k lopen?
Het is een mythisch getal. Ik heb het trailrunnen de afgelopen jaren opgebouwd. 4 jaar geleden liep ik de 25 km in Houffalize en zo elk jaar een beetje meer en meer. De langste afstand van de Chouffe wordt elk jaar ook langer, dus dat is voor mij een logische verderzetting van de opbouw van het ultrarunnen. Bovendien is het een traditie geworden om met Joke en Hans te lopen. Ik zie mezelf dan ook niet ergens anders een 100 km lopen.

Hoe zit het met de kleine en grote pijntjes?
Ik heb vorige week op aanraden van de kine een MRI-scan laten nemen van mijn pijnlijke heup. Ik heb daar nu al 6 maanden last van. Het goede nieuws is dat er niets te zien is aan mijn spieren, pezen of botten. Dat is ook wel een beetje vreemd en onverklaarbaar. We zullen dus zien hoe het gaat met de 100k. Met een trail kan ik er normaal gezien lang mee blijven lopen. Vooral sprinten is lastig.

Waar heb je het meeste schrik voor?
Waar ik écht het meeste schrik voor heb? Dat is om na de wedstrijd geen deftig eten te vinden. We komen toe na het sluitingsuur van de restaurants in Houffalize. Ik ga dus maar wat prefab-maaltijden kopen. Gelukkig valt de warmte mee ten opzichte van vorige week, dus dat zal wel oké zijn.

Waar kijk je vooral naar uit?
Ik kijk vooral uit naar alle verhalen en het avontuur. Het is de derde keer dat we samen lopen. 100 km, dat zijn 3 cijfers met 3 generaties. Het is ook de eerste keer dat ik mijn leeftijd met een 3 begint. Die 3 komt dus terug!

Loperspraat – Een dag vol verwondering in Bouillon

De agenda van Roos en Joni:

Zaterdag 6 juni – genoteerd met stip!
Wat? 100 km trail lopen
Waar? Bouillon – het kasteel van Godfried
Wanneer? Vertrek om 3 uur

Uit ervaring weten Hans en ik dat het in Bouillon prachtig debuteren is op de afstand met drie cijfers. Waar we minder jaloers op waren, was het onchristelijke vertrekuur van 3 uur. ’s Nachts dus. Echt niet mijn ding. Heel wat comfortabeler was een vertrek om 11u voor een loopdate van 35 km met Hans en Sam. Een leuk tussendoortje, na onze ultra in de Elzas en een mooi opwarmertje voor de Big Chouffe 100 km die we met z’n drietjes over 4 weken zullen lopen in Houffalize. Ik weet het, mensen. Het is totaal ongepast en zelfs arrogant om een verkleinwoord te gebruiken voor een afstand van 35 km. Maar als je loopmaatjes de 100 gaan aantikken, dan zijn zij de sterren van de dag.

De 102,45 km van Roos en Joni in 14 uur en 36 minuten
Ik zou kort kunnen zijn: Roos en Joni vertrokken als een raket, een tientrapsraket denk ik, want tot de laatste kilometers bleef het vooruit gaan en verloren ze amper vaart. Talmen en de toerist uithangen is duidelijk aan hen niet besteed. Het potentieel van Joni mocht ik aan den lijve ervaren tijdens de Leuven Marathon. Dat mijn zusje een ongelooflijk looptalent is, heb ik altijd geweten. Al is ze altijd veel te bescheiden over haar eigen kunnen, want ik heb een broer en zussen die sneller zijn. Niks van dat! Roos Odeyn moet op geen enkele manier onderdoen. Er was nochtans paniek toen ze zich in de winter inschreef. Ik 100 km? Dat lukt nooit! Ze vergat voor het gemak dat ze al 2x de Chouffe trail 70 km in hete omstandigheden tot een goed einde bracht. Met heel veel toewijding ging ze, samen met Joni, voluit voor de voorbereiding van dit grote avontuur. Met succes!

Roos en Joni zijn een perfect gesmeerde sportieve tandem. Ze lopen vaak samen en hebben altijd iets te bespreken. Wat heb je nog meer nodig om uren in elkaars gezelschap door te brengen? Bovendien is Roos de Koningin van de Verwondering. Jullie denken misschien dat ik de zus van de ooh’s en aah’s ben, maar ik ben ook degene in wiens kop het plots kan gaan donderen en dan is de sfeer (eventjes) weg. Roos heeft traillopen van in het begin omarmd om het avontuur dat het is. Dat was niet anders in Bouillon. Ze vond het geweldig om ’s nachts de uilen in het bos te horen. De zonsopgang was fantastisch. De positieve toon was met andere woorden gezet. Als je opgewekt de dag kan aanvatten, dan legt niets je een topprestatie in de weg. De laatste 10 km waren wel zwaar hoor, zei ze achteraf. Nou ja.

De 34,89 km van Hans, Sam & mezelf in 4 uur en 53 minuten
Wij vertrokken om 11 uur in een zonnig Bouillon in een stevig pak van dik 300 lopers. De uittocht langs de Semois verliep vlot en natuurlijk ging het al snel omhoog. Wat wil je ook? We hadden in totaal 1225 hoogtemeters voor de boeg. Jawel, mijn stokken waren dus wederom van de partij. Eerste halte in Botassart: de Tombeau du Géant! En deze keer geen stortregen, maar tijd genoeg om een fotootje te maken. Verder kan ik vertellen dat we nog langs Rochehaut, Poupehan en Corbion liepen, maar eigenlijk primeerde de sfeer en gezelligheid met z’n drieën. Ik denk dat we met ons gebabbel zowel medelopers hebben vermaakt als geïrriteerd.

Een greep uit de gespreksonderwerpen: ik vertel over mijn gekke droom van die nacht waarin ik een gevangenisstraf van 2 weken moest uitzitten. Toen ik wakker werd had ik nog 7 nachten te gaan. Ik had een plastic tas met wat spullen (al mijn kousen waren vuil) en iemand had op de slaapzaal mijn bed ingepikt. De hamvraag wat ik mispeuterd had, kon ik niet beantwoorden. Het was een soort actuele inlevingsdroom over het probleem van de grondslapers in de gevangenis. Hans bespreekt zijn medisch dossier en geeft wat duiding bij de buis van Eustachius. Sam geeft een follow-up over de burenruzie die hij professioneel opvolgt en die al sinds vorige zomer aansleept. Hij bekent dat hij een babbelkous is! Ik leg aan Sam uit wat een fermette en een modernette is. We beoordelen huizen die onze weg kruisen. Correspondeert de architecturale visie al dan niet met de omgeving? We laten alvast wat ballonnetjes op voor een uitdieping van gespreksonderwerpen tijdens de Big Chouffe over een paar weken. Zo wil Sam dan graag van Hans horen hoe hij de financiële bankencrisis in 2008 beleefd heeft en wil ik het over de betekenis van vriendschap hebben.

De conclusie: 35 km was de ideale afstand voor ons. We waren bijna 5 uur onderweg en kregen een gevarieerd parcours voorgeschoteld dat altijd behapbaar bleef. Bovendien waren we op tijd terug terug voor de memorabele finish van Roos en Joni. Ze eindigden in de regen, alsof hen dat nog kon deren. Moe, maar voldaan ging ieder weer de berg af. Sam had nog een verjaardagsfeestje in Brussel. Roos en Joni gingen crashen in de zetel. Hans en ik doken het terrasleven van Bouillon in om te klinken op het mooie leven. Wat een wonderlijke dag!

Het moment – Een mystiek avontuur van 110 kilometer in de Elzas

Als kind was ik gefascineerd door de tourist offices in Engeland. De rekken vol kleurrijke folders oefenden een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit op mij. Niet om al die dingen te gaan bezoeken (dat was mij te avontuurlijk, ik las liever gewoon een boek), wel omwille van het informatieve en organisatorische karakter. Ik verzamelde heel veel folders en thuis opende ik dan mijn eigen kantoor om op maat tripjes en reizen uit te stippelen voor mijn familieleden. Ik begin daarom met een toeristische boodschap van algemeen nut: ga eens naar de Elzas! Denk aan folders vol kastelen. Postkaarten met vergezichten vol wijngaarden zover je oog reikt. De streek ademt kleurrijke rustieke charme. Onze uitvalsbasis was Obernai, net toeristisch genoeg om je er als buitenstaander welkom te voelen, voldoende kleinschalig om trouw te blijven aan de couleur locale. Het doel: de Ultra Trail des Païens by UTMB van 110 km tot een goed einde brengen in een heel kronkelende lijn van Orschwiller naar Obernai met 23 beklimmingen en dik 4000 hoogtemeters. Voor mij zou dat een nieuw afstandsrecord betekenen. De moeite dus om er met het nodige gerief op uit te trekken.

De vroege uurtjes
Om bij de roze startboog in Orschwiller te komen, moeten we om 5 uur op de bus van de organisatie zitten. De wekker gaat om half 4. We ontbijten deze keer met een grote bak rijstpap, die vlotjes en zelfs met smaak naar binnen schuift. Door een donker en verlaten Obernai wandelen we richting de bus. Het is onwezenlijk dat het grote avontuur nu echt bijna gaat beginnen. Nog een medische update: Hans kampt nog steeds met uitstralingspijn in zijn linkerbil en -been, waardoor een half uur op de bus zitten een uitdaging vormt. Ik zit wat te knikkebollen. Het is nog donker, dus heel veel valt er niet te zien. De sfeer op de bus is sereen, gelaten zelfs. Er wordt eigenlijk niet gepraat. Van de adrenaline voor het avontuur is weinig te merken. Rond half 6 bereiken we onze eindbestemming (die dus het vertrek is). Er wordt nog steeds amper een woord gezegd als we met tientallen lopers de plaatselijke feestzaal worden binnengeleid. Hier laten we onze drop bags achter. Het is dan in dat gekkige sfeertje wachten geblazen tot we echt van start gaan.

7u Orschwiller 0 km
Het is eventjes zoeken, maar na een korte wandeling door het überschattige Orschwiller vinden we de startzone. De ambiance hier is alvast heel goed. Er is gratis koffie voor de lopers! Net de kick die ik nodig heb om deze dag echt op gang te trappen. We kijken nog wat rond en gaan dan in ons startvak staan. Tijd voor een fotootje. Ik word aangesproken door iemand van de organisatie (herkenbaar aan het klembord) dat ik helemaal vooraan mag gaan staan bij de profs. Waarschijnlijk omdat ze voldoende vrouwen in beeld willen brengen bij de start. Ik knik van ja, maar doe van nee. Ik ben niet zo gek om me de eerste 500 meter door honderden lopers voorbij te laten razen. Met een bewolkte 5 graden is het trouwens best fris. Ik heb daarom van de gelegenheid gebruik gemaakt om mijn jasje aan te trekken: een duur jasje van Salomon dat ik kocht voor de verplichte uitrusting. Het voelt dan ook goed om het nu al aan te hebben. We zullen de komende kilometers 500 meter stijgen, dus op de berg zal het nog frisser zijn. Wauw, zo cool! Ik ga zowaar lopen met een jas aan! Dit voelt als een extra lading avontuur, want ik loop nooit met een jas. De echte startceremonie toont waar UTMB voor staat: voldoende showgehalte, veel superlatieven voor de adembenemende streek die we zullen doorkruisen en 3 minuten epische muziek. Alles wordt in het werk gesteld om ons het gevoel te geven dat we iets extraordinaire gaan doen. Nou en of!

8u22 Haut-Koenigsbourg 9,5 km
Stipt om 7 uur worden we op gang getrapt. Het gaat een beetje omhoog door het sfeervolle Orschwiller en dan al snel de wijngaarden in. Het plezier van het jasje duurt welgeteld 2 kilometer. Ik ben niet gemaakt om met jasjes te lopen en helemaal niet als ze gesealde naden hebben. Ik zweet me de pleuris. Het jasje plakt tegen mijn lijf aan. Vooraleer we echt omhoog gaan, stoppen we even langs de kant zodat het jasje (nat!) uit kan en de stokken erbij worden genomen. Omdat ik nog niet heel veel met mijn stokken gelopen heb, voelt het alsof ik niet door de mand mag vallen als stokkenbeginner. Ik gebruik ze met een air alsof ik nooit anders gedaan heb. We gaan bergop in een lange sliert mensen. De sfeer is nog steeds best ingetogen. Hans en ik zijn de enigen die praten met elkaar. De eerste klim valt beter mee dan gedacht omdat er nog goed beloopbare stukken bij zijn. Via Saint-Hippolyte lopen we de grens over van het departement Bas-Rhin naar Haut-Rhin in een lange bocht linksom naar het kasteel Haut-Koenigsbourg. Op 725 meter hoogte en na 9,5 kilometer bereiken we zo het op 1 na hoogste punt van de race. Mensen in middeleeuwse klederdracht heten ons welkom. We lopen door het kasteel. De eerste bevoorrading die we daar aantreffen kan mij meteen bekoren. Ik kies voor wat stukjes Lion, gezien de temperatuur niet echt een goeie keuze omdat ze aan de harde kant zijn. De eerste cola van de dag vloeit binnen. Een welverdiende 9/10 voor sfeer en gezelligheid!

9u22 Chatenois 18,3 km
Vanaf het kasteel gaat het dan weer kilometers lang naar beneden, een stevige afdaling die ik met dichtgeknepen billen loop. Lastig, want ik wil geen boemeltrein zijn die de tgv’s ophoudt, maar als boemel heb ik net zoveel recht om op deze (soms smalle) paadjes te lopen. Het compromis is dat Hans en ik af en toe stoppen op een plek waar dat kan om een peloton lopers voorbij te laten sjezen. We zijn nog maar net op pad en dan is het sowieso altijd zoeken naar een goed tempo. De schrik om te vallen zit erin. Hier een uitschuiver maken, kan grote gevolgen hebben. Zo zou later ook blijken voor Seppe die van start gaat op de 100 mijl wedstrijd. De wijngaarden blijven indruk maken. Wat is het hier mooi! We tikken meteen ons tweede kasteel aan, het Château de Kintzheim, een ruïne die een dierenpark is van roofvogels. (zal vast een leuke folder zijn). Als we in het dal Chatenois zien liggen, horen we ook het gejoel van de toeschouwers aan de bevoorrading. Het zijn er veel! Als helden worden we binnengehaald op de tweede ravito die een pak ruimer is dan de eerste. We maken kennis met de cola-tap die colasiroop mengt met bruisend water, wat veel beter werkt dan je denkt. Ik ga hier naar de wc op de meest luxe versie van een dixi: één met een doorspoelfunctie. Ik eet hier ook voor het eerst van de marmercake die de hoofdmoot zal vormen van mijn voedselplan, zo zal later blijken. De zon schijnt en samen gaan we weer op weg.

11u16 Dambach-la-Ville 30,9 km
Hans loopt met ischias, een geknelde beenzenuw die waarschijnlijk veroorzaakt wordt door een hernia. Vooral bij het dalen heeft hij daar last van. Het maakt hem wat onzeker naar het vervolg van de race, maar we kunnen niet meer dan afwachten en hopen op het beste. We lopen Chatenois uit via een relatief vlak stuk, eerst door het stadje en dan via een pad langs het water. Best lekker lopen zo eigenlijk. De zon schijnt trouwens en die voelt ook warm aan, terwijl het maar dik 10 graden is. We hebben ruim 20 km in de benen en dat voel ik zeker wel. Ik probeer niet te veel te denken aan wat nog komen moet. We leven van etappe per etappe. Stiekem kijk ik wel uit naar die 30 op de teller. Dat voelt toch alsof je aan het echte trailwerk begonnen bent. Na een stevige klim met afdaling ligt de volgende bevoorrading voor ons. De aankomst in het bijzonder charmante Dambach-la-Ville is geweldig. Wat een sfeer! De ravito bevindt zich op het pleintje in het midden van de stad en het lijkt alsof iedereen zich hier verzameld heeft. Het maakt de post wel druk, maar de cake glijdt weer lekker naar binnen. Pfff, wat is het warm trouwens. We houden ons hoofd onder de kraan, drinken nog wat cola en genieten van de uittocht van deze prachtige plek.

14u11 Andlau 48,2 km
De 17 km die we nu voor de boeg hebben is het langste stuk tussen twee bevoorradingen. Ik ben nog steeds helemaal in mijn nopjes. De eerste uren zijn voorbij gevlogen, ook al halen we een gemiddelde snelheid van “maar” 7 km/u. De eerste klim brengt ons bij het middeleeuwse Château du Bernstein, één van de oudste van de Elzas. De naam zou verwijzen naar de plaats van het kasteel: het is gebouwd op een rots waar een berenfamilie woonde. Het weer begint zich nu van zijn wisselvallige kant te tonen. Het gaat van zonnig naar bewolkt naar zon met regen naar nog meer regen en zelfs hagel. Wij lopen nog steeds in een shirt met korte mouwen. We verbazen ons erover hoe warm anderen zijn aangekleed. Voor een beetje regen bij +10 graden hoef je toch echt geen jasje aan en bij hagel al helemaal niet, want je wordt er niet nat van, aldus Hans. We maken een eerste filmpje voor het thuisfront waarin we onder andere vertellen over de epische start en het indrukwekkende landschap. We stoppen af en toe om een fotootje te nemen, want echt mensen: wat is het hier mooi! We blijven op en neer lopen langs de wijnranken. Waar ik me wel meer aan meer begin te storen zijn de wildplassende mannen in de wijngaarden. Totaal ongepast. Ten eerste: dat is privé-terrein dat je niet mag betreden. Ten tweede: als je dan toch gaat wildplassen (als man of vrouw zijnde), dan moet je altijd de beschutting opzoeken. Langs de kant van de weg gaan staan met je rug naar de anderen toe, dat kan echt niet.

De kilometers beginnen te wegen. Hans klaagt over een totaal leeg gevoel in zijn benen. Geen last van bil, rug of benen, maar een gebrek aan energie. Een Snickers en ultragel moeten redding bieden. Ik probeer het goede gevoel vast te houden. Ik vind écht dat we hoe dan ook goed bezig zijn. Ja, het is zwaar, maar wat hadden we nu eenmaal gedacht? Sommige stukken zijn wat eentoniger, net iets minder boeiend. Juist dan kan ik in een soort van trance komen waarbij het enige in de wereld dat nog bestaat mijn benen en stokken zijn die zich voortbewegen. Lang leve de stokken! Ik denk dat dit de fase is van de overgave aan de trail, pure mindfulness. Mijn schoenkeuze voor de Mafate 4 van Hoka stemt me tevreden. Ze zijn net wat platter en minder dempend dan de dikke carbonzool van de Mafate X, maar ze hebben meer grip. Door de regen is het op sommige plaatsen modderig geworden en is meer houvast echt wel nodig.

De aankomst in Andlau is weer hartverwarmend. Het voelt alsof iedereen is toegestroomd om net jou daar naar binnen te roepen. De bevoorradingspost bevindt zich in een grote sporthal. Het eerste wat we daar doen is naar de wc gaan. Heerlijk op een echte wc-pot! En dan neem ik een koffie. Op elke post is er oploskoffie en dit is het uitgelezen moment om een opkikker binnen te pakken. We eten allebei heel veel. Ik eet 4 stukken cake na elkaar, nog wat bretzels en kaasblokjes. Ik kap 3 bekers cola naar binnen. Ik besef nu pas dat ik honger heb. Deze bevoorrading doet ons allebei héél goed.

16u23 Barr 62,1 km
We lijken wel twee andere mensen. Nieuwe benen hebben we en de ischias van Hans speelt hem geen parten meer. Ik stuiter de berg op, genietend van het fantastische uitzicht op Andlau. Ik begin luidop te fantaseren over hoe de inwoners van de nabije dorpjes zich verhouden tot die van Obernai. Is het een soort van Tienen-Leuven verhouding? De dikkenekken van Leuven? De hipsters van Obernai? Alsof het niks is, gaan we weer de berg op. We maken een tweede filmpje voor het thuisfront om over onze herrijzenis te vertellen. Ook dat is traillopen: pas beseffen dat je het zwaar hebt gehad als je je weer beter voelt. En ook dus: nieuwe benen uitvinden met meer dan 50 km in diezelfde benen. We bewonderen achtereenvolgens het Château d’Andlau en Château de Spesbourg, waar Hans gewillig poseert voor een kasteelfoto. Het is aftellen naar het halverwege-punt en ook uitkijken naar de bevoorrading in Barr, waar we onze drop bag met eigen spullen zal klaarliggen.

Via Zotzenberg naderen we Barr. De aangegeven route wijkt af van de gpx, even lichte paniek: zijn we nog wel juist? Je wil echt geen kilometer omweg maken. De paniek blijkt ongegrond. We kronkelen wat door het stadje, maar bereiken dan uiteindelijk de heel drukke ravito. Het is magisch om daar je tas met eigen, schone spullen in handen te krijgen. Ik word er bijna emotioneel van. Hans gaat voor een schoon shirt, kousen en schoenen. Ik heb al besloten om geen schoenen te wisselen. Mijn Mafate X heeft minder grip en dat vertrouw ik niet met wat we nog voor de boeg hebben. Ik doe mijn schoenen wel eens uit om het vuil eruit te schudden en mijn kousen schoon te wrijven. Het is hier heel druk. Er is binnen plaats om te slapen, maar je kan ook kiezen voor een driegangenmenu mét vegetarische opties. We passen voor de käsespätzle, een zwaar gerecht waarvan je nooit helemaal zeker kan zijn hoe het in je buik valt. De cola, cake, pretzels en kaasblokjes schuiven daarentegen wel vlotjes naar binnen. Ik moet er nu niet aan denken om dat (in willekeurige volgorde) weg te stouwen. Vreemd hoe je smaakpapillen anders gaan werken in zware omstandigheden.

19u44 Abbaye de Niedermunster 78,7 km
We hebben er nog steeds zin in, al moeten we wel weer een lang stuk overbruggen tot de volgende bevoorrading. Met een prachtig zicht op Barr gaat het meteen weer omhoog. De klim doet echt pijn. Mijn ganzenpootje staat in brand. Daarmee bedoel ik niet één van mijn voeten (die doen ook pijn), maar de binnenkant van mijn linkerknie waar drie pezen samenkomen in de vorm van een ganzenpoot. Met elke stap die ik voorwaarts omhoog zet, trekt het heel erg tegen. Ik voel daardoor ook plots hoe hard de verzuring al heeft gewoekerd in mijn bovenbenen. Pommelien Thijs zingt Het beste moet nog komen, maar ik vrees dat ze hier ongelijk heeft. Het beste zit erop! Dit wordt een lijdensweg! Het gekke is dat je dus in elke hoedanigheid weer een soort van nieuw elan kan vinden. Een dafalgan neemt de scherpe randjes eraf en ik kan zowaar weer vlot lopen op de stukken bergaf. Wat je lopend kan meepakken, mag je niet laten liggen.

Hier volgt een bekentenis. Ik slaag er tijdens dit schrijfproces niet in om de kastelen op de route te plaatsen. Het zijn er veel, ze zijn indrukwekkend, maar geen idee wat waar was! Dat het lijkt alsof ik dat wel kan, heb ik te danken aan het kaartje met hoogteprofiel op de website. Zo kan ik jullie nu dus vertellen dat we op 587 meter hoogte langs het Château du Landsberg lopen. Al die kastelen activeren mijn verbeelding. Ik denk aan de mensen die hier honderden jaren geleden van berg naar berg slopen. Hoe ze erin geslaagd zijn om op die toppen stenen forten neer te poten zonder enige vorm van machinerie. In het avondlicht maak ik een foto van het Château du Birkenfels. De mystiek bereikt haar onbetwiste hoogtepunt als we langs de pelgrimsmuren van de Mont Sainte Odile lopen. Het licht is prachtig, de klokken van de abdij luiden. Als ik ooit in mijn leven dicht bij het goddelijke ben geweest, dan zal het hier zijn.

Er is ook frustratie: we komen aan bij het klooster op 741 meter hoogte en op basis van de kilometeraanduiding in Barr verwachten we hier een ravito… die er niet is. Het gaat weer helemaal naar beneden langs een pad dat aan de steile kant is, nog net beloopbaar, maar heel vervelend omdat er elke 100 meter verraderlijke trappen zijn. In gewone omstandigheden (die waarbij je nog geen +75 km gelopen hebt) doe je dat gezwind. Met stijve pikkels is het een technische uitdaging van formaat. De mystiek herpakt zich. Als we de bevoorrading bereiken, lijkt die ondergedompeld te zijn in sereniteit. We voelen het kouder worden. Hans zit in een dipje en hoopt dat een wc-bezoek en wat eten soelaas kan bieden. Ik drink een koffie en stort me op de chips. Ik snap van mezelf niet dat ik hier zo sta te schransen. Het beruchte jasje van km 2 krijgt een herkansing. Jawel, het gaat toch weer aan.

21u20 Klingenthal 86,2 km
We maken een derde filmpje voor het thuisfront waarop je kan zien hoe adembenemend mooi de omgeving is. Hans is er weer helemaal doorgebroken. Waar we eerst uitkeken naar het moment waarop we onder de 30 km te lopen zouden hebben – dat is behapbaar – daalt nu het besef neer dat we nog uren te gaan hebben en dat we al lang onderweg zijn. We zijn weer opgeladen, maar de batterij haalt niet meer de maximale capaciteit. De enige geruststelling is dat we tijd zat hebben om te finishen. Een sanitaire stop in de natuur dient zich aan. In het bos merk je nu dat het donker begint te worden. Wat me weer een reden geeft om op te kijken tegen het moment dat de hoofdlamp aan moet. Genoeg om over te kniezen dus.

Er zijn stukken waar we kunnen lopen en hoewel remmen spiertechnisch onmogelijk is, is de vaart er helemaal uit. En het jasje? Dat is ook nu meteen weer veel te warm. Ik blijk nog steeds over een heel goedwerkende thermostaat te beschikken. De bevoorrading in Klingenthal zou zomaar een hallucinatie kunnen zijn. Een donker rookgordijn van gigantische barbecues beneemt ons de adem. Hier is één of ander volksfeest aan de gang waarbij verbrand vlees en alcohol de hoofdrolspelers zijn. Het is donker en net in die uitdagende omstandigheden moet ik me heel goed focussen. Het jasje moet terug in de vest. Het shirt met lange mouwen moet ik aan met mijn nummer erop vastgespeld. Mijn stinkende shirt moet terug in de vest samen met mijn pet. Mijn muts en hoofdlamp gaan op en aan. Door de rook maken we ons uit de voeten richting een heel donker bos.

0u58 Rosheim 102,7 km
We zijn er ons (nog) niet helemaal van bewust, maar het zwaarste deel van de race dient zich nu aan. Situatieschets: het is donker en we hebben bijna 90 km in de benen. De laatste bevoorrading is nog 16 km ver. In deze fase betekent dat bijna 3 uur onderweg zijn. Onnoemelijk ver. We zullen nu stijgen tot het hoogste punt van de UTDP: Heidenkopf op 775 meter hoogte, 460 meter omhoog op een kilometer of 5. Het terrein is niet al te geaccidenteerd, maar de moed zakt me volledig in de schoenen en dat doet mijn pijnlijke voeten geen deugd. Hans neemt de kop. Ik focus met op de reflecterende elementen op zijn short (dat is het voordeel van lopen in het donker, dat je ziet hoeveel reflecterende details je outfit bevat). Ik probeer niet te veel na te denken. Niet eigenlijk. Gewoon gestaag met de stokken omhoog gaan. Het gaat niet vooruit, dat voel en zie ik ook wel, maar het is wat het is. We moeten hier over en door willen we die finish in Obernai halen.

We stijgen dus echt bijna 5 kilometer aan een stuk. Hans vloekt op zijn Garmin, want waar die belooft dat we dan ein-de-lijk de top hebben bereikt blijkt er nog een heel venijnige staart te zijn met een steil rotsachtig klimmetje. Ook de afdaling gaat geen meter vooruit omdat die bezaaid is met stenen in allerlei formaten. Ik durf niet meer te vertrouwen op mijn benen en probeer de stokken het zoveel mogelijk te laten overnemen. Het is één gestuntel en gepikkel. Als het dan uiteindelijk beter beloopbaar wordt, neem ik stappend weer de kop om tempo te maken. Ik wil op z’n minst het gevoel hebben dat we vooruitgang boeken.

Zo bereiken we verstedelijkt gebied, de bewoonde wereld die er totaal onbewoond uitziet in het holst van de nacht. Ik ga er – voor het gemak – van uit dat we zicht hebben op Obernai by night en dat we daar nu in een héél lange bocht rond zullen lopen. Achteraf zal blijken dat we op weg naar de laatste bevoorrading zicht hebben op Boersch by night. Rosheim wordt omschreven als a romanesque town, maar de romaanse romantiek is ver zoek. Ik zie alleen maar eindeloze donkere straten en steegjes. We bereiken de bevoorrading. Alles doet pijn. We eten toch nog maar wat. Ik drink een koffie. 7 km hebben we nog voor de boeg. Ondanks alles probeer ik de sfeer en een positieve insteek vast te houden. Hans is wat minder vrolijk gestemd. Maar wij gaan dit gewoon samen doen! We schipperen ergens tussen hoop en wanhoop. We verlaten Rosheim voor wat nu toch wel echt de finale is.

2u35 Obernai 110,1 km
Al is die laatste etappe echt niet finalewaardig voor alle mystieke pracht die we tot nu toe hebben mogen aanschouwen. Ik zou bijna zeggen: gelukkig is het donker en kunnen we alle grijze, grauwe grintwegen en asfaltstukken niet al te diep in ons opnemen. We lopen door niemandsland, hier nog een stukje bos, daar nog wat stenen. En ja hoor: het gaat uiteraard nog wat omhoog! Maar dan is het écht zo ver: we zien een verlicht Obernai! We torenen helemaal boven de stad uit. Via een heel steile afdaling over asfalt lopen we de stad binnen. Ik moet aan mijn stokken gaan hangen om niet als een rotsblok naar beneden te rollen. Dit doet zoveel pijn! Het gaat – zeer toepasselijk – via het kerkhof en de Rue du Cimetière richting finish. Eerder bevreemdend dan mystiek. We moeten zoeken naar de lintjes om de weg te vinden. Obernai is verlicht, maar er is werkelijk geen mens te bespeuren. Het allerlaatste obstakel dat we moeten nemen is een lange trap die als brug dient om de finish te bereiken. Vooruit, die hoogtemeters kunnen we nog wel aan. Wonder boven wonder staan er nog mensen bij de finish. Ik zou zeggen toch een stuk of 50 en wat zijn ze enthousiast! Dit is echt heel mooi! Het is ruim half 3 als we onder de roze boog lopen. Het zit erop. Het zit er echt op. Wat zijn we diep gegaan, maar wat was dit een onvergetelijke ervaring!

De naweeën
Na de finish kent het afzien niet meteen een einde. Doordat het erop zit en je dus volledig stilstaat in het midden van de nacht, vloeit alle strijdkracht uit je weg. We wandelen in alle stilte nog een stukje om onze medaille om de nek te laten hangen. Onze drop bags vragen een ommetje naar een schoolgebouw dat oneindig ver weg lijkt te zijn. Elke meter is er nu te veel aan. Alles doet pijn. Het is doodstil in een donker Obernai. Als we dan eindelijk onze spullen terug hebben, moeten we nog een 500 meter harken en krabben tot aan onze studio. Twee verdiepingen naar omhoog. Met heel veel moeite krijgen we onze kleren uit en spoelen we alle vuil en zweet van ons af. De voetverzorging is voor morgen. Rond half 4 liggen we in bed. We zijn 24 uur wakker. Hoe uitgeput we ook zijn, mentaal lijkt er toch ergens nog wat adrenaline aanwezig te zijn. Het is zoeken om een goede slaaphouding te vinden.

De volgende ochtend zijn we geradbraakt. We worden wakker om 8u30, maar het duurt nog een uur of 2 voor we ons fysiek klaar achten om uit ons gammele zetelbed te komen. Dat de studio (met de toepasselijke naam Petit Biscuit) zo klein is, werkt de mobiliteit niet bepaald in de hand. We gaan blarenpleisters kopen bij de apotheek, we verzorgen onze voeten en eten eindelijk een gewoon ontbijt met dank aan boulangerie Thierry Schwartz (aanrader!). Bewegen is de remedie tegen onze vreselijke spierpijn. Daarom pikkelen we wat rond in de stad. We lijken in een soort waas te leven. We voelen ons niet moe, maar er zit vertraging in ons denken en handelen. Het duurt langer om op een woord te komen, ik verspreek me vaak. We hebben zin in weer “normaal” eten en drinken, maar dan zegt de buik toch al snel dat het genoeg is geweest. We genieten hoe dan ook van onze laatste dag in Obernai, er is heel veel om over na te praten. Zondag nemen we met pijn in het hart afscheid. Au revoir Obernai!

De organisatie
Die is ronduit fantastisch en heeft op geen enkel moment teleurgesteld. Op elke post waren de vrijwilligers lief en behulpzaam. We kregen heel veel aanmoedigingen van seingevers. Bovendien is alles op de bevoorrading heel goed aangegeven. Je weet wat je waar kan vinden, je moet niet in de rij staan om je water bij te vullen. Je kan je handen wassen met ecologische poederzeep en kwalitatief naar de wc gaan. De inspanningen om de afvalberg te beperken zijn lovenswaardig, zo drink je cola en bruisend water van de tap. Als je je nummer gaat afhalen krijg je een privé-briefing waar respect voor de natuur centraal staat. Je krijgt bijvoorbeeld een afvalzakje om te vermijden dat je gebruikte toiletpapier onderweg in de natuur belandt. Je krijgt geen goodiebag vol troep die naar de vuilnisbak gaat. Op het parcours is alles duidelijk afgepijld met roze, reflecterende linten en ook met bordjes. Het enige minpunt was de finale. De laatste 10 km deden oneer aan de prachtige 100 kilometers die we al hadden gehad. De spreiding van de bevoorradingsposten is niet ideaal, maar het compromis is wel dat je telkens in een dorp toekomt. Hoe dan ook een heel héél dikke pluim!

De brandstof
Ik had in mijn trailvest 8 stuks sportvoeding mee: wat gels en repen. Het enige wat ik daarvan at was een reep Clif bloks. Ik heb deze trail dus helemaal gelopen op wat ik bij de bevoorradingen gegeten en gedronken heb. In totaal zal dat 3,5 liter cola en 6 liter water zijn. Ik ging helemaal los op de marmercake en ik at 2 Snickers. Als zoutje koos ik pretzels, chips of TUC-koekjes. Nieuw voor mij waren de kaasblokjes, het zal ongetwijfeld iets uit de streek zijn geweest. Iets gruyère-achtig, zonder daarmee iemand te willen kwetsen. Trots voor de streek stond ook hier centraal. Bij de pretzels (ze zeggen daar bretzels) stond telkens een bordje dat ze alsacienne waren. Ik probeerde ook een lokale specialiteit: een platte koek die heel taai en kruidig leek te zijn. Niet mijn ding. Voor de droge worst met of zonder noten paste ik uiteraard. Om maar te zeggen: er was echt voor ieder wat wils. Ik had het gevoel dat ik heel veel aan het eten was, maar ik verbrandde ook ongeveer 7000 kcal. Dat krijg je zelfs met cake en chips niet bij elkaar gegeten.

De cijfers
Volgens mijn Garmin legde ik 110,11 km af met 4115 hoogtemeters in 19 uur en 35 minuten. Goed voor een 1004e plaats, we lieten een 250 lopers achter ons en hadden nog 5 uur over op de cut-off. Op basis van de 15 uur en 45 minuten die we vorig jaar in Bouillon onderweg waren voor onze 102 km, schatte ik dat we voor deze trail 18 uur nodig zouden hebben. Het was dik anderhalf uur langer. We legden 1000 hoogtemeters meer af dan in Bouillon, dat heb ik onderschat. Op de bevoorradingen spendeerden we in totaal 1u19, gemiddeld 10 minuten per ravito. Het zijn grote plaatsen waar je meters aflegt en als je met twee bent kost het ook daar meer tijd om af te stemmen op elkaars behoeften. Samenlopen betekent dat je je altijd aanpast aan degene die op dat moment het traagst vooruit gaat. En natuurlijk stop je tussendoor nog eens om een fotootje te maken of omdat iemand moet plassen of dat er iets weggestoken moet worden. We hebben ons nooit moeten haasten. Samenblijven en samenzijn, wat er ook gebeurt: dat is gewoonweg de allermooiste manier om zo’n avontuur te beleven.

De mystieke ervaring
De Trail Alsace en meer bepaald de Ultra Trail des Païens was één groot avontuur. Eerlijk is eerlijk, dat deze race a mystic experience zou zijn, jatte ik vakkundig van UTMB. Ik geef hen volmondig gelijk. Het goddelijke beperkt zich voor mij tot al die mooie kerken (kerkjes) die we gezien hebben. Net zoals de kastelen zijn dat er heel wat. Omdat we dus telkens van dorp naar dorp liepen, zie je eens te meer hoe nederig we als mens zijn ten opzichte van de natuur. Die grote heuvels, bergen en bossen bepalen waar wij kunnen leven en wonen. Tijdens een ultra trail voel je de dag verstrijken, ook al werkt je tijdsbesef anders. Je kan niet anders dan in het moment te zitten en je kan daardoor plots overvallen worden door hoe mooi de lichtinval ergens is. Mystiek is ook in jezelf gekeerd zijn. Je bent rechtstreeks verbonden met wat je voelt en wat je behoeften zijn, maar je stijgt ook keer op keer weer boven jezelf uit. Een ongemak wat in eerste instantie onoverkomelijk lijkt te zijn, kan op mysterieuze wijze naar de achtergrond verdrongen worden. Toen we terug thuis waren, kon ik ook niet meteen schrijven over ons avontuur. Het leek onmogelijk om er woorden aan te geven. Nu nog steeds vind ik het moeilijk om in taal uit te drukken wat ik heb meegemaakt. Al is dit verslag echt lang: woorden schieten tekort om écht te vatten hoe het was. Ik zou bij elke zin willen zetten: het was zwaar en lastig, het deed pijn, maar ook: en toch was het zo ongelooflijk mooi.

De tips
Notities voor mezelf: wat dikkere sokken zijn aan te raden voor een ultra zodat je niet elk vuiltje voelt dat in je schoenen terecht komt (en dat zijn er heel veel). Het is handig om je nummer aan een elastische band vast te maken omdat je al eens van kleding wisselt. Zeker meenemen voor nadien: blarenpleisters! Stressen over de mogelijke controles op de verplichte uitrusting is niet nodig. We waren 100% in orde en werden welgeteld nul keer gecontroleerd, terwijl er duidelijk lopers waren die – op basis van hun quasi lege trailvest -onmogelijk de volledige verplichte uitrusting bij zich konden hebben. Een hoofdlamp zit een pak aangenamer met een muts eronder. Ik hou van mijn stokken! Ik heb ze maar heel weinig kilometers op mijn rug gedragen. De laatste 30 km heb ik ze letterlijk voor elke meter gebruikt.

Nog enkele weetjes

  • We zetten onze gsm in besparingsmodus, waardoor die het prima een hele dag trok. Mocht het toch nodig zijn, hadden we de nodige kabels in onze drop bag om halverwege te kunnen bijladen.
  • Seppe liep de langste afstand van 156 km. Hij vertrok 10 uur na ons en 46 km verder om dan dezelfde route af te leggen. In de afdaling van Haut-Koenigsbourg kwam hij ten val en brak hij een beentje in zijn hand. Het kon hem er niet van weerhouden om in zijn race alsnog naar een 8e plaats te lopen. Straf!
  • We kregen een Belgisch vlaggetje met onze naam om achterop onze vest te hangen. Geweldig toch! De teleurstelling: we kwamen amper lopers tegen met een vlaggetje. Het deelnemersveld bestond hoe dan ook hoofdzakelijk uit Fransen, we kwamen enkele Belgen tegen, maar geen Nederlanders.
  • Wel ongepast wildplasgedrag, gelukkig geen haantjesgedrag. Heerlijk!
  • Er was een groepje enthousiaste vrienden dat zich op verschillende plaatsen langs het parcours positioneerde om met heel veel schwung en ambiance lopers aan te moedigen. Een onvergetelijk moment: toen we hen bergop tegemoet liepen op de tonen van She’s a Maniac.
  • Mijn naam is onuitspreekbaar voor de Fransen. Ze maakten er in het beste geval Jake van. Ik antwoordde werkelijk op élke aanmoediging met merci, merci merci of merci beaucoup. Altijd evenzeer gemeend.
  • Ik had één superfan die mijn naam juist kon uitspreken: een vrouw die we op heel veel bevoorradingen tegenkwamen en me met veel bewondering aankeek. Haar identiteit zal voor altijd een mysterie blijven.
  • In het village du coureurs was natuurlijk een grote tent waar je UTMB-merchandise kon kopen. Ik kwam nooit echt in de verleiding om er geld te spenderen. Er waren onder andere hoodies per wedstrijd van de Trail Alsace met daarbij de deelnemerslijst op de rug gedrukt. Er zijn dus honderden mensen die rondlopen met mijn naam en die van Hans.
  • Ik dacht een heel leuk weetje te hebben gevonden over Château du Bernstein, het werd bekend dankzij de film The English Patient! Jeej! Helaas bleek dat het Burg Bernstein in Oostenrijk te zijn. Bij nader inzien is die berenfamilie ook wel heel leuk.
  • We waren het erover eens dat van alle bevoorradingsplekken Andlau het meest tot de verbeelding sprak. Wie weet, ooit.
  • We gingen zaterdag wijn kopen bij de winkel van Domaine Seilly in Obernai. Toen ik vertelde dat we langs de wijngaarden gelopen hadden, deed de verkoper extra zijn best om de plaatsen te benoemen waar de druiven vandaan kwamen zodat we ook echt het gevoel kregen dat we precies daar geweest waren. De Perle Sainte Odile smaakt er eens zo goed door!

Het gerief – Met een goed gevulde tas naar de Elzas

De Trail Alsace komt nu heel dichtbij. Morgen vliegen we in dit grote roosgekleurde avontuur met een gezonde dosis angst en loophonger. Het eerste obstakel dat we moeten nemen is de autorit. Hans kreeg 2 weken geleden ischias-klachten. Liggen en vooral zitten is erg pijnlijk. Leg maar eens uit dat je meer opziet tegen een paar uur in de auto zitten dan 108 km te lopen, want dat kan en mag hij voor alle duidelijkheid dus wel. Het is met een goed gevulde tas dat we uren tussen Orschwiller en Obernai zullen ronddwalen. De organisatie legt namelijk een uitgebreide mandatory kit op, spullen die je heel de wedstrijd bij je moet hebben. Moeten dus! Controles en straffen als je niet in orde bent! Stress! Bovendien kan er een uitbreiding gevraagd worden afhankelijk van de weersomstandigheden. Met 12° gaan we ervan uit dat de hot weather kit niet geactiveerd wordt, maar de cold weather kit mogelijk wel. Dit lijstje is de verplichte uitrusting:

  • Trailvest: ik kocht een nieuwe Salomon Advanced Skin (blauw!) met een inhoud van 12 liter. Getest en goedgekeurd in de Ardennen.
  • Smartphone met LiveTrail app: de app heeft een SOS-knop waarmee de organisatie je kan lokaliseren in geval van nood, je moet ook altijd bereikbaar zijn.
  • Beker van minstens 15 cl: om te kunnen drinken op de bevoorradingsposten en om de afvalberg zo klein mogelijk te houden.
  • 1l water: past in de 2 soft flasks vooraan in de vest.
  • 2 werkende hoofdlampen mét reservebatterijen: we vertrekken om 7 uur ’s ochtends en zullen dus sowieso een paar uur in het donker lopen, je moet het wel heel gek maken om er 4 sets batterijen door te jagen.
  • Overlevingsdeken (minstens 1m40 x 2m): dat is zo’n blinkend geval waarmee je jezelf of iemand anders warm kan houden in geval van nood, neemt niet veel plaats in.
  • Fluitje: hangt standaard aan de meeste trailvesten.
  • Elastische tape (minstens 1m): je kan er veel mee fixen, naar het schijnt.
  • Voedselreserve: spreekt voor zich, er wordt aangeraden om 800 kcal bij je te hebben, dat zijn een 4-tal repen of gels. Ik ga voor een maximale opname van vaste voeding (chips) op de bevoorradingsposten, maar neem wel wat repen en gels mee.
  • Jasje met kap en gesealde naden voor slecht weer (met nog een lange lijst aan voorwaarden qua waterdichtheid): dit is het duurste item van het pak, met een simpel waterafstotend jasje kom je er niet.
  • Lange broek: er zijn geen vereisten, een extra short met lange sokken mag ook, ik ga voor een klassieke tight.
  • Pet, bandana of buff: ik kies natuurlijk voor mijn Hoka-pet.
  • Warme tweede bovenlaag (minstens 180 gram): dit kledingstuk mag geen katoen bevatten en moet dus zwaar en warm genoeg zijn.
  • Muts: ik heb een niet al te dik exemplaar van Craft.
  • Warme en waterdichte handschoenen: alleen plastic afwashandschoenen zijn 100% waterdicht, ik koos voor mijn duurste en dikste handschoenen van Gore.
  • Identiteitskaart: oppassen om die onderweg niet kwijt te raken bij het in- en uitladen van materiaal.

De verplichte uitrusting voor koud weer komt bovenop bovenstaand lijstje en bestaat uit een beschermende bril, een waterdichte broek, een derde bovenlaag en stevige trailschoenen met gesloten tenen (balen voor de bare foot runners). Wat wij ook nog meenemen is trailstokken (op te bergen in een elastische belt rond je middel), ontsmettings- en insectenspray. Tot slot is er dan nog de drop bag, een 30 liter tas die je vult met extra spullen naar keuze (kleding + eten). Na 63 km staat die op de bevoorrading en kan je aanvullen of gebruiken wat nodig is. Handig!

Voilà, we zijn goed gepakt en gezakt. Nu maar hopen dat de benen ons, liefst vlot, over de bergen zullen krijgen!

Loperspraat – UTMB voor dummies

De marathon ligt niet meer op mijn maag. Ik ben goed hersteld. Dat is ook nodig, want volgende week zullen Hans en ik deelnemen aan de Trail Alsace Grand Est. Het belooft een prachtige tocht te worden van 108 km door pittoreske wijngaarden, langs een kasteeltje hier en daar met bijna 4000 hoogtemeters. Om nog wat berggevoel mee te pikken, gingen we 2x trailen in Stoumont. Het goede nieuws is dat ik mezelf als trailloper serieuzer neem sinds ik trailstokken heb. Daarover later meer. De Trail Alsace is onze eerste UTMB wedstrijd. Een concept dat enige verduidelijking verdient. Daarom een snelcursus UTMB voor dummies.

Waar staat UTMB voor?
Ultra Trail Mont Blanc. Ultra = een loopafstand langer dan de marathon. Trail = lopen op een (grotendeels) onverhard parcours met hoogtemeters. De Mont Blanc is de hoogste top van de Alpen met een hoogte van 4806 meter (ongeveer).
De UTMB is een trailwedstrijd van dik 170 km en ruim 10.000 hoogtemeters die gelopen wordt in het laatste weekend van augustus. Je moet ingeloot worden om te kunnen deelnemen. Op basis van je behaalde resultaten kan je kiezen uit afstanden van 20 tot ruim 170 km. “De Echte” UTMB-race is die van 170 km, die werd voor het eerst georganiseerd in 2003. Het is het spektakelstuk van de trailsport. Alle toppers staan aan de start in Chamonix om door Frankrijk, Italië en Zwitserland te lopen. Duizenden recreanten dromen van een plekje in die iconische wedstrijd met de Mont Blanc als decor.

Wat is UTMB nog?
De UTMB World Series organiseert, naast de UTMB-race, wereldwijd trailwedstrijden, bijvoorbeeld de Trail Alsace. Woorden als incredible, extraordinary en adventure keren vaak terug in hun communicatie. Ze zetten in op beleving en kiezen locaties die tot de verbeelding speken waar ze vervolgens een mooi verhaaltje bij kunnen vertellen. Zo bestaat de Trail Alsace uit 6 afstanden (10 tot 156 km) met elk een eigen naam en stukje geschiedenis. Wij lopen de ultra-trail des païens (UTDP) die een oude Keltische route zou volgen: a mystic experience! Trailrunning als lifestyle, zeg maar.

Je loopt “by UTMB” wedstrijden in de eerste plaats voor de lol (denk ik toch), maar je verzamelt ook een aantal running stones als je finisht. Voor een afstand van rond de 100 km zijn dat er 3. Die stenen kan je gebruiken om deel te nemen aan de loting voor de UTMB-race, mocht je dat willen. Hoe meer stenen, hoe groter je kansen in de loterij. Factoren als leeftijd, geslacht en nationaliteit spelen daarbij ook een rol opdat het deelnemersveld divers genoeg zou zijn. Om erbij te zijn bij de Mont Blanc moet je je met andere woorden al een beetje bewezen hebben als trailloper. Een wedstrijd winnen kan ook. Of dus gewoon wat geluk hebben dat je lotje getrokken wordt.

Wat is een UTMB-index?
De meeste trailwedstrijden in België of in het buitenland, zullen je een UTMB index score opleveren. Het is een score die je krijgt op basis van de afstand die je loopt en je behaalde resultaat. Hoe langer de trail en hoe hoger je in de ranking staat, hoe meer punten je krijgt. Je krijgt niet alleen punten bij de “by UTMB” evenementen en je moet ook niet per se lange afstanden lopen om punten te verzamelen. Je UTMB-index zegt vooral of je op regelmatige basis deelneemt aan trailwedstrijden en of je je ook (soms) aan het langere werk waagt. Om je een idee te geven: mijn huidige UTMB-index is 591. Die van Courtney Dauwalter, één van de fenomenen in de trailsport, 860. De score op zich geeft je niet meer of minder rechten om ergens aan deel te nemen.

Hoe schrijf je je in?
Voor alle “by UTMB” races kan je je inschrijven zonder loting, op voorwaarde dat je een geldige UTMB-index hebt (er is geen minimumscore) en dat je verzekerd bent voor repatriëring bij een ongeval. Wij schreven ons in september in voor de Trail Alsace. De kortere afstanden zijn sneller volzet dan de langere, maar van zodra de inschrijvingen openen, mag je niet te lang twijfelen. De inschrijvingsprocedure doorloopt nog wat bijkomende stappen nadat je betaald hebt. Zo kan je uiterlijk 4 maanden voor de wedstrijd je PPS kopen: le Pass Prévention Santé, de vervanger van het medische attest dat tot voor kort in Frankrijk verplicht was als je deelnam aan een sportevenement. Het houdt in dat je een aantal filmpjes moet bekijken van Franse dokters die uitleg geven bij hartfalen en waar je het aan kan herkennen. Goed bedoeld, wel een beetje absurd.

Wat kost het?
Ik betaalde voor mijn inschrijving 243 euro + 5 euro voor de PPS. Dat is veel geld! Bovendien is het verplichte materiaal dat je moet meenemen uitgebreider dan voor een trailwedstrijd in België of Nederland. Een regenjasje met kap en getapete naden is bijvoorbeeld verplicht, ongeacht het weer. Daar ben je makkelijk 200 euro aan kwijt. Zo zijn er waarschijnlijk nog wat andere spullen die je zal moeten aanschaffen. Natuurlijk kan je budgetvriendelijke keuzes maken, maar ook dan kost een trailuitrusting wel wat. Daarbovenop heb je nog de indirecte kosten zoals je verblijf en vervoer.

Wat krijg je daarvoor?
Wel veel, vind ik. Wij lopen onze 108k in een lijn van Orschwiller naar Obernai. De organisatie voorziet een busrit naar de startlocatie. Er zijn 8 bevoorradingsposten met heel wat faciliteiten, zoals 2x een warme maaltijd en je eigen drop bag die halverwege klaarligt. Wie uit de race stapt, kan op een aantal posten rekenen op vervoer naar de finish. Aangezien we 24 uur de tijd krijgen om te finishen, moeten de checkpoints voor lange tijd ruim bemand zijn. En dat is dan nog maar 1 van de 6 races. Logistiek niet van de poes. Ik heb het natuurlijk nog niet live meegemaakt, dus ik kan de organisatie nog geen officiële complimenten geven. Ter vergelijking: voor de Chouffe trail (80 km) betaalde ik vorig jaar 103 euro, ook niet bepaald weinig. Ieder bepaalt natuurlijk voor zich of ie dat het geld waard vindt.

Is dat UTMB-gedoe niet één en al commercie?
Tja, elke organisator van sportevenementen is commercieel ingesteld. UTMB of “by UTMB” is een merknaam, voor sommigen wellicht een vinkje op de bucketlist. Ze weten hun merk op een heel aantrekkelijke manier in de markt te zetten. Zo is Hoka één van de grote sponsors, een schoenenmerk met een mindset van vrijheid-blijheid en een flinke dosis fashion. Ergens is UTMB ongetwijfeld een circus met veel nullen, maar wel eentje met een hechte, oprechte community van mensen die de passie voor trailrunning delen. UTMB zet bovendien écht in op duurzaamheid en heeft extra aandacht voor vrouwen in het deelnemersveld. Dat zie je bijvoorbeeld aan hoe ze hun races in beeld brengen en aan het feit dat ze menstruatieproducten voorzien aan de bevoorradingen. Sceptisch zijn mag altijd, maar zoals steeds vertrouw ik liever op het positieve. Ik vind het gewoon lekker om me op sleeptouw te laten nemen door dat hele gedoe. Een organisatie mag van mij gerust wat tralala verkopen als ze ook echt iets te bieden heeft qua beleving.

Wat ik zal onthouden van de Olympische Winterspelen

Als je in een niet-wintersportland sport in de winter, dan betekent dat door regen en modder baggeren. In een wintersportland daarentegen levert het feeërieke plaatjes op van het helderste wit en besneeuwde bergtoppen. Op televisiebeelden is geen spatje modder te bespeuren. Zoals dat meestal gaat, miste ik het begin, maar plots overkwam het mij en was ik volledig in de ban van de Olympische Winterspelen Milano-Cortina die zondag officieel werden afgesloten. Dat er gespeeld werd in en rond Milaan had zeker en vast een grote invloed op mijn enthousiasme. Italië! Land van hoop en optimisme! Mijn eerste vaststelling: wintersporters zijn waaghalzen, topatleten met een hoek af die onbesuisd aan hoge snelheden een berg af gaan en zich op glad ijs begeven. Wintersporten is altijd een delicate evenwichtsoefening op het scherpst van de schaats. Dit is wat mij – dankzij vele uren kijkplezier – zal bijblijven van de Winterspelen Milano-Cortina 2026.

  • Wintersporters dragen doorgaans kleding die hun lichaam volledig bedekt, dat is logisch. Als je stijl wil uitstralen met enkel het onderste deel van je gezicht, dan blijkt een perfect getrimde snor de oplossing te zijn of twee gestylede haarlokken die onder je helm uitpieken.
  • De coolio’s van de wintersport, dat zijn natuurlijk de snowboarders. Yeah! Ze dragen geen strakke kleding, maar houden het los en baggy. Het hesje met hun nummer dragen ze ook op de coolst denkbare manier: één arm erdoor, één erboven. Yeah!
  • Mijn liefde voor sporten met stokken is nog wat gegroeid. Als een jekko op ski’s de berg af knallen en dan die stokken aan weerszijden: dat straalt zowel kracht als nonchalance uit. Mijn ski-ervaring is beperkt, maar ik herinner me dat ik zelfs als tiener skiën stoerder vond dan snowboarden. Het zit ‘m in de stokken.
  • Er werden stokken weggegooid. Eén van de memorabele beelden was de Noorse skiër Atle Lie McGrath die door één klein foutje genadeloos werd afgestraft. Weg gouden medaille. Hij ontdeed zich van zijn ski’s om dan onder het lint door van de piste te stappen. Helemaal in z’n uppie de sneeuw in. Het leek wel een kunstwerk.
  • Van alle Olympische wintersporten denk ik dat langlaufen mij het best zou liggen. Lange afstand weliswaar. Harken en krabben, soort van lopen op sneeuw, niet te zot naar beneden gaan om dan totaal uitgeput wat van het landschap mee te krijgen. Ik zie het voor me.
  • Het eerste fenomeen dat ik – en bij uitbreiding de wereld – leerde kennen was Johannes Klaebo: maar liefst 6 gouden medailles op korte en lange langlaufafstanden neemt hij mee naar Noorwegen. Hij loopt een berg op alsof het niks is en verpletterde daarmee de concurrentie. Ik zie wel wat fysieke gelijkenissen met mijn broer. Tot nader order kon ik hem niet overtuigen de switch te maken.
  • Biatlon is een fascinerende wintersport. Je vertrekt met een geweer op je rug om de longen uit je lijf te langlaufen en dan zowel staand als liggend met een beperkt aantal kogels 5x een doel te raken. Het blijft een sport met een wapen en, alle respect voor de atleten, om die reden zou ik toch enkel voor het ski-gedeelte kiezen.
  • Er was een nieuwkomer in de Olympische wintersportfamilie: ski-mountaineering, ook wel skimo genoemd. Spektakel gegarandeerd! Hans vergeleek het met trailrunning. Op ski’s een berg met behoorlijke hellingsgraad oplopen door een soort van labyrint, ski’s uitdoen, de trap nemen, terug in je ski’s klikken om naar beneden te glijden. Je kan het zo gek niet bedenken of het bestaat al.
  • Het allerhardst ging ik op in het kunstschaatsen. Enter het volgende fenomeen: de Amerikaanse “Quad God” Ilia Malinin. Tegen alle verwachtingen in ging hij ten onder in zijn lange kür. De gedoodverfde winnaar moest tevreden zijn met een 8e plaats. Sport is bikkelhard. In het afsluitende schaatsgala zette hij een prestatie van jewelste neer met de emotionele performance getiteld “Fear”.
  • Onze Belgische kunstschaats-sterren schitterden aan de Milanese hemel. Zowel Olympisch debutante Nina Pinzarrone als “routiné” Loena Hendrickx reden een prachtige lange kür na een door blessureleed gedomineerde aanloop naar de Spelen. Hoe geweldig is het dat wij als niet-schaatsland twee kunstschaatsers van wereldniveau hebben?
  • Dé performance bij de vrouwen was die van Alysa Liu. Op een zonovergoten nummer van Donna Summer (what’s in a name) schaatste ze zich in een gouden jurk een weg naar het goud. Alysa Liu is een fenomeen op schaatsen mét een persoonlijkheid. Ze stopte met kunstschaatsen op haar 16e omdat ze andere dingen wilde doen, begon er terug mee op haar 18e om 2 jaar later Olympisch kampioen te worden. Je voelt en ziet het plezier dat zij beleeft. Ik zeg: ongekend!
  • Ook de paren in het kunstschaatsen spreken tot de verbeelding. Hallo zeg, wat spelen die allemaal klaar op ijs! De lassolift en de dodenspiraal zijn opgelegde elementen die iets lijken te zeggen over het gevaar van dat in elke beweging schuilt. Het Japanse paar Riku Miura en Ryuichi Kihara was wat mij betreft de verdiende winnaar, al was het om de emotionele comeback die ze maakten na een mindere korte kür.
  • Drama. Ik denk dat ik daarom zo van kunstschaatsen houd. Het zit niet alleen in de choreografie en de muziek, maar zeker ook in de kleding. Zoals steeds is de lijn tussen “perfect gedoseerd dramatisch met voldoende blingbling” en “een kitscherige overdaad aan nepblinkers” dun.
  • En dan toch nog een kanttekening bij mijn euforie over kunstschaatsen: het is een sport die helaas ook wordt gekenmerkt door coaches of trainers die geschorst worden omwille van grensoverschrijdend gedrag, schandalen en schorsingen door dopinggebruik en de meest uitzichtloze blessures.
  • IJshockey was de enige sport waar ik niet langer dan twee minuten naar kon kijken. Het is eerder een vechtsport voor grofgebekte aso’s dan een spel met regels en respect. Mannen die elkaar uitmaken voor bruidsmeisje, ik zal er nooit een greintje sympathie voor hebben.
  • De Belgische medaillespiegel mocht dan tegenvallen, ik heb daar als kijker niet zo’n last van. Ik geniet net zo goed van de Nederlandse overmacht op schaatsen. De sappige verhalen lagen ook voor het rapen, zowel bij het langebaanschaatsen als de short track waren er misnoegde atleten, rivalen en stiekemerds binnen een team. Het leven zoals het is: de schaatsbaan.
  • Een groot applaus voor Astrid Demeure en Tess Elst, de VRT sportankers die zowel ter plaatse als in de studio glansprestaties neerzetten!

Ik zeg jullie: These were truly phenomenal Games!

Loperspraat – Mijn sportieve plannen voor 2026

Ocharme januari, ik denk dat het één van de meest verguisde maanden is. Doorgaans donkerder dan stiekem gehoopt, winterachtig van aard en de zomer nog ver ver weg. Neem daarbij een portie onrealistische – zogenaamd – goede voornemens (het moet nu ineens anders) en je hebt een ontnuchterende cocktail van desillusie en valse hoop te pakken. Bij mij werkt dat dus niet zo. Januari is voor mij echt dat witte blad waarop er weer volop plannen geschetst en uitgetekend kunnen worden. Met onze Cloud Dancer in gedachten, de kleur van het jaar volgens Pantone, is die lei dit jaar eens zo wit. We vliegen er kortom weer in, aan plannen zelden een gebrek.

Snel zijn en ver vooruit durven denken blijft de boodschap voor wie zich wil inschrijven voor een loopevenement. Vorig jaar was ik er een week niet goed van dat de CPC Loop in Den Haag al uitverkocht was toen wij ons wilden inschrijven. Gelukkig viel er een plan B uit de bus: tot een week voor de race wachten tot startnummers massaal verkocht werden op Marktplaats. Zo liepen wij vorig jaar dus de halve marathon van de CPC als Stella en Annefleur. Hans moest noodgedwongen vertrekken vanuit de laatste startbox. Een prestatie die hem het inhaalmanoeuvre van de eeuw opleverde bij zijn CPC-debuut. We hadden er weer een verhaal bij en een zonnig weekend in Den Haag. Eens zo gemotiveerd waren we om dit jaar braaf in de digitale wachtrij te gaan staan. Met resultaat: we konden een startbewijs voor de jubileumeditie bemachtigen. De CPC viert op 15 maart namelijk zijn 50e verjaardag! Eentje die wij niet zullen missen, deze keer dus gewoon als Joke en Hans, maar met een ongetwijfeld even goed verhaal.

April zal ook dit jaar dé marathonmaand zijn. Het EK bracht ons vorig jaar van Brussel naar Leuven. Om heel veel redenen werd dat een onvergetelijke ervaring. De stad Leuven heeft alles in haar mars om een marathon te hosten. Denk: historisch karakter, een lange rechte Vaart, een overenthousiaste bevolking die in grote getalen komt opdagen als er iets te beleven valt én ook zelf maar wat graag de loopschoenen aantrekt. Het EK bleek een zaadje te hebben geplant voor een boom die ook dit jaar zal bloeien. Op 19 april zal ik aan de start staan van de Leuven Marathon. Het parcours wordt een variatie op dat van het EK. Geen start in Brussel, wel een rondje centrum, een lekker lang stuk langs het water en een passage over het gravel van Meerdaalwoud. Wederom dus een gevarieerde trip down Memory Lane in ongetwijfeld heel mooi gezelschap. Hans, Roos en Joni zullen ook de hele marathon lopen (mogelijk worden er zelfs allianties gesmeed). Papa en Marike lopen de halve marathon. Je hoeft niet te voetballen om thuismatchen te kunnen spelen.

In mei trekken Hans en ik naar de bergen en het buitenland voor een grensverleggend avontuur. We zullen op vrijdag 15 mei aan de start staan van de Trail Alsace by UTMB. Wij lopen de Ultra-Trail des Païens, een mystieke naam die verwijst naar de Keltische roots van de Elzas. Naamgeving en decor is belangrijk, dat weten ze heel goed bij UTMB. Het belooft een hallucinant stuk lopen te worden van maar liefst 109 km met 3900 hoogtemeters. De route brengt ons van Orschwiller naar Obernai langs kastelen en wijngaarden met het ene fenomenale zicht na het andere, dat is toch de romantische benadering. Jullie weten dat ik trails steevast afmeet aan de Chouffe trail en ik heb uit goede bron (Hans) vernomen dat beklimmingen in de Elzas niet technischer zijn dan de Ardennen, maar wel langer. Mijn geheime wapen: een paar spiksplinternieuwe trailstokken. We vertrekken gelukkig ’s ochtends, wat mijn maagdarmstelsel zal kunnen waarderen. Een uitdaging van formaat, dat sowieso, eentje waar we heel erg naar uitkijken! En als Seppe zich een beetje haast op de langste afstand van 156 km kunnen we hem op zaterdagavond zien finishen.

In juni gaan we nog eens terug naar Bouillon. Onze promotie voor de (een beetje) verborgen parel van de Ardennen heeft in kleine kring gewerkt. Joni en Roos zullen op 6 juni present tekenen voor de 100 km. Hans, Sam en ik zullen de 35 km lopen. We proberen Pieter nog te overtuigen om zijn karretje aan te hangen. Het is voor ons een degelijke uitdaging om de trailbenen gaande te houden voor wat nog komen zal. Heel bijzonder dat we er nu in uitgebreid gezelschap aanwezig zullen zijn. En ja hoor, gelukkig zullen we allemaal de Tombeau du Géant te zien krijgen. Ik verplicht nu al iedereen om daar een adembenemende selfie te maken, weer of geen weer.

Na de Trail des Fantômes was ik vorig jaar helemaal klaar met de (te) grote loopevenementen die door hun populariteit uit hun voegen barsten. Mij (ons) zou je niet meer op een trail van Sport Events zien bijvoorbeeld. Hun trails worden steeds opgeschaald en de fomo bij een jong publiek aangewakkerd, wat het loopcomfort niet bepaald ten goede komt. Dat ik dan de Chouffe trail zou missen: so be it! zei ik heel stoer. Tot de tijd me wat milder stemde en ik besefte dat ik met mijn principes vooral mezelf in de voet zou schieten. Ik kan de Chouffe trail simpelweg niet missen. Het avontuur wordt op 4 juli namelijk eens zo groot, want met Hans en Sam gaan we voor de Big Chouffe van maar liefst 101 km. Noem het gerust gekkenwerk, want om dit met ons drieën te doen: hoe ongelooflijk zot is dat?!

Het najaar brengt in september een herkansing voor Hans op de Great Escape 200 km. Hij is er eens zo hard op gebrand om die missie nu wel te volbrengen en ik heb eigenlijk ook wel weer eens zin om in de auto te slapen. In november zou het zou zomaar kunnen dat Den Haag een heel mooi wit konijn uit de hoed tovert. Er zou namelijk een marathon georganiseerd worden in onze oh zo geliefde stad. Als dat ervan komt, dan moet en wil ik daarbij zijn.

Tot slot gooi ik er nog een disclaimer tegenaan. Ik heb een dubbele verhouding met het gegeven dat de loopsport tegenwoordig steeds grootsere en extremere vormen aanneemt. Enerzijds vind ik het jammer als iets gehypet en gekaapt wordt door mensen die op een andere manier in de sport staan dan ik. Anderzijds, wie ben ik om er iets op tegen te hebben dat zovelen zich aangetrokken voelen tot de prachtige sport die lopen is? Bovendien pleit ik net zo goed zelf schuldig aan het langer en extremer maken van uitdagingen. Weet dus dat ik me daar bewust van ben. Wat voor mij altijd zal primeren is het avontuur, de ervaring en verbinding die lopen mij brengt. Let the games begin!

Hip hip hoera voor Sam!

Lieve Sam

Wat een nieuws: jij wordt vandaag 30 jaar! Geboren op 8 januari 1996, het zou een koude maandag geweest zijn. Nu weet jij natuurlijk dat ik graag een verband leg tussen iemands persoonlijkheid en de dag waarop die geboren werd. In jouw geval stemt mij dat tot nadenken. Jij, een maandag?! De productieve laten-we-de-week-maar-ernstig-beginnen-dag waarop doorgaans niet al te veel bijzonders gebeurt? Tot mij te binnen schoot dat jij me eens op een koude maandag in december hebt gebeld of ik die avond mee wilde naar een concert van Zwangere Guy in de AB. Jij laat het leven niet begrenzen door de dagen van de week. Elke dag is een mogelijkheid. Elke dag is een kans om er iets bijzonders van te maken. Jij kan elke dag van de week zijn.

4 jaar geleden leerden we elkaar kennen op een koude, natte zondag in januari in Holsbeek bij de Naturarun, één langgerekte modderloop. Je sprak me voor de start aan, had mijn blog ontdekt en zo ook dat ik lesgaf op de school waar jij een leerling was geweest. Jij haalde mij onderweg in. Ik won de wedstrijd. Nadien gaf je toe dat je mij als mikpunt genomen had, maar dat je toch diep was moeten gaan om me voorbij te lopen. Ondanks ons leeftijdsverschil bleken we heel wat raakvlakken te hebben. Een paar maanden later stonden we samen klappertandend in het startvak op de Champs Elysées voor dé Paris Marathon. Aan de finish vierden we met Roos erbij. We beleefden samen iets heel wezenlijks. Onze vriendschap nam een raketstart en daardoor was je eigenlijk ook meteen deel van de familie.

We zijn in veel opzichten tegenpolen. Ik woon in het dorp, jij in de grote stad. Jij wil zoveel mogelijk mensen ontmoeten en de wereld zien, ik ben het honkvaste gewoontedier. Jij staat een nachtje door te stampen op techno, ik dans alleen met Hans in de keuken. Jij bent de man die zelfs onder de douche naar een podcast luistert, ik ben de vrouw die radiostilte nodig heeft. We zijn het cliché van de extravert en de introvert die elkaar naadloos aanvullen. Zowel vertellers als luisteraars, zowel denkers als doeners.

Jij bent een immer bescheiden alleskunner en alleswiller die werkelijk elke kans aangrijpt om iets mee te maken of om de wereld een beetje beter te begrijpen. Het leven lacht je toe, dat is zo, maar het zou te makkelijk zijn om je weg te zetten als een zorgeloos zondagskind. Juist omdat het leven niet altijd mild voor jou is geweest, wil je het nu eens zo hard leven. Jouw fomo draait niet om erbij willen zijn of gezien willen worden, je ziet elk moment als potentieel interessant. Ik kijk vol bewondering toe hoe jij met een oprecht open blik rondom je kijkt, hoe je je kwetsbaar kan opstellen en ook barst van het potentieel. Toujours invaincu! om het met Stromae te zeggen, jou op het lijf geschreven. Je bent bovendien een vriend die heel veel geeft en, ik zou haast zeggen op een ouderwetse manier, een vriendschapsband ook echt koestert.

Wij overbruggen onze generatiekloof met gemak. Op geen enkele manier voelt het aan alsof onze vriendschap door ons decennium verschil niet in evenwicht zou zijn. Met Hans erbij zullen we in de zomer dus als dertiger, veertiger en vijftiger op pad zijn om 100 km aan te tikken. Hoe bijzonder is dat? Ik kijk nu al uit naar de urenlange bijbabbelsessie en de muzikale verrassingen die je voor ons in petto zal hebben. Het mooie is: met jou erbij stijgt het entertainmentgehalte, maar mag het net zo goed saai zijn. Juist door samen zo’n intense sportieve momenten te beleven, weet je ook echt wat je aan elkaar hebt. Heel veel, dat weet ik al langer.

Geniet van jouw dag! Vandaag toevallig een donderdag, maar wat doet jou dat? Vandaag zeg ik: cheers! en gefeliciteerd! Morgen klinken we op jouw gezondheid en ineens ook op de vriendschap en het leven. Op alles eigenlijk en ineens ook op elke dag. Omdat jij ook zoveel bent in één persoon. Hieperdepiep hoera!