Loperspraat – Mijn loopkalender voor het najaar

Of je nu vindt dat het nog zomer is of al herfst: het najaar staat zachtjes op de deur te kloppen in gezelschap van zijn goede vriend het loopseizoen. Regen en wind zijn misschien niet meteen de weerselementen die de loper op zijn pad wenst, maar eigenlijk is een streepje grijs in najaar veel geschikter loopweer dan de zomerse warmte. Gedaan dus met zonnecrème smeren op een bezwete rug, weg met de dehydratatie en de pijnlijke schuurplekken! En als de duisternis zijn intrede doet, moet je maar denken aan de woorden van Leonard Cohen: there’s a crack in everything, that’s how the light gets in. Ik doe graag uit de doeken welke loopdoelen Roos en ik met stip in onze agenda hebben genoteerd. Aan plannen geen gebrek!

Op zondag 22 september tekenen we present voor de tweede editie van de Leuven Nature Trail. Het woord trail in combinatie met Leuven is wat misplaatst. Een juistere beschrijving is: een groene looproute over een grotendeels off-road parcours. Roos en ik zijn ingeschreven voor de langste afstand van 25 km. Wat dit evenement uniek maakt, is dat je aan de finish in Leuven de trein naar Sint-Joris-Weert neemt, waar de startlijn ligt. Van daaruit gaat het door het Meerdaalwoud naar vertrouwd gebied in Heverleebos en via Abdij van Park naar de finish aan het station in Leuven. Vorig jaar vond ik deze wedstrijd geen onverdeeld succes, aangezien de regen bijna constant met bakken naar beneden kwam. Bovendien werd ik dan ook nog eens doorweekt op de fiets, zowel op de heen- als de terugweg. Ook mijn optimisme kent grenzen. Ik hoop dus op een drogere tweede editie en kijk uit naar het samen lopen met Roos.

De afgelopen zes jaar liep ik in oktober ofwel de halve ofwel de volledige marathon in Brussel. Dit jaar staan we op zondag 6 oktober aan de start van de halve marathon. Het parcours vertoont veel overeenkomsten met de 20 kilometer van Brussel, maar de halve marathon kent een kleiner deelnemersveld. Zowel start als finish verlopen dan ook wat rustiger. Het plan is om nog eens plankgas te geven. Na de gemiste CPC Loop in het voorjaar liep ik immers nog geen halve marathon in wedstrijdverband. Mijn snelste halve marathon in Brussel liep ik in 1:38 (2017). Ik heb heel veel zin om onder die tijd te duiken, al vind ik het ook een beetje jammer dat ik niet aan de start sta van de hele marathon. Ik liep die al drie keer en heb aan elk van die marathons heel mooie herinneringen. Dit jaar zal ik dus dubbel zo hard van de kilometers van de halve moeten genieten.

Ik loop mijn oh zo geliefde marathon in Brussel niet omdat Roos en ik op zondag 20 oktober samen de marathon in Brugge zullen lopen. Wij kozen voor deze relatief jonge marathon omdat Roos haar persoonlijke marathontijd (PR voor de insiders) wil verbeteren. Daar kan je maar beter een vlak parcours voor kiezen en dat vind je dus in Brugge en niet in Brussel. Voor Roos wordt Brugge haar vierde marathon. Haar PR staat momenteel op 3:43 (Rotterdam 2016). Ik zal als haar persoonlijke haas of pacer alles uit de kast halen om die tijd onder de 3:40 te brengen. Eigenlijk is dit dus niet minder dan een droom die uitkomt. Mijn taak bestaat eruit om een constant tempo te lopen zodat Roos haar wagonnetje kan aanhaken, wat uit de wind wordt gezet en niet moet rekenen. Uiteraard zal ik haar met mijn doorgedreven aanmoedigingen ook tot het uiterste drijven. Als dat al nodig is, want Roos verkeert in topvorm. Professionele pacers stappen na 30 kilometer uit de wedstrijd, ik ga door tot het bittere eind, zodat we zij aan zij kunnen finishen. Dat deden we ook bij ons marathondebuut in 2015, toen er van hazen geen sprake was.

Na ons marathonavontuur gaat het in november richting de Kempen, meer bepaald naar het doorgaans modderige Kasterlee. Op 17 november lopen we daar de halve marathon: een familiegebeurtenis waarbij het altijd slecht weer lijkt te zijn en er vaak een Odeyn ten val komt. November wordt sowieso een zware trainingsmaand omdat ik dan in volle voorbereiding ben voor de Hel van Kasterlee, want jawel: ook dit jaar zal ik eraan geloven. Op zondag 22 december zal ik weer het onderste uit de kan halen om te finishen in de zwaarste winterduatlon ter wereld. Ik kan ook weer rekenen op Roos als trouwe begeleider. Vorig jaar werd ik dus onverwacht derde. Daarom leek het vanzelfsprekend dat ik me een tweede keer aan dit spektakelstuk zou wagen. Ik kijk met gemengde gevoelens naar de komende trainingsmaanden. Langs de ene kant heb ik er veel zin in. Ik focus me nu vooral op de voorbereiding van de marathon. Langs de andere kant herinner me maar al te goed hoe nat, koud, donker en eenzaam de trainingen in november kunnen zijn. Wekelijks was ik toen zo’n 20 uur aan het fietsen en lopen en daarnaast gaat mijn leven natuurlijk ook gewoon verder. We zien wel hoe het mij dit jaar bevalt.

Vergeet niet om morgen kaarsjes te branden, vingers te kruisen en duimpjes op te houden. Mijn broer strijdt namelijk vanaf 9u voor de wereldtitel duatlon in het Zwitserse Zofingen! Go Brobro!

 

 

De gedachte – Over snelle schoenen

Ik bezit een uitgebreide collectie loopschoenen. Dat kan ik ook legitimeren omdat ik op jaarbasis zo’n drie paar loopschoenen verslijt. Ik hou niet bij hoeveel kilometers een paar op de teller heeft staan, maar ik voel het wel als het einde nabij is. Veellopers doen er goed aan om verschillende types schoenen (bij voorkeur van verschillende merken) af te wisselen omdat elke schoen je spieren op een andere manier belast. Die variatie verkleint de kans op blessures weer een beetje. Wie tegenwoordig loopschoen gaat kopen, kan rekenen op een professionele loopanalyse. Al die technologie ten spijt toonde onderzoek aan dat de meesten enkel op gevoel net zo goed een geschikte loopschoen uitkiezen. Goede loopschoenen zijn zonder meer een doorslaggevende factor inzake loopcomfort en blessurepreventie. De vraag is in welke mate schoenen een snelle wedstrijd kunnen beïnvloeden.

Ik kan me emotioneel hechten aan loopschoenen. Het doet pijn als een favoriet paar fin de carrière is. In 2017 liep ik drie marathons met de Adidas Ultraboost. Ik kreeg het nog niet over mijn hart om ze weg te doen. Soms doe ik ze gewoon nog eens aan en dan lijk ik de herinnering te voelen. Een zelfde geluksgevoel overvalt mij als ik de Nike Zoom Fly aantrek. Dat is de betaalbare versie van dé schoen der schoenen waarmee Kipchoge & Co in 2017 een ultieme poging waagden om onder de magische marathongrens van 2 uur te duiken. Dat lukte net niet, maar Koning Kipchoge toonde met zijn op maat gemaakte Nike Vaporfly 4%’s wel aan dat ze een klein verschil kunnen maken. De revolutie zit in de gebogen carbonplaat in de zool, waardoor de schoen je afzet krachtiger maakt en je dus meer energie terugkrijgt. Critici relativeerden die innovatie door te verwijzen naar Hoka One One dat al langer met carbon in de schoen werkt. De 4% duidt op de gemiddelde verbetering van de loopeconomie die de Vaporfly garandeert. Hiermee is niet gezegd dat je ook daadwerkelijk 4% sneller zal lopen. De effectieve winst wordt geschat op zo’n 2%: dat is nog steeds behoorlijk wat voor een marathonloper. Het prijskaartje van de Vaporfly is navenant: je telt 250 euro neer voor een paar ultrasnelle schoenen. Aangezien je slechts 250 kilometer met de Vaporfly’s kan afleggen, zijn de schoenen in verhouding dus ongeveer 8x zo duur als een gewoon paar.

Ik heb geen Vaporfly’s, maar wel Zoom Fly’s: het betaalbare, iets minder geavanceerde broertje. De kostprijs daarvan is 150 euro, maar een slimme shopper kan koopjes doen. Voor mij is het de ideale marathonschoen omdat hij stabiel aanvoelt, veel demping biedt en toch ultralicht is. Op mijn Zoom Fly’s vlieg ik over asfalt of door het bos en deze week legde ik op een afgedragen paar ook heel wat kilometers te voet (en al lopend) af in Parijs: kortom een echte allrounder die meteen mijn hart stal. Recente studies laten er geen twijfel over bestaan dat recreanten effectief snellere marathons lopen met de dure Vaporfly’s. De netto winst zou drie à vijf minuten bedragen. Ik heb overwogen om een paar aan te schaffen voor de marathon in Parijs, maar ik deed dat niet omdat ik 250 euro nog altijd te veel geld vind voor schoenen met een extreem korte levensduur.

Zou ik mijn marathon in Parijs enkele minuten sneller hebben gelopen op Vaporfly’s? Een interessante vraag die nooit eenduidig beantwoord kan worden. Je kan immers niet eerst een marathon lopen op gewone schoenen en vervolgens nog eentje op zogenaamd snelle schoenen om te vergelijken wat het je netto oplevert. Is die winst ook gegarandeerd op een zwaar parcours? En vergroot je niet het risico dat je alsnog jezelf in de vernieling loopt omdat je te snel vertrekt op die snelle schoenen? Sommigen zijn er bovendien van overtuigd dat zowel de Zoom Fly als de Vaporfly enkel tijdswinst opleveren voor heel snelle lopers en voorvoetlanders: niet ik dus. Daarenboven is de marathonloper altijd onderhevig aan verschillende factoren en blijft de vraag in welke mate schoenen nog doorslaggevend zijn als je een marathon moet lopen met een sterke tegenwind in de gietende regen. Misschien is juist de illusie van een verhoogde snelheid veel waard.

Ik schrok toen sportjournalist Hans Vandeweghe in De Morgen daags na het kersverse Belgische record van Bashir Abdi uithaalde naar de snelle schoen van Nike. Het zal niemand verbazen dat de huidige wereldtop en ook onze Belgische toplopers hun marathons lopen op de Vaporfly’s. Volgens Vandeweghe zijn al die recente successen te verklaren door de snelle schoen. It’s the shoes, stupid: de Nikes zijn volgens hem een vorm van technologische doping. Hij vergelijkt de snelle schoen met de LZR Racer van Speedo: het ultrasnelle zwempak waarmee 10 jaar geleden zowat alle zwemrecords sneuvelden en dat inmiddels verboden werd. Die vergelijking wringt langs alle kanten. In de eerste plaats omdat in eender welk zwembad de omstandigheden altijd zo goed als identiek zijn. Een marathon loop je in de buitenlucht: de omstandigheden zijn altijd anders, wat de impact van schoenen beperkt. Bovendien is een marathon een veel langere inspanning die je niet zo zeer technisch, maar wel tactisch moet aanpakken. Ook de tijden van wereldrecordhouder Kipchoge zijn niet simpelweg in te delen volgens een pre- en post-Vaporfly-tijdperk. Kipchoge liep zijn eerste marathon in 2013 en won 11 van de 12 marathons waar hij aan deelnam. Hij liep de marathon van London in 2016 zónder Vaporfly’s bijna een halve minuut sneller dan de marathon van Berlijn in 2017 mét Vaporfly’s.

Volgens Vandeweghe is de progressie van zowel Koen Naert als Bashir Abdi hoogstonwaarschijnlijk volledig toe te schrijven aan de atleet. Daar kan ik hem in bijtreden. De snelle schoen zal een minimale bijdrage leveren aan hun prestaties, maar het omgekeerde is zonder enige twijfel onwaar. Hun prestaties zijn niet enkel te herleiden tot een snelle schoen. Beide toppers zijn 30 jaar: een logische leeftijd om te pieken als marathonloper. Bashir Abdi verbeterde het 24 jaar oude Belgische record met amper 17 seconden. Wie beweert dat hij dat record verpulvert dankzij een snelle schoen, doet de straffe atleet die Bashir is grote oneer aan. Technologische vooruitgang hoort bij sport. Het werelduurrecord van Victor Campenaerts is daar een mooi voorbeeld van. De marathon heeft echter zijn eigen wetten en kent vooral geen genade. Hoe snel of traag je schoenen ook zijn, het is en blijft de atleet die het verschil maakt.

IMG_4510b

Rechts: de nieuwe Nike Zoom Fly Flyknit: het bovenwerk daarvan is gebreid en heeft dus de structuur van een sok. Links: trouwe lezers zullen de blauwe Nike Zoom Fly’s herkennen als de schoenen waar ik de marathon van Parijs op liep. Met dank aan Roos voor het decor en de fotohulp.

Loperspraat – Decompressie, rust en onrust in april

Tijdens de 30 dagen van marathonmaand april beleefde ik een gevarieerd scala aan emoties: van rust en ontspanning tot momenten van doodsangst. Zelfs Florence zou er een vette kluif aan hebben om al die mixed feelings in een powersong te vervatten. Mijn marathon in Parijs was een schot in de roos en verdeelde de maand in een periode voor en een periode na 14 april. Ik zat weer eens op mijn roze marathonwolk na te genieten van al dat moois toen donkere wolken zich verdrongen boven mijn blauwe hemel. Ook mijn rooskleurige bril kon niet voorkomen dat ik regelrecht leek af te stevenen op een muur van zwarte donderwolken. Uiteindelijk liep ook dit absurde verhaal goed af en won ik de strijd van de mysterieuze D-dimeren.

Mijn herstel begon nochtans veelbelovend. Na een comateuze post-marathonslaap sprong ik verbazingwekkend fris uit bed. Enige spelbreker was een ernstig verzuurde linkerkuit. Na een spoedinterventie van een top kinesitherapeut kon ik weer met min of meer gezwinde pas de Parijse grond betreden. Ik had nog een week paasvakantie om te bekomen, de zon scheen en ik was een tevreden mens. Ik herkende mezelf amper in de golf van contentement die mij overspoelde. Voor het eerst was ik echt trots op mijn lichaam dat weer maar eens een topprestatie had geleverd en kon ik al mijn complexen aan de kant schuiven. Toen ik dan ook nog eens de wijze beslissing nam om dat lichaam wat rust te gunnen en de stramheid niet meteen te lijf te gaan met loopkilometers, was ik ervan overtuigd dat wijsheid echt met de jaren komt. Met ontspannen tred fietste ik de verzuring weg. Ik werd omringd door een aura van opluchting en dankbaarheid. Alsof ik na tien marathons een succesvolle cyclus had afgewerkt. Ik leek een andere mens te zijn en juist dat was ook wat beangstigend.

De vakantie liep op z’n einde en mijn spieren voelden steeds soepeler. Tijdens het fietsen viel het me op dat ik sneller buiten adem was, maar dat leek me normaal binnen een herstelproces. Ook toen ik een week na mijn marathon voor het eerst de benen ging loslopen en na elke kilometer moest pauzeren om op adem te komen, sloeg ik niet meteen alarm. Het was warm en de marathon zat nog in mijn lijf. Pas toen ik op school een mijl ging lopen met de leerlingen en elke meter een kilometer leek te zijn, sloop er ongerustheid in mijn oh zo geruste gemoedstoestand. Ik moest bekennen dat ik kortademig was als ik de trap opliep of op weg naar school een stukje bergop fietste. Marathonloper of niet, mijn conditie bleek onbestaande te zijn. De 10 Miles in Antwerpen lopen, was niet haalbaar. Wederom nam de wijsheid het over van de paniek. Na overleg met Roos besloot ik nog wat extra rust te nemen en dat was niet eens met pijn in het hart.

Het leek alsof ik voeling verloren was met de loper in mij. Tussen rust en onrust bestaat in mijn hoofd altijd een intensieve wisselwerking. Ik nam zelfs het gewichtige woord identiteitscrisis in de mond. Welgeteld een jaar geleden kon ik na zeven weken rust terug enkele voorzichtige minuten lopen. Op een jaar tijd was ik dus van helemaal niets naar twee snelle marathons en een zware winterduatlon gegaan. Ik realiseerde me dat ik een intensief sportjaar achter de rug had dat gekleurd werd door heel veel mooie momenten, maar ook met een constante druk om mijn grenzen opnieuw te verleggen. Een jaar lang had ik mezelf tot het uiterste gedreven en misschien woog dat nu mentaal zwaarder door dan ik dacht. Decompressie dus. Ik schakelde nog een versnelling hoger in rustmodus en dat beviel me wonderwel goed. Naast mijn schoolwerk kon ik weer uren aan een stuk lezen, creatieve plannen maken en in de zetel hangen met mijn katten. Die staat van ontspanning werd overschaduwd door de sluimerende angst dat er iets scheelde met mijn hart of longen. Toen ik twee weken na de marathon tijdens een fietsrit vaststelde dat ik nog steeds kortademig was, zat de schrik er goed in. Wat had ik mijn lichaam in godsnaam aangedaan?

De huisarts kon me in eerste instantie geruststellen: mijn hart en longen klonken niet afwijkend. Een bloedonderzoek zou duidelijkheid geven over eventuele tekorten en verhoogde waarden. Die resultaten brachten helaas geen eenduidige verklaring. Alles was perfect normaal, maar ik had een verhoogde waarde D-dimeren: een afbraakproduct van stollingseiwitten. Hoewel ik een atypische longpatiënt zou zijn, kon dit erop wijzen dat ik een longembolie of dus een bloedklontertje in mijn longen had. Een nieuwe bloedafname zou dit moeten uitsluiten. Hoewel mijn huisarts me op het hart drukte niet te panikeren, was het kwaad geschied. Ook de meest verwoestende brand ontstaat met een minuscuul vonkje. In mijn hoofd was het blinde paniek. Ik kon niet meer rustig ademhalen en voelde mijn hart als een gek bonzen. Het ene na het andere doemscenario passeerde de revue. Ik zou misschien nooit meer mogen lopen. Ik zou een vreselijke tumor kunnen hebben. Ik zou misschien zelfs sterven. Dit was het dan. Mijn leven. De drama queen kreeg ongelijk. Na een dag nagelbijten bleek het gehalte D-dimeren gedaald te zijn. Het was dus uitgesloten dat er iets mis was met mijn longen. De verhoogde waarde viel perfect te verklaren door de inspanning van de marathon die iets getriggerd heeft. Binnen de 10 dagen zou de waarde genormaliseerd zijn. Ik mocht sporten en kon letterlijk opgelucht ademhalen.

Vandaag trok ik mijn loopschoenen aan om te testen hoe het nu zat met die verduivelde D-dimeren. 10 kilometer liep ik aan een stevig tempo en vooral: zonder te moeten stoppen. Ik vloog en vond met gemak een tweede adem. Het mooie aan een periode van rust is dat de loophonger en euforie eens zo groot zijn als je er terug aan begint. Ik genoot zonder overdrijven van elke meter. Bij deze is mijn identiteitscrisis dus definitief afgewend. Elton had echt gelijk: I’m still standing after all this time, looking like a true survivor, feeling like a little kid.

IMG_4400b

Het moment – De ultieme bekroning voor Bashir Abdi

Ik bombardeer april bij deze officieel tot marathonmaand. Er was mijn eigen moment de gloire in Parijs, de toptijd van Nederlands talent Abdi Nageeye, maar vooral twee Belgische topatleten die boven zichzelf uitstegen. Koen Naert beet begin april de spits af in Rotterdam. Hij verpulverde zijn snelste tijd en strandde op amper 19 seconden van het Belgisch record. Dat staat al 24 jaar op naam van Vincent Rousseau. Afgelopen zondag was het de beurt aan landgenoot Bashir Abdi. Hij ging van start in de prestigieuze London Marathon, u weet wel: één van de Majors. Terwijl de wereld enkel oog had voor de Keniaanse Eliud – King of Marathon – Kipchoge en publiekslieveling Sir Mo Farah, liep onze eigenste Bashir in alle anonimiteit naar een verbetering van het nationaal record. Met 2:07:03 stelde hij het Belgisch record 17 seconden scherper. Een uitzonderlijke prestatie, zeker als je weet dat dit nog maar zijn tweede marathon was.

Mogelijk is de staat van extase waarin ik me zondag bevond te wijten aan het feit dat er jaarlijks slechts een handjevol marathons live op televisie te volgen is. Ik zou me ook kunnen verontschuldigen voor mijn ongebreideld enthousiasme, want ik ben me ervan bewust dat niet iedereen zo lyrisch is als er een marathon op tv wordt uitgezonden. Enkel wie al eens van de marathon madness geproefd heeft, zal ten volle begrijpen waarom zulke beelden bij mij een gevoelige snaar raken. In de eerste plaats zijn sfeerimpressies van de startzone een feest van herkenbaarheid: het nerveuze getrippel om warm te blijven, aanschuiven bij de dixi’s en tot slot nog een banaantje wegwerken. Er hangt een serene, maar toch opgewonden sfeer: nu gaat het gebeuren. Alles is adrenaline. De marathon is uniek omdat topatleet en recreant identiek dezelfde wedstrijd op hetzelfde moment lopen. Bij de BBC hebben ze dat goed begrepen. De uitzending werd gekaderd met kleine en grootse verhalen van zowel toppers als recreanten. Niemand minder dan Paula Radcliffe (wereldrecordhouder op de marathon bij de vrouwen) voorzag de strijd van professioneel commentaar. Ik kreeg trouwens ook Roos zo ver om zondag naar BBC over te schakelen. Ze gaf grif toe dat haar marathonhart er sneller van ging slaan.

Bashir Abdi speelde het tactische spel slim. De 30-jarige Gentenaar manoeuvreerde zich voor de race behendig in de positie van underdog. Hij strooide zijn opponenten en de media professioneel zand in de ogen door te zeggen dat hij de laatste weken te kampen had met maagproblemen als gevolg van een bacteriële infectie. Het bleek een geniale schijnbeweging te zijn, want Bashir vertrok pijlsnel. Na 10 kilometer was duidelijk dat hij op recordkoers lag. Naar eigen zeggen kwam hij de man met de hamer tegen op kilometer 40. Die kon hem niet van een zevende plaats houden en zo werd Bashir gekroond als kersvers Belgisch kampioen op de marathon. Een titel waar hij als tiener niet van droomde. Hij kwam op jonge leeftijd in België terecht nadat hij met zijn familie vluchtte voor het oorlogsgeweld in Somalië. De jonge Bashir ambieerde een carrière als profvoetballer, maar belandde na een blessure op zijn vijftiende in de atletiekclub van Oostakker. In tegenstelling tot Abdi Nageeye blonk Bashir Abdi niet meteen uit tijdens loopnummers. Trainer Peter Robbens zag echter potentieel. Het was pas toen Bashir bevriend geraakte met zijn idool Mo Farah dat hij zichzelf ontdekte als toploper en bijgevolg zijn hart verloor aan de atletiek.

Dat Eliud Kipchoge voor de vierde keer de London Marathon op zijn naam schreef, is geen verrassende plottwist in dit verhaal. Keizer Bashir Abdi zetelt op een imposante troon in marathonmaand april. Goedlachs en immer sympathiek, maar ook kritisch zoals het een waardig kampioen betaamt: die drie seconden boven 2:07 vond hij toch jammer. Telkens als ik over professionele marathonlopers schrijf, kom ik tot de conclusie dat het oprechte mensen zijn. Uitblinken op de mythische afstand vraagt veel trainingsarbeid, vaak ver weg van alles en iedereen. Ook Bashir maalt veel kilometers op stoffige Ethiopische wegen: weg van het spektakel en eender welk mediacircus. Schitteren op een grote marathon levert een behoorlijke geldprijs op, maar uiteindelijk leidt de marathonloper een eenvoudig leven. Bescheidenheid siert de grootste kampioenen. Het wordt hoog tijd dat er een boek verschijnt over het levensverhaal en de carrière van de charismatische Bashir Abdi.

Marathonpraat – Wat ik over mezelf leerde uit 10 marathons

In een marathon komen zowel de saaiheid als de heroïek van het leven samen. Uren aan een stuk lopen is namelijk een eentonige activiteit die geen specifieke vaardigheid vereist. De volharding die dat vergt, is echter wel een heldhaftige prestatie. Op mijn palmares staan ondertussen welgeteld tien marathons te blinken. Tien stuks: dat is toch een aardige bibliotheek aan verhalen omdat elke marathon garant staat voor een uniek verhaal. Misschien niet altijd bijster interessant, maar wel voldoende stof tot (na)vertellen en overpeinzen. Alles begint met de weg naar marathondag – trainingen die al eens wat hobbeliger verlopen, de laatste etappe tot de grote dag – als de zenuwen het overnemen, de marathonrace – de strijd met jezelf – en vooral de lessen die dat proces oplevert. Door marathons te lopen leerde ik in eerste instantie mezelf als sporter kennen. Ik wist aanvankelijk niet dat er iets atleetwaardig in mij huisde. Uiteindelijk leerde ik mezelf vooral als mens beter kennen. Of hoe de metaforische waarde van de marathon onuitputtelijk is.

Marathontrainingen kosten zelden bloed en tranen, maar vooral veel zweet. In mijn geval ongetwijfeld ettelijke liters. Waar ik in het prille begin simpelweg veel liep om me voor te bereiden, kreeg ik door de jaren heen duidelijker omlijnde ideeën omtrent de ideale marathonvoorbereiding. Hoe strakker de plannen in mijn hoofd vorm kregen, hoe moeilijker het werd om eraan te voldoen. Ik leerde zowel de kwaliteiten als de zwakke plekken van mijn lichaam kennen. Hierdoor ging ik beseffen hoe ondoorgrondelijk het menselijk lichaam in wezen is. Alles lijkt bovendien meetbaar te zijn door de overdaad aan informatie die beschikbaar is. De waarheid is dat niemand exact kan vertellen wat het beste werkt voor jouw lijf. Een marathontraining blijft een complexe evenwichtsoefening waarbij basisprincipes als kapstok dienen en je op menselijke experts kan vertrouwen om uiteindelijk zelf aan te voelen wat goed is. Geen enkele marathonvoorbereiding verloopt 100% naar wens. Dat kan frustrerend zijn, maar in principe is het de keerzijde van de medaille voor wie kennis en ervaring bezit. Hoe meer je weet over een bepaald onderwerp, hoe meer hiaten je in die kennis zal ontdekken en hoe meer vraagtekens er zullen rijzen. De kunst is om te kijken naar wat je al kan en weet. Koester dus de boeken die je al gelezen hebt en de kilometers die je liep.

Ik las eens dat de marathon in bed wordt gewonnen door voldoende te slapen. Wie een actief leven leidt, moet ook kwalitatieve rustmomenten inbouwen. Er is aan mij geen groots bedligger verloren gegaan. Geef mij de ochtend, de dag én ook de avond om bezig te zijn. Ik liep marathons met een vakantieweek als voorbereiding en marathons waar een werkweek aan vooraf ging. Werken staat gelijk aan minder rust, maar die afleiding werkt een positieve ingesteldheid in de hand. Tijdens een vakantieweek stort ik me soms nogal overdreven op de voorbereidingen van de marathon. Dan vind ik plots dat ik nog een nieuwe jas moet maken, om maar iets te noemen. Je zal me kortom nooit een dag met de benen omhoog in de zetel aantreffen. Uiteraard zijn rust en slaap belangrijk in de week voor je een uitputtende fysieke inspanning zal leveren. Ik denk echter dat de juiste verhouding tussen spanning en ontspanning belangrijker is dan netto uren bedrust. Je moet gefocust doch ontspannen toeleven naar een marathon. Ik hoop telkens weer om veel en goed te slapen de avond voor de grote dag, maar de realiteit is dat ik dan telkens weinig slaap. Soms gewoon in mijn eigen bed, soms verrassend goed op een krakende luchtmatras met mijn zus en soms heel slecht in een hotelbed. Een goede focus compenseert een gebrekkige nachtrust moeiteloos.

Zoals je je lichamelijk op een marathon voorbereidt, zo moet je dat ook mentaal doen. Als ik het zwaar heb tijdens trainingen, stel ik me voor dat ik me op een bepaald punt in de marathon bevind en dat ik ook dan zal moeten doorzetten. Er is namelijk geen weg terug als je eenmaal aan het lopen bent. Door delen van de marathon te simuleren probeer ik mijn mentale weerbaarheid te trainen. Het geeft vertrouwen als ik in zware omstandigheden gewoon blijf lopen. Ik kan ook kippenvel (en vleugels) krijgen als ik me inbeeld dat ik naar een marathonfinish toe loop. Daarnaast is ook parcourskennis niet te onderschatten. Ik verdeel een marathon in stukken en plaats die in een bepaalde categorie: wat is leuk en interessant om te lopen, wat is saai en wat wordt ronduit lastig en zwaar. De gemakkelijke kilometers worden hierdoor nog unieker (over de Champs-Elysées lopen is nog bijzonderder dan in je gedachten), de saaie stukken toch wat minder eentonig en de lastige delen niet zwaarder dan wat je je hebt voorgesteld. Als je de vinger kan leggen op wat je precies vervelend vindt en dat vervolgens kadert, valt dat doorgaans erg mee.

Tot slot kan ik nu ook de rustige periode na de marathon waarderen. Waar ik vroeger zo snel mogelijk ging lopen met stramme spieren en mijn neus in de richting van een volgende sportieve prestatie, besef ik nu dat een verminderde stijfheid niet de enige indicatie is van een goed herstel. Mijn lichaam is beter aangepast aan duursporten na vier jaar marathons lopen, maar een marathon blijft een zware inspanning die de nodige hersteltijd vraagt. Het is jammer dat ik in het verleden te weinig stil stond bij de geleverde prestatie omdat ik me meteen op een volgend avontuur stortte. Mijn lichaam mag inmiddels min of meer gemaakt zijn om te lopen, dat betekent niet dat ik het elke dag moet doen om me een marathonloper te voelen en daar trots op te zijn. Ik ben de eerste om de marathon te relativeren: het is ook gewoon maar lang aan een stuk lopen. Langs de andere kant moet je een beetje heroïek kunnen omarmen in de alledaagsheid van het leven. Wees dus schaamteloos trots op de gevoerde strijd, geniet ervan en gun je lichaam wat rust.

IMG_4354b
Ada haalt haar neus op voor al die marathons.

De race – Paris marathon april 2019

  • De cijfers: marathon nr. 10 werd mijn tweede snelste in 3:22:10
  • De voorbereiding: ik fietste en liep heel wat kilometers en was in vorm, maar ik twijfelde of dat zou volstaan
  • De race: ik liep met een ijzersterke geest en ik kon het hoofd koel houden, ook in killing Bois de Boulogne
  • De herinnering: de totaalervaring met mijn familie in Parijs en helaas ook de Notre-Dame die vuur vatte toen ik terug thuis was

Wat vooraf ging
Ik maak al eens marathonplannen als ik in een dipje zit. Voor deze marathon was mijn inschrijving een feit in april 2018 toen ik geblesseerd – en bijgevolg redelijk depressief – thuis zat. Ik had een groots plan nodig om naar uit te kijken. De marathonloper in mij had echter geen volledig jaar nodig om de rails terug te vinden. In oktober hervond ik mezelf op de marathon in Brussel en in december debuteerde ik met een derde plaats in de Hel van Kasterlee. Voor ik het goed en wel besefte, kon ik beginnen aan mijn marathontrainingen. Die verliepen zonder noemenswaardige problemen, maar waren wel een constante worsteling in de zoektocht naar het juiste evenwicht. Ik wilde er immers alles aan doen om te schitteren in Parijs, zonder dat doel in gevaar te brengen. Twijfel alom dus. In de laatste week voor de marathon was mijn doorgaans onrustige geest verdacht rustig en vertrouwde ik erop dat ik het nodige had gedaan. Die status bleef ongewijzigd tot twee dagen voor de marathon. Zaterdag voelde ik me allesbehalve een marathonloper en stak de twijfel weer de kop op.

IMG_4193

Vlak voor de start
Van nachtrust is geen sprake aangezien ik in een te warme hotelkamer met een onbehaaglijk gevoel en brandende benen in bed lig. Als Roos slaapt, voel ik mijn hart als een gek bonzen. De gedachte dat ik over enkele uren een marathon zal lopen is beangstigend. Om 5u schrik ik op van de wekker. Op automatische piloot werk ik mijn (geïmporteerde) witte boterhammen met honing weg terwijl Roos in een redelijk alerte staat van paraatheid nog wat slaap probeert te vangen. Om 6u30 vertrek ik naar de metrohalte. Het is nog donker en slechts een graad boven het vriespunt. Door de toestand waarin ik anderen aantref op straat, heb ik eerder het idee dat Parijs gaat slapen dan dat het ontwaakt. Gelukkig tref ik ook enkele lopers aan op de metro. Ik voel het vertrouwen groeien hoe dichter ik de start- en finishzone aan Arc de Triomphe nader. In mijn sportkleding voel ik me weer een loper, dankzij de adrenaline voel ik me niet moe. Ik geef Maurice af in de finishzone en na een sanitaire stop vertrek ik richting startvak op de Champs-Elysées. De zon breekt door: dit voelt als een schitterende dag in wording. Ik beleef een eerste primeur als ik word gefouilleerd om de startzone te betreden. In mijn startvak is het nog rustig en ik besluit van de gelegenheid gebruik te maken om een tweede primeur te beleven: ik stap een dixi in en ga dus naar de wc òp de Champs-Elysées. Naarmate het startvak voller wordt, neemt ook de ambiance toe. Ik heb kippenvel over heel mijn lichaam. Niet door de emotie, maar door de frisse temperatuur. Als ik begin te klappertanden, is het gelukkig ook tijd om te vertrekken. Om 8u39 begin ik aan mijn tiende marathon.

IMG_4198b
Team Flat White is ready for take off.

De race
Ik loop: dat is het eerste wat door mijn hoofd schiet. Beter nog: ik loop over de Champs-Elysées, via Place de la Concorde naar Place Vendôme en de Opéra: een nieuwigheid in het parcours. Het valt me op dat het zowel op als langs het parcours druk is. Jammer genoeg merk ik ook dat ik nog eens had moeten gaan plassen vlak voor de start. Ik besteed niet te veel aandacht aan mijn gevulde blaas en zoek de groene lijn: de ideale marathonlijn die precies 42,195 kilometer lang is. Na 5 kilometer kan ik uitkijken naar de eerste ontmoeting met mijn supporters. Het is moeilijk om te beschrijven wat er dan precies door je heen gaat: het doet zoveel deugd om in die enorme anonieme massa plots iets heel vertrouwd te zien. Roos loopt enkele tientallen meters mee. De stress staat op haar gezicht als ze me toe roept dat ze mijn drinkbussen vergeten was, maar dat het in orde is. Ik loop verder over Rue de Rivoli richting Chateau en Bois de Vincennes. De kilometers tikken vlot weg. Mijn vorige marathon liep ik met een gemiddelde van 4’50” per kilometer. Mijn doel is om onder dat gemiddelde te duiken. Aanvankelijk gaat dat vlot: ik loop soepel rond de 4’43”. Na het indrukwekkende Chateau zie ik na 13 kilometer mijn eerste bevoorradingsteam, mama en Marike. Samen met mijn drinkbus krijg ik ook weer de nodige aanmoedigingen en vervolg ik mijn weg.

Ik herinner me nog dat de eerste oplopende stukken zich in Bois de Vincennes bevinden. De benenmolen blijft echter goed draaien. Ik volg braaf het advies dat Roos me gaf en kijk uit naar het halfway point. De eerste frisheid is weg, maar ik blijf onder die 4’50” lopen. Ik geniet van de aanmoedigingen en de ambiance. De tijd vliegt voorbij. Ik zeg nog eens tegen mezelf dat ik nu echt de marathon van Parijs aan het lopen ben. Dat neemt niet weg dat ik ook de inspanning voel. Na 23 kilometer lopen we langs de Seine. Rond kilometer 25 werp ik nog een blik op de Notre-Dame en zoek dan mama en Marike die mijn tweede drinkbus zullen aanreiken. Hoe erg ik er ook naar uitkijk om hen weer te zien, ik walg nu al van de drinkbus die ze me zullen geven. Zoals bij mijn vorige marathon bevalt de sportvoeding me slecht. Mijn buik tekent ernstig protest aan. De gedachte aan nog meer sportdrank maakt me ronduit mottig. Die volle blaas verbetert de situatie niet, integendeel. Als ik dus mijn tweede drinkbus in handen krijg, draait mijn maag meteen om. Ik sluit een deal met mezelf: ik moet nog één sportgel wegwerken en de helft van die drinkbus. Omdat ik water heb gedronken bij elke post zou dat qua hydratatie moeten volstaan. Twee jaar geleden gingen de lichten in mijn hoofd uit na kilometer 25. Ik voel dat ik nu wat minder soepel loop, maar ik voel me nog steeds weerbaar en zelfs strijdlustig. We lopen door een tunnel langs Jardin des Tuileries, komen terug boven aan Musée d’Orsay en lopen verder langs de Seine. Tot drie keer toe lopen we onder een brug en volgt er na een korte afdaling een pittig oplopend stuk. Logischerwijze verlies ik hier wat terrein, maar ik laat me niet uit mijn lood slaan.

Vanaf het 30 kilometerpunt aan de Eiffeltoren begin ik af te tellen naar Roos en Tante Hilde die rond kilometer 36 in Bois de Boulogne staan. Ik hou mezelf voor dat dit mentaal het zwaarste stuk wordt: de route is saai, er zijn oplopende stukken en iedereen krijgt het lastig. Mijn tempo blijft onder controle en dat geeft moed. De eerste stijfheid steekt de kop op: mijn linker quadriceps is stram, maar belemmert me niet in mijn loopbeweging. Ik tel per kilometer af naar die verdomde kilometer 35. Uit ervaring weet ik dat als ik de laatste 7 kilometer met een frisse geest kan aanvatten, het ergste achter de rug is. Roos had me gewaarschuwd voor een stevige helling rond kilometer 34. Wat ik daar voorgeschoteld krijg, is inderdaad niet van de poes. Ik heb echter een doel en laat me niet kennen. Mijn beloning bevindt zich ruim een kilometer verder in de vorm van mijn supporters. Een golf van geluk overvalt me als ik Roos en Tante Hilde zie. Ze roepen me toe, Roos schiet uit de startblokken, loopt een stukje mee en overstelpt me met complimenten. Haar peptalk verricht wonderen, ik krijg een laatste adrenalineshot en dus ook vleugels. Ik loop mijn 37e en 38e kilometer aan een verschroeiend tempo van 4’41”. Waar ik hier twee jaar geleden moest spartelen om niet te verzuipen, voel ik me nu onoverwinnelijk. Ik denk aan een interview met Koen Naert: door de muur gaan! roep ik mezelf toe. De verzuring kan ik mentaal aan. Dit is de marathon. Juist in die finale ligt mijn kracht als loper. Rond kilometer 40 vormt zich een flessenhals omdat ambulances de weg versperren. Dat haalt me wat uit mijn ritme, maar ik ben blij dat ik loop en niet op een brancard lig. Ik probeer me bewust te zijn van de laatste lange bocht naar de finish op Avenue Foch. Met zicht op de finishbogen kijk ik nog eens rond en voel ik het enthousiasme van de talrijke toeschouwers. Ik laat me gewillig mee zuigen naar de finish. Met heel wat moeite probeer ik nog kort mijn handen in de lucht te steken als ik over de groene loper naar de finishlijn loop. Ik heb het gehaald. Dit was mijn tiende marathon. Mijn verbazing is groot als ik 3:22:10 op mijn horloge zie staan. Ik liep gemiddeld 4’45” (12,6 kilometer per uur) en dat is even snel als mijn vorige marathon in Parijs en die van Brussel in 2016. Met een grote glimlach op mijn rode kop ga ik mijn bagage ophalen en haast ik me naar een dixi. Met een nog grotere glimlach stap ik af op mijn supporters.

IMG_4237
We are family! I got all my sisters with me!

De conclusie
De marathon van Parijs is de tweede grootste ter wereld en stelde wederom niet teleur. Het parcours is pittig door de hoogtemeters van verschillende oplopende stukken. Bovendien is ook het wegdek op vele plaatsen lastig beloopbaar: denk aan opgelapte stukken asfalt over hobbelige steentjes of zelfs een kasseistrook in Bois de Boulogne. Ter compensatie was het met een zonnige 10 graden ideaal loopweer. Ten opzichte van twee jaar geleden stonden er 8.000 deelnemers meer aan de start. Die drukte merkte ik ook al op in de finishzone en op dat moment moesten er nog 43.000 lopers aankomen. Door Parijs lopen en langs alle kanten enthousiast toegejuicht worden, is en blijft een unieke ervaring. Bij een kleinere marathon staat het loopplezier voor mij centraal en maakt dat de ervaring uniek. Een massa-evenement heeft nu eenmaal voor- en nadelen.

IMG_4244
Vieren in stijl en klinken op een geslaagde dag.

Enkele weetjes

  • De organisatie raadde aan om een oude trui aan te trekken in het startvak: die kon je achterlaten en zou gerecycleerd worden, wat beter is dan een plastic wegwerpponcho. Ironisch genoeg kreeg elke finisher bij aankomst een groene plastic poncho. Ik snap het niet.
  • Ik dronk niet meer vanaf kilometer 30. Dat gaat in tegen elke marathonregel. Don’t try this at home!
  • Toen ik rond kilometer 32 langs een band liep waarvan de zanger op het parcours stond, schreeuwde hij me toe: Today, You Are a Rock ’n Roll Star!
  • Er is een link tussen mezelf en de Ethiopische winnares Gelete Burka. We zijn allebei 33 jaar en zij finishte in 2:22, net een uur sneller dan ik. Haar gemiddelde snelheid was ruim 17,8 kilometer per uur.
  • Met mijn 231e plaats bij de vrouwen behoor ik tot de snelste 2%. Slechts 30 vrouwen finishten onder de 3 uur.
  • Roos maakte een mooie foto van mij waarop ik in mijn nette pyjama poseer met mijn medaille. Helaas is er op de achtergrond ondergoed te zien en is die foto dus niet geschikt voor publicatie.
  • Onze Parijs-trip stond ook in het teken van mijn metekindje dat zich nu nog in Marikes buik bevindt. We gaven suggesties voor namen en bedachten ook tal van (sportieve) activiteiten die we samen kunnen ondernemen. Dit is hoe dan ook een sterk verhaal om later te vertellen.

IMG_4265

Het moment – Vreugde en vuur in Parijs

Parijs stelt nooit teleur. Het zou uit mijn mond kunnen komen, maar het is een uitspraak van Roos. Helaas krijgt datzelfde Parijs de ene rake klap na de andere te verwerken. Er waren aanslagen, steekpartijen en schietincidenten die niemand onberoerd lieten. De stad lag knock-out op de grond, krabbelde weer recht en hervatte het leven van alledag. Sinds enkele maanden zijn er de gilets jaunes die vernielingen aanrichten in de buurt van de Champs Elysées. Ook de oh zo robuuste Arc de Triomphe moest incasseren. Mijn geliefde stad krijgt het hard te verduren en dat doet pijn. Ondanks al dat geweld blijft het Parijse hart kloppen. Ik bracht vier dagen door in de Franse metropool in gezelschap van mijn zussen, mama en tante. Ik liep zondag mijn tiende marathon. Ik hield me aan mijn plan en genoot ervan met volle teugen. Ik liep een sterke marathon. Ik finishte in 3:22:10. Ik was euforisch. Roos kreeg maar weer eens gelijk: Parijs stelde wederom niet teleur. Na de vreugde kwam het verdriet. Ik was geschokt toen ik gisterenavond thuiskwam en hoorde dat de Notre-Dame in lichterlaaie stond. In de namiddag liep ik met Roos nog langs ons Notje. Vuur dat is verwoesting, maar ook strijdlust en passie. Het was een vurige vierdaagse op meerdere fronten. Een uitgebreid raceverslag volgt snel, maar ik sta graag al even stil bij de waarde van dit marathonverhaal.

Ja, ik genoot dus van de trip én de marathon. Ik trok lessen uit de vorige marathon die ik liep in Parijs. In april 2017 dekte het woord nerveus niet de lading voor de staat waarin ik me bevond. Ik liep de muren op van mijn eigen onrust en ging ook letterlijk tegen de grond anderhalve dag voor ik in Parijs 42,2 kilometer zou lopen. De marathon was een gevecht dat ik maar ternauwernood kon winnen. Ik liet er mijn snelste tijd optekenen, maar bleef met een gevoel van ontevredenheid rondlopen. Lessons learned, dat zou mij dit jaar niet overkomen. Toen ik vrijdagnamiddag mijn startnummer ging ophalen, voelde ik me een heel andere mens dan het stresskonijn van twee jaar geleden. Ik had met redelijk wat vertrouwen toegeleefd naar mijn grote dag en ik voelde me ook mentaal sterker dan ooit tevoren. Dat kan ook moeilijk anders met het geweldige team dat mij omringde. Bij elk van die tien marathons kon ik rekenen op mijn mama en zussen als trouwe bevoorraders en supporters. Die persoonlijke ondersteuning is zonder enige twijfel goud waard. Uiteraard tijdens de marathon, maar misschien nog belangrijker in de aanloop er naartoe. Mijn familie voelt mij perfect aan: ze voelen of ik peptalk, dan wel afleiding nog heb. Ze prijzen me af en toe de hemel in. Ik kan hen alles toevertrouwen. We hebben bovenal heel veel gelachen en plezier gehad vanaf de eerste momenten in Parijs. Het sportieve luik was een onderdeel van een schitterend geheel. Mijn marathon is een kunstwerk dat opvalt omdat het pronkt in een unieke lijst.

IMG_4224
Twee zussen en drie zussen, maar vooral een winning team!

Ik liep tien marathons in vier jaar tijd. De helft daarvan liep ik in Brussel en Parijs. Tien marathons, dat klinkt ook in mijn lopersoren als heel veel. Ik begon vijf jaar geleden te lopen na jaren van inactiviteit. Samen met Roos stoomde ik me klaar om de 20 kilometer van Brussel tot een goed einde te brengen. Het bleek het begin van een heel mooi verhaal te zijn. Wie mij in april 2014 had gezegd dat ik over vijf jaar tien marathons gelopen zou hebben, had ik eens goed uitgelachen. Ik loop omdat ik daar een gelukkigere mens van word: dat kan ik niet genoeg herhalen. De marathon ligt mij. Hoe saai een marathon lopen soms ook is, mijn hart staat in vuur en vlam als ik nog maar denk aan een marathonplan. Ik voel me als herboren na elk marathonavontuur. Lopen was aanvankelijk een fijne hobby die ik deelde met Roos. Ondertussen is het een fundamenteel onderdeel van wie ik ben. Met mijn 3:22 van zondag evenaarde ik mijn snelste tijden van Parijs 2017 en Brussel 2016. Ik liep nu drie marathons aan hetzelfde harde tempo. Waar ik vroeger gebrand was op sneller en beter, besef ik nu als geen ander dat bevestigen net zo straf is. Ik ben daar op dit moment ook schaamteloos trots op. Ik zit weer eens op een roze marathonwolk en Elton John zingt I’m still standing after all this time, looking like a true survivor, feeling like a little kid.

Nadat ik de finishzone verlaten had, kreeg ik een dikke pakkerd van mijn supporters. Mijn zweetlucht namen ze er zonder verpinken bij. Voor Tante Hilde was het de eerste keer dat ze een marathon volgde. Het was een voorrecht om erbij te zijn, zei ze. Ik kan hier alleen maar op antwoorden dat het een voorrecht was om jullie marathonloper te zijn. Un grand merci!

Marathonpraat – Waar ik zoal aan denk tijdens een marathon

Vandaag is M-day. Ik mag aan de bak in Parijs. Tijdens trainingen loop ik altijd met muziek, tijdens wedstrijden of marathons nooit. Ik heb die afleiding dan niet nodig en wil juist loskomen van mijn doorwinterde looproutine. Als je uren loopt, dan doe je veel indrukken op en schieten er heel veel verschillende emoties door je hoofd. Na een marathon heb ik doorgaans enkele dagen nodig om die ervaring te verwerken: niet alleen het afzien moet een plaats krijgen, maar ook de losse gedachtesnippers die door mijn hoofd dwarrelen worden gecatalogeerd. Dit is een overzicht van wat er zoal door dat hoofd van mij waait tijdens een marathon.

Fase 1: in het startvak
– ik probeer niet al te veel onder de indruk te zijn van de lopers rond me, maar toch: iedereen ziet er beter voorbereid uit
– ik ben opgelucht dat ik het tot aan de start heb gehaald: het enige wat ik nog moet doen is lopen
– ik probeer een moment van bewustwording te creëren: hier heb ik het voor gedaan, al die kilometers gelopen en gefietst, nu gaat het gebeuren

Fase 2: alles is plezant
– ik kijk rond en vind alles interessant: oh wat een mooi gebouw! oh wat een grappige wolk! oh er zijn toeschouwers!
– ik lijk te vliegen en voel nergens een pijntje met dank aan de adrenaline
– ik probeer om het juiste tempo te vinden, dat is niet evident omdat mijn gevoel en de kilometertijden die ik zie niet overeenstemmen
– ik zeg nog eens tegen mezelf dat ik er echt van moet genieten
– ik ervaar elk moment als zijnde magisch: tikkende loopschoenen op het asfalt zijn de mooiste symfonie die ik al hoorde
– ik versnel automatisch bij alleen nog maar de gedachte dat ik mijn supporters zal zien

Fase 3: de verveling slaat toe
– ik kijk rond en zoek afleiding, ik moet mijn best doen om die te vinden: de gebouwen zien er plots allemaal hetzelfde uit, de wolken en toeschouwers ook
– ik vind afleiding bij andere lopers: ik probeer te achterhalen welke schoenen ze dragen (merk + model)
– ik ga nog een stapje verder en raad hun schoenmaat en leeftijd, ik gok hoeveel marathons ze al gelopen hebben
– ik denk aan de geschiedenis van de marathon en hoe atleten met veel slechter materiaal dezelfde afstand aflegden
– ik probeer me niet te focussen op het tempo dat ik loop, maar op hoe het aanvoelt
– ik visualiseer dat ik enkel nog maar een lichaam ben dat zo uit een anatomieboek lijkt weg te lopen, ik bedenk hoe al die spieren in werking zijn om mij aan het lopen te houden
– ik vraag me af waar mijn mama en zussen zich op het parcours bevinden en ik denk na over wat ik hen in twee seconden kan toeroepen
– ik denk aan al het lekkere eten en drinken waar ik mezelf op zal trakteren na afloop
– ik zoek een geschikte soundtrack die ik opzwepend in mijn hoofd probeer af te spelen
– ik tel af hoeveel gels ik nog moet wegwerken

Fase 4: het wordt zwaar
– ik probeer kilometer per kilometer te denken en vergelijk de afstand die ik nog voor de boeg heb met looptoeren die ik vaak loop of met de mijlen die ik op school loop
– ik probeer de tijd los te laten, maar kan het ook niet laten om rekensommetjes te maken in mijn hoofd
– ik denk aan wat ik zal zeggen tegen mijn familie als ik aangekomen ben
– ik verbeeld me dat ik toeschouwers inspireer om ook een marathon te lopen, ik denk echter dat voor de meeste toeschouwers juist het omgekeerde geldt
– ik denk aan iedereen die achter mij loopt en het net zo zwaar heeft
– ik concentreer me op mijn houding: mijn armen probeer ik zo ontspannen mogelijk te bewegen, ik recht mijn rug en kantel mijn bekken een beetje: meestal hou ik die perfecte houding slechts een halve minuut vol
– ik probeer mijn bochten zo kort mogelijk te nemen en de ideale lijn te volgen, elke centimeter dat ik die kan afsnijden voelt als pure winst
– ik verbied mezelf nog om om mijn kilometertijden te bekijken om het gekmakende rekenen tegen te gaan
– ik ben me ervan bewust dat juist dit een marathon lopen is

 

Het boek – Marathonloper zonder grenzen Abdi Nageeye

Zondag werd de Rotterdam marathon gelopen. Ik bekeek de volledige uitzending en nadien nog twee compilaties omdat ik nu eenmaal graag in hogere marathonsferen word ondergedompeld. Er was in Rotterdam meer dan één reden om te feesten. De Keniaanse winnaar Marius Kipserem liep met 2:04:11 een nieuw parcoursrecord in de boeken. Onze Belgische trots Koen Naert verpulverde zijn persoonlijke record met ruim twee minuten. Hij finishte als zevende in 2:07:39. Het nationale record van Vincent Rousseau ligt nu binnen handbereik. Ook de Nederlandse topper Abdi Nageeye haalde zijn doel en stelde zijn eigen nationaal record scherper tot 2:06:17. Zijn vierde plaats toont aan dat hij de absolute wereldtop op de hielen zit. Zo graag als ik naar lopers kijk, zo graag lees ik er ook over. André van Kats volgde Abdi Nageeye een jaar. Het resultaat is het boek Atleet zonder grenzen, waarin het uitzonderlijke en met momenten beklijvende verhaal van Nageeyes jeugd in Somalië, Nederland, Syrië en Ethiopië beschreven wordt, alsook zijn sportieve belevenissen in een wisselvallig 2018.

Abdi Nageeyes jeugd laat zich niet samenvatten in enkele zinnen. Hij werd geboren in Somalië en belandde als kind in het Nederlandse Den Helder, waar hij snel integreerde. Vervolgens neemt halfbroer Mohammed Abdi met twee broertjes mee naar Syrië om er te gaan strijden. De kleine Abdi krijgt er een heel ander wereldbeeld voorgeschoteld en leert de kracht van propaganda kennen. Na drie jaar in Syrië belandt Abdi in de Somalische hoofdstad Mogadishu, die op dat moment oorlogsgebied is. Hij wordt er geconfronteerd met een uiterst gewelddadige samenleving die wordt gedomineerd door de strijd tussen verschillende stammen. Wapens en gevechten zijn er schering en inslag, eerwraak de normaalste zaak van de wereld. Abdi laat zich hier echter niet door tekenen. Hij hecht veel belang aan onderwijs en gaat trouw naar de moskee. Uiteindelijk neemt hij als tiener zijn toekomst in eigen handen door met een kalasjnikov op zak een gevaarlijke reis te ondernemen naar Addis Abeba, de hoofdstad van Ethiopië. Als bij wonder bereikt hij zijn bestemming ongedeerd. Van daaruit ligt de weg naar Nederland terug open. Nog voor Abdi achttien is, verblijft hij bij een Nederlands gezin in Gelderland. Op z’n achttiende loopt hij zijn eerste wedstrijd. Twee jaar later wordt hij Nederlands kampioen lange cross.

Abdi Nageeye werd vorige maand 30. Hoewel hij zich op en top Nederlander voelt, woont hij momenteel met zijn gezin in Kenia. Samen met onder andere wereldrecordhouder Eliud Kipchoge traint hij in het spartaanse kamp Kaptagat. Weg van de bewoonde wereld, weg van alle luxe. In 2013 maakte hij nogal impulsief de beslissing om zich volledig op de marathon toe te leggen. Met succes: Nageeye is inmiddels de eerste Nederlandse recordhouder op de vijf lange afstanden. In Atleet zonder grenzen staan ook de sportieve gebeurtenissen van 2018 centraal. Een jaar dat niet zonder slag of stoot verliep. Er is de memorabele editie van de Boston Marathon in april, waar Abdi een zevende plaats en een blessure aan overhoudt. Er is ook het ontgoochelende Europees kampioenschap in Berlijn waar hij na 37 kilometer de strijd moet staken en wederom geblesseerd achterblijft. Het boek geeft je een unieke inkijk in het leven van een professionele loper. Zo kom je meer te weten over de periode waarin Kamiel Maasse het Nederlandse marathonlandschap regeerde en hoe een werkweek van trainingsmakker Eliud Kipchoge eruit ziet. Leuk om te weten: de Kip in Keniaanse namen geeft aan dat iets van het mannelijk geslacht is, wat daarop volgt zijn de omstandigheden waarin iemand geboren is. Kipchoge betekent “geboren nabij graanopslag”.

Hoe aangrijpend het verhaal van Abdi’s jeugd ook is: ik was de draad hier en daar serieus kwijt. Dat komt enerzijds door de ingewikkelde familiale situatie waarin hij zich bevindt. Anderzijds springt het verhaal van de hak op de tak omdat het schippert tussen de jeugdervaringen, het leven van de professionele atleet en korte interviews met Abdi. Naarmate ik vorderde in het verhaal, werkte die cocktail wel. Abdi Nageeye is ook in het echt rad van tong en het leek alsof het boek zo uit zijn mond kwam gerold. Er is immers heel veel om over te vertellen. Ik had gerust meer willen lezen over zijn leven als marathonloper, maar de boeiendste stukken vond ik die waarin Abdi de cultuurverschillen bespreekt tussen Somalië en Nederland. Hij neemt daarbij geen blad voor de mond en hekelt onder andere de berustende houding die zijn Somalische familie aanneemt omdat alles bepaald wordt door het lot. Ook zegt hij onomwonden dat als hij in Syrië was gebleven, hij nu wellicht voor IS had gevochten. Abdi is overtuigd moslim, maar deinst er niet voor terug zich kritisch uit te laten over het geloof. Hij vertelt hoe iemand die varkensvlees eet in Somalië als een grotere misdadiger beschouwd wordt dan iemand die een moord pleegt als vergelding ten opzichte van een andere stam. Abdi heeft nog steeds contact met zijn familie, maar zijn moeder lijkt weinig besef te hebben van het beroep dat haar zoon heeft en het leven dat hij leidt. Het knappe is dat Abdi zowel de voor- als de nadelen van beide culturen in beeld weet te brengen.

Hoewel ik geen fan ben van de typografie van het boek, kon het uitzonderlijke verhaal van Abdi Nageeye mij meer dan bekoren. Uit diens turbulente leven blijkt een enorme drive en overtuiging om verantwoordelijkheid op te nemen voor de keuzes waar iedereen mee geconfronteerd wordt: als loper, maar vooral als mens. Hij durft de lat heel hoog te leggen voor zichzelf zonder voeling te verliezen met de realiteit. Atleet zonder grenzen is een leerrijk en geestverruimend boek over de fenomenale atleet en bovenal mooie mens die Abdi Nageeye is.

Marathonpraat – Plan Parijs #2

Slechts tien dagen scheiden mij van een tiende marathonverhaal. Dat voelt dicht genoeg om er echt naar uit te kunnen kijken en ver genoeg om de laatste puntjes op de i te zetten. Ik ben nu dus aan het taperen als een bezetene. Concreet betekent dit dat mijn activiteitengehalte duchtig wordt teruggeschroefd. De focus ligt op ontspanning. Vorige week legde ik nog heel wat loop-, maar vooral fietskilometers af zodat ik ook lichamelijk zou voelen dat rustiger aan doen nu wel echt een meerwaarde is. Rusten op bevel is namelijk niet mijn sterkste kant. Op professioneel vlak doe ik het deze laatste schoolweek voor de paasvakantie allesbehalve kalmer aan, aangezien er heel wat alternatieve activiteiten op het schoolprogramma staan die de nodige voorbereiding vragen. Die afleiding is echter ook van harte welkom. Vanaf morgen is het alle hens aan dek om een kordaat punt op die i te zetten en de inner luilak in mezelf aan te spreken, zodat ik als een ontspannen mens op de trein richting Parijs kan stappen.

In januari had ik dus een strak plan: zo goed voorbereid en fit mogelijk aan de start staan in Parijs. Ik bekende recent dat Plan Parijs moeilijk vorm kreeg in mijn hoofd. Wat is een goede voorbereiding in cijfers? Iets met theorie versus praktijk. Ik heb doorgaans geen problemen om me volop in een project te smijten, maar ik vergeet wel eens dat een dag ook voor mij slechts 24 uur telt en dat lopen mijn werk niet is. De angst voor een blessure hing soms als een zwaard van Damocles boven mijn hoofd. Om me niet te vergalopperen – letterlijk en figuurlijk – hield ik me dus bij twijfel een beetje in. Bijgevolg deed ik minder interval- en tempotrainingen dan ik zou willen. Zo leek het me bijvoorbeeld verstandig om niet als een gek door een besneeuwd bos te sjezen met vermoeide benen. Slim, maar ook saai. Toen ik in de krokusvakantie ook nog eens bijzonder weinig op de fiets kon zitten, kwam de twijfel als een gevaarlijke tijger om de hoek loeren. Ik hoef jullie niet uit te leggen dat mijn zelfvertrouwen soms ver zoek was met dat zwaard boven mijn hoofd en de twijfeltijger die ik recht in de ogen keek.

Op de tonen van Hoziers No Planthere’s no plan, there’s no race to run – besefte ik plots dat ik zo hard wel een plan had. Sterker nog: ik besef nu dat ik zelf de sleutel in handen heb om dat plan ook waar te maken. Deze marathonloper mankte een jaar geleden met een kruk. Ik sleepte bovendien de scherven van mijn stukgeslagen marathondroom als een pijnlijke last achter me aan. Een nieuwe droom werd als een klein wolkje geboren toen ik me inschreef voor de marathon van Parijs editie 2019. Eind april 2018 was ik in Parijs op schoolreis. Tijdens een boottocht over de Seine (aanrader!) zat ik wat te mijmeren. Ik miste Roos die me zo goed hielp met alles (ik ben geen gemakkelijke patiënt) en mijn maatje An, die niet mee kon naar Parijs. Mijn geblesseerde been worstelde met de vele stapkilometers en drukte me met de neus op de feiten. Ik stuurde Roos een sms: Volgend jaar marathon Parijs. Ik ga zo hard genieten. Et voila: eigenlijk was mijn Plan Parijs daar geboren. Ik schudde mezelf afgelopen zondag na een geslaagde Brussels 10 Miles eens goed door elkaar en realiseerde me dat ik over twee weken weer een marathon mag en kan lopen in mijn geliefde stad in het bijzijn van mijn familie. Een scherpe tijd is leuk, maar mag niet het doel van deze missie zijn. Er is zo ontelbaar veel om naar uit te kijken in Parijs.

IMG_4116
Dit is de esssentie van lopen: een frisse neus halen en eens goed zweten in goed gezelschap.

Ben ik dan helemaal niet zenuwachtig? Natuurlijk wel! Er zijn momenten dat ik de twijfeltijger aai als was hij een schattige kitten, maar even goed verschiet ik me een ongeluk als hij geeuwt en ik zijn scherpe tanden zie. Ik probeer om die spanning te omarmen als een positieve stimulans: een teken dat ik er klaar voor ben en dat het mag gaan gebeuren. Het zou immers vreemd zijn als toeleven naar een marathon mij onberoerd zou laten. Ik denk ook aan mijn mama wiens rikketik ongetwijfeld al ongeziene pieken heeft bereikt bij alleen nog maar de gedachte aan het Bois de Boulogne en hoe zij daar tijdig zal geraken. Naast luieren heb ik de komende week ook nog enkele voorbereidingen te treffen. Het verschil met toen is dat ik al naar de kapper ging en dat ik niet met een schoenendilemma zit. Ik zal de marathon van Parijs lopen in blauwe Nike Zoom Fly’s die ik met enige zin voor dramatiek een jaar geleden huilend uit de verpakking haalde omdat ik er geen voorjaarsmarathon in 2018 mee zou lopen. Ik liep ze al eens warm tijdens mijn langste duurloop in gezelschap van Roos. Volgende week ga ik nog eens langs de kinesitherapeut voor een algemene check-up en wie weet wordt ook mijn Flat White uitzet weer wat groter. Paris, j’arrive!

IMG_1998b