Marathonpraat – Road to Rotterdam #3

Een online conversatie tussen Roos en mij:

Roos: Ben je er klaar voor?
Joke: Ik denk het wel, maar zo voelt het niet.
Roos: Dat is ook iets geks hè. Ik vraag me dan altijd af: hoe voelt dat, er klaar voor zijn? Je bent klaar om te rocken!
Joke: Ik voel me nu vooral dik en lui.
Roos: Ik heb een geluksbrenger voor je gemaakt.
Joke: Oh? Misschien voelt Bashir zich ook dik en lui.
Roos: Sowieso wel. Hopelijk kan hij deze keer beter slapen.

Plots is het moment dus echt bijna aangebroken: ik ga een marathon lopen die anderhalf jaar werd uitgesteld. De afgelopen week probeerde ik me op sportief vlak in te houden, maar rusten is relatief als je elke dag gaat werken. Nog steeds weet ik het antwoord niet op de vraag wanneer je er echt klaar voor bent. Misschien gewoon als je je die vraag begint te stellen, als lopen dus wordt vervangen door denken en de laatste voorbereidingen treffen. En daarbij: ook als je er niet klaar voor bent, dan zal je het er toch mee moeten doen. Rotterdam wacht niet. Niet nog eens.

Marathonpraat – Road to Rotterdam #2

Er was hier een losse draad blijven liggen. Af en toe struikelde ik erover en legde ik hem zorgvuldig opgerold weer weg in een lade met souvenirs van lang vervlogen tijden. Toen er nog marathons gelopen werden. In maart 2020 liep ik op een zondag koppig 30 kilometer als stil protest tegen een marathonluwe periode waarvan ik nog niet besefte hoe lang ze zou aanhouden. Er was een lockdown afgekondigd. Dat klonk als een donderwolk die ons boven het hoofd hing: pittig, intens en afschrikwekkend, maar ook weer snel voorbij. Niet dus. De marathon van Rotterdam werd eerst nog optimistisch verplaatst naar het najaar van 2020 om uiteindelijk te stranden in oktober 2021. Tot een paar weken geleden leek ook dat me niet realistisch. Met mijn sceptische houding wilde ik mezelf behoeden voor een zoveelste jammer, maar helaas. Ahmed Aboutaleb, burgemeester van Rotterdam, gaf echter groen licht voor de organisatie van #demooiste op zondag 24 oktober 2021. Zonder ongelukken sta ik over 20 dagen dus echt aan de start van mijn 13e marathon.

In augustus legde ik veel kwalitatieve loop- en fietskilometers af. Niet eens heel specifiek met die marathon voor ogen, wel omdat ik mezelf weer terugvond in de trainingsprikkels en wie weet wat dat najaar dan zou brengen. Ik liep duurlopen alsof het niks was en, nog belangrijker, ik genoot heel erg van die kilometers en de doorstart van mijn sportieve carrière. Ik bleek ook plots een pak rapper te lopen. Mijn toptijd op de 20 kilometer van Brussel was een eerste bekroning van die verrassende topvorm. Ik kan dus niet anders dan concluderen dat de Joke 13.0 er helemaal klaar voor is. De 13e versie van mezelf ja, want met elke marathon lijkt het toch alsof ik mezelf weer wat moet heruitvinden. 13 is trouwens mijn geluksgetal (wat moet je anders als je geboren wordt op een vrijdag de 13e?). Er hangt dus iets in de lucht.

Anderhalf jaar geleden wilde ik in Rotterdam simpelweg een goede marathon lopen. Over een tijd sprak ik me niet uit, voorzichtig als ik ben. Dat is nu anders. Ik ga over drie weken voor een PR op de marathon. Punt. Van Seppe leerde ik dat je je ambities beter kan uitspreken. Omdat je niet beter presteert door ze voor jezelf te houden en als het dan tegenzit, weet je omgeving ook dat ze hun peptalk zullen mogen bovenhalen. Mijn huidige PR dateert van april 2017. In Parijs had ik toen 3 uur, 21 minuten en 23 seconden nodig om over de finishlijn te lopen. Mijn gemiddelde snelheid bedroeg 4’45” per kilometer (12,5 km/u). Ook in oktober 2016 (Brussel) en april 2019 (Parijs) liep ik marathons met dat gemiddelde, alleen telden die net wat meer meters. Met mijn huidige vormpeil zou ik onder die 3u21 moeten kunnen duiken. Heel tegenstrijdig, want terwijl ik dit typ geloof ik zelf amper dat sub 3u15 een realistische ambitie is. Naast mijn vastberadenheid leeft namelijk een grote onzekerheid. Ik barst van de twijfels. Het zat niet in mijn planning om een verbetering van dat PR ooit nog als keihard doel te stellen. Ik wilde tevreden zijn met wat ik heb en heb gehad, me niet blindstaren op wat zou kunnen zijn. En misschien zou ik dan op een dag, als alles in de juiste plooit valt, nog een paar minuten van die tijd kunnen afpitsen. Omdat ik weinig ervaring heb met de tempo’s die ik nu loop lijkt mijn basis minder solide. Het voelt alsof ik iets nieuws moet gaan verankeren, alsof ik terug een eerste marathon ga lopen. Spanning troef dus.

FGDA5532

[Leeswaarschuwing: in deze alinea gebruik ik heel vaak het woord “regen”.] Om de losse draad écht op te pikken liep ik, inmiddels traditiegetrouw, mijn 30 kilometer van bij Roos in Rotselaar naar Marike in Voortkapel. Ik hoop dat er dagen zijn dat het best leuk is om mijn zus te zijn. Ik weet dat er ook dagen zijn dat de mantel der zussenliefde maar beter uit hoogwaardig regenbestendig materiaal vervaardigd kan zijn. Gisteren was zo’n dag. Wat een ellendig regenweer was me dat zeg! Een eerste dosis regen kreeg ik toegediend op de fiets onderweg naar Roos. Ik trok een loopoutfit aan en Roos wapende zich voor de strijd met regenponcho, regenjas, regenlaarzen en regenbroek om mij uiteindelijk 2 uur en 19 minuten lang op de fiets door de gietende regen te vergezellen. Van lopen in de regen word je doorweekt en dat is het dan. Fietsen in de regen daarentegen, dat is dubbele ellende. Bij deze dus nogmaals: dank je wel, lieve sisjes, voor het gezelschap onderweg en de warme ontvangst nadien. Ik had drie goede redenen om mezelf door de regen te jagen en mijn zussen in dat plan te betrekken. 1) Je kan maar beter af en toe trainen in lastige omstandigheden 2) Ik kon die 30 kilometer niet op een ander moment afhaspelen en 3) Je kan ook zo’n miserabel weer hebben bij je marathon. Ik hoop wel oprecht dat #demooiste droger weer in petto heeft. Rotterdam, here we come! 

Loperspraat – De kunst van het supporteren

Voeg een “up” toe aan sporter en je krijgt een supporter met de belangrijke taak om de sporter “op” te trekken en te ondersteunen waar nodig. In de familie Odeyn zijn er sporters en supporters volgens een wisselende rolverdeling. Ik ben oprecht graag supporter en bevoorrader, maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat er in mijn familie betere supporters zijn dan ikzelf. Het ontbreekt mij soms aan het geduld dat supporteren vergt. Ook verdraag ik de prikkels minder goed die als supporter continu op je worden afgevuurd. Als sporter heb je het eigenlijk gemakkelijker. Een marathon lopen is, op die dag zelf, een relatief eenvoudige missie. Je moet tijdig in je startvak staan en dan moet je gewoon lopen. Mijn supporters daarentegen kienen een ijzersterk plan uit dat onderhevig is aan een veelvoud van factoren.

Ik ben natuurlijk een verwend kind met zo’n sterk vrouwelijk team rond mij. Tijdens mijn marathons, maar zeker ook tijdens de Hel van Kasterlee, zijn mijn supporters rotsen in de branding, veilige bakens die uitgezet worden in een woelige zee. Op voorhand weet ik altijd wanneer ik hen zal zien. Omdat het contact zo vluchtig is, denk ik na over wat ik zal zeggen en welke indruk ik wil nalaten. Je wil eerlijk zijn als het lastig is, maar je wil ze ook niet ongerust maken. In een flits geven ze me energie om door te gaan. De nabespreking is ook essentieel. Dan leggen we als het ware een puzzel waarin alle ervaringen samenkomen. Alles samen wordt dat dan Het Verhaal van die marathon of ervaring. Mijn mama en zussen hebben het supporterschap tot een ware kunst verheven. Puur vakmanschap is het als ik hen bezig zie. Ze waren bereid om hun ervaringen te delen en jullie een inkijk te geven in hun supportersziel.

IMG_2257b
Bevoorraders, supporters en sporters in actie tijdens de La Chouffe trail 2018.

Marike: Ik herinner me nog heel goed mijn allereerste supporterservaring tijdens de eerste marathon van Joke en Roos in Leiden (mei 2015). Ons eerste bevoorradingspunt bevond zich op kilometer 10. Mama en ik waren heel zenuwachtig. We hadden alles goed voorbereid en we stonden daar hypergeconcentreerd uit schrik dat we onze lopers zouden missen. Toen ik mijn zussen dan eindelijk zag lopen kreeg ik echt een krop in mijn keel. Ik kon niet veel roepen, maar mama die begon als een gek te schreeuwen. Zelfs de mondige Nederlanders waren onder de indruk. Ik schaamde me toen wel een beetje, maar ik dacht: mijn zussen zijn wel een marathon aan het lopen! Bij papa zijn eerste marathon (september 2015) ging ik bevoorraden op de fiets. Ik reed toen verloren en moest echt de ziel uit mijn lijf fietsen om hem toch zijn drinkbus te kunnen geven. Ik dacht ook heel de tijd: waarom loopt die zo snel?! De dag eindigde met papa die naar huis reed terwijl mama en ik op de achterbank lagen te slapen.

Supporteren is zeker ook ontspannend. Je komt op mooie plaatsen en je maakt om die reden uitstappen met de familie. Omdat wij altijd schrik hebben om te laat op ons supporterspunt te staan, zijn we daar veel te vroeg, maar dan is er dus nog tijd om te chillen. Zeker als Roos voor de juist muziek zorgt. Een supporter moet zich tot in de puntjes hebben voorbereid en beschikt best ook over een goed oriëntatievermogen. Het is handig als je goed kan rekenen: tijden, afstanden, kilometers per uur of minuten per kilometer. Je moet die snelheden ook nog kunnen afstemmen op je eigen snelheid die soms afhankelijk is van het openbaar vervoer: een lastige wiskundige som! Omdat ik zelf heel snel koud heb, neem ik altijd heel veel kleren mee, want je kan natuurlijk niet zelf gaan klagen. Uiteindelijk is het de kunst om zoveel mogelijk supportersmomenten mee te pikken zonder het risico te nemen dat je een post mist, want dat is echt het ergste wat je kan overkomen.

WSAG3815
Ook voor supporteren geldt: jong geleerd is oud gedaan.

Mama: Mijn mooiste supportersherinnering was toen Seppe wereldkampioen duatlon werd in Zofingen (september 2016). Echt heel bijzonder was het om daar bij te kunnen zijn. Het belangrijkste voor een supporter en bevoorrader vind ik parcourskennis. Je mag niets aan het toeval overlaten. Desnoods sta je een uur op voorhand klaar met de drinkbus in de hand. Je moet echt op alles voorbereid zijn. Het allerergste wat je kan overkomen is dat je sporter iets vraagt (drank, eten of medicatie) en dat je dat niet op zak zou hebben. Je hebt best een luide en herkenbare stem waarmee je de naam van de sporter hard roept, gewoon enkel de naam volstaat. Ik vind het belangrijk om ook voor andere deelnemers te supporteren. Soms kunnen die echt smachtend kijken om een aanmoediging te ontvangen. Raad of commentaar geven is ten strengste verboden. Je mag je sporter nooit onderschatten. Je berichtgeving aan haar of hem moet altijd positief zijn. Het verhaal van de sporter krijgt altijd voorrang. Je mag niet zelf klagen over je kleine ongemakken. Achteraf is het dan wel heel belangrijk om straffe verhalen te vertellen. Supporteren is doodvermoeiend, maar ik geniet er heel hard van. Het is echt een adrenalineshot voor mij.

IMG_0204b
Papa in actie als supporter met de basis supportershouding: gefocust applaudisserend voor iedereen.

Roos: De mooiste supportersherinneringen heb ik aan de Hel van Kasterlee. Dat is supporteren, genieten en vieren op alle niveaus. Eén groot feest. Het is uniek dat er zoveel familieleden meedoen. Ook de eerste ultratrail die Joke en papa liepen in Houffalize zal ik niet snel vergeten omdat het de eerste keer een trail was, daarbij dan dat parcours, hun prestatie, heel dat weekend en die omgeving. Magisch. Supporters zijn van onschatbare waarde, zeker bij grotere prestaties. Die taak moet je dan ook ernstig nemen. Toch is het belangrijk om te werken aan je eigen supportersbeleving: jezelf voorzien van koffie, koeken en alles waar je zin in hebt eigenlijk. Je moet je ook verheugen op het event en dat delen met de sporters. Supporteren doe je best in duo’s. Teams van twee personen die contact houden met elkaar werkt heel goed. Op voorhand moet je dan ook een goede taakverdeling maken. 

Een supporter moet voorbereid zijn op alle vlakken. Je eigen plan van die dag moet glashelder in je hoofd zitten. Je moet voorbereid zijn op alle mogelijke scenario’s en hierop kunnen anticiperen. Ook ben je maar beter behendig met de gsm om de andere supporters of het thuisfront snel en efficiënt op de hoogte te brengen van de recentste ontwikkelingen. Je maakt natuurlijk ook foto’s van sporters en supporters. Een goede supporter heeft inzicht in het kunnen van de atleet en eventueel kennis van de tegenstander als het echt een competitie is. Je moet weten wat de pijnpunten zullen zijn bij de prestatie: wat zijn de moeilijke momenten en hoe gaat mijn atleet hiermee om? Tot slot heb je een portie stalen zenuwen nodig en een overdosis enthousiasme en bewondering voor wat de atleet presteert, ongeacht het resultaat.

IMG_2080b

Supporteren kan je leren: het is een vorm van overgave, adrenaline en meegaan op de flow. Je mag niet alleen voor je eigen atleet supporteren, maar je moet enthousiasme tonen voor het event, andere deelnemers en de hele organisatie. Sta daar dus niet als een idioot met je gsm in de aanslag in de verte te turen met enkel oog voor jouw atleet. Als die nadert, dan ga je zoveel mogelijk lawaai maken, extra lawaai. Dat gaat in fasen: eerst joelen wanneer je haar of hem in je vizier hebt, dan focus je weer op de taak als zij of hij je nadert, je tracht iets te zeggen (soms kan iets vragen ook) en je joelt weer na. Zorg dat iedereen rondom jou doorheeft dat dat JOUW sporter was en dat je daar fier op bent. De sporter heeft maar één taak: het beste uit zichzelf halen. Nadien is die wel lichtjes verplicht om te laten voelen hoe belangrijk de supporters waren tijdens de prestatie. Het eindeloos napraten over de ervaring en de indrukken die je opdeed maakt het nagenieten ook zo mooi voor alle partijen.

Wat ik zal onthouden van de 32e Olympiade

Mijn vroegste herinneringen aan de Olympische Spelen gaan terug naar Atlanta 1996. Samen met mijn broer volgde ik het hele gebeuren op de voet (in de mate van het mogelijke als je een kind van 10 bent in pre-internettijden). Op school hielden we ook Olympische Spelen en zowel Seppe als ik behaalde drie medailles op loopnummers. Niet dat er toen in mij een vlam werd ontstoken om loper te worden, laat staan aan wedstrijden deel te nemen. De Echte Spelen hielden ons stevig in hun greep. Ze brachten iets teweeg, heel België leek dag en nacht bezig te zijn met de sportieve vertegenwoordigers van onze natie. Medaillewinnaars waren prompt nationale helden: gouden Fredje Deburghgraeve om er maar één te noemen. 25 jaar later zijn de Olympics merktekens in mijn leven geworden. Van elke Olympiade weet ik nog waar ik toen woonde en wat er zoal speelde in mijn leven. Sport is emotie, dat bleef echter onveranderd. Ook de afgelopen weken leefde ik intens mee: met de verhalen die elke atleet herbergt, met de kroppen in de keel, de ingehouden dan wel losgelaten tranen, met de beteuterde blikken en glimmende koppen van trots. Dit is een greep uit wat mij zal bijblijven van Tokyo 2020.

  • Oud-leerling Thibaut Vervoort die met zijn teamgenoten het flitsende 3×3 basket introduceerde en mij ook de term buzzer beater leerde kennen.
  • De Belgian Cats en de Red Lions die toonden wat de chemie van ploegsport is.
  • De tranen van Mieke Gorissen, een 38-jarige leerkracht én marathonloopster die in alle hevigheid ervoer wat het betekent om Olympiër te zijn.
  • De vlotte en oprechte babbels van 400 meter loper en Belgian Tornado Jonathan Sacoor.
  • Mijn kinesitherapeut Kathelijn die deel uitmaakt van het Belgisch team en hoe ze haar handen vol had met hamstringblessures.
  • Het vestimentaire statement van de Duitse turnsters.
  • De droge Sorry die Wout Van Aert tweette op de afknapper van formaat die zijn zilveren medaille volgens Hans Vandeweghe was.
  • De pijn en waaghalzerij die sport is: keihard op je rug op de tatami landen, rond een brug zwieren of vallen, van rotsen of een ramp springen met een fiets dan wel een skateboard.
  • De aandacht voor mentaal welzijn die deze Spelen ein-de-lijk leken te genereren en het besef dat achter elke atleet een mens schuilgaat.
  • De uitzinnige vreugde van hoogspringer Gianmarco Tamberi na zijn gedeelde gouden medaille. 2021 is het jaar van Italië.
  • Adrie van der Poel die zijn zoon liefkozend Matje noemt.
  • De pijnlijke uitschuivers en misplaatste uitspraken van sommige commentatoren. Dat ze alsjeblieft ook het woord falen eens uit hun vocabulaire schrappen!
  • De magie van de atletiekpiste: van de aflossingsnummers tot het wereldrecord op het hink-stap-springen en alle prestaties van de Belgen.
  • Onze Bronzen Bashir op de marathon en het broederschap dat hij deelt met Abdi Nageeye, Koen Naert, Eliud Kipchoge en Mo Farrah.
  • Dat Tokyo 2020 doorging in 2021 en dat we dus maar drie jaar moeten wachten tot Parijs!

Marathonpraat – Hoe dat toen ging bij mijn eerste marathon

Leiden, 17 mei 2015. Roos en ik staan aan de start van onze eerste marathon. Een jaar nadat we echt begonnen te lopen brak M-day aan. Dat eerste marathonkindje bracht uiteindelijk alles wat ik ervan verwachtte: we hadden een plan en hielden ons daar aan. We liepen een mooi tempo, kregen het zwaar en we finishten. Zes jaar later is de herinnering aan die dag één grote waas, al zijn er ook momenten die me nog haarscherp voor de geest staan. Bij deze een inkijk in mijn eerste marathonervaring.

  • De avond voor de marathon gingen we eten bij de Italiaan. Ik dacht dat een vegetarische lasagne het ideale marathondiner kon zijn. Hoewel het me zeker niet slecht beviel, blijf ik dat een vreemde keuze vinden.
  • Roos en ik overnachtten bij mijn studievriendin Machteld. We sliepen voor het eerst gezusterlijk op een luchtmatras en dat beviel wonderwel goed. Voor we gingen slapen, las ik Roos voor uit een trainingsboek voor marathonlopers. Zij vond dat heel rustgevend.
  • Nadat wij ons ontbijt hadden weggewerkt, wilden we onze gastvrouw (die onder de douchte stond) helpen door de afwas te doen. Bleek dat zij hierdoor letterlijk een koude douche kreeg.
  • Ik was het hele Hemelvaartweekend al snipverkouden en op marathondag bereikte die verkoudheid een hoogtepunt. Ik kon niet door mijn neus ademen. In normale omstandigheden kies je er dan voor om het een dag rustig aan te doen. Als je een marathon gaat lopen, dan doe je dat gewoon.
  • De marathon van Leiden ging van start om 10u30, dat is erg laat. Zeker als het een zonnige dag is met 21 graden. In normale omstandigheden ga je dan lekker in de zon liggen. Als je een marathon loopt, dan zie je af.
  • Ik kon niet door mijn neus ademen, waardoor ook mijn gewone ademhaling veel lawaai maakte. Dat is toch wat Roos mij altijd vertelt. Zij maakte dan weer rare geluiden als ze kokhalsneigingen kreeg van de sportgels.
  • De organisatie beloofde ons veel entertainment langs het parcours. Ja, dat kunnen die Nederlanders wel, dachten wij. In het dorpje Oud-Ade gingen de mensen helemaal los, maar verder benadrukte het parcours door de Nederlandse polders vooral de eindeloosheid en saaiheid van de marathon. Je was al blij als je eens een koe in de wei zag staan.
  • Marike en mama waren natuurlijk onze bevoorraders op de fiets. Zij probeerden ons heel de tijd moed in te praten door te zeggen dat de wind bij het volgende stuk echt wel ging mee zitten. Uiteindelijk bleek die wind een heel vuil spel te spelen.
  • Ik zou tijdens latere marathons nooit meer zoveel sportgels en -drank wegwerken. Dat maakte echter deel uit van het plan, dus deden wij dat zo.
IMG-20150517-WA0004
Ik vind dat wij er hier veel te fris uitzien voor een kilometer of 35 gelopen te hebben. Op basis van deze foto gaf Machteld ons de bijnaam Jansen & Jansen: de gelijkenis is treffend.
  • Toen we eindelijk Leiden terug in liepen, voelde ik me een baksteen op benen. Ik kwam in straten die ik nooit eerder gezien had, wat een prestatie is voor iemand die twee jaar gewoond heeft in de kleine stad die Leiden is.
  • Toen we finishten riep de speaker iets over onze familiale band en hij suggereerde dat we nog een sprintje zouden doen om de eer van de familie hoog te houden. Euh? Niet dus!
  • Niko kwam ons ophalen met de auto. Ik zat als een lijk op de achterbank en voelde me met de minuut miserabeler worden. We stopten bij een tankstation om naar de wc te gaan en ik vroeg me echt af of ik ooit nog normaal zou kunnen stappen.
  • De dagen nadien leek ik op halve hersencapaciteit en een kwart lichaamskracht door het leven te gaan. Ik deed mijn werk, voelde mij euforisch, maar ik kon er ook niet optimaal van genieten en trots zijn omdat ik de inspanning nog steeds voelde.
  • Achteraf gezien is het zwaarste aan een eerste marathon het feit dat je niet weet wat er nog zal komen en hoe je je daarbij zal voelen. Als je het lastig krijgt, kan je je niet voorstellen dat je het nog lastiger zal krijgen en dat je dan kan overleven. Om die reden is een eerste marathon finishen de allergrootste overwinning die je kan behalen.
  • 3:55:47 is absoluut een mooie tijd, zeker voor een marathondebuut. Het is en blijft voor ons allebei wel de traagste marathon die we liepen. Ook in mijn beleving was dit een marathon van de heel lange adem, een beetje alsof het een dubbele marathon was. 
  • De andere cijfers van die eerste marathon tonen aan dat we een constante race liepen: de tweede helft weliswaar ietsje trager, maar wel altijd met een constante hartslag rond de 154. Met amper 38 hoogtemeters is ook aangetoond dat Leiden en omgeving zo vlak als een biljarttafel zijn.

IMG-20150517-WA0006

Het moment – De Suikermarathon

Zondag 11 oktober 2020 liep ik mijn twaalfde marathon. Voor het eerst was dat geen officiële race, maar een eigen initiatief. Ruim 42 kilometer zou ik dus afhaspelen met vertrek en finish zo ongeveer aan mijn voordeur. Door de perfecte duurloop van 32 kilometer die ik op mijn verjaardag liep, had ik het gevoel dat mijn duurloopgeluk voor 2020 nu wel een beetje was opgebruikt. Zou de uitvoering van dit koppige idee echt in de buurt komen van de ultieme marathonervaring? Het antwoord op die vraag is volmondig Ja, absoluut. Zondag was de marathon heel lief voor mij. Na 3u32 had ik mijn versie van de Suikerroute gelopen. Mijn twaalfde marathon zal ik me niet herinneren als mijn meest memorabele race, maar wel als veruit de meest ontspannen en vanzelfsprekende marathonervaring.

Het aller-aller-allergrootste voordeel van een marathonstart in je eigen straat is dat je van je eigen wc gebruik kan maken. Voor iemand die toch een beetje aan dixi-angst lijdt, is dat heel mooi meegenomen. Mijn vaste pre-start gewoontes en rituelen bleken bijna allemaal overbodig. 30 minuten voor ik eraan zou beginnen, zat ik nog in mijn pyjama naar een samenvatting van de London Marathon te kijken. Roos kwam toe, ik trok toch een ander plunje aan en we laadden de fietstassen in met onze bevoorrading. Voor Roos bestond die uit een banaan en koffie (gekke combinatie), voor mij uit sportgels en water. Verschil moet er zijn. Om 9u zou het virtuele startschot weerklinken aan de kerktoren. Geen gedrum in het startvak of gebabbel aan het hek, maar wij tweeën en Sia met Unstoppable. Echt een toplied om toch een beetje het idee te hebben dat je in the zone komt. Toen was het van Oké, zullen we nu vertrekken? en weg waren wij.

FLDN7724

Onderweg naar Goetsenhoven scheen de zon en dat was best een verrassing. Er werd namelijk regen voorspeld. We konden er nu maar beter van genieten, dachten we, want wie weet wat we nog over ons heen zouden krijgt. Helemaal niets, zo zou later blijken. Hakendover leverde ons kerk 3 (ik zei al dat de Suikermarathon net zo goed de Acht Kerken Marathon zou kunnen heten). Normaal gezien weet ik redelijk exact hoeveel kilometer ik op welk punt gelopen heb. Nu herinner ik me vooral wat Roos en ik hebben besproken (onder andere: een pompom als sleutelhanger). Van een adrenaline-rush was geen sprake. Ik liep. Roos fietste. Wij praatten. Nooit eerder was een marathon zo kinderlijk eenvoudig. Twee plaspauzes later stond onze vierde kerk in Oplinter. Ik denk dat ik toen een kilometer of 17 gelopen had. Ik wist ongeveer waar het halfway-point zich zou bevinden. Ik wist ook dat de wind op die weg waarschijnlijk tegen zou zitten. Het was echter de zon die zegevierde en die wind kon me echt niet deren.

JARZ0210

Als er marathons gelopen worden, dan kan mama natuurlijk niet op het appel ontbreken. Zij zou ons tegemoet fietsen in Sint-Margriete-Houtem. Zo breidde ons peloton dus een beetje uit. Met z’n drieën trokken we naar Vissenaken (kerk 6). Roos vervulde haar rol als manusje-van-alles met glans. Ze was zowel coach, als bevoorrader, als chef telefonie (drie telefoontjes met twee familieleden), als dj.  Een gedetailleerde beschrijving hoe ik me kilometer per kilometer voelde en wat er zoal door mijn hoofd schoot, kan ik niet geven. Mijn rechterbil en hamstrings zijn al enkele maanden aan de stijve kant en dat was nu niet anders. Het ging goed, ik was niet bezig met mijn tempo of de tijd, maar ik zag wel dat ik heel constant aan het lopen was. We liepen van Breisem naar Kumtich en die zon, die bleef maar schijnen terwijl wij op pad waren.

NHRK0131
Daar! Daar is de finish!

Op kilometer 35 waren we in Oorbeek, waar mama zich vol lof uitsprak over On Top of the World en Voici les clés (de muziek was écht goed), terwijl ik riep dat de marathon nu echt kon beginnen. Er volgde een avontuurlijk weggetje langs het water. Na 37 kilometer drong plots het besef door dat het er eigenlijk al bijna op zat. De enige hindernis die ik nog moest overwinnen, was een kuitenbijter die wel een prachtig zicht opleverde. Ik liet me niet kennen en benutte de afdaling om nog wat tempo te maken. Roos zette het opzwepende Great War van Sabaton op en sprak de legendarische woorden: en nu gaan we nog eventjes vechten. Ik dacht vooral dat ik er echt van moest genieten. Geen publiek of finish waar je naartoe gezogen wordt, maar net zo goed en net zo echt de marathon. Mijn marathon. De finishlijn lag in een doodgewone woonstraat achter de kerk. Op exact 42,2 kilometer zette ik de tijd stil. Nooit eerder liep ik een marathon op slechts twee sportgels en 750 ml water, zonder buikkrampen en met een negatieve split van een minuut. Missie meer dan geslaagd.

Ik weet nu ook dat je geen medaille nodig hebt om marathoneuforie te ervaren. Ja, ik voelde echt dat pure geluk van de marathon. De grootsheid en de eenvoud van de prestatie. Een klein beetje en voor heel even de heldin van de dag (van postcode 3300). Waar je in wedstrijdomstandigheden na de finish je bagage moet gaan afhalen en met de kou op het lijf nog wat wandelkilometers moet afleggen, kon mijn herstel nu meteen beginnen met een warme douche. Marike en Leah sloten nog aan op de bescheiden afterparty met pistolets en taart. Zondag 11 oktober werd ook om die reden een dag om in te kaderen en te etaleren in de familiegalerij. Mijn gelopen route bleek de vorm van een hart aan te nemen. Een groot hart voor mijn liefste familie (jullie zijn de besten!), voor de marathon en voor “als we maar gezond zijn”. Lang leve de marathon! 

WZCP4380

Marathonpraat – De dag voor de Suikermarathon

Morgen is het zover: dan loop ik mijn 12e marathon, de Suikermarathon. 42,2 km rond Tienen in het gezelschap van een familielid (of twee) op de fiets. Ik ben er nog steeds van overtuigd dat ik Hét Marathongevoel kan ervaren zonder enige vorm van officiële wedstrijdomkadering. De marathon, die zit in mij, in m’n hart, in m’n benen en in m’n hoofd. Natuurlijk heb ik wel op een heel andere manier toegeleefd naar deze gebeurtenis. Ik dacht de afgelopen week niet elk uur aan die marathon, had dus niet constant schrik om te struikelen en gisterenavond dronk ik een La Chouffe blanche (die me echt heel goed smaakte). Enerzijds is die ontspanningsmodus erg fijn, anderzijds mis ik hierdoor de positieve spanning die bij het pre-marathonplezier hoort. Hoe dan ook is het in deze bizarre tijden fijn om nog eens iets niet-alledaags te ondernemen: een sportieve uitspatting, helemaal corona-proof.

Mijn voorbereiding voor deze marathon verliep ook anders dan anders. Tijdens de lockdown in het voorjaar liep en fietste ik er zonder enig doel op los. Nadat ik eind mei verhuisde, liep ik geen langere afstanden meer en was ik vooral op de fiets te vinden (lang leve de LF6 en fietsknooppunt 13). Eind augustus liep ik dan weer eens 20 km en daarmee was het startschot gegeven voor een wekelijkse duurloop. Dat liep niet altijd geheel naar wens, maar al bij al voelde ik wel dat mijn lichaam nog heel goed wist wat een duurloop was. Van een echte taperperiode was de voorbije weken absoluut geen sprake. Ik liep wat minder, maar door mijn woonwerkverkeer op de fiets legde ik alsnog behoorlijk wat sportkilometers af. Gisteren kregen wij op school een vrije dag cadeau die ik creatief (en dus niet sportief) invulde met Roos. Een rustdag zonder meer, waardoor ik het vandaag toch voelde kriebelen om het marathonparcours te verkennen op de fiets. Ook dat is wellicht uniek: dat ik de dag voor ik een marathon loop een marathon fiets.

Die parcoursverkenning bleek overigens geen overbodige luxe te zijn. Zoals gezegd, moet ik het parcours van de Suikerroute een beetje inkorten. Aanvankelijk was het mijn plan om op de Grote Markt van Tienen te vertrekken en aan de kerk van mijn hometown Bost te finishen. Helaas geldt er nog steeds een mondmaskerplicht in het centrum en lijkt de Grote Markt meer op een bouwwerf door de werkzaamheden die er plaatsvinden. Geen lus door Tienen-city dus en een kerk minder die ik langs loop. Ik zou mijn Suikermarathon namelijk net zo goed de Acht Kerken Marathon kunnen noemen omdat ik zoveel kerken van postcode 3300 aandoe. Verder stuitte ik tijdens mijn verkenning op twee wegonderbrekingen die met een eenvoudig ommetje te vermijden zijn. Ik kon ook vaststellen dat er hier en daar wat modder ligt, maar niets onoverkomelijk. Tijdens mijn fietstocht kreeg ik alvast heel veel zin om te lopen, ook al weet ik niet echt wat ik er nu van mag verwachten.

Vorige week beleefde ik trouwens al een ultiem marathonmoment toen ik naar de London Marathon keek en zag hoe Koning Eliud Kipchoge ook gewoon een mens bleek te zijn die het verschroeiende tempo van de Ethiopiërs niet aankon. De verrassende winnaar Shura Kitata stond te glunderen aan de finish. Zo mooi om te zien! Een lopende mens, het is eigenlijk iets heel bijzonder. Ik beschouw mijn marathon dan ook als een eerbetoon aan de eenvoud van wat lopen is en de emoties die het toch kan losmaken. Gewoon het ene voor het andere been zetten en blijven gaan. Ik ben benieuwd hoe het mij morgen bevalt. Niks moet, alles mag en ik hou er hoe dan ook een sterk verhaal aan over. Op naar een nieuw marathonavontuur!

Marathonpraat – Op weg naar de Suikermarathon

Na de perfecte duurloop die ik liep op mijn verjaardag wist ik het zeker: ik was klaar om binnen enkele weken een marathon te lopen. Geduld om te wachten op een georganiseerde wedstrijd heb ik niet. Ik liet in de zomer al uitschijnen dat ik mij in 2020 heel wat door de neus zou laten boren, maar niet mijn twaalfde marathon. Ook in 2020 zal ik een marathon lopen. Punt. Op eigen initiatief en met gezelschap op de fiets. Dat plan kreeg de afgelopen weken steeds concreter vorm in mijn hoofd. Er is een parcours (ongeveer toch) en een datum (eveneens ongeveer toch). 

Het blijkt zowel een vloek als een zegen te zijn om de route uit te tekenen voor je eigen marathon. Een vloek omdat je als eenkoppige (allesbehalve professionele) organisatie gebonden bent aan de reguliere voetpaden en weggetjes. Je kan geen beroep doen op hekken en politie om straten vrij te maken. Bovendien mag je nog zo’n toffe plannen hebben om je eigen marathon te lopen: 42,2 km is en blijft een aanzienlijke afstand. Het vergt dus wat denkwerk én voorbereiding om een parcours te bedenken van die lengte. Momenteel is het concept voor mijn marathon uitgewerkt, maar de puntjes moeten nog op de i worden gezet. Ik zal namelijk de suikermarathon lopen: een marathon in mijn eigen (relatief nieuwe) regio om en rond Tienen (de suikerstad) die gebaseerd is op de Suikerroute, een fietsroute die de de highlights van postcode 3300 aandoet. Het wordt met andere woorden een thuismarathon die het landelijke en glooiende karakter van de streek in de kijker zet met heel wat off-road stukken. Mocht ik mijn marathon aan de buitenwereld moeten verpatsen, ik zou het doen met de adjectieven uitdagend, gevarieerd en uniek.

IMG_3461b

De Suikerroute ontdekte ik in de zomer toen ik heel dicht bij huis rode zeshoekige bordjes opmerkte. Het kostte me echter vier pogingen om de route correct te volgen. Er blijkt namelijk al eens een bordje voor interpretatie vatbaar te zijn of – nog erger – volledig te ontbreken. Na elke mislukte poging bestudeerde ik mijn gereden Garmin route om te kijken waar de bordjes me aan mijn lot hadden overgelaten en ik dus grandioos de mist was ingegaan. Zo belandde ik bijvoorbeeld eens in Stok (die naam verzin ik niet). Uiteindelijk lukte het me op 11 augustus om de volledige Suikerroute te fietsen. Ik kwam uit op 45,5 km omdat ik geen lus door het centrum van Tienen maakte (waar een mondmaskerplicht geldt). Ik moet de Suikerroute dus wat inkorten naar eigen goeddunken. Ook wil ik vertrekken op de Grote Markt van Tienen en finishen aan de kerk van de voorstad waar ik woon. Ik probeerde al via online tools om de route uit te tekenen, maar dat is geen sinecure als je de omgeving nog niet als je broekzak kent. Er zit dus niets anders op dan de route de komende week op de fiets uit te testen en op die manier aan mezelf een meetcertificaat voor te leggen.

Zondag 11 oktober is de datum dat ik me eraan zal wagen. Mits enig voorbehoud: als het die dag echt ellendig weer is (heel de tijd regen en/of heel harde wind), dan stel ik mijn marathonplan een week uit. Hoewel ik in 2018 een sterke Brussel Marathon liep op het einde van de maand oktober, gaat mijn voorkeur toch uit naar het begin van de maand. De kans op zonnestralen en een ochtend die niet tegen het vriespunt aanleunt, is dan net ietsje groter. En als de Hel van Kasterlee echt doorgaat, dan gebruik ik de herfstvakantie (begin november) ook liefst om te fietsen in plaats van te recupereren. Over het doel van mijn marathon kan ik kort zijn: ik wil het optimale marathongevoel beleven en ervaren dat ik zo heb gemist. Dat houdt in te voet naar de startplaats gaan, daar nog een banaantje wegwerken, zenuwen die door de keel gieren, peptalk van Roos, persoonlijke support onderweg, adrenaline én verveling, melkzuur dat zich opstapelt en de ontlading die daarop volgt. Ik ben benieuwd hoe zoet de suikermarathon zal zijn voor mij.

Marathonpraat – Waarom ik de marathon mis

Ik heb de afgelopen dagen vaak nagedacht waarom ik mijn marathons zo mis. Als loper behoor ik tot de Geprivilegieerde Gelukzakken der Sporters, zij die hun sport zonder enig probleem kunnen blijven uitoefenen. Geen lockdown light of quarantaine die dat belet. Ik moet dus niet zeuren. Je zal nu maar gepassioneerd zijn door waterpolo, worstelen of acrogym. In eerste instantie vond ik het best aangenaam om zonder wedstrijddoel te lopen. Tijdens de quarantaine maakte ik veel kilometers zonder te overdrijven. Niets moest en alles mocht. Ik ging dus niet de toer op van mijn broer en stelde mezelf geen grootse doelen. Het plezier stond voorop. Elke kilometer die ik liep deed me deugd. Ik heb geen competitie nodig als stok achter de deur om me te motiveren mijn loopschoenen aan te trekken. Ook voor mijn lichaam was een periode met meer hersteltijd welgekomen. Ik verhuisde bovendien en had dus onontgonnen gebied te ontdekken. En ik een competitiebeest? Ik dacht het niet. Een gedwongen wedstrijdloze periode is echt geen ramp binnen het kader van een wereldwijde crisis.

Ik genoot oprecht van die vrije kilometers. Van een zwart gat was absoluut geen sprake. Tot ik enkele weken geleden de harde realiteit onder ogen zag. Marathonwedstrijden in 2020: ik zie het niet meteen gebeuren. In maart werd de Rotterdam marathon verplaatst naar eind oktober. Veilig ver weg, zo leek het. Na de paasvakantie zouden we gewoon weer met z’n allen op school zijn. Voor we het goed en wel zouden beseffen zou ons leven zich weer op gang trekken. Kortom, die corona zou zijn plaats kennen tegen het najaar. Wij zouden er dan weer lustig op los kunnen lopen met duizenden tegelijk, veel te dicht op elkaar in een startvak en langs de zijlijn. Marathons lopen is toch een buitensport? De realiteit is dat (sport)evenementen in Nederland verboden zijn tot 1 september. Erg realistisch lijkt het me dus niet dat we een krappe twee maand later met ruim 12.000 aan de start van een sportwedstrijd zouden staan. Het miljoen supporters dat de Rotterdam marathon op de been brengt, laat ik voor het gemak buiten beschouwing. Officieel gaat de marathon nog door, al is er het nodige voorbehoud te lezen in de officiële berichtgeving. De wereld vergaat niet, een jammer is hier wel op z’n plaats.

Naast lopen heb ik voldoende bezigheden. Ik weet mijn dagen aardig te vullen met allerhande projecten en activiteiten die helemaal niets met sport te maken hebben. Er blijft dus nog voldoende over als de marathon wegvalt. En toch ging er geen dag voorbij waarbij ik niet aan marathons lopen dacht. Omdat sportwedstrijden in het algemeen en marathons in het bijzonder mijn jaar structureren. Ik mis het aftellen in weken en dagen tot M-day. Ik mis de opbouw van de trainingen: sterven tijdens intervals en dromen in het bos. Ik mis die lange duurlopen waarbij de cadans ideaal is en het zelfvertrouwen torenhoog. Ik mis zelfs de onzekerheid en de stress. De angst om op het laatste moment te vallen (been there, done that) of ziek te worden. Ik mis de adrenaline die door mijn keel giert als het dan eindelijk zo ver is en je uit je bed stapt met de wetenschap: straks loop ik een marathon. Ik mis het zenuwachtige aanschuiven bij de dixi’s. Ik mis het avontuur van de looptocht waarbij mijn gedachten alle kanten opschieten (en mijn darmen meestal ook). Ik mis het finishmoment, maar nog meer het weerzien met mijn supporters nadien. Ik mis de grijns op mijn gezicht die een combinatie is van opluchting, geluk en stramme spieren. Ik mis een royaal ontbijt de dag nadien waarbij ik als een tachtigjarige in mijn stoel plof. Ik mis de marathon. Echt. Alles.

Ik durf nu ook luidop te zeggen dat ik eind maart in topvorm was. Mijn PR op de halve marathon was geen toevalstreffer (als dat al mogelijk is op die afstand). De oogverblindende glans is er inmiddels wat af, maar ik verbaas me nog steeds over de tempo’s die ik ogenschijnlijk moeiteloos lijk te lopen. Enerzijds ben ik daar blij om, anderzijds vind ik het bijna zonde. De enige manier om een vorm vast te leggen opdat die niet vervliegt is immers door een wedstrijd te lopen. Al is dat ook niet helemaal waar. Een marathontijd is geen droge weergave van je vormpeil. Ook andere factoren spelen een rol. Als marathonloper heb je nog één groot voordeel: niemand houdt je tegen om er eentje te lopen. Je kan het in principe overal doen en op elk moment van de dag. In het najaar loop ik dus een marathon: op eigen houtje als het niet officieel kan. Vanaf volgende week ga ik weer eens echt duurlopen en mijn kop boven het veld van de 20 kilometer steken. Wedden dat het uitzicht daar prachtig is?

 

 

Het moment – De tol van de onvoorspelbaarheid

En toen werd het dus plots echt stil. Door de verscherpte corona-maatregelen blijven we plichtbewust braafjes thuis en proberen we uit te blinken in social distancing, een begrip waar we tot voor kort nog nooit van hadden gehoord. Waar ik het aan het begin van de week nog onwezenlijk vond dat ik twee weken geleden een halve marathon liep in Nederland, lijkt het nu onvoorstelbaar dat ik vorige week nog met mijn leerlingen in de klas zat, wetende dat de lessen opgeschort zouden worden. Naïef als ik was, kon ik het toen nog ongegeneerd jammer vinden dat mijn voorjaarsmarathon werd uitgesteld. Ik kon nog semi-zorgeloos 30 kilometer lopen en nadien aan tafel zitten met mijn familie. Ondenkbaar in de huidige fase. We staan nu wellicht voor de grootste uitdaging: het gewone leven verderzetten in lockdown light versie.

Mijn persoonlijke coronasituatie is de volgende. Ik woon alleen met mijn twee katten, die zich uiteraard van geen kwaad bewust zijn. In de mate van het mogelijke probeer ik van thuis uit voor school te werken. Ik las al drie boeken. Het stevigere huishoudelijke werk liet ik vooralsnog links liggen. Ik ga dagelijks lopen of fietsen. Ik maak me niet schuldig aan hamsteren en hoop dat ik met mijn 15 rollen wc-papier nog wel eventjes voort kan. Mijn gemoed kent dalen en pieken. Alleen wonen is nu echt wel heel alleen. Het is next level alleen zijn. Hoewel tijd, voorheen nog een kostbaar goed, nu op een plateautje wordt aangeboden, voelt het als een vergiftigd geschenk dat we noodgedwongen moeten aanvaarden. In theorie heb ik nu wel tijd voor de verwaarloosde to-do’s die lang werden uitgesteld onder het mom geen tijd voor. In de praktijk staat mijn hoofd daar (nog) niet naar.

Het coronavirus voelt soms als een zwaard van Damocles dat me boven het hoofd hangt. In De Morgen las ik dat het de onvoorspelbaarheid is die dit virus gevaarlijk maakt: wetenschappers en artsen weten relatief weinig over Covid-19 en hoe het zal evolueren. Voor ieder van ons geldt ongeveer hetzelfde: de onvoorspelbaarheid van deze ongeziene situatie boezemt ons angst in. Wat voordien een vanzelfsprekendheid was, wordt nu een bekommernis. Zo is een eenvoudige bezigheid als boodschappen doen van elke alledaagsheid verheven. Een bezoek aan de supermarkt werpt prangende vragen op. Wanneer ga je? Zal de rij niet te lang zijn? Hoe leeg zullen de rekken zijn? Ik ben geen panikeur, verre van, maar zelfs voor mijn nuchtere ik voelt het ongemakkelijk aan om plannen te maken op lange termijn. Zullen de lessen hervat worden na de paasvakantie? Zullen we in de zomer op vakantie kunnen gaan? Koffiedik kijken moet de vaakst gebruikte uitdrukking zijn van de afgelopen weken. Omdat het onvoorspelbaar is wanneer de besmettingen in België een piek zullen bereiken, weten we ook niet in welke situatie ons land, en dus ook ons individuele leven, zich over een paar weken zal bevinden.

Er is gelukkig ook een positieve kant aan dit verhaal. De natuur kan op adem komen omdat vliegtuigen en auto’s in de garage blijven staan. Huizen worden van onder tot boven opgeruimd. Honden werden nog nooit zo vaak uitgelaten. Small talk bij de bakker voelt aan als een echt gesprek. Met respect voor de social distance haalt een ieder van ons dagelijks moeiteloos de kaap van de 10.000 stappen. Fietsen, loopschoenen en inline skates die eerder nog stof lagen te vangen, worden prompt gebombardeerd tot onze nieuwe beste vrienden. Het knikje onder lopers lijkt hartelijker, het fietsverkeer hoffelijker. Voor velen voelt dit waarschijnlijk aan als een herkansing voor de te vroeg gesneuvelde goede voornemens. We lijken ons massaal klaar te stomen voor een nationale conditie- en gezondheidstest. Hoewel ik het bos niet langer voor mij alleen heb, kan ik die omhelzing van de buitensport alleen maar toejuichen. Op voorwaarde dat we dan niet de auto nemen om naar park of bos te gaan en dat de nodige afstand gerespecteerd wordt.

Ik zei al eens dat de metaforische waarde van de marathon onuitputtelijk is. Zo ook voor de uitzonderlijke situatie waarin we ons nu bevinden. De marathon is een race van alleen en toch ook samen. We zitten allemaal in ons eigen leventje vast, maar iedereen is wel aan boord van hetzelfde schuitje. Alleen door simpelweg de ene voet voor de andere te zetten, zullen we alleen en ook samen de finish bereiken. Daar is wilskracht voor nodig, want die inspanningen wegen eerder mentaal dan fysiek door. We zullen doorgaan, zo luidt het devies van niemand minder dan Ramses Shaffy (en inmiddels ook van Radio 1). We kunnen daar nog een schepje bovenop doen. De heer Shaffy heeft ook een lied met als titel We leven nog. Alleen Ramses Shaffy kan zo overtuigend dramatisch zingen dat je niet anders kan dan er spontaan bij te glimlachen.

IMG_2291b