Het moment – De tol van de onvoorspelbaarheid

En toen werd het dus plots echt stil. Door de verscherpte corona-maatregelen blijven we plichtbewust braafjes thuis en proberen we uit te blinken in social distancing, een begrip waar we tot voor kort nog nooit van hadden gehoord. Waar ik het aan het begin van de week nog onwezenlijk vond dat ik twee weken geleden een halve marathon liep in Nederland, lijkt het nu onvoorstelbaar dat ik vorige week nog met mijn leerlingen in de klas zat, wetende dat de lessen opgeschort zouden worden. Naïef als ik was, kon ik het toen nog ongegeneerd jammer vinden dat mijn voorjaarsmarathon werd uitgesteld. Ik kon nog semi-zorgeloos 30 kilometer lopen en nadien aan tafel zitten met mijn familie. Ondenkbaar in de huidige fase. We staan nu wellicht voor de grootste uitdaging: het gewone leven verderzetten in lockdown light versie.

Mijn persoonlijke coronasituatie is de volgende. Ik woon alleen met mijn twee katten, die zich uiteraard van geen kwaad bewust zijn. In de mate van het mogelijke probeer ik van thuis uit voor school te werken. Ik las al drie boeken. Het stevigere huishoudelijke werk liet ik vooralsnog links liggen. Ik ga dagelijks lopen of fietsen. Ik maak me niet schuldig aan hamsteren en hoop dat ik met mijn 15 rollen wc-papier nog wel eventjes voort kan. Mijn gemoed kent dalen en pieken. Alleen wonen is nu echt wel heel alleen. Het is next level alleen zijn. Hoewel tijd, voorheen nog een kostbaar goed, nu op een plateautje wordt aangeboden, voelt het als een vergiftigd geschenk dat we noodgedwongen moeten aanvaarden. In theorie heb ik nu wel tijd voor de verwaarloosde to-do’s die lang werden uitgesteld onder het mom geen tijd voor. In de praktijk staat mijn hoofd daar (nog) niet naar.

Het coronavirus voelt soms als een zwaard van Damocles dat me boven het hoofd hangt. In De Morgen las ik dat het de onvoorspelbaarheid is die dit virus gevaarlijk maakt: wetenschappers en artsen weten relatief weinig over Covid-19 en hoe het zal evolueren. Voor ieder van ons geldt ongeveer hetzelfde: de onvoorspelbaarheid van deze ongeziene situatie boezemt ons angst in. Wat voordien een vanzelfsprekendheid was, wordt nu een bekommernis. Zo is een eenvoudige bezigheid als boodschappen doen van elke alledaagsheid verheven. Een bezoek aan de supermarkt werpt prangende vragen op. Wanneer ga je? Zal de rij niet te lang zijn? Hoe leeg zullen de rekken zijn? Ik ben geen panikeur, verre van, maar zelfs voor mijn nuchtere ik voelt het ongemakkelijk aan om plannen te maken op lange termijn. Zullen de lessen hervat worden na de paasvakantie? Zullen we in de zomer op vakantie kunnen gaan? Koffiedik kijken moet de vaakst gebruikte uitdrukking zijn van de afgelopen weken. Omdat het onvoorspelbaar is wanneer de besmettingen in België een piek zullen bereiken, weten we ook niet in welke situatie ons land, en dus ook ons individuele leven, zich over een paar weken zal bevinden.

Er is gelukkig ook een positieve kant aan dit verhaal. De natuur kan op adem komen omdat vliegtuigen en auto’s in de garage blijven staan. Huizen worden van onder tot boven opgeruimd. Honden werden nog nooit zo vaak uitgelaten. Small talk bij de bakker voelt aan als een echt gesprek. Met respect voor de social distance haalt een ieder van ons dagelijks moeiteloos de kaap van de 10.000 stappen. Fietsen, loopschoenen en inline skates die eerder nog stof lagen te vangen, worden prompt gebombardeerd tot onze nieuwe beste vrienden. Het knikje onder lopers lijkt hartelijker, het fietsverkeer hoffelijker. Voor velen voelt dit waarschijnlijk aan als een herkansing voor de te vroeg gesneuvelde goede voornemens. We lijken ons massaal klaar te stomen voor een nationale conditie- en gezondheidstest. Hoewel ik het bos niet langer voor mij alleen heb, kan ik die omhelzing van de buitensport alleen maar toejuichen. Op voorwaarde dat we dan niet de auto nemen om naar park of bos te gaan en dat de nodige afstand gerespecteerd wordt.

Ik zei al eens dat de metaforische waarde van de marathon onuitputtelijk is. Zo ook voor de uitzonderlijke situatie waarin we ons nu bevinden. De marathon is een race van alleen en toch ook samen. We zitten allemaal in ons eigen leventje vast, maar iedereen is wel aan boord van hetzelfde schuitje. Alleen door simpelweg de ene voet voor de andere te zetten, zullen we alleen en ook samen de finish bereiken. Daar is wilskracht voor nodig, want die inspanningen wegen eerder mentaal dan fysiek door. We zullen doorgaan, zo luidt het devies van niemand minder dan Ramses Shaffy (en inmiddels ook van Radio 1). We kunnen daar nog een schepje bovenop doen. De heer Shaffy heeft ook een lied met als titel We leven nog. Alleen Ramses Shaffy kan zo overtuigend dramatisch zingen dat je niet anders kan dan er spontaan bij te glimlachen.

IMG_2291b

Hoe train je voor een marathon die je niet loopt?

We leven in bizarre tijden. Het coronavirus legt ons land stil. Een ongeziene situatie die ook mij angst inboezemt, elke dag een beetje meer. Ik sta niet in mijn klaslokaal met mijn leerlingen, maar zit thuis en probeer een goede leerkracht op afstand te zijn. Donderdag kwam de crisis in een stroomversnelling terecht. Op school werden de maatregelen verscherpt. Het ene na het andere event werd uitgesteld. Zo ook de marathon van Rotterdam, waardoor mijn Road to Rotterdam abrupt werd onderbroken. Jammer, maar uiteindelijk slechts een aantekening in de marge. Niets is zo relatief als een uitgestelde marathon als de volksgezondheid op het spel staat. Zelfs een marathonjunkie als ik kon niet anders dan concluderen dat dit de enige juiste beslissing was. Het is onwezenlijk dat Roos en ik amper 10 dagen geleden nog in een propvol startvak stonden te drummen tot het startschot van de CPC Loop in Den Haag werd gegeven. Eens te meer besef ik nu dat ik mijn beide (gewassen) handjes mag kussen voor het memorabele en zorgeloze loopfeest dat ik toen met mijn familie kon beleven.

IMG_2262b

Dat de Rotterdam marathon niet over drie weken gelopen zou worden, die bui voelde ik wel hangen. De organisatie laat weten dat de 40e feesteditie later dit jaar plaats zal vinden. Een streep door het sportieve voorjaar, nieuwe kansen in het najaar. Tot nu toe verliepen mijn trainingen voorspoedig. Mijn PR in Den Haag is een bewijs dat ik in goede vorm verkeer. Nu het er niet meer toe doet, durf ik dat ook gewoon luidop te zeggen. In onzekere tijden als deze beschouw ik het als mijn plicht om eens zo standvastig achter het principe te staan dat ik in de eerste plaats loop omdat ik dat graag doe. Een marathon lopen kan een bekroning zijn op mijn voorbereidingswerk, maar is niet per se het ultieme doel dat tot loopvreugde leidt. Ik heb plezier gehaald uit mijn trainingen. Geen enkele loopkilometer voelde aan als een verspilling van mijn tijd. Integendeel. Net nu komt de essentie van lopen eens zo hard binnen: een inspanning voor de ontspanning, om het hoofd vrij te maken en frisse lucht op te snuiven.

PSFM8278
Ook als ik loop, gebruik ik liefst handgebaren om mijn verhaal te vertellen.

Ik had dus voldoende redenen om mijn geplande lange duurloop van 30 kilometer afgelopen zondag niet te lopen. Ik deed dat natuurlijk wel. Omdat ik ook hiervoor getraind heb. Omdat het ideaal loopweer was. Omdat het heel fijn is om van de woning van mijn ene zus Roos via de Demer en de Hagelandse veloroute naar mijn andere zus Marike te lopen. Omdat Roos mij begeleidde op de fiets, Marike mij tegemoet liep en mama ook nog een stuk mee fietste. De eerlijkheid gebiedt me wel om te zeggen dat die duurloop niet helemaal van een leien dakje verliep. In elk van mijn benen zat nog 10,5 kilometer verzuring van mijn snelle halve marathon. Zelfs dat had een voordeel: het werd echt een rustige duurloop aan een lage hartslag. Hoe train je dus voor een marathon die je niet loopt? Door veel deugd te hebben van de loopkilometers die je nu nog wel kan maken en er het beste van te maken.

 

Waarom de marathon het mooiste atletieknummer is

Voor mij is de marathon het aller-aller-allermooiste atletieknummer. Zowel in lengte (kwantiteit) als in pure schoonheid (kwaliteit) kent onze Griekse vriend zijn gelijke niet onder de andere loopnummers. Eén van zijn troeven is van historische aard: een Griek zou zichzelf te pletter hebben gelopen om een boodschap van Athene naar Marathon te brengen. Bovendien zal iedereen die ooit de finish haalde van een marathon beamen dat er enkel winnaars zijn en geen verliezers. Het is dan ook geoorloofd om 48 uur lang blij als een klein kind met een medaille rond je nek te pronken. Ik bedacht nog tien andere redenen waarom de marathon de onbetwiste nummer 1 van de Schoonheidswedstrijd der Atletieknummers is.

De marathon is het enige atletieknummer waarbij wereldtop en recreanten samen aan de start staan. Debutant en ervaringsdeskundige. Man en vrouw. Oud en jong. De marathon kent een divers deelnemersveld. Je staat natuurlijk niet gewoon achter een Abdi Nageeye of Eliud Kipchoge, maar je loopt wel identiek dezelfde wedstrijd en kan zo letterlijk in de voetsporen van de professionele atleten treden. Hierdoor krijgt ook het moment dat je staat te wachten in het startvak een extra dimensie.

Toeschouwers moeten geen cent betalen om heel veel sport in een prachtig decor te zien. Omdat je in, door en rond een stad of plaats loopt, krijgt eenieder die de race langs de zijlijn volgt de kans om ook interactief aan marathonkijken te doen. Je kan je als toeschouwer verplaatsen (een vaardigheid waarin mijn familie uitblinkt) om lopers op tactische plaatsen te zien en aan te moedigen. De omgeving is boeiend en levert gegarandeerd mooiere plaatjes op dan het eentonige piste-oranje.

Op marathons lopen staat geen leeftijd. Of toch bijna niet. Je hebt geen jeugdige explosiviteit nodig, wel wat maturiteit. Elke loper die goed voor zichzelf zorgt, kan decennia lang marathons lopen. Je loopt per jaar natuurlijk slechts een beperkt aantal marathons (jammer, zou dit bij wet zijn vastgelegd?), maar je kan dat wel jaren aan een stuk blijven doen. Een marathonloper kan op elke leeftijd boven zichzelf uitstijgen.

Het is meteen duidelijk wie als eerste aankomt. Je kan zonder geavanceerde techniek en met het blote oog waarnemen wie uiteindelijk die 42,195 kilometer het snelst heeft afgehaspeld. Je hoeft bovendien ook als loper of supporter niet kundig te zijn om te tellen met tienden en honderdsten van seconden. Uren en minuten volstaan.

Je loopt een marathon meer tegen jezelf dan tegen anderen. De grootste opponent zit tussen je oren. Ik kan me heel veel finale-marathonmomenten voor de geest halen waarbij ik volledig in mezelf gekeerd stap voor stap dichter bij die finish probeerde te komen. Als je dan eens rond je kijkt, dan zie je dat ieder voor zich een soortgelijke strijd aan het voeren is. In het hoofd. Samen alleen lopen dus.

Het gewone leven gaat door tijdens de marathon. Je moet drinken en eten. Je snuit je neus eens. Als het echt moet, kan je zelfs naar de wc gaan. Je kan praten met mensen die langs je lopen. Je familie is aanwezig en leeft met je mee. Soms is het geweldig leuk. Soms begrijp je echt niet waar je mee bezig bent. Op het einde komt alles meestal goed.

Techniek is van ondergeschikt belang. Je marathon staat of valt niet met de perfecte afzet bij de start. Dat mag je trouwens ook letterlijk nemen: in 2018 werd onze Belgische topper Bashir Abdi knap achtste op de marathon van Rotterdam nadat hij bij de start hard ten val was gekomen. Looptechniek is uiteraard niet helemaal onbelangrijk, maar tijdens je marathon is het toch vooral zaak om gewoon te blijven lopen.

Je hebt tijd genoeg om het beste en sterkste in jezelf te vinden. Je moet geen schrik hebben om te finishen met het idee dat je niet alles gegeven hebt. Na uren lopen heb je immers altijd alles gegeven. Dat betekent ook dat je nooit te behoedzaam kan beginnen. Zelfs als je na 40 kilometer nog over ultra frisse benen lijkt te beschikken, dan heb je nog een dikke 2 kilometer om die volledig in de verzuring te lopen.

Geen enkel atletieknummer is even saai als dat het heroïsch is. De grote marathons die op tv worden uitgezonden kijk ik altijd integraal. Als ik zelf gaan lopen ben, neem ik ze op en bekijk ik ze nadien volledig. Ik ga daar echt voor zitten, zelfs als ik de uitslag ken. De eenvoud van die inspanning creëert juist een zekere spanning. De vraag is altijd wanneer je de eerste tekenen van vermoeidheid zal ervaren of waarnemen. Niet is zo heldhaftig als de strijd met de eentonigheid.

Marathonlopers zijn sympathieke mensen met vaak markante verhalen. Iedereen heeft Bashir Abdi en Koen Naert in de armen gesloten. Daarnaast zijn er heel veel straffe verhalen van iconische marathonvrouwen. Dichter bij huis toonde de Nederlander Michel Butter aan dat een marathon in een bloedstollende thriller kan eindigen.

Loperspraat – Dilemma’s op dinsdag #1

Toen ik nog een klein Joketje was, deelde ik een stapelbed met mijn broer. Ik was de oudste en mocht dus boven liggen. We sliepen, lazen heel wat boeken en voerden de gekste gesprekken. Onze creativiteit had geen ludieke kaarten of dinsdag nodig om elkaar de meest onmogelijke dilemma’s voor te leggen. Eén van onze dilemma’s luidde als volgt: zou je liever een steen opeten of heel de winter buiten blijven? We hadden het er dan over dat je de steen wel mocht vermalen, maar dat gruis mocht niet gemengd worden met ander eten. Als kind was ik best een koukleum en ik kon me dus iets te levendig voorstellen hoe ik lag te rillen in onze fietsenstalling terwijl iedereen lekker warm binnen rond de tafel zat. De voorkeur ging dan toch uit naar de steen. Ik vind het nog steeds fascinerend dat wij destijds niets viezer te eten konden bedenken dan een steen. Hoe dan ook, het is vandaag dinsdag en ik bedacht vijf loopgerelateerde dilemma’s waar geen steen aan te pas komt. Ik stond mezelf toe om één joker in te zetten.

Lopen of fietsen?
Hoewel ik nu anderhalf jaar loop- en fietstrainingen afwissel, ligt mijn hart toch nog altijd bij het lopen. Tijdens het lopen kan ik soms een alles overweldigend gevoel van geluk en vrijheid ervaren, wat ik op de fiets niet heb. Aan fietsen waardeer ik dat je een tocht maakt en dat je je relatief snel ver van huis kan begeven. Helaas krijg ik ook snel last van een stijve rug als ik langer dan een uur op de fiets zit. Bovendien ben je als fietser veel gevoeliger voor koude, regen en wind: weerselementen waar ik als loper mijn neus eens voor ophaal. Juan is kortom een fantastische mountainbike en compagnon de route, maar de lichamelijke kick die ik krijg als ik aan het lopen ben, krijg ik niet op de fiets.

Alles meten of alles op gevoel?
Ik ga altijd lopen met mijn Garmin Forerunner 235, een tophorloge met niet te veel snufjes en meting van de hartslag via een klassieke borstband. In een dilemma gaan we natuurlijk voor uitersten en zou ik altijd een hypergeavanceerd sporthorloge rond mijn pols dragen. Het lijkt me echt vervelend om altijd te weten hoe hoog of laag mijn hartslag is, laat staan hoe weinig ik heb geslapen. Zulke horloges interpreteren die data ook en gaan je dan zeggen of je al dan niet productief bezig bent. Zelfs als je weet dat er een foutmarge op die cijfers zit, blijft het irritant als de getalletjes niet zeggen wat je zou willen. Langs de andere kant zou ik me ook niet kunnen voorstellen dat ik helemaal niets meer meet. Op trainingen kan ik mijn gevoel wel nog min of meer afstemmen op mijn ervaring. Tijdens een marathon is mijn horloge echter onmisbaar om de race goed in te delen. Daarom wordt het dus toch alles meten.

Altijd alleen of altijd samen gaan lopen?
In eerste instantie zou ik meteen altijd alleen zeggen. Ik ben namelijk nooit het type loper geweest dat sociale druk nodig heeft om de loopschoenen aan te trekken en eerlijk is eerlijk: met momenten kan ik een echte einzelgänger zijn à la Laat me van Ramses Shaffy. Langs de andere kant geeft niets mij zoveel energie als een looprondje met mijn zussen Roos en/of Marike. Ik heb nu al zoveel mooie herinneringen aan de kilometers die we gezapig, snoeihard of iets daartussen aan elkaars zijde doorbrachten. Het zou ondraaglijk zijn om dat nooit meer te mogen meemaken. Ik kies dus voor altijd samen en zou dan elke week een heel strakke planning maken met mijn familie om me van het nodige gezelschap te voorzien.

De marathon van Parijs of de marathon van Brussel?
Ik zet mijn joker in omdat ik weiger te kiezen tussen mijn twee darlings. De marathon van Parijs liep ik al twee keer, die van Brussel drie keer. Ik liep ook mijn snelste tijden in die steden. Het zijn allebei marathons met hoogtemeters, een triomfboog, groene omkadering en Grandeur. Brussel is een internationale, maar wel kleinschalige marathon met een beperkt deelnemersveld, waardoor je nog meer op jezelf en je eigen supporters bent aangewezen. Voor mij voelt dat aan als een thuismatch. De rust die daarvan uitgaat, haalt het beste in mij naar boven. In Parijs daarentegen wordt de tweede grootste marathon ter wereld gelopen. Je bevindt je dus altijd onder de mensen, zowel op als langs het parcours. Ook die ambiance doet je boven jezelf uitstijgen. Ik kies dus niet, want kiezen is – zeker in dit geval – verliezen.

Een marathon lopen met blaren of met buikkrampen?
Lees eender welk marathonverslag op mijn blog na en buikkrampen eisen er een rol in op. Slechts één keer eindige ik een marathon met blaren op mijn tenen. Die twee (heel bescheiden) exemplaren kreeg ik in in 2016 tijdens de marathon van Rotterdam. Na ongeveer 25 kilometer voelde ik dat die blaren zich aan het vormen waren. Omdat ik het toen mentaal zwaar had, zag ik alles zwart in. Het bloed zou weldra uit mijn schoenen spuiten. Na de finish zou ik met een brancard weggevoerd worden om de horror aan mijn voeten te laten behandelen. Dat gebeurde dus niet. Mijn passen werden op geen enkele manier belemmerd door de wrijving. Lopen met buikkrampen, geloof me: dat is de hel! Niets is zo vreselijk als lopen met buikpijn waardoor je volledige romp verkrampt. Je kan en wil niet naar de wc gaan en je wil natuurlijk ook niet in je broek doen. Hoe uitzichtloos de situatie soms leek, uiteindelijk herpakte mijn lichaam zich altijd wonderwel vooraleer de echte marathonfinale ingezet werd. Geef mij alsjeblieft dus blaren elke marathon. Met heel veel plezier!

Marathonpraat – Road to Rotterdam

Op 1 januari leek het eventjes alsof alle tellers terug op nul stonden. Een blanco blad keek me uitdagend aan. Maagdelijk wit en onbeschreven. Een schone lei die klaar was om versierd te worden met mijn mooiste lussen, krabbels en bedenksels. Gelukkig ging het leven gewoon door en nam ik alles weer op waar het was blijven liggen in 2019. De eerste dag van het nieuwe jaar beschouwde ik wel als de start van mijn marathonvoorbereiding voor Rotterdam. Ergens klonk dat idee van het onbeschreven blad aantrekkelijk. Soms verlang ik terug naar de naïviteit van mijn beginnersjaren als marathonloper toen ik onbesuisd afstormde op het avontuur. Mijn aanpak was niet de beste, wel de eenvoudigste: veel lopen. Hoe meer, hoe beter. De ervaring gaf me meer grip en zelfinzicht. Kennis leidt echter ook onvermijdelijk tot twijfel.

Over 8 weken en 6 dagen sta ik aan de start van de Rotterdam Marathon. Het lijkt een eeuwigheid geleden dat ik me specifiek voor een marathon klaarstoomde. In het najaar liep ik een onvergetelijke marathon in Brugge in functie van Roos, maar die werd opgeslokt door mijn voorbereidingen van de Hel. Het kostte me die periode veel energie om me telkens weer op te laden voor alle uren trainingsarbeid. Vooral in het fietsen kroop veel tijd. Mijn leven leek on hold te staan: ik ging werken en sporten, voor iets anders was er amper tijd. Na de Hel genoot ik tijdens de kerstvakantie intens van mijn vrije tijd. Halve uurtjes lopen waren voldoende om mijn loophonger te stillen. De afgelopen weken betrapte ik mezelf erop dat ik vol weemoed terugblikte op mijn lange en donkere trainingen van oktober en november. Alsof in het donker langs een steenweg fietsen plots het hoogste sportgenot was. Het is een mij bekend fenomeen: wat ik vervloek, wordt na verloop van tijd geromantiseerd zodat ik het intens ga missen. Het gevolg was dat ik in januari vaak het idee had dat ik me niet voldoende toelegde op mijn marathon omdat ik ook tijd had voor andere dingen. Het was kortom een maand van zoeken naar balans: een goede basis leggen enerzijds, de ontspanning en het plezier laten zegevieren anderzijds.

En hoe is het nu met Juan? hoor ik jullie denken. Wel, mijn Spaanse vriend bracht de jaarwisseling gedemonteerd door voor een broodnodige onderhoudsbeurt na zijn Kastels modderbad. De liefde was eens zo groot toen we eenmaal herenigd waren. Mijn mountainbike maakt dus nog steeds deel uit van mijn trainingen. Ik beleefde zelfs een primeur van formaat: met niemand minder dan Roos sjeesde ik tientallen kilometers langs de Demer. Zij kreeg mama’s oude koersfiets en zo kunnen kunnen we elkaar dus niet alleen op twee benen, maar ook op twee wielen vergezellen. We gingen trouwens best hard (of wat had je gedacht?). Zo werd het een behoorlijk uitdagende training omdat we ook non-stop afwisselend aan het praten waren met de nodige inleving. Op korte termijn staat er nog meer zusterlijks op het trainingsprogramma. Daarover later meer!

De afgelopen weken liep ik ook weer intervals om aan mijn snelheid te werken. Het moet bijna een jaar geleden zijn dat ik me daar nog aan waagde. Ik begin er altijd mee in het bos omdat de verwachtingen dan nog niet al te hoog zijn. Op een rondje van 1,5 kilometer versnel ik twee keer bergop en twee keer bergaf. Dat herhaal ik een keer of drie. Vrijdag besloot ik dat het tijd was om tempo’s op het vlakke (en snelle) asfalt te lopen om eens te kijken wat er nu echt in het vat zat. Mijn snelheid bleek verbazingwekkend hoog te zijn. Ik zag cijfers op mijn horloge die ik voor het laatst zag tijdens de Eindejaarscorrida, toen ik pijlsnel vertrok en me ook vakkundig vergaloppeerde. Ondanks de vele kleine kwaaltjes die mijn benen rijk zijn, loop ik wel met een heel goed gevoel rond.

Januari was ook een maand waarin ik veel nadacht. Op zich is dat niets nieuws onder de zon. Soms leidt dat tot verrassend eenvoudige inzichten. Zoals dat ik moest stoppen met mezelf te verwijten dat ik geen 30 kilometer aan een stuk gelopen heb in Kasterlee. Of dat 9 uur sporten per week nog altijd meer dan normaal is. De grootste aha-erlebnis was echter dat ik op 5 april in Rotterdam simpelweg een goede marathon wil lopen: eentje die goed aanvoelt en waarvan ik ook goed herstel. In welke tijd dat zal gebeuren, daar ga ik me nu (nog) niet mee bezighouden. Eigenlijk is het gewoon heel fijn dat we altijd verder borduren op wat voorafging. Als sporter is het fout om te denken dat je altijd verandering nodig hebt. Toen Eliud Kipchoge zijn fenomenale 1:59 liep in Wenen vroeg de wereldpers hem steeds wat hij had veranderd ten opzichte van zijn vorige sub2-poging. Zijn antwoord was simpel: helemaal niets. Hij had gewoon altijd in zichzelf geloofd. Wat een wijsheid.

 

Loperspraat – Mijn sportieve voorjaarsplannen

2019 was een jaar waarin ik heel vaak aan de zijde van Roos liep. Ik kan jullie verzekeren dat het daar fijn lopen is. We bereidden ons samen voor op onze zomertrail in Houffalize, liepen gezusterlijk de 20 kilometer van Brussel en piekten naar de marathon van Brugge in het najaar. Ik liep geen baanbrekende records, maar ik kon mijn besttijden evenaren. Tijdens de marathon van Parijs in het voorjaar bijvoorbeeld. Daar hield ik helaas een longembolie aan over, waardoor ik eens te meer besefte dat mijn lichaam een kostbaar goed is waar ik elke dag zorg voor moet dragen. Loopplezier is dus wat moet primeren, een snelle tijd slechts bijzaak. Drie dagen na mijn duivelse modderavontuur trok ik mijn loopschoenen terug aan voor een heerlijk half uurtje loslopen. Twee dagen later deed ik dat nog eens met evenveel plezier. Een week na Helledag streed ik in de straten van mijn hometown Leuven voor een snelle 12 kilometer tijdens de Eindejaarscorrida. De loophonger was heel groot. Ik vertrok hard met ijsklompen in plaats van voeten. Toen na een heerlijk half uurtje de dooi inzette, voelde ik ook de inspanningen van een week eerder doorwegen. Ik beet door en finishte uiteindelijk in 52’11”, goed voor een dertiende plaats (mijn geluksgetal) en een eervolle vermelding op de website 3athlon.be.

Gisteren zette ik het sportieve jaar 2020 even stijlvol in als ik 2019 had afgesloten. Na wederom twee halve uurtjes lopen in het nieuwe jaar (ode aan het heilige half uurtje) stonden Roos en ik belachelijk vroeg aan de start van de Hagelandse Naturarun: 18 kilometers door en rond het niet te onderschatten Chartreuzebos, onder andere door de Sukkelpotweg die zijn naam niet gestolen heeft. In tegenstelling tot vorig jaar regende het niet. Mijn moddernormen zijn serieus bijgesteld sinds ik mij twee weken geleden in helse omstandigheden urenlang door de modder moest slepen. Ook het begrip uitzichtloze situatie kreeg daar een andere dimensie. Een doorsnee modderstrook onderscheid ik nu enkel van asfalt door het zompige geluid van mijn schoenen. Ik was dus blij dat ik er alleen mezelf in moest voortbewegen en niet ook nog eens een fiets. Halverwege de wedstrijd werd ik ingehaald door een vrouw die duidelijk nog heel wat reserves had. Ik had geen idee in welke positie ik liep, maar achtte het weinig waarschijnlijk dat ik nog voor een podiumplaats in de running was. Mijn verbazing was dan ook groot toen ik aan de finish hoorde dat ik als tweede was geëindigd. Een aangename verrassing die me een robuust houten aandenken en enkele niet-alcoholische streekproducten opleverde. Laat er ook geen twijfel over bestaan dat Roos in vorm is. Ze eindigde knap in de top 10.

Mijn sportieve voorjaarsplannen van 2020 hebben geen grote verrassingen in petto. Het tromgeroffel kan dus achterwege blijven. In de eerste plaats hoop ik weer heel wat trainingskilometers met Roos te kunnen maken om ons optimaal voor te bereiden op een trail in de zomer. Fietskilometers behoren nu ook tot de mogelijkheden aangezien Roos sinds enkele weken met een koersfiets de Demerwegen (on)veilig maakt. We hopen eveneens dat Marike snel ons zussenverbond zal vervoegen, want 2020 wordt ook het jaar waarin zij haar sportieve comeback wil en zal maken. Eén voor allen, allen voor één: zo gaat dat bij de drie zusketiers (of de drie dennenzussen naar ons voorbeeld in het bos). Het kan niet anders dan unieke momenten opleveren. Graag heel veel van dat!

IMG_1953
Ja hoor, er is nog plaats op het eerste zussenschavot!

Wie ons een beetje kent, weet ook dat onze voorjaarskalender enkele vaste waarden bevat. Zo kijken we reikhalzend uit naar de CPC Loop in Den Haag (halve marathon) op zondag 8 maart. De editie van vorig jaar werd afgelast omwille van stormweer (een storm in een glas water, zo bleek). Hoogstwaarschijnlijk staan we ook aan de start van de 10 Miles in Antwerpen op zondag 26 april. De afgelopen twee edities moest ik helaas aan me voorbij laten gaan, dus ik heb er zin in om nog eens ouderwets hard over de E34 en door de Waaslandtunnel te snellen. In mei is het dan weer uitkijken naar de 25 kilometer van de Meerdaalwoudtrail op redelijk gekend gebied die doorgaat op Hemelvaartsdag. 10 dagen later wordt het dan nog ouderwetser genieten bij de enige echte 20 kilometer van Brussel op 31 mei.

Loop ik dit voorjaar dan helemaal geen marathon? Natuurlijk wel! In oktober schreef ik me in voor de jubileumeditie van de Rotterdam marathon. #demooiste, zoals alleen Nederlanders bescheiden kunnen zijn, is op zondag 5 april aan zijn 40e editie toe en op dat feestje wil ik niet ontbreken. Ik liep de marathon van Rotterdam al eens in april 2016, meer bepaald aan de zijde van mijn papa. Een keer of 42 dacht ik dat zou neervallen, maar onze trein bleef gaan en ik kon met 3u27 voor het eerst een sub-3u30 marathon afvinken. Roos herinnert mij er zo nu en dan nog eens aan dat ik mij na afloop de woorden dit nooit meer! liet ontvallen. Maar kijk, vier jaar later blijkt een marathon in minder dan drie uur en een half redelijk gebeiteld in mijn benen vast te zitten. In topvorm aan de start komen, dat is het belangrijkste doel. Of het dan ook echt mijn mooiste zal zijn, daar kan ik jullie over drie maanden meer over vertellen.

Loperspraat – Op de marathongolven drijven in oktober

Niemand gelooft mij als ik zeg dat oktober een rustmaand was. Ik liep immers een marathon samen met Roos in Brugge en lag dus niet een maand lang in de zetel. Een marathon lopen dat betekent echter rust nemen, voor en na de grote dag. Sinds ik ruim een jaar geleden het plezier van de mountainbike herontdekte, bleef ik telkens koppig doorfietsen in aanloop naar mijn marathons. Nu dus niet. Ik ging nog lopen, maar mijn trouwe tweewieler Juan bleef heel wat dagen onaangeroerd in de garage staan. Ik zou het grijze weer als schuldige kunnen aanduiden, maar het was eigenlijk vooral mijn eigen hoofd dat even vond dat het allemaal te veel was. Je moet Mister Marathon altijd met respect en de nodige egards behandelen. In dit geval was dat door eventjes wat minder te gaan doen. Misschien is het dus wel echt waar en komt verstand met de jaren.

IMG_1402b

Naar mijn gevoel kabbelde ik in oktober rustig voort richting Brugge. Ik liet me gewillig meedrijven op de golven van mijn geliefde bezigheid: lang aan een stuk lopen. Er was een eerste piekje waar te nemen toen Roos en ik een halve marathon lang door Brussel knalden. Twee weken later diende de echt piek zich aan en liepen we dus Roos’ record op de marathon aan diggelen. Een onvergetelijke loopronde die Roos prompt bombardeerde tot nummer 1 der zussenmomenten. Ze moest zelfs nadenken welke gebeurtenissen nummer 2 en 3 innamen. Daags na de marathon voelde ik wel dat ik iets met mijn benen had gedaan, maar dankzij de afwezigheid van echte hoogtemeters voelde ik me verbazingwekkend fit. Hoewel ik van plan was om nadien snel weer op de fiets te kruipen, strooide Juan zelf roet in het eten. Op een zonnige zaterdag stond ik na amper 4 kilometer te voet met een platte band. Mijn Spaanse vriend is nu een week van huis voor onderhoud aangezien ook de volledige aandrijving aan vervanging toe was. Ik beschouw het als een wellness-weekje voor hem.

Enerzijds ben ik ervan overtuigd dat het verstandig was om een rustig-aan-maand te nemen, anderzijds vloekt dat idee met mijn initiële plan. Ik heb namelijk nog een belangrijk doel in het verschiet. Over welgeteld 7 weken sta ik voor de tweede keer aan de start van de Hel van Kasterlee, een inspanning next level zoals het Roos het noemde. Een maand amper fietsen strookt niet met het idee van hard trainen voor die prestatie, ook al voelde ik de afgelopen weken tijdens het lopen wel dat er veel energie in de tank zit. Ik hou me vast aan het idee dat de basis van een goede wintervorm in de zomer wordt gelegd. Het verschil ten opzichte van vorig jaar is dat ik toen amper wist wat me te wachten stond. Ik liet het allemaal op me afkomen en had veel plezier in de trainingen. Nu is dat heel anders: er is een referentiejaar en ik weet min of meer waar ik me aan kan verwachten. Ik zal de komende 5 weken dus nog heel veel kilometers op de fiets maken. De weersvoorspelling beloven alleszins om het herfstig (lees: nat) te houden.

IMG_1563b
Op de top van de triomfboog in het Jubelpark

Oktober was ook de maand waarin we papa’s 60e verjaardag vierden. Jawadde! Hoewel we ons uiterste best deden om die dag niet zomaar te laten passeren, volgde er wat later slecht nieuws. Jan Odeyn, de man die vervaardigd is uit staal en carbon, sukkelt namelijk al enige tijd met zijn achillespezen. De pijn nam steeds toe. Lopen ging niet meer. Wat hij zelf vreesde, werd duidelijk na een echografie. Hij heeft een scheur in zijn achillespees en zal dit jaar dus niet als zestiger kunnen aantreden in de Hel van Kasterlee. Een domper van jewelste, aangezien hij al vijf keer op rij succesvol de finish haalde. Ik hoef jullie er niet bij te vertellen dat een loper ongelukkig wordt als hij niet mag lopen.

IMG_1581b
De Leopard tank kent geen geheimen voor deze man

Er was gelukkig wel een verzetje. Bij wijze van verjaardagsuitstap trokken papa en ik naar het vliegtuigmuseum, zoals wij het vroeger noemden, officieel het Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis in Brussel. Papa liep daar als kind vaak rond. Ongetwijfeld werd daar de kiem gelegd voor zijn latere leven als gedreven modelbouwvlieger en -bouwer. Wij mochten er als kind wel eens mee naartoe, met wisselend succes. Een slordige 25 jaar later heb ik niet echt affiniteit met motoren en oorlog, maar ik was toch heel benieuwd. Het is nog een museum van de oude stempel: tjokvolle vitrinekasten, een indrukwekkende loods vol vliegtuigen, heel veel wapens en weinig uitleg. Gelukkig had ik mijn persoonlijke gids mee. Mijn vliegtuig- en tankkennis moet na dit bezoek zowat verhonderdvoudigd zijn. Een bezoek dat absoluut voor herhaling vatbaar is.

Over twee weken gaan Roos, Seppe en ik traditiegetrouw van start in de halve marathon van Kasterlee. Helaas niet voor de pompoenregatta. Ik denk dat ik wel klaar ben voor november: regen, wind en pompoenen. Hoog tijd om mooie herfstfoto’s te maken in het bos!

IMG_1425b

De race – Great Bruges Marathon oktober 2019

  • De cijfers: marathon nr. 11 liep ik als haas van Roos in 3:36:30, een nieuwe recordtijd voor Roos
  • De voorbereiding: Roos’ voorbereiding verliep volledig naar wens, ik ging er hard voor in augustus en september en besloot in de taperweken voluit voor rust te gaan
  • De race: we liepen zij aan zij langs bergen zand, over een saaie weg, over de zeedijk en langs een vaartdijk in gezelschap van papa op de fiets, tijdens de laatste 12 kilometer nestelde Roos zich in mijn zog en zetten we onze recordrace verder richting een legendarische finish in Brugge
  • De herinnering: het familiemoment met ons drieën en de zinderende finale-kilometers richting finish

Wat vooraf ging
Roos en ik zouden deze marathon eigenlijk in 2018 lopen. Dat liep anders toen Roos en Niko een huis kochten, stevig in de verbouwing vlogen en een marathon lopen dus niet tot de mogelijkheden behoorde. Mijn haas-aanbod bleef echter geldig en Roos besloot er een jaar later gretig gebruik van te maken. De trail in Houffalize was voor haar een eerste grote doel om het vormpeil te meten. Nadien vlogen we allebei nog steviger in de looptrainingen. Ik zat ook veel op de mountainbike. Al bij al kon ik relatief rustig toeleven naar deze marathon omdat ik trager zou lopen dan mijn eigen marathontempo. Plots sloeg de marathonstress alsnog in alle hevigheid toe. De marathon is en blijft het koningsnummer van de atletiek. Het doet er dan niet toe dat je die prestatie al vaker leverde en dat je aan een comfortabeler tempo zal lopen. De marathon is een niet te onderschatten beest van een wedstrijd dat altijd weer iets nieuws uit de hoed kan toveren. Je mag er dus nooit helemaal gerust in zijn.

IMG_1490b

Vlak voor de start
Papa is bevoorrader en chauffeur van dienst. Na een gezellige autorit waarbij we cultuurtips uitwisselen, komen we twee uur voor de start aan in Brugge. Eerste prioriteit is een toilet vinden, want de nood bij Roos is hoog. Na een eerste dixi-stop gaan we ons nummer afhalen op de Grote Markt (die niet heel groot blijkt te zijn). We eten nog een banaantje, geven papa iPhone-tips en dan is het tijd voor de laatste voorbereidingen. We leveren onze bagage in en papa vertrekt op de fiets naar het afgesproken punt. Het startvak is klein, maar charmant. Zoals alles in Brugge eigenlijk. Roos en ik maken nog een laatste lemniscaat. We spreken ook een codewoord af dat Roos kan gebruiken om aan te geven dat ze echt helemaal kapot zit. Als we allebei staan te geeuwen in het startvak, beseffen we dat we opvallend rustig zijn.

IMG_1506b
Team Odeyn is almost ready for take-off

De race
We lopen onze eerste kilometers in een behoorlijk dik pak lopers omdat ook de halve marathonlopers met ons van start gaan. Langs het Minnewater verlaten we al snel het historische centrum om verder te lopen langs de ring. De paden zijn smal en het is toch wat dringen. Door de menigte lopen we sneller dan beoogd. Na een kilometer of vijf is er meer ruimte en lopen we over een brede kaai waar saaiheid meteen al de boventoon voert. We lopen immers over het industrieterrein van Alzagri (Algemene Zand- en Grindwerken) waar we heel veel hopen zand zien: allemaal netjes gesorteerd, dat wel. De toon is gezet voor het verdere verloop van de marathon. Zelfs creativa’s als wij moeten moeite doen om iets leuk op te merken in de slaapverwekkende omgeving. We tellen dus af naar kilometer 11, waar we onze supporters Niko en Joke zullen treffen. Na dat punt zet de saaiheid zich verder. We lopen nu richting Lissewege, ongetwijfeld een heel fijne plek om te wonen, maar het is wel een niemandsland. Het goede nieuws is dat we een stevig tempo kunnen blijven aanhouden.

Op kilometer 15 zijn we dolgelukkig als we papa zien. Hij vergezelt ons verder op de fiets en zorgt voor de nodige afleiding: een grapje hier, een weetje daar, een aanmoediging links, een compliment rechts. De sfeer zit er weer in. We lopen over een saaie, maar brede weg richting zee en dat is toch iets om naar uit te kijken. Rond kilometer 18 kruisen we de koploper van de wedstrijd, Willem Van Schuerbeeck, die dan al belachelijk veel voorsprong heeft op zijn achtervolgers. Het moet gezegd worden dat de organisatie zijn best heeft gedaan om de saaie weg te pimpen. Er hangen boxen waaruit een stevige technobeat weerklinkt. Ook de jeugdbeweging die bekers uitdeelt in de bevoorradingspost zorgt voor ambiance. We naderen Zeebrugge, maken daar enkele onhandige U-bochten, halen het halfway-point en lopen uiteindelijk over de zeedijk. Die is wat schuiverig door het zand, maar we zijn tevreden met het zeezicht. We vervolgen onze weg langs een file van auto’s met slechtgezinde bestuurders en banen ons een weg door de uitlaatgassen. In de technostraat zien we nu langs de andere kant de laatste loper dapper strijden om de tijdslimiet te halen.

Terwijl papa ons wijst op het gedenkteken van Saint-George’s Day (een Britse aanval op de haven van Zeebrugge tijdens WOI) voel ik de druk in mijn buik toenemen. Een ongemakkelijk gevoel bekruipt me. Roos en ik lopen nog steeds heel vlot. We werken onze kilometers allemaal af onder de afgesproken 5’10”. Hoewel ik blij ben dat alles zo voorspoedig verloopt, voel ik me ook behoorlijk zwak als haas. Ik lijk niet echt iets te kunnen betekenen voor Roos. Sterker nog: ik voel me de zwakke schakel en ik heb schrik dat de situatie in mijn buik zal escaleren. Net zoals bij mijn vorige marathons, worden de sportgels die ik slik op hevig protest onthaald door mijn maag en darmen. Rond kilometer 25 besluit ik dat mijn vierde sportgel de laatste zal zijn. We lopen op dat moment langs een vaartdijk. Terwijl papa ons vertelt over de duikbotenherstelplaats in Brugge nemen de buikkrampen toe. Daardoor krijg ik ook een aanhoudende steek in mijn linker middenrif. Ik besluit te zwijgen en hoop dat het over zal gaan als ik niets meer eet. Bij elke boom of andere vorm van begroeiing die we passeren (het zijn er veel), schat ik in of het zou kunnen dienen als beschutting voor een sanitaire stop. Als ik dan ook nog een dixi zie bij een bevoorradingspost twijfel ik een fractie van een seconde om er gebruik van te maken. Ik doe het echter niet omdat ik me al de meest waardeloze haas ooit voel. Ik kan Roos niet laten wachten en zou enkele kilometers nodig hebben om haar bij te benen. Onze benen draaien nu zo goed, ik mag haar niet in de steek laten.

Er is één belangrijke marathonwijsheid van ervaren rot Dirk: moeilijke momenten gaan voorbij. Op kilometer 30 sluiten de betrokken partijen in mijn buik een gewapende vrede en keert de rust terug. Uitgerekend op het moment dat een professionele haas uit de wedstrijd zou stappen, kikker ik helemaal op. Ik lijk te ontwaken uit mijn slechte droom, recht mijn rug en besef dat ik hier verdorie een missie te volbrengen heb: samen met mijn zus naar haar record lopen. We hebben al zo ver gelopen, we moeten het alleen nog af maken en daar zal ik voor zorgen. In mijn hoofd gaat de marathonmodus aan. Mijn blik verandert van gelaten naar vastberaden. Onze laatste 12 kilometer lopen we langs velden en weiden waar wederom niets te beleven is. Ik spoor Roos aan om mij gedachteloos te volgen en verzeker haar dat we perfect op schema liggen. Ze plakt tegen me aan. Ik voel dat ze het zwaar heeft. Ze buigt, maar breekt niet. Het lijkt alsof haar kin op mijn linkerschouder rust en ik haar elke meter een beetje mee trek.

Ik heb meermaals tegen Roos gezegd dat juist dit de marathon is. Dat ze, ondanks de pijn, dit moment moest vasthouden. Zo liepen wij dus gezusterlijk de finale van onze marathon. We liepen niet onze snelste 12 kilometer ooit, zeker ook niet de boeiendste, maar zonder enige twijfel wel de meest memorabele. Ik bleef Roos moed inpraten en droeg haar op door de muur in haar hoofd te lopen. Dat lukte. Tussen kilometer 30 en 35 liepen we ietsje trager dan voorzien, maar vanaf dan hadden we weer een stevige tred te pakken. Na een laatste aanmoediging van Niko en Joke liepen we rond kilometer 41 terug de Brugse binnenstad in. Toen wist ik al dat Roos haar persoonlijke record zou verpulveren. Ook aan ons mooie marathonliedje kwam uiteindelijk een eind. De laatste meters pakten we elkaars hand vast en deden we iets wat voor een zegegebaar door het leven moest gaan. Roos haar record lag in diggelen aan de finish. We pakten elkaar eens goed vast en toen kon ik gaan aanschuiven bij de dixi’s.

WJLV8876
Een grote dankjewel aan onze bevoorrader papa en supporters Niko en Joke! (en sorry dat we zo stonken)

De conclusie
Brugge is een charmante stad van slechts een zakdoek groot. Dat voel je in de organisatie. Het is bijvoorbeeld niet praktisch om – nadat je een marathon hebt gelopen – een steile trap te beklimmen om je bagage af te halen. Ondanks het saaie parcours zijn er wel ruim voldoende bevoorradingsposten en wordt er moeite gedaan om allerlei muzikale ondersteuning te voorzien. Zowel de doedelzakspeler als de trommelaar waren aanwezig. Bovendien bevat deze marathon amper hoogtemeters en lopen de saaie stukken wel meestal over een snelle asfalt. Het aantal toeschouwers is beperkt. Dit werd echter gecompenseerd door hun enthousiasme: de aanmoedigingen vlogen ons om de oren. Ook (de aanloop naar) de finish op de Grote Markt garandeert een kippenvelmoment. Door deze unieke zussenervaring zal de marathon van Brugge voor ons altijd speciaal blijven.

IMG_1518b

Enkele weetjes

  • Roos at in plaats van haar gebruikelijke witte bolletjes sandwiches als ontbijt. Ik ging voor havermoutpannenkoeken.
  • Ons nichtje Leah werd van thuis uit al ingewijd in de kunst van het supporteren met een gepersonaliseerde vlag op babymaat.
  • Om het papa gemakkelijker te maken waren onze drinkbussen gelabeld met Kind 1 en Kind 2.
  • Zelfs in het Oude Griekenland zou elke atleet zijn neus hebben opgehaald voor de miserabele douchebeurt die ons na afloop te wachten stond.
  • Roos noemde mij achteraf de killer machine van de marathon, ook de vergelijking met een tank viel. Ik zou natuurlijk liever vergeleken worden met een elegant dier zoals een gazelle, maar niets is zo dodelijk efficiënt als der panzerwagen.
  • Papa kon uiteindelijk 20 kilometer met ons meefietsen: een godsgeschenk!
  • Ik ben nog steeds onder de indruk van de geschiedkundige kennis van papa. Man wat weet die veel!

 

Marathonpraat – Voorbeschouwing op de marathon met Roos

Als de dagen korter worden en de blaadjes van de bomen vallen, dan voelen wij dat de marathon in de lucht hangt. Zondag 20 oktober is Brugge de plaats waar het voor Roos en mij weer zal gebeuren. Om 10u gaan mijn zusje en ik samen van start in de Great Bruges Marathon en huppelen we hopelijk in minder dan 3u40 ook weer samen over de finish. Voor mij is het marathon nr. 11, Roos is ook niet aan haar proefstuk toe na marathons in Leiden (2015), Rotterdam (2016) en Amsterdam (2017). Ik loop deze marathon als haas voor Roos en zal er dus alles aan doen om haar marathon zo comfortabel mogelijk te laten verlopen. Alleen het loopwerk moet ze wel voor haar rekening nemen. Een week voor M-day trokken wij samen het zonnige herfstbos in voor een gezamenlijk looprondje. Niet om onze hoofden op elkaar af te stemmen (dat gebeurt namelijk automatisch), wel om alvast wat voorpret te beleven. Omdat dit de marathon is van Roos ga ik het hier dus niet hebben over mijn eigen onzekerheden, twijfels en bedenkingen. Ik deed namelijk weer eens van vraag en antwoord met Roos. Dit is haar voorbeschouwing op de grote dag.

Ik koos voor de marathon van Brugge uit praktische overwegingen. Voor mij geldt: hoe groter de marathon, hoe meer stress. De marathon van Brussel is dichterbij huis, maar ik wil een goede tijd lopen en dan is het vlakke parcours in Brugge interessanter. Ik verwacht wel dat gaststad Brugge er een mooi event van zal maken met de nodige ambiance. Het parcours zelf ziet er best saai uit. De foto’s van vorige edities zijn mooi, maar Google Maps toont toch vooral veel dijken en saaie stukken. Langs een Vaart jeppen kunnen wij goed. Het heeft ook wel iets dat je naar de zee loopt en terug, net zoals de CPC Loop in Den Haag.

IMG_1448b

Mijn voorbereidingen voor deze marathon verliepen 100% naar wens. Ik heb mijn trainingen kunnen afwerken zoals ik het wilde en deed zowel de duurlopen, tempo- en intervaltrainingen. Mijn gevoelige schenen hebben af en toe geroepen, maar hielden zich al bij al koest. Ik heb geen echte kwaaltjes. Dat was in het verleden wel even anders toen ik vaak half geblesseerd aan de marathon begon. De marathonvoorbereiding voelde toen ook aan als zwaar werk. Ik heb nu echt veel plezier gehaald uit mijn trainingen. Mijn laatste marathon liep ik twee jaar geleden in Amsterdam (in 3u44). Het heeft mij toen heel goed geholpen dat Joke het parcours op voorhand voor mij had ingedeeld. Per stuk wist ik waar ik naartoe liep en hoe ik me zou voelen. Voor kilometer 25 mocht ik het niet zwaar hebben. Dat zat zo in mijn hoofd en gebeurde dus ook niet.

IMG_1445b

Eliud Kipchoges 1:59:40 van vorige week heeft mij ook een extra boost gegeven. Ik volg hem nu op Instagram. Zijn foto’s en teksten zijn zo inspirerend. Ik denk dan: je zou elke dag een marathon moeten lopen. Ik vind het mooi dat hij iets wilde betekenen in de sportgeschiedenis en net de marathon heeft uitgekozen als symbool. In mijn omgeving merk ik nu ook dat iedereen plots de marathon kent en naar waarde kan schatten. Het zou nooit zo bijzonder zijn als iemand een halve marathon aan een toptijd zou lopen. Zelfs Niko was best ontroerd toen hij de beelden van Kipchoge in Wenen zag.

Ik verwacht best veel van mijn persoonlijke haas. Joke zal comfortabeler lopen en mij daarom goed kunnen afleiden. Bovendien kan ik echt niet tellen als ik loop en is het dus een geruststelling dat ik niet moet uitrekenen of ik op schema lig. Ik kan gewoon in haar zog lopen en tegen haar aan plakken zonder te moeten nadenken. Ik zal waarschijnlijk niet heel veel praten, maar we kunnen wel gewoon iets zeggen en het hele avontuur samen beleven. Je loopt namelijk ook kilometer 1 en 5 met heel frisse benen. Bovendien komen Niko en vriendin Joke (niet mijn haas) supporteren. Papa zal ons bevoorraden.

IMG_1450b

Zaterdag ga ik niet veel doen. Ik ga een joggingbroek maken om vooraf en nadien te dragen. Ook ga ik nog naar de Albert Heijn. Ik liep mijn vorige marathons allemaal in Nederland. Mijn marathonontbijt bestond toen uit zogenaamde witte bolletjes met sneetjes geitenkaas van de Albert Heijn. Dat is mijn succesrecept. Ik vind het wel riskant om mijn verwachtingen uit te spreken. Mijn snelste marathon liep ik in Rotterdam in 3u43. Nu wil ik graag onder de 3u40 lopen. Ik ga ervan uit dat de kans groot is dat ik dat haal: ik heb getraind zoals ik het wilde, ik heb een haas en ben niet geblesseerd. Dat ik twee weken geleden mijn record op de halve marathon in Brussel verbeterde, is een teken dat het wel goed zit. Al blijft het een vreemd idee dat ik echt 42,2 kilometer lang aan 5’10” moet lopen. 5’30” beschouw ik namelijk als mijn standaardtempo, een spaarstand eigenlijk waarbij ik het idee heb dat ik kan blijven lopen. Enfin, we zullen wel zien hoe het zondag uitdraait.

Bedankt voor je verhaal, zus! Vergeet dus de Borleés, de Ingebrigtsens en The Belgian Tornados. Hier komt Team Odeyn!

img_1438b.jpg

 

 

Het moment – De halve marathon in Brussel met Roos

In 2014 begonnen Roos en ik samen te lopen om iets aan onze ondermaatse conditie te doen. Ons ultieme doel was de 20 kilometer van Brussel tot een goed einde te brengen. Dankzij dat project zagen we samen af en babbelden we vooral ook heel wat af. In mei 2014 liepen wij dus voor het eerst in ons leven 20 kilometer. Het zaadje van de marathondroom was geplant: een jaar later liepen we zij aan zij onze eerste marathon. We liepen nog stratenlopen, halve marathons en nog meer marathons, maar steeds minder vaak in elkaars gezelschap. In 2019 is dat allemaal anders. We haspelden samen trailtrainingen af en liepen gezusterlijk onze vijfde 20 kilometer van Brussel. Over exact een week zullen we 4,5 jaar na ons debuut nog eens samen een marathon lopen. Als generale repetitie liepen we daarom vorig weekend de halve marathon van Brussel. Ik ben namelijk Roos’ persoonlijke haas, pacer of tempomaker die ten allen tijde het hoofd koel houdt, de klok in de gaten houdt en steeds de juiste aanmoediging heeft. Dat straffe zusje van mij heeft dat allemaal niet nodig, maar we zijn nu eenmaal graag in elkaars gezelschap.

img_1387b.jpg

De Brusselse straatstenen kennen voor onze voeten geen geheimen meer. Ons doel was in eerste instantie om het goede marathongevoel te pakken te krijgen en als het even kon ook Roos’ persoonlijk record van 1:43 op de halve marathon scherper te stellen. Voor wie het nog niet opmerkte: Roos verkeert in bloedvorm, dus een scherpe tijd zat er zeker in. Gelukkig zag ze pas gisteren hoe Eliud – King of Marathon – Kipchoge naar een fenomenale 1:59:40 snelde in Wenen. De eerste mens die onder de 2 uur dook op de marathon, kon namelijk beroep doen op maar liefst 41 hazen die elkaar afwisselden zodat Kipchoge telkens in het intieme gezelschap van 7 tempomakers liep. Roos moet het over een week 42,2 kilometer lang en ruim 3,5 uur stellen met mij. Wij hebben wel één groot voordeel ten opzichte van Kipchoge: wij zijn zussen, bloed- en zielsverwanten. We kunnen elkaar heel goed aanvoelen en inschatten. Ik kan Roos tot het uiterste drijven: door de muur, zonder dat ze zich opblaast. Of ik daarom gelijk ben aan 41 wereldtoppers uit de atletiek, dat laat ik in het midden.

Zondag 6 oktober was het weer om in de zetel te liggen en vooral niet buiten te komen. Behalve als je een halve marathon in Brussel gaat lopen. Een loper weet dat wat regen echt geen kwaad kan. We gingen van start onder een grijs wolkendek en snelden er meteen hard van door. De loophonger was groot. Voor de ambiance zorgden we vooral zelf, want veel toeschouwers waren er niet te zien. Na enkele kilometers was de eerste adrenaline gaan liggen en dwongen de tunnels ons te temporiseren. Dat nam niet weg dat we nog steeds aan een behoorlijk tempo door Ter Kamerenbos stormden. Vervolgens beloofde ik Roos 6 kilometer lang een fijne afdaling om nog eens goed door te jassen. En of dat gebeurde: we werden gelanceerd en liepen Roos’ snelste kilometertijd ooit. Niet meteen het soort records dat je moet lopen tijdens een halve marathon, maar we leken over vleugels te beschikken.

Toen we na 15 kilometer door Vorst liepen, vroeg ik aan Roos hoe hard ze aan het afzien was op een schaal van 1 op 10. Haar antwoord was een 7, wat me niet meer dan normaal leek in die fase van de wedstrijd. Ik wist toen al dat een verbetering van haar record een feit zou zijn. Voor we afsloegen naar de Tervurenlaan, zat Roos op een 8,5 op de Schaal van Afzien. Het was nu vooral belangrijk om haar zo goed mogelijk over de Tervurenlaan te loodsen: een stevige en verraderlijk lange kuitenbijter van 1,5 kilometer. In mijn zog beet Roos terug. De berg kreeg haar niet klein. De boog van het Jubelpark doemde op in de verte. Ik gaf ons een halve kilometer om op adem te komen en nog een laatste snelle kilometer uit de benen te persen. Hand in hand overschreden we de finish in een sterke 1:40:36. Roos had haar record verbeterd met maar liefst drie minuten. Jawadde!

IMG_1396b

Ik liep niet mijn snelste halve marathon in Brussel, maar ik maakte een halve marathon zelden zo bewust mee. Uit mijn loopervaring leerde ik vooral hoe fijn het is om fit te zijn. Dat je dan een snelle halve marathon kan lopen zonder daar al te veel zorgen over te hebben. Dat je dan ook nog eens kan genieten van het parcours. Dat je dan niet eens opmerkt dat het vies regenweer is. En bovenal: hoe bijzonder het is dat je dat in het gezelschap van je zus kan doen. Wat vijf jaar geleden een zot plan was, is nu de bron van het ene schitterende zussenmoment na het andere. Lang leve de zusterliefde! Op naar Brugge!

IMG_1391b