Loperspraat – Op de marathongolven drijven in oktober

Niemand gelooft mij als ik zeg dat oktober een rustmaand was. Ik liep immers een marathon samen met Roos in Brugge en lag dus niet een maand lang in de zetel. Een marathon lopen dat betekent echter rust nemen, voor en na de grote dag. Sinds ik ruim een jaar geleden het plezier van de mountainbike herontdekte, bleef ik telkens koppig doorfietsen in aanloop naar mijn marathons. Nu dus niet. Ik ging nog lopen, maar mijn trouwe tweewieler Juan bleef heel wat dagen onaangeroerd in de garage staan. Ik zou het grijze weer als schuldige kunnen aanduiden, maar het was eigenlijk vooral mijn eigen hoofd dat even vond dat het allemaal te veel was. Je moet Mister Marathon altijd met respect en de nodige egards behandelen. In dit geval was dat door eventjes wat minder te gaan doen. Misschien is het dus wel echt waar en komt verstand met de jaren.

IMG_1402b

Naar mijn gevoel kabbelde ik in oktober rustig voort richting Brugge. Ik liet me gewillig meedrijven op de golven van mijn geliefde bezigheid: lang aan een stuk lopen. Er was een eerste piekje waar te nemen toen Roos en ik een halve marathon lang door Brussel knalden. Twee weken later diende de echt piek zich aan en liepen we dus Roos’ record op de marathon aan diggelen. Een onvergetelijke loopronde die Roos prompt bombardeerde tot nummer 1 der zussenmomenten. Ze moest zelfs nadenken welke gebeurtenissen nummer 2 en 3 innamen. Daags na de marathon voelde ik wel dat ik iets met mijn benen had gedaan, maar dankzij de afwezigheid van echte hoogtemeters voelde ik me verbazingwekkend fit. Hoewel ik van plan was om nadien snel weer op de fiets te kruipen, strooide Juan zelf roet in het eten. Op een zonnige zaterdag stond ik na amper 4 kilometer te voet met een platte band. Mijn Spaanse vriend is nu een week van huis voor onderhoud aangezien ook de volledige aandrijving aan vervanging toe was. Ik beschouw het als een wellness-weekje voor hem.

Enerzijds ben ik ervan overtuigd dat het verstandig was om een rustig-aan-maand te nemen, anderzijds vloekt dat idee met mijn initiële plan. Ik heb namelijk nog een belangrijk doel in het verschiet. Over welgeteld 7 weken sta ik voor de tweede keer aan de start van de Hel van Kasterlee, een inspanning next level zoals het Roos het noemde. Een maand amper fietsen strookt niet met het idee van hard trainen voor die prestatie, ook al voelde ik de afgelopen weken tijdens het lopen wel dat er veel energie in de tank zit. Ik hou me vast aan het idee dat de basis van een goede wintervorm in de zomer wordt gelegd. Het verschil ten opzichte van vorig jaar is dat ik toen amper wist wat me te wachten stond. Ik liet het allemaal op me afkomen en had veel plezier in de trainingen. Nu is dat heel anders: er is een referentiejaar en ik weet min of meer waar ik me aan kan verwachten. Ik zal de komende 5 weken dus nog heel veel kilometers op de fiets maken. De weersvoorspelling beloven alleszins om het herfstig (lees: nat) te houden.

IMG_1563b
Op de top van de triomfboog in het Jubelpark

Oktober was ook de maand waarin we papa’s 60e verjaardag vierden. Jawadde! Hoewel we ons uiterste best deden om die dag niet zomaar te laten passeren, volgde er wat later slecht nieuws. Jan Odeyn, de man die vervaardigd is uit staal en carbon, sukkelt namelijk al enige tijd met zijn achillespezen. De pijn nam steeds toe. Lopen ging niet meer. Wat hij zelf vreesde, werd duidelijk na een echografie. Hij heeft een scheur in zijn achillespees en zal dit jaar dus niet als zestiger kunnen aantreden in de Hel van Kasterlee. Een domper van jewelste, aangezien hij al vijf keer op rij succesvol de finish haalde. Ik hoef jullie er niet bij te vertellen dat een loper ongelukkig wordt als hij niet mag lopen.

IMG_1581b
De Leopard tank kent geen geheimen voor deze man

Er was gelukkig wel een verzetje. Bij wijze van verjaardagsuitstap trokken papa en ik naar het vliegtuigmuseum, zoals wij het vroeger noemden, officieel het Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis in Brussel. Papa liep daar als kind vaak rond. Ongetwijfeld werd daar de kiem gelegd voor zijn latere leven als gedreven modelbouwvlieger en -bouwer. Wij mochten er als kind wel eens mee naartoe, met wisselend succes. Een slordige 25 jaar later heb ik niet echt affiniteit met motoren en oorlog, maar ik was toch heel benieuwd. Het is nog een museum van de oude stempel: tjokvolle vitrinekasten, een indrukwekkende loods vol vliegtuigen, heel veel wapens en weinig uitleg. Gelukkig had ik mijn persoonlijke gids mee. Mijn vliegtuig- en tankkennis moet na dit bezoek zowat verhonderdvoudigd zijn. Een bezoek dat absoluut voor herhaling vatbaar is.

Over twee weken gaan Roos, Seppe en ik traditiegetrouw van start in de halve marathon van Kasterlee. Helaas niet voor de pompoenregatta. Ik denk dat ik wel klaar ben voor november: regen, wind en pompoenen. Hoog tijd om mooie herfstfoto’s te maken in het bos!

IMG_1425b

De race – Great Bruges Marathon oktober 2019

  • De cijfers: marathon nr. 11 liep ik als haas van Roos in 3:36:30, een nieuwe recordtijd voor Roos
  • De voorbereiding: Roos’ voorbereiding verliep volledig naar wens, ik ging er hard voor in augustus en september en besloot in de taperweken voluit voor rust te gaan
  • De race: we liepen zij aan zij langs bergen zand, over een saaie weg, over de zeedijk en langs een vaartdijk in gezelschap van papa op de fiets, tijdens de laatste 12 kilometer nestelde Roos zich in mijn zog en zetten we onze recordrace verder richting een legendarische finish in Brugge
  • De herinnering: het familiemoment met ons drieën en de zinderende finale-kilometers richting finish

Wat vooraf ging
Roos en ik zouden deze marathon eigenlijk in 2018 lopen. Dat liep anders toen Roos en Niko een huis kochten, stevig in de verbouwing vlogen en een marathon lopen dus niet tot de mogelijkheden behoorde. Mijn haas-aanbod bleef echter geldig en Roos besloot er een jaar later gretig gebruik van te maken. De trail in Houffalize was voor haar een eerste grote doel om het vormpeil te meten. Nadien vlogen we allebei nog steviger in de looptrainingen. Ik zat ook veel op de mountainbike. Al bij al kon ik relatief rustig toeleven naar deze marathon omdat ik trager zou lopen dan mijn eigen marathontempo. Plots sloeg de marathonstress alsnog in alle hevigheid toe. De marathon is en blijft het koningsnummer van de atletiek. Het doet er dan niet toe dat je die prestatie al vaker leverde en dat je aan een comfortabeler tempo zal lopen. De marathon is een niet te onderschatten beest van een wedstrijd dat altijd weer iets nieuws uit de hoed kan toveren. Je mag er dus nooit helemaal gerust in zijn.

IMG_1490b

Vlak voor de start
Papa is bevoorrader en chauffeur van dienst. Na een gezellige autorit waarbij we cultuurtips uitwisselen, komen we twee uur voor de start aan in Brugge. Eerste prioriteit is een toilet vinden, want de nood bij Roos is hoog. Na een eerste dixi-stop gaan we ons nummer afhalen op de Grote Markt (die niet heel groot blijkt te zijn). We eten nog een banaantje, geven papa iPhone-tips en dan is het tijd voor de laatste voorbereidingen. We leveren onze bagage in en papa vertrekt op de fiets naar het afgesproken punt. Het startvak is klein, maar charmant. Zoals alles in Brugge eigenlijk. Roos en ik maken nog een laatste lemniscaat. We spreken ook een codewoord af dat Roos kan gebruiken om aan te geven dat ze echt helemaal kapot zit. Als we allebei staan te geeuwen in het startvak, beseffen we dat we opvallend rustig zijn.

IMG_1506b
Team Odeyn is almost ready for take-off

De race
We lopen onze eerste kilometers in een behoorlijk dik pak lopers omdat ook de halve marathonlopers met ons van start gaan. Langs het Minnewater verlaten we al snel het historische centrum om verder te lopen langs de ring. De paden zijn smal en het is toch wat dringen. Door de menigte lopen we sneller dan beoogd. Na een kilometer of vijf is er meer ruimte en lopen we over een brede kaai waar saaiheid meteen al de boventoon voert. We lopen immers over het industrieterrein van Alzagri (Algemene Zand- en Grindwerken) waar we heel veel hopen zand zien: allemaal netjes gesorteerd, dat wel. De toon is gezet voor het verdere verloop van de marathon. Zelfs creativa’s als wij moeten moeite doen om iets leuk op te merken in de slaapverwekkende omgeving. We tellen dus af naar kilometer 11, waar we onze supporters Niko en Joke zullen treffen. Na dat punt zet de saaiheid zich verder. We lopen nu richting Lissewege, ongetwijfeld een heel fijne plek om te wonen, maar het is wel een niemandsland. Het goede nieuws is dat we een stevig tempo kunnen blijven aanhouden.

Op kilometer 15 zijn we dolgelukkig als we papa zien. Hij vergezelt ons verder op de fiets en zorgt voor de nodige afleiding: een grapje hier, een weetje daar, een aanmoediging links, een compliment rechts. De sfeer zit er weer in. We lopen over een saaie, maar brede weg richting zee en dat is toch iets om naar uit te kijken. Rond kilometer 18 kruisen we de koploper van de wedstrijd, Willem Van Schuerbeeck, die dan al belachelijk veel voorsprong heeft op zijn achtervolgers. Het moet gezegd worden dat de organisatie zijn best heeft gedaan om de saaie weg te pimpen. Er hangen boxen waaruit een stevige technobeat weerklinkt. Ook de jeugdbeweging die bekers uitdeelt in de bevoorradingspost zorgt voor ambiance. We naderen Zeebrugge, maken daar enkele onhandige U-bochten, halen het halfway-point en lopen uiteindelijk over de zeedijk. Die is wat schuiverig door het zand, maar we zijn tevreden met het zeezicht. We vervolgen onze weg langs een file van auto’s met slechtgezinde bestuurders en banen ons een weg door de uitlaatgassen. In de technostraat zien we nu langs de andere kant de laatste loper dapper strijden om de tijdslimiet te halen.

Terwijl papa ons wijst op het gedenkteken van Saint-George’s Day (een Britse aanval op de haven van Zeebrugge tijdens WOI) voel ik de druk in mijn buik toenemen. Een ongemakkelijk gevoel bekruipt me. Roos en ik lopen nog steeds heel vlot. We werken onze kilometers allemaal af onder de afgesproken 5’10”. Hoewel ik blij ben dat alles zo voorspoedig verloopt, voel ik me ook behoorlijk zwak als haas. Ik lijk niet echt iets te kunnen betekenen voor Roos. Sterker nog: ik voel me de zwakke schakel en ik heb schrik dat de situatie in mijn buik zal escaleren. Net zoals bij mijn vorige marathons, worden de sportgels die ik slik op hevig protest onthaald door mijn maag en darmen. Rond kilometer 25 besluit ik dat mijn vierde sportgel de laatste zal zijn. We lopen op dat moment langs een vaartdijk. Terwijl papa ons vertelt over de duikbotenherstelplaats in Brugge nemen de buikkrampen toe. Daardoor krijg ik ook een aanhoudende steek in mijn linker middenrif. Ik besluit te zwijgen en hoop dat het over zal gaan als ik niets meer eet. Bij elke boom of andere vorm van begroeiing die we passeren (het zijn er veel), schat ik in of het zou kunnen dienen als beschutting voor een sanitaire stop. Als ik dan ook nog een dixi zie bij een bevoorradingspost twijfel ik een fractie van een seconde om er gebruik van te maken. Ik doe het echter niet omdat ik me al de meest waardeloze haas ooit voel. Ik kan Roos niet laten wachten en zou enkele kilometers nodig hebben om haar bij te benen. Onze benen draaien nu zo goed, ik mag haar niet in de steek laten.

Er is één belangrijke marathonwijsheid van ervaren rot Dirk: moeilijke momenten gaan voorbij. Op kilometer 30 sluiten de betrokken partijen in mijn buik een gewapende vrede en keert de rust terug. Uitgerekend op het moment dat een professionele haas uit de wedstrijd zou stappen, kikker ik helemaal op. Ik lijk te ontwaken uit mijn slechte droom, recht mijn rug en besef dat ik hier verdorie een missie te volbrengen heb: samen met mijn zus naar haar record lopen. We hebben al zo ver gelopen, we moeten het alleen nog af maken en daar zal ik voor zorgen. In mijn hoofd gaat de marathonmodus aan. Mijn blik verandert van gelaten naar vastberaden. Onze laatste 12 kilometer lopen we langs velden en weiden waar wederom niets te beleven is. Ik spoor Roos aan om mij gedachteloos te volgen en verzeker haar dat we perfect op schema liggen. Ze plakt tegen me aan. Ik voel dat ze het zwaar heeft. Ze buigt, maar breekt niet. Het lijkt alsof haar kin op mijn linkerschouder rust en ik haar elke meter een beetje mee trek.

Ik heb meermaals tegen Roos gezegd dat juist dit de marathon is. Dat ze, ondanks de pijn, dit moment moest vasthouden. Zo liepen wij dus gezusterlijk de finale van onze marathon. We liepen niet onze snelste 12 kilometer ooit, zeker ook niet de boeiendste, maar zonder enige twijfel wel de meest memorabele. Ik bleef Roos moed inpraten en droeg haar op door de muur in haar hoofd te lopen. Dat lukte. Tussen kilometer 30 en 35 liepen we ietsje trager dan voorzien, maar vanaf dan hadden we weer een stevige tred te pakken. Na een laatste aanmoediging van Niko en Joke liepen we rond kilometer 41 terug de Brugse binnenstad in. Toen wist ik al dat Roos haar persoonlijke record zou verpulveren. Ook aan ons mooie marathonliedje kwam uiteindelijk een eind. De laatste meters pakten we elkaars hand vast en deden we iets wat voor een zegegebaar door het leven moest gaan. Roos haar record lag in diggelen aan de finish. We pakten elkaar eens goed vast en toen kon ik gaan aanschuiven bij de dixi’s.

WJLV8876
Een grote dankjewel aan onze bevoorrader papa en supporters Niko en Joke! (en sorry dat we zo stonken)

De conclusie
Brugge is een charmante stad van slechts een zakdoek groot. Dat voel je in de organisatie. Het is bijvoorbeeld niet praktisch om – nadat je een marathon hebt gelopen – een steile trap te beklimmen om je bagage af te halen. Ondanks het saaie parcours zijn er wel ruim voldoende bevoorradingsposten en wordt er moeite gedaan om allerlei muzikale ondersteuning te voorzien. Zowel de doedelzakspeler als de trommelaar waren aanwezig. Bovendien bevat deze marathon amper hoogtemeters en lopen de saaie stukken wel meestal over een snelle asfalt. Het aantal toeschouwers is beperkt. Dit werd echter gecompenseerd door hun enthousiasme: de aanmoedigingen vlogen ons om de oren. Ook (de aanloop naar) de finish op de Grote Markt garandeert een kippenvelmoment. Door deze unieke zussenervaring zal de marathon van Brugge voor ons altijd speciaal blijven.

IMG_1518b

Enkele weetjes

  • Roos at in plaats van haar gebruikelijke witte bolletjes sandwiches als ontbijt. Ik ging voor havermoutpannenkoeken.
  • Ons nichtje Leah werd van thuis uit al ingewijd in de kunst van het supporteren met een gepersonaliseerde vlag op babymaat.
  • Om het papa gemakkelijker te maken waren onze drinkbussen gelabeld met Kind 1 en Kind 2.
  • Zelfs in het Oude Griekenland zou elke atleet zijn neus hebben opgehaald voor de miserabele douchebeurt die ons na afloop te wachten stond.
  • Roos noemde mij achteraf de killer machine van de marathon, ook de vergelijking met een tank viel. Ik zou natuurlijk liever vergeleken worden met een elegant dier zoals een gazelle, maar niets is zo dodelijk efficiënt als der panzerwagen.
  • Papa kon uiteindelijk 20 kilometer met ons meefietsen: een godsgeschenk!
  • Ik ben nog steeds onder de indruk van de geschiedkundige kennis van papa. Man wat weet die veel!

 

Marathonpraat – Voorbeschouwing op de marathon met Roos

Als de dagen korter worden en de blaadjes van de bomen vallen, dan voelen wij dat de marathon in de lucht hangt. Zondag 20 oktober is Brugge de plaats waar het voor Roos en mij weer zal gebeuren. Om 10u gaan mijn zusje en ik samen van start in de Great Bruges Marathon en huppelen we hopelijk in minder dan 3u40 ook weer samen over de finish. Voor mij is het marathon nr. 11, Roos is ook niet aan haar proefstuk toe na marathons in Leiden (2015), Rotterdam (2016) en Amsterdam (2017). Ik loop deze marathon als haas voor Roos en zal er dus alles aan doen om haar marathon zo comfortabel mogelijk te laten verlopen. Alleen het loopwerk moet ze wel voor haar rekening nemen. Een week voor M-day trokken wij samen het zonnige herfstbos in voor een gezamenlijk looprondje. Niet om onze hoofden op elkaar af te stemmen (dat gebeurt namelijk automatisch), wel om alvast wat voorpret te beleven. Omdat dit de marathon is van Roos ga ik het hier dus niet hebben over mijn eigen onzekerheden, twijfels en bedenkingen. Ik deed namelijk weer eens van vraag en antwoord met Roos. Dit is haar voorbeschouwing op de grote dag.

Ik koos voor de marathon van Brugge uit praktische overwegingen. Voor mij geldt: hoe groter de marathon, hoe meer stress. De marathon van Brussel is dichterbij huis, maar ik wil een goede tijd lopen en dan is het vlakke parcours in Brugge interessanter. Ik verwacht wel dat gaststad Brugge er een mooi event van zal maken met de nodige ambiance. Het parcours zelf ziet er best saai uit. De foto’s van vorige edities zijn mooi, maar Google Maps toont toch vooral veel dijken en saaie stukken. Langs een Vaart jeppen kunnen wij goed. Het heeft ook wel iets dat je naar de zee loopt en terug, net zoals de CPC Loop in Den Haag.

IMG_1448b

Mijn voorbereidingen voor deze marathon verliepen 100% naar wens. Ik heb mijn trainingen kunnen afwerken zoals ik het wilde en deed zowel de duurlopen, tempo- en intervaltrainingen. Mijn gevoelige schenen hebben af en toe geroepen, maar hielden zich al bij al koest. Ik heb geen echte kwaaltjes. Dat was in het verleden wel even anders toen ik vaak half geblesseerd aan de marathon begon. De marathonvoorbereiding voelde toen ook aan als zwaar werk. Ik heb nu echt veel plezier gehaald uit mijn trainingen. Mijn laatste marathon liep ik twee jaar geleden in Amsterdam (in 3u44). Het heeft mij toen heel goed geholpen dat Joke het parcours op voorhand voor mij had ingedeeld. Per stuk wist ik waar ik naartoe liep en hoe ik me zou voelen. Voor kilometer 25 mocht ik het niet zwaar hebben. Dat zat zo in mijn hoofd en gebeurde dus ook niet.

IMG_1445b

Eliud Kipchoges 1:59:40 van vorige week heeft mij ook een extra boost gegeven. Ik volg hem nu op Instagram. Zijn foto’s en teksten zijn zo inspirerend. Ik denk dan: je zou elke dag een marathon moeten lopen. Ik vind het mooi dat hij iets wilde betekenen in de sportgeschiedenis en net de marathon heeft uitgekozen als symbool. In mijn omgeving merk ik nu ook dat iedereen plots de marathon kent en naar waarde kan schatten. Het zou nooit zo bijzonder zijn als iemand een halve marathon aan een toptijd zou lopen. Zelfs Niko was best ontroerd toen hij de beelden van Kipchoge in Wenen zag.

Ik verwacht best veel van mijn persoonlijke haas. Joke zal comfortabeler lopen en mij daarom goed kunnen afleiden. Bovendien kan ik echt niet tellen als ik loop en is het dus een geruststelling dat ik niet moet uitrekenen of ik op schema lig. Ik kan gewoon in haar zog lopen en tegen haar aan plakken zonder te moeten nadenken. Ik zal waarschijnlijk niet heel veel praten, maar we kunnen wel gewoon iets zeggen en het hele avontuur samen beleven. Je loopt namelijk ook kilometer 1 en 5 met heel frisse benen. Bovendien komen Niko en vriendin Joke (niet mijn haas) supporteren. Papa zal ons bevoorraden.

IMG_1450b

Zaterdag ga ik niet veel doen. Ik ga een joggingbroek maken om vooraf en nadien te dragen. Ook ga ik nog naar de Albert Heijn. Ik liep mijn vorige marathons allemaal in Nederland. Mijn marathonontbijt bestond toen uit zogenaamde witte bolletjes met sneetjes geitenkaas van de Albert Heijn. Dat is mijn succesrecept. Ik vind het wel riskant om mijn verwachtingen uit te spreken. Mijn snelste marathon liep ik in Rotterdam in 3u43. Nu wil ik graag onder de 3u40 lopen. Ik ga ervan uit dat de kans groot is dat ik dat haal: ik heb getraind zoals ik het wilde, ik heb een haas en ben niet geblesseerd. Dat ik twee weken geleden mijn record op de halve marathon in Brussel verbeterde, is een teken dat het wel goed zit. Al blijft het een vreemd idee dat ik echt 42,2 kilometer lang aan 5’10” moet lopen. 5’30” beschouw ik namelijk als mijn standaardtempo, een spaarstand eigenlijk waarbij ik het idee heb dat ik kan blijven lopen. Enfin, we zullen wel zien hoe het zondag uitdraait.

Bedankt voor je verhaal, zus! Vergeet dus de Borleés, de Ingebrigtsens en The Belgian Tornados. Hier komt Team Odeyn!

img_1438b.jpg

 

 

Het moment – De halve marathon in Brussel met Roos

In 2014 begonnen Roos en ik samen te lopen om iets aan onze ondermaatse conditie te doen. Ons ultieme doel was de 20 kilometer van Brussel tot een goed einde te brengen. Dankzij dat project zagen we samen af en babbelden we vooral ook heel wat af. In mei 2014 liepen wij dus voor het eerst in ons leven 20 kilometer. Het zaadje van de marathondroom was geplant: een jaar later liepen we zij aan zij onze eerste marathon. We liepen nog stratenlopen, halve marathons en nog meer marathons, maar steeds minder vaak in elkaars gezelschap. In 2019 is dat allemaal anders. We haspelden samen trailtrainingen af en liepen gezusterlijk onze vijfde 20 kilometer van Brussel. Over exact een week zullen we 4,5 jaar na ons debuut nog eens samen een marathon lopen. Als generale repetitie liepen we daarom vorig weekend de halve marathon van Brussel. Ik ben namelijk Roos’ persoonlijke haas, pacer of tempomaker die ten allen tijde het hoofd koel houdt, de klok in de gaten houdt en steeds de juiste aanmoediging heeft. Dat straffe zusje van mij heeft dat allemaal niet nodig, maar we zijn nu eenmaal graag in elkaars gezelschap.

img_1387b.jpg

De Brusselse straatstenen kennen voor onze voeten geen geheimen meer. Ons doel was in eerste instantie om het goede marathongevoel te pakken te krijgen en als het even kon ook Roos’ persoonlijk record van 1:43 op de halve marathon scherper te stellen. Voor wie het nog niet opmerkte: Roos verkeert in bloedvorm, dus een scherpe tijd zat er zeker in. Gelukkig zag ze pas gisteren hoe Eliud – King of Marathon – Kipchoge naar een fenomenale 1:59:40 snelde in Wenen. De eerste mens die onder de 2 uur dook op de marathon, kon namelijk beroep doen op maar liefst 41 hazen die elkaar afwisselden zodat Kipchoge telkens in het intieme gezelschap van 7 tempomakers liep. Roos moet het over een week 42,2 kilometer lang en ruim 3,5 uur stellen met mij. Wij hebben wel één groot voordeel ten opzichte van Kipchoge: wij zijn zussen, bloed- en zielsverwanten. We kunnen elkaar heel goed aanvoelen en inschatten. Ik kan Roos tot het uiterste drijven: door de muur, zonder dat ze zich opblaast. Of ik daarom gelijk ben aan 41 wereldtoppers uit de atletiek, dat laat ik in het midden.

Zondag 6 oktober was het weer om in de zetel te liggen en vooral niet buiten te komen. Behalve als je een halve marathon in Brussel gaat lopen. Een loper weet dat wat regen echt geen kwaad kan. We gingen van start onder een grijs wolkendek en snelden er meteen hard van door. De loophonger was groot. Voor de ambiance zorgden we vooral zelf, want veel toeschouwers waren er niet te zien. Na enkele kilometers was de eerste adrenaline gaan liggen en dwongen de tunnels ons te temporiseren. Dat nam niet weg dat we nog steeds aan een behoorlijk tempo door Ter Kamerenbos stormden. Vervolgens beloofde ik Roos 6 kilometer lang een fijne afdaling om nog eens goed door te jassen. En of dat gebeurde: we werden gelanceerd en liepen Roos’ snelste kilometertijd ooit. Niet meteen het soort records dat je moet lopen tijdens een halve marathon, maar we leken over vleugels te beschikken.

Toen we na 15 kilometer door Vorst liepen, vroeg ik aan Roos hoe hard ze aan het afzien was op een schaal van 1 op 10. Haar antwoord was een 7, wat me niet meer dan normaal leek in die fase van de wedstrijd. Ik wist toen al dat een verbetering van haar record een feit zou zijn. Voor we afsloegen naar de Tervurenlaan, zat Roos op een 8,5 op de Schaal van Afzien. Het was nu vooral belangrijk om haar zo goed mogelijk over de Tervurenlaan te loodsen: een stevige en verraderlijk lange kuitenbijter van 1,5 kilometer. In mijn zog beet Roos terug. De berg kreeg haar niet klein. De boog van het Jubelpark doemde op in de verte. Ik gaf ons een halve kilometer om op adem te komen en nog een laatste snelle kilometer uit de benen te persen. Hand in hand overschreden we de finish in een sterke 1:40:36. Roos had haar record verbeterd met maar liefst drie minuten. Jawadde!

IMG_1396b

Ik liep niet mijn snelste halve marathon in Brussel, maar ik maakte een halve marathon zelden zo bewust mee. Uit mijn loopervaring leerde ik vooral hoe fijn het is om fit te zijn. Dat je dan een snelle halve marathon kan lopen zonder daar al te veel zorgen over te hebben. Dat je dan ook nog eens kan genieten van het parcours. Dat je dan niet eens opmerkt dat het vies regenweer is. En bovenal: hoe bijzonder het is dat je dat in het gezelschap van je zus kan doen. Wat vijf jaar geleden een zot plan was, is nu de bron van het ene schitterende zussenmoment na het andere. Lang leve de zusterliefde! Op naar Brugge!

IMG_1391b

Loperspraat – Feest, stress en herfst in september

September is een maand met twee gezichten: enerzijds het stralende staartje van de zomer, anderzijds het verraderlijke begin van verandering. Onder de laatste zomerstralen vierden we verjaardagen en de eerste maanddag van Leah. Daarnaast werd ik overspoeld door werk en wist ik soms echt niet meer waar mijn hoofd stond. Er waren kortom redenen om feest te vieren, maar ook om in de zetel te liggen balen. Zoals alleen Herman van Veen het kan zeggen: we moeten rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan!

De zon scheen op de eerste schooldag en deze leerkracht had er zin in. Niet alleen om weer wat tienergezichten voor me te hebben, maar ook om op een maandag richting het immer bruisende Brussel te trekken. Roos en ik gingen ’s avonds namelijk naar het langverwachte concert van Hozier in het Koninklijk Circus. Zo ontdekten we een andere wijk en vonden we onze weg naar Café Caberdouche op de Vrijheidsplaats. We behoren nog net niet tot de groupies die twee uur voor de deuren open gaan voor die deuren zitten te wachten. Voor ons liever een goede zitplaats dan een staplaats op de eerste rij. Over het optreden kan ik kort zijn: onze Ierse held kwam op, de eerste tonen weerklonken en wij waren helemaal mee. Oh baby, wat kan die man zingen! Niet alleen Hozier zelf stelde op geen enkel vlak teleur, ook de attitude en ambiance die zijn hoofdzakelijk vrouwelijke band uitstraalde, werkten aanstekelijk.

Ondanks het energieshot dat ik kreeg van de steengoede show voelde ik me aan het einde van de eerste schoolweek helemaal uitgewrongen. Ik was kapot, stik op en mijn kinderlijk enthousiasme maakte plaats voor heel wat bedenkingen over mijn job als leerkracht. Dat gevoel overspoelde mij zo hard dat ik het moeilijk had om mezelf staande te houden. Begrijp me niet verkeerd: ik vind nog steeds dat ik een prachtige job heb op de beste school. Plots diende zich ook een grote MAAR aan. Ik spreek misschien in raadselen, maar jullie mogen later deze week een uitgebreidere blogpost verwachten over mijn bezorgdheid omtrent ons onderwijs en de rol die ik daarin als leerkracht heb. Er zijn ook nog zekerheden in het leven: na die heftige eerste week genoot ik volop van een rustig-aan-duurloop. Oef!

September is al sinds mensenheugenis een feestmaand. Zowel ik als mijn lieftallige zusje Roos vieren dan onze verjaardag. Wij lopen niet alleen vaak zij aan zij, we verjaren ook op die manier. Het feest van Roos barstte in alle hevigheid los op donderdagavond toen we ons succesrecept van de zomerbarbecue nog eens herhaalden. Niko was Chef Grill en Hoofd Sauzen. Roos was verantwoordelijk voor de muziek en al het andere lekkers dat op tafel stond. Mijn schamele bijdrage was een eigengemaakte tabouleh (een toppertje, dat wel). Daags nadien was ik aan de verjaardagsbeurt. Ik mocht mijn verjaardag vieren in het gezelschap van een enthousiaste bende vierdejaars leerlingen, aangezien op vrijdag 13 september onze sportieve kennismakingsdag in de bossen van Sint-Joris-Weert doorging. De leerlingen klommen in bomen, sjorden karren, gilden soms erg hard en zongen uit volle borst. Een geslaagde verjaardag! ’s Avonds werd het feest verder gezet ten huize Roos en Niko waar ik trakteerde op echte champagne.

IMG_1173b

Op trainingsgebied was september de laatste kans om voluit te trainen voor de marathon in Brugge op 20 oktober. Roos en ik stonden aan de start van de Leuven Nature trail waar we gezusterlijk 25 kilometer afhaspelden door de bossen. We deden dat aan een stevig tempo onder het goedkeurend oog van de laatste zomerzonnestralen. Na afloop bleken we de eerste twee plaatsen te bezetten in onze leeftijdscategorie. Een mooie opsteker! Als je zowel afstand, als hoogte, als snelheid combineert, dan mag je er zeker van zijn dat je daar daags nadien iets van gewaar wordt in je benen. Ik noemde het een zwaar gevoel. Roos had het over twee stramme stronken (om in het natuurthema te blijven).

Gisteren waren we dan toe aan de kroon op het werk van onze marathonvoorbereiding: voor sommigen de gevreesde, maar voor ons toch vooral gezellige, langste duurloop. Aangezien de weersverwachtingen op z’n zachtst gezegd apocalyptisch te noemen waren, vonden wij het al van veel karakter getuigen dat we überhaupt een lange duurloop zouden lopen. Het bleek een storm in een glas water te zijn. Zo straf was het uiteindelijk niet om door de wind, door de regen, dwars door alles heen onze kilometers gestaag op te bouwen. Doorgaans zijn wij voor een langste duurloop wel tevreden met een kilometer of 30. Gisteren klokten we uiteindelijk af op 33,03 kilometer in iets minder dan 3 uur. Voldoende tijd dus om weer eens goed bij te praten en vooruit te blikken op de marathon. Wederom een zussenmoment om in te kaderen.

Hoewel het nu officieel slechts een week herfst is, was die seizoensverandering al veel vroeger voelbaar. Ik had weer eens koude tenen op de mountainbike en behoefte aan een hete douche na afloop. Ik at al pompoenen. Ik vloekte op de wind die soms een vuil spelletje speelt op de fiets. Na de soms moeizame maand september, richt ik me nu op oktober: marathonmaand tout court. Ik kijk alvast uit naar zondag, want dan staan Roos en ik aan de start van de halve marathon in Brussel. Onze tapering mag dan wel ingezet zijn, een snelle halve marathon lopen behoort zeker tot het plan. May the force be with us!

IMG_1283b

Loperspraat – Mijn loopkalender voor het najaar

Of je nu vindt dat het nog zomer is of al herfst: het najaar staat zachtjes op de deur te kloppen in gezelschap van zijn goede vriend het loopseizoen. Regen en wind zijn misschien niet meteen de weerselementen die de loper op zijn pad wenst, maar eigenlijk is een streepje grijs in najaar veel geschikter loopweer dan de zomerse warmte. Gedaan dus met zonnecrème smeren op een bezwete rug, weg met de dehydratatie en de pijnlijke schuurplekken! En als de duisternis zijn intrede doet, moet je maar denken aan de woorden van Leonard Cohen: there’s a crack in everything, that’s how the light gets in. Ik doe graag uit de doeken welke loopdoelen Roos en ik met stip in onze agenda hebben genoteerd. Aan plannen geen gebrek!

Op zondag 22 september tekenen we present voor de tweede editie van de Leuven Nature Trail. Het woord trail in combinatie met Leuven is wat misplaatst. Een juistere beschrijving is: een groene looproute over een grotendeels off-road parcours. Roos en ik zijn ingeschreven voor de langste afstand van 25 km. Wat dit evenement uniek maakt, is dat je aan de finish in Leuven de trein naar Sint-Joris-Weert neemt, waar de startlijn ligt. Van daaruit gaat het door het Meerdaalwoud naar vertrouwd gebied in Heverleebos en via Abdij van Park naar de finish aan het station in Leuven. Vorig jaar vond ik deze wedstrijd geen onverdeeld succes, aangezien de regen bijna constant met bakken naar beneden kwam. Bovendien werd ik dan ook nog eens doorweekt op de fiets, zowel op de heen- als de terugweg. Ook mijn optimisme kent grenzen. Ik hoop dus op een drogere tweede editie en kijk uit naar het samen lopen met Roos.

De afgelopen zes jaar liep ik in oktober ofwel de halve ofwel de volledige marathon in Brussel. Dit jaar staan we op zondag 6 oktober aan de start van de halve marathon. Het parcours vertoont veel overeenkomsten met de 20 kilometer van Brussel, maar de halve marathon kent een kleiner deelnemersveld. Zowel start als finish verlopen dan ook wat rustiger. Het plan is om nog eens plankgas te geven. Na de gemiste CPC Loop in het voorjaar liep ik immers nog geen halve marathon in wedstrijdverband. Mijn snelste halve marathon in Brussel liep ik in 1:37 (2017). Ik heb heel veel zin om onder die tijd te duiken, al vind ik het ook een beetje jammer dat ik niet aan de start sta van de hele marathon. Ik liep die al drie keer en heb aan elk van die marathons heel mooie herinneringen. Dit jaar zal ik dus dubbel zo hard van de kilometers van de halve moeten genieten.

Ik loop mijn oh zo geliefde marathon in Brussel niet omdat Roos en ik op zondag 20 oktober samen de marathon in Brugge zullen lopen. Wij kozen voor deze relatief jonge marathon omdat Roos haar persoonlijke marathontijd (PR voor de insiders) wil verbeteren. Daar kan je maar beter een vlak parcours voor kiezen en dat vind je dus in Brugge en niet in Brussel. Voor Roos wordt Brugge haar vierde marathon. Haar PR staat momenteel op 3:43 (Rotterdam 2016). Ik zal als haar persoonlijke haas of pacer alles uit de kast halen om die tijd onder de 3:40 te brengen. Eigenlijk is dit dus niet minder dan een droom die uitkomt. Mijn taak bestaat eruit om een constant tempo te lopen zodat Roos haar wagonnetje kan aanhaken, wat uit de wind wordt gezet en niet moet rekenen. Uiteraard zal ik haar met mijn doorgedreven aanmoedigingen ook tot het uiterste drijven. Als dat al nodig is, want Roos verkeert in topvorm. Professionele pacers stappen na 30 kilometer uit de wedstrijd, ik ga door tot het bittere eind, zodat we zij aan zij kunnen finishen. Dat deden we ook bij ons marathondebuut in 2015, toen er van hazen geen sprake was.

Na ons marathonavontuur gaat het in november richting de Kempen, meer bepaald naar het doorgaans modderige Kasterlee. Op 17 november lopen we daar de halve marathon: een familiegebeurtenis waarbij het altijd slecht weer lijkt te zijn en er vaak een Odeyn ten val komt. November wordt sowieso een zware trainingsmaand omdat ik dan in volle voorbereiding ben voor de Hel van Kasterlee, want jawel: ook dit jaar zal ik eraan geloven. Op zondag 22 december zal ik weer het onderste uit de kan halen om te finishen in de zwaarste winterduatlon ter wereld. Ik kan ook weer rekenen op Roos als trouwe begeleider. Vorig jaar werd ik dus onverwacht derde. Daarom leek het vanzelfsprekend dat ik me een tweede keer aan dit spektakelstuk zou wagen. Ik kijk met gemengde gevoelens naar de komende trainingsmaanden. Langs de ene kant heb ik er veel zin in. Ik focus me nu vooral op de voorbereiding van de marathon. Langs de andere kant herinner me maar al te goed hoe nat, koud, donker en eenzaam de trainingen in november kunnen zijn. Wekelijks was ik toen zo’n 20 uur aan het fietsen en lopen en daarnaast gaat mijn leven natuurlijk ook gewoon verder. We zien wel hoe het mij dit jaar bevalt.

Vergeet niet om morgen kaarsjes te branden, vingers te kruisen en duimpjes op te houden. Mijn broer strijdt namelijk vanaf 9u voor de wereldtitel duatlon in het Zwitserse Zofingen! Go Brobro!

 

 

De gedachte – Over snelle schoenen

Ik bezit een uitgebreide collectie loopschoenen. Dat kan ik ook legitimeren omdat ik op jaarbasis zo’n drie paar loopschoenen verslijt. Ik hou niet bij hoeveel kilometers een paar op de teller heeft staan, maar ik voel het wel als het einde nabij is. Veellopers doen er goed aan om verschillende types schoenen (bij voorkeur van verschillende merken) af te wisselen omdat elke schoen je spieren op een andere manier belast. Die variatie verkleint de kans op blessures weer een beetje. Wie tegenwoordig loopschoen gaat kopen, kan rekenen op een professionele loopanalyse. Al die technologie ten spijt toonde onderzoek aan dat de meesten enkel op gevoel net zo goed een geschikte loopschoen uitkiezen. Goede loopschoenen zijn zonder meer een doorslaggevende factor inzake loopcomfort en blessurepreventie. De vraag is in welke mate schoenen een snelle wedstrijd kunnen beïnvloeden.

Ik kan me emotioneel hechten aan loopschoenen. Het doet pijn als een favoriet paar fin de carrière is. In 2017 liep ik drie marathons met de Adidas Ultraboost. Ik kreeg het nog niet over mijn hart om ze weg te doen. Soms doe ik ze gewoon nog eens aan en dan lijk ik de herinnering te voelen. Een zelfde geluksgevoel overvalt mij als ik de Nike Zoom Fly aantrek. Dat is de betaalbare versie van dé schoen der schoenen waarmee Kipchoge & Co in 2017 een ultieme poging waagden om onder de magische marathongrens van 2 uur te duiken. Dat lukte net niet, maar Koning Kipchoge toonde met zijn op maat gemaakte Nike Vaporfly 4%’s wel aan dat ze een klein verschil kunnen maken. De revolutie zit in de gebogen carbonplaat in de zool, waardoor de schoen je afzet krachtiger maakt en je dus meer energie terugkrijgt. Critici relativeerden die innovatie door te verwijzen naar Hoka One One dat al langer met carbon in de schoen werkt. De 4% duidt op de gemiddelde verbetering van de loopeconomie die de Vaporfly garandeert. Hiermee is niet gezegd dat je ook daadwerkelijk 4% sneller zal lopen. De effectieve winst wordt geschat op zo’n 2%: dat is nog steeds behoorlijk wat voor een marathonloper. Het prijskaartje van de Vaporfly is navenant: je telt 250 euro neer voor een paar ultrasnelle schoenen. Aangezien je slechts 250 kilometer met de Vaporfly’s kan afleggen, zijn de schoenen in verhouding dus ongeveer 8x zo duur als een gewoon paar.

Ik heb geen Vaporfly’s, maar wel Zoom Fly’s: het betaalbare, iets minder geavanceerde broertje. De kostprijs daarvan is 150 euro, maar een slimme shopper kan koopjes doen. Voor mij is het de ideale marathonschoen omdat hij stabiel aanvoelt, veel demping biedt en toch ultralicht is. Op mijn Zoom Fly’s vlieg ik over asfalt of door het bos en deze week legde ik op een afgedragen paar ook heel wat kilometers te voet (en al lopend) af in Parijs: kortom een echte allrounder die meteen mijn hart stal. Recente studies laten er geen twijfel over bestaan dat recreanten effectief snellere marathons lopen met de dure Vaporfly’s. De netto winst zou drie à vijf minuten bedragen. Ik heb overwogen om een paar aan te schaffen voor de marathon in Parijs, maar ik deed dat niet omdat ik 250 euro nog altijd te veel geld vind voor schoenen met een extreem korte levensduur.

Zou ik mijn marathon in Parijs enkele minuten sneller hebben gelopen op Vaporfly’s? Een interessante vraag die nooit eenduidig beantwoord kan worden. Je kan immers niet eerst een marathon lopen op gewone schoenen en vervolgens nog eentje op zogenaamd snelle schoenen om te vergelijken wat het je netto oplevert. Is die winst ook gegarandeerd op een zwaar parcours? En vergroot je niet het risico dat je alsnog jezelf in de vernieling loopt omdat je te snel vertrekt op die snelle schoenen? Sommigen zijn er bovendien van overtuigd dat zowel de Zoom Fly als de Vaporfly enkel tijdswinst opleveren voor heel snelle lopers en voorvoetlanders: niet ik dus. Daarenboven is de marathonloper altijd onderhevig aan verschillende factoren en blijft de vraag in welke mate schoenen nog doorslaggevend zijn als je een marathon moet lopen met een sterke tegenwind in de gietende regen. Misschien is juist de illusie van een verhoogde snelheid veel waard.

Ik schrok toen sportjournalist Hans Vandeweghe in De Morgen daags na het kersverse Belgische record van Bashir Abdi uithaalde naar de snelle schoen van Nike. Het zal niemand verbazen dat de huidige wereldtop en ook onze Belgische toplopers hun marathons lopen op de Vaporfly’s. Volgens Vandeweghe zijn al die recente successen te verklaren door de snelle schoen. It’s the shoes, stupid: de Nikes zijn volgens hem een vorm van technologische doping. Hij vergelijkt de snelle schoen met de LZR Racer van Speedo: het ultrasnelle zwempak waarmee 10 jaar geleden zowat alle zwemrecords sneuvelden en dat inmiddels verboden werd. Die vergelijking wringt langs alle kanten. In de eerste plaats omdat in eender welk zwembad de omstandigheden altijd zo goed als identiek zijn. Een marathon loop je in de buitenlucht: de omstandigheden zijn altijd anders, wat de impact van schoenen beperkt. Bovendien is een marathon een veel langere inspanning die je niet zo zeer technisch, maar wel tactisch moet aanpakken. Ook de tijden van wereldrecordhouder Kipchoge zijn niet simpelweg in te delen volgens een pre- en post-Vaporfly-tijdperk. Kipchoge liep zijn eerste marathon in 2013 en won 11 van de 12 marathons waar hij aan deelnam. Hij liep de marathon van London in 2016 zónder Vaporfly’s bijna een halve minuut sneller dan de marathon van Berlijn in 2017 mét Vaporfly’s.

Volgens Vandeweghe is de progressie van zowel Koen Naert als Bashir Abdi hoogstonwaarschijnlijk volledig toe te schrijven aan de atleet. Daar kan ik hem in bijtreden. De snelle schoen zal een minimale bijdrage leveren aan hun prestaties, maar het omgekeerde is zonder enige twijfel onwaar. Hun prestaties zijn niet enkel te herleiden tot een snelle schoen. Beide toppers zijn 30 jaar: een logische leeftijd om te pieken als marathonloper. Bashir Abdi verbeterde het 24 jaar oude Belgische record met amper 17 seconden. Wie beweert dat hij dat record verpulvert dankzij een snelle schoen, doet de straffe atleet die Bashir is grote oneer aan. Technologische vooruitgang hoort bij sport. Het werelduurrecord van Victor Campenaerts is daar een mooi voorbeeld van. De marathon heeft echter zijn eigen wetten en kent vooral geen genade. Hoe snel of traag je schoenen ook zijn, het is en blijft de atleet die het verschil maakt.

IMG_4510b

Rechts: de nieuwe Nike Zoom Fly Flyknit: het bovenwerk daarvan is gebreid en heeft dus de structuur van een sok. Links: trouwe lezers zullen de blauwe Nike Zoom Fly’s herkennen als de schoenen waar ik de marathon van Parijs op liep. Met dank aan Roos voor het decor en de fotohulp.

Loperspraat – Decompressie, rust en onrust in april

Tijdens de 30 dagen van marathonmaand april beleefde ik een gevarieerd scala aan emoties: van rust en ontspanning tot momenten van doodsangst. Zelfs Florence zou er een vette kluif aan hebben om al die mixed feelings in een powersong te vervatten. Mijn marathon in Parijs was een schot in de roos en verdeelde de maand in een periode voor en een periode na 14 april. Ik zat weer eens op mijn roze marathonwolk na te genieten van al dat moois toen donkere wolken zich verdrongen boven mijn blauwe hemel. Ook mijn rooskleurige bril kon niet voorkomen dat ik regelrecht leek af te stevenen op een muur van zwarte donderwolken. Uiteindelijk liep ook dit absurde verhaal goed af en won ik de strijd van de mysterieuze D-dimeren.

Mijn herstel begon nochtans veelbelovend. Na een comateuze post-marathonslaap sprong ik verbazingwekkend fris uit bed. Enige spelbreker was een ernstig verzuurde linkerkuit. Na een spoedinterventie van een top kinesitherapeut kon ik weer met min of meer gezwinde pas de Parijse grond betreden. Ik had nog een week paasvakantie om te bekomen, de zon scheen en ik was een tevreden mens. Ik herkende mezelf amper in de golf van contentement die mij overspoelde. Voor het eerst was ik echt trots op mijn lichaam dat weer maar eens een topprestatie had geleverd en kon ik al mijn complexen aan de kant schuiven. Toen ik dan ook nog eens de wijze beslissing nam om dat lichaam wat rust te gunnen en de stramheid niet meteen te lijf te gaan met loopkilometers, was ik ervan overtuigd dat wijsheid echt met de jaren komt. Met ontspannen tred fietste ik de verzuring weg. Ik werd omringd door een aura van opluchting en dankbaarheid. Alsof ik na tien marathons een succesvolle cyclus had afgewerkt. Ik leek een andere mens te zijn en juist dat was ook wat beangstigend.

De vakantie liep op z’n einde en mijn spieren voelden steeds soepeler. Tijdens het fietsen viel het me op dat ik sneller buiten adem was, maar dat leek me normaal binnen een herstelproces. Ook toen ik een week na mijn marathon voor het eerst de benen ging loslopen en na elke kilometer moest pauzeren om op adem te komen, sloeg ik niet meteen alarm. Het was warm en de marathon zat nog in mijn lijf. Pas toen ik op school een mijl ging lopen met de leerlingen en elke meter een kilometer leek te zijn, sloop er ongerustheid in mijn oh zo geruste gemoedstoestand. Ik moest bekennen dat ik kortademig was als ik de trap opliep of op weg naar school een stukje bergop fietste. Marathonloper of niet, mijn conditie bleek onbestaande te zijn. De 10 Miles in Antwerpen lopen, was niet haalbaar. Wederom nam de wijsheid het over van de paniek. Na overleg met Roos besloot ik nog wat extra rust te nemen en dat was niet eens met pijn in het hart.

Het leek alsof ik voeling verloren was met de loper in mij. Tussen rust en onrust bestaat in mijn hoofd altijd een intensieve wisselwerking. Ik nam zelfs het gewichtige woord identiteitscrisis in de mond. Welgeteld een jaar geleden kon ik na zeven weken rust terug enkele voorzichtige minuten lopen. Op een jaar tijd was ik dus van helemaal niets naar twee snelle marathons en een zware winterduatlon gegaan. Ik realiseerde me dat ik een intensief sportjaar achter de rug had dat gekleurd werd door heel veel mooie momenten, maar ook met een constante druk om mijn grenzen opnieuw te verleggen. Een jaar lang had ik mezelf tot het uiterste gedreven en misschien woog dat nu mentaal zwaarder door dan ik dacht. Decompressie dus. Ik schakelde nog een versnelling hoger in rustmodus en dat beviel me wonderwel goed. Naast mijn schoolwerk kon ik weer uren aan een stuk lezen, creatieve plannen maken en in de zetel hangen met mijn katten. Die staat van ontspanning werd overschaduwd door de sluimerende angst dat er iets scheelde met mijn hart of longen. Toen ik twee weken na de marathon tijdens een fietsrit vaststelde dat ik nog steeds kortademig was, zat de schrik er goed in. Wat had ik mijn lichaam in godsnaam aangedaan?

De huisarts kon me in eerste instantie geruststellen: mijn hart en longen klonken niet afwijkend. Een bloedonderzoek zou duidelijkheid geven over eventuele tekorten en verhoogde waarden. Die resultaten brachten helaas geen eenduidige verklaring. Alles was perfect normaal, maar ik had een verhoogde waarde D-dimeren: een afbraakproduct van stollingseiwitten. Hoewel ik een atypische longpatiënt zou zijn, kon dit erop wijzen dat ik een longembolie of dus een bloedklontertje in mijn longen had. Een nieuwe bloedafname zou dit moeten uitsluiten. Hoewel mijn huisarts me op het hart drukte niet te panikeren, was het kwaad geschied. Ook de meest verwoestende brand ontstaat met een minuscuul vonkje. In mijn hoofd was het blinde paniek. Ik kon niet meer rustig ademhalen en voelde mijn hart als een gek bonzen. Het ene na het andere doemscenario passeerde de revue. Ik zou misschien nooit meer mogen lopen. Ik zou een vreselijke tumor kunnen hebben. Ik zou misschien zelfs sterven. Dit was het dan. Mijn leven. De drama queen kreeg ongelijk. Na een dag nagelbijten bleek het gehalte D-dimeren gedaald te zijn. Het was dus uitgesloten dat er iets mis was met mijn longen. De verhoogde waarde viel perfect te verklaren door de inspanning van de marathon die iets getriggerd heeft. Binnen de 10 dagen zou de waarde genormaliseerd zijn. Ik mocht sporten en kon letterlijk opgelucht ademhalen.

Vandaag trok ik mijn loopschoenen aan om te testen hoe het nu zat met die verduivelde D-dimeren. 10 kilometer liep ik aan een stevig tempo en vooral: zonder te moeten stoppen. Ik vloog en vond met gemak een tweede adem. Het mooie aan een periode van rust is dat de loophonger en euforie eens zo groot zijn als je er terug aan begint. Ik genoot zonder overdrijven van elke meter. Bij deze is mijn identiteitscrisis dus definitief afgewend. Elton had echt gelijk: I’m still standing after all this time, looking like a true survivor, feeling like a little kid.

IMG_4400b

Het moment – De ultieme bekroning voor Bashir Abdi

Ik bombardeer april bij deze officieel tot marathonmaand. Er was mijn eigen moment de gloire in Parijs, de toptijd van Nederlands talent Abdi Nageeye, maar vooral twee Belgische topatleten die boven zichzelf uitstegen. Koen Naert beet begin april de spits af in Rotterdam. Hij verpulverde zijn snelste tijd en strandde op amper 19 seconden van het Belgisch record. Dat staat al 24 jaar op naam van Vincent Rousseau. Afgelopen zondag was het de beurt aan landgenoot Bashir Abdi. Hij ging van start in de prestigieuze London Marathon, u weet wel: één van de Majors. Terwijl de wereld enkel oog had voor de Keniaanse Eliud – King of Marathon – Kipchoge en publiekslieveling Sir Mo Farah, liep onze eigenste Bashir in alle anonimiteit naar een verbetering van het nationaal record. Met 2:07:03 stelde hij het Belgisch record 17 seconden scherper. Een uitzonderlijke prestatie, zeker als je weet dat dit nog maar zijn tweede marathon was.

Mogelijk is de staat van extase waarin ik me zondag bevond te wijten aan het feit dat er jaarlijks slechts een handjevol marathons live op televisie te volgen is. Ik zou me ook kunnen verontschuldigen voor mijn ongebreideld enthousiasme, want ik ben me ervan bewust dat niet iedereen zo lyrisch is als er een marathon op tv wordt uitgezonden. Enkel wie al eens van de marathon madness geproefd heeft, zal ten volle begrijpen waarom zulke beelden bij mij een gevoelige snaar raken. In de eerste plaats zijn sfeerimpressies van de startzone een feest van herkenbaarheid: het nerveuze getrippel om warm te blijven, aanschuiven bij de dixi’s en tot slot nog een banaantje wegwerken. Er hangt een serene, maar toch opgewonden sfeer: nu gaat het gebeuren. Alles is adrenaline. De marathon is uniek omdat topatleet en recreant identiek dezelfde wedstrijd op hetzelfde moment lopen. Bij de BBC hebben ze dat goed begrepen. De uitzending werd gekaderd met kleine en grootse verhalen van zowel toppers als recreanten. Niemand minder dan Paula Radcliffe (wereldrecordhouder op de marathon bij de vrouwen) voorzag de strijd van professioneel commentaar. Ik kreeg trouwens ook Roos zo ver om zondag naar BBC over te schakelen. Ze gaf grif toe dat haar marathonhart er sneller van ging slaan.

Bashir Abdi speelde het tactische spel slim. De 30-jarige Gentenaar manoeuvreerde zich voor de race behendig in de positie van underdog. Hij strooide zijn opponenten en de media professioneel zand in de ogen door te zeggen dat hij de laatste weken te kampen had met maagproblemen als gevolg van een bacteriële infectie. Het bleek een geniale schijnbeweging te zijn, want Bashir vertrok pijlsnel. Na 10 kilometer was duidelijk dat hij op recordkoers lag. Naar eigen zeggen kwam hij de man met de hamer tegen op kilometer 40. Die kon hem niet van een zevende plaats houden en zo werd Bashir gekroond als kersvers Belgisch kampioen op de marathon. Een titel waar hij als tiener niet van droomde. Hij kwam op jonge leeftijd in België terecht nadat hij met zijn familie vluchtte voor het oorlogsgeweld in Somalië. De jonge Bashir ambieerde een carrière als profvoetballer, maar belandde na een blessure op zijn vijftiende in de atletiekclub van Oostakker. In tegenstelling tot Abdi Nageeye blonk Bashir Abdi niet meteen uit tijdens loopnummers. Trainer Peter Robbens zag echter potentieel. Het was pas toen Bashir bevriend geraakte met zijn idool Mo Farah dat hij zichzelf ontdekte als toploper en bijgevolg zijn hart verloor aan de atletiek.

Dat Eliud Kipchoge voor de vierde keer de London Marathon op zijn naam schreef, is geen verrassende plottwist in dit verhaal. Keizer Bashir Abdi zetelt op een imposante troon in marathonmaand april. Goedlachs en immer sympathiek, maar ook kritisch zoals het een waardig kampioen betaamt: die drie seconden boven 2:07 vond hij toch jammer. Telkens als ik over professionele marathonlopers schrijf, kom ik tot de conclusie dat het oprechte mensen zijn. Uitblinken op de mythische afstand vraagt veel trainingsarbeid, vaak ver weg van alles en iedereen. Ook Bashir maalt veel kilometers op stoffige Ethiopische wegen: weg van het spektakel en eender welk mediacircus. Schitteren op een grote marathon levert een behoorlijke geldprijs op, maar uiteindelijk leidt de marathonloper een eenvoudig leven. Bescheidenheid siert de grootste kampioenen. Het wordt hoog tijd dat er een boek verschijnt over het levensverhaal en de carrière van de charismatische Bashir Abdi.

Marathonpraat – Wat ik over mezelf leerde uit 10 marathons

In een marathon komen zowel de saaiheid als de heroïek van het leven samen. Uren aan een stuk lopen is namelijk een eentonige activiteit die geen specifieke vaardigheid vereist. De volharding die dat vergt, is echter wel een heldhaftige prestatie. Op mijn palmares staan ondertussen welgeteld tien marathons te blinken. Tien stuks: dat is toch een aardige bibliotheek aan verhalen omdat elke marathon garant staat voor een uniek verhaal. Misschien niet altijd bijster interessant, maar wel voldoende stof tot (na)vertellen en overpeinzen. Alles begint met de weg naar marathondag – trainingen die al eens wat hobbeliger verlopen, de laatste etappe tot de grote dag – als de zenuwen het overnemen, de marathonrace – de strijd met jezelf – en vooral de lessen die dat proces oplevert. Door marathons te lopen leerde ik in eerste instantie mezelf als sporter kennen. Ik wist aanvankelijk niet dat er iets atleetwaardig in mij huisde. Uiteindelijk leerde ik mezelf vooral als mens beter kennen. Of hoe de metaforische waarde van de marathon onuitputtelijk is.

Marathontrainingen kosten zelden bloed en tranen, maar vooral veel zweet. In mijn geval ongetwijfeld ettelijke liters. Waar ik in het prille begin simpelweg veel liep om me voor te bereiden, kreeg ik door de jaren heen duidelijker omlijnde ideeën omtrent de ideale marathonvoorbereiding. Hoe strakker de plannen in mijn hoofd vorm kregen, hoe moeilijker het werd om eraan te voldoen. Ik leerde zowel de kwaliteiten als de zwakke plekken van mijn lichaam kennen. Hierdoor ging ik beseffen hoe ondoorgrondelijk het menselijk lichaam in wezen is. Alles lijkt bovendien meetbaar te zijn door de overdaad aan informatie die beschikbaar is. De waarheid is dat niemand exact kan vertellen wat het beste werkt voor jouw lijf. Een marathontraining blijft een complexe evenwichtsoefening waarbij basisprincipes als kapstok dienen en je op menselijke experts kan vertrouwen om uiteindelijk zelf aan te voelen wat goed is. Geen enkele marathonvoorbereiding verloopt 100% naar wens. Dat kan frustrerend zijn, maar in principe is het de keerzijde van de medaille voor wie kennis en ervaring bezit. Hoe meer je weet over een bepaald onderwerp, hoe meer hiaten je in die kennis zal ontdekken en hoe meer vraagtekens er zullen rijzen. De kunst is om te kijken naar wat je al kan en weet. Koester dus de boeken die je al gelezen hebt en de kilometers die je liep.

Ik las eens dat de marathon in bed wordt gewonnen door voldoende te slapen. Wie een actief leven leidt, moet ook kwalitatieve rustmomenten inbouwen. Er is aan mij geen groots bedligger verloren gegaan. Geef mij de ochtend, de dag én ook de avond om bezig te zijn. Ik liep marathons met een vakantieweek als voorbereiding en marathons waar een werkweek aan vooraf ging. Werken staat gelijk aan minder rust, maar die afleiding werkt een positieve ingesteldheid in de hand. Tijdens een vakantieweek stort ik me soms nogal overdreven op de voorbereidingen van de marathon. Dan vind ik plots dat ik nog een nieuwe jas moet maken, om maar iets te noemen. Je zal me kortom nooit een dag met de benen omhoog in de zetel aantreffen. Uiteraard zijn rust en slaap belangrijk in de week voor je een uitputtende fysieke inspanning zal leveren. Ik denk echter dat de juiste verhouding tussen spanning en ontspanning belangrijker is dan netto uren bedrust. Je moet gefocust doch ontspannen toeleven naar een marathon. Ik hoop telkens weer om veel en goed te slapen de avond voor de grote dag, maar de realiteit is dat ik dan telkens weinig slaap. Soms gewoon in mijn eigen bed, soms verrassend goed op een krakende luchtmatras met mijn zus en soms heel slecht in een hotelbed. Een goede focus compenseert een gebrekkige nachtrust moeiteloos.

Zoals je je lichamelijk op een marathon voorbereidt, zo moet je dat ook mentaal doen. Als ik het zwaar heb tijdens trainingen, stel ik me voor dat ik me op een bepaald punt in de marathon bevind en dat ik ook dan zal moeten doorzetten. Er is namelijk geen weg terug als je eenmaal aan het lopen bent. Door delen van de marathon te simuleren probeer ik mijn mentale weerbaarheid te trainen. Het geeft vertrouwen als ik in zware omstandigheden gewoon blijf lopen. Ik kan ook kippenvel (en vleugels) krijgen als ik me inbeeld dat ik naar een marathonfinish toe loop. Daarnaast is ook parcourskennis niet te onderschatten. Ik verdeel een marathon in stukken en plaats die in een bepaalde categorie: wat is leuk en interessant om te lopen, wat is saai en wat wordt ronduit lastig en zwaar. De gemakkelijke kilometers worden hierdoor nog unieker (over de Champs-Elysées lopen is nog bijzonderder dan in je gedachten), de saaie stukken toch wat minder eentonig en de lastige delen niet zwaarder dan wat je je hebt voorgesteld. Als je de vinger kan leggen op wat je precies vervelend vindt en dat vervolgens kadert, valt dat doorgaans erg mee.

Tot slot kan ik nu ook de rustige periode na de marathon waarderen. Waar ik vroeger zo snel mogelijk ging lopen met stramme spieren en mijn neus in de richting van een volgende sportieve prestatie, besef ik nu dat een verminderde stijfheid niet de enige indicatie is van een goed herstel. Mijn lichaam is beter aangepast aan duursporten na vier jaar marathons lopen, maar een marathon blijft een zware inspanning die de nodige hersteltijd vraagt. Het is jammer dat ik in het verleden te weinig stil stond bij de geleverde prestatie omdat ik me meteen op een volgend avontuur stortte. Mijn lichaam mag inmiddels min of meer gemaakt zijn om te lopen, dat betekent niet dat ik het elke dag moet doen om me een marathonloper te voelen en daar trots op te zijn. Ik ben de eerste om de marathon te relativeren: het is ook gewoon maar lang aan een stuk lopen. Langs de andere kant moet je een beetje heroïek kunnen omarmen in de alledaagsheid van het leven. Wees dus schaamteloos trots op de gevoerde strijd, geniet ervan en gun je lichaam wat rust.

IMG_4354b
Ada haalt haar neus op voor al die marathons.