Een voorbeschouwing op de Paris Marathon van Roos

Over welgeteld drie weken staan Roos en ik aan de start van de Paris Marathon. Een uitstapje en evenement waar we met z’n tweeën lang naar hebben uitgekeken. Ein-de-lijk terug samen naar Parijs! Voor Roos is het haar vijfde marathon, de eerste keer Parijs. Symbolisch, want zelf liep ik daar in 2017 mijn vijfde marathon. Een week geleden liepen we zij aan zij 30 kilometer zoals we dat zo graag doen. We hadden het natuurlijk over de marathon en onze verwachtingen, de stress die de kop begint op te steken en hoe bijzonder het is dat we dit samen kunnen beleven. Hoog tijd om Roos nog eens aan het woord te laten over haar weg naar de Paris Marathon 2022.

Na mijn laatste marathon in Brugge (oktober 2019) dacht ik eigenlijk dat ik geen marathon meer zou lopen. Ik vond het wel mooi geweest en dat record zou ik toch nooit meer kunnen verbeteren. Een marathonvoorbereiding is niet te onderschatten. De marathon van Parijs beleefde ik al twee keer als supporter. Na Jokes prestatie in Rotterdam kriebelde het om toch nog eens een marathon te lopen. En waar kon dat beter dan in onze geliefde stad Parijs? Begin november schreven Joke en ik ons dus in. Een voorjaarsmarathon past beter bij mij. In de zomer zijn er veel andere dingen en vind ik het moeilijker om me te schikken naar de trainingen. Je hebt echt structuur nodig in je voorbereidingen. Ik liep nu wel heel vaak in de regen en wind, ook veel in het donker, maar dat neem ik er dan maar bij. 

Mijn voorbereidingen voor deze marathon zijn goed verlopen. Op maandag liep ik meestal een snelle training. Woensdag deed ik mijn duurlopen. Na het werk liep ik dan 20 kilometer of meer. Vrijdag stond er een nuchtere loop op het programma en in het weekend liep ik nog wat er gelopen moest worden om de kilometers aan te vullen. Ik heb bewust meer tempo’s gelopen, eens goed de gaskraan opendraaien, uit gebrek aan wedstrijden ook wel. Ik heb ook strikter mijn kilometers geteld. Mijn weekgemiddelde lag telkens rond de 52 kilometer. Op maandag vond ik het stresserend dat de teller weer op nul stond. Naar mijn gevoel heb ik nu veel harder getraind dan voor Brugge. Ik stemde mijn planning ook meer af op de trainingen. In januari had ik veel stress voor deze marathon en vroeg ik me echt af waarom ik me had ingeschreven. Het zwaarste van een marathonvoorbereiding vind ik dat je heel de week aan lopen moet denken. Ik voel nu dat ik in vorm ben, heel leuk is dat! Zo gericht trainen geeft me ook veel voldoening.

IMG_7593b

Ik vind het jammer dat de CPC Loop vandaag niet doorgaat. Een snelle halve marathon lopen drie weken voor de marathon geeft veel vertrouwen. Al ben ik tevreden over mijn 30 kilometer vorige week. De laatste 4,5 km waren wel heftig. Ik had wat beter moeten drinken de dag ervoor, denk ik. Mijn voet was verkrampt, maar daar probeer ik niet te veel waarde aan te hechten. Ik heb me er al bij neergelegd dat ik ook spierkrampen zal krijgen tijdens de marathon. Hopelijk laten ze dan wat langer op zich wachten. Van mijn vorige marathon leerde ik dat het heel gemakkelijk is om in iemand z’n zog te hangen. Je wagonnetje kunnen aankoppelen scheelt echt veel. Ik breek mentaal meestal op kilometer 35, dan krijg ik krampen in mijn benen en moet ik heel diep gaan om te blijven lopen. Daarom moet ik meestal ook wenen van de ontlading als ik uiteindelijk over de finishlijn loop. In Brugge stond ik er niet alleen voor en had ik me al beter voorbereid op het mentale aspect, mede dankzij een podcast met Dixie Dansercoer die vertelde hoe koud hebben ook in je hoofd zit. Ik heb nu al nagedacht hoe ik me mentaal sterk kan houden in dat laatste deel van de marathon.

Mijn ambitie is om in Parijs mijn PR van 3u36 te verbeteren. Om dat alleen te kunnen zou een prestatie op zich zijn. Ik hoop zelfs om onder de 3u30 te finishen. Ik wil vertrekken aan een tempo tussen de 4’50” en 4’55”, veel marge heb ik dan niet. Sub 3u30 is een strakke tijd, ik durf er niet blindelings op te vertrouwen dat het me lukt, maar onze 30 kilometer was wel hoopgevend. Ik heb ook al nagedacht over m’n outfit op marathondag. Ik denk dat ik als geluksbrenger hetzelfde shirt aandoe als in Brugge. Ook ga ik hetzelfde shortje dragen als waar ik mijn vorige vier marathons in liep. Momenteel zijn mijn favoriete schoenen de Nike Pegasus 38. Ik twijfel nog of ik mijn compressiekousen zal aantrekken. Ik droeg die niet tijdens mijn trainingen, maar ze kunnen wel iets doen naar krampen toe. Er zijn nog wel een aantal kleine dingetjes waar ik de komende weken over moet nadenken. Ik heb er hoe dan ook heel veel zin in!

Lieve sis, je bent in topvorm, dat merk ik aan alles. Ik ben er zeker van dat 3 april 2022 een topdag wordt voor jou! ’s Avonds drinken we sowieso champagne op een terras. En zo zijn er nog heel veel momenten voor en na de marathon waar ik heel hard naar uitkijk. Wij zijn klaar voor Parijs, ik hoop dat Parijs ook klaar is voor ons.

IMG_7595b

Loperspraat – Ik loop dus ik ben

Ik loop dus ik ben en ik denk ook veel na over wie ik ben.*

Eén van die vraagstukken is hoeveel procent van mezelf uit “de loper” bestaat: een vreemde denkoefening waarbij ik nooit tot keiharde cijfers kom. Ben ik in wezen niet 100% loper? Soms kan ik echt tot in het diepst van mijn vezels voelen dat lopen in mij verankerd zit. Het is iets waar ik altijd op de één of andere manier mee bezig ben. Ik kan afkicken van mijn werk, maar ik kan lopen nooit echt lossen. Dat doet dan weer de vraag rijzen waarom ik die gedreven loper in mij pas op m’n 28e ontdekte? Terwijl ik mijn hoofd er verder over breek, kan ik wel vertellen wat het in mijn dagelijks leven betekent om loper te zijn.

Ik loop dus
ik weet exact hoe lang een kilometer is
ik kan vlot rekenen met minuten en seconden
ik tel af in weken en dagen naar loopgerelateerde uitdagingen
ik knik vriendelijk naar ieder – mens of dier – die mijn pad kruist
ik krijg al eens een hond achter mij aan
ik waan me bij het verkeerslicht een fietser
ik zie elke loper als ik in de auto zit
ik vind lopers bij voorbaat sympathieke mensen
ik ben gefascineerd door loopschoenen en oranje dozen
ik zie overal loopmogelijkheden en -momenten
ik loop het liefst rond met blote benen
ik hou van de ochtend en lichtjes gespannen benen tijdens de dag
ik weet wie Phidippides is
ik hou van Houffalize, Bashir Abdi en Eliud Kipchoge
ik eet graag havermout volgens diverse bereidingswijzen
ik heb altijd chocomelk in huis
ik lig elke maand op de tafel bij de kine voor een check-up van de carrosserie
ik heb meer aandacht voor mijn teen- dan vingernagels
ik kreeg al vaak complimenten over de anatomie van mijn voeten
ik denk eens in de zoveel tijd bij een vreemd pijntje dat het gedaan is met lopen
ik kan me oriënteren dankzij looproutes en -evenementen
ik kijk en herbekijk marathons integraal
ik droomde eens dat ik een marathon liep, niet tevreden was met mijn tijd en besloot om meteen dezelfde marathon nog eens te lopen (ik kon mijn tijd niet verbeteren)
ik heb soms nachtmerries over hoe ik de start mis van een marathon
ik kan kippenvel krijgen als ik denk aan de finish van een marathon

*naar Je pense, donc je suis – cogito ergo sum van René Descartes

Het moment – Klein geluk #4

Ik hou verrassend veel van maandagen*. Doorgaans zijn het productieve dagen waarop ik me weer fris en fruitig voel om een nieuwe week aan te vatten. Vandaag kregen wij zowaar een dagje vrij. Reden te meer om er helemaal voor te gaan. De zon had duidelijk iets goed te maken na een stormachtige zondag. Ik zat op de fiets, liep een rondje en besefte dat het begin van 2022 er echt mocht zijn. Vooralsnog geen grootste gebeurtenissen, maar heel wat kleine geluksmomenten lagen zomaar voor het rapen. De zaadjes zijn geplant, benieuwd wat er binnenkort geoogst kan worden.

  • Aftellen naar de geboorte van babybroer die zich voorlopig nog veilig verstopt in de buik van Marike. Roos en ik organiseerden een naaiweekend in mijn atelier waarbij we alle creatieve registers opentrokken om de nieuwkomer in onze familie van het nodige gerief te voorzien. Zussentijd van de hoogste kwaliteit!
  • Bezoek krijgen van Leah en Marike. Met mijn huisdieren kan ik natuurlijk dik scoren bij een 2,5-jarige. Een keer of 20 was het van Ada aaien (en die liet dat gedwee gebeuren). Alsof het de normaalste zaak van de wereld was, sopte die kleine Lee vervolgens haar speculaas in de chocomelk.
  • Mijn jeugdvriendin Elizabeth die voor de tweede keer mama werd. Julian kreeg een zusje met de prachtige naam Sienna. Zelden zag ik zo’n mooie baby. In de zomer zijn Eli en ik van plan om samen mountainbiketochtjes te maken.
  • Niets dan lovende woorden van de pers over de nieuwe theatervoorstelling van mijn meter die Simone de Beauvoir vertolkt. Ga dat zien!
  • Dromen van Parijs en nog beter, de marathon in Parijs met Roos. Plannen maken, een hotel boeken en de Thalys reserveren… dit lijkt wel 2019. Mensen toch, wat hou ik van de marathon en alles wat die teweeg brengt.
  • Fietsen en lopen met de zon op mijn snoet. Soms ook met wind, daar moeten we eerlijk in zijn, of met regen. En waarom niet 20 kilometer gaan lopen als het weer ronduit stormachtig te noemen is? Wel, om uiteindelijk verzopen, maar toch vooral heel voldaan thuis te komen. Zondag niet gaan lopen dat behoort niet tot de mogelijkheden.
  • Lek rijden langs de Grote Gete en binnen no time weer een redder in nood die mij verder helpt met een te grote binnenband. Held van dienst was de 73-jarige Felix. En ja, ik weet het, zou ik in 2022 niet op alles voorbereid zijn? Nu heb ik mijn lesje écht geleerd. Ik kocht een voorraadje binnenbanden (maatje 27,5) en was best trots toen ik er ook in slaagde om mijn achterband helemaal zelf te vervangen.
  • Een werkdag beginnen met een fietstocht van 20 kilometer, een looprondje van 6 kilometer en dan met lichte spanning, maar wel overdreven energiek in de klas staan. ’s Ochtends sporten dat voelt als voorsprong nemen.
  • Vier keer per week met frisse tegenzin, maar wel heel gedisciplineerd mijn oefeningen van de kinesitherapeut afwerken. De muziek bij uitstek om dat op te doen is die van Queen.
  • De comeback van de debardeur: ik ben fan. Het leek wel elke dag Dikketruiendag met dank aan de ventilatie in de klas en de hallucinante energieprijzen (ook dat nog). De verwarming thuis staat natuurlijk aan, maar toch liever een warmere trui dan een graadje hoger.
  • Stromae die muziekgeschiedenis schrijft door zijn aangrijpende L’enfer live in het journaal van TF1 te brengen. Geef die man alsjeblieft een standbeeld!
  • Ook de revival van de vrouwelijke Nederlandse muziek stemt me hoopvol en goedgezind. Hartjes voor Froukje, Meau en Merol.
  • Een literaire klassieker klein krijgen: op 1 januari begon ik met elke dag voor het slapengaan een paar pagina’s te lezen in het onleesbare (en daardoor ook slaapverwekkende) Ulysses. Bleek het vorige week toch niet toevallig 100 jaar geleden te zijn dat James Joyce zijn modernistische klassieker schreef! Maak je geen illusies: het is wel degelijk onleesbaar, maar ik zit toch maar mooi op pagina 230 en blijf volharden.
  • Gedichtendag op school: wat een plezier! En ook een gesprek in de klas over het gebruik en het nut van een nachtkastje, een meubelstuk dat duidelijk nog niet aan populariteit moet inboeten.
  • De bloei en groei in mijn tuin. Ik vraag me nu af of de natuur overdreven optimistisch is en een inschattingsfoutje heeft gemaakt dan wel een feilloos gevoel voor timing heeft.
  • Ik denk deze dagen veel aan Oma, want die zei altijd dat je het lengen van de dagen begint te voelen met Lichtmis. En natuurlijk heeft ze gelijk.

IMG_7349b

IMG_7340b

IMG_7309b

*Dinsdagen daarentegen, dat vind ik vaak zware dobbers om te verteren.

Loperspraat – Mijn voorjaarsplannen van 2022

2022 begon met een sportieve knal. Allereerst bleek mijn prestatie in Rotterdam, tot mijn eigen grote verbazing, goed te zijn voor een 27e plek op de Belgische marathonranglijst van 2021. Daarbovenop won ik mijn eerste wedstrijd van het kakelverse jaar en knalde ook Roos naar een podiumplek. Ik denk nog vaak aan dat zonovergoten Rotterdam, een magische en snelle dag waarop ik eens te meer besefte dat marathons lopen mijn tweede natuur is. Gelukkig loert het volgende marathonavontuur al om de hoek. Sowieso stemmen mijn sportieve plannen voor het voorjaar van 2022 me hoopvol. Ik zou het zelfs een klassiek voorjaar durven noemen met enkele vaste waarden die voor de stabiliteit zorgen, een tripje naar Parijs en een grensverleggend zussenavontuur.

Flashback naar vorige zondag. Roos en ik zakken af naar Holsbeek voor de Naturarun. We kozen resoluut voor de langste afstand van 21 kilometer. Een halve marathon in de vorm van een bosloop dus, al was er weinig tijd om van de natuur te genieten. Na 8 kilometer was ik al aan het sakkeren op het vele klim- en klauterwerk. Ik snakte naar wat vlakkere stukken om tempo te maken (om die reden moet je niet deelnemen aan een off-road wedstrijd, duh). Onderweg kon ik het nauwelijks geloven, maar ik liep dus wel degelijk als eerste vrouw over de streep. De eerste echte zege die ik op mijn palmares kan schrijven. Het feestje werd nog mooier toen Roos als derde over de finish kwam en ons eerste zussenpodium werkelijkheid werd. En er was nóg een reden om goedgemutst huiswaarts te trekken. We leerden namelijk Sam kennen, een oud-leerling van onze school die bij toeval op mijn blog stuitte toen hij op zoek was naar marathonverhalen. Sam heeft niet alleen een warme persoonlijkheid, maar is ook een supergetalenteerde loper die bij zijn marathondebuut (in barre omstandigheden) meteen een 3u01 liet optekenen. Bashir mag dus op beide oren slapen: de opvolging is verzekerd.

Het voorjaar van 2021 zou ik karig noemen. In mei liep ik 51 kilometer in heel goed gezelschap, maar verder moet ik hard nadenken om herinneringen op te halen aan die periode. Hoewel ik sportief niet stil zat, bevond ik me toch in een soort van voorjaarsslaap. Bij nader inzien miste ik de competitieprikkels best hard. Het doet me dan ook oprecht plezier dat de kalender van 2022 zo rijkelijk gevuld is. Een groot piekmoment wordt de marathon van Parijs op 3 april waar ik een paar minuten van mijn PR hoop te kunnen prutsen. Ook Roos gaat in Parijs op jacht naar een nieuwe recordtijd op de marathon. Ik heb er alle vertrouwen in dat ze haar tijd van oktober 2019 zal verbeteren. Kortom, aan strijdvaardigheid en ambitie geen gebrek. Het toeval wil trouwens dat ook Sam in Parijs aan de start zal staan. Hij vertrekt voor een sub-3, of wat had je gedacht?

Voor de vaste waarden op onze loopagenda zakken we op 13 maart (hopelijk) af naar Den Haag voor de CPC Loop, waar ik mijn PR op de halve zou willen scherper stellen door onder de 1u30 te duiken. 3 weken voor de marathon is een halve marathon de ideale vormmeter. In april is het traditiegetrouw tijd voor de 10 Miles en in mei is de 20 km van Brussel aan de beurt. Tussendoor hopen we wat stratenlopen mee te pikken. Ik word die platgetreden wedstrijden niet beu. Sterker nog, ik ga ze juist meer waarderen. De asfaltvreter in mij komt altijd aan zijn trekken in een stadse omgeving met ambiance en ik hou van het hele onderweg zijn en de beleving die zo’n evenement biedt. Of ik in Antwerpen of Brussel mijn toptijden van het najaar kan verbeteren, dat betwijfel ik. De omstandigheden waren toen ideaal omdat ik beide wedstrijden met uitgeruste zomerbenen kon aanvatten en ook het weer redelijk perfect te noemen was. In het verleden vergaloppeerde ik me al eens in mijn ambitie om steeds beter te willen doen. Ik doe heel hard mijn best om me niet weer aan die steen te stoten.

In juli staat er heel andere koek op het programma. Dan gaan Roos en ik samen op avontuur in Houffalize. We tekenen daar present voor de langste afstand van de La Chouffe trail, goed voor 68 kilometer “loopplezier”. Jawel, een dagtocht vermomd als loopwedstrijd die we zij aan zij willen beleven. Het zal veel pijn doen, dat weet ik nu al. Ik ga sakkeren en afzien, mezelf vervloeken om die crazy ideeën die ik al eens heb. Het is een heel goede reden om samen veel trainingen af te haspelen én te investeren in een degelijke trailrugzak (en een voorraad insectenspray). Ik loop graag trails voor het avontuur en de afwisseling, maar een berggeit zal ik nooit worden. Net zoals ik eigenlijk echt niet graag in de modder fiets.

Voor alle duidelijkheid: dat ik hier niet over fietsen praat, betekent niet dat ik Juan aan de haak heb gehangen. Ik fiets nog vaak en veel, naar school en terug, maar ook voor het plezier in het weekend. Als loper voelt het echter eens zo comfortabel om me de komende maanden voornamelijk op lopen te focussen. Fietsen is voor mij pure ontspanning als het een extraatje is zonder verwachtingen. We zullen in familiale kring trouwens ook een niet-sportief hoogtepunt beleven dit voorjaar. Onze zus Marike zal over een maand een broertje voor Leah op de wereld zetten. Ik word dus weer tante, Seppe weer nonkel en Roos wordt voor het eerst meter. Over feestvreugde gesproken!

De race – Rotterdam Marathon oktober 2021

  • De cijfers: mijn lucky number marathon 13 liep ik in een nieuwe recordtijd van 3:07:43, goed voor een 31e plaats en een 10e plaats in mijn leeftijdscategorie
  • De voorbereiding: daar valt weinig noemenswaardig over te vertellen, behalve dat ik mezelf in augustus helemaal terugvond als sporter, al kan ik er niet precies de vinger op leggen hoe dat zo gekomen is
  • De race: INTENS!
  • De herinnering: de 40e editie van #demooiste was niet mijn perfecte marathon, maar wel een dag waarop alles in z’n plooi viel dankzij de eindeloze aanmoedigingenstroom, het ideale loopweer en de beste entourage

Wat vooraf ging
De aanloop naar deze marathon duurde 1 jaar en 9 maanden met daarin vervat een wereldwijde gezondheidscrisis, een lockdown en wat light-versies, een quarantaine, twee ultralopen van 50 kilometer, een marathon op eigen initiatief en twee vaccinaties. Door die omstandigheden was ik de afgelopen zomervakantie niet gebrand op de marathon. In juli ondernam ik verwoede pogingen om van de vakantie te genieten, met wisselend succes. Tot mijn nieuwe Garmin de katalysator was van een sportieve renaissance. Samen met Roos herontdekte ik de klassiekers: stratenlopen, grotere loopevenementen, samen op pad zijn, doelen stellen en hard gaan! Ik liep tijden waar ik van ging blozen. De dag voor mijn 36e verjaardag werd die Rotterdam marathon plots een heel concreet en belangrijk doel: op 24 oktober moest dat PR eraan geloven. Voor het marathonweekend reed ik op zaterdagochtend met Roos en mama naar Den Haag. Een zoveelste “eindelijk”: een blij weerzien met onze familie aldaar en met de stad.

IMG_6623b

Vlak voor de start
We vertrekken zondag om 7u in Den Haag. Om de trein naar Rotterdam te halen, moeten we een sprintje trekken op de fiets en lopend naar het perron. Als we met z’n drieën zitten uit te hijgen (en zweten) is daar het besef dat het nu echt gaat gebeuren. In Rotterdam is het nog opvallend rustig. Roos en mama gaan de metrohalte verkennen en nadien wandelen we samen richting startzone. We zijn zo goed op tijd dat de dixi’s nog ongebruikt zijn. Count your blessings. Wat een plaatje is de haven van Rotterdam trouwens! Om 9u30 sta ik vooraan in startvak 1 met zicht op de Erasmusbrug. Ondanks de kou probeer ik vooral het moment vast te houden. Gaat het nu écht gebeuren?

VPMJ6697

JNYG0108

De race
Als ik begin te lopen weet ik nog altijd niet aan welk tempo ik dat moet of zal doen. Tegen Roos had ik gezegd dat ik onder de 4’30” wilde blijven met een eindtijd van sub 3u15. Stiekem wilde ik eerder rond de 4’25” blijven om dan onder de 3u10 te kunnen duiken. Ambitieus, maar haalbaar: daar hou ik van. In 2016 liep ik de Rotterdam Marathon in vaderlijk gezelschap. Net zoals toen zijn de eerste kilometers druk. Het houdt me niet tegen om aan een rotvaart te vertrekken waardoor ik niet opmerk dat de iconische Erasmusbrug niet vlak is. Twee uur later zal ik dat wél ervaren. De eerste kilometers schieten voorbij. Ik blijf ontspannen lopen, ruim onder de 4’20” met een heel acceptabele hartslag en ik zie dus geen reden om me in te houden. Ik voel me best naïef. Onverschrokken dender ik op het marathonbeest af alsof dit een gewone duurloop op zondag is. Ik ben niet bezig met tussentijden, mijn race bestaat niet uit strak getimede blokken van 5 kilometer. Om mijn doel te bereiken heb ik een belachelijk simpel plan: blijven lopen.

IMG_6638b

Rond kilometer 10 ontmoet ik Dennis die naast me loopt en opmerkt dat ik wel heel veel aanmoedigingen krijg. Ik verzeker hem dat ik maar twee supporters ter plaatse heb, maar dat ik die vaak zal zien. Als vrouw op die plek in de race val ik inderdaad wel op en kan ik op extra sympathie rekenen. Yeah, daar loopt Joke met haar squad mannen om zich heen. Dennis uit Bergen-Op-Zoom is niet alleen sympathiek, ook zijn tred lijkt helemaal afgestemd te zijn op de mijne. Zijn doel is sub 3u15 lopen, ik zeg heel stoer dat ik voor de sub 3u10 ga. Dennis en ik zullen elkaar de komende twee uur gezelschap houden, zij aan zij, alsof we elkaar al jaren kennen. Rond kilometer 13 (dit kan geen toeval zijn) zie ik Roos en mama voor het eerst. Ze geven me vleugels! Bij een eerste U-turn constateer ik dat we nog ruim voor de pacers van 3u10 lopen. So far, so good.

De ambiance langs het parcours is ongezien. Rotterdam, en bij uitbreiding heel Nederland, lijkt massaal op post te staan om de stroom lopers naar de finish te schreeuwen. Hoe saai de omgeving soms ook mag zijn, er is werkelijk geen straat waar niemand te bespeuren is. Overal staan supporters die begrepen hebben wat aanmoedigen betekent. Hun complimenten en peptalk komen recht uit het hart. Ongelooflijk wat een sfeer! Daarbij zijn ook de weersomstandigheden ideaal. Ik blijf verbazingwekkend ontspannen lopen. Na 18 kilometer ben ik me nog steeds niet ten volle bewust van mijn tussentijden. Ik lever geen veldslag elke 5 kilometer. Ik ben niet in aanvalsmodus. Wel kijk ik uit naar het halfway point omdat ik daar een nieuw PR op de halve marathon zal neerzetten. Jawel, ik loop mijn eerste marathonhelft in 1:30:26 en verbeter daarmee mijn zwaar bevochten tijd op de CPC van maart 2020 met ruim 3 minuten. Dit pakken ze me niet meer af, maar het is niet waarom ik naar Rotterdam gekomen ben.

IMG_6642b

Ik blijf zorgeloos lopen. Ik denk niet aan de pijn die onvermijdelijk zal volgen, ik denk niet aan de mentale weerbaarheid die ik zal moeten tonen. Weet ik veel wat er nog zal gebeuren?! Voor we terug de Erasmusbrug over lopen, schieten me herinneringen van 2016 te binnen: ja, dit was toen ook een saai stuk en het is nog geen haar veranderd. 5 jaar geleden liep ik hier al met het mes tussen de tanden, nu loop ik gewoon. Naast Dennis dus. We spreken elkaar af en toe aan over iets dat we langs de kant van de weg zien. Dennis houdt een oog op de klok en verzekert met dat we helemaal op schema liggen voor die sub 3u10. Als we na 26 kilometer terug over de Erasmusbrug lopen, voel ik voor het eerst de kilometers en de verzuring. Au zeg, die brug is een venijnige kuitenbijter. Uitgerekend op de tonen van I Will Survive voel ik dat de fraîcheur weg is. Ik zeg tegen Dennis dat ik de inspanningen wel voel. Dat is toch niet meer dan normaal, zegt hij, het toont aan dat je een mens bent. En daar slaat hij de nagel op de kop.

Na 28 kilometer naderen we Rotterdam Blaak. Mijn kilometertijden schommelen nog steeds rond de 4’20”. Nu komt er een harde noot om te kraken. We lopen namelijk weg van de finish om een lus te maken rond de Kralingse Plas. Ik had Dennis al verteld hoe ik daar vijf jaar geleden zeven doden stierf in mijn vaders schaduw. Ik weet dus dat ik het hoofd koel moet houden, dat ik me niet mag laten kisten door die lus des doods. Ik bereid me voor op de mentale slag die ik zal moeten leveren. Ook de passage door de Boezemstraat herinner ik me nog levendig. Je kruist daar een kilometer lang lopers die de Kralingse Plas er al hebben opzitten. Waar wij aan kilometer 30 zitten, zijn zij al op kilometer 40. Gelukkig zijn de lopers aan de andere kant van de straat dun bezaaid. Voor ik het goed en wel zal beseffen, ben ik zelf die loper die zijn laatste kilometers mag afhaspelen. Hoofd omhoog, schouders recht en richting de eindeloze saaiheid van de verduivelde Kralingse Plas.

EVFA8150

Bij mijn vorige marathons had ik een patent op een lastig moment tussen kilometer 25 en 30. Daarna leefde ik, als bij wonder, telkens weer op. Vandaag niet, mijn benen worden strammer en strammer. Bashir Abdi heeft gelijk: de marathon begint op kilometer 30. Ik zeg tegen Dennis dat we er wel van moeten blijven genieten, al is dat niet wat ik op dat moment aan het doen ben. Met name mijn bovenbenen staan onder hoogspanning. Ik zeg tegen mezelf dat het sowieso beter zal gaan als ik op kilometer 35 ben (spoiler: dat zal niet gebeuren). Dennis spreekt me nog eens bemoedigend toe: wat er ook gebeurt, wij hebben ambitie getoond en daar moeten we trots op zijn. Ons breekpunt ligt pas op kilometer 43. Ik wil Dennis zo graag geloven. Mijn interne dialoog draait overuren: ik kan deze pijn aan, ik kom dit te boven, ik zal niet kopje onder gaan, ik moet en zal onder die 3u10 lopen. Ik kan helaas niet anders dan vaststellen dat mijn benenmachine niet meer gesmeerd loopt.

Rond kilometer 34 voel ik me enigszins opgelucht als we afdraaien en dus weer richting finish lopen. Het blijft bikkelen in mijn hoofd. Mijn kilometertijden zakken zienderogen en schommelen nu tussen de 4’30” en 4’40”. Van enige schwung of souplesse is geen sprake meer. Elke spiervezel tekent verzet aan tegen de inspanning die ik lever. Dennis lijkt minder last te hebben van de kilometers. Op kilometer 35 neemt hij wat meters op mij. Ik kan hem niet langer bijbenen, hij kijkt nog een paar keer om zich heen om te kijken of ik volg, maar helaas pindakaas: ik moet de rol lossen. Dennis is ribbedebie en ik zal de klus helemaal zelf moeten klaren. Als ik om me heen kijk, zie ik steeds vaker stappers en ook kotsers onder de lopers. Enerzijds voel ik mee met de ellende die zij ervaren, anderzijds probeer ik dankbaar te zijn dat ik nog niet zo ver heen ben. In mijn buik is het voor één keer opvallend rustig. Ik blijf mezelf moed inspreken. Dit doet pijn, maar ik moet blijven lopen! Mijn spieren zullen niet verkrampen! Na ruim 38 kilometer zie ik dat ik “nog maar” 2u50 gelopen heb. De sub 3u10 ligt dus binnen handbereik. Ik probeer er hier wel een boeiend verhaal van te maken, maar ik kan je vertellen dat de marathonheroïek op dat moment ver zoek was. Mijn benen zijn zo verzuurd dat mijn natuurlijk looppatroon erdoor belemmerd wordt. Ik voel me afwisselend een baksteen op pootjes, SpongeBob tussen de topatleten en een waggelende eend.

DSVY5991

Een kilometer bevat 1000 meter en heel veel stappen. Elke stap kost mij energie. Elke stap voel ik. Ik kijk uit naar de Boezemstraat en kilometer 40. De ambiance is er nog steeds top, al zie ik vooral sterretjes. De enige manier om verlost te worden van mijn ongemak is blijven lopen. Het moet. Lekker, Joke! Wat een toptijd, meisje! Hoedje af! Gaan, Joke! Lekker bezig zeg! Waar ik aanvankelijk vriendelijk glimlachte naar iedereen die mijn naam riep, heb ik nu de puf niet meer om mijn mondhoeken op te trekken. Het-gaat-niet-meer! En dan, een zoveelste “eindelijk”, de rechte lijn naar de finish. Een bijzonder lange lijn, het moet gezegd worden. De supporters zijn ongekend luid. Ik krijg nog een laatste aanmoediging van Roos en mama. Jajaja, het zit er echt bijna op. Mijn laatste pas over de mat is echt de laatste stap die ik kan zetten. Ik heb het gehaald! Ik mag stoppen met lopen! Ik kijk op mijn horloge en zie 3:07 staan. Wauw, die had ik niet zien aankomen. De strijd is gestreden, het PR is binnen. Wat een race!

Wat verderop in de finishzone staat mijn held Dennis me op te wachten. Ook hij verbeterde zijn PR (3u14) met een indrukwekkende 3:04:56. Chapeau! Hoewel ik echt trots ben op mijn race en het eindresultaat, voel ik ook een heel klein beetje ontgoocheling. Ik heb in de laatste kilometers te veel minuten naar mijn zin “verloren”. Dat kan een volgende keer beter, denk ik. Ik voel dat ik heel diep in mijn krachtenarsenaal heb moeten tasten. Ik wil uitschreeuwen dat ik het zo zwaar heb gehad. De hele wereld moet weten hoe pijnlijk deze marathon was. En toch kan ik ook niet anders dan onnozel lachen: ik heb het verdorie geflikt.

LAXS3776

De conclusie
In april 2016 liep ik in Rotterdam mijn derde marathon in 3u27, mijn eerste sub 3u30. 5 jaar en 10 marathons later bleek Rotterdam wederom grensverleggend te zijn. Ik liep mijn PR van de tabellen met 14 minuten. Toen dan ook nog bleek dat ik als 31e vrouw finishte bij een marathon van topniveau, kon ik mijn prestatie nog meer naar waarde schatten. Ik had dit echt nooit voor mogelijk gehouden. Uiteindelijk ben ik ook maar een dromer die zeven jaar geleden voor het eerst 20 kilometer liep. Juist mijn naïeve ingesteldheid, alsof ik een eerste marathon liep, is mijn redding geweest. Ik liep onbekommerd en met heel veel plezier. Ja, ik ben daardoor ook wat te hard van stapel gelopen, ik had het anders kunnen aanpakken, maar dat neem ik mee naar de volgende. De Rotterdam Marathon gaf mij alles wat ik van een marathon verwacht: een groot loopfeest dat tegelijkertijd een zwaar bevochten strijd is. Het is trouwens echt waar wat ze zeggen: de sfeer in Rotterdam is ongezien. Dit heb je niet in Parijs, ook niet in Brussel, zeker niet in Amsterdam. Kortom, een marathon die elke marathonloper eens gelopen moet hebben (en dat zeg ik niet snel). Heel veel hartjes en kussende emoji’s voor Rotterdam!

IPZO4210

Enkele weetjes

  • Ik vind Rotterdam een prachtige stad, maar hoe vreemd zit die eigenlijk in elkaar? Ik kan het geheel nog steeds niet vatten (ook al heb ik dat uitgebreid op kaart bestudeerd).
  • Joke is een heel goede roepnaam in Nederland: twee lettergrepen waar je veel emotie en kracht in kwijt kan. Ik liep een paar kilometer met een Saskia in de buurt en dat roept opvallend lastiger.
  • Op de marathon expo kocht ik nieuwe sokken van Incylence die perfect pasten bij mijn Zoom Fly’s (de betaalbare versie van Nikes snelle schoenen) en die ik dus ook droeg tijdens de marathon.
  • Ik nam tijdens deze marathon slechts drie sportgels in: op kilometer 8, 16 en 25. Verder dronk ik enkel water aan de bevoorradingsposten. In principe is dat te weinig, maar dit werkt voor mij het beste om mijn maag-darmstelsel koest te houden.
  • Naast drankposten waren er ook sponzenposten “ter verfrissing”. Ik nam altijd een spons om mijn handen proper te maken, maar ik vraag me af welke gek een spons over z’n hoofd heeft uitgeknepen.
  • Roos en mama slaagden erin om mij 5x op het parcours te zien. Wat een prestatie!
  • Bashir Abdi knalde in 2:03:36 naar een nieuw Europees record. Ik zag hem helaas zelf niet. Roos en mama konden hem meermaals aanmoedigen, zowel op weg naar de start als tijdens de race. Bashir had al een bijzonder plekje in ons hart, nu hebben we er definitief een idool bij.

IMG_6621b

Het moment – Een PR op de marathon in Rotterdam

Op zondag 24 oktober 2021 schijnt de zon in Rotterdam. Ruim 12.000 lopers staan aan de start van wat hun dag zal worden. Ein-de-lijk. Helemaal vooraan staat bronzen Bashir Abdi die als topfavoriet met ambitie het Europees record op zijn naam wil schrijven. In datzelfde startvak sta ik een meter of 8 achter hem. Ik zie Bashir niet, helaas. Ik probeer me wel voor te stellen wat er door zijn hoofd flitst. Wat is zijn plan? Waar hoopt hij op? Mijn handen zijn verkleumd, ik voel mijn voeten niet meer, ik ben geen brons waard, maar ik ben wel een vrouw met ambitie: mijn record van 2017 aan flarden lopen. Dit is mijn 13e marathon en vandaag zal het gebeuren. Het startschot weerklinkt en daar gaan we dan over de Erasmusbrug. De zon zal blijven schijnen.

Ik loop en blijf lopen. 187 minuten lang schieten mijn gedachten alle kanten op. Puur loopgeluk. Vertrouwen op de ervaring. Met de moed der wanhoop. Hoofd recht en blijven gaan. Voetje voor voetje. Blijven ademen. Kijk naar je horloge. Kijk niet naar je horloge. Ongekende verzuring. Een grijns op mijn smoel die schippert tussen een glimlach en een grimas. Benen van beton. Eindeloze aanmoedigingen. Een Say My Name van Florence die blijft duren. De Rotterdam Marathon was om heel veel redenen de meest intense marathon die ik ooit liep.

3 uur 7 minuten en 43 seconden heb ik nodig om de legendarische finish op de Coolsingel te bereiken. HET IS ME GELUKT! Ik loop mijn PR van de tabellen met maar liefst 14 minuten. De marathon was niet mals voor mij. Of misschien liep ik juist daarom wel de marathon van mijn leven. Als klap op de vuurpijl blijk ik als 31e vrouw gefinisht te zijn. 31 en 3u07. Ik begrijp wat die cijfers betekenen, maar ik begrijp niet dat ik dit gepresteerd heb.

Later deze week volgt een uitgebreid raceverslag. Ik moet alles wat laten bezinken. Reken maar dat ik nog heel veel woorden nodig heb om te vertellen over 36 uur in Nederland en die 3 uur en 7 minuten dat mijn marathon duurde. Voor nu wil ik jullie allemaal vanuit de grond van mijn hart bedanken voor de succeswensen, de aanmoedigingen, het meeleven, het enthousiasme ter plaatse en van overal. Ik kan het niet genoeg zeggen, maar dat zovelen dit met mij beleven, dat er zoveel mensen oprecht met mij begaan zijn en mijn dromen steunen, dat betekent heel veel voor mij.

Marathonpraat – Road to Rotterdam #3

Een online conversatie tussen Roos en mij:

Roos: Ben je er klaar voor?
Joke: Ik denk het wel, maar zo voelt het niet.
Roos: Dat is ook iets geks hè. Ik vraag me dan altijd af: hoe voelt dat, er klaar voor zijn? Je bent klaar om te rocken!
Joke: Ik voel me nu vooral dik en lui.
Roos: Ik heb een geluksbrenger voor je gemaakt.
Joke: Oh? Misschien voelt Bashir zich ook dik en lui.
Roos: Sowieso wel. Hopelijk kan hij deze keer beter slapen.

Plots is het moment dus echt bijna aangebroken: ik ga een marathon lopen die anderhalf jaar werd uitgesteld. De afgelopen week probeerde ik me op sportief vlak in te houden, maar rusten is relatief als je elke dag gaat werken. Nog steeds weet ik het antwoord niet op de vraag wanneer je er echt klaar voor bent. Misschien gewoon als je je die vraag begint te stellen, als lopen dus wordt vervangen door denken en de laatste voorbereidingen treffen. En daarbij: ook als je er niet klaar voor bent, dan zal je het er toch mee moeten doen. Rotterdam wacht niet. Niet nog eens.

Marathonpraat – Road to Rotterdam #2

Er was hier een losse draad blijven liggen. Af en toe struikelde ik erover en legde ik hem zorgvuldig opgerold weer weg in een lade met souvenirs van lang vervlogen tijden. Toen er nog marathons gelopen werden. In maart 2020 liep ik op een zondag koppig 30 kilometer als stil protest tegen een marathonluwe periode waarvan ik nog niet besefte hoe lang ze zou aanhouden. Er was een lockdown afgekondigd. Dat klonk als een donderwolk die ons boven het hoofd hing: pittig, intens en afschrikwekkend, maar ook weer snel voorbij. Niet dus. De marathon van Rotterdam werd eerst nog optimistisch verplaatst naar het najaar van 2020 om uiteindelijk te stranden in oktober 2021. Tot een paar weken geleden leek ook dat me niet realistisch. Met mijn sceptische houding wilde ik mezelf behoeden voor een zoveelste jammer, maar helaas. Ahmed Aboutaleb, burgemeester van Rotterdam, gaf echter groen licht voor de organisatie van #demooiste op zondag 24 oktober 2021. Zonder ongelukken sta ik over 20 dagen dus echt aan de start van mijn 13e marathon.

In augustus legde ik veel kwalitatieve loop- en fietskilometers af. Niet eens heel specifiek met die marathon voor ogen, wel omdat ik mezelf weer terugvond in de trainingsprikkels en wie weet wat dat najaar dan zou brengen. Ik liep duurlopen alsof het niks was en, nog belangrijker, ik genoot heel erg van die kilometers en de doorstart van mijn sportieve carrière. Ik bleek ook plots een pak rapper te lopen. Mijn toptijd op de 20 kilometer van Brussel was een eerste bekroning van die verrassende topvorm. Ik kan dus niet anders dan concluderen dat de Joke 13.0 er helemaal klaar voor is. De 13e versie van mezelf ja, want met elke marathon lijkt het toch alsof ik mezelf weer wat moet heruitvinden. 13 is trouwens mijn geluksgetal (wat moet je anders als je geboren wordt op een vrijdag de 13e?). Er hangt dus iets in de lucht.

Anderhalf jaar geleden wilde ik in Rotterdam simpelweg een goede marathon lopen. Over een tijd sprak ik me niet uit, voorzichtig als ik ben. Dat is nu anders. Ik ga over drie weken voor een PR op de marathon. Punt. Van Seppe leerde ik dat je je ambities beter kan uitspreken. Omdat je niet beter presteert door ze voor jezelf te houden en als het dan tegenzit, weet je omgeving ook dat ze hun peptalk zullen mogen bovenhalen. Mijn huidige PR dateert van april 2017. In Parijs had ik toen 3 uur, 21 minuten en 23 seconden nodig om over de finishlijn te lopen. Mijn gemiddelde snelheid bedroeg 4’45” per kilometer (12,5 km/u). Ook in oktober 2016 (Brussel) en april 2019 (Parijs) liep ik marathons met dat gemiddelde, alleen telden die net wat meer meters. Met mijn huidige vormpeil zou ik onder die 3u21 moeten kunnen duiken. Heel tegenstrijdig, want terwijl ik dit typ geloof ik zelf amper dat sub 3u15 een realistische ambitie is. Naast mijn vastberadenheid leeft namelijk een grote onzekerheid. Ik barst van de twijfels. Het zat niet in mijn planning om een verbetering van dat PR ooit nog als keihard doel te stellen. Ik wilde tevreden zijn met wat ik heb en heb gehad, me niet blindstaren op wat zou kunnen zijn. En misschien zou ik dan op een dag, als alles in de juiste plooit valt, nog een paar minuten van die tijd kunnen afpitsen. Omdat ik weinig ervaring heb met de tempo’s die ik nu loop lijkt mijn basis minder solide. Het voelt alsof ik iets nieuws moet gaan verankeren, alsof ik terug een eerste marathon ga lopen. Spanning troef dus.

FGDA5532

[Leeswaarschuwing: in deze alinea gebruik ik heel vaak het woord “regen”.] Om de losse draad écht op te pikken liep ik, inmiddels traditiegetrouw, mijn 30 kilometer van bij Roos in Rotselaar naar Marike in Voortkapel. Ik hoop dat er dagen zijn dat het best leuk is om mijn zus te zijn. Ik weet dat er ook dagen zijn dat de mantel der zussenliefde maar beter uit hoogwaardig regenbestendig materiaal vervaardigd kan zijn. Gisteren was zo’n dag. Wat een ellendig regenweer was me dat zeg! Een eerste dosis regen kreeg ik toegediend op de fiets onderweg naar Roos. Ik trok een loopoutfit aan en Roos wapende zich voor de strijd met regenponcho, regenjas, regenlaarzen en regenbroek om mij uiteindelijk 2 uur en 19 minuten lang op de fiets door de gietende regen te vergezellen. Van lopen in de regen word je doorweekt en dat is het dan. Fietsen in de regen daarentegen, dat is dubbele ellende. Bij deze dus nogmaals: dank je wel, lieve sisjes, voor het gezelschap onderweg en de warme ontvangst nadien. Ik had drie goede redenen om mezelf door de regen te jagen en mijn zussen in dat plan te betrekken. 1) Je kan maar beter af en toe trainen in lastige omstandigheden 2) Ik kon die 30 kilometer niet op een ander moment afhaspelen en 3) Je kan ook zo’n miserabel weer hebben bij je marathon. Ik hoop wel oprecht dat #demooiste droger weer in petto heeft. Rotterdam, here we come! 

Loperspraat – De kunst van het supporteren

Voeg een “up” toe aan sporter en je krijgt een supporter met de belangrijke taak om de sporter “op” te trekken en te ondersteunen waar nodig. In de familie Odeyn zijn er sporters en supporters volgens een wisselende rolverdeling. Ik ben oprecht graag supporter en bevoorrader, maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat er in mijn familie betere supporters zijn dan ikzelf. Het ontbreekt mij soms aan het geduld dat supporteren vergt. Ook verdraag ik de prikkels minder goed die als supporter continu op je worden afgevuurd. Als sporter heb je het eigenlijk gemakkelijker. Een marathon lopen is, op die dag zelf, een relatief eenvoudige missie. Je moet tijdig in je startvak staan en dan moet je gewoon lopen. Mijn supporters daarentegen kienen een ijzersterk plan uit dat onderhevig is aan een veelvoud van factoren.

Ik ben natuurlijk een verwend kind met zo’n sterk vrouwelijk team rond mij. Tijdens mijn marathons, maar zeker ook tijdens de Hel van Kasterlee, zijn mijn supporters rotsen in de branding, veilige bakens die uitgezet worden in een woelige zee. Op voorhand weet ik altijd wanneer ik hen zal zien. Omdat het contact zo vluchtig is, denk ik na over wat ik zal zeggen en welke indruk ik wil nalaten. Je wil eerlijk zijn als het lastig is, maar je wil ze ook niet ongerust maken. In een flits geven ze me energie om door te gaan. De nabespreking is ook essentieel. Dan leggen we als het ware een puzzel waarin alle ervaringen samenkomen. Alles samen wordt dat dan Het Verhaal van die marathon of ervaring. Mijn mama en zussen hebben het supporterschap tot een ware kunst verheven. Puur vakmanschap is het als ik hen bezig zie. Ze waren bereid om hun ervaringen te delen en jullie een inkijk te geven in hun supportersziel.

IMG_2257b
Bevoorraders, supporters en sporters in actie tijdens de La Chouffe trail 2018.

Marike: Ik herinner me nog heel goed mijn allereerste supporterservaring tijdens de eerste marathon van Joke en Roos in Leiden (mei 2015). Ons eerste bevoorradingspunt bevond zich op kilometer 10. Mama en ik waren heel zenuwachtig. We hadden alles goed voorbereid en we stonden daar hypergeconcentreerd uit schrik dat we onze lopers zouden missen. Toen ik mijn zussen dan eindelijk zag lopen kreeg ik echt een krop in mijn keel. Ik kon niet veel roepen, maar mama die begon als een gek te schreeuwen. Zelfs de mondige Nederlanders waren onder de indruk. Ik schaamde me toen wel een beetje, maar ik dacht: mijn zussen zijn wel een marathon aan het lopen! Bij papa zijn eerste marathon (september 2015) ging ik bevoorraden op de fiets. Ik reed toen verloren en moest echt de ziel uit mijn lijf fietsen om hem toch zijn drinkbus te kunnen geven. Ik dacht ook heel de tijd: waarom loopt die zo snel?! De dag eindigde met papa die naar huis reed terwijl mama en ik op de achterbank lagen te slapen.

Supporteren is zeker ook ontspannend. Je komt op mooie plaatsen en je maakt om die reden uitstappen met de familie. Omdat wij altijd schrik hebben om te laat op ons supporterspunt te staan, zijn we daar veel te vroeg, maar dan is er dus nog tijd om te chillen. Zeker als Roos voor de juist muziek zorgt. Een supporter moet zich tot in de puntjes hebben voorbereid en beschikt best ook over een goed oriëntatievermogen. Het is handig als je goed kan rekenen: tijden, afstanden, kilometers per uur of minuten per kilometer. Je moet die snelheden ook nog kunnen afstemmen op je eigen snelheid die soms afhankelijk is van het openbaar vervoer: een lastige wiskundige som! Omdat ik zelf heel snel koud heb, neem ik altijd heel veel kleren mee, want je kan natuurlijk niet zelf gaan klagen. Uiteindelijk is het de kunst om zoveel mogelijk supportersmomenten mee te pikken zonder het risico te nemen dat je een post mist, want dat is echt het ergste wat je kan overkomen.

WSAG3815
Ook voor supporteren geldt: jong geleerd is oud gedaan.

Mama: Mijn mooiste supportersherinnering was toen Seppe wereldkampioen duatlon werd in Zofingen (september 2016). Echt heel bijzonder was het om daar bij te kunnen zijn. Het belangrijkste voor een supporter en bevoorrader vind ik parcourskennis. Je mag niets aan het toeval overlaten. Desnoods sta je een uur op voorhand klaar met de drinkbus in de hand. Je moet echt op alles voorbereid zijn. Het allerergste wat je kan overkomen is dat je sporter iets vraagt (drank, eten of medicatie) en dat je dat niet op zak zou hebben. Je hebt best een luide en herkenbare stem waarmee je de naam van de sporter hard roept, gewoon enkel de naam volstaat. Ik vind het belangrijk om ook voor andere deelnemers te supporteren. Soms kunnen die echt smachtend kijken om een aanmoediging te ontvangen. Raad of commentaar geven is ten strengste verboden. Je mag je sporter nooit onderschatten. Je berichtgeving aan haar of hem moet altijd positief zijn. Het verhaal van de sporter krijgt altijd voorrang. Je mag niet zelf klagen over je kleine ongemakken. Achteraf is het dan wel heel belangrijk om straffe verhalen te vertellen. Supporteren is doodvermoeiend, maar ik geniet er heel hard van. Het is echt een adrenalineshot voor mij.

IMG_0204b
Papa in actie als supporter met de basis supportershouding: gefocust applaudisserend voor iedereen.

Roos: De mooiste supportersherinneringen heb ik aan de Hel van Kasterlee. Dat is supporteren, genieten en vieren op alle niveaus. Eén groot feest. Het is uniek dat er zoveel familieleden meedoen. Ook de eerste ultratrail die Joke en papa liepen in Houffalize zal ik niet snel vergeten omdat het de eerste keer een trail was, daarbij dan dat parcours, hun prestatie, heel dat weekend en die omgeving. Magisch. Supporters zijn van onschatbare waarde, zeker bij grotere prestaties. Die taak moet je dan ook ernstig nemen. Toch is het belangrijk om te werken aan je eigen supportersbeleving: jezelf voorzien van koffie, koeken en alles waar je zin in hebt eigenlijk. Je moet je ook verheugen op het event en dat delen met de sporters. Supporteren doe je best in duo’s. Teams van twee personen die contact houden met elkaar werkt heel goed. Op voorhand moet je dan ook een goede taakverdeling maken. 

Een supporter moet voorbereid zijn op alle vlakken. Je eigen plan van die dag moet glashelder in je hoofd zitten. Je moet voorbereid zijn op alle mogelijke scenario’s en hierop kunnen anticiperen. Ook ben je maar beter behendig met de gsm om de andere supporters of het thuisfront snel en efficiënt op de hoogte te brengen van de recentste ontwikkelingen. Je maakt natuurlijk ook foto’s van sporters en supporters. Een goede supporter heeft inzicht in het kunnen van de atleet en eventueel kennis van de tegenstander als het echt een competitie is. Je moet weten wat de pijnpunten zullen zijn bij de prestatie: wat zijn de moeilijke momenten en hoe gaat mijn atleet hiermee om? Tot slot heb je een portie stalen zenuwen nodig en een overdosis enthousiasme en bewondering voor wat de atleet presteert, ongeacht het resultaat.

IMG_2080b

Supporteren kan je leren: het is een vorm van overgave, adrenaline en meegaan op de flow. Je mag niet alleen voor je eigen atleet supporteren, maar je moet enthousiasme tonen voor het event, andere deelnemers en de hele organisatie. Sta daar dus niet als een idioot met je gsm in de aanslag in de verte te turen met enkel oog voor jouw atleet. Als die nadert, dan ga je zoveel mogelijk lawaai maken, extra lawaai. Dat gaat in fasen: eerst joelen wanneer je haar of hem in je vizier hebt, dan focus je weer op de taak als zij of hij je nadert, je tracht iets te zeggen (soms kan iets vragen ook) en je joelt weer na. Zorg dat iedereen rondom jou doorheeft dat dat JOUW sporter was en dat je daar fier op bent. De sporter heeft maar één taak: het beste uit zichzelf halen. Nadien is die wel lichtjes verplicht om te laten voelen hoe belangrijk de supporters waren tijdens de prestatie. Het eindeloos napraten over de ervaring en de indrukken die je opdeed maakt het nagenieten ook zo mooi voor alle partijen.

Wat ik zal onthouden van de 32e Olympiade

Mijn vroegste herinneringen aan de Olympische Spelen gaan terug naar Atlanta 1996. Samen met mijn broer volgde ik het hele gebeuren op de voet (in de mate van het mogelijke als je een kind van 10 bent in pre-internettijden). Op school hielden we ook Olympische Spelen en zowel Seppe als ik behaalde drie medailles op loopnummers. Niet dat er toen in mij een vlam werd ontstoken om loper te worden, laat staan aan wedstrijden deel te nemen. De Echte Spelen hielden ons stevig in hun greep. Ze brachten iets teweeg, heel België leek dag en nacht bezig te zijn met de sportieve vertegenwoordigers van onze natie. Medaillewinnaars waren prompt nationale helden: gouden Fredje Deburghgraeve om er maar één te noemen. 25 jaar later zijn de Olympics merktekens in mijn leven geworden. Van elke Olympiade weet ik nog waar ik toen woonde en wat er zoal speelde in mijn leven. Sport is emotie, dat bleef echter onveranderd. Ook de afgelopen weken leefde ik intens mee: met de verhalen die elke atleet herbergt, met de kroppen in de keel, de ingehouden dan wel losgelaten tranen, met de beteuterde blikken en glimmende koppen van trots. Dit is een greep uit wat mij zal bijblijven van Tokyo 2020.

  • Oud-leerling Thibaut Vervoort die met zijn teamgenoten het flitsende 3×3 basket introduceerde en mij ook de term buzzer beater leerde kennen.
  • De Belgian Cats en de Red Lions die toonden wat de chemie van ploegsport is.
  • De tranen van Mieke Gorissen, een 38-jarige leerkracht én marathonloopster die in alle hevigheid ervoer wat het betekent om Olympiër te zijn.
  • De vlotte en oprechte babbels van 400 meter loper en Belgian Tornado Jonathan Sacoor.
  • Mijn kinesitherapeut Kathelijn die deel uitmaakt van het Belgisch team en hoe ze haar handen vol had met hamstringblessures.
  • Het vestimentaire statement van de Duitse turnsters.
  • De droge Sorry die Wout Van Aert tweette op de afknapper van formaat die zijn zilveren medaille volgens Hans Vandeweghe was.
  • De pijn en waaghalzerij die sport is: keihard op je rug op de tatami landen, rond een brug zwieren of vallen, van rotsen of een ramp springen met een fiets dan wel een skateboard.
  • De aandacht voor mentaal welzijn die deze Spelen ein-de-lijk leken te genereren en het besef dat achter elke atleet een mens schuilgaat.
  • De uitzinnige vreugde van hoogspringer Gianmarco Tamberi na zijn gedeelde gouden medaille. 2021 is het jaar van Italië.
  • Adrie van der Poel die zijn zoon liefkozend Matje noemt.
  • De pijnlijke uitschuivers en misplaatste uitspraken van sommige commentatoren. Dat ze alsjeblieft ook het woord falen eens uit hun vocabulaire schrappen!
  • De magie van de atletiekpiste: van de aflossingsnummers tot het wereldrecord op het hink-stap-springen en alle prestaties van de Belgen.
  • Onze Bronzen Bashir op de marathon en het broederschap dat hij deelt met Abdi Nageeye, Koen Naert, Eliud Kipchoge en Mo Farrah.
  • Dat Tokyo 2020 doorging in 2021 en dat we dus maar drie jaar moeten wachten tot Parijs!