De gedachte – Mijn voedingsprincipes

Het kookboek staat nog steeds aan het roer van de boekenmarkt. Aan zowat elk groente is een boek gewijd, net zoals aan specifiek kookgerei. Vergeet de ovenschotel, het is nu de bokaal – ofte jar – die het mooie weer maakt in de keuken. Schrijven over eten is hip, je eten fotograferen is de normaalste zaak van de wereld, die foto’s delen ook. Kookboeken zijn vaak inspirerend en vervlochten met een specifieke levensstijl. Langs de andere kant moeten we heel veel tegenwoordig. Gezond zijn bijvoorbeeld en gezond eten dus. Sommige kookboeken lijken bijbels te zijn van een uitgedokterde voedingsreligie. Dat is jammer, want zo lijkt het alsof je je moet beperken tot een bepaalde voedingsleer. Kiezen is verliezen, geldt zeker op gastronomisch gebied. Mijn voedingsgewoontes veranderden de afgelopen jaren toen ik steeds meer begon te sporten. Soms sloeg de slinger te ver door. Ik concludeerde dat ik daar niet gelukkig van werd en dat het leven te kort is om honger te lijden. Daarom stel ik jullie met de nodige nuchterheid en geheel vrijblijvend mijn persoonlijke voedingsprincipes voor.

  1. Koolhydraten zijn niet des duivels (en koffie ook niet)
    Variatie is het sleutelwoord van een gezonde voedingsstijl. Daarom zal ik nooit een bepaalde voedingsgroep volledig uitsluiten. Koolhydraatarm eten is tegenwoordig in. Ik begrijp dat niet zo goed. Vetten, suikers en koolhydraten zijn net zo goed essentiële voedingsstoffen als vitaminen en proteïnen. De verhoudingen moeten kloppen. En hoewel elke dag twee liter koffie drinken wellicht iets te veel van het goede is, maakt dat van een koffiedrinker nog geen drugsverslaafde.
  2. Elk lichaam is anders
    Uit Het sportkookboek van diëtiste Stephanie Scheirlynck leerde ik dat er verschillende lichaamstypes bestaan. Kort gezegd maakt de ene mens gemakkelijk spieren aan, slaat de ander makkelijker vet op en blijft nog een andere slank ongeacht wat hij erdoor jaagt. Als die drie types identiek hetzelfde zouden eten, zouden ze er nog steeds verschillend uitzien. Dat impliceert ook dat slank zijn, niet per se gelijk staat aan gezond zijn. Als sporter is het de kunst om het maximale uit jouw lichaam te halen. Het heeft dan weinig zin om je blind te staren op een bepaald gewicht.
  3. Denk niet in termen van “zondigen”
    Het is vaste koek bij elk dieet: eenmaal per week mag je zondigen. Ik vind dat een heel triestig idee. Je zit een week hongerig op je tandvlees, mag jezelf sussen met de saaiste koek van het schap en als je dan één keer echt iets mag eten wat je heel lekker vindt, dan heet dat een zonde. Probeer er dan maar eens onbeschaamd van te genieten. Als ik elke dag zou eten alsof het mijn laatste dag is, dan zou ik altijd taart eten. Dat is niet zo verstandig en die taart zou me niet meer zo goed smaken. Taart als zondig beschouwen, is een brug te ver. Nooit taart eten, dat is pas een zonde.
  4. Calorieën tellen maakt je ongelukkig
    De Amerikaanse top marathonloopster Shalane Flanagan legt in Run Fast. Eat Slow. uit dat je je niet moet focussen op calorieën, maar moet kiezen voor indulgence food. Kies dus voor voedzame producten die je een voldaan gevoel geven, zodat je je lichaam voedt en niet louter vult. Minder calorierijke light-producten zijn niet per se gezonder dan de volle variant. Wegen, meten en tellen maakt vaker ongelukkig dan dat het iets bijbrengt. Het exacte aantal calorieën dat een product bevat, is namelijk geen exacte wetenschap, laat staan hoe jouw individuele lichaam dat verbrandt. Gebruik calorieën desnoods als een leidraad, maar vertrouw op je gevoel en eet dus gewoon kaas en Griekse yoghurt.
  5. Negeer de Nutri-Score
    Op diverse producten kan je een Nutri-Score terugvinden die je met een cijfer van A tot E aangeeft hoe gezond een product is. Het zou aangetoond zijn dat dit label daadwerkelijk aanzet tot gezondere voedingskeuzes. Ik heb daar ernstige twijfels bij. De Nutri-Score is eerder een calorie-index. Alles wat hoog is in calorieën scoort automatisch laag. Zo creëer je absurde situaties waarbij olijfolie, volle yoghurt, kaas en gerookte zalm als ongezond worden bestempeld en diepvriesfrieten, kant- en klare maaltijden en hamburgerbroodjes zogenaamd gezonde alternatieven zijn. Het moet echt niet gekker worden.

Omdat ik én veel sport én geen vlees eet, word ik vaak in het hokje van de gezondheidsfreaks geplaatst. Ik vind gezond eten belangrijk, maar je gezond verstand gebruiken en bewuste keuzes maken belangrijker. Gezond eten is voor mij geen doel op zich. Net zoals ik niet alleen loop om marathons te kunnen lopen. Ik vraag behoorlijk wat van mijn lichaam en dus moet ik dat goed verzorgen. Daarom zal ik altijd tijd maken om te koken en te eten. Ik eet veel groenten en fruit omdat ik dat lekker vind, niet omdat het moet. Ik eet niet alleen maar groenten en fruit omdat andere dingen ook lekker zijn en mijn lichaam meer nodig heeft dan dat om goed te kunnen functioneren. Je hebt slechts één lichaam om je leven mee te leven. Laat ieder voor zich beslissen wat en hoe die eet. Ja, ik beken dus: ik eet behoorlijk gezond, maar ik eet vooral heel erg graag.

De gedachte – Over gezond zijn

Het is een huizenhoog cliché dat met stip op nummer één prijkt op het lijstje met nieuwjaarswensen: een goede gezondheid, want dat is toch het allerbelangrijkste? Jazeker. Een mens kan pas intense geluksmomenten, verrijkende ervaringen en sportieve successen beleven als het lichaam gezond is. Dat is althans wat we veronderstellen. Wie ongezond of ziek is, mag dan nog zoveel meevallers hebben: ze zullen niet onder de allesoverkoepelende noemer geluk vallen, want je kan er niet van genieten. Met de veelgehoorde nieuwjaarswens wordt in de eerste plaats bedoeld dat je in het nieuwe jaar niet te veel dagen in bed gekluisterd zal moeten doorbrengen en dat je vooral gespaard mag blijven van een ernstige ziekte. Gezondheid omvat echter meer dan niet ziek zijn. De vraag rijst dan ook in welke mate een goede gezondheid maakbaar is en of die ook effectief bijdraagt aan ons geluksgevoel.

Wat betreft het lichamelijke aspect zijn er de nodige medische parameters om na te gaan of iemand gezond is. Iemand die fysiek gezond verklaard wordt, voelt zich daarom nog niet goed in zijn vel. Een goede geestelijke gezondheid is moeilijker te definiëren. Aan welke voorwaarden moet voldaan worden opdat een mens zich goed voelt? Het antwoord op die vraag zal individueel verschillen. Bovendien gaat het vaak over een gevoel waar je moeilijk de vinger op kan leggen. Denk je er te veel over na, dan kan het al vervlogen zijn. Zo kan iemand met een ongezonde levensstijl als een gelukkige mens sterven op een mooie leeftijd. Je kan met andere woorden ongezond, maar wel gelukkig zijn. Omgekeerd kan een fysiek gezonde persoon een ongelukkig leven leiden. Er bestaat een wisselwerking tussen de mentale en fysieke component, maar je goed voelen laat zich niet vangen in een formule.

Waar gezondheid vroeger werd gezien als iets wat je automatisch had als je niet ziek was, is werken aan een goede gezondheid tegenwoordig het ultieme streven. Hiervan getuigen, samen met de nieuwjaarswensen, de vele goede voornemens omtrent gezonder gaan leven. We lijken er nu van uit te gaan dat een gezonde levensstijl ons per definitie gelukkiger zal maken. Al te vaak maken we bovendien de denkfout dat gezondheid af te meten is aan sportieve prestaties die geleverd moeten worden met een slank lichaam. Er wordt verwacht dat je pogingen onderneemt om ’s middags een verantwoorde salade met avocado te eten in plaats van een eenvoudige boterham met kaas. In je voorraadkast verberg je beter de hagelslag door er quinoa, chiazaad en goji-bessen voor te plaatsen. Je hebt een stappenteller nodig om dagelijks voldoende te bewegen en o wee als je op een dag slechts 9.000 stappen aftikt in plaats van de vooropgestelde 10.000.

In zijn boek Ziek van gezondheid (2013) schetst gezondheidsfilosoof en ethicus Ignaas Devisch (Universiteit Gent) een onthutsend beeld van de toenemende medicalisering van onze maatschappij. We nemen met z’n allen steeds meer medicatie. Het aantal ziektes en stoornissen neemt in sneltreintempo toe. Volgens Devisch belijden we gezondheid als een orthodox geloof. Dit houdt in dat we gaan leven volgens de regels van een strenge gezondheidsreligie. Gezondheid is de norm, wie daar niet aan voldoet valt buiten de duidelijk gemarkeerde lijnen van de maatschappij. Slank zijn is een statussymbool waaruit blijkt dat je een gedisciplineerd en succesvol leven leidt. Het aantal gevallen van orthorexia nervosa neemt toe: een eetstoornis waarbij iemand geobsedeerd is door gezond eten. De slinger slaat met andere woorden te hard door, vooral bij de hoogopgeleide tweeverdieners in de stad. Gezondheid is niet langer een middel om doelen te kunnen bereiken, maar een doel op zich geworden.

Het slaat natuurlijk nergens op dat wie slank is, ook gezond is. Laat staan gelukkig. Elk lichaam is anders. Geluk en gezondheid druk je niet uit met een getal op de weegschaal. Ik ben de eerste om te roepen dat lichaamsbeweging deel uitmaakt van een gezonde levensstijl omdat ik zelf aan den lijve heb ondervonden wat het positieve effect is van een actieve ingesteldheid. Ik loop en beweeg omdat ik daar een gelukkigere mens van word. Dat betekent niet dat we allemaal marathons moeten lopen om gezond en goed bezig te zijn. Dat betekent ook niet dat ik altijd gelukkig ben. Ieder lichaam is anders en iedere persoon. Gelukkig maar. In de weg als loper die ik tot nu toe aflegde, trapte ik al meermaals in de valkuil van het gezonde leven en slanke lichaam als doel op zich. Ik werd daar nooit gelukkig van. Ondertussen besef ik dat wie veel van z’n lichaam vraagt er goed moet naar luisteren, al was het een goede vriend. Je moet lief zijn voor je lichaam en er zorg voor dragen, ongeacht wat je ermee doet. Je hebt er uiteindelijk maar één voor een heel leven. Ik vergaloppeerde me dus al eens in het gezonde en sportieve leven dat ik leid. Nooit omdat ik sport en gezondheid als een statussymbool beschouw, maar omdat het soms nu eenmaal verleidelijk is om te denken dat alles maakbaar is. Je hebt heel wat factoren zelf in de hand hebt om in een goede vorm te verkeren, maar er is ook een mysterieus ingrediënt wat maakt dat alle puzzelstukjes op hun plaats vallen en je simpelweg tevreden bent.

In clichés zit doorgaans een kern van waarheid. Laten we elkaar dus vooral een goede gezondheid blijven wensen zodat we de energie en zin hebben om onze dromen na te jagen en onze tijd naar eigen goeddunken plezierig in te vullen. Laten we vooral ons gezond verstand gebruiken om gezond te zijn.

P.S. Op de foto zien jullie een overheerlijke salade met knolselder, wortel, puntpaprika, bloemkool, veldsla en rode bietenhummus als finishing touch. Freekeh is trouwens het nieuwe quinoa. Getest en goedgekeurd!

Het gerief – Mijn marathon essentials

Ik ga naar de marathon en ik neem mee: een paar goed getrainde benen, een ijzersterke geest, mentale veerkracht, minstens twee familieleden, mijn marathongerief en een blik karakter. Geen marathon zonder mijn trouwe metgezellen. Ik ben het type mens dat graag op alles is voorbereid als ik de deur uitga. Of ik nu naar mijn werk vertrek of naar een marathon. Met als gevolg dat mijn sporttas al eens de neiging heeft om uit te puilen. Sommige van die vriendjes gaan al heel lang mee. Zie hier welke spullen zeker niet mogen ontbreken in mijn marathonuitzet.

Marathons lopen dat betekent gels slikken. Tijdens een marathon consumeer ik zo’n 7 à 8 Squeezy energy gels. Die waren van de partij vanaf marathon  n° 1 en bestaan in vier verschillende smaken: banaan, perzik-sinaasappel, citroen en framboos. De ene smaak steekt al sneller tegen dan de andere. Het dilemma dat zich dus telkens stelt is welke smaken ik moet meenemen voor onderweg. Je kan ze namelijk in gemixte samenstelling kopen of één doos van dezelfde variant. Citroen en framboos genieten mijn voorkeur, maar variatie is niet onbelangrijk. Banaan vind ik het minst te pruimen. Daarom hebben Roos en ik als gewoonte om een banaantje weg te werken in het startvak, dan steekt dat het minst tegen. Nadien beslist het lot welke gel ik tevoorschijn tover uit mijn sportieve voorraadkast: zijnde de Nathan Triangle drinkgordel. Een trouwe kameraad die me ook al vergezeld van bij het prille marathonbegin. Ik liep vijf marathons met de blauwe versie en kocht toen de zwarte. Matching outfits, matching marathons: zoiets? In het ritszakje kan ik zo’n 8 gels proppen. De drinkbushouder met elastiek is de koelkast van de marathonkeuken en biedt plaats aan een 0,5 liter flesje met sportdop: water met daarin High5 koolhydratendrank opgelost. Vooral te drinken als je juist geen dorst hebt: een flesje per uur. Geen haute cuisine, maar noodzakelijke brandstof voor het lichaam.

In de categorie verzorging neem ik altijd vaseline mee om plaatsen waar veel wrijving ontstaat (lees: ondergoed en hartslagband) voor de race te voorzien van een royale laag smeersel. Voor zij die te koppig of trots zijn om vaseline te gebruiken, kan ik Flamigel of Flaminal hydro aanraden om je pijnlijke schaafwonden nadien te verzorgen. Ik heb ook wel eens geëxperimenteerd met pleisters op een schuurgevoelige plaats te kleven om wrijving te voorkomen: de elastiek van mijn broek waar de drinkgordel strak over zit bijvoorbeeld. Door het zweet lossen die redelijke snel en heb je er dus niks aan. Voorkomen is beter dan genezen. Er zijn heel wat hippere middeltjes op de markt om schuurplekken te voorkomen, maar hipper betekent in dit geval ook duurder en dat is nergens voor nodig. Vertrouw op vaseline. Verder slik ik ook steeds twee imodiums voor de start van de marathon. Better be safe than sorry. Een pijnstiller naar keuze is ook welkom voor wat verlichting na afloop. Tot zover de apotheek.

Qua kleding kies ik voor een singlet of shirt en een korte tight. Op trainingen draag ik meestal losse en wat kortere shorts. Iets loszittend garandeert echter schuurplekken. Beter niet dus. Uiteraard kan ik ook niet zonder een paar Stance sokken. Die stem ik steeds af op de rest van de outfit: of wat had u gedacht? Helemaal nieuw in mijn garderobe zijn de compressie tubes van Herzog waar ik sinds mijn blessure mee loop. Hierdoor kan ik alleen korte Stance sokken dragen. Jammer, maar helaas. Esthetiek mag niet ten koste gaan van de zorg voor het lichaam. Mag natuurlijk ook niet ontbreken: propere kleding en andere schoenen om na afloop te dragen. Ik geef mezelf hier de nodige keuzevrijheid en zeul dus te veel mee.

Aan de finish drink ik meteen water om de plakkerige kunstmatige fruitsmaak in mijn mond weg te spoelen. Er wordt dan ook sportdrank uitgedeeld en in het verleden zwichtte ik daar al eens voor, maar dat leidde steevast tot buikkrampen. Ik probeer dus zo snel mogelijk mijn Alpro chocomelk te drinken en iets te eten. Niet omdat ik dan echt honger heb, maar omdat je best zo snel mogelijk (binnen de 30 minuten) na zo’n zware inspanning koolhydraten en eiwitten aan je lichaam kan leveren. Die heeft het hard nodig om te herstellen van de strijd. Ik ga meestal voor een Clif bar en voorzie ook lekkere boterhammen om onderweg naar huis te verorberen. Eens dat ik terug wat normale voeding heb weggewerkt, komt de echte honger ook opzetten. Mijn lichaam geeft dan heel duidelijk aan wat het nodig heeft: rust, eten en drinken. Wie ben ik om het dat te ontzeggen?

 

Het gerief – Voedzame versnaperingen in reepvorm

Voor een klein of wat groter hongertje tussen de maaltijden door is de versnapering uitgevonden. Een grappig woord eigenlijk. Op mijn lagere school werd het gebruikt voor de koek of het stuk fruit dat werd uitgedeeld tijdens de speeltijden in de voor- en namiddag. Destijds was het voor mij dus een archaïsch synoniem voor een zoet (lekker) of gezond (noodzakelijk) tussendoortje. Het woord versnapering dook voor het eerst op in de Nederlandse taal in 1637. Geen toeval dat de mensch in de bloeiende Gouden Eeuw behoefte kreeg aan een knabbel om een knagend buikgevoel te verhelpen. Tegenwoordig eet ik mijn stuks fruit meestal ’s ochtends en een prinsenkoek, chocoas of centwafer heb ik al heel lang niet meer van dichtbij gezien. Voor mijn toch behoorlijk actieve levensstijl heb ik wat voedzamers nodig. Welkom in mijn wondere wereld der versnaperingen.

Het Nederlandse merk Bolletje straalt gezelligheid uit. Als nuchtere Vlaming vind ik de teksten op hun verpakkingen soms net iets te lifestyle klinken. Zo zouden de bakkertjes van Bolletje al 150 jaar met plezier naar het werk gaan. Op de repen staat ook een bakker afgebeeld die graan vervoert met zijn bakfiets. Lekker authentiek. In 1867 bestond de burn-out niet. Wat er ook van aan is: die bakkertjes bij Bolletje weten hoe een goede granenreep moet smaken. Klassieke muesli- of granenrepen missen vaak wat bite en zijn mij te zoet. De stevige havermoutrepen van Bolletje maken hun naam helemaal waar. Het is zonder meer een lekkere koek van havermout en volkorenmeel zonder kunstmatige geur-, kleur- en smaakstoffen. En mocht je er nog aan twijfelen: je bent goed bezig! Dat staat toch op de verpakking.

Diezelfde ijverige bakkers maakten ook zogenaamde noten & granenrepen voor wie het nog verantwoorder wil. De voedingswaardetabel leert mij dat deze repen nog meer vezels en minder suiker bevatten dan de klassieke havermoutrepen. De hazelnoot en spelt variant is een smakelijke reep waar je je tanden niet op kapot kan bijten. Ze zijn ook wat groter en met de noten heb je ook niet de neiging om een tweede reep in overweging te nemen. Zo hoort een versnapering te zijn. Oh ja: de bakkers van deze repen gaan elke dag met een goed gevoel aan de slag. Wat geweldig voor ze!

Wie het allemaal nog puurder en natuurlijker wil, zal bij Nakd ongetwijfeld zijn gading vinden. Dit is een Brits merk dat sinds 2016 ook de Nederlandse en Belgische markt veroverde. Nakd draagt milieubewustzijn hoog in het vaandel. Hun repen bevatten geen toegevoegde suikers, zijn geschikt voor veganisten en ook nog eens glutenvrij. Wat zit er dan wel in? hoor ik jullie denken. 100% natuurlijke ingrediënten, is het antwoord. Denk aan noten, fruit, dadels en rozijnen in heel veel verschillende combinaties. De repen zijn samengeperst en zacht van textuur. Mijn favoriet is de cashew cookie, die enkel cashewnoten en dadels bevat. That’s it. Een voedzame versnapering met veel smaak. Toegegeven: je moet wel openstaan voor dit soort pure repen. Het koekgevoel is namelijk ver weg.

De repen van Eat Natural zijn de Rolls Royces onder de verantwoorde versnaperingen. Net als Nakd heeft dit merk Engelse roots. Net als Bolletje brengen ze ook ontbijtproducten op de markt. De repen zijn glutenvrij en ook Eat Natural zweert bij natuurlijke ingrediënten zonder toegevoegde rommel. Simple… isn’t it? Zoals ze zelf zeggen. De repen zijn met ruim 1 euro per stuk wat aan de prijzige kant, maar hun geld wel meer dan waard. Ik kies meestal voor de protein packed repen die door een hoog gehalte aan pinda’s heel wat eiwitten leveren. De pindanootjes zorgen voor een stevige bijt. Niet iedereen houdt daar van. Mij smaken ze keer op keer bijzonder goed. Ik eet ze niet dagelijks, maar ze zijn ideaal voor bij de koffie na het sporten.

IMG_3194b

In de categorie energierepen ben ik helemaal fan van Clif bars. Let wel: dit zijn repen die speciaal werden ontwikkeld om te nuttigen binnen een sportief kader. Feed your adventure, kan je dan ook op de verpakking lezen. De repen zijn met andere woorden energierijk en dus ook calorierijk. De filosofie van dit Amerikaanse merk is even eenvoudig als geniaal: oprichter Gary beet tijdens het fietsen in een energiereep en was ervan overtuigd dat hij een betere reep zou kunnen maken. Dat deed hij dus. Met succes! Clif bars zien er appetijtelijk uit en zijn ongelooflijk smaakvol. Als je weet dat er een hele voedingsfilosofie achter schuil gaat en dat de makers enkel gezonde ingrediënten gebruiken met respect voor het milieu, smaken ze zelfs nog beter. Probeer ze eens en kies dan zelf een favoriete smaak uit het rijke aanbod. Het merk werd overigens genoemd naar Gary’s vader Clifford. Nog eens scoren voor een familiemens als ik.

Tot slot heb ik nog een troef achter de hand. Mijn zus Marike is namelijk een waar bakwonder. Haar oeuvre beslaat zowel minder verantwoorde klassiekers als gezonde verzoekjes. Wij kunnen vragen, zij bakt. Steeds met kunde en veel liefde. Ze schuwt het gezonde experiment niet. Ik ben gewillig proefkonijn. Versnaperen maar!

Noot: ik betaalde alle repen zelf. Dit bericht kwam dan ook tot stand na een uitgebreide keuring en proefperiode. De repen van Bolletje zijn te koop bij Albert Heijn. Nakd en Eat Natural vind je tegenwoordig in diverse supermarkten. Clif bars zijn online te koop en bij AS Adventure.

 

 

De kleurrijke vedetten van het najaar

Potiron, pumpkin of Kürbis: in eender welke taal klinkt pompoen als pure poëzie. Een ode aan de pompoen als de herfst zijn intrede doet: bijster origineel is het niet. Het doet echter niets af aan de oprechte gevoelens die ik koester voor één van de mooiste en ook meest veelzijdige groenten. Als Le Creuset liefhebber hou ik van oranje in de keuken. Bovendien kan je met pompoen niks verkeerd doen. Het is een dankbaar ingrediënt dat zich in elk potje laat verwerken. Lang leve het seizoen van de pompoen!

Ik heb pompoen te lang geassocieerd met de veel te dikke, melige en smakeloze soep die in de lagere school gemaakt werd als het herfstfeest was. Het heeft tijd gekost om mij over die traumatiserende smaakervaring te zetten. Toen ik jaren geleden eens een pompoen kreeg (een pompoen in de groentetuin komt namelijk nooit alleen), wist ik niet beter dan er soep van te maken. Die soep leek in de verste verte niet op de brij die ik lang geleden moest wegwerken. Zo kreeg de pompoen een nieuwe kans in mijn leven. Het geheim van goede soep is zelfgemaakte bouillon en voldoende kruiding. Mijn overheerlijke P4-soep bestaat uit prei, pastinaak, pompoen en puntpaprika. De groenten aanstoven in een grote kookpot en overgieten met groentebouillon. Zachtjes laten pruttelen, mixen en kruiden. Serveren kan met linzen of kikkererwten, eventueel koriander en een toefje ricotta.

Inmiddels is pompoen niet weg te denken uit mijn kookpotten. Het aanbod lijkt dan ook steeds groter te worden. Waar je het vroeger moest doen met een onhandig groot formaat van de gewoonste soort, wordt het pompoengamma in eender welke supermarkt jaarlijks uitgebreider. Ik word daar blij van: die eerste pompoenenoogst in de supermarkt. Dit jaar is ook de oogst van mijn mama’s groentetuin een succes. Al heeft ze wel duchtig gevloekt op de butternuts die de halve moestuin overwoekerden en gekruist waren met de courgettes. Zo werden de buttergettes geboren. Misschien volgend jaar wel dé hype in gezondheidsland.

IMG_3130b

Laat één ding duidelijk zijn: pompoenen zijn voedzaam en gezond. Het is hier geen foodblog (mocht dat even niet meer duidelijk zijn), dus om een lang nutritioneel verhaal kort te maken: er zitten alleen maar goede dingen in pompoenen. Powerbrandstof is het, voor elk lichaam en elke activiteit. Mijn favoriete varianten zijn de kastanjepompoen (potimarron: hoe mooi klinkt dat?) en de butternut, de vader en moeder van de oranje familie. Ze vormen het hoofdaandeel van mijn wekelijkse pompoenconsumptie. Ik draai ze dan ook in quasi elk gerecht. De crown prince is een bijzondere meneer met majestueuze hermelijnen mantel om zijn oranje vruchtvlees en kroonjuwelen te bedekken. Spaghettipompoen kan mij ook bekoren, maar doet me denken aan voedingshypes waarbij we geen koolhydraten meer mogen eten en dan maar moeten zwichten voor de bloemkoolcouscous of spaghettislierten van pompoen.

Als salade voor de lunch kan ik geroosterde pompoen uit de oven van harte aanbevelen. Blokjes pompoen op een bakplaat uitstrooien. Kruiden met tijm, peper, zout en onder de grill zetten. De basis van de salade is geraspte wortel (gekleurde wortels zijn tegenwoordig ook echt in), gekookte sperziebonen en rauwe (punt)paprika. Tja, pompoen en paprika: dat zijn nu eenmaal vriendjes voor het leven. De salade afwerken met wat olijfolie en eventueel ricotta. Soms gaar ik pompoen ook met andere groenten in een ovenschaal. Hou rekening met de gaartijd per groente en snij de stukken dan wat grover of fijner. Olijfolie en kruiden toevoegen, goed mengen en op 180 graden in de oven plaatsen.

Mijn onbetwiste specialiteit zijn pruttel- of stoofpotjes met pompoen. Ik zou hier een aparte blog over kunnen beginnen. Serieus. De mogelijkheden zijn onuitputtelijk. Alles begint met rode ui of prei. Vervolgens pastinaak en een pompoen naar keuze toevoegen en aanstoven, nog wat zoete puntpaprika en pruttelen maar. Ook met rode bietjes, rapen of groene groenten kan de pompoen het uitstekend vinden: spinazie, broccoli, erwtjes of courgette om er maar enkele te noemen. Zo nu en dan moet je overgieten met wat water of bouillon zodat alle ingrediënten garen. Je kan niet echt iets verkeerd doen met de cuisson. Beetgaar of aan de platte kant: het smakenpalet zit altijd goed. Pompoen met curry en kurkuma is een gouden combinatie als je de oosterse toer wil op gaan. Rijst, pasta of zoete aardappel zorgen voor extra brandstof.

Ik kwam de afgelopen week recepten tegen voor pompoencake, – brood en zelfs – pannenkoeken. Daar heb ik me nog niet aan gewaagd. Zo gedreven ben ik nog niet als foodie, maar het zal ongetwijfeld smaken. Is er dan helemaal niets slechts te zeggen over pompoenen? Het enige minpuntje dat ik kan bedenken, is de harde schil van de kastanjepompoen. Geen te grote stukken willen schillen en behoedzaam te werk gaan is hier de boodschap. Mindfulness in de keuken: ook daar zorgt de pompoen voor. Een no-nonsense vedette is het, de ster van elke maaltijd. Smakelijk!

Noot: mijn wekelijkse groenteconsumptie is groot, maar niet zo gigantisch als de afgebeelde compositie.

Marathonpraat – Het ontbijt

Ik heb mezelf al meermaals de vraag gesteld wat mijn favoriete maaltijd van de dag is. Moeilijk, want kiezen is verliezen. Wat ik wel zeker weet, is dat ik niet zonder ontbijt kan. Ik ben geen typisch ochtendmens, maar of ik nu moet gaan werken of niet: ik wil ’s ochtends tijd hebben. Om te ontbijten dus en om koffie te drinken. Misschien vind ik dat wel het gezelligste eetmoment van de dag. Ik betrap mezelf er soms op dat ik ’s avonds al nadenk over mijn ontbijt van de volgende dag. Dat durf ik hier gewoon te delen, want een kleine rondvraag in mijn omgeving leerde mij dat ik niet de enige ben met die gedachte. Niets om je over te schamen dus.

Een ontbijt moet voor mij gevarieerd zijn. Een lekkere boterham met een gekookt eitje, wat yoghurt en vers fruit bijvoorbeeld. Ontelbaar veel variaties zijn mogelijk, al naargelang het seizoen en tijdsbestek. In het weekend mag het wat meer zijn. Ik ben een kenner en fan van goede bakkers. Een marathonontbijt is zeker niet mijn favoriete maaltijd omdat het allesbehalve een gevarieerde maaltijd is die je moet wegwerken op een veel te vroeg tijdstip. Het is om die redenen ook allesbehalve een gezellige maaltijd. Ik vrees dat hier een foto nodig is om dit duidelijk te maken.

IMG_3495

Op deze barslechte foto zien we mijn ontbijt voor de marathon in Parijs in april 2017. Het is nog donker, wat niet gek is aangezien ik hier zat te ontbijten om 5u. Ah ja, want je moet hebben gegeten 3 uur voor de marathon begint. Marathonlopers worden daardoor extreem vroege vogels. Het is een noodgedwongen ontbijt op bed omdat er op een hotelkamer doorgaans weinig faciliteiten tot gezellig tafelen zijn. Ik keek hier uit op mijn eigen rommel en probeerde een beetje stil te zijn voor mijn zus Roos die links van mij nog aan het slapen was. Met een prijs voor romantiek zal dit ontbijt dus niet gehonoreerd worden. Nu hoor ik jullie denken: een hotel biedt toch een ontbijt aan? Dat klopt helemaal, maar dat kan nooit op het vroege uur dat de marathonloper moet eten. Bovendien zou een ontbijtbuffet vooral ook een harde confrontatie zijn met alle lekkere dingen die je niet mag eten.

Een marathonontbijt moet licht verteerbaar zijn, hoog in koolhydraten en laag in vetten en eiwitten. Volkorengranen, zaden, fruit en melkproducten kan je dus beter vermijden. Er zijn ongetwijfeld marathonlopers die zweren bij een stevig ontbijt, maar ik loop dat risico liever niet. Toen ik nog een beginnende loper was, heb ik aan den lijve ondervonden wat er dan kan gebeuren. Je moet je lichaam brandstof geven om een lange inspanning te leveren en je moet het zo min mogelijk belasten met verteren. Dat resulteert dus in wit brood met honing of confituur als ontbijt. Een banaan kan, een koffietje ook. Je moet zeker genoeg eten. Meer dan wat lekker is. Niet om koolhydraten te stapelen (dat gebeurt de dagen voordien), maar wel omdat je de komende uren dus niets zal eten op plakkerige sportgels na en de brandstoftank moet zo vol mogelijk zijn.

Gelukkig loop ik niet elke zondag een marathon. Zondag is pistoletdag in België, maar bij mij ook duurloopdag. De ontbijtregels voor de marathon pas ik dan niet zo strikt toe. Dat kan, want bij een duurlooptraining drijf je je lichaam niet tot het uiterste en zal het dus minder lichtgeraakt reageren. Ik respecteer wel de verteringstijd en zorg dus dat er zeker 2,5 uur tussen het ontbijt en de training zit. Een pistoletontbijt behoort dan tot de mogelijkheden. Ik heb echter een nieuwe ontdekking gedaan. Veel marathonlopers zweren namelijk bij een pannenkoekenontbijt. Met dat in het achterhoofd heb ik mijn eigen recept voor havermoutpannenkoeken op punt gesteld. Inmiddels uitvoerig getest en goedgekeurd als basis voor een duurloop. Nu volgt smakelijker en gezelliger fotografisch bewijs om het vorige misbaksel door te spoelen.

img_2696.jpg

De bereiding is eenvoudig: je mixt 1 ei, 50 gram havermout, een klein beetje bakpoeder en 120 à 150 ml havermelk of gewone melk. Van dit deeg bak ik één dikke pannenkoek in een grote pan. Omdat ook ik niet ongevoelig ben voor voedingshypes, bak ik mijn pannenkoeken in kokosolie. De kunst is om lang genoeg te wachten vooraleer om te draaien. Al doende leert men en een pannenkoek in allemaal kleine stukjes smaakt niet minder goed. Ik dresseer met agave- of ahornsiroop. Voor een gewoon ontbijt volstaat één pannenkoek, voor een duurloopontbijt zijn het er twee. Smakelijk!

 

Loperspraat – Mijn beginnersfouten #1

Ik heb het hier al vaak gezegd: ik begon met lopen en deed zo maar wat. Eigenzinnig als ik ben, werd het dus een aanpak op geheel eigen wijze. Op een gegeven moment trok ik gewoon mijn loopschoenen aan en voila, mijn eerste echte training voor de 20 km van Brussel was een feit. Lopen is een sport die zich uitstekend leent voor een no nonsense aanpak. Ik was helemaal niet thuis in de loperswereld en had me ook niet voorbereid. Iedereen kan toch lopen? Inmiddels ben ik er achter gekomen dat lopen an sich inderdaad weinig voorbereiding vraagt, maar dat andere factoren wel mee zullen bepalen hoe dat lopen je bevalt. Bij deze dus een bloemlezing uit mijn beginnersfouten.

Laten we beginnen met het meest zichtbaar gênante onderdeel: kleding. In de meeste beginnerslijstje zal schoeisel als beginnersfout nummer 1 te boek staan. Ik had Adidas schoenen die ik enkele jaren geleden nieuw had gekocht in een speciaalzaak. Dat was dus geen probleem. Loopkleding had ik niet. Het zat namelijk zo: ik had kleding van Esprit Sports om te gaan paardrijden. Sportkleding dus. Lopen is toch sport? Ik zag er dus de noodzaak niet van in om aparte loopkleding aan te schaffen. Bijgevolg liep ik in katoenen kleding. Toen ik na ruim een maand de smaak toch goed te pakken had, bestelde ik zelfs nog wat nieuwe kleding van dat merk om mijn collectie uit te breiden. Zo had ik bijvoorbeeld een muntgroene (jawel) joggingbroek en behoorlijk wat polo’s en topjes, sommige in schreeuwerige kleuren. Echt heel chique als je gaat paardrijden, maar ik ging daar mee lopen. De ergste broek die ik had, was een blauw blinkend loszittend driekwartsgeval dat kwam uit de yoga-lijn. Ik hoef er geen tekening bij te maken om duidelijk te maken dat die broek niet flatterend was. Het enige goede eraan was de synthetische stof die wel licht aanvoelde. Godzijdank zag ik het licht vlak voor ik mijn eerste 20 km van Brussel zou lopen. Ik bestelde loopkleding van Nike: het echte spul. Als beginner moet je niet meteen honderden euro’s uitgeven aan dure loopkleding. Zorg voor goede loopschoenen en draag iets waar je je goed in voelt. Een fatsoenlijk sportshirt en -broek kosten echter geen fortuin. Loopkleding is niet voor niets bedacht en gemaakt. Katoen is niet gemaakt om hard in te zweten. Los van het feit dat elke zweetdruppel zichtbaar is, wordt de stof ook meteen nat en zwaar. Dat is onaangenaam en je krijgt er sneller schuurplekken van. Het dri-fit materiaal, waar de meeste sportkleding van gemaakt is, zit zoveel aangenamer. Als je dat één keer hebt gedragen, besef je dat katoen ideaal is voor het dagelijks niet-lopersleven. Esprit Sports is dus een goede klant aan mij verloren.

De tweede grote fout waar ik mij aan bezondigde, was een onaangepast voedingspatroon voor een grote inspanning: duurloop dus. Ik stond er eerlijk gezegd niet bij stil dat als je langer dan een uur gaat lopen, je lichaam brandstof nodig heeft en dat het kan tegensputteren als je te veel van het verteringsmechanisme vraagt. Mijn kledingflaters zag ik sneller in dan mijn voedingsfouten. Gek eigenlijk, want van voeding had ik meer last dan van die onaangepaste kleding. Wat deed ik fout? Ik was gewoon niet met voeding bezig en als ik er wel over nadacht, dan waren mijn principes helemaal fout. Ik verwarde calorierijk al eens met voedzaam. Zo leken een croissant en een chocoladebroodje mij een goede basis om een halve marathon op te lopen. Uiteindelijk liep ik er wel effectief een snelle halve op in Brussel (1:43), maar ik werd er tijdens de race wel meermaals aan herinnerd dat ik een vettig ontbijtje had weggewerkt. Een soortgelijk voorval speelde zich af toen ik eens op een vrijdagnamiddag 20 kilometer ging lopen. Ik kwam thuis van mijn werk en bedacht dat ik wel eerst nog iets moest eten. Waarom geen grote kom yoghurt met banaan, kiwi, sinaasappel en granola? Gezond toch? Laten dit nu net allemaal ingrediënten zijn die de darmactiviteit in de hand werken omdat ze wel wat vertering vragen. Zo liep ik mijn eerste duurloop waarbij ik sanitaire noodstops moest maken. Mijn lichaam was heel duidelijk: het is óf lopen óf verteren. Ik heb daar echt wel een duidelijk lesje geleerd. Hoewel ik later nog eens dezelfde fout heb gemaakt door een grote kom groenten te eten vlak voor ik ging lopen. Werkt niet. Soms gebeurde ook het omgekeerde en ging ik 26 kilometer lopen met één pistolet als ontbijt. Lopen met flanellen benen was het gevolg. Ik heb hier kortom van geleerd dat ik minstens twee uur voor een duurloop niet mag eten. Licht verteerbaar wil zeggen: niet te vettig, geen pitten, zaden of muesli-achtige zaken. Qua hoeveelheid probeer ik voor een duurloop net een boterham of pistolet meer weg te werken dan wat ik normaal zou eten. Yoghurt, groenten en fruit hou ik beter voor na de inspanning. Voor de marathon ben ik nog strenger, maar daar vertel ik later meer over.

Morgen komen jullie te weten welke beginnersfouten ik maakte in mijn looptrainingen zelf.