De legendarische Great Escape 3.0 van Hans

De voorbereiding
Na een succesvolle deelname aan de Great Escape 100 mijl in 2024 en een opgave na een val tijdens Great Escape 200 kilometer in 2025 was het tijd voor een nieuwe aanval op de 200 kilometer in 2026.

Waar ik in 2025 het gevoel had goed voorbereid aan de start te verschijnen, maar het lot mij niet gunstig gezind was tijdens de wedstrijd, was ik nu minder optimistisch over mijn voorbereiding. Eigenlijk voelde ik me na de marathon in Leuven in april nooit meer helemaal lekker in mijn loopsas. Ja, we liepen en finishten nog een aantal supermooie wedstrijden: de Trail d’Alsace by UTMB (110 km), de Trail Godefroy de Bouillon (35 km), de Big Chouffe Trail (100 km), en we gingen tijdens onze vakantie in de Alpen ook drie keer op pad voor een mooie en uitdagende tocht. Natuurlijk was dat volop genieten, maar helemaal lekker liep het nooit en ik had net iets teveel “dipjes” om met vertrouwen naar de kers op de taart toe te werken: de Great Escape 200 km in september.

De warmte speelde me parten, de benen voelden vaak vermoeid aan, ik miste kracht en snelheid, kreeg ischias als gevolg van een hernia, had min of meer de hele tijd pijn in bil en onderrug… Toch wist ik in augustus nog 300 kilometer bij elkaar te lopen, onder andere in de Ardennen (de zwarte ExtraTrail route van 42 kilometer in Stavelot) en de 4 uur van de Mollekestrail (net geen 40 kilometer). In extremis begon ik me dan eind augustus toch stilaan iets beter te voelen, maar 100% klaar voelde ik me niet.

Nu, ik maakte me niet zo heel veel zorgen over de afstand op zich, maar wel over de “snelheid” waarmee deze wedstrijd gelopen zou moeten worden; je krijgt maximaal 44 uur om de finish te bereiken voor een totaal van 206 kilometer en ongeveer 8.000 hoogtemeters. Dat betekent een gemiddelde snelheid van ongeveer 4,7 km per uur. Dat lijkt niet zo snel, maar je moet dit tempo kunnen aanhouden gedurende mogelijk meer dan 40 uur, dag en nacht, inclusief pauzes om te slapen, eten enz. En dat alles in de meedogenloze en brutale Ardennen.

De strategie is nochtans eenvoudig; tijdens het eerste deel van de wedstrijd (de eerste 100 kilometer), wanneer je nog relatief fris bent, bouw je een voorsprong uit op het gemiddeld tempo. Die reserve kan je dan inzetten tijdens het tweede deel wanneer de vermoeidheid en uitputting toeslaan. Bovendien ligt het zwaartepunt van de hoogtemeters ook in het tweede deel van de wedstrijd.

The day(s) before
De dagen voor de wedstrijd staan vooral in het teken van plannen en inpakken; het parcours bestuderen, de gpx bestanden downloaden en op de horloge zetten als ondersteuning bij het navigeren, de lijst van de verplicht mee te nemen items nakijken en ontbrekende spullen aanvullen, nadenken over eten en drinken onderweg… Ik had de lijstjes die ik voor voorgaande ultra’s gemaakt had eindelijk eens gedigitaliseerd, wat de voorbereiding deze keer wat makkelijker maakte.

We zullen lopen van La Roche naar Clervaux in Luxemburg waarbij we de Escapardenne Trail volgen (gemarkeerd door een wit golfje op een blauwe achtergrond). In Clervaux gaan we dan zuidwaarts tot Michelau via een door de organisatie uitgepijld parcours, waar we opnieuw aansluiten op de Escapardenne Trail die ons noordwaarts weer richting Clervaux stuurt.

Onderweg passeren we 10 checkpoints (CP’s) waar je kan bijtanken. Hier vind je de fenomenale vrijwilligers van de Legends organisatie (de “legendary friends”) die je werkelijk in de watten leggen met alles wat je nodig kan hebben; eten en drinken, (medische) verzorging, een schouderklopje of een bemoedigend woordje. Deze vrijwilligers – zelf vaak ook ervaren ultralopers – kennen dit soort ondernemingen door en door en weten dus perfect wat je nodig hebt.

De afstand tussen de CP’s varieert van 14 tot 26 kilometer, en in het 5de, 7de en 9de CP kan je een dropbag laten voorzien waarin je dingen steekt die je onderweg nodig kan hebben; denk aan extra eten en drinken, propere kleding en schoenen, verzorgingsmateriaal, een powerbank enz.

De wekker staat vrijdag ingesteld om 10 uur. Ik sta voor een weekend waarin weinig geslapen zal worden, dus ik wil nog zoveel mogelijk slaap meepikken. Om 8 uur ben ik echter klaarwakker en lukt het niet meer om opnieuw in te slapen. Het is wat het is en ik zal het er mee moeten doen. Mijn racevest en dropbags zijn al eerder deze week ingepakt, dus rest me enkel nog alles eens grondig na te kijken en mijn sandwiches met kaas te smeren die in mijn dropbags zullen verdwijnen.

Wat zit er allemaal in mijn racevest: eten (gels, chews, snickers, frangpipanes, sandwiches), een liter water in 2 flasks (en nog twee lege flasks als reserve), een regenjas, een waterdichte broek, een warm jasje, 2 hoofdlampjes met reservebatterijen, een powerbank en kabeltje, oortjes, GSM, identiteitskaart, cash geld, een reddingsdeken, een plooibeker, stokken, een medische kit (anti-schuurcreme, pleisters, elastische tape, pijnstillers, een schaartje, ontsmettingsmiddel en insectenspray) en een rood ruglampje. Het grootste deel van deze uitrusting is verplicht en wordt gecontroleerd voor je je startnummer krijgt. Wanneer er iets ontbreekt mag je niet starten.

Naar Clervaux
Willem en zijn vriendin Julie zullen me komen oppikken omstreeks 13 uur, dus ik dood de tijd door mijn boek uit te lezen en nog wat te lummelen. Ik voel me betrekkelijk rustig en ben niet echt zenuwachtig. Hoewel elke ultra een enorme uitdaging blijft, helpt de ervaring wel om er op een rustige manier naartoe te leven. Joke is nog aan het werk, maar zal zaterdag avond afzakken naar de Ardennen en me bij de CP’s opwachten en aanmoedigen. De koffer van de auto is ingericht als slaapplek zodat ze tussendoor ook even een dutje kan doen.

De rit met Willem en Julie verloopt erg ontspannen. Willem is een kanjer van een (ultra)loper en schreef tijdens zijn relatief korte loopcarriere al een overwinning in de Bello Gallico 200 km op zijn naam in 2025. Een werkelijk fenomenale prestatie. Julie kreeg door de ultra-hobby van manlief ook de microbe te pakken, zij het niet als loper maar als vrijwilliger tijdens deze wedstrijden. Mooi dat zij op die manier samen deze supermooie evenementen kunnen beleven. Willem zal trouwens lang op kop lopen tijdens deze Great Escape, maar helaas met de overwinning in zicht moeten opgeven door een blessure die komt opzetten. Aangezien hij in oktober ook nog het WK Backyard Ultra met Team Belgium zal lopen wil hij geen risico’s nemen en wijselijk stapt hij net na het laatste CP uit de wedstrijd.

We zijn vroeg vertrokken en komen dus ruim op tijd aan in Clervaux waar het hoofdkwartier van de wedstrijd gevestigd is. We doorlopen hier eerst de nodige formaliteiten; controle van de verplichte items, ophalen van het startnummer, bevestigen van de GPS tracker aan het racevest (waarmee elke deelnemer tijdens de volledige wedstrijd gevolgd kan worden) en inleveren van de dropbags. We nemen onze tijd om een laatste warme maaltijd te nuttigen (rijst met groenten en currysaus) vergezeld van enkele alcoholvrije biertjes.

Omstreeks half zeven komt er dan eindelijk een einde aan het wachten; na de race briefing, waarbij nog eens heel nadrukkelijk gewezen wordt op het feit dat elke hulp van buitenaf niet toegestaan is, vertrekken de bussen die ons naar de start zullen brengen bij het Parc à Gibier nabij La Roche. Onderweg kunnen we de zonsondergang bewonderen. Ik probeer de ogen te sluiten en nog even te slapen, wat uiteraard niet lukt.

Vrijdag 20:00 – Start in La Roche – km 0,0
Eindelijk is het dan zover. Net voor acht uur wordt er afgeteld van 10 naar 0 en zonder startschot lopen we over een niet aanwezige startlijn. Ik doe het, net zoals iedereen eigenlijk, rustig aan. Het is al relatief duister dus de hoofdlampjes gaan al meteen aan. We lopen over een pad met grote keien en mijn ogen hebben wat moeite om te wennen aan de duisternis en het lamplicht, dus ik ben extra voorzichtig. Ik wil hier en nu echt mijn voet nog niet omslaan of vallen. Het gevoel is op dat moment zeker niet slecht en ik probeer vooral mijn eigen tempo te zoeken. Ik weet dat ik mijn snelheid niet “je dat” is, dus ik wil wel wat marge bewaren en niet meteen al mijn kruit verschieten.

Na 6 kilometer passeren we Maboge en lopen we voor het eerst langs de Ourthe, om er meteen ook weer afscheid van te nemen voor een klim naar Bérisménil. Na de afdaling komen we op kilometer 11 opnieuw bij de Ourthe en die zullen we ook min of meer blijven volgen tot kilometer 27. Deze proloog is best wel lastig; niet heel veel hoogtemeters, maar wel de hele tijd op en neer over heel technische paden met rotsblokken, boomwortels en steile hellingen. Met mijn valpartij vorig jaar in gedachten ben ik er toch best beducht voor om te vallen. Er zijn in deze fase ook al enkele slachtoffers te betreuren; een van de lopers verstuikt na 10 kilometer zijn enkel en moet opgeven in het eerste CP. Sven loopt tegen een boom en zal met een gehavende neus en lichte hersenschudding opgeven in CP2. Zo snel kan helaas gaan.

Vrijdag 22:40 – CP10 Hérou – km 17,6
Ik maak een snelle stop in dit CP dat zich buiten bevindt. Ik eet een sandwich met kaas en drink wat cola. Ik tref Geert hier ook aan en we zullen samen opnieuw vertrekken. Zijn navigatieskills bewijzen ons goede diensten; uit ervaring weet ik dat het vinden van de juiste weg in de duisternis op de kronkelende paden langs de Ourthe geen sinecure is. De markeringen van de Escapardenne Trail zijn niet reflecterend wat het soms moeilijk maakt ze te vinden. Geert leidt ons echter feilloos langs de juiste weg. Het tempo is prima op dit moment, we vorderen goed, de snelheid wordt wat gedrukt door de technische aard van het parcours, maar we slenteren allesbehalve.

Een aantal keer moeten we heel erg steil afdalen, wat ik toch met dichtgeknepen billen doe, maar zonder kleerscheuren bereiken we eindelijk het brugje over de Oostelijke Ourthe dat min of meer het einde van deze ellende inluidt. Nu nog de plek van mijn valpartij vorig jaar passeren en we hebben alvast de eerste grote uitdaging achter de rug.

Zaterdag 1:35 – CP9 Bonnerue – km 33,3
We komen aan in het centrum van Bonnerue in het eerste CP dat binnen ingericht is. Ik neem hier wat tijd om een hotdog (met een vegetarisch worstje en ketchup) te eten en even naar de wc te gaan. Ik verzorg ook mijn voeten met antischuurcrème om blaren te voorkomen en na een half uurtje gaan we opnieuw op pad.

De eerste kilometers haak ik mijn karretje nog aan bij Geert die intussen ook een team gevormd heeft met Kathleen. Tijdens de afdalingen moet ik helaas steeds wat afhaken, zij rennen overal vlot naar beneden, terwijl ik de risico’s toch een beetje meer schuw en niet zo snel durf te gaan. Wanneer het bergop gaat loop ik dan weer wat in op het duo maar na verloop van tijd laat ik ze toch gaan en zoek ik mijn eigen tempo. Ik zal ze in de loop van de wedstrijd nog regelmatig terugzien in de CP’s, dus ik verlies ook niet zo heel veel tijd op hen.

Tussen 3 en 4 uur ’s nachts passeer ik in ons geliefde Houffalize. Dat is altijd een beetje thuiskomen ondanks de donkere verlaten straten en de lege terrassen, zeker wanneer we de Vayamundo passeren, de plek waar ik Joke tijdens de Chouffe Trail voor het eerst ontmoette in 2023.

Zaterdag 5:13 – CP8 Buret – km 54,3
Aankomen in Buret is als het spelen van een thuismatch. Talloze keren spendeerden we hier onze herfstvakanties met een grote bende vrienden. Ik kom dus op bekend terrein wat fijn en vertrouwd aanvoelt. Het CP is gelegen in de plaatselijke feestzaal met referentie aan het jachtgebeuren in de regio: de Cercle Saint-Hubert. Hier staat pikante bouillon met noedels op het menu, en een vrijwilliger biedt meteen aan om mijn flessen bij te vullen. Dat lijkt een kleinigheid, maar met meer dan 50 kilometer in de benen tijdens de nacht betekenen zelfs die kleine dingen heel erg veel voor ons lopers. Geert en Kathleen zijn hier ook nog, dus we kunnen even bijpraten.

Ook hier ga ik nog eens naar de wc en verzorg mijn voeten en ook nu weer verlaat ik het CP na ongeveer een half uurtje. Ik neem uit het uitgestalde aanbod nog wat suikerwafels mee voor onderweg want wat stilaan een prominent thema begint te worden is mijn knorrende maag. Ik heb namelijk al een hele tijd bijzonder veel honger. Ik probeer mijn maag tevreden te stellen en regelmatig te eten; frangipanes, sandwiches en suikerwafels, maar steevast laat mijn maag een half uurtje later opnieuw van zich horen.

Op zich is dat helemaal geen slecht nieuws, het betekent dat mijn maag en darmen goed hun werk blijven doen; voeding omzetten in de energie die ik zo hard nodig heb onderweg. Het is echt geen pretje als dit systeem stilvalt en je niet meer kan eten zonder misselijk te worden. Een ultra lopen en niet in staat zijn de brandstoftank te vullen leidt doorgaans tot een opgave. Ik heb het omgekeerde probleem en ben een beetje bang dat als ik té veel begin te eten, ik mijn maag op den duur ga overbelasten. Gelukkig gebeurt dat niet, maar ik moet dus wel best veel blijven eten (en naar de wc gaan).

Intussen komt de zon stilaan op en steken we de grens tussen België en Luxemburg over. Het gevoel is nog steeds goed, maar het tempo zou strikt genomen misschien wel iets hoger moeten liggen. Maar forceren heeft geen zin, de wedstrijd is nog erg lang.

Zaterdag 8:01 – CP7 Troisvierges – km 70,4
Het CP net voor Troisvierges bevindt zich eveneens buiten en hier maak ik een snelle passage, ik blijf er slechts een kwartiertje. Ik drink een lekkere tas groentensoep, eet een beetje chips en ga opnieuw op pad. Na enkele kilometers verzeil ik in het gezelschap van een andere loper en we hebben een leuk gesprek over al onze ultra belevingen, waaronder – in zijn geval – de Marathon des Sables. Leuk om eens te vernemen hoe het er in zo’n type wedstrijd aan toegaat. Wat in ieder geval duidelijk is, is dat het een pak duurder is dan de gemiddelde Legends organisatie. De kilometers glijden op die manier vlot voorbij. Na verloop van tijd scheiden onze wegen weer en het laatste stuk naar Clervaux leg ik alleen af.

Zaterdag 10:53 – CP6 Clervaux – km 85,4
In Clervaux, eveneens het race-hoofdkwartier, ligt mijn eerste dropbag. Het belooft dus ook een iets langere stop te worden omdat ik er graag propere kleren zou willen aantrekken en even wil uitrusten. We zijn tenslotte al bijna 15 uur onderweg en het 100 kilometer punt komt in het vizier.

Ik tref ook hier weer Geert aan die nog steeds in goede doen is. Op het menu staat een wrap met kaas die ik ook weer vlot binnenwerk zodat de brandstoftank goed gevuld blijft. Ik trek vervolgens naar het toilet om mijn kleding te wisselen en wat anti-schuurcrème aan te brengen op enkele strategische plaatsen.

Ik ben op een van mijn tenen een blaartje aan het ontwikkelen en besluit dat ook even te laten nakijken. Het is nog erg klein en ik heb er niet zoveel last van, dus afblijven is de boodschap. Ik had hier wel gepland om mijn schoenen te wisselen voor een paar met wat meer comfort, maar omdat ik het gevoel heb dat ik daarmee toch net iets maar last heb van de blaar, laat ik dat plan varen en zal ik verder lopen met het paar waar ik mee gestart ben.

Na ongeveer een uurtje hijs ik mijn racevest opnieuw op mijn rug en ga ik weer op pad. Als het goed is dan zou ik tijdens de etappe die nu volgt Joni en Roos moeten tegenkomen die een dagje komen trailen in de Ardennen en van de gelegenheid gebruik zullen maken om even dag te komen zeggen.

En ja hoor, op kilometer 93 zie ik ineens twee lopers die schijnbaar in de verkeerde richting lopen. Eerst denk ik dat Geert en Kathleen om een of andere reden teruggedraaid zijn (de vermoeidheid begint stilaan op te duiken), maar het zijn dus gewoon Roos en Joni die erin geslaagd zijn me onderweg ergens te vinden. We maken even een praatje, een leuk intermezzo want af en toe kan een ultra trail ook best wel wat saai zijn, maar daarna vervolgen zijn hun weg en ik de mijne. Het is namelijk niet toegestaan dat je door anderen “gepacet” wordt, dus meelopen mag helaas niet. Ze gaan wel proberen mij opnieuw te treffen bij het volgende CP dat zich ongeveer 10 kilometer verderop bevindt.

Zaterdag 14:50 – CP5-Enscherange – km 103,4
Net voor drie uur in de namiddag kom ik aan op dit CP, dat zich ook weer buiten bevindt, net op het halfweg punt van de wedstrijd. Roos en Joni staan me net voor dit CP al op te wachten en verwelkomen me op luide en enthousiaste wijze. In dit CP is er niet zoveel te beleven. Ik ga wel even lekker aan de chips en de cola, maar verder zijn er geen culinaire verwennerijen te vinden. Ik verzorg mijn voeten nog een keer en na 25 minuten besluit ik om maar weer eens verder te gaan. De vermoeidheid begint nu wel sterk op te zetten en ik hoop dat in beweging komen zal helpen om die wat tegen te gaan.

In ieder geval staat er nu een pittige etappe te wachten; een kleine 24 kilometer, de langste tot nu toe en met best veel hoogtemeters. Een lichtpuntje is dat Joke me zal opwachten op het volgende CP dat zich in Heiderscheid bevindt. Het is het tweede CP met een dropbag en ook het enige CP waar je tijdens de wedstrijd binnen liggend mag slapen. Dat lees je inderdaad goed; liggend slapen mag verder alleen buiten. Wil je op de andere CP’s binnen slapen, dan moet dat zittend gebeuren. Af en toe vertoont de organisatie wel kleine sadistische trekjes.

Tijdens deze etappe zijn er ook best veel asfaltstroken en hoewel dat in principe makkelijker lijkt, hebben mijn voeten er toch wel wat onder te lijden. Het wordt ook lastiger om een goed tempo aan te houden en op een bepaald ogenblik schrik ik me een bult omdat ik wat verderop een grote hond achter een boom zie zitten. Ik vertrouw het niet helemaal en houd even halt. Ik ben ook niet helemaal zeker of het wel een hond is, het lijkt misschien zelfs eerder op een beer. Behoedzaam ga ik wat dichterbij en dan zie ik dat het de blaadjes zijn van een struik die achter de boom staat. Daar zijn ze dan, de hallucinaties. Het is de eerste keer dat ik ze bij daglicht ervaar. Ik zal de komende uren nog vanalles de revue zien passeren; koeien, geiten, groepen mensen, een dansende vrouw in een lange jurk… Ook het omgekeerde gebeurt; ik denk dat ik hallucineer wanneer ik iemand voorover gebogen langs de weg zie zitten en ik verwacht dat het beeld zich bij het dichterbij komen zal omvormen tot een boomstronk met grillige takken. Maar dan blijkt er dus toch echt iemand langs de kant te zitten.

Op kilometer 121 houd ik even halt voor een plaspauze met een prachtig uitzicht op de ondergaande zon. Wat verderop spreekt een Nederlander met een hondje me aan en vraagt of ik onderweg ben naar Heiderscheid. Ik antwoord bevestigend dat ons volgende CP zich daar inderdaad bevindt en dan toont hij mij waar Heiderscheid ligt; helemaal in de verte aan de overkant van een diepe vallei zie ik een piepklein kerktorentje. Ik ben er niet helemaal zeker van of ik deze informatie had willen krijgen. Het zal nog meer dan een uur kosten om daar uiteindelijk te geraken.

Ik ontmoet even later ook Tom, die me even tevoren met een groepje van drie voorbijgelopen is, maar de rol heeft moeten lossen. We zullen de komende uren nog vaak in elkaars gezelschap vertoeven maar nu stuur ik hem na een korte babbel vooruit omdat ik het gevoel heb dat hij sneller is dan ik en ik hem een beetje ophou tijdens de afdaling.

In de vallei bevindt zich een camping die ik doorkruis. Via een brugje gaat het over de Sûre en dan begint het klimwerk opnieuw; van 270 meter naar 516 meter. De zon is onder en ik haal mijn hoofdlampje opnieuw boven omdat het in het bos op de helling al erg donker begint te worden. Even verderop zie ik iemand zitten op een bankje langs de kant en ik ga even poolshoogte nemen om te kijken of er een probleem is. Het is Tom die de batterij van zijn hoofdlamp wil vervangen, maar dat is dus lastig als je geen licht meer hebt. Dat is een van de praktische redenen waarom ik niet louter reservebatterijen meeneem, maar ook steeds een tweede hoofdlampje. Dan kan je gewoon van lamp wisselen en in een CP de batterij vervangen die leeg is. Ik licht even bij zodat hij zijn lampje weer aan de praat krijgt. Vervolgens gaan we samen op pad en vallen we de klim opnieuw aan die erg lang is en heel steile passages heeft. We worden intussen ook ingehaald door de lopers van de 100 kilometer wedstrijd die een kleine twee uur eerder vertrokken zijn in Enscherange en uiteraard nog fris zijn en dus heel wat sneller opschieten.

De moraal bij Tom en mij daalt omgekeerd evenredig met de hoogtemeters die we winnen. Ik voel me steeds meer fysiek en mentaal gesloopt en mijn voeten zijn het ook een beetje aan het begeven. Op een bepaald moment worden we ingehaald door Lieven die de 100 kilometer loopt en even gelijke tred houdt met ons zodat we wat kunnen bijpraten, al is het langs onze kant eerder een klaagzang.

Zaterdag 20:36 – CP4 Heiderscheid – km 127
Eindelijk komen we rond half negen aan bij het CP in Heiderscheid waar Joke me staat op te wachten. Ik zeg haar meteen dat ik gesloopt ben en wil stoppen, maar gelukkig spreekt ze me streng toe en jaagt me het CP in met de boodschap even uit te rusten, de situatie rustig te evalueren en vooral geen overhaaste beslissingen te nemen die nog niet genomen moeten worden. Ze heeft gelijk, want we hebben nog voldoende tijd voor de cutoff. We moeten hier uiterlijk om 22u27 opnieuw vertrekken en hebben dus nog een kleine twee uur tijd.

Ik zoek samen met Tom een vrij plekje en begin me te installeren; dropbag zoeken, schoenen uit, warme trui aan, horloge en GSM aan de powerbank. Ik ga eerst nog even naar de wc en poets mijn tanden. Vervolgens besluit ik om te proberen een half uur te slapen. Ik heb geen matje en dekentje, dus ik leg me op de grond (gelukkig is er vast tapijt) en gebruik wat reserve kleding als deken en hoofdkussen. Ik zet de timer van mijn gsm op een half uur en doe mijn ogen dicht. Ik val niet echt in slaap, maar lig wat te soezen. In mijn hoofd begint het beeld om verder te lopen zich te vormen en net voor de wekker afgaat staat mijn besluit vast dat ik hier sowieso opnieuw zal vertrekken. Ik heb nog wat werk voor de boeg om dat mogelijk te maken, dus ik raap mijn spullen bij elkaar en ga op zoek naar een groot bord pasta en iemand die mijn voeten kan verzorgen. Gelukkig kunnen die activiteiten gecombineerd worden; terwijl een schat van een vrijwilliger mijn blaren doorprikt en tape aanbrengt, verorber ik een lekker groot bord pasta en drink ik wat cola. Tom aan de overzijde van de tafel heeft ook wat gerust maar is er nog niet uit of hij zal stoppen of doorgaan. Ik stel hem voor om sowieso samen te vertrekken, daar hebben we allebei niets bij te verliezen.

Wat verderop zit ook Geert aan een tafel. Hij voelt zich helemaal leeg, heeft al een hele tijd problemen om voldoende te eten en heeft daardoor het tempo beduidend moeten laten zakken. Hij had 20 kilometer voor het CP Kathleen al verder gestuurd om haar niet op te houden. Kathleen zal uiteindelijk de wedstrijd ook finishen. Wat een fantastische prestatie van een megasterke vrouw! Een vrijwilliger praat nog in op Geert om hem te overtuigen toch verder te gaan, maar zonder resultaat. Geert zal hier helaas de handdoek in de ring gooien, weliswaar na zijn langste afstand ooit te hebben afgelegd.

Rond 22 uur beginnen Tom en ik in te pakken en ons klaar te maken om onze tocht te hervatten. We trekken een extra laagje aan want het is intussen behoorlijk fris geworden. Om 22u05 stappen we naar buiten. Ik kus Joke nog ten afscheid en we stappen achter het lichtje van onze hoofdlamp aan de donkere velden in. Wonderlijk genoeg voel ik me als herboren; de voeten en de benen voelens als nieuw en ook mentaal zit ik weer lekker in mijn hoofd. Ik zie het weer helemaal zitten en Tom en ik praten honderduit over vanalles en nog wat. De cutoff in het volgende CP in Bourscheid is 3u17, dus we hebben iets meer dan 5 uur tijd om de 23 kilometer die ons scheiden van het CP te overbruggen én daar ook weer te vertrekken.

Op een van de eerste hellingen die we aanvatten gaan onze jasjes alweer uit omdat we het te warm krijgen want we zetten er stevig de pas in. Na een kilometer of 10 komt er helaas weer slecht nieuws; Tom geeft aan dat hij zich niet lekker voelt en niet goed kan eten. Hij heeft nochtans een grote zak Haribo snoepjes mee, maar het idee alleen al om ze te eten maakt hem misselijk. Ik som op wat ik nog mee heb en wat hij misschien wel kan eten; een frangipane gebakje, een suikerwafel, een snickers, een gelletje, een chew… Helaas maakt de opsomming van al dat lekkers het alleen maar erger. Dan kom ik op het lumineuze idee om hem de cola aan te bieden die ik ook nog bij me heb, en inderdaad, daar heeft hij wel trek in. Ik geef hem de fles waar hij enkele grote slokken van neemt. Aan de boeren die daarna volgen, leid ik af dat het zijn maag wel een beetje weet op te schudden en ik hoop dat daarmee ook het slechte gevoel zal verdwijnen. Jammer genoeg geeft hij wat verderop aan dat hij me ophoudt en dat ik alleen verder moet lopen. Hij zal in het volgende dorpje het safety team bellen om hem te komen oppikken. Ook voor hem is het dus game over, maar ook hij loopt hier een afstandsrecord. Hij had er wel op gerekend minstens 100 mijl aan te tikken, maar dat zal voor een volgende keer zijn die er vast en zeker nog aankomt.

Ik vervolg mijn weg dus weer alleen. Ik voel me goed en zet er flink de pas in. Uit mijn Shokz klinkt Editors en het ritme van de muziek past perfect bij het marstempo dat ik hier aanhoud. Mijn horloge weet me te vertellen dat ik voor 3 uur zal aankomen in het CP van Bourscheid en naargelang ik vorder verzamel ik zelfs nog wat extra minuten marge tot zelfs bijna een half uur. Ik zie mezelf zowaar al finishen.

Wanneer ik rond half een op kilometer 138 door het dorpje Welscheid loop wacht me nog een fijne verrassing; Joke staat me hier op te wachten om me nog een extra hart onder de riem te steken. En of dat deugd doet! Ik vertel haar dat ik me goed voel en dat het er goed uitziet.

Maar dat is buiten de twee laatste klimmen gerekend. Ik kom om half twee aan in Michelau, 8 kilometer voor het CP in Bourscheid. Ik heb dus iets minder dan 2 uur om die 8 kilometer te overbruggen en een snelle passage te maken in het CP. Maar de eerste helling is ellendig lang en steil, en er volgt een even lange en steile afdaling waar ik ook nog eens ten val kom, gelukkig zonder veel erg. Het enige lichtpuntje is het feeëriek zicht op de lichtjes van Bourscheid Moulin in het dal. Na de afdaling volgt een passage door Bourscheid Moulin met een ingewikkeld traject langs de spoorweg en het station, waar ik een andere deelnemer die het spoor bijster is weer in de juiste richting stuur, maar daardoor weer enkele kostbare minuten verlies die ik helaas niet op overschot blijk te hebben.

Uiteindelijk vang ik dan de laatste klim aan die me scheidt van het CP, en die uit nog net iets meer hoogtemeters opgebouwd is als de voorgaande. Ik zie onderweg de buffer die ik had op de tijdslimiet smelten als sneeuw voor de zon. Uiteindelijk bereik ik de top van de beklimming in Bourscheid, waar ik ook Joke aantref. De klok wijst 3u24 aan, de afstand net geen 150 kilometer. Te laat aangekomen in het CP dus, laat staan om er nog op tijd te kunnen vertrekken. Ik lever mijn GPS tracker in en ben dus officieel uit de race. Er staat ook al een bestelwagen klaar met een aantal andere onfortuinlijke lopers die eveneens de DNF status gekregen hebben. Ik kan gelukkig samen met Joke de wagen opzoeken en samen rijden we eerst naar het CP in Hoscheid en vervolgens naar Clervaux om mijn dropbags  op te pikken. En dan gaat het huiswaarts. Ik doezel onderweg wat in onder een warm dekentje en rond 7 uur ’s ochtends komen we thuis aan waar ik na een heerlijke douche in een zalig comfortabel bed mag kruipen.

De nabeschouwing
Jammer dat ik tegen de tijdslimiet aanliep, want ik gaf mezelf wel een goede kans om de wedstrijd uit te lopen. Ik ben wel blij dat ik uiteindelijk – dankzij Joke – niet zelf opgaf, maar dat het “voor mij beslist” werd. Er is ook heel wat om dankbaar voor te zijn; ik mocht weer lange tijd buiten spelen in de prachtige natuur van de Ardennen en ik liep mijn derde langste afstand ooit (150 kilometer), de tweede langste in tijd (31u26). Ik deed weer heel wat ervaring op (onder andere met slapen tijdens een ultra, wat ik nooit eerder deed), en in combinatie met de 100 mijl versie die ik liep in 2024, ken ik nu het volledige parcours van deze wedstrijd. Allemaal troeven om van de derde keer de goede keer te maken in 2027.

Het grootste wonder is echter mijn herstel van deze wedstrijd. Zondagochtend sliepen we nog een uur of vier en zondagavond gingen we op ons gewoon tijdstip slapen. Maandag was ik al rond 9 uur uit de veren en ik voelde me kiplekker. Meer nog, het slechte gevoel dat ik in de maanden voordien had was helemaal verdwenen, mijn rugpijn was bijna helemaal weg, mentaal voelde ik me haast euforisch, op een roze wolk. Op vrijdag ging ik alweer een stukje lopen en mijn benen voelden als nieuw. Op een of andere wonderlijke manier heeft deze lange tocht mijn lichaam en geest een soort “reset” gegeven waar ik nu nog steeds het effect van voel. Ultralopen ongezond? Ik dacht het niet!

Het moment – Elke dag veggie!

Het is vandaag Wereld Vegetarisme Dag en dat verdient absoluut een feestje. Ik stopte met vlees eten toen ik 15 jaar was, in het jaar 2000. De vegetarische prehistorie zeg maar. Je moest wel een beetje knettergek en overmatig dwars zijn om in die tijd principieel geen vlees meer te eten. Gelukkig is er 26 jaar later al een mooie weg bewandeld richting een positief vegetarisch klimaat. Zelf evolueerde ik van pescotariër (ik at af en toe nog wel vis) naar een volwaardige vegetariër die ook haar best doet om zoveel mogelijk plantaardige alternatieven een kans te geven. Ik eet niet volledig plantaardig, maar ben een trouwe ally van de vegans.

Het moeilijkste aan stoppen met vlees eten vond ik destijds niet de opoffering die het wel een beetje was. Er kwam namelijk niet echt iets in de plaats voor het vlees dat ik niet meer at. Een groenteburger was in die tijd een slap en redelijk smakeloos ding waar je niet heel vrolijk van werd. Het lastigste waren de gefronste wenkbrauwen en de grote vraag: waarom?! Voor mij was het antwoord op die vraag nochtans kinderlijk eenvoudig. Ik wilde niet dat dieren in erbarmelijke omstandigheden gekweekt werden, vervolgens naar de slachtbank geleid om dan op mijn bord te belanden. Achter die waarom-vraag zat een vooroordeel waar ik als tiener moeilijk mee om kon. Ik ben blij dat ik ondanks die tegenwind volhardde en trouw bleef aan mezelf.

26 jaar later zijn er alleen maar meer redenen bijgekomen om vegetarisch te eten. Sterker nog, als iemand mij nu vraagt waarom ik vegetariër ben, is mijn antwoord dat ik geen enkele reden kan bedenken waarom ik wel nog vlees en vis zou eten. Ik ben natuurlijk wat straffer in mijn uitspraken geworden, maar de maatschappelijke perceptie rond vegetarisme is ook echt gekeerd. Als er wordt gevraagd naar het waarom is dat veelal vanuit een soort bewondering. Op zich is dat ook niet nodig. Ik ben ervan overtuigd dat vegetarisch eten goed is voor jezelf, de dieren, het milieu én de maatschappij. En vooral: dat het bijlange geen opoffering meer is. Ik geef jullie 3 redenen waarom.

Vegetarisch eten is lekker
Het is geen maaltijd waarbij iets ontbreekt. Om lekker vegetarisch te eten moet je vlees of vis niet vervangen door een vegetarisch product, maar geef je de hoofdrol aan iets anders. Vaak zijn dat groenten in een geslaagde combinatie of met een rijke kruiding. Door de jaren heen ontwikkelde ik mijn eigen kookstijl waarbij groenten en peulvruchten de kans krijgen om te schitteren. De eerste keer dat ik voor Hans kookte, presenteerde ik hem mijn signature dish: groentelasagne met ricotta en spinazie. Ook mijn favoriete pompoen uit de oven – de kroonprins, een groente die zijn naam alle eer aan doet – was een succes. Hoewel ik geen receptenkoker ben, haal ik inspiratie uit de Italiaanse en de Libanese keuken die van oorsprong veggie-vriendelijk zijn.

Vegetarisch eten is gezond
Op zich kan een vegetariër net zo goed kiezen voor ultrabewerkt voedsel, frisdrank en fastfood. Toch denk ik dat een vegetarische levensstijl in veel gevallen leidt tot een gezonder voedingspatroon omdat je eenvoudigweg bewuster met je eten bezig bent. Je zal makkelijker kiezen voor vezelrijke alternatieven die je een verzadigd gevoel geven. Eens je dat gewoon bent, val je minder snel ten prooi aan eten dat niet voedzaam is. Zo zegt een diepvriespizza mij helemaal niks meer omdat ik het zo eentonig van smaak vind. Omdat ik als vanzelf gevarieerd eet, heb ik me ook nooit beziggehouden met uit te rekenen of ik wel de juiste voedingsstoffen binnenkrijg.

Vegetarisch eten is makkelijk
Of je nu zelf kookt of uit eten gaat, vegetarisch eten is toegankelijker dan ooit. Op een menukaart, maar ook in de supermarkt vind je een uitgebreid gamma vegetarische producten. Ik vind het woord vleesvervanger niet handig gekozen. De mindset is niet dat je vlees moet vervangen, je wil het over een andere boeg gooien. Op z’n tijd hou ik zeker van een veggie stukje vlees, maar het zijn niet die producten die mijn gerechten kraken of maken. Vegetarisch koken is denken vanuit kansen in plaats van beperkingen. Je hoeft dus echt geen Ottolenghi te zijn om op een simpele manier vegetarisch eten op tafel te toveren.

Als ik het kan, dan echt wel iedereen. Smakelijk!

Het leven zoals het is op het Zuiderstrand

Het was weer hoog tijd om naar Den Haag te gaan. De timing zat helemaal goed: in hittegolftijden is de kust een plek waar je wil zijn. Dit verhaal heeft wellicht weinig nieuws te vertellen, maar is juist daarom het vertellen waard. We kwamen toe op vrijdag en gingen borrelen bij Café Emma. Nadien fietsten we de zeebries tegemoet naar het Zuiderstrand om met eigen ogen te zien dat de strandtenten terug van weggeweest waren. Het zit namelijk zo: de horeca langs de kustlijn verdwijnt volledig langs het Zuiderstrand van oktober tot maart om de natuur rust te gunnen. Hoewel dat vragen doet rijzen over duurzaamheid en toerisme, betekent het dus dat het strandtentseizoen beperkt is. Ik zeg trouwens strandtent of strandbar omwille van het casual karakter, officieel is het een strandpaviljoen, wat ietsje chiquer klinkt. In ieder geval was het die vrijdagavond een heerlijke gezelligheid op het strand. We eindigden met de mezze van Ali onder de verfrissende airco in onze verblijfstek.

Zaterdag begint eveneens met een rondje Haagse gewoontes. We kopen kaartjes in de Piet Heinstraat en slaan wijn in bij Marius. We gaan langs bij kookwinkel Oldenhof en boekhandel Van Stockum voor de allerlaatste van Lieke Marsman. Ook De Bijenkorf mag niet ontbreken, waar we ons volop in de feestkleding oriënteren. Ons rondje stad eindigt bij een pop-up kiosk tegenover het Buitenhof, waar de iced latte verkoeling brengt. Op dit punt maken we een heel andere keuze dan het gewoonlijke. We gaan namelijk geen rondje lopen, maar kiezen voor een paar uur strandliggen. Ja echt! Mijn strandtas is gewapend met maar liefst 5 tijdschriften, 2 leesboeken, 2 handdoeken en 2 verschillende soorten zonnecrème. We zijn kortom helemaal klaar voor onze strandervaring. De eerste opdracht bestaat eruit om een goed plekje uit te kiezen. Je wil niet te ver van de zee, maar ook niet te dichtbij. Het zand liefst niet te heet, maar ook niet te nat. De betere dilemma’s des levens. We hakken de knoop door en spreiden onze handdoek uit. Et voilà! Het gebeurt zowaar. Wij liggen op het strand. En wat een gelukzakken zijn wij toch! Dit is echt het ideale weer! Niet te warm, niet te koud, hier en daar wat bewolking. Hoe goed kan je het treffen? De 2 soorten zonnecrème worden gesmeerd en het strandse genieten kan beginnen.

Elk z’n boekje erbij en lezen maar op die handdoek. Rondom ons beginnen mensen de stranddag juist af te ronden. Handdoeken worden uitgeklopt. Het afval verzameld. Het kamp afgebouwd. Gek eigenlijk, als je weet hoeveel drukker het gisteren was rond dit tijdstip. Maar ach ja, meer strand voor ons! In de verte hangen wat donkere wolken. Hans is meer weerman Bram dan dat ik weervrouw Jacotte ben. Fijntjes merkt hij op dat het in de verte aan het regenen is. De buienradar wordt er bijgehaald. Er is net een flinke storing door Rotterdam gepasseerd. Wij zullen het droog houden, al kruipen we door het oog van de naald. Dapper als hij is, gaat Hans zelfs de zee in om zich niet te laten bepalen door de weerselementen. De zon verdwijnt stilaan achter de wolken en het begint zachtjes te druppelen. Het zeeklimaat laat zich niet vatten in een ordinaire weersvoorspelling. We moeten deze lichte regen uitzitten, niets aan te doen. Koppig hou ik mijn zonnebril op, want dan ziet het leven er altijd zonniger uit.

Hoe goed ik voorzien ben op ontspanning, zo slecht ben ik voorbereid op frisser weer. Gelukkig is er wel wat afleiding rondom ons. Op een meter of 10 krijgen we een vrouw en man in het oog. Aan hun lichaamstaal (vooral -houding) valt af te leiden dat ze op date zijn. Het is op die momenten dat je beseft dat wat er rondom je gebeurt interessanter is dan de stapel tijdschriften die je meezeult. Hij spreekt Engels, lacht luid en ook met alles. Zelfs met 10 meter afstand ertussen neemt hij veel ruimte in beslag op het strand. Haar pose naar hem is verleidelijk te noemen. Haar rug is naar ons gericht, dus we hebben het raden naar haar aandeel in het gesprek. Terwijl de wind opsteekt (het is inmiddels weer droog) en ik me toch echt zorgen begin te maken over mijn gebrek aan kleding, gaat zij naar de wc in de strandtent, terwijl ze nog eens lachend achterom kijkt. Hij onderneemt verwoede pogingen om een sigaret op te steken. Doet hij dat stiekem, letterlijk achter haar rug? Zij komt terug, de sigaret gaat uit. Het spel van de verleiding zet zich verder.

Het is bijna 18 uur als mijn optimisme over het weer strandt in een pijnlijke desillusie. Dat iedereen zowat een uurtje geleden begon op te kramen, had wel degelijk een reden. Het regent nu heel dikke druppels. Wij zien geen andere schuilmogelijkheid dan onze handdoeken te gebruiken als een soort van tentje. Bij onze eerste daters kan het de pret niet drukken. Die gaan samen de zee in. Het brengt ons bij een volgende dilemma. We hebben om 19u30 gereserveerd bij strandpaviljoen ZUID. Wat is nu wijsheid? Terug de fiets op om iets warmers te gaan halen, maar dan strandtijd verliezen? Of optimistisch op dat strand blijven liggen met het risico een koude avond tegemoet te gaan? Het potentiële stelletje in wording is niet bezig met keuzes maken. Ze halen een beachball set tevoorschijn en gaan vrolijk balletjes slaan naar elkaar. Afwisselend in het Engels en Nederlands tellen ze hoe vaak ze de bal over en weer kunnen spelen. Vlotjes halen ze de 35.

Hans en ik pingpongen ook nog eens over en weer. We nemen een beslissing: een extra laagje is echt nodig om de koele zeewind aan te kunnen. We staan dus op en schudden onze klamme handdoeken uit. En dan spreekt de zee tegen ons en breekt de zon door. Hoera, het is weer warmer! We gooien het roer nog eens om en gaan gewoon wat vroeger naar de strandbar. Wisselvallig weer betekent namelijk ook dat het daar minder druk is. Er wordt voor ons een regensafe tafeltje geregeld. We klinken op onze eerste date van het jaar in ZUID. Wat een leven! Alleen jammer dat we nu niet zullen weten hoe het onze daters vergaat. Al zijn we ook nu weer omringd door interessante gezelschappen. Twee vriendinnen (denken we) zijn verwikkeld in een intens levensgesprek. Ze zullen dat de komende uren doen op een 0,75 liter fles water. Aan het andere eind van het spectrum zit een man alleen met een grote pint voor zich die daar ook nog eens een dubbele whiskey bij besteld.

Er wordt ook weer Engels gepraat. Achter mij zitten drie gezinnen waarvan de kinderen in hun zwemkleding zo nu en dan over het terras racen naar hun ouders, die zich duidelijk niet bewust zijn van het feit dat hun lieftallige kroost zich ophoudt in de duinen. Ik heb zicht op die duinen en zie hoe die lieve kinderen onder een prikkeldraad door kruipen, langs een bordje met verboden toegang. Ze hebben heel veel lol met de zandbergen op en af te klimmen. Het is het soort pret dat je niet wil bederven. Ik knijp dus niet alleen een oogje dicht voor de zon. We genieten van een heerlijke pizza met portobello en van de Grüner Veltliner die we die middag ook bij Marius hebben gekocht. Om stiekem toch een beetje te tonen dat we niet zomaar toeristen zijn, vertellen we dat we diezelfde wijn in zesvoud diezelfde middag bij Marius hebben gekocht. De jongeman die ons bedient antwoordt op alles met Gelukkig! En het mooie is dat hij het nog meent ook, je voelt zijn opluchting.

Bij onze achterburen wordt het steeds gezelliger. Er wordt een verjaardagscake tevoorschijn getoverd. De jarige komt met zijn aanhang uit de duinen om de kaarsjes uit te blazen, waarna het gezelschap met een stuk cake in de hand weer het zand in klimt. Cake en zand is eigenlijk nog best een logische combinatie. Net zoals daten en de strandtent. Wie komt er pal tegenover mij zitten aan een romantisch tafeltje? Onze daters! Hij bestelt een biertje, zij een glas rosé en ze nemen er allebei een glaasje limoncello bij. In de strandbar maken ze gekkere dingen mee. Na het vertier op het strand, lijken ze nu tijd te maken voor de serieuzere gesprekken. Hij doet zijn best om zijn stem te dempen, zij om hem af en toe eens diep in de ogen te kijken.

Verdrinken in elkaars ogen, dat kunnen Hans en ik als geen ander. Wij zitten helemaal op onze roze strandwolk. Het leven is echt prachtig in de strandtent. Je zit met of zonder schoenen op een houten vloer met zand. Je ziet de meeuwen rondvliegen tegen de avondzon. Je ziet, hoort en voelt de zee in alles. Wat hebben we dit gemist! Achter ons wordt het steeds gezelliger en daar heeft alcohol niks mee te maken, want de ouders zitten aan de Leffe 0,0. De twee vriendinnen kijken meewarig in de verte. Onze Engelse boy legt zijn hand op haar bovenbeen. Hangt hier nu echt love in de lucht? Of is dit het klassieke spel van de eerste ontmoeting? We hebben er het raden naar (en dat doen we ook volop). We bestellen nog koffie en tiramisu en klinken nog eens op een fantastische dag in Den Haag.

Het moge duidelijk zijn, ik ben een heel grote fan van strandbar ZUID. Mocht uit dit verhaal nog niet helemaal blijken waarom, dan vat ik het graag nog even samen. Je kan naar ZUID fietsen via de duinen of wandelen over het strand. Je moet dan zijn bij strandslag 11. Qua entree kan dat tellen. De zaak heeft voldoende hipster-gehalte om mijn stijlgoedkeuring weg te dragen, maar is tegelijkertijd ook heel nonchalant. Je bent er nooit underdressed. Of je er nu alleen een koffie komt drinken of met een heel gezelschap aan de pizza gaat, je valt ook nooit uit de toon. De ene medewerker is al wat vaardiger met borden en plateau dan de andere, maar de bediening is altijd superaardig. In die relaxte sfeer kan je bovendien heel lekker eten en drinken zonder daarvoor de hoofdprijs te betalen. Voor iemand die best gesteld is op haar rust en privacy is een strandtent misschien niet de meest prikkelarme omgeving. Ik krijg er echter zoveel unieke inkijkjes in mensenlevens tegen de ruimte en lichtheid van de zee dat ik er mijn hartje helemaal kan ophalen. Niks dan liefde voor strandtent ZUID!

Het gerief – Met een goed gevulde tas naar de Elzas

De Trail Alsace komt nu heel dichtbij. Morgen vliegen we in dit grote roosgekleurde avontuur met een gezonde dosis angst en loophonger. Het eerste obstakel dat we moeten nemen is de autorit. Hans kreeg 2 weken geleden ischias-klachten. Liggen en vooral zitten is erg pijnlijk. Leg maar eens uit dat je meer opziet tegen een paar uur in de auto zitten dan 108 km te lopen, want dat kan en mag hij voor alle duidelijkheid dus wel. Het is met een goed gevulde tas dat we uren tussen Orschwiller en Obernai zullen ronddwalen. De organisatie legt namelijk een uitgebreide mandatory kit op, spullen die je heel de wedstrijd bij je moet hebben. Moeten dus! Controles en straffen als je niet in orde bent! Stress! Bovendien kan er een uitbreiding gevraagd worden afhankelijk van de weersomstandigheden. Met 12° gaan we ervan uit dat de hot weather kit niet geactiveerd wordt, maar de cold weather kit mogelijk wel. Dit lijstje is de verplichte uitrusting:

  • Trailvest: ik kocht een nieuwe Salomon Advanced Skin (blauw!) met een inhoud van 12 liter. Getest en goedgekeurd in de Ardennen.
  • Smartphone met LiveTrail app: de app heeft een SOS-knop waarmee de organisatie je kan lokaliseren in geval van nood, je moet ook altijd bereikbaar zijn.
  • Beker van minstens 15 cl: om te kunnen drinken op de bevoorradingsposten en om de afvalberg zo klein mogelijk te houden.
  • 1l water: past in de 2 soft flasks vooraan in de vest.
  • 2 werkende hoofdlampen mét reservebatterijen: we vertrekken om 7 uur ’s ochtends en zullen dus sowieso een paar uur in het donker lopen, je moet het wel heel gek maken om er 4 sets batterijen door te jagen.
  • Overlevingsdeken (minstens 1m40 x 2m): dat is zo’n blinkend geval waarmee je jezelf of iemand anders warm kan houden in geval van nood, neemt niet veel plaats in.
  • Fluitje: hangt standaard aan de meeste trailvesten.
  • Elastische tape (minstens 1m): je kan er veel mee fixen, naar het schijnt.
  • Voedselreserve: spreekt voor zich, er wordt aangeraden om 800 kcal bij je te hebben, dat zijn een 4-tal repen of gels. Ik ga voor een maximale opname van vaste voeding (chips) op de bevoorradingsposten, maar neem wel wat repen en gels mee.
  • Jasje met kap en gesealde naden voor slecht weer (met nog een lange lijst aan voorwaarden qua waterdichtheid): dit is het duurste item van het pak, met een simpel waterafstotend jasje kom je er niet.
  • Lange broek: er zijn geen vereisten, een extra short met lange sokken mag ook, ik ga voor een klassieke tight.
  • Pet, bandana of buff: ik kies natuurlijk voor mijn Hoka-pet.
  • Warme tweede bovenlaag (minstens 180 gram): dit kledingstuk mag geen katoen bevatten en moet dus zwaar en warm genoeg zijn.
  • Muts: ik heb een niet al te dik exemplaar van Craft.
  • Warme en waterdichte handschoenen: alleen plastic afwashandschoenen zijn 100% waterdicht, ik koos voor mijn duurste en dikste handschoenen van Gore.
  • Identiteitskaart: oppassen om die onderweg niet kwijt te raken bij het in- en uitladen van materiaal.

De verplichte uitrusting voor koud weer komt bovenop bovenstaand lijstje en bestaat uit een beschermende bril, een waterdichte broek, een derde bovenlaag en stevige trailschoenen met gesloten tenen (balen voor de bare foot runners). Wat wij ook nog meenemen is trailstokken (op te bergen in een elastische belt rond je middel), ontsmettings- en insectenspray. Tot slot is er dan nog de drop bag, een 30 liter tas die je vult met extra spullen naar keuze (kleding + eten). Na 63 km staat die op de bevoorrading en kan je aanvullen of gebruiken wat nodig is. Handig!

Voilà, we zijn goed gepakt en gezakt. Nu maar hopen dat de benen ons, liefst vlot, over de bergen zullen krijgen!

De enige echte eindejaarsvraagjes!

Ik heb altijd van lijstjes en vraagjes gehouden, om zelf te stellen en te beantwoorden. Om me te laten inspireren en om te willen vatten wat eigenlijk niet te vatten is. Een lijstje is geen Heilige Graal van wat waarheid is, maar een momentopname van wat op dat moment belangrijk is. Daarom presenteer ik jullie, liefste lezers, de eindejaarsvraagjes die ik voorlegde aan mijn sympathiek panel van loopvriendjes. Ik vroeg wat hun 2025 van geur, kleur en smaak voorzag en polste alvast naar wat het nieuwe jaar mag brengen.

Roos – de immer enthousiaste en ondernemende sportieve kleine zus

Welke sportieve momenten van 2025 zullen je nog lang bijblijven?
– De eerste keer terug lopen. Het gevoel van euforie dat ik het nog kon. Dat heerlijke gevoel van terug die cadans te voelen, de hartslag in de hoogte. Zalig. 
– Mijn eerste trail in gezelschap van Marike. Het was stralend weer, het parcours prachtig en ik was ongelofelijk in mijn nopjes. Ik heb vooral veel genoten en was me er enorm van bewust hoe bijzonder het was, terug lopen en op avontuur gaan.
– Ik had tijdens mijn zwangerschap soms wel schrik dat mijn passie voor lopen zou afnemen, maar dat is gelukkig niet gebleken. Het is wat meer zoeken naar tijd en het vraagt allemaal om meer planning, maar het lukt om terug te lopen en iets op te bouwen. Het is nog meer iets geworden waar ik bewust voor kies om er tijd voor te maken. Dat maakt dat heel gewone loopjes ook vaak heel bijzonder kunnen zijn. 

Wie beheerste jouw muzikale soundtrack in 2025?
Ik heb Sam Fender grijs gedraaid in de aanloop van zijn optreden op Rock Werchter, tot mijn grote teleurstelling werd dat de dag ervoor afgezegd. Daar kan ik nog altijd om balen. 

Waar smaakte jouw koffie of ander drankje het best?
Het was een jaar met minder wilde avonturen en uitstappen en dat was helemaal prima. Mijn koffie thuis, is nog altijd van de beste, mijn eigen melkopschuimer en dan afwerken met een beetje cacao. Toppie. 

Welke luister-, lees- of kijktips heb je?
Sam Fender natuurlijk. 
Ik lees veel boeken met Marilou. Er bestaan geweldige kinderboeken. Mijn absolute favoriet van het moment De jurk van Haas, dat behoort tot de reeks van de Eikenbosverhalen. Het gaat over een haas die vestimentaire problemen heeft om naar een feest te gaan. Het is een boek met flapjes. Marilou kreeg het boek voor Sinterklaas van Bomma, die weet natuurlijk mooie boeken uit te kiezen. 
Ik zit nu al klaar voor een nieuw seizoen Huis Gemaakt, haha! Ik houd van verbouwprogramma’s, maar of het nu een must see voor iedereen is, dat laat ik in het midden. 

Waar kijk je naar uit in 2026?
Er is zoveel om naar uit te kijken. Ik kan zeker enkele zaken opnoemen, maar dan ga je weer enkel de grootste plannen noemen terwijl het niet al te zot hoeft te worden. 

Wat wens je de wereld en ook de bloglezers toe voor 2026?
Naast een goede gezondheid en nog andere clichés zeker ook mildheid! Dat heb ik bedacht nadat ik tot de orde werd geroepen als een driejarige nadat ik een wat onhandig manoeuvre deed met de fiets. Mildheid voor jezelf en voor je omgeving. 

Joni – kan ons nog eventjes jaloers maken met prachtige loopplaatjes uit Ierland

Welke sportief moment van 2025 zal je nog lang bijblijven?
Zonder twijfel de Wicklow Ecotrail, met start en finish in Bray, onze hometown in Ierland. 47 kilometer en 1800 hoogtemeters door ronduit prachtige landschappen. Gietende regen, maar uitzonderlijk goede benen en een ijzersterk gevoel. Sport was dit jaar meer dan anders een uitlaatklep. Een manier om orde te scheppen in de dagelijkse project-chaos en verantwoordelijkheden.

Wie beheerste jouw muzikale soundtrack in 2025?
Die kwam er pas laat op het jaar, met het album van Yong Yello en Rosalía (Taylor Swift was helaas een teleurstelling). We waren jammer genoeg net te laat voor tickets voor het optreden van Rosalía in Antwerpen. Het absolute hoogtepunt was echter het concert van Amble in Wexford, in de zomer, amper een paar weken nadat we hun album ontdekten. Zo’n avond die perfect klopt, en nog lang blijft nazinderen.

Waar smaakte jouw koffie of ander drankje het best?
De beste koffies kwam van ‘The Swans on the Green’ wat dé favoriete ontbijtplek blijft van de Waterleau collega’s, vlakbij de site. Mijn collega Toon passeert er elke ochtend trouw voor twee iced lattes. Ik ben er vrij zeker van dat ze dankzij de Waterleau passage hun uitbreiding hebben kunnen financieren. In Bray zelf heeft ‘Gata Nera’ ons hart gestolen. Uitgebaat door Italianen die al een tijd in Bray wonen en ondertussen ook vrienden zijn geworden. Jana passeert er meermaals per week om op te warmen na haar zwemmetje in zee. En dan zijn er natuurlijk nog de eigenaars van onze BnB. Echte koffiekenners, die elke instelling van hun machine tot in de puntjes beheersen. Een koffiemoment met hen is altijd een plezier en vaak vergezeld van verse scones.

Welke luister-, lees- of kijktips heb je?
Omdat ik dit jaar dagelijks anderhalf uur in de auto zat, heb ik heel wat podcasturen op de teller staan. Maandag begon steevast met Welkom to the AA, gevolgd door de wekelijkse populaire sportpodcasts. Op woensdag kijk ik altijd uit naar Achter De Schermen. Dat vaste ritme werkte verrassend rustgevend in de auto, maar toch ga ik het autorijden het minst missen van heel het Ierland avontuur.
Het boek Ierland van Peter Vandermeersch is een klepper, maar heel vlot geschreven en heel herkenbaar voor ons. Na het lezen van zijn boek kan je je helemaal inleven in ons avontuur en wil je ongetwijfeld zo snel mogelijk naar Ierland afreizen! Derry Girls is dan weer een meer van de pot gerukte serie op Netflix over een paar schoolkinderen die zich afspeelt tijdens de troubles; grappig, maar ook met een paar leerrijke referenties naar het verleden!

Waar kijk je naar uit in 2026?
Naar onze terugkeer naar België, al willen we tegelijk ook nog maximaal genieten van de laatste maanden in Ierland. Van de gewoontes die we hier hebben opgebouwd en vooral van de vriendschappen. Ik kijk ook uit naar tijd voor middagloopjes, de marathon van Leuven, een festivalzomer, en wie weet zelfs een 100 km met Roos!

Wat wens je de wereld en ook de bloglezers toe voor 2026?
Meer tijd met vrienden, meer momenten in de natuur en af en toe een echte gsm detox. Soms is dat alles wat nodig is.

Simon – sportbeest en gevoelsman van het mooie leven

Welke sportieve momenten van 2025 zullen je nog lang bijblijven?
– De marathon in Leuven was qua beleving in de stad een absoluut hoogtepunt. Door een blessure heb ik niet gepresteerd waar ik voor getraind had, maar ik ben wel heel blij met de unieke ervaring.
– Na mijn hartablatie me kunnen kwalificeren voor het WK gravel in Singen (NL) op een bijzonder lastige omloop die eerder voor de klimmers was gemaakt. 
– Op de Gran Fondo van Pamplona gefietst met Miguel Indurain en in de kopgroep gezeten met Louis Leon Sanchez. 

Wie beheerste jouw muzikale soundtrack in 2025?
Clouseau leg ik niet heel veel op, maar heeft me emotioneel enkele keren geraakt, zowel op Marktrock als in het Sportpaleis met ‘Altijd heb ik je lief’.

Waar smaakte jouw koffie of ander drankje het best?
Ik heb niet meer nodig dan een zonnig terras en aangenaam gezelschap.

Welke luister-, lees- of kijktips heb je?
Het heruitgezonden ‘Lili & Marleen’ geeft me veel jeugdsentiment en nostalgie. 

Waar kijk je naar uit in 2026?
Op 13 januari ga ik terug onder het mes voor een nieuwe ablatie. Hoop terug te kunnen sporten zonder hartkloppingen/stoornissen en dus gezond te mogen zijn.  

Wat wens je de wereld en ook de bloglezers toe voor 2026?
In deze woelige tijden hoop ik dat er snel weer ‘vrede’ is en dat de Russen niet doorgaan, ik wil niet denken aan een mogelijke WOIII.

Hans – mijn mannetje en doorgaans betrokken partij in mijn verhalen

Welk sportieve momenten van 2025 zullen je nog lang bijblijven?
– Het absolute hoogtepunt was om samen met Joke de Trail Godefroy in Bouillon te lopen. Dat was Jokes eerste 100 kilometer trail en het was heel bijzonder om samen met haar dat avontuur aan te gaan. Hoe we dit samen beleefd en volbracht hebben was ook een mooie illustratie van het mooie en sterke koppel dat wij zijn.
– Verder vond ik het ook bijzonder om voor de allereerste keer de CPC halve marathon te lopen in Den Haag. En hoewel ik met het startnummer dat ik overgenomen had in de allerlaatste wave moest vertrekken en mijn wedstrijd één lange inhaalrace was (ik ben zelf nog nooit zo weinig ingehaald tijdens een wedstrijd) heb ik echt wel genoten van de sfeer en het parcours.
– Last but not least was het EK marathon tussen Brussel en Leuven ook van het type “kippenvel”. Hoewel ik nooit een échte marathonloper zal worden wegens teveel asfalt en te weinig kilometers, vond ik dit toch wel een heel speciale wedstrijd met enorm veel sfeer. De bloedende tepels nam ik er met veel plezier bij.

Wie beheerste jouw muzikale soundtrack in 2025?
Tja, dat vind ik een moeilijke vraag. We hebben samen naar heel wat artiesten geluisterd, vaak als “voorbereiding” voor een optreden dat we zouden bijwonen; Bryan Adams, Robbie Williams, Barbara Pravi, ZAZ… Verder hadden we ook nog onze “Duitse playlist” en de “Bouillon playlist” die regelmatig de revue mochten passeren, vaak in de auto. En dan was er Pommelien die er op een of andere manier in geslaagd is heel wat luisteruren te kapen bij ons allebei. Last but not least waren ook de vaste waarden als Leonard Cohen en Froukje nooit ver weg.

Waar smaakte jouw koffie of ander drankje het best?
Zonder twijfel in Den Haag, maar zeker ook thuis, gezellig samen in de zetel.

Welke luister-, lees- of kijktips heb je?
Ik heb het voorbije jaar weer heel wat gelezen. Ik verwacht dat ik voor het einde van het jaar de kaap van 50 boeken zal halen, dus het zijn vooral leestips die ik kan delen. De volgende boeken prijken met stip aan de top van wat ik gelezen heb in 2025, en dat betekent wel wat want ik heb eigenlijk nauwelijks boeken gelezen die ik niet goed vond;

  1. I.M. (Connie Palmen)
  2. De herinnerde soldaat (Anjet Daanje)
  3. De menselijke smet (Philip Roth)
  4. Zwarte september (Sandro Veronesi)

Waar kijk je naar uit in 2026?
– Op sportief vlak: naar de Trail Alsace by UTMB, een dikke 100 km rennen door de Elzas samen met Joke. En ik wil in september nog eens een gooi doen naar de Legends Great Escape trail 200 km na mijn DNF in 2025 door een ongelukkige val.
– Op familiaal vlak: naar een tweede kleinkind in juni.
– En uiteraard naar alle leuke kleine en grote momenten samen met mijn liefste schat; samen lummelen, lopen en lezen, koffie en lekkere wijntjes drinken, musea, theater en concerten bezoeken, vakantie, Den Haag…

Wat wens je de wereld en ook de bloglezers toe voor 2026?
Vrede, liefde, vriendschap en een warme thuis

Pieter – multisporter en Chouffemaatje met bijzonder sympathieke familie

Welk sportief moment van 2025 zal je nog lang bijblijven?
Het is lastig om slechts één moment te kiezen uit 2025, een jaar waarin het op sportief vlak nooit heeft stilgestaan, zowel voor mijzelf als voor de mensen om me heen. Daarom buig ik de vraag een beetje om en kies ik voor twee topweekends!
– Het La Chouffe-weekend is sowieso altijd een hoogtepunt. Dit jaar verkende ik vrijdag op de fiets zeven uur lang de wegen tussen Borchtlombeek en Houffalize met mijn ‘halfbroer’ Stijn. Zaterdag hebben we ons geamuseerd met het supporteren voor Hans, Sam en Joke op de lange trail. Zondag mochten Stijn en ik Lisa vergezellen tijdens haar eerste stapjes in de trail wereld op de 36 km. Hoe langer ik sport, hoe meer ik geniet van samen actief zijn met mensen om wie ik geef, in plaats van alleen te focussen op mijn eigen wedstrijden.
– Het tweede weekend was natuurlijk de marathon van Lisa in Valencia! Ze is nu officieel een Marathon Woman. Het was prachtig om te zien hoe ze groeide tijdens haar voorbereiding en hoe ze, ondanks wat kwaaltjes, karakter toonde en er volledig doorkwam.

Wie beheerste jouw muzikale soundtrack in 2025?
Als ik mijn Spotify Wrapped mag geloven ben ik helemaal betoverd door Herman Van Veen. Met ‘Toveren’ stond hij op 1 met 145x beluisterd! Toch kies ik tijdens het sporten voor de ‘goede’ marginale remixen van Soundcloud.

Waar smaakte jouw koffie of ander drankje het best?
Tegenwoordig op de indoortrainer of tijdens de sporadische coffee rides. Maar het best was hij toch in Gaios een klein stadje op het eiland Paxos waar boten spotten de grootste bezigheid was.

Waar kijk je naar uit in 2026?
Mijn zus trouwt in de zomer en in oktober staat mijn eerste Ironman gepland dus 2026 zal zeker weer een goed gevuld jaar worden!

Wat wens je de wereld en ook de bloglezers toe voor 2026?
Een sportief en gezond jaar! Waar ze kunnen genieten van alles rond hun en hopelijk door de sport of andere hobby’s mensen kunnen leren kennen waar ze nog veel plezier mee kunnen beleven, zoals ik met Joke en alle anderen doorheen de jaren.

Sam – alleskunner en met hem erbij is alles een feest

Welk sportief moment van 2025 zal je nog lang bijblijven?
Het WK wielrennen in Rwanda mogen beleven was een droom waar ik al jaren lang mee in mijn hoofd zat en het was een unieke ervaring die me nog jarenlang zal bijblijven. Niet alleen omdat het indrukwekkend was om de beste wielrenners ter wereld aan het werk te zien, maar ook omdat het het eerste WK wielrennen in Afrika was. Hoewel er veel controverse hing rond het WK, was het een ronduit prachtige ervaring voor iedereen die er bij was!

Wie beheerste jouw muzikale soundtrack in 2025?
Ik ben een fervente fan van muziek luisteren terwijl ik werk, zonder lyrics weliswaar, daardoor beheersen Hans Zimmer, Ludovico Einaudi, Gibral Alcocer en soortgelijken mijn hitlijsten. Daarbuiten was ik dit jaar vooral onder de indruk van de nieuwe albums van Bad Bunny en Dave. Zeer verschillende muziek, maar beide muzikanten slagen erin om met hun unieke stijl de kleine en grote momenten van het leven te vertellen.

Waar smaakte jouw koffie of ander drankje het best?
De Chouffe na de Chouffe trail begint stilaan toch een traditie te worden. Ik ben geen fan van bier, maar na een hele dag lopen in de warmte is er toch weinig dat beter smaakt! Zeker als je het kan delen met de vrienden waarmee je de hele dag op pad was.

Welke luister-, lees- of kijktips heb je?
Voor de muziekliefhebbers raad ik de podcast ‘Fela Kuti: Fear No man’ aan, in 12 afleveringen word je meegenomen door het leven van de grondlegger van Afrobeat en leer je in een klap ook veel bij over de geschiedenis van Nigeria. Als je de artist Fela Kuti nog niet kent, zal het een fijne ontmoeting zijn met zijn muziek!
Voor de mensen die meer fan zijn van Nederlandstalige podcasts, raad ik ‘Op zoek naar Marlotte aan’. Ik wil er niet te veel over zeggen, want dat zou de spanning spoilen, maar wees klaar voor een plotwending in elke aflevering.
Ten slotte kan ik als kijktip ‘Le choix de Sonia’ meedelen. Het is het verhaal van een vrouw die in de nasleep van de aanslagen in Parijs 10 jaar geleden voor een keuze stond die de rest van haar leven zou bepalen. Ze toont het gezicht van iemand die niet wou buigen voor de angst die terrorisme ons probeert in te wrijven. Nog maar te zien tot 14 februari 2026 op VRT max, dus snel bij zijn!

Waar kijk je naar uit in 2026?
Op loopvlak was 2025 een iets minder jaar dan 2024, blessures hebben iets te vaak roet in het eten gegooid. Ik hoop dus vooral op een blessurevrij jaar in 2026 met als hoogtepunt de 100 km trail in La Chouffe in juli met mijn favoriete loopmaatjes Hans en Joke. Daarnaast kijk ik er ook enorm naar uit om samen met mijn vriendin Sintija in haar thuisland haar eerste marathon te lopen tijdens de marathon van Riga!

Wat wens je de wereld en ook de bloglezers toe voor 2026?
Geluk begint in het hoofd, ik wens dus iedereen voornamelijk een goede mentale gezondheid toe en dit zou voor sommige wereldleiders waarschijnlijk ook helpen 😉 

Het gerief – Ik ga 100 km lopen en neem mee

Yes yes, morgen is het zover! Hans en ik beginnen dan aan ons mega trailavontuur in Bouillon. 101 kilometer met 3314 hoogtemeters staan er op het menu. Om 3 uur (!) beginnen we eraan. We zijn gepakt en gezakt, klaar om eraan te beginnen, al klinkt het op dit moment nog heel onwezenlijk. Aan onze voorbereiding zal het niet liggen. In mei liepen we heel veel kilometertjes zij aan zij, waaronder ook een paar mooie trails in de Ardennen. We hadden dus de kans om wat eten en gerief uit te testen. Zo leerde ik van Hans dat er eigenlijk een soort van vuilniszakje in je trailvest hangt. Heel handig! Dan is de vraag van vandaag: wat neemt een mens zoal mee als ze 100 kilometer gaat lopen?

De organisatie legt een lijst op van verplicht materiaal dat elke deelnemer moet meenemen. Daar zitten spullen bij voor in geval van nood, een scenario waar je liever niet aan denkt, maar toch rekening mee moet houden: een overlevingsdeken (zo’n thermisch blinkend geval), een fluitje (hangt standaard aan elke trailvest) en elastische tape (kinesiotape). Elke loper moet bovendien een telefoon en identiteitskaart bij zich hebben. Aangezien we ’s nachts vertrekken, is ook een hoofdlamp verplicht en allesbehalve een overbodige luxe. Tot slot moet je een eigen beker bij je hebben (om te drinken aan de bevoorradingsposten), een waterreserve van 1 liter (wat niet heel veel is gezien het warme weer) en een voedselreserve (die niet verder gespecificeerd wordt).

Mijn trailvest is nog steeds de Advanced Skin 5 van Salomon. Ik kocht die in 2022 voor mijn eerste 70 kilometer in Houffalize. Een absolute aanrader! 5 liter opbergruimte is behoorlijk wat en meer dan genoeg als je geen extra kleding meeneemt. De meeste plaats wordt ingenomen door 4 soft flasks, in totaal 2 liter water. Twee flesjes zitten vooraan, de andere twee zijn extra’s op de rug. Ik drink liefst van al gewoon puur water. Misschien zwicht ik op de bevoorrading ook eens voor een colaatje. Naast drinken herberg je ook een hoeveelheid voeding. Tijdens de trainingen bleken de ISO gels van 6D met appel- en ananassmaak mij goed te bevallen, net zoals de sportrepen van 6D. De bloks (een soort snoepjes) van Clif mogen zeker ook niet ontbreken. Qua voeding reken ik verder op het buffet van de bevoorradingsposten. Voor mij is er geen trail zonder TUC. Heerlijk om het mondgevoel te neutraliseren en ook wat zouten binnen te krijgen. Een stukje peperkoek en wat rijsttaart schuif ik doorgaans ook vlot naar binnen. Mag zeker niet ontbreken “voor het geval dat”: zakdoekjes (de noodzakelijke sanitaire stop), insectenspray (er vliegt en springt daar wel wat rond), ontsmettingsspray (toch wel zo proper na een valpartij) en wat basis medicatie (pijnstiller en allergiepilletje).

We zullen onderweg 8 bevoorradingsposten passeren. Dat is mooi! Na 55 kilometer ligt op post nr. 4 onze drop bag, een tas met wat extra persoonlijke spullen die de organisatie daar voor je klaarzet. Hans heeft met zijn 100 mijlers al drop bag ervaring, voor mij is dit een primeur. Er gaan sowieso een paar schoenen en wat extra kleding in. Niet dat ik van plan ben om iets te wisselen, maar je weet maar nooit. Een fris washandje lijkt me wel lekker, net zoals iets boterham-achtig om te eten. We zijn van plan om ons daar van een goeie laag zonnecrème te voorzien – voor wat dat waard is met al dat gezweet. Uiteraard is het ook een kans om de voorraad gels en repen in je vest aan te vullen. Voor alle duidelijkheid: ik ben niet van plan om alles wat op de foto staat weg te stouwen. Ik heb niet heel veel brandstof nodig om te blijven gaan.

Hoewel ik het gedoe met gerief aanvankelijk veel gedoe vond bij trails, ben ik er nu van gaan houden. Het is het ultieme padvindersgevoel: vestje op, spulletjes mee en gaan! Denken jullie ergens in de loop van de dag eens aan ons?

Het gerief – Mijn marathon essentials zoveel jaren later

Zondag loop ik mijn 20e marathon: een specialleke van Brussel naar Leuven. Alsof het zo moest zijn. Iets bijzonders voor mezelf en mijn vriendjes, waarover later meer. Het meest essentiële om een marathon te lopen? Een degelijke voorbereiding en een grote loophonger. Ik beleef dat moment heel bewust in het startvak: het besef dat je, na maanden toe te leven naar dat ene moment, heel weinig nodig hebt om die marathon te finishen. Je moet gewoon lopen, zoals je dat al kilometers en kilometers vaak gedaan hebt. In de beginjaren van mijn bestaan als marathonloper schreef ik al eens over mijn marathon essentials. In tegenstelling tot mijn lijstje met benodigdheden uit 2018 ben ik nu wel echt van het running light type geworden. De Stance sokken, de vaseline, de Clif bar en de chocomelk zijn gebleven. Tijd voor een update.

Ik heb mijn wedstrijden jarenlang met dezelfde Nike-outfit gelopen: een short – ik dacht elke keer dat het de laatste zou zijn gezien de slijtage in de kruisnaad – en een donkerblauw singlet. Een outfit die op talloze foto’s vereeuwigd werd. Mijn foto’s met het lint in Antwerpen bijvoorbeeld, maar ook mijn calvarietocht in Milaan. Om nostalgische redenen zullen die stuks niet snel in de kledingcontainer belanden. Na mijn schoenencollectie onderging ook mijn sportgarderobe een grondige make-over. En of dat nodig was, ik had letterlijk geen shorts meer zonder gebreken. Mijn favoriete short van het moment is van New Balance: een 2-in-1’tje met het best zittende binnenbroekje ooit. De short doorstond de duurlooptest met glans.

Waren ook dringend aan vervanging toe: mijn sportbh’s van Shock Absorber. Ik droeg ze jarenlang en ze deden goed hun werk, maar het waren marteltuigen die me soms nekpijn bezorgden en ik hield er heel vaak schuurplekken aan over. Vervanging vond ik bij de Zwitserse kwaliteit van ON. Hun endurance bra is werkelijk de beste sportbh die ik ooit heb gehad. Het ontwerp is geniaal (dit heeft een vrouw bedacht): de bh is gemaakt uit licht en ademend materiaal, biedt veel steun en heeft de perfecte pasvorm. Marathons loop ik (bijna) altijd in een singlet. Zondag zal dat niet anders zijn. Blauw blijft trouwens mijn favoriete kleur. Mijn outfit is pas compleet met een pet. Sinds de zomer ben ik helemaal fan van de Hoka caps. Ze zijn lekker licht met een handige elastiek én het goede petgevoel.

In 2019 zwaaide ik mijn belt met drinkbushouder uit. Ik heb ondertussen een belt van Compressport die ik draag als ik klein gerief wil meenemen. Voor de marathon heb ik die niet nodig. Ik consumeer ook een pak minder gels dan in mijn beginjaren. Nadat ik in Brugge geteisterd werd door vreselijke buikkrampen besloot ik niet langer een flesje met koolhydratendrank mee te slepen. De gels beperkte ik tot 3 à 4 stuks op een volledige marathon. Met 21 gram koolhydraten per stuk is dat helemaal niet volgens het boekje, maar het werkt voor mij. Uit gewoonte heb ik heel lang de gels van Squeezy gebruikt tot het steeds moeilijker werd om die te vinden (de trouwe lezers weten dat ik jarenlang marathons liep op ruim vervallen gels). De gels van SiS vond ik geen succes. Inmiddels zit ik bij 6D. Hun sports gels bevatten 30 gram koolhydraten en wat sodium. Die zoute nasmaak is niet mijn ding. Ik ben meer fan van de 6D isogels: vloeibaarder qua substantie en smakelijker. Ze bevatten “slechts” 20 gram koolhydraten, maar ik wissel ze af met de (zoute) sports gels. In Berlijn testte ik trouwens voor het eerst een gelleke met cafeïne. Voor mij was het geen wondermiddel. En drinken? Dat doe ik gewoon aan de bevoorrading.

Na de race zweer ik nog steeds bij chocomelk en een Clif bar. Daarna volgt meestal een boterham om alle kunstmatige fruitsmaken weg te werken. Goed (= voedzaam) eten na de marathon wordt trouwens vaak over het hoofd gezien in een voedingsplan, maar het blijft één van mijn belangrijkste tips. Eveneens niet te vergeten: een proper shirt en een warme trui, zelfs als de zon schijnt. Ik neem ook altijd een nat washandje mee in een plastic zakje. In afwachting van de douche is dat de meest deugddoende verfrissing die je je kan voorstellen. De tijd dat ik in een sporttas mijn hele hebben en houden meesleurde, ligt achter mij. Ik hou het tegenwoordig bij een rugzak. Als het kan, neem ik wel andere schoenen mee. Snelle schoenen zijn doorgaans niet gemaakt om er aangenaam mee te wandelen als je al wat wankel op je benen staat. Ziezo, bij deze heb ik ook voor mezelf een handig lijstje gemaakt van wat ik zeker niet mag vergeten. Heel handig tot ik over zoveel jaar weer denk: hoe kwam ik erbij in 2025?!

De gedachte – Over intermittent fasting of dagen zonder ontbijt

Periodiek vasten of intermittent fasting is wijdverbreid en, mocht je er nog aan twijfelen, helemaal in. De ene na de andere lyrische getuigenis van een ervaringsdeskundige (al dan niet sporter) steekt de kop op. Periodiek vasten betekent dat je periodes niet of nauwelijks eet en die afwisselt met gewone eetmomenten. Als iets trending is, dan kan het bij mij twee kanten op: de rebel in mij verkettert het en weigert zich neer te leggen bij de mainstream. Ik doe lekker tegendraads dus niet mee. Die houding kan echter ook omslaan in: ik moet dit geprobeerd hebben om er een mening over te vormen die proefondervindelijk gefundeerd is. De heersende vorm van periodiek vasten is de 16/8 variant: je eet minstens 16 uur niet, gevolgd door een periode van 8 uur waarin je gewoon eet. Je zou zo beter leren luisteren naar je hongergevoel, waardoor je automatisch minder gaat eten. Bovendien zou je lichaam tijdens de vastenperiode overschakelen op vetverbranding en verlies je ook daardoor gewicht. Bij wijze van experiment besloot ik om tijdens de laatste werkweek voor de herfstvakantie twee dagen mijn ontbijt over te slaan. En dan zou ik wel weten hoe het zat. De twee dagen werden vier dagen en deze week ging ik er tijdens mijn vakantie vrolijk mee verder.  Waarom ik uiteindelijk zwichtte en hoe het me beviel, dat leg ik jullie graag uit.

Ik zal maar meteen toegeven dat ik niet helemaal aan mijn proefstuk toe ben wat betreft vasten. Enkele jaren geleden gaf ik toe aan het 5:2 dieet. Daarbij eet je vijf dagen per week volledig “normaal”, zonder enige restrictie en vast je twee dagen. Op die vastendagen mag je telkens 500 calorieën nuttigen. In de praktijk kwam het erop neer dat ik die dagen niet ontbeet en een héél héél lichte lunch en diner nuttigde. Denk: veel droge rauwkost met iets van eiwitten erbij. In eerste instantie was ik hier positief over. Ik worstelde toen stevig met gewichtsissues, zat niet fantastisch in mijn vel en dit dieet leek op het eerste zicht heel erg haalbaar, als in: je moet slechts twee dagen per week doorbijten. Na goed een half jaar hield ik het echter voor bekeken omdat ik merkte dat ik steeds meer begon op te kijken tegen de vastendagen. Een dag amper eten is echt geen pretje als je in se heel graag eet. Bovendien verloor ik er niet echt gewicht mee, wat wel het initiële doel was. Als een dieet je slechtgezind maakt en je er geen gewicht mee verliest, dan heeft het geen zin om door te zetten. Ik beloofde mezelf plechtig dat ik mezelf dit niet meer zou aandoen.

Periodiek vasten zou je naast gewichtsverlies ook een scherpere geest en een betere nachtrust opleveren. Sommigen gaan nog een stapje verder en beweren dat je hierdoor heel wat akelige ziektes kan vermijden. Ik las vaak dat het natuurlijker is voor je lichaam om langere tijd niet te eten. De oermens, lieve lezers, die at soms da-gen niets om zich dan te goed te doen aan een overdaad bessen of een stevige mammoetbiefstuk. Het is dus een oeroud mechanisme dat honger ons scherper en alerter maakt. Verteren daarentegen maakt ons slomer en net dat is voor onze oermens levensbedreigend. Ik vind het behoorlijk onzinnig om mijn lichaam vandaag de dag te vergelijken met dat van de oermens een dikke 100.000 jaar geleden. Alsof de mens en zijn lijf initieel zo bedoeld waren en wij daar zoveel jaar later terug naar moeten grijpen om goed bezig te zijn. Vreemd.

De meeste volgers van het 16/8 vasten slaan hun ontbijt over en eten rond 12 uur een eerste maaltijd. Je mag dan eten tot 20 uur. Dat klinkt heel acceptabel, ware het niet dat ik altijd gezegd heb dat ik nooit, maar dan ook nooit zou vasten omdat ik net zo graag ontbijt. Ik vind dat oprecht één van de gezelligste momenten van de dag. Bovendien is mijn ontbijt redelijk uitgebreid, sta ik op om 5u30 en fiets ik 20 kilometer naar school. Als het middag is, heb ik er kortom al een lang en actief dagdeel op zitten. Maar goed, ik zou periodiek vasten in alle objectiviteit een kans geven. Ik stond vorige week dus op om 5u30 en dronk een zwarte koffie (dat mag dus wel). Het voordeel van niet ontbijten is dat je meer tijd hebt. Tijd bijvoorbeeld om echt van die koffie te genieten en nog wat te werken. De ochtend was er niet per se minder gezellig om. Ik had geen slappe benen op de fiets. Door de drukte van de schooldag stond ik amper stil bij het feit dat ik nog niet gegeten had. Nee, ik werd dus niet overmand door een hongergevoel van jewelste. ’s Middags ging ik op nuchtere maag lopen en bijgevolg at ik vlotjes 17 uur niet omdat dat praktisch zo uitkwam. So far, so good.

Ik kan niet precies uitleggen waarom ik toch zwichtte voor het 16/8 intermittent fasting. Noem het nieuwsgierigheid en de behoefte om mijn gewoontes onder de loep te nemen. Met gewichtsverlies probeer ik niet meer bezig te zijn. Omdat het vasten zo makkelijk was toen ik ging werken, besloot ik om tijdens mijn vakantieweek ook eens na te gaan of het ontbijt overslaan me even goed zou bevallen. Het voordeel was dat ik niet zo vroeg moest opstaan. Het nadeel dat ik niet de afleiding van de werkdag heb en het misschien toch zou voelen als aftellen tot de middag. De afgelopen dagen stond ik op om 7u30, maakte een koffie die ik in bed opdronk met een goed boek en de katten erbij. Rond een uur of 11 ging ik dan nuchter lopen of fietsen. Zware trainingen zonder vooraf te eten worden sowieso afgeraden omdat je dan niet goed kan herstellen. Daar hield ik me braaf aan. Zowel de ontspannen ochtenden zonder ontbijt, maar mét koffie, als de training erna bevielen me erg goed.

Wat zijn mijn bevindingen na twee weken 16/8 vasten? Allereerst, het hongergevoel dat ik als geroutineerd ontbijtlover vreesde, is verwaarloosbaar. Het grootste voordeel is de rust die ik kreeg door niet met eten bezig te zijn. Op werkdagen sta ik toch onder lichte tijdsdruk fruit te snijden of een eitje te koken. Als dat wegvalt, komt er tijd vrij. Nuchter lopen of fietsen ging heel vlot, maar dat is wellicht ook te wijten aan mijn algehele staat van ontspanning nu ik even weg ben van de schooldrukte. Ik voelde me verder niet anders dan anders. Of ik gewicht verloren ben, daar heb ik het raden naar. Ik word niet gelukkig van op een weegschaal te gaan staan, dus daar heb ik ook nu voor gepast. Wel had ik nooit last van een opgeblazen gevoel, wat me anders wel eens kan overkomen. Ik wil dus graag geloven dat ik door periodiek vasten mijn lichaam de kans geef om te resetten, te herstellen en vet te verbranden. Al blijf ik ook mijn bedenkingen hebben. Periodiek vasten wordt strikt genomen geen dieet genoemd omdat het niet voorschrijft wat je wel en niet mag eten. Juist daar wringt voor mij het schoentje. Ik geloof in bewust eten en niet in punten, calorieën of uren tellen. Bij periodiek vasten kan je in principe nog steeds kiezen voor niet-voedzame maaltijden of snacks. Ik zou dus alleen voor deze levensstijl kiezen als die je helpt om bewuster te eten (en leven). Blijf echter ook nuchter en realistisch. Temper je verwachtingen. Mijn leven is er niet manifest anders door geworden, waarschijnlijk omdat ik al bewust met mijn lijf en gezondheid omga.

Tot slot, wil ik jullie na deze uiteenzetting over niet-eten niet op jullie honger laten zitten. Daarom volgt hier het recept van mijn niet te versmaden en erg voedzame frambozencake. Meng in een kom 160 gram havermout, 90 gram speltbloem (of wat je verkiest), 50 gram kokospoeder, 100 gram suiker en 2 eetlepels bakpoeder. Voeg er 2 eieren, 60 ml (haver)melk en 60 gram gesmolten kokosolie aan toe. Als dit een mooi beslag is, voeg je er nog eens 320 gram plattekaas of volle yoghurt aan toe. Stort de helft van het deeg uit in een cakevorm met bakpapier, voorzie het van een laagje diepgevroren frambozen en uiteindelijk de rest van het beslag. 55 à 60 minuten afbakken op 190 °C. Smakelijk!

IMG_3678b

Het gerief – De perfecte koekjes

Ik ga eens heel zot doen en hier zowaar een volledige blogpost wijden aan een koekjesrecept. Niet omdat ik plots de foodie-toer op ga, wel omdat ik een geniaal koekjesrecept bij elkaar heb geïmproviseerd dat ik zelf niet zou willen kwijtspelen. Wie weet valt het ook bij sommigen van jullie in de smaak. Bij deze een waarschuwing: ik durf behoorlijk creatief te zijn met potten en pannen, maar ik ben geen expert inzake zoete baksels. Door de jaren heen verzamelde ik enkele succesrecepten die ik dan met periodes regelmatig maak om mijn luxueuze koffiepauzes naar een nog hoger niveau te tillen. De afgelopen maanden bezorgden mijn zelfgemaakte havermoutkokoskoekjes mét chocolade voor het ultieme koekmoment. 

IMG_3480b

Een favoriet koekje: het is iets heel persoonlijk. Naarmate ik ouder word, lijk ik steeds kieskeuriger te worden op koekvlak (misschien geldt dat ook op andere fronten). Ik hou niet van koeken die te vlak en zoet zijn van smaak. Een goede speculaas kan mij bekoren, al verkies ik dan de bakker boven de supermarkt. Kwaliteit boven kwantiteit: ik zeg dat wel vaker. Een goede koek moet voor mij body hebben. Ik wil effectief iets te eten hebben, meer dan enkele (v)luchtige happen suiker. Daarom ben ik fan van havermout in koekjes. Al is het belangrijk dat het koekgevoel overheerst en de balans dus niet overhelt naar té voedzaam. Om die reden mogen suiker, kokospoeder en zwarte chocolade niet op het feestje ontbreken.

Op een zonnige dag in juni begon mijn zoektocht naar het perfecte koekjesrecept. Een simpele zoekopdracht met havermoutkoekjes + kokos bracht me bij een resem van recepten. Omwille van de smaakvolle website koos ik er dit recept van Little Spoon uit. De honing verving ik door simpele suiker en ik voegde er chocoladestukjes aan toe. Het resultaat was geslaagd. Omdat er echter geen bloem gebruikt wordt, vond ik de koekjes toch net iets te droog en brokkelig. Op goed geluk voegde ik er dus wat bloem en volle yoghurt aan toe om het deeg kneedbaarder te maken. Een voltreffer, al zeg ik het zelf.

IMG_3470b

Dit is het recept van mijn succeskoekjes. Meng 1 ei met 60 gram suiker. Voeg er 65 gram kokospoeder (wat minder of meer kan ook) aan toe en 60 gram gesmolten boter. Meng goed tot je een gladde massa hebt. Voeg hier 200 gram havermout en 50 gram bloem naar keuze aan toe. Ik gebruik half-volkoren speltbloem, maar alles is mogelijk. Alles goed mengen en nog wat volle (of Griekse) yoghurt toevoegen. Ik doe dat wat op gevoel: een 100 ml, schat ik. Hierdoor wordt je deeg meteen een stuk smeuïger. Tot slot snij ik nog 30 gram zwarte chocolade in kleine stukjes, ook die gaan bij het mengsel. Verdeel het deeg in 12 bolletjes op een bakplaat met bakpapier. Druk ze plat en duw de randjes wat aan. De koekjes gaan 25 minuten de oven in op 190 graden. Best even in de gaten houden, want elke oven heeft zo z’n eigenheden. Zoals jullie wel door hebben komt het bij dit recept niet op een grammetje meer of minder. Ik hou daar wel van.

De koekjes zijn het al-ler-lekkerst een uur nadat ze uit de oven zijn. Je kan ze ook goed bewaren in een gesloten koektrommel. En dan nog iets: er moet écht koffie bij. Bon appétit!

Over mijn luxueuze koffiemomenten

Koffie en ik: wij zijn heel goede vrienden. Ik dronk mijn eerste koffie toen ik een jaar of 16 was op kampeervakantie met de familie in Engeland omdat de wind er al eens voor zorgde dat ik achter mijn boek zat te koukleumen. Ik dronk dus koffie met veel melk om me te verwarmen. Nu begint mijn dag altijd met koffie. Niet omdat ik een shot cafeïne nodig heb om wakker te worden of de dag aan te kunnen, maar omdat mijn uitgebreide ontbijt gewoonweg niet compleet is zonder koffie. Ook later op de dag heb ik nood aan koffiemomenten. Koffie drinken dat is namelijk een rustmoment inbouwen: eventjes zitten en tot jezelf komen. Zonder overdrijven, dankzij mijn sacrale koffiemomenten kon ik de afgelopen maanden het hoofd koel en boven water houden.

Ik zet mijn koffie op de ouderwetse manier: met een voorverwarmde filter waar je heet water over giet in een voorverwarmde mok. Slow coffee heet dat in hippe middens. Dangerous coffee zou ook een geschikte benaming kunnen zijn, want ik verbrandde me al eens lelijk door een wankele filteropstelling. Er was een tijd dat ik in de supermarkt koos voor merken waarvan ik dacht dat ze kwalitatief hoogwaardige koffie afleverden. Die koffie smaakte, maar gaf me ook een klef mondgevoel achteraf. Alsof de cafeïne zich had vastgezet op mijn tong. Dit is waar de échte kwaliteitskoffie zijn intrede doet in mijn verhaal. Ik leerde namelijk dat die verbrande smaak in je mond te wijten is aan de (te) hoge temperatuur waaraan zulke koffies worden gebrand. Producenten doen dit om kosten uit te sparen bij het selectieproces. Hun geoogste koffiebonen worden minder streng beoordeeld, waardoor ook slechte bonen de selectie halen. De aanwezigheid van één slechte koffieboon kan de smaak van een grote hoeveelheid verpesten. De koffie wordt bijgevolg aan een hogere temperatuur gebrand opdat je dit niet zou proeven.

IMG_1773b

De beste koffie koop je bij koffie (& thee) Onan in Leuven. Ik stapte er eens binnen voor een cadeautje en kocht toen ook voor mezelf een zakje kwaliteitskoffie. In de eerste plaats omdat ik niet onbewogen bleef bij de uitleg van Chloé over hun nauwe samenwerking met lokale koffieboeren in onder andere Brazilië en India. Bij Onan weten ze exact waar hun koffiebonen vandaan komen, hoe die groeien en in welke omstandigheden ze geoogst worden. Het oogst- en selectieproces verloopt manueel, waardoor de lokale boeren een correcte prijs krijgen en een topproduct kunnen afleveren. Vervolgens worden de koffiebonen verscheept naar België, alwaar ze door Chloé ter plaatse worden gebrand. Heel veel liefde voor een product en net zoveel vakmanschap: een gouden combinatie. Je moet ook geen kenner zijn om het verschil te proeven. Al bij mijn eerste Onan-koffie proefde ik een groot verschil. De smaak van de koffieboon overheerst en niet de verbranding daarvan. Sindsdien kies ik resoluut voor de enige echte koffiekwaliteit: die van Onan.

Een andere en even belangrijke reden om een bezoek te brengen aan koffie & thee Onan is de altijd (al-tijd) hartelijke bediening van Chloé en het personeel dat ze tewerkstelt. Met de glimlach serveren ze de heerlijkste koffies en voorzien ze je van professioneel advies. Chloé en ik delen overigens hetzelfde geboortejaar. Dat schept uiteraard een band. Bovendien ken ik haar ook al van toen ik nog studeerde en zij als student werkte bij de bakker waar ik vaak kwam. We go way back dus. Ik bewonder haar ondernemerschap en de vakkennis die ze bezit. Koffie is niet zomaar een product dat ze verkoopt. Koffie zit in haar hart. Dat merk je als ze bijvoorbeeld vertelt over de verschillende smaken die je kan waarnemen in een bepaalde variëteit, over haar reizen naar de koffieplantages en de problemen waar de boeren mee kampen (olifanten die van een berg sleeën om er maar één te noemen). Alsof dat nog niet volstaat, lijkt Chloé ook over een onuitputtelijke bron energie en enthousiasme te beschikken. Nergens smaakt de flat white dan ook zo goed.

Voor al wie mij nu net heel graag op de koffie wilde vragen: ik ben geen koffiesnob, dus nodig me maar gewoon uit. Niets is zo gezellig als samen koffie drinken. Ik beschouw koffie wel als een luxeproduct. Als je beseft hoe arbeidsintensief de productie van een zakje kwaliteitskoffie is, dan is het niet meer dan normaal dat die dubbel zoveel kost als een pakje uit de supermarkt. Het is juist omgekeerd: gewone koffie is te duur voor wat het product eigenlijk is. Koffie is een edele drank die je met liefde moet maken en met aandacht moet drinken. En cafeïne is echt niet des duivels. Integendeel, niet alleen binnen een sportief kader wordt vaak gewezen op de weldadige effecten van cafeïne. Alles met mate. Tot slot geef ik jullie nog de ultieme cadeautip mee: koffie of thee van Onan! Check snel hun website voor de mooiste giftboxen!

IMG_1749b

Je vindt Onan in de Parijsstraat 28 in Leuven. Maandag tot zaterdag open van 8u30 tot 17u45. Op zondag vanaf 12u. Ook bij het warm aanbevolen Noordoever aan de Vaartkom wordt de koffie van Onan geserveerd en verkocht. Allen daarheen!