Het boek – Lezersverhalen en zomerse leestips #3

Moeten er nog boekentips zijn? Jazeker! Mijn Tante Hilde behoeft hier inmiddels weinig introductie meer. Ik kan me nog heel levendig herinneren hoe ze vroeger met mama boekervaringen uitwisselde. De superlatieven schoten dan te kort als er weer een spannende pageturner was die hen beide had opgeslokt. Net als mijn mama’s boekensmaak gaat ook die van Tante Hilde inmiddels heel wat kanten op: van fictie over non-fictie, van de Lage Landen naar de wereldliteratuur en van de lichtere tot de stevigere leesarbeid. Hier volgt haar boeiende lezersverhaal.

Lezen als rode draad in je leven

Ik lees al mijn hele leven. Als kind hield ik van de typische meisjesboeken, liefst een serie rond één meisje met vriendinnen. Mijn moeder kon me echt gelukkig maken als ik een boek mocht gaan kopen bij de enige kranten- en boekenhandel van ons dorp vlakbij het station. Dan was ik weer vertrokken voor een dag of langer lezen. Ik was van de wereld. Vanaf een jaar of 13 kwam de bibliotheek in beeld. Iedere zaterdag ging ik naar de bibliotheek. Als de bibliothecaris, Jaak Foucqaert, aanwezig was, zakte de moed al in mijn schoenen. Hij wou me per se boeken aanprijzen waar ik echt niets aan vond. Ik wilde naar het schap van de boeken van 15-18 jarigen, daar waren de liefdesromannetjes die ik wilde lezen.

Ik ontdekte rond mijn 15e de romannetjes van Courths-Mahler, die ons ma las en die ze op de zolder bewaarde. Als we hele middagen moesten studeren in de examentijd, sloop ik naar de zolder, haalde er een paar en las ze. Ze had er minstens 100. Het waren ouderwetse liefdesverhalen met veel smachten en trachten. Hedwig Courths-Mahler is een Duitse schrijfster, geboren in 1867. Ik heb het opgezocht, er zijn 167 van haar boeken in het Nederlands uitgegeven. Als ik de titels lees, herinner ik me nog: Nooit geef ik je op en De blonde vrouw. Ongeveer in dezelfde tijd werd ik zware fan van Agatha Christie. Ik verzamelde alle boeken, net als mijn schoonbroer Jan, en las ze allemaal. De moord op Roger Ackroyd, Moord op de Nijl en Moord in de Oriënt Express zijn mijn toppers. Hercule Poirot is mijn favoriet, boven Miss Marple.

De rode draad in mijn manier van lezen is de onvoorwaardelijke trouw aan een schrijver, zodra het eerste boek een treffer is. Dat was zo met de meisjesboeken, met Agatha Christie en later zijn dat er nog velen geworden.

IMG_8989b

Vermeldenswaard in het genre spannend en psychologische thriller is Elizabeth George. Haar boek Waar rook is vond ik werkelijk fantastisch. Ik weet zeker dat ik dat besproken heb met mijn zus Alma, tijdens onze lange wandeltochten. Daarna heb ik al haar boeken gelezen, hoewel ze niet allemaal het gewenste niveau hadden. Ook nu nog hou ik bij of er een boek van haar verschijnt en lees ik het. Haar hoofdfiguren, inspecteur Thomas Linley en brigadier Barbara Havers vind ik geweldig. Ik wil weten hoe het met hen verder gaat. Wat ik ook bij haar waardeer, is dat ze dikke boeken schrijft. Daar hou ik echt van. In hetzelfde genre heb ik nog volgende schrijvers waar ik alles van heb gelezen, en die ik als vakantieliteratuur van harte kan aanbevelen: Het ijshuis en Het heksenmasker van Minette Walters, de Wallander-reeks van Henning Mankell, Jo Nesbø met zijn trieste politieman Harry Hole en de reeks met Frieda Klein van Nicci French.

Enige jaren geleden ontdekte ik het boek De waarheid over de zaak Harry Quebert van de Zwitserse schrijver Joël Dicker, op vakantie gelezen en dat was het perfecte vakantieboek. En onlangs las ik van dezelfde schrijver: Het mysterie van kamer 622, in één adem uitgelezen. Ik koop ieder jaar de VN-detective & thrillergids van Vrij Nederland. Zij geven, naast een korte inhoud van alle boeken in het laatste jaar verschenen, een sterrenkwalificatie. De hoogste notering is 5 sterren. Daaruit kiezen ze de VN-thriller/detective van het jaar. Dit jaar is dat: Harlem Shuffle van Colson Whitehead. Ik moet deze nog lezen. Zo leerde ik enige jaren geleden ook de schrijver Robert Harris kennen met zijn boek De officier. Robert Harris schrijft boeken over historische gebeurtenissen, maar dan vanuit een standpunt van een nabije betrokkene, in een mooie verhaalvorm. De officier gaat over de Dreyfus-affaire in Frankrijk. Hoewel je weet hoe het afloopt, want je kent het verhaal, is het spannend te lezen.

Met Elizabeth (vriendin van Joke) deel ik de liefde voor het boek De schaduw van de wind van Carlos Ruiz Zafon. Dat boek, en de overige delen uit de serie Het Kerkhof der Vergeten Boeken, had ook mij helemaal in de ban.

Ik ben dus een fan van het spannende genre: whodunit, psychologische thriller etc. Pas later in mijn leven ben ik toch ook aan een ander genre begonnen waarbij vooral de boeken van Griet Op de Beeck mij dierbaar zijn. Vele hemels boven de zevende en Het beste wat we hebben, raakten me stevig. Ook Elena Ferrantes reeks van De geniale vriendin was fijn om te lezen, met de Italiaanse geschiedenis van na de Tweede Wereldoorlog op de achtergrond. De boeken zijn beter dan de serie die ervan gemaakt is. Wat ik wel een fantastische film vond, en waarvan het boek me tegenviel was The English Patient van Michael Ondaatje. Ik ging het boek lezen nadat ik de film had gezien en het lukte met niet om er in te komen. De filmbeelden waren te beklijvend.

IMG_8795b

Tussendoor lees ik graag non-fictie. Ik heb volgende zware aanbevelingen:

  • Wilde Zwanen van Jung Chan, waarin de Chinese geschiedenis aan de hand van 3 generaties vrouwen wordt verteld. Dit boek staat in mijn top 3 van alle boeken die ik las, fictie en non-fictie.
  • Het boek van Geert Mak De eeuw van mijn vader doet hetzelfde aan de hand van het leven van zijn vader, maar dan voor de Nederlandse geschiedenis. Toen ik dat boek las, begreep ik Nederland en haar historie beter: hun koloniale tijd, de afscheiding in kerken en geloven binnen het protestantisme. Trouwens, Geert Mak is een fantastische schrijver en ook van hem heb ik alle boeken gelezen. Ik beveel al zijn boeken aan en noem volgende minder bekende: Hoe God verdween in Jorwerd en De levens van Jan Six.
  • Het zijn net mensen van Joris Luyendijk, een antropoloog van origine, die met deze kijk naar mensen en de maatschappij kijkt. Dit is het eerste boek dat ik van deze schrijver las. Daarna las ik alles van zijn hand. Ik ga nu starten met De zeven vinkjes, waarover al heel veel te doen was in Nederland.
  • De meeste mensen deugen van Rutger Bregman is ook een aanrader.
  • Alle (auto)biografieën, met die van Michelle en Barack Obama als laatste gelezen en zeer de moeite waard.
  • Van mijn twee zonen moet ik nog De Bourgondiërs van Bart van Loo lezen.

Van Humo en van de winkel Sissy Boy kreeg ik bij het begin van de zomer 8 boeken cadeau voor de e-reader. Ik ben begonnen met een boek van Isabel Allende, Violetta. In de selectie zit ook een 5-sterrenboek van de VN-thriller, De Repair Club van Charles den Tex.

Hilde blog 2

Lezen is voor mij op zijn best als ik mij volledig overgeef/onderdompel in een verhaal. Ik kan het boek dan niet goed wegleggen, ben er nog mee bezig als ik niet lees. Het boek moet dan uit, maar als het uit is, loop ik wat verweesd en sikkeneurig rond. Ik kan niet zomaar beginnen aan een nieuw boek. Niets te lezen hebben, is ook een ramp. Dat gebeurde mij eens op vakantie. Ik had maar twee leesboeken bij en we waren in Frankrijk. Sindsdien was de laatste vraag van mijn man voor vertrek of ik wel genoeg boeken mee had. Het moesten er minstens 10 zijn als we 14 dagen op vakantie gingen. Hij was opgelucht vanaf het moment dat ik een e-reader had. Ik heb net een vervanger voor mijn (20 jaar oude) eerste gekocht: eentje met een lampje om ook ’s nachts als ik niet kan slapen, te lezen.

Ik wens iedereen veel leesgenot toe in de komende zomer! En dank aan Joke dat ze me zo aan het denken heeft gezet over hoe lees ik, wat lees ik en wat lezen betekent.

In de stijl van Tante Hilde kan ik nog aanraden 1793 van Niklas Natt och Dag (donkere historische thriller), Vaderland van Fernando Aramburu (familiedrama in Spaans Baskenland ten tijde van de ETA) en Het glazen huis van Leonora Christina Skov (alternatieve whodunit).

Het boek – Lezersverhalen en zomerse leestips #2

De memorabele Tour de France 2022 mag dan zijn ontknoping naderen, de zomer is nog lang niet voorbij. Tijd om weer een portie leestips en inspirerende lezersverhalen op jullie los te laten. Om te beginnen de boekentips van mijn broer Seppe, met wie ik als kind leeswedstrijden hield door om het snelst een boek uit te lezen. Momenteel richt hij zich voornamelijk op de non-fictie met – het zal niet verbazen – een voorkeur voor het betere sportverhaal*. Mijn schoonbroer Peter leest dan weer graag praktische non-fictie boeken. Tot slot krijgt ook Roos het woord. Haar leesstijl waait een beetje alle kanten op.

Seppe, 35 jaar – sportman 

Ik zou mezelf omschrijven als een ex-lezer omdat ik een slechte lezer ben. Momenteel lees ik vooral sportgerelateerde boeken. Een goed boek heeft voor mij liefst prentjes, is niet te dik en bij voorkeur niet vertaald. Mijn lievelingsboek als kind voldoet aan die criteria: Monkie van Dieter Schubert, een verhaal over een jongetje dat zijn apenknuffel verliest en die ook weer terugvindt. Ik lees heel graag op het vliegtuig. Dankzij de goede soundtrack vond ik de film Into the Wild een pak beter dan het boek van Jon Krakauer. Omgekeerd vond ik Dan Browns The Da Vinci Code pakken beter dan de film. De beste boekentip die ik zelf ooit kreeg is De renner van Tim Krabbé, dat me werd aangeraden door Mia, mijn leerkracht Nederlands. Als kind kwam de beste boekentip van ons ma die mij De rode zwaan van Sjoerd Kuyper aanraadde.

Een boek dat ik niet snel zal vergeten is It’s Not About the Bike van Lance Armstrong. Het is heel inspirerend om te lezen hoe Lance van jonge wielergod naar kankerpatiënt gaat, bijna sterft en vervolgens 7x de Tour wint. Ondanks het dopinggebruik blijft dat verhaal overeind. Ook Robert Enke: een al te kort leven van Ronald Reng is me altijd bijgebleven. Het gaat over topkeeper Robert Enke die bij Barcelona speelde, maar kampte met zware depressies en uiteindelijk uit het leven stapt. Heel aangrijpend om te lezen hoe een topsporter het gevecht met zijn depressies verliest. Ik hoop deze zomer Het lot van Atalanta van Hanna Vandenbussche te kunnen lezen. Zij was al te gast in onze podcast van De Jogclub. Ik heb zelf al met plezier de Bahamontes Tour de France editie gelezen.

BHHF8270

Peter, 35 jaar – vertegenwoordiger

Ik ben een functionele lezer omdat de meeste boeken die ik lees aansluiten bij mijn werk. Zakelijke onderwerpen dus, maar ook zelfontwikkeling en menselijk handelen. Een goed boek moet voor mij dan ook begrijpelijk en te implementeren zijn in wat ik doe. Als kind las ik met plezier Daantje de wereldkampioen van Roald Dahl, de film vond ik helaas heel wat minder. De animatiefilm van de GVR kon mij dan weer meer bekoren dan het boek. Een boek dat ik niet snel zal vergeten is The Miracle Morning van Hal Elrod: het las heel vlot en bevatte veel eyeopeners. Wat me vooral is bijgebleven is dat je veel meer controle over je leven hebt dan wat je op het eerste gevoel kan inschatten. Dit boek heeft me ook geholpen om mezelf en mijn levenspad beter te begrijpen.

Ik lees het liefst van al in mijn leeszetel in mijn thuiskantoor, weg van alle hectische kinderdrama’s 🙂 De beste boekentip die ik zelf ooit kreeg is Feitenkennis van Hans Rosling, wat gaat over het menselijk denken. Het boek illustreert dat het beter gaat met de wereld dan we denken. Ik hoop deze zomer Surrounded by Idiots van Thomas Erikson te kunnen lezen. Mijn ultieme tip is Fish! van Stephen C. Lundin. Ik merk dat mensen vaak klagen over hun werk, dit boek kan hen misschien helpen om hun professionele leven nieuw leven in te blazen omdat het gaat over hoe je je job plezierig kan maken.

Roos, 29 jaar – ergotherapeut

Ik ben een erg beperkte lezer, zowel qua hoeveelheid als complexiteit. Ik kan niet goed om met veel lyrische beschrijvingen en/of complexe zinsconstructies. Ik lees het liefst boeken waarvan het verhaal me aanspreekt, ik ben dan ook een waargebeurd-verhaal-lezer. Al mag het niet té dramatisch zijn, maar zoek ik vooral een sterk verhaal. Het besef van een moeder van Sue Klebold en Turbulentie van Anette Herfkens vond ik twee fantastische voorbeelden hiervan. Drie jaar geleden las ik De verwarde cavia van Paulien Cornelisse, een boek dat me nog steeds is bijgebleven. Ik heb het aan veel vriendinnen aangeraden en we maken nog geregeld mopjes die verwijzen naar het boek. In de zomer probeer ik toch altijd minstens één boek te lezen. Voor nu is dat Tim, de biografie van Avicii geschreven door Måns Mosesson. Ik zou graag meer lezer willen zijn, meer die gewoonte te hebben om een boek te lezen. Ik neem het me elk jaar voor, maar het is me nog niet gelukt.

IZSN4703

In de stijl van deze drie lezertjes kan ik ook het volgende van harte aanbevelen: De meeste mensen deugen van Rutger Bregman (relevante non-fictie over menselijk gedrag), Atomic Habits van James Clear (inspirerende en praktische non-fictie) en Kruimeldief van Hind Eljadid (waargebeurd geïllustreerd verhaal over twee zussen).

*Ik vertelde hier al eens over hoe Seppe als tiener heel creatief omsprong met boeken lezen voor school. Of beter gezegd: om ze zo min mogelijk te lezen.

Loperspraat – Hoe wij voor even helden waren in Houffalize

In Houffalize vind je geen idyllisch sprookjesbos. Je ziet er vooral heel veel dennenbomen en met wat geluk een kabouter. Op zaterdag 9 juli werd Houffa voor twee zussen echter een magische plek. Als je hard je best doet en doorzet dan kan je boven jezelf uitstijgen door een droom na te jagen. Toen Seppe in het najaar van 2020 de 158 kilometer lange GR Hageland route liep, ging er iets kriebelen bij Roos en mij. 100 kilometer lopen: hoe zot zou dat zijn? Zo werd het zaadje geplant om een ultra trail te lopen in Houffalize omdat we daar al enige trailervaring hadden opgedaan. Voor we ons aan die 100 kilometer waagden, zouden we voor de 68 km lange La Chouffe trail gaan. Soms is de grens tussen een grootse droom of een geschift plan behoorlijk flou. Als je op het punt bent aanbeland om een droom om te zetten in een daad, dan wordt dat plan plots een afschrikwekkende berg waarvan je niet weet of en hoe je erover zal geraken. Naast een goede voorbereiding vraagt het sowieso ook heel veel moed om in Houffalize 68 kilometer te lopen met 2000 hoogtemeters. Daar gewoon aan de start staan was al een kleine overwinning op zich.

Om 8u beginnen we aan de onderneming van de dag. Met drie Odeynen aan de start, want ook Seppe koos last minute voor de langste La Chouffe afstand. De eerste kilometers lopen over de ravel die Houffalize met Bastogne verbindt: 2 asfaltkilometers die we als aanloopje gepresenteerd krijgen. Na wat draaien en keren, springen en stijgen, volgt een eerste pittige afdaling waarbij ik al goed moet nadenken hoe ik mijn voeten best neerzet. In 2017 dook papa hier als een ongeleid projectiel naar beneden. Als ik na een handvol kilometers Houffalize-city doorkruis, lopen er voor mij twee mannen al babbelend met een flukse doch ontspannen tred, alsof ze casual aan het loslopen zijn. Ik besluit me wat achter hen te verschuilen om zo te kunnen meesurfen op hun relaxte houding. Als ik halvelings bij hun gesprek inpik, heb ik niet eens echt door dat we over het (toch wel gevreesde) BMX-parcours lopen, waarna ook een heel venijnige klim volgt. Ik kom te weten dat Pieter een marathonloper is (met een PR van 2u45) en dat Jari traint voor een nog langere trailrun in Zwitserland.

DWIX8772

Bij mijn vorige trails in Houffalize zonk de moed me al in de schoenen na 10 kilometer. Ik vond niet de goeie cadans (logisch, het is trailrunning), blies mezelf helemaal op en ik voelde de verzuring veel te snel. Vandaag moet dat anders. Mijn mantra wordt: lopen is leuk. Lopen is wat ik kan, wat ik graag doe en elke meter die ik loop brengt me sneller bij m’n doel dan elke meter die ik stap. Lopen is leuk! Lopen is leuk! Wat verderop haak ik mijn karretje weer aan bij Pieter die alleen loopt, tot hij stopt voor een eerste bevoorrading van zijn ouders. Zelf kijk ik uit naar het eerste bevoorradingspunt aan de brouwerij van Achouffe op kilometer 16. Het is daar best druk, maar de sfeer is zoals steeds gemoedelijk. Ik vul mijn water bij, steek snel wat eten in mijn mond en zie hoe Pieter mij aan een rotvaart voorbij racet. Die zie ik nooit meer terug, denk ik bij mezelf. Niks bleek minder waar. Ik vervolg mijn weg langs het water over een best goed begaanbaar pad. Een moment van onoplettendheid wordt meteen afgestraft als ik plat op mijn buik val. Mijn knie en hand zijn wat geschaafd, maar ach: als het dat maar is. Ik heb mijn les wel geleerd. Niks bleek minder waar. En ook nog steeds: lopen is leuk, zeker als dat het enige is waar je mee bezig moet zijn.

Na een paar kilometer loop ik weer samen met Pieter en zijn we vertrokken voor een heel lang avontuur samen. Pieter is met zijn 22 jaar de op één na jongste deelnemer van het pak. Hij loopt in competitieverband afstanden van 10 km tot de hele marathon. Vorig jaar liep hij in Houffalize de 36 km. Bovendien is hij ook een laatstejaars student kinesitherapie (in een sportieve context heb je daar veel meer aan dan met een leerkracht op pad te zijn). We mogen dan wel anderhalve generatie schelen, de snotneus en de oude bes vinden elkaar helemaal als (marathon)lopers onder elkaar. Als liefhebbers van het vlakke wegdek hebben we ook het ideale excuus om ons low-profile op te stellen: we zijn maar marathonlopers! Ik probeer mijn mantra ook aan Pieter op te leggen: we moeten lopen positief blijven benaderen, dat zal later nog lonen. Ik ben verder echt niet bezig met het tempo dat we per kilometer halen en met hoeveel (of hoe weinig) kilometers er al op de teller staan. In mijn hoofd ben ik nog behoorlijk fris. Hoe dan ook ben ik minder onder de indruk van de omstandigheden dan enkele jaren geleden. Mijn lichaam beaamt dat. Die positieve boodschap wil ik zeker aan mijn ouders overbrengen die samen met Niko (mijn lieve schoonbroertje) paraat staan bij de waterpost op kilometer 25. Ik krijg daar ook te horen dat ik als tweede loop en Roos als vierde. Dit is geen competitie, maar wel een bevestiging voor ons, de marathonlopers, dat we goed bezig zijn.

LFWT3725

Hoe leuk ik lopen nog steeds vind, het is niet zonder risico. Rond kilometer 28 lopen we (weer maar eens) langs de Ourthe over een smal pad met behoorlijk wat sprongetjes en obstakels. Ik maak een onschuldige schuiver met mijn voet langs de waterkant, ik kan me nét niet vastklampen aan een boom en voor ik het goed en wel besef, glij ik op mijn buik met mijn hoofd richting de Ourthe. Hier en daar probeer ik me nog wat tegen te houden, maar er is amper houvast, de kant is te steil. Na een glijpartij van een meter of 3 slaag ik erin om met mijn voeten eerst in het water te landen. Ik krijg een stevige hand aangereikt van redders Frederik en Pieter om naar boven te klimmen. Weer wat schaafwonden rijker besef ik nu echt dondersgoed hoe snel het gebeurd kan zijn en hoe dit ook minder fortuinlijk had kunnen aflopen. Er zijn plaatsen waar je tientallen meters naar beneden glijdt en minder zacht landt. Ik voel de adrenaline weer stromen. Lopen mag dan wel leuk zijn, ik neem me voor om nog beter uit mijn doppen te kijken. Al is dat echt geen evidentie: er lijkt geen meter te passeren waarbij er niet iets uit de grond steekt, er is geen paadje (als dat er al is) zonder bult, put of steen (rots). Trailrunning is zonder meer een prachtige sport omdat je op een heel primaire manier van lopen kan genieten net omdat het een bepaalde focus vraagt.

Pieter en ik, wij blijven gaan. Elke kilometer zeggen we allebei eens dat we toch echt wel goed bezig zijn. De benen worden natuurlijk wat strammer, maar al bij al kunnen we nog steeds behoorlijke stukken lopen. Dat geeft de loper moed. Aan sfeer en gezelligheid dus geen gebrek. Als we op km 35 zitten, zeg ik al lachend dat de marathon kan beginnen. Het is nu uitkijken naar de bevoorrading van kilometer 36. Terwijl Pieters vader (die garagist is) daar bezig is een vastgereden auto uit de berm te trekken, spoelt de stagiaire-kine mijn wonden uit. Na een paar minuten zetten we onze weg verder. Het parcours kent echter geen genade. De kilometers kruipen voorbij omdat we heel wat steile stukken moeten overwinnen. Hoewel mijn compagnon best vaak struikelt, slaagt hij er altijd in om recht te blijven. Ik daarentegen ga nog een derde keer tegen de grond. Met net te weinig schwung spring ik op een betonblok waardoor ik achter de rand blijf haken en met een harde smak op het beton knal, een klap die ik opvang met mijn rechterschouder en -kaak. Het is zo’n val waarbij je je hoofd eventjes hoort kraken. Ik krijg weer een helpende hand aangereikt. Het beton is (logischerwijze) niet mals geweest voor mij. Mijn beide knieën liggen nu open, mijn schouder en gezicht bloeden. De carrosserie is met andere woorden gehavend, maar de spirit om te blijven gaan is er nog steeds. Ik neem mezelf voor de derde keer voor om nóg beter uit mijn doppen te kijken.

ISQW0254

Stilaan begint er een dip te komen in ons aanvankelijk niet-aflatende enthousiasme. De kilometers gaan tergend traag voorbij en we hebben nog niet eens onze marathon gelopen (we kunnen het niet laten om die erbij te betrekken). Het lijf begint meer pijn te doen en het kost steeds meer moeite om dat in gang te trekken. We zijn al 5 uur onderweg. Het dringt door dat we nog een lange weg te gaan hebben. Je zou kunnen denken dat op een bepaald moment de verveling toeslaat bij een onderneming van dat kaliber. De realiteit is dat je snakt naar verveling, maar helemaal opgeslokt bent door wat je aan het doen bent: pijlen zoeken en volgen, een spoor kiezen, wat klimmen over boomstammen of over rotsblokken, heen en weer lopen, op en neer lopen, drinken, bergop stappen en naar adem happen omdat het zo steil is, niet weten hoe je een afdaling moet nemen en dan pijn hebben aan je verzuurde pikkels. Het is totaal irrelevant, maar we lopen onze marathon in 5 uur en 25 minuten.

XXGB3800

Aan de waterpost van kilometer 46 is wederom een goede ambiance, maar ons vat is best leeg. We moeten nog 20 kilometer overbruggen. Hoe lang zal dat nog duren? Hoe lang kunnen wij nog blijven gaan? De volgende mijlpaal is die van de 50 kilometer, 6 kilometer daarna volgt dan de laatste bevoorrading. We hebben iets nodig om ons aan vast te klampen. Als kilometer 50 een feit is wordt er echter geen vuurwerk ontstoken. We vervolgen onze weg, soms naast elkaar, soms achter elkaar. We blijven wel zeggen en denken dat we goed bezig zijn. Ik probeer mijn mantra bij te stellen van “lopen is leuk” naar “lopen is efficiënt”. 100 meter lopen, al is het traag, gaat altijd sneller dan 100 meter stappen. Hoogtemeters kunnen we amper nog lopend verwerken. Met als gevolg dat we ons binnen één kilometer gemakkelijk een keer of 6 terug op gang moeten trekken. Dat doet pijn, steeds een beetje meer. Op kilometer 52 doemt plots een bekende man op uit het niets: papa! Mijn supportersteam staat op post en dat geeft toch weer een heel klein beetje vleugels. Ze schrikken wel wat van mijn beschadigde aangezicht, maar ik loop nog steeds tweede en niemand minder dan Roos Odeyn – the one and only – is de nummer 3. De marathonlopertjes rechten hun rug en gaan voor de zoveelste keer terug op pad.

Na dit aangename intermezzo krijgen we plots het gezicht te zien van de loper met het rode shirt die we al heel lang zo nu en dan voor ons uit zagen lopen. We vinden aansluiting bij Vincent die nog met een heel soepele tred loopt, uitermate positief is en trailstokken heeft. Alle tekenen die er voor ons, wannabe traillopers, op wijzen dat we hier met een ervaren ultra trailloper te maken hebben. Vincent wuift dat meteen weg. Ook bescheidenheid is een eigenschap van de trailloper: hij is namelijk niet bepaald aan z’n proefstuk toe. In december liep hij de Bello Gallico van maar liefst 160 kilometer en zelfs dat deed hij niet voor het eerst. Als je hem ziet gaan, dan denk je echt dat lopen ook na 55 kilometer nog leuk is. Vincent wordt de nieuwe metronoom. We proberen te lopen als hij loopt en vinden het veroorloofd om te stappen als hij dat doet. Bij onze laatste rivieroversteek blijkt ook hoe onervaren Pieter en ik door de Ourthe waden, alsof we vastgelijmd zijn aan de bodem, heel behoedzaam voetje voor voetje om vooral niet uit te glijden. Vincent daarentegen lijkt over water te kunnen lopen. Niet veel verder gebeurt er nog een mirakel als we zowaar een volle kilometer aan een stuk kunnen lopen. Het kost echt heel veel moeite, maar het doet ook deugd omdat je meteen voelt dat het zelfs met die ganzenpas de snelste manier is om afstand te overbruggen.

Op die manier bereiken we de laatste bevoorrading op kilometer 56. We maken dankbaar gebruik van het korte stukje asfalt dat we voorgeschoteld krijgen voor we ons weer into the wild begeven. We maken ook weer schaamteloos gebruik van Vincent als wegkapitein. Ik probeer me enkel te focussen op zijn tred, niet te veel meer na te denken en mijn kapotte benen te negeren. Ik beeld me in hoe we met z’n drieën aan een elastiek hangen en hoe die mij vooruit trekt. Helaas voel ik ook dat het elastiek achter mij onder steeds meer spanning komt te staan. Als ik achterom kijk, zie ik dat Pieter het steeds lastiger krijgt en terrein verliest. Moet ik nu verder lopen zonder mijn maatje? Moet ik stoppen en op hem wachten? Ook dat lijkt tegennatuurlijk. Ik loop, ik kan lopen, lopen is niet echt meer leuk, maar nog steeds de snelste manier om die finish te bereiken. Ik focus me dus op de weg die voor mij ligt, op het rode shirt en die fantastische rug van Vincent.

Rond kilometer 60 voelt het eindelijk alsof het einde in zicht is. Vincent heeft duidelijk nog meer overschot en loopt inmiddels een goed stuk voor mij. Al spoort hij me onbewust wel nog aan om voor de sub 9 te gaan. Er is inmiddels ook een kakelvers blik lopers over het parcours uitgeschud: de staart van de 14 km wedstrijd. Al puffend, waggelend en strompelend haal ik er nog heel wat in. Zelfs op de allerlaatste klim op kilometer 62 die er heel stevig in hakt. Ik heb amper nog kracht in m’n benen en moet zelfs twee keer halthouden om goed in te ademen en met een laatste restje moed naar boven te klimmen. Stilaan sijpelt het door dat er een einde komt aan dit waanzinnige avontuur. Met die gedachte slaag ik er nog in om een volle kilometer aan een stuk te lopen. Op de allerlaatste geaccidenteerde afdaling neem ik geen enkel risico om te vermijden dat ik nog eens tegen de grond zou gaan. Ik zie de finish, ik hoor mijn supporters roepen en fluiten. Ik kan dan ook niet anders dan met een heel grote glimlach onder de gele Arc de Triomphe door te lopen. Ik ben 2e vrouw en 26e overall in 8 uur en 53 minuten. Dit is echt te zot voor woorden!

RCNE4312

JRLU2554

Wat overheerst is de opluchting: het zit erop en het is gelukt. Bovendien heb ik er alles uitgeperst wat erin zat. En dan is het wachten op Pieter, die had het nog heel zwaar gehad de laatste kilometers waardoor hij noodgedwongen heel veel heeft moeten stappen. Het maakt allemaal niet uit, want ik ben apetrots op zijn prestatie. Zonder zijn gezelschap zou ik deze dag zonder twijfel een pak minder positief hebben doorstaan. En dan is het wachten op dat straffe zusje van mij. Jawel hoor, ze loopt daar zo eventjes als derde over de finishlijn! Ik heb nooit getwijfeld aan haar kunnen, ik weet dat ze kan bikkelen als geen ander, maar ik ben toch diep onder de indruk. Wat een tour de force! Achteraf hoorde ik dat ze na 6 kilometer al dacht: dit lukt nooit! Ze was niet alleen een uur langer onderweg, ze was ook helemaal op zichzelf aangewezen omdat ze amper in gezelschap had kunnen lopen. Nog helemaal high van alle emoties staan we daar dus met ons tweeën te blinken (en stinken) op het podium, een scenario waar we zelfs in onze stoutste dromen geen rekening mee hadden gehouden.

HPYB8384

Wat gebeurde er trouwens met Seppe? Die miste als koploper van de race een pijl en kwam daardoor ongewild op het parcours van de 47 km wedstrijd terecht (die hij officieus won). Toch wel een kleine domper op de feestvreugde. Toen Roos en ik finishten was Seppe al lang terug in hometown Herent waar hij ook al 40 kilometer was gaan fietsen. Ik zei dat er drie Odeynen aan de start stonden, eigenlijk waren het er de volle vier. Omdat onze zus Marike zo intens met ons heeft meegeleefd. Omdat zij een onmisbare schakel is bij de uitvoering van al die wilde dromen. Omdat we zonder haar nooit compleet kunnen zijn. Het is zoals de drie musketiers die eigenlijk ook met vier waren.

Voor de start zei Roos met een lachje: denk eraan, good vibes only! De dikke knipoog moet je er zelf bij denken, want ik heb een hekel aan die quote (als in: zo werkt het niet in het leven). Nu overweeg ik toch om die in het groot en breed in huis op te hangen. Misschien moet ik hem zelfs op m’n arm laten tatoeëren. Soms is het wel degelijk zo simpel. Alleen ontstaat die positieve ingesteldheid niet op commando. Je moet zelf de omstandigheden creëren waarin de goede vibes toonaangevend zijn. Ik heb die in de eerste plaats te danken aan de afleiding die ik vond bij mijn loopmaatje van de dag. Ook heb ik geleerd van mijn vorige deelnames in Houffalize dat het weinig zin heeft om te foeteren op de bergen. Daardoor kon ik met momenten oprecht genieten van alles wat we onderweg hebben gezien en meegemaakt. De Ardennen zijn adembenemend mooi. We hebben panoramische uitzichten gehad waar geen postkaart tegenop kan. We hebben wandelwegen belopen waar ik me anders nooit aan zou wagen.

Ik vind het moeilijk om deze ervaring te vergelijken met een marathon lopen of deelnemen aan de Hel van Kasterlee. In mijn ervaring is het grote verschil met de duurinspanning van de marathon of van een eindeloze winterduatlon dat die monotoner van aard zijn. De voorspelbaarheid ervan ligt wat hoger. Je kan op voorhand en tijdens de race beter anticiperen op mogelijke obstakels (zowel mentaal als fysiek). De pijn van je verzuurde benen neemt gestaag toe, maar het blijft wel dezelfde pijn. De strijd die je voert in je hoofd is eveneens redelijk onveranderlijk. Je moet en zal blijven lopen (of fietsen) en dat is zonder meer kei hard afzien. Trailrunning is de sport van 50 shades of afzien. Tijdens een trail besef je dat “afzien” zich aandient in diverse veranderlijke verschijningsvormen. Afzien is: overal in je lijf rare pijntjes hebben en dan beseffen dat je nog een lange weg te gaan hebt. Afzien is: je wil nog steeds vooruit. Afzien is ook: lopen en dan plots een berg moeten beklimmen met rotsachtige uitstekers. Afzien is: willen lopen, maar niet kunnen. Afzien is ook: kunnen lopen, maar niet willen. Afzien is: een kilometer verdelen in 10x 100 meter en dan ook 10x verrast zijn met wat je voor de voeten krijgt. Afzien is ook: blij zijn dat het branderige gevoel van de schaafwonde op je knie de verzuring tijdelijk verdringt. Afzien is: dat je eigenlijk niet meer weet hoe je je voelt.

Tot slot kreeg ook het begrip “doorzetten” voor mij een bredere invulling. Je bent geneigd om bij doorzetting te denken in termen van vechten, strijden en knokken. Het is echter onmogelijk om uren aan een stuk in vechtmodus te zijn. Tijdens een trail ervaar je dat doorzetten vooral ondergaan is. Je neerleggen bij het feit dat wat je aan het doen bent zwaar is. Aanvaarden dat je lichaam en geest het lastig hebben. Je moet niet in de clinch willen liggen met de berg of de grilligheid van het landschap (die strijd win je immers nooit), maar het laten begaan. Een dikke vette les in go with the flow, ook als er heel weinig flow blijkt te zijn. Om er meteen een les mindfulness bij te gooien: door die houding zat ik ook veel meer in het moment. Als ik het zwaar heb tijdens een marathon dan zoek ik de afleiding buiten datgene waar ik mee bezig ben. Nu was de tocht zelf de afleiding. Wat ik heb meegemaakt tijdens die 8 uur en 53 minuten in Houffalize is zonder meer een rijke en onvergetelijke ervaring. Dit is uiteindelijk waarom ik loop: om herinneringen te maken, grenzen op te zoeken, om op avontuur te gaan en dat te kunnen delen met ieder die mijn pad kruist. Mocht je er nog aan twijfelen: lopen is leuk. Juist om die reden is de droom van de 100 kilometer nog even levendig.

SCXR9338

Nog enkele weetjes:

  • er stonden 114 gekken aan de start van de 68 km, waaronder 8 vrouwen, 96 deelnemers haalden de finish
  • een diepe buiging voor de Luxemburgse Shefi Xhaferaj die amper 7 uur en 10 minuten nodig had om 68 km af te haspelen, wat een vrouw!
  • we staken in totaal 4x de Ourthe over, de ene keer al langer en dieper dan de andere, Pieter en ik liepen ook 2x verkeerd
  • in vogelvlucht waren we op het verste punt slechts een kilometer of 12 van Houffalize verwijderd, kan je nagaan hoeveel lussen en kronkels we hebben gemaakt
  • oh ironie 1: één van de eerste gesprekken met Pieter ging over de vele hoogtemeters van de Paris marathon, dat zijn er zeker 100!
  • oh ironie 2: tijdens een trail run hard ten val komen op een betonblok
  • ik ben een fan van de reeks Earth’s Greatest Rivers, na tientallen kilometers langs en dito uitzichten op de Ourthe vind ik dat die rivier echt een eigen documentaire verdient
  • ik dronk onderweg 5 liter en at relatief weinig: 2 repen Clif bloks (het equivalent van 4 gels) en 4 sneetjes peperkoek
  • bij de bevoorrading op km 36 maakte Pieter een plaspauze, mannen kunnen volgens hem altijd plassen
  • op sommige plekken kruisten heel wat wandelaars ons pad, die staarden mijn geschaafde en vuile kop wel eens raar aan (begrijpelijk)
  • Marike zei na afloop heel stellig dat we haar nooit zullen kunnen overtuigen voor een trail run van dit formaat
  • Running Up That Hill van Kate Bush is voor eeuwig en voor altijd verbonden met Houffalize
  • de wondzorg van de EHBO-post liep een jaar of 20 achter, ik kreeg niet meer dan wat ontsmetting en moest smeken om een pleister, gelukkig hebben wij in de familie heel wat expertise in de hoedanigheid van mijn schoonzus Valerie
  • de actiefoto’s die Sportograph onderweg nam, lijken een zombie-filter te hebben: zowel Roos als ik zagen asgrijs en nooit eerder hadden we zo’n uitgesproken nekspieren
  • dit verslag schrijven kostte me veel meer tijd dan de trail lopen, ik had tijd nodig om alles te reconstrueren en op te schrijven (je maakt zoveel mee!), maar ook om onder woorden te brengen wat dit voor mij betekent

Het moment – Drie dappere lopers in Houffalize

Houffalize, zondagochtend 8u. Ik zit met mijn ouders, Roos en Niko aan de ontbijttafel. We praten nog na over ons trail-avontuur. Roos moet zich mankend naar het ontbijtbuffet slepen. Ik val dan weer op met mijn ingepakte knieën en gehavende gezicht. We knikken begripvol naar andere traillopers. Ik zeg tegen mijn ouders dat het me vermoeiend lijkt aan kinderen hebben dat je ze levenslang onvoorwaardelijk moet steunen, zelfs als ze 36 zijn en 68 km willen lopen over een geaccidenteerd parcours, dan kan je ook weer ongerust gaan zijn. Volgens mama is dat net heel mooi: met kinderen is geen enkel jaar of geen enkele zomervakantie hetzelfde. Kinderen bieden je juist opportuniteiten. Er volgt natuurlijk een uitgebreid verslag over de 8 uur en 53 minuten dat ik onderweg was in en rond Houffalize. Hoewel misschien alles gezegd is met de briljante samenvatting van papa op Facebook. Voor nu geef ik hem dus graag het woord.

Straffe familie verhalen uit de Chouffe Trail, goed voor 68 km en 2000 hoogtemeters. En de winnaar is… Hier zijn de genomineerden.

Seppe zag ik als enige de helling voor km 25 oplopen en de leiding nemen. Hij miste een cruciale pijl en kwam in een andere loopafstand (48 km) terecht, liep die dan maar uit en kwam als eerste aan. Rond de middag had hij al gedaan. Spijtig natuurlijk, hij is dan maar thuis nog wat gaan fietsen. Lichaamsschade was beperkt tot wat schrammen door een valpartij.

Roos heeft langer gelopen dan de 2 andere (respect) en behaalde de derde plaats bij de vrouwen. In dialoog met zichzelf heeft ze elke inzinking overwonnen. Ook een “aft” op het puntje van de tong maakte het er niet gemakkelijker op. Rock Werchter maakte deel uit de trainingen. Vandaag werd de trap achteruit stappend genomen en instappen in de auto nam wat tijd in beslag. Naast de klassieke blaren ook wat schrammen van een val.

Joke haalde het beste resultaat op de 68 km van de familie, tweede vrouw en ze stond haar “mannetje” in het algemene klassement. Toen we haar tegenkwamen op km 52 was het even schrikken. Joke was duidelijk gevallen. Geschaafde knieën, schouder en builen en krassen in het gezicht. Maar stoppen was geen optie. Ze liep ondertussen samen met Pieter Van den Borre, één van haar redders bleek achteraf. Zoals steeds viel Joke niet stil in het laatste deel. Aan de eindmeet hoorden we het hele verhaal van de valpartijen. Eerst schoof ze enkele meters naar beneden, hoofd eerst, richting Ourthe. Twee andere lopers, waaronder Pieter, hielpen haar terug omhoog. Nadien was er nog een valpartij op een betonblok, maar coach Pieter was opnieuw van de partij, waarvoor dank van de familie.

Bij uitzonderlijke prestaties horen dito bedankingen.
Aan mijn lieve familie: om mij dus echt oprecht altijd te steunen en me ondanks mijn grillen zo graag te zien.
Aan de trouwe bloglezers en vrienden: om altijd zo enthousiast te zijn, mij succes te wensen en te feliciteren, steeds weer.
Aan Jari Goethals voor de toffe babbel aan het begin van de tocht en bij de finish.
Aan Frederik Van Rooy voor de helpende hand aan de Ourthe.
Aan Vincent Smets voor de positieve trail-vibes, de toffe verhalen, de geruststelling en peptalk toen we het echt konden gebruiken en ook voor die fantastische rug waar ik me een paar keer achter kon zetten en die me richting finish stuwde.
Aan Pieter Van den Borre om het een uur of 7 met mij uit te houden, me letterlijk recht te trekken en ook mentaal overeind te houden door de babbels en de grappen onderweg. Ik had me geen beter gezelschap kunnen wensen. En ja, we waren dus blijkbaar echt goed bezig!

Loperspraat – Voorbeschouwing op de La Chouffe trail met Roos

Het is juli, het is zomer en voor sommigen vakantie. Dat betekent dat er eens zwaar gelopen kan worden in de Ardennen. Jawel, hoog tijd dus voor de La Chouffe trail in Houffalize (Houffa voor de vrienden). Ondertussen een min of meer vaste waarde op de loopkalender van de Odeynen. Net zoals in 2019 staan er maar liefst drie stuks aan de start van de 68 kilometer. Multisporter en all-round talent Seppe; marathonloper en ondergetekende Joke; en Roos, het jonkie die met haar 29 jaar op geen enkel vlak moet onderdoen voor haar broer en zus. Ik stelde haar wat vragen – ook inmiddels bijna traditiegetrouw – om alvast vooruit te blikken op het Ardens avontuur.

Roos, 68 kilometer lopen, waar haal je in godsnaam dat idee vandaan?
Ons idee (van Joke en mij) is eigenlijk om ooit eens meer dan 100 kilometer te lopen. 68 kilometer is dan misschien een logische tussenstap. Ik wil dit gewoon eens gedaan hebben. Om te weten of ik het kan, hoe het mij bevalt en hoe het voelt om zo lang te lopen. Ik hoop dan ook dat ik binnen de tijdslimiet van 11 uur kan finishen. Ik beschouw deze trail dus niet als een wedstrijd, maar als een lange looptocht waarin ik wil blijven doorgaan. Ik kan eigenlijk echt niet goed bergop lopen.

Hoe heb je je voorbereid op dit crazy avontuur?
Amper. Na de marathon in april hebben Niko en ik nieuwe ramen gezet in ons huis en ben ik het goede loopritme kwijtgespeeld. In de maanden april en mei liep ik wel wat wedstrijden, waar ik telkens te snel wilde gaan. Ik ben dan wat geblesseerd geraakt aan mijn knie. Mijn kine bevestigde dat ik niks kapot maakte door te lopen, maar ik liep gewoon echt niet vlot. In het voorjaar liep ik sneller en soepeler, gewoon met meer energie. Het is voor het eerst dat ik een lopersdip heb gehad. Er deed altijd wel iets pijn als ik liep. Het voelde nooit echt comfortabel. Om de trail tot een goed eind te brengen zal ik dus heel veel mentale kracht nodig hebben. Ik wil het van in het begin rustig aan doen, mijn tijd ervoor nemen, niet blijven beuken. Ik hoop dat mijn benen op de één of andere manier zullen blijven draaien. De spirit hoog houden, dat zal het belangrijkste zijn voor mij. Als ik het zwaar heb, kan ik bijvoorbeeld eens met Marike bellen om wat peptalk te krijgen.

Wat neem je onderweg mee om je te wapenen?
Ik denk eraan om een tweede GPS-horloge mee te nemen, want ik denk dat de batterij van mijn horloge niet zo lang kan meegaan. Om goed te kunnen indelen, is het wel echt belangrijk dat ik de vooruitgang kan zien, dat ik weet hoeveel kilometers ik nog te gaan heb. Ik ga ook een half uurtje oppeppende muziek luisteren van Dropkick Murphys en The Dead South, niet met oortjes, want ik wil gefocust blijven op het parcours. Qua voeding heb ik Clif bloks gekocht en neem ik ook wat gels mee. Mama en papa kunnen me onderweg hopelijk ergens nog een flesje met koolhydratendrank aangeven. In mijn trailrugzak zit een waterzak met 1,5 liter die ik dus zal moeten bijvullen bij de bevoorrading. Ik zou ook nog graag wat glutenvrij brood (red. Roos krijgt een allergische reactie als ze gluten eet tijdens of vlak voor een inspanning) hebben zodat ik niet alleen sportvoeding moet wegwerken. 

Waar kijk je vooral naar uit?
De trailsfeer natuurlijk! Ik vind een trail lopen echt leuk: op pad en onderweg zijn. Niet dat ik heel de tijd aan het genieten ben, maar ik vind het wel heel spectaculair om te zien waar je dan loopt. Er zijn echt nog delen van het parcours waar we nu ook weer gaan lopen die ik me herinner van de vorige keer. Na de brouwerij van Achouffe heb je bijvoorbeeld een heel lang stuk dat je langs de Ourthe loopt over een weggetje. Er is ook ergens een superzware klim met een mooi zicht. Ik moet het parcours trouwens nog eens goed bestuderen, want parcourskennis helpt mij altijd omdat ik dan scenario’s kan bedenken om me voor te bereiden. Ik bekijk het als 3x 20 kilometer lopen. De joekels wandel ik wel op, ik vind het echt niet erg om te moeten stappen. 

Wat vrees je het meeste?
Dat ik het niet haal of dat ik van in het begin tegen de tijdslimiet aan schurk en dat ik dus niet mijn eigen tempo kan aanvoelen, maar moet doorduwen. Ik heb gewoon al lang niet echt goed gelopen, waardoor ik heel hard twijfel aan mijn loperskwaliteiten. Ik ben wel helemaal niet zo zenuwachtig. Voor de marathon van Parijs stond ik twee weken ervoor al stijf van de stress. Je bent dan heel erg gebrand op een bepaald doel. Nu is het gewoon wat het is en zal ik wel zien wat het wordt.

Tot slot, de vraag die op ieders lippen brandt: hoe was Rock Werchter?
Geweldig! Studio Brussel had de slogan Party like it’s 2020, 2021 & 2022 en zo was het ook echt. Ik was vergeten hoe leuk ik het vond: de muziek (harde gitaren!), het live-gegeven, het samenzijn met de vriendengroep. Voor Niko was het de eerste Werchter en die is ook helemaal verkocht. Als voorbereiding op de trail heb ik natuurlijk wel net te veel bier en frieten weggewerkt, maar ik heb vakantie en kon deze week dus rustig aan doen: goed slapen en mentale rust vinden. Dat is heel belangrijk.

Liefste sis, er is echt geen enkele reden om te twijfelen aan jouw loperscapaciteiten. Je hebt een solide basis, bent een ervaren afstandsloper en jij kan heel veel aan. You rock, girl!

Het boek – Lezersverhalen en zomerse leestips #1

Wat is er beter dan een boek lezen? Nadenken over wat je nog kan lezen en lezen over lezers en hun verhalen. Goede boekentips zijn namelijk van onmetelijk belang. Om jullie heel diverse zomertips te kunnen voorschotelen ging ik te rade bij mijn framily. Mijn jeugdvriendin Elizabeth mag de spits afbijten van deze zomerreeks. Als er iets is dat wij van jongs af aan delen dan is het wel de liefde voor boeken en dieren. De term boekenmeisje schiet tekort voor de hoeveelheid boeken die wij als kind verorberden. We begonnen allebei in de Agatha Christie boeken toen we een jaar of 11 waren. Ook mijn vader las heel wat Agatha Christies. Ik koester nog steeds de retro-pockets die ik van hem kreeg. Momenteel zoekt hij het als lezer in de non-fictie en dan vooral alles wat te maken heeft met vliegtuigen en hun geschiedenis. Mijn zus Marike is ongetwijfeld de meest plichtsbewuste lezer van ons allemaal. Haar kinderen Leah en Emil zijn evenwel geboren boeken-lovers.

Elizabeth, 36 jaar – architect

Als kind verslond ik boeken bij de vleet: vijf boeken per week was een normaal gemiddelde. Na een tijdje kende ik alle boeken van de plaatselijke bibliotheek (en dan vooral die waar paarden in voorkwamen) en was het wachten op nieuwe aanwinsten. Mijn lievelingsboek was De Gebroeders Leeuwenhart van Astrid Lindgren: dat boek vond ik zó mooi. Als kind piekerde ik veel over de dood, over mijn ouders later te moeten afgeven. Dat boek gaf zo’n mooi beeld van dat doodgaan dat het mijn gedachten erover draaglijker maakte. Ik heb nu nog het gevoel dat als ik ooit van nabij met de dood word geconfronteerd, ik het boek zal oppakken en terug lezen.

Vanaf mijn hogere studies werden de leesboeken eerder ingeruild voor architectuurboeken, waar ik ondertussen een grote collectie van heb. Dat zijn eigenlijk de voornaamste boeken die ik de afgelopen 15 jaar kocht. Momenteel kom ik bitter weinig aan lezen toe, maar als ik eenmaal vertrokken ben met een goed boek, dan kan ik me er wel nog steeds in verliezen zoals vroeger. Alleen gebeurt dat “vertrokken zijn” niet zo vaak. Het ideale boek heeft voor mij sfeer, mysterie en een climax.

UNKO8207

Een boek dat ik niet snel zal vergeten is De schaduw van de wind van Carlos Ruiz Zafón. Ik las het in 2008 toen ik na mijn studies een half jaar rondtrok in Australië. Ergens in het hoge tropische noorden van Australië kwam ik een vrouw tegen op een camping. Na een avondje babbelen aan het kampvuur gaf ze me het boek. Ze had het zelf net uit gelezen en gaf het met veel plezier door aan mij. Het was een dikke kloefer, meer dan 500 pagina’s, vuil en met verkreukte pagina’s. Maar toen ik erin begon heeft het boek me volledig opgeslokt. Op 4 dagen tijd was het uit. Op elke tussenstop waar ik de mogelijkheid had om erin te lezen, haalde ik het terug boven… zo spannend was het verhaal. Ik zie nog de plaatsen voor mij waar ik erin las. Dus dat boek brengt ook een hoop nostalgische herinneringen terug aan mooie plaatsen in Australië.

Het liefst van al lees ik in een comfortabele ligstoel, ergens in de tuin onder een parasol. In de praktijk vaak in bed, waardoor ik na 10 pagina’s in slaap val. Ik waag deze zomer een tweede poging bij De acht bergen van Paolo Cognetti. Ik ben erin begonnen op een moment dat ik niet genoeg tijd en rust had om erin door te lezen, waardoor ik ben blijven steken ergens rond pagina 30. Op hoop van zegen neem ik het dit jaar weer mee op vakantie.

Marike, 32 jaar – kinesitherapeut

Ik lees weinig en ook traag, alleen op vakantie kan het soms snel vooruit gaan. Ik lees altijd boeken omdat ze me door iemand aangeboden of aangeraden zijn. Op school las ik altijd braafjes de boeken die we moesten lezen. Als kind was mijn lievelingsboek Ronja de roversdochter van Astrid Lindgren. Dat las ik toen we op vakantie in Engeland waren. Het gaat over een stoer meisje dat heel goed in bomen kan klimmen. Ik weet nog dat ik het echt jammer vond dat het boek uit was. Ik was als kind ook helemaal gek van de film Babe (ik kan nog steeds delen meezeggen), maar het boek Een buitengewone big heb ik zelfs niet uitgelezen. Een goed boek is voor mij makkelijk, waargebeurd en dramatisch. Zo las ik eens een boek over een moeder wiens zoon betrokken was bij een schietpartij op een school in Amerika. Ik moet er soms nog aan denken, maar ik ben de titel vergeten (red. Het besef van een moeder van Sue Klebold).

Mijn dochter Leah (bijna 3 jaar) houdt heel erg van boeken (dat kan niet anders met zo een Metie natuurlijk). Ze is helemaal in haar nopjes in de bibliotheek. Ik moet haar boekenkeuze wel wat bijsturen, want ze kiest vaak boeken die ze al kent. Haar lievelingsboek is Non pas dodo! van Stephanie Blake dat mama kocht in Parijs. Het gaat over een konijntje dat zijn doek (dodo) in zijn kamp vergeet en dus niet kan slapen. Zijn grote broer besluit zijn cape aan te doen en de doek te gaan halen. Leah speelt dat verhaaltje ook na door een cape aan te doen en haar doeken te zoeken. Mijn zoon Emil (6 maanden) moet van zijn tantes in de Little Feminists boeken lezen. Hij neemt dat heel ernstig en heeft een boon voor Amelia Earhart (daar zal ook zijn bompa blij mee zijn). Emil eet zijn boeken ook graag op. Gelukkig zijn de feministen van dik karton.

Deze zomer wil ik verder lezen in Mijn verhaal van Michelle Obama. Het is mijn zomertip en ook de beste tip die ik zelf kreeg. Ik ben er al even in bezig, maar ik ben juist blij dat het even duurt, want zo kan ik er langer van genieten.

bf3ee102-4d1d-4d0a-a25a-3f5ca30b4b39

67ab9899-ffec-4fb1-abb6-c10d44b8c5bf

Jan, 62 jaar – vader, bompa en hobbypiloot

Ik val niet echt onder de noemer “ lezer” en toch is er een tijd geweest dat ik om de 2 dagen een boek las. Het was meer consumeren vanuit een gewoonte. Uiteindelijk heb ik toch ingezien dat het net zoals tv kijken was en dat soort lezen is dan stil gevallen. Door mijn interesse voor vliegtuigen heb ik altijd veel over piloten, vliegtuigmodellen en strategieën gelezen. Vooral over de Tweede Wereldoorlog en dan vooral De slag om Engeland. De film The Battle of England zag ik toen ik 12 was. Inmiddels kan ik dus naar de film kijken en allerlei dingen vertellen over wat er te zien is. Inderdaad: lezen is weten. Mijn lievelingsboek dat ik helemaal kapot las in wachtkamers en op vakanties is The Great Air Races van Don Vorderman. Het gaat over de dolle jaren van de luchtraces tussen de wereldoorlogen.

In mijn jeugd ben ik onder lichte druk van mijn vader de In de ban van de ring trilogie van J.R.R. Tolkien beginnen lezen. Het was meer doorworstelen. Ik ben ooit verdwaald in de bladzijdenlange omschrijving van een bos. Soms was er twijfel of ik toch niet in een ander bos was terecht gekomen. Niet dus. De Lord of the Ring films waren een opluchting. Eindelijk wat tempo of lag het aan mijn lezen? De beelden van de film kwamen overeen met de beelden in mijn hoofd. Achteraf heb ik ook gelezen dat Tolkien uit liefde voor taal en oude verhalen letterlijk een nieuwe wereld schiep inclusief bewoners en talen, gedichten en liedjes.

Ook Umberto Eco sprak zijn vakgebied aan in De naam van de roos, een detectiveverhaal in de middeleeuwen. Hij ontwerpt in het verhaal ook de ideale bibliotheek met voldoende verluchting, daar vind je dus gekende maar verdwenen boeken. Je voelt zo de liefde voor boeken. Het boek geeft een vollediger beeld dan de film. In het boek staan veel voetnoten. Achteraf las ik dat Umberto Eco zijn boeken niet te gemakkelijk wilde maken. Hij zei dat hij schreef voor een elitair publiek, voor mij een afknapper.

Mijn boek- en filmtopper is Das Boot van Lothar-Gunther Buchheim. De auteur overleefde zelf zijn dienst bij de U-boten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het verhaal speelt zich af binnen de kleine wereld van een duikboot zonder heldendom. Heel realistisch en claustrofobisch allemaal in zowel film en boek. Veel films ontstaan in de wortels van een boek: A Clockwork Orange, The English Patient en Jojo Rabbit bijvoorbeeld, maar het is altijd het verhaal achter het boek dat de film blijft bepalen.

IMG_0136b

In de stijl van deze drie lezertjes (sfeer, spanning, toegankelijk en historische context) kan ik ook het volgende van harte aanbevelen: Een schitterend gebrek van Arthur Japin, De geniale vriendin van Elena Ferrante, Het jaar dat Shizo Kanakuri verdween van Franco Faggiani, Wij zijn met vijf van Mathias Faldbakken en De moord op Roger Ackroyd van Agatha Christie.

Loperspraat – Waarom ik nooit een echte trailloper zal zijn

Houffalize lonkt. Over 20 dagen staan Roos en ik aan de start van de La Chouffe trail: een looptocht van 68 kilometer met ook nog eens 2080 te overbruggen hoogtemeters. Een nieuw grensverleggend loopavontuur dat zich ver buiten de comfortzone van de marathon bevindt. Niet dat marathons lopen voor mij moeiteloos of pijnvrij aanvoelen, maar ik weet wel behoorlijk goed waar ik me aan kan verwachten en hoe ik me daarvoor kan klaarstomen. Bij een trailrun van dit kaliber is dat helemaal anders: hoe goed ik me ook probeer voor te bereiden, het voelt als een grote sprong in het diepe. Al ben ik ook niet helemaal aan mijn proefstuk toe. In 2017 liep ik al eens 50 kilometer in Houffalize en in 2019 liep ik me helemaal kapot op de 36 km. Ik ondervond toen telkens dat trail running toch een heel eigen discipline is binnen het loopwereldje. Als gedreven marathonloper werd ik keihard met de beperkingen van mijn loopcapaciteiten geconfronteerd.

Hoe dan ook vind ik traillopers zonder twijfel de sympathieksten der lopers. Nergens is de sfeer aan de start zo amicaal als bij een trailrun. Ze hebben het niet over een wedstrijd of een race. Ze klagen of zuchten ook niet als ze onderweg zijn. Ze houden van de natuur in al z’n facetten. Avontuur en beleving zijn belangrijker dan een tijd of resultaat neerzetten. Een trailloper lijkt kortom zenner dan zen in het leven te staan. Als gewoon lopertje kan ik alleen maar houden van die (wellicht geromantiseerde) kenmerken waar de trailloper voor staat. Helaas zal ik nooit een echte trailloper zijn en daar heb ik vijf goede redenen voor.

Ik blijf bergop lopen een opgave vinden. Ik hou echt heel erg van de natuur en de bergen, maar dan vooral om ernaar te kijken of erover te lezen: lang leve Paolo Cognetti! Als ik hoogtemeters maak, gaat er in mijn lijf een waarschuwingssignaal af: pas op! hoogtemeters! de motor moet harder draaien! Ik ga een strijd aan met de berg (of heuvel of glooiing of wat dan ook), want mijn lijf wil een tempo aanhouden. Ik ben de loper met de krachtige motor die zich focust op de juiste cadans om dan als een metronoom mijn voeten over het asfalt te laten tikken. Trailrunning daarentegen dat staat voor een duizelingwekkend aantal intervals, een overdaad aan variatie en onvoorspelbaarheid op alle gebieden.

Ik ben als de dood voor teken en heb een hekel aan alles wat vliegt, kruipt en steekt. Laat een grizzlybeer of everzwijn mijn pad kruisen: ik weet hoe ik adequaat moet handelen. Insecten daarentegen kunnen mij echt gek maken. Nu denk je waarschijnlijk dat het redelijk aanstellerig is om je druk te maken over insecten als het melkzuur tot achter je oren zit. Wel, net dan word ik hypergevoelig voor de terreur die insecten kunnen veroorzaken. Je neemt natuurlijk wel je voorzorgen om ongedierte op een afstand te houden, maar door al dat gezweet (behoorlijk extreem bij mij), ben je gewoonweg een insectenmagneet. Bij de trail in 2019 werd ik in mijn gezicht (!) door drie verschillende insecten gestoken. Ik hield daar nét geen nachtmerries aan over.

Ik drink en eet zelden tijdens een looptraining. Wie hier al langer mijn marathonverslagen leest, weet dat hoe vaker ik marathons liep, hoe heftiger mijn lichaam reageerde op sportgels en -drank. Bij mijn eerste marathon kon ik het perfecte voedingsschema aanhouden, bij mijn laatste twee marathons consumeerde ik 3 gels en een beetje water. Die minimale voedingsinname geeft mij voldoende energie om tot het einde te blijven gaan zonder dat er een wild feest ontstaat achter mijn buikwand. Een persoonlijk succesrecept dat regelrecht indruist tegen elk voedingsadvies. Aangezien ik in Houffalize makkelijk een uur of 9 onderweg zal zijn, is eten en drinken niet minder dan een bittere noodzaak. Ik ben er nog niet helemaal over uit hoe ik dat ga aanpakken.

Ik vind het lastig om tijd en snelheid helemaal los te laten, hoe graag ik ook de vrouw van de beleving wil zijn. Je kan een gemiddeld tempo tijdens een trail run niet vergelijken met wat je bij eender welke andere wedstrijd loopt. Om deze 68 km af te tikken, geeft de organisatie ons 11 uur de tijd. Dat is best strak. In 2019 had de eerste vrouw 9 uur en 18 minuten nodig om de finish te halen. In 2021 was dat slechts 6 uur en 57 minuten. Het is met andere woorden heel moeilijk om in te schatten wat voor mij haalbaar is. Ik wil zeker geen bepaalde tijd of plaats in de rangschikking halen, maar een indicatieve richttijd zou me een stukje controle geven over wat me te wachten staat en hoe ik me verhoud tot die 11 uur.

Ik vind de eenzaamheid van het traillopen soms best akelig. In 2017 kreeg ik mijn papa zo ver om te vergezellen tijdens die 50 km omdat ik schrik had om verloren te lopen. Dit jaar was het eigenlijke plan om de 68 km samen met Roos af te leggen, qua zussenmoment zou dat wel kunnen tellen. Inmiddels zijn we echter tot de conclusie gekomen dat het – al die gezelligheid ten spijt – verstandiger is om het ieder voor zich aan te pakken zodat we elk ons eigen lichaam kunnen volgen. Een dag alleen zijn schrikt mij op zich niet af, ook de Hel van Kasterlee is in se een eenzame bezigheid. Bij een trail bevind je je echter verder weg van de bewoonde wereld. Voor iemand die in een vingerknip een waslijst aan rampscenario’s kan bedenken, boezemt dat toch behoorlijk wat angst in. Gelukkig heb ik vooral ook heel veel zin in dit avontuur. Juist omdat je alleen maar grenzen kan verleggen door er eens los over te gaan. Naast de angsthaas schuilt er ook een optimist in mij die ervan uitgaat dat het op de één of andere manier wel in orde komt. Een goed verhaal, een La Chouffe en een familiaal weekend levert Houffalize ons sowieso op.

Met een speciale dankjewel aan Sam en Joséphine die met hun vrolijke hoofden op de foto (en ook vorige week in het echt) tonen wat een groot plezier off-road lopen kan zijn!

Het portret – Brief aan mijn jarige Tante Hilde

Liefste Tante Hilde

Jij wordt vandaag 70. Een getal waar je misschien zelf wat van schrikt, maar laat me heel duidelijk zijn: voor mij ben je geen haar veranderd. Je bent nog steeds de energieke, ondernemende en immer enthousiaste tante zoals ik die al mijn leven lang ken.

Ik spreek je hier nu wel aan als Tante Hilde, maar in onze kindertijd was je gewoon Hilde. Ik heb me laten vertellen dat het toen blijkbaar modern was om die tante-titel niet expliciet te benoemen. Gewoon Hilde is trouwens niet juist: je was Hilde van “Noël en Hilde” en ook “Ons Hilde”, zoals mama haar 7 jaar oudere zus noemt. Als kind wisten we dat als Ons Hilde belde, mama minstens een uur aan de telefoon hing en dat een tussenkomst niet tot de mogelijkheden behoorde. Ons Hilde mocht dan wel in Nederland wonen met haar Noël en drie kinderen, een familiefeest was pas een echt feest als jullie er waren. Noël en jij luisterden altijd met veel interesse naar wat wij te vertellen had. Maarten, Katrien en Sander sloofden zich uit voor hun jongere nichtjes en neefje. Een nog groter feest was de tijd waarin wij met ons gezin bij jullie in het exotische Nederland oudjaar vierden. Dat leverde straffe verhalen op om op school te vertellen (ze staken daar vuurwerk af op straat!), wat echter het meest bleef plakken was de gastvrijheid en gezelligheid van jullie gezin. We noemden je dan wel geen tante: je was dat gewoon in elke vezel van je lijf.

Seppe en ik vonden het heel sympathiek dat jij in Nederland altijd de Belgische wilde blijven. Je supporterde voor de Rode Duivels en stemde ook voor België met het Eurovisiesongfestival. Zo was je zelfs in mijn jongste herinneringen een vrouw van de wereld. Ondertussen zag je er al heel veel van en je nam er ook al heel veel van mee naar huis. In Parijs mochten wij aan den lijve ondervinden dat de verleiding van de souvenir voor jou om elke hoek loert. Of het nu gaat om een Noorse trui of Afrikaanse oorbellen: het belandde ooit eens in jouw koffer. Zo gebeurde het ook dat ik een magnetenverzameling heb, want souvenirs kopen voor anderen is zo mogelijk nog leuker. Daarnaast ben je ook een vrouw die haar wereld kent. Je bent belezen. Je hebt een mening en bent op de hoogte van de Belgische, Nederlandse én wereldpolitiek. Je spreekt met net zoveel overtuiging Frans als dat je Herents spreekt. Je bent overal even communicatief en sociaalvaardig. Jij zal je nooit laten vangen door een barrière van eender welke aard.

Sinds 2019 zijn onze levens ook vervlochten door de marathon. Je maakte toen namelijk je debuut als deel van onze marathoncrew in Parijs. Je had meteen door dat die marathon voor mij bittere ernst was. Samen met Roos ging je zaterdag oefenen voor het supporterspunt in Bois de Boulogne. Je vond het de normaalste zaak van de wereld dat er dan getimed moest worden hoe lang het duurde om van een metrostation naar het parcours te stappen. Nadien was je oprecht geëmotioneerd door het hele gebeuren. Je besefte wat een marathon met een mens doet. Je pakte me vast en sprak de legendarische woorden: het was een eer om erbij te mogen zijn. Het stond dus in de sterren geschreven dat wij in familiaal verband terug naar Parijs zouden gaan voor een marathon. Ook vorige maand begreep je als geen ander hoe belangrijk die marathon voor mij is. Heel je omgeving was op de hoogte van de snelle marathontijden van je nichtjes. Na afloop had je liefst van al iedereen aan de Arc de Triomphe aangeklampt om op te scheppen over onze prestaties (in het Frans, dan wel Herents).

Jij mag dan niet wezenlijk veranderd zijn, jouw leven werd de afgelopen jaren wel flink door elkaar geschud. Zo puur en onversneden als je emoties zijn, zo is ook je empathisch vermogen ongezien. Je hebt de naam om nogal snel in de emotie te zitten, maar wat jou echt typeert is je veerkracht. Nog voor je op pensioen ging had je al veel zorgen om en voor Noël, van wie je ook vroeger dan verwacht afscheid moest nemen. Je verloor de man van je leven. Het was plots Hilde zonder Noël. Gemakkelijk was dat niet, maar Ons Hilde, die ging door – met een snik en een lach – en vond opnieuw de liefde bij Bert.

In Parijs zei je me dat je herkenning en ontroering vindt in wat ik schrijf, wel: ik kan alleen maar heel blij zijn met het stukje Hilde Artoos dat in mij zit. Omdat we allebei houden van een Frans chanson met drama (en van drama tout court). Omdat we allebei een zwak hebben voor iet of wat gedurfde kleding. Omdat we allebei hard in de dingen op kunnen gaan (liefst van al gaat het hard). Je toont mij bovenal wat het betekent om zus te zijn, om samen een familie te vormen en dat je die mensen die intens met je meeleven moet koesteren.

Liefste Tanteke, dankzij jouw weerbaarheid twijfel ik er geen seconde aan dat die gebroken enkel jou er niet van zal weerhouden om snel weer in conditie te zijn. En wat zal dan het volgende plan zijn? Een reis met Bert? Een wandeltocht met Ons Alma? Of een marathonavontuur met je nichtje? Dat grote feest met je kinderen en 8 geweldige kleinkinderen zal dan eens zo memorabel zijn. Op jouw gezondheid!

Maak er een schitterende dag van en laat je vooral heel goed vieren!

Joke

Het portret – Wat mijn moeder zoal doet

Moeders en mama’s, ze zijn er in alle soorten en maten. Ze vegen monden af en luisteren een heel leven lang naar wat die te zeggen hebben. Mijn eigenste mama behoeft hier weinig introductie meer aangezien ze vaak in mijn verhalen opduikt. Momenteel herstelt ze van een operatie aan haar knie zodat ze hopelijk snel weer als vanouds kan lopen en fietsen. Ze moet ook mijn papa een beetje missen, want die verblijft nog in het ziekenhuis om te bekomen van een hartoperatie. Mijn oudertjes zijn dus heel even minder mobiel dan hoe we ze kennen. Het staat niet ter discussie dat daar snel verandering in komt! Speciaal voor deze Moederdag volgt hier een lijstje van wat mijn moeder zoal doet.

  • ze zette me na een lijdensweg van 24 uur op de wereld, gaf me de borst, de allerbeste papa en alle geborgenheid die ik nodig had
  • ze schonk me een broer en twee zussen
  • ze vertelde zelfverzonnen verhaal over onze knuffelberen en verjoeg krokodillen op de trap
  • ze leerde ons dat eenden maar tot 3 kunnen tellen
  • ze bracht ons gezonde voedingsprincipes bij, leerde ons sorteren en composteren
  • ze spendeerde elke schoolvakantie met ons en deinsde er dan niet voor terug wat te klussen in huis
  • ze leerde ons de koers en de Olympische Spelen kennen
  • ze toonde ons hoe je zelfs met een beperkte kennis van het Engels uitstekend je plan kan trekken in Angelsaksisch gebied
  • ze breide truien en hielp ons met onze eigen breiwerkjes
  • ze stimuleerde ons om te lezen
  • ze droogde onze pubertranen
  • ze toonde ons de geneugten van het joggen en fietsen langs de Vaart
  • ze zocht eigenhandig in prille internettijden naar de opleiding Literatuurwetenschap en stimuleerde mij om die te volgen omdat ze geloofde dat ik dat kon
  • ze stuurde haar vier kinderen de wereld in
  • ze zet een telefoon naast haar bed zodat we haar ook ’s nachts kunnen bereiken
  • ze heeft een onvoorwaardelijk vertrouwen in ons kunnen
  • ze geeft al eens een uiteenzetting over welke muziek nu wel of niet tot de échte kleinkunst behoort
  • ze zorgde voor haar eigen moeder zoals ze dat voor haar kinderen deed
  • ze mist haar moeder
  • ze drinkt koffie, eet pistolets en taart met haar eigen broer en zussen
  • ze staat met ongezien enthousiasme een dag in de wind, kou, hitte of regen om haar kinderen te steunen bij hun zotte sportieve plannen, in binnen- en buitenland en zelfs als ze dan Parijs-Roubaix moet missen
  • ze benoemt talenten waarvan ik zelf niet geloof dat ik ze heb
  • ze rijdt mijn gras af en verricht het stevigere snoeiwerk
  • ze weet als geen ander wat duursporten inhoudt
  • ze biedt aan om ’s nachts op mijn zetel te slapen of een beveiligingsronde te doen als dat mijn onrust zou kunnen wegnemen
  • ze is een liefdevolle, toegewijde en fantastische bomma voor mijn nichtjes en neefjes
  • ze is op pensioen met de man van haar leven

Een heel mooie zondag gewenst, liefste mamaatje!

De race – Paris Marathon april 2022

  • De cijfers: mijn 14e marathon tikte ik af in een nieuw PR van 3:06:33 (het kan geen toeval zijn dat ik dat deed met nummer 3067), goed voor een 86e plaats en een 17e plaats in mijn leeftijdscategorie
  • De voorbereiding: het ging zoals altijd hard met fietsen-lopen-werken, maar bovenal deed het deugd om me weer helemaal old-school op de marathon te kunnen storten
  • De race: bij gebrek aan frisse benen en een onbezonnen hoofd moest ik vertrouwen op de overschakeling naar marathonmodus, ondanks de verraderlijke hoogtemeters en dankzij een adembenemend Parijs lukte dat behoorlijk
  • De herinnering: de verbondenheid, verbroedering & verzustering, Parijs dat écht altijd Parijs zal zijn

IMG_7753b
Aan kleur geen gebrek met Roos in je leven.

Wat voorafging
Surfend op mijn marathongolf van oktober en met de heropleving van het competitieve sportleven beslissen Roos en ik in een somber november om ons in te schrijven voor de marathon van Parijs. Kwestie van een mooi vooruitzicht te hebben. Ik passeerde eerst nog langs de Hel, waardoor ik in januari opgelucht ademhaalde omdat ik me weer enkel op het lopen kon focussen. Niet dat ik de fiets links liet liggen, integendeel, maar afstandslopen is en blijft mijn core business. Mijn voorbereidingen verliepen naar wens, hoewel ik meer meer dan eens aan mezelf voorbij liep. Ik voelde dat de combinatie hard werken en sporten met daarbij de nodige stress een tol begon te eisen. Parijs kroop dichterbij en de onzekerheid sloeg genadeloos hard toe. Een eerste tik van de vrouw met de hamer was een feit. Dat had ik geheel aan mezelf te wijten: ik moest en zou in de buurt van die ongelooflijke 3:07 van Rotterdam komen om aan mezelf te bewijzen dat dat geen toevalstreffer was. Of hoe een mens zich onnodig veel druk kan opleggen.

IMG_7786b
Op zaterdag zochten en vonden wij de magische groene lijn die Roos meteen aan een test onderwierp.

Vlak voor de start
In het holst van de nacht gaat de wekker op kamer 304 van Hotel Joke. Twee dappere marathonlopertjes hebben een eerste missie: op dit belachelijk vroege uur boterhammen eten. Ontbijten voelt eerder aan als nachtelijk snacken. Roos eet voor het eerst sinds lang nog eens confituur op de boterham. Er is bovendien een peperkoek van de beste bakker en gelukkig ook koffie. Om 6 uur treffen we Sam aan beneden in het hotel. Met z’n drietjes trekken we naar de metro, wellicht net iets te uitgelaten voor dit onchristelijke uur op een zondagochtend. We stappen uit bij de Arc de Triomphe en wauw: wat ziet die er magnifiek uit bij het ochtendlicht. Sam geeft en passant nog een interview aan de radio. We trekken richting finishzone om onze bagage af te geven en we maken om de beurt gebruik van de heel propere dixi’s (stressplasjes). Voor we echt helemaal ontspannen worden, is het tijd om richting start te gaan. Sam en ik vertrekken helemaal vooraan in startvak rouge met objectif 3u. Roos moet met 3u30 net wat meer geduld hebben om aan haar 42,2 te mogen beginnen. Het afscheid van Roos is onvermijdelijk. We geven elkaar een dikke pakkerd, roepen wat in elkaars oor en gaan dan elk onze weg. Er zijn slechtere plaatsen om te wachten dan op de Champs Elysées. Al is het wel steenkoud! Zelfs een warmbloedige persoon als ik moet z’n mond dichthouden om niet te staan klappertanden. Als ik om 8u23 over de startlijn loop is daar het besef dat het begonnen is.

IMG_7811b
Sam, rijzende ster van de Franse radio.

De race
Ik had Sam in het startvak alvast succes gewenst, maar hij sprak toen de profetische woorden dat ik nog niet zo snel van hem af zou zijn. Sam is naast een snelle ook een heel intelligente loper waar ik nog veel van kan leren. Ik vertrek eigenlijk standaard te snel, Sam houdt zich in om dan te versnellen. Wij lopen dus zij aan zij over de Champs Elysées, voorbij de Obelisk die in de stellingen staat, richting Place Vendôme, rond de opera over Rue de Rivoli. De eerste kilometers van de Paris Marathon zijn ongelooflijk mooi, al helemaal met de zon die haast verblindend tussen de gebouwen straalt. Mama en Tante Hilde hebben postgevat op kilometer 5. Vertrouwde gezichten onder de supporters zien geeft altijd een adrenalineboost, zelfs als je die nog niet echt nodig hebt. We lopen naar Bastille (wederom: wauw!), waar Jona staat, de vriendin en eerste supporter van Sam. Onze weg gaat verder richting het Chateau en Bois de Vincennes. We lopen rond de 4’15”, wat voor mij eigenlijk 5 seconden te snel is, maar in vergelijking met mijn eerste 10k in Rotterdam voelt het alsof ik met de rem op loop. Het is leuk, het is gezellig en Parijs is prachtig, maar ik voel na een kilometer of 8 al een stramme achillespees én hamstrings in mijn rechterbeen. Mijn benen zijn duidelijk niet fris. Als ik vandaag een goeie marathon wil lopen, dan zal ik het ironisch genoeg niet van die benen moeten hebben. Er is nog iets dat me wat dwarszit. In Rotterdam liep ik ontspannen, zorgeloos en naïef (daar gaan we weer), maar nu is het dus eerder gespannen, bezorgd en bedenkelijk. Ik heb het echt wel naar mijn zin, maar ik voel aan alles dat het geen dag is waarop ik ongestraft met mijn krachten kan woekeren (als dat al ooit kan bij een marathon). Ik moet zuinig lopen, wat ik duidelijk niet aan het doen ben. In deze fase van de marathon ben ik eigenlijk al veel te hard aan het nadenken.

Na 12 kilometer naderen we het indrukwekkende Chateau de Vincennes. Sam gaat versnellen en is zo galant om dat aan mij mee te delen. Tot over 30 kilometer! zegt hij. Vreemd genoeg klinkt dat op dat moment niet eens zo heel ver weg. In het Bois de Vincennes valt het mij vooral op hoe selectief mijn geheugen het parcours gememoriseerd heeft. Ja, het is daar mooi groen, maar ook wel saai en de eerste oplopende stukken dienen zich aan. Ik blijf er nog steeds een stevig tempo op na houden, aan dat stijve rechterbeen probeer ik niet te veel aandacht te schenken. Kilometer 15 zou zowel voor Sam als voor Roos een verrassend en venijnig tikje uitdelen. Sam wordt dan misselijk en moet daar een kilometer of 10 mee verder lopen, Roos krijgt er een acute en best wel verontrustende kniepijn die op wonderbaarlijke wijze gelukkig weer wegtrekt na een paar kilometer. Om maar te zeggen: het venijn van een marathon zit ‘m niet alleen in de staart, ook de eerste helft moet je altijd lopen.

Ik ben alvast opgelucht als ik halverwege op mijn horloge zie dat ik geen nieuw PR op de halve marathon gelopen heb zoals ik dat in Rotterdam deed. 1u31 is eigenlijk nog steeds te snel als split time, maar ik probeer het positief te bekijken: er is nog ruimte voor verval (hoe oneerbiedig dat ook klinkt). Ik begin af te tellen naar kilometer 25, waar mama en Tante Hilde zullen staan. We lopen ook weer helemaal het echte Parijs in. De ambiance langs het parcours begint ondertussen op gang te komen, want het eerste uur was die toch eerder bescheiden van aard te noemen. Letterlijk met het nodige tromgeroffel maak ik mijn opwachting langs de kade van de Seine. Jawel, dit is prachtig lopen! Als ik mijn supporters nader, ga ik onbewust altijd sneller lopen, dat is nu niet anders. Mama en Tante Hilde staan geconcentreerd tegen de zon in te kijken. Ik zie hen eerder dan zij mij, maar het enthousiasme is er niet minder om.

2995306f-8eac-422f-9831-72875dbc7fb5
Met supporteren kan je echt niet vroeg genoeg beginnen in onze familie. Leah had ook een vlaggenstok met aanmoedigingen, maar ze ging daar nogal wild mee tekeer.

Wat je als toerist in Parijs niet weet, is dat er tunnels zijn langs de Seine. Tot vier keer toe moeten we een tunnel in met dan telkens weer een stevig klimmetje. Met ruim 26 kilometer op de teller hakt dat er goed in. Jongens toch, wat een ellende! Ik krijg flashbacks naar 2017 en 2019, waar het licht in mijn hoofd toch eventjes uitging met die tunnelmiserie. Ik voel me ook schuldig dat ik deze cruciale parcourskennis niet gedeeld heb met Sam en Roos (al zal achteraf blijken dat zij de tunnels beter konden verteren dan ik). Net zoals bij mijn vorige deelnames krijg ik het zwaar te verduren op dit deel van het parcours. Zelfs al loop je op kilometer 30 langs de Eiffeltoren en is dat best een indrukwekkend zicht. Mijn tempo loopt wat terug. De vermoeidheid is voelbaar en het is nu echt duidelijk dat die benen van mij geen al te beste dag hebben. In mijn bovenbenen voel ik de verzuring toeslaan. Wat me wel hoop blijft geven is dat mijn tempo niet zo hard terugvalt als in Rotterdam. Ook voel ik me mentaal sterker dan toen ik rond die dodelijke Kralingse Plas liep. Ik probeer me, ondanks die twee stijve harken, te concentreren op een soepel loopritme, ik zoek afleiding in mijn omgeving, ik blijf tegen mezelf zeggen dat ik dit kan, dat dit er nu eenmaal bij hoort. Ik denk aan iedereen die met mij meeleeft. Ik denk aan Sam die voor mij loopt, aan Roos die achter mij loopt. Ik denk aan de finish, maar nog niet te veel. Ik probeer kortom om het hoofd in strijdmodus te houden.

Ik denk dat één van mijn sterktes als loper is dat ik, ongeacht de omstandigheden, heel lang kan blijven lopen met alle ongemakken die daarbij horen. Ik durf wel te zeggen dat mijn lichaam gemaakt is om duurinspanningen te leveren. Ja, ik kan dus halsstarrig blijven lopen als elke vezel in mijn lichaam zegt dat het mooi is geweest. Helaas is dat geen kwestie van een knop om te schakelen. Op karakter blijven lopen mag dan heel eenvoudig klinken, het kost mij ook elke meter weer heel veel energie en doorzetting om te volharden, zelfs al deed ik dat al heel vaak. Rond kilometer 34 volgt een pittig klimmetje vlak voor we het Bois de Boulogne indraaien. Na de horror van de tunnels is dit eigenlijk maar een onnozel muggenbeetje in het wegdek. Ik kan het er nog wel bij hebben. De eerste kilometers door dat beruchte Bois verlopen best goed. De zon schijnt nog steeds. Er zijn heel veel aanmoedigingen en in mijn hoofd kan ik een paar mooie plaatjes schieten.

Na 35 kilometer voel en denk ik van alles door elkaar. Ondanks de toenemende verzuring voel ik ergens ook nog iets van souplesse in mijn loopbeweging. Ik moet mezelf nog steeds continu blijven aandrijven om die benen draaiende te houden. Met gezwinde pas gaat het niet, maar de terugval blijft binnen de perken en dat geeft me moed, al is het nog steeds ook loodzwaar. Ik probeer niet meer naar mijn kilometertijden te kijken, maar me vooral te concentreren op mijn tred. Als je in de kop van de race loopt, zie je amper miserie om je heen. Iedereen loopt nog aan een behoorlijk tempo. Het lijkt alsof ik de enige ben die zo zwaar aan het afzien is. Iedere loper is heel erg in zichzelf gekeerd, gefocust op de eigen strijd om dat lichaam in beweging te houden. Ook met 38 kilometer in de benen is “blijven lopen” het enige wat je kan doen om de finish zo snel mogelijk te bereiken.

Eindelijk is daar kilometer 40. Ik probeer van het moment te genieten, maar dat is lastig met mijn verzuurde pikkels. Ik snak naar de finish. Ik wil een bewijs zien dat het er echt bijna op zit. We moeten nog een rotonde nemen en het voelt alsof ik noch de kracht, noch de coördinatie heb om een bocht te nemen. Waar oh waar is die finish? Er volgt nog een laatste krappe bocht over kleine steentjes en jawel hoor: de groene boog doemt op. Ik kijk op mijn klok en zie dat mijn marge beperkt is. Onder luid gejoel sleep ik me naar de finish. Mijn rechtervoet (die van dat tegenwerkende been) landt op de finishmat en dat was meteen de laatste stap die ik vandaag kan zetten. Incroyable! Ik ben er weer geraakt. Ik heb mijn PR met een minuut scherper gesteld en breng daarmee mijn recordtijd terug naar Parijs.

528dcdd5-44fd-444c-930f-3709a679ccba
Sam en ik, of moet ik zeggen: The Real Sam en ik?

Ik ben een tevreden mens, maar het is eigenlijk nog mooier om de vreugde te kunnen delen met bekende gezichten. Eerst is er een blij weerzien met Sam, onze superman, die zijn missie volbracht en 2:59:32 liep. Terwijl we op Roos wachten, spreken we met Sams supporters en horen we hoe zij de race hebben beleefd. Via de tracking zien we dat Roos perfect op schema ligt om haar sub 3:30 binnen te halen. We halen onze bagage op en gaan dan terug zo dicht als we bij de finish mogen komen. En daar komt ze dan, onze supervrouw, dat kleine, waanzinnig straffe zusje van mij. Gehuld in een groene plastic poncho als wondercape en helemaal in tranen van de ontlading. Ze kan niet geloven dat ze 3:26:35 gelopen heeft. Ik knijp heel hard in haar arm, want het is echt zo. Wat een dag!

IMG_7823b
Supervrouw Roos met haar wondercape

IMG_7838b
Parijs, stad van de zussenliefde. 2×2 zussenduo’s met elk 7 jaar leeftijdsverschil. We misten Marike wel heel hard.

De conclusie
Het is een understatement om te zeggen dat ze in Frankrijk trots zijn op hun hoofdstad. In het startvak weergalmde elke minuut wel eens Paris, la plus belle ville du monde. Als je de marathon van Parijs loopt, dan kan je niet anders dan hen gelijk geven. Het parcours is indrukwekkend mooi. De “maar” zit in de niet te onderschatten hoogtemeters en de pavés die je her en der voor de voeten krijgt. De organisatie is top, al viel het me wel op dat er in vergelijking met pre-coronatijden amper beveiliging of seingevers langs het parcours stonden. Dat leidde soms tot gevaarlijke oversteekmanoeuvres van voorbijgangers. Twee jaar geleden had je in Frankrijk het juiste papier met stempel nodig om je buitenshuis te begeven, nu is het van laissez-faire en à l’aise. De supporters in Parijs kunnen nog wat leren van de Rotterdammers. Aan sfeer is er echter geen gebrek: die zit simpelweg in de stad zelf. Tot slot formuleerde Roos na afloop een prachtige marathonwijsheid. Ze zei dat hoe hard je ook probeert om voorbereid te zijn op elk scenario van een marathon, je altijd iets onvoorspelbaars tegenkomt. De marathon staat kortom altijd garant voor verrassingen. Het is ook de kunst om daarmee om te gaan.

IMG_7891b

IMG_7874b

Enkele weetjes

  • Op de marathon expo kochten Roos en ik nieuwe sokken van Incylence in bleu-blanc-rouge, waar we allebei onze marathon mee liepen.
  • Zo koud als het was aan de start, zo warm was het in het hotel, zelfs met de verwarming op 18°. Je zou haast denken dat energie gratis is in Frankrijk.
  • We keken ’s avonds in onze kamer naar Mask Singer en The Voice op TF1. Fransen hebben een heel groot gevoel voor dramatiek en theatraliteit, op het smakeloze af.
  • Op zaterdag kreeg Roos, net zoals in Rotterdam, een duivenkak over zich heen. We beschouwen dit nu als een gunstig voorteken van hierboven.
  • Bij gebrek aan vergelijkingsmateriaal weet ik niet of ik de Champs Elysées echt la plus belle avenue du monde vind, sowieso wel la plus iconique.
  • Ik hield me bij deze marathon weer aan een minimaal voedingsschema met 3 sportgels: eentje op 7, 14 en 22 kilometer. En ja, het waren nog steeds die vervallen gels waar ik ook Rotterdam en de Hel mee doorstond.
  • Het is fantastisch dat de fiets stilletjes aan terrein wint in Parijs. Ik vind het alleen onbegrijpelijk dat die kleine gevaarlijke paaltjes van de fietspaden niet ingepakt waren op het marathonparcours.
  • Roos dacht tijdens de race veel aan haar kersvers petekindje Emil (die supporteren voor zijn meetje al heel ernstig neemt) en aan Julien, haar eigen peter en een fanatieke loper die een paar weken geleden overleed.
  • Naast mijn marathon PR brak ik ook twee andere records: een weekrecord aan stappen (137.601) en aan slaapgebrek. Hoezo een gebrek aan frisheid?
  • De Keniaanse Judith Jeptum schreef met 2:19:48 de overwinning op haar naam, evenals de Ethiopiër Deso Gelmisa die 2:05:07 afklokte. Ik herbekeek de race van de profs inmiddels en herbeleefde alles opnieuw. Heerlijk!
  • Op Medal Monday spendeerden Roos en ik tijd in Le Bon Marché. We voedden er onze innerlijke mens bij de boulangerie (ik nam een kaneelbroodje, Roos een madeleine) en we lieten onze creatieve geesten volop inspireren door de nieuwste modetrends. Het was vooral IRO Paris dat veel oooh’s en aaah’s van ons kreeg. Helaas onbetaalbaar.
  • Voor de gelegenheid maakte ik twinning sweaters (grijs/luipaard/goud) die ook matchten met de medaille. IRO Paris mag me altijd een job aanbieden.
  • Drie jaar geleden maakte Tante Hilde voor het eerst onze marathongekte mee in Parijs. Ze sprak toen de legendarische woorden “het was een eer om erbij te mogen zijn”. Omdat ik dat zo mooi vond, kreeg ik deze keer een plechtige brief waarin ze het nog eens zwart op wit schreef. Eentje om te koesteren!
  • Naast de ervaringen van je eigen eerstelijns crew, is het na afloop ook fantastisch om te horen hoe anderen ons vanop afstand hebben gevolgd. Een bijzondere vermelding gaat naar Dirk, fan en inspirator van het eerste uur. Hij volgde onze tracking op de voet en keek simultaan naar de live-beelden voor een optimale supportersbeleving van thuis uit.

IMG_7867b