Het moment – 41 kaarsjes rijk

Lieve lezers

Vandaag word ik 41 jaar. Jullie mogen luidop HOERA roepen bij wijze van felicitatie. Nou, dank jullie wel alvast! Ik wil dit moment aangrijpen om te zeggen dat ik blij ben dat ik weer een jaartje ouder ben. Dat ik dankbaar ben dat ik überhaupt jaartjes ouder mag worden en ook nog eens in topconditie ben (op wat stramme spieren na).

Een verjaardag is altijd een heuglijke dag die gevierd moet worden: het is één van de basiswaarden van mijn familie. Ik heb me er dan ook altijd tegen verzet om iemand te zijn die het niet leuk vindt om de teller te zien verspringen. Eerlijk gezegd werden mijn dertiger jaren daar best door geteisterd: een tikkende klok. Was ik nu echt wéér een jaar ouder geworden? Wat had ik eigenlijk gedaan met die tijd? Me daar druk over maken: dat was pas echt een verspilling van tijd! Ik heb mijn ouders nooit weten klagen over hun leeftijd, integendeel. En het is echt zo, hoe ouder ik word: hoe leuker ik het vind om ouder te zijn.

Dit zijn 4 dingen die ik leerde waarderen aan mezelf door ouder te worden:

  • Mijn haar: vaak weerbarstig en met een eigen leven, wat rommelig als ik gefietst hebt, dankzij de juiste snit altijd helemaal mezelf!
  • Mijn voeten: zowel esthetisch als anatomisch zijn het topvoeten die me al ver en veel hebben gebracht.
  • Mijn humor: ik vind mezelf een grappige vrouw, mijn gevoel-voor-humor-radar staat scherp afgesteld.
  • Mijn mening: ik ben blij dat ik mondig ben en mijn mond durf open te trekken.

Door jaren op de teller te krijgen, leer je beter hoe dat kan: een leven leven. Ik kijk mijn veertiger jaren dan ook vrolijk tegemoet. Ik bedoel: ik heb inmiddels een fantastische man en dus een huwelijk! We hebben het mooiste huis ter wereld gekocht! Ik krijg op professioneel vlak de kans om te strijden voor wat ik belangrijk vind. Ik kan nog steeds lang en veel lopen in heel goed gezelschap. En als ik mij eens slecht voel, vind ik altijd troost.

De lotgevallen van mensen uit Club 85 tonen aan dat het leven soms bikkelhard kan toeslaan. Niet voor iedereen is 40 het nieuwe 30. Ik denk aan de pijnlijke dood van Jason Arday die dit voorjaar op 41-jarige leeftijd het leven voor bekeken hield. Ik put hoop uit het verhaal van Silvia Salis: 4 dagen jonger dan ik, ex-Olympiër en sinds vorig jaar burgemeester van Genua. Ook de Nederlandse band Rowwen Hèze, gesticht in het wonderlijke jaar 1985, toont aan dat goede liedjes heel lang mooi kunnen klinken.

Felicità bijvoorbeeld! Een topper uit de jaren 80 van Al Bano en Romina Power. Italiaanse levensvreugde met een allerbelangrijkste levensles: geluk zit in de kleine dingen. Laat dat nu het verhaal zijn van de liefde tussen Hans en mij. Geluk is een attent bericht of een spontaan gesprek. Geluk is samen een koffie drinken en proosten op het leven. Geluk is samen aan tafel zitten en beseffen dat je nooit uitgepraat bent. Wij zijn vandaag in Den Haag, waar de kleine gelukjes voor het rapen liggen.

Als je me echt een plezier wil doen, zet dan Felicità op of Kom terug van Spinvis! Ik klink vandaag op mijn en jullie gezondheid. Op heel veel klein geluk, nog veel jaren lang!

Voilà, Merci en Bravo!

Joke
X

Het moment – Wij gaan trouwen!

Tienen, zaterdag 29 augustus 2026.

Omstreeks het middaguur trekt het wolkendek misschien helemaal open. Gaat de zon stralen als een gek. Misschien ook niet. Valt de regen met bakken naar beneden. Of moeten we het doen met gemiezer. Op de weergoden kan je nooit echt rekenen. Hoe dan ook ben ik er zeker van dat er een heel grote roze wolk boven het stadhuis dan wel het stadspark zal hangen. Waar je ook bent, kijk maar eens heel goed. Ik ben 40 jaar en ik ga morgen trouwen met Hans, de man waarvan ik nooit kon dromen omdat ik niet wist dat hij bestond, daarom zonder meer de man van mijn leven.

Huh, trouwen? Jij? Hoe, wat, waarom???

Waar andere kinderen zich afvragen hoe een vogel kan vliegen, was ik vooral geboeid door de Grote Thema’s des Leven. Ik luisterde graag naar de gesprekken onder volwassenen om te horen wat zij voor interessants te bespreken hadden met elkaar. Als ik geen vragen stelde over die thema’s, dan zat ik er in mijn hoofd op te broeden. Zo vroeg ik ooit aan mijn papa waarom mama en hij eigenlijk getrouwd waren. Omdat je een keer moet zeggen dat het voor echt is. Een mooi antwoord. Eentje waar je ook meteen kritiek op kan geven, want is je relatie of je band echt echter als je getrouwd bent? Is het niet gewoon een ordinaire knieval voor de ambtenarij? Zwichten voor een plechtige setting om iets te officialiseren wat eigenlijk heel intiem is? Een ouderwets en achterhaald ritueel dat misschien juist moet compenseren dat er een gebrek aan echtheid is?

Ik heb heel wat jaren kunnen sjieken op die kwestie: de zin en onzin van trouwen. Omdat ik lang alleen ben geweest, verdween het trouwgebeuren in een doos ergens in de kelder. Ook toen Hans het toneel van mijn leven opkwam. Wij hadden elkaar gevonden, dat was het allerbelangrijkste. Waarom zouden wij moeten trouwen? Wat wij hadden was zo helemaal echt in alles. Tot ik dus afgelopen december droomde dat ik ging trouwen met Hans! Ik werd wakker met een gelukzalig gevoel. Het denken kwam verrassend tot een eind. Ik voelde wat ik wilde. Trouwen dus. We hadden geen van beide een officieel aanzoek nodig om dat een heel romantische gedachte te vinden: om dan voor echt man en vrouw te zijn.

We trouwen dus voor de romantiek. Uiteraard bestaat daarnaast ook een realiteit en moet je over onprettige dingen gaan nadenken als je voor een huwelijk kiest. Maar eigenlijk moet je dat altijd doen als je voor echt voor elkaar kiest. Ik vind het zoveel jaren na datum nog steeds een heel mooie uitleg van mijn papa. Zelf kwam ik niet heel veel verder toen ik aan Leah vroeg of zij eigenlijk wist wat trouwen was. Ik had het over opschrijven dat je dan écht bij elkaar hoort.

3 jaar geleden gingen Hans en ik op de laatste vrijdag van augustus een koffie drinken en toen was er geen houden meer aan. Aardplaten verschoven, de maan was het noorden kwijt. Wij vonden elkaar door te lezen en te schrijven. Wij beleefden onze eigen Murakami-roman. Wij zullen elkaar altijd blijven vinden en ontdekken door elke dag opnieuw voor elkaar en die grote liefde te kiezen.

Cheers!

Het leven zoals het is op de camping

Zou het niet fantastisch zijn als we overal ter wereld zouden kunnen samenleven zoals het op de camping kan? Een plaats waar je faciliteiten moet delen, op een beperkte ruimte samenzit en dat met respect voor het groen en sociale controle om u tegen te zeggen. Iedereen leeft er op hetzelfde gezapige ritme: vanaf 8u wordt het leven op gang getrokken, om 22u is het stil en ligt iedereen in bed. De camping is een dynamische plek met een heterogene populatie die continu in beweging is. Mensen komen en gaan, elke dag weer. Je hebt de passanten en de residenten. De campers en de tenten of kampeerders in de auto. De einzelgängers, families en vriendengroepen. Volg mij naar de camping!

Ik heb een verleden met de tent. In mijn tienerjaren gingen we in de zomervakantie met het gezin kamperen in Engeland. Hoewel het Engelse winderige, onvoorspelbare weer niet altijd mijn ding was, sliep ik graag in een tent en heb ik veel mooie herinneringen aan onze vakanties. Dank je wel dus, oudertjes. Maar eerlijk is eerlijk: ik keek toen al met grote ogen naar wat wij een mobilhome noemden. Dat was toch allemaal dat tikje meer dan ons tentenkamp. Minder gedoe met in- en uitpakken, met je installeren en weer vertrekken. Enkele decennia jaren later kan ik dat alleen maar beamen. Ik vind de camper ideaal omdat je de charme van kamperen combineert met het comfort van een huis(je). Je zit altijd droog, warm en beschut. Je kan overal licht maken en dus ook ’s avonds in bed nog lezen. Je hebt veel kastjes zodat je niet uit je valies moet leven. Je hebt een mini keuken met koelkast en vriesvak. Je bent altijd verzekerd van een propere wc. Je kan je vakantietijd optimaal benutten omdat je meteen thuis bent als je ergens toekomt.

Er zijn veel redenen waarom ik hou van het campingleven. Allereerst het inkijkje in andermans leven. Hoe vullen mensen hun ontspanning in? Hoe maken ze het gezellig? Maar ook: hoe zit het met de onderlinge relaties? Er ontstaat een inspirerende kruisbestuiving tussen verschillende mensen en manieren om je vakantie in te vullen. Blijf je elke dag op de camping in je ligstoel of trek je sportieve schoenen aan? Bijzonder vind ik ook hoe je heel snel een (soms stille) band opbouwt met je tijdelijke buren. Je respecteert elkaars rust en privacy, maar helpt waar het nodig is. De camping is bovendien een plek waar je elkaar schaamteloos kan kopiëren en dus van elkaar kan leren. De luifel gaat daar dicht, er komt wellicht stevige wind aan. (Hans was Chef Luifel). Op onze eerste dag in Martigny vielen we door de mand: we waren een afwasteiltje vergeten. Toch een onmisbaar kampeerattribuut. Gelukkig bracht de Coop redding en vielen we niet langer uit de toon.

Het allerleukste is het eenvoudige buitenleven dat je leidt op een camping. De wandeling naar het sanitair bijvoorbeeld met je handdoek rond je nek en toilettas onder de arm. Heerlijk! Ik had veel te veel kleren mee, want uiteindelijk hield ik het ook daar basic. Net zoals het potje dat je kookt, net wat eenvoudiger is dan thuis, maar er niet minder om smaakt. Je hebt ook altijd iets om naar te kijken in je omgeving. Het buitenzijn filtert heel wat prikkels weg, waardoor je het perfecte evenwicht bereikt tussen rust en reuring om je heen. Je zit daar allemaal samen, ieder doet z’n ding en dan is het leven helemaal prima.

We deden nog enkele vaststellingen over het campingleven. Noem een voorwerp en het bestaat in campingversie ofte opvouwbare vorm: ik denk hierbij aan een wasmand, emmer en natuurlijk het afwasteiltje. Een tent die we meermaals zagen is een model van Quecha waarbij de tentstokken vervangen zijn door een opblaasbare constructie. Staat sneller recht, naar het schijnt, al blijft het een tent. Een tentrits die open en dicht gaat, het is een geluid dat je uit de 1000 herkent. Maar vergis je niet, mensen: de tent is echt op z’n retour. Tegenwoordig zijn het de campers (in alle soorten en maten) die de boventoon voeren. Kampeerders met een tent zijn moedige mensen (gedreven door nostalgie?). Zonder foeteren leggen ze zich neer bij de tijd die het kost om hun kamp georganiseerd te krijgen. Huisdieren maken daar soms ook deel van uit. Het klinkt aantrekkelijk, maar de hond staat doorgaans garant voor gedoe. Denk aan nachtelijke plasjes en blaffen naar soortgenoten. In Valnontey zagen we één kat die mee op vakantie was in de camper en die leek het wel naar haar zin te hebben.

Wij huurden in juli dus een camper en waren twee weken onderweg van Zwitserland naar en door het noorden van Italië. We overnachtten op 5 verschillende campings en 1 tankstation. Je maakt een reis met de camper zo avontuurlijk en geïmproviseerd als je zelf wil. Wij reserveerden alles op voorhand, behalve de laatste camping op de terugreis. Ik deel graag hoe die verschillende campings ons bevallen zijn.

Om een idee te geven van wat dat kost, vermeld ik telkens de prijs per nacht voor 2 personen met een kleine camper, de afname van elektriciteit en toeristenbelasting. Daarbovenop hadden wij nog de kosten van brandstof (we reden 2385 km), heel veel tolwegen en – als je daarvoor kiest – de toegang tot een tunnel in plaats van de weg over de pas. Voor een camperreis betaal je ongeveer het equivalent van de huur van een vakantiehuis. Een tent is absoluut een budgetvriendelijkere keuze. Uiteindelijk geldt natuurlijk zoals steeds: het is wat je zelf belangrijk vindt en waar je je geld wel of niet aan wil besteden.

Aire de Saverne-Monswiller in Eckartswiller (Frankrijk): gratis
We kwamen al 2x op dit tankstation met wat extra faciliteiten (want dat is het uiteindelijk), toen we vorig jaar naar Martigny gingen en dit voorjaar naar de Elzas. Geloof het of niet (mijn zussen moesten ermee lachen), dit is wat ik een gezellig tankstation noem. Je bent in een relatief groene omgeving (ze hebben een rozentuin en zicht op een bergje), het is een schoon terrein met voldoende passage. Er heerst een vredige sfeer. Ik voelde me er veilig. Het was een bewuste keuze om hier te overnachten. We hadden een kleine 800 km te gaan tot Martigny en die wilden we niet in één keer afleggen, deze aire lag net over de helft. De eerste nacht in de camper slapen was voor mij wel weer een beetje wennen, maar de omgeving van ons favoriete tankstation stelde wederom niet teleur. We hadden er een gezellig dinertje bij lantaarnlicht en ontbijt in de zon. Een aanrader in z’n genre!

TCS Camping Martigny (Zwitserland): 55 euro per nacht
Dit is een camping die heel typerend is voor Martigny: het is zeker niet de allermooiste camping van Zwitserland, maar je hebt er alles wat je nodig hebt, alles is netjes en je zit in het dal omgeven door bergen. Het sanitair is hier echt top! Brandschoon door een ijverige schoonmaakploeg en bezoekers die het proper willen houden. Een greep uit de campinggasten. De ijdele vijftigplusser die er elke dag op uit trok met de koersfiets. Grootouders met kleinkinderen en de hond, wiens puppyfoto in het groot op de camper vereeuwigd was (opschrift: immer dabei). Een koppel uit West-Vlaanderen die het met heel weinig woorden toch heel gezellig hadden samen. Een gezin met twee mama’s en twee overprikkelde kleuters die sliepen in een auto met daktent. Zij verdienen van onze hele reis absoluut de medaille voor Moed en Zelfopoffering omdat ze er tussen de crises door altijd het beste van bleven maken. Eveneens genomineerd voor deze prijs: de jonge ouders die overnachtten in hun Tesla en elke avond rondjes over het campingterrein moesten maken om hun baby in slaap te krijgen (makkelijk 1 uur). De TCS camping is heel klassiek en voelt voor mij nu al nostalgisch aan.

Campeggio Lo Stambecco in Valnontey (Italië): 34 euro per nacht
Wauw! dacht ik toen we het terrein van Lo Stambecco (de steenbok) opreden. Ik denk dat iedereen die hier verblijft een groot hart heeft voor de bergen en het buitenleven op de camping. Het terrein is gevarieerd: je hebt grotere, open plaatsen, waar je meer bij elkaar staat, maar ook kleine plaatsen tegen de helling aan met meer beschutting van bomen. Overal waar je komt, is het zicht fenomenaal. Onze buren waren drie Duitse jongemannen die hoofdzakelijk in stilte verdiept zaten in een boek. Wat later kwamen ook twee Italiaanse families met kinderen toe, die zorgden voor wat meer leven in de brouwerij. Minder succesvol was het balspel dat de kinderen (Pietro, Marco, Iwan, Bianca en Elena) speelden. Wij stonden namelijk lager en een bal heeft de neiging te rollen. Ze hadden in ieder geval een fijne tijd samen. Wat hogerop zaten twee zwijgzame Nederlanders die alles aanschouwden.

De camping wordt gerund door een sympathieke broer en zus. Ze kregen hulp van een jongeman die veel te netjes gekleed was (witte broek en polo van Lacoste), in onze fantasie was dat hun neef uit Milaan. Het sanitair van Lo Stambecco is eenvoudig, wat charmant in elkaar geknutseld. Ook hier werd alles weer heel proper gehouden. Zeker ook een meerwaarde: de bar! Je kon er voor amper 5,5 euro een spritz drinken en kreeg daar een plankje met hapjes bij. We leerden daar ook de man kennen die we De Wandelaar noemden. Rond aperotijd zat hij op het terras verdiept in zijn kaarten waarop hij routes aanduidde. Hij leefde uit de rugzak en overnachtte in een minimalistische tent. Voor mij weer maar eens een les in licht reizen. Je kan niet anders dan gecharmeerd zijn door het authentieke karakter van deze camping. Dit is een parel!

Camping Milano (Italië): 49,5 euro per nacht
Zonder de twijfel de minst leuke plaats. We verbleven er ook maar 2 nachten omdat we 1 dag Milaan wilden bezoeken. Dat is meteen de troef van de camping: je kan heel vlot met de bus en metro naar de grote stad. De camping zelf ligt op 10 km van het stadscentrum, naast een waterpark in een troosteloze wijk. Het terrein op zich is niet slecht: er staan heel veel bomen en de percelen zijn ruim. De camping pakt uit met hun **** die ze hebben omdat er – op papier – zoveel faciliteiten zijn. Daar knelde het schoentje. Je hebt er zogezegd alles, (restaurant, speeltuin, kinderboerderij, modern sanitair), maar dat alles is onderkomen door gebrekkig onderhoud en gasten die er niets om geven. De helft van de kranen bij de afwas lekte, eentje verloor zelfs continu stromend water (every drop counts!). Er waren ook wc’s die bleven doorlopen. Het sanitair oogde bovendien niet fris en vertoonde te veel sporen van anderen. Niet wat je wil.

Bij aankomst hing er ook een vreemde vibe. Langs onze camper stopte een auto en het leek alsof kinderen daarmee gingen rijden. We werden aangevallen door de muggen, een zomerprobleem van Milaan door de vele rijstvelden in de Po-vlakte. De sfeer sloeg wel positief om toen er langs ons een Frans gezin de tent opzette. Zij waren erop gebrand om het gezellig te maken. We zijn blij dat we weer in Milaan zijn geweest. Camping Milano is een functionele camping op doorreis.

Naturcamping Lärchwiese in Vals (Italië): 86,5 euro per nacht
De laatste 3 nachten brachten we door op de duurste en chiqueste kampeerplek van onze reis. Lärchwiese is een relatief nieuwe **** camping op een prachtige locatie: een kabelbaan, Oostenrijkse architectuur en een adembenemend bergplaatje. Echt alles is mooi en stijlvol aangelegd met gebruik van de lärch, een naaldboom uit de streek. Bij reservatie kozen we één van de grootste kampeerplaatsen omdat het prijsverschil relatief klein was. We kregen een idyllisch plekje wat hoger op de camping toegewezen. Over de faciliteiten niks dan lof! Denk bij alles de woorden “sfeer- en smaakvol”: de bar met terras waar ze wijnen uit de streek serveren, de shop waar ze alles verkopen wat je nodig kan hebben (van een souvenir tot lippenbalsem) tot zelfs de (af)wasplaats. Het sanitair was luxueuzer dan wat we thuis hebben. Ik geef toe dat ik daar heel lekker op ga: een gevoel van esthetiek waarbij alles tot in de puntjes klopt.

Er is ook een “maar”. Een camping als deze trekt een publiek aan dat op vakantie wil zijn, meer dan dat ze van het basic campingleven houden. Het ging er daarom allemaal wat afstandelijk aan toe. Er werd niet gegroet of geknikt. Ieder zat op zijn grote stukje grond alleen te wezen. Ieder voor zich dus. Zo bleek ook uit het gebruik van het sanitair. Helaas werd dat minder schoon achtergelaten door de campinggasten. In plaats van te denken: ik laat de lavabo proper achter voor degene die na mij komt, was de mindset eerder: straks komt de poetsploeg om hier weer schoon schip te maken. En dat is eigenlijk toch wel heel jammer.

Ook hier zagen we weer het fenomeen van kersverse ouders die met een baby gaan kamperen, inclusief volledige volksverhuizing van babyspullen. Er waren 2 koppels die ’s avonds eindeloos bleven wandelen om de baby in slaap te wiegen. Hadden ze zich dit idyllischer voorgesteld? Of denken ze: ik zit hier met dezelfde zorgen van thuis, maar ik heb tenminste zicht op de bergen? Op deze camping waren de campers vaak erg groot. Denk richting een paardenvervoer of bus van een wielerploeg. Er was ook een jonge meid van een jaar of 7 die vaak met de gsm aan haar oor over het terrein wandelde, heel casual in een gesprek verwikkeld. Ik vraag me nog steeds af met wie zij zo’n lange telefoongesprekken voerde. Op het hoogste punt van onze trail maakten we kennis met 2 sympathieke Nederlanders die heel toevallig de kampeerplek onder ons hadden. We konden wel wat Nederlandse openhartigheid gebruiken! Tot slot was ik onder de indruk van het effect dat het bergwater op mijn haar had. Ik ging ’s avonds slapen met een ongeziene wave in mijn haar en ’s ochtends zat die er nog net zo in, er kwam geen borstel aan te pas. Lärchwiese was kortom een geslaagde afsluiter van onze vakantie.

Camping Büttelwoog in Dahn (Duitsland): 28 euro per nacht*
We reden terug via Oostenrijk en Duitsland. Het plan was om weer op een tankstation te overnachten omdat we de volledige rit niet in één keer wilde rijden. Na een file voor de grenscontrole om Duitsland binnen te rijden, maakten we een koffiestop op een tankstation met Frauenparkplatzen. Dat heeft niets met parkeervaardigheid te maken, wel met veiligheid. Het zijn plaatsen die vrouwen een verhoogd gevoel van veiligheid willen bieden. Ze bevinden zich dicht bij het gebouw (zodat je niet over de hele parking moet) en er is camerabewaking. Op zich een mooi initiatief, maar het werkt bij mij juist een gevoel van onveiligheid in de hand. We belandden uiteindelijk op de uitzichtloze B10 waar geen enkele stopplaats bleek te zijn. Zo ontstond spontaan het idee om op zoek te gaan naar een camping voor de nacht.

We kwamen terecht bij Camping Büttelwoog. De eigenaar was stug, zelfs onvriendelijk en ze aanvaardde enkel cash geld, maar er was nog plaats en dat was wat telde. Het bleek wederom een bijzondere plek te zijn. We waren immers in het Pfälzerwald. Een bosachtig gebied met rode rotsformaties waar gezichten in gebeiteld lijken te zijn. Voor een laatste keer werden we helemaal ondergedompeld in “het echte” campinggevoel. Waarbij het sanitair misschien wat primitiever is, maar wel kraaknet. Waar iedereen altijd en overal gedag zegt. Laat ik daar meteen onze conclusies aan verbinden. Een goede camping trekt mensen van allerlei slag aan die één ding delen: ze houden van het campingleven zonder franjes. Er is veel respect voor de omgeving en oog voor elkaar. Samen maak je de camping. Dan hangt er iets in de lucht, een stukje ziel en eigenheid dat een doordacht businessplan en degelijk beleid overstijgt. Ik zei het al: de camping is een voorbeeld van hoe het zou kunnen zijn.

*We namen hier geen elektriciteit af.



Loperspraat – Een dag vol verwondering in Bouillon

De agenda van Roos en Joni:

Zaterdag 6 juni – genoteerd met stip!
Wat? 100 km trail lopen
Waar? Bouillon – het kasteel van Godfried
Wanneer? Vertrek om 3 uur

Uit ervaring weten Hans en ik dat het in Bouillon prachtig debuteren is op de afstand met drie cijfers. Waar we minder jaloers op waren, was het onchristelijke vertrekuur van 3 uur. ’s Nachts dus. Echt niet mijn ding. Heel wat comfortabeler was een vertrek om 11u voor een loopdate van 35 km met Hans en Sam. Een leuk tussendoortje, na onze ultra in de Elzas en een mooi opwarmertje voor de Big Chouffe 100 km die we met z’n drietjes over 4 weken zullen lopen in Houffalize. Ik weet het, mensen. Het is totaal ongepast en zelfs arrogant om een verkleinwoord te gebruiken voor een afstand van 35 km. Maar als je loopmaatjes de 100 gaan aantikken, dan zijn zij de sterren van de dag.

De 102,45 km van Roos en Joni in 14 uur en 36 minuten
Ik zou kort kunnen zijn: Roos en Joni vertrokken als een raket, een tientrapsraket denk ik, want tot de laatste kilometers bleef het vooruit gaan en verloren ze amper vaart. Talmen en de toerist uithangen is duidelijk aan hen niet besteed. Het potentieel van Joni mocht ik aan den lijve ervaren tijdens de Leuven Marathon. Dat mijn zusje een ongelooflijk looptalent is, heb ik altijd geweten. Al is ze altijd veel te bescheiden over haar eigen kunnen, want ik heb een broer en zussen die sneller zijn. Niks van dat! Roos Odeyn moet op geen enkele manier onderdoen. Er was nochtans paniek toen ze zich in de winter inschreef. Ik 100 km? Dat lukt nooit! Ze vergat voor het gemak dat ze al 2x de Chouffe trail 70 km in hete omstandigheden tot een goed einde bracht. Met heel veel toewijding ging ze, samen met Joni, voluit voor de voorbereiding van dit grote avontuur. Met succes!

Roos en Joni zijn een perfect gesmeerde sportieve tandem. Ze lopen vaak samen en hebben altijd iets te bespreken. Wat heb je nog meer nodig om uren in elkaars gezelschap door te brengen? Bovendien is Roos de Koningin van de Verwondering. Jullie denken misschien dat ik de zus van de ooh’s en aah’s ben, maar ik ben ook degene in wiens kop het plots kan gaan donderen en dan is de sfeer (eventjes) weg. Roos heeft traillopen van in het begin omarmd om het avontuur dat het is. Dat was niet anders in Bouillon. Ze vond het geweldig om ’s nachts de uilen in het bos te horen. De zonsopgang was fantastisch. De positieve toon was met andere woorden gezet. Als je opgewekt de dag kan aanvatten, dan legt niets je een topprestatie in de weg. De laatste 10 km waren wel zwaar hoor, zei ze achteraf. Nou ja.

De 34,89 km van Hans, Sam & mezelf in 4 uur en 53 minuten
Wij vertrokken om 11 uur in een zonnig Bouillon in een stevig pak van dik 300 lopers. De uittocht langs de Semois verliep vlot en natuurlijk ging het al snel omhoog. Wat wil je ook? We hadden in totaal 1225 hoogtemeters voor de boeg. Jawel, mijn stokken waren dus wederom van de partij. Eerste halte in Botassart: de Tombeau du Géant! En deze keer geen stortregen, maar tijd genoeg om een fotootje te maken. Verder kan ik vertellen dat we nog langs Rochehaut, Poupehan en Corbion liepen, maar eigenlijk primeerde de sfeer en gezelligheid met z’n drieën. Ik denk dat we met ons gebabbel zowel medelopers hebben vermaakt als geïrriteerd.

Een greep uit de gespreksonderwerpen: ik vertel over mijn gekke droom van die nacht waarin ik een gevangenisstraf van 2 weken moest uitzitten. Toen ik wakker werd had ik nog 7 nachten te gaan. Ik had een plastic tas met wat spullen (al mijn kousen waren vuil) en iemand had op de slaapzaal mijn bed ingepikt. De hamvraag wat ik mispeuterd had, kon ik niet beantwoorden. Het was een soort actuele inlevingsdroom over het probleem van de grondslapers in de gevangenis. Hans bespreekt zijn medisch dossier en geeft wat duiding bij de buis van Eustachius. Sam geeft een follow-up over de burenruzie die hij professioneel opvolgt en die al sinds vorige zomer aansleept. Hij bekent dat hij een babbelkous is! Ik leg aan Sam uit wat een fermette en een modernette is. We beoordelen huizen die onze weg kruisen. Correspondeert de architecturale visie al dan niet met de omgeving? We laten alvast wat ballonnetjes op voor een uitdieping van gespreksonderwerpen tijdens de Big Chouffe over een paar weken. Zo wil Sam dan graag van Hans horen hoe hij de financiële bankencrisis in 2008 beleefd heeft en wil ik het over de betekenis van vriendschap hebben.

De conclusie: 35 km was de ideale afstand voor ons. We waren bijna 5 uur onderweg en kregen een gevarieerd parcours voorgeschoteld dat altijd behapbaar bleef. Bovendien waren we op tijd terug terug voor de memorabele finish van Roos en Joni. Ze eindigden in de regen, alsof hen dat nog kon deren. Moe, maar voldaan ging ieder weer de berg af. Sam had nog een verjaardagsfeestje in Brussel. Roos en Joni gingen crashen in de zetel. Hans en ik doken het terrasleven van Bouillon in om te klinken op het mooie leven. Wat een wonderlijke dag!

De gedachte – Over een vrouw zonder kinderen

Het is vandaag Moederdag en of je daar nu iets mee hebt of niet: ik ben van het principe dat elke reden een goede is om wat dan ook te vieren. Ik heb bovendien een topmoeder, dus mij hoor je niet klagen. Wel snap ik dat een dag als Moederdag voor anderen lading kan hebben. Dat je geen moeder meer hebt of eentje met een ingewikkelde band of dat je nooit moeder bent kunnen worden als dat je wens was. Ik heb geen kinderen, maar Moederdag ligt om die reden voor mij niet gevoelig. Wel vind ik het een mooie aanleiding om stil te staan bij een leven zonder kinderen. Los van het feit dat ik door mijn werk en in mijn familie omringd ben door kinderen, heb ik er zelf geen en weet ik heel zeker dat ik ze niet meer zal krijgen.

Ik ben natuurlijk niemand een uitleg verschuldigd over het hoe en waarom van mijn leven zonder kinderen. Toch merk ik dat het iets is wat mensen zich (bewust of onbewust) afvragen. De ene keer krijg ik die vraag op een directere manier dan de andere. Door mijn werk in het onderwijs val ik meer dan ooit binnen het plaatje van de jobs voor vrouwen met kinderen. Ik krijg heel vaak de vraag hoeveel kinderen ik heb of hoe oud ze zijn, want dat ik ze heb is namelijk een evidentie. Het heeft lang geduurd (jaren) vooraleer ik simpelweg “nee” kon antwoorden op die vraag. Lange tijd werd die gevolgd door een “maar”. Nee, maar ik ben wel tante en meter. Nee, maar ik zie heel veel kinderen op mijn werk. Ik voelde de nood om een uitleg, toelichting of excuus te geven: ik heb geen kinderen, maar ik geef er wel degelijk om. Nee antwoorden is sowieso niet makkelijk, want je wil de vraagsteller geen ongemakkelijk gevoel geven. Terwijl er in se voor mij niks ongemakkelijks is aan het feit dat ik geen kinderen heb.

Dat is wel anders geweest. Van mijn 30e tot mijn 38e was ik alleen en begon ongeveer iedereen in mijn omgeving kinderen te krijgen. Het versterkte het gevoel dat het de fase was waarin het moest gaan gebeuren. Ik suste mezelf met de gedachte dat ik op een bepaald moment een man zou tegenkomen waar ik kinderen mee zou krijgen. Alles zou goedkomen. Mijn dertiger jaren vorderden en ik voelde de tijd keihard tikken. Ik had wel degelijk een kinderwens omdat ik het altijd als vanzelfsprekend beschouwd dat ik het (door de maatschappij) gebaande pad zou volgen en dus kinderen zou krijgen. Toen ik de 35 voorbij was, begon ik steeds vaker na te denken over het waarom van kinderen en hoe graag ik ze nu eigenlijk écht wilde. Ik vroeg aan vrienden in mijn omgeving hoe ze hadden beslist dat ze moeder of vader wilde worden. Het antwoord was altijd eerlijk en kort: geen idee eigenlijk, het is een soort van gevoel. Overpeinzend als ik ben, ging ik die kinderwens langs alle kanten doorlichten. Ik trok me in die periode ook op aan vrouwen in mijn omgeving die juist heel bewust geen kinderen hadden. Alsof ik een soort van voorbeeld nodig had: ook zonder kinderen kan je een gelukkig leven leiden.

Na een gesprek met mijn huisarts kwam ik tot de vaststelling dat mijn kinderwens vooral gedreven werd door een gezinswens. Ik wilde een gezin vormen met iemand. Mijn kinderwens viel onder het idee van samenzijn. Ik zag af van het alleen zijn, ik wilde iemand om alles mee te delen, om samen plannen te kunnen maken en een toekomst te hebben. Kinderen krijgen zou daar dan een logisch gevolg van zijn. Ik heb nooit ook maar één seconde overwogen om alleen aan kinderen te beginnen. Als alleenstaande vrouw heb je (in tegenstelling tot een man) heel wat opties om voor het moederschap te kiezen. Het was een pad dat me niet aantrok, waar ik bewust niet voor koos. Zo hard rammelen die eierstokken van mij dus niet, dacht ik dan.

Ik was (net geen) 38 toen ik Hans leerde kennen en ik wist meteen heel duidelijk wat ik wilde: een leven met hem. Hans heeft drie kinderen. Wij zouden er samen nooit krijgen. Door te kiezen voor Hans, koos ik heel duidelijk voor een leven zonder kinderen. Die duidelijkheid bracht mij een instant gevoel van verlossing! De onzekerheid of ik nu wel of geen kinderen zou krijgen, kwam tot een einde. Ik moest daar niet langer mijn kop over breken. Hoera! Ik vond bij Hans mijn gezin en dat het er eentje is zonder eigen kinderen, maakt ons niet minder echt of hecht.

Op de vraag of ik bewust of onbewust kinderloos ben, zou ik nu antwoorden dat ik onbewust bewust kinderloos ben. Het is deels hoe het leven gelopen is, er is een stukje waarin ik niet alles heb kunnen kiezen. Daarnaast heb ik jarenlang heel bewust gekozen om niet alleen kinderen te krijgen, een keuze die ik helemaal niet betreur. Het voelt niet als een gemis dat ik geen kinderen heb. Er is geen leegte die ik op de één of andere manier probeer op te vullen. Dat wil niet zeggen dat het altijd makkelijk is om kinderloos te zijn. Ik wijk hoe dan ook af van een bepaalde norm. Ik ben anders. Ik krijg soms het gevoel dat ik minder van belang ben omdat ik geen moeder ben. Ik mis iets heel wezenlijks en ik zal nooit begrijpen wat het is om kinderen te hebben, want ik leid natuurlijk een luxeleven met al die beschikbare tijd. Daarnaast is er toch ook een stukje biologie of oerinstinct. Als ik aan later, aan oud worden en aan sterven denk, dan kan me een pijn overvallen over dat kinderloze bestaan. Dan zie ik mezelf eenzaam heengaan zonder iets te hebben nagelaten. Een gevoel dat moeilijk met de ratio te bestrijden valt.

Ondanks af en toe een beetje pijn en gemis om wat is geweest, is mijn leven helemaal goed zoals het is, meer dan goed zelfs. Hans en ik zijn een volwaardig gezin met onze katten, een warm nest waar we alles met elkaar kunnen delen. Ik kan mijn zorgbehoefte helemaal kwijt in tante of Metie zijn. Voor mijn neefjes en nichtjes kan ik net zo goed een rol van betekenis vervullen. Als ik hoor dat Marilou of Leah trekjes van mij hebben, weet ik dat ik een beetje in hen leef. Ik denk dan ook niet langer na over wie of hoe mijn kinderen hadden kunnen zijn, want ze zijn er niet. Door ouder te worden heb ik de grilligheid van het leven beter weten te omarmen. Life is what happens when you’re busy making other plans om het met John Lennon te zeggen. Gebaande paden zijn helemaal niet strak afgelijnd. Het leven kronkelt zich een weg tussen dromen en verwachtingen door. Ik kan daar alleen maar heel blij om zijn.

De race – Leuven Marathon april 2026

De cijfers: we gingen met 3 over de finish bij mijn 21e marathon in een tijd van 3:32:06
De voorbereiding: trefwoorden als zigzaggend, met ups & downs en pieken & dalen zijn hier op hun plaats, maar toch ook wel een flinke dosis voorpret en love voor de marathon
De race: het ultieme bewijs dat ik een doener en een voeler ben, niet alleen als het goed en leuk is, zeker ook als het zwaar en ambetant is, nooit eerder ging ik zo kapot en was het vat helemaal leeg
De herinnering: de laatste rechte lijn en hoe ik niet anders kon dan lachen en roepen of een combinatie van beide die in een niet-sportieve context als deviant gedrag bestempeld zou worden, Leuven u was geweldig!

Wat vooraf ging
Na een wedstrijdloos najaar had ik veel zin om weer aan een echte marathonvoorbereiding te beginnen: intervals en tempolopen op de piste, geïmproviseerde tussendoortjes en een zondag-duurloopdag. Die voorbereiding verliep soms op een roze wolk, maar net zo goed eens onder een donker wolkendek. Bij die wisselvalligheid probeer ik me neer te leggen, de ene keer lukt dat al beter dan de andere. De CPC halve marathon in Den Haag gaf me goede hoop dat ik klaar was voor de marathon. Ik kon aan een consistent tempo blijven lopen zonder weg te zakken. Mijn doel was daarom duidelijk: beter doen dan mijn 3u15 van vorig jaar. Joni had niet veel overtuigingskracht nodig om mij te vergezellen en het tempo te bewaken. Veel familieleden en vriendjes zouden deel uitmaken van het evenement, dus ik had ouderwets veel zin om die marathon te lopen.

Vlak voor de start
Op tijd komen, het is een kunst die wij in de familie goed beheersen. Net zoals helder communiceren over hoe en waar je afspreekt. Roos en Joni komen met de fiets uit Wijgmaal (we zullen daar later ook heen lopen) en terwijl Hans nog op de dixi zit, treffen we elkaar net vóór tijd en net vóór de afgesproken plek. Daar herken je de echte op-tijd-komers aan. Het is gezellig druk op de eventsite. Er wordt gekletst en gelachen, er is wat paniek over gerommel in de darmen (niet bij mij – dat komt later pas) en om dat af te stoppen eten we banaantjes. De wandeling naar de startzone is meteen al een stevige warming-up. Met z’n vieren vertrekken we in startvak 2. De zon schijnt, mensen! Het wordt een hele mooie dag vandaag! We schieten wat kiekjes met dichtgeknepen ogen tegen de zon in en zeggen hallo tegen mensen die we kennen. Er volgt een klapmoment, een aftelmoment en dan worden we als een bende wilden losgelaten in Leuven.

De stadslus
De marathonlopers vertrekken samen met de lopers van de 10 km. Joni heeft Garmin een paceplan laten uitdokteren dat rekeninghoudt met het hoogteprofiel. De ene kilometer moet je dan wat sneller of trager lopen om als gemiddelde aan die 4’30” te komen. Ik heb Joni bovendien opgedragen om streng voor mij te zijn. Hij moet me niet meteen vermanend aanspreken, want ik volg braafjes in zijn zog. Hans is erbij volgens het plan: een sportieve ménage à trois (ik kom hier later op terug). De eerste kilometer vind ik altijd een goede graadmeter. Ik loop aan het vooropgestelde tempo en dat voelt ontspannen aan. Er is een eerste genietmoment als we via de Naamsestraat naar beneden knallen voor de bocht rond de Sint-Pieterskerk. Wat hou ik toch van deze stad!

Met nog maar dik 2 km gelopen moet ik spaarzaam zijn met de superlatieven. Ik ga het zicht van de Mechelsestraat op het Mariabeeld van de Abdij Keizersberg daarom niet iconisch noemen, wel indrukwekkend. Het is met dichtgeknepen billen dat ik ernaar toe loop, want dé klim van deze marathon, dat is die van de Boelenberg, aka Keizersberg. Een kleine 300 meter lang met een maximaal stijgingspercentage van 10%. Vorig jaar moedigden we hier aan, nu hebben we moed nodig. Het ding is: als je zo gefocust bent op een zwaar moment, dan blijkt dat uiteindelijk reuze mee te vallen. Al helemaal als er een Joni voor je loopt die als een metronoom weet hoe snel je die berg op moet. Voor ik het goed en wel besef zijn we erover. Tot mijn verrassing zie ik bovenaan collega Petra staan die net zo verrast is dat ze mij voorbij ziet rennen. De Boelenberg is Hans wat minder lekker bevallen. Hij moet een inhaalmanoeuvre inzetten om ons bij te benen. Als we bergaf rollen richting Vaart besluit Hans zijn eigen tempo te volgen. Een heel wijs besluit, zal later blijken. De wedstrijd ligt hier nog bijlange niet in een definitieve plooi.

Ik ben een optimist en met momenten ook een naïeveling, dat is nu niet anders. Zo had ik gespreksonderwerpen om met Joni door te praten. Het is de eerste keer dat ik met Joni een wedstrijd loop en die eerste helft: ach, dat zou toch op cruise control moeten zijn? In de bocht van de Vaartkom en ook in de schaduw van de Stella-gebouwen geeft Joni daarom een update over zijn werk in Ierland dat zich in de afrondingsfase bevindt. Ik onthoud dat de Ieren gist moeten opsturen zodat getest kan worden of de waterzuivering en -voorziening ook bij een maximale capaciteit van de brouwerij voldoet. Joni vertelt ook over zijn loopplannen voor de zomer: een trail van 35 opeenvolgende dagen doorheen het prachtige Ierland. Wat een geweldig avontuur zal dat zijn! Jullie horen het: met Joni heb ik echt een uniek (immer bescheiden) looptalent als haas te pakken.

De stadslus is een vroege verkenning van de grote finale. Nu tikt alles nog lekker weg en zit de vaart er goed in. Een eerste supportershoogtepunt beleven we aan het station waar ik een half gelukte high-five aan Sam kan geven. We spotten er ook Marike met haar aanhang. Bij Leah en Emil zie je altijd gemengde gevoelens op het gezicht: leuk om Metie in actie te zien, maar dat wachten duurt toch lang. Rembert is altijd in voor een verrassing en schreeuwt me met zijn stem als een beiaard richting Ladeuzeplein. Daar lees ik op een groot bord: Race day is just the victory lap of your training. Ik ben er nog steeds niet uit in welke mate ik het daar mee eens ben. Het mopje over de maskers die zouden afvallen bij de splitsing tussen 10k en marathon heb ik al gemaakt. Omdat ik het zelf zo grappig vind, herhaal ik het nog eens. Er liggen geen maskers in de laatste lijn richting finish en als er al één zou af vallen, dan zal het dat van mezelf zijn een handvol kilometers later.

De groene lus
We lopen voorbij de finishzone. Ik zweet als een Odeyn, knalrode kop incluis. Het is nog net niet té warm met dat zonnetje. Mijn stavaza na 10 km is dat ik niet echt weet wat ik erover moet denken. Het tempo is volgens plan, het gevoel niet helemaal zoals gehoopt. Ik denk dat ik hier de eerste twijfels begin te ontwaren die ik vakkundig naar de achtergrond weet te duwen. Een gesprek voeren zit er niet echt in, ook niet hoopgevend. Ik hobbel achter die frisse Joni aan. We duiken naar beneden richting Naamsepoort. Ik kijk nu al op tegen het moment dat ik hier terug naar boven moeten lopen. Het lijkt nog verre toekomstmuziek. Ook de Kardinaal Mercierlaan is zo’n dubbelaar in het parcours. Oranje kegeltjes vormen de scheiding tussen de heen-en-weer. Vanaf hier begint het te voelen alsof alles bergop gaat. Het verraderlijke van een kuitenbijter als de Keizersberg is dat je dreigt te vergeten dat Leuven één en al op en neer is. Net zoals Heverlee, waar we nu lopen.

Dit is de fase van de wip. Ik bevind me tussen nostalgische gevoelens voor Heverlee en een gevoel van knagend onbehagen. Ik heb 5 jaar in Heverlee gewoond en alles hier is dus een trip down memory lane. In deze straten werd ik de loper die ik nu ben. Stilaan sijpelt het ook door dat ik grip begin te verliezen op de wedstrijd. Dit voelt te veel als een inspanning in plaats van een ontspannen begin. Die eerste helft krijg ik echt niet gemiddeld aan 4’30” gelopen. Ik hou nog even mijn masker op en doe alsof ik nog niet heel hard aan het werken ben, maar het werkt niet bepaald mee dat ik Heverlee als m’n broekzak ken. We lopen niet in een rechte lijn op het bos af (alsof dat het doel is van een marathon) en dat stoort me. Het is nogmaals een bevestiging dat ik me niet fris genoeg voel.

Vlak voor we het bos in lopen, slik ik mijn tweede gel weg. Net zoals de eerste valt die écht niet lekker in mijn buik. Weer een teken aan de wand dat het niet is wat het zou moeten zijn (of wat ik gehoopt had dat het was). En dan dat bos. Hans heeft me het parcours helemaal uitgelegd. Ik heb het met eigen ogen gezien op een plan. In theorie weet ik dus dondersgoed wat me te wachten staat. Ik beschik echter over de gave dat ik zelfs plaatsen die ik heel goed ken vanuit een beschermingsmechanisme anders ga invullen. In mijn hoofd zouden wij dus echt! niet! over een bospad lopen, hooguit wat gravel. Na 14 km schrik ik me dan ook de pet van het lijf als we via de Middelweg Heverleebos inlopen via een onvervalst hobbelig bospad. En dat is ook weer heel dubbel. Ik hou enorm van Heverleebos! Ik heb hier zo vaak gelopen, sterker nog: ik leerde hier lopen. Ik heb in mijn lopersleven zo veel emoties beleefd in dit onnozel stukske bos, dat wil je echt niet weten! Het raakt me dat ik hier nu plots als een 40-jarige madame in dat bos een marathon aan het lopen ben.

We lopen door het tunneltje waarvan ik echt niet (nooit!) had gedacht dat ik er ooit een wedstrijd zou lopen en krijgen een welkome aanmoediging van Stijn en Yorien. Op een strook asfalt kan ik eventjes op adem komen. Voor Joni het uitgelezen moment om de socials te onderhouden. Hij post filmpjes waarin ik op de achtergrond lichtjes geforceerd mijn vrolijke masker probeer op te houden. Over de parking gaan we terug het bos in. Hier begint de groene lus pas echt. Werkelijk elk stuk lijkt omhoog te gaan. Ik loop op mijn geliefde snelle Cielo’s, een schoen waar je niet veel aan hebt op een onverharde weg. Alsof de grond me naar beneden trekt. Ik zoek naar een ritme, naar een goeie cadans, naar een tempo dat aangenaam aanvoelt. Het hoogteprofiel liegt er niet om. De marathon telt 244 hoogtemeters en die worden hoofdzakelijk tussen km 14 en 21 afgelegd. In totaal lopen we een kilometer of 5 over onverharde paden. Waar is die Waversebaan?! Ik passeer het halfway point in 1u36, dat valt beter mee dan gedacht, maar met die marge weet ik dat ik nooit onder de 3u15 zal eindigen.

Joni belichaamt het optimisme. Ik ga hier de fase van “de hoop op het mirakel” in, de fase van de wanhoop zeg maar. Ergens in mijn lichaam heb ik nog een paar über-optimistische spiervezels die denken dat ik een tweede adem zal vinden ergens in die stad (die niet vlak is) of ergens langs de Vaart (die oneindig lang is). Ik weet dat ik top 10 loop omdat me dat vaak wordt toegeroepen. Terwijl ik stilletjes zou willen verdwijnen naar de backstage voel ik de morele verplichting om te blijven bikkelen. Voor wie of wat eigenlijk? Ik voel een ietsiepietsie opluchting als de pacers van 5 uur ons kruisen: ik heb dat bos al achter de kiezen. Het heeft mij de vernieling doen in lopen. Slechts met een half oog kijk ik naar mijn kilometertijden. Ze voelen traag aan, wat niet helemaal strookt met de realiteit. Is er een schakelknop in mijn hoofd? Kan ik niet strijden voor iets anders dan het vooropgestelde plan? Alles doet pijn, mijn benen zijn nu al verzuurd. Als klap op de vuurpijl bevalt ook mijn derde gel me slecht. Mijn buik trekt samen, klaar om een paar stevige krampen te produceren. De goed-nieuws-show is hier definitief verleden tijd.

Joni blijft in verbinding staan met de wereld. Zo weet hij mij te zeggen dat Hans niet heel ver achter ons zit. Goed zo, denk ik, die zal wel genoten hebben van het bos. De genadeslag krijg ik uitgedeeld op de “klim” van de Naamsepoort met 25 km in de benen. Wauw zeg, top 10! Zo sterk, Joke! Ik sterf een stille dood, samen met mijn allerlaatste optimistische spiervezels. Ik ben kapot, het is gedaan. Op verzuring na zit er niks meer in mijn benen. De marathon is afgelopen voor hij goed en wel begonnen is. Het is ook lang geleden dat ik nog zo’n last had van buikkrampen. En dat is niet bepaald helpend als je al niet vooruit te branden bent. Op de één of andere manier blijf ik toch gaan. Vooruit dus. De tweede afdaling van de Naamsestraat is er één van het waggelende soort. Je weet dat het echt niet loopt als je bergaf op de rem gaat staan. Van de euforie die ik hier 2 uur geleden beleefde, is geen sprankeltje over.

Het kan geen toeval zijn dat we aan de Sint-Pieterskerk gezelschap krijgen van iemand die uit de doden herrezen is: Hans! Hij ziet er nog fris uit, hij loopt nog soepel en hij kan het verdorie nog goed uitleggen. Zoals verwacht heeft Heverleebos hem goed gedaan, hij kwam er lekker op toerental. Zo is The Chain op km 27 voor even weer compleet. Al is het duidelijk wie de zwakste schakel is. Bij mij is het op, zowel het lichaam als de geest. Hans kan daarentegen zijn PR aanvallen als hij zijn tempo aanhoudt. Het kost me ongeveer een kilometer om hem te overhalen door te lopen. Gaan met die banaan! Het is een mooi plaatje: we hebben mijn ouders en Niko in het vizier aan de Vaartkom, luid roepend en zwaaiend naar ons, Hans sjeest hen voorbij, wij joggen hen voorbij en krijgen te horen: Waar is Hans?! Joni kon ik niet overtuigen om voor een snellere tijd te gaan. Daarom breekt hier ook wel de (tijdelijke) fase van het schuldgevoel aan. Dan heb je eens een tophaas en dan kan je die geen succes geven. Zo zit Joni niet in elkaar, die is van het “samen uit, samen thuis” principe.

De vlakke lus
We zijn aan de Vaart met 29 km op de teller. De Vaart! Wat een icoon aan de Leuvense skyline! Ik liep hier oh zo veel kilometertjes gelopen, als beginner zonder meetapparatuur en als ervaren marathonrot intervaltrainingen. Die gedachte neemt de pijn niet weg. Vanaf hier zal ik geen kilometer meer onder de 5’00” lopen. Ik moet werken om überhaupt een voorwaartse beweging te maken. Met de buik gaat het van kwaad naar erger. Ik kon helaas nog geen dixi ontdekken langs het parcours. Een sanitaire stop kan me mogelijk een bescheiden redding brengen. Ik ken de weg naar Wijgmaal té goed. Het voelt alsof we helemaal naar Mechelen moeten lopen. Wat me blijft raken, is het enthousiasme van de supporters. Die mensen acteren niet dat ze vinden dat je goed bezig bent, ze vinden dat echt, dat voel ik. Het helpt om mijn prestatie in perspectief te plaatsen. Ik ben hier verdorie een marathon aan het lopen, niet meer in de top 10, wel nog bij de snelste 10% van het deelnemersveld.

Na 30,5 km is daar de bevoorradingspost van de verlossing. Ik kan niet anders dan hier wandelen om te drinken. Every drop counts! Wandelen deed ik dus nooit eerder tijdens een marathon en het is meteen een bijzondere ervaring. Posten worden vaak bezet de jeugdbeweging, de kans is groot dat daar een oud-leerling bij is. Zo krijgt Mevrouw Odeyn in heel wat bevoorradingen een aanmoediging. Het grote voordeel van wandelend door een waterpost te gaan is dat er zich een soort erehaag voor je vormt. Er zijn weinig andere lopers en je hebt de tijd om complimenten over je prestatie in ontvangst te nemen. En jawel hoor, wat wacht daar op mij? Een toiletkot uit plastic! Ik dacht altijd dat de walm je al van ver tegemoet komt als je het wc-hok voor lopers met darmklachten nadert. Niets is minder waar. Deze dixi is quasi ongebruikt. Dubbel geluk aan mijn zijde! Ik laat me een soort van vallen op de pot en dan kan eruit wat me dwarszat. Ik weet niet of Joni het kan beamen, maar ik kom als een ander mens uit dat kotje. Wat een opluchting! Ik zie de laatste lus plots zoveel positiever tegemoet.

Zelfs tijdens een ultratrail kost het me niet zoveel moeite om me op gang te trekken met dat stramme lijf. Het kan me dan ook niet echt deren dat we op dit lange stuk voelbaar wind tegen hebben. Joni informeert intussen de supporters dat het fameuze paceplan een social run geworden is. Over sociaal gesproken, stiekem kijk ik uit naar het moment dat Roos ons zal bijbenen. Heel ver ligt ze niet meer achter, maar zelfs een minuut of 5 heb je niet op 123 dichtgelopen. Waar de man met de hamer zou klaarstaan, is dit een kantelpunt in positieve zin. Ik voel me bevrijd door de druk die van mijn buik is. Mijn benen zijn nog altijd twee zure pikkels. Het enige herkenbare van deze marathon is dat ik kilometers 25 tot 30 als zwaarder ervaar dan wat daarna komt. Ik kijk amper nog op mijn horloge en berust erin dat dit avontuur een plot twist van jewelste kreeg. Er komen nog wat sorry’s naar Joni. Ik zeg een paar keer verontschuldigend: dit heb ik nog nooit meegemaakt! Maar Joni is een positivo en die zegt dat het daarom ook bijzonder is om hierbij te zijn.

Ik ben opgegroeid in Wijgmaal. Joni is nog steeds een trotse inwoner van dit stukje Groot-Leuven. We passeren op een boogscheut van mijn ouderlijk huis en ook langs de Remy Boys, de voetbalploeg waar Joni kampioenen-kapitein werd. Met 33 km stevenen we af op De Brug, een beetje Herent en dan Wijgmaal in. Ik kan beter zeggen: Joni-town! Heel Wijgmaal kent Joni (en vice versa). Blijdschap alom! In de bevoorrading is het weer wandelen geblazen. En als we onze (heel lange) rechte lijn richting Leuven inzetten, is het eindelijk tijd om één van dé gespreksonderwerpen aan te snijden. Wat duiding is hier op z’n plaats: ’s ochtends op de radio hoorden we het nummer Love’s a Stranger van Warhaus, dat liefde in een open relatie bezingt. Zeg Joni, ken jij mensen met een polyamoureuze of open relatie? Ik denk dat Joni zich hier niet meteen aan had verwacht deze marathon, maar het onderwerp houdt ons wel aan de waggel. Op de achtergrond horen we het luide gejoel van mijn ouders die langs de andere kant van de Vaart fietsen. Er is nooit een gebrek aan enthousiasme in onze familie. Ook de toeschouwers blijven te lief voor mij.

De finale
Geen sportieve relatie is ons te gek. We steken de Vaart weer over en als de teller op 37 km springt, is er weer sprake van een ménage à trois. Roos heeft ons bijgebeend! Joepie! We vertellen natuurlijk wat over en weer, ik over het diepe dal waarin ik me bevind, Roos over de klop of het klopje dat ze gekregen heeft. Tijd is hier een vreemd ding. Enerzijds lijkt het alsof we elkaar een volledige dag geleden gezien hebben, anderzijds zijn die 3 uren in een vingerknip voorbijgevlogen. Onze ouders fietsen langs ons, we lopen naast elkaar en zwaaien blij naar Marc van DCLA, de club waar we ons leven als loper begonnen zijn. Zo ontvalt ons de uitspraak dat we deze marathon eindigen zoals we ooit begonnen zijn: samen, gezusterlijk naast elkaar. De aanmoedigingen blijven trouwens toestromen. Ongekend! Ongezien! Ongelooflijk! Dit is écht de finale van de marathon. Het aftellen kan beginnen.

Ik denk dat het energieniveau van Joni’s tank amper gezakt is, ook Roos heeft duidelijk nog meer jus in de benen dan ik. Ik. Kan. Niet. Meer. Weer is het zo klaar als een klontje dat ik niet achtergelaten word. Met 38 km zijn we aan de Vaartkom klaar om het centrum van Leuven in te lopen. Een wandelpauze dringt zich hier weer op voor mij. Ikkannietmeer. Ik heb die ene vlakke meter in Leuven niet gevonden. Ook het bergopje naar de Bondgenotenlaan kan ik niet aan zonder te wandelen. Nog een observatie: als je wandelt, roepen mensen je dingen toe als dat je moet doorbijten of op je tanden moet bijten. Doorzetten dus. Ongetwijfeld aanmoedigend bedoeld. De waarheid is dat tot op dit punt van de marathon geraken aan eender welk tempo, lopend of wandelend, altijd een grote mate van doorbijting vereist. Wandelen is hier net zo goed je tanden keihard stuk bijten om die stijve benen een beetje in beweging te krijgen.

De passage aan het station is er weer eentje om blij van te worden dankzij de aanwezige supporters. De klok zegt 40 kilometer. We moeten het moment echt wel pakken. Dit Is De Marathon! Hier doe je het voor, hoe vreemd dat ook klinkt, hier moet je van genieten. De strijd is bijna gestreden. Op het Ladeuzeplein maken we voor de laatste keer een gek bochtje om dan via de Blijde Inkomststraat onze uittrede te doen. Mijn masker van in het begin ligt nog in de bocht. De laatste rechte lijn is laaaaang en loopt – oh verrassing – nog een beetje omhoog. We kijken elkaar een paar keer aan, roepen iets, proberen iets te zeggen. Er gaat heel veel door mij heen. De opluchting dat dit erop zit, is heel groot. De finishboog lonkt. Ik zie ontvangstcomité Hans al klaar staan. We stuiven met z’n drieën over de mat. Einde. 3 uur 32 minuten is het verdicht, veel trager dan verwacht en moeizamer dan gehoopt. Het is wat het is. De blijdschap primeert. Marathon 21 is binnen en we hebben met z’n vieren heel wat om over na te praten. Zeker ook dat Hans erin slaagde om zijn PR te evenaren met 3u21.

De conclusie
Complimenten voor de organisatie, die was ronduit uitmuntend. Ook de schaal van het evenement beviel mij. Genoeg lopers om omringd te zijn, niet te veel om omver gelopen te worden door de massa. Het is een marathon die ik zou aanraden voor iedereen die een waardig alternatief zoekt voor de grotere en bekende stadsmarathons. Je hebt enerzijds de verbinding met de stad en heel veel enthousiaste supporters, anderzijds een groene lus die snelheid kost, maar wel unieker is dan de klassieke bedrijvenzone waar je doorgaans doorgestuurd wordt. Je loopt heel wat stukken in en rond de stad dubbel. Nadeel is dat zware of saaie straten nog eens terugkomen, het voordeel dat je geweldige passages kan herbeleven. Ook voor supporters is dit daarom een marathon die veel te bieden heeft. Als geboren en getogen Leuvenaar is het uiteraard onmogelijk om deze marathon objectief te beoordelen (alsof ik dat ooit pretendeer). Niet iedereen zal immers zo lyrisch zijn over de Vaart.

De Leuven Marathon was me er eentje. Intens van begin tot einde. Sport is emotie, dat bewees deze marathon eens te meer. Het is achteraf makkelijk om kritisch te zijn over je gekoesterde ambitie. Ik wist dat ik een gokje waagde door aan een stevig tempo te vertrekken. Dat ik echter zo’n optater zou krijgen, had ik niet zien aankomen. Ik kon in mijn taperperiode genieten van 2 ontspannende vakantieweken. Aan mijn laatste trainingsloopjes hield ik een goed gevoel over. Redenen genoeg om erin te geloven. Ik denk dat ik ten onder ben gegaan aan heel veel kleine dingetjes die samen een waterval aan problemen hebben veroorzaakt, een situatie die onomkeerbaar was. Het is een uitdaging om deze marathon helemaal los te laten. Ik werd heen en weer geslingerd tussen gevoelens van falen & afgaan aan de ene kant en intense vreugde aan de andere kant. De berusting ligt erin om dit avontuur te koesteren in heel die kermis aan emoties.

Leuven Marathon 2026, photo by Tomas Sisk / Golazo

Wat me ook enorm geholpen heeft, is de steun van mijn lieve collega’s van Team Koraal. Zij wisten dat ik sportief ben en veel loop, maar niet dat marathons daar ook onder vallen. Diep onder de indruk waren ze van het feit dat ik überhaupt een marathon gelopen had (en het bleek dan niet eens de eerste te zijn). Het is met het schaamrood op de wangen dat je dan toegeeft dat je op een betere tijd had gehoopt. Ook dat blijft heel dubbel. Elke loper heeft het recht om eigen standaarden te hanteren van wat je een goed of tegenvallend resultaat vindt. Je moet die echter ook kunnen projecteren op het totaal van (marathon)lopers. Ik ben me er dus van bewust dat het nog steeds heel straf is om met een (voor mij) ongeziene instorting 3u32 te lopen. Bovendien ben ik alsnog 31e vrouw. Ik ben de afgelopen week meermaals uit onverwachte hoek aangesproken op mijn prestatie. Daardoor ging ik nog maar eens beseffen wat je als loper teweeg kan brengen. Heel wat, zo blijkt.

Nog enkele weetjes

  • Er startten ongeveer 3000 lopers op de marathon, 9000 op de halve afstand en 5500 op de 10 km. Leuvenaars Hanna Vandenbussche en Pieter De Wortelaer waren nummer 1 op de langste afstand.
  • Complimenten voor de fotografen van Sportograf. Ik koop hun foto’s zelden, maar het waren er zoveel dat ze een getrouwe beeldreportage vormen van mijn race mét het afzien in al z’n facetten. Er was duidelijk oog om de omgeving in beeld te brengen. Een foto met decor: daar hou ik van.
  • Al die foto’s verzamelen, selecteren en verwerken in deze tekst was een werk van lange adem. Ik schrijf liever. Ik zeg het eerlijk: de chronologie van de afbeeldingen klopt niet helemaal. Op een bepaald moment moet je loslaten.
  • Dankzij mijn wandelpauzes aan de bevoorrading kon ik nooit eerder zoveel water drinken tijdens een marathon. Het was welgekomen. Ik werkte uiteindelijk 4 sportgels weg. Dik tegen mijn zin.
  • Joni, Hans en ik kregen met de medaille rond onze nek een microfoon onder onze neus geduwd om – bij wijze van promotie – in het Engels te vertellen wat de Leuven Marathon zo bijzonder maakt. Ook in het Engels beschik ik over superlatieven.
  • Nadien spraken studenten van de UGent ons aan of we enkele vragen wilden beantwoorden over onze deelname. Ze waren vooral geïnteresseerd of we het inschrijvingsgeld te hoog vonden. Nee, was ons antwoord.
  • Hans zei dat hij Simon 2x zag in en na het bos. Die kon hem vertellen wat de afstand tussen ons was. Dat is gek, zei ik, ik zag Stijn 2x en heb Simon dus gemist. De broers Van Roy lijken op elkaar. Na een paar uur beseften we dat Hans Stijn voor Simon had gezien. Simon was namelijk in Spanje.
  • Zeg je Boelenberg of Keizersberg? Ik heb hem altijd gekend als Boelenberg, maar besefte op latere leeftijd dat enkel Leuvenaars de Keizersberg zo noemen.
  • Het Mariabeeld op de Abdij Keizersberg doet me altijd denken aan een weetje dat mama op school leerde. Op het hoofd van Maria zou een tafel voor 6 personen kunnen staan. Zo groot is dat hoofd dus, al denk ik niet dat het ooit in de praktijk getest is.
  • Ik koos voor een wit shirt omdat me dat herkenbaar leek voor de supporters. Nu ik de foto’s nadien zie, vind ik wel dat mijn kop er daardoor nog roder uitziet. Maar ja, een marathon is geen modeshow.
  • Na de bloedende tepels van Hans vorig jaar en mijn schuurwonden op de buik, kwamen we er dit jaar zonder bloedvergieten van af. Met dank ook aan de wonderstick van Roos die ik voor de start mocht gebruiken.
  • Leah en Emil maken traditiegetrouw een supportersvlag onder toeziend oog van Marike. Voor Emil was het heel duidelijk welke boodschap hij aan zijn Meetje (= Roos) wilde meegeven. Hij is trouwens pas jarig in februari.
  • In de namiddag gingen we supporteren in de Parkstraat en aan het station voor de halve marathonlopers. Marike evenaarde haar topprestatie van vorig jaar met 1u39, Sintija liep een PR met 1u48, Sam ging als een raket in een tijd die de waanzin voorbij is en papa liet een mooie 2u12 optekenen.
  • Ik liep deze marathon op 19 april met nummer 1943. Daags nadien zag ik in Zoutleeuw als bij toeval (dat dus niet bestaat) een informatief bord over wat er gebeurde met het XXste konvooi op 19 april 1943. Een verhaal van hoop en moed ingebed in een gitzwarte tijd.
  • Er is nog iets historisch met de datum. Op 19 april 1967 liep Katrin Switzer als eerste vrouw officieel de marathon. Bobbi Gibb had dat een jaar eerder undercover gedaan. Hoe absurd is het dat vrouwen 60 jaar geleden niet aan de marathon mochten deelnemen?

Het moment – Het marathonbeest van Leuven (maar de zon scheen)

The Chain: ik was vastberaden om met Joni en Hans over die finishlijn te lopen en liefst van al een beetje snel ook. De Leuven Marathon bewees dat een marathon zich niet laat vastleggen in plannen en scenario’s. Dat ambitie mooi is, maar de realiteit soms harder. Na 3 uur en 32 minuten liep ik uiteindelijk met Joni en Roos hand in hand onder de finishboog. Uitzinnig van blijdschap dat de verlossing nabij was. Ik ben nooit eerder zo diep moeten gaan om de eindmeet te halen. Ik heb na 30 km op een dixi gezeten. Ik heb gewandeld in bevoorradingsposten en op het einde ook als het bergop ging. Ik was op. Totaal kapot. Nooit eerder was ik zo stijf. Mijn 21e marathon was zonder meer de zwaarste die ik gelopen heb. Leuven bleek een monster van een marathon te zijn.

Bellezza e bruttezza is de naam van een lopende expo in Bozar die wij vorige week bezochten. De renaissancekunstenaar had zowel een obsessie met schoonheid als met lelijkheid. Schilders portretteerden geïdealiseerde vrouwen en maakten beeltenissen van al wat of wie lelijk was. De Leuven Marathon toonde ook die twee gezichten. Na 19 april 2026 weet ik hoe beestachtig verschrikkelijk 42,195 km lopen kan zijn, maar ook hoe lief en schitterend Leuven is. Ik hinkel nu tussen die twee gedachten. Ik moet bekomen van wat mij overkomen is – ik zei meermaals: ik heb dit nog nooit meegemaakt! – en ik ben ook heel blij met wat Leuven mij gebracht heeft.

Ik dacht eerst: over deze marathon zal ik héél snel uitgepraat en -geschreven zijn. Ik kwam, zag en liep me kapot in Heverleebos. Of was het al in Leuven zelf? Of werd ik gewoon koud gepakt door de marathon zoals iedereen dat wel eens meemaakt? Juist die ongeziene instorting verdient ook een verhaal. Er valt net heel veel te vertellen over hoe het gaat als het helemaal niet goed gaat. Mijn blog is het leven zoals het is. Verwacht je aan een uitgebreid verslag. Zoals steeds in geuren en kleuren.

En Hans? Die kende een moeizame start en kwam helemaal onder stoom in Heverleebos. Je bent een trailloper of niet. Hij maakte de comeback van het jaar: na 25 km kreeg ik mijn voeten amper nog voor elkaar en pikte hij zijn wagentje vrolijk weer aan. Ik kon hem gelukkig overtuigen om door te lopen op jacht naar dat PR. Hij finishte in een heel straffe 3 uur en 21 minuten.

Dank je wel, Leuven! Je was zo ontzettend lief voor mij! Dank je wel aan alle bekende gezichten die mij langs de kant aanvuurden. Evenzeer bedankt voor alle onbekenden die mij vooruit schreeuwden dat ik zo goed bezig was (terwijl mijn gevoel iets heel anders zei). Bedankt aan mijn vriendjes en familie ter plaatse voor de onvoorwaardelijke steun, in goede en in zware tijden. Mijn eeuwige dank aan Roos (we zijn geëindigd zoals we begonnen zijn), Joni (sorry voor alle sorry’s) en Hans (de knapste en liefste loopraket).

Marathonpraat – Morgen M-Day!

Of beter gezegd: LM-Day, want wij lopen de Leuven Marathon. Joehoe! Geen EK van Brussel naar Leuven zoals vorig jaar, wel één groot loopfeest in en rond het Troy van Vlaams-Brabant. Het parcours heeft wat nieuws in petto, maar belooft ook een herbeleving van hoogtepunten van vorig jaar. En die hoogte is ook letterlijk te nemen. Thinking of a place: vorige week volgden we de marathons van Rotterdam en Parijs op de voet. Over sfeer gesproken! Ik neem jullie graag voorbeschouwend aan de hand voor een wandeling doorheen verwachtingen, ambities en praktische zaken. Omdat we deze week ondergedompeld waren in de Classics 1000 van Radio 1 (en omdat ik wil bewijzen dat ik creatiever ben dan ChatGPT), vind je hier ook de songs die de top 20 vormen. Over een paar uur weten we wie op nummer 1 eindigt. Vingers kruisen voor Kate Bush. Veel lees- en luisterplezier!

De drie lussen (en de drie zussen)
De marathonlopers vertrekken samen met de deelnemers van de 10k. Het eerste kwart speelt zich namelijk af binnen de stadsring, een heruitgave van de laatste 10 km van vorig jaar. Dat betekent ook dat we na 3 km één van de meest Wuthering Heights voorgeschoteld krijgen: de beklimming van de Boelenberg, officieel de Keizersberg. Na een kronkel langs de Vaart en passage langs de finishzone lopen we naar A Forest genaamd Heverleebos. Jawel, check voor de groene lus! Na weer een doorkomst in de stad is het tijd voor lus 3: redelijk recht op recht langs de Vaart. Misschien zie ik daar wel Les yeux de ma mère. De finale wordt één laatste knotsgekke Bohemian Rhapsody over de Bondgenotenlaan en het Ladeuzeplein om te finishen aan de Parkpoort. Daar zullen de drie zussen aankomen: Roos en ik op de hele en Marike op de halve marathon.

De haas met het plan
Mijn doel is relatief eenvoudig: ik wil graag beter doen dan de 3u15 van vorig jaar. Ik vertrok toen aan de snelle kant, maar na enkele Brusselse tunnels, een langgerekte klim in Woluwe en een kuitenbijter in Leefdaal werd het eventjes Black. Joni was pacer voor Jan. Wish You Were Here! dacht ik toen het duo mij voorbij snelde aan IMEC. Awel, dit jaar zal hij bij mij (ons) zijn! Joni is haas van dienst. Aan een tempo van 4’30” zal hij mij hopelijk in een Stairway to Heaven naar de finish loodsen. Mij? Ons? Ja, want Hans die zal vrolijk zijn wagonnetje aanhaken. The Chain, dat zullen wij zijn. Verenigde krachten aan elkaar geschakeld mét een plan én een doel.

De sterren van de halve marathon
People have the power! en daarom gaan wij in de namiddag supporteren voor de Heroes op de halve marathon. Geen Martha, wel Marike die met Odeyn op haar borstnummer zal pronken. En of ze in vorm is! Vorig jaar stoof ze naar 1u39, met intervals in haar trainingen en een wat duidelijker omlijnd raceplan is ze er (niet zo stiekem) op gebrand om beter te doen. Papa tekent ook present. Ik ben er eigenlijk tegen om leeftijden te vermelden, maar ik ga het toch doen: hij is 66 en ijzersterk. Mijn peter Marc sluit de familiale kring. Zijn trainingsgebied bevat heel wat D+, Leuven zou hem daarom wel eens heel goed kunnen liggen. Tot slot is er ook onze Sam. Hij liep vorige maand als pacer de marathon van Barcelona en kijkt uit naar de marathon van Riga met Sintija. In Leuven neemt hij de halve afstand voor zijn rekening. Benieuwd wat hij daar uit zijn superbenen kan schudden.

De verwachting en de ambitie
Imagine. Alles verloopt volgens plan. Feeling Good van begin tot einde. Shine on you crazy diamond met die medaille rond mijn nek. De ambitie om een goede prestatie neer te zetten is er zeker. Onmogelijk is het niet om beter te doen dan vorig jaar, mogelijk lukt dat ook niet. Ik zal en mag dan een beetje teleurgesteld zijn. Maar niet voor te lang. We gaan dan niet Back to Black. Van Sintija leerde ik een Lets gezegde: wie niet waagt, drinkt geen chamapgne. Voilà. Ik heb best wel gevloekt en gezucht tijdens mijn voorbereidingen. Verdorie seg, waarom beschik ik niet meer over superkrachten? Ik ben ook eens zo dankbaar voor wat ik wel nog allemaal kan en doe. Bovendien is het heel bijzonder om dit met Hans te kunnen delen. Ik zie Both sides now. Het is heerlijk om plannen te maken en ambitieus te durven zijn, maar ik heb eigenlijk niks meer te bewijzen. Niet meer aan mezelf en al helemaal niet aan iedereen die mij volgt en aanmoedigt. Ik loop omdat ik dat graag doe.

De marathon van Hans (hij valt sowieso nadien Into My Arms en hoewel hij ooit dacht dat de marathon Once in a lifetime was, staat hij nu aan de start voor nummer 4. Het woord is aan hem.)

De marathon en ik. Zal het ooit iets worden tussen ons?

In een ver verleden heb ik ooit de stratenlopen afgezworen en liet ik snelheid voor wat het was, want die heb je toch niet echt nodig op de trails. En nu kan ik zowaar genieten van intervaltrainingen op de piste. Mijn vierde marathon wordt het alweer in iets meer dan tien jaar. Waarvan drie dus in de voorbije twee jaar.

Als ik iets geleerd heb door het lopen van die marathons, dan is het om vertrouwen te hebben in mijn lichaam. Om een of andere reden ben ik altijd bang dat mijn lichaam het ergens onderweg gaat opgeven tijdens die immense inspanning die een marathon is, want vergis je niet, het is niet omdat je ultratrails loopt dat de marathon plots een “eitje” wordt. Maar wat blijkt, dat “opgeven”, helemaal door het ijs zakken, gebeurt eigenlijk nooit echt. Natuurlijk wordt het vanaf een bepaald moment lastig, soms zelfs – zoals in Milaan – al vanaf de eerste kilometer. Maar toch blijf je ergens energie en motivatie vinden om de ene voet voor de andere te blijven zetten tot aan de finishlijn.

Wat ik verwacht van deze marathon: ik ga mijn lichaam nu eens al het krediet en vertrouwen geven dat het verdient. Ik ga in het zog van Joni en Joke (Jonike?) mijn spreekwoordelijk paard de sporen geven. Ik ga genieten van het parcours, van het publiek, van de sfeer, van het gevoel het asfalt onder mijn voeten weg te tikken. Het wordt met andere woorden een memorabele dag waarop we weer fantastische verhalen en herinneringen gaan maken.

Mensen, ik heb er écht zin in!
Gelukkig moest ik hier geen This is the end doorheen fietsen, want het einde is nog lang niet nabij.
Met dank aan Amy Winehouse, Arno, David Bowie, Fleetwood Mac, John Lennon, Joni Mitchell, Kate Bush, Led Zeppelin, Nick Cave, Nina Simone, Patti Smith, Pearl Jam, Pink Floyd, Sinead O’Connor, Queen, Talking Heads, The Cure, The War On Drugs en Tom Waits voor de muzikale omlijsting!
Morgen zal het wellicht met wat meer beat en kabaal zijn.

De gedachte – Over AI

Ik heb nog nooit AI gebruikt om mijn blogteksten te schrijven, mocht je je dat afvragen. Zoals met elke technologische stap die we zetten lijkt het me echter zinloos om tegen artificiële intelligentie te zijn. Vooruitgang laat zich niet tegenhouden. De uitdaging is om ermee te leren omgaan. Als leerkracht heb ik mijn hoofd niet gebroken over hoe ik kon vermijden dat de schrijfopdrachten van mijn leerlingen klakkeloos uit hun laptop kwamen gerold. Enerzijds kan je maar beter altijd op je hoede zijn voor vormen van bedrog, anderzijds is het ook zaak om je daar niet op blind te staren. Ik probeerde mijn (boek)opdrachten altijd zo op te stellen dat ze een persoonlijke leeservaring moesten uitdragen en dat er een vorm van creativiteit in verwerkt was. Je kan dan nog altijd valsspelen, maar je zal harder je best moeten doen (en dat is ook weer bezig zijn met je boek). Ik zie vandaag dat leerkrachten in het secundair onderwijs doorgaans op een gezonde manier omgaan met schrijfrobots. Ze leren jongeren er kritisch mee omgaan, zetten ze in om schrijfplezier juist aan te wakkeren en vooral ook als een middel om te leren. Dat lukt, zoals elk leerproces, met vallen en opstaan.

Zelf gebruik ik AI bitter weinig. Het is te zeggen, ik maak wel gebruik van AI-overzichten die je tegenwoordig bovenaan een zoekopdracht vindt, maar ik communiceer zelden met ChatGPT. Onlangs gebruikte ik het om twee tandverzekeringen met elkaar te vergelijken. Ik kreeg pas een duidelijk antwoord na een telefoontje met de mutualiteit. Hans en ik hebben eens aan ChatGPT gevraagd wie Joke Odeyn was en of ze een man had. Op beide vragen kregen we een behoorlijk accuraat antwoord. Heel gek is dat natuurlijk niet als je een publieke blog hebt. Voor professionele doeleinden gebruik ik eigenlijk nooit AI. Ik werk met en voor mensen en vertrouw dan toch vooral op mezelf en collega’s om een kind te beschrijven. Ongetwijfeld zijn er kansen die ik onbenut laat. Ik kan niet ontkennen dat ik met mijn ouderwetse ziel een bepaalde weerstand voel om werk uit te besteden aan de technologie.

Wat ik werkelijk niet kan begrijpen is dat verstandige mensen in de verleiding komen om, wat één of andere server bij elkaar zoekt, te verkopen als hun eigen woorden en te denken dat zo’n samenraapsel beter is dan wat ze zelf in huis hebben. Ik denk daarbij aan de openingsspeech van Petra De Sutter bij haar aanstelling als rector van de UGent en journalist Peter Vandermeersch die schoorvoetend toegaf dat hij op zijn politieke blogs onjuiste AI-citaten had gebruikt. De Sutter had het over slordigheid: ze had haar Einstein-citaten niet geverifieerd op hun juistheid. Vandermeersch benoemde hoe hij zwichtte voor de temptation: “Het is bijzonder pijnlijk dat ik precies de fout heb gemaakt waartegen ik collega’s herhaaldelijk heb gewaarschuwd: deze taalmodellen zijn zo goed dat ze onweerstaanbare citaten produceren die je als auteur in de verleiding brengen om te gebruiken. Natuurlijk had ik ze moeten verifiëren.”

Daar wringt het schoentje voor mij: ik vind AI op geen enkele manier onweerstaanbaar. Als ik een ervaren politica was die een speech mocht geven, dan zou ik een wijsheid van wijlen mijn Oma gebruiken in plaats van me te beroepen op Albert Einstein. Oma zei dat de tijd niet sneller of trager gaat als je ouder wordt. Wie heeft dan nog de relativiteitstheorie nodig? Maar goed, er is natuurlijk ook een reden waarom ik geen minister of rector ben. Ik schrijf hier voor de hobby en daar hangt verder niks van af. Als ik een gerenommeerd journalist was, zou ik toch vooral vertrouwen op mijn eigen kop om mijn teksten met spitsvondigheden te kruiden. Dat klinkt misschien arrogant: ik vind mezelf heus niet altijd zo interessant. Ik ben waarschijnlijk weer gruwelijk naïef als ik denk en zeg dat je schrijft omdat je trots bent op wat je zelf hebt geproduceerd. Ik heb geen blog om die te vullen met teksten van de AI-assistent. Dank je feestelijk! Wel omdat ik graag creëer.

Bij wijze van experiment nam ik de proef op de som. Ik vroeg aan ChatGPT om een voorbeschouwing te schrijven op de marathon van Leuven in de stijl van mijn blog. Dit zijn de eerste alinea’s.

Tien jaar geleden reden we voor het eerst naar Den Haag, met een TomTom die meer stress bezorgde dan rust. Ondertussen zijn we ettelijke wedstrijden, kilometers en herinneringen verder. Maar dat gevoel van een nieuwe wedstrijd die lonkt, dat blijft. Dit weekend is het opnieuw zo ver. Geen Den Haag deze keer, maar Leuven.

Leuven is geen onbekende. We kennen de stad van gezellige terrasjes aan de Oude Markt, van studenten die sneller fietsen dan wij ooit zullen lopen, en van straten die er op het eerste gezicht vlak uitzien… tot je er effectief door moet. Want wie het parcours een beetje kent, weet dat Leuven niet zomaar “een vlakke stadsmarathon” is. Het is er eentje die je moet verdienen.

Je ziet meteen wat ChatGPT goed kan: imiteren. Het begin is een variatie op de blog die ik schreef over de CPC in Den Haag. De zinsbouw en het ritme van de tekst passen bij wat ik mijn stijl zou noemen. Verder vind ik het vooral een heel slap afkooksel van wat ik zelf zou schrijven. Leuven en de terrasjes op de Oude Markt: hallo cliché! Leuven is geen onbekende: kan het nog algemener? De enige kanttekening die ik kan maken is dat dit de eerste versie was. Met wat meer prompts was er misschien iets beters uitgekomen. Daarmee wil ik niet zeggen dat mijn stijl perfect is. Integendeel! Ik heb soms het gevoel dat ik steeds opnieuw dezelfde trucjes toepas. Ik kan echt jaloers zijn op het schrijftalent van anderen. Ik zou graag andere registers kunnen opentrekken. Helaas zal een schrijfrobot me daar niet mee kunnen helpen door uitgeholde versies te produceren. Voor persoonlijkheid en creativiteit zal ik toch echt in mijn eigen hoofd moeten duiken. Of een schrijfcursus volgen.

Over niet-artificiële authenticiteit gesproken. Toen mijn blog net online was, gaf Murielle mij één van de mooiste complimenten: als ik je blog lees, hoor ik je spreken. En voilà, dat is wat ik hier uiteindelijk doe: mijn eigen stem laten horen. De ene keer met al wat meer toeters en bellen dan de andere. Ook als ik hier anderen aan het woord laat, probeer ik de eigenheid van hun woorden te behouden zonder daar mijn eigen saus over te gieten. Zullen we daarom afsluiten met een citaat van mijn Oma? Taart is een boterham met confituur. Over relativiteit gesproken.

Het moment – Een jubileumfeest met bijhorende tradities in Den Haag

10 jaar geleden was ik 30 en Roos 23. We waren serieus gebeten door de loopsport, in volle voorbereiding voor de Rotterdam Marathon, mijn 3e en Roos’ 2e marathon. Het eerste weekend van maart reden we voor het eerst naar Den Haag. De TomTom hing met een zuignap aan het autoraam, zo ging dat in die tijd. Naar Den Haag rijden was niet minder dan een missie. Zouden we zonder onder de tram te belanden veilig en wel aankomen bij onze neef Maarten? Het antwoord was gelukkig en volmondig “ja”. Onze schattige neefjes Senne en Lev van 7 en 5 deden de deur open en keken wat verschrikt naar de nichtjes van papa. We kwamen namelijk een nachtje logeren om op zondag 6 maart 2016 voor het eerst deel te nemen aan de CPC Loop, dé halve marathon van Nederland. Een nieuwe familietraditie was geboren.

De CPC bracht ons veel verhalen van de strafste soort. We liepen er meermaals PR’s en ook wel eens onszelf in de vernieling. De wedstrijd werd eens afgelast door de wind en was het laatste massa-evenement 4 dagen voor België in lockdown ging in 2020. Bij de comeback in het najaar van 2022 was Sam van de partij en zat Roos in Berlijn voor de skeelermarathon. Ook maatje Pieter trok eens ten strijde door de city-pier-city. We trotseerden er vaak herfstig regenweer, soms een stralende zon, maar vooral veel wind. Het Malieveld werd een grasveld met mythische proporties. Ik was zelfs zo gek om de CPC 2x in de zomer te lopen, op eigen houtje dus, toen ik op vakantie was in Den Haag en ik mijn parcourskennis wilde testen. Het gekke was dat het CPC-gevoel mij zelfs op het voetpad bekroop.

De neefjes zijn inmiddels tieners. Maarten en Irene wonen niet meer in het huis met de magnolia. Roos heeft een baby die bijna één jaar is. En ik vond Hans. De liefde voor de CPC bleef al die tijd overeind. Het is dan ook een ijzersterke formule: een halve marathon met stads- en zeezicht, een ongelooflijke organisatie en dat alles binnen een warm familiaal kader. We waren er daarom als de kippen bij om ons in te schrijven voor de 50e jubileumeditie. Geen digitale wachtrij is te lang als je de CPC wil lopen. Zaterdagochtend 14 maart stapten we meer dan goedgeluimd in de auto. Geen GPS meer aan het raam, ik laat me rijden tegenwoordig. Een vaste waarde is daarentegen dat het wisselvallige weer zich niet laat voorspellen. We vertrokken met gietende regen in Tienen, maar gaandeweg trok het wolkendek open en werd het zonniger hoe dichter we onze bestemming naderden.

Den Haag binnenrijden is altijd een beetje thuiskomen. De neefjes schrikken inmiddels niet meer als ze ons zien, maar zijn blij met de grote doos Belgische koffiekoeken. Hans en ik trokken de stad in via onze vaste fietsroute, gewoontediertjes als we zijn. Maart toonde zich inmiddels van zijn grilligste aard door zo nu en dan geheel onverwacht een pittig buitje uit de wolken te schudden. Er hingen dus grijze wolken boven het Malieveld waar we ons nummer gingen ophalen. De eventsite (zoals dat zo mooi heet) was wat anders ingericht met een entree (Nederlanders houden van Franse woorden) langs de zijkant. Daarna konden we het niet laten om nog wat boeken te gaan shoppen bij De Vries Van Stockum en er volgde een uitgebreide kijksessie op de mode afdeling van De Bijenkorf. De avond voor onze race was een borrel niet aan de orde, maar koffie met taart ging er wel in bij Café Emma. We schoven nadien onze voetjes onder tafel ten huize Maarten, de meest onveranderde factor in heel dit verhaal over tradities en gewoontes. Chaos en gezelligheid troef.

Sinds vorig jaar start de halve marathon niet in de late namiddag, maar om 11u30: het ideale uur als je in Den Haag logeert en je niet voor dag en dauw je bed uit wil. Om 10 uur vertrekken we met de fiets richting Malieveld. Er is regen voorspeld, maar die heeft zich vermomd als een stralende zon. Het blijkt het ideale loopweer te zijn met een bescheiden 10 graden, een zonnetje en relatief weinig wind. De meeuwen juichen ons vrolijk tegemoet. Op het Malieveld is het heerlijk druk. De kinderlopen zijn net achter de rug, de 5 km wedstrijd staat op het punt te vertrekken. We droppen onze spullen in de locker (vooral mijn spullen eigenlijk) en gaan richting startvak 1. Geen inhaalrace voor Hans dit jaar! We zijn allebei voorzichtig om onze ambities uit te spreken, aangezien het al bijna een jaar geleden is dat we nog een race op straat liepen. Er is altijd dat dubbele gevoel van enerzijds willen genieten van wat lopen is en anderzijds ook het volle pond te willen geven om te kijken waar je staat.

Even een promopraatje. De halve marathon is een prachtige afstand! Toegankelijk, maar niet alledaags. Haalbaar, maar niet vanzelfsprekend. Je hoeft geen gekke dingen met voeding en drinken te doen, zowel voor als tijdens de race. Je kan diep in het krachtenarsenaal tasten zonder dat je dat meteen heel zwaar bekoopt. Een dodelijke, maar verleidelijke cocktail van afstand en snelheid. Het parcours van de CPC zou ik als mijn broekzak moeten kennen, al kan ik me verschuilen achter het excuus dat er de laatste jaren wel wat wijzigingen zijn doorgevoerd. CPC staat voor city pier city, omdat je van de binnenstad over de boulevard richting de pier van Scheveningen loopt en dan terug de stad in. Starten gebeurt ook dit jaar – traditiegetrouw – op de Koningskade. De zon doet de oranje banners eens zo hard oplichten. Ik voel mijn 9e CPC-start kriebelen tot in mijn kleine teen. Er zijn dit jaar een pak meer deelnemers (de wedstrijd was alsnog na een paar uur uitverkocht). Daardoor is de startprocedure aangepast volgens het flessenhals-principe. Het zal absoluut de juiste keuze blijken te zijn om loopplezier en -comfort te garanderen. Wat ook nieuw is: we slaan snel linksaf waardoor de eerste 2 kilometer “nieuw” zijn. Ik leer ook echt een nieuw stukje Den Haag kennen, want vergis je niet: ik ken daar heus niet elke straatsteen.

Na 10 jaar ben ik tot de conclusie gekomen dat de CPC zich laat indelen in 4 blokken. Het eerste blok: de start van km 1 tot 7. Sfeer troef! Dikke rijen mensen juichen je toe die eerste kilometer. Je lijkt te joggen, maar in wezen vlieg je. Lopen gaat als vanzelf. Je gaat door relatief bekende straten, een groot feest van herkenning. Een moment van stilstaan en kort rouwen om de plaats des onheils waar ik in 2018 na 3 km stilstond met een enkelblessure. Het is dan verder lopen, een heel goed gevoel tanken en zoeken naar wat een comfortabel tempo is zonder door te duwen. Uit de praktijk blijkt echter dat ik pas na dit eerste blok weet of ik niet té voortvarend ben gestart. Het begin van de CPC, dat is eigenlijk altijd goed. Zo ook nu. Ik weet dat Hans wat sterker en sneller is, dus ik zie zijn blauwe Hoka-petje meter per meter afstand nemen. Zelfs als hij na 6 kilometer al een aardige voorsprong bij elkaar heeft gelopen, blijf ik om de zoveel tijd zoeken naar dat blauwe petje dat op en neer beweegt. Natuurlijk heb ik wel een richttempo voor vandaag. Op basis van mijn pistetrainingen denk ik gemiddeld onder de 4’30” per kilometer te kunnen blijven. Het eerste deel lijkt dat te bevestigen. Ik loop steady tussen de 4’20” en 4’25”. Het geeft de burger moed.

Kilometer 8 tot en met 14 noem ik het “uur” van de waarheid. Je bent in een wat saaier stuk van de stad (nooit iets slechts over Den Haag!). De benenwagen begint de inspanning te voelen. 38 hoogtemeters op 21,1 km lijkt verwaarloosbaar, maar ze bevinden zich bijna allemaal in dit deel van het parcours. En ja, dan voel je dat dus wel. Je loopt ook richting de zee, maar het duurt altijd langer dan je denkt vooraleer je daar bent. Zee betekent ook dat de wind plots kan oplaaien uit een richting die nooit echt gunstig lijkt te zijn. In deze fase bepaal je of je chill zal drijven, gezapig zal dobberen of genadeloos zal verdrinken. 10 jaar CPC ervaring leert mij dat ik hier vooral het hoofd fris moet houden. Ik mag niet gaan doorduwen als ik voel dat het zwaarder wordt, ik moet blijven zoeken om mijn tempo te kunnen consolideren en de Cielo’s hun werk laten doen. Waar ik hier vorig jaar tijd begon in te leveren, wat aanvoelde als een slag van de molen, blijf ik dit jaar dapper overeind. Zelfs op de wat zwaardere stukken blijf ik netjes onder mijn beoogde tijd. De metronoom is back in business. Op mijn eigen manier vlieg ik tussen de meeuwen door naar de zee.

Tijd voor het pronkstuk: van kilometer 15 tot 17 loop je dus langs de zee, niet over het strand, wel langs de boulevard (den dijk zoals wij in België zeggen). Een verraderlijk stukje waarbij de kunst is om te genieten van het feit dat je loopt met zeezicht, zonder je blind te staren op de kilometertijden die onvermijdelijk wat trager zijn. Het loopt namelijk wat omhoog en de ondergrond is oneffen. We hebben geluk! De wind staat hier in de rug. Ik blijf dus lopen! Ik ben zo enthousiast dat ik niet anders kan dan een sportgel aannemen van de enthousiaste meiden van Upfront. Het blijkt er één met appelsmaak te zijn, dat is het proberen waard. Le nouveau Joke est arrivée en duwt met een paar slokken die gel naar binnen. Waarom ik dat misschien niet beter had gedaan? We zijn net een bevoorradingspost met water gepasseerd en dit is wel degelijk een gel van de plakkerige soort die water nodig heeft.

Als je dan na 17 kilometer uiteindelijk rechts afdraait, richting de stad is de grande finale ingezet. Die loopt eerst lichtjes bergaf en gaat dan via wat keren in een redelijk rechte lijn richting finish. De Badhuisweg is een finale-waardige laan. Het is hier nog 4 kilometer letterlijk alles geven zonder jezelf de pleuris in te lopen, maar wel hard genoeg om er letterlijk elke druppel zweet te kunnen uitpersen. Dat lukt nog steeds behoorlijk. Ik blijf heel nette kilometertijden lopen. De buit is nog niet binnen. Ik voel elke vezel in mijn lijf werken, maar ik ben blij dat ik elke vezel in mijn lijf aan het werk krijg. Met zicht op de iconische skyline van Den Haag is het aftellen tot je eindelijk linksaf mag slaan om te finishen. Het doet pijn, echt waar, maar ik geniet. Als er iets is wat ik heb geleerd van 11 jaar wedstrijd lopen, dan is het dat je dat moment van de finish altijd moet capteren. Het is niet en zal nooit vanzelfsprekend zijn om weer maar eens een halve marathon af te tikken.

Ik klaar de klus uiteindelijk in 1u33. Wat verder voor mij zie ik Hans in de finishzone. We zijn min of meer in elkaars buurt gebleven. Hans heeft afgeklokt op een knappe 1u32 en neemt dus een mooi PR mee naar huis. De zon schijnt nog steeds, we zijn weer samen. Tijd om na te praten en te recupereren. Het leven is goed! We nemen afscheid van ons Den Haag en natuurlijk onze familie, maar niet voor te lang. En of we wat hebben om op terug te blikken! Niets dan lof in de eerste plaats voor de organisatie, die was feilloos te noemen. De drukte op het parcours was perfect gedoseerd. Ik liep nooit echt alleen, maar ook niet in een hinderlijke massa. Ook na de finish was de doorstroom en drukte behoorlijk ideaal te noemen. Duimpjes omhoog voor alle sympathieke vrijwilligers die dit loopfeest mogelijk maakten.

Na 9 CPC’s is het niet eenvoudig om een objectieve analyse te maken van mijn prestatie. De omstandigheden zijn altijd weer anders, net zoals de sportieve agenda. Er valt ook weinig peil te trekken op hoe mijn halve marathon zich verhoudt tot de marathon die erop volgt. Ik liep razendsnelle marathons zonder uitschieter op de halve. Dat je iets meet, betekent voor mij ook dat er nog heel veel is dat je niet weet. De cijfers zeggen dat ik al vaker sneller liep dan mijn 1u33, vorig jaar bijvoorbeeld. Ik heb aan de verleiding kunnen weerstaan om daarom te zitten kniezen omdat ik deze halve marathon zo constant heb kunnen lopen. Ik voelde me op geen enkel moment verzwakken en kon mijn goede start vasthouden tot aan de finish. Mijn traagste kilometer liep ik in 4’28”, mijn snelste in 4’21”. Ik ben trager dan vorig jaar, toen ik sneller vertrok, maar ook een groter verval liet optekenen. Met het oog op de marathon over 3,5 week denk ik dat sterk kunnen blijven belangrijker is dan een snelle start.

Toch even een kritische noot. De CPC werd voor het eerst gelopen in 1975, maar vrouwen mochten pas meedoen vanaf 1980. Over 5 jaar vieren we dus pas het echte jubileum. Hoe dan ook ben ik blij dat ik al 10 jaar CPC geschiedenis mocht meemaken. In 2022 speelde Sam een rol in de aftermovie van de CPC. Hij werd gevraagd om in het startvak naar zijn horloge te kijken. Een onvergetelijke acteerprestatie. Dramatiek en aftermovies zijn goede vriendjes, maar trop is echt te veel. De aftermovie van dit jaar is er zo over dat je denkt: dit is ironisch bedoeld. En toch klopt één citaat als een bus: it’s a memory we recreate each year. Deel van de traditie is het herbeleven van herinneringen en dat gaat dan van hoe we ons niet met de fiets konden oriënteren tot de magnolia die telkens weer in bloei staat begin maart. Volgend jaar wordt de CPC gelopen op 14 maart, de dag dat mijn opa 100 jaar geworden zou zijn. Het zal mijn 10e CPC zijn. Ik voel hier nu al geweldig veel symboliek ontstaan.