Het is vandaag Moederdag en of je daar nu iets mee hebt of niet: ik ben van het principe dat elke reden een goede is om wat dan ook te vieren. Ik heb bovendien een topmoeder, dus mij hoor je niet klagen. Wel snap ik dat een dag als Moederdag voor anderen lading kan hebben. Dat je geen moeder meer hebt of eentje met een ingewikkelde band of dat je nooit moeder bent kunnen worden als dat je wens was. Ik heb geen kinderen, maar Moederdag ligt om die reden voor mij niet gevoelig. Wel vind ik het een mooie aanleiding om stil te staan bij een leven zonder kinderen. Los van het feit dat ik door mijn werk en in mijn familie omringd ben door kinderen, heb ik er zelf geen en weet ik heel zeker dat ik ze niet meer zal krijgen.
Ik ben natuurlijk niemand een uitleg verschuldigd over het hoe en waarom van mijn leven zonder kinderen. Toch merk ik dat het iets is wat mensen zich (bewust of onbewust) afvragen. De ene keer krijg ik die vraag op een directere manier dan de andere. Door mijn werk in het onderwijs val ik meer dan ooit binnen het plaatje van de jobs voor vrouwen met kinderen. Ik krijg heel vaak de vraag hoeveel kinderen ik heb of hoe oud ze zijn, want dat ik ze heb is namelijk een evidentie. Het heeft lang geduurd (jaren) vooraleer ik simpelweg “nee” kon antwoorden op die vraag. Lange tijd werd die gevolgd door een “maar”. Nee, maar ik ben wel tante en meter. Nee, maar ik zie heel veel kinderen op mijn werk. Ik voelde de nood om een uitleg, toelichting of excuus te geven: ik heb geen kinderen, maar ik geef er wel degelijk om. Nee antwoorden is sowieso niet makkelijk, want je wil de vraagsteller geen ongemakkelijk gevoel geven. Terwijl er in se voor mij niks ongemakkelijks is aan het feit dat ik geen kinderen heb.
Dat is wel anders geweest. Van mijn 30e tot mijn 38e was ik alleen en begon ongeveer iedereen in mijn omgeving kinderen te krijgen. Het versterkte het gevoel dat het de fase was waarin het moest gaan gebeuren. Ik suste mezelf met de gedachte dat ik op een bepaald moment een man zou tegenkomen waar ik kinderen mee zou krijgen. Alles zou goedkomen. Mijn dertiger jaren vorderden en ik voelde de tijd keihard tikken. Ik had wel degelijk een kinderwens omdat ik het altijd als vanzelfsprekend beschouwd dat ik het (door de maatschappij) gebaande pad zou volgen en dus kinderen zou krijgen. Toen ik de 35 voorbij was, begon ik steeds vaker na te denken over het waarom van kinderen en hoe graag ik ze nu eigenlijk écht wilde. Ik vroeg aan vrienden in mijn omgeving hoe ze hadden beslist dat ze moeder of vader wilde worden. Het antwoord was altijd eerlijk en kort: geen idee eigenlijk, het is een soort van gevoel. Overpeinzend als ik ben, ging ik die kinderwens langs alle kanten doorlichten. Ik trok me in die periode ook op aan vrouwen in mijn omgeving die juist heel bewust geen kinderen hadden. Alsof ik een soort van voorbeeld nodig had: ook zonder kinderen kan je een gelukkig leven leiden.
Na een gesprek met mijn huisarts kwam ik tot de vaststelling dat mijn kinderwens vooral gedreven werd door een gezinswens. Ik wilde een gezin vormen met iemand. Mijn kinderwens viel onder het idee van samenzijn. Ik zag af van het alleen zijn, ik wilde iemand om alles mee te delen, om samen plannen te kunnen maken en een toekomst te hebben. Kinderen krijgen zou daar dan een logisch gevolg van zijn. Ik heb nooit ook maar één seconde overwogen om alleen aan kinderen te beginnen. Als alleenstaande vrouw heb je (in tegenstelling tot een man) heel wat opties om voor het moederschap te kiezen. Het was een pad dat me niet aantrok, waar ik bewust niet voor koos. Zo hard rammelen die eierstokken van mij dus niet, dacht ik dan.
Ik was (net geen) 38 toen ik Hans leerde kennen en ik wist meteen heel duidelijk wat ik wilde: een leven met hem. Hans heeft drie kinderen. Wij zouden er samen nooit krijgen. Door te kiezen voor Hans, koos ik heel duidelijk voor een leven zonder kinderen. Die duidelijkheid bracht mij een instant gevoel van verlossing! De onzekerheid of ik nu wel of geen kinderen zou krijgen, kwam tot een einde. Ik moest daar niet langer mijn kop over breken. Hoera! Ik vond bij Hans mijn gezin en dat het er eentje is zonder eigen kinderen, maakt ons niet minder echt of hecht.
Op de vraag of ik bewust of onbewust kinderloos ben, zou ik nu antwoorden dat ik onbewust bewust kinderloos ben. Het is deels hoe het leven gelopen is, er is een stukje waarin ik niet alles heb kunnen kiezen. Daarnaast heb ik jarenlang heel bewust gekozen om niet alleen kinderen te krijgen, een keuze die ik helemaal niet betreur. Het voelt niet als een gemis dat ik geen kinderen heb. Er is geen leegte die ik op de één of andere manier probeer op te vullen. Dat wil niet zeggen dat het altijd makkelijk is om kinderloos te zijn. Ik wijk hoe dan ook af van een bepaalde norm. Ik ben anders. Ik krijg soms het gevoel dat ik minder van belang ben omdat ik geen moeder ben. Ik mis iets heel wezenlijks en ik zal nooit begrijpen wat het is om kinderen te hebben, want ik leid natuurlijk een luxeleven met al die beschikbare tijd. Daarnaast is er toch ook een stukje biologie of oerinstinct. Als ik aan later, aan oud worden en aan sterven denk, dan kan me een pijn overvallen over dat kinderloze bestaan. Dan zie ik mezelf eenzaam heengaan zonder iets te hebben nagelaten. Een gevoel dat moeilijk met de ratio te bestrijden valt.
Ondanks af en toe een beetje pijn en gemis om wat is geweest, is mijn leven helemaal goed zoals het is, meer dan goed zelfs. Hans en ik zijn een volwaardig gezin met onze katten, een warm nest waar we alles met elkaar kunnen delen. Ik kan mijn zorgbehoefte helemaal kwijt in tante of Metie zijn. Voor mijn neefjes en nichtjes kan ik net zo goed een rol van betekenis vervullen. Als ik hoor dat Marilou of Leah trekjes van mij hebben, weet ik dat ik een beetje in hen leef. Ik denk dan ook niet langer na over wie of hoe mijn kinderen hadden kunnen zijn, want ze zijn er niet. Door ouder te worden heb ik de grilligheid van het leven beter weten te omarmen. Life is what happens when you’re busy making other plans om het met John Lennon te zeggen. Gebaande paden zijn helemaal niet strak afgelijnd. Het leven kronkelt zich een weg tussen dromen en verwachtingen door. Ik kan daar alleen maar heel blij om zijn.
De cijfers: we gingen met 3 over de finish bij mijn 21e marathon in een tijd van 3:32:06 De voorbereiding: trefwoorden als zigzaggend, met ups & downs en pieken & dalen zijn hier op hun plaats, maar toch ook wel een flinke dosis voorpret en love voor de marathon De race: het ultieme bewijs dat ik een doener en een voeler ben, niet alleen als het goed en leuk is, zeker ook als het zwaar en ambetant is, nooit eerder ging ik zo kapot en was het vat helemaal leeg De herinnering: de laatste rechte lijn en hoe ik niet anders kon dan lachen en roepen of een combinatie van beide die in een niet-sportieve context als deviant gedrag bestempeld zou worden, Leuven u was geweldig!
Wat vooraf ging Na een wedstrijdloos najaar had ik veel zin om weer aan een echte marathonvoorbereiding te beginnen: intervals en tempolopen op de piste, geïmproviseerde tussendoortjes en een zondag-duurloopdag. Die voorbereiding verliep soms op een roze wolk, maar net zo goed eens onder een donker wolkendek. Bij die wisselvalligheid probeer ik me neer te leggen, de ene keer lukt dat al beter dan de andere. De CPC halve marathon in Den Haag gaf me goede hoop dat ik klaar was voor de marathon. Ik kon aan een consistent tempo blijven lopen zonder weg te zakken. Mijn doel was daarom duidelijk: beter doen dan mijn 3u15 van vorig jaar. Joni had niet veel overtuigingskracht nodig om mij te vergezellen en het tempo te bewaken. Veel familieleden en vriendjes zouden deel uitmaken van het evenement, dus ik had ouderwets veel zin om die marathon te lopen.
Vlak voor de start Op tijd komen, het is een kunst die wij in de familie goed beheersen. Net zoals helder communiceren over hoe en waar je afspreekt. Roos en Joni komen met de fiets uit Wijgmaal (we zullen daar later ook heen lopen) en terwijl Hans nog op de dixi zit, treffen we elkaar net vóór tijd en net vóór de afgesproken plek. Daar herken je de echte op-tijd-komers aan. Het is gezellig druk op de eventsite. Er wordt gekletst en gelachen, er is wat paniek over gerommel in de darmen (niet bij mij – dat komt later pas) en om dat af te stoppen eten we banaantjes. De wandeling naar de startzone is meteen al een stevige warming-up. Met z’n vieren vertrekken we in startvak 2. De zon schijnt, mensen!Het wordt een hele mooie dag vandaag! We schieten wat kiekjes met dichtgeknepen ogen tegen de zon in en zeggen hallo tegen mensen die we kennen. Er volgt een klapmoment, een aftelmoment en dan worden we als een bende wilden losgelaten in Leuven.
De stadslus De marathonlopers vertrekken samen met de lopers van de 10 km. Joni heeft Garmin een paceplan laten uitdokteren dat rekeninghoudt met het hoogteprofiel. De ene kilometer moet je dan wat sneller of trager lopen om als gemiddelde aan die 4’30” te komen. Ik heb Joni bovendien opgedragen om streng voor mij te zijn. Hij moet me niet meteen vermanend aanspreken, want ik volg braafjes in zijn zog. Hans is erbij volgens het plan: een sportieve ménage à trois (ik kom hier later op terug). De eerste kilometer vind ik altijd een goede graadmeter. Ik loop aan het vooropgestelde tempo en dat voelt ontspannen aan. Er is een eerste genietmoment als we via de Naamsestraat naar beneden knallen voor de bocht rond de Sint-Pieterskerk. Wat hou ik toch van deze stad!
Met nog maar dik 2 km gelopen moet ik spaarzaam zijn met de superlatieven. Ik ga het zicht van de Mechelsestraat op het Mariabeeld van de Abdij Keizersberg daarom niet iconisch noemen, wel indrukwekkend. Het is met dichtgeknepen billen dat ik ernaar toe loop, want dé klim van deze marathon, dat is die van de Boelenberg, aka Keizersberg. Een kleine 300 meter lang met een maximaal stijgingspercentage van 10%. Vorig jaar moedigden we hier aan, nu hebben we moed nodig. Het ding is: als je zo gefocust bent op een zwaar moment, dan blijkt dat uiteindelijk reuze mee te vallen. Al helemaal als er een Joni voor je loopt die als een metronoom weet hoe snel je die berg op moet. Voor ik het goed en wel besef zijn we erover. Tot mijn verrassing zie ik bovenaan collega Petra staan die net zo verrast is dat ze mij voorbij ziet rennen. De Boelenberg is Hans wat minder lekker bevallen. Hij moet een inhaalmanoeuvre inzetten om ons bij te benen. Als we bergaf rollen richting Vaart besluit Hans zijn eigen tempo te volgen. Een heel wijs besluit, zal later blijken. De wedstrijd ligt hier nog bijlange niet in een definitieve plooi.
Ik ben een optimist en met momenten ook een naïeveling, dat is nu niet anders. Zo had ik gespreksonderwerpen om met Joni door te praten. Het is de eerste keer dat ik met Joni een wedstrijd loop en die eerste helft: ach, dat zou toch op cruise control moeten zijn? In de bocht van de Vaartkom en ook in de schaduw van de Stella-gebouwen geeft Joni daarom een update over zijn werk in Ierland dat zich in de afrondingsfase bevindt. Ik onthoud dat de Ieren gist moeten opsturen zodat getest kan worden of de waterzuivering en -voorziening ook bij een maximale capaciteit van de brouwerij voldoet. Joni vertelt ook over zijn loopplannen voor de zomer: een trail van 35 opeenvolgende dagen doorheen het prachtige Ierland. Wat een geweldig avontuur zal dat zijn! Jullie horen het: met Joni heb ik echt een uniek (immer bescheiden) looptalent als haas te pakken.
De stadslus is een vroege verkenning van de grote finale. Nu tikt alles nog lekker weg en zit de vaart er goed in. Een eerste supportershoogtepunt beleven we aan het station waar ik een half gelukte high-five aan Sam kan geven. We spotten er ook Marike met haar aanhang. Bij Leah en Emil zie je altijd gemengde gevoelens op het gezicht: leuk om Metie in actie te zien, maar dat wachten duurt toch lang. Rembert is altijd in voor een verrassing en schreeuwt me met zijn stem als een beiaard richting Ladeuzeplein. Daar lees ik op een groot bord: Race day is just the victory lap of your training. Ik ben er nog steeds niet uit in welke mate ik het daar mee eens ben. Het mopje over de maskers die zouden afvallen bij de splitsing tussen 10k en marathon heb ik al gemaakt. Omdat ik het zelf zo grappig vind, herhaal ik het nog eens. Er liggen geen maskers in de laatste lijn richting finish en als er al één zou af vallen, dan zal het dat van mezelf zijn een handvol kilometers later.
De groene lus We lopen voorbij de finishzone. Ik zweet als een Odeyn, knalrode kop incluis. Het is nog net niet té warm met dat zonnetje. Mijn stavaza na 10 km is dat ik niet echt weet wat ik erover moet denken. Het tempo is volgens plan, het gevoel niet helemaal zoals gehoopt. Ik denk dat ik hier de eerste twijfels begin te ontwaren die ik vakkundig naar de achtergrond weet te duwen. Een gesprek voeren zit er niet echt in, ook niet hoopgevend. Ik hobbel achter die frisse Joni aan. We duiken naar beneden richting Naamsepoort. Ik kijk nu al op tegen het moment dat ik hier terug naar boven moeten lopen. Het lijkt nog verre toekomstmuziek. Ook de Kardinaal Mercierlaan is zo’n dubbelaar in het parcours. Oranje kegeltjes vormen de scheiding tussen de heen-en-weer. Vanaf hier begint het te voelen alsof alles bergop gaat. Het verraderlijke van een kuitenbijter als de Keizersberg is dat je dreigt te vergeten dat Leuven één en al op en neer is. Net zoals Heverlee, waar we nu lopen.
Dit is de fase van de wip. Ik bevind me tussen nostalgische gevoelens voor Heverlee en een gevoel van knagend onbehagen. Ik heb 5 jaar in Heverlee gewoond en alles hier is dus een trip down memory lane. In deze straten werd ik de loper die ik nu ben. Stilaan sijpelt het ook door dat ik grip begin te verliezen op de wedstrijd. Dit voelt te veel als een inspanning in plaats van een ontspannen begin. Die eerste helft krijg ik echt niet gemiddeld aan 4’30” gelopen. Ik hou nog even mijn masker op en doe alsof ik nog niet heel hard aan het werken ben, maar het werkt niet bepaald mee dat ik Heverlee als m’n broekzak ken. We lopen niet in een rechte lijn op het bos af (alsof dat het doel is van een marathon) en dat stoort me. Het is nogmaals een bevestiging dat ik me niet fris genoeg voel.
Vlak voor we het bos in lopen, slik ik mijn tweede gel weg. Net zoals de eerste valt die écht niet lekker in mijn buik. Weer een teken aan de wand dat het niet is wat het zou moeten zijn (of wat ik gehoopt had dat het was). En dan dat bos. Hans heeft me het parcours helemaal uitgelegd. Ik heb het met eigen ogen gezien op een plan. In theorie weet ik dus dondersgoed wat me te wachten staat. Ik beschik echter over de gave dat ik zelfs plaatsen die ik heel goed ken vanuit een beschermingsmechanisme anders ga invullen. In mijn hoofd zouden wij dus echt! niet! over een bospad lopen, hooguit wat gravel. Na 14 km schrik ik me dan ook de pet van het lijf als we via de Middelweg Heverleebos inlopen via een onvervalst hobbelig bospad. En dat is ook weer heel dubbel. Ik hou enorm van Heverleebos! Ik heb hier zo vaak gelopen, sterker nog: ik leerde hier lopen. Ik heb in mijn lopersleven zo veel emoties beleefd in dit onnozel stukske bos, dat wil je echt niet weten! Het raakt me dat ik hier nu plots als een 40-jarige madame in dat bos een marathon aan het lopen ben.
We lopen door het tunneltje waarvan ik echt niet (nooit!) had gedacht dat ik er ooit een wedstrijd zou lopen en krijgen een welkome aanmoediging van Stijn en Yorien. Op een strook asfalt kan ik eventjes op adem komen. Voor Joni het uitgelezen moment om de socials te onderhouden. Hij post filmpjes waarin ik op de achtergrond lichtjes geforceerd mijn vrolijke masker probeer op te houden. Over de parking gaan we terug het bos in. Hier begint de groene lus pas echt. Werkelijk elk stuk lijkt omhoog te gaan. Ik loop op mijn geliefde snelle Cielo’s, een schoen waar je niet veel aan hebt op een onverharde weg. Alsof de grond me naar beneden trekt. Ik zoek naar een ritme, naar een goeie cadans, naar een tempo dat aangenaam aanvoelt. Het hoogteprofiel liegt er niet om. De marathon telt 244 hoogtemeters en die worden hoofdzakelijk tussen km 14 en 21 afgelegd. In totaal lopen we een kilometer of 5 over onverharde paden. Waar is die Waversebaan?! Ik passeer het halfway point in 1u36, dat valt beter mee dan gedacht, maar met die marge weet ik dat ik nooit onder de 3u15 zal eindigen.
Joni belichaamt het optimisme. Ik ga hier de fase van “de hoop op het mirakel” in, de fase van de wanhoop zeg maar. Ergens in mijn lichaam heb ik nog een paar über-optimistische spiervezels die denken dat ik een tweede adem zal vinden ergens in die stad (die niet vlak is) of ergens langs de Vaart (die oneindig lang is). Ik weet dat ik top 10 loop omdat me dat vaak wordt toegeroepen. Terwijl ik stilletjes zou willen verdwijnen naar de backstage voel ik de morele verplichting om te blijven bikkelen. Voor wie of wat eigenlijk? Ik voel een ietsiepietsie opluchting als de pacers van 5 uur ons kruisen: ik heb dat bos al achter de kiezen. Het heeft mij de vernieling doen in lopen. Slechts met een half oog kijk ik naar mijn kilometertijden. Ze voelen traag aan, wat niet helemaal strookt met de realiteit. Is er een schakelknop in mijn hoofd? Kan ik niet strijden voor iets anders dan het vooropgestelde plan? Alles doet pijn, mijn benen zijn nu al verzuurd. Als klap op de vuurpijl bevalt ook mijn derde gel me slecht. Mijn buik trekt samen, klaar om een paar stevige krampen te produceren. De goed-nieuws-show is hier definitief verleden tijd.
Joni blijft in verbinding staan met de wereld. Zo weet hij mij te zeggen dat Hans niet heel ver achter ons zit. Goed zo, denk ik, die zal wel genoten hebben van het bos. De genadeslag krijg ik uitgedeeld op de “klim” van de Naamsepoort met 25 km in de benen. Wauw zeg, top 10! Zo sterk, Joke! Ik sterf een stille dood, samen met mijn allerlaatste optimistische spiervezels. Ik ben kapot, het is gedaan. Op verzuring na zit er niks meer in mijn benen. De marathon is afgelopen voor hij goed en wel begonnen is. Het is ook lang geleden dat ik nog zo’n last had van buikkrampen. En dat is niet bepaald helpend als je al niet vooruit te branden bent. Op de één of andere manier blijf ik toch gaan. Vooruit dus. De tweede afdaling van de Naamsestraat is er één van het waggelende soort. Je weet dat het echt niet loopt als je bergaf op de rem gaat staan. Van de euforie die ik hier 2 uur geleden beleefde, is geen sprankeltje over.
Het kan geen toeval zijn dat we aan de Sint-Pieterskerk gezelschap krijgen van iemand die uit de doden herrezen is: Hans! Hij ziet er nog fris uit, hij loopt nog soepel en hij kan het verdorie nog goed uitleggen. Zoals verwacht heeft Heverleebos hem goed gedaan, hij kwam er lekker op toerental. Zo is The Chain op km 27 voor even weer compleet. Al is het duidelijk wie de zwakste schakel is. Bij mij is het op, zowel het lichaam als de geest. Hans kan daarentegen zijn PR aanvallen als hij zijn tempo aanhoudt. Het kost me ongeveer een kilometer om hem te overhalen door te lopen. Gaan met die banaan! Het is een mooi plaatje: we hebben mijn ouders en Niko in het vizier aan de Vaartkom, luid roepend en zwaaiend naar ons, Hans sjeest hen voorbij, wij joggen hen voorbij en krijgen te horen: Waar is Hans?! Joni kon ik niet overtuigen om voor een snellere tijd te gaan. Daarom breekt hier ook wel de (tijdelijke) fase van het schuldgevoel aan. Dan heb je eens een tophaas en dan kan je die geen succes geven. Zo zit Joni niet in elkaar, die is van het “samen uit, samen thuis” principe.
De vlakke lus We zijn aan de Vaart met 29 km op de teller. De Vaart! Wat een icoon aan de Leuvense skyline! Ik liep hier oh zo veel kilometertjes gelopen, als beginner zonder meetapparatuur en als ervaren marathonrot intervaltrainingen. Die gedachte neemt de pijn niet weg. Vanaf hier zal ik geen kilometer meer onder de 5’00” lopen. Ik moet werken om überhaupt een voorwaartse beweging te maken. Met de buik gaat het van kwaad naar erger. Ik kon helaas nog geen dixi ontdekken langs het parcours. Een sanitaire stop kan me mogelijk een bescheiden redding brengen. Ik ken de weg naar Wijgmaal té goed. Het voelt alsof we helemaal naar Mechelen moeten lopen. Wat me blijft raken, is het enthousiasme van de supporters. Die mensen acteren niet dat ze vinden dat je goed bezig bent, ze vinden dat echt, dat voel ik. Het helpt om mijn prestatie in perspectief te plaatsen. Ik ben hier verdorie een marathon aan het lopen, niet meer in de top 10, wel nog bij de snelste 10% van het deelnemersveld.
Na 30,5 km is daar de bevoorradingspost van de verlossing. Ik kan niet anders dan hier wandelen om te drinken. Every drop counts! Wandelen deed ik dus nooit eerder tijdens een marathon en het is meteen een bijzondere ervaring. Posten worden vaak bezet de jeugdbeweging, de kans is groot dat daar een oud-leerling bij is. Zo krijgt Mevrouw Odeyn in heel wat bevoorradingen een aanmoediging. Het grote voordeel van wandelend door een waterpost te gaan is dat er zich een soort erehaag voor je vormt. Er zijn weinig andere lopers en je hebt de tijd om complimenten over je prestatie in ontvangst te nemen. En jawel hoor, wat wacht daar op mij? Een toiletkot uit plastic! Ik dacht altijd dat de walm je al van ver tegemoet komt als je het wc-hok voor lopers met darmklachten nadert. Niets is minder waar. Deze dixi is quasi ongebruikt. Dubbel geluk aan mijn zijde! Ik laat me een soort van vallen op de pot en dan kan eruit wat me dwarszat. Ik weet niet of Joni het kan beamen, maar ik kom als een ander mens uit dat kotje. Wat een opluchting! Ik zie de laatste lus plots zoveel positiever tegemoet.
Zelfs tijdens een ultratrail kost het me niet zoveel moeite om me op gang te trekken met dat stramme lijf. Het kan me dan ook niet echt deren dat we op dit lange stuk voelbaar wind tegen hebben. Joni informeert intussen de supporters dat het fameuze paceplan een social run geworden is. Over sociaal gesproken, stiekem kijk ik uit naar het moment dat Roos ons zal bijbenen. Heel ver ligt ze niet meer achter, maar zelfs een minuut of 5 heb je niet op 123 dichtgelopen. Waar de man met de hamer zou klaarstaan, is dit een kantelpunt in positieve zin. Ik voel me bevrijd door de druk die van mijn buik is. Mijn benen zijn nog altijd twee zure pikkels. Het enige herkenbare van deze marathon is dat ik kilometers 25 tot 30 als zwaarder ervaar dan wat daarna komt. Ik kijk amper nog op mijn horloge en berust erin dat dit avontuur een plot twist van jewelste kreeg. Er komen nog wat sorry’s naar Joni. Ik zeg een paar keer verontschuldigend: dit heb ik nog nooit meegemaakt! Maar Joni is een positivo en die zegt dat het daarom ook bijzonder is om hierbij te zijn.
Ik ben opgegroeid in Wijgmaal. Joni is nog steeds een trotse inwoner van dit stukje Groot-Leuven. We passeren op een boogscheut van mijn ouderlijk huis en ook langs de Remy Boys, de voetbalploeg waar Joni kampioenen-kapitein werd. Met 33 km stevenen we af op De Brug, een beetje Herent en dan Wijgmaal in. Ik kan beter zeggen: Joni-town! Heel Wijgmaal kent Joni (en vice versa). Blijdschap alom! In de bevoorrading is het weer wandelen geblazen. En als we onze (heel lange) rechte lijn richting Leuven inzetten, is het eindelijk tijd om één van dé gespreksonderwerpen aan te snijden. Wat duiding is hier op z’n plaats: ’s ochtends op de radio hoorden we het nummer Love’s a Stranger van Warhaus, dat liefde in een open relatie bezingt. Zeg Joni, ken jij mensen met een polyamoureuze of open relatie? Ik denk dat Joni zich hier niet meteen aan had verwacht deze marathon, maar het onderwerp houdt ons wel aan de waggel. Op de achtergrond horen we het luide gejoel van mijn ouders die langs de andere kant van de Vaart fietsen. Er is nooit een gebrek aan enthousiasme in onze familie. Ook de toeschouwers blijven te lief voor mij.
De finale Geen sportieve relatie is ons te gek. We steken de Vaart weer over en als de teller op 37 km springt, is er weer sprake van een ménage à trois. Roos heeft ons bijgebeend! Joepie! We vertellen natuurlijk wat over en weer, ik over het diepe dal waarin ik me bevind, Roos over de klop of het klopje dat ze gekregen heeft. Tijd is hier een vreemd ding. Enerzijds lijkt het alsof we elkaar een volledige dag geleden gezien hebben, anderzijds zijn die 3 uren in een vingerknip voorbijgevlogen. Onze ouders fietsen langs ons, we lopen naast elkaar en zwaaien blij naar Marc van DCLA, de club waar we ons leven als loper begonnen zijn. Zo ontvalt ons de uitspraak dat we deze marathon eindigen zoals we ooit begonnen zijn: samen, gezusterlijk naast elkaar. De aanmoedigingen blijven trouwens toestromen. Ongekend! Ongezien! Ongelooflijk! Dit is écht de finale van de marathon. Het aftellen kan beginnen.
Ik denk dat het energieniveau van Joni’s tank amper gezakt is, ook Roos heeft duidelijk nog meer jus in de benen dan ik. Ik. Kan. Niet. Meer. Weer is het zo klaar als een klontje dat ik niet achtergelaten word. Met 38 km zijn we aan de Vaartkom klaar om het centrum van Leuven in te lopen. Een wandelpauze dringt zich hier weer op voor mij. Ikkannietmeer. Ik heb die ene vlakke meter in Leuven niet gevonden. Ook het bergopje naar de Bondgenotenlaan kan ik niet aan zonder te wandelen. Nog een observatie: als je wandelt, roepen mensen je dingen toe als dat je moet doorbijten of op je tanden moet bijten. Doorzetten dus. Ongetwijfeld aanmoedigend bedoeld. De waarheid is dat tot op dit punt van de marathon geraken aan eender welk tempo, lopend of wandelend, altijd een grote mate van doorbijting vereist. Wandelen is hier net zo goed je tanden keihard stuk bijten om die stijve benen een beetje in beweging te krijgen.
De passage aan het station is er weer eentje om blij van te worden dankzij de aanwezige supporters. De klok zegt 40 kilometer. We moeten het moment echt wel pakken. Dit Is De Marathon! Hier doe je het voor, hoe vreemd dat ook klinkt, hier moet je van genieten. De strijd is bijna gestreden. Op het Ladeuzeplein maken we voor de laatste keer een gek bochtje om dan via de Blijde Inkomststraat onze uittrede te doen. Mijn masker van in het begin ligt nog in de bocht. De laatste rechte lijn is laaaaang en loopt – oh verrassing – nog een beetje omhoog. We kijken elkaar een paar keer aan, roepen iets, proberen iets te zeggen. Er gaat heel veel door mij heen. De opluchting dat dit erop zit, is heel groot. De finishboog lonkt. Ik zie ontvangstcomité Hans al klaar staan. We stuiven met z’n drieën over de mat. Einde. 3 uur 32 minuten is het verdicht, veel trager dan verwacht en moeizamer dan gehoopt. Het is wat het is. De blijdschap primeert. Marathon 21 is binnen en we hebben met z’n vieren heel wat om over na te praten. Zeker ook dat Hans erin slaagde om zijn PR te evenaren met 3u21.
De conclusie Complimenten voor de organisatie, die was ronduit uitmuntend. Ook de schaal van het evenement beviel mij. Genoeg lopers om omringd te zijn, niet te veel om omver gelopen te worden door de massa. Het is een marathon die ik zou aanraden voor iedereen die een waardig alternatief zoekt voor de grotere en bekende stadsmarathons. Je hebt enerzijds de verbinding met de stad en heel veel enthousiaste supporters, anderzijds een groene lus die snelheid kost, maar wel unieker is dan de klassieke bedrijvenzone waar je doorgaans doorgestuurd wordt. Je loopt heel wat stukken in en rond de stad dubbel. Nadeel is dat zware of saaie straten nog eens terugkomen, het voordeel dat je geweldige passages kan herbeleven. Ook voor supporters is dit daarom een marathon die veel te bieden heeft. Als geboren en getogen Leuvenaar is het uiteraard onmogelijk om deze marathon objectief te beoordelen (alsof ik dat ooit pretendeer). Niet iedereen zal immers zo lyrisch zijn over de Vaart.
De Leuven Marathon was me er eentje. Intens van begin tot einde. Sport is emotie, dat bewees deze marathon eens te meer. Het is achteraf makkelijk om kritisch te zijn over je gekoesterde ambitie. Ik wist dat ik een gokje waagde door aan een stevig tempo te vertrekken. Dat ik echter zo’n optater zou krijgen, had ik niet zien aankomen. Ik kon in mijn taperperiode genieten van 2 ontspannende vakantieweken. Aan mijn laatste trainingsloopjes hield ik een goed gevoel over. Redenen genoeg om erin te geloven. Ik denk dat ik ten onder ben gegaan aan heel veel kleine dingetjes die samen een waterval aan problemen hebben veroorzaakt, een situatie die onomkeerbaar was. Het is een uitdaging om deze marathon helemaal los te laten. Ik werd heen en weer geslingerd tussen gevoelens van falen & afgaan aan de ene kant en intense vreugde aan de andere kant. De berusting ligt erin om dit avontuur te koesteren in heel die kermis aan emoties.
Leuven Marathon 2026, photo by Tomas Sisk / Golazo
Wat me ook enorm geholpen heeft, is de steun van mijn lieve collega’s van Team Koraal. Zij wisten dat ik sportief ben en veel loop, maar niet dat marathons daar ook onder vallen. Diep onder de indruk waren ze van het feit dat ik überhaupt een marathon gelopen had (en het bleek dan niet eens de eerste te zijn). Het is met het schaamrood op de wangen dat je dan toegeeft dat je op een betere tijd had gehoopt. Ook dat blijft heel dubbel. Elke loper heeft het recht om eigen standaarden te hanteren van wat je een goed of tegenvallend resultaat vindt. Je moet die echter ook kunnen projecteren op het totaal van (marathon)lopers. Ik ben me er dus van bewust dat het nog steeds heel straf is om met een (voor mij) ongeziene instorting 3u32 te lopen. Bovendien ben ik alsnog 31e vrouw. Ik ben de afgelopen week meermaals uit onverwachte hoek aangesproken op mijn prestatie. Daardoor ging ik nog maar eens beseffen wat je als loper teweeg kan brengen. Heel wat, zo blijkt.
Nog enkele weetjes
Er startten ongeveer 3000 lopers op de marathon, 9000 op de halve afstand en 5500 op de 10 km. Leuvenaars Hanna Vandenbussche en Pieter De Wortelaer waren nummer 1 op de langste afstand.
Complimenten voor de fotografen van Sportograf. Ik koop hun foto’s zelden, maar het waren er zoveel dat ze een getrouwe beeldreportage vormen van mijn race mét het afzien in al z’n facetten. Er was duidelijk oog om de omgeving in beeld te brengen. Een foto met decor: daar hou ik van.
Al die foto’s verzamelen, selecteren en verwerken in deze tekst was een werk van lange adem. Ik schrijf liever. Ik zeg het eerlijk: de chronologie van de afbeeldingen klopt niet helemaal. Op een bepaald moment moet je loslaten.
Dankzij mijn wandelpauzes aan de bevoorrading kon ik nooit eerder zoveel water drinken tijdens een marathon. Het was welgekomen. Ik werkte uiteindelijk 4 sportgels weg. Dik tegen mijn zin.
Joni, Hans en ik kregen met de medaille rond onze nek een microfoon onder onze neus geduwd om – bij wijze van promotie – in het Engels te vertellen wat de Leuven Marathon zo bijzonder maakt. Ook in het Engels beschik ik over superlatieven.
Nadien spraken studenten van de UGent ons aan of we enkele vragen wilden beantwoorden over onze deelname. Ze waren vooral geïnteresseerd of we het inschrijvingsgeld te hoog vonden. Nee, was ons antwoord.
Hans zei dat hij Simon 2x zag in en na het bos. Die kon hem vertellen wat de afstand tussen ons was. Dat is gek, zei ik, ik zag Stijn 2x en heb Simon dus gemist. De broers Van Roy lijken op elkaar. Na een paar uur beseften we dat Hans Stijn voor Simon had gezien. Simon was namelijk in Spanje.
Zeg je Boelenberg of Keizersberg? Ik heb hem altijd gekend als Boelenberg, maar besefte op latere leeftijd dat enkel Leuvenaars de Keizersberg zo noemen.
Het Mariabeeld op de Abdij Keizersberg doet me altijd denken aan een weetje dat mama op school leerde. Op het hoofd van Maria zou een tafel voor 6 personen kunnen staan. Zo groot is dat hoofd dus, al denk ik niet dat het ooit in de praktijk getest is.
Ik koos voor een wit shirt omdat me dat herkenbaar leek voor de supporters. Nu ik de foto’s nadien zie, vind ik wel dat mijn kop er daardoor nog roder uitziet. Maar ja, een marathon is geen modeshow.
Na de bloedende tepels van Hans vorig jaar en mijn schuurwonden op de buik, kwamen we er dit jaar zonder bloedvergieten van af. Met dank ook aan de wonderstick van Roos die ik voor de start mocht gebruiken.
Leah en Emil maken traditiegetrouw een supportersvlag onder toeziend oog van Marike. Voor Emil was het heel duidelijk welke boodschap hij aan zijn Meetje (= Roos) wilde meegeven. Hij is trouwens pas jarig in februari.
In de namiddag gingen we supporteren in de Parkstraat en aan het station voor de halve marathonlopers. Marike evenaarde haar topprestatie van vorig jaar met 1u39, Sintija liep een PR met 1u48, Sam ging als een raket in een tijd die de waanzin voorbij is en papa liet een mooie 2u12 optekenen.
Ik liep deze marathon op 19 april met nummer 1943. Daags nadien zag ik in Zoutleeuw als bij toeval (dat dus niet bestaat) een informatief bord over wat er gebeurde met het XXste konvooi op 19 april 1943. Een verhaal van hoop en moed ingebed in een gitzwarte tijd.
Er is nog iets historisch met de datum. Op 19 april 1967 liep Katrin Switzer als eerste vrouw officieel de marathon. Bobbi Gibb had dat een jaar eerder undercover gedaan. Hoe absurd is het dat vrouwen 60 jaar geleden niet aan de marathon mochten deelnemen?
The Chain: ik was vastberaden om met Joni en Hans over die finishlijn te lopen en liefst van al een beetje snel ook. De Leuven Marathon bewees dat een marathon zich niet laat vastleggen in plannen en scenario’s. Dat ambitie mooi is, maar de realiteit soms harder. Na 3 uur en 32 minuten liep ik uiteindelijk met Joni en Roos hand in hand onder de finishboog. Uitzinnig van blijdschap dat de verlossing nabij was. Ik ben nooit eerder zo diep moeten gaan om de eindmeet te halen. Ik heb na 30 km op een dixi gezeten. Ik heb gewandeld in bevoorradingsposten en op het einde ook als het bergop ging. Ik was op. Totaal kapot. Nooit eerder was ik zo stijf. Mijn 21e marathon was zonder meer de zwaarste die ik gelopen heb. Leuven bleek een monster van een marathon te zijn.
Bellezza e bruttezza is de naam van een lopende expo in Bozar die wij vorige week bezochten. De renaissancekunstenaar had zowel een obsessie met schoonheid als met lelijkheid. Schilders portretteerden geïdealiseerde vrouwen en maakten beeltenissen van al wat of wie lelijk was. De Leuven Marathon toonde ook die twee gezichten. Na 19 april 2026 weet ik hoe beestachtig verschrikkelijk 42,195 km lopen kan zijn, maar ook hoe lief en schitterend Leuven is. Ik hinkel nu tussen die twee gedachten. Ik moet bekomen van wat mij overkomen is – ik zei meermaals: ik heb dit nog nooit meegemaakt! – en ik ben ook heel blij met wat Leuven mij gebracht heeft.
Ik dacht eerst: over deze marathon zal ik héél snel uitgepraat en -geschreven zijn. Ik kwam, zag en liep me kapot in Heverleebos. Of was het al in Leuven zelf? Of werd ik gewoon koud gepakt door de marathon zoals iedereen dat wel eens meemaakt? Juist die ongeziene instorting verdient ook een verhaal. Er valt net heel veel te vertellen over hoe het gaat als het helemaal niet goed gaat. Mijn blog is het leven zoals het is. Verwacht je aan een uitgebreid verslag. Zoals steeds in geuren en kleuren.
En Hans? Die kende een moeizame start en kwam helemaal onder stoom in Heverleebos. Je bent een trailloper of niet. Hij maakte de comeback van het jaar: na 25 km kreeg ik mijn voeten amper nog voor elkaar en pikte hij zijn wagentje vrolijk weer aan. Ik kon hem gelukkig overtuigen om door te lopen op jacht naar dat PR. Hij finishte in een heel straffe 3 uur en 21 minuten.
Dank je wel, Leuven! Je was zo ontzettend lief voor mij! Dank je wel aan alle bekende gezichten die mij langs de kant aanvuurden. Evenzeer bedankt voor alle onbekenden die mij vooruit schreeuwden dat ik zo goed bezig was (terwijl mijn gevoel iets heel anders zei). Bedankt aan mijn vriendjes en familie ter plaatse voor de onvoorwaardelijke steun, in goede en in zware tijden. Mijn eeuwige dank aan Roos (we zijn geëindigd zoals we begonnen zijn), Joni (sorry voor alle sorry’s) en Hans (de knapste en liefste loopraket).
Of beter gezegd: LM-Day, want wij lopen de Leuven Marathon. Joehoe! Geen EK van Brussel naar Leuven zoals vorig jaar, wel één groot loopfeest in en rond het Troy van Vlaams-Brabant. Het parcours heeft wat nieuws in petto, maar belooft ook een herbeleving van hoogtepunten van vorig jaar. En die hoogte is ook letterlijk te nemen. Thinking of a place: vorige week volgden we de marathons van Rotterdam en Parijs op de voet. Over sfeer gesproken! Ik neem jullie graag voorbeschouwend aan de hand voor een wandeling doorheen verwachtingen, ambities en praktische zaken. Omdat we deze week ondergedompeld waren in de Classics 1000 van Radio 1 (en omdat ik wil bewijzen dat ik creatiever ben dan ChatGPT), vind je hier ook de songs die de top 20 vormen. Over een paar uur weten we wie op nummer 1 eindigt. Vingers kruisen voor Kate Bush. Veel lees- en luisterplezier!
De drie lussen (en de drie zussen) De marathonlopers vertrekken samen met de deelnemers van de 10k. Het eerste kwart speelt zich namelijk af binnen de stadsring, een heruitgave van de laatste 10 km van vorig jaar. Dat betekent ook dat we na 3 km één van de meest Wuthering Heights voorgeschoteld krijgen: de beklimming van de Boelenberg, officieel de Keizersberg. Na een kronkel langs de Vaart en passage langs de finishzone lopen we naar A Forest genaamd Heverleebos. Jawel, check voor de groene lus! Na weer een doorkomst in de stad is het tijd voor lus 3: redelijk recht op recht langs de Vaart. Misschien zie ik daar wel Les yeux de ma mère. De finale wordt één laatste knotsgekke Bohemian Rhapsody over de Bondgenotenlaan en het Ladeuzeplein om te finishen aan de Parkpoort. Daar zullen de drie zussen aankomen: Roos en ik op de hele en Marike op de halve marathon.
De haas met het plan Mijn doel is relatief eenvoudig: ik wil graag beter doen dan de 3u15 van vorig jaar. Ik vertrok toen aan de snelle kant, maar na enkele Brusselse tunnels, een langgerekte klim in Woluwe en een kuitenbijter in Leefdaal werd het eventjes Black. Joni was pacer voor Jan. Wish You Were Here! dacht ik toen het duo mij voorbij snelde aan IMEC. Awel, dit jaar zal hij bij mij (ons) zijn! Joni is haas van dienst. Aan een tempo van 4’30” zal hij mij hopelijk in een Stairway to Heaven naar de finish loodsen. Mij? Ons? Ja, want Hans die zal vrolijk zijn wagonnetje aanhaken. The Chain, dat zullen wij zijn. Verenigde krachten aan elkaar geschakeld mét een plan én een doel.
De sterren van de halve marathon People have the power! en daarom gaan wij in de namiddag supporteren voor de Heroes op de halve marathon. Geen Martha, wel Marike die met Odeyn op haar borstnummer zal pronken. En of ze in vorm is! Vorig jaar stoof ze naar 1u39, met intervals in haar trainingen en een wat duidelijker omlijnd raceplan is ze er (niet zo stiekem) op gebrand om beter te doen. Papa tekent ook present. Ik ben er eigenlijk tegen om leeftijden te vermelden, maar ik ga het toch doen: hij is 66 en ijzersterk. Mijn peter Marc sluit de familiale kring. Zijn trainingsgebied bevat heel wat D+, Leuven zou hem daarom wel eens heel goed kunnen liggen. Tot slot is er ook onze Sam. Hij liep vorige maand als pacer de marathon van Barcelona en kijkt uit naar de marathon van Riga met Sintija. In Leuven neemt hij de halve afstand voor zijn rekening. Benieuwd wat hij daar uit zijn superbenen kan schudden.
De verwachting en de ambitie Imagine. Alles verloopt volgens plan. Feeling Good van begin tot einde. Shine on you crazy diamond met die medaille rond mijn nek. De ambitie om een goede prestatie neer te zetten is er zeker. Onmogelijk is het niet om beter te doen dan vorig jaar, mogelijk lukt dat ook niet. Ik zal en mag dan een beetje teleurgesteld zijn. Maar niet voor te lang. We gaan dan niet Back to Black. Van Sintija leerde ik een Lets gezegde: wie niet waagt, drinkt geen chamapgne. Voilà. Ik heb best wel gevloekt en gezucht tijdens mijn voorbereidingen. Verdorie seg, waarom beschik ik niet meer over superkrachten? Ik ben ook eens zo dankbaar voor wat ik wel nog allemaal kan en doe. Bovendien is het heel bijzonder om dit met Hans te kunnen delen. Ik zie Both sides now. Het is heerlijk om plannen te maken en ambitieus te durven zijn, maar ik heb eigenlijk niks meer te bewijzen. Niet meer aan mezelf en al helemaal niet aan iedereen die mij volgt en aanmoedigt. Ik loop omdat ik dat graag doe.
De marathon van Hans (hij valt sowieso nadien Into My Arms en hoewel hij ooit dacht dat de marathon Once in a lifetime was, staat hij nu aan de start voor nummer 4. Het woord is aan hem.)
De marathon en ik. Zal het ooit iets worden tussen ons?
In een ver verleden heb ik ooit de stratenlopen afgezworen en liet ik snelheid voor wat het was, want die heb je toch niet echt nodig op de trails. En nu kan ik zowaar genieten van intervaltrainingen op de piste. Mijn vierde marathon wordt het alweer in iets meer dan tien jaar. Waarvan drie dus in de voorbije twee jaar.
Als ik iets geleerd heb door het lopen van die marathons, dan is het om vertrouwen te hebben in mijn lichaam. Om een of andere reden ben ik altijd bang dat mijn lichaam het ergens onderweg gaat opgeven tijdens die immense inspanning die een marathon is, want vergis je niet, het is niet omdat je ultratrails loopt dat de marathon plots een “eitje” wordt. Maar wat blijkt, dat “opgeven”, helemaal door het ijs zakken, gebeurt eigenlijk nooit echt. Natuurlijk wordt het vanaf een bepaald moment lastig, soms zelfs – zoals in Milaan – al vanaf de eerste kilometer. Maar toch blijf je ergens energie en motivatie vinden om de ene voet voor de andere te blijven zetten tot aan de finishlijn.
Wat ik verwacht van deze marathon: ik ga mijn lichaam nu eens al het krediet en vertrouwen geven dat het verdient. Ik ga in het zog van Joni en Joke (Jonike?) mijn spreekwoordelijk paard de sporen geven. Ik ga genieten van het parcours, van het publiek, van de sfeer, van het gevoel het asfalt onder mijn voeten weg te tikken. Het wordt met andere woorden een memorabele dag waarop we weer fantastische verhalen en herinneringen gaan maken.
Mensen, ik heb er écht zin in! Gelukkig moest ik hier geen This is the end doorheen fietsen, want het einde is nog lang niet nabij. Met dank aan Amy Winehouse, Arno, David Bowie, Fleetwood Mac, John Lennon, Joni Mitchell, Kate Bush, Led Zeppelin, Nick Cave, Nina Simone, Patti Smith, Pearl Jam, Pink Floyd, Sinead O’Connor, Queen, Talking Heads, The Cure, The War On Drugs en Tom Waits voor de muzikale omlijsting! Morgen zal het wellicht met wat meer beat en kabaal zijn.
Ik heb nog nooit AI gebruikt om mijn blogteksten te schrijven, mocht je je dat afvragen. Zoals met elke technologische stap die we zetten lijkt het me echter zinloos om tegen artificiële intelligentie te zijn. Vooruitgang laat zich niet tegenhouden. De uitdaging is om ermee te leren omgaan. Als leerkracht heb ik mijn hoofd niet gebroken over hoe ik kon vermijden dat de schrijfopdrachten van mijn leerlingen klakkeloos uit hun laptop kwamen gerold. Enerzijds kan je maar beter altijd op je hoede zijn voor vormen van bedrog, anderzijds is het ook zaak om je daar niet op blind te staren. Ik probeerde mijn (boek)opdrachten altijd zo op te stellen dat ze een persoonlijke leeservaring moesten uitdragen en dat er een vorm van creativiteit in verwerkt was. Je kan dan nog altijd valsspelen, maar je zal harder je best moeten doen (en dat is ook weer bezig zijn met je boek). Ik zie vandaag dat leerkrachten in het secundair onderwijs doorgaans op een gezonde manier omgaan met schrijfrobots. Ze leren jongeren er kritisch mee omgaan, zetten ze in om schrijfplezier juist aan te wakkeren en vooral ook als een middel om te leren. Dat lukt, zoals elk leerproces, met vallen en opstaan.
Zelf gebruik ik AI bitter weinig. Het is te zeggen, ik maak wel gebruik van AI-overzichten die je tegenwoordig bovenaan een zoekopdracht vindt, maar ik communiceer zelden met ChatGPT. Onlangs gebruikte ik het om twee tandverzekeringen met elkaar te vergelijken. Ik kreeg pas een duidelijk antwoord na een telefoontje met de mutualiteit. Hans en ik hebben eens aan ChatGPT gevraagd wie Joke Odeyn was en of ze een man had. Op beide vragen kregen we een behoorlijk accuraat antwoord. Heel gek is dat natuurlijk niet als je een publieke blog hebt. Voor professionele doeleinden gebruik ik eigenlijk nooit AI. Ik werk met en voor mensen en vertrouw dan toch vooral op mezelf en collega’s om een kind te beschrijven. Ongetwijfeld zijn er kansen die ik onbenut laat. Ik kan niet ontkennen dat ik met mijn ouderwetse ziel een bepaalde weerstand voel om werk uit te besteden aan de technologie.
Wat ik werkelijk niet kan begrijpen is dat verstandige mensen in de verleiding komen om, wat één of andere server bij elkaar zoekt, te verkopen als hun eigen woorden en te denken dat zo’n samenraapsel beter is dan wat ze zelf in huis hebben. Ik denk daarbij aan de openingsspeech van Petra De Sutter bij haar aanstelling als rector van de UGent en journalist Peter Vandermeersch die schoorvoetend toegaf dat hij op zijn politieke blogs onjuiste AI-citaten had gebruikt. De Sutter had het over slordigheid: ze had haar Einstein-citaten niet geverifieerd op hun juistheid. Vandermeersch benoemde hoe hij zwichtte voor de temptation: “Het is bijzonder pijnlijk dat ik precies de fout heb gemaakt waartegen ik collega’s herhaaldelijk heb gewaarschuwd: deze taalmodellen zijn zo goed dat ze onweerstaanbare citaten produceren die je als auteur in de verleiding brengen om te gebruiken. Natuurlijk had ik ze moeten verifiëren.”
Daar wringt het schoentje voor mij: ik vind AI op geen enkele manier onweerstaanbaar. Als ik een ervaren politica was die een speech mocht geven, dan zou ik een wijsheid van wijlen mijn Oma gebruiken in plaats van me te beroepen op Albert Einstein. Oma zei dat de tijd niet sneller of trager gaat als je ouder wordt. Wie heeft dan nog de relativiteitstheorie nodig? Maar goed, er is natuurlijk ook een reden waarom ik geen minister of rector ben. Ik schrijf hier voor de hobby en daar hangt verder niks van af. Als ik een gerenommeerd journalist was, zou ik toch vooral vertrouwen op mijn eigen kop om mijn teksten met spitsvondigheden te kruiden. Dat klinkt misschien arrogant: ik vind mezelf heus niet altijd zo interessant. Ik ben waarschijnlijk weer gruwelijk naïef als ik denk en zeg dat je schrijft omdat je trots bent op wat je zelf hebt geproduceerd. Ik heb geen blog om die te vullen met teksten van de AI-assistent. Dank je feestelijk! Wel omdat ik graag creëer.
Bij wijze van experiment nam ik de proef op de som. Ik vroeg aan ChatGPT om een voorbeschouwing te schrijven op de marathon van Leuven in de stijl van mijn blog. Dit zijn de eerste alinea’s.
Tien jaar geleden reden we voor het eerst naar Den Haag, met een TomTom die meer stress bezorgde dan rust. Ondertussen zijn we ettelijke wedstrijden, kilometers en herinneringen verder. Maar dat gevoel van een nieuwe wedstrijd die lonkt, dat blijft. Dit weekend is het opnieuw zo ver. Geen Den Haag deze keer, maar Leuven.
Leuven is geen onbekende. We kennen de stad van gezellige terrasjes aan de Oude Markt, van studenten die sneller fietsen dan wij ooit zullen lopen, en van straten die er op het eerste gezicht vlak uitzien… tot je er effectief door moet. Want wie het parcours een beetje kent, weet dat Leuven niet zomaar “een vlakke stadsmarathon” is. Het is er eentje die je moet verdienen.
Je ziet meteen wat ChatGPT goed kan: imiteren. Het begin is een variatie op de blog die ik schreef over de CPC in Den Haag. De zinsbouw en het ritme van de tekst passen bij wat ik mijn stijl zou noemen. Verder vind ik het vooral een heel slap afkooksel van wat ik zelf zou schrijven. Leuven en de terrasjes op de Oude Markt: hallo cliché! Leuven is geen onbekende: kan het nog algemener? De enige kanttekening die ik kan maken is dat dit de eerste versie was. Met wat meer prompts was er misschien iets beters uitgekomen. Daarmee wil ik niet zeggen dat mijn stijl perfect is. Integendeel! Ik heb soms het gevoel dat ik steeds opnieuw dezelfde trucjes toepas. Ik kan echt jaloers zijn op het schrijftalent van anderen. Ik zou graag andere registers kunnen opentrekken. Helaas zal een schrijfrobot me daar niet mee kunnen helpen door uitgeholde versies te produceren. Voor persoonlijkheid en creativiteit zal ik toch echt in mijn eigen hoofd moeten duiken. Of een schrijfcursus volgen.
Over niet-artificiële authenticiteit gesproken. Toen mijn blog net online was, gaf Murielle mij één van de mooiste complimenten: als ik je blog lees, hoor ik je spreken. En voilà, dat is wat ik hier uiteindelijk doe: mijn eigen stem laten horen. De ene keer met al wat meer toeters en bellen dan de andere. Ook als ik hier anderen aan het woord laat, probeer ik de eigenheid van hun woorden te behouden zonder daar mijn eigen saus over te gieten. Zullen we daarom afsluiten met een citaat van mijn Oma? Taart is een boterham met confituur. Over relativiteit gesproken.
10 jaar geleden was ik 30 en Roos 23. We waren serieus gebeten door de loopsport, in volle voorbereiding voor de Rotterdam Marathon, mijn 3e en Roos’ 2e marathon. Het eerste weekend van maart reden we voor het eerst naar Den Haag. De TomTom hing met een zuignap aan het autoraam, zo ging dat in die tijd. Naar Den Haag rijden was niet minder dan een missie. Zouden we zonder onder de tram te belanden veilig en wel aankomen bij onze neef Maarten? Het antwoord was gelukkig en volmondig “ja”. Onze schattige neefjes Senne en Lev van 7 en 5 deden de deur open en keken wat verschrikt naar de nichtjes van papa. We kwamen namelijk een nachtje logeren om op zondag 6 maart 2016 voor het eerst deel te nemen aan de CPC Loop, dé halve marathon van Nederland. Een nieuwe familietraditie was geboren.
De CPC bracht ons veel verhalen van de strafste soort. We liepen er meermaals PR’s en ook wel eens onszelf in de vernieling. De wedstrijd werd eens afgelast door de wind en was het laatste massa-evenement 4 dagen voor België in lockdown ging in 2020. Bij de comeback in het najaar van 2022 was Sam van de partij en zat Roos in Berlijn voor de skeelermarathon. Ook maatje Pieter trok eens ten strijde door de city-pier-city. We trotseerden er vaak herfstig regenweer, soms een stralende zon, maar vooral veel wind. Het Malieveld werd een grasveld met mythische proporties. Ik was zelfs zo gek om de CPC 2x in de zomer te lopen, op eigen houtje dus, toen ik op vakantie was in Den Haag en ik mijn parcourskennis wilde testen. Het gekke was dat het CPC-gevoel mij zelfs op het voetpad bekroop.
De neefjes zijn inmiddels tieners. Maarten en Irene wonen niet meer in het huis met de magnolia. Roos heeft een baby die bijna één jaar is. En ik vond Hans. De liefde voor de CPC bleef al die tijd overeind. Het is dan ook een ijzersterke formule: een halve marathon met stads- en zeezicht, een ongelooflijke organisatie en dat alles binnen een warm familiaal kader. We waren er daarom als de kippen bij om ons in te schrijven voor de 50e jubileumeditie. Geen digitale wachtrij is te lang als je de CPC wil lopen. Zaterdagochtend 14 maart stapten we meer dan goedgeluimd in de auto. Geen GPS meer aan het raam, ik laat me rijden tegenwoordig. Een vaste waarde is daarentegen dat het wisselvallige weer zich niet laat voorspellen. We vertrokken met gietende regen in Tienen, maar gaandeweg trok het wolkendek open en werd het zonniger hoe dichter we onze bestemming naderden.
Den Haag binnenrijden is altijd een beetje thuiskomen. De neefjes schrikken inmiddels niet meer als ze ons zien, maar zijn blij met de grote doos Belgische koffiekoeken. Hans en ik trokken de stad in via onze vaste fietsroute, gewoontediertjes als we zijn. Maart toonde zich inmiddels van zijn grilligste aard door zo nu en dan geheel onverwacht een pittig buitje uit de wolken te schudden. Er hingen dus grijze wolken boven het Malieveld waar we ons nummer gingen ophalen. De eventsite (zoals dat zo mooi heet) was wat anders ingericht met een entree (Nederlanders houden van Franse woorden) langs de zijkant. Daarna konden we het niet laten om nog wat boeken te gaan shoppen bij De Vries Van Stockum en er volgde een uitgebreide kijksessie op de mode afdeling van De Bijenkorf. De avond voor onze race was een borrel niet aan de orde, maar koffie met taart ging er wel in bij Café Emma. We schoven nadien onze voetjes onder tafel ten huize Maarten, de meest onveranderde factor in heel dit verhaal over tradities en gewoontes. Chaos en gezelligheid troef.
Sinds vorig jaar start de halve marathon niet in de late namiddag, maar om 11u30: het ideale uur als je in Den Haag logeert en je niet voor dag en dauw je bed uit wil. Om 10 uur vertrekken we met de fiets richting Malieveld. Er is regen voorspeld, maar die heeft zich vermomd als een stralende zon. Het blijkt het ideale loopweer te zijn met een bescheiden 10 graden, een zonnetje en relatief weinig wind. De meeuwen juichen ons vrolijk tegemoet. Op het Malieveld is het heerlijk druk. De kinderlopen zijn net achter de rug, de 5 km wedstrijd staat op het punt te vertrekken. We droppen onze spullen in de locker (vooral mijn spullen eigenlijk) en gaan richting startvak 1. Geen inhaalrace voor Hans dit jaar! We zijn allebei voorzichtig om onze ambities uit te spreken, aangezien het al bijna een jaar geleden is dat we nog een race op straat liepen. Er is altijd dat dubbele gevoel van enerzijds willen genieten van wat lopen is en anderzijds ook het volle pond te willen geven om te kijken waar je staat.
Even een promopraatje. De halve marathon is een prachtige afstand! Toegankelijk, maar niet alledaags. Haalbaar, maar niet vanzelfsprekend. Je hoeft geen gekke dingen met voeding en drinken te doen, zowel voor als tijdens de race. Je kan diep in het krachtenarsenaal tasten zonder dat je dat meteen heel zwaar bekoopt. Een dodelijke, maar verleidelijke cocktail van afstand en snelheid. Het parcours van de CPC zou ik als mijn broekzak moeten kennen, al kan ik me verschuilen achter het excuus dat er de laatste jaren wel wat wijzigingen zijn doorgevoerd. CPC staat voor city pier city, omdat je van de binnenstad over de boulevard richting de pier van Scheveningen loopt en dan terug de stad in. Starten gebeurt ook dit jaar – traditiegetrouw – op de Koningskade. De zon doet de oranje banners eens zo hard oplichten. Ik voel mijn 9e CPC-start kriebelen tot in mijn kleine teen. Er zijn dit jaar een pak meer deelnemers (de wedstrijd was alsnog na een paar uur uitverkocht). Daardoor is de startprocedure aangepast volgens het flessenhals-principe. Het zal absoluut de juiste keuze blijken te zijn om loopplezier en -comfort te garanderen. Wat ook nieuw is: we slaan snel linksaf waardoor de eerste 2 kilometer “nieuw” zijn. Ik leer ook echt een nieuw stukje Den Haag kennen, want vergis je niet: ik ken daar heus niet elke straatsteen.
Na 10 jaar ben ik tot de conclusie gekomen dat de CPC zich laat indelen in 4 blokken. Het eerste blok: de start van km 1 tot 7. Sfeer troef! Dikke rijen mensen juichen je toe die eerste kilometer. Je lijkt te joggen, maar in wezen vlieg je. Lopen gaat als vanzelf. Je gaat door relatief bekende straten, een groot feest van herkenning. Een moment van stilstaan en kort rouwen om de plaats des onheils waar ik in 2018 na 3 km stilstond met een enkelblessure. Het is dan verder lopen, een heel goed gevoel tanken en zoeken naar wat een comfortabel tempo is zonder door te duwen. Uit de praktijk blijkt echter dat ik pas na dit eerste blok weet of ik niet té voortvarend ben gestart. Het begin van de CPC, dat is eigenlijk altijd goed. Zo ook nu. Ik weet dat Hans wat sterker en sneller is, dus ik zie zijn blauwe Hoka-petje meter per meter afstand nemen. Zelfs als hij na 6 kilometer al een aardige voorsprong bij elkaar heeft gelopen, blijf ik om de zoveel tijd zoeken naar dat blauwe petje dat op en neer beweegt. Natuurlijk heb ik wel een richttempo voor vandaag. Op basis van mijn pistetrainingen denk ik gemiddeld onder de 4’30” per kilometer te kunnen blijven. Het eerste deel lijkt dat te bevestigen. Ik loop steady tussen de 4’20” en 4’25”. Het geeft de burger moed.
Kilometer 8 tot en met 14 noem ik het “uur” van de waarheid. Je bent in een wat saaier stuk van de stad (nooit iets slechts over Den Haag!). De benenwagen begint de inspanning te voelen. 38 hoogtemeters op 21,1 km lijkt verwaarloosbaar, maar ze bevinden zich bijna allemaal in dit deel van het parcours. En ja, dan voel je dat dus wel. Je loopt ook richting de zee, maar het duurt altijd langer dan je denkt vooraleer je daar bent. Zee betekent ook dat de wind plots kan oplaaien uit een richting die nooit echt gunstig lijkt te zijn. In deze fase bepaal je of je chill zal drijven, gezapig zal dobberen of genadeloos zal verdrinken. 10 jaar CPC ervaring leert mij dat ik hier vooral het hoofd fris moet houden. Ik mag niet gaan doorduwen als ik voel dat het zwaarder wordt, ik moet blijven zoeken om mijn tempo te kunnen consolideren en de Cielo’s hun werk laten doen. Waar ik hier vorig jaar tijd begon in te leveren, wat aanvoelde als een slag van de molen, blijf ik dit jaar dapper overeind. Zelfs op de wat zwaardere stukken blijf ik netjes onder mijn beoogde tijd. De metronoom is back in business. Op mijn eigen manier vlieg ik tussen de meeuwen door naar de zee.
Tijd voor het pronkstuk: van kilometer 15 tot 17 loop je dus langs de zee, niet over het strand, wel langs de boulevard (den dijk zoals wij in België zeggen). Een verraderlijk stukje waarbij de kunst is om te genieten van het feit dat je loopt met zeezicht, zonder je blind te staren op de kilometertijden die onvermijdelijk wat trager zijn. Het loopt namelijk wat omhoog en de ondergrond is oneffen. We hebben geluk! De wind staat hier in de rug. Ik blijf dus lopen! Ik ben zo enthousiast dat ik niet anders kan dan een sportgel aannemen van de enthousiaste meiden van Upfront. Het blijkt er één met appelsmaak te zijn, dat is het proberen waard. Le nouveau Joke est arrivée en duwt met een paar slokken die gel naar binnen. Waarom ik dat misschien niet beter had gedaan? We zijn net een bevoorradingspost met water gepasseerd en dit is wel degelijk een gel van de plakkerige soort die water nodig heeft.
Als je dan na 17 kilometer uiteindelijk rechts afdraait, richting de stad is de grande finale ingezet. Die loopt eerst lichtjes bergaf en gaat dan via wat keren in een redelijk rechte lijn richting finish. De Badhuisweg is een finale-waardige laan. Het is hier nog 4 kilometer letterlijk alles geven zonder jezelf de pleuris in te lopen, maar wel hard genoeg om er letterlijk elke druppel zweet te kunnen uitpersen. Dat lukt nog steeds behoorlijk. Ik blijf heel nette kilometertijden lopen. De buit is nog niet binnen. Ik voel elke vezel in mijn lijf werken, maar ik ben blij dat ik elke vezel in mijn lijf aan het werk krijg. Met zicht op de iconische skyline van Den Haag is het aftellen tot je eindelijk linksaf mag slaan om te finishen. Het doet pijn, echt waar, maar ik geniet. Als er iets is wat ik heb geleerd van 11 jaar wedstrijd lopen, dan is het dat je dat moment van de finish altijd moet capteren. Het is niet en zal nooit vanzelfsprekend zijn om weer maar eens een halve marathon af te tikken.
Ik klaar de klus uiteindelijk in 1u33. Wat verder voor mij zie ik Hans in de finishzone. We zijn min of meer in elkaars buurt gebleven. Hans heeft afgeklokt op een knappe 1u32 en neemt dus een mooi PR mee naar huis. De zon schijnt nog steeds, we zijn weer samen. Tijd om na te praten en te recupereren. Het leven is goed! We nemen afscheid van ons Den Haag en natuurlijk onze familie, maar niet voor te lang. En of we wat hebben om op terug te blikken! Niets dan lof in de eerste plaats voor de organisatie, die was feilloos te noemen. De drukte op het parcours was perfect gedoseerd. Ik liep nooit echt alleen, maar ook niet in een hinderlijke massa. Ook na de finish was de doorstroom en drukte behoorlijk ideaal te noemen. Duimpjes omhoog voor alle sympathieke vrijwilligers die dit loopfeest mogelijk maakten.
Na 9 CPC’s is het niet eenvoudig om een objectieve analyse te maken van mijn prestatie. De omstandigheden zijn altijd weer anders, net zoals de sportieve agenda. Er valt ook weinig peil te trekken op hoe mijn halve marathon zich verhoudt tot de marathon die erop volgt. Ik liep razendsnelle marathons zonder uitschieter op de halve. Dat je iets meet, betekent voor mij ook dat er nog heel veel is dat je niet weet. De cijfers zeggen dat ik al vaker sneller liep dan mijn 1u33, vorig jaar bijvoorbeeld. Ik heb aan de verleiding kunnen weerstaan om daarom te zitten kniezen omdat ik deze halve marathon zo constant heb kunnen lopen. Ik voelde me op geen enkel moment verzwakken en kon mijn goede start vasthouden tot aan de finish. Mijn traagste kilometer liep ik in 4’28”, mijn snelste in 4’21”. Ik ben trager dan vorig jaar, toen ik sneller vertrok, maar ook een groter verval liet optekenen. Met het oog op de marathon over 3,5 week denk ik dat sterk kunnen blijven belangrijker is dan een snelle start.
Toch even een kritische noot. De CPC werd voor het eerst gelopen in 1975, maar vrouwen mochten pas meedoen vanaf 1980. Over 5 jaar vieren we dus pas het echte jubileum. Hoe dan ook ben ik blij dat ik al 10 jaar CPC geschiedenis mocht meemaken. In 2022 speelde Sam een rol in de aftermovie van de CPC. Hij werd gevraagd om in het startvak naar zijn horloge te kijken. Een onvergetelijke acteerprestatie. Dramatiek en aftermovies zijn goede vriendjes, maar trop is echt te veel. De aftermovie van dit jaar is er zo over dat je denkt: dit is ironisch bedoeld. En toch klopt één citaat als een bus: it’s a memory we recreate each year. Deel van de traditie is het herbeleven van herinneringen en dat gaat dan van hoe we ons niet met de fiets konden oriënteren tot de magnolia die telkens weer in bloei staat begin maart. Volgend jaar wordt de CPC gelopen op 14 maart, de dag dat mijn opa 100 jaar geworden zou zijn. Het zal mijn 10e CPC zijn. Ik voel hier nu al geweldig veel symboliek ontstaan.
Ik kreeg de eer om een bijdrage te mogen leveren aan het jubileummagazine van de 45e Rotterdam #demooiste Marathon die in april gelopen wordt. Een journalist belandde namelijk op mijn sub3-blog uit april 2023 waarin ik het zwarte gat na Rotterdam noem. Ik beantwoordde telefonisch vragen over wat dat zwarte gat precies is, hoe het voelt en hoe je ermee omgaat. Het was heel leuk om eens aan de vertel-kant te zitten en de tekst-kant aan iemand anders te laten. Ik heb het eindresultaat al mogen lezen, waar ik natuurlijk niet te veel over ga verraden (dat komt nog). Wel besefte ik dat het gitzwarte gat waar ik destijds in wegzonk na de marathon er niet meer is.
Kernzinnen in mijn relaas zijn een allesoverheersend doel en het ontnuchterende besef dat alles achter de rug is. Marathons lopen was lange tijd wat mijn leven richting en daardoor zin gaf. Ik telde week na week af naar dat grote doel. Elke stap die ik zette was er één naar de marathon, mijn ultieme focuspunt. Mijn leven werd daardoor ook behoorlijk hard. Vlak voor en tijdens die marathon bereikte de intensiteit een hoogtepunt. Ik was er verbonden met vriendjes en familie, ik deed iets waar ik ongelooflijk straf in was. Na de finish voelde ik alle energie en focus uit mijn lichaam wegvloeien. Mentaal en fysiek totaal leeg, ging ik naar huis. Daar viel ik in een uitputtende eenzaamheid, waar ik niet meer de held was die ik me tijdens en voor de marathon waande. It’s where reality kicks in. Het contrast tussen de magische marathonwereld en wat ik miste in mijn leven kon niet groter zijn. Ik werd verzwolgen door tristesse. Omdat ik nu een veel gelukkiger en zorgelozer leven leid, is die put er niet meer. Er is geen gapende leegte meer als de marathon gelopen is. Het leven gaat verder en dat is net zo goed een reden tot feest.
Wat natuurlijk ook helpt, is dat Hans en ik nu samen onze sportieve avonturen beleven. Een ongekende luxe om veel redenen. We kunnen eindeloos doorpraten over wat we meegemaakt hebben. We begrijpen elkaars triomf en frustraties. Er komt dus geen abrupt einde aan het verhaal, want we kunnen samen nagenieten en herbeleven zonder enig gemis. Hans heeft bovendien nooit last gehad van het zwarte gat. Hij heeft doorgaans wel stress in aanloop naar een wedstrijd en is dus vooral opgelucht als het achter de rug is en min of meer volgens plan verlopen. Wedstrijden zijn voor hem nooit een doel geweest om op regelmatige basis te lopen. Hij zegt dat hij stiekem wel een beetje jaloers is op die ervaring om in een zwart gat te kukelen zoals ik dat destijds kon. Ik ben immers zijn sensei van de intensiteit en het enthousiasme, zegt hij zelf.
Ik ging eens bij mijn loopvriendjes polsen of zij het zwarte gat kennen en hoe ze dat ervaren. Meteen keek ik in de richting van Roos omdat zij een ervaringsdeskundige inzake zwarte gaten is. Wat wij gemeen hebben is dat we de dingen intens beleven. Wij kunnen tot ongekende hoogten opgaan in iets en er dermate enthousiast over zijn dat zelfs de koelste kikker instant warmbloedig wordt. Ik denk dat die intensiteit aan de bron van een zwart gat kan liggen. Na de hoogte volgt de diepte. Roos beschrijft hoe ze zich na de dag van een wedstrijd kapot en leeg voelt terwijl ze alle indrukken moet verwerken. Hoe langer en zwaarder de wedstrijd, hoe meer last ze ervan heeft. Ze kan ook in een zwart gat vallen na een dag supporteren in de Hel of na een vierdaagse Rock Werchter. Een dag verlof nemen na een intense periode betekent de deur wagenwijd openzetten om het zwarte gat te verwelkomen. Om dat te vermijden zorgt Pieter ervoor dat het de week na een grote wedstrijd juist heel druk is. Zo kan het tot 2 weken duren vooraleer de gebeurtenis verwerkt is.
Ook voor Joni is het zwarte gat geen onbekende diepte. Volgens hem valt het de dag na de wedstrijd nog goed mee omdat je met veel mensen kan praten over wat je hebt meegemaakt, maar de tweede dag is iedereen het vergeten en blijf je alleen nog over met je (spier)pijn. Je omgeving lijkt een rol te spelen om het zwarte gat op te vullen of juist uit te diepen. Er is een grote behoefte om te delen, maar ook een grote afstand: wie er niet bij was kan niet begrijpen wat de impact was. Bij Sam werkt napraten juist helend. De grote doelen zijn bij hem vaak een heel event waarbij je met familie en vrienden onderweg bent. Omdat ze deelnemen aan je avontuur, kan je er nadien met die mensen honderduit over praten. Ook het resultaat bepaalt voor Sam hoe hij zich nadien voelt. Ging het goed, dan is het vooral nagenieten en dromen hoe het nog beter kan, ging het wat minder dan is er de honger om het volgende keer beter te doen. In beide scenario’s speelt hij de film van de wedstrijd opnieuw en opnieuw af als er niet gepraat kan worden.
Waar iedereen het over eens lijkt te zijn, is dat een volgend doel kan voorkomen dat je al te lang in je zwarte gat blijft plakken. Laten we het erop houden dat we ons als gedreven lopers schuldig maken aan het betere vluchtgedrag om maar niet onder ogen te moeten zien dat een geweldige ervaring achter de rug is. Mijn blog heeft mij trouwens ook altijd geholpen. Niks werkt zo therapeutisch als een brij van indrukken en gevoelens door een fijn zeefje te halen en elk korreltje nog eens door de microscoop te bekijken om er een naam op te plakken. Schrijven schept rust in mijn hoofd en een hoofd in rust is ook beter in staat om simpelweg te beseffen hoe ongelooflijk mooi datgene is wat je hebt meegemaakt.
Ocharme januari, ik denk dat het één van de meest verguisde maanden is. Doorgaans donkerder dan stiekem gehoopt, winterachtig van aard en de zomer nog ver ver weg. Neem daarbij een portie onrealistische – zogenaamd – goede voornemens (het moet nu ineens anders) en je hebt een ontnuchterende cocktail van desillusie en valse hoop te pakken. Bij mij werkt dat dus niet zo. Januari is voor mij echt dat witte blad waarop er weer volop plannen geschetst en uitgetekend kunnen worden. Met onze Cloud Dancer in gedachten, de kleur van het jaar volgens Pantone, is die lei dit jaar eens zo wit. We vliegen er kortom weer in, aan plannen zelden een gebrek.
Snel zijn en ver vooruit durven denken blijft de boodschap voor wie zich wil inschrijven voor een loopevenement. Vorig jaar was ik er een week niet goed van dat de CPC Loop in Den Haag al uitverkocht was toen wij ons wilden inschrijven. Gelukkig viel er een plan B uit de bus: tot een week voor de race wachten tot startnummers massaal verkocht werden op Marktplaats. Zo liepen wij vorig jaar dus de halve marathon van de CPC als Stella en Annefleur. Hans moest noodgedwongen vertrekken vanuit de laatste startbox. Een prestatie die hem het inhaalmanoeuvre van de eeuw opleverde bij zijn CPC-debuut. We hadden er weer een verhaal bij en een zonnig weekend in Den Haag. Eens zo gemotiveerd waren we om dit jaar braaf in de digitale wachtrij te gaan staan. Met resultaat: we konden een startbewijs voor de jubileumeditie bemachtigen. De CPC viert op 15 maart namelijk zijn 50e verjaardag! Eentje die wij niet zullen missen, deze keer dus gewoon als Joke en Hans, maar met een ongetwijfeld even goed verhaal.
April zal ook dit jaar dé marathonmaand zijn. Het EK bracht ons vorig jaar van Brussel naar Leuven. Om heel veel redenen werd dat een onvergetelijke ervaring. De stad Leuven heeft alles in haar mars om een marathon te hosten. Denk: historisch karakter, een lange rechte Vaart, een overenthousiaste bevolking die in grote getalen komt opdagen als er iets te beleven valt én ook zelf maar wat graag de loopschoenen aantrekt. Het EK bleek een zaadje te hebben geplant voor een boom die ook dit jaar zal bloeien. Op 19 april zal ik aan de start staan van de Leuven Marathon. Het parcours wordt een variatie op dat van het EK. Geen start in Brussel, wel een rondje centrum, een lekker lang stuk langs het water en een passage over het gravel van Meerdaalwoud. Wederom dus een gevarieerde trip down Memory Lane in ongetwijfeld heel mooi gezelschap. Hans, Roos en Joni zullen ook de hele marathon lopen (mogelijk worden er zelfs allianties gesmeed). Papa en Marike lopen de halve marathon. Je hoeft niet te voetballen om thuismatchen te kunnen spelen.
In mei trekken Hans en ik naar de bergen en het buitenland voor een grensverleggend avontuur. We zullen op vrijdag 15 mei aan de start staan van de Trail Alsace by UTMB. Wij lopen de Ultra-Trail des Païens, een mystieke naam die verwijst naar de Keltische roots van de Elzas. Naamgeving en decor is belangrijk, dat weten ze heel goed bij UTMB. Het belooft een hallucinant stuk lopen te worden van maar liefst 109 km met 3900 hoogtemeters. De route brengt ons van Orschwiller naar Obernai langs kastelen en wijngaarden met het ene fenomenale zicht na het andere, dat is toch de romantische benadering. Jullie weten dat ik trails steevast afmeet aan de Chouffe trail en ik heb uit goede bron (Hans) vernomen dat beklimmingen in de Elzas niet technischer zijn dan de Ardennen, maar wel langer. Mijn geheime wapen: een paar spiksplinternieuwe trailstokken. We vertrekken gelukkig ’s ochtends, wat mijn maagdarmstelsel zal kunnen waarderen. Een uitdaging van formaat, dat sowieso, eentje waar we heel erg naar uitkijken! En als Seppe zich een beetje haast op de langste afstand van 156 km kunnen we hem op zaterdagavond zien finishen.
In juni gaan we nog eens terug naar Bouillon. Onze promotie voor de (een beetje) verborgen parel van de Ardennen heeft in kleine kring gewerkt. Joni en Roos zullen op 6 juni present tekenen voor de 100 km. Hans, Sam en ik zullen de 35 km lopen. We proberen Pieter nog te overtuigen om zijn karretje aan te hangen. Het is voor ons een degelijke uitdaging om de trailbenen gaande te houden voor wat nog komen zal. Heel bijzonder dat we er nu in uitgebreid gezelschap aanwezig zullen zijn. En ja hoor, gelukkig zullen we allemaal de Tombeau du Géant te zien krijgen. Ik verplicht nu al iedereen om daar een adembenemende selfie te maken, weer of geen weer.
Na de Trail des Fantômes was ik vorig jaar helemaal klaar met de (te) grote loopevenementen die door hun populariteit uit hun voegen barsten. Mij (ons) zou je niet meer op een trail van Sport Events zien bijvoorbeeld. Hun trails worden steeds opgeschaald en de fomo bij een jong publiek aangewakkerd, wat het loopcomfort niet bepaald ten goede komt. Dat ik dan de Chouffe trail zou missen: so be it! zei ik heel stoer. Tot de tijd me wat milder stemde en ik besefte dat ik met mijn principes vooral mezelf in de voet zou schieten. Ik kan de Chouffe trail simpelweg niet missen. Het avontuur wordt op 4 juli namelijk eens zo groot, want met Hans en Sam gaan we voor de Big Chouffe van maar liefst 101 km. Noem het gerust gekkenwerk, want om dit met ons drieën te doen: hoe ongelooflijk zot is dat?!
Het najaar brengt in september een herkansing voor Hans op de Great Escape 200 km. Hij is er eens zo hard op gebrand om die missie nu wel te volbrengen en ik heb eigenlijk ook wel weer eens zin om in de auto te slapen. In november zou het zou zomaar kunnen dat Den Haag een heel mooi wit konijn uit de hoed tovert. Er zou namelijk een marathon georganiseerd worden in onze oh zo geliefde stad. Als dat ervan komt, dan moet en wil ik daarbij zijn.
Tot slot gooi ik er nog een disclaimer tegenaan. Ik heb een dubbele verhouding met het gegeven dat de loopsport tegenwoordig steeds grootsere en extremere vormen aanneemt. Enerzijds vind ik het jammer als iets gehypet en gekaapt wordt door mensen die op een andere manier in de sport staan dan ik. Anderzijds, wie ben ik om er iets op tegen te hebben dat zovelen zich aangetrokken voelen tot de prachtige sport die lopen is? Bovendien pleit ik net zo goed zelf schuldig aan het langer en extremer maken van uitdagingen. Weet dus dat ik me daar bewust van ben. Wat voor mij altijd zal primeren is het avontuur, de ervaring en verbinding die lopen mij brengt. Let the games begin!
Wat een nieuws: jij wordt vandaag 30 jaar! Geboren op 8 januari 1996, het zou een koude maandag geweest zijn. Nu weet jij natuurlijk dat ik graag een verband leg tussen iemands persoonlijkheid en de dag waarop die geboren werd. In jouw geval stemt mij dat tot nadenken. Jij, een maandag?! De productieve laten-we-de-week-maar-ernstig-beginnen-dag waarop doorgaans niet al te veel bijzonders gebeurt? Tot mij te binnen schoot dat jij me eens op een koude maandag in december hebt gebeld of ik die avond mee wilde naar een concert van Zwangere Guy in de AB. Jij laat het leven niet begrenzen door de dagen van de week. Elke dag is een mogelijkheid. Elke dag is een kans om er iets bijzonders van te maken. Jij kan elke dag van de week zijn.
4 jaar geleden leerden we elkaar kennen op een koude, natte zondag in januari in Holsbeek bij de Naturarun, één langgerekte modderloop. Je sprak me voor de start aan, had mijn blog ontdekt en zo ook dat ik lesgaf op de school waar jij een leerling was geweest. Jij haalde mij onderweg in. Ik won de wedstrijd. Nadien gaf je toe dat je mij als mikpunt genomen had, maar dat je toch diep was moeten gaan om me voorbij te lopen. Ondanks ons leeftijdsverschil bleken we heel wat raakvlakken te hebben. Een paar maanden later stonden we samen klappertandend in het startvak op de Champs Elysées voor dé Paris Marathon. Aan de finish vierden we met Roos erbij. We beleefden samen iets heel wezenlijks. Onze vriendschap nam een raketstart en daardoor was je eigenlijk ook meteen deel van de familie.
We zijn in veel opzichten tegenpolen. Ik woon in het dorp, jij in de grote stad. Jij wil zoveel mogelijk mensen ontmoeten en de wereld zien, ik ben het honkvaste gewoontedier. Jij staat een nachtje door te stampen op techno, ik dans alleen met Hans in de keuken. Jij bent de man die zelfs onder de douche naar een podcast luistert, ik ben de vrouw die radiostilte nodig heeft. We zijn het cliché van de extravert en de introvert die elkaar naadloos aanvullen. Zowel vertellers als luisteraars, zowel denkers als doeners.
Jij bent een immer bescheiden alleskunner en alleswiller die werkelijk elke kans aangrijpt om iets mee te maken of om de wereld een beetje beter te begrijpen. Het leven lacht je toe, dat is zo, maar het zou te makkelijk zijn om je weg te zetten als een zorgeloos zondagskind. Juist omdat het leven niet altijd mild voor jou is geweest, wil je het nu eens zo hard leven. Jouw fomo draait niet om erbij willen zijn of gezien willen worden, je ziet elk moment als potentieel interessant. Ik kijk vol bewondering toe hoe jij met een oprecht open blik rondom je kijkt, hoe je je kwetsbaar kan opstellen en ook barst van het potentieel. Toujours invaincu! om het met Stromae te zeggen, jou op het lijf geschreven. Je bent bovendien een vriend die heel veel geeft en, ik zou haast zeggen op een ouderwetse manier, een vriendschapsband ook echt koestert.
Wij overbruggen onze generatiekloof met gemak. Op geen enkele manier voelt het aan alsof onze vriendschap door ons decennium verschil niet in evenwicht zou zijn. Met Hans erbij zullen we in de zomer dus als dertiger, veertiger en vijftiger op pad zijn om 100 km aan te tikken. Hoe bijzonder is dat? Ik kijk nu al uit naar de urenlange bijbabbelsessie en de muzikale verrassingen die je voor ons in petto zal hebben. Het mooie is: met jou erbij stijgt het entertainmentgehalte, maar mag het net zo goed saai zijn. Juist door samen zo’n intense sportieve momenten te beleven, weet je ook echt wat je aan elkaar hebt. Heel veel, dat weet ik al langer.
Geniet van jouw dag! Vandaag toevallig een donderdag, maar wat doet jou dat? Vandaag zeg ik: cheers! en gefeliciteerd! Morgen klinken we op jouw gezondheid en ineens ook op de vriendschap en het leven. Op alles eigenlijk en ineens ook op elke dag. Omdat jij ook zoveel bent in één persoon. Hieperdepiep hoera!
Ik heb een dubbele relatie met wit. Pantone’s Color of the Year 2026 is Cloud Dancer: niet meer of niet minder dan een wit-tint. Het is ergens een heel saaie keuze. Van een bedrijf dat wereldwijd elke denkbare kleur standaardiseert, verwacht je wat meer durf. De base line van hun motivatie is dat de wereld nood heeft aan rust. Denk aan: golvende vrede, tijd om te kunnen ademen en de creativiteit weer ten volle te laten draaien. Je kan daar niet tegen zijn. Wit boezemt echter ook angst in, want op die helderwitte bladzijde of dat kraakwitte tafellaken is elk vlekje meteen zichtbaar. Mijn advies: gewoon doen dat wit. Onze witte kater Phineas is het levende bewijs dat wit ook stoer kan zijn (ik noem hem nu mijn kerstpoes). Een wit hemd is voor mij onmisbaar in elke garderobe. Dat vlekje is er zo weer uit en wit is tijdloos. Bovendien hoeft een liefde voor wit geen kleurloos bestaan tegen te werken.
De wolken die zachtjes voorbij dobberen, ik kijk daar naar uit in 2026. Op professioneel vlak bevond ik me in 2025 in stevig stromende wateren. Ik ging van een winkel terug naar het onderwijs om te werken als leerondersteuner. Een job die heel losjes voortborduurt op mijn carrière als leerkracht, maar me vooral de kans biedt om heel veel bij te leren. Het roer eens omgooien: ik kan het iedereen aanraden. Ook op sportief vlak is het zoeken naar een nieuw ritme. De eerste helft van 2025 mocht er absoluut wezen met het EK marathon in Leuven in uitmuntend gezelschap, een grensverleggende 100 km met Hans en 80 Chouffe-kilometers met Sam erbij. De tweede helft hing met wat meer haken en ogen aan elkaar. Enerzijds is er berusting en dankbaarheid voor wat is geweest, anderzijds nog veel ambitie en gedrevenheid voor wat hopelijk nog mag komen. Die twee zijn ongetwijfeld op de één of andere manier met elkaar te rijmen, ik zoek nog uit hoe precies.
Waren er nog redenen om te dansen? Jazeker! 2025 was het jaar van mijn nichtje Marilou. Er was het memorabele UTMB-avontuur van Seppe en daarbij de ontdekking van Martigny. Het was net zo goed het jaar waarin ik gecharmeerd werd door Zoutleeuw en het jaar waarin ik mijn 40e verjaardag vierde in Parijs. Samen met Hans natuurlijk. We gingen vaak genoeg naar Den Haag om het leven te vieren. Er waren ook onvergetelijke momenten met de kinderen in mijn omgeving die weer rijkelijk met wijsheid in het rond strooiden. Allereerst gaan we naar Leah. Samen met haar broer kwam ze een namiddagje knutselen. Resoluut koos ze voor de prikblok. Uit dik papier met een botte naald een prent prikken, daar is geduld en doorzettingsvermogen voor nodig. Emil haakt vrijwel meteen af en vraagt om assistentie. Leah wil daarentegen zelf de klus klaren. We nemen een loopje met de waarheid door te vertellen dat Hans prenten prikt op zijn werk. Ze lijken mee te zijn in ons verhaal, tot Leah ons ernstig aankijkt en vraagt: is dat echt waar? Een meid die opgroeit omringd door artificiële intelligentie neem je niet zomaar in de maling.
Een ander onvergetelijk van wijsheid doordrongen moment kwam vorige week tijdens de officiële openingsceremonie van de boomhut. Mijn papa bouwde namelijk met recyclagehout een fantastisch mooie boomhut voor de kleinkinderen. Mijn oudste nichtje Laurien, bijna 10 jaar, nam het initiatief voor een plechtig moment en was ceremoniemeester van dienst. Ze schreef een speech en vroeg ook de maker (bompa) om een openingswoord te voorzien. Laurien riep door haar microfoon de aanwezigen op om zorg te dragen voor de boomhut. Het moet een plek worden waar de kinderen kunnen doen waar ze goed in zijn. Gelukkig zijn volwassenen er ook welkom. Als dat geen prachtige vredesboodschap is! Geef kinderen overal ter wereld alsjeblieft een eigen plaats waar hun talenten tot bloei kunnen komen. De kinderen klonken erop met appelsap en nadien dansten we op een kersthit van #LikeMe. Alles voor de nichtjes en neefjes.
Ik werd dus 40, mensen. Mijn leeftijd is helemaal niet meer zo’n issue en dat heb ik onder meer aan Hans te danken. Ik weet namelijk dat ik altijd graag gezien zal zijn. Bovendien deed ik ook een ander inzicht op, met dank aan Simon. We hadden het over relaties en hoe belangrijk het is dat je daar als partners dezelfde verwachtingen over hebt. Hans en ik zijn echt heel hecht samen, we brengen veel tijd samen door en vinden dat ook belangrijk. Sommigen vinden dat klef. Ik beschouw mezelf echter nog steeds als een vrijgevochten vrouw, een individu. Ik val niet samen met mijn relatie of met Hans. Juist door die innige band, word ik gestimuleerd om mezelf te ontwikkelen en ten allen tijde mezelf te mogen zijn. Simon knikte eens en zei: dat is oldskool. Gelijk heeft hij. Ik ben mega oldskool. Ik hou van teksten schrijven en lezen. Ik hou van filterkoffie en lineair tv kijken. Ik hou van Delfts Blauw en bordjes aan de muur. Ik rouw er nog steeds om dat Esprit en Maison Scotch failliet gingen.
Het is echt fijn om 40 jaar en oldskool te zijn. Ik ben nu eenmaal altijd een romantische, dromerige ziel geweest die, soms tegen beter weten in, gelooft in het goede. Dat weerhoudt mij er niet van om mijn bek open te trekken als er onrecht in het spel is. Ik heb daarin veel geleerd van het personage Merel uit de fantastische NPO-reeks Oogappels (kijken die handel!). We leren Merel aanvankelijk kennen als een bikkelharde tante die snoeihard kan uithalen. Zo is er een memorabele scène waarin ze tegen haar baas van leer trekt en uiteindelijk ook ontslag neemt omwille van de loonkloof – het is omdat ik geen piemel heb! Gaandeweg komt Merel echter in het reine met zichzelf en transformeert ze tot een zelfbewuste vrouw die leert dat mildheid en verbinding haar redding zijn. Het heeft geen zin om je te verstoppen achter cynisme of desinteresse. Alleen door je hoop, kwetsbaarheid en angst te laten zien kun je echt contact maken met anderen en voel je je niet meer zo alleen. Dan kan je ineens weer zien hoe bijzonder en krankzinnig mooi het leven is.
Bravo! Lieve lezers, mijn laatste loftrompet van het jaar is voor jullie. Met veel toeters en bellen, een stevige uithaal en in een uiterst creatieve zelfontworpen outfit zou ik jullie, vanop een groot podium, een serenade in een opzwepende driekwartsmaat willen brengen om te vertellen hoe dankbaar ik jullie ben. Het is namelijk dankzij jullie dat ik hier mijn podium krijg, dat ik hier op mijn oldskool manier in de schijnwerpers kan staan. Ik schreeuw het uit voor jullie! Wisten jullie trouwens dat het leven tegen je praat? Door oog te hebben voor wat op je pad komt, kan je ontdekken wat echt belangrijk is. Dat is dan ook wat ik jullie toewens: veel van wat klein en oh zo belangrijk is. Ik heb een spetterend nieuw jaar voor jullie gestrikt. Aan jullie om het uit te pakken. Trek iets wits aan om 2026 tegemoet te gaan of ga volop voor goud en glitter. Het is helemaal aan jullie.