Loperspraat – Op de fiets met Roos

Hoe zou het eigenlijk zijn met Roos? Na de 10 Miles van Marike en de 100 kilometer van Seppe is dat een terechte vraag die jullie je vast stellen. Wel, het gaat goed met Roos. Mijn kleine zus moet natuurlijk niet op de covid-afdeling werken om een heldin te zijn, maar ze deed dat wel. Daarnaast verrichte ze ook uitstekend werk als persoonlijk psycholoog die mijn verhuisstress keer op keer kon sussen, want ja: sinds vorige week woon ik in regio Tienen. Nog verder van mijn zussen verwijderd dus. Gelukkig ontdekte Roos de geneugten van de fiets en nam ik in stijl afscheid van de Leuvense omgeving door in ons knusse zussenpeloton langs de Demer te sjezen. Marike gaat dus verder op haar sportieve elan en Roos kan je al eens op een koersfiets aantreffen. Hoe dat zo kwam, vertelt ze hier zelf.

Ik fiets elke dag 11 kilometer naar mijn werk en terug, maar door mijn fietsende familieleden kreeg ik wel steeds meer zin om ook te fietsen als hobby. Ik had echter geen koersfiets en ook niet meteen budget om er eentje aan te schaffen, dus toen mama vorig jaar voor haar 60e verjaardag een nieuwe koersfiets voor zichzelf kocht, zag ik mijn kans schoon om haar Specialized racefiets over te nemen. Echt een super goeie fiets! In het begin vond ik het wel heel moeilijk fietsen. Vooral manoeuvres maken, bleek lastig. Ik vond het wel meteen heel leuk. Je gaat veel sneller en het is toch een heel ander fietsgevoel dan met een stadsfiets. Met Joke ging ik al een paar keer langs de Demer vlammen. Twee weken geleden vormden we een zussenpeloton met Marike erbij. Fietsen doe ik namelijk bij voorkeur in groepsverband. Alleen hou ik het bij kortere ritjes. Ik zou heel graag eens naar de zee fietsen in een peloton vol familieleden. Als de corona-maatregelen dat weer toelaten, is dat zeker iets waar ik voor wil oefenen. Sinds heel kort heb ik klikpedalen. Ik heb daar nog maar een paar kilometer mee gefietst en dat viel goed mee. Het is een heel ander gevoel om ook aan je pedalen te kunnen trekken. Iedereen zegt wel dat je daar eens mee moet vallen, dus nu vraag ik me de hele tijd af wanneer dat zal gebeuren.

IMG_2647b
Mijn zussenpeloton #teamodeyn

Ik loop ook nog steeds regelmatig. 42 kilometer als weektotaal vind ik een mooi doel, maar dat lukt me niet altijd. Sommige weken loop ik met een super gevoel, andere weken lijkt niets te lukken. Ik loop niet echt gericht omdat ik geen specifiek trainingsdoel heb. Ik heb wel een tijdje intervals gelopen. Leuk, maar ik merkte dat ik daar een soort van patroon in kreeg, waardoor het niet meer uitdagend was. Toen heb ik een ander soort intervaltraining geprobeerd: elke kilometer sneller lopen dan de vorige, maar dat bleek na een werkdag niet echt ideaal te zijn. Soms frustreert het me wel dat mijn tempo lijkt vast te zitten. Omdat er geen wedstrijden zijn, weet je niet hoe snel je nu echt kan lopen. Als ik dan eens echt hard probeer door te lopen, merk ik dat mijn lichaam dat niet meer gewoon is en dan hakkel ik maar wat verder in de tempo’s die ik ken. Ik had me ook voorgenomen om wat vaker oefeningen te doen voor de core stability. Sterker nog: ik had aan Niko gezegd dat we daar samen aan zouden werken. Mij is het welgeteld drie keer gelukt, Niko deed nul keer mee.

Ik vind het wel spijtig dat de trail in Houffalize niet doorgaat, een jaarlijkse familietraditie. Een zussenmarathon in het najaar lijkt me geweldig, maar ook dat is onzeker. De 10 Miles zie ik niet meteen in het najaar plaatsvinden. Misschien wordt de halve marathon van Kasterlee in november dan wel mijn trainingsdoel. Ik vind het jammer dat er geen wedstrijden zijn, maar ik besef nu wel dat ik gewoon heel graag loop omdat ik geen races nodig heb om mezelf te te motiveren.

Op naar nog heel veel fietsritjes in familiaal gezelschap!

OKUE0040
Ook mijn metekindje Leah bereikte weer een mijlpaal. Ze mag achterop de fiets!

 

Loperspraat – De 100 kilometer van Seppe

Ik moet dezer dagen bij mijn broer en zussen zijn voor een straf verhaal of grensverleggende activiteit. We waren nog maar net bekomen van de snelle 10 Miles van Marike toen Seppe daar een week later, zoals we hem kennen, een serieuze schep bovenop deed. Op zaterdag 2 mei liep hij maar liefst 100 kilometer. Honderd. Een luttele 7 uur en 56 minuten had hij daar voor nodig. Mijn ouders vergezelden hem door weer en wind een heel stuk op de fiets. Ik zag mijn kans schoon om mijn broers looptempo aan te kunnen. Met 96 kilometer in de benen bleek hij inderdaad over een quasi normale tred te beschikken. Zou hij dan toch een mens zijn? Een onheilspellende lucht, enkele fikse buien en wat onweer droegen bij aan de heroïek, al ziet hij dat zelf niet zo. Ik belde hem op, vroeg naar zijn beleving van die 8 uur en hoe het een topsporter vergaat in deze competitieloze maanden.

Waar komt in godsnaam het idee vandaan om 100 kilometer aan een stuk te lopen? Het antwoord is eenvoudig: ik had dat op mijn lijstje staan. 100 kilometer is een afstand die ik ooit gelopen wilde hebben. Soms doe je een lange duurloop en denk je: ik kan de hele dag blijven lopen. Wel, ik wilde eens kijken of dat echt zo is. Omdat al mijn wedstrijden wegvielen, had ik nu de mogelijkheid om dit in te plannen. Binnen de 8 uur finishen was meteen een doel. Ik wilde sneller dan 12 kilometer per uur lopen en normaal gezien zou ik die dag aan de start staan van de Ironman in St. George. Wie een Ironman kan finishen binnen de 8 uur behoort tot de wereldtop, symbolische waarde dus. Sinds 18 maart loop ik elke dag. Hierdoor kwam ik aan weekvolumes van 120 à 140 kilometer. Drie weken geleden liep ik mijn eigen Trail d’Odin van 50 kilometer. Als ik daar mijn fietstrainingen bij optel, kom ik wel in de buurt van iemand die specifiek traint voor die afstanden.

SJSO6696

Seppe trok om 4 uur stipt de deur achter zich dicht in Herent. Om 3 uur stond hij op en at zijn muesli met havermout. Coach Stefaan deed hetzelfde bij hem thuis. Ook hij had een uitdaging op het programma staan: “Everesten” op Zwift, waarover later meer. Waarom vertrok Seppe eigenlijk om 4 uur en niet om pakweg 6 uur als het al licht is? Als ik deelneem aan een Ironman staan Stefaan en ik ook altijd op om 3 uur, een herkenbaar gevoel. De uren die je in het donker loopt, zijn gewonnen uren. Ik doe dat eigenlijk altijd als ik heel lang moet fietsen of lopen. Het is ook leuk om te zien hoe de zon opkomt en de wereld zich op gang trekt. Ik had bewust heel veel gegeten. Mijn eten ligt dan nog zwaar en dan vertrek ik niet te rap. Voor onderweg had ik 2 x 500 ml sportdrank mee en 2 x 500 ml isotone drank, drie gels en een havermoutreep. Normaal zou ik mijn voeding voor onderweg helemaal uitrekenen, maar nu heb ik gewoon gekeken wat ik thuis nog had liggen. Dat bleek dus niet heel veel meer te zijn. Gelukkig kon ik nog wat teren op dat stevige ontbijt. Mijn hartslag lag ook laag, dus heel veel verbruikte ik niet.

Met het weer ben ik niet echt bezig geweest. Om te lopen maakt dat niet zo heel veel uit. Ik was al content dat het niet te warm werd, anders had ik niet genoeg drinken kunnen meenemen. De route had ik op voorhand uitgetekend. Ik was eerst van plan om de Vaart af te lopen tot in Mechelen en dan via een lus terug, maar zo kwam ik niet aan 100 kilometer. Ik liep dus ook langs de Demer tot een stuk boven Mechelen. Dat zou een 98,9 kilometer zijn. Onderweg zou ik dan wel nog ergens een lus lopen. Op het einde ben ik dus nog creatief uit de hoek moeten komen en voor mijn deur liep ik ook nog een paar keer op en neer. Ik denk dat het wel wat beter vooruit zou gaan als je in het bos loopt, maar omdat ik een tijd wou lopen, wou ik niet te veel hoogtemeters. Ik wou ook eindigen met wind af en liep het laatste stuk van Zaventem naar huis.

BEVS8912
#teamodeyn

Hoe deel je een looptocht van 8 uur in? Ga je dan door pieken en dalen? Dankzij mijn zware ontbijt ben ik vertrokken aan een rustig tempo van 4:45. Daarna ben ik versneld naar 4:30. Op het einde liep ik nog rond de 5:00. 25 kilometer is een afstand die ik vaak loop en toen dacht ik: dit voelt nu al zo aan, gaat dat nog 4x erger worden? Ik verdeelde mijn toer verder in stukken: eerst tot 33 kilometer (een derde), dan tot de marathon, vervolgens tot 50 en vanaf dan was alles eigenlijk nieuw. Ik probeerde die kilometers ook los te laten en bekeek het als: ik ga een heel lang stuk lopen. Dat is een andere mindset. Vanaf 40 kilometer begon ik de inspanning wel te voelen, maar dat verergerde niet echt. Mijn benen voelden na 90 kilometer ongeveer hetzelfde als na 50 kilometer. 

PUHB1309
Laurien Odeyn op haar Orbea

Ik heb heel veel reacties gekregen op mijn 100 kilometer, veel meer dan bij een overwinning in de Hel. Daar ben ik wel van verschoten. Zelf vond ik dit niet heel bijzonder om te doen. Misschien raar, maar ik bekijk dat anders omdat ik een sport doe waarbij de marathon slechts een onderdeel is. Ik ben het dus gewoon om uren bezig te zijn. Dit was ook geen wedstrijd en ik had dus alles zelf in de hand. Natuurlijk voelde ik de inspanning wel, maar dit staat niet in mijn top 20 van Afzien. Bij mijn laatste Ironman in Cozumel (Mexico) was het zo warm dat ik van mijn fiets kwam en dacht: ik loop hier in geen 100 jaar een marathon. Het geeft veel vertrouwen als dat dan toch lukt. Op zich mis ik de competitie niet zo hard. Ik kan dat gevoel evenaren door uitdagingen als deze: je denkt daar over na, bent nerveus en volgt je vaste rituelen van voor een wedstrijd. Leerrijk en plezant! Ik mis het reizen wel en de sfeer van de competitie. Ik hoop dat het WK duatlon zal kunnen doorgaan in Zofingen op 20 september. Verder reken ik in december op de Hel van Kasterlee.

QIFM7422
Foto: Robrecht Paesen / Be Movi

Voor de lockdown werd afgekondigd, was Seppe met coach Stefaan op trainingsstage in Lanzarote, Spanje dus. Vluchten werden gecanceld, maar gelukkig konden ze vervroegd terugkeren. De afgelopen weken was hij ook nog aan het werk als vertegenwoordiger van fietsenmerk Orbea (what else?), vanop afstand weliswaar. Hij leerde zijn vierjarige dochter Laurien fietsen en zag hoe zoon Vik met steeds meer zelfvertrouwen begon rond te stappen langs het meubilair. Op de dag dat de Veiligheidsraad bijeen kwam om te beslissen over een mogelijke verstrenging van sportactiviteiten fietste hij “eventjes” naar de zee en terug (+/- 330 km), want ja: ook dat stond op zijn lijstje. Net zoals “Everesten”: op één berg en in één rit het aantal hoogtemeters bij elkaar fietsen van de Mount Everest: 8848 om precies te zijn. Die missie volbracht hij gisteren op de Sigarenberg in Herent. 239x dezelfde berg op en af, 393 kilometer op de teller in 15 uur en 21 minuten. En ja, ook voor die uitdaging werd het virtuele startschot gegeven om 4 uur. Bekijk hier de bijhorende documentaire.

Seppes andere uit de hand gelopen hobby is de podcast van De Jogclub die hij uitbaat met goede vriend Robrecht “Bobbie” Paesen. Elke week ontvangen ze een interessante gast die vertelt over haar of zijn sportieve exploten. In de recent verschenen aflevering 42 beantwoordt Seppe vragen van luisteraars over zijn 100 kilometer. Zeker beluisteren dus!

XVJZ7460
#teamodeyn

Ik wist natuurlijk al langer dat mijn broer uit heel bijzonder hout – of een andere degelijke doch waardevolle materie – gesneden is. Hij blijft verbazen en inspireren. Niet alleen door als 24-karaats sportman prestaties neer te zetten die tot de verbeelding spreken, maar net zo goed door gewoon onze broer te zijn. Ik ben alvast heel benieuwd wat hij volgende week in petto heeft. Aangezien kajakken weer toegelaten is, mogen we misschien iets met water verwachten?

 

Loperspraat – De 10 Miles van Marike

De loopkalender van het voorjaar is volledig blanco. Geen marathons, geen trails en ook geen 10 Miles in Antwerpen. Mijn zussen en ik keken daar nochtans heel erg naar uit. We zouden er met z’n drieën aan de start staan. Een absolute primeur én de officiële comeback van Marike: onze sportieve pitbull, top kinesitherapeut en mama van Leah. Na haar zwangerschap was de sportkriebel niet langer te negeren en ontstond er een plan. Eentje waar zij zelf mee op de proppen kwam: een zussenmarathon met drie! De 10 Miles zou haar eerste doel zijn en dus ook het eerste loopevent voor ons gezusterlijk trio. Met de koppigheid van een Odeyn liep Marike afgelopen zaterdag haar 16,1 kilometer oftewel 10 mijl. Volledig op eigen houtje. Ik belde haar op om te vragen hoe het was gegaan. Hier volgt haar relaas.

Voor ik zwanger was, ging ik drie keer per week lopen, telkens tussen de 30 en 45 minuten. Met afstand en snelheid was ik niet bezig. In de zomer fiets ik ook. In de winter ben ik minder sportief omdat ik allergisch ben aan de koude. Nadat ik in augustus bevallen was van Leah ben ik aan de slag gegaan met het boek Reboot van Elodie Ouedraogo. Daarin staan allemaal oefeningen om na je zwangerschap terug in vorm te komen. Er was veel werk aan de winkel! Zelfs een eenvoudig bruggetje was lastig. Mijn stabiliteit was ver zoek. Ik vond het wel leuk om terug fysiek bezig te zijn. Met Leah in de buggy ging ik veel wandelen. Toen Joke en Roos in oktober de marathon van Brugge liepen, wilde ik daar eigenlijk heel graag bij zijn. Ik kreeg het idee om samen eens een marathon te lopen. Dat was het startschot om weer te beginnen lopen.

Met een baby in huis was het niet gemakkelijk om trainingsmomenten in te plannen. Meestal liep ik ’s avonds op de loopband in mijn praktijk. Via de babyfoon kon ik Leah dan horen. Ideaal was het niet, maar wel de enige manier om drie keer per week te kunnen lopen. Naast een gebrekkige stabiliteit, had ik het ook conditioneel zwaar. Ik begon dus met enkele minuten aan een stuk te lopen. Stelselmatig bouwde ik dat uit. Ik ging voor het eerst buiten lopen toen Leah naar de crèche ging. Dat deed deugd! Het gaf ook voldoening toen ik merkte dat mijn uithoudingsvermogen verbeterde. Joke had me aangeraden om tot en met februari niet langer dan een uur te lopen. Ik heb me braaf aan dat advies gehouden. Drie keer per week ging ik lopen: twee kortere trainingen en één wat langere. Soms nam ik Leah mee in de Mountain buggy. Je kan daar schuin naast lopen zodat je de buggy met één hand kan bijsturen en dus nog een arm vrij hebt. Dat loopt best goed, behalve als je wind tegen hebt. Leah gaat graag mee in de buggy. Als ik langer dan een half uur loop, valt ze in slaap.

GVJY4790

Mijn laatste trainingsweken richting de 10 Miles verliepen goed. Een paar weken geleden liep ik al eens 15 kilometer, maar die 16 wilde ik echt houden voor het weekend van de 10 Miles. Mijn zaterdag was druk: ik had mijn praktijk en de ramen gepoetst, was gaan wandelen met Leah en had in de tuin gewerkt. Uiteindelijk ben ik rond 17u30 vertrokken. Bij mijn inschrijving moest ik van Joke een richttijd van 1u20 opgeven. Dat leek me te hoog gegrepen omdat ik nooit onder de 5 minuten (12 km/uur) loop: de snelheid die nodig is om te finishen in 1u20. De eerste kilometer was ik wat aan het prutsen met mijn iPod, maar toch liep ik vlot onder de 5 minuten. Ik liep door met de gedachte dat ik die seconden winst al op zak had. Ook mijn tweede kilometer liep ik sneller dan verwacht. Mijn zussen zeggen altijd: niet te snel vertrekken, maar ik waagde het er toch op en besloot gewoon door te lopen. Ik was heel gefocust en liep met een duidelijk doel voor ogen. Normaal gezien begroet ik iedereen die ik kruis, nu zat dat er echt niet in. Ik zat helemaal in mijn eigen wedstrijd en stelde me voor hoe ik achter mijn zussen liep. Zij waren een geoliede trein die ik MOEST volgen. Ik mocht niet lossen! De laatste drie kilometer waren echt zwaar. Toen ik thuiskwam, was ik knalrood en morsdood. Ik finishte uiteindelijk in 1:16:31. Zo snel, dat had ik nooit gedacht!

Ik weet nog niet hoe ik mijn looptrainingen de komende maanden verder zal zetten. Sowieso probeer ik wel om drie keer per week te blijven lopen en ook te fietsen in het weekend. Of ik in het najaar echt een marathon ga lopen, dat weet ik nog niet zeker. Ik merk dat mijn lichaam toch nog niet helemaal bekomen is van de zwangerschap. Als kinesitherapeut weet ik dat het niet verstandig is om je lichaam te forceren. Een halve marathon in het najaar is ook al een mooi doel. We zien wel…

DZIU8934

Na het telefoontje met Marike kreeg ik Peter nog aan de lijn. Hij zei me dat ik zeker moest vermelden dat Marike deze prestatie nooit had kunnen leveren zonder zijn steun en toeverlaat. Bij deze dus. Peter beweert dat hij in zijn tienerjaren een goede loper was. Tot hij besliste dat zijn befaamde dancemoves (met zware impact voor de knieën) belangrijker waren dan een loopcarrière. Het verdict van de kine in huis is hard: zijn knieën zijn kapot. Lopen zit er dus niet meer in. De trouwe volgertjes weten dat ik al eens met Peter ga mountainbiken. Normaal zou hij zaterdag zijn eerste Luik-Bastenaken-Luik hebben gefietst. Deze jongen is dus ook niet vies van een sportieve uitdaging.

Ik ben heel trots op Marike. Ze heeft haar 10 miles echt schitterend gelopen. Je moet het maar kunnen om je vast te bijten in een zog dat er niet is. Chapeau, zusje! Ik kijk uit naar het moment dat we gewoon weer eens samen kunnen lopen.

Het boek – Voorleestips voor jong en oud #1

Als ik graaf in mijn jeugdherinneringen dan wroet ik boeken en verhalen naar de oppervlakte. Zelfverzonnen verhalen die mama ons vertelde in het stapelbed. Cassettes met verhalen die we kapot speelden. Later de boeken die ik zelf las en voorlas. Een boek is een verbindend middel tussen generaties waar geen superlijm tegen op kan. Het is dan ook niet vreemd dat in deze vreemde tijden tal van (voor)leesinitiatieven ontstaan. Ik deel al eens graag boekentips in de categorie leeswerk voor volwassenen. Bij deze geef ik de aftrap voor een reeks voorleestips. Bij gebrek aan eigen kinderen ging ik te rade bij vrienden en familie en vroeg ik naar hun voorleesboeken en -gewoontes. Vandaag beginnen we in mijn bloedeigen familie.

Als kind was ik zelf weg van Lars de kleine ijsbeer. Niet geheel toevallig heet mijn knuffel-ijsbeer Lars (ja, ik heb hem nog steeds). Ik bombardeerde de ijsbeer prompt tot mijn lievelingsdier, zelfs toen ik wat ouder was en ontdekte dat ijsberen roofdieren zijn die schattige zeehonden doden. Toch heeft het een jaar of 10 geduurd voor de cavia de ijsbeer van de troon der lievelingsdieren stootte. Of wat de impact van een boek kan zijn. Seppes favoriete boek was dan weer Monkie: een prentenboek waar geen letter tekst in staat. Het verhaal gaat over een jongetje dat zijn knuffelaapje Monkie verliest tijdens een fietstocht: regelrechte kinderhorror. Via verschillende dieren – die er niet bepaald zachtzinnig mee omspringen – komt de gehavende knuffel terecht bij een poppendokter die hem oplapt en uiteindelijk ook aan het jongetje terugbezorgt. Oef! Volgens Seppe ligt de kracht van dit verhaal in het feit dat de verteller bij gebrek aan tekst het verhaal wat naar zijn hand kan zetten, waardoor akelige stukken minder zwaar worden en de ontroerende meer naar de voorgrond komen. Dat was ook nodig voor onze gevoelige kinderzieltjes.

NHNS0274

Seppe en ik hebben ook de verhalen Een heel gewoon kikkervisje (dat uitgroeit tot een gigantisch, maar goedaardig zeedier), Ze lopen gewoon met me mee (nijlpaard volgt jongetje na school) en Als je maar vrienden hebt (een vis, een big en een vogel moeten met elkaar spelen) stukgelezen. Wij hielden heel erg van herhaling. Als we naar de bibliotheek gingen, kwamen we vaak met dezelfde boeken terug naar huis. Zo hebben we eens een volledig jaar Nijntje vliegt ontleend (spoiler: de titel is meteen ook het verhaal). Telkens als we het moesten inleveren, wachtten we tot het terug op z’n plaats werd gezet en namen we het terug mee. Sommige van onze boeken moesten jarenlang vier paar kinderhanden doorstaan. Net zoals de afstandsbediening (dé zapper) van de televisie aaneen hing met plakband, vertoonden sommige boeken ernstige gebruikssporen. Flapjes waren in- of afgescheurd, pagina’s meermaals geplooid en we gingen allemaal door een fase waarin we onze stift eens uittestten in een boek. Onverslijtbaar waren de geanimeerde verhalen die mama ons vertelde. Over het geheime leven van onze knuffels of over tractors die samenkwamen op het veld om allerlei agrarische activiteiten te verrichten. Ik ben er zeker van dat ze die verhalen nu – op verzoek – met evenveel overtuiging en inleving zou kunnen brengen. Net zoals ze dat deed bij het Engelse boek waarin acht honden steeds na elkaar op een andere manier blaften, in het Engels dus. Hilariteit gegarandeerd!

HOQY9806
Bomma is helemaal klaar voor een voorleesmoment!

Mijn mama mag zich ondertussen professioneel verhalenverteller noemen. Ze is leerkracht in het lager onderwijs en heeft dus al duizenden kinderen blij gemaakt met een goed boek en dito voorleeskunsten. Nu is ze zorgleerkracht, wat haar de kans geeft om haar taak als leescoach op school met nog meer glans in te vullen en de uitgebreide schoolbibliotheek te managen. Ook als bomma van drie kleinkinderen krijgt voorlezen een prominente plaats binnen het curriculum. Ik laat het haar zelf uitleggen. Voorlezen is één van mijn favoriete bezigheden. Ik lees op een schooldag vier keer voor. Stemvariaties, uitbeelden, vertragen, versnellen en decibels aanpassen: het lukt me allemaal. Mijn oudste kleinkind Laurien (4 jaar) heeft een uitgesproken voorkeur. Soms is ze bang van prenten. Toch kiest ze soms net voor boeken waarin “bang zijn” aanwezig is. Zo was een ouderwetse Roodkapje met een vreselijke prent van een wolf lang geliefd bij haar.

thumbnail_20200414_194456
Laurien en Vik (immer enthousiast) met hun favoriete boeken van thuis.

“De wolf komt echt niet” is één van Lauriens favoriete boeken. Het verhaal gaat over een konijntje dat gaat slapen en herhaaldelijk aan zijn mama vraagt of de wolf komt. Mama konijn stelt gerust en bedenkt telkens een andere reden waarom de wolf niet kan komen en het konijntje dus niet bang moet zijn: de wolven zijn doodgeschoten, ze zijn bang van de stad of ze kennen het adres niet. Het konijntje ontdekt altijd een zwakke plek in mama’s redenering. Op de prenten zie je de wolf naderen en als mama weg is, wordt er op de deur geklopt… Het konijntje heeft geen schrik van de wolf, maar verwacht die juist voor zijn verjaardag! Ik las dat boek elke week voor. Laurien ging telkens helemaal op in het verhaal en dacht altijd weer dat het konijntje bang was. Voor ik begon, zei ze al dat de wolf niet bij haar kon komen, want de wolf wist haar niet wonen. Een ander favoriet boek is “Tijger” (met prachtige prenten van Jan Jutte). Een tijger verschijnt in een dorp. Iedereen is bang van hem behalve een oud vrouwtje dat hem bij haar laat wonen. De tijger krijgt echter heimwee naar zijn land van herkomst. Het vrouwtje brengt hem met een grote boot terug, waarop de tijger herleeft en zijn kleuren terug krijgt. Als ze thuiskomt, vindt ze een poesje dat ze de toepasselijke naam Tijger geeft. Seppe wist me te vertellen dat Lauriens favoriete boek thuis Heksje Mimi en de baby is. Vik (1 jaar) kiest dan weer voor Klein wit visje hoort watermuziek.

HDZG4030

Leah mag als jongste telg van de familie natuurlijk niet ontbreken. Ze is inmiddels 8 maanden oud, maar – net zoals haar meter – volledig vertrouwd met boeken. Als kind was Marike fan van de verhalen van de rosse kater Dikkie Dik. Later ook van Elmer, een patchwork olifant die dus niet grijs is zoals zijn soortgenoten. De kleurrijke Elmer wakkerde bij de kleine Marike ook een fascinatie aan voor de abstracte kunst van Paul Klee. Ze maakte een tekening van allemaal gekleurde hokjes en gaf die de diepzinnige titel Papegaai in een kooi. Toen Marike vorig jaar zwanger was, gaf mama haar het boek van Elmer cadeau. Het gaat over een olifant die anders is. Bovendien is Elmer grappig en erg populair bij zijn grijze soortgenoten. Hij wil echter net zo grijs en gewoon zijn als hen. Als hij zich weet te bedekken met een grijze smurrie merkt hij op dat iedereen hem mist. Uiteindelijk kiest hij er dus toch voor om zijn kleurrijke en unieke zelf te zijn: een buitenbeentje dat gewaardeerd wordt om wie hij is.

ORQC0115
Druk, druk, druk aan het lezen.

Als Leah echter helemaal zelf mag kiezen (en dat kan ze), dan pikt ze altijd het verhaal van Muis uit de stapel. Tante Roos is ongetwijfeld erg blij met die keuze omdat de verhalen van Muis (wij zeiden Maisy, zoals ze oorspronkelijk heet) vroeger haar absolute lievelingsboeken waren. Op haar aanraden kochten we zelfs eens een boek van Maisy voor papa’s verjaardag, want dat zijn zijn lievelingsboeken! Boerderijdieren en vooral heel felle kleuren blijken een grote aantrekkingskracht uit te oefenen op een avontuurlijke baby.

VAOL9265

De voorleeslijst #1
Lars de kleine ijsbeer – Hans de Beer
Monkie – Dieter Schubert
Als je maar vrienden hebt – Friedrich Karl Waechter
Ze lopen gewoon met me mee – Margaret Mahy
Een heel gewoon kikkervisje – Steven Kellogg
De wolf komt echt niet – Myriam Ouyessad
Tijger – Jan Jutte
Elmer – David McKee
Boerderij van Muis – Lucy Cousins

Met dank aan mama, Seppe en Marike voor hun verhalen over voorleesboeken en het fotografisch materiaal.
Noot: mijn papa lijkt in dit verhaal misschien afwezig te zijn, maar hij was hoofdverantwoordelijk voor onze muzikale, wetenschappelijke en bouwkundige opvoeding. Als bompa neemt hij de taak als voorlezer heel ernstig.

Hoe train je voor een marathon die je niet loopt?

We leven in bizarre tijden. Het coronavirus legt ons land stil. Een ongeziene situatie die ook mij angst inboezemt, elke dag een beetje meer. Ik sta niet in mijn klaslokaal met mijn leerlingen, maar zit thuis en probeer een goede leerkracht op afstand te zijn. Donderdag kwam de crisis in een stroomversnelling terecht. Op school werden de maatregelen verscherpt. Het ene na het andere event werd uitgesteld. Zo ook de marathon van Rotterdam, waardoor mijn Road to Rotterdam abrupt werd onderbroken. Jammer, maar uiteindelijk slechts een aantekening in de marge. Niets is zo relatief als een uitgestelde marathon als de volksgezondheid op het spel staat. Zelfs een marathonjunkie als ik kon niet anders dan concluderen dat dit de enige juiste beslissing was. Het is onwezenlijk dat Roos en ik amper 10 dagen geleden nog in een propvol startvak stonden te drummen tot het startschot van de CPC Loop in Den Haag werd gegeven. Eens te meer besef ik nu dat ik mijn beide (gewassen) handjes mag kussen voor het memorabele en zorgeloze loopfeest dat ik toen met mijn familie kon beleven.

IMG_2262b

Dat de Rotterdam marathon niet over drie weken gelopen zou worden, die bui voelde ik wel hangen. De organisatie laat weten dat de 40e feesteditie later dit jaar plaats zal vinden. Een streep door het sportieve voorjaar, nieuwe kansen in het najaar. Tot nu toe verliepen mijn trainingen voorspoedig. Mijn PR in Den Haag is een bewijs dat ik in goede vorm verkeer. Nu het er niet meer toe doet, durf ik dat ook gewoon luidop te zeggen. In onzekere tijden als deze beschouw ik het als mijn plicht om eens zo standvastig achter het principe te staan dat ik in de eerste plaats loop omdat ik dat graag doe. Een marathon lopen kan een bekroning zijn op mijn voorbereidingswerk, maar is niet per se het ultieme doel dat tot loopvreugde leidt. Ik heb plezier gehaald uit mijn trainingen. Geen enkele loopkilometer voelde aan als een verspilling van mijn tijd. Integendeel. Net nu komt de essentie van lopen eens zo hard binnen: een inspanning voor de ontspanning, om het hoofd vrij te maken en frisse lucht op te snuiven.

PSFM8278
Ook als ik loop, gebruik ik liefst handgebaren om mijn verhaal te vertellen.

Ik had dus voldoende redenen om mijn geplande lange duurloop van 30 kilometer afgelopen zondag niet te lopen. Ik deed dat natuurlijk wel. Omdat ik ook hiervoor getraind heb. Omdat het ideaal loopweer was. Omdat het heel fijn is om van de woning van mijn ene zus Roos via de Demer en de Hagelandse veloroute naar mijn andere zus Marike te lopen. Omdat Roos mij begeleidde op de fiets, Marike mij tegemoet liep en mama ook nog een stuk mee fietste. De eerlijkheid gebiedt me wel om te zeggen dat die duurloop niet helemaal van een leien dakje verliep. In elk van mijn benen zat nog 10,5 kilometer verzuring van mijn snelle halve marathon. Zelfs dat had een voordeel: het werd echt een rustige duurloop aan een lage hartslag. Hoe train je dus voor een marathon die je niet loopt? Door veel deugd te hebben van de loopkilometers die je nu nog wel kan maken en er het beste van te maken.

 

De race – Een nieuw PR op de halve marathon in Den Haag

Soms beleef je een moment waarop alles – volstrekt onverwacht – in de juiste plooi valt. Alle opgestapelde bekommernissen en stress ebben weg en wat overblijft zijn schelpjes van dankbaarheid omdat je hebt kunnen doen wat je het liefste doet. In mijn geval is dat (hard) lopen, een klein beetje de grenzen opzoeken en vooral heel veel bij mijn familie zijn. Zondag 8 maart 2020 was zo’n dag. Ik liep de halve marathon van de CPC Loop in Den Haag in een nieuw PR van 1:33:56. Ondanks de harde wind en de angst voor blessureleed die mij al ruim een week in een stevige greep hield. Ik maakte dus schoon schip met mijn traumatische ervaring tijdens de CPC twee jaar geleden. Toen stond ik na exact 3,15 kilometer langs de kant van de weg met een kapotte enkel. Ik kon niet meer steunen op mijn linkerbeen. Stappen werd hinkelen. Mijn voorjaar van 2018 viel volledig in het water. De impact van die gebeurtenis is tweeledig. Langs de ene kant werd ik een bewustere en daardoor ook wel gelukkigere loper. Langs de andere kant hou ik in mijn hoofd altijd rekening met een doemscenario. Zondag was eindelijk de dag aangebroken dat mijn CPC-trauma werd omgezet in een CPC-triomf.

Zoals de traditie het wil, zakten Roos en ik zaterdag af naar Den Haag om tijd te spenderen met onze neef Maarten en zijn gezin. Een korte toer door het geweldige Den Haag mocht niet ontbreken op ons programma. Zondagochtend werden we wakker in de junglekamer van ons neefje Lev, die samen met zijn broer Senne zou deelnemen aan de 2,5 kilometer. Levs enthousiasme was eerder beperkt. Een uur voor de start vroeg hij hoopvol of de CPC niet was afgelast (net zoals vorig jaar), maar helaas voor hem: zelfs het coronavirus kon niet beletten dat er gelopen zou worden. Zo vertrokken we voor een eerste keer richting Malieveld om Lev en Senne aan te moedigen tijdens hun wedstrijd. Die neefjes van ons deden dat fantastisch, ook al liepen ze onder een bewolkte hemel met een heel strakke wind. Na een koolhydraatrijke lunch trokken Roos en ik weer richting Malieveld. Nu om Maarten aan te moedigen op de 10 kilometer. In tegenstelling tot zijn zoon Lev had Maarten er wel zin in. Dat hij amper had getraind, was dan ook een klein detail. Zijn prognose was om op karakter te finishen rond het uur. Uiteindelijk konden wij onze oudste neef nog een stevige high five geven richting finish, die hij na 51 minuten bereikte. Een knappe prestatie!

LLYU8167

De CPC Loop was dit jaar aan zijn 45e editie toe, nadat de geplande feesteditie vorig jaar werd afgelast door het voorspelde stormweer. Het was dus drie jaar geleden dat ik de finish kon halen van deze halve marathon die van de Haagse city naar de Scheveningse pier terug de city in loopt: CPC dus. In maart 2017 had ik daar 1 uur, 35 minuten en 25 seconden voor nodig. Een PR dat drie jaar lang onaantastbaar en duizelingwekkend snel leek. Zowel Roos als ik voelde de zenuwen stevig door ons lijf gieren. We werkten nog een smerig banaantje weg en bespraken onze racetactiek. Voor Roos was het simpel: zij wilde haar PR van 1:40 evenaren dat ze liep in Brussel en waaraan ik een bijdrage kon leveren. Zelf was ik er nog steeds niet uit wat mijn raceplan zou zijn. Enerzijds wilde ik lekker saai op veilig spelen: finishen in een acceptabele tijd zonder iets te forceren, zonder kans op een toptijd, zonder kans op enige vorm van teleurstelling. Anderzijds besefte ik ook dat dit het uitgelezen moment was om voor eens en altijd komaf te maken met het CPC-spook uit mijn verleden door een harde halve marathon uit mijn benen te schudden. Dat zou bovendien een mooie opsteker zijn richting Rotterdam marathon.

Stiekem heb ik altijd wel geweten dat ik het volle pond zou geven, met het risico dat ik op seconden of zelfs minuten van dat PR zou stranden. Het leven is aan de durvers, dus ik ging er snel van door toen het startschot weerklonk. Door allerlei omstandigheden had ik de afgelopen week een heel beperkt aantal kilometers gemaakt, waardoor mijn benen fris aanvoelden. Ik ging hard, maar liep soepel. Na twee kilometer stevende ik regelrecht af op de plek des onheils: de Groot Hertoginnelaan, waar ik in 2018 abrupt tot stilstand kwam en een DNF achter mijn naam liet optekenen. Heel even voelde ik de paniek van toen. Ik kon die ook weer snel achter me laten door met een stevige vaart verder over het parcours te denderen. Rond kilometer 8 kreeg ik een eerste aanmoediging van Maarten. Ik stelde vast dat mijn benenwagen het nog uitstekend deed.

IMG_2240b

Vroeger kon ik schijnbaar moeiteloos snel lopen. De enige verklaring die ik heb voor dat fenomeen is onbezonnenheid. Dat feestje blijft echter niet eindeloos duren. Op een dag kom je jezelf eens goed tegen en sluipen er onzekerheden in je hoofd. Onbesuisd hard lopen lukt dan niet meer. Je hebt wat naïviteit nodig om een snelle race te kunnen lopen. Zondag lag die in mijn onwetendheid omtrent het kilometertempo waaraan ik mijn vorige halve marathon in Den Haag gelopen had. Ik dacht dat dit rond de 4’25” moest liggen. Na 10 kilometer concludeerde ik daarom dat ik een heel klein beetje voor lag op mijn recordschema. Ik dacht dus dat het erom zou spannen. Halverwege de wedstrijd waren we nog steeds op weg naar de zee. Moeiteloos snel lopen zat er niet meer in. Ik hoopte dat ik mijn verval zou kunnen beperken tot aan kilometer 15. Vanaf dan zouden we immers de wind in de rug hebben. Misschien kon ik dan nog wat tijd terug winnen. Tussen kilometer 11 en 15 was het bikkelen geblazen. Ik stampte mij een weg over de boulevard (de dijk, zoals we in België zeggen), probeerde wat te genieten van de zon die scheen, maar ik voelde vooral mijn benen branden. Ik slaagde er behoorlijk in om mijn focus niet te verliezen. Ik klampte me vast aan het vooruitzicht van die 15 kilometer en ploegde dus voort. In plaats van 4’25” plakte ik eerder tegen de 4’30” aan. Ik probeerde mezelf op te peppen en wilde niet teleurgesteld zijn als ik mijn 1:35 barrière niet kon doorbreken.

Rond kilometer 16 kreeg ik nogmaals een aanmoediging van Maarten. Ik sprak met mezelf af dat ik niet op mijn horloge zou kijken naar de tijd die genadeloos weg tikte, kwestie van mezelf niet te veel op te jagen. Dat hield ik vol tot kilometer 18. Mijn verbazing was groot toen een eenvoudige rekensom me leerde dat ik perfect op schema lag om een nieuw record te lopen. De laatste 3 kilometer waren echter allesbehalve een walk in the park. De wind deed er alles aan om tegen te zitten. We liepen in een rechte lijn, die eindeloos leek te duren, op ons doel af. Met de wind pal op de neus drie kilometer buigen, maar niet breken: het leek schier onmogelijk te zijn. Van mijn gewenste versnelling was geen spoor te bekennen. Ik dacht nog aan SIA’s Unstoppable, maar in plaats van een Porsche with no breaks, leek ik eerder een Citroën met de handrem op. Uiteindelijk kwam die laatste bocht naar links er dan toch en liep ik af op de finishboog. Een laatste blik op mijn horloge zei me dat ik nog onder de 1:34 kon duiken als ik mij Usain Bolt gewijs richting de meet zou pushen. Mijn sprint leek op die van een stervende zwaan. Ik perste het laatste restje karakter uit mijn benen en klokte af op 1:33:56. WAUW. Dit had ik niet zien aankomen! Ik liep anderhalve minuut van mijn drie jaar oude PR. 21,22 kilometer liep ik aan een gemiddeld tempo van 4’26”. Nog steeds klinkt dat onwezenlijk snel.

IMG_2232b
Roos heeft het nog steeds zwaar.

Na de finishzone was het wachten op Roos. Haar blik sprak boekdelen. Ze finishte in een snelle tijd van 1:42:56, maar dat kleine zusje van mij was toch vooral teleurgesteld. Ze was slachtoffer geworden van het vuile spel dat de wind had gespeeld. Vooral tijdens die ellendige laatste kilometers had ze tijd verloren. Het voelde daar alsof ze geen meter vooruitkwam omdat ze een kar moest voorttrekken. Gelukkig had ze veel steun gekregen van Maarten, die ons gevoel bevestigde dat de wind het ons knap lastig had gemaakt. Hij merkte ook fijntjes op dat Roos nog steeds gemiddeld veel sneller had gelopen op haar halve marathon dan hij op de 10 kilometer. Met Maarten als gids op de fiets kregen we nog een laatste sightseeing tour door Den Haag.

Mocht het nog niet duidelijk zijn: Den Haag is een stad die een bezoek verdient. De CPC is een wedstrijd die op de bucketlist van elke loper hoort te staan. Ik ben diep gegaan tijdens mijn halve marathon. De verzuring in mijn benen is zelfs na twee rondjes loslopen nog steeds aanwezig. Wat overheerst is de euforie. En of de Rotterdam marathon nu wordt afgelast of niet: dit pakken ze mij niet meer af.

 

Het portret – Hoera voor mijn dertigjarige zus Marike!

Kleine zusjes worden groot: het is een eenvoudige vaststelling die de opening zou kunnen zijn voor een klaagzang over het feit dat ik zelf dan nog eens zoveel jaren ouder ben. Over imaginaire rimpels en grijze haren. Over hoe verschrikkelijk snel de tijd gaat. Over dat vroeger alles beter was. Niets van dat. We leven in 2020 en vandaag wordt mijn wonderlijke zus Marike 30 jaar. Roos staat nu dus helemaal alleen als twintiger in onze familie. De tijd gaat snel, ja. Ik herinner me nog levendig dat we boerderijen bouwden met Playmobil en samen (in het echt) gingen paardrijden. Ik herinner me nog net iets levendiger hoe we eergisteren tijdens de voorbode van storm Ciara de fikse wind trotseerden en er met z’n drieën op uit trokken voor een eerste zussenlooptraining: een primeur! We hebben geen Playmobil meer nodig om ons te vermaken. We hebben Leah, we hebben elkaar en een schat aan herinneringen. De ene episch, de andere ronduit banaal.

Het is iets heel apart een zusterband. Altijd als je denkt dat het een vanzelfsprekendheid is, besef je juist dat het allesbehalve evident is dat je hen werkelijk alles kan toevertrouwen en dat je echt altijd op hen kan rekenen. Door de jaren krijgt een broederlijke of zusterlijke band de tijd om uitgebreid te rijpen. Zo ontstaan er extra dimensies en ontdekken we steeds meer onderlinge raakvlakken. De body wordt steviger. De verbondenheid neemt toe. Ook de afdronk is navenant. Met de jaren is onze band kostbaarder geworden. De gelijkenissen tussen Roos en mij zijn altijd meer uitgesproken geweest dan die tussen Marike en mij. We zijn echter onmiskenbaar zussen. Ik denk dat we vooral op elkaar lijken in onze felheid en gedrevenheid die met vlagen de kop kan opsteken. We vullen elkaar ook heel goed aan. Laat Marike niet te veel met taal doen: geef mij woorden en ik maak er zinnen van. Hou mij vooral weg van alles wat medisch en wetenschappelijk is: geef haar een lichaam en zij kneedt het in de juiste vorm. Sinds kort doet ze dat in haar eigen praktijk Kine Odeyn. Check vooral eens de website, al was het maar voor de foto van mijn knappe zus met de mooiste blauwe ogen.

IMG_2100b

Op 20 augustus 2019 heeft Marike een kind op de wereld gezet. En wat voor één: Leah is het geweldigste metekind dat ik me kon wensen. Al van bij haar geboorte was het duidelijk dat ze uitzonderlijk was. Ze gedraagt zich voorbeeldig, slaapt als een prinses en heeft een hoge activiteitsgraad. Als zij lacht, ligt de wereld aan haar voeten. Ze is amper 6 maanden, maar maakt nu al deel uit van ons zussenverbond. Marikes sportieve leven mag dan even op een lager pitje hebben gestaan, haar come-back wordt er eentje om u tegen te zeggen zodat ze haar naam van Sporty Spice alle eer aan kan doen. Eind april zullen we haar wegwijs maken op haar eerste 10 Miles in Antwerpen. In het najaar hopen we met z’n drieën, zij aan zij, voetje voor voetje en als het nodig is arm in arm, een marathon te lopen. Ze wil dat gewoon één keer gedaan hebben, zegt ze. Een gevaarlijke uitspraak voor een Odeyn. Onze plannen zijn groots, het enthousiasme nog groter.

IMG_2096b

Liefste zusje, dertig staat je fantastisch. Ik wens je een prachtige verjaardag toe!

 

De race – De Hel van Kasterlee december 2019

Ik zou het nu heel kort kunnen houden door simpelweg te zeggen dat ik het weer deed: finishen in de Hel van Kasterlee en dus 15 kilometer lopen, 115 kilometer mountainbiken (zeg: mon-ten-baijke) en nog eens 30 kilometer lopen. 11 uur en 45 minuten had ik nodig om één van de zes vrouwen te zijn die de finish bereikte van wederom een legendarische Hel-editie. I did it en daarmee is de kous dan af. Ik zou met geen woord kunnen reppen over de regen en de loodzware omstandigheden waarin ik die prestatie leverde. Ik zou in alle talen kunnen zwijgen over de strijd die ik met de modder, maar toch vooral met mezelf voerde. Ik zou geheim kunnen houden dat het afsluitende loopnummer me dit jaar niet bracht waar ik op gehoopt had. In dat geval zou ik geen drie dagen nodig hebben gehad om mijn avontuur te laten bezinken en na te denken over het verhaal dat ik hier wil vertellen. Dat is er één van bijna 12 uur hard labeur waarbij mijn gedachten alle kanten opschoten, mijn lichaam het zwaar te verduren kreeg, boog, maar niet brak en de steun van mijn familie onuitputtelijk bleek te zijn. Aanmodderen in het kwadraat, letterlijk en figuurlijk.

Wat vooraf ging
Na mijn onverwachte derde plaats vorig jaar was het vanzelfsprekend dat ik dit jaar opnieuw aan de start zou verschijnen. Niet om beter te doen, maar omdat een uitdaging als de Hel mijn ding bleek te zijn dat bovendien ook past binnen mijn marathonkalender. 2019 was een rijkelijk gevuld sportief jaar. Ik liep twee marathons en een lange trail in Houffalize. Het hele jaar door bleef ik fietsen en lopen. In de zomermaanden legde ik zo een stevige basis voor een nog steviger najaar. Dat bleek nodig, want in september liep ik op de toppen van mijn tenen. De toon was gezet en ik spartelde door. Na technische mountainbike-perikelen was november een succesvolle trainingsmaand. Ik stond hoe dan ook aan de start staan met meer fietservaring dan vorig jaar.

Vlak voor de start
Wonder boven wonder sliep ik zaterdagnacht behoorlijk goed. Ik ontbeet samen met mijn zussen in het holst van de nacht en rond half 7 kwamen we aan in een donker Kasterlee. De zenuwen stonden nu echt op mijn gezicht te lezen. Ik was piete-nerveus om het met Roos haar woorden te zeggen. Ik was één van de 9 vrouwen die aan de start zou verschijnen. In onze kleedkamer hing een gemoedelijke sfeer. Het had ’s nachts flink geregend en dat deed het nog steeds. Heel drukte maakte ik me daar niet in omdat het parcours er volgens mij niet zwaarder dan vorig jaar kon bijliggen. Later zou blijken dat ik dat verkeerd had ingeschat. Wachtend in het startvak kregen we nog een stortbui over ons heen en zo openden de poorten van de Hel zich om 8u voor de eerste loopronde van 15 kilometer.

De race
Het eerste looponderdeel is het kortste, maar naar mijn gevoel duurde dit het langste. Ik vond een comfortabel tempo en liet me op sleeptouw nemen door het pak. Er werd wat gebabbeld. Mijn zenuwen ebden stilaan weg. Ik verbaasde me over de vele plassen die bezaaid lagen over het parcours. De onverharde wegen waren modderig. Dit zou een uitdaging worden voor mijn familieleden die hier over een uur of 8 met een gewone fiets door zouden moeten ploegen. Achteraf gezien bleek dit een correcte inschatting te zijn. Na 1 uur en 12 minuten kwam ik terug aan bij de sporthal. In de kleedkamer nam ik mijn fietsgerief. Roos en mama moedigden mij luid aan in de wisselzone. Ik was vertrokken voor wat een heel lang mountainbike-avontuur zou worden.

VFOA8407

Ik had mezelf dus voorgenomen om rustig te blijven tijdens de eerste fietsronde. Ja, ik zou voorbij gevlamd worden langs alle kanten. Niet iedereen zou dan even vriendelijk zijn. Ja, ik zou niet meteen mijn tempo vinden. So what? Vlak voor ik het veld insloeg, reed de immer sympathieke Natalie Franken me voorbij. Vorig jaar haalde ik haar in op 3 kilometer van de finish en werd ik derde. Ze riep me toe dat we ervoor moesten gaan om allebei te finishen. Natalie zou uiteindelijk de verdiende winnares worden. Met haar mooie woorden in mijn achterhoofd lukt het me aanvankelijk om me niet te laten imponeren door de omstandigheden, ook al lag er echt al heel veel modder. Ik gleed constant weg en was het goede spoor volledig bijster. Van snelheid maken was geen sprake. Het was spartelen, duwen, glibberen en wat bijsturen om vooruit te komen. Het leek onbegonnen werk om dit nog ruim 100 kilometer vol te houden. Samen met de modder zonk de moed me in de schoenen. Ik kon mezelf niet oppeppen. Ik was geen mountainbiker, zo bleek nu wel. Ik viel een eerste keer van mijn fiets. Ik trapte een eerste keer mijn mijn ketting eraf. Ik kon dit echt niet. Toen ik mijn familie na de eerste fietsronde in de bevoorradingspost zag, had ik het meteen over mijn belabberde mountainbikecapaciteiten en het ellendige parcours. Ik werd vakkundig de mond gesnoerd. Volgens hen was ik geweldig sterk bezig en had ook Seppe het zwaar. Ik kon dit wel. Roos maakte mij nog meer monddood door wat eten in mijn mond te duwen. Ik sputterde niet langer tegen en vertrok voor mijn tweede fietsronde.

DSC00191

Ik had de inner Wout Van Aert in mezelf nog niet ontdekt, maar ik joeg me niet meer op in het feit dat ik dit eigenlijk niet kon. In het eerste deel van de fietsronde waren bij nader inzien enkele stukken die nog behoorlijk berijdbaar waren. Seppe vlamde mij in koppositie voorbij. Hij zou die niet meer afgeven en zijn achtste zege binnenhalen. Ondanks mijn ervaring en analytisch vermogen ben ik vooral een gevoelsmens en als het gevoel niet goed zit, is het heel lastig om dat om te draaien. Ik probeerde daarom mijn gedachten niet te richten op wat ik aan het doen was (of probeerde te doen). Mountainbiken in de modder mocht dan niet mijn ding zijn, ik dacht aan de andere kwaliteiten waar ik over beschik. De innerlijke storm in mij ging even liggen. Op het einde van die tweede ronde werd ik nog eens met mijn neus op de feiten gedrukt. Op een strook van amper 100 meter smakte ik twee keer hard tegen de grond en kwam ik ook nog eens in botsing met een boom. Ik was met iets bezig dat ver buiten mijn comfortzone lag. Na de broodnodige peptalk van mijn supporters reed ik weg voor ronde nummer drie. Dat werd de ronde waarin ik het goede gevoel het beste te pakken kreeg. De Wout Van Aert in mij reed met meer lef rond en kreeg er zelfs wat zin in. Het parcours lag er weer wat zwaarder bij, maar veel erger zou dit toch niet kunnen worden. Dit bleek weer maar eens een foutieve inschatting te zijn. Door mijn klunzige valpartijen hadden mijn rug (die de afgelopen maanden wel vaker protest aantekende) en nek het al zwaar te verduren gekregen. Ik voelde de stijfheid dan ook toenemen. Vlak voor het einde van de derde fietsronde viel ik nog een keer languit op de moddergrond. Ik verloor weer wat van mijn herwonnen zelfvertrouwen.

DSC00172
Onder die modderige façade schuilt niemand minder dan Seppe Odeyn die de zege al kan ruiken.

In de bevoorrading hoorde ik dat ik nog 1 uur en 45 minuten had om de tijdslimiet te halen en dus mijn vierde ronde af te werken. In principe was dat een haalbare kaart. Tot de moed me voor de 85e keer in de schoenen zonk. Het parcours was exponentieel zwaarder geworden. Er was werkelijk geen meter waar je nog een beetje vlot kon rijden. Ik moest nog dieper gaan om te blijven rijden, ik moest nog harder duwen om boven te geraken op de klimmetjes. Nergens was nog een goed spoor te vinden. Elk weggetje bestond ofwel uit dikke blubbermodder, ofwel uit plassen, ofwel uit heel diepe groeven en putten ofwel uit een combinatie van die drie. Zelfs de meest eenvoudige afdaling was getransformeerd in een venijnig ding. Inmiddels was ik al gewend aan het schrapende, schurende geluid dat mijn mountainbike Juan maakte. Mijn remmen waren zo goed als afgesleten. Ik schat dat ik een kilo of 3 modder op mijn fiets meesleepte en nog eens 2 kilo op mijn lichaam. En Joke Odeyn? Zij ploegde voort.

DSC00192

Op het einde van mijn vierde ronde kreeg ik op een stuk asfalt de wind pal in mijn gezicht samen met een fikse regenbui. Mijn laatste greintje zelfvertrouwen liep hier van de fiets. Ik had al 90 kilometer gesparteld om niet te verzuipen op de fiets. Hoe moest ik in godsnaam nog een ronde doorkomen en dan 30 kilometer lopen? Voor de zoveelste keer dacht ik aan opgeven. Ik haalde de tijdslimiet echter vlot. Nu uit de race stappen zou belachelijk zijn. Met de moed der wanhoop begon ik dus aan mijn laatste fietsronde. Ik nam mijn tijd, er stond niets meer op het spel. Het besef drong door dat als ik dit doorkwam, ik zou kunnen finishen in de Hel van Kasterlee. Het ging nu echt voor geen centimeter meer vooruit. Ik moest nog vaker afstappen dan de rondes voordien. Ik glibberde als een slak door het grijze niemandsland waarin Kasterlee was omgetoverd.

DSC00512

Vraag me niet hoe, maar ik kwam na 115 kilometer aan in de wisselzone. Ik overhandigde mijn Spaanse kompaan en rots in de branding Juan (wiens strijdlust niet te temperen was) aan Marike en liep met Roos naar de kleedkamer. Het was geen sinecure om mijn handschoenen van mijn handen te trekken. Mijn voeten leken gemetseld met een centimeter modder in mijn schoenen vast te zitten. Ik voelde een branderig gevoel aan mijn zitvlak door de modderscrub waar ik gedurende 7 uur en 20 minuten van had mogen genieten. Roos deed propere sokken aan mijn moddervoeten en een paar trailschoenen. Een schoenkeuze die een juiste inschatting bleek te zijn. Ik liep mijn eerste meters en dat voelde beter aan dan verwacht. Onze playlist zette stevig in met Don’t Stop Me Now van Queen. En zo vertrok ik dus, niet enkel vergezeld door Roos op de fiets, maar ook door mijn beide ouders. Samenzijn op z’n Odeyns heet dat. Ik kreeg er weer zin in. De eerste zes kilometer liepen redelijk vlot tot ik bij de eerste bevoorradingspost aankwam, stopte om wat water te drinken en terug vertrok. Ik voelde toen dat ik niet nog 24 kilometer aan een stuk zou kunnen lopen. Dit zou niet mijn loopnummer worden, maar een zoveelste overlevingsslag. Het loopparcours was immers ook zwaar. Ten opzichte van het eerste loopnummer lag alles er weer eens zo nat en modderig bij. Ik koos voor de weg rechtdoor, liep door plassen en in putten. Dat mijn voeten weer kletsnat waren, was het minste van mijn zorgen.

Mentaal kreeg ik hier weer een krak. Het misselijke gevoel waar ik al heel de dag van mocht genieten, werd er niet beter op toen mijn sportgel weer eens dag kwam zeggen. Ik voelde de impact van mijn valpartijen in ongeveer elk ledemaat. Ik stapte af en toe om dan weer enkele kilometers te lopen. Op die manier kon ik toch nog heel wat lopers inhalen en passeerde ik een laatste keer aan de sporthal, luid aangemoedigd door heel veel bekende en onbekende supporters. De echte finale begon nu: ik moest nog één loopronde afleggen van 15 kilometer. Mijn ouders en Roos openden een nieuw blik aanmoedigingen en complimenten. Blijkbaar had ik toch nog ergens een restje moed bewaard en voor ik het goed en wel besefte was ik op enkele kilometers van de finish. Samen met Roos zong ik luid mee met Still Young van The Cat Empire: The kind of free I’d never been, a kind of beast I’d never seen. 160 kilometer lang heb ik een heel vies beest in de ogen gekeken. Een beest dat in mijn hoofd zat en een beest dat Modder heet. Toen ik onder luid applaus de sporthal binnenstapte kon ik niet anders dan lachen. Op mijn gezicht stonden opluchting en ontlading te lezen. Mijn broer, de onbetwiste modderduivel van Kasterlee, hing plechtig een medaille om mijn nek. Na 11 uur en 45 minuten zat mijn strijd erop.

79874741_1418693618298050_3976573175549919232_o

De conclusie
De Hel van Kasterlee maakte zowel het beste als het slechtste in mij wakker. Ik heb echt heel vaak gedacht om op te geven. Het leek namelijk een onmogelijke missie om deze uitdaging tot een goed einde te brengen. Ik leek echter nooit over een legitieme reden te beschikken om mijn strijd te staken. Na mijn derde fietsronde hoorde ik dat mijn peter Mark met materiaalpech uit de wedstrijd was moeten stappen. De winnares van vorig jaar gaf op omdat ze ziek was. Als je hele familie zo intens meeleeft en een hele dag voor jou in de regen staat, ongerust én apetrots is, dan is het flauw om te stoppen omdat je er geen zin meer in hebt. Het blijft een beetje knagen dat ik wandelpauzes moest inlassen tijdens mijn laatste 30 loopkilometers. Uiteindelijk liep ik die in 2 uur en 54 minuten, 20 minuten trager dan vorig jaar, maar nog steeds de snelste looptijd van de vrouwen. Ondertussen kan ik trots zijn op mijn prestatie. Er is geen top mountainbiker aan mij verloren gegaan, maar ik moet ook niet vals bescheiden zijn en zeggen dat ik alleen maar wat kan lopen. Ik ben een marathonloper die stiekem ook goed haar plan kan trekken op twee wielen. Het is hartverwarmend hoeveel aanmoedigingen ik gekregen heb van seingevers en supporters. Een vrouw in de Hel van Kasterlee is een rariteit en kan daarom op extra veel sympathie van de toeschouwers rekenen. Een welgemeende goed bezig of chapeau kan echt heel veel betekenen.

Enkele weetjes

  • Seppe won dus zijn achtste Hel van Kasterlee. Hij had daar een schamele 7 uur en 46 minuten voor nodig. Ruim 4 uur minder dan ondergetekende.
  • Ik finishte 50 minuten na winnares Natalie Franken, vorig jaar had ik ruim een uur meer nodig dan de eerste vrouw.
  • Ook supporters moeten belangrijke vestimentaire keuzes maken om een hele dag in de regen door te brengen. De regenponcho bleek een onmisbaar attribuut te zijn voor zowel Roos als papa.
  • Zowel de aanmoedigingen tijdens het fietsen van papa als Peter gaven mij heel even vleugels. Als zij zeggen dat ik het goed doe, dan neem ik dat heel serieus.
  • Mijn metekindje Leah kwam mij vanuit haar koets aanmoedigen tijdens het fietsen. Ze mocht natuurlijk niet ontbreken op deze familiale hoogdag.
  • Om aan te tonen hoe zwaar loodzwaar is, communiceerde ik hier nadien over als LOOD-ZWAAR.
  • Tijdens het afsluitende loopnummer legde Roos aan mama uit dat een producer geen zanger is. Ze deed dit naar aanleiding van When I Grow Up (I wanna be like Wiz Khalifa).
  • De uitspraak van de dag gaat naar mama die zo extreem meeleefde met mij dat ze zich liet ontvallen: ik zou hier kunnen gaan liggen van ellende!
  • Mountainbiken is eigenlijk een zomersport. Toch acht ik de kans nog steeds groter dat ik naar de Olympische Spelen ga als marathonloper dan als mountainbiker.
  • Toen ik ’s ochtends met Roos naar Kasterlee reed, speelde het prachtige On Top of the World van Carpenters op de radio. Mede door de stress raakte dat een gevoelige snaar. Ik heb nog vaak aan dat lieflijke liedje gedacht tijdens mijn helletocht. Het contrast kon niet groter zijn.
  • Ook de fietsen van mijn supporters kregen het zwaar te verduren. Bij Roos kwamen spatbord en fietstassen los. Mama slipte een keer bijna onderuit, maar toonde zich wel de sterkste op een modderige helling.
  • Ondanks het feit dat ik aardig wat blauwe plekken verzamelde, ben ik onder de indruk van het herstellend vermogen van mijn lichaam. Na een dag was er amper nog stijfheid in mijn spieren te bespeuren.

Met dank aan supporter Bert, maar ook Bert Aerts en finishfoto.be voor het fotografisch bewijs van deze helletocht.

80886318_1418693704964708_3021127902071619584_o
We are family! En we kunnen weer lachen!

Het portret – Mijn gouden maatje An

Op 22 november 1982 steeg er ongetwijfeld een warme gloed op boven het druilerige herfstlandschap. Ofwel blonk het goud aan de rand van de zon zo hard dat het pijn deed aan je ogen. Die dag werd immers mijn collega en beste vriendin An geboren. Vandaag mag ze dus 37 kaarsjes uitblazen: één voor elk jaar dat ze met haar stralende persoonlijkheid over alles en iedereen een gouden gloed kan werpen, al had ik dat niet meteen in de gaten toen we elkaar zo’n 9 jaar geleden ontmoetten op school. We leerden elkaar pas echt kennen toen bleek dat we tijdens de opruim van een opendeurdag om dezelfde flauwe grappen moesten lachen. Enkele dagen later deelden we een kamer tijdens een schoolreis naar Parijs en de basis van een hechte vriendschap was gelegd. An is niet minder dan een zacht en kostbaar edelmetaal: een gouden vriendin van 24 karaat.

An en ik geven allebei les in het vierde jaar en werken dus nauw samen. Hoewel we elk onze eigen stijl hebben, vullen we elkaar in teamverband perfect aan omdat we intuïtief dezelfde ideeën hebben over onze lessen en wat we met onze leerlingen willen bereiken. Ook in de klas is An eindeloos geduldig en toegewijd. Ze biedt een luisterend oor aan elke leerling die dat nodig heeft. Tijdens haar carrière loodste ze al menig jongere met raad en daad door het oerwoud van de puberteit. Dankzij haar gevoel voor humor en haar oprechte interesse in de leefwereld van haar leerlingen breekt ze in no time het ijs. Haar organisatorische talent is om jaloers op te zijn. An loopt nooit achter de feiten aan, maar dirigeert die feiten netjes de pas zodat ze steeds strak in het gelid lopen. Elke vorm van chaos is haar vreemd.

GRBZ3881b

Ook buiten de schoolmuren is An een gouden collega. Inmiddels deelden we al heel vaak een hotelkamer in Parijs in het kader van een schooluitstap. Dankzij dat jaarlijkse uitje (in het bijzijn van 120 leerlingen en 10 collega’s) bleek al snel dat we allebei om dezelfde redenen van de Parijse sfeer houden. Liefst van al wandelen we er uren rond met de stiekeme hoop Bent Van Looy eindelijk eens tegen het lijf te lopen. Als dat niet gebeurt, is er altijd nog Le Bon Marché of een lekker stuk taart om ons hart aan op te halen. Winkelen met An is overigens een les in stijl. Wat zij kiest, is er altijd boenk op omdat ze een aangeboren gevoel heeft voor alles wat mooi is. Tijdens die vermoeiende Parijs-reis kunnen we het niet laten om nog tot veel te laat ’s nachts door te praten. Onze gesprekken hebben dan vaak niet meer niveau dan die van de gemiddelde vijftienjarige. Aanvankelijk dacht ik dat Roos en ik door onze genetica dezelfde rijke fantasie hebben, maar gek genoeg lijkt An over diezelfde hersenkronkels te beschikken. Zo moet ik nog steeds gniffelen bij de gedachte dat we ervan overtuigd waren dat onze Kipling-tassen ’s nachts op de hotelkamer een mini Kiplingkindje op de wereld zouden zetten met bijhorende ritsgeluiden.

CFYC3844

An en ik mogen aan de oppervlakte schijnbaar verschillende karakters hebben, onze gevoelige zielen zijn vanbinnen dezelfde. Ik deel lief en leed met haar, geen bergtop of vallei blijft onbesproken. Ondanks mijn bedachtzame en soms gereserveerde aard weet ik dat mijn onzekerheden, twijfels en beslommeringen veilig zijn bij haar. Op school hebben we zelden de tijd en ruimte om in alle rust een gesprek te voeren. An beschikt echter over de superkracht om een gemoedstoestand feilloos aan te voelen. Haar sensor voor menselijke emoties is heel fijn afgesteld. Meestal heeft ze aan een blik genoeg om vast te stellen of er mij iets dwarszit. Daarenboven is ze oprecht geïnteresseerd in wat mij bezighoudt en neemt ze mijn advies (hoe futiel ook) ter harte. Ze geeft geen compliment voor de vorm, maar omdat ze het echt meent. Samen met haar gezin is ze dan ook een trouwe volger en supporter van mijn sportieve ondernemingen. Ik vertelde hier al over haar motivatie en doorzettingsvermogen als loper. Eindeloos respect heb ik daarvoor. Ik mag dan wel de marathonloper zijn en zij de start-to-runner, in wezen is er geen verschil tussen ons.

IMG_4977b

Tot slot excelleert An ook in haar rol als moeder van mijn favoriete tweeling en als vrouw van Wim. De 9-jarige Lieselore en Reinout zijn natuurlijk genetisch bevoorrecht, maar dat ze zulke aangename en intelligente kinderen zijn, hebben ze toch vooral te danken aan hun opvoeding en het warme nest waar ze opgroeien. Met z’n vieren vormen ze een liefdevol gezin waarin er ook veel gelachen en gefeest wordt. Ik ben de gelukzak die daar af en toe ook in ondergedompeld mag worden.

Lieve An, mijn beste bestie: ik wens je een prachtige verjaardag toe. Laat je verwennen, eet taart (heel belangrijk) en klink op jouw gezondheid!

IMG_0664b

 

 

Loperspraat – De zon scheen in Kasterlee

In Kasterlee is een hotel met de naam Kempenrust. Ik kan me er iets bij voorstellen: dat mensen naar de Kempen trekken voor wat ongedwongen toerisme in eigen land: bos, duinen, pompoenen, het sappige Kempische accent en voldoende etablissementen voor een pannenkoek met koffie en meer. Hotel Kempenrust (met zwembad!) ligt echter vlak aan start en finish van de (halve) marathon van Kasterlee. Op zondag 17 november 2019 was het er omstreeks 10u dus even niet heel rustig omdat 1500 lopers zich verzamelden voor één of twee rondes door de streek. Als ik (of bij uitbreiding mijn familie) in Kasterlee ben, is dat allesbehalve om te rusten. Meestal loop of fiets ik er veel kilometers. Team Odeyn stond dit jaar met een driekoppige delegatie aan de start: Seppe, Roos en ik zouden de klus klaren. Hoog tijd dat Marike, die nota bene in de Kempen woont, ons kwartet eens vervolledigt en haar debuut maakt in Kasterlee!

Het was mijn zesde editie van de halve marathon op Kastelse bodem. Halverwege november mag je er doorgaans modder, regen en grijzigheid verwachten. Niet dit jaar. De zon scheen hard en het bleef kurkdroog: een schitterende dag om een halve marathon in de natuur te lopen. De temperatuur was aan de heel frisse kant en zo trokken Roos en ik naar de warmte van het startvak, waar we nog een laatste aanmoediging vanaf de zijlijn kregen van onze hoogsteigen pappie. Het startschot weerklonk en het confettikanon deed het even sneeuwen. Seppe snelde er vanop de eerste rij als een haas vandoor. Hij zou die koppositie niet meer lossen en won 1 uur en 13 minuten later de halve marathon. Ik vertrok ook best snel. Al leek ik door de koude niet op benen te lopen, maar op stokken. Na een kilometer of twee en een eerste off-road passage voelde ik weer dat ik voeten had. Nog twee kilometer later kwamen ook mijn tenen weer dag zeggen. Ik had er zin in, liep snel en dat leek me relatief weinig moeite te kosten. Op de stukken asfalt kon ik zelfs nog extra tempo maken en dankzij de zon liep het zweet al snel over mijn gezicht. Voor ik het wist had ik 11 kilometer als een malle gelopen en was ik klaar voor de tweede helft. Het bos wachtte op mij.

IMG_1689b

Al vijf jaar na elkaar mispak ik mij aan dat verduivelde bos. Elk jaar opnieuw lijk ik er mijn voortvarende start te bekopen. Dan vloek ik binnensmonds en hou ik me voor om het jaar nadien wat over te houden voor die verraderlijke staart. Lichtjes bevreesd liep ik dus het bos in met de angst er de Kastelse boeman tegen te komen die mij er elk jaar een klein tikje met zijn trollenknots uitdeelt. Ik wachtte dus af tot dat zou gebeuren. Er gebeurde echter helemaal niets. Integendeel, de kilometers flitsen voorbij. Het bos leek vlakker dan de voorbije jaren. Alsof ze het met een gigantische pletwals wat hadden uitgevlakt om het loopcomfort te vergroten. Ik kreeg dus helemaal geen klop of tik. Hooguit af en toe een déjà-vu naar mijn eindeloze passages in de Hel van Kasterlee, waar ik heel alleen kilometer na kilometer door de modder stampte. Ik prees me dan ook gelukkig dat ik me nu zo snel door dat bos kon voortbewegen. Wat ongewijzigd bleef, was mijn onvermogen om me te oriënteren in en rond Kasterlee. Het parcours van de (halve) marathon van Brussel zou ik geblinddoekt kunnen lopen. In wereldstad Kasterlee legde ik ondertussen al heel veel kilometers af, maar alles lijkt er op elkaar. Drop me er niet, want je ziet me niet meer terug.

Mede dankzij de duidelijke bewegwijzering kwam ik dus voor ik het goed en wel besefte terecht in mijn laatste kilometer richting finish. Hoewel ik voor de start absoluut geen ambitie had om een heel snelle tijd te lopen, zag ik plots dat die er wel in zat. Dankzij mijn eindsprint (die naam niet waardig) finishte ik uiteindelijk in 1:39:48 als zesde vrouw. Met een gemiddelde snelheid van 4’40” liep ik zelfs mijn snelste halve marathon ooit in Kasterlee. Ook Roos zette een sterke chrono neer en is bij deze volledig hersteld van onze marathon in Brugge. Ze gaf wel toe dat ze mijn gezelschap een beetje had gemist. Wat de dag zo mooi maakte, was niet mijn snelle tijd, maar wel het pure loopplezier dat ik beleefd had tijdens mijn 21 kilometer. Kasterlee voelde inderdaad aan als een stukje Kempenrust.

IMG_1683b