De gedachte – Over een vrouw zonder kinderen

Het is vandaag Moederdag en of je daar nu iets mee hebt of niet: ik ben van het principe dat elke reden een goede is om wat dan ook te vieren. Ik heb bovendien een topmoeder, dus mij hoor je niet klagen. Wel snap ik dat een dag als Moederdag voor anderen lading kan hebben. Dat je geen moeder meer hebt of eentje met een ingewikkelde band of dat je nooit moeder bent kunnen worden als dat je wens was. Ik heb geen kinderen, maar Moederdag ligt om die reden voor mij niet gevoelig. Wel vind ik het een mooie aanleiding om stil te staan bij een leven zonder kinderen. Los van het feit dat ik door mijn werk en in mijn familie omringd ben door kinderen, heb ik er zelf geen en weet ik heel zeker dat ik ze niet meer zal krijgen.

Ik ben natuurlijk niemand een uitleg verschuldigd over het hoe en waarom van mijn leven zonder kinderen. Toch merk ik dat het iets is wat mensen zich (bewust of onbewust) afvragen. De ene keer krijg ik die vraag op een directere manier dan de andere. Door mijn werk in het onderwijs val ik meer dan ooit binnen het plaatje van de jobs voor vrouwen met kinderen. Ik krijg heel vaak de vraag hoeveel kinderen ik heb of hoe oud ze zijn, want dat ik ze heb is namelijk een evidentie. Het heeft lang geduurd (jaren) vooraleer ik simpelweg “nee” kon antwoorden op die vraag. Lange tijd werd die gevolgd door een “maar”. Nee, maar ik ben wel tante en meter. Nee, maar ik zie heel veel kinderen op mijn werk. Ik voelde de nood om een uitleg, toelichting of excuus te geven: ik heb geen kinderen, maar ik geef er wel degelijk om. Nee antwoorden is sowieso niet makkelijk, want je wil de vraagsteller geen ongemakkelijk gevoel geven. Terwijl er in se voor mij niks ongemakkelijks is aan het feit dat ik geen kinderen heb.

Dat is wel anders geweest. Van mijn 30e tot mijn 38e was ik alleen en begon ongeveer iedereen in mijn omgeving kinderen te krijgen. Het versterkte het gevoel dat het de fase was waarin het moest gaan gebeuren. Ik suste mezelf met de gedachte dat ik op een bepaald moment een man zou tegenkomen waar ik kinderen mee zou krijgen. Alles zou goedkomen. Mijn dertiger jaren vorderden en ik voelde de tijd keihard tikken. Ik had wel degelijk een kinderwens omdat ik het altijd als vanzelfsprekend beschouwd dat ik het (door de maatschappij) gebaande pad zou volgen en dus kinderen zou krijgen. Toen ik de 35 voorbij was, begon ik steeds vaker na te denken over het waarom van kinderen en hoe graag ik ze nu eigenlijk écht wilde. Ik vroeg aan vrienden in mijn omgeving hoe ze hadden beslist dat ze moeder of vader wilde worden. Het antwoord was altijd eerlijk en kort: geen idee eigenlijk, het is een soort van gevoel. Overpeinzend als ik ben, ging ik die kinderwens langs alle kanten doorlichten. Ik trok me in die periode ook op aan vrouwen in mijn omgeving die juist heel bewust geen kinderen hadden. Alsof ik een soort van voorbeeld nodig had: ook zonder kinderen kan je een gelukkig leven leiden.

Na een gesprek met mijn huisarts kwam ik tot de vaststelling dat mijn kinderwens vooral gedreven werd door een gezinswens. Ik wilde een gezin vormen met iemand. Mijn kinderwens viel onder het idee van samenzijn. Ik zag af van het alleen zijn, ik wilde iemand om alles mee te delen, om samen plannen te kunnen maken en een toekomst te hebben. Kinderen krijgen zou daar dan een logisch gevolg van zijn. Ik heb nooit ook maar één seconde overwogen om alleen aan kinderen te beginnen. Als alleenstaande vrouw heb je (in tegenstelling tot een man) heel wat opties om voor het moederschap te kiezen. Het was een pad dat me niet aantrok, waar ik bewust niet voor koos. Zo hard rammelen die eierstokken van mij dus niet, dacht ik dan.

Ik was (net geen) 38 toen ik Hans leerde kennen en ik wist meteen heel duidelijk wat ik wilde: een leven met hem. Hans heeft drie kinderen. Wij zouden er samen nooit krijgen. Door te kiezen voor Hans, koos ik heel duidelijk voor een leven zonder kinderen. Die duidelijkheid bracht mij een instant gevoel van verlossing! De onzekerheid of ik nu wel of geen kinderen zou krijgen, kwam tot een einde. Ik moest daar niet langer mijn kop over breken. Hoera! Ik vond bij Hans mijn gezin en dat het er eentje is zonder eigen kinderen, maakt ons niet minder echt of hecht.

Op de vraag of ik bewust of onbewust kinderloos ben, zou ik nu antwoorden dat ik onbewust bewust kinderloos ben. Het is deels hoe het leven gelopen is, er is een stukje waarin ik niet alles heb kunnen kiezen. Daarnaast heb ik jarenlang heel bewust gekozen om niet alleen kinderen te krijgen, een keuze die ik helemaal niet betreur. Het voelt niet als een gemis dat ik geen kinderen heb. Er is geen leegte die ik op de één of andere manier probeer op te vullen. Dat wil niet zeggen dat het altijd makkelijk is om kinderloos te zijn. Ik wijk hoe dan ook af van een bepaalde norm. Ik ben anders. Ik krijg soms het gevoel dat ik minder van belang ben omdat ik geen moeder ben. Ik mis iets heel wezenlijks en ik zal nooit begrijpen wat het is om kinderen te hebben, want ik leid natuurlijk een luxeleven met al die beschikbare tijd. Daarnaast is er toch ook een stukje biologie of oerinstinct. Als ik aan later, aan oud worden en aan sterven denk, dan kan me een pijn overvallen over dat kinderloze bestaan. Dan zie ik mezelf eenzaam heengaan zonder iets te hebben nagelaten. Een gevoel dat moeilijk met de ratio te bestrijden valt.

Ondanks af en toe een beetje pijn en gemis om wat is geweest, is mijn leven helemaal goed zoals het is, meer dan goed zelfs. Hans en ik zijn een volwaardig gezin met onze katten, een warm nest waar we alles met elkaar kunnen delen. Ik kan mijn zorgbehoefte helemaal kwijt in tante of Metie zijn. Voor mijn neefjes en nichtjes kan ik net zo goed een rol van betekenis vervullen. Als ik hoor dat Marilou of Leah trekjes van mij hebben, weet ik dat ik een beetje in hen leef. Ik denk dan ook niet langer na over wie of hoe mijn kinderen hadden kunnen zijn, want ze zijn er niet. Door ouder te worden heb ik de grilligheid van het leven beter weten te omarmen. Life is what happens when you’re busy making other plans om het met John Lennon te zeggen. Gebaande paden zijn helemaal niet strak afgelijnd. Het leven kronkelt zich een weg tussen dromen en verwachtingen door. Ik kan daar alleen maar heel blij om zijn.

Plaats een reactie