Marathonpraat – Op weg naar de suikermarathon

Na de perfecte duurloop die ik liep op mijn verjaardag wist ik het zeker: ik was klaar om binnen enkele weken een marathon te lopen. Geduld om te wachten op een georganiseerde wedstrijd heb ik niet. Ik liet in de zomer al uitschijnen dat ik mij in 2020 heel wat door de neus zou laten boren, maar niet mijn twaalfde marathon. Ook in 2020 zal ik een marathon lopen. Punt. Op eigen initiatief en met gezelschap op de fiets. Dat plan kreeg de afgelopen weken steeds concreter vorm in mijn hoofd. Er is een parcours (ongeveer toch) en een datum (eveneens ongeveer toch). 

Het blijkt zowel een vloek als een zegen te zijn om de route uit te tekenen voor je eigen marathon. Een vloek omdat je als eenkoppige (allesbehalve professionele) organisatie gebonden bent aan de reguliere voetpaden en weggetjes. Je kan geen beroep doen op hekken en politie om straten vrij te maken. Bovendien mag je nog zo’n toffe plannen hebben om je eigen marathon te lopen: 42,2 km is en blijft een aanzienlijke afstand. Het vergt dus wat denkwerk én voorbereiding om een parcours te bedenken van die lengte. Momenteel is het concept voor mijn marathon uitgewerkt, maar de puntjes moeten nog op de i worden gezet. Ik zal namelijk de suikermarathon lopen: een marathon in mijn eigen (relatief nieuwe) regio om en rond Tienen (de suikerstad) die gebaseerd is op de Suikerroute, een fietsroute die de de highlights van postcode 3300 aandoet. Het wordt met andere woorden een thuismarathon die het landelijke en glooiende karakter van de streek in de kijker zet met heel wat off-road stukken. Mocht ik mijn marathon aan de buitenwereld moeten verpatsen, ik zou het doen met de adjectieven uitdagend, gevarieerd en uniek.

IMG_3461b

De Suikerroute ontdekte ik in de zomer toen ik heel dicht bij huis rode zeshoekige bordjes opmerkte. Het kostte me echter vier pogingen om de route correct te volgen. Er blijkt namelijk al eens een bordje voor interpretatie vatbaar te zijn of – nog erger – volledig te ontbreken. Na elke mislukte poging bestudeerde ik mijn gereden Garmin route om te kijken waar de bordjes me aan mijn lot hadden overgelaten en ik dus grandioos de mist was ingegaan. Zo belandde ik bijvoorbeeld eens in Stok. Uiteindelijk lukte het me op 11 augustus om de volledige Suikerroute te fietsen. Ik kwam uit op 45,5 km omdat ik geen lus door het centrum van Tienen maakte (daar geldt een mondmaskerplicht). Ik moet de Suikerroute dus wat inkorten naar eigen goeddunken. Ook wil ik vertrekken op de Grote Markt van Tienen en finishen aan de kerk van de voorstad waar ik woon. Ik probeerde al via online tools om de route uit te tekenen, maar dat is geen sinecure als je de omgeving nog niet als je broekzak kent. Er zit dus niets anders op dan de route de komende week op de fiets uit te testen en op die manier aan mezelf een meetcertificaat voor te leggen.

Zondag 11 oktober is de datum dat ik me eraan zal wagen. Mits enig voorbehoud: als het die dag echt ellendig weer is (heel de tijd regen en/of heel harde wind), dan stel ik mijn marathonplan een week uit. Hoewel ik in 2018 een sterke Brussel Marathon liep op het einde van de maand oktober, gaat mijn voorkeur toch uit naar het begin van de maand. De kans op zonnestralen en een ochtend die niet tegen het vriespunt aanleunt, is dan net ietsje groter. En als de Hel van Kasterlee echt doorgaat, dan gebruik ik de herfstvakantie (begin november) ook liefst om te fietsen in plaats van te recupereren. Over het doel van mijn marathon kan ik kort zijn: ik wil het optimale marathongevoel beleven en ervaren dat ik zo heb gemist. Dat houdt in te voet naar de startplaats gaan, daar nog een banaantje wegwerken, zenuwen die door de keel gieren, peptalk van Roos, persoonlijke support onderweg, adrenaline én verveling, melkzuur dat zich opstapelt en de ontlading die daarop volgt. Ik ben benieuwd hoe zoet de suikermarathon zal zijn voor mij.

Het gerief – De perfecte koekjes

Ik ga eens heel zot doen en hier zowaar een volledige blogpost wijden aan een koekjesrecept. Niet omdat ik plots de foodie-toer op ga, wel omdat ik een geniaal koekjesrecept bij elkaar heb geïmproviseerd dat ik zelf niet zou willen kwijtspelen. Wie weet valt het ook bij sommigen van jullie in de smaak. Bij deze een waarschuwing: ik durf behoorlijk creatief te zijn met potten en pannen, maar ik ben geen expert inzake zoete baksels. Door de jaren heen verzamelde ik enkele succesrecepten die ik dan met periodes regelmatig maak om mijn luxueuze koffiepauzes naar een nog hoger niveau te tillen. De afgelopen maanden bezorgden mijn zelfgemaakte havermoutkokoskoekjes mét chocolade voor het ultieme koekmoment. 

IMG_3480b

Een favoriet koekje: het is iets heel persoonlijk. Naarmate ik ouder word, lijk ik steeds kieskeuriger te worden op koekvlak (misschien geldt dat ook op andere fronten). Ik hou niet van koeken die te vlak en zoet zijn van smaak. Een goede speculaas kan mij bekoren, al verkies ik dan de bakker boven de supermarkt. Kwaliteit boven kwantiteit: ik zeg dat wel vaker. Een goede koek moet voor mij body hebben. Ik wil effectief iets te eten hebben, meer dan enkele (v)luchtige happen suiker. Daarom ben ik fan van havermout in koekjes. Al is het belangrijk dat het koekgevoel overheerst en de balans dus niet overhelt naar té voedzaam. Om die reden mogen suiker, kokospoeder en zwarte chocolade niet op het feestje ontbreken.

Op een zonnige dag in juni begon mijn zoektocht naar het perfecte koekjesrecept. Een simpele zoekopdracht met havermoutkoekjes + kokos bracht me bij een resem van recepten. Omwille van de smaakvolle website koos ik er dit recept van Little Spoon uit. De honing verving ik door simpele suiker en ik voegde er chocoladestukjes aan toe. Het resultaat was geslaagd. Omdat er echter geen bloem gebruikt wordt, vond ik de koekjes toch net iets te droog en brokkelig. Op goed geluk voegde ik er dus wat bloem en volle yoghurt aan toe om het deeg kneedbaarder te maken. Een voltreffer, al zeg ik het zelf.

IMG_3470b

Dit is het recept van mijn succeskoekjes. Meng 1 ei met 60 gram suiker. Voeg er 65 gram kokospoeder (wat minder of meer kan ook) aan toe en 60 gram gesmolten boter. Meng goed tot je een gladde massa hebt. Voeg hier 200 gram havermout en 50 gram bloem naar keuze aan toe. Ik gebruik half-volkoren speltbloem, maar alles is mogelijk. Alles goed mengen en nog wat volle (of Griekse) yoghurt toevoegen. Ik doe dat wat op gevoel: een 100 ml, schat ik. Hierdoor wordt je deeg meteen een stuk smeuïger. Tot slot snij ik nog 30 gram zwarte chocolade in kleine stukjes, ook die gaan bij het mengsel. Verdeel het deeg in 12 bolletjes op een bakplaat met bakpapier. Druk ze plat en duw de randjes wat aan. De koekjes gaan 25 minuten de oven in op 190 graden. Best even in de gaten houden, want elke oven heeft zo z’n eigenheden. Zoals jullie wel door hebben komt het bij dit recept niet op een grammetje meer of minder. Ik hou daar wel van.

De koekjes zijn het al-ler-lekkerst een uur nadat ze uit de oven zijn. Je kan ze ook goed bewaren in een gesloten koektrommel. En dan nog iets: er moet écht koffie bij. Bon appétit!

Loperspraat – De perfecte duurloop

Zondag 13 september werd ik 35 jaar. Ik vierde dat in stijl door mijn dag te beginnen met een stevige duurloop. Zondag duurloopdag, weet je wel, zeker ook als je jarig bent. Er was een tijd dat ik rond mijn verjaardag mijn leeftijd in kilometers liep. Na de beproeving die ik moest ondergaan toen ik 33 werd, liet ik de uitdaging vorig jaar wijselijk aan mijn neus passeren. Ook mijn enthousiasme kent grenzen. Dit jaar ging de gedachte door mijn hoofd en er ook weer uit. Ik zou dit jaar dus niet zo gek zijn om 35 te gaan lopen. Het werden er uiteindelijk 32. Geloof het of niet, die drie kilometers maken wel degelijk een verschil. Ik liep via fietsknooppunten een duurloop in lijn van bij mij thuis in Tienen tot bij Roos in Rotselaar. Dankzij de hoogtemeters een pittig parcours. Dankzij de omgeving vooral ook erg gevarieerd en mooi. Achteraf besefte ik dat ik de perfecte duurloop liep op mijn verjaardag, eentje om in te kaderen en nog heel vaak aan terug te denken.

Wie wil duurlopen op een zonnige dag kan maar beter vroeg uit de veren. Roos verjaart de dag voor mij, dus ik had er een heel gezellige avond op zitten met lekker eten en drinken. Na een relatief korte nacht zat ik daarom om 6u havermoutpannenkoeken te eten. Al heel de week keek ik uit naar deze duurloop. In mijn hoofd zou het echt fantastisch leuk zijn. Quasi moeiteloos zou ik met de zon op mijn bol naar mijn zus lopen. Tussen droom en daad verbergt zich soms de desillusie. Ik was dus ook wel op m’n hoede. Om 9u stond ik op de stoep en weg was ik voor wat in mijn hoofd dus heel leuk zou worden. De eerste kilometers liepen meteen erg goed. Er was zon, het was rustig en de benen bolden vanzelf. Knooppunt 13 (mijn geluksgetal) stelde wederom niet teleur. Na een dik uur was ik in Pellenberg en vergezelde mama mij op de koersfiets.

Ik had al enkele flink oplopende stukken achter de rug, maar daar leek ik weinig van te merken. Mijn buik hield zich verdacht stil. Ondanks de prosecco’s op de gezondheid van Roos, leek ik niet heel veel dorst te hebben. De nazomerzon deed haar best en was zonnig, maar niet verzengend warm. Het landschap was prachtig. Mama vervulde haar rol als compagnon de route weer met glans. Voor ik het goed en wel wist, had ik ruim 20 kilometer gelopen, waren we in Linden en leek Rotselaar om de hoek. Ik verbaasde me over het strakke tempo dat ik bleef aanhouden. Mijn benen bleven maar draaien. Roos vervoegde ons de laatste kilometers. Ik grapte nog dat ik uiteindelijk toch wel mijn leeftijd, thirty-something, gelopen zou hebben en toen was ik er dus. 32,05 km liep ik met een gemiddelde van 4’58” en ik voelde me als herboren. We aten pistolets en taart natuurlijk, veel taart.

De conclusie was dat mijn duurloop nog leuker bleek te zijn dan hoe ik het had bedacht. Dit was de perfecte duurloop. Omdat alles juist zat. Omdat het zo eenvoudig was om te lopen. Omdat het gevoel belangrijker was dan de cijfers. Omdat het ook in mijn hoofd zo rustig was. Omdat ik ook wel een beetje trots was op mezelf. Zo leerde ik op mijn 35e verjaardag dat lopen echt in mijn lijf zit. En dat het soms eenvoudig is om gelukkig te zijn. Of toch op z’n minst uitermate tevreden.

Het moment – Terug naar school!

Op 1 september ging ik dus terug naar school. Zoals altijd met kloppend hart. Dit mag dan mijn elfde schooljaar zijn, zo’n vers schooljaar maakt mij altijd weer een beetje zenuwachtig. Stel je eens voor dat samen met de zomer mijn leerkrachten-skills verdwenen zijn?! Elk jaar denk ik dus: zal ik dat nog wel kunnen, zo voor een klas staan? Er is ook elk jaar weer de opwinding van het “nieuwe” en de ochtendroutine (die nog geen routine is) die daar bij komt kijken. Er gaat niets boven ’s ochtends je schoolspullen verzamelen en op de fiets stappen. Met kloppend hart. Ik voel me dan altijd weer een beetje bijna 12 en denk met weemoed terug aan maandag 1 september 1997: de dag dat ik zelf naar de middelbare school ging, de grote school, zoals wij thuis zeiden. Die gebeurtenis is voor mij dan weer onlosmakelijk verbonden met de dood van Lady Diana, die de dag ervoor om het leven kwam in Parijs. Om maar te zeggen: een eerste schooldag maakt behoorlijk wat los bij mij. Nog steeds.

Eenmaal op school maakt de spanning heel snel plaats voor herkenning. Er zijn de onzekere eerstejaars op de speelplaats, het blije weerzien tussen klasgenoten, de niet aflatende cool die sommigen uitstralen, er is heel veel gebabbel, wat geroep en uitgelaten gelach in de gangen. Er is ook wat gelatenheid en blikken die niets aan de verbeelding over laten: daar gaan we weer. Vanaf de eerste minuut dat ik weer in een klaslokaal sta met een groep leerlingen voor mijn neus, is er de opluchting: ah ja, zo gaat dat in de klas. Ook met mondmaskers. Daar wordt volop aan gefrunnikt en af en toe wat over gezeurd, maar ze fungeren gelukkig niet als demper van het enthousiasme en de impulsiviteit. Ik prijs me elk jaar gelukkig met de vierde- en vijfdejaars die ik als mijn leerlingen mag beschouwen.

Na anderhalve schoolweek is ook mijn kennis weer op peil. Zo werden de seizoensfinale en recentste ontwikkelingen in Thuis uitvoerig uit de doeken gedaan. Ik kreeg te horen dat ik met mijn bijna 35 jaar echt nog heel jong ben, want onze ouders zijn in de veertig, dat is pas oud! Ik leerde kung fu van taekwondo onderscheiden. Ik kreeg tekst en uitleg over de voor- én nadelen van de Snapchat-update. Ik kwam te weten dat er zoiets als BookTok bestaat: influencers die boeken promoten op TikTok. We praatten veel over boeken en dat varieerde van een leerling wiens lievelingsboek het aartsmoeilijke Tongkat van Peter Verhelst was tot een bijzonder overtuigende Ik haaaa-aaaat lezen. Kortom: ik ben weer helemaal mee met de wereld.

Mensen, wat is het fijn om terug op school te zijn. Daar kan geen circulatieplan of laag-risico-contact iets aan veranderen.

De gedachte – Over de zomer van 2020

Morgen begint het nieuwe schooljaar en zit mijn zomervakantie er dus definitief op. Een kersvers schooljaar: dat is iets om reikhalzend naar uit te kijken. Ik zou liegen als ik beweer dat de zomer van 2020 significant anders dan anders was. Het grootste verschil was de nieuwe omgeving waar ik sinds enkele maanden van kan genieten: meer groen, meer plaats en meer rust. De corona-maatregelen gooiden zo nu en dan wel een klein beetje roet in het eten. Het was namelijk de zomer zonder zussentrip naar Parijs en zonder familieweekend (+ trail) in Houffalize. Het gemis van Parijs konden Roos en ik een beetje compenseren met Den Haag. Voor Houffalize was de La Chouffe blanche plaatsvervanger van dienst. Met mate uiteraard. De zomer van 2020 zal ik me herinneren als de zomer van rustiger aan en ironisch genoeg daardoor soms ook van onrustiger in het hoofd. Hoe ik mijn werk als leerkracht zou moeten uitvoeren in september, dat was namelijk heel lang een groot vraagteken. De zomer voelde soms een beetje leger aan, soms een beetje doellozer, maar uiteindelijk toch zonnig en deugddoend genoeg om er blij van te worden. Dit is wat mij zal bij blijven.

Ik heb nu dus een tuin. Eentje waarin behoorlijk wat groeit en woekert. Rozen, hortensia’s en cyclamen bijvoorbeeld, maar ook heel veel netels. Om de strijd met die hardnekkige sfeerkillers aan te gaan, kreeg ik versterking uit professionele hoek. Niemand minder dan mama en Roos kwamen met heel wat tuingereedschap een namiddag hard labeur leveren. Met verenigde krachten wonnen we zo toch al een veldslag van het onkruid. Voor het eerst in mijn leven heb ik een composthoop.

Composteren, het is een vak op zich

Op creatief gebied liet ik me volledig gaan met schuurpapier en lakverf. Ik besefte weer eens hoe graag ik meubels opschuur en van een fris kleurtje voorzie. Zo voorzag ik twee stoelen, wat wijnkistjes en tal van kleinere decoratie-items van een semi-vakkundig likje lak. Geloof me: dat is het ultieme DIY-project! De laatste weken bracht ik ook weer behoorlijk wat tijd door in mijn ruime crea-atelier, waarover later ongetwijfeld meer.

Er werd natuurlijk ook ernstig gelezen. Dankzij mijn nieuwe uitgebreide boekenkast staat elk boek nu echt te pronken in mijn salon. Dat moest dan weer het gebrek aan culturele uitjes compenseren. Waar ik vorige vakantie mijn Museumpas maximaal probeerde te benutten, bleef het nu bij lezen over cultuur en veel muziek luisteren via Spotify. Hopelijk biedt september nog de mogelijkheid tot een museumbezoek.

Vooral in augustus was ik veel op de fiets te vinden. Er was natuurlijk de ontdekking van de LF6 en de ravel, maar ik ging ook aan de slag met fietsknooppunten en ontdekte zo echt de meest idyllische weggetjes op een boogscheut van mijn huis. Wie er nog aan twijfelt: er is dichtbij ook zoveel moois te ontdekken.

Ik maakte ook al wat voorzichtige plannen voor het najaar. De Hel van Kasterlee zou doorgaan, de nodige maatregelen indachtig. En ja, die marathon moet en zal ik echt lopen in oktober. Het kriebelt te hard en als het kriebelt, dan moet je een marathon lopen. Ik voegde dus weer duurlopen toe aan mijn weekprogramma. Bij een +20 km kan het verschillende kanten opgaan. Tussen de extremen alles zit mee of alles zit tegen bevindt zich een scala aan mogelijke scenario’s. Vrijdag liep ik 27 km en het was een duurloop van de extreme alles-zit-tegen-soort: wind (tegen natuurlijk), te veel hoogtemeters, een gevaarlijke weg, buikkrampen en opbouwende stramheid in mijn hamstrings. Kortom nog maar eens een les in volharding en tijd om weer een bezoek te brengen aan de kinesitherapeut. Inmiddels kan dat weer.

Op sociaal vlak was het een povere zomer, daar moeten we niet onnozel in doen. Contact onderhouden gebeurde voornamelijk digitaal. Ik ging niet lunchen of koffiedrinken met mijn vriendjes. Bezoeken waren schaars en de familiemomenten beperkt binnen de bubbel. Gelukkig kon ik de vakantie wel in schoonheid afsluiten dankzij een looprondje in Rotselaar in gezelschap van mijn zussen, metekindje en papa. We hadden best veel bekijks met ons looppeloton. Ofwel is dat omdat een schattig kind als Leah nu eenmaal alle aandacht trekt, ofwel omdat mijn zussen zo knap zijn ofwel omdat we luid praten als we onder ons zijn.

Team Odeyn op pad!

Wanneer begint die Indian summer nu precies?

Het moment – De 1e verjaardag van Leah

Ik hoef jullie niet meer te vertellen dat de ravissante Leah een metekind uit de duizend is. Gisteren was het dus echt een jaar geleden dat wij kennis maakten met de dochter van Marike en Peter. Ook als je geen moeder bent, merk je aan een kind hoe hard de tijd gaat. De herinneringen aan Leahs geboorte liggen nog vers in ons geheugen en plots viert die snoezige baby zo waar haar eerste verjaardag. Het hoopje slapend geluk kruipt nu rond aan een rotvaart (niet op de knieën in het gras, want dat prikt), eet groenten, fruit en boterhammen met confituur en zet (weliswaar nog wat wankel) haar eerste stapjes. Het afgelopen jaar stuurden Roos en ik nooit eerder zoveel hartjes en verliefde blikken op elke foto of filmpje van Leah dat Marike ons stuurde. We zagen die kleine baby steeds meer een mensje worden met een eigen karakter en voorkeuren. Liefst van al wilden we dat ze bij elke gebeurtenis betrokken was. Toen we haar door de lockdown drie maanden niet in het echt konden zien of voelen, werd nog maar eens duidelijk hoe belangrijk dat kleine dropje nu al voor ons is.

BYNG7084

Hoe groot de evolutie ook is die zo’n kind doormaakt van 0 tot 1 jaar, laat er geen twijfel over bestaan dat Leah nog steeds het liefste, leukste en knapste kind is dat je je maar kan voorstellen. Nog steeds hoeft ze daar eigenlijk heel weinig voor te doen. Al kunnen Roos en ik het niet laten om haar bepaalde karaktertrekken toe te schrijven. Marike gaat daar graag in mee. Als wij te horen krijgen dat Leah met belangstelling naar een eekhoorn in de tuin heeft gekeken, dan zien wij daarin de ultieme bevestiging van het feit dat Leah een hart voor dieren heeft. Hieruit blijkt dan weer dat er een kleine boekenwurm in Leah schuilt. In de inventiviteit en wilskracht waarmee zij een uit de kluiten gewassen speeltafel als wandelrek gebruikt om toch maar te kunnen rondstappen, herkenden wij de onverzettelijkheid (zeg maar pitbull-mentaliteit) die haar moeder typeert. De nonchalance waarmee ze haar arm in het raam van haar speelgoedauto legt, heeft ze dan weer onmiskenbaar van haar vader.

Leahs interesses reiken momenteel heel ver. De paarden en koeien in de tuin van bomma en bompa vindt ze razend interessant, net zoals allerhande dierengeluiden (het zit écht snor met die dierenliefde). Ze zit graag op de fiets met haar hand aan de bel. Ook gemotoriseerd verkeer zoals auto’s en treinen, in eender welk formaat en vanop eender welke afstand, kunnen op haar aandachtige blik rekenen. De zandbak die ze kreeg voor haar eerste verjaardag was een hoge noodzaak. Zand is, samen met water en steentjes, uiterst intrigerend speelmateriaal. Een sleutelbos, potjes in alle vormen en maten: alles is potentieel speelgoed. Mama (bomma) verwoordde dat treffend: Leah is een kind in constante verwondering. En dat is de mooiste eigenschap van allemaal.

IMG_3309b
De H op de kroon was door een grijpgraag kinderhandje naar achteren gedrukt.

Een 1e verjaardag dient natuurlijk in stijl gevierd te worden: Leah trakteerde op de crèche, kreeg cadeautjes, een zelfgemaakte kroon en taart met een kaarsje waarvan ze steeds weer het vlammetje wilde aanraken. Verjaren bleek ook best vermoeiend te zijn. De kersverse jaarling toonde zich een tikje weerspannig naarmate de dag vorderde. Volgens bomma hoort ook dat er een beetje bij: wat grumpy zijn als je één wordt. Al was dat wellicht ook omdat de festiviteiten slechts in beperkte kring konden doorgaan. Laat dit de eerste en meteen laatste verjaardag zijn die ze zonder Tante Roos en Nonkel Niko moest vieren.

Een jaar geleden heb ik jullie gewaarschuwd. Wel: het is zover, Leah heeft de wereld veroverd. De mijne toch.

Het moment – Hoe ik in 2016 mijn snelste kilometer liep

Op zondag 11 september 2016 liep ik mijn snelste kilometer ooit: 3 minuten en 53 seconden. Omgerekend is dat een dikke 15 kilometer per uur. Om die topsnelheid te ontwikkelen had ik een verraderlijke afdaling in Bertem nodig, een stevige wedstrijdcomponent en een overdosis onbezonnenheid. Ik liep mijn snelste kilometer namelijk in de Bosstraat van Bertem tijdens de Teussersjogging toen ik de eindzege in het Loopcriterium van Vlaams-Brabant kon ruiken. Bosstraat klinkt nog idyllisch voor wat het weggetje eigenlijk is: stevig aflopend en geplaveid met kasseien die langs alle kanten invallen en uitsteken. Goed om met een tractor over te rijden, te mijden met enige andere vorm van transport. Inmiddels is mijn kilometerrecord al bijna vier jaar oud en denk ik dat het nog heel lang overeind zal blijven staan. Ik heb eerlijk gezegd ook niet de ambitie om het te verbeteren. Dan zou ik namelijk de ideale omstandigheden moeten opzoeken (saai) en dan zou ook de kracht van het verhaal van die bewuste septemberdag afnemen. Doodzonde, want het is één van die herinneringen die Roos en ik systematisch oprakelen: weet je nog toen in Bertem?

Ik heb al vaak gezegd dat ik geen competitiebeest ben. Ik lever graag wat strijd met mezelf, maar mijn drijfveer is niet om me met anderen te meten. Na dit verhaal ga je daar misschien anders over denken. Op mijn eigenste nine-eleven heeft het competitiebeest in mij namelijk haar duivels volledig ontbonden. Roos, papa en ik namen in 2016 deel aan de stratenlopen van het  Loopcriterium van Vlaams-Brabant. Dit regelmatigheidscriterium bestond uit 12 stratenlopen tussen de 10 en 21 kilometer. Vooral aan de Mutotoloop in Duisburg en de Furaloop in Tervuren denken wij wel eens met weemoed terug. Per wedstrijd kreeg je een aantal punten voor je deelname en bijkomend punten op basis van je resultaat in de eindrangschikking van jouw categorie. Je moest minstens aan 7 wedstrijden deelnemen. Liep je er meer, dan telden je beste uitslagen mee. In 2015 (het jaar van onze eerste marathon) kon ik al derde worden in het eindklassement van mijn categorie. Nu zou ik denken: mooi, dat hebben we gehad, toen dacht ik: dat kan beter. De Teussersjogging in Bertem was de laatste wedstrijd van de reeks. Twee dames waren intrinsiek sneller dan ik. Dame 1 finishte steevast minuten voor mij en had ik nooit in het vizier. Omdat zij aan minder wedstrijden deelnam, had ik toch meer punten. Zij was die dag niet van de partij en kon me dus niet meer bedreigen. Dame 2 was me altijd voor op de afstanden onder de 11 km. Ik kon haar wel al verslaan tijdens een 16 en 21 km. Ook zij nam aan iets minder wedstrijden deel, waardoor wij op de laatste racedag evenveel punten hadden. Alleen door voor haar te finishen, kon ik de eindoverwinning verzilveren.

Aangezien de Teussersjogging “slechts” 10,2 km lang was, speelde de relatief korte afstand met andere woorden in haar voordeel. Mijn geheime wapen was natuurlijk Roos. Ze kon me dan wel niet bijstaan als haas, maar wel als klankbord en tactisch brein. Vooraf bespraken we mijn wedstrijdtactiek uitvoerig. Ik zou me meteen in het zog van Dame 2 vastbijten en haar na de eerste ronde van 5 km als een duiveltje uit een doosje voorbij springen. Hoe dan ook was het maar de vraag of ik haar überhaupt 5 km lang zou kunnen volgen, want op papier was ik de traagste. Bovendien bestond het parcours voornamelijk uit onverharde wegen en zouden we twee keer een stevige klim van het type “muur” moeten op lopen. Zo eentje waarbij je heel hard op je adem trapt en als je niet oplet ook op je tong die sowieso op de grond hangt. Naar de finish toe volgde dan twee keer een afdaling. Over dé Bosstraat dus. Op voorhand wilde ik vooral niet gebeten en competitief overkomen. Als we dame 2 dus voor de start zouden spreken (wat denk ik ook gebeurde), zouden we met geen woord reppen over de eindzege en ons aimabel als altijd opstellen. Eerlijk: ik had het haar oprecht gegund, maar ik zou het mezelf niet vergeven als ik me bij voorbaat gewonnen zou geven. Die instelling is ook wel een beetje eigen aan stratenlopen. Er heerst altijd een amicaal ons-kent-ons-sfeertje, maar hoe dan ook meet je je met lopers die ongeveer even snel zijn als jij om hierover nadien complimenteus na te praten.

Het startsein werd gegeven om 16u. Ik had me dus al een hele dag kunnen opjutten. De eerste kilometer verliep min of meer volgens plan: ik liep in het zog van dame 2, met een kilometertijd van 4’11” weliswaar belachelijk snel. Destijds was dat hoe wij (Roos en ik) onze wedstrijden liepen: zo snel mogelijk vertrekken en dan pompen om niet te verzuipen. Aangenaam lopen was het niet, maar het werkte meestal wel. De tweede kilometer verliep ongeveer gelijkaardig. Ik herinner me dat we over een bospad liepen en dat ik me realiseerde dat we nooit eerder zo in elkaars buurt liepen. Wat de aanleiding precies was om plots van mijn tactische plan af te wijken, weet ik niet meer. Waar en hoe het precies gebeurde ook niet. Na een dikke 2 kilometer liep ik op gelijke hoogte met mijn rechtstreekse concurrente en zette ik nog een versnelling in om me definitief los te lopen. Helemaal niet volgens plan. Ik denk dat de adrenaline door mijn lijf gierde. Op dat moment leek het me echter comfortabeler om zelf op kop te lopen en een tempo op te leggen. Iemand “moeten” volgen kan behoorlijk vermoeiend en imponerend zijn. Ik nam de race dus in eigen handen. Zo werd wat al een heel riskant plan was, nog meer een mission impossible. Nooit eerder had ik haar op zo’n korte afstand kunnen verslaan. De kans dat ik me aan dit verschroeiende tempo zou opblazen was veel groter dan dat ik het zou kunnen volhouden. Ik probeerde niet achterom te kijken, maar ik benutte elke kans die ik had om uit mijn ooghoek te kijken hoe ik ervoor stond. Verbazend goed, zo bleek. Ik had een kloof kunnen slagen en die zag ik steeds een beetje groter worden.

Ik ging voluit op de afdaling in de Bosstraat. Het enige waar ik aan kon denken was die voorsprong behouden. Na 5 kilometer maakte ik een grote U-bocht langs dranghekken om de tweede ronde te beginnen. Ik passeerde Roos aan de andere kant, die meteen kon zien hoe groot mijn voorsprong op dat moment was. Roos heeft het over de killerblik die op mijn gezicht te lezen stond. Al kan dat ook een latere toevoeging zijn gezien de heroïsche status die het verhaal inmiddels verworven heeft. Mijn kilometertijden bleven erg hard gaan en hoe arrogant het ook klinkt, ik was halverwege de wedstrijd al zegezeker. Als een malle raasde ik over het parcours. Niet te stoppen. Onoverwinnelijk. Na 45 minuten en 56 seconden zaten mijn 10,2 kilometers er op. Ik eindigde als tweede vrouw in mijn categorie met maar liefst 2 minuten en 32 seconden voorsprong op dame 2. Ik was officieel de winnares van het Loopcriterium bij de dames senioren. Mijn eindoverwinning was goed voor een waardebon van 125 euro waar ik een paar Scott Kinabalu trailschoenen mee kocht, die ik nog steeds heb.

Zoals ik al zei: dit verhaal is tussen Roos en mij een beetje een eigen leven gaan leiden. Ik heb altijd gedacht dat ik mijn snelste kilometer liep op de laatste afdaling van de Bosstraat, toen ik dus zou gaan finishen. Uit de analyse van mijn Garmin-gegevens blijkt dat echter gebeurd te zijn op de eerste afdaling. De 3’53” zag ik helaas niet op mijn horloge verschijnen als kilometertijd omdat ik die snelste kilometer ergens tussen de 3,5 en 4,5 kilometer gelopen heb. Wel kan ik zien dat ik daar maximumsnelheden heb gehaald van rond de 3’10”. Dat is niet meer verschroeiend snel, maar Kipchoge-snel. Door mijn veranderde loopgewoontes tijdens de lockdown keerde ik meermaals terug naar de Bosstraat. Mijn kilometerverhaal mag dan heroïsche vormen hebben aangenomen, ik schrok toch oprecht van de slechte staat van die weg. Met elke stap die je aan hoge snelheid zet, riskeer je op z’n minst je voet te verzwikken. Elke steen is letterlijk een potentieel struikelblok. Als je echt tegen de grond kletst, kunnen de gevolgen ernstig zijn. Ik heb daar risico’s genomen die niet in verhouding waren met wat er op het spel stond. Op dat moment had het beest in mij het roer volledig overgenomen. Ik had destijds niet het gevoel dat ik roekeloos was en onnodige risico’s nam. Geen haar op mijn hoofd dat er nu aan denkt om uitgerekend daar records te gaan neerzetten.

Wie naar beneden heeft gescrold voor een heldenfoto van die dag is eraan voor de moeite. Foto’s maken deden we toen simpelweg niet. De foto boven deze tekst maakte ik tijdens mijn tassenfotoshoot in Bertembos en het is helaas niet de bewuste Bosstraat. Ook wie ik nu warm heb gemaakt voor de Teussersjogging en consorten zal ik moeten teleurstellen. Het Loopcriterium ging ter zielen en zo blijk ik dus de laatste editie op mijn naam te hebben geschreven. Nu besef ik ook dat ik tijdens dat najaar van 2016 een sportieve piek bereikte. Drie weken na mijn memorabele run door de Bosstraat zou ik mijn beste marathon ooit lopen in Brussel. Nog twee weken later een sterk PR op de halve marathon in Amsterdam. Maar toch, het is dit verhaal dat zal blijven. Zeg, Roos: weet je nog toen in Bertem?

Het boek – De schoonheid van het ongelezen boek

Ik doe dus aan tsundoku. Op meerdere plaatsen in huis zelfs. De eettafel en salontafel zijn mijn favoriete plekken, maar sinds kort heb ik ook een tussenverdieping om mijn hobby uit te oefenen. Al weet ik niet of je nog over tsundoku mag spreken als je je ongelezen boeken netjes in een aparte kast uitstalt. Inventief als ze zijn in Japan betekent de term namelijk ongelezen boeken verzamelen en ze op stapels te leggen. Dankzij dit artikel op Hebban.nl kwam ik namelijk te weten waarom lezers de neiging hebben om meer boeken te kopen dan dat ze effectief kunnen lezen. Het is namelijk geen tijdskwestie. Als ik morgen te horen krijg dat ik een jaar full-time mag lezen, dan zou ik alsnog boeken kopen. Boeken lezen doet boeken kopen, zo werkt het toch bij mij. Meestal gaat daar een doordacht en beredeneerd denkproces aan vooraf. Je kan namelijk niet alles kopen wat je potentieel zou willen lezen. Al is wat emo-boekenkopen me ook niet vreemd. Als prille twintiger kocht ik na elke autorijles (10 in totaal) een boek bij Plato in Leuven om mezelf te belonen voor de inzet. Ook tijdens het prille begin van de lockdown kocht ik – als hart onder de riem – online enkele recent verschenen titels*, weliswaar op voorwaarde dat ik ze binnen de zes weken zou lezen. Zulke afspraken maak ik dus echt met mezelf. Volgens de Hebban Crew houdt een ongelezen boek een belofte in en daardoor begrijp ik nu nog beter waarom ik ook mijn ongelezen boeken koester.

IMG_3246b

Hoe zeer ik ook gehecht ben aan mijn boekencollectie, ik kan ook heel goed begrijpen dat niet elke lezer de behoefte voelt om geld uit te geven aan (papieren) boeken. Voor een nieuw boek betaal je tegenwoordig tussen de 20 en de 25 euro. Wat ik lees op een jaar beslaat dus een viercijferig bedrag: veel geld dat ik ook aan iets anders kan spenderen. Dat is het leven: ieder moet voor zich keuzes maken. Ik kies ervoor om boeken te kopen, niet alleen voor het leesplezier dat ze me (waarschijnlijk) zullen bezorgen, maar ook voor alles wat daaraan vooraf gaat. Mijn boeken krijgen een prominente plaats in mijn woning omdat het me oprecht blij maakt om erdoor omringd te zijn. Stuk voor stuk roepen ze herinneringen op: aan het verhaal zelf, aan het moment waarop ik ze las of aan degene die me ze heeft aangeraden. Zo vertellen mijn boeken ook een beetje mijn verhaal. Alleen de boeken die ik gelezen en goed vond, belanden in mijn boekenwand in de woonkamer. De Marie Kondo-gedachte zeg maar: boeken die me blij maken als ik ze in handen heb (de beroemde spark of joy), mogen blijven. Een boek dat daar niet in slaagt, gaat onherroepelijk weg. In het prille begin van mijn boekenverzameling had ik het daar lastig mee. Wole Soyinka stond als Afrikaanse Nobelprijswinnaar wel leuk in de kast, maar ik vond zijn De vertolkers dus echt niet goed. Bijgevolg moest Wole vertrekken. Op die manier is mijn boekenkast ook wie ik ben.

Ook mijn ongelezen boekenvriendjes heb ik graag in de buurt. In mijn nieuwe woonst heb ik een ingebouwde boekenkast op de tussenverdieping: de ideale opslagplek voor het ongelezen leesvoer. Op andere plaatsen in huis heb ik altijd stapels liggen met boeken die ik op korte termijn wil lezen. Een shortlist die de omvangrijke vorm van een longlist aanneemt, zeg maar. De korte termijn is immers een rekbaar begrip. Liefde, het tweede deel van Karl Ove Knausgårds magnum opus ligt al ruim anderhalf jaar op de salontafelstapel. Juist dat is ook deel van het plezier: leesplannen maken en wachten op het geschikte moment om ze uit te voeren. Ik probeer wel om het aantal ongelezen boeken van één auteur te beperken. Enerzijds omdat één goed boek niet meteen betekent dat ik alles van die auteur schitterend zal vinden. Drift van Bregje Hofstede vond ik fantastisch, maar haar debuutroman De hemel boven Parijs vond ik dan weer weinig soeps. Anderzijds lijk ik ook minder snel naar een auteur te grijpen als ik te veel keuze heb binnen diens oeuvre.

IMG_3253b

Ik heb me wel eens geschaamd over de hoeveelheid ongelezen boeken die ik in huis heb. Alsof je tientallen luxe kledingstukken hebt liggen die je nooit draagt. De vergelijking met ongedragen kleding gaat echter niet op. Een boek dat niet meteen gelezen wordt, is geen miskoop. Dat boek wacht gewoon op het juiste moment. Boeken kunnen de tand des tijds moeiteloos doorstaan. Je koopt geen blouse om die na drie jaar eens te gaan dragen. Bovendien is een boek niet alleen zijn geld waard als je het hebt uitgelezen en goed vond. Ik tel niet alleen geld neer voor de leeservaring. Naast boeken lezen is ook bezig zijn met boeken een volwaardige tijdsbesteding. Ik geniet ervan om stapels te maken, mijn boekenkasten te reorganiseren of aan te kleden. Ik hou ervan om boekentips te verzamelen, na te denken over wat ik nu echt wil lezen en waar ik dat dan zal kopen. Om nog maar te zwijgen over de kringloop of tweedehandsvondsten die je op de meest onverwachte momenten kan doen. Dat ik de boeken die ik wil lezen kan vasthouden, helpt me ook om te kiezen wat ik wil gaan lezen. Ongelezen boeken bezorgen me kortom ook al geluksmomentjes. Toegegeven, ik vang soms ook verwijtende blikken op vanuit de ongelezen-kast. Momenteel komen die vooral van de klassiekers. Ik vrees dat Moby Dick, de walvis die niet gevangen wil worden, wel eens een boek kan worden dat ik nooit zal kunnen temmen.

*Die boeken waren De kolibrie van Sandro Veronesi, Waagstukken van Charlotte Van den Broeck, Finse dagen van Herman Koch en Bezette gebieden van Arnon Grunberg: stuk voor stuk aanraders die ik hier en hier besprak.

Het moment – Vakantie in Den Haag

De kans is reëel dat Den Haag dit jaar de enige plek zal zijn waar ik over de landsgrenzen heen zal overnachten. Zo wordt 2020 niet alleen het jaar van afstandsleren, lockdowns en mondmaskers, maar zeker ook van Den Haag. Roos en ik spendeerden het afgelopen weekend net geen 48 uur in de administratieve hoofdstad van Nederland. Een mini-vakantie over de grens omdat Den Haag echt alles (en zelfs meer) te bieden heeft waar wij samen zo van kunnen genieten. Daarom besloten we dat Den Haag ons Parijs in Nederland is. Wie ons een beetje kent, weet dat dat het grootste compliment is dat we een stad kunnen geven. En om het gemis van Parijs wat te verzachten: in Den Haag is alles zo vlak als een biljarttafel en kan je ook nog eens heel fijn (en veilig!) fietsen. Hoewel ik het Frans wel wat mis, vindt Roos het bovendien mooi meegenomen dat ze er ook nog eens dezelfde taal spreken. Het relaas van ons weekend leest bijgevolg als een onvervalste lofzang op onze favoriete Nederlandse stad.

IMG_3219b

Toen we in 2016 onze eerste CPC Loop liepen, konden we niet vermoeden dat Den Haag het tot een volwaardige vakantiebestemming zou schoppen. We voelden ons natuurlijk heel erg welkom bij onze neef Maarten en diens gezin en “de klik” met de stad was er meteen. Die CPC werd de jaarlijkse aanleiding om een weekend bij Maarten, Irene, Senne en Lev te spenderen. Intussen hebben we al zoveel mooie familieherinneringen aan die weekends en de junglekamer van Lev (waar Roos en ik altijd mogen logeren) dat het lopen soms zelfs bijzaak lijkt te worden (en dat zeg ik niet snel). We twijfelden dan ook niet om eens zomertijd in Den Haag door te brengen: in het huis van Maarten & Co, helaas zonder hun gezelschap, aangezien ze zelf op vakantie waren.

IMG_3191b

Een groot pluspunt van Den Haag is de nabijheid van de zee: extra mooi meegenomen bij tropische temperaturen. Het enige euvel dat we moesten overwinnen, was de autorit naar het noorden. Mijn auto heeft namelijk geen airco (ja echt). In de praktijk betekende dit dat de eerste ernstige zweetuitbraken een feit waren op de Brusselse ring. Kleine domper op de zweetvreugde was bovendien dat onze favoriete tussenstop, zijnde de La Place net over de grens, blijkbaar de deuren gesloten heeft zonder ons – trouwe klanten – hiervan persoonlijk op de hoogte te brengen. Yes, we zouden onze eindbestemming nog sneller bereiken! Eenmaal aangekomen verwonderden we ons nog eens over de prachtige woning waar we mochten verblijven. We trokken iets frisruikender aan en sprongen op de fiets richting zee. In Nederland is fietsen echt kinderspel: werkelijk overal staan wegwijzers. Volgens Belgische normen vonden wij de drukte in Scheveningen-bad “gezellig druk”. Geen idee welke kleurcode hier zou bij horen. Ik haalde wat herinneringen op aan hoe ik als kind een begenadigd en succesvol schelpenverzamelaar was. Roos luisterde aandachtig, zoals ze dat altijd doet. We eindigden onze dag op een gezellig terras waar ook het eten ons geenszins teleurstelde.

IMG_3200b
Roos en haar ontbijtkommen.

Zaterdag begonnen we met een stevig ontbijt. Vervolgens brachten we een bezoekje aan De Bijenkorf. De gewoonte wil dat we daar zelden iets kopen, maar vooral veel wooninspiratie stelen met onze ogen. We gingen solden shoppen in de Hema (Roos kocht vier ontbijtkommen) en brachten nog een bezoek aan boekhandel Van Stockum (ik hield me in en kocht niets). Als lunch gingen we voor koffie en taart bij Bagels en Beans, die hebben aan ons een heel goede klant als we in Nederland zijn. Tijd om weer naar zee te vertrekken. We besloten naar het wat rustigere Zuiderstrand te fietsen. Daar kwam ik zelf iets te weten wat ik nog niet wist over Roos: zij loopt het liefst met waterschoenen over het strand omdat ze die scherpe randjes in het zand zo vervelend vindt. Na een stevige wandeling (ik blootvoets) zetten we ons neer bij strandpaviljoen Zuid. We dronken lauw Belgisch bier uit een kartonnen beker en – geloof het of niet – het smaakte fantastisch! ’s Avonds genoten we van een diner bij gastropub Van Kinsbergen. Ik denk dat we aan de meest ideale tafel zaten op het gezelligste plein van Den Haag. Eentje om te onthouden!

IMG_3204b

We eindigden de dag op een plek waar ons hart een beetje sneller gaat slaan. Het Malieveld is voor de Hagenezen wellicht slechts een groot grasveld waar al eens een manifestatie plaatsvindt. Voor ons is het dé plek van de CPC: start, finish, zenuwen, dixi’s en veel emoties. In maart is het Malieveld een bruine vlakte waar regenlaarzen best handig zouden zijn. In de zomer is het grasveld dus gewoon groen en hebben de bomen bladeren. Het voelde onwezenlijk dat we hier amper vijf maanden geleden nog een halve marathon liepen. De herinneringendoos ging weer open en we bespraken uitgebreid en met veel inleving onze laatste lijn en bocht naar de finish. Geïnspireerd door het Malieveld begonnen we zondagochtend met een bescheiden looprondje. De benen voelden stram aan, maar liepen zoals altijd los. Na ons ontbijt maakten we nog een fietstocht door het Westduinpark. Onze conclusie: in België kunnen we veel leren van de Nederlandse kust. Nog maar eens veel duimpjes omhoog voor de faciliteiten van Den Haag. We beseften vooral dat we nog veel te ontdekken hebben in de stad waar we steeds beter onze weg kennen. Hoe zou Den Haag er eigenlijk uitzien in de herfst?

IMG_3211b
Zeg nooit NOOIT grasveld tegen het Malieveld!

P.S. Sorry Machteld en Jelle dat we Den Haag voorlopig verkiezen boven Rotterdam.
Sorry Murielle dat Roos het Nederlands verkiest boven het Frans.

Het boek – Mijn 10 leeslessen

Lezen, het is voor mij soms een eenvoudig tijdverdrijf, vaak ook bittere ernst. Omdat ik niet vies ben van wat keiharde principes, deel ik hier graag mijn leesrichtlijnen.

Lees elk boek uit
Ik begin meteen met de pittigste, die menigeen waarschijnlijk wijselijk aan zich laat passeren. Toch ben ik ervan overtuigd dat elk boek een ervaring is. Je leert ook iets van een boek dat je niet goed vindt. Juist daarom lees ik elk boek uit waarin ik begin. Ja, ook als ik het dus meteen helemaal niks vind. Mijn leerlingen vinden dat een vorm van zelfkastijding. Een verhaal van liefde en duisternis van Amos Oz is het enige boek dat ik niet uitlas. Dat ging zo: lang geleden was er een periode waarin ik weinig las. Na enkele weken zat ik halverwege en realiseerde ik me dat ik echt totaal geen idee had waar het over ging omdat ik mijn hersenen leek uit te schakelen als ik las. Ik besloot dat ik beter opnieuw kon beginnen, deed dat niet, legde het weg en begon in een ander boek. Amos Oz blijft mij daarom een beetje achtervolgen.

Een auteur krijgt slechts één kans, meestal toch
Na amper vijf pagina’s vond ik het bejubelde De kunst van het crashen van Peter Verhelst al een vreselijk boek. Pretentieuze literatuur waar ik geen touw aan vast kon knopen. Ik las het uit (uiteraard) en vind het nu meer dan gerechtvaardigd om niets meer van Peter Verhelst te lezen. Soms geef ik auteurs wel een tweede kans. Omdat hun stijl me bijvoorbeeld wel aanspreekt en ik dan nieuwsgierig genoeg ben naar ander werk om hun slipper door de vingers te zien. Zo zal ik wel Otmars zonen lezen van Peter Buwalda, ook al vond ik diens Bonita Avenue helemaal niks.

Kiezen is niet verliezen
Integendeel: je moet keuzes maken. Hoe meer je leest, hoe meer boeken je ook zal willen lezen. Ik heb helemaal niets met fantasy en voel ook niet de behoefte om dit genre te ontdekken. Ook thrillers, detectiveverhalen en zogenaamde ontspanningsliteratuur laat ik links liggen. Het is mijn ding niet en er zijn genoeg andere boeken die wel helemaal mijn ding zijn.

Staar je niet blind op allerhande lijstjes
Ook ik ben niet ongevoelig voor lijstjes: of het nu gaat over de best verkochte boeken of de meest gewaardeerde. Ik keek dan ook uit naar de 21 beste boeken van de 21e eeuw volgens de lezers van De Morgen, een lijstje dat afgelopen week verscheen. Ik las 15 boeken uit die top 21. Onder andere nummer 19 De acht bergen van Paolo Cognetti en nummer 18 Het hout van Jeroen Brouwers krijgen van mij het label Magistrale Roman. De helaasheid der dingen van Dimitri Vehulst heeft zijn nummer 1 plek vooral te danken aan de cultstatus die het boek verworven heeft als kroniek van het marginale België. Hetzelfde kan je zeggen over Het smelt. Hoewel Lize Spit zeker literaire kwaliteiten heeft, voelde ik vooral afkeer voor de vunzigheid van het bestaan die ze op elke pagina van haar vuistdikke roman lijkt te willen beschrijven. Ik lees niet graag boeken waarbij een gevoel van afschuw overheerst. Lijstjes kunnen inspirerend zijn, maar beschouw ze niet als de Heilige Graal van de Literatuur.

Persoonlijke leestips zijn goud waard
Koester daarentegen de boekentips die je van vrienden en familie krijgt toegespeeld. Zo las ik het wondermooie Leeuwerik van de Hongaarse auteur Desző Kosztolányi als tip van studievriendin Machteld en werd Waagstukken van Charlotte Van den Broeck mij recenter aangeraden door vriend en oud-collega Thomas. De betere boekhandel heeft doorgaans ook een tafel met originele tips. Vorige week ontdekte ik het pareltje Hordubal van Karel Čapek bij De Zondvloed in Mechelen en dat is meteen een boekhandeltip.

IMG_3133b

Kies een boek in functie van de tijd die je hebt
Grand Hotel Europa las ik bewust in de paasvakantie omdat ik dan tijd zou hebben om dit meesterwerk te laten inwerken. Dikkere boeken lees ik liever op momenten dat ik wat meer tijd heb zodat de leeservaring niet al te veel uitgerekt wordt. Tijdens mijn zomervakantie ben ik dagelijks bezig met na te denken over welke boeken ik nu echt gelezen wil hebben. Ik ben overigens ook geen voorstander van lezen als inslapertje. Wel ligt op mijn nachtkastje steevast een non-fictie boek dat bestaat uit korte, losse stukjes. Op die manier kan ik nog wel iets lezen voor ik ga slapen zonder een volledig verhaal uit het oog te verliezen.

Lees niet te veel van hetzelfde achter elkaar
Ik lees nooit twee keer iets van één auteur na elkaar omdat ik dan het idee heb dat er een vorm van gewenning intreedt. Bovendien denk ik dat het dan ook lastiger wordt om boeken van elkaar te onderscheiden. Juist als je heel verschillende boeken na elkaar leest, wordt het gemakkelijker om de eigenheid daarvan te ontdekken én te waarderen. In 2007 (het jaar dat ik afstudeerde als literatuurwetenschapper) ontdekte ik het oeuvre van Willem Frederik Hermans, tot op heden één van mijn helden van de literatuur. Ik heb toen maandenlang een WF Hermans afgewisseld met iets anders. Als je eens helemaal uit je comfortzone gehaald wil worden, dan kan het een idee zijn om deel te nemen aan een zogenaamde Reading Challenge. Via diverse opdrachten (bijvoorbeeld: lees een boek van een auteur met jouw initialen) moet je dan noodgedwongen op zoek gaan naar uiteenlopende boeken.

Schrijf op wat je wanneer las
Dat ik kan zeggen in welk jaar ik door een WF-Hermans-fase ging, komt omdat ik als sinds mijn kindertijd een schrift heb waarin ik mijn leeservaringen noteer: titel, auteur, datum van uitlezen en een quotering op de misschien wat vreemde schaal van 1 tot 5. Ik koester dat schrift. Doorheen de jaren zie je mijn geschrift veranderen, wandel ik van de kinderboeken naar de jeugdromans, fiets ik door de adolescentenliteratuur naar de Literatuur voor Grote Mensen en maakte ik tijdens mijn opleiding heel wat uitstapjes naar eerder onbekende literaire oorden, met wisselend succes. Door dat overzicht kan ik tendensen ontwaren. Ik heb er al aan gedacht om mijn schrift te digitaliseren. Hoewel het hierdoor gemakkelijker zou zijn om boeken op te zoeken, gaat er dan ook heel veel charme verloren. Voorlopig hou ik het dus ouderwets op papier.

Boeken herlezen is wellicht een utopische gedachte
Ik las veel toen ik net ging studeren en dus amper literaire bagage had. Daarom vraag ik me af of ik nu net zo kapot zou zijn van Ernest Hemingway’s The Sun Also Rises en of ik William Faulkners modernistische roman The Sound and the Fury nu wel naar waarde zou kunnen schatten. Ook zou ik maar wat graag nogmaals het betoverende effect ervaren van boeken die ik recent de hemel in prees. Ik heb me er echter bij neergelegd dat ik niet heel snel zal gaan herlezen. Simpelweg omdat er nog zoveel te lezen en te ontdekken valt en ik niet bepaald tijd op overschot heb.

Lees eens een klassieker
Toen ik studeerde las ik heel wat boeken die tot de klassieke canon van de wereldliteratuur behoren. Soms zijn die klassiekers verrassend toegankelijk. Misdaad en straf blijft een ijzersterk boek en best goed verteerbaar, net zoals The Picture of Dorian Gray en Frankenstein. Nu grijp ik minder snel naar die oerklassiekers omdat ze ook iets afschrikwekkend uitstralen. Het is soms werken geblazen en mogelijk hou je er een indigestie aan over. Om die reden kwam ik nog niet toe aan De toverberg van Thomas Mann (klepper met filosofische insteek over “mens zijn”) en bleef ook Moby Dick (veel uitweidingen over walvisvangst) van Herman Melville tot dusver onaangeroerd in de kast staan. Elke kerstvakantie neem ik me bovendien voor om aan Oorlog en vrede van Tolstoj te beginnen. En die verduivelde Amos Oz laat me ook niet los.