Het moment – Ontwaakt uit mijn winterslaap

Ik voelde al lente in januari, al was het sporadisch. Tussen de regenbuien en het miezerweer gebeurde het soms dat de natuur z’n uiterste best deed om er desondanks iets moois van te maken. Heel behoedzaam, dat wel, om je vooral geen valse hoop te geven. Januari moet zowat de lelijkste maand van het jaar zijn. Je ziet vooral modder en dorheid. Het is zoeken naar een sprietje groen in een palet van bruin. Als je bovendien met de fiets naar het werk gaat, dan is januari een behoorlijk harde noot om te kraken. Mijn kilometers op de steenweg waren knokkilometers. Februari kenmerkte zich dan weer door een diepvriesweek mét sneeuw om er nadien een portie onversneden lente overheen te gooien. Van beide genoot ik intens. Ik liep met een heel grote glimlach door de sneeuw: toch na een kilometer of 2, als mijn innerlijke thermostaat aansloeg, en ook het voorproefje lente zorgde ervoor dat ik in een opperbeste stemming verkeerde.

IMG_4225b

Ik ga er prat op om me niet af te zetten tegen de winter. Als je de wintermaanden als deprimerend en onmenselijk bestempelt, dan lijkt het me een bijzonder zware klus om die tijd door te komen. Ik hou van de afwisseling die de seizoenen bieden. Elke maand heeft iets. De winter, dat is gezelligheid. Zowel om binnen te zitten met de gordijnen dicht, als om er in alle vroegte op uit te trekken nog voor de wereld wakker is. Inmiddels weet ik ook dat ik heus wel bestand ben tegen wat regen en wind. Het meest vermoeiende aan de wintermaanden vind ik het denkwerk dat erbij hoort. Je moet je constant wapenen tegen een kracht van buitenaf, zowel jezelf, je huis, als je huisdieren. Dat vreet energie.

In de winter heb je een warme deken om je heen die je noodgedwongen warm houdt, maar als die dan weer af kan, voel je plots hoe licht je eigenlijk bent. Juist door de impact van de winter kan ik het voorjaar meer naar waarde schatten. In het voorjaar is het zoveel gemakkelijker om goed gezind te zijn, om de juiste kleding aan te trekken, om de dag aan te vatten, om naar buiten te trekken en simpelweg tevreden te zijn. Ook op sportief vlak biedt het voorjaarsweer niets dan voordelen. Allereerst stijgt de curve van het fietsgenot exponentieel. Voor je plezier maak je geen fietstocht als het kwik onder nul kruipt. Ik ging dus weer vaker de baan op met Juan, mijn onovertroffen Orbea mountainbike. Letterlijk de baan op, want als ik modder kan vermijden, dan doe ik dat ook. Juan kan het trouwens uitstekend vinden met Herman, de koersfiets van Roos. Gelukkig maar! Als ik na zo’n fietstocht en bijbabbelmoment leeggereden thuiskom, is mijn geestelijke batterij weer helemaal opgeladen.

IMG_4362b

Mijn loopkilometers bleven de afgelopen maanden constant. Ik loop regelmatig een duurloop van 18 kilometer die ik afwissel met kortere loopjes. Geen echte excessen dus, best gematigd voor mijn doen. Op kledingniveau bevind ik me in een transitiefase. Mijn Nike Pegasus trailschoenen met Gore Tex bewezen hun dienst in de sneeuw, maar ook mijn nagelnieuwe belachelijk witte Zoom Fly’s konden een eerste keer van stal in het nieuwe jaar. Ik schipper nog wat met de lengte van broek en shirt. De uitspraak die ik me de afgelopen weken vaak liet ontvallen was: als ik eenmaal naar kort ga, wil ik niet terug naar lang. Mijn club van loopvriendjes werd ook weer een beetje groter. Elizabeth is de naam van mijn nieuwste loopmaatje. Met dat nieuwe valt het overigens wel mee, aangezien we elkaar al een leven lang kennen. Elizabeth gebruikt me graag als stok achter de deur om een looprondje te maken (die invloed blijk ik wel eens te hebben op mijn omgeving). Er is veel wat ik waardeer aan mijn jeugdvriendin: als sporter is dat ongetwijfeld haar onverzettelijkheid en bikkelharde doorzettingsmentaliteit. I like! Een dikke yes dus aan het samen sporten en aan het buiten zijn!

IMG_4351b

De gedachte – Over passie

2021 wordt het jaar waarin het woord hobby definitief passé is. Hobby’s behoren tot een lang vervlogen tijdperk. De jaren 90 bijvoorbeeld, toen je nog ongegeneerd blij kon worden van postzegels verzamelen. Vandaag de dag is het al passie wat de klok slaat. Zeg dus niet: ik luister graag naar muziek, maar: muziek is mijn passie. Nu hou ik helemaal niet van het woord passie. Net zoals ik een hekel heb aan het woord vrijgezel, maar dat is weer een ander verhaal. Passie wordt veel te vaak en gemakkelijk gebruikt gewoon om aan te geven dat je iets graag doet. Bovendien associeer ik passie met jezelf ergens in verliezen, geen grip meer hebben op wat is en je roekeloos ergens instorten. Prachtig, maar ook behoorlijk beangstigend. Als passie betekent enthousiasme en vurigheid, dan ben ik mee. Als passie gaat over een niet te stuiten verlangen, een drift of oerkracht dan voel ik me er veel te nuchter voor.

Ik denk dat mijn aversie voor het woord passie te wijten is aan de alomtegenwoordigheid ervan. Het is zoals met uitroeptekens: als je hele tekst er vol van staat, hoort niemand je nog roepen. Daarenboven wordt passie ook  gratuit gebruikt, als een versterking om aan te tonen dat je het echt meent. Een hobby is slechts bezigheid, passie definieert je en geeft je identiteit vorm. Achter passie gaat urgentie schuil. Je moet het doen of je verloochent jezelf. Bij mij werkt het omgekeerd: ik ben juist trouw aan mezelf als ik ergens bewust voor kies. Ik word niet overspoeld door een drang om te lezen, ik kies er heel bewust voor omdat ik weet hoeveel vreugde het mij brengt. Ik sterf gelukkig niet als ik een paar dagen niet gelezen heb. Als ik lees zit ik – naar ik vrees – met een vreemde frons tussen mijn ogen naar een boek te turen, volledig toegewijd en ingetogen enthousiast. 

Wat ik eveneens problematisch vind aan het woord passie is dat het torenhoge verwachtingen creëert. Als iets je passie is, dan moet het altijd ronduit fantastisch en overdonderend zijn. Voor mij is lopen een wezenlijk deel van wie ik ben. Ik beschouw het als een noodzakelijke activiteit om mijn lijf en geest gezond te houden, om ideeën te krijgen en mijn omgeving te ervaren. Lopen is voor mij kortom iets wat me helpt te aarden met het leven en mezelf terwijl ik niks meer doe dan mijn ene voet voor de andere te zetten. De eenvoud van die handeling maakt het zo bijzonder deugddoend. Hetzelfde geldt voor mijn werk als leerkracht, waar ik ook een stuk van mezelf in leg. Wederom is het juist het gewone en alledaagse van mijn werk, namelijk omgaan met jongeren, wat ik er zo aan waardeer. Ik sta (bijna) altijd vol enthousiasme voor de klas, maar ik ben niet elke lesuur de grote bezieler en inspirator.

Ben ik dan echt geen passioneel mens? Natuurlijk wel! Achter die nuchtere façade zit een grote gevoelsmens. Ik doe niets liever dan mezelf in gedachten verliezen in mijn eigen gevoelswereld. In het echt heb ik de touwtjes graag strak in handen om bewuste keuzes te kunnen maken. Ik doe de dingen met overtuiging en toewijding. Ik heb graag gedreven mensen om me heen. Ik omarm het gevoel in al z’n onmogelijkheid. En ik blijf dus gewoon fan van het woord hobby en de bescheidenheid die het uitstraalt. Passie heb ik niet nodig in mijn vocabulaire.

Noot: dat passie ook bij jongeren leeft, hoorde ik maandag in de klas. De context: een gesprek over een auto van 80.000 euro. De leerling: zou u zo’n auto kopen, mevrouw? Ik: nee, ik heb niks met auto’s en als ik al zoveel geld zou hebben, zou ik het er niet aan uitgeven. De leerling: ja, maar mevrouw: als auto’s nu echt uw passie waren???

Het gerief – Twee tassen vol zussenliefde

De afkoelingsweek van het secundair onderwijs deed zijn naam alle eer aan. Dag en nacht vroor het de stenen uit de grond. Ik ging dagelijks – zorgvuldig ingepakt – lopen om van de sneeuw en de zon te genieten. Zaterdag zette ik mijn eerste vakantiedag in met een namiddag in mijn atelier, ofte 24 karaats kwali-tijd. Voor elk van mijn zussen zou ik een gepersonaliseerde tas maken. Een tas naaien voor iemand is namelijk een daad van onversneden liefde. Vergelijk het met koken voor iemand die je graag hebt: dan snij je een wortel ook tederder in stukjes. Als ik dus een tas voor mijn zussen maak, dan vloek ik nooit. Elk steekje zit extra stevig vast dankzij de zussenliefde. Je mag dat gerust klef noemen. De creatijd werd een contemplatief moment omdat mijn zussen in gedachten intensief bij het maakproces betrokken waren. Ik besefte weer hoe hard ik ze mis nu onze momenten samen schaarser dan ooit zijn. Zondag legde ik de laatste hand aan de tassen en trok ik naar de Kempen voor een verlaat verjaardagsfeestje van Marike. Twee uur lang op veilige afstand van het vuur en vooral elkaar zitten om nadien stinkend van de rook en met koude voeten weer in de auto te stappen. Ook dat is liefde. Ook dat is samenzijn anno 2021.

IMG_4234b
A sewing room with a view

IMG_4285b

Ik vroeg vooraf aan Roos of ik Marike blij zou maken met een grotere handtas dan wel met een klein heuptasje. Marike is met alles blij en dat is echt zo, maar een grote tas zou ze wellicht vaker gebruiken, antwoordde Roos. Ik koos daarom tweemaal voor het beproefde recept van de Trixie trail tas: een onontbeerlijke handtas in elke garderobe. Zelfs vandaag gaat een mens immers nog de deur uit. Twee keer dus een identiek patroon met een verschillende uitvoering. Ik maakte inmiddels al behoorlijk wat tassen van diverse afmetingen (waarvan drie Trixies). Mijn nieuwe devies luidt dan ook dat een tas maar zo goed is als z’n binnenkant. Een huis mag nog zo mooi zijn langs de buitenkant, je voelt je er pas echt in thuis als je er je spullen ook fatsoenlijk kwijt kan. Een tas maken begint voor mij daarom met het personaliseren en praktisch aankleden van de voering. De echte luxe is voorbehouden voor het interieur.

IMG_4244b

IMG_4243b

Voor Marike vertrok ik vanuit het allerlaatste restje kurk dat ze anderhalf jaar geleden zelf uitkoos voor de eerste Trixie die ik voor haar maakte. Ik vulde aan met een dry oilskin van Merchant & Mills in de kleur kaki. Al zou ik eerder zeggen munt ontmoet olijf. Oilskin, mensen, is dé jassen- en tassenstof bij uitstek: waterafstotend met een robuuste, doch elegante uitstraling. Ik voel bij die stof een Scandinavische vibe, denk: organisch kleurgebruik in stijlvol minimalisme. Of zoiets. De grijze voering in linnenlook met glitter sluit perfect aan bij het geheel. Het kleine giraffenritstasje garandeert orde in de grote tas. Die stof is dan weer een knipoog naar het geheime Leah-project van alweer anderhalf jaar geleden. Langs de buitenkant zijn de grillige gouden lijnen van de kurk de blikvanger. Om mijn marketingcampagne te besluiten, zou ik deze tas een classy allrounder noemen.

IMG_4254b

Roos gaf me zelf een stuk bronzen namaakleer dat ik als basis kon gebruiken. Ik vulde wederom aan met dry oilskin, deze keer in de kleur olijf, al zou ik eerder zeggen cognac en laat die kleur nu net Roos’ kleurenpalet domineren. De binnenkant werd gevoerd met een wondermooie luxe katoen van Fragile die zijn geheimen onthult achter een gouden rits. Langs de buitenkant stelen de franjes de show. Boho chic of het Wilde Westen: het is maar wat je er in wil zien. Zelf kies ik voor stijlvolle glamour met een edgy touch. Ook Roos kreeg er natuurlijk een twinning tasje bij: nog maar eens een Maurice. Och, wat hou ik van die man!

IMG_4276b

Het belangrijkste DIY-advies voor wie zelf een tas wil maken, is om er je tijd voor te nemen en jawel: om het geheel met liefde en geduld te assembleren. De moeilijkheid zit hem namelijk in de verschillende lagen én materialen die je moet doorstikken om de tas stevigheid te geven. Tot slot ga ik ook helemaal los in de details, want the devil is in the details. Daarom liet ik mijn naaimachine ritslabels “schrijven” met het toepasselijke SIS. Sis of sisje, dat is hoe wij – klef als we kunnen zijn – elkaar noemen. Wie zich het mocht afvragen: onze broer noem ik redelijk consequent Bro. Ik voel hier terstond een idee voor een men bag ontstaan.

IMG_4296b

Weet je wat helemaal zo mooi is aan mijn zussen? Ik wist wel dat ze blij zouden zijn met hun tas, maar ze slagen er dan toch in om die blijdschap te overtreffen en zo overdreven dankbaar te zijn dat je je bijna gaat schamen dat je zelf zoveel plezier hebt gehad tijdens het maakproces.

IMG_4278b
Uiteindelijk is het natuurlijk Leah die de show steelt. Jong geleerd is oud gedaan.

Het moment – Schrijftalent gespot in de klas #2

De Poëzieweek van 2021 was me het weekje wel. Ik zat in quarantaine met Gedichtendag, testte gelukkig twee keer negatief en kon dus blij als een kind maandag weer aan het werk. Het voelde aan als een “terug naar school” van heel lang weggeweest, zo eentje waarbij de nacht overbodig lijkt en je stuiterend van de adrenaline om 5u30 uit je bed springt. Of hoe een mens in deze tijden al dolgelukkig is als ie gewoon naar z’n werk mag om het leven in al z’n normaalheid te omarmen. Gewoon is nu al heel wat. Wat later dan verwacht kon ik dus op school de laureaten van de zes-woorden-verhaal-wedstrijd in de bloemetjes zetten. Tradities zijn er namelijk om in ere te houden en ook dit schooljaar ging ik weer op zoek naar de Ernest Hemingway onder mijn leerlingen van het vijfde jaar.

De opdracht was wederom simpel, doch uitdagend: schrijf een six word story, een verhaal dus in amper zes woorden. Alle leerlingen van het vijfde konden nadien stemmen, alsook hun leerkrachten en al mijn collega’s Nederlands. Ik moet zeggen dat het dit jaar nog moeilijker was om te kiezen tussen al dat moois. Het wemelde namelijk van de originele vondsten. Ik kon niet anders dan concluderen dat mijn leerlingen barsten van het literaire talent. Toch was er ook een collega die me bezorgd en ook wel lichtjes verwijtend vroeg waarom ik zo’n donker en depressief thema had gekozen voor de verhalen. Euh? Ze ging er namelijk van uit dat ik de leerlingen doelbewust in de richting van het drama had geduwd en dat de meeste zes-woorden-verhalen daarom zo beladen waren. Nee dus, maar het blijkt nu eenmaal aantrekkelijker te zijn om met weinig woorden een dramatische gebeurtenis op te wekken.

IMG_4185b

Ook onder de leerlingen ontstond er wat onenigheid. Sommigen vonden dat je een onderscheid moest maken tussen een poëtische en een verhalende zin en dat sommige verhalen om die reden geen verhaal waren. Toen er van mij een pasklaar antwoord op die vraag werd verwacht, gniffelde ik wat onnozel. Ik kon in deze kwestie niet voor opheldering zorgen. De discussie an sich vond ik prachtig. Leerlingen die praten over de grens tussen poëzie en proza, wat kan ik me meer wensen? Genoeg gepraat. Tijd om te lezen!

Dit is de top 10:

Tranen vloeiden, het was mijn schuld – Lien
Haar stappen dansten mijn schaduw na – Fleur
Ik zag NIETS in dit alles – Louise
Eén brug, twee ogen, drie tellen – Nelson
Vrijdagen waren van ons, beloofde je – Marieke
Onbekenden overdag, verliefden in de nacht – Ella
Die dag werd de stilte oorverdovend – Nel
Witte jurk vervangen door een zwarte – Kaat
Wij zijn hier maar te gast – Marit
De zoete verslaving van de ellende – Matteo

De origineelste inzending kwam ongetwijfeld van Timi die Domov můj, zničen navždy kvůli ně schreef, wat Tsjechisch is voor Mijn huis voor altijd verwoest door hen.

Het boek – Waarom Het achtste leven een fenomenaal boek is

Wie van plan is om in 2021 slechts één boek te lezen, die moet Het achtste leven (voor Brilka) van Nino Haratischwili lezen. Met 1271 pagina’s een klepper van formaat, maar laat dat je alsjeblieft niet weerhouden om je tanden te zetten in dit meesterwerk van de jonge Georgische auteur. Het achtste leven (voor Brilka) verscheen in 2016 en werd meteen bedolven onder de positieve recensies en superlatieven. Ik was niet mee met de hype (dat gebeurt wel vaker). Het boek belandde dus in mijn ongelezen kast. Voornamelijk omdat het etiket “monumentaal tolstojaans familie-epos” mij angst in boezemde. Tot mijn lieve collega én leesinspirator Murielle me op de laatste schooldag van 2020 liet weten dat ze er in bezig was en dat het echt verslavend werkte. Prompt bombardeerde ik Het achtste leven (voor Brilka) tot kerstvakantieboek. Uiteindelijk had ik slechts vijf dagen nodig om het te consumeren. Ik heb zo intens genoten van dit boek! Daarom geef ik jullie vijf redenen om NU te beginnen in Het achtste leven (voor Brilka).

Omdat het van begin tot eind een beklijvend verhaal is.
Nino Haratischwili is erin geslaagd om werkelijk elke van die 1271 pagina’s boeiend te maken. Het verhaal verliest nergens vaart. Ik kroop in het verhaal en het verhaal kroop in mij. Elk van de acht personages wiens leven wordt onthuld in een deel van de roman weet je aandacht vast te houden. Haratischwili gebruikt hiervoor in de proloog het beeld van het tapijt: een narratief geheel van allemaal aparte draden die aan elkaar worden geweven en samen een indrukwekkend patroon vormen. Een belofte die ze volledig inlost.

Omdat het een waardevolle geschiedenisles van de 20e eeuw is.
Eerlijk: ik wist amper dat Georgië een land was voor ik dit boek las, laat staan dat ik het op een kaart kon situeren of kaderen binnen de geschiedenislessen. Inmiddels heb ik het gevoel dat ik al in de hoofdstad Tbilisi geweest ben en dat betekent heel wat voor een non-reiziger als ik. Het leven van de familie Jasji speelt zich af tegen het decor van een veranderende wereld die geteisterd wordt door oorlogen en strijd op alle vlakken. Zo wordt onder meer de tanende status van de aanvankelijk welvarende familie beschreven onder invloed van het IJzeren Gordijn en de Koude Oorlog. Het is geschiedenis die zich laat lezen als een thriller.

IMG_4160b

Omdat het een stem geeft aan sterke vrouwen.
Het zijn niet de vrouwen die strijden aan het front, maar toch zwaaien zij de scepter in de familie Jasji. Ze moeten de boel draaiende houden in barre tijden. Ze dromen en verlangen. Ze worden op de proef gesteld en zien af. Enerzijds kunnen ze bikkelhard zijn voor de beslissingen van hun broers of zussen, anderzijds handelen ze steeds vanuit een allesoverweldigende familieliefde. Sommige dialogen sneden door merg en been en waren tegelijkertijd zo mooi dat ik ze met een pijnlijke grimas opnieuw las. Stasia, Christine en Kitty zijn een stukje van mezelf geworden.

Omdat het een toegankelijk boek is.
Ondanks de lijvigheid bereikt Het achtste leven (voor Brilka) een breed lezerspubliek. Nino Haratischwili toont zich een deskundig verteller die de lezer niet-betuttelend bij de hand neemt. Het is het kleinmenselijke familieverhaal dat de boventoon voert binnen het kader van de wereldgeschiedenis. Een verhaal over moeders en vaders, tantes en nichten, familietradities en hoe daarvan los te komen. Haratischwili schrijft ijzersterk, zonder dat je het gevoel krijg een literaire stijloefening te lezen.

Omdat het een unieke sfeer oproept.
Oké, ik las dit boek natuurlijk in een periode die in het teken stond van rust, sfeer en gezelligheid. Dat doet echter niets af aan de verbeeldende, zelfs betoverende kracht die Het achtste leven (voor Brilka) oproept. Ik denk nog dagelijks met heimwee terug aan de wereld waarin ik toen terechtkwam. Hoe wreed het lot van de Jasji’s soms was, er school ook zoveel schoonheid in het decor en de personages. En dan is er nog die magische, vervloekte chocoladedrank waarvan ik me nog steeds afvraag hoe die smaakt.

In september 2019 verscheen De kat en de generaal van Nino Haratischwili, “amper” 680 pagina’s dik. Ik denk dat dit een krokusvakantieboek wordt.

Gelukkige Gedichtendag!

Joepie! Het is weer Gedichtendag!

Uitgerekend tijdens een Poëzieweek met als thema Samen zit ik in quarantaine, een verregaande vorm van alleen zijn. Geen leerlingen in de klas, maar achter een scherm. Geen familie in het echt, maar via de telefoon. Ik ben gelukkig niet ziek en legde ook een eerste negatieve test af. Kortom: ik red me wel. Laat dit alsjeblieft de enige Gedichtendag zijn die ik in isolement moet doorbrengen. Het gekke is wel: door gedwongen alleen te zijn, voel ik me ook juist heel erg samen. Samen met mijn zussen die ook in quarantaine zitten. Juist omdat we samen zijn geweest, moeten we nu alleen zijn. Of hoe samen en alleen best goede vriendjes kunnen zijn. Hoog tijd om de poëzie weer te laten spreken, want om het met de woorden van Maud Vanhauwaert te zeggen: Poëzie is een genre dat wonderwel past in de zotte samenleving van vandaag.

Life on Mars

Was zo graag samen
gevallen
maar iedereen viel
apart

was zo graag samen gevallen
maar iedereen viel apart
alleen
wij

was zo graag samengevallen
maar iedereen viel apart
alleen wij
sprongen naar de sterren.

Peter Verhelst (2009)

Loperspraat – Mijn sportieve plannen voor 2021

Je zou kunnen zeggen dat 2020 ons vooral leerde dat het nutteloos is om plannen te maken in onzekere tijden. Wel, ik denk dat het in zulke tijden juist extra belangrijk is om plannen te maken, mits je er niet halsstarrig aan vasthoudt en je bereid bent om ze eender wanneer bij te sturen. Plannen maken, dat geeft richting en houvast. Ook provisorische plannen geven hoop. Een plan dat anders loopt dan verwacht, is geen mislukking, maar een koerswijziging. Dat het schip blijft varen, is al heel wat.

Er zijn plannen waarvoor ik afhankelijk ben van organisaties. De evenementensector richt z’n pijlen op het najaar. De Rotterdam Marathon van april 2020 werd een tweede keer verplaatst: 24 oktober 2021 is de nieuwe afspraak. De CPC Loop in Den Haag, een vaste waarde van het voorjaar, hoopt dit jaar een septembereditie te kunnen houden. In België plant de 10 Miles een najaarseditie, zwijgt de 20 km van Brussel in alle talen en gokt de Brussels Marathon op 3 oktober 2021. Leuk allemaal, maar aangezien een sportwedstrijd een massa-evenement blijft, durf ik daar ook niet al te veel op te hopen. Het zou geweldig zijn als het lukt, het is geen ramp als dat niet zo is. Hetzelfde geldt voor de La Chouffe trail in juli die mogelijk doorgaat binnen het format van de vrije en gespreide start. Mijn geslaagde 50 km smaakte naar meer en wie weet vind ik dat wel in Houffalize. De vraag is of een logeerpartijtje met de familie dan verantwoord is.

Het competitieve element van een wedstrijd miste ik helemaal niet. Wel de bijhorende trein- en automomentjes met Roos, het samen onderweg zijn, samen strategisch aanschuiven bij dixi’s en samen praten over onze loopervaring. Samen herinneringen maken dus, dat gemis voelde ik tot in mijn kleine teen. Ik kijk uit naar het moment dat we er weer volledig niet-essentieel op uit kunnen trekken. Mijn zussen verwachten natuurlijk een gek plan om samen naar toe te werken. Elkaar naar een snelle 3 kilometer schreeuwen, lijkt me daarom een mooi speerpunt van het voorjaar. Ik hoop ergens de komende maanden ook weer een marathon te kunnen lopen op eigen initiatief. Als ik wild mag dromen, dan graag in en rond Den Haag. Omdat Den Haag dus ons Parijs in Nederland is. Ook hier is enig voorbehoud op z’n plaats. Plezier- en dus ook marathonreisjes behoren momenteel niet tot de mogelijkheden. Niet alle dromen hoeven echter bedrog te zijn.

Samen sporten is tegenwoordig een fijner alternatief dan samen in een tuin te zitten koukleumen. In gezelschap lopen of fietsen heb ik daardoor nog meer naar waarde leren schatten. Een beetje eenzaamheid en kluizenaarschap is mij niet vreemd, maar mijn innerlijke mens haalt heel veel energie uit samen actief zijn. Er zijn mijn pauzeloopjes op school met collega’s Bart en Murielle, er zijn fietstochten met Rembert, er zijn de zussenloopjes en binnenkort ook een loopje met Elizabeth. Al lopend babbel je op een nog spontanere manier. Ik zou zelfs durven zeggen dat je al babbelend ook op een spontanere manier loopt.

Oh ja. Hoe zit het nu met die witte schoenen? Ik was misschien iets te optimistisch – of ronduit naïef – toen ik verkondigde dat het met de viezigheid wel zou meevallen. Ik droeg ze sindsdien niet meer. Het merendeel van mijn looppaden is voorzien van een verraderlijk vies modderlaagje, waar mijn trailschoenen wel weg mee weten, maar mijn witte schoenen nachtmerries bezorgt. Laat hen dus maar zorgeloos dromen van vlakke en propere asfaltwegen. Ook die tijd komt er weer aan. Geduld.

De muziek – Wat ik zoal beluisterde in 2020

Ik vertelde al behoorlijk wat over 2020. Zoals dat ik het afgelopen jaar een dubbele verhouding kreeg met muziek door de aanwezigheid van Spotify in mijn leven. Enerzijds kon ik er intens in opgaan, anderzijds was het soms te veel en beluister ik dus helemaal geen muziek meer als ik ga lopen om beter te kunnen horen wat er in mijn hoofd omgaat. De omstandigheden van dit bijzondere jaar hadden ook een invloed op wat er zoal door de box schalde. Ik zat vaker thuis, dus was het des te belangrijker dat de sfeer goed zat. Hier volgen mijn ultieme luistermomenten van 2020.

Renaissance van Franse muziek
Ik heb altijd iets gehad met Franse muziek. Jacques Brel kende ik als kind al dankzij mama, Brel-fan van het eerste uur. In 1997 slaagde de band Manau erin om een Franse hit te scoren bij de jeugd. La tribu de Dana was dan ook de single die ik cadeau kreeg bij mijn eerste cd-speler. Toen ik studeerde was ik helemaal in de ban van het chanson. Charles Aznavour, Edith Piaf, Georges Brassens, Charles Trenet… Uren en uren aan een stuk luisterde ik verzamelcd’s. In 2020 draaide mijn playlist “Frans” op Spotify eveneens overuren. Bij gebrek aan een trip naar Parijs, dan maar de muziek. Het album Paris (2014) van Zaz vind ik bijvoorbeeld een schot in de roos. Ook haar nummer Eblouie par la nuit is een voltreffer. In de zomer ontdekte ik Les yeux revolvers van Marc Lavoine, dat uit het gezegende jaar 1985 komt. Met Kerstmis gingen Roos en ik uit ons dak op Les lacs du Connemara gedurende de volle 6 minuten (inclusief het elektronische riedeltje op het einde). Ideaal om de kerstdis te verteren.

Filmmuziek in alle soorten en maten
Door de lockdown in het voorjaar keek ik behoorlijk wat films. Nog steeds niet absurd veel, maar toch meer dan gewoonlijk. Ik zag Joaquin Phoenix schitteren in Joker en in Her: twee films met een aantrekkelijke soundtrack. De film die in 2020 de diepste indruk naliet was Portrait de la jeune fille en feu. De eindscène (waarin niets spectaculairs gebeurt) keek ik een keer of 10 na elkaar. Als ik nu Summer in G Minor van Antonio Vivaldi  luister, voel ik nog steeds zowel ingehouden als uitbarstende opgekropte emoties. Er zit waarheid in de uitspraak dat de beste liefdesfilms queer zijn. Daarom ontbreekt in mijn afspeellijst “Film” ook A Love That Will Never Grow Old van Emmylou Harris niet uit de soundtrack van Brokeback Mountain, waar ik destijds twee weken vanonder de voet was. Call Me By Your Name (zag ik in 2018) had een soortgelijk effect, mede dankzij Sufjan Stevens en het lichtjes kleffe Lady, Lady van Giorgio Moroder.

De enige echte zomerhit
Het zal haar jeugdigheid zijn die Roos een neus voor hits geeft. In volle lockdown introduceerde zij dé zomerhit van 2020: Kings and Queens van Ava Max, dat (bij gebrek aan een songfestival) de Eurosong-vibe perfect weet te vatten: een begrijpbare opbeurende tekst, stevige beat en oorwurm van jewelste. Catchy heet zoiets. Kings and Queens mocht dus ook niet ontbreken toen we in september letterlijk de champagne ontkurkten om te toosten op onze verjaardagen. Aan alle koninginnen zonder koning: we popped champaign and raised a toast! 

Leesmuziek in bed
Het afgelopen jaar ontdekte ik het plezier van lezen in bed, ’s ochtends welteverstaan, als ik niet naar school moet. Ook hier zat de voorjaarslockdown voor iets tussen. In de herfstvakantie trok ik me nog meer terug in mijn eigen universum en begon ik de dag steevast met koffie in bed, gevolgd door een paar leesuren. De gelukzaligheid overvalt me weer als ik aan die momenten terugdenk: hoe de wereld lijkt te bestaan uit mijn slaapkamer met mijn bed als epicentrum. Tijdens die leesuren luisterde ik ook muziek. Liefst iets waar melancholie in doorklinkt. Leonard Cohen bijvoorbeeld omdat die gewoon altijd goed is. Ook de jonge Ier Dermot Kennedy vervult die rol met verve. In de kerstvakantie (her)ontdekte ik ook Mumford & Sons en dan vooral hun eerste album Sigh No More waarop Winter Winds de sfeermaker van dienst is. Als het over melancholie gaat, dan mag ook onze Belgische trots Tamino niet ontbreken. Als zijn Sun May Shine door de kamer dwarrelde en er dan heel voorzichtig een zon door bomen spiekte, viel alles op z’n plaats.

De doorbraak van de podcast
Ik ben een podcastluisteraar geworden door De Jogclub, de sportieve podcast van mijn broer en Robrecht Paesen. Sinds ik dagelijks behoorlijk lange fietstochten maak naar mijn werk kreeg ik er heel wat podcastluistertijd bij. Ook als ik aan de slag ben in mijn atelier beluister ik een podcast. Inmiddels zijn dat vooral boekenpodcasts. Mijn collega Murielle stak ik al aan met het verslavende Drie boeken, waarin Wim Oosterlinck aan een bekende mens vraagt welke drie boeken we volgens haar of hem moeten gelezen hebben. Daar kwam ook nog de Bende van het boek bij met Sarah en Trees die telkens één of meerdere boeken bespreken onder het genot van taart en thee. Tot slot luister ik ook naar Boeken FM, de literaire podcast van uitgeverij Das Mag en De Groene Amsterdammer, al was het omdat Nederlanders die op hoog en kritisch niveau spreken over boeken me onherroepelijk terugvoeren naar mijn opleiding als literatuurwetenschapper in Leiden. Luisteren hoe anderen over boeken praten, doet lezen: geloof me maar.

De gedachte – Over 10 jaar voor de klas

Ik had deze week een jubileum te vieren. Maandag 3 januari 2011 was namelijk mijn eerste schooldag als leerkracht. Ik sta dus welgeteld 10 jaar voor de klas. Toen ik afstudeerde als literatuurwetenschapper, werkte ik eerst in een restaurant en vervolgens in de boekensector. Mijn ouders gaven hun leerkrachtengenen echter aan hun eerstgeborene mee en het was dus onvermijdelijk dat ik leerkracht zou worden. In december 2010 ging ik solliciteren op mijn oude, vertrouwde middelbare school: Atheneum De Ring in Leuven. Tot op heden nog steeds de plaats waar mijn onderwijshart sneller gaat slaan. Mijn eerste lesopdracht bestond uit Engels in het vierde en Nederlands in het vijfde jaar. Die klas in het vierde jaar bezorgde me meteen ernstige kopzorgen en twijfels. Ik leerde veel, laten we het daarop houden. Mijn leerkrachtendroom bleef gelukkig overeind. Van mijn eerste schooldagen en -weken als leerkracht herinner ik me vooral hoe herkenbaar de sfeer en dynamiek in een klas was. Ik werd terug gekatapulteerd naar mijn eigen puberjaren en alle worstelingen die daarbij horen. Niet alleen mijn lesopdracht veranderde door de jaren heen (ik gaf les in alle leerjaren), ook het onderwijslandschap doorstond het één en ander. Ter ere van mijn jubileum ontkracht ik met plezier 10 hardnekkige mythes rond onderwijs. Niet omdat ik de wijsheid in pacht heb, wel omdat ik nu eenmaal graag over mijn week vertel.

Leerkrachten zijn niet lui, integendeel: het merendeel van mijn collega’s beschouw ik als hardwerkend, ijverig en doelgericht. Ik kwam op een school terecht met een gedreven lerarenteam dat me wegwijs maakte én inspireerde. Collega’s die een luisterend oor boden en me ook m’n eigen ding lieten doen. Ik kreeg er vrienden voor het leven bij. Natuurlijk zijn er ook leerkrachten die niet vanuit dezelfde overtuiging voor de klas staan, die liever lui dan moe zijn. Zulke werknemers vind je in elke sector. Nee, wij zijn dus niet lui omdat we op woensdagnamiddag “vrij” hebben en we “slechts” 20 à 21 uur lesgeven. Onze lesvrije momenten besteden we aan allerhande voorbereidend werk, evaluaties en administratie. Als je een leerkracht ’s avonds opbelt, dan is de kans groot dat ie aan het werk is, alleen ziet niemand dat.

IMG_4464b
Op jaarlijkse schooluitstap naar Parijs met de vierdejaars!

Leerlingen zijn niet ongeïnteresseerd, op hun leeftijd is het gewoonweg niet makkelijk om openlijk interesse te tonen. Soms liggen de aanknopingspunten bij hun leefwereld voor het grijpen, soms zal je wat meer moeite moeten doen om ze mee te krijgen. Als je geen respons krijgt, betekent dat niet per se dat je ze niet bereikt. Je mag je vooral niet laten tegenhouden door het gebrek aan enthousiasme dat sommige leerlingen uitstralen. Er sijpelt mogelijk meer binnen dan je aanvankelijk denkt.

Achter elk (lastig) gedrag schuilt een persoonlijkheid die je niet uit het oog mag verliezen. Gedrag is de buitenste – zichtbare – schil van een leerling. Het is een misvatting dat de meeste pubers gruwelijk irritant en dwars zijn. Leerlingen die de grenzen aftasten vind je in elke klas, maar dat betekent niet dat ze je het bloed van onder de nagels halen. In mijn carrière is er slechts een handvol leerlingen dat mij uit mijn lood kon slaan, die me een écht onbehaaglijk gevoel bezorgden waardoor ik niet wist hoe ze te benaderen.

IMG_1091
Ik ben het er niet mee eens. Vallen van Anne provoost is echt geen k*tboek.

Leerlingen zijn bang van teksten, waardoor een boek lezen gelijk staat aan een marathon lopen. Sociale media hebben er ongetwijfeld aan bijgedragen dat leerlingen steeds minder geconfronteerd worden met grotere teksthoeveelheden. Een smartphone is een constante bron van afleiding die een wereld creëert waarin alles snel gaat en dus kort moet zijn. Al is het ook flauw om te pretenderen dat voor de opkomst van de smartphone elke jongere wél boeken las. In elke klas zijn er nog steeds boekenjongens en -meisjes te vinden die boeken verslinden en bibliotheken uitlezen. Je mag de hoop voor een lezende jeugd nooit opgeven.

Elke leeftijd heeft zijn voor- en nadelen, de kunst is om je te focussen op het positieve. Na mijn eerste negatieve ervaring met een vierde jaar bleef het lang aan mij plakken dat ik geen les kon geven in dat jaar. Inmiddels vind ik net die leeftijd (15 à 16 jaar) de bijzonderste, mooiste en uitdagendste. Jongeren balanceren daar op een dunne koord tussen kind-zijn en de volwassenwereld. Bovendien heeft onderzoek aangetoond dat het welzijn van leerlingen een dip bereikt in het vierde jaar en de schoolmotivatie een dieptepunt bereikt. Neem daarbij de impulsiviteit die eigen is aan die leeftijd en je krijgt een explosieve cocktail die al eens een verhitte discussie of een uit de hand gelopen spelletje oplevert. Daarnaast staat een heel grote puurheid die prachtige wijsheden en inzichten voortbrengt. Het ene moment noemt een leerling je per ongeluk mama, een tel later roept iemand iets onbeleefd door de klas. Lesgeven is nooit saai.

IMG_1524b

Alles begint met een goed gesprek, of je nu lesgeeft of een conflict moet oplossen. Je moet onbevangen kunnen luisteren en openstaan voor andere invalshoeken. Als je wil dat leerlingen interesse tonen voor jou en je vak, dan moet je je ook interesseren voor hun bezigheden en leefwereld.

Je moet je eigen vak het allerbelangrijkste vinden, maar dit ook altijd kunnen relativeren. Ik geef elk leerstofonderdeel van mijn vak graag. Zo kan ik op 15 verschillende manieren uitleggen hoe de vervoeging van werkwoorden in elkaar zit (en dat dat eigenlijk best logisch is), desgewenst nog een 16e keer omdat iemand niet oplette. Ik kan met evenveel enthousiasme vertellen over passieve zinnen als over poëzie. Als het over boeken gaat, barst ik echt los. Het is fijn als leerlingen affiniteit hebben met de leerstof, maar ook geen ramp als dat niet zo is. Je kan iedereen iets leren, al leer je niet iedereen evenveel.

Je hebt niet 100% de aandacht omdat je vooraan in de klas staat, je bent slechts een deel van het geheel. Lesgeven aan jongeren is in niets te vergelijken met een presentatie geven. De aandacht krijgen en vasthouden is één van de moeilijkste dingen om te leren omdat er geen hapklaar succesrecept is. Het is altijd weer zoeken naar manieren om iedereen te betrekken bij de les. Ik heb vooral geleerd om te durven overdrijven en me niet in te houden om een grapje te maken, ook als niemand het echt grappig vindt. De allerbeste manier om de aandacht te krijgen, is trouwens iets over jezelf te vertellen.

IMG_3440b

Je moet streng zijn, maar tegelijkertijd ook vriendelijk, behulpzaam en geduldig. Streng zijn betekent niet dat je op elk moment je autoriteit uitspeelt door te straffen en te roepen. Streng zijn betekent dat je het klasgebeuren in goede banen leidt en dat je kordaat optreedt als dat nodig is. Wat ik tijdens mijn opleiding leerde over pedagogiek en didactiek hielp me om bepaalde mechanismen te gebruiken en te doorzien, maar elke situatie en ook elke leerkracht is anders. Je mag geen rol spelen die te ver van jezelf ligt. Het is goed dat elke leerkracht anders is. Je moet ook niet “leuk” willen zijn. Je bent begaan met je leerlingen, maar het zijn geen vrienden. Een leuke leerkracht word je door een veilige leeromgeving te creëren, een plaats waar het fijn is om te zijn.  

Leerkrachten hebben een zwaar onderschat beroep. Daar heb ik verder niets aan toe te voegen.

Over de quotes in mijn klaslokaal gaf ik hier tekst en uitleg.

Het moment – En nu op naar 2021!

Lieve lezers

Precies een jaar geleden hoopte ik dat 2020 voor jullie niet zozo zou zijn. Vandaag hoop ik van harte dat het juist wel zozo was, dat je met andere woorden gespaard bleef van het leed dat COVID-19 heet. Zozo dus, dat is niet schitterend, ook niet rotslecht. In een crisisjaar dat voor altijd in ons geheugen gebeiteld zal zijn, lijkt me zozo meer dan prima.

Er valt veel te zeggen over 2020 (zo begon ik ook enkele kerstkaarten). We werden om het hoofd geslagen met cijfers en #flattenthecurve. We leerden over de positiviteitsratio, het reproductiegetal en het mondmasker. De cijfers van mijn jaar zeggen iets anders. Ik las 63 boeken. Al lopend en fietsend legde ik 9413 kilometer af. Er was mijn 1:33 in Den Haag en de 3 enige nachten die ik buitenshuis in die stad sliep, samen met Roos. Er waren 3 cavia’s. Ik werd 35 en mijn liefde voor postcode 3300 werd bezegeld met een 3:32. Kort samengevat: ik las veel, ik liep veel en er was veel liefde. Ik geloof in het geluk van de 3 in elk van die cijfers.

2019 noemde ik een vurig jaar, van gaan-gaan-gaan met vallen en opstaan. 2020 zou ik omschrijven als voortkabbelend. Natuurlijk waren er tranen, was er stress, angst en frustratie. Ik was nog vaker alleen. Ik moest mijn werk uitoefenen in steeds veranderende omstandigheden die verre van ideaal waren en nog steeds zijn. Ik zag mijn familie weinig. Voor de verandering liep ik echter niet keihard tegen een muur die ik vakkundig zelf had opgebouwd. Er maakte zich een berusting en tevredenheid van mij meester waarvan ik niet wist dat ze ergens diep in mij verscholen waren. Ik bleef niet hangen in wat ik mis en waar ik faalde. Ik kreeg meer ruimte en rust in mijn hoofd. Het leven kabbelde verder. Ik volgde de stroom en dat was best oké. Nee, ik gebruik dus geen grove woorden om 2020 samen te vatten. Al heb ik het volste begrip voor zij die dat om de één of andere reden wel doen. Ik ben een gelukzak.

Tot slot wil ik jullie nogmaals oprecht bedanken voor het blogplezier dat ik ook in 2020 mocht ervaren. Ik kon dit jaar geen ellenlange raceverslagen uit mijn pols schudden. Ik zag nog minder van de wereld dan in een normaal jaar. Ik schreef zelfs minder berichten, maar wat verscheen werd wel gretiger gelezen. Weet dat ik elke bezoeker koester, al is het bezoek sporadisch dan wel frequent. Elk gelezen bericht geeft me nog steeds voldoening. Dank je wel daarvoor.

Maak er een mooi einde van. Hou het veilig, wees lief voor elkaar en de dieren. Lees een boek. Maak een wandeling. Laat het leven en ook dit eindejaar gezellig kabbelen. Koester de gezapigheid. Op een dag komt er weer meer deining op het water. Mogelijk wacht er een vloedgolf van geluk. Misschien is het een wonderlijke waterval. Laat je meedrijven op de stroom.

Ik wens jullie het allerbeste toe voor 2021.

Joke
X