Zou het niet fantastisch zijn als we overal ter wereld zouden kunnen samenleven zoals het op de camping kan? Een plaats waar je faciliteiten moet delen, op een beperkte ruimte samenzit en dat met respect voor het groen en sociale controle om u tegen te zeggen. Iedereen leeft er op hetzelfde gezapige ritme: vanaf 8u wordt het leven op gang getrokken, om 22u is het stil en ligt iedereen in bed. De camping is een dynamische plek met een heterogene populatie die continu in beweging is. Mensen komen en gaan, elke dag weer. Je hebt de passanten en de residenten. De campers en de tenten of kampeerders in de auto. De einzelgängers, families en vriendengroepen. Volg mij naar de camping!
Ik heb een verleden met de tent. In mijn tienerjaren gingen we in de zomervakantie met het gezin kamperen in Engeland. Hoewel het Engelse winderige, onvoorspelbare weer niet altijd mijn ding was, sliep ik graag in een tent en heb ik veel mooie herinneringen aan onze vakanties. Dank je wel dus, oudertjes. Maar eerlijk is eerlijk: ik keek toen al met grote ogen naar wat wij een mobilhome noemden. Dat was toch allemaal dat tikje meer dan ons tentenkamp. Minder gedoe met in- en uitpakken, met je installeren en weer vertrekken. Enkele decennia jaren later kan ik dat alleen maar beamen. Ik vind de camper ideaal omdat je de charme van kamperen combineert met het comfort van een huis(je). Je zit altijd droog, warm en beschut. Je kan overal licht maken en dus ook ’s avonds in bed nog lezen. Je hebt veel kastjes zodat je niet uit je valies moet leven. Je hebt een mini keuken met koelkast en vriesvak. Je bent altijd verzekerd van een propere wc. Je kan je vakantietijd optimaal benutten omdat je meteen thuis bent als je ergens toekomt.

Er zijn veel redenen waarom ik hou van het campingleven. Allereerst het inkijkje in andermans leven. Hoe vullen mensen hun ontspanning in? Hoe maken ze het gezellig? Maar ook: hoe zit het met de onderlinge relaties? Er ontstaat een inspirerende kruisbestuiving tussen verschillende mensen en manieren om je vakantie in te vullen. Blijf je elke dag op de camping in je ligstoel of trek je sportieve schoenen aan? Bijzonder vind ik ook hoe je heel snel een (soms stille) band opbouwt met je tijdelijke buren. Je respecteert elkaars rust en privacy, maar helpt waar het nodig is. De camping is bovendien een plek waar je elkaar schaamteloos kan kopiëren en dus van elkaar kan leren. De luifel gaat daar dicht, er komt wellicht stevige wind aan. (Hans was Chef Luifel). Op onze eerste dag in Martigny vielen we door de mand: we waren een afwasteiltje vergeten. Toch een onmisbaar kampeerattribuut. Gelukkig bracht de Coop redding en vielen we niet langer uit de toon.
Het allerleukste is het eenvoudige buitenleven dat je leidt op een camping. De wandeling naar het sanitair bijvoorbeeld met je handdoek rond je nek en toilettas onder de arm. Heerlijk! Ik had veel te veel kleren mee, want uiteindelijk hield ik het ook daar basic. Net zoals het potje dat je kookt, net wat eenvoudiger is dan thuis, maar er niet minder om smaakt. Je hebt ook altijd iets om naar te kijken in je omgeving. Het buitenzijn filtert heel wat prikkels weg, waardoor je het perfecte evenwicht bereikt tussen rust en reuring om je heen. Je zit daar allemaal samen, ieder doet z’n ding en dan is het leven helemaal prima.

We deden nog enkele vaststellingen over het campingleven. Noem een voorwerp en het bestaat in campingversie ofte opvouwbare vorm: ik denk hierbij aan een wasmand, emmer en natuurlijk het afwasteiltje. Een tent die we meermaals zagen is een model van Quecha waarbij de tentstokken vervangen zijn door een opblaasbare constructie. Staat sneller recht, naar het schijnt, al blijft het een tent. Een tentrits die open en dicht gaat, het is een geluid dat je uit de 1000 herkent. Maar vergis je niet, mensen: de tent is echt op z’n retour. Tegenwoordig zijn het de campers (in alle soorten en maten) die de boventoon voeren. Kampeerders met een tent zijn moedige mensen (gedreven door nostalgie?). Zonder foeteren leggen ze zich neer bij de tijd die het kost om hun kamp georganiseerd te krijgen. Huisdieren maken daar soms ook deel van uit. Het klinkt aantrekkelijk, maar de hond staat doorgaans garant voor gedoe. Denk aan nachtelijke plasjes en blaffen naar soortgenoten. In Valnontey zagen we één kat die mee op vakantie was in de camper en die leek het wel naar haar zin te hebben.
Wij huurden in juli dus een camper en waren twee weken onderweg van Zwitserland naar en door het noorden van Italië. We overnachtten op 5 verschillende campings en 1 tankstation. Je maakt een reis met de camper zo avontuurlijk en geïmproviseerd als je zelf wil. Wij reserveerden alles op voorhand, behalve de laatste camping op de terugreis. Ik deel graag hoe die verschillende campings ons bevallen zijn.

Om een idee te geven van wat dat kost, vermeld ik telkens de prijs per nacht voor 2 personen met een kleine camper, de afname van elektriciteit en toeristenbelasting. Daarbovenop hadden wij nog de kosten van brandstof (we reden 2385 km), heel veel tolwegen en – als je daarvoor kiest – de toegang tot een tunnel in plaats van de weg over de pas. Voor een camperreis betaal je ongeveer het equivalent van de huur van een vakantiehuis. Een tent is absoluut een budgetvriendelijkere keuze. Uiteindelijk geldt natuurlijk zoals steeds: het is wat je zelf belangrijk vindt en waar je je geld wel of niet aan wil besteden.
Aire de Saverne-Monswiller in Eckartswiller (Frankrijk): gratis
We kwamen al 2x op dit tankstation met wat extra faciliteiten (want dat is het uiteindelijk), toen we vorig jaar naar Martigny gingen en dit voorjaar naar de Elzas. Geloof het of niet (mijn zussen moesten ermee lachen), dit is wat ik een gezellig tankstation noem. Je bent in een relatief groene omgeving (ze hebben een rozentuin en zicht op een bergje), het is een schoon terrein met voldoende passage. Er heerst een vredige sfeer. Ik voelde me er veilig. Het was een bewuste keuze om hier te overnachten. We hadden een kleine 800 km te gaan tot Martigny en die wilden we niet in één keer afleggen, deze aire lag net over de helft. De eerste nacht in de camper slapen was voor mij wel weer een beetje wennen, maar de omgeving van ons favoriete tankstation stelde wederom niet teleur. We hadden er een gezellig dinertje bij lantaarnlicht en ontbijt in de zon. Een aanrader in z’n genre!

TCS Camping Martigny (Zwitserland): 55 euro per nacht
Dit is een camping die heel typerend is voor Martigny: het is zeker niet de allermooiste camping van Zwitserland, maar je hebt er alles wat je nodig hebt, alles is netjes en je zit in het dal omgeven door bergen. Het sanitair is hier echt top! Brandschoon door een ijverige schoonmaakploeg en bezoekers die het proper willen houden. Een greep uit de campinggasten. De ijdele vijftigplusser die er elke dag op uit trok met de koersfiets. Grootouders met kleinkinderen en de hond, wiens puppyfoto in het groot op de camper vereeuwigd was (opschrift: immer dabei). Een koppel uit West-Vlaanderen die het met heel weinig woorden toch heel gezellig hadden samen. Een gezin met twee mama’s en twee overprikkelde kleuters die sliepen in een auto met daktent. Zij verdienen van onze hele reis absoluut de medaille voor Moed en Zelfopoffering omdat ze er tussen de crises door altijd het beste van bleven maken. Eveneens genomineerd voor deze prijs: de jonge ouders die overnachtten in hun Tesla en elke avond rondjes over het campingterrein moesten maken om hun baby in slaap te krijgen (makkelijk 1 uur). De TCS camping is heel klassiek en voelt voor mij nu al nostalgisch aan.

Campeggio Lo Stambecco in Valnontey (Italië): 34 euro per nacht
Wauw! dacht ik toen we het terrein van Lo Stambecco (de steenbok) opreden. Ik denk dat iedereen die hier verblijft een groot hart heeft voor de bergen en het buitenleven op de camping. Het terrein is gevarieerd: je hebt grotere, open plaatsen, waar je meer bij elkaar staat, maar ook kleine plaatsen tegen de helling aan met meer beschutting van bomen. Overal waar je komt, is het zicht fenomenaal. Onze buren waren drie Duitse jongemannen die hoofdzakelijk in stilte verdiept zaten in een boek. Wat later kwamen ook twee Italiaanse families met kinderen toe, die zorgden voor wat meer leven in de brouwerij. Minder succesvol was het balspel dat de kinderen (Pietro, Marco, Iwan, Bianca en Elena) speelden. Wij stonden namelijk lager en een bal heeft de neiging te rollen. Ze hadden in ieder geval een fijne tijd samen. Wat hogerop zaten twee zwijgzame Nederlanders die alles aanschouwden.

De camping wordt gerund door een sympathieke broer en zus. Ze kregen hulp van een jongeman die veel te netjes gekleed was (witte broek en polo van Lacoste), in onze fantasie was dat hun neef uit Milaan. Het sanitair van Lo Stambecco is eenvoudig, wat charmant in elkaar geknutseld. Ook hier werd alles weer heel proper gehouden. Zeker ook een meerwaarde: de bar! Je kon er voor amper 5,5 euro een spritz drinken en kreeg daar een plankje met hapjes bij. We leerden daar ook de man kennen die we De Wandelaar noemden. Rond aperotijd zat hij op het terras verdiept in zijn kaarten waarop hij routes aanduidde. Hij leefde uit de rugzak en overnachtte in een minimalistische tent. Voor mij weer maar eens een les in licht reizen. Je kan niet anders dan gecharmeerd zijn door het authentieke karakter van deze camping. Dit is een parel!
Camping Milano (Italië): 49,5 euro per nacht
Zonder de twijfel de minst leuke plaats. We verbleven er ook maar 2 nachten omdat we 1 dag Milaan wilden bezoeken. Dat is meteen de troef van de camping: je kan heel vlot met de bus en metro naar de grote stad. De camping zelf ligt op 10 km van het stadscentrum, naast een waterpark in een troosteloze wijk. Het terrein op zich is niet slecht: er staan heel veel bomen en de percelen zijn ruim. De camping pakt uit met hun **** die ze hebben omdat er – op papier – zoveel faciliteiten zijn. Daar knelde het schoentje. Je hebt er zogezegd alles, (restaurant, speeltuin, kinderboerderij, modern sanitair), maar dat alles is onderkomen door gebrekkig onderhoud en gasten die er niets om geven. De helft van de kranen bij de afwas lekte, eentje verloor zelfs continu stromend water (every drop counts!). Er waren ook wc’s die bleven doorlopen. Het sanitair oogde bovendien niet fris en vertoonde te veel sporen van anderen. Niet wat je wil.

Bij aankomst hing er ook een vreemde vibe. Langs onze camper stopte een auto en het leek alsof kinderen daarmee gingen rijden. We werden aangevallen door de muggen, een zomerprobleem van Milaan door de vele rijstvelden in de Po-vlakte. De sfeer sloeg wel positief om toen er langs ons een Frans gezin de tent opzette. Zij waren erop gebrand om het gezellig te maken. We zijn blij dat we weer in Milaan zijn geweest. Camping Milano is een functionele camping op doorreis.
Naturcamping Lärchwiese in Vals (Italië): 86,5 euro per nacht
De laatste 3 nachten brachten we door op de duurste en chiqueste kampeerplek van onze reis. Lärchwiese is een relatief nieuwe **** camping op een prachtige locatie: een kabelbaan, Oostenrijkse architectuur en een adembenemend bergplaatje. Echt alles is mooi en stijlvol aangelegd met gebruik van de lärch, een naaldboom uit de streek. Bij reservatie kozen we één van de grootste kampeerplaatsen omdat het prijsverschil relatief klein was. We kregen een idyllisch plekje wat hoger op de camping toegewezen. Over de faciliteiten niks dan lof! Denk bij alles de woorden “sfeer- en smaakvol”: de bar met terras waar ze wijnen uit de streek serveren, de shop waar ze alles verkopen wat je nodig kan hebben (van een souvenir tot lippenbalsem) tot zelfs de (af)wasplaats. Het sanitair was luxueuzer dan wat we thuis hebben. Ik geef toe dat ik daar heel lekker op ga: een gevoel van esthetiek waarbij alles tot in de puntjes klopt.

Er is ook een “maar”. Een camping als deze trekt een publiek aan dat op vakantie wil zijn, meer dan dat ze van het basic campingleven houden. Het ging er daarom allemaal wat afstandelijk aan toe. Er werd niet gegroet of geknikt. Ieder zat op zijn grote stukje grond alleen te wezen. Ieder voor zich dus. Zo bleek ook uit het gebruik van het sanitair. Helaas werd dat minder schoon achtergelaten door de campinggasten. In plaats van te denken: ik laat de lavabo proper achter voor degene die na mij komt, was de mindset eerder: straks komt de poetsploeg om hier weer schoon schip te maken. En dat is eigenlijk toch wel heel jammer.
Ook hier zagen we weer het fenomeen van kersverse ouders die met een baby gaan kamperen, inclusief volledige volksverhuizing van babyspullen. Er waren 2 koppels die ’s avonds eindeloos bleven wandelen om de baby in slaap te wiegen. Hadden ze zich dit idyllischer voorgesteld? Of denken ze: ik zit hier met dezelfde zorgen van thuis, maar ik heb tenminste zicht op de bergen? Op deze camping waren de campers vaak erg groot. Denk richting een paardenvervoer of bus van een wielerploeg. Er was ook een jonge meid van een jaar of 7 die vaak met de gsm aan haar oor over het terrein wandelde, heel casual in een gesprek verwikkeld. Ik vraag me nog steeds af met wie zij zo’n lange telefoongesprekken voerde. Op het hoogste punt van onze trail maakten we kennis met 2 sympathieke Nederlanders die heel toevallig de kampeerplek onder ons hadden. We konden wel wat Nederlandse openhartigheid gebruiken! Tot slot was ik onder de indruk van het effect dat het bergwater op mijn haar had. Ik ging ’s avonds slapen met een ongeziene wave in mijn haar en ’s ochtends zat die er nog net zo in, er kwam geen borstel aan te pas. Lärchwiese was kortom een geslaagde afsluiter van onze vakantie.
Camping Büttelwoog in Dahn (Duitsland): 28 euro per nacht*
We reden terug via Oostenrijk en Duitsland. Het plan was om weer op een tankstation te overnachten omdat we de volledige rit niet in één keer wilde rijden. Na een file voor de grenscontrole om Duitsland binnen te rijden, maakten we een koffiestop op een tankstation met Frauenparkplatzen. Dat heeft niets met parkeervaardigheid te maken, wel met veiligheid. Het zijn plaatsen die vrouwen een verhoogd gevoel van veiligheid willen bieden. Ze bevinden zich dicht bij het gebouw (zodat je niet over de hele parking moet) en er is camerabewaking. Op zich een mooi initiatief, maar het werkt bij mij juist een gevoel van onveiligheid in de hand. We belandden uiteindelijk op de uitzichtloze B10 waar geen enkele stopplaats bleek te zijn. Zo ontstond spontaan het idee om op zoek te gaan naar een camping voor de nacht.

We kwamen terecht bij Camping Büttelwoog. De eigenaar was stug, zelfs onvriendelijk en ze aanvaardde enkel cash geld, maar er was nog plaats en dat was wat telde. Het bleek wederom een bijzondere plek te zijn. We waren immers in het Pfälzerwald. Een bosachtig gebied met rode rotsformaties waar gezichten in gebeiteld lijken te zijn. Voor een laatste keer werden we helemaal ondergedompeld in “het echte” campinggevoel. Waarbij het sanitair misschien wat primitiever is, maar wel kraaknet. Waar iedereen altijd en overal gedag zegt. Laat ik daar meteen onze conclusies aan verbinden. Een goede camping trekt mensen van allerlei slag aan die één ding delen: ze houden van het campingleven zonder franjes. Er is veel respect voor de omgeving en oog voor elkaar. Samen maak je de camping. Dan hangt er iets in de lucht, een stukje ziel en eigenheid dat een doordacht businessplan en degelijk beleid overstijgt. Ik zei het al: de camping is een voorbeeld van hoe het zou kunnen zijn.
*We namen hier geen elektriciteit af.
















































