Ik roep vandaag uit volle borst: Lang leve de vrouw! Steeds vaker hoor je stemmen in vraag trekken of een Internationale Vrouwendag nog wel aandacht moet krijgen in een welgesteld land als België. We hebben het immers goed voor mekaar. Vrouwen hebben dezelfde rechten als mannen. We mogen werken, met de auto rijden, een eigen bankrekening openen en naar de stembus gaan. Joepie! Je zou kunnen concluderen dat de strijd gestreden is. Einde verhaal. Gedaan met het feminisme. Daar ben ik het niet mee eens. We hebben nog een weg af te leggen naar een samenleving waar iedereen* écht zichzelf kan zijn en, ook buiten de verworven rechten op papier, dezelfde keuzevrijheid heeft. Ik durf zonder schroom te zeggen dat ik naast vrouw ook een feminist ben. Ik ga niet met gebalde vuisten tekeer tegenover alles wat man is in mijn omgeving, wel wil ik mijn ogen open houden om te zien waar vrouwen op een ongelijke manier behandeld worden en durf ik daar iets over te zeggen, ook als dat ongemakkelijk wordt.
Ik ben soms een boze vrouw. De cijfers en verhalen spreken voor zich. Of het nu gaat over verkrachting, grensoverschrijdend gedrag, (partner)geweld of veiligheid op straat: je kan concluderen dat vrouwen een veel grotere kans dan mannen hebben om slachtoffer te worden. Ik ben boos omdat ik in mijn studententijd verkracht werd op straat, maar ook omdat er eens een man naast mij kwam fietsen om seksueel getinte opmerkingen te maken over mijn paardrij-outfit. Ik ben boos op de man die tijdens een mountainbiketocht naast mij kwam zitten om te polsen naar mijn seksleven. Ik ben boos om de opmerkingen die ik als student in de horeca kreeg van een collega over de grootte van mijn boezem. Ik ben boos omdat die dingen konden gebeuren én omdat ik op dat moment met mijn mond vol tanden stond. Nadien ging ik nadenken wat ik had kunnen doen om die situatie te vermijden en hoe ik gepast had kunnen reageren om mijn grenzen te stellen.
Misschien denk je nu dat ik veel pech heb gehad en maakte je zelf nooit iets mee van die aard. Je denkt Ocharme Joke, maar dit gaat niet over mij, want ik werd nooit lastiggevallen, ik voel mij dus niet onveilig. Denk dan nog eens goed na over de keuzes die je maakt en de afwegingen die daarbij horen. Ga je ’s avonds alleen op eender welk station wachten? Neem je eender waar ’s nachts de fiets? Ben je even bezorgd over je tienerzoon als -dochter als die van een feestje naar huis komt? Vergezelde je zelf al eens een vrouw omdat je haar niet alleen die kant op wilde laten gaan? Misschien ga je net daarom wél alleen aan die ene bushalte wachten omdat je je doen en laten niet wil laten bepalen door angst. Feit blijft dat vrouwen noodgedwongen veel vaker anticiperen op mogelijk bedreigende situaties. En ja, dat maakt mij dus boos.
Ik ben ook verontwaardigd over wat ik vrouw-verkleinend gedrag zou noemen. Soundos El Ahmadi ontketende na haar aanwezigheid in De Afspraak een hevig debat over de onveiligheid van vrouwen. Ze legde Bart Schols het zwijgen op nadat hij die onveiligheid in twijfel trok. Net zo kwalijk is dat de aanwezige vrouwen aan tafel gevraagd werd naar de leeftijd van hun kinderen om vanuit dat perspectief te reflecteren op het onderwerp. De aanwezige mannen kregen die vraag niet. Een vrouw bekijkt blijkbaar alles vanuit een moederperspectief, een man niet. Ook wat betreft hun leeftijd komen vrouwen er doorgaans bekaaider van af dan mannen. Annemie Struyf ontving de carrièreprijs op de Kastaars en verwees in haar dankwoord naar de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen in de media. Mannen komen volgens haar met meer weg en krijgen interessantere aanbiedingen.
Tot slot kan ik me ook opwinden over talige ongelijkheden. Denk niet: het is maar taal, want taal is bij uitstek een weerspiegeling van de maatschappij. Vrouwenvoetbal bestaat bijvoorbeeld niet. Je hebt voetbal en zowel mannen als vrouwen kunnen die sport beoefenen. De regels zijn identiek ongeacht je geslacht. Als je het hebt over een sportwedstrijd van de dames, dan moet je het ook hebben over de wedstrijd bij de heren. Ik ben voorstander om woorden zoals directeur of eigenaar niet te vervrouwelijken. Uiteraard was er een tijd dat het juist geëmancipeerd was om directrice te gebruiken om aan te geven dat vrouwen evengoed die positie konden invullen. Vandaag is dat niet meer relevant. Het begrip directeur duidt een bepaalde functie aan die losstaat van je geslacht, wat ons ook vooruit helpt met de beperkingen in onze taal vanwege het binaire man-vrouw denken. Taal is flexibel, elke dag in beweging. Ons denken zit erin vervat, dus we mogen daar heus eens kritisch over zijn.
Een grote misvatting is dat als je voor vrouwenrechten bent en als je bovendien opkomt voor ongelijkheid, je automatisch tegen mannen bent. Feminisme betekent niet dat je tegen klassieke rol- of genderpatronen bent. Ik beschouw mezelf als een onafhankelijke vrouw, maar wel eentje die een oldskool relatie van het kleffe soort heeft. Ik breng liefst van al elke minuut samen met Hans door. Hij gaat met het gereedschap aan de slag en ik sta in de keuken, maar we zijn wel een team dat elkaar aanvult. Vrouwen moeten van mij ook niet voltijds werken. Wel wens ik iedere vrouw toe dat de keuze om deeltijds te werken een échte keuze is en geen noodzaak omdat het anders niet lukt om de rompslomp van het gezin rond te krijgen. Een man zou niet scheef bekeken mogen worden omdat hij minder wil werken, een vrouw niet omdat ze voltijds werkt. Het maakt dan geen donder uit of je dat voor je gezin of voor jezelf doet. Feminisme wil dus niet zeggen dat mannen geen dingen meer mogen doen die als typisch mannelijk worden beschouwd, dat we allemaal rokken of allemaal broeken moeten gaan dragen. Wel dat we evenveel keuzevrijheid hebben in hoe we ons leven inrichten en hoe we eruit zien.
Er valt ook wel wat te zeggen over de rol van vrouwen in de modewereld. Lange tijd waren het mannen die bepaalden hoe vrouwenmode eruit moest zien en bij uitbreiding ook het vrouwelijk lichaam. In 2016 werd een vrouw artistiek directeur bij modehuis Dior. Maria Grazia Chiuri wilde een frisse feministische wind laten waaien door het mannelijk bastion. The female body is not an object, it is a subject. In haar eerste collectie gebruikte ze de titel van Chimamanda Ngozi Adichies essay We Should All Be Feminists als quote op een helderwit T-shirt. Vorig jaar bezochten wij de expo van Christian Dior in Den Haag. Toen ik het iconische feminist-shirt zag, was ik meteen laaiend enthousiast. Wauw! Ik zou iedereen op z’n minst een postkaart sturen om de boodschap te verspreiden. Hans was iets minder laaiend. We gaan niet in een andere wereld leven als iedereen die quote op een shirt gaat dragen, wel als we ons naar die boodschap gaan gedragen. En daar sloeg hij de nagel op de kop.
Ik vind het soms een gemiste kans als er initiatieven ontstaan voor en door vrouwen die zich profileren als een exclusief vrouwenclubje. Daar ligt voor mij niet de sleutel tot meer gelijkheid. Integendeel, als je een fietsclub opricht voor vrouwen omdat je ervan uitgaat dat zij je beter zullen begrijpen als je ongesteld bent of als je niet competitief wil fietsen dan cultiveer je in zekere zin de ongelijkheid. Mannen kunnen het toch niet snappen. Ik zou zeggen: breng fietsers samen die om dezelfde redenen graag fietsen. Zorg dat het een toffe plek is waar iedereen welkom is. Niet alleen vrouwen, maar net zo goed de persoon die de sportieve draad weer wil oppakken, de fietser die thuiszit met een burn-out en de 50-plusser die denkt dat die te oud is. Daarmee wil ik niet zeggen dat man-vrouw verschillen in een sportieve context weggeveegd moeten worden (integendeel!) of dat het fout is om als vrouw met vrouwen te willen fietsen. Ook hier gaat het over keuzevrijheid en een kans op verbinding om naar elkaar te luisteren.
Om van de samenleving een veilige en rechtvaardige plek voor iedereen te maken hebben we elkaar keihard nodig. We zitten met een probleem dat we samen moeten oplossen. Vrouwen zouden beter stoppen met elkaar aan te vallen om zichzelf te versterken. Ze helpen elkaar niet bepaald vooruit door alles op zich te willen nemen. We moeten ruimte voor onszelf willen opeisen om ook daadwerkelijk meer keuzevrijheid te krijgen. Mannen moeten niet in een hoekje zitten kniezen omdat zij het zogenaamd altijd gedaan hebben. Laten we elkaars bondgenoot zijn, elkaars supporter over de geslachtsgrenzen heen. Zo’n samen-verhaal kan misschien naïef klinken (ik heb daar een patent op), ik ben er nu eenmaal van overtuigd dat het niet zal lukken zonder elkaar. Benoem dus waar je mee zit en wat je ongepast vindt op een respectvolle manier. Pick your battles wisely. De Nederlandse campagne Met elkaar trekken we de grens vind ik een heel mooie aanzet om verschillende vormen van grensoverschrijdend gedrag bespreekbaar te maken.
Verworven rechten zijn helaas geen levenslange zekerheid. Onderzoek wijst uit dat de huidige Generatie Z er conservatievere gedachten op na houdt over de rol en “gehoorzaamheid” van vrouwen dan babyboomers. Kijk naar de actualiteit en de populariteit van bepaalde mannelijke politici en je ziet dat gelijke rechten voor iedereen niet voor iedereen het ultieme streven is. Holebi-rechten zijn in verschillende landen al teruggeschroefd. Draag dus zeker en vast dat shirt met feministische boodschap, maar durf ook in beweging te komen als er vrolijk gelachen wordt met een denigrerende opmerking over een vrouwelijke collega. Laat ons dat stukje verontwaardiging vasthouden om, als het nodig is, de vuist lichtjes te ballen, als we ook maar elkaars hand durven vast te nemen.
Ik ben trouwens heel blij om een vrouw te zijn! 19 november 2026 is het Internationale Mannendag. Helemaal prima! Laten we er dan wel voor zorgen dat de overige 363 dagen van een jaar mannen- én vrouwendagen zijn.
* Algemene disclaimer: het begrip “feminisme” behelst bewegingen die ongelijkheid op basis van gender en sekse willen aankaarten. “Iedereen” is dan ook echt iedereen en beperkt zich niet tot man-vrouw denken. In deze tekst doe ik dat voor het gemak wel, het is dan ook onvermijdelijk dat ik een aantal dingen over mannen en vrouwen veralgemeen.







