Marathonpraat – Voorbeschouwing op de marathon met Roos

Als de dagen korter worden en de blaadjes van de bomen vallen, dan voelen wij dat de marathon in de lucht hangt. Zondag 20 oktober is Brugge de plaats waar het voor Roos en mij weer zal gebeuren. Om 10u gaan mijn zusje en ik samen van start in de Great Bruges Marathon en huppelen we hopelijk in minder dan 3u40 ook weer samen over de finish. Voor mij is het marathon nr. 11, Roos is ook niet aan haar proefstuk toe na marathons in Leiden (2015), Rotterdam (2016) en Amsterdam (2017). Ik loop deze marathon als haas voor Roos en zal er dus alles aan doen om haar marathon zo comfortabel mogelijk te laten verlopen. Alleen het loopwerk moet ze wel voor haar rekening nemen. Een week voor M-day trokken wij samen het zonnige herfstbos in voor een gezamenlijk looprondje. Niet om onze hoofden op elkaar af te stemmen (dat gebeurt namelijk automatisch), wel om alvast wat voorpret te beleven. Omdat dit de marathon is van Roos ga ik het hier dus niet hebben over mijn eigen onzekerheden, twijfels en bedenkingen. Ik deed namelijk weer eens van vraag en antwoord met Roos. Dit is haar voorbeschouwing op de grote dag.

Ik koos voor de marathon van Brugge uit praktische overwegingen. Voor mij geldt: hoe groter de marathon, hoe meer stress. De marathon van Brussel is dichterbij huis, maar ik wil een goede tijd lopen en dan is het vlakke parcours in Brugge interessanter. Ik verwacht wel dat gaststad Brugge er een mooi event van zal maken met de nodige ambiance. Het parcours zelf ziet er best saai uit. De foto’s van vorige edities zijn mooi, maar Google Maps toont toch vooral veel dijken en saaie stukken. Langs een Vaart jeppen kunnen wij goed. Het heeft ook wel iets dat je naar de zee loopt en terug, net zoals de CPC Loop in Den Haag.

IMG_1448b

Mijn voorbereidingen voor deze marathon verliepen 100% naar wens. Ik heb mijn trainingen kunnen afwerken zoals ik het wilde en deed zowel de duurlopen, tempo- en intervaltrainingen. Mijn gevoelige schenen hebben af en toe geroepen, maar hielden zich al bij al koest. Ik heb geen echte kwaaltjes. Dat was in het verleden wel even anders toen ik vaak half geblesseerd aan de marathon begon. De marathonvoorbereiding voelde toen ook aan als zwaar werk. Ik heb nu echt veel plezier gehaald uit mijn trainingen. Mijn laatste marathon liep ik twee jaar geleden in Amsterdam (in 3u44). Het heeft mij toen heel goed geholpen dat Joke het parcours op voorhand voor mij had ingedeeld. Per stuk wist ik waar ik naartoe liep en hoe ik me zou voelen. Voor kilometer 25 mocht ik het niet zwaar hebben. Dat zat zo in mijn hoofd en gebeurde dus ook niet.

IMG_1445b

Eliud Kipchoges 1:59:40 van vorige week heeft mij ook een extra boost gegeven. Ik volg hem nu op Instagram. Zijn foto’s en teksten zijn zo inspirerend. Ik denk dan: je zou elke dag een marathon moeten lopen. Ik vind het mooi dat hij iets wilde betekenen in de sportgeschiedenis en net de marathon heeft uitgekozen als symbool. In mijn omgeving merk ik nu ook dat iedereen plots de marathon kent en naar waarde kan schatten. Het zou nooit zo bijzonder zijn als iemand een halve marathon aan een toptijd zou lopen. Zelfs Niko was best ontroerd toen hij de beelden van Kipchoge in Wenen zag.

Ik verwacht best veel van mijn persoonlijke haas. Joke zal comfortabeler lopen en mij daarom goed kunnen afleiden. Bovendien kan ik echt niet tellen als ik loop en is het dus een geruststelling dat ik niet moet uitrekenen of ik op schema lig. Ik kan gewoon in haar zog lopen en tegen haar aan plakken zonder te moeten nadenken. Ik zal waarschijnlijk niet heel veel praten, maar we kunnen wel gewoon iets zeggen en het hele avontuur samen beleven. Je loopt namelijk ook kilometer 1 en 5 met heel frisse benen. Bovendien komen Niko en vriendin Joke (niet mijn haas) supporteren. Papa zal ons bevoorraden.

IMG_1450b

Zaterdag ga ik niet veel doen. Ik ga een joggingbroek maken om vooraf en nadien te dragen. Ook ga ik nog naar de Albert Heijn. Ik liep mijn vorige marathons allemaal in Nederland. Mijn marathonontbijt bestond toen uit zogenaamde witte bolletjes met sneetjes geitenkaas van de Albert Heijn. Dat is mijn succesrecept. Ik vind het wel riskant om mijn verwachtingen uit te spreken. Mijn snelste marathon liep ik in Rotterdam in 3u43. Nu wil ik graag onder de 3u40 lopen. Ik ga ervan uit dat de kans groot is dat ik dat haal: ik heb getraind zoals ik het wilde, ik heb een haas en ben niet geblesseerd. Dat ik twee weken geleden mijn record op de halve marathon in Brussel verbeterde, is een teken dat het wel goed zit. Al blijft het een vreemd idee dat ik echt 42,2 kilometer lang aan 5’10” moet lopen. 5’30” beschouw ik namelijk als mijn standaardtempo, een spaarstand eigenlijk waarbij ik het idee heb dat ik kan blijven lopen. Enfin, we zullen wel zien hoe het zondag uitdraait.

Bedankt voor je verhaal, zus! Vergeet dus de Borleés, de Ingebrigtsens en The Belgian Tornados. Hier komt Team Odeyn!

img_1438b.jpg

 

 

Het moment – De halve marathon in Brussel met Roos

In 2014 begonnen Roos en ik samen te lopen om iets aan onze ondermaatse conditie te doen. Ons ultieme doel was de 20 kilometer van Brussel tot een goed einde te brengen. Dankzij dat project zagen we samen af en babbelden we vooral ook heel wat af. In mei 2014 liepen wij dus voor het eerst in ons leven 20 kilometer. Het zaadje van de marathondroom was geplant: een jaar later liepen we zij aan zij onze eerste marathon. We liepen nog stratenlopen, halve marathons en nog meer marathons, maar steeds minder vaak in elkaars gezelschap. In 2019 is dat allemaal anders. We haspelden samen trailtrainingen af en liepen gezusterlijk onze vijfde 20 kilometer van Brussel. Over exact een week zullen we 4,5 jaar na ons debuut nog eens samen een marathon lopen. Als generale repetitie liepen we daarom vorig weekend de halve marathon van Brussel. Ik ben namelijk Roos’ persoonlijke haas, pacer of tempomaker die ten allen tijde het hoofd koel houdt, de klok in de gaten houdt en steeds de juiste aanmoediging heeft. Dat straffe zusje van mij heeft dat allemaal niet nodig, maar we zijn nu eenmaal graag in elkaars gezelschap.

img_1387b.jpg

De Brusselse straatstenen kennen voor onze voeten geen geheimen meer. Ons doel was in eerste instantie om het goede marathongevoel te pakken te krijgen en als het even kon ook Roos’ persoonlijk record van 1:43 op de halve marathon scherper te stellen. Voor wie het nog niet opmerkte: Roos verkeert in bloedvorm, dus een scherpe tijd zat er zeker in. Gelukkig zag ze pas gisteren hoe Eliud – King of Marathon – Kipchoge naar een fenomenale 1:59:40 snelde in Wenen. De eerste mens die onder de 2 uur dook op de marathon, kon namelijk beroep doen op maar liefst 41 hazen die elkaar afwisselden zodat Kipchoge telkens in het intieme gezelschap van 7 tempomakers liep. Roos moet het over een week 42,2 kilometer lang en ruim 3,5 uur stellen met mij. Wij hebben wel één groot voordeel ten opzichte van Kipchoge: wij zijn zussen, bloed- en zielsverwanten. We kunnen elkaar heel goed aanvoelen en inschatten. Ik kan Roos tot het uiterste drijven: door de muur, zonder dat ze zich opblaast. Of ik daarom gelijk ben aan 41 wereldtoppers uit de atletiek, dat laat ik in het midden.

Zondag 6 oktober was het weer om in de zetel te liggen en vooral niet buiten te komen. Behalve als je een halve marathon in Brussel gaat lopen. Een loper weet dat wat regen echt geen kwaad kan. We gingen van start onder een grijs wolkendek en snelden er meteen hard van door. De loophonger was groot. Voor de ambiance zorgden we vooral zelf, want veel toeschouwers waren er niet te zien. Na enkele kilometers was de eerste adrenaline gaan liggen en dwongen de tunnels ons te temporiseren. Dat nam niet weg dat we nog steeds aan een behoorlijk tempo door Ter Kamerenbos stormden. Vervolgens beloofde ik Roos 6 kilometer lang een fijne afdaling om nog eens goed door te jassen. En of dat gebeurde: we werden gelanceerd en liepen Roos’ snelste kilometertijd ooit. Niet meteen het soort records dat je moet lopen tijdens een halve marathon, maar we leken over vleugels te beschikken.

Toen we na 15 kilometer door Vorst liepen, vroeg ik aan Roos hoe hard ze aan het afzien was op een schaal van 1 op 10. Haar antwoord was een 7, wat me niet meer dan normaal leek in die fase van de wedstrijd. Ik wist toen al dat een verbetering van haar record een feit zou zijn. Voor we afsloegen naar de Tervurenlaan, zat Roos op een 8,5 op de Schaal van Afzien. Het was nu vooral belangrijk om haar zo goed mogelijk over de Tervurenlaan te loodsen: een stevige en verraderlijk lange kuitenbijter van 1,5 kilometer. In mijn zog beet Roos terug. De berg kreeg haar niet klein. De boog van het Jubelpark doemde op in de verte. Ik gaf ons een halve kilometer om op adem te komen en nog een laatste snelle kilometer uit de benen te persen. Hand in hand overschreden we de finish in een sterke 1:40:36. Roos had haar record verbeterd met maar liefst drie minuten. Jawadde!

IMG_1396b

Ik liep niet mijn snelste halve marathon in Brussel, maar ik maakte een halve marathon zelden zo bewust mee. Uit mijn loopervaring leerde ik vooral hoe fijn het is om fit te zijn. Dat je dan een snelle halve marathon kan lopen zonder daar al te veel zorgen over te hebben. Dat je dan ook nog eens kan genieten van het parcours. Dat je dan niet eens opmerkt dat het vies regenweer is. En bovenal: hoe bijzonder het is dat je dat in het gezelschap van je zus kan doen. Wat vijf jaar geleden een zot plan was, is nu de bron van het ene schitterende zussenmoment na het andere. Lang leve de zusterliefde! Op naar Brugge!

IMG_1391b

De gedachte – Dag van de leerkracht

Ik heb altijd al geweten dat ik leerkracht wilde worden. In mijn ogen was er simpelweg geen mooier en nuttiger beroep dan de lerarenstiel. Ik zou iets concreet kunnen doen met mijn enthousiasme voor taal en literatuur en jongeren iets klein of groot kunnen leren. Tijdens mijn eigen schoolcarrière heb ik meermaals ervaren wat de impact van een leerkracht kan zijn. Wat het teweeg brengt als iemand je wegwijs maakt in een vak dat je niet ligt of juist wel en wat een compliment met je kan doen. Toen ik op mijn 25e uiteindelijk aan de slag ging als leerkracht Nederlands en Engels op de middelbare school waar ik ook zelf leerling was geweest, voelde dat als een droom die uitkwam.

Mijn eerste schooljaren waren zwaar. Gewapend met de nodige diploma’s en – nog belangrijker – met de steun van collega’s en de directie trok ik ten strijde. De enige manier om iets onder de knie te krijgen is door zelf op onderzoek uit te gaan en aan den lijve te ondervinden wat werkt. Ik waadde mij dus een weg door de jungle. Ik leerde luisteren naar leerlingen. Ik kwam mezelf een paar keer goed tegen. Ik betaalde het nodige leergeld. Hoe zwaar dat parcours ook was, mijn inzet werd beloond met de voldoening die ik zelfs in dat prille begin al uit mijn werk kon halen.

Inmiddels ben ik aan mijn tiende schooljaar begonnen. Er is veel veranderd in die tijd. Ik heb in de eerste plaats meer zekerheid en stabiliteit gevonden. Zo heb ik een eigen klaslokaal en geef ik nog maar één vak in twee leerjaren. Als deel van een team slaagde ik erin mijn stempel te drukken op heel wat mooie projecten. Ik kan leerlingen beter inschatten en bijgevolg ook inspelen op hun kwaliteiten. Ik bezit meer instrumenten en vaardigheden om te anticiperen op allerhande situaties. Ik leerde om me niet alles persoonlijk aan te trekken, om school soms ook op school te laten. Door mijn ervaring sta ik steviger in mijn schoenen en ben ik gegroeid als leerkracht.

Ik zag ook het maatschappelijke debat rond onderwijs een andere wending nemen. De toon werd scherper. Het aangekondigde lerarentekort een realiteit. De discussie over of onderwijs al dan niet een zwaar beroep was, raakte heel wat gevoelige snaren. Steeds meer jongeren met grote zorgbehoeften moeten – mits de nodige aanpassingen – kunnen meedraaien in het reguliere schoolsysteem. Er werd heftig gedebatteerd en uiteindelijk ook hervormd. Elke vorm van preventie of opvoeding lijkt bovendien strikt voorbehouden voor het onderwijs. Leraren moeten jongeren wegwijs maken in het verkeer, hen burgerschap bijbrengen, wijzen op de gevaren van sociale media en – als het even kan – ook radicaliserende jongeren detecteren. Je zou haast vergeten dat onze initiële taak eruit bestaat om les te geven over een bepaald vak. Daar zijn we voor opgeleid en dat is waar we in uitblinken. Binnen je eigen vakgebied jongeren iets leren, evalueren en dat proces opvolgen is een voltijdse baan, waar ook bijscholingen en ruimte voor zelfontplooiing deel van uitmaken.

Leraren oefenen een zwaar onderschat beroep uit. We zagen en klagen echt niet omdat we 20 uur per week les geven. Voor de klas staan is slechts een deel van onze job. We zijn tegenwoordig niet langer pedagoog, didacticus, leercoach en vakidioot, maar net zo goed reisorganisator, boekhouder, zorgverstrekker en klasmanager. Alsof dat nog niet volstaat, moeten we ook verantwoording kunnen afleggen voor alles wat we doen en laten. Ik heb het geluk dat ik op mijn school omringd en gesteund wordt door een directieteam dat hard werk levert en steeds klaar staat voor haar leraren. Ook bij mijn collega’s zie ik een grote gedrevenheid om er het beste van te maken.

Het doet immens veel pijn om steeds weer te moeten opboksen tegen het clichébeeld van de gemakzuchtige en klagende leerkracht. Het raakt mij diep als onze job wordt gedefinieerd als pretpedagogie. Wij werken veel en hard omdat we onze taak serieus nemen. De torenhoge verwachtingen staan echter haaks op de schaarse middelen die we ter beschikking krijgen om dat werk uit te voeren. Net zoals mijn hardwerkende collega’s wil ik optimale omstandigheden om het beste onderwijs te kunnen geven aan mijn leerlingen, zodat zij allemaal maximale leerwinst kunnen boeken. De vraag of we moeten gaan voor excellentie of voor de zwakkere leerlingen is dan ook naast de kwestie. We moeten inzetten op alle leerlingen. Als de ondersteuning en waardering navenant zijn kan elke leerling namelijk boven zichzelf uitstijgen.

Voor het eerst in mijn lerarencarrière besef ik dat er ook op mijn kunnen een grens zit. Ik kan niet elk schooljaar nog meer en harder gaan werken. Het kost mij veel energie om me elke dag te weren in het woelige onderwijslandschap. De veerkracht van elke leerkracht kent grenzen. Ik sta nog steeds doodgraag voor de klas, maar ondanks mijn inzet en ervaring lijk ik mijn leerlingen steeds minder goed te kunnen helpen. Ik heb altijd van de daken geschreeuwd dat leerkrachten het mooiste beroep mogen uitoefenen. Nu begrijp ik plots waarom we stilaan met uitsterven bedreigd zijn. Ik zag voor het eerst dat ik niet op een roze wolk zit, maar dat er een stevig onweer in de lucht hangt.

Het water staat ons aan de lippen moet zowat de vaakst gebruikte metafoor zijn van de afgelopen maand. Ondertussen zijn wij met z’n allen al vijf keer kopje onder gegaan en ligt er voorlopig nog geen reddingsboei binnen handbereik. Wat ik hier vertel is niet nieuw. We roepen echt geen moord en brand omwille van een onbenullige schram op de knie. Het onderwijsprobleem is niet op te lossen met een kleurrijke pleister om de pijn te verlichten. De werkdruk moet omlaag. De verwachtingen moeten realistisch zijn. Laat ons weer doen waar we het beste in zijn: voor de klas staan. Geef elke leerkracht terug een roze wolk.

Het portret – De kat in al haar facetten

Vandaag is het Werelddierendag. Ik heb het geluk dagelijks te kunnen genieten van het gezelschap van mijn twee katten: de onnavolgbare Ada en de ravissante Teresa. De kat is vandaag alom aanwezig en hipper dan ooit. Tal van kattenboeken vertellen ons dat we vooral meer kat moeten zijn, want katten dat zijn de ultieme levensgenieters. We kunnen van hen leren om voluit te gaan voor rust in ons leven en om gas terug te nemen in de hectiek van elke dag. Hoe ogenschijnlijk nonchalant katten ook mogen overkomen, achter hun harige tronie zit wel degelijk een complex wezen.

Ada en Teresa zijn al 10 jaar mijn gezelschapsdieren. Ze zijn nu 13 jaar en waren dus volwassen toen ik hen adopteerde. Hun roots liggen in de Libanese hoofdstad Beiroet. Ze werden daar op straat geboren en groeiden er op tijdens de oorlog van 2006. Uiteindelijk belandden ze in een asiel, maar dat was geen veilige plaats omdat het leed onder de bombardementen. De Limburgse VZW Zwerfkat in Nood besloot daarom 10 Libanese katten over te laten vliegen zodat de andere 90 katten van de opvang naar een grotere en veiligere plek konden verhuizen aan de rand van de stad. Ondanks die moeilijke start zijn Ada en Teresa de meest aanhankelijke en mensgerichte dieren die je je kan voorstellen.

IMG_0314b

Teresa is één en al elegantie. Ze is ongetwijfeld van adellijke komaf, leidt aan grootheidswaanzin en er zal geen kat ijdeler zijn dan zij. Elk haartje (en dat zijn er veel) van haar vacht ligt altijd onberispelijk omdat vachtonderhoud één van haar absolute prioriteiten is. Voor de vogelpopulatie is het een goede zaak dat ze op een appartement leeft en dat ze dus geen gevederde vrienden om het leven kan brengen. Als compensatie is naar duiven blaffen één van haar favoriete bezigheden. Teresa lijdt aan een bedverslaving, want het bed dat is haar troon, bij voorkeur met een menselijk lichaam om tegenaan te kruipen.

Ada stond niet vooraan in de rij toen de elegantie werd uitgedeeld. Sterker nog: ze miste die bedeling en is bijgevolg verre van fijnbesnaard. Waar Teresa de kunst van de verleiding tot in de puntjes beheerst, is Ada van de directe aanpak: vaak lomp, nooit subtiel. Om iets duidelijk te maken zet ze haar keel open. De geluiden die Ada produceert, kan je onmogelijk negeren. Haar spinnen (normaal zacht en vredig) is te vergelijken met het geluid van een goedgevulde duiventil of een overladen piepende kruiwagen. Ze miauwt lang en hard. Ada is een liefhebber van schoendozen, maar ook van de zetel. Schootliggen is haar specialiteit. Met Teresa heeft ze een samenlevingsverbond gesloten: beide partijen tolereren elkaar, maar de andere zal altijd De Andere blijven omdat hun ego’s in de weg zitten.

IMG_0673b

IMG_0674b

IMG_0678b

Mijn katten hebben heel veel geluk gehad dat er voor hen een huiselijk leven in Europa was weggelegd. Onze huisdierencultuur heeft echter ook een keerzijde. Huisdieren worden nog al te vaak impulsief aangeschaft, vaak om kinderen te paaien. Dat is om veel redenen verkeerd. Elk dier heeft zijn eigen specifieke gedrag en dus ook noden. Voor een kind is het nog moeilijker om dat gedrag te doorgronden en te begrijpen dat een dier niet op eender welke manier benaderd en geaaid wil worden. Je mag als volwassene niet verwachten dat een kind de volle verantwoordelijkheid voor een huisdier opneemt. Daar wordt nog te vaak te licht over gegaan: een dier in huis nemen – of het nu een goudvis, een hamster of een hond is – dat betekent verantwoordelijkheid nemen. Het is een verbintenis in goede en kwade dagen. Dat wil zeggen dat je naar de dierenarts gaat als er iets scheelt en dat je dan niet mort als je de rekening gepresenteerd krijgt.

Als katteneigenaar leerde ik veel over katten en hun gedrag. Katten hebben het imago gemakkelijke huisdieren te zijn omdat je om hen tevreden te houden slechts wat eten en drinken moet voorzien. Om een kat echter een kwalitatief leven te bieden, moet je verder kijken dan die primaire behoeften. Zoals ik hier in De Morgen kon lezen, moet je je als huisdiereneigenaar niet alleen afvragen wat jij aan je dier hebt, maar zeker ook wat je huisdier aan jou heeft. Katten zijn extreme gewoontedieren. Ze kunnen daarom heftig reageren op plotse veranderingen in hun leefomgeving of situaties die zij als bedreigend ervaren. Zogenaamde valse katten vertonen onvoorspelbaar gedrag omdat ze zich in een benarde situatie bevinden. Katten gaan ook niet in huis plassen of aan de zetel krabben om mensen te pesten. Ongewenst gedrag heeft een onderliggende oorzaak die aangepakt moet worden. Een beetje inzicht in de psyche van de kat is dan ook geen overbodige luxe als je besluit een kat in huis te nemen.

IMG_1333b

Katten zijn benijdenswaardige opportunisten. Door hun onafhankelijke en onaantastbare status zijn ze moeilijk te doorgronden. Ook de wetenschap is in de ban van de wonderbaarlijke band tussen mens en kat. Wetenschappers kunnen de vraag of katten nu echt van hun baasjes houden voorlopig niet eenduidig beantwoorden. Ik vind dat die vraag naast de kwestie is. Houden van is namelijk een menselijk concept. Vraag aan tien willekeurige mensen wat liefde voor hen betekent en je zal tien verschillende antwoorden krijgen. Daarenboven is het geen goed idee om menselijke emoties toe te kennen aan dieren en hen op die manier te behandelen. Elk dier verdient in de eerste plaats een veilige, maar ook uitdagende leefomgeving waarin de mens een baken van rust is. Ik probeer mijn katten dus de best mogelijke thuis te geven. Ik hou van Ada en Teresa om de kat die ze zijn en omdat ik met elk van hen een unieke band heb. Dat is elke dag een feestje waard.

IMG_3995b

Loperspraat – Feest, stress en herfst in september

September is een maand met twee gezichten: enerzijds het stralende staartje van de zomer, anderzijds het verraderlijke begin van verandering. Onder de laatste zomerstralen vierden we verjaardagen en de eerste maanddag van Leah. Daarnaast werd ik overspoeld door werk en wist ik soms echt niet meer waar mijn hoofd stond. Er waren kortom redenen om feest te vieren, maar ook om in de zetel te liggen balen. Zoals alleen Herman van Veen het kan zeggen: we moeten rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan!

De zon scheen op de eerste schooldag en deze leerkracht had er zin in. Niet alleen om weer wat tienergezichten voor me te hebben, maar ook om op een maandag richting het immer bruisende Brussel te trekken. Roos en ik gingen ’s avonds namelijk naar het langverwachte concert van Hozier in het Koninklijk Circus. Zo ontdekten we een andere wijk en vonden we onze weg naar Café Caberdouche op de Vrijheidsplaats. We behoren nog net niet tot de groupies die twee uur voor de deuren open gaan voor die deuren zitten te wachten. Voor ons liever een goede zitplaats dan een staplaats op de eerste rij. Over het optreden kan ik kort zijn: onze Ierse held kwam op, de eerste tonen weerklonken en wij waren helemaal mee. Oh baby, wat kan die man zingen! Niet alleen Hozier zelf stelde op geen enkel vlak teleur, ook de attitude en ambiance die zijn hoofdzakelijk vrouwelijke band uitstraalde, werkten aanstekelijk.

Ondanks het energieshot dat ik kreeg van de steengoede show voelde ik me aan het einde van de eerste schoolweek helemaal uitgewrongen. Ik was kapot, stik op en mijn kinderlijk enthousiasme maakte plaats voor heel wat bedenkingen over mijn job als leerkracht. Dat gevoel overspoelde mij zo hard dat ik het moeilijk had om mezelf staande te houden. Begrijp me niet verkeerd: ik vind nog steeds dat ik een prachtige job heb op de beste school. Plots diende zich ook een grote MAAR aan. Ik spreek misschien in raadselen, maar jullie mogen later deze week een uitgebreidere blogpost verwachten over mijn bezorgdheid omtrent ons onderwijs en de rol die ik daarin als leerkracht heb. Er zijn ook nog zekerheden in het leven: na die heftige eerste week genoot ik volop van een rustig-aan-duurloop. Oef!

September is al sinds mensenheugenis een feestmaand. Zowel ik als mijn lieftallige zusje Roos vieren dan onze verjaardag. Wij lopen niet alleen vaak zij aan zij, we verjaren ook op die manier. Het feest van Roos barstte in alle hevigheid los op donderdagavond toen we ons succesrecept van de zomerbarbecue nog eens herhaalden. Niko was Chef Grill en Hoofd Sauzen. Roos was verantwoordelijk voor de muziek en al het andere lekkers dat op tafel stond. Mijn schamele bijdrage was een eigengemaakte tabouleh (een toppertje, dat wel). Daags nadien was ik aan de verjaardagsbeurt. Ik mocht mijn verjaardag vieren in het gezelschap van een enthousiaste bende vierdejaars leerlingen, aangezien op vrijdag 13 september onze sportieve kennismakingsdag in de bossen van Sint-Joris-Weert doorging. De leerlingen klommen in bomen, sjorden karren, gilden soms erg hard en zongen uit volle borst. Een geslaagde verjaardag! ’s Avonds werd het feest verder gezet ten huize Roos en Niko waar ik trakteerde op echte champagne.

IMG_1173b

Op trainingsgebied was september de laatste kans om voluit te trainen voor de marathon in Brugge op 20 oktober. Roos en ik stonden aan de start van de Leuven Nature trail waar we gezusterlijk 25 kilometer afhaspelden door de bossen. We deden dat aan een stevig tempo onder het goedkeurend oog van de laatste zomerzonnestralen. Na afloop bleken we de eerste twee plaatsen te bezetten in onze leeftijdscategorie. Een mooie opsteker! Als je zowel afstand, als hoogte, als snelheid combineert, dan mag je er zeker van zijn dat je daar daags nadien iets van gewaar wordt in je benen. Ik noemde het een zwaar gevoel. Roos had het over twee stramme stronken (om in het natuurthema te blijven).

Gisteren waren we dan toe aan de kroon op het werk van onze marathonvoorbereiding: voor sommigen de gevreesde, maar voor ons toch vooral gezellige, langste duurloop. Aangezien de weersverwachtingen op z’n zachtst gezegd apocalyptisch te noemen waren, vonden wij het al van veel karakter getuigen dat we überhaupt een lange duurloop zouden lopen. Het bleek een storm in een glas water te zijn. Zo straf was het uiteindelijk niet om door de wind, door de regen, dwars door alles heen onze kilometers gestaag op te bouwen. Doorgaans zijn wij voor een langste duurloop wel tevreden met een kilometer of 30. Gisteren klokten we uiteindelijk af op 33,03 kilometer in iets minder dan 3 uur. Voldoende tijd dus om weer eens goed bij te praten en vooruit te blikken op de marathon. Wederom een zussenmoment om in te kaderen.

Hoewel het nu officieel slechts een week herfst is, was die seizoensverandering al veel vroeger voelbaar. Ik had weer eens koude tenen op de mountainbike en behoefte aan een hete douche na afloop. Ik at al pompoenen. Ik vloekte op de wind die soms een vuil spelletje speelt op de fiets. Na de soms moeizame maand september, richt ik me nu op oktober: marathonmaand tout court. Ik kijk alvast uit naar zondag, want dan staan Roos en ik aan de start van de halve marathon in Brussel. Onze tapering mag dan wel ingezet zijn, een snelle halve marathon lopen behoort zeker tot het plan. May the force be with us!

IMG_1283b

De gedachte – Over motivatie

Toen ik nog Engels gaf aan zesdejaars hadden we het over motivational and inspirational speeches. Een dankbaar onderwerp, want er zijn legio voorbeelden van zulke speeches te vinden. Zo liet de wereldberoemde Yes we can speech van Barack Obama niemand onberoerd en ook de woorden die Malala Yousafzai sprak toen ze de Nobelprijs voor Vrede ontving, konden op veel bijval rekenen. Op dit moment is de toespraak van een geëmotioneerde Greta Thunberg die fel uithaalt naar de wereldleiders brandend actueel, ook op school. Zowel Obama als Yousafzai als Thunberg slagen erin om hun idealen te belichamen in wat ze zeggen. Ze zijn hun boodschap en of je het nu eens of oneens bent met hun discours, het vraagt op z’n minst lef om met zoveel bravoure de massa toe te spreken. Hun speeches zijn een krachtig en goed georkestreerd signaal naar de wereld. Ze inspireren en zetten aan tot nadenken. Ik denk echter niet dat ze daadwerkelijk iets zullen veranderen aan individuele gewoontes en gedragingen. Daar is iets veel eenvoudiger voor nodig.

Als het over motivatie gaat, ontkom je niet aan het onderscheid tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie. Externe factoren liggen aan de basis van extrinsieke motivatie. Zo zal een leerling in de eerste plaats studeren omdat als hij slaagt hij bij zijn vrienden in de klas kan blijven zitten en zijn ouders dan niet zeuren. Mogelijk hangt aan een goed rapport ook een beloning vast. Ik merk zelf dat leerlingen in het vierde jaar (secundair onderwijs) heel gevoelig zijn voor beloningen: in de vorm van punten, maar zeker ook complimenten. Het is moeilijker om leerlingen de waarde van intrinsieke motivatie bij te brengen. In de ideale wereld studeert elk kind omdat het zichzelf wil verrijken en echt iets wil bijleren, puur voor zichzelf dus. Aangezien het schoolsysteem toch nog hoofdzakelijk op cijfers is gericht, is het niet evident om leerlingen bij te brengen dat ze in de eerste plaats een mooie en goede tekst moeten willen schrijven.

Ik erger me al eens aan die focus op extrinsieke motivatie die je vaak terugvindt in tijdschriften over lopen of bij andere motiverende raad. Veelal wordt er namelijk van uit gegaan dat een mens bij voorbaat geen zin heeft om te gaan lopen. Het is een opgave, het kost moeite en eigenlijk zegt je lichaam: blijf gewoon thuis. Er worden dan tal van tips aangereikt om toch ergens motivatie te vinden. Bijvoorbeeld jezelf nadien belonen door iets lekkers te eten of drinken. Ook sociale druk lijkt een efficiënte stok achter de deur te zijn. Door samen te gaan lopen, hou je je namelijk aan de gemaakte afspraak. Wie dan nog niet voldoende gemotiveerd is, krijgt de raad om een concreet doel te stellen. Schrijf je in voor een wedstrijd, want dan hebben je trainingen plots zin en nut. Als ik bij elke training hopeloos moet zoeken naar het waarom ervan, zou ik me toch eens de vraag stellen of ik niet beter een andere hobby kan zoeken. Ik vind het bijvoorbeeld redelijk absurd om marathons te lopen als je een hekel hebt aan duurlopen.

Zoals ik in mijn faq uitleg, kost het me weinig moeite om mezelf te motiveren om te gaan lopen. Ik heb er meestal gewoon zin in, ook als de omstandigheden niet ideaal zijn. Lange tijd heb ik dat weggewuifd als ach, dat is voor mij een gewoonte. Die redenering klopt deels. Het heeft mij namelijk ook weinig moeite gekost om die gewoonte aan te leren. Ik heb dat zo beslist en moest mezelf dus niet wekenlang motiveren met allerlei lekkers na een looprondje om toch maar die loopschoenen aan te trekken. Mijn directe motivatie ligt ook niet in de loopdoelen die ik stel. Ik ga in de eerste plaats lopen voor mezelf. Tijdens het lopen (en fietsen) kan ik mijn hoofd verluchten, zoals je dat met je woning ook moet doen om die fris en gezond te houden. Het is een onderhoud van mijn lichaam en geest. Mijn hoofd wordt tijdelijk leeggemaakt, zodat er weer ruimte ontstaat en meer lucht is om te ademen. Je kan om die reden ook bidden of mediteren, maar mijn sacraal me-time moment zit in een loopronde. De tijd die dat kost, betaalt zich terug in kwalitatieve tijd nadien. Met die gedachte heb je geen extrinsieke motivatie nodig om er op uit te trekken.

Om die reden ben ik fan van het boek Atomic Habits van James Clear. Hij pleit voor tiny changes for remarkable results. Als we iets willen bereiken, zijn we te vaak gefocust op een eindresultaat. Ik ga nu lopen omdat ik dan een marathon kan uitlopen. Je hoopt dan, door dit vaak genoeg te herhalen, dat je hier ook naar zal gaan handelen en een gewoonte kan veranderen. James Clear spreekt dat tegen. Volgens hem is het beter om het grootse eindresultaat los te laten en je te richten op je identiteit. Wat voor persoon wil je zijn? Wil je iemand zijn die drie keer per week gaat lopen? Waarom wil je zo iemand zijn? Als je op die manier motivatie kan aanboren, dan kost het je plots veel minder moeite om te lopen en dan is een loopwedstrijd geen stok achter de deur, maar een logisch gevolg van het feit dat je het voor jezelf belangrijk vindt om te gaan lopen.

Afsluiten doe ik met de mooie en uiterst gemotiveerde lopersvoeten van An, mijn lieve collega en vriendin. Enkele weken geleden besloot ze om te beginnen met lopen. Dat was geen vanzelfsprekende keuze nadat er vorig jaar heel veel op haar af kwam en ook het lichaam tegensputterde. Ze volgt een schema waarbij ze geleidelijk aan de loopminuten opbouwt (verstandig!). Natuurlijk vertel ik An vaak over mijn loopavonturen, mogelijk heb ik haar daardoor op ideeën gebracht. De motivatie om vol te houden, haalt ze echter bij zichzelf. Omdat ze plezier haalt uit die momenten, omdat ze dichtbij huis mooie plekken ontdekt, omdat het een manier is om zorg te dragen voor haar lichaam. Blijven gaan, maatje!

WUFH2377b

 

 

Daar zijn ze dan: de faq!

Ik kon niet langer achterblijven. Een website zonder frequently asked questions, kortweg faq, is als een een verjaardag zonder taart of ontbijten zonder koffie. Uiteindelijk ging ik nog redelijk lang faq-loos door het leven. Ik had er namelijk nooit bij stilgestaan dat er überhaupt vragen zijn die vaak aan mij gesteld worden. Ze kwamen echter meteen tevoorschijn toen ik er eenmaal over begon na te denken. *tromgeroffel en trompetgeschal*
Op deze pagina kan je vanaf nu veelgestelde vragen mét antwoorden terugvinden.

En vrees niet, vragen staat nog steeds vrij. Het is niet omdat ik nu kan verwijzen naar “mijn faq” dat jullie geen vragen meer op mij mogen afvuren. Ik zal ze met de glimlach beantwoorden. Verwacht niet dat ik ooit een Q&A* video zal opnemen, want zo hip ben ik echt niet.

Tot slot: mijn lievelingskleur is blauw (en Le Creuset oranje). Mijn lievelingsdier is een kat. Mijn lievelingsgetal is 13. Mijn lievelingsvak op school is taal. Niet zo frequently asked, maar net zo belangrijk.

*Questions and Answers, een filmpje dus waarin je zogenaamd spontaan vragen beantwoordt.

 

 

Het portret – 27x Roos

Ze is weer jarig vandaag, dat kleine grootse zusje van mij. 27 jaren staan er nu op haar teller en exact zolang ken ik haar dus al. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik aanvankelijk niet heel blij was dat de baby geboren werd uitgerekend op de dag voor mijn verjaardag. Ondertussen zie ik alleen maar voordelen in onze verjaardags-tweedaagse. We eten er immers niet minder taart om en hebben eens zoveel restjes. De aarde is rond, zeewater is zout en Roos valt niet weg te denken uit mijn leven. Speciaal voor de gelegenheid 27 keer waarom Roos zo uniek is.

  • Met haar prachtige blauwe ogen, blonde lokken en schattige lachrimpels is Roos een ongelooflijk knappe verschijning.
  • Ze is al 11 jaar samen met Niko. Wat een koppel! Ze maken samen bijzondere avonturen mee, zoals de zoektocht naar een frituur die nog open is op dinsdagavond om 22u.
  • Haar hart klopt sneller voor elk dier. Moor is de gelukzalige kater die bij hen in woont. Zoals alle katten heeft ook hij een heel eigen gebruiksaanwijzing.
  • Door de komst van konijnen Benji en Loulou is ze sinds kort ook konijnenfluisteraar. Kosten noch moeite werden gespaard om die twee gelukzakken een riant buitenverblijf te geven.
  • Ze is een creatief talent. In haar jonge leven naaide ze al honderden kragen en knoopsgaten aan blousen en jurken, voor zichzelf of voor anderen. Ook creatief met papier of zelfs papier-maché behoort tot de mogelijkheden.

VGEO8945

  • Haar eerste marathon liep ze op amper 22-jarige leeftijd. Ze is volgende maand al toe aan nummer 4 en was van de partij bij al mijn marathons.
  • Naast lopen heeft ze ook een verleden als danseres en amazone en pikte ze recent de draad van het inlineskaten weer op.
  • Ze kan zo enthousiast over Harry Potter en The Lord of the Rings vertellen dat ik echt bijna zin krijg om er zelf naar te kijken.
  • Ze is een expert inzake kamerplanten. Die zijn dan ook in grote getale aanwezig in haar woning.
  • Momenteel werkt ze ook aan haar kennis over de berk, een gazon en de groentetuin. Een gevalletje groene vingers dus.
  • Ze laat zich niet afschrikken door zwaar werk. Ik heb haar eens een boom uit de grond zien werken met enkel een schop. Indrukwekkend!
  • Ik ken niemand die zo vaak anderen helpt om hun inboedel te verkassen. Ze weet ondertussen beter hoe mijn meubels in en uit elkaar moeten dan ikzelf.
  • Ze houdt van taart, pannenkoeken en koffie. Van mayonaise, bier en de frituur. Ze houdt van chocomelk, aperol en wijn. En van cornetto’s.

IMG_0549b

  • Roos heeft de ergotherapie op de kaart gezet. Zij is het fundament waar het ziekenhuis op rust. Ze werkt voor tien, staat op haar strepen en is de meest zorgzame persoon die je in de buurt kan hebben.
  • Toen ik zelf een nacht in het ziekenhuis moest blijven, deed het haar zichtbaar pijn om me achter te laten op de spoedafdeling. ’s Ochtends stond ze meteen klaar om mijn tranen op te vangen.
  • Ze zou een geweldige leerkracht zijn. Al twee keer kwam ze op school vertellen over haar werk, telkens met evenveel geduld en toewijding.
  • Je kan bij haar terecht met elke vraag over wond- en littekenzorg. Meestal is haar antwoord dat je Flaminal hydro moet gebruiken.
  • Ze vindt al-tijd de juiste woorden bij eender welk probleem. Soms zwijgt ze wijselijk. Soms spreekt ze me tegen. Soms verandert ze subtiel van onderwerp.
  • Niemand kent zo goed mijn angsten, onzekerheden en ook wel aanstellerijen. Ze stelt zich altijd flexibel op naar mijn toiletverzoeken als wij een hotelkamer delen.

IMG_4205b

  • Voor elke gelegenheid is ze goed gezelschap. Dansen, zingen, shaken, luchtinstrumenten bespelen: eender waar, eender met wie.
  • Ze poseerde met plezier voor zweetfoto’s en ondernam verwoede pogingen om een vettige zweetlok in beeld te brengen.
  • Haar verbeelding kent, net zoals de mijne, weinig grenzen. We praten samen tegen dieren, bedenken voor alles namen en vooral ook heel veel bijnamen.
  • Als ik aan Parijs denk (vaak), dan denk ik aan Roos. Ik zou een boek kunnen schrijven over al die mooie herinneringen.
  • Ze ondergaat gedwee de momenten dat de leerkracht in mij het even overneemt. In Parijs heeft ze eens een dag geoefend om de naam van een kerk juist te kunnen uitspreken.
  • Ze vindt mijn flauwe moppen grappig en lacht zelfs met nog flauwere moppen.
  • Hoewel wij heel vaak met elkaar praten en elkaar ook kunnen begrijpen zonder woorden, raken wij toch nooit echt uitgepraat.

IMG_4182b

Liefste Sisje, het is een eer en een genoegen, een ongekend privilege, een oprecht voorrecht – elke dag weer – om jouw grote zus te mogen zijn. Ik kus mijn beide handjes dat ik 27 jaar geleden voor mijn zevende verjaardag zo’n prachtig verjaardagscadeau kreeg. Van harte proficiat!

 

 

 

 

Het boek – Mijn zomervakantie in 20 boeken

Een zomer zonder boek is als een marathonloper zonder plan: hopeloos verloren. In de zomervakantie prijkt lezen bovenaan mijn prioriteitenlijstje. Ik kies dan bewust voor boeken die ik heel graag wil lezen en waar ik iets van verwacht. Zomerse leestijd is namelijk een kostbaar goed. Het is me deze zomer aardig gelukt om goede keuzes te maken. Van de twintig boeken die ik las, vielen er slechts drie echt tegen. En ook dat is niet erg, want zoals ik ook tegen mijn leerlingen zeg: een boek is nooit verspilde tijd, maar altijd een waardevolle ervaring. Amen.

IMG_1078b

Een eerste inspirerende hoofdrol was toebedeeld aan Grand Hotel, een meesterwerk uit 1929 van de Oostenrijkse schrijfster Vicki Baum. Baums Grand Hotel bevindt zich in het Berlijn van de jaren twintig. Een allegaartje aan personages vindt er grandeur, troost en onderdak. Elk van hen symboliseert een bepaald type persoon uit die tijd, zoals de charmante boef Gaigern die hopeloos verliefd wordt op de eenzame en veel oudere ballerina Groezinskaja. Al snel heb je door dat die op het eerste zicht tegengestelde personages met identiek dezelfde levensvragen en -verwachtingen worstelen. Ik concludeerde dat er 90 jaar later op de automobiel na misschien niet zo heel veel veranderd is en dat we allemaal een beetje Kringelein, Gaigern of Preysing herbergen.

Ook in Elke ochtend de zee van de Duitser Karl-Heinz Ott speelt het hotelleven een rol. Sonja blikt terug op haar leven waarin ze dertig jaar lang een hotel uitbaatte samen met haar inmiddels overleden man. Het is het soort leven waarin de onderhuidse pijn steeds voelbaarder wordt en het geluk ver zoek is. Sonja belandt uiteindelijk in een afgelegen plaatsje aan de Welshe kust waar ze dagelijks meerdere uren naar de zee kijkt. Daar gaat een zekere rust, maar ook dreiging van uit. Zonder meer een schot in de roos van Ott, die niet voor niets de Duitse Julian Barnes wordt genoemd. In Birk van Jaap Robben speelt de zee net zo’n gemeen spelletje met de jonge Mikael. Hij woont met zijn ouders op een afgelegen eiland tussen Schotland en Noorwegen. Contact met de buitenwereld is er amper. Mikaels wereld wordt nog kleiner als zijn vader Birk spoorloos in zee verdwijnt en zijn moeder langzaamaan de controle verliest. Een verhaal waar de tragiek zich vanaf de eerste pagina aankondigt en dat je daardoor niet kan lossen.

IMG_1084b

Ik mocht deze zomer nog maar eens ervaren hoe rijk de Noorse literatuur is. Een eerste parel was het minimalistische Buiten de orde van Tomas Espedal, waarin een oudere weduwnaar zijn liefdesbreuk met een jongere vrouw probeert te verwerken. Espedals romans vallen op door hun fragmentarische aard. Buiten de orde lijkt uit een hoop brokstukken te bestaan die de verteller één voor één bestudeert en navertelt. Dit maakt van Espedals stijl niet de meest toegankelijke. Ik liet de flarden die het verhaal vormen gewoon over me heen komen en werd meermaals geraakt door de schoonheid van Espedals proza.

Een andere Noor die een heel gevoelig snaar kon raken was Tarjei Vesaas met Het ijspaleis (1963). Het is het verhaal over de korte, doch intense vriendschap tussen Unn en Siss, twee meisjes die opgroeien op het Noorse platteland. Het ijspaleis is de naam van een indrukwekkend natuurverschijnsel: een bevroren waterval waar je in kan ronddwalen. Unn gaat in haar eentje op ontdekking in het mysterieuze ijspaleis en keert niet meer terug. Siss is ten einde raad. Dit boek was voor mij de absolute topper van de zomervakantie. De unieke personages overweldigen en vanaf de eerste woorden was ik geïntrigeerd door de wereld die Vesaas creëert, net zoals hij dat deed in De vogels.

IMG_1024b

Tot slot las ik nog drie boeken met een bijzondere, zeg maar compleet losgeslagen, vrouw als hoofdpersonage. Het meest bevreemdende boek was zonder enige twijfel De vegetariër van de Zuid-Koreaanse schrijfster Hang Kan. Nadat de jonge vrouw Yeong-hye een vreselijke nachtmerrie heeft, beslist ze van de ene dag op de andere om vegetariër te worden. In Zuid-Korea is vegetarisme een behoorlijk choquerende daad. Voor Yeong-hye is dit het begin van het einde. Haar ultieme streven is namelijk om een boom te worden. Jawel.

IMG_0970b

My Year of Rest and Relaxation van Ottessa Moshfegh gaat over een jonge vrouw die besluit om zichzelf een jaar lang te drogeren met slaap- en kalmeringspillen. Moshfeghs toon is aanvankelijk licht en humoristisch waardoor je niet meteen stilstaat bij de motieven achter de bizarre beslissing om in narcotic hibernation te gaan. In tegenstelling tot wat je misschien verwacht, biedt een gedrogeerde verteller meer dan voldoende stof tot vertellen. Gaandeweg passeren er namelijk personages met een serieuze hoek af en kom je ook meer te weten over de trieste voorgeschiedenis van het hoofdpersonage. Een zelfde patroon valt te ontwaren in Eleanor Oliphant Is Completely Fine van Gail Honeyman. Eleanor houdt zichzelf voor dat ze volkomen tevreden is met het door routine gedomineerde leven dat ze leidt, waarbij ze elke vorm van sociaal contact zoveel mogelijk uit de weg gaat. De waarheid is echter genuanceerder dan dat. Eleanor is een personage dat mijlenver van je af staat, maar toch kan je niet anders dan meteen heel veel sympathie voor haar te voelen.

IMG_1066b
Mijn metekind Leah is nu al voorbestemd om een grote lezer te worden

Dit was mijn boekenzomer 2019. Hup, vooruit! Nu gaan lezen!

*****
Het ijspaleis – Tarjei Vesaas

****
Birk – Jaap Robben
Buiten de orde – Tomas Espedal
De ijsmakers – Ernest Van der Kwast
De vegetariër – Han Kang
Eleanor Oliphant Is Completely Fine – Gail Honeyman
Elke ochtend de zee – Karl-Heinz Ott
Glorie – Patricia Jozef
Grand Hotel – Vicki Baum
Het menselijk lichaam – Paolo Giordano
Het slagveld – Jérôme Colin
Kamers Antikamers – Niña Weijers
My Year of Rest and Relaxation – Ottessa Moshfegh
Nultijd – Juli Zeh
Sofia draagt altijd zwart – Paolo Cognetti

***
Lieve Céline – Hanna Bervoets
Tussen april en september – Tomas Espedal

**
De avond is ongemak – Marieke Lucas Rijneveld
De verboden tuin – Wessel te Gussinklo

*
Het wordt spectaculair. Beloofd. – Zita Theunynck

IMG_1089b

 

Loperspraat – Mijn loopkalender voor het najaar

Of je nu vindt dat het nog zomer is of al herfst: het najaar staat zachtjes op de deur te kloppen in gezelschap van zijn goede vriend het loopseizoen. Regen en wind zijn misschien niet meteen de weerselementen die de loper op zijn pad wenst, maar eigenlijk is een streepje grijs in najaar veel geschikter loopweer dan de zomerse warmte. Gedaan dus met zonnecrème smeren op een bezwete rug, weg met de dehydratatie en de pijnlijke schuurplekken! En als de duisternis zijn intrede doet, moet je maar denken aan de woorden van Leonard Cohen: there’s a crack in everything, that’s how the light gets in. Ik doe graag uit de doeken welke loopdoelen Roos en ik met stip in onze agenda hebben genoteerd. Aan plannen geen gebrek!

Op zondag 22 september tekenen we present voor de tweede editie van de Leuven Nature Trail. Het woord trail in combinatie met Leuven is wat misplaatst. Een juistere beschrijving is: een groene looproute over een grotendeels off-road parcours. Roos en ik zijn ingeschreven voor de langste afstand van 25 km. Wat dit evenement uniek maakt, is dat je aan de finish in Leuven de trein naar Sint-Joris-Weert neemt, waar de startlijn ligt. Van daaruit gaat het door het Meerdaalwoud naar vertrouwd gebied in Heverleebos en via Abdij van Park naar de finish aan het station in Leuven. Vorig jaar vond ik deze wedstrijd geen onverdeeld succes, aangezien de regen bijna constant met bakken naar beneden kwam. Bovendien werd ik dan ook nog eens doorweekt op de fiets, zowel op de heen- als de terugweg. Ook mijn optimisme kent grenzen. Ik hoop dus op een drogere tweede editie en kijk uit naar het samen lopen met Roos.

De afgelopen zes jaar liep ik in oktober ofwel de halve ofwel de volledige marathon in Brussel. Dit jaar staan we op zondag 6 oktober aan de start van de halve marathon. Het parcours vertoont veel overeenkomsten met de 20 kilometer van Brussel, maar de halve marathon kent een kleiner deelnemersveld. Zowel start als finish verlopen dan ook wat rustiger. Het plan is om nog eens plankgas te geven. Na de gemiste CPC Loop in het voorjaar liep ik immers nog geen halve marathon in wedstrijdverband. Mijn snelste halve marathon in Brussel liep ik in 1:37 (2017). Ik heb heel veel zin om onder die tijd te duiken, al vind ik het ook een beetje jammer dat ik niet aan de start sta van de hele marathon. Ik liep die al drie keer en heb aan elk van die marathons heel mooie herinneringen. Dit jaar zal ik dus dubbel zo hard van de kilometers van de halve moeten genieten.

Ik loop mijn oh zo geliefde marathon in Brussel niet omdat Roos en ik op zondag 20 oktober samen de marathon in Brugge zullen lopen. Wij kozen voor deze relatief jonge marathon omdat Roos haar persoonlijke marathontijd (PR voor de insiders) wil verbeteren. Daar kan je maar beter een vlak parcours voor kiezen en dat vind je dus in Brugge en niet in Brussel. Voor Roos wordt Brugge haar vierde marathon. Haar PR staat momenteel op 3:43 (Rotterdam 2016). Ik zal als haar persoonlijke haas of pacer alles uit de kast halen om die tijd onder de 3:40 te brengen. Eigenlijk is dit dus niet minder dan een droom die uitkomt. Mijn taak bestaat eruit om een constant tempo te lopen zodat Roos haar wagonnetje kan aanhaken, wat uit de wind wordt gezet en niet moet rekenen. Uiteraard zal ik haar met mijn doorgedreven aanmoedigingen ook tot het uiterste drijven. Als dat al nodig is, want Roos verkeert in topvorm. Professionele pacers stappen na 30 kilometer uit de wedstrijd, ik ga door tot het bittere eind, zodat we zij aan zij kunnen finishen. Dat deden we ook bij ons marathondebuut in 2015, toen er van hazen geen sprake was.

Na ons marathonavontuur gaat het in november richting de Kempen, meer bepaald naar het doorgaans modderige Kasterlee. Op 17 november lopen we daar de halve marathon: een familiegebeurtenis waarbij het altijd slecht weer lijkt te zijn en er vaak een Odeyn ten val komt. November wordt sowieso een zware trainingsmaand omdat ik dan in volle voorbereiding ben voor de Hel van Kasterlee, want jawel: ook dit jaar zal ik eraan geloven. Op zondag 22 december zal ik weer het onderste uit de kan halen om te finishen in de zwaarste winterduatlon ter wereld. Ik kan ook weer rekenen op Roos als trouwe begeleider. Vorig jaar werd ik dus onverwacht derde. Daarom leek het vanzelfsprekend dat ik me een tweede keer aan dit spektakelstuk zou wagen. Ik kijk met gemengde gevoelens naar de komende trainingsmaanden. Langs de ene kant heb ik er veel zin in. Ik focus me nu vooral op de voorbereiding van de marathon. Langs de andere kant herinner me maar al te goed hoe nat, koud, donker en eenzaam de trainingen in november kunnen zijn. Wekelijks was ik toen zo’n 20 uur aan het fietsen en lopen en daarnaast gaat mijn leven natuurlijk ook gewoon verder. We zien wel hoe het mij dit jaar bevalt.

Vergeet niet om morgen kaarsjes te branden, vingers te kruisen en duimpjes op te houden. Mijn broer strijdt namelijk vanaf 9u voor de wereldtitel duatlon in het Zwitserse Zofingen! Go Brobro!