Ik beken dat ik de Dolomieten en Zuid-Tirol tot voor kort niet geografisch kon situeren, dat ik niet doorhad dat de wijn die wij dronken uit Alto Adige uit Zuid-Tirol komt en dat de Dolomieten deel uitmaken van de Alpen. Voor wie zich hierin herkent: de Dolomieten liggen in Italië, net zoals Zuid-Tirol, wat in het Italiaans Alto Adige heet. Je kan dat als een aanfluiting van mijn parate kennis beschouwen of je kan voor een stukje erkennen dat die regio gevoelsmatig ingewikkeld in elkaar zit. De geschiedenis geeft duidelijkheid: de provincie Zuid-Tirol behoort sinds het einde van WOI toe aan Italië, maar heeft nog steeds een sterke Oostenrijkse identiteit. Voor het laatste deel van onze reis trokken we dus naar dat stukje Oostenrijk in Italië. Ik liet me daar gewillig onderdompelen in het romantische landschap waar elk hek perfect onderhouden is.

Hoewel plaatsen en straatnamen zowel in het Duits als in het Italiaans aangegeven zijn, is Duits de toonaangevende taal in de regio. Nog een reden voor mij om op vakantie te gaan: een andere taal! Dat kan het West-Vlaams aan de kust zijn, het Nederlands in Den Haag, maar dus ook het Duits in Zuid-Tirol. Van Milaan reden we naar Naturcamping Lärchwiese nabij Vals (Valles) in Mühlbach (Rio di Pusteria). Op weg naar de camping stopten we voor een boodschappenronde bij de Spar in Brixen (Bressanone). Die dubbele namen zijn niet altijd makkelijk te onthouden, maar zorgen wel voor veel couleur locale. Ik heb het gevoel dat ik bij deze 4e blogpost over de vakantie in herhaling val met steeds dezelfde woorden. Vanaf Brixen werd de omgeving alleen maar mooi-mooier-mooist. Over de camping vertelde ik al één en ander. Ik kwam kortom weer ogen te kort om alles grondig in me op te nemen.

Ons Tour de Trail drieluik zouden we in de Dolomieten afsluiten. In een warm Milaan wandelden we wat kilometers door de stad, maar de loopbenen kregen extra tijd om uit te rusten. Twee uitzinnige en buitengewone trailavonturen in de bergen hadden we achter de rug. Op alpien gebied werden we serieus op de proef gesteld. De letterlijk hoge pieken en dalen maakten een diepe indruk. De route die Hans voor Rio di Pusteria had voorbereid was de makkelijkste van de drie. Er waren enkel goed bewandelbare paden in opgenomen, geen T3’s, maar we waren op onze hoede. Wat we de voorbije keren vooral hadden ervaren was dat we keer op keer verrast werden door het terrein. We vertrokken rond een uur of 10 op een heerlijk zonnige, niet te warme dag. Goed ingesmeerd, ook een lippenbalsem met zonnebescherming ging mee in de trailvest. Kijk, wij proberen dus echt van onze fouten te leren.

De eerste 2 km zijn relatief vlak en brengen ons van de camping richting de berg. Vanaf dan gaat het behoorlijk steil omhoog richting Fane Alm. De overvolle autoparking toont aan dat dit een populaire plek is om met weinig inspanning op een pittoreske plek tussen de bergen van de Oostenrijks geïnspireerde keuken te genieten. Na wat klimwerk bereiken we de Fane Alm met 4 km op de teller. De alm is een bergweide waar in dit geval een soort van mini dorpje is met horeca. Ons eerste echte tussendoel is echter de Brixener Hutte (Rifugio Bressanone). Ik verbaas me erover dat dit berglandschap weer zo anders is dan wat we al gezien hebben. Na het verhaal van de weggespoelde bruggen in Valnontey triggert alles met water ons. Als ik een stroom zie, denk ik automatisch: waar zou ik oversteken? Wat is veilig? Nochtans is er gelukkig niks moeilijk aan het pad dat we volgen: het is breed en afgezet met een hek. De bruggen zijn intact. Als ik ergens ter wereld een koe zou moeten zijn, dan zou ik deze plek serieus in overweging nemen. Dit is het koeienparadijs waar koeien kunnen doen waar ze zin in hebben: chillen bij het water, herkauwen naast een rots of gewoon wat bij elkaar staan niksen. Ook de kleine blauwe vlinders vallen op. Ik leer nadien dat dit het Alpenblauwtje is, een toepasselijke naam.

Wie zich verkneukelt op het moment dat we overmoedig worden en overmoedige beslissingen nemen waarbij we op paden terecht komen die niet toegankelijk zijn: je zal op je honger blijven zitten. Het was bij ons zoals in de echte Tour, waar het vuurwerk niet plaatsvond in het slotweekend. We hebben ook echt behoefte aan een gewone trail op ons niveau, ik toch althans. Ik ben de vorige 2 nog aan het verwerken. We bereiken de Brixener Hutte na 9 km. Inmiddels weet ik dat een hut niet zo primitief is als het woord klinkt. We passen voor de Oostenrijks-Italiaanse specialiteiten en bestellen een grote cola die zo groot is dat het wel een vaas lijkt. Hij glijdt verrassend vlot naar binnen. Mensen, het leven is echt prachtig daar op het terras met een uitzicht om u tegen te zeggen! Maar de plicht roept en wij gaan weer verder.


Vlak achter de hut zien we familie Marmot die niet meteen de pootjes neemt als ze ons opmerken. Geweldige dieren zijn het, ze doen me denken aan mijn cavia’s. Ik had trouwens na de vorige trail opgezocht of er slangen in de Alpen zitten, wat ik eigenlijk niet had moeten doen, want ik wist het antwoord al: volmondig ja! Je zal niet meteen het loodje leggen door een slangenbeet, maar ik moet de gedachte wegduwen dat op elke steen mogelijks een slang kan liggen. Ondertussen wordt het landschap rots- en steenachtiger. Ik denk aan de rotstuin van mijn Oma, die ze aanlegde na hun vakanties in Zwitserland. Dit is haar rotstuin, maar dan in het groot. Er groeien namelijk verbazingwekkend veel bloemen in dit ogenschijnlijk kale gebied. Stenen, stenen en nog eens stenen dus. Eventjes is het niet duidelijk hoe het pad loopt, maar dan zijn daar weer de stapelstenen die ons de weg tonen. We kruisen ook wat wandelaars, altijd een goed teken.


Waar Hans in z’n element is, hakt de laatste klim er stevig in bij mij. Ik ben echt klaar met deze stenen! Ik kan niet zeggen dat het moeilijk of gevaarlijk is, maar ik vind letterlijk en figuurlijk mijn adem niet. Misschien heb ik last van de hoogte (we gaan richting de 2800 meter). Misschien alleen van mijn verstopte neus. Misschien is het een mentaal dingetje. Met 12 km in de benen zijn we eindelijk boven. Er ligt nog sneeuw. Ook dat blijf ik absurd vinden, hoe je daar met 22 graden in de zon sneeuw kan aanraken. Het uitzicht is mijn klimfrustratie helemaal waard! We kijken uit op een meer en deze keer eentje van een heel ander formaat dan het schattige meertje in Valnontey. Het is de Wilder See (Lago Selvaggio). Indrukwekkend groots.


Het is hier dat we aan de praat raken met onze buren vanop de camping. Die hebben wél zin in een portie avontuur en gaan nog verder stijgen tot een echte top. Voor ons gaat het vanaf nu in lichtjes dalende lijn, rond het meer. Wat naast het water in het oog springt, zijn ook hier de kleurrijke bloemen. Als we rond het meer lopen, merken we pas echt hoe mega het is. Heel soms is het pad te smal naar mijn zin, maar voor ik dan echt kan protesteren, is het weer acceptabel.

Er wacht ons weer een passage langs koeien, gelukkig van een heel ander kalibertje dan die in Zwitserland. Dit zijn vredige koeien, dat zie ik meteen. Hier passeren heel vaak mensen en daar kijken ze dus niet van op. We nemen onbewust een andere weg dan de route voorzien heeft, maar dat draait positief uit. We maken een kilometertje extra, langs de Malga Fane, terug naar beneden. Zo kunnen we over hetzelfde pad naar beneden lopen als we naar boven zijn gegaan, waardoor we ook echt kunnen lopen en een beetje tempo maken. Dat doet goed! Lopen met stokken herinnert mij soms aan skiën. Het is ook dat beeld dat ik voor me heb als we dalen: ik ski deze berg af. Wat een geweldig gevoel!
We stoppen op de Fane Alm voor een cola en cappuccino, al zijn we duidelijk bezweter dan het publiek hier. De laatste 4 km naar de camping zijn dubbel: ik geniet heel erg van het lopen en het vooruitzicht dat we weer veilig en wel thuis zijn, ik besef ook dat het er nu, toch voor lange tijd, op zit. Ik ben trots op ons. We hebben dat écht goed gedaan, net daarom doet het een beetje pijn. Voldaan bereiken we de camper. We zijn voor de verandering eens quasi ongehavend uit deze strijd gekomen. Als Hans gaat douchen zit hij nog wat in de minimalistische materiaalsfeer, want hij neemt per ongeluk een keukenhanddoek mee om zich af te drogen. We proosten op onze reis, op de bergen en de verhalen. Morgen vertrekken we huiswaarts. We waren in 2 landen en liepen 3x in de Alpen. Dat zijn ontelbaar veel indrukken.

Tot slot de cijfers van deze n°3. We liepen 24,34 km in 5 uur. We gingen 1491 meter omhoog en naar beneden. Voor de derde keer verbreken we ons hoogterecord met zicht op de onvergetelijke Wilder See. Dat ligt nu op 2803 meter.
Tot helemaal slot nog een bedenking over toerisme in de regio. Als ik die skibanen en -liften zie, vraag ik mij af wat de impact van dat toerisme is op de natuur. Net zoals het feit dat een plaats als de Tre Cime in de Dolomieten een hotspot geworden is waar elke zichzelf respecterende Instagrammer een foto wil maken. Met als gevolg dat mensen in ellenlange rijen gaan aanschuiven om dat ene plaatje te schieten waarop dan verder vooral geen mens mag staan. Je doet daar op zich niemand kwaad mee, er wordt wel veel en zwaar vervoer ingezet om hordes toeristen naar boven te brengen. Zelf ben ik natuurlijk net zo goed een toerist die profiteert van toeristische faciliteiten, van het feit dat er een pad in de bergen is gemaakt, dat er op hoogte horeca is. Dat ik sportief ben en een stevige wandeling aankan, geeft mij niet meer recht om in de bergen te zijn. En toch vind ik dat toerisme veel kapot maakt. Mensen staan te weinig stil bij de waarde en kwetsbaarheid van de natuur. De bergen zijn niet zomaar een leuk decortje voor je foto’s. We moeten er zorgzaam mee omspringen. Amen.























































