Het moment – Een mystiek avontuur van 110 kilometer in de Elzas

Als kind was ik gefascineerd door de tourist offices in Engeland. De rekken vol kleurrijke folders oefenden een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit op mij. Niet om al die dingen te gaan bezoeken (dat was mij te avontuurlijk, ik las liever gewoon een boek), wel omwille van het informatieve en organisatorische karakter. Ik verzamelde heel veel folders en thuis opende ik dan mijn eigen kantoor om op maat tripjes en reizen uit te stippelen voor mijn familieleden. Ik begin daarom met een toeristische boodschap van algemeen nut: ga eens naar de Elzas! Denk aan folders vol kastelen. Postkaarten met vergezichten vol wijngaarden zover je oog reikt. De streek ademt kleurrijke rustieke charme. Onze uitvalsbasis was Obernai, net toeristisch genoeg om je er als buitenstaander welkom te voelen, voldoende kleinschalig om trouw te blijven aan de couleur locale. Het doel: de Ultra Trail des Païens by UTMB van 110 km tot een goed einde brengen in een heel kronkelende lijn van Orschwiller naar Obernai met 23 beklimmingen en dik 4000 hoogtemeters. Voor mij zou dat een nieuw afstandsrecord betekenen. De moeite dus om er met het nodige gerief op uit te trekken.

De vroege uurtjes
Om bij de roze startboog in Orschwiller te komen, moeten we om 5 uur op de bus van de organisatie zitten. De wekker gaat om half 4. We ontbijten deze keer met een grote bak rijstpap, die vlotjes en zelfs met smaak naar binnen schuift. Door een donker en verlaten Obernai wandelen we richting de bus. Het is onwezenlijk dat het grote avontuur nu echt bijna gaat beginnen. Nog een medische update: Hans kampt nog steeds met uitstralingspijn in zijn linkerbil en -been, waardoor een half uur op de bus zitten een uitdaging vormt. Ik zit wat te knikkebollen. Het is nog donker, dus heel veel valt er niet te zien. De sfeer op de bus is sereen, gelaten zelfs. Er wordt eigenlijk niet gepraat. Van de adrenaline voor het avontuur is weinig te merken. Rond half 6 bereiken we onze eindbestemming (die dus het vertrek is). Er wordt nog steeds amper een woord gezegd als we met tientallen lopers de plaatselijke feestzaal worden binnengeleid. Hier laten we onze drop bags achter. Het is dan in dat gekkige sfeertje wachten geblazen tot we echt van start gaan.

7u Orschwiller 0 km
Het is eventjes zoeken, maar na een korte wandeling door het überschattige Orschwiller vinden we de startzone. De ambiance hier is alvast heel goed. Er is gratis koffie voor de lopers! Net de kick die ik nodig heb om deze dag echt op gang te trappen. We kijken nog wat rond en gaan dan in ons startvak staan. Tijd voor een fotootje. Ik word aangesproken door iemand van de organisatie (herkenbaar aan het klembord) dat ik helemaal vooraan mag gaan staan bij de profs. Waarschijnlijk omdat ze voldoende vrouwen in beeld willen brengen bij de start. Ik knik van ja, maar doe van nee. Ik ben niet zo gek om me de eerste 500 meter door honderden lopers voorbij te laten razen. Met een bewolkte 5 graden is het trouwens best fris. Ik heb daarom van de gelegenheid gebruik gemaakt om mijn jasje aan te trekken: een duur jasje van Salomon dat ik kocht voor de verplichte uitrusting. Het voelt dan ook goed om het nu al aan te hebben. We zullen de komende kilometers 500 meter stijgen, dus op de berg zal het nog frisser zijn. Wauw, zo cool! Ik ga zowaar lopen met een jas aan! Dit voelt als een extra lading avontuur, want ik loop nooit met een jas. De echte startceremonie toont waar UTMB voor staat: voldoende showgehalte, veel superlatieven voor de adembenemende streek die we zullen doorkruisen en 3 minuten epische muziek. Alles wordt in het werk gesteld om ons het gevoel te geven dat we iets extraordinaire gaan doen. Nou en of!

8u22 Haut-Koenigsboerg 9,5 km
Stipt om 7 uur worden we op gang getrapt. Het gaat een beetje omhoog door het sfeervolle Orschwiller en dan al snel de wijngaarden in. Het plezier van het jasje duurt welgeteld 2 kilometer. Ik ben niet gemaakt om met jasjes te lopen en helemaal niet als ze gesealde naden hebben. Ik zweet me de pleuris. Het jasje plakt tegen mijn lijf aan. Vooraleer we echt omhoog gaan, stoppen we even langs de kant zodat het jasje (nat!) uit kan en de stokken erbij worden genomen. Omdat ik nog niet heel veel met mijn stokken gelopen heb, voelt het alsof ik niet door de mand mag vallen als stokkenbeginner. Ik gebruik ze met een air alsof ik nooit anders gedaan heb. We gaan bergop in een lange sliert mensen. De sfeer is nog steeds best ingetogen. Hans en ik zijn de enigen die praten met elkaar. De eerste klim valt beter mee dan gedacht omdat er nog goed beloopbare stukken bij zijn. Via Saint-Hippolyte lopen we de grens over van het departement Bas-Rhin naar Haut-Rhin in een lange bocht linksom naar het kasteel Haut-Koenigsbourg. Op 725 meter hoogte en na 9,5 kilometer bereiken we zo het op 1 na hoogste punt van de race. Mensen in middeleeuwse klederdracht heten ons welkom. We lopen door het kasteel. De eerste bevoorrading die we daar aantreffen kan mij meteen bekoren. Ik kies voor wat stukjes Lion, gezien de temperatuur niet echt een goeie keuze omdat ze aan de harde kant zijn. De eerste cola van de dag vloeit binnen. Een welverdiende 9/10 voor sfeer en gezelligheid!

9u22 Chatenois 18,3 km
Vanaf het kasteel gaat het dan weer kilometers lang naar beneden, een stevige afdaling die ik met dichtgeknepen billen loop. Lastig, want ik wil geen boemeltrein zijn die de tgv’s ophoudt, maar als boemel heb ik net zoveel recht om op deze (soms smalle) paadjes te lopen. Het compromis is dat Hans en ik af en toe stoppen op een plek waar dat kan om een peloton lopers voorbij te laten sjezen. We zijn nog maar net op pad en dan is het sowieso altijd zoeken naar een goed tempo. De schrik om te vallen zit erin. Hier een uitschuiver maken, kan grote gevolgen hebben. Zo zou later ook blijken voor Seppe die van start gaat op de 100 mijl wedstrijd. De wijngaarden blijven indruk maken. Wat is het hier mooi! We tikken meteen ons tweede kasteel aan, het Château de Kintzheim, een ruïne die een dierenpark is van roofvogels. (zal vast een leuke folder zijn). Als we in het dal Chatenois zien liggen, horen we ook het gejoel van de toeschouwers aan de bevoorrading. Het zijn er veel! Als helden worden we binnengehaald op de tweede ravito die een pak ruimer is dan de eerste. We maken kennis met de cola-tap die colasiroop mengt met bruisend water, wat veel beter werkt dan je denkt. Ik ga hier naar de wc op de meest luxe versie van een dixi: één met een doorspoelfunctie. Ik eet hier ook voor het eerst van de marmercake die de hoofdmoot zal vormen van mijn voedselplan, zo zal later blijken. De zon schijnt en samen gaan we weer op weg.

11u16 Dambach-la-Ville 30,9 km
Hans loopt met ischias, een geknelde beenzenuw die waarschijnlijk veroorzaakt wordt door een hernia. Vooral bij het dalen heeft hij daar last van. Het maakt hem wat onzeker naar het vervolg van de race, maar we kunnen niet meer dan afwachten en hopen op het beste. We lopen Chatenois uit via een relatief vlak stuk, eerst door het stadje en dan via een pad langs het water. Best lekker lopen zo eigenlijk. De zon schijnt trouwens en die voelt ook warm aan, terwijl het maar dik 10 graden is. We hebben ruim 20 km in de benen en dat voel ik zeker wel. Ik probeer niet te veel te denken aan wat nog komen moet. We leven van etappe per etappe. Stiekem kijk ik wel uit naar die 30 op de teller. Dat voelt toch alsof je aan het echte trailwerk begonnen bent. Na een stevige klim met afdaling ligt de volgende bevoorrading voor ons. De aankomst in het bijzonder charmante Dambach-la-Ville is geweldig. Wat een sfeer! De ravito bevindt zich op het pleintje in het midden van de stad en het lijkt alsof iedereen zich hier verzameld heeft. Het maakt de post wel druk, maar de cake glijdt weer lekker naar binnen. Pfff, wat is het warm trouwens. We houden ons hoofd onder de kraan, drinken nog wat cola en genieten van de uittocht van deze prachtige plek.

14u11 Andlau 48,2 km
De 17 km die we nu voor de boeg hebben is het langste stuk tussen twee bevoorradingen. Ik ben nog steeds helemaal in mijn nopjes. De eerste uren zijn voorbij gevlogen, ook al halen we een gemiddelde snelheid van “maar” 7 km/u. De eerste klim brengt ons bij het middeleeuwse Château du Bernstein, één van de oudste van de Elzas. De naam zou verwijzen naar de plaats van het kasteel: het is gebouwd op een rots waar een berenfamilie woonde. Het weer begint zich nu van zijn wisselvallige kant te tonen. Het gaat van zonnig naar bewolkt naar zon met regen naar nog meer regen en zelfs hagel. Wij lopen nog steeds in een shirt met korte mouwen. We verbazen ons erover hoe warm anderen zijn aangekleed. Voor een beetje regen bij +10 graden hoef je toch echt geen jasje aan en bij hagel al helemaal niet, want je wordt er niet nat van, aldus Hans. We maken een eerste filmpje voor het thuisfront waarin we onder andere vertellen over de epische start en het indrukwekkende landschap. We stoppen af en toe om een fotootje te nemen, want echt mensen: wat is het hier mooi! We blijven op en neer lopen langs de wijnranken. Waar ik me wel meer aan meer begin te storen zijn de wildplassende mannen in de wijngaarden. Totaal ongepast. Ten eerste: dat is privé-terrein dat je niet mag betreden. Ten tweede: als je dan toch gaat wildplassen (als man of vrouw zijnde), dan moet je altijd de beschutting opzoeken. Langs de kant van de weg gaan staan met je rug naar de anderen toe, dat kan echt niet.

De kilometers beginnen te wegen. Hans klaagt over een totaal leeg gevoel in zijn benen. Geen last van bil, rug of benen, maar een gebrek aan energie. Een Snickers en ultragel moeten redding bieden. Ik probeer het goede gevoel vast te houden. Ik vind écht dat we hoe dan ook goed bezig zijn. Ja, het is zwaar, maar wat hadden we nu eenmaal gedacht? Sommige stukken zijn wat eentoniger, net iets minder boeiend. Juist dan kan ik in een soort van trance komen waarbij het enige in de wereld dat nog bestaat mijn benen en stokken zijn die zich voortbewegen. Lang leve de stokken! Ik denk dat dit de fase is van de overgave aan de trail, pure mindfulness. Mijn schoenkeuze voor de Mafate 4 van Hoka stemt me tevreden. Ze zijn net wat platter en minder dempend dan de dikke carbonzool van de Mafate X, maar ze hebben meer grip. Door de regen is het op sommige plaatsen modderig geworden en is meer houvast echt wel nodig.

De aankomst in Andlau is weer hartverwarmend. Het voelt alsof iedereen is toegestroomd om net jou daar naar binnen te roepen. De bevoorradingspost bevindt zich in een grote sporthal. Het eerste wat we daar doen is naar de wc gaan. Heerlijk op een echte wc-pot! En dan neem ik een koffie. Op elke post is er oploskoffie en dit is het uitgelezen moment om een opkikker binnen te pakken. We eten allebei heel veel. Ik eet 4 stukken cake na elkaar, nog wat bretzels en kaasblokjes. Ik kap 3 bekers cola naar binnen. Ik besef nu pas dat ik honger heb. Deze bevoorrading doet ons allebei héél goed.

16u23 Barr 62,1 km
We lijken wel twee andere mensen. Nieuwe benen hebben we en de ischias van Hans speelt hem geen parten meer. Ik stuiter de berg op, genietend van het fantastische uitzicht op Andlau. Ik begin luidop te fantaseren over hoe de inwoners van de nabije dorpjes zich verhouden tot die van Obernai. Is het een soort van Tienen-Leuven verhouding? De dikkenekken van Leuven? De hipsters van Obernai? Alsof het niks is, gaan we weer de berg op. We maken een tweede filmpje voor het thuisfront om over onze herrijzenis te vertellen. Ook dat is traillopen: pas beseffen dat je het zwaar hebt gehad als je je weer beter voelt. En ook dus: nieuwe benen uitvinden met meer dan 50 km in diezelfde benen. We bewonderen achtereenvolgens het Château d’Andlau en Château de Spesbourg, waar Hans gewillig poseert voor een kasteelfoto. Het is aftellen naar het halverwege-punt en ook uitkijken naar de bevoorrading in Barr, waar we onze drop bag met eigen spullen zal klaarliggen.

Via Zotzenberg naderen we Barr. De aangegeven route wijkt af van de gpx, even lichte paniek: zijn we nog wel juist? Je wil echt geen kilometer omweg maken. De paniek blijkt ongegrond. We kronkelen wat door het stadje, maar bereiken dan uiteindelijk de heel drukke ravito. Het is magisch om daar je tas met eigen, schone spullen in handen te krijgen. Ik word er bijna emotioneel van. Hans gaat voor een schoon shirt, kousen en schoenen. Ik heb al besloten om geen schoenen te wisselen. Mijn Mafate X heeft minder grip en dat vertrouw ik niet met wat we nog voor de boeg hebben. Ik doe mijn schoenen wel eens uit om het vuil eruit te schudden en mijn kousen schoon te wrijven. Het is hier heel druk. Er is binnen plaats om te slapen, maar je kan ook kiezen voor een driegangenmenu mét vegetarische opties. We passen voor de käsespätzle, een zwaar gerecht waarvan je nooit helemaal zeker kan zijn hoe het in je buik valt. De cola, cake, pretzels en kaasblokjes schuiven daarentegen wel vlotjes naar binnen. Ik moet er nu niet aan denken om dat (in willekeurige volgorde) weg te stouwen. Vreemd hoe je smaakpapillen anders gaan werken in zware omstandigheden.

19u44 Abbaye de Niedermunster 78,7 km
We hebben er nog steeds zin in, al moeten we wel weer een lang stuk overbruggen tot de volgende bevoorrading. Met een prachtig zicht op Barr gaat het meteen weer omhoog. De klim doet echt pijn. Mijn ganzenpootje staat in brand. Daarmee bedoel ik niet één van mijn voeten (die doen ook pijn), maar de binnenkant van mijn linkerknie waar drie pezen samenkomen in de vorm van een ganzenpoot. Met elke stap die ik voorwaarts omhoog zet, trekt het heel erg tegen. Ik voel daardoor ook plots hoe hard de verzuring al heeft gewoekerd in mijn bovenbenen. Pommelien Thijs zingt Het beste moet nog komen, maar ik vrees dat ze hier ongelijk heeft. Het beste zit erop! Dit wordt een lijdensweg! Het gekke is dat je dus in elke hoedanigheid weer een soort van nieuw elan kan vinden. Een dafalgan neemt de scherpe randjes eraf en ik kan zowaar weer vlot lopen op de stukken bergaf. Wat je lopend kan meepakken, mag je niet laten liggen.

Hier volgt een bekentenis. Ik slaag er tijdens dit schrijfproces niet in om de kastelen op de route te plaatsen. Het zijn er veel, ze zijn indrukwekkend, maar geen idee wat waar was! Dat het lijkt alsof ik dat wel kan, heb ik te danken aan het kaartje met hoogteprofiel op de website. Zo kan ik jullie nu dus vertellen dat we op 587 meter hoogte langs het Château du Landsberg lopen. Al die kastelen activeren mijn verbeelding. Ik denk aan de mensen die hier honderden jaren geleden van berg naar berg slopen. Hoe ze erin geslaagd zijn om op die toppen stenen forten neer te poten zonder enige vorm van machinerie. In het avondlicht maak ik een foto van het Château du Birkenfels. De mystiek bereikt haar onbetwiste hoogtepunt als we langs de pelgrimsmuren van de Mont Sainte Odile lopen. Het licht is prachtig, de klokken van de abdij luiden. Als ik ooit in mijn leven dicht bij het goddelijke ben geweest, dan zal het hier zijn.

Er is ook frustratie: we komen aan bij het klooster op 741 meter hoogte en op basis van de kilometeraanduiding in Barr verwachten we hier een ravito… die er niet is. Het gaat weer helemaal naar beneden langs een pad dat aan de steile kant is, nog net beloopbaar, maar heel vervelend omdat er elke 100 meter verraderlijke trappen zijn. In gewone omstandigheden (die waarbij je nog geen +75 km gelopen hebt) doe je dat gezwind. Met stijve pikkels is het een technische uitdaging van formaat. De mystiek herpakt zich. Als we de bevoorrading bereiken, lijkt die ondergedompeld te zijn in sereniteit. We voelen het kouder worden. Hans zit in een dipje en hoopt dat een wc-bezoek en wat eten soelaas kan bieden. Ik drink een koffie en stort me op de chips. Ik snap van mezelf niet dat ik hier zo sta te schransen. Het beruchte jasje van km 2 krijgt een herkansing. Jawel, het gaat toch weer aan.

21u20 Klingenthal 86,2 km
We maken een derde filmpje voor het thuisfront waarop je kan zien hoe adembenemend mooi de omgeving is. Hans is er weer helemaal doorgebroken. Waar we eerst uitkeken naar het moment waarop we onder de 30 km te lopen zouden hebben – dat is behapbaar – daalt nu het besef neer dat we nog uren te gaan hebben en dat we al lang onderweg zijn. We zijn weer opgeladen, maar de batterij haalt niet meer de maximale capaciteit. De enige geruststelling is dat we tijd zat hebben om te finishen. Een sanitaire stop in de natuur dient zich aan. In het bos merk je nu dat het donker begint te worden. Wat me weer een reden geeft om op te kijken tegen het moment dat de hoofdlamp aan moet. Genoeg om over te kniezen dus.

Er zijn stukken waar we kunnen lopen en hoewel remmen spiertechnisch onmogelijk is, is de vaart er helemaal uit. En het jasje? Dat is ook nu meteen weer veel te warm. Ik blijk nog steeds over een heel goedwerkende thermostaat te beschikken. De bevoorrading in Klingenthal zou zomaar een hallucinatie kunnen zijn. Een donker rookgordijn van gigantische barbecues beneemt ons de adem. Hier is één of ander volksfeest aan de gang waarbij verbrand vlees en alcohol de hoofdrolspelers zijn. Het is donker en net in die uitdagende omstandigheden moet ik me heel goed focussen. Het jasje moet terug in de vest. Het shirt met lange mouwen moet ik aan met mijn nummer erop vastgespeld. Mijn stinkende shirt moet terug in de vest samen met mijn pet. Mijn muts en hoofdlamp gaan op en aan. Door de rook maken we ons uit de voeten richting een heel donker bos.

0u58 Rosheim 102,7 km
We zijn er ons (nog) niet helemaal van bewust, maar het zwaarste deel van de race dient zich nu aan. Situatieschets: het is donker en we hebben bijna 90 km in de benen. De laatste bevoorrading is nog 16 km ver. In deze fase betekent dat bijna 3 uur onderweg zijn. Onnoemelijk ver. We zullen nu stijgen tot het hoogste punt van de UTDP: Heidenkopf op 775 meter hoogte, 460 meter omhoog op een kilometer of 5. Het terrein is niet al te geaccidenteerd, maar de moed zakt me volledig in de schoenen en dat doet mijn pijnlijke voeten geen deugd. Hans neemt de kop. Ik focus met op de reflecterende elementen op zijn short (dat is het voordeel van lopen in het donker, dat je ziet hoeveel reflecterende details je outfit bevat). Ik probeer niet te veel na te denken. Niet eigenlijk. Gewoon gestaag met de stokken omhoog gaan. Het gaat niet vooruit, dat voel en zie ik ook wel, maar het is wat het is. We moeten hier over en door willen we die finish in Obernai halen.

We stijgen dus echt bijna 5 kilometer aan een stuk. Hans vloekt op zijn Garmin, want waar die belooft dat we dan ein-de-lijk de top hebben bereikt blijkt er nog een heel venijnige staart te zijn met een steil rotsachtig klimmetje. Ook de afdaling gaat geen meter vooruit omdat die bezaaid is met stenen in allerlei formaten. Ik durf niet meer te vertrouwen op mijn benen en probeer de stokken het zoveel mogelijk te laten overnemen. Het is één gestuntel en gepikkel. Als het dan uiteindelijk beter beloopbaar wordt, neem ik stappend weer de kop om tempo te maken. Ik wil op z’n minst het gevoel hebben dat we vooruitgang boeken.

Zo bereiken we verstedelijkt gebied, de bewoonde wereld die er totaal onbewoond uitziet in het holst van de nacht. Ik ga er – voor het gemak – van uit dat we zicht hebben op Obernai by night en dat we daar nu in een héél lange bocht rond zullen lopen. Achteraf zal blijken dat we op weg naar de laatste bevoorrading zicht hebben op Boersch by night. Rosheim wordt omschreven als a romanesque town, maar de romaanse romantiek is ver zoek. Ik zie alleen maar eindeloze donkere straten en steegjes. We bereiken de bevoorrading. Alles doet pijn. We eten toch nog maar wat. Ik drink een koffie. 7 km hebben we nog voor de boeg. Ondanks alles probeer ik de sfeer en een positieve insteek vast te houden. Hans is wat minder vrolijk gestemd. Maar wij gaan dit gewoon samen doen! We schipperen ergens tussen hoop en wanhoop. We verlaten Rosheim voor wat nu toch wel echt de finale is.

2u35 Obernai 110,1 km
Al is die laatste etappe echt niet finalewaardig voor alle mystieke pracht die we tot nu toe hebben mogen aanschouwen. Ik zou bijna zeggen: gelukkig is het donker en kunnen we alle grijze, grauwe grintwegen en asfaltstukken niet al te diep in ons opnemen. We lopen door niemandsland, hier nog een stukje bos, daar nog wat stenen. En ja hoor: het gaat uiteraard nog wat omhoog! Maar dan is het écht zo ver: we zien een verlicht Obernai! We torenen helemaal boven de stad uit. Via een heel steile afdaling over asfalt lopen we de stad binnen. Ik moet aan mijn stokken gaan hangen om niet als een rotsblok naar beneden te rollen. Dit doet zoveel pijn! Het gaat – zeer toepasselijk – via het kerkhof en de Rue du Cimetière richting finish. Eerder bevreemdend dan mystiek. We moeten zoeken naar de lintjes om de weg te vinden. Obernai is verlicht, maar er is werkelijk geen mens te bespeuren. Het allerlaatste obstakel dat we moeten nemen is een lange trap die als brug dient om de finish te bereiken. Vooruit, die hoogtemeters kunnen we nog wel aan. Wonder boven wonder staan er nog mensen bij de finish. Ik zou zeggen toch een stuk of 50 en wat zijn ze enthousiast! Dit is echt heel mooi! Het is ruim half 3 als we onder de roze boog lopen. Het zit erop. Het zit er echt op. Wat zijn we diep gegaan, maar wat was dit een onvergetelijke ervaring!

De naweeën
Na de finish kent het afzien niet meteen een einde. Doordat het erop zit en je dus volledig stilstaat in het midden van de nacht, vloeit alle strijdkracht uit je weg. We wandelen in alle stilte nog een stukje om onze medaille om de nek te laten hangen. Onze drop bags vragen een ommetje naar een schoolgebouw dat oneindig ver weg lijkt te zijn. Elke meter is er nu te veel aan. Alles doet pijn. Het is doodstil in een donker Obernai. Als we dan eindelijk onze spullen terug hebben, moeten we nog een 500 meter harken en krabben tot aan onze studio. Twee verdiepingen naar omhoog. Met heel veel moeite krijgen we onze kleren uit en spoelen we alle vuil en zweet van ons af. De voetverzorging is voor morgen. Rond half 4 liggen we in bed. We zijn 24 uur wakker. Hoe uitgeput we ook zijn, mentaal lijkt er toch ergens nog wat adrenaline aanwezig te zijn. Het is zoeken om een goede slaaphouding te vinden.

De volgende ochtend zijn we geradbraakt. We worden wakker om 8u30, maar het duurt nog een uur of 2 voor we ons fysiek klaar achten om uit ons gammele zetelbed te komen. Dat de studio zo klein is, werkt de mobiliteit niet bepaald in de hand. We gaan blarenpleisters kopen bij de apotheek, we verzorgen onze voeten en eten eindelijk een gewoon ontbijt met dank aan boulangerie Thierry Schwartz (aanrader!). Bewegen is de remedie tegen onze vreselijke spierpijn. Daarom pikkelen we wat rond in de stad. We lijken in een soort waas te leven. We voelen ons niet moe, maar er zit vertraging in ons denken en handelen. Het duurt langer om op een woord te komen, ik verspreek me vaak. We hebben zin in weer “normaal” eten en drinken, maar dan zegt de buik toch al snel dat het genoeg is geweest. We genieten hoe dan ook van onze laatste dag in Obernai, er is heel veel om over na te praten. Zondag nemen we met pijn in het hart afscheid. Au revoir Obernai!

De organisatie
Die is ronduit fantastisch en heeft op geen enkel moment teleurgesteld. Op elke post waren de vrijwilligers lief en behulpzaam. We kregen heel veel aanmoedigingen van seingevers. Bovendien is alles op de bevoorrading heel goed aangegeven. Je weet wat je waar kan vinden, je moet niet in de rij staan om je water bij te vullen. Je kan je handen wassen met ecologische poederzeep en kwalitatief naar de wc gaan. De inspanningen om de afvalberg te beperken zijn lovenswaardig, zo drink je cola en bruisend water van de tap. Als je je nummer gaat afhalen krijg je een privé-briefing waar respect voor de natuur centraal staat. Je krijgt bijvoorbeeld een afvalzakje om te vermijden dat je gebruikte toiletpapier onderweg in de natuur belandt. Je krijgt geen goodiebag vol troep die naar de vuilnisbak gaat. Op het parcours is alles duidelijk afgepijld met roze, reflecterende linten en ook met bordjes. Het enige minpunt was de finale. De laatste 10 km deden oneer aan de prachtige 100 kilometers die we al hadden gehad. De spreiding van de bevoorradingsposten is niet ideaal, maar het compromis is wel dat je telkens in een dorp toekomt. Hoe dan ook een heel héél dikke pluim!

De brandstof
Ik had in mijn trailvest 8 stuks sportvoeding mee: wat gels en repen. Het enige wat ik daarvan at was een reep Clif bloks. Ik heb deze trail dus helemaal gelopen op wat ik bij de bevoorradingen gegeten en gedronken heb. In totaal zal dat 3,5 liter cola en 6 liter water zijn. Ik ging helemaal los op de marmercake en ik at 2 Snickers. Als zoutje koos ik pretzels, chips of TUC-koekjes. Nieuw voor mij waren de kaasblokjes, het zal ongetwijfeld iets uit de streek zijn geweest. Iets gruyère-achtig, zonder daarmee iemand te willen kwetsen. Trots voor de streek stond ook hier centraal. Bij de pretzels (ze zeggen daar bretzels) stond telkens een bordje dat ze alsacienne waren. Ik probeerde ook een lokale specialiteit: een platte koek die heel taai en kruidig leek te zijn. Niet mijn ding. Voor de droge worst met of zonder noten paste ik uiteraard. Om maar te zeggen: er was echt voor ieder wat wils. Ik had het gevoel dat ik heel veel aan het eten was, maar ik verbrandde ook ongeveer 7000 kcal. Dat krijg je zelfs met cake en chips niet bij elkaar gegeten.

De cijfers
Volgens mijn Garmin legde ik 110,11 km af met 4115 hoogtemeters in 19 uur en 35 minuten. Goed voor een 1004e plaats, we lieten een 250 lopers achter ons en hadden nog 5 uur over op de cut-off. Op basis van de 15 uur en 45 minuten die we vorig jaar in Bouillon onderweg waren voor onze 102 km, schatte ik dat we voor deze trail 18 uur nodig zouden hebben. Het was dik anderhalf uur langer. We legden 1000 hoogtemeters meer af dan in Bouillon, dat heb ik onderschat. Op de bevoorradingen spendeerden we in totaal 1u19, gemiddeld 10 minuten per ravito. Het zijn grote plaatsen waar je meters aflegt en als je met twee bent kost het ook daar meer tijd om af te stemmen op elkaars behoeften. Samenlopen betekent dat je je altijd aanpast aan degene die op dat moment het traagst vooruit gaat. En natuurlijk stop je tussendoor nog eens om een fotootje te maken of omdat iemand moet plassen of dat er iets weggestoken moet worden. We hebben ons nooit moeten haasten. Samenblijven en samenzijn, wat er ook gebeurt: dat is gewoonweg de allermooiste manier om zo’n avontuur te beleven.

De mystieke ervaring
De Trail Alsace en meer bepaald de Ultra Trail des Païens was één groot avontuur. Eerlijk is eerlijk, dat deze race a mystic experience zou zijn, jatte ik vakkundig van UTMB. Ik geef hen volmondig gelijk. Het goddelijke beperkt zich voor mij tot al die mooie kerken (kerkjes) die we gezien hebben. Net zoals de kastelen zijn dat er heel wat. Omdat we dus telkens van dorp naar dorp liepen, zie je eens te meer hoe nederig we als mens zijn ten opzichte van de natuur. Die grote heuvels, bergen en bossen bepalen waar wij kunnen leven en wonen. Tijdens een ultra trail voel je de dag verstrijken, ook al werkt je tijdsbesef anders. Je kan niet anders dan in het moment te zitten en je kan daardoor plots overvallen worden door hoe mooi de lichtinval ergens is. Mystiek is ook in jezelf gekeerd zijn. Je bent rechtstreeks verbonden met wat je voelt en wat je behoeften zijn, maar je stijgt ook keer op keer weer boven jezelf uit. Een ongemak wat in eerste instantie onoverkomelijk lijkt te zijn, kan op mysterieuze wijze naar de achtergrond verdrongen worden. Toen we terug thuis waren, kon ik ook niet meteen schrijven over ons avontuur. Het leek onmogelijk om er woorden aan te geven. Nu nog steeds vind ik het moeilijk om in taal uit te drukken wat ik heb meegemaakt. Al is dit verslag echt lang: woorden schieten tekort om écht te vatten hoe het was. Ik zou bij elke zin willen zetten: het was zwaar en lastig, het deed pijn, maar ook: en toch was het zo ongelooflijk mooi.

De tips
Notities voor mezelf: wat dikkere sokken zijn aan te raden voor een ultra zodat je niet elk vuiltje voelt dat in je schoenen terecht komt (en dat zijn er heel veel). Het is handig om je nummer aan een elastische band vast te maken omdat je al eens van kleding wisselt. Zeker meenemen voor nadien: blarenpleisters! Stressen over de mogelijke controles op de verplichte uitrusting is niet nodig. We waren 100% in orde en werden welgeteld nul keer gecontroleerd, terwijl er duidelijk lopers waren die – op basis van hun quasi lege trailvest -onmogelijk de volledige verplichte uitrusting bij zich konden hebben. Een hoofdlamp zit een pak aangenamer met een muts eronder. Ik hou van mijn stokken! Ik heb ze maar heel weinig kilometers op mijn rug gedragen. De laatste 30 km heb ik ze letterlijk voor elke meter gebruikt.

Nog enkele weetjes

  • We zetten onze gsm in besparingsmodus, waardoor die het prima een hele dag trok. Mocht het toch nodig zijn, hadden we de nodige kabels in onze drop bag om halverwege te kunnen bijladen.
  • Seppe liep de langste afstand van 156 km. Hij vertrok 10 uur na ons en 46 km verder om dan dezelfde route af te leggen. In de afdaling van Haut-Koenigsbourg kwam hij ten val en brak hij een beentje in zijn hand. Het kon hem er niet van weerhouden om in zijn race alsnog naar een 8e plaats te lopen. Straf!
  • We kregen een Belgisch vlaggetje met onze naam om achterop onze vest te hangen. Geweldig toch! De teleurstelling: we kwamen amper lopers tegen met een vlaggetje. Het deelnemersveld bestond hoe dan ook hoofdzakelijk uit Fransen, we kwamen enkele Belgen tegen, maar geen Nederlanders.
  • Wel ongepast wildplasgedrag, gelukkig geen haantjesgedrag. Heerlijk!
  • Er was een groepje enthousiaste vrienden dat zich op verschillende plaatsen langs het parcours positioneerde om met heel veel schwung en ambiance lopers aan te moedigen. Een onvergetelijk moment: toen we hen bergop tegemoet liepen op de tonen van She’s a Maniac.
  • Mijn naam is onuitspreekbaar voor de Fransen. Ze maakten er in het beste geval Jake van. Ik antwoordde werkelijk op élke aanmoediging met merci, merci merci of merci beaucoup. Altijd evenzeer gemeend.
  • Ik had één superfan die mijn naam juist kon uitspreken: een vrouw die we op heel veel bevoorradingen tegenkwamen en me met veel bewondering aankeek. Haar identiteit zal voor altijd een mysterie blijven.
  • In het village du coureurs was natuurlijk een grote tent waar je UTMB-merchandise kon kopen. Ik kwam nooit echt in de verleiding om er geld te spenderen. Er waren onder andere hoodies per wedstrijd van de Trail Alsace met daarbij de deelnemerslijst op de rug gedrukt. Er zijn dus honderden mensen die rondlopen met mijn naam en die van Hans.
  • Ik dacht een heel leuk weetje te hebben gevonden over Château du Bernstein, het werd bekend dankzij de film The English Patient! Jeej! Helaas bleek dat het Burg Bernstein in Oostenrijk te zijn. Bij nader inzien is die berenfamilie ook wel heel leuk.
  • We waren het erover eens dat van alle bevoorradingsplekken Andlau het meest tot de verbeelding sprak. Wie weet, ooit.
  • We gingen zaterdag wijn kopen bij de winkel van Domaine Seilly in Obernai. Toen ik vertelde dat we langs de wijngaarden gelopen hadden, deed de verkoper extra zijn best om de plaatsen te benoemen waar de druiven vandaan kwamen zodat we ook echt het gevoel kregen dat we precies daar geweest waren. De Perle Sainte Odile smaakt er eens zo goed door!

Het gerief – Met een goed gevulde tas naar de Elzas

De Trail Alsace komt nu heel dichtbij. Morgen vliegen we in dit grote roosgekleurde avontuur met een gezonde dosis angst en loophonger. Het eerste obstakel dat we moeten nemen is de autorit. Hans kreeg 2 weken geleden ischias-klachten. Liggen en vooral zitten is erg pijnlijk. Leg maar eens uit dat je meer opziet tegen een paar uur in de auto zitten dan 108 km te lopen, want dat kan en mag hij voor alle duidelijkheid dus wel. Het is met een goed gevulde tas dat we uren tussen Orschwiller en Obernai zullen ronddwalen. De organisatie legt namelijk een uitgebreide mandatory kit op, spullen die je heel de wedstrijd bij je moet hebben. Moeten dus! Controles en straffen als je niet in orde bent! Stress! Bovendien kan er een uitbreiding gevraagd worden afhankelijk van de weersomstandigheden. Met 12° gaan we ervan uit dat de hot weather kit niet geactiveerd wordt, maar de cold weather kit mogelijk wel. Dit lijstje is de verplichte uitrusting:

  • Trailvest: ik kocht een nieuwe Salomon Advanced Skin (blauw!) met een inhoud van 12 liter. Getest en goedgekeurd in de Ardennen.
  • Smartphone met LiveTrail app: de app heeft een SOS-knop waarmee de organisatie je kan lokaliseren in geval van nood, je moet ook altijd bereikbaar zijn.
  • Beker van minstens 15 cl: om te kunnen drinken op de bevoorradingsposten en om de afvalberg zo klein mogelijk te houden.
  • 1l water: past in de 2 soft flasks vooraan in de vest.
  • 2 werkende hoofdlampen mét reservebatterijen: we vertrekken om 7 uur ’s ochtends en zullen dus sowieso een paar uur in het donker lopen, je moet het wel heel gek maken om er 4 sets batterijen door te jagen.
  • Overlevingsdeken (minstens 1m40 x 2m): dat is zo’n blinkend geval waarmee je jezelf of iemand anders warm kan houden in geval van nood, neemt niet veel plaats in.
  • Fluitje: hangt standaard aan de meeste trailvesten.
  • Elastische tape (minstens 1m): je kan er veel mee fixen, naar het schijnt.
  • Voedselreserve: spreekt voor zich, er wordt aangeraden om 800 kcal bij je te hebben, dat zijn een 4-tal repen of gels. Ik ga voor een maximale opname van vaste voeding (chips) op de bevoorradingsposten, maar neem wel wat repen en gels mee.
  • Jasje met kap en gesealde naden voor slecht weer (met nog een lange lijst aan voorwaarden qua waterdichtheid): dit is het duurste item van het pak, met een simpel waterafstotend jasje kom je er niet.
  • Lange broek: er zijn geen vereisten, een extra short met lange sokken mag ook, ik ga voor een klassieke tight.
  • Pet, bandana of buff: ik kies natuurlijk voor mijn Hoka-pet.
  • Warme tweede bovenlaag (minstens 180 gram): dit kledingstuk mag geen katoen bevatten en moet dus zwaar en warm genoeg zijn.
  • Muts: ik heb een niet al te dik exemplaar van Craft.
  • Warme en waterdichte handschoenen: alleen plastic afwashandschoenen zijn 100% waterdicht, ik koos voor mijn duurste en dikste handschoenen van Gore.
  • Identiteitskaart: oppassen om die onderweg niet kwijt te raken bij het in- en uitladen van materiaal.

De verplichte uitrusting voor koud weer komt bovenop bovenstaand lijstje en bestaat uit een beschermende bril, een waterdichte broek, een derde bovenlaag en stevige trailschoenen met gesloten tenen (balen voor de bare foot runners). Wat wij ook nog meenemen is trailstokken (op te bergen in een elastische belt rond je middel), ontsmettings- en insectenspray. Tot slot is er dan nog de drop bag, een 30 liter tas die je vult met extra spullen naar keuze (kleding + eten). Na 63 km staat die op de bevoorrading en kan je aanvullen of gebruiken wat nodig is. Handig!

Voilà, we zijn goed gepakt en gezakt. Nu maar hopen dat de benen ons, liefst vlot, over de bergen zullen krijgen!

Waarom ik deze week niet naar het Eurosongfestival kijk

Ik ben nooit vies geweest van principiële keuzes, al probeer ik wel degelijk te denken in nuances om interessante ideeën niet meteen met het badwater weg te gooien. Ik wil meningen en verhalen langs verschillende kanten kunnen belichten. Ik kan doorgaans héél veel begrip opbrengen. Ik schuw de grote woorden niet als ik ergens enthousiast over ben. Ik nam mijn loftrompetje dan ook meermaals uit de kast om het Eurosongfestival in al zijn gekheid te eren: het feest van de underdog! Een week waarin de overstijgende trap van drama de norm is: echt iets voor mij. Urenlang kon ik luisteren naar al die Eurosong-riedels.

Ik keek naar Eurosong omdat ik echt geloofde in de verbindende factor van dat knotsgekke festival. Ik kon me onderdompelen in een universum waarin iedereen leek te geloven in het goede en mooie van de wereld. Comfort food voor mijn naïeve, gevoelige zieltje. Maar nu kan ik dat dus echt niet meer. Door de deelname van Israël lopen de spanningen al enkele jaren hoog-hoger-hoogst op. Dat het niet Israël is dat deelneemt, maar de Israëlische openbare omroep KAN en dat die losstaat van de genocide in Gaza, dat is een heel slap excuus. Bovendien komt ook die omroep in opspraak omwille van hun eenzijdige berichtgeving over de oorlog. Een organisatie die geen rode lijnen trekt omdat ze pretendeert apolitiek te zijn, is de voeling met de realiteit helemaal kwijt. Het Songfestival is nooit immuun geweest voor politiek. Je moet op een bepaald moment statements durven maken, ook als die instrijken tegen de haren van je hoofdsponsor.

Ik kijk deze week heel bewust dus niet omdat ik de actualiteit niet kan en niet wil buitensluiten door geforceerd mijn roze bril en dito oogkleppen op te zetten. Het plezier is weg. Ik word niet vrolijk van een wapperende Israëlische vlag met gecensureerd boe-geroep. Het dappere Nederland besloot vorig jaar al dat ze dit jaar niet zullen deelnemen en het festival niet zullen uitzenden. Jammer dat we in België denken dat alles opgelost is met de juiste duiding. Sommige dingen moet je niet willen duiden omdat ze onmogelijk te begrijpen zijn.

De gedachte – Over een vrouw zonder kinderen

Het is vandaag Moederdag en of je daar nu iets mee hebt of niet: ik ben van het principe dat elke reden een goede is om wat dan ook te vieren. Ik heb bovendien een topmoeder, dus mij hoor je niet klagen. Wel snap ik dat een dag als Moederdag voor anderen lading kan hebben. Dat je geen moeder meer hebt of eentje met een ingewikkelde band of dat je nooit moeder bent kunnen worden als dat je wens was. Ik heb geen kinderen, maar Moederdag ligt om die reden voor mij niet gevoelig. Wel vind ik het een mooie aanleiding om stil te staan bij een leven zonder kinderen. Los van het feit dat ik door mijn werk en in mijn familie omringd ben door kinderen, heb ik er zelf geen en weet ik heel zeker dat ik ze niet meer zal krijgen.

Ik ben natuurlijk niemand een uitleg verschuldigd over het hoe en waarom van mijn leven zonder kinderen. Toch merk ik dat het iets is wat mensen zich (bewust of onbewust) afvragen. De ene keer krijg ik die vraag op een directere manier dan de andere. Door mijn werk in het onderwijs val ik meer dan ooit binnen het plaatje van de jobs voor vrouwen met kinderen. Ik krijg heel vaak de vraag hoeveel kinderen ik heb of hoe oud ze zijn, want dat ik ze heb is namelijk een evidentie. Het heeft lang geduurd (jaren) vooraleer ik simpelweg “nee” kon antwoorden op die vraag. Lange tijd werd die gevolgd door een “maar”. Nee, maar ik ben wel tante en meter. Nee, maar ik zie heel veel kinderen op mijn werk. Ik voelde de nood om een uitleg, toelichting of excuus te geven: ik heb geen kinderen, maar ik geef er wel degelijk om. Nee antwoorden is sowieso niet makkelijk, want je wil de vraagsteller geen ongemakkelijk gevoel geven. Terwijl er in se voor mij niks ongemakkelijks is aan het feit dat ik geen kinderen heb.

Dat is wel anders geweest. Van mijn 30e tot mijn 38e was ik alleen en begon ongeveer iedereen in mijn omgeving kinderen te krijgen. Het versterkte het gevoel dat het de fase was waarin het moest gaan gebeuren. Ik suste mezelf met de gedachte dat ik op een bepaald moment een man zou tegenkomen waar ik kinderen mee zou krijgen. Alles zou goedkomen. Mijn dertiger jaren vorderden en ik voelde de tijd keihard tikken. Ik had wel degelijk een kinderwens omdat ik het altijd als vanzelfsprekend beschouwd dat ik het (door de maatschappij) gebaande pad zou volgen en dus kinderen zou krijgen. Toen ik de 35 voorbij was, begon ik steeds vaker na te denken over het waarom van kinderen en hoe graag ik ze nu eigenlijk écht wilde. Ik vroeg aan vrienden in mijn omgeving hoe ze hadden beslist dat ze moeder of vader wilde worden. Het antwoord was altijd eerlijk en kort: geen idee eigenlijk, het is een soort van gevoel. Overpeinzend als ik ben, ging ik die kinderwens langs alle kanten doorlichten. Ik trok me in die periode ook op aan vrouwen in mijn omgeving die juist heel bewust geen kinderen hadden. Alsof ik een soort van voorbeeld nodig had: ook zonder kinderen kan je een gelukkig leven leiden.

Na een gesprek met mijn huisarts kwam ik tot de vaststelling dat mijn kinderwens vooral gedreven werd door een gezinswens. Ik wilde een gezin vormen met iemand. Mijn kinderwens viel onder het idee van samenzijn. Ik zag af van het alleen zijn, ik wilde iemand om alles mee te delen, om samen plannen te kunnen maken en een toekomst te hebben. Kinderen krijgen zou daar dan een logisch gevolg van zijn. Ik heb nooit ook maar één seconde overwogen om alleen aan kinderen te beginnen. Als alleenstaande vrouw heb je (in tegenstelling tot een man) heel wat opties om voor het moederschap te kiezen. Het was een pad dat me niet aantrok, waar ik bewust niet voor koos. Zo hard rammelen die eierstokken van mij dus niet, dacht ik dan.

Ik was (net geen) 38 toen ik Hans leerde kennen en ik wist meteen heel duidelijk wat ik wilde: een leven met hem. Hans heeft drie kinderen. Wij zouden er samen nooit krijgen. Door te kiezen voor Hans, koos ik heel duidelijk voor een leven zonder kinderen. Die duidelijkheid bracht mij een instant gevoel van verlossing! De onzekerheid of ik nu wel of geen kinderen zou krijgen, kwam tot een einde. Ik moest daar niet langer mijn kop over breken. Hoera! Ik vond bij Hans mijn gezin en dat het er eentje is zonder eigen kinderen, maakt ons niet minder echt of hecht.

Op de vraag of ik bewust of onbewust kinderloos ben, zou ik nu antwoorden dat ik onbewust bewust kinderloos ben. Het is deels hoe het leven gelopen is, er is een stukje waarin ik niet alles heb kunnen kiezen. Daarnaast heb ik jarenlang heel bewust gekozen om niet alleen kinderen te krijgen, een keuze die ik helemaal niet betreur. Het voelt niet als een gemis dat ik geen kinderen heb. Er is geen leegte die ik op de één of andere manier probeer op te vullen. Dat wil niet zeggen dat het altijd makkelijk is om kinderloos te zijn. Ik wijk hoe dan ook af van een bepaalde norm. Ik ben anders. Ik krijg soms het gevoel dat ik minder van belang ben omdat ik geen moeder ben. Ik mis iets heel wezenlijks en ik zal nooit begrijpen wat het is om kinderen te hebben, want ik leid natuurlijk een luxeleven met al die beschikbare tijd. Daarnaast is er toch ook een stukje biologie of oerinstinct. Als ik aan later, aan oud worden en aan sterven denk, dan kan me een pijn overvallen over dat kinderloze bestaan. Dan zie ik mezelf eenzaam heengaan zonder iets te hebben nagelaten. Een gevoel dat moeilijk met de ratio te bestrijden valt.

Ondanks af en toe een beetje pijn en gemis om wat is geweest, is mijn leven helemaal goed zoals het is, meer dan goed zelfs. Hans en ik zijn een volwaardig gezin met onze katten, een warm nest waar we alles met elkaar kunnen delen. Ik kan mijn zorgbehoefte helemaal kwijt in tante of Metie zijn. Voor mijn neefjes en nichtjes kan ik net zo goed een rol van betekenis vervullen. Als ik hoor dat Marilou of Leah trekjes van mij hebben, weet ik dat ik een beetje in hen leef. Ik denk dan ook niet langer na over wie of hoe mijn kinderen hadden kunnen zijn, want ze zijn er niet. Door ouder te worden heb ik de grilligheid van het leven beter weten te omarmen. Life is what happens when you’re busy making other plans om het met John Lennon te zeggen. Gebaande paden zijn helemaal niet strak afgelijnd. Het leven kronkelt zich een weg tussen dromen en verwachtingen door. Ik kan daar alleen maar heel blij om zijn.

Loperspraat – UTMB voor dummies

De marathon ligt niet meer op mijn maag. Ik ben goed hersteld. Dat is ook nodig, want volgende week zullen Hans en ik deelnemen aan de Trail Alsace Grand Est. Het belooft een prachtige tocht te worden van 108 km door pittoreske wijngaarden, langs een kasteeltje hier en daar met bijna 4000 hoogtemeters. Om nog wat berggevoel mee te pikken, gingen we 2x trailen in Stoumont. Het goede nieuws is dat ik mezelf als trailloper serieuzer neem sinds ik trailstokken heb. Daarover later meer. De Trail Alsace is onze eerste UTMB wedstrijd. Een concept dat enige verduidelijking verdient. Daarom een snelcursus UTMB voor dummies.

Waar staat UTMB voor?
Ultra Trail Mont Blanc. Ultra = een loopafstand langer dan de marathon. Trail = lopen op een (grotendeels) onverhard parcours met hoogtemeters. De Mont Blanc is de hoogste top van de Alpen met een hoogte van 4806 meter (ongeveer).
De UTMB is een trailwedstrijd van dik 170 km en ruim 10.000 hoogtemeters die gelopen wordt in het laatste weekend van augustus. Je moet ingeloot worden om te kunnen deelnemen. Op basis van je behaalde resultaten kan je kiezen uit afstanden van 20 tot ruim 170 km. “De Echte” UTMB-race is die van 170 km, die werd voor het eerst georganiseerd in 2003. Het is het spektakelstuk van de trailsport. Alle toppers staan aan de start in Chamonix om door Frankrijk, Italië en Zwitserland te lopen. Duizenden recreanten dromen van een plekje in die iconische wedstrijd met de Mont Blanc als decor.

Wat is UTMB nog?
De UTMB World Series organiseert, naast de UTMB-race, wereldwijd trailwedstrijden, bijvoorbeeld de Trail Alsace. Woorden als incredible, extraordinary en adventure keren vaak terug in hun communicatie. Ze zetten in op beleving en kiezen locaties die tot de verbeelding speken waar ze vervolgens een mooi verhaaltje bij kunnen vertellen. Zo bestaat de Trail Alsace uit 6 afstanden (10 tot 156 km) met elk een eigen naam en stukje geschiedenis. Wij lopen de ultra-trail des païens (UTDP) die een oude Keltische route zou volgen: a mystic experience! Trailrunning als lifestyle, zeg maar.

Je loopt “by UTMB” wedstrijden in de eerste plaats voor de lol (denk ik toch), maar je verzamelt ook een aantal running stones als je finisht. Voor een afstand van rond de 100 km zijn dat er 3. Die stenen kan je gebruiken om deel te nemen aan de loting voor de UTMB-race, mocht je dat willen. Hoe meer stenen, hoe groter je kansen in de loterij. Factoren als leeftijd, geslacht en nationaliteit spelen daarbij ook een rol opdat het deelnemersveld divers genoeg zou zijn. Om erbij te zijn bij de Mont Blanc moet je je met andere woorden al een beetje bewezen hebben als trailloper. Een wedstrijd winnen kan ook. Of dus gewoon wat geluk hebben dat je lotje getrokken wordt.

Wat is een UTMB-index?
De meeste trailwedstrijden in België of in het buitenland, zullen je een UTMB index score opleveren. Het is een score die je krijgt op basis van de afstand die je loopt en je behaalde resultaat. Hoe langer de trail en hoe hoger je in de ranking staat, hoe meer punten je krijgt. Je krijgt niet alleen punten bij de “by UTMB” evenementen en je moet ook niet per se lange afstanden lopen om punten te verzamelen. Je UTMB-index zegt vooral of je op regelmatige basis deelneemt aan trailwedstrijden en of je je ook (soms) aan het langere werk waagt. Om je een idee te geven: mijn huidige UTMB-index is 591. Die van Courtney Dauwalter, één van de fenomenen in de trailsport, 860. De score op zich geeft je niet meer of minder rechten om ergens aan deel te nemen.

Hoe schrijf je je in?
Voor alle “by UTMB” races kan je je inschrijven zonder loting, op voorwaarde dat je een geldige UTMB-index hebt (er is geen minimumscore) en dat je verzekerd bent voor repatriëring bij een ongeval. Wij schreven ons in september in voor de Trail Alsace. De kortere afstanden zijn sneller volzet dan de langere, maar van zodra de inschrijvingen openen, mag je niet te lang twijfelen. De inschrijvingsprocedure doorloopt nog wat bijkomende stappen nadat je betaald hebt. Zo kan je uiterlijk 4 maanden voor de wedstrijd je PPS kopen: le Pass Prévention Santé, de vervanger van het medische attest dat tot voor kort in Frankrijk verplicht was als je deelnam aan een sportevenement. Het houdt in dat je een aantal filmpjes moet bekijken van Franse dokters die uitleg geven bij hartfalen en waar je het aan kan herkennen. Goed bedoeld, wel een beetje absurd.

Wat kost het?
Ik betaalde voor mijn inschrijving 243 euro + 5 euro voor de PPS. Dat is veel geld! Bovendien is het verplichte materiaal dat je moet meenemen uitgebreider dan voor een trailwedstrijd in België of Nederland. Een regenjasje met kap en getapete naden is bijvoorbeeld verplicht, ongeacht het weer. Daar ben je makkelijk 200 euro aan kwijt. Zo zijn er waarschijnlijk nog wat andere spullen die je zal moeten aanschaffen. Natuurlijk kan je budgetvriendelijke keuzes maken, maar ook dan kost een trailuitrusting wel wat. Daarbovenop heb je nog de indirecte kosten zoals je verblijf en vervoer.

Wat krijg je daarvoor?
Wel veel, vind ik. Wij lopen onze 108k in een lijn van Orschwiller naar Obernai. De organisatie voorziet een busrit naar de startlocatie. Er zijn 8 bevoorradingsposten met heel wat faciliteiten, zoals 2x een warme maaltijd en je eigen drop bag die halverwege klaarligt. Wie uit de race stapt, kan op een aantal posten rekenen op vervoer naar de finish. Aangezien we 24 uur de tijd krijgen om te finishen, moeten de checkpoints voor lange tijd ruim bemand zijn. En dat is dan nog maar 1 van de 6 races. Logistiek niet van de poes. Ik heb het natuurlijk nog niet live meegemaakt, dus ik kan de organisatie nog geen officiële complimenten geven. Ter vergelijking: voor de Chouffe trail (80 km) betaalde ik vorig jaar 103 euro, ook niet bepaald weinig. Ieder bepaalt natuurlijk voor zich of ie dat het geld waard vindt.

Is dat UTMB-gedoe niet één en al commercie?
Tja, elke organisator van sportevenementen is commercieel ingesteld. UTMB of “by UTMB” is een merknaam, voor sommigen wellicht een vinkje op de bucketlist. Ze weten hun merk op een heel aantrekkelijke manier in de markt te zetten. Zo is Hoka één van de grote sponsors, een schoenenmerk met een mindset van vrijheid-blijheid en een flinke dosis fashion. Ergens is UTMB ongetwijfeld een circus met veel nullen, maar wel eentje met een hechte, oprechte community van mensen die de passie voor trailrunning delen. UTMB zet bovendien écht in op duurzaamheid en heeft extra aandacht voor vrouwen in het deelnemersveld. Dat zie je bijvoorbeeld aan hoe ze hun races in beeld brengen en aan het feit dat ze menstruatieproducten voorzien aan de bevoorradingen. Sceptisch zijn mag altijd, maar zoals steeds vertrouw ik liever op het positieve. Ik vind het gewoon lekker om me op sleeptouw te laten nemen door dat hele gedoe. Een organisatie mag van mij gerust wat tralala verkopen als ze ook echt iets te bieden heeft qua beleving.

De race – Leuven Marathon april 2026

De cijfers: we gingen met 3 over de finish bij mijn 21e marathon in een tijd van 3:32:06
De voorbereiding: trefwoorden als zigzaggend, met ups & downs en pieken & dalen zijn hier op hun plaats, maar toch ook wel een flinke dosis voorpret en love voor de marathon
De race: het ultieme bewijs dat ik een doener en een voeler ben, niet alleen als het goed en leuk is, zeker ook als het zwaar en ambetant is, nooit eerder ging ik zo kapot en was het vat helemaal leeg
De herinnering: de laatste rechte lijn en hoe ik niet anders kon dan lachen en roepen of een combinatie van beide die in een niet-sportieve context als deviant gedrag bestempeld zou worden, Leuven u was geweldig!

Wat vooraf ging
Na een wedstrijdloos najaar had ik veel zin om weer aan een echte marathonvoorbereiding te beginnen: intervals en tempolopen op de piste, geïmproviseerde tussendoortjes en een zondag-duurloopdag. Die voorbereiding verliep soms op een roze wolk, maar net zo goed eens onder een donker wolkendek. Bij die wisselvalligheid probeer ik me neer te leggen, de ene keer lukt dat al beter dan de andere. De CPC halve marathon in Den Haag gaf me goede hoop dat ik klaar was voor de marathon. Ik kon aan een consistent tempo blijven lopen zonder weg te zakken. Mijn doel was daarom duidelijk: beter doen dan mijn 3u15 van vorig jaar. Joni had niet veel overtuigingskracht nodig om mij te vergezellen en het tempo te bewaken. Veel familieleden en vriendjes zouden deel uitmaken van het evenement, dus ik had ouderwets veel zin om die marathon te lopen.

Vlak voor de start
Op tijd komen, het is een kunst die wij in de familie goed beheersen. Net zoals helder communiceren over hoe en waar je afspreekt. Roos en Joni komen met de fiets uit Wijgmaal (we zullen daar later ook heen lopen) en terwijl Hans nog op de dixi zit, treffen we elkaar net vóór tijd en net vóór de afgesproken plek. Daar herken je de echte op-tijd-komers aan. Het is gezellig druk op de eventsite. Er wordt gekletst en gelachen, er is wat paniek over gerommel in de darmen (niet bij mij – dat komt later pas) en om dat af te stoppen eten we banaantjes. De wandeling naar de startzone is meteen al een stevige warming-up. Met z’n vieren vertrekken we in startvak 2. De zon schijnt, mensen! Het wordt een hele mooie dag vandaag! We schieten wat kiekjes met dichtgeknepen ogen tegen de zon in en zeggen hallo tegen mensen die we kennen. Er volgt een klapmoment, een aftelmoment en dan worden we als een bende wilden losgelaten in Leuven.

De stadslus
De marathonlopers vertrekken samen met de lopers van de 10 km. Joni heeft Garmin een paceplan laten uitdokteren dat rekeninghoudt met het hoogteprofiel. De ene kilometer moet je dan wat sneller of trager lopen om als gemiddelde aan die 4’30” te komen. Ik heb Joni bovendien opgedragen om streng voor mij te zijn. Hij moet me niet meteen vermanend aanspreken, want ik volg braafjes in zijn zog. Hans is erbij volgens het plan: een sportieve ménage à trois (ik kom hier later op terug). De eerste kilometer vind ik altijd een goede graadmeter. Ik loop aan het vooropgestelde tempo en dat voelt ontspannen aan. Er is een eerste genietmoment als we via de Naamsestraat naar beneden knallen voor de bocht rond de Sint-Pieterskerk. Wat hou ik toch van deze stad!

Met nog maar dik 2 km gelopen moet ik spaarzaam zijn met de superlatieven. Ik ga het zicht van de Mechelsestraat op het Mariabeeld van de Abdij Keizersberg daarom niet iconisch noemen, wel indrukwekkend. Het is met dichtgeknepen billen dat ik ernaar toe loop, want dé klim van deze marathon, dat is die van de Boelenberg, aka Keizersberg. Een kleine 300 meter lang met een maximaal stijgingspercentage van 10%. Vorig jaar moedigden we hier aan, nu hebben we moed nodig. Het ding is: als je zo gefocust bent op een zwaar moment, dan blijkt dat uiteindelijk reuze mee te vallen. Al helemaal als er een Joni voor je loopt die als een metronoom weet hoe snel je die berg op moet. Voor ik het goed en wel besef zijn we erover. Tot mijn verrassing zie ik bovenaan collega Petra staan die net zo verrast is dat ze mij voorbij ziet rennen. De Boelenberg is Hans wat minder lekker bevallen. Hij moet een inhaalmanoeuvre inzetten om ons bij te benen. Als we bergaf rollen richting Vaart besluit Hans zijn eigen tempo te volgen. Een heel wijs besluit, zal later blijken. De wedstrijd ligt hier nog bijlange niet in een definitieve plooi.

Ik ben een optimist en met momenten ook een naïeveling, dat is nu niet anders. Zo had ik gespreksonderwerpen om met Joni door te praten. Het is de eerste keer dat ik met Joni een wedstrijd loop en die eerste helft: ach, dat zou toch op cruise control moeten zijn? In de bocht van de Vaartkom en ook in de schaduw van de Stella-gebouwen geeft Joni daarom een update over zijn werk in Ierland dat zich in de afrondingsfase bevindt. Ik onthoud dat de Ieren gist moeten opsturen zodat getest kan worden of de waterzuivering en -voorziening ook bij een maximale capaciteit van de brouwerij voldoet. Joni vertelt ook over zijn loopplannen voor de zomer: een trail van 35 opeenvolgende dagen doorheen het prachtige Ierland. Wat een geweldig avontuur zal dat zijn! Jullie horen het: met Joni heb ik echt een uniek (immer bescheiden) looptalent als haas te pakken.

De stadslus is een vroege verkenning van de grote finale. Nu tikt alles nog lekker weg en zit de vaart er goed in. Een eerste supportershoogtepunt beleven we aan het station waar ik een half gelukte high-five aan Sam kan geven. We spotten er ook Marike met haar aanhang. Bij Leah en Emil zie je altijd gemengde gevoelens op het gezicht: leuk om Metie in actie te zien, maar dat wachten duurt toch lang. Rembert is altijd in voor een verrassing en schreeuwt me met zijn stem als een beiaard richting Ladeuzeplein. Daar lees ik op een groot bord: Race day is just the victory lap of your training. Ik ben er nog steeds niet uit in welke mate ik het daar mee eens ben. Het mopje over de maskers die zouden afvallen bij de splitsing tussen 10k en marathon heb ik al gemaakt. Omdat ik het zelf zo grappig vind, herhaal ik het nog eens. Er liggen geen maskers in de laatste lijn richting finish en als er al één zou af vallen, dan zal het dat van mezelf zijn een handvol kilometers later.

De groene lus
We lopen voorbij de finishzone. Ik zweet als een Odeyn, knalrode kop incluis. Het is nog net niet té warm met dat zonnetje. Mijn stavaza na 10 km is dat ik niet echt weet wat ik erover moet denken. Het tempo is volgens plan, het gevoel niet helemaal zoals gehoopt. Ik denk dat ik hier de eerste twijfels begin te ontwaren die ik vakkundig naar de achtergrond weet te duwen. Een gesprek voeren zit er niet echt in, ook niet hoopgevend. Ik hobbel achter die frisse Joni aan. We duiken naar beneden richting Naamsepoort. Ik kijk nu al op tegen het moment dat ik hier terug naar boven moeten lopen. Het lijkt nog verre toekomstmuziek. Ook de Kardinaal Mercierlaan is zo’n dubbelaar in het parcours. Oranje kegeltjes vormen de scheiding tussen de heen-en-weer. Vanaf hier begint het te voelen alsof alles bergop gaat. Het verraderlijke van een kuitenbijter als de Keizersberg is dat je dreigt te vergeten dat Leuven één en al op en neer is. Net zoals Heverlee, waar we nu lopen.

Dit is de fase van de wip. Ik bevind me tussen nostalgische gevoelens voor Heverlee en een gevoel van knagend onbehagen. Ik heb 5 jaar in Heverlee gewoond en alles hier is dus een trip down memory lane. In deze straten werd ik de loper die ik nu ben. Stilaan sijpelt het ook door dat ik grip begin te verliezen op de wedstrijd. Dit voelt te veel als een inspanning in plaats van een ontspannen begin. Die eerste helft krijg ik echt niet gemiddeld aan 4’30” gelopen. Ik hou nog even mijn masker op en doe alsof ik nog niet heel hard aan het werken ben, maar het werkt niet bepaald mee dat ik Heverlee als m’n broekzak ken. We lopen niet in een rechte lijn op het bos af (alsof dat het doel is van een marathon) en dat stoort me. Het is nogmaals een bevestiging dat ik me niet fris genoeg voel.

Vlak voor we het bos in lopen, slik ik mijn tweede gel weg. Net zoals de eerste valt die écht niet lekker in mijn buik. Weer een teken aan de wand dat het niet is wat het zou moeten zijn (of wat ik gehoopt had dat het was). En dan dat bos. Hans heeft me het parcours helemaal uitgelegd. Ik heb het met eigen ogen gezien op een plan. In theorie weet ik dus dondersgoed wat me te wachten staat. Ik beschik echter over de gave dat ik zelfs plaatsen die ik heel goed ken vanuit een beschermingsmechanisme anders ga invullen. In mijn hoofd zouden wij dus echt! niet! over een bospad lopen, hooguit wat gravel. Na 14 km schrik ik me dan ook de pet van het lijf als we via de Middelweg Heverleebos inlopen via een onvervalst hobbelig bospad. En dat is ook weer heel dubbel. Ik hou enorm van Heverleebos! Ik heb hier zo vaak gelopen, sterker nog: ik leerde hier lopen. Ik heb in mijn lopersleven zo veel emoties beleefd in dit onnozel stukske bos, dat wil je echt niet weten! Het raakt me dat ik hier nu plots als een 40-jarige madame in dat bos een marathon aan het lopen ben.

We lopen door het tunneltje waarvan ik echt niet (nooit!) had gedacht dat ik er ooit een wedstrijd zou lopen en krijgen een welkome aanmoediging van Stijn en Yorien. Op een strook asfalt kan ik eventjes op adem komen. Voor Joni het uitgelezen moment om de socials te onderhouden. Hij post filmpjes waarin ik op de achtergrond lichtjes geforceerd mijn vrolijke masker probeer op te houden. Over de parking gaan we terug het bos in. Hier begint de groene lus pas echt. Werkelijk elk stuk lijkt omhoog te gaan. Ik loop op mijn geliefde snelle Cielo’s, een schoen waar je niet veel aan hebt op een onverharde weg. Alsof de grond me naar beneden trekt. Ik zoek naar een ritme, naar een goeie cadans, naar een tempo dat aangenaam aanvoelt. Het hoogteprofiel liegt er niet om. De marathon telt 244 hoogtemeters en die worden hoofdzakelijk tussen km 14 en 21 afgelegd. In totaal lopen we een kilometer of 5 over onverharde paden. Waar is die Waversebaan?! Ik passeer het halfway point in 1u36, dat valt beter mee dan gedacht, maar met die marge weet ik dat ik nooit onder de 3u15 zal eindigen.

Joni belichaamt het optimisme. Ik ga hier de fase van “de hoop op het mirakel” in, de fase van de wanhoop zeg maar. Ergens in mijn lichaam heb ik nog een paar über-optimistische spiervezels die denken dat ik een tweede adem zal vinden ergens in die stad (die niet vlak is) of ergens langs de Vaart (die oneindig lang is). Ik weet dat ik top 10 loop omdat me dat vaak wordt toegeroepen. Terwijl ik stilletjes zou willen verdwijnen naar de backstage voel ik de morele verplichting om te blijven bikkelen. Voor wie of wat eigenlijk? Ik voel een ietsiepietsie opluchting als de pacers van 5 uur ons kruisen: ik heb dat bos al achter de kiezen. Het heeft mij de vernieling doen in lopen. Slechts met een half oog kijk ik naar mijn kilometertijden. Ze voelen traag aan, wat niet helemaal strookt met de realiteit. Is er een schakelknop in mijn hoofd? Kan ik niet strijden voor iets anders dan het vooropgestelde plan? Alles doet pijn, mijn benen zijn nu al verzuurd. Als klap op de vuurpijl bevalt ook mijn derde gel me slecht. Mijn buik trekt samen, klaar om een paar stevige krampen te produceren. De goed-nieuws-show is hier definitief verleden tijd.

Joni blijft in verbinding staan met de wereld. Zo weet hij mij te zeggen dat Hans niet heel ver achter ons zit. Goed zo, denk ik, die zal wel genoten hebben van het bos. De genadeslag krijg ik uitgedeeld op de “klim” van de Naamsepoort met 25 km in de benen. Wauw zeg, top 10! Zo sterk, Joke! Ik sterf een stille dood, samen met mijn allerlaatste optimistische spiervezels. Ik ben kapot, het is gedaan. Op verzuring na zit er niks meer in mijn benen. De marathon is afgelopen voor hij goed en wel begonnen is. Het is ook lang geleden dat ik nog zo’n last had van buikkrampen. En dat is niet bepaald helpend als je al niet vooruit te branden bent. Op de één of andere manier blijf ik toch gaan. Vooruit dus. De tweede afdaling van de Naamsestraat is er één van het waggelende soort. Je weet dat het echt niet loopt als je bergaf op de rem gaat staan. Van de euforie die ik hier 2 uur geleden beleefde, is geen sprankeltje over.

Het kan geen toeval zijn dat we aan de Sint-Pieterskerk gezelschap krijgen van iemand die uit de doden herrezen is: Hans! Hij ziet er nog fris uit, hij loopt nog soepel en hij kan het verdorie nog goed uitleggen. Zoals verwacht heeft Heverleebos hem goed gedaan, hij kwam er lekker op toerental. Zo is The Chain op km 27 voor even weer compleet. Al is het duidelijk wie de zwakste schakel is. Bij mij is het op, zowel het lichaam als de geest. Hans kan daarentegen zijn PR aanvallen als hij zijn tempo aanhoudt. Het kost me ongeveer een kilometer om hem te overhalen door te lopen. Gaan met die banaan! Het is een mooi plaatje: we hebben mijn ouders en Niko in het vizier aan de Vaartkom, luid roepend en zwaaiend naar ons, Hans sjeest hen voorbij, wij joggen hen voorbij en krijgen te horen: Waar is Hans?! Joni kon ik niet overtuigen om voor een snellere tijd te gaan. Daarom breekt hier ook wel de (tijdelijke) fase van het schuldgevoel aan. Dan heb je eens een tophaas en dan kan je die geen succes geven. Zo zit Joni niet in elkaar, die is van het “samen uit, samen thuis” principe.

De vlakke lus
We zijn aan de Vaart met 29 km op de teller. De Vaart! Wat een icoon aan de Leuvense skyline! Ik liep hier oh zo veel kilometertjes gelopen, als beginner zonder meetapparatuur en als ervaren marathonrot intervaltrainingen. Die gedachte neemt de pijn niet weg. Vanaf hier zal ik geen kilometer meer onder de 5’00” lopen. Ik moet werken om überhaupt een voorwaartse beweging te maken. Met de buik gaat het van kwaad naar erger. Ik kon helaas nog geen dixi ontdekken langs het parcours. Een sanitaire stop kan me mogelijk een bescheiden redding brengen. Ik ken de weg naar Wijgmaal té goed. Het voelt alsof we helemaal naar Mechelen moeten lopen. Wat me blijft raken, is het enthousiasme van de supporters. Die mensen acteren niet dat ze vinden dat je goed bezig bent, ze vinden dat echt, dat voel ik. Het helpt om mijn prestatie in perspectief te plaatsen. Ik ben hier verdorie een marathon aan het lopen, niet meer in de top 10, wel nog bij de snelste 10% van het deelnemersveld.

Na 30,5 km is daar de bevoorradingspost van de verlossing. Ik kan niet anders dan hier wandelen om te drinken. Every drop counts! Wandelen deed ik dus nooit eerder tijdens een marathon en het is meteen een bijzondere ervaring. Posten worden vaak bezet de jeugdbeweging, de kans is groot dat daar een oud-leerling bij is. Zo krijgt Mevrouw Odeyn in heel wat bevoorradingen een aanmoediging. Het grote voordeel van wandelend door een waterpost te gaan is dat er zich een soort erehaag voor je vormt. Er zijn weinig andere lopers en je hebt de tijd om complimenten over je prestatie in ontvangst te nemen. En jawel hoor, wat wacht daar op mij? Een toiletkot uit plastic! Ik dacht altijd dat de walm je al van ver tegemoet komt als je het wc-hok voor lopers met darmklachten nadert. Niets is minder waar. Deze dixi is quasi ongebruikt. Dubbel geluk aan mijn zijde! Ik laat me een soort van vallen op de pot en dan kan eruit wat me dwarszat. Ik weet niet of Joni het kan beamen, maar ik kom als een ander mens uit dat kotje. Wat een opluchting! Ik zie de laatste lus plots zoveel positiever tegemoet.

Zelfs tijdens een ultratrail kost het me niet zoveel moeite om me op gang te trekken met dat stramme lijf. Het kan me dan ook niet echt deren dat we op dit lange stuk voelbaar wind tegen hebben. Joni informeert intussen de supporters dat het fameuze paceplan een social run geworden is. Over sociaal gesproken, stiekem kijk ik uit naar het moment dat Roos ons zal bijbenen. Heel ver ligt ze niet meer achter, maar zelfs een minuut of 5 heb je niet op 123 dichtgelopen. Waar de man met de hamer zou klaarstaan, is dit een kantelpunt in positieve zin. Ik voel me bevrijd door de druk die van mijn buik is. Mijn benen zijn nog altijd twee zure pikkels. Het enige herkenbare van deze marathon is dat ik kilometers 25 tot 30 als zwaarder ervaar dan wat daarna komt. Ik kijk amper nog op mijn horloge en berust erin dat dit avontuur een plot twist van jewelste kreeg. Er komen nog wat sorry’s naar Joni. Ik zeg een paar keer verontschuldigend: dit heb ik nog nooit meegemaakt! Maar Joni is een positivo en die zegt dat het daarom ook bijzonder is om hierbij te zijn.

Ik ben opgegroeid in Wijgmaal. Joni is nog steeds een trotse inwoner van dit stukje Groot-Leuven. We passeren op een boogscheut van mijn ouderlijk huis en ook langs de Remy Boys, de voetbalploeg waar Joni kampioenen-kapitein werd. Met 33 km stevenen we af op De Brug, een beetje Herent en dan Wijgmaal in. Ik kan beter zeggen: Joni-town! Heel Wijgmaal kent Joni (en vice versa). Blijdschap alom! In de bevoorrading is het weer wandelen geblazen. En als we onze (heel lange) rechte lijn richting Leuven inzetten, is het eindelijk tijd om één van dé gespreksonderwerpen aan te snijden. Wat duiding is hier op z’n plaats: ’s ochtends op de radio hoorden we het nummer Love’s a Stranger van Warhaus, dat liefde in een open relatie bezingt. Zeg Joni, ken jij mensen met een polyamoureuze of open relatie? Ik denk dat Joni zich hier niet meteen aan had verwacht deze marathon, maar het onderwerp houdt ons wel aan de waggel. Op de achtergrond horen we het luide gejoel van mijn ouders die langs de andere kant van de Vaart fietsen. Er is nooit een gebrek aan enthousiasme in onze familie. Ook de toeschouwers blijven te lief voor mij.

De finale
Geen sportieve relatie is ons te gek. We steken de Vaart weer over en als de teller op 37 km springt, is er weer sprake van een ménage à trois. Roos heeft ons bijgebeend! Joepie! We vertellen natuurlijk wat over en weer, ik over het diepe dal waarin ik me bevind, Roos over de klop of het klopje dat ze gekregen heeft. Tijd is hier een vreemd ding. Enerzijds lijkt het alsof we elkaar een volledige dag geleden gezien hebben, anderzijds zijn die 3 uren in een vingerknip voorbijgevlogen. Onze ouders fietsen langs ons, we lopen naast elkaar en zwaaien blij naar Marc van DCLA, de club waar we ons leven als loper begonnen zijn. Zo ontvalt ons de uitspraak dat we deze marathon eindigen zoals we ooit begonnen zijn: samen, gezusterlijk naast elkaar. De aanmoedigingen blijven trouwens toestromen. Ongekend! Ongezien! Ongelooflijk! Dit is écht de finale van de marathon. Het aftellen kan beginnen.

Ik denk dat het energieniveau van Joni’s tank amper gezakt is, ook Roos heeft duidelijk nog meer jus in de benen dan ik. Ik. Kan. Niet. Meer. Weer is het zo klaar als een klontje dat ik niet achtergelaten word. Met 38 km zijn we aan de Vaartkom klaar om het centrum van Leuven in te lopen. Een wandelpauze dringt zich hier weer op voor mij. Ikkannietmeer. Ik heb die ene vlakke meter in Leuven niet gevonden. Ook het bergopje naar de Bondgenotenlaan kan ik niet aan zonder te wandelen. Nog een observatie: als je wandelt, roepen mensen je dingen toe als dat je moet doorbijten of op je tanden moet bijten. Doorzetten dus. Ongetwijfeld aanmoedigend bedoeld. De waarheid is dat tot op dit punt van de marathon geraken aan eender welk tempo, lopend of wandelend, altijd een grote mate van doorbijting vereist. Wandelen is hier net zo goed je tanden keihard stuk bijten om die stijve benen een beetje in beweging te krijgen.

De passage aan het station is er weer eentje om blij van te worden dankzij de aanwezige supporters. De klok zegt 40 kilometer. We moeten het moment echt wel pakken. Dit Is De Marathon! Hier doe je het voor, hoe vreemd dat ook klinkt, hier moet je van genieten. De strijd is bijna gestreden. Op het Ladeuzeplein maken we voor de laatste keer een gek bochtje om dan via de Blijde Inkomststraat onze uittrede te doen. Mijn masker van in het begin ligt nog in de bocht. De laatste rechte lijn is laaaaang en loopt – oh verrassing – nog een beetje omhoog. We kijken elkaar een paar keer aan, roepen iets, proberen iets te zeggen. Er gaat heel veel door mij heen. De opluchting dat dit erop zit, is heel groot. De finishboog lonkt. Ik zie ontvangstcomité Hans al klaar staan. We stuiven met z’n drieën over de mat. Einde. 3 uur 32 minuten is het verdicht, veel trager dan verwacht en moeizamer dan gehoopt. Het is wat het is. De blijdschap primeert. Marathon 21 is binnen en we hebben met z’n vieren heel wat om over na te praten. Zeker ook dat Hans erin slaagde om zijn PR te evenaren met 3u21.

De conclusie
Complimenten voor de organisatie, die was ronduit uitmuntend. Ook de schaal van het evenement beviel mij. Genoeg lopers om omringd te zijn, niet te veel om omver gelopen te worden door de massa. Het is een marathon die ik zou aanraden voor iedereen die een waardig alternatief zoekt voor de grotere en bekende stadsmarathons. Je hebt enerzijds de verbinding met de stad en heel veel enthousiaste supporters, anderzijds een groene lus die snelheid kost, maar wel unieker is dan de klassieke bedrijvenzone waar je doorgaans doorgestuurd wordt. Je loopt heel wat stukken in en rond de stad dubbel. Nadeel is dat zware of saaie straten nog eens terugkomen, het voordeel dat je geweldige passages kan herbeleven. Ook voor supporters is dit daarom een marathon die veel te bieden heeft. Als geboren en getogen Leuvenaar is het uiteraard onmogelijk om deze marathon objectief te beoordelen (alsof ik dat ooit pretendeer). Niet iedereen zal immers zo lyrisch zijn over de Vaart.

De Leuven Marathon was me er eentje. Intens van begin tot einde. Sport is emotie, dat bewees deze marathon eens te meer. Het is achteraf makkelijk om kritisch te zijn over je gekoesterde ambitie. Ik wist dat ik een gokje waagde door aan een stevig tempo te vertrekken. Dat ik echter zo’n optater zou krijgen, had ik niet zien aankomen. Ik kon in mijn taperperiode genieten van 2 ontspannende vakantieweken. Aan mijn laatste trainingsloopjes hield ik een goed gevoel over. Redenen genoeg om erin te geloven. Ik denk dat ik ten onder ben gegaan aan heel veel kleine dingetjes die samen een waterval aan problemen hebben veroorzaakt, een situatie die onomkeerbaar was. Het is een uitdaging om deze marathon helemaal los te laten. Ik werd heen en weer geslingerd tussen gevoelens van falen & afgaan aan de ene kant en intense vreugde aan de andere kant. De berusting ligt erin om dit avontuur te koesteren in heel die kermis aan emoties.

Leuven Marathon 2026, photo by Tomas Sisk / Golazo

Wat me ook enorm geholpen heeft, is de steun van mijn lieve collega’s van Team Koraal. Zij wisten dat ik sportief ben en veel loop, maar niet dat marathons daar ook onder vallen. Diep onder de indruk waren ze van het feit dat ik überhaupt een marathon gelopen had (en het bleek dan niet eens de eerste te zijn). Het is met het schaamrood op de wangen dat je dan toegeeft dat je op een betere tijd had gehoopt. Ook dat blijft heel dubbel. Elke loper heeft het recht om eigen standaarden te hanteren van wat je een goed of tegenvallend resultaat vindt. Je moet die echter ook kunnen projecteren op het totaal van (marathon)lopers. Ik ben me er dus van bewust dat het nog steeds heel straf is om met een (voor mij) ongeziene instorting 3u32 te lopen. Bovendien ben ik alsnog 31e vrouw. Ik ben de afgelopen week meermaals uit onverwachte hoek aangesproken op mijn prestatie. Daardoor ging ik nog maar eens beseffen wat je als loper teweeg kan brengen. Heel wat, zo blijkt.

Nog enkele weetjes

  • Er startten ongeveer 3000 lopers op de marathon, 9000 op de halve afstand en 5500 op de 10 km. Leuvenaars Hanna Vandenbussche en Pieter De Wortelaer waren nummer 1 op de langste afstand.
  • Complimenten voor de fotografen van Sportograf. Ik koop hun foto’s zelden, maar het waren er zoveel dat ze een getrouwe beeldreportage vormen van mijn race mét het afzien in al z’n facetten. Er was duidelijk oog om de omgeving in beeld te brengen. Een foto met decor: daar hou ik van.
  • Al die foto’s verzamelen, selecteren en verwerken in deze tekst was een werk van lange adem. Ik schrijf liever. Ik zeg het eerlijk: de chronologie van de afbeeldingen klopt niet helemaal. Op een bepaald moment moet je loslaten.
  • Dankzij mijn wandelpauzes aan de bevoorrading kon ik nooit eerder zoveel water drinken tijdens een marathon. Het was welgekomen. Ik werkte uiteindelijk 4 sportgels weg. Dik tegen mijn zin.
  • Joni, Hans en ik kregen met de medaille rond onze nek een microfoon onder onze neus geduwd om – bij wijze van promotie – in het Engels te vertellen wat de Leuven Marathon zo bijzonder maakt. Ook in het Engels beschik ik over superlatieven.
  • Nadien spraken studenten van de UGent ons aan of we enkele vragen wilden beantwoorden over onze deelname. Ze waren vooral geïnteresseerd of we het inschrijvingsgeld te hoog vonden. Nee, was ons antwoord.
  • Hans zei dat hij Simon 2x zag in en na het bos. Die kon hem vertellen wat de afstand tussen ons was. Dat is gek, zei ik, ik zag Stijn 2x en heb Simon dus gemist. De broers Van Roy lijken op elkaar. Na een paar uur beseften we dat Hans Stijn voor Simon had gezien. Simon was namelijk in Spanje.
  • Zeg je Boelenberg of Keizersberg? Ik heb hem altijd gekend als Boelenberg, maar besefte op latere leeftijd dat enkel Leuvenaars de Keizersberg zo noemen.
  • Het Mariabeeld op de Abdij Keizersberg doet me altijd denken aan een weetje dat mama op school leerde. Op het hoofd van Maria zou een tafel voor 6 personen kunnen staan. Zo groot is dat hoofd dus, al denk ik niet dat het ooit in de praktijk getest is.
  • Ik koos voor een wit shirt omdat me dat herkenbaar leek voor de supporters. Nu ik de foto’s nadien zie, vind ik wel dat mijn kop er daardoor nog roder uitziet. Maar ja, een marathon is geen modeshow.
  • Na de bloedende tepels van Hans vorig jaar en mijn schuurwonden op de buik, kwamen we er dit jaar zonder bloedvergieten van af. Met dank ook aan de wonderstick van Roos die ik voor de start mocht gebruiken.
  • Leah en Emil maken traditiegetrouw een supportersvlag onder toeziend oog van Marike. Voor Emil was het heel duidelijk welke boodschap hij aan zijn Meetje (= Roos) wilde meegeven. Hij is trouwens pas jarig in februari.
  • In de namiddag gingen we supporteren in de Parkstraat en aan het station voor de halve marathonlopers. Marike evenaarde haar topprestatie van vorig jaar met 1u39, Sintija liep een PR met 1u48, Sam ging als een raket in een tijd die de waanzin voorbij is en papa liet een mooie 2u12 optekenen.
  • Ik liep deze marathon op 19 april met nummer 1943. Daags nadien zag ik in Zoutleeuw als bij toeval (dat dus niet bestaat) een informatief bord over wat er gebeurde met het XXste konvooi op 19 april 1943. Een verhaal van hoop en moed ingebed in een gitzwarte tijd.
  • Er is nog iets historisch met de datum. Op 19 april 1967 liep Katrin Switzer als eerste vrouw officieel de marathon. Bobbi Gibb had dat een jaar eerder undercover gedaan. Hoe absurd is het dat vrouwen 60 jaar geleden niet aan de marathon mochten deelnemen?

Het moment – Het marathonbeest van Leuven (maar de zon scheen)

The Chain: ik was vastberaden om met Joni en Hans over die finishlijn te lopen en liefst van al een beetje snel ook. De Leuven Marathon bewees dat een marathon zich niet laat vastleggen in plannen en scenario’s. Dat ambitie mooi is, maar de realiteit soms harder. Na 3 uur en 32 minuten liep ik uiteindelijk met Joni en Roos hand in hand onder de finishboog. Uitzinnig van blijdschap dat de verlossing nabij was. Ik ben nooit eerder zo diep moeten gaan om de eindmeet te halen. Ik heb na 30 km op een dixi gezeten. Ik heb gewandeld in bevoorradingsposten en op het einde ook als het bergop ging. Ik was op. Totaal kapot. Nooit eerder was ik zo stijf. Mijn 21e marathon was zonder meer de zwaarste die ik gelopen heb. Leuven bleek een monster van een marathon te zijn.

Bellezza e bruttezza is de naam van een lopende expo in Bozar die wij vorige week bezochten. De renaissancekunstenaar had zowel een obsessie met schoonheid als met lelijkheid. Schilders portretteerden geïdealiseerde vrouwen en maakten beeltenissen van al wat of wie lelijk was. De Leuven Marathon toonde ook die twee gezichten. Na 19 april 2026 weet ik hoe beestachtig verschrikkelijk 42,195 km lopen kan zijn, maar ook hoe lief en schitterend Leuven is. Ik hinkel nu tussen die twee gedachten. Ik moet bekomen van wat mij overkomen is – ik zei meermaals: ik heb dit nog nooit meegemaakt! – en ik ben ook heel blij met wat Leuven mij gebracht heeft.

Ik dacht eerst: over deze marathon zal ik héél snel uitgepraat en -geschreven zijn. Ik kwam, zag en liep me kapot in Heverleebos. Of was het al in Leuven zelf? Of werd ik gewoon koud gepakt door de marathon zoals iedereen dat wel eens meemaakt? Juist die ongeziene instorting verdient ook een verhaal. Er valt net heel veel te vertellen over hoe het gaat als het helemaal niet goed gaat. Mijn blog is het leven zoals het is. Verwacht je aan een uitgebreid verslag. Zoals steeds in geuren en kleuren.

En Hans? Die kende een moeizame start en kwam helemaal onder stoom in Heverleebos. Je bent een trailloper of niet. Hij maakte de comeback van het jaar: na 25 km kreeg ik mijn voeten amper nog voor elkaar en pikte hij zijn wagentje vrolijk weer aan. Ik kon hem gelukkig overtuigen om door te lopen op jacht naar dat PR. Hij finishte in een heel straffe 3 uur en 21 minuten.

Dank je wel, Leuven! Je was zo ontzettend lief voor mij! Dank je wel aan alle bekende gezichten die mij langs de kant aanvuurden. Evenzeer bedankt voor alle onbekenden die mij vooruit schreeuwden dat ik zo goed bezig was (terwijl mijn gevoel iets heel anders zei). Bedankt aan mijn vriendjes en familie ter plaatse voor de onvoorwaardelijke steun, in goede en in zware tijden. Mijn eeuwige dank aan Roos (we zijn geëindigd zoals we begonnen zijn), Joni (sorry voor alle sorry’s) en Hans (de knapste en liefste loopraket).

Marathonpraat – Morgen M-Day!

Of beter gezegd: LM-Day, want wij lopen de Leuven Marathon. Joehoe! Geen EK van Brussel naar Leuven zoals vorig jaar, wel één groot loopfeest in en rond het Troy van Vlaams-Brabant. Het parcours heeft wat nieuws in petto, maar belooft ook een herbeleving van hoogtepunten van vorig jaar. En die hoogte is ook letterlijk te nemen. Thinking of a place: vorige week volgden we de marathons van Rotterdam en Parijs op de voet. Over sfeer gesproken! Ik neem jullie graag voorbeschouwend aan de hand voor een wandeling doorheen verwachtingen, ambities en praktische zaken. Omdat we deze week ondergedompeld waren in de Classics 1000 van Radio 1 (en omdat ik wil bewijzen dat ik creatiever ben dan ChatGPT), vind je hier ook de songs die de top 20 vormen. Over een paar uur weten we wie op nummer 1 eindigt. Vingers kruisen voor Kate Bush. Veel lees- en luisterplezier!

De drie lussen (en de drie zussen)
De marathonlopers vertrekken samen met de deelnemers van de 10k. Het eerste kwart speelt zich namelijk af binnen de stadsring, een heruitgave van de laatste 10 km van vorig jaar. Dat betekent ook dat we na 3 km één van de meest Wuthering Heights voorgeschoteld krijgen: de beklimming van de Boelenberg, officieel de Keizersberg. Na een kronkel langs de Vaart en passage langs de finishzone lopen we naar A Forest genaamd Heverleebos. Jawel, check voor de groene lus! Na weer een doorkomst in de stad is het tijd voor lus 3: redelijk recht op recht langs de Vaart. Misschien zie ik daar wel Les yeux de ma mère. De finale wordt één laatste knotsgekke Bohemian Rhapsody over de Bondgenotenlaan en het Ladeuzeplein om te finishen aan de Parkpoort. Daar zullen de drie zussen aankomen: Roos en ik op de hele en Marike op de halve marathon.

De haas met het plan
Mijn doel is relatief eenvoudig: ik wil graag beter doen dan de 3u15 van vorig jaar. Ik vertrok toen aan de snelle kant, maar na enkele Brusselse tunnels, een langgerekte klim in Woluwe en een kuitenbijter in Leefdaal werd het eventjes Black. Joni was pacer voor Jan. Wish You Were Here! dacht ik toen het duo mij voorbij snelde aan IMEC. Awel, dit jaar zal hij bij mij (ons) zijn! Joni is haas van dienst. Aan een tempo van 4’30” zal hij mij hopelijk in een Stairway to Heaven naar de finish loodsen. Mij? Ons? Ja, want Hans die zal vrolijk zijn wagonnetje aanhaken. The Chain, dat zullen wij zijn. Verenigde krachten aan elkaar geschakeld mét een plan én een doel.

De sterren van de halve marathon
People have the power! en daarom gaan wij in de namiddag supporteren voor de Heroes op de halve marathon. Geen Martha, wel Marike die met Odeyn op haar borstnummer zal pronken. En of ze in vorm is! Vorig jaar stoof ze naar 1u39, met intervals in haar trainingen en een wat duidelijker omlijnd raceplan is ze er (niet zo stiekem) op gebrand om beter te doen. Papa tekent ook present. Ik ben er eigenlijk tegen om leeftijden te vermelden, maar ik ga het toch doen: hij is 66 en ijzersterk. Mijn peter Marc sluit de familiale kring. Zijn trainingsgebied bevat heel wat D+, Leuven zou hem daarom wel eens heel goed kunnen liggen. Tot slot is er ook onze Sam. Hij liep vorige maand als pacer de marathon van Barcelona en kijkt uit naar de marathon van Riga met Sintija. In Leuven neemt hij de halve afstand voor zijn rekening. Benieuwd wat hij daar uit zijn superbenen kan schudden.

De verwachting en de ambitie
Imagine. Alles verloopt volgens plan. Feeling Good van begin tot einde. Shine on you crazy diamond met die medaille rond mijn nek. De ambitie om een goede prestatie neer te zetten is er zeker. Onmogelijk is het niet om beter te doen dan vorig jaar, mogelijk lukt dat ook niet. Ik zal en mag dan een beetje teleurgesteld zijn. Maar niet voor te lang. We gaan dan niet Back to Black. Van Sintija leerde ik een Lets gezegde: wie niet waagt, drinkt geen chamapgne. Voilà. Ik heb best wel gevloekt en gezucht tijdens mijn voorbereidingen. Verdorie seg, waarom beschik ik niet meer over superkrachten? Ik ben ook eens zo dankbaar voor wat ik wel nog allemaal kan en doe. Bovendien is het heel bijzonder om dit met Hans te kunnen delen. Ik zie Both sides now. Het is heerlijk om plannen te maken en ambitieus te durven zijn, maar ik heb eigenlijk niks meer te bewijzen. Niet meer aan mezelf en al helemaal niet aan iedereen die mij volgt en aanmoedigt. Ik loop omdat ik dat graag doe.

De marathon van Hans (hij valt sowieso nadien Into My Arms en hoewel hij ooit dacht dat de marathon Once in a lifetime was, staat hij nu aan de start voor nummer 4. Het woord is aan hem.)

De marathon en ik. Zal het ooit iets worden tussen ons?

In een ver verleden heb ik ooit de stratenlopen afgezworen en liet ik snelheid voor wat het was, want die heb je toch niet echt nodig op de trails. En nu kan ik zowaar genieten van intervaltrainingen op de piste. Mijn vierde marathon wordt het alweer in iets meer dan tien jaar. Waarvan drie dus in de voorbije twee jaar.

Als ik iets geleerd heb door het lopen van die marathons, dan is het om vertrouwen te hebben in mijn lichaam. Om een of andere reden ben ik altijd bang dat mijn lichaam het ergens onderweg gaat opgeven tijdens die immense inspanning die een marathon is, want vergis je niet, het is niet omdat je ultratrails loopt dat de marathon plots een “eitje” wordt. Maar wat blijkt, dat “opgeven”, helemaal door het ijs zakken, gebeurt eigenlijk nooit echt. Natuurlijk wordt het vanaf een bepaald moment lastig, soms zelfs – zoals in Milaan – al vanaf de eerste kilometer. Maar toch blijf je ergens energie en motivatie vinden om de ene voet voor de andere te blijven zetten tot aan de finishlijn.

Wat ik verwacht van deze marathon: ik ga mijn lichaam nu eens al het krediet en vertrouwen geven dat het verdient. Ik ga in het zog van Joni en Joke (Jonike?) mijn spreekwoordelijk paard de sporen geven. Ik ga genieten van het parcours, van het publiek, van de sfeer, van het gevoel het asfalt onder mijn voeten weg te tikken. Het wordt met andere woorden een memorabele dag waarop we weer fantastische verhalen en herinneringen gaan maken.

Mensen, ik heb er écht zin in!
Gelukkig moest ik hier geen This is the end doorheen fietsen, want het einde is nog lang niet nabij.
Met dank aan Amy Winehouse, Arno, David Bowie, Fleetwood Mac, John Lennon, Joni Mitchell, Kate Bush, Led Zeppelin, Nick Cave, Nina Simone, Patti Smith, Pearl Jam, Pink Floyd, Sinead O’Connor, Queen, Talking Heads, The Cure, The War On Drugs en Tom Waits voor de muzikale omlijsting!
Morgen zal het wellicht met wat meer beat en kabaal zijn.

Het moment – De perfecte marathon

Ik liep al 20 marathons en ondertussen durf ik daar schaamteloos trots op te zijn. Rotterdam en Parijs vormen vandaag het decor van twee iconen aan de marathonhorizon. Ik liep ze elk 3x. Parijs is ongetwijfeld de mooiste stadsmarathon. Je start op la plus belle avenue du monde, want chauvinistisch als de Fransen zijn schuwen ze de grote woorden niet, om dan 10 bijzondere stadskilometers te lopen tot aan het Château de Vincennes. Dan volgen heel mooie stukken langs de Seine met zicht op de Notre-Dame en de Eiffeltoren om via het Bois de Boulogne te finishen met zicht op de Arc. Het is een marathon die erin slaagt om maximaal voeling te houden met de stad. Geen omleidingen langs saaie bedrijventerreinen of identiteitsloze waterlopen. Rotterdam daarentegen herbergt objectief gezien veel meer saaie kilometers, maar toch ben ik het er helemaal mee eens dat het De Mooiste is. De sfeer is werkelijk ongezien. Het is een magische marathon die nog heel lang nazindert. De marathon van Parijs zal ik waarschijnlijk niet meer lopen omdat die te groot en duur geworden is. Voor Rotterdam wil ik dit najaar mijn kans in de loterij nog eens wagen.

Deze zondag is dus een marathonfeestdag, ook al moet ik zelf nog een weekje wachten voor ik aan de bak mag in Leuven. Ik vraag me af waar ik mijn perfecte marathon liep. Als ik door mijn mentale marathonarchief grasduin, vind ik het antwoord zeker niet in Parijs. Hoe onvergetelijk de ervaring daar telkens was, ik zag er ook altijd heel zwaar af. Als het niet door de warmte kwam, dan wel door de tunnels of de oplopende stukken. Ik leek me er altijd aan iets te mispakken. Nochtans liep ik er 2x een felbevochten PR. De Paris Marathon verkocht zijn vel altijd heel duur, waardoor ik met een zweem van ontgoocheling achterbleef. In 2019 liep ik er mijn 10e marathon die mij veel voldoening bracht, maar ik hield er ook een trombose en longembolie aan over. Perfect kan je dat niet noemen.

Wanneer is een marathon perfect? Veel lopers zullen antwoorden: als alles volgens plan verloopt. Ik zou een stapje verder willen gaan: als de marathon je plan overstijgt. Als lopen het enige is wat telt en dat grote plan naar de achtergrond verdwijnt. In oktober 2016 liep ik de marathon in Brussel. Het parcours was zwaar – op z’n Brussels – met 377 hoogtemeters. Ik liep alleen, had krampen in mijn buik en ik was helemaal niet tevreden met de schoenen van Saucony waar ik toen mee liep. En toch kon ik gewoon gedachteloos blijven lopen. De marathonwetten hadden die dag geen vat op mij. De pijn die ik voelde kon mij niet raken. Ik vloog zo bij mijn 4e marathon naar 3u22. Zowaar 5 minuten sneller dan mijn, zogenaamde “eens en nooit meer”, sub 3u30 die ik dat voorjaar liep in Rotterdam samen met papa. Die marathon van Brussel in 2016, die ik verder niet documenteerde, is heel lang overeind blijven staan als mijn strafste prestatie.

Een andere imperfecte perfecte marathon was die van Rotterdam in oktober 2021, de post-corona editie zeg maar. Ik verlegde daar mijn grenzen en deed wat ik jarenlang voor onmogelijk had gehouden: onder de 3u20 duiken. En hoe! Er was niet echt een plan, want het stond in de sterren geschreven dat ik zou knallen. Ik ging uiteraard te voortvarend van start. Juist omdat ik helemaal niet bezig was met wat nog komen zou, liep ik zo lekker. Onbezonnen stortte ik me in het avontuur. Ik kende een stevig verval de laatste kilometers, maar ook dat kon de dikke vette glimlach van mijn gezicht niet doen verdwijnen. Ik finishte in 3u07. Dat ik tijd verloren had door die snelle start kon me echt niet schelen. Het was een race die ik planloos liep, niet zonder slag of stoot, maar net daarom was het een grote liefdesverklaring aan de marathon.

In april 2023 stond ik in Rotterdam aan de start met een heel duidelijk plan: onder de 3 uur lopen. Na 2 km wist ik dat het binnen was. Hoe arrogant om dat te kunnen denken, maar ik voelde het gewoon: dit werd mijn dag en elke kilometer bevestigde dat. Ik liep volgens plan de eerste helft wat sneller dan de tweede. De laatste kilometers kreeg ik schrik om te vallen, want alleen pech kon mijn plan dwarsbomen. Ik liep gecontroleerd uit en, braaf volgens plan, rijfde ik mijn sub3 binnen. De perfecte race? Ik zat niet lekker in mijn vel en was doodongelukkig toen ik nadien thuis was. Die 2u58 stond achter mijn naam, de klus was geklaard en daarmee was de kous af. Ik deed simpelweg waar ik voor getraind had, maar het gevoel was er niet.

De marathon waar alles voor mij samenviel, dat was natuurlijk mijn triomf van Antwerpen in oktober 2023. Die prestatie belichaamt de marathonperfectie. Ik had geen plan of geen doel. Ah nee, want mijn sub3 was binnen, dus er moest helemaal niks. Natuurlijk wist ik wel dat ik vrijwel moeiteloos mijn tempo’s liep en dat nóg een sub3 een reële mogelijkheid was. Ik liep daar de marathon van mijn leven. Tot over mijn oren verliefd trouwens (en nog steeds). De pijn leek niet door te dringen. Ik was niet bezig met tijd en tempo, keek amper op de klok. Geen reken- en denkwerk met kilometers en seconden. Alleen maar die voeten die over het asfalt tikten. Ik liep en liep en liep en ik bleef dat doen tot die laatste lijn naar de finish. De perfectie: dat je alleen de vreugde voelt dat je aan het lopen bent. Makkelijk gezegd als het een marathon is waar je én op het podium staat én je snelste tijd loopt, maar het zal toch voor altijd dat ultieme onbezonnen gevoel zijn dat ik koester.

Ik wens alle lopers en hun supporters in Rotterdam en Parijs een onvergetelijke ervaring! Dat iedereen de marathon mag lopen die perfect is naar de eigen wensen. En als het niet zo is: wees dan onnoemelijk fier op wat je vandaag getoond hebt. Wij duimen alvast voor de broers Van Roy in Parijs!

De gedachte – Over AI

Ik heb nog nooit AI gebruikt om mijn blogteksten te schrijven, mocht je je dat afvragen. Zoals met elke technologische stap die we zetten lijkt het me echter zinloos om tegen artificiële intelligentie te zijn. Vooruitgang laat zich niet tegenhouden. De uitdaging is om ermee te leren omgaan. Als leerkracht heb ik mijn hoofd niet gebroken over hoe ik kon vermijden dat de schrijfopdrachten van mijn leerlingen klakkeloos uit hun laptop kwamen gerold. Enerzijds kan je maar beter altijd op je hoede zijn voor vormen van bedrog, anderzijds is het ook zaak om je daar niet op blind te staren. Ik probeerde mijn (boek)opdrachten altijd zo op te stellen dat ze een persoonlijke leeservaring moesten uitdragen en dat er een vorm van creativiteit in verwerkt was. Je kan dan nog altijd valsspelen, maar je zal harder je best moeten doen (en dat is ook weer bezig zijn met je boek). Ik zie vandaag dat leerkrachten in het secundair onderwijs doorgaans op een gezonde manier omgaan met schrijfrobots. Ze leren jongeren er kritisch mee omgaan, zetten ze in om schrijfplezier juist aan te wakkeren en vooral ook als een middel om te leren. Dat lukt, zoals elk leerproces, met vallen en opstaan.

Zelf gebruik ik AI bitter weinig. Het is te zeggen, ik maak wel gebruik van AI-overzichten die je tegenwoordig bovenaan een zoekopdracht vindt, maar ik communiceer zelden met ChatGPT. Onlangs gebruikte ik het om twee tandverzekeringen met elkaar te vergelijken. Ik kreeg pas een duidelijk antwoord na een telefoontje met de mutualiteit. Hans en ik hebben eens aan ChatGPT gevraagd wie Joke Odeyn was en of ze een man had. Op beide vragen kregen we een behoorlijk accuraat antwoord. Heel gek is dat natuurlijk niet als je een publieke blog hebt. Voor professionele doeleinden gebruik ik eigenlijk nooit AI. Ik werk met en voor mensen en vertrouw dan toch vooral op mezelf en collega’s om een kind te beschrijven. Ongetwijfeld zijn er kansen die ik onbenut laat. Ik kan niet ontkennen dat ik met mijn ouderwetse ziel een bepaalde weerstand voel om werk uit te besteden aan de technologie.

Wat ik werkelijk niet kan begrijpen is dat verstandige mensen in de verleiding komen om, wat één of andere server bij elkaar zoekt, te verkopen als hun eigen woorden en te denken dat zo’n samenraapsel beter is dan wat ze zelf in huis hebben. Ik denk daarbij aan de openingsspeech van Petra De Sutter bij haar aanstelling als rector van de UGent en journalist Peter Vandermeersch die schoorvoetend toegaf dat hij op zijn politieke blogs onjuiste AI-citaten had gebruikt. De Sutter had het over slordigheid: ze had haar Einstein-citaten niet geverifieerd op hun juistheid. Vandermeersch benoemde hoe hij zwichtte voor de temptation: “Het is bijzonder pijnlijk dat ik precies de fout heb gemaakt waartegen ik collega’s herhaaldelijk heb gewaarschuwd: deze taalmodellen zijn zo goed dat ze onweerstaanbare citaten produceren die je als auteur in de verleiding brengen om te gebruiken. Natuurlijk had ik ze moeten verifiëren.”

Daar wringt het schoentje voor mij: ik vind AI op geen enkele manier onweerstaanbaar. Als ik een ervaren politica was die een speech mocht geven, dan zou ik een wijsheid van wijlen mijn Oma gebruiken in plaats van me te beroepen op Albert Einstein. Oma zei dat de tijd niet sneller of trager gaat als je ouder wordt. Wie heeft dan nog de relativiteitstheorie nodig? Maar goed, er is natuurlijk ook een reden waarom ik geen minister of rector ben. Ik schrijf hier voor de hobby en daar hangt verder niks van af. Als ik een gerenommeerd journalist was, zou ik toch vooral vertrouwen op mijn eigen kop om mijn teksten met spitsvondigheden te kruiden. Dat klinkt misschien arrogant: ik vind mezelf heus niet altijd zo interessant. Ik ben waarschijnlijk weer gruwelijk naïef als ik denk en zeg dat je schrijft omdat je trots bent op wat je zelf hebt geproduceerd. Ik heb geen blog om die te vullen met teksten van de AI-assistent. Dank je feestelijk! Wel omdat ik graag creëer.

Bij wijze van experiment nam ik de proef op de som. Ik vroeg aan ChatGPT om een voorbeschouwing te schrijven op de marathon van Leuven in de stijl van mijn blog. Dit zijn de eerste alinea’s.

Tien jaar geleden reden we voor het eerst naar Den Haag, met een TomTom die meer stress bezorgde dan rust. Ondertussen zijn we ettelijke wedstrijden, kilometers en herinneringen verder. Maar dat gevoel van een nieuwe wedstrijd die lonkt, dat blijft. Dit weekend is het opnieuw zo ver. Geen Den Haag deze keer, maar Leuven.

Leuven is geen onbekende. We kennen de stad van gezellige terrasjes aan de Oude Markt, van studenten die sneller fietsen dan wij ooit zullen lopen, en van straten die er op het eerste gezicht vlak uitzien… tot je er effectief door moet. Want wie het parcours een beetje kent, weet dat Leuven niet zomaar “een vlakke stadsmarathon” is. Het is er eentje die je moet verdienen.

Je ziet meteen wat ChatGPT goed kan: imiteren. Het begin is een variatie op de blog die ik schreef over de CPC in Den Haag. De zinsbouw en het ritme van de tekst passen bij wat ik mijn stijl zou noemen. Verder vind ik het vooral een heel slap afkooksel van wat ik zelf zou schrijven. Leuven en de terrasjes op de Oude Markt: hallo cliché! Leuven is geen onbekende: kan het nog algemener? De enige kanttekening die ik kan maken is dat dit de eerste versie was. Met wat meer prompts was er misschien iets beters uitgekomen. Daarmee wil ik niet zeggen dat mijn stijl perfect is. Integendeel! Ik heb soms het gevoel dat ik steeds opnieuw dezelfde trucjes toepas. Ik kan echt jaloers zijn op het schrijftalent van anderen. Ik zou graag andere registers kunnen opentrekken. Helaas zal een schrijfrobot me daar niet mee kunnen helpen door uitgeholde versies te produceren. Voor persoonlijkheid en creativiteit zal ik toch echt in mijn eigen hoofd moeten duiken. Of een schrijfcursus volgen.

Over niet-artificiële authenticiteit gesproken. Toen mijn blog net online was, gaf Murielle mij één van de mooiste complimenten: als ik je blog lees, hoor ik je spreken. En voilà, dat is wat ik hier uiteindelijk doe: mijn eigen stem laten horen. De ene keer met al wat meer toeters en bellen dan de andere. Ook als ik hier anderen aan het woord laat, probeer ik de eigenheid van hun woorden te behouden zonder daar mijn eigen saus over te gieten. Zullen we daarom afsluiten met een citaat van mijn Oma? Taart is een boterham met confituur. Over relativiteit gesproken.