De gedachte – Over Vrouwendag

Ik roep vandaag uit volle borst: Lang leve de vrouw! Steeds vaker hoor je stemmen in vraag trekken of een Internationale Vrouwendag nog wel aandacht moet krijgen in een welgesteld land als België. We hebben het immers goed voor mekaar. Vrouwen hebben dezelfde rechten als mannen. We mogen werken, met de auto rijden, een eigen bankrekening openen en naar de stembus gaan. Joepie! Je zou kunnen concluderen dat de strijd gestreden is. Einde verhaal. Gedaan met het feminisme. Daar ben ik het niet mee eens. We hebben nog een weg af te leggen naar een samenleving waar iedereen* écht zichzelf kan zijn en, ook buiten de verworven rechten op papier, dezelfde keuzevrijheid heeft. Ik durf zonder schroom te zeggen dat ik naast vrouw ook een feminist ben. Ik ga niet met gebalde vuisten tekeer tegenover alles wat man is in mijn omgeving, wel wil ik mijn ogen open houden om te zien waar vrouwen op een ongelijke manier behandeld worden en durf ik daar iets over te zeggen, ook als dat ongemakkelijk wordt.

Ik ben soms een boze vrouw. De cijfers en verhalen spreken voor zich. Of het nu gaat over verkrachting, grensoverschrijdend gedrag, (partner)geweld of veiligheid op straat: je kan concluderen dat vrouwen een veel grotere kans dan mannen hebben om slachtoffer te worden. Ik ben boos omdat ik in mijn studententijd verkracht werd op straat, maar ook omdat er eens een man naast mij kwam fietsen om seksueel getinte opmerkingen te maken over mijn paardrij-outfit. Ik ben boos op de man die tijdens een mountainbiketocht naast mij kwam zitten om te polsen naar mijn seksleven. Ik ben boos om de opmerkingen die ik als student in de horeca kreeg van een collega over de grootte van mijn boezem. Ik ben boos omdat die dingen konden gebeuren én omdat ik op dat moment met mijn mond vol tanden stond. Nadien ging ik nadenken wat ik had kunnen doen om die situatie te vermijden en hoe ik gepast had kunnen reageren om mijn grenzen te stellen.

Misschien denk je nu dat ik veel pech heb gehad en maakte je zelf nooit iets mee van die aard. Je denkt Ocharme Joke, maar dit gaat niet over mij, want ik werd nooit lastiggevallen, ik voel mij dus niet onveilig. Denk dan nog eens goed na over de keuzes die je maakt en de afwegingen die daarbij horen. Ga je ’s avonds alleen op eender welk station wachten? Neem je eender waar ’s nachts de fiets? Ben je even bezorgd over je tienerzoon als -dochter als die van een feestje naar huis komt? Vergezelde je zelf al eens een vrouw omdat je haar niet alleen die kant op wilde laten gaan? Misschien ga je net daarom wél alleen aan die ene bushalte wachten omdat je je doen en laten niet wil laten bepalen door angst. Feit blijft dat vrouwen noodgedwongen veel vaker anticiperen op mogelijk bedreigende situaties. En ja, dat maakt mij dus boos.

Ik ben ook verontwaardigd over wat ik vrouw-verkleinend gedrag zou noemen. Soundos El Ahmadi ontketende na haar aanwezigheid in De Afspraak een hevig debat over de onveiligheid van vrouwen. Ze legde Bart Schols het zwijgen op nadat hij die onveiligheid in twijfel trok. Net zo kwalijk is dat de aanwezige vrouwen aan tafel gevraagd werd naar de leeftijd van hun kinderen om vanuit dat perspectief te reflecteren op het onderwerp. De aanwezige mannen kregen die vraag niet. Een vrouw bekijkt blijkbaar alles vanuit een moederperspectief, een man niet. Ook wat betreft hun leeftijd komen vrouwen er doorgaans bekaaider van af dan mannen. Annemie Struyf ontving de carrièreprijs op de Kastaars en verwees in haar dankwoord naar de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen in de media. Mannen komen volgens haar met meer weg en krijgen interessantere aanbiedingen.

Tot slot kan ik me ook opwinden over talige ongelijkheden. Denk niet: het is maar taal, want taal is bij uitstek een weerspiegeling van de maatschappij. Vrouwenvoetbal bestaat bijvoorbeeld niet. Je hebt voetbal en zowel mannen als vrouwen kunnen die sport beoefenen. De regels zijn identiek ongeacht je geslacht. Als je het hebt over een sportwedstrijd van de dames, dan moet je het ook hebben over de wedstrijd bij de heren. Ik ben voorstander om woorden zoals directeur of eigenaar niet te vervrouwelijken. Uiteraard was er een tijd dat het juist geëmancipeerd was om directrice te gebruiken om aan te geven dat vrouwen evengoed die positie konden invullen. Vandaag is dat niet meer relevant. Het begrip directeur duidt een bepaalde functie aan die losstaat van je geslacht, wat ons ook vooruit helpt met de beperkingen in onze taal vanwege het binaire man-vrouw denken. Taal is flexibel, elke dag in beweging. Ons denken zit erin vervat, dus we mogen daar heus eens kritisch over zijn.

Een grote misvatting is dat als je voor vrouwenrechten bent en als je bovendien opkomt voor ongelijkheid, je automatisch tegen mannen bent. Feminisme betekent niet dat je tegen klassieke rol- of genderpatronen bent. Ik beschouw mezelf als een onafhankelijke vrouw, maar wel eentje die een oldskool relatie van het kleffe soort heeft. Ik breng liefst van al elke minuut samen met Hans door. Hij gaat met het gereedschap aan de slag en ik sta in de keuken, maar we zijn wel een team dat elkaar aanvult. Vrouwen moeten van mij ook niet voltijds werken. Wel wens ik iedere vrouw toe dat de keuze om deeltijds te werken een échte keuze is en geen noodzaak omdat het anders niet lukt om de rompslomp van het gezin rond te krijgen. Een man zou niet scheef bekeken mogen worden omdat hij minder wil werken, een vrouw niet omdat ze voltijds werkt. Het maakt dan geen donder uit of je dat voor je gezin of voor jezelf doet. Feminisme wil dus niet zeggen dat mannen geen dingen meer mogen doen die als typisch mannelijk worden beschouwd, dat we allemaal rokken of allemaal broeken moeten gaan dragen. Wel dat we evenveel keuzevrijheid hebben in hoe we ons leven inrichten en hoe we eruit zien.

Er valt ook wel wat te zeggen over de rol van vrouwen in de modewereld. Lange tijd waren het mannen die bepaalden hoe vrouwenmode eruit moest zien en bij uitbreiding ook het vrouwelijk lichaam. In 2016 werd een vrouw artistiek directeur bij modehuis Dior. Maria Grazia Chiuri wilde een frisse feministische wind laten waaien door het mannelijk bastion. The female body is not an object, it is a subject. In haar eerste collectie gebruikte ze de titel van Chimamanda Ngozi Adichies essay We Should All Be Feminists als quote op een helderwit T-shirt. Vorig jaar bezochten wij de expo van Christian Dior in Den Haag. Toen ik het iconische feminist-shirt zag, was ik meteen laaiend enthousiast. Wauw! Ik zou iedereen op z’n minst een postkaart sturen om de boodschap te verspreiden. Hans was iets minder laaiend. We gaan niet in een andere wereld leven als iedereen die quote op een shirt gaat dragen, wel als we ons naar die boodschap gaan gedragen. En daar sloeg hij de nagel op de kop.

Ik vind het soms een gemiste kans als er initiatieven ontstaan voor en door vrouwen die zich profileren als een exclusief vrouwenclubje. Daar ligt voor mij niet de sleutel tot meer gelijkheid. Integendeel, als je een fietsclub opricht voor vrouwen omdat je ervan uitgaat dat zij je beter zullen begrijpen als je ongesteld bent of als je niet competitief wil fietsen dan cultiveer je in zekere zin de ongelijkheid. Mannen kunnen het toch niet snappen. Ik zou zeggen: breng fietsers samen die om dezelfde redenen graag fietsen. Zorg dat het een toffe plek is waar iedereen welkom is. Niet alleen vrouwen, maar net zo goed de persoon die de sportieve draad weer wil oppakken, de fietser die thuiszit met een burn-out en de 50-plusser die denkt dat die te oud is. Daarmee wil ik niet zeggen dat man-vrouw verschillen in een sportieve context weggeveegd moeten worden (integendeel!) of dat het fout is om als vrouw met vrouwen te willen fietsen. Ook hier gaat het over keuzevrijheid en een kans op verbinding om naar elkaar te luisteren.

Om van de samenleving een veilige en rechtvaardige plek voor iedereen te maken hebben we elkaar keihard nodig. We zitten met een probleem dat we samen moeten oplossen. Vrouwen zouden beter stoppen met elkaar aan te vallen om zichzelf te versterken. Ze helpen elkaar niet bepaald vooruit door alles op zich te willen nemen. We moeten ruimte voor onszelf willen opeisen om ook daadwerkelijk meer keuzevrijheid te krijgen. Mannen moeten niet in een hoekje zitten kniezen omdat zij het zogenaamd altijd gedaan hebben. Laten we elkaars bondgenoot zijn, elkaars supporter over de geslachtsgrenzen heen. Zo’n samen-verhaal kan misschien naïef klinken (ik heb daar een patent op), ik ben er nu eenmaal van overtuigd dat het niet zal lukken zonder elkaar. Benoem dus waar je mee zit en wat je ongepast vindt op een respectvolle manier. Pick your battles wisely. De Nederlandse campagne Met elkaar trekken we de grens vind ik een heel mooie aanzet om verschillende vormen van grensoverschrijdend gedrag bespreekbaar te maken.

Verworven rechten zijn helaas geen levenslange zekerheid. Onderzoek wijst uit dat de huidige Generatie Z er conservatievere gedachten op na houdt over de rol en “gehoorzaamheid” van vrouwen dan babyboomers. Kijk naar de actualiteit en de populariteit van bepaalde mannelijke politici en je ziet dat gelijke rechten voor iedereen niet voor iedereen het ultieme streven is. Holebi-rechten zijn in verschillende landen al teruggeschroefd. Draag dus zeker en vast dat shirt met feministische boodschap, maar durf ook in beweging te komen als er vrolijk gelachen wordt met een denigrerende opmerking over een vrouwelijke collega. Laat ons dat stukje verontwaardiging vasthouden om, als het nodig is, de vuist lichtjes te ballen, als we ook maar elkaars hand durven vast te nemen.

Ik ben trouwens heel blij om een vrouw te zijn! 19 november 2026 is het Internationale Mannendag. Helemaal prima! Laten we er dan wel voor zorgen dat de overige 363 dagen van een jaar mannen- én vrouwendagen zijn.

* Algemene disclaimer: het begrip “feminisme” behelst bewegingen die ongelijkheid op basis van gender en sekse willen aankaarten. “Iedereen” is dan ook echt iedereen en beperkt zich niet tot man-vrouw denken. In deze tekst doe ik dat voor het gemak wel, het is dan ook onvermijdelijk dat ik een aantal dingen over mannen en vrouwen veralgemeen.

Loperspraat – Zigzaggend op weg naar de marathon

Mijn blog werd in 2018 geboren uit mijn liefde voor de marathon. Lang verhaal kort: ik liep in mei 2015 samen met Roos mijn eerste marathon, een jaar nadat we voor de eerste keer in ons leven 20 km liepen. Het ging hard, wij gingen hard, dat was in die periode van mijn leven de enige manier. Alles of niks. En de marathon dat was mijn alles. Als ik denk aan wat die marathon mij gebracht heeft, dan vind ik het nog steeds bijzonder dat ik voor mijn 29e niet wist dat ik ooit marathons zou lopen, dat ik überhaupt een loper zou worden. Ik ben inmiddels 40 jaar en we zijn 20 marathons verder. De laatste jaren maakte ik steeds vaker uitstapjes naar de nog langere afstand en het trailgebeuren. Daarom ging ik ook vaker stilstaan bij de vraag of ik nog wel écht een marathonloper ben. Ik wil marathons lopen omdat ik het graag doe en er zin in heb, niet omdat ik het gevoel heb dat het moet. Net om die reden gaf ik vorig jaar forfait voor de marathon in Keulen. Het was niet het moment en dan moet het niet koste wat het kost.

En toch schreef ik me op 1 oktober 2025 vol overtuiging in voor de marathon van Leuven die in april gelopen wordt. Ja! schreeuwde mijn lichaam op de vraag of ik nog steeds het DNA van een marathonloper bezat. Ik had gewoon meer tijd nodig om er weer helemaal te staan. Een paar maanden wat doellozer lopen, gaf ruimte om ook op werkgebied te zoeken naar een sportritme: een combinatie van woonwerkverkeer op de fiets met kwalitatieve looptijd en dus geen training in de agenda proppen “omdat het moet”. Ik liep in het najaar nog steeds vaak, maar snelheidswerk en langere afstanden maakten amper deel uit van mijn trainingen. Lopen was voortkabbelen.

Hans schreef zich ook in voor de marathon van Leuven. 1 januari was de officieuze start van onze marathontraining. We besloten het nieuwe jaar in schoonheid op gang te lopen in het park van Tervuren. Een paar dagen later viel er sneeuw. Ik ben fan van sneeuw, echt waar, maar een trainingsweek werd mij door de neus geboord. Op gladde en natte stoepen lopen of door een laag sneeuw banjeren dat is het lichaam in beweging houden. Een semi-valse start, toch een beetje balen. Ik ben de laatste jaren aan mijn capaciteiten als marathonloper gaan twijfelen. Dat het trager gaat, daar kan ik mee leven. Lastiger is de vaststelling dat mijn lichaam vaker tegensputtert (wat wellicht de reden is dat het trager gaat). Mijn maandelijks bezoek aan de kine bracht de nodige peptalk. Ze had nog steeds het volste vertrouwen in mijn kunnen. Ik ben nog sterk. Zowel mijn leeftijd als mijn pijntjes staan mij niet in de weg om ervoor te gaan. Wel moet ik wat doordachter trainen dan het oeverloze woekeren met krachten waar ik me vroeger aan kon bezondigen.

Daar begon dus de eerste evenwichtsoefening: in de trainingsarbeid vliegen met mildheid voor dat wat strammere lichaam. Ergens halverwege januari liep ik voor het eerst sinds lang weer op de piste in Tienen. Echt grijzedweilenweer was het. De banen waren bezaaid met plassen. Het ging zowel goed als niet goed. Ik had al lang geen echte snelheid meer gemaakt, dus dan doet het pijn om de machinerie op gang te trekken. Voldoening gaf het sowieso om überhaupt weer op die piste te lopen. Een paar dagen later liepen we ook weer eens een echte duurloop in weersomstandigheden die als lente aanvoelden. Dat ging boven verwachting goed, al hield ik er wel een pijnlijke rechterheup aan over.

Dat ik niet te zot moest doen, had ik wat naar de achtergrond verdrongen. Het ging behoorlijk hard in de tweede helft van januari. Ik had mijn pistetrainingen tot nu toe gelopen op mijn geliefde Mach X 2 van Hoka. Tot ik besefte dat ik mijn ultieme geheime wapen op het schap had staan: de Cielo X1! Het is met die carbonschoen (een snelle wedstrijdschoen) dat ik mijn laatste 2 marathons liep. De Cielo is een magische schoen die je werk uit handen, ik bedoel voeten, neemt. Juist omdat het luxe is om met zo’n schoen over de piste te kunnen vlammen, ben je dan geneigd om er heel zuinig mee te zijn. Terwijl het pas echt decadent is om die schoenen uit zuinigheid niet te willen gebruiken. Verder liepen de zondagse duurlopen boven verwachting goed. De pijn in mijn heup bleef me echter wel zorgen baren. Na het lopen was ik een stijve oude vrouw die amper recht kon. Tot zover de evenwichtsoefening.

Februari begon rustiger. We liepen wel tijdens ons weekend in Den Haag, maar niet lang en aan een lage intensiteit. Mijn heup was me daar dankbaar voor. Bij de kine werd ik nog eens flink behandeld. Het bleek vooral de spierengroep rond mijn heup te zijn die moeilijk deed, waardoor het heupvlies geïrriteerd was. Ik ging naar huis met een nieuwe reeks oefeningen. Het advies: niet te voortvarend in actie schieten om mijn lichaam nog wat meer (relatieve) rust te gunnen. Dat lukte behoorlijk. In de krokusvakantie had ik immers tijd om kwalitatieve trainingsmomenten in te plannen mét voldoende rust. Het ging niet altijd zonder slag of stoot, maar al bij al was het een productieve trainingsweek. Mijn heup lijkt weer helemaal oké te zijn. We begonnen de maand maart met een duurloop van 23 km waarvan de laatste 10 met een strakke tegenwind. Als dat lukt zonder heel diep te gaan, dan put je daar voorzichtig vertrouwen uit.

Ik heb een sweater met een kleurrijke illustratie van Klaartje Busselot. Het is een Queen of Balance: een vrouw die een glas iced matcha op haar hoofd laat balanceren. Het onderschrift luidt: Balance is a myth – keep life busy, keep life fun. Ik kan me daar wel in vinden. Mijn looptrainingen bestaan uit laagtes en hoogtes. Er zijn loopjes waarbij ik niet vooruit te branden ben, waarbij ik nadien zucht en denk dat het nooit meer in orde komt. Er zijn (wat sporadischer) ook momenten dat ik me sterker voel worden, weer helemaal back on track. Balans betekent voor mij niet het perfecte evenwicht vinden tussen wat wel en niet kan. Het is mezelf toestaan om te klagen en meer te willen, om ambitieus te mogen zijn. Balans is ook dankbaar en tevreden zijn met wat er nog wel is, met die kracht die me vooruit stuwt en loopplezier geeft. Het is een oefening op de balk, waarbij het ook goed is als je eens een salto maakt en plots op de grond staat.

Wat ik zal onthouden van de Olympische Winterspelen

Als je in een niet-wintersportland sport in de winter, dan betekent dat door regen en modder baggeren. In een wintersportland daarentegen levert het feeërieke plaatjes op van het helderste wit en besneeuwde bergtoppen. Op televisiebeelden is geen spatje modder te bespeuren. Zoals dat meestal gaat, miste ik het begin, maar plots overkwam het mij en was ik volledig in de ban van de Olympische Winterspelen Milano-Cortina die zondag officieel werden afgesloten. Dat er gespeeld werd in en rond Milaan had zeker en vast een grote invloed op mijn enthousiasme. Italië! Land van hoop en optimisme! Mijn eerste vaststelling: wintersporters zijn waaghalzen, topatleten met een hoek af die onbesuisd aan hoge snelheden een berg af gaan en zich op glad ijs begeven. Wintersporten is altijd een delicate evenwichtsoefening op het scherpst van de schaats. Dit is wat mij – dankzij vele uren kijkplezier – zal bijblijven van de Winterspelen Milano-Cortina 2026.

  • Wintersporters dragen doorgaans kleding die hun lichaam volledig bedekt, dat is logisch. Als je stijl wil uitstralen met enkel het onderste deel van je gezicht, dan blijkt een perfect getrimde snor de oplossing te zijn of twee gestylede haarlokken die onder je helm uitpieken.
  • De coolio’s van de wintersport, dat zijn natuurlijk de snowboarders. Yeah! Ze dragen geen strakke kleding, maar houden het los en baggy. Het hesje met hun nummer dragen ze ook op de coolst denkbare manier: één arm erdoor, één erboven. Yeah!
  • Mijn liefde voor sporten met stokken is nog wat gegroeid. Als een jekko op ski’s de berg af knallen en dan die stokken aan weerszijden: dat straalt zowel kracht als nonchalance uit. Mijn ski-ervaring is beperkt, maar ik herinner me dat ik zelfs als tiener skiën stoerder vond dan snowboarden. Het zit ‘m in de stokken.
  • Er werden stokken weggegooid. Eén van de memorabele beelden was de Noorse skiër Atle Lie McGrath die door één klein foutje genadeloos werd afgestraft. Weg gouden medaille. Hij ontdeed zich van zijn ski’s om dan onder het lint door van de piste te stappen. Helemaal in z’n uppie de sneeuw in. Het leek wel een kunstwerk.
  • Van alle Olympische wintersporten denk ik dat langlaufen mij het best zou liggen. Lange afstand weliswaar. Harken en krabben, soort van lopen op sneeuw, niet te zot naar beneden gaan om dan totaal uitgeput wat van het landschap mee te krijgen. Ik zie het voor me.
  • Het eerste fenomeen dat ik – en bij uitbreiding de wereld – leerde kennen was Johannes Klaebo: maar liefst 6 gouden medailles op korte en lange langlaufafstanden neemt hij mee naar Noorwegen. Hij loopt een berg op alsof het niks is en verpletterde daarmee de concurrentie. Ik zie wel wat fysieke gelijkenissen met mijn broer. Tot nader order kon ik hem niet overtuigen de switch te maken.
  • Biatlon is een fascinerende wintersport. Je vertrekt met een geweer op je rug om de longen uit je lijf te langlaufen en dan zowel staand als liggend met een beperkt aantal kogels 5x een doel te raken. Het blijft een sport met een wapen en, alle respect voor de atleten, om die reden zou ik toch enkel voor het ski-gedeelte kiezen.
  • Er was een nieuwkomer in de Olympische wintersportfamilie: ski-mountaineering, ook wel skimo genoemd. Spektakel gegarandeerd! Hans vergeleek het met trailrunning. Op ski’s een berg met behoorlijke hellingsgraad oplopen door een soort van labyrint, ski’s uitdoen, de trap nemen, terug in je ski’s klikken om naar beneden te glijden. Je kan het zo gek niet bedenken of het bestaat al.
  • Het allerhardst ging ik op in het kunstschaatsen. Enter het volgende fenomeen: de Amerikaanse “Quad God” Ilia Malinin. Tegen alle verwachtingen in ging hij ten onder in zijn lange kür. De gedoodverfde winnaar moest tevreden zijn met een 8e plaats. Sport is bikkelhard. In het afsluitende schaatsgala zette hij een prestatie van jewelste neer met de emotionele performance getiteld “Fear”.
  • Onze Belgische kunstschaats-sterren schitterden aan de Milanese hemel. Zowel Olympisch debutante Nina Pinzarrone als “routiné” Loena Hendrickx reden een prachtige lange kür na een door blessureleed gedomineerde aanloop naar de Spelen. Hoe geweldig is het dat wij als niet-schaatsland twee kunstschaatsers van wereldniveau hebben?
  • Dé performance bij de vrouwen was die van Alysa Liu. Op een zonovergoten nummer van Donna Summer (what’s in a name) schaatste ze zich in een gouden jurk een weg naar het goud. Alysa Liu is een fenomeen op schaatsen mét een persoonlijkheid. Ze stopte met kunstschaatsen op haar 16e omdat ze andere dingen wilde doen, begon er terug mee op haar 18e om 2 jaar later Olympisch kampioen te worden. Je voelt en ziet het plezier dat zij beleeft. Ik zeg: ongekend!
  • Ook de paren in het kunstschaatsen spreken tot de verbeelding. Hallo zeg, wat spelen die allemaal klaar op ijs! De lassolift en de dodenspiraal zijn opgelegde elementen die iets lijken te zeggen over het gevaar van dat in elke beweging schuilt. Het Japanse paar Riku Miura en Ryuichi Kihara was wat mij betreft de verdiende winnaar, al was het om de emotionele comeback die ze maakten na een mindere korte kür.
  • Drama. Ik denk dat ik daarom zo van kunstschaatsen houd. Het zit niet alleen in de choreografie en de muziek, maar zeker ook in de kleding. Zoals steeds is de lijn tussen “perfect gedoseerd dramatisch met voldoende blingbling” en “een kitscherige overdaad aan nepblinkers” dun.
  • En dan toch nog een kanttekening bij mijn euforie over kunstschaatsen: het is een sport die helaas ook wordt gekenmerkt door coaches of trainers die geschorst worden omwille van grensoverschrijdend gedrag, schandalen en schorsingen door dopinggebruik en de meest uitzichtloze blessures.
  • IJshockey was de enige sport waar ik niet langer dan twee minuten naar kon kijken. Het is eerder een vechtsport voor grofgebekte aso’s dan een spel met regels en respect. Mannen die elkaar uitmaken voor bruidsmeisje, ik zal er nooit een greintje sympathie voor hebben.
  • De Belgische medaillespiegel mocht dan tegenvallen, ik heb daar als kijker niet zo’n last van. Ik geniet net zo goed van de Nederlandse overmacht op schaatsen. De sappige verhalen lagen ook voor het rapen, zowel bij het langebaanschaatsen als de short track waren er misnoegde atleten, rivalen en stiekemerds binnen een team. Het leven zoals het is: de schaatsbaan.
  • Een groot applaus voor Astrid Demeure en Tess Elst, de VRT sportankers die zowel ter plaatse als in de studio glansprestaties neerzetten!

Ik zeg jullie: These were truly phenomenal Games!

Het boek – 5x iets groots

In huis omgeven zijn door boeken is zowel geruststellend als beangstigend. Er is nooit een tekort aan leesvoer, wel vaak keuzestress. Hans en ik geven elkaar ook gouden tips en dan slaat de fomo soms toe. In de zomer dacht ik het gevonden te hebben: ik zou werken met een shortlist die maximaal 13 boeken mocht bevatten. Uit die stapel kon ik dan altijd kiezen wat ik als volgende zou lezen en ook hoe ik de shortlist zou aanvullen. Het leek een werkend systeem te zijn om te prioriteren. Tot het hek plots van de dam vloog en de shortlist een longlist werd. Een absoluut luxeprobleem. Lezen zullen we, ook in 2026. Het jaar leverde al een mooie literaire oogst op en ik presenteer jullie graag 5 boeken die van mij de stempel “groots en goedgekeurd” krijgen.

Laat je niet misleiden door de cover van De Schönwalds (2024). Philipp Oehmke schreef een klepper van een roman die zich helemaal in het nu afspeelt. De familie Schönwald komt samen in Berlijn voor de opening van de queer boekenwinkel van zus Karolin. Chris komt helemaal uit de VS, waar zijn leven een onverwachte wending nam. Broer Benni, inclusief huwelijkscrisis, is ook van de partij. Ouders Ruth en Hans-Harald bevinden zich eveneens in woelig water, al doen ze heel erg hun best dat niet in te zien. Elk familielid heeft een verborgen agenda, ergert en spiegelt zich aan de anderen. De familie Schönwald is behoorlijk incompetent inzake emotionele aangelegenheden. Geheimen komen bovendrijven en confrontaties zijn onvermijdelijk. De Schönwalds is een schitterende familiekroniek, een levensechte karikatuur van de hedendaagse samenleving. Philipp Oehmke is een ijzersterke verteller die schrijft met veel humor en vaart. Goed nieuws dus dat hij aan een vervolg werkt.

Van Berlijn gaan we naar Seoul, één van de dichtst bevolkte steden van Korea. Ik weet natuurlijk helemaal niks van die stad, maar daar heeft Sang Young Park een heel klein beetje verandering in gebracht. Hij schreef met Liefde in de grote stad (2021) een duizelingwekkend liefdesverhaal. Startpunt is de onconventionele vriendschap tussen Young en Jaehie die er een losbandige levensstijl op na houden. Zij trouwt, hij blijft achter met een zieke moeder en een steeds turbulenter liefdesleven. Young is als jonge queer man een buitenstaander die zich amper staande weet te houden in de waanzin van de grote stad. Aanvankelijk voelde ik me als lezer ook een buitenbeentje in zijn leven. Ik had geen idee waar het verhaal naartoe ging. Liefde in de grote stad is een verhaal dat zich aandient als een grappig en eenvoudig verhaal vol doldwaze anekdotes, maar zich ontpopt tot een teder en universeel liefdesverhaal. Het doet er dan helemaal niet meer toe of je queer of Koreaans bent. Een heel aangename verrassing!

Een streepje Italië mag niet ontbreken. Waak over haar (2024) van de Franse auteur Jean-Baptiste Andrea speelt zich af in het noorden van Italië. Meer bepaald in Ligurië, in het fictieve stadje Pietra d’Alba. We volgen het levensverhaal van gerenommeerd beeldhouwer Mimo die in een klooster op sterven ligt. Zijn bijzondere vriendschapsband met Viola is de rode draad in een aangrijpend verhaal dat zich afspeelt tegen de achtergrond van de rijke Italiaanse cultuur en de wereldgeschiedenis. De kracht van Jean-Baptiste Andrea is ongetwijfeld de filmische manier waarop hij een verhaal tot leven wekt. Verrassend is dat niet omdat hij ook regisseur en scenarioschrijver is. Ik was meteen verkocht: een toegankelijk verhaal dat van begin tot einde boeit met een plot die onvoorspelbaar en verrassend blijft. Helemaal begrijpelijk dus dat Waak over haar bekroond werd met de Prix Goncourt. Toen het uit was, bleef ik een beetje verdwaasd achter. Ik wens eenieder dezelfde intense leeservaring toe.

Intens dat is ook All Fours (2024) van Miranda July, volgens heel wat lijstjes één van dé boeken van 2024. Het waren vooral vrouwen die getuigden hoe ingrijpend dit boek was en hoe het hun leven voor altijd veranderd heeft. We volgen het eerlijke relaas van het 45-jarige hoofdpersonage dat onder het mom van “me-time” op roadtrip vertrekt. Dat draait allemaal net even anders uit. Geheel bij toeval ontdekt ze zichzelf in al haar eigenheid en dan is er niet echt meer een weg terug. Of juist wel? Je doet dit boek onrecht aan door het te bestempelen als een vrouwenboek omdat het op een rauwe manier vertelt over menstruatie, seksuele beleving en de (peri)menopauze. Net daarom is het een boek voor ons allemaal. Dit is dus geen disclaimer, wel een aanmoediging om eraan te beginnen. Al is het maar voor het geweldige gevoel voor humor van Miranda July. In mijn leeservaring was het onmogelijk om weg te denken wat het verhaal voor veel vrouwen betekend heeft. Mij heeft het niet fundamenteel veranderd, wel aan het denken gezet. Waarom maakt dit personage zoveel los bij een breed publiek? Lees en oordeel zelf.

Uiteindelijk staat het idee centraal dat doodgaan met hoop, hoe vergezocht en onrealistisch ook, nog altijd beter is dan hopeloze berusting. – Lieke Marsman

Ik wil een oproep tot leven zijn. Lieke Marsman verkent in Op een andere planeet kunnen ze me redden (2025) het universum van hoop en geloof, niet zozeer godsdienst an sich, wel de menselijke kracht om verder te kijken dan wat we zien. Lieke Marsman is ongeneeslijk ziek. Ze leeft al jaren in een medische mallemolen met veel pijn en een wankel toekomstbeeld. Hoe moet je het leven leven als de tijd tegen je is? Net zoals haar Het tegenovergestelde van een mens laat ook deze parel zich moeilijk vatten in een genre. Ze wisselt persoonlijke dagboekfragmenten af met stukken die eerder filosofisch essayistisch van aard zijn. Ik vond het op z’n zachtst gezegd heftig om dit te lezen. Terwijl ik niet kon stoppen, werd de krop in mijn keel steeds groter. Het is een boek dat langs alle kanten snijdt en toch zo wondermooi is. Van de prachtige cover spat het leven af. Lieke Marsman verdient het om door ons allemaal gelezen te worden.

Het moment – Feest in Den Haag

Februari is een feestmand. Hans mocht op 6 februari de aftrap geven met een kroon op zijn hoofd. Hip hip hoera voor Koning Hans! Laat vrijdag nu toevallig mijn favoriete dag zijn en een jarige op vrijdag, dat creëert mogelijkheden om op verplaatsing te vieren. Wij dus op naar Den Haag – want dichtbij en altijd goed. Voor de derde keer verbleven we er in de Van Swietenstraat aan het Koningsplein: sfeer en gezelligheid, het is Den Haag ten voeten uit. Na een vlotte autorit met onze vaste tussenstop kwamen we in de Haagse avondspits terecht. Indrukwekkend! Hoe dan ook, jarig zijn zonder een toertje te gaan lopen: dat kan echt niet. We trokken dus onze loopschoenen aan voor een rondje in de schemer richting Malieveld om alvast wat van de CPC te proeven.

De avond was nog jong en waar we al heel de week naar uitkeken, dat was borrelen bij café Emma op het Regentesseplein. Café Emma, mensen, ik zou een boek kunnen schrijven over welke gesprekken je daar oppikt omdat het publiek er zo divers is en luid genoeg spreekt om er je oor aan te hangen. Deze keer waren het een vriend en vriendin die lekker aan het kletsen waren. Zij: behoorlijk dominant in het gesprek. Hij: vond het allemaal wel prima. Ik onthoud de woorden ongekend en bloedirritant om toe te voegen aan mijn verzameling woorden die een (overdreven) sterk gevoel uitdrukken. Wij bestelden een biertje en ongekend lekkere vegan oesterzwambitterballen. In Nederland maken ze bitterballen en kroketten van werkelijk alles. Gelukkig voor ons ook in vegetarische variant. Het was een feestelijke avond en die avond was nog steeds jong toen we onze mezzeschotel mét extra falafel gingen afhalen bij Ali. In onze knusse studio dronken we champagne, klonken we op de jarige en het goede leven.

Jullie voelen al aan dat het een feestweekend was, want zaterdag begonnen we met een heerlijk ontbijt dankzij de onovertroffen bakkunsten van Pompernikkel (en ook wel een broodje van de Appie). Een goede bodem leggen is belangrijk voor wie een winkeldagje voor de boeg heeft. Onze eerste stop was de Piet Heinstraat, waardoor we allebei met het gelijknamige lied (zijn naam is klein) in ons hoofd zaten. Je vindt er wijnwinkel Marius, die aan heel wat Haagse horecazaken wijn levert en inmiddels ook voor ons een vast adres geworden is. Een mooi voorbeeld van dat een speciaalzaak niet per se duur hoeft te zijn. Vervolgens gingen we naar boekhandel De Vries Van Stockum in de Passage. Voor we het goed en wel beseften, stapten we met een stapeltje boeken naar buiten, waaronder de nieuwe Herman Koch en Julian Barnes. In de Passage zit ook kookwinkel Oldenhof. Ongekend! Noem iets dat met koken en de keuken te maken heeft en het wordt er verkocht. Denk zowel aan een magneet die een pak miniatuurpasta is, aan een theedoek of een Italiaans hoogwaardig espressoapparaat. Oldenhof heeft voor ieder wat wils en dus vonden wij er een cadeau voor Marike, die woensdag haar kaarsjes mocht uitblazen. We gingen niet voor de pastamagneet.

De zon scheen trouwens en op zaterdagnamiddag is het ongekend druk in Den Haag. Wij baanden ons een weg naar De Bijenkorf. Hans kocht er schoenen en ik dook in het ondergoed. Tot slot gingen we nog langs bij distilleerderij Van Kleef voor een fles limoncello en dan was het echt wel tijd voor een koffietje met gebak bij Emma. Alsof we nog niet genoeg stappen hadden gezet, gingen de loopschoenen weer aan. We hadden de zee immers nog niet gezien. Het werd een donker rondje over een onverlicht duinpad en langs een behoorlijk wilde zee. Een bijzondere ervaring die ik in mijn uppie nooit zou ondernemen. De ideale loopschoen voor een weekendje Den Haag dat is zonder meer de Bondi van Hoka: stabiel en dempend, heerlijk allround in stad en zand. Je zit er eigenlijk altijd goed mee als je niet per se snelheidsrecords wil verbeteren.

Ook deze avond was nog jong. Na een borrel op het Koningsplein gingen we met de fiets naar de snackbar. Hoewel we op 200 meter van een frietkot wonen, gaan wij in België nooit naar de frituur. Een wat drogere Nederlandse friet met een kaassoufflé en vegetarische kroket, dat smaakt toch erg goed op z’n tijd. Onze Nederlandse dag was trouwens Belgisch getint, want we volgden Belpop op de Belgische Radio 1. Een top 100 van Belgische muziek met ook best weer wat Nederlandse invloeden. Hoe Belgisch is Novastar bijvoorbeeld? Arno ging voor de 5e keer met de winst lopen met Dans les yeux de ma mère. We luisterden naar een geshuffelde versie van die 100 nummers, waarbij bleek dat Hans – een kind van de seventies – de Belgische muziek in al zijn diversiteit zeer goed kent. Hij is een man met vele talenten, maar dat wisten jullie al.

Onze zonnige zondag begonnen we weer met een ontbijt van Pompernikkel en nadien gingen we op de koffie bij Maarten en Irene, onze Haagse familie. Er is altijd veel om over bij te praten. Daarom is het eens zo fijn dat we elkaar snel terugzien voor het traditionele logeerpartijtje met de CPC. Wij vertrokken in Den Haag richting Wassenaar naar Museum Voorlinden. In november waren we er nog voor de expo van Mark Manders, maar dit bezoek was van het impulsieve soort. Uitgerekend langs de snelweg zagen we namelijk reclame voor de Franse Claire Tabouret. Een vrouw met een achternaam als een kruk, dat wekt meteen interesse. We voelden aan dat we dit niet wilden missen, wat een heel juiste inschatting bleek te zijn. Als er één Den Haag tip is die je echt moet onthouden, dan is het wel Museum Voorlinden. Gelegen op een prachtig domein aan de duinen met een tuin ontworpen door Piet Oudolf en grazende koeien die het schilderij compleet maken. Naar Voorlinden gaan, is een andere wereld binnenstappen.

Het was dus Claire Tabouret die ons op slinkse wijze hierheen had gelokt. Ze is een Franse kunstenaar die lange tijd in Amerika heeft gewoond. Een kind van de jaren tachtig dat altijd geweten heeft dat ze zou gaan schilderen. In de vernieuwde Notre-Dame in Parijs kan je binnenkort glas-in-loodramen van haar hand gaan bewonderen. Haar tentoonstelling in Voorlinden heet Weaving Waters, Weaving Gestures en bundelt werk van de afgelopen 10 jaar. In de eerste zaal waren we al meteen verkocht door haar onconventionele zelfportretten die een statement vormden om vrouwen in de kunst naar de voorgrond te brengen. In de tweede zaal was water het overkoepelende thema. Ik begon toen al te fantaseren waar ik thuis een werk van haar zou kunnen ophangen (wat als) of toch op z’n minst een paar postkaarten. Haar kleurgebruik en stijl zijn zo apart, zo wondermooi dat het beklijvend is om naar haar werken te kijken.

Wij gaan wel vaker naar een museum en ik hou daar altijd een goed gevoel aan over. Claire is mijn onbetwiste nummer 1. Ze heeft een heel gevoelige snaar geraakt. Woorden en foto’s schieten eigenlijk altijd te kort als je kunst wil beschrijven, zowel wat je ziet als wat dat met je doet. Naast het esthetische aspect was ik ook enorm geboeid door de manier waarop ze als kunstenaar aan de slag gaat met alternatieve materialen. Zo zagen we prachtig beschilderde vazen van haar hand en landschapsschilderijen op een canvas van nepbont. Eén van die werken had ze dan weer door een Frans atelier laten omzetten naar een gigantisch handgeknoopt tapijt. Dat gebeurde ook met één van haar schilderijen. Het resultaat was ronduit verbluffend. Ik bedoel: ongekend. Claire Tabouret was de kers op een al rijkelijk gedecoreerde verjaardagstaart. Je kan haar nog bewonderen in Voorlinden tot 31 mei. Ik zeg: ga dat zien!

We sloten af met de expo Stilte in de storm. Een verzameling uiteenlopende werken van diverse kunstenaars met als overkoepelend thema “de kracht van stilte”. Juist de variatie is de kracht van zo’n expositie. Je ziet moderne werken waar je even om moet lachen zoals een doodgewone deurbel met naamkaartje “Heaven”, maar net zo goed indrukwekkende installaties die op een eenvoudige manier een ingewikkeld verhaal vertellen. Wij pasten voor de performance art van Marina Abramović, waarbij je op een bankje een uur lang rijst en linzen mag tellen met een noise-cancelling hoofdtelefoon op om de stilte in je hoofd op te zoeken. We bleven vooral plakken bij de opstelling van een bepakt figuur die in alle eenzaamheid door de sneeuw stapt, een creatie van het Scandinavische kunstenaarsduo Elmgreen & Dragset.

Laat je vooral niet afschrikken door de setting van een museum of expositie. In een brochure lees ik vaak dingen waarvan ik denk: hm, ik ben hier te simpel voor, ik mis iets. Kunst bezoeken kan op het eerste zicht moeilijk of elitair lijken, maar eigenlijk is het heel eenvoudig: je moet alleen je ogen de kost geven. En geloof het of niet, we moeten in maart terug naar Voorlinden als we in Den Haag zijn voor de CPC. De catalogus van Claire Tabouret was nog niet te koop en die willen (moeten) we toch echt hebben als aandenken. Moe, maar helemaal voldaan reden we terug naar huis. Den Haag – dichtbij, altijd goed en ongekend de moeite.

De gedachte – Over het zwarte gat

Ik kreeg de eer om een bijdrage te mogen leveren aan het jubileummagazine van de 45e Rotterdam #demooiste Marathon die in april gelopen wordt. Een journalist belandde namelijk op mijn sub3-blog uit april 2023 waarin ik het zwarte gat na Rotterdam noem. Ik beantwoordde telefonisch vragen over wat dat zwarte gat precies is, hoe het voelt en hoe je ermee omgaat. Het was heel leuk om eens aan de vertel-kant te zitten en de tekst-kant aan iemand anders te laten. Ik heb het eindresultaat al mogen lezen, waar ik natuurlijk niet te veel over ga verraden (dat komt nog). Wel besefte ik dat het gitzwarte gat waar ik destijds in wegzonk na de marathon er niet meer is.

Kernzinnen in mijn relaas zijn een allesoverheersend doel en het ontnuchterende besef dat alles achter de rug is. Marathons lopen was lange tijd wat mijn leven richting en daardoor zin gaf. Ik telde week na week af naar dat grote doel. Elke stap die ik zette was er één naar de marathon, mijn ultieme focuspunt. Mijn leven werd daardoor ook behoorlijk hard. Vlak voor en tijdens die marathon bereikte de intensiteit een hoogtepunt. Ik was er verbonden met vriendjes en familie, ik deed iets waar ik ongelooflijk straf in was. Na de finish voelde ik alle energie en focus uit mijn lichaam wegvloeien. Mentaal en fysiek totaal leeg, ging ik naar huis. Daar viel ik in een uitputtende eenzaamheid, waar ik niet meer de held was die ik me tijdens en voor de marathon waande. It’s where reality kicks in. Het contrast tussen de magische marathonwereld en wat ik miste in mijn leven kon niet groter zijn. Ik werd verzwolgen door tristesse. Omdat ik nu een veel gelukkiger en zorgelozer leven leid, is die put er niet meer. Er is geen gapende leegte meer als de marathon gelopen is. Het leven gaat verder en dat is net zo goed een reden tot feest.

Wat natuurlijk ook helpt, is dat Hans en ik nu samen onze sportieve avonturen beleven. Een ongekende luxe om veel redenen. We kunnen eindeloos doorpraten over wat we meegemaakt hebben. We begrijpen elkaars triomf en frustraties. Er komt dus geen abrupt einde aan het verhaal, want we kunnen samen nagenieten en herbeleven zonder enig gemis. Hans heeft bovendien nooit last gehad van het zwarte gat. Hij heeft doorgaans wel stress in aanloop naar een wedstrijd en is dus vooral opgelucht als het achter de rug is en min of meer volgens plan verlopen. Wedstrijden zijn voor hem nooit een doel geweest om op regelmatige basis te lopen. Hij zegt dat hij stiekem wel een beetje jaloers is op die ervaring om in een zwart gat te kukelen zoals ik dat destijds kon. Ik ben immers zijn sensei van de intensiteit en het enthousiasme, zegt hij zelf.

Ik ging eens bij mijn loopvriendjes polsen of zij het zwarte gat kennen en hoe ze dat ervaren. Meteen keek ik in de richting van Roos omdat zij een ervaringsdeskundige inzake zwarte gaten is. Wat wij gemeen hebben is dat we de dingen intens beleven. Wij kunnen tot ongekende hoogten opgaan in iets en er dermate enthousiast over zijn dat zelfs de koelste kikker instant warmbloedig wordt. Ik denk dat die intensiteit aan de bron van een zwart gat kan liggen. Na de hoogte volgt de diepte. Roos beschrijft hoe ze zich na de dag van een wedstrijd kapot en leeg voelt terwijl ze alle indrukken moet verwerken. Hoe langer en zwaarder de wedstrijd, hoe meer last ze ervan heeft. Ze kan ook in een zwart gat vallen na een dag supporteren in de Hel of na een vierdaagse Rock Werchter. Een dag verlof nemen na een intense periode betekent de deur wagenwijd openzetten om het zwarte gat te verwelkomen. Om dat te vermijden zorgt Pieter ervoor dat het de week na een grote wedstrijd juist heel druk is. Zo kan het tot 2 weken duren vooraleer de gebeurtenis verwerkt is.

Ook voor Joni is het zwarte gat geen onbekende diepte. Volgens hem valt het de dag na de wedstrijd nog goed mee omdat je met veel mensen kan praten over wat je hebt meegemaakt, maar de tweede dag is iedereen het vergeten en blijf je alleen nog over met je (spier)pijn. Je omgeving lijkt een rol te spelen om het zwarte gat op te vullen of juist uit te diepen. Er is een grote behoefte om te delen, maar ook een grote afstand: wie er niet bij was kan niet begrijpen wat de impact was. Bij Sam werkt napraten juist helend. De grote doelen zijn bij hem vaak een heel event waarbij je met familie en vrienden onderweg bent. Omdat ze deelnemen aan je avontuur, kan je er nadien met die mensen honderduit over praten. Ook het resultaat bepaalt voor Sam hoe hij zich nadien voelt. Ging het goed, dan is het vooral nagenieten en dromen hoe het nog beter kan, ging het wat minder dan is er de honger om het volgende keer beter te doen. In beide scenario’s speelt hij de film van de wedstrijd opnieuw en opnieuw af als er niet gepraat kan worden.

Waar iedereen het over eens lijkt te zijn, is dat een volgend doel kan voorkomen dat je al te lang in je zwarte gat blijft plakken. Laten we het erop houden dat we ons als gedreven lopers schuldig maken aan het betere vluchtgedrag om maar niet onder ogen te moeten zien dat een geweldige ervaring achter de rug is. Mijn blog heeft mij trouwens ook altijd geholpen. Niks werkt zo therapeutisch als een brij van indrukken en gevoelens door een fijn zeefje te halen en elk korreltje nog eens door de microscoop te bekijken om er een naam op te plakken. Schrijven schept rust in mijn hoofd en een hoofd in rust is ook beter in staat om simpelweg te beseffen hoe ongelooflijk mooi datgene is wat je hebt meegemaakt.

Gelukkige Gedichtendag!

Hoera! Het is de poëzie die de mist in ons hoofd en het grijzedweilenweer kan doen vergeten. We vieren vandaag Gedichtendag met het thema “metamorfose”. Ellen Deckwitz schreef het Poëziegeschenk 2026. Ik ga heel eerlijk zijn: ik heb de poëzie de afgelopen tijd zwaar verwaarloosd. Vanaf vandaag breng ik daar verandering in. Ik luister namelijk altijd naar wat Ellen Deckwitz te vertellen heeft. Ellen wie? Ellen Deckwitz is een Nederlandse alleskunner. Ze praat, dicht en schrijft. Ze tovert het ene na het andere genre uit haar pen. Een vrouw met humor en een mening, een vrouw naar mijn hart dus. Ze is een onvermoeibare poëzie-ambassadeur. In haar boek Olijven moet je leren lezen legt ze uit hoe je van gedichten kan leren genieten. Ik heb kortom al veel van Ellen Deckwitz geleerd. Ze heeft bovendien cavia’s. En mensen met cavia’s die zijn eigenlijk bij voorbaat sympathiek.

Haast je dus naar de boekenwinkel om poëzie te kopen en het Poëziegeschenk van Ellen Deckwitz cadeau te krijgen!

Eerste metamorfose

Op een dag werd je verliefd. Je vel dwong je
op een strooptocht naar troost,

een ander om als een branddeken
over je heen te trekken.

Hormonenroedels raasden door haarvaten,
werden sledehonden in een sneeuwstorm,

de ander liet eeuwenoude kuren
in je ontwaken, je eiste blaren

op je heupen, wilde een navel
vol laten lopen met jouw zweet.

Je zenuwen werden een woud aan toortsen
en in de verte schemerde nog ergens een citaat

uit het Hooglied, dat hartstocht beklemmend is
als het rijk van de doden

maar er was alleen nog maar de ander.
Je botten die nieuwe botten wilden maken,

op een dag werd je verliefd. Het was magisch
en fantastisch, en ik bleef achter.

Ellen Deckwitz

Cheers op de poëzie!

Loperspraat – Mijn sportieve plannen voor 2026

Ocharme januari, ik denk dat het één van de meest verguisde maanden is. Doorgaans donkerder dan stiekem gehoopt, winterachtig van aard en de zomer nog ver ver weg. Neem daarbij een portie onrealistische – zogenaamd – goede voornemens (het moet nu ineens anders) en je hebt een ontnuchterende cocktail van desillusie en valse hoop te pakken. Bij mij werkt dat dus niet zo. Januari is voor mij echt dat witte blad waarop er weer volop plannen geschetst en uitgetekend kunnen worden. Met onze Cloud Dancer in gedachten, de kleur van het jaar volgens Pantone, is die lei dit jaar eens zo wit. We vliegen er kortom weer in, aan plannen zelden een gebrek.

Snel zijn en ver vooruit durven denken blijft de boodschap voor wie zich wil inschrijven voor een loopevenement. Vorig jaar was ik er een week niet goed van dat de CPC Loop in Den Haag al uitverkocht was toen wij ons wilden inschrijven. Gelukkig viel er een plan B uit de bus: tot een week voor de race wachten tot startnummers massaal verkocht werden op Marktplaats. Zo liepen wij vorig jaar dus de halve marathon van de CPC als Stella en Annefleur. Hans moest noodgedwongen vertrekken vanuit de laatste startbox. Een prestatie die hem het inhaalmanoeuvre van de eeuw opleverde bij zijn CPC-debuut. We hadden er weer een verhaal bij en een zonnig weekend in Den Haag. Eens zo gemotiveerd waren we om dit jaar braaf in de digitale wachtrij te gaan staan. Met resultaat: we konden een startbewijs voor de jubileumeditie bemachtigen. De CPC viert op 15 maart namelijk zijn 50e verjaardag! Eentje die wij niet zullen missen, deze keer dus gewoon als Joke en Hans, maar met een ongetwijfeld even goed verhaal.

April zal ook dit jaar dé marathonmaand zijn. Het EK bracht ons vorig jaar van Brussel naar Leuven. Om heel veel redenen werd dat een onvergetelijke ervaring. De stad Leuven heeft alles in haar mars om een marathon te hosten. Denk: historisch karakter, een lange rechte Vaart, een overenthousiaste bevolking die in grote getalen komt opdagen als er iets te beleven valt én ook zelf maar wat graag de loopschoenen aantrekt. Het EK bleek een zaadje te hebben geplant voor een boom die ook dit jaar zal bloeien. Op 19 april zal ik aan de start staan van de Leuven Marathon. Het parcours wordt een variatie op dat van het EK. Geen start in Brussel, wel een rondje centrum, een lekker lang stuk langs het water en een passage over het gravel van Meerdaalwoud. Wederom dus een gevarieerde trip down Memory Lane in ongetwijfeld heel mooi gezelschap. Hans, Roos en Joni zullen ook de hele marathon lopen (mogelijk worden er zelfs allianties gesmeed). Papa en Marike lopen de halve marathon. Je hoeft niet te voetballen om thuismatchen te kunnen spelen.

In mei trekken Hans en ik naar de bergen en het buitenland voor een grensverleggend avontuur. We zullen op vrijdag 15 mei aan de start staan van de Trail Alsace by UTMB. Wij lopen de Ultra-Trail des Païens, een mystieke naam die verwijst naar de Keltische roots van de Elzas. Naamgeving en decor is belangrijk, dat weten ze heel goed bij UTMB. Het belooft een hallucinant stuk lopen te worden van maar liefst 109 km met 3900 hoogtemeters. De route brengt ons van Orschwiller naar Obernai langs kastelen en wijngaarden met het ene fenomenale zicht na het andere, dat is toch de romantische benadering. Jullie weten dat ik trails steevast afmeet aan de Chouffe trail en ik heb uit goede bron (Hans) vernomen dat beklimmingen in de Elzas niet technischer zijn dan de Ardennen, maar wel langer. Mijn geheime wapen: een paar spiksplinternieuwe trailstokken. We vertrekken gelukkig ’s ochtends, wat mijn maagdarmstelsel zal kunnen waarderen. Een uitdaging van formaat, dat sowieso, eentje waar we heel erg naar uitkijken! En als Seppe zich een beetje haast op de langste afstand van 156 km kunnen we hem op zaterdagavond zien finishen.

In juni gaan we nog eens terug naar Bouillon. Onze promotie voor de (een beetje) verborgen parel van de Ardennen heeft in kleine kring gewerkt. Joni en Roos zullen op 6 juni present tekenen voor de 100 km. Hans, Sam en ik zullen de 35 km lopen. We proberen Pieter nog te overtuigen om zijn karretje aan te hangen. Het is voor ons een degelijke uitdaging om de trailbenen gaande te houden voor wat nog komen zal. Heel bijzonder dat we er nu in uitgebreid gezelschap aanwezig zullen zijn. En ja hoor, gelukkig zullen we allemaal de Tombeau du Géant te zien krijgen. Ik verplicht nu al iedereen om daar een adembenemende selfie te maken, weer of geen weer.

Na de Trail des Fantômes was ik vorig jaar helemaal klaar met de (te) grote loopevenementen die door hun populariteit uit hun voegen barsten. Mij (ons) zou je niet meer op een trail van Sport Events zien bijvoorbeeld. Hun trails worden steeds opgeschaald en de fomo bij een jong publiek aangewakkerd, wat het loopcomfort niet bepaald ten goede komt. Dat ik dan de Chouffe trail zou missen: so be it! zei ik heel stoer. Tot de tijd me wat milder stemde en ik besefte dat ik met mijn principes vooral mezelf in de voet zou schieten. Ik kan de Chouffe trail simpelweg niet missen. Het avontuur wordt op 4 juli namelijk eens zo groot, want met Hans en Sam gaan we voor de Big Chouffe van maar liefst 101 km. Noem het gerust gekkenwerk, want om dit met ons drieën te doen: hoe ongelooflijk zot is dat?!

Het najaar brengt in september een herkansing voor Hans op de Great Escape 200 km. Hij is er eens zo hard op gebrand om die missie nu wel te volbrengen en ik heb eigenlijk ook wel weer eens zin om in de auto te slapen. In november zou het zou zomaar kunnen dat Den Haag een heel mooi wit konijn uit de hoed tovert. Er zou namelijk een marathon georganiseerd worden in onze oh zo geliefde stad. Als dat ervan komt, dan moet en wil ik daarbij zijn.

Tot slot gooi ik er nog een disclaimer tegenaan. Ik heb een dubbele verhouding met het gegeven dat de loopsport tegenwoordig steeds grootsere en extremere vormen aanneemt. Enerzijds vind ik het jammer als iets gehypet en gekaapt wordt door mensen die op een andere manier in de sport staan dan ik. Anderzijds, wie ben ik om er iets op tegen te hebben dat zovelen zich aangetrokken voelen tot de prachtige sport die lopen is? Bovendien pleit ik net zo goed zelf schuldig aan het langer en extremer maken van uitdagingen. Weet dus dat ik me daar bewust van ben. Wat voor mij altijd zal primeren is het avontuur, de ervaring en verbinding die lopen mij brengt. Let the games begin!

Hip hip hoera voor Sam!

Lieve Sam

Wat een nieuws: jij wordt vandaag 30 jaar! Geboren op 8 januari 1996, het zou een koude maandag geweest zijn. Nu weet jij natuurlijk dat ik graag een verband leg tussen iemands persoonlijkheid en de dag waarop die geboren werd. In jouw geval stemt mij dat tot nadenken. Jij, een maandag?! De productieve laten-we-de-week-maar-ernstig-beginnen-dag waarop doorgaans niet al te veel bijzonders gebeurt? Tot mij te binnen schoot dat jij me eens op een koude maandag in december hebt gebeld of ik die avond mee wilde naar een concert van Zwangere Guy in de AB. Jij laat het leven niet begrenzen door de dagen van de week. Elke dag is een mogelijkheid. Elke dag is een kans om er iets bijzonders van te maken. Jij kan elke dag van de week zijn.

4 jaar geleden leerden we elkaar kennen op een koude, natte zondag in januari in Holsbeek bij de Naturarun, één langgerekte modderloop. Je sprak me voor de start aan, had mijn blog ontdekt en zo ook dat ik lesgaf op de school waar jij een leerling was geweest. Jij haalde mij onderweg in. Ik won de wedstrijd. Nadien gaf je toe dat je mij als mikpunt genomen had, maar dat je toch diep was moeten gaan om me voorbij te lopen. Ondanks ons leeftijdsverschil bleken we heel wat raakvlakken te hebben. Een paar maanden later stonden we samen klappertandend in het startvak op de Champs Elysées voor dé Paris Marathon. Aan de finish vierden we met Roos erbij. We beleefden samen iets heel wezenlijks. Onze vriendschap nam een raketstart en daardoor was je eigenlijk ook meteen deel van de familie.

We zijn in veel opzichten tegenpolen. Ik woon in het dorp, jij in de grote stad. Jij wil zoveel mogelijk mensen ontmoeten en de wereld zien, ik ben het honkvaste gewoontedier. Jij staat een nachtje door te stampen op techno, ik dans alleen met Hans in de keuken. Jij bent de man die zelfs onder de douche naar een podcast luistert, ik ben de vrouw die radiostilte nodig heeft. We zijn het cliché van de extravert en de introvert die elkaar naadloos aanvullen. Zowel vertellers als luisteraars, zowel denkers als doeners.

Jij bent een immer bescheiden alleskunner en alleswiller die werkelijk elke kans aangrijpt om iets mee te maken of om de wereld een beetje beter te begrijpen. Het leven lacht je toe, dat is zo, maar het zou te makkelijk zijn om je weg te zetten als een zorgeloos zondagskind. Juist omdat het leven niet altijd mild voor jou is geweest, wil je het nu eens zo hard leven. Jouw fomo draait niet om erbij willen zijn of gezien willen worden, je ziet elk moment als potentieel interessant. Ik kijk vol bewondering toe hoe jij met een oprecht open blik rondom je kijkt, hoe je je kwetsbaar kan opstellen en ook barst van het potentieel. Toujours invaincu! om het met Stromae te zeggen, jou op het lijf geschreven. Je bent bovendien een vriend die heel veel geeft en, ik zou haast zeggen op een ouderwetse manier, een vriendschapsband ook echt koestert.

Wij overbruggen onze generatiekloof met gemak. Op geen enkele manier voelt het aan alsof onze vriendschap door ons decennium verschil niet in evenwicht zou zijn. Met Hans erbij zullen we in de zomer dus als dertiger, veertiger en vijftiger op pad zijn om 100 km aan te tikken. Hoe bijzonder is dat? Ik kijk nu al uit naar de urenlange bijbabbelsessie en de muzikale verrassingen die je voor ons in petto zal hebben. Het mooie is: met jou erbij stijgt het entertainmentgehalte, maar mag het net zo goed saai zijn. Juist door samen zo’n intense sportieve momenten te beleven, weet je ook echt wat je aan elkaar hebt. Heel veel, dat weet ik al langer.

Geniet van jouw dag! Vandaag toevallig een donderdag, maar wat doet jou dat? Vandaag zeg ik: cheers! en gefeliciteerd! Morgen klinken we op jouw gezondheid en ineens ook op de vriendschap en het leven. Op alles eigenlijk en ineens ook op elke dag. Omdat jij ook zoveel bent in één persoon. Hieperdepiep hoera!

Het moment – En nu op naar 2026!

Lieve lezers

Ik heb een dubbele relatie met wit. Pantone’s Color of the Year 2026 is Cloud Dancer: niet meer of niet minder dan een wit-tint. Het is ergens een heel saaie keuze. Van een bedrijf dat wereldwijd elke denkbare kleur standaardiseert, verwacht je wat meer durf. De base line van hun motivatie is dat de wereld nood heeft aan rust. Denk aan: golvende vrede, tijd om te kunnen ademen en de creativiteit weer ten volle te laten draaien. Je kan daar niet tegen zijn. Wit boezemt echter ook angst in, want op die helderwitte bladzijde of dat kraakwitte tafellaken is elk vlekje meteen zichtbaar. Mijn advies: gewoon doen dat wit. Onze witte kater Phineas is het levende bewijs dat wit ook stoer kan zijn (ik noem hem nu mijn kerstpoes). Een wit hemd is voor mij onmisbaar in elke garderobe. Dat vlekje is er zo weer uit en wit is tijdloos. Bovendien hoeft een liefde voor wit geen kleurloos bestaan tegen te werken.

De wolken die zachtjes voorbij dobberen, ik kijk daar naar uit in 2026. Op professioneel vlak bevond ik me in 2025 in stevig stromende wateren. Ik ging van een winkel terug naar het onderwijs om te werken als leerondersteuner. Een job die heel losjes voortborduurt op mijn carrière als leerkracht, maar me vooral de kans biedt om heel veel bij te leren. Het roer eens omgooien: ik kan het iedereen aanraden. Ook op sportief vlak is het zoeken naar een nieuw ritme. De eerste helft van 2025 mocht er absoluut wezen met het EK marathon in Leuven in uitmuntend gezelschap, een grensverleggende 100 km met Hans en 80 Chouffe-kilometers met Sam erbij. De tweede helft hing met wat meer haken en ogen aan elkaar. Enerzijds is er berusting en dankbaarheid voor wat is geweest, anderzijds nog veel ambitie en gedrevenheid voor wat hopelijk nog mag komen. Die twee zijn ongetwijfeld op de één of andere manier met elkaar te rijmen, ik zoek nog uit hoe precies.

Waren er nog redenen om te dansen? Jazeker! 2025 was het jaar van mijn nichtje Marilou. Er was het memorabele UTMB-avontuur van Seppe en daarbij de ontdekking van Martigny. Het was net zo goed het jaar waarin ik gecharmeerd werd door Zoutleeuw en het jaar waarin ik mijn 40e verjaardag vierde in Parijs. Samen met Hans natuurlijk. We gingen vaak genoeg naar Den Haag om het leven te vieren. Er waren ook onvergetelijke momenten met de kinderen in mijn omgeving die weer rijkelijk met wijsheid in het rond strooiden. Allereerst gaan we naar Leah. Samen met haar broer kwam ze een namiddagje knutselen. Resoluut koos ze voor de prikblok. Uit dik papier met een botte naald een prent prikken, daar is geduld en doorzettingsvermogen voor nodig. Emil haakt vrijwel meteen af en vraagt om assistentie. Leah wil daarentegen zelf de klus klaren. We nemen een loopje met de waarheid door te vertellen dat Hans prenten prikt op zijn werk. Ze lijken mee te zijn in ons verhaal, tot Leah ons ernstig aankijkt en vraagt: is dat echt waar? Een meid die opgroeit omringd door artificiële intelligentie neem je niet zomaar in de maling.

Een ander onvergetelijk van wijsheid doordrongen moment kwam vorige week tijdens de officiële openingsceremonie van de boomhut. Mijn papa bouwde namelijk met recyclagehout een fantastisch mooie boomhut voor de kleinkinderen. Mijn oudste nichtje Laurien, bijna 10 jaar, nam het initiatief voor een plechtig moment en was ceremoniemeester van dienst. Ze schreef een speech en vroeg ook de maker (bompa) om een openingswoord te voorzien. Laurien riep door haar microfoon de aanwezigen op om zorg te dragen voor de boomhut. Het moet een plek worden waar de kinderen kunnen doen waar ze goed in zijn. Gelukkig zijn volwassenen er ook welkom. Als dat geen prachtige vredesboodschap is! Geef kinderen overal ter wereld alsjeblieft een eigen plaats waar hun talenten tot bloei kunnen komen. De kinderen klonken erop met appelsap en nadien dansten we op een kersthit van #LikeMe. Alles voor de nichtjes en neefjes.

Ik werd dus 40, mensen. Mijn leeftijd is helemaal niet meer zo’n issue en dat heb ik onder meer aan Hans te danken. Ik weet namelijk dat ik altijd graag gezien zal zijn. Bovendien deed ik ook een ander inzicht op, met dank aan Simon. We hadden het over relaties en hoe belangrijk het is dat je daar als partners dezelfde verwachtingen over hebt. Hans en ik zijn echt heel hecht samen, we brengen veel tijd samen door en vinden dat ook belangrijk. Sommigen vinden dat klef. Ik beschouw mezelf echter nog steeds als een vrijgevochten vrouw, een individu. Ik val niet samen met mijn relatie of met Hans. Juist door die innige band, word ik gestimuleerd om mezelf te ontwikkelen en ten allen tijde mezelf te mogen zijn. Simon knikte eens en zei: dat is oldskool. Gelijk heeft hij. Ik ben mega oldskool. Ik hou van teksten schrijven en lezen. Ik hou van filterkoffie en lineair tv kijken. Ik hou van Delfts Blauw en bordjes aan de muur. Ik rouw er nog steeds om dat Esprit en Maison Scotch failliet gingen.

Het is echt fijn om 40 jaar en oldskool te zijn. Ik ben nu eenmaal altijd een romantische, dromerige ziel geweest die, soms tegen beter weten in, gelooft in het goede. Dat weerhoudt mij er niet van om mijn bek open te trekken als er onrecht in het spel is. Ik heb daarin veel geleerd van het personage Merel uit de fantastische NPO-reeks Oogappels (kijken die handel!). We leren Merel aanvankelijk kennen als een bikkelharde tante die snoeihard kan uithalen. Zo is er een memorabele scène waarin ze tegen haar baas van leer trekt en uiteindelijk ook ontslag neemt omwille van de loonkloof – het is omdat ik geen piemel heb! Gaandeweg komt Merel echter in het reine met zichzelf en transformeert ze tot een zelfbewuste vrouw die leert dat mildheid en verbinding haar redding zijn. Het heeft geen zin om je te verstoppen achter cynisme of desinteresse. Alleen door je hoop, kwetsbaarheid en angst te laten zien kun je echt contact maken met anderen en voel je je niet meer zo alleen. Dan kan je ineens weer zien hoe bijzonder en krankzinnig mooi het leven is.

Bravo! Lieve lezers, mijn laatste loftrompet van het jaar is voor jullie. Met veel toeters en bellen, een stevige uithaal en in een uiterst creatieve zelfontworpen outfit zou ik jullie, vanop een groot podium, een serenade in een opzwepende driekwartsmaat willen brengen om te vertellen hoe dankbaar ik jullie ben. Het is namelijk dankzij jullie dat ik hier mijn podium krijg, dat ik hier op mijn oldskool manier in de schijnwerpers kan staan. Ik schreeuw het uit voor jullie! Wisten jullie trouwens dat het leven tegen je praat? Door oog te hebben voor wat op je pad komt, kan je ontdekken wat echt belangrijk is. Dat is dan ook wat ik jullie toewens: veel van wat klein en oh zo belangrijk is. Ik heb een spetterend nieuw jaar voor jullie gestrikt. Aan jullie om het uit te pakken. Trek iets wits aan om 2026 tegemoet te gaan of ga volop voor goud en glitter. Het is helemaal aan jullie.

Voilà.

Joke
X