10 jaar geleden was ik 30 en Roos 23. We waren serieus gebeten door de loopsport, in volle voorbereiding voor de Rotterdam Marathon, mijn 3e en Roos’ 2e marathon. Het eerste weekend van maart reden we voor het eerst naar Den Haag. De TomTom hing met een zuignap aan het autoraam, zo ging dat in die tijd. Naar Den Haag rijden was niet minder dan een missie. Zouden we zonder onder de tram te belanden veilig en wel aankomen bij onze neef Maarten? Het antwoord was gelukkig en volmondig “ja”. Onze schattige neefjes Senne en Lev van 7 en 5 deden de deur open en keken wat verschrikt naar de nichtjes van papa. We kwamen namelijk een nachtje logeren om op zondag 6 maart 2016 voor het eerst deel te nemen aan de CPC Loop, dé halve marathon van Nederland. Een nieuwe familietraditie was geboren.
De CPC bracht ons veel verhalen van de strafste soort. We liepen er meermaals PR’s en ook wel eens onszelf in de vernieling. De wedstrijd werd eens afgelast door de wind en was het laatste massa-evenement 4 dagen voor België in lockdown ging in 2020. Bij de comeback in het najaar van 2022 was Sam van de partij en zat Roos in Berlijn voor de skeelermarathon. Ook maatje Pieter trok eens ten strijde door de city-pier-city. We trotseerden er vaak herfstig regenweer, soms een stralende zon, maar vooral veel wind. Het Malieveld werd een grasveld met mythische proporties. Ik was zelfs zo gek om de CPC 2x in de zomer te lopen, op eigen houtje dus, toen ik op vakantie was in Den Haag en ik mijn parcourskennis wilde testen. Het gekke was dat het CPC-gevoel mij zelfs op het voetpad bekroop.

De neefjes zijn inmiddels tieners. Maarten en Irene wonen niet meer in het huis met de magnolia. Roos heeft een baby die bijna één jaar is. En ik vond Hans. De liefde voor de CPC bleef al die tijd overeind. Het is dan ook een ijzersterke formule: een halve marathon met stads- en zeezicht, een ongelooflijke organisatie en dat alles binnen een warm familiaal kader. We waren er daarom als de kippen bij om ons in te schrijven voor de 50e jubileumeditie. Geen digitale wachtrij is te lang als je de CPC wil lopen. Zaterdagochtend 14 maart stapten we meer dan goedgeluimd in de auto. Geen GPS meer aan het raam, ik laat me rijden tegenwoordig. Een vaste waarde is daarentegen dat het wisselvallige weer zich niet laat voorspellen. We vertrokken met gietende regen in Tienen, maar gaandeweg trok het wolkendek open en werd het zonniger hoe dichter we onze bestemming naderden.
Den Haag binnenrijden is altijd een beetje thuiskomen. De neefjes schrikken inmiddels niet meer als ze ons zien, maar zijn blij met de grote doos Belgische koffiekoeken. Hans en ik trokken de stad in via onze vaste fietsroute, gewoontediertjes als we zijn. Maart toonde zich inmiddels van zijn grilligste aard door zo nu en dan geheel onverwacht een pittig buitje uit de wolken te schudden. Er hingen dus grijze wolken boven het Malieveld waar we ons nummer gingen ophalen. De eventsite (zoals dat zo mooi heet) was wat anders ingericht met een entree (Nederlanders houden van Franse woorden) langs de zijkant. Daarna konden we het niet laten om nog wat boeken te gaan shoppen bij De Vries Van Stockum en er volgde een uitgebreide kijksessie op de mode afdeling van De Bijenkorf. De avond voor onze race was een borrel niet aan de orde, maar koffie met taart ging er wel in bij Café Emma. We schoven nadien onze voetjes onder tafel ten huize Maarten, de meest onveranderde factor in heel dit verhaal over tradities en gewoontes. Chaos en gezelligheid troef.

Sinds vorig jaar start de halve marathon niet in de late namiddag, maar om 11u30: het ideale uur als je in Den Haag logeert en je niet voor dag en dauw je bed uit wil. Om 10 uur vertrekken we met de fiets richting Malieveld. Er is regen voorspeld, maar die heeft zich vermomd als een stralende zon. Het blijkt het ideale loopweer te zijn met een bescheiden 10 graden, een zonnetje en relatief weinig wind. De meeuwen juichen ons vrolijk tegemoet. Op het Malieveld is het heerlijk druk. De kinderlopen zijn net achter de rug, de 5 km wedstrijd staat op het punt te vertrekken. We droppen onze spullen in de locker (vooral mijn spullen eigenlijk) en gaan richting startvak 1. Geen inhaalrace voor Hans dit jaar! We zijn allebei voorzichtig om onze ambities uit te spreken, aangezien het al bijna een jaar geleden is dat we nog een race op straat liepen. Er is altijd dat dubbele gevoel van enerzijds willen genieten van wat lopen is en anderzijds ook het volle pond te willen geven om te kijken waar je staat.
Even een promopraatje. De halve marathon is een prachtige afstand! Toegankelijk, maar niet alledaags. Haalbaar, maar niet vanzelfsprekend. Je hoeft geen gekke dingen met voeding en drinken te doen, zowel voor als tijdens de race. Je kan diep in het krachtenarsenaal tasten zonder dat je dat meteen heel zwaar bekoopt. Een dodelijke, maar verleidelijke cocktail van afstand en snelheid. Het parcours van de CPC zou ik als mijn broekzak moeten kennen, al kan ik me verschuilen achter het excuus dat er de laatste jaren wel wat wijzigingen zijn doorgevoerd. CPC staat voor city pier city, omdat je van de binnenstad over de boulevard richting de pier van Scheveningen loopt en dan terug de stad in. Starten gebeurt ook dit jaar – traditiegetrouw – op de Koningskade. De zon doet de oranje banners eens zo hard oplichten. Ik voel mijn 9e CPC-start kriebelen tot in mijn kleine teen. Er zijn dit jaar een pak meer deelnemers (de wedstrijd was alsnog na een paar uur uitverkocht). Daardoor is de startprocedure aangepast volgens het flessenhals-principe. Het zal absoluut de juiste keuze blijken te zijn om loopplezier en -comfort te garanderen. Wat ook nieuw is: we slaan snel linksaf waardoor de eerste 2 kilometer “nieuw” zijn. Ik leer ook echt een nieuw stukje Den Haag kennen, want vergis je niet: ik ken daar heus niet elke straatsteen.

Na 10 jaar ben ik tot de conclusie gekomen dat de CPC zich laat indelen in 4 blokken. Het eerste blok: de start van km 1 tot 7. Sfeer troef! Dikke rijen mensen juichen je toe die eerste kilometer. Je lijkt te joggen, maar in wezen vlieg je. Lopen gaat als vanzelf. Je gaat door relatief bekende straten, een groot feest van herkenning. Een moment van stilstaan en kort rouwen om de plaats des onheils waar ik in 2018 na 3 km stilstond met een enkelblessure. Het is dan verder lopen, een heel goed gevoel tanken en zoeken naar wat een comfortabel tempo is zonder door te duwen. Uit de praktijk blijkt echter dat ik pas na dit eerste blok weet of ik niet té voortvarend ben gestart. Het begin van de CPC, dat is eigenlijk altijd goed. Zo ook nu. Ik weet dat Hans wat sterker en sneller is, dus ik zie zijn blauwe Hoka-petje meter per meter afstand nemen. Zelfs als hij na 6 kilometer al een aardige voorsprong bij elkaar heeft gelopen, blijf ik om de zoveel tijd zoeken naar dat blauwe petje dat op en neer beweegt. Natuurlijk heb ik wel een richttempo voor vandaag. Op basis van mijn pistetrainingen denk ik gemiddeld onder de 4’30” per kilometer te kunnen blijven. Het eerste deel lijkt dat te bevestigen. Ik loop steady tussen de 4’20” en 4’25”. Het geeft de burger moed.
Kilometer 8 tot en met 14 noem ik het “uur” van de waarheid. Je bent in een wat saaier stuk van de stad (nooit iets slechts over Den Haag!). De benenwagen begint de inspanning te voelen. 38 hoogtemeters op 21,1 km lijkt verwaarloosbaar, maar ze bevinden zich bijna allemaal in dit deel van het parcours. En ja, dan voel je dat dus wel. Je loopt ook richting de zee, maar het duurt altijd langer dan je denkt vooraleer je daar bent. Zee betekent ook dat de wind plots kan oplaaien uit een richting die nooit echt gunstig lijkt te zijn. In deze fase bepaal je of je chill zal drijven, gezapig zal dobberen of genadeloos zal verdrinken. 10 jaar CPC ervaring leert mij dat ik hier vooral het hoofd fris moet houden. Ik mag niet gaan doorduwen als ik voel dat het zwaarder wordt, ik moet blijven zoeken om mijn tempo te kunnen consolideren en de Cielo’s hun werk laten doen. Waar ik hier vorig jaar tijd begon in te leveren, wat aanvoelde als een slag van de molen, blijf ik dit jaar dapper overeind. Zelfs op de wat zwaardere stukken blijf ik netjes onder mijn beoogde tijd. De metronoom is back in business. Op mijn eigen manier vlieg ik tussen de meeuwen door naar de zee.

Tijd voor het pronkstuk: van kilometer 15 tot 17 loop je dus langs de zee, niet over het strand, wel langs de boulevard (den dijk zoals wij in België zeggen). Een verraderlijk stukje waarbij de kunst is om te genieten van het feit dat je loopt met zeezicht, zonder je blind te staren op de kilometertijden die onvermijdelijk wat trager zijn. Het loopt namelijk wat omhoog en de ondergrond is oneffen. We hebben geluk! De wind staat hier in de rug. Ik blijf dus lopen! Ik ben zo enthousiast dat ik niet anders kan dan een sportgel aannemen van de enthousiaste meiden van Upfront. Het blijkt er één met appelsmaak te zijn, dat is het proberen waard. Le nouveau Joke est arrivée en duwt met een paar slokken die gel naar binnen. Waarom ik dat misschien niet beter had gedaan? We zijn net een bevoorradingspost met water gepasseerd en dit is wel degelijk een gel van de plakkerige soort die water nodig heeft.
Als je dan na 17 kilometer uiteindelijk rechts afdraait, richting de stad is de grande finale ingezet. Die loopt eerst lichtjes bergaf en gaat dan via wat keren in een redelijk rechte lijn richting finish. De Badhuisweg is een finale-waardige laan. Het is hier nog 4 kilometer letterlijk alles geven zonder jezelf de pleuris in te lopen, maar wel hard genoeg om er letterlijk elke druppel zweet te kunnen uitpersen. Dat lukt nog steeds behoorlijk. Ik blijf heel nette kilometertijden lopen. De buit is nog niet binnen. Ik voel elke vezel in mijn lijf werken, maar ik ben blij dat ik elke vezel in mijn lijf aan het werk krijg. Met zicht op de iconische skyline van Den Haag is het aftellen tot je eindelijk linksaf mag slaan om te finishen. Het doet pijn, echt waar, maar ik geniet. Als er iets is wat ik heb geleerd van 11 jaar wedstrijd lopen, dan is het dat je dat moment van de finish altijd moet capteren. Het is niet en zal nooit vanzelfsprekend zijn om weer maar eens een halve marathon af te tikken.

Ik klaar de klus uiteindelijk in 1u33. Wat verder voor mij zie ik Hans in de finishzone. We zijn min of meer in elkaars buurt gebleven. Hans heeft afgeklokt op een knappe 1u32 en neemt dus een mooi PR mee naar huis. De zon schijnt nog steeds, we zijn weer samen. Tijd om na te praten en te recupereren. Het leven is goed! We nemen afscheid van ons Den Haag en natuurlijk onze familie, maar niet voor te lang. En of we wat hebben om op terug te blikken! Niets dan lof in de eerste plaats voor de organisatie, die was feilloos te noemen. De drukte op het parcours was perfect gedoseerd. Ik liep nooit echt alleen, maar ook niet in een hinderlijke massa. Ook na de finish was de doorstroom en drukte behoorlijk ideaal te noemen. Duimpjes omhoog voor alle sympathieke vrijwilligers die dit loopfeest mogelijk maakten.
Na 9 CPC’s is het niet eenvoudig om een objectieve analyse te maken van mijn prestatie. De omstandigheden zijn altijd weer anders, net zoals de sportieve agenda. Er valt ook weinig peil te trekken op hoe mijn halve marathon zich verhoudt tot de marathon die erop volgt. Ik liep razendsnelle marathons zonder uitschieter op de halve. Dat je iets meet, betekent voor mij ook dat er nog heel veel is dat je niet weet. De cijfers zeggen dat ik al vaker sneller liep dan mijn 1u33, vorig jaar bijvoorbeeld. Ik heb aan de verleiding kunnen weerstaan om daarom te zitten kniezen omdat ik deze halve marathon zo constant heb kunnen lopen. Ik voelde me op geen enkel moment verzwakken en kon mijn goede start vasthouden tot aan de finish. Mijn traagste kilometer liep ik in 4’28”, mijn snelste in 4’21”. Ik ben trager dan vorig jaar, toen ik sneller vertrok, maar ook een groter verval liet optekenen. Met het oog op de marathon over 3,5 week denk ik dat sterk kunnen blijven belangrijker is dan een snelle start.

Toch even een kritische noot. De CPC werd voor het eerst gelopen in 1975, maar vrouwen mochten pas meedoen vanaf 1980. Over 5 jaar vieren we dus pas het echte jubileum. Hoe dan ook ben ik blij dat ik al 10 jaar CPC geschiedenis mocht meemaken. In 2022 speelde Sam een rol in de aftermovie van de CPC. Hij werd gevraagd om in het startvak naar zijn horloge te kijken. Een onvergetelijke acteerprestatie. Dramatiek en aftermovies zijn goede vriendjes, maar trop is echt te veel. De aftermovie van dit jaar is er zo over dat je denkt: dit is ironisch bedoeld. En toch klopt één citaat als een bus: it’s a memory we recreate each year. Deel van de traditie is het herbeleven van herinneringen en dat gaat dan van hoe we ons niet met de fiets konden oriënteren tot de magnolia die telkens weer in bloei staat begin maart. Volgend jaar wordt de CPC gelopen op 14 maart, de dag dat mijn opa 100 jaar geworden zou zijn. Het zal mijn 10e CPC zijn. Ik voel hier nu al geweldig veel symboliek ontstaan.








