Het moment – Een bezoek aan de Kazerne Dossin in Mechelen

Een bezoek aan de Kazerne Dossin zou voor iedereen verplichte kost moeten zijn. Je zou er opnieuw en opnieuw moeten langsgaan zodat een vreselijk deel van onze geschiedenis niet vergeten wordt. Tot die conclusie kwam ik maandag nadat ik het museum verliet. Ik ben spendeerde er 2,5 uur samen met mama. We waren danig onder de indruk. De militaire kazerne stamt uit de 18e eeuw en beleeft een gitzwarte periode tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tussen juli 1942 en september 1944 was het een deportatiecentrum waar ruim 25.000 Joden en enkele honderden Roma en Sinti gedeporteerd werden naar het concentratiekamp van Auschwitz-Birkenau. Amper 5% overleefde de horror. Lang geleden bezocht ik de Dossinkazerne al eens met school. Ook dat bezoek hakte er flink in. Als leerkracht besef ik hoe belangrijk herinneringseducatie is. Nu besef ik dat die ook verder dan het onderwijs moet reiken.

In een korte introductiefilm krijg je te zien dat jodenhaat van alle tijden is. De Jood zit als slechterik diepgeworteld in ons verleden. Reeds in de middeleeuwen worden Joden gestigmatiseerd en bruut vermoord, net zoals heksen. Karikaturale afbeeldingen presenteren hen als bedriegers en dieven. Voor de doorsnee middeleeuwer stond het als een paal boven water dat het Joden waren die Christus eigenhandig aan het kruis hebben genageld en ook de aanleiding hebben gegeven tot die vreselijke daad. Judas, de verrader, zou ook een Jood zijn. Kortom: de Jood is de grote boeman en bijgevolg ook pineut van de westerse geschiedenis. In de introductiefilm wordt ook verwezen naar andere genocides uit de 20e eeuw. Ze tonen aan dat als de ander gedehumaniseerd wordt, de gevolgen niet te overzien zijn.

IMG_0872b

Op de eerste verdieping van het museum staat de historische achtergrond van het nazisme en de aanleiding tot Hitlers vervolging van de Joden centraal. Het mechanisme van de massa wordt blootgelegd. Bij een gigantische foto van joelende festivalgangers op Tomorrowland lees je hoe de kracht van de massa werkt: je eigen “ik” verdwijnt, je wordt opgeslokt en meegesleurd in de euforie. De totalitaire dictatuur die in 1933 ontstaat in Nazi-Duitsland maakt daar handig gebruik van. Stelselmatig worden Joden steeds meer rechten ontnomen. Ze mogen zich enkel onder heel strikte voorwaarden in het openbare leven vertonen. Ze mogen hun beroep niet meer uitoefenen en moeten naar aparte scholen gaan. Ze worden kortom steeds meer de ander, steeds minder mens. Volgens Hitler zijn ze een zwak ras dat verjaagd moet worden om het bloed te zuiveren.

Op de tweede verdieping staat angst centraal. Joden worden ook in België geviseerd en opgejaagd. Als de Tweede Wereldoorlog losbarst, zijn ze voorgoed hun recht op een eigen leven kwijt. Vluchten, onderduiken of je vreselijke lot ondergaan? Je kinderen achterlaten of mee de dood in sleuren? Het zijn hartverscheurende beslissingen die je moeilijk een keuze kan noemen. De cijfers over de Dossinkazerne zijn bikkelhard. Met elk mensonterend transport vanuit Mechelen werd een duizendtal Joden vervoerd naar Auschwitz-Birkenau. Soms overleeft niemand het concentratiekamp. Hoogst uitzonderlijk zijn er 30 overlevenden. Het museum eindigt op de derde verdieping dan ook met dood als centrale thema. Tal van portretten, brief- en beeldfragmenten geven een gezicht aan de gruwel. Die individuele verhalen hebben overeenkomsten, maar uiteindelijk is elk verhaal uniek. Elk mensenleven is immers uniek. Elk mensenleven dat verloren is gegaan, is er één te veel.

IMG_0876b
Deze grijs muur heeft enkele gekleurde portretten: die van Holocaust-overlevers

Verspreid over het museum hoor je in vijf delen de beklijvende getuigenissen van vijf overlevers. Ik volgde het verhaal van Marie Pinhas. Ze werd in 1931 geboren in Griekenland en emigreerde een jaar later met haar ouders naar België. Het gezin woont in Laken, waar beide ouders werken. Marie heeft nooit beseft dat zij Joods was. Op school werd ze la petite Grecque genoemd en thuis wordt het joodse geloof niet gevolgd, maar het christelijke. Om die reden weigert haar vader hen als Joden te laten bestempelen. Ook als de dreiging toeneemt, probeert hij angstvallig hun Joodse identiteit te verhullen. Het gezin duikt onder, wordt verklikt en belandt in juli 1944 in de Dossinkazerne. Ze maken deel uit van het 26e en laatste transport vanuit Mechelen naar Auschwitz. Voor de medische keuring komt Marie oog in oog te staan met engel des doods, Josef Mengele. Ze liegt over haar leeftijd, waardoor ze niet rechtstreeks naar de gaskamers gaat, maar slavenarbeid moet verrichten: haar enige kans om te overleven. Ga naar Marie luisteren om het volledige verhaal te horen. Je zal een kranige dame zien die op haar veertiende abrupt volwassen werd.

IMG_0889b

We eindigden bij de kunstinstallatie Left Luggage van Willy Baeyens. Hij zocht een manier om zijn bezoek aan de Dossinkazerne te verwerken en begon daarom ingetogen olieverfportretten te schilderen van Joodse kinderen die de Holocaust niet overleefden. Uit het ene schilderij ontstond een volgend. Dit resulteerde uiteindelijk in ruim 100 portretten die in oude reiskoffers werden geplakt. De koffers liggen semi-nonchalant over de ruimte verspreid alsof ze uit een vrachtwagen zijn gevallen. In een filmpje geeft de kunstenaar uitleg bij de totstandkoming van de installatie. Ik had gemakkelijk een uur kunnen kijken naar die schilderijen. Ze hebben me diep geraakt, net zoals het verhaal van Marie dat deed.

img_0891b.jpg

Meer informatie over de Dossinkazerne vind je hier. Wacht niet te lang als je Left Luggage wil bewonderen: deze tijdelijke expo is nog tot 15 september gratis te bezichtigen tijdens de openingsuren van het museum.

Het gerief – Nog meer tassen!

Als ik in een andere stad ben, kijk ik anders om me heen waardoor er extra veel creatieve ideeën in mijn hoofd borrelen. Bovendien wil ik graag een herinnering aan die reis blijvend in huis hebben. Een lichtgevende Eiffel-toren is mijn ding zo niet. Ik maak graag iets dat geïnspireerd is op wat ik daar heb gezien. Na mijn Parijs-trip vorige maand maakte ik bijvoorbeeld met jeansresten en enkele oude T-shirts een heleboel nieuwe kussens voor in mijn zetel. In de vakantie heb ik meer tijd voor allerhande creatieve projecten. Mijn lijstjes hebben nogal de neiging om stevig uit te dijen omdat uit het ene idee het andere ontstaat en dat kan lang blijven doorgaan. Om orde op zaken te stellen in die creatieve chaos is één van mijn favoriete bezigheden mijn hobbykamer (ja, ik ben zo’n gelukzak) wat op te rommelen en te herorganiseren: in één klap meditatie, mindfulness en retraite.

IMG_0841b

Op creatief gebied hield ik me in juli vooral bezig met de komst van mijn metekindje, die nu echt elk moment geboren kan worden. Ik naaide heel wat babygerief en ook de doopsuiker, momenteel nog top secret. Voor mezelf maakte ik wat kleding voor ik naar Parijs vertrok. Een zebrashort onder andere omdat zebra gewoon altijd goed is. Wat ook op de planning stond, was een uitbreiding van mijn Flat White tassencollectie. Zoals ik hier vertelde is Flat White de naam van mijn eigen geheel unieke en eigenwijze collectie kledingstukken en tassen. De Flat White stijl wordt gekenmerkt door een sober kleurenpalet, aangevuld met een een stoere dierenprint, een subtiel glittertje, grafisch design, marmer of streepjes. Heel veel streepjes, want streepjes zijn altijd goed. Flat White is kortom no-nonsense chique met een apart detail. Trendy dat niet te veel opvalt. Of zoiets.

IMG_0848b

Nog meer tassen dus omdat ik dat heel graag maak en een mens kan echt niet genoeg tassen hebben. Voor elke gelegenheid is er de juiste tas: hou dat in je achterhoofd. De denim leopard look van de vorige Flat White collectie ben ik nog lang niet beu gezien. Gelukkig maar, want die is alom vertegenwoordigd rondom mij. Voor het najaar ging ik verder op een wit-zwart jasje met koperen ritsen en een gemarmerde trui die ik in mei maakte. De nieuwe stof die alles fijntjes samenbrengt is de diagonals uit de nieuwste collectie van See You At Six, een prachtige canvasstof met zwarte diagonale lijnen en als tegengewicht een koperstreep met glittertje. Ik combineerde met een stevige donkere denim. Voor de voering koos ik een stijlvolle wit-zwart gestreepte stof met paard en ruiter, die enkele jaren geleden blijkbaar gebruikt werd in een collectie van Scapa.

IMG_0850b
Moeten er nog streepjes zijn? Voeringzakjes zijn ideaal om resten te verwerken. Ik verwerk ook graag de zijkant (met mini-franjes) van stoffen.

Als opwarmertje maakte ik nieuwe uitvoeringen van succesrecepten: tassen Mathilde en de kleine Maurice uit Mijn Tas 2. Ik maakte die intussen al heel vaak om cadeau te geven en ik scoorde er altijd mee. Als markant detail nam ik een gokje en ging ik voor zwarte franjes uit suède. Helemaal Flat White en voor mij ook helemaal geslaagd.

IMG_0826b
Maurice is een handig tasje om zowat alles in op te bergen. Mathilde is een shopper om nog meer in te bewaren, achter de franjes zit nog een zak verstopt.

Een nieuwkomer in de tassencollectie is de Trixie Trail tas. Ik maakte die een eerste keer voor Marike, die ik te hulp schoot bij ernstige handtasproblemen: Trixie was de oplossing. Het patroon is van de hand van blogster Fynn, alias Nathalie, één van de auteurs van Mijn Tas. Je hebt keuze uit tal van opties om de tas af te werken. Dankzij de uitgebreide werkbeschrijving is dit patroon zeker ook geschikt voor naaileken in tassenland. Mijn exemplaar maakte ik 10 cm korter zodat het een grote handtas zou zijn waar je ook een boek en ander levensnoodzakelijk gerief in kwijt kan. Binnenin de tas deed ik mijn eigen ding met zakjes zodat er wel orde kan heersen. Ik ben wederom erg tevreden met het eindresultaat. De tassenband geeft de tas een sportieve uitstraling, de franjes zorgen voor strakke elegantie.

IMG_0828b
Grote Trixie en kleine Faye

Tot slot waagde ik me ook aan de modetrend van 2019, zoals alle trends terug van nooit echt weggeweest: het heuptasje. Ik zag het me niet meteen dragen, tot Sofie van WISJ Designs het Faye en Frankie patroon lanceerde en er zoveel originele exemplaren online verschenen. Ik zwichtte dus en koos voor Faye, de vrouwelijkere versie van het klassieke heuptasje dat je als een echte hipster over je schouder kan dragen.

IMG_0836b
Faye heeft vooraan een handig opbergzakje, langs achter zit er een riem met klikgesp aan vast zodat je haar nonchalant op het lichaam kan dragen.

Het tasje zit vernuftig in elkaar en dankzij de uitgebreide werkbeschrijving met foto’s is elke stap van het maakproces duidelijk.  Ik moet wel toegeven dat Faye ter wereld brengen flink zweten en zwoegen was. De voor- en achterkant van zowel buitenstof als voering bestaat uit vier ronde hoeken die je langs een lange strook (met rits) moet naaien. 4 hoeken maal 4 stukken stof: dat is 16x prulplezier dat er niet makkelijker op wordt naarmate het tasje verder in elkaar zit. Het eindresultaat maakt al dat gepruts ruimschoots goed: praktisch, strak en hip. Wellicht waag ik me binnenkort ook eens aan een Frankie.

IMG_0844b

Ik hou er van als dingen bij elkaar passen, als het kleinste detail klopt. Zonder het te beseffen, bleek mijn zebrashort ook helemaal assorti te zijn met mijn tassen en met de berk, de zebraboom van het bos. Het mooie van mijn Flat White collectie is dat ik geen moeite moet doen om dingen te laten kloppen. Mijn vier nieuwe tassen zullen zeker dienen om nieuw herinneringen in te bewaren en vooral altijd en overal veel te veel spullen mee te kunnen slepen.

IMG_0845b

Ik kocht de stof van See You At Six, mijn ritsen en de meeste fournituren bij LanaLotta: de place to be voor creatievelingen. De donkere denim komt van Pauli, enkele fournituren komen van bij Veritas.

Het boek Mijn tas 2 is nog steeds te koop. Het patroon van de Trixie Trail tas kocht ik bij LanaLotta. Het patroon voor Faye (en Frankie) kan je kopen via de website van WISJ.

Het jasje is gemaakt uit een jacquard volgens het patroon van de Berlin Beat uit Urban Style, het boek van blogster Eva. De sweater is de Stockholm Style uit datzelfde boek, gemaakt uit de marmerprint van About Blue Fabrics.

 

Duatlonspecial – Eén jaar op de fiets

Lange tijd was ik een hardcore loper die altijd volle gas vooruit vloog en zichzelf daardoor al eens voorbij liep. Mijn liefde voor lopen maakte me soms blind en doof. Ik liep zonder echt om me heen te kijken, laat staan naar mezelf te luisteren. Lopen was het fundament van mijn leven. Niets of niemand mocht daar aan raken. In onstabiele tijden was lopen mijn houvast die ik te krampachtig vasthield. Zo lang ik kon blijven lopen, zou mijn wereld ook blijven draaien. Toen ik vorig jaar geblesseerd raakte en wekenlang amper iets kon doen, stortte het plafond naar beneden en werd ik bedolven onder de brokstukken van mijn oh zo dierbare lopersleven. Ik ruimde puin en met het gruis maakte ik een zorgvuldig geconstrueerde mozaïek. Wat een apocalyps leek te zijn, was in feite een doorstart. Ik herontdekte mezelf eerst als loper, nadien als fietser. Een jaar geleden maakte ik kennis met het zachtaardige, doch pittige karakter van mijn Baskische held op wielen, Juan*. Wij hadden immers een plan: in december zou ik deelnemen aan de Hel van Kasterlee, een zware winterduatlon waarbij er, naast 45 loopkilometers, 115 kilometer op de mountainbike afgelegd moeten worden. De rest is geschiedenis.

Onze eerste maanden samen waren die van de verliefdheid: werkelijk alles wat we samen deden, was leuk. Zijn klikpedalen waren zo gemakkelijk, zijn versnellingen zo soepel en zijn remmen zo intens. Hij en ik konden bovendien uit de voeten op elke ondergrond. Met mijn hoofd in de wolken was ik niet echt met dat grote doel bezig. Mijn fietskilometers temperden mijn dagelijkse loopdrang. Als ik ging lopen, haalde ik daar eens zoveel plezier uit. Toen ik in oktober een geslaagde marathon in Brussel liep, was het bewijs geleverd dat de combinatie lopen-fietsen mij wel degelijk lag en dat er nog steeds een snelle marathon in mijn benen zat. Zo groeide Juan uit van een verzetje om mijn loophonger te stillen tot een volwaardig sportalternatief. Mijn Garmin-statistieken vertellen me dat ik het afgelopen jaar maar liefst 7031 kilometer in het zadel zat. Dat zou ik niet hebben gedaan als ik niet graag zou fietsen. Ik zie mezelf echter niet als een duatleet, maar als een volbloed marathonloper die ook heel graag met de mountainbike rijdt. Zonder twijfel ben ik een betere loper geworden door die twee sporten te combineren.

IMG_0789b

Waaraan ik moest wennen op de fiets is de bepalende invloed van het weer. Als fietser ben je doorgaans langer onderweg en dus ook langer overgeleverd aan de klimatologische grillen. Na twee uur in de regen bezwijkt ook het beste regenjasje voor de nattigheid. Wind is echt niet om mee te lachen op de fiets. Omdat je niet met je hele lichaam beweegt, krijg je ook sneller koud. Als loper ben ik zelfs in de winter na een kilometer warmgelopen, loop ik zelden met handschoenen en kan regen noch wind me deren. Als fietser laat mijn interne thermostaat me al eens in de steek. Gevoelloze tenen lijken er bij te horen. Ik heb de douchekraan vaak heter moeten draaien na een zoveelste barre fietstocht in het najaar. De fietser beschikt over heel wat mogelijkheden om zich te kleden, al is daar ook een stevig prijskaartje aan verbonden en is het assortiment voor vrouwen eerder beperkt. Ik prijs me dan ook gelukkig met de leopard-wieleroutfit van Italiaanse makelij die ik recent op de kop heb kunnen tikken. Stance sokken doen het trouwens ook uitstekend op de fiets. Twee paar over elkaar dragen behoort tot de mogelijkheden. Alleen bij echt frisse temperaturen geef ik de voorkeur aan thermische wielersokken. Fietsschoenen verslijten gelukkig niet zo snel als loopschoenen, integendeel. Ze gaan hooguit stinken als ze vaak doorweekt zijn. Een soda-sopje verricht dan wonderen.

IMG_0790b
Juan is gek op strobalen: om een beetje tegen te leunen, maar toch vooral om langs te scheuren

Als loper moet je steeds op je hoede zijn voor blessures. Fietsen is een minder blessuregevoelige sport, maar andere gevaren loeren om de hoek. Het risico op een val en de gevaren van het verkeer zijn de grote keerzijde van de wielersport. De onverdraagzaamheid en vooringenomenheid van sommige autobestuurders vind ik onbegrijpelijk. Omdat ik hen uit veiligheid aankijk en niet meteen vol in de remmen ga, denken ze al te gauw dat ik een voorrang opeis waar ik geen recht op heb (wat ik dus niet doe). Mijn alerte blik wordt dan verward met arrogantie waarop er geclaxonneerd wordt of een raampje opengaat. Op de fiets moet je altijd en overal uit je doppen kijken. Klikpedalen zorgen voor een stuk veiligheid, maar ze belemmeren ook je reflexen als je je evenwicht verliest. Bovendien moet je niet eens veel snelheid hebben om hard te vallen. Ik ben dus geen waaghals op de fiets. Het akelige is dat je niet veel nodig hebt om lelijk tegen de grond te gaan. De fatale val van wielertalent Bjorg Lambrecht toont aan dat een ongeluk in een heel klein petieterig en onbenullig hoekje kan zitten.

Het mooie van fietsen is dat je het echt rustig aan kan doen, als de benen wat stram zijn, als de wind het lijf zwaar maakt of als je daar gewoon zin in hebt. Stijve benen los fietsen kan echt. Los lopen daarentegen kan lelijk tegenvallen omdat de impact van lopen op je lichaam er altijd is. Ik hoorde nog nooit iemand spreken over een cyclist’s high, maar de rustgevende cadans op de fiets kan mij net in zo’n ontspannen modus brengen. De omgeving heeft daar ook een grote invloed op. Met de mountainbike kom ik op andere plaatsen dan tijdens mijn looproutes. Sowieso is mijn actieradius met de fiets groter en valt er dus ook meer te ontdekken verder van huis. Het bos weet mij altijd te raken. Langs en door velden fietsen kan ik ook adembenemend mooi vinden. Mijn fietsershand is snel gevuld met mooie plaatjes. Het afgelopen jaar heb ik samen met Juan enkele magische momenten beleefd die me vooral heel veel zin hebben gegeven om te blijven fietsen. Gracias!

IMG_0774b

*Juan heet zo omdat hij als Orbea Spaanse roots heeft en vier jaar lang de fiets van mijn papa, Jan, was.

De gedachte – Ja, ik zweet

Ik ben een zweter. Dat is geen bekentenis, maar een eenvoudige vaststelling. Je hoeft mij niet per se in een sportieve context tegen het klamme lijf te lopen om dat te beamen. Ook in het dagelijks leven ben ik al eens een beetje of een beetje heel bezweet te spotten. In principe zou dit geen waardig onderwerp zijn om over te schrijven, laat staan een gedachte te formuleren. Zweten is immers des mensen. Het feit dat je haar groeit, je handdoeken gewassen moeten worden en je boodschappen doet, heeft net zo weinig nieuwswaarde. In de realiteit blijkt zweten echter geen non-issue te zijn. Ik kreeg al subtiele en minder subtiele opmerkingen over mijn bezwete kop. Niet nader te bepalen mensen die het niet konden nalaten om mij erop te wijzen dat ik had gezweet. Euhm ja en dan? Ik ben me er van bewust dat ik zwetend niet de meest florissante verschijning ben (het zou vreemd zijn als dat wel zo was). Zweten in het bijzijn van andere niet-zwetenden voelt ongemakkelijk aan omdat je het gevoel krijgt dat je je ergens over moet schamen. Alsof er fijntjes wordt opgemerkt dat je in een hondendrol bent getrapt. Hoewel zweten een natuurlijk en gezond proces is, blijkt het voor sommigen een bizar en ronduit gênant verschijnsel te zijn.

Begrijp me niet verkeerd. Liefst van al ruik ik fris en fruitig alsof ik net een uur in bad heb liggen weken. Liefst van al ligt mijn haar dan ook nog eens in de juiste plooi. Liefst van al zweet ik dus niet. De ingenieuze werking van het menselijke lichaam heeft lak aan die persoonlijke voorkeuren. Elk lichaam kan zweten, het ene excelleert er al meer in dan het andere. Bij ons in de familie zit zweten onomstotelijk in de genen: wij zijn een familie zweters. Al generaties lang, ook mijn Oma zaliger kon er wat van. Dankzij die genen beschikt mijn lijf over een uitstekend warmteregulatiesysteem, waardoor de zweetmodus een feit is wanneer ik het warm krijg: sportgerelateerd of niet, met die conventies houdt mijn lichaam geen rekening. Transpireren is een efficiënte methode om af te koelen: het vocht verdampt op je huid en dat koelt af. Naar aanleiding van de extreme hitte las ik hier in De Morgen dat zweten de enige manier is om af te koelen als de temperatuur hoger is dan je lichaamstemperatuur. En ook hier kon ik lezen dat zweten goed en gezond is voor je lichaam. Niet elke mens of sporter zweet evenveel en niet elk zweet stinkt. Het is juist abnormaal als je nooit zweet.

Reclame voor deodorant wil ons overtuigen dat je met een simpele spray of roller maar liefst 24 uur lang niet zou zweten. Je reinste nonsense! Deodorant kan je poriën niet dichtmetselen (gelukkig maar). Ik gebruik deo omdat het een fris gevoel geeft en een opkomend zweetgeurtje in de kiem kan smoren, want nee: liefst van al ruik ik dus niet naar zweet. Zulke reclames tonen aan dat zweten wordt beschouwd als iets dat je absoluut moet vermijden. Vreemd, want dat is dus niet mogelijk. Er zijn voldoende middelen om zelfs als ernstig zweter fris door het leven te gaan. Wie zweet is niet onhygiënisch, wie zich nooit wast is dat wel.

IMG_0435b

Waar ik al helemaal de kriebels van krijg, is het feit dat zweten binnen een sportieve context iets is wat je zou moeten verstoppen. Het eufemistische onderschrift I don’t sweat, I sparkle, dat je al eens kan aantreffen bij foto’s van sporters op sociale media, is daar een mooi voorbeeld van. Kijk, het is eenvoudig: een sporter beweegt (intensief) waardoor de lichaamstemperatuur stijgt en het lichaam door middel van transpiratie gaat afkoelen, mogelijk heeft dat een geurtje. Je krijgt daarbij vaak een rode kop omdat je bloedvaten aan de oppervlakte wijder worden om het zweetproces mogelijk te maken. Het is dus absurd dat je als het ware verantwoording moet afleggen voor het feit dat je tijdens een sportieve activiteit wat anders oogt. Vaak is er op zulke zogenaamde sportfoto’s ook niet meer waar te nemen dan enkele perfect gestileerde parelvormige zweetdruppeltjes op het voorhoofd dat dankzij de juiste filters ook helemaal niet rood is te noemen. Voor het esthetische aspect van een foto is het te begrijpen dat je zweet wat probeert weg te moffelen. Het jammere is dat je daardoor afbreuk doet aan het bevrijdende van sport: dat het even echt helemaal niks uitmaakt hoe je eruit ziet. Je hebt gewoon je loopschoenen aangetrokken, een heel fijn uur lichaamsbeweging gehad en wat anderen daar van vinden doet er echt niet toe. Ik kan me niet voorstellen dat ik me vlak na een marathon bezig moet houden met een spontane, maar toch zweetvrije foto te maken.

Toen Roos en ik onze eerste marathon liepen in Leiden, hing er ergens langs de kant van de weg een bord met het opschrift zweet is slechts vet dat huilt. Een originele vondst om te zeggen dat zweet bij de inspanning hoort. Tijdens de hittegolf in Parijs heb ik bovendien gemerkt dat ik dankzij dat zweten uitstekend tegen die extreme temperaturen kan. Bij ons in de familie is zweten al eens een gespreksonderwerp. Zo introduceerden we de term nazweten en sturen Roos en ik elkaar soms waarschuwingsberichten voor zogenaamd zweetweer. Veel weertypes kunnen onder die noemer vallen. Onthou: een voorbereid zweter telt voor twee. We don’t sparkle, we sweat!

 

Loperspraat – Onder de zon over de bergen in juli

De vakantie vierde hoogtij in juli. De zon scheen (soms een beetje te hard), ik liep (soms te veel berg op), ik lag horizontaal te lezen (soms ook te dutten) en mijn familie was er (soms eigenlijk, want we wonen gelukkig niet allemaal onder hetzelfde dak). Ik begon juli relatief rustig om te bekomen van de sportieve en professionele inspanningen in juni. Toen ik aan het begin van de maand 24 uur aan de Noordzee spendeerde en ’s ochtends over het strand liep van Westende tot in Middelkerke werd de depart réel, het eigenlijke startschot, voor vakantie in mijn hoofd gegeven. Wat volgde was family time in Brussel, Houffalize en Parijs. Waarbij niet alleen de familiale liefde rijkelijk vloeide, maar ook het zweet.

IMG_0106b
Het asfalt en ik in afwachting van de renners.

Het eerste weekend van de maand was Brussel het decor van het grootste sportieve circus ter wereld: de Tour de France. Zonder Chris Froome, maar met Geraint Thomas, Peter Sagan en onze Belgische helden. Zaterdag gaf onze eigenste Eddy het startschot voor een etappe door en rond Brussel. Roos, mama en ik fietsten naar Tervuren om daar te zien hoe de coureurs voorbij vlamden voor hun laatste 15 kilometer. Het was niet de eerste keer dat ik de Tour zag passeren in België. Steeds is het net zo indrukwekkend om te zien hoeveel publiek wielrennen op de voet brengt voor een flitsende passage van een tiental seconden. Hoe dan ook een ervaring: zij die er niet bij waren, hadden ongelijk. Daags nadien legde ons bescheiden familiale wielerpeloton wat meer kilometers af: we fietsten tot aan de vijvers van Sint-Pieters-Woluwe om daar ons kamp op te slaan voor de ploegentijdrit. We hadden perfect zicht op de achtkoppige treintjes die elke 5 minuten passeerden aan een topsnelheid van rond de 50 km/u. Aan het aanzwellende gejoel kon je horen dat de renners in aantocht waren. In dat identieke rijtje renners herkennen, is zelfs voor ervaren wielerkijkers geen sinecure. Gelukkig reed Greg Van Avermaet in de bolletjestrui en konden we dus de longen uit ons lijf in de juiste richting schreeuwen en nadien zeggen dat we de Greg echt gezien hadden. We concludeerden ook dat Ollie een pak makkelijker te roepen is dan Oliver.

IMG_0108b
Het lijkt hier misschien alsof Roos en mama op strafkamp zijn met mij, maar hun bedremmelde blik is te wijten aan de spanning van wat komen gaat: de ploegentijdrit!

Gas terugnemen of taperen: noem het hoe je wil, maar ik bouwde de trainingsarbeid af met het oog op de La Chouffe trail in de Ardennen. Juist in de maand van grote sportieve prestaties is er ook veel tijd om op adem te komen. Dankzij mijn sportieve exploten in Houffalize leek ik daags nadien een houten vrouw met slecht geoliede gewrichten, zo stijf was ik. Stappen ging nog net. Alle bijkomende bewegingen waren een opgave. Om de stijfheid tegen te gaan is bewegen een must, maar alles in mijn lijf schreeuwde: blijf alsjeblieft gewoon liggen. Ik gaf me er één dag aan over en legde me er letterlijk bij neer dat ik de komende weken geen mens zou zijn. Wonder boven wonder verdween de stijfheid na drie dagen zienderogen. Ik klom vrij soepel op de mountainbike en er bleek heel wat in de tank te zitten. Ook tijdens mijn eerste looprondje voelde ik me als herboren. Gelukkig maar, want een week na de trail vertrok ik naar Parijs waar ik ook graag de nodige kilometers afleg. En zo geschiedde dus.

IMG_0220b

Juli 2019 gaat de boeken in als een sportieve kalm-aan-maand. Het was niet al lopen en fietsen wat de klok slaat. Ik had vaker comfortabele Birkenstocks aan mijn voeten dan sportschoenen. Zo genoot ik met volle teugen van een barbecue met Roos en Niko in hun paradijselijke tuin en las ik al 11 boeken. Dat klinkt misschien tegenstrijdig met wat ik net vertelde, maar de cijfers bevestigen het: ik kwam amper aan de helft van de kilometers die ik vorige maand aflegde. Uit ervaring leerde ik dat het goed is om na een stevig sportief doel (deze maand de La Chouffe trail) niet gedachteloos door te jagen naar het volgende avontuur. Mijn lijf moet soms eens op adem komen en ook in mijn hoofd moet er ruimte vrijkomen zodat ik weer veel zin heb om mijn pijlen te richten op wat nog komen zal. Maandag trok ik er op uit met Juan, mijn knappe Orbea, na 10 mountainbikeloze dagen. ’s Ochtends zat ik al een beetje te wiebelen op mijn stoel omdat ik daar zo naar uitkeek. Die fietstocht stelde niet teleur. Juan en ik zijn nog steeds een top team. Toen besefte ik dat nu echt een fietser ben.

IMG_0606b

Augustus belooft sowieso een bijzondere maand te worden met de komst van mijn metekindje, de eerstgeborene van Marike en Peter. Benieuwd wanneer die schoonheid zich zal tonen!

Het moment – De hittegolf trotseren in Parijs

Parijs transformeerde afgelopen week tot het Saint-Tropez van het Noorden. Toen ik met mijn liefste meter Sien plannen maakte voor een vierdaagse in Parijs was een temperatuur van rond de 40 °C niet meteen wat we in gedachten hadden. Hittegolf of niet: Parijs is altijd een goed idee. Maandag vertrokken wij dus in Brussel voor wat een memorabele reis zou worden en veruit mijn heetste citytrip. Donderdag sneuvelde het hitterecord en gaf de thermometer er een verschroeiende 42,6 °C aan. Parijs was daardoor een warmere plaats dan pakweg Luxor of Djibouti. Helemaal nieuw was die hittegolf voor mij niet. Toen ik in 2014 de eerste keer met Roos naar Parijs ging, belandden we ook in tropische sferen. Dat betekende bakken en braden, heel veel water drinken (en niet moeten plassen), met opgezwollen handen en voeten toch dagelijks een stevige voettocht ondernemen (onze Parijs-oriëntatie stond nog niet op punt) om dan ’s avonds op een bank aan de metro een zak chips leeg te vreten (zouten aanvullen) en bij de eerste slok vin die we dronken al meteen in de wind te zijn. Ik was dus gewaarschuwd.

IMG_0343b
Het Parijse straatbeeld verveelt nooit!

Maandagmiddag kwamen Sien en ik met zo’n 32 °C aan in Hotel Joke en die naam is geen grap. In 2015 verbleef ik er al eens met Roos: een hotel met zo’n naam kan gewoonweg niet tegenvallen. Net zoals de andere hotels van de Astotel-keten is ook Joke een aanrader. In de eerste plaats omwille van de uitstekende ligging aan de voet van Montmartre, vlakbij de metro en op wandelafstand van de Opéra en Jardin des Tuileries. De kamers zijn frivool aangekleed en beschikken over een mini-bar met gratis frisdrank en water. Bovendien is het personeel heel vriendelijk en krijg je er echt een thuisgevoel. Een bijkomend voordeel was de uitstekende airconditioning waarover het hotel beschikte. Op onze eerste dag maakten we een korte wandeling langs en door Galerie Lafayette en over het imposante Place Vendôme om op een nabijgelegen pleintje een koffie te drinken. De avond sloten we af in het immer bruisende Montmartre waar we dineerden bij brasserie Le Vrai Paris. We proostten op ons beider geluk en onze eerste dag in Parijs was meer dan geslaagd.

YAII3854

De volgende ochtenden trok ik er telkens op uit voor een looprondje door Parijs. 7 uur mag dan wel als een onchristelijk vroeg vakantie-uur klinken voor sommigen, met 25 °C bleek dit het koelste moment van de dag te zijn: uiteraard is dat nog steeds broeierig warm loopweer. Ik val in herhaling als ik zeg dat lopen in Parijs altijd een succes is, ondanks de vele stoplichten en de smalle voetpaden met verraderlijke steentjes, ondanks mijn toch wat stramme benen en ochtendhoofd. Mijn vaste loopronde gaat in rechte lijn naar Arc de Triomphe waar ik altijd even moet uithijgen omdat het 2 kilometer lang een verraderlijk oplopend stuk is. Ik vervolg mijn weg dan over de Champs Elysées, langs de Seine om dan door de Tuileries over Place Vendôme terug richting hotel te lopen. Een rondje van zo’n 8,5 kilometer. Het venijn zat hem niet alleen in het begin richting Arc, maar ook op het einde, waar ik zo’n 800 meter bergop moest lopen (Montmartre, weetjewel) tot aan het hotel. Een zweterige, maar echt wel de beste start van de dag in Parijs en de ideale basis voor een geslaagd ontbijtbuffet.

IMG_0371b

Sien was lang geleden al eens in Parijs. Ze viel nu als een blok voor de charme van de Champs Elysées. Hier zou ik wel kunnen wonen, liet ze zich meermaals ontvallen. Ook in andere wijken zag ze zichzelf aarden, maar de prestigieuze boulevard droeg haar voorkeur weg. We gingen op de Champs shoppen bij Petit Bateau en dronken wat verderop een dure koffie. Sien was eveneens onder de indruk van Le Bon Marché, het classy grootwarenhuis met bijhorende Grand Epicérie dat gelegen is in mijn favoriete wijk Saint-Germain des Prés. Ze vond er twee nieuwe vriendinnen onder de charmante verkoopsters, vereeuwigde hen op de foto en beloofde plechtig in september terug te komen. Donderdag was onze laatste en heetste dag. We kozen daarom voor een Seine cruise (in Parijs noem je dat geen ordinaire boottocht): een goede keuze, zo bleek. We vonden beschutting voor de ultra krachtige stralen van de zon en toen ik Kate Winslet-gewijs op het dek ging staan, zorgde een briesje voor wat verkoeling.

IMG_0505b

Gelukkig waren we ons toen niet bewust van de beproeving die ons boven het hoofd hing. Nadat we op het heetst van de dag naar het Gare du Nord stapten, bleek de verzengende hitte ook een grote impact te hebben op het spoorverkeer. Onze Thalys had een uur vertraging. Al snel werd duidelijk dat het daar niet bij zou blijven. Er kon tijdelijk geen enkele trein aankomen of vertrekken op het station. Regelrechte treinellende dus. Onder de glazen verkapping in het station was het bovendien amper uit te houden. Het was een sauna waar steeds meer volk strandde. De chaos nam toe toen een gedeelte van het station werd afgezet omdat er een verdacht pakket werd aangetroffen. Het ongenoegen onder de reizigers groeide en de aanvankelijk gelaten sfeer sloeg om. Plots was het zaak om een plekje te bemachtigen op de eerstvolgende Thalys die in Brussel-Zuid zou stoppen. Na een wachttijd van 4 uur en evenveel liters zweet, lukte het ons om een stoel richting België te claimen. Om 23 uur kwamen we uitgeteld aan in Bruxelles-Midi waar papa en Roos (hoe kan het ook anders) redders van dienst waren die ons veilig en wel naar huis brachten.

IMG_0464b
Sien deed twee vaststellingen: de Fransen drinken alleen goede wijn, bier is verfrissender dan wijn

Ik had het natuurlijk liever een graad of 10 koeler gehad in Parijs. Langs de andere kant is het hitterecord in Parijs meemaken ook een ervaring, net zoals vastzitten in het station. En Roos had weer eens gelijk: Parijs stelt echt nooit teleur.

IMG_0380b

De muziek – Waarom TIM een kostbaar geschenk is

If there were no paintings in the world,
Mine would be very important.
Same with my songs.
[…]
I call my work
Acceptable Decorations

Leonard Cohen nam tot twee maal toe in stijl afscheid van zijn publiek. Zijn album met de veelzeggende titel You Want It Darker verscheen enkele dagen voor hij stierf in november 2016. In het najaar van 2018 bracht Adam Cohen The Flame uit: de dichtbundel waaraan zijn vader tot aan zijn dood had gewerkt. Adam vertelt in zijn voorwoord dat schrijven de enige troost en reden tot leven was voor zijn vader. De vol gekribbelde notitieboekjes die hij op de vreemdste plaatsen bij hem terugvond, vormden hiervan het levende bewijs. Volgens Adam is het geen toeval dat de woorden fire, flame en candle veelvuldig aanwezig zijn in Cohens oeuvre omdat vuur zowel creatie als vernietiging symboliseert: de brandende vlam die de ketel aan de gang houdt, maar ook alles verwoestend kan toeslaan.

Vorige maand verscheen TIM, het afscheidsalbum van Tim Bergling die wereldwijd bekendheid verwierf als Avicii en op 20 april 2018 uit het leven stapte. De 12 nummers op dit album waren grotendeels afgewerkt toen Tim op die bewuste dag in april besloot dat het genoeg was. Zijn team moest geen notitieboekjes verzamelen en ontcijferen, maar kon Berglings work in progress digitaal terugvinden en veiligstellen. Drie producers waar hij nauw mee had samengewerkt, legden de laatste hand aan de nummers. De familie Bergling gaf zijn zegen. Ouders die hun 28-jarige zoon verliezen blijven ongetwijfeld achter met een overweldigend wrang gevoel van machteloosheid. Adam Cohen had er vrede mee dat de kaars van zijn 82-jarige vader uitdoofde en omschrijft diens leven als rich and complicated. Elk leven is onaf op een bepaalde manier. Je hoeft bovendien geen artiest te zijn om een ingewikkeld bestaan te leiden. De vraag is wanneer je een leven rijk kan noemen. Voor zowel Leonard Cohen als Tim Bergling was muziek maken een absolute noodzaak. Ook zonder publiek en verkoopcijfers zou hun hart blijven branden voor de muziek. Waar Leonard Cohen genoot van zijn publieke optredens, ging Tim Bergling juist daar aan ten onder. Het merk Avicii deed de persoon Tim onherroepelijk de das om.

IMG_0325b

Ik schreef in mijn ode aan Avicii al dat muziek een mens op verschillende niveaus kan raken: van uitbundig schreeuwen tot een ingetogen emotionele catharsis. Zogenaamd zware muziek kan je ook waarderen om de eenvoud van de melodie, een licht nummer kan een heel gevoelige snaar raken. De reikwijdte van muziek strekt zicht kortom uit van acceptable decorations (bescheidenheid siert de artiest) tot de kracht om herinneringen in leven te houden. Dat TIM aan het begin van de zomer verscheen, zal geen toeval zijn. Avicii’s derde album is zon en vrolijkheid. Onder meer Coldplay en Imagine Dragons leverden hun bijdrage. Mijn favoriete nummers zijn Tough Love (met dank aan de opzwepende riedel die ontstaan is uit Indiase invloeden) en het tropische Bad Reputation. Zowel al fietsend als lopend liet ik me meermaals en luidkeels I got a bad reputation ontglippen. Aanvankelijk had ik daar een dubbel gevoel bij: TIM is een album dat postuum verscheen. Het voelde tegenstrijdig om ongegeneerd blij te worden van die muziek. Bovendien kan je moeilijk ontkennen dat onder andere de lyrics van SOS te interpreteren zijn als een noodkreet. Spread positivity through my music: het was de uitdrukkelijke wens van Tim himself. Ook zijn familie wil met zijn muziek de herinnering aan Tim levend te houden.

Wie niet te overtuigen valt van het muzikale geschenk dat TIM is, kan om een heel andere reden overwegen om het album aan te schaffen. De opbrengst ervan gaat namelijk integraal naar de Tim Bergling Foundation, de stichting die recent door de Berglings werd opgericht om steun te bieden aan jongeren met mentale problemen en suïcidale gedachten. Op die manier hopen ze zelfdodingstragedies te voorkomen. Cijfers tonen aan dat zulke initiatieven broodnodig zijn. De zelfdodingscijfers liggen in Zweden een pak hoger dan het EU-gemiddelde. België doet het nog slechter en heeft het hoogste zelfdodingscijfer van West-Europa. In ons land ondernemen dagelijks 28 personen een poging tot zelfdoding. Naast die wrede cijfers kan ik te veel pijnlijke voorbeelden uit mijn leven oprakelen van hoe ik te maken kreeg met de keuze van sommigen om uit het leven te stappen. Afgelopen schooljaar werd ik als leerkracht tot twee keer toe van heel dichtbij geconfronteerd met de verwoestende impact van zelfdoding op de directe en indirecte omgeving. Wat overblijft zijn onbeantwoorde vragen en verdriet. Ontzettend veel verdriet.

Soms is het leven een feest, eentje waar iedereen met iedereen danst en niemand aan morgen denkt. Het leven is echter vaak worstelen, wroeten en ploegen. Leven is ook overleven. We moeten daar realistisch in zijn. Everyone would choose the alternative to this: dat is hoe journaliste Katie Bain treffend verwoordt dat we het zo graag anders zouden willen: een wereld waarin Tim Bergling een ander leven had kunnen leiden, het leven dat hij wilde. Die keuze hebben we helaas niet. Uit een lerarenbrochure over zelfdoding leerde ik dat mensen met zelfdodingsgedachten niet zo zeer dood willen zijn, maar niet meer op die manier verder willen leven. En nog belangrijker: zelfdoding kan voorkomen worden. Daar kunnen we allemaal aan bijdragen.

If There Were No Paintings – The Flame, Leonard Cohen

 

Loperspraat – Hoe wij ons helden waanden in Houffalize

Houffalize was afgelopen zondag het decor van een familiaal moment de gloire. Papa, Roos en ik haspelden 36 kilometer en ruim 1000 hoogtemeters af in de parel der Ardennen. Dat had weinig te maken met een militair defilé of een super aanval à la Thomas De Gendt. Bij een trail run zijn de enige wapens waarover je beschikt een getraind lichaam en een zak met water op je rug. Je wordt niet opgejaagd door een dolgedraaid peloton, maar uitgedaagd door de bergen waardoor je ook tegen de muren in je hoofd aan loopt. Een trail lopen is geen wedstrijd. Het is avontuur, constant alert zijn voor de talrijke hindernissen die de natuur in petto heeft en telkens weer de moed vinden om te lopen. Ook met betonnen benen en als je zelfs verzuring in je oorlel lijkt te voelen.

Roos en papa stonden vorig jaar ook aan de start in Houffalize voor 28 km trailplezier. Twee jaar geleden ging ik met papa een stapje verder en liepen we 50 km in en rond de brouwerij van Achouffe omdat ik zo graag eens verder dan een marathon wilde lopen. Ik denk dat ik toen ook de grenzen van de vaderliefde opzocht. Na amper 10 kilometer waren we al volledig kapot en danig onder de indruk van de hoogtes die we moesten trotseren. Onze missie leek uitzichtloos tot we na 6 uur de eindmeet haalden: dat bleek een goede prestatie voor een vrouw en vijftiger. Dit jaar pasten Roos en ik wijselijk voor de trails van 68 en 47 km die ook op het programma stonden en gingen we voor de min of meer acceptabele 36 kilometer. Papa kon natuurlijk niet achterblijven en vervolledigde Team Odeyn. Hoog tijd voor een belevingsverslag van onze La Chouffe trail.

OYBF5200
Voor de start: helemaal klaar voor de strijd

We hadden op voorhand besproken dat ik waarschijnlijk voor papa en Roos zou lopen en dat zij samen zouden blijven. De eerste twee kilometers op asfalt liep ik snel. Ik klauterde vlotjes op de eerste bescheiden rots en vervolgde mijn weg over een idyllisch paadje langs het water. Na enkele kilometers en een eerste serieuze beklimming wist ik één klap weer hoe moordend de bergen in de Ardennen zijn. Klimmen wordt echter ook beloond. Zo liepen we onder andere over een bergtop langs een wei met impressionante oeros-achtige koeien die ons meewarig nakeken. De eerste steile afdaling was het wat zoeken om mijn voeten strategisch neer te zetten. Na 9 kilometer en een pittige passage over het BMX-parcours overviel mij hetzelfde gevoel als twee jaar geleden: verdorie, dit is echt heel zwaar. Gelukkig werd ik na een technische afdaling luid aangemoedigd door mama en Marike en kon ik een kilometer door Houffalize city cruisen, tot de volgende berg wachtte uiteraard. Bij de eerste bevoorradingspost aan de Achouffe brouwerij op 16 kilometer voelde ik de verzuring eens zo erg. Ik dronk wat water, treuzelde niet en vervolgde mijn weg.

IMG_0244b

Na een passage door en langs de Ourthe moesten we een berg over die wij achteraf De Muur noemden: een steile wand met rotsen waarvan je niet eens de top kan zien. De beloning was een fenomenaal zicht op het dal. Op het hoogteprofiel hadden we gezien dat het parcours tussen kilometer 20 en 25 de minste hoogteverschillen bezat: een lichtpuntje. Ik verbeet de verzuring en liep drie kilometer behoorlijk snel, deels over asfalt. Vreemd genoeg kreeg ik toen een mentale klop. Ik had pijn, liep helemaal alleen en moest op adem komen van mijn snelle kilometers. De moed zonk me in de schoenen. Na een korte stop en aanmoedigingen van mama bij de bevoorradingspost aan kilometer 24, waadde ik me een weg door de Ourthe. Ik had het nog steeds lastig en bezat weinig strijdkracht. Telkens weer moest ik mezelf aanporren om te lopen. Bij de minste hellingsgraad stapte ik even. Ik liep niet soepel, vooral dalen was extreem pijnlijk en er zat weinig rem in mijn benen. Rond kilometer 28 vond ik zo ongeveer mijn 85e adem en de moed om langer te blijven lopen. Na enkele beklimmingen om u tegen te zeggen, bereikte ik het hoogste punt rond kilometer 32. Ik kon me van daaraf weer lanceren om goed door te lopen. Ik negeerde de verzuring zo goed als het kon en liep relatief snel richting finish. Na de zoveelste uitdagende afdaling hoorde ik de vertrouwde stem van speaker Hans Cleemput. Ik had het gehaald in 4u05 en eindigde als 8e vrouw.

IMG_0213b
Voor de start poseren met mijn nieuwe schoenen én sokken. Stance natuurlijk.

Het relaas van papa en Roos klinkt een stuk positiever. Ze kwamen een kwartier na mij aan en hadden er vrolijke uren opzitten, zo bleek. Papa: het lopen ging goed. Af en toe was er een afdaling waarbij ik dacht: oei, dat moet ik hier even bekijken. Mijn nieuwe trailschoenen bewezen hun nut en zorgden voor de nodige grip. Je loopt een trail met een heel ander gevoel: er is geen wedstrijdelement en je bent voortdurend bezig met de hindernissen. Het grote voordeel van samen lopen is dat je jezelf niet opjaagt, maar elkaar aanmoedigt. We liepen hetzelfde tempo en op het einde konden we zelfs nog serieus gassen. Volgend jaar wil ik opnieuw een trail in Houffalize lopen, maar 36 kilometer is wel echt het maximum.
Roos: mijn trail is goed verlopen. De eerste 10 kilometer waren heel zwaar. Toen voelde ik de verzuring al. Ik heb de moed even laten zakken en dacht: ik zal sowieso wel finishen. Ik ben er helemaal doorgekomen! Tussen kilometer 20 en 24 hebben we toch wel zo’n 3 kilometer aan een stuk kunnen lopen, wat uitzonderlijk was. De rivieroversteken vond ik wat koud aan mijn voeten. Bij nader inzien ben ik heel blij met mijn prestatie. Het was heel leuk om met papa te lopen. Van begin tot einde hebben we aan de lopende band grapjes gemaakt en ook gepraat met andere traillopers.

ULAU4518
Roos en papa in actie!

Na de trail overviel ons alle drie een gevoel van triomfantelijkheid. Er werd duchtig nagepraat en heel wat afgelachen. Helaas konden we ook alle drie nagenieten met een extreme spierstijfheid die in de verste verte niet te vergelijken is met wat je voelt na een marathon. Uit bed stappen is bijgevolg een uitdaging. De trap afgaan lijkt een onmogelijke opgave. Maandag waren we terug thuis en ik denk dat ik niet de enige was die zich toen enkele uren horizontaal in de zetel bevond. Daar krijg je trouwens alleen maar meer spierpijn van. Gelukkig hebben we ook alle drie vakantie om op onze positieven te komen. Deze week doe ik het rustig aan.

Enkele weetjes:

  • Papa verrichtte zaterdag weer een heldendaad door medische assistentie te verlenen toen een trailrunner op enkele tientallen meters van de finish pijnlijk ten val kwam op zijn schouder.
  • Mede dankzij mijn puike West-Vlaamse tongval klonk Steentje van Brihang meermaals door de boxen in het weekend.
  • Papa pakte wederom uit met zijn kennis over geschiedenis en natuur. Na enkele berekeningen kwam hij tot de vaststelling dat de dennen aan de finish zo’n 125 jaar oud waren.
  • Tijdens de trail werd ik gestoken door een wespachtig insect.
  • Mijn gemiddelde hartslag lag tijdens deze trail hoger dan na een marathon.
  • Papa vond een klassieke finish niet heroïsch genoeg en eindigde zijn trail in stijl door een alternatieve route door het water te nemen.
  • We finishten alle drie in de eerste helft van het deelnemersveld. Roos eindigde als 11e vrouw. Papa, die over enkele maanden 60 wordt (ja echt!), liet niemand voorgaan die ouder was dan hij.
  • Ik was uiterst tevreden over mijn nieuwe trailschoenen, de Nike Pegasus 36 trail, waar ik nog geen meter mee gelopen had. Achteraf hoorde ik dat papa en Roos tijdens hun tocht wel hebben gelachen met het idee dat mijn hagelnieuwe schoenen zo besmeurd zouden zijn.
  • Papa overbrugde vandaag welgeteld 11 hoogtemeters over een gelopen afstand van 4 kilometer. Respect! Ik wacht nog even met lopen.
IMG_0247b
Papa de bomenmeter

Hoera, de blog is één jaar!

Op een symbolische vrijdag 13 juli 2018 ging mijn blog online. Daar ging natuurlijk een proces van maandenlang getwijfel aan vooraf. Ik heb al vaker gemerkt dat als ik ideeën of bedenkingen eenmaal deel met de buitenwereld de knoop eigenlijk is doorgehakt. Door iets uit te spreken, besef ik dat verandering geen kwaad kan en dat ik het maar beter kan proberen. Na één jaar online schrijven over wat mij bezighoudt, (want dat is bloggen uiteindelijk) heb ik nog helemaal niets moeten wijzigen aan mijn uitleg waarom ik schrijf. Wel heb ik me gerealiseerd dat schrijven best een complex en tijdrovend proces is. Het is niet niks wat ik op school van mijn leerlingen vraag. Om die reden heb ik dit schooljaar bij elke schrijfopdracht geprobeerd om concreet uit te leggen hoe je dat nu aanpakt: een goede tekst schrijven. Dat iets soms lastig is of tijd vraagt, betekent overigens niet dat het niet leuk is. Integendeel. Na één jaar durf ik zonder enige gêne te zeggen dat ik graag schrijf. Het geeft voldoening om mijn gedachten te ordenen. Het is bevrijdend om onbeschaamd vreemde hersenkronkels te delen. Het is plezierig om ook online terug te blikken op mijn sportieve avonturen. Kortom een leerrijk project, elke dag weer.

Toen ik vorig jaar dus uiteindelijk besliste om een blog te beginnen, pakte ik eerst ouderwets pen, potlood en een schriftje ter hand. Alles begint met goede ideeën (vergeet dat niet!) en die had ik in overvloed. Zo ontstonden er verschillende onderwerpen en categorieën. Uiteindelijk begon ik ook teksten te schrijven die ik mogelijk online kon zwieren. Toen was er weer twijfel. Ik wist niet hoe mijn stem op papier klonk of zou moeten klinken. Welke toon moest ik aanslaan? Had ik eigenlijk wel iets te vertellen? Hoe zouden mijn digitale woorden klinken voor mensen die mij niet kennen? Ik besprak die twijfel met Roos die mijn bedenkingen meteen vakkundig wegwuifde door te zeggen dat ik er al te veel over aan het nadenken was. Ik zette me dus over de drempel heen, schreef mijn eerste vier blogposts en na een dracht van enkele maanden werd mijn blogbaby geboren. De positieve reacties van mijn familieleden deden me deugd. Het mooiste compliment kreeg ik echter van jeugdvriendin Frea. We kennen elkaar al ruim 30 jaar, ongeveer ons hele leven dus. Zij maakte mijn blogproces van dichtbij mee en stuurde me enkele dagen na de eerste posts mooie woorden. Als iemand die me al zo lang kent, zegt dat ik oprecht over kom, dan durf ik dat te geloven.

Ik vertelde al eens dat ik aanvankelijk niet van plan was om ook over boeken en muziek te schrijven. Dat gaat ook in tegen het algemeen blogadvies om je op één specifieke doelgroep te richten en je blog dus te beperken tot een afgebakend onderwerp. Ik heb echter weinig toe te voegen aan de praktische informatie over lopen die overal te vinden is. Eigenzinnig als ik soms ben, sloeg ik dat advies dus in de wind. Ik schrijf graag een verhaal over wat ik zie, hoor, ervaar, beleef en opvang. Lopen is een onmisbare activiteit in mijn leven die verder reikt dan het sportieve element. Het is gelukkig niet het enige dat er toe doet in mijn leven. Daarom voelde het onnatuurlijk om mezelf te beperken tot de kilometers die ik loop (en nu dus ook fiets). En zo geef ik dus al eens boekentips, schrijf ik over mijn muzikale idolen en het leven op school. Niet iedereen zal alles interessant vinden, maar dat is helemaal niet erg.

Als ik elk van de 124 teksten die hier inmiddels verschenen nog eens zou nalezen, zou ik ongetwijfeld hier en daar nog iets kunnen wijzigen. Details welteverstaan. Al bij al sta ik nog steeds achter elke tekst die hier te lezen is. Elk onderwerp vormt op een andere manier een uitdaging. Bij een verslag van een marathon wil ik zo goed mogelijk weergeven wat ik heb doorgemaakt zonder dat het al te langdradig wordt, want dat is een marathon nu eenmaal. Bij een kritische kanttekening wil ik met een open geest een doordachte argumentatie opbouwen zonder dat ik al te drammerig overkom. Lastig soms, maar uitdagingen zijn er om aan te gaan. Juist door de variëteit aan onderwerpen blijft het voor mij boeiend om te schrijven. Ik kan dan ook onmogelijk een favoriete post of rubriek aanduiden. De portretten die ik over mijn familieleden schreef, vallen duidelijk goed in de smaak. Met name de tekst over mijn Oma – die overleed op Kerstmis – leek bij heel wat lezers een gevoelige snaar te raken. Oma valt natuurlijk niet te vatten in slechts 1000 woorden, maar toch lukte het me wonderwel om zowel mijn verdriet als haar warmte te vatten. Als ik die tekst terug lees, voelt het alsof ik weer eventjes dichter bij haar ben. Zonder blog zou dat eerbetoon nooit hebben bestaan.

Lieve lezers, ik wil jullie stuk voor stuk bedanken. Een blog zonder lezers zou immers een heel eenzame bedoening zijn, een beetje zoals praten tegen een betonnen muur of in de oneindigheid. Bedankt voor jullie aanwezigheid, jullie steun en enthousiasme. Merci voor de reacties! Op naar een nieuw blogjaar. Vandaag eten we taart. Santé!

 

Loperspraat – Voorbeschouwing op de La Chouffe trail met Roos

Er staat dus een trail op de planning: 36 kilometer klimmen, kronkelen en kapot gaan in en rond Houffalize. Eventueel nog wat lopen ook, als dat mogelijk is. Gelukkig kan ik niet alleen rekenen op een onmisbaar veldteam dat instaat voor de supportersbeleving, verkenning en bevoorrading, maar ook op papa en Roos die samen met mij aan de start staan. Net zoals mijn ouders heb ik nu vakantie en – ondanks mijn rijkelijk gevulde agenda – kan ik dus relatief rustig toeleven naar de traildag. Omdat jullie al vaak genoeg mijn uitweidingen lezen, geef ik vandaag met heel veel plezier het woord aan Roos. We gingen samen de benen losgooien in het bos. Nadien stelde ik haar wat vragen over de aankomende trail. Op de eerste vraag volgde meteen een stilte. Mijn zogenaamde interview voelde blijkbaar aan als een mondeling examen, dat effect lijk ik soms te hebben op mensen. Na een geruststelling (dat kan ik ook) volgde een mooie uiteenzetting van Roos’ sportieve La Chouffe ervaringen en verwachtingen.

Mijn voorbereiding verliep goed. In januari begonnen we (Joke en ik) met onze tweewekelijkse trailtrainingen. Die vielen even stil door enkele klassiekers op de loopagenda (waaronder de 20 kilometer van Brussel), maar daarna heb ik mijn duurlopen kunnen hernemen. De afgelopen twee weken waren wel wat minder qua trainingsarbeid. Ik ging vier dagen naar Rock Werchter… Dat betekent bier, frieten en laat gaan slapen. Genieten van het goede leven dus. Jammer, maar ik vertrouw erop dat de basis van mijn trainingen meer dan goed zit.

IMG_0164b

Vorig jaar liep ik samen met papa de 28 kilometer in Houffalize: dat was mijn eerste trail-ervaring in de Ardennen. Ik leerde om te beginnen dat het helemaal niet erg is om te stappen. Het was voor mij een openbaring dat je zo snel of traag mag gaan als je wil, tijd doet er echt niet toe. De omgeving maakte ook echt indruk. Het parcours is gevarieerd en je loopt over verschillende soorten ondergronden, langs en door water. De La Chouffe brouwerij (in Achouffe) is trouwens echt klein, dat wist ik ook niet.

Ik heb het meeste schrik voor de pijn die de bergen mij sowieso zullen bezorgen. En ook wel een beetje dat ik achteraf teleurgesteld zal zijn in mezelf. Onderweg denk ik dan misschien eens te snel “ik stap wel” en nadien kan ik dan denken “waarom heb ik nu niet wat doorgelopen?”. Ik kijk vooral uit naar het familiale samenzijn in het weekend: samen toeleven naar de trail en nadien een La Chouffe drinken. Natuurlijk kijk ik ook uit naar de trail zelf, maar dat is een beetje dubbel omdat je ook weet dat het niet elke kilometer leuk zal zijn. Op basis van mijn tijd van vorig jaar denk ik niet dat het haalbaar is om binnen de 4 uur aan te komen, al zou het leuk zijn als dat wel lukt. Ik ga volop voor de ervaring!

IMG_0140b

Ik heb één paar trailschoenen, dus ik twijfel niet over mijn schoenkeuze. Mijn spiksplinternieuwe Garmin Forerunner 235 gaat ook mee, samen met mijn nieuwe compressie tubes. Mijn Stance pet is een vaste waarde, net zoals de korte tight waar ik al mijn belangrijke wedstrijden mee liep. Ik twijfel nog of ik een T-shirt of singlet zal dragen. De voorspelde temperatuur is 20 graden, maar ik ben bang dat de riemen van mijn rugzak zullen snijden als ik een singlet draag. De avond voor de race eet ik iets pasta-achtig en drink ik (helaas) geen alcohol. Mijn pre-race ontbijt bestaat altijd uit witte boterhammen met kaas, wat peperkoek en een banaan: mijn persoonlijke succesrecept. Na afloop van de race drink ik eerst een chocomelk (een echte van Cecemel) en eet ik een Clif bar. Een La Chouffe volgt dan als ik me heb gedoucht. Ik hoop eigenlijk ook dat Marike iets zelfgebakken zal meenemen (HINT!) om nadien nog van te eten als we onderuit gezakt naar de Tour kijken. ’s Avonds gaan we altijd eten bij de pizzeria en kan er zeker ook een glaasje rosé van af.

Houffalize, we komen eraan!

IMG_0159b