Het moment – Schrijftalent gespot in de klas #2

De Poëzieweek van 2021 was me het weekje wel. Ik zat in quarantaine met Gedichtendag, testte gelukkig twee keer negatief en kon dus blij als een kind maandag weer aan het werk. Het voelde aan als een “terug naar school” van heel lang weggeweest, zo eentje waarbij de nacht overbodig lijkt en je stuiterend van de adrenaline om 5u30 uit je bed springt. Of hoe een mens in deze tijden al dolgelukkig is als ie gewoon naar z’n werk mag om het leven in al z’n normaalheid te omarmen. Gewoon is nu al heel wat. Wat later dan verwacht kon ik dus op school de laureaten van de zes-woorden-verhaal-wedstrijd in de bloemetjes zetten. Tradities zijn er namelijk om in ere te houden en ook dit schooljaar ging ik weer op zoek naar de Ernest Hemingway onder mijn leerlingen van het vijfde jaar.

De opdracht was wederom simpel, doch uitdagend: schrijf een six word story, een verhaal dus in amper zes woorden. Alle leerlingen van het vijfde konden nadien stemmen, alsook hun leerkrachten en al mijn collega’s Nederlands. Ik moet zeggen dat het dit jaar nog moeilijker was om te kiezen tussen al dat moois. Het wemelde namelijk van de originele vondsten. Ik kon niet anders dan concluderen dat mijn leerlingen barsten van het literaire talent. Toch was er ook een collega die me bezorgd en ook wel lichtjes verwijtend vroeg waarom ik zo’n donker en depressief thema had gekozen voor de verhalen. Euh? Ze ging er namelijk van uit dat ik de leerlingen doelbewust in de richting van het drama had geduwd en dat de meeste zes-woorden-verhalen daarom zo beladen waren. Nee dus, maar het blijkt nu eenmaal aantrekkelijker te zijn om met weinig woorden een dramatische gebeurtenis op te wekken.

IMG_4185b

Ook onder de leerlingen ontstond er wat onenigheid. Sommigen vonden dat je een onderscheid moest maken tussen een poëtische en een verhalende zin en dat sommige verhalen om die reden geen verhaal waren. Toen er van mij een pasklaar antwoord op die vraag werd verwacht, gniffelde ik wat onnozel. Ik kon in deze kwestie niet voor opheldering zorgen. De discussie an sich vond ik prachtig. Leerlingen die praten over de grens tussen poëzie en proza, wat kan ik me meer wensen? Genoeg gepraat. Tijd om te lezen!

Dit is de top 10:

Tranen vloeiden, het was mijn schuld – Lien
Haar stappen dansten mijn schaduw na – Fleur
Ik zag NIETS in dit alles – Louise
Eén brug, twee ogen, drie tellen – Nelson
Vrijdagen waren van ons, beloofde je – Marieke
Onbekenden overdag, verliefden in de nacht – Ella
Die dag werd de stilte oorverdovend – Nel
Witte jurk vervangen door een zwarte – Kaat
Wij zijn hier maar te gast – Marit
De zoete verslaving van de ellende – Matteo

De origineelste inzending kwam ongetwijfeld van Timi die Domov můj, zničen navždy kvůli ně schreef, wat Tsjechisch is voor Mijn huis voor altijd verwoest door hen.

Het boek – Waarom Het achtste leven een fenomenaal boek is

Wie van plan is om in 2021 slechts één boek te lezen, die moet Het achtste leven (voor Brilka) van Nino Haratischwili lezen. Met 1271 pagina’s een klepper van formaat, maar laat dat je alsjeblieft niet weerhouden om je tanden te zetten in dit meesterwerk van de jonge Georgische auteur. Het achtste leven (voor Brilka) verscheen in 2016 en werd meteen bedolven onder de positieve recensies en superlatieven. Ik was niet mee met de hype (dat gebeurt wel vaker). Het boek belandde dus in mijn ongelezen kast. Voornamelijk omdat het etiket “monumentaal tolstojaans familie-epos” mij angst in boezemde. Tot mijn lieve collega én leesinspirator Murielle me op de laatste schooldag van 2020 liet weten dat ze er in bezig was en dat het echt verslavend werkte. Prompt bombardeerde ik Het achtste leven (voor Brilka) tot kerstvakantieboek. Uiteindelijk had ik slechts vijf dagen nodig om het te consumeren. Ik heb zo intens genoten van dit boek! Daarom geef ik jullie vijf redenen om NU te beginnen in Het achtste leven (voor Brilka).

Omdat het van begin tot eind een beklijvend verhaal is.
Nino Haratischwili is erin geslaagd om werkelijk elke van die 1271 pagina’s boeiend te maken. Het verhaal verliest nergens vaart. Ik kroop in het verhaal en het verhaal kroop in mij. Elk van de acht personages wiens leven wordt onthuld in een deel van de roman weet je aandacht vast te houden. Haratischwili gebruikt hiervoor in de proloog het beeld van het tapijt: een narratief geheel van allemaal aparte draden die aan elkaar worden geweven en samen een indrukwekkend patroon vormen. Een belofte die ze volledig inlost.

Omdat het een waardevolle geschiedenisles van de 20e eeuw is.
Eerlijk: ik wist amper dat Georgië een land was voor ik dit boek las, laat staan dat ik het op een kaart kon situeren of kaderen binnen de geschiedenislessen. Inmiddels heb ik het gevoel dat ik al in de hoofdstad Tbilisi geweest ben en dat betekent heel wat voor een non-reiziger als ik. Het leven van de familie Jasji speelt zich af tegen het decor van een veranderende wereld die geteisterd wordt door oorlogen en strijd op alle vlakken. Zo wordt onder meer de tanende status van de aanvankelijk welvarende familie beschreven onder invloed van het IJzeren Gordijn en de Koude Oorlog. Het is geschiedenis die zich laat lezen als een thriller.

IMG_4160b

Omdat het een stem geeft aan sterke vrouwen.
Het zijn niet de vrouwen die strijden aan het front, maar toch zwaaien zij de scepter in de familie Jasji. Ze moeten de boel draaiende houden in barre tijden. Ze dromen en verlangen. Ze worden op de proef gesteld en zien af. Enerzijds kunnen ze bikkelhard zijn voor de beslissingen van hun broers of zussen, anderzijds handelen ze steeds vanuit een allesoverweldigende familieliefde. Sommige dialogen sneden door merg en been en waren tegelijkertijd zo mooi dat ik ze met een pijnlijke grimas opnieuw las. Stasia, Christine en Kitty zijn een stukje van mezelf geworden.

Omdat het een toegankelijk boek is.
Ondanks de lijvigheid bereikt Het achtste leven (voor Brilka) een breed lezerspubliek. Nino Haratischwili toont zich een deskundig verteller die de lezer niet-betuttelend bij de hand neemt. Het is het kleinmenselijke familieverhaal dat de boventoon voert binnen het kader van de wereldgeschiedenis. Een verhaal over moeders en vaders, tantes en nichten, familietradities en hoe daarvan los te komen. Haratischwili schrijft ijzersterk, zonder dat je het gevoel krijg een literaire stijloefening te lezen.

Omdat het een unieke sfeer oproept.
Oké, ik las dit boek natuurlijk in een periode die in het teken stond van rust, sfeer en gezelligheid. Dat doet echter niets af aan de verbeeldende, zelfs betoverende kracht die Het achtste leven (voor Brilka) oproept. Ik denk nog dagelijks met heimwee terug aan de wereld waarin ik toen terechtkwam. Hoe wreed het lot van de Jasji’s soms was, er school ook zoveel schoonheid in het decor en de personages. En dan is er nog die magische, vervloekte chocoladedrank waarvan ik me nog steeds afvraag hoe die smaakt.

In september 2019 verscheen De kat en de generaal van Nino Haratischwili, “amper” 680 pagina’s dik. Ik denk dat dit een krokusvakantieboek wordt.

Gelukkige Gedichtendag!

Joepie! Het is weer Gedichtendag!

Uitgerekend tijdens een Poëzieweek met als thema Samen zit ik in quarantaine, een verregaande vorm van alleen zijn. Geen leerlingen in de klas, maar achter een scherm. Geen familie in het echt, maar via de telefoon. Ik ben gelukkig niet ziek en legde ook een eerste negatieve test af. Kortom: ik red me wel. Laat dit alsjeblieft de enige Gedichtendag zijn die ik in isolement moet doorbrengen. Het gekke is wel: door gedwongen alleen te zijn, voel ik me ook juist heel erg samen. Samen met mijn zussen die ook in quarantaine zitten. Juist omdat we samen zijn geweest, moeten we nu alleen zijn. Of hoe samen en alleen best goede vriendjes kunnen zijn. Hoog tijd om de poëzie weer te laten spreken, want om het met de woorden van Maud Vanhauwaert te zeggen: Poëzie is een genre dat wonderwel past in de zotte samenleving van vandaag.

Life on Mars

Was zo graag samen
gevallen
maar iedereen viel
apart

was zo graag samen gevallen
maar iedereen viel apart
alleen
wij

was zo graag samengevallen
maar iedereen viel apart
alleen wij
sprongen naar de sterren.

Peter Verhelst (2009)

Loperspraat – Mijn sportieve plannen voor 2021

Je zou kunnen zeggen dat 2020 ons vooral leerde dat het nutteloos is om plannen te maken in onzekere tijden. Wel, ik denk dat het in zulke tijden juist extra belangrijk is om plannen te maken, mits je er niet halsstarrig aan vasthoudt en je bereid bent om ze eender wanneer bij te sturen. Plannen maken, dat geeft richting en houvast. Ook provisorische plannen geven hoop. Een plan dat anders loopt dan verwacht, is geen mislukking, maar een koerswijziging. Dat het schip blijft varen, is al heel wat.

Er zijn plannen waarvoor ik afhankelijk ben van organisaties. De evenementensector richt z’n pijlen op het najaar. De Rotterdam Marathon van april 2020 werd een tweede keer verplaatst: 24 oktober 2021 is de nieuwe afspraak. De CPC Loop in Den Haag, een vaste waarde van het voorjaar, hoopt dit jaar een septembereditie te kunnen houden. In België plant de 10 Miles een najaarseditie, zwijgt de 20 km van Brussel in alle talen en gokt de Brussels Marathon op 3 oktober 2021. Leuk allemaal, maar aangezien een sportwedstrijd een massa-evenement blijft, durf ik daar ook niet al te veel op te hopen. Het zou geweldig zijn als het lukt, het is geen ramp als dat niet zo is. Hetzelfde geldt voor de La Chouffe trail in juli die mogelijk doorgaat binnen het format van de vrije en gespreide start. Mijn geslaagde 50 km smaakte naar meer en wie weet vind ik dat wel in Houffalize. De vraag is of een logeerpartijtje met de familie dan verantwoord is.

Het competitieve element van een wedstrijd miste ik helemaal niet. Wel de bijhorende trein- en automomentjes met Roos, het samen onderweg zijn, samen strategisch aanschuiven bij dixi’s en samen praten over onze loopervaring. Samen herinneringen maken dus, dat gemis voelde ik tot in mijn kleine teen. Ik kijk uit naar het moment dat we er weer volledig niet-essentieel op uit kunnen trekken. Mijn zussen verwachten natuurlijk een gek plan om samen naar toe te werken. Elkaar naar een snelle 3 kilometer schreeuwen, lijkt me daarom een mooi speerpunt van het voorjaar. Ik hoop ergens de komende maanden ook weer een marathon te kunnen lopen op eigen initiatief. Als ik wild mag dromen, dan graag in en rond Den Haag. Omdat Den Haag dus ons Parijs in Nederland is. Ook hier is enig voorbehoud op z’n plaats. Plezier- en dus ook marathonreisjes behoren momenteel niet tot de mogelijkheden. Niet alle dromen hoeven echter bedrog te zijn.

Samen sporten is tegenwoordig een fijner alternatief dan samen in een tuin te zitten koukleumen. In gezelschap lopen of fietsen heb ik daardoor nog meer naar waarde leren schatten. Een beetje eenzaamheid en kluizenaarschap is mij niet vreemd, maar mijn innerlijke mens haalt heel veel energie uit samen actief zijn. Er zijn mijn pauzeloopjes op school met collega’s Bart en Murielle, er zijn fietstochten met Rembert, er zijn de zussenloopjes en binnenkort ook een loopje met Elizabeth. Al lopend babbel je op een nog spontanere manier. Ik zou zelfs durven zeggen dat je al babbelend ook op een spontanere manier loopt.

Oh ja. Hoe zit het nu met die witte schoenen? Ik was misschien iets te optimistisch – of ronduit naïef – toen ik verkondigde dat het met de viezigheid wel zou meevallen. Ik droeg ze sindsdien niet meer. Het merendeel van mijn looppaden is voorzien van een verraderlijk vies modderlaagje, waar mijn trailschoenen wel weg mee weten, maar mijn witte schoenen nachtmerries bezorgt. Laat hen dus maar zorgeloos dromen van vlakke en propere asfaltwegen. Ook die tijd komt er weer aan. Geduld.

De muziek – Wat ik zoal beluisterde in 2020

Ik vertelde al behoorlijk wat over 2020. Zoals dat ik het afgelopen jaar een dubbele verhouding kreeg met muziek door de aanwezigheid van Spotify in mijn leven. Enerzijds kon ik er intens in opgaan, anderzijds was het soms te veel en beluister ik dus helemaal geen muziek meer als ik ga lopen om beter te kunnen horen wat er in mijn hoofd omgaat. De omstandigheden van dit bijzondere jaar hadden ook een invloed op wat er zoal door de box schalde. Ik zat vaker thuis, dus was het des te belangrijker dat de sfeer goed zat. Hier volgen mijn ultieme luistermomenten van 2020.

Renaissance van Franse muziek
Ik heb altijd iets gehad met Franse muziek. Jacques Brel kende ik als kind al dankzij mama, Brel-fan van het eerste uur. In 1997 slaagde de band Manau erin om een Franse hit te scoren bij de jeugd. La tribu de Dana was dan ook de single die ik cadeau kreeg bij mijn eerste cd-speler. Toen ik studeerde was ik helemaal in de ban van het chanson. Charles Aznavour, Edith Piaf, Georges Brassens, Charles Trenet… Uren en uren aan een stuk luisterde ik verzamelcd’s. In 2020 draaide mijn playlist “Frans” op Spotify eveneens overuren. Bij gebrek aan een trip naar Parijs, dan maar de muziek. Het album Paris (2014) van Zaz vind ik bijvoorbeeld een schot in de roos. Ook haar nummer Eblouie par la nuit is een voltreffer. In de zomer ontdekte ik Les yeux revolvers van Marc Lavoine, dat uit het gezegende jaar 1985 komt. Met Kerstmis gingen Roos en ik uit ons dak op Les lacs du Connemara gedurende de volle 6 minuten (inclusief het elektronische riedeltje op het einde). Ideaal om de kerstdis te verteren.

Filmmuziek in alle soorten en maten
Door de lockdown in het voorjaar keek ik behoorlijk wat films. Nog steeds niet absurd veel, maar toch meer dan gewoonlijk. Ik zag Joaquin Phoenix schitteren in Joker en in Her: twee films met een aantrekkelijke soundtrack. De film die in 2020 de diepste indruk naliet was Portrait de la jeune fille en feu. De eindscène (waarin niets spectaculairs gebeurt) keek ik een keer of 10 na elkaar. Als ik nu Summer in G Minor van Antonio Vivaldi  luister, voel ik nog steeds zowel ingehouden als uitbarstende opgekropte emoties. Er zit waarheid in de uitspraak dat de beste liefdesfilms queer zijn. Daarom ontbreekt in mijn afspeellijst “Film” ook A Love That Will Never Grow Old van Emmylou Harris niet uit de soundtrack van Brokeback Mountain, waar ik destijds twee weken vanonder de voet was. Call Me By Your Name (zag ik in 2018) had een soortgelijk effect, mede dankzij Sufjan Stevens en het lichtjes kleffe Lady, Lady van Giorgio Moroder.

De enige echte zomerhit
Het zal haar jeugdigheid zijn die Roos een neus voor hits geeft. In volle lockdown introduceerde zij dé zomerhit van 2020: Kings and Queens van Ava Max, dat (bij gebrek aan een songfestival) de Eurosong-vibe perfect weet te vatten: een begrijpbare opbeurende tekst, stevige beat en oorwurm van jewelste. Catchy heet zoiets. Kings and Queens mocht dus ook niet ontbreken toen we in september letterlijk de champagne ontkurkten om te toosten op onze verjaardagen. Aan alle koninginnen zonder koning: we popped champaign and raised a toast! 

Leesmuziek in bed
Het afgelopen jaar ontdekte ik het plezier van lezen in bed, ’s ochtends welteverstaan, als ik niet naar school moet. Ook hier zat de voorjaarslockdown voor iets tussen. In de herfstvakantie trok ik me nog meer terug in mijn eigen universum en begon ik de dag steevast met koffie in bed, gevolgd door een paar leesuren. De gelukzaligheid overvalt me weer als ik aan die momenten terugdenk: hoe de wereld lijkt te bestaan uit mijn slaapkamer met mijn bed als epicentrum. Tijdens die leesuren luisterde ik ook muziek. Liefst iets waar melancholie in doorklinkt. Leonard Cohen bijvoorbeeld omdat die gewoon altijd goed is. Ook de jonge Ier Dermot Kennedy vervult die rol met verve. In de kerstvakantie (her)ontdekte ik ook Mumford & Sons en dan vooral hun eerste album Sigh No More waarop Winter Winds de sfeermaker van dienst is. Als het over melancholie gaat, dan mag ook onze Belgische trots Tamino niet ontbreken. Als zijn Sun May Shine door de kamer dwarrelde en er dan heel voorzichtig een zon door bomen spiekte, viel alles op z’n plaats.

De doorbraak van de podcast
Ik ben een podcastluisteraar geworden door De Jogclub, de sportieve podcast van mijn broer en Robrecht Paesen. Sinds ik dagelijks behoorlijk lange fietstochten maak naar mijn werk kreeg ik er heel wat podcastluistertijd bij. Ook als ik aan de slag ben in mijn atelier beluister ik een podcast. Inmiddels zijn dat vooral boekenpodcasts. Mijn collega Murielle stak ik al aan met het verslavende Drie boeken, waarin Wim Oosterlinck aan een bekende mens vraagt welke drie boeken we volgens haar of hem moeten gelezen hebben. Daar kwam ook nog de Bende van het boek bij met Sarah en Trees die telkens één of meerdere boeken bespreken onder het genot van taart en thee. Tot slot luister ik ook naar Boeken FM, de literaire podcast van uitgeverij Das Mag en De Groene Amsterdammer, al was het omdat Nederlanders die op hoog en kritisch niveau spreken over boeken me onherroepelijk terugvoeren naar mijn opleiding als literatuurwetenschapper in Leiden. Luisteren hoe anderen over boeken praten, doet lezen: geloof me maar.

De gedachte – Over 10 jaar voor de klas

Ik had deze week een jubileum te vieren. Maandag 3 januari 2011 was namelijk mijn eerste schooldag als leerkracht. Ik sta dus welgeteld 10 jaar voor de klas. Toen ik afstudeerde als literatuurwetenschapper, werkte ik eerst in een restaurant en vervolgens in de boekensector. Mijn ouders gaven hun leerkrachtengenen echter aan hun eerstgeborene mee en het was dus onvermijdelijk dat ik leerkracht zou worden. In december 2010 ging ik solliciteren op mijn oude, vertrouwde middelbare school: Atheneum De Ring in Leuven. Tot op heden nog steeds de plaats waar mijn onderwijshart sneller gaat slaan. Mijn eerste lesopdracht bestond uit Engels in het vierde en Nederlands in het vijfde jaar. Die klas in het vierde jaar bezorgde me meteen ernstige kopzorgen en twijfels. Ik leerde veel, laten we het daarop houden. Mijn leerkrachtendroom bleef gelukkig overeind. Van mijn eerste schooldagen en -weken als leerkracht herinner ik me vooral hoe herkenbaar de sfeer en dynamiek in een klas was. Ik werd terug gekatapulteerd naar mijn eigen puberjaren en alle worstelingen die daarbij horen. Niet alleen mijn lesopdracht veranderde door de jaren heen (ik gaf les in alle leerjaren), ook het onderwijslandschap doorstond het één en ander. Ter ere van mijn jubileum ontkracht ik met plezier 10 hardnekkige mythes rond onderwijs. Niet omdat ik de wijsheid in pacht heb, wel omdat ik nu eenmaal graag over mijn week vertel.

Leerkrachten zijn niet lui, integendeel: het merendeel van mijn collega’s beschouw ik als hardwerkend, ijverig en doelgericht. Ik kwam op een school terecht met een gedreven lerarenteam dat me wegwijs maakte én inspireerde. Collega’s die een luisterend oor boden en me ook m’n eigen ding lieten doen. Ik kreeg er vrienden voor het leven bij. Natuurlijk zijn er ook leerkrachten die niet vanuit dezelfde overtuiging voor de klas staan, die liever lui dan moe zijn. Zulke werknemers vind je in elke sector. Nee, wij zijn dus niet lui omdat we op woensdagnamiddag “vrij” hebben en we “slechts” 20 à 21 uur lesgeven. Onze lesvrije momenten besteden we aan allerhande voorbereidend werk, evaluaties en administratie. Als je een leerkracht ’s avonds opbelt, dan is de kans groot dat ie aan het werk is, alleen ziet niemand dat.

IMG_4464b
Op jaarlijkse schooluitstap naar Parijs met de vierdejaars!

Leerlingen zijn niet ongeïnteresseerd, op hun leeftijd is het gewoonweg niet makkelijk om openlijk interesse te tonen. Soms liggen de aanknopingspunten bij hun leefwereld voor het grijpen, soms zal je wat meer moeite moeten doen om ze mee te krijgen. Als je geen respons krijgt, betekent dat niet per se dat je ze niet bereikt. Je mag je vooral niet laten tegenhouden door het gebrek aan enthousiasme dat sommige leerlingen uitstralen. Er sijpelt mogelijk meer binnen dan je aanvankelijk denkt.

Achter elk (lastig) gedrag schuilt een persoonlijkheid die je niet uit het oog mag verliezen. Gedrag is de buitenste – zichtbare – schil van een leerling. Het is een misvatting dat de meeste pubers gruwelijk irritant en dwars zijn. Leerlingen die de grenzen aftasten vind je in elke klas, maar dat betekent niet dat ze je het bloed van onder de nagels halen. In mijn carrière is er slechts een handvol leerlingen dat mij uit mijn lood kon slaan, die me een écht onbehaaglijk gevoel bezorgden waardoor ik niet wist hoe ze te benaderen.

IMG_1091
Ik ben het er niet mee eens. Vallen van Anne provoost is echt geen k*tboek.

Leerlingen zijn bang van teksten, waardoor een boek lezen gelijk staat aan een marathon lopen. Sociale media hebben er ongetwijfeld aan bijgedragen dat leerlingen steeds minder geconfronteerd worden met grotere teksthoeveelheden. Een smartphone is een constante bron van afleiding die een wereld creëert waarin alles snel gaat en dus kort moet zijn. Al is het ook flauw om te pretenderen dat voor de opkomst van de smartphone elke jongere wél boeken las. In elke klas zijn er nog steeds boekenjongens en -meisjes te vinden die boeken verslinden en bibliotheken uitlezen. Je mag de hoop voor een lezende jeugd nooit opgeven.

Elke leeftijd heeft zijn voor- en nadelen, de kunst is om je te focussen op het positieve. Na mijn eerste negatieve ervaring met een vierde jaar bleef het lang aan mij plakken dat ik geen les kon geven in dat jaar. Inmiddels vind ik net die leeftijd (15 à 16 jaar) de bijzonderste, mooiste en uitdagendste. Jongeren balanceren daar op een dunne koord tussen kind-zijn en de volwassenwereld. Bovendien heeft onderzoek aangetoond dat het welzijn van leerlingen een dip bereikt in het vierde jaar en de schoolmotivatie een dieptepunt bereikt. Neem daarbij de impulsiviteit die eigen is aan die leeftijd en je krijgt een explosieve cocktail die al eens een verhitte discussie of een uit de hand gelopen spelletje oplevert. Daarnaast staat een heel grote puurheid die prachtige wijsheden en inzichten voortbrengt. Het ene moment noemt een leerling je per ongeluk mama, een tel later roept iemand iets onbeleefd door de klas. Lesgeven is nooit saai.

IMG_1524b

Alles begint met een goed gesprek, of je nu lesgeeft of een conflict moet oplossen. Je moet onbevangen kunnen luisteren en openstaan voor andere invalshoeken. Als je wil dat leerlingen interesse tonen voor jou en je vak, dan moet je je ook interesseren voor hun bezigheden en leefwereld.

Je moet je eigen vak het allerbelangrijkste vinden, maar dit ook altijd kunnen relativeren. Ik geef elk leerstofonderdeel van mijn vak graag. Zo kan ik op 15 verschillende manieren uitleggen hoe de vervoeging van werkwoorden in elkaar zit (en dat dat eigenlijk best logisch is), desgewenst nog een 16e keer omdat iemand niet oplette. Ik kan met evenveel enthousiasme vertellen over passieve zinnen als over poëzie. Als het over boeken gaat, barst ik echt los. Het is fijn als leerlingen affiniteit hebben met de leerstof, maar ook geen ramp als dat niet zo is. Je kan iedereen iets leren, al leer je niet iedereen evenveel.

Je hebt niet 100% de aandacht omdat je vooraan in de klas staat, je bent slechts een deel van het geheel. Lesgeven aan jongeren is in niets te vergelijken met een presentatie geven. De aandacht krijgen en vasthouden is één van de moeilijkste dingen om te leren omdat er geen hapklaar succesrecept is. Het is altijd weer zoeken naar manieren om iedereen te betrekken bij de les. Ik heb vooral geleerd om te durven overdrijven en me niet in te houden om een grapje te maken, ook als niemand het echt grappig vindt. De allerbeste manier om de aandacht te krijgen, is trouwens iets over jezelf te vertellen.

IMG_3440b

Je moet streng zijn, maar tegelijkertijd ook vriendelijk, behulpzaam en geduldig. Streng zijn betekent niet dat je op elk moment je autoriteit uitspeelt door te straffen en te roepen. Streng zijn betekent dat je het klasgebeuren in goede banen leidt en dat je kordaat optreedt als dat nodig is. Wat ik tijdens mijn opleiding leerde over pedagogiek en didactiek hielp me om bepaalde mechanismen te gebruiken en te doorzien, maar elke situatie en ook elke leerkracht is anders. Je mag geen rol spelen die te ver van jezelf ligt. Het is goed dat elke leerkracht anders is. Je moet ook niet “leuk” willen zijn. Je bent begaan met je leerlingen, maar het zijn geen vrienden. Een leuke leerkracht word je door een veilige leeromgeving te creëren, een plaats waar het fijn is om te zijn.  

Leerkrachten hebben een zwaar onderschat beroep. Daar heb ik verder niets aan toe te voegen.

Over de quotes in mijn klaslokaal gaf ik hier tekst en uitleg.

Het moment – En nu op naar 2021!

Lieve lezers

Precies een jaar geleden hoopte ik dat 2020 voor jullie niet zozo zou zijn. Vandaag hoop ik van harte dat het juist wel zozo was, dat je met andere woorden gespaard bleef van het leed dat COVID-19 heet. Zozo dus, dat is niet schitterend, ook niet rotslecht. In een crisisjaar dat voor altijd in ons geheugen gebeiteld zal zijn, lijkt me zozo meer dan prima.

Er valt veel te zeggen over 2020 (zo begon ik ook enkele kerstkaarten). We werden om het hoofd geslagen met cijfers en #flattenthecurve. We leerden over de positiviteitsratio, het reproductiegetal en het mondmasker. De cijfers van mijn jaar zeggen iets anders. Ik las 63 boeken. Al lopend en fietsend legde ik 9413 kilometer af. Er was mijn 1:33 in Den Haag en de 3 enige nachten die ik buitenshuis in die stad sliep, samen met Roos. Er waren 3 cavia’s. Ik werd 35 en mijn liefde voor postcode 3300 werd bezegeld met een 3:32. Kort samengevat: ik las veel, ik liep veel en er was veel liefde. Ik geloof in het geluk van de 3 in elk van die cijfers.

2019 noemde ik een vurig jaar, van gaan-gaan-gaan met vallen en opstaan. 2020 zou ik omschrijven als voortkabbelend. Natuurlijk waren er tranen, was er stress, angst en frustratie. Ik was nog vaker alleen. Ik moest mijn werk uitoefenen in steeds veranderende omstandigheden die verre van ideaal waren en nog steeds zijn. Ik zag mijn familie weinig. Voor de verandering liep ik echter niet keihard tegen een muur die ik vakkundig zelf had opgebouwd. Er maakte zich een berusting en tevredenheid van mij meester waarvan ik niet wist dat ze ergens diep in mij verscholen waren. Ik bleef niet hangen in wat ik mis en waar ik faalde. Ik kreeg meer ruimte en rust in mijn hoofd. Het leven kabbelde verder. Ik volgde de stroom en dat was best oké. Nee, ik gebruik dus geen grove woorden om 2020 samen te vatten. Al heb ik het volste begrip voor zij die dat om de één of andere reden wel doen. Ik ben een gelukzak.

Tot slot wil ik jullie nogmaals oprecht bedanken voor het blogplezier dat ik ook in 2020 mocht ervaren. Ik kon dit jaar geen ellenlange raceverslagen uit mijn pols schudden. Ik zag nog minder van de wereld dan in een normaal jaar. Ik schreef zelfs minder berichten, maar wat verscheen werd wel gretiger gelezen. Weet dat ik elke bezoeker koester, al is het bezoek sporadisch dan wel frequent. Elk gelezen bericht geeft me nog steeds voldoening. Dank je wel daarvoor.

Maak er een mooi einde van. Hou het veilig, wees lief voor elkaar en de dieren. Lees een boek. Maak een wandeling. Laat het leven en ook dit eindejaar gezellig kabbelen. Koester de gezapigheid. Op een dag komt er weer meer deining op het water. Mogelijk wacht er een vloedgolf van geluk. Misschien is het een wonderlijke waterval. Laat je meedrijven op de stroom.

Ik wens jullie het allerbeste toe voor 2021.

Joke
X

Loperspraat – Mijn eerste 50 km

Zondag 20 december 2020. De Hel van Kasterlee gaat niet door. In mijn blogpost van die dag verkondig ik dat ik nog eens echt lang ga lopen. Echt lang, dus niet gewoon lang. Eerder ultra-lang, zelfs record-lang. Om 9 uur trek ik de deur achter mij dicht en vertrek ik voor een zonnige duurloop via fietsknooppunten van het Hageland. Het doel: mijn eerste 50 kilometer lopen. Al voor ik in oktober mijn Suikermarathon liep, was ik namelijk van plan om als de Hel niet doorging – een scenario dat steeds aannemelijker werd – van de gelegenheid gebruik te maken om een andere straffe sportieve stoot te ondernemen. Om het jaar met een knaller af te sluiten, zeg maar. Om me echt volledig te kunnen overgeven aan het vakantiegevoel. Nadat ik die succesvolle marathon liep, leek mijn duurloophonger echter gestild. De Hel werd officieel afgelast en ik was best tevreden met de tijd die mij daardoor op een dienblaadje werd aangeboden. Ik bleef uiteraard fietsen en lopen, maar ik voelde niet de behoefte om weer in de duurlopen te vliegen. Dat plan van die 50 kilometer leek dus een stille dood te gaan sterven in mijn hoofd. 

Tot mijn broer weer iets fenomenaal uit zijn benen schudde. In een redelijk competitieloos jaar maakt hij van de nood een deugd om zich aan stevige uitdagingen te wagen. Op 21 november liep hij een Fastest Known Time op de GR Hageland route, een looptocht van maar liefst 151 kilometer in een goeie 14 uur. Samen met Roos fietste ik enkele kilometers mee. We gingen weer dromen van grootse sportieve prestaties in 2021. In zijn podcast van De Jogclub vertelde Seppe nadien dat hij het iedereen zou aanraden zo’n lange looptocht. Mijn idee van een ultraloop op 20 december kreeg daarmee weer een ferme groeischeut en bloeide in alle hevigheid op. Ik hield mijn plan nog voor mezelf omdat ik er nog niet op vastgepind wilde worden. Ik wilde die 50 km echt alleen lopen als ik er heel veel zin in had en niet omdat ik het gezegd had. De laatste schoolweek bleek die zin steeds overtuigender te weerklinken in mijn hoofd. Ik voelde een grote honger naar een stevige sportieve prikkel. Ik wilde weer naar iets toeleven, spanning voelen de dag voordien, wat op mijn voeding letten, opstaan met adrenaline en er dan op uit trekken voor een avontuur. Ik wilde nog eens de fysieke en mentale uitputting voelen om mijn vakantie in te zetten met een comateuze noodslaap en me nadien volledig over te geven aan de ontspanning.

Ik heb geen fotografisch bewijsmateriaal van mijn tocht. Soms moet je gewoon lopen en is al de rest ballast. Bovendien zal ook het verhaal over de totstandkoming van het idee langer zijn dan uitvoering ervan. Ja, ik liep 50 kilometer. Nee, dat verliep niet zonder slag of stoot. De eerste 12 kilometer verliepen snel. Tot ik last kreeg van mijn kleine teen, een winterteen. Wie niet bekend is met dat fenomeen: wees geprezen. Het komt erop neer dat ik bij elke keer dat ik mijn voet neerzette (behoorlijk vaak), een pijnscheut(je) voelde in die gezwollen teen. Ik probeerde dat te negeren. Ik kon mijn ultraloop toch niet laten verpesten door godbetert een kleine teen? Na een kilometer of 20 fietste mama me tegemoet in Korbeek-Lo. Voor al uw noodgevallen, ook tijdens een duurloop, één adres! De zon scheen, het was goed weer en we haalden herinneringen op aan de Hel van Kasterlee. In mijn enthousiasme volgde ik maar met een half oog de vooropgestelde route en had ik bijgevolg niet door dat we een fietsknooppuntenomleiding volgden. We werden kortom gedwongen om routegewijs wat te freestylen.

Plots had ik al 30 kilometer gelopen en voelde ik de hoogtemeters branden in mijn bovenbenen. Achteraf gezien bereikte ik tussen kilometer 30 en 36 het onvermijdelijke punt waarbij je je afvraagt waar je eigenlijk mee bezig bent. Dankzij wat navigeerwerk bereikten we uiteindelijk weer de vastgelegde fietsknooppunten en baanden we ons verder een weg over kasseien en slecht asfalt, vaak voorzien van modder. Met de hoogtemeters en ook de wind had ik niet echt rekening gehouden. De stijfheid nam toe, maar mama die bleef beweren dat daar niets aan te zien was. Ik weet dan nooit goed of dat valt onder een objectief kennersoog dan wel niets ontziende moederliefde. Omdat ik geen idee had of de improvisatie ons kilometers had gekost of opgeleverd, bracht de gps raad. Ik bleek perfect op schema te liggen om de 50 kilometer af te tikken, zonder nog x aantal keer rond de kerktoren te moeten draaien of, in het andere geval, er ruim boven te gaan. Tijdens de laatste kilometers was er weer die zon. Met een grote grijns op mijn gezicht, deels door de vreugde van een geslaagde missie, deels door de stijfheid in mijn bovenbenen, kwam ik thuis aan.

Mijn looptocht was geen puur geluksloopje van begin tot einde. Met momenten was het écht lastig. Anderzijds kan ik ook niet zeggen dat ik het echt heel zwaar kreeg. Ik liep, zonder specifieke voorbereiding, een marathon in 3u37 en mijn 50,5 kilometer uiteindelijk in 4u23 met een gemiddeld tempo van 5’13”. Ik besef dat ik daar echt heel trots op mag moet zijn. Dankzij mijn 50 kilometer kon ik nadien gelukzalig in de zetel neerstrijken, wetende dat ik fysiek en mentaal veel aan kan en dat mijn familieleden me altijd inspireren en steunen, hoe zot het plan ook is, hoe raar en bevreemdend het jaar ook mag zijn. Ik geef mijn broer gelijk, een stevige loopronde: ik kan het iedereen aanraden.

Oh nee, geen Hel van Kasterlee 2020!

Dat de Hel van Kasterlee vandaag niet doorgaat, is erg begrijpelijk: het is 10 graden en droog, mogelijk zelfs zonnig. In de Hel regent het of sneeuwt het, is het grijs en grauw, krijgen de begrippen “modder” en “koude” een tweede en derde dimensie. De Hel is afzien en genieten. Vandaag geen sporthal, geen Ben en Hans, geen strijd en glorie. Vandaag bloedt het sporthart van Team Odeyn en aanverwanten. Dit jaar dus geen uitgebreid verslag over helse ervaringen in Kasterlee. Ik denk dat ik zelfs de modder, de nattigheid en mijn open geschuurd zitvlak zal missen. Naar aanleiding van deze bijzondere dag vuurde ik enkele vragen af op mijn familieleden (inmiddels zijn ze dat gewend). Meermaals kreeg ik te horen: je kan de Hel niet beschrijven, je kan niet uitleggen wat het is als je er nooit bent geweest. Maar kijk, in tijden van crisis doen we toch een poging.

Ik geef eerst het woord aan Valerie, mijn schoonzus, mama van Laurien (4) en Vik (1) en zoveel meer dan de vrouw van Seppe. De week voor de Hel is het voor ons gezin minder druk dan de weken ervoor omdat Seppe dan juist minder traint. Wij zijn dan vooral met het weer bezig en alle mogelijke denkpistes die daarbij horen. Ik ben in die week ook altijd jarig. Afhankelijk van hoe dicht mijn verjaardag bij de Hel valt, is de feestmaaltijd eerder vettig of mager. De dag van de Hel zelf wordt met de jaren juist spannender. Ik geloof altijd in Seppe, aan hem twijfel ik nooit, maar ieder jaar opnieuw moet alles ook meezitten en mag je geen materiaalpech hebben. Het geluk moet altijd aan je zijde staan. Aan elke Hel-editie heb ik een speciale herinnering: ik heb twee keer zwanger langs het parcours gestaan, er was de eerste keer met Laurien en de eerste keer met Vik erbij. Dat maakt het extra bijzonder. Sinds vorig jaar leeft Laurien ook heel hard mee met haar papa. Tijdens de wedstrijd is ze dan wat opgejaagd en vraagt ze altijd: gaat papa winnen? Ze is heel blij als ze mee op het podium mag. 

hel

Ik was er ook bij in 2011 toen Seppe voor het eerst deelnam en meteen derde werd. Die afstanden leken mij toen immens. Ik was toen echt ongerust of dat het wel zou goedkomen. De dag zelf vind ik nu heel tof, die dag gaat ook heel snel voorbij. Er zijn veel mensen die ik één keer per jaar zie en spreek op dezelfde plaats. We worden ook altijd heel vriendelijk ontvangen door Ben en Hans. Ik krijg daardoor altijd het gevoel dat wij mee een deel zijn van Kasterlee. De gezelligheid die de sport daar uitstraalt kan je ook moeilijk uitleggen aan iemand die het nog nooit heeft meegemaakt. Echt uniek. Sinds we kinderen hebben, gaan Seppe en ik niet meer samen naar huis, maar we bespreken onze dag nadien wel heel uitgebreid na. Vanaf de zijlijn kan ik niet inschatten hoe het voor hem geweest is. Seppe vertelt dan hoe hij alles beleefd heeft, want er is veel meer gebeurd dan wat ik gezien heb. Ik vertel dan wie ik gesproken heb en waar de gesprekken over gingen. Hoe vaak Seppe nog zal deelnemen aan de Hel? Geen idee! Zo lang hij er zin in heeft, maar ik denk dat die zin niet snel over zal zijn. Na 10 overwinningen zijn er nog veel ronde getallen te behalen. 

hel4
Seppe aan de start in 2019

Seppe Odeyn  – broer (9 deelnames, 8 zeges)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. winter – modder – feest
2. Wat zal je het meest missen? de hele voorbereiding die afgesloten wordt in de sporthal
3. Wat zal je het minst missen? de stress die eraan voorafgaat
4. Hel-weetjes? in eerste instantie wilden ze de Hel nog extremer maken, de mama van Rob Woestenborghs won één van de eerste edities, de officiële aankomst ligt net buiten de sporthal: als het dus ooit aankomt op een sprint ligt daar de meet
5. Wat ga je vandaag doen? ik ga om 8 uur het startschot geven voor zij die de Hel op eigen houtje doen, ik ga de fietsronde eens lopen om te kijken hoe de Hel geweest zou zijn

DSC03201
Papa in actie in 2018

Jan Odeyn – papa (5 deelnames, 4 x supporter)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. trainen – doen – ondergaan
2. Wat zal je het meest missen? de start en aankomst, de laatste weken als je minder moet trainen en Alma elk weertype positief vertaalt in een voordeel, dat het goed gaat met Seppe en Joke tijdens de wedstrijd, het hoogtepunt als Seppe mij inhaalt en iets zegt, de overdreven positieve aanmoedigingen van Marike bij het laatste lopen en Alma die dan niets zegt omdat het nog lang gaat duren, de pintjes na de aankomst
3. Wat zal je het minst missen? het trainen en ongerust zijn over ziek worden of een blessure krijgen
4. Hel-weetje? i
n de douche herkennen ze me als de pa van Seppe
5. Wat ga je vandaag doen? me bezighouden met mijn modelbouwvliegtuigen

IMG_0603
Seppes overwinning in 2014 toen ik voor het eerst supporter was

Alma Artoos – mama (ontelbare keren supporter)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. familiedag – spannend – kou
2. Wat zal je het meest missen? Het gevoel dat één dag aanvoelt als één lang uur zonder eet- of hongergevoel (of misschien is die dag tijdloos), maar ook omroeper Hans. Het besef dat al die deelnemers helden zijn en daar een heel jaar voor trainden, de eerbied voor elke atleet. Ik vind het totaalpakket van de Hel perfect.
3. Wat zal je het minst missen? de spannende periode ervoor of misschien ook niet
4. Hel-weetje? (noot van de redacteur: mama had zoveel weetjes dat ik een selectie heb gemaakt) Jan en ik hadden op voorhand veel gesprekken over het weer, ik werd echt een meester-voorspeller om hem gerust te stellen: wind droogde de grond uit, regen was ook goed, want het zand kwam vaster te liggen, vriesweer was ideaal, want het zand lag nog vaster, dooi was dan weer goed om de ondergrond terug zachter te maken. Mijn voorspellingen werden alsmaar beter naarmate dat de Hel dichterbij kwam. Ik vertrok van het bestaande weerbericht en zette dat dan om in een gunstige voorspelling.

5. Wat ga je vandaag doen? het wordt een gewone zondag, denk ik. Misschien fietsen naar de Kempen?

FVAS2774

Mark Artoos – onze nonkel, mijn peter (4 deelnames, 1x supporter)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. afzien – genieten – nagenieten
2. Wat zal je het meest missen? vooral de sfeer ter plekke zowel voor, tijdens als na de wedstrijd, maar misschien nog leuker is de roze wolk de week erna en de vele verhalen van andere deelnemers en supporters: daar kan je nog lang van nagenieten
3. Wat zal je het minst missen? de trainingen van de maand november, die zijn lastig omdat je al zolang bezig bent en omdat het ook de zwaarste zijn, het weer is dan niet zo aangenaam meer en dan ben ik het trainen echt beu!
4. Hel-weetje? bij darmproblemen en een gebrek aan wc-papier kan een geschreven kerstlijstje van Marike ook een oplossing zijn
5. Wat ga je vandaag doen? sporten, want de training voor de Hel 2021 begint!

YGBX6086
Die zusjes van mij, zelfs goedlachs in regenponcho

Roos Odeyn – zus (8x supporter, waarvan 2x als mijn coach)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. familie – emotie – sport
2. Wat zal je het meest missen? De hel is een bijzondere dag. De fierheid op je familie. De pracht en kracht van een sport die je een hele dag kan aanschouwen, want het zijn zotten! Dat iedereen die over de rode loper naar binnen loopt een held is.
3. Wat zal je het minst missen? de eigen organisatie van kledij, voeding, drank, fietsen, lichten en voldoende batterijcapaciteit, het lege gevoel de dag erna: doodmoe en nog vol emoties 
4. Hel-weetjes? wij hebben altijd een fietstas vol zelfgemaakte wafels van Marike bij en als je heeeeeel vroeg komt, kan je gewoon aan de sporthal parkeren

5. Wat ga je vandaag doen? Herinneringen ophalen, beetje treuren. Blij zijn dat ik niet zo vroeg op moet staan.

DSC03200
Ikzelf in actie (lachend?!) in 2018

Marike Odeyn – zus (7x supporter, waarvan 5x als coach van papa)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. kou – familie – spanning
2. Wat zal je het meest missen? picknick maken, vroeg vertrekken en dan mama zoeken om een eerste update te krijgen over het wedstrijdverloop, het moment dat de familieleden gefinisht zijn, ze tevreden zijn over hun prestatie en het gevoel dat het dus ook een goed kerstfeest zal zijn
3. Wat zal je het minst missen? kou, modder, het gevoel dat je iets heel belangrijk aan het vergeten bent
4. Hel-weetje? Als ik mama bel om haar te vragen waar ze is, dan ziet ze mij meestal staan, maar ik haar niet, dus dan roept ze door de telefoon. Ik ben hier! Nee! Nee, hier! Je bent niets met die aanwijzingen door de telefoon.  

5. Wat ga je vandaag doen? bakken of in de tuin werken

hel6
Seppe op het podium in 2018, wat zullen we ook de Sikke (toen de nummer 3) missen!

Peter Dries – Kempenaar en partner van Marike (6x supporter)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. familiefeest – tijdschema’s – motivatiecoaches
2. Wat zal je het meest missen? de emotionele ontlading en de tranen van ontroering als ik mijn schoonbroer over de meet zie komen als winnaar, trots en opgelucht dat na weken meeleven je eindelijk weet: hij doet het, hij doet het!
3. Wat zal je het minst missen? het vroege opstaan, mijn wagen die stonk naar zure melk nadat Marike vergat om het dopje goed op de melkfles te draaien
4. Hel-weetje? ik moest eens naar Heist-op-den-Berg rijden toen Marike haar handtas op de veloroute had laten staan, uitslapen was geen optie 

5. Wat ga je vandaag doen? het stalen ros van stal en mountainbiken!

hel2

Wat ik vandaag zelf ga doen? Ik ga het gemis proberen weg te lopen, door nog eens een echt lange looptocht te ondernemen. Ik denk aan mama’s wijze woorden: die Hel mogen ze ons echt geen twee keer afpakken! Amen.

Loperspraat – En hoe is het nu met de zussen?

Aan sportieve plannen geen gebrek het afgelopen jaar. Het schoentje wrong echter bij de mogelijkheid om ze uit te voeren. Zo werd 2020 niet het jaar van de zussenmarathon en ook niet het jaar van Marikes kennismaking met de 10 Miles, althans niet de evenementenvariant van die middellange afstand. Het was uiteindelijk een jaar om eens zo hard te genieten van het feit an sich dat we zo nu en dan met ons drietjes (viertjes) mochten en konden lopen. Zondag was één van die schaarse momenten. We maakten gezusterlijk nog eens kilometers met Leah in de buggy. Ondanks de wind, de berg op en de modder was het een loopje om de batterijen weer helemaal mee op te laden. Met mijn zussen lopen, dat is namelijk altijd een klein feestje. Als kinesitherapeut en ergotherapeut zijn zij bovendien zorgwonders in barre tijden. Ik geef hen dus graag het woord om te vertellen hoe het hen sportief vergaat.

Hier hoor je Roos: ik heb sinds kort last van mijn heup, dat is gekomen door de klompen die ik moet dragen als ik op de Covid-afdeling van het ziekenhuis werk. Als ik loop, merk ik niks van die heup, maar ’s avonds speelt het wel op. Ik denk dat ik dus eens een bezoekje aan de kine moet brengen. Ook zonder wedstrijden of evenementen ben ik de afgelopen periode blijven lopen volgens mijn vast patroon, zo tussen de 30 en 40 kilometer per week. Ik loop geen echt lange afstanden en ook voor de intervaltrainingen pas ik voorlopig. Ik heb wel het idee dat ik in vorm ben als ik nu een wedstrijd zou lopen. Door alle maatregelen leef ik volgens een strak ritme en ben ik altijd goed uitgerust. Ja, er zit dus wel wat in de tank, denk ik.

Ik heb nog geen doelen voor 2021 gesteld. Als ik één wedstrijd van ons repertoire zou moeten kiezen, dan zou ik gaan voor de La Chouffe trail in Houffalize in de zomer. Dat is ook ons familieweekend en dus een hele happening. Zo’n trail lopen doet ook minder pijn dan al die snelle wedstrijden. De 10 Miles in Antwerpen zou ik eigenlijk ook wel heel graag lopen omdat dat gewoon al langer geleden is. Symbolisch zou het heel mooi zijn als de CPC Loop in maart door kan gaan omdat dat de laatste wedstrijd waar we dit jaar aan konden deelnemen. Ik weet ook wel dat dat niet realistisch is. We hebben het dit jaar al zo vaak gehad over die wedstrijd omdat het één van de enige is die we nog kunnen nabespreken. Wat ik mis aan wedstrijden lopen? Dat gevoel om eens echt diep te gaan, dat je de dag nadien wat stijfjes bent, de euforie ook die je dan voelt, de nabespreking en uitgebreide analyse. En natuurlijk ook het uitstapje dat je dan hebt, een dag weg zijn, daar wat rondhangen, de hele beleving van samen met andere lopers te zijn. Zien lopen doet lopen. Dat geeft je loopleven echt een boost.

Ik fiets nu ook elke week regelmatig. Dankzij de fietsknooppunten-app ontdekte ik al mooie routes in de omgeving. Ik werd ook al door veldwegen gestuurd. Niet ideaal als je met een gewone koersfiets rijdt. Op de fiets heb ik echt altijd koude voeten. Mijn fiets is ook heel snel vuil omdat ik geen spatborden heb. Dat vraagt dus wel wat onderhoud. Inline skaten is met dit weer ook echt geen optie. Modder en regen zijn slecht voor de wieltjes. Bij lopen is het weer minder bepalend.

Dit is wat Marike vertelt: ik ga nu meestal ’s ochtends lopen op nuchtere maag. Dat is voor mij gemakkelijk omdat ik dan geen rekening hoef te houden met mijn eten. Ik reageer namelijk allergisch op gluten in combinatie met een inspanning en kan dus 4 uur voor ik ga lopen geen gluten eten of ik heb het zitten. Het nadeel van ’s ochtends lopen, is dat het niet echt vooruit gaat. Ik heb al wel geprobeerd om te versnellen, maar dat ging echt niet. Omdat ik ook allergisch ben voor de kou is fietsen in de winter voor mij geen optie. Op zondag ga ik soms nog met Leah in de buggy lopen. Dat is nu ook wat ingewikkelder met haar maaltijden, het vraagt wat meer denkwerk. 

Ik weet nog niet echt wat ik in 2021 wil doen op loopgebied. Waarschijnlijk zullen mijn zussen wel weer een uitdaging bedenken en dan kan ik me daarvoor inzetten. Ik vond het wel jammer dat de 10 Miles dit jaar niet door kon gaan. Daar had ik echt wel naartoe geleefd en getraind. Ik heb die 16 kilometer wel snel op m’n eentje kunnen lopen, dus ik voel nu de stress om dat dan beter te doen tijdens een evenement. We zien wel wat het geeft. Dat we dit jaar geen marathon hebben gelopen, vind ik op zich niet heel erg, want daar was ik helemaal niet mee bezig toen het land in lockdown ging en alles werd afgelast.

Bedankt voor de update, zusjes! Ik kijk al uit naar ons volgende samen-loopje!