Mijn recept voor een geslaagde zomervakantie

Aaah vakantie! Het kostte me zoals gewoonlijk enkele dagen om te wennen aan het idee dat ik de komende twee maanden niet ga werken en dat ik uitkijk over een zee van vrije dagen. Zelfs na al die jaren went dat bijzondere gevoel niet en heb ik tijd nodig om te acclimatiseren. Ik bracht deze week 24 uur aan de zonnige Noordzee door met mijn mama. We wandelden over het strand, dronken koffie, aanschouwden een zeilrace, aten garnaalkroketten en sloten de dag af met een veel te groot ijsje op de dijk. Mama vertrok de volgende dag in alle vroegte voor een Touretappe naar huis (175 kilometer!) en ik trok erop uit voor een heerlijke looprondje over het strand. De vakantiemodus was een feit. Zoals ik helemaal op kan gaan in mijn werk en sport, kan ik ook duchtig overdrijven in vakantie consumeren. Er komt immers tijd vrij die nuttig gespendeerd kan worden aan andere projecten en dus blijft mijn activiteitenpeil constant. Ik deel graag met jullie mijn (niet zo geheime) ingrediënten voor een geslaagde zomervakantie.

IMG_0070b

Het eerste ingrediënt zal weinig verbazing oogsten. Sport, beweging, activiteit: noem het zoals je wil, maar er moet wel iets gebeuren. Op een eerste niveau zijn dat trainingen: lopen en mountainbiken met het oog op de sportieve plannen van heel dichtbij (de La Chouffe trail) en iets verder weg (de marathon in Brugge en de Hel van Kasterlee). Het fijne van vakantie is dat je die gunstig kan plannen. Een duurtraining moet je bijvoorbeeld niet per se op zondag doen als het dan net heel warm is. Bovendien is het ook makkelijker om te herstellen en bekomen van de inspanningen.  Op een tweede bewegingsniveau maak ik in vakantietijden veel fietstochten met mijn stadsfiets zodat activiteit gecombineerd wordt met een andere vorm van ontspanning. Zo vertelde ik vorig jaar al in geuren en kleuren waarom ik zo hou van een fietstocht naar Tervuren en Brussel, maar ook Mechelen behoort tot de actieradius van mijn Cortina. Er is echt heel veel in eigen streek te ontdekken op de fiets.

Mijn tweede basisingrediënt is net zo essentieel. Ik kan me namelijk geen vakantie voorstellen zonder culturele bezigheden en plannen. Er moet in eerste instantie gelezen worden. Zo simpel is het. In de vakantie heb ik net iets minder besognes aan mijn hoofd en is er tijd om lang onafgebroken aan een stuk in een boek weg te kruipen. Ik begon de vakantie sterk en las deze week (hou je vast) al drie boeken. Dit tempo hou ik wellicht niet vol, maar ik moet hoe dan ook een inhaalmanoeuvre inzetten om mijn zelf opgelegde quotum van 50 boeken op jaarbasis te halen. Door de drukte in de maanden mei en juni kwam ik toen helaas amper aan lezen toe. Sinds kort ben ik ook in het bezit van een Museumpas. Voor 50 euro kan je daarmee een jaar lang zowat alle musea in België bezoeken. Hoog tijd dus om af te rekenen met mijn museumgerelateerde drempelvrees. Nog dringender tijd om eindelijk eens het MAS te bezoeken en zoveel meer. Jullie begrijpen ook dat een museumbezoek zich ideaal laat combineren met een uitstap op de fiets. Om de culturele verzadiging rond te krijgen, probeer ik in de vakantie ook meer films te kijken, wat ik tijdens het schooljaar te weinig doe.

IMG_0098b
Lezen! Lezen! Lezen!

In dat hoofd van mij is continu iets aan het borrelen. Mijn succesrecept is niet compleet zonder creatieve projecten. Ik maak al eens tassen en mijn gepersonaliseerde Flat White travel set dient dringend uitgebreid te worden met een rugzak en hip heuptasje. Ook voor in huis heb ik nog tal van ideeën die ik hoop te kunnen uitvoeren. Voor een nakende Parijs-trip heb ik nog enkele kledingwensen te vervullen. Op bloggebied ben ik nog bijlange niet uitgeschreven. Prioriteit nummer 1 is momenteel mijn metekindje dat zich ergens in augustus zal aandienen. De Flat White Petite collectie zag al het levenslicht, maar er is natuurlijk meer op til. Creativiteit komt daarenboven ook van pas om een taak in huis tot een goed einde te brengen: administratie ordenen bijvoorbeeld of een kast herorganiseren. Saaie, maar noodzakelijke klusjes die niet zo lastig zijn als je even de tijd neemt om er doordacht aan te beginnen.

Mogelijk zijn jullie al moe geworden door deze bespreking van mijn vakantieplannen. Als geen ander ben ik me ervan bewust dat de ingrediënten sport, cultuur en creativiteit pas echt tot hun recht komen met een gezonde dosis rust. Mijn vakantietijd besteed ik liefst niet al slapend in bed. Rusten en kalm-aan-doen dat is buitenshuis een koffie drinken of gaan lunchen in goed gezelschap. Naar Parijs gaan. De tuin van een familielid confisqueren om er mijn leesburcht op te trekken. Met mijn katten in de zetel liggen en hen onnozele verhalen vertellen. Foto’s maken van boeken en de plaats waar ik die lees. Mijn finishing touch is de saus van familie en vriendschap waar ik mijn vakantie rijkelijk mee overgiet. Geloof me: er is heel veel moois in aantocht!

IMG_0065b

Loperspraat – In volle vaart door juni

Ik zal het maar meteen zeggen zoals het is: juni was een topmaand. Met dank aan de zon die zich van haar stralendste kant liet zien. Met dank aan Roos die mij vaak vergezelde op looptrainingen en hielp met mijn examenwerk. Met dank aan mijn eigen lichaam dat een sportieve renaissance beleefde na mijn longembolie. Mijn eindrapport mag er dan ook wezen: voor het eerst in 2019 liep en fietste ik deze maand weer eens ietsje meer dan 1000 kilometers. Daar haalde ik niet alleen veel plezier uit, maar ook vertrouwen met het oog op de 36 kilometer La Chouffe trail die over exact twee weken op het programma staat. Oh yeah Freddie: Don’t stop me now, I’m having such a good time!

Het stond dus als een paal boven water dat er deze maand kilometers gemaakt zouden worden. Over 36 kilometer in de Ardennen doe ik namelijk langer dan een gemiddelde marathon. Wij hebben hier in de omgeving dan wel bossen en bergen, maar die kunnen in de verste verte de strijd niet aan met het Ardense hooggebergte. Om een beetje trailwaardig te kunnen trainen, moet je als loper dus creatief uit de hoek komen. Dat kan ik toevallig wel en dus vond ik er niet beter op dan mijn mountainbikeroutes in Tervuren te lopen met trailpartner in crime Roos. Sommige ideeën pakken in de realiteit nog beter uit dan in je hoofd. We liepen ruim 24 kilometer in de zon door een prachtige omgeving met de nodige hoogtemeters, uitdagende weggetjes en pittige beklimmingen. Ik werd ook nog eens met mijn neus op de feiten gedrukt dat trailschoenen wel degelijke een nut hebben: je glijdt er immers niet zo snel mee uit als met versleten asfaltschoenen die ook in nieuwstaat geen grip hebben. Staat bij deze genoteerd.

IMG_4721b
Roos en ik kruiden onze trainingen altijd met flauwe mopjes.

Terwijl mijn broer Seppe vorige week in winterse temperaturen streed tijdens de Iron Man in Ierland, liepen Roos en ik onder een loden zon naar Marike met fietsbegeleiding van mama. Mijn zussen wonen al lopend of fietsend 29,5 kilometer bij elkaar vandaan. De route loopt onder andere langs de Demer en is zo plat als een pannenkoek: een ideale duurtraining zonder franjes. In Ierland was Seppe er niet rouwig om dat het zwemonderdeel werd afgelast vanwege de barre weersomstandigheden. Op het moment dat onze broer getooid met handschoenen de Ierse wind en regen trotseerde op de fiets, verloren Roos en ik liters zweet door de verzengende Kempense hitte. Tot overmaat van ramp brak mijn water. Het is te zeggen: de darm van mijn trailrugzak kwam los met als gevolg dat mijn nat bezwete rug en achterwerk gespoeld werden met het water dat bedoeld was om mezelf te hydrateren. Gelukkig kon ik verderop water kopen aan een automaat, want niet drinken zou niet minder dan een zelfmoordmissie zijn. Een dikke 2,5 uur later kwamen we aan ten huize Marike, waar er – hoe kan het ook anders – heel wat lekkers op ons stond te wachten. Seppe stormde uiteindelijk af op een indrukwekkende vijfde plaats in zijn Iron Man.

Naast veel zweten (maar écht veel zweten), plakkerige zonnecrème, een vettige zonnebril, een racerback op mijn rug gebruind en (helaas) ook het lijntje van mijn koersbroek, staat de maand juni ook in het teken van de eindexamens op school: een hectische periode waarin het schooljaar wordt afgerond. Een emo-mens als ik staat dan ook even stil bij wat voorbij is. Kinderen worden groot. De tijd vliegt. Dat soort clichés worden dan bewaarheid. Ik heb altijd enkele dagen nodig om die laatste schooldag te verwerken en te laten doorsijpelen dat ik nu echt de volle twee maanden zomervakantie heb. Voor wie het zich trouwens afvraagt: onze pappie is ook volop aan het trainen voor de trail in Houffalize en lijkt verlost te zijn van zijn blessurekwaaltjes. Hij bevindt zich momenteel met mama aan de Noordzee, waar ons reddersduo er al een eerste interventie heeft op zitten toen een skater en fietser tegen elkaar botsten. Helden en heldinnen staan ook in tijden van vakantie paraat. Het is maar dat je het weet!

IMG_4658b

 

Loperspraat – Wat mij zoal fascineert in het bos

Een bos, een bos: mijn koninkrijk voor een bos! Wat Shakespeare echter niet wist, is dat je geen bos hoeft te bezitten om er van te kunnen genieten. Lopen, fietsen of wandelen is namelijk altijd een goed idee. Zeker met deze hete temperaturen: een bos is zowel zonnebril als parasol (en eventueel ook paraplu). Daarbij is er altijd heel wat te zien. Zelfs in het kale en kille najaar bestaat er niet één tint bruin, maar ontelbaar veel. Heverleebos ken ik inmiddels als mijn broekzak. Dat is ook niet zo verwonderlijk aangezien het slechts 635 hectare groot is: echt een broekzak groot dus in bostermen. Recent leerde ik dat Heverleebos ooit wel degelijk eigendom was van een familie: de Arenbergs, die in de 15e eeuw meerdere bosgebieden bezaten in deze streek. Gelukzakken! Het bos verveelt mij nooit. Ik deel graag met jullie welke onbenulligheden ik er zo fascinerend vind.

IMG_0628b

  • De berk: met zijn sexy zebramotief één van de mooiste boomsoorten. Tot op heden bevond ik me nog nooit in een bos dat enkel uit berken bestaat. Dat heeft wellicht een reden: Roos leerde mij dat berken helaas niet oud worden. Na verloop van tijd beginnen ze van binnenuit te rotten.
  • Rode beuk: volgens mijn terminologie de zwarte boom, die zowel een elegante als onheilspellende uitstraling heeft. Weetje: fagus is de Latijnse benaming voor beuk. Betula is dan weer de geleerde naam van een berk.
  • Het bosgewelf: als je naar boven kijkt in een boslaan, dan zie je het imposante gewelf van een kerk of kathedraal. Dat is ook echt zo. Denk maar aan de brand die woedde in het eikenhouten dak van de Notre-Dame.
  • Ontwortelde bomen: na de hevige storm in maart telde ik op mijn looprondje maar liefst 10 gevelde bomen, waaronder enkele gigantische eiken. Zo zonde om een mastodont van enkele decennia oud hulpeloos tegen de grond te zien liggen. Imposant ook wel als je dan ziet hoeveel oppervlakte de boomwortels innemen.
  • Gestapelde boomstammen: ik heb al eens mijn bedenkingen bij bosbeheer omdat er in mijn ogen te vaak bomen worden gekapt. Het is oogt netjes om die stronken ordelijk te stapelen, ook al hoort orde niet echt bij een bos.

IMG_4768b

  • Eenzame bomen: vaak blijven er enkele eenzame en bijgevolg zielige bomen staan als er gekapt wordt. Ik vraag me dan af waarom die boom net gespaard bleef en wat die boom daar dan van vindt dat hij als enige zijn vrienden overleefde.
  • Jonge scheuten: de ambitieuze rakkers die altijd met te veel en te dicht bij elkaar staan. Elk weldenkend mens weet dat dat nooit zal lukken, maar zij koesteren allemaal dezelfde droom om op een dag een grote eik te zijn.
  • Naaldbomen: meestal belachelijk lang, dun en heel kaal met soms wat dorre takjes halverwege. De pluim bovenop moet het dan helemaal af maken.
  • Boomwortels: ik kan niet anders dan daar tenen en voeten in zien. Vaak hebben ze heel grillige en verrassende vormen.
IMG_0645b
Bomentenen versus mensentenen
  • Stokken en stammetjes: ik doe vaak stabilisatieoefeningen in het bos en dan zijn stokken of kleine stammetjes om op te balanceren een dankbaar hulpmiddel. Omdat ik mijn oefeningen vaak op dezelfde plekken doe, heb ik vastgesteld dat veel stokken lang op dezelfde plaats blijven liggen.
  • Mos: ik heb me al eens afgevraagd hoeveel vierkante meters mos een bos bevat. Dat moeten er namelijk echt veel zijn. In de show Om mij moverende redenen van de Nederlandse cabaretière Paulien Cornelisse speelt mos een hoofdrol. Dat klinkt gek en dat is het ook. Sinds ik dat optreden zag, kan ik niet anders dan ook de guitige en feestelijke kant van mos te zien.
  • Varens: de pedagogische plant van het bos. Iedereen heeft als kind geleerd dat varens sporen hebben en dat ze groeien waar het vochtig en beschut is. Ondanks die delicate aard behoren ze tot de oudste plantengroepen. Net zoals het onhippe mos, maar dat zal niemand verbazen.
IMG_0627b
Tree down
  • Dennenappels en kerstbomen: die zijn er dus ook gewoon in de zomer: groen of bruin.
  • Dieren: typische bosdieren zijn de ree en de eekhoorn. Mooi als je die in hun natuurlijke habitat kan spotten. Mijn favoriete bosdier is echter de mestkever. Jawel. Een nederig en nuttig dier dat altijd hard aan het werk is en bovendien: super sympathiek. Een kwetsbaar dier ook, want ze houden geen rekening met het drukke bosverkeer en dat eist slachtoffers.
  • Toegankelijkheidsbord voor menners: ik heb dat pictogram heel lang niet begrepen. Ik zag er altijd iemand in die zijn paard uitlaat in een rolstoel. Vreemd. Ik kwam ook nog nooit een paardenkoets tegen in het bos.

Ik wens jullie een bosrijk en bosplezierig weekend toe!

IMG_0656b

 

Het boek – Toppers volgens mijn leerlingen #2

De examens zijn achter de rug. Mijn leerlingen hebben nu zeeën van tijd om boeken te verslinden. Ik zie voor me hoe ze stuk voor stuk zijn weggedoken in een papieren verhaal, geen oog voor de wereld rondom hen, dolgelukkig dat ze zich eindelijk weer kunnen overgeven aan hun geliefkoosde bezigheid: lezen. De realiteit is wellicht wat anders. Hier gaf ik al een korte inleiding over lezen in de klas. Vandaag presenteer ik jullie het tweede deel van de favoriete boeken van mijn leerlingen van het vierde jaar. Het centrale thema van de drie uitverkoren romans is Italië, dat – zonovergoten of niet – een prachtig decor voor jeugdig drama lijkt te zijn.

De eenzaamheid van de priemgetallen – Paolo Giordano (2011)
Lovende commentaren vlogen de jonge Giordano meteen om de oren toen zijn debuutroman verscheen. Beloftevol en talent vielen in zowat elke recensie. Mij kon het verhaal over Alice en Mattia niet echt bekoren. Later werk van Giordano deed dat wel. Mijn leerlingen daarentegen vallen als een blok voor dit verhaal over adolescenten die zich priemgetallen voelen: jongeren die anders zijn en zich bijgevolg buitengesloten voelen. De kracht van dit verhaal zit in die herkenbaarheid. Zowel jongens als meisjes vinden de personages aangrijpend en vertellen hoe ze worden meegesleurd in het ongewone liefdesverhaal van de twee eenzaten. Ze voelen zich met hen verbonden en herkennen hun gevoel om er enerzijds bij te horen en anderzijds zichzelf te zijn. Sommige leerlingen vonden het wel een triestig verhaal en konden zich niet vinden in het (in hun ogen) verwarrende einde. Het blijkt hoe dan ook een boek te zijn waarin een grote drive zit om verder te lezen. Aangezien het meer dan 300 pagina’s bevat, is dat geen overbodige luxe. Een jongen die niet graag las, schreef dat hij zich nog nooit zo verloren had gelezen in een boek. Mooi toch?

Ik en jij – Niccolò Ammaniti (2012)
Ammaniti wordt één van de grote sterren van de Italiaanse literatuur genoemd. Net zoals het werk van Giordano worden zijn boeken wereldwijd vertaald en gewaardeerd. Ook ik ben een fan. In vergelijking met Giordano vind ik hem net een tikje volwassener klinken. Ammaniti vertelt op een ingetogen manier over ingrijpende gebeurtenissen en worstelende jongeren, waar Giordano soms wat naar sensatie neigt. Ik en jij is een dun boek dat vooral door meisjes wordt gekozen. Het verhaal van de veertienjarige Lorenzo raakt steevast een gevoelige snaar omdat het gaat over het belang van familiebanden in tijden van zelfontplooiing. Herkenbaarheid troef voor leerlingen die bevestigen dat ze thuis vaak ruziemaken met een broer of zus en tegelijkertijd de verbondenheid met elkaar voelen. Ook het idee dat je steeds trouw moet blijven aan jezelf met het gewicht van groepsdruk op je schouders vormt een feest van herkenbaarheid. Iemand schreef dat ze uit het boek leerde dat het perfect normaal is om je af en toe niet goed te voelen en dat je je niet anders moet voor doen om erbij te horen. Ammaniti scoort ook punten met zijn eenvoudige taal en het verrassende – en gelukkig – gesloten einde. Het mooiste compliment kwam van iemand die zei dat ze niet graag las en daarom dit dunne boekje had uitgekozen. Toen ze erin begon, vond ze het echter heel jammer dat het boek slechts 100 pagina’s telde.

Noem me bij jouw naam – André Aciman (2007)
Dit boek brak pas vorig jaar door dankzij de prachtige verfilming van Luca Guadagnino. Aciman is een Amerikaanse auteur die de sfeervolle Italiaanse kust uitkoos om de ontluikende romance van Elio en Oliver te vertellen. Ik schreef hier al hoe ook ik daar weg van was. Een boek dat onverbloemd over de liefde vertelt, scoort goed bij de meisjes die het steevast kiezen. De magie van die idyllische zomerplaats komt meermaals terug in hun besprekingen. Dankzij Acimans poëtische schrijfstijl glijden hun gedachten af richting Italië en zouden ze maar wat graag dat ene bijzondere plaatsje bezoeken waar Claude Monet ooit geschilderd zou hebben en waar Elio en Oliver voor het eerst toenadering zoeken tot elkaar. De love story van de hoofdpersonages wordt gewaardeerd omdat zowel het rooskleurige als het alles overspoelend intense van de liefde aan bod komt. Schoonheid en intensiteit dus tegenover twijfel (heel veel twijfel), angst om gekwetst en gekweld te worden en lust maken net zo goed deel uit van het hobbelige liefdesparcours dat Noem me bij jouw naam is. Het intellectuele milieu waarin het verhaal zich afspeelt, blijkt geen struikelblok te zijn, maar de dramatiek juist te versterken. Hoewel dit qua schrijfstijl zeker geen gemakkelijk boek is, waren de lezers ervan het unaniem eens over Acimans kwaliteiten. Ze schreven dat hij zichzelf op elke pagina leek te overtreffen en dat elke zin de mooiste leek te zijn die ze ooit hadden gelezen. Van zulke complimenten gaat ongetwijfeld ook een gelauwerde auteur blozen.

Met dank aan Foeke, Mohamed en Lisa wiens teksten over De eenzaamheid van de priemgetallen mij heel wat wijzer maakten. Cyann, Fleur, Julie en Marie leverden stof tot schrijven over Ik en jij. De ambassadeurs van dienst voor Noem me bij jouw naam waren Elise, Hermelijn, Sophie en Wica.

De gedachte – Brief aan Chris Froome

Dear Christopher
Lieve Froome-Froome

Je zal niet op onze afspraak zijn in Brussel als daar over twee weken het Tourpeloton voorbij dendert. Je staat niet aan de Brussels grand départ en Roos en ik zullen op 28 juli niet proosten op een nieuwe Touroverwinning van onze Froompie. Helden hebben veel namen. Helden zijn er om te bewonderen. Helden vliegen soms. Helden vallen af en toe ook heel hard. Vorige week knalde je tijdens de verkenning van de tijdrit in de Dauphiné tegen 60 kilometer per uur tegen een muurtje. Een doodsmak wordt dat genoemd. Het verdict: meerdere breuken, waaronder een dijbeenbreuk. Tegen de grond gaan is part of the job voor een coureur. Soms ben je opgelucht dat het slechts pijnlijke schaafwonden zijn, bij een horror crash ben je opgelucht dat je nog leeft.

Ik had het je zo gegund: een vijfde Touroverwinning waarmee je het legendarische rijtje Anquetil, Merckx, Hinault en Indurain zou aanvullen. Zevenvoudig Tourwinnaar Lance Armstrong werd geschrapt van de tabellen. We weten allemaal hoe dat komt. De vergiftigde erfenis van een door doping gedomineerd wielertijdperk moet jij al jaren op je frêle schouders torsen. Je bent een Brit, spreekt Engels en voor het Franse publiek ben je dus bij voorbaat een bedrieger. Bovendien valt dat hedendaagse wielrennen bij velen niet in de smaak. Jouw ploeg Ineos (vroeger Team Sky) kan dankzij de nodige financiële middelen het Tourpeloton domineren. Je bent het type renner dat doordacht te werk gaat. Niet alleen ben je tot in de puntjes voorbereid en blijf je altijd gefocust op je wattagemeter, je neemt geen onnodige risico’s, schat je opponenten in en slaat pas toe op het allerlaatste moment. Het wielrennen in de 21e eeuw is saai en dat is blijkbaar allemaal jouw schuld.

De afgelopen jaren heb ik met lede ogen toegekeken hoe je – zowel letterlijk als figuurlijk  – heel wat bagger over je heen kreeg. De stokken liggen voor het rapen voor wie de gedoodverfde zondebok wil slaan. Zo is er niet alleen kritiek op je zogenaamd passieve koersmentaliteit, maar wordt er ook gespot met je ietwat vreemde houding en het typerende kleine verzetje dat je draait. In 2016 werd je bekritiseerd omdat je de Tour won zonder ritoverwinning. Je was het mikpunt van spot toen je in diezelfde Tour een eindje liep omdat je door toedoen van dolgedraaide toeschouwers op Chalet Reynard zonder fiets kwam te staan. Als je iedereen verrast met een sterke afdaling, worden je bijzondere daaltechniek en -houding op de korrel genomen. Het Franse publiek kan na al die jaren niet aan je wennen. Keer op keer raakt het mij hoe je telkens weer wordt beschimpt. Niemand verdient dat, jij zeker niet.

Ook op persoonlijk gebied moest je het zwaar ontgelden. Als je een dankwoord in het Frans begint, ben je de risee van de avond omdat je geen charisma zou hebben. Niemand leek je te geloven toen je vorig jaar verklaarde blij te zijn met de gele trui – en uiteindelijk ook Tourwinst – van ploeggenoot Geraint Thomas. Nee inderdaad: we kunnen dan beter een voorbeeld nemen aan dopingzondaar, publiekslieveling én Fransman Richard Virenque, die in de jaren 90 het mooie weer maakte in de bolletjestrui tot in 1998 de Festina-affaire in alle hevigheid losbarstte. De Festina equipe verliet de Tour, Virenque zei op een persconferentie al huilend dat het hem speet en al zijn zonden waren in één klap vergeten en vergeven. Het is absurd dat een eersteklas bedrieger vandaag de dag nog steeds de vrolijke Frans mag uithangen in het professionele wielercircuit en dat jij het moet ontgelden met een zee van boe-geroep.

Al drie keer was ik in Parijs toen de Tour daar aankwam. De eerste keer was in 2015. Roos en ik maakten er een erezaak van om je zo vaak mogelijk te spotten tijdens de plaatselijke rondes. En ja, nadien dronken we dus echt prosecco om te proosten op jouw overwinning. We fantaseerden hoe de grote kampioen thuis een gewone mens is die geen afstand kan nemen van zijn gele trui en daar in blijft rondlopen, tot grote ergernis van Michelle. Ik zie een aimabele en intelligente man die donders goed weet waar hij mee bezig is in de bikkelharde topsportwereld. Iemand die verdomme hard traint en honger lijdt omdat elke gram vet die mee de berg op moet er één te veel is om vervolgens elke vraag over mogelijk dopinggebruik sereen en met de glimlach te beantwoorden.

Voor mij ben je wel degelijk een symbool van het nieuwe wielrennen, al ben ik me ervan bewust dat het een risico is om je te vertrouwen. Rond elke wielrenner hangt een zweem van wantrouwen, bij jou is dat ook salbutamol. Ik laat mijn toeschouwersplezier niet bederven door de mogelijkheid dat jij ook niet zuiver op de graat bent. Net als ik dateer je uit het degelijke bouwjaar 1985. Je zal volgend jaar dus 35 jaar zijn: min of meer bejaard voor een ronderenner. De grote vraag is of je nog terugkeert naar het wielerpeloton en of dat dan in de hoedanigheid van kandidaat-Tourwinnaar zal zijn. Voor jou is dat op dit moment net zo goed een vraagteken. Eén ding weet ik zeker: helden krabbelen ook altijd weer recht.

Ik wens je een spoedig herstel en een mooie zomer met je vrouw en kinderen.

Cheers op het leven!

P.S. Het is me inderdaad zelfs na drie pogingen niet gelukt om een foto van je te maken in Parijs.

IMG_2417b

 

Het boek – Toppers volgens mijn leerlingen #1

Lezen en leerlingen: het klinkt leuk, maar de realiteit is dat het merendeel van mijn leerlingen niet graag leest. Ik wijt dat niet aan de verleidingen van een uit de hand gelopen online leven. Als ik kijk naar de klasgenoten in mijn eigen puberjaren, dan was ik ook één van de weinigen die graag las. Ik denk dat veel kinderen boeken op een bepaald moment uit het oog verliezen omdat lezen een individuele ervaring is en als tiener is het groepsgebeuren nu eenmaal prioriteit nummer 1. Hoe minder je leest, hoe minder je leestechniek ontwikkelt en hoe meer inspanningen lezen dus vergt. Ook verbeeldingsvermogen is iets dat je moet trainen. Wie weinig leest, kan zich bijgevolg minder voorstellen bij wat er geschreven staat. Literatuuronderwijs staat voor mij als leerkracht in het vierde en vijfde jaar ASO heel hoog op het prioriteitenlijstje. Ik ben het dan ook helemaal eens met de uitspraak van mijn jeugdidool: de gelauwerde Bart Moeyaert. In een interview met De Standaard – naar aanleiding van de prestigieuze Astrid Lindgren Memorial Award die hij op zijn naam mocht schrijven – zei hij dat leerkrachten die zelf niet lezen, geen goede leerkracht zijn. Voila.

Door de jaren heen heb ik geleerd dat het belangrijk is om diverse boeken aan te bieden en om leerlingen bewust te laten kiezen. Leerkrachten hebben vandaag de dag meer vrijheid bij de samenstelling van een literatuurlijst. Ook binnen het vak Nederlands is er ruimte voor wereldliteratuur. Er is zoveel moois dat het zonde zou zijn om je te beperken tot de canon van de Lage Landen. De tijd dat je het als 15-jarige moest doen met Ward Ruyslincks Wierook en tranen ligt achter ons. Langs de andere kant heb ik ook geleerd dat enthousiasme en begeleiding niet elke leerling zal bekeren tot een leven als lezer. Elke positieve leeservaring van een leerling beschouw ik dan ook als een persoonlijke overwinning. Kort samengevat houden jongeren niet van alles wat het leesproces vertraagt of bemoeilijkt: veel pagina’s, kleine letters, wisselende of onduidelijke vertelperspectieven, uitgebreide beschrijvingen, een niet-lineaire verhaallijn en het állerergste: een open einde. Vandaag stel ik twee toppers voor volgens mijn leerlingen van het vierde jaar.

De alchemist – Paolo Coelho (1988)
Dit boek kon mij niet overtuigen, maar ik zag er wel meteen potentieel in voor leerlingen. In het oeuvre van deze Braziliaanse schrijver staat de spirituele zoektocht naar jezelf centraal. Zijn werk wordt wereldwijd gelezen en bewonderd. De alchemist vertelt in een toegankelijke taal het verhaal van de jonge herder Santiago die op zoek gaat naar een schat: over een duidelijke verhaallijn gesproken. Het valt op dat vooral jongens die niet graag lezen dit dunne boek kiezen én de hemel in prijzen. De aantrekkingskracht ligt in het feit dat Santiago’s verhaal en de sprookjesachtige setting in de verste verte niets te maken hebben met hun eigen leven. De alchemist gaat over keuzes maken en je hart volgen, waar jongeren dagelijks mee worstelen, maar het voelt nooit zwaar aan. Coelho weet op een lichtvoetige manier filosofie, poëzie en spiritualiteit samen te brengen. Het feeërieke landschap doet de rest. Leerlingen schrijven vaak hoe ze de zoute geur van de zee konden ruiken en de woestijnwind konden voelen. Ook weten ze er vaak heel wat levenswijsheden uit te plukken. Zoals dat geluk veel meer waard is dan eender welke schat en dat je risico’s moet nemen om je dromen na te jagen. Heel wat jongens schreven dat dit boek hun kijk op lezen heeft veranderd omdat het de eerste keer was dat ze echt hadden genoten van een boek. Ze waren zelfs geïnspireerd om meer boeken van Coelho of over filosofie te lezen. Als dat geen mooi compliment is!

Het parfum – Patrick Süskind (1985)
Een boek met als ondertitel De geschiedenis van een moordenaar trekt de aandacht. De verfilming uit 2006 heeft daar ongetwijfeld ook een aandeel in. 255 pagina’s: een serieuze klepper in leerlingentermen, maar dat hebben velen er voor over. Het bijzondere verhaal van Jean-Baptiste Grenouille die aan het moorden gaat om een uniek meisjesparfum samen te stellen, intrigeert hen mateloos. Vaak moeten leerlingen wel wennen aan de beschrijvende stijl van de Duitse auteur. Zo merkte iemand fijntjes op dat twee en een halve pagina schrijven over een deur die opengaat wat te veel van het goede is. Die beschrijvingen lijken echter wel belangrijk te zijn om je in te leven in de wereld van een moordende jongeling uit de 18e eeuw. Door Süskinds beeldende taal krijgen leerlingen het gevoel dat ze een toeschouwer zijn die de moordenaar live aan het werk zien. Jean-Baptiste is een wees en dat zet aan tot nadenken over de gevolgen van je jeugd op je verdere leven. Ook de auteurs vaardigheid om geur weer te geven met woorden oogst verwondering. Menig leerling vraagt zich ook af hoe je in hemelsnaam een verhaal als dit bedenkt. Komt dat plots uit de lucht vallen? Het verrassende einde is voer voor discussie. Sommigen vinden het ronduit choquerend, anderen vinden het de kers op een magische taart en beschrijven Het parfum als een betoverend totaalplaatje waarbij alles klopt.

Met dank aan Hachim, Ilhem, Kauãn, Korneel, Mathijs en Olga, wiens teksten over De alchemist ik als inspiratiebron gebruikte voor deze blogpost. Dante, Elisa, Elisabeth, Lena, Robin en Uma leverden mij stof tot schrijven over Het parfum.

Volgende week nemen mijn leerlingen jullie mee naar de Italiaanse literatuur!

 

 

Vaderdag – Bijzondere papa-momenten

Eert vader en moeder, al de dagen van uw leven prijkte op een bordje bij Oma en Opa thuis. Als kind vroeg ik wat eren eigenlijk betekende. Dat ge altijd goed moet zijn voor uw ouders, zei Oma toen. Dat klonk logisch, al vroeg ik me meteen ook af hoe dat dan concreet vertaald moest worden naar de praktijk. Thuis nam ik me voor om zonder verpinken de kruimels van tafel te vegen met de vod. Naast een verjaardagscadeau en een knutselwerkje met Vader– en Moederdag kan je ouders het best eren met een mooi gebaar of in ons geval een creatief project met emotionele waarde. Zo maakten wij voor de 35e huwelijksverjaardag van onze ouders het Odeynenboek: een origineel fotoalbum met teksten en herinneringen aan onze jeugd. Ter ere van Vaderdag presenteer ik jullie vandaag enkele gedenkwaardige momenten die mijn papa typeren: kleine, schijnbaar onbenullige, gebeurtenissen waar ik nog steeds met een warm gevoel aan terugdenk.

Mijn eerste cinema-ervaring beleefde ik in de jaren 90 toen ik met papa en Seppe naar Free Willy ging kijken. Zo’n uitstap met ons drieën was zonder twijfel een geweldige ervaring, maar het verhaal van de zielige orka en diens beste vriend Jesse greep mij heel erg aan. Op de tonen van Michael Jacksons Will You Be There werd ik helemaal meegesleept in de dramatiek van het grote scherm. Het moment dat Willy op commando van Jesse over de pier naar zijn vrijheid springt, kon mij niet bevrijden van alle gevoelens die de film bij mij had losgemaakt. Ik was het type kind dat met een heel grote krop in de keel bleef zitten lang nadat de film afgelopen was. Papa had hiervoor de ideale remedie: humor. Hij focuste zich daarvoor op de rol van de papa in de film. Opstandige tieners en dieren die gered moeten worden: het leidt al eens tot schade aan het huis en de auto. Diene papa heeft nogal werk! zei hij dan meermaals. Ik moest elke keer weer lachen met die (flauwe) opmerking, waardoor de krop in mijn keel stilletjes loskwam en ik besefte dat het ook maar een film was die ik niet te serieus moest nemen.

IMG_4120b
Papa de dierenvriend

In mijn tienerjaren gingen wij met het gezin kamperen in Engeland. Een onderneming waar ik mijn ouders nog steeds om bewonder. Het was de tijd van de walkmans en cassettes die je opnam van de radio, dat ik als puber liefst gewoon een boek las en vooral geen zin had om kerken, ruïnes en lokale museumpjes te bezoeken. Ik was kortom niet het gezelligste gezelschap. Ondanks mijn semi-ongeïnteresseerde houding heb ik heel veel mooie herinneringen aan onze gezinsvakanties. Stiekem vond ik de momenten in de auto heel fijn. Papa zat aan het stuur, reed links alsof het niks was en regeerde over de muziek. Op zijn cassettes stonden compilaties van zijn new wave cd’s en ander moois uit de eighties. Zo maakten wij op jonge leeftijd reeds kennis met instant klassiekers als Stan Ridgway’s Camouflage (wij zongen CATmouflage), One Step Beyond van Madness (wij zongen Monster’s Claw) en The Passenger van Iggy Pop (geen idee wat we zongen): een unieke kennismaking met de Britse cultuur die ik toen niet naar waarde kon schatten, maar die ik nu nog steeds koester. Het enige moment dat we naar de radio luisterden was tijdens de terugrit van Calais naar huis. In het holst van de nacht mocht ik dan vooraan naast papa zitten omdat ik de enige was die niet sliep in de auto. Mama zag in mijn gebabbel de ideale wakker houder. Hij had mijn gepraat natuurlijk niet nodig, maar het was een taak die ik maar wat graag op me nam.

In mijn dertiger jaren maakt papa al eens deel uit van mijn sportieve avonturen. Soms tegen wil en dank. Hij smacht ongetwijfeld naar de tijd dat hij volop papa kon zijn door met een simpele druk op de play-knop een cassette af te spelen. We liepen dus al eens samen een marathon en ook in de Hel van Kasterlee fietsten we heel veel kilometers in elkaars gezelschap. We praten niet veel op die momenten. Dat was ook zo toen we twee jaar geleden een ultratrail gingen lopen in Houffalize. Mijn zot idee en papa deed mee. Twee weken voor die uitdaging gingen wij op de eerste dag van onze zomervakantie naar de Decathlon om een trailrugzak te kopen. Het was een regenachtige zaterdagnamiddag waarop half Vlaanderen had beslist dat dit het uitgelezen moment was om te gaan shoppen. Voor papa is den Decathlon het walhalla. Hij was in zijn nopjes en kocht naast het nodige trailgerief ook casual schoenen, sandalen en een tent. Mijn advies werd gewaardeerd. Om mij te plezieren gingen we ook naar de AS Adventure: de Decathlon voor snobs, volgens papa. Ze hebben daar gewoon dezelfde spullen, maar etaleren die dan in wat keien. Om onze gezamenlijke shoppingmiddag af te sluiten gingen we nog een pannenkoek eten. Papa trakteerde, hoe kan het anders?

Ik hoor graag dat ik op papa lijk en andersom. Voor hem reikt dat verder dan fysieke gelijkenissen en sportieve prestaties. Zo maakt hij zich soms oprecht zorgen over het feit dat ik zelden naar de frituur ga en dat ik niet standaard mayonaise in huis heb. Ik scoor dan gelukkig wel punten als ik een joggingbroek draag of een lifter meeneem. Gelukkige Vaderdag, daddy!

Op de foto zien jullie Meester Jan in zijn montage-atelier. Zoals altijd gewapend met de glimlach.

Loperspraat – Kwakkelen en kwaken in mei

Ik voelde me in de maand mei een eend die gezellig rond waggelt en lukraak wat loopt te kwaken. Eenden staan niet meteen bekend als de meest intelligente der diersoorten en zo voelde ik me ook. De oorzaak van dat gekwakkel, gewaggel en gekwaak was mijn medische toestand, waardoor ik na de marathon in Parijs wat ter plaatste bleef trappelen. Of peddelen. Aanvankelijk had ik daar best vrede mee. Net op het moment dat ik dacht gelanceerd te zijn, bleek ik een acute longembolie te hebben en spendeerde ik een nacht in het ziekenhuis. Twee dagen later liep ik echter een geslaagde 20 km van Brussel samen met Roos. Heel vreemd hoe je van rolstoelpatiënt naar afstandsloper kan gaan op twee dagen tijd.

Ondanks het feit dat ik geen goed sportritme vond, liep ik toch de nodige duurlopen. Door het gebrek aan een fatsoenlijke opbouw voelde ik die daags nadien wel in mijn lijf zitten. Mijn voorbereidingen waren kortom niet volgens het boekje, maar ik ben ook geen longpatiënt volgens het boekje. Aan het begin van de maand legden Roos, papa en ik onze eerste gezamenlijke duurtraining af in voorbereiding op de La Chouffe trail (36 km) in juli. We kronkelden met z’n drietjes vrolijk langs de Demer, waar papa zich weer eens op de kaart zette als natuurkenner en leerkracht. Wisten jullie dat sommige meanders van de Demer bewust zijn afgesneden door menselijke arbeid? Papa zette zich trouwens ook weer maar eens op de kaart als über-papa door 18 kilometer lang zonder verpinken op kop te lopen. Ik liet me niet kennen en liep zonder verpinken naast hem. Door die formatie belandde Roos comfortabel op de achterbank van onze auto, perfect uit de wind gezet door niet één, maar twee hazen. We oefenden zelfs al een zegegebaar in voor onze marathon. Ook dit onderging papa zonder verpinken. Papa zijn: het vraagt wat van een mens.

IMG_4651
Moeten er nog dieren zijn?

Op Hemelvaart waren Roos en ik van de partij op de eerste editie van de Naturarun in  Meerdaalwoud. Start en finish lagen bij de manege van Meerdaalhof: mijn spreekwoordelijke achtertuin en dus gingen we met de fiets tot daar. We kozen voor de langste afstand van 25 kilometer. De eerste kilometers liepen we over goed beloopbare bospaden. Na 10 kilometer werd het lastiger: de paden werden smalle weggetjes en de hoogtemeters hakten er goed in. Ik had de eerste bevoorrading overgeslagen en zag het weer helemaal zitten bij de tweede bevoorradingspost op kilometer 16. Mijn geluk was van korte duur, want op dat punt kwamen alle afstanden samen: een drukte van jewelste op het parcours! Op heel wat paadjes moest ik gedwongen in slow motion lopen. Als je al anderhalf uur onderweg bent, is het heel lastig als je niet je eigen tempo kan aanhouden. Ik was er dan ook niet rouwig om toen we na een lange klim en zandpad aankwamen. Geen 25 kilometer, maar 22,5 zo bleek. Ik vond het allemaal prima na ruim twee uur lopen in de warmte.

Mijn kwakkelende meimaand staat in schril contrast met die van een jaar geleden. Toen bouwde ik gestaag en verantwoord op om mezelf succesvol te lanceren na mijn blessure. Ik liep en fietste de afgelopen maand wel wat meer kilometers, maar nogmaals: het ritme en de regelmaat waren totaal zoek. Daar had ik last van. Ik voelde me onzeker en verlangde zelfs naar mijn natte, koude, eenzame en donkere kilometers die ik in oktober en november gedachteloos aflegde in voorbereiding op de Hel. Het was dan ook misschien niet helemaal toevallig dat ik me vorige week inschreef voor die beproeving. Het leven is aan de rappen voor wie eeuwige roem in de Hel wil vergaren. Er is verbetering op komst, dat voel ik. Als dierenvriend hou ik van eenden en vergis je niet: vanuit dat schattige gewaggel kunnen ze ook uit het niets opstijgen voor een indrukwekkende vlucht.

IMG_4646b

 

Het boek – Waarom Grand Hotel Europa een uitzonderlijk boek is

Laat er geen twijfel over bestaan dat Ilja Leonard Pfeijffer de morele winnaar is van alle literaire prijzen die de komende vijf jaar uitgereikt zullen worden. In die periode zal er namelijk geen boek verschijnen dat zijn majestueuze Grand Hotel Europa kan evenaren. Ik kocht deze klepper vlak voor de feestdagen en wachtte toen op het uitgelezen moment om er in te beginnen. Na mijn Parijse marathonavontuur bleek dat moment in de paasvakantie te zijn aangebroken. Bij voorkeur had ik mijn leven twee dagen on hold gezet zodat ik mij volledig afgesloten van de dagelijkse beslommeringen kon overgeven aan dit heilige boek. Ook zonder doorgedreven escapisme was ik zwaar onder de indruk van dit literaire werk dat zichzelf op alle vlakken overstijgt. Dit is waarom iedereen Grand Hotel Europa zou moeten lezen.

Omdat Ilja Leonard Pfeijffer een opvallende figuur, maar vooral een begenadigd schrijver is.
Ik studeerde Literatuurwetenschap in Leiden, waar Pfeijffer destijds een docent was aan universiteit. Hoe graag ik ook zou vertellen over zijn excellente vaardigheden als docent, de waarheid is dat ik nooit les bij hem volgde. Wel ving ik al eens een glimp van hem op in het straatbeeld, wat niet mag verbazen aangezien Leiden een zakdoek groot is. In zijn omvangrijke oeuvre vallen de variëteit aan genres en de passie voor de klassieke literatuur op. Alleen een klasbak als Pfeijffer kan de Griekse mythen met zoveel bravoure hervertellen. In Grand Hotel Europa komt zijn meesterschap echt tot uiting. Hij schrijft theatraal met krullen en beelden zonder de grens van de kitsch te overschrijven. Zijn taal is altijd raak. Stilistische kracht typeert niet alleen de schrijver, maar ook de mens Ilja Leonard Pfeijffer. Wie al eens een interview met hem zag, weet dat hij een opvallende verschijning is die op dezelfde manier schrijft als hij spreekt en denkt.

Omdat Grand Hotel Europa een opwindende ode is aan de romantische liefde in moderne en nostalgische tijden.
Toen de auteur te gast was bij Van Gils & gasten werd hij niet enkel overladen met complimenten, maar merkte de doorgaans ingetogen gastheer fijntjes op dat Grand Hotel Europa een geil boek is. Het vrouwelijk en mannelijk naakt leidt tot opwindende passages waarin de classy gentleman zich nooit verliest in vulgarismen. Achter zijn imposante verschijning blijkt namelijk een peperkoeken hartje schuil te gaan. Waar je aanvankelijk zou kunnen denken dat het hoofdpersonage – Ilja Leonard Pfeijffer – een ordinaire vrouwenzot is die verliefd wordt op de eerste de beste femme fatale die zijn pad kruist, moet je dit beeld al na enkele hoofdstukken bijstellen. Pfeijffer weet haarfijn te omschrijven hoe onredelijk, onmogelijk en overgeleverd geliefden kunnen zijn. De liefde is altijd zowel nabijheid als afstand, zowel redding als ondergang.

Omdat Grand Hotel Europa brandend actueel is.
Met Venetië en de Europese kunstgeschiedenis als decor behandelt Pfeijffer ook een resem actuele thema’s, waaronder de impact van (massa)toerisme, de vluchtelingencrisis, Europese identiteitsvorming en de rol van kunst in dat proces. Hij hekelt onder andere het artistieke alternatieve milieu waar obscure figuren zich met vreemde gesubsidieerde kunstprojecten bezighouden. De roman speelt zich af in het door toeristen ingepalmde Venetië en bespreekt ook het geplaagde Amsterdam. Toerisme loert overal om de hoek. Zo bestaat er een Ilja-Leonard-Pfeijffer-wandeling in Genua, waar de auteur al enige tijd woont. De personages in het boek bieden verschillende inzichten vanuit een scherpe analyse die niet te herleiden is tot gemakzuchtige kritiek. Commercieel succes, nostalgie naar lang vervlogen tijden en het oude Europa hoeven elkaar niet uit te sluiten. Pfeijffer is een wereldburger die ook altijd een nuchtere Hollander blijft.

Omdat Grand Hotel Europa een boeiende reis door de kunstgeschiedenis is.
Wie nog nooit van de Italiaanse kunstschilder Caravaggio hoorde, krijgt in dit boek zowel een Caravaggio-voor-dummies als cursus voor gevorderden in het oeuvre van de 16e eeuwse kunstenaar. Centraal in het verhaal staat de zoektocht van Ilja’s geliefde en kunsthistorica Clio naar een verloren gewaand werk van Caravaggio. Kunst is voor beide personages geen luxe, maar een levensnoodzakelijk middel. Hierdoor krijg je een inkijk in de rijke en verborgen kunstgeschiedenis en hoe bepalend die is voor onze hedendaagse cultuur. Toegegeven, de overdaad aan informatie voelt soms intimiderend aan. Als je je echter gewillig op sleeptouw laat nemen, kijk je nadien met heel andere ogen naar het werk van de grootmeester Caravaggio en zijn invloed op schilders als Johannes Vermeer en Rembrandt van Rijn. Naast het elitaire label dat kunst soms draagt, blijkt het ook het ultieme spel tussen geliefden te zijn.

Omdat Grand Hotel Europa spannend, grappig en ontroerend is.
In Pfeijffers lyrische vertelling komen verschillende verhaallijnen en uiteenlopende personages samen. Absurde situaties zijn zowel hilarisch als ontroerend. Oud en nieuw botsen soms genadeloos hard om dan vreedzaam hand in hand verder te wandelen. Naarmate het boek vordert, laat het zich lezen als een pageturner. Je wil weten hoe het het nu zit tussen Ilja en Clio. Je wil weten waar de verloren Caravaggio zich bevindt. Bovendien zijn ook de typografie en de vormgeving van deze roman uitmuntend. Hoe zou je ook anders Pfeijffer kunnen lezen dan met een lint als bladwijzer?

 

De gedachte – Over lopen als verslaving

Je hoeft je niet op sociale media te begeven om te ervaren hoe hard mensen voor elkaar kunnen zijn. Soms bekruipt mij het gevoel dat we continu verantwoording moeten afleggen over het leven dat we leiden: wat je doet en laat, zegt iets over je wezenlijke ik en is geenszins ontstaan uit een toevallige samenloop van omstandigheden. Zo beland je al eens in een eng en krap hokje. Er zijn enkele parameters ingesteld om identiteit in te vullen. Eet je soms havermout? Gezondheidsfreak! Maak je geen verre reizen? Saaie huismus! Heb je een oude wagen? Milieuvervuiler! Ook de loper moet het soms ontgelden. Iemand die loopt is natuurlijk niet gewoon iemand die een fijne vorm van ontspanning heeft gevonden. Lopers zijn betweters die steevast anderen verwijten dat ze niet lopen en tegelijkertijd hun eigen lijf in de vernieling lopen. Om over marathonlopers nog maar te zwijgen. Toen ik vorig jaar zichtbaar geblesseerd met een kruk rondliep, bleek maar wat vaak uit de reactie van mijn medemens dat het mijn eigen schuld was. Op televisie wordt er positief bericht over de sfeer op grote loopevenementen, maar daar tegenover staat de nodige duiding over alle gevaren die om de hoek loeren voor wie zich op het gladde ijs van het lopersleven begeeft.

Daags na de 10 Miles in Antwerpen deed een gesprek in Van Gils & gasten mijn wenkbrauwen tot ongekende denkrimpels fronsen. De loophype werd op de korrel genomen en behandeld alsof het een regelrechte aanslag was op de volksgezondheid. Kilometervreter en sportjournalist Maarten Vangramberen was de loopambassadeur van dienst. Presentatrice Bieke Ilegems gold als het ultieme voorbeeld van de schade die lopen kan aanrichten. In september liep zij namelijk onvoorbereid de marathon van Berlijn. Enter het gevaar van de runner’s high. Door de marathonroes had ze niet gevoeld dat ze godbetert twee teennagels verloor. Sterker nog, door die gevaarlijke roes voelde ze zich de weken daarna keigoed tot ze abrupt in een dipje terecht kwam. Sindsdien liep ze niet meer. Sportarts Tom Teulingkx bevestigde dat een marathon voor velen de ultieme sportieve uitdaging is. De 3 miljoen Vlaamse solo-sporters zijn vogels voor de kat die zonder begeleiding op zoek gaan naar grootse doelen. Grote loopevenementen zetten volgens Teulingkx wel aan tot beweging, maar ze hebben ook een keerzijde. Met de nodige ernst ging presentator Lieven Van Gils dieper in op de dramatiek van het woord keerzijde. Sommige lopers komen onvoorbereid aan de start, laten zich meeslepen door de massa, finishen doodop en zijn de dag nadien geblesseerd.

Ik viel bijna uit mijn zetel door zoveel kort-door-de-bocht-isme. Zoals ik hier al zei: nee, een marathon lopen an sich is niet gezond. Belangrijker: ja, lopen werkt een gezonde levensstijl in de hand. Ik had het ook al eens over het prestige van de marathon, wat voor mij nooit een drijfveer is. Wie een gelopen marathon beschouwt als een statussymbool heeft weinig respect voor zijn lichaam en begrijpt niet wat de schoonheid van duursporten is. BV’s vallen daar gemakkelijker aan ten prooi, aangezien de onbekende loper niet zomaar eventjes een startbewijs bemachtigt voor een wereldmarathon zoals Berlijn. De runner’s high wordt vaak beschouwd als het geheime wapen van loopplezier. Hiermee wordt het proces aangeduid waarbij endorfines (een opiumachtige stof) in je lichaam vrij komen. Dat zogenaamde gelukshormoon met pijnstillende werking komt vrij bij lange duurinspanningen die je loopt aan een niet te hoge intensiteit. Onderzoek heeft aangetoond dat dit pure chemie is en geen fabeltje. De schaduwzijde van dit wetenschappelijke verhaal is dat endorfines eveneens in verband worden gebracht met allerhande verslavingen, psychische aandoeningen en depressies. Geen wonder dat lopen door sommigen als een gevaarlijke verslaving wordt beschouwd.

Wie zwicht er niet voor een natuurlijke dosis geluksstoffen die je een gevoel van euforie en onoverwinnelijkheid bezorgen? Lopers zouden pijnsignalen negeren omdat ze gedrogeerd zijn door die verduivelde endorfines. De impact van de runner’s high wordt echter overschat. Ik kan me inderdaad in een flow of roes bevinden als ik aan een rustig tempo loop. Ik geef me over aan de eentonige cadans van mijn voeten, ga op in de muziek en laat mijn gedachten ontspannen rond dwarrelen, waardoor er soms uit het niets ideeën opborrelen. Hoe fijn dat ook is: ik liep nog nooit per ongeluk 50 kilometer omdat ik geen afstand kon doen van mijn roesmiddel. De runner’s high werkt een ontspannen geest in de hand. Er schuilt een veel groter gevaar in de geldingsdrang die sociale media in de hand werken. Zoals dokter Teuglinkx aanhaalde in de uitzending geldt voor veel sporters: als het niet op Strava staat, is het niet gebeurd. De meet- en zichtbaarheid van sportieve prestaties kan onzekerheid in de hand werken. Je sport in je eentje terwijl je omgeving mee gluurt. Niet de stofjes in je hoofd zijn gevaarlijk, maar de schermpjes waar menigeen aan verknocht is.

In bepaalde mate kan lopen een verslavend effect hebben. Elke mens zoekt op de één of andere manier ontspanning in het leven, maar bijlange niet iedereen is daar even fanatiek in. Zo heb ik zelf nogal de neiging om heel erg op te gaan in bepaalde bezigheden als ik gebeten ben door iets. Door lopen bijvoorbeeld. Voor mij is dat een manier om mijn hoofd en lijf te verfrissen zodat ik er met een sterkere geest weer tegen aan kan. Lopen is een totaalpakketje mindfulness dat zoveel verder reikt dan een simpele runner’s high. Ik kan net zo goed volledig opgaan in een perfecte koffie maken en ik keek ook al eens heel veel films van Leonardo DiCaprio in een kort tijdsbestek omdat ik het als mijn taak beschouwde om zijn oeuvre te kennen. Juist daarom vond ik Ren voor je leven zo verrijkend. Klaas Boomsma was jarenlang verslaafd aan drugs en alcohol en gaf zijn leven een heel andere wending door onder andere te beginnen lopen. Toen hij clean was, kwam hij zichzelf ook tegen als obsessieve loper.

Een verslaving is een ernstige ziekte die je levenskwaliteit ondermijnt en je leven op het spel zet. Lopen is dat niet, zelfs niet met een runner’s high. Lopen brengt je niet in een sociaal isolement. Integendeel. Wie verantwoord sport voor het eigen welzijn, brengt zijn gezondheid geen schade toe. Integendeel. Zelfs intensief sporten niet. Integendeel: wie intensief sport, leeft 5 jaar langer dan de gemiddelde niet-sportende mens. Ik heb behoorlijk wat loopschoenen, maar ik heb vooralsnog geen mensen bestolen om aan mijn spul te komen. De loopmicrobe is hooguit besmettelijk. Al zijn sommigen genetisch benadeeld met een aangeboren immuniteit. Laat mij nu maar even fijn in het hokje van de moraalridders zitten. Echt gezellig hier!