Loperspraat – De vrouw met de hamer

Daar stond ik dan. Leunend tegen de vangrail op de meest ongezellige rotonde van Tienen. Gestrand als Odysseus, maar ontdaan van alle heroïek. Hoe was ik hier verzeild geraakt? Hoe kwam ik hier weer vandaan? Auto’s draaiden langs mij voorbij. Ik bleef op het fietspad staan en keek ernaar. Er leek nochtans niks aan de hand toen ik aan mijn looptoer van 18 kilometer begon: een prachtige route via Hakendover, langs de spoorwegbedding in Oplinter en door het Tiense broek*. De zon scheen hard. Ik had er zin in en liep snel. Na een half uur viel ik echter niet terug op mijn automatische stand waarbij lopen als vanzelf gaat. Ik was me bewust van de inspanningen die ik moest leveren om vooruit te komen. Moeilijke momenten gaan voorbij, dacht ik. Koppig vervolgde ik mijn weg. Lopen was het plan. Lopen was wat zou gebeuren.

Na een kilometer of 10 besloot ik een korte pauze in te lassen om op adem te komen, dan zou het wel beter gaan. Ik vertrok weer en besloot een kortere route te nemen die in rechte lijn naar huis ging. Als ik wat trager zou lopen, dan zou het wel beter gaan. Welgeteld een halve kilometer kon ik lopen en dan was er iets dat me tegenhield. Iets dat zei dat stilstaan beter was dan vooruitgaan, dan zou het wel beter gaan. Ik stopte, praatte mezelf weer moed in. Met die peptalk kon ik telkens een halve kilometer lopen om dan weer de pauzeknop in te drukken. Op die ellendige rotonde stond ik wat langer stil bij de situatie waarin ik mezelf had gemanoeuvreerd. Waarom was lopen vandaag niet vanzelfsprekend? Wat scheelde er eigenlijk? Had ik ergens pijn? Voelde ik me licht in mijn hoofd? Zou ik flauwvallen? Was ik misselijk? Niks van dat. Mijn strijd werd gestaakt en ik zou de laatste 2,5 kilometer naar huis wandelen. De teleurstelling borrelde op.

Wandelen was verbazingwekkend aangenaam. Plots begreep ik ook welke onnoemelijk zware taak ik mezelf had opgelegd. Ik was helemaal niet zo fit, nog volop aan het ontstressen van school, al weken had ik last van rug- en nekpijn, de dag voordien kreeg ik mijn tweede vaccin, ik had niet goed geslapen, amper gegeten en gedronken. Mijn lichaam had me tot de orde geroepen: vandaag behoorde anderhalf uur lopen niet tot de mogelijkheden. Het was niet mijn lichaam dat mij in de steek liet, maar ik die mijn lichaam in de steek had gelaten door te woekeren met mijn krachten. Lopen is niet altijd wat moet gebeuren. Soms is stilstaan echt beter dan vooruitgaan. Ik had rust nodig, zo simpel was dat. De man met de hamer is een vrouw en ze woont in mijn hoofd.

*Dit verhaal speelde zich af op vrijdag 9 juli. Het Tiense broek en het omliggende natuurgebied staan door de wateroverlast van de afgelopen dagen volledig onder water. In het kader van die vreselijke overstromingen en de enorme impact ervan is dit verhaal uiteraard totaal onbenullig.

Het boek – Over oorlog en een beetje vrede

Ik weet niet meer precies waarom ik in mei besloot dat ik Oorlog en vrede zou lezen. Ik weet wel waarom het ruim een decennium één van die klassiekers was waar ik me niet echt aan kon zetten: een boek uit 1869 over oorlog met 1552 pagina’s en – naar verluidt – 580 individuele personages. Zelfs voor een literaire veelvraat klinkt dat als iets dat wel eens moeilijk verteerbaar zou kunnen zijn. Kortom een boek dat tijd en energie kost. Nochtans las ik in mijn studententijd met smaak de ene na de andere Russische klassieker. Anna Karenina (ook ruim 1000 pagina’s) vond ik bijvoorbeeld een echte winner. Ik had uiteindelijk drie weken nodig om me door Oorlog en vrede heen te werken. 

Toch las ik Tolstojs epos zeker niet met tegenzin. Mijn historische kennis vertoont nogal wat hiaten, dat van de oorlogen tussen Frankrijk en Rusland aan het begin van de 19e eeuw is dankzij Tolstoj een beetje opgevuld. Nog interessanter vond ik het om een beeld te krijgen van het leven dat was weggelegd voor een man of vrouw 200 jaar geleden in de Russische hogere kringen. Ben je liever een jongeman die als een held naar de oorlog mag gaan of een jonge vrouw die thuis moet wachten op een geschikte huwelijkskandidaat met het juiste vermogen? Oorlog en vrede is geen typische oorlogsroman waarbij je als lezer op je buik in de modder ligt en belaagd wordt door de vijand. Het is geen boek waarbij het ene drama het andere overtreft, waarbij de oorlog gekenmerkt wordt door onrecht en gruwel. Aanvankelijk vond ik de leesbaarheid goed meevallen, maar na enkele taaie uitweidingen over de technische kant van oorlogsvoering verloor ik voeling met de personages. Op zich is dat niet vreemd. Het was immers Tolstojs intentie om een werk te schrijven dat het midden hield tussen een roman en historische non-fictie. Dat resulteert in een nogal cleane oorlogsroman waarbij de analyse van het gebeurde belangrijker is dan de inleving. Om mijn leeservaring te delen én om jullie +1500 pagina’s leeswerk te besparen, presenteer ik vijf alternatieve titels die de lading beter dekken dan Oorlog en vrede.

De Rostovs
De aristocratische familie van graaf Ilja en gravin Natalia Rostov vormt de centrale as van de gebeurtenissen aan het front en thuis in Sint-Petersburg. Zij vertegenwoordigen de grandeur van Rusland die stelselmatig terrein verliest. Een bijzondere rol is weggelegd voor dochter Natasja die zowel over een romantische ziel als over een sterke wil lijkt te beschikken. 

War and People
Dit alternatief las ik in een recensie op Goodreads en vond ik erg treffend omdat het inderdaad het menselijke aspect is dat tegengewicht biedt aan de oorlogsmaterie. Mensen zijn uit op geld, willen grote liefdes en hechte vriendschappen. Ze willen op alle vlakken tot de winnaars behoren. Misschien schreef Tolstoj toch vooral een roman over de mens in al z’n hoedanigheden, zij het in een wat afstandelijke stijl.

Oorlog en wrevel
Tolstoj heeft duidelijk een fascinatie met het strategische en tactische aspect van oorlogsvoering. De grote emoties bouwen zich op bij de thuisblijvers in Moskou en Sint-Petersburg. Daar is het vooral ieder voor zich. Of toch elke familie voor zich, waardoor beslissingen worden genomen op basis van eergevoel. Met alle gevolgen van dien natuurlijk.

Onschuld en lijden
Wie heeft er schuld aan oorlog? Verlies je je onschuld in oorlogstijd? Wij lijdt er echt: zij die actief aan de oorlog deelnemen of zij die hem passief moeten ondergaan? Ben je laf als je niet aan de oorlog wenst deel te nemen? Volgens Tolstoj is het antwoord op die vragen genuanceerd. Iedereen lijdt op z’n eigen manier, iedereen is zowel schuldig als onschuldig. 

Toeval en genialiteit
Oorlog en vrede bestaat uit vier delen en twee epilogen. De afsluitende epiloog is een beschouwend essay waarin Tolstoj (op langdradige wijze) betoogt dat oorlogsvoering meer berust op toeval dan op genialiteit. Napoleon (die ook een handelend personage is) kan je dus beter geen tactisch genie noemen, maar iemand die toevallig de juiste beslissingen maakte. Stof tot nadenken. 

Tot slot: bij het opzoekwerk van deze tekst, kwam ik terecht op deze interessante blog over (Russische) boeken.

IMG_5558b

 

Het moment – Mijn tips voor een geslaagde vakantie

Als leerkracht is het zonder meer een privilege om twee maanden zomerstop te mogen consumeren. Je zou me daarom een expert in zomervakanties kunnen noemen. Ik ben niet de persoon van de bijzondere reisbestemmingen, maar wel degene die zich prima thuis vermaakt en blij is met de uitstappen die zich aandienen. Toch overvalt de zomervakantie mij elke 1e juli. Hoe langer ik lesgeef, hoe minder goed het mij lukt om de klik van werk- naar vakantiemodus te maken. De flexibiliteit die het afgelopen corona-schooljaar vergde, de hectiek van de maand juni en de heftige emoties die ons soms overspoelen missen hun weerslag niet. Momenteel bevind ik me daarom nog in de decompressie-fase. Ik heb tijd nodig om school los te laten. Ik ben moe, soms zelfs wat lusteloos en ik kan me nog niet overgeven aan pure ontspanning. Gelukkig weet ik dat dit van voorbijgaande aard is.

Ik begrijp wel waarom mensen tijdens hun vakantie weg willen gaan. Het is als de reset-knop indrukken: verplicht op een ander ritme leven, weg van de routine thuis, weg van de klusjes en to-do’s die liggen te wachten. Er gaat namelijk ook iets dwingends uit van vakantie: eindelijk heb je nu die tijd waar je zo lang naar uitkeek. Nu moet je écht dat boek lezen of die film kijken en is er écht geen excuus meer om korte metten te maken met de rommel in de garage. Ik maak daarom allerhande lijstjes: van leuke en van nuttige dingen. Zo heb ik toch het gevoel dat ik de teugels in handen heb. Om de week op een productieve noot te beginnen zijn maandagen voorbehouden voor al wat nuttig is. Verder blijven lezen en bewegen heel belangrijk, kijk ik naar de Tour, spendeer ik tijd met vrienden en familie en drink ik koffie. Veel koffie. Ik geef jullie graag nog enkele laagdrempelige vakantietips voor wie het niet ver wil zoeken. 

Stuur eens een kaartje om iemand een fijne vakantie te wensen, vanuit je staycation-locatie of zelfs als je op daguitstap bent. Niets is zo fijn als je brievenbus openen en er een handgeschreven kaartje in te vinden dat belachelijk lang onderweg is geweest.

Neem je loopschoenen mee, waar je ook heen gaat. Lopen op verplaatsing is altijd een verrijking, ook als je gewoon bij vrienden gaat logeren. De veldweggetjes en het asfalt op een ander ogen net dat tikje pittoresker dan je eigen platgetreden paden. Zelfs als je niet de kans hebt om een looprondje te maken, dan kunnen loopschoenen hun nut bewijzen als comfortabel schoeisel.

IMG_5427b

Bak eens een cake, bijvoorbeeld een frisse citroencake volgens mijn eigen recept. Meng 120 gram gesmolten boter met 3 eieren. Voeg er 250 gram suiker aan toe en het sap van één citroen. Wie echt fancy wil zijn, gaat natuurlijk ook voor wat citroenzeste. Goed roeren tot een homogeen mengsel. Voeg 250 gram (spelt)bloem toe en 2 theelepels bakpoeder. Tot slot maakt 250 gram plattekaas het deeg compleet. 50 à 55 minuten de oven in op 180 °C. Smakelijk!

Maak eens een wandeling in je eigen buurt en loer eens – subtiel – bij de buren binnen (zij doen dat namelijk ook bij jou). Ik voel me altijd meer verbonden met mijn dorp als ik er doorheen wandel. Zo kwam ik tot de vaststelling dat mijn buurt wordt getypeerd door poorten en rolluiken: ieder voor zich op z’n lapje grond, lekker Vlaams. Maak ook eens foto’s van je buurt, bij voorkeur tijdens golden hour. Je zal ervan versteld staan hoe Instagram-proof je (al dan niet spreekwoordelijke) achtertuin blijkt te zijn en als dat niet zo is, heeft ook dat weer z’n charme.

Hou het veilig en neem je mondmasker mee. De coronacijfers doen het op alle vlakken goed, maar enige voorzichtigheid is nog steeds op z’n plaats. Gebruik je verstand. Als we dat allemaal blijven doen, komt er echt een dag dat corona ons leven niet meer bepaalt.

Maak er iets moois van deze zomer!

IMG_5423b

Als ik een boek was…

De examenperiode is in volle gang. Het is 30 graden en ik zweet me een ongeluk. Ik denk na over het afgelopen schooljaar. Wederom een ander schooljaar, weer een raar jaar. Een schooljaar waarin we uitblonken in improviseren, waarin gewoon in de klas zijn bijzonder werd, waarin we allemaal veel te veel achter een scherm moesten zitten. Het afgelopen jaar viel ook mij met momenten zwaar. Ik miste veel en probeerde blij te zijn met wat er wel was. Ik slaagde daar behoorlijk in. Voor jongeren daarentegen was het gebrek aan echt sociaal contact veel meer een ernstige inbreuk op hun levensstijl. 65% van de jongeren had het mentaal moeilijk tijdens de eerste coronagolf. Niet omdat het een gepamperde generatie is, niet omdat het watjes zijn, maar omdat alleen zijn indruist tegen het DNA van een jongere. Het is een cijfer om stil van te worden. Ik hoorde veel leerlingen klagen en zuchten. Ik zag hen vooral ook kei hard hun best doen. 

Waar ik gelukkig van word zijn leerlingen die hun leeservaringen delen. Een leerling die een boek graag gelezen heeft (soms tegen alle verwachtingen in), maakt van mij een tevreden leraar. Mijn leerlingen van het vierde jaar (15 à 16 jaar) vulden nog enkele vragen in over hun leesjaar. Ik vroeg hen ook om de zin Als ik een boek was aan te vullen. Het mooie aan vierdejaars is dat ze dat geen rare vraag vinden. Vlot formuleerden ze een antwoord, gaande van licht en luchtig tot overpeinzend en filosofisch. Hier volgt een bloemlezing met poëtische allures.

ALS IK EEN BOEK WAS…
zou ik geen cover hebben
zou ik een open boek zijn
zou ik gesloten blijven
zou ik veel prijzen winnen
zou ik stoffig worden in de kast
zou ik in de spiegel kijken om mezelf beter te leren kennen
zou ik zo dik mogelijk willen zijn om veel te kunnen vertellen
zou ik een strip zijn waarin weinig wordt gezegd, maar veel gebeurt
zou ik fantasy zijn die achteraan in de kast stof staat te vergaren
zou ik een roman zijn met een sterk verhaal en een vleugje magie
zou ik gelezen willen worden door mensen die ik zelf ook zou lezen
zou je met elke omgeslagen pagina verliefder worden op het leven
zou je me vaker moeten lezen om me te begrijpen
zou ik mensen inspireren met mijn levensverhaal
zou ik mijn pagina’s sluiten en me niet laten lezen
zou iedereen klagen omdat ze de afloop al kenden
zou niemand begrijpen waar het verhaal over gaat
zouden mijn ouders dit boek niet mogen lezen
zou mijn moeder een boom zijn

IMG_5250b

Het moment – Een memorabele 51 km

Er was eens een loper. Ze woonde in een charmant dorp zonder bos en wilde graag eens 51 kilometer lopen. Om haar missie te volbrengen riep ze de hulp in van vijf andere lopers, zeven fietsers, een handvol toegewijde supporters en een hond. Na 51 kilometer bereikte ze haar doel. Ze leeft hopelijk nog lang en gelukkig.

Om lang te lopen kan je maar beter kinderlijk naïef zijn en uitgaan van het meest gunstige scenario. Niet denken aan beren op de weg in de vorm van verzuring, buikkrampen en klopjes in alle soorten en maten. Over het hoe en waarom van die 51 kilometer vertelde ik al eerder. Een doel hebben is leuk omdat je ergens naartoe kan leven. Zaterdag rustdag, zondag duurloopdag: dat was het plan. Zaterdag deed ik dus niet veel. Ik dronk veel water, at een stapel boterhammen en las veel pagina’s. Zondag 16 mei ging de wekker om 5u30. Wie lang wil lopen, moet vroeg opstaan. Er stonden nog eens havermoutpannenkoeken op mijn ontbijtmenu. Nadat ik die met smaak had weggewerkt, begon het aftellen. Om 9u stipt zou ik namelijk beginnen aan mijn ultra-vriendenloop en aangezien de betrokkenen mijn live-locatie konden volgen, kon ik niet ongemerkt vroeger starten. Ik had me dus strikt aan het opgegeven tijdsschema te houden.

KNTW2652

Twee minuten voor de start stond ik klaar aan de kerk in mijn dorp. Daar was helemaal niks te beleven. Ik denk dat het slechts zelden gebeurt dat iemand er al gierend van de adrenaline selfies staat te maken in een provisoir startvak. Het weer zat alleszins mee. Ja, dit moest en zou onze dag worden! Om 9u stipt ging ik van start. Traditiegetrouw liep ik mijn eerste kilometers zogezegd ingehouden, maar eigenlijk veel te snel. Ik zou 18 kilometer alleen lopen via mijn woonwerkloopverkeer. Omdat die kilometers grotendeels off-road liepen, beschouwde ik ze als een niet te onderschatten onderdeel van mijn loopavontuur. Bovendien had ik niet echt rekening gehouden met de wind die mij in het vizier kreeg tussen de velden. Op zo’n momenten zit de wind altijd tegen. Ik was dan ook heel blij toen ik na een solo van anderhalf uur een eerste gezelschapsloper kreeg: niemand minder dan mijn jeugdvriendin Elizabeth. Na een pittige verhuismaand had zij toch de energie gevonden om wat kilometers mee te draaien. Ook jeugdvriend Rembert voegde zich bij ons en natuurlijk was er ook mama op de fiets. Ik vergat helemaal dat ik al een halve marathon gelopen had.

ADAG8737

De sfeer in mijn privé-peloton was zo goed dat ik de route wat uit het oog verloor, net op een punt waar ik wat minder thuis was. We zouden namelijk langs Murielle lopen, maar ik miste een afslag, waardoor we een stukje moesten freestylen en zelfs teruglopen om Murielle op te pikken. Inmiddels sloeg de verhuisvermoeidheid toe bij Elizabeth, maar wie haar een beetje kent (ik dus), weet dat zij een opper-bikkel is die blijft gaan. Met drie vriendjes en een mama liep ik dus richting Parkpoort. Vanaf daar liep ik alleen verder met Murielle. We passeerden langs een enthousiaste Pieter-Jan en Joost, die met de ramen wijd open een stevige beat door de Leuvense straten lieten weerklinken. Het was duidelijk dat zij ervaring hebben met de muzikale ondersteuning bij loopevenementen. Wat verder sloot Marike zich fietsend aan en ging het verder richting Arenberg in Heverlee. Heel vertrouwd terrein, aangezien het vijf jaar mijn (loop)habitat geweest is. Mijn geliefde Heverleebos lieten we links liggen en dan was het alweer tijd om afscheid te nemen van Murielle. Ik vervolgde mijn route langs mijn oude straat in Heverlee. Nog bekender terrein dus. Zo bekend dat ik vergeten was dat je daar anderhalve kilometer lang stevig omhoog loopt. Mijn onvermijdelijke pré-30km-klop was een feit. Ik voelde wat buikkrampen, besefte dat ik nog een heel eind te gaan had en ik wist: ja, dit is duurlopen.

OFIQ2468

Ik moest nog een halve marathon rond kunnen draaien, dat lukte wel, maar toch: het deed pijn. Heel raar is dat niet. Ik lijk dat onderdeel van duurlopen echter altijd wat te vergeten. Gelukkig kon ik de Sigarenberg in Herent – sinds de Everestprestatie van Seppe ook wel Mount Odeyn genoemd – redelijk gezwind naar beneden lopen. Langs de spoorweg ging het verder richting Vaart. Terwijl we een eerste (en enige) buitje over ons heen kregen, begon ik af te tellen naar het gezelschap van fris lopersbloed. Een nieuwe lichting lopers diende zich namelijk aan: niemand minder dan Roos en papa. In hun gezelschap liep ik al ettelijke kilometers, zag ik al behoorlijk wat sterretjes en stierf ik zelfs al meerdere doden. Het deed me echter plezier om weer langs de Vaart, mijn Vaart, te lopen: een stuk asfalt waar ik honderden duurkilometers liep. Toen Seppe nog een stukje meefietste waren we plots als gezin compleet. Wat een verrassing!

NYIO6640

HOIO6508

Zo gezellig als het klinkt, zo lastig had ik het wel. Dat familieloopje voelde allesbehalve aan als een koffiekransje in intieme kring. Ik had er ondertussen een kilometer of 38 opzitten en ik stelde mezelf oprecht de vraag waarom ik niet “gewoon” een marathon had kunnen lopen, want dan was ik er nu bijna. Die 9 kilometer die ik langer zou lopen, leken een marathon op zich. Ik had beter moeten trainen, dat schoot meermaals door mijn hoofd. Onzin natuurlijk, want ik liep nog altijd een stevig tempo aangezien ik mijn marathon kon afklokken op 3u43. De lange staart die de marathon kreeg, kostte me steeds meer energie. Ik keek reikhalzend uit naar mijn laatste supportersclub: An, Wim, Lieselore, Reinout én Milo. Na de ellendige kasseien in Wakkerzeel met 47 kilometer op de teller zag ik hen: hyper-enthousiast en extreem aanmoedigend met gepersonaliseerde opschriften en al! Dit was wat ik nodig had om die 51 kilometer af te haspelen. De laatste loodjes deden pijn, maar desondanks kon ik genieten van het mooie gezelschap dat ik rond me had. Aan de finish in Rotselaar stonden Niko, Peter, Leah en mijn eigen peter Mark. Jawadde zeg, een looptocht van 51, 14 kilometer in 4u33. De zon scheen, de vlaggetjes hingen uit en ik was een tevreden mens.

TZSR1037

Lopen blijft een eenvoudige en veelal eenzame bezigheid. Juist daarom hou ik er zo van en kon ik ook eens zo hard genieten van die hele entourage rond mij. Op zondag 16 mei was lopen een teamsport. Mijn vriendenloop bracht me meer dan verwacht. De beleving was intens, de ontroering eens zo groot. Het was een moment om stil te staan bij het feit dat ik al zeven jaar een afstandsloper ben. Zeven jaar van gaan-gaan-gaan, van pieken en dalen, soms aan mezelf voorbij lopen, maar bovenal lopen met hart en ziel. Ik loop nu meer dan ooit omdat ik er gelukkig van word. Ik loop ook omdat ik er anderen mee hoop te inspireren: dat je niet moet voldoen aan een slankheidsideaal om een duurloper te zijn, dat je moet durven dromen en dat je soms gewoon moet doen. Ik besef dat ik dankbaar moet zijn omdat ik een lijf heb dat dit fysiek aankan. Ik besef dat ik deze loper geworden ben dankzij een bende lieve mensen om me heen, die me niet alleen steunen, maar ook blij zijn als ze deel kunnen uitmaken van mijn dromen. Een dikke merci is hier dus op zijn plaats: voor zij die erbij waren, voor zij die vanop afstand en van thuis uit hebben meegeleefd. Voor mijn trouwe lezers en mijn volgers. Jullie zijn de beste!

XHLJ2131

Waarom ik vanavond zeker naar het Eurosongfestival kijk

Ik werd deze week vaak wat meewarig aangekeken als ik me enthousiast uitliet over het Songfestival. Vooral omdat ik oprecht enthousiast was en zonder enige schroom vertelde dat ik genoten had van de halve finales en de bijhorende Spotify-lijst. Het Songfestival is voor mij geen guilty pleasure (één van die woorden waar ik een hekel aan heb), maar een ongegeneerd pleziertje. Ik geef jullie graag vijf goede redenen om vanavond af te stemmen op Eurovision en enkele uren voor de tv te hangen.

  • Omdat het Songfestival bij onze immer enthousiaste noorderburen doorgaat. Dat hebben ze te danken aan de verdiende winnaar van 2019: Duncan Laurence. Rotterdam is bovendien één van mijn favoriete Nederlandse steden waar ik heel mooie (loop)herinneringen aan heb. Op deze blog kon ik meegenieten hoe Eurovision de Rotterdamse buurten vorm en kleur gaf.
  • Omdat het Songfestival het feest van de diversiteit is. Europa is er gekleurd, genderfluïde en meertalig. Alles kan, alles moet zelfs. Ook binnen de drie minuten dat een euro-song duurt, voert diversiteit vaak de boventoon. Go_A brengt met een unieke zangtechniek (die klinkt als een schreeuw) Oekraïense folklore in een elektronisch jasje als ode aan de natuur. De Italiaanse rockband (met Deense naam) Måneskin won de Eurostory Best Lyrics Award en toont daarmee aan dat je ook stilistisch verfijnd kan roepen.
  • Omdat het Songfestival naast een visueel spektakel zeker ook een podium is voor uitstekende zangers. De Franse (met Servische roots) Barbara Pravi raakt mij keer op keer met haar klassieke chanson Voilà (dat simpelweg gaat over het leven). De Zwitserse inzending Gjon’s Tears brengt een ballade mét dancemoves waarbij je je afvraagt hoe hoog een mens kan zingen. Adembenemend hoog, zo blijkt!
  • Omdat het Songfestival nu meer dan ooit symbool staat voor hoop. De hoop op een gelijkwaardige behandeling voor elke burger, de hoop op een betere wereld, eentje waar we weer bijeen mogen komen om naar een feestje te gaan. Natuurlijk staat zo’n festival bol van de clichés en schuilt er onder de kilo’s glitter een commercieel verpakte boodschap. We zijn allemaal voor de underdog, janken een potje over de liefde, houden een vurig pleidooi voor een duurzamere wereld en we breken een lans voor female empowerment. Hell no, I am not your honey: zoals de Maltese Destiny het met opzwepende Charleston-vibes weet te brengen. Hoe kan je daar iets op tegen hebben?
  • Omdat het Songfestival het ideale familieprogramma op zaterdagavond is. Mijn eerste levendige Songfestival-herinnering gaat terug naar het jaar 1996 toen Lisa del Bo ons land vertegenwoordigde met Liefde is een kaartspel, een liedje dat Seppe en ik stiekem heel goed vonden. We mochten chips eten voor de tv en lang opblijven. Ik zorgde voor de puntenlijsten. Vooral papa had een ongezouten mening over elke act. Voor hem mocht het niet te traag en kwelerig zijn. We maakten kennis met vriendjespolitiek en we vonden het heel onrechtvaardig dat Malta wél in het Engels mocht zingen. Vanavond kijk ik, net zoals twee jaar geleden, samen met Roos en Sien. Douze points voor sfeer en gezelligheid!

Marathonpraat – Hoe dat toen ging bij mijn eerste marathon

Leiden, 17 mei 2015. Roos en ik staan aan de start van onze eerste marathon. Een jaar nadat we echt begonnen te lopen brak M-day aan. Dat eerste marathonkindje bracht uiteindelijk alles wat ik ervan verwachtte: we hadden een plan en hielden ons daar aan. We liepen een mooi tempo, kregen het zwaar en we finishten. Zes jaar later is de herinnering aan die dag één grote waas, al zijn er ook momenten die me nog haarscherp voor de geest staan. Bij deze een inkijk in mijn eerste marathonervaring.

  • De avond voor de marathon gingen we eten bij de Italiaan. Ik dacht dat een vegetarische lasagne het ideale marathondiner kon zijn. Hoewel het me zeker niet slecht beviel, blijf ik dat een vreemde keuze vinden.
  • Roos en ik overnachtten bij mijn studievriendin Machteld. We sliepen voor het eerst gezusterlijk op een luchtmatras en dat beviel wonderwel goed. Voor we gingen slapen, las ik Roos voor uit een trainingsboek voor marathonlopers. Zij vond dat heel rustgevend.
  • Nadat wij ons ontbijt hadden weggewerkt, wilden we onze gastvrouw (die onder de douchte stond) helpen door de afwas te doen. Bleek dat zij hierdoor letterlijk een koude douche kreeg.
  • Ik was het hele Hemelvaartweekend al snipverkouden en op marathondag bereikte die verkoudheid een hoogtepunt. Ik kon niet door mijn neus ademen. In normale omstandigheden kies je er dan voor om het een dag rustig aan te doen. Als je een marathon gaat lopen, dan doe je dat gewoon.
  • De marathon van Leiden ging van start om 10u30, dat is erg laat. Zeker als het een zonnige dag is met 21 graden. In normale omstandigheden ga je dan lekker in de zon liggen. Als je een marathon loopt, dan zie je af.
  • Ik kon niet door mijn neus ademen, waardoor ook mijn gewone ademhaling veel lawaai maakte. Dat is toch wat Roos mij altijd vertelt. Zij maakte dan weer rare geluiden als ze kokhalsneigingen kreeg van de sportgels.
  • De organisatie beloofde ons veel entertainment langs het parcours. Ja, dat kunnen die Nederlanders wel, dachten wij. In het dorpje Oud-Ade gingen de mensen helemaal los, maar verder benadrukte het parcours door de Nederlandse polders vooral de eindeloosheid en saaiheid van de marathon. Je was al blij als je eens een koe in de wei zag staan.
  • Marike en mama waren natuurlijk onze bevoorraders op de fiets. Zij probeerden ons heel de tijd moed in te praten door te zeggen dat de wind bij het volgende stuk echt wel ging mee zitten. Uiteindelijk bleek die wind een heel vuil spel te spelen.
  • Ik zou tijdens latere marathons nooit meer zoveel sportgels en -drank wegwerken. Dat maakte echter deel uit van het plan, dus deden wij dat zo.
IMG-20150517-WA0004
Ik vind dat wij er hier veel te fris uitzien voor een kilometer of 35 gelopen te hebben. Op basis van deze foto gaf Machteld ons de bijnaam Jansen & Jansen: de gelijkenis is treffend.
  • Toen we eindelijk Leiden terug in liepen, voelde ik me een baksteen op benen. Ik kwam in straten die ik nooit eerder gezien had, wat een prestatie is voor iemand die twee jaar gewoond heeft in de kleine stad die Leiden is.
  • Toen we finishten riep de speaker iets over onze familiale band en hij suggereerde dat we nog een sprintje zouden doen om de eer van de familie hoog te houden. Euh? Niet dus!
  • Niko kwam ons ophalen met de auto. Ik zat als een lijk op de achterbank en voelde me met de minuut miserabeler worden. We stopten bij een tankstation om naar de wc te gaan en ik vroeg me echt af of ik ooit nog normaal zou kunnen stappen.
  • De dagen nadien leek ik op halve hersencapaciteit en een kwart lichaamskracht door het leven te gaan. Ik deed mijn werk, voelde mij euforisch, maar ik kon er ook niet optimaal van genieten en trots zijn omdat ik de inspanning nog steeds voelde.
  • Achteraf gezien is het zwaarste aan een eerste marathon het feit dat je niet weet wat er nog zal komen en hoe je je daarbij zal voelen. Als je het lastig krijgt, kan je je niet voorstellen dat je het nog lastiger zal krijgen en dat je dan kan overleven. Om die reden is een eerste marathon finishen de allergrootste overwinning die je kan behalen.
  • 3:55:47 is absoluut een mooie tijd, zeker voor een marathondebuut. Het is en blijft voor ons allebei wel de traagste marathon die we liepen. Ook in mijn beleving was dit een marathon van de heel lange adem, een beetje alsof het een dubbele marathon was. 
  • De andere cijfers van die eerste marathon tonen aan dat we een constante race liepen: de tweede helft weliswaar ietsje trager, maar wel altijd met een constante hartslag rond de 154. Met amper 38 hoogtemeters is ook aangetoond dat Leiden en omgeving zo vlak als een biljarttafel zijn.

IMG-20150517-WA0006

Loperspraat – De ultieme vriendenloop

Zeg Joke, had jij nu geen ambitieuze loopplannen voor het voorjaar? 
Jazeker! Ik kon namelijk niet nog eens een voorjaar laten passeren zonder groot loopproject (grijnst). Daarom onderneem ik zondag nog eens een stevige looptocht. Het doel: 51 kilometer van Tienen tot in Rotselaar via bekend terrein en in goed gezelschap.

Oké, 51 kilometer: WAAROM?
Tja (denkt na) omdat ik daar zin in heb. Als ik een marathon loop, dan wil ik een duidelijk omlijnd concept mét een doel. En ik kon dus niet echt iets bedenken dat aan die voorwaarden voldeed. Bovendien is een marathon lopen voor mij toch altijd wat beladen. Na mijn ultraloop in december besefte ik dat low-profile 50 kilometer lopen, gewoon omdat het kan en mag, echt leuk is. Ik kwam dus tot de conclusie dat langer dan een marathon lopen voor mij vrijblijvender aanvoelt dan een marathon zelf (lacht).

En dat gezelschap, wat mogen we daar van verwachten?
Als er iets is wat ik het afgelopen jaar meer dan ooit heb leren waarderen, dan is het lopen in gezelschap. In deze tijden is het de kunst om te denken in mogelijkheden in plaats van in beperkingen. Probeer in normale omstandigheden maar eens agenda’s af te stemmen op een zondag om bij vrienden en familie tijd te claimen om een stukje mee te lopen of fietsen: onmogelijk! Wel, nu is er ruimte in die agenda’s. Ik zou zelfs durven zeggen dat mensen blij zijn dat iemand een zot plan heeft waar ze bij kunnen aansluiten. Dat is ook wat ik zag tijdens die straffe looptocht van mijn broer: zoals wel vaker was dat inspirerend. Het wordt dus een ultra looptocht als ode aan de vriendschap: de ultieme vriendenloop.

Heb je je hier de afgelopen maanden dan grondig op voorbereid?
(aarzelt) Ja en nee. Ik fiets en loop altijd wel behoorlijk wat, maar specifieke marathontrainingen liet ik achterwege. Geen intervals of lange duurlopen dus. Mijn woonloopwerkverkeer beschouwde ik als een test om te zien of ik het betere duurloopwerk nog in me had zonder doorgedreven training. Ik had toch het idee dat mijn conditie nog bovengemiddeld goed was en gaf mezelf dus groen licht voor een uitdaging van dit formaat.

We zijn benieuwd naar het verhaal achteraf. Veel succes!
Bedankt! Ik zal er een sportieve lap op geven en als dat tegenvalt: dan is het verhaal achteraf eens zo interessant.

Loperspraat – 46 kilometer functioneel loopplezier

Het is nog steeds dik aan tussen de steenweg en mij. Die twee uur per werkdag dat ik op mijn fiets zit, zijn helemaal van mij. Of toch van mij en de steenweg. Als loper stond het echter al lang op mijn wensenlijstje om eens naar of van mijn werk te lopen. Het huidige deeltijdse lessysteem biedt ook meer mogelijkheden om al lopend woonwerkverkeer af te haspelen. Ik moet elke dag op school zijn, maar heb wel meer tijd om me van en naar het werk te begeven en daar, desgewenst, van te recupereren. Zo gebeurde het dat ik vorige week in twee etappes 46,12 kilometer liep binnen een tijdspanne van 25 uur. Woensdag fietste ik naar school en liep ik naar huis, donderdag maakte ik de omgekeerde beweging: twee functionele en bijzonder plezierige duurlopen.

Waarom zou je nu 23 kilometer van je werk naar huis lopen en de dag nadien nog eens hetzelfde in de andere richting? Om te beginnen omdat het een uitdaging is. Een kans om in deze bizarre periode nog eens positieve spanning te ervaren, ergens naartoe te leven en uit het normale alledaagse te breken zonder jezelf of anderen in gevaar te brengen. Om nog eens iets zots te doen dat ergens ook nuttig is en waar helemaal niemand last van heeft. Ik zweer al jaren bij zondag duurloopdag, maar ik besefte dat duurlopen tijdens de week ook zo gek niet is. Je werkt een hele week, dat is vermoeiend, en als je dan in het weekend kan uitrusten ga je op zondagvoormiddag een paar uur lopen, dat is ook vermoeiend. Er valt dus iets voor te zeggen om tijdens de week kilometers te maken en rust te nemen in het weekend. In mijn hoofd was deze onderneming kortom pure logica.

IMG_4596b

IMG_4599b

Duurlopen als volwaardig vervoermiddel vergt echter wel wat voorbereidingen. Ik moest bijvoorbeeld een route bedenken. Toegegeven, het heeft door mijn hoofd geflitst om simpelweg over de steenweg te lopen (“slechts” 20 kilometer en bekend terrein). Als eenzaam lopertje zou ik me wel erg kwetsbaar voelen en de kans onbenut laten om het onbekende terrein achter de steenweg te verkennen. Na een uitgebreide studie van de omgeving in kaartvorm, kwam ik tot de conclusie dat ik de spoorweg, die parallel loopt met de steenweg, als oriëntatiepunt kon gebruiken. Ook bagage-gewijs moest ik goed nadenken wat ik woensdagochtend op de fiets meenam en op school zou achterlaten én wat ik zeker in mijn looprugzak mee naar huis moest nemen. De juiste sleutels waren vooral onontbeerlijk: woensdag moest ik in mijn huis kunnen en donderdag op school in de douche om presentabel voor de klas te kunnen staan. 

Over de beleving van mijn woonwerkloopverkeer kan ik kort zijn: mannekes, wat was het mooi en wat heb ik er intens van genoten! Wonder boven wonder verliep ook mijn improvisoire oriëntatie zonder enig probleem. Ik keek mijn ogen uit en liep over charmante kasseistroken, zomerse zandweggetjes en holle wegen. Ik kwam in dat niemandsland amper mensen tegen en juist daarom leek het onwezenlijk dat dit woonwerkverkeer was. Meermaals zei ik tegen mezelf (hardop, zo ben ik wel) dat ik echt een gelukzak was dat ik dit mocht en kon doen. Daarmee wil ik niet zeggen dat mijn looptocht moeiteloos verliep. De eerste etappe was het behoorlijk warm en dat voelde ik toen ik thuis aankwam. Dorst, dorst, dorst. De tweede etappe viel nog beter mee dan ik had durven hopen. Ik bespeurde amper stijfheid in mijn benen en ik liep zelfs wat sneller dan de dag voordien. Omdat het toch wel even geleden was dat ik nog 20 kilometer liep, had ik niet durven hopen dat ik twee keer na elkaar vlotjes 23 kilometer ruim binnen de 2 uur kon afwerken. Nog maar eens een bevestiging dat de duurloopmodus een soort van tweede natuur geworden is. 

De vermoeidheid die ik op school amper leek te voelen, sloeg wel dubbel en dik toe op de terugweg donderdag met de fiets. Het leek alsof elke meter voorbij kroop. Ik voelde me een slak die in plaats van een huisje een zware fiets moest meesleuren. Al zuchtend, droomde ik van vrij en blij door velden te lopen en hoe ik dan veel sneller thuis zou zijn. Ik wierp vol verlangen een blik op mijn geheime wereld, waar ik zo nu en dan een glimp van kon opvangen, achter de steenweg. Ik fiets graag, echt graag, maar lopen dat is het pure geluk.  

IMG_4592b

Het portret – Brief aan mijn liefste meter Sien Eggers

Liefste meter

Jij wordt vandaag 70 jaar. Ik ben er 35. Dat betekent dubbel geluk, samen 105 jaar en ontelbaar veel verhalen over ons samen, van vroeger en van nu.

Er valt veel te zeggen over de 35 jaar dat ik je nu ken. Dat we je als kind Tante Sien noemden, maar dat je eigenlijk de tante van onze papa bent en onze groottante (dat is goed, want groter dan tante, zoals je het zelf zegt). Je bent altijd heel duidelijk mijn meter geweest. Dit is mijn petekind! Zo stel je mij al een heel leven voor aan iedereen en dan ben je ook echt trots. Nog steeds, zelfs nu de schattigheid er bij mij af is. Mijn petekind is een titel die ik draag als een eervolle vermelding. Ma filleule, dat zocht je op toen we twee jaar geleden samen naar Parijs gingen, want ook daar moest je natuurlijk kunnen zeggen dat we niet zomaar twee vrouwen samen onderweg waren.

Je bent niet weg te denken uit mijn jeugdherinneringen en die van mijn broer en zussen. Onze logeerpartijen bij jou in Brussel zijn onvergetelijk. Legendarisch zelfs. We denken daar allemaal met een heel warm gevoel aan terug. Bij Tante Sien logeren dat was een all-in verwenpakket dat altijd volgens hetzelfde stramien verliep. We aten wortelpuree en spaghetti. We gingen ondergoed kopen in de GB, we mochten allemaal iets kiezen in de speelgoedwinkel en we gingen de eenden brood geven in het park van Zotte Charlotte. We keken naar E.T. (Marike en jij weenden altijd) en naar een video met drie tekenfilms (eentje ging over een vis die spijbelde en op café ging roken). Later vertelde je mij dat je soms onzeker was omdat je altijd hetzelfde deed met ons. Wij hadden echter niets liever. Altijd hetzelfde bij Tante Sien, dat was gewoon perfect.

Je had toen een heel druk leven. Je was altijd hard aan het werk, reed van hot naar her op de meest onregelmatige tijdstippen, maar als ik jarig was, dan kwam je altijd. Het was pas echt feest als Tante Sien kwam. We vonden je niet alleen zorgzaam en grappig, maar ook fascinerend omdat je een heel ander leven had dan onze ouders. Je woonde alleen in de stad met twee katten die alles mochten, we hoorden je soms Frans spreken, je droeg een bril (nu niet meer), je smeerde boter op je boterhammen (net zoals papa) en je rookte (nu niet meer). Je nam ons mee naar de wereld van het theater waar we ook aan iedereen werden voorgesteld. Je legde ons in de watten. Je vond alles wat we vertelden oprecht interessant. Je entertainde ons en je toonde ons iets van de wereld wat wij niet kenden. Ik kijk nog altijd naar je op omdat je alles met de juiste woorden kan zeggen. En als je het niet weet, dan zeg je dat ook gewoon.

Je werd steeds bekender als actrice. Ook daar leerden wij veel van. Spontane tv bestaat niet en bekende mensen zijn naast hun bekendheid ook gewone mensen. De meesten toch, want het is hier geen Hollywood! We leerden ook dat acteren een hard vak is dat respect verdient, dat de glitter en glamour vaak ver weg zijn. Eén vraag krijg ik heel vaak voorgeschoteld: is die in het echt ook zo grappig? Ik ben er nog altijd niet uit wat het beste antwoord is. Je bent namelijk geen live In de gloria of Lydia Protut. Je bent grappig omdat je durft te zeggen wat je denkt, omdat je een verhaal echt kan brengen (soms met grote-zaal-stem) en omdat je dankzij je scherpe observatievermogen de kleine gebaren van mensen kan imiteren. Jou alleen maar tv-grappig noemen doet te kort aan wie je echt bent. Je bent geen actrice die ook grappig is in het echte leven. Je bent een inspirerende vrouw met een rijk leven die ook actrice is. En grappig.

Zoveel jaren later is er veel en tegelijkertijd weinig veranderd. De oude gewoontes hebben plaatsgemaakt voor nieuwe tradities. We gaan samen naar het theater. Roos en ik blijven logeren met oudjaar, als het Eurosongfestival is en met de 20 kilometer van Brussel. Verjaardagen vieren we ook samen. We zien elkaar nu veel meer en raken nooit uitgepraat. Je bent nog steeds apetrots op ons allemaal en je prijst ons de hemel in aan ieder die het wel en niet horen wil. Door ouder te worden besef ik dat je naast die fascinerende persoonlijkheid ook een mens bent met verdriet, dat acteurs vaak een dunne huid hebben waardoor er veel binnenkomt, dat alleen zijn niet gemakkelijk is, dat het je niet altijd mee zit in het leven. Ongeluk is intens, ongeluk dat kan aanslepen. Toch vind ik het bewonderenswaardig hoe jij in het leven staat. Je durft, doet en blijft dromen. Over wonen op de Champs Elysées, om maar iets te noemen.

Ik hoop dat ik op mijn 70e met evenveel vuur in het leven zal staan. Dat ik net zo ondernemend zal zijn en dat ik met net zoveel plezier terug kan blikken op mijn carrière en ook vooruit, naar wat nog komt. Ik hoop dat ik als meter van Leah evenveel kan betekenen. Dat ik ook een luisterend oor zal zijn, dat ik haar op mijn manier zal kunnen boeien en een rol zal kunnen vervullen in haar leven. De lat ligt hoog, ik denk dat je zelf te weinig beseft hoe belangrijk je voor mij bent.

Liefste meter, je wordt 70 (en daar is niks aan te doen, dat zeg je zelf). Ik wens je een heel gelukkige verjaardag!

Joke