Loperspraat – Op de fiets met Roos

Hoe zou het eigenlijk zijn met Roos? Na de 10 Miles van Marike en de 100 kilometer van Seppe is dat een terechte vraag die jullie je vast stellen. Wel, het gaat goed met Roos. Mijn kleine zus moet natuurlijk niet op de covid-afdeling werken om een heldin te zijn, maar ze deed dat wel. Daarnaast verrichte ze ook uitstekend werk als persoonlijk psycholoog die mijn verhuisstress keer op keer kon sussen, want ja: sinds vorige week woon ik in regio Tienen. Nog verder van mijn zussen verwijderd dus. Gelukkig ontdekte Roos de geneugten van de fiets en nam ik in stijl afscheid van de Leuvense omgeving door in ons knusse zussenpeloton langs de Demer te sjezen. Marike gaat dus verder op haar sportieve elan en Roos kan je al eens op een koersfiets aantreffen. Hoe dat zo kwam, vertelt ze hier zelf.

Ik fiets elke dag 11 kilometer naar mijn werk en terug, maar door mijn fietsende familieleden kreeg ik wel steeds meer zin om ook te fietsen als hobby. Ik had echter geen koersfiets en ook niet meteen budget om er eentje aan te schaffen, dus toen mama vorig jaar voor haar 60e verjaardag een nieuwe koersfiets voor zichzelf kocht, zag ik mijn kans schoon om haar Specialized racefiets over te nemen. Echt een super goeie fiets! In het begin vond ik het wel heel moeilijk fietsen. Vooral manoeuvres maken, bleek lastig. Ik vond het wel meteen heel leuk. Je gaat veel sneller en het is toch een heel ander fietsgevoel dan met een stadsfiets. Met Joke ging ik al een paar keer langs de Demer vlammen. Twee weken geleden vormden we een zussenpeloton met Marike erbij. Fietsen doe ik namelijk bij voorkeur in groepsverband. Alleen hou ik het bij kortere ritjes. Ik zou heel graag eens naar de zee fietsen in een peloton vol familieleden. Als de corona-maatregelen dat weer toelaten, is dat zeker iets waar ik voor wil oefenen. Sinds heel kort heb ik klikpedalen. Ik heb daar nog maar een paar kilometer mee gefietst en dat viel goed mee. Het is een heel ander gevoel om ook aan je pedalen te kunnen trekken. Iedereen zegt wel dat je daar eens mee moet vallen, dus nu vraag ik me de hele tijd af wanneer dat zal gebeuren.

IMG_2647b
Mijn zussenpeloton #teamodeyn

Ik loop ook nog steeds regelmatig. 42 kilometer als weektotaal vind ik een mooi doel, maar dat lukt me niet altijd. Sommige weken loop ik met een super gevoel, andere weken lijkt niets te lukken. Ik loop niet echt gericht omdat ik geen specifiek trainingsdoel heb. Ik heb wel een tijdje intervals gelopen. Leuk, maar ik merkte dat ik daar een soort van patroon in kreeg, waardoor het niet meer uitdagend was. Toen heb ik een ander soort intervaltraining geprobeerd: elke kilometer sneller lopen dan de vorige, maar dat bleek na een werkdag niet echt ideaal te zijn. Soms frustreert het me wel dat mijn tempo lijkt vast te zitten. Omdat er geen wedstrijden zijn, weet je niet hoe snel je nu echt kan lopen. Als ik dan eens echt hard probeer door te lopen, merk ik dat mijn lichaam dat niet meer gewoon is en dan hakkel ik maar wat verder in de tempo’s die ik ken. Ik had me ook voorgenomen om wat vaker oefeningen te doen voor de core stability. Sterker nog: ik had aan Niko gezegd dat we daar samen aan zouden werken. Mij is het welgeteld drie keer gelukt, Niko deed nul keer mee.

Ik vind het wel spijtig dat de trail in Houffalize niet doorgaat, een jaarlijkse familietraditie. Een zussenmarathon in het najaar lijkt me geweldig, maar ook dat is onzeker. De 10 Miles zie ik niet meteen in het najaar plaatsvinden. Misschien wordt de halve marathon van Kasterlee in november dan wel mijn trainingsdoel. Ik vind het jammer dat er geen wedstrijden zijn, maar ik besef nu wel dat ik gewoon heel graag loop omdat ik geen races nodig heb om mezelf te te motiveren.

Op naar nog heel veel fietsritjes in familiaal gezelschap!

OKUE0040
Ook mijn metekindje Leah bereikte weer een mijlpaal. Ze mag achterop de fiets!

 

Loperspraat – De 100 kilometer van Seppe

Ik moet dezer dagen bij mijn broer en zussen zijn voor een straf verhaal of grensverleggende activiteit. We waren nog maar net bekomen van de snelle 10 Miles van Marike toen Seppe daar een week later, zoals we hem kennen, een serieuze schep bovenop deed. Op zaterdag 2 mei liep hij maar liefst 100 kilometer. Honderd. Een luttele 7 uur en 56 minuten had hij daar voor nodig. Mijn ouders vergezelden hem door weer en wind een heel stuk op de fiets. Ik zag mijn kans schoon om mijn broers looptempo aan te kunnen. Met 96 kilometer in de benen bleek hij inderdaad over een quasi normale tred te beschikken. Zou hij dan toch een mens zijn? Een onheilspellende lucht, enkele fikse buien en wat onweer droegen bij aan de heroïek, al ziet hij dat zelf niet zo. Ik belde hem op, vroeg naar zijn beleving van die 8 uur en hoe het een topsporter vergaat in deze competitieloze maanden.

Waar komt in godsnaam het idee vandaan om 100 kilometer aan een stuk te lopen? Het antwoord is eenvoudig: ik had dat op mijn lijstje staan. 100 kilometer is een afstand die ik ooit gelopen wilde hebben. Soms doe je een lange duurloop en denk je: ik kan de hele dag blijven lopen. Wel, ik wilde eens kijken of dat echt zo is. Omdat al mijn wedstrijden wegvielen, had ik nu de mogelijkheid om dit in te plannen. Binnen de 8 uur finishen was meteen een doel. Ik wilde sneller dan 12 kilometer per uur lopen en normaal gezien zou ik die dag aan de start staan van de Ironman in St. George. Wie een Ironman kan finishen binnen de 8 uur behoort tot de wereldtop, symbolische waarde dus. Sinds 18 maart loop ik elke dag. Hierdoor kwam ik aan weekvolumes van 120 à 140 kilometer. Drie weken geleden liep ik mijn eigen Trail d’Odin van 50 kilometer. Als ik daar mijn fietstrainingen bij optel, kom ik wel in de buurt van iemand die specifiek traint voor die afstanden.

SJSO6696

Seppe trok om 4 uur stipt de deur achter zich dicht in Herent. Om 3 uur stond hij op en at zijn muesli met havermout. Coach Stefaan deed hetzelfde bij hem thuis. Ook hij had een uitdaging op het programma staan: “Everesten” op Zwift, waarover later meer. Waarom vertrok Seppe eigenlijk om 4 uur en niet om pakweg 6 uur als het al licht is? Als ik deelneem aan een Ironman staan Stefaan en ik ook altijd op om 3 uur, een herkenbaar gevoel. De uren die je in het donker loopt, zijn gewonnen uren. Ik doe dat eigenlijk altijd als ik heel lang moet fietsen of lopen. Het is ook leuk om te zien hoe de zon opkomt en de wereld zich op gang trekt. Ik had bewust heel veel gegeten. Mijn eten ligt dan nog zwaar en dan vertrek ik niet te rap. Voor onderweg had ik 2 x 500 ml sportdrank mee en 2 x 500 ml isotone drank, drie gels en een havermoutreep. Normaal zou ik mijn voeding voor onderweg helemaal uitrekenen, maar nu heb ik gewoon gekeken wat ik thuis nog had liggen. Dat bleek dus niet heel veel meer te zijn. Gelukkig kon ik nog wat teren op dat stevige ontbijt. Mijn hartslag lag ook laag, dus heel veel verbruikte ik niet.

Met het weer ben ik niet echt bezig geweest. Om te lopen maakt dat niet zo heel veel uit. Ik was al content dat het niet te warm werd, anders had ik niet genoeg drinken kunnen meenemen. De route had ik op voorhand uitgetekend. Ik was eerst van plan om de Vaart af te lopen tot in Mechelen en dan via een lus terug, maar zo kwam ik niet aan 100 kilometer. Ik liep dus ook langs de Demer tot een stuk boven Mechelen. Dat zou een 98,9 kilometer zijn. Onderweg zou ik dan wel nog ergens een lus lopen. Op het einde ben ik dus nog creatief uit de hoek moeten komen en voor mijn deur liep ik ook nog een paar keer op en neer. Ik denk dat het wel wat beter vooruit zou gaan als je in het bos loopt, maar omdat ik een tijd wou lopen, wou ik niet te veel hoogtemeters. Ik wou ook eindigen met wind af en liep het laatste stuk van Zaventem naar huis.

BEVS8912
#teamodeyn

Hoe deel je een looptocht van 8 uur in? Ga je dan door pieken en dalen? Dankzij mijn zware ontbijt ben ik vertrokken aan een rustig tempo van 4:45. Daarna ben ik versneld naar 4:30. Op het einde liep ik nog rond de 5:00. 25 kilometer is een afstand die ik vaak loop en toen dacht ik: dit voelt nu al zo aan, gaat dat nog 4x erger worden? Ik verdeelde mijn toer verder in stukken: eerst tot 33 kilometer (een derde), dan tot de marathon, vervolgens tot 50 en vanaf dan was alles eigenlijk nieuw. Ik probeerde die kilometers ook los te laten en bekeek het als: ik ga een heel lang stuk lopen. Dat is een andere mindset. Vanaf 40 kilometer begon ik de inspanning wel te voelen, maar dat verergerde niet echt. Mijn benen voelden na 90 kilometer ongeveer hetzelfde als na 50 kilometer. 

PUHB1309
Laurien Odeyn op haar Orbea

Ik heb heel veel reacties gekregen op mijn 100 kilometer, veel meer dan bij een overwinning in de Hel. Daar ben ik wel van verschoten. Zelf vond ik dit niet heel bijzonder om te doen. Misschien raar, maar ik bekijk dat anders omdat ik een sport doe waarbij de marathon slechts een onderdeel is. Ik ben het dus gewoon om uren bezig te zijn. Dit was ook geen wedstrijd en ik had dus alles zelf in de hand. Natuurlijk voelde ik de inspanning wel, maar dit staat niet in mijn top 20 van Afzien. Bij mijn laatste Ironman in Cozumel (Mexico) was het zo warm dat ik van mijn fiets kwam en dacht: ik loop hier in geen 100 jaar een marathon. Het geeft veel vertrouwen als dat dan toch lukt. Op zich mis ik de competitie niet zo hard. Ik kan dat gevoel evenaren door uitdagingen als deze: je denkt daar over na, bent nerveus en volgt je vaste rituelen van voor een wedstrijd. Leerrijk en plezant! Ik mis het reizen wel en de sfeer van de competitie. Ik hoop dat het WK duatlon zal kunnen doorgaan in Zofingen op 20 september. Verder reken ik in december op de Hel van Kasterlee.

QIFM7422
Foto: Robrecht Paesen / Be Movi

Voor de lockdown werd afgekondigd, was Seppe met coach Stefaan op trainingsstage in Lanzarote, Spanje dus. Vluchten werden gecanceld, maar gelukkig konden ze vervroegd terugkeren. De afgelopen weken was hij ook nog aan het werk als vertegenwoordiger van fietsenmerk Orbea (what else?), vanop afstand weliswaar. Hij leerde zijn vierjarige dochter Laurien fietsen en zag hoe zoon Vik met steeds meer zelfvertrouwen begon rond te stappen langs het meubilair. Op de dag dat de Veiligheidsraad bijeen kwam om te beslissen over een mogelijke verstrenging van sportactiviteiten fietste hij “eventjes” naar de zee en terug (+/- 330 km), want ja: ook dat stond op zijn lijstje. Net zoals “Everesten”: op één berg en in één rit het aantal hoogtemeters bij elkaar fietsen van de Mount Everest: 8848 om precies te zijn. Die missie volbracht hij gisteren op de Sigarenberg in Herent. 239x dezelfde berg op en af, 393 kilometer op de teller in 15 uur en 21 minuten. En ja, ook voor die uitdaging werd het virtuele startschot gegeven om 4 uur. Bekijk hier de bijhorende documentaire.

Seppes andere uit de hand gelopen hobby is de podcast van De Jogclub die hij uitbaat met goede vriend Robrecht “Bobbie” Paesen. Elke week ontvangen ze een interessante gast die vertelt over haar of zijn sportieve exploten. In de recent verschenen aflevering 42 beantwoordt Seppe vragen van luisteraars over zijn 100 kilometer. Zeker beluisteren dus!

XVJZ7460
#teamodeyn

Ik wist natuurlijk al langer dat mijn broer uit heel bijzonder hout – of een andere degelijke doch waardevolle materie – gesneden is. Hij blijft verbazen en inspireren. Niet alleen door als 24-karaats sportman prestaties neer te zetten die tot de verbeelding spreken, maar net zo goed door gewoon onze broer te zijn. Ik ben alvast heel benieuwd wat hij volgende week in petto heeft. Aangezien kajakken weer toegelaten is, mogen we misschien iets met water verwachten?

 

Loperspraat – De 10 Miles van Marike

De loopkalender van het voorjaar is volledig blanco. Geen marathons, geen trails en ook geen 10 Miles in Antwerpen. Mijn zussen en ik keken daar nochtans heel erg naar uit. We zouden er met z’n drieën aan de start staan. Een absolute primeur én de officiële comeback van Marike: onze sportieve pitbull, top kinesitherapeut en mama van Leah. Na haar zwangerschap was de sportkriebel niet langer te negeren en ontstond er een plan. Eentje waar zij zelf mee op de proppen kwam: een zussenmarathon met drie! De 10 Miles zou haar eerste doel zijn en dus ook het eerste loopevent voor ons gezusterlijk trio. Met de koppigheid van een Odeyn liep Marike afgelopen zaterdag haar 16,1 kilometer oftewel 10 mijl. Volledig op eigen houtje. Ik belde haar op om te vragen hoe het was gegaan. Hier volgt haar relaas.

Voor ik zwanger was, ging ik drie keer per week lopen, telkens tussen de 30 en 45 minuten. Met afstand en snelheid was ik niet bezig. In de zomer fiets ik ook. In de winter ben ik minder sportief omdat ik allergisch ben aan de koude. Nadat ik in augustus bevallen was van Leah ben ik aan de slag gegaan met het boek Reboot van Elodie Ouedraogo. Daarin staan allemaal oefeningen om na je zwangerschap terug in vorm te komen. Er was veel werk aan de winkel! Zelfs een eenvoudig bruggetje was lastig. Mijn stabiliteit was ver zoek. Ik vond het wel leuk om terug fysiek bezig te zijn. Met Leah in de buggy ging ik veel wandelen. Toen Joke en Roos in oktober de marathon van Brugge liepen, wilde ik daar eigenlijk heel graag bij zijn. Ik kreeg het idee om samen eens een marathon te lopen. Dat was het startschot om weer te beginnen lopen.

Met een baby in huis was het niet gemakkelijk om trainingsmomenten in te plannen. Meestal liep ik ’s avonds op de loopband in mijn praktijk. Via de babyfoon kon ik Leah dan horen. Ideaal was het niet, maar wel de enige manier om drie keer per week te kunnen lopen. Naast een gebrekkige stabiliteit, had ik het ook conditioneel zwaar. Ik begon dus met enkele minuten aan een stuk te lopen. Stelselmatig bouwde ik dat uit. Ik ging voor het eerst buiten lopen toen Leah naar de crèche ging. Dat deed deugd! Het gaf ook voldoening toen ik merkte dat mijn uithoudingsvermogen verbeterde. Joke had me aangeraden om tot en met februari niet langer dan een uur te lopen. Ik heb me braaf aan dat advies gehouden. Drie keer per week ging ik lopen: twee kortere trainingen en één wat langere. Soms nam ik Leah mee in de Mountain buggy. Je kan daar schuin naast lopen zodat je de buggy met één hand kan bijsturen en dus nog een arm vrij hebt. Dat loopt best goed, behalve als je wind tegen hebt. Leah gaat graag mee in de buggy. Als ik langer dan een half uur loop, valt ze in slaap.

GVJY4790

Mijn laatste trainingsweken richting de 10 Miles verliepen goed. Een paar weken geleden liep ik al eens 15 kilometer, maar die 16 wilde ik echt houden voor het weekend van de 10 Miles. Mijn zaterdag was druk: ik had mijn praktijk en de ramen gepoetst, was gaan wandelen met Leah en had in de tuin gewerkt. Uiteindelijk ben ik rond 17u30 vertrokken. Bij mijn inschrijving moest ik van Joke een richttijd van 1u20 opgeven. Dat leek me te hoog gegrepen omdat ik nooit onder de 5 minuten (12 km/uur) loop: de snelheid die nodig is om te finishen in 1u20. De eerste kilometer was ik wat aan het prutsen met mijn iPod, maar toch liep ik vlot onder de 5 minuten. Ik liep door met de gedachte dat ik die seconden winst al op zak had. Ook mijn tweede kilometer liep ik sneller dan verwacht. Mijn zussen zeggen altijd: niet te snel vertrekken, maar ik waagde het er toch op en besloot gewoon door te lopen. Ik was heel gefocust en liep met een duidelijk doel voor ogen. Normaal gezien begroet ik iedereen die ik kruis, nu zat dat er echt niet in. Ik zat helemaal in mijn eigen wedstrijd en stelde me voor hoe ik achter mijn zussen liep. Zij waren een geoliede trein die ik MOEST volgen. Ik mocht niet lossen! De laatste drie kilometer waren echt zwaar. Toen ik thuiskwam, was ik knalrood en morsdood. Ik finishte uiteindelijk in 1:16:31. Zo snel, dat had ik nooit gedacht!

Ik weet nog niet hoe ik mijn looptrainingen de komende maanden verder zal zetten. Sowieso probeer ik wel om drie keer per week te blijven lopen en ook te fietsen in het weekend. Of ik in het najaar echt een marathon ga lopen, dat weet ik nog niet zeker. Ik merk dat mijn lichaam toch nog niet helemaal bekomen is van de zwangerschap. Als kinesitherapeut weet ik dat het niet verstandig is om je lichaam te forceren. Een halve marathon in het najaar is ook al een mooi doel. We zien wel…

DZIU8934

Na het telefoontje met Marike kreeg ik Peter nog aan de lijn. Hij zei me dat ik zeker moest vermelden dat Marike deze prestatie nooit had kunnen leveren zonder zijn steun en toeverlaat. Bij deze dus. Peter beweert dat hij in zijn tienerjaren een goede loper was. Tot hij besliste dat zijn befaamde dancemoves (met zware impact voor de knieën) belangrijker waren dan een loopcarrière. Het verdict van de kine in huis is hard: zijn knieën zijn kapot. Lopen zit er dus niet meer in. De trouwe volgertjes weten dat ik al eens met Peter ga mountainbiken. Normaal zou hij zaterdag zijn eerste Luik-Bastenaken-Luik hebben gefietst. Deze jongen is dus ook niet vies van een sportieve uitdaging.

Ik ben heel trots op Marike. Ze heeft haar 10 miles echt schitterend gelopen. Je moet het maar kunnen om je vast te bijten in een zog dat er niet is. Chapeau, zusje! Ik kijk uit naar het moment dat we gewoon weer eens samen kunnen lopen.

Loperspraat – Dilemma’s op donderdag #2

In tijden van quarantaine is out of the box denken onze tweede natuur geworden. Dilemma’s op dinsdag worden dan dilemma’s op donderdag. Daar kan zelfs Marc Van Ranst niets op tegen hebben. Ik moet eerlijk toegeven dat ik de afgelopen weken amper met dilemma’s werd geconfronteerd omdat er nu eenmaal weinig gebeurt in mijn leven. Ik kom dus niet verder dan Doe ik een grijze of donkerblauwe joggingbroek aan? Uiteraard staat er geen maat op mijn verbeelding en kon ik moeiteloos weer enkele loopgerelateerde dilemma’s bedenken die ik met veel plezier voor jullie beantwoord. Deze keer heb ik zelfs helemaal geen joker nodig.

Altijd op onverharde wegen of altijd op asfalt lopen?
Als loper wordt er van je verwacht dat je een natuurmens bent. Check. Dat ben ik in hart en nieren. Als loper ben ik echter ook een asfaltmens, wat meteen een stuk minder gezellig klinkt. Ik loop echt graag op asfalt. Lang, vlak en saai is voor mij de ultieme beoefening van de eentonige en hypnotiserende bezigheid die lopen kan zijn. In het bos of in de natuur kan je één worden met je omgeving, op kilometers asfalt langs een kanaal word je één met jezelf. De vraag is dus eerder wat ik écht niet zou kunnen missen. Het antwoord is dan toch de natuur. Bovendien moet een bos niet onderdoen voor een degelijk uitgeruste fitnesszaal waar je voor elk type training terecht kan. De geaccidenteerde ondergrond in de natuur zorgt daarenboven voor een betere stabiliteit en een gevarieerde belasting. De trainingsfilosofie van de Keniaanse toppers indachtig kies ik dus resoluut voor de onverharde wegen.

10 Miles van Antwerpen of 20 kilometer van Brussel?
Beide wedstrijden zullen voor het eerst in hun geschiedenis in het najaar gelopen worden. Of misschien is dat zelfs te voorbarig. De 10 Miles liep ik drie keer. Telkens was dat een weergaloze wedstrijd met dank aan het ongeziene enthousiasme van de toeschouwers. Echt mooi kan je het parcours niet noemen, uniek is het zeker wel. Je krijgt namelijk nooit de kans om over het prachtige asfalt van een snelweg te lopen. In Antwerpen wist ik mezelf telkens te overtreffen. Niets dan positieve herinneringen dus. Mijn hart ligt echter net ietsje meer bij de 20 kilometer van Brussel, waar ik vijf keer aan deelnam. Ik heb hier al heel vaak verteld waarom die wedstrijd een kantelmoment was in mijn leven. In mei 2014 verlegde ik in Brussel definitief mijn grenzen samen met Roos. Die allereerste keer heeft iets losgemaakt waar ik 11 marathons later nog heel vaak aan terug denk.

Altijd in lange of korte broek lopen?
Vorige week liep ik voor het eerst dit jaar in een korte broek. Heerlijk! Tussen lang en kort zit altijd een twijfelfase en is het onvermijdelijk dat je ofwel een keer te vaak met een lange broek gaat lopen ofwel te snel in korte broek verschijnt. Ik kan me tijdens het lopen echt ergeren aan benen die te warm zijn. Liefst van al zou ik dan in mijn onderbroek verder lopen. Wat ik natuurlijk niet doe. De keuze is dus snel gemaakt. Ik heb het liever wat fris aan mijn benen dan te warm. Een warmbloedig persoon met hoog zweetgehalte moet in principe ook winterkoude benen kunnen trotseren. Als je vals wil spelen, doe je gewoon compressiekousen aan.

Altijd rustig aan of altijd het volle pond geven?
Het is verstandig om je tempo’s te variëren tussen gezapig en verschroeiend snel. Ik probeer dat ook te doen, al zal mijn snelheidsmeter iets vaker doorslaan richting intensieve inspanning. Bewust traag lopen doe ik bij een hersteltraining of als ik nog een gesprek wil kunnen voeren. Roos gebruikt dit vaak als hulpmiddel om mij wat in te tomen. Als we dan bergop lopen, vraagt ze mij bijvoorbeeld om uit te leggen waar de film precies over ging die ik de dag ervoor gezien heb. Resultaat gegarandeerd. Uiteindelijk kies ik er toch voor om altijd het volle pond te geven. Niet zo zeer om altijd echt snel te lopen, maar omdat het in mijn aard zit om proefondervindelijk vast te stellen wat er in de tank zit.

Weg met alle berkenbomen of weg met alle dennenbomen?
Na mijn bekentenis over asfalt volgt nu een puur natuur dilemma. Er zijn twee bomen die ik een bijzonder warm hart toedraag: enerzijds de berk die al ik de hippe zebra van het bos noemde, anderzijds de ranke den die zowel fragiel als robuust is. Omdat berkenbomen niet oud kunnen worden – helaas – denk ik dat de impact op de natuur kleiner zou zijn als ik alle berken zou laten verdwijnen. Iedereen met pollenallergie zou me dan ook dankbaar zijn. Zonder dennen zou de ArDENnen slechts een hoop kale bergen bijeen zijn. Ook het Kastelse groen – waar ik al eens vertoef – zou niet meer hetzelfde zijn. Kiezen is in dezen zeker verliezen, dus met pijn in het hart kies ik voor het behoud van de dennenbomen.

IMG_2279b

 

Loperspraat – Waar ik nu zoal tijd voor heb

Oef! We mogen nog steeds ons kot uit om te sporten zonder kilometer- en duurbeperking. Fietstochten afleggen binnen een bepaalde perimeter: dat was duidelijk gevoelige materie in wielergek Vlaanderen, inmiddels ook aardig op weg om wandel- en loopgek te worden. In dezen ben ik het voor een keer volmondig eens met wat sportjournalist Hans Vandeweghe in De Morgen schreef: niet-essentiële verplaatsingen per fiets of op loopschoenen bestaan niet. Doe dus niet onnozel en stap niet in de auto om naar het park te gaan. De fiets op! En trek uw loopschoenen aan! Bizar is vandaag het nieuwe gewoon en dat merk ik ook aan mijn eigen loopgewoontes die onderhevig zijn aan verandering. Nu nog meer dan anders is lichaamsbeweging de uitgelezen kans om een frisse wind door mijn hoofd (en haar) te laten waaien met als enige doel daar plezier aan te beleven. Of hoe elk nadeel echt wel ze voordeel heb.

Ik heb tijd om mijn collectie loopschoenen te sorteren
Ontkennen heeft geen zin. Ik heb veel loopschoenen en stiekem zijn dat een beetje mijn beste vrienden. Afscheid nemen is lastig, maar ook voor loopschoenen geldt dat er een tijd van lopen is en een tijd van gaan. Ik (her)ontdekte enkele pareltjes in mijn collectie en ook enkele ouwe getrouwen die ik weer zorgvuldig opborg. Plots voelde ik ook de onweerstaanbare neiging opkomen om modderige schoenen grondig schoon te maken. Vreemd. Mijn collectie Stance kousen werd met eens zoveel liefde gesorteerd, zodat de nieuwste aanwinsten een waardig plekje kunnen krijgen.

Ik ontdek en verken nieuwe looproutes
Doorgaans ben ik eerder een gewoonteloper dan een avontuurlijke loper. Ik heb vaste routes door hetzelfde bos, langs de fietssnelweg of langs het kanaal. Vlak, lang en saai: ik hou daarvan. De laatste tijd is daar verandering in gekomen omdat mijn Heverleebos plots van iedereen was. Ik had geen zin om daar over de koppen te lopen, waarop ik naar de omgeving van Bertembos trok. Daar vind je geen royale dreven, wel avontuurlijke holle wegen. Het is een grilligere omgeving waar het voortdurend op en af gaat. Op goed geluk ontdekte ik fantastische looppaadjes. Dichtbij huis valt soms zoveel te ontdekken.

IMG_2358b

Ik loop in het midden van de dag
Mijn sportactiviteit deelt de dag in twee: er is de pre-sportperiode (beter gekend als de voormiddag) en de post-sportperiode (ofte de namiddag). Lopen (of fietsen) geeft mijn dag dus vorm en structuur. Mijn werk doe ik zoveel mogelijk in de voormiddag. Op het moment dat ik de zon niet langer kan negeren, trek ik mijn loop- of fietsschoenen aan. In de namiddag kan ik dan in de zon gaan liggen lezen met het gelukzalige gevoel van benen die hebben bewogen.

Ik stop al eens om rond te kijken
Met enige zin voor drama en overdrijving zou ik durven zeggen: er was een tijd waarin ik marathons liep. Pauzeren tijdens een looptraining deed ik toen zelden. Omdat ik nu optimaal wil genieten van mijn buitentijd stop ik nu soms om van het uitzicht te genieten. Of om op adem te komen als ik net een stevige helling ben opgelopen. Soms voer ik tijdens een looppauze een conversatie met schapen (echte zenmasters). Wie nu denkt dat praten met dieren een teken is van mijn vergevorderde staat van vereenzaming: spontaan tegen dieren praten, is mijn tweede natuur. Door die kleine rustmomenten neem ik de omgeving bewuster in mij op. Het kan dan al eens gebeuren dat ik mij in het buitenland waan. Geef mij dennenbomen op een heuvel en ik zie de Ardennen. Laat mij langs de Demer fietsen met Roos en wij zien de Nijl. In Leefdaal verwachtte ik op een bepaald moment echt dat er een kudde gnoes uit de struiken zou schieten. De kracht van de verbeelding is een kostbaar goed.

Ik spreek met Roos af om te lopen of fietsen
Roos is mijn uitverkoren buddy waarmee ik sport in de buitenlucht. Wie anders? Het werkt soms op mijn gemoed dat het familiale niet in het echte leven kan plaatsvinden. Gelukkig stuurt Marike ons voldoende foto’s en filmpjes van Leah, mijn metekind. Die  werkt elke dag stug door aan haar kruipvaardigheden: uiterst charmant en immer innemend. Mocht je eraan twijfelen: zelfs met een baby van 7 maanden kan je communiceren via FaceTime. Mijn real life sportminuten met Roos zijn dus echt goud waard. En wat de Nijl betreft: geen van ons zag die ooit in het echt. Google afbeeldingen vertelde dat onze fantasie wel erg rijk is.

Loperspraat – Dilemma’s op dinsdag #1

Toen ik nog een klein Joketje was, deelde ik een stapelbed met mijn broer. Ik was de oudste en mocht dus boven liggen. We sliepen, lazen heel wat boeken en voerden de gekste gesprekken. Onze creativiteit had geen ludieke kaarten of dinsdag nodig om elkaar de meest onmogelijke dilemma’s voor te leggen. Eén van onze dilemma’s luidde als volgt: zou je liever een steen opeten of heel de winter buiten blijven? We hadden het er dan over dat je de steen wel mocht vermalen, maar dat gruis mocht niet gemengd worden met ander eten. Als kind was ik best een koukleum en ik kon me dus iets te levendig voorstellen hoe ik lag te rillen in onze fietsenstalling terwijl iedereen lekker warm binnen rond de tafel zat. De voorkeur ging dan toch uit naar de steen. Ik vind het nog steeds fascinerend dat wij destijds niets viezer te eten konden bedenken dan een steen. Hoe dan ook, het is vandaag dinsdag en ik bedacht vijf loopgerelateerde dilemma’s waar geen steen aan te pas komt. Ik stond mezelf toe om één joker in te zetten.

Lopen of fietsen?
Hoewel ik nu anderhalf jaar loop- en fietstrainingen afwissel, ligt mijn hart toch nog altijd bij het lopen. Tijdens het lopen kan ik soms een alles overweldigend gevoel van geluk en vrijheid ervaren, wat ik op de fiets niet heb. Aan fietsen waardeer ik dat je een tocht maakt en dat je je relatief snel ver van huis kan begeven. Helaas krijg ik ook snel last van een stijve rug als ik langer dan een uur op de fiets zit. Bovendien ben je als fietser veel gevoeliger voor koude, regen en wind: weerselementen waar ik als loper mijn neus eens voor ophaal. Juan is kortom een fantastische mountainbike en compagnon de route, maar de lichamelijke kick die ik krijg als ik aan het lopen ben, krijg ik niet op de fiets.

Alles meten of alles op gevoel?
Ik ga altijd lopen met mijn Garmin Forerunner 235, een tophorloge met niet te veel snufjes en meting van de hartslag via een klassieke borstband. In een dilemma gaan we natuurlijk voor uitersten en zou ik altijd een hypergeavanceerd sporthorloge rond mijn pols dragen. Het lijkt me echt vervelend om altijd te weten hoe hoog of laag mijn hartslag is, laat staan hoe weinig ik heb geslapen. Zulke horloges interpreteren die data ook en gaan je dan zeggen of je al dan niet productief bezig bent. Zelfs als je weet dat er een foutmarge op die cijfers zit, blijft het irritant als de getalletjes niet zeggen wat je zou willen. Langs de andere kant zou ik me ook niet kunnen voorstellen dat ik helemaal niets meer meet. Op trainingen kan ik mijn gevoel wel nog min of meer afstemmen op mijn ervaring. Tijdens een marathon is mijn horloge echter onmisbaar om de race goed in te delen. Daarom wordt het dus toch alles meten.

Altijd alleen of altijd samen gaan lopen?
In eerste instantie zou ik meteen altijd alleen zeggen. Ik ben namelijk nooit het type loper geweest dat sociale druk nodig heeft om de loopschoenen aan te trekken en eerlijk is eerlijk: met momenten kan ik een echte einzelgänger zijn à la Laat me van Ramses Shaffy. Langs de andere kant geeft niets mij zoveel energie als een looprondje met mijn zussen Roos en/of Marike. Ik heb nu al zoveel mooie herinneringen aan de kilometers die we gezapig, snoeihard of iets daartussen aan elkaars zijde doorbrachten. Het zou ondraaglijk zijn om dat nooit meer te mogen meemaken. Ik kies dus voor altijd samen en zou dan elke week een heel strakke planning maken met mijn familie om me van het nodige gezelschap te voorzien.

De marathon van Parijs of de marathon van Brussel?
Ik zet mijn joker in omdat ik weiger te kiezen tussen mijn twee darlings. De marathon van Parijs liep ik al twee keer, die van Brussel drie keer. Ik liep ook mijn snelste tijden in die steden. Het zijn allebei marathons met hoogtemeters, een triomfboog, groene omkadering en Grandeur. Brussel is een internationale, maar wel kleinschalige marathon met een beperkt deelnemersveld, waardoor je nog meer op jezelf en je eigen supporters bent aangewezen. Voor mij voelt dat aan als een thuismatch. De rust die daarvan uitgaat, haalt het beste in mij naar boven. In Parijs daarentegen wordt de tweede grootste marathon ter wereld gelopen. Je bevindt je dus altijd onder de mensen, zowel op als langs het parcours. Ook die ambiance doet je boven jezelf uitstijgen. Ik kies dus niet, want kiezen is – zeker in dit geval – verliezen.

Een marathon lopen met blaren of met buikkrampen?
Lees eender welk marathonverslag op mijn blog na en buikkrampen eisen er een rol in op. Slechts één keer eindige ik een marathon met blaren op mijn tenen. Die twee (heel bescheiden) exemplaren kreeg ik in in 2016 tijdens de marathon van Rotterdam. Na ongeveer 25 kilometer voelde ik dat die blaren zich aan het vormen waren. Omdat ik het toen mentaal zwaar had, zag ik alles zwart in. Het bloed zou weldra uit mijn schoenen spuiten. Na de finish zou ik met een brancard weggevoerd worden om de horror aan mijn voeten te laten behandelen. Dat gebeurde dus niet. Mijn passen werden op geen enkele manier belemmerd door de wrijving. Lopen met buikkrampen, geloof me: dat is de hel! Niets is zo vreselijk als lopen met buikpijn waardoor je volledige romp verkrampt. Je kan en wil niet naar de wc gaan en je wil natuurlijk ook niet in je broek doen. Hoe uitzichtloos de situatie soms leek, uiteindelijk herpakte mijn lichaam zich altijd wonderwel vooraleer de echte marathonfinale ingezet werd. Geef mij alsjeblieft dus blaren elke marathon. Met heel veel plezier!

Loperspraat – Klein geluk #2

Vorig jaar deelde ik mijn geluksmomenten toen het bos voorzien was van een royale laag sneeuw. Ik hou van de zon, maar ook van koude en van sneeuw. Omdat de winter tegenwoordig in een identiteitscrisis verkeert, ben ik er niet rouwig om dat ik plots voelde dat (wat moet doorgaan voor) de winter op zijn laatste benen loopt. Ondanks het feit dat zondag duurloopdag de afgelopen weken ook zondag stormdag werd, voelde ik de lente al meermaals de kop op steken. Tijd voor een lijstje van mijn kleine geluksmomenten van de afgelopen weken.

  • na een werkdag gaan lopen zonder ingewikkelde berekeningen te maken om hoe laat je dan het bos uit moet zijn voor de duisternis zijn intrede doet
  • voor je werk gaan lopen, de hele dag met een triomfantelijk gevoel rondlopen en als je thuiskomt van je werk gewoon een koffie drinken
  • het idee dat je de winter ook op sportief gebied hebt overleefd, dat je koppig bent blijven lopen en fietsen, ondanks het donkere en natte weer
  • dat je tijdens de winter een trainingsbodem hebt gelegd en daardoor een voorsprong hebt op de hele wereld
  • mos dat net iets groener lijkt dan anders
  • de geur van bloei en van bloembollen, van lente in de lucht: in de botanische tuin, maar ook in de stad
  • het vrolijke gekwetter van vogels dat ik de laatste maanden enkel hoorde als ik gewekt werd door mijn wake-up light
  • honden die de lente en de wind in hun bol hebben
  • de drie dennenzussen: het botanische evenbeeld van mijn zussen en ik
  • de lucht en wind aan je (veel te witte) blote benen voelen
  • de schittering van de zon op de Vaart die dan oogverblindend is
  • een duurloop met de zon op je kop bij de ideale looptemperatuur
  • mijn gezicht dat nagloeit van de zon
  • de nog grotere verbondenheid die heerst onder lopers en fietsers die de wind trotseren: de knik van samenhorigheid is nog intenser
  • ondanks een fikse tegenwind toch een heel goede duurloop kunnen lopen
  • na stormen Ciara en Dennis in het bos gaan lopen en opgelucht ademhalen dat alle bomen er nog staan
  • twee dagen na elkaar met enkele voorzichtige zonnestralen kunnen gaan lopen als de weersvoorspellingen een grijze wolk met onnoemelijk veel regen aangaven
  • goedgemutst langs chagrijnige autobestuurders lopen
  • mijn muziek van het vorige voorjaar herontdekken, vooral Hozier en Florence stelen de show
  • plannen maken met mezelf en met mijn zussen
  • het marathonseizoen dat nu echt gaat beginnen
  • Eliud Kipchoge en Kenenisa Bekele die allebei de London Marathon zullen lopen op zondag 26 april.
  • aftellen naar mijn volgende marathonavontuur (nog 6 weken en 6 dagen)
  • dagelijks opzoeken of de marathon van Brussel zal doorgaan in het najaar en zo ja: wanneer
  • in mijn agenda schrijven dat ik op 4 oktober 2020 een marathon in Brussel zal lopen met mijn zussen
  • met mijn zussen gaan lopen en dan beseffen dat 45 minuten echt niet lang genoeg is om alles te bespreken
  • met mijn zussen gaan lopen en met z’n drieën synchroon proberen te lopen
  • mijn maatje An, die ook weer aan het lopen is
  • gaan lopen met nieuwe schoenen en het gevoel hebben dat je vliegt
  • gaan lopen met nieuwe schoenen en je route zo uitstippelen dat die schoenen zo proper mogelijk kunnen blijven
  • gaan lopen met afgedragen loopschoenen waar je geen afstand van kan nemen omdat ze zo perfect aan je voeten zitten
  • gaan lopen met modderige schoenen en die dan extra modderig maken

Loperspraat – Mijn sportieve voorjaarsplannen

2019 was een jaar waarin ik heel vaak aan de zijde van Roos liep. Ik kan jullie verzekeren dat het daar fijn lopen is. We bereidden ons samen voor op onze zomertrail in Houffalize, liepen gezusterlijk de 20 kilometer van Brussel en piekten naar de marathon van Brugge in het najaar. Ik liep geen baanbrekende records, maar ik kon mijn besttijden evenaren. Tijdens de marathon van Parijs in het voorjaar bijvoorbeeld. Daar hield ik helaas een longembolie aan over, waardoor ik eens te meer besefte dat mijn lichaam een kostbaar goed is waar ik elke dag zorg voor moet dragen. Loopplezier is dus wat moet primeren, een snelle tijd slechts bijzaak. Drie dagen na mijn duivelse modderavontuur trok ik mijn loopschoenen terug aan voor een heerlijk half uurtje loslopen. Twee dagen later deed ik dat nog eens met evenveel plezier. Een week na Helledag streed ik in de straten van mijn hometown Leuven voor een snelle 12 kilometer tijdens de Eindejaarscorrida. De loophonger was heel groot. Ik vertrok hard met ijsklompen in plaats van voeten. Toen na een heerlijk half uurtje de dooi inzette, voelde ik ook de inspanningen van een week eerder doorwegen. Ik beet door en finishte uiteindelijk in 52’11”, goed voor een dertiende plaats (mijn geluksgetal) en een eervolle vermelding op de website 3athlon.be.

Gisteren zette ik het sportieve jaar 2020 even stijlvol in als ik 2019 had afgesloten. Na wederom twee halve uurtjes lopen in het nieuwe jaar (ode aan het heilige half uurtje) stonden Roos en ik belachelijk vroeg aan de start van de Hagelandse Naturarun: 18 kilometers door en rond het niet te onderschatten Chartreuzebos, onder andere door de Sukkelpotweg die zijn naam niet gestolen heeft. In tegenstelling tot vorig jaar regende het niet. Mijn moddernormen zijn serieus bijgesteld sinds ik mij twee weken geleden in helse omstandigheden urenlang door de modder moest slepen. Ook het begrip uitzichtloze situatie kreeg daar een andere dimensie. Een doorsnee modderstrook onderscheid ik nu enkel van asfalt door het zompige geluid van mijn schoenen. Ik was dus blij dat ik er alleen mezelf in moest voortbewegen en niet ook nog eens een fiets. Halverwege de wedstrijd werd ik ingehaald door een vrouw die duidelijk nog heel wat reserves had. Ik had geen idee in welke positie ik liep, maar achtte het weinig waarschijnlijk dat ik nog voor een podiumplaats in de running was. Mijn verbazing was dan ook groot toen ik aan de finish hoorde dat ik als tweede was geëindigd. Een aangename verrassing die me een robuust houten aandenken en enkele niet-alcoholische streekproducten opleverde. Laat er ook geen twijfel over bestaan dat Roos in vorm is. Ze eindigde knap in de top 10.

Mijn sportieve voorjaarsplannen van 2020 hebben geen grote verrassingen in petto. Het tromgeroffel kan dus achterwege blijven. In de eerste plaats hoop ik weer heel wat trainingskilometers met Roos te kunnen maken om ons optimaal voor te bereiden op een trail in de zomer. Fietskilometers behoren nu ook tot de mogelijkheden aangezien Roos sinds enkele weken met een koersfiets de Demerwegen (on)veilig maakt. We hopen eveneens dat Marike snel ons zussenverbond zal vervoegen, want 2020 wordt ook het jaar waarin zij haar sportieve comeback wil en zal maken. Eén voor allen, allen voor één: zo gaat dat bij de drie zusketiers (of de drie dennenzussen naar ons voorbeeld in het bos). Het kan niet anders dan unieke momenten opleveren. Graag heel veel van dat!

IMG_1953
Ja hoor, er is nog plaats op het eerste zussenschavot!

Wie ons een beetje kent, weet ook dat onze voorjaarskalender enkele vaste waarden bevat. Zo kijken we reikhalzend uit naar de CPC Loop in Den Haag (halve marathon) op zondag 8 maart. De editie van vorig jaar werd afgelast omwille van stormweer (een storm in een glas water, zo bleek). Hoogstwaarschijnlijk staan we ook aan de start van de 10 Miles in Antwerpen op zondag 26 april. De afgelopen twee edities moest ik helaas aan me voorbij laten gaan, dus ik heb er zin in om nog eens ouderwets hard over de E34 en door de Waaslandtunnel te snellen. In mei is het dan weer uitkijken naar de 25 kilometer van de Meerdaalwoudtrail op redelijk gekend gebied die doorgaat op Hemelvaartsdag. 10 dagen later wordt het dan nog ouderwetser genieten bij de enige echte 20 kilometer van Brussel op 31 mei.

Loop ik dit voorjaar dan helemaal geen marathon? Natuurlijk wel! In oktober schreef ik me in voor de jubileumeditie van de Rotterdam marathon. #demooiste, zoals alleen Nederlanders bescheiden kunnen zijn, is op zondag 5 april aan zijn 40e editie toe en op dat feestje wil ik niet ontbreken. Ik liep de marathon van Rotterdam al eens in april 2016, meer bepaald aan de zijde van mijn papa. Een keer of 42 dacht ik dat zou neervallen, maar onze trein bleef gaan en ik kon met 3u27 voor het eerst een sub-3u30 marathon afvinken. Roos herinnert mij er zo nu en dan nog eens aan dat ik mij na afloop de woorden dit nooit meer! liet ontvallen. Maar kijk, vier jaar later blijkt een marathon in minder dan drie uur en een half redelijk gebeiteld in mijn benen vast te zitten. In topvorm aan de start komen, dat is het belangrijkste doel. Of het dan ook echt mijn mooiste zal zijn, daar kan ik jullie over drie maanden meer over vertellen.

Het lopersleven zoals het is

Lopers: ze zijn niet moeilijk te herkennen in hun sporttenues, de ene al gekleurder dan de andere. Bovendien betrap ik mezelf vaak op uitspraken als “ah ja, ik heb daar al eens gelopen” als iemand het heeft over een bepaalde plaats of “ik ga eerst nog lopen” als iemand me vraagt naar mijn planning. Er zijn echter ook andere aspecten in mijn dagelijks leven waaraan je merkt dat ik leef als een loper.

  • Ik heb veel loopschoenen in huis. Echt veel. Hierdoor ben ik altijd op zoek naar handige opbergsystemen om die schoenen te bewaren. Ik vind het namelijk moeilijk om schoenen weg te doen die hun tijd hebben gehad en waar ik graag mee gelopen heb. Ik denk dan dat ze ooit nog van pas zullen komen. Geen idee bij welke gelegenheid ik afgedragen loopschoenen (waarmee ik een marathon liep!) zou kunnen dragen, maar ondertussen blijven mijn darlings wel mooi bij mij.
  • Als ik nieuwe loopschoenen heb, duurt het meestal eventjes vooraleer ik die effectief in gebruik neem. Net zoals ik mijn ongelezen boeken zorgvuldig op stapels leg en herorganiseer, zo koester ik ook mijn nieuwe loopschoenen in de doos (in de woonkamer). Ongedragen loopschoenen houden net zoals ongelezen boek een belofte in. Ik open de doos dan een paar keer per dag om mijn nieuwe aanwinsten te bewonderen en eens vast te houden om ze dan weer heel voorzichtig in het papier te wikkelen en de doos te sluiten.
  • Mijn kat Ada is de Koningin van de Schoendozen. Ze vindt het heerlijk om op schoendozen te zitten of liggen. Leeg of gevuld, daar doet ze niet moeilijk over. Als je die gelukzalige blik op haar snoet ziet, is het onmenselijk haar dit plezier te ontzeggen. Ada krijgt er dus een nieuwe loungeplek bij als mijn schoenen eenmaal in roulatie zijn. In het belang van haar welzijn maken schoendozen deel uit van mijn interieur.
  • Ik voer een nooit aflatende strijd te voeren tegen sportwas. De grootste uitdaging is om die fatsoenlijk op te bergen. Opruimgoeroe Marie Kondo zwijgt hier wijselijk over. Een stapel maken met sportkleding lijkt immers onmogelijk te zijn en resulteert gegarandeerd in een grabbelbak. Ophangen is dan weer belachelijk. Daarom heb ik vaak een centrale verzamelplaats (een hoop dus) als wachtplaats tussen wasmachine en kleerkast, waar ik het nodige gerief kan uitnemen. Niet netjes, wel praktisch.
  • Je zal mij zelden betrappen op stijfheid na duurlopen. De echte war zone bevindt zich doorgaans onder mijn kleding, waar schuurplekken van ondergoed en hartslagmeter zich thuis voelen. Om die te voorkomen smeert de loper vaseline. Er blijkt een taboe te rusten op die blauwe potjes omdat ze met andere wrijvingsvormen in verband worden gebracht. Aangezien ik op jaarbasis drie potjes verbruik, durf ik het inmiddels zonder schroom in mijn winkelwagen te gooien. Daarbij jaag ik er op een jaar ook twee tubes Flaminal hydro door om pijnlijke schuurwonden te verzorgen.
  • Zondag dat is duurloopdag en de weersvoorspellingen van het weekend zijn belangrijk. Zelfs van levensbelang als er een wedstrijd op het programma staat. Ik kan het dan niet laten om al veel te vroeg op voorhand het weer in de gaten te houden, wetende dat dit op het allerlaatste moment nog kan omslaan. Ik stel me dan voor hoe dat weer juist zal zijn en ik denk terug aan andere situaties waarin diezelfde weersomstandigheden zich voordeden. Ik weet wel dat zelfs het ellendigste weer geen ellendig loopweer is, maar die obsessie met het weerbericht kan ik moeilijk loslaten.
  • In een straal van 10 kilometer rond mijn woning weet ik exact waar de kilometerpunten liggen. Ik weet ook hoe ver mijn familieleden van mij wonen in loop- of fietskilometers. Afstanden inschatten kan ik dus behoorlijk goed. Andere steden ken ik vooral door de loopevenementen die er hebben plaatsgevonden. Zo heb ik nu echt het idee dat ik Brugge en Zeebrugge ken omdat ik er in oktober de marathon liep met Roos. Als ik in Brussel ben, dan associeer ik bepaalde plaatsen automatisch met het kilometerpunt van de halve of hele marathon. Dat parcours vormt voor mij de basis van heel wat aanknopingspunten om me er te oriënteren.
  • Ik vertelde het al: ik zweet veel en snel. Een eigenschap die me niet stoort in een sportieve context, maar waar ik me daarbuiten wel aan kan ergeren. Ik heb dan ook bijna altijd het nodige verfrissingsmateriaal op zak. Andere mensen die zweten in het dagelijks leven vind ik meteen sympathiek. Samen zweten: het smeedt een band.

Loperspraat – De zon scheen in Kasterlee

In Kasterlee is een hotel met de naam Kempenrust. Ik kan me er iets bij voorstellen: dat mensen naar de Kempen trekken voor wat ongedwongen toerisme in eigen land: bos, duinen, pompoenen, het sappige Kempische accent en voldoende etablissementen voor een pannenkoek met koffie en meer. Hotel Kempenrust (met zwembad!) ligt echter vlak aan start en finish van de (halve) marathon van Kasterlee. Op zondag 17 november 2019 was het er omstreeks 10u dus even niet heel rustig omdat 1500 lopers zich verzamelden voor één of twee rondes door de streek. Als ik (of bij uitbreiding mijn familie) in Kasterlee ben, is dat allesbehalve om te rusten. Meestal loop of fiets ik er veel kilometers. Team Odeyn stond dit jaar met een driekoppige delegatie aan de start: Seppe, Roos en ik zouden de klus klaren. Hoog tijd dat Marike, die nota bene in de Kempen woont, ons kwartet eens vervolledigt en haar debuut maakt in Kasterlee!

Het was mijn zesde editie van de halve marathon op Kastelse bodem. Halverwege november mag je er doorgaans modder, regen en grijzigheid verwachten. Niet dit jaar. De zon scheen hard en het bleef kurkdroog: een schitterende dag om een halve marathon in de natuur te lopen. De temperatuur was aan de heel frisse kant en zo trokken Roos en ik naar de warmte van het startvak, waar we nog een laatste aanmoediging vanaf de zijlijn kregen van onze hoogsteigen pappie. Het startschot weerklonk en het confettikanon deed het even sneeuwen. Seppe snelde er vanop de eerste rij als een haas vandoor. Hij zou die koppositie niet meer lossen en won 1 uur en 13 minuten later de halve marathon. Ik vertrok ook best snel. Al leek ik door de koude niet op benen te lopen, maar op stokken. Na een kilometer of twee en een eerste off-road passage voelde ik weer dat ik voeten had. Nog twee kilometer later kwamen ook mijn tenen weer dag zeggen. Ik had er zin in, liep snel en dat leek me relatief weinig moeite te kosten. Op de stukken asfalt kon ik zelfs nog extra tempo maken en dankzij de zon liep het zweet al snel over mijn gezicht. Voor ik het wist had ik 11 kilometer als een malle gelopen en was ik klaar voor de tweede helft. Het bos wachtte op mij.

IMG_1689b

Al vijf jaar na elkaar mispak ik mij aan dat verduivelde bos. Elk jaar opnieuw lijk ik er mijn voortvarende start te bekopen. Dan vloek ik binnensmonds en hou ik me voor om het jaar nadien wat over te houden voor die verraderlijke staart. Lichtjes bevreesd liep ik dus het bos in met de angst er de Kastelse boeman tegen te komen die mij er elk jaar een klein tikje met zijn trollenknots uitdeelt. Ik wachtte dus af tot dat zou gebeuren. Er gebeurde echter helemaal niets. Integendeel, de kilometers flitsen voorbij. Het bos leek vlakker dan de voorbije jaren. Alsof ze het met een gigantische pletwals wat hadden uitgevlakt om het loopcomfort te vergroten. Ik kreeg dus helemaal geen klop of tik. Hooguit af en toe een déjà-vu naar mijn eindeloze passages in de Hel van Kasterlee, waar ik heel alleen kilometer na kilometer door de modder stampte. Ik prees me dan ook gelukkig dat ik me nu zo snel door dat bos kon voortbewegen. Wat ongewijzigd bleef, was mijn onvermogen om me te oriënteren in en rond Kasterlee. Het parcours van de (halve) marathon van Brussel zou ik geblinddoekt kunnen lopen. In wereldstad Kasterlee legde ik ondertussen al heel veel kilometers af, maar alles lijkt er op elkaar. Drop me er niet, want je ziet me niet meer terug.

Mede dankzij de duidelijke bewegwijzering kwam ik dus voor ik het goed en wel besefte terecht in mijn laatste kilometer richting finish. Hoewel ik voor de start absoluut geen ambitie had om een heel snelle tijd te lopen, zag ik plots dat die er wel in zat. Dankzij mijn eindsprint (die naam niet waardig) finishte ik uiteindelijk in 1:39:48 als zesde vrouw. Met een gemiddelde snelheid van 4’40” liep ik zelfs mijn snelste halve marathon ooit in Kasterlee. Ook Roos zette een sterke chrono neer en is bij deze volledig hersteld van onze marathon in Brugge. Ze gaf wel toe dat ze mijn gezelschap een beetje had gemist. Wat de dag zo mooi maakte, was niet mijn snelle tijd, maar wel het pure loopplezier dat ik beleefd had tijdens mijn 21 kilometer. Kasterlee voelde inderdaad aan als een stukje Kempenrust.

IMG_1683b