Loperspraat – Ons loopfeest in Brussel

Dat het dus een feestdag was, die zondag de 12e september. Roos werd 29 en dat kon gevierd worden tijdens hét feest der feesten: de 20 kilometer van Brussel, uitzonderlijk in najaarseditie. Bovendien was het uitstekend loopweer (een herfstzonnetje is altijd goed) en hadden we voor het eerst assistentie van Niko, onze persoonlijke zakkendrager, een rol die hij met verve vervulde. Na anderhalf jaar zonder sportevenementen kon ik niet geloven dat dit mega-feest echt zou doorgaan. Ik stapte achterdochtig op de trein in Tienen, kreeg gezelschap van Roos en Niko in Leuven en zelfs toen we door de Wetstraat richting Jubelpark wandelden, kon ik amper geloven dat het zou zijn zoals het ooit was.

IMG_6285b
De zakkendrager, de jarige en de vlag

Het was dus wel degelijk echt. Er was een startvak, er waren duizenden lopers, er was muziek en de triomfboog van Jubelpark (Jubeltje) straalde als nooit tevoren. Er waren ook stinkende dixi’s en sigarettenpeuken op de grond. Dit was echt Brussel. Ik zei het al vaker, maar de 20 van Brussel is voor ons een symbolische wedstrijd omdat daar in mei 2014 heel die loopgekte van ons ontstond. Daar stonden Roos en ik – voor echt – in dat startvak. Kriebels in de buik, ja zeg, dit was wel heel speciaal, enthousiast geklap van medelopers, zenuwachtig naar voren drummen als de kanonskogels van het startschot weerklinken, elkaar nog eens gezusterlijk in de schouder knijpen en succes wensen. En dan gewoon gaan en lopen. Snel lopen en me dan ook meteen ergeren aan de massa, aan de opstoppingen, mensen die tegen je aan botsen en halsbrekende toeren uithalen om je voor te schieten of juist in slow motion tussen de snelle lopers joggen. Jawel, ook dit was deel van het evenement.

Op voorhand vond ik het lastig om mijn verwachtingen uit te spreken. Sinds een maand loop ik sneller dan ooit. Mijn recente podiumplaatsen op de stratenlopen zullen niet in de geschiedenisboeken gebeiteld staan, ze tonen wel aan dat ik progressie maakte. Een stap voorwaarts die eerlijk gezegd uit de lucht komt vallen en me daarom ook wat ongemakkelijk maakt. In 2019 liepen Roos en ik onze 20 kilometer van Brussel samen: Roos met loden benen van de stratenloop in Wijgmaal daags voordien, ik frisser dan ooit 36 uur na een spoedopname in het ziekenhuis met longembolen en bloedverdunners in m’n lijf. Met 1u37 verbeterden we toen het PR van Roos. Ik was er rotsvast van overtuigd dat ze die tijd nu ook op eigen houtje aan diggelen zou lopen (spoiler: dat deed ze ook). Mijn snelste 20 in Brussel liet ik optekenen in 2016 toen ik 1u31 uit mijn benen kon schudden. Ik had er nooit rekening mee gehouden dat ik daar nog veel af zou kunnen doen. Enfin, ik zou het dus wel zien.

IMG_6291b

Ik vertrok hard en ik bleef ook hard gaan. Aan mijn pols zag ik getallen verschijnen waar ik nooit eerder mee moest rekenen. Getallen die heel dicht tegen de 4’00” aanleunden. Ik begon aan één grote inhaalrace vanuit startvak 2. Als een speer vloog ik omhoog richting Justitiepaleis, flitste ik door drie tunnels en door Ter Kamerenbos. Wat was dit zeg? Het ging allemaal zo moeiteloos. Brussel was vlakker dan ooit. Voor hoogtemeters leek ik immuun te zijn. Ik liep aan een waanzinnig snel tempo, maar als ik écht goed ben, zeggen die getallen me juist weinig. Tijd en afstand zijn dan fluïde begrippen die ik wel waarneem, maar niet registreer. Ik keek vooral uit naar mijn favoriete stuk na Ter Kamerenbos: door Vorst, langs de tramlijn richting Hermann Debroux, waar ook dit jaar heel veel enthousiaste supporters stonden die zich al eens een allez madame! lieten ontvallen. Daar kwam het besef dat ik onder dat anderhalf uur zou duiken. Alleen zou ik het pas echt geloven als ik het zag. Toen ik de bocht richting Tervuerenlaan maakte, werd ik nog eens extra geprikkeld toen een opdringerige loper in mijn nek zat te hijgen. Covidsafe-ticket of niet, daar had ik dus echt geen zin in. Ik zigzagde wat, versnelde nog eens en dan huppakee, de beklimming van de Tervuerenlaan. Met de triomfboog in zicht bleef ik een strak tempo lopen. Ik verplichtte mezelf er nog eens bewust van te genieten. Dit was écht een groot loopevenement.

En toen kwam ik aan. Ik liep de 20 km van Brussel in 1u23! Huh?! Ik voelde me nog zo fris en had er gerust nog wat kilometers aan willen plakken. De cijfers logen er niet om. Mijn geliefde PR op de 1 kilometer was gesneuveld, ook dat op de 5 kilometer (onder de 20 minuten) én de 10 kilometer. Hoe dan?! Ook jarige Roos was in de winnig mood en liep met 1u32 een huis van een nieuw PR. Sterk werk! Toch was ik na mijn finish niet echt euforisch, eerder van mijn melk. Zo zelfverzekerd als ik was tijdens de race, zo onzeker werd ik van die absurde eindtijd. Hoe was dit gebeurd? Als ik dit kon, waar mag ik dan de lat leggen voor de komende sportieve uitdagingen? Was dit toch niet gewoon één lucky shot, één opperste geluksdag waarbij ik over magische krachten beschikte? Stress, druk en verwachtingen staken in alle hevigheid de kop op. Zeker toen ik nadien mijn ranking in het eindklassement zag. Roos werd knap 79e vrouw, ikzelf 22e op een totaal van 19.000 deelnemers. Nog steeds kan ik dat niet vatten.

IMG_6301b

Dat het dus een feestdag was, die zondag de 12e september. ’s Avonds vierden we de jarige (en mijn laatste dag als 35-jarige) en werd er uitgebreid nagekaart. We hadden Niko wel gewaarschuwd: over de 20 kilometer van Brussel zouden we niet meteen uitgepraat zijn. Elk element van de beleving moest gedeeld worden, de meest memorabele momenten zelfs tot in den treure herverteld. Niko had zich gelukkig prima vermaakt in het Jubelpark. Gek genoeg konden we hem, ondanks ons enthousiasme, er niet van overtuigen dat de 20 van Brussel echt wel een heel mooi doel is om naartoe te werken. Afspraak in Brussel op 22 mei 2022?

Loperspraat – De kunst van het supporteren

Voeg een “up” toe aan sporter en je krijgt een supporter met de belangrijke taak om de sporter “op” te trekken en te ondersteunen waar nodig. In de familie Odeyn zijn er sporters en supporters volgens een wisselende rolverdeling. Ik ben oprecht graag supporter en bevoorrader, maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat er in mijn familie betere supporters zijn dan ikzelf. Het ontbreekt mij soms aan het geduld dat supporteren vergt. Ook verdraag ik de prikkels minder goed die als supporter continu op je worden afgevuurd. Als sporter heb je het eigenlijk gemakkelijker. Een marathon lopen is, op die dag zelf, een relatief eenvoudige missie. Je moet tijdig in je startvak staan en dan moet je gewoon lopen. Mijn supporters daarentegen kienen een ijzersterk plan uit dat onderhevig is aan een veelvoud van factoren.

Ik ben natuurlijk een verwend kind met zo’n sterk vrouwelijk team rond mij. Tijdens mijn marathons, maar zeker ook tijdens de Hel van Kasterlee, zijn mijn supporters rotsen in de branding, veilige bakens die uitgezet worden in een woelige zee. Op voorhand weet ik altijd wanneer ik hen zal zien. Omdat het contact zo vluchtig is, denk ik na over wat ik zal zeggen en welke indruk ik wil nalaten. Je wil eerlijk zijn als het lastig is, maar je wil ze ook niet ongerust maken. In een flits geven ze me energie om door te gaan. De nabespreking is ook essentieel. Dan leggen we als het ware een puzzel waarin alle ervaringen samenkomen. Alles samen wordt dat dan Het Verhaal van die marathon of ervaring. Mijn mama en zussen hebben het supporterschap tot een ware kunst verheven. Puur vakmanschap is het als ik hen bezig zie. Ze waren bereid om hun ervaringen te delen en jullie een inkijk te geven in hun supportersziel.

IMG_2257b
Bevoorraders, supporters en sporters in actie tijdens de La Chouffe trail 2018.

Marike: Ik herinner me nog heel goed mijn allereerste supporterservaring tijdens de eerste marathon van Joke en Roos in Leiden (mei 2015). Ons eerste bevoorradingspunt bevond zich op kilometer 10. Mama en ik waren heel zenuwachtig. We hadden alles goed voorbereid en we stonden daar hypergeconcentreerd uit schrik dat we onze lopers zouden missen. Toen ik mijn zussen dan eindelijk zag lopen kreeg ik echt een krop in mijn keel. Ik kon niet veel roepen, maar mama die begon als een gek te schreeuwen. Zelfs de mondige Nederlanders waren onder de indruk. Ik schaamde me toen wel een beetje, maar ik dacht: mijn zussen zijn wel een marathon aan het lopen! Bij papa zijn eerste marathon (september 2015) ging ik bevoorraden op de fiets. Ik reed toen verloren en moest echt de ziel uit mijn lijf fietsen om hem toch zijn drinkbus te kunnen geven. Ik dacht ook heel de tijd: waarom loopt die zo snel?! De dag eindigde met papa die naar huis reed terwijl mama en ik op de achterbank lagen te slapen.

Supporteren is zeker ook ontspannend. Je komt op mooie plaatsen en je maakt om die reden uitstappen met de familie. Omdat wij altijd schrik hebben om te laat op ons supporterspunt te staan, zijn we daar veel te vroeg, maar dan is er dus nog tijd om te chillen. Zeker als Roos voor de juist muziek zorgt. Een supporter moet zich tot in de puntjes hebben voorbereid en beschikt best ook over een goed oriëntatievermogen. Het is handig als je goed kan rekenen: tijden, afstanden, kilometers per uur of minuten per kilometer. Je moet die snelheden ook nog kunnen afstemmen op je eigen snelheid die soms afhankelijk is van het openbaar vervoer: een lastige wiskundige som! Omdat ik zelf heel snel koud heb, neem ik altijd heel veel kleren mee, want je kan natuurlijk niet zelf gaan klagen. Uiteindelijk is het de kunst om zoveel mogelijk supportersmomenten mee te pikken zonder het risico te nemen dat je een post mist, want dat is echt het ergste wat je kan overkomen.

WSAG3815
Ook voor supporteren geldt: jong geleerd is oud gedaan.

Mama: Mijn mooiste supportersherinnering was toen Seppe wereldkampioen duatlon werd in Zofingen (september 2016). Echt heel bijzonder was het om daar bij te kunnen zijn. Het belangrijkste voor een supporter en bevoorrader vind ik parcourskennis. Je mag niets aan het toeval overlaten. Desnoods sta je een uur op voorhand klaar met de drinkbus in de hand. Je moet echt op alles voorbereid zijn. Het allerergste wat je kan overkomen is dat je sporter iets vraagt (drank, eten of medicatie) en dat je dat niet op zak zou hebben. Je hebt best een luide en herkenbare stem waarmee je de naam van de sporter hard roept, gewoon enkel de naam volstaat. Ik vind het belangrijk om ook voor andere deelnemers te supporteren. Soms kunnen die echt smachtend kijken om een aanmoediging te ontvangen. Raad of commentaar geven is ten strengste verboden. Je mag je sporter nooit onderschatten. Je berichtgeving aan haar of hem moet altijd positief zijn. Het verhaal van de sporter krijgt altijd voorrang. Je mag niet zelf klagen over je kleine ongemakken. Achteraf is het dan wel heel belangrijk om straffe verhalen te vertellen. Supporteren is doodvermoeiend, maar ik geniet er heel hard van. Het is echt een adrenalineshot voor mij.

IMG_0204b
Papa in actie als supporter met de basis supportershouding: gefocust applaudisserend voor iedereen.

Roos: De mooiste supportersherinneringen heb ik aan de Hel van Kasterlee. Dat is supporteren, genieten en vieren op alle niveaus. Eén groot feest. Het is uniek dat er zoveel familieleden meedoen. Ook de eerste ultratrail die Joke en papa liepen in Houffalize zal ik niet snel vergeten omdat het de eerste keer een trail was, daarbij dan dat parcours, hun prestatie, heel dat weekend en die omgeving. Magisch. Supporters zijn van onschatbare waarde, zeker bij grotere prestaties. Die taak moet je dan ook ernstig nemen. Toch is het belangrijk om te werken aan je eigen supportersbeleving: jezelf voorzien van koffie, koeken en alles waar je zin in hebt eigenlijk. Je moet je ook verheugen op het event en dat delen met de sporters. Supporteren doe je best in duo’s. Teams van twee personen die contact houden met elkaar werkt heel goed. Op voorhand moet je dan ook een goede taakverdeling maken. 

Een supporter moet voorbereid zijn op alle vlakken. Je eigen plan van die dag moet glashelder in je hoofd zitten. Je moet voorbereid zijn op alle mogelijke scenario’s en hierop kunnen anticiperen. Ook ben je maar beter behendig met de gsm om de andere supporters of het thuisfront snel en efficiënt op de hoogte te brengen van de recentste ontwikkelingen. Je maakt natuurlijk ook foto’s van sporters en supporters. Een goede supporter heeft inzicht in het kunnen van de atleet en eventueel kennis van de tegenstander als het echt een competitie is. Je moet weten wat de pijnpunten zullen zijn bij de prestatie: wat zijn de moeilijke momenten en hoe gaat mijn atleet hiermee om? Tot slot heb je een portie stalen zenuwen nodig en een overdosis enthousiasme en bewondering voor wat de atleet presteert, ongeacht het resultaat.

IMG_2080b

Supporteren kan je leren: het is een vorm van overgave, adrenaline en meegaan op de flow. Je mag niet alleen voor je eigen atleet supporteren, maar je moet enthousiasme tonen voor het event, andere deelnemers en de hele organisatie. Sta daar dus niet als een idioot met je gsm in de aanslag in de verte te turen met enkel oog voor jouw atleet. Als die nadert, dan ga je zoveel mogelijk lawaai maken, extra lawaai. Dat gaat in fasen: eerst joelen wanneer je haar of hem in je vizier hebt, dan focus je weer op de taak als zij of hij je nadert, je tracht iets te zeggen (soms kan iets vragen ook) en je joelt weer na. Zorg dat iedereen rondom jou doorheeft dat dat JOUW sporter was en dat je daar fier op bent. De sporter heeft maar één taak: het beste uit zichzelf halen. Nadien is die wel lichtjes verplicht om te laten voelen hoe belangrijk de supporters waren tijdens de prestatie. Het eindeloos napraten over de ervaring en de indrukken die je opdeed maakt het nagenieten ook zo mooi voor alle partijen.

Loperspraat – De schoonheid van de stratenloop

Wat mij betreft mag stratenloop Woord van het Jaar 2021 worden. Gewoon al omdat het op semantisch niveau zo’n helder woord is. Een stratenloop zou ik omschrijven als een gebeurtenis waarbij recreatieve lopers in wedstrijdverband over straten lopen. Een straat kent in België diverse verschijningsvormen: klassiek is ze geasfalteerd en bebouwd, bij uitbreiding is een kasseiweg ook nog steeds een straat en valt zelfs een onverharde weg in het bos onder diezelfde noemer. Variatie troef dus, want ook modderstroken en hoogtemeters maken mogelijk deel uit van het stratenloopparcours, waarbij je dan ook nog eens kan kiezen tussen een lange en korte afstand. Stratenlopen is een weekendaangelegenheid en het weekend, lieve mensen, dat begint op vrijdagavond. 2021 is het jaar waarin Roos en ik de stratenloop herontdekten, dat durf ik nu al te zeggen.

Ik heb het nooit onder stoelen of banken gestoken dat ik, ondanks mijn grote hart voor de natuur, als sporter toch ook een stevige boon heb voor asfalt. Een trail lopen is een geweldige ervaring, maar na een paar kilometer stevig klimmen en dalen (bij de La Chouffe trail bijvoorbeeld) kan ik mij niet van de gedachte ontdoen dat asfalt een heerlijkheid is om je over voort te bewegen. Toen Roos en ik in onze eerste passen in de loperswereld zetten, waren we vrijwel meteen verknocht aan stratenlopen. Met name in 2015 en 2016 beleefden wij hoogdagen op straat dankzij het regelmatigheidscriterium van Vlaams-Brabant. In 2016 kon ik dat zelfs winnen in mijn categorie. Heel slim om een algemeen klassement in te voeren. Wij liepen tussen april en september makkelijk een stratenloop of 10, want ja: ongeacht je ranking kreeg je ook punten voor je deelname. Je plek in het klassement verdedigde je natuurlijk alsof je leven ervan afhing.

Roos en ik kiezen altijd voor de langste afstand van 10 à 15 kilometer. Onze eerste stratenlopen liepen we zonder GPS-horloge. Op basis van de signalisatie wisten we wel ongeveer hoeveel kilometer we nog hadden te gaan. Voor het uiteindelijke resultaat was het ’s avonds wachten geblazen tot de uitslag online verscheen. Dan kon meteen ook de grote analyse beginnen. Onze wedstrijdtactiek was nochtans simpel: we vertrokken zo snel mogelijk en probeerden dat zo lang mogelijk vol te houden. Na een paar kilometer was het kwestie van de schade te beperken en door te bikkelen. Doseren of indelen was ons vreemd. Zoals een wielrenner in een peloton leert fietsen, zo leert een loper zichzelf ook beter kennen aan de hand van andere lopers. Je leert hoe lang één kilometer nog kan zijn en dat iemand volgen echt wel aangenamer is dan in je eentje te strijden. Je leert je eigen tempo’s kennen en hoe lang je die kan volhouden. Je leert vooral ook op een heel laagdrempelige manier competitie lopen. Als het startschot weerklinkt geef je het beste van jezelf en doe je iets wat moeilijk op training te simuleren is. Voor en na de race is er van competitiviteit weinig sprake. Bij een stratenloop hangt immers altijd een gemoedelijk ons-kent-ons-sfeertje. Ons kent ons daar ook daadwerkelijk, want je treft altijd dezelfde mensen aan die samen één grote loopclub vormen.

In 2017 waren wij dus een beetje klaar met stratenlopen. We hadden het idee dat we het wel allemaal hadden gezien en meegemaakt. We waren verkeerd. Op 7 augustus 2021 was daar onze officiële comeback op een stratenloop. We liepen de 14 kilometer van de Bierloop in Holsbeek. Zondag 22 augustus legden we 15 kilometer af bij de Haachtse Loop. Wat was het een intens blij weerzien met de straten en de lopers ervan! Wij zijn dan wel enkele jaren afwezig geweest, in se bleek er helemaal niks veranderd: dezelfde lopers, roestige veiligheidsspelden bij de inschrijving, een vriendelijke organisatie en jeugdig enthousiasme bij de kinderlopen. Als ik zelf aan de start sta, denk ik altijd: vandaag heb ik geen zin om snel te lopen, maar als ik dan vertrokken ben wordt er iets in mij gewekt dat het beste in mijn lopende zelf naar boven haalt. Het gaat dan niet alleen om snelheid, maar ook om het pure geluk dat lopen voor mij nog altijd is. Zo besefte ik een week geleden toen ik in de gietende regen over een straat in Haacht liep wat een sensatie het is om veilig in het midden van een straat te kunnen lopen.

Mijn twee deelnames deze maand waren telkens goed voor een podiumplek. Ik won zo al 1,5 liter wijn en 1,75 liter bier. Het doet me oprecht veel deugd dat ik nu bij de top 3 behoor, maar eerlijk gezegd vind ik niks zo ongemakkelijk als op een podium staan. Zelfs als er geen verhoogd podium is, sta je daar maar wat onwennig te glimlachen voor de foto waarvan je niet wil weten waar hij zal verschijnen. Liefst van al ga ik gewoon op in de massa lopers. Het allermooiste van een stratenloop vind ik juist dat het een plek is waar ik op dat moment alleen maar een loper ben. Met anderen praat je over lopen (blessures, wedstrijdverloop, plannen). Iedereen draagt een uniform (loopkleding). Het weer is nooit een spelbreker (je bent daar om te lopen of het nu bloedheet of zeikweer is). Er is geen actualiteit, er zijn geen meningen en ook leeftijd lijkt niet echt een issue te zijn. Soms is er een kermis of dorpsfeest aan de gang, maar ook als dat niet het geval is brengt een stratenloop mensen samen. Omdat ze graag over straten willen lopen. In al z’n eenvoud is een stratenloop een stukje Belgische folklore: 100% onversneden immaterieel erfgoed.

Loperspraat – De vrouw met de hamer

Daar stond ik dan. Leunend tegen de vangrail op de meest ongezellige rotonde van Tienen. Gestrand als Odysseus, maar ontdaan van alle heroïek. Hoe was ik hier verzeild geraakt? Hoe kwam ik hier weer vandaan? Auto’s draaiden langs mij voorbij. Ik bleef op het fietspad staan en keek ernaar. Er leek nochtans niks aan de hand toen ik aan mijn looptoer van 18 kilometer begon: een prachtige route via Hakendover, langs de spoorwegbedding in Oplinter en door het Tiense broek*. De zon scheen hard. Ik had er zin in en liep snel. Na een half uur viel ik echter niet terug op mijn automatische stand waarbij lopen als vanzelf gaat. Ik was me bewust van de inspanningen die ik moest leveren om vooruit te komen. Moeilijke momenten gaan voorbij, dacht ik. Koppig vervolgde ik mijn weg. Lopen was het plan. Lopen was wat zou gebeuren.

Na een kilometer of 10 besloot ik een korte pauze in te lassen om op adem te komen, dan zou het wel beter gaan. Ik vertrok weer en besloot een kortere route te nemen die in rechte lijn naar huis ging. Als ik wat trager zou lopen, dan zou het wel beter gaan. Welgeteld een halve kilometer kon ik lopen en dan was er iets dat me tegenhield. Iets dat zei dat stilstaan beter was dan vooruitgaan, dan zou het wel beter gaan. Ik stopte, praatte mezelf weer moed in. Met die peptalk kon ik telkens een halve kilometer lopen om dan weer de pauzeknop in te drukken. Op die ellendige rotonde stond ik wat langer stil bij de situatie waarin ik mezelf had gemanoeuvreerd. Waarom was lopen vandaag niet vanzelfsprekend? Wat scheelde er eigenlijk? Had ik ergens pijn? Voelde ik me licht in mijn hoofd? Zou ik flauwvallen? Was ik misselijk? Niks van dat. Mijn strijd werd gestaakt en ik zou de laatste 2,5 kilometer naar huis wandelen. De teleurstelling borrelde op.

Wandelen was verbazingwekkend aangenaam. Plots begreep ik ook welke onnoemelijk zware taak ik mezelf had opgelegd. Ik was helemaal niet zo fit, nog volop aan het ontstressen van school, al weken had ik last van rug- en nekpijn, de dag voordien kreeg ik mijn tweede vaccin, ik had niet goed geslapen, amper gegeten en gedronken. Mijn lichaam had me tot de orde geroepen: vandaag behoorde anderhalf uur lopen niet tot de mogelijkheden. Het was niet mijn lichaam dat mij in de steek liet, maar ik die mijn lichaam in de steek had gelaten door te woekeren met mijn krachten. Lopen is niet altijd wat moet gebeuren. Soms is stilstaan echt beter dan vooruitgaan. Ik had rust nodig, zo simpel was dat. De man met de hamer is een vrouw en ze woont in mijn hoofd.

*Dit verhaal speelde zich af op vrijdag 9 juli. Het Tiense broek en het omliggende natuurgebied staan door de wateroverlast van de afgelopen dagen volledig onder water. In het kader van die vreselijke overstromingen en de enorme impact ervan is dit verhaal uiteraard totaal onbenullig.

Loperspraat – De ultieme vriendenloop

Zeg Joke, had jij nu geen ambitieuze loopplannen voor het voorjaar? 
Jazeker! Ik kon namelijk niet nog eens een voorjaar laten passeren zonder groot loopproject (grijnst). Daarom onderneem ik zondag nog eens een stevige looptocht. Het doel: 51 kilometer van Tienen tot in Rotselaar via bekend terrein en in goed gezelschap.

Oké, 51 kilometer: WAAROM?
Tja (denkt na) omdat ik daar zin in heb. Als ik een marathon loop, dan wil ik een duidelijk omlijnd concept mét een doel. En ik kon dus niet echt iets bedenken dat aan die voorwaarden voldeed. Bovendien is een marathon lopen voor mij toch altijd wat beladen. Na mijn ultraloop in december besefte ik dat low-profile 50 kilometer lopen, gewoon omdat het kan en mag, echt leuk is. Ik kwam dus tot de conclusie dat langer dan een marathon lopen voor mij vrijblijvender aanvoelt dan een marathon zelf (lacht).

En dat gezelschap, wat mogen we daar van verwachten?
Als er iets is wat ik het afgelopen jaar meer dan ooit heb leren waarderen, dan is het lopen in gezelschap. In deze tijden is het de kunst om te denken in mogelijkheden in plaats van in beperkingen. Probeer in normale omstandigheden maar eens agenda’s af te stemmen op een zondag om bij vrienden en familie tijd te claimen om een stukje mee te lopen of fietsen: onmogelijk! Wel, nu is er ruimte in die agenda’s. Ik zou zelfs durven zeggen dat mensen blij zijn dat iemand een zot plan heeft waar ze bij kunnen aansluiten. Dat is ook wat ik zag tijdens die straffe looptocht van mijn broer: zoals wel vaker was dat inspirerend. Het wordt dus een ultra looptocht als ode aan de vriendschap: de ultieme vriendenloop.

Heb je je hier de afgelopen maanden dan grondig op voorbereid?
(aarzelt) Ja en nee. Ik fiets en loop altijd wel behoorlijk wat, maar specifieke marathontrainingen liet ik achterwege. Geen intervals of lange duurlopen dus. Mijn woonloopwerkverkeer beschouwde ik als een test om te zien of ik het betere duurloopwerk nog in me had zonder doorgedreven training. Ik had toch het idee dat mijn conditie nog bovengemiddeld goed was en gaf mezelf dus groen licht voor een uitdaging van dit formaat.

We zijn benieuwd naar het verhaal achteraf. Veel succes!
Bedankt! Ik zal er een sportieve lap op geven en als dat tegenvalt: dan is het verhaal achteraf eens zo interessant.

Loperspraat – 46 kilometer functioneel loopplezier

Het is nog steeds dik aan tussen de steenweg en mij. Die twee uur per werkdag dat ik op mijn fiets zit, zijn helemaal van mij. Of toch van mij en de steenweg. Als loper stond het echter al lang op mijn wensenlijstje om eens naar of van mijn werk te lopen. Het huidige deeltijdse lessysteem biedt ook meer mogelijkheden om al lopend woonwerkverkeer af te haspelen. Ik moet elke dag op school zijn, maar heb wel meer tijd om me van en naar het werk te begeven en daar, desgewenst, van te recupereren. Zo gebeurde het dat ik vorige week in twee etappes 46,12 kilometer liep binnen een tijdspanne van 25 uur. Woensdag fietste ik naar school en liep ik naar huis, donderdag maakte ik de omgekeerde beweging: twee functionele en bijzonder plezierige duurlopen.

Waarom zou je nu 23 kilometer van je werk naar huis lopen en de dag nadien nog eens hetzelfde in de andere richting? Om te beginnen omdat het een uitdaging is. Een kans om in deze bizarre periode nog eens positieve spanning te ervaren, ergens naartoe te leven en uit het normale alledaagse te breken zonder jezelf of anderen in gevaar te brengen. Om nog eens iets zots te doen dat ergens ook nuttig is en waar helemaal niemand last van heeft. Ik zweer al jaren bij zondag duurloopdag, maar ik besefte dat duurlopen tijdens de week ook zo gek niet is. Je werkt een hele week, dat is vermoeiend, en als je dan in het weekend kan uitrusten ga je op zondagvoormiddag een paar uur lopen, dat is ook vermoeiend. Er valt dus iets voor te zeggen om tijdens de week kilometers te maken en rust te nemen in het weekend. In mijn hoofd was deze onderneming kortom pure logica.

IMG_4596b

IMG_4599b

Duurlopen als volwaardig vervoermiddel vergt echter wel wat voorbereidingen. Ik moest bijvoorbeeld een route bedenken. Toegegeven, het heeft door mijn hoofd geflitst om simpelweg over de steenweg te lopen (“slechts” 20 kilometer en bekend terrein). Als eenzaam lopertje zou ik me wel erg kwetsbaar voelen en de kans onbenut laten om het onbekende terrein achter de steenweg te verkennen. Na een uitgebreide studie van de omgeving in kaartvorm, kwam ik tot de conclusie dat ik de spoorweg, die parallel loopt met de steenweg, als oriëntatiepunt kon gebruiken. Ook bagage-gewijs moest ik goed nadenken wat ik woensdagochtend op de fiets meenam en op school zou achterlaten én wat ik zeker in mijn looprugzak mee naar huis moest nemen. De juiste sleutels waren vooral onontbeerlijk: woensdag moest ik in mijn huis kunnen en donderdag op school in de douche om presentabel voor de klas te kunnen staan. 

Over de beleving van mijn woonwerkloopverkeer kan ik kort zijn: mannekes, wat was het mooi en wat heb ik er intens van genoten! Wonder boven wonder verliep ook mijn improvisoire oriëntatie zonder enig probleem. Ik keek mijn ogen uit en liep over charmante kasseistroken, zomerse zandweggetjes en holle wegen. Ik kwam in dat niemandsland amper mensen tegen en juist daarom leek het onwezenlijk dat dit woonwerkverkeer was. Meermaals zei ik tegen mezelf (hardop, zo ben ik wel) dat ik echt een gelukzak was dat ik dit mocht en kon doen. Daarmee wil ik niet zeggen dat mijn looptocht moeiteloos verliep. De eerste etappe was het behoorlijk warm en dat voelde ik toen ik thuis aankwam. Dorst, dorst, dorst. De tweede etappe viel nog beter mee dan ik had durven hopen. Ik bespeurde amper stijfheid in mijn benen en ik liep zelfs wat sneller dan de dag voordien. Omdat het toch wel even geleden was dat ik nog 20 kilometer liep, had ik niet durven hopen dat ik twee keer na elkaar vlotjes 23 kilometer ruim binnen de 2 uur kon afwerken. Nog maar eens een bevestiging dat de duurloopmodus een soort van tweede natuur geworden is. 

De vermoeidheid die ik op school amper leek te voelen, sloeg wel dubbel en dik toe op de terugweg donderdag met de fiets. Het leek alsof elke meter voorbij kroop. Ik voelde me een slak die in plaats van een huisje een zware fiets moest meesleuren. Al zuchtend, droomde ik van vrij en blij door velden te lopen en hoe ik dan veel sneller thuis zou zijn. Ik wierp vol verlangen een blik op mijn geheime wereld, waar ik zo nu en dan een glimp van kon opvangen, achter de steenweg. Ik fiets graag, echt graag, maar lopen dat is het pure geluk.  

IMG_4592b

Loperspraat – Het verraderlijke hart

Ik vind het soms een akelige gedachte dat mijn hart non-stop aan het werk moet blijven en dat ik het quasi dagelijks vraag om een bijkomende inspanning te leveren. Het is daarvoor gemaakt, dat weet ik wel, maar toch vind ik het confronterend om stil te staan bij de kwetsbaarheid die uitgaat van dat ene orgaan. Gelukkig heb ik vooralsnog geen redenen om te denken dat mijn hart het gaat begeven. Twee jaar geleden werd ik medisch binnenste buiten gekeerd toen ik in het ziekenhuis belandde met een longembolie: dat hart van mij werd na tal van onderzoeken helemaal goedgekeurd. Sinds ik met een sporthorloge loop (nu zo’n 6,5 jaar) heb ik ook altijd met een hartslagmeter gelopen. Inmiddels is de Garmin Forerunner 230 mijn trouwe metgezel tijdens loop- en fietstochten, steeds met een klassieke hartslagband rond de borst. Het laatste half jaar liep ik echter zonder hartslagmeting en dat bracht met tot enkele inzichten.

Ik vond het aanvankelijk razend interessant om me bezig te houden met de cijfers en getallen die mijn GPS-horloge en hartslagmeter op mij afvuurden. Het werd daarom een gewoonte om altijd met die hartslagband te lopen. Halverwege november vorig jaar liep ik voor het laatst met een hartslagmeter. Simpelweg omdat die het niet meer deed, ook niet met een nieuw batterijtje. Vroeger zou ik meteen een nieuwe hartslagband hebben gekocht. Ik zou het gevoel hebben gehad dat ik bij elk loopje zonder hartslagmeting cruciale informatie miste. Maar kijk, ik ben geëvolueerd als mens en als loper en in een competitie-luwe periode leek het me niet noodzakelijk om bij elk loopje mijn hartslag te meten. Ik heb minder behoefte aan die uitgebreide cijfers. Bovendien heb ik ook het idee dat die cijfers me steeds minder vertellen.

Dat brengt me dus bij de vraag in welke mate mijn hart mezelf nog verraadt om het met Edgar Allan Poe’s The Tell-Tale Heart (in het Nederlands vertaald als Het verraderlijke hart) te zeggen, een kortverhaal dat iedereen trouwens moet lezen omdat het én een klassieker is én heel kort én heel akelig zoals alleen Poe dat kan. Het verhaal gaat over een hart dat door stevig te kloppen een menselijke daad verraadt. Ik kwam tot de conclusie dat mijn hartslag de laatste jaren weinig uitschieters kent. Als ik tijdens trainingen wat dieper of sneller ga, is mijn gemiddelde hartslag logischerwijze wat hoger, maar de marge waar die zich binnen beweegt is beduidend kleiner geworden. Vroeger kon mijn hartslag ook variëren tijdens “gewone” loopjes en vertelde die me dus wanneer ik wat vermoeider was. Nu kan ik bij wijze van spreken per looprondje voorspellen wat mijn gemiddelde hartslag zal zijn, ongeacht de omstandigheden. Ook dat is niet onlogisch. Het wijst erop dat ik jaar na jaar een steeds betere basisvorm kreeg en dat mijn hartslag sneller daalt nadat ik diep ben gegaan.

Een zelfde evolutie zie ik ook bij mijn marathons: mijn gemiddelde hartslag zakt beetje bij beetje, terwijl ik steeds sneller loop. Mijn laatste marathon (de suikermarathon) liep ik met een gemiddelde hartslag van 142. De omstandigheden mochten dan wel redelijk ideaal zijn (geen stress en fris loopweer), ik liep die marathon nog steeds behoorlijk snel over een behoorlijk pittig parcours. Tijdens de CPC Loop waar ik vorig jaar mijn record verbeterde op de halve marathon had ik dan weer een gemiddelde hartslag van 165: stevig, maar niet abnormaal als je ruim anderhalf uur echt diep gaat.

Ik heb nooit specifiek volgens bepaalde hartslagzones getraind. Uiteindelijk denk ik dat als je verantwoord lange afstanden wil lopen het er op neer komt dat je gevarieerd én met plezier moet trainen. Al ben ik ook niet volledig immuun voor cijfers en waarden. Het grootste voordeel van lopen zonder hartslagmeter is dan ook dat mijn Garmin me niet meer vertelt wat mijn VO2-max en hersteltijd zijn: geschatte waarden die me meer beïnvloedden dan ik zou willen. Al weet ik dondersgoed dat ze gebaseerd zijn op je snelheid en gemiddelde hartslag, maar dat ze verder amper rekening houden met individueel afgestemde parameters. Het komt er dus op neer dat Garmin de boel heel wat rooskleuriger voorstelt. Zo zou ik volgens mijn horloge een marathon kunnen lopen in 2u46. Nog eventjes doortrainen en ik zou me dus kunnen kwalificeren voor de Olympische Spelen. Om maar te zeggen dat je de raceprognoses met een heel grote korrel zout moet nemen.

Ik denk dat mijn hartslag vooral verraadt dat ik al enkele jaren een gedreven loper ben. Een hartslagmeter beschouw ik dan ook als een handig instrument om over een langere periode te kijken hoe mijn basisconditie zich ontwikkelt. Voor prestaties waar ik naartoe werk, wil ik ook graag weten met welke gemiddelde hartslag ik ze gelopen heb. Om die reden ben ik van plan om snel weer een hartslagmeter aan te schaffen, want jawel: ik broed op leuke sportieve ideeën voor de korte termijn. Laat dat hart van mij dus maar vrolijk verder kloppen.

Loperspraat – De perfecte 14

Ik ben verliefd op een looprondje. Al weken zit het in mijn hoofd. Ik was niet op slag verliefd, ik gaf me niet meteen gewonnen, maar nu is er geen houden meer aan en zou ik het liefst van al dagelijks lopen. 14 kilometer om heel hard van te houden. 14 kilometer waar mijn hart sneller van gaat slaan, letterlijk en figuurlijk. Mijn perfecte 14 kilometer ontstond als route eerder bij toeval. Ik wilde op een zonnige zondag eigenlijk langer gaan lopen, maar helaas, ik zat krap in de tijd en moest dus noodgedwongen improviseren. Een schot in de roos, zo bleek. Een looptoer waarbij elk nadeel eigenlijk een voordeel blijkt te zijn. Bij deze dus 14x waarom ik hotel de botel ben op mijn 14k.

  • Ik heb het nooit onder stoelen of banken gestoken dat ik juist de saaiheid en eentonigheid van lopen heel erg waardeer. Van de eerste kilometers wordt de asfaltliefhebber in mij dan ook erg blij. De ideale aanloop om er meteen goed in te zitten.
  • Mijn lievelingsrondje blinkt echter uit in variatie: het grijze kleurt snel groen, ik loop door holle wegen, langs kleine paadjes, over brede wandelpaden, over en langs het water.
  • Ook de hoogteverschillen bieden variatie en zijn ideaal gepositioneerd. Na 6,5 en 9,5 kilometer volgt een pittig oplopend stuk, gevolgd door een afdaling waar ik mijn benen soms niet lijk te kunnen bijhouden.

IMG_4468b

  • Na de tweede beklimming volgt een uitzichtpunt waar je een prachtig zicht hebt op de skyline van Tienen (ja echt), als je rond je as draait, zie je maar liefst zes kerktorens en een kapel. I love kerktorens!
  • Het voelt efficiënt om halverwege ook echt het verst van huis te zijn. Je wil niet het gevoel hebben dat je dichtbij huis aan het rondcirkelen bent. In se is lopen natuurlijk altijd omweg maken.
  • De tweede helft van mijn 14k was ook de laatste 7 kilometer van de suikermarathon die ik liep in oktober. Ik herbeleef dus altijd opnieuw herinneringen aan die unieke marathon.
  • 14 km is lang genoeg om boven het uur te lopen en het gevoel van duur te ervaren, kort genoeg om het altijd aan te kunnen en er tijd voor te hebben.

IMG_4484b

  • Ik kan dit rondje altijd verrassend snel lopen terwijl ik vertrek met het idee om het rustig aan te gaan doen. Hoewel snelheid geen doel is, boost het wel mijn zelfvertrouwen.
  • De lus die ik loop neemt grillige vormen aan, waardoor de wind ook altijd draait en je dus nooit kilometers aan één stuk tegenwind hebt.
  • Ik heb looprondes waar ik echt geen mens tegenkom. Soms voelt dat zo eenzaam aan dat me zelfs op klaarlichte dag een akelig gevoel kan bekruipen. Bij mijn lievelingsrondje passeer ik altijd wel een wandelaar, een fietser en zelfs een loper, zonder dat het druk wordt.
  • Het is een toer die in zijn eenvoud een mooi staaltje natuur toont. Ook de dieren zijn goed vertegenwoordigd. Paarden en eenden bijvoorbeeld. De eervolle vermelding gaat toch naar een woelmuis die een roofvogel aftroefde.

IMG_4490b

  • Ik loop slechts een meter of 10 dubbel, ik kom dus langs een andere straat terug dan dat ik vertrokken ben.
  • De laatste kilometer brengt me door een lange straat terug richting dorpskern. Ideaal om uit te lopen en omdat het ook lichtjes oploopt, is dat eens zo gemakkelijk.
  • Ik loop ook altijd 14 kilometer, eerder 14,1. Ik ben geen loper die nog een paar keer op en af de voordeur loopt om een rond getal aan te tikken, maar ik vind het wel mooi als je 14 ook echt een 14 is.

IMG_4476b

IMG_4477b

IMG_4478b

P.S. Ik maakte de foto’s terwijl ik mijn ronde liep in de eerste echte warmte van het jaar. Ik was weer maar eens vergeten hoe die telkens als een mokerslag binnenkomt. Een goede gelegenheid om veel foto’s te maken en dus op adem te komen.

Loperspraat – Waarover ik praat als ik over Den Haag praat

Een zondag in maart en geen CPC Loop in Den Haag, dat doet pijn. Het weer is  grillig maarts. De herinneringen aan de CPC die vorig jaar nog op de valreep kon doorgaan liggen vers in het geheugen omdat enkele dagen later een lockdown – al dan niet light – werd afgekondigd. De scholen gingen dicht, het land een beetje op slot, maar wij hadden Den Haag nog op zak. Ik heb lang nagedacht over wat ik kon vertellen over een zondag in maart zonder CPC en wat dat voor mij betekent. Misschien kon ik het hebben over wat ik nog niet vertelde? Al snel bleek dat bitter weinig schrijfstof op te leveren. Ik kon schrijven wat ik juist niet mis van de CPC of waarom ik Den Haag juist heel erg mis? Ook dat kon de lading van mijn gedachten niet helemaal dekken. Ik ga dus voor de chaotische benadering: wat schiet er door mijn hoofd als ik aan Den Haag en de CPC denk?

  • De autorit met Roos en de gewoontes die daarbij horen: verkeerschaos rond Antwerpen, beheerst rijgedrag in Nederland, High Way Den Haag zingen, een kwalitatieve koffiestop mét versnapering (Roos trakteert mij als onkostenvergoeding), heel vaak een herinnering ophalen Weet je nog toen? De volgende keer dat we onderweg zijn volgt ongetwijfeld Weet je nog toen we in augustus met 35 graden zonder airco wegsmolten in de auto?
  • De aartsmoeilijke kledingdilemma’s waar we mee geconfronteerd worden. Maart is een uitdagende maand op vestimentair gebied. Het weer zit op de wipplank tussen winters fris en veelbelovend voorjaars. Bovendien gaat de CPC Loop pas om 14u van start en zie je die dag zowel wind, regen als stralende zon. Het is dan vooral zaak om heel veel soorten kleding in je sporttas te proppen. Ik liep de CPC zowel in een heel blote als in een heel bedekte outfit. We komen daarom altijd belachelijk zwaar gepakt en gezakt aan bij onze familie.
  • De magie van het Malieveld, eigenlijk gewoon een heeeeel groot grasveld dat het kloppend hart van de CPC vormt. Meestal is het er ook modderig, vaak heeeeel modderig.
  • De wind die wij dus totaal niet kunnen inschatten. We vertrouwen daarvoor op de kennis van de locals (onze familie). Het is duidelijk dat wij niet aan zee wonen.
  • Hoe we altijd barsten van het zelfvertrouwen om op de fiets onze weg te vinden in Den Haag, maar dat altijd het onvermijdelijke moment aanbreekt dat Roos de gps moet inschakelen.
  • De AH XL in de Elandstraat waar we een fantastische shoppingervaring beleven. Roos heeft altijd schrik dat de witte bolletjes uitverkocht zullen zijn die ze nodig heeft als ontbijt.
  • Het brede scala aan emoties die de CPC teweeg brengt. Gaande van euforie tot diepe teleurstelling.
  • Irene die ons in de watten legt door voor ons te koken en een lekker bed op te maken. We kunnen met haar ook altijd goed bijbabbelen over de gebeurtenissen in onze familie.
  • Maarten is onze oudste neef en hoewel we intussen allemaal saai volwassen zijn, blijft het heel leuk om hem te plagen. Met zijn kleurrijke outfits bijvoorbeeld, maar ook hoe hij zich altijd als een gek moet haasten om dan nét op tijd of nét te laat te zijn. Roos en ik staan meestal te wachten tot het startvak opengaat, Maarten staat 10 minuten voor het startschot nog aan te schuiven om zijn borstnummer op te halen.
  • Onze neefjes Senne en Lev kijken inmiddels niet meer verschrikt op als de nichtjes van papa aan de deur staan. Ondertussen kunnen ze ook onze Vlaamse tongval begrijpen en waarderen ze ons heel erg als supporters tijdens de kinderloop.
  • De finale van Wie is de mol? blijkt steevast plaats te vinden op de dag voor de CPC. Zo kregen wij de afgelopen jaren steeds de ontknoping mee en dus ook de verraste blikken van Senne en Lev. We leerden vooral dat het begrip BN’er erg rekbaar is.
  • Een halve of hele marathon heeft altijd een verraderlijke staart. In Den Haag is die altijd nog venijniger dan je denkt. Je loopt naar de zee, maar moet dan ook weer terug. De wind is daarbij een bondgenoot, dan wel vijand. Bovendien is de laatste strook naar de finish een optische illusie: twee kilometer lang ben je in de waan dat je er bijna bent (en ja, we weten wel dat een halve marathon 21,1 kilometer is). Twee kilometer is erg lang als je het zwaar hebt.
  • Na de finish pas ik altijd voor de warme thee die wordt aangeboden. Gekke Nederlanders!

Wat zou het al fijn zijn als we binnenkort weer de grens over mogen voor een volstrekt essentieel familiebezoek!

IMG_3933b

Loperspraat – Mijn sportieve plannen voor 2021

Je zou kunnen zeggen dat 2020 ons vooral leerde dat het nutteloos is om plannen te maken in onzekere tijden. Wel, ik denk dat het in zulke tijden juist extra belangrijk is om plannen te maken, mits je er niet halsstarrig aan vasthoudt en je bereid bent om ze eender wanneer bij te sturen. Plannen maken, dat geeft richting en houvast. Ook provisorische plannen geven hoop. Een plan dat anders loopt dan verwacht, is geen mislukking, maar een koerswijziging. Dat het schip blijft varen, is al heel wat.

Er zijn plannen waarvoor ik afhankelijk ben van organisaties. De evenementensector richt z’n pijlen op het najaar. De Rotterdam Marathon van april 2020 werd een tweede keer verplaatst: 24 oktober 2021 is de nieuwe afspraak. De CPC Loop in Den Haag, een vaste waarde van het voorjaar, hoopt dit jaar een septembereditie te kunnen houden. In België plant de 10 Miles een najaarseditie, zwijgt de 20 km van Brussel in alle talen en gokt de Brussels Marathon op 3 oktober 2021. Leuk allemaal, maar aangezien een sportwedstrijd een massa-evenement blijft, durf ik daar ook niet al te veel op te hopen. Het zou geweldig zijn als het lukt, het is geen ramp als dat niet zo is. Hetzelfde geldt voor de La Chouffe trail in juli die mogelijk doorgaat binnen het format van de vrije en gespreide start. Mijn geslaagde 50 km smaakte naar meer en wie weet vind ik dat wel in Houffalize. De vraag is of een logeerpartijtje met de familie dan verantwoord is.

Het competitieve element van een wedstrijd miste ik helemaal niet. Wel de bijhorende trein- en automomentjes met Roos, het samen onderweg zijn, samen strategisch aanschuiven bij dixi’s en samen praten over onze loopervaring. Samen herinneringen maken dus, dat gemis voelde ik tot in mijn kleine teen. Ik kijk uit naar het moment dat we er weer volledig niet-essentieel op uit kunnen trekken. Mijn zussen verwachten natuurlijk een gek plan om samen naar toe te werken. Elkaar naar een snelle 3 kilometer schreeuwen, lijkt me daarom een mooi speerpunt van het voorjaar. Ik hoop ergens de komende maanden ook weer een marathon te kunnen lopen op eigen initiatief. Als ik wild mag dromen, dan graag in en rond Den Haag. Omdat Den Haag dus ons Parijs in Nederland is. Ook hier is enig voorbehoud op z’n plaats. Plezier- en dus ook marathonreisjes behoren momenteel niet tot de mogelijkheden. Niet alle dromen hoeven echter bedrog te zijn.

Samen sporten is tegenwoordig een fijner alternatief dan samen in een tuin te zitten koukleumen. In gezelschap lopen of fietsen heb ik daardoor nog meer naar waarde leren schatten. Een beetje eenzaamheid en kluizenaarschap is mij niet vreemd, maar mijn innerlijke mens haalt heel veel energie uit samen actief zijn. Er zijn mijn pauzeloopjes op school met collega’s Bart en Murielle, er zijn fietstochten met Rembert, er zijn de zussenloopjes en binnenkort ook een loopje met Elizabeth. Al lopend babbel je op een nog spontanere manier. Ik zou zelfs durven zeggen dat je al babbelend ook op een spontanere manier loopt.

Oh ja. Hoe zit het nu met die witte schoenen? Ik was misschien iets te optimistisch – of ronduit naïef – toen ik verkondigde dat het met de viezigheid wel zou meevallen. Ik droeg ze sindsdien niet meer. Het merendeel van mijn looppaden is voorzien van een verraderlijk vies modderlaagje, waar mijn trailschoenen wel weg mee weten, maar mijn witte schoenen nachtmerries bezorgt. Laat hen dus maar zorgeloos dromen van vlakke en propere asfaltwegen. Ook die tijd komt er weer aan. Geduld.