Loperspraat – Hoe wij voor even helden waren in Houffalize

In Houffalize vind je geen idyllisch sprookjesbos. Je ziet er vooral heel veel dennenbomen en met wat geluk een kabouter. Op zaterdag 9 juli werd Houffa voor twee zussen echter een magische plek. Als je hard je best doet en doorzet dan kan je boven jezelf uitstijgen door een droom na te jagen. Toen Seppe in het najaar van 2020 de 158 kilometer lange GR Hageland route liep, ging er iets kriebelen bij Roos en mij. 100 kilometer lopen: hoe zot zou dat zijn? Zo werd het zaadje geplant om een ultra trail te lopen in Houffalize omdat we daar al enige trailervaring hadden opgedaan. Voor we ons aan die 100 kilometer waagden, zouden we voor de 68 km lange La Chouffe trail gaan. Soms is de grens tussen een grootse droom of een geschift plan behoorlijk flou. Als je op het punt bent aanbeland om een droom om te zetten in een daad, dan wordt dat plan plots een afschrikwekkende berg waarvan je niet weet of en hoe je erover zal geraken. Naast een goede voorbereiding vraagt het sowieso ook heel veel moed om in Houffalize 68 kilometer te lopen met 2000 hoogtemeters. Daar gewoon aan de start staan was al een kleine overwinning op zich.

Om 8u beginnen we aan de onderneming van de dag. Met drie Odeynen aan de start, want ook Seppe koos last minute voor de langste La Chouffe afstand. De eerste kilometers lopen over de ravel die Houffalize met Bastogne verbindt: 2 asfaltkilometers die we als aanloopje gepresenteerd krijgen. Na wat draaien en keren, springen en stijgen, volgt een eerste pittige afdaling waarbij ik al goed moet nadenken hoe ik mijn voeten best neerzet. In 2017 dook papa hier als een ongeleid projectiel naar beneden. Als ik na een handvol kilometers Houffalize-city doorkruis, lopen er voor mij twee mannen al babbelend met een flukse doch ontspannen tred, alsof ze casual aan het loslopen zijn. Ik besluit me wat achter hen te verschuilen om zo te kunnen meesurfen op hun relaxte houding. Als ik halvelings bij hun gesprek inpik, heb ik niet eens echt door dat we over het (toch wel gevreesde) BMX-parcours lopen, waarna ook een heel venijnige klim volgt. Ik kom te weten dat Pieter een marathonloper is (met een PR van 2u45) en dat Jari traint voor een nog langere trailrun in Zwitserland.

DWIX8772

Bij mijn vorige trails in Houffalize zonk de moed me al in de schoenen na 10 kilometer. Ik vond niet de goeie cadans (logisch, het is trailrunning), blies mezelf helemaal op en ik voelde de verzuring veel te snel. Vandaag moet dat anders. Mijn mantra wordt: lopen is leuk. Lopen is wat ik kan, wat ik graag doe en elke meter die ik loop brengt me sneller bij m’n doel dan elke meter die ik stap. Lopen is leuk! Lopen is leuk! Wat verderop haak ik mijn karretje weer aan bij Pieter die alleen loopt, tot hij stopt voor een eerste bevoorrading van zijn ouders. Zelf kijk ik uit naar het eerste bevoorradingspunt aan de brouwerij van Achouffe op kilometer 16. Het is daar best druk, maar de sfeer is zoals steeds gemoedelijk. Ik vul mijn water bij, steek snel wat eten in mijn mond en zie hoe Pieter mij aan een rotvaart voorbij racet. Die zie ik nooit meer terug, denk ik bij mezelf. Niks bleek minder waar. Ik vervolg mijn weg langs het water over een best goed begaanbaar pad. Een moment van onoplettendheid wordt meteen afgestraft als ik plat op mijn buik val. Mijn knie en hand zijn wat geschaafd, maar ach: als het dat maar is. Ik heb mijn les wel geleerd. Niks bleek minder waar. En ook nog steeds: lopen is leuk, zeker als dat het enige is waar je mee bezig moet zijn.

Na een paar kilometer loop ik weer samen met Pieter en zijn we vertrokken voor een heel lang avontuur samen. Pieter is met zijn 22 jaar de op één na jongste deelnemer van het pak. Hij loopt in competitieverband afstanden van 10 km tot de hele marathon. Vorig jaar liep hij in Houffalize de 36 km. Bovendien is hij ook een laatstejaars student kinesitherapie (in een sportieve context heb je daar veel meer aan dan met een leerkracht op pad te zijn). We mogen dan wel anderhalve generatie schelen, de snotneus en de oude bes vinden elkaar helemaal als (marathon)lopers onder elkaar. Als liefhebbers van het vlakke wegdek hebben we ook het ideale excuus om ons low-profile op te stellen: we zijn maar marathonlopers! Ik probeer mijn mantra ook aan Pieter op te leggen: we moeten lopen positief blijven benaderen, dat zal later nog lonen. Ik ben verder echt niet bezig met het tempo dat we per kilometer halen en met hoeveel (of hoe weinig) kilometers er al op de teller staan. In mijn hoofd ben ik nog behoorlijk fris. Hoe dan ook ben ik minder onder de indruk van de omstandigheden dan enkele jaren geleden. Mijn lichaam beaamt dat. Die positieve boodschap wil ik zeker aan mijn ouders overbrengen die samen met Niko (mijn lieve schoonbroertje) paraat staan bij de waterpost op kilometer 25. Ik krijg daar ook te horen dat ik als tweede loop en Roos als vierde. Dit is geen competitie, maar wel een bevestiging voor ons, de marathonlopers, dat we goed bezig zijn.

LFWT3725

Hoe leuk ik lopen nog steeds vind, het is niet zonder risico. Rond kilometer 28 lopen we (weer maar eens) langs de Ourthe over een smal pad met behoorlijk wat sprongetjes en obstakels. Ik maak een onschuldige schuiver met mijn voet langs de waterkant, ik kan me nét niet vastklampen aan een boom en voor ik het goed en wel besef, glij ik op mijn buik met mijn hoofd richting de Ourthe. Hier en daar probeer ik me nog wat tegen te houden, maar er is amper houvast, de kant is te steil. Na een glijpartij van een meter of 3 slaag ik erin om met mijn voeten eerst in het water te landen. Ik krijg een stevige hand aangereikt van redders Frederik en Pieter om naar boven te klimmen. Weer wat schaafwonden rijker besef ik nu echt dondersgoed hoe snel het gebeurd kan zijn en hoe dit ook minder fortuinlijk had kunnen aflopen. Er zijn plaatsen waar je tientallen meters naar beneden glijdt en minder zacht landt. Ik voel de adrenaline weer stromen. Lopen mag dan wel leuk zijn, ik neem me voor om nog beter uit mijn doppen te kijken. Al is dat echt geen evidentie: er lijkt geen meter te passeren waarbij er niet iets uit de grond steekt, er is geen paadje (als dat er al is) zonder bult, put of steen (rots). Trailrunning is zonder meer een prachtige sport omdat je op een heel primaire manier van lopen kan genieten net omdat het een bepaalde focus vraagt.

Pieter en ik, wij blijven gaan. Elke kilometer zeggen we allebei eens dat we toch echt wel goed bezig zijn. De benen worden natuurlijk wat strammer, maar al bij al kunnen we nog steeds behoorlijke stukken lopen. Dat geeft de loper moed. Aan sfeer en gezelligheid dus geen gebrek. Als we op km 35 zitten, zeg ik al lachend dat de marathon kan beginnen. Het is nu uitkijken naar de bevoorrading van kilometer 36. Terwijl Pieters vader (die garagist is) daar bezig is een vastgereden auto uit de berm te trekken, spoelt de stagiaire-kine mijn wonden uit. Na een paar minuten zetten we onze weg verder. Het parcours kent echter geen genade. De kilometers kruipen voorbij omdat we heel wat steile stukken moeten overwinnen. Hoewel mijn compagnon best vaak struikelt, slaagt hij er altijd in om recht te blijven. Ik daarentegen ga nog een derde keer tegen de grond. Met net te weinig schwung spring ik op een betonblok waardoor ik achter de rand blijf haken en met een harde smak op het beton knal, een klap die ik opvang met mijn rechterschouder en -kaak. Het is zo’n val waarbij je je hoofd eventjes hoort kraken. Ik krijg weer een helpende hand aangereikt. Het beton is (logischerwijze) niet mals geweest voor mij. Mijn beide knieën liggen nu open, mijn schouder en gezicht bloeden. De carrosserie is met andere woorden gehavend, maar de spirit om te blijven gaan is er nog steeds. Ik neem mezelf voor de derde keer voor om nóg beter uit mijn doppen te kijken.

ISQW0254

Stilaan begint er een dip te komen in ons aanvankelijk niet-aflatende enthousiasme. De kilometers gaan tergend traag voorbij en we hebben nog niet eens onze marathon gelopen (we kunnen het niet laten om die erbij te betrekken). Het lijf begint meer pijn te doen en het kost steeds meer moeite om dat in gang te trekken. We zijn al 5 uur onderweg. Het dringt door dat we nog een lange weg te gaan hebben. Je zou kunnen denken dat op een bepaald moment de verveling toeslaat bij een onderneming van dat kaliber. De realiteit is dat je snakt naar verveling, maar helemaal opgeslokt bent door wat je aan het doen bent: pijlen zoeken en volgen, een spoor kiezen, wat klimmen over boomstammen of over rotsblokken, heen en weer lopen, op en neer lopen, drinken, bergop stappen en naar adem happen omdat het zo steil is, niet weten hoe je een afdaling moet nemen en dan pijn hebben aan je verzuurde pikkels. Het is totaal irrelevant, maar we lopen onze marathon in 5 uur en 25 minuten.

XXGB3800

Aan de waterpost van kilometer 46 is wederom een goede ambiance, maar ons vat is best leeg. We moeten nog 20 kilometer overbruggen. Hoe lang zal dat nog duren? Hoe lang kunnen wij nog blijven gaan? De volgende mijlpaal is die van de 50 kilometer, 6 kilometer daarna volgt dan de laatste bevoorrading. We hebben iets nodig om ons aan vast te klampen. Als kilometer 50 een feit is wordt er echter geen vuurwerk ontstoken. We vervolgen onze weg, soms naast elkaar, soms achter elkaar. We blijven wel zeggen en denken dat we goed bezig zijn. Ik probeer mijn mantra bij te stellen van “lopen is leuk” naar “lopen is efficiënt”. 100 meter lopen, al is het traag, gaat altijd sneller dan 100 meter stappen. Hoogtemeters kunnen we amper nog lopend verwerken. Met als gevolg dat we ons binnen één kilometer gemakkelijk een keer of 6 terug op gang moeten trekken. Dat doet pijn, steeds een beetje meer. Op kilometer 52 doemt plots een bekende man op uit het niets: papa! Mijn supportersteam staat op post en dat geeft toch weer een heel klein beetje vleugels. Ze schrikken wel wat van mijn beschadigde aangezicht, maar ik loop nog steeds tweede en niemand minder dan Roos Odeyn – the one and only – is de nummer 3. De marathonlopertjes rechten hun rug en gaan voor de zoveelste keer terug op pad.

Na dit aangename intermezzo krijgen we plots het gezicht te zien van de loper met het rode shirt die we al heel lang zo nu en dan voor ons uit zagen lopen. We vinden aansluiting bij Vincent die nog met een heel soepele tred loopt, uitermate positief is en trailstokken heeft. Alle tekenen die er voor ons, wannabe traillopers, op wijzen dat we hier met een ervaren ultra trailloper te maken hebben. Vincent wuift dat meteen weg. Ook bescheidenheid is een eigenschap van de trailloper: hij is namelijk niet bepaald aan z’n proefstuk toe. In december liep hij de Bello Gallico van maar liefst 160 kilometer en zelfs dat deed hij niet voor het eerst. Als je hem ziet gaan, dan denk je echt dat lopen ook na 55 kilometer nog leuk is. Vincent wordt de nieuwe metronoom. We proberen te lopen als hij loopt en vinden het veroorloofd om te stappen als hij dat doet. Bij onze laatste rivieroversteek blijkt ook hoe onervaren Pieter en ik door de Ourthe waden, alsof we vastgelijmd zijn aan de bodem, heel behoedzaam voetje voor voetje om vooral niet uit te glijden. Vincent daarentegen lijkt over water te kunnen lopen. Niet veel verder gebeurt er nog een mirakel als we zowaar een volle kilometer aan een stuk kunnen lopen. Het kost echt heel veel moeite, maar het doet ook deugd omdat je meteen voelt dat het zelfs met die ganzenpas de snelste manier is om afstand te overbruggen.

Op die manier bereiken we de laatste bevoorrading op kilometer 56. We maken dankbaar gebruik van het korte stukje asfalt dat we voorgeschoteld krijgen voor we ons weer into the wild begeven. We maken ook weer schaamteloos gebruik van Vincent als wegkapitein. Ik probeer me enkel te focussen op zijn tred, niet te veel meer na te denken en mijn kapotte benen te negeren. Ik beeld me in hoe we met z’n drieën aan een elastiek hangen en hoe die mij vooruit trekt. Helaas voel ik ook dat het elastiek achter mij onder steeds meer spanning komt te staan. Als ik achterom kijk, zie ik dat Pieter het steeds lastiger krijgt en terrein verliest. Moet ik nu verder lopen zonder mijn maatje? Moet ik stoppen en op hem wachten? Ook dat lijkt tegennatuurlijk. Ik loop, ik kan lopen, lopen is niet echt meer leuk, maar nog steeds de snelste manier om die finish te bereiken. Ik focus me dus op de weg die voor mij ligt, op het rode shirt en die fantastische rug van Vincent.

Rond kilometer 60 voelt het eindelijk alsof het einde in zicht is. Vincent heeft duidelijk nog meer overschot en loopt inmiddels een goed stuk voor mij. Al spoort hij me onbewust wel nog aan om voor de sub 9 te gaan. Er is inmiddels ook een kakelvers blik lopers over het parcours uitgeschud: de staart van de 14 km wedstrijd. Al puffend, waggelend en strompelend haal ik er nog heel wat in. Zelfs op de allerlaatste klim op kilometer 62 die er heel stevig in hakt. Ik heb amper nog kracht in m’n benen en moet zelfs twee keer halthouden om goed in te ademen en met een laatste restje moed naar boven te klimmen. Stilaan sijpelt het door dat er een einde komt aan dit waanzinnige avontuur. Met die gedachte slaag ik er nog in om een volle kilometer aan een stuk te lopen. Op de allerlaatste geaccidenteerde afdaling neem ik geen enkel risico om te vermijden dat ik nog eens tegen de grond zou gaan. Ik zie de finish, ik hoor mijn supporters roepen en fluiten. Ik kan dan ook niet anders dan met een heel grote glimlach onder de gele Arc de Triomphe door te lopen. Ik ben 2e vrouw en 26e overall in 8 uur en 53 minuten. Dit is echt te zot voor woorden!

RCNE4312

JRLU2554

Wat overheerst is de opluchting: het zit erop en het is gelukt. Bovendien heb ik er alles uitgeperst wat erin zat. En dan is het wachten op Pieter, die had het nog heel zwaar gehad de laatste kilometers waardoor hij noodgedwongen heel veel heeft moeten stappen. Het maakt allemaal niet uit, want ik ben apetrots op zijn prestatie. Zonder zijn gezelschap zou ik deze dag zonder twijfel een pak minder positief hebben doorstaan. En dan is het wachten op dat straffe zusje van mij. Jawel hoor, ze loopt daar zo eventjes als derde over de finishlijn! Ik heb nooit getwijfeld aan haar kunnen, ik weet dat ze kan bikkelen als geen ander, maar ik ben toch diep onder de indruk. Wat een tour de force! Achteraf hoorde ik dat ze na 6 kilometer al dacht: dit lukt nooit! Ze was niet alleen een uur langer onderweg, ze was ook helemaal op zichzelf aangewezen omdat ze amper in gezelschap had kunnen lopen. Nog helemaal high van alle emoties staan we daar dus met ons tweeën te blinken (en stinken) op het podium, een scenario waar we zelfs in onze stoutste dromen geen rekening mee hadden gehouden.

HPYB8384

Wat gebeurde er trouwens met Seppe? Die miste als koploper van de race een pijl en kwam daardoor ongewild op het parcours van de 47 km wedstrijd terecht (die hij officieus won). Toch wel een kleine domper op de feestvreugde. Toen Roos en ik finishten was Seppe al lang terug in hometown Herent waar hij ook al 40 kilometer was gaan fietsen. Ik zei dat er drie Odeynen aan de start stonden, eigenlijk waren het er de volle vier. Omdat onze zus Marike zo intens met ons heeft meegeleefd. Omdat zij een onmisbare schakel is bij de uitvoering van al die wilde dromen. Omdat we zonder haar nooit compleet kunnen zijn. Het is zoals de drie musketiers die eigenlijk ook met vier waren.

Voor de start zei Roos met een lachje: denk eraan, good vibes only! De dikke knipoog moet je er zelf bij denken, want ik heb een hekel aan die quote (als in: zo werkt het niet in het leven). Nu overweeg ik toch om die in het groot en breed in huis op te hangen. Misschien moet ik hem zelfs op m’n arm laten tatoeëren. Soms is het wel degelijk zo simpel. Alleen ontstaat die positieve ingesteldheid niet op commando. Je moet zelf de omstandigheden creëren waarin de goede vibes toonaangevend zijn. Ik heb die in de eerste plaats te danken aan de afleiding die ik vond bij mijn loopmaatje van de dag. Ook heb ik geleerd van mijn vorige deelnames in Houffalize dat het weinig zin heeft om te foeteren op de bergen. Daardoor kon ik met momenten oprecht genieten van alles wat we onderweg hebben gezien en meegemaakt. De Ardennen zijn adembenemend mooi. We hebben panoramische uitzichten gehad waar geen postkaart tegenop kan. We hebben wandelwegen belopen waar ik me anders nooit aan zou wagen.

Ik vind het moeilijk om deze ervaring te vergelijken met een marathon lopen of deelnemen aan de Hel van Kasterlee. In mijn ervaring is het grote verschil met de duurinspanning van de marathon of van een eindeloze winterduatlon dat die monotoner van aard zijn. De voorspelbaarheid ervan ligt wat hoger. Je kan op voorhand en tijdens de race beter anticiperen op mogelijke obstakels (zowel mentaal als fysiek). De pijn van je verzuurde benen neemt gestaag toe, maar het blijft wel dezelfde pijn. De strijd die je voert in je hoofd is eveneens redelijk onveranderlijk. Je moet en zal blijven lopen (of fietsen) en dat is zonder meer kei hard afzien. Trailrunning is de sport van 50 shades of afzien. Tijdens een trail besef je dat “afzien” zich aandient in diverse veranderlijke verschijningsvormen. Afzien is: overal in je lijf rare pijntjes hebben en dan beseffen dat je nog een lange weg te gaan hebt. Afzien is: je wil nog steeds vooruit. Afzien is ook: lopen en dan plots een berg moeten beklimmen met rotsachtige uitstekers. Afzien is: willen lopen, maar niet kunnen. Afzien is ook: kunnen lopen, maar niet willen. Afzien is: een kilometer verdelen in 10x 100 meter en dan ook 10x verrast zijn met wat je voor de voeten krijgt. Afzien is ook: blij zijn dat het branderige gevoel van de schaafwonde op je knie de verzuring tijdelijk verdringt. Afzien is: dat je eigenlijk niet meer weet hoe je je voelt.

Tot slot kreeg ook het begrip “doorzetten” voor mij een bredere invulling. Je bent geneigd om bij doorzetting te denken in termen van vechten, strijden en knokken. Het is echter onmogelijk om uren aan een stuk in vechtmodus te zijn. Tijdens een trail ervaar je dat doorzetten vooral ondergaan is. Je neerleggen bij het feit dat wat je aan het doen bent zwaar is. Aanvaarden dat je lichaam en geest het lastig hebben. Je moet niet in de clinch willen liggen met de berg of de grilligheid van het landschap (die strijd win je immers nooit), maar het laten begaan. Een dikke vette les in go with the flow, ook als er heel weinig flow blijkt te zijn. Om er meteen een les mindfulness bij te gooien: door die houding zat ik ook veel meer in het moment. Als ik het zwaar heb tijdens een marathon dan zoek ik de afleiding buiten datgene waar ik mee bezig ben. Nu was de tocht zelf de afleiding. Wat ik heb meegemaakt tijdens die 8 uur en 53 minuten in Houffalize is zonder meer een rijke en onvergetelijke ervaring. Dit is uiteindelijk waarom ik loop: om herinneringen te maken, grenzen op te zoeken, om op avontuur te gaan en dat te kunnen delen met ieder die mijn pad kruist. Mocht je er nog aan twijfelen: lopen is leuk. Juist om die reden is de droom van de 100 kilometer nog even levendig.

SCXR9338

Nog enkele weetjes:

  • er stonden 114 gekken aan de start van de 68 km, waaronder 8 vrouwen, 96 deelnemers haalden de finish
  • een diepe buiging voor de Luxemburgse Shefi Xhaferaj die amper 7 uur en 10 minuten nodig had om 68 km af te haspelen, wat een vrouw!
  • we staken in totaal 4x de Ourthe over, de ene keer al langer en dieper dan de andere, Pieter en ik liepen ook 2x verkeerd
  • in vogelvlucht waren we op het verste punt slechts een kilometer of 12 van Houffalize verwijderd, kan je nagaan hoeveel lussen en kronkels we hebben gemaakt
  • oh ironie 1: één van de eerste gesprekken met Pieter ging over de vele hoogtemeters van de Paris marathon, dat zijn er zeker 100!
  • oh ironie 2: tijdens een trail run hard ten val komen op een betonblok
  • ik ben een fan van de reeks Earth’s Greatest Rivers, na tientallen kilometers langs en dito uitzichten op de Ourthe vind ik dat die rivier echt een eigen documentaire verdient
  • ik dronk onderweg 5 liter en at relatief weinig: 2 repen Clif bloks (het equivalent van 4 gels) en 4 sneetjes peperkoek
  • bij de bevoorrading op km 36 maakte Pieter een plaspauze, mannen kunnen volgens hem altijd plassen
  • op sommige plekken kruisten heel wat wandelaars ons pad, die staarden mijn geschaafde en vuile kop wel eens raar aan (begrijpelijk)
  • Marike zei na afloop heel stellig dat we haar nooit zullen kunnen overtuigen voor een trail run van dit formaat
  • Running Up That Hill van Kate Bush is voor eeuwig en voor altijd verbonden met Houffalize
  • de wondzorg van de EHBO-post liep een jaar of 20 achter, ik kreeg niet meer dan wat ontsmetting en moest smeken om een pleister, gelukkig hebben wij in de familie heel wat expertise in de hoedanigheid van mijn schoonzus Valerie
  • de actiefoto’s die Sportograph onderweg nam, lijken een zombie-filter te hebben: zowel Roos als ik zagen asgrijs en nooit eerder hadden we zo’n uitgesproken nekspieren
  • dit verslag schrijven kostte me veel meer tijd dan de trail lopen, ik had tijd nodig om alles te reconstrueren en op te schrijven (je maakt zoveel mee!), maar ook om onder woorden te brengen wat dit voor mij betekent

Loperspraat – Voorbeschouwing op de La Chouffe trail met Roos

Het is juli, het is zomer en voor sommigen vakantie. Dat betekent dat er eens zwaar gelopen kan worden in de Ardennen. Jawel, hoog tijd dus voor de La Chouffe trail in Houffalize (Houffa voor de vrienden). Ondertussen een min of meer vaste waarde op de loopkalender van de Odeynen. Net zoals in 2019 staan er maar liefst drie stuks aan de start van de 68 kilometer. Multisporter en all-round talent Seppe; marathonloper en ondergetekende Joke; en Roos, het jonkie die met haar 29 jaar op geen enkel vlak moet onderdoen voor haar broer en zus. Ik stelde haar wat vragen – ook inmiddels bijna traditiegetrouw – om alvast vooruit te blikken op het Ardens avontuur.

Roos, 68 kilometer lopen, waar haal je in godsnaam dat idee vandaan?
Ons idee (van Joke en mij) is eigenlijk om ooit eens meer dan 100 kilometer te lopen. 68 kilometer is dan misschien een logische tussenstap. Ik wil dit gewoon eens gedaan hebben. Om te weten of ik het kan, hoe het mij bevalt en hoe het voelt om zo lang te lopen. Ik hoop dan ook dat ik binnen de tijdslimiet van 11 uur kan finishen. Ik beschouw deze trail dus niet als een wedstrijd, maar als een lange looptocht waarin ik wil blijven doorgaan. Ik kan eigenlijk echt niet goed bergop lopen.

Hoe heb je je voorbereid op dit crazy avontuur?
Amper. Na de marathon in april hebben Niko en ik nieuwe ramen gezet in ons huis en ben ik het goede loopritme kwijtgespeeld. In de maanden april en mei liep ik wel wat wedstrijden, waar ik telkens te snel wilde gaan. Ik ben dan wat geblesseerd geraakt aan mijn knie. Mijn kine bevestigde dat ik niks kapot maakte door te lopen, maar ik liep gewoon echt niet vlot. In het voorjaar liep ik sneller en soepeler, gewoon met meer energie. Het is voor het eerst dat ik een lopersdip heb gehad. Er deed altijd wel iets pijn als ik liep. Het voelde nooit echt comfortabel. Om de trail tot een goed eind te brengen zal ik dus heel veel mentale kracht nodig hebben. Ik wil het van in het begin rustig aan doen, mijn tijd ervoor nemen, niet blijven beuken. Ik hoop dat mijn benen op de één of andere manier zullen blijven draaien. De spirit hoog houden, dat zal het belangrijkste zijn voor mij. Als ik het zwaar heb, kan ik bijvoorbeeld eens met Marike bellen om wat peptalk te krijgen.

Wat neem je onderweg mee om je te wapenen?
Ik denk eraan om een tweede GPS-horloge mee te nemen, want ik denk dat de batterij van mijn horloge niet zo lang kan meegaan. Om goed te kunnen indelen, is het wel echt belangrijk dat ik de vooruitgang kan zien, dat ik weet hoeveel kilometers ik nog te gaan heb. Ik ga ook een half uurtje oppeppende muziek luisteren van Dropkick Murphys en The Dead South, niet met oortjes, want ik wil gefocust blijven op het parcours. Qua voeding heb ik Clif bloks gekocht en neem ik ook wat gels mee. Mama en papa kunnen me onderweg hopelijk ergens nog een flesje met koolhydratendrank aangeven. In mijn trailrugzak zit een waterzak met 1,5 liter die ik dus zal moeten bijvullen bij de bevoorrading. Ik zou ook nog graag wat glutenvrij brood (red. Roos krijgt een allergische reactie als ze gluten eet tijdens of vlak voor een inspanning) hebben zodat ik niet alleen sportvoeding moet wegwerken. 

Waar kijk je vooral naar uit?
De trailsfeer natuurlijk! Ik vind een trail lopen echt leuk: op pad en onderweg zijn. Niet dat ik heel de tijd aan het genieten ben, maar ik vind het wel heel spectaculair om te zien waar je dan loopt. Er zijn echt nog delen van het parcours waar we nu ook weer gaan lopen die ik me herinner van de vorige keer. Na de brouwerij van Achouffe heb je bijvoorbeeld een heel lang stuk dat je langs de Ourthe loopt over een weggetje. Er is ook ergens een superzware klim met een mooi zicht. Ik moet het parcours trouwens nog eens goed bestuderen, want parcourskennis helpt mij altijd omdat ik dan scenario’s kan bedenken om me voor te bereiden. Ik bekijk het als 3x 20 kilometer lopen. De joekels wandel ik wel op, ik vind het echt niet erg om te moeten stappen. 

Wat vrees je het meeste?
Dat ik het niet haal of dat ik van in het begin tegen de tijdslimiet aan schurk en dat ik dus niet mijn eigen tempo kan aanvoelen, maar moet doorduwen. Ik heb gewoon al lang niet echt goed gelopen, waardoor ik heel hard twijfel aan mijn loperskwaliteiten. Ik ben wel helemaal niet zo zenuwachtig. Voor de marathon van Parijs stond ik twee weken ervoor al stijf van de stress. Je bent dan heel erg gebrand op een bepaald doel. Nu is het gewoon wat het is en zal ik wel zien wat het wordt.

Tot slot, de vraag die op ieders lippen brandt: hoe was Rock Werchter?
Geweldig! Studio Brussel had de slogan Party like it’s 2020, 2021 & 2022 en zo was het ook echt. Ik was vergeten hoe leuk ik het vond: de muziek (harde gitaren!), het live-gegeven, het samenzijn met de vriendengroep. Voor Niko was het de eerste Werchter en die is ook helemaal verkocht. Als voorbereiding op de trail heb ik natuurlijk wel net te veel bier en frieten weggewerkt, maar ik heb vakantie en kon deze week dus rustig aan doen: goed slapen en mentale rust vinden. Dat is heel belangrijk.

Liefste sis, er is echt geen enkele reden om te twijfelen aan jouw loperscapaciteiten. Je hebt een solide basis, bent een ervaren afstandsloper en jij kan heel veel aan. You rock, girl!

Loperspraat – Waarom ik nooit een echte trailloper zal zijn

Houffalize lonkt. Over 20 dagen staan Roos en ik aan de start van de La Chouffe trail: een looptocht van 68 kilometer met ook nog eens 2080 te overbruggen hoogtemeters. Een nieuw grensverleggend loopavontuur dat zich ver buiten de comfortzone van de marathon bevindt. Niet dat marathons lopen voor mij moeiteloos of pijnvrij aanvoelen, maar ik weet wel behoorlijk goed waar ik me aan kan verwachten en hoe ik me daarvoor kan klaarstomen. Bij een trailrun van dit kaliber is dat helemaal anders: hoe goed ik me ook probeer voor te bereiden, het voelt als een grote sprong in het diepe. Al ben ik ook niet helemaal aan mijn proefstuk toe. In 2017 liep ik al eens 50 kilometer in Houffalize en in 2019 liep ik me helemaal kapot op de 36 km. Ik ondervond toen telkens dat trail running toch een heel eigen discipline is binnen het loopwereldje. Als gedreven marathonloper werd ik keihard met de beperkingen van mijn loopcapaciteiten geconfronteerd.

Hoe dan ook vind ik traillopers zonder twijfel de sympathieksten der lopers. Nergens is de sfeer aan de start zo amicaal als bij een trailrun. Ze hebben het niet over een wedstrijd of een race. Ze klagen of zuchten ook niet als ze onderweg zijn. Ze houden van de natuur in al z’n facetten. Avontuur en beleving zijn belangrijker dan een tijd of resultaat neerzetten. Een trailloper lijkt kortom zenner dan zen in het leven te staan. Als gewoon lopertje kan ik alleen maar houden van die (wellicht geromantiseerde) kenmerken waar de trailloper voor staat. Helaas zal ik nooit een echte trailloper zijn en daar heb ik vijf goede redenen voor.

Ik blijf bergop lopen een opgave vinden. Ik hou echt heel erg van de natuur en de bergen, maar dan vooral om ernaar te kijken of erover te lezen: lang leve Paolo Cognetti! Als ik hoogtemeters maak, gaat er in mijn lijf een waarschuwingssignaal af: pas op! hoogtemeters! de motor moet harder draaien! Ik ga een strijd aan met de berg (of heuvel of glooiing of wat dan ook), want mijn lijf wil een tempo aanhouden. Ik ben de loper met de krachtige motor die zich focust op de juiste cadans om dan als een metronoom mijn voeten over het asfalt te laten tikken. Trailrunning daarentegen dat staat voor een duizelingwekkend aantal intervals, een overdaad aan variatie en onvoorspelbaarheid op alle gebieden.

Ik ben als de dood voor teken en heb een hekel aan alles wat vliegt, kruipt en steekt. Laat een grizzlybeer of everzwijn mijn pad kruisen: ik weet hoe ik adequaat moet handelen. Insecten daarentegen kunnen mij echt gek maken. Nu denk je waarschijnlijk dat het redelijk aanstellerig is om je druk te maken over insecten als het melkzuur tot achter je oren zit. Wel, net dan word ik hypergevoelig voor de terreur die insecten kunnen veroorzaken. Je neemt natuurlijk wel je voorzorgen om ongedierte op een afstand te houden, maar door al dat gezweet (behoorlijk extreem bij mij), ben je gewoonweg een insectenmagneet. Bij de trail in 2019 werd ik in mijn gezicht (!) door drie verschillende insecten gestoken. Ik hield daar nét geen nachtmerries aan over.

Ik drink en eet zelden tijdens een looptraining. Wie hier al langer mijn marathonverslagen leest, weet dat hoe vaker ik marathons liep, hoe heftiger mijn lichaam reageerde op sportgels en -drank. Bij mijn eerste marathon kon ik het perfecte voedingsschema aanhouden, bij mijn laatste twee marathons consumeerde ik 3 gels en een beetje water. Die minimale voedingsinname geeft mij voldoende energie om tot het einde te blijven gaan zonder dat er een wild feest ontstaat achter mijn buikwand. Een persoonlijk succesrecept dat regelrecht indruist tegen elk voedingsadvies. Aangezien ik in Houffalize makkelijk een uur of 9 onderweg zal zijn, is eten en drinken niet minder dan een bittere noodzaak. Ik ben er nog niet helemaal over uit hoe ik dat ga aanpakken.

Ik vind het lastig om tijd en snelheid helemaal los te laten, hoe graag ik ook de vrouw van de beleving wil zijn. Je kan een gemiddeld tempo tijdens een trail run niet vergelijken met wat je bij eender welke andere wedstrijd loopt. Om deze 68 km af te tikken, geeft de organisatie ons 11 uur de tijd. Dat is best strak. In 2019 had de eerste vrouw 9 uur en 18 minuten nodig om de finish te halen. In 2021 was dat slechts 6 uur en 57 minuten. Het is met andere woorden heel moeilijk om in te schatten wat voor mij haalbaar is. Ik wil zeker geen bepaalde tijd of plaats in de rangschikking halen, maar een indicatieve richttijd zou me een stukje controle geven over wat me te wachten staat en hoe ik me verhoud tot die 11 uur.

Ik vind de eenzaamheid van het traillopen soms best akelig. In 2017 kreeg ik mijn papa zo ver om te vergezellen tijdens die 50 km omdat ik schrik had om verloren te lopen. Dit jaar was het eigenlijke plan om de 68 km samen met Roos af te leggen, qua zussenmoment zou dat wel kunnen tellen. Inmiddels zijn we echter tot de conclusie gekomen dat het – al die gezelligheid ten spijt – verstandiger is om het ieder voor zich aan te pakken zodat we elk ons eigen lichaam kunnen volgen. Een dag alleen zijn schrikt mij op zich niet af, ook de Hel van Kasterlee is in se een eenzame bezigheid. Bij een trail bevind je je echter verder weg van de bewoonde wereld. Voor iemand die in een vingerknip een waslijst aan rampscenario’s kan bedenken, boezemt dat toch behoorlijk wat angst in. Gelukkig heb ik vooral ook heel veel zin in dit avontuur. Juist omdat je alleen maar grenzen kan verleggen door er eens los over te gaan. Naast de angsthaas schuilt er ook een optimist in mij die ervan uitgaat dat het op de één of andere manier wel in orde komt. Een goed verhaal, een La Chouffe en een familiaal weekend levert Houffalize ons sowieso op.

Met een speciale dankjewel aan Sam en Joséphine die met hun vrolijke hoofden op de foto (en ook vorige week in het echt) tonen wat een groot plezier off-road lopen kan zijn!

Loperspraat – Ik loop dus ik ben

Ik loop dus ik ben en ik denk ook veel na over wie ik ben.*

Eén van die vraagstukken is hoeveel procent van mezelf uit “de loper” bestaat: een vreemde denkoefening waarbij ik nooit tot keiharde cijfers kom. Ben ik in wezen niet 100% loper? Soms kan ik echt tot in het diepst van mijn vezels voelen dat lopen in mij verankerd zit. Het is iets waar ik altijd op de één of andere manier mee bezig ben. Ik kan afkicken van mijn werk, maar ik kan lopen nooit echt lossen. Dat doet dan weer de vraag rijzen waarom ik die gedreven loper in mij pas op m’n 28e ontdekte? Terwijl ik mijn hoofd er verder over breek, kan ik wel vertellen wat het in mijn dagelijks leven betekent om loper te zijn.

Ik loop dus
ik weet exact hoe lang een kilometer is
ik kan vlot rekenen met minuten en seconden
ik tel af in weken en dagen naar loopgerelateerde uitdagingen
ik knik vriendelijk naar ieder – mens of dier – die mijn pad kruist
ik krijg al eens een hond achter mij aan
ik waan me bij het verkeerslicht een fietser
ik zie elke loper als ik in de auto zit
ik vind lopers bij voorbaat sympathieke mensen
ik ben gefascineerd door loopschoenen en oranje dozen
ik zie overal loopmogelijkheden en -momenten
ik loop het liefst rond met blote benen
ik hou van de ochtend en lichtjes gespannen benen tijdens de dag
ik weet wie Phidippides is
ik hou van Houffalize, Bashir Abdi en Eliud Kipchoge
ik eet graag havermout volgens diverse bereidingswijzen
ik heb altijd chocomelk in huis
ik lig elke maand op de tafel bij de kine voor een check-up van de carrosserie
ik heb meer aandacht voor mijn teen- dan vingernagels
ik kreeg al vaak complimenten over de anatomie van mijn voeten
ik denk eens in de zoveel tijd bij een vreemd pijntje dat het gedaan is met lopen
ik kan me oriënteren dankzij looproutes en -evenementen
ik kijk en herbekijk marathons integraal
ik droomde eens dat ik een marathon liep, niet tevreden was met mijn tijd en besloot om meteen dezelfde marathon nog eens te lopen (ik kon mijn tijd niet verbeteren)
ik heb soms nachtmerries over hoe ik de start mis van een marathon
ik kan kippenvel krijgen als ik denk aan de finish van een marathon

*naar Je pense, donc je suis – cogito ergo sum van René Descartes

Loperspraat – Mijn voorjaarsplannen van 2022

2022 begon met een sportieve knal. Allereerst bleek mijn prestatie in Rotterdam, tot mijn eigen grote verbazing, goed te zijn voor een 27e plek op de Belgische marathonranglijst van 2021. Daarbovenop won ik mijn eerste wedstrijd van het kakelverse jaar en knalde ook Roos naar een podiumplek. Ik denk nog vaak aan dat zonovergoten Rotterdam, een magische en snelle dag waarop ik eens te meer besefte dat marathons lopen mijn tweede natuur is. Gelukkig loert het volgende marathonavontuur al om de hoek. Sowieso stemmen mijn sportieve plannen voor het voorjaar van 2022 me hoopvol. Ik zou het zelfs een klassiek voorjaar durven noemen met enkele vaste waarden die voor de stabiliteit zorgen, een tripje naar Parijs en een grensverleggend zussenavontuur.

Flashback naar vorige zondag. Roos en ik zakken af naar Holsbeek voor de Naturarun. We kozen resoluut voor de langste afstand van 21 kilometer. Een halve marathon in de vorm van een bosloop dus, al was er weinig tijd om van de natuur te genieten. Na 8 kilometer was ik al aan het sakkeren op het vele klim- en klauterwerk. Ik snakte naar wat vlakkere stukken om tempo te maken (om die reden moet je niet deelnemen aan een off-road wedstrijd, duh). Onderweg kon ik het nauwelijks geloven, maar ik liep dus wel degelijk als eerste vrouw over de streep. De eerste echte zege die ik op mijn palmares kan schrijven. Het feestje werd nog mooier toen Roos als derde over de finish kwam en ons eerste zussenpodium werkelijkheid werd. En er was nóg een reden om goedgemutst huiswaarts te trekken. We leerden namelijk Sam kennen, een oud-leerling van onze school die bij toeval op mijn blog stuitte toen hij op zoek was naar marathonverhalen. Sam heeft niet alleen een warme persoonlijkheid, maar is ook een supergetalenteerde loper die bij zijn marathondebuut (in barre omstandigheden) meteen een 3u01 liet optekenen. Bashir mag dus op beide oren slapen: de opvolging is verzekerd.

Het voorjaar van 2021 zou ik karig noemen. In mei liep ik 51 kilometer in heel goed gezelschap, maar verder moet ik hard nadenken om herinneringen op te halen aan die periode. Hoewel ik sportief niet stil zat, bevond ik me toch in een soort van voorjaarsslaap. Bij nader inzien miste ik de competitieprikkels best hard. Het doet me dan ook oprecht plezier dat de kalender van 2022 zo rijkelijk gevuld is. Een groot piekmoment wordt de marathon van Parijs op 3 april waar ik een paar minuten van mijn PR hoop te kunnen prutsen. Ook Roos gaat in Parijs op jacht naar een nieuwe recordtijd op de marathon. Ik heb er alle vertrouwen in dat ze haar tijd van oktober 2019 zal verbeteren. Kortom, aan strijdvaardigheid en ambitie geen gebrek. Het toeval wil trouwens dat ook Sam in Parijs aan de start zal staan. Hij vertrekt voor een sub-3, of wat had je gedacht?

Voor de vaste waarden op onze loopagenda zakken we op 13 maart (hopelijk) af naar Den Haag voor de CPC Loop, waar ik mijn PR op de halve zou willen scherper stellen door onder de 1u30 te duiken. 3 weken voor de marathon is een halve marathon de ideale vormmeter. In april is het traditiegetrouw tijd voor de 10 Miles en in mei is de 20 km van Brussel aan de beurt. Tussendoor hopen we wat stratenlopen mee te pikken. Ik word die platgetreden wedstrijden niet beu. Sterker nog, ik ga ze juist meer waarderen. De asfaltvreter in mij komt altijd aan zijn trekken in een stadse omgeving met ambiance en ik hou van het hele onderweg zijn en de beleving die zo’n evenement biedt. Of ik in Antwerpen of Brussel mijn toptijden van het najaar kan verbeteren, dat betwijfel ik. De omstandigheden waren toen ideaal omdat ik beide wedstrijden met uitgeruste zomerbenen kon aanvatten en ook het weer redelijk perfect te noemen was. In het verleden vergaloppeerde ik me al eens in mijn ambitie om steeds beter te willen doen. Ik doe heel hard mijn best om me niet weer aan die steen te stoten.

In juli staat er heel andere koek op het programma. Dan gaan Roos en ik samen op avontuur in Houffalize. We tekenen daar present voor de langste afstand van de La Chouffe trail, goed voor 68 kilometer “loopplezier”. Jawel, een dagtocht vermomd als loopwedstrijd die we zij aan zij willen beleven. Het zal veel pijn doen, dat weet ik nu al. Ik ga sakkeren en afzien, mezelf vervloeken om die crazy ideeën die ik al eens heb. Het is een heel goede reden om samen veel trainingen af te haspelen én te investeren in een degelijke trailrugzak (en een voorraad insectenspray). Ik loop graag trails voor het avontuur en de afwisseling, maar een berggeit zal ik nooit worden. Net zoals ik eigenlijk echt niet graag in de modder fiets.

Voor alle duidelijkheid: dat ik hier niet over fietsen praat, betekent niet dat ik Juan aan de haak heb gehangen. Ik fiets nog vaak en veel, naar school en terug, maar ook voor het plezier in het weekend. Als loper voelt het echter eens zo comfortabel om me de komende maanden voornamelijk op lopen te focussen. Fietsen is voor mij pure ontspanning als het een extraatje is zonder verwachtingen. We zullen in familiale kring trouwens ook een niet-sportief hoogtepunt beleven dit voorjaar. Onze zus Marike zal over een maand een broertje voor Leah op de wereld zetten. Ik word dus weer tante, Seppe weer nonkel en Roos wordt voor het eerst meter. Over feestvreugde gesproken!

Loperspraat – Ons loopfeest in Brussel

Dat het dus een feestdag was, die zondag de 12e september. Roos werd 29 en dat kon gevierd worden tijdens hét feest der feesten: de 20 kilometer van Brussel, uitzonderlijk in najaarseditie. Bovendien was het uitstekend loopweer (een herfstzonnetje is altijd goed) en hadden we voor het eerst assistentie van Niko, onze persoonlijke zakkendrager, een rol die hij met verve vervulde. Na anderhalf jaar zonder sportevenementen kon ik niet geloven dat dit mega-feest echt zou doorgaan. Ik stapte achterdochtig op de trein in Tienen, kreeg gezelschap van Roos en Niko in Leuven en zelfs toen we door de Wetstraat richting Jubelpark wandelden, kon ik amper geloven dat het zou zijn zoals het ooit was.

IMG_6285b
De zakkendrager, de jarige en de vlag

Het was dus wel degelijk echt. Er was een startvak, er waren duizenden lopers, er was muziek en de triomfboog van Jubelpark (Jubeltje) straalde als nooit tevoren. Er waren ook stinkende dixi’s en sigarettenpeuken op de grond. Dit was echt Brussel. Ik zei het al vaker, maar de 20 van Brussel is voor ons een symbolische wedstrijd omdat daar in mei 2014 heel die loopgekte van ons ontstond. Daar stonden Roos en ik – voor echt – in dat startvak. Kriebels in de buik, ja zeg, dit was wel heel speciaal, enthousiast geklap van medelopers, zenuwachtig naar voren drummen als de kanonskogels van het startschot weerklinken, elkaar nog eens gezusterlijk in de schouder knijpen en succes wensen. En dan gewoon gaan en lopen. Snel lopen en me dan ook meteen ergeren aan de massa, aan de opstoppingen, mensen die tegen je aan botsen en halsbrekende toeren uithalen om je voor te schieten of juist in slow motion tussen de snelle lopers joggen. Jawel, ook dit was deel van het evenement.

Op voorhand vond ik het lastig om mijn verwachtingen uit te spreken. Sinds een maand loop ik sneller dan ooit. Mijn recente podiumplaatsen op de stratenlopen zullen niet in de geschiedenisboeken gebeiteld staan, ze tonen wel aan dat ik progressie maakte. Een stap voorwaarts die eerlijk gezegd uit de lucht komt vallen en me daarom ook wat ongemakkelijk maakt. In 2019 liepen Roos en ik onze 20 kilometer van Brussel samen: Roos met loden benen van de stratenloop in Wijgmaal daags voordien, ik frisser dan ooit 36 uur na een spoedopname in het ziekenhuis met longembolen en bloedverdunners in m’n lijf. Met 1u37 verbeterden we toen het PR van Roos. Ik was er rotsvast van overtuigd dat ze die tijd nu ook op eigen houtje aan diggelen zou lopen (spoiler: dat deed ze ook). Mijn snelste 20 in Brussel liet ik optekenen in 2016 toen ik 1u31 uit mijn benen kon schudden. Ik had er nooit rekening mee gehouden dat ik daar nog veel af zou kunnen doen. Enfin, ik zou het dus wel zien.

IMG_6291b

Ik vertrok hard en ik bleef ook hard gaan. Aan mijn pols zag ik getallen verschijnen waar ik nooit eerder mee moest rekenen. Getallen die heel dicht tegen de 4’00” aanleunden. Ik begon aan één grote inhaalrace vanuit startvak 2. Als een speer vloog ik omhoog richting Justitiepaleis, flitste ik door drie tunnels en door Ter Kamerenbos. Wat was dit zeg? Het ging allemaal zo moeiteloos. Brussel was vlakker dan ooit. Voor hoogtemeters leek ik immuun te zijn. Ik liep aan een waanzinnig snel tempo, maar als ik écht goed ben, zeggen die getallen me juist weinig. Tijd en afstand zijn dan fluïde begrippen die ik wel waarneem, maar niet registreer. Ik keek vooral uit naar mijn favoriete stuk na Ter Kamerenbos: door Vorst, langs de tramlijn richting Hermann Debroux, waar ook dit jaar heel veel enthousiaste supporters stonden die zich al eens een allez madame! lieten ontvallen. Daar kwam het besef dat ik onder dat anderhalf uur zou duiken. Alleen zou ik het pas echt geloven als ik het zag. Toen ik de bocht richting Tervuerenlaan maakte, werd ik nog eens extra geprikkeld toen een opdringerige loper in mijn nek zat te hijgen. Covidsafe-ticket of niet, daar had ik dus echt geen zin in. Ik zigzagde wat, versnelde nog eens en dan huppakee, de beklimming van de Tervuerenlaan. Met de triomfboog in zicht bleef ik een strak tempo lopen. Ik verplichtte mezelf er nog eens bewust van te genieten. Dit was écht een groot loopevenement.

En toen kwam ik aan. Ik liep de 20 km van Brussel in 1u23! Huh?! Ik voelde me nog zo fris en had er gerust nog wat kilometers aan willen plakken. De cijfers logen er niet om. Mijn geliefde PR op de 1 kilometer was gesneuveld, ook dat op de 5 kilometer (onder de 20 minuten) én de 10 kilometer. Hoe dan?! Ook jarige Roos was in de winnig mood en liep met 1u32 een huis van een nieuw PR. Sterk werk! Toch was ik na mijn finish niet echt euforisch, eerder van mijn melk. Zo zelfverzekerd als ik was tijdens de race, zo onzeker werd ik van die absurde eindtijd. Hoe was dit gebeurd? Als ik dit kon, waar mag ik dan de lat leggen voor de komende sportieve uitdagingen? Was dit toch niet gewoon één lucky shot, één opperste geluksdag waarbij ik over magische krachten beschikte? Stress, druk en verwachtingen staken in alle hevigheid de kop op. Zeker toen ik nadien mijn ranking in het eindklassement zag. Roos werd knap 79e vrouw, ikzelf 22e op een totaal van 19.000 deelnemers. Nog steeds kan ik dat niet vatten.

IMG_6301b

Dat het dus een feestdag was, die zondag de 12e september. ’s Avonds vierden we de jarige (en mijn laatste dag als 35-jarige) en werd er uitgebreid nagekaart. We hadden Niko wel gewaarschuwd: over de 20 kilometer van Brussel zouden we niet meteen uitgepraat zijn. Elk element van de beleving moest gedeeld worden, de meest memorabele momenten zelfs tot in den treure herverteld. Niko had zich gelukkig prima vermaakt in het Jubelpark. Gek genoeg konden we hem, ondanks ons enthousiasme, er niet van overtuigen dat de 20 van Brussel echt wel een heel mooi doel is om naartoe te werken. Afspraak in Brussel op 22 mei 2022?

Loperspraat – De kunst van het supporteren

Voeg een “up” toe aan sporter en je krijgt een supporter met de belangrijke taak om de sporter “op” te trekken en te ondersteunen waar nodig. In de familie Odeyn zijn er sporters en supporters volgens een wisselende rolverdeling. Ik ben oprecht graag supporter en bevoorrader, maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat er in mijn familie betere supporters zijn dan ikzelf. Het ontbreekt mij soms aan het geduld dat supporteren vergt. Ook verdraag ik de prikkels minder goed die als supporter continu op je worden afgevuurd. Als sporter heb je het eigenlijk gemakkelijker. Een marathon lopen is, op die dag zelf, een relatief eenvoudige missie. Je moet tijdig in je startvak staan en dan moet je gewoon lopen. Mijn supporters daarentegen kienen een ijzersterk plan uit dat onderhevig is aan een veelvoud van factoren.

Ik ben natuurlijk een verwend kind met zo’n sterk vrouwelijk team rond mij. Tijdens mijn marathons, maar zeker ook tijdens de Hel van Kasterlee, zijn mijn supporters rotsen in de branding, veilige bakens die uitgezet worden in een woelige zee. Op voorhand weet ik altijd wanneer ik hen zal zien. Omdat het contact zo vluchtig is, denk ik na over wat ik zal zeggen en welke indruk ik wil nalaten. Je wil eerlijk zijn als het lastig is, maar je wil ze ook niet ongerust maken. In een flits geven ze me energie om door te gaan. De nabespreking is ook essentieel. Dan leggen we als het ware een puzzel waarin alle ervaringen samenkomen. Alles samen wordt dat dan Het Verhaal van die marathon of ervaring. Mijn mama en zussen hebben het supporterschap tot een ware kunst verheven. Puur vakmanschap is het als ik hen bezig zie. Ze waren bereid om hun ervaringen te delen en jullie een inkijk te geven in hun supportersziel.

IMG_2257b
Bevoorraders, supporters en sporters in actie tijdens de La Chouffe trail 2018.

Marike: Ik herinner me nog heel goed mijn allereerste supporterservaring tijdens de eerste marathon van Joke en Roos in Leiden (mei 2015). Ons eerste bevoorradingspunt bevond zich op kilometer 10. Mama en ik waren heel zenuwachtig. We hadden alles goed voorbereid en we stonden daar hypergeconcentreerd uit schrik dat we onze lopers zouden missen. Toen ik mijn zussen dan eindelijk zag lopen kreeg ik echt een krop in mijn keel. Ik kon niet veel roepen, maar mama die begon als een gek te schreeuwen. Zelfs de mondige Nederlanders waren onder de indruk. Ik schaamde me toen wel een beetje, maar ik dacht: mijn zussen zijn wel een marathon aan het lopen! Bij papa zijn eerste marathon (september 2015) ging ik bevoorraden op de fiets. Ik reed toen verloren en moest echt de ziel uit mijn lijf fietsen om hem toch zijn drinkbus te kunnen geven. Ik dacht ook heel de tijd: waarom loopt die zo snel?! De dag eindigde met papa die naar huis reed terwijl mama en ik op de achterbank lagen te slapen.

Supporteren is zeker ook ontspannend. Je komt op mooie plaatsen en je maakt om die reden uitstappen met de familie. Omdat wij altijd schrik hebben om te laat op ons supporterspunt te staan, zijn we daar veel te vroeg, maar dan is er dus nog tijd om te chillen. Zeker als Roos voor de juist muziek zorgt. Een supporter moet zich tot in de puntjes hebben voorbereid en beschikt best ook over een goed oriëntatievermogen. Het is handig als je goed kan rekenen: tijden, afstanden, kilometers per uur of minuten per kilometer. Je moet die snelheden ook nog kunnen afstemmen op je eigen snelheid die soms afhankelijk is van het openbaar vervoer: een lastige wiskundige som! Omdat ik zelf heel snel koud heb, neem ik altijd heel veel kleren mee, want je kan natuurlijk niet zelf gaan klagen. Uiteindelijk is het de kunst om zoveel mogelijk supportersmomenten mee te pikken zonder het risico te nemen dat je een post mist, want dat is echt het ergste wat je kan overkomen.

WSAG3815
Ook voor supporteren geldt: jong geleerd is oud gedaan.

Mama: Mijn mooiste supportersherinnering was toen Seppe wereldkampioen duatlon werd in Zofingen (september 2016). Echt heel bijzonder was het om daar bij te kunnen zijn. Het belangrijkste voor een supporter en bevoorrader vind ik parcourskennis. Je mag niets aan het toeval overlaten. Desnoods sta je een uur op voorhand klaar met de drinkbus in de hand. Je moet echt op alles voorbereid zijn. Het allerergste wat je kan overkomen is dat je sporter iets vraagt (drank, eten of medicatie) en dat je dat niet op zak zou hebben. Je hebt best een luide en herkenbare stem waarmee je de naam van de sporter hard roept, gewoon enkel de naam volstaat. Ik vind het belangrijk om ook voor andere deelnemers te supporteren. Soms kunnen die echt smachtend kijken om een aanmoediging te ontvangen. Raad of commentaar geven is ten strengste verboden. Je mag je sporter nooit onderschatten. Je berichtgeving aan haar of hem moet altijd positief zijn. Het verhaal van de sporter krijgt altijd voorrang. Je mag niet zelf klagen over je kleine ongemakken. Achteraf is het dan wel heel belangrijk om straffe verhalen te vertellen. Supporteren is doodvermoeiend, maar ik geniet er heel hard van. Het is echt een adrenalineshot voor mij.

IMG_0204b
Papa in actie als supporter met de basis supportershouding: gefocust applaudisserend voor iedereen.

Roos: De mooiste supportersherinneringen heb ik aan de Hel van Kasterlee. Dat is supporteren, genieten en vieren op alle niveaus. Eén groot feest. Het is uniek dat er zoveel familieleden meedoen. Ook de eerste ultratrail die Joke en papa liepen in Houffalize zal ik niet snel vergeten omdat het de eerste keer een trail was, daarbij dan dat parcours, hun prestatie, heel dat weekend en die omgeving. Magisch. Supporters zijn van onschatbare waarde, zeker bij grotere prestaties. Die taak moet je dan ook ernstig nemen. Toch is het belangrijk om te werken aan je eigen supportersbeleving: jezelf voorzien van koffie, koeken en alles waar je zin in hebt eigenlijk. Je moet je ook verheugen op het event en dat delen met de sporters. Supporteren doe je best in duo’s. Teams van twee personen die contact houden met elkaar werkt heel goed. Op voorhand moet je dan ook een goede taakverdeling maken. 

Een supporter moet voorbereid zijn op alle vlakken. Je eigen plan van die dag moet glashelder in je hoofd zitten. Je moet voorbereid zijn op alle mogelijke scenario’s en hierop kunnen anticiperen. Ook ben je maar beter behendig met de gsm om de andere supporters of het thuisfront snel en efficiënt op de hoogte te brengen van de recentste ontwikkelingen. Je maakt natuurlijk ook foto’s van sporters en supporters. Een goede supporter heeft inzicht in het kunnen van de atleet en eventueel kennis van de tegenstander als het echt een competitie is. Je moet weten wat de pijnpunten zullen zijn bij de prestatie: wat zijn de moeilijke momenten en hoe gaat mijn atleet hiermee om? Tot slot heb je een portie stalen zenuwen nodig en een overdosis enthousiasme en bewondering voor wat de atleet presteert, ongeacht het resultaat.

IMG_2080b

Supporteren kan je leren: het is een vorm van overgave, adrenaline en meegaan op de flow. Je mag niet alleen voor je eigen atleet supporteren, maar je moet enthousiasme tonen voor het event, andere deelnemers en de hele organisatie. Sta daar dus niet als een idioot met je gsm in de aanslag in de verte te turen met enkel oog voor jouw atleet. Als die nadert, dan ga je zoveel mogelijk lawaai maken, extra lawaai. Dat gaat in fasen: eerst joelen wanneer je haar of hem in je vizier hebt, dan focus je weer op de taak als zij of hij je nadert, je tracht iets te zeggen (soms kan iets vragen ook) en je joelt weer na. Zorg dat iedereen rondom jou doorheeft dat dat JOUW sporter was en dat je daar fier op bent. De sporter heeft maar één taak: het beste uit zichzelf halen. Nadien is die wel lichtjes verplicht om te laten voelen hoe belangrijk de supporters waren tijdens de prestatie. Het eindeloos napraten over de ervaring en de indrukken die je opdeed maakt het nagenieten ook zo mooi voor alle partijen.

Loperspraat – De schoonheid van de stratenloop

Wat mij betreft mag stratenloop Woord van het Jaar 2021 worden. Gewoon al omdat het op semantisch niveau zo’n helder woord is. Een stratenloop zou ik omschrijven als een gebeurtenis waarbij recreatieve lopers in wedstrijdverband over straten lopen. Een straat kent in België diverse verschijningsvormen: klassiek is ze geasfalteerd en bebouwd, bij uitbreiding is een kasseiweg ook nog steeds een straat en valt zelfs een onverharde weg in het bos onder diezelfde noemer. Variatie troef dus, want ook modderstroken en hoogtemeters maken mogelijk deel uit van het stratenloopparcours, waarbij je dan ook nog eens kan kiezen tussen een lange en korte afstand. Stratenlopen is een weekendaangelegenheid en het weekend, lieve mensen, dat begint op vrijdagavond. 2021 is het jaar waarin Roos en ik de stratenloop herontdekten, dat durf ik nu al te zeggen.

Ik heb het nooit onder stoelen of banken gestoken dat ik, ondanks mijn grote hart voor de natuur, als sporter toch ook een stevige boon heb voor asfalt. Een trail lopen is een geweldige ervaring, maar na een paar kilometer stevig klimmen en dalen (bij de La Chouffe trail bijvoorbeeld) kan ik mij niet van de gedachte ontdoen dat asfalt een heerlijkheid is om je over voort te bewegen. Toen Roos en ik in onze eerste passen in de loperswereld zetten, waren we vrijwel meteen verknocht aan stratenlopen. Met name in 2015 en 2016 beleefden wij hoogdagen op straat dankzij het regelmatigheidscriterium van Vlaams-Brabant. In 2016 kon ik dat zelfs winnen in mijn categorie. Heel slim om een algemeen klassement in te voeren. Wij liepen tussen april en september makkelijk een stratenloop of 10, want ja: ongeacht je ranking kreeg je ook punten voor je deelname. Je plek in het klassement verdedigde je natuurlijk alsof je leven ervan afhing.

Roos en ik kiezen altijd voor de langste afstand van 10 à 15 kilometer. Onze eerste stratenlopen liepen we zonder GPS-horloge. Op basis van de signalisatie wisten we wel ongeveer hoeveel kilometer we nog hadden te gaan. Voor het uiteindelijke resultaat was het ’s avonds wachten geblazen tot de uitslag online verscheen. Dan kon meteen ook de grote analyse beginnen. Onze wedstrijdtactiek was nochtans simpel: we vertrokken zo snel mogelijk en probeerden dat zo lang mogelijk vol te houden. Na een paar kilometer was het kwestie van de schade te beperken en door te bikkelen. Doseren of indelen was ons vreemd. Zoals een wielrenner in een peloton leert fietsen, zo leert een loper zichzelf ook beter kennen aan de hand van andere lopers. Je leert hoe lang één kilometer nog kan zijn en dat iemand volgen echt wel aangenamer is dan in je eentje te strijden. Je leert je eigen tempo’s kennen en hoe lang je die kan volhouden. Je leert vooral ook op een heel laagdrempelige manier competitie lopen. Als het startschot weerklinkt geef je het beste van jezelf en doe je iets wat moeilijk op training te simuleren is. Voor en na de race is er van competitiviteit weinig sprake. Bij een stratenloop hangt immers altijd een gemoedelijk ons-kent-ons-sfeertje. Ons kent ons daar ook daadwerkelijk, want je treft altijd dezelfde mensen aan die samen één grote loopclub vormen.

In 2017 waren wij dus een beetje klaar met stratenlopen. We hadden het idee dat we het wel allemaal hadden gezien en meegemaakt. We waren verkeerd. Op 7 augustus 2021 was daar onze officiële comeback op een stratenloop. We liepen de 14 kilometer van de Bierloop in Holsbeek. Zondag 22 augustus legden we 15 kilometer af bij de Haachtse Loop. Wat was het een intens blij weerzien met de straten en de lopers ervan! Wij zijn dan wel enkele jaren afwezig geweest, in se bleek er helemaal niks veranderd: dezelfde lopers, roestige veiligheidsspelden bij de inschrijving, een vriendelijke organisatie en jeugdig enthousiasme bij de kinderlopen. Als ik zelf aan de start sta, denk ik altijd: vandaag heb ik geen zin om snel te lopen, maar als ik dan vertrokken ben wordt er iets in mij gewekt dat het beste in mijn lopende zelf naar boven haalt. Het gaat dan niet alleen om snelheid, maar ook om het pure geluk dat lopen voor mij nog altijd is. Zo besefte ik een week geleden toen ik in de gietende regen over een straat in Haacht liep wat een sensatie het is om veilig in het midden van een straat te kunnen lopen.

Mijn twee deelnames deze maand waren telkens goed voor een podiumplek. Ik won zo al 1,5 liter wijn en 1,75 liter bier. Het doet me oprecht veel deugd dat ik nu bij de top 3 behoor, maar eerlijk gezegd vind ik niks zo ongemakkelijk als op een podium staan. Zelfs als er geen verhoogd podium is, sta je daar maar wat onwennig te glimlachen voor de foto waarvan je niet wil weten waar hij zal verschijnen. Liefst van al ga ik gewoon op in de massa lopers. Het allermooiste van een stratenloop vind ik juist dat het een plek is waar ik op dat moment alleen maar een loper ben. Met anderen praat je over lopen (blessures, wedstrijdverloop, plannen). Iedereen draagt een uniform (loopkleding). Het weer is nooit een spelbreker (je bent daar om te lopen of het nu bloedheet of zeikweer is). Er is geen actualiteit, er zijn geen meningen en ook leeftijd lijkt niet echt een issue te zijn. Soms is er een kermis of dorpsfeest aan de gang, maar ook als dat niet het geval is brengt een stratenloop mensen samen. Omdat ze graag over straten willen lopen. In al z’n eenvoud is een stratenloop een stukje Belgische folklore: 100% onversneden immaterieel erfgoed.

Loperspraat – De vrouw met de hamer

Daar stond ik dan. Leunend tegen de vangrail op de meest ongezellige rotonde van Tienen. Gestrand als Odysseus, maar ontdaan van alle heroïek. Hoe was ik hier verzeild geraakt? Hoe kwam ik hier weer vandaan? Auto’s draaiden langs mij voorbij. Ik bleef op het fietspad staan en keek ernaar. Er leek nochtans niks aan de hand toen ik aan mijn looptoer van 18 kilometer begon: een prachtige route via Hakendover, langs de spoorwegbedding in Oplinter en door het Tiense broek*. De zon scheen hard. Ik had er zin in en liep snel. Na een half uur viel ik echter niet terug op mijn automatische stand waarbij lopen als vanzelf gaat. Ik was me bewust van de inspanningen die ik moest leveren om vooruit te komen. Moeilijke momenten gaan voorbij, dacht ik. Koppig vervolgde ik mijn weg. Lopen was het plan. Lopen was wat zou gebeuren.

Na een kilometer of 10 besloot ik een korte pauze in te lassen om op adem te komen, dan zou het wel beter gaan. Ik vertrok weer en besloot een kortere route te nemen die in rechte lijn naar huis ging. Als ik wat trager zou lopen, dan zou het wel beter gaan. Welgeteld een halve kilometer kon ik lopen en dan was er iets dat me tegenhield. Iets dat zei dat stilstaan beter was dan vooruitgaan, dan zou het wel beter gaan. Ik stopte, praatte mezelf weer moed in. Met die peptalk kon ik telkens een halve kilometer lopen om dan weer de pauzeknop in te drukken. Op die ellendige rotonde stond ik wat langer stil bij de situatie waarin ik mezelf had gemanoeuvreerd. Waarom was lopen vandaag niet vanzelfsprekend? Wat scheelde er eigenlijk? Had ik ergens pijn? Voelde ik me licht in mijn hoofd? Zou ik flauwvallen? Was ik misselijk? Niks van dat. Mijn strijd werd gestaakt en ik zou de laatste 2,5 kilometer naar huis wandelen. De teleurstelling borrelde op.

Wandelen was verbazingwekkend aangenaam. Plots begreep ik ook welke onnoemelijk zware taak ik mezelf had opgelegd. Ik was helemaal niet zo fit, nog volop aan het ontstressen van school, al weken had ik last van rug- en nekpijn, de dag voordien kreeg ik mijn tweede vaccin, ik had niet goed geslapen, amper gegeten en gedronken. Mijn lichaam had me tot de orde geroepen: vandaag behoorde anderhalf uur lopen niet tot de mogelijkheden. Het was niet mijn lichaam dat mij in de steek liet, maar ik die mijn lichaam in de steek had gelaten door te woekeren met mijn krachten. Lopen is niet altijd wat moet gebeuren. Soms is stilstaan echt beter dan vooruitgaan. Ik had rust nodig, zo simpel was dat. De man met de hamer is een vrouw en ze woont in mijn hoofd.

*Dit verhaal speelde zich af op vrijdag 9 juli. Het Tiense broek en het omliggende natuurgebied staan door de wateroverlast van de afgelopen dagen volledig onder water. In het kader van die vreselijke overstromingen en de enorme impact ervan is dit verhaal uiteraard totaal onbenullig.

Loperspraat – De ultieme vriendenloop

Zeg Joke, had jij nu geen ambitieuze loopplannen voor het voorjaar? 
Jazeker! Ik kon namelijk niet nog eens een voorjaar laten passeren zonder groot loopproject (grijnst). Daarom onderneem ik zondag nog eens een stevige looptocht. Het doel: 51 kilometer van Tienen tot in Rotselaar via bekend terrein en in goed gezelschap.

Oké, 51 kilometer: WAAROM?
Tja (denkt na) omdat ik daar zin in heb. Als ik een marathon loop, dan wil ik een duidelijk omlijnd concept mét een doel. En ik kon dus niet echt iets bedenken dat aan die voorwaarden voldeed. Bovendien is een marathon lopen voor mij toch altijd wat beladen. Na mijn ultraloop in december besefte ik dat low-profile 50 kilometer lopen, gewoon omdat het kan en mag, echt leuk is. Ik kwam dus tot de conclusie dat langer dan een marathon lopen voor mij vrijblijvender aanvoelt dan een marathon zelf (lacht).

En dat gezelschap, wat mogen we daar van verwachten?
Als er iets is wat ik het afgelopen jaar meer dan ooit heb leren waarderen, dan is het lopen in gezelschap. In deze tijden is het de kunst om te denken in mogelijkheden in plaats van in beperkingen. Probeer in normale omstandigheden maar eens agenda’s af te stemmen op een zondag om bij vrienden en familie tijd te claimen om een stukje mee te lopen of fietsen: onmogelijk! Wel, nu is er ruimte in die agenda’s. Ik zou zelfs durven zeggen dat mensen blij zijn dat iemand een zot plan heeft waar ze bij kunnen aansluiten. Dat is ook wat ik zag tijdens die straffe looptocht van mijn broer: zoals wel vaker was dat inspirerend. Het wordt dus een ultra looptocht als ode aan de vriendschap: de ultieme vriendenloop.

Heb je je hier de afgelopen maanden dan grondig op voorbereid?
(aarzelt) Ja en nee. Ik fiets en loop altijd wel behoorlijk wat, maar specifieke marathontrainingen liet ik achterwege. Geen intervals of lange duurlopen dus. Mijn woonloopwerkverkeer beschouwde ik als een test om te zien of ik het betere duurloopwerk nog in me had zonder doorgedreven training. Ik had toch het idee dat mijn conditie nog bovengemiddeld goed was en gaf mezelf dus groen licht voor een uitdaging van dit formaat.

We zijn benieuwd naar het verhaal achteraf. Veel succes!
Bedankt! Ik zal er een sportieve lap op geven en als dat tegenvalt: dan is het verhaal achteraf eens zo interessant.