Loperspraat – Onder de zon over de bergen in juli

De vakantie vierde hoogtij in juli. De zon scheen (soms een beetje te hard), ik liep (soms te veel berg op), ik lag horizontaal te lezen (soms ook te dutten) en mijn familie was er (soms eigenlijk, want we wonen gelukkig niet allemaal onder hetzelfde dak). Ik begon juli relatief rustig om te bekomen van de sportieve en professionele inspanningen in juni. Toen ik aan het begin van de maand 24 uur aan de Noordzee spendeerde en ’s ochtends over het strand liep van Westende tot in Middelkerke werd de depart réel, het eigenlijke startschot, voor vakantie in mijn hoofd gegeven. Wat volgde was family time in Brussel, Houffalize en Parijs. Waarbij niet alleen de familiale liefde rijkelijk vloeide, maar ook het zweet.

IMG_0106b
Het asfalt en ik in afwachting van de renners.

Het eerste weekend van de maand was Brussel het decor van het grootste sportieve circus ter wereld: de Tour de France. Zonder Chris Froome, maar met Geraint Thomas, Peter Sagan en onze Belgische helden. Zaterdag gaf onze eigenste Eddy het startschot voor een etappe door en rond Brussel. Roos, mama en ik fietsten naar Tervuren om daar te zien hoe de coureurs voorbij vlamden voor hun laatste 15 kilometer. Het was niet de eerste keer dat ik de Tour zag passeren in België. Steeds is het net zo indrukwekkend om te zien hoeveel publiek wielrennen op de voet brengt voor een flitsende passage van een tiental seconden. Hoe dan ook een ervaring: zij die er niet bij waren, hadden ongelijk. Daags nadien legde ons bescheiden familiale wielerpeloton wat meer kilometers af: we fietsten tot aan de vijvers van Sint-Pieters-Woluwe om daar ons kamp op te slaan voor de ploegentijdrit. We hadden perfect zicht op de achtkoppige treintjes die elke 5 minuten passeerden aan een topsnelheid van rond de 50 km/u. Aan het aanzwellende gejoel kon je horen dat de renners in aantocht waren. In dat identieke rijtje renners herkennen, is zelfs voor ervaren wielerkijkers geen sinecure. Gelukkig reed Greg Van Avermaet in de bolletjestrui en konden we dus de longen uit ons lijf in de juiste richting schreeuwen en nadien zeggen dat we de Greg echt gezien hadden. We concludeerden ook dat Ollie een pak makkelijker te roepen is dan Oliver.

IMG_0108b
Het lijkt hier misschien alsof Roos en mama op strafkamp zijn met mij, maar hun bedremmelde blik is te wijten aan de spanning van wat komen gaat: de ploegentijdrit!

Gas terugnemen of taperen: noem het hoe je wil, maar ik bouwde de trainingsarbeid af met het oog op de La Chouffe trail in de Ardennen. Juist in de maand van grote sportieve prestaties is er ook veel tijd om op adem te komen. Dankzij mijn sportieve exploten in Houffalize leek ik daags nadien een houten vrouw met slecht geoliede gewrichten, zo stijf was ik. Stappen ging nog net. Alle bijkomende bewegingen waren een opgave. Om de stijfheid tegen te gaan is bewegen een must, maar alles in mijn lijf schreeuwde: blijf alsjeblieft gewoon liggen. Ik gaf me er één dag aan over en legde me er letterlijk bij neer dat ik de komende weken geen mens zou zijn. Wonder boven wonder verdween de stijfheid na drie dagen zienderogen. Ik klom vrij soepel op de mountainbike en er bleek heel wat in de tank te zitten. Ook tijdens mijn eerste looprondje voelde ik me als herboren. Gelukkig maar, want een week na de trail vertrok ik naar Parijs waar ik ook graag de nodige kilometers afleg. En zo geschiedde dus.

IMG_0220b

Juli 2019 gaat de boeken in als een sportieve kalm-aan-maand. Het was niet al lopen en fietsen wat de klok slaat. Ik had vaker comfortabele Birkenstocks aan mijn voeten dan sportschoenen. Zo genoot ik met volle teugen van een barbecue met Roos en Niko in hun paradijselijke tuin en las ik al 11 boeken. Dat klinkt misschien tegenstrijdig met wat ik net vertelde, maar de cijfers bevestigen het: ik kwam amper aan de helft van de kilometers die ik vorige maand aflegde. Uit ervaring leerde ik dat het goed is om na een stevig sportief doel (deze maand de La Chouffe trail) niet gedachteloos door te jagen naar het volgende avontuur. Mijn lijf moet soms eens op adem komen en ook in mijn hoofd moet er ruimte vrijkomen zodat ik weer veel zin heb om mijn pijlen te richten op wat nog komen zal. Maandag trok ik er op uit met Juan, mijn knappe Orbea, na 10 mountainbikeloze dagen. ’s Ochtends zat ik al een beetje te wiebelen op mijn stoel omdat ik daar zo naar uitkeek. Die fietstocht stelde niet teleur. Juan en ik zijn nog steeds een top team. Toen besefte ik dat nu echt een fietser ben.

IMG_0606b

Augustus belooft sowieso een bijzondere maand te worden met de komst van mijn metekindje, de eerstgeborene van Marike en Peter. Benieuwd wanneer die schoonheid zich zal tonen!

Loperspraat – Hoe wij ons helden waanden in Houffalize

Houffalize was afgelopen zondag het decor van een familiaal moment de gloire. Papa, Roos en ik haspelden 36 kilometer en ruim 1000 hoogtemeters af in de parel der Ardennen. Dat had weinig te maken met een militair defilé of een super aanval à la Thomas De Gendt. Bij een trail run zijn de enige wapens waarover je beschikt een getraind lichaam en een zak met water op je rug. Je wordt niet opgejaagd door een dolgedraaid peloton, maar uitgedaagd door de bergen waardoor je ook tegen de muren in je hoofd aan loopt. Een trail lopen is geen wedstrijd. Het is avontuur, constant alert zijn voor de talrijke hindernissen die de natuur in petto heeft en telkens weer de moed vinden om te lopen. Ook met betonnen benen en als je zelfs verzuring in je oorlel lijkt te voelen.

Roos en papa stonden vorig jaar ook aan de start in Houffalize voor 28 km trailplezier. Twee jaar geleden ging ik met papa een stapje verder en liepen we 50 km in en rond de brouwerij van Achouffe omdat ik zo graag eens verder dan een marathon wilde lopen. Ik denk dat ik toen ook de grenzen van de vaderliefde opzocht. Na amper 10 kilometer waren we al volledig kapot en danig onder de indruk van de hoogtes die we moesten trotseren. Onze missie leek uitzichtloos tot we na 6 uur de eindmeet haalden: dat bleek een goede prestatie voor een vrouw en vijftiger. Dit jaar pasten Roos en ik wijselijk voor de trails van 68 en 47 km die ook op het programma stonden en gingen we voor de min of meer acceptabele 36 kilometer. Papa kon natuurlijk niet achterblijven en vervolledigde Team Odeyn. Hoog tijd voor een belevingsverslag van onze La Chouffe trail.

OYBF5200
Voor de start: helemaal klaar voor de strijd

We hadden op voorhand besproken dat ik waarschijnlijk voor papa en Roos zou lopen en dat zij samen zouden blijven. De eerste twee kilometers op asfalt liep ik snel. Ik klauterde vlotjes op de eerste bescheiden rots en vervolgde mijn weg over een idyllisch paadje langs het water. Na enkele kilometers en een eerste serieuze beklimming wist ik één klap weer hoe moordend de bergen in de Ardennen zijn. Klimmen wordt echter ook beloond. Zo liepen we onder andere over een bergtop langs een wei met impressionante oeros-achtige koeien die ons meewarig nakeken. De eerste steile afdaling was het wat zoeken om mijn voeten strategisch neer te zetten. Na 9 kilometer en een pittige passage over het BMX-parcours overviel mij hetzelfde gevoel als twee jaar geleden: verdorie, dit is echt heel zwaar. Gelukkig werd ik na een technische afdaling luid aangemoedigd door mama en Marike en kon ik een kilometer door Houffalize city cruisen, tot de volgende berg wachtte uiteraard. Bij de eerste bevoorradingspost aan de Achouffe brouwerij op 16 kilometer voelde ik de verzuring eens zo erg. Ik dronk wat water, treuzelde niet en vervolgde mijn weg.

IMG_0244b

Na een passage door en langs de Ourthe moesten we een berg over die wij achteraf De Muur noemden: een steile wand met rotsen waarvan je niet eens de top kan zien. De beloning was een fenomenaal zicht op het dal. Op het hoogteprofiel hadden we gezien dat het parcours tussen kilometer 20 en 25 de minste hoogteverschillen bezat: een lichtpuntje. Ik verbeet de verzuring en liep drie kilometer behoorlijk snel, deels over asfalt. Vreemd genoeg kreeg ik toen een mentale klop. Ik had pijn, liep helemaal alleen en moest op adem komen van mijn snelle kilometers. De moed zonk me in de schoenen. Na een korte stop en aanmoedigingen van mama bij de bevoorradingspost aan kilometer 24, waadde ik me een weg door de Ourthe. Ik had het nog steeds lastig en bezat weinig strijdkracht. Telkens weer moest ik mezelf aanporren om te lopen. Bij de minste hellingsgraad stapte ik even. Ik liep niet soepel, vooral dalen was extreem pijnlijk en er zat weinig rem in mijn benen. Rond kilometer 28 vond ik zo ongeveer mijn 85e adem en de moed om langer te blijven lopen. Na enkele beklimmingen om u tegen te zeggen, bereikte ik het hoogste punt rond kilometer 32. Ik kon me van daaraf weer lanceren om goed door te lopen. Ik negeerde de verzuring zo goed als het kon en liep relatief snel richting finish. Na de zoveelste uitdagende afdaling hoorde ik de vertrouwde stem van speaker Hans Cleemput. Ik had het gehaald in 4u05 en eindigde als 8e vrouw.

IMG_0213b
Voor de start poseren met mijn nieuwe schoenen én sokken. Stance natuurlijk.

Het relaas van papa en Roos klinkt een stuk positiever. Ze kwamen een kwartier na mij aan en hadden er vrolijke uren opzitten, zo bleek. Papa: het lopen ging goed. Af en toe was er een afdaling waarbij ik dacht: oei, dat moet ik hier even bekijken. Mijn nieuwe trailschoenen bewezen hun nut en zorgden voor de nodige grip. Je loopt een trail met een heel ander gevoel: er is geen wedstrijdelement en je bent voortdurend bezig met de hindernissen. Het grote voordeel van samen lopen is dat je jezelf niet opjaagt, maar elkaar aanmoedigt. We liepen hetzelfde tempo en op het einde konden we zelfs nog serieus gassen. Volgend jaar wil ik opnieuw een trail in Houffalize lopen, maar 36 kilometer is wel echt het maximum.
Roos: mijn trail is goed verlopen. De eerste 10 kilometer waren heel zwaar. Toen voelde ik de verzuring al. Ik heb de moed even laten zakken en dacht: ik zal sowieso wel finishen. Ik ben er helemaal doorgekomen! Tussen kilometer 20 en 24 hebben we toch wel zo’n 3 kilometer aan een stuk kunnen lopen, wat uitzonderlijk was. De rivieroversteken vond ik wat koud aan mijn voeten. Bij nader inzien ben ik heel blij met mijn prestatie. Het was heel leuk om met papa te lopen. Van begin tot einde hebben we aan de lopende band grapjes gemaakt en ook gepraat met andere traillopers.

ULAU4518
Roos en papa in actie!

Na de trail overviel ons alle drie een gevoel van triomfantelijkheid. Er werd duchtig nagepraat en heel wat afgelachen. Helaas konden we ook alle drie nagenieten met een extreme spierstijfheid die in de verste verte niet te vergelijken is met wat je voelt na een marathon. Uit bed stappen is bijgevolg een uitdaging. De trap afgaan lijkt een onmogelijke opgave. Maandag waren we terug thuis en ik denk dat ik niet de enige was die zich toen enkele uren horizontaal in de zetel bevond. Daar krijg je trouwens alleen maar meer spierpijn van. Gelukkig hebben we ook alle drie vakantie om op onze positieven te komen. Deze week doe ik het rustig aan.

Enkele weetjes:

  • Papa verrichtte zaterdag weer een heldendaad door medische assistentie te verlenen toen een trailrunner op enkele tientallen meters van de finish pijnlijk ten val kwam op zijn schouder.
  • Mede dankzij mijn puike West-Vlaamse tongval klonk Steentje van Brihang meermaals door de boxen in het weekend.
  • Papa pakte wederom uit met zijn kennis over geschiedenis en natuur. Na enkele berekeningen kwam hij tot de vaststelling dat de dennen aan de finish zo’n 125 jaar oud waren.
  • Tijdens de trail werd ik gestoken door een wespachtig insect.
  • Mijn gemiddelde hartslag lag tijdens deze trail hoger dan na een marathon.
  • Papa vond een klassieke finish niet heroïsch genoeg en eindigde zijn trail in stijl door een alternatieve route door het water te nemen.
  • We finishten alle drie in de eerste helft van het deelnemersveld. Roos eindigde als 11e vrouw. Papa, die over enkele maanden 60 wordt (ja echt!), liet niemand voorgaan die ouder was dan hij.
  • Ik was uiterst tevreden over mijn nieuwe trailschoenen, de Nike Pegasus 36 trail, waar ik nog geen meter mee gelopen had. Achteraf hoorde ik dat papa en Roos tijdens hun tocht wel hebben gelachen met het idee dat mijn hagelnieuwe schoenen zo besmeurd zouden zijn.
  • Papa overbrugde vandaag welgeteld 11 hoogtemeters over een gelopen afstand van 4 kilometer. Respect! Ik wacht nog even met lopen.
IMG_0247b
Papa de bomenmeter

Loperspraat – Voorbeschouwing op de La Chouffe trail met Roos

Er staat dus een trail op de planning: 36 kilometer klimmen, kronkelen en kapot gaan in en rond Houffalize. Eventueel nog wat lopen ook, als dat mogelijk is. Gelukkig kan ik niet alleen rekenen op een onmisbaar veldteam dat instaat voor de supportersbeleving, verkenning en bevoorrading, maar ook op papa en Roos die samen met mij aan de start staan. Net zoals mijn ouders heb ik nu vakantie en – ondanks mijn rijkelijk gevulde agenda – kan ik dus relatief rustig toeleven naar de traildag. Omdat jullie al vaak genoeg mijn uitweidingen lezen, geef ik vandaag met heel veel plezier het woord aan Roos. We gingen samen de benen losgooien in het bos. Nadien stelde ik haar wat vragen over de aankomende trail. Op de eerste vraag volgde meteen een stilte. Mijn zogenaamde interview voelde blijkbaar aan als een mondeling examen, dat effect lijk ik soms te hebben op mensen. Na een geruststelling (dat kan ik ook) volgde een mooie uiteenzetting van Roos’ sportieve La Chouffe ervaringen en verwachtingen.

Mijn voorbereiding verliep goed. In januari begonnen we (Joke en ik) met onze tweewekelijkse trailtrainingen. Die vielen even stil door enkele klassiekers op de loopagenda (waaronder de 20 kilometer van Brussel), maar daarna heb ik mijn duurlopen kunnen hernemen. De afgelopen twee weken waren wel wat minder qua trainingsarbeid. Ik ging vier dagen naar Rock Werchter… Dat betekent bier, frieten en laat gaan slapen. Genieten van het goede leven dus. Jammer, maar ik vertrouw erop dat de basis van mijn trainingen meer dan goed zit.

IMG_0164b

Vorig jaar liep ik samen met papa de 28 kilometer in Houffalize: dat was mijn eerste trail-ervaring in de Ardennen. Ik leerde om te beginnen dat het helemaal niet erg is om te stappen. Het was voor mij een openbaring dat je zo snel of traag mag gaan als je wil, tijd doet er echt niet toe. De omgeving maakte ook echt indruk. Het parcours is gevarieerd en je loopt over verschillende soorten ondergronden, langs en door water. De La Chouffe brouwerij (in Achouffe) is trouwens echt klein, dat wist ik ook niet.

Ik heb het meeste schrik voor de pijn die de bergen mij sowieso zullen bezorgen. En ook wel een beetje dat ik achteraf teleurgesteld zal zijn in mezelf. Onderweg denk ik dan misschien eens te snel “ik stap wel” en nadien kan ik dan denken “waarom heb ik nu niet wat doorgelopen?”. Ik kijk vooral uit naar het familiale samenzijn in het weekend: samen toeleven naar de trail en nadien een La Chouffe drinken. Natuurlijk kijk ik ook uit naar de trail zelf, maar dat is een beetje dubbel omdat je ook weet dat het niet elke kilometer leuk zal zijn. Op basis van mijn tijd van vorig jaar denk ik niet dat het haalbaar is om binnen de 4 uur aan te komen, al zou het leuk zijn als dat wel lukt. Ik ga volop voor de ervaring!

IMG_0140b

Ik heb één paar trailschoenen, dus ik twijfel niet over mijn schoenkeuze. Mijn spiksplinternieuwe Garmin Forerunner 235 gaat ook mee, samen met mijn nieuwe compressie tubes. Mijn Stance pet is een vaste waarde, net zoals de korte tight waar ik al mijn belangrijke wedstrijden mee liep. Ik twijfel nog of ik een T-shirt of singlet zal dragen. De voorspelde temperatuur is 20 graden, maar ik ben bang dat de riemen van mijn rugzak zullen snijden als ik een singlet draag. De avond voor de race eet ik iets pasta-achtig en drink ik (helaas) geen alcohol. Mijn pre-race ontbijt bestaat altijd uit witte boterhammen met kaas, wat peperkoek en een banaan: mijn persoonlijke succesrecept. Na afloop van de race drink ik eerst een chocomelk (een echte van Cecemel) en eet ik een Clif bar. Een La Chouffe volgt dan als ik me heb gedoucht. Ik hoop eigenlijk ook dat Marike iets zelfgebakken zal meenemen (HINT!) om nadien nog van te eten als we onderuit gezakt naar de Tour kijken. ’s Avonds gaan we altijd eten bij de pizzeria en kan er zeker ook een glaasje rosé van af.

Houffalize, we komen eraan!

IMG_0159b

 

 

Loperspraat – In volle vaart door juni

Ik zal het maar meteen zeggen zoals het is: juni was een topmaand. Met dank aan de zon die zich van haar stralendste kant liet zien. Met dank aan Roos die mij vaak vergezelde op looptrainingen en hielp met mijn examenwerk. Met dank aan mijn eigen lichaam dat een sportieve renaissance beleefde na mijn longembolie. Mijn eindrapport mag er dan ook wezen: voor het eerst in 2019 liep en fietste ik deze maand weer eens ietsje meer dan 1000 kilometers. Daar haalde ik niet alleen veel plezier uit, maar ook vertrouwen met het oog op de 36 kilometer La Chouffe trail die over exact twee weken op het programma staat. Oh yeah Freddie: Don’t stop me now, I’m having such a good time!

Het stond dus als een paal boven water dat er deze maand kilometers gemaakt zouden worden. Over 36 kilometer in de Ardennen doe ik namelijk langer dan een gemiddelde marathon. Wij hebben hier in de omgeving dan wel bossen en bergen, maar die kunnen in de verste verte de strijd niet aan met het Ardense hooggebergte. Om een beetje trailwaardig te kunnen trainen, moet je als loper dus creatief uit de hoek komen. Dat kan ik toevallig wel en dus vond ik er niet beter op dan mijn mountainbikeroutes in Tervuren te lopen met trailpartner in crime Roos. Sommige ideeën pakken in de realiteit nog beter uit dan in je hoofd. We liepen ruim 24 kilometer in de zon door een prachtige omgeving met de nodige hoogtemeters, uitdagende weggetjes en pittige beklimmingen. Ik werd ook nog eens met mijn neus op de feiten gedrukt dat trailschoenen wel degelijke een nut hebben: je glijdt er immers niet zo snel mee uit als met versleten asfaltschoenen die ook in nieuwstaat geen grip hebben. Staat bij deze genoteerd.

IMG_4721b
Roos en ik kruiden onze trainingen altijd met flauwe mopjes.

Terwijl mijn broer Seppe vorige week in winterse temperaturen streed tijdens de Iron Man in Ierland, liepen Roos en ik onder een loden zon naar Marike met fietsbegeleiding van mama. Mijn zussen wonen al lopend of fietsend 29,5 kilometer bij elkaar vandaan. De route loopt onder andere langs de Demer en is zo plat als een pannenkoek: een ideale duurtraining zonder franjes. In Ierland was Seppe er niet rouwig om dat het zwemonderdeel werd afgelast vanwege de barre weersomstandigheden. Op het moment dat onze broer getooid met handschoenen de Ierse wind en regen trotseerde op de fiets, verloren Roos en ik liters zweet door de verzengende Kempense hitte. Tot overmaat van ramp brak mijn water. Het is te zeggen: de darm van mijn trailrugzak kwam los met als gevolg dat mijn nat bezwete rug en achterwerk gespoeld werden met het water dat bedoeld was om mezelf te hydrateren. Gelukkig kon ik verderop water kopen aan een automaat, want niet drinken zou niet minder dan een zelfmoordmissie zijn. Een dikke 2,5 uur later kwamen we aan ten huize Marike, waar er – hoe kan het ook anders – heel wat lekkers op ons stond te wachten. Seppe stormde uiteindelijk af op een indrukwekkende vijfde plaats in zijn Iron Man.

Naast veel zweten (maar écht veel zweten), plakkerige zonnecrème, een vettige zonnebril, een racerback op mijn rug gebruind en (helaas) ook het lijntje van mijn koersbroek, staat de maand juni ook in het teken van de eindexamens op school: een hectische periode waarin het schooljaar wordt afgerond. Een emo-mens als ik staat dan ook even stil bij wat voorbij is. Kinderen worden groot. De tijd vliegt. Dat soort clichés worden dan bewaarheid. Ik heb altijd enkele dagen nodig om die laatste schooldag te verwerken en te laten doorsijpelen dat ik nu echt de volle twee maanden zomervakantie heb. Voor wie het zich trouwens afvraagt: onze pappie is ook volop aan het trainen voor de trail in Houffalize en lijkt verlost te zijn van zijn blessurekwaaltjes. Hij bevindt zich momenteel met mama aan de Noordzee, waar ons reddersduo er al een eerste interventie heeft op zitten toen een skater en fietser tegen elkaar botsten. Helden en heldinnen staan ook in tijden van vakantie paraat. Het is maar dat je het weet!

IMG_4658b

 

Loperspraat – Wat mij zoal fascineert in het bos

Een bos, een bos: mijn koninkrijk voor een bos! Wat Shakespeare echter niet wist, is dat je geen bos hoeft te bezitten om er van te kunnen genieten. Lopen, fietsen of wandelen is namelijk altijd een goed idee. Zeker met deze hete temperaturen: een bos is zowel zonnebril als parasol (en eventueel ook paraplu). Daarbij is er altijd heel wat te zien. Zelfs in het kale en kille najaar bestaat er niet één tint bruin, maar ontelbaar veel. Heverleebos ken ik inmiddels als mijn broekzak. Dat is ook niet zo verwonderlijk aangezien het slechts 635 hectare groot is: echt een broekzak groot dus in bostermen. Recent leerde ik dat Heverleebos ooit wel degelijk eigendom was van een familie: de Arenbergs, die in de 15e eeuw meerdere bosgebieden bezaten in deze streek. Gelukzakken! Het bos verveelt mij nooit. Ik deel graag met jullie welke onbenulligheden ik er zo fascinerend vind.

IMG_0628b

  • De berk: met zijn sexy zebramotief één van de mooiste boomsoorten. Tot op heden bevond ik me nog nooit in een bos dat enkel uit berken bestaat. Dat heeft wellicht een reden: Roos leerde mij dat berken helaas niet oud worden. Na verloop van tijd beginnen ze van binnenuit te rotten.
  • Rode beuk: volgens mijn terminologie de zwarte boom, die zowel een elegante als onheilspellende uitstraling heeft. Weetje: fagus is de Latijnse benaming voor beuk. Betula is dan weer de geleerde naam van een berk.
  • Het bosgewelf: als je naar boven kijkt in een boslaan, dan zie je het imposante gewelf van een kerk of kathedraal. Dat is ook echt zo. Denk maar aan de brand die woedde in het eikenhouten dak van de Notre-Dame.
  • Ontwortelde bomen: na de hevige storm in maart telde ik op mijn looprondje maar liefst 10 gevelde bomen, waaronder enkele gigantische eiken. Zo zonde om een mastodont van enkele decennia oud hulpeloos tegen de grond te zien liggen. Imposant ook wel als je dan ziet hoeveel oppervlakte de boomwortels innemen.
  • Gestapelde boomstammen: ik heb al eens mijn bedenkingen bij bosbeheer omdat er in mijn ogen te vaak bomen worden gekapt. Het is oogt netjes om die stronken ordelijk te stapelen, ook al hoort orde niet echt bij een bos.

IMG_4768b

  • Eenzame bomen: vaak blijven er enkele eenzame en bijgevolg zielige bomen staan als er gekapt wordt. Ik vraag me dan af waarom die boom net gespaard bleef en wat die boom daar dan van vindt dat hij als enige zijn vrienden overleefde.
  • Jonge scheuten: de ambitieuze rakkers die altijd met te veel en te dicht bij elkaar staan. Elk weldenkend mens weet dat dat nooit zal lukken, maar zij koesteren allemaal dezelfde droom om op een dag een grote eik te zijn.
  • Naaldbomen: meestal belachelijk lang, dun en heel kaal met soms wat dorre takjes halverwege. De pluim bovenop moet het dan helemaal af maken.
  • Boomwortels: ik kan niet anders dan daar tenen en voeten in zien. Vaak hebben ze heel grillige en verrassende vormen.
IMG_0645b
Bomentenen versus mensentenen
  • Stokken en stammetjes: ik doe vaak stabilisatieoefeningen in het bos en dan zijn stokken of kleine stammetjes om op te balanceren een dankbaar hulpmiddel. Omdat ik mijn oefeningen vaak op dezelfde plekken doe, heb ik vastgesteld dat veel stokken lang op dezelfde plaats blijven liggen.
  • Mos: ik heb me al eens afgevraagd hoeveel vierkante meters mos een bos bevat. Dat moeten er namelijk echt veel zijn. In de show Om mij moverende redenen van de Nederlandse cabaretière Paulien Cornelisse speelt mos een hoofdrol. Dat klinkt gek en dat is het ook. Sinds ik dat optreden zag, kan ik niet anders dan ook de guitige en feestelijke kant van mos te zien.
  • Varens: de pedagogische plant van het bos. Iedereen heeft als kind geleerd dat varens sporen hebben en dat ze groeien waar het vochtig en beschut is. Ondanks die delicate aard behoren ze tot de oudste plantengroepen. Net zoals het onhippe mos, maar dat zal niemand verbazen.
IMG_0627b
Tree down
  • Dennenappels en kerstbomen: die zijn er dus ook gewoon in de zomer: groen of bruin.
  • Dieren: typische bosdieren zijn de ree en de eekhoorn. Mooi als je die in hun natuurlijke habitat kan spotten. Mijn favoriete bosdier is echter de mestkever. Jawel. Een nederig en nuttig dier dat altijd hard aan het werk is en bovendien: super sympathiek. Een kwetsbaar dier ook, want ze houden geen rekening met het drukke bosverkeer en dat eist slachtoffers.
  • Toegankelijkheidsbord voor menners: ik heb dat pictogram heel lang niet begrepen. Ik zag er altijd iemand in die zijn paard uitlaat in een rolstoel. Vreemd. Ik kwam ook nog nooit een paardenkoets tegen in het bos.

Ik wens jullie een bosrijk en bosplezierig weekend toe!

IMG_0656b

 

Loperspraat – Kwakkelen en kwaken in mei

Ik voelde me in de maand mei een eend die gezellig rond waggelt en lukraak wat loopt te kwaken. Eenden staan niet meteen bekend als de meest intelligente der diersoorten en zo voelde ik me ook. De oorzaak van dat gekwakkel, gewaggel en gekwaak was mijn medische toestand, waardoor ik na de marathon in Parijs wat ter plaatste bleef trappelen. Of peddelen. Aanvankelijk had ik daar best vrede mee. Net op het moment dat ik dacht gelanceerd te zijn, bleek ik een acute longembolie te hebben en spendeerde ik een nacht in het ziekenhuis. Twee dagen later liep ik echter een geslaagde 20 km van Brussel samen met Roos. Heel vreemd hoe je van rolstoelpatiënt naar afstandsloper kan gaan op twee dagen tijd.

Ondanks het feit dat ik geen goed sportritme vond, liep ik toch de nodige duurlopen. Door het gebrek aan een fatsoenlijke opbouw voelde ik die daags nadien wel in mijn lijf zitten. Mijn voorbereidingen waren kortom niet volgens het boekje, maar ik ben ook geen longpatiënt volgens het boekje. Aan het begin van de maand legden Roos, papa en ik onze eerste gezamenlijke duurtraining af in voorbereiding op de La Chouffe trail (36 km) in juli. We kronkelden met z’n drietjes vrolijk langs de Demer, waar papa zich weer eens op de kaart zette als natuurkenner en leerkracht. Wisten jullie dat sommige meanders van de Demer bewust zijn afgesneden door menselijke arbeid? Papa zette zich trouwens ook weer maar eens op de kaart als über-papa door 18 kilometer lang zonder verpinken op kop te lopen. Ik liet me niet kennen en liep zonder verpinken naast hem. Door die formatie belandde Roos comfortabel op de achterbank van onze auto, perfect uit de wind gezet door niet één, maar twee hazen. We oefenden zelfs al een zegegebaar in voor onze marathon. Ook dit onderging papa zonder verpinken. Papa zijn: het vraagt wat van een mens.

IMG_4651
Moeten er nog dieren zijn?

Op Hemelvaart waren Roos en ik van de partij op de eerste editie van de Naturarun in  Meerdaalwoud. Start en finish lagen bij de manege van Meerdaalhof: mijn spreekwoordelijke achtertuin en dus gingen we met de fiets tot daar. We kozen voor de langste afstand van 25 kilometer. De eerste kilometers liepen we over goed beloopbare bospaden. Na 10 kilometer werd het lastiger: de paden werden smalle weggetjes en de hoogtemeters hakten er goed in. Ik had de eerste bevoorrading overgeslagen en zag het weer helemaal zitten bij de tweede bevoorradingspost op kilometer 16. Mijn geluk was van korte duur, want op dat punt kwamen alle afstanden samen: een drukte van jewelste op het parcours! Op heel wat paadjes moest ik gedwongen in slow motion lopen. Als je al anderhalf uur onderweg bent, is het heel lastig als je niet je eigen tempo kan aanhouden. Ik was er dan ook niet rouwig om toen we na een lange klim en zandpad aankwamen. Geen 25 kilometer, maar 22,5 zo bleek. Ik vond het allemaal prima na ruim twee uur lopen in de warmte.

Mijn kwakkelende meimaand staat in schril contrast met die van een jaar geleden. Toen bouwde ik gestaag en verantwoord op om mezelf succesvol te lanceren na mijn blessure. Ik liep en fietste de afgelopen maand wel wat meer kilometers, maar nogmaals: het ritme en de regelmaat waren totaal zoek. Daar had ik last van. Ik voelde me onzeker en verlangde zelfs naar mijn natte, koude, eenzame en donkere kilometers die ik in oktober en november gedachteloos aflegde in voorbereiding op de Hel. Het was dan ook misschien niet helemaal toevallig dat ik me vorige week inschreef voor die beproeving. Het leven is aan de rappen voor wie eeuwige roem in de Hel wil vergaren. Er is verbetering op komst, dat voel ik. Als dierenvriend hou ik van eenden en vergis je niet: vanuit dat schattige gewaggel kunnen ze ook uit het niets opstijgen voor een indrukwekkende vlucht.

IMG_4646b

 

Loperspraat – Runner down and up again

Het kan verkeren, zei Bredero wijselijk in de 17e eeuw. Waar ik hier nog enthousiast vertelde over de strijd die ik won van de mysterieuze D-dimeren, bleek uit een controle bloedonderzoek eerder deze week dat mijn D-waarde – zoals ik ze voor het gemak maar noem – weer ernstig verhoogd was. De longembolie-piste moest nu echt uitgesloten worden met een scan die zowel de doorbloeding als de capaciteit van mijn longen zou meten. Zo vertrok ik donderdagnamiddag nietsvermoedend voor wat een formaliteit zou moeten zijn, niet wetende dat ik de nacht in een ziekenhuisbed zou doorbrengen. Ja, het kan echt ernstig verkeren.

Het was een donderslag bij heldere hemel toen de arts meedeelde dat ik wel degelijk longembolen (meervoud!) had in het bovenste deel van mijn longen. Dat zijn bloedklonters in je longen, waardoor die een verminderde capaciteit hebben en je dus kortademig kan zijn. In ernstige gevallen (niet ik) is dat levensbedreigend. Ik hoorde Jim Morisson zachtjes This is the end, my only friend the end zingen. Het klonk als de totale apocalyps. Mijn wereld zou vergaan. Ik zou 6 maanden niet meer actief mogen zijn en het protocol wilde dat ik stante pede naar de spoedafdeling moest gaan. Zeker niet te voet, omdat er mogelijk nog een bloedklonter in mijn benen zou kunnen losschieten om een nieuwe embolie in mijn longen te creëren. In een lompe ziekenhuisrolstoel duwde Roos – nog uitgedost in werkuniform – mij naar de spoedafdeling. Een kafkaëske situatie, aangezien ik al weken rondloop en sport met longembolie en daar sinds twee weken geen enkele hinder van ondervind. Ik voelde mij kerngezond, maar zat toch ongemakkelijk op de spoedafdeling te wachten.

Naar sommige primeurs in je leven kijk je minder uit dan naar andere: op de spoedafdeling belanden stond niet op mijn bucket list. Roos probeerde mij kalm te houden. Ik had geen idee wat mij boven het hoofd hing. Vier dagen geleden had ik nog zonder problemen 18 kilometer gelopen. Kon er dan echt iets met mijn longen schelen? Na enkele eerste onderzoeken mocht ik me uitdossen in ziekenhuistenue en luisterde de vriendelijke dokter van dienst naar mijn verhaal. De vraag was wat de de bloedklonters in mijn longen heeft veroorzaakt. Mijn verzuurde linkerkuit vlak na de marathon kon een indicatie zijn dat er door de impact van die inspanning klonters uit mijn benen naar mijn longen zijn geschoten. Dat hoefde niet per se dramatische gevolgen te hebben. Ik moest simpelweg ontstold worden. In mijn hoofd zou de avond met een sisser aflopen en zou ik onwetend naar huis worden gestuurd. Er werd nog een echografie gemaakt van mijn benen, die aantoonde dat daar geen klonters meer vastzaten. Mijn avontuur kreeg echter een onverwachte wending. De behandelende arts vertelde me dat het beter zou zijn als ik de nacht in het ziekenhuis zou doorbrengen zodat ze de volgende dag allerlei bijkomende onderzoeken konden uitvoeren om uit te sluiten dat ik iets verontrustends onder de leden had.

Een nacht in het ziekenhuis? Ik slikte. Hoewel Roos en ik hadden geprobeerd om de sfeer er in te houden tijdens het wachten, klonk dit plots bijzonder ernstig. Ik stemde toe omdat ik dan sneller duidelijkheid zou krijgen. We konden nog bedingen dat Roos bij mij thuis wat spullen ging ophalen. Het was amper 20 uur en ik had minstens één boek nodig om de tijd te doden. Zo geschiedde. Ik werd naar de spoedafdeling geleid, waar ik op een gang achter een gordijntje een bed kreeg toegewezen. Vanaf dat moment veranderde ik definitief in een patiënt en moest ik me overgeven aan het ziekenhuisregime. De toon werd meteen gezet toen ik aan de monitor werd gekoppeld en een eerste bloedverdunner via een spuitje in mijn buik kreeg toegediend. Ik belde met Marike, luisterde naar muziek en las. Dat ik hier de nacht zou doorbrengen, leek nog steeds onwezenlijk. Rond middernacht besloot ik dat het tijd was om die unieke nacht aan te vatten: een nacht die je normaal alleen in tv-series ziet, een nacht die wordt gezongen in het meest klinische licht, een nacht waarvan ik dacht dat ik hem nooit beleven zou, een nacht die ik alleen beleefde.

Van nachtrust is weinig sprake op de spoedafdeling. Er is een constante bedrijvigheid van verplegend personeel. Er is veel licht. Er zijn andere patiënten met ernstige klachten. Je hoort alles en ziet meer dan je zou willen. Ik bleef stilletjes liggen achter mijn gordijn. Het was moeilijk om een comfortabele houding te vinden omdat ik een infuus in mijn arm had en de monitor piepte telkens als mijn hartslag onder de 50 zakte, wat voor mij normaal is in rustmodus. Bovendien werd ik twee keer gewekt door de vriendelijke nachtverpleegster om mijn bloeddruk en temperatuur te meten. Ik sliep in stukken en brokken. Soms een paar minuten, met wat geluk een half uur aan een stuk. Om 7 uur was ik opgelucht dat de nacht erop zat. Mijn dag begon in hospital style met twee pijnlijke spuitjes in mijn buik en de mededeling dat ik niet mocht eten tot er een echografie was gemaakt van mijn ingewanden. Een serieuze domper, aangezien ik niet meer had gegeten sinds de middag voordien. Mijn geluk kon niet op toen Roos mij om 8u een eerste bezoekje kwam brengen. Ik deelde mijn angst dat ik nog langer in het ziekenhuis zou moeten blijven en dat de onderzoeken verontrustend nieuws aan het licht zouden brengen.

Mijn verbazing was groot toen ik ’s middags na twee echografieën en een bijkomende longfoto goed nieuws kreeg van de dokter. Mijn hart is perfect gezond en lijdt niet onder de verminderde werking van mijn longen. De oorzaak van mijn longembolie ligt waarschijnlijk bij de marathon die ik vijf weken geleden liep. Ik mocht naar huis met een voorschrift voor bloedverdunners. Het doet misschien de wenkbrauwen fronsen dat ik een longembolie heb gekregen na een marathon. Ik wil dat geenszins relativeren, maar dit komt nu eenmaal sporadisch voor. Verder ben ik een atypische patiënt omdat ik een actief en gezond leven leid. Juist omdat ik als sporter mijn lichaam door en door ken, heb ik gedetecteerd dat er iets niet klopte. Ik ondervind geen enkele last omdat ik dankzij mijn atletische vermogen over een gezond lichaam beschik dat ook met een verminderde longfunctie prima kan functioneren. Ik mag sporten, op voorwaarde dat ik de intensiteit van de inspanning beperk omdat mijn hart anders een zwaardere inspanning moet leveren. Mijn medische toestand wordt uiteraard nauwgezet opgevolgd.

Eind goed, al goed dus. Voorlopig dan toch. Ik ben een ervaring rijker. Om op een positieve noot te eindigen: dankzij mijn tijd in het ziekenhuis kon ik anderhalf boek lezen. Nadat ik 22 uur niet had gegeten, kon niets mij gelukkiger maken dan thuis boterhammen eten. Marike merkte fijntjes op dat dit wel een goed verhaal is voor op mijn blog. Ze heeft een punt. Al hoop ik van harte dat het bij dit ene medische hoofdstuk blijft en dat ik jullie de komende maanden vooral weer tot in detail kan vertellen hoe mooi het bos is en hoe geweldig mijn loopschoenen zijn.

IMG_4550b

Loperspraat – Plan, planner, planst!

Ik zou me verloren voelen in een eenzaam niemandsland als ik geen plannen en ideeën zou hebben. Uiteindelijk begint alles met een goed idee: het vonkje dat plannen kan genereren, maar soms ook simpelweg uitdooft. Een goed plan kan ten alle tijden worden aangepast al naargelang de situatie. In een gesprek tussen Roos en mij valt meermaals de zinsnede “ik heb een idee”. Doorgaans wordt dat door de andere partij onthaald op “oh ja, dat is een goed idee!” Vaak vallen we dan nog een ander familielid lastig met dat plan. Papa bijvoorbeeld, die laat zich als een gewillig slachtoffer op sleeptouw nemen. Nadat ik het eerste kwartaal van 2019 toe leefde naar de marathon om me dan door een turbulente maand te worstelen, is het nu tijd voor enkele succesrecepten uit het Grote Boek der Loopplezier.

Mijn verzadigingspunt van Parijse avonturen is nog niet bereikt. Morgen vertrek ik voor een driedaagse naar la ville lumière* in het gezelschap van een enthousiast team collega’s en een zo mogelijk nog enthousiastere groep van 150 vierdejaars leerlingen. In 2013 was ik de eerste keer van de partij op deze schoolreis. Ik wist toen nog niet dat ik over een paar lopersbenen beschikte, laat staan dat ik ooit marathons zou lopen. In 2016 voegde ik voor het eerst een ochtendloopje toe aan het intensieve programma. Ik trek er in alle vroegte dan alleen op uit om de dag goed te beginnen. Ook om en passant bij een bakker alvast een pre-ontbijt te voorzien voor mezelf en maatje An. Het budgethotel waar we verblijven is doorgaans niet gelegen in een gezellige buurt, maar met een loopronde van zo’n 8 kilometer kan ik toch heel wat geliefde plekken bewonderen. Denk eraan: lopen in Parijs is altijd een uitdaging. Lopen in Parijs is altijd de moeite waard.

Mei is traditiegetrouw de maand van de 20 km van Brussel. Voor Roos en mij zal dat altijd een speciale wedstrijd blijven. We liepen er voor de eerste keer in ons leven 20 kilometer aan een stuk. Er sloeg toen een grote vonk over, waardoor onze looptrein niet meer was te stoppen. Ik herinner me nog heel goed hoe onoverwinnelijk ik me voelde na dat eerste grote loopevenement. Helaas misten we sinds onze eerste deelname in 2014 allebei al eens een editie wegens blessureleed. Op 19 mei is het dan ook voor ons beide de vijfde deelname. Door het euvel met de longembolie vreesde ik dat ik forfait zou moeten geven voor deze jubileumeditie. Niets is minder waar: ik kan lopen en sta aan de start. Tot twee keer toe liep ik er een heel scherpe tijd. Voor de aankomende editie zet ik volop in op ervaring. Hoe kan ik dat beter doen dan – zoals bij ons debuut – aan de zijde van mijn zusje? Ik stel me namelijk ten dienste als Roos’ personal pacer zodat we haar tijd onder de 1u40 kunnen brengen. Mijn rol als haas of tempomaker is meteen ook een goede oefening voor de najaarsmarathon die we samen zullen lopen. Misschien pikt ook papa dan zijn wagon aan in ons looptreintje.

Op korte termijn lopen we twee trails. Een trail is een loopwedstrijd in de natuur over niet-geasfalteerde wegen met heel wat hoogtemeters en vaak over een wat langere afstand. Voor het echte trailwerk moet je in eigen land in de Ardennen zijn. In het buitenland zijn de uitdagingen en afstanden nog extremer. Op 30 mei warmen we ons op met de 25 kilometer van de Naturarun in Meerdaalwoud. Een opwarmertje dus, want in juli trekken we (inmiddels ook al traditiegetrouw) naar Houffalize voor de La Chouffe trail, zijnde 36 kilometer onvervalst Ardens loopgenot. Ter vergelijking: ik zal over die afstand minstens een half uur langer doen dan over mijn marathon in Parijs. Omdat papa ook is ingeschreven, wanen we ons de drie musketiers op z’n Odeyns. Naast de prachtige natuur bezorgt een trail je ook heel veel zweet, insectenbeten en spierpijn. Om ons degelijk op die uitdaging voor te bereiden, hebben we de komende weken enkele gezamenlijke trainingen gepland. Familie, Brussel en de natuur: naast plannen en ideeën heb ik niet veel meer nodig om het voorjaar in te knallen.

*Wat opzoekingswerk leerde mij dat Parijs de bijnaam “lichtstad” kreeg vanwege de intellectuele bijdrage aan de Verlichting. Voila, weer iets geleerd.

Loperspraat – Decompressie, rust en onrust in april

Tijdens de 30 dagen van marathonmaand april beleefde ik een gevarieerd scala aan emoties: van rust en ontspanning tot momenten van doodsangst. Zelfs Florence zou er een vette kluif aan hebben om al die mixed feelings in een powersong te vervatten. Mijn marathon in Parijs was een schot in de roos en verdeelde de maand in een periode voor en een periode na 14 april. Ik zat weer eens op mijn roze marathonwolk na te genieten van al dat moois toen donkere wolken zich verdrongen boven mijn blauwe hemel. Ook mijn rooskleurige bril kon niet voorkomen dat ik regelrecht leek af te stevenen op een muur van zwarte donderwolken. Uiteindelijk liep ook dit absurde verhaal goed af en won ik de strijd van de mysterieuze D-dimeren.

Mijn herstel begon nochtans veelbelovend. Na een comateuze post-marathonslaap sprong ik verbazingwekkend fris uit bed. Enige spelbreker was een ernstig verzuurde linkerkuit. Na een spoedinterventie van een top kinesitherapeut kon ik weer met min of meer gezwinde pas de Parijse grond betreden. Ik had nog een week paasvakantie om te bekomen, de zon scheen en ik was een tevreden mens. Ik herkende mezelf amper in de golf van contentement die mij overspoelde. Voor het eerst was ik echt trots op mijn lichaam dat weer maar eens een topprestatie had geleverd en kon ik al mijn complexen aan de kant schuiven. Toen ik dan ook nog eens de wijze beslissing nam om dat lichaam wat rust te gunnen en de stramheid niet meteen te lijf te gaan met loopkilometers, was ik ervan overtuigd dat wijsheid echt met de jaren komt. Met ontspannen tred fietste ik de verzuring weg. Ik werd omringd door een aura van opluchting en dankbaarheid. Alsof ik na tien marathons een succesvolle cyclus had afgewerkt. Ik leek een andere mens te zijn en juist dat was ook wat beangstigend.

De vakantie liep op z’n einde en mijn spieren voelden steeds soepeler. Tijdens het fietsen viel het me op dat ik sneller buiten adem was, maar dat leek me normaal binnen een herstelproces. Ook toen ik een week na mijn marathon voor het eerst de benen ging loslopen en na elke kilometer moest pauzeren om op adem te komen, sloeg ik niet meteen alarm. Het was warm en de marathon zat nog in mijn lijf. Pas toen ik op school een mijl ging lopen met de leerlingen en elke meter een kilometer leek te zijn, sloop er ongerustheid in mijn oh zo geruste gemoedstoestand. Ik moest bekennen dat ik kortademig was als ik de trap opliep of op weg naar school een stukje bergop fietste. Marathonloper of niet, mijn conditie bleek onbestaande te zijn. De 10 Miles in Antwerpen lopen, was niet haalbaar. Wederom nam de wijsheid het over van de paniek. Na overleg met Roos besloot ik nog wat extra rust te nemen en dat was niet eens met pijn in het hart.

Het leek alsof ik voeling verloren was met de loper in mij. Tussen rust en onrust bestaat in mijn hoofd altijd een intensieve wisselwerking. Ik nam zelfs het gewichtige woord identiteitscrisis in de mond. Welgeteld een jaar geleden kon ik na zeven weken rust terug enkele voorzichtige minuten lopen. Op een jaar tijd was ik dus van helemaal niets naar twee snelle marathons en een zware winterduatlon gegaan. Ik realiseerde me dat ik een intensief sportjaar achter de rug had dat gekleurd werd door heel veel mooie momenten, maar ook met een constante druk om mijn grenzen opnieuw te verleggen. Een jaar lang had ik mezelf tot het uiterste gedreven en misschien woog dat nu mentaal zwaarder door dan ik dacht. Decompressie dus. Ik schakelde nog een versnelling hoger in rustmodus en dat beviel me wonderwel goed. Naast mijn schoolwerk kon ik weer uren aan een stuk lezen, creatieve plannen maken en in de zetel hangen met mijn katten. Die staat van ontspanning werd overschaduwd door de sluimerende angst dat er iets scheelde met mijn hart of longen. Toen ik twee weken na de marathon tijdens een fietsrit vaststelde dat ik nog steeds kortademig was, zat de schrik er goed in. Wat had ik mijn lichaam in godsnaam aangedaan?

De huisarts kon me in eerste instantie geruststellen: mijn hart en longen klonken niet afwijkend. Een bloedonderzoek zou duidelijkheid geven over eventuele tekorten en verhoogde waarden. Die resultaten brachten helaas geen eenduidige verklaring. Alles was perfect normaal, maar ik had een verhoogde waarde D-dimeren: een afbraakproduct van stollingseiwitten. Hoewel ik een atypische longpatiënt zou zijn, kon dit erop wijzen dat ik een longembolie of dus een bloedklontertje in mijn longen had. Een nieuwe bloedafname zou dit moeten uitsluiten. Hoewel mijn huisarts me op het hart drukte niet te panikeren, was het kwaad geschied. Ook de meest verwoestende brand ontstaat met een minuscuul vonkje. In mijn hoofd was het blinde paniek. Ik kon niet meer rustig ademhalen en voelde mijn hart als een gek bonzen. Het ene na het andere doemscenario passeerde de revue. Ik zou misschien nooit meer mogen lopen. Ik zou een vreselijke tumor kunnen hebben. Ik zou misschien zelfs sterven. Dit was het dan. Mijn leven. De drama queen kreeg ongelijk. Na een dag nagelbijten bleek het gehalte D-dimeren gedaald te zijn. Het was dus uitgesloten dat er iets mis was met mijn longen. De verhoogde waarde viel perfect te verklaren door de inspanning van de marathon die iets getriggerd heeft. Binnen de 10 dagen zou de waarde genormaliseerd zijn. Ik mocht sporten en kon letterlijk opgelucht ademhalen.

Vandaag trok ik mijn loopschoenen aan om te testen hoe het nu zat met die verduivelde D-dimeren. 10 kilometer liep ik aan een stevig tempo en vooral: zonder te moeten stoppen. Ik vloog en vond met gemak een tweede adem. Het mooie aan een periode van rust is dat de loophonger en euforie eens zo groot zijn als je er terug aan begint. Ik genoot zonder overdrijven van elke meter. Bij deze is mijn identiteitscrisis dus definitief afgewend. Elton had echt gelijk: I’m still standing after all this time, looking like a true survivor, feeling like a little kid.

IMG_4400b

Loperspraat – Marathongrillen en tijdrijden in maart

Maart was de maand waarin de magnolia de show stal door ons te trakteren op een overdadige bloemenweelde. De natuur heeft zin in het voorjaar. Stiekeme viooltjes en madeliefjes komen piepen en het gras wordt weer groener. Jammer genoeg sneuvelden er ook heel wat bomen door het stormachtige weer. Tijdens mijn rondje in het bos telde ik maar liefst acht slachtoffers. Zo triestig om te zien hoe een gigantische boom weerloos tegen de vlakte ligt. Gelukkig waren er ook feestjes in maart: mijn mama is nu een prille zestiger en mijn broer nog steeds een prille dertiger. Enkele dagen na zijn verjaardag won hij in Griekenland zijn eerste wedstrijd van het seizoen. Ander heuglijk nieuws is dat ik in de zomer meter word van het eerste kindje van Marike & Peter. Jeej! Ik beleefde dan ook het nodige sportieve plezier in familiaal gezelschap. Gedeeld loopgeluk, dat kan je immers vermenigvuldigen met factor 10. Mijn sportieve moraal was de afgelopen maand net zo grillig als het weer: er waren momenten dat ik me een sukkelachtige boom in het bos voelde die een stormwind moet trotseren, maar ik beleefde ook schitterende pieken waarbij de duurloper in mij door een rooskleurige magnolia-bril richting marathon keek.

In een pre-marathonmaand staat de duurloop centraal. Ik begon maart met 21 kilometer door guur weer met mama naast mij op de fiets. De week daarna liep ik samen met Roos onze eigen CPC versie. Ik liep nog een 23 kilometer op woensdagnamiddag, maar dat was er eentje om snel te vergeten. Het tempo en de benen waren goed, maar als je twee urgente sanitaire stops moet maken, dan is lopen een beproeving. Mijn langste duurloop liep ik vorig week met Roos als professionele begeleider op de fiets. We vertrokken bij haar thuis, langs de Demer en de veloroute tot in de Kempen bij Marike. Ik voelde de 80 fietskilometers van de dag voordien nog in mijn benen zitten, maar het gezelschap, onze ultieme playlist en het lekkere zonnetje zorgden ervoor dat de kilometers goed weg tikten. Na 30 kilometer smaakten de boterhammen en taart bij Marike eens zo goed. Naast de duurlopen liep ik ook nog heel wat mijltjes met mijn leerlingen. Stuk voor stuk bikkels zijn het – en wie weet ook marathonlopers in spe.

IMG_4068

Ik zat natuurlijk ook op de fiets. Door de wind en regen aan het begin van de maand gebeurde dat echter minder dan ik had gepland. Daarenboven werd mijn geliefde Juan in de krokusvakantie ook nog eens genekt door een lekke achterband. Dat die band aan het eind van zijn Latijn was, mag niet verbazen. Hij ging immers al vijf jaar mee en doorstond al 5x een Hel van Kasterlee. Een jaloersmakend cijfer voor menig wielrenner, maar Juan kon dus op wellness bij de fietsenmaker. De tweede helft van de maand had ik het idee dat ik iets had goed te maken op de fiets. Daags voor mijn langste duurloop trok ik met Peter nog eens naar het mountainbikeparcours in Herentals. Peter is in volle voorbereiding voor de Ronde van Vlaanderen voor wielertoeristen en hij vertrok dus in volle vaart. Het resultaat was 39 kilometer aan een stevig tempo. Na een korte pauze wachtte de terugweg op mij. Aangezien mijn benen al waren warmgedraaid, besloot ik er de pees op te leggen. Ik vertrok zo snel dat ik aanvankelijk dacht dat Juan van een motortje was voorzien. Zoals het een echte tijdrijder betaamt, trok ik me terug in mijn cocon en probeerde ik zo economisch mogelijk rond te draaien. Na elke oversteek trok ik als een echte pro vinnig op om mijn snelheidsverlies te beperken. Ik waande me Tony Martin tijdens een tijdrit in de Tour. Visualisering is een belangrijk mentaal wapen en zo zag ik hoe mijn imaginaire wattage meter op hol sloeg. Na 42 kilometer (oh symboliek) kwam ik thuis aan in 1u29 met een gemiddelde snelheid van 28,1 km/u. Een strakke tijd voor een tijdrit op de mountainbike. Het gekke is dat ik sinds die dag als vanzelf moeiteloos sneller fiets. Wie weet waag ik later in het jaar wel mijn kans om het werelduurrecord scherper te stellen.

IMG_4061b

Samen met Roos beleefde ik looppieken tijdens twee wedstrijden op Brusselse bodem. 17 maart stond er een 10 kilometer wedstrijd in Elsene op het menu. Qua kilometers vond ik dat een beetje weinig voor een zondag, beter gekend als duursportdag. Ik besloot tot daar te fietsen en kreeg Roos zo gek om aan te haken vanaf Tervuren. De heenrit kan samengevat worden als stampen op de pedalen en tegen de wind in beuken. Na 28 kilometer bereikten we uiteindelijk het Flageyplein. Ik had nog wat last van de naweeën van mijn CPC-trauma en stond dus zenuwachtig aan de start. Door de schrille wind waren mijn voeten veranderd in twee ijsklompen en startte ik aan een relatief rustig tempo. Elsene staat garant voor een gevarieerd parcours door de Abdij van Terkameren en de Matongéwijk, die heel wat steile klimmetjes in petto heeft. Na twee kilometer kwam ik onder stoom en wist ik dat het goed zat. Ik finishte als vierde en kon zien hoe dat kleine zusje van mij knap vijfde werd. Team Odeyn fietste dus triomfantelijk naar huis met de wind in de zeilen.

IMG_4065b

Vandaag sloten Roos en ik de maand af in schoonheid op de Brussels 10 Miles: 16 kilometer dus met start en aankomst in het Koning Boudewijnstadion. Volgens de speaker zouden we hierdoor in de voetsporen treden van Usain Bolt. Die blinkt niet meteen uit tijdens kilometerwedstrijden, maar ik schoot wel uit mijn spreekwoordelijke startblokken. Mijn eerste drie kilometers waren belachelijk snel. Vorig jaar moedigde ik Roos aan en zag ik haar meermaals vloeken op het zware parcours. Je loopt namelijk 16 kilometer op een lapje Brussel van enkele kilometers. Dat betekent continu draaien en keren, berg op en af en acht U-bochten. We zagen het Atomium langs zowat elke denkbare kant, kronkelden erop los in het Ossegempark en konden de magnolia’s uitvoerig bewonderen in het Park van Laken. Mijn snelle start bekocht ik wel een beetje bij de steilere stukken bergop, maar ik stortte niet in elkaar. Sterker nog: ik finishte in 1u10 met een gemiddelde pace van 4’32”, oftewel ruim 13 km/u. Het zou flauw zijn om nu te zeggen dat ik mijn trainingen niets hebben opgeleverd. Roos verkeert trouwens ook in bloedvorm en liep 1u14 op de tabellen. Onder het goedkeurend oog van de magnolia’s liepen we het voorjaar zusterlijk in gang. Het smaakt absoluut naar meer.