Loperspraat – Mijn sportieve voorjaarsplannen

2019 was een jaar waarin ik heel vaak aan de zijde van Roos liep. Ik kan jullie verzekeren dat het daar fijn lopen is. We bereidden ons samen voor op onze zomertrail in Houffalize, liepen gezusterlijk de 20 kilometer van Brussel en piekten naar de marathon van Brugge in het najaar. Ik liep geen baanbrekende records, maar ik kon mijn besttijden evenaren. Tijdens de marathon van Parijs in het voorjaar bijvoorbeeld. Daar hield ik helaas een longembolie aan over, waardoor ik eens te meer besefte dat mijn lichaam een kostbaar goed is waar ik elke dag zorg voor moet dragen. Loopplezier is dus wat moet primeren, een snelle tijd slechts bijzaak. Drie dagen na mijn duivelse modderavontuur trok ik mijn loopschoenen terug aan voor een heerlijk half uurtje loslopen. Twee dagen later deed ik dat nog eens met evenveel plezier. Een week na Helledag streed ik in de straten van mijn hometown Leuven voor een snelle 12 kilometer tijdens de Eindejaarscorrida. De loophonger was heel groot. Ik vertrok hard met ijsklompen in plaats van voeten. Toen na een heerlijk half uurtje de dooi inzette, voelde ik ook de inspanningen van een week eerder doorwegen. Ik beet door en finishte uiteindelijk in 52’11”, goed voor een dertiende plaats (mijn geluksgetal) en een eervolle vermelding op de website 3athlon.be.

Gisteren zette ik het sportieve jaar 2020 even stijlvol in als ik 2019 had afgesloten. Na wederom twee halve uurtjes lopen in het nieuwe jaar (ode aan het heilige half uurtje) stonden Roos en ik belachelijk vroeg aan de start van de Hagelandse Naturarun: 18 kilometers door en rond het niet te onderschatten Chartreuzebos, onder andere door de Sukkelpotweg die zijn naam niet gestolen heeft. In tegenstelling tot vorig jaar regende het niet. Mijn moddernormen zijn serieus bijgesteld sinds ik mij twee weken geleden in helse omstandigheden urenlang door de modder moest slepen. Ook het begrip uitzichtloze situatie kreeg daar een andere dimensie. Een doorsnee modderstrook onderscheid ik nu enkel van asfalt door het zompige geluid van mijn schoenen. Ik was dus blij dat ik er alleen mezelf in moest voortbewegen en niet ook nog eens een fiets. Halverwege de wedstrijd werd ik ingehaald door een vrouw die duidelijk nog heel wat reserves had. Ik had geen idee in welke positie ik liep, maar achtte het weinig waarschijnlijk dat ik nog voor een podiumplaats in de running was. Mijn verbazing was dan ook groot toen ik aan de finish hoorde dat ik als tweede was geëindigd. Een aangename verrassing die me een robuust houten aandenken en enkele niet-alcoholische streekproducten opleverde. Laat er ook geen twijfel over bestaan dat Roos in vorm is. Ze eindigde knap in de top 10.

Mijn sportieve voorjaarsplannen van 2020 hebben geen grote verrassingen in petto. Het tromgeroffel kan dus achterwege blijven. In de eerste plaats hoop ik weer heel wat trainingskilometers met Roos te kunnen maken om ons optimaal voor te bereiden op een trail in de zomer. Fietskilometers behoren nu ook tot de mogelijkheden aangezien Roos sinds enkele weken met een koersfiets de Demerwegen (on)veilig maakt. We hopen eveneens dat Marike snel ons zussenverbond zal vervoegen, want 2020 wordt ook het jaar waarin zij haar sportieve comeback wil en zal maken. Eén voor allen, allen voor één: zo gaat dat bij de drie zusketiers (of de drie dennenzussen naar ons voorbeeld in het bos). Het kan niet anders dan unieke momenten opleveren. Graag heel veel van dat!

IMG_1953
Ja hoor, er is nog plaats op het eerste zussenschavot!

Wie ons een beetje kent, weet ook dat onze voorjaarskalender enkele vaste waarden bevat. Zo kijken we reikhalzend uit naar de CPC Loop in Den Haag (halve marathon) op zondag 8 maart. De editie van vorig jaar werd afgelast omwille van stormweer (een storm in een glas water, zo bleek). Hoogstwaarschijnlijk staan we ook aan de start van de 10 Miles in Antwerpen op zondag 26 april. De afgelopen twee edities moest ik helaas aan me voorbij laten gaan, dus ik heb er zin in om nog eens ouderwets hard over de E34 en door de Waaslandtunnel te snellen. In mei is het dan weer uitkijken naar de 25 kilometer van de Meerdaalwoudtrail op redelijk gekend gebied die doorgaat op Hemelvaartsdag. 10 dagen later wordt het dan nog ouderwetser genieten bij de enige echte 20 kilometer van Brussel op 31 mei.

Loop ik dit voorjaar dan helemaal geen marathon? Natuurlijk wel! In oktober schreef ik me in voor de jubileumeditie van de Rotterdam marathon. #demooiste, zoals alleen Nederlanders bescheiden kunnen zijn, is op zondag 5 april aan zijn 40e editie toe en op dat feestje wil ik niet ontbreken. Ik liep de marathon van Rotterdam al eens in april 2016, meer bepaald aan de zijde van mijn papa. Een keer of 42 dacht ik dat zou neervallen, maar onze trein bleef gaan en ik kon met 3u27 voor het eerst een sub-3u30 marathon afvinken. Roos herinnert mij er zo nu en dan nog eens aan dat ik mij na afloop de woorden dit nooit meer! liet ontvallen. Maar kijk, vier jaar later blijkt een marathon in minder dan drie uur en een half redelijk gebeiteld in mijn benen vast te zitten. In topvorm aan de start komen, dat is het belangrijkste doel. Of het dan ook echt mijn mooiste zal zijn, daar kan ik jullie over drie maanden meer over vertellen.

Het lopersleven zoals het is

Lopers: ze zijn niet moeilijk te herkennen in hun sporttenues, de ene al gekleurder dan de andere. Bovendien betrap ik mezelf vaak op uitspraken als “ah ja, ik heb daar al eens gelopen” als iemand het heeft over een bepaalde plaats of “ik ga eerst nog lopen” als iemand me vraagt naar mijn planning. Er zijn echter ook andere aspecten in mijn dagelijks leven waaraan je merkt dat ik leef als een loper.

  • Ik heb veel loopschoenen in huis. Echt veel. Hierdoor ben ik altijd op zoek naar handige opbergsystemen om die schoenen te bewaren. Ik vind het namelijk moeilijk om schoenen weg te doen die hun tijd hebben gehad en waar ik graag mee gelopen heb. Ik denk dan dat ze ooit nog van pas zullen komen. Geen idee bij welke gelegenheid ik afgedragen loopschoenen (waarmee ik een marathon liep!) zou kunnen dragen, maar ondertussen blijven mijn darlings wel mooi bij mij.
  • Als ik nieuwe loopschoenen heb, duurt het meestal eventjes vooraleer ik die effectief in gebruik neem. Net zoals ik mijn ongelezen boeken zorgvuldig op stapels leg en herorganiseer, zo koester ik ook mijn nieuwe loopschoenen in de doos (in de woonkamer). Ongedragen loopschoenen houden net zoals ongelezen boek een belofte in. Ik open de doos dan een paar keer per dag om mijn nieuwe aanwinsten te bewonderen en eens vast te houden om ze dan weer heel voorzichtig in het papier te wikkelen en de doos te sluiten.
  • Mijn kat Ada is de Koningin van de Schoendozen. Ze vindt het heerlijk om op schoendozen te zitten of liggen. Leeg of gevuld, daar doet ze niet moeilijk over. Als je die gelukzalige blik op haar snoet ziet, is het onmenselijk haar dit plezier te ontzeggen. Ada krijgt er dus een nieuwe loungeplek bij als mijn schoenen eenmaal in roulatie zijn. In het belang van haar welzijn maken schoendozen deel uit van mijn interieur.
  • Ik voer een nooit aflatende strijd te voeren tegen sportwas. De grootste uitdaging is om die fatsoenlijk op te bergen. Opruimgoeroe Marie Kondo zwijgt hier wijselijk over. Een stapel maken met sportkleding lijkt immers onmogelijk te zijn en resulteert gegarandeerd in een grabbelbak. Ophangen is dan weer belachelijk. Daarom heb ik vaak een centrale verzamelplaats (een hoop dus) als wachtplaats tussen wasmachine en kleerkast, waar ik het nodige gerief kan uitnemen. Niet netjes, wel praktisch.
  • Je zal mij zelden betrappen op stijfheid na duurlopen. De echte war zone bevindt zich doorgaans onder mijn kleding, waar schuurplekken van ondergoed en hartslagmeter zich thuis voelen. Om die te voorkomen smeert de loper vaseline. Er blijkt een taboe te rusten op die blauwe potjes omdat ze met andere wrijvingsvormen in verband worden gebracht. Aangezien ik op jaarbasis drie potjes verbruik, durf ik het inmiddels zonder schroom in mijn winkelwagen te gooien. Daarbij jaag ik er op een jaar ook twee tubes Flaminal hydro door om pijnlijke schuurwonden te verzorgen.
  • Zondag dat is duurloopdag en de weersvoorspellingen van het weekend zijn belangrijk. Zelfs van levensbelang als er een wedstrijd op het programma staat. Ik kan het dan niet laten om al veel te vroeg op voorhand het weer in de gaten te houden, wetende dat dit op het allerlaatste moment nog kan omslaan. Ik stel me dan voor hoe dat weer juist zal zijn en ik denk terug aan andere situaties waarin diezelfde weersomstandigheden zich voordeden. Ik weet wel dat zelfs het ellendigste weer geen ellendig loopweer is, maar die obsessie met het weerbericht kan ik moeilijk loslaten.
  • In een straal van 10 kilometer rond mijn woning weet ik exact waar de kilometerpunten liggen. Ik weet ook hoe ver mijn familieleden van mij wonen in loop- of fietskilometers. Afstanden inschatten kan ik dus behoorlijk goed. Andere steden ken ik vooral door de loopevenementen die er hebben plaatsgevonden. Zo heb ik nu echt het idee dat ik Brugge en Zeebrugge ken omdat ik er in oktober de marathon liep met Roos. Als ik in Brussel ben, dan associeer ik bepaalde plaatsen automatisch met het kilometerpunt van de halve of hele marathon. Dat parcours vormt voor mij de basis van heel wat aanknopingspunten om me er te oriënteren.
  • Ik vertelde het al: ik zweet veel en snel. Een eigenschap die me niet stoort in een sportieve context, maar waar ik me daarbuiten wel aan kan ergeren. Ik heb dan ook bijna altijd het nodige verfrissingsmateriaal op zak. Andere mensen die zweten in het dagelijks leven vind ik meteen sympathiek. Samen zweten: het smeedt een band.

Loperspraat – De zon scheen in Kasterlee

In Kasterlee is een hotel met de naam Kempenrust. Ik kan me er iets bij voorstellen: dat mensen naar de Kempen trekken voor wat ongedwongen toerisme in eigen land: bos, duinen, pompoenen, het sappige Kempische accent en voldoende etablissementen voor een pannenkoek met koffie en meer. Hotel Kempenrust (met zwembad!) ligt echter vlak aan start en finish van de (halve) marathon van Kasterlee. Op zondag 17 november 2019 was het er omstreeks 10u dus even niet heel rustig omdat 1500 lopers zich verzamelden voor één of twee rondes door de streek. Als ik (of bij uitbreiding mijn familie) in Kasterlee ben, is dat allesbehalve om te rusten. Meestal loop of fiets ik er veel kilometers. Team Odeyn stond dit jaar met een driekoppige delegatie aan de start: Seppe, Roos en ik zouden de klus klaren. Hoog tijd dat Marike, die nota bene in de Kempen woont, ons kwartet eens vervolledigt en haar debuut maakt in Kasterlee!

Het was mijn zesde editie van de halve marathon op Kastelse bodem. Halverwege november mag je er doorgaans modder, regen en grijzigheid verwachten. Niet dit jaar. De zon scheen hard en het bleef kurkdroog: een schitterende dag om een halve marathon in de natuur te lopen. De temperatuur was aan de heel frisse kant en zo trokken Roos en ik naar de warmte van het startvak, waar we nog een laatste aanmoediging vanaf de zijlijn kregen van onze hoogsteigen pappie. Het startschot weerklonk en het confettikanon deed het even sneeuwen. Seppe snelde er vanop de eerste rij als een haas vandoor. Hij zou die koppositie niet meer lossen en won 1 uur en 13 minuten later de halve marathon. Ik vertrok ook best snel. Al leek ik door de koude niet op benen te lopen, maar op stokken. Na een kilometer of twee en een eerste off-road passage voelde ik weer dat ik voeten had. Nog twee kilometer later kwamen ook mijn tenen weer dag zeggen. Ik had er zin in, liep snel en dat leek me relatief weinig moeite te kosten. Op de stukken asfalt kon ik zelfs nog extra tempo maken en dankzij de zon liep het zweet al snel over mijn gezicht. Voor ik het wist had ik 11 kilometer als een malle gelopen en was ik klaar voor de tweede helft. Het bos wachtte op mij.

IMG_1689b

Al vijf jaar na elkaar mispak ik mij aan dat verduivelde bos. Elk jaar opnieuw lijk ik er mijn voortvarende start te bekopen. Dan vloek ik binnensmonds en hou ik me voor om het jaar nadien wat over te houden voor die verraderlijke staart. Lichtjes bevreesd liep ik dus het bos in met de angst er de Kastelse boeman tegen te komen die mij er elk jaar een klein tikje met zijn trollenknots uitdeelt. Ik wachtte dus af tot dat zou gebeuren. Er gebeurde echter helemaal niets. Integendeel, de kilometers flitsen voorbij. Het bos leek vlakker dan de voorbije jaren. Alsof ze het met een gigantische pletwals wat hadden uitgevlakt om het loopcomfort te vergroten. Ik kreeg dus helemaal geen klop of tik. Hooguit af en toe een déjà-vu naar mijn eindeloze passages in de Hel van Kasterlee, waar ik heel alleen kilometer na kilometer door de modder stampte. Ik prees me dan ook gelukkig dat ik me nu zo snel door dat bos kon voortbewegen. Wat ongewijzigd bleef, was mijn onvermogen om me te oriënteren in en rond Kasterlee. Het parcours van de (halve) marathon van Brussel zou ik geblinddoekt kunnen lopen. In wereldstad Kasterlee legde ik ondertussen al heel veel kilometers af, maar alles lijkt er op elkaar. Drop me er niet, want je ziet me niet meer terug.

Mede dankzij de duidelijke bewegwijzering kwam ik dus voor ik het goed en wel besefte terecht in mijn laatste kilometer richting finish. Hoewel ik voor de start absoluut geen ambitie had om een heel snelle tijd te lopen, zag ik plots dat die er wel in zat. Dankzij mijn eindsprint (die naam niet waardig) finishte ik uiteindelijk in 1:39:48 als zesde vrouw. Met een gemiddelde snelheid van 4’40” liep ik zelfs mijn snelste halve marathon ooit in Kasterlee. Ook Roos zette een sterke chrono neer en is bij deze volledig hersteld van onze marathon in Brugge. Ze gaf wel toe dat ze mijn gezelschap een beetje had gemist. Wat de dag zo mooi maakte, was niet mijn snelle tijd, maar wel het pure loopplezier dat ik beleefd had tijdens mijn 21 kilometer. Kasterlee voelde inderdaad aan als een stukje Kempenrust.

IMG_1683b

Loperspraat – Op de marathongolven drijven in oktober

Niemand gelooft mij als ik zeg dat oktober een rustmaand was. Ik liep immers een marathon samen met Roos in Brugge en lag dus niet een maand lang in de zetel. Een marathon lopen dat betekent echter rust nemen, voor en na de grote dag. Sinds ik ruim een jaar geleden het plezier van de mountainbike herontdekte, bleef ik telkens koppig doorfietsen in aanloop naar mijn marathons. Nu dus niet. Ik ging nog lopen, maar mijn trouwe tweewieler Juan bleef heel wat dagen onaangeroerd in de garage staan. Ik zou het grijze weer als schuldige kunnen aanduiden, maar het was eigenlijk vooral mijn eigen hoofd dat even vond dat het allemaal te veel was. Je moet Mister Marathon altijd met respect en de nodige egards behandelen. In dit geval was dat door eventjes wat minder te gaan doen. Misschien is het dus wel echt waar en komt verstand met de jaren.

IMG_1402b

Naar mijn gevoel kabbelde ik in oktober rustig voort richting Brugge. Ik liet me gewillig meedrijven op de golven van mijn geliefde bezigheid: lang aan een stuk lopen. Er was een eerste piekje waar te nemen toen Roos en ik een halve marathon lang door Brussel knalden. Twee weken later diende de echt piek zich aan en liepen we dus Roos’ record op de marathon aan diggelen. Een onvergetelijke loopronde die Roos prompt bombardeerde tot nummer 1 der zussenmomenten. Ze moest zelfs nadenken welke gebeurtenissen nummer 2 en 3 innamen. Daags na de marathon voelde ik wel dat ik iets met mijn benen had gedaan, maar dankzij de afwezigheid van echte hoogtemeters voelde ik me verbazingwekkend fit. Hoewel ik van plan was om nadien snel weer op de fiets te kruipen, strooide Juan zelf roet in het eten. Op een zonnige zaterdag stond ik na amper 4 kilometer te voet met een platte band. Mijn Spaanse vriend is nu een week van huis voor onderhoud aangezien ook de volledige aandrijving aan vervanging toe was. Ik beschouw het als een wellness-weekje voor hem.

Enerzijds ben ik ervan overtuigd dat het verstandig was om een rustig-aan-maand te nemen, anderzijds vloekt dat idee met mijn initiële plan. Ik heb namelijk nog een belangrijk doel in het verschiet. Over welgeteld 7 weken sta ik voor de tweede keer aan de start van de Hel van Kasterlee, een inspanning next level zoals het Roos het noemde. Een maand amper fietsen strookt niet met het idee van hard trainen voor die prestatie, ook al voelde ik de afgelopen weken tijdens het lopen wel dat er veel energie in de tank zit. Ik hou me vast aan het idee dat de basis van een goede wintervorm in de zomer wordt gelegd. Het verschil ten opzichte van vorig jaar is dat ik toen amper wist wat me te wachten stond. Ik liet het allemaal op me afkomen en had veel plezier in de trainingen. Nu is dat heel anders: er is een referentiejaar en ik weet min of meer waar ik me aan kan verwachten. Ik zal de komende 5 weken dus nog heel veel kilometers op de fiets maken. De weersvoorspelling beloven alleszins om het herfstig (lees: nat) te houden.

IMG_1563b
Op de top van de triomfboog in het Jubelpark

Oktober was ook de maand waarin we papa’s 60e verjaardag vierden. Jawadde! Hoewel we ons uiterste best deden om die dag niet zomaar te laten passeren, volgde er wat later slecht nieuws. Jan Odeyn, de man die vervaardigd is uit staal en carbon, sukkelt namelijk al enige tijd met zijn achillespezen. De pijn nam steeds toe. Lopen ging niet meer. Wat hij zelf vreesde, werd duidelijk na een echografie. Hij heeft een scheur in zijn achillespees en zal dit jaar dus niet als zestiger kunnen aantreden in de Hel van Kasterlee. Een domper van jewelste, aangezien hij al vijf keer op rij succesvol de finish haalde. Ik hoef jullie er niet bij te vertellen dat een loper ongelukkig wordt als hij niet mag lopen.

IMG_1581b
De Leopard tank kent geen geheimen voor deze man

Er was gelukkig wel een verzetje. Bij wijze van verjaardagsuitstap trokken papa en ik naar het vliegtuigmuseum, zoals wij het vroeger noemden, officieel het Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis in Brussel. Papa liep daar als kind vaak rond. Ongetwijfeld werd daar de kiem gelegd voor zijn latere leven als gedreven modelbouwvlieger en -bouwer. Wij mochten er als kind wel eens mee naartoe, met wisselend succes. Een slordige 25 jaar later heb ik niet echt affiniteit met motoren en oorlog, maar ik was toch heel benieuwd. Het is nog een museum van de oude stempel: tjokvolle vitrinekasten, een indrukwekkende loods vol vliegtuigen, heel veel wapens en weinig uitleg. Gelukkig had ik mijn persoonlijke gids mee. Mijn vliegtuig- en tankkennis moet na dit bezoek zowat verhonderdvoudigd zijn. Een bezoek dat absoluut voor herhaling vatbaar is.

Over twee weken gaan Roos, Seppe en ik traditiegetrouw van start in de halve marathon van Kasterlee. Helaas niet voor de pompoenregatta. Ik denk dat ik wel klaar ben voor november: regen, wind en pompoenen. Hoog tijd om mooie herfstfoto’s te maken in het bos!

IMG_1425b

Loperspraat – Feest, stress en herfst in september

September is een maand met twee gezichten: enerzijds het stralende staartje van de zomer, anderzijds het verraderlijke begin van verandering. Onder de laatste zomerstralen vierden we verjaardagen en de eerste maanddag van Leah. Daarnaast werd ik overspoeld door werk en wist ik soms echt niet meer waar mijn hoofd stond. Er waren kortom redenen om feest te vieren, maar ook om in de zetel te liggen balen. Zoals alleen Herman van Veen het kan zeggen: we moeten rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan!

De zon scheen op de eerste schooldag en deze leerkracht had er zin in. Niet alleen om weer wat tienergezichten voor me te hebben, maar ook om op een maandag richting het immer bruisende Brussel te trekken. Roos en ik gingen ’s avonds namelijk naar het langverwachte concert van Hozier in het Koninklijk Circus. Zo ontdekten we een andere wijk en vonden we onze weg naar Café Caberdouche op de Vrijheidsplaats. We behoren nog net niet tot de groupies die twee uur voor de deuren open gaan voor die deuren zitten te wachten. Voor ons liever een goede zitplaats dan een staplaats op de eerste rij. Over het optreden kan ik kort zijn: onze Ierse held kwam op, de eerste tonen weerklonken en wij waren helemaal mee. Oh baby, wat kan die man zingen! Niet alleen Hozier zelf stelde op geen enkel vlak teleur, ook de attitude en ambiance die zijn hoofdzakelijk vrouwelijke band uitstraalde, werkten aanstekelijk.

Ondanks het energieshot dat ik kreeg van de steengoede show voelde ik me aan het einde van de eerste schoolweek helemaal uitgewrongen. Ik was kapot, stik op en mijn kinderlijk enthousiasme maakte plaats voor heel wat bedenkingen over mijn job als leerkracht. Dat gevoel overspoelde mij zo hard dat ik het moeilijk had om mezelf staande te houden. Begrijp me niet verkeerd: ik vind nog steeds dat ik een prachtige job heb op de beste school. Plots diende zich ook een grote MAAR aan. Ik spreek misschien in raadselen, maar jullie mogen later deze week een uitgebreidere blogpost verwachten over mijn bezorgdheid omtrent ons onderwijs en de rol die ik daarin als leerkracht heb. Er zijn ook nog zekerheden in het leven: na die heftige eerste week genoot ik volop van een rustig-aan-duurloop. Oef!

September is al sinds mensenheugenis een feestmaand. Zowel ik als mijn lieftallige zusje Roos vieren dan onze verjaardag. Wij lopen niet alleen vaak zij aan zij, we verjaren ook op die manier. Het feest van Roos barstte in alle hevigheid los op donderdagavond toen we ons succesrecept van de zomerbarbecue nog eens herhaalden. Niko was Chef Grill en Hoofd Sauzen. Roos was verantwoordelijk voor de muziek en al het andere lekkers dat op tafel stond. Mijn schamele bijdrage was een eigengemaakte tabouleh (een toppertje, dat wel). Daags nadien was ik aan de verjaardagsbeurt. Ik mocht mijn verjaardag vieren in het gezelschap van een enthousiaste bende vierdejaars leerlingen, aangezien op vrijdag 13 september onze sportieve kennismakingsdag in de bossen van Sint-Joris-Weert doorging. De leerlingen klommen in bomen, sjorden karren, gilden soms erg hard en zongen uit volle borst. Een geslaagde verjaardag! ’s Avonds werd het feest verder gezet ten huize Roos en Niko waar ik trakteerde op echte champagne.

IMG_1173b

Op trainingsgebied was september de laatste kans om voluit te trainen voor de marathon in Brugge op 20 oktober. Roos en ik stonden aan de start van de Leuven Nature trail waar we gezusterlijk 25 kilometer afhaspelden door de bossen. We deden dat aan een stevig tempo onder het goedkeurend oog van de laatste zomerzonnestralen. Na afloop bleken we de eerste twee plaatsen te bezetten in onze leeftijdscategorie. Een mooie opsteker! Als je zowel afstand, als hoogte, als snelheid combineert, dan mag je er zeker van zijn dat je daar daags nadien iets van gewaar wordt in je benen. Ik noemde het een zwaar gevoel. Roos had het over twee stramme stronken (om in het natuurthema te blijven).

Gisteren waren we dan toe aan de kroon op het werk van onze marathonvoorbereiding: voor sommigen de gevreesde, maar voor ons toch vooral gezellige, langste duurloop. Aangezien de weersverwachtingen op z’n zachtst gezegd apocalyptisch te noemen waren, vonden wij het al van veel karakter getuigen dat we überhaupt een lange duurloop zouden lopen. Het bleek een storm in een glas water te zijn. Zo straf was het uiteindelijk niet om door de wind, door de regen, dwars door alles heen onze kilometers gestaag op te bouwen. Doorgaans zijn wij voor een langste duurloop wel tevreden met een kilometer of 30. Gisteren klokten we uiteindelijk af op 33,03 kilometer in iets minder dan 3 uur. Voldoende tijd dus om weer eens goed bij te praten en vooruit te blikken op de marathon. Wederom een zussenmoment om in te kaderen.

Hoewel het nu officieel slechts een week herfst is, was die seizoensverandering al veel vroeger voelbaar. Ik had weer eens koude tenen op de mountainbike en behoefte aan een hete douche na afloop. Ik at al pompoenen. Ik vloekte op de wind die soms een vuil spelletje speelt op de fiets. Na de soms moeizame maand september, richt ik me nu op oktober: marathonmaand tout court. Ik kijk alvast uit naar zondag, want dan staan Roos en ik aan de start van de halve marathon in Brussel. Onze tapering mag dan wel ingezet zijn, een snelle halve marathon lopen behoort zeker tot het plan. May the force be with us!

IMG_1283b

Loperspraat – Mijn loopkalender voor het najaar

Of je nu vindt dat het nog zomer is of al herfst: het najaar staat zachtjes op de deur te kloppen in gezelschap van zijn goede vriend het loopseizoen. Regen en wind zijn misschien niet meteen de weerselementen die de loper op zijn pad wenst, maar eigenlijk is een streepje grijs in najaar veel geschikter loopweer dan de zomerse warmte. Gedaan dus met zonnecrème smeren op een bezwete rug, weg met de dehydratatie en de pijnlijke schuurplekken! En als de duisternis zijn intrede doet, moet je maar denken aan de woorden van Leonard Cohen: there’s a crack in everything, that’s how the light gets in. Ik doe graag uit de doeken welke loopdoelen Roos en ik met stip in onze agenda hebben genoteerd. Aan plannen geen gebrek!

Op zondag 22 september tekenen we present voor de tweede editie van de Leuven Nature Trail. Het woord trail in combinatie met Leuven is wat misplaatst. Een juistere beschrijving is: een groene looproute over een grotendeels off-road parcours. Roos en ik zijn ingeschreven voor de langste afstand van 25 km. Wat dit evenement uniek maakt, is dat je aan de finish in Leuven de trein naar Sint-Joris-Weert neemt, waar de startlijn ligt. Van daaruit gaat het door het Meerdaalwoud naar vertrouwd gebied in Heverleebos en via Abdij van Park naar de finish aan het station in Leuven. Vorig jaar vond ik deze wedstrijd geen onverdeeld succes, aangezien de regen bijna constant met bakken naar beneden kwam. Bovendien werd ik dan ook nog eens doorweekt op de fiets, zowel op de heen- als de terugweg. Ook mijn optimisme kent grenzen. Ik hoop dus op een drogere tweede editie en kijk uit naar het samen lopen met Roos.

De afgelopen zes jaar liep ik in oktober ofwel de halve ofwel de volledige marathon in Brussel. Dit jaar staan we op zondag 6 oktober aan de start van de halve marathon. Het parcours vertoont veel overeenkomsten met de 20 kilometer van Brussel, maar de halve marathon kent een kleiner deelnemersveld. Zowel start als finish verlopen dan ook wat rustiger. Het plan is om nog eens plankgas te geven. Na de gemiste CPC Loop in het voorjaar liep ik immers nog geen halve marathon in wedstrijdverband. Mijn snelste halve marathon in Brussel liep ik in 1:37 (2017). Ik heb heel veel zin om onder die tijd te duiken, al vind ik het ook een beetje jammer dat ik niet aan de start sta van de hele marathon. Ik liep die al drie keer en heb aan elk van die marathons heel mooie herinneringen. Dit jaar zal ik dus dubbel zo hard van de kilometers van de halve moeten genieten.

Ik loop mijn oh zo geliefde marathon in Brussel niet omdat Roos en ik op zondag 20 oktober samen de marathon in Brugge zullen lopen. Wij kozen voor deze relatief jonge marathon omdat Roos haar persoonlijke marathontijd (PR voor de insiders) wil verbeteren. Daar kan je maar beter een vlak parcours voor kiezen en dat vind je dus in Brugge en niet in Brussel. Voor Roos wordt Brugge haar vierde marathon. Haar PR staat momenteel op 3:43 (Rotterdam 2016). Ik zal als haar persoonlijke haas of pacer alles uit de kast halen om die tijd onder de 3:40 te brengen. Eigenlijk is dit dus niet minder dan een droom die uitkomt. Mijn taak bestaat eruit om een constant tempo te lopen zodat Roos haar wagonnetje kan aanhaken, wat uit de wind wordt gezet en niet moet rekenen. Uiteraard zal ik haar met mijn doorgedreven aanmoedigingen ook tot het uiterste drijven. Als dat al nodig is, want Roos verkeert in topvorm. Professionele pacers stappen na 30 kilometer uit de wedstrijd, ik ga door tot het bittere eind, zodat we zij aan zij kunnen finishen. Dat deden we ook bij ons marathondebuut in 2015, toen er van hazen geen sprake was.

Na ons marathonavontuur gaat het in november richting de Kempen, meer bepaald naar het doorgaans modderige Kasterlee. Op 17 november lopen we daar de halve marathon: een familiegebeurtenis waarbij het altijd slecht weer lijkt te zijn en er vaak een Odeyn ten val komt. November wordt sowieso een zware trainingsmaand omdat ik dan in volle voorbereiding ben voor de Hel van Kasterlee, want jawel: ook dit jaar zal ik eraan geloven. Op zondag 22 december zal ik weer het onderste uit de kan halen om te finishen in de zwaarste winterduatlon ter wereld. Ik kan ook weer rekenen op Roos als trouwe begeleider. Vorig jaar werd ik dus onverwacht derde. Daarom leek het vanzelfsprekend dat ik me een tweede keer aan dit spektakelstuk zou wagen. Ik kijk met gemengde gevoelens naar de komende trainingsmaanden. Langs de ene kant heb ik er veel zin in. Ik focus me nu vooral op de voorbereiding van de marathon. Langs de andere kant herinner me maar al te goed hoe nat, koud, donker en eenzaam de trainingen in november kunnen zijn. Wekelijks was ik toen zo’n 20 uur aan het fietsen en lopen en daarnaast gaat mijn leven natuurlijk ook gewoon verder. We zien wel hoe het mij dit jaar bevalt.

Vergeet niet om morgen kaarsjes te branden, vingers te kruisen en duimpjes op te houden. Mijn broer strijdt namelijk vanaf 9u voor de wereldtitel duatlon in het Zwitserse Zofingen! Go Brobro!

 

 

Loperspraat – Nog meer zomer in augustus

Joepie! Morgen ga ik terug naar school! Na 9 weken ben ik weer helemaal opgeladen voor een nieuw schooljaar. Hoewel ik weinig concrete plannen had in augustus gebeurde er toch behoorlijk wat. Op sportief gebied bouwde ik de trainingen weer op in het kader van de najaarsplannen. Ik ging ook op uitstap en telde elke dag af tot Leah zou komen. Toen ze eenmaal geboren was, wilde ik haar natuurlijk zo vaak mogelijk zien. Naast mijn belangrijke rol als meter was er nog tijd om te lezen. Boeken werden verslonden, waarover later meer. Er was zelfs ook nog tijd om te barbecuen met Roos en Niko in hun paradijselijke tuin. Dit alles werd overgoten met mijn muzikale ontdekking van de maand: The Cat Empire! Ik ontdekte de Australische band van Felix Riebl very old school via de radio. Ik hoorde Brighter Than Gold (opzoeken!) en hoorde plots wat voor geweldig nummer dat is. Het bijhorende album Steal the Light overspoelde mij met trompetgeschal, latino invloeden en heel veel positieve energie. Net wat ik nodig had op de fiets, al lopend of gewoon liggend op mijn terras.

Ik nam een vliegende start in augustus. Na tien dagen had ik al meer bij elkaar gefietst dan tijdens de maand juli. Heel verwonderlijk is dat niet, want in juli deed ik het rustiger aan in aanloop naar en na afloop van de La Chouffe trail. Met die verjaardagsviering van Juan zat het dus wel snor. Voor de najaarsmarathon die ik zal lopen, was het tijd om de trainingsarbeid terug op te drijven. Ik blijf grote fan van de combinaite fiets- en looptraining. Het is voor mij de ideale manier om duurinspanningen te trainen zonder uren aan een stuk te moeten lopen. Ik verbaas me er steeds over dat ik best vlot kan lopen na anderhalf uur op de mountainbike te zitten. Er stonden ook enkele “gewone” duurlopen op de planning, waarbij ik steeds te koppig was om water mee te nemen, met als gevolg dat ik serieus gedehydrateerd thuis aankwam. Eigen schuld, dikke bult. Helaas had mijn rug er niet altijd evenveel zin in. In juli was er al enig gesputter te bespeuren, de afgelopen maand was het hek helemaal van de dam en werd mijn tere rug steeds stijver, strammer en stroever. De opgelegde mobilisatie-oefeningen van de kinesitherapeut konden slechts matig soelaas bieden. Zoals wel vaker, bleek het plots als vanzelf weer beter te gaan met die rugperikelen en heb ik er nu nog weinig last van.

IMG_0686b

Naast de Dossinkazerne bezocht ik met mama ook het Africamuseum in Tervuren. Dat was jaren gesloten voor renovatiewerken en ik was dus benieuwd hoe het er nu uit zou zien. De ligging aan het park van Tervuren en het gebouw zelf zijn indrukwekkend te noemen. Het museum is onderverdeeld in verschillende ruimtes waar telkens een ander aspect van Afrika centraal staat. Wij begonnen ons bezoek met de zaal over taal en cultuur. Het viel meteen op dat er wordt ingezet op interactiviteit en dat er dus ook op een jonger publiek gemikt wordt. De zaal met de opgezette dieren over de Afrikaanse fauna en flora is wellicht de bekendste. Leuk om te zien allemaal, maar wij misten wat overzicht en duiding in het museum. De koloniale beelden die controverse uitlokten, worden wel van een toelichting voorzien, maar daar bleef het dan ook bij. Na ons bezoek aan de Dossinkazerne vonden we dat het Africamuseum toch kansen onbenut laat.

IMG_0756b

En nu dus terug naar school. Om de voorschoolse spanning aan te wakkeren, kocht ik wat schrijfgerief en een nieuwe brooddoos. Ik moet eerlijk zeggen dat ik die eerste schooldag best spannend vind. Wie zal er allemaal voor mijn neus zitten? Zullen de leerlingen wel naar mij luisteren? Zal ik mijn leerkrachtige vaardigheden niet verleerd zijn? Uit ervaring weet ik dat ik die doorgaans niet verlies tijdens de vakantie. De komende weken zal het weer puzzelen zijn om schoolse en naschoolse activiteiten te combineren. Morgen bijvoorbeeld, als ik samen met Roos naar het langverwachte concert van Hozier in Brussel ga. Het is nog lang niet voorbij die mooie zomer!

 

Loperspraat – Onder de zon over de bergen in juli

De vakantie vierde hoogtij in juli. De zon scheen (soms een beetje te hard), ik liep (soms te veel berg op), ik lag horizontaal te lezen (soms ook te dutten) en mijn familie was er (soms eigenlijk, want we wonen gelukkig niet allemaal onder hetzelfde dak). Ik begon juli relatief rustig om te bekomen van de sportieve en professionele inspanningen in juni. Toen ik aan het begin van de maand 24 uur aan de Noordzee spendeerde en ’s ochtends over het strand liep van Westende tot in Middelkerke werd de depart réel, het eigenlijke startschot, voor vakantie in mijn hoofd gegeven. Wat volgde was family time in Brussel, Houffalize en Parijs. Waarbij niet alleen de familiale liefde rijkelijk vloeide, maar ook het zweet.

IMG_0106b
Het asfalt en ik in afwachting van de renners.

Het eerste weekend van de maand was Brussel het decor van het grootste sportieve circus ter wereld: de Tour de France. Zonder Chris Froome, maar met Geraint Thomas, Peter Sagan en onze Belgische helden. Zaterdag gaf onze eigenste Eddy het startschot voor een etappe door en rond Brussel. Roos, mama en ik fietsten naar Tervuren om daar te zien hoe de coureurs voorbij vlamden voor hun laatste 15 kilometer. Het was niet de eerste keer dat ik de Tour zag passeren in België. Steeds is het net zo indrukwekkend om te zien hoeveel publiek wielrennen op de voet brengt voor een flitsende passage van een tiental seconden. Hoe dan ook een ervaring: zij die er niet bij waren, hadden ongelijk. Daags nadien legde ons bescheiden familiale wielerpeloton wat meer kilometers af: we fietsten tot aan de vijvers van Sint-Pieters-Woluwe om daar ons kamp op te slaan voor de ploegentijdrit. We hadden perfect zicht op de achtkoppige treintjes die elke 5 minuten passeerden aan een topsnelheid van rond de 50 km/u. Aan het aanzwellende gejoel kon je horen dat de renners in aantocht waren. In dat identieke rijtje renners herkennen, is zelfs voor ervaren wielerkijkers geen sinecure. Gelukkig reed Greg Van Avermaet in de bolletjestrui en konden we dus de longen uit ons lijf in de juiste richting schreeuwen en nadien zeggen dat we de Greg echt gezien hadden. We concludeerden ook dat Ollie een pak makkelijker te roepen is dan Oliver.

IMG_0108b
Het lijkt hier misschien alsof Roos en mama op strafkamp zijn met mij, maar hun bedremmelde blik is te wijten aan de spanning van wat komen gaat: de ploegentijdrit!

Gas terugnemen of taperen: noem het hoe je wil, maar ik bouwde de trainingsarbeid af met het oog op de La Chouffe trail in de Ardennen. Juist in de maand van grote sportieve prestaties is er ook veel tijd om op adem te komen. Dankzij mijn sportieve exploten in Houffalize leek ik daags nadien een houten vrouw met slecht geoliede gewrichten, zo stijf was ik. Stappen ging nog net. Alle bijkomende bewegingen waren een opgave. Om de stijfheid tegen te gaan is bewegen een must, maar alles in mijn lijf schreeuwde: blijf alsjeblieft gewoon liggen. Ik gaf me er één dag aan over en legde me er letterlijk bij neer dat ik de komende weken geen mens zou zijn. Wonder boven wonder verdween de stijfheid na drie dagen zienderogen. Ik klom vrij soepel op de mountainbike en er bleek heel wat in de tank te zitten. Ook tijdens mijn eerste looprondje voelde ik me als herboren. Gelukkig maar, want een week na de trail vertrok ik naar Parijs waar ik ook graag de nodige kilometers afleg. En zo geschiedde dus.

IMG_0220b

Juli 2019 gaat de boeken in als een sportieve kalm-aan-maand. Het was niet al lopen en fietsen wat de klok slaat. Ik had vaker comfortabele Birkenstocks aan mijn voeten dan sportschoenen. Zo genoot ik met volle teugen van een barbecue met Roos en Niko in hun paradijselijke tuin en las ik al 11 boeken. Dat klinkt misschien tegenstrijdig met wat ik net vertelde, maar de cijfers bevestigen het: ik kwam amper aan de helft van de kilometers die ik vorige maand aflegde. Uit ervaring leerde ik dat het goed is om na een stevig sportief doel (deze maand de La Chouffe trail) niet gedachteloos door te jagen naar het volgende avontuur. Mijn lijf moet soms eens op adem komen en ook in mijn hoofd moet er ruimte vrijkomen zodat ik weer veel zin heb om mijn pijlen te richten op wat nog komen zal. Maandag trok ik er op uit met Juan, mijn knappe Orbea, na 10 mountainbikeloze dagen. ’s Ochtends zat ik al een beetje te wiebelen op mijn stoel omdat ik daar zo naar uitkeek. Die fietstocht stelde niet teleur. Juan en ik zijn nog steeds een top team. Toen besefte ik dat nu echt een fietser ben.

IMG_0606b

Augustus belooft sowieso een bijzondere maand te worden met de komst van mijn metekindje, de eerstgeborene van Marike en Peter. Benieuwd wanneer die schoonheid zich zal tonen!

Loperspraat – Hoe wij ons helden waanden in Houffalize

Houffalize was afgelopen zondag het decor van een familiaal moment de gloire. Papa, Roos en ik haspelden 36 kilometer en ruim 1000 hoogtemeters af in de parel der Ardennen. Dat had weinig te maken met een militair defilé of een super aanval à la Thomas De Gendt. Bij een trail run zijn de enige wapens waarover je beschikt een getraind lichaam en een zak met water op je rug. Je wordt niet opgejaagd door een dolgedraaid peloton, maar uitgedaagd door de bergen waardoor je ook tegen de muren in je hoofd aan loopt. Een trail lopen is geen wedstrijd. Het is avontuur, constant alert zijn voor de talrijke hindernissen die de natuur in petto heeft en telkens weer de moed vinden om te lopen. Ook met betonnen benen en als je zelfs verzuring in je oorlel lijkt te voelen.

Roos en papa stonden vorig jaar ook aan de start in Houffalize voor 28 km trailplezier. Twee jaar geleden ging ik met papa een stapje verder en liepen we 50 km in en rond de brouwerij van Achouffe omdat ik zo graag eens verder dan een marathon wilde lopen. Ik denk dat ik toen ook de grenzen van de vaderliefde opzocht. Na amper 10 kilometer waren we al volledig kapot en danig onder de indruk van de hoogtes die we moesten trotseren. Onze missie leek uitzichtloos tot we na 6 uur de eindmeet haalden: dat bleek een goede prestatie voor een vrouw en vijftiger. Dit jaar pasten Roos en ik wijselijk voor de trails van 68 en 47 km die ook op het programma stonden en gingen we voor de min of meer acceptabele 36 kilometer. Papa kon natuurlijk niet achterblijven en vervolledigde Team Odeyn. Hoog tijd voor een belevingsverslag van onze La Chouffe trail.

OYBF5200
Voor de start: helemaal klaar voor de strijd

We hadden op voorhand besproken dat ik waarschijnlijk voor papa en Roos zou lopen en dat zij samen zouden blijven. De eerste twee kilometers op asfalt liep ik snel. Ik klauterde vlotjes op de eerste bescheiden rots en vervolgde mijn weg over een idyllisch paadje langs het water. Na enkele kilometers en een eerste serieuze beklimming wist ik één klap weer hoe moordend de bergen in de Ardennen zijn. Klimmen wordt echter ook beloond. Zo liepen we onder andere over een bergtop langs een wei met impressionante oeros-achtige koeien die ons meewarig nakeken. De eerste steile afdaling was het wat zoeken om mijn voeten strategisch neer te zetten. Na 9 kilometer en een pittige passage over het BMX-parcours overviel mij hetzelfde gevoel als twee jaar geleden: verdorie, dit is echt heel zwaar. Gelukkig werd ik na een technische afdaling luid aangemoedigd door mama en Marike en kon ik een kilometer door Houffalize city cruisen, tot de volgende berg wachtte uiteraard. Bij de eerste bevoorradingspost aan de Achouffe brouwerij op 16 kilometer voelde ik de verzuring eens zo erg. Ik dronk wat water, treuzelde niet en vervolgde mijn weg.

IMG_0244b

Na een passage door en langs de Ourthe moesten we een berg over die wij achteraf De Muur noemden: een steile wand met rotsen waarvan je niet eens de top kan zien. De beloning was een fenomenaal zicht op het dal. Op het hoogteprofiel hadden we gezien dat het parcours tussen kilometer 20 en 25 de minste hoogteverschillen bezat: een lichtpuntje. Ik verbeet de verzuring en liep drie kilometer behoorlijk snel, deels over asfalt. Vreemd genoeg kreeg ik toen een mentale klop. Ik had pijn, liep helemaal alleen en moest op adem komen van mijn snelle kilometers. De moed zonk me in de schoenen. Na een korte stop en aanmoedigingen van mama bij de bevoorradingspost aan kilometer 24, waadde ik me een weg door de Ourthe. Ik had het nog steeds lastig en bezat weinig strijdkracht. Telkens weer moest ik mezelf aanporren om te lopen. Bij de minste hellingsgraad stapte ik even. Ik liep niet soepel, vooral dalen was extreem pijnlijk en er zat weinig rem in mijn benen. Rond kilometer 28 vond ik zo ongeveer mijn 85e adem en de moed om langer te blijven lopen. Na enkele beklimmingen om u tegen te zeggen, bereikte ik het hoogste punt rond kilometer 32. Ik kon me van daaraf weer lanceren om goed door te lopen. Ik negeerde de verzuring zo goed als het kon en liep relatief snel richting finish. Na de zoveelste uitdagende afdaling hoorde ik de vertrouwde stem van speaker Hans Cleemput. Ik had het gehaald in 4u05 en eindigde als 8e vrouw.

IMG_0213b
Voor de start poseren met mijn nieuwe schoenen én sokken. Stance natuurlijk.

Het relaas van papa en Roos klinkt een stuk positiever. Ze kwamen een kwartier na mij aan en hadden er vrolijke uren opzitten, zo bleek. Papa: het lopen ging goed. Af en toe was er een afdaling waarbij ik dacht: oei, dat moet ik hier even bekijken. Mijn nieuwe trailschoenen bewezen hun nut en zorgden voor de nodige grip. Je loopt een trail met een heel ander gevoel: er is geen wedstrijdelement en je bent voortdurend bezig met de hindernissen. Het grote voordeel van samen lopen is dat je jezelf niet opjaagt, maar elkaar aanmoedigt. We liepen hetzelfde tempo en op het einde konden we zelfs nog serieus gassen. Volgend jaar wil ik opnieuw een trail in Houffalize lopen, maar 36 kilometer is wel echt het maximum.
Roos: mijn trail is goed verlopen. De eerste 10 kilometer waren heel zwaar. Toen voelde ik de verzuring al. Ik heb de moed even laten zakken en dacht: ik zal sowieso wel finishen. Ik ben er helemaal doorgekomen! Tussen kilometer 20 en 24 hebben we toch wel zo’n 3 kilometer aan een stuk kunnen lopen, wat uitzonderlijk was. De rivieroversteken vond ik wat koud aan mijn voeten. Bij nader inzien ben ik heel blij met mijn prestatie. Het was heel leuk om met papa te lopen. Van begin tot einde hebben we aan de lopende band grapjes gemaakt en ook gepraat met andere traillopers.

ULAU4518
Roos en papa in actie!

Na de trail overviel ons alle drie een gevoel van triomfantelijkheid. Er werd duchtig nagepraat en heel wat afgelachen. Helaas konden we ook alle drie nagenieten met een extreme spierstijfheid die in de verste verte niet te vergelijken is met wat je voelt na een marathon. Uit bed stappen is bijgevolg een uitdaging. De trap afgaan lijkt een onmogelijke opgave. Maandag waren we terug thuis en ik denk dat ik niet de enige was die zich toen enkele uren horizontaal in de zetel bevond. Daar krijg je trouwens alleen maar meer spierpijn van. Gelukkig hebben we ook alle drie vakantie om op onze positieven te komen. Deze week doe ik het rustig aan.

Enkele weetjes:

  • Papa verrichtte zaterdag weer een heldendaad door medische assistentie te verlenen toen een trailrunner op enkele tientallen meters van de finish pijnlijk ten val kwam op zijn schouder.
  • Mede dankzij mijn puike West-Vlaamse tongval klonk Steentje van Brihang meermaals door de boxen in het weekend.
  • Papa pakte wederom uit met zijn kennis over geschiedenis en natuur. Na enkele berekeningen kwam hij tot de vaststelling dat de dennen aan de finish zo’n 125 jaar oud waren.
  • Tijdens de trail werd ik gestoken door een wespachtig insect.
  • Mijn gemiddelde hartslag lag tijdens deze trail hoger dan na een marathon.
  • Papa vond een klassieke finish niet heroïsch genoeg en eindigde zijn trail in stijl door een alternatieve route door het water te nemen.
  • We finishten alle drie in de eerste helft van het deelnemersveld. Roos eindigde als 11e vrouw. Papa, die over enkele maanden 60 wordt (ja echt!), liet niemand voorgaan die ouder was dan hij.
  • Ik was uiterst tevreden over mijn nieuwe trailschoenen, de Nike Pegasus 36 trail, waar ik nog geen meter mee gelopen had. Achteraf hoorde ik dat papa en Roos tijdens hun tocht wel hebben gelachen met het idee dat mijn hagelnieuwe schoenen zo besmeurd zouden zijn.
  • Papa overbrugde vandaag welgeteld 11 hoogtemeters over een gelopen afstand van 4 kilometer. Respect! Ik wacht nog even met lopen.
IMG_0247b
Papa de bomenmeter

Loperspraat – Voorbeschouwing op de La Chouffe trail met Roos

Er staat dus een trail op de planning: 36 kilometer klimmen, kronkelen en kapot gaan in en rond Houffalize. Eventueel nog wat lopen ook, als dat mogelijk is. Gelukkig kan ik niet alleen rekenen op een onmisbaar veldteam dat instaat voor de supportersbeleving, verkenning en bevoorrading, maar ook op papa en Roos die samen met mij aan de start staan. Net zoals mijn ouders heb ik nu vakantie en – ondanks mijn rijkelijk gevulde agenda – kan ik dus relatief rustig toeleven naar de traildag. Omdat jullie al vaak genoeg mijn uitweidingen lezen, geef ik vandaag met heel veel plezier het woord aan Roos. We gingen samen de benen losgooien in het bos. Nadien stelde ik haar wat vragen over de aankomende trail. Op de eerste vraag volgde meteen een stilte. Mijn zogenaamde interview voelde blijkbaar aan als een mondeling examen, dat effect lijk ik soms te hebben op mensen. Na een geruststelling (dat kan ik ook) volgde een mooie uiteenzetting van Roos’ sportieve La Chouffe ervaringen en verwachtingen.

Mijn voorbereiding verliep goed. In januari begonnen we (Joke en ik) met onze tweewekelijkse trailtrainingen. Die vielen even stil door enkele klassiekers op de loopagenda (waaronder de 20 kilometer van Brussel), maar daarna heb ik mijn duurlopen kunnen hernemen. De afgelopen twee weken waren wel wat minder qua trainingsarbeid. Ik ging vier dagen naar Rock Werchter… Dat betekent bier, frieten en laat gaan slapen. Genieten van het goede leven dus. Jammer, maar ik vertrouw erop dat de basis van mijn trainingen meer dan goed zit.

IMG_0164b

Vorig jaar liep ik samen met papa de 28 kilometer in Houffalize: dat was mijn eerste trail-ervaring in de Ardennen. Ik leerde om te beginnen dat het helemaal niet erg is om te stappen. Het was voor mij een openbaring dat je zo snel of traag mag gaan als je wil, tijd doet er echt niet toe. De omgeving maakte ook echt indruk. Het parcours is gevarieerd en je loopt over verschillende soorten ondergronden, langs en door water. De La Chouffe brouwerij (in Achouffe) is trouwens echt klein, dat wist ik ook niet.

Ik heb het meeste schrik voor de pijn die de bergen mij sowieso zullen bezorgen. En ook wel een beetje dat ik achteraf teleurgesteld zal zijn in mezelf. Onderweg denk ik dan misschien eens te snel “ik stap wel” en nadien kan ik dan denken “waarom heb ik nu niet wat doorgelopen?”. Ik kijk vooral uit naar het familiale samenzijn in het weekend: samen toeleven naar de trail en nadien een La Chouffe drinken. Natuurlijk kijk ik ook uit naar de trail zelf, maar dat is een beetje dubbel omdat je ook weet dat het niet elke kilometer leuk zal zijn. Op basis van mijn tijd van vorig jaar denk ik niet dat het haalbaar is om binnen de 4 uur aan te komen, al zou het leuk zijn als dat wel lukt. Ik ga volop voor de ervaring!

IMG_0140b

Ik heb één paar trailschoenen, dus ik twijfel niet over mijn schoenkeuze. Mijn spiksplinternieuwe Garmin Forerunner 235 gaat ook mee, samen met mijn nieuwe compressie tubes. Mijn Stance pet is een vaste waarde, net zoals de korte tight waar ik al mijn belangrijke wedstrijden mee liep. Ik twijfel nog of ik een T-shirt of singlet zal dragen. De voorspelde temperatuur is 20 graden, maar ik ben bang dat de riemen van mijn rugzak zullen snijden als ik een singlet draag. De avond voor de race eet ik iets pasta-achtig en drink ik (helaas) geen alcohol. Mijn pre-race ontbijt bestaat altijd uit witte boterhammen met kaas, wat peperkoek en een banaan: mijn persoonlijke succesrecept. Na afloop van de race drink ik eerst een chocomelk (een echte van Cecemel) en eet ik een Clif bar. Een La Chouffe volgt dan als ik me heb gedoucht. Ik hoop eigenlijk ook dat Marike iets zelfgebakken zal meenemen (HINT!) om nadien nog van te eten als we onderuit gezakt naar de Tour kijken. ’s Avonds gaan we altijd eten bij de pizzeria en kan er zeker ook een glaasje rosé van af.

Houffalize, we komen eraan!

IMG_0159b