Loperspraat – De vrouw met de hamer

Daar stond ik dan. Leunend tegen de vangrail op de meest ongezellige rotonde van Tienen. Gestrand als Odysseus, maar ontdaan van alle heroïek. Hoe was ik hier verzeild geraakt? Hoe kwam ik hier weer vandaan? Auto’s draaiden langs mij voorbij. Ik bleef op het fietspad staan en keek ernaar. Er leek nochtans niks aan de hand toen ik aan mijn looptoer van 18 kilometer begon: een prachtige route via Hakendover, langs de spoorwegbedding in Oplinter en door het Tiense broek*. De zon scheen hard. Ik had er zin in en liep snel. Na een half uur viel ik echter niet terug op mijn automatische stand waarbij lopen als vanzelf gaat. Ik was me bewust van de inspanningen die ik moest leveren om vooruit te komen. Moeilijke momenten gaan voorbij, dacht ik. Koppig vervolgde ik mijn weg. Lopen was het plan. Lopen was wat zou gebeuren.

Na een kilometer of 10 besloot ik een korte pauze in te lassen om op adem te komen, dan zou het wel beter gaan. Ik vertrok weer en besloot een kortere route te nemen die in rechte lijn naar huis ging. Als ik wat trager zou lopen, dan zou het wel beter gaan. Welgeteld een halve kilometer kon ik lopen en dan was er iets dat me tegenhield. Iets dat zei dat stilstaan beter was dan vooruitgaan, dan zou het wel beter gaan. Ik stopte, praatte mezelf weer moed in. Met die peptalk kon ik telkens een halve kilometer lopen om dan weer de pauzeknop in te drukken. Op die ellendige rotonde stond ik wat langer stil bij de situatie waarin ik mezelf had gemanoeuvreerd. Waarom was lopen vandaag niet vanzelfsprekend? Wat scheelde er eigenlijk? Had ik ergens pijn? Voelde ik me licht in mijn hoofd? Zou ik flauwvallen? Was ik misselijk? Niks van dat. Mijn strijd werd gestaakt en ik zou de laatste 2,5 kilometer naar huis wandelen. De teleurstelling borrelde op.

Wandelen was verbazingwekkend aangenaam. Plots begreep ik ook welke onnoemelijk zware taak ik mezelf had opgelegd. Ik was helemaal niet zo fit, nog volop aan het ontstressen van school, al weken had ik last van rug- en nekpijn, de dag voordien kreeg ik mijn tweede vaccin, ik had niet goed geslapen, amper gegeten en gedronken. Mijn lichaam had me tot de orde geroepen: vandaag behoorde anderhalf uur lopen niet tot de mogelijkheden. Het was niet mijn lichaam dat mij in de steek liet, maar ik die mijn lichaam in de steek had gelaten door te woekeren met mijn krachten. Lopen is niet altijd wat moet gebeuren. Soms is stilstaan echt beter dan vooruitgaan. Ik had rust nodig, zo simpel was dat. De man met de hamer is een vrouw en ze woont in mijn hoofd.

*Dit verhaal speelde zich af op vrijdag 9 juli. Het Tiense broek en het omliggende natuurgebied staan door de wateroverlast van de afgelopen dagen volledig onder water. In het kader van die vreselijke overstromingen en de enorme impact ervan is dit verhaal uiteraard totaal onbenullig.

Loperspraat – De ultieme vriendenloop

Zeg Joke, had jij nu geen ambitieuze loopplannen voor het voorjaar? 
Jazeker! Ik kon namelijk niet nog eens een voorjaar laten passeren zonder groot loopproject (grijnst). Daarom onderneem ik zondag nog eens een stevige looptocht. Het doel: 51 kilometer van Tienen tot in Rotselaar via bekend terrein en in goed gezelschap.

Oké, 51 kilometer: WAAROM?
Tja (denkt na) omdat ik daar zin in heb. Als ik een marathon loop, dan wil ik een duidelijk omlijnd concept mét een doel. En ik kon dus niet echt iets bedenken dat aan die voorwaarden voldeed. Bovendien is een marathon lopen voor mij toch altijd wat beladen. Na mijn ultraloop in december besefte ik dat low-profile 50 kilometer lopen, gewoon omdat het kan en mag, echt leuk is. Ik kwam dus tot de conclusie dat langer dan een marathon lopen voor mij vrijblijvender aanvoelt dan een marathon zelf (lacht).

En dat gezelschap, wat mogen we daar van verwachten?
Als er iets is wat ik het afgelopen jaar meer dan ooit heb leren waarderen, dan is het lopen in gezelschap. In deze tijden is het de kunst om te denken in mogelijkheden in plaats van in beperkingen. Probeer in normale omstandigheden maar eens agenda’s af te stemmen op een zondag om bij vrienden en familie tijd te claimen om een stukje mee te lopen of fietsen: onmogelijk! Wel, nu is er ruimte in die agenda’s. Ik zou zelfs durven zeggen dat mensen blij zijn dat iemand een zot plan heeft waar ze bij kunnen aansluiten. Dat is ook wat ik zag tijdens die straffe looptocht van mijn broer: zoals wel vaker was dat inspirerend. Het wordt dus een ultra looptocht als ode aan de vriendschap: de ultieme vriendenloop.

Heb je je hier de afgelopen maanden dan grondig op voorbereid?
(aarzelt) Ja en nee. Ik fiets en loop altijd wel behoorlijk wat, maar specifieke marathontrainingen liet ik achterwege. Geen intervals of lange duurlopen dus. Mijn woonloopwerkverkeer beschouwde ik als een test om te zien of ik het betere duurloopwerk nog in me had zonder doorgedreven training. Ik had toch het idee dat mijn conditie nog bovengemiddeld goed was en gaf mezelf dus groen licht voor een uitdaging van dit formaat.

We zijn benieuwd naar het verhaal achteraf. Veel succes!
Bedankt! Ik zal er een sportieve lap op geven en als dat tegenvalt: dan is het verhaal achteraf eens zo interessant.

Loperspraat – 46 kilometer functioneel loopplezier

Het is nog steeds dik aan tussen de steenweg en mij. Die twee uur per werkdag dat ik op mijn fiets zit, zijn helemaal van mij. Of toch van mij en de steenweg. Als loper stond het echter al lang op mijn wensenlijstje om eens naar of van mijn werk te lopen. Het huidige deeltijdse lessysteem biedt ook meer mogelijkheden om al lopend woonwerkverkeer af te haspelen. Ik moet elke dag op school zijn, maar heb wel meer tijd om me van en naar het werk te begeven en daar, desgewenst, van te recupereren. Zo gebeurde het dat ik vorige week in twee etappes 46,12 kilometer liep binnen een tijdspanne van 25 uur. Woensdag fietste ik naar school en liep ik naar huis, donderdag maakte ik de omgekeerde beweging: twee functionele en bijzonder plezierige duurlopen.

Waarom zou je nu 23 kilometer van je werk naar huis lopen en de dag nadien nog eens hetzelfde in de andere richting? Om te beginnen omdat het een uitdaging is. Een kans om in deze bizarre periode nog eens positieve spanning te ervaren, ergens naartoe te leven en uit het normale alledaagse te breken zonder jezelf of anderen in gevaar te brengen. Om nog eens iets zots te doen dat ergens ook nuttig is en waar helemaal niemand last van heeft. Ik zweer al jaren bij zondag duurloopdag, maar ik besefte dat duurlopen tijdens de week ook zo gek niet is. Je werkt een hele week, dat is vermoeiend, en als je dan in het weekend kan uitrusten ga je op zondagvoormiddag een paar uur lopen, dat is ook vermoeiend. Er valt dus iets voor te zeggen om tijdens de week kilometers te maken en rust te nemen in het weekend. In mijn hoofd was deze onderneming kortom pure logica.

IMG_4596b

IMG_4599b

Duurlopen als volwaardig vervoermiddel vergt echter wel wat voorbereidingen. Ik moest bijvoorbeeld een route bedenken. Toegegeven, het heeft door mijn hoofd geflitst om simpelweg over de steenweg te lopen (“slechts” 20 kilometer en bekend terrein). Als eenzaam lopertje zou ik me wel erg kwetsbaar voelen en de kans onbenut laten om het onbekende terrein achter de steenweg te verkennen. Na een uitgebreide studie van de omgeving in kaartvorm, kwam ik tot de conclusie dat ik de spoorweg, die parallel loopt met de steenweg, als oriëntatiepunt kon gebruiken. Ook bagage-gewijs moest ik goed nadenken wat ik woensdagochtend op de fiets meenam en op school zou achterlaten én wat ik zeker in mijn looprugzak mee naar huis moest nemen. De juiste sleutels waren vooral onontbeerlijk: woensdag moest ik in mijn huis kunnen en donderdag op school in de douche om presentabel voor de klas te kunnen staan. 

Over de beleving van mijn woonwerkloopverkeer kan ik kort zijn: mannekes, wat was het mooi en wat heb ik er intens van genoten! Wonder boven wonder verliep ook mijn improvisoire oriëntatie zonder enig probleem. Ik keek mijn ogen uit en liep over charmante kasseistroken, zomerse zandweggetjes en holle wegen. Ik kwam in dat niemandsland amper mensen tegen en juist daarom leek het onwezenlijk dat dit woonwerkverkeer was. Meermaals zei ik tegen mezelf (hardop, zo ben ik wel) dat ik echt een gelukzak was dat ik dit mocht en kon doen. Daarmee wil ik niet zeggen dat mijn looptocht moeiteloos verliep. De eerste etappe was het behoorlijk warm en dat voelde ik toen ik thuis aankwam. Dorst, dorst, dorst. De tweede etappe viel nog beter mee dan ik had durven hopen. Ik bespeurde amper stijfheid in mijn benen en ik liep zelfs wat sneller dan de dag voordien. Omdat het toch wel even geleden was dat ik nog 20 kilometer liep, had ik niet durven hopen dat ik twee keer na elkaar vlotjes 23 kilometer ruim binnen de 2 uur kon afwerken. Nog maar eens een bevestiging dat de duurloopmodus een soort van tweede natuur geworden is. 

De vermoeidheid die ik op school amper leek te voelen, sloeg wel dubbel en dik toe op de terugweg donderdag met de fiets. Het leek alsof elke meter voorbij kroop. Ik voelde me een slak die in plaats van een huisje een zware fiets moest meesleuren. Al zuchtend, droomde ik van vrij en blij door velden te lopen en hoe ik dan veel sneller thuis zou zijn. Ik wierp vol verlangen een blik op mijn geheime wereld, waar ik zo nu en dan een glimp van kon opvangen, achter de steenweg. Ik fiets graag, echt graag, maar lopen dat is het pure geluk.  

IMG_4592b

Loperspraat – Het verraderlijke hart

Ik vind het soms een akelige gedachte dat mijn hart non-stop aan het werk moet blijven en dat ik het quasi dagelijks vraag om een bijkomende inspanning te leveren. Het is daarvoor gemaakt, dat weet ik wel, maar toch vind ik het confronterend om stil te staan bij de kwetsbaarheid die uitgaat van dat ene orgaan. Gelukkig heb ik vooralsnog geen redenen om te denken dat mijn hart het gaat begeven. Twee jaar geleden werd ik medisch binnenste buiten gekeerd toen ik in het ziekenhuis belandde met een longembolie: dat hart van mij werd na tal van onderzoeken helemaal goedgekeurd. Sinds ik met een sporthorloge loop (nu zo’n 6,5 jaar) heb ik ook altijd met een hartslagmeter gelopen. Inmiddels is de Garmin Forerunner 230 mijn trouwe metgezel tijdens loop- en fietstochten, steeds met een klassieke hartslagband rond de borst. Het laatste half jaar liep ik echter zonder hartslagmeting en dat bracht met tot enkele inzichten.

Ik vond het aanvankelijk razend interessant om me bezig te houden met de cijfers en getallen die mijn GPS-horloge en hartslagmeter op mij afvuurden. Het werd daarom een gewoonte om altijd met die hartslagband te lopen. Halverwege november vorig jaar liep ik voor het laatst met een hartslagmeter. Simpelweg omdat die het niet meer deed, ook niet met een nieuw batterijtje. Vroeger zou ik meteen een nieuwe hartslagband hebben gekocht. Ik zou het gevoel hebben gehad dat ik bij elk loopje zonder hartslagmeting cruciale informatie miste. Maar kijk, ik ben geëvolueerd als mens en als loper en in een competitie-luwe periode leek het me niet noodzakelijk om bij elk loopje mijn hartslag te meten. Ik heb minder behoefte aan die uitgebreide cijfers. Bovendien heb ik ook het idee dat die cijfers me steeds minder vertellen.

Dat brengt me dus bij de vraag in welke mate mijn hart mezelf nog verraadt om het met Edgar Allan Poe’s The Tell-Tale Heart (in het Nederlands vertaald als Het verraderlijke hart) te zeggen, een kortverhaal dat iedereen trouwens moet lezen omdat het én een klassieker is én heel kort én heel akelig zoals alleen Poe dat kan. Het verhaal gaat over een hart dat door stevig te kloppen een menselijke daad verraadt. Ik kwam tot de conclusie dat mijn hartslag de laatste jaren weinig uitschieters kent. Als ik tijdens trainingen wat dieper of sneller ga, is mijn gemiddelde hartslag logischerwijze wat hoger, maar de marge waar die zich binnen beweegt is beduidend kleiner geworden. Vroeger kon mijn hartslag ook variëren tijdens “gewone” loopjes en vertelde die me dus wanneer ik wat vermoeider was. Nu kan ik bij wijze van spreken per looprondje voorspellen wat mijn gemiddelde hartslag zal zijn, ongeacht de omstandigheden. Ook dat is niet onlogisch. Het wijst erop dat ik jaar na jaar een steeds betere basisvorm kreeg en dat mijn hartslag sneller daalt nadat ik diep ben gegaan.

Een zelfde evolutie zie ik ook bij mijn marathons: mijn gemiddelde hartslag zakt beetje bij beetje, terwijl ik steeds sneller loop. Mijn laatste marathon (de suikermarathon) liep ik met een gemiddelde hartslag van 142. De omstandigheden mochten dan wel redelijk ideaal zijn (geen stress en fris loopweer), ik liep die marathon nog steeds behoorlijk snel over een behoorlijk pittig parcours. Tijdens de CPC Loop waar ik vorig jaar mijn record verbeterde op de halve marathon had ik dan weer een gemiddelde hartslag van 165: stevig, maar niet abnormaal als je ruim anderhalf uur echt diep gaat.

Ik heb nooit specifiek volgens bepaalde hartslagzones getraind. Uiteindelijk denk ik dat als je verantwoord lange afstanden wil lopen het er op neer komt dat je gevarieerd én met plezier moet trainen. Al ben ik ook niet volledig immuun voor cijfers en waarden. Het grootste voordeel van lopen zonder hartslagmeter is dan ook dat mijn Garmin me niet meer vertelt wat mijn VO2-max en hersteltijd zijn: geschatte waarden die me meer beïnvloedden dan ik zou willen. Al weet ik dondersgoed dat ze gebaseerd zijn op je snelheid en gemiddelde hartslag, maar dat ze verder amper rekening houden met individueel afgestemde parameters. Het komt er dus op neer dat Garmin de boel heel wat rooskleuriger voorstelt. Zo zou ik volgens mijn horloge een marathon kunnen lopen in 2u46. Nog eventjes doortrainen en ik zou me dus kunnen kwalificeren voor de Olympische Spelen. Om maar te zeggen dat je de raceprognoses met een heel grote korrel zout moet nemen.

Ik denk dat mijn hartslag vooral verraadt dat ik al enkele jaren een gedreven loper ben. Een hartslagmeter beschouw ik dan ook als een handig instrument om over een langere periode te kijken hoe mijn basisconditie zich ontwikkelt. Voor prestaties waar ik naartoe werk, wil ik ook graag weten met welke gemiddelde hartslag ik ze gelopen heb. Om die reden ben ik van plan om snel weer een hartslagmeter aan te schaffen, want jawel: ik broed op leuke sportieve ideeën voor de korte termijn. Laat dat hart van mij dus maar vrolijk verder kloppen.

Loperspraat – De perfecte 14

Ik ben verliefd op een looprondje. Al weken zit het in mijn hoofd. Ik was niet op slag verliefd, ik gaf me niet meteen gewonnen, maar nu is er geen houden meer aan en zou ik het liefst van al dagelijks lopen. 14 kilometer om heel hard van te houden. 14 kilometer waar mijn hart sneller van gaat slaan, letterlijk en figuurlijk. Mijn perfecte 14 kilometer ontstond als route eerder bij toeval. Ik wilde op een zonnige zondag eigenlijk langer gaan lopen, maar helaas, ik zat krap in de tijd en moest dus noodgedwongen improviseren. Een schot in de roos, zo bleek. Een looptoer waarbij elk nadeel eigenlijk een voordeel blijkt te zijn. Bij deze dus 14x waarom ik hotel de botel ben op mijn 14k.

  • Ik heb het nooit onder stoelen of banken gestoken dat ik juist de saaiheid en eentonigheid van lopen heel erg waardeer. Van de eerste kilometers wordt de asfaltliefhebber in mij dan ook erg blij. De ideale aanloop om er meteen goed in te zitten.
  • Mijn lievelingsrondje blinkt echter uit in variatie: het grijze kleurt snel groen, ik loop door holle wegen, langs kleine paadjes, over brede wandelpaden, over en langs het water.
  • Ook de hoogteverschillen bieden variatie en zijn ideaal gepositioneerd. Na 6,5 en 9,5 kilometer volgt een pittig oplopend stuk, gevolgd door een afdaling waar ik mijn benen soms niet lijk te kunnen bijhouden.

IMG_4468b

  • Na de tweede beklimming volgt een uitzichtpunt waar je een prachtig zicht hebt op de skyline van Tienen (ja echt), als je rond je as draait, zie je maar liefst zes kerktorens en een kapel. I love kerktorens!
  • Het voelt efficiënt om halverwege ook echt het verst van huis te zijn. Je wil niet het gevoel hebben dat je dichtbij huis aan het rondcirkelen bent. In se is lopen natuurlijk altijd omweg maken.
  • De tweede helft van mijn 14k was ook de laatste 7 kilometer van de suikermarathon die ik liep in oktober. Ik herbeleef dus altijd opnieuw herinneringen aan die unieke marathon.
  • 14 km is lang genoeg om boven het uur te lopen en het gevoel van duur te ervaren, kort genoeg om het altijd aan te kunnen en er tijd voor te hebben.

IMG_4484b

  • Ik kan dit rondje altijd verrassend snel lopen terwijl ik vertrek met het idee om het rustig aan te gaan doen. Hoewel snelheid geen doel is, boost het wel mijn zelfvertrouwen.
  • De lus die ik loop neemt grillige vormen aan, waardoor de wind ook altijd draait en je dus nooit kilometers aan één stuk tegenwind hebt.
  • Ik heb looprondes waar ik echt geen mens tegenkom. Soms voelt dat zo eenzaam aan dat me zelfs op klaarlichte dag een akelig gevoel kan bekruipen. Bij mijn lievelingsrondje passeer ik altijd wel een wandelaar, een fietser en zelfs een loper, zonder dat het druk wordt.
  • Het is een toer die in zijn eenvoud een mooi staaltje natuur toont. Ook de dieren zijn goed vertegenwoordigd. Paarden en eenden bijvoorbeeld. De eervolle vermelding gaat toch naar een woelmuis die een roofvogel aftroefde.

IMG_4490b

  • Ik loop slechts een meter of 10 dubbel, ik kom dus langs een andere straat terug dan dat ik vertrokken ben.
  • De laatste kilometer brengt me door een lange straat terug richting dorpskern. Ideaal om uit te lopen en omdat het ook lichtjes oploopt, is dat eens zo gemakkelijk.
  • Ik loop ook altijd 14 kilometer, eerder 14,1. Ik ben geen loper die nog een paar keer op en af de voordeur loopt om een rond getal aan te tikken, maar ik vind het wel mooi als je 14 ook echt een 14 is.

IMG_4476b

IMG_4477b

IMG_4478b

P.S. Ik maakte de foto’s terwijl ik mijn ronde liep in de eerste echte warmte van het jaar. Ik was weer maar eens vergeten hoe die telkens als een mokerslag binnenkomt. Een goede gelegenheid om veel foto’s te maken en dus op adem te komen.

Loperspraat – Waarover ik praat als ik over Den Haag praat

Een zondag in maart en geen CPC Loop in Den Haag, dat doet pijn. Het weer is  grillig maarts. De herinneringen aan de CPC die vorig jaar nog op de valreep kon doorgaan liggen vers in het geheugen omdat enkele dagen later een lockdown – al dan niet light – werd afgekondigd. De scholen gingen dicht, het land een beetje op slot, maar wij hadden Den Haag nog op zak. Ik heb lang nagedacht over wat ik kon vertellen over een zondag in maart zonder CPC en wat dat voor mij betekent. Misschien kon ik het hebben over wat ik nog niet vertelde? Al snel bleek dat bitter weinig schrijfstof op te leveren. Ik kon schrijven wat ik juist niet mis van de CPC of waarom ik Den Haag juist heel erg mis? Ook dat kon de lading van mijn gedachten niet helemaal dekken. Ik ga dus voor de chaotische benadering: wat schiet er door mijn hoofd als ik aan Den Haag en de CPC denk?

  • De autorit met Roos en de gewoontes die daarbij horen: verkeerschaos rond Antwerpen, beheerst rijgedrag in Nederland, High Way Den Haag zingen, een kwalitatieve koffiestop mét versnapering (Roos trakteert mij als onkostenvergoeding), heel vaak een herinnering ophalen Weet je nog toen? De volgende keer dat we onderweg zijn volgt ongetwijfeld Weet je nog toen we in augustus met 35 graden zonder airco wegsmolten in de auto?
  • De aartsmoeilijke kledingdilemma’s waar we mee geconfronteerd worden. Maart is een uitdagende maand op vestimentair gebied. Het weer zit op de wipplank tussen winters fris en veelbelovend voorjaars. Bovendien gaat de CPC Loop pas om 14u van start en zie je die dag zowel wind, regen als stralende zon. Het is dan vooral zaak om heel veel soorten kleding in je sporttas te proppen. Ik liep de CPC zowel in een heel blote als in een heel bedekte outfit. We komen daarom altijd belachelijk zwaar gepakt en gezakt aan bij onze familie.
  • De magie van het Malieveld, eigenlijk gewoon een heeeeel groot grasveld dat het kloppend hart van de CPC vormt. Meestal is het er ook modderig, vaak heeeeel modderig.
  • De wind die wij dus totaal niet kunnen inschatten. We vertrouwen daarvoor op de kennis van de locals (onze familie). Het is duidelijk dat wij niet aan zee wonen.
  • Hoe we altijd barsten van het zelfvertrouwen om op de fiets onze weg te vinden in Den Haag, maar dat altijd het onvermijdelijke moment aanbreekt dat Roos de gps moet inschakelen.
  • De AH XL in de Elandstraat waar we een fantastische shoppingervaring beleven. Roos heeft altijd schrik dat de witte bolletjes uitverkocht zullen zijn die ze nodig heeft als ontbijt.
  • Het brede scala aan emoties die de CPC teweeg brengt. Gaande van euforie tot diepe teleurstelling.
  • Irene die ons in de watten legt door voor ons te koken en een lekker bed op te maken. We kunnen met haar ook altijd goed bijbabbelen over de gebeurtenissen in onze familie.
  • Maarten is onze oudste neef en hoewel we intussen allemaal saai volwassen zijn, blijft het heel leuk om hem te plagen. Met zijn kleurrijke outfits bijvoorbeeld, maar ook hoe hij zich altijd als een gek moet haasten om dan nét op tijd of nét te laat te zijn. Roos en ik staan meestal te wachten tot het startvak opengaat, Maarten staat 10 minuten voor het startschot nog aan te schuiven om zijn borstnummer op te halen.
  • Onze neefjes Senne en Lev kijken inmiddels niet meer verschrikt op als de nichtjes van papa aan de deur staan. Ondertussen kunnen ze ook onze Vlaamse tongval begrijpen en waarderen ze ons heel erg als supporters tijdens de kinderloop.
  • De finale van Wie is de mol? blijkt steevast plaats te vinden op de dag voor de CPC. Zo kregen wij de afgelopen jaren steeds de ontknoping mee en dus ook de verraste blikken van Senne en Lev. We leerden vooral dat het begrip BN’er erg rekbaar is.
  • Een halve of hele marathon heeft altijd een verraderlijke staart. In Den Haag is die altijd nog venijniger dan je denkt. Je loopt naar de zee, maar moet dan ook weer terug. De wind is daarbij een bondgenoot, dan wel vijand. Bovendien is de laatste strook naar de finish een optische illusie: twee kilometer lang ben je in de waan dat je er bijna bent (en ja, we weten wel dat een halve marathon 21,1 kilometer is). Twee kilometer is erg lang als je het zwaar hebt.
  • Na de finish pas ik altijd voor de warme thee die wordt aangeboden. Gekke Nederlanders!

Wat zou het al fijn zijn als we binnenkort weer de grens over mogen voor een volstrekt essentieel familiebezoek!

IMG_3933b

Loperspraat – Mijn sportieve plannen voor 2021

Je zou kunnen zeggen dat 2020 ons vooral leerde dat het nutteloos is om plannen te maken in onzekere tijden. Wel, ik denk dat het in zulke tijden juist extra belangrijk is om plannen te maken, mits je er niet halsstarrig aan vasthoudt en je bereid bent om ze eender wanneer bij te sturen. Plannen maken, dat geeft richting en houvast. Ook provisorische plannen geven hoop. Een plan dat anders loopt dan verwacht, is geen mislukking, maar een koerswijziging. Dat het schip blijft varen, is al heel wat.

Er zijn plannen waarvoor ik afhankelijk ben van organisaties. De evenementensector richt z’n pijlen op het najaar. De Rotterdam Marathon van april 2020 werd een tweede keer verplaatst: 24 oktober 2021 is de nieuwe afspraak. De CPC Loop in Den Haag, een vaste waarde van het voorjaar, hoopt dit jaar een septembereditie te kunnen houden. In België plant de 10 Miles een najaarseditie, zwijgt de 20 km van Brussel in alle talen en gokt de Brussels Marathon op 3 oktober 2021. Leuk allemaal, maar aangezien een sportwedstrijd een massa-evenement blijft, durf ik daar ook niet al te veel op te hopen. Het zou geweldig zijn als het lukt, het is geen ramp als dat niet zo is. Hetzelfde geldt voor de La Chouffe trail in juli die mogelijk doorgaat binnen het format van de vrije en gespreide start. Mijn geslaagde 50 km smaakte naar meer en wie weet vind ik dat wel in Houffalize. De vraag is of een logeerpartijtje met de familie dan verantwoord is.

Het competitieve element van een wedstrijd miste ik helemaal niet. Wel de bijhorende trein- en automomentjes met Roos, het samen onderweg zijn, samen strategisch aanschuiven bij dixi’s en samen praten over onze loopervaring. Samen herinneringen maken dus, dat gemis voelde ik tot in mijn kleine teen. Ik kijk uit naar het moment dat we er weer volledig niet-essentieel op uit kunnen trekken. Mijn zussen verwachten natuurlijk een gek plan om samen naar toe te werken. Elkaar naar een snelle 3 kilometer schreeuwen, lijkt me daarom een mooi speerpunt van het voorjaar. Ik hoop ergens de komende maanden ook weer een marathon te kunnen lopen op eigen initiatief. Als ik wild mag dromen, dan graag in en rond Den Haag. Omdat Den Haag dus ons Parijs in Nederland is. Ook hier is enig voorbehoud op z’n plaats. Plezier- en dus ook marathonreisjes behoren momenteel niet tot de mogelijkheden. Niet alle dromen hoeven echter bedrog te zijn.

Samen sporten is tegenwoordig een fijner alternatief dan samen in een tuin te zitten koukleumen. In gezelschap lopen of fietsen heb ik daardoor nog meer naar waarde leren schatten. Een beetje eenzaamheid en kluizenaarschap is mij niet vreemd, maar mijn innerlijke mens haalt heel veel energie uit samen actief zijn. Er zijn mijn pauzeloopjes op school met collega’s Bart en Murielle, er zijn fietstochten met Rembert, er zijn de zussenloopjes en binnenkort ook een loopje met Elizabeth. Al lopend babbel je op een nog spontanere manier. Ik zou zelfs durven zeggen dat je al babbelend ook op een spontanere manier loopt.

Oh ja. Hoe zit het nu met die witte schoenen? Ik was misschien iets te optimistisch – of ronduit naïef – toen ik verkondigde dat het met de viezigheid wel zou meevallen. Ik droeg ze sindsdien niet meer. Het merendeel van mijn looppaden is voorzien van een verraderlijk vies modderlaagje, waar mijn trailschoenen wel weg mee weten, maar mijn witte schoenen nachtmerries bezorgt. Laat hen dus maar zorgeloos dromen van vlakke en propere asfaltwegen. Ook die tijd komt er weer aan. Geduld.

Loperspraat – Mijn eerste 50 km

Zondag 20 december 2020. De Hel van Kasterlee gaat niet door. In mijn blogpost van die dag verkondig ik dat ik nog eens echt lang ga lopen. Echt lang, dus niet gewoon lang. Eerder ultra-lang, zelfs record-lang. Om 9 uur trek ik de deur achter mij dicht en vertrek ik voor een zonnige duurloop via fietsknooppunten van het Hageland. Het doel: mijn eerste 50 kilometer lopen. Al voor ik in oktober mijn Suikermarathon liep, was ik namelijk van plan om als de Hel niet doorging – een scenario dat steeds aannemelijker werd – van de gelegenheid gebruik te maken om een andere straffe sportieve stoot te ondernemen. Om het jaar met een knaller af te sluiten, zeg maar. Om me echt volledig te kunnen overgeven aan het vakantiegevoel. Nadat ik die succesvolle marathon liep, leek mijn duurloophonger echter gestild. De Hel werd officieel afgelast en ik was best tevreden met de tijd die mij daardoor op een dienblaadje werd aangeboden. Ik bleef uiteraard fietsen en lopen, maar ik voelde niet de behoefte om weer in de duurlopen te vliegen. Dat plan van die 50 kilometer leek dus een stille dood te gaan sterven in mijn hoofd. 

Tot mijn broer weer iets fenomenaal uit zijn benen schudde. In een redelijk competitieloos jaar maakt hij van de nood een deugd om zich aan stevige uitdagingen te wagen. Op 21 november liep hij een Fastest Known Time op de GR Hageland route, een looptocht van maar liefst 151 kilometer in een goeie 14 uur. Samen met Roos fietste ik enkele kilometers mee. We gingen weer dromen van grootse sportieve prestaties in 2021. In zijn podcast van De Jogclub vertelde Seppe nadien dat hij het iedereen zou aanraden zo’n lange looptocht. Mijn idee van een ultraloop op 20 december kreeg daarmee weer een ferme groeischeut en bloeide in alle hevigheid op. Ik hield mijn plan nog voor mezelf omdat ik er nog niet op vastgepind wilde worden. Ik wilde die 50 km echt alleen lopen als ik er heel veel zin in had en niet omdat ik het gezegd had. De laatste schoolweek bleek die zin steeds overtuigender te weerklinken in mijn hoofd. Ik voelde een grote honger naar een stevige sportieve prikkel. Ik wilde weer naar iets toeleven, spanning voelen de dag voordien, wat op mijn voeding letten, opstaan met adrenaline en er dan op uit trekken voor een avontuur. Ik wilde nog eens de fysieke en mentale uitputting voelen om mijn vakantie in te zetten met een comateuze noodslaap en me nadien volledig over te geven aan de ontspanning.

Ik heb geen fotografisch bewijsmateriaal van mijn tocht. Soms moet je gewoon lopen en is al de rest ballast. Bovendien zal ook het verhaal over de totstandkoming van het idee langer zijn dan uitvoering ervan. Ja, ik liep 50 kilometer. Nee, dat verliep niet zonder slag of stoot. De eerste 12 kilometer verliepen snel. Tot ik last kreeg van mijn kleine teen, een winterteen. Wie niet bekend is met dat fenomeen: wees geprezen. Het komt erop neer dat ik bij elke keer dat ik mijn voet neerzette (behoorlijk vaak), een pijnscheut(je) voelde in die gezwollen teen. Ik probeerde dat te negeren. Ik kon mijn ultraloop toch niet laten verpesten door godbetert een kleine teen? Na een kilometer of 20 fietste mama me tegemoet in Korbeek-Lo. Voor al uw noodgevallen, ook tijdens een duurloop, één adres! De zon scheen, het was goed weer en we haalden herinneringen op aan de Hel van Kasterlee. In mijn enthousiasme volgde ik maar met een half oog de vooropgestelde route en had ik bijgevolg niet door dat we een fietsknooppuntenomleiding volgden. We werden kortom gedwongen om routegewijs wat te freestylen.

Plots had ik al 30 kilometer gelopen en voelde ik de hoogtemeters branden in mijn bovenbenen. Achteraf gezien bereikte ik tussen kilometer 30 en 36 het onvermijdelijke punt waarbij je je afvraagt waar je eigenlijk mee bezig bent. Dankzij wat navigeerwerk bereikten we uiteindelijk weer de vastgelegde fietsknooppunten en baanden we ons verder een weg over kasseien en slecht asfalt, vaak voorzien van modder. Met de hoogtemeters en ook de wind had ik niet echt rekening gehouden. De stijfheid nam toe, maar mama die bleef beweren dat daar niets aan te zien was. Ik weet dan nooit goed of dat valt onder een objectief kennersoog dan wel niets ontziende moederliefde. Omdat ik geen idee had of de improvisatie ons kilometers had gekost of opgeleverd, bracht de gps raad. Ik bleek perfect op schema te liggen om de 50 kilometer af te tikken, zonder nog x aantal keer rond de kerktoren te moeten draaien of, in het andere geval, er ruim boven te gaan. Tijdens de laatste kilometers was er weer die zon. Met een grote grijns op mijn gezicht, deels door de vreugde van een geslaagde missie, deels door de stijfheid in mijn bovenbenen, kwam ik thuis aan.

Mijn looptocht was geen puur geluksloopje van begin tot einde. Met momenten was het écht lastig. Anderzijds kan ik ook niet zeggen dat ik het echt heel zwaar kreeg. Ik liep, zonder specifieke voorbereiding, een marathon in 3u37 en mijn 50,5 kilometer uiteindelijk in 4u23 met een gemiddeld tempo van 5’13”. Ik besef dat ik daar echt heel trots op mag moet zijn. Dankzij mijn 50 kilometer kon ik nadien gelukzalig in de zetel neerstrijken, wetende dat ik fysiek en mentaal veel aan kan en dat mijn familieleden me altijd inspireren en steunen, hoe zot het plan ook is, hoe raar en bevreemdend het jaar ook mag zijn. Ik geef mijn broer gelijk, een stevige loopronde: ik kan het iedereen aanraden.

Loperspraat – En hoe is het nu met de zussen?

Aan sportieve plannen geen gebrek het afgelopen jaar. Het schoentje wrong echter bij de mogelijkheid om ze uit te voeren. Zo werd 2020 niet het jaar van de zussenmarathon en ook niet het jaar van Marikes kennismaking met de 10 Miles, althans niet de evenementenvariant van die middellange afstand. Het was uiteindelijk een jaar om eens zo hard te genieten van het feit an sich dat we zo nu en dan met ons drietjes (viertjes) mochten en konden lopen. Zondag was één van die schaarse momenten. We maakten gezusterlijk nog eens kilometers met Leah in de buggy. Ondanks de wind, de berg op en de modder was het een loopje om de batterijen weer helemaal mee op te laden. Met mijn zussen lopen, dat is namelijk altijd een klein feestje. Als kinesitherapeut en ergotherapeut zijn zij bovendien zorgwonders in barre tijden. Ik geef hen dus graag het woord om te vertellen hoe het hen sportief vergaat.

Hier hoor je Roos: ik heb sinds kort last van mijn heup, dat is gekomen door de klompen die ik moet dragen als ik op de Covid-afdeling van het ziekenhuis werk. Als ik loop, merk ik niks van die heup, maar ’s avonds speelt het wel op. Ik denk dat ik dus eens een bezoekje aan de kine moet brengen. Ook zonder wedstrijden of evenementen ben ik de afgelopen periode blijven lopen volgens mijn vast patroon, zo tussen de 30 en 40 kilometer per week. Ik loop geen echt lange afstanden en ook voor de intervaltrainingen pas ik voorlopig. Ik heb wel het idee dat ik in vorm ben als ik nu een wedstrijd zou lopen. Door alle maatregelen leef ik volgens een strak ritme en ben ik altijd goed uitgerust. Ja, er zit dus wel wat in de tank, denk ik.

Ik heb nog geen doelen voor 2021 gesteld. Als ik één wedstrijd van ons repertoire zou moeten kiezen, dan zou ik gaan voor de La Chouffe trail in Houffalize in de zomer. Dat is ook ons familieweekend en dus een hele happening. Zo’n trail lopen doet ook minder pijn dan al die snelle wedstrijden. De 10 Miles in Antwerpen zou ik eigenlijk ook wel heel graag lopen omdat dat gewoon al langer geleden is. Symbolisch zou het heel mooi zijn als de CPC Loop in maart door kan gaan omdat dat de laatste wedstrijd waar we dit jaar aan konden deelnemen. Ik weet ook wel dat dat niet realistisch is. We hebben het dit jaar al zo vaak gehad over die wedstrijd omdat het één van de enige is die we nog kunnen nabespreken. Wat ik mis aan wedstrijden lopen? Dat gevoel om eens echt diep te gaan, dat je de dag nadien wat stijfjes bent, de euforie ook die je dan voelt, de nabespreking en uitgebreide analyse. En natuurlijk ook het uitstapje dat je dan hebt, een dag weg zijn, daar wat rondhangen, de hele beleving van samen met andere lopers te zijn. Zien lopen doet lopen. Dat geeft je loopleven echt een boost.

Ik fiets nu ook elke week regelmatig. Dankzij de fietsknooppunten-app ontdekte ik al mooie routes in de omgeving. Ik werd ook al door veldwegen gestuurd. Niet ideaal als je met een gewone koersfiets rijdt. Op de fiets heb ik echt altijd koude voeten. Mijn fiets is ook heel snel vuil omdat ik geen spatborden heb. Dat vraagt dus wel wat onderhoud. Inline skaten is met dit weer ook echt geen optie. Modder en regen zijn slecht voor de wieltjes. Bij lopen is het weer minder bepalend.

Dit is wat Marike vertelt: ik ga nu meestal ’s ochtends lopen op nuchtere maag. Dat is voor mij gemakkelijk omdat ik dan geen rekening hoef te houden met mijn eten. Ik reageer namelijk allergisch op gluten in combinatie met een inspanning en kan dus 4 uur voor ik ga lopen geen gluten eten of ik heb het zitten. Het nadeel van ’s ochtends lopen, is dat het niet echt vooruit gaat. Ik heb al wel geprobeerd om te versnellen, maar dat ging echt niet. Omdat ik ook allergisch ben voor de kou is fietsen in de winter voor mij geen optie. Op zondag ga ik soms nog met Leah in de buggy lopen. Dat is nu ook wat ingewikkelder met haar maaltijden, het vraagt wat meer denkwerk. 

Ik weet nog niet echt wat ik in 2021 wil doen op loopgebied. Waarschijnlijk zullen mijn zussen wel weer een uitdaging bedenken en dan kan ik me daarvoor inzetten. Ik vond het wel jammer dat de 10 Miles dit jaar niet door kon gaan. Daar had ik echt wel naartoe geleefd en getraind. Ik heb die 16 kilometer wel snel op m’n eentje kunnen lopen, dus ik voel nu de stress om dat dan beter te doen tijdens een evenement. We zien wel wat het geeft. Dat we dit jaar geen marathon hebben gelopen, vind ik op zich niet heel erg, want daar was ik helemaal niet mee bezig toen het land in lockdown ging en alles werd afgelast.

Bedankt voor de update, zusjes! Ik kijk al uit naar ons volgende samen-loopje!

Loperspraat – Het geluk van nieuwe schoenen

Kleine gelukjes, ze zijn er gelukkig nog in overvloed. De ene dag moet je er al wat gerichter naar op zoek dan de andere, maar geloof me: het leven is echt niet helemaal om zeep nu we weer in een soortement lockdown zitten. Zo word ik niet alleen verblijd door de herfstzon, hard poezengespin en een volle boekenkast, ook nieuwe loopschoenen maken mij heel erg happy. Alles begint met de online zoektocht naar geschikte schoenen: research doen, wachten op een goed koopje en dan toeslaan. Het moment dat je die doos dan in handen hebt en het deksel voorzichtig openklapt, is alsof je een schatkist opent. Voorzichtig, doch ongeduldig, geritsel van papier, de schoen voor een eerste keer voelen, aandachtig en zorgvuldig bestuderen om er tot slot heel behoedzaam mijn voet voor een eerste keer in te schuiven en te denken: dit is het helemaal.

IMG_3772b

De eerste schoen die recent mijn collectie kwam vervoegen is de Nike Pegasus Trail 2. Vorig jaar bracht Nike namelijk de eerste trail-versie uit van hun alom bekende Pegasus. Ik was meteen fan en liep er – zonder enige andere test – meteen de La Chouffe trail op en recenter nog mijn Suikermarathon. Voor mij, als niet gespecialiseerde trailloper, zijn dit de ideale off-road najaarsschoenen. Ze bieden mij het comfort, de flexibiliteit en de demping van een standaardschoen. Dankzij het stevige profiel en de goede pasvorm kan je er perfect mee uit de voeten op een glibberige of modderige ondergrond. Ze bieden veel grip zonder in te boeten op responsiviteit. Bovendien begrijpt Nike als geen ander dat een schoen ook liefst mooi moet zijn. Voor de trailcollectie wordt resoluut gekozen voor kleurrijke designs. Terecht. De nieuwe Pegasus trail oogt zowel vrouwelijk als stoer. Ik werd helemaal smoor op de dark beetroot en kocht inmiddels ook de klassieke zwarte variant.

IMG_3743b

Zo mogelijk nog meer verliefd werd ik op de Nike Zoom Fly 3, zeg maar de betaalbare versie van de Kipchoge-schoen. De eerste en tweede versie van deze schoen riep ik hier al uit tot de ideale marathonschoen: een goede fit en veel demping in een absolute lichtgewicht schoen. Het is waar elke afstandsloper van droomt. Toch duurde het lang voor ik overstag ging voor de Zoom Fly 3. Ik kon namelijk echt niet begrijpen dat wit de nieuwe modekleur is voor loopschoenen, een trend die je ook in het wielrennen ziet. Witte schoenen, serieus? Ik loop nooit op een atletiekpiste en de komende maanden staan ook asfaltwegen garant voor een laagje smerigheid. Witte schoenen leken mij dus gedoemd om in een mum van tijd smoezelig te zijn. Bovendien past wit ook niet binnen het kleurenpalet waar ik doorgaans voor kies. Stilaan wende ik echter aan de cleane look en kon ik me verzoenen met het idee. Goh, die felkleurige details maken het toch weer helemaal af. Toen ik ze uiteindelijk uit de doos haalde, was ik meteen verkocht. Jep, het design is gewoon top.

IMG_3741b

De Pegasus Trail 2 voelde meteen aan als thuiskomen. Afgelopen zondag trok ik mijn nieuwe Zoom Fly’s voor het eerst aan. Met nieuwe schoenen vlieg ik zonder overdrijven altijd. Nu ook weer. Ik liep schijnbaar moeiteloos op een schoen die wat anders, maar toch heel vertrouwd aanvoelde. Ja, ik vloog echt. De ene na de andere snelle kilometer volgde elkaar op. Ik besloot mijn toer te vergroten, en nog een beetje en nog een beetje. Wow zeg, dit was echt next level vliegen! Uiteindelijk liep ik 10 miles, ofte 16,1 kilometer, aan een stevige 4:44 per kilometer. Dankzij mijn relatief lage hartslag (die schoen nam het echt volledig over) bereikte ook de VO2 max van mijn horloge een ongekende hoogte. Mocht je er dus nog aan twijfelen: ik vind de Nike Zoom Fly 3 echt geweldig. Hoewel ik het ondenkbaar vond dat een andere schoen mijn prachtige blauwe Zoom Fly’s (waar ik onder andere de marathon van Parijs op liep in 2019) ooit zou kunnen evenaren, moet ik nu toegeven dat die verduivelde witte exemplaren hun voorganger helemaal overschaduwen. Mijn blauwe geliefden kan ik dus met een gerust hart op pensioen sturen: veilig opgeborgen in een doos, welteverstaan. Voor een echt afscheid ben ik nog niet klaar.

IMG_3776b

Nieuwe schoenen laten me dromen van kleine en grote looprondes. Van plannen dichtbij en ver weg van huis. Van marathons die ik desnoods zelf vorm en naam zal geven. Van loopjes helemaal alleen en met mijn zussen. Van met mijn hoofd in de wolken, mijn haar in de regen en de zon op mijn gezicht.

Noot: ik betaal mijn schoenen helemaal zelf. Je leest hier dus mijn eigen ervaringen die op geen enkele manier beïnvloed zijn door commerciële motieven.