De legendarische Great Escape 3.0 van Hans

De voorbereiding
Na een succesvolle deelname aan de Great Escape 100 mijl in 2024 en een opgave na een val tijdens Great Escape 200 kilometer in 2025 was het tijd voor een nieuwe aanval op de 200 kilometer in 2026.

Waar ik in 2025 het gevoel had goed voorbereid aan de start te verschijnen, maar het lot mij niet gunstig gezind was tijdens de wedstrijd, was ik nu minder optimistisch over mijn voorbereiding. Eigenlijk voelde ik me na de marathon in Leuven in april nooit meer helemaal lekker in mijn loopsas. Ja, we liepen en finishten nog een aantal supermooie wedstrijden: de Trail d’Alsace by UTMB (110 km), de Trail Godefroy de Bouillon (35 km), de Big Chouffe Trail (100 km), en we gingen tijdens onze vakantie in de Alpen ook drie keer op pad voor een mooie en uitdagende tocht. Natuurlijk was dat volop genieten, maar helemaal lekker liep het nooit en ik had net iets teveel “dipjes” om met vertrouwen naar de kers op de taart toe te werken: de Great Escape 200 km in september.

De warmte speelde me parten, de benen voelden vaak vermoeid aan, ik miste kracht en snelheid, kreeg ischias als gevolg van een hernia, had min of meer de hele tijd pijn in bil en onderrug… Toch wist ik in augustus nog 300 kilometer bij elkaar te lopen, onder andere in de Ardennen (de zwarte ExtraTrail route van 42 kilometer in Stavelot) en de 4 uur van de Mollekestrail (net geen 40 kilometer). In extremis begon ik me dan eind augustus toch stilaan iets beter te voelen, maar 100% klaar voelde ik me niet.

Nu, ik maakte me niet zo heel veel zorgen over de afstand op zich, maar wel over de “snelheid” waarmee deze wedstrijd gelopen zou moeten worden; je krijgt maximaal 44 uur om de finish te bereiken voor een totaal van 206 kilometer en ongeveer 8.000 hoogtemeters. Dat betekent een gemiddelde snelheid van ongeveer 4,7 km per uur. Dat lijkt niet zo snel, maar je moet dit tempo kunnen aanhouden gedurende mogelijk meer dan 40 uur, dag en nacht, inclusief pauzes om te slapen, eten enz. En dat alles in de meedogenloze en brutale Ardennen.

De strategie is nochtans eenvoudig; tijdens het eerste deel van de wedstrijd (de eerste 100 kilometer), wanneer je nog relatief fris bent, bouw je een voorsprong uit op het gemiddeld tempo. Die reserve kan je dan inzetten tijdens het tweede deel wanneer de vermoeidheid en uitputting toeslaan. Bovendien ligt het zwaartepunt van de hoogtemeters ook in het tweede deel van de wedstrijd.

The day(s) before
De dagen voor de wedstrijd staan vooral in het teken van plannen en inpakken; het parcours bestuderen, de gpx bestanden downloaden en op de horloge zetten als ondersteuning bij het navigeren, de lijst van de verplicht mee te nemen items nakijken en ontbrekende spullen aanvullen, nadenken over eten en drinken onderweg… Ik had de lijstjes die ik voor voorgaande ultra’s gemaakt had eindelijk eens gedigitaliseerd, wat de voorbereiding deze keer wat makkelijker maakte.

We zullen lopen van La Roche naar Clervaux in Luxemburg waarbij we de Escapardenne Trail volgen (gemarkeerd door een wit golfje op een blauwe achtergrond). In Clervaux gaan we dan zuidwaarts tot Michelau via een door de organisatie uitgepijld parcours, waar we opnieuw aansluiten op de Escapardenne Trail die ons noordwaarts weer richting Clervaux stuurt.

Onderweg passeren we 10 checkpoints (CP’s) waar je kan bijtanken. Hier vind je de fenomenale vrijwilligers van de Legends organisatie (de “legendary friends”) die je werkelijk in de watten leggen met alles wat je nodig kan hebben; eten en drinken, (medische) verzorging, een schouderklopje of een bemoedigend woordje. Deze vrijwilligers – zelf vaak ook ervaren ultralopers – kennen dit soort ondernemingen door en door en weten dus perfect wat je nodig hebt.

De afstand tussen de CP’s varieert van 14 tot 26 kilometer, en in het 5de, 7de en 9de CP kan je een dropbag laten voorzien waarin je dingen steekt die je onderweg nodig kan hebben; denk aan extra eten en drinken, propere kleding en schoenen, verzorgingsmateriaal, een powerbank enz.

De wekker staat vrijdag ingesteld om 10 uur. Ik sta voor een weekend waarin weinig geslapen zal worden, dus ik wil nog zoveel mogelijk slaap meepikken. Om 8 uur ben ik echter klaarwakker en lukt het niet meer om opnieuw in te slapen. Het is wat het is en ik zal het er mee moeten doen. Mijn racevest en dropbags zijn al eerder deze week ingepakt, dus rest me enkel nog alles eens grondig na te kijken en mijn sandwiches met kaas te smeren die in mijn dropbags zullen verdwijnen.

Wat zit er allemaal in mijn racevest: eten (gels, chews, snickers, frangpipanes, sandwiches), een liter water in 2 flasks (en nog twee lege flasks als reserve), een regenjas, een waterdichte broek, een warm jasje, 2 hoofdlampjes met reservebatterijen, een powerbank en kabeltje, oortjes, GSM, identiteitskaart, cash geld, een reddingsdeken, een plooibeker, stokken, een medische kit (anti-schuurcreme, pleisters, elastische tape, pijnstillers, een schaartje, ontsmettingsmiddel en insectenspray) en een rood ruglampje. Het grootste deel van deze uitrusting is verplicht en wordt gecontroleerd voor je je startnummer krijgt. Wanneer er iets ontbreekt mag je niet starten.

Naar Clervaux
Willem en zijn vriendin Julie zullen me komen oppikken omstreeks 13 uur, dus ik dood de tijd door mijn boek uit te lezen en nog wat te lummelen. Ik voel me betrekkelijk rustig en ben niet echt zenuwachtig. Hoewel elke ultra een enorme uitdaging blijft, helpt de ervaring wel om er op een rustige manier naartoe te leven. Joke is nog aan het werk, maar zal zaterdag avond afzakken naar de Ardennen en me bij de CP’s opwachten en aanmoedigen. De koffer van de auto is ingericht als slaapplek zodat ze tussendoor ook even een dutje kan doen.

De rit met Willem en Julie verloopt erg ontspannen. Willem is een kanjer van een (ultra)loper en schreef tijdens zijn relatief korte loopcarriere al een overwinning in de Bello Gallico 200 km op zijn naam in 2025. Een werkelijk fenomenale prestatie. Julie kreeg door de ultra-hobby van manlief ook de microbe te pakken, zij het niet als loper maar als vrijwilliger tijdens deze wedstrijden. Mooi dat zij op die manier samen deze supermooie evenementen kunnen beleven. Willem zal trouwens lang op kop lopen tijdens deze Great Escape, maar helaas met de overwinning in zicht moeten opgeven door een blessure die komt opzetten. Aangezien hij in oktober ook nog het WK Backyard Ultra met Team Belgium zal lopen wil hij geen risico’s nemen en wijselijk stapt hij net na het laatste CP uit de wedstrijd.

We zijn vroeg vertrokken en komen dus ruim op tijd aan in Clervaux waar het hoofdkwartier van de wedstrijd gevestigd is. We doorlopen hier eerst de nodige formaliteiten; controle van de verplichte items, ophalen van het startnummer, bevestigen van de GPS tracker aan het racevest (waarmee elke deelnemer tijdens de volledige wedstrijd gevolgd kan worden) en inleveren van de dropbags. We nemen onze tijd om een laatste warme maaltijd te nuttigen (rijst met groenten en currysaus) vergezeld van enkele alcoholvrije biertjes.

Omstreeks half zeven komt er dan eindelijk een einde aan het wachten; na de race briefing, waarbij nog eens heel nadrukkelijk gewezen wordt op het feit dat elke hulp van buitenaf niet toegestaan is, vertrekken de bussen die ons naar de start zullen brengen bij het Parc à Gibier nabij La Roche. Onderweg kunnen we de zonsondergang bewonderen. Ik probeer de ogen te sluiten en nog even te slapen, wat uiteraard niet lukt.

Vrijdag 20:00 – Start in La Roche – km 0,0
Eindelijk is het dan zover. Net voor acht uur wordt er afgeteld van 10 naar 0 en zonder startschot lopen we over een niet aanwezige startlijn. Ik doe het, net zoals iedereen eigenlijk, rustig aan. Het is al relatief duister dus de hoofdlampjes gaan al meteen aan. We lopen over een pad met grote keien en mijn ogen hebben wat moeite om te wennen aan de duisternis en het lamplicht, dus ik ben extra voorzichtig. Ik wil hier en nu echt mijn voet nog niet omslaan of vallen. Het gevoel is op dat moment zeker niet slecht en ik probeer vooral mijn eigen tempo te zoeken. Ik weet dat ik mijn snelheid niet “je dat” is, dus ik wil wel wat marge bewaren en niet meteen al mijn kruit verschieten.

Na 6 kilometer passeren we Maboge en lopen we voor het eerst langs de Ourthe, om er meteen ook weer afscheid van te nemen voor een klim naar Bérisménil. Na de afdaling komen we op kilometer 11 opnieuw bij de Ourthe en die zullen we ook min of meer blijven volgen tot kilometer 27. Deze proloog is best wel lastig; niet heel veel hoogtemeters, maar wel de hele tijd op en neer over heel technische paden met rotsblokken, boomwortels en steile hellingen. Met mijn valpartij vorig jaar in gedachten ben ik er toch best beducht voor om te vallen. Er zijn in deze fase ook al enkele slachtoffers te betreuren; een van de lopers verstuikt na 10 kilometer zijn enkel en moet opgeven in het eerste CP. Sven loopt tegen een boom en zal met een gehavende neus en lichte hersenschudding opgeven in CP2. Zo snel kan helaas gaan.

Vrijdag 22:40 – CP10 Hérou – km 17,6
Ik maak een snelle stop in dit CP dat zich buiten bevindt. Ik eet een sandwich met kaas en drink wat cola. Ik tref Geert hier ook aan en we zullen samen opnieuw vertrekken. Zijn navigatieskills bewijzen ons goede diensten; uit ervaring weet ik dat het vinden van de juiste weg in de duisternis op de kronkelende paden langs de Ourthe geen sinecure is. De markeringen van de Escapardenne Trail zijn niet reflecterend wat het soms moeilijk maakt ze te vinden. Geert leidt ons echter feilloos langs de juiste weg. Het tempo is prima op dit moment, we vorderen goed, de snelheid wordt wat gedrukt door de technische aard van het parcours, maar we slenteren allesbehalve.

Een aantal keer moeten we heel erg steil afdalen, wat ik toch met dichtgeknepen billen doe, maar zonder kleerscheuren bereiken we eindelijk het brugje over de Oostelijke Ourthe dat min of meer het einde van deze ellende inluidt. Nu nog de plek van mijn valpartij vorig jaar passeren en we hebben alvast de eerste grote uitdaging achter de rug.

Zaterdag 1:35 – CP9 Bonnerue – km 33,3
We komen aan in het centrum van Bonnerue in het eerste CP dat binnen ingericht is. Ik neem hier wat tijd om een hotdog (met een vegetarisch worstje en ketchup) te eten en even naar de wc te gaan. Ik verzorg ook mijn voeten met antischuurcrème om blaren te voorkomen en na een half uurtje gaan we opnieuw op pad.

De eerste kilometers haak ik mijn karretje nog aan bij Geert die intussen ook een team gevormd heeft met Kathleen. Tijdens de afdalingen moet ik helaas steeds wat afhaken, zij rennen overal vlot naar beneden, terwijl ik de risico’s toch een beetje meer schuw en niet zo snel durf te gaan. Wanneer het bergop gaat loop ik dan weer wat in op het duo maar na verloop van tijd laat ik ze toch gaan en zoek ik mijn eigen tempo. Ik zal ze in de loop van de wedstrijd nog regelmatig terugzien in de CP’s, dus ik verlies ook niet zo heel veel tijd op hen.

Tussen 3 en 4 uur ’s nachts passeer ik in ons geliefde Houffalize. Dat is altijd een beetje thuiskomen ondanks de donkere verlaten straten en de lege terrassen, zeker wanneer we de Vayamundo passeren, de plek waar ik Joke tijdens de Chouffe Trail voor het eerst ontmoette in 2023.

Zaterdag 5:13 – CP8 Buret – km 54,3
Aankomen in Buret is als het spelen van een thuismatch. Talloze keren spendeerden we hier onze herfstvakanties met een grote bende vrienden. Ik kom dus op bekend terrein wat fijn en vertrouwd aanvoelt. Het CP is gelegen in de plaatselijke feestzaal met referentie aan het jachtgebeuren in de regio: de Cercle Saint-Hubert. Hier staat pikante bouillon met noedels op het menu, en een vrijwilliger biedt meteen aan om mijn flessen bij te vullen. Dat lijkt een kleinigheid, maar met meer dan 50 kilometer in de benen tijdens de nacht betekenen zelfs die kleine dingen heel erg veel voor ons lopers. Geert en Kathleen zijn hier ook nog, dus we kunnen even bijpraten.

Ook hier ga ik nog eens naar de wc en verzorg mijn voeten en ook nu weer verlaat ik het CP na ongeveer een half uurtje. Ik neem uit het uitgestalde aanbod nog wat suikerwafels mee voor onderweg want wat stilaan een prominent thema begint te worden is mijn knorrende maag. Ik heb namelijk al een hele tijd bijzonder veel honger. Ik probeer mijn maag tevreden te stellen en regelmatig te eten; frangipanes, sandwiches en suikerwafels, maar steevast laat mijn maag een half uurtje later opnieuw van zich horen.

Op zich is dat helemaal geen slecht nieuws, het betekent dat mijn maag en darmen goed hun werk blijven doen; voeding omzetten in de energie die ik zo hard nodig heb onderweg. Het is echt geen pretje als dit systeem stilvalt en je niet meer kan eten zonder misselijk te worden. Een ultra lopen en niet in staat zijn de brandstoftank te vullen leidt doorgaans tot een opgave. Ik heb het omgekeerde probleem en ben een beetje bang dat als ik té veel begin te eten, ik mijn maag op den duur ga overbelasten. Gelukkig gebeurt dat niet, maar ik moet dus wel best veel blijven eten (en naar de wc gaan).

Intussen komt de zon stilaan op en steken we de grens tussen België en Luxemburg over. Het gevoel is nog steeds goed, maar het tempo zou strikt genomen misschien wel iets hoger moeten liggen. Maar forceren heeft geen zin, de wedstrijd is nog erg lang.

Zaterdag 8:01 – CP7 Troisvierges – km 70,4
Het CP net voor Troisvierges bevindt zich eveneens buiten en hier maak ik een snelle passage, ik blijf er slechts een kwartiertje. Ik drink een lekkere tas groentensoep, eet een beetje chips en ga opnieuw op pad. Na enkele kilometers verzeil ik in het gezelschap van een andere loper en we hebben een leuk gesprek over al onze ultra belevingen, waaronder – in zijn geval – de Marathon des Sables. Leuk om eens te vernemen hoe het er in zo’n type wedstrijd aan toegaat. Wat in ieder geval duidelijk is, is dat het een pak duurder is dan de gemiddelde Legends organisatie. De kilometers glijden op die manier vlot voorbij. Na verloop van tijd scheiden onze wegen weer en het laatste stuk naar Clervaux leg ik alleen af.

Zaterdag 10:53 – CP6 Clervaux – km 85,4
In Clervaux, eveneens het race-hoofdkwartier, ligt mijn eerste dropbag. Het belooft dus ook een iets langere stop te worden omdat ik er graag propere kleren zou willen aantrekken en even wil uitrusten. We zijn tenslotte al bijna 15 uur onderweg en het 100 kilometer punt komt in het vizier.

Ik tref ook hier weer Geert aan die nog steeds in goede doen is. Op het menu staat een wrap met kaas die ik ook weer vlot binnenwerk zodat de brandstoftank goed gevuld blijft. Ik trek vervolgens naar het toilet om mijn kleding te wisselen en wat anti-schuurcrème aan te brengen op enkele strategische plaatsen.

Ik ben op een van mijn tenen een blaartje aan het ontwikkelen en besluit dat ook even te laten nakijken. Het is nog erg klein en ik heb er niet zoveel last van, dus afblijven is de boodschap. Ik had hier wel gepland om mijn schoenen te wisselen voor een paar met wat meer comfort, maar omdat ik het gevoel heb dat ik daarmee toch net iets maar last heb van de blaar, laat ik dat plan varen en zal ik verder lopen met het paar waar ik mee gestart ben.

Na ongeveer een uurtje hijs ik mijn racevest opnieuw op mijn rug en ga ik weer op pad. Als het goed is dan zou ik tijdens de etappe die nu volgt Joni en Roos moeten tegenkomen die een dagje komen trailen in de Ardennen en van de gelegenheid gebruik zullen maken om even dag te komen zeggen.

En ja hoor, op kilometer 93 zie ik ineens twee lopers die schijnbaar in de verkeerde richting lopen. Eerst denk ik dat Geert en Kathleen om een of andere reden teruggedraaid zijn (de vermoeidheid begint stilaan op te duiken), maar het zijn dus gewoon Roos en Joni die erin geslaagd zijn me onderweg ergens te vinden. We maken even een praatje, een leuk intermezzo want af en toe kan een ultra trail ook best wel wat saai zijn, maar daarna vervolgen zijn hun weg en ik de mijne. Het is namelijk niet toegestaan dat je door anderen “gepacet” wordt, dus meelopen mag helaas niet. Ze gaan wel proberen mij opnieuw te treffen bij het volgende CP dat zich ongeveer 10 kilometer verderop bevindt.

Zaterdag 14:50 – CP5-Enscherange – km 103,4
Net voor drie uur in de namiddag kom ik aan op dit CP, dat zich ook weer buiten bevindt, net op het halfweg punt van de wedstrijd. Roos en Joni staan me net voor dit CP al op te wachten en verwelkomen me op luide en enthousiaste wijze. In dit CP is er niet zoveel te beleven. Ik ga wel even lekker aan de chips en de cola, maar verder zijn er geen culinaire verwennerijen te vinden. Ik verzorg mijn voeten nog een keer en na 25 minuten besluit ik om maar weer eens verder te gaan. De vermoeidheid begint nu wel sterk op te zetten en ik hoop dat in beweging komen zal helpen om die wat tegen te gaan.

In ieder geval staat er nu een pittige etappe te wachten; een kleine 24 kilometer, de langste tot nu toe en met best veel hoogtemeters. Een lichtpuntje is dat Joke me zal opwachten op het volgende CP dat zich in Heiderscheid bevindt. Het is het tweede CP met een dropbag en ook het enige CP waar je tijdens de wedstrijd binnen liggend mag slapen. Dat lees je inderdaad goed; liggend slapen mag verder alleen buiten. Wil je op de andere CP’s binnen slapen, dan moet dat zittend gebeuren. Af en toe vertoont de organisatie wel kleine sadistische trekjes.

Tijdens deze etappe zijn er ook best veel asfaltstroken en hoewel dat in principe makkelijker lijkt, hebben mijn voeten er toch wel wat onder te lijden. Het wordt ook lastiger om een goed tempo aan te houden en op een bepaald ogenblik schrik ik me een bult omdat ik wat verderop een grote hond achter een boom zie zitten. Ik vertrouw het niet helemaal en houd even halt. Ik ben ook niet helemaal zeker of het wel een hond is, het lijkt misschien zelfs eerder op een beer. Behoedzaam ga ik wat dichterbij en dan zie ik dat het de blaadjes zijn van een struik die achter de boom staat. Daar zijn ze dan, de hallucinaties. Het is de eerste keer dat ik ze bij daglicht ervaar. Ik zal de komende uren nog vanalles de revue zien passeren; koeien, geiten, groepen mensen, een dansende vrouw in een lange jurk… Ook het omgekeerde gebeurt; ik denk dat ik hallucineer wanneer ik iemand voorover gebogen langs de weg zie zitten en ik verwacht dat het beeld zich bij het dichterbij komen zal omvormen tot een boomstronk met grillige takken. Maar dan blijkt er dus toch echt iemand langs de kant te zitten.

Op kilometer 121 houd ik even halt voor een plaspauze met een prachtig uitzicht op de ondergaande zon. Wat verderop spreekt een Nederlander met een hondje me aan en vraagt of ik onderweg ben naar Heiderscheid. Ik antwoord bevestigend dat ons volgende CP zich daar inderdaad bevindt en dan toont hij mij waar Heiderscheid ligt; helemaal in de verte aan de overkant van een diepe vallei zie ik een piepklein kerktorentje. Ik ben er niet helemaal zeker van of ik deze informatie had willen krijgen. Het zal nog meer dan een uur kosten om daar uiteindelijk te geraken.

Ik ontmoet even later ook Tom, die me even tevoren met een groepje van drie voorbijgelopen is, maar de rol heeft moeten lossen. We zullen de komende uren nog vaak in elkaars gezelschap vertoeven maar nu stuur ik hem na een korte babbel vooruit omdat ik het gevoel heb dat hij sneller is dan ik en ik hem een beetje ophou tijdens de afdaling.

In de vallei bevindt zich een camping die ik doorkruis. Via een brugje gaat het over de Sûre en dan begint het klimwerk opnieuw; van 270 meter naar 516 meter. De zon is onder en ik haal mijn hoofdlampje opnieuw boven omdat het in het bos op de helling al erg donker begint te worden. Even verderop zie ik iemand zitten op een bankje langs de kant en ik ga even poolshoogte nemen om te kijken of er een probleem is. Het is Tom die de batterij van zijn hoofdlamp wil vervangen, maar dat is dus lastig als je geen licht meer hebt. Dat is een van de praktische redenen waarom ik niet louter reservebatterijen meeneem, maar ook steeds een tweede hoofdlampje. Dan kan je gewoon van lamp wisselen en in een CP de batterij vervangen die leeg is. Ik licht even bij zodat hij zijn lampje weer aan de praat krijgt. Vervolgens gaan we samen op pad en vallen we de klim opnieuw aan die erg lang is en heel steile passages heeft. We worden intussen ook ingehaald door de lopers van de 100 kilometer wedstrijd die een kleine twee uur eerder vertrokken zijn in Enscherange en uiteraard nog fris zijn en dus heel wat sneller opschieten.

De moraal bij Tom en mij daalt omgekeerd evenredig met de hoogtemeters die we winnen. Ik voel me steeds meer fysiek en mentaal gesloopt en mijn voeten zijn het ook een beetje aan het begeven. Op een bepaald moment worden we ingehaald door Lieven die de 100 kilometer loopt en even gelijke tred houdt met ons zodat we wat kunnen bijpraten, al is het langs onze kant eerder een klaagzang.

Zaterdag 20:36 – CP4 Heiderscheid – km 127
Eindelijk komen we rond half negen aan bij het CP in Heiderscheid waar Joke me staat op te wachten. Ik zeg haar meteen dat ik gesloopt ben en wil stoppen, maar gelukkig spreekt ze me streng toe en jaagt me het CP in met de boodschap even uit te rusten, de situatie rustig te evalueren en vooral geen overhaaste beslissingen te nemen die nog niet genomen moeten worden. Ze heeft gelijk, want we hebben nog voldoende tijd voor de cutoff. We moeten hier uiterlijk om 22u27 opnieuw vertrekken en hebben dus nog een kleine twee uur tijd.

Ik zoek samen met Tom een vrij plekje en begin me te installeren; dropbag zoeken, schoenen uit, warme trui aan, horloge en GSM aan de powerbank. Ik ga eerst nog even naar de wc en poets mijn tanden. Vervolgens besluit ik om te proberen een half uur te slapen. Ik heb geen matje en dekentje, dus ik leg me op de grond (gelukkig is er vast tapijt) en gebruik wat reserve kleding als deken en hoofdkussen. Ik zet de timer van mijn gsm op een half uur en doe mijn ogen dicht. Ik val niet echt in slaap, maar lig wat te soezen. In mijn hoofd begint het beeld om verder te lopen zich te vormen en net voor de wekker afgaat staat mijn besluit vast dat ik hier sowieso opnieuw zal vertrekken. Ik heb nog wat werk voor de boeg om dat mogelijk te maken, dus ik raap mijn spullen bij elkaar en ga op zoek naar een groot bord pasta en iemand die mijn voeten kan verzorgen. Gelukkig kunnen die activiteiten gecombineerd worden; terwijl een schat van een vrijwilliger mijn blaren doorprikt en tape aanbrengt, verorber ik een lekker groot bord pasta en drink ik wat cola. Tom aan de overzijde van de tafel heeft ook wat gerust maar is er nog niet uit of hij zal stoppen of doorgaan. Ik stel hem voor om sowieso samen te vertrekken, daar hebben we allebei niets bij te verliezen.

Wat verderop zit ook Geert aan een tafel. Hij voelt zich helemaal leeg, heeft al een hele tijd problemen om voldoende te eten en heeft daardoor het tempo beduidend moeten laten zakken. Hij had 20 kilometer voor het CP Kathleen al verder gestuurd om haar niet op te houden. Kathleen zal uiteindelijk de wedstrijd ook finishen. Wat een fantastische prestatie van een megasterke vrouw! Een vrijwilliger praat nog in op Geert om hem te overtuigen toch verder te gaan, maar zonder resultaat. Geert zal hier helaas de handdoek in de ring gooien, weliswaar na zijn langste afstand ooit te hebben afgelegd.

Rond 22 uur beginnen Tom en ik in te pakken en ons klaar te maken om onze tocht te hervatten. We trekken een extra laagje aan want het is intussen behoorlijk fris geworden. Om 22u05 stappen we naar buiten. Ik kus Joke nog ten afscheid en we stappen achter het lichtje van onze hoofdlamp aan de donkere velden in. Wonderlijk genoeg voel ik me als herboren; de voeten en de benen voelens als nieuw en ook mentaal zit ik weer lekker in mijn hoofd. Ik zie het weer helemaal zitten en Tom en ik praten honderduit over vanalles en nog wat. De cutoff in het volgende CP in Bourscheid is 3u17, dus we hebben iets meer dan 5 uur tijd om de 23 kilometer die ons scheiden van het CP te overbruggen én daar ook weer te vertrekken.

Op een van de eerste hellingen die we aanvatten gaan onze jasjes alweer uit omdat we het te warm krijgen want we zetten er stevig de pas in. Na een kilometer of 10 komt er helaas weer slecht nieuws; Tom geeft aan dat hij zich niet lekker voelt en niet goed kan eten. Hij heeft nochtans een grote zak Haribo snoepjes mee, maar het idee alleen al om ze te eten maakt hem misselijk. Ik som op wat ik nog mee heb en wat hij misschien wel kan eten; een frangipane gebakje, een suikerwafel, een snickers, een gelletje, een chew… Helaas maakt de opsomming van al dat lekkers het alleen maar erger. Dan kom ik op het lumineuze idee om hem de cola aan te bieden die ik ook nog bij me heb, en inderdaad, daar heeft hij wel trek in. Ik geef hem de fles waar hij enkele grote slokken van neemt. Aan de boeren die daarna volgen, leid ik af dat het zijn maag wel een beetje weet op te schudden en ik hoop dat daarmee ook het slechte gevoel zal verdwijnen. Jammer genoeg geeft hij wat verderop aan dat hij me ophoudt en dat ik alleen verder moet lopen. Hij zal in het volgende dorpje het safety team bellen om hem te komen oppikken. Ook voor hem is het dus game over, maar ook hij loopt hier een afstandsrecord. Hij had er wel op gerekend minstens 100 mijl aan te tikken, maar dat zal voor een volgende keer zijn die er vast en zeker nog aankomt.

Ik vervolg mijn weg dus weer alleen. Ik voel me goed en zet er flink de pas in. Uit mijn Shokz klinkt Editors en het ritme van de muziek past perfect bij het marstempo dat ik hier aanhoud. Mijn horloge weet me te vertellen dat ik voor 3 uur zal aankomen in het CP van Bourscheid en naargelang ik vorder verzamel ik zelfs nog wat extra minuten marge tot zelfs bijna een half uur. Ik zie mezelf zowaar al finishen.

Wanneer ik rond half een op kilometer 138 door het dorpje Welscheid loop wacht me nog een fijne verrassing; Joke staat me hier op te wachten om me nog een extra hart onder de riem te steken. En of dat deugd doet! Ik vertel haar dat ik me goed voel en dat het er goed uitziet.

Maar dat is buiten de twee laatste klimmen gerekend. Ik kom om half twee aan in Michelau, 8 kilometer voor het CP in Bourscheid. Ik heb dus iets minder dan 2 uur om die 8 kilometer te overbruggen en een snelle passage te maken in het CP. Maar de eerste helling is ellendig lang en steil, en er volgt een even lange en steile afdaling waar ik ook nog eens ten val kom, gelukkig zonder veel erg. Het enige lichtpuntje is het feeëriek zicht op de lichtjes van Bourscheid Moulin in het dal. Na de afdaling volgt een passage door Bourscheid Moulin met een ingewikkeld traject langs de spoorweg en het station, waar ik een andere deelnemer die het spoor bijster is weer in de juiste richting stuur, maar daardoor weer enkele kostbare minuten verlies die ik helaas niet op overschot blijk te hebben.

Uiteindelijk vang ik dan de laatste klim aan die me scheidt van het CP, en die uit nog net iets meer hoogtemeters opgebouwd is als de voorgaande. Ik zie onderweg de buffer die ik had op de tijdslimiet smelten als sneeuw voor de zon. Uiteindelijk bereik ik de top van de beklimming in Bourscheid, waar ik ook Joke aantref. De klok wijst 3u24 aan, de afstand net geen 150 kilometer. Te laat aangekomen in het CP dus, laat staan om er nog op tijd te kunnen vertrekken. Ik lever mijn GPS tracker in en ben dus officieel uit de race. Er staat ook al een bestelwagen klaar met een aantal andere onfortuinlijke lopers die eveneens de DNF status gekregen hebben. Ik kan gelukkig samen met Joke de wagen opzoeken en samen rijden we eerst naar het CP in Hoscheid en vervolgens naar Clervaux om mijn dropbags  op te pikken. En dan gaat het huiswaarts. Ik doezel onderweg wat in onder een warm dekentje en rond 7 uur ’s ochtends komen we thuis aan waar ik na een heerlijke douche in een zalig comfortabel bed mag kruipen.

De nabeschouwing
Jammer dat ik tegen de tijdslimiet aanliep, want ik gaf mezelf wel een goede kans om de wedstrijd uit te lopen. Ik ben wel blij dat ik uiteindelijk – dankzij Joke – niet zelf opgaf, maar dat het “voor mij beslist” werd. Er is ook heel wat om dankbaar voor te zijn; ik mocht weer lange tijd buiten spelen in de prachtige natuur van de Ardennen en ik liep mijn derde langste afstand ooit (150 kilometer), de tweede langste in tijd (31u26). Ik deed weer heel wat ervaring op (onder andere met slapen tijdens een ultra, wat ik nooit eerder deed), en in combinatie met de 100 mijl versie die ik liep in 2024, ken ik nu het volledige parcours van deze wedstrijd. Allemaal troeven om van de derde keer de goede keer te maken in 2027.

Het grootste wonder is echter mijn herstel van deze wedstrijd. Zondagochtend sliepen we nog een uur of vier en zondagavond gingen we op ons gewoon tijdstip slapen. Maandag was ik al rond 9 uur uit de veren en ik voelde me kiplekker. Meer nog, het slechte gevoel dat ik in de maanden voordien had was helemaal verdwenen, mijn rugpijn was bijna helemaal weg, mentaal voelde ik me haast euforisch, op een roze wolk. Op vrijdag ging ik alweer een stukje lopen en mijn benen voelden als nieuw. Op een of andere wonderlijke manier heeft deze lange tocht mijn lichaam en geest een soort “reset” gegeven waar ik nu nog steeds het effect van voel. Ultralopen ongezond? Ik dacht het niet!

De gedachte – Over 5 jaar op Vinted

Op 20 mei 2021 kocht ik voor het eerst iets op Vinted. 5 jaar later ben ik een grote fan van het online platform waar je tweedehands kleding kan kopen en verkopen. Vinted is een bezigheid waar ik me in fases met veel toewijding op kan storten. Ik beschouw het echt als een hobby. Je verdient er geld mee door kleding die je niet (meer) draagt te verkopen, maar er kruipt ook veel tijd in. Je moet het dus wel de moeite waard vinden om voor soms relatief kleine bedragen een pakje te maken en dat naar een verzendpunt te brengen. Ik ga juist lekker op het hele proces: van zoekertjes bekijken en dan nadenken wat ik wel of niet wil kopen tot foto’s en advertenties maken, de verkoop opvolgen en finaliseren. Als zelfverklaard Vinted-specialist maak ik jullie graag deelgenoot van mijn enthousiasme.

Hoe werkt het?
Vinted is zowel een app als een website. Het platform biedt particulieren (ondertussen ook professionelen) de mogelijkheid om kleding te verkopen en dus ook kopen. Vinted is groots! Het netwerk spreidt zich inmiddels uit over een aardig deel van Europa. Vanuit België kan je pakjes verzenden en ontvangen uit bijvoorbeeld Spanje, Frankrijk, Nederland of Italië. Een account aanmaken is gratis. Kleding verkopen ook. Het is de koper die betaalt voor verzending en de kopersbescherming. Die bedraagt per aankoop 0,70 euro en 5% van de artikelprijs. Een artikel zet je te koop in een advertentie met foto’s en bijkomende informatie over het kledingstuk. Makkelijk en snel, voor je het weet gaat je zoekertje de lucht in. Ik heb het hier trouwens over kleding, omdat ik die voornamelijk koop en verkoop, maar inmiddels kan je op Vinted ook heel veel andere tweedehandsspullen online plaatsen.

Waarom is het zo leuk?

  • Het aanbod is gigantisch, maar ook heel uniek. Je vindt zowel kledingstukken van merken als vintage parels. Of je nu heel specifiek een bepaalde broek wil, een blouse in een bepaalde stijl, gedragen of met de prijskaartjes er nog aan: wie zoekt, zal vinden!
  • Het slimme algoritme weet snel wat jouw stijl is, zelfs beter dan dat je dat zelf weet. Ik heb al heel veel toffe merken ontdekt dankzij Vinted. Het gaat voor mij ook niet altijd om het kopen en hebben, maar net zo goed om geïnspireerd te worden.
  • Mode en kleding zijn voor mij een circulair proces. Dankzij Vinted doe ik veel makkelijker kleding weg. Stuks die ik nog steeds mooi vind, maar niet echt meer draag, moeten doorschuiven naar de volgende voor weer een nieuwe ronde. Als je weet dat iemand anders meer plezier van dat stuk zal hebben dan dat jij ervan hebt, is de keuze snel gemaakt. Ik geef daarom ook nog steeds kleding weg aan familieleden.
  • Je kan net zo goed impulsief en veel kopen op Vinted. Het Litouwse bedrijf telt inmiddels 2000 werknemers en doet dus gouden zaakjes met al die koopjesjagers. En toch geloof ik dat Vinted duurzaamheid stimuleert. Omdat je kritischer gaat kijken naar wat er in je kast hangt en omdat kleding die anders ongedragen zou blijven de plaats inneemt van een nieuwkoop.
  • Omdat je afhankelijk bent van iemand anders die je pakje moet versturen en dat pakje doorgaans enkele dagen onderweg is, leer je ook weer wachten en uitkijken naar iets. Een verademing in de webwinkelwereld waarin alles altijd meteen geleverd moet worden.
  • Hoewel er tegenwoordig vaak negatieve berichten circuleren over misleiding en scamming op Vinted is dat helemaal niet mijn ervaring. Integendeel, Vinted bewijst voor mij dat de meeste mensen deugen. Er wordt niet gelogen over de staat van een kledingstuk. Je weet wat je mag verwachten. Ook het menselijke aspect in die communicatie rond bijvoorbeeld het verzendproces, vind ik heerlijk. Er is een automatische vertaalfunctie ingebouwd, maar ik blijf heel oldskool in het Frans typen als ik met iemand in Frankrijk praat.
  • Ik maak graag pakjes en koester daarom ook de slotetappe van het proces: een kledingstuk netjes opvouwen, met zorg verpakken en het met alle liefde naar het verzendpunt brengen op weg naar een nieuwe thuis. Het voelt als goed doen voor mezelf, de ander en zelfs de wereld.

Wat is je topvondst?
Ik heb écht héél véél prachtige kledingstukken die ik voor een zacht prijsje kon scoren op Vinted. Spullen die ik ondertussen al vaak en graag gedragen heb. Wat ik echter het allercoolste vind, is dat ik mijn trouwjurk kocht op Vinted. Lang verhaal kort. Ik wilde een korte trouwjurk waar ik niet +1500 euro voor zou neertellen in een bruidswinkel (ik was daar ook veel te laat voor). Op Vinted vond ik als bij toeval (nou ja, het algoritme kent mijn smaak dus heel goed) een kortere jurk van het Italiaanse merk Linea Raffaelli. De maten leken precies de mijne te zijn. De jurk had alles wat ik wilde! Voor 145 euro inclusief verzending durfde ik de gok te wagen. Een eerste passessie draaide uit een op een teleurstelling (te klein?!), de tweede keer zat ie als bij wonder perfect.

Ik vond het helemaal niet vies of raar om te trouwen in een jurk waarin een andere vrouw al eens getrouwd was. Integendeel: het voelde juist heel bijzonder dat mijn jurk al een prachtig feest had meegemaakt en 8 jaar lang gekoesterd werd. En dat ik dus de volgende was om in dat fenomenale stuk te kunnen stralen. Ik wisselde foto’s uit met de vrouw die er 8 jaar geleden in trouwde en dacht: hoe bijzonder is het dat ik deze cirkel rond mag maken.

Het gerief – Met een goed gevulde tas naar de Elzas

De Trail Alsace komt nu heel dichtbij. Morgen vliegen we in dit grote roosgekleurde avontuur met een gezonde dosis angst en loophonger. Het eerste obstakel dat we moeten nemen is de autorit. Hans kreeg 2 weken geleden ischias-klachten. Liggen en vooral zitten is erg pijnlijk. Leg maar eens uit dat je meer opziet tegen een paar uur in de auto zitten dan 108 km te lopen, want dat kan en mag hij voor alle duidelijkheid dus wel. Het is met een goed gevulde tas dat we uren tussen Orschwiller en Obernai zullen ronddwalen. De organisatie legt namelijk een uitgebreide mandatory kit op, spullen die je heel de wedstrijd bij je moet hebben. Moeten dus! Controles en straffen als je niet in orde bent! Stress! Bovendien kan er een uitbreiding gevraagd worden afhankelijk van de weersomstandigheden. Met 12° gaan we ervan uit dat de hot weather kit niet geactiveerd wordt, maar de cold weather kit mogelijk wel. Dit lijstje is de verplichte uitrusting:

  • Trailvest: ik kocht een nieuwe Salomon Advanced Skin (blauw!) met een inhoud van 12 liter. Getest en goedgekeurd in de Ardennen.
  • Smartphone met LiveTrail app: de app heeft een SOS-knop waarmee de organisatie je kan lokaliseren in geval van nood, je moet ook altijd bereikbaar zijn.
  • Beker van minstens 15 cl: om te kunnen drinken op de bevoorradingsposten en om de afvalberg zo klein mogelijk te houden.
  • 1l water: past in de 2 soft flasks vooraan in de vest.
  • 2 werkende hoofdlampen mét reservebatterijen: we vertrekken om 7 uur ’s ochtends en zullen dus sowieso een paar uur in het donker lopen, je moet het wel heel gek maken om er 4 sets batterijen door te jagen.
  • Overlevingsdeken (minstens 1m40 x 2m): dat is zo’n blinkend geval waarmee je jezelf of iemand anders warm kan houden in geval van nood, neemt niet veel plaats in.
  • Fluitje: hangt standaard aan de meeste trailvesten.
  • Elastische tape (minstens 1m): je kan er veel mee fixen, naar het schijnt.
  • Voedselreserve: spreekt voor zich, er wordt aangeraden om 800 kcal bij je te hebben, dat zijn een 4-tal repen of gels. Ik ga voor een maximale opname van vaste voeding (chips) op de bevoorradingsposten, maar neem wel wat repen en gels mee.
  • Jasje met kap en gesealde naden voor slecht weer (met nog een lange lijst aan voorwaarden qua waterdichtheid): dit is het duurste item van het pak, met een simpel waterafstotend jasje kom je er niet.
  • Lange broek: er zijn geen vereisten, een extra short met lange sokken mag ook, ik ga voor een klassieke tight.
  • Pet, bandana of buff: ik kies natuurlijk voor mijn Hoka-pet.
  • Warme tweede bovenlaag (minstens 180 gram): dit kledingstuk mag geen katoen bevatten en moet dus zwaar en warm genoeg zijn.
  • Muts: ik heb een niet al te dik exemplaar van Craft.
  • Warme en waterdichte handschoenen: alleen plastic afwashandschoenen zijn 100% waterdicht, ik koos voor mijn duurste en dikste handschoenen van Gore.
  • Identiteitskaart: oppassen om die onderweg niet kwijt te raken bij het in- en uitladen van materiaal.

De verplichte uitrusting voor koud weer komt bovenop bovenstaand lijstje en bestaat uit een beschermende bril, een waterdichte broek, een derde bovenlaag en stevige trailschoenen met gesloten tenen (balen voor de bare foot runners). Wat wij ook nog meenemen is trailstokken (op te bergen in een elastische belt rond je middel), ontsmettings- en insectenspray. Tot slot is er dan nog de drop bag, een 30 liter tas die je vult met extra spullen naar keuze (kleding + eten). Na 63 km staat die op de bevoorrading en kan je aanvullen of gebruiken wat nodig is. Handig!

Voilà, we zijn goed gepakt en gezakt. Nu maar hopen dat de benen ons, liefst vlot, over de bergen zullen krijgen!

Het gerief – Mijn ultieme cadeautips

Thank God it’s Christmas! Had Freddie Mercury geen last van cadeaustress of was die juist dermate groot dat hij niet anders kon dan met de kerst een zucht van verlichting slaken omdat het ein-de-lijk gelukt was om voor iedereen een pakje onder de boom te krijgen? Het zal jullie misschien niet verbazen, maar als kind fantaseerde ik hoe ik professioneel cadeaugever zou worden. Ik zag helemaal voor me hoe mensen mij konden contacteren aangaande hun cadeau-situatie. Op een formulier (ik hield van papierwerk) noteerde ik dan belangrijke informatie, zoals voor wie het cadeau was, waar die van hield en wat het budget was (een paar honderd frank). Mijn zaak was gevestigd in het tuinhuis van de buren, dat was namelijk best groot. Ik zou daar een soort van stock aanleggen van cadeaus die je maar beter op voorraad kon hebben. 30 jaar later spreekt het businessmodel me nog steeds aan.

Aan verbeelding heb ik nooit gebrek gehad, ook niet aan inspiratie om een cadeau te bedenken. Die springt gewoon in mijn hoofd of ik dat nu wil of niet. Een cadeau draait net zo goed om het geven als om het krijgen. Ik geef zelf niet graag iets dat ik lelijk vind, zelfs als ik weet dat de ontvanger er blij mee zal zijn. Noem dat gerust koppigheid. Ik heb overigens helemaal niks tegen cadeaulijstjes en -bonnen. Ze zijn hartstikke handig en ik wil niet de dwarsligger zijn die per se iets anders wil geven dan wat op het lijstje staat. Ik kan daarin dus bijzonder gehoorzaam zijn, maar soms heb ik de pretentie om te denken dat ik een cadeau kan geven dat zó goed is dat diegene het zelf niet kon bedenken. Dat kan trouwens ook iets functioneels zijn. Eén van de eerste cadeaus die ik van Hans kreeg was een plakbandrolhouder. Ik was en ben daar nog steeds superblij mee! Het is er namelijk één in mijn lievelingskleur van mijn favoriete kantoorwarenmerk (Leitz) en hij is extreem handig in gebruik. Ook dat kan dus: dik scoren met een plakbandhouder.

Een goed cadeau hoeft niet duur te zijn en ook niet vergezocht. Inspiratie ligt vaak voor het rapen. Waar zijn mensen op dat moment mee bezig? Vergeet dan niet de dagdagelijkse dingen. Een cadeau hoeft ook niet nieuw te zijn: een kringloopvondst schenken geeft dubbele voldoening. Al weet ik dondersgoed aan wie ik wel of niet iets uit de kringwinkel kan geven, want niet iedereen houdt van tweedehands. Natuurlijk word ik wel eens gepakt door mijn eigen enthousiasme. Er is ongetwijfeld iemand die dit nu leest en denkt aan die keer dat ik de bal grandioos missloeg. Nog een laatste disclaimer: ik ben geen kritische cadeau-ontvanger. Ik ben echt oprecht blij met heel veel dingen en die hoeven absoluut niet origineel te zijn.

Genoeg gestoeft. Tijd voor wat concrete tips en inspirerende cadeauvoorbeelden, zowel voor de knutselaars als de kopers onder ons. Hier gaan we!

iets met letters
Boeken! Boeken! Dat spreekt voor zich. Het aanbod is tegenwoordig zo divers dat je plaatselijke boekwinkel heel wat moois in de aanbieding heeft. Misschien zitten mensen niet altijd te wachten op dat ene boek waarvan jij denkt dat zij het goed zouden vinden. De kans bestaat dat het ongeopend ergens blijft liggen. Naïef als ik ben, denk ik dan: ze hebben dit toch bij de hand mochten ze nood hebben aan een boek. Wat ook kan: een prentenboek cadeau geven aan een volwassene, iets dat ze zelf in hun kindertijd vaak gelezen hebben of iets dat jij vroeger heel mooi vond. Prentenboeken blijven bijzonder. Als volwassene lees je ze ook weer met je kinderogen en besef je pas echt hoeveel schoonheid erin verborgen zit. Denk ook aan eigen letters of tekst: een cadeaubon kan je personaliseren met een kaartje of een zelfgeschreven gedicht. Nederlanders zijn hier meer geoefend in door hun traditie met Sinterklaas surprises. Ik geloof dat iedereen een gedicht kan schrijven. Gewoon lekker rijmen en dat verhaaltje komt vanzelf.

iets met een ervaring
Bij mijn metekindje Leah durf ik het wat eigenzinniger aan te pakken. Voor haar verjaardag gaf ik vorig jaar een schetsboek waarin ik het levensverhaal van onze overleden kat Ada opschreef. Daarbij kreeg ze veel foto’s van Ada om in het boek te plakken, maar ook stickers en ander materiaal voor haar eigen Ada-knutselboek. Dit jaar was het thema slaapgerief. Ik recycleerde dekbedovertrekken die ik van mijn meter kreeg zodat ze op Leah’s bed zou passen. Daar hoorden pyjama’s bij, een nachtkastje dat ik zelf niet meer gebruikte en wat decoratie voor op de slaapkamer: een groot cadeau met veel onderdelen (belangrijk voor een kind), dat zowel functioneel als emotioneel is. Voor de kerst ga ik nog een stapje verder. Dan stellen we zelf een adventskalender samen die begint na Sinterklaas. 18 cadeautjes dus! Daar zitten zowel nieuwe boeken bij, als zelfgemaakte kleding, vetbollen voor de vogels en prullen van de kringwinkel. Je geeft cadeaus, maar het draait om meer dan iets krijgen. Voor volwassenen vind ik een Museumpas daarom een tof cadeau: je maakt de drempel om een museum binnen te stappen kleiner en je hebt er een heel jaar lang iets aan.

iets met cafeïne
Een koffie-cadeau, heerlijk! Je geeft een warm en gezellig moment cadeau. Kies je favoriete koffietent, denk aan de koffiesmaak van de persoon in kwestie en informeer hoe die thuis koffie zet. Je maakt dit cadeau zo groot als je zelf wil door de hoeveelheid aan te passen. Door kwaliteitskoffie te kopen, draag je doorgaans ook bij aan een duurzamere wereld waarin koffieboeren eerlijk loon naar werken krijgen. Wie kan daar tegen zijn? Het spreekt voor zich dat je geen koffie geeft aan iemand die dat niet drinkt. Thee of chocolade om warme chocomelk te maken, zijn dan een alternatief. In veel zaken kan je kant-en-klare cadeaupakketten kopen, maar je kan die net zo goed zelf samenstellen door er leuke mokken of zoetigheid aan toe te voegen. Vind je dat allemaal te veel gedoe? Geef dan gewoon een cadeaubon van de favoriete koffiezaak. Support your locals. Altijd belangrijk.

iets met stof
De cadeaus die het vaakst van onder mijn naaimachine rolden, zijn sweaters en tassen. Twee allround cadeaus die je zowel veilig kan houden qua kleur en ontwerp als heel persoonlijk en zelfs een tikje gewaagd. Ook een stijlvolle keukenschort hoort in dit rijtje thuis. Een sweater, tas of keukenschort vragen geen pasvorm die tot op de millimeter juist moet zijn. Ooit had ik het geweldig ambitieuze plan om voor iedereen een sweater te naaien. Door de examenperiode zat ik heel krap in mijn tijd. Mijn naaimachine ratelde nog een half uur voor ik moest vertrekken naar het kerstfeest: sweaters vers van de pers dus. Een andere keer maakte ik veel te dicht tegen de deadline aan een jas voor mijn nichtje Laurien. Ik had mijn nieuwe naaimachine nog niet lang en het lukte maar niet om een knoopsgat te maken. De klok tikte genadeloos door. Vlak voor de naaiwinkel ging sluiten, belde ik voor wat hulp vanop afstand. Ik was gered en kon een jas afgeven mét knopen en knoopsgaten. Als er aan jou geen crea bea verloren is gegaan, dan koop je gewoon een sweater of tas: je kan er ongeveer iedereen een plezier mee doen en je hebt er nooit genoeg van. Vind ik toch.

iets met gezelschap
Roos kreeg in september een daguitstap cadeau. Je bent op de leeftijd gekomen van de ervaringscadeaus zei ik al lachend. Ik had best wel wat kunnen bedenken om aan Roos te geven, maar ik was egoïstisch en dacht: ik wil tijd met Roos spenderen. Ik ging er maar van uit dat tijd met ons doorbrengen voor haar ook een cadeau zou zijn. Roos mocht de stad kiezen waar we heen zouden gaan, ze werd thuis opgehaald en teruggebracht, een lunch en voldoende koffiemomenten waren eveneens inbegrepen. Haar keuze viel op Gent. Wij zorgden voor een dagprogramma. We begonnen met de expo van Stefan Vanfleteren in het KMSK, iets dat Roos niet zo snel op eigen houtje zou doen. Nadien gingen we lunchen bij Norma (topadres!) om dan de stad in te trekken, waarbij een bezoek aan Het Paard van Troje niet mocht ontbreken. We sloten af bij De Stoffenkamer, een top zaak voor iedereen die van naaien houdt. Kortom: een vol programma met voldoende babbel- en rusttijd. De uitgelezen manier om samen te beleven wat je deelt en te delen wat je beleeft. Ook hier zijn versies te bedenken die wat minder voorbereiding vragen: samen gaan lunchen of ontbijten bijvoorbeeld, al dan niet met cadeaubon. Belangrijk als je een moment samen cadeau geeft: leg zo snel mogelijk een datum vast. Dan blijft het cadeau niet in het ijle zweven.

Ik eindig graag met wijze woorden van een andere kerstsong: All I Want For Christmas Is You! Of je nu wel of geen cadeaus geeft, groot of klein: het grootste geschenk dat je kan geven is tijd. De tijd en moeite die je hebt gedaan om een cadeau te kunnen geven, maar ook kwali-tijd die je schenkt door wat je geeft of de tijd die je simpelweg samen doorbrengt. Als dat geen mooie kerstboodschap van algemeen nut is.

Loperspraat – De legendarische Great Escape 2.0 van Hans

De voorbereiding
2024 was het jaar waarin ik kennis maakte met de ultratrails van het lange type. Ik liep twee “honderdmijlers” in de Legends reeks; de Great Escape in september en de Bello Gallico in december. Vooral de Great Escape smaakte naar meer. Deze wedstrijd vindt plaats in mijn geliefde Ardennen, het weer is in september doorgaans nog best mooi en er is nog behoorlijk wat daglicht. Bovendien besloot de organisatie van de Legends trails een versie 2.0 van hun legendarische trailwedstrijden te maken, lees: een upgrade van 100 mijl naar 200 kilometer, een gewijzgd startuur van zaterdagochtend 4 uur naar vrijdagavond 8 uur en een aangepast parcours, nog steeds gebruik makend van de permanent bewegwijzerde Escapardenne (Eisleck en Lee) Trail, maar dan in de andere richting en met een extra lus in de Luxemburgse Ardennen.

Het kriebelde dus weer om deze uitdaging aan te gaan, en na een goedgevuld “wegseizoen” (de CPC halve marathon in Den Haag, het EK marathon tussen Leuven en Brussel en de 20 kilometer van Brussel) pakte ik samen met Joke in het voorjaar en de zomer lekker door met de langere trails. We liepen samen de Trail Godefroy de Bouillon (100 kilometer), de Chouffe Trail (80 kilometer) en een licht ingekorte Trail des Fantômes (65 kilometer). Als kers op de taart liepen we in september ook nog een toertje in de Zwitsere Alpen. Aan de voorbereiding zou het dus niet gelegen hebben, ik had ook meer kilometers in de benen dan het jaar voordien op hetzelfde moment.

De week voor de wedstrijd
Ik denk dat ik zelden zo rustig naar een wedstrijd toegeleefd heb als ditmaal. Ik maakte me op een bepaald moment zelfs wat ongerust of ik het wel serieus genoeg opvatte. Anderzijds is het natuurlijk ook zo dat je, naarmate je dit soort dingen vaker doet, je beter kan inschatten wat je kan verwachten en je zelfvertrouwen groeit. Gelukkig begon het in de laatste weken voor de wedstrijd dan toch te dagen, vooral wanneer ik met de praktische voorbereiding bezig was, voelde ik de kriebels in mijn buik.

Er komt wel wat bij kijken; lijstjes maken met het benodigde materiaal, kopen wat er nog ontbreekt, het parcours bestuderen, de wedstrijd plannen… Joke zou ook nu (helaas zonder Roos deze keer) vanaf de tweede nacht komen supporteren in de checkpoints. Dat betekende dus dat we ook nog een slaapplek moesten organiseren in de auto.

Zelfs het bananenbrood (“het is wel lekker maar smaakt toch wat teveel naar banaan”) dat Joke opportunistisch gemaakt had van wat zij overrijpe bananen noemde kreeg een plekje in de planning. Ik zou het verdelen in porties voor onderweg: lekker en voedzaam, de ultieme ulra-voeding.

De dag van de start
Uiteraard nam ik de vrijdag van de start verlof zodat ik nog even kon uitslapen en alles rustig kon inpakken. Ook Joke was thuis, dus we genoten nog van een fijn dagje samen, want als alles volgens plan verliep zou ik de volgende twee dagen en nachten ergens in een Ardens bos vertoeven.

Doorgaans heb je tijdens dit soort lange wedstrijden de mogelijkheid om zogenaamde dropbags te gebruiken; een tas met alles wat je onderweg nodig kan hebben. Dat gaat van eten en drinken, over droge kleding en extra schoenen tot verzorgingsmateriaal (pleisters…) en “elektronica” (reserve batterijen, een powerbank…). Tijdens deze wedstrijd kon je er een laten plaatsen na 84 kilometer (Clervaux), na 124 kilometer (Heiderscheid) en na 163 kilometer (Hoscheid). Het is altijd een hele klus om te bepalen wat je in welke tas steekt, omdat je ook rekening moet houden met het moment in de wedstrijd (dag of nacht), de weersvoorspellingen, het terrein enz… Gelukkig kan je na verloop van tijd terugvallen op je ervaring en wat je geleerd hebt tijdens eerdere wedstrijden. Je startpunt is dus steevast de lijstjes die je in het verleden al gemaakt hebt.

Naast de dropbags is er uiteraard ook je trailvest dat je onderweg zal dragen en dat naast de voor de hand liggende spullen ook een best lange reeks verplichte items moet bevatten; een regenjas, een regenbroek, EHBO materiaal, een reddingsbivvy (lees: een reddingsdekentje in slaapzakvorm), 1,5 liter water en voldoende eten, een hoofdlamp met reservebatterijen, een beker, een fluitje en een GSM. Die dingen neem je niet zomaar mee; wanneer je in een Ardens bos in het holst van de nacht in de problemen komt kunnen ze voorkomen dat die problemen hele erg grote problemen worden.

Naar de start
Het hoofdkwartier van de race bevindt zich in Clervaux (Luxemburg). Hier moet iedereen zich aanmelden voor de wedstrijd en het is ook de finishlocatie waar ik zondag in de loop van de dag hopelijk zal aankomen. Dat aanmelden moet gebeuren voor half zes, dus we vertrekken rond half drie richting Luxemburg voor een rit van een kleine twee uur.

In de “Hall Polyvalent” van Clervaux is het gezellig druk en heerst een opgewonden sfeer. Voor je je startnummer kan ophalen word je eerst onderworpen aan de controle van het verplicht materiaal; je trekt een kaart waar enkele voorwerpen op afgebeeld staan en je moet aantonen dat die in je trailvest zitten. Is dit niet in orde, dan is het verdict onverbiddelijk en mag je niet starten. Wanneer je de test succesvol doorstaan hebt, krijg je je startnummer en wordt er een GPS tracker aan je trailvest bevestigd. Hiermee kan iedereen (de organisatie, maar ook de supporters) ten allen tijde volgen waar elke deelnemer zich bevindt. De tracker heeft ook een functie die je nooit hoopt nodig te hebben: een SOS-knop.

De volgende stap is het afleveren van de dropbags op de juiste stapel en dan kan ik aanschuiven voor het pre-race diner. Ik neem afscheid van Joke voor de komende 24 uur en werk daarna een groot bord rijst met groentensaus naar binnen.

De busrit naar La Roche
Om 18 uur krijgen we een briefing in de gekende “Legends stijl”; er worden niet te veel woorden (in drie talen) aan vuil gemaakt, de essentie is “volg de pijlen, hou het veilig en veel plezier”.

Buiten staan de bussen die ons naar de start in de buurt van La Roche zullen brengen al te wachten. Ik stap op een bus en zoek een vrij plekje naast iemand die er ook niet echt spraakzaam uit ziet. Tijdens de busrit wil ik graag nog even rustig ontspannen, want dat zal straks voor een lange tijd niet mogelijk zijn. De meeste passagiers zitten ook min of meer rustig voor zich uit te staren of hebben hun ogen gesloten. Hier en daar ontspinnen zich wel gesprekken die – hoe kan het ook anders – onveranderlijk over allerhande spectaculaire ultratrail wedstijden gaan. Ook weer traditiegetrouw gaat het er bij een groepje Nederlanders dan weer wat luidruchtiger aan toe. Met de nodige branie praten ze zichzelf en mekaar het nodige zelfvertrouwen aan.

Tijdens de rit, die bijna anderhalf uur zal duren, zien we de zon ondergaan. Het belooft een mooie zachte nazomeravond te worden, ideaal om deze wedstrijd te starten.

De start aan het “Parc à Gibier”
Via enkele kleinere boswegen manoeuvreren de bussen zich naar het “Parc à Gibier”, net buiten La Roche. 200 lopers stappen uit de 4 bussen en heel wat onder hen gaan eerst nog snel op zoek naar een plekje in het bos om hun blaas te ledigen.

Vervolgens wordt het materiaal aan een laatste controle onderworpen. Ik strik mijn veters nog eens extra zorgvuldig, de hoofdlampjes worden op het hoofd gezet en de eerste lichtjes gaan aan, hoewel het nog niet echt donker is. Dat zal nog even duren. De sfeer is opgewonden en beheerst uitgelaten. Een gezonde mix van spanning, zenuwen en goesting hangt tussen de deelnemers. Ik krijg al “een hongerke” en eet een stukje bananenbrood van Joke. Iedereen verzamelt zich langzaam aan een soort denkbeeldige startlijn. Geen opzwepende muziek hier en ook geen startschot. Enkel een ambachtelijk aftellen van tien naar nul en de meute zet zich omstreeks acht uur uitgelaten in beweging. We starten met een afdaling, dat is altijd fijn. Ik probeer me te beheersen en niet te hard van stapel te lopen, het is nog heel ver en heb geen zin om nu al een letterlijke misstap te begaan.

De eerste kilometers tot CP1
Tempo zoeken in zo’n lange wedstrijd is niet makkelijk. Het voordeel is dat je er wel veel tijd voor hebt. In tegenstelling tot mijn deelname aan de Great Escape het jaar voordien voel ik me veel rustiger en heb ik meer zelfvertrouwen. De eindeloze uitdaging die voor ons ligt voelt niet meer zo bedreigend aan en ik probeer vooral te genieten van het onderweg zijn. Het is nog behoorlijk warm, een beetje zwoel zelfs, en een blik rond mij leert dat iedereen al aan behoorlijk aan het zweten is. Ik loop in T-shirt maar het zware trailvest op mijn rug maakt het extra warm.

Na een viertal kilometer komen we op het parcours van de vorige editie, zij het dan dat het toen de laatste kilometers waren en dat we nu in de andere richting lopen. We krijgen het zicht op Maboge beneden in het dal nog eens te zien en dat is altijd een blij weerzien.

Na 6 kilometer bereiken we de oevers van de Ourthe en die zal de komende 20 kilometer nooit ver uit de buurt zijn. We hebben nu het meest technische deel van het parcours voor de boeg, en bovendien wordt het snel donker en is het hoofdlampje intussen echt wel nodig om te zien waar je loopt. We maken niet spectaculair veel hoogtemeters, maar de hellingen die we moeten nemen zijn heel erg steil en het pad is bezaaid met boomwortels en rotsblokken. Ik ken de omgeving vrij goed en weet dat we enkele erg mooie plekken met spectaculaire uitzichten zullen passeren, maar in de duisternis die intussen totaal is, zijn dit nu enkel diepzwarte gaten.

Rond kwart voor elf kom ik aan in het eerste checkpoint (CP1) bij le Hérou. Een jaar voordien was dit het laatste checkpoint, was de zon net opgekomen en kon ik de finish ruiken. Nu bijten we nog maar net de spits af. Ik werk routineus mijn lijstje af; wat eten en drinken (cola), mijn flessen bijvullen, schoenen even leegmaken (steentjes…). Ik hou het kort en ga na een klein kwartiertje al opnieuw op pad.

Van CP1 naar CP2
Ik had al een paar keer haasje-over gespeeld met Filip Germeys, een zeer ervaren ultraloper. Nu besluit ik me in zijn spoor te nestelen. Hij houdt een perfect tempo aan, zowel bergop, bergaf als op de technische stukken. Soms is het gewoon comfortabel om achter iemand aan te hobbelen en zelf niet te moeten nadenken over je tempo. Ik blijf wel uiterst voorzichtig en geconcentreerd lopen, want een kleine onoplettendheid kan hier grote gevolgen hebben.

Af en toe raken we toch even het spoor bijster, zij het kortstondig. De wegwijzers van de Escapardenne Trail (een wit golfje op een blauwe achtergrond) zijn niet reflecterend, dus je moet ze telkens proberen te “vatten” in de straal van je hoofdlampje. We navigeren ook wel op het sporthorloge, maar ook dat is geen sinecure op de kleine kronkelende paadjes in de vallei van de Ourthe.

De valpartij
Na 28 kilometer, omstreeks half een, steken we eindelijk via een brug de oostelijke Ourthe over. Dit is het verlossende signaal dat het meest technische deel eindelijk achter de rug is. We hebben nog een vijftal kilometer te gaan tot het tweede checkpoint, maar lopen in de buurt van de camping “Les Cabanes de Rensiwez” toch nog een klein stukje verkeerd. Het gebeurt wel eens dat wanneer een loper een afslag mist, het treintje dat achter hem of haar loopt kuddegewijs gedwee volgt tot er toch een of andere wakkere ziel opmerkt dat we van de route afgeweken zijn.

Na 31 kilometer, het is nu bijna half twee, slaat het noodlot toe. We moeten een heel steile helling afdalen en hoewel ik heel voorzichtig ben glijden mijn voeten plots weg (een denappel, een losse steen?). Mijn benen zwiepen de lucht in en ik land keihard op mijn onderrug en ribben. Ik slaak een luide kreet en enkele lopers die wat verderop zijn vragen me of ik oké ben. Dat lijkt op het eerste zicht zo te zijn, ik check alle lichaamsdelen en alles blijkt nog te functioneren. Wanneer ik rechtsta en verder de helling probeer af te dalen voel ik meteen mijn rugspieren pijnlijk verkrampen. Ik strompel naar beneden en moet dan nog eens heel stijl omhoog. Ik verbijt de scherpe pijn en besluit dat ik sowieso verder moet naar het checkpoint dat niet meer zo ver weg is. Wanneer ik op het plateau kom op een veldweg tussen de weiden bel ik even naar Joke om te vertellen wat er gebeurd is. Ik heb erg veel pijn en ben pessimistisch over het verder verloop van de wedstrijd.

Oplapwerk in CP2
Na 34 kilometer, rond kwart voor twee kom ik aan bij het checkpoint in Bonnerue. Gelukkig is dit een checkpoint in een gebouw. Ik vraag bij aankomst meteen of er iemand met medische kennis aanwezig is en gelukkig is een van de vrijwilligers spoedverpleegkundige. Ze onderzoekt me snel en na enkele testen concluderen we dat de “verwondingen” meevallen en niet meteen een acuut gevaar vormen. Ik krijg een pijnstiller en we spreken af dat we een half uurtje afwachten om dan de situatie te evalueren. Ik eet intussen een hotdog met mosterd en drink wat cola op een veldbedje.

Na een half uur begint de pijnstiller te werken, en de scherpte van de pijn is wat weg. Ik denk dus dat ik wel in staat ben om mijn weg te vervolgen. Ik overleg nog even met de vrijwilliger en ze vertelt dat op het volgende checkpoint, binnen 20 kilometer, een kinesist aanwezig is die ze op de hoogte van mijn komst zal brengen en die me dan ook even verder kan oplappen. Ik vul mijn flessen bij, trek mijn jasje aan want het is intussen afgekoeld. Ik begin ook wat te rillen omdat de adrenaline weggetrokken is en ik zal waarschijnlijk ook niet meer zo snel kunnen lopen waardoor ik minder zal opwarmen.

Opnieuw op pad, de lange tocht naar CP3
Ik vertrek en probeer meteen even te lopen, maar dat blijkt een hopeloze zaak te zijn. Ik krijg pijnscheuten in mijn rug en ribben en mijn spieren verkrampen meteen. Dat belooft dus een lange tocht te worden, maar ik besluit het stap voor stap aan te pakken en niet te ver vooruit te denken. Door het half uur vertraging in het checkpoint heb ik wel behoorlijk wat tijd verloren en zak ik weg in het klassement, en omdat ik traag vorder word ik met de regelmaat van de klok ingehaald door de deelnemers die zich nog achter mij bevonden

Na 44 kilometer kom ik rond 4 uur in de ochtend aan in Houffalize. Dit is gekend terrein voor mij; tijdens vele trailwedstrijden en vakanties heb ik hier al best veel tijd doorgebracht en paden bewandeld en belopen. Toch ziet alles er in het donker helemaal anders uit. Je verliest elke referentie en tast toch letterlijk en figuurlijk een beetje in het duister.

Rond kilometer 50 passeer ik in Tavigny, het is nu ongeveer 5 uur ’s ochtends. Ik haal dus nog ongeveer 6 kilometer per uur wat gezien mijn toestand niet slecht is, maar ik weet dat het in deze fase van de wedstrijd veel te traag is. Ik word op dit punt ook ingehaald door de rode lantaarns van de race (een gezellig en sfeervol groepje Nederlanders), waardoor ik het twijfelachtig genoegen krijg de lantaarn te mogen overnemen. De ochtend komt er stilaan aan, maar voor de zonsopgang moet ik toch nog enkele uren wachten.

Kine afspraak in CP3
Om 6 uur kom ik aan in het checkpoint in Buret, met 55 kilometer op de teller. De Nederlanders zijn er ook nog en nemen hun tijd om wat te rusten, te eten en drinken. Ik ben de laatste deelnemer die in hier arriveert en ik zie dat men toch al stilaan met de opruim bezig is, wat wel wat confronterend is.

De vrijwilliger/kinesist die op de hoogte was van mijn komst neemt gelukkig wel haar tijd om me even grondig onder handen te nemen. Ze begint met wat massage en frictie om de geblokkeerde spieren los te maken, manueel en met de “massagegun”. Het is heel erg pijnlijk maar het helpt wel mijn verkrampte rug even te ontspannen. Ze tapet vervolgens mijn rug ook nog in en werkt af met wat “coldspray”. Ik neem nog wat eten en drinken, vul mijn flessen bij, bedank de vrijwilligers voor hun goede zorgen, zelfs voor de allerlaatste loper, ik passeer nog even langs het toilet en ga weer op pad.

Ook hier ben ik dus toch weer een klein half uur tijd “verloren”, tijd die ik eigenlijk niet heb, want de klok tikt onverbiddelijk verder. De Nederlanders maken nog niet meteen aanstalten om opnieuw te vertrekken, dus ik laat de rode lantaarn hier voorlopig even achter.

Tijd om te evalueren en na te denken
De toch loopt (gaat eigenlijk) nu richting de Luxemburgse grens, die als waterscheidingslijn tussen de stroomgebieden van de Maas en de Rijn het hoogste punt vormt van het parcours. De ideale plek dus om de zon te zien opkomen, en dat is toch altijd een van de mooiste momenten tijdens ultratrails waarin je een nachtje moet “doorsteken”.

Na 63 kilometer, rond kwart voor 8 (ik ben dus bijna 12 uur onderweg), krijg ik een telefoontje van Joke die net wakker is en vraagt hoe het met me gaat. Ik vertel dat lopen te pijnlijk is, dat stappen wel gaat maar dat ik daardoor eigenlijk te traag ben. Ik sta bovendien op het punt weer ingehaald te worden door de rode lantaarns die langer dan ik in het laatste checkpoint gebleven zijn. Ik vertel haar ook dat het eigenlijk een beetje uitzichtloos is, maar dat ik er mentaal nog niet klaar voor ben om op te geven. Het telefoontje doet me wel deugd en ik stap verder richting het volgende checkpoint in Troisvierges.

CP4 buiten in Troisvierges
Omstreeks kwart over negen, 71 kilometer in de benen, kom ik aan bij het checkpoint net buiten Troisvierges. Dit is er weer eentje dat in een tent opgezet is en ik kom hier het groepje Nederlanders en nog wat andere deelnemers opnieuw tegen. Ik hang nu echt wel “aan de rekker”. Bovendien moet ik een grote boodschap doen en sanitair is uiteraard niet voorzien in de tent. Dat wordt dus straks even de bosjes induiken waardoor ik ongetwijfeld de rode lantaarn weer snel in mijn bezit zal krijgen.

Ik vul mijn voorraden opnieuw aan en vul mijn flessen deze keer deels met cola en deels met water; ik begin heel erg moe te worden en hoop dat de cafeïne mij een extra “kick” zal geven.

Van Troisvierges naar Clervaux, mijn laatste etappe
Ik begin nu heel erg de vermoeidheid van het “nachtje doorsteken” te voelen. Ik denk ook dat door mijn trage tempo, mijn lichaam te weinig geactiveerd wordt om wakker te blijven. Ik gebruik alle truken van de foor om de moeheid te bestrijden, maar niets helpt; een podcast beluisteren, eten, cola drinken, cafeïne kauwgom… Uiteindelijk probeer ik zelfs even op een picnicbank een powernapje te doen van een tiental minuten.

Ik ben er nu stilaan klaar mee. Ik bel met Joke en vraag of ze me kan komen ophalen in Clervaux. Ik ga deze etappe van 17 kilometer nog uitlopen, maar dan zal het stoppen. Om kwart voor een ’s middags, na 16 uur en drie kwartier kom ik aan in Clervaux. Ik heb net geen 88 kilometer in de benen. Puur fysiek voel ik me eigenlijk nog heel erg goed; omdat ik zo weinig gelopen heb voelen mijn benen nog best fris aan en ik heb geen enkele blaar gekregen. Mijn rug en ribben blijven echter erg pijnlijk, dus opnieuw beginnen lopen en tijd goedmaken zou sowieso niet aan de orde zijn. Ik zal later bij het bestuderen van de uitslagen ook zien dat ik in Clervaux aangekomen ben, meer dan twee uur na de deelnemers die een dikke 27 uur later net binnen de tijdslimiet zouden finishen. Ik had dus met de moed der wanhoop misschien nog kunnen verderlopen, maar vroeg of laat zou ik toch tegen de tijdslimiet aangelopen zijn waardoor ik uit de wedstrijd gehaald zou zijn.

Ik moet nog even wachten op Joke, die de hele rit naar de Ardennen nog moet rijden, dus ik maak van de gelegenheid gebruik om wat te rusten, te eten en te drinken, en ik versier ook een lift in de bestelwagen van twee vrijwilligers om alvast een van mijn dropbags te gaan ophalen in Hoscheid. De andere in Heiderscheid zullen we later oppikken onderweg naar huis.

Even later komt ze aan in Clervaux en vervolgens laat ik me lekker naar huis rijden, toch ook een beetje blij dat ik straks lekker in mijn eigen bed kan slapen. Een DNF in een wedstrijd is nooit fijn, anderzijds is er in dit soort meer extreme wedstrijden altijd een reële kans dat het gebeurt. Het omgaan met die kans op falen is voor een deel ook de aantrekkelijkheid van deze evenementen. Het is dan ook verkeerd dit als een mislukking te zien; ik heb weer een pak ervaring opgedaan en ik ben bijna 17 uur op pad geweest, tijdens de nacht en de dag in die prachtige Ardennen, met nog altijd een kleine 90 kilometer op de teller, wat iets is waar veel mensen enkel maar van kunnen dromen.

Het moment – Een iconische tas voor een iconische verjaardag

Vanaf vandaag ga ik als veertiger door het leven! Zo makkelijk en licht als dat nu voor mij klinkt, zo lastig heb ik het lange tijd gevonden om op een dag geen dertiger meer te zijn. De afgelopen jaren werd ik een blijer en gelukkiger mens. Ik leerde het leven door het te leven. Dat is een gedachte die ik ergens heb gepikt, maar wat ik bedoel is dat door levenservaring op te doen ouder worden juist veel makkelijker is. Ik weet wat ik wil, ik weet beter wie ik ben. Ik weet wie of wat me blij maakt en wat me raakt. Dat betekent niet dat ik niet meer op mijn bek kan gaan of dat ik me soms niet irrelevant en overbodig voel. Het gevoel dat vrouwen doorgaans harder worden afgerekend op hun leeftijd dan mannelijke leeftijdsgenoten bekruipt me wel eens. In mijn eigen kring zie ik gelukkig heel wat sprankelende mensen die niet plots minder tellen omdat er een viertje staat.

Ook in de wijde wereld zijn er heel wat mooie voorbeelden te vinden van Club 85‘ers die er op hun 40e helemaal staan. Op literair vlak ontdekte ik de stemmen van Marieke De Maré en Maddalena Vaglio Tanet. Bolis Pupul maakt muziek als nooit tevoren en geheel op zijn eigen wijze. Tommy Hilfiger is niet helemaal mijn merk, maar toch wel tijdloos klassiek en established in 1985. Chloe Malle zal in de (symbolische) voetsporen treden van Anna Wintour als hoofd redactionele inhoud van Vogue. Heel recent toonde Courtney Dauwalter tijdens de UTMB wat waar loopgenot betekent, ook als je veertig bent. Ze werd Chamonix binnengehaald als held van de dag. Diep respect!

Ik vier mijn verjaardag in Parijs en dat doe ik met een heel iconische tas, mijn eigen interpretatie van de Birkin bag van modehuis Hermès. Een tas met een verhaal, een goed verhaal. Zo goed dat ik er wel mee aan de slag moest. Begin dit jaar stond dé Birkin bag van Jane Birkin te koop. De tas die pas later haar naam is gaan dragen. In 1984 stapte Jane Birkin op het vliegtuig in Parijs, vloekend op haar tas (een rieten mandje eigenlijk) die veel te klein was. De grote baas van Hermès, Jean-Louis Dumas, zat toevallig naast haar en merkte haar irritatie op. Het verhaal wil dat ze samen op een kotszakje een schets maakten van een prototype voor de ideale tas die aan Birkins wensen voldeed. In 1985 worden de eerste Birkin-bags verkocht. Een stuk modegeschiedenis dat nu dus 40 jaar oud is. De tas die verkocht werd bij Sotheby’s in Parijs was het prototype van de tas die Birkin zelf gebruikte, een tas die duidelijk gebruikssporen heeft. Goed voor een slordige 8,6 miljoen euro.

Jane Birkin was niet zuinig op haar tas. Ze was geen modesnob en had niks met luxe. Haar tas was een gebruiksvoorwerp, beplakt met activistische stickers en al. Een groot deel van haar leven bracht ze in Parijs door. 1985 – inspirerende vrouw – Parijs: ik wilde iets met die iconische Birkin doen. Ik waagde me aan de creatieve uitdaging om een leren luxetas te vertalen naar een handige stoffen tas die subtiel verwijst naar de Birkin. Als grote denim-fan zou ik die maken uit een zwarte jeansstof. Voor de voering gebruikte ik een hemd uit de kringwinkel.

Het initiële idee was om de typerende flap over de tas zo waarheidsgetrouw na te maken. Technisch zou dat niet eenvoudig zijn, maar al doende kreeg ik een beter idee (zo gaat dat eigenlijk meestal). Ik duikelde drie tassen op die ik zou hergebruiken om er mijn Birkin vorm mee te geven. De flap knipte ik uit een gewatteerde tas van Le Coq Sportive (stijlvol Frans). Van een Esprit-tas die meermaals meeging naar Parijs recupereerde ik de (nep)leren hengsels. Mijn klassieke handtas van Fossil, die qua gebruikssporen gewaagd is aan het prototype van de Birkin, bezorgde me enkele mooie fournituren.

Verder wilde ik het nonchalante sticker-idee toepassen en mijn tas decoreren met memorabilia. Het is voor dit soort projecten dat je blij bent dat je één en ander bewaard hebt. In mijn atelier lagen de schatten voor het rapen: broches, pins en enkele eigengemaakte stoffen “stickers” maken het rommelige geheel compleet. Nog een knipoog naar Jane Birkin: aan haar tas hing altijd een nagelknipper omdat ze haar nagels kort wilde hebben. Ik ga zelf ook niet graag op trip zonder nagelknipper, dus die kreeg een mooi hangplekje. Tijdens het maakproces was ik best benieuwd naar het eindresultaat. Het is toch altijd een beetje afwachten hoe die verschillende stoffen samen zullen werken. Ik ben er best tevreden mee. Het is een Birkin bag geworden van Joke Odeyn naar de geest van Jane Birkin. Een tas die, net zoals het leven zelf, handig gebruik maakt van wat al geweest is. Het bewijs dat mooie dingen niet duur hoeven te zijn.

Vandaag flaneer en paradeer ik dus door de straten van Parijs. Op mijn 40e verjaardag. Het is ruim 3 jaar geleden dat ik in mijn geliefde stad was. Nu dus voor het eerst met Hans. We plannen sowieso een sportief intermezzo, want op de eerste dag van mijn nieuwe levensjaar zal er gelopen worden.

Ik zeg santé, lieve lezers! Op weer een jaartje erbij. Met (hopelijk) een coupe champagne in de hand op naar meer verhalen. Maak er een mooie zaterdag van!

Het gerief – Ik ga 100 km lopen en neem mee

Yes yes, morgen is het zover! Hans en ik beginnen dan aan ons mega trailavontuur in Bouillon. 101 kilometer met 3314 hoogtemeters staan er op het menu. Om 3 uur (!) beginnen we eraan. We zijn gepakt en gezakt, klaar om eraan te beginnen, al klinkt het op dit moment nog heel onwezenlijk. Aan onze voorbereiding zal het niet liggen. In mei liepen we heel veel kilometertjes zij aan zij, waaronder ook een paar mooie trails in de Ardennen. We hadden dus de kans om wat eten en gerief uit te testen. Zo leerde ik van Hans dat er eigenlijk een soort van vuilniszakje in je trailvest hangt. Heel handig! Dan is de vraag van vandaag: wat neemt een mens zoal mee als ze 100 kilometer gaat lopen?

De organisatie legt een lijst op van verplicht materiaal dat elke deelnemer moet meenemen. Daar zitten spullen bij voor in geval van nood, een scenario waar je liever niet aan denkt, maar toch rekening mee moet houden: een overlevingsdeken (zo’n thermisch blinkend geval), een fluitje (hangt standaard aan elke trailvest) en elastische tape (kinesiotape). Elke loper moet bovendien een telefoon en identiteitskaart bij zich hebben. Aangezien we ’s nachts vertrekken, is ook een hoofdlamp verplicht en allesbehalve een overbodige luxe. Tot slot moet je een eigen beker bij je hebben (om te drinken aan de bevoorradingsposten), een waterreserve van 1 liter (wat niet heel veel is gezien het warme weer) en een voedselreserve (die niet verder gespecificeerd wordt).

Mijn trailvest is nog steeds de Advanced Skin 5 van Salomon. Ik kocht die in 2022 voor mijn eerste 70 kilometer in Houffalize. Een absolute aanrader! 5 liter opbergruimte is behoorlijk wat en meer dan genoeg als je geen extra kleding meeneemt. De meeste plaats wordt ingenomen door 4 soft flasks, in totaal 2 liter water. Twee flesjes zitten vooraan, de andere twee zijn extra’s op de rug. Ik drink liefst van al gewoon puur water. Misschien zwicht ik op de bevoorrading ook eens voor een colaatje. Naast drinken herberg je ook een hoeveelheid voeding. Tijdens de trainingen bleken de ISO gels van 6D met appel- en ananassmaak mij goed te bevallen, net zoals de sportrepen van 6D. De bloks (een soort snoepjes) van Clif mogen zeker ook niet ontbreken. Qua voeding reken ik verder op het buffet van de bevoorradingsposten. Voor mij is er geen trail zonder TUC. Heerlijk om het mondgevoel te neutraliseren en ook wat zouten binnen te krijgen. Een stukje peperkoek en wat rijsttaart schuif ik doorgaans ook vlot naar binnen. Mag zeker niet ontbreken “voor het geval dat”: zakdoekjes (de noodzakelijke sanitaire stop), insectenspray (er vliegt en springt daar wel wat rond), ontsmettingsspray (toch wel zo proper na een valpartij) en wat basis medicatie (pijnstiller en allergiepilletje).

We zullen onderweg 8 bevoorradingsposten passeren. Dat is mooi! Na 55 kilometer ligt op post nr. 4 onze drop bag, een tas met wat extra persoonlijke spullen die de organisatie daar voor je klaarzet. Hans heeft met zijn 100 mijlers al drop bag ervaring, voor mij is dit een primeur. Er gaan sowieso een paar schoenen en wat extra kleding in. Niet dat ik van plan ben om iets te wisselen, maar je weet maar nooit. Een fris washandje lijkt me wel lekker, net zoals iets boterham-achtig om te eten. We zijn van plan om ons daar van een goeie laag zonnecrème te voorzien – voor wat dat waard is met al dat gezweet. Uiteraard is het ook een kans om de voorraad gels en repen in je vest aan te vullen. Voor alle duidelijkheid: ik ben niet van plan om alles wat op de foto staat weg te stouwen. Ik heb niet heel veel brandstof nodig om te blijven gaan.

Hoewel ik het gedoe met gerief aanvankelijk veel gedoe vond bij trails, ben ik er nu van gaan houden. Het is het ultieme padvindersgevoel: vestje op, spulletjes mee en gaan! Denken jullie ergens in de loop van de dag eens aan ons?

Het gerief – Een trailschoenenspecial

Tot voor kort had ik weinig speciaals te vertellen over de trailschoenen waar ik mee liep. Een beetje hetzelfde verhaal als met mijn wegschoenen: ik bleef hangen bij wat ik kende van Nike zonder me daar veel vragen bij te stellen. Ik liep veel en ook lange trails in de Ardennen met de Pegasus trail reeks. Met schoenen van een ander merk zouden die uitdagingen niet plots veel makkelijker geweest zijn. Buiten die keer in Houffalize dat ik de totaal onlogische keuze maakte om met een GoreTex schoen te lopen. In warm weer, uren aan een stuk en een paar keer de rivier door. Het resultaat: blijvend natte voeten én blaren. Mijn trailschoenen van Nike deden het vooral goed als modderschoenen. Als je in een dorp woont richting boerenbuiten, dan loop je in het najaar steevast door modder op een harde ondergrond. Een niet zo bijzondere trailversie van een niet zo bijzondere wegschoen (want dat is de Pegasus trail) is dan een goed compromis: je hebt meer grip, maar boet in aan comfort. Nu ben ik dus samen met een rasechte trailloper, die ook al heel wat meer jaren ervaring met trailschoenen heeft. Bovendien verzeilde ik in de loopschoenenbranche en was het dus onafwendbaar dat ik ook op trailvlak mijn horizon zou verleggen. Een blik op mijn trailschoenenrek.

De Speedgoat 5 van Hoka is voor mij de ideale allround trailschoen. Eentje waar je op divers terrein mee uit de voeten kan. Een modderige loop in Heverleebos of een technischer trailtje in de Ardennen, met de Speedgoat aan je voeten zit je altijd safe. Het is een zachte schoen die voldoende grip geeft. De pasvorm zal vele voetjes blij maken. Dat bleek toch toen ik nog schoenen verkocht: de Speedgoat zit zo lekker als een pantoffel, maar wel één die doet dromen van bos en bergen. In het najaar kwam de Speedgoat 6 uit. Veel veranderde er niet, al zijn lopers met bredere voeten blijer met de 5. Een aandachtspunt is de slijtage van het profiel. Verharde kilometers moet je er echt wel mee beperken om te vermijden dat het profiel wegsmelt als sneeuw onder de zon. Mijn snelle geiten waren het eerste paar Hoka’s dat ik kocht en we zijn nog niet uitgelopen samen.

Liefde op het eerste gevoel had ik met de Xodus Ultra 3 van Saucony, een oerdegelijke trailschoen verpakt als een wegschoen. De eerste keer dat ik hem aantrok, was het meteen raak: dit is de trailschoen die ik nodig had! De zool is wat hoger en bestaat uit twee lichte foams. De Xodus combineert demping dan ook met responsiviteit. Je zakt er kortom minder in weg, waardoor je tempo kan maken als het off-road terrein wat beter beloopbaar is. Ik trek ze vooral aan bij bosloopjes hier in de omgeving. In december liep ik er de Trail de la Soupe mee: een goeie 40 kilometer die modderiger en technischer waren dan verwacht, maar ik betreurde mijn keuze voor mijn bordeauxrode rakkers in geen geval.

De Mafate Speed 4 van Hoka is mijn nieuwste aanwinst en kocht ik met het oog op het echt lange ultrawerk dat er zit aan te komen. Ik was al lichtjes beïnvloed door de complimentenregen van Hans over deze schoen. Voor een gewone bosloop met wat hoogte moet je niet meteen investeren in de Mafate. Het is op alle vlakken immers de meest geavanceerde trailschoen uit de Hoka-stal. Aan de pasvorm merk je meteen dat het een schoen is waar je een huis op kan bouwen. De zool is opgebouwd uit een zachtere foam om voldoende demping en dus comfort te geven, aangevuld met een wat hardere basis zodat de schoen ook stabiel blijft als je er uren aan een stuk mee loopt. Voor het technische werk (denk: steile klimmetjes en afdalingen over een geaccidenteerd terrein) is de Mafate je allerbeste vriend. Na mijn eerste trailtje ermee, kroonde ik mezelf meteen tot trailgodin Maffie. Een schot in de roos dus!

Tot slot nog dit: een trailschoen koop je niet om je voeten droog te houden. Lopende voeten kunnen beter gewoon nat worden in ademend materiaal waarin het vocht uit de schoen kan. Een trailschoen is aan te raden als je meer grip wil houden op een natte, gladde of oneffen ondergrond. De zool van een trailschoen is robuuster, waardoor je niet meteen elke steen voelt waar je over loopt. Bovendien is ook het bovenwerk steviger en zijn je tenen beter beschermd als je ergens tegenaan stoot. Voor de meeste trailschoenen is de algemene richtlijn dat je om het profiel van de zool te sparen niet meer dan een kwart van je kilometers op verharde (asfalt/beton) ondergrond mag lopen. Omdat trailschoenen het doorgaans harder te verduren krijgen door de omstandigheden waarin ze worden gebruikt, gaan ze wat minder lang mee. Door te stijgen en dalen staat het bovenwerk meer onder druk en kan dat sneller scheuren. Ook modder en zand zorgen ervoor dat het materiaal sneller verslijt.

Disclaimer: ik werkte dan wel voor Absolute Run – Vedette Sport in Leuven. Ik betaal mijn schoenen helemaal zelf en word door niks of niemand verplicht om daar een mening over te hebben, laat staan om die te delen.

Het gerief – Mijn marathon essentials zoveel jaren later

Zondag loop ik mijn 20e marathon: een specialleke van Brussel naar Leuven. Alsof het zo moest zijn. Iets bijzonders voor mezelf en mijn vriendjes, waarover later meer. Het meest essentiële om een marathon te lopen? Een degelijke voorbereiding en een grote loophonger. Ik beleef dat moment heel bewust in het startvak: het besef dat je, na maanden toe te leven naar dat ene moment, heel weinig nodig hebt om die marathon te finishen. Je moet gewoon lopen, zoals je dat al kilometers en kilometers vaak gedaan hebt. In de beginjaren van mijn bestaan als marathonloper schreef ik al eens over mijn marathon essentials. In tegenstelling tot mijn lijstje met benodigdheden uit 2018 ben ik nu wel echt van het running light type geworden. De Stance sokken, de vaseline, de Clif bar en de chocomelk zijn gebleven. Tijd voor een update.

Ik heb mijn wedstrijden jarenlang met dezelfde Nike-outfit gelopen: een short – ik dacht elke keer dat het de laatste zou zijn gezien de slijtage in de kruisnaad – en een donkerblauw singlet. Een outfit die op talloze foto’s vereeuwigd werd. Mijn foto’s met het lint in Antwerpen bijvoorbeeld, maar ook mijn calvarietocht in Milaan. Om nostalgische redenen zullen die stuks niet snel in de kledingcontainer belanden. Na mijn schoenencollectie onderging ook mijn sportgarderobe een grondige make-over. En of dat nodig was, ik had letterlijk geen shorts meer zonder gebreken. Mijn favoriete short van het moment is van New Balance: een 2-in-1’tje met het best zittende binnenbroekje ooit. De short doorstond de duurlooptest met glans.

Waren ook dringend aan vervanging toe: mijn sportbh’s van Shock Absorber. Ik droeg ze jarenlang en ze deden goed hun werk, maar het waren marteltuigen die me soms nekpijn bezorgden en ik hield er heel vaak schuurplekken aan over. Vervanging vond ik bij de Zwitserse kwaliteit van ON. Hun endurance bra is werkelijk de beste sportbh die ik ooit heb gehad. Het ontwerp is geniaal (dit heeft een vrouw bedacht): de bh is gemaakt uit licht en ademend materiaal, biedt veel steun en heeft de perfecte pasvorm. Marathons loop ik (bijna) altijd in een singlet. Zondag zal dat niet anders zijn. Blauw blijft trouwens mijn favoriete kleur. Mijn outfit is pas compleet met een pet. Sinds de zomer ben ik helemaal fan van de Hoka caps. Ze zijn lekker licht met een handige elastiek én het goede petgevoel.

In 2019 zwaaide ik mijn belt met drinkbushouder uit. Ik heb ondertussen een belt van Compressport die ik draag als ik klein gerief wil meenemen. Voor de marathon heb ik die niet nodig. Ik consumeer ook een pak minder gels dan in mijn beginjaren. Nadat ik in Brugge geteisterd werd door vreselijke buikkrampen besloot ik niet langer een flesje met koolhydratendrank mee te slepen. De gels beperkte ik tot 3 à 4 stuks op een volledige marathon. Met 21 gram koolhydraten per stuk is dat helemaal niet volgens het boekje, maar het werkt voor mij. Uit gewoonte heb ik heel lang de gels van Squeezy gebruikt tot het steeds moeilijker werd om die te vinden (de trouwe lezers weten dat ik jarenlang marathons liep op ruim vervallen gels). De gels van SiS vond ik geen succes. Inmiddels zit ik bij 6D. Hun sports gels bevatten 30 gram koolhydraten en wat sodium. Die zoute nasmaak is niet mijn ding. Ik ben meer fan van de 6D isogels: vloeibaarder qua substantie en smakelijker. Ze bevatten “slechts” 20 gram koolhydraten, maar ik wissel ze af met de (zoute) sports gels. In Berlijn testte ik trouwens voor het eerst een gelleke met cafeïne. Voor mij was het geen wondermiddel. En drinken? Dat doe ik gewoon aan de bevoorrading.

Na de race zweer ik nog steeds bij chocomelk en een Clif bar. Daarna volgt meestal een boterham om alle kunstmatige fruitsmaken weg te werken. Goed (= voedzaam) eten na de marathon wordt trouwens vaak over het hoofd gezien in een voedingsplan, maar het blijft één van mijn belangrijkste tips. Eveneens niet te vergeten: een proper shirt en een warme trui, zelfs als de zon schijnt. Ik neem ook altijd een nat washandje mee in een plastic zakje. In afwachting van de douche is dat de meest deugddoende verfrissing die je je kan voorstellen. De tijd dat ik in een sporttas mijn hele hebben en houden meesleurde, ligt achter mij. Ik hou het tegenwoordig bij een rugzak. Als het kan, neem ik wel andere schoenen mee. Snelle schoenen zijn doorgaans niet gemaakt om er aangenaam mee te wandelen als je al wat wankel op je benen staat. Ziezo, bij deze heb ik ook voor mezelf een handig lijstje gemaakt van wat ik zeker niet mag vergeten. Heel handig tot ik over zoveel jaar weer denk: hoe kwam ik erbij in 2025?!

Het gerief – Hans en de Hoka’s

Hans is fan van Hoka. Aanvankelijk als trailschoen, inmiddels ook als wegschoen. Ik bleef niet achter. Mijn intermezzo in de loopschoenenwereld deed een heel frisse wind waaien door mijn loopschoenenassortiment. Ik had het hier en hier al uitgebreid over die broodnodige upgrade. Nike maakte plaats voor Hoka, Asics, Brooks en Saucony. De favorietenrol gaat naar Hoka: voor elke training hebben ze een topschoen. De pasvorm stelt nooit teleur en ook het design mag er wezen. Door die gedeelde liefde noem ik Hans wel eens mijn Bondi Boy. Buiten de trailschoenen zijn er drie toppers van Hoka die we allebei hebben. Samen gaan lopen met matching schoenen: als dat geen romantiek is. Het woord is aan Hans.

Ik neem jullie graag even mee voor een rondje langs de wegschoenen van Hoka waar ik vandaag het leeuwendeel van mijn kilometers op het asfalt mee loop; de Bondi 9, de Skyward X en de Mach X 2.

Hoe positioneert Hoka deze schoenen zelf? De Bondi 9 “biedt optimaal comfort tijdens je dagelijkse kilometers”, de Skyward X is “nog zachter en soepeler met een stabiele basis voor je fijnste kilometers” en de Mach X 2 “tilt snelheidstraining naar een hoger niveau”. Dit vat het trio erg goed samen en zo ervaar ik ze ook in de praktijk.

Wat fijn is aan het hebben van verschillende loopschoenen is dat je kan kiezen in functie van je looptraining – of wedstrijd; ga je voor een snelle workout op de piste of voor een lange, rustige duurloop, plan je intervallen langs de Vaart of een fartlek training in het bos… Voor elke omstandigheid is er wel een gepaste schoen te vinden.

Mijn favoriete schoen aller tijden is de Bondi 9. Ik vermeed de voorbije jaren zoveel mogelijk het lopen op verharde wegen omwille van de impact en de belasting. Dankzij de Bondi is dit verleden tijd. Nog meer dan de versie 8 is dit een schoen die heel erg comfortabel aanvoelt en de schokken van het lopen op beton en asfalt perfect opvangt, maar tegelijk ook erg ondersteunend is en zorgt voor een stabiel looppatroon. Hij is ook best “responsief” en voelt dus niet té zacht aan zodat je er zeker ook een mooi tempo mee kan lopen.

Ik dacht dus met de Bondi het walhalla van comfort gevonden te hebben, maar dat was tot ik de Skyward leerde kennen. Maar liefst (net geen) 5 centimeter zool zit er onder je voeten waardoor het begrip demping een nieuwe betekenis krijgt; met deze schoen heb je echt het gevoel dat je op wolkjes loopt. Je zou verwachten dat dit dan weer nefast is voor de stabiliteit en de veerkracht, maar niets is minder waar. Door het verwerken van een carbon plaat in de zool wordt dit op een verrassend effectieve manier opgelost. Het resultaat is verbluffend; een super comfortabele schoen waar je talloze kilometers mee kan malen, zonder echter in te boeten aan de nodige ondersteuning en stabiliteit. Al vind ik persoonlijk dat hij toch het best tot zijn recht komt op een mooi vlak stuk asfalt. Wordt de ondergrond wat hobbelig of ongelijk (kasseien…), of wil je er korte snelle bochten mee nemen, dan word je wel gewaar dat je met de Skyward best hoog boven de grond staat.

Last but not least hebben we dan de Mach X 2. Waar de Bondi en de Skyward dingen naar de titel van de beste duurloopschoen, is de Mach X 2 een totaal ander verhaal. Hij vormt de missing link tussen de allround duurloopschoen en de wedstijdschoen (die vaak uitgerust is met een carbon plaat). De Mach X 2 slaagt erin een voldoende mate van comfort en stabiliteit te verzoenen met de lichtheid en responsiviteit van een wedstrijdschoen. Voor mij, als trailloper die af en toe ook eens een wedstrijd loopt op de weg, is dit de ideale bondgenoot. Je vindt ze dus steevast aan mijn voeten wanneer ik snelheidswerk doe op de piste, en ik liep er intussen ook al twee wedstrijden mee; de Corrida in Leuven en de CPC halve marathon in Den Haag, telkens met een mooi resultaat.

Disclaimer: ik werkte dan wel voor Absolute Run – Vedette Sport in Leuven. We betalen onze schoenen helemaal zelf en worden door niks of niemand verplicht om daar een mening over te hebben, laat staan om die te delen.