Het portret – 42 topvrouwen

Ik word omringd door sterke vrouwen. Mijn mama, zussen en metekind krijgen niet toevallig een prominente rol in mijn verhalen. Ik heb echter ook bijzonder leuke tantes en een meter die niet alleen een bekende kop heeft, maar vooral een bijzonder groot hart. Ik denk nog vaak aan mijn Oma, die er niet meer is, maar steeds aanweziger lijkt te zijn. Ik heb hartsvriendinnen die ik gewoon vriendjes noem. Ik heb collega’s waar ik niet alleen goed mee kan samenwerken, maar vooral goed mee kan praten. Elke man wordt geboren uit een vrouw. Dat zegt eigenlijk genoeg.

Dank je wel Agatha Christie voor je boeken die ik verslond
Dank je wel An Lemmens voor je dierenliefde
Dank je wel Angèle voor je opgestoken middenvinger
Dank je wel Carson McCullers voor je boek over eenzaamheid
Dank je wel Catherine Van Eylen voor je eigenzinnige kledingkeuze
Dank je wel Celia Groothedde voor je mening over feminisme
Dank je wel Chloé van Koffie Onan voor je liefde voor het vak
Dank je wel Cindy de postbode voor alle pakjes die je brengt
Dank je wel Coco Chanel voor je vernieuwende blik op mode
Dank je wel Connie Palmen voor je ontroerende woorden
Dank je wel Edith Piaf voor het spijt dat je nooit had
Dank je wel Elizabeth Batts voor de kracht die je bezat
Dank je wel Ellen Deckwitz voor je welbespraaktheid
Dank je wel Florence Welch voor je soundtrack van mijn leven
Dank je wel Frida Kahlo voor je kleurrijke persoonlijkheid
Dank je wel Hilde Van Mieghem voor de strijd die je voert
Dank je wel Hind Eljadid voor de moed die je hebt
Dank je wel Joke Van Leeuwen voor de wereld die je creëert
Dank je wel Julie Cafmeyer voor je column over grote liefdes
Dank je wel Kate Winslet voor de vrouwen die je een stem gaf
Dank je wel Kathelijn, mijn kinesist, voor je heilzame handen
Dank je wel Kathrine Switzer voor je daad van verzet
Dank je wel Leen Demaré voor je persoonlijke verhaal
Dank je wel Lies van de hulpgevangenis voor je engagement
Dank je wel Maaike Cafmeyer voor je speech recht uit het hart
Dank je wel Margaret Atwood voor het donkere beeld dat je zag
Dank je wel Maud Vanhauwaert voor de dichter die je ons geeft
Dank je wel Maureen van contact tracing voor je begrip
Dank je wel Maya, mijn kapper, voor je oprechte interesse
Dank je wel Michelle Obama voor de hoop die je geeft
Dank je wel Mieke, van op de markt, voor het brood dat je bakt
Dank je wel Naomi Sluijs voor de stoffencollectie die je ontwerpt
Dank je wel Nino Haratischwili voor je onvergetelijke epos
Dank je wel Ottessa Moshfegh voor je verfrissende literatuur
Dank je wel Paulien Cornelisse voor je grappen over taal en mos
Dank je wel Pink voor de rock star die je bent
Dank je wel Simone de Beauvoir voor je blik op vrouw-zijn
Dank je wel Sofie Lemaire voor je innemende persoonlijkheid
Dank je wel Sophie Calle voor je fijnbesnaarde kunstboek
Dank je wel Virginia Woolf voor je onvergetelijke personages
Dank je wel Yentl en de Boer voor je liedjes over mannen
Dank je wel Zaz voor hoe je zingt over Parijs

Het boek – De vervloekte madeleine van Proust

Leiden, september 2007. Ik studeer af als master in de literatuurwetenschap met een thesis* over Marcel Proust. Mijn eindwerk krijgt de titel Een kant van Proust, liefde in de schaduw van jaloezie, een knipoog naar de eerste twee delen van Prousts levenswerk A la recherche du temps perdu: ruim 3000 pagina’s in zeven delen die verschenen tussen 1913 en 1927. Niet alleen de omvang van dit werk, maar ook de uitermate beschrijvende stijl van Proust hebben ertoe bijgedragen dat Proust lezen een zekere status met zich meedraagt. Mount Proust kent geen genade. Toen ik de volledige romancyclus als prille twintiger las, stelde ik vast dat Proust verrassend genoeg best leesbaar is. In mijn thesis ging ik specifiek in op deel 5 (De gevangene) en 6 (De voortvluchtige), waarin de Franse elite plaats ruimt voor de verstikkende relatie tussen verteller Marcel en zijn geliefde Albertine. Vanuit dat perspectief bleek het Marcels ziekelijke jaloezie te zijn die als een rode draad door de Recherche-cyclus loopt en in de laatste delen steeds meer de bovenhand krijgt. Geloof me: Proust heeft de moderne lezer meer te bieden dan ellenlange zinnen en een madeleine.  

Ik kijk met een dubbel gevoel terug op mijn studietijd in Leiden. Enerzijds was de opleiding literatuurwetenschap een verrijking voor mezelf als lezer en als mens. Anderzijds hield ik aan mijn studie ook een lichte afkeer aan het universitaire leven over en het ivoren-toren-gevoel dat erbij leek te horen. Mijn plan was altijd om leerkracht te worden: terug de maatschappij in. Bovendien heb ik me nooit echt thuis gevoeld in Leiden. Ik bleef er altijd De Belg, een sympathieke buitenstaander. Mijn keuze om over Proust te schrijven was een stille daad van verzet. Destijds was het namelijk in om het vooral niet te hebben over de grote klassiekers en hun verdiensten, maar juist een gemarginaliseerde auteur op te snorren die de canon oversteeg en die liefst niemand kende. Door te kiezen voor een boegbeeld van het modernisme (zwaar, snobistisch, moeilijk) en te betogen dat die wel degelijk leesbaar was, toonde ik stiekem waar ik zelf voor stond: een zelfbewuste benadering van literatuur.

IMG_4390b

In mijn thesis vermeed ik bewust de iconische madeleine. Het is in deel 1 (De kant van Swan) dat Marcel zijn madeleine in de thee doopt (van zompig gesproken), waarop hij terug gekatapulteerd wordt naar de vakantietijd die hij doorbracht bij zijn tante in Combray. Et voila: la mémoire involontaire doet haar intrede. De madeleine-scène werd exemplarisch voor de eindeloze mijmeringen die Proust tot in het kleinste detail weet te beschrijven. Ik dompelde me graag onder in Proust omdat ik er mijn liefde voor Parijs in weerspiegeld zag. Naarmate ik echter vorderde in de Recherche bleek het romantische beeld van die madeleine steeds minder typerend te worden. De meanderende herinneringen maken plaats voor een buitengewoon menselijk aspect: jaloezie die groteske vormen aanneemt. In tal van sappige passages krijgen we steeds meer zicht op de ongezonde relatie die Marcel en Albertine erop na houden. Hij beticht haar van vuile manieren met andere mannen. Zij liegt de pannen van het dak. De eens zo beheerste verteller trekt stilistisch een ander register open. Marcel is van kop tot teen menselijk. 

In augustus 2007 moest ik mijn thesis verdedigen bij mijn begeleider, in veel opzichten een atypische universitair docent. Wellicht kon ik het daarom goed met hem vinden. Bij dit gesprek was ook Docent 2 aanwezig. Hij gaf een collegereeks over het literaire modernisme, waarvan één sessie volledig gewijd was aan Proust. We kwamen daarbij niet verder dan de madeleine-passage, hoe verrassend! Ik kreeg complimenten voor de close-readings in mijn eindwerk (altijd scoren) en wat kritische vragen over de secundaire literatuur waar ik naar teruggreep (de pro-forma geplogenheden). Tot Docent 2 me lichtjes uit mijn lood sloeg. Waarom heb je het niet over de madeleine? Hoe kan je over Proust schrijven zonder het over de madeleine te hebben? Heel mijn thesis was opgebouwd rond het gegeven dat er door het motief van de uber-menselijke jaloezie juist een grote betrokkenheid ontstaat tussen lezer en verteller en dat je de Recherche oneer aandoet door de zevendelige cyclus te laten overschaduwen door één bovennatuurlijk gebakje dat nota bene in het eerste deel gegeten wordt! Bij nader inzien las Docent 2 waarschijnlijk geen enkel deel van Proust. Ik vraag me zelfs af of hij wel de moeite had genomen om mijn eindwerk volledig te lezen. Voor mij was dit het ultieme bewijs dat ze mij in Leiden nooit echt begrepen hebben.

IMG_4376b

Moet je Proust nog lezen anno 2021? Ja, als je graag eens een klassieker ter hand neemt. Nee, als je niet houdt van verhalen die hun tijd nemen om verteld te worden. Proust is de meester van de uitweiding en de breed uitgesponnen beschrijving, laat daar geen misverstand over bestaan. De kern van zijn romancyclus is echter een ongezonde relatie: begrijpelijke kost die ver weg ligt van het abstracte of conceptuele dat je bij andere modernisten terugvindt. Zo vond ik de 1200 pagina’s van Robert Musils De man zonder eigenschappen een worsteling en James Joyce heel interessant, maar ook aartsmoeilijk. Laat je dus niet intimideren door de status die Mount Proust in de wereldliteratuur krijgt toegewezen. Het is een meesterwerk, maar dat zijn de Ardennen ook. Je kan er prachtig wandelen en als je van de natuur houdt, moet je echt geen alpinist zijn om er een berg op te kunnen. Laat je verleiden door de madeleine, savoureer ze, maar weet dat de Franse boulangerie nog meer gebakjes in de toonbank heeft liggen. Ik hou ook meer van koffie dan van thee. Bon appétit!

IMG_4383b

*thesis, scriptie, eindwerk, masterproef: what’s in a name? 

De gedachte – Over passie

2021 wordt het jaar waarin het woord hobby definitief passé is. Hobby’s behoren tot een lang vervlogen tijdperk. De jaren 90 bijvoorbeeld, toen je nog ongegeneerd blij kon worden van postzegels verzamelen. Vandaag de dag is het al passie wat de klok slaat. Zeg dus niet: ik luister graag naar muziek, maar: muziek is mijn passie. Nu hou ik helemaal niet van het woord passie. Net zoals ik een hekel heb aan het woord vrijgezel, maar dat is weer een ander verhaal. Passie wordt veel te vaak en gemakkelijk gebruikt gewoon om aan te geven dat je iets graag doet. Bovendien associeer ik passie met jezelf ergens in verliezen, geen grip meer hebben op wat is en je roekeloos ergens instorten. Prachtig, maar ook behoorlijk beangstigend. Als passie betekent enthousiasme en vurigheid, dan ben ik mee. Als passie gaat over een niet te stuiten verlangen, een drift of oerkracht dan voel ik me er veel te nuchter voor.

Ik denk dat mijn aversie voor het woord passie te wijten is aan de alomtegenwoordigheid ervan. Het is zoals met uitroeptekens: als je hele tekst er vol van staat, hoort niemand je nog roepen. Daarenboven wordt passie ook  gratuit gebruikt, als een versterking om aan te tonen dat je het echt meent. Een hobby is slechts bezigheid, passie definieert je en geeft je identiteit vorm. Achter passie gaat urgentie schuil. Je moet het doen of je verloochent jezelf. Bij mij werkt het omgekeerd: ik ben juist trouw aan mezelf als ik ergens bewust voor kies. Ik word niet overspoeld door een drang om te lezen, ik kies er heel bewust voor omdat ik weet hoeveel vreugde het mij brengt. Ik sterf gelukkig niet als ik een paar dagen niet gelezen heb. Als ik lees zit ik – naar ik vrees – met een vreemde frons tussen mijn ogen naar een boek te turen, volledig toegewijd en ingetogen enthousiast. 

Wat ik eveneens problematisch vind aan het woord passie is dat het torenhoge verwachtingen creëert. Als iets je passie is, dan moet het altijd ronduit fantastisch en overdonderend zijn. Voor mij is lopen een wezenlijk deel van wie ik ben. Ik beschouw het als een noodzakelijke activiteit om mijn lijf en geest gezond te houden, om ideeën te krijgen en mijn omgeving te ervaren. Lopen is voor mij kortom iets wat me helpt te aarden met het leven en mezelf terwijl ik niks meer doe dan mijn ene voet voor de andere te zetten. De eenvoud van die handeling maakt het zo bijzonder deugddoend. Hetzelfde geldt voor mijn werk als leerkracht, waar ik ook een stuk van mezelf in leg. Wederom is het juist het gewone en alledaagse van mijn werk, namelijk omgaan met jongeren, wat ik er zo aan waardeer. Ik sta (bijna) altijd vol enthousiasme voor de klas, maar ik ben niet elke lesuur de grote bezieler en inspirator.

Ben ik dan echt geen passioneel mens? Natuurlijk wel! Achter die nuchtere façade zit een grote gevoelsmens. Ik doe niets liever dan mezelf in gedachten verliezen in mijn eigen gevoelswereld. In het echt heb ik de touwtjes graag strak in handen om bewuste keuzes te kunnen maken. Ik doe de dingen met overtuiging en toewijding. Ik heb graag gedreven mensen om me heen. Ik omarm het gevoel in al z’n onmogelijkheid. En ik blijf dus gewoon fan van het woord hobby en de bescheidenheid die het uitstraalt. Passie heb ik niet nodig in mijn vocabulaire.

Noot: dat passie ook bij jongeren leeft, hoorde ik maandag in de klas. De context: een gesprek over een auto van 80.000 euro. De leerling: zou u zo’n auto kopen, mevrouw? Ik: nee, ik heb niks met auto’s en als ik al zoveel geld zou hebben, zou ik het er niet aan uitgeven. De leerling: ja, maar mevrouw: als auto’s nu echt uw passie waren???

Het moment – Schrijftalent gespot in de klas #2

De Poëzieweek van 2021 was me het weekje wel. Ik zat in quarantaine met Gedichtendag, testte gelukkig twee keer negatief en kon dus blij als een kind maandag weer aan het werk. Het voelde aan als een “terug naar school” van heel lang weggeweest, zo eentje waarbij de nacht overbodig lijkt en je stuiterend van de adrenaline om 5u30 uit je bed springt. Of hoe een mens in deze tijden al dolgelukkig is als ie gewoon naar z’n werk mag om het leven in al z’n normaalheid te omarmen. Gewoon is nu al heel wat. Wat later dan verwacht kon ik dus op school de laureaten van de zes-woorden-verhaal-wedstrijd in de bloemetjes zetten. Tradities zijn er namelijk om in ere te houden en ook dit schooljaar ging ik weer op zoek naar de Ernest Hemingway onder mijn leerlingen van het vijfde jaar.

De opdracht was wederom simpel, doch uitdagend: schrijf een six word story, een verhaal dus in amper zes woorden. Alle leerlingen van het vijfde konden nadien stemmen, alsook hun leerkrachten en al mijn collega’s Nederlands. Ik moet zeggen dat het dit jaar nog moeilijker was om te kiezen tussen al dat moois. Het wemelde namelijk van de originele vondsten. Ik kon niet anders dan concluderen dat mijn leerlingen barsten van het literaire talent. Toch was er ook een collega die me bezorgd en ook wel lichtjes verwijtend vroeg waarom ik zo’n donker en depressief thema had gekozen voor de verhalen. Euh? Ze ging er namelijk van uit dat ik de leerlingen doelbewust in de richting van het drama had geduwd en dat de meeste zes-woorden-verhalen daarom zo beladen waren. Nee dus, maar het blijkt nu eenmaal aantrekkelijker te zijn om met weinig woorden een dramatische gebeurtenis op te wekken.

IMG_4185b

Ook onder de leerlingen ontstond er wat onenigheid. Sommigen vonden dat je een onderscheid moest maken tussen een poëtische en een verhalende zin en dat sommige verhalen om die reden geen verhaal waren. Toen er van mij een pasklaar antwoord op die vraag werd verwacht, gniffelde ik wat onnozel. Ik kon in deze kwestie niet voor opheldering zorgen. De discussie an sich vond ik prachtig. Leerlingen die praten over de grens tussen poëzie en proza, wat kan ik me meer wensen? Genoeg gepraat. Tijd om te lezen!

Dit is de top 10:

Tranen vloeiden, het was mijn schuld – Lien
Haar stappen dansten mijn schaduw na – Fleur
Ik zag NIETS in dit alles – Louise
Eén brug, twee ogen, drie tellen – Nelson
Vrijdagen waren van ons, beloofde je – Marieke
Onbekenden overdag, verliefden in de nacht – Ella
Die dag werd de stilte oorverdovend – Nel
Witte jurk vervangen door een zwarte – Kaat
Wij zijn hier maar te gast – Marit
De zoete verslaving van de ellende – Matteo

De origineelste inzending kwam ongetwijfeld van Timi die Domov můj, zničen navždy kvůli ně schreef, wat Tsjechisch is voor Mijn huis voor altijd verwoest door hen.

Het boek – Waarom Het achtste leven een fenomenaal boek is

Wie van plan is om in 2021 slechts één boek te lezen, die moet Het achtste leven (voor Brilka) van Nino Haratischwili lezen. Met 1271 pagina’s een klepper van formaat, maar laat dat je alsjeblieft niet weerhouden om je tanden te zetten in dit meesterwerk van de jonge Georgische auteur. Het achtste leven (voor Brilka) verscheen in 2016 en werd meteen bedolven onder de positieve recensies en superlatieven. Ik was niet mee met de hype (dat gebeurt wel vaker). Het boek belandde dus in mijn ongelezen kast. Voornamelijk omdat het etiket “monumentaal tolstojaans familie-epos” mij angst in boezemde. Tot mijn lieve collega én leesinspirator Murielle me op de laatste schooldag van 2020 liet weten dat ze er in bezig was en dat het echt verslavend werkte. Prompt bombardeerde ik Het achtste leven (voor Brilka) tot kerstvakantieboek. Uiteindelijk had ik slechts vijf dagen nodig om het te consumeren. Ik heb zo intens genoten van dit boek! Daarom geef ik jullie vijf redenen om NU te beginnen in Het achtste leven (voor Brilka).

Omdat het van begin tot eind een beklijvend verhaal is.
Nino Haratischwili is erin geslaagd om werkelijk elke van die 1271 pagina’s boeiend te maken. Het verhaal verliest nergens vaart. Ik kroop in het verhaal en het verhaal kroop in mij. Elk van de acht personages wiens leven wordt onthuld in een deel van de roman weet je aandacht vast te houden. Haratischwili gebruikt hiervoor in de proloog het beeld van het tapijt: een narratief geheel van allemaal aparte draden die aan elkaar worden geweven en samen een indrukwekkend patroon vormen. Een belofte die ze volledig inlost.

Omdat het een waardevolle geschiedenisles van de 20e eeuw is.
Eerlijk: ik wist amper dat Georgië een land was voor ik dit boek las, laat staan dat ik het op een kaart kon situeren of kaderen binnen de geschiedenislessen. Inmiddels heb ik het gevoel dat ik al in de hoofdstad Tbilisi geweest ben en dat betekent heel wat voor een non-reiziger als ik. Het leven van de familie Jasji speelt zich af tegen het decor van een veranderende wereld die geteisterd wordt door oorlogen en strijd op alle vlakken. Zo wordt onder meer de tanende status van de aanvankelijk welvarende familie beschreven onder invloed van het IJzeren Gordijn en de Koude Oorlog. Het is geschiedenis die zich laat lezen als een thriller.

IMG_4160b

Omdat het een stem geeft aan sterke vrouwen.
Het zijn niet de vrouwen die strijden aan het front, maar toch zwaaien zij de scepter in de familie Jasji. Ze moeten de boel draaiende houden in barre tijden. Ze dromen en verlangen. Ze worden op de proef gesteld en zien af. Enerzijds kunnen ze bikkelhard zijn voor de beslissingen van hun broers of zussen, anderzijds handelen ze steeds vanuit een allesoverweldigende familieliefde. Sommige dialogen sneden door merg en been en waren tegelijkertijd zo mooi dat ik ze met een pijnlijke grimas opnieuw las. Stasia, Christine en Kitty zijn een stukje van mezelf geworden.

Omdat het een toegankelijk boek is.
Ondanks de lijvigheid bereikt Het achtste leven (voor Brilka) een breed lezerspubliek. Nino Haratischwili toont zich een deskundig verteller die de lezer niet-betuttelend bij de hand neemt. Het is het kleinmenselijke familieverhaal dat de boventoon voert binnen het kader van de wereldgeschiedenis. Een verhaal over moeders en vaders, tantes en nichten, familietradities en hoe daarvan los te komen. Haratischwili schrijft ijzersterk, zonder dat je het gevoel krijg een literaire stijloefening te lezen.

Omdat het een unieke sfeer oproept.
Oké, ik las dit boek natuurlijk in een periode die in het teken stond van rust, sfeer en gezelligheid. Dat doet echter niets af aan de verbeeldende, zelfs betoverende kracht die Het achtste leven (voor Brilka) oproept. Ik denk nog dagelijks met heimwee terug aan de wereld waarin ik toen terechtkwam. Hoe wreed het lot van de Jasji’s soms was, er school ook zoveel schoonheid in het decor en de personages. En dan is er nog die magische, vervloekte chocoladedrank waarvan ik me nog steeds afvraag hoe die smaakt.

In september 2019 verscheen De kat en de generaal van Nino Haratischwili, “amper” 680 pagina’s dik. Ik denk dat dit een krokusvakantieboek wordt.

Gelukkige Gedichtendag!

Joepie! Het is weer Gedichtendag!

Uitgerekend tijdens een Poëzieweek met als thema Samen zit ik in quarantaine, een verregaande vorm van alleen zijn. Geen leerlingen in de klas, maar achter een scherm. Geen familie in het echt, maar via de telefoon. Ik ben gelukkig niet ziek en legde ook een eerste negatieve test af. Kortom: ik red me wel. Laat dit alsjeblieft de enige Gedichtendag zijn die ik in isolement moet doorbrengen. Het gekke is wel: door gedwongen alleen te zijn, voel ik me ook juist heel erg samen. Samen met mijn zussen die ook in quarantaine zitten. Juist omdat we samen zijn geweest, moeten we nu alleen zijn. Of hoe samen en alleen best goede vriendjes kunnen zijn. Hoog tijd om de poëzie weer te laten spreken, want om het met de woorden van Maud Vanhauwaert te zeggen: Poëzie is een genre dat wonderwel past in de zotte samenleving van vandaag.

Life on Mars

Was zo graag samen
gevallen
maar iedereen viel
apart

was zo graag samen gevallen
maar iedereen viel apart
alleen
wij

was zo graag samengevallen
maar iedereen viel apart
alleen wij
sprongen naar de sterren.

Peter Verhelst (2009)

De muziek – Wat ik zoal beluisterde in 2020

Ik vertelde al behoorlijk wat over 2020. Zoals dat ik het afgelopen jaar een dubbele verhouding kreeg met muziek door de aanwezigheid van Spotify in mijn leven. Enerzijds kon ik er intens in opgaan, anderzijds was het soms te veel en beluister ik dus helemaal geen muziek meer als ik ga lopen om beter te kunnen horen wat er in mijn hoofd omgaat. De omstandigheden van dit bijzondere jaar hadden ook een invloed op wat er zoal door de box schalde. Ik zat vaker thuis, dus was het des te belangrijker dat de sfeer goed zat. Hier volgen mijn ultieme luistermomenten van 2020.

Renaissance van Franse muziek
Ik heb altijd iets gehad met Franse muziek. Jacques Brel kende ik als kind al dankzij mama, Brel-fan van het eerste uur. In 1997 slaagde de band Manau erin om een Franse hit te scoren bij de jeugd. La tribu de Dana was dan ook de single die ik cadeau kreeg bij mijn eerste cd-speler. Toen ik studeerde was ik helemaal in de ban van het chanson. Charles Aznavour, Edith Piaf, Georges Brassens, Charles Trenet… Uren en uren aan een stuk luisterde ik verzamelcd’s. In 2020 draaide mijn playlist “Frans” op Spotify eveneens overuren. Bij gebrek aan een trip naar Parijs, dan maar de muziek. Het album Paris (2014) van Zaz vind ik bijvoorbeeld een schot in de roos. Ook haar nummer Eblouie par la nuit is een voltreffer. In de zomer ontdekte ik Les yeux revolvers van Marc Lavoine, dat uit het gezegende jaar 1985 komt. Met Kerstmis gingen Roos en ik uit ons dak op Les lacs du Connemara gedurende de volle 6 minuten (inclusief het elektronische riedeltje op het einde). Ideaal om de kerstdis te verteren.

Filmmuziek in alle soorten en maten
Door de lockdown in het voorjaar keek ik behoorlijk wat films. Nog steeds niet absurd veel, maar toch meer dan gewoonlijk. Ik zag Joaquin Phoenix schitteren in Joker en in Her: twee films met een aantrekkelijke soundtrack. De film die in 2020 de diepste indruk naliet was Portrait de la jeune fille en feu. De eindscène (waarin niets spectaculairs gebeurt) keek ik een keer of 10 na elkaar. Als ik nu Summer in G Minor van Antonio Vivaldi  luister, voel ik nog steeds zowel ingehouden als uitbarstende opgekropte emoties. Er zit waarheid in de uitspraak dat de beste liefdesfilms queer zijn. Daarom ontbreekt in mijn afspeellijst “Film” ook A Love That Will Never Grow Old van Emmylou Harris niet uit de soundtrack van Brokeback Mountain, waar ik destijds twee weken vanonder de voet was. Call Me By Your Name (zag ik in 2018) had een soortgelijk effect, mede dankzij Sufjan Stevens en het lichtjes kleffe Lady, Lady van Giorgio Moroder.

De enige echte zomerhit
Het zal haar jeugdigheid zijn die Roos een neus voor hits geeft. In volle lockdown introduceerde zij dé zomerhit van 2020: Kings and Queens van Ava Max, dat (bij gebrek aan een songfestival) de Eurosong-vibe perfect weet te vatten: een begrijpbare opbeurende tekst, stevige beat en oorwurm van jewelste. Catchy heet zoiets. Kings and Queens mocht dus ook niet ontbreken toen we in september letterlijk de champagne ontkurkten om te toosten op onze verjaardagen. Aan alle koninginnen zonder koning: we popped champaign and raised a toast! 

Leesmuziek in bed
Het afgelopen jaar ontdekte ik het plezier van lezen in bed, ’s ochtends welteverstaan, als ik niet naar school moet. Ook hier zat de voorjaarslockdown voor iets tussen. In de herfstvakantie trok ik me nog meer terug in mijn eigen universum en begon ik de dag steevast met koffie in bed, gevolgd door een paar leesuren. De gelukzaligheid overvalt me weer als ik aan die momenten terugdenk: hoe de wereld lijkt te bestaan uit mijn slaapkamer met mijn bed als epicentrum. Tijdens die leesuren luisterde ik ook muziek. Liefst iets waar melancholie in doorklinkt. Leonard Cohen bijvoorbeeld omdat die gewoon altijd goed is. Ook de jonge Ier Dermot Kennedy vervult die rol met verve. In de kerstvakantie (her)ontdekte ik ook Mumford & Sons en dan vooral hun eerste album Sigh No More waarop Winter Winds de sfeermaker van dienst is. Als het over melancholie gaat, dan mag ook onze Belgische trots Tamino niet ontbreken. Als zijn Sun May Shine door de kamer dwarrelde en er dan heel voorzichtig een zon door bomen spiekte, viel alles op z’n plaats.

De doorbraak van de podcast
Ik ben een podcastluisteraar geworden door De Jogclub, de sportieve podcast van mijn broer en Robrecht Paesen. Sinds ik dagelijks behoorlijk lange fietstochten maak naar mijn werk kreeg ik er heel wat podcastluistertijd bij. Ook als ik aan de slag ben in mijn atelier beluister ik een podcast. Inmiddels zijn dat vooral boekenpodcasts. Mijn collega Murielle stak ik al aan met het verslavende Drie boeken, waarin Wim Oosterlinck aan een bekende mens vraagt welke drie boeken we volgens haar of hem moeten gelezen hebben. Daar kwam ook nog de Bende van het boek bij met Sarah en Trees die telkens één of meerdere boeken bespreken onder het genot van taart en thee. Tot slot luister ik ook naar Boeken FM, de literaire podcast van uitgeverij Das Mag en De Groene Amsterdammer, al was het omdat Nederlanders die op hoog en kritisch niveau spreken over boeken me onherroepelijk terugvoeren naar mijn opleiding als literatuurwetenschapper in Leiden. Luisteren hoe anderen over boeken praten, doet lezen: geloof me maar.

Het boek – Lezen in tijden van lockdown #3

Ik had er in het voorjaar niet echt rekening mee gehouden dat er ook een najaarslockdown zou volgen. Noem me naïef, maar ik dacht echt dat iedereen er alles aan zou doen om te vermijden dat het land weer gedeeltelijk op slot zou gaan. IJdele hoop, zo bleek, want onze wereld is weer een stukje kleiner geworden. De enige meevaller is dat de boekhandels en creawinkels nog open zijn, net zoals de scholen. Ik mag dus nog deeltijds in het echt lesgeven. Tijdens de herfstvakantie vermeed ik maar liefst een volle week alles wat met school te maken had. Ik sloot de media buiten en stortte me helemaal op mijn boeken. Ik las veel. In mijn bed, in de zetel en zelfs staand terwijl de kookpotten op het vuur stonden. De dag beginnen met een boek is voor mij de ultieme vorm van vakantiemodus. Door mijn bewuste kluizenaarschap voelde mijn inner lone wolf zich helemaal opbloeien. Ik las fantastisch mooie boeken die me toch wat verweesd achter lieten, waardoor de eenzaamheid soms des te harder insloeg. Met veel plezier stel ik jullie drie boeken voor met een onvergetelijke loner of eenzaat als hoofdpersonage. Bovendien spelen ze ook alle drie op vernuftige wijze met de grenzen tussen fictie en non-fictie.

IMG_3806b

De thuiskomst – Anna Enquist
Leen Demaré tipte dit boek in de podcast Drie boeken (eveneens een aanrader!) van Wim Oosterlinck. De insteek van de loners stal ik trouwens ook van haar. In De thuiskomst (2005) kijk en voel je als lezer door de ogen van Elizabeth Batts, beter gekend als Elizabeth Cook, vrouw van ontdekkingsreiziger James Cook die in de 18e eeuw drie grote wereldreizen ondernam. Anna Enquist deed grondige research naar de Cooks. De feiten die ze verhaalt zijn dan ook historisch correct. Op basis daarvan gaf ze een stem en kleur aan het personage van Elizabeth, een “vrouw van” die jarenlang thuis zit te wachten, al dan niet zwanger. Terwijl haar man de wereld vastlegt op kaart en leiding geeft aan een scheepscrew, runt zij een huishouden met jonge kinderen. In totaal krijgt ze zes kinderen die allemaal op jonge leeftijd sterven. Elizabeth overleeft niet alleen al haar kinderen, maar ook haar man.

Het perspectief van De thuiskomst prikkelde mij meteen: het zal je maar overkomen dat je man ontdekkingsreiziger is. Allereerst vond ik het historisch perspectief verrijkend. De 18e eeuw is absoluut een zwakke plek in mijn algemene (literatuur)kennis. Ik wist amper iets over James Cook en de wereld waarin hij leefde. Wat dit boek echter uitmuntend maakt, is de kracht van Anna Enquist om de personages van James en Elizabeth tot leven te wekken. Ik leefde echt in hun wereld. Ik voelde hun strubbelingen en onzekerheden. Hun herkenbaarheid greep me bij de keel. Elizabeth is een vrouw waarvan je aanvankelijk denkt dat ze het leven moet ondergaan. Ze wil zijn als het gras, dat moet meebuigen en niet star mag zijn, want dan breekt het. Ze gaat gebukt onder verlies dat ze amper kan delen met haar man. Tussen het echtpaar voel je een liefdevol spanningsveld. Ze kijkt uit naar James’ thuiskomst, maar door zijn jarenlange afwezigheid als geroemde avonturier is hij ook een vreemde voor haar. De ingetogen Elizabeth ontpopt zich echter als een krachtige vrouw die zich niet moedwillig neerlegt bij haar levenspad. Dat resulteert in een indringende levensgeschiedenis waarin alle emoties aan bod komen, een verhaal ook dat je blijft verrassen. De thuiskomst is één van de beste romans die ik ooit gelezen heb.

IMG_3807b

Het jaar dat Shizo Kanakuri verdween – Franco Faggiani
We schrijven het jaar 1912. De Olympische Spelen vinden plaats in Stockholm en de 21-jarige Shizo Kanakuri mag Japan vertegenwoordigen op de marathon, toen nog 40,2 km lang. Hij onderneemt een reis van 18 dagen van het Japanse platteland naar Europa. Shizo Kanakuri is een beloftevolle, maar allesbehalve professionele atleet, wiens besttijd op de marathon de snelste was van alle deelnemers. Zijn marathon loopt echter niet volgens plan (als dat er al was): de onervaren Shizo stapt uit de race en duikt onder omdat hij zich diep schaamt over zijn wanprestatie. Hij durft zijn familie niet onder ogen komen en slaat op de vlucht. Uiteindelijk komt hij weer in Japan terecht waar hij zich terugtrekt in de natuur om daar als zelfverklaarde kluizenaar te gaan wonen. Hij verschijnt pas terug onder de radar als hij een bejaard man is die de kans krijgt om zijn marathon uit te lopen en dus zijn eer te herstellen. Vergis je niet: dit is een waargebeurd verhaal. De Italiaanse auteur Franco Faggiani fictionaliseerde het en vult in wat er precies gebeurde tijdens die marathon en hoe het Shizo, ver weg van alles, verging.

Dit is zo’n boek waarvan ik meteen dacht: dit is mij op het lijf geschreven. We hebben de overweldigende natuur, een loner in de bergen én de heroïek van de marathon die vakkundig worden samengebracht door een Italiaans auteur. Wel, het heeft mijn verwachtingen ruimschoots overtroffen. Ik verzonk helemaal weg in de sprookjesachtige wereld van het kersenbomenbos waar Shizo een huis bouwt. Ik voelde de impact die de natuur en de eenzaamheid kunnen hebben. De natuur die zowel vrijheid als gevangenschap symboliseert. Ik herkende de bevrijding en de eenvoud zelve die lopen kan zijn. Het jaar dat Shizo Kanakuri verdween is een magistrale roman die ik nog lang voelde nazinderen. Hardlopen neemt alles weg wat overbodig is, het legt dingen bloot, het benadrukt wat je kunt, op elk moment dat je je ene voet voor de andere zet.

IMG_3810b

Het boek Daniel – Chris De Stoop
Sommige boeken moeten geschreven worden, ook al bijten en schuren ze langs alle kanten. Het boek Daniel is er zo eentje. Journalist Chris De Stoop vertelt je het volledig waargebeurde relaas van de gewelddadige dood van zijn oom Daniel. In 2015 kwam die om het leven op het Waalse platteland. Hij wordt als 84-jarige eenzaat het slachtoffer van een losgeslagen jeugdbende. Ze overvallen hem met geweld op zijn verlaten boerderij, beroven hem van zijn geld, maar ook van zijn waardigheid. Een week later steken jongeren de boerderij in brand en wordt het verkoolde lichaam van Daniel teruggevonden. Chris De Stoop is gechoqueerd door de gebeurtenissen, die amper media-aandacht krijgen. Hij besluit in 2019 de verdediging van zijn oom op zich te nemen in een rechtszaak. De jonge daders zijn inmiddels prille twintigers. In dit boek reconstrueert De Stoop Daniels leven, diens laatste dagen, het verloop van het onderzoek en de rechtszaak. Tot slot vertelt hij ook over de gesprekken die hij had met enkele daders.

Je kan je afvragen wie de échte loner is: Daniel die zich verwijderde van de maatschappij en amper nog contact had met de buitenwereld of Chris De Stoop zelf die het moederziel alleen moet opnemen voor de vereenzaamde boer. Ook als de daders uiteindelijk worden gestraft, kan je daar niet blij of opgelucht om zijn. Er is te veel blootgelegd. De Stoop schreef een onomfloerst eerbetoon aan zijn oom en diens eenvoudige levensstijl. Tegelijkertijd schetst hij een beklijvend portret van jongeren met een losgeslagen moreel kompas, de ontmenselijking van een slachtoffer en het schielijk te kort schieten van de maatschappij. Hij doet dat zonder te oordelen. Op elke pagina bleef ik hopen dat het verhaal toch een andere wending zou nemen. Ook na het laatste gesprek met één van de daders blijf je met een wrang gevoel achter. Het boek Daniel vertelt een pijnlijke waarheid, maar juist die moet ook gehoord worden.

IMG_3804b

Het boek – Over de 1000 boeken die ik las

Ik schreef dit jaar niet over de boeken die ik las tijdens mijn zomervakantie. Daar zijn meerdere redenen voor. Ik las namelijk behoorlijk wat boeken die vermakelijk waren, maar me toch niet helemaal konden overtuigen. Omdat ik in het voorjaar al een uitgebreid relaas schreef over de prachtige boeken die mijn quarantaine kleurden, was de noodzaak om mijn boekenzomer te documenteren iets kleiner. Bovendien wist ik ook dat ik vlak na de zomer een magische mijlpaal zou bereiken: de Mijlpaal van de Duizend Boeken. Ik las Boek 1000 in de maand dat ik 35 werd. Die eer was weggelegd voor het alom bejubelde De geniale vriendin van Elena Ferrante.

Hoe weet ik nu in godsnaam dat ik 1000 boeken heb gelezen? Simpel: het staat geschreven. Lang, heel lang geleden, begon ik namelijk op te schrijven welke boeken ik las. Ik was een jaar of 10 toen we aan zee waren en ik het lumineuze idee kreeg om bij te houden welke boeken ik gelezen had. Daarvoor beschikte ik over een lijntjesschrift met zwart-rood geruite omslag. Lelijk, dat vond ik toen ook, dus voorzag ik het van een blauwe kaft. Joke het boekenmeisje werd ouder, las nog meer en is altijd in datzelfde schrift blijven opschrijven welke boeken ze las. 25 jaar later heb ik mijn schrift dus nog altijd. Het is voor twee derde gevuld en de kaft heeft al de nodige versteviging gekregen. Mijn schrift is me door de jaren heen steeds dierbaarder geworden. Geen Moleskine die eraan kan tippen.

Op basis van de eerste titels die ik opschreef, blijkt dat ik ben begonnen met op te lijsten wat ik toen al gelezen had. Ik ga terug in de tijd tot ik ongeveer een jaar of 8 was. Wat ik op die leeftijd las, is wel degelijk een volwaardig “leesboek” te noemen. Na het vervolledigen van mijn inventaris begon ik in 1995 elk gelezen boek te noteren in mijn schrift. Ik heb dus 1000 boeken gelezen op 27 jaar tijd. Dat vind ik weinig én veel. Weinig omdat ik er als kind en tiener makkelijk 10 boeken op een maand kon doorjagen, maar er tot mijn scha en schande ook jaren zijn geweest dat ik als twintiger amper aan lezen toekwam. De laatste jaren slaagde ik er telkens in om minstens 50 boeken op jaarbasis te verorberen. Uiteindelijk las ik gemiddeld 37 boeken per jaar: toch nog een behoorlijke stapel.

Het mooie van mijn schrift is dat ik dus zowel mijn handschrift, als mijn voorkeur voor vulpennen met vreemde kleuren inkt, als mijn literaire smaak zie veranderen. Als kind las ik al heel graag. Astrid Lindgren en Roald Dahl mochten daarbij niet ontbreken, maar ook Joke Van Leeuwen, Dolf Verroen en Guus Kuijer ademen voor mij één en al jeugdsentiment. Hier besprak ik uitgebreid mijn evolutie als lezer en de zware thema’s waar ik als tiener zo van smulde. Er mocht bloed vloeien, maar vooral tranen. Veel tranen. Twee decennia later is die fascinatie voor breed uitgesponnen drama verdwenen. Ik erger me nu snel aan boeken die eenzijdig inzetten op groteske miserie. Een boek dat enkel als doel heeft om de lezer te verstrikken in een moeras van verdriet en ellende vind ik al te vaak weinig verrassend. Een bestseller als A Little Life of The Kite Runner vervalt, naar mijn smaak, vooral in clichés over verdriet. Ik lees liever over het kleinschalige, individuele drama uit gewone mensenlevens, over de donkere kantjes van de mens en het onheilspellende lot dat ons allen kan overkomen.

Uit mijn schrift kan je enkele eenvoudige voor de hand liggende conclusies trekken. Zo lees ik graag over de band tussen broers en zussen en hebben boeken die zich afspelen in en rond Parijs een streepje voor. Ik ben fan van de sfeer die Italiaanse hedendaagse schrijvers weten te vatten. Daarbij heb ik ook periodes doorgemaakt dat ik me volledig op een oeuvre heb gestort. W.F. Hermans moest er eens aan geloven, net als Vladimir Nabokov. In mijn 1000 boeken zijn ook recente, ietwat aparte tendensen te detecteren.

Ik hou van boeken die zich afspelen in een hotel van enkele decennia geleden, waar mensen overdreven beleefd met elkaar omgaan en gasten met een uiteenlopende achtergrond het toneel betreden. Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeijffer is niet voor niets de enige roman waar ik een volledige blogtekst aan wijdde. Ook mijn bewondering voor Grand Hotel van Vicki Baum en De Hills van Matthias Faldbakken sprak ik al eerder uit. Als decor kan ook het onherbergzame karakter van de natuur niet ontbreken. De buitenjongen van Paolo Cognetti vind ik ronduit magistraal en is één van mijn absolute toppers, samen met het Het ijspaleis van Tarjei Vesaas.

Ik hou van personages die nadenken over de eenvoud en banaliteit van hun leven. Karel Čapeks Een doodgewoon leven is bijvoorbeeld absoluut het lezen waard. Vader van Karl Ove Knausgård is ronduit verslavend. Niemand kan zo boeiend over menselijke relaties schrijven als Jens Christian Grøndahl. William Maxwells So Long, See You Tomorrow verdient veel meer eer, net zoals Leeuwerik van Desző Kosztolányi. De hype rond John Williams Stoner vond ik volkomen terecht. Daarnaast lees ik ook juist graag over vreemde, onconventionele hoofdpersonages. Een cavia bijvoorbeeld, in De verwarde cavia van Paulien Cornelisse. Ook Eleanor Oliphant is Completely Fine van Gail Honeyman en My Year of Rest and Relaxation van Ottessa Moshfegh mogen niet in dit lijstje ontbreken. De onbetwiste meester van het eigenaardige personage is Haruki Murakami, die al heel wat vreemde snuiters uit zijn literaire hoed kon toveren.

Ik hou van boeken die me aan het denken zetten over de maatschappij waarin wij leven en de maatschappij waarin we willen leven. Boeken die een heel ander perspectief bieden zoals Andrès Barba’s Republiek van licht en Margaret Atwoords The Testaments. Ook het ontluisterende Educated van Tara Westover en Muidhond van Inge Schilperoord hebben veel indruk op mij gemaakt. Ik hou daarom ook van auteurs die durven te choqueren, die ongegeneerd hard kunnen zijn voor de mens en meer buiten dan binnen de lijntjes kleuren. Geef mij dus maar een oldschool Michel Houellebecq zoals Platform of Bezette gebieden van Arnon Grunberg. In eigen land vervult Dimitri Verhulst die rol met verve.

Tot slot – hoe kan het ook anders – hou ik van boeken over de schoonheid van de liefde. Boeken over onversneden romantiek, over liefdespijn, over relaties die stuk lopen, heropbloeien en weer tegen de klippen uiteen spatten. Over wanhoop, maar zeker ook hoop in eenzame tijden. Turks fruit van Jan Wolkers is om die reden zoveel meer dan een geil puberboek. David Van Reybrouck raakte met Slagschaduw een heel gevoelige snaar bij mij. Ook Oek de Jong deed dat met Hokwerda’s kind. Mario Vargas Llosa verdient alleen al zijn Nobelprijs omwille van Het ongrijpbare meisje. Bregje Hofstede zou er, wat mij betreft, één mogen krijgen voor Drift. Het liefdesboek dat mij de afgelopen zomer van mijn sokken blies was The Only Story van Julian Barnes.

Als ik door mijn schrift met 1000 boeken blader, dan lijkt het alsof ik vanuit een boemeltrein mijn eigen leven voorbij zie pruttelen. Er zijn boeken die ik associeer met pijnlijke of heuglijke gebeurtenissen. Er zijn boeken die antwoorden of inzichten gaven op vragen waarvan ik niet wist dat ik ze stelde. Er zijn ook boeken waaraan ik me ergerde of waar ik helemaal niets meer over weet. In de afgelopen 27 jaar gebeurde er veel, maar het dappere lezertje van weleer en het kleine meisje met de rijke verbeelding is nog steeds springlevend.

Het boek – De schoonheid van het ongelezen boek

Ik doe dus aan tsundoku. Op meerdere plaatsen in huis zelfs. De eettafel en salontafel zijn mijn favoriete plekken, maar sinds kort heb ik ook een tussenverdieping om mijn hobby uit te oefenen. Al weet ik niet of je nog over tsundoku mag spreken als je je ongelezen boeken netjes in een aparte kast uitstalt. Inventief als ze zijn in Japan betekent de term namelijk ongelezen boeken verzamelen en ze op stapels te leggen. Dankzij dit artikel op Hebban.nl kwam ik namelijk te weten waarom lezers de neiging hebben om meer boeken te kopen dan dat ze effectief kunnen lezen. Het is namelijk geen tijdskwestie. Als ik morgen te horen krijg dat ik een jaar full-time mag lezen, dan zou ik alsnog boeken kopen. Boeken lezen doet boeken kopen, zo werkt het toch bij mij. Meestal gaat daar een doordacht en beredeneerd denkproces aan vooraf. Je kan namelijk niet alles kopen wat je potentieel zou willen lezen. Al is wat emo-boekenkopen me ook niet vreemd. Als prille twintiger kocht ik na elke autorijles (10 in totaal) een boek bij Plato in Leuven om mezelf te belonen voor de inzet. Ook tijdens het prille begin van de lockdown kocht ik – als hart onder de riem – online enkele recent verschenen titels*, weliswaar op voorwaarde dat ik ze binnen de zes weken zou lezen. Zulke afspraken maak ik dus echt met mezelf. Volgens de Hebban Crew houdt een ongelezen boek een belofte in en daardoor begrijp ik nu nog beter waarom ik ook mijn ongelezen boeken koester.

IMG_3246b

Hoe zeer ik ook gehecht ben aan mijn boekencollectie, ik kan ook heel goed begrijpen dat niet elke lezer de behoefte voelt om geld uit te geven aan (papieren) boeken. Voor een nieuw boek betaal je tegenwoordig tussen de 20 en de 25 euro. Wat ik lees op een jaar beslaat dus een viercijferig bedrag: veel geld dat ik ook aan iets anders kan spenderen. Dat is het leven: ieder moet voor zich keuzes maken. Ik kies ervoor om boeken te kopen, niet alleen voor het leesplezier dat ze me (waarschijnlijk) zullen bezorgen, maar ook voor alles wat daaraan vooraf gaat. Mijn boeken krijgen een prominente plaats in mijn woning omdat het me oprecht blij maakt om erdoor omringd te zijn. Stuk voor stuk roepen ze herinneringen op: aan het verhaal zelf, aan het moment waarop ik ze las of aan degene die me ze heeft aangeraden. Zo vertellen mijn boeken ook een beetje mijn verhaal. Alleen de boeken die ik gelezen en goed vond, belanden in mijn boekenwand in de woonkamer. De Marie Kondo-gedachte zeg maar: boeken die me blij maken als ik ze in handen heb (de beroemde spark of joy), mogen blijven. Een boek dat daar niet in slaagt, gaat onherroepelijk weg. In het prille begin van mijn boekenverzameling had ik het daar lastig mee. Wole Soyinka stond als Afrikaanse Nobelprijswinnaar wel leuk in de kast, maar ik vond zijn De vertolkers dus echt niet goed. Bijgevolg moest Wole vertrekken. Op die manier is mijn boekenkast ook wie ik ben.

Ook mijn ongelezen boekenvriendjes heb ik graag in de buurt. In mijn nieuwe woonst heb ik een ingebouwde boekenkast op de tussenverdieping: de ideale opslagplek voor het ongelezen leesvoer. Op andere plaatsen in huis heb ik altijd stapels liggen met boeken die ik op korte termijn wil lezen. Een shortlist die de omvangrijke vorm van een longlist aanneemt, zeg maar. De korte termijn is immers een rekbaar begrip. Liefde, het tweede deel van Karl Ove Knausgårds magnum opus ligt al ruim anderhalf jaar op de salontafelstapel. Juist dat is ook deel van het plezier: leesplannen maken en wachten op het geschikte moment om ze uit te voeren. Ik probeer wel om het aantal ongelezen boeken van één auteur te beperken. Enerzijds omdat één goed boek niet meteen betekent dat ik alles van die auteur schitterend zal vinden. Drift van Bregje Hofstede vond ik fantastisch, maar haar debuutroman De hemel boven Parijs vond ik dan weer weinig soeps. Anderzijds lijk ik ook minder snel naar een auteur te grijpen als ik te veel keuze heb binnen diens oeuvre.

IMG_3253b

Ik heb me wel eens geschaamd over de hoeveelheid ongelezen boeken die ik in huis heb. Alsof je tientallen luxe kledingstukken hebt liggen die je nooit draagt. De vergelijking met ongedragen kleding gaat echter niet op. Een boek dat niet meteen gelezen wordt, is geen miskoop. Dat boek wacht gewoon op het juiste moment. Boeken kunnen de tand des tijds moeiteloos doorstaan. Je koopt geen blouse om die na drie jaar eens te gaan dragen. Bovendien is een boek niet alleen zijn geld waard als je het hebt uitgelezen en goed vond. Ik tel niet alleen geld neer voor de leeservaring. Naast boeken lezen is ook bezig zijn met boeken een volwaardige tijdsbesteding. Ik geniet ervan om stapels te maken, mijn boekenkasten te reorganiseren of aan te kleden. Ik hou ervan om boekentips te verzamelen, na te denken over wat ik nu echt wil lezen en waar ik dat dan zal kopen. Om nog maar te zwijgen over de kringloop of tweedehandsvondsten die je op de meest onverwachte momenten kan doen. Dat ik de boeken die ik wil lezen kan vasthouden, helpt me ook om te kiezen wat ik wil gaan lezen. Ongelezen boeken bezorgen me kortom ook al geluksmomentjes. Toegegeven, ik vang soms ook verwijtende blikken op vanuit de ongelezen-kast. Momenteel komen die vooral van de klassiekers. Ik vrees dat Moby Dick, de walvis die niet gevangen wil worden, wel eens een boek kan worden dat ik nooit zal kunnen temmen.

*Die boeken waren De kolibrie van Sandro Veronesi, Waagstukken van Charlotte Van den Broeck, Finse dagen van Herman Koch en Bezette gebieden van Arnon Grunberg: stuk voor stuk aanraders die ik hier en hier besprak.