Duatlonspecial – Seppe de wereldkampioen

Hij deed het weer. Seppe werd wereldkampioen duatlon op de lange afstand. In 6 uur en 6 minuten liep hij 10 kilometer, fietste hij er 150 om dan nog eens 30 kilometer te lopen. Het Zwitserse Zofingen stond traditiegetrouw garant voor een pittig parcours, berg op en af dus en dat allemaal tegen een donkere lucht, in de regen en de kou. Echt takkeweer! Niet dat hij die zware omstandigheden nodig had om de wedstrijd te domineren. He looks so powerful! He completely destroyed this course! om het met de woorden van de commentator te zeggen. En ook he’s such a nice guy, misschien wel het belangrijkste.

Ik ben altijd trots op mijn broer, altijd fier om zus van te zijn, maar deze week loop ik er triomfantelijk bij. Omdat ik besef wat het vergt om wereldkampioen te worden. Tonnen toewijding, trainingsarbeid en focus. Elke dag weer. Jaar in jaar uit. Onze brobro is wereldkampioen. Dat is toch niet normaal?!

BUIO8312b
Roos en mama, de vrolijke wandelaars, gooien daags voor de wedstrijd de benen los in de Zwitserse bergen.

 

RWRB9379b
Vik Odeyn was vooral onder de indruk van de cheerleaders. Zij vielen ook als een blok voor hem.

 

NGOQ3201
Het Herentse ontvangstcomité

Het moment – Ontwaakt uit mijn winterslaap

Ik voelde al lente in januari, al was het sporadisch. Tussen de regenbuien en het miezerweer gebeurde het soms dat de natuur z’n uiterste best deed om er desondanks iets moois van te maken. Heel behoedzaam, dat wel, om je vooral geen valse hoop te geven. Januari moet zowat de lelijkste maand van het jaar zijn. Je ziet vooral modder en dorheid. Het is zoeken naar een sprietje groen in een palet van bruin. Als je bovendien met de fiets naar het werk gaat, dan is januari een behoorlijk harde noot om te kraken. Mijn kilometers op de steenweg waren knokkilometers. Februari kenmerkte zich dan weer door een diepvriesweek mét sneeuw om er nadien een portie onversneden lente overheen te gooien. Van beide genoot ik intens. Ik liep met een heel grote glimlach door de sneeuw: toch na een kilometer of 2, als mijn innerlijke thermostaat aansloeg, en ook het voorproefje lente zorgde ervoor dat ik in een opperbeste stemming verkeerde.

IMG_4225b

Ik ga er prat op om me niet af te zetten tegen de winter. Als je de wintermaanden als deprimerend en onmenselijk bestempelt, dan lijkt het me een bijzonder zware klus om die tijd door te komen. Ik hou van de afwisseling die de seizoenen bieden. Elke maand heeft iets. De winter, dat is gezelligheid. Zowel om binnen te zitten met de gordijnen dicht, als om er in alle vroegte op uit te trekken nog voor de wereld wakker is. Inmiddels weet ik ook dat ik heus wel bestand ben tegen wat regen en wind. Het meest vermoeiende aan de wintermaanden vind ik het denkwerk dat erbij hoort. Je moet je constant wapenen tegen een kracht van buitenaf, zowel jezelf, je huis, als je huisdieren. Dat vreet energie.

In de winter heb je een warme deken om je heen die je noodgedwongen warm houdt, maar als die dan weer af kan, voel je plots hoe licht je eigenlijk bent. Juist door de impact van de winter kan ik het voorjaar meer naar waarde schatten. In het voorjaar is het zoveel gemakkelijker om goed gezind te zijn, om de juiste kleding aan te trekken, om de dag aan te vatten, om naar buiten te trekken en simpelweg tevreden te zijn. Ook op sportief vlak biedt het voorjaarsweer niets dan voordelen. Allereerst stijgt de curve van het fietsgenot exponentieel. Voor je plezier maak je geen fietstocht als het kwik onder nul kruipt. Ik ging dus weer vaker de baan op met Juan, mijn onovertroffen Orbea mountainbike. Letterlijk de baan op, want als ik modder kan vermijden, dan doe ik dat ook. Juan kan het trouwens uitstekend vinden met Herman, de koersfiets van Roos. Gelukkig maar! Als ik na zo’n fietstocht en bijbabbelmoment leeggereden thuiskom, is mijn geestelijke batterij weer helemaal opgeladen.

IMG_4362b

Mijn loopkilometers bleven de afgelopen maanden constant. Ik loop regelmatig een duurloop van 18 kilometer die ik afwissel met kortere loopjes. Geen echte excessen dus, best gematigd voor mijn doen. Op kledingniveau bevind ik me in een transitiefase. Mijn Nike Pegasus trailschoenen met Gore Tex bewezen hun dienst in de sneeuw, maar ook mijn nagelnieuwe belachelijk witte Zoom Fly’s konden een eerste keer van stal in het nieuwe jaar. Ik schipper nog wat met de lengte van broek en shirt. De uitspraak die ik me de afgelopen weken vaak liet ontvallen was: als ik eenmaal naar kort ga, wil ik niet terug naar lang. Mijn club van loopvriendjes werd ook weer een beetje groter. Elizabeth is de naam van mijn nieuwste loopmaatje. Met dat nieuwe valt het overigens wel mee, aangezien we elkaar al een leven lang kennen. Elizabeth gebruikt me graag als stok achter de deur om een looprondje te maken (die invloed blijk ik wel eens te hebben op mijn omgeving). Er is veel wat ik waardeer aan mijn jeugdvriendin: als sporter is dat ongetwijfeld haar onverzettelijkheid en bikkelharde doorzettingsmentaliteit. I like! Een dikke yes dus aan het samen sporten en aan het buiten zijn!

IMG_4351b

Oh nee, geen Hel van Kasterlee 2020!

Dat de Hel van Kasterlee vandaag niet doorgaat, is erg begrijpelijk: het is 10 graden en droog, mogelijk zelfs zonnig. In de Hel regent het of sneeuwt het, is het grijs en grauw, krijgen de begrippen “modder” en “koude” een tweede en derde dimensie. De Hel is afzien en genieten. Vandaag geen sporthal, geen Ben en Hans, geen strijd en glorie. Vandaag bloedt het sporthart van Team Odeyn en aanverwanten. Dit jaar dus geen uitgebreid verslag over helse ervaringen in Kasterlee. Ik denk dat ik zelfs de modder, de nattigheid en mijn open geschuurd zitvlak zal missen. Naar aanleiding van deze bijzondere dag vuurde ik enkele vragen af op mijn familieleden (inmiddels zijn ze dat gewend). Meermaals kreeg ik te horen: je kan de Hel niet beschrijven, je kan niet uitleggen wat het is als je er nooit bent geweest. Maar kijk, in tijden van crisis doen we toch een poging.

Ik geef eerst het woord aan Valerie, mijn schoonzus, mama van Laurien (4) en Vik (1) en zoveel meer dan de vrouw van Seppe. De week voor de Hel is het voor ons gezin minder druk dan de weken ervoor omdat Seppe dan juist minder traint. Wij zijn dan vooral met het weer bezig en alle mogelijke denkpistes die daarbij horen. Ik ben in die week ook altijd jarig. Afhankelijk van hoe dicht mijn verjaardag bij de Hel valt, is de feestmaaltijd eerder vettig of mager. De dag van de Hel zelf wordt met de jaren juist spannender. Ik geloof altijd in Seppe, aan hem twijfel ik nooit, maar ieder jaar opnieuw moet alles ook meezitten en mag je geen materiaalpech hebben. Het geluk moet altijd aan je zijde staan. Aan elke Hel-editie heb ik een speciale herinnering: ik heb twee keer zwanger langs het parcours gestaan, er was de eerste keer met Laurien en de eerste keer met Vik erbij. Dat maakt het extra bijzonder. Sinds vorig jaar leeft Laurien ook heel hard mee met haar papa. Tijdens de wedstrijd is ze dan wat opgejaagd en vraagt ze altijd: gaat papa winnen? Ze is heel blij als ze mee op het podium mag. 

hel

Ik was er ook bij in 2011 toen Seppe voor het eerst deelnam en meteen derde werd. Die afstanden leken mij toen immens. Ik was toen echt ongerust of dat het wel zou goedkomen. De dag zelf vind ik nu heel tof, die dag gaat ook heel snel voorbij. Er zijn veel mensen die ik één keer per jaar zie en spreek op dezelfde plaats. We worden ook altijd heel vriendelijk ontvangen door Ben en Hans. Ik krijg daardoor altijd het gevoel dat wij mee een deel zijn van Kasterlee. De gezelligheid die de sport daar uitstraalt kan je ook moeilijk uitleggen aan iemand die het nog nooit heeft meegemaakt. Echt uniek. Sinds we kinderen hebben, gaan Seppe en ik niet meer samen naar huis, maar we bespreken onze dag nadien wel heel uitgebreid na. Vanaf de zijlijn kan ik niet inschatten hoe het voor hem geweest is. Seppe vertelt dan hoe hij alles beleefd heeft, want er is veel meer gebeurd dan wat ik gezien heb. Ik vertel dan wie ik gesproken heb en waar de gesprekken over gingen. Hoe vaak Seppe nog zal deelnemen aan de Hel? Geen idee! Zo lang hij er zin in heeft, maar ik denk dat die zin niet snel over zal zijn. Na 10 overwinningen zijn er nog veel ronde getallen te behalen. 

hel4
Seppe aan de start in 2019

Seppe Odeyn  – broer (9 deelnames, 8 zeges)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. winter – modder – feest
2. Wat zal je het meest missen? de hele voorbereiding die afgesloten wordt in de sporthal
3. Wat zal je het minst missen? de stress die eraan voorafgaat
4. Hel-weetjes? in eerste instantie wilden ze de Hel nog extremer maken, de mama van Rob Woestenborghs won één van de eerste edities, de officiële aankomst ligt net buiten de sporthal: als het dus ooit aankomt op een sprint ligt daar de meet
5. Wat ga je vandaag doen? ik ga om 8 uur het startschot geven voor zij die de Hel op eigen houtje doen, ik ga de fietsronde eens lopen om te kijken hoe de Hel geweest zou zijn

DSC03201
Papa in actie in 2018

Jan Odeyn – papa (5 deelnames, 4 x supporter)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. trainen – doen – ondergaan
2. Wat zal je het meest missen? de start en aankomst, de laatste weken als je minder moet trainen en Alma elk weertype positief vertaalt in een voordeel, dat het goed gaat met Seppe en Joke tijdens de wedstrijd, het hoogtepunt als Seppe mij inhaalt en iets zegt, de overdreven positieve aanmoedigingen van Marike bij het laatste lopen en Alma die dan niets zegt omdat het nog lang gaat duren, de pintjes na de aankomst
3. Wat zal je het minst missen? het trainen en ongerust zijn over ziek worden of een blessure krijgen
4. Hel-weetje? i
n de douche herkennen ze me als de pa van Seppe
5. Wat ga je vandaag doen? me bezighouden met mijn modelbouwvliegtuigen

IMG_0603
Seppes overwinning in 2014 toen ik voor het eerst supporter was

Alma Artoos – mama (ontelbare keren supporter)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. familiedag – spannend – kou
2. Wat zal je het meest missen? Het gevoel dat één dag aanvoelt als één lang uur zonder eet- of hongergevoel (of misschien is die dag tijdloos), maar ook omroeper Hans. Het besef dat al die deelnemers helden zijn en daar een heel jaar voor trainden, de eerbied voor elke atleet. Ik vind het totaalpakket van de Hel perfect.
3. Wat zal je het minst missen? de spannende periode ervoor of misschien ook niet
4. Hel-weetje? (noot van de redacteur: mama had zoveel weetjes dat ik een selectie heb gemaakt) Jan en ik hadden op voorhand veel gesprekken over het weer, ik werd echt een meester-voorspeller om hem gerust te stellen: wind droogde de grond uit, regen was ook goed, want het zand kwam vaster te liggen, vriesweer was ideaal, want het zand lag nog vaster, dooi was dan weer goed om de ondergrond terug zachter te maken. Mijn voorspellingen werden alsmaar beter naarmate dat de Hel dichterbij kwam. Ik vertrok van het bestaande weerbericht en zette dat dan om in een gunstige voorspelling.

5. Wat ga je vandaag doen? het wordt een gewone zondag, denk ik. Misschien fietsen naar de Kempen?

FVAS2774

Mark Artoos – onze nonkel, mijn peter (4 deelnames, 1x supporter)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. afzien – genieten – nagenieten
2. Wat zal je het meest missen? vooral de sfeer ter plekke zowel voor, tijdens als na de wedstrijd, maar misschien nog leuker is de roze wolk de week erna en de vele verhalen van andere deelnemers en supporters: daar kan je nog lang van nagenieten
3. Wat zal je het minst missen? de trainingen van de maand november, die zijn lastig omdat je al zolang bezig bent en omdat het ook de zwaarste zijn, het weer is dan niet zo aangenaam meer en dan ben ik het trainen echt beu!
4. Hel-weetje? bij darmproblemen en een gebrek aan wc-papier kan een geschreven kerstlijstje van Marike ook een oplossing zijn
5. Wat ga je vandaag doen? sporten, want de training voor de Hel 2021 begint!

YGBX6086
Die zusjes van mij, zelfs goedlachs in regenponcho

Roos Odeyn – zus (8x supporter, waarvan 2x als mijn coach)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. familie – emotie – sport
2. Wat zal je het meest missen? De hel is een bijzondere dag. De fierheid op je familie. De pracht en kracht van een sport die je een hele dag kan aanschouwen, want het zijn zotten! Dat iedereen die over de rode loper naar binnen loopt een held is.
3. Wat zal je het minst missen? de eigen organisatie van kledij, voeding, drank, fietsen, lichten en voldoende batterijcapaciteit, het lege gevoel de dag erna: doodmoe en nog vol emoties 
4. Hel-weetjes? wij hebben altijd een fietstas vol zelfgemaakte wafels van Marike bij en als je heeeeeel vroeg komt, kan je gewoon aan de sporthal parkeren

5. Wat ga je vandaag doen? Herinneringen ophalen, beetje treuren. Blij zijn dat ik niet zo vroeg op moet staan.

DSC03200
Ikzelf in actie (lachend?!) in 2018

Marike Odeyn – zus (7x supporter, waarvan 5x als coach van papa)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. kou – familie – spanning
2. Wat zal je het meest missen? picknick maken, vroeg vertrekken en dan mama zoeken om een eerste update te krijgen over het wedstrijdverloop, het moment dat de familieleden gefinisht zijn, ze tevreden zijn over hun prestatie en het gevoel dat het dus ook een goed kerstfeest zal zijn
3. Wat zal je het minst missen? kou, modder, het gevoel dat je iets heel belangrijk aan het vergeten bent
4. Hel-weetje? Als ik mama bel om haar te vragen waar ze is, dan ziet ze mij meestal staan, maar ik haar niet, dus dan roept ze door de telefoon. Ik ben hier! Nee! Nee, hier! Je bent niets met die aanwijzingen door de telefoon.  

5. Wat ga je vandaag doen? bakken of in de tuin werken

hel6
Seppe op het podium in 2018, wat zullen we ook de Sikke (toen de nummer 3) missen!

Peter Dries – Kempenaar en partner van Marike (6x supporter)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. familiefeest – tijdschema’s – motivatiecoaches
2. Wat zal je het meest missen? de emotionele ontlading en de tranen van ontroering als ik mijn schoonbroer over de meet zie komen als winnaar, trots en opgelucht dat na weken meeleven je eindelijk weet: hij doet het, hij doet het!
3. Wat zal je het minst missen? het vroege opstaan, mijn wagen die stonk naar zure melk nadat Marike vergat om het dopje goed op de melkfles te draaien
4. Hel-weetje? ik moest eens naar Heist-op-den-Berg rijden toen Marike haar handtas op de veloroute had laten staan, uitslapen was geen optie 

5. Wat ga je vandaag doen? het stalen ros van stal en mountainbiken!

hel2

Wat ik vandaag zelf ga doen? Ik ga het gemis proberen weg te lopen, door nog eens een echt lange looptocht te ondernemen. Ik denk aan mama’s wijze woorden: die Hel mogen ze ons echt geen twee keer afpakken! Amen.

De gedachte – De tragiek van de steenweg

De steenweg: Vlaams, Vlaamser, Vlaamst. Een functionele verbindingsweg die steden of gemeentes met elkaar verbindt, waar grijs, grauw en groen elkaar ontmoeten, waar levens elkaar routineus kruisen, waar de auto nog steeds baas is. Voor ik hier steenwegen of liefhebbers ervan beledig: ik heb het hier over mijn steenweg, de Tiensesteenweg. Tegenwoordig heb je namelijk ook mooie, leefbare steenwegen die niet langer typerend Vlaams aanvoelen. Dat gaat helaas niet op voor de steenweg tussen mijn woonplaats rond Tienen en mijn werk in Leuven. Sinds ik in het voorjaar verhuisde, bracht ik elke werkdag een uur of twee door op de steenweg. Ik stap ’s ochtends in alle vroegte op mijn zwaarbeladen (volledig door beenkracht aangedreven) stadsfiets om 20 kilometer naar mijn werk te fietsen. 15 kilometer daarvan spendeer ik op steenwegterrein. En na schooltijd fiets ik uiteraard weer naar huis. De afgelopen maanden kreeg ik kortom uitgebreid de tijd om het steenwegleven te observeren. Het leven op de steenweg dat ligt nooit stil.

IMG_3917b

Voor ik jullie uitleg wat mij zo fascineert aan de steenweg, beantwoord ik een veelgestelde vraag: dagelijks 40 kilometer op een glooiende steenweg fietsen, is dat niet vreselijk lang en vermoeiend? Ik geef daarop steeds het ietwat filosofische antwoord: nee, dat is geen opgave omdat het in mijn hoofd niet lang is. Kijk, de eerste week dat ik de fietstocht naar mijn werk ondernam, was ik continu bezig met de weg en vooral met hoe ver het nog was. Ik zat nog niet in de routine, dacht nog te veel na. Ja, toen heb ik dus best wel gezucht, gevloekt en gefrustreerd op mijn pedalen gestampt. Ironisch genoeg reed ik juist die eerste weken ook belachelijk snel. Mijn record (ahum) verbeteren was namelijk een bezigheid die voor afleiding zorgde. Hoewel dat resulteerde in belachelijk snelle fietstochten, moet ik er inmiddels niet meer aan denken om wedstrijdgewijs naar school te fietsen. Nu is het kinderlijk eenvoudig: ik stap op de fiets, ik duw op mijn pedalen en ik kom thuis aan. Soms met wind en regen. Soms met de zon. Maar ik kom altijd thuis aan. 

IMG_3900b

Van thuis uit is de weg náár de steenweg een droom van een fietspad die 4,5 kilometer duurt. Denk: een volledige afgescheiden én nieuw aangelegd pad langs het groen. De steenwegpret of -miserie begint onder de naam Leuvenselaan, dat wordt de Leuvensesteenweg om dan onvermijdelijk te veranderen in dé Tiensesteenweg. De logica achter de naamgeving kan de erbarmelijke fietsinfrastructuur niet verhullen. Armoe troef vat het zowat samen. Het grootste deel fiets ik tussen lijnen de naam fietspad niet waardig. Uitgerekend voor dit gegeven schopte “moordstrookje” het met enig cynisme tot Woord van het Jaar in 2018. Het wegdek bevindt zich bovendien ook nog eens in slechte staat, waardoor ik scheuren, barsten en bobbels moet trotseren. Als zwakke weggebruiker moet ik altijd alert zijn, heb ik ogen in mijn rug en fiets ik met een fluohesje en fietshelm in de hoop dat ik daardoor voldoende beschermd ben tegen (vracht)verkeer dat veel te dicht langs mij voorbij raast.

IMG_3891b

Ik verbaas me nog dagelijks over de diversiteit aan handelszaken die de steenweg huisvest. Voor de hand liggend zijn de medische en paramedische praktijken, de frituren, bloemenwinkels, broodjeszaken en krantenwinkels. Er is echter ook een speciaalzaak voor danskleding, een casino en zelfs een rendez-vous hotel. Met een totaal van 12 stuks zijn de kapperszaken het best vertegenwoordigd. Een bijzondere vermelding gaat naar Bajwa’s nachtwinkel die onder de noemer “algemene voeding” respectievelijk “tabak, alcohol, groenten en fruit” verkoopt. Na verloop van tijd kreeg ik ook inzicht in het mierennest aan gewoontes dat de steenweg herbergt. Kinderen wachten op de bus, werkmannen in hun camionette. Er is de man die op zijn balkon staat te roken (er wordt echt heel veel gerookt op de steenweg), het pubermeisje dat eenzaam op de schommel zit in een kale tuin, het meisje met de roze jas op de te kleine fiets en de kat die alles nauwlettend in de gaten houdt vanachter het raam. De alledaagsheid van de steenweg vind ik nog steeds boeiend. Vraag me niet waarom. 

IMG_3894b

Minder alledaags zijn de magische steenwegmomenten die ik al beleefde. Die hebben altijd te maken met de natuur die ook bijzonder goed vertegenwoordigd is. In september zag ik tientallen ooievaars op lantaarnpalen zitten die in Kumtich (of all places!) hadden overnacht tijdens hun trek naar het zuiden. Ik zag al prachtige zonsopkomsten. Ik zag een betoverend in mist gehuld landschap. Ik zie dagelijks stoere bruine koeien, een merrie met veulen en een weide vol witte herten. Ook toen ik foto’s maakte om deze tekst van beeldmateriaal te voorzien, viel het me op hoeveel pittoreske plaatjes ik kon schieten. Van de natuur, maar ook van de prachtige woningen, de ene al bewoonbaarder dan de andere, die het steenweglint van een sierlijke touch voorzien. Vergis u niet: de steenweg an sich is lelijk, de streek die hij doorkruist is dat geenszins.

IMG_3907b

Ik was eerst van plan om het te hebben over de romantiek van de steenweg. Omdat er heus ook wel hoffelijkheid bestaat. Omdat er dezer dagen heel wat symbolen van verbindende aard te vinden zijn. Maar vooral omdat ik toch wel een klein beetje heel erg van mijn lelijke steenweg ben gaan houden. Het kleinmenselijke dat de steenweg biedt, staat echter in schril contrast met de groezelige en ronduit levensgevaarlijke kant van dat fameuze grijze lint. Een informatiebord langs de weg leerde mij dat er in de maand oktober maar liefst 612 zware boetes werden uitgedeeld op een plaats waar je 70 km/u mag sjezen. Er zijn te veel roekeloze chauffeurs die de steenweg voor Francorchamps aanzien. Het mag dan ook niet verbazen dat ik al meerdere aanrijdingen zag. Daarbovenop is er ook heel veel werfverkeer, (langs de steenweg wordt altijd gewerkt), waardoor er behoorlijk wat bouwmateriaal in de berm belandt. Je zal als fietser op de moordstrook maar een gyprocplaat tegen je hoofd krijgen. Ik zie veel te veel road kill dan goed is voor mijn gevoelig dierenzieltje. Ik voel plaatsvervangende schaamte voor het zwerfvuil in de berm, het wc-papier dat in de struiken hangt en de vuilniszakken die worden gedumpt. De steenweg is een plaats waar de mens zich ook van zijn smerigste kant toont.

IMG_3913b

Ondanks dat tragische aspect ben ik gehecht aan de steenweg omdat ik er als eenzame fietser soms kromgebogen over haar stuur in alle anonimiteit kan opgaan in het landschap. Stevig ingepakt vanonder mijn fietshelm durf ik al eens luidop meezingen en zelfs gesticuleren. Ik kan intens genieten van de muziek die ik op de heenweg luister en de podcast op de terugweg. Heel soms moet ik de neiging onderdrukken om kei hard te schreeuwen: zwijg nu allemaal eens! Hoe tegenstrijdig het ook klinkt, die steenwegruis bezorgt mij op de één of andere manier een dagelijks rustmoment van en naar mijn werk. De steenweg en ik, we zijn aan elkaar overgeleverd. Tussen ons is het van moeten, maar daarom niet minder van harte.

IMG_3422b

 

Duatlonspecial – Over een winter zonder Hel

Aanvankelijk zou ik hier beschrijven hoe oktober als een sneltrein aan mij voorbij raasde, ware het niet dat Steven Van Gucht die metafoor gisteren gebruikte om de opmars van het corona-virus in België te visualiseren. Ik dacht ook aan storm. Omdat er steeds meer wind opsteekt die op de fiets altijd tegenwind lijkt te zijn. Omdat we ons op alle vlakken in het oog van een storm bevinden die nog niet meteen zal gaan liggen. Ik zou ook nog iets vertellen over een turbulente (wind!) week op school. Hoe de media tegenstrijdig berichtten over voltijds dan wel deeltijds onderwijs op school. Hoe dat een impact had op mijn gemoed en hoe we er toch weer allemaal het beste van probeerden te maken. De laatste dagen voor de herfstvakantie stond ik soms met een krop in de keel voor de klas omdat ik een déjà-vu had naar het voorjaar, toen ik ook dacht dat we eventjes met vakantie gingen en elkaar snel zouden terugzien. Dat draaide toch eventjes heel anders uit. Er maalde kortom zoveel in mijn hoofd dat ik geen tijd had om stil te staan bij het feit dat de Hel van Kasterlee ook van de agenda werd geschrapt.

Een sportwedstrijd die wordt afgelast: echt verrassend nieuws is het dezer dagen niet. Slechts een kanttekening in de marge als je ziet wat er allemaal op ons afkomt. Ik was vooral opgelucht dat de organisatie de knoop begin oktober durfde door te hakken en daarmee klaarheid schepte. Bovendien liep ik op 11 oktober een marathon waar ik écht oprecht deugd van had. Ik besefte nog maar eens dat ik geen competitie nodig heb om sportief bezig te blijven. Lopen, dat doe ik voor mezelf. Om mijn hoofd en benen te luchten. Een jaar zonder Hel van Kasterlee dat betekende meer tijd voor mezelf en andere bezigheden. Ik zou dit jaar ook niet op de Boekenbeurs in Antwerpen werken (ah nee, die gaat ook niet door) en ik zou dus gewoonweg tijd hebben om te lezen en een tas te maken, om maar iets te noemen. Tijd, mensen, tijd! Wat kan ik me nog meer wensen?

IMG_3712b
Hemels en hels: het kan verduiveld dicht bij elkaar liggen.

Toen ik in 2018 en 2019 deelnam aan de Hel trainde ik in oktober en november rond de 18 uur per week, meestal in barre omstandigheden. In alle vroegte en donkerte gaan lopen, als je pech hebt in de regen. In het weekend urenlang op de fiets zitten, meestal met regen en wind. Mijn voorbereiding op de Hel was niet minder dan een halftijdse job die ik naast de drukte van mijn betaalde fulltime job uitoefende. Mijn leven leek die maanden on hold te staan. Wat doorweegt zijn niet zozeer de trainingsuren zelf. Eens je op die fiets zit met muziek in de oren of eens dat je aan het lopen bent, dan is dat zoals altijd best fijn. Zelfs als het regent. Wat het hels maakt, zijn de momenten dat je verkleumd en doorweekt thuiskomt in een kil huis. Dat je zelfs na een warme douche niet lijkt op te warmen. Dat je op automatische piloot nog een maaltijd klaarmaakt en je je hoofd pijnigt over welk schoolwerk toch wel nú moet gebeuren. Elke minuut van de dag moet je nuttig besteden: dat is wat doorweegt en wat ik dit jaar dus zeker niet zou missen. Daarmee was de kous af, dacht ik. 

Deelnemen aan de Hel is dus zwaar omwille van de grote opofferingen die je moet maken in een voorbereiding die eindeloos lijkt te duren. De dag zelf was ik telkens tussen de 11 en 12 uur bezig. Dat is hard labeur en zwaar afzien, maar al bij al vliegt die dag voorbij. Ik weet nog dondersgoed hoe ik me gevoeld heb tijdens die strijd. Ik weet ook nog heel goed hoe ik over de rode loper liep en onder luid applaus en gejoel kon finishen. Wat uiteindelijk echt blijft hangen, zijn de kleine momenten die als het ware achter de schermen plaatsvinden. Niet de opzichtige glorie van de prestatie, maar het menselijke aspect dat erachter schuilgaat. Hoe ik met Roos in de auto zat, voor en na de wedstrijd. Wat er gezegd werd (en wat juist niet) tijdens het afsluitende loopnummer in een aardedonker niemandsland met mijn familieleden op de fiets. De lieve reacties die ik nadien uit verwachte en onverwachte hoek kreeg. Het nakaarten in familiale kring tijdens de kerstdagen. Hoe eenzaam een dag in de Hel ook kan zijn, zelden voelde ik me meer gesteund. De Hel van Kasterlee is om die reden een dag die nog heel lang nazindert, waardoor je ook weer vergeet welke opofferingen je hebt gemaakt. Ik zal het om die reden dus wel missen. Heel hard zelfs. Omdat het weer een mooi familiemoment is dat ons door de neus wordt geboord. 

Of ik volgend jaar opnieuw deelneem aan de Hel van Kasterlee? Dat weet ik echt niet. Drie keer deelnemen leek me wel mooi, maar ik wil in alle eerlijkheid de afweging maken of die zware voorbereiding het me waard is. Deelnemen aan de Hel is geen must. Marathons lopen daarentegen: dat wil ik zo lang mogelijk blijven doen. Ik denk dat het dringend tijd wordt dat ik van de herfstbladeren en mijn nieuwe loopschoenen ga genieten. En van Juan, die dit jaar van een gigantische modderbad wordt gespaard. In 2020 is alles anders, maar daarom niet per se slechter. Let’s make it a November to remember!

IMG_3699b

De gedachte – Over de zomer van 2020

Morgen begint het nieuwe schooljaar en zit mijn zomervakantie er dus definitief op. Een kersvers schooljaar: dat is iets om reikhalzend naar uit te kijken. Ik zou liegen als ik beweer dat de zomer van 2020 significant anders dan anders was. Het grootste verschil was de nieuwe omgeving waar ik sinds enkele maanden van kan genieten: meer groen, meer plaats en meer rust. De corona-maatregelen gooiden zo nu en dan wel een klein beetje roet in het eten. Het was namelijk de zomer zonder zussentrip naar Parijs en zonder familieweekend (+ trail) in Houffalize. Het gemis van Parijs konden Roos en ik een beetje compenseren met Den Haag. Voor Houffalize was de La Chouffe blanche plaatsvervanger van dienst. Met mate uiteraard. De zomer van 2020 zal ik me herinneren als de zomer van rustiger aan en ironisch genoeg daardoor soms ook van onrustiger in het hoofd. Hoe ik mijn werk als leerkracht zou moeten uitvoeren in september, dat was namelijk heel lang een groot vraagteken. De zomer voelde soms een beetje leger aan, soms een beetje doellozer, maar uiteindelijk toch zonnig en deugddoend genoeg om er blij van te worden. Dit is wat mij zal bij blijven.

Ik heb nu dus een tuin. Eentje waarin behoorlijk wat groeit en woekert. Rozen, hortensia’s en cyclamen bijvoorbeeld, maar ook heel veel netels. Om de strijd met die hardnekkige sfeerkillers aan te gaan, kreeg ik versterking uit professionele hoek. Niemand minder dan mama en Roos kwamen met heel wat tuingereedschap een namiddag hard labeur leveren. Met verenigde krachten wonnen we zo toch al een veldslag van het onkruid. Voor het eerst in mijn leven heb ik een composthoop.

Composteren, het is een vak op zich

Op creatief gebied liet ik me volledig gaan met schuurpapier en lakverf. Ik besefte weer eens hoe graag ik meubels opschuur en van een fris kleurtje voorzie. Zo voorzag ik twee stoelen, wat wijnkistjes en tal van kleinere decoratie-items van een semi-vakkundig likje lak. Geloof me: dat is het ultieme DIY-project! De laatste weken bracht ik ook weer behoorlijk wat tijd door in mijn ruime crea-atelier, waarover later ongetwijfeld meer.

Er werd natuurlijk ook ernstig gelezen. Dankzij mijn nieuwe uitgebreide boekenkast staat elk boek nu echt te pronken in mijn salon. Dat moest dan weer het gebrek aan culturele uitjes compenseren. Waar ik vorige vakantie mijn Museumpas maximaal probeerde te benutten, bleef het nu bij lezen over cultuur en veel muziek luisteren via Spotify. Hopelijk biedt september nog de mogelijkheid tot een museumbezoek.

Vooral in augustus was ik veel op de fiets te vinden. Er was natuurlijk de ontdekking van de LF6 en de ravel, maar ik ging ook aan de slag met fietsknooppunten en ontdekte zo echt de meest idyllische weggetjes op een boogscheut van mijn huis. Wie er nog aan twijfelt: er is dichtbij ook zoveel moois te ontdekken.

Ik maakte ook al wat voorzichtige plannen voor het najaar. De Hel van Kasterlee zou doorgaan, de nodige maatregelen indachtig. En ja, die marathon moet en zal ik echt lopen in oktober. Het kriebelt te hard en als het kriebelt, dan moet je een marathon lopen. Ik voegde dus weer duurlopen toe aan mijn weekprogramma. Bij een +20 km kan het verschillende kanten opgaan. Tussen de extremen alles zit mee of alles zit tegen bevindt zich een scala aan mogelijke scenario’s. Vrijdag liep ik 27 km en het was een duurloop van de extreme alles-zit-tegen-soort: wind (tegen natuurlijk), te veel hoogtemeters, een gevaarlijke weg, buikkrampen en opbouwende stramheid in mijn hamstrings. Kortom nog maar eens een les in volharding en tijd om weer een bezoek te brengen aan de kinesitherapeut. Inmiddels kan dat weer.

Op sociaal vlak was het een povere zomer, daar moeten we niet onnozel in doen. Contact onderhouden gebeurde voornamelijk digitaal. Ik ging niet lunchen of koffiedrinken met mijn vriendjes. Bezoeken waren schaars en de familiemomenten beperkt binnen de bubbel. Gelukkig kon ik de vakantie wel in schoonheid afsluiten dankzij een looprondje in Rotselaar in gezelschap van mijn zussen, metekindje en papa. We hadden best veel bekijks met ons looppeloton. Ofwel is dat omdat een schattig kind als Leah nu eenmaal alle aandacht trekt, ofwel omdat mijn zussen zo knap zijn ofwel omdat we luid praten als we onder ons zijn.

Team Odeyn op pad!

Wanneer begint die Indian summer nu precies?

Loperspraat – Nieuwe plannen maken

Ik heb nog steeds geen wedstrijden of evenementen nodig om mijn loopschoenen aan te trekken of op de fiets te springen. De afgelopen weken bleek enige doelloosheid ook mij echter niet vreemd. Het was kortom tijd om nieuwe plannen te maken: één van mijn favoriete bezigheden, waar zowel structuur als chaos elkaar ontmoeten. De Rotterdam Marathon zal ik in 2020 niet achter mijn naam kunnen schrijven, althans niet de officiële versie die nu is gepland voor 11 april 2021. Maar kijk, het mooie van de marathon is dat je die echt wel overal kan lopen. In oktober loop ik dus wél een marathon. Waar en hoe die zal plaatsvinden, daar ben ik nog niet uit. Ofwel ga ik voor eerder vlak en snel, ofwel voor een mooie looproute in één lijn. Ik maakte nog andere sportieve plannen die weinig te maken hebben met duurlopen.

IMG_3041b

Om te beginnen zijn er natuurlijk plannen met mijn zussen Roos en Marike: sportief, enthousiast en het beste gezelschap dat een mens zich kan wensen. Zondag fietsten we met z’n drieën naar de basiliek in Scherpenheuvel, waar we ons welkom voelden bij Maria, maar een zegening toch aan ons lieten passeren. Twee weken geleden schotelde ik hen ook een nieuwe uitdaging voor. Eind augustus gaan we elk voor zich, maar toch in gezelschap een heel snelle drie kilometer uit onze benen proberen te schudden. Dat idee haalde ik van zowat overal, al heet het dan geen uitdaging, maar een challenge en geen 3 kilometer, maar een Solo3k. Ik beschouw het als een motivatie om wat aan de snelheid te werken en intervaltrainingen in te bouwen. Bij mijn marathonvoorbereidingen loop ik ook altijd enkele trainingen die bestaan uit drie tempblokken van elk drie kilometer. 3K is een uitdagende afstand: te lang om als een malle te vertrekken, te kort om aangenaam in je tweede adem te lopen. Mijn doel is om die drie kilometer onder de 13 minuten af te werken. Ambitieus, maar haalbaar.

QHMH2821

Gek genoeg waren mijn zussen meteen enthousiast over dit plan. Ik deelde het hen mee toen ze samen op vakantie in Frankrijk waren, net nadat ze een jaloersmakende foto hadden doorgestuurd van de prachtige Ardèche, waar ze samen aan het traillopen waren. En oh ja, ze beklommen ook nog enkele cols met de fiets. Marike heeft er inmiddels haar eerste intervaltraining op zitten. Ze bevestigde dat je daar aanvankelijk wat tegenaan hikt, maar er uiteindelijk veel voldoening uit haalt. Mijn eerste snelheidstrainingen vielen me ook erg goed mee. Vreemd is dat toch, hoe ook versnellingen geprogrammeerd in je benen kunnen zitten. Ik deed ze fartlek-gewijs: dat wil zeggen dat ik 10x versnelde op een spontane manier en dus zonder te kijken naar afstand of tijd op mijn horloge. Het begin is in ieder geval gemaakt.

Mijn andere plannen zijn fietsgerelateerd. Ik woon dus sinds twee maanden niet meer in het Leuvense, maar in het Tiense. Mensen toch, wat blijf ik me verbazen over de prachtige omgeving hier! Zo ontdekte ik recent de LF6 fietsroute. Die doorkruist Vlaanderen van West-Vlaanderen tot aan de grens met Nederland: goed voor 360 km fietsplezier. Tijdens mijn eerste LF6-ontdekkingstocht fietste ik via Hakendover en Landen naar Sint-Truiden om te belanden in fietsparadijs Limburg, waar je ironisch genoeg meer mensen op een Vespa passeert dan op een fiets. Ik volgde ook de andere kant die me via een pittige beklimming in Hoegaarden via Boutersem en Bierbeek tot het voor mij bekendere terrein van Meerdaalwoud bracht. Echt een aanrader! Al vind ik de route niet zo laagdrempelig als die wordt aangeprezen. Laat ik zeggen dat ik me gelukkig prijs met mijn comfortabele mountainbike. Hoewel ik niet meteen ambities heb om de volle 360 kilometer van de LF6 rond te maken, werkt de route inspirerend en ben ik vooral heel benieuwd naar wat voor moois er nog meer verscholen ligt langs dit immense traject.

IMG_3070b

Het jammere van de LF6 is dat die zich beperkt tot Vlaanderen. Aangezien ik op amper 4 kilometer van Wallonië woon, trok ik dus naar onze Franstalige zuiderburen. Zétrud-Lumay (aka Zittert-Lummen) is de eerste deelgemeente van Jodoigne (aka Geldenaken) die ik vlak na de taalgrens doorkruiste. Ik maakte een ommetje door het historische centrum van Jodoigne en ik keek mijn ogen uit. Het deed me zowel denken aan Houffalize als aan Mont-Martre als aan Brussel. Wat rommelig en chaotisch, alles schots en scheef, erg charmant en zelfs in het kleinste straatje weten ze nog een rij auto’s te parkeren. Ik vervolgde mijn weg verder over Ravel 2, die vanuit Hoegaarden naar Namen loopt. Een welkome vlakke afwisseling na het steeds glooiende landschap van de LF6. Ik hield nog even halt in Huppaye, gewoon omdat die naam zo vrolijk klonk. Wallonië bezorgde mij een instant vakantiegevoel en dat zo dicht bij huis. Ik kan dus niet wachten om er meer van te ontdekken. Een ritje via de Ravel 2 naar Namen (43 kilometer vanaf Hoegaarden) staat dan ook hoog op mijn prioriteitenlijstje. Laat het duidelijk wezen: la Belgique, douze points!

IMG_3075b

Het portret – Hulde aan de zestigers

Mijn ouders, ze zijn uit heel uitzonderlijk materiaal gesneden. Ik gok op een kruising tussen hout (sfeervol), kevlar (vijf keer sterker dan staal) en diamant (schitterend en exclusief). Sinds vorig jaar behoren ze allebei tot de club der zestigers. Om die verjaardag te vieren kocht mijn mama een nieuwe koersfiets en kreeg papa een iPhone. Een nieuwe Orbea-fiets: in onze familie spreekt dat voor zich, de iPhone had wat meer voeten in de aarde. Inmiddels is papa ook helemaal mee op technologisch gebied, al worstelt hij af en toe nog wat met de gezichtjes of emo’s, zoals hij emoji’s noemt. Mijn ouders zijn dus mee met hun tijd. Dankzij hen heb ik geen schrik om op een dag tot het kransje van senioren te behoren. Heel velen kunnen een voorbeeld nemen aan hoe zij omgaan met ouder worden. Vergeet Cliff Young dus, de Australische aardappelboer die in 1983 op 61-jarige leeftijd een ultramarathon won. Ik geef jullie 10 andere redenen waarom het echt niet erg is om 60 te zijn.

Mijn ouders zijn in de fleur van hun sportieve leven.
Hun sportieve exploten heb ik hier al wel eens onder de aandacht gebracht. Voor wie dat gemist heeft: mijn papa liep zijn eerste marathon op 56-jarige leeftijd, begon dan deel te nemen aan de Hel van Kasterlee en wist die al vier keer tot een goed einde te brengen. Mama die loopt al eens een halve marathon om een virtuele badge van Garmin binnen te halen en ze rijdt als het moet blindelings naar zee (165 kilometer!) op de fiets. Ze zijn het levende bewijs dat op duursport geen leeftijd staat. Recent ervoer Roos hoe het is om op een helling te moeten lossen als je moeder die naar boven vlamt. Momenteel is papa wat op de sukkel met zijn achillespees, maar ik maak me geen illusies: als puntje bij paaltje komt, neemt hij het voortouw in ons peloton en mag je al blij zijn als je in zijn zog kan volgen.

TXDK2331
Waarom langs het water lopen als je er ook door kan?!

Ze kennen echt overal de weg.
Mede door die sportieve ervaringen (en ook wel die van hun kinderen), kennen mijn ouders echt overal de weg. Noem een snelweg en papa weet welke modelbouwwedstrijden er in de buurt zijn. Geef mama een fietsknooppunt en ze kent de verbindende wegen mét bakkers en hun openingstijden. De papieren landkaarten die vroeger (gescheurd) in de auto lagen, werden ingeruild voor een GPS. Als het er echt op aankomt dan blijkt hun ervaring een betrouwbaardere navigator te zijn. Maar als het er écht op aankomt, dan kan er tussen hen wel een klein meningsverschil ontstaan over de route.

Ze hebben er nooit problemen mee gehad om grijs haar te krijgen.
Begrijpelijk, het maakt hen nog knapper.

Ze kunnen een verhuisbedrijf beginnen.
Tijdens mijn verhuizing werd nog maar eens duidelijk hoe sterk ze allebei zijn. Ook aan daadkracht en organisatie ontbreekt het hen niet. Van zodra zij je huis binnen stappen om aan “de klus” te beginnen, geef je die uit handen aan een uiterst ervaren team verhuizers. Toegegeven, ik gaf mijn vader ook al voldoende kansen om mijn kasten in en uit elkaar te halen. Ook mijn moeder laadde al meermaals mijn kleerkast in en uit. Een bijzondere vermelding gaat hier ook naar Peter en Niko die het verhuisteam aanvullen. Als een geoliede machine samenwerken met je schoonzonen: ook dat is niet elke ouder gegeven. Het enige waar ik nog voor kan zorgen is op tijd en stond een koffiepauze, een pistolet en een bezoek aan de frituur om de verhuisdag in stijl af te sluiten.

Ze zijn niet vastgeroest.
Mijn verhuizing gold als een generale repetitie voor het grote werk. Over enkele weken verhuizen mijn ouders namelijk zelf. Je moet het maar durven om het huis waar je 33 jaar hebt gewoond en je vier kinderen hebt groot gebracht te verruilen voor een nieuwe woonst om daar nieuwe familieherinneringen te maken.

Ze hebben nog steeds een groot hart voor dieren.
Die dierenliefde van mijn ouders, het is iets apart. Ze lijken juist minder te vallen voor alles wat pluizig is, maar eerder voor alles wat veren heeft of een veelvoud aan poten. Hun gedragsgestoorde loopeenden bezorgen hen soms kopzorgen, ook het welzijn van salamanders verliezen ze niet uit het oog. Sinds kort voeren ze een duif die zich meteen thuis voelde en maakt papa zich zorgen over de aanwezigheid van vogels en insecten in de nieuwe woning. Het is namelijk juist belangrijk dat die talrijk aanwezig zijn.

OBWA3477
Leah en de huisduif. Ook een Curver-box is nooit ver weg.

Ze zijn een onuitputtelijke bron van wijsheid over het planten- en dierenrijk.
Wikipedia kan mij niks nieuws vertellen als ik een ouderlijke bron heb geraadpleegd. Papa blinkt uit in geschiedenis, geografie én geologie. Bij mama moet je dan weer zijn met vragen over vogelsoorten, tuinonderhoud, alles over groenteteelt en het bloeischema van sierplanten. Dat doet mij eraan denken dat ik papa straks een vraag wil stellen over marmer.

Ze gaan door het vuur, maar vooral door wind en regen voor hun kinderen.
Voor mijn ouders is geen plan te gek. Mijn broer gaat 100 kilometer lopen? Oké Seppe, stuur de route door dan fietsen we je tegemoet om 6 uur ’s ochtends door de gietende regen, 70 kilometer met onze stadsfiets. Oké Joke, jij doet mee aan de Hel van Kasterlee, wij zullen 12 uur met ongetemd enthousiasme in de kou en regen staan om JOU nadien met lof te bezingen.

Ze zijn de meest fantastische grootouders die Laurien, Vik en Leah zich kunnen toewensen.
Als ik de toewijding en warmte zie waarmee mijn ouders hun kleinkinderen omringen, dan besef ik ook hoe het komt dat wij zo’n mooie kindertijd hebben gehad.

Dit gezegd zijnde… Papa, zou het geen prachtig vader-dochter-moment zijn om samen voor jou een degelijke bril te gaan kopen?

Loperspraat – Op de fiets met Roos

Hoe zou het eigenlijk zijn met Roos? Na de 10 Miles van Marike en de 100 kilometer van Seppe is dat een terechte vraag die jullie je vast stellen. Wel, het gaat goed met Roos. Mijn kleine zus moet natuurlijk niet op de covid-afdeling werken om een heldin te zijn, maar ze deed dat wel. Daarnaast verrichte ze ook uitstekend werk als persoonlijk psycholoog die mijn verhuisstress keer op keer kon sussen, want ja: sinds vorige week woon ik in regio Tienen. Nog verder van mijn zussen verwijderd dus. Gelukkig ontdekte Roos de geneugten van de fiets en nam ik in stijl afscheid van de Leuvense omgeving door in ons knusse zussenpeloton langs de Demer te sjezen. Marike gaat dus verder op haar sportieve elan en Roos kan je al eens op een koersfiets aantreffen. Hoe dat zo kwam, vertelt ze hier zelf.

Ik fiets elke dag 11 kilometer naar mijn werk en terug, maar door mijn fietsende familieleden kreeg ik wel steeds meer zin om ook te fietsen als hobby. Ik had echter geen koersfiets en ook niet meteen budget om er eentje aan te schaffen, dus toen mama vorig jaar voor haar 60e verjaardag een nieuwe koersfiets voor zichzelf kocht, zag ik mijn kans schoon om haar Specialized racefiets over te nemen. Echt een super goeie fiets! In het begin vond ik het wel heel moeilijk fietsen. Vooral manoeuvres maken, bleek lastig. Ik vond het wel meteen heel leuk. Je gaat veel sneller en het is toch een heel ander fietsgevoel dan met een stadsfiets. Met Joke ging ik al een paar keer langs de Demer vlammen. Twee weken geleden vormden we een zussenpeloton met Marike erbij. Fietsen doe ik namelijk bij voorkeur in groepsverband. Alleen hou ik het bij kortere ritjes. Ik zou heel graag eens naar de zee fietsen in een peloton vol familieleden. Als de corona-maatregelen dat weer toelaten, is dat zeker iets waar ik voor wil oefenen. Sinds heel kort heb ik klikpedalen. Ik heb daar nog maar een paar kilometer mee gefietst en dat viel goed mee. Het is een heel ander gevoel om ook aan je pedalen te kunnen trekken. Iedereen zegt wel dat je daar eens mee moet vallen, dus nu vraag ik me de hele tijd af wanneer dat zal gebeuren.

IMG_2647b
Mijn zussenpeloton #teamodeyn

Ik loop ook nog steeds regelmatig. 42 kilometer als weektotaal vind ik een mooi doel, maar dat lukt me niet altijd. Sommige weken loop ik met een super gevoel, andere weken lijkt niets te lukken. Ik loop niet echt gericht omdat ik geen specifiek trainingsdoel heb. Ik heb wel een tijdje intervals gelopen. Leuk, maar ik merkte dat ik daar een soort van patroon in kreeg, waardoor het niet meer uitdagend was. Toen heb ik een ander soort intervaltraining geprobeerd: elke kilometer sneller lopen dan de vorige, maar dat bleek na een werkdag niet echt ideaal te zijn. Soms frustreert het me wel dat mijn tempo lijkt vast te zitten. Omdat er geen wedstrijden zijn, weet je niet hoe snel je nu echt kan lopen. Als ik dan eens echt hard probeer door te lopen, merk ik dat mijn lichaam dat niet meer gewoon is en dan hakkel ik maar wat verder in de tempo’s die ik ken. Ik had me ook voorgenomen om wat vaker oefeningen te doen voor de core stability. Sterker nog: ik had aan Niko gezegd dat we daar samen aan zouden werken. Mij is het welgeteld drie keer gelukt, Niko deed nul keer mee.

Ik vind het wel spijtig dat de trail in Houffalize niet doorgaat, een jaarlijkse familietraditie. Een zussenmarathon in het najaar lijkt me geweldig, maar ook dat is onzeker. De 10 Miles zie ik niet meteen in het najaar plaatsvinden. Misschien wordt de halve marathon van Kasterlee in november dan wel mijn trainingsdoel. Ik vind het jammer dat er geen wedstrijden zijn, maar ik besef nu wel dat ik gewoon heel graag loop omdat ik geen races nodig heb om mezelf te te motiveren.

Op naar nog heel veel fietsritjes in familiaal gezelschap!

OKUE0040
Ook mijn metekindje Leah bereikte weer een mijlpaal. Ze mag achterop de fiets!

 

De race – De Hel van Kasterlee december 2019

Ik zou het nu heel kort kunnen houden door simpelweg te zeggen dat ik het weer deed: finishen in de Hel van Kasterlee en dus 15 kilometer lopen, 115 kilometer mountainbiken (zeg: mon-ten-baijke) en nog eens 30 kilometer lopen. 11 uur en 45 minuten had ik nodig om één van de zes vrouwen te zijn die de finish bereikte van wederom een legendarische Hel-editie. I did it en daarmee is de kous dan af. Ik zou met geen woord kunnen reppen over de regen en de loodzware omstandigheden waarin ik die prestatie leverde. Ik zou in alle talen kunnen zwijgen over de strijd die ik met de modder, maar toch vooral met mezelf voerde. Ik zou geheim kunnen houden dat het afsluitende loopnummer me dit jaar niet bracht waar ik op gehoopt had. In dat geval zou ik geen drie dagen nodig hebben gehad om mijn avontuur te laten bezinken en na te denken over het verhaal dat ik hier wil vertellen. Dat is er één van bijna 12 uur hard labeur waarbij mijn gedachten alle kanten opschoten, mijn lichaam het zwaar te verduren kreeg, boog, maar niet brak en de steun van mijn familie onuitputtelijk bleek te zijn. Aanmodderen in het kwadraat, letterlijk en figuurlijk.

Wat vooraf ging
Na mijn onverwachte derde plaats vorig jaar was het vanzelfsprekend dat ik dit jaar opnieuw aan de start zou verschijnen. Niet om beter te doen, maar omdat een uitdaging als de Hel mijn ding bleek te zijn dat bovendien ook past binnen mijn marathonkalender. 2019 was een rijkelijk gevuld sportief jaar. Ik liep twee marathons en een lange trail in Houffalize. Het hele jaar door bleef ik fietsen en lopen. In de zomermaanden legde ik zo een stevige basis voor een nog steviger najaar. Dat bleek nodig, want in september liep ik op de toppen van mijn tenen. De toon was gezet en ik spartelde door. Na technische mountainbike-perikelen was november een succesvolle trainingsmaand. Ik stond hoe dan ook aan de start staan met meer fietservaring dan vorig jaar.

Vlak voor de start
Wonder boven wonder sliep ik zaterdagnacht behoorlijk goed. Ik ontbeet samen met mijn zussen in het holst van de nacht en rond half 7 kwamen we aan in een donker Kasterlee. De zenuwen stonden nu echt op mijn gezicht te lezen. Ik was piete-nerveus om het met Roos haar woorden te zeggen. Ik was één van de 9 vrouwen die aan de start zou verschijnen. In onze kleedkamer hing een gemoedelijke sfeer. Het had ’s nachts flink geregend en dat deed het nog steeds. Heel drukte maakte ik me daar niet in omdat het parcours er volgens mij niet zwaarder dan vorig jaar kon bijliggen. Later zou blijken dat ik dat verkeerd had ingeschat. Wachtend in het startvak kregen we nog een stortbui over ons heen en zo openden de poorten van de Hel zich om 8u voor de eerste loopronde van 15 kilometer.

De race
Het eerste looponderdeel is het kortste, maar naar mijn gevoel duurde dit het langste. Ik vond een comfortabel tempo en liet me op sleeptouw nemen door het pak. Er werd wat gebabbeld. Mijn zenuwen ebden stilaan weg. Ik verbaasde me over de vele plassen die bezaaid lagen over het parcours. De onverharde wegen waren modderig. Dit zou een uitdaging worden voor mijn familieleden die hier over een uur of 8 met een gewone fiets door zouden moeten ploegen. Achteraf gezien bleek dit een correcte inschatting te zijn. Na 1 uur en 12 minuten kwam ik terug aan bij de sporthal. In de kleedkamer nam ik mijn fietsgerief. Roos en mama moedigden mij luid aan in de wisselzone. Ik was vertrokken voor wat een heel lang mountainbike-avontuur zou worden.

VFOA8407

Ik had mezelf dus voorgenomen om rustig te blijven tijdens de eerste fietsronde. Ja, ik zou voorbij gevlamd worden langs alle kanten. Niet iedereen zou dan even vriendelijk zijn. Ja, ik zou niet meteen mijn tempo vinden. So what? Vlak voor ik het veld insloeg, reed de immer sympathieke Natalie Franken me voorbij. Vorig jaar haalde ik haar in op 3 kilometer van de finish en werd ik derde. Ze riep me toe dat we ervoor moesten gaan om allebei te finishen. Natalie zou uiteindelijk de verdiende winnares worden. Met haar mooie woorden in mijn achterhoofd lukt het me aanvankelijk om me niet te laten imponeren door de omstandigheden, ook al lag er echt al heel veel modder. Ik gleed constant weg en was het goede spoor volledig bijster. Van snelheid maken was geen sprake. Het was spartelen, duwen, glibberen en wat bijsturen om vooruit te komen. Het leek onbegonnen werk om dit nog ruim 100 kilometer vol te houden. Samen met de modder zonk de moed me in de schoenen. Ik kon mezelf niet oppeppen. Ik was geen mountainbiker, zo bleek nu wel. Ik viel een eerste keer van mijn fiets. Ik trapte een eerste keer mijn mijn ketting eraf. Ik kon dit echt niet. Toen ik mijn familie na de eerste fietsronde in de bevoorradingspost zag, had ik het meteen over mijn belabberde mountainbikecapaciteiten en het ellendige parcours. Ik werd vakkundig de mond gesnoerd. Volgens hen was ik geweldig sterk bezig en had ook Seppe het zwaar. Ik kon dit wel. Roos maakte mij nog meer monddood door wat eten in mijn mond te duwen. Ik sputterde niet langer tegen en vertrok voor mijn tweede fietsronde.

DSC00191

Ik had de inner Wout Van Aert in mezelf nog niet ontdekt, maar ik joeg me niet meer op in het feit dat ik dit eigenlijk niet kon. In het eerste deel van de fietsronde waren bij nader inzien enkele stukken die nog behoorlijk berijdbaar waren. Seppe vlamde mij in koppositie voorbij. Hij zou die niet meer afgeven en zijn achtste zege binnenhalen. Ondanks mijn ervaring en analytisch vermogen ben ik vooral een gevoelsmens en als het gevoel niet goed zit, is het heel lastig om dat om te draaien. Ik probeerde daarom mijn gedachten niet te richten op wat ik aan het doen was (of probeerde te doen). Mountainbiken in de modder mocht dan niet mijn ding zijn, ik dacht aan de andere kwaliteiten waar ik over beschik. De innerlijke storm in mij ging even liggen. Op het einde van die tweede ronde werd ik nog eens met mijn neus op de feiten gedrukt. Op een strook van amper 100 meter smakte ik twee keer hard tegen de grond en kwam ik ook nog eens in botsing met een boom. Ik was met iets bezig dat ver buiten mijn comfortzone lag. Na de broodnodige peptalk van mijn supporters reed ik weg voor ronde nummer drie. Dat werd de ronde waarin ik het goede gevoel het beste te pakken kreeg. De Wout Van Aert in mij reed met meer lef rond en kreeg er zelfs wat zin in. Het parcours lag er weer wat zwaarder bij, maar veel erger zou dit toch niet kunnen worden. Dit bleek weer maar eens een foutieve inschatting te zijn. Door mijn klunzige valpartijen hadden mijn rug (die de afgelopen maanden wel vaker protest aantekende) en nek het al zwaar te verduren gekregen. Ik voelde de stijfheid dan ook toenemen. Vlak voor het einde van de derde fietsronde viel ik nog een keer languit op de moddergrond. Ik verloor weer wat van mijn herwonnen zelfvertrouwen.

DSC00172
Onder die modderige façade schuilt niemand minder dan Seppe Odeyn die de zege al kan ruiken.

In de bevoorrading hoorde ik dat ik nog 1 uur en 45 minuten had om de tijdslimiet te halen en dus mijn vierde ronde af te werken. In principe was dat een haalbare kaart. Tot de moed me voor de 85e keer in de schoenen zonk. Het parcours was exponentieel zwaarder geworden. Er was werkelijk geen meter waar je nog een beetje vlot kon rijden. Ik moest nog dieper gaan om te blijven rijden, ik moest nog harder duwen om boven te geraken op de klimmetjes. Nergens was nog een goed spoor te vinden. Elk weggetje bestond ofwel uit dikke blubbermodder, ofwel uit plassen, ofwel uit heel diepe groeven en putten ofwel uit een combinatie van die drie. Zelfs de meest eenvoudige afdaling was getransformeerd in een venijnig ding. Inmiddels was ik al gewend aan het schrapende, schurende geluid dat mijn mountainbike Juan maakte. Mijn remmen waren zo goed als afgesleten. Ik schat dat ik een kilo of 3 modder op mijn fiets meesleepte en nog eens 2 kilo op mijn lichaam. En Joke Odeyn? Zij ploegde voort.

DSC00192

Op het einde van mijn vierde ronde kreeg ik op een stuk asfalt de wind pal in mijn gezicht samen met een fikse regenbui. Mijn laatste greintje zelfvertrouwen liep hier van de fiets. Ik had al 90 kilometer gesparteld om niet te verzuipen op de fiets. Hoe moest ik in godsnaam nog een ronde doorkomen en dan 30 kilometer lopen? Voor de zoveelste keer dacht ik aan opgeven. Ik haalde de tijdslimiet echter vlot. Nu uit de race stappen zou belachelijk zijn. Met de moed der wanhoop begon ik dus aan mijn laatste fietsronde. Ik nam mijn tijd, er stond niets meer op het spel. Het besef drong door dat als ik dit doorkwam, ik zou kunnen finishen in de Hel van Kasterlee. Het ging nu echt voor geen centimeter meer vooruit. Ik moest nog vaker afstappen dan de rondes voordien. Ik glibberde als een slak door het grijze niemandsland waarin Kasterlee was omgetoverd.

DSC00512

Vraag me niet hoe, maar ik kwam na 115 kilometer aan in de wisselzone. Ik overhandigde mijn Spaanse kompaan en rots in de branding Juan (wiens strijdlust niet te temperen was) aan Marike en liep met Roos naar de kleedkamer. Het was geen sinecure om mijn handschoenen van mijn handen te trekken. Mijn voeten leken gemetseld met een centimeter modder in mijn schoenen vast te zitten. Ik voelde een branderig gevoel aan mijn zitvlak door de modderscrub waar ik gedurende 7 uur en 20 minuten van had mogen genieten. Roos deed propere sokken aan mijn moddervoeten en een paar trailschoenen. Een schoenkeuze die een juiste inschatting bleek te zijn. Ik liep mijn eerste meters en dat voelde beter aan dan verwacht. Onze playlist zette stevig in met Don’t Stop Me Now van Queen. En zo vertrok ik dus, niet enkel vergezeld door Roos op de fiets, maar ook door mijn beide ouders. Samenzijn op z’n Odeyns heet dat. Ik kreeg er weer zin in. De eerste zes kilometer liepen redelijk vlot tot ik bij de eerste bevoorradingspost aankwam, stopte om wat water te drinken en terug vertrok. Ik voelde toen dat ik niet nog 24 kilometer aan een stuk zou kunnen lopen. Dit zou niet mijn loopnummer worden, maar een zoveelste overlevingsslag. Het loopparcours was immers ook zwaar. Ten opzichte van het eerste loopnummer lag alles er weer eens zo nat en modderig bij. Ik koos voor de weg rechtdoor, liep door plassen en in putten. Dat mijn voeten weer kletsnat waren, was het minste van mijn zorgen.

Mentaal kreeg ik hier weer een krak. Het misselijke gevoel waar ik al heel de dag van mocht genieten, werd er niet beter op toen mijn sportgel weer eens dag kwam zeggen. Ik voelde de impact van mijn valpartijen in ongeveer elk ledemaat. Ik stapte af en toe om dan weer enkele kilometers te lopen. Op die manier kon ik toch nog heel wat lopers inhalen en passeerde ik een laatste keer aan de sporthal, luid aangemoedigd door heel veel bekende en onbekende supporters. De echte finale begon nu: ik moest nog één loopronde afleggen van 15 kilometer. Mijn ouders en Roos openden een nieuw blik aanmoedigingen en complimenten. Blijkbaar had ik toch nog ergens een restje moed bewaard en voor ik het goed en wel besefte was ik op enkele kilometers van de finish. Samen met Roos zong ik luid mee met Still Young van The Cat Empire: The kind of free I’d never been, a kind of beast I’d never seen. 160 kilometer lang heb ik een heel vies beest in de ogen gekeken. Een beest dat in mijn hoofd zat en een beest dat Modder heet. Toen ik onder luid applaus de sporthal binnenstapte kon ik niet anders dan lachen. Op mijn gezicht stonden opluchting en ontlading te lezen. Mijn broer, de onbetwiste modderduivel van Kasterlee, hing plechtig een medaille om mijn nek. Na 11 uur en 45 minuten zat mijn strijd erop.

79874741_1418693618298050_3976573175549919232_o

De conclusie
De Hel van Kasterlee maakte zowel het beste als het slechtste in mij wakker. Ik heb echt heel vaak gedacht om op te geven. Het leek namelijk een onmogelijke missie om deze uitdaging tot een goed einde te brengen. Ik leek echter nooit over een legitieme reden te beschikken om mijn strijd te staken. Na mijn derde fietsronde hoorde ik dat mijn peter Mark met materiaalpech uit de wedstrijd was moeten stappen. De winnares van vorig jaar gaf op omdat ze ziek was. Als je hele familie zo intens meeleeft en een hele dag voor jou in de regen staat, ongerust én apetrots is, dan is het flauw om te stoppen omdat je er geen zin meer in hebt. Het blijft een beetje knagen dat ik wandelpauzes moest inlassen tijdens mijn laatste 30 loopkilometers. Uiteindelijk liep ik die in 2 uur en 54 minuten, 20 minuten trager dan vorig jaar, maar nog steeds de snelste looptijd van de vrouwen. Ondertussen kan ik trots zijn op mijn prestatie. Er is geen top mountainbiker aan mij verloren gegaan, maar ik moet ook niet vals bescheiden zijn en zeggen dat ik alleen maar wat kan lopen. Ik ben een marathonloper die stiekem ook goed haar plan kan trekken op twee wielen. Het is hartverwarmend hoeveel aanmoedigingen ik gekregen heb van seingevers en supporters. Een vrouw in de Hel van Kasterlee is een rariteit en kan daarom op extra veel sympathie van de toeschouwers rekenen. Een welgemeende goed bezig of chapeau kan echt heel veel betekenen.

Enkele weetjes

  • Seppe won dus zijn achtste Hel van Kasterlee. Hij had daar een schamele 7 uur en 46 minuten voor nodig. Ruim 4 uur minder dan ondergetekende.
  • Ik finishte 50 minuten na winnares Natalie Franken, vorig jaar had ik ruim een uur meer nodig dan de eerste vrouw.
  • Ook supporters moeten belangrijke vestimentaire keuzes maken om een hele dag in de regen door te brengen. De regenponcho bleek een onmisbaar attribuut te zijn voor zowel Roos als papa.
  • Zowel de aanmoedigingen tijdens het fietsen van papa als Peter gaven mij heel even vleugels. Als zij zeggen dat ik het goed doe, dan neem ik dat heel serieus.
  • Mijn metekindje Leah kwam mij vanuit haar koets aanmoedigen tijdens het fietsen. Ze mocht natuurlijk niet ontbreken op deze familiale hoogdag.
  • Om aan te tonen hoe zwaar loodzwaar is, communiceerde ik hier nadien over als LOOD-ZWAAR.
  • Tijdens het afsluitende loopnummer legde Roos aan mama uit dat een producer geen zanger is. Ze deed dit naar aanleiding van When I Grow Up (I wanna be like Wiz Khalifa).
  • De uitspraak van de dag gaat naar mama die zo extreem meeleefde met mij dat ze zich liet ontvallen: ik zou hier kunnen gaan liggen van ellende!
  • Mountainbiken is eigenlijk een zomersport. Toch acht ik de kans nog steeds groter dat ik naar de Olympische Spelen ga als marathonloper dan als mountainbiker.
  • Toen ik ’s ochtends met Roos naar Kasterlee reed, speelde het prachtige On Top of the World van Carpenters op de radio. Mede door de stress raakte dat een gevoelige snaar. Ik heb nog vaak aan dat lieflijke liedje gedacht tijdens mijn helletocht. Het contrast kon niet groter zijn.
  • Ook de fietsen van mijn supporters kregen het zwaar te verduren. Bij Roos kwamen spatbord en fietstassen los. Mama slipte een keer bijna onderuit, maar toonde zich wel de sterkste op een modderige helling.
  • Ondanks het feit dat ik aardig wat blauwe plekken verzamelde, ben ik onder de indruk van het herstellend vermogen van mijn lichaam. Na een dag was er amper nog stijfheid in mijn spieren te bespeuren.

Met dank aan supporter Bert, maar ook Bert Aerts en finishfoto.be voor het fotografisch bewijs van deze helletocht.

80886318_1418693704964708_3021127902071619584_o
We are family! En we kunnen weer lachen!