De race – De Hel van Kasterlee december 2019

Ik zou het nu heel kort kunnen houden door simpelweg te zeggen dat ik het weer deed: finishen in de Hel van Kasterlee en dus 15 kilometer lopen, 115 kilometer mountainbiken (zeg: mon-ten-baijke) en nog eens 30 kilometer lopen. 11 uur en 45 minuten had ik nodig om één van de zes vrouwen te zijn die de finish bereikte van wederom een legendarische Hel-editie. I did it en daarmee is de kous dan af. Ik zou met geen woord kunnen reppen over de regen en de loodzware omstandigheden waarin ik die prestatie leverde. Ik zou in alle talen kunnen zwijgen over de strijd die ik met de modder, maar toch vooral met mezelf voerde. Ik zou geheim kunnen houden dat het afsluitende loopnummer me dit jaar niet bracht waar ik op gehoopt had. In dat geval zou ik geen drie dagen nodig hebben gehad om mijn avontuur te laten bezinken en na te denken over het verhaal dat ik hier wil vertellen. Dat is er één van bijna 12 uur hard labeur waarbij mijn gedachten alle kanten opschoten, mijn lichaam het zwaar te verduren kreeg, boog, maar niet brak en de steun van mijn familie onuitputtelijk bleek te zijn. Aanmodderen in het kwadraat, letterlijk en figuurlijk.

Wat vooraf ging
Na mijn onverwachte derde plaats vorig jaar was het vanzelfsprekend dat ik dit jaar opnieuw aan de start zou verschijnen. Niet om beter te doen, maar omdat een uitdaging als de Hel mijn ding bleek te zijn dat bovendien ook past binnen mijn marathonkalender. 2019 was een rijkelijk gevuld sportief jaar. Ik liep twee marathons en een lange trail in Houffalize. Het hele jaar door bleef ik fietsen en lopen. In de zomermaanden legde ik zo een stevige basis voor een nog steviger najaar. Dat bleek nodig, want in september liep ik op de toppen van mijn tenen. De toon was gezet en ik spartelde door. Na technische mountainbike-perikelen was november een succesvolle trainingsmaand. Ik stond hoe dan ook aan de start staan met meer fietservaring dan vorig jaar.

Vlak voor de start
Wonder boven wonder sliep ik zaterdagnacht behoorlijk goed. Ik ontbeet samen met mijn zussen in het holst van de nacht en rond half 7 kwamen we aan in een donker Kasterlee. De zenuwen stonden nu echt op mijn gezicht te lezen. Ik was piete-nerveus om het met Roos haar woorden te zeggen. Ik was één van de 9 vrouwen die aan de start zou verschijnen. In onze kleedkamer hing een gemoedelijke sfeer. Het had ’s nachts flink geregend en dat deed het nog steeds. Heel drukte maakte ik me daar niet in omdat het parcours er volgens mij niet zwaarder dan vorig jaar kon bijliggen. Later zou blijken dat ik dat verkeerd had ingeschat. Wachtend in het startvak kregen we nog een stortbui over ons heen en zo openden de poorten van de Hel zich om 8u voor de eerste loopronde van 15 kilometer.

De race
Het eerste looponderdeel is het kortste, maar naar mijn gevoel duurde dit het langste. Ik vond een comfortabel tempo en liet me op sleeptouw nemen door het pak. Er werd wat gebabbeld. Mijn zenuwen ebden stilaan weg. Ik verbaasde me over de vele plassen die bezaaid lagen over het parcours. De onverharde wegen waren modderig. Dit zou een uitdaging worden voor mijn familieleden die hier over een uur of 8 met een gewone fiets door zouden moeten ploegen. Achteraf gezien bleek dit een correcte inschatting te zijn. Na 1 uur en 12 minuten kwam ik terug aan bij de sporthal. In de kleedkamer nam ik mijn fietsgerief. Roos en mama moedigden mij luid aan in de wisselzone. Ik was vertrokken voor wat een heel lang mountainbike-avontuur zou worden.

VFOA8407

Ik had mezelf dus voorgenomen om rustig te blijven tijdens de eerste fietsronde. Ja, ik zou voorbij gevlamd worden langs alle kanten. Niet iedereen zou dan even vriendelijk zijn. Ja, ik zou niet meteen mijn tempo vinden. So what? Vlak voor ik het veld insloeg, reed de immer sympathieke Natalie Franken me voorbij. Vorig jaar haalde ik haar in op 3 kilometer van de finish en werd ik derde. Ze riep me toe dat we ervoor moesten gaan om allebei te finishen. Natalie zou uiteindelijk de verdiende winnares worden. Met haar mooie woorden in mijn achterhoofd lukt het me aanvankelijk om me niet te laten imponeren door de omstandigheden, ook al lag er echt al heel veel modder. Ik gleed constant weg en was het goede spoor volledig bijster. Van snelheid maken was geen sprake. Het was spartelen, duwen, glibberen en wat bijsturen om vooruit te komen. Het leek onbegonnen werk om dit nog ruim 100 kilometer vol te houden. Samen met de modder zonk de moed me in de schoenen. Ik kon mezelf niet oppeppen. Ik was geen mountainbiker, zo bleek nu wel. Ik viel een eerste keer van mijn fiets. Ik trapte een eerste keer mijn mijn ketting eraf. Ik kon dit echt niet. Toen ik mijn familie na de eerste fietsronde in de bevoorradingspost zag, had ik het meteen over mijn belabberde mountainbikecapaciteiten en het ellendige parcours. Ik werd vakkundig de mond gesnoerd. Volgens hen was ik geweldig sterk bezig en had ook Seppe het zwaar. Ik kon dit wel. Roos maakte mij nog meer monddood door wat eten in mijn mond te duwen. Ik sputterde niet langer tegen en vertrok voor mijn tweede fietsronde.

DSC00191

Ik had de inner Wout Van Aert in mezelf nog niet ontdekt, maar ik joeg me niet meer op in het feit dat ik dit eigenlijk niet kon. In het eerste deel van de fietsronde waren bij nader inzien enkele stukken die nog behoorlijk berijdbaar waren. Seppe vlamde mij in koppositie voorbij. Hij zou die niet meer afgeven en zijn achtste zege binnenhalen. Ondanks mijn ervaring en analytisch vermogen ben ik vooral een gevoelsmens en als het gevoel niet goed zit, is het heel lastig om dat om te draaien. Ik probeerde daarom mijn gedachten niet te richten op wat ik aan het doen was (of probeerde te doen). Mountainbiken in de modder mocht dan niet mijn ding zijn, ik dacht aan de andere kwaliteiten waar ik over beschik. De innerlijke storm in mij ging even liggen. Op het einde van die tweede ronde werd ik nog eens met mijn neus op de feiten gedrukt. Op een strook van amper 100 meter smakte ik twee keer hard tegen de grond en kwam ik ook nog eens in botsing met een boom. Ik was met iets bezig dat ver buiten mijn comfortzone lag. Na de broodnodige peptalk van mijn supporters reed ik weg voor ronde nummer drie. Dat werd de ronde waarin ik het goede gevoel het beste te pakken kreeg. De Wout Van Aert in mij reed met meer lef rond en kreeg er zelfs wat zin in. Het parcours lag er weer wat zwaarder bij, maar veel erger zou dit toch niet kunnen worden. Dit bleek weer maar eens een foutieve inschatting te zijn. Door mijn klunzige valpartijen hadden mijn rug (die de afgelopen maanden wel vaker protest aantekende) en nek het al zwaar te verduren gekregen. Ik voelde de stijfheid dan ook toenemen. Vlak voor het einde van de derde fietsronde viel ik nog een keer languit op de moddergrond. Ik verloor weer wat van mijn herwonnen zelfvertrouwen.

DSC00172
Onder die modderige façade schuilt niemand minder dan Seppe Odeyn die de zege al kan ruiken.

In de bevoorrading hoorde ik dat ik nog 1 uur en 45 minuten had om de tijdslimiet te halen en dus mijn vierde ronde af te werken. In principe was dat een haalbare kaart. Tot de moed me voor de 85e keer in de schoenen zonk. Het parcours was exponentieel zwaarder geworden. Er was werkelijk geen meter waar je nog een beetje vlot kon rijden. Ik moest nog dieper gaan om te blijven rijden, ik moest nog harder duwen om boven te geraken op de klimmetjes. Nergens was nog een goed spoor te vinden. Elk weggetje bestond ofwel uit dikke blubbermodder, ofwel uit plassen, ofwel uit heel diepe groeven en putten ofwel uit een combinatie van die drie. Zelfs de meest eenvoudige afdaling was getransformeerd in een venijnig ding. Inmiddels was ik al gewend aan het schrapende, schurende geluid dat mijn mountainbike Juan maakte. Mijn remmen waren zo goed als afgesleten. Ik schat dat ik een kilo of 3 modder op mijn fiets meesleepte en nog eens 2 kilo op mijn lichaam. En Joke Odeyn? Zij ploegde voort.

DSC00192

Op het einde van mijn vierde ronde kreeg ik op een stuk asfalt de wind pal in mijn gezicht samen met een fikse regenbui. Mijn laatste greintje zelfvertrouwen liep hier van de fiets. Ik had al 90 kilometer gesparteld om niet te verzuipen op de fiets. Hoe moest ik in godsnaam nog een ronde doorkomen en dan 30 kilometer lopen? Voor de zoveelste keer dacht ik aan opgeven. Ik haalde de tijdslimiet echter vlot. Nu uit de race stappen zou belachelijk zijn. Met de moed der wanhoop begon ik dus aan mijn laatste fietsronde. Ik nam mijn tijd, er stond niets meer op het spel. Het besef drong door dat als ik dit doorkwam, ik zou kunnen finishen in de Hel van Kasterlee. Het ging nu echt voor geen centimeter meer vooruit. Ik moest nog vaker afstappen dan de rondes voordien. Ik glibberde als een slak door het grijze niemandsland waarin Kasterlee was omgetoverd.

DSC00512

Vraag me niet hoe, maar ik kwam na 115 kilometer aan in de wisselzone. Ik overhandigde mijn Spaanse kompaan en rots in de branding Juan (wiens strijdlust niet te temperen was) aan Marike en liep met Roos naar de kleedkamer. Het was geen sinecure om mijn handschoenen van mijn handen te trekken. Mijn voeten leken gemetseld met een centimeter modder in mijn schoenen vast te zitten. Ik voelde een branderig gevoel aan mijn zitvlak door de modderscrub waar ik gedurende 7 uur en 20 minuten van had mogen genieten. Roos deed propere sokken aan mijn moddervoeten en een paar trailschoenen. Een schoenkeuze die een juiste inschatting bleek te zijn. Ik liep mijn eerste meters en dat voelde beter aan dan verwacht. Onze playlist zette stevig in met Don’t Stop Me Now van Queen. En zo vertrok ik dus, niet enkel vergezeld door Roos op de fiets, maar ook door mijn beide ouders. Samenzijn op z’n Odeyns heet dat. Ik kreeg er weer zin in. De eerste zes kilometer liepen redelijk vlot tot ik bij de eerste bevoorradingspost aankwam, stopte om wat water te drinken en terug vertrok. Ik voelde toen dat ik niet nog 24 kilometer aan een stuk zou kunnen lopen. Dit zou niet mijn loopnummer worden, maar een zoveelste overlevingsslag. Het loopparcours was immers ook zwaar. Ten opzichte van het eerste loopnummer lag alles er weer eens zo nat en modderig bij. Ik koos voor de weg rechtdoor, liep door plassen en in putten. Dat mijn voeten weer kletsnat waren, was het minste van mijn zorgen.

Mentaal kreeg ik hier weer een krak. Het misselijke gevoel waar ik al heel de dag van mocht genieten, werd er niet beter op toen mijn sportgel weer eens dag kwam zeggen. Ik voelde de impact van mijn valpartijen in ongeveer elk ledemaat. Ik stapte af en toe om dan weer enkele kilometers te lopen. Op die manier kon ik toch nog heel wat lopers inhalen en passeerde ik een laatste keer aan de sporthal, luid aangemoedigd door heel veel bekende en onbekende supporters. De echte finale begon nu: ik moest nog één loopronde afleggen van 15 kilometer. Mijn ouders en Roos openden een nieuw blik aanmoedigingen en complimenten. Blijkbaar had ik toch nog ergens een restje moed bewaard en voor ik het goed en wel besefte was ik op enkele kilometers van de finish. Samen met Roos zong ik luid mee met Still Young van The Cat Empire: The kind of free I’d never been, a kind of beast I’d never seen. 160 kilometer lang heb ik een heel vies beest in de ogen gekeken. Een beest dat in mijn hoofd zat en een beest dat Modder heet. Toen ik onder luid applaus de sporthal binnenstapte kon ik niet anders dan lachen. Op mijn gezicht stonden opluchting en ontlading te lezen. Mijn broer, de onbetwiste modderduivel van Kasterlee, hing plechtig een medaille om mijn nek. Na 11 uur en 45 minuten zat mijn strijd erop.

79874741_1418693618298050_3976573175549919232_o

De conclusie
De Hel van Kasterlee maakte zowel het beste als het slechtste in mij wakker. Ik heb echt heel vaak gedacht om op te geven. Het leek namelijk een onmogelijke missie om deze uitdaging tot een goed einde te brengen. Ik leek echter nooit over een legitieme reden te beschikken om mijn strijd te staken. Na mijn derde fietsronde hoorde ik dat mijn peter Mark met materiaalpech uit de wedstrijd was moeten stappen. De winnares van vorig jaar gaf op omdat ze ziek was. Als je hele familie zo intens meeleeft en een hele dag voor jou in de regen staat, ongerust én apetrots is, dan is het flauw om te stoppen omdat je er geen zin meer in hebt. Het blijft een beetje knagen dat ik wandelpauzes moest inlassen tijdens mijn laatste 30 loopkilometers. Uiteindelijk liep ik die in 2 uur en 54 minuten, 20 minuten trager dan vorig jaar, maar nog steeds de snelste looptijd van de vrouwen. Ondertussen kan ik trots zijn op mijn prestatie. Er is geen top mountainbiker aan mij verloren gegaan, maar ik moet ook niet vals bescheiden zijn en zeggen dat ik alleen maar wat kan lopen. Ik ben een marathonloper die stiekem ook goed haar plan kan trekken op twee wielen. Het is hartverwarmend hoeveel aanmoedigingen ik gekregen heb van seingevers en supporters. Een vrouw in de Hel van Kasterlee is een rariteit en kan daarom op extra veel sympathie van de toeschouwers rekenen. Een welgemeende goed bezig of chapeau kan echt heel veel betekenen.

Enkele weetjes

  • Seppe won dus zijn achtste Hel van Kasterlee. Hij had daar een schamele 7 uur en 46 minuten voor nodig. Ruim 4 uur minder dan ondergetekende.
  • Ik finishte 50 minuten na winnares Natalie Franken, vorig jaar had ik ruim een uur meer nodig dan de eerste vrouw.
  • Ook supporters moeten belangrijke vestimentaire keuzes maken om een hele dag in de regen door te brengen. De regenponcho bleek een onmisbaar attribuut te zijn voor zowel Roos als papa.
  • Zowel de aanmoedigingen tijdens het fietsen van papa als Peter gaven mij heel even vleugels. Als zij zeggen dat ik het goed doe, dan neem ik dat heel serieus.
  • Mijn metekindje Leah kwam mij vanuit haar koets aanmoedigen tijdens het fietsen. Ze mocht natuurlijk niet ontbreken op deze familiale hoogdag.
  • Om aan te tonen hoe zwaar loodzwaar is, communiceerde ik hier nadien over als LOOD-ZWAAR.
  • Tijdens het afsluitende loopnummer legde Roos aan mama uit dat een producer geen zanger is. Ze deed dit naar aanleiding van When I Grow Up (I wanna be like Wiz Khalifa).
  • De uitspraak van de dag gaat naar mama die zo extreem meeleefde met mij dat ze zich liet ontvallen: ik zou hier kunnen gaan liggen van ellende!
  • Mountainbiken is eigenlijk een zomersport. Toch acht ik de kans nog steeds groter dat ik naar de Olympische Spelen ga als marathonloper dan als mountainbiker.
  • Toen ik ’s ochtends met Roos naar Kasterlee reed, speelde het prachtige On Top of the World van Carpenters op de radio. Mede door de stress raakte dat een gevoelige snaar. Ik heb nog vaak aan dat lieflijke liedje gedacht tijdens mijn helletocht. Het contrast kon niet groter zijn.
  • Ook de fietsen van mijn supporters kregen het zwaar te verduren. Bij Roos kwamen spatbord en fietstassen los. Mama slipte een keer bijna onderuit, maar toonde zich wel de sterkste op een modderige helling.
  • Ondanks het feit dat ik aardig wat blauwe plekken verzamelde, ben ik onder de indruk van het herstellend vermogen van mijn lichaam. Na een dag was er amper nog stijfheid in mijn spieren te bespeuren.

Met dank aan supporter Bert, maar ook Bert Aerts en finishfoto.be voor het fotografisch bewijs van deze helletocht.

80886318_1418693704964708_3021127902071619584_o
We are family! En we kunnen weer lachen!

Duatlonspecial – Mijn voorbeschouwing op de Hel

Gisterenochtend was ik veel te vroeg klaarwakker van de adrenaline. Die is niet meer gaan liggen. Vlak voor mijn ontbijt merkte ik ook een knoop in mijn maag op. Wees gerust, ik kan eten, maar ik moet me telkens ergens overheen zetten. Bovendien leid ik ook aan de meest uiteenlopende (hoogstwaarschijnlijk) imaginaire pijntjes. Het ene moment denk ik dat mijn knie naar de vaantjes is, het andere moment dat mijn longen het gaan begeven. Al die symptomen wijzen in dezelfde richting: ik leid aan PHS, het pre-hel-syndroom. Morgen moet ik er echt aan geloven.

De afgelopen week was behoorlijk gevuld met werk, wat ontspanning en slechts een minimale dosis sport. Maandagavond deed ik in de motregen nog een laatste generale repetitie met Roos: ik liep, zij fietste. Het was donker en we zochten bewust de paden op met een hoog Kasterlee-gehalte: asfalt, weinig bebouwing, eentonig en quasi onverlicht. De dag nadien bevestigde kinesitherapeut Kathelijn dat mijn lichaam helemaal klaar is voor een Hel(se) ervaring. Verder ging ik nog eens fietsen en lopen. Mijn benen voelden niet anders dan anders aan. Tussen het laatste schoolwerk door probeerde ik al wat kerstcadeaus te maken of toch de creatieve mise-en-place in orde te brengen. Mijn opperste moment van ontspanning beleefde ik toen ik sinds heel lange tijd nog eens een bad nam.

In mijn hoofd passeerden al honderden scenario’s de revue voor mijn tweede Hel van Kasterlee. Vooral doemscenario’s doen het goed. In vergelijking met vorig jaar ben ik veel onrustiger. Enerzijds omdat ik toen beter getraind leek. Anderzijds omdat ik me geen volwaardig duatleet voel. Ik kan me nu al perfect voor de geest halen hoe ik me vorig jaar vlak voor de start voelde: geïntimideerd tot en met. Beschaamd dat ik aan de start stond. Klaar om terug in de auto te stappen en thuis een boek te gaan lezen. Gelukkig deed ik dat niet, want ik werd onverwacht derde. Natuurlijk voel ik daardoor wat meer druk. Als zus van de zevenvoudig winnaar verschijn ik ook niet helemaal in cognito aan de start. Ik wil me echter niet bezighouden met mijn plaats in de ranking. De Hel van Kasterlee is een knoert van een wedstrijd, de weg naar de Hel is lang, fit aan de start geraken is al een prestatie, finishen in de Hel is dat nog meer. Mijn ambitie is dus om, liefst met een goed gevoel, de eindmeet te halen. Bij een wedstrijd van dit kaliber vallen de maskers sowieso af. Ik kan eindigen in de top 3, maar net zo goed in de top 12 (het aantal vrouwen dat aan de start staat).

Het regenachtige weer dat voorspeld wordt, baart me niet heel veel zorgen omdat ik een editie overleefde met sneeuwval die zowel koud, modderig als nat was. Ik heb me in de eerste plaats voorgenomen om ten alle tijden de kalmte te bewaren. Mijn papa doet helaas niet mee, dus ik zal zelf het hoofd koel moeten houden. Vorig jaar duurde het even voordat ik het juiste ritme vond op de fiets en kreeg ik pas wat vertrouwen toen ik me in familiaal gezelschap bevond. Ik kijk het meest op tegen de eenzaamheid tijdens het fietsen. Gezelschap of niet, ik zat vorig jaar 6 uur en 57 minuten op mijn mountainbike en al die tijd wordt de grootste strijd in je hoofd gevoerd. Een strijd met de eindeloosheid en de eentonigheid. Er was zelfs een moment dat ik tegen mijn fiets begon te praten. Waar ik het meest naar uitkijk, dat is het afsluitende loopnummer. Ik herinner me nog hoe groot de ontlading was toen ik eindelijk van de fiets kon. Tegen alle verwachtingen in bleek ik zelfs nog over een cartouche energie te beschikken die me heel goed van pas kwam bij de laatste loopkilometers. En er was natuurlijk de steun van mijn familie en van Roos in het bijzonder. Waardoor zelfs die laatste 30 kilometers voorbij waren voor ik het goed en wel besefte en ik een rode-loper-moment beleefde om u tegen te zeggen.

Ondanks de stress en zenuwen die door mijn lijf gieren, probeer ik toch ook uit te kijken naar de unieke beleving. De Hel staat namelijk voor ambiance, familiaal samenzijn en sportplezier. Ik prijs me gelukkig met de schare supporters die live of vanop afstand met mij zullen meeleven en -voelen. Mentaal moet ik de strijd dus aankunnen en dat is heel veel waard: met benen die op zijn kan je nog heel wat, met een hoofd dat op is, ben je ten dode opgeschreven. Morgen weten we of mijn broer zijn achtste zege mag vieren, of mijn peter Mark voor de derde keer zal finishen en of 503 mijn nieuwe geluksgetal wordt.

Duatlonspecial – Mijn tweede weg naar de Hel #2

Over een week openen de poorten van de Hel. Letterlijk, want aan de sporthal van Kasterlee staan dan gates to hell met vlammen en een duivel die er behoorlijk angstaanjagend uitziet. Al weet elke deelnemer dat de gevaarlijkste duivel zich in zijn eigen hoofd bevindt. Om die strijd aan te gaan is het dus belangrijk om je in de weg naar de Hel voor te bereiden op de mentale ontbering. Net zoals vorig jaar zakte ik dus twee weken voor Helledag af naar het park van Tervuren om al eens te proeven van de hellevlammen. De weersomstandigheden deden mijn vagevuurtraining alle eer aan. Verder gebeurde er de afgelopen week bitter weinig met mijn benen, maar des te meer in mijn hoofd. Of hoe de weg naar de Hel nooit een walk in the park is.

Ik zei het al vaker: als ik gepland heb om te gaan lopen (of fietsen), dan zal dat gebeuren. Of het nu sneeuwt of bloedheet is. Daarbij ben ik ook van het principe dat je het maar beter zwaar kan hebben (en maken) op training om ook je mentale weerbaarheid te testen. Met die wetenschap moest ik eigenlijk dolgelukkig zijn dat het vorige zondag ellendig weer was: wind en regen eisten een hoofdrol op. Het weercijfer voor lopen was een 8 op 10, fietsen scoorde slechts een 2, slechts één punt meer dan barbecueën of een terrasje doen. Een optimistische inschatting voor beide sporten, want ik denk dat het nog best gezellig kan zijn op een verwarmd terras met een warme chocomelk of winterbarbecue. Vorig jaar beschouwde ik mijn vagevuurtraining als een generale repetitie. Ik liep, fietste en liep telkens de halve afstand van elk onderdeel in Kasterlee. Bovendien fietste ik vijf rondes om de omstandigheden zo goed mogelijk te simuleren. Dankzij dat lumineuze idee was ik een halve dag zoet in Tervuren. Aangezien ik nu toch al wat meer ervaring heb als mulitsporter besloot ik de afstand te beperken, maar wel voor de combi lopen-fietsen-lopen te gaan.

IMG_1757b
Hoe somber kan een dennenboom zijn?

Vijf (korte) rondes fietsen leek me aanvankelijk een leuk idee tot ik doorhad welk smerig spel de wind speelde. Omdat zelfs een koppigaard als ik flexibel kan zijn, besloot ik er een intensieve training van te maken en geen rondes te rijden. Ik zocht werkelijk elke modderstrook op die er in het Zoniënwoud te vinden is (en dat zijn er behoorlijk wat). Mijn training werd een cross-duatlon: niet lang, maar wel pittig. Ik deed dat op de tonen van de MNM 1000. Vooral Elton Johns Circle of Life vond ik symbolisch voor dat moment. Uiteindelijk fietste ik 30 kilometer door de modder en dat ging me beter af dan verwacht. De glibberige hellingen boezemden me geen angst in en bergop kon ik behoorlijk doorstampen. Mijn stalen man Juan mag dan wel zuiderse roots hebben, hij kan ook uitstekend ploeteren in herfstweer. Ook mijn loopbenen stelden me niet teleur.

IMG_1770b

Je zou denken dat je het Zoniënwoud voor jezelf hebt als het ellendig weer is. Niets is minder waar. Het leek alsof iedereen dit barre weer had afgewacht voor een uur natuur. Er startte een mountanibiketocht in Vossem, ik passeerde hordes lopers die duidelijk schik hadden in hun weekendloop en ook de nordic walkers waren vrolijk babbelend van de partij. De grootste hoofdrol was echter weggelegd voor de hondeneigenaars. Terwijl ik op de fiets al op keek tegen de onvermijdelijke schoonmaakbeurt van mezelf, mijn kleding en mijn fiets, realiseerde ik me dat het lastiger is om je hond na een modderwandeling schoon te krijgen. Honden blijken echt in hun element te zijn als het regent. Ik zag er eentje uitgelaten door de modder rollen, ik werd achtervolgd door een pitbull die niet meer luisterde naar zijn baasjes en ook een dartele poedel zag in mijn fietsverschijning een speelmaatje. En dan was er nog een hond met jachtinstinct die ging lopen met mijn handschoen die ik per ongeluk liet vallen toen ik even gestopt was. Mijn dierenliefde werd kortom op de proef gesteld.

Ik hield gemengde gevoelens over aan mijn generale repetitie. Het besef dat ik nu niets meer kan veranderen aan mijn vormpeil maakt me onrustig. Ik kan alleen maar vertrouwen op wat geweest is. De afgelopen week probeerde ik in te zetten op rust: sportrust welteverstaan. De doemdenker in mij kreeg daardoor vrij spel. Ik probeerde hem te verschalken door examens te verbeteren, mijn hobbykamer te herorganiseren, een Ikea-roltafel te monteren (een primeur), Leonard Cohen te luisteren en eindelijk weer eens een boek te lezen. Gisteren ging ik een lange toer in het bos lopen. Het werd een plezierloop met enkele onverwachte zonnestralen en frisse benen. Na die intensieve trainingsperiode ondervond ik plots weer aan den lijve wat de essentie van lopen is. Ik ontdekte het groenste mos in een bos dat voorts bruin, nat en kaal is. De komende week ga ik op groot onderhoud bij de kinesitherapeut, wordt het eerste semester op school afgesloten, zal ik eindelijk mijn kerstboom zetten en ook wat kaarsjes branden in de hoop dat het over een week niet de hele dag regent. Berusting in het kwadraat en hopen op veel groen mos.

 

Duatlonspecial – Mijn tweede weg naar de Hel #1

De weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen, zo ook die naar de Hel van Kasterlee. Ik bedoelde het allemaal heel goed, maar ondanks die puike voornemens begon de maand met een kwakkelstart. Daar waar oktober een relatieve rustmaand was, zou ik er in november stevig in vliegen om de duatleet in mezelf te herontdekken. Dat was toch het plan. Mijn stalen vriend Juan dacht daar anders over. Door zijn Baskische grillen volgde het ene technische probleem het andere op. Ik werd er moedeloos van. Vaker zat ik met mijn mountainbike in de auto dan op het zadel. Het nodige vakmanschap later (en heel wat euro’s lichter) was Juan herboren en verlost van al zijn kwaaltjes. Oef!

Ik mag vooral niet klagen over het weer van de afgelopen maand. Vorig jaar leek ik elke training regen en wind te trotseren. Nu werd ik elk weekend getrakteerd op een royale dosis zon. Tijdens mijn eerste fatsoenlijke trainingsweekend besefte ik dan ook dat het geen zin had om te kijken naar de trainingskansen die voorbij waren en wat ik (zogenaamd) had gemist. Gedane zaken nemen geen keer. De enige weg naar de Hel is die vooruit. Ik zou me dus focussen op de trainingskansen die nog voor het grijpen lagen. Dat betekent naast veel lopen en fietsen, vooral ook de omstandigheden opzoeken die de Hel van Kasterlee zo loodzwaar maken. In eerste instantie is dat het afsluitende loopnummer van 30 kilometer na ruim 100 fietskilometers. Ik ging dus vaak lopen nadat ik eerst een goed stuk had gefietst. Mijn lichaam lijkt daar ondertussen al behoorlijk aan gewend. Ook lopen met een lege tank, bij voorkeur als het donker is, behoort tot de specifieke trainingen. Ik stond dus (vaker dan me lief was) in alle vroegte op om nuchter te gaan lopen. In de zomer vind ik dat heerlijk. In drukke en donkere maanden is dat een opgave. De drempel van mijn bed naar mijn loopoutfit leek met de week groter te worden.

IMG_1673b

Van de nood een deugd maken of het nuttige aan het noodzakelijke koppelen: daar ben ik ondertussen een kei in. Toen ik mijn fiets nogmaals moest binnenbrengen voor een geplande vervanging besloot ik me ’s avonds op de mountainbike te verplaatsen naar de fietsenmaker om dan 17 kilometer naar huis lopen. Na een lange werkdag dus, in het donker, met een fluohesje over een slecht voetpad langs een steenweg. Kortom een nuttige training voor zowel benen als hoofd. Twee dagen later deed ik hetzelfde in omgekeerde volgorde. Heel recent ontdekte ik trouwens dat mijn drinkbushouder ook prima dienst kan doen als pistolethouder (mits een klein deukje in de onderste pistolet). Een fietstraining kan dus gecombineerd worden met een tussenstop bij bakkerij Vogelaers in Vossem.

IMG_1724b

Gelukkig was er dus de zon. En nog gelukkiger was er mijn familie. De halve marathon in Kasterlee was een mooie les in loopplezier. Een week later trok ik weer naar de Kempen om met Peter en mijn peter Mark (eveneens helleganger) nog meer voeling te krijgen met de Kastelse zandgrond. We fietsten de mountainbikeroute vanuit Herentals naar Kasterlee. De bossen lagen er verdacht goed bij. De dag nadien liep ik in het gezelschap van Roos op de fiets tot bij Marike en Peter in de Kempen. Voor de aandachtige volgers: ja, dat deed ik al vaker dit jaar. Het is de ideale route voor een lange duurloop. Welgeteld 30 vlakke kilometers in het aangenaamste gezelschap met de hartelijkste ontvangst die een mens zich kan voorstellen. Voor het eerst werd ik met open armen (min of meer toch) ontvangen door mijn metekindje Leah, die ondanks haar prille leeftijd al helemaal wordt ingewijd in de rol van supporter.

Ik ben geen klager. Echt niet. De afgelopen maand had ik het echter heel zwaar. Al van in september lijk ik letterlijk en figuurlijk achter de feiten aan te lopen. Ik word overspoeld door schoolwerk. Het voelt als aanmodderen, maar dan aan een duizelingwekkend hoog tempo. Mijn dagen zitten zo tjokvol dat ik van de ene shift in de andere tuimel. Ik snak naar ademruimte en dat is soms beklemmend. Hoewel ik vorig jaar heel wat meer kilometers aflegde in november (in slechtere omstandigheden), wogen die minder op mijn gemoed. Vooraleer ik me volgend jaar dus weer halsoverkop in een nieuw Hel-avontuur stort, zal ik toch eens goed nadenken of ik me er nogmaals voor wil en kan opladen. Lopen en fietsen doe ik gelukkig nog altijd heel graag. In de toekomst moet dat ook zo blijven.

IMG_1646b

Vandaag is het nog 2,5 week tot de Hel. De examenperiode staat voor de deur. Het grootste schoolwerk en de zwaarste trainingen zitten erop. De tol die ik daarvoor heb betaald is zwaar. Mijn katten staan op het punt een bezwaarschrift in te dienen bij de FOD Dierenwelzijn vanwege een ernstig en structureel gebrek aan zeteltijd. Mijn huishouden is een puinhoop. Mijn lezersbestaan ver zoek. Hoog tijd om schoon schip te maken zodat ik met een opgeruimd gemoed de laatste weken van het jaar in kan gaan. Vannacht had ik trouwens mijn eerste stressdroom over de Hel. Ik stond in de kleedkamer en ik bleek bijna geen sportkleding bij me te hebben. Ik zou lopen in hoge basketbal-achtige schoenen, een veel te ruim blauw shirt en een veel te korte short. Een fietsbroek had ik niet mee. Terwijl ik dus in de kleedkamer mijn lange veters stond te binden, weerklonk het startschot. Op zondag 22 december kan dat alleen maar beter verlopen. Ik beschouw die droom als een teken dat ook mijn hoofd zich stilaan in de juiste modus aan het nestelen is.

Duatlonspecial – Eén jaar op de fiets

Lange tijd was ik een hardcore loper die altijd volle gas vooruit vloog en zichzelf daardoor al eens voorbij liep. Mijn liefde voor lopen maakte me soms blind en doof. Ik liep zonder echt om me heen te kijken, laat staan naar mezelf te luisteren. Lopen was het fundament van mijn leven. Niets of niemand mocht daar aan raken. In onstabiele tijden was lopen mijn houvast die ik te krampachtig vasthield. Zo lang ik kon blijven lopen, zou mijn wereld ook blijven draaien. Toen ik vorig jaar geblesseerd raakte en wekenlang amper iets kon doen, stortte het plafond naar beneden en werd ik bedolven onder de brokstukken van mijn oh zo dierbare lopersleven. Ik ruimde puin en met het gruis maakte ik een zorgvuldig geconstrueerde mozaïek. Wat een apocalyps leek te zijn, was in feite een doorstart. Ik herontdekte mezelf eerst als loper, nadien als fietser. Een jaar geleden maakte ik kennis met het zachtaardige, doch pittige karakter van mijn Baskische held op wielen, Juan*. Wij hadden immers een plan: in december zou ik deelnemen aan de Hel van Kasterlee, een zware winterduatlon waarbij er, naast 45 loopkilometers, 115 kilometer op de mountainbike afgelegd moeten worden. De rest is geschiedenis.

Onze eerste maanden samen waren die van de verliefdheid: werkelijk alles wat we samen deden, was leuk. Zijn klikpedalen waren zo gemakkelijk, zijn versnellingen zo soepel en zijn remmen zo intens. Hij en ik konden bovendien uit de voeten op elke ondergrond. Met mijn hoofd in de wolken was ik niet echt met dat grote doel bezig. Mijn fietskilometers temperden mijn dagelijkse loopdrang. Als ik ging lopen, haalde ik daar eens zoveel plezier uit. Toen ik in oktober een geslaagde marathon in Brussel liep, was het bewijs geleverd dat de combinatie lopen-fietsen mij wel degelijk lag en dat er nog steeds een snelle marathon in mijn benen zat. Zo groeide Juan uit van een verzetje om mijn loophonger te stillen tot een volwaardig sportalternatief. Mijn Garmin-statistieken vertellen me dat ik het afgelopen jaar maar liefst 7031 kilometer in het zadel zat. Dat zou ik niet hebben gedaan als ik niet graag zou fietsen. Ik zie mezelf echter niet als een duatleet, maar als een volbloed marathonloper die ook heel graag met de mountainbike rijdt. Zonder twijfel ben ik een betere loper geworden door die twee sporten te combineren.

IMG_0789b

Waaraan ik moest wennen op de fiets is de bepalende invloed van het weer. Als fietser ben je doorgaans langer onderweg en dus ook langer overgeleverd aan de klimatologische grillen. Na twee uur in de regen bezwijkt ook het beste regenjasje voor de nattigheid. Wind is echt niet om mee te lachen op de fiets. Omdat je niet met je hele lichaam beweegt, krijg je ook sneller koud. Als loper ben ik zelfs in de winter na een kilometer warmgelopen, loop ik zelden met handschoenen en kan regen noch wind me deren. Als fietser laat mijn interne thermostaat me al eens in de steek. Gevoelloze tenen lijken er bij te horen. Ik heb de douchekraan vaak heter moeten draaien na een zoveelste barre fietstocht in het najaar. De fietser beschikt over heel wat mogelijkheden om zich te kleden, al is daar ook een stevig prijskaartje aan verbonden en is het assortiment voor vrouwen eerder beperkt. Ik prijs me dan ook gelukkig met de leopard-wieleroutfit van Italiaanse makelij die ik recent op de kop heb kunnen tikken. Stance sokken doen het trouwens ook uitstekend op de fiets. Twee paar over elkaar dragen behoort tot de mogelijkheden. Alleen bij echt frisse temperaturen geef ik de voorkeur aan thermische wielersokken. Fietsschoenen verslijten gelukkig niet zo snel als loopschoenen, integendeel. Ze gaan hooguit stinken als ze vaak doorweekt zijn. Een soda-sopje verricht dan wonderen.

IMG_0790b
Juan is gek op strobalen: om een beetje tegen te leunen, maar toch vooral om langs te scheuren

Als loper moet je steeds op je hoede zijn voor blessures. Fietsen is een minder blessuregevoelige sport, maar andere gevaren loeren om de hoek. Het risico op een val en de gevaren van het verkeer zijn de grote keerzijde van de wielersport. De onverdraagzaamheid en vooringenomenheid van sommige autobestuurders vind ik onbegrijpelijk. Omdat ik hen uit veiligheid aankijk en niet meteen vol in de remmen ga, denken ze al te gauw dat ik een voorrang opeis waar ik geen recht op heb (wat ik dus niet doe). Mijn alerte blik wordt dan verward met arrogantie waarop er geclaxonneerd wordt of een raampje opengaat. Op de fiets moet je altijd en overal uit je doppen kijken. Klikpedalen zorgen voor een stuk veiligheid, maar ze belemmeren ook je reflexen als je je evenwicht verliest. Bovendien moet je niet eens veel snelheid hebben om hard te vallen. Ik ben dus geen waaghals op de fiets. Het akelige is dat je niet veel nodig hebt om lelijk tegen de grond te gaan. De fatale val van wielertalent Bjorg Lambrecht toont aan dat een ongeluk in een heel klein petieterig en onbenullig hoekje kan zitten.

Het mooie van fietsen is dat je het echt rustig aan kan doen, als de benen wat stram zijn, als de wind het lijf zwaar maakt of als je daar gewoon zin in hebt. Stijve benen los fietsen kan echt. Los lopen daarentegen kan lelijk tegenvallen omdat de impact van lopen op je lichaam er altijd is. Ik hoorde nog nooit iemand spreken over een cyclist’s high, maar de rustgevende cadans op de fiets kan mij net in zo’n ontspannen modus brengen. De omgeving heeft daar ook een grote invloed op. Met de mountainbike kom ik op andere plaatsen dan tijdens mijn looproutes. Sowieso is mijn actieradius met de fiets groter en valt er dus ook meer te ontdekken verder van huis. Het bos weet mij altijd te raken. Langs en door velden fietsen kan ik ook adembenemend mooi vinden. Mijn fietsershand is snel gevuld met mooie plaatjes. Het afgelopen jaar heb ik samen met Juan enkele magische momenten beleefd die me vooral heel veel zin hebben gegeven om te blijven fietsen. Gracias!

IMG_0774b

*Juan heet zo omdat hij als Orbea Spaanse roots heeft en vier jaar lang de fiets van mijn papa, Jan, was.

Loperspraat – Onder de zon over de bergen in juli

De vakantie vierde hoogtij in juli. De zon scheen (soms een beetje te hard), ik liep (soms te veel berg op), ik lag horizontaal te lezen (soms ook te dutten) en mijn familie was er (soms eigenlijk, want we wonen gelukkig niet allemaal onder hetzelfde dak). Ik begon juli relatief rustig om te bekomen van de sportieve en professionele inspanningen in juni. Toen ik aan het begin van de maand 24 uur aan de Noordzee spendeerde en ’s ochtends over het strand liep van Westende tot in Middelkerke werd de depart réel, het eigenlijke startschot, voor vakantie in mijn hoofd gegeven. Wat volgde was family time in Brussel, Houffalize en Parijs. Waarbij niet alleen de familiale liefde rijkelijk vloeide, maar ook het zweet.

IMG_0106b
Het asfalt en ik in afwachting van de renners.

Het eerste weekend van de maand was Brussel het decor van het grootste sportieve circus ter wereld: de Tour de France. Zonder Chris Froome, maar met Geraint Thomas, Peter Sagan en onze Belgische helden. Zaterdag gaf onze eigenste Eddy het startschot voor een etappe door en rond Brussel. Roos, mama en ik fietsten naar Tervuren om daar te zien hoe de coureurs voorbij vlamden voor hun laatste 15 kilometer. Het was niet de eerste keer dat ik de Tour zag passeren in België. Steeds is het net zo indrukwekkend om te zien hoeveel publiek wielrennen op de voet brengt voor een flitsende passage van een tiental seconden. Hoe dan ook een ervaring: zij die er niet bij waren, hadden ongelijk. Daags nadien legde ons bescheiden familiale wielerpeloton wat meer kilometers af: we fietsten tot aan de vijvers van Sint-Pieters-Woluwe om daar ons kamp op te slaan voor de ploegentijdrit. We hadden perfect zicht op de achtkoppige treintjes die elke 5 minuten passeerden aan een topsnelheid van rond de 50 km/u. Aan het aanzwellende gejoel kon je horen dat de renners in aantocht waren. In dat identieke rijtje renners herkennen, is zelfs voor ervaren wielerkijkers geen sinecure. Gelukkig reed Greg Van Avermaet in de bolletjestrui en konden we dus de longen uit ons lijf in de juiste richting schreeuwen en nadien zeggen dat we de Greg echt gezien hadden. We concludeerden ook dat Ollie een pak makkelijker te roepen is dan Oliver.

IMG_0108b
Het lijkt hier misschien alsof Roos en mama op strafkamp zijn met mij, maar hun bedremmelde blik is te wijten aan de spanning van wat komen gaat: de ploegentijdrit!

Gas terugnemen of taperen: noem het hoe je wil, maar ik bouwde de trainingsarbeid af met het oog op de La Chouffe trail in de Ardennen. Juist in de maand van grote sportieve prestaties is er ook veel tijd om op adem te komen. Dankzij mijn sportieve exploten in Houffalize leek ik daags nadien een houten vrouw met slecht geoliede gewrichten, zo stijf was ik. Stappen ging nog net. Alle bijkomende bewegingen waren een opgave. Om de stijfheid tegen te gaan is bewegen een must, maar alles in mijn lijf schreeuwde: blijf alsjeblieft gewoon liggen. Ik gaf me er één dag aan over en legde me er letterlijk bij neer dat ik de komende weken geen mens zou zijn. Wonder boven wonder verdween de stijfheid na drie dagen zienderogen. Ik klom vrij soepel op de mountainbike en er bleek heel wat in de tank te zitten. Ook tijdens mijn eerste looprondje voelde ik me als herboren. Gelukkig maar, want een week na de trail vertrok ik naar Parijs waar ik ook graag de nodige kilometers afleg. En zo geschiedde dus.

IMG_0220b

Juli 2019 gaat de boeken in als een sportieve kalm-aan-maand. Het was niet al lopen en fietsen wat de klok slaat. Ik had vaker comfortabele Birkenstocks aan mijn voeten dan sportschoenen. Zo genoot ik met volle teugen van een barbecue met Roos en Niko in hun paradijselijke tuin en las ik al 11 boeken. Dat klinkt misschien tegenstrijdig met wat ik net vertelde, maar de cijfers bevestigen het: ik kwam amper aan de helft van de kilometers die ik vorige maand aflegde. Uit ervaring leerde ik dat het goed is om na een stevig sportief doel (deze maand de La Chouffe trail) niet gedachteloos door te jagen naar het volgende avontuur. Mijn lijf moet soms eens op adem komen en ook in mijn hoofd moet er ruimte vrijkomen zodat ik weer veel zin heb om mijn pijlen te richten op wat nog komen zal. Maandag trok ik er op uit met Juan, mijn knappe Orbea, na 10 mountainbikeloze dagen. ’s Ochtends zat ik al een beetje te wiebelen op mijn stoel omdat ik daar zo naar uitkeek. Die fietstocht stelde niet teleur. Juan en ik zijn nog steeds een top team. Toen besefte ik dat nu echt een fietser ben.

IMG_0606b

Augustus belooft sowieso een bijzondere maand te worden met de komst van mijn metekindje, de eerstgeborene van Marike en Peter. Benieuwd wanneer die schoonheid zich zal tonen!

Loperspraat – In volle vaart door juni

Ik zal het maar meteen zeggen zoals het is: juni was een topmaand. Met dank aan de zon die zich van haar stralendste kant liet zien. Met dank aan Roos die mij vaak vergezelde op looptrainingen en hielp met mijn examenwerk. Met dank aan mijn eigen lichaam dat een sportieve renaissance beleefde na mijn longembolie. Mijn eindrapport mag er dan ook wezen: voor het eerst in 2019 liep en fietste ik deze maand weer eens ietsje meer dan 1000 kilometers. Daar haalde ik niet alleen veel plezier uit, maar ook vertrouwen met het oog op de 36 kilometer La Chouffe trail die over exact twee weken op het programma staat. Oh yeah Freddie: Don’t stop me now, I’m having such a good time!

Het stond dus als een paal boven water dat er deze maand kilometers gemaakt zouden worden. Over 36 kilometer in de Ardennen doe ik namelijk langer dan een gemiddelde marathon. Wij hebben hier in de omgeving dan wel bossen en bergen, maar die kunnen in de verste verte de strijd niet aan met het Ardense hooggebergte. Om een beetje trailwaardig te kunnen trainen, moet je als loper dus creatief uit de hoek komen. Dat kan ik toevallig wel en dus vond ik er niet beter op dan mijn mountainbikeroutes in Tervuren te lopen met trailpartner in crime Roos. Sommige ideeën pakken in de realiteit nog beter uit dan in je hoofd. We liepen ruim 24 kilometer in de zon door een prachtige omgeving met de nodige hoogtemeters, uitdagende weggetjes en pittige beklimmingen. Ik werd ook nog eens met mijn neus op de feiten gedrukt dat trailschoenen wel degelijke een nut hebben: je glijdt er immers niet zo snel mee uit als met versleten asfaltschoenen die ook in nieuwstaat geen grip hebben. Staat bij deze genoteerd.

IMG_4721b
Roos en ik kruiden onze trainingen altijd met flauwe mopjes.

Terwijl mijn broer Seppe vorige week in winterse temperaturen streed tijdens de Iron Man in Ierland, liepen Roos en ik onder een loden zon naar Marike met fietsbegeleiding van mama. Mijn zussen wonen al lopend of fietsend 29,5 kilometer bij elkaar vandaan. De route loopt onder andere langs de Demer en is zo plat als een pannenkoek: een ideale duurtraining zonder franjes. In Ierland was Seppe er niet rouwig om dat het zwemonderdeel werd afgelast vanwege de barre weersomstandigheden. Op het moment dat onze broer getooid met handschoenen de Ierse wind en regen trotseerde op de fiets, verloren Roos en ik liters zweet door de verzengende Kempense hitte. Tot overmaat van ramp brak mijn water. Het is te zeggen: de darm van mijn trailrugzak kwam los met als gevolg dat mijn nat bezwete rug en achterwerk gespoeld werden met het water dat bedoeld was om mezelf te hydrateren. Gelukkig kon ik verderop water kopen aan een automaat, want niet drinken zou niet minder dan een zelfmoordmissie zijn. Een dikke 2,5 uur later kwamen we aan ten huize Marike, waar er – hoe kan het ook anders – heel wat lekkers op ons stond te wachten. Seppe stormde uiteindelijk af op een indrukwekkende vijfde plaats in zijn Iron Man.

Naast veel zweten (maar écht veel zweten), plakkerige zonnecrème, een vettige zonnebril, een racerback op mijn rug gebruind en (helaas) ook het lijntje van mijn koersbroek, staat de maand juni ook in het teken van de eindexamens op school: een hectische periode waarin het schooljaar wordt afgerond. Een emo-mens als ik staat dan ook even stil bij wat voorbij is. Kinderen worden groot. De tijd vliegt. Dat soort clichés worden dan bewaarheid. Ik heb altijd enkele dagen nodig om die laatste schooldag te verwerken en te laten doorsijpelen dat ik nu echt de volle twee maanden zomervakantie heb. Voor wie het zich trouwens afvraagt: onze pappie is ook volop aan het trainen voor de trail in Houffalize en lijkt verlost te zijn van zijn blessurekwaaltjes. Hij bevindt zich momenteel met mama aan de Noordzee, waar ons reddersduo er al een eerste interventie heeft op zitten toen een skater en fietser tegen elkaar botsten. Helden en heldinnen staan ook in tijden van vakantie paraat. Het is maar dat je het weet!

IMG_4658b

 

Loperspraat – Wat mij zoal fascineert in het bos

Een bos, een bos: mijn koninkrijk voor een bos! Wat Shakespeare echter niet wist, is dat je geen bos hoeft te bezitten om er van te kunnen genieten. Lopen, fietsen of wandelen is namelijk altijd een goed idee. Zeker met deze hete temperaturen: een bos is zowel zonnebril als parasol (en eventueel ook paraplu). Daarbij is er altijd heel wat te zien. Zelfs in het kale en kille najaar bestaat er niet één tint bruin, maar ontelbaar veel. Heverleebos ken ik inmiddels als mijn broekzak. Dat is ook niet zo verwonderlijk aangezien het slechts 635 hectare groot is: echt een broekzak groot dus in bostermen. Recent leerde ik dat Heverleebos ooit wel degelijk eigendom was van een familie: de Arenbergs, die in de 15e eeuw meerdere bosgebieden bezaten in deze streek. Gelukzakken! Het bos verveelt mij nooit. Ik deel graag met jullie welke onbenulligheden ik er zo fascinerend vind.

IMG_0628b

  • De berk: met zijn sexy zebramotief één van de mooiste boomsoorten. Tot op heden bevond ik me nog nooit in een bos dat enkel uit berken bestaat. Dat heeft wellicht een reden: Roos leerde mij dat berken helaas niet oud worden. Na verloop van tijd beginnen ze van binnenuit te rotten.
  • Rode beuk: volgens mijn terminologie de zwarte boom, die zowel een elegante als onheilspellende uitstraling heeft. Weetje: fagus is de Latijnse benaming voor beuk. Betula is dan weer de geleerde naam van een berk.
  • Het bosgewelf: als je naar boven kijkt in een boslaan, dan zie je het imposante gewelf van een kerk of kathedraal. Dat is ook echt zo. Denk maar aan de brand die woedde in het eikenhouten dak van de Notre-Dame.
  • Ontwortelde bomen: na de hevige storm in maart telde ik op mijn looprondje maar liefst 10 gevelde bomen, waaronder enkele gigantische eiken. Zo zonde om een mastodont van enkele decennia oud hulpeloos tegen de grond te zien liggen. Imposant ook wel als je dan ziet hoeveel oppervlakte de boomwortels innemen.
  • Gestapelde boomstammen: ik heb al eens mijn bedenkingen bij bosbeheer omdat er in mijn ogen te vaak bomen worden gekapt. Het is oogt netjes om die stronken ordelijk te stapelen, ook al hoort orde niet echt bij een bos.

IMG_4768b

  • Eenzame bomen: vaak blijven er enkele eenzame en bijgevolg zielige bomen staan als er gekapt wordt. Ik vraag me dan af waarom die boom net gespaard bleef en wat die boom daar dan van vindt dat hij als enige zijn vrienden overleefde.
  • Jonge scheuten: de ambitieuze rakkers die altijd met te veel en te dicht bij elkaar staan. Elk weldenkend mens weet dat dat nooit zal lukken, maar zij koesteren allemaal dezelfde droom om op een dag een grote eik te zijn.
  • Naaldbomen: meestal belachelijk lang, dun en heel kaal met soms wat dorre takjes halverwege. De pluim bovenop moet het dan helemaal af maken.
  • Boomwortels: ik kan niet anders dan daar tenen en voeten in zien. Vaak hebben ze heel grillige en verrassende vormen.
IMG_0645b
Bomentenen versus mensentenen
  • Stokken en stammetjes: ik doe vaak stabilisatieoefeningen in het bos en dan zijn stokken of kleine stammetjes om op te balanceren een dankbaar hulpmiddel. Omdat ik mijn oefeningen vaak op dezelfde plekken doe, heb ik vastgesteld dat veel stokken lang op dezelfde plaats blijven liggen.
  • Mos: ik heb me al eens afgevraagd hoeveel vierkante meters mos een bos bevat. Dat moeten er namelijk echt veel zijn. In de show Om mij moverende redenen van de Nederlandse cabaretière Paulien Cornelisse speelt mos een hoofdrol. Dat klinkt gek en dat is het ook. Sinds ik dat optreden zag, kan ik niet anders dan ook de guitige en feestelijke kant van mos te zien.
  • Varens: de pedagogische plant van het bos. Iedereen heeft als kind geleerd dat varens sporen hebben en dat ze groeien waar het vochtig en beschut is. Ondanks die delicate aard behoren ze tot de oudste plantengroepen. Net zoals het onhippe mos, maar dat zal niemand verbazen.
IMG_0627b
Tree down
  • Dennenappels en kerstbomen: die zijn er dus ook gewoon in de zomer: groen of bruin.
  • Dieren: typische bosdieren zijn de ree en de eekhoorn. Mooi als je die in hun natuurlijke habitat kan spotten. Mijn favoriete bosdier is echter de mestkever. Jawel. Een nederig en nuttig dier dat altijd hard aan het werk is en bovendien: super sympathiek. Een kwetsbaar dier ook, want ze houden geen rekening met het drukke bosverkeer en dat eist slachtoffers.
  • Toegankelijkheidsbord voor menners: ik heb dat pictogram heel lang niet begrepen. Ik zag er altijd iemand in die zijn paard uitlaat in een rolstoel. Vreemd. Ik kwam ook nog nooit een paardenkoets tegen in het bos.

Ik wens jullie een bosrijk en bosplezierig weekend toe!

IMG_0656b

 

De gedachte – Brief aan Chris Froome

Dear Christopher
Lieve Froome-Froome

Je zal niet op onze afspraak zijn in Brussel als daar over twee weken het Tourpeloton voorbij dendert. Je staat niet aan de Brussels grand départ en Roos en ik zullen op 28 juli niet proosten op een nieuwe Touroverwinning van onze Froompie. Helden hebben veel namen. Helden zijn er om te bewonderen. Helden vliegen soms. Helden vallen af en toe ook heel hard. Vorige week knalde je tijdens de verkenning van de tijdrit in de Dauphiné tegen 60 kilometer per uur tegen een muurtje. Een doodsmak wordt dat genoemd. Het verdict: meerdere breuken, waaronder een dijbeenbreuk. Tegen de grond gaan is part of the job voor een coureur. Soms ben je opgelucht dat het slechts pijnlijke schaafwonden zijn, bij een horror crash ben je opgelucht dat je nog leeft.

Ik had het je zo gegund: een vijfde Touroverwinning waarmee je het legendarische rijtje Anquetil, Merckx, Hinault en Indurain zou aanvullen. Zevenvoudig Tourwinnaar Lance Armstrong werd geschrapt van de tabellen. We weten allemaal hoe dat komt. De vergiftigde erfenis van een door doping gedomineerd wielertijdperk moet jij al jaren op je frêle schouders torsen. Je bent een Brit, spreekt Engels en voor het Franse publiek ben je dus bij voorbaat een bedrieger. Bovendien valt dat hedendaagse wielrennen bij velen niet in de smaak. Jouw ploeg Ineos (vroeger Team Sky) kan dankzij de nodige financiële middelen het Tourpeloton domineren. Je bent het type renner dat doordacht te werk gaat. Niet alleen ben je tot in de puntjes voorbereid en blijf je altijd gefocust op je wattagemeter, je neemt geen onnodige risico’s, schat je opponenten in en slaat pas toe op het allerlaatste moment. Het wielrennen in de 21e eeuw is saai en dat is blijkbaar allemaal jouw schuld.

De afgelopen jaren heb ik met lede ogen toegekeken hoe je – zowel letterlijk als figuurlijk  – heel wat bagger over je heen kreeg. De stokken liggen voor het rapen voor wie de gedoodverfde zondebok wil slaan. Zo is er niet alleen kritiek op je zogenaamd passieve koersmentaliteit, maar wordt er ook gespot met je ietwat vreemde houding en het typerende kleine verzetje dat je draait. In 2016 werd je bekritiseerd omdat je de Tour won zonder ritoverwinning. Je was het mikpunt van spot toen je in diezelfde Tour een eindje liep omdat je door toedoen van dolgedraaide toeschouwers op Chalet Reynard zonder fiets kwam te staan. Als je iedereen verrast met een sterke afdaling, worden je bijzondere daaltechniek en -houding op de korrel genomen. Het Franse publiek kan na al die jaren niet aan je wennen. Keer op keer raakt het mij hoe je telkens weer wordt beschimpt. Niemand verdient dat, jij zeker niet.

Ook op persoonlijk gebied moest je het zwaar ontgelden. Als je een dankwoord in het Frans begint, ben je de risee van de avond omdat je geen charisma zou hebben. Niemand leek je te geloven toen je vorig jaar verklaarde blij te zijn met de gele trui – en uiteindelijk ook Tourwinst – van ploeggenoot Geraint Thomas. Nee inderdaad: we kunnen dan beter een voorbeeld nemen aan dopingzondaar, publiekslieveling én Fransman Richard Virenque, die in de jaren 90 het mooie weer maakte in de bolletjestrui tot in 1998 de Festina-affaire in alle hevigheid losbarstte. De Festina equipe verliet de Tour, Virenque zei op een persconferentie al huilend dat het hem speet en al zijn zonden waren in één klap vergeten en vergeven. Het is absurd dat een eersteklas bedrieger vandaag de dag nog steeds de vrolijke Frans mag uithangen in het professionele wielercircuit en dat jij het moet ontgelden met een zee van boe-geroep.

Al drie keer was ik in Parijs toen de Tour daar aankwam. De eerste keer was in 2015. Roos en ik maakten er een erezaak van om je zo vaak mogelijk te spotten tijdens de plaatselijke rondes. En ja, nadien dronken we dus echt prosecco om te proosten op jouw overwinning. We fantaseerden hoe de grote kampioen thuis een gewone mens is die geen afstand kan nemen van zijn gele trui en daar in blijft rondlopen, tot grote ergernis van Michelle. Ik zie een aimabele en intelligente man die donders goed weet waar hij mee bezig is in de bikkelharde topsportwereld. Iemand die verdomme hard traint en honger lijdt omdat elke gram vet die mee de berg op moet er één te veel is om vervolgens elke vraag over mogelijk dopinggebruik sereen en met de glimlach te beantwoorden.

Voor mij ben je wel degelijk een symbool van het nieuwe wielrennen, al ben ik me ervan bewust dat het een risico is om je te vertrouwen. Rond elke wielrenner hangt een zweem van wantrouwen, bij jou is dat ook salbutamol. Ik laat mijn toeschouwersplezier niet bederven door de mogelijkheid dat jij ook niet zuiver op de graat bent. Net als ik dateer je uit het degelijke bouwjaar 1985. Je zal volgend jaar dus 35 jaar zijn: min of meer bejaard voor een ronderenner. De grote vraag is of je nog terugkeert naar het wielerpeloton en of dat dan in de hoedanigheid van kandidaat-Tourwinnaar zal zijn. Voor jou is dat op dit moment net zo goed een vraagteken. Eén ding weet ik zeker: helden krabbelen ook altijd weer recht.

Ik wens je een spoedig herstel en een mooie zomer met je vrouw en kinderen.

Cheers op het leven!

P.S. Het is me inderdaad zelfs na drie pogingen niet gelukt om een foto van je te maken in Parijs.

IMG_2417b

 

Loperspraat – Marathongrillen en tijdrijden in maart

Maart was de maand waarin de magnolia de show stal door ons te trakteren op een overdadige bloemenweelde. De natuur heeft zin in het voorjaar. Stiekeme viooltjes en madeliefjes komen piepen en het gras wordt weer groener. Jammer genoeg sneuvelden er ook heel wat bomen door het stormachtige weer. Tijdens mijn rondje in het bos telde ik maar liefst acht slachtoffers. Zo triestig om te zien hoe een gigantische boom weerloos tegen de vlakte ligt. Gelukkig waren er ook feestjes in maart: mijn mama is nu een prille zestiger en mijn broer nog steeds een prille dertiger. Enkele dagen na zijn verjaardag won hij in Griekenland zijn eerste wedstrijd van het seizoen. Ander heuglijk nieuws is dat ik in de zomer meter word van het eerste kindje van Marike & Peter. Jeej! Ik beleefde dan ook het nodige sportieve plezier in familiaal gezelschap. Gedeeld loopgeluk, dat kan je immers vermenigvuldigen met factor 10. Mijn sportieve moraal was de afgelopen maand net zo grillig als het weer: er waren momenten dat ik me een sukkelachtige boom in het bos voelde die een stormwind moet trotseren, maar ik beleefde ook schitterende pieken waarbij de duurloper in mij door een rooskleurige magnolia-bril richting marathon keek.

In een pre-marathonmaand staat de duurloop centraal. Ik begon maart met 21 kilometer door guur weer met mama naast mij op de fiets. De week daarna liep ik samen met Roos onze eigen CPC versie. Ik liep nog een 23 kilometer op woensdagnamiddag, maar dat was er eentje om snel te vergeten. Het tempo en de benen waren goed, maar als je twee urgente sanitaire stops moet maken, dan is lopen een beproeving. Mijn langste duurloop liep ik vorig week met Roos als professionele begeleider op de fiets. We vertrokken bij haar thuis, langs de Demer en de veloroute tot in de Kempen bij Marike. Ik voelde de 80 fietskilometers van de dag voordien nog in mijn benen zitten, maar het gezelschap, onze ultieme playlist en het lekkere zonnetje zorgden ervoor dat de kilometers goed weg tikten. Na 30 kilometer smaakten de boterhammen en taart bij Marike eens zo goed. Naast de duurlopen liep ik ook nog heel wat mijltjes met mijn leerlingen. Stuk voor stuk bikkels zijn het – en wie weet ook marathonlopers in spe.

IMG_4068

Ik zat natuurlijk ook op de fiets. Door de wind en regen aan het begin van de maand gebeurde dat echter minder dan ik had gepland. Daarenboven werd mijn geliefde Juan in de krokusvakantie ook nog eens genekt door een lekke achterband. Dat die band aan het eind van zijn Latijn was, mag niet verbazen. Hij ging immers al vijf jaar mee en doorstond al 5x een Hel van Kasterlee. Een jaloersmakend cijfer voor menig wielrenner, maar Juan kon dus op wellness bij de fietsenmaker. De tweede helft van de maand had ik het idee dat ik iets had goed te maken op de fiets. Daags voor mijn langste duurloop trok ik met Peter nog eens naar het mountainbikeparcours in Herentals. Peter is in volle voorbereiding voor de Ronde van Vlaanderen voor wielertoeristen en hij vertrok dus in volle vaart. Het resultaat was 39 kilometer aan een stevig tempo. Na een korte pauze wachtte de terugweg op mij. Aangezien mijn benen al waren warmgedraaid, besloot ik er de pees op te leggen. Ik vertrok zo snel dat ik aanvankelijk dacht dat Juan van een motortje was voorzien. Zoals het een echte tijdrijder betaamt, trok ik me terug in mijn cocon en probeerde ik zo economisch mogelijk rond te draaien. Na elke oversteek trok ik als een echte pro vinnig op om mijn snelheidsverlies te beperken. Ik waande me Tony Martin tijdens een tijdrit in de Tour. Visualisering is een belangrijk mentaal wapen en zo zag ik hoe mijn imaginaire wattage meter op hol sloeg. Na 42 kilometer (oh symboliek) kwam ik thuis aan in 1u29 met een gemiddelde snelheid van 28,1 km/u. Een strakke tijd voor een tijdrit op de mountainbike. Het gekke is dat ik sinds die dag als vanzelf moeiteloos sneller fiets. Wie weet waag ik later in het jaar wel mijn kans om het werelduurrecord scherper te stellen.

IMG_4061b

Samen met Roos beleefde ik looppieken tijdens twee wedstrijden op Brusselse bodem. 17 maart stond er een 10 kilometer wedstrijd in Elsene op het menu. Qua kilometers vond ik dat een beetje weinig voor een zondag, beter gekend als duursportdag. Ik besloot tot daar te fietsen en kreeg Roos zo gek om aan te haken vanaf Tervuren. De heenrit kan samengevat worden als stampen op de pedalen en tegen de wind in beuken. Na 28 kilometer bereikten we uiteindelijk het Flageyplein. Ik had nog wat last van de naweeën van mijn CPC-trauma en stond dus zenuwachtig aan de start. Door de schrille wind waren mijn voeten veranderd in twee ijsklompen en startte ik aan een relatief rustig tempo. Elsene staat garant voor een gevarieerd parcours door de Abdij van Terkameren en de Matongéwijk, die heel wat steile klimmetjes in petto heeft. Na twee kilometer kwam ik onder stoom en wist ik dat het goed zat. Ik finishte als vierde en kon zien hoe dat kleine zusje van mij knap vijfde werd. Team Odeyn fietste dus triomfantelijk naar huis met de wind in de zeilen.

IMG_4065b

Vandaag sloten Roos en ik de maand af in schoonheid op de Brussels 10 Miles: 16 kilometer dus met start en aankomst in het Koning Boudewijnstadion. Volgens de speaker zouden we hierdoor in de voetsporen treden van Usain Bolt. Die blinkt niet meteen uit tijdens kilometerwedstrijden, maar ik schoot wel uit mijn spreekwoordelijke startblokken. Mijn eerste drie kilometers waren belachelijk snel. Vorig jaar moedigde ik Roos aan en zag ik haar meermaals vloeken op het zware parcours. Je loopt namelijk 16 kilometer op een lapje Brussel van enkele kilometers. Dat betekent continu draaien en keren, berg op en af en acht U-bochten. We zagen het Atomium langs zowat elke denkbare kant, kronkelden erop los in het Ossegempark en konden de magnolia’s uitvoerig bewonderen in het Park van Laken. Mijn snelle start bekocht ik wel een beetje bij de steilere stukken bergop, maar ik stortte niet in elkaar. Sterker nog: ik finishte in 1u10 met een gemiddelde pace van 4’32”, oftewel ruim 13 km/u. Het zou flauw zijn om nu te zeggen dat ik mijn trainingen niets hebben opgeleverd. Roos verkeert trouwens ook in bloedvorm en liep 1u14 op de tabellen. Onder het goedkeurend oog van de magnolia’s liepen we het voorjaar zusterlijk in gang. Het smaakt absoluut naar meer.