De race – De Hel van Kasterlee december 2021

19 december 2021 – wat een dag!
Ik deed het weer, finishen in de Hel van Kasterlee. Seppe slaagde daarin voor de tiende keer en haalde zijn negende overwinning binnen. Wat een broer! Mijn derde editie wil ik onthouden als de meest strijdlustige, ook de meest emotioneel overdonderende. Deelnemen of betrokken zijn bij de Hel van Kasterlee voelt alsof je voor één dag een magische plek betreedt waar je losgekoppeld wordt van het leven van alledag. Voor één dag mag ik een rolletje spelen in een indrukwekkend schouwspel met mijn broer in de hoofdrol. De Hel dat is elk jaar weer een spektakelstuk met vuurwerk (letterlijk en figuurlijk), met een rijk gevuld palet aan emoties. Contentement, ongeloof, frustratie, dankbaarheid, onoverwinnelijkheid, familiale gezelligheid, onversneden euforie, teleurstelling en loopgeluk: het passeerde bij mij allemaal de revue. Na een strijd van 9 uur en 53 minuten liep ik uiteindelijk naar een vierde plek, die voelde zowel aan als een overwinning als een nederlaag. Moest mijn dag in deze bijzondere editie van de Hel een roman zijn, dan was het een thriller.

Wat voorafging
Het najaar van 2021 noemde ik al eerder mijn sportieve renaissance. Nadat de crisis alle sportevenementen van de agenda schrapte en ik mezelf wist te vermaken met allerhande sportieve doelen, was daar toch een heel grote zucht van opluchting toen Roos en ik er weer samen op uit konden trekken om te gaan lopen. De 20 km van Brussel was het bewijs dat we allebei in topvorm verkeerden. En dat was nog maar het begin van de loopvreugde! In september en oktober liep ik al mijn looprecords van de tabellen met de marathon in Rotterdam als een absoluut hoogtepunt. En plots was het dus november, was het grijs en nat, was er weer volop corona-ellende en denderde ik af op mijn volgende doel: de Hel van Kasterlee. Onder het juk van heel veel schoolwerk en veranderende maatregelen kreeg ik er een halftijdse job bij (want dat is een voorbereiding op de Hel). In december zag ik het een paar keer somber in, die Hel zou ons ook dit jaar weer door de neus worden geboord. Toen dat uiteindelijk niet zo bleek te zijn, was daar ook het besef dat ik dit jaar – meer dan ooit – blij moest zijn om fit aan de start te staan.

SZVS2856
Klop, klop. De duivel geeft nog geen gehoor.

Vlak voor de start
Een dag in de Hel begint ’s nachts. Traditiegetrouw boekte ik een zusterlijk logement in de Kempen bij Marike en werd ik om 4u15 gewekt uit een vreemde droom om een andere droom te gaan waarmaken. Samen met Roos, mijn officiële coach, werkte ik nog een koolhydraatrijk ontbijtje binnen. We vulden nog wat drinkbussen, showden onze outfits en laadden nog wat bakken in de auto (spullen, spullen, al die spullen!). Via de meest desolate weg ooit (als er een hel bestaat, dan ziet de weg ernaartoe er zo uit) kwamen we iets na zessen aan in een relatief rustig Kasterlee. De poort naar de Hel was nog gesloten. Ik installeerde m’n spullen in de kleedkamer, ging een keer of vijf naar de wc, bracht m’n fiets naar de wisselzone en wachtte af tot het eindelijk zou beginnen. In vergelijking met de voorbije jaren was ik iets minder nerveus en gestresseerd. Zou dat echt door de ervaring komen? Na een laatste peptalk van Roos en papa was het dan tijd om naar het startvak te gaan.

helseppe

De race
Er staan uiteindelijk zo’n 350 atleten aan de start die om 8u stipt weg knallen. Het eerste loopnummer is een rondje van 15 kilometer. Lang genoeg om in een goed tempo te vallen, kort genoeg om er meteen al de pees op te leggen. Onderweg hoorde ik meermaals dat ik als vierde vrouw liep. Voor mij was het allemaal prima. Ik zou me niet laten opjagen door de wedstrijd. Deze Joke had ervaring en wist dat de dag nog heel lang zou zijn. Na 1 uur en 4 minuten kwam ik al bij de sporthal en sprintte ik met extra gezwinde pas naar de kleedkamer om mij te transformeren tot mountainbiker. Juan stond me breed glimlachend op te wachten in de wisselzone: voor hem was het al de zesde Hel van Kasterlee en – flash forward – hij zou meer dan ooit een rol van betekenis spelen. Daar ging ik dan, voor een eerste mountainbikeronde van 23 kilometer. Een opvallend droge ronde in vergelijking met de voorbije jaren. Ik zou echter rustig blijven, niet te hard van stapel lopen, zeker geen onnodige risico’s nemen om me in de competitiestrijd te mengen. Ik zou mijn eigen ding doen. Het parcours lag er zo goed bij dat ik het op sommige plaatsen amper herkende: ik reed heuveltjes op alsof het niks was, er waren geen “mottige” afdalingen. Kortom, dit zou best nog ‘ns leuk kunnen worden.

FDPT8367
Bevoorrading van de supporters (eigen catering uiteraard) met in het midden de voetpomp die een belangrijke rol zou gaan vervullen.

Na welgeteld 11 kilometer was het gedaan met het fietsplezier. Ik voelde plots geen demping meer onder m’n zitvlak, mijn achterband stond volledig plat. Materiaalpech dat is één van mijn grootste nachtmerries. Het is één van die factoren die je niet in de hand hebt en – eerlijk is eerlijk –  er schuilt geen groots technicus in mij. Nu was deze Joke voor een keer best goed voorbereid op fietspech. Zoals altijd reed ik tubeless (yeah), maar had ik ook een fietspompje bij, een reserve binnenband én een set bandenlichters. Jawadde. Een eerste poging om lucht in die band te krijgen en de magie van tubeless te aanschouwen, leverde een teleurstelling op: er gebeurde just niks. Tot daar drie redders in nood passeerden, vriendelijke mannen op de fiets die vaststelden dat een nieuwe binnenband noodzakelijk was. Dat werd voor mij gefikst en na een uitgebreide bedankingsrede kon ik mijn fietsronde verder zetten. Ik voelde me zowel opgelucht als opgejaagd. Ja, ik fietste weer, maar hoe was het in godsnaam mogelijk om na een half uur op de fiets lek te rijden? 2 kilometer verder passeerde ik een eerste keer bij mijn supporters en met een lichte ondertoon van frustratie riep ik dat ik al was platgereden en of ze de voetpomp uit de auto konden gaan halen zodat ik bij mijn volgende passage desgewenst nog wat meer druk op de band kon zetten. Mijn binnenband hield het echter niet zo lang vol. Nog 2 kilometer verder reed ik langs de kleine Nete (ik zou ook pas later horen dat “het water” daar zo heet) en stond mijn achterband weer volledig plat. Dit kon toch echt niet waar zijn?

Een koppel wandelaars snelde me meteen te hulp. Mijn band werd nog maar eens opgepompt, wederom zonder succes. De vrouw ging hulp vragen bij een coach aan de overkant terwijl ik met hun gsm Coach Roos kon bellen. Samen met papa zou zij zich naar de plek des onheils begeven mét onze grote pomp en hopelijk een heel arsenaal aan technisch gerief. Seppe zei me nadien als ge met tubeless helemaal plat rijdt dan is het echt dikke miserie. En Seppe heeft meestal gelijk. Ook Coach Stijn Van Roy (broer van Simon) ondernam nog een poging om wat druk in mijn band te krijgen, maar concludeerde vrij snel dat ook mijn binnenband lek moest zijn. En ja, daar stond ik dan: 15 kilometer gefietst, nog geen spat modder op mezelf of mijn mountainbike, slechts lichtjes bezweet van het lopen en het besef dat het hier aan de houten brug zou kunnen eindigen. De tijd bleef doortikken, Roos kwam aan, leefde intens mee en belde nog een paar keer nerveus naar papa. Zou mijn race er hier en nu echt opzitten?

CFUC2985
Foto van de dag, foto van het jaar, foto voor de eeuwigheid
AMRQ0075
Vijf helden met nen 28

Mijn blik met reddende engelen bleek echter nog niet leeg te zijn… als de nood het hoogst is, dan zijn Pat en de Haventrappers nabij! Vijf mannen in blauwe tenue op de mountainbike: hadden zij misschien nog een reserveband bij? Ja natuurlijk! Alleen, ik reed met “ne 26” (nie-mand rijdt daar nog mee!), zij hadden allemaal “nen 28”. Op de fiets does size matter. Juans buitenband werd aan een grondige inspectie onderworpen. De oorzaak van de lekke binnenband kwam aan het licht: er zat een klein pinnetje muurvast in de buitenband. Gelukkig waren de Haventrappers op alles voorzien, met aangepast gereedschap slaagden ze erin om het pinnetje uit de band te duwen. Al was er dus nog steeds dat verschil in bandgrootte. Ze konden wel proberen om een te grote band in mijn wiel te proppen, maar dat gaven ze weinig kans op slagen. Ziedaar het mirakel: met z’n tweeën lukten het om de binnenband onder stevige druk op z’n plaats te krijgen. 45 minuten had ik stilgestaan met bandenpech, als bij wonder kon ik mijn race verderzetten.

Soms moet je eerst in een nachtmerrie te belanden om te beseffen wat je dromen waard zijn. Na mijn onverwachte doorstart overviel mij een gelukzalig gevoel van dankbaarheid! Al die mensen die het mogelijk hadden gemaakt dat ik weer aan het fietsen was, die intens hadden meegeleefd en me dit gunden! Een snelle rekensom leerde mij dat het, ondanks mijn lange pitstop, nog steeds mogelijk was om de tijdslimiet van het fietsgedeelte te halen. De competitie kon me gestolen worden. Vandaag zou met opgeheven hoofd de eindmeet halen mijn missie worden. Hier had ik voor getraind. Ik zou de longen uit mijn lijf mountainbiken om ook deze Hel tot een goed einde te brengen. Met 1 uur en 45 minuten zou mijn eerste fietsronde voor één keer de traagste zijn. Het kon alleen maar beter gaan. Fingers crossed dat mijn banden het zouden houden. Met het mes tussen de tanden fietste ik mij een weg door de Kastelse bossen.

hel_DSC08341

Wie mij in het echt kent, weet dat ik doorgaans een rustige vrouw ben (zij het met een enthousiaste kant onder de juiste omstandigheden). Ik hou de teugels graag strak in handen, ik ben doordacht en ingetogen. Heel soms komt er ook iets in mij naar boven dat ik moeilijk onder woorden kan brengen. Noem het een beest, noem het mijn duivels die ik ontbind. Noem het koppigheid of karakter. Waar ik de eerste 15 kilometer met een ei in mijn broek had rondgereden (zo voorzichtig en behoedzaam), zo mountainbikete ik nu alsof mijn leven ervan afhing. Ik voelde dat mijn training had geloond, dat ik dus echt wel met vaart en lef een bocht of afdaling kan pakken, dat ik tegen 30 km/u door een bos kan vlammen met een te grote binnenband. Als er een prijs voor de strijdlust zou zijn, dan zou ik die vandaag binnenhalen. Niet door op z’n Thomas De Gendts kilometers lang in de aanval te rijden, wel door als een malle mina aan een inhaalrace te beginnen. Ik reed namelijk in quasi laatste positie. Zelfs als die binnen- of buitenband het niet zou houden, dan zou ik al strijdend uit de race stappen.

hel_DSC08191
Je zou het niet zeggen, maar wij zijn dus echt familie.

De aanmoedigingen van mijn supporters gaven me nog meer vleugels. Ik kreeg een krop in de keel toen mijn bestie An met haar gezin bij wijze van verrassing langs het parcours stond. Jeetje, nog mensen die het zo goed met mij voor hadden. Na een snelle tweede fietsronde maakte ik een heel korte stop bij Coach Roos die me nog wat sportvoeding in de mond duwde en aanmoedigingen om het hoofd smeet. Het was 12u, ik had nog ruim 3 uur om 2 fietsrondes af te leggen. Tijd zat! om het met de gevleugelde woorden van mijn peter Mark te zeggen. Ook mijn derde fietsronde vloog voorbij. Mijn banden leken het te houden, al voelde ik vooral op het asfalt wel wat extra bounce onder m’n derrière door het bobbeleffect van die te grote band. In ronde 4 besefte ik dat ik niet over bovennatuurlijke krachten beschikte. Ik maakte hier en daar eens een foutje, moest al eens een voet zetten, vloekte toch wat meer op de modder. Mijn rug begon pijnlijker aan te voelen, ook mijn nek liet zich af en toe eens opmerken. Het einde was in zicht: de volgende ronde zou ik dit allemaal voor het laatst doen.

269601739_10228706175909369_1509382516802563259_n
Seppe begint aan zijn eerste loopronde als ik nog een ronde op de fiets voor de boeg heb. Niks nieuws onder de zon eigenlijk.

Mijn laatste ronde op de fiets legde ik niet alleen af, maar in het gezelschap van Kristof, een grote fan van Seppe (wie niet?), die ervan droomde om voor de eerste keer te finishen in de Hel (wat hem uiteindelijk ook is gelukt). Wat afleiding in de vorm van een babbeltje was meer dan welkom na 90 kilometer op de fiets. Ik popelde van ongeduld om te kunnen lopen. Wellicht ben ik de enige die reikhalzend uitkijkt naar een slotrun van 30 kilometer. Op 300 meter van de wisselzone bleek er echter nog een restje pech voor mij in het vat te zijn. Ik schakelde wat bruusk (dat gebeurt wel vaker) waarop mijn ketting volledig blokkeerde. Daar stond ik dus weer te voet. Mijn ketting leek in een knoop te liggen die ik niet kon loskrijgen. Er zat dus niks anders op dan met de fiets aan de hand richting de wissel te lopen. Ach ja, dit kon er nog wel bij na 115 kilometer mountainbike-vertier.

IWDL8767
Papa en ik. Ook een foto voor de eeuwigheid.

Na een snelle wissel in de kleedkamer gaf Coach Roos me de zoveelste peptalk: focus op je eigen tempo, er is echt nog wel wat mogelijk in de competitie. Daar gingen we dan, ik liep, Roos zat op de fiets, zoals dat wel vaker gebeurde dit jaar. Ook papa vervoegde ons snel. Ik kreeg nog een aanmoediging van Natalie Franken (de winnares van 2019) en weg waren wij. Mijn benen voelde veelbelovend aan: soepel, krachtig en ook het hoofd zat goed. Ik citeer Roos: we gaan hier vooruit aan een rotvaart! Ook hier had ik voor getraind, dit was wat ik écht kon. Het gaf me nog meer zelfvertrouwen dat ik veel lopers kon inhalen. Dat bedoel ik zeker niet oneerbiedig, want de meesten liepen al hun tweede ronde. Na 1 uur en 7 minuten had ik mijn tweede 15 kilometer er al op zitten. Ik probeerde te genieten van de aanmoedigingen langs de sporthal en bereidde me mentaal voor op de echte finale. Een laatste sportieve exploot, nog eens 15 kilometer lopen dus terwijl het donker begon te worden. Uiteraard begon de adrenaline bij mij ook stilaan uit te werken. Gelukkig waren mijn hartslag en tempo nog steeds heel acceptabel. Ik moest niet te veel meer nadenken. Soms is het kinderlijk eenvoudig en moet je gewoon blijven lopen met het besef dat dit eindig is en dat het een moment is waar je nog vaak op zal terugblikken. Tijdens mijn laatste loopronde haalde ik uiteindelijk nog drie vrouwen in. Na 2 uur en 21 minuten liep ik over de rode loper de lege sporthal in waar ik warm werd onthaald door speaker Hans en organisator Ben. Ik strandde op een luttele 5 minuten van het podium. Al kan ik beter zeggen dat ik me naar een vierde plaats knokte. Het zat erop. Het was mooi geweest.

DHAJ6548
Het optimisme en enthousiasme van Roos zijn onuitputtelijk.

De conclusie
Hans noemde mij de pechvogel van de dag. Enerzijds kan ik niet anders dan hem volmondig gelijk geven. Anderzijds ben ik net zo goed een grote geluksvogel. Hoe zuur zou het geweest zijn om na 15 kilometer op de fiets de race te moeten staken? Ongeluk gaat vaak gepaard met veel geluk: dat de juiste mensen op de juiste plaats staan, dat je materiaal uiteindelijk toch meewerkt en het uithoudt. Vlak na de finish primeerde dat gevoel van trots. Ondanks de omstandigheden had dit marathonlopertje het toch weer geflikt, finishen in de zwaarste winterduatlon ter wereld. In 2014 was ik voor het eerst toeschouwer in de Hel. Had je mij toen gezegd dat ik drie keer zou deelnemen én de eindmeet halen, ik had eens hartelijk gelachen. En nu denk ik dat de kans reëel is dat er toch nog een vierde deelname komt, dat de trilogie een sequel krijgt. Omdat ik ook heel veel plezier uit de race heb gehaald. Omdat ik de Haventrappers niet wil missen langs de kleine Nete. Ik ben nog niet klaar om de Hel los te laten.

Ook op basis van de cijfers kan ik niet anders dan concluderen dat ik mijn beste Hel ooit aflegde. Juist omdat ik helemaal niks te verliezen had, reed ik de mountainbikerace van mijn leven. Voor de derde keer op rij liep ik de snelste 30 km van de vrouwen. In de eindrangschikking liet ik nog een man of 90 achter mij. Een podiumplaats zou een officiële bekroning geweest zijn voor mijn remonte. Uiteraard hebben de drie vrouwen die voor mij zijn geëindigd net zo goed gevochten voor hun plekje. Ook zij verdienen het meer dan ooit om daar staan. Niemand heeft mij bestolen. Tot twee dagen na mijn finish zat ik (boven mijn stapel te verbeteren examens) best hard te balen en te janken om alles wat er gebeurd is die dag. Ik was emotioneel ontwricht. Ik had tijd nodig om alle indrukken te verwerken. Er vloeiden heel wat tranen van ellende en ontlading. Ook tranen van geluk en ontroering, om het prachtige verhaal van de Haventrappers dat ik voor eeuwig zal koesteren en al die toevallige passanten die een hoofdrol speelden in het verhaal van mijn Hel. Sport is emotie, ik zeg het zelf maar al te vaak en ik heb het nog maar eens aan den lijve mogen ondervinden. En net dat maakt het zo mooi.

Enkele weetjes

  • Ik tankte mij een hele dag bij op vervallen sportvoeding. De oorzaak: anderhalf jaar zonder sportcompetitie en ik die het zonde vind om iets weg te gooien.
  • Tijdens de depannage van mijn bandenellende vielen meermaals de magische woorden “bommeke” en “compresseur”. Nu ben ik dus heel benieuwd geworden hoe zo’n bommeke in actie eruit ziet. Het moet iets heel speciaals zijn.
  • Er stonden 10 vrouwen aan de start van deze Hel en voor het eerst haalden die ook allemaal de finish. Een applaus voor Karen, Lotte, Ellen, Sofie, Debby, Marlies, Elly, Joke (niet ik) en Véronique. Voor sfeer en gezelligheid in de kleedkamer geef ik een 10/10.
  • Wordt het trouwens niet eens tijd dat het prijzengeld bij de vrouwen gelijk staat aan dat van de mannen?
  • Ik blijf me verbazen over de veelheid aan spullen die je nodig hebt als duatleet. De gedachte dat je er dan ook nog een derde sport, met spullen, bij zou nemen, vind ik hallucinant. Lang leve het minimalisme van de loper!
  • Papa fietste uiteindelijk ruim 60 kilometer: 30 kilometer heel snel met Seppe, 30 kilometer behoorlijk snel met mij. Top-vadertje!
  • Mama moest het spektakelstuk van thuis uit volgen. Er was gelukkig een livestream, maar die liet het al eens afweten. Zware tijden voor een moederhart. Needless to say dat we haar hebben gemist!
  • Ik krijg al eens complimenten voor mijn stijlvolle wieleroutfits (waarvoor dank). Wie ook graag fashionable op de fiets zit, kan ik het Italiaanse merk 8848 Altitude aanbevelen en het Oostenrijkse Löffler. Niet gesponsord (helaas).
  • Wie dan weer vond dat mijn haar zo goed gestyled vanonder mijn helm of pet uit piekte: ik ging daags voordien naar de kapper. Een beetje raar, maar het kwam nu eenmaal zo uit.
  • Ik ben heel blij dat mijn hypothese klopte dat er altijd wel een behulpzame medemens langs de kant zou staan om mij te helpen met fietspech. Sterker nog: ik had twee handen nodig om ze te tellen.
  • Onze playlist voor het laatste loopnummer had de titel Hell Yeah. En of het een succes was! Eén van de hoogtepunten vond ik Les lacs du Connemara met papa die zijn smoezelige zakdoek bovenhaalde. Everywhere van Fleetwood Mac was dan weer het emo-momentje met Roos.
  • Een grote dankjewel aan Bert Aerts, Willy Boeykens, Wim Goossens en Roos Odeyn voor het fotografisch bewijs van mijn helletocht!
  • De volgende editie van de Hel wordt sowieso een bijzondere: het is de 20e Hel ooit en Seppe kan zijn 10e overwinning pakken.
267999588_10228706177709414_3544898089572927645_n
Drie Odeynen op een rij!

Duatlonspecial – Met zicht op de Hel

Over welgeteld 24 uur begin ik nu te lopen. In het donker, met een vrouw of 10 en een man of 400 rond mij. En dan begint het toch echt: de Hel van Kasterlee – editie 2021. Mijn derde, Seppes tiende. Nochtans zag het er een paar keer naar uit dat er ook dit jaar geen Hel zou zijn. Een streep door de rekening voor wat een sportieve hoogdag is in onze familie. Meer dan ooit is het dit jaar dus een prestatie om aan de start te staan, liefst van al voorbereid en fit. Meer dan ooit zal het ook een corona-editie zijn. Zonder toeschouwers in de sporthal, zonder catering, met gemondmaskerde supporters en deels ook atleten. Zonder mama voor ons, want die zit in quarantaine. Onze luidste en vurigste supporter zal het dus via de livestream thuis moeten beleven. Vreemd, raar, anders dan anders. Zoals wel vaker het afgelopen anderhalf jaar, wennen doet dat niet.

Door die bijzondere omstandigheden en de onzekere aanloop ernaartoe weet ik niet zo goed wat ik ervan mag verwachten. In mijn voorbereidingen heb ik eigenlijk alles kunnen doen zoals ik het wilde. Ik reed heel veel fietskilometers bij elkaar, ik ging ook vaak echt lang fietsen, ik trotseerde veel wind, modder en regen. Ik deed vertrouwen op met Frans Claes. Vijf weken geleden werd ik nog derde op de halve marathon in Kasterlee, al ging dat iets minder gezwind dan hoe ik in september en oktober door Brussel, Antwerpen en Rotterdam daverde. Enfin, ik moet niet flauw doen: ik ben nog steeds in goede vorm, niet meer de uitgeruste topvorm van vlak na de zomer, maar dat is ook onmogelijk omdat ik na mijn marathon geen rust nam.

Waar ik er bij mijn marathon-voorbeschouwing prat op ging om mijn ambitie uit te spreken, ben ik voor de Hel een pak voorzichtiger. De race is zo lang en onvoorspelbaar. Er zijn zoveel factoren waar je rekening mee moet houden of die je simpelweg kunnen overkomen. Mijn doel blijft daarom om te kunnen finishen met een positief gevoel. In 2018 maakte ik onverwacht een droomdebuut in de Hel door meteen als derde te eindigen. Dat kwam niet zozeer door mijn fietscapaciteiten, als wel door de positieve ingesteldheid waarmee ik toen in de wedstrijd zat. Meedoen aan de Hel voelde als een groot cadeau dat ik stukje bij beetje mocht uitpakken. Ik besefte dat ik iets aan het doen was waar ik al lang van droomde, iets wat mij ook wel leek te liggen. In 2019 was ik zowel in de aanloop naar de Hel als tijdens de wedstrijd te hard en veeleisend voor mezelf. Ik vloekte en zuchtte, het cadeau was een vergiftigd geschenk geworden. Ik heb tijd nodig gehad om te beseffen dat de finish bereiken toen net zo goed een tour de force was.

IMG_6995b

De afgelopen weken deed ik, zoals dat hoort, beduidend minder kilometers en liet ik de mountainbike, Juan voor de vrienden, wat vaker in de veranda staan. De liefde tussen ons is niet over, noch bekoeld, maar – eerlijk is eerlijk – fietsen in een grijs november met de akelige schaduw van de crisis boven het hoofd maakte dat de voorbereidingen er eens zo hard in hakten. De weg naar de hel mag dan geplaveid zijn met goede bedoelingen, de omstandigheden maakten het soms verdomd lastig om van dat proces te genieten. Gelukkig was het niet al kommer en kwel de afgelopen trainingsweken. Er waren genoeg momenten dat ik de vonken en sprankels van 2018 in alle hevigheid voelde rondspringen in mijn buik, gewoon omdat ik blij was dat ik een mountainbike had om mee rond te crossen (en verloren te rijden).

Wat ik leerde van mijn straffe loopprestaties de afgelopen maanden is dat ik een bepaalde mate van onbezonnenheid nodig heb om mij volledig te kunnen overgeven aan het avontuur. Ik moet de strijd aangaan met een opgeheven, fris en vrolijk hoofd, wat niet betekent dat je mij ruim 160 kilometer lang zal zien glimlachen. Als dat gevoel primeert en ik na een uur of 11 die rode loper betreed, dan kan ik niet anders dan een tevreden vrouw zijn. Een paar uur na mijn marathon in Rotterdam zei ik dat mijn sportieve jaar niet meer kapot kon door de sportieve hoogtepunten die ik al mocht beleven. Ik zei toen letterlijk, zelfs als die Hel lelijk tegenvalt dan kan ik niet anders dan tevreden terugblikken op wat is geweest. Maar zoals dat gaat met doelen en ambitieuze recreanten of hobbyisten die ze najagen: je vergeet al snel om content te zijn met wat je al hebt mogen meemaken. Wel, ik ga nu echt proberen om me daar niet door te laten vangen.

Maar toch, duimen jullie mee dat 505 een geluksnummer wordt?

Het moment – Een mijlpaal op de fiets (met Frans)

Je weet dat je heel vaak op je fiets zit als je een zeemvel mist in je jeansbroek en als je je bloot voelt zonder fietshelm op je kop. Na mijn zogenaamde mountainbikestage in de herfstvakantie probeerde ik in volle voorbereiding voor de Hel van Kasterlee elke gelegenheid te benutten om erop uit te trekken met Juan, mijn dappere Orbea-mountainbike. Of de Hel nu doorgaat of niet, ik besloot zaterdag 20 november nog een belangrijke training af te werken: een avontuur om af te rekenen met mijn mountainbike-minderwaardigheidscomplex, een uitdaging die ook zonder Hel in december een mooie opsteker zou zijn. Enter de mountainbikeroute Frans Claes! Topmountainbiker en Leuvenaar Frans Claes tekende namelijk een gloednieuwe mountainbikeroute uit die de mooiste plekjes in de ruime regio rond Leuven met elkaar verbindt, goed voor maar liefst 136 kilometer fietsplezier. Een marathonroute dus en zou het niet heel mooi zijn als deze marathonloper die route volledig zou kunnen fietsen? Het is een verhaal geworden met verrassende plotwendingen, oude en nieuwe liefdes én een happy ending. Wie liever de korte versie leest: het was een bewogen dag op de fiets.

Zaterdagochtend vertrok ik om 7u30 naar het dichtstbijzijnde punt van de route op 12 kilometer van mijn deur. De omstandigheden waren behoorlijk perfect te noemen: er was modder, maar niet te veel en met een sombere, maar droge graad of 10 was ik erg tevreden. Ik wilde het mountainbikegedeelte afleggen tussen 8u en 17u. Qua snelheid leek dat een haalbare kaart. Alleen was ik zo naïef om te denken dat ik slechts een handvol kilometers meer zou fietsen dan de vooropgestelde 136 (150 dus met de verplaatsing naar de route). Ik was meteen in de ban van Frans Claes en wat hij mij voorschotelde. Frans heeft dat goed gedaan! dacht ik meermaals bij mezelf. Van Boutersem en Pellenberg ging het naar Linden, Kessel-Lo, Holsbeek en het Chartreuzenbos. Het ene herfstplaatje overtrof het andere en qua technische moeilijkheidsgraad was ik ook gerustgesteld. Misschien was ik toch meer mountainbiker dan ik altijd dacht?

IMG_6840b

Ik had niet in de gaten dat noch mijn mountainbikecapaciteiten, noch mijn gebrek aan duurervaring op de fiets mij de das zouden omdoen, wel de bewegwijzering. Op voorhand had ik het routeplan uitgebreid bestudeerd. Ik wist welke richting ik uit zou rijden, maar zonder fiets-GPS was ik volledig afhankelijk van de pijltjes. Nochtans was ik gewaarschuwd door niemand minder dan mijn broer. Een week eerder vroeg ik Seppe: Is de Frans Claes route technisch moeilijk en zijn de pijltjes duidelijk? Neeje! was zijn niet mis te verstane antwoord. Soms is het dus echt beter om heel naïef het avontuur in te vliegen. Het zou wel meevallen met die pijltjes. Deze enthousiasteling zag het als een grote speurtocht zoals we die als kind hielden en bovendien kon ik met mijn rijke pijltjeservaring op mountainbikeroutes onmogelijk de mist in gaan. Wel dus. Ik had niet in de mot dat ik vanaf het begin behoorlijk wat extra kilometers aan het maken was omdat ik a) zelf een pijltje miste b) een pijltje voor interpretatie vatbaar was of c) een pijltje op een cruciale plaats ontbrak.

Na een geslaagde passage door mijn eerste liefdes Heverlee- en Bertembos verliet ik het bekende terrein. Via Everberg en Kortenberg werd ik richting een andere oude geliefde gestuurd: Tervuren! Waar is de tijd dat ik hier met gemak wekelijks over Tervuren kon schrijven? Frans stuurt je ergens nooit in een rechte lijn heen, hij vermijdt het asfalt zoveel mogelijk en pikt werkelijk élke hoogtemeter mee. Als je iets grensverleggends gaat doen, dan weet je dat er onvermijdelijk een moment aanbreekt dat het niet leuk meer is. Dat je denkt: Waarom? Waar ben ik eigenlijk mee bezig? Wat heb ik me in mijn hoofd gehaald? Die fase brak bij mij aan rond kilometer 90. Ik zat 5 uur op mijn fiets, wat ik al heel lang vind, en de pijltjeszoektocht begon me op mijn zenuwen te werken. Bovendien was de batterij van mijn gsm om de één of andere reden leeggelopen en wist ik begod niet waar ik was. Best een bevreemdend gevoel. Het schoot zelfs door mijn hoofd om bij aankomst in Tervuren rechtstreeks (lang leve de steenwegen!) naar huis te rijden. Alleen moest ik dan nog altijd rekenen op een terugrit van 40 kilometer. Hallelujah, daar was het besef dat ik ruim boven die 150 kilometer zou eindigen. De moed zonk me in de schoenen.

IMG_6868b

Na 115 kilometer kwam ik ein-de-lijk aan in Tervuren. Ik dacht zelfs dat ik droomde toen bij de ingang van het park een koffiekraam stond met sfeervolle muziek. Dit was mijn redding. Mijn korte koffiemoment verrichtte een wonder: ik had weer zin om het spoor van Frans Claes te volgen. Met hernieuwde energie hervond ik mijn vrolijke mountainbikende zelve. Ik dacht terug aan al die kilometers die ik in en rond Tervuren fietste en liep, tijdens de marathon van Brussel of de voorbereiding ervan en ook in het najaar van 2018, toen ik voor mijn eerste Hel trainde. Frans’ keuzes in het Zoniënwoud stelden niet teleur. De extra kilometers die ik al gemaakt had en de klok die genadeloos bleef doortikken werden naar de achtergrond verdrongen. Ik zou deze route gaan finishen! Jawel, ik zou in de voetsporen van Frans Claes treden! Wat moest het trouwens fantastisch zijn om Frans Claes te zijn! Mijn euforie smolt weg als sneeuw voor de zon toen ik in Overijse aankwam. Na het zoveelste heen- en weer gerij dacht ik bij mezelf Denk als Frans Claes! Waar zou hij nu naartoe rijden? Het antwoord was simpel: omhoog, richting het groen. Terug op de route hield ik mezelf voor dat ik nu op weg naar huis was. Ook al reikt mijn geografische kennis zo ver dat Tienen en Overijse niet bepaald buurgemeenten zijn, al helemaal niet als je ze via groene wegen met elkaar wil verbinden.

Met 140 kilometer op de teller bereikte mijn motivatie een dieptepunt. Ik wilde thuis zijn, van de fiets af. Ik wilde iets anders eten dan sportvoeding. 8,5 uur had ik gefietst toen ik aankwam in Sint-Joris-Weert. Frans zou me nog 20 kilometer door het Meerdaal- en Mollendaalbos sturen. Er is niks mis met mijn zicht, maar voor de zoveelste keer kon ik een belangrijk pijltje dus niet vinden. Denk als Frans Claes! Compleet hulpeloos reed ik twee lussen rond het station. Bijkomend probleem was dat het donker begon te worden. Op goed geluk een schemerig bos in rijden: zo’n heldin of zottin ben ik niet. Het was tijd om te denken als Joke Odeyn. Als de nood hoog is, is de steenweg nabij. Ik koos er dus voor om in een rechte lijn over een geasfalteerd fietspad (hemels!) naar Oud-Heverlee te fietsen en zo over mijn eigenste vertrouwde steenweg naar huis te knallen. Na 9 uur gefietst te hebben, was ik verbaasd over de frisheid van mijn benen. Nog één tijdrit afwerken en dan zou ik thuis zijn. Om 18 uur gebeurde dat deze keer écht. Het was aardedonker, ik had 183 kilometer gefietst in 10 uur en 19 minuten. Crazy!

Technisch gezien is mijn missie dus niet geslaagd: ik kon de volledige route niet afwerken. Sorry, Frans. In mijn beleving deed ik dat wel. Het stuk dat ik skipte ken ik behoorlijk goed. Bovendien verpulverde ik mijn afstandsrecord en legde ik ook nooit eerder 1956 hoogtemeters af. Zonder meer een overwinning op mezelf. Ik werd me tijdens die 10 uur op de fiets ook heel bewust van alle (loop)herinneringen die ik al opdeed in de omgeving. Ik deed veel inspiratie op voor routes in de buurt. Zelfs in die mate dat ik gisteren weer op de fiets in Tervuren te vinden was en al lopend in Heverlee. Op voorhand dacht ik dat dit een avontuur zou worden van eens en nooit weer. Wel, ik zou er me toch nog een keer aan willen wagen. Op twee voorwaarden: het moet lente of zomer zijn en ik wil een compagnon de route die een GPS heeft op de fiets. Voelt iemand zich geroepen?

Het moment – Ondertussen op de steenweg

Zowat een jaar geleden schreef ik over mijn geliefde en gehate Tiensesteenweg, een – op het eerste zicht – saai stuk asfalt waarover ik dagelijks van en naar mijn werk fiets. Kilometers malen en vreten, nog steeds dus, zo gek ben ik wel. Het gevoel blijft: op een vreemde manier is die weg verbonden met mijn leven. Ook na anderhalf jaar weet die verduivelde steenweg mij te verrassen, in positieve en negatieve zin. Hoog tijd om weer eens de balans op te maken aan de hand van een greep uit mijn steenwegobservaties.

Het gonst nog steeds van de bedrijvigheid op de steenweg. Huizen worden aan sneltempo met de grond gelijk gemaakt en terug opgebouwd. Er wordt tegen de sterren op gerenoveerd en verbouwd (codewoord gyproc), evenals vocht bestreden en daken geïsoleerd. De ene bouwwerf is nog niet weg of een nieuwe lading steigers doemt al op. Bovendien blijkt maandagochtend rond half 9 hét moment te zijn om de voegen van de oprit uit te krabben, onkruid te wieden, wat snoeiwerk te verrichten (tip: leg eerst een zeil om het snoeisel op te vangen) of de auto in het sop te zetten (je kan dan ook terecht bij Willy Wash). Van al die noeste arbeid gaat een mens zich haast schuldig voelen dat hij maar op weg is naar het werk en niet thuis bladeren bijeen staat te harken of de brievenbus afneemt met de stofvod.

Ik heb altijd al een fascinatie gehad voor ochtendrituelen en daar krijg ik er heel wat van te zien krijgen tijdens mijn vroege uurtje op de fiets. Kinderen zitten met een kom cornflakes voor de neus voor zich uit te staren of pikken al wat schermtijd mee. De brievenbus legen in peignoir of – nog heel snel – de vuilniszak aan de deur zetten, lijken eerder vrouwentaken te zijn, terwijl de mannen in de rij staan bij de bakker (het stereotiepe beeld van de man als jager-verzamelaar zeg maar). De hardwerkende zelfstandige staat voor dag en dauw paraat in de zaak. De kapper modelleert voor de spiegel haar eigen kapsel in de juiste plooi voor de klanten toekomen. De horeca-uitbater tuurt met een ernstige (bezorgde?) blik naar de laptop.

IMG_6227b

Qua verdraagzaamheid in het verkeer is er nog steeds werk aan de winkel. Het hoogte- en tegelijkertijd ook dieptepunt was een pamfletactie in Boutersem. Je verzuringsgraad moet wel heel hoog zijn om Koning Fiets door middel van een eigen ontworpen poster (vastgetapet aan élke verkeerspaal) een lesje in verdraagzaamheid te spellen. Ik kon niet anders dan me aangesproken voelen, ook al identificeer ik me niet met een trol op een houten fiets. Sommige buschauffeurs lijken me wel zo te benaderen, dat maak ik toch op uit de soms ronduit agressieve reacties die ik krijg omdat ik het fietspad langs de bushalte durf te gebruiken. Shame on me! En dan zijn er nog de autobestuurders die niet willen beseffen dat de neus van hun voertuig langer is dan hun eigen neus. Daartegenover staan gelukkig ook tal van warme, menselijke gebaren en hoffelijkheid. Wat geldt voor mensen, geldt ook voor de steenweg: er is van alles wat.

Ik waan me dan wel een anonieme getuige van het leven op de steenweg, blijkbaar ga ik toch niet helemaal op in het grijze lint. In het voorjaar werd ik namelijk als een heldin onthaald in Horta Kumtich door eigenaar Dirk. Hij noemde mij de sympathieke fietsende medemens omdat hij me elke dag door weer en wind op de fiets ziet zitten. Hij had soms wel met mij te doen, maar juist daarom was het respect eens zo groot. Sindsdien koop ik natuurlijk al mijn tuingerief bij Dirk. Door die ontmoeting ben ik ook meer gaan stilstaan bij de personen achter andere handelszaken. Wie zijn Erika en Ivan van De Pitstop eigenlijk? Staat Sigrid zelf dagelijks frieten te bakken in de frituur en broodjesbar? En zijn Vera en Betty nog steeds drijvende krachten achter het gelijknamige kapsalon?

Tot slot is de steenweg een plek waar alle levensfasen geruisloos door elkaar heen lopen. De bomma wordt verrast met een wandeling buiten de muren van het rusthuis. De jeugd hangt op de bus te wachten en sloft naar de broodjeszaak. Baby’s worden met trots geïntroduceerd (de ooievaar moet als decoratief element nog niet aan populariteit inboeten). De steenweg is voor mij en velen een onderweg, voor anderen een thuis. Zowel een nieuw begin als een eindhalte. Hoe fragiel het leven is, werd mij nog maar eens pijnlijk duidelijk gemaakt toen een jonge kerel op een zonnige zondagnamiddag (uitgerekend op Valentijnsdag) de controle over het stuur van zijn motor verloor, tegen een boom reed en op de steenweg om het leven kwam. Wekenlang was een boom een bedevaartsoord voor al wie Laurent moest missen. Bloemen werden geplant, kaartjes en brieven opgehangen. Er werd gehuild. Er werd getroost. Ik zag hun rauwe verdriet slechts in een flits, voelde het daarom niet minder intens, nog steeds krijg ik er een krop van in de keel. Ook dat is de steenweg.

IMG_6855b

Duatlonspecial – Mijn trainingsprincipes voor de Hel

Vlak na mijn avontuur in Rotterdam zei ik meermaals dat de wereld niet stopt met draaien omdat ik een snelle marathon gelopen heb. Al helemaal mijn professionele leven als leerkracht niet, want maandag stond ik gewoon op post in de klas. Vreemd genoeg voelde ik me niet moe. Tot ik het laatste restje adrenaline, waar ik al een volle week op leefde, had opgebruikt. In Rotterdam had ik de vrouw met de hamer ternauwernood kunnen ontwijken, op woensdag deelde ze me alsnog een venijnige tik uit. Loslopen resulteerde in een herbeleving van mijn pijnlijke laatste marathonkilometers. Mijn woonwerk-verkeer op de fiets kroop slakgewijs vooruit. In de klas moest ik hard mijn best doen om uit de laatste vaatjes energie te tappen. Kortom: ik was op. Zaterdag begon ik de herfstvakantie bivakkerend in de zetel met een boek. Zondag was ik herboren en zat ik blij als een kind op de mountainbike.

Het volgende sportieve avontuur dient zich namelijk aan. Jawel… ik doe ook dit jaar weer mee aan de Hel van Kasterlee. Op 19 december zal ik daar voor de derde keer aan de start staan om er belachelijk veel kilometers te lopen (15), fietsen (115) en nog eens lopen (30). Na mijn deelname in 2019 heb ik nochtans heel goed nagedacht of ik me er nog wel aan zou wagen. Ik heb twee keer kunnen finishen en haalde bij mijn debuut zelfs het podium, dat is zonder meer mooi. Twee jaar geleden wogen de voorbereidingen zwaar op mij. Ik zat niet goed in m’n vel, modderde op alle vlakken maar wat aan en dat voelde ik toen ik mijn lichaam in december door de Hel joeg. Net daarom ga ik nu de uitdaging nog eens aan. Ik wil me nog eens goed (beter) voorbereiden en ook meer plezier beleven aan de race dan de lijdensweg van 2019. Een trilogie in de Hel: daar teken ik voor.

IMG_6766b

Het lastigste onderdeel is voor mij het fietsgedeelte. 115 kilometer mountainbiken in barre omstandigheden: ik ben heus niet de enige die dat een intimiderend gegeven vindt. Bovendien ben ik een loper en ligt mountainbiken in wedstrijdverband, omgeven en gedomineerd door mannen, ver buiten mijn comfortzone. Bij wijze van grondige voorbereiding was het dus hoog tijd om de confrontatie met de modder aan te gaan. De herfstvakantie bombardeerde ik prompt tot mountainbike-stage, niet in het zonnige Spanje, wel in het grijze Hageland. Op 6 dagen tijd fietste ik 374 kilometers bij elkaar, verspreid over diverse mountainbikeroutes in de omgeving. De eerste dag was behoorlijk confronterend: ik sukkelde en sakkerde, vloekte binnens- en buitensmonds, ploeterde en ploegde, ging onderuit en dan weer verder. Gaandeweg vond ik echter mijn ritme en zo fietste ik elke dag met wat meer vertrouwen rond. Een goede mountainbiker zal ik nooit zijn, een efficiënte plantrekker wel. Omdat mijn ervaringen met de Hel hier de laatste tijd opvallend vaak worden aangeklikt en omdat ik mede-hellegangers niet kan verblijden met keiharde trainingsschema’s, wil ik wel vertellen hoe ik zo gericht mogelijk probeer te trainen in functie van mijn doelen en agenda. Bij deze dus mijn vijf trainingsprincipes voor de Hel met één heel grote disclaimer: ik doe ook maar wat. Hier gaan we.

Train zoveel mogelijk in plaats van zo lang mogelijk, stort je dus niet alleen op lange trainingen in het weekend, maar probeer loop- en fietskilometers te spreiden over de week. Op die manier krijg je automatisch variatie in je trainingsmomenten waardoor je niet alleen traint als de zon schijnt en je uitgeslapen/goedgemutst bent. Juist met een drukke agenda is het de kunst om je tijd zo optimaal mogelijk te benutten. Ik kan bijvoorbeeld op school tijdens een springuur van 50 minuten een loopoutfit aantrekken, 6 kilometer lopen én douchen. Ochtend- en avondtrainingen zijn dan weer zinvol omdat je je lichaam een trainingsprikkel geeft met weinig in de tank, vermoeide benen en/of een gebrek aan goesting. Net die ervaring heb je nodig om mentaal weerbaar te zijn in de Hel.

IMG_6756b

Duatlon = lopen+fietsen en fietsen+lopen, die combinatie kan je dus best ook oefenen. Ik ga zelf heel vaak lopen nadat ik een paar uur heb gefietst. Dat is dan thuiskomen, fiets wegzetten, helm af, petje op, schoenen wisselen en lopen maar. Ik moest in het begin heel erg wennen aan de overschakeling van fietsen naar lopen, maar al snel bleek ik veel rendement te halen uit die korte, intensieve trainingsloopjes. Het is de ideale manier om het pittige einde van een duurloop te simuleren zonder dat je lichaam de impact van loopkilometers moet verteren. Eerst lopen en dan fietsen doe ik soms ook, maar dat is minder uitdagend.

Zoek zowel de eenzaamheid als het gezelschap op, of je nu alleen traint of in gezelschap: het is allebei goed en het is allebei nodig. In de Hel moet je het merendeel van de wedstrijd in je eentje afhaspelen. Met momenten is dat oersaai. Trainen in gezelschap biedt de nodige afleiding en vooral ook gezelligheid. Marike en Leah vergezelden mij vorige week op de fiets tijdens een looprondje (in de regen, die zusterliefde is echt onuitputtelijk). Vandaag ga ik fietsen met Roos, mijn persoonlijke coach in de Hel (ik deed haar een officieel aanzoek en ze was zo gek om weer ja te zeggen). Wij cultiveren die coach-atleet band ook, waardoor ik me nog meer geruggensteund voel door mijn zusjes.

Maak van de modder je vriend, hoop niet op goed weer tijdens de Hel. Bid niet tot de weergoden, ze zullen niet luisteren. Ga er voor het gemak van uit dat het slecht weer zal zijn. Punt. Je zal vaak genoeg hebben getraind als het weer zich niet van z’n fraaiste kant toonde. Vertrouw erop dat je dat aankan. Bij mijn eerste deelname in 2018 was het parcours afgetopt met een laagje sneeuw, in 2019 regende het de hele dag. Vooral aan het begin van het fietsgedeelte stoorde ik me daaraan, nadien – als je gewoon blij bent dat je nog vooruit gaat in die ellendige modderpoel – was de nattigheid het minste van mijn zorgen.

Zoek voeling met de Kastelse grond, door deel te nemen aan een groepstraining of er op eigen initiatief in de bossen te gaan crossen, dat kan al fietsend of lopend. Het gaf mij vertrouwen om daar eens op mijn mountainbike te rijden, zelfs met de wetenschap dat het parcours er enkele weken voor de Hel nog heel berijdbaar bij ligt. Om de benen eens goed los te gooien tekenen wij in familieverband ook traditiegetrouw present voor de halve marathon van Kasterlee die aanstaande zondag doorgaat. Seppe, Roos en ik zullen er aan de start staan. Ik ben alvast heel benieuwd wat mijn benen te zeggen hebben drie weken na de marathon. Hopelijk zit er weer wat vuur in! Geen zin om een halve (of hele) marathon te lopen? Kom dan gewoon supporteren en laat je onderdompelen in de Kastelse gezelligheid. Allen daarheen!

IMG_6751b

Duatlonspecial – Seppe de wereldkampioen

Hij deed het weer. Seppe werd wereldkampioen duatlon op de lange afstand. In 6 uur en 6 minuten liep hij 10 kilometer, fietste hij er 150 om dan nog eens 30 kilometer te lopen. Het Zwitserse Zofingen stond traditiegetrouw garant voor een pittig parcours, berg op en af dus en dat allemaal tegen een donkere lucht, in de regen en de kou. Echt takkeweer! Niet dat hij die zware omstandigheden nodig had om de wedstrijd te domineren. He looks so powerful! He completely destroyed this course! om het met de woorden van de commentator te zeggen. En ook he’s such a nice guy, misschien wel het belangrijkste.

Ik ben altijd trots op mijn broer, altijd fier om zus van te zijn, maar deze week loop ik er triomfantelijk bij. Omdat ik besef wat het vergt om wereldkampioen te worden. Tonnen toewijding, trainingsarbeid en focus. Elke dag weer. Jaar in jaar uit. Onze brobro is wereldkampioen. Dat is toch niet normaal?!

BUIO8312b
Roos en mama, de vrolijke wandelaars, gooien daags voor de wedstrijd de benen los in de Zwitserse bergen.

 

RWRB9379b
Vik Odeyn was vooral onder de indruk van de cheerleaders. Zij vielen ook als een blok voor hem.

 

NGOQ3201
Het Herentse ontvangstcomité

Het moment – Ontwaakt uit mijn winterslaap

Ik voelde al lente in januari, al was het sporadisch. Tussen de regenbuien en het miezerweer gebeurde het soms dat de natuur z’n uiterste best deed om er desondanks iets moois van te maken. Heel behoedzaam, dat wel, om je vooral geen valse hoop te geven. Januari moet zowat de lelijkste maand van het jaar zijn. Je ziet vooral modder en dorheid. Het is zoeken naar een sprietje groen in een palet van bruin. Als je bovendien met de fiets naar het werk gaat, dan is januari een behoorlijk harde noot om te kraken. Mijn kilometers op de steenweg waren knokkilometers. Februari kenmerkte zich dan weer door een diepvriesweek mét sneeuw om er nadien een portie onversneden lente overheen te gooien. Van beide genoot ik intens. Ik liep met een heel grote glimlach door de sneeuw: toch na een kilometer of 2, als mijn innerlijke thermostaat aansloeg, en ook het voorproefje lente zorgde ervoor dat ik in een opperbeste stemming verkeerde.

IMG_4225b

Ik ga er prat op om me niet af te zetten tegen de winter. Als je de wintermaanden als deprimerend en onmenselijk bestempelt, dan lijkt het me een bijzonder zware klus om die tijd door te komen. Ik hou van de afwisseling die de seizoenen bieden. Elke maand heeft iets. De winter, dat is gezelligheid. Zowel om binnen te zitten met de gordijnen dicht, als om er in alle vroegte op uit te trekken nog voor de wereld wakker is. Inmiddels weet ik ook dat ik heus wel bestand ben tegen wat regen en wind. Het meest vermoeiende aan de wintermaanden vind ik het denkwerk dat erbij hoort. Je moet je constant wapenen tegen een kracht van buitenaf, zowel jezelf, je huis, als je huisdieren. Dat vreet energie.

In de winter heb je een warme deken om je heen die je noodgedwongen warm houdt, maar als die dan weer af kan, voel je plots hoe licht je eigenlijk bent. Juist door de impact van de winter kan ik het voorjaar meer naar waarde schatten. In het voorjaar is het zoveel gemakkelijker om goed gezind te zijn, om de juiste kleding aan te trekken, om de dag aan te vatten, om naar buiten te trekken en simpelweg tevreden te zijn. Ook op sportief vlak biedt het voorjaarsweer niets dan voordelen. Allereerst stijgt de curve van het fietsgenot exponentieel. Voor je plezier maak je geen fietstocht als het kwik onder nul kruipt. Ik ging dus weer vaker de baan op met Juan, mijn onovertroffen Orbea mountainbike. Letterlijk de baan op, want als ik modder kan vermijden, dan doe ik dat ook. Juan kan het trouwens uitstekend vinden met Herman, de koersfiets van Roos. Gelukkig maar! Als ik na zo’n fietstocht en bijbabbelmoment leeggereden thuiskom, is mijn geestelijke batterij weer helemaal opgeladen.

IMG_4362b

Mijn loopkilometers bleven de afgelopen maanden constant. Ik loop regelmatig een duurloop van 18 kilometer die ik afwissel met kortere loopjes. Geen echte excessen dus, best gematigd voor mijn doen. Op kledingniveau bevind ik me in een transitiefase. Mijn Nike Pegasus trailschoenen met Gore Tex bewezen hun dienst in de sneeuw, maar ook mijn nagelnieuwe belachelijk witte Zoom Fly’s konden een eerste keer van stal in het nieuwe jaar. Ik schipper nog wat met de lengte van broek en shirt. De uitspraak die ik me de afgelopen weken vaak liet ontvallen was: als ik eenmaal naar kort ga, wil ik niet terug naar lang. Mijn club van loopvriendjes werd ook weer een beetje groter. Elizabeth is de naam van mijn nieuwste loopmaatje. Met dat nieuwe valt het overigens wel mee, aangezien we elkaar al een leven lang kennen. Elizabeth gebruikt me graag als stok achter de deur om een looprondje te maken (die invloed blijk ik wel eens te hebben op mijn omgeving). Er is veel wat ik waardeer aan mijn jeugdvriendin: als sporter is dat ongetwijfeld haar onverzettelijkheid en bikkelharde doorzettingsmentaliteit. I like! Een dikke yes dus aan het samen sporten en aan het buiten zijn!

IMG_4351b

Oh nee, geen Hel van Kasterlee 2020!

Dat de Hel van Kasterlee vandaag niet doorgaat, is erg begrijpelijk: het is 10 graden en droog, mogelijk zelfs zonnig. In de Hel regent het of sneeuwt het, is het grijs en grauw, krijgen de begrippen “modder” en “koude” een tweede en derde dimensie. De Hel is afzien en genieten. Vandaag geen sporthal, geen Ben en Hans, geen strijd en glorie. Vandaag bloedt het sporthart van Team Odeyn en aanverwanten. Dit jaar dus geen uitgebreid verslag over helse ervaringen in Kasterlee. Ik denk dat ik zelfs de modder, de nattigheid en mijn open geschuurd zitvlak zal missen. Naar aanleiding van deze bijzondere dag vuurde ik enkele vragen af op mijn familieleden (inmiddels zijn ze dat gewend). Meermaals kreeg ik te horen: je kan de Hel niet beschrijven, je kan niet uitleggen wat het is als je er nooit bent geweest. Maar kijk, in tijden van crisis doen we toch een poging.

Ik geef eerst het woord aan Valerie, mijn schoonzus, mama van Laurien (4) en Vik (1) en zoveel meer dan de vrouw van Seppe. De week voor de Hel is het voor ons gezin minder druk dan de weken ervoor omdat Seppe dan juist minder traint. Wij zijn dan vooral met het weer bezig en alle mogelijke denkpistes die daarbij horen. Ik ben in die week ook altijd jarig. Afhankelijk van hoe dicht mijn verjaardag bij de Hel valt, is de feestmaaltijd eerder vettig of mager. De dag van de Hel zelf wordt met de jaren juist spannender. Ik geloof altijd in Seppe, aan hem twijfel ik nooit, maar ieder jaar opnieuw moet alles ook meezitten en mag je geen materiaalpech hebben. Het geluk moet altijd aan je zijde staan. Aan elke Hel-editie heb ik een speciale herinnering: ik heb twee keer zwanger langs het parcours gestaan, er was de eerste keer met Laurien en de eerste keer met Vik erbij. Dat maakt het extra bijzonder. Sinds vorig jaar leeft Laurien ook heel hard mee met haar papa. Tijdens de wedstrijd is ze dan wat opgejaagd en vraagt ze altijd: gaat papa winnen? Ze is heel blij als ze mee op het podium mag. 

hel

Ik was er ook bij in 2011 toen Seppe voor het eerst deelnam en meteen derde werd. Die afstanden leken mij toen immens. Ik was toen echt ongerust of dat het wel zou goedkomen. De dag zelf vind ik nu heel tof, die dag gaat ook heel snel voorbij. Er zijn veel mensen die ik één keer per jaar zie en spreek op dezelfde plaats. We worden ook altijd heel vriendelijk ontvangen door Ben en Hans. Ik krijg daardoor altijd het gevoel dat wij mee een deel zijn van Kasterlee. De gezelligheid die de sport daar uitstraalt kan je ook moeilijk uitleggen aan iemand die het nog nooit heeft meegemaakt. Echt uniek. Sinds we kinderen hebben, gaan Seppe en ik niet meer samen naar huis, maar we bespreken onze dag nadien wel heel uitgebreid na. Vanaf de zijlijn kan ik niet inschatten hoe het voor hem geweest is. Seppe vertelt dan hoe hij alles beleefd heeft, want er is veel meer gebeurd dan wat ik gezien heb. Ik vertel dan wie ik gesproken heb en waar de gesprekken over gingen. Hoe vaak Seppe nog zal deelnemen aan de Hel? Geen idee! Zo lang hij er zin in heeft, maar ik denk dat die zin niet snel over zal zijn. Na 10 overwinningen zijn er nog veel ronde getallen te behalen. 

hel4
Seppe aan de start in 2019

Seppe Odeyn  – broer (9 deelnames, 8 zeges)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. winter – modder – feest
2. Wat zal je het meest missen? de hele voorbereiding die afgesloten wordt in de sporthal
3. Wat zal je het minst missen? de stress die eraan voorafgaat
4. Hel-weetjes? in eerste instantie wilden ze de Hel nog extremer maken, de mama van Rob Woestenborghs won één van de eerste edities, de officiële aankomst ligt net buiten de sporthal: als het dus ooit aankomt op een sprint ligt daar de meet
5. Wat ga je vandaag doen? ik ga om 8 uur het startschot geven voor zij die de Hel op eigen houtje doen, ik ga de fietsronde eens lopen om te kijken hoe de Hel geweest zou zijn

DSC03201
Papa in actie in 2018

Jan Odeyn – papa (5 deelnames, 4 x supporter)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. trainen – doen – ondergaan
2. Wat zal je het meest missen? de start en aankomst, de laatste weken als je minder moet trainen en Alma elk weertype positief vertaalt in een voordeel, dat het goed gaat met Seppe en Joke tijdens de wedstrijd, het hoogtepunt als Seppe mij inhaalt en iets zegt, de overdreven positieve aanmoedigingen van Marike bij het laatste lopen en Alma die dan niets zegt omdat het nog lang gaat duren, de pintjes na de aankomst
3. Wat zal je het minst missen? het trainen en ongerust zijn over ziek worden of een blessure krijgen
4. Hel-weetje? i
n de douche herkennen ze me als de pa van Seppe
5. Wat ga je vandaag doen? me bezighouden met mijn modelbouwvliegtuigen

IMG_0603
Seppes overwinning in 2014 toen ik voor het eerst supporter was

Alma Artoos – mama (ontelbare keren supporter)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. familiedag – spannend – kou
2. Wat zal je het meest missen? Het gevoel dat één dag aanvoelt als één lang uur zonder eet- of hongergevoel (of misschien is die dag tijdloos), maar ook omroeper Hans. Het besef dat al die deelnemers helden zijn en daar een heel jaar voor trainden, de eerbied voor elke atleet. Ik vind het totaalpakket van de Hel perfect.
3. Wat zal je het minst missen? de spannende periode ervoor of misschien ook niet
4. Hel-weetje? (noot van de redacteur: mama had zoveel weetjes dat ik een selectie heb gemaakt) Jan en ik hadden op voorhand veel gesprekken over het weer, ik werd echt een meester-voorspeller om hem gerust te stellen: wind droogde de grond uit, regen was ook goed, want het zand kwam vaster te liggen, vriesweer was ideaal, want het zand lag nog vaster, dooi was dan weer goed om de ondergrond terug zachter te maken. Mijn voorspellingen werden alsmaar beter naarmate dat de Hel dichterbij kwam. Ik vertrok van het bestaande weerbericht en zette dat dan om in een gunstige voorspelling.

5. Wat ga je vandaag doen? het wordt een gewone zondag, denk ik. Misschien fietsen naar de Kempen?

FVAS2774

Mark Artoos – onze nonkel, mijn peter (4 deelnames, 1x supporter)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. afzien – genieten – nagenieten
2. Wat zal je het meest missen? vooral de sfeer ter plekke zowel voor, tijdens als na de wedstrijd, maar misschien nog leuker is de roze wolk de week erna en de vele verhalen van andere deelnemers en supporters: daar kan je nog lang van nagenieten
3. Wat zal je het minst missen? de trainingen van de maand november, die zijn lastig omdat je al zolang bezig bent en omdat het ook de zwaarste zijn, het weer is dan niet zo aangenaam meer en dan ben ik het trainen echt beu!
4. Hel-weetje? bij darmproblemen en een gebrek aan wc-papier kan een geschreven kerstlijstje van Marike ook een oplossing zijn
5. Wat ga je vandaag doen? sporten, want de training voor de Hel 2021 begint!

YGBX6086
Die zusjes van mij, zelfs goedlachs in regenponcho

Roos Odeyn – zus (8x supporter, waarvan 2x als mijn coach)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. familie – emotie – sport
2. Wat zal je het meest missen? De hel is een bijzondere dag. De fierheid op je familie. De pracht en kracht van een sport die je een hele dag kan aanschouwen, want het zijn zotten! Dat iedereen die over de rode loper naar binnen loopt een held is.
3. Wat zal je het minst missen? de eigen organisatie van kledij, voeding, drank, fietsen, lichten en voldoende batterijcapaciteit, het lege gevoel de dag erna: doodmoe en nog vol emoties 
4. Hel-weetjes? wij hebben altijd een fietstas vol zelfgemaakte wafels van Marike bij en als je heeeeeel vroeg komt, kan je gewoon aan de sporthal parkeren

5. Wat ga je vandaag doen? Herinneringen ophalen, beetje treuren. Blij zijn dat ik niet zo vroeg op moet staan.

DSC03200
Ikzelf in actie (lachend?!) in 2018

Marike Odeyn – zus (7x supporter, waarvan 5x als coach van papa)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. kou – familie – spanning
2. Wat zal je het meest missen? picknick maken, vroeg vertrekken en dan mama zoeken om een eerste update te krijgen over het wedstrijdverloop, het moment dat de familieleden gefinisht zijn, ze tevreden zijn over hun prestatie en het gevoel dat het dus ook een goed kerstfeest zal zijn
3. Wat zal je het minst missen? kou, modder, het gevoel dat je iets heel belangrijk aan het vergeten bent
4. Hel-weetje? Als ik mama bel om haar te vragen waar ze is, dan ziet ze mij meestal staan, maar ik haar niet, dus dan roept ze door de telefoon. Ik ben hier! Nee! Nee, hier! Je bent niets met die aanwijzingen door de telefoon.  

5. Wat ga je vandaag doen? bakken of in de tuin werken

hel6
Seppe op het podium in 2018, wat zullen we ook de Sikke (toen de nummer 3) missen!

Peter Dries – Kempenaar en partner van Marike (6x supporter)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. familiefeest – tijdschema’s – motivatiecoaches
2. Wat zal je het meest missen? de emotionele ontlading en de tranen van ontroering als ik mijn schoonbroer over de meet zie komen als winnaar, trots en opgelucht dat na weken meeleven je eindelijk weet: hij doet het, hij doet het!
3. Wat zal je het minst missen? het vroege opstaan, mijn wagen die stonk naar zure melk nadat Marike vergat om het dopje goed op de melkfles te draaien
4. Hel-weetje? ik moest eens naar Heist-op-den-Berg rijden toen Marike haar handtas op de veloroute had laten staan, uitslapen was geen optie 

5. Wat ga je vandaag doen? het stalen ros van stal en mountainbiken!

hel2

Wat ik vandaag zelf ga doen? Ik ga het gemis proberen weg te lopen, door nog eens een echt lange looptocht te ondernemen. Ik denk aan mama’s wijze woorden: die Hel mogen ze ons echt geen twee keer afpakken! Amen.

De gedachte – De tragiek van de steenweg

De steenweg: Vlaams, Vlaamser, Vlaamst. Een functionele verbindingsweg die steden of gemeentes met elkaar verbindt, waar grijs, grauw en groen elkaar ontmoeten, waar levens elkaar routineus kruisen, waar de auto nog steeds baas is. Voor ik hier steenwegen of liefhebbers ervan beledig: ik heb het hier over mijn steenweg, de Tiensesteenweg. Tegenwoordig heb je namelijk ook mooie, leefbare steenwegen die niet langer typerend Vlaams aanvoelen. Dat gaat helaas niet op voor de steenweg tussen mijn woonplaats rond Tienen en mijn werk in Leuven. Sinds ik in het voorjaar verhuisde, bracht ik elke werkdag een uur of twee door op de steenweg. Ik stap ’s ochtends in alle vroegte op mijn zwaarbeladen (volledig door beenkracht aangedreven) stadsfiets om 20 kilometer naar mijn werk te fietsen. 15 kilometer daarvan spendeer ik op steenwegterrein. En na schooltijd fiets ik uiteraard weer naar huis. De afgelopen maanden kreeg ik kortom uitgebreid de tijd om het steenwegleven te observeren. Het leven op de steenweg dat ligt nooit stil.

IMG_3917b

Voor ik jullie uitleg wat mij zo fascineert aan de steenweg, beantwoord ik een veelgestelde vraag: dagelijks 40 kilometer op een glooiende steenweg fietsen, is dat niet vreselijk lang en vermoeiend? Ik geef daarop steeds het ietwat filosofische antwoord: nee, dat is geen opgave omdat het in mijn hoofd niet lang is. Kijk, de eerste week dat ik de fietstocht naar mijn werk ondernam, was ik continu bezig met de weg en vooral met hoe ver het nog was. Ik zat nog niet in de routine, dacht nog te veel na. Ja, toen heb ik dus best wel gezucht, gevloekt en gefrustreerd op mijn pedalen gestampt. Ironisch genoeg reed ik juist die eerste weken ook belachelijk snel. Mijn record (ahum) verbeteren was namelijk een bezigheid die voor afleiding zorgde. Hoewel dat resulteerde in belachelijk snelle fietstochten, moet ik er inmiddels niet meer aan denken om wedstrijdgewijs naar school te fietsen. Nu is het kinderlijk eenvoudig: ik stap op de fiets, ik duw op mijn pedalen en ik kom thuis aan. Soms met wind en regen. Soms met de zon. Maar ik kom altijd thuis aan. 

IMG_3900b

Van thuis uit is de weg náár de steenweg een droom van een fietspad die 4,5 kilometer duurt. Denk: een volledige afgescheiden én nieuw aangelegd pad langs het groen. De steenwegpret of -miserie begint onder de naam Leuvenselaan, dat wordt de Leuvensesteenweg om dan onvermijdelijk te veranderen in dé Tiensesteenweg. De logica achter de naamgeving kan de erbarmelijke fietsinfrastructuur niet verhullen. Armoe troef vat het zowat samen. Het grootste deel fiets ik tussen lijnen de naam fietspad niet waardig. Uitgerekend voor dit gegeven schopte “moordstrookje” het met enig cynisme tot Woord van het Jaar in 2018. Het wegdek bevindt zich bovendien ook nog eens in slechte staat, waardoor ik scheuren, barsten en bobbels moet trotseren. Als zwakke weggebruiker moet ik altijd alert zijn, heb ik ogen in mijn rug en fiets ik met een fluohesje en fietshelm in de hoop dat ik daardoor voldoende beschermd ben tegen (vracht)verkeer dat veel te dicht langs mij voorbij raast.

IMG_3891b

Ik verbaas me nog dagelijks over de diversiteit aan handelszaken die de steenweg huisvest. Voor de hand liggend zijn de medische en paramedische praktijken, de frituren, bloemenwinkels, broodjeszaken en krantenwinkels. Er is echter ook een speciaalzaak voor danskleding, een casino en zelfs een rendez-vous hotel. Met een totaal van 12 stuks zijn de kapperszaken het best vertegenwoordigd. Een bijzondere vermelding gaat naar Bajwa’s nachtwinkel die onder de noemer “algemene voeding” respectievelijk “tabak, alcohol, groenten en fruit” verkoopt. Na verloop van tijd kreeg ik ook inzicht in het mierennest aan gewoontes dat de steenweg herbergt. Kinderen wachten op de bus, werkmannen in hun camionette. Er is de man die op zijn balkon staat te roken (er wordt echt heel veel gerookt op de steenweg), het pubermeisje dat eenzaam op de schommel zit in een kale tuin, het meisje met de roze jas op de te kleine fiets en de kat die alles nauwlettend in de gaten houdt vanachter het raam. De alledaagsheid van de steenweg vind ik nog steeds boeiend. Vraag me niet waarom. 

IMG_3894b

Minder alledaags zijn de magische steenwegmomenten die ik al beleefde. Die hebben altijd te maken met de natuur die ook bijzonder goed vertegenwoordigd is. In september zag ik tientallen ooievaars op lantaarnpalen zitten die in Kumtich (of all places!) hadden overnacht tijdens hun trek naar het zuiden. Ik zag al prachtige zonsopkomsten. Ik zag een betoverend in mist gehuld landschap. Ik zie dagelijks stoere bruine koeien, een merrie met veulen en een weide vol witte herten. Ook toen ik foto’s maakte om deze tekst van beeldmateriaal te voorzien, viel het me op hoeveel pittoreske plaatjes ik kon schieten. Van de natuur, maar ook van de prachtige woningen, de ene al bewoonbaarder dan de andere, die het steenweglint van een sierlijke touch voorzien. Vergis u niet: de steenweg an sich is lelijk, de streek die hij doorkruist is dat geenszins.

IMG_3907b

Ik was eerst van plan om het te hebben over de romantiek van de steenweg. Omdat er heus ook wel hoffelijkheid bestaat. Omdat er dezer dagen heel wat symbolen van verbindende aard te vinden zijn. Maar vooral omdat ik toch wel een klein beetje heel erg van mijn lelijke steenweg ben gaan houden. Het kleinmenselijke dat de steenweg biedt, staat echter in schril contrast met de groezelige en ronduit levensgevaarlijke kant van dat fameuze grijze lint. Een informatiebord langs de weg leerde mij dat er in de maand oktober maar liefst 612 zware boetes werden uitgedeeld op een plaats waar je 70 km/u mag sjezen. Er zijn te veel roekeloze chauffeurs die de steenweg voor Francorchamps aanzien. Het mag dan ook niet verbazen dat ik al meerdere aanrijdingen zag. Daarbovenop is er ook heel veel werfverkeer, (langs de steenweg wordt altijd gewerkt), waardoor er behoorlijk wat bouwmateriaal in de berm belandt. Je zal als fietser op de moordstrook maar een gyprocplaat tegen je hoofd krijgen. Ik zie veel te veel road kill dan goed is voor mijn gevoelig dierenzieltje. Ik voel plaatsvervangende schaamte voor het zwerfvuil in de berm, het wc-papier dat in de struiken hangt en de vuilniszakken die worden gedumpt. De steenweg is een plaats waar de mens zich ook van zijn smerigste kant toont.

IMG_3913b

Ondanks dat tragische aspect ben ik gehecht aan de steenweg omdat ik er als eenzame fietser soms kromgebogen over haar stuur in alle anonimiteit kan opgaan in het landschap. Stevig ingepakt vanonder mijn fietshelm durf ik al eens luidop meezingen en zelfs gesticuleren. Ik kan intens genieten van de muziek die ik op de heenweg luister en de podcast op de terugweg. Heel soms moet ik de neiging onderdrukken om kei hard te schreeuwen: zwijg nu allemaal eens! Hoe tegenstrijdig het ook klinkt, die steenwegruis bezorgt mij op de één of andere manier een dagelijks rustmoment van en naar mijn werk. De steenweg en ik, we zijn aan elkaar overgeleverd. Tussen ons is het van moeten, maar daarom niet minder van harte.

IMG_3422b

 

Duatlonspecial – Over een winter zonder Hel

Aanvankelijk zou ik hier beschrijven hoe oktober als een sneltrein aan mij voorbij raasde, ware het niet dat Steven Van Gucht die metafoor gisteren gebruikte om de opmars van het corona-virus in België te visualiseren. Ik dacht ook aan storm. Omdat er steeds meer wind opsteekt die op de fiets altijd tegenwind lijkt te zijn. Omdat we ons op alle vlakken in het oog van een storm bevinden die nog niet meteen zal gaan liggen. Ik zou ook nog iets vertellen over een turbulente (wind!) week op school. Hoe de media tegenstrijdig berichtten over voltijds dan wel deeltijds onderwijs op school. Hoe dat een impact had op mijn gemoed en hoe we er toch weer allemaal het beste van probeerden te maken. De laatste dagen voor de herfstvakantie stond ik soms met een krop in de keel voor de klas omdat ik een déjà-vu had naar het voorjaar, toen ik ook dacht dat we eventjes met vakantie gingen en elkaar snel zouden terugzien. Dat draaide toch eventjes heel anders uit. Er maalde kortom zoveel in mijn hoofd dat ik geen tijd had om stil te staan bij het feit dat de Hel van Kasterlee ook van de agenda werd geschrapt.

Een sportwedstrijd die wordt afgelast: echt verrassend nieuws is het dezer dagen niet. Slechts een kanttekening in de marge als je ziet wat er allemaal op ons afkomt. Ik was vooral opgelucht dat de organisatie de knoop begin oktober durfde door te hakken en daarmee klaarheid schepte. Bovendien liep ik op 11 oktober een marathon waar ik écht oprecht deugd van had. Ik besefte nog maar eens dat ik geen competitie nodig heb om sportief bezig te blijven. Lopen, dat doe ik voor mezelf. Om mijn hoofd en benen te luchten. Een jaar zonder Hel van Kasterlee dat betekende meer tijd voor mezelf en andere bezigheden. Ik zou dit jaar ook niet op de Boekenbeurs in Antwerpen werken (ah nee, die gaat ook niet door) en ik zou dus gewoonweg tijd hebben om te lezen en een tas te maken, om maar iets te noemen. Tijd, mensen, tijd! Wat kan ik me nog meer wensen?

IMG_3712b
Hemels en hels: het kan verduiveld dicht bij elkaar liggen.

Toen ik in 2018 en 2019 deelnam aan de Hel trainde ik in oktober en november rond de 18 uur per week, meestal in barre omstandigheden. In alle vroegte en donkerte gaan lopen, als je pech hebt in de regen. In het weekend urenlang op de fiets zitten, meestal met regen en wind. Mijn voorbereiding op de Hel was niet minder dan een halftijdse job die ik naast de drukte van mijn betaalde fulltime job uitoefende. Mijn leven leek die maanden on hold te staan. Wat doorweegt zijn niet zozeer de trainingsuren zelf. Eens je op die fiets zit met muziek in de oren of eens dat je aan het lopen bent, dan is dat zoals altijd best fijn. Zelfs als het regent. Wat het hels maakt, zijn de momenten dat je verkleumd en doorweekt thuiskomt in een kil huis. Dat je zelfs na een warme douche niet lijkt op te warmen. Dat je op automatische piloot nog een maaltijd klaarmaakt en je je hoofd pijnigt over welk schoolwerk toch wel nú moet gebeuren. Elke minuut van de dag moet je nuttig besteden: dat is wat doorweegt en wat ik dit jaar dus zeker niet zou missen. Daarmee was de kous af, dacht ik. 

Deelnemen aan de Hel is dus zwaar omwille van de grote opofferingen die je moet maken in een voorbereiding die eindeloos lijkt te duren. De dag zelf was ik telkens tussen de 11 en 12 uur bezig. Dat is hard labeur en zwaar afzien, maar al bij al vliegt die dag voorbij. Ik weet nog dondersgoed hoe ik me gevoeld heb tijdens die strijd. Ik weet ook nog heel goed hoe ik over de rode loper liep en onder luid applaus en gejoel kon finishen. Wat uiteindelijk echt blijft hangen, zijn de kleine momenten die als het ware achter de schermen plaatsvinden. Niet de opzichtige glorie van de prestatie, maar het menselijke aspect dat erachter schuilgaat. Hoe ik met Roos in de auto zat, voor en na de wedstrijd. Wat er gezegd werd (en wat juist niet) tijdens het afsluitende loopnummer in een aardedonker niemandsland met mijn familieleden op de fiets. De lieve reacties die ik nadien uit verwachte en onverwachte hoek kreeg. Het nakaarten in familiale kring tijdens de kerstdagen. Hoe eenzaam een dag in de Hel ook kan zijn, zelden voelde ik me meer gesteund. De Hel van Kasterlee is om die reden een dag die nog heel lang nazindert, waardoor je ook weer vergeet welke opofferingen je hebt gemaakt. Ik zal het om die reden dus wel missen. Heel hard zelfs. Omdat het weer een mooi familiemoment is dat ons door de neus wordt geboord. 

Of ik volgend jaar opnieuw deelneem aan de Hel van Kasterlee? Dat weet ik echt niet. Drie keer deelnemen leek me wel mooi, maar ik wil in alle eerlijkheid de afweging maken of die zware voorbereiding het me waard is. Deelnemen aan de Hel is geen must. Marathons lopen daarentegen: dat wil ik zo lang mogelijk blijven doen. Ik denk dat het dringend tijd wordt dat ik van de herfstbladeren en mijn nieuwe loopschoenen ga genieten. En van Juan, die dit jaar van een gigantische modderbad wordt gespaard. In 2020 is alles anders, maar daarom niet per se slechter. Let’s make it a November to remember!

IMG_3699b