Loperspraat – Mijn sportieve najaar van 2022

Ik weet niet meer wat ik juist verwachtte van 2022. Of ik het überhaupt aandurfde om verwachtingen te koesteren nadat we de afgelopen jaren lesjes in nederigheid moesten ondergaan. Corona was het zwaard van Damocles boven ons hoofd. Een dreiging aan een paardenhaar. Je wist nooit echt goed hoe je leven er over een paar weken zou uitzien. In ieder geval is 2022 het jaar waarin ik weer à la carte en als vanouds aan loopevenementen kan deelnemen. Sterker nog: het bleek een jaar te zijn waarin ik de ene na de andere loopwedstrijd kon winnen en PR’s weer wat scherper stellen op diverse afstanden. Het begrip lange afstand kreeg bovendien een extra dimensie door de trail in Houffalize die Roos en ik liepen. Behoorlijk grensverleggend allemaal. Ik ga het najaar echter niet dartend doorbrengen geïnspireerd door het succes van Dancing Dimi. Er zal gelopen worden, gefietst ook, door de wind door de regen, door de modder en liefst ook door alles heen. Mijn sportieve honger is nog niet gestild.

De CPC Loop in Den Haag zal altijd een bijzonder plekje in mijn hart hebben. Nu is in mijn hart best wel een grote ruimte gereserveerd voor loopevenementen en is dat plekje dus niet exclusief voor de CPC voorbehouden. Den Haag is Den Haag: altijd een goed idee, altijd weer leuk om er tijd te kunnen doorbrengen in familiale sferen. De CPC is daarenboven een prachtige halve marathon waar je nooit echt weet wat je kan verwachten. Op 8 maart 2020 liepen Roos en ik onze laatste CPC voor de wereld even op slot ging en het onvoorstelbaar leek dat mensen ooit nog in een grote massa zouden mogen samenkomen. Gek genoeg is de CPC ook de wedstrijd waar we het langst moesten wachten op een revival-editie. 25 september gaat het dan echt weer gebeuren en raas ik (hopelijk toch) over dat ongelooflijke parcours van de city-pier-city, in gezelschap van de zeebries die mee dan wel tegenwerkt. Naast de plaatsing op de kalender is deze editie ook anders omdat Roos er niet aan de start zal staan. Zij zal een avontuur van een heel andere orde beleven met Seppe, waarover later meer. Gelukkig zullen haar schoenen gevuld worden door die van Sam, waarover ook later meer.

Oktober dat is marathonmaand. Ik ben er nog steeds niet over uit of ik nu eerder het type voorjaars- dan wel najaarsmarathonloper ben. Op 16 oktober sta ik hoe dan ook aan de start van de Amsterdam Marathon. De marathon waar ik mezelf in 2017 een beetje kapot liep langs de Amstel, waar ik een keer door het Vondelpark vloog en er een keer door strompelde en me ook realiseerde dat Amsterdam over veel bedrijventerrein beschikt. De start- en finishzone in het Olympisch stadion konden me wel bekoren. Uiteraard ga ik voor een verbetering van mijn 3:06 in Parijs. Het is mogelijk, maar dat is nooit een garantie dat het ook echt zal gebeuren. Ik vertel later ongetwijfeld nog eens wat uitgebreider over mijn voorbereidingen en verwachtingen van Marathon N°15. Wie eveneens in Amsterdam aan de start zal staan is mijn maatje Sam. We leerden elkaar kennen tijdens de voorbereiding van de Paris Marathon en sindsdien deelden we loop- en ander vreugde en leed. Voor Sam is het z’n derde marathon en met een PR van 2:59 gaat ook hij resoluut voor een verbetering van z’n besttijd. Hij kan dat, daar ben ik heel zeker van.

Na de najaarsmarathon begint dan weer het betere ploeg- en modderwerk voor mijn decemberdoel. Ik ben nog steeds van mening dat mountainbiken een zomersport is, maar blijkbaar ben ik nog steeds zo gek te krijgen om ook in de kille maanden met Juan op pad te gaan. Mijn lopersbenen zullen dus heel wat extra kilometers op de fiets malen. Op 13 november staat de halve marathon van Kasterlee op het programma (waar ik vorig jaar als derde eindigde). Het regent doorgaans die dag, net zoals de andere 29 dagen van november meestal het geval is. En jawel, op 18 december neem ik dan weer deel aan de Hel van Kasterlee. Zoals verwacht krijgt het drieluik dus een sequel. De editie van 2021 was om heel wat redenen erg bewogen, waardoor ik tot de conclusie kwam dat ik nog niet klaar ben om het Hel-hoofdstuk af te sluiten. Bovendien belooft deze 20e editie een bijzonder feestelijke te worden: omwille van dat ronde getal en omdat Seppe zijn 10e overwinning kan binnenrijven. Hoe vet zou dat zijn?! De zomer geeft ons vandaag al een voorproefje van de herfst: I say yes to the regenjas, want er is immers genoeg om naar uit te kijken!

Het moment – Op de mountainbikeroute Seppe Odeyn

Ik kan om heel veel redenen jaloers zijn op mijn broer. Op zijn podcast en geweldige kinderen bijvoorbeeld. Of op het feit dat hij heel veel durft en altijd zichzelf kan blijven. Het allercoolste is toch wel dat hij sinds kort een eigen mountainbikeroute heeft in en rond zijn Herent. Drie lussen (eentje voor elke zus) die samen goed zijn voor 59 kilometer mountainbikeplezier. Als eeuwige Zus Van die ook mountainbiket stond Seppes route natuurlijk hoog op mijn sportieve like to do lijstje. Het duurde uiteindelijk toch nog 5 maanden voor ik me eraan waagde. Daar zat Frans voor iets tussen. Ergens op een druilerige dag in november was ik namelijk zo gek om een stevig mountainbikeavontuur aan te vatten. Met name door het speurwerk naar de pijltjes en als gevolg daarvan een heleboel omwegkilometers door een grijs niemandsland werd dat een onderneming van formaat. Bovendien ben en blijf ik een loper. Zelfs na drie deelnames aan de Hel van Kasterlee moet ik toch een drempeltje over om aan een nieuwe mountainbikeroute te beginnen. Omdat ik in het najaar altijd denk: mountainbiken in de zomer: hoe fantastisch is dat! bleek een zonnige dinsdag in augustus het ideale moment om me door Seppes route te laten leiden.

IMG_9355b

De officiële start van de mountainbikeroute Seppe Odeyn vind je aan de nagelnieuwe sporthal Bart Swings in Herent. De groene, blauwe en rode lus kunnen gecombineerd of afzonderlijk worden gereden. Ik was ook meteen gerustgesteld toen ik op het infobord las dat de route geschikt is voor zowel de beginnende als de meer geoefende mountainbiker. Aangezien ik vanuit Tienen kwam aangefietst, pikte ik ergens op de groene lus in, een afslag van de mij bekende F3-fietssnelweg tussen Leuven en Brussel. Ik was meteen aangenaam verrast door waar ik terecht kwam. Nochtans dacht ik Herent behoorlijk goed te kennen. Ik belandde op de Mollekensberg, een naam die ik altijd zie passeren bij de Garmin-activiteiten van mijn broer en die een eigen leven was gaan leiden. Een prachtig stukje natuur, zo bleek! Waar ik me bij Frans Claes heel vaak een visualisering probeerde te maken van hoe hijzelf als een speer over zijn route fietste, kon ik me dat van mijn eigenste broer zo goed voorstellen dat ik me met momenten wel echt een slak op een fiets voelde. Maar goed, het was dinsdagvoormiddag, niet meteen het moment dat je half Vlaanderen op een mountainbike in Herent aantreft.

Aangezien Herent niet op een groen eiland ligt, vond ik het vooral verrassend hoe er langs drukkere wegen heel vaak een off road weggetje bleek te zijn dat ik dus nog niet kende. Langs de afrit van de E314 bijvoorbeeld (voor de Herentenaars ook wel bekend als het windgat). De groene lus bleek daardoor ook echt de groenste te zijn als in: veel bomen en wat meer stijg- en daalwerk. De passage door Bertembos vond ik eveneens erg geslaagd omdat mijn favoriete afdaling erin was opgenomen. Vanuit daar ging het verder naar Veltem-Beisem en dan weer richting Herent. Mijn avontuur met Frans leerde me dat je vandaag de dag als fietser niet meer meetelt als je old school op de pijltjes rijdt, want een digitale fossiel als ik heeft natuurlijk niks met gpx-bestanden. Wel, ik wil bij deze een heel groot compliment geven voor de bewegwijzering. Het is onvermijdelijk dat je eens iets verkeerd interpreteert of dat een pijltje verstopt zit achter een struik, maar eigenlijk miste ik amper iets.

IMG_9360b

Na de groene lus volgde de rode lus die via Tildonk terug naar Herent kronkelde. Minder hoogtemeters, veel niet-geasfalteerde paden waar je snelheid op kan maken. Love it! Bovendien bleek de rode lus ook een trip down memory lane te worden. Vroeger, heel vroeger voor ik een loper was, reed ik namelijk paard samen met mijn zussen. We gingen wekelijks een wandeling maken in het Herentse. Over al die paden dokkerde ik nu een jaar of 10 later met mijn fiets. Zo kwamen er dus twee werelden samen. Ik ben er heel lang van overtuigd geweest dat er qua beleving niks op kon tegen een wandeling te paard maken: met je paard op weg zijn, wapperende manen, hoefgeklop op de grond, een drafje hier en een galopje daar. Galopperen in de open lucht stond voor mij lange tijd gelijk aan het oppergevoel van geluk. Als loper kan ik eveneens van die ultieme geluksmomenten ervaren, die liggen dan in de eenvoud van de activiteit. Je benen die de grond tikken alsof het niks is of samen met anderen iets beleven. En ja, ook op de mountainbike overvalt mij soms het gevoel van hoe geweldig is dit! Je zit bovendien een stuk geruster op je mountainbike dan op je paard. Paarden zijn vluchtdieren die al eens iets in hun bol kunnen krijgen waardoor je tijdens het idyllische galopperen in de buitenlucht altijd op scherp moet staan. Al die herinneringen en bedenkingen schoten dus door mijn hoofd terwijl ik de laatste kilometers van de route aflegde. Met ruim 100 kilometer op de teller kwam ik als een tevreden mens aan in Tienen.

IMG_9375b

Ik ben uiteraard geen neutrale partij, maar neem het toch maar gewoon van mij aan: de Mountainbikeroute Seppe Odeyn is absoluut een fietstochtje waard. Toegankelijk zonder al te makkelijk te zijn, uitstekend bewegwijzerd, variatie troef en dé uitgelezen manier om groene stukjes rond Leuven beter te leren kennen zonder meteen naar de gekende bossen in de omgeving te trekken. Seppe bevindt zich momenteel in het Zwisterse Zofingen. Morgen vertrekt hij daar namelijk om 9 uur om zijn wereldtitel duatlon op de lange afstand te verdedigen. Dat wordt dus tegen de sterren op duimen en heel hard naar de livestream roepen. Als er iemand dit kan, dan is hij het wel. Go, go, go, Seppe!

Het moment – Leven als Belgische god in Nederland

Ik had het geluk om 10 dagen lang vakantie te kunnen nemen in Den Haag: de mooie stad waar mijn neef Maarten met zijn gezin woont, de stad van de CPC, van zee en strand en tonnen gezelligheid. Een stad ook waar het zomerklimaat met verfrissende bries mij op het (zweterige) lijf geschreven was. Omdat ik in een vorig leven in Leiden studeerde kan ik mezelf niet bepaald een Nederland-leek noemen. Een jaar of 15 geleden was ik er echter van overtuigd dat het nooit zou werken tussen Nederland en mij. Dankzij mijn uitjes naar Den Haag ben ik weer helemaal gewonnen voor onze noorderburen en ja, ook voor hun directheid. Ik vond in Den Haag werkelijk alles wat ik nodig had om me in vakantiesferen onder te dompelen. La vie en rose in Nederland dus.

Nederland mag dan de naam hebben eerder laag te scoren op de gastronomische schaal, ik had daarover helemaal niks te klagen. Uit eten ging ik niet, wel deed ik talloze terrasjes met koffie en wijn. Wat me opviel was de populariteit van het nul punt nul biertje. Zowel op café (de kroeg) als in de supermarkt was er een uitgebreid en divers bieraanbod zonder of met een minimaal alcoholpercentage. Zelf werd ik een tevreden mens van de uitgebreide keuze aan wijnen per glas die ook nog eens betaalbaar waren. De koffiesnob in mij kon eveneens haar hartje ophalen. Ik dronk heerlijke cappuccino’s en flat whites zonder er de hoofdprijs voor te betalen. Na enkele dagen bombardeerde ik café Emma op het Regentesseplein tot mijn stamcafé. Daar had ik meerdere goede redenen voor: het was letterlijk om de hoek van mijn verblijfplaats, ik kon er terecht voor een goeie koffie én voor een wijntje, op het terras was er altijd wat te beleven, het personeel was vriendelijk en de klanten erg divers. Op hetzelfde plein ging ik ook twee keer de mezze-schotel halen bij Ali’s Incredible Lebanese Sandwiches, werkelijk een smaakexplosie! Op het strand genoot ik dan weer van de beach-vibes bij strandpaviljoen Zuid, waar steevast trots de Nederlandse vlag wapperde, maar de zon immer stralend was.

IMG_8862b

IMG_9078b

Wat mijn horeca-beleving helemaal naar een hoger niveau tilde was de joviale en steeds inventieve manier van bedienen. Met name café Emma leek daar een patent op te hebben. Daar werd niet simpelweg gevraagd wat je wil drinken (dat zou te alledaags zijn), maar kreeg je een andere pertinente vraag voorgeschoteld: wat kan ik voor jou betekenen? Nog beter vond ik de aanpak van de jongeman die met veel zin voor dramatiek en dito armgebaren voor het terras ging staan en uitriep: heeft er hier iemand mijn hulp nodig? Ook fijn vond ik het als mijn drankkeuze positief bevestigd werd met een oprechte Lekker! Als gevolg daarvan wilde ik als exotische Vlaamse natuurlijk even creatief en lyrisch uit de hoek komen als mij gevraagd werd of alles naar wens was. Ik heb soms vast vreemde dingen gezegd.

Om helemaal in het moment te zitten, besloot ik om op een terras niet in mijn boek weg te duiken. Vakantie is juist niks doen. Op een terras betekent dat dus zitten, wat drinken, je ogen de kost geven en je oren spitsen voor de gesprekken rondom je. Een mooie bijkomstigheid is dat Nederlanders doorgaans luid en goed gearticuleerd spreken, dat ik Nederlands best goed kan begrijpen en dat er toch met weinig schroom over gevoelens of delicate onderwerpen gepraat wordt. Een Belg doet dat liever met de rolluiken strak naar beneden en gedempte stem. Ik hing aan de lippen van twee vrouwen die hun vriendschap na enkele jaren weer opnamen en vergezeld van hun twee teckeltjes een jaar of 30 aan hondenliefde bespraken. Ik volgde een sollicitatiegesprek in heel informele sfeer (een biertje, lekker!). Geen soap kon op tegen de zenuwachtig ogende man die op zijn date wachtte (het was hun derde afspraakje, zij was net gaan kamperen in Frankrijk). Toen zij eindelijk arriveerde schreeuwde alles in zijn lichaamstaal dat hij hopeloos zijn hart verloren had aan haar, maar helaas vrees ik dat zij hem minder zag zitten. De stakker! Nederlanders zijn goede verhalenvertellers. Als buitenstaander die weldra van het Haagse toneel zou verdwijnen, voelde ik me ook niet bezwaard om al die gesprekken te absorberen. Ook dat is voor mij vakantie: opgaan in de anonimiteit van de grote stad.

IMG_9089b

IMG_9002b

Als je in Nederland bent, dan wil je natuurlijk fietsen. Op vakantie wandel ik graag zonder doel rond in een stad, in Den Haag ging ik soms doelloos fietsen. Al blijft het wel uit je doppen kijken in de grote stad. Er zijn tramsporen, auto’s en fietsers die uit alle richtingen lijken te komen. Mijn lieftallige Tony viel wat uit de toon naast de alomtegenwoordige omafietsen. Ook bleek de e-bike nog niet heer en meester der rijwielen te zijn en is de Nederlander duidelijk nog niet toe aan de fietshelm. Zelfs kinderen zag ik vaker zonder dan met een fietshelm. Volgens mijn Rotterdamse vriendin Machteld is dat zo omdat fietsen in Nederland zo ingeburgerd is dat je het kan vergelijken met een helm dragen bij het tandenpoetsen. Ze was het wel met me eens dat fietsen (ook in Nederland) heel wat meer risico’s inhield dan je dagelijkse mondhygiëne.

Wat ‘s-Gravenhage (de officiële naam) helemaal onweerstaanbaar maakt is de nabijheid van de zee. Op mijn eerste vakantiedagje ging ik een kijkje nemen op het drukkere strand van Scheveningen (omwille van de pier en het CPC-gevoel), de dagen erna was ik altijd te vinden op het veel rustigere zuiderstrand. Wat een ambiance daar! Zowel ’s ochtends als ’s avonds werd er gezwommen en dat werkte zo aanstekelijk dat zelfs een niet-watterrat als ik vond dat ze de zee in moest. Ook daar moet je wel zelf gewoon uit je doppen kijken. Er zijn verschillende vlaggen die aanduiden hoe gevaarlijk de zee is. De rode vlag staat voor een “zeer gevaarlijke zee”, maar dan mag je nog steeds het water in. Wie het veilig wilde spelen, moest wachten op de geelrode vlag, want dan waren de redders aanwezig. Om het kwartier reden die in een auto over het strand om te kijken of ze niemand van de verdrinkingsdood moesten redden. Soms was er trouwens gewoon geen vlag. Geen idee hoe je dat moest interpreteren. Ik liep en wandelde heel vaak langs de vloedlijn. Ik keek naar de rauwdouwers die meeuwen zijn en hoe ze boven de strandgangers helikopteren. Ik las op het strand en tegen de duinen (in totaal 5 boeken). Ik legde me zelfs eens op een handdoek om gewoon een beetje te liggen en naar de lucht te turen. Het moet niet gekker worden.

IMG_8967b

IMG_9006b

Naast één paar sandalen, één paar slippers, één paar espadrilles en twee paar sneakers nam ik ook drie paar loopschoenen mee. Ik trok dan ook 8 keer mijn loopschoenen aan. Wat de kustlijn in Nederland zo mooi maakt, is dat die nog meer aanvoelt als een natuurgebied. Ik liep door het Westduinpark, het Oostduinpark en het Zuiderpark, telkens ook stukken door de stad en over het strand. Geen meter stelde me teleur. Op zondag 31 juli fietste ik naar Rotterdam om er de halve marathon te lopen. Het zomerse gevoel was echter wat zoek bij de #yoursummerrun omdat het een miezerige, zelfs ietwat regenachtige dag was. Bovendien was het de eerste keer dat dit evenement georganiseerd werd en dat merkte je wel een beetje. Drie weken na mijn trailavontuur in Houffalize wist ik niet goed wat ik van een snelle halve marathon op asfalt mocht verwachten. Na een vlotte eerste helft en vervolgens een eenzame strijd tegen de wind tikte ik op de legendarische Coolsingel af op 1u27, waar ik niet anders dan tevreden mee kan zijn. Met wind tegen (die verduivelde wind!) fietste ik terug naar mijn Nederlandse thuis. Kijk, ook dat is een voordeel van Den Haag: dat het voor een ervaren steenwegrijder als ik slechts een fietstocht van 25 km verwijderd is van Rotterdam.

IMG_8926b

IMG_9134b

Ik genoot kortom heel erg van Het leven zoals het is – Den Haag. Met toch een beetje hartpijn maakte ik woensdagochtend nog wat kiekjes van het Regentessekwartier. Ik besefte dat ik echt een mooie vakantie had beleefd en dat de wereld op het Regentesseplein gewoon blijft draaien als ik er niet ben. Vakantie is ook: boordevol herinneringen en inspiratie, volledig doordrongen van die prachtige stad, dolblij zijn dat je weer thuis bent. In Tienen dus, of all places.

Het moment – Terug naar Tervuren

Er was een tijd dat Tervuren mijn achtertuin was. Ik woonde in Heverlee en bij gebrek aan een tuin werd het park van Tervuren mijn groene hangplek. Dichterbij huis was er uiteraard ook veel groens te vinden*, maar ik hield juist van die fietstocht van 13 kilometer. Ik nam koffie mee, een goed boek en dan kon ik gerust een paar uur ongestoord op mijn bank zitten. Bovendien bulkte Tervuren van de herinneringen. Ik was diep onder de indruk toen ik in oktober 2015 tijdens de marathon van Brussel rond de vijvers van het park liep. Het zal dus ergens rond die tijd zijn dat mijn liefde voor Tervuren in alle hevigheid tot bloei is gekomen. Ik moest naar Tervuren als ik buitensporig gelukkig was, maar ook als ik eens ongegeneerd wilde janken. Het park was er om mij op te vangen, in goede en slechte tijden, want – zoals het gaat met grote liefdes – tussen Tervuren en mij was het onvoorwaardelijk.

De marathon van Brussel zou ik uiteindelijk 3x lopen en telkens was daar die magie van het park. Ik ging dan ook op het parcours trainen (al stelde dat weinig voor). Het kan dus geen toeval zijn dat ik de marathon van Brussel, hoe zwaar die ook is, minder leek te voelen dan elke andere marathon die ik liep. In diezelfde periode behoorde een fietstocht naar Brussel (25 km) mét passage door het park ook tot mijn repertoire van uitstappen. Toen ik in in de zomer van 2018 zonder echt plan begon te trainen voor de Hel wist ik dan ook niet beter dan heel vaak naar Tervuren of Brussel te fietsen. De mountainbikeroutes in het Zoniënwoud waren mij op het lijf geschreven (lees: ze zijn toegankelijk). Tervuren is nog steeds de enige plek waar ik me als mountainbiker helemaal in m’n element voel. Ik fietste er zowel onder een loden zon als in de sneeuw. Ik hield er ook mijn generale repetities voor de Hel door er te gaan lopen-fietsen-lopen. Het is eigenlijk simpel: mocht de Hel in Tervuren doorgaan, mijn kansen op winst zouden exponentieel toenemen.

YENV7826

Het Zoniënwoud neemt zijn eretitel serieus en je kan het qua grandeur niet vergelijken met een doorsnee bos. Ook voor de loper biedt het groene Tervuren niks dan voordelen: je kan er makkelijk freestylen zonder hopeloos verloren te lopen en de variatiemogelijkheden zijn onuitputtelijk. Je kan er hoogtemeters overwinnen zonder het moordende klim- en klauterwerk van de Ardennen. Voor elke trail waar ik me op voorbereidde was “Tervuren” dan ook steevast het antwoord op de vraag: waar moet ik gaan trainen? Toen ik twee jaar geleden naar Tienen verhuisde verdween Tervuren wat van mijn radar. Mijn steenwegkilometers vormen al een behoorlijk deel van mijn fietstrainingen en ik heb een eigen achtertuin (met gras dat altijd te hoog staat). Maar – zoals het gaat met grote liefdes – uit het oog was niet uit het hart.

In november kwam ik weer terecht in Tervuren tijdens mijn Frans Claes mountainbike-avontuur. Ik besefte toen dat ik Tervuren had gemist in mijn leven. De liefde laaide weer in alle hevigheid op. Tervuren werd opnieuw een item in mijn agenda. Met dank aan Tony, die de 35 kilometer laat aanvoelen alsof het slechts de 13 zijn van weleer. Ook met dank aan de fantastische koffiecaravan die je aan de ingang van het park kan vinden. Voor onze laatste duurtraining voor de marathon sleepte ik Roos mee naar Tervuren. Ze had het zwaar, dat arme zusje van mij. Ik liep als een zottin in haar natuurlijke habitat en Roos snakte naar adem. Een week geleden liep ik wederom als een wildevrouw door het Zoniënwoud tijdens de Fura 10 Miles. Een wedstrijd die Roos en ik drie keer eerder liepen toen we helemaal into stratenlopen waren (ook weer een periode in mijn leven). 1 uur en 8 minuten had ik nodig om de 16 kilometer af te leggen en zowaar een wedstrijd te winnen in mijn geliefde Tervuren. Het was een besef-moment van jewelste: dat ik de afgelopen jaren zoveel in en rond Tervuren heb meegemaakt en dat ik het nooit voor mogelijk had gehouden dat er een periode zou aanbreken waarop ik wedstrijden zou winnen. Misschien moest het wel gewoon zo zijn – zoals het gaat met grote liefdes.

IMG_8060b

*Ik was en ben nog steeds ook een heel grote fan van Heverleebos, Bertembos (wel opletten voor hazelwormen!) en het park van Arenberg.

Het moment – Door het oog van de storm met Tony

Vrijdag leek het even alsof de apocalyps onafwendbaar was door de komst van storm Eunice. De school stuurde iedereen naar huis om 13u, ook al gold er “slechts” code geel voor Vlaams-Brabant. Niet alleen het schoolgebouw was in een mum van tijd leeg (je moet zoiets echt geen twee keer zeggen aan leerlingen), ook de stad was plots desolater dan ooit. Ik kon nog niet naar huis omdat ik ’s namiddags bij de kinesitherapeut werd verwacht. Spannend toch wel, want het was niet duidelijk hoe stevig Eunice te keer zou gaan. Gelukkig kon ik rekenen op een nieuwe rots in de branding om me veilig naar huis te loodsen: Tony, mon compagnon de route, mijn nieuwe metgezel op de steenweg. Waar wij met de hele familie vol spanning wachten op het babyjongetje in Marikes buik, kwam er in mijn fietsfamilie namelijk vorig week al een nieuwe telg bij. Een broertje voor Juan dus. En wat voor één.

Ik woon nu bijna 2 jaar in Tienen en al die tijd legde ik mijn woon-werkverkeer naar Leuven voornamelijk af met een klassieke stadsfiets. Met momenten was dat hard labeur. 5 dagen per week, 40 kilometer per dag op pure beenkracht, door weer en wind. Met mijn stadsfiets van Cortina fietste ik in nog vroegere tijden wel eens van Heverlee naar Brussel, maar eerlijk is eerlijk: Tina had absoluut de looks, maar noch het design noch het stevige gestel om al die kilometers goed te verteren. Een stadsfiets dient om je in en rond de stad te verplaatsen, niet 200 kilometer per week van stad tot stad te fietsen. Al helemaal niet met een mand op je voorwiel: bye bye aerodynamica! Fietsen was vaak stampen en duwen op de pedalen. Juan nam om die reden de afgelopen maanden al enkele dagen per week de dienst over. Een sportfiets rijdt natuurlijk een pak vlotter (hoewel een mountainbike voor sommigen ook een lomp geval is), maar het grote nadeel is dat je enkel een rugzakje kan gebruiken om spullen te vervoeren. Ik had kortom een fiets nodig die sportiviteit met comfort combineerde. Die vond ik in een trekkingfiets van het Duitse merk Gudereit.

IMG_7426b

IMG_7427b

Ik moest een half jaartje wachten op Tony. Hij was mijn geduld absoluut waard! Ik was meteen helemaal hotel de botel in love toen ik hem in de fietsenwinkel zag shinen. Ik koos voor een donkerblauw frame (blauw is altijd goed). Verder heeft Tony vering in de voorvork en onder het zadel, beschikt hij over maar liefst 30 versnellingen en aangepaste handgrepen waardoor ik me een dj aan de draaitafel voel als ik aan het schakelen ben. Donderdag mocht Tony voor de eerste keer van stal voor zijn debuut over de steenweg: eerder een wind- dan een vuurdoop, wel eentje die hij met glans doorstond. Het grootste verschil is simpelweg het comfort dat hij biedt. Zelfs als het waait dat het geen naam heeft (of als die naam Eunice is), dan blijf je het idee hebben dat je aan het fietsen bent en dat die fiets een voorwerp is dat je vooruit helpt, geen ellendig ding dat je noodgedwongen mee moet slepen. Eigenlijk is Tony zoals de ideale marathonschoen: licht, vinnig en wendbaar met een robuuste basis. Om al dat gerief van mij (sportkleding, nette kleding, eten, schoolspullen) over en weer te vervoeren had ik ook fietstassen nodig. Ik koos voor waterdichte tassen van Agu waar behoorlijk wat in kan.

Een nieuwe fiets, dat betekende ook een nieuwe naam. Het is nu eenmaal veel leuker om het over Juan te hebben dan altijd te moeten zeggen “mijn mountainbike” (echte mountains doe ik er trouwens niet mee). Ik had eerst een stoere Duitse naam in gedachten, maar toen ik hem daar zag staan, besefte ik dat die niet bij hem paste. Ik had iets eleganters nodig. Zo kwam ik uit bij de Duitse wielrenner en toptijdrijder Tony Martin met de bijnaam Der Panzerwagen. Tony is eveneens een knipoog naar een hamster die ik ooit had en naar mijn Oma die fan was van de Zwitser Tony Rominger. Een veelbelovende naam met geschiedenis dus. En ja, het is genderstereotyperend van mezelf om mijn snelle fietsen mannelijke namen te geven, maar ik moet de vrouwelijkheid hier in huis (mijn huisdieren zijn allen vrouwelijk) toch een beetje compenseren. Testosteron in fietsvorm dus. Wie weet brengt Tony mij ooit wel verder dan de steenweg. Al werd mijn plan voor een fietsvakantie vooral op wenkbrauwgefrons onthaald door Roos. We zullen zien of daar ooit wat van komt.

Het moment – Klein geluk #4

Ik hou verrassend veel van maandagen*. Doorgaans zijn het productieve dagen waarop ik me weer fris en fruitig voel om een nieuwe week aan te vatten. Vandaag kregen wij zowaar een dagje vrij. Reden te meer om er helemaal voor te gaan. De zon had duidelijk iets goed te maken na een stormachtige zondag. Ik zat op de fiets, liep een rondje en besefte dat het begin van 2022 er echt mocht zijn. Vooralsnog geen grootste gebeurtenissen, maar heel wat kleine geluksmomenten lagen zomaar voor het rapen. De zaadjes zijn geplant, benieuwd wat er binnenkort geoogst kan worden.

  • Aftellen naar de geboorte van babybroer die zich voorlopig nog veilig verstopt in de buik van Marike. Roos en ik organiseerden een naaiweekend in mijn atelier waarbij we alle creatieve registers opentrokken om de nieuwkomer in onze familie van het nodige gerief te voorzien. Zussentijd van de hoogste kwaliteit!
  • Bezoek krijgen van Leah en Marike. Met mijn huisdieren kan ik natuurlijk dik scoren bij een 2,5-jarige. Een keer of 20 was het van Ada aaien (en die liet dat gedwee gebeuren). Alsof het de normaalste zaak van de wereld was, sopte die kleine Lee vervolgens haar speculaas in de chocomelk.
  • Mijn jeugdvriendin Elizabeth die voor de tweede keer mama werd. Julian kreeg een zusje met de prachtige naam Sienna. Zelden zag ik zo’n mooie baby. In de zomer zijn Eli en ik van plan om samen mountainbiketochtjes te maken.
  • Niets dan lovende woorden van de pers over de nieuwe theatervoorstelling van mijn meter die Simone de Beauvoir vertolkt. Ga dat zien!
  • Dromen van Parijs en nog beter, de marathon in Parijs met Roos. Plannen maken, een hotel boeken en de Thalys reserveren… dit lijkt wel 2019. Mensen toch, wat hou ik van de marathon en alles wat die teweeg brengt.
  • Fietsen en lopen met de zon op mijn snoet. Soms ook met wind, daar moeten we eerlijk in zijn, of met regen. En waarom niet 20 kilometer gaan lopen als het weer ronduit stormachtig te noemen is? Wel, om uiteindelijk verzopen, maar toch vooral heel voldaan thuis te komen. Zondag niet gaan lopen dat behoort niet tot de mogelijkheden.
  • Lek rijden langs de Grote Gete en binnen no time weer een redder in nood die mij verder helpt met een te grote binnenband. Held van dienst was de 73-jarige Felix. En ja, ik weet het, zou ik in 2022 niet op alles voorbereid zijn? Nu heb ik mijn lesje écht geleerd. Ik kocht een voorraadje binnenbanden (maatje 27,5) en was best trots toen ik er ook in slaagde om mijn achterband helemaal zelf te vervangen.
  • Een werkdag beginnen met een fietstocht van 20 kilometer, een looprondje van 6 kilometer en dan met lichte spanning, maar wel overdreven energiek in de klas staan. ’s Ochtends sporten dat voelt als voorsprong nemen.
  • Vier keer per week met frisse tegenzin, maar wel heel gedisciplineerd mijn oefeningen van de kinesitherapeut afwerken. De muziek bij uitstek om dat op te doen is die van Queen.
  • De comeback van de debardeur: ik ben fan. Het leek wel elke dag Dikketruiendag met dank aan de ventilatie in de klas en de hallucinante energieprijzen (ook dat nog). De verwarming thuis staat natuurlijk aan, maar toch liever een warmere trui dan een graadje hoger.
  • Stromae die muziekgeschiedenis schrijft door zijn aangrijpende L’enfer live in het journaal van TF1 te brengen. Geef die man alsjeblieft een standbeeld!
  • Ook de revival van de vrouwelijke Nederlandse muziek stemt me hoopvol en goedgezind. Hartjes voor Froukje, Meau en Merol.
  • Een literaire klassieker klein krijgen: op 1 januari begon ik met elke dag voor het slapengaan een paar pagina’s te lezen in het onleesbare (en daardoor ook slaapverwekkende) Ulysses. Bleek het vorige week toch niet toevallig 100 jaar geleden te zijn dat James Joyce zijn modernistische klassieker schreef! Maak je geen illusies: het is wel degelijk onleesbaar, maar ik zit toch maar mooi op pagina 230 en blijf volharden.
  • Gedichtendag op school: wat een plezier! En ook een gesprek in de klas over het gebruik en het nut van een nachtkastje, een meubelstuk dat duidelijk nog niet aan populariteit moet inboeten.
  • De bloei en groei in mijn tuin. Ik vraag me nu af of de natuur overdreven optimistisch is en een inschattingsfoutje heeft gemaakt dan wel een feilloos gevoel voor timing heeft.
  • Ik denk deze dagen veel aan Oma, want die zei altijd dat je het lengen van de dagen begint te voelen met Lichtmis. En natuurlijk heeft ze gelijk.

IMG_7349b

IMG_7340b

IMG_7309b

*Dinsdagen daarentegen, dat vind ik vaak zware dobbers om te verteren.

De race – De Hel van Kasterlee december 2021

19 december 2021 – wat een dag!
Ik deed het weer, finishen in de Hel van Kasterlee. Seppe slaagde daarin voor de tiende keer en haalde zijn negende overwinning binnen. Wat een broer! Mijn derde editie wil ik onthouden als de meest strijdlustige, ook de meest emotioneel overdonderende. Deelnemen of betrokken zijn bij de Hel van Kasterlee voelt alsof je voor één dag een magische plek betreedt waar je losgekoppeld wordt van het leven van alledag. Voor één dag mag ik een rolletje spelen in een indrukwekkend schouwspel met mijn broer in de hoofdrol. De Hel dat is elk jaar weer een spektakelstuk met vuurwerk (letterlijk en figuurlijk), met een rijk gevuld palet aan emoties. Contentement, ongeloof, frustratie, dankbaarheid, onoverwinnelijkheid, familiale gezelligheid, onversneden euforie, teleurstelling en loopgeluk: het passeerde bij mij allemaal de revue. Na een strijd van 9 uur en 53 minuten liep ik uiteindelijk naar een vierde plek, die voelde zowel aan als een overwinning als een nederlaag. Moest mijn dag in deze bijzondere editie van de Hel een roman zijn, dan was het een thriller.

Wat voorafging
Het najaar van 2021 noemde ik al eerder mijn sportieve renaissance. Nadat de crisis alle sportevenementen van de agenda schrapte en ik mezelf wist te vermaken met allerhande sportieve doelen, was daar toch een heel grote zucht van opluchting toen Roos en ik er weer samen op uit konden trekken om te gaan lopen. De 20 km van Brussel was het bewijs dat we allebei in topvorm verkeerden. En dat was nog maar het begin van de loopvreugde! In september en oktober liep ik al mijn looprecords van de tabellen met de marathon in Rotterdam als een absoluut hoogtepunt. En plots was het dus november, was het grijs en nat, was er weer volop corona-ellende en denderde ik af op mijn volgende doel: de Hel van Kasterlee. Onder het juk van heel veel schoolwerk en veranderende maatregelen kreeg ik er een halftijdse job bij (want dat is een voorbereiding op de Hel). In december zag ik het een paar keer somber in, die Hel zou ons ook dit jaar weer door de neus worden geboord. Toen dat uiteindelijk niet zo bleek te zijn, was daar ook het besef dat ik dit jaar – meer dan ooit – blij moest zijn om fit aan de start te staan.

SZVS2856
Klop, klop. De duivel geeft nog geen gehoor.

Vlak voor de start
Een dag in de Hel begint ’s nachts. Traditiegetrouw boekte ik een zusterlijk logement in de Kempen bij Marike en werd ik om 4u15 gewekt uit een vreemde droom om een andere droom te gaan waarmaken. Samen met Roos, mijn officiële coach, werkte ik nog een koolhydraatrijk ontbijtje binnen. We vulden nog wat drinkbussen, showden onze outfits en laadden nog wat bakken in de auto (spullen, spullen, al die spullen!). Via de meest desolate weg ooit (als er een hel bestaat, dan ziet de weg ernaartoe er zo uit) kwamen we iets na zessen aan in een relatief rustig Kasterlee. De poort naar de Hel was nog gesloten. Ik installeerde m’n spullen in de kleedkamer, ging een keer of vijf naar de wc, bracht m’n fiets naar de wisselzone en wachtte af tot het eindelijk zou beginnen. In vergelijking met de voorbije jaren was ik iets minder nerveus en gestresseerd. Zou dat echt door de ervaring komen? Na een laatste peptalk van Roos en papa was het dan tijd om naar het startvak te gaan.

helseppe

De race
Er staan uiteindelijk zo’n 350 atleten aan de start die om 8u stipt weg knallen. Het eerste loopnummer is een rondje van 15 kilometer. Lang genoeg om in een goed tempo te vallen, kort genoeg om er meteen al de pees op te leggen. Onderweg hoorde ik meermaals dat ik als vierde vrouw liep. Voor mij was het allemaal prima. Ik zou me niet laten opjagen door de wedstrijd. Deze Joke had ervaring en wist dat de dag nog heel lang zou zijn. Na 1 uur en 4 minuten kwam ik al bij de sporthal en sprintte ik met extra gezwinde pas naar de kleedkamer om mij te transformeren tot mountainbiker. Juan stond me breed glimlachend op te wachten in de wisselzone: voor hem was het al de zesde Hel van Kasterlee en – flash forward – hij zou meer dan ooit een rol van betekenis spelen. Daar ging ik dan, voor een eerste mountainbikeronde van 23 kilometer. Een opvallend droge ronde in vergelijking met de voorbije jaren. Ik zou echter rustig blijven, niet te hard van stapel lopen, zeker geen onnodige risico’s nemen om me in de competitiestrijd te mengen. Ik zou mijn eigen ding doen. Het parcours lag er zo goed bij dat ik het op sommige plaatsen amper herkende: ik reed heuveltjes op alsof het niks was, er waren geen “mottige” afdalingen. Kortom, dit zou best nog ‘ns leuk kunnen worden.

FDPT8367
Bevoorrading van de supporters (eigen catering uiteraard) met in het midden de voetpomp die een belangrijke rol zou gaan vervullen.

Na welgeteld 11 kilometer was het gedaan met het fietsplezier. Ik voelde plots geen demping meer onder m’n zitvlak, mijn achterband stond volledig plat. Materiaalpech dat is één van mijn grootste nachtmerries. Het is één van die factoren die je niet in de hand hebt en – eerlijk is eerlijk –  er schuilt geen groots technicus in mij. Nu was deze Joke voor een keer best goed voorbereid op fietspech. Zoals altijd reed ik tubeless (yeah), maar had ik ook een fietspompje bij, een reserve binnenband én een set bandenlichters. Jawadde. Een eerste poging om lucht in die band te krijgen en de magie van tubeless te aanschouwen, leverde een teleurstelling op: er gebeurde just niks. Tot daar drie redders in nood passeerden, vriendelijke mannen op de fiets die vaststelden dat een nieuwe binnenband noodzakelijk was. Dat werd voor mij gefikst en na een uitgebreide bedankingsrede kon ik mijn fietsronde verder zetten. Ik voelde me zowel opgelucht als opgejaagd. Ja, ik fietste weer, maar hoe was het in godsnaam mogelijk om na een half uur op de fiets lek te rijden? 2 kilometer verder passeerde ik een eerste keer bij mijn supporters en met een lichte ondertoon van frustratie riep ik dat ik al was platgereden en of ze de voetpomp uit de auto konden gaan halen zodat ik bij mijn volgende passage desgewenst nog wat meer druk op de band kon zetten. Mijn binnenband hield het echter niet zo lang vol. Nog 2 kilometer verder reed ik langs de kleine Nete (ik zou ook pas later horen dat “het water” daar zo heet) en stond mijn achterband weer volledig plat. Dit kon toch echt niet waar zijn?

Een koppel wandelaars snelde me meteen te hulp. Mijn band werd nog maar eens opgepompt, wederom zonder succes. De vrouw ging hulp vragen bij een coach aan de overkant terwijl ik met hun gsm Coach Roos kon bellen. Samen met papa zou zij zich naar de plek des onheils begeven mét onze grote pomp en hopelijk een heel arsenaal aan technisch gerief. Seppe zei me nadien als ge met tubeless helemaal plat rijdt dan is het echt dikke miserie. En Seppe heeft meestal gelijk. Ook Coach Stijn Van Roy (broer van Simon) ondernam nog een poging om wat druk in mijn band te krijgen, maar concludeerde vrij snel dat ook mijn binnenband lek moest zijn. En ja, daar stond ik dan: 15 kilometer gefietst, nog geen spat modder op mezelf of mijn mountainbike, slechts lichtjes bezweet van het lopen en het besef dat het hier aan de houten brug zou kunnen eindigen. De tijd bleef doortikken, Roos kwam aan, leefde intens mee en belde nog een paar keer nerveus naar papa. Zou mijn race er hier en nu echt opzitten?

CFUC2985
Foto van de dag, foto van het jaar, foto voor de eeuwigheid
AMRQ0075
Vijf helden met nen 28

Mijn blik met reddende engelen bleek echter nog niet leeg te zijn… als de nood het hoogst is, dan zijn Pat en de Haventrappers nabij! Vijf mannen in blauwe tenue op de mountainbike: hadden zij misschien nog een reserveband bij? Ja natuurlijk! Alleen, ik reed met “ne 26” (nie-mand rijdt daar nog mee!), zij hadden allemaal “nen 28”. Op de fiets does size matter. Juans buitenband werd aan een grondige inspectie onderworpen. De oorzaak van de lekke binnenband kwam aan het licht: er zat een klein pinnetje muurvast in de buitenband. Gelukkig waren de Haventrappers op alles voorzien, met aangepast gereedschap slaagden ze erin om het pinnetje uit de band te duwen. Al was er dus nog steeds dat verschil in bandgrootte. Ze konden wel proberen om een te grote band in mijn wiel te proppen, maar dat gaven ze weinig kans op slagen. Ziedaar het mirakel: met z’n tweeën lukten het om de binnenband onder stevige druk op z’n plaats te krijgen. 45 minuten had ik stilgestaan met bandenpech, als bij wonder kon ik mijn race verderzetten.

Soms moet je eerst in een nachtmerrie te belanden om te beseffen wat je dromen waard zijn. Na mijn onverwachte doorstart overviel mij een gelukzalig gevoel van dankbaarheid! Al die mensen die het mogelijk hadden gemaakt dat ik weer aan het fietsen was, die intens hadden meegeleefd en me dit gunden! Een snelle rekensom leerde mij dat het, ondanks mijn lange pitstop, nog steeds mogelijk was om de tijdslimiet van het fietsgedeelte te halen. De competitie kon me gestolen worden. Vandaag zou met opgeheven hoofd de eindmeet halen mijn missie worden. Hier had ik voor getraind. Ik zou de longen uit mijn lijf mountainbiken om ook deze Hel tot een goed einde te brengen. Met 1 uur en 45 minuten zou mijn eerste fietsronde voor één keer de traagste zijn. Het kon alleen maar beter gaan. Fingers crossed dat mijn banden het zouden houden. Met het mes tussen de tanden fietste ik mij een weg door de Kastelse bossen.

hel_DSC08341

Wie mij in het echt kent, weet dat ik doorgaans een rustige vrouw ben (zij het met een enthousiaste kant onder de juiste omstandigheden). Ik hou de teugels graag strak in handen, ik ben doordacht en ingetogen. Heel soms komt er ook iets in mij naar boven dat ik moeilijk onder woorden kan brengen. Noem het een beest, noem het mijn duivels die ik ontbind. Noem het koppigheid of karakter. Waar ik de eerste 15 kilometer met een ei in mijn broek had rondgereden (zo voorzichtig en behoedzaam), zo mountainbikete ik nu alsof mijn leven ervan afhing. Ik voelde dat mijn training had geloond, dat ik dus echt wel met vaart en lef een bocht of afdaling kan pakken, dat ik tegen 30 km/u door een bos kan vlammen met een te grote binnenband. Als er een prijs voor de strijdlust zou zijn, dan zou ik die vandaag binnenhalen. Niet door op z’n Thomas De Gendts kilometers lang in de aanval te rijden, wel door als een malle mina aan een inhaalrace te beginnen. Ik reed namelijk in quasi laatste positie. Zelfs als die binnen- of buitenband het niet zou houden, dan zou ik al strijdend uit de race stappen.

hel_DSC08191
Je zou het niet zeggen, maar wij zijn dus echt familie.

De aanmoedigingen van mijn supporters gaven me nog meer vleugels. Ik kreeg een krop in de keel toen mijn bestie An met haar gezin bij wijze van verrassing langs het parcours stond. Jeetje, nog mensen die het zo goed met mij voor hadden. Na een snelle tweede fietsronde maakte ik een heel korte stop bij Coach Roos die me nog wat sportvoeding in de mond duwde en aanmoedigingen om het hoofd smeet. Het was 12u, ik had nog ruim 3 uur om 2 fietsrondes af te leggen. Tijd zat! om het met de gevleugelde woorden van mijn peter Mark te zeggen. Ook mijn derde fietsronde vloog voorbij. Mijn banden leken het te houden, al voelde ik vooral op het asfalt wel wat extra bounce onder m’n derrière door het bobbeleffect van die te grote band. In ronde 4 besefte ik dat ik niet over bovennatuurlijke krachten beschikte. Ik maakte hier en daar eens een foutje, moest al eens een voet zetten, vloekte toch wat meer op de modder. Mijn rug begon pijnlijker aan te voelen, ook mijn nek liet zich af en toe eens opmerken. Het einde was in zicht: de volgende ronde zou ik dit allemaal voor het laatst doen.

269601739_10228706175909369_1509382516802563259_n
Seppe begint aan zijn eerste loopronde als ik nog een ronde op de fiets voor de boeg heb. Niks nieuws onder de zon eigenlijk.

Mijn laatste ronde op de fiets legde ik niet alleen af, maar in het gezelschap van Kristof, een grote fan van Seppe (wie niet?), die ervan droomde om voor de eerste keer te finishen in de Hel (wat hem uiteindelijk ook is gelukt). Wat afleiding in de vorm van een babbeltje was meer dan welkom na 90 kilometer op de fiets. Ik popelde van ongeduld om te kunnen lopen. Wellicht ben ik de enige die reikhalzend uitkijkt naar een slotrun van 30 kilometer. Op 300 meter van de wisselzone bleek er echter nog een restje pech voor mij in het vat te zijn. Ik schakelde wat bruusk (dat gebeurt wel vaker) waarop mijn ketting volledig blokkeerde. Daar stond ik dus weer te voet. Mijn ketting leek in een knoop te liggen die ik niet kon loskrijgen. Er zat dus niks anders op dan met de fiets aan de hand richting de wissel te lopen. Ach ja, dit kon er nog wel bij na 115 kilometer mountainbike-vertier.

IWDL8767
Papa en ik. Ook een foto voor de eeuwigheid.

Na een snelle wissel in de kleedkamer gaf Coach Roos me de zoveelste peptalk: focus op je eigen tempo, er is echt nog wel wat mogelijk in de competitie. Daar gingen we dan, ik liep, Roos zat op de fiets, zoals dat wel vaker gebeurde dit jaar. Ook papa vervoegde ons snel. Ik kreeg nog een aanmoediging van Natalie Franken (de winnares van 2019) en weg waren wij. Mijn benen voelde veelbelovend aan: soepel, krachtig en ook het hoofd zat goed. Ik citeer Roos: we gaan hier vooruit aan een rotvaart! Ook hier had ik voor getraind, dit was wat ik écht kon. Het gaf me nog meer zelfvertrouwen dat ik veel lopers kon inhalen. Dat bedoel ik zeker niet oneerbiedig, want de meesten liepen al hun tweede ronde. Na 1 uur en 7 minuten had ik mijn tweede 15 kilometer er al op zitten. Ik probeerde te genieten van de aanmoedigingen langs de sporthal en bereidde me mentaal voor op de echte finale. Een laatste sportieve exploot, nog eens 15 kilometer lopen dus terwijl het donker begon te worden. Uiteraard begon de adrenaline bij mij ook stilaan uit te werken. Gelukkig waren mijn hartslag en tempo nog steeds heel acceptabel. Ik moest niet te veel meer nadenken. Soms is het kinderlijk eenvoudig en moet je gewoon blijven lopen met het besef dat dit eindig is en dat het een moment is waar je nog vaak op zal terugblikken. Tijdens mijn laatste loopronde haalde ik uiteindelijk nog drie vrouwen in. Na 2 uur en 21 minuten liep ik over de rode loper de lege sporthal in waar ik warm werd onthaald door speaker Hans en organisator Ben. Ik strandde op een luttele 5 minuten van het podium. Al kan ik beter zeggen dat ik me naar een vierde plaats knokte. Het zat erop. Het was mooi geweest.

DHAJ6548
Het optimisme en enthousiasme van Roos zijn onuitputtelijk.

De conclusie
Hans noemde mij de pechvogel van de dag. Enerzijds kan ik niet anders dan hem volmondig gelijk geven. Anderzijds ben ik net zo goed een grote geluksvogel. Hoe zuur zou het geweest zijn om na 15 kilometer op de fiets de race te moeten staken? Ongeluk gaat vaak gepaard met veel geluk: dat de juiste mensen op de juiste plaats staan, dat je materiaal uiteindelijk toch meewerkt en het uithoudt. Vlak na de finish primeerde dat gevoel van trots. Ondanks de omstandigheden had dit marathonlopertje het toch weer geflikt, finishen in de zwaarste winterduatlon ter wereld. In 2014 was ik voor het eerst toeschouwer in de Hel. Had je mij toen gezegd dat ik drie keer zou deelnemen én de eindmeet halen, ik had eens hartelijk gelachen. En nu denk ik dat de kans reëel is dat er toch nog een vierde deelname komt, dat de trilogie een sequel krijgt. Omdat ik ook heel veel plezier uit de race heb gehaald. Omdat ik de Haventrappers niet wil missen langs de kleine Nete. Ik ben nog niet klaar om de Hel los te laten.

Ook op basis van de cijfers kan ik niet anders dan concluderen dat ik mijn beste Hel ooit aflegde. Juist omdat ik helemaal niks te verliezen had, reed ik de mountainbikerace van mijn leven. Voor de derde keer op rij liep ik de snelste 30 km van de vrouwen. In de eindrangschikking liet ik nog een man of 90 achter mij. Een podiumplaats zou een officiële bekroning geweest zijn voor mijn remonte. Uiteraard hebben de drie vrouwen die voor mij zijn geëindigd net zo goed gevochten voor hun plekje. Ook zij verdienen het meer dan ooit om daar staan. Niemand heeft mij bestolen. Tot twee dagen na mijn finish zat ik (boven mijn stapel te verbeteren examens) best hard te balen en te janken om alles wat er gebeurd is die dag. Ik was emotioneel ontwricht. Ik had tijd nodig om alle indrukken te verwerken. Er vloeiden heel wat tranen van ellende en ontlading. Ook tranen van geluk en ontroering, om het prachtige verhaal van de Haventrappers dat ik voor eeuwig zal koesteren en al die toevallige passanten die een hoofdrol speelden in het verhaal van mijn Hel. Sport is emotie, ik zeg het zelf maar al te vaak en ik heb het nog maar eens aan den lijve mogen ondervinden. En net dat maakt het zo mooi.

Enkele weetjes

  • Ik tankte mij een hele dag bij op vervallen sportvoeding. De oorzaak: anderhalf jaar zonder sportcompetitie en ik die het zonde vind om iets weg te gooien.
  • Tijdens de depannage van mijn bandenellende vielen meermaals de magische woorden “bommeke” en “compresseur”. Nu ben ik dus heel benieuwd geworden hoe zo’n bommeke in actie eruit ziet. Het moet iets heel speciaals zijn.
  • Er stonden 10 vrouwen aan de start van deze Hel en voor het eerst haalden die ook allemaal de finish. Een applaus voor Karen, Lotte, Ellen, Sofie, Debby, Marlies, Elly, Joke (niet ik) en Véronique. Voor sfeer en gezelligheid in de kleedkamer geef ik een 10/10.
  • Wordt het trouwens niet eens tijd dat het prijzengeld bij de vrouwen gelijk staat aan dat van de mannen?
  • Ik blijf me verbazen over de veelheid aan spullen die je nodig hebt als duatleet. De gedachte dat je er dan ook nog een derde sport, met spullen, bij zou nemen, vind ik hallucinant. Lang leve het minimalisme van de loper!
  • Papa fietste uiteindelijk ruim 60 kilometer: 30 kilometer heel snel met Seppe, 30 kilometer behoorlijk snel met mij. Top-vadertje!
  • Mama moest het spektakelstuk van thuis uit volgen. Er was gelukkig een livestream, maar die liet het al eens afweten. Zware tijden voor een moederhart. Needless to say dat we haar hebben gemist!
  • Ik krijg al eens complimenten voor mijn stijlvolle wieleroutfits (waarvoor dank). Wie ook graag fashionable op de fiets zit, kan ik het Italiaanse merk 8848 Altitude aanbevelen en het Oostenrijkse Löffler. Niet gesponsord (helaas).
  • Wie dan weer vond dat mijn haar zo goed gestyled vanonder mijn helm of pet uit piekte: ik ging daags voordien naar de kapper. Een beetje raar, maar het kwam nu eenmaal zo uit.
  • Ik ben heel blij dat mijn hypothese klopte dat er altijd wel een behulpzame medemens langs de kant zou staan om mij te helpen met fietspech. Sterker nog: ik had twee handen nodig om ze te tellen.
  • Onze playlist voor het laatste loopnummer had de titel Hell Yeah. En of het een succes was! Eén van de hoogtepunten vond ik Les lacs du Connemara met papa die zijn smoezelige zakdoek bovenhaalde. Everywhere van Fleetwood Mac was dan weer het emo-momentje met Roos.
  • Een grote dankjewel aan Bert Aerts, Willy Boeykens, Wim Goossens en Roos Odeyn voor het fotografisch bewijs van mijn helletocht!
  • De volgende editie van de Hel wordt sowieso een bijzondere: het is de 20e Hel ooit en Seppe kan zijn 10e overwinning pakken.
267999588_10228706177709414_3544898089572927645_n
Drie Odeynen op een rij!

Duatlonspecial – Met zicht op de Hel

Over welgeteld 24 uur begin ik nu te lopen. In het donker, met een vrouw of 10 en een man of 400 rond mij. En dan begint het toch echt: de Hel van Kasterlee – editie 2021. Mijn derde, Seppes tiende. Nochtans zag het er een paar keer naar uit dat er ook dit jaar geen Hel zou zijn. Een streep door de rekening voor wat een sportieve hoogdag is in onze familie. Meer dan ooit is het dit jaar dus een prestatie om aan de start te staan, liefst van al voorbereid en fit. Meer dan ooit zal het ook een corona-editie zijn. Zonder toeschouwers in de sporthal, zonder catering, met gemondmaskerde supporters en deels ook atleten. Zonder mama voor ons, want die zit in quarantaine. Onze luidste en vurigste supporter zal het dus via de livestream thuis moeten beleven. Vreemd, raar, anders dan anders. Zoals wel vaker het afgelopen anderhalf jaar, wennen doet dat niet.

Door die bijzondere omstandigheden en de onzekere aanloop ernaartoe weet ik niet zo goed wat ik ervan mag verwachten. In mijn voorbereidingen heb ik eigenlijk alles kunnen doen zoals ik het wilde. Ik reed heel veel fietskilometers bij elkaar, ik ging ook vaak echt lang fietsen, ik trotseerde veel wind, modder en regen. Ik deed vertrouwen op met Frans Claes. Vijf weken geleden werd ik nog derde op de halve marathon in Kasterlee, al ging dat iets minder gezwind dan hoe ik in september en oktober door Brussel, Antwerpen en Rotterdam daverde. Enfin, ik moet niet flauw doen: ik ben nog steeds in goede vorm, niet meer de uitgeruste topvorm van vlak na de zomer, maar dat is ook onmogelijk omdat ik na mijn marathon geen rust nam.

Waar ik er bij mijn marathon-voorbeschouwing prat op ging om mijn ambitie uit te spreken, ben ik voor de Hel een pak voorzichtiger. De race is zo lang en onvoorspelbaar. Er zijn zoveel factoren waar je rekening mee moet houden of die je simpelweg kunnen overkomen. Mijn doel blijft daarom om te kunnen finishen met een positief gevoel. In 2018 maakte ik onverwacht een droomdebuut in de Hel door meteen als derde te eindigen. Dat kwam niet zozeer door mijn fietscapaciteiten, als wel door de positieve ingesteldheid waarmee ik toen in de wedstrijd zat. Meedoen aan de Hel voelde als een groot cadeau dat ik stukje bij beetje mocht uitpakken. Ik besefte dat ik iets aan het doen was waar ik al lang van droomde, iets wat mij ook wel leek te liggen. In 2019 was ik zowel in de aanloop naar de Hel als tijdens de wedstrijd te hard en veeleisend voor mezelf. Ik vloekte en zuchtte, het cadeau was een vergiftigd geschenk geworden. Ik heb tijd nodig gehad om te beseffen dat de finish bereiken toen net zo goed een tour de force was.

IMG_6995b

De afgelopen weken deed ik, zoals dat hoort, beduidend minder kilometers en liet ik de mountainbike, Juan voor de vrienden, wat vaker in de veranda staan. De liefde tussen ons is niet over, noch bekoeld, maar – eerlijk is eerlijk – fietsen in een grijs november met de akelige schaduw van de crisis boven het hoofd maakte dat de voorbereidingen er eens zo hard in hakten. De weg naar de hel mag dan geplaveid zijn met goede bedoelingen, de omstandigheden maakten het soms verdomd lastig om van dat proces te genieten. Gelukkig was het niet al kommer en kwel de afgelopen trainingsweken. Er waren genoeg momenten dat ik de vonken en sprankels van 2018 in alle hevigheid voelde rondspringen in mijn buik, gewoon omdat ik blij was dat ik een mountainbike had om mee rond te crossen (en verloren te rijden).

Wat ik leerde van mijn straffe loopprestaties de afgelopen maanden is dat ik een bepaalde mate van onbezonnenheid nodig heb om mij volledig te kunnen overgeven aan het avontuur. Ik moet de strijd aangaan met een opgeheven, fris en vrolijk hoofd, wat niet betekent dat je mij ruim 160 kilometer lang zal zien glimlachen. Als dat gevoel primeert en ik na een uur of 11 die rode loper betreed, dan kan ik niet anders dan een tevreden vrouw zijn. Een paar uur na mijn marathon in Rotterdam zei ik dat mijn sportieve jaar niet meer kapot kon door de sportieve hoogtepunten die ik al mocht beleven. Ik zei toen letterlijk, zelfs als die Hel lelijk tegenvalt dan kan ik niet anders dan tevreden terugblikken op wat is geweest. Maar zoals dat gaat met doelen en ambitieuze recreanten of hobbyisten die ze najagen: je vergeet al snel om content te zijn met wat je al hebt mogen meemaken. Wel, ik ga nu echt proberen om me daar niet door te laten vangen.

Maar toch, duimen jullie mee dat 505 een geluksnummer wordt?

Het moment – Een mijlpaal op de fiets (met Frans)

Je weet dat je heel vaak op je fiets zit als je een zeemvel mist in je jeansbroek en als je je bloot voelt zonder fietshelm op je kop. Na mijn zogenaamde mountainbikestage in de herfstvakantie probeerde ik in volle voorbereiding voor de Hel van Kasterlee elke gelegenheid te benutten om erop uit te trekken met Juan, mijn dappere Orbea-mountainbike. Of de Hel nu doorgaat of niet, ik besloot zaterdag 20 november nog een belangrijke training af te werken: een avontuur om af te rekenen met mijn mountainbike-minderwaardigheidscomplex, een uitdaging die ook zonder Hel in december een mooie opsteker zou zijn. Enter de mountainbikeroute Frans Claes! Topmountainbiker en Leuvenaar Frans Claes tekende namelijk een gloednieuwe mountainbikeroute uit die de mooiste plekjes in de ruime regio rond Leuven met elkaar verbindt, goed voor maar liefst 136 kilometer fietsplezier. Een marathonroute dus en zou het niet heel mooi zijn als deze marathonloper die route volledig zou kunnen fietsen? Het is een verhaal geworden met verrassende plotwendingen, oude en nieuwe liefdes én een happy ending. Wie liever de korte versie leest: het was een bewogen dag op de fiets.

Zaterdagochtend vertrok ik om 7u30 naar het dichtstbijzijnde punt van de route op 12 kilometer van mijn deur. De omstandigheden waren behoorlijk perfect te noemen: er was modder, maar niet te veel en met een sombere, maar droge graad of 10 was ik erg tevreden. Ik wilde het mountainbikegedeelte afleggen tussen 8u en 17u. Qua snelheid leek dat een haalbare kaart. Alleen was ik zo naïef om te denken dat ik slechts een handvol kilometers meer zou fietsen dan de vooropgestelde 136 (150 dus met de verplaatsing naar de route). Ik was meteen in de ban van Frans Claes en wat hij mij voorschotelde. Frans heeft dat goed gedaan! dacht ik meermaals bij mezelf. Van Boutersem en Pellenberg ging het naar Linden, Kessel-Lo, Holsbeek en het Chartreuzenbos. Het ene herfstplaatje overtrof het andere en qua technische moeilijkheidsgraad was ik ook gerustgesteld. Misschien was ik toch meer mountainbiker dan ik altijd dacht?

IMG_6840b

Ik had niet in de gaten dat noch mijn mountainbikecapaciteiten, noch mijn gebrek aan duurervaring op de fiets mij de das zouden omdoen, wel de bewegwijzering. Op voorhand had ik het routeplan uitgebreid bestudeerd. Ik wist welke richting ik uit zou rijden, maar zonder fiets-GPS was ik volledig afhankelijk van de pijltjes. Nochtans was ik gewaarschuwd door niemand minder dan mijn broer. Een week eerder vroeg ik Seppe: Is de Frans Claes route technisch moeilijk en zijn de pijltjes duidelijk? Neeje! was zijn niet mis te verstane antwoord. Soms is het dus echt beter om heel naïef het avontuur in te vliegen. Het zou wel meevallen met die pijltjes. Deze enthousiasteling zag het als een grote speurtocht zoals we die als kind hielden en bovendien kon ik met mijn rijke pijltjeservaring op mountainbikeroutes onmogelijk de mist in gaan. Wel dus. Ik had niet in de mot dat ik vanaf het begin behoorlijk wat extra kilometers aan het maken was omdat ik a) zelf een pijltje miste b) een pijltje voor interpretatie vatbaar was of c) een pijltje op een cruciale plaats ontbrak.

Na een geslaagde passage door mijn eerste liefdes Heverlee- en Bertembos verliet ik het bekende terrein. Via Everberg en Kortenberg werd ik richting een andere oude geliefde gestuurd: Tervuren! Waar is de tijd dat ik hier met gemak wekelijks over Tervuren kon schrijven? Frans stuurt je ergens nooit in een rechte lijn heen, hij vermijdt het asfalt zoveel mogelijk en pikt werkelijk élke hoogtemeter mee. Als je iets grensverleggends gaat doen, dan weet je dat er onvermijdelijk een moment aanbreekt dat het niet leuk meer is. Dat je denkt: Waarom? Waar ben ik eigenlijk mee bezig? Wat heb ik me in mijn hoofd gehaald? Die fase brak bij mij aan rond kilometer 90. Ik zat 5 uur op mijn fiets, wat ik al heel lang vind, en de pijltjeszoektocht begon me op mijn zenuwen te werken. Bovendien was de batterij van mijn gsm om de één of andere reden leeggelopen en wist ik begod niet waar ik was. Best een bevreemdend gevoel. Het schoot zelfs door mijn hoofd om bij aankomst in Tervuren rechtstreeks (lang leve de steenwegen!) naar huis te rijden. Alleen moest ik dan nog altijd rekenen op een terugrit van 40 kilometer. Hallelujah, daar was het besef dat ik ruim boven die 150 kilometer zou eindigen. De moed zonk me in de schoenen.

IMG_6868b

Na 115 kilometer kwam ik ein-de-lijk aan in Tervuren. Ik dacht zelfs dat ik droomde toen bij de ingang van het park een koffiekraam stond met sfeervolle muziek. Dit was mijn redding. Mijn korte koffiemoment verrichtte een wonder: ik had weer zin om het spoor van Frans Claes te volgen. Met hernieuwde energie hervond ik mijn vrolijke mountainbikende zelve. Ik dacht terug aan al die kilometers die ik in en rond Tervuren fietste en liep, tijdens de marathon van Brussel of de voorbereiding ervan en ook in het najaar van 2018, toen ik voor mijn eerste Hel trainde. Frans’ keuzes in het Zoniënwoud stelden niet teleur. De extra kilometers die ik al gemaakt had en de klok die genadeloos bleef doortikken werden naar de achtergrond verdrongen. Ik zou deze route gaan finishen! Jawel, ik zou in de voetsporen van Frans Claes treden! Wat moest het trouwens fantastisch zijn om Frans Claes te zijn! Mijn euforie smolt weg als sneeuw voor de zon toen ik in Overijse aankwam. Na het zoveelste heen- en weer gerij dacht ik bij mezelf Denk als Frans Claes! Waar zou hij nu naartoe rijden? Het antwoord was simpel: omhoog, richting het groen. Terug op de route hield ik mezelf voor dat ik nu op weg naar huis was. Ook al reikt mijn geografische kennis zo ver dat Tienen en Overijse niet bepaald buurgemeenten zijn, al helemaal niet als je ze via groene wegen met elkaar wil verbinden.

Met 140 kilometer op de teller bereikte mijn motivatie een dieptepunt. Ik wilde thuis zijn, van de fiets af. Ik wilde iets anders eten dan sportvoeding. 8,5 uur had ik gefietst toen ik aankwam in Sint-Joris-Weert. Frans zou me nog 20 kilometer door het Meerdaal- en Mollendaalbos sturen. Er is niks mis met mijn zicht, maar voor de zoveelste keer kon ik een belangrijk pijltje dus niet vinden. Denk als Frans Claes! Compleet hulpeloos reed ik twee lussen rond het station. Bijkomend probleem was dat het donker begon te worden. Op goed geluk een schemerig bos in rijden: zo’n heldin of zottin ben ik niet. Het was tijd om te denken als Joke Odeyn. Als de nood hoog is, is de steenweg nabij. Ik koos er dus voor om in een rechte lijn over een geasfalteerd fietspad (hemels!) naar Oud-Heverlee te fietsen en zo over mijn eigenste vertrouwde steenweg naar huis te knallen. Na 9 uur gefietst te hebben, was ik verbaasd over de frisheid van mijn benen. Nog één tijdrit afwerken en dan zou ik thuis zijn. Om 18 uur gebeurde dat deze keer écht. Het was aardedonker, ik had 183 kilometer gefietst in 10 uur en 19 minuten. Crazy!

Technisch gezien is mijn missie dus niet geslaagd: ik kon de volledige route niet afwerken. Sorry, Frans. In mijn beleving deed ik dat wel. Het stuk dat ik skipte ken ik behoorlijk goed. Bovendien verpulverde ik mijn afstandsrecord en legde ik ook nooit eerder 1956 hoogtemeters af. Zonder meer een overwinning op mezelf. Ik werd me tijdens die 10 uur op de fiets ook heel bewust van alle (loop)herinneringen die ik al opdeed in de omgeving. Ik deed veel inspiratie op voor routes in de buurt. Zelfs in die mate dat ik gisteren weer op de fiets in Tervuren te vinden was en al lopend in Heverlee. Op voorhand dacht ik dat dit een avontuur zou worden van eens en nooit weer. Wel, ik zou er me toch nog een keer aan willen wagen. Op twee voorwaarden: het moet lente of zomer zijn en ik wil een compagnon de route die een GPS heeft op de fiets. Voelt iemand zich geroepen?

Het moment – Ondertussen op de steenweg

Zowat een jaar geleden schreef ik over mijn geliefde en gehate Tiensesteenweg, een – op het eerste zicht – saai stuk asfalt waarover ik dagelijks van en naar mijn werk fiets. Kilometers malen en vreten, nog steeds dus, zo gek ben ik wel. Het gevoel blijft: op een vreemde manier is die weg verbonden met mijn leven. Ook na anderhalf jaar weet die verduivelde steenweg mij te verrassen, in positieve en negatieve zin. Hoog tijd om weer eens de balans op te maken aan de hand van een greep uit mijn steenwegobservaties.

Het gonst nog steeds van de bedrijvigheid op de steenweg. Huizen worden aan sneltempo met de grond gelijk gemaakt en terug opgebouwd. Er wordt tegen de sterren op gerenoveerd en verbouwd (codewoord gyproc), evenals vocht bestreden en daken geïsoleerd. De ene bouwwerf is nog niet weg of een nieuwe lading steigers doemt al op. Bovendien blijkt maandagochtend rond half 9 hét moment te zijn om de voegen van de oprit uit te krabben, onkruid te wieden, wat snoeiwerk te verrichten (tip: leg eerst een zeil om het snoeisel op te vangen) of de auto in het sop te zetten (je kan dan ook terecht bij Willy Wash). Van al die noeste arbeid gaat een mens zich haast schuldig voelen dat hij maar op weg is naar het werk en niet thuis bladeren bijeen staat te harken of de brievenbus afneemt met de stofvod.

Ik heb altijd al een fascinatie gehad voor ochtendrituelen en daar krijg ik er heel wat van te zien krijgen tijdens mijn vroege uurtje op de fiets. Kinderen zitten met een kom cornflakes voor de neus voor zich uit te staren of pikken al wat schermtijd mee. De brievenbus legen in peignoir of – nog heel snel – de vuilniszak aan de deur zetten, lijken eerder vrouwentaken te zijn, terwijl de mannen in de rij staan bij de bakker (het stereotiepe beeld van de man als jager-verzamelaar zeg maar). De hardwerkende zelfstandige staat voor dag en dauw paraat in de zaak. De kapper modelleert voor de spiegel haar eigen kapsel in de juiste plooi voor de klanten toekomen. De horeca-uitbater tuurt met een ernstige (bezorgde?) blik naar de laptop.

IMG_6227b

Qua verdraagzaamheid in het verkeer is er nog steeds werk aan de winkel. Het hoogte- en tegelijkertijd ook dieptepunt was een pamfletactie in Boutersem. Je verzuringsgraad moet wel heel hoog zijn om Koning Fiets door middel van een eigen ontworpen poster (vastgetapet aan élke verkeerspaal) een lesje in verdraagzaamheid te spellen. Ik kon niet anders dan me aangesproken voelen, ook al identificeer ik me niet met een trol op een houten fiets. Sommige buschauffeurs lijken me wel zo te benaderen, dat maak ik toch op uit de soms ronduit agressieve reacties die ik krijg omdat ik het fietspad langs de bushalte durf te gebruiken. Shame on me! En dan zijn er nog de autobestuurders die niet willen beseffen dat de neus van hun voertuig langer is dan hun eigen neus. Daartegenover staan gelukkig ook tal van warme, menselijke gebaren en hoffelijkheid. Wat geldt voor mensen, geldt ook voor de steenweg: er is van alles wat.

Ik waan me dan wel een anonieme getuige van het leven op de steenweg, blijkbaar ga ik toch niet helemaal op in het grijze lint. In het voorjaar werd ik namelijk als een heldin onthaald in Horta Kumtich door eigenaar Dirk. Hij noemde mij de sympathieke fietsende medemens omdat hij me elke dag door weer en wind op de fiets ziet zitten. Hij had soms wel met mij te doen, maar juist daarom was het respect eens zo groot. Sindsdien koop ik natuurlijk al mijn tuingerief bij Dirk. Door die ontmoeting ben ik ook meer gaan stilstaan bij de personen achter andere handelszaken. Wie zijn Erika en Ivan van De Pitstop eigenlijk? Staat Sigrid zelf dagelijks frieten te bakken in de frituur en broodjesbar? En zijn Vera en Betty nog steeds drijvende krachten achter het gelijknamige kapsalon?

Tot slot is de steenweg een plek waar alle levensfasen geruisloos door elkaar heen lopen. De bomma wordt verrast met een wandeling buiten de muren van het rusthuis. De jeugd hangt op de bus te wachten en sloft naar de broodjeszaak. Baby’s worden met trots geïntroduceerd (de ooievaar moet als decoratief element nog niet aan populariteit inboeten). De steenweg is voor mij en velen een onderweg, voor anderen een thuis. Zowel een nieuw begin als een eindhalte. Hoe fragiel het leven is, werd mij nog maar eens pijnlijk duidelijk gemaakt toen een jonge kerel op een zonnige zondagnamiddag (uitgerekend op Valentijnsdag) de controle over het stuur van zijn motor verloor, tegen een boom reed en op de steenweg om het leven kwam. Wekenlang was een boom een bedevaartsoord voor al wie Laurent moest missen. Bloemen werden geplant, kaartjes en brieven opgehangen. Er werd gehuild. Er werd getroost. Ik zag hun rauwe verdriet slechts in een flits, voelde het daarom niet minder intens, nog steeds krijg ik er een krop van in de keel. Ook dat is de steenweg.

IMG_6855b