Oh nee, geen Hel van Kasterlee 2020!

Dat de Hel van Kasterlee vandaag niet doorgaat, is erg begrijpelijk: het is 10 graden en droog, mogelijk zelfs zonnig. In de Hel regent het of sneeuwt het, is het grijs en grauw, krijgen de begrippen “modder” en “koude” een tweede en derde dimensie. De Hel is afzien en genieten. Vandaag geen sporthal, geen Ben en Hans, geen strijd en glorie. Vandaag bloedt het sporthart van Team Odeyn en aanverwanten. Dit jaar dus geen uitgebreid verslag over helse ervaringen in Kasterlee. Ik denk dat ik zelfs de modder, de nattigheid en mijn open geschuurd zitvlak zal missen. Naar aanleiding van deze bijzondere dag vuurde ik enkele vragen af op mijn familieleden (inmiddels zijn ze dat gewend). Meermaals kreeg ik te horen: je kan de Hel niet beschrijven, je kan niet uitleggen wat het is als je er nooit bent geweest. Maar kijk, in tijden van crisis doen we toch een poging.

Ik geef eerst het woord aan Valerie, mijn schoonzus, mama van Laurien (4) en Vik (1) en zoveel meer dan de vrouw van Seppe. De week voor de Hel is het voor ons gezin minder druk dan de weken ervoor omdat Seppe dan juist minder traint. Wij zijn dan vooral met het weer bezig en alle mogelijke denkpistes die daarbij horen. Ik ben in die week ook altijd jarig. Afhankelijk van hoe dicht mijn verjaardag bij de Hel valt, is de feestmaaltijd eerder vettig of mager. De dag van de Hel zelf wordt met de jaren juist spannender. Ik geloof altijd in Seppe, aan hem twijfel ik nooit, maar ieder jaar opnieuw moet alles ook meezitten en mag je geen materiaalpech hebben. Het geluk moet altijd aan je zijde staan. Aan elke Hel-editie heb ik een speciale herinnering: ik heb twee keer zwanger langs het parcours gestaan, er was de eerste keer met Laurien en de eerste keer met Vik erbij. Dat maakt het extra bijzonder. Sinds vorig jaar leeft Laurien ook heel hard mee met haar papa. Tijdens de wedstrijd is ze dan wat opgejaagd en vraagt ze altijd: gaat papa winnen? Ze is heel blij als ze mee op het podium mag. 

hel

Ik was er ook bij in 2011 toen Seppe voor het eerst deelnam en meteen derde werd. Die afstanden leken mij toen immens. Ik was toen echt ongerust of dat het wel zou goedkomen. De dag zelf vind ik nu heel tof, die dag gaat ook heel snel voorbij. Er zijn veel mensen die ik één keer per jaar zie en spreek op dezelfde plaats. We worden ook altijd heel vriendelijk ontvangen door Ben en Hans. Ik krijg daardoor altijd het gevoel dat wij mee een deel zijn van Kasterlee. De gezelligheid die de sport daar uitstraalt kan je ook moeilijk uitleggen aan iemand die het nog nooit heeft meegemaakt. Echt uniek. Sinds we kinderen hebben, gaan Seppe en ik niet meer samen naar huis, maar we bespreken onze dag nadien wel heel uitgebreid na. Vanaf de zijlijn kan ik niet inschatten hoe het voor hem geweest is. Seppe vertelt dan hoe hij alles beleefd heeft, want er is veel meer gebeurd dan wat ik gezien heb. Ik vertel dan wie ik gesproken heb en waar de gesprekken over gingen. Hoe vaak Seppe nog zal deelnemen aan de Hel? Geen idee! Zo lang hij er zin in heeft, maar ik denk dat die zin niet snel over zal zijn. Na 10 overwinningen zijn er nog veel ronde getallen te behalen. 

hel4
Seppe aan de start in 2019

Seppe Odeyn  – broer (9 deelnames, 8 zeges)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. winter – modder – feest
2. Wat zal je het meest missen? de hele voorbereiding die afgesloten wordt in de sporthal
3. Wat zal je het minst missen? de stress die eraan voorafgaat
4. Hel-weetjes? in eerste instantie wilden ze de Hel nog extremer maken, de mama van Rob Woestenborghs won één van de eerste edities, de officiële aankomst ligt net buiten de sporthal: als het dus ooit aankomt op een sprint ligt daar de meet
5. Wat ga je vandaag doen? ik ga om 8 uur het startschot geven voor zij die de Hel op eigen houtje doen, ik ga de fietsronde eens lopen om te kijken hoe de Hel geweest zou zijn

DSC03201
Papa in actie in 2018

Jan Odeyn – papa (5 deelnames, 4 x supporter)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. trainen – doen – ondergaan
2. Wat zal je het meest missen? de start en aankomst, de laatste weken als je minder moet trainen en Alma elk weertype positief vertaalt in een voordeel, dat het goed gaat met Seppe en Joke tijdens de wedstrijd, het hoogtepunt als Seppe mij inhaalt en iets zegt, de overdreven positieve aanmoedigingen van Marike bij het laatste lopen en Alma die dan niets zegt omdat het nog lang gaat duren, de pintjes na de aankomst
3. Wat zal je het minst missen? het trainen en ongerust zijn over ziek worden of een blessure krijgen
4. Hel-weetje? i
n de douche herkennen ze me als de pa van Seppe
5. Wat ga je vandaag doen? me bezighouden met mijn modelbouwvliegtuigen

IMG_0603
Seppes overwinning in 2014 toen ik voor het eerst supporter was

Alma Artoos – mama (ontelbare keren supporter)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. familiedag – spannend – kou
2. Wat zal je het meest missen? Het gevoel dat één dag aanvoelt als één lang uur zonder eet- of hongergevoel (of misschien is die dag tijdloos), maar ook omroeper Hans. Het besef dat al die deelnemers helden zijn en daar een heel jaar voor trainden, de eerbied voor elke atleet. Ik vind het totaalpakket van de Hel perfect.
3. Wat zal je het minst missen? de spannende periode ervoor of misschien ook niet
4. Hel-weetje? (noot van de redacteur: mama had zoveel weetjes dat ik een selectie heb gemaakt) Jan en ik hadden op voorhand veel gesprekken over het weer, ik werd echt een meester-voorspeller om hem gerust te stellen: wind droogde de grond uit, regen was ook goed, want het zand kwam vaster te liggen, vriesweer was ideaal, want het zand lag nog vaster, dooi was dan weer goed om de ondergrond terug zachter te maken. Mijn voorspellingen werden alsmaar beter naarmate dat de Hel dichterbij kwam. Ik vertrok van het bestaande weerbericht en zette dat dan om in een gunstige voorspelling.

5. Wat ga je vandaag doen? het wordt een gewone zondag, denk ik. Misschien fietsen naar de Kempen?

FVAS2774

Mark Artoos – onze nonkel, mijn peter (4 deelnames, 1x supporter)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. afzien – genieten – nagenieten
2. Wat zal je het meest missen? vooral de sfeer ter plekke zowel voor, tijdens als na de wedstrijd, maar misschien nog leuker is de roze wolk de week erna en de vele verhalen van andere deelnemers en supporters: daar kan je nog lang van nagenieten
3. Wat zal je het minst missen? de trainingen van de maand november, die zijn lastig omdat je al zolang bezig bent en omdat het ook de zwaarste zijn, het weer is dan niet zo aangenaam meer en dan ben ik het trainen echt beu!
4. Hel-weetje? bij darmproblemen en een gebrek aan wc-papier kan een geschreven kerstlijstje van Marike ook een oplossing zijn
5. Wat ga je vandaag doen? sporten, want de training voor de Hel 2021 begint!

YGBX6086
Die zusjes van mij, zelfs goedlachs in regenponcho

Roos Odeyn – zus (8x supporter, waarvan 2x als mijn coach)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. familie – emotie – sport
2. Wat zal je het meest missen? De hel is een bijzondere dag. De fierheid op je familie. De pracht en kracht van een sport die je een hele dag kan aanschouwen, want het zijn zotten! Dat iedereen die over de rode loper naar binnen loopt een held is.
3. Wat zal je het minst missen? de eigen organisatie van kledij, voeding, drank, fietsen, lichten en voldoende batterijcapaciteit, het lege gevoel de dag erna: doodmoe en nog vol emoties 
4. Hel-weetjes? wij hebben altijd een fietstas vol zelfgemaakte wafels van Marike bij en als je heeeeeel vroeg komt, kan je gewoon aan de sporthal parkeren

5. Wat ga je vandaag doen? Herinneringen ophalen, beetje treuren. Blij zijn dat ik niet zo vroeg op moet staan.

DSC03200
Ikzelf in actie (lachend?!) in 2018

Marike Odeyn – zus (7x supporter, waarvan 5x als coach van papa)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. kou – familie – spanning
2. Wat zal je het meest missen? picknick maken, vroeg vertrekken en dan mama zoeken om een eerste update te krijgen over het wedstrijdverloop, het moment dat de familieleden gefinisht zijn, ze tevreden zijn over hun prestatie en het gevoel dat het dus ook een goed kerstfeest zal zijn
3. Wat zal je het minst missen? kou, modder, het gevoel dat je iets heel belangrijk aan het vergeten bent
4. Hel-weetje? Als ik mama bel om haar te vragen waar ze is, dan ziet ze mij meestal staan, maar ik haar niet, dus dan roept ze door de telefoon. Ik ben hier! Nee! Nee, hier! Je bent niets met die aanwijzingen door de telefoon.  

5. Wat ga je vandaag doen? bakken of in de tuin werken

hel6
Seppe op het podium in 2018, wat zullen we ook de Sikke (toen de nummer 3) missen!

Peter Dries – Kempenaar en partner van Marike (6x supporter)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. familiefeest – tijdschema’s – motivatiecoaches
2. Wat zal je het meest missen? de emotionele ontlading en de tranen van ontroering als ik mijn schoonbroer over de meet zie komen als winnaar, trots en opgelucht dat na weken meeleven je eindelijk weet: hij doet het, hij doet het!
3. Wat zal je het minst missen? het vroege opstaan, mijn wagen die stonk naar zure melk nadat Marike vergat om het dopje goed op de melkfles te draaien
4. Hel-weetje? ik moest eens naar Heist-op-den-Berg rijden toen Marike haar handtas op de veloroute had laten staan, uitslapen was geen optie 

5. Wat ga je vandaag doen? het stalen ros van stal en mountainbiken!

hel2

Wat ik vandaag zelf ga doen? Ik ga het gemis proberen weg te lopen, door nog eens een echt lange looptocht te ondernemen. Ik denk aan mama’s wijze woorden: die Hel mogen ze ons echt geen twee keer afpakken! Amen.

Duatlonspecial – Over een winter zonder Hel

Aanvankelijk zou ik hier beschrijven hoe oktober als een sneltrein aan mij voorbij raasde, ware het niet dat Steven Van Gucht die metafoor gisteren gebruikte om de opmars van het corona-virus in België te visualiseren. Ik dacht ook aan storm. Omdat er steeds meer wind opsteekt die op de fiets altijd tegenwind lijkt te zijn. Omdat we ons op alle vlakken in het oog van een storm bevinden die nog niet meteen zal gaan liggen. Ik zou ook nog iets vertellen over een turbulente (wind!) week op school. Hoe de media tegenstrijdig berichtten over voltijds dan wel deeltijds onderwijs op school. Hoe dat een impact had op mijn gemoed en hoe we er toch weer allemaal het beste van probeerden te maken. De laatste dagen voor de herfstvakantie stond ik soms met een krop in de keel voor de klas omdat ik een déjà-vu had naar het voorjaar, toen ik ook dacht dat we eventjes met vakantie gingen en elkaar snel zouden terugzien. Dat draaide toch eventjes heel anders uit. Er maalde kortom zoveel in mijn hoofd dat ik geen tijd had om stil te staan bij het feit dat de Hel van Kasterlee ook van de agenda werd geschrapt.

Een sportwedstrijd die wordt afgelast: echt verrassend nieuws is het dezer dagen niet. Slechts een kanttekening in de marge als je ziet wat er allemaal op ons afkomt. Ik was vooral opgelucht dat de organisatie de knoop begin oktober durfde door te hakken en daarmee klaarheid schepte. Bovendien liep ik op 11 oktober een marathon waar ik écht oprecht deugd van had. Ik besefte nog maar eens dat ik geen competitie nodig heb om sportief bezig te blijven. Lopen, dat doe ik voor mezelf. Om mijn hoofd en benen te luchten. Een jaar zonder Hel van Kasterlee dat betekende meer tijd voor mezelf en andere bezigheden. Ik zou dit jaar ook niet op de Boekenbeurs in Antwerpen werken (ah nee, die gaat ook niet door) en ik zou dus gewoonweg tijd hebben om te lezen en een tas te maken, om maar iets te noemen. Tijd, mensen, tijd! Wat kan ik me nog meer wensen?

IMG_3712b
Hemels en hels: het kan verduiveld dicht bij elkaar liggen.

Toen ik in 2018 en 2019 deelnam aan de Hel trainde ik in oktober en november rond de 18 uur per week, meestal in barre omstandigheden. In alle vroegte en donkerte gaan lopen, als je pech hebt in de regen. In het weekend urenlang op de fiets zitten, meestal met regen en wind. Mijn voorbereiding op de Hel was niet minder dan een halftijdse job die ik naast de drukte van mijn betaalde fulltime job uitoefende. Mijn leven leek die maanden on hold te staan. Wat doorweegt zijn niet zozeer de trainingsuren zelf. Eens je op die fiets zit met muziek in de oren of eens dat je aan het lopen bent, dan is dat zoals altijd best fijn. Zelfs als het regent. Wat het hels maakt, zijn de momenten dat je verkleumd en doorweekt thuiskomt in een kil huis. Dat je zelfs na een warme douche niet lijkt op te warmen. Dat je op automatische piloot nog een maaltijd klaarmaakt en je je hoofd pijnigt over welk schoolwerk toch wel nú moet gebeuren. Elke minuut van de dag moet je nuttig besteden: dat is wat doorweegt en wat ik dit jaar dus zeker niet zou missen. Daarmee was de kous af, dacht ik. 

Deelnemen aan de Hel is dus zwaar omwille van de grote opofferingen die je moet maken in een voorbereiding die eindeloos lijkt te duren. De dag zelf was ik telkens tussen de 11 en 12 uur bezig. Dat is hard labeur en zwaar afzien, maar al bij al vliegt die dag voorbij. Ik weet nog dondersgoed hoe ik me gevoeld heb tijdens die strijd. Ik weet ook nog heel goed hoe ik over de rode loper liep en onder luid applaus en gejoel kon finishen. Wat uiteindelijk echt blijft hangen, zijn de kleine momenten die als het ware achter de schermen plaatsvinden. Niet de opzichtige glorie van de prestatie, maar het menselijke aspect dat erachter schuilgaat. Hoe ik met Roos in de auto zat, voor en na de wedstrijd. Wat er gezegd werd (en wat juist niet) tijdens het afsluitende loopnummer in een aardedonker niemandsland met mijn familieleden op de fiets. De lieve reacties die ik nadien uit verwachte en onverwachte hoek kreeg. Het nakaarten in familiale kring tijdens de kerstdagen. Hoe eenzaam een dag in de Hel ook kan zijn, zelden voelde ik me meer gesteund. De Hel van Kasterlee is om die reden een dag die nog heel lang nazindert, waardoor je ook weer vergeet welke opofferingen je hebt gemaakt. Ik zal het om die reden dus wel missen. Heel hard zelfs. Omdat het weer een mooi familiemoment is dat ons door de neus wordt geboord. 

Of ik volgend jaar opnieuw deelneem aan de Hel van Kasterlee? Dat weet ik echt niet. Drie keer deelnemen leek me wel mooi, maar ik wil in alle eerlijkheid de afweging maken of die zware voorbereiding het me waard is. Deelnemen aan de Hel is geen must. Marathons lopen daarentegen: dat wil ik zo lang mogelijk blijven doen. Ik denk dat het dringend tijd wordt dat ik van de herfstbladeren en mijn nieuwe loopschoenen ga genieten. En van Juan, die dit jaar van een gigantische modderbad wordt gespaard. In 2020 is alles anders, maar daarom niet per se slechter. Let’s make it a November to remember!

IMG_3699b

Duatlonspecial – Mijn voorbeschouwing op de Hel

Gisterenochtend was ik veel te vroeg klaarwakker van de adrenaline. Die is niet meer gaan liggen. Vlak voor mijn ontbijt merkte ik ook een knoop in mijn maag op. Wees gerust, ik kan eten, maar ik moet me telkens ergens overheen zetten. Bovendien leid ik ook aan de meest uiteenlopende (hoogstwaarschijnlijk) imaginaire pijntjes. Het ene moment denk ik dat mijn knie naar de vaantjes is, het andere moment dat mijn longen het gaan begeven. Al die symptomen wijzen in dezelfde richting: ik leid aan PHS, het pre-hel-syndroom. Morgen moet ik er echt aan geloven.

De afgelopen week was behoorlijk gevuld met werk, wat ontspanning en slechts een minimale dosis sport. Maandagavond deed ik in de motregen nog een laatste generale repetitie met Roos: ik liep, zij fietste. Het was donker en we zochten bewust de paden op met een hoog Kasterlee-gehalte: asfalt, weinig bebouwing, eentonig en quasi onverlicht. De dag nadien bevestigde kinesitherapeut Kathelijn dat mijn lichaam helemaal klaar is voor een Hel(se) ervaring. Verder ging ik nog eens fietsen en lopen. Mijn benen voelden niet anders dan anders aan. Tussen het laatste schoolwerk door probeerde ik al wat kerstcadeaus te maken of toch de creatieve mise-en-place in orde te brengen. Mijn opperste moment van ontspanning beleefde ik toen ik sinds heel lange tijd nog eens een bad nam.

In mijn hoofd passeerden al honderden scenario’s de revue voor mijn tweede Hel van Kasterlee. Vooral doemscenario’s doen het goed. In vergelijking met vorig jaar ben ik veel onrustiger. Enerzijds omdat ik toen beter getraind leek. Anderzijds omdat ik me geen volwaardig duatleet voel. Ik kan me nu al perfect voor de geest halen hoe ik me vorig jaar vlak voor de start voelde: geïntimideerd tot en met. Beschaamd dat ik aan de start stond. Klaar om terug in de auto te stappen en thuis een boek te gaan lezen. Gelukkig deed ik dat niet, want ik werd onverwacht derde. Natuurlijk voel ik daardoor wat meer druk. Als zus van de zevenvoudig winnaar verschijn ik ook niet helemaal in cognito aan de start. Ik wil me echter niet bezighouden met mijn plaats in de ranking. De Hel van Kasterlee is een knoert van een wedstrijd, de weg naar de Hel is lang, fit aan de start geraken is al een prestatie, finishen in de Hel is dat nog meer. Mijn ambitie is dus om, liefst met een goed gevoel, de eindmeet te halen. Bij een wedstrijd van dit kaliber vallen de maskers sowieso af. Ik kan eindigen in de top 3, maar net zo goed in de top 12 (het aantal vrouwen dat aan de start staat).

Het regenachtige weer dat voorspeld wordt, baart me niet heel veel zorgen omdat ik een editie overleefde met sneeuwval die zowel koud, modderig als nat was. Ik heb me in de eerste plaats voorgenomen om ten alle tijden de kalmte te bewaren. Mijn papa doet helaas niet mee, dus ik zal zelf het hoofd koel moeten houden. Vorig jaar duurde het even voordat ik het juiste ritme vond op de fiets en kreeg ik pas wat vertrouwen toen ik me in familiaal gezelschap bevond. Ik kijk het meest op tegen de eenzaamheid tijdens het fietsen. Gezelschap of niet, ik zat vorig jaar 6 uur en 57 minuten op mijn mountainbike en al die tijd wordt de grootste strijd in je hoofd gevoerd. Een strijd met de eindeloosheid en de eentonigheid. Er was zelfs een moment dat ik tegen mijn fiets begon te praten. Waar ik het meest naar uitkijk, dat is het afsluitende loopnummer. Ik herinner me nog hoe groot de ontlading was toen ik eindelijk van de fiets kon. Tegen alle verwachtingen in bleek ik zelfs nog over een cartouche energie te beschikken die me heel goed van pas kwam bij de laatste loopkilometers. En er was natuurlijk de steun van mijn familie en van Roos in het bijzonder. Waardoor zelfs die laatste 30 kilometers voorbij waren voor ik het goed en wel besefte en ik een rode-loper-moment beleefde om u tegen te zeggen.

Ondanks de stress en zenuwen die door mijn lijf gieren, probeer ik toch ook uit te kijken naar de unieke beleving. De Hel staat namelijk voor ambiance, familiaal samenzijn en sportplezier. Ik prijs me gelukkig met de schare supporters die live of vanop afstand met mij zullen meeleven en -voelen. Mentaal moet ik de strijd dus aankunnen en dat is heel veel waard: met benen die op zijn kan je nog heel wat, met een hoofd dat op is, ben je ten dode opgeschreven. Morgen weten we of mijn broer zijn achtste zege mag vieren, of mijn peter Mark voor de derde keer zal finishen en of 503 mijn nieuwe geluksgetal wordt.

Duatlonspecial – Mijn tweede weg naar de Hel #2

Over een week openen de poorten van de Hel. Letterlijk, want aan de sporthal van Kasterlee staan dan gates to hell met vlammen en een duivel die er behoorlijk angstaanjagend uitziet. Al weet elke deelnemer dat de gevaarlijkste duivel zich in zijn eigen hoofd bevindt. Om die strijd aan te gaan is het dus belangrijk om je in de weg naar de Hel voor te bereiden op de mentale ontbering. Net zoals vorig jaar zakte ik dus twee weken voor Helledag af naar het park van Tervuren om al eens te proeven van de hellevlammen. De weersomstandigheden deden mijn vagevuurtraining alle eer aan. Verder gebeurde er de afgelopen week bitter weinig met mijn benen, maar des te meer in mijn hoofd. Of hoe de weg naar de Hel nooit een walk in the park is.

Ik zei het al vaker: als ik gepland heb om te gaan lopen (of fietsen), dan zal dat gebeuren. Of het nu sneeuwt of bloedheet is. Daarbij ben ik ook van het principe dat je het maar beter zwaar kan hebben (en maken) op training om ook je mentale weerbaarheid te testen. Met die wetenschap moest ik eigenlijk dolgelukkig zijn dat het vorige zondag ellendig weer was: wind en regen eisten een hoofdrol op. Het weercijfer voor lopen was een 8 op 10, fietsen scoorde slechts een 2, slechts één punt meer dan barbecueën of een terrasje doen. Een optimistische inschatting voor beide sporten, want ik denk dat het nog best gezellig kan zijn op een verwarmd terras met een warme chocomelk of winterbarbecue. Vorig jaar beschouwde ik mijn vagevuurtraining als een generale repetitie. Ik liep, fietste en liep telkens de halve afstand van elk onderdeel in Kasterlee. Bovendien fietste ik vijf rondes om de omstandigheden zo goed mogelijk te simuleren. Dankzij dat lumineuze idee was ik een halve dag zoet in Tervuren. Aangezien ik nu toch al wat meer ervaring heb als mulitsporter besloot ik de afstand te beperken, maar wel voor de combi lopen-fietsen-lopen te gaan.

IMG_1757b
Hoe somber kan een dennenboom zijn?

Vijf (korte) rondes fietsen leek me aanvankelijk een leuk idee tot ik doorhad welk smerig spel de wind speelde. Omdat zelfs een koppigaard als ik flexibel kan zijn, besloot ik er een intensieve training van te maken en geen rondes te rijden. Ik zocht werkelijk elke modderstrook op die er in het Zoniënwoud te vinden is (en dat zijn er behoorlijk wat). Mijn training werd een cross-duatlon: niet lang, maar wel pittig. Ik deed dat op de tonen van de MNM 1000. Vooral Elton Johns Circle of Life vond ik symbolisch voor dat moment. Uiteindelijk fietste ik 30 kilometer door de modder en dat ging me beter af dan verwacht. De glibberige hellingen boezemden me geen angst in en bergop kon ik behoorlijk doorstampen. Mijn stalen man Juan mag dan wel zuiderse roots hebben, hij kan ook uitstekend ploeteren in herfstweer. Ook mijn loopbenen stelden me niet teleur.

IMG_1770b

Je zou denken dat je het Zoniënwoud voor jezelf hebt als het ellendig weer is. Niets is minder waar. Het leek alsof iedereen dit barre weer had afgewacht voor een uur natuur. Er startte een mountanibiketocht in Vossem, ik passeerde hordes lopers die duidelijk schik hadden in hun weekendloop en ook de nordic walkers waren vrolijk babbelend van de partij. De grootste hoofdrol was echter weggelegd voor de hondeneigenaars. Terwijl ik op de fiets al op keek tegen de onvermijdelijke schoonmaakbeurt van mezelf, mijn kleding en mijn fiets, realiseerde ik me dat het lastiger is om je hond na een modderwandeling schoon te krijgen. Honden blijken echt in hun element te zijn als het regent. Ik zag er eentje uitgelaten door de modder rollen, ik werd achtervolgd door een pitbull die niet meer luisterde naar zijn baasjes en ook een dartele poedel zag in mijn fietsverschijning een speelmaatje. En dan was er nog een hond met jachtinstinct die ging lopen met mijn handschoen die ik per ongeluk liet vallen toen ik even gestopt was. Mijn dierenliefde werd kortom op de proef gesteld.

Ik hield gemengde gevoelens over aan mijn generale repetitie. Het besef dat ik nu niets meer kan veranderen aan mijn vormpeil maakt me onrustig. Ik kan alleen maar vertrouwen op wat geweest is. De afgelopen week probeerde ik in te zetten op rust: sportrust welteverstaan. De doemdenker in mij kreeg daardoor vrij spel. Ik probeerde hem te verschalken door examens te verbeteren, mijn hobbykamer te herorganiseren, een Ikea-roltafel te monteren (een primeur), Leonard Cohen te luisteren en eindelijk weer eens een boek te lezen. Gisteren ging ik een lange toer in het bos lopen. Het werd een plezierloop met enkele onverwachte zonnestralen en frisse benen. Na die intensieve trainingsperiode ondervond ik plots weer aan den lijve wat de essentie van lopen is. Ik ontdekte het groenste mos in een bos dat voorts bruin, nat en kaal is. De komende week ga ik op groot onderhoud bij de kinesitherapeut, wordt het eerste semester op school afgesloten, zal ik eindelijk mijn kerstboom zetten en ook wat kaarsjes branden in de hoop dat het over een week niet de hele dag regent. Berusting in het kwadraat en hopen op veel groen mos.

 

Duatlonspecial – Mijn tweede weg naar de Hel #1

De weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen, zo ook die naar de Hel van Kasterlee. Ik bedoelde het allemaal heel goed, maar ondanks die puike voornemens begon de maand met een kwakkelstart. Daar waar oktober een relatieve rustmaand was, zou ik er in november stevig in vliegen om de duatleet in mezelf te herontdekken. Dat was toch het plan. Mijn stalen vriend Juan dacht daar anders over. Door zijn Baskische grillen volgde het ene technische probleem het andere op. Ik werd er moedeloos van. Vaker zat ik met mijn mountainbike in de auto dan op het zadel. Het nodige vakmanschap later (en heel wat euro’s lichter) was Juan herboren en verlost van al zijn kwaaltjes. Oef!

Ik mag vooral niet klagen over het weer van de afgelopen maand. Vorig jaar leek ik elke training regen en wind te trotseren. Nu werd ik elk weekend getrakteerd op een royale dosis zon. Tijdens mijn eerste fatsoenlijke trainingsweekend besefte ik dan ook dat het geen zin had om te kijken naar de trainingskansen die voorbij waren en wat ik (zogenaamd) had gemist. Gedane zaken nemen geen keer. De enige weg naar de Hel is die vooruit. Ik zou me dus focussen op de trainingskansen die nog voor het grijpen lagen. Dat betekent naast veel lopen en fietsen, vooral ook de omstandigheden opzoeken die de Hel van Kasterlee zo loodzwaar maken. In eerste instantie is dat het afsluitende loopnummer van 30 kilometer na ruim 100 fietskilometers. Ik ging dus vaak lopen nadat ik eerst een goed stuk had gefietst. Mijn lichaam lijkt daar ondertussen al behoorlijk aan gewend. Ook lopen met een lege tank, bij voorkeur als het donker is, behoort tot de specifieke trainingen. Ik stond dus (vaker dan me lief was) in alle vroegte op om nuchter te gaan lopen. In de zomer vind ik dat heerlijk. In drukke en donkere maanden is dat een opgave. De drempel van mijn bed naar mijn loopoutfit leek met de week groter te worden.

IMG_1673b

Van de nood een deugd maken of het nuttige aan het noodzakelijke koppelen: daar ben ik ondertussen een kei in. Toen ik mijn fiets nogmaals moest binnenbrengen voor een geplande vervanging besloot ik me ’s avonds op de mountainbike te verplaatsen naar de fietsenmaker om dan 17 kilometer naar huis lopen. Na een lange werkdag dus, in het donker, met een fluohesje over een slecht voetpad langs een steenweg. Kortom een nuttige training voor zowel benen als hoofd. Twee dagen later deed ik hetzelfde in omgekeerde volgorde. Heel recent ontdekte ik trouwens dat mijn drinkbushouder ook prima dienst kan doen als pistolethouder (mits een klein deukje in de onderste pistolet). Een fietstraining kan dus gecombineerd worden met een tussenstop bij bakkerij Vogelaers in Vossem.

IMG_1724b

Gelukkig was er dus de zon. En nog gelukkiger was er mijn familie. De halve marathon in Kasterlee was een mooie les in loopplezier. Een week later trok ik weer naar de Kempen om met Peter en mijn peter Mark (eveneens helleganger) nog meer voeling te krijgen met de Kastelse zandgrond. We fietsten de mountainbikeroute vanuit Herentals naar Kasterlee. De bossen lagen er verdacht goed bij. De dag nadien liep ik in het gezelschap van Roos op de fiets tot bij Marike en Peter in de Kempen. Voor de aandachtige volgers: ja, dat deed ik al vaker dit jaar. Het is de ideale route voor een lange duurloop. Welgeteld 30 vlakke kilometers in het aangenaamste gezelschap met de hartelijkste ontvangst die een mens zich kan voorstellen. Voor het eerst werd ik met open armen (min of meer toch) ontvangen door mijn metekindje Leah, die ondanks haar prille leeftijd al helemaal wordt ingewijd in de rol van supporter.

Ik ben geen klager. Echt niet. De afgelopen maand had ik het echter heel zwaar. Al van in september lijk ik letterlijk en figuurlijk achter de feiten aan te lopen. Ik word overspoeld door schoolwerk. Het voelt als aanmodderen, maar dan aan een duizelingwekkend hoog tempo. Mijn dagen zitten zo tjokvol dat ik van de ene shift in de andere tuimel. Ik snak naar ademruimte en dat is soms beklemmend. Hoewel ik vorig jaar heel wat meer kilometers aflegde in november (in slechtere omstandigheden), wogen die minder op mijn gemoed. Vooraleer ik me volgend jaar dus weer halsoverkop in een nieuw Hel-avontuur stort, zal ik toch eens goed nadenken of ik me er nogmaals voor wil en kan opladen. Lopen en fietsen doe ik gelukkig nog altijd heel graag. In de toekomst moet dat ook zo blijven.

IMG_1646b

Vandaag is het nog 2,5 week tot de Hel. De examenperiode staat voor de deur. Het grootste schoolwerk en de zwaarste trainingen zitten erop. De tol die ik daarvoor heb betaald is zwaar. Mijn katten staan op het punt een bezwaarschrift in te dienen bij de FOD Dierenwelzijn vanwege een ernstig en structureel gebrek aan zeteltijd. Mijn huishouden is een puinhoop. Mijn lezersbestaan ver zoek. Hoog tijd om schoon schip te maken zodat ik met een opgeruimd gemoed de laatste weken van het jaar in kan gaan. Vannacht had ik trouwens mijn eerste stressdroom over de Hel. Ik stond in de kleedkamer en ik bleek bijna geen sportkleding bij me te hebben. Ik zou lopen in hoge basketbal-achtige schoenen, een veel te ruim blauw shirt en een veel te korte short. Een fietsbroek had ik niet mee. Terwijl ik dus in de kleedkamer mijn lange veters stond te binden, weerklonk het startschot. Op zondag 22 december kan dat alleen maar beter verlopen. Ik beschouw die droom als een teken dat ook mijn hoofd zich stilaan in de juiste modus aan het nestelen is.

Duatlonspecial – Eén jaar op de fiets

Lange tijd was ik een hardcore loper die altijd volle gas vooruit vloog en zichzelf daardoor al eens voorbij liep. Mijn liefde voor lopen maakte me soms blind en doof. Ik liep zonder echt om me heen te kijken, laat staan naar mezelf te luisteren. Lopen was het fundament van mijn leven. Niets of niemand mocht daar aan raken. In onstabiele tijden was lopen mijn houvast die ik te krampachtig vasthield. Zo lang ik kon blijven lopen, zou mijn wereld ook blijven draaien. Toen ik vorig jaar geblesseerd raakte en wekenlang amper iets kon doen, stortte het plafond naar beneden en werd ik bedolven onder de brokstukken van mijn oh zo dierbare lopersleven. Ik ruimde puin en met het gruis maakte ik een zorgvuldig geconstrueerde mozaïek. Wat een apocalyps leek te zijn, was in feite een doorstart. Ik herontdekte mezelf eerst als loper, nadien als fietser. Een jaar geleden maakte ik kennis met het zachtaardige, doch pittige karakter van mijn Baskische held op wielen, Juan*. Wij hadden immers een plan: in december zou ik deelnemen aan de Hel van Kasterlee, een zware winterduatlon waarbij er, naast 45 loopkilometers, 115 kilometer op de mountainbike afgelegd moeten worden. De rest is geschiedenis.

Onze eerste maanden samen waren die van de verliefdheid: werkelijk alles wat we samen deden, was leuk. Zijn klikpedalen waren zo gemakkelijk, zijn versnellingen zo soepel en zijn remmen zo intens. Hij en ik konden bovendien uit de voeten op elke ondergrond. Met mijn hoofd in de wolken was ik niet echt met dat grote doel bezig. Mijn fietskilometers temperden mijn dagelijkse loopdrang. Als ik ging lopen, haalde ik daar eens zoveel plezier uit. Toen ik in oktober een geslaagde marathon in Brussel liep, was het bewijs geleverd dat de combinatie lopen-fietsen mij wel degelijk lag en dat er nog steeds een snelle marathon in mijn benen zat. Zo groeide Juan uit van een verzetje om mijn loophonger te stillen tot een volwaardig sportalternatief. Mijn Garmin-statistieken vertellen me dat ik het afgelopen jaar maar liefst 7031 kilometer in het zadel zat. Dat zou ik niet hebben gedaan als ik niet graag zou fietsen. Ik zie mezelf echter niet als een duatleet, maar als een volbloed marathonloper die ook heel graag met de mountainbike rijdt. Zonder twijfel ben ik een betere loper geworden door die twee sporten te combineren.

IMG_0789b

Waaraan ik moest wennen op de fiets is de bepalende invloed van het weer. Als fietser ben je doorgaans langer onderweg en dus ook langer overgeleverd aan de klimatologische grillen. Na twee uur in de regen bezwijkt ook het beste regenjasje voor de nattigheid. Wind is echt niet om mee te lachen op de fiets. Omdat je niet met je hele lichaam beweegt, krijg je ook sneller koud. Als loper ben ik zelfs in de winter na een kilometer warmgelopen, loop ik zelden met handschoenen en kan regen noch wind me deren. Als fietser laat mijn interne thermostaat me al eens in de steek. Gevoelloze tenen lijken er bij te horen. Ik heb de douchekraan vaak heter moeten draaien na een zoveelste barre fietstocht in het najaar. De fietser beschikt over heel wat mogelijkheden om zich te kleden, al is daar ook een stevig prijskaartje aan verbonden en is het assortiment voor vrouwen eerder beperkt. Ik prijs me dan ook gelukkig met de leopard-wieleroutfit van Italiaanse makelij die ik recent op de kop heb kunnen tikken. Stance sokken doen het trouwens ook uitstekend op de fiets. Twee paar over elkaar dragen behoort tot de mogelijkheden. Alleen bij echt frisse temperaturen geef ik de voorkeur aan thermische wielersokken. Fietsschoenen verslijten gelukkig niet zo snel als loopschoenen, integendeel. Ze gaan hooguit stinken als ze vaak doorweekt zijn. Een soda-sopje verricht dan wonderen.

IMG_0790b
Juan is gek op strobalen: om een beetje tegen te leunen, maar toch vooral om langs te scheuren

Als loper moet je steeds op je hoede zijn voor blessures. Fietsen is een minder blessuregevoelige sport, maar andere gevaren loeren om de hoek. Het risico op een val en de gevaren van het verkeer zijn de grote keerzijde van de wielersport. De onverdraagzaamheid en vooringenomenheid van sommige autobestuurders vind ik onbegrijpelijk. Omdat ik hen uit veiligheid aankijk en niet meteen vol in de remmen ga, denken ze al te gauw dat ik een voorrang opeis waar ik geen recht op heb (wat ik dus niet doe). Mijn alerte blik wordt dan verward met arrogantie waarop er geclaxonneerd wordt of een raampje opengaat. Op de fiets moet je altijd en overal uit je doppen kijken. Klikpedalen zorgen voor een stuk veiligheid, maar ze belemmeren ook je reflexen als je je evenwicht verliest. Bovendien moet je niet eens veel snelheid hebben om hard te vallen. Ik ben dus geen waaghals op de fiets. Het akelige is dat je niet veel nodig hebt om lelijk tegen de grond te gaan. De fatale val van wielertalent Bjorg Lambrecht toont aan dat een ongeluk in een heel klein petieterig en onbenullig hoekje kan zitten.

Het mooie van fietsen is dat je het echt rustig aan kan doen, als de benen wat stram zijn, als de wind het lijf zwaar maakt of als je daar gewoon zin in hebt. Stijve benen los fietsen kan echt. Los lopen daarentegen kan lelijk tegenvallen omdat de impact van lopen op je lichaam er altijd is. Ik hoorde nog nooit iemand spreken over een cyclist’s high, maar de rustgevende cadans op de fiets kan mij net in zo’n ontspannen modus brengen. De omgeving heeft daar ook een grote invloed op. Met de mountainbike kom ik op andere plaatsen dan tijdens mijn looproutes. Sowieso is mijn actieradius met de fiets groter en valt er dus ook meer te ontdekken verder van huis. Het bos weet mij altijd te raken. Langs en door velden fietsen kan ik ook adembenemend mooi vinden. Mijn fietsershand is snel gevuld met mooie plaatjes. Het afgelopen jaar heb ik samen met Juan enkele magische momenten beleefd die me vooral heel veel zin hebben gegeven om te blijven fietsen. Gracias!

IMG_0774b

*Juan heet zo omdat hij als Orbea Spaanse roots heeft en vier jaar lang de fiets van mijn papa, Jan, was.

De race – De Hel van Kasterlee december 2018

  • De cijfers: 15 km lopen, 115 km mountainbiken en 30 km lopen in 11:02:48
  • De voorbereiding: ik begon vol goede moed aan mijn voorbereidingen in augustus, kwam echt op dreef in september, bleef fietsen in marathonmaand oktober en deed er nog een schepje bovenop in november: in totaal goed voor ruim 3000 fietskilometers
  • De race: ik liep door de sneeuw, stampte, gleed en ploegde 7 uur lang door de modder om uiteindelijk als een raket naar de finish te snellen
  • De herinnering: de familiebeleving en euforie na de zege van mijn broer, de tocht met Roos tot aan de finish, mijn verrassende derde plaats en de finish van mijn papa en peter

Wat vooraf ging
Er ging een bewogen jaar vooraf aan mijn debuut in Kasterlee. In het begin van het jaar liep ik belachelijk veel. Tot ik me in maart ernstig blesseerde tijdens de CPC Loop in Den Haag. Ik liep met krukken en kon zeven weken niet lopen. Al mijn loopdromen vielen voor mijn neus uiteen in duizend stukken. Dat deed pijn en stemde me diep ongelukkig. Mijn loopcarrière zag ik somber in. In juli liep ik echter weer 20 kilometer in Houffalize. Die dag kondigde mijn papa aan dat hij een nieuwe mountainbike zou kopen en dat ik zijn oude bijgevolg kon gebruiken. Onder de zomerzon ontstond een groots plan. In december zouden wij met drie Odeynen aan de start staan in Kasterlee. Vanaf augustus bouwde ik niet alleen mijn duurlopen verder uit met het oog op een marathon in oktober, maar begon ik ook op regelmatige basis te fietsen. Soms gewoon vlak en rechtdoor, soms op één van de talrijke mountainbikeroutes in mijn nabije omgeving. Er ging een nieuwe sportwereld voor mij open. Het was dik aan tussen Juan (zoals ik mijn fiets al liefkozend noem) en mij en dat is het nog steeds. Met de fiets erop uit trekken betekent vrijheid en avontuur.

Vanaf september begon ik te trainen op de combinatie lopen en fietsen. De nuchtere ochtendloopjes stonden weer in mijn agenda. Ik maakte een – voor mijn doen – bescheiden aantal loopkilometers en stilde mijn sportieve honger met kilometers op de fiets. Ik focuste me op mijn marathon in oktober: als ik die tot een goed eind zou brengen, zou het wel snor zitten met dat lopen in Kasterlee. De marathon in Brussel beviel me verrassend goed en zo werd november een maand met heel veel fietskilometers in minder vrolijke omstandigheden. Regen, wind en duisternis waren mijn deel. Met een duidelijk doel voor ogen hield ik vol: ik was vastberaden om me zo goed mogelijk voor te bereiden op mijn eerste duatlon.

Vlak voor de start
Het had ’s nachts gesneeuwd. Ik suste mezelf met de gedachte dat de impact daarvan op het parcours minimaal zou zijn. Soms ben ik uit zelfbescherming behoorlijk naïef. De stress sloeg hard toe toen ik de andere atleten en hun mountainbikes zag. Ik voelde me de grootste amateur die er rond liep en schaamde me zelfs dat ik daar aan de start durfde staan. In de auto gaan zitten en naar huis rijden, was echter geen optie. Ik probeerde mezelf te vermannen, nam Juan bij de hand en plaatste hem in de wisselzone. Er was geen ontkomen meer aan.

De race
Om 8u weerklonk het startschot voor een eerste loopronde van 15 kilometer. Ik liep behoedzaam door de papperige sneeuw om een slipper te voorkomen. Hierdoor was die eerste run al behoorlijk vermoeiend. Tijdens de wissel probeerde ik me niet te hard op te jagen opdat ik niets zou vergeten. Onder luid gejuich van mijn supporters snelde ik naar mijn fiets. Ik ging ervan uit dat mijn papa en peter voor mij uit fietsten.

DSC02837

Toen ik na amper een kilometer langs de kant ging staan om iets op te bergen in mijn jaszak werd ik uitgekafferd door een andere deelnemer. Super sympathiek. Ik voelde me opgejaagd wild. De zenuwen gierden door mijn lijf en ik deed mijn uiterste best om de kalmte te bewaren. Dat lukte niet. De eerste off-road stukken toonden meteen aan dat de natte sneeuw het parcours onomkeerbaar had veranderd in een glibberige en bovenal modderige omloop. Mijn fiets maakte na enkele kilometers bovendien zoveel lawaai dat ik ervan overtuigd was dat ik eerder vroeg dan laat materiaalpech zou kennen. Die arme Juan kraakte en sleurde langs alle kanten alsof elke kreun zijn laatste adem zou zijn. Ik stopte dus nogmaals met het idee dat er iets vast zat tussen mijn tandwielen of ketting. Dat bleek niet het geval. Ik trok me weer op gang met de moed der wanhoop. Na nog geen 7 kilometer kwam plots mijn voorste spatbord los en moest ik dus weer stoppen. Op een eerste uitdagende helling schakelde ik bruusk waardoor mijn ketting blokkeerde. Ik stond weer te voet en kreeg mijn ketting er niet eigenhandig op. Gelukkig schoot een vriendelijke omstaander me te hulp. Hij deinsde er niet voor terug zijn handen letterlijk vuil te maken en zette me weer op weg. Weer een kilometer later bleek één van mijn overschoenen los te zijn gekomen. Ik had nog geen 10 kilometer gefietst en stond weer maar eens naast mijn fiets.

Plots kwam vanuit de achtergrond de verlossing: mijn papa en peter reden blijkbaar achter mij en haalden me in. Ik sloot aan en luchtte mijn hart. Mijn mechanische bekommernis werd weggewuifd door papa. Het was niet meer dan normaal dat mijn fiets in deze omstandigheden zulke schurende geluiden produceerde. Dat was bij hen niet anders. Ik kon er dus op vertrouwen dat Juan niet meteen zou bezwijken onder de Kastelse modder. Met wat meer zelfvertrouwen stormden we met z’n drieën richting sporthal. Ik kreeg eindelijk een goed ritme te pakken en kon mijn valse start relativeren. Mijn eerste ronde legde ik uiteindelijk nog af in minder dan 1u20. Na een heel korte stop en bevoorrading bij de supporters begonnen we aan de tweede van in totaal vijf rondes. Ik had een goede tred te pakken en fietste voorbij alle plaatsen waar ik de vorige ronde had stilgestaan. De tweede ronde was mijn snelste.

IMG_2708b
Modder, modder, modder: maar we blijven lachen. De bewonderende blik van Peter spreekt boekdelen.

Ik wist op voorhand dat de derde fietsronde mentaal de zwaarste zou zijn. Bovendien werd het parcours er alleen maar slechter op. Ik begon wat sukkelig, moest hier en daar voet aan de grond zetten en verloor mijn tred. Het was aftellen tot kilometer 60, want dan zou de helft van het fietsnummer erop zitten. De kilometers kropen tergend traag voorbij. Halverwege kon ik weer aansluiten bij mijn twee compagnons. Ook deze ronde wisten we af te leggen binnen de 1u20. De supporters spraken ons bemoedigend toe. We hadden nog 2 uur om de vierde ronde af te leggen en binnen de tijdslimiet aan de finale fietsronde te mogen beginnen: een heel haalbare kaart. Ik was nu zo ver geraakt, 46 kilometer fietsen klonk niet meer oneindig lang. De vierde ronde kregen zowel mijn papa als peter het lastig. We haalden allemaal de tijdslimiet, maar ik vertrok als eerste en dus alleen voor de laatste ronde. Eindelijk kon ik zeggen dat het de laatste keer was dat ik elke ellendige moddermeter moest overwinnen. Ik voelde me niet leeg, maar nam wel mijn tijd. Daarbij schoof ik nog eens pijnlijk onderuit en viel recht op mijn knie. Het viel op dat het deelnemersaantal sterk was uitgedund. Ik reed in een niemandsland en zag het als een voordeel dat niemand me kon opjagen. Uiteindelijk vond ik nog gezelschap bij helleganger Bram. Hij vertelde me over de opgave van verschillende favorieten. Net op dat moment hoorden we Seppe finishen. Hij won zijn zevende Hel van Kasterlee en had daar minder dan 8 uur voor nodig. Zot!

hel_van_kasterlee_2018_kl._(102)

Mijn geluk kon niet op toen ik de sporthal voor een vijfde keer bereikte. Juan mocht in de wisselzone gaan rusten, voor mij zat het er nog niet op. Ik spurtte richting kleedkamer met Roos in mijn zog. Zij hielp me bij de wissel. Aan de modder en vuile kleren in de kleedkamer te zien, waren de meeste dames al aan het lopen. Als een duveltje uit een doosje vertrokken we voor een tocht van 30 kilometer. Ik wist dat ik die afstand kon afleggen en besefte dus dat ik hoogstwaarschijnlijk een survivor zou zijn in een loodzware editie van de Hel van Kasterlee. De eerste loopkilometers gingen heel vlot. Mijn benen hadden er nog zin in, ik raakte onder stoom en kon heel wat lopers inhalen. Rond kilometer 10 haalde ik een vrouw in. Ik had geen idee in welke positie ik liep en probeerde daar ook niet mee bezig te zijn. Het was nu aftellen naar het einde van de eerste 15 kilometer. Aan de sporthal zag ik terug wat supporters. De grande finale was nu ingezet.

Ook tijdens het tweede deel kon ik een tempo van rond de 11 km/u blijven aanhouden. Het was ondertussen pikdonker en elke kilometer werd zwaarder. Ik trok me op aan de lopers die ik kon inhalen, maar ik was me ervan bewust dat ik alsnog een klop van de hamer kon krijgen. Op 3 kilometer voor de finish haalde ik tot mijn eigen verrassing nog een vrouw in. Zij bleek achteraf gezien nummer 3 in de wedstrijd te zijn. Als ik nu terugdenk aan die finale is het verleidelijk om dat laatste uur te beschouwen als een uur waarop al mijn loopgeluk, frustratie en kracht van het afgelopen jaar samengebald werden. Ik liep niet de snelste, maar wel mijn meest heldhaftige kilometers van 2018. Op het moment zelf is dat echter puur overleven: blijven lopen om niet kopje onder te gaan. Daarin zit weinig heroïek vervat. Ik focuste me op de geweldige muziek van onze playlist en de bemoedigende woorden van Roos. De laatste anderhalve kilometer probeerde ik me bewust te zijn van het feit dat ik nu echt wel de Hel van Kasterlee had overleefd. Mijn verbazing was nog groter toen ik de rode loper opliep en hoorde dat ik derde was geworden, net zoals mijn broer bij zijn Hel-debuut in 2011. Ik kreeg een medaille van Seppe, we pakten elkaar eens goed vast en ik had totaal geen besef van wat me die 11 uur en 2 minuten allemaal was overkomen.

IMG_2724b
Ik won voor het eerst in mijn leven een beker.

De conclusie
De Hel van Kasterlee is nooit voor watjes, maar al helemaal niet op een modderig parcours met koude temperaturen. Ik zag af, maar groeide in de wedstrijd. Tijdens het fietsen heb ik nooit het gevoel gehad dat het op was. Het duurbeest in mij kon zich volledig uitleven. Pas tijdens mijn laatste loopronde voelde ik de inspanningen van de dag doorwegen. Ik presteer telkens goed op de zware marathon van Brussel en ook hier werd ik juist beter door de lengte van de race en de barre omstandigheden. Bizar. Wat deze wedstrijd uniek maakt, is het familiale gevoel dat er heerst. Je lijkt even weg van de gewone wereld te zijn. De laatste fietsronde heb ik dan ook mijn best gedaan om de seingevers te bedanken voor hun urenlange onmisbare inzet. Samen met organisator Ben en commentator Hans zorgen zij ervoor dat je je wel echt een held waant al strijdend in de Kastelse arena. Door al die lovende woorden zou ik haast vergeten dat trainen voor de Hel niet te onderschatten is. Lange trainingen in november staan garant voor herfstig weer en veel donkere, eenzame uren. Uiteraard kan ik nu alleen maar zeggen dat elke trainingskilometer die heroïek helemaal waard was.

Enkele weetjes

  • Sporza maakte een mooie reportage voor Sportweekend over Seppe.
  • Ik had bij het fietsen een geluksbrenger van Seppe op zak: een medaillon van Roger De Vlaeminck dat hij me vroeger eens had gegeven voor de examens.
  • Seppes trainer Stefaan doopte “ons” team om tot Team Doodgaan. Ook hij doorstond zijn Hel-debuut met glans.
  • Papa maakte tijdens het mountainbiken meermaals het grapje dat er een hamster in zijn achterwiel liep en dat die het schurende geluid veroorzaakte.
  • Roos voederde mij banaan en peperkoek in de fietsbevoorrading. Daarnaast kreeg ik niet alleen sportgels en -drank binnen, maar ook heel wat zand.
  • Het ultieme girlpower-moment beleefden Roos en ik toen we een loper voorbij stormden toen P!nk keihard uit de boxen schalde met So What!
  • We beleefden dan weer een mystieke ervaring toen papa-lied Camouflage weerklonk in een mistig en donker stuk. Things are never quite the way they seem.
  • Na afloop bleek dat ik met 2:34 een heel snelle looptijd had neergezet op de 30 kilometer: de snelste tijd bij de vrouwen.
  • Ik voelde mij na afloop nog zo fris dat ik zelf met de auto naar huis ben gereden.
  • Bij thuiskomst van de Hel wacht je een nieuwe modderuitdaging van formaat: al je kleding en materiaal weer proper krijgen. Juan is al weer weg voor een grondig onderhoud.
  • 22 december 2019 staat alvast in mijn agenda gemarkeerd.
IMG_2712b
We are family! Mijn papa, broer en peter: vier hellegangers op een rij.

Duatlonspecial – Een dag na de Hel

De Hel van Kasterlee, de zwaarste winterduatlon ter wereld, 15 kilometer lopen, 115 mountainbiken en 30 kilometer lopen in zware omstandigheden: I DID IT! Vlak voor de start was ik zo onder de indruk van het hele gebeuren dat de twijfel genadeloos toesloeg. Ik gaf mezelf geen schijn van kans om deze uitdaging tot een goed einde te brengen en wilde ergens in een hoekje kruipen en stilletjes verdwijnen. De sneeuw die ’s nachts gevallen was, had het fietsparcours omgetoverd tot een modderige omloop waar het snakken was naar een kilometertje asfalt. Ik klaarde de fietsklus uiteindelijk in 7 uur. Nog nooit zat ik zo lang op mijn mountainbike. Nog nooit zag ik zoveel modder.

In het afsluitende loopnummer kwam de marathonloper in mij naar boven en kon ik een behoorlijk tempo aanhouden. Zonder het te beseffen begon ik aan een inhaalrace. Tot mijn eigen grote verbazing finishte ik als derde. Op het eind van de rode loper stond Seppe me op te wachten om mijn medaille te overhandigen. Voor wie het nog niet zag op Sportweekend: mijn broer Seppe haalde zijn zevende zege in Kasterlee binnen en was al drie uur fris gewassen toen ik aankwam. Mijn papa en nonkel haalden eveneens de finish in wat een historische editie wordt genoemd met meer dan honderd deelnemers die vroegtijdig uit de race stapten.

Ik voel me vandaag verrassend fris, maar heb nog wat tijd nodig om te beseffen wat me gedurende die 11 uur is overkomen. Eén dezer dagen zal hier ongetwijfeld een uitgebreid raceverslag verschijnen waarin ik jullie zal vervelen met een gedetailleerd belevingsverslag per kilometer (of toch zoiets). Dat ik dit heb kunnen waarmaken, heb ik uiteraard in de eerste plaats te danken aan mijn doorgedreven trainingen en soms nogal koppige persoonlijkheid. Achter een sterke vrouw staat in mijn geval een sterke familie en meer. In afwachting van het verhaal over mijn heroïsche strijd wil ik graag een uitgebreid dankjewel formuleren aan zij die hebben bijgedragen aan mijn prestatie en deze memorabele dag.

Roos: voor de mentale coaching en de ongelooflijk persoonlijke begeleiding op topniveau, voor de afleidende praatjes en bemoedigende woorden de laatste zware kilometers, voor het plezier dat ik steeds heb als ik bij jou ben
Marike: voor het logement en zoveel gezelligheid, voor de vakkundige hulp en geruststelling als ik weer eens denk dat ik een vreselijke blessure heb, voor het trotseren van de kou en het zorgen voor de andere supporters
Seppe: voor de wedstrijdtips en het onthaal aan de finish, voor de inspiratie die je me steeds geeft door je sportieve avonturen, voor het vlammetje van de Hel dat je in mij hebt ontstoken
mama: voor altijd het geloof in mijn kunnen, de nooit aflatende steun als ik weer eens met een zot plan op de proppen kom, het enthousiasme en supporteren met hart en ziel
papa: voor de mountainbike die ik kreeg, voor het papa-zijn zelfs tijdens een barre mountainbiketocht, voor de geruststellende en nuchtere opmerkingen, voor je onnozele mopjes die eigenlijk toch altijd grappig zijn
mijn peter Mark: voor de babbeltjes over lopen, voor het gezelschap tijdens de wedstrijd en het warme familiegevoel dat je aanwakkert
Peter: voor de mountainbiketocht naar Kasterlee die we samen maakten als voorbereiding, voor het vertrouwen dat je me toen gaf, voor het ondergaan van onze familiegekte
An: voor de oprechte interesse die je telkens toont in mijn sportieve uitdagingen, voor het intens meeleven en supporteren met heel je familie
Murielle: voor het trouw en enthousiast volgen van mijn avonturen, voor je aanstekelijke en niet te onderschatten eigen sportieve ervaringen
Martin: voor het vakkundige onderhoud van mijn mountainbike en de persoonlijke topservice

Duatlonspecial – Mijn weg naar de Hel #4

Morgen moet ik er dus aan geloven: mijn duatlondebuut in XL-formaat. Ik kan het zelf amper geloven. De afgelopen week hield ik mijn spieren nog een beetje warm met rustige trainingen. Zo zat ik woensdag de laatste keer op de fiets en reed ik voor het eerst in echt koude temperaturen. Mijn tenen waren daar niet zo blij mee, maar de zon scheen en dat maakte veel goed. Ook mijn laatste zonnige looprondje op donderdag stemde me gelukkig. Er moest bovenal vooral gerust worden. Dat lukte behoorlijk, al is ontspannen op bevel geen evidentie. Bovendien vertelde ik vorige keer over de praktische issues die bij een dagje duatlon komen kijken. Kopzorgen en onzekerheden kwamen met andere woorden boven water drijven.

Organisatorisch en logistiek is de Hel van Kasterlee dit jaar een waar huzarenstukje in onze familie. Ik grapte al dat dit meer voorbereidingen vraagt dan ons eigenlijke kerstfeest en dat is dus niet overdreven. Een dagactiviteit op Kastelse grond vraagt zowel van de atleten als van de supporters doordachte voeding- en kledingkeuzes. Het is voor mijn begeleidende zussen en mama evenzeer de vraag wat ze moeten aantrekken en op welke onvoorziene omstandigheden ze zich moeten voorbereiden. We communiceerden daar de afgelopen week uitvoerig over en ons plan staat nu wel op punt. De playlist van Roos en mij telt inmiddels ruim 4,5 uur muziek van de bovenste plank. Roos testte de lijst zelfs al eens uit en kon bevestigen dat hij vlot liep. Weer iets dat afgevinkt kon worden.

Ik vind het bijzonder moeilijk om vooruit te blikken op de wedstrijd omdat ik in de verste verte geen idee heb wat ik mag verwachten. Natuurlijk voel ik wel dat die intensieve trainingsperiode conditioneel iets heeft opgebracht. Ik kan alleen niet inschatten welke vruchten ik daar morgen van mag plukken. Misschien zijn het wel heel erg zure citroenen. Voor mijn marathon eind oktober was ik zenuwachtig omdat ik moeilijk kon geloven dat ik die afstand nog in de benen had. Ik kon me toen wel beroepen op mijn ervaring en wist ergens ook wel dat de kans groot was dat ik marathon nr. 9 succesvol zou beëindigen. In het voorjaar had ik niet durven dromen dat ik op het einde van het jaar een sportieve uitdaging van dit niveau aan zou kunnen gaan. De weg naar de Hel leek ook lange tijd belangrijker dan het resultaat. Nu liggen de kaarten heel anders. Het voelt op de één of andere manier alsof dit avontuur mijn sportief jaar kan maken en dat ik dus wel degelijk wat te verliezen heb. Rampscenario’s bedenken voor een wedstrijd die ruim 10 uur duurt, is ook niet zo moeilijk. Die gedachten zijn natuurlijk niet bevorderlijk voor mijn gemoedsrust.

Als ik mezelf nu als buitenstaander bemoedigend zou moeten toespreken, dan zou ik het ongetwijfeld hebben over het belang van doordachte trainingen, grondige voorbereidingen en het geloof in eigen kunnen. Laat het los en vertrouw erop dat je er alles aan hebt gedaan om het een succes te laten worden: ik hoor het me zo zeggen. Hoe de dag ook zal verlopen: ik ga er bovenal van genieten dat ik daar om 8u aan de start sta met mijn broer, papa en nonkel om elk ons eigen verhaal te lopen en fietsen. Ik kan me overigens ook troosten met de gedachte dat de druk die ik voel niets is in vergelijking met de verwachtingen waar mijn broer als zesvoudig winnaar tegenop moet boksen. Hij kan dat, daar twijfel ik geen seconde aan. Ik heb zo’n voorgevoel dat dit een familiedag zal worden om nooit te vergeten.

Duatlonspecial – Mijn weg naar de Hel #3

Mijn weg naar de Hel is geplaveid met goede voorbereidingen. De afgelopen dagen maakte ik nog fiets- en loopkilometers, maar kwam ik vooral op adem van het harde trainingslabeur van de maand november. Er kwam wat tijd vrij om na te denken over heikele sportvraagstukken en praktische voorbereidingen te treffen. Een lange duatlonwedstrijd van dit formaat betekent immers ook dat je heel wat te regelen hebt op organisatorisch niveau, waaronder sportkleding, -voeding en materiaal. Bovendien is er een belangrijke taak weggelegd voor het ondersteunend team, dat natuurlijk ook graag op voorhand weet waar het aan toe is. Ik hoop dat een voorbereid mens er in dit geval meer dan twee waard is.

In Kasterlee zal ik voornamelijk lopen als het nog/al donker is. Daar heb ik ruime ervaring mee dankzij mijn ochtendlijke looptrainingen, maar ik oefende dit ook al eens met Roos op de fiets, aangezien zij mijn persoonlijke begeleider zal zijn tijdens de afsluitende 30 kilometer. We kozen een onverlicht parcours uit met lange stroken om zo onze verlichting te testen. In eerste instantie vonden we dat die volstond. Mogelijk is een extra lamp toch nodig omdat ik me niet wil laten vangen door de verraderlijke putten in Kasterlee. Voor de gelegenheid stelden we natuurlijk een aparte playlist samen die uit de box kan schellen. Variatie en opzwepend zijn de codewoorden van ons repertoire. Avicii en Florence mogen niet ontbreken op ons feestje, maar ook chansons, kleinkunst, een dosis pop en het stevigere werk (Highway to Hell!) zijn van de partij. We bespraken ook enkele rampscenario’s en wat te doen “in geval van”. Ik zei het al: je kan maar beter op werkelijk alles voorbereid zijn.

Een week geleden oefende ik de wedstrijdonderdelen al eens met mijn eigen vagevuur-training. Het was zwaar, maar ik doorstond de beproeving. Ik testte toen onder andere uit of ik vlot kon lopen met mijn fietsbroek (ja) en of de Clif bloks een waardige afwisseling waren met sportgels van Squeezy (ja). Inmiddels heb ik het kledingvraagstuk voor 90% opgelost. Het weer is echter een doorslaggevende factor en voorlopig ziet dat er niet gunstig uit. Zowel koude als regen zullen zondag aanwezig zijn. Mijn regen- en winddichte petje en handschoenen zullen met andere woorden van pas komen. Dan is dat de investering toch waard geweest, denk ik maar. Wat de voeding betreft ben ik er nog niet helemaal uit of ik een hele dag ga overleven op sportvoeding of toch ook iets anders ga proberen weg te werken tijdens het fietsen. Lastig, want ik kan niet inschatten hoe mijn lichaam zal reageren op 120 kilometer mountainbiken.

Dat gure weer boezemt me wel angst in. Ik fietste al vaak in regen en wind, maar vandaag kreeg ik nog iets anders voorgeschoteld: een intense regenbui die wel een kwartier aanhield met als resultaat dat ik meteen doorweekt was. Goed dat mijn fiets al eens voorgespoeld werd, maar het kostte me veel moeite om positief te blijven en dit als een nuttige les te beschouwen. Ik stelde me voor hoe het zou zijn als ik nog uren doorweekt zou moeten fietsen en dat was toch even slikken. Gelukkig heb ik mijn trainingen lichamelijk goed verteerd. Ik heb geen noemenswaardige klachten. Dit werd ook bevestigd door mijn kinesitherapeut. Zij gaf me 100% groen licht om er voor te gaan in Kasterlee. Kijk, dat geeft toch veel vertrouwen. Ik ging deze week nog eens overdag in het bos lopen omdat ik echt behoefte had aan zo’n plezierloop. Aanvankelijk schrok ik van het kale Heverleebos door de vele gekapte bomen, maar uiteindelijk overheerste een triomfantelijk gevoel dat alleen lopen me kan geven. Vooral aan mijn loopvorm voel ik dat al die trainingen hebben geloond. Ook hier geldt weer: geen idee wat ik daar over een week mee ben.

Ik had de afgelopen week ook tijd om orde op zaken te stellen in huis. Weken aan een stuk dagelijks sporten liet wel sporen na. Zo moest ik vaker boodschappen doen om de voorraden op peil te houden. Ik bakte dan ook heel wat havermoutpannenkoeken, at kilo’s pompoenen, bakken plattekaas en joeg er een pot pindakaas door met heel veel volkorenboterhammen. Veel trainen betekent namelijk goed en veel eten. De praktische rompslomp was ook niet van de poes. Mijn wasmachine draaide overuren aan sportkleding en handdoeken. Ik ondernam geen pogingen meer om sportkleding in de kast te leggen, maar sorteerde dit functioneel zodat ik meteen zocht wat ik nodig had buiten de kast. Mijn hal was omgetoverd tot een multifunctionele kleedkamer: allerhande gerief, waaronder handschoenen in verschillende diktes en mijn Stance sokken lagen er uitgestald. Handdoeken en krantenpapier lagen binnen handbereik voor als ik weer eens doorweekt thuiskwam. Niet heel gezellig, maar wel uitermate praktisch. Inmiddels is het sportschoolgehalte van mijn woning weer tot een minimum beperkt en heb ik ook op huishoudelijk gebied de touwtjes stevig in handen.

De komende week moet ik dus nog enkele knopen doorhakken. Ik zal ook maar wat kaarsen branden in de hoop zo geen al te rampzalig weer af te kunnen dwingen voor zondag. Bovenal zal ik proberen om de week ontspannen en goed uitgerust door te komen. Examens afnemen en verbeteren beschouw ik dan maar als een welkome afleiding. Ik ben de eerste om te zeggen dat je moet vertrouwen in je voorbereidend werk. De zenuwen omzetten in een positieve focus: dat is de boodschap. Kan een mens ooit klaar zijn voor de Hel?