Het moment – Ontwaakt uit mijn winterslaap

Ik voelde al lente in januari, al was het sporadisch. Tussen de regenbuien en het miezerweer gebeurde het soms dat de natuur z’n uiterste best deed om er desondanks iets moois van te maken. Heel behoedzaam, dat wel, om je vooral geen valse hoop te geven. Januari moet zowat de lelijkste maand van het jaar zijn. Je ziet vooral modder en dorheid. Het is zoeken naar een sprietje groen in een palet van bruin. Als je bovendien met de fiets naar het werk gaat, dan is januari een behoorlijk harde noot om te kraken. Mijn kilometers op de steenweg waren knokkilometers. Februari kenmerkte zich dan weer door een diepvriesweek mét sneeuw om er nadien een portie onversneden lente overheen te gooien. Van beide genoot ik intens. Ik liep met een heel grote glimlach door de sneeuw: toch na een kilometer of 2, als mijn innerlijke thermostaat aansloeg, en ook het voorproefje lente zorgde ervoor dat ik in een opperbeste stemming verkeerde.

IMG_4225b

Ik ga er prat op om me niet af te zetten tegen de winter. Als je de wintermaanden als deprimerend en onmenselijk bestempelt, dan lijkt het me een bijzonder zware klus om die tijd door te komen. Ik hou van de afwisseling die de seizoenen bieden. Elke maand heeft iets. De winter, dat is gezelligheid. Zowel om binnen te zitten met de gordijnen dicht, als om er in alle vroegte op uit te trekken nog voor de wereld wakker is. Inmiddels weet ik ook dat ik heus wel bestand ben tegen wat regen en wind. Het meest vermoeiende aan de wintermaanden vind ik het denkwerk dat erbij hoort. Je moet je constant wapenen tegen een kracht van buitenaf, zowel jezelf, je huis, als je huisdieren. Dat vreet energie.

In de winter heb je een warme deken om je heen die je noodgedwongen warm houdt, maar als die dan weer af kan, voel je plots hoe licht je eigenlijk bent. Juist door de impact van de winter kan ik het voorjaar meer naar waarde schatten. In het voorjaar is het zoveel gemakkelijker om goed gezind te zijn, om de juiste kleding aan te trekken, om de dag aan te vatten, om naar buiten te trekken en simpelweg tevreden te zijn. Ook op sportief vlak biedt het voorjaarsweer niets dan voordelen. Allereerst stijgt de curve van het fietsgenot exponentieel. Voor je plezier maak je geen fietstocht als het kwik onder nul kruipt. Ik ging dus weer vaker de baan op met Juan, mijn onovertroffen Orbea mountainbike. Letterlijk de baan op, want als ik modder kan vermijden, dan doe ik dat ook. Juan kan het trouwens uitstekend vinden met Herman, de koersfiets van Roos. Gelukkig maar! Als ik na zo’n fietstocht en bijbabbelmoment leeggereden thuiskom, is mijn geestelijke batterij weer helemaal opgeladen.

IMG_4362b

Mijn loopkilometers bleven de afgelopen maanden constant. Ik loop regelmatig een duurloop van 18 kilometer die ik afwissel met kortere loopjes. Geen echte excessen dus, best gematigd voor mijn doen. Op kledingniveau bevind ik me in een transitiefase. Mijn Nike Pegasus trailschoenen met Gore Tex bewezen hun dienst in de sneeuw, maar ook mijn nagelnieuwe belachelijk witte Zoom Fly’s konden een eerste keer van stal in het nieuwe jaar. Ik schipper nog wat met de lengte van broek en shirt. De uitspraak die ik me de afgelopen weken vaak liet ontvallen was: als ik eenmaal naar kort ga, wil ik niet terug naar lang. Mijn club van loopvriendjes werd ook weer een beetje groter. Elizabeth is de naam van mijn nieuwste loopmaatje. Met dat nieuwe valt het overigens wel mee, aangezien we elkaar al een leven lang kennen. Elizabeth gebruikt me graag als stok achter de deur om een looprondje te maken (die invloed blijk ik wel eens te hebben op mijn omgeving). Er is veel wat ik waardeer aan mijn jeugdvriendin: als sporter is dat ongetwijfeld haar onverzettelijkheid en bikkelharde doorzettingsmentaliteit. I like! Een dikke yes dus aan het samen sporten en aan het buiten zijn!

IMG_4351b

Het moment – Schrijftalent gespot in de klas #2

De Poëzieweek van 2021 was me het weekje wel. Ik zat in quarantaine met Gedichtendag, testte gelukkig twee keer negatief en kon dus blij als een kind maandag weer aan het werk. Het voelde aan als een “terug naar school” van heel lang weggeweest, zo eentje waarbij de nacht overbodig lijkt en je stuiterend van de adrenaline om 5u30 uit je bed springt. Of hoe een mens in deze tijden al dolgelukkig is als ie gewoon naar z’n werk mag om het leven in al z’n normaalheid te omarmen. Gewoon is nu al heel wat. Wat later dan verwacht kon ik dus op school de laureaten van de zes-woorden-verhaal-wedstrijd in de bloemetjes zetten. Tradities zijn er namelijk om in ere te houden en ook dit schooljaar ging ik weer op zoek naar de Ernest Hemingway onder mijn leerlingen van het vijfde jaar.

De opdracht was wederom simpel, doch uitdagend: schrijf een six word story, een verhaal dus in amper zes woorden. Alle leerlingen van het vijfde konden nadien stemmen, alsook hun leerkrachten en al mijn collega’s Nederlands. Ik moet zeggen dat het dit jaar nog moeilijker was om te kiezen tussen al dat moois. Het wemelde namelijk van de originele vondsten. Ik kon niet anders dan concluderen dat mijn leerlingen barsten van het literaire talent. Toch was er ook een collega die me bezorgd en ook wel lichtjes verwijtend vroeg waarom ik zo’n donker en depressief thema had gekozen voor de verhalen. Euh? Ze ging er namelijk van uit dat ik de leerlingen doelbewust in de richting van het drama had geduwd en dat de meeste zes-woorden-verhalen daarom zo beladen waren. Nee dus, maar het blijkt nu eenmaal aantrekkelijker te zijn om met weinig woorden een dramatische gebeurtenis op te wekken.

IMG_4185b

Ook onder de leerlingen ontstond er wat onenigheid. Sommigen vonden dat je een onderscheid moest maken tussen een poëtische en een verhalende zin en dat sommige verhalen om die reden geen verhaal waren. Toen er van mij een pasklaar antwoord op die vraag werd verwacht, gniffelde ik wat onnozel. Ik kon in deze kwestie niet voor opheldering zorgen. De discussie an sich vond ik prachtig. Leerlingen die praten over de grens tussen poëzie en proza, wat kan ik me meer wensen? Genoeg gepraat. Tijd om te lezen!

Dit is de top 10:

Tranen vloeiden, het was mijn schuld – Lien
Haar stappen dansten mijn schaduw na – Fleur
Ik zag NIETS in dit alles – Louise
Eén brug, twee ogen, drie tellen – Nelson
Vrijdagen waren van ons, beloofde je – Marieke
Onbekenden overdag, verliefden in de nacht – Ella
Die dag werd de stilte oorverdovend – Nel
Witte jurk vervangen door een zwarte – Kaat
Wij zijn hier maar te gast – Marit
De zoete verslaving van de ellende – Matteo

De origineelste inzending kwam ongetwijfeld van Timi die Domov můj, zničen navždy kvůli ně schreef, wat Tsjechisch is voor Mijn huis voor altijd verwoest door hen.

Gelukkige Gedichtendag!

Joepie! Het is weer Gedichtendag!

Uitgerekend tijdens een Poëzieweek met als thema Samen zit ik in quarantaine, een verregaande vorm van alleen zijn. Geen leerlingen in de klas, maar achter een scherm. Geen familie in het echt, maar via de telefoon. Ik ben gelukkig niet ziek en legde ook een eerste negatieve test af. Kortom: ik red me wel. Laat dit alsjeblieft de enige Gedichtendag zijn die ik in isolement moet doorbrengen. Het gekke is wel: door gedwongen alleen te zijn, voel ik me ook juist heel erg samen. Samen met mijn zussen die ook in quarantaine zitten. Juist omdat we samen zijn geweest, moeten we nu alleen zijn. Of hoe samen en alleen best goede vriendjes kunnen zijn. Hoog tijd om de poëzie weer te laten spreken, want om het met de woorden van Maud Vanhauwaert te zeggen: Poëzie is een genre dat wonderwel past in de zotte samenleving van vandaag.

Life on Mars

Was zo graag samen
gevallen
maar iedereen viel
apart

was zo graag samen gevallen
maar iedereen viel apart
alleen
wij

was zo graag samengevallen
maar iedereen viel apart
alleen wij
sprongen naar de sterren.

Peter Verhelst (2009)

Het moment – En nu op naar 2021!

Lieve lezers

Precies een jaar geleden hoopte ik dat 2020 voor jullie niet zozo zou zijn. Vandaag hoop ik van harte dat het juist wel zozo was, dat je met andere woorden gespaard bleef van het leed dat COVID-19 heet. Zozo dus, dat is niet schitterend, ook niet rotslecht. In een crisisjaar dat voor altijd in ons geheugen gebeiteld zal zijn, lijkt me zozo meer dan prima.

Er valt veel te zeggen over 2020 (zo begon ik ook enkele kerstkaarten). We werden om het hoofd geslagen met cijfers en #flattenthecurve. We leerden over de positiviteitsratio, het reproductiegetal en het mondmasker. De cijfers van mijn jaar zeggen iets anders. Ik las 63 boeken. Al lopend en fietsend legde ik 9413 kilometer af. Er was mijn 1:33 in Den Haag en de 3 enige nachten die ik buitenshuis in die stad sliep, samen met Roos. Er waren 3 cavia’s. Ik werd 35 en mijn liefde voor postcode 3300 werd bezegeld met een 3:32. Kort samengevat: ik las veel, ik liep veel en er was veel liefde. Ik geloof in het geluk van de 3 in elk van die cijfers.

2019 noemde ik een vurig jaar, van gaan-gaan-gaan met vallen en opstaan. 2020 zou ik omschrijven als voortkabbelend. Natuurlijk waren er tranen, was er stress, angst en frustratie. Ik was nog vaker alleen. Ik moest mijn werk uitoefenen in steeds veranderende omstandigheden die verre van ideaal waren en nog steeds zijn. Ik zag mijn familie weinig. Voor de verandering liep ik echter niet keihard tegen een muur die ik vakkundig zelf had opgebouwd. Er maakte zich een berusting en tevredenheid van mij meester waarvan ik niet wist dat ze ergens diep in mij verscholen waren. Ik bleef niet hangen in wat ik mis en waar ik faalde. Ik kreeg meer ruimte en rust in mijn hoofd. Het leven kabbelde verder. Ik volgde de stroom en dat was best oké. Nee, ik gebruik dus geen grove woorden om 2020 samen te vatten. Al heb ik het volste begrip voor zij die dat om de één of andere reden wel doen. Ik ben een gelukzak.

Tot slot wil ik jullie nogmaals oprecht bedanken voor het blogplezier dat ik ook in 2020 mocht ervaren. Ik kon dit jaar geen ellenlange raceverslagen uit mijn pols schudden. Ik zag nog minder van de wereld dan in een normaal jaar. Ik schreef zelfs minder berichten, maar wat verscheen werd wel gretiger gelezen. Weet dat ik elke bezoeker koester, al is het bezoek sporadisch dan wel frequent. Elk gelezen bericht geeft me nog steeds voldoening. Dank je wel daarvoor.

Maak er een mooi einde van. Hou het veilig, wees lief voor elkaar en de dieren. Lees een boek. Maak een wandeling. Laat het leven en ook dit eindejaar gezellig kabbelen. Koester de gezapigheid. Op een dag komt er weer meer deining op het water. Mogelijk wacht er een vloedgolf van geluk. Misschien is het een wonderlijke waterval. Laat je meedrijven op de stroom.

Ik wens jullie het allerbeste toe voor 2021.

Joke
X

Het moment – Klein geluk #3

Oh ja, ik heb soms het gevoel dat de wereld naar de verdoemenis is en bijgevolg ook mijn eigenste leven. Reden te meer om stil te staan bij alles wat mij vervult met blijdschap, bij alles wat voldoening geeft en mijn mondhoeken naar boven tilt. Bovendien wachtten mijn lente– en winterverzamelingen van kleine gelukjes smachtend op een herfstvariant, uiteraard gekleurd door de huidige coronaperikelen. Carpe diem, count your blessings of probeer blij te zijn met wat er wél is. Hier gaan we.

  • de zon die onverwacht of harder schijnt dan het weerbericht voorspelde
  • steeds meer loop- en fietsroutes ontdekken waardoor ik beetje bij beetje een gedetailleerder beeld krijg van regio 3300 waar ik nu een half jaar woon
  • de natuur in de Grote Getevallei, een oase van rust
  • bescheiden modderspetters op mijn kuiten die me onder de douche het gevoel geven dat ik vuil ben, maar die niet zo talrijk zijn dat je overal in huis modder terugvindt
  • alle gerief van de Nike Trail collectie, ik word er heel hebberig van
  • met wat koud op het lijf gaan lopen, na een kilometer volledig opgewarmd zijn en als je dan thuis aankomt, je niet meer kunnen voorstellen wat “het koud hebben” betekent
  • na een looprondje zoveel inspiratie hebben dat ik hijgend boven een schrift sta om al die fantastische ideeën op te schrijven
  • een eekhoorn die gezwind de weg oversteekt of een koe die me sympathiek nastaart
  • loopkilometers tijdens vrije momenten op school met mijn sportieve collega’s Bart en Murielle
  • de leerlingen terugzien na de herfstvakantie en luisteren naar hun besoignes
  • de creatieve werkjes die mijn vierdejaars maakten over een boek, de trots op hun gezicht als je daar vol bewondering naar kijkt
  • een jongen die niet graag leest horen vertellen dat hij Het is de liefde die we niet begrijpen van Bart Moeyaert echt een goed boek vond omdat hij er veel over kon nadenken
  • de podcast Drie boeken beluisteren op de terugweg van school, hierdoor zoveel boekeninspiratie opdoen dat ik bij thuiskomst meteen naar mijn ongelezen-kast sprint om er enkele titels uit te vissen
  • boekenplannen maken, nadenken over welke boeken ik wil kopen en lezen, altijd maar lezen, altijd ook méér willen lezen
  • lezen en meteen aansluitend gaan lopen, waardoor ik het gevoel heb dat ik nog in dat boek aan het lopen ben 
  • koken met de crown prince, de koning der pompoenen
  • berekenen wat de maximale afmetingen van mijn kerstboom kunnen zijn: dit jaar zie ik het groots
  • ondanks alle maatregelen toch uitkijken naar de gezelligheid in eigen huis van de kerstperiode
  • kaartjes sturen: altijd een goed idee!
  • FaceTimen met Marike en Leah, die dan vaak in een wilde bui is 
  • creatieve projecten en nieuwe plannen maken met Roos, u hoort nog van ons!
  • wat kilometers mee fietsen met mijn broer Seppe tijdens de 151 kilometer lange looptocht (dit is geen typefout) door het Hageland die hij zaterdag aflegde in een goeie 14 uur: zowel zot als inspirerend
2_22021123_odeyn_FKT
Foto: Robrecht Paesen @ Be Movi

Het moment – De Suikermarathon

Zondag 11 oktober 2020 liep ik mijn twaalfde marathon. Voor het eerst was dat geen officiële race, maar een eigen initiatief. Ruim 42 kilometer zou ik dus afhaspelen met vertrek en finish zo ongeveer aan mijn voordeur. Door de perfecte duurloop van 32 kilometer die ik op mijn verjaardag liep, had ik het gevoel dat mijn duurloopgeluk voor 2020 nu wel een beetje was opgebruikt. Zou de uitvoering van dit koppige idee echt in de buurt komen van de ultieme marathonervaring? Het antwoord op die vraag is volmondig Ja, absoluut. Zondag was de marathon heel lief voor mij. Na 3u32 had ik mijn versie van de Suikerroute gelopen. Mijn twaalfde marathon zal ik me niet herinneren als mijn meest memorabele race, maar wel als veruit de meest ontspannen en vanzelfsprekende marathonervaring.

Het aller-aller-allergrootste voordeel van een marathonstart in je eigen straat is dat je van je eigen wc gebruik kan maken. Voor iemand die toch een beetje aan dixi-angst lijdt, is dat heel mooi meegenomen. Mijn vaste pre-start gewoontes en rituelen bleken bijna allemaal overbodig. 30 minuten voor ik eraan zou beginnen, zat ik nog in mijn pyjama naar een samenvatting van de London Marathon te kijken. Roos kwam toe, ik trok toch een ander plunje aan en we laadden de fietstassen in met onze bevoorrading. Voor Roos bestond die uit een banaan en koffie (gekke combinatie), voor mij uit sportgels en water. Verschil moet er zijn. Om 9u zou het virtuele startschot weerklinken aan de kerktoren. Geen gedrum in het startvak of gebabbel aan het hek, maar wij tweeën en Sia met Unstoppable. Echt een toplied om toch een beetje het idee te hebben dat je in the zone komt. Toen was het van Oké, zullen we nu vertrekken? en weg waren wij.

FLDN7724

Onderweg naar Goetsenhoven scheen de zon en dat was best een verrassing. Er werd namelijk regen voorspeld. We konden er nu maar beter van genieten, dachten we, want wie weet wat we nog over ons heen zouden krijgt. Helemaal niets, zo zou later blijken. Hakendover leverde ons kerk 3 (ik zei al dat de Suikermarathon net zo goed de Acht Kerken Marathon zou kunnen heten). Normaal gezien weet ik redelijk exact hoeveel kilometer ik op welk punt gelopen heb. Nu herinner ik me vooral wat Roos en ik hebben besproken (onder andere: een pompom als sleutelhanger). Van een adrenaline-rush was geen sprake. Ik liep. Roos fietste. Wij praatten. Nooit eerder was een marathon zo kinderlijk eenvoudig. Twee plaspauzes later stond onze vierde kerk in Oplinter. Ik denk dat ik toen een kilometer of 17 gelopen had. Ik wist ongeveer waar het halfway-point zich zou bevinden. Ik wist ook dat de wind op die weg waarschijnlijk tegen zou zitten. Het was echter de zon die zegevierde en die wind kon me echt niet deren.

JARZ0210

Als er marathons gelopen worden, dan kan mama natuurlijk niet op het appel ontbreken. Zij zou ons tegemoet fietsen in Sint-Margriete-Houtem. Zo breidde ons peloton dus een beetje uit. Met z’n drieën trokken we naar Vissenaken (kerk 6). Roos vervulde haar rol als manusje-van-alles met glans. Ze was zowel coach, als bevoorrader, als chef telefonie (drie telefoontjes met twee familieleden), als dj.  Een gedetailleerde beschrijving hoe ik me kilometer per kilometer voelde en wat er zoal door mijn hoofd schoot, kan ik niet geven. Mijn rechterbil en hamstrings zijn al enkele maanden aan de stijve kant en dat was nu niet anders. Het ging goed, ik was niet bezig met mijn tempo of de tijd, maar ik zag wel dat ik heel constant aan het lopen was. We liepen van Breisem naar Kumtich en die zon, die bleef maar schijnen terwijl wij op pad waren.

NHRK0131
Daar! Daar is de finish!

Op kilometer 35 waren we in Oorbeek, waar mama zich vol lof uitsprak over On Top of the World en Voici les clés (de muziek was écht goed), terwijl ik riep dat de marathon nu echt kon beginnen. Er volgde een avontuurlijk weggetje langs het water. Na 37 kilometer drong plots het besef door dat het er eigenlijk al bijna op zat. De enige hindernis die ik nog moest overwinnen, was een kuitenbijter die wel een prachtig zicht opleverde. Ik liet me niet kennen en benutte de afdaling om nog wat tempo te maken. Roos zette het opzwepende Great War van Sabaton op en sprak de legendarische woorden: en nu gaan we nog eventjes vechten. Ik dacht vooral dat ik er echt van moest genieten. Geen publiek of finish waar je naartoe gezogen wordt, maar net zo goed en net zo echt de marathon. Mijn marathon. De finishlijn lag in een doodgewone woonstraat achter de kerk. Op exact 42,2 kilometer zette ik de tijd stil. Nooit eerder liep ik een marathon op slechts twee sportgels en 750 ml water, zonder buikkrampen en met een negatieve split van een minuut. Missie meer dan geslaagd.

Ik weet nu ook dat je geen medaille nodig hebt om marathoneuforie te ervaren. Ja, ik voelde echt dat pure geluk van de marathon. De grootsheid en de eenvoud van de prestatie. Een klein beetje en voor heel even de heldin van de dag (van postcode 3300). Waar je in wedstrijdomstandigheden na de finish je bagage moet gaan afhalen en met de kou op het lijf nog wat wandelkilometers moet afleggen, kon mijn herstel nu meteen beginnen met een warme douche. Marike en Leah sloten nog aan op de bescheiden afterparty met pistolets en taart. Zondag 11 oktober werd ook om die reden een dag om in te kaderen en te etaleren in de familiegalerij. Mijn gelopen route bleek de vorm van een hart aan te nemen. Een groot hart voor mijn liefste familie (jullie zijn de besten!), voor de marathon en voor “als we maar gezond zijn”. Lang leve de marathon! 

WZCP4380

Het moment – Terug naar school!

Op 1 september ging ik dus terug naar school. Zoals altijd met kloppend hart. Dit mag dan mijn elfde schooljaar zijn, zo’n vers schooljaar maakt mij altijd weer een beetje zenuwachtig. Stel je eens voor dat samen met de zomer mijn leerkrachten-skills verdwenen zijn?! Elk jaar denk ik dus: zal ik dat nog wel kunnen, zo voor een klas staan? Er is ook elk jaar weer de opwinding van het “nieuwe” en de ochtendroutine (die nog geen routine is) die daar bij komt kijken. Er gaat niets boven ’s ochtends je schoolspullen verzamelen en op de fiets stappen. Met kloppend hart. Ik voel me dan altijd weer een beetje bijna 12 en denk met weemoed terug aan maandag 1 september 1997: de dag dat ik zelf naar de middelbare school ging, de grote school, zoals wij thuis zeiden. Die gebeurtenis is voor mij dan weer onlosmakelijk verbonden met de dood van Lady Diana, die de dag ervoor om het leven kwam in Parijs. Om maar te zeggen: een eerste schooldag maakt behoorlijk wat los bij mij. Nog steeds.

Eenmaal op school maakt de spanning heel snel plaats voor herkenning. Er zijn de onzekere eerstejaars op de speelplaats, het blije weerzien tussen klasgenoten, de niet aflatende cool die sommigen uitstralen, er is heel veel gebabbel, wat geroep en uitgelaten gelach in de gangen. Er is ook wat gelatenheid en blikken die niets aan de verbeelding over laten: daar gaan we weer. Vanaf de eerste minuut dat ik weer in een klaslokaal sta met een groep leerlingen voor mijn neus, is er de opluchting: ah ja, zo gaat dat in de klas. Ook met mondmaskers. Daar wordt volop aan gefrunnikt en af en toe wat over gezeurd, maar ze fungeren gelukkig niet als demper van het enthousiasme en de impulsiviteit. Ik prijs me elk jaar gelukkig met de vierde- en vijfdejaars die ik als mijn leerlingen mag beschouwen.

Na anderhalve schoolweek is ook mijn kennis weer op peil. Zo werden de seizoensfinale en recentste ontwikkelingen in Thuis uitvoerig uit de doeken gedaan. Ik kreeg te horen dat ik met mijn bijna 35 jaar echt nog heel jong ben, want onze ouders zijn in de veertig, dat is pas oud! Ik leerde kung fu van taekwondo onderscheiden. Ik kreeg tekst en uitleg over de voor- én nadelen van de Snapchat-update. Ik kwam te weten dat er zoiets als BookTok bestaat: influencers die boeken promoten op TikTok. We praatten veel over boeken en dat varieerde van een leerling wiens lievelingsboek het aartsmoeilijke Tongkat van Peter Verhelst was tot een bijzonder overtuigende Ik haaaa-aaaat lezen. Kortom: ik ben weer helemaal mee met de wereld.

Mensen, wat is het fijn om terug op school te zijn. Daar kan geen circulatieplan of laag-risico-contact iets aan veranderen.

Het moment – De 1e verjaardag van Leah

Ik hoef jullie niet meer te vertellen dat de ravissante Leah een metekind uit de duizend is. Gisteren was het dus echt een jaar geleden dat wij kennis maakten met de dochter van Marike en Peter. Ook als je geen moeder bent, merk je aan een kind hoe hard de tijd gaat. De herinneringen aan Leahs geboorte liggen nog vers in ons geheugen en plots viert die snoezige baby zo waar haar eerste verjaardag. Het hoopje slapend geluk kruipt nu rond aan een rotvaart (niet op de knieën in het gras, want dat prikt), eet groenten, fruit en boterhammen met confituur en zet (weliswaar nog wat wankel) haar eerste stapjes. Het afgelopen jaar stuurden Roos en ik nooit eerder zoveel hartjes en verliefde blikken op elke foto of filmpje van Leah dat Marike ons stuurde. We zagen die kleine baby steeds meer een mensje worden met een eigen karakter en voorkeuren. Liefst van al wilden we dat ze bij elke gebeurtenis betrokken was. Toen we haar door de lockdown drie maanden niet in het echt konden zien of voelen, werd nog maar eens duidelijk hoe belangrijk dat kleine dropje nu al voor ons is.

BYNG7084

Hoe groot de evolutie ook is die zo’n kind doormaakt van 0 tot 1 jaar, laat er geen twijfel over bestaan dat Leah nog steeds het liefste, leukste en knapste kind is dat je je maar kan voorstellen. Nog steeds hoeft ze daar eigenlijk heel weinig voor te doen. Al kunnen Roos en ik het niet laten om haar bepaalde karaktertrekken toe te schrijven. Marike gaat daar graag in mee. Als wij te horen krijgen dat Leah met belangstelling naar een eekhoorn in de tuin heeft gekeken, dan zien wij daarin de ultieme bevestiging van het feit dat Leah een hart voor dieren heeft. Hieruit blijkt dan weer dat er een kleine boekenwurm in Leah schuilt. In de inventiviteit en wilskracht waarmee zij een uit de kluiten gewassen speeltafel als wandelrek gebruikt om toch maar te kunnen rondstappen, herkenden wij de onverzettelijkheid (zeg maar pitbull-mentaliteit) die haar moeder typeert. De nonchalance waarmee ze haar arm in het raam van haar speelgoedauto legt, heeft ze dan weer onmiskenbaar van haar vader.

Leahs interesses reiken momenteel heel ver. De paarden en koeien in de tuin van bomma en bompa vindt ze razend interessant, net zoals allerhande dierengeluiden (het zit écht snor met die dierenliefde). Ze zit graag op de fiets met haar hand aan de bel. Ook gemotoriseerd verkeer zoals auto’s en treinen, in eender welk formaat en vanop eender welke afstand, kunnen op haar aandachtige blik rekenen. De zandbak die ze kreeg voor haar eerste verjaardag was een hoge noodzaak. Zand is, samen met water en steentjes, uiterst intrigerend speelmateriaal. Een sleutelbos, potjes in alle vormen en maten: alles is potentieel speelgoed. Mama (bomma) verwoordde dat treffend: Leah is een kind in constante verwondering. En dat is de mooiste eigenschap van allemaal.

IMG_3309b
De H op de kroon was door een grijpgraag kinderhandje naar achteren gedrukt.

Een 1e verjaardag dient natuurlijk in stijl gevierd te worden: Leah trakteerde op de crèche, kreeg cadeautjes, een zelfgemaakte kroon en taart met een kaarsje waarvan ze steeds weer het vlammetje wilde aanraken. Verjaren bleek ook best vermoeiend te zijn. De kersverse jaarling toonde zich een tikje weerspannig naarmate de dag vorderde. Volgens bomma hoort ook dat er een beetje bij: wat grumpy zijn als je één wordt. Al was dat wellicht ook omdat de festiviteiten slechts in beperkte kring konden doorgaan. Laat dit de eerste en meteen laatste verjaardag zijn die ze zonder Tante Roos en Nonkel Niko moest vieren.

Een jaar geleden heb ik jullie gewaarschuwd. Wel: het is zover, Leah heeft de wereld veroverd. De mijne toch.

Het moment – Hoe ik in 2016 mijn snelste kilometer liep

Op zondag 11 september 2016 liep ik mijn snelste kilometer ooit: 3 minuten en 53 seconden. Omgerekend is dat een dikke 15 kilometer per uur. Om die topsnelheid te ontwikkelen had ik een verraderlijke afdaling in Bertem nodig, een stevige wedstrijdcomponent en een overdosis onbezonnenheid. Ik liep mijn snelste kilometer namelijk in de Bosstraat van Bertem tijdens de Teussersjogging toen ik de eindzege in het Loopcriterium van Vlaams-Brabant kon ruiken. Bosstraat klinkt nog idyllisch voor wat het weggetje eigenlijk is: stevig aflopend en geplaveid met kasseien die langs alle kanten invallen en uitsteken. Goed om met een tractor over te rijden, te mijden met enige andere vorm van transport. Inmiddels is mijn kilometerrecord al bijna vier jaar oud en denk ik dat het nog heel lang overeind zal blijven staan. Ik heb eerlijk gezegd ook niet de ambitie om het te verbeteren. Dan zou ik namelijk de ideale omstandigheden moeten opzoeken (saai) en dan zou ook de kracht van het verhaal van die bewuste septemberdag afnemen. Doodzonde, want het is één van die herinneringen die Roos en ik systematisch oprakelen: weet je nog toen in Bertem?

Ik heb al vaak gezegd dat ik geen competitiebeest ben. Ik lever graag wat strijd met mezelf, maar mijn drijfveer is niet om me met anderen te meten. Na dit verhaal ga je daar misschien anders over denken. Op mijn eigenste nine-eleven heeft het competitiebeest in mij namelijk haar duivels volledig ontbonden. Roos, papa en ik namen in 2016 deel aan de stratenlopen van het  Loopcriterium van Vlaams-Brabant. Dit regelmatigheidscriterium bestond uit 12 stratenlopen tussen de 10 en 21 kilometer. Vooral aan de Mutotoloop in Duisburg en de Furaloop in Tervuren denken wij wel eens met weemoed terug. Per wedstrijd kreeg je een aantal punten voor je deelname en bijkomend punten op basis van je resultaat in de eindrangschikking van jouw categorie. Je moest minstens aan 7 wedstrijden deelnemen. Liep je er meer, dan telden je beste uitslagen mee. In 2015 (het jaar van onze eerste marathon) kon ik al derde worden in het eindklassement van mijn categorie. Nu zou ik denken: mooi, dat hebben we gehad, toen dacht ik: dat kan beter. De Teussersjogging in Bertem was de laatste wedstrijd van de reeks. Twee dames waren intrinsiek sneller dan ik. Dame 1 finishte steevast minuten voor mij en had ik nooit in het vizier. Omdat zij aan minder wedstrijden deelnam, had ik toch meer punten. Zij was die dag niet van de partij en kon me dus niet meer bedreigen. Dame 2 was me altijd voor op de afstanden onder de 11 km. Ik kon haar wel al verslaan tijdens een 16 en 21 km. Ook zij nam aan iets minder wedstrijden deel, waardoor wij op de laatste racedag evenveel punten hadden. Alleen door voor haar te finishen, kon ik de eindoverwinning verzilveren.

Aangezien de Teussersjogging “slechts” 10,2 km lang was, speelde de relatief korte afstand met andere woorden in haar voordeel. Mijn geheime wapen was natuurlijk Roos. Ze kon me dan wel niet bijstaan als haas, maar wel als klankbord en tactisch brein. Vooraf bespraken we mijn wedstrijdtactiek uitvoerig. Ik zou me meteen in het zog van Dame 2 vastbijten en haar na de eerste ronde van 5 km als een duiveltje uit een doosje voorbij springen. Hoe dan ook was het maar de vraag of ik haar überhaupt 5 km lang zou kunnen volgen, want op papier was ik de traagste. Bovendien bestond het parcours voornamelijk uit onverharde wegen en zouden we twee keer een stevige klim van het type “muur” moeten op lopen. Zo eentje waarbij je heel hard op je adem trapt en als je niet oplet ook op je tong die sowieso op de grond hangt. Naar de finish toe volgde dan twee keer een afdaling. Over dé Bosstraat dus. Op voorhand wilde ik vooral niet gebeten en competitief overkomen. Als we dame 2 dus voor de start zouden spreken (wat denk ik ook gebeurde), zouden we met geen woord reppen over de eindzege en ons aimabel als altijd opstellen. Eerlijk: ik had het haar oprecht gegund, maar ik zou het mezelf niet vergeven als ik me bij voorbaat gewonnen zou geven. Die instelling is ook wel een beetje eigen aan stratenlopen. Er heerst altijd een amicaal ons-kent-ons-sfeertje, maar hoe dan ook meet je je met lopers die ongeveer even snel zijn als jij om hierover nadien complimenteus na te praten.

Het startsein werd gegeven om 16u. Ik had me dus al een hele dag kunnen opjutten. De eerste kilometer verliep min of meer volgens plan: ik liep in het zog van dame 2, met een kilometertijd van 4’11” weliswaar belachelijk snel. Destijds was dat hoe wij (Roos en ik) onze wedstrijden liepen: zo snel mogelijk vertrekken en dan pompen om niet te verzuipen. Aangenaam lopen was het niet, maar het werkte meestal wel. De tweede kilometer verliep ongeveer gelijkaardig. Ik herinner me dat we over een bospad liepen en dat ik me realiseerde dat we nooit eerder zo in elkaars buurt liepen. Wat de aanleiding precies was om plots van mijn tactische plan af te wijken, weet ik niet meer. Waar en hoe het precies gebeurde ook niet. Na een dikke 2 kilometer liep ik op gelijke hoogte met mijn rechtstreekse concurrente en zette ik nog een versnelling in om me definitief los te lopen. Helemaal niet volgens plan. Ik denk dat de adrenaline door mijn lijf gierde. Op dat moment leek het me echter comfortabeler om zelf op kop te lopen en een tempo op te leggen. Iemand “moeten” volgen kan behoorlijk vermoeiend en imponerend zijn. Ik nam de race dus in eigen handen. Zo werd wat al een heel riskant plan was, nog meer een mission impossible. Nooit eerder had ik haar op zo’n korte afstand kunnen verslaan. De kans dat ik me aan dit verschroeiende tempo zou opblazen was veel groter dan dat ik het zou kunnen volhouden. Ik probeerde niet achterom te kijken, maar ik benutte elke kans die ik had om uit mijn ooghoek te kijken hoe ik ervoor stond. Verbazend goed, zo bleek. Ik had een kloof kunnen slagen en die zag ik steeds een beetje groter worden.

Ik ging voluit op de afdaling in de Bosstraat. Het enige waar ik aan kon denken was die voorsprong behouden. Na 5 kilometer maakte ik een grote U-bocht langs dranghekken om de tweede ronde te beginnen. Ik passeerde Roos aan de andere kant, die meteen kon zien hoe groot mijn voorsprong op dat moment was. Roos heeft het over de killerblik die op mijn gezicht te lezen stond. Al kan dat ook een latere toevoeging zijn gezien de heroïsche status die het verhaal inmiddels verworven heeft. Mijn kilometertijden bleven erg hard gaan en hoe arrogant het ook klinkt, ik was halverwege de wedstrijd al zegezeker. Als een malle raasde ik over het parcours. Niet te stoppen. Onoverwinnelijk. Na 45 minuten en 56 seconden zaten mijn 10,2 kilometers er op. Ik eindigde als tweede vrouw in mijn categorie met maar liefst 2 minuten en 32 seconden voorsprong op dame 2. Ik was officieel de winnares van het Loopcriterium bij de dames senioren. Mijn eindoverwinning was goed voor een waardebon van 125 euro waar ik een paar Scott Kinabalu trailschoenen mee kocht, die ik nog steeds heb.

Zoals ik al zei: dit verhaal is tussen Roos en mij een beetje een eigen leven gaan leiden. Ik heb altijd gedacht dat ik mijn snelste kilometer liep op de laatste afdaling van de Bosstraat, toen ik dus zou gaan finishen. Uit de analyse van mijn Garmin-gegevens blijkt dat echter gebeurd te zijn op de eerste afdaling. De 3’53” zag ik helaas niet op mijn horloge verschijnen als kilometertijd omdat ik die snelste kilometer ergens tussen de 3,5 en 4,5 kilometer gelopen heb. Wel kan ik zien dat ik daar maximumsnelheden heb gehaald van rond de 3’10”. Dat is niet meer verschroeiend snel, maar Kipchoge-snel. Door mijn veranderde loopgewoontes tijdens de lockdown keerde ik meermaals terug naar de Bosstraat. Mijn kilometerverhaal mag dan heroïsche vormen hebben aangenomen, ik schrok toch oprecht van de slechte staat van die weg. Met elke stap die je aan hoge snelheid zet, riskeer je op z’n minst je voet te verzwikken. Elke steen is letterlijk een potentieel struikelblok. Als je echt tegen de grond kletst, kunnen de gevolgen ernstig zijn. Ik heb daar risico’s genomen die niet in verhouding waren met wat er op het spel stond. Op dat moment had het beest in mij het roer volledig overgenomen. Ik had destijds niet het gevoel dat ik roekeloos was en onnodige risico’s nam. Geen haar op mijn hoofd dat er nu aan denkt om uitgerekend daar records te gaan neerzetten.

Wie naar beneden heeft gescrold voor een heldenfoto van die dag is eraan voor de moeite. Foto’s maken deden we toen simpelweg niet. De foto boven deze tekst maakte ik tijdens mijn tassenfotoshoot in Bertembos en het is helaas niet de bewuste Bosstraat. Ook wie ik nu warm heb gemaakt voor de Teussersjogging en consorten zal ik moeten teleurstellen. Het Loopcriterium ging ter zielen en zo blijk ik dus de laatste editie op mijn naam te hebben geschreven. Nu besef ik ook dat ik tijdens dat najaar van 2016 een sportieve piek bereikte. Drie weken na mijn memorabele run door de Bosstraat zou ik mijn beste marathon ooit lopen in Brussel. Nog twee weken later een sterk PR op de halve marathon in Amsterdam. Maar toch, het is dit verhaal dat zal blijven. Zeg, Roos: weet je nog toen in Bertem?

Het moment – Vakantie in Den Haag

De kans is reëel dat Den Haag dit jaar de enige plek zal zijn waar ik over de landsgrenzen heen zal overnachten. Zo wordt 2020 niet alleen het jaar van afstandsleren, lockdowns en mondmaskers, maar zeker ook van Den Haag. Roos en ik spendeerden het afgelopen weekend net geen 48 uur in de administratieve hoofdstad van Nederland. Een mini-vakantie over de grens omdat Den Haag echt alles (en zelfs meer) te bieden heeft waar wij samen zo van kunnen genieten. Daarom besloten we dat Den Haag ons Parijs in Nederland is. Wie ons een beetje kent, weet dat dat het grootste compliment is dat we een stad kunnen geven. En om het gemis van Parijs wat te verzachten: in Den Haag is alles zo vlak als een biljarttafel en kan je ook nog eens heel fijn (en veilig!) fietsen. Hoewel ik het Frans wel wat mis, vindt Roos het bovendien mooi meegenomen dat ze er ook nog eens dezelfde taal spreken. Het relaas van ons weekend leest bijgevolg als een onvervalste lofzang op onze favoriete Nederlandse stad.

IMG_3219b

Toen we in 2016 onze eerste CPC Loop liepen, konden we niet vermoeden dat Den Haag het tot een volwaardige vakantiebestemming zou schoppen. We voelden ons natuurlijk heel erg welkom bij onze neef Maarten en diens gezin en “de klik” met de stad was er meteen. Die CPC werd de jaarlijkse aanleiding om een weekend bij Maarten, Irene, Senne en Lev te spenderen. Intussen hebben we al zoveel mooie familieherinneringen aan die weekends en de junglekamer van Lev (waar Roos en ik altijd mogen logeren) dat het lopen soms zelfs bijzaak lijkt te worden (en dat zeg ik niet snel). We twijfelden dan ook niet om eens zomertijd in Den Haag door te brengen: in het huis van Maarten & Co, helaas zonder hun gezelschap, aangezien ze zelf op vakantie waren.

IMG_3191b

Een groot pluspunt van Den Haag is de nabijheid van de zee: extra mooi meegenomen bij tropische temperaturen. Het enige euvel dat we moesten overwinnen, was de autorit naar het noorden. Mijn auto heeft namelijk geen airco (ja echt). In de praktijk betekende dit dat de eerste ernstige zweetuitbraken een feit waren op de Brusselse ring. Kleine domper op de zweetvreugde was bovendien dat onze favoriete tussenstop, zijnde de La Place net over de grens, blijkbaar de deuren gesloten heeft zonder ons – trouwe klanten – hiervan persoonlijk op de hoogte te brengen. Yes, we zouden onze eindbestemming nog sneller bereiken! Eenmaal aangekomen verwonderden we ons nog eens over de prachtige woning waar we mochten verblijven. We trokken iets frisruikender aan en sprongen op de fiets richting zee. In Nederland is fietsen echt kinderspel: werkelijk overal staan wegwijzers. Volgens Belgische normen vonden wij de drukte in Scheveningen-bad “gezellig druk”. Geen idee welke kleurcode hier zou bij horen. Ik haalde wat herinneringen op aan hoe ik als kind een begenadigd en succesvol schelpenverzamelaar was. Roos luisterde aandachtig, zoals ze dat altijd doet. We eindigden onze dag op een gezellig terras waar ook het eten ons geenszins teleurstelde.

IMG_3200b
Roos en haar ontbijtkommen.

Zaterdag begonnen we met een stevig ontbijt. Vervolgens brachten we een bezoekje aan De Bijenkorf. De gewoonte wil dat we daar zelden iets kopen, maar vooral veel wooninspiratie stelen met onze ogen. We gingen solden shoppen in de Hema (Roos kocht vier ontbijtkommen) en brachten nog een bezoek aan boekhandel Van Stockum (ik hield me in en kocht niets). Als lunch gingen we voor koffie en taart bij Bagels en Beans, die hebben aan ons een heel goede klant als we in Nederland zijn. Tijd om weer naar zee te vertrekken. We besloten naar het wat rustigere Zuiderstrand te fietsen. Daar kwam ik zelf iets te weten wat ik nog niet wist over Roos: zij loopt het liefst met waterschoenen over het strand omdat ze die scherpe randjes in het zand zo vervelend vindt. Na een stevige wandeling (ik blootvoets) zetten we ons neer bij strandpaviljoen Zuid. We dronken lauw Belgisch bier uit een kartonnen beker en – geloof het of niet – het smaakte fantastisch! ’s Avonds genoten we van een diner bij gastropub Van Kinsbergen. Ik denk dat we aan de meest ideale tafel zaten op het gezelligste plein van Den Haag. Eentje om te onthouden!

IMG_3204b

We eindigden de dag op een plek waar ons hart een beetje sneller gaat slaan. Het Malieveld is voor de Hagenezen wellicht slechts een groot grasveld waar al eens een manifestatie plaatsvindt. Voor ons is het dé plek van de CPC: start, finish, zenuwen, dixi’s en veel emoties. In maart is het Malieveld een bruine vlakte waar regenlaarzen best handig zouden zijn. In de zomer is het grasveld dus gewoon groen en hebben de bomen bladeren. Het voelde onwezenlijk dat we hier amper vijf maanden geleden nog een halve marathon liepen. De herinneringendoos ging weer open en we bespraken uitgebreid en met veel inleving onze laatste lijn en bocht naar de finish. Geïnspireerd door het Malieveld begonnen we zondagochtend met een bescheiden looprondje. De benen voelden stram aan, maar liepen zoals altijd los. Na ons ontbijt maakten we nog een fietstocht door het Westduinpark. Onze conclusie: in België kunnen we veel leren van de Nederlandse kust. Nog maar eens veel duimpjes omhoog voor de faciliteiten van Den Haag. We beseften vooral dat we nog veel te ontdekken hebben in de stad waar we steeds beter onze weg kennen. Hoe zou Den Haag er eigenlijk uitzien in de herfst?

IMG_3211b
Zeg nooit NOOIT grasveld tegen het Malieveld!

P.S. Sorry Machteld en Jelle dat we Den Haag voorlopig verkiezen boven Rotterdam.
Sorry Murielle dat Roos het Nederlands verkiest boven het Frans.