Het moment – Een mijlpaal op de fiets (met Frans)

Je weet dat je heel vaak op je fiets zit als je een zeemvel mist in je jeansbroek en als je je bloot voelt zonder fietshelm op je kop. Na mijn zogenaamde mountainbikestage in de herfstvakantie probeerde ik in volle voorbereiding voor de Hel van Kasterlee elke gelegenheid te benutten om erop uit te trekken met Juan, mijn dappere Orbea-mountainbike. Of de Hel nu doorgaat of niet, ik besloot zaterdag 20 november nog een belangrijke training af te werken: een avontuur om af te rekenen met mijn mountainbike-minderwaardigheidscomplex, een uitdaging die ook zonder Hel in december een mooie opsteker zou zijn. Enter de mountainbikeroute Frans Claes! Topmountainbiker en Leuvenaar Frans Claes tekende namelijk een gloednieuwe mountainbikeroute uit die de mooiste plekjes in de ruime regio rond Leuven met elkaar verbindt, goed voor maar liefst 136 kilometer fietsplezier. Een marathonroute dus en zou het niet heel mooi zijn als deze marathonloper die route volledig zou kunnen fietsen? Het is een verhaal geworden met verrassende plotwendingen, oude en nieuwe liefdes én een happy ending. Wie liever de korte versie leest: het was een bewogen dag op de fiets.

Zaterdagochtend vertrok ik om 7u30 naar het dichtstbijzijnde punt van de route op 12 kilometer van mijn deur. De omstandigheden waren behoorlijk perfect te noemen: er was modder, maar niet te veel en met een sombere, maar droge graad of 10 was ik erg tevreden. Ik wilde het mountainbikegedeelte afleggen tussen 8u en 17u. Qua snelheid leek dat een haalbare kaart. Alleen was ik zo naïef om te denken dat ik slechts een handvol kilometers meer zou fietsen dan de vooropgestelde 136 (150 dus met de verplaatsing naar de route). Ik was meteen in de ban van Frans Claes en wat hij mij voorschotelde. Frans heeft dat goed gedaan! dacht ik meermaals bij mezelf. Van Boutersem en Pellenberg ging het naar Linden, Kessel-Lo, Holsbeek en het Chartreuzenbos. Het ene herfstplaatje overtrof het andere en qua technische moeilijkheidsgraad was ik ook gerustgesteld. Misschien was ik toch meer mountainbiker dan ik altijd dacht?

IMG_6840b

Ik had niet in de gaten dat noch mijn mountainbikecapaciteiten, noch mijn gebrek aan duurervaring op de fiets mij de das zouden omdoen, wel de bewegwijzering. Op voorhand had ik het routeplan uitgebreid bestudeerd. Ik wist welke richting ik uit zou rijden, maar zonder fiets-GPS was ik volledig afhankelijk van de pijltjes. Nochtans was ik gewaarschuwd door niemand minder dan mijn broer. Een week eerder vroeg ik Seppe: Is de Frans Claes route technisch moeilijk en zijn de pijltjes duidelijk? Neeje! was zijn niet mis te verstane antwoord. Soms is het dus echt beter om heel naïef het avontuur in te vliegen. Het zou wel meevallen met die pijltjes. Deze enthousiasteling zag het als een grote speurtocht zoals we die als kind hielden en bovendien kon ik met mijn rijke pijltjeservaring op mountainbikeroutes onmogelijk de mist in gaan. Wel dus. Ik had niet in de mot dat ik vanaf het begin behoorlijk wat extra kilometers aan het maken was omdat ik a) zelf een pijltje miste b) een pijltje voor interpretatie vatbaar was of c) een pijltje op een cruciale plaats ontbrak.

Na een geslaagde passage door mijn eerste liefdes Heverlee- en Bertembos verliet ik het bekende terrein. Via Everberg en Kortenberg werd ik richting een andere oude geliefde gestuurd: Tervuren! Waar is de tijd dat ik hier met gemak wekelijks over Tervuren kon schrijven? Frans stuurt je ergens nooit in een rechte lijn heen, hij vermijdt het asfalt zoveel mogelijk en pikt werkelijk élke hoogtemeter mee. Als je iets grensverleggends gaat doen, dan weet je dat er onvermijdelijk een moment aanbreekt dat het niet leuk meer is. Dat je denkt: Waarom? Waar ben ik eigenlijk mee bezig? Wat heb ik me in mijn hoofd gehaald? Die fase brak bij mij aan rond kilometer 90. Ik zat 5 uur op mijn fiets, wat ik al heel lang vind, en de pijltjeszoektocht begon me op mijn zenuwen te werken. Bovendien was de batterij van mijn gsm om de één of andere reden leeggelopen en wist ik begod niet waar ik was. Best een bevreemdend gevoel. Het schoot zelfs door mijn hoofd om bij aankomst in Tervuren rechtstreeks (lang leve de steenwegen!) naar huis te rijden. Alleen moest ik dan nog altijd rekenen op een terugrit van 40 kilometer. Hallelujah, daar was het besef dat ik ruim boven die 150 kilometer zou eindigen. De moed zonk me in de schoenen.

IMG_6868b

Na 115 kilometer kwam ik ein-de-lijk aan in Tervuren. Ik dacht zelfs dat ik droomde toen bij de ingang van het park een koffiekraam stond met sfeervolle muziek. Dit was mijn redding. Mijn korte koffiemoment verrichtte een wonder: ik had weer zin om het spoor van Frans Claes te volgen. Met hernieuwde energie hervond ik mijn vrolijke mountainbikende zelve. Ik dacht terug aan al die kilometers die ik in en rond Tervuren fietste en liep, tijdens de marathon van Brussel of de voorbereiding ervan en ook in het najaar van 2018, toen ik voor mijn eerste Hel trainde. Frans’ keuzes in het Zoniënwoud stelden niet teleur. De extra kilometers die ik al gemaakt had en de klok die genadeloos bleef doortikken werden naar de achtergrond verdrongen. Ik zou deze route gaan finishen! Jawel, ik zou in de voetsporen van Frans Claes treden! Wat moest het trouwens fantastisch zijn om Frans Claes te zijn! Mijn euforie smolt weg als sneeuw voor de zon toen ik in Overijse aankwam. Na het zoveelste heen- en weer gerij dacht ik bij mezelf Denk als Frans Claes! Waar zou hij nu naartoe rijden? Het antwoord was simpel: omhoog, richting het groen. Terug op de route hield ik mezelf voor dat ik nu op weg naar huis was. Ook al reikt mijn geografische kennis zo ver dat Tienen en Overijse niet bepaald buurgemeenten zijn, al helemaal niet als je ze via groene wegen met elkaar wil verbinden.

Met 140 kilometer op de teller bereikte mijn motivatie een dieptepunt. Ik wilde thuis zijn, van de fiets af. Ik wilde iets anders eten dan sportvoeding. 8,5 uur had ik gefietst toen ik aankwam in Sint-Joris-Weert. Frans zou me nog 20 kilometer door het Meerdaal- en Mollendaalbos sturen. Er is niks mis met mijn zicht, maar voor de zoveelste keer kon ik een belangrijk pijltje dus niet vinden. Denk als Frans Claes! Compleet hulpeloos reed ik twee lussen rond het station. Bijkomend probleem was dat het donker begon te worden. Op goed geluk een schemerig bos in rijden: zo’n heldin of zottin ben ik niet. Het was tijd om te denken als Joke Odeyn. Als de nood hoog is, is de steenweg nabij. Ik koos er dus voor om in een rechte lijn over een geasfalteerd fietspad (hemels!) naar Oud-Heverlee te fietsen en zo over mijn eigenste vertrouwde steenweg naar huis te knallen. Na 9 uur gefietst te hebben, was ik verbaasd over de frisheid van mijn benen. Nog één tijdrit afwerken en dan zou ik thuis zijn. Om 18 uur gebeurde dat deze keer écht. Het was aardedonker, ik had 183 kilometer gefietst in 10 uur en 19 minuten. Crazy!

Technisch gezien is mijn missie dus niet geslaagd: ik kon de volledige route niet afwerken. Sorry, Frans. In mijn beleving deed ik dat wel. Het stuk dat ik skipte ken ik behoorlijk goed. Bovendien verpulverde ik mijn afstandsrecord en legde ik ook nooit eerder 1956 hoogtemeters af. Zonder meer een overwinning op mezelf. Ik werd me tijdens die 10 uur op de fiets ook heel bewust van alle (loop)herinneringen die ik al opdeed in de omgeving. Ik deed veel inspiratie op voor routes in de buurt. Zelfs in die mate dat ik gisteren weer op de fiets in Tervuren te vinden was en al lopend in Heverlee. Op voorhand dacht ik dat dit een avontuur zou worden van eens en nooit weer. Wel, ik zou er me toch nog een keer aan willen wagen. Op twee voorwaarden: het moet lente of zomer zijn en ik wil een compagnon de route die een GPS heeft op de fiets. Voelt iemand zich geroepen?

Het moment – Ondertussen op de steenweg

Zowat een jaar geleden schreef ik over mijn geliefde en gehate Tiensesteenweg, een – op het eerste zicht – saai stuk asfalt waarover ik dagelijks van en naar mijn werk fiets. Kilometers malen en vreten, nog steeds dus, zo gek ben ik wel. Het gevoel blijft: op een vreemde manier is die weg verbonden met mijn leven. Ook na anderhalf jaar weet die verduivelde steenweg mij te verrassen, in positieve en negatieve zin. Hoog tijd om weer eens de balans op te maken aan de hand van een greep uit mijn steenwegobservaties.

Het gonst nog steeds van de bedrijvigheid op de steenweg. Huizen worden aan sneltempo met de grond gelijk gemaakt en terug opgebouwd. Er wordt tegen de sterren op gerenoveerd en verbouwd (codewoord gyproc), evenals vocht bestreden en daken geïsoleerd. De ene bouwwerf is nog niet weg of een nieuwe lading steigers doemt al op. Bovendien blijkt maandagochtend rond half 9 hét moment te zijn om de voegen van de oprit uit te krabben, onkruid te wieden, wat snoeiwerk te verrichten (tip: leg eerst een zeil om het snoeisel op te vangen) of de auto in het sop te zetten (je kan dan ook terecht bij Willy Wash). Van al die noeste arbeid gaat een mens zich haast schuldig voelen dat hij maar op weg is naar het werk en niet thuis bladeren bijeen staat te harken of de brievenbus afneemt met de stofvod.

Ik heb altijd al een fascinatie gehad voor ochtendrituelen en daar krijg ik er heel wat van te zien krijgen tijdens mijn vroege uurtje op de fiets. Kinderen zitten met een kom cornflakes voor de neus voor zich uit te staren of pikken al wat schermtijd mee. De brievenbus legen in peignoir of – nog heel snel – de vuilniszak aan de deur zetten, lijken eerder vrouwentaken te zijn, terwijl de mannen in de rij staan bij de bakker (het stereotiepe beeld van de man als jager-verzamelaar zeg maar). De hardwerkende zelfstandige staat voor dag en dauw paraat in de zaak. De kapper modelleert voor de spiegel haar eigen kapsel in de juiste plooi voor de klanten toekomen. De horeca-uitbater tuurt met een ernstige (bezorgde?) blik naar de laptop.

IMG_6227b

Qua verdraagzaamheid in het verkeer is er nog steeds werk aan de winkel. Het hoogte- en tegelijkertijd ook dieptepunt was een pamfletactie in Boutersem. Je verzuringsgraad moet wel heel hoog zijn om Koning Fiets door middel van een eigen ontworpen poster (vastgetapet aan élke verkeerspaal) een lesje in verdraagzaamheid te spellen. Ik kon niet anders dan me aangesproken voelen, ook al identificeer ik me niet met een trol op een houten fiets. Sommige buschauffeurs lijken me wel zo te benaderen, dat maak ik toch op uit de soms ronduit agressieve reacties die ik krijg omdat ik het fietspad langs de bushalte durf te gebruiken. Shame on me! En dan zijn er nog de autobestuurders die niet willen beseffen dat de neus van hun voertuig langer is dan hun eigen neus. Daartegenover staan gelukkig ook tal van warme, menselijke gebaren en hoffelijkheid. Wat geldt voor mensen, geldt ook voor de steenweg: er is van alles wat.

Ik waan me dan wel een anonieme getuige van het leven op de steenweg, blijkbaar ga ik toch niet helemaal op in het grijze lint. In het voorjaar werd ik namelijk als een heldin onthaald in Horta Kumtich door eigenaar Dirk. Hij noemde mij de sympathieke fietsende medemens omdat hij me elke dag door weer en wind op de fiets ziet zitten. Hij had soms wel met mij te doen, maar juist daarom was het respect eens zo groot. Sindsdien koop ik natuurlijk al mijn tuingerief bij Dirk. Door die ontmoeting ben ik ook meer gaan stilstaan bij de personen achter andere handelszaken. Wie zijn Erika en Ivan van De Pitstop eigenlijk? Staat Sigrid zelf dagelijks frieten te bakken in de frituur en broodjesbar? En zijn Vera en Betty nog steeds drijvende krachten achter het gelijknamige kapsalon?

Tot slot is de steenweg een plek waar alle levensfasen geruisloos door elkaar heen lopen. De bomma wordt verrast met een wandeling buiten de muren van het rusthuis. De jeugd hangt op de bus te wachten en sloft naar de broodjeszaak. Baby’s worden met trots geïntroduceerd (de ooievaar moet als decoratief element nog niet aan populariteit inboeten). De steenweg is voor mij en velen een onderweg, voor anderen een thuis. Zowel een nieuw begin als een eindhalte. Hoe fragiel het leven is, werd mij nog maar eens pijnlijk duidelijk gemaakt toen een jonge kerel op een zonnige zondagnamiddag (uitgerekend op Valentijnsdag) de controle over het stuur van zijn motor verloor, tegen een boom reed en op de steenweg om het leven kwam. Wekenlang was een boom een bedevaartsoord voor al wie Laurent moest missen. Bloemen werden geplant, kaartjes en brieven opgehangen. Er werd gehuild. Er werd getroost. Ik zag hun rauwe verdriet slechts in een flits, voelde het daarom niet minder intens, nog steeds krijg ik er een krop van in de keel. Ook dat is de steenweg.

IMG_6855b

Het moment – Een PR op de marathon in Rotterdam

Op zondag 24 oktober 2021 schijnt de zon in Rotterdam. Ruim 12.000 lopers staan aan de start van wat hun dag zal worden. Ein-de-lijk. Helemaal vooraan staat bronzen Bashir Abdi die als topfavoriet met ambitie het Europees record op zijn naam wil schrijven. In datzelfde startvak sta ik een meter of 8 achter hem. Ik zie Bashir niet, helaas. Ik probeer me wel voor te stellen wat er door zijn hoofd flitst. Wat is zijn plan? Waar hoopt hij op? Mijn handen zijn verkleumd, ik voel mijn voeten niet meer, ik ben geen brons waard, maar ik ben wel een vrouw met ambitie: mijn record van 2017 aan flarden lopen. Dit is mijn 13e marathon en vandaag zal het gebeuren. Het startschot weerklinkt en daar gaan we dan over de Erasmusbrug. De zon zal blijven schijnen.

Ik loop en blijf lopen. 187 minuten lang schieten mijn gedachten alle kanten op. Puur loopgeluk. Vertrouwen op de ervaring. Met de moed der wanhoop. Hoofd recht en blijven gaan. Voetje voor voetje. Blijven ademen. Kijk naar je horloge. Kijk niet naar je horloge. Ongekende verzuring. Een grijns op mijn smoel die schippert tussen een glimlach en een grimas. Benen van beton. Eindeloze aanmoedigingen. Een Say My Name van Florence die blijft duren. De Rotterdam Marathon was om heel veel redenen de meest intense marathon die ik ooit liep.

3 uur 7 minuten en 43 seconden heb ik nodig om de legendarische finish op de Coolsingel te bereiken. HET IS ME GELUKT! Ik loop mijn PR van de tabellen met maar liefst 14 minuten. De marathon was niet mals voor mij. Of misschien liep ik juist daarom wel de marathon van mijn leven. Als klap op de vuurpijl blijk ik als 31e vrouw gefinisht te zijn. 31 en 3u07. Ik begrijp wat die cijfers betekenen, maar ik begrijp niet dat ik dit gepresteerd heb.

Later deze week volgt een uitgebreid raceverslag. Ik moet alles wat laten bezinken. Reken maar dat ik nog heel veel woorden nodig heb om te vertellen over 36 uur in Nederland en die 3 uur en 7 minuten dat mijn marathon duurde. Voor nu wil ik jullie allemaal vanuit de grond van mijn hart bedanken voor de succeswensen, de aanmoedigingen, het meeleven, het enthousiasme ter plaatse en van overal. Ik kan het niet genoeg zeggen, maar dat zovelen dit met mij beleven, dat er zoveel mensen oprecht met mij begaan zijn en mijn dromen steunen, dat betekent heel veel voor mij.

Het moment – Wat een week!

Goh, wat was het me een bijzondere week. Uitgerekend op de dag dat ik mijn persoonlijke verhaal deelde over het trauma in mijn studententijd en hoe ik leerde omgaan met mijn kwetsbaarheid, knalde ik naar een 17e plaats op de 10 Miles in Antwerpen. Ik legde een dikke 16 kilometer af in 1u05 met een gemiddelde van 3’59” per kilometer. Nog steeds kan ik dat moeilijk vatten (ik val in herhaling, maar het is echt zo). De afgelopen week werd ik overladen met positieve reacties uit bekende en onbekende hoek. Ofwel omwille van die sportieve tour de force, ofwel om het heel persoonlijke verhaal dat ik deelde. Juist die combinatie van het heftige verhaal met iets volstrekt onbenulligs als een snelle loopwedstrijd deed de puzzel even helemaal in elkaar passen.

Over Antwerpen nog dit. Een dag met Roos op pad zijn dat is sowieso een cadeau. Het was een uitstap met alles erop en eraan: sportief vermaak, samen koffie drinken en supporteren, veel lachen en nog meer verhalen. We dansten samen toepasselijk op Rise van Lost Frequencies in het startvak. Over een momentum gesproken: ik heb helemaal niks met dansen, er moet iets speciaals gebeuren om dat lijf van mij aan het shaken te krijgen. Mijn 10 Miles waren niet alleen de snelste, maar ongetwijfeld ook de meest bewuste die ik ooit liep. Ik besefte ten volle dat dit weer één van die dingen is die weer kunnen en hoeveel plezier ik daaraan beleef. Ik nam alle aanmoedigingen in dank aan. Antwerpen, u was geweldig.

Over mijn persoonlijke verhaal nog dit. Eén van de redenen die me altijd tegenhield om het te vertellen, was dat ik wist hoe het mensen zou aangrijpen. Ik wilde niet dat iemand met mij zou inzitten. In veel opzichten is het een triestig verhaal over een lelijke en akelige kant van de wereld waarin we leven. Gelukkig kreeg ik meermaals te horen dat juist de krachtige stem van de veerkracht de bovenhand nam. Heel lang heb ik overigens niet getwijfeld of ik dit al dan niet zou publiceren. Pakweg een maand geleden zag ik in World Mental Health Day de ideale aanleiding. Sindsdien begon ik na te denken over wat ik precies wilde vertellen. De tekst ging rijpen in mijn hoofd en later op het digitale papier. Ik werd niet uit evenwicht gebracht toen ik dit verhaal opschreef. Ik ging dus niet door een emotioneel dal. De eerste keer dat ik typte dat ik werd aangerand, was ik me wel heel bewust van de lading van die woorden en van het feit dat ik dat nooit eerder opschreef. Op de één of andere manier werkte het wel verhelderend om alles in woorden te vatten. Ik probeerde er een samenhangend, niet al te langdradig geheel van te maken dat door iedereen gelezen mag worden. Ik ben er best trots op dat me dat aardig is gelukt.

Mijn dank gaat naar jullie. Ik zou hier voor mezelf kunnen schrijven, maar dat mijn schrijfsels gelezen en gewaardeerd worden, dat die betekenis krijgen en geven, dat heb ik aan mijn lezers te danken. Merci voor alles!

Het moment – Ondertussen in de klas

Om er maar eens een cliché tegenaan te gooien: de 30 dagen van de eerste schoolmaand vlogen voorbij. September maakte haar naam als overgangsmaand helemaal waar. Van heerlijke nazomer naar het klamme herfstgevoel, van alles weer opstarten tot draaien als een goed geroteerde machine. Veel sportieve hoogtepunten vielen er ook te noteren. Mijn fietskilometers over de steenweg reken ik daar ook bij (893 kilometer om precies te zijn). Een dieptepunt was dan weer de aankondiging dat er 100 miljoen euro bespaard zal worden in het onderwijs. Honderd miljoen? Het zal me benieuwen waar ze die gaan vinden. Ik focus me maar op wat er in de klas gebeurt: dagelijks verwonder ik me over wat mijn leerlingen zeggen en denken. Over mijn vak, maar net zo goed wat tussen de regels door loopt. Hier volgt een kleine greep uit de klaspraktijk van september.

  • Bij een quiz over de actualiteit van de zomer zocht ik de naam van orkaan Ida. Een lastige vraag, zo bleek. Twee jongens waren op zoek naar een afschrikwekkende naam en die vonden ze in Bert.
    Ik: Bert, dat klinkt toch als één en al gezelligheid?
    Zij: Allez mevrouw, Bert komt eraan: daar krijg je toch schrik van?
  • Eveneens in de categorie “creatief met namen”: onze school heet Atheneum De Ring. Laten we eerlijk zijn: dat is een saaie naam, zoals bijna alle scholen. Volgens enkele leerlingen waren De Mengelmoes, Het Miseriekot en De Betonblok meer dan waardige alternatieven. Ik geef Nederlands in De Betonblok. Hoe cool zou dat zijn?
  • Ik vond dat ik al behoorlijk mee was met mijn tijd door af en toe het woord “vibe” te gebruiken, buiten de schoolmuren dan. Bijvoorbeeld: ik voel hier echt wel die Parijs-vibe. Leerlingen gebruiken “viben” echter vaker als werkwoord, als in: wij viben heel goed met elkaar. Voor mij is dat nog een brug te ver.
  • Op mijn verjaardag waren er ook twee leerlingen jarig. Enige pijnpunt: ik werd 36, zij 16. Enige troost: ik moest me echt niet oud voelen. Mevrouw, 36 dat is nog zoooo jong! Onze ouders, die zijn pas oud, die zijn in de 40!
  • Als ik het heb over spelling van de werkwoorden lijken mijn leerlingen het telkens weer te horen donderen in Keulen. De prijs voor creatiefste vervoeging gaat naar “spold” als verleden tijd van “spelden”. In de voorbeeldzin was het overigens een broeksnaad die iemand speldde. Twee keer kreeg ik de vraag wat een broeksnaad was. Ook de werkwoorden behoeden, gonzen en dulden waren veelal ongekend.
  • Ik beschouw het maar als een compliment wanneer leerlingen op een maandagnamiddag uitroepen: Wow zeg, we hebben echt nog iets geleerd vandaag!
  • Na de wereldkampioenentitel van mijn broer moest ik het natuurlijk hebben over duatlon. Daaruit bleek dat Seppe bekender is als podcastmaker dan als atleet. Maar liefst drie leerlingen kwamen me nadien vertellen dat hun papa een trouwe volger was van De Jogclub podcast.
  • In de categorie “ludiek antwoorden” gaat de prijs naar de beschrijving van het woord “hokjesdenker”: iemand die in het pashokje te lang nadenkt over zijn outfit.
  • Afgelopen maandag begon ik al mijn lessen met de voor de hand liggende vraag: “Hebben jullie ook zo intens genoten van het WK wielrennen?”. Een te enthousiaste vraag voor een maandag. Ik zag veel meewarige blikken, maar toch ook wel wat oogjes fonkelen. Het bleken vaker meisjes dan jongens te zijn die de WK-gekte in Leuven hadden gevolgd. Of die durfden daar misschien gewoon openlijk voor uitkomen. Nochtans had ik écht mijn best gedaan om hen duidelijk te maken dat dit once in a lifetime zou zijn. Er komt een dag dat ze beseffen dat ik gelijk had.

IMG_6341b

Het moment – Happy birthday to Roos!

Beste Roos
Liefste sisje

Op zondag 12 september 1992 kreeg ik nog een zusje, keurig een dag te vroeg afgeleverd voor mijn 7e verjaardag. Jij bent het beste verjaardagscadeau dat ik ooit kreeg. De roze kers op de taart die ons gezin compleet maakte, een sociaal en vrolijk kind dat zich altijd aanpaste aan het spel en het plan. Een plantrekker die als jongste van vier vooral ook haar eigen ding deed.

7 jaar geleden was ik dus 29. We hadden een plan: een eerste vakantie samen, naar Parijs dan nog wel. Nadien zouden we naar Londen gaan. En daarna naar New York voor mijn 30e verjaardag. We kwamen dus nooit verder dan Parijs. We ontdekten dat Den Haag ons Parijs in Nederland is en Brussel dan weer Parijs in België. We ontdekten samen de marathon en dat alles daar voor ons in samenkomt. Als wij samen zijn is het altijd goed. Ook als we ergens onder een afdak in de regen staan te wachten.

Wij zijn communicerende vaten. Altijd met elkaar verbonden. Altijd met elkaar in interactie. We inspireren en stimuleren elkaar, op het vermoeiende af voor onze omgeving. Hoe ouder we worden, hoe verder we van elkaar wonen, hoe harder het gemis kan toeslaan. Bewust: dan stuur ik een bericht IK MIS JE!!! Onbewust: dan zie ik je en besef ik dat mijn gelukscurve meteen exponentieel stijgt. Ik heb lang het gevoel gehad dat ik jou moest beschermen. Dat ik je onder m’n hoede moest nemen en wijze lessen zou leren over het leven. Tot ik dus 30 werd, mijn leven wat op z’n kop stond en jij samen met Marike over mij ging zussen. Ik leer elke dag van jullie.

Het was niet gemakkelijk om een min of meer recente foto van jou te vinden die geschikt was voor publicatie. We waren het afgelopen jaar te weinig samen op pad naar god-weet-waar. Wel stuurden we elkaar opvallend veel foto’s van bezwete kleding (kijk eens hoe hard ik heb gezweet), van drogend wasgoed (kijk eens hoeveel wasjes ik heb gedaan), van onze oorlellen, voeten of afgepeigerde gezichten op vrijdagavond als we elk in onze eigen zetel voor dood liggen. Om maar te zeggen: er is weinig niet bespreekbaar tussen ons. Het is nooit echt stil.

Vandaag vieren we in stijl. Door 20 kilometer te lopen. In Brussel. ’s Avonds klinken we en eten we taart. Wat een feest! Wat een zus! Happy birthday, kleinste grootste zus van mij. Tina heeft gelijk. You’re the best. You’re simply the best!

Joke
x

AXIB8224

Het moment – Terug naar school

Jawel, jawel: het is zo ver, een kakelvers schooljaar staat voor de deur! De onvermijdelijke zenuwen gieren door mijn lijf. Vannacht deed ik geen oog dicht door de adrenaline. Ik heb de neiging om elke zin af te sluiten met een uitroepteken. Ik moet mezelf zowel oppeppen als intomen. Yes, deze leerkracht is er klaar voor (doe rustig, geen uitroepteken). Tijdens de lockdown vertelde ik al waarom ik school miste. Als ik dat lees besef ik weer hoe erg het was om afgesneden te zijn van mijn leerlingen. Elk voor zich thuis zitten en dan maar proberen de klassfeer erin te houden. Ik kijk er reikhalzend naar uit om weer neuzen, monden en kinnen te zien in de klas. Om ’s middags te sporten met leerlingen en collega’s. Om samen aan die boekenkast te staan. In schooljaar 2021-2022 moet de klastijd weer zegevieren.

De aftrap van een nieuw schooljaar genereert een stroom aan meningen. Het onderwijs is namelijk gemeengoed: iedereen mag en moet er een mening over hebben. Of dat nu gaat over de lengte van de schoolvakantie (te lang), de jeugd van tegenwoordig (te soft) of de loopbaan van een leraar (te vlak). Laten we het positief opvatten en concluderen dat we met z’n allen bekommerd zijn om ons onderwijs. Terecht, de ene uitdaging na de andere wordt op het onderwijsbastion afgevuurd en dat lerarentekort lost zichzelf niet op. Laat je niks wijsmaken, eigenlijk is het heel simpel. Je wordt leraar omdat je heel graag voor een klas wil staan om jongeren iets bij te leren, hen te coachen en te inspireren. Je wordt een goede leraar als je de kans krijgt om jezelf daarin te ontwikkelen dankzij een positief werkklimaat en een school waar je er niet alleen voor staat. Voilà.

Ik wens jullie allemaal een waanzinnige 1e september!

Wat ik zal onthouden van de 32e Olympiade

Mijn vroegste herinneringen aan de Olympische Spelen gaan terug naar Atlanta 1996. Samen met mijn broer volgde ik het hele gebeuren op de voet (in de mate van het mogelijke als je een kind van 10 bent in pre-internettijden). Op school hielden we ook Olympische Spelen en zowel Seppe als ik behaalde drie medailles op loopnummers. Niet dat er toen in mij een vlam werd ontstoken om loper te worden, laat staan aan wedstrijden deel te nemen. De Echte Spelen hielden ons stevig in hun greep. Ze brachten iets teweeg, heel België leek dag en nacht bezig te zijn met de sportieve vertegenwoordigers van onze natie. Medaillewinnaars waren prompt nationale helden: gouden Fredje Deburghgraeve om er maar één te noemen. 25 jaar later zijn de Olympics merktekens in mijn leven geworden. Van elke Olympiade weet ik nog waar ik toen woonde en wat er zoal speelde in mijn leven. Sport is emotie, dat bleef echter onveranderd. Ook de afgelopen weken leefde ik intens mee: met de verhalen die elke atleet herbergt, met de kroppen in de keel, de ingehouden dan wel losgelaten tranen, met de beteuterde blikken en glimmende koppen van trots. Dit is een greep uit wat mij zal bijblijven van Tokyo 2020.

  • Oud-leerling Thibaut Vervoort die met zijn teamgenoten het flitsende 3×3 basket introduceerde en mij ook de term buzzer beater leerde kennen.
  • De Belgian Cats en de Red Lions die toonden wat de chemie van ploegsport is.
  • De tranen van Mieke Gorissen, een 38-jarige leerkracht én marathonloopster die in alle hevigheid ervoer wat het betekent om Olympiër te zijn.
  • De vlotte en oprechte babbels van 400 meter loper en Belgian Tornado Jonathan Sacoor.
  • Mijn kinesitherapeut Kathelijn die deel uitmaakt van het Belgisch team en hoe ze haar handen vol had met hamstringblessures.
  • Het vestimentaire statement van de Duitse turnsters.
  • De droge Sorry die Wout Van Aert tweette op de afknapper van formaat die zijn zilveren medaille volgens Hans Vandeweghe was.
  • De pijn en waaghalzerij die sport is: keihard op je rug op de tatami landen, rond een brug zwieren of vallen, van rotsen of een ramp springen met een fiets dan wel een skateboard.
  • De aandacht voor mentaal welzijn die deze Spelen ein-de-lijk leken te genereren en het besef dat achter elke atleet een mens schuilgaat.
  • De uitzinnige vreugde van hoogspringer Gianmarco Tamberi na zijn gedeelde gouden medaille. 2021 is het jaar van Italië.
  • Adrie van der Poel die zijn zoon liefkozend Matje noemt.
  • De pijnlijke uitschuivers en misplaatste uitspraken van sommige commentatoren. Dat ze alsjeblieft ook het woord falen eens uit hun vocabulaire schrappen!
  • De magie van de atletiekpiste: van de aflossingsnummers tot het wereldrecord op het hink-stap-springen en alle prestaties van de Belgen.
  • Onze Bronzen Bashir op de marathon en het broederschap dat hij deelt met Abdi Nageeye, Koen Naert, Eliud Kipchoge en Mo Farrah.
  • Dat Tokyo 2020 doorging in 2021 en dat we dus maar drie jaar moeten wachten tot Parijs!

Een postkaart uit Tienen

Dag lieve lezertjes

Ik schrijf jullie vanuit mijn vakantiestek in Tienen. Het eten is hier lekker en de koffie proeft zoals thuis. Door mijn boeken straalt de Italiaanse zon. De wifi is van uitstekende kwaliteit en op tv kan ik alle Belgische zenders ontvangen! Roos bleef logeren en eventjes voelde mijn eigen slaapkamer daardoor als een hotel, maar dan een pak ruimer. Veel hartjes voor het Hageland, de ideale uitvalsbasis om te lopen en fietsen. Warm aanbevolen zo’n thuisvakantie!

Belgische zomergroet
Joke X

IMG_5650b

IMG_5638b

IMG_5652b

IMG_5624b

IMG_5609b

IMG_5630b

IMG_5717b

IMG_5632b

Het moment – Mijn tips voor een geslaagde vakantie

Als leerkracht is het zonder meer een privilege om twee maanden zomerstop te mogen consumeren. Je zou me daarom een expert in zomervakanties kunnen noemen. Ik ben niet de persoon van de bijzondere reisbestemmingen, maar wel degene die zich prima thuis vermaakt en blij is met de uitstappen die zich aandienen. Toch overvalt de zomervakantie mij elke 1e juli. Hoe langer ik lesgeef, hoe minder goed het mij lukt om de klik van werk- naar vakantiemodus te maken. De flexibiliteit die het afgelopen corona-schooljaar vergde, de hectiek van de maand juni en de heftige emoties die ons soms overspoelen missen hun weerslag niet. Momenteel bevind ik me daarom nog in de decompressie-fase. Ik heb tijd nodig om school los te laten. Ik ben moe, soms zelfs wat lusteloos en ik kan me nog niet overgeven aan pure ontspanning. Gelukkig weet ik dat dit van voorbijgaande aard is.

Ik begrijp wel waarom mensen tijdens hun vakantie weg willen gaan. Het is als de reset-knop indrukken: verplicht op een ander ritme leven, weg van de routine thuis, weg van de klusjes en to-do’s die liggen te wachten. Er gaat namelijk ook iets dwingends uit van vakantie: eindelijk heb je nu die tijd waar je zo lang naar uitkeek. Nu moet je écht dat boek lezen of die film kijken en is er écht geen excuus meer om korte metten te maken met de rommel in de garage. Ik maak daarom allerhande lijstjes: van leuke en van nuttige dingen. Zo heb ik toch het gevoel dat ik de teugels in handen heb. Om de week op een productieve noot te beginnen zijn maandagen voorbehouden voor al wat nuttig is. Verder blijven lezen en bewegen heel belangrijk, kijk ik naar de Tour, spendeer ik tijd met vrienden en familie en drink ik koffie. Veel koffie. Ik geef jullie graag nog enkele laagdrempelige vakantietips voor wie het niet ver wil zoeken. 

Stuur eens een kaartje om iemand een fijne vakantie te wensen, vanuit je staycation-locatie of zelfs als je op daguitstap bent. Niets is zo fijn als je brievenbus openen en er een handgeschreven kaartje in te vinden dat belachelijk lang onderweg is geweest.

Neem je loopschoenen mee, waar je ook heen gaat. Lopen op verplaatsing is altijd een verrijking, ook als je gewoon bij vrienden gaat logeren. De veldweggetjes en het asfalt op een ander ogen net dat tikje pittoresker dan je eigen platgetreden paden. Zelfs als je niet de kans hebt om een looprondje te maken, dan kunnen loopschoenen hun nut bewijzen als comfortabel schoeisel.

IMG_5427b

Bak eens een cake, bijvoorbeeld een frisse citroencake volgens mijn eigen recept. Meng 120 gram gesmolten boter met 3 eieren. Voeg er 250 gram suiker aan toe en het sap van één citroen. Wie echt fancy wil zijn, gaat natuurlijk ook voor wat citroenzeste. Goed roeren tot een homogeen mengsel. Voeg 250 gram (spelt)bloem toe en 2 theelepels bakpoeder. Tot slot maakt 250 gram plattekaas het deeg compleet. 50 à 55 minuten de oven in op 180 °C. Smakelijk!

Maak eens een wandeling in je eigen buurt en loer eens – subtiel – bij de buren binnen (zij doen dat namelijk ook bij jou). Ik voel me altijd meer verbonden met mijn dorp als ik er doorheen wandel. Zo kwam ik tot de vaststelling dat mijn buurt wordt getypeerd door poorten en rolluiken: ieder voor zich op z’n lapje grond, lekker Vlaams. Maak ook eens foto’s van je buurt, bij voorkeur tijdens golden hour. Je zal ervan versteld staan hoe Instagram-proof je (al dan niet spreekwoordelijke) achtertuin blijkt te zijn en als dat niet zo is, heeft ook dat weer z’n charme.

Hou het veilig en neem je mondmasker mee. De coronacijfers doen het op alle vlakken goed, maar enige voorzichtigheid is nog steeds op z’n plaats. Gebruik je verstand. Als we dat allemaal blijven doen, komt er echt een dag dat corona ons leven niet meer bepaalt.

Maak er iets moois van deze zomer!

IMG_5423b