Het moment – Klein geluk #3

Oh ja, ik heb soms het gevoel dat de wereld naar de verdoemenis is en bijgevolg ook mijn eigenste leven. Reden te meer om stil te staan bij alles wat mij vervult met blijdschap, bij alles wat voldoening geeft en mijn mondhoeken naar boven tilt. Bovendien wachtten mijn lente– en winterverzamelingen van kleine gelukjes smachtend op een herfstvariant, uiteraard gekleurd door de huidige coronaperikelen. Carpe diem, count your blessings of probeer blij te zijn met wat er wél is. Hier gaan we.

  • de zon die onverwacht of harder schijnt dan het weerbericht voorspelde
  • steeds meer loop- en fietsroutes ontdekken waardoor ik beetje bij beetje een gedetailleerder beeld krijg van regio 3300 waar ik nu een half jaar woon
  • de natuur in de Grote Getevallei, een oase van rust
  • bescheiden modderspetters op mijn kuiten die me onder de douche het gevoel geven dat ik vuil ben, maar die niet zo talrijk zijn dat je overal in huis modder terugvindt
  • alle gerief van de Nike Trail collectie, ik word er heel hebberig van
  • met wat koud op het lijf gaan lopen, na een kilometer volledig opgewarmd zijn en als je dan thuis aankomt, je niet meer kunnen voorstellen wat “het koud hebben” betekent
  • na een looprondje zoveel inspiratie hebben dat ik hijgend boven een schrift sta om al die fantastische ideeën op te schrijven
  • een eekhoorn die gezwind de weg oversteekt of een koe die me sympathiek nastaart
  • loopkilometers tijdens vrije momenten op school met mijn sportieve collega’s Bart en Murielle
  • de leerlingen terugzien na de herfstvakantie en luisteren naar hun besoignes
  • de creatieve werkjes die mijn vierdejaars maakten over een boek, de trots op hun gezicht als je daar vol bewondering naar kijkt
  • een jongen die niet graag leest horen vertellen dat hij Het is de liefde die we niet begrijpen van Bart Moeyaert echt een goed boek vond omdat hij er veel over kon nadenken
  • de podcast Drie boeken beluisteren op de terugweg van school, hierdoor zoveel boekeninspiratie opdoen dat ik bij thuiskomst meteen naar mijn ongelezen-kast sprint om er enkele titels uit te vissen
  • boekenplannen maken, nadenken over welke boeken ik wil kopen en lezen, altijd maar lezen, altijd ook méér willen lezen
  • lezen en meteen aansluitend gaan lopen, waardoor ik het gevoel heb dat ik nog in dat boek aan het lopen ben 
  • koken met de crown prince, de koning der pompoenen
  • berekenen wat de maximale afmetingen van mijn kerstboom kunnen zijn: dit jaar zie ik het groots
  • ondanks alle maatregelen toch uitkijken naar de gezelligheid in eigen huis van de kerstperiode
  • kaartjes sturen: altijd een goed idee!
  • FaceTimen met Marike en Leah, die dan vaak in een wilde bui is 
  • creatieve projecten en nieuwe plannen maken met Roos, u hoort nog van ons!
  • wat kilometers mee fietsen met mijn broer Seppe tijdens de 151 kilometer lange looptocht (dit is geen typefout) door het Hageland die hij zaterdag aflegde in een goeie 14 uur: zowel zot als inspirerend
2_22021123_odeyn_FKT
Foto: Robrecht Paesen @ Be Movi

Het moment – De Suikermarathon

Zondag 11 oktober 2020 liep ik mijn twaalfde marathon. Voor het eerst was dat geen officiële race, maar een eigen initiatief. Ruim 42 kilometer zou ik dus afhaspelen met vertrek en finish zo ongeveer aan mijn voordeur. Door de perfecte duurloop van 32 kilometer die ik op mijn verjaardag liep, had ik het gevoel dat mijn duurloopgeluk voor 2020 nu wel een beetje was opgebruikt. Zou de uitvoering van dit koppige idee echt in de buurt komen van de ultieme marathonervaring? Het antwoord op die vraag is volmondig Ja, absoluut. Zondag was de marathon heel lief voor mij. Na 3u32 had ik mijn versie van de Suikerroute gelopen. Mijn twaalfde marathon zal ik me niet herinneren als mijn meest memorabele race, maar wel als veruit de meest ontspannen en vanzelfsprekende marathonervaring.

Het aller-aller-allergrootste voordeel van een marathonstart in je eigen straat is dat je van je eigen wc gebruik kan maken. Voor iemand die toch een beetje aan dixi-angst lijdt, is dat heel mooi meegenomen. Mijn vaste pre-start gewoontes en rituelen bleken bijna allemaal overbodig. 30 minuten voor ik eraan zou beginnen, zat ik nog in mijn pyjama naar een samenvatting van de London Marathon te kijken. Roos kwam toe, ik trok toch een ander plunje aan en we laadden de fietstassen in met onze bevoorrading. Voor Roos bestond die uit een banaan en koffie (gekke combinatie), voor mij uit sportgels en water. Verschil moet er zijn. Om 9u zou het virtuele startschot weerklinken aan de kerktoren. Geen gedrum in het startvak of gebabbel aan het hek, maar wij tweeën en Sia met Unstoppable. Echt een toplied om toch een beetje het idee te hebben dat je in the zone komt. Toen was het van Oké, zullen we nu vertrekken? en weg waren wij.

FLDN7724

Onderweg naar Goetsenhoven scheen de zon en dat was best een verrassing. Er werd namelijk regen voorspeld. We konden er nu maar beter van genieten, dachten we, want wie weet wat we nog over ons heen zouden krijgt. Helemaal niets, zo zou later blijken. Hakendover leverde ons kerk 3 (ik zei al dat de Suikermarathon net zo goed de Acht Kerken Marathon zou kunnen heten). Normaal gezien weet ik redelijk exact hoeveel kilometer ik op welk punt gelopen heb. Nu herinner ik me vooral wat Roos en ik hebben besproken (onder andere: een pompom als sleutelhanger). Van een adrenaline-rush was geen sprake. Ik liep. Roos fietste. Wij praatten. Nooit eerder was een marathon zo kinderlijk eenvoudig. Twee plaspauzes later stond onze vierde kerk in Oplinter. Ik denk dat ik toen een kilometer of 17 gelopen had. Ik wist ongeveer waar het halfway-point zich zou bevinden. Ik wist ook dat de wind op die weg waarschijnlijk tegen zou zitten. Het was echter de zon die zegevierde en die wind kon me echt niet deren.

JARZ0210

Als er marathons gelopen worden, dan kan mama natuurlijk niet op het appel ontbreken. Zij zou ons tegemoet fietsen in Sint-Margriete-Houtem. Zo breidde ons peloton dus een beetje uit. Met z’n drieën trokken we naar Vissenaken (kerk 6). Roos vervulde haar rol als manusje-van-alles met glans. Ze was zowel coach, als bevoorrader, als chef telefonie (drie telefoontjes met twee familieleden), als dj.  Een gedetailleerde beschrijving hoe ik me kilometer per kilometer voelde en wat er zoal door mijn hoofd schoot, kan ik niet geven. Mijn rechterbil en hamstrings zijn al enkele maanden aan de stijve kant en dat was nu niet anders. Het ging goed, ik was niet bezig met mijn tempo of de tijd, maar ik zag wel dat ik heel constant aan het lopen was. We liepen van Breisem naar Kumtich en die zon, die bleef maar schijnen terwijl wij op pad waren.

NHRK0131
Daar! Daar is de finish!

Op kilometer 35 waren we in Oorbeek, waar mama zich vol lof uitsprak over On Top of the World en Voici les clés (de muziek was écht goed), terwijl ik riep dat de marathon nu echt kon beginnen. Er volgde een avontuurlijk weggetje langs het water. Na 37 kilometer drong plots het besef door dat het er eigenlijk al bijna op zat. De enige hindernis die ik nog moest overwinnen, was een kuitenbijter die wel een prachtig zicht opleverde. Ik liet me niet kennen en benutte de afdaling om nog wat tempo te maken. Roos zette het opzwepende Great War van Sabaton op en sprak de legendarische woorden: en nu gaan we nog eventjes vechten. Ik dacht vooral dat ik er echt van moest genieten. Geen publiek of finish waar je naartoe gezogen wordt, maar net zo goed en net zo echt de marathon. Mijn marathon. De finishlijn lag in een doodgewone woonstraat achter de kerk. Op exact 42,2 kilometer zette ik de tijd stil. Nooit eerder liep ik een marathon op slechts twee sportgels en 750 ml water, zonder buikkrampen en met een negatieve split van een minuut. Missie meer dan geslaagd.

Ik weet nu ook dat je geen medaille nodig hebt om marathoneuforie te ervaren. Ja, ik voelde echt dat pure geluk van de marathon. De grootsheid en de eenvoud van de prestatie. Een klein beetje en voor heel even de heldin van de dag (van postcode 3300). Waar je in wedstrijdomstandigheden na de finish je bagage moet gaan afhalen en met de kou op het lijf nog wat wandelkilometers moet afleggen, kon mijn herstel nu meteen beginnen met een warme douche. Marike en Leah sloten nog aan op de bescheiden afterparty met pistolets en taart. Zondag 11 oktober werd ook om die reden een dag om in te kaderen en te etaleren in de familiegalerij. Mijn gelopen route bleek de vorm van een hart aan te nemen. Een groot hart voor mijn liefste familie (jullie zijn de besten!), voor de marathon en voor “als we maar gezond zijn”. Lang leve de marathon! 

WZCP4380

Het moment – Terug naar school!

Op 1 september ging ik dus terug naar school. Zoals altijd met kloppend hart. Dit mag dan mijn elfde schooljaar zijn, zo’n vers schooljaar maakt mij altijd weer een beetje zenuwachtig. Stel je eens voor dat samen met de zomer mijn leerkrachten-skills verdwenen zijn?! Elk jaar denk ik dus: zal ik dat nog wel kunnen, zo voor een klas staan? Er is ook elk jaar weer de opwinding van het “nieuwe” en de ochtendroutine (die nog geen routine is) die daar bij komt kijken. Er gaat niets boven ’s ochtends je schoolspullen verzamelen en op de fiets stappen. Met kloppend hart. Ik voel me dan altijd weer een beetje bijna 12 en denk met weemoed terug aan maandag 1 september 1997: de dag dat ik zelf naar de middelbare school ging, de grote school, zoals wij thuis zeiden. Die gebeurtenis is voor mij dan weer onlosmakelijk verbonden met de dood van Lady Diana, die de dag ervoor om het leven kwam in Parijs. Om maar te zeggen: een eerste schooldag maakt behoorlijk wat los bij mij. Nog steeds.

Eenmaal op school maakt de spanning heel snel plaats voor herkenning. Er zijn de onzekere eerstejaars op de speelplaats, het blije weerzien tussen klasgenoten, de niet aflatende cool die sommigen uitstralen, er is heel veel gebabbel, wat geroep en uitgelaten gelach in de gangen. Er is ook wat gelatenheid en blikken die niets aan de verbeelding over laten: daar gaan we weer. Vanaf de eerste minuut dat ik weer in een klaslokaal sta met een groep leerlingen voor mijn neus, is er de opluchting: ah ja, zo gaat dat in de klas. Ook met mondmaskers. Daar wordt volop aan gefrunnikt en af en toe wat over gezeurd, maar ze fungeren gelukkig niet als demper van het enthousiasme en de impulsiviteit. Ik prijs me elk jaar gelukkig met de vierde- en vijfdejaars die ik als mijn leerlingen mag beschouwen.

Na anderhalve schoolweek is ook mijn kennis weer op peil. Zo werden de seizoensfinale en recentste ontwikkelingen in Thuis uitvoerig uit de doeken gedaan. Ik kreeg te horen dat ik met mijn bijna 35 jaar echt nog heel jong ben, want onze ouders zijn in de veertig, dat is pas oud! Ik leerde kung fu van taekwondo onderscheiden. Ik kreeg tekst en uitleg over de voor- én nadelen van de Snapchat-update. Ik kwam te weten dat er zoiets als BookTok bestaat: influencers die boeken promoten op TikTok. We praatten veel over boeken en dat varieerde van een leerling wiens lievelingsboek het aartsmoeilijke Tongkat van Peter Verhelst was tot een bijzonder overtuigende Ik haaaa-aaaat lezen. Kortom: ik ben weer helemaal mee met de wereld.

Mensen, wat is het fijn om terug op school te zijn. Daar kan geen circulatieplan of laag-risico-contact iets aan veranderen.

Het moment – De 1e verjaardag van Leah

Ik hoef jullie niet meer te vertellen dat de ravissante Leah een metekind uit de duizend is. Gisteren was het dus echt een jaar geleden dat wij kennis maakten met de dochter van Marike en Peter. Ook als je geen moeder bent, merk je aan een kind hoe hard de tijd gaat. De herinneringen aan Leahs geboorte liggen nog vers in ons geheugen en plots viert die snoezige baby zo waar haar eerste verjaardag. Het hoopje slapend geluk kruipt nu rond aan een rotvaart (niet op de knieën in het gras, want dat prikt), eet groenten, fruit en boterhammen met confituur en zet (weliswaar nog wat wankel) haar eerste stapjes. Het afgelopen jaar stuurden Roos en ik nooit eerder zoveel hartjes en verliefde blikken op elke foto of filmpje van Leah dat Marike ons stuurde. We zagen die kleine baby steeds meer een mensje worden met een eigen karakter en voorkeuren. Liefst van al wilden we dat ze bij elke gebeurtenis betrokken was. Toen we haar door de lockdown drie maanden niet in het echt konden zien of voelen, werd nog maar eens duidelijk hoe belangrijk dat kleine dropje nu al voor ons is.

BYNG7084

Hoe groot de evolutie ook is die zo’n kind doormaakt van 0 tot 1 jaar, laat er geen twijfel over bestaan dat Leah nog steeds het liefste, leukste en knapste kind is dat je je maar kan voorstellen. Nog steeds hoeft ze daar eigenlijk heel weinig voor te doen. Al kunnen Roos en ik het niet laten om haar bepaalde karaktertrekken toe te schrijven. Marike gaat daar graag in mee. Als wij te horen krijgen dat Leah met belangstelling naar een eekhoorn in de tuin heeft gekeken, dan zien wij daarin de ultieme bevestiging van het feit dat Leah een hart voor dieren heeft. Hieruit blijkt dan weer dat er een kleine boekenwurm in Leah schuilt. In de inventiviteit en wilskracht waarmee zij een uit de kluiten gewassen speeltafel als wandelrek gebruikt om toch maar te kunnen rondstappen, herkenden wij de onverzettelijkheid (zeg maar pitbull-mentaliteit) die haar moeder typeert. De nonchalance waarmee ze haar arm in het raam van haar speelgoedauto legt, heeft ze dan weer onmiskenbaar van haar vader.

Leahs interesses reiken momenteel heel ver. De paarden en koeien in de tuin van bomma en bompa vindt ze razend interessant, net zoals allerhande dierengeluiden (het zit écht snor met die dierenliefde). Ze zit graag op de fiets met haar hand aan de bel. Ook gemotoriseerd verkeer zoals auto’s en treinen, in eender welk formaat en vanop eender welke afstand, kunnen op haar aandachtige blik rekenen. De zandbak die ze kreeg voor haar eerste verjaardag was een hoge noodzaak. Zand is, samen met water en steentjes, uiterst intrigerend speelmateriaal. Een sleutelbos, potjes in alle vormen en maten: alles is potentieel speelgoed. Mama (bomma) verwoordde dat treffend: Leah is een kind in constante verwondering. En dat is de mooiste eigenschap van allemaal.

IMG_3309b
De H op de kroon was door een grijpgraag kinderhandje naar achteren gedrukt.

Een 1e verjaardag dient natuurlijk in stijl gevierd te worden: Leah trakteerde op de crèche, kreeg cadeautjes, een zelfgemaakte kroon en taart met een kaarsje waarvan ze steeds weer het vlammetje wilde aanraken. Verjaren bleek ook best vermoeiend te zijn. De kersverse jaarling toonde zich een tikje weerspannig naarmate de dag vorderde. Volgens bomma hoort ook dat er een beetje bij: wat grumpy zijn als je één wordt. Al was dat wellicht ook omdat de festiviteiten slechts in beperkte kring konden doorgaan. Laat dit de eerste en meteen laatste verjaardag zijn die ze zonder Tante Roos en Nonkel Niko moest vieren.

Een jaar geleden heb ik jullie gewaarschuwd. Wel: het is zover, Leah heeft de wereld veroverd. De mijne toch.

Het moment – Hoe ik in 2016 mijn snelste kilometer liep

Op zondag 11 september 2016 liep ik mijn snelste kilometer ooit: 3 minuten en 53 seconden. Omgerekend is dat een dikke 15 kilometer per uur. Om die topsnelheid te ontwikkelen had ik een verraderlijke afdaling in Bertem nodig, een stevige wedstrijdcomponent en een overdosis onbezonnenheid. Ik liep mijn snelste kilometer namelijk in de Bosstraat van Bertem tijdens de Teussersjogging toen ik de eindzege in het Loopcriterium van Vlaams-Brabant kon ruiken. Bosstraat klinkt nog idyllisch voor wat het weggetje eigenlijk is: stevig aflopend en geplaveid met kasseien die langs alle kanten invallen en uitsteken. Goed om met een tractor over te rijden, te mijden met enige andere vorm van transport. Inmiddels is mijn kilometerrecord al bijna vier jaar oud en denk ik dat het nog heel lang overeind zal blijven staan. Ik heb eerlijk gezegd ook niet de ambitie om het te verbeteren. Dan zou ik namelijk de ideale omstandigheden moeten opzoeken (saai) en dan zou ook de kracht van het verhaal van die bewuste septemberdag afnemen. Doodzonde, want het is één van die herinneringen die Roos en ik systematisch oprakelen: weet je nog toen in Bertem?

Ik heb al vaak gezegd dat ik geen competitiebeest ben. Ik lever graag wat strijd met mezelf, maar mijn drijfveer is niet om me met anderen te meten. Na dit verhaal ga je daar misschien anders over denken. Op mijn eigenste nine-eleven heeft het competitiebeest in mij namelijk haar duivels volledig ontbonden. Roos, papa en ik namen in 2016 deel aan de stratenlopen van het  Loopcriterium van Vlaams-Brabant. Dit regelmatigheidscriterium bestond uit 12 stratenlopen tussen de 10 en 21 kilometer. Vooral aan de Mutotoloop in Duisburg en de Furaloop in Tervuren denken wij wel eens met weemoed terug. Per wedstrijd kreeg je een aantal punten voor je deelname en bijkomend punten op basis van je resultaat in de eindrangschikking van jouw categorie. Je moest minstens aan 7 wedstrijden deelnemen. Liep je er meer, dan telden je beste uitslagen mee. In 2015 (het jaar van onze eerste marathon) kon ik al derde worden in het eindklassement van mijn categorie. Nu zou ik denken: mooi, dat hebben we gehad, toen dacht ik: dat kan beter. De Teussersjogging in Bertem was de laatste wedstrijd van de reeks. Twee dames waren intrinsiek sneller dan ik. Dame 1 finishte steevast minuten voor mij en had ik nooit in het vizier. Omdat zij aan minder wedstrijden deelnam, had ik toch meer punten. Zij was die dag niet van de partij en kon me dus niet meer bedreigen. Dame 2 was me altijd voor op de afstanden onder de 11 km. Ik kon haar wel al verslaan tijdens een 16 en 21 km. Ook zij nam aan iets minder wedstrijden deel, waardoor wij op de laatste racedag evenveel punten hadden. Alleen door voor haar te finishen, kon ik de eindoverwinning verzilveren.

Aangezien de Teussersjogging “slechts” 10,2 km lang was, speelde de relatief korte afstand met andere woorden in haar voordeel. Mijn geheime wapen was natuurlijk Roos. Ze kon me dan wel niet bijstaan als haas, maar wel als klankbord en tactisch brein. Vooraf bespraken we mijn wedstrijdtactiek uitvoerig. Ik zou me meteen in het zog van Dame 2 vastbijten en haar na de eerste ronde van 5 km als een duiveltje uit een doosje voorbij springen. Hoe dan ook was het maar de vraag of ik haar überhaupt 5 km lang zou kunnen volgen, want op papier was ik de traagste. Bovendien bestond het parcours voornamelijk uit onverharde wegen en zouden we twee keer een stevige klim van het type “muur” moeten op lopen. Zo eentje waarbij je heel hard op je adem trapt en als je niet oplet ook op je tong die sowieso op de grond hangt. Naar de finish toe volgde dan twee keer een afdaling. Over dé Bosstraat dus. Op voorhand wilde ik vooral niet gebeten en competitief overkomen. Als we dame 2 dus voor de start zouden spreken (wat denk ik ook gebeurde), zouden we met geen woord reppen over de eindzege en ons aimabel als altijd opstellen. Eerlijk: ik had het haar oprecht gegund, maar ik zou het mezelf niet vergeven als ik me bij voorbaat gewonnen zou geven. Die instelling is ook wel een beetje eigen aan stratenlopen. Er heerst altijd een amicaal ons-kent-ons-sfeertje, maar hoe dan ook meet je je met lopers die ongeveer even snel zijn als jij om hierover nadien complimenteus na te praten.

Het startsein werd gegeven om 16u. Ik had me dus al een hele dag kunnen opjutten. De eerste kilometer verliep min of meer volgens plan: ik liep in het zog van dame 2, met een kilometertijd van 4’11” weliswaar belachelijk snel. Destijds was dat hoe wij (Roos en ik) onze wedstrijden liepen: zo snel mogelijk vertrekken en dan pompen om niet te verzuipen. Aangenaam lopen was het niet, maar het werkte meestal wel. De tweede kilometer verliep ongeveer gelijkaardig. Ik herinner me dat we over een bospad liepen en dat ik me realiseerde dat we nooit eerder zo in elkaars buurt liepen. Wat de aanleiding precies was om plots van mijn tactische plan af te wijken, weet ik niet meer. Waar en hoe het precies gebeurde ook niet. Na een dikke 2 kilometer liep ik op gelijke hoogte met mijn rechtstreekse concurrente en zette ik nog een versnelling in om me definitief los te lopen. Helemaal niet volgens plan. Ik denk dat de adrenaline door mijn lijf gierde. Op dat moment leek het me echter comfortabeler om zelf op kop te lopen en een tempo op te leggen. Iemand “moeten” volgen kan behoorlijk vermoeiend en imponerend zijn. Ik nam de race dus in eigen handen. Zo werd wat al een heel riskant plan was, nog meer een mission impossible. Nooit eerder had ik haar op zo’n korte afstand kunnen verslaan. De kans dat ik me aan dit verschroeiende tempo zou opblazen was veel groter dan dat ik het zou kunnen volhouden. Ik probeerde niet achterom te kijken, maar ik benutte elke kans die ik had om uit mijn ooghoek te kijken hoe ik ervoor stond. Verbazend goed, zo bleek. Ik had een kloof kunnen slagen en die zag ik steeds een beetje groter worden.

Ik ging voluit op de afdaling in de Bosstraat. Het enige waar ik aan kon denken was die voorsprong behouden. Na 5 kilometer maakte ik een grote U-bocht langs dranghekken om de tweede ronde te beginnen. Ik passeerde Roos aan de andere kant, die meteen kon zien hoe groot mijn voorsprong op dat moment was. Roos heeft het over de killerblik die op mijn gezicht te lezen stond. Al kan dat ook een latere toevoeging zijn gezien de heroïsche status die het verhaal inmiddels verworven heeft. Mijn kilometertijden bleven erg hard gaan en hoe arrogant het ook klinkt, ik was halverwege de wedstrijd al zegezeker. Als een malle raasde ik over het parcours. Niet te stoppen. Onoverwinnelijk. Na 45 minuten en 56 seconden zaten mijn 10,2 kilometers er op. Ik eindigde als tweede vrouw in mijn categorie met maar liefst 2 minuten en 32 seconden voorsprong op dame 2. Ik was officieel de winnares van het Loopcriterium bij de dames senioren. Mijn eindoverwinning was goed voor een waardebon van 125 euro waar ik een paar Scott Kinabalu trailschoenen mee kocht, die ik nog steeds heb.

Zoals ik al zei: dit verhaal is tussen Roos en mij een beetje een eigen leven gaan leiden. Ik heb altijd gedacht dat ik mijn snelste kilometer liep op de laatste afdaling van de Bosstraat, toen ik dus zou gaan finishen. Uit de analyse van mijn Garmin-gegevens blijkt dat echter gebeurd te zijn op de eerste afdaling. De 3’53” zag ik helaas niet op mijn horloge verschijnen als kilometertijd omdat ik die snelste kilometer ergens tussen de 3,5 en 4,5 kilometer gelopen heb. Wel kan ik zien dat ik daar maximumsnelheden heb gehaald van rond de 3’10”. Dat is niet meer verschroeiend snel, maar Kipchoge-snel. Door mijn veranderde loopgewoontes tijdens de lockdown keerde ik meermaals terug naar de Bosstraat. Mijn kilometerverhaal mag dan heroïsche vormen hebben aangenomen, ik schrok toch oprecht van de slechte staat van die weg. Met elke stap die je aan hoge snelheid zet, riskeer je op z’n minst je voet te verzwikken. Elke steen is letterlijk een potentieel struikelblok. Als je echt tegen de grond kletst, kunnen de gevolgen ernstig zijn. Ik heb daar risico’s genomen die niet in verhouding waren met wat er op het spel stond. Op dat moment had het beest in mij het roer volledig overgenomen. Ik had destijds niet het gevoel dat ik roekeloos was en onnodige risico’s nam. Geen haar op mijn hoofd dat er nu aan denkt om uitgerekend daar records te gaan neerzetten.

Wie naar beneden heeft gescrold voor een heldenfoto van die dag is eraan voor de moeite. Foto’s maken deden we toen simpelweg niet. De foto boven deze tekst maakte ik tijdens mijn tassenfotoshoot in Bertembos en het is helaas niet de bewuste Bosstraat. Ook wie ik nu warm heb gemaakt voor de Teussersjogging en consorten zal ik moeten teleurstellen. Het Loopcriterium ging ter zielen en zo blijk ik dus de laatste editie op mijn naam te hebben geschreven. Nu besef ik ook dat ik tijdens dat najaar van 2016 een sportieve piek bereikte. Drie weken na mijn memorabele run door de Bosstraat zou ik mijn beste marathon ooit lopen in Brussel. Nog twee weken later een sterk PR op de halve marathon in Amsterdam. Maar toch, het is dit verhaal dat zal blijven. Zeg, Roos: weet je nog toen in Bertem?

Het moment – Vakantie in Den Haag

De kans is reëel dat Den Haag dit jaar de enige plek zal zijn waar ik over de landsgrenzen heen zal overnachten. Zo wordt 2020 niet alleen het jaar van afstandsleren, lockdowns en mondmaskers, maar zeker ook van Den Haag. Roos en ik spendeerden het afgelopen weekend net geen 48 uur in de administratieve hoofdstad van Nederland. Een mini-vakantie over de grens omdat Den Haag echt alles (en zelfs meer) te bieden heeft waar wij samen zo van kunnen genieten. Daarom besloten we dat Den Haag ons Parijs in Nederland is. Wie ons een beetje kent, weet dat dat het grootste compliment is dat we een stad kunnen geven. En om het gemis van Parijs wat te verzachten: in Den Haag is alles zo vlak als een biljarttafel en kan je ook nog eens heel fijn (en veilig!) fietsen. Hoewel ik het Frans wel wat mis, vindt Roos het bovendien mooi meegenomen dat ze er ook nog eens dezelfde taal spreken. Het relaas van ons weekend leest bijgevolg als een onvervalste lofzang op onze favoriete Nederlandse stad.

IMG_3219b

Toen we in 2016 onze eerste CPC Loop liepen, konden we niet vermoeden dat Den Haag het tot een volwaardige vakantiebestemming zou schoppen. We voelden ons natuurlijk heel erg welkom bij onze neef Maarten en diens gezin en “de klik” met de stad was er meteen. Die CPC werd de jaarlijkse aanleiding om een weekend bij Maarten, Irene, Senne en Lev te spenderen. Intussen hebben we al zoveel mooie familieherinneringen aan die weekends en de junglekamer van Lev (waar Roos en ik altijd mogen logeren) dat het lopen soms zelfs bijzaak lijkt te worden (en dat zeg ik niet snel). We twijfelden dan ook niet om eens zomertijd in Den Haag door te brengen: in het huis van Maarten & Co, helaas zonder hun gezelschap, aangezien ze zelf op vakantie waren.

IMG_3191b

Een groot pluspunt van Den Haag is de nabijheid van de zee: extra mooi meegenomen bij tropische temperaturen. Het enige euvel dat we moesten overwinnen, was de autorit naar het noorden. Mijn auto heeft namelijk geen airco (ja echt). In de praktijk betekende dit dat de eerste ernstige zweetuitbraken een feit waren op de Brusselse ring. Kleine domper op de zweetvreugde was bovendien dat onze favoriete tussenstop, zijnde de La Place net over de grens, blijkbaar de deuren gesloten heeft zonder ons – trouwe klanten – hiervan persoonlijk op de hoogte te brengen. Yes, we zouden onze eindbestemming nog sneller bereiken! Eenmaal aangekomen verwonderden we ons nog eens over de prachtige woning waar we mochten verblijven. We trokken iets frisruikender aan en sprongen op de fiets richting zee. In Nederland is fietsen echt kinderspel: werkelijk overal staan wegwijzers. Volgens Belgische normen vonden wij de drukte in Scheveningen-bad “gezellig druk”. Geen idee welke kleurcode hier zou bij horen. Ik haalde wat herinneringen op aan hoe ik als kind een begenadigd en succesvol schelpenverzamelaar was. Roos luisterde aandachtig, zoals ze dat altijd doet. We eindigden onze dag op een gezellig terras waar ook het eten ons geenszins teleurstelde.

IMG_3200b
Roos en haar ontbijtkommen.

Zaterdag begonnen we met een stevig ontbijt. Vervolgens brachten we een bezoekje aan De Bijenkorf. De gewoonte wil dat we daar zelden iets kopen, maar vooral veel wooninspiratie stelen met onze ogen. We gingen solden shoppen in de Hema (Roos kocht vier ontbijtkommen) en brachten nog een bezoek aan boekhandel Van Stockum (ik hield me in en kocht niets). Als lunch gingen we voor koffie en taart bij Bagels en Beans, die hebben aan ons een heel goede klant als we in Nederland zijn. Tijd om weer naar zee te vertrekken. We besloten naar het wat rustigere Zuiderstrand te fietsen. Daar kwam ik zelf iets te weten wat ik nog niet wist over Roos: zij loopt het liefst met waterschoenen over het strand omdat ze die scherpe randjes in het zand zo vervelend vindt. Na een stevige wandeling (ik blootvoets) zetten we ons neer bij strandpaviljoen Zuid. We dronken lauw Belgisch bier uit een kartonnen beker en – geloof het of niet – het smaakte fantastisch! ’s Avonds genoten we van een diner bij gastropub Van Kinsbergen. Ik denk dat we aan de meest ideale tafel zaten op het gezelligste plein van Den Haag. Eentje om te onthouden!

IMG_3204b

We eindigden de dag op een plek waar ons hart een beetje sneller gaat slaan. Het Malieveld is voor de Hagenezen wellicht slechts een groot grasveld waar al eens een manifestatie plaatsvindt. Voor ons is het dé plek van de CPC: start, finish, zenuwen, dixi’s en veel emoties. In maart is het Malieveld een bruine vlakte waar regenlaarzen best handig zouden zijn. In de zomer is het grasveld dus gewoon groen en hebben de bomen bladeren. Het voelde onwezenlijk dat we hier amper vijf maanden geleden nog een halve marathon liepen. De herinneringendoos ging weer open en we bespraken uitgebreid en met veel inleving onze laatste lijn en bocht naar de finish. Geïnspireerd door het Malieveld begonnen we zondagochtend met een bescheiden looprondje. De benen voelden stram aan, maar liepen zoals altijd los. Na ons ontbijt maakten we nog een fietstocht door het Westduinpark. Onze conclusie: in België kunnen we veel leren van de Nederlandse kust. Nog maar eens veel duimpjes omhoog voor de faciliteiten van Den Haag. We beseften vooral dat we nog veel te ontdekken hebben in de stad waar we steeds beter onze weg kennen. Hoe zou Den Haag er eigenlijk uitzien in de herfst?

IMG_3211b
Zeg nooit NOOIT grasveld tegen het Malieveld!

P.S. Sorry Machteld en Jelle dat we Den Haag voorlopig verkiezen boven Rotterdam.
Sorry Murielle dat Roos het Nederlands verkiest boven het Frans.

Het moment – De tol van de onvoorspelbaarheid

En toen werd het dus plots echt stil. Door de verscherpte corona-maatregelen blijven we plichtbewust braafjes thuis en proberen we uit te blinken in social distancing, een begrip waar we tot voor kort nog nooit van hadden gehoord. Waar ik het aan het begin van de week nog onwezenlijk vond dat ik twee weken geleden een halve marathon liep in Nederland, lijkt het nu onvoorstelbaar dat ik vorige week nog met mijn leerlingen in de klas zat, wetende dat de lessen opgeschort zouden worden. Naïef als ik was, kon ik het toen nog ongegeneerd jammer vinden dat mijn voorjaarsmarathon werd uitgesteld. Ik kon nog semi-zorgeloos 30 kilometer lopen en nadien aan tafel zitten met mijn familie. Ondenkbaar in de huidige fase. We staan nu wellicht voor de grootste uitdaging: het gewone leven verderzetten in lockdown light versie.

Mijn persoonlijke coronasituatie is de volgende. Ik woon alleen met mijn twee katten, die zich uiteraard van geen kwaad bewust zijn. In de mate van het mogelijke probeer ik van thuis uit voor school te werken. Ik las al drie boeken. Het stevigere huishoudelijke werk liet ik vooralsnog links liggen. Ik ga dagelijks lopen of fietsen. Ik maak me niet schuldig aan hamsteren en hoop dat ik met mijn 15 rollen wc-papier nog wel eventjes voort kan. Mijn gemoed kent dalen en pieken. Alleen wonen is nu echt wel heel alleen. Het is next level alleen zijn. Hoewel tijd, voorheen nog een kostbaar goed, nu op een plateautje wordt aangeboden, voelt het als een vergiftigd geschenk dat we noodgedwongen moeten aanvaarden. In theorie heb ik nu wel tijd voor de verwaarloosde to-do’s die lang werden uitgesteld onder het mom geen tijd voor. In de praktijk staat mijn hoofd daar (nog) niet naar.

Het coronavirus voelt soms als een zwaard van Damocles dat me boven het hoofd hangt. In De Morgen las ik dat het de onvoorspelbaarheid is die dit virus gevaarlijk maakt: wetenschappers en artsen weten relatief weinig over Covid-19 en hoe het zal evolueren. Voor ieder van ons geldt ongeveer hetzelfde: de onvoorspelbaarheid van deze ongeziene situatie boezemt ons angst in. Wat voordien een vanzelfsprekendheid was, wordt nu een bekommernis. Zo is een eenvoudige bezigheid als boodschappen doen van elke alledaagsheid verheven. Een bezoek aan de supermarkt werpt prangende vragen op. Wanneer ga je? Zal de rij niet te lang zijn? Hoe leeg zullen de rekken zijn? Ik ben geen panikeur, verre van, maar zelfs voor mijn nuchtere ik voelt het ongemakkelijk aan om plannen te maken op lange termijn. Zullen de lessen hervat worden na de paasvakantie? Zullen we in de zomer op vakantie kunnen gaan? Koffiedik kijken moet de vaakst gebruikte uitdrukking zijn van de afgelopen weken. Omdat het onvoorspelbaar is wanneer de besmettingen in België een piek zullen bereiken, weten we ook niet in welke situatie ons land, en dus ook ons individuele leven, zich over een paar weken zal bevinden.

Er is gelukkig ook een positieve kant aan dit verhaal. De natuur kan op adem komen omdat vliegtuigen en auto’s in de garage blijven staan. Huizen worden van onder tot boven opgeruimd. Honden werden nog nooit zo vaak uitgelaten. Small talk bij de bakker voelt aan als een echt gesprek. Met respect voor de social distance haalt een ieder van ons dagelijks moeiteloos de kaap van de 10.000 stappen. Fietsen, loopschoenen en inline skates die eerder nog stof lagen te vangen, worden prompt gebombardeerd tot onze nieuwe beste vrienden. Het knikje onder lopers lijkt hartelijker, het fietsverkeer hoffelijker. Voor velen voelt dit waarschijnlijk aan als een herkansing voor de te vroeg gesneuvelde goede voornemens. We lijken ons massaal klaar te stomen voor een nationale conditie- en gezondheidstest. Hoewel ik het bos niet langer voor mij alleen heb, kan ik die omhelzing van de buitensport alleen maar toejuichen. Op voorwaarde dat we dan niet de auto nemen om naar park of bos te gaan en dat de nodige afstand gerespecteerd wordt.

Ik zei al eens dat de metaforische waarde van de marathon onuitputtelijk is. Zo ook voor de uitzonderlijke situatie waarin we ons nu bevinden. De marathon is een race van alleen en toch ook samen. We zitten allemaal in ons eigen leventje vast, maar iedereen is wel aan boord van hetzelfde schuitje. Alleen door simpelweg de ene voet voor de andere te zetten, zullen we alleen en ook samen de finish bereiken. Daar is wilskracht voor nodig, want die inspanningen wegen eerder mentaal dan fysiek door. We zullen doorgaan, zo luidt het devies van niemand minder dan Ramses Shaffy (en inmiddels ook van Radio 1). We kunnen daar nog een schepje bovenop doen. De heer Shaffy heeft ook een lied met als titel We leven nog. Alleen Ramses Shaffy kan zo overtuigend dramatisch zingen dat je niet anders kan dan er spontaan bij te glimlachen.

IMG_2291b

Het moment – Wat ik leerde in februari

We krijgen vandaag een extra februaridag cadeau. Een schrikkeldag die probeert om in de voetsporen te treden van zijn beduchte voorgangers in deze turbulente weermaand. Behalve een hittegolf werden we geconfronteerd met zowat elk denkbaar klimatologisch element. Voor de actieve buitensporter is het adjectief uitdagend hier dan ook op zijn plaats. Dat nam niet weg dat februari, in tegenstelling tot het slakkengangetje van januari, aan sneltreintempo voorbij raasde. Het was een leerrijke maand op verschillende fronten. Op school verbaasden mijn leerlingen me met hun kennis over het coronavirus en hun pessimistische blik op de toekomst. Ik kan jullie vertellen dat de klimaatbezorgdheid nog steeds leeft onder de jeugd. Daarnaast trainde ik vrolijk verder voor mijn Rotterdam marathon die nu met rasse schreden nadert. Vandaag liep ik een halve marathon en tikte ik in februari zo eventjes 275 loopkilometers af. Er was het afgelopen anderhalf jaar geen maand waarin ik meer kilometers liep. Hier volgen mijn lessen van februari 2020.

10 graden is een ellendige temperatuur
Vorig jaar eindigde februari met temperaturen die verdacht veel op zomer leken. Ik ging in korte broek fietsen in een kurkdroog bos. Natuurlijk zette het weer ons toen vakkundig op een vals spoor. Er volgde nog een winterprik in maart. De afgelopen februarimaand kenmerkt zich door de verraderlijke temperatuur van 10 graden: voor een zweter als ik is dat te warm om je echt winters te kleden, maar ook te koud om het idee te hebben dat het voorjaar wordt. Noch-vlees-noch-vis-temperaturen kortom. Tel daar wat regen en wind bij op en je lijkt op elk moment verkeerd gekleed te zijn.

Sluit je niet op omdat het stormt
Pistolets op zondag werd vervangen door storm op zondag. Elke stormdag heb ik gefietst en gelopen, waardoor ik durf te concluderen dat het uiteindelijk wel meeviel. Op de fiets beperkte ik mijn verplaatsing tot wat praktisch noodzakelijk was. Al lopend legde ik mezelf geen beperkingen op. Ook vandaag werd ik tijdens mijn halve marathon getrakteerd op een scherpe tegenwind tijdens mijn laatste kwart. Mijn ervaring is dat je niet heel veel trager loopt in de wind. Als je alleen loopt, boet je wel wat in aan loopplezier. Toen ik vorige week samen met Roos de wind pal op de neus kreeg langs de Demer kon dat de pret absoluut niet drukken. Wie zijn gezond verstand gebruikt, kan heus de deur wel uit tijdens stormweer.

Sneeuw is niet één en al romantiek
Woensdag begon idyllisch. Ik stapte mijn bed uit, zag sneeuwvlokjes dwarrelen en heel voorzichtig vormde er zich een bescheiden sneeuwtapijtje. Op de radio weerklonk De eerste sneeuw van Jan De Wilde. Ik was helemaal klaar voor twee dagen sneeuwpret. Na de middag stond er een looptraining met versnellingen op het programma. Ik stelde vast dat de sneeuw vooral nattigheid genereerde op de paden en tegen beter weten in hoopte ik dat ik donderdag alsnog door de sneeuw zou kunnen lopen. Wat toen echter uit de lucht viel, was het slechtste van twee werelden: extra natte en ijskoude regen. Ik liet me niet tegenhouden en trok naar het bos voor wat een ontspannen loopje zou moeten worden. Donderdag 27 februari gaat de geschiedenis in als depri-loopje van 2020. Het bos lag er mistroostig bij. Mijn kleding werd al snel nat en zwaar. Ik dacht zelfs dat ik het koud zou gaan krijgen. In plaats van loslopen, leep ik mijn benen juist stijf te lopen. De eerste sneeuw was niet wat ik ervan verwacht had.

Snel lopen zit net zo goed tussen je oren
Ter voorbereiding van mijn marathon loop ik wekelijks intervals op mijn marathontempo. De eerste intervaltrainingen overtroffen mijn verwachtingen ruimschoots. Mijn benen voelden fris en quasi moeiteloos kon ik in drie blokken een stevig tempo aanhouden. Vorige week liep de benenwagen stroever en gooide ik het idee van een intervaltraining aanvankelijk overboord. Ik kwam op die beslissing terug en hield me voor te beginnen met één kilometer te versnellen. Dat ging beter dan verwacht. Uiteindelijk legde ik dezelfde training af als de weken voordien en evenaarde ik de tijden die ik liep met de superbenen van toen. Gisteren voelde mijn benen weer minder fris, maar ook deze keer kon ik nog steeds behoorlijk hard lopen. Dat is geen pleidooi om tekenen van vermoeidheid te negeren, wel dat een eerste gevoel bedrieglijk kan zijn. Als een bepaald tempo eenmaal in je benen zit, heb je niet altijd superbenen nodig om dat van stal te kunnen halen.

Luister eens naar een podcast
Mijn broer Seppe heeft naast een blog ook een podcast met zijn vrienden van De Jogclub. Elke vrijdag verschijnt er een nieuwe aflevering van De Jogclub met een andere gast. De afgelopen week heb ik de tijd genomen om achterstallige podcasts bij te luisteren. Zo heb ik me laten inspireren door de avonturen van onder andere Matthieu Bonne (één van de achttien Belgen die het kanaal overzwom en later ook deelnemer van Kamp Waes), Michel Wuyts (naast wielerverslaggever ook gedreven marathonloper), Olivier Sels (over de 1200 kilometer lange fietsuitdaging Parijs-Brest-Parijs) en Willem Van Schuerbeeck (Belgische topmarathonloper). Warm aanbevolen!

 

 

 

Het moment – En nu op naar 2020!

Lieve lezers

Op kerstdag maakte ik een boswandeling. Een zeldzaamheid, want ik begeef me eigenlijk nooit op wandeltempo door het bos. Het deed me oprecht deugd om zonder verwachtingen mijn ene voet voor de andere te zetten, zonder snelheid te maken, zonder vooropgesteld doel en verdere planning in mijn hoofd. De zon scheen zelfs en ik ging op een bank zitten. Ik hield geen terugblik op mijn jaar. Er schoten geen grootse ideeën door mijn hoofd. Voor eventjes was het gewoon heel fijn om op die bank te zitten. Tot ik me weer verveelde en verder wandelde.

Mijn prestatie in de Hel van Kasterlee zindert nog na. Ik doorstond heel wat emoties tijdens mijn strijd van bijna 12 uur. Na de opluchting overheerst nu het warme gevoel dat ik kreeg door de complimenten en overdonderend mooie woorden uit verschillende hoeken. Sport dat is emotie, twijfel daar maar niet aan. Heel wat mensen vonden hun weg naar mijn blog en lieten een hartverwarmend bericht achter. Zelfs als ik diep nadenk, vind ik niet de juiste woorden om uit te drukken hoeveel deugd mij dat doet.

2019 was een vurig jaar. Het ging soms van hard, harder, hardst waarbij ik mezelf al eens uit het oog verloor. Soms voelde ik me onoverwinnelijk on top of the world, soms een mislukkeling die alleen maar in de zetel wilde liggen. Ik werd ontroerd, verbaasd en diep geraakt door wat ik las en zag. Ik huilde dikke tranen van miserie, maar ook onzichtbare tranen van tevredenheid. Ik liep en fietste, soms alsof mijn leven ervan afhing, meestal omdat het gewoon zo plezierig was. Ik leerde dat wie zich kwetsbaar durft op te stellen geen zwakkeling is. 2019 was kortom een jaar waarin ik mezelf weer wat beter leerde kennen, in goede en kwade dagen.

2020 staat ongeduldig aan de deur te wachten. Binnenkomen doet het sowieso. Het viel me op dat 2020 er handgeschreven uitziet als zozo. Ik hoop dat het jaar voor jullie allesbehalve zozo mag zijn. Dat het een jaar mag worden van zooooo en ohzo! van zo, dat nemen ze me niet meer af en van hehe, zo is het wel weer mooi geweest. Ik wens jullie vooral heel veel van het kleine. Een joggingbroekmoment, een spinnende kat op schoot, een lekkere boterham met kaas (of iets anders), een mooi bos en veel liefde in al zijn verschijningsvormen. Ik wens jullie ook een beetje van het grootse. Zo nu en dan een moment waarop je boven jezelf en het universum uitstijgt. Zoek niet wat je niet kan of durft, maar doe waar je al vaak aan dacht. Denk eens goed na. Doe wat goed voelt. Doe vooral.

Bedankt voor alles! Jullie zijn geweldig!

Joke
X

 

 

Over mijn luxueuze koffiemomenten

Koffie en ik: wij zijn heel goede vrienden. Ik dronk mijn eerste koffie toen ik een jaar of 16 was op kampeervakantie met de familie in Engeland omdat de wind er al eens voor zorgde dat ik achter mijn boek zat te koukleumen. Ik dronk dus koffie met veel melk om me te verwarmen. Nu begint mijn dag altijd met koffie. Niet omdat ik een shot cafeïne nodig heb om wakker te worden of de dag aan te kunnen, maar omdat mijn uitgebreide ontbijt gewoonweg niet compleet is zonder koffie. Ook later op de dag heb ik nood aan koffiemomenten. Koffie drinken dat is namelijk een rustmoment inbouwen: eventjes zitten en tot jezelf komen. Zonder overdrijven, dankzij mijn sacrale koffiemomenten kon ik de afgelopen maanden het hoofd koel en boven water houden.

Ik zet mijn koffie op de ouderwetse manier: met een voorverwarmde filter waar je heet water over giet in een voorverwarmde mok. Slow coffee heet dat in hippe middens. Dangerous coffee zou ook een geschikte benaming kunnen zijn, want ik verbrandde me al eens lelijk door een wankele filteropstelling. Er was een tijd dat ik in de supermarkt koos voor merken waarvan ik dacht dat ze kwalitatief hoogwaardige koffie afleverden. Die koffie smaakte, maar gaf me ook een klef mondgevoel achteraf. Alsof de cafeïne zich had vastgezet op mijn tong. Dit is waar de échte kwaliteitskoffie zijn intrede doet in mijn verhaal. Ik leerde namelijk dat die verbrande smaak in je mond te wijten is aan de (te) hoge temperatuur waaraan zulke koffies worden gebrand. Producenten doen dit om kosten uit te sparen bij het selectieproces. Hun geoogste koffiebonen worden minder streng beoordeeld, waardoor ook slechte bonen de selectie halen. De aanwezigheid van één slechte koffieboon kan de smaak van een grote hoeveelheid verpesten. De koffie wordt bijgevolg aan een hogere temperatuur gebrand opdat je dit niet zou proeven.

IMG_1773b

De beste koffie koop je bij koffie (& thee) Onan in Leuven. Ik stapte er eens binnen voor een cadeautje en kocht toen ook voor mezelf een zakje kwaliteitskoffie. In de eerste plaats omdat ik niet onbewogen bleef bij de uitleg van Chloé over hun nauwe samenwerking met lokale koffieboeren in onder andere Brazilië en India. Bij Onan weten ze exact waar hun koffiebonen vandaan komen, hoe die groeien en in welke omstandigheden ze geoogst worden. Het oogst- en selectieproces verloopt manueel, waardoor de lokale boeren een correcte prijs krijgen en een topproduct kunnen afleveren. Vervolgens worden de koffiebonen verscheept naar België, alwaar ze door Chloé ter plaatse worden gebrand. Heel veel liefde voor een product en net zoveel vakmanschap: een gouden combinatie. Je moet ook geen kenner zijn om het verschil te proeven. Al bij mijn eerste Onan-koffie proefde ik een groot verschil. De smaak van de koffieboon overheerst en niet de verbranding daarvan. Sindsdien kies ik resoluut voor de enige echte koffiekwaliteit: die van Onan.

Een andere en even belangrijke reden om een bezoek te brengen aan koffie & thee Onan is de altijd (al-tijd) hartelijke bediening van Chloé en het personeel dat ze tewerkstelt. Met de glimlach serveren ze de heerlijkste koffies en voorzien ze je van professioneel advies. Chloé en ik delen overigens hetzelfde geboortejaar. Dat schept uiteraard een band. Bovendien ken ik haar ook al van toen ik nog studeerde en zij als student werkte bij de bakker waar ik vaak kwam. We go way back dus. Ik bewonder haar ondernemerschap en de vakkennis die ze bezit. Koffie is niet zomaar een product dat ze verkoopt. Koffie zit in haar hart. Dat merk je als ze bijvoorbeeld vertelt over de verschillende smaken die je kan waarnemen in een bepaalde variëteit, over haar reizen naar de koffieplantages en de problemen waar de boeren mee kampen (olifanten die van een berg sleeën om er maar één te noemen). Alsof dat nog niet volstaat, lijkt Chloé ook over een onuitputtelijke bron energie en enthousiasme te beschikken. Nergens smaakt de flat white dan ook zo goed.

Voor al wie mij nu net heel graag op de koffie wilde vragen: ik ben geen koffiesnob, dus nodig me maar gewoon uit. Niets is zo gezellig als samen koffie drinken. Ik beschouw koffie wel als een luxeproduct. Als je beseft hoe arbeidsintensief de productie van een zakje kwaliteitskoffie is, dan is het niet meer dan normaal dat die dubbel zoveel kost als een pakje uit de supermarkt. Het is juist omgekeerd: gewone koffie is te duur voor wat het product eigenlijk is. Koffie is een edele drank die je met liefde moet maken en met aandacht moet drinken. En cafeïne is echt niet des duivels. Integendeel, niet alleen binnen een sportief kader wordt vaak gewezen op de weldadige effecten van cafeïne. Alles met mate. Tot slot geef ik jullie nog de ultieme cadeautip mee: koffie of thee van Onan! Check snel hun website voor de mooiste giftboxen!

IMG_1749b

Je vindt Onan in de Parijsstraat 28 in Leuven. Maandag tot zaterdag open van 8u30 tot 17u45. Op zondag vanaf 12u. Ook bij het warm aanbevolen Noordoever aan de Vaartkom wordt de koffie van Onan geserveerd en verkocht. Allen daarheen!