Over mijn luxueuze koffiemomenten

Koffie en ik: wij zijn heel goede vrienden. Ik dronk mijn eerste koffie toen ik een jaar of 16 was op kampeervakantie met de familie in Engeland omdat de wind er al eens voor zorgde dat ik achter mijn boek zat te koukleumen. Ik dronk dus koffie met veel melk om me te verwarmen. Nu begint mijn dag altijd met koffie. Niet omdat ik een shot cafeïne nodig heb om wakker te worden of de dag aan te kunnen, maar omdat mijn uitgebreide ontbijt gewoonweg niet compleet is zonder koffie. Ook later op de dag heb ik nood aan koffiemomenten. Koffie drinken dat is namelijk een rustmoment inbouwen: eventjes zitten en tot jezelf komen. Zonder overdrijven, dankzij mijn sacrale koffiemomenten kon ik de afgelopen maanden het hoofd koel en boven water houden.

Ik zet mijn koffie op de ouderwetse manier: met een voorverwarmde filter waar je heet water over giet in een voorverwarmde mok. Slow coffee heet dat in hippe middens. Dangerous coffee zou ook een geschikte benaming kunnen zijn, want ik verbrandde me al eens lelijk door een wankele filteropstelling. Er was een tijd dat ik in de supermarkt koos voor merken waarvan ik dacht dat ze kwalitatief hoogwaardige koffie afleverden. Die koffie smaakte, maar gaf me ook een klef mondgevoel achteraf. Alsof de cafeïne zich had vastgezet op mijn tong. Dit is waar de échte kwaliteitskoffie zijn intrede doet in mijn verhaal. Ik leerde namelijk dat die verbrande smaak in je mond te wijten is aan de (te) hoge temperatuur waaraan zulke koffies worden gebrand. Producenten doen dit om kosten uit te sparen bij het selectieproces. Hun geoogste koffiebonen worden minder streng beoordeeld, waardoor ook slechte bonen de selectie halen. De aanwezigheid van één slechte koffieboon kan de smaak van een grote hoeveelheid verpesten. De koffie wordt bijgevolg aan een hogere temperatuur gebrand opdat je dit niet zou proeven.

IMG_1773b

De beste koffie koop je bij koffie (& thee) Onan in Leuven. Ik stapte er eens binnen voor een cadeautje en kocht toen ook voor mezelf een zakje kwaliteitskoffie. In de eerste plaats omdat ik niet onbewogen bleef bij de uitleg van Chloé over hun nauwe samenwerking met lokale koffieboeren in onder andere Brazilië en India. Bij Onan weten ze exact waar hun koffiebonen vandaan komen, hoe die groeien en in welke omstandigheden ze geoogst worden. Het oogst- en selectieproces verloopt manueel, waardoor de lokale boeren een correcte prijs krijgen en een topproduct kunnen afleveren. Vervolgens worden de koffiebonen verscheept naar België, alwaar ze door Chloé ter plaatse worden gebrand. Heel veel liefde voor een product en net zoveel vakmanschap: een gouden combinatie. Je moet ook geen kenner zijn om het verschil te proeven. Al bij mijn eerste Onan-koffie proefde ik een groot verschil. De smaak van de koffieboon overheerst en niet de verbranding daarvan. Sindsdien kies ik resoluut voor de enige echte koffiekwaliteit: die van Onan.

Een andere en even belangrijke reden om een bezoek te brengen aan koffie & thee Onan is de altijd (al-tijd) hartelijke bediening van Chloé en het personeel dat ze tewerkstelt. Met de glimlach serveren ze de heerlijkste koffies en voorzien ze je van professioneel advies. Chloé en ik delen overigens hetzelfde geboortejaar. Dat schept uiteraard een band. Bovendien ken ik haar ook al van toen ik nog studeerde en zij als student werkte bij de bakker waar ik vaak kwam. We go way back dus. Ik bewonder haar ondernemerschap en de vakkennis die ze bezit. Koffie is niet zomaar een product dat ze verkoopt. Koffie zit in haar hart. Dat merk je als ze bijvoorbeeld vertelt over de verschillende smaken die je kan waarnemen in een bepaalde variëteit, over haar reizen naar de koffieplantages en de problemen waar de boeren mee kampen (olifanten die van een berg sleeën om er maar één te noemen). Alsof dat nog niet volstaat, lijkt Chloé ook over een onuitputtelijke bron energie en enthousiasme te beschikken. Nergens smaakt de flat white dan ook zo goed.

Voor al wie mij nu net heel graag op de koffie wilde vragen: ik ben geen koffiesnob, dus nodig me maar gewoon uit. Niets is zo gezellig als samen koffie drinken. Ik beschouw koffie wel als een luxeproduct. Als je beseft hoe arbeidsintensief de productie van een zakje kwaliteitskoffie is, dan is het niet meer dan normaal dat die dubbel zoveel kost als een pakje uit de supermarkt. Het is juist omgekeerd: gewone koffie is te duur voor wat het product eigenlijk is. Koffie is een edele drank die je met liefde moet maken en met aandacht moet drinken. En cafeïne is echt niet des duivels. Integendeel, niet alleen binnen een sportief kader wordt vaak gewezen op de weldadige effecten van cafeïne. Alles met mate. Tot slot geef ik jullie nog de ultieme cadeautip mee: koffie of thee van Onan! Check snel hun website voor de mooiste giftboxen!

IMG_1749b

Je vindt Onan in de Parijsstraat 28 in Leuven. Maandag tot zaterdag open van 8u30 tot 17u45. Op zondag vanaf 12u. Ook bij het warm aanbevolen Noordoever aan de Vaartkom wordt de koffie van Onan geserveerd en verkocht. Allen daarheen!

 

Het moment – Schrijftalent gespot in de klas

Schrijver, journalist, avonturier, Lost Generation, Nobelprijswinnaar. Het is onmogelijk en zelfs ronduit oneerbiedig om Ernest Hemingway te beschrijven in amper zes woorden: welgeteld één woord per decennium dat Hemingway de literatuur van de 21e eeuw gestalte gaf. In zes woorden kan je het turbulente leven van de in Chicago geboren Amerikaan niet vatten. Geen woord over zijn bewogen leven in Parijs tijdens de roaring twenties. Geen woord over zijn twee huwelijken en drie zonen. Geen woord over zijn betrokkenheid tijdens de wereldoorlogen en de Spaanse Burgeroorlog. Geen woord over zijn trieste levenseinde dat getekend werd door alcohol en depressies. Geen woord over zelfdoding. Nochtans was het Ernest Miller Hemingway himself die – zo wil het verhaal – op café een weddenschap met vrienden afsloot omdat hij beweerde een verhaal van slechts zes woorden te kunnen schrijven. For sale, baby shoes, never worn krabbelde hij neer en de weddenschap was gewonnen.

Ik legde Hemingway’s ver doorgedreven vorm van flash fiction voor aan mijn leerlingen van het vijfde jaar. De eerste vraag was: is dit wel een verhaal? De meningen waren verdeeld. Langs de ene kant hoorde ik een duidelijke nee omdat er geen personages zijn, je helemaal niets weet en die zes woorden net zo goed een betekenisloos zoekertje in de krant zouden kunnen zijn. Langs de andere kant gingen er ook heel wat stemmen op voor de verhalende waarde van deze korte zin. Hemingway’s zes woorden roepen een beeld op: een vader en moeder verliezen een kind en bieden de voorziene schoentjes te koop aan. Je voelt de leegte en het verdriet, ook al staan die er niet. Een leerling concludeerde dat zes woorden geen verhaal vormen, maar dat ze wel een verhaal kunnen vertellen. Laat net dat de kern zijn van een six word story ofte zes-woorden-verhaal.

Ik daagde de vijfdejaars leerlingen uit om een verhaal van exact zes woorden te schrijven. Omdat je ware creativiteit niet aflevert op bevel was het een vrijblijvende taak en een bescheiden wedstrijd onder het mom: wie is de Hemingway van onze school? Om een verhaal te vertellen met zes woorden moet je vertrekken vanuit een groter verhaal. In de klas bedachten leerlingen dus een overdaad aan dramatische situaties. Dat grotere verhaal werd vervolgens steeds kleiner en korter tot er een minimum aan woorden overbleef. Een schrijfoefening waarbij je meer moet schrappen dan schrijven, zonder dat de lezer het gevoel krijgt dat er betekenisvolle woorden zijn weggelaten. Het is een delicaat evenwicht tussen net genoeg vertellen om je lezer te prikkelen zodat die een concrete situatie voor ogen krijgt en voldoende mysterie behouden zodat de verbeelding het verhaal kan vormen. Een zes-woorden-verhaal overstijgt ook de gevatte quote.

Er bevindt zich duidelijk heel wat creatief schrijftalent onder mijn leerlingen en daar kan ik niet anders dan heel gelukkig van worden. Kiezen tussen 22 parels was een aartsmoeilijke opdracht. Uiteindelijk mochten alle leerlingen van het vijfde jaar hun stem uitbrengen, net zoals mijn collega’s Nederlands en de directie. Schrijven is schrappen en kiezen is ook verliezen. Het viel meteen op dat enkele verhalen er bovenuit staken en afgetekend de leiding namen. De nummer 1 liet zich niet van de troon stoten. Voor de ereplaatsen ging het lang haasje over. Gisteren werden de prijzen uitgereikt en de winnaars bekend gemaakt. Ga nu goed zitten en geniet van de beste verhalen. Winnaars Staf en Lucas staan uiteraard bovenaan.

Laatste halte, laatste regen, eerste tranen – Staf & Lucas
Ik en jij, maar nooit wij – Firdaous
Eén sms, schreeuwende banden, akelige stilte – Dante
Enkel mijn ogen zagen de waarheid – Amber
Wil niet weten wie me vasthoudt – Wica
Edelachtbare, u hebt de verkeerde voor – Maud
Hij traint elke dag, toch ontspoord – Ben
Jouw ogen, mijn blik, een ogenblik – Sarie & Seppe
Beroofd: kindertijd – Syrië – Oeganda – India – Zweden – Emely
Dromend zag ik hoe jij stierf – Lucas

IMG_1654b
Kasper (plaatsvervanger van Amber), Staf, Lucas, Wica, Dante en Maud: de top 5!

Wil je nog meer lezen en weten over Ernest Hemingway? Groot gelijk! Lees dan een echt boek van de meester. A Farewell to Arms is één van die boeken die mij tot tranen toe beroerd heeft: een verhaal dat heel diep sneed en waar ik nog vaak aan terugdenk. Ook de unieke sfeer van Fiesta: The Sun Also Rises kan ik zo weer oproepen. Als het iets luchtiger mag zijn, kijk dan vooral naar Woody Allens Midnight in Paris (al is het voor de Parijse scenery). Een (mislukte) schrijver met een romantische ziel is met zijn verloofde in Parijs. Vol weemoed verlangt hij naar de literaire wereld van de jaren twintig tot hij op een avond nietsvermoedend belandt in die roaring twenties. Hij ontmoet er kleurrijke sleutelfiguren waaronder Scott F. Fitzgerald (schrijver van The Great Gatsby), Gertrude Stein, Pablo Picasso en een baldadige Ernest Hemingway. Warm aanbevolen!

 

Het moment – De halve marathon in Brussel met Roos

In 2014 begonnen Roos en ik samen te lopen om iets aan onze ondermaatse conditie te doen. Ons ultieme doel was de 20 kilometer van Brussel tot een goed einde te brengen. Dankzij dat project zagen we samen af en babbelden we vooral ook heel wat af. In mei 2014 liepen wij dus voor het eerst in ons leven 20 kilometer. Het zaadje van de marathondroom was geplant: een jaar later liepen we zij aan zij onze eerste marathon. We liepen nog stratenlopen, halve marathons en nog meer marathons, maar steeds minder vaak in elkaars gezelschap. In 2019 is dat allemaal anders. We haspelden samen trailtrainingen af en liepen gezusterlijk onze vijfde 20 kilometer van Brussel. Over exact een week zullen we 4,5 jaar na ons debuut nog eens samen een marathon lopen. Als generale repetitie liepen we daarom vorig weekend de halve marathon van Brussel. Ik ben namelijk Roos’ persoonlijke haas, pacer of tempomaker die ten allen tijde het hoofd koel houdt, de klok in de gaten houdt en steeds de juiste aanmoediging heeft. Dat straffe zusje van mij heeft dat allemaal niet nodig, maar we zijn nu eenmaal graag in elkaars gezelschap.

img_1387b.jpg

De Brusselse straatstenen kennen voor onze voeten geen geheimen meer. Ons doel was in eerste instantie om het goede marathongevoel te pakken te krijgen en als het even kon ook Roos’ persoonlijk record van 1:43 op de halve marathon scherper te stellen. Voor wie het nog niet opmerkte: Roos verkeert in bloedvorm, dus een scherpe tijd zat er zeker in. Gelukkig zag ze pas gisteren hoe Eliud – King of Marathon – Kipchoge naar een fenomenale 1:59:40 snelde in Wenen. De eerste mens die onder de 2 uur dook op de marathon, kon namelijk beroep doen op maar liefst 41 hazen die elkaar afwisselden zodat Kipchoge telkens in het intieme gezelschap van 7 tempomakers liep. Roos moet het over een week 42,2 kilometer lang en ruim 3,5 uur stellen met mij. Wij hebben wel één groot voordeel ten opzichte van Kipchoge: wij zijn zussen, bloed- en zielsverwanten. We kunnen elkaar heel goed aanvoelen en inschatten. Ik kan Roos tot het uiterste drijven: door de muur, zonder dat ze zich opblaast. Of ik daarom gelijk ben aan 41 wereldtoppers uit de atletiek, dat laat ik in het midden.

Zondag 6 oktober was het weer om in de zetel te liggen en vooral niet buiten te komen. Behalve als je een halve marathon in Brussel gaat lopen. Een loper weet dat wat regen echt geen kwaad kan. We gingen van start onder een grijs wolkendek en snelden er meteen hard van door. De loophonger was groot. Voor de ambiance zorgden we vooral zelf, want veel toeschouwers waren er niet te zien. Na enkele kilometers was de eerste adrenaline gaan liggen en dwongen de tunnels ons te temporiseren. Dat nam niet weg dat we nog steeds aan een behoorlijk tempo door Ter Kamerenbos stormden. Vervolgens beloofde ik Roos 6 kilometer lang een fijne afdaling om nog eens goed door te jassen. En of dat gebeurde: we werden gelanceerd en liepen Roos’ snelste kilometertijd ooit. Niet meteen het soort records dat je moet lopen tijdens een halve marathon, maar we leken over vleugels te beschikken.

Toen we na 15 kilometer door Vorst liepen, vroeg ik aan Roos hoe hard ze aan het afzien was op een schaal van 1 op 10. Haar antwoord was een 7, wat me niet meer dan normaal leek in die fase van de wedstrijd. Ik wist toen al dat een verbetering van haar record een feit zou zijn. Voor we afsloegen naar de Tervurenlaan, zat Roos op een 8,5 op de Schaal van Afzien. Het was nu vooral belangrijk om haar zo goed mogelijk over de Tervurenlaan te loodsen: een stevige en verraderlijk lange kuitenbijter van 1,5 kilometer. In mijn zog beet Roos terug. De berg kreeg haar niet klein. De boog van het Jubelpark doemde op in de verte. Ik gaf ons een halve kilometer om op adem te komen en nog een laatste snelle kilometer uit de benen te persen. Hand in hand overschreden we de finish in een sterke 1:40:36. Roos had haar record verbeterd met maar liefst drie minuten. Jawadde!

IMG_1396b

Ik liep niet mijn snelste halve marathon in Brussel, maar ik maakte een halve marathon zelden zo bewust mee. Uit mijn loopervaring leerde ik vooral hoe fijn het is om fit te zijn. Dat je dan een snelle halve marathon kan lopen zonder daar al te veel zorgen over te hebben. Dat je dan ook nog eens kan genieten van het parcours. Dat je dan niet eens opmerkt dat het vies regenweer is. En bovenal: hoe bijzonder het is dat je dat in het gezelschap van je zus kan doen. Wat vijf jaar geleden een zot plan was, is nu de bron van het ene schitterende zussenmoment na het andere. Lang leve de zusterliefde! Op naar Brugge!

IMG_1391b

Het moment – En toen was Leah er

Dinsdag 20 augustus 2019 was een mooie zomerdag die nog stralender werd toen ik het verlossende nieuws kreeg dat de dochter van Marike en Peter geboren was. Ze kreeg de prachtige naam Leah. Na Laurien en Vik is ze het derde kleinkind van mijn ouders. Ik werd voor het eerst meter, Seppe werd voor het eerst nonkel en Roos werd voor de derde keer tante. Familie-uitbreiding dat is altijd een heuglijke gebeurtenis. Roos en ik liepen dan ook met gehaaste pas door de ziekenhuisgangen met Niko in ons zog. Liefst van al hadden we iedereen die ons passeerde door elkaar geschud en geroepen dat onze zus (!) een baby (!) had gekregen (!). En toen zagen we Leah dus voor het eerst. Met sprekend gemak overtrof ze de verwachtingen. Er schoot van alles door me heen. Ik wilde haar tot in het kleinste detail bestuderen zodat ik nooit zou vergeten hoe ze er haar eerste uren uitzag. Ik wilde de kersverse ouders vastpakken en niet meteen loslaten om te laten weten hoe fier ik op hen was. Uiteindelijk deed ik alles een beetje, denk ik.

KLCT9356

De zwangerschap werd in intieme familiale kring aangekondigd op kerstavond. Toen het nieuws officieel was, konden we openlijk aftellen naar de komst van de garnaal, zoals Roos en ik haar aanvankelijk noemden. Zo groot was ze namelijk in het prille begin. Roos en ik smeedden heel veel plannen: we zouden de garnaal de wereld laten zien, alle creatieve en sportieve registers opentrekken, een tante-dag per maand opeisen en ga zo maar verder. We waren er rotsvast van overtuigd dat die garnaal een jongen zou zijn. Ik droomde zelfs eens dat de baby de naam Louis kreeg. Tot Peter via de telefoon gevleugelde woorden sprak: ijsje, ijsje, ijsje, wij krijgen een meisje! We trokken meteen een nieuw blik met plannen open en een nieuwe fase in het grote aftellen was aangebroken. Wachten kan lang duren.

WKQU1013

In maart kreeg ik van Marike een lief kaartje met de vraag of ik meter wilde zijn van hun eerstgeborene. Wat een eer! Tijdens het marathonweekend in Parijs bespraken we uitvoerig onze naamvoorkeuren. Ik overliep alle leerlingen die de afgelopen jaren in mijn klas hadden gezeten en ik bedacht ook de waanzinnigste namen die slechts matig enthousiast onthaald werden. In mei bevond ik me als meter in een geprivilegieerde positie. Ik kreeg het ontwerp van het geboortekaartje te zien mét De Naam. We gingen naar de stoffenwinkel en stelden een kleurenpalet samen voor de doopsuikerzakjes en enkele onmisbare babyspullen waar ik als creatieve meter voor zou zorgen. Op basis van het ontwerp en de kleuren van het geboortekaartje kozen we voor wit-zwarte stoffen met okerkleurige of gouden accenten en driehoekjes. Het was de eerste stap van een top secret missie waar we later over zouden communiceren als codewoord sesam, een vondst van Peter. Ik praat graag, maar ik zwijg ook graag als er geheimen gedeeld worden. Om Roos op een dwaalspoor te zetten, verkondigde ik af en toe dat de baby Veronica zou heten en later schudde ik zelfs Kuki uit mijn mouw. Heel geloofwaardig was dat niet.

IMG_0943b

De prototypes voor de doopsuikerzakjes werden eind juni unaniem goedgekeurd door de ouders in spe, mede dankzij de stijlvolle gouden Leah-labels. Ik maakte drie verschillende zakjes: een klein ritszakje, een sleutelhangerzakje volgens dit patroon en een stropzakje. Nadien voegde ik nog sleutelhangers toe aan het assortiment. De timing voor Leahs komst was perfect. De zomervakantie begon en ik trok me een week terug in mijn hobbykamer. Er rolden niet alleen zo’n 90 zakjes van onder mijn naaimachine, maar ook naamslingers, dekentjes en aankleding voor het park. Een wolkenkussen bijvoorbeeld, anno 2019 onmisbaar voor elke pasgeborene. Zo zagen ook de eerste stuks van de exclusieve Flat White Petite collectie het levenslicht: babykleding die ik maakte met restjes van zelfmaakprojecten voor mezelf. Leah zal dus kunnen twinnen en zelfs trinnen met de voltallige familie.

IMG_0977b

Leah is nu ruim een week oud. Ze is zonder enige twijfel de knapste, liefste en bijzonderste baby die ik al ooit gezien heb. Het straffe is dat ze daar helemaal niets voor moet doen. Ze is voorbeeldig als ze vredig in de wieg ligt te slapen. Ze is een net meisje als ze een heel bescheiden babyscheetje laat. Ze is schattig als ze met een voldane blik dicht tegen mama aan van haar maaltijd bekomt. Ze is ontzettend knap als ze ogenschijnlijk nonchalant met haar blauwe ogen in het rond kijkt. Haar charme is ongezien.

IMG_0927b

Wij hebben het niet alleen getroffen met ons nichtje, zij heeft het ook getroffen met haar ouders. Peter laat geen moment onbenut om te cocoonen met zijn dochter. Hij houdt uitgebreide statistieken bij over haar gewicht en de voedingen. Marike moedert en zorgt voor Leah alsof ze nooit anders gedaan heeft. Samen zijn ze toegewijde ouders die met veel liefde en geduld een warm nest geven aan hun dochter. Toen Seppe voor het eerst vader werd, viel het me ook op hoe makkelijk hem dat afging. Ik gloei van trots als ik mijn broer of zus in die ouderrol zie. Ze zijn de papa en mama die volledig in lijn ligt met hun karakter. Ondanks dat alles anders is, lijkt het daardoor alsof er eigenlijk helemaal niks veranderd is. Ik heb zelf geen kinderen en ik weet niet of dat zal veranderen. Nu ben ik meter en die rol neem ik ter harte. Ik kan niet wachten om Leah voor te lezen en met haar door het bos te wandelen. Ik ben nu al stapelverliefd op haar. Hou jullie vast, ze komt eraan: Leah gaat de wereld veroveren.

IMG_0972b

Het moment – Een bezoek aan de Kazerne Dossin in Mechelen

Een bezoek aan de Kazerne Dossin zou voor iedereen verplichte kost moeten zijn. Je zou er opnieuw en opnieuw moeten langsgaan zodat een vreselijk deel van onze geschiedenis niet vergeten wordt. Tot die conclusie kwam ik maandag nadat ik het museum verliet. Ik ben spendeerde er 2,5 uur samen met mama. We waren danig onder de indruk. De militaire kazerne stamt uit de 18e eeuw en beleeft een gitzwarte periode tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tussen juli 1942 en september 1944 was het een deportatiecentrum waar ruim 25.000 Joden en enkele honderden Roma en Sinti gedeporteerd werden naar het concentratiekamp van Auschwitz-Birkenau. Amper 5% overleefde de horror. Lang geleden bezocht ik de Dossinkazerne al eens met school. Ook dat bezoek hakte er flink in. Als leerkracht besef ik hoe belangrijk herinneringseducatie is. Nu besef ik dat die ook verder dan het onderwijs moet reiken.

In een korte introductiefilm krijg je te zien dat jodenhaat van alle tijden is. De Jood zit als slechterik diepgeworteld in ons verleden. Reeds in de middeleeuwen worden Joden gestigmatiseerd en bruut vermoord, net zoals heksen. Karikaturale afbeeldingen presenteren hen als bedriegers en dieven. Voor de doorsnee middeleeuwer stond het als een paal boven water dat het Joden waren die Christus eigenhandig aan het kruis hebben genageld en ook de aanleiding hebben gegeven tot die vreselijke daad. Judas, de verrader, zou ook een Jood zijn. Kortom: de Jood is de grote boeman en bijgevolg ook pineut van de westerse geschiedenis. In de introductiefilm wordt ook verwezen naar andere genocides uit de 20e eeuw. Ze tonen aan dat als de ander gedehumaniseerd wordt, de gevolgen niet te overzien zijn.

IMG_0872b

Op de eerste verdieping van het museum staat de historische achtergrond van het nazisme en de aanleiding tot Hitlers vervolging van de Joden centraal. Het mechanisme van de massa wordt blootgelegd. Bij een gigantische foto van joelende festivalgangers op Tomorrowland lees je hoe de kracht van de massa werkt: je eigen “ik” verdwijnt, je wordt opgeslokt en meegesleurd in de euforie. De totalitaire dictatuur die in 1933 ontstaat in Nazi-Duitsland maakt daar handig gebruik van. Stelselmatig worden Joden steeds meer rechten ontnomen. Ze mogen zich enkel onder heel strikte voorwaarden in het openbare leven vertonen. Ze mogen hun beroep niet meer uitoefenen en moeten naar aparte scholen gaan. Ze worden kortom steeds meer de ander, steeds minder mens. Volgens Hitler zijn ze een zwak ras dat verjaagd moet worden om het bloed te zuiveren.

Op de tweede verdieping staat angst centraal. Joden worden ook in België geviseerd en opgejaagd. Als de Tweede Wereldoorlog losbarst, zijn ze voorgoed hun recht op een eigen leven kwijt. Vluchten, onderduiken of je vreselijke lot ondergaan? Je kinderen achterlaten of mee de dood in sleuren? Het zijn hartverscheurende beslissingen die je moeilijk een keuze kan noemen. De cijfers over de Dossinkazerne zijn bikkelhard. Met elk mensonterend transport vanuit Mechelen werd een duizendtal Joden vervoerd naar Auschwitz-Birkenau. Soms overleeft niemand het concentratiekamp. Hoogst uitzonderlijk zijn er 30 overlevenden. Het museum eindigt op de derde verdieping dan ook met dood als centrale thema. Tal van portretten, brief- en beeldfragmenten geven een gezicht aan de gruwel. Die individuele verhalen hebben overeenkomsten, maar uiteindelijk is elk verhaal uniek. Elk mensenleven is immers uniek. Elk mensenleven dat verloren is gegaan, is er één te veel.

IMG_0876b
Deze grijze muur heeft enkele gekleurde portretten: die van Holocaust-overlevers

Verspreid over het museum hoor je in vijf delen de beklijvende getuigenissen van vijf overlevers. Ik volgde het verhaal van Marie Pinhas. Ze werd in 1931 geboren in Griekenland en emigreerde een jaar later met haar ouders naar België. Het gezin woont in Laken, waar beide ouders werken. Marie heeft nooit beseft dat zij Joods was. Op school werd ze la petite Grecque genoemd en thuis wordt het joodse geloof niet gevolgd, maar het christelijke. Om die reden weigert haar vader hen als Joden te laten bestempelen. Ook als de dreiging toeneemt, probeert hij angstvallig hun Joodse identiteit te verhullen. Het gezin duikt onder, wordt verklikt en belandt in juli 1944 in de Dossinkazerne. Ze maken deel uit van het 26e en laatste transport vanuit Mechelen naar Auschwitz. Voor de medische keuring komt Marie oog in oog te staan met engel des doods, Josef Mengele. Ze liegt over haar leeftijd, waardoor ze niet rechtstreeks naar de gaskamers gaat, maar slavenarbeid moet verrichten: haar enige kans om te overleven. Ga naar Marie luisteren om het volledige verhaal te horen. Je zal een kranige dame zien die op haar veertiende abrupt volwassen werd.

IMG_0889b

We eindigden bij de kunstinstallatie Left Luggage van Willy Baeyens. Hij zocht een manier om zijn bezoek aan de Dossinkazerne te verwerken en begon daarom ingetogen olieverfportretten te schilderen van Joodse kinderen die de Holocaust niet overleefden. Uit het ene schilderij ontstond een volgend. Dit resulteerde uiteindelijk in ruim 100 portretten die in oude reiskoffers werden geplakt. De koffers liggen semi-nonchalant over de ruimte verspreid alsof ze uit een vrachtwagen zijn gevallen. In een filmpje geeft de kunstenaar uitleg bij de totstandkoming van de installatie. Ik had gemakkelijk een uur kunnen kijken naar die schilderijen. Ze hebben me diep geraakt, net zoals het verhaal van Marie dat deed.

img_0891b.jpg

Meer informatie over de Dossinkazerne vind je hier. Wacht niet te lang als je Left Luggage wil bewonderen: deze tijdelijke expo is nog tot 15 september gratis te bezichtigen tijdens de openingsuren van het museum.

Het moment – De hittegolf trotseren in Parijs

Parijs transformeerde afgelopen week tot het Saint-Tropez van het Noorden. Toen ik met mijn liefste meter Sien plannen maakte voor een vierdaagse in Parijs was een temperatuur van rond de 40 °C niet meteen wat we in gedachten hadden. Hittegolf of niet: Parijs is altijd een goed idee. Maandag vertrokken wij dus in Brussel voor wat een memorabele reis zou worden en veruit mijn heetste citytrip. Donderdag sneuvelde het hitterecord en gaf de thermometer er een verschroeiende 42,6 °C aan. Parijs was daardoor een warmere plaats dan pakweg Luxor of Djibouti. Helemaal nieuw was die hittegolf voor mij niet. Toen ik in 2014 de eerste keer met Roos naar Parijs ging, belandden we ook in tropische sferen. Dat betekende bakken en braden, heel veel water drinken (en niet moeten plassen), met opgezwollen handen en voeten toch dagelijks een stevige voettocht ondernemen (onze Parijs-oriëntatie stond nog niet op punt) om dan ’s avonds op een bank aan de metro een zak chips leeg te vreten (zouten aanvullen) en bij de eerste slok vin die we dronken al meteen in de wind te zijn. Ik was dus gewaarschuwd.

IMG_0343b
Het Parijse straatbeeld verveelt nooit!

Maandagmiddag kwamen Sien en ik met zo’n 32 °C aan in Hotel Joke en die naam is geen grap. In 2015 verbleef ik er al eens met Roos: een hotel met zo’n naam kan gewoonweg niet tegenvallen. Net zoals de andere hotels van de Astotel-keten is ook Joke een aanrader. In de eerste plaats omwille van de uitstekende ligging aan de voet van Montmartre, vlakbij de metro en op wandelafstand van de Opéra en Jardin des Tuileries. De kamers zijn frivool aangekleed en beschikken over een mini-bar met gratis frisdrank en water. Bovendien is het personeel heel vriendelijk en krijg je er echt een thuisgevoel. Een bijkomend voordeel was de uitstekende airconditioning waarover het hotel beschikte. Op onze eerste dag maakten we een korte wandeling langs en door Galerie Lafayette en over het imposante Place Vendôme om op een nabijgelegen pleintje een koffie te drinken. De avond sloten we af in het immer bruisende Montmartre waar we dineerden bij brasserie Le Vrai Paris. We proostten op ons beider geluk en onze eerste dag in Parijs was meer dan geslaagd.

YAII3854

De volgende ochtenden trok ik er telkens op uit voor een looprondje door Parijs. 7 uur mag dan wel als een onchristelijk vroeg vakantie-uur klinken voor sommigen, met 25 °C bleek dit het koelste moment van de dag te zijn: uiteraard is dat nog steeds broeierig warm loopweer. Ik val in herhaling als ik zeg dat lopen in Parijs altijd een succes is, ondanks de vele stoplichten en de smalle voetpaden met verraderlijke steentjes, ondanks mijn toch wat stramme benen en ochtendhoofd. Mijn vaste loopronde gaat in rechte lijn naar Arc de Triomphe waar ik altijd even moet uithijgen omdat het 2 kilometer lang een verraderlijk oplopend stuk is. Ik vervolg mijn weg dan over de Champs Elysées, langs de Seine om dan door de Tuileries over Place Vendôme terug richting hotel te lopen. Een rondje van zo’n 8,5 kilometer. Het venijn zat hem niet alleen in het begin richting Arc, maar ook op het einde, waar ik zo’n 800 meter bergop moest lopen (Montmartre, weetjewel) tot aan het hotel. Een zweterige, maar echt wel de beste start van de dag in Parijs en de ideale basis voor een geslaagd ontbijtbuffet.

IMG_0371b

Sien was lang geleden al eens in Parijs. Ze viel nu als een blok voor de charme van de Champs Elysées. Hier zou ik wel kunnen wonen, liet ze zich meermaals ontvallen. Ook in andere wijken zag ze zichzelf aarden, maar de prestigieuze boulevard droeg haar voorkeur weg. We gingen op de Champs shoppen bij Petit Bateau en dronken wat verderop een dure koffie. Sien was eveneens onder de indruk van Le Bon Marché, het classy grootwarenhuis met bijhorende Grand Epicérie dat gelegen is in mijn favoriete wijk Saint-Germain des Prés. Ze vond er twee nieuwe vriendinnen onder de charmante verkoopsters, vereeuwigde hen op de foto en beloofde plechtig in september terug te komen. Donderdag was onze laatste en heetste dag. We kozen daarom voor een Seine cruise (in Parijs noem je dat geen ordinaire boottocht): een goede keuze, zo bleek. We vonden beschutting voor de ultra krachtige stralen van de zon en toen ik Kate Winslet-gewijs op het dek ging staan, zorgde een briesje voor wat verkoeling.

IMG_0505b

Gelukkig waren we ons toen niet bewust van de beproeving die ons boven het hoofd hing. Nadat we op het heetst van de dag naar het Gare du Nord stapten, bleek de verzengende hitte ook een grote impact te hebben op het spoorverkeer. Onze Thalys had een uur vertraging. Al snel werd duidelijk dat het daar niet bij zou blijven. Er kon tijdelijk geen enkele trein aankomen of vertrekken op het station. Regelrechte treinellende dus. Onder de glazen verkapping in het station was het bovendien amper uit te houden. Het was een sauna waar steeds meer volk strandde. De chaos nam toe toen een gedeelte van het station werd afgezet omdat er een verdacht pakket werd aangetroffen. Het ongenoegen onder de reizigers groeide en de aanvankelijk gelaten sfeer sloeg om. Plots was het zaak om een plekje te bemachtigen op de eerstvolgende Thalys die in Brussel-Zuid zou stoppen. Na een wachttijd van 4 uur en evenveel liters zweet, lukte het ons om een stoel richting België te claimen. Om 23 uur kwamen we uitgeteld aan in Bruxelles-Midi waar papa en Roos (hoe kan het ook anders) redders van dienst waren die ons veilig en wel naar huis brachten.

IMG_0464b
Sien deed twee vaststellingen: de Fransen drinken alleen goede wijn, bier is verfrissender dan wijn

Ik had het natuurlijk liever een graad of 10 koeler gehad in Parijs. Langs de andere kant is het hitterecord in Parijs meemaken ook een ervaring, net zoals vastzitten in het station. En Roos had weer eens gelijk: Parijs stelt echt nooit teleur.

IMG_0380b

Mijn recept voor een geslaagde zomervakantie

Aaah vakantie! Het kostte me zoals gewoonlijk enkele dagen om te wennen aan het idee dat ik de komende twee maanden niet ga werken en dat ik uitkijk over een zee van vrije dagen. Zelfs na al die jaren went dat bijzondere gevoel niet en heb ik tijd nodig om te acclimatiseren. Ik bracht deze week 24 uur aan de zonnige Noordzee door met mijn mama. We wandelden over het strand, dronken koffie, aanschouwden een zeilrace, aten garnaalkroketten en sloten de dag af met een veel te groot ijsje op de dijk. Mama vertrok de volgende dag in alle vroegte voor een Touretappe naar huis (175 kilometer!) en ik trok erop uit voor een heerlijke looprondje over het strand. De vakantiemodus was een feit. Zoals ik helemaal op kan gaan in mijn werk en sport, kan ik ook duchtig overdrijven in vakantie consumeren. Er komt immers tijd vrij die nuttig gespendeerd kan worden aan andere projecten en dus blijft mijn activiteitenpeil constant. Ik deel graag met jullie mijn (niet zo geheime) ingrediënten voor een geslaagde zomervakantie.

IMG_0070b

Het eerste ingrediënt zal weinig verbazing oogsten. Sport, beweging, activiteit: noem het zoals je wil, maar er moet wel iets gebeuren. Op een eerste niveau zijn dat trainingen: lopen en mountainbiken met het oog op de sportieve plannen van heel dichtbij (de La Chouffe trail) en iets verder weg (de marathon in Brugge en de Hel van Kasterlee). Het fijne van vakantie is dat je die gunstig kan plannen. Een duurtraining moet je bijvoorbeeld niet per se op zondag doen als het dan net heel warm is. Bovendien is het ook makkelijker om te herstellen en bekomen van de inspanningen.  Op een tweede bewegingsniveau maak ik in vakantietijden veel fietstochten met mijn stadsfiets zodat activiteit gecombineerd wordt met een andere vorm van ontspanning. Zo vertelde ik vorig jaar al in geuren en kleuren waarom ik zo hou van een fietstocht naar Tervuren en Brussel, maar ook Mechelen behoort tot de actieradius van mijn Cortina. Er is echt heel veel in eigen streek te ontdekken op de fiets.

Mijn tweede basisingrediënt is net zo essentieel. Ik kan me namelijk geen vakantie voorstellen zonder culturele bezigheden en plannen. Er moet in eerste instantie gelezen worden. Zo simpel is het. In de vakantie heb ik net iets minder besognes aan mijn hoofd en is er tijd om lang onafgebroken aan een stuk in een boek weg te kruipen. Ik begon de vakantie sterk en las deze week (hou je vast) al drie boeken. Dit tempo hou ik wellicht niet vol, maar ik moet hoe dan ook een inhaalmanoeuvre inzetten om mijn zelf opgelegde quotum van 50 boeken op jaarbasis te halen. Door de drukte in de maanden mei en juni kwam ik toen helaas amper aan lezen toe. Sinds kort ben ik ook in het bezit van een Museumpas. Voor 50 euro kan je daarmee een jaar lang zowat alle musea in België bezoeken. Hoog tijd dus om af te rekenen met mijn museumgerelateerde drempelvrees. Nog dringender tijd om eindelijk eens het MAS te bezoeken en zoveel meer. Jullie begrijpen ook dat een museumbezoek zich ideaal laat combineren met een uitstap op de fiets. Om de culturele verzadiging rond te krijgen, probeer ik in de vakantie ook meer films te kijken, wat ik tijdens het schooljaar te weinig doe.

IMG_0098b
Lezen! Lezen! Lezen!

In dat hoofd van mij is continu iets aan het borrelen. Mijn succesrecept is niet compleet zonder creatieve projecten. Ik maak al eens tassen en mijn gepersonaliseerde Flat White travel set dient dringend uitgebreid te worden met een rugzak en hip heuptasje. Ook voor in huis heb ik nog tal van ideeën die ik hoop te kunnen uitvoeren. Voor een nakende Parijs-trip heb ik nog enkele kledingwensen te vervullen. Op bloggebied ben ik nog bijlange niet uitgeschreven. Prioriteit nummer 1 is momenteel mijn metekindje dat zich ergens in augustus zal aandienen. De Flat White Petite collectie zag al het levenslicht, maar er is natuurlijk meer op til. Creativiteit komt daarenboven ook van pas om een taak in huis tot een goed einde te brengen: administratie ordenen bijvoorbeeld of een kast herorganiseren. Saaie, maar noodzakelijke klusjes die niet zo lastig zijn als je even de tijd neemt om er doordacht aan te beginnen.

Mogelijk zijn jullie al moe geworden door deze bespreking van mijn vakantieplannen. Als geen ander ben ik me ervan bewust dat de ingrediënten sport, cultuur en creativiteit pas echt tot hun recht komen met een gezonde dosis rust. Mijn vakantietijd besteed ik liefst niet al slapend in bed. Rusten en kalm-aan-doen dat is buitenshuis een koffie drinken of gaan lunchen in goed gezelschap. Naar Parijs gaan. De tuin van een familielid confisqueren om er mijn leesburcht op te trekken. Met mijn katten in de zetel liggen en hen onnozele verhalen vertellen. Foto’s maken van boeken en de plaats waar ik die lees. Mijn finishing touch is de saus van familie en vriendschap waar ik mijn vakantie rijkelijk mee overgiet. Geloof me: er is heel veel moois in aantocht!

IMG_0065b

Vaderdag – Bijzondere papa-momenten

Eert vader en moeder, al de dagen van uw leven prijkte op een bordje bij Oma en Opa thuis. Als kind vroeg ik wat eren eigenlijk betekende. Dat ge altijd goed moet zijn voor uw ouders, zei Oma toen. Dat klonk logisch, al vroeg ik me meteen ook af hoe dat dan concreet vertaald moest worden naar de praktijk. Thuis nam ik me voor om zonder verpinken de kruimels van tafel te vegen met de vod. Naast een verjaardagscadeau en een knutselwerkje met Vader– en Moederdag kan je ouders het best eren met een mooi gebaar of in ons geval een creatief project met emotionele waarde. Zo maakten wij voor de 35e huwelijksverjaardag van onze ouders het Odeynenboek: een origineel fotoalbum met teksten en herinneringen aan onze jeugd. Ter ere van Vaderdag presenteer ik jullie vandaag enkele gedenkwaardige momenten die mijn papa typeren: kleine, schijnbaar onbenullige, gebeurtenissen waar ik nog steeds met een warm gevoel aan terugdenk.

Mijn eerste cinema-ervaring beleefde ik in de jaren 90 toen ik met papa en Seppe naar Free Willy ging kijken. Zo’n uitstap met ons drieën was zonder twijfel een geweldige ervaring, maar het verhaal van de zielige orka en diens beste vriend Jesse greep mij heel erg aan. Op de tonen van Michael Jacksons Will You Be There werd ik helemaal meegesleept in de dramatiek van het grote scherm. Het moment dat Willy op commando van Jesse over de pier naar zijn vrijheid springt, kon mij niet bevrijden van alle gevoelens die de film bij mij had losgemaakt. Ik was het type kind dat met een heel grote krop in de keel bleef zitten lang nadat de film afgelopen was. Papa had hiervoor de ideale remedie: humor. Hij focuste zich daarvoor op de rol van de papa in de film. Opstandige tieners en dieren die gered moeten worden: het leidt al eens tot schade aan het huis en de auto. Diene papa heeft nogal werk! zei hij dan meermaals. Ik moest elke keer weer lachen met die (flauwe) opmerking, waardoor de krop in mijn keel stilletjes loskwam en ik besefte dat het ook maar een film was die ik niet te serieus moest nemen.

IMG_4120b
Papa de dierenvriend

In mijn tienerjaren gingen wij met het gezin kamperen in Engeland. Een onderneming waar ik mijn ouders nog steeds om bewonder. Het was de tijd van de walkmans en cassettes die je opnam van de radio, dat ik als puber liefst gewoon een boek las en vooral geen zin had om kerken, ruïnes en lokale museumpjes te bezoeken. Ik was kortom niet het gezelligste gezelschap. Ondanks mijn semi-ongeïnteresseerde houding heb ik heel veel mooie herinneringen aan onze gezinsvakanties. Stiekem vond ik de momenten in de auto heel fijn. Papa zat aan het stuur, reed links alsof het niks was en regeerde over de muziek. Op zijn cassettes stonden compilaties van zijn new wave cd’s en ander moois uit de eighties. Zo maakten wij op jonge leeftijd reeds kennis met instant klassiekers als Stan Ridgway’s Camouflage (wij zongen CATmouflage), One Step Beyond van Madness (wij zongen Monster’s Claw) en The Passenger van Iggy Pop (geen idee wat we zongen): een unieke kennismaking met de Britse cultuur die ik toen niet naar waarde kon schatten, maar die ik nu nog steeds koester. Het enige moment dat we naar de radio luisterden was tijdens de terugrit van Calais naar huis. In het holst van de nacht mocht ik dan vooraan naast papa zitten omdat ik de enige was die niet sliep in de auto. Mama zag in mijn gebabbel de ideale wakker houder. Hij had mijn gepraat natuurlijk niet nodig, maar het was een taak die ik maar wat graag op me nam.

In mijn dertiger jaren maakt papa al eens deel uit van mijn sportieve avonturen. Soms tegen wil en dank. Hij smacht ongetwijfeld naar de tijd dat hij volop papa kon zijn door met een simpele druk op de play-knop een cassette af te spelen. We liepen dus al eens samen een marathon en ook in de Hel van Kasterlee fietsten we heel veel kilometers in elkaars gezelschap. We praten niet veel op die momenten. Dat was ook zo toen we twee jaar geleden een ultratrail gingen lopen in Houffalize. Mijn zot idee en papa deed mee. Twee weken voor die uitdaging gingen wij op de eerste dag van onze zomervakantie naar de Decathlon om een trailrugzak te kopen. Het was een regenachtige zaterdagnamiddag waarop half Vlaanderen had beslist dat dit het uitgelezen moment was om te gaan shoppen. Voor papa is den Decathlon het walhalla. Hij was in zijn nopjes en kocht naast het nodige trailgerief ook casual schoenen, sandalen en een tent. Mijn advies werd gewaardeerd. Om mij te plezieren gingen we ook naar de AS Adventure: de Decathlon voor snobs, volgens papa. Ze hebben daar gewoon dezelfde spullen, maar etaleren die dan in wat keien. Om onze gezamenlijke shoppingmiddag af te sluiten gingen we nog een pannenkoek eten. Papa trakteerde, hoe kan het anders?

Ik hoor graag dat ik op papa lijk en andersom. Voor hem reikt dat verder dan fysieke gelijkenissen en sportieve prestaties. Zo maakt hij zich soms oprecht zorgen over het feit dat ik zelden naar de frituur ga en dat ik niet standaard mayonaise in huis heb. Ik scoor dan gelukkig wel punten als ik een joggingbroek draag of een lifter meeneem. Gelukkige Vaderdag, daddy!

Op de foto zien jullie Meester Jan in zijn montage-atelier. Zoals altijd gewapend met de glimlach.

Het moment – Een weekend in Brussel met Sien en Roos

Als ik ook maar een beetje poëtische aanleg had, dan zou ik een dichtbundel wijden aan de 20 kilometer van Brussel. Omdat ik al heel vaak heb gezegd dat ik daar werd geboren als loper. Omdat ik aan die wedstrijd zoveel mooie herinneringen heb met Roos. Omdat Brussel altijd een goed idee is. Vorig jaar was ik er aanwezig als personal coach van Roos. Mijn zus schitterde en ik was trots op haar. Dit jaar was ik vastbesloten om de 20 kilometer niet aan mijn neus voorbij te laten gaan. Na mijn recente ziekenhuisopname en de diagnose longembolie zag ik mijn langverwachte revanche-weekend volledig in het water vallen. Ik had er zelfs vrede mee als ik op vrije voet zou zijn en dus niet langer in een ziekenhuisbed moest liggen. Het draaide allemaal onverwacht positief uit. Vrijdagmiddag kreeg ik mijn ontslag in het ziekenhuis en was ik terug een vrij mens. Zondagmiddag had ik samen met Roos 20 kilometer in Brussel gelopen.

Zoals wel vaker maakten wij van dit loopevenement ook een familie-evenement. Onze liefste Tante Sien kunnen we namelijk niet vaak genoeg zien en dus combineerden we onze sportwedstrijd met een Brussels logement bij mijn meter. Lucky me! In gezelschap van Sien is het altijd feest. We kunnen ongegeneerd onszelf zijn in vertrouwde familiale kring. We praten over katten en het leven. We heffen het glas op het samenzijn. We worden nog net zo hard in de watten gelegd als in onze kindertijd (lang lang geleden) toen we al eens met z’n vieren bij Tante Sien gingen logeren. Zaterdagnamiddag trokken we richting Jubelpark om ons startnummer voor de 20 kilometer af te halen. Nadat Sien ons de kneepjes van het Brusselse autoverkeer leerde kennen, gaven wij haar een korte introductie in de basisbeginselen van het loopevenement. Roos en ik beschouwen onszelf stiekem als ervaren rotten van de 20 kilometer van Brussel en deze 40e feesteditie zou voor ons allebei de 5e zijn. De avond bracht ons een glas champagne, lekker eten en uitbuiken bij het Eurovisiesongfestival. Meer heb je niet nodig om een topavond te beleven.

IMG_4583b

Er is geen ochtendmens verloren gegaan aan Sien, maar toch stond ze erop om samen met ons te ontbijten. Dat is liefde. Om half 9 vertrokken Roos en ik op de fiets in de motregen richting Jubelpark. Fietsen in Brussel is altijd uit je doppen kijken en vooral ook altijd berg op en af. Een stevige opwarming dus. Na een half uur fietsen kwamen we met een fris zweetluchtje aan in het Jubelpark: helemaal klaar om aan te schuiven bij de dixi’s, waar traditiegetrouw het wc-papier op was. We repten ons om de start te zien van de wheelers en handy bikes. Daar zagen we plots ook onze koning. Niet in looptenue, maar voor zijn doen ongetwijfeld redelijk casual gekleed voor een zondag. Onder een grijs wolkendek trokken we naar ons startvak. We speelden nog wat met absurd grote ballonnen in de Belgische kleuren tot het startschot van Koning Filip weerklonk.

Ik zou dus 20 kilometer lopen met een longembolie. Wie mij een beetje kent, weet dat ik een enorme stijfkop kan zijn (ik noem het liever vastberadenheid), maar weet ook dat ik mijn gezondheid onder geen beding op het spel zou zetten. Uitgerekend nu een medisch risico lopen, zou wel heel dom zijn. Mijn huisarts gaf groen licht om 20 kilometer te lopen op voorwaarde dat ik niet tot het uiterste zou gaan als was het een wedstrijd. Mijn longcapaciteit is verminderd en daarom moet mijn hart wat sneller kloppen als ik intensief sport. Als getrainde loper ondervind ik geen moeilijkheden als ik loop met een lage tot matige intensiteit. Dat ondervond ik ruim een week geleden nog, toen ik met papa en Roos 18 kilometer liep aan een lage hartslag. We zouden ons tempo nu laten afhangen van wat er nog bij Roos in de tank zat. Zij had namelijk de dag voordien haar titel op de 12 kilometer van het WK – Wijgmaals Kampioenschap – moeten verdedigen, waar ze als tweede was geëindigd. Dat had krachten gekost, maar wij Odeynen hebben altijd een blik karakter achter de hand. Zelf voelde ik de energie door mijn lijf stromen na dagen van sportrust.

Mijn vijfde 20 kilometer van Brussel gaat de boeken in als de editie waarbij ik het hardst heb genoten. Ik liep daar samen met mijn zusje. Vaak zij aan zij, wij samen: zoals bij onze eerste mijlpaal in 2014. Sinds ons debuut zijn zowel onze outfits als onze loopskills erop vooruitgegaan. Inmiddels beschikken we over een accurater inschattingsvermogen en kent het parcours geen geheimen voor ons. Roos voelde ’s ochtends de verzuring van haar WK nog in de benen zitten, maar ze beet zich vast en ging vooruit met één doel voor ogen. Zonder verpinken stormde ze na de kilometerlange kuitenbijter van de Tervurenlaan af op een nieuw PR. Ik deed dienst als haar treintje, haar lead out om het in wielertermen te zeggen. We hadden een zegegebaar ingeoefend. En zo liepen wij zusterlijk hand in hand over de finish met elk intussen 100 kilometer van Brussel in de benen. Het was net iets meer dan een ontspannen jogging voor mij, maar ik heb me geen moment benauwd of kortademig gevoeld. Mijn hartslagmeter kon dat bevestigen. Nog flinker bezweet kropen we terug de fiets op richting Sien. Na een douche en een stevige lunch bewonderden we Siens tuin en gaven we en passant nog wat advies over het tuinkot. Moe, maar heel voldaan stapten we uiteindelijk met weer veel te veel spullen in de auto. Wat een weekend!

IMG_4572

 

 

Het moment – De ultieme bekroning voor Bashir Abdi

Ik bombardeer april bij deze officieel tot marathonmaand. Er was mijn eigen moment de gloire in Parijs, de toptijd van Nederlands talent Abdi Nageeye, maar vooral twee Belgische topatleten die boven zichzelf uitstegen. Koen Naert beet begin april de spits af in Rotterdam. Hij verpulverde zijn snelste tijd en strandde op amper 19 seconden van het Belgisch record. Dat staat al 24 jaar op naam van Vincent Rousseau. Afgelopen zondag was het de beurt aan landgenoot Bashir Abdi. Hij ging van start in de prestigieuze London Marathon, u weet wel: één van de Majors. Terwijl de wereld enkel oog had voor de Keniaanse Eliud – King of Marathon – Kipchoge en publiekslieveling Sir Mo Farah, liep onze eigenste Bashir in alle anonimiteit naar een verbetering van het nationaal record. Met 2:07:03 stelde hij het Belgisch record 17 seconden scherper. Een uitzonderlijke prestatie, zeker als je weet dat dit nog maar zijn tweede marathon was.

Mogelijk is de staat van extase waarin ik me zondag bevond te wijten aan het feit dat er jaarlijks slechts een handjevol marathons live op televisie te volgen is. Ik zou me ook kunnen verontschuldigen voor mijn ongebreideld enthousiasme, want ik ben me ervan bewust dat niet iedereen zo lyrisch is als er een marathon op tv wordt uitgezonden. Enkel wie al eens van de marathon madness geproefd heeft, zal ten volle begrijpen waarom zulke beelden bij mij een gevoelige snaar raken. In de eerste plaats zijn sfeerimpressies van de startzone een feest van herkenbaarheid: het nerveuze getrippel om warm te blijven, aanschuiven bij de dixi’s en tot slot nog een banaantje wegwerken. Er hangt een serene, maar toch opgewonden sfeer: nu gaat het gebeuren. Alles is adrenaline. De marathon is uniek omdat topatleet en recreant identiek dezelfde wedstrijd op hetzelfde moment lopen. Bij de BBC hebben ze dat goed begrepen. De uitzending werd gekaderd met kleine en grootse verhalen van zowel toppers als recreanten. Niemand minder dan Paula Radcliffe (wereldrecordhouder op de marathon bij de vrouwen) voorzag de strijd van professioneel commentaar. Ik kreeg trouwens ook Roos zo ver om zondag naar BBC over te schakelen. Ze gaf grif toe dat haar marathonhart er sneller van ging slaan.

Bashir Abdi speelde het tactische spel slim. De 30-jarige Gentenaar manoeuvreerde zich voor de race behendig in de positie van underdog. Hij strooide zijn opponenten en de media professioneel zand in de ogen door te zeggen dat hij de laatste weken te kampen had met maagproblemen als gevolg van een bacteriële infectie. Het bleek een geniale schijnbeweging te zijn, want Bashir vertrok pijlsnel. Na 10 kilometer was duidelijk dat hij op recordkoers lag. Naar eigen zeggen kwam hij de man met de hamer tegen op kilometer 40. Die kon hem niet van een zevende plaats houden en zo werd Bashir gekroond als kersvers Belgisch kampioen op de marathon. Een titel waar hij als tiener niet van droomde. Hij kwam op jonge leeftijd in België terecht nadat hij met zijn familie vluchtte voor het oorlogsgeweld in Somalië. De jonge Bashir ambieerde een carrière als profvoetballer, maar belandde na een blessure op zijn vijftiende in de atletiekclub van Oostakker. In tegenstelling tot Abdi Nageeye blonk Bashir Abdi niet meteen uit tijdens loopnummers. Trainer Peter Robbens zag echter potentieel. Het was pas toen Bashir bevriend geraakte met zijn idool Mo Farah dat hij zichzelf ontdekte als toploper en bijgevolg zijn hart verloor aan de atletiek.

Dat Eliud Kipchoge voor de vierde keer de London Marathon op zijn naam schreef, is geen verrassende plottwist in dit verhaal. Keizer Bashir Abdi zetelt op een imposante troon in marathonmaand april. Goedlachs en immer sympathiek, maar ook kritisch zoals het een waardig kampioen betaamt: die drie seconden boven 2:07 vond hij toch jammer. Telkens als ik over professionele marathonlopers schrijf, kom ik tot de conclusie dat het oprechte mensen zijn. Uitblinken op de mythische afstand vraagt veel trainingsarbeid, vaak ver weg van alles en iedereen. Ook Bashir maalt veel kilometers op stoffige Ethiopische wegen: weg van het spektakel en eender welk mediacircus. Schitteren op een grote marathon levert een behoorlijke geldprijs op, maar uiteindelijk leidt de marathonloper een eenvoudig leven. Bescheidenheid siert de grootste kampioenen. Het wordt hoog tijd dat er een boek verschijnt over het levensverhaal en de carrière van de charismatische Bashir Abdi.