Het moment – Een bezoek aan de Kazerne Dossin in Mechelen

Een bezoek aan de Kazerne Dossin zou voor iedereen verplichte kost moeten zijn. Je zou er opnieuw en opnieuw moeten langsgaan zodat een vreselijk deel van onze geschiedenis niet vergeten wordt. Tot die conclusie kwam ik maandag nadat ik het museum verliet. Ik ben spendeerde er 2,5 uur samen met mama. We waren danig onder de indruk. De militaire kazerne stamt uit de 18e eeuw en beleeft een gitzwarte periode tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tussen juli 1942 en september 1944 was het een deportatiecentrum waar ruim 25.000 Joden en enkele honderden Roma en Sinti gedeporteerd werden naar het concentratiekamp van Auschwitz-Birkenau. Amper 5% overleefde de horror. Lang geleden bezocht ik de Dossinkazerne al eens met school. Ook dat bezoek hakte er flink in. Als leerkracht besef ik hoe belangrijk herinneringseducatie is. Nu besef ik dat die ook verder dan het onderwijs moet reiken.

In een korte introductiefilm krijg je te zien dat jodenhaat van alle tijden is. De Jood zit als slechterik diepgeworteld in ons verleden. Reeds in de middeleeuwen worden Joden gestigmatiseerd en bruut vermoord, net zoals heksen. Karikaturale afbeeldingen presenteren hen als bedriegers en dieven. Voor de doorsnee middeleeuwer stond het als een paal boven water dat het Joden waren die Christus eigenhandig aan het kruis hebben genageld en ook de aanleiding hebben gegeven tot die vreselijke daad. Judas, de verrader, zou ook een Jood zijn. Kortom: de Jood is de grote boeman en bijgevolg ook pineut van de westerse geschiedenis. In de introductiefilm wordt ook verwezen naar andere genocides uit de 20e eeuw. Ze tonen aan dat als de ander gedehumaniseerd wordt, de gevolgen niet te overzien zijn.

IMG_0872b

Op de eerste verdieping van het museum staat de historische achtergrond van het nazisme en de aanleiding tot Hitlers vervolging van de Joden centraal. Het mechanisme van de massa wordt blootgelegd. Bij een gigantische foto van joelende festivalgangers op Tomorrowland lees je hoe de kracht van de massa werkt: je eigen “ik” verdwijnt, je wordt opgeslokt en meegesleurd in de euforie. De totalitaire dictatuur die in 1933 ontstaat in Nazi-Duitsland maakt daar handig gebruik van. Stelselmatig worden Joden steeds meer rechten ontnomen. Ze mogen zich enkel onder heel strikte voorwaarden in het openbare leven vertonen. Ze mogen hun beroep niet meer uitoefenen en moeten naar aparte scholen gaan. Ze worden kortom steeds meer de ander, steeds minder mens. Volgens Hitler zijn ze een zwak ras dat verjaagd moet worden om het bloed te zuiveren.

Op de tweede verdieping staat angst centraal. Joden worden ook in België geviseerd en opgejaagd. Als de Tweede Wereldoorlog losbarst, zijn ze voorgoed hun recht op een eigen leven kwijt. Vluchten, onderduiken of je vreselijke lot ondergaan? Je kinderen achterlaten of mee de dood in sleuren? Het zijn hartverscheurende beslissingen die je moeilijk een keuze kan noemen. De cijfers over de Dossinkazerne zijn bikkelhard. Met elk mensonterend transport vanuit Mechelen werd een duizendtal Joden vervoerd naar Auschwitz-Birkenau. Soms overleeft niemand het concentratiekamp. Hoogst uitzonderlijk zijn er 30 overlevenden. Het museum eindigt op de derde verdieping dan ook met dood als centrale thema. Tal van portretten, brief- en beeldfragmenten geven een gezicht aan de gruwel. Die individuele verhalen hebben overeenkomsten, maar uiteindelijk is elk verhaal uniek. Elk mensenleven is immers uniek. Elk mensenleven dat verloren is gegaan, is er één te veel.

IMG_0876b
Deze grijs muur heeft enkele gekleurde portretten: die van Holocaust-overlevers

Verspreid over het museum hoor je in vijf delen de beklijvende getuigenissen van vijf overlevers. Ik volgde het verhaal van Marie Pinhas. Ze werd in 1931 geboren in Griekenland en emigreerde een jaar later met haar ouders naar België. Het gezin woont in Laken, waar beide ouders werken. Marie heeft nooit beseft dat zij Joods was. Op school werd ze la petite Grecque genoemd en thuis wordt het joodse geloof niet gevolgd, maar het christelijke. Om die reden weigert haar vader hen als Joden te laten bestempelen. Ook als de dreiging toeneemt, probeert hij angstvallig hun Joodse identiteit te verhullen. Het gezin duikt onder, wordt verklikt en belandt in juli 1944 in de Dossinkazerne. Ze maken deel uit van het 26e en laatste transport vanuit Mechelen naar Auschwitz. Voor de medische keuring komt Marie oog in oog te staan met engel des doods, Josef Mengele. Ze liegt over haar leeftijd, waardoor ze niet rechtstreeks naar de gaskamers gaat, maar slavenarbeid moet verrichten: haar enige kans om te overleven. Ga naar Marie luisteren om het volledige verhaal te horen. Je zal een kranige dame zien die op haar veertiende abrupt volwassen werd.

IMG_0889b

We eindigden bij de kunstinstallatie Left Luggage van Willy Baeyens. Hij zocht een manier om zijn bezoek aan de Dossinkazerne te verwerken en begon daarom ingetogen olieverfportretten te schilderen van Joodse kinderen die de Holocaust niet overleefden. Uit het ene schilderij ontstond een volgend. Dit resulteerde uiteindelijk in ruim 100 portretten die in oude reiskoffers werden geplakt. De koffers liggen semi-nonchalant over de ruimte verspreid alsof ze uit een vrachtwagen zijn gevallen. In een filmpje geeft de kunstenaar uitleg bij de totstandkoming van de installatie. Ik had gemakkelijk een uur kunnen kijken naar die schilderijen. Ze hebben me diep geraakt, net zoals het verhaal van Marie dat deed.

img_0891b.jpg

Meer informatie over de Dossinkazerne vind je hier. Wacht niet te lang als je Left Luggage wil bewonderen: deze tijdelijke expo is nog tot 15 september gratis te bezichtigen tijdens de openingsuren van het museum.

Het moment – De hittegolf trotseren in Parijs

Parijs transformeerde afgelopen week tot het Saint-Tropez van het Noorden. Toen ik met mijn liefste meter Sien plannen maakte voor een vierdaagse in Parijs was een temperatuur van rond de 40 °C niet meteen wat we in gedachten hadden. Hittegolf of niet: Parijs is altijd een goed idee. Maandag vertrokken wij dus in Brussel voor wat een memorabele reis zou worden en veruit mijn heetste citytrip. Donderdag sneuvelde het hitterecord en gaf de thermometer er een verschroeiende 42,6 °C aan. Parijs was daardoor een warmere plaats dan pakweg Luxor of Djibouti. Helemaal nieuw was die hittegolf voor mij niet. Toen ik in 2014 de eerste keer met Roos naar Parijs ging, belandden we ook in tropische sferen. Dat betekende bakken en braden, heel veel water drinken (en niet moeten plassen), met opgezwollen handen en voeten toch dagelijks een stevige voettocht ondernemen (onze Parijs-oriëntatie stond nog niet op punt) om dan ’s avonds op een bank aan de metro een zak chips leeg te vreten (zouten aanvullen) en bij de eerste slok vin die we dronken al meteen in de wind te zijn. Ik was dus gewaarschuwd.

IMG_0343b
Het Parijse straatbeeld verveelt nooit!

Maandagmiddag kwamen Sien en ik met zo’n 32 °C aan in Hotel Joke en die naam is geen grap. In 2015 verbleef ik er al eens met Roos: een hotel met zo’n naam kan gewoonweg niet tegenvallen. Net zoals de andere hotels van de Astotel-keten is ook Joke een aanrader. In de eerste plaats omwille van de uitstekende ligging aan de voet van Montmartre, vlakbij de metro en op wandelafstand van de Opéra en Jardin des Tuileries. De kamers zijn frivool aangekleed en beschikken over een mini-bar met gratis frisdrank en water. Bovendien is het personeel heel vriendelijk en krijg je er echt een thuisgevoel. Een bijkomend voordeel was de uitstekende airconditioning waarover het hotel beschikte. Op onze eerste dag maakten we een korte wandeling langs en door Galerie Lafayette en over het imposante Place Vendôme om op een nabijgelegen pleintje een koffie te drinken. De avond sloten we af in het immer bruisende Montmartre waar we dineerden bij brasserie Le Vrai Paris. We proostten op ons beider geluk en onze eerste dag in Parijs was meer dan geslaagd.

YAII3854

De volgende ochtenden trok ik er telkens op uit voor een looprondje door Parijs. 7 uur mag dan wel als een onchristelijk vroeg vakantie-uur klinken voor sommigen, met 25 °C bleek dit het koelste moment van de dag te zijn: uiteraard is dat nog steeds broeierig warm loopweer. Ik val in herhaling als ik zeg dat lopen in Parijs altijd een succes is, ondanks de vele stoplichten en de smalle voetpaden met verraderlijke steentjes, ondanks mijn toch wat stramme benen en ochtendhoofd. Mijn vaste loopronde gaat in rechte lijn naar Arc de Triomphe waar ik altijd even moet uithijgen omdat het 2 kilometer lang een verraderlijk oplopend stuk is. Ik vervolg mijn weg dan over de Champs Elysées, langs de Seine om dan door de Tuileries over Place Vendôme terug richting hotel te lopen. Een rondje van zo’n 8,5 kilometer. Het venijn zat hem niet alleen in het begin richting Arc, maar ook op het einde, waar ik zo’n 800 meter bergop moest lopen (Montmartre, weetjewel) tot aan het hotel. Een zweterige, maar echt wel de beste start van de dag in Parijs en de ideale basis voor een geslaagd ontbijtbuffet.

IMG_0371b

Sien was lang geleden al eens in Parijs. Ze viel nu als een blok voor de charme van de Champs Elysées. Hier zou ik wel kunnen wonen, liet ze zich meermaals ontvallen. Ook in andere wijken zag ze zichzelf aarden, maar de prestigieuze boulevard droeg haar voorkeur weg. We gingen op de Champs shoppen bij Petit Bateau en dronken wat verderop een dure koffie. Sien was eveneens onder de indruk van Le Bon Marché, het classy grootwarenhuis met bijhorende Grand Epicérie dat gelegen is in mijn favoriete wijk Saint-Germain des Prés. Ze vond er twee nieuwe vriendinnen onder de charmante verkoopsters, vereeuwigde hen op de foto en beloofde plechtig in september terug te komen. Donderdag was onze laatste en heetste dag. We kozen daarom voor een Seine cruise (in Parijs noem je dat geen ordinaire boottocht): een goede keuze, zo bleek. We vonden beschutting voor de ultra krachtige stralen van de zon en toen ik Kate Winslet-gewijs op het dek ging staan, zorgde een briesje voor wat verkoeling.

IMG_0505b

Gelukkig waren we ons toen niet bewust van de beproeving die ons boven het hoofd hing. Nadat we op het heetst van de dag naar het Gare du Nord stapten, bleek de verzengende hitte ook een grote impact te hebben op het spoorverkeer. Onze Thalys had een uur vertraging. Al snel werd duidelijk dat het daar niet bij zou blijven. Er kon tijdelijk geen enkele trein aankomen of vertrekken op het station. Regelrechte treinellende dus. Onder de glazen verkapping in het station was het bovendien amper uit te houden. Het was een sauna waar steeds meer volk strandde. De chaos nam toe toen een gedeelte van het station werd afgezet omdat er een verdacht pakket werd aangetroffen. Het ongenoegen onder de reizigers groeide en de aanvankelijk gelaten sfeer sloeg om. Plots was het zaak om een plekje te bemachtigen op de eerstvolgende Thalys die in Brussel-Zuid zou stoppen. Na een wachttijd van 4 uur en evenveel liters zweet, lukte het ons om een stoel richting België te claimen. Om 23 uur kwamen we uitgeteld aan in Bruxelles-Midi waar papa en Roos (hoe kan het ook anders) redders van dienst waren die ons veilig en wel naar huis brachten.

IMG_0464b
Sien deed twee vaststellingen: de Fransen drinken alleen goede wijn, bier is verfrissender dan wijn

Ik had het natuurlijk liever een graad of 10 koeler gehad in Parijs. Langs de andere kant is het hitterecord in Parijs meemaken ook een ervaring, net zoals vastzitten in het station. En Roos had weer eens gelijk: Parijs stelt echt nooit teleur.

IMG_0380b

Mijn recept voor een geslaagde zomervakantie

Aaah vakantie! Het kostte me zoals gewoonlijk enkele dagen om te wennen aan het idee dat ik de komende twee maanden niet ga werken en dat ik uitkijk over een zee van vrije dagen. Zelfs na al die jaren went dat bijzondere gevoel niet en heb ik tijd nodig om te acclimatiseren. Ik bracht deze week 24 uur aan de zonnige Noordzee door met mijn mama. We wandelden over het strand, dronken koffie, aanschouwden een zeilrace, aten garnaalkroketten en sloten de dag af met een veel te groot ijsje op de dijk. Mama vertrok de volgende dag in alle vroegte voor een Touretappe naar huis (175 kilometer!) en ik trok erop uit voor een heerlijke looprondje over het strand. De vakantiemodus was een feit. Zoals ik helemaal op kan gaan in mijn werk en sport, kan ik ook duchtig overdrijven in vakantie consumeren. Er komt immers tijd vrij die nuttig gespendeerd kan worden aan andere projecten en dus blijft mijn activiteitenpeil constant. Ik deel graag met jullie mijn (niet zo geheime) ingrediënten voor een geslaagde zomervakantie.

IMG_0070b

Het eerste ingrediënt zal weinig verbazing oogsten. Sport, beweging, activiteit: noem het zoals je wil, maar er moet wel iets gebeuren. Op een eerste niveau zijn dat trainingen: lopen en mountainbiken met het oog op de sportieve plannen van heel dichtbij (de La Chouffe trail) en iets verder weg (de marathon in Brugge en de Hel van Kasterlee). Het fijne van vakantie is dat je die gunstig kan plannen. Een duurtraining moet je bijvoorbeeld niet per se op zondag doen als het dan net heel warm is. Bovendien is het ook makkelijker om te herstellen en bekomen van de inspanningen.  Op een tweede bewegingsniveau maak ik in vakantietijden veel fietstochten met mijn stadsfiets zodat activiteit gecombineerd wordt met een andere vorm van ontspanning. Zo vertelde ik vorig jaar al in geuren en kleuren waarom ik zo hou van een fietstocht naar Tervuren en Brussel, maar ook Mechelen behoort tot de actieradius van mijn Cortina. Er is echt heel veel in eigen streek te ontdekken op de fiets.

Mijn tweede basisingrediënt is net zo essentieel. Ik kan me namelijk geen vakantie voorstellen zonder culturele bezigheden en plannen. Er moet in eerste instantie gelezen worden. Zo simpel is het. In de vakantie heb ik net iets minder besognes aan mijn hoofd en is er tijd om lang onafgebroken aan een stuk in een boek weg te kruipen. Ik begon de vakantie sterk en las deze week (hou je vast) al drie boeken. Dit tempo hou ik wellicht niet vol, maar ik moet hoe dan ook een inhaalmanoeuvre inzetten om mijn zelf opgelegde quotum van 50 boeken op jaarbasis te halen. Door de drukte in de maanden mei en juni kwam ik toen helaas amper aan lezen toe. Sinds kort ben ik ook in het bezit van een Museumpas. Voor 50 euro kan je daarmee een jaar lang zowat alle musea in België bezoeken. Hoog tijd dus om af te rekenen met mijn museumgerelateerde drempelvrees. Nog dringender tijd om eindelijk eens het MAS te bezoeken en zoveel meer. Jullie begrijpen ook dat een museumbezoek zich ideaal laat combineren met een uitstap op de fiets. Om de culturele verzadiging rond te krijgen, probeer ik in de vakantie ook meer films te kijken, wat ik tijdens het schooljaar te weinig doe.

IMG_0098b
Lezen! Lezen! Lezen!

In dat hoofd van mij is continu iets aan het borrelen. Mijn succesrecept is niet compleet zonder creatieve projecten. Ik maak al eens tassen en mijn gepersonaliseerde Flat White travel set dient dringend uitgebreid te worden met een rugzak en hip heuptasje. Ook voor in huis heb ik nog tal van ideeën die ik hoop te kunnen uitvoeren. Voor een nakende Parijs-trip heb ik nog enkele kledingwensen te vervullen. Op bloggebied ben ik nog bijlange niet uitgeschreven. Prioriteit nummer 1 is momenteel mijn metekindje dat zich ergens in augustus zal aandienen. De Flat White Petite collectie zag al het levenslicht, maar er is natuurlijk meer op til. Creativiteit komt daarenboven ook van pas om een taak in huis tot een goed einde te brengen: administratie ordenen bijvoorbeeld of een kast herorganiseren. Saaie, maar noodzakelijke klusjes die niet zo lastig zijn als je even de tijd neemt om er doordacht aan te beginnen.

Mogelijk zijn jullie al moe geworden door deze bespreking van mijn vakantieplannen. Als geen ander ben ik me ervan bewust dat de ingrediënten sport, cultuur en creativiteit pas echt tot hun recht komen met een gezonde dosis rust. Mijn vakantietijd besteed ik liefst niet al slapend in bed. Rusten en kalm-aan-doen dat is buitenshuis een koffie drinken of gaan lunchen in goed gezelschap. Naar Parijs gaan. De tuin van een familielid confisqueren om er mijn leesburcht op te trekken. Met mijn katten in de zetel liggen en hen onnozele verhalen vertellen. Foto’s maken van boeken en de plaats waar ik die lees. Mijn finishing touch is de saus van familie en vriendschap waar ik mijn vakantie rijkelijk mee overgiet. Geloof me: er is heel veel moois in aantocht!

IMG_0065b

Vaderdag – Bijzondere papa-momenten

Eert vader en moeder, al de dagen van uw leven prijkte op een bordje bij Oma en Opa thuis. Als kind vroeg ik wat eren eigenlijk betekende. Dat ge altijd goed moet zijn voor uw ouders, zei Oma toen. Dat klonk logisch, al vroeg ik me meteen ook af hoe dat dan concreet vertaald moest worden naar de praktijk. Thuis nam ik me voor om zonder verpinken de kruimels van tafel te vegen met de vod. Naast een verjaardagscadeau en een knutselwerkje met Vader– en Moederdag kan je ouders het best eren met een mooi gebaar of in ons geval een creatief project met emotionele waarde. Zo maakten wij voor de 35e huwelijksverjaardag van onze ouders het Odeynenboek: een origineel fotoalbum met teksten en herinneringen aan onze jeugd. Ter ere van Vaderdag presenteer ik jullie vandaag enkele gedenkwaardige momenten die mijn papa typeren: kleine, schijnbaar onbenullige, gebeurtenissen waar ik nog steeds met een warm gevoel aan terugdenk.

Mijn eerste cinema-ervaring beleefde ik in de jaren 90 toen ik met papa en Seppe naar Free Willy ging kijken. Zo’n uitstap met ons drieën was zonder twijfel een geweldige ervaring, maar het verhaal van de zielige orka en diens beste vriend Jesse greep mij heel erg aan. Op de tonen van Michael Jacksons Will You Be There werd ik helemaal meegesleept in de dramatiek van het grote scherm. Het moment dat Willy op commando van Jesse over de pier naar zijn vrijheid springt, kon mij niet bevrijden van alle gevoelens die de film bij mij had losgemaakt. Ik was het type kind dat met een heel grote krop in de keel bleef zitten lang nadat de film afgelopen was. Papa had hiervoor de ideale remedie: humor. Hij focuste zich daarvoor op de rol van de papa in de film. Opstandige tieners en dieren die gered moeten worden: het leidt al eens tot schade aan het huis en de auto. Diene papa heeft nogal werk! zei hij dan meermaals. Ik moest elke keer weer lachen met die (flauwe) opmerking, waardoor de krop in mijn keel stilletjes loskwam en ik besefte dat het ook maar een film was die ik niet te serieus moest nemen.

IMG_4120b
Papa de dierenvriend

In mijn tienerjaren gingen wij met het gezin kamperen in Engeland. Een onderneming waar ik mijn ouders nog steeds om bewonder. Het was de tijd van de walkmans en cassettes die je opnam van de radio, dat ik als puber liefst gewoon een boek las en vooral geen zin had om kerken, ruïnes en lokale museumpjes te bezoeken. Ik was kortom niet het gezelligste gezelschap. Ondanks mijn semi-ongeïnteresseerde houding heb ik heel veel mooie herinneringen aan onze gezinsvakanties. Stiekem vond ik de momenten in de auto heel fijn. Papa zat aan het stuur, reed links alsof het niks was en regeerde over de muziek. Op zijn cassettes stonden compilaties van zijn new wave cd’s en ander moois uit de eighties. Zo maakten wij op jonge leeftijd reeds kennis met instant klassiekers als Stan Ridgway’s Camouflage (wij zongen CATmouflage), One Step Beyond van Madness (wij zongen Monster’s Claw) en The Passenger van Iggy Pop (geen idee wat we zongen): een unieke kennismaking met de Britse cultuur die ik toen niet naar waarde kon schatten, maar die ik nu nog steeds koester. Het enige moment dat we naar de radio luisterden was tijdens de terugrit van Calais naar huis. In het holst van de nacht mocht ik dan vooraan naast papa zitten omdat ik de enige was die niet sliep in de auto. Mama zag in mijn gebabbel de ideale wakker houder. Hij had mijn gepraat natuurlijk niet nodig, maar het was een taak die ik maar wat graag op me nam.

In mijn dertiger jaren maakt papa al eens deel uit van mijn sportieve avonturen. Soms tegen wil en dank. Hij smacht ongetwijfeld naar de tijd dat hij volop papa kon zijn door met een simpele druk op de play-knop een cassette af te spelen. We liepen dus al eens samen een marathon en ook in de Hel van Kasterlee fietsten we heel veel kilometers in elkaars gezelschap. We praten niet veel op die momenten. Dat was ook zo toen we twee jaar geleden een ultratrail gingen lopen in Houffalize. Mijn zot idee en papa deed mee. Twee weken voor die uitdaging gingen wij op de eerste dag van onze zomervakantie naar de Decathlon om een trailrugzak te kopen. Het was een regenachtige zaterdagnamiddag waarop half Vlaanderen had beslist dat dit het uitgelezen moment was om te gaan shoppen. Voor papa is den Decathlon het walhalla. Hij was in zijn nopjes en kocht naast het nodige trailgerief ook casual schoenen, sandalen en een tent. Mijn advies werd gewaardeerd. Om mij te plezieren gingen we ook naar de AS Adventure: de Decathlon voor snobs, volgens papa. Ze hebben daar gewoon dezelfde spullen, maar etaleren die dan in wat keien. Om onze gezamenlijke shoppingmiddag af te sluiten gingen we nog een pannenkoek eten. Papa trakteerde, hoe kan het anders?

Ik hoor graag dat ik op papa lijk en andersom. Voor hem reikt dat verder dan fysieke gelijkenissen en sportieve prestaties. Zo maakt hij zich soms oprecht zorgen over het feit dat ik zelden naar de frituur ga en dat ik niet standaard mayonaise in huis heb. Ik scoor dan gelukkig wel punten als ik een joggingbroek draag of een lifter meeneem. Gelukkige Vaderdag, daddy!

Op de foto zien jullie Meester Jan in zijn montage-atelier. Zoals altijd gewapend met de glimlach.

Het moment – Een weekend in Brussel met Sien en Roos

Als ik ook maar een beetje poëtische aanleg had, dan zou ik een dichtbundel wijden aan de 20 kilometer van Brussel. Omdat ik al heel vaak heb gezegd dat ik daar werd geboren als loper. Omdat ik aan die wedstrijd zoveel mooie herinneringen heb met Roos. Omdat Brussel altijd een goed idee is. Vorig jaar was ik er aanwezig als personal coach van Roos. Mijn zus schitterde en ik was trots op haar. Dit jaar was ik vastbesloten om de 20 kilometer niet aan mijn neus voorbij te laten gaan. Na mijn recente ziekenhuisopname en de diagnose longembolie zag ik mijn langverwachte revanche-weekend volledig in het water vallen. Ik had er zelfs vrede mee als ik op vrije voet zou zijn en dus niet langer in een ziekenhuisbed moest liggen. Het draaide allemaal onverwacht positief uit. Vrijdagmiddag kreeg ik mijn ontslag in het ziekenhuis en was ik terug een vrij mens. Zondagmiddag had ik samen met Roos 20 kilometer in Brussel gelopen.

Zoals wel vaker maakten wij van dit loopevenement ook een familie-evenement. Onze liefste Tante Sien kunnen we namelijk niet vaak genoeg zien en dus combineerden we onze sportwedstrijd met een Brussels logement bij mijn meter. Lucky me! In gezelschap van Sien is het altijd feest. We kunnen ongegeneerd onszelf zijn in vertrouwde familiale kring. We praten over katten en het leven. We heffen het glas op het samenzijn. We worden nog net zo hard in de watten gelegd als in onze kindertijd (lang lang geleden) toen we al eens met z’n vieren bij Tante Sien gingen logeren. Zaterdagnamiddag trokken we richting Jubelpark om ons startnummer voor de 20 kilometer af te halen. Nadat Sien ons de kneepjes van het Brusselse autoverkeer leerde kennen, gaven wij haar een korte introductie in de basisbeginselen van het loopevenement. Roos en ik beschouwen onszelf stiekem als ervaren rotten van de 20 kilometer van Brussel en deze 40e feesteditie zou voor ons allebei de 5e zijn. De avond bracht ons een glas champagne, lekker eten en uitbuiken bij het Eurovisiesongfestival. Meer heb je niet nodig om een topavond te beleven.

IMG_4583b

Er is geen ochtendmens verloren gegaan aan Sien, maar toch stond ze erop om samen met ons te ontbijten. Dat is liefde. Om half 9 vertrokken Roos en ik op de fiets in de motregen richting Jubelpark. Fietsen in Brussel is altijd uit je doppen kijken en vooral ook altijd berg op en af. Een stevige opwarming dus. Na een half uur fietsen kwamen we met een fris zweetluchtje aan in het Jubelpark: helemaal klaar om aan te schuiven bij de dixi’s, waar traditiegetrouw het wc-papier op was. We repten ons om de start te zien van de wheelers en handy bikes. Daar zagen we plots ook onze koning. Niet in looptenue, maar voor zijn doen ongetwijfeld redelijk casual gekleed voor een zondag. Onder een grijs wolkendek trokken we naar ons startvak. We speelden nog wat met absurd grote ballonnen in de Belgische kleuren tot het startschot van Koning Filip weerklonk.

Ik zou dus 20 kilometer lopen met een longembolie. Wie mij een beetje kent, weet dat ik een enorme stijfkop kan zijn (ik noem het liever vastberadenheid), maar weet ook dat ik mijn gezondheid onder geen beding op het spel zou zetten. Uitgerekend nu een medisch risico lopen, zou wel heel dom zijn. Mijn huisarts gaf groen licht om 20 kilometer te lopen op voorwaarde dat ik niet tot het uiterste zou gaan als was het een wedstrijd. Mijn longcapaciteit is verminderd en daarom moet mijn hart wat sneller kloppen als ik intensief sport. Als getrainde loper ondervind ik geen moeilijkheden als ik loop met een lage tot matige intensiteit. Dat ondervond ik ruim een week geleden nog, toen ik met papa en Roos 18 kilometer liep aan een lage hartslag. We zouden ons tempo nu laten afhangen van wat er nog bij Roos in de tank zat. Zij had namelijk de dag voordien haar titel op de 12 kilometer van het WK – Wijgmaals Kampioenschap – moeten verdedigen, waar ze als tweede was geëindigd. Dat had krachten gekost, maar wij Odeynen hebben altijd een blik karakter achter de hand. Zelf voelde ik de energie door mijn lijf stromen na dagen van sportrust.

Mijn vijfde 20 kilometer van Brussel gaat de boeken in als de editie waarbij ik het hardst heb genoten. Ik liep daar samen met mijn zusje. Vaak zij aan zij, wij samen: zoals bij onze eerste mijlpaal in 2014. Sinds ons debuut zijn zowel onze outfits als onze loopskills erop vooruitgegaan. Inmiddels beschikken we over een accurater inschattingsvermogen en kent het parcours geen geheimen voor ons. Roos voelde ’s ochtends de verzuring van haar WK nog in de benen zitten, maar ze beet zich vast en ging vooruit met één doel voor ogen. Zonder verpinken stormde ze na de kilometerlange kuitenbijter van de Tervurenlaan af op een nieuw PR. Ik deed dienst als haar treintje, haar lead out om het in wielertermen te zeggen. We hadden een zegegebaar ingeoefend. En zo liepen wij zusterlijk hand in hand over de finish met elk intussen 100 kilometer van Brussel in de benen. Het was net iets meer dan een ontspannen jogging voor mij, maar ik heb me geen moment benauwd of kortademig gevoeld. Mijn hartslagmeter kon dat bevestigen. Nog flinker bezweet kropen we terug de fiets op richting Sien. Na een douche en een stevige lunch bewonderden we Siens tuin en gaven we en passant nog wat advies over het tuinkot. Moe, maar heel voldaan stapten we uiteindelijk met weer veel te veel spullen in de auto. Wat een weekend!

IMG_4572

 

 

Het moment – De ultieme bekroning voor Bashir Abdi

Ik bombardeer april bij deze officieel tot marathonmaand. Er was mijn eigen moment de gloire in Parijs, de toptijd van Nederlands talent Abdi Nageeye, maar vooral twee Belgische topatleten die boven zichzelf uitstegen. Koen Naert beet begin april de spits af in Rotterdam. Hij verpulverde zijn snelste tijd en strandde op amper 19 seconden van het Belgisch record. Dat staat al 24 jaar op naam van Vincent Rousseau. Afgelopen zondag was het de beurt aan landgenoot Bashir Abdi. Hij ging van start in de prestigieuze London Marathon, u weet wel: één van de Majors. Terwijl de wereld enkel oog had voor de Keniaanse Eliud – King of Marathon – Kipchoge en publiekslieveling Sir Mo Farah, liep onze eigenste Bashir in alle anonimiteit naar een verbetering van het nationaal record. Met 2:07:03 stelde hij het Belgisch record 17 seconden scherper. Een uitzonderlijke prestatie, zeker als je weet dat dit nog maar zijn tweede marathon was.

Mogelijk is de staat van extase waarin ik me zondag bevond te wijten aan het feit dat er jaarlijks slechts een handjevol marathons live op televisie te volgen is. Ik zou me ook kunnen verontschuldigen voor mijn ongebreideld enthousiasme, want ik ben me ervan bewust dat niet iedereen zo lyrisch is als er een marathon op tv wordt uitgezonden. Enkel wie al eens van de marathon madness geproefd heeft, zal ten volle begrijpen waarom zulke beelden bij mij een gevoelige snaar raken. In de eerste plaats zijn sfeerimpressies van de startzone een feest van herkenbaarheid: het nerveuze getrippel om warm te blijven, aanschuiven bij de dixi’s en tot slot nog een banaantje wegwerken. Er hangt een serene, maar toch opgewonden sfeer: nu gaat het gebeuren. Alles is adrenaline. De marathon is uniek omdat topatleet en recreant identiek dezelfde wedstrijd op hetzelfde moment lopen. Bij de BBC hebben ze dat goed begrepen. De uitzending werd gekaderd met kleine en grootse verhalen van zowel toppers als recreanten. Niemand minder dan Paula Radcliffe (wereldrecordhouder op de marathon bij de vrouwen) voorzag de strijd van professioneel commentaar. Ik kreeg trouwens ook Roos zo ver om zondag naar BBC over te schakelen. Ze gaf grif toe dat haar marathonhart er sneller van ging slaan.

Bashir Abdi speelde het tactische spel slim. De 30-jarige Gentenaar manoeuvreerde zich voor de race behendig in de positie van underdog. Hij strooide zijn opponenten en de media professioneel zand in de ogen door te zeggen dat hij de laatste weken te kampen had met maagproblemen als gevolg van een bacteriële infectie. Het bleek een geniale schijnbeweging te zijn, want Bashir vertrok pijlsnel. Na 10 kilometer was duidelijk dat hij op recordkoers lag. Naar eigen zeggen kwam hij de man met de hamer tegen op kilometer 40. Die kon hem niet van een zevende plaats houden en zo werd Bashir gekroond als kersvers Belgisch kampioen op de marathon. Een titel waar hij als tiener niet van droomde. Hij kwam op jonge leeftijd in België terecht nadat hij met zijn familie vluchtte voor het oorlogsgeweld in Somalië. De jonge Bashir ambieerde een carrière als profvoetballer, maar belandde na een blessure op zijn vijftiende in de atletiekclub van Oostakker. In tegenstelling tot Abdi Nageeye blonk Bashir Abdi niet meteen uit tijdens loopnummers. Trainer Peter Robbens zag echter potentieel. Het was pas toen Bashir bevriend geraakte met zijn idool Mo Farah dat hij zichzelf ontdekte als toploper en bijgevolg zijn hart verloor aan de atletiek.

Dat Eliud Kipchoge voor de vierde keer de London Marathon op zijn naam schreef, is geen verrassende plottwist in dit verhaal. Keizer Bashir Abdi zetelt op een imposante troon in marathonmaand april. Goedlachs en immer sympathiek, maar ook kritisch zoals het een waardig kampioen betaamt: die drie seconden boven 2:07 vond hij toch jammer. Telkens als ik over professionele marathonlopers schrijf, kom ik tot de conclusie dat het oprechte mensen zijn. Uitblinken op de mythische afstand vraagt veel trainingsarbeid, vaak ver weg van alles en iedereen. Ook Bashir maalt veel kilometers op stoffige Ethiopische wegen: weg van het spektakel en eender welk mediacircus. Schitteren op een grote marathon levert een behoorlijke geldprijs op, maar uiteindelijk leidt de marathonloper een eenvoudig leven. Bescheidenheid siert de grootste kampioenen. Het wordt hoog tijd dat er een boek verschijnt over het levensverhaal en de carrière van de charismatische Bashir Abdi.

Het moment – Vreugde en vuur in Parijs

Parijs stelt nooit teleur. Het zou uit mijn mond kunnen komen, maar het is een uitspraak van Roos. Helaas krijgt datzelfde Parijs de ene rake klap na de andere te verwerken. Er waren aanslagen, steekpartijen en schietincidenten die niemand onberoerd lieten. De stad lag knock-out op de grond, krabbelde weer recht en hervatte het leven van alledag. Sinds enkele maanden zijn er de gilets jaunes die vernielingen aanrichten in de buurt van de Champs Elysées. Ook de oh zo robuuste Arc de Triomphe moest incasseren. Mijn geliefde stad krijgt het hard te verduren en dat doet pijn. Ondanks al dat geweld blijft het Parijse hart kloppen. Ik bracht vier dagen door in de Franse metropool in gezelschap van mijn zussen, mama en tante. Ik liep zondag mijn tiende marathon. Ik hield me aan mijn plan en genoot ervan met volle teugen. Ik liep een sterke marathon. Ik finishte in 3:22:10. Ik was euforisch. Roos kreeg maar weer eens gelijk: Parijs stelde wederom niet teleur. Na de vreugde kwam het verdriet. Ik was geschokt toen ik gisterenavond thuiskwam en hoorde dat de Notre-Dame in lichterlaaie stond. In de namiddag liep ik met Roos nog langs ons Notje. Vuur dat is verwoesting, maar ook strijdlust en passie. Het was een vurige vierdaagse op meerdere fronten. Een uitgebreid raceverslag volgt snel, maar ik sta graag al even stil bij de waarde van dit marathonverhaal.

Ja, ik genoot dus van de trip én de marathon. Ik trok lessen uit de vorige marathon die ik liep in Parijs. In april 2017 dekte het woord nerveus niet de lading voor de staat waarin ik me bevond. Ik liep de muren op van mijn eigen onrust en ging ook letterlijk tegen de grond anderhalve dag voor ik in Parijs 42,2 kilometer zou lopen. De marathon was een gevecht dat ik maar ternauwernood kon winnen. Ik liet er mijn snelste tijd optekenen, maar bleef met een gevoel van ontevredenheid rondlopen. Lessons learned, dat zou mij dit jaar niet overkomen. Toen ik vrijdagnamiddag mijn startnummer ging ophalen, voelde ik me een heel andere mens dan het stresskonijn van twee jaar geleden. Ik had met redelijk wat vertrouwen toegeleefd naar mijn grote dag en ik voelde me ook mentaal sterker dan ooit tevoren. Dat kan ook moeilijk anders met het geweldige team dat mij omringde. Bij elk van die tien marathons kon ik rekenen op mijn mama en zussen als trouwe bevoorraders en supporters. Die persoonlijke ondersteuning is zonder enige twijfel goud waard. Uiteraard tijdens de marathon, maar misschien nog belangrijker in de aanloop er naartoe. Mijn familie voelt mij perfect aan: ze voelen of ik peptalk, dan wel afleiding nog heb. Ze prijzen me af en toe de hemel in. Ik kan hen alles toevertrouwen. We hebben bovenal heel veel gelachen en plezier gehad vanaf de eerste momenten in Parijs. Het sportieve luik was een onderdeel van een schitterend geheel. Mijn marathon is een kunstwerk dat opvalt omdat het pronkt in een unieke lijst.

IMG_4224
Twee zussen en drie zussen, maar vooral een winning team!

Ik liep tien marathons in vier jaar tijd. De helft daarvan liep ik in Brussel en Parijs. Tien marathons, dat klinkt ook in mijn lopersoren als heel veel. Ik begon vijf jaar geleden te lopen na jaren van inactiviteit. Samen met Roos stoomde ik me klaar om de 20 kilometer van Brussel tot een goed einde te brengen. Het bleek het begin van een heel mooi verhaal te zijn. Wie mij in april 2014 had gezegd dat ik over vijf jaar tien marathons gelopen zou hebben, had ik eens goed uitgelachen. Ik loop omdat ik daar een gelukkigere mens van word: dat kan ik niet genoeg herhalen. De marathon ligt mij. Hoe saai een marathon lopen soms ook is, mijn hart staat in vuur en vlam als ik nog maar denk aan een marathonplan. Ik voel me als herboren na elk marathonavontuur. Lopen was aanvankelijk een fijne hobby die ik deelde met Roos. Ondertussen is het een fundamenteel onderdeel van wie ik ben. Met mijn 3:22 van zondag evenaarde ik mijn snelste tijden van Parijs 2017 en Brussel 2016. Ik liep nu drie marathons aan hetzelfde harde tempo. Waar ik vroeger gebrand was op sneller en beter, besef ik nu als geen ander dat bevestigen net zo straf is. Ik ben daar op dit moment ook schaamteloos trots op. Ik zit weer eens op een roze marathonwolk en Elton John zingt I’m still standing after all this time, looking like a true survivor, feeling like a little kid.

Nadat ik de finishzone verlaten had, kreeg ik een dikke pakkerd van mijn supporters. Mijn zweetlucht namen ze er zonder verpinken bij. Voor Tante Hilde was het de eerste keer dat ze een marathon volgde. Het was een voorrecht om erbij te zijn, zei ze. Ik kan hier alleen maar op antwoorden dat het een voorrecht was om jullie marathonloper te zijn. Un grand merci!

Het moment – Een looptocht door Den Haag op eigen wijze

Zondag 10 maart zou ik afrekenen met mijn demonen door de halve marathon van de CPC Loop in Den Haag uit te lopen en niet na 3 kilometer geblesseerd aan de kant te staan. Dat was het plan. Soms denk ik wel eens dat plannen er zijn om gewijzigd te worden. De wedstrijd werd namelijk afgelast vanwege de slechte weersomstandigheden: van een plottwist gesproken. Nietsvermoedend vertrokken Roos en ik zaterdag in een goed gevulde auto met twee fietsen, veel zelfgemaakte tassen en nog meer loopkleding. De highway Den Haag (zoals wij die snelweg op de tonen van Highway to Hell noemen) bracht ons in een vloeiende beweging bij onze Nederlandse familie. Toen we zondagochtend vernamen dat de wedstrijd was afgelast, waren we vastbesloten om onze loopkilometers op Haagse bodem af te leggen. We liepen uiteindelijk onze eigen CPC Loop door een beetje regen en wind en hielden er een prachtig weekend aan over.

Bij deze bombardeer ik Den Haag officieel tot mooiste stad van Nederland. ‘s-Gravenhage is met ruim 500.000 inwoners de grootste Nederlandse kuststad. De nabijheid van het strand is meteen ook één van de troeven van de administratieve hoofdstad van onze noorderburen. Het stadscentrum biedt diverse shoppinggelegenheden en trendy horecazaken. Vaste waarden voor ons zijn een bezoekje aan De Bijenkorf en de Bagels & Beans. Het Haagse straatbeeld wordt getypeerd door statige woningen. De standing van de stad is overal voelbaar. Vanaf het centrum ben je op een kwartier fietsen aan het strand van Scheveningen. In tegenstelling tot de doorsnee Belgische badstad wordt de boulevard (een chiquer woord voor dijk) niet ontsierd door lelijke hoogbouw. De halve marathon vertrekt vanuit de binnenstad een stukje langs de boulevard en de bijhorende pier terug naar de stad: city – pier – city, ofte CPC. Jullie begrijpen dat dit een bijzonder mooi halve marathonparcours is.

IMG_3948
Stance sokken zijn ook geschikt voor het strand!

Roos en ik zakten al voor de vierde keer af naar Den Haag voor de CPC. Tradities zijn er om in ere te houden, maar enkel bij ons debuut in 2016 bereikten we allebei de finish. Ik had op voorhand met heel veel (doem)scenario’s rekening gehouden, maar niet met een afgelaste wedstrijd. Toen ik zondagochtend ontwaakte in het grote bed met camouflagenet van mijn (achter)neefje Lev hoorde ik de regen al iets te hard naar mijn zin op het dak tikken. Ook Roos kon niet anders dan vaststellen dat het net zoals vorig jaar een natte editie zou worden. Ze nam haar gsm erbij om het weerbericht op te zoeken: vooral in het zuiden van het land (waar wij ons dus niet bevonden) werden er harde windstoten voorspeld. Rond het middaguur zou de ergste regen achter de rug zijn. Aangezien onze wedstrijd pas om 14u30 van start ging, rekenden wij dus op een alles overweldigende opklaring. Enkele minuten later zag Roos dat er geen start zou zijn. De organisatie had om 7u een email gestuurd dat de wedstrijd was afgelast omdat de veiligheid van de lopers niet gegarandeerd kon worden.

Wij hadden meteen onze bedenkingen bij de drastische beslissing om de wedstrijd af te gelasten. Met heel veel moeite konden wij een beetje wind ontwaren in de struiken buiten. Daarenboven spendeerde ik in Kasterlee maar liefst 11 uur in barre weersomstandigheden en liep ik ook al eens een marathon bij 30 graden. Slecht weer is dus niet per se een domper op de feestvreugde voor ons. Nadat het ontbijt was verteerd, vertrokken wij met de routetips van Maarten en Irene voor onze geheel eigen invulling van de CPC. Wij kunnen namelijk wel tegen een (wind)stootje en we wilden aan den lijve ondervinden hoe slecht die weersomstandigheden waren vooraleer ons definitieve oordeel uit te schreeuwen. Er het beste van maken: dat is waar wij met momenten in excelleren. We maakten eerst een klein ommetje langs de plek des onheils van vorig jaar: dé plaats waar mijn persoonlijke drama zich voltrok. Er stond nog geen ereteken voor de volharding die ik heb getoond tijdens mijn revalidatie, dus we moesten ook geen bloemen achterlaten. Vervolgens trokken we verder richting de kust. Ik maakte een cruciale vergissing in onze beoogde route en zo liepen we niet in een rechte lijn naar het strand van Scheveningen, maar naar dat van Kijkduin.

IMG_3955

Soms pakken vergissingen verrassend goed uit. Zo ook deze. Na een kilometer of 5 zagen we plots de zee opdoemen en voelden we ook een krachtige wind. Het kostte ons heel wat moeite en een stevige zandstraling om een klein stukje tegen de wind in op het strand te komen. Wat een plezier om plots langs de kustlijn te staan met onze voeten in de schelpen! Met de wind in de rug zouden we richting Scheveningen lopen, waar ook het officiële CPC parcours langskomt. Het leek alsof er een gigantische haardroger achter ons aanzat, want we werden vooruit geblazen. Omdat zand hoe dan ook een zware ondergrond blijft, zetten we onze weg verder via een mooi geasfalteerd pad door de duinen. We bereikten Scheveningen en maakten een vreugdesprongetje toen plots de zon doorbrak. Ons vermoeden werd bevestigd: er stond wat wind, maar niet in die mate dat het gevaarlijk was om je op de boulevard te begeven. Heel wat mensen kuierden gezellig rond en we zagen geen terrasstoelen in het rond vliegen. We gingen een stukje de pier op en liepen via de haven terug richting centrum. Na 22,3 kilometer zat onze CBDPC Loop erop: city, beach, dunes, pier, city.

Dit was zonder twijfel de meest gevarieerde duurloop die ik al liep. Wat een parcours, wat een ervaring! Omdat ik toch behoorlijk gestresseerd toe had geleefd naar deze wedstrijd, geef ik toe dat het in eerste instantie voelde alsof ik een lastige confrontatie uit de weg kon gaan. Dit alternatief leverde me enkel voordelen op: ik liep een nuttige training aan Roos’ zijde. Toen het later in de namiddag ook nog eens heel hard begon te regenen, waren wij er helemaal niet rouwig om dat we droog en wel in de auto zaten. Volgend jaar is er weer een kans om sportief te schitteren in Den Haag, maar voor nu kunnen wij nog nagenieten van een sportief en familiaal hoogstaand weekend.

IMG_3945

 

 

 

Het moment – De magische mijl

Ik liet jullie al kennismaken met twee lopende leerlingen om trots op te zijn, maar elke leerling is uniek op haar of zijn eigen manier. Loper of gamer. Lezer of wetenschapswonder. Voorbeeldleerling of hangjongere. Dat is geen pedagogisch gezwets. Ik ben daar oprecht van overtuigd. Lesgeven vraagt veel geduld en overtuiging. Je moet soms wat meer moeite doen om de persoon achter het gedrag te ontdekken. Buiten het klaslokaal leer je de leerlingen vaak op een andere manier kennen. En zij jou. Daarom vind ik het een meerwaarde om tijdens de middagpauze met mijn leerlingen te gaan lopen. Niet alleen omdat beweging belangrijk is, maar omdat samen bewegen een verbindende activiteit is die de klasbanden aanscherpt. Ik heb het geluk dat ik op mijn school Koninklijk Atheneum De Ring goed omringd ben met enthousiaste collega’s die ook bereid zijn om hun sportiefste beentje voor te zetten. Vorige week werd het startschot gegeven voor de One Mile uitdaging die al aan zijn derde jaargang toe is.

Het Daily Mile project (vroeger One Mile a Day) werd in 2012 opgestart door Elaine Wyllie om leerlingen op basisscholen in het Verenigd Koninkrijk aan het bewegen te krijgen. Ze bedacht om de schooldag te beginnen door met alle leerlingen samen één mijl (1,6 km) te lopen. Loopplezier en samenzijn staan daarbij centraal. Ook in België werd het project opgepikt. Inmiddels nemen er al 7800 basisscholen verspreid over heel Europa aan deel. Toen we twee jaar geleden in april een sportdag organiseerden voor onze vierdejaars vond ik het een goede opwarmer om de week daarvoor dagelijks een mijl te gaan lopen. Voor schooltijd: vrijblijvend en van harte aanbevolen. Om leerlingen om 8u op school te krijgen om te gaan lopen, rekende ik niet alleen op mijn enthousiasme, maar bedacht ik ook enkele extraatjes. Elke dappere ochtendloper kreeg een gezonde versnapering na afloop en bij wijze van spelelement was er ook een klassencompetitie. Bovendien kon elke klasgroep een ontbijt verdienen als elke leerling een keertje mee kwam lopen. Tijdens die week kwamen er dagelijks zo’n 20 leerlingen van het vierde jaar lopen. Of dat aan mijn overtuigingskracht, dan wel aan de beloningen lag, laat ik het in het midden. Het project was geslaagd.

Vorig jaar zag ik het wat grootser: het project liep over meerdere weken met twee loopdagen per week waarop er zowel ’s ochtends om 8u als ’s middags om 13u gelopen kon worden. Ik blonk van trots toen bleek dat er op beide loopmomenten telkens een aanzienlijke groep van zo’n 30 leerlingen aan de start stond. Bovendien was ik klastitularis van een bijzonder sportieve klasgroep waar de One Mile een erezaak geworden was. Uiteindelijk ging maar liefst 95% van de vierdejaars eens mee lopen. Op de afsluitende sportdag werden de leerlingen die elke dag gelopen hadden nog eens in de bloemetjes gezet. Wederom een geslaagde sportieve missie. Dit jaar besloot ik er weer wat vroeger aan te beginnen, zodat bewegen op school een vaste waarde kan worden. Vorige week gingen we van start. Aanvankelijk met een bescheiden, maar wel heel enthousiaste groep lopers. Afgelopen dinsdag waren er 26 leerlingen van de partij. Tel ze maar na op de foto.

Dat ik die mijlmomenten magisch vind, is niets overdreven. Moeilijker is het om uit te leggen wat daar nu precies zo bijzonder aan is. Onze school ligt aan de ring in Leuven wat niet meteen een inspirerend parcours oplevert. Integendeel: we lopen langs de ring en moeten meestal twee keer bij het stoplicht wachten om over te steken. Door de jeugdige explosiviteit moet ik al meteen in turbomodus gaan om de eersten te kunnen volgen. Ik pas ook wijselijk voor de sprint die de die hards de laatste 100 meter inzetten. In mijn eentje zou ik niet op die manier 10 minuten lopen. Dat is echter helemaal ondergeschikt aan de positieve sfeer van samenhorigheid die er heerst gedurende die 1,6 kilometer. We doen iets heel eenvoudigs, maar het gebeurt samen. Hoewel we niet samen finishen, is er geen winnaar of verliezer. De koplopers leggen hun mijl af met twee vingers in de neus en zonder een druppel zweet te verliezen. De gezelschapslopers laten zich begeleiden door een stevige beat en met gebabbel. De doorzetters zijn elke dag weer blij dat het laatste stuk wat bergaf loopt.

Het valt op dat als er in een klas een harde kern van lopers ontstaat het project helemaal tot leven komt in die klas. Elke leerling voelt zich dan betrokken en wil zijn steentje bijdragen. Omgekeerd geldt ook dat als er minder animo is, het moeilijker wordt om de trein op gang te krijgen. Ik bekijk het zo dat elke leerling die mee komt een overwinning is. Aanmoedigingen en complimentjes geven: dat werkt voor ons allemaal immers stimulerend. Ik kijk uit naar nog meer magische mijlen. En wie er nog aan mocht twijfelen: een mijl kan je ook in jeansbroek lopen.

 

Het moment – De halve marathon in Kasterlee met Team Odeyn

In november trotseert Team Odeyn maar wat graag de Kastelse zandgrond tijdens een halve (of hele) marathon. Voor de Hellegangers is dit een eerste stiekeme krachtmeting met de concurrentie. Voor andere lopers een groene gelegenheid om nog eens een halve uit de benen te schudden. Afgelopen zondag was ook letterlijk een zon-dag te noemen. Lopers die voor de modder kwamen, waren er aan voor de moeite en konden maar beter een vergrootglas mee op pad nemen. Ook in ideale weersomstandigheden is het parcours in Kasterlee zwaar. De eerste helft loopt nog over rechte stukken asfalt. Hierna wordt het betere off-road werk geserveerd: op en neer door bos en duinen (zand!), waaronder twee venijnige beklimmingen met dito afdaling. Variatie dus, dat wel. Wie deelneemt aan de marathon krijgt twee keer hetzelfde rondje voorgeschoteld.

Team Odeyn stond aan de start van de halve marathon met een stevige delegatie. Seppe als onbetwiste aanvoerder van het team, aangezien hij ondertussen wellicht enige bekendheid geniet als Mr. Kasterlee of simpelweg de Duivel. Ook papa kent met vier Hel-finishes de Kastelse grond als geen ander. Roos en ik zorgden voor de vrouwelijke touch in het team en gingen voluit voor de underdog-positie. Mama was vakkundig fotograaf,  jassenbewaarder en supporter van dienst. Seppes dochter Laurien stal de show op haar gepersonaliseerde Orbea-regenboogfiets. Jong geleerd is oud gedaan. Om deel uit te maken van Team Odeyn is een bloedband trouwens geen noodzaak. Vriend Birger en coach Stefaan waren de nonkels van dienst.

Mijn geschiedenis met Kasterlee gaat terug tot 2014. In die eerste editie mispakte ik me serieus aan het modderige parcours. Ik had toen net een GPS-horloge en vertrok als een duveltje uit een doosje, vastberaden om een toptijd te lopen. Een onbezonnen start die me duur kwam te staan. Ik liep mijn eigen hel: 21 kilometer, 1 uur en 56 minuten lang spartelen om uiteindelijk toch een beetje te verzuipen. De regen maakte de ellende compleet. Het jaar nadien was ik beter voorbereid op wat komen zou. Je weet wel: dat verhaal van de ezel en de steen. Ik verpulverde mijn tijd met 10 minuten. In mijn topjaar 2016 mag het niet verbazen dat ik weer wat sneller liep. Vorig jaar koos ik voor de volle marathon. Een beslissing die ik me na één ronde serieus bekloeg. Afzien was het. Ik vocht moeder- en vaderziel alleen tegen de wind. De finishlijn kwam geen meter te vroeg. Ik eindigde toch nog als vijfde.

Zondag verliep mijn Kastelse race naar wens. Ik hield me de afgelopen weken keurig in op loopgebied. Mijn goede marathonvorm was duidelijk nog niet verdwenen. Ik maakte snelheid in het eerste deel en vergaloppeerde me niet al te erg tijdens de tweede helft. De Hoge Mouw, Muur van Kastel en Col Roger kregen me niet klein, maar kostten me wel krachten. Uiteindelijk finishte ik als zesde en liep ik mijn snelste halve marathon ooit in Kasterlee. Met het oog op de Hel zit het dus wel snor met dat lopen. Mijn papa deed het nog beter en wist mij op een kleine minuut te houden. Daar zal hij ongetwijfeld veel vertrouwen uit putten. Goed gedaan, pappie! Roos maakte zich op voorhand ernstige zorgen over haar duurloopcapaciteiten. 4 maanden verbouwen gaat je immers niet in de koude kleren zitten. Dat zusje van mij bracht het er zoals verwacht goed van af. Ze stopte zelfs twee keer om hulp te bieden aan collega-lopers die tegen de grond gingen. Dat overkwam haar zelf ook al eens in het verleden. Het zijn verraderlijke smeerlappen die boomwortels.

Huisvriend Birger was bij wijze van spreke al fris gedoucht toen ik aankwam en ook coach Stefaan zette een scherpe chrono neer. In Team Odeyn staat de sfeer centraal en niet de prestatie. Helaas werden onze positieve ervaringen overschaduwd door Seppes opgave. Na 14 kilometer aan kop van de wedstrijd moest hij de strijd staken na een verrekking aan de hamstrings. Hij mag dan wel zesvoudig winnaar van de Hel van Kasterlee zijn, die halve marathon is hem duidelijk minder goed gezind. Vorig jaar kwam hij onfortuinlijk ten val, maar kon hij zich nog van een tweede plaats verzekeren. In 2015 schreef hij in Kasterlee wel de volledige marathonafstand op zijn naam. Op de halve afstand lijkt hij echter een abonnement te hebben op de zilveren medaille. Dat gebeurde gisteren dus niet. Gelukkig kon hij na afloop meteen terecht bij Marike die kinesitherapeutische eerste hulp bij blessures kon bieden. Nu ik er zo over nadenk: het is hoogtijd voor een Team Odeyn met drie zussen aan de start.

IMG_3423
Hier staan dus zes marathonlopers en twee IJzeren Mannen.