De gedachte – En nog bedankt voor de cultuur!

Het zijn barre, bittere ijskoude tijden voor het culturele landschap in Vlaanderen. Nadat minister-president Jan Jambon bekendmaakte dat er duchtig gesnoeid zal worden in de subsidies voor de culturele sector barstte er hevig protest los. Terecht. Jambon is immers ook cultuurminister. De grootste bezorgdheid is een besparing van 5 miljoen of maar liefst 60% op projectsubsidies. De impact daarvan is enorm. Volgens acteur Michael Pas wordt het voor jonge kunstenaars vrijwel onmogelijk om aan de slag te gaan omdat net die projectsubsidies een kweekvijver vormen voor aanstormend artistiek talent. Vergeet niet dat ook gevestigde gezelschappen ooit klein begonnen. De duimschroeven worden aangehaald en de kaasschaaf vakkundig gehanteerd. De culturele sector bloedt en dat raakt mij.

Naast onderwijs en zorg moet er, wat mij betreft, ook overheidsgeld gebruikt worden opdat ons culturele leven zou floreren. Ik kan mij geen cultuurloos leven voorstellen. Dit jaar ging ik naar de opera (voor het eerst), bezocht ik theatervoorstellingen, concerten en comedyshows. Altijd brengt dat iets teweeg. Ik vind daarin een vorm van ontspanning die ik niet uit sport of mijn dagelijks leven kan halen. Cultuur is voor mij verlichting en een stukje schoonheid. Het geeft mijn leven zowel diepgang als luchtigheid. Ik zie en hoor iets bijzonder, word geraakt, denk na, denk nog wat verder na en ben dan verrast over een gevoel dat uitgesproken is. Je mag dat raar of zelfs belachelijk vinden. Het getuigt echter van geen stijl om mij dan als een elitaire linkse trut te bestempelen, want dat is hoe overtuigde cultuurfanaten dezer dagen worden afgeschilderd. De culturele sector zou slechts een uiterst selecte groep van de Vlaamse bevolking bereiken.

Niemand is verplicht om deel te nemen aan het culturele leven, maar de cijfers liegen er niet om. Cultuur kent een brede waaier aan verschijningsvormen. Je hoeft niet naar de opera of het ballet te gaan om aan cultuur te doen. Ook naar de bioscoop gaan, een monument bezoeken of een musical bijwonen, valt onder de algemene noemer cultuur. Daarenboven tonen de cijfers aan dat cultuur beleven los staat van een politieke voorkeur. Met andere woorden: niet alleen linkse rakkers zijn cultuurliefhebbers. Je kan het daar niet mee eens zijn en de besparingen terecht vinden. Volwassenen kunnen namelijk van mening verschillen. Ze kunnen daar dan over spreken en naar elkaar luisteren. Wat ik echter tenenkrommend vind, is de bagger die theatermakers en acteurs de afgelopen dagen over zich heen kregen. Filip Brusselmans van Vlaams Belang beet op Radio 1 de spits af door acteurs af te schilderen als een stelletje onbekwame speelvogels die zich bij voorkeur naakt op een podium God wanen. Hij beriep zich op de provocatieve voorstelling Mount Olympus van de al even omstreden theatermaker Jan Fabre. Allemaal de schuld van de linkse pamperpolitiek dat dit soort verderfelijk amusement gefinancierd wordt met overheidsgeld. Hoog tijd dus om daar paal en perk aan te stellen.

Ik viel achterover van zoveel klinkklare nonsense. Weet die mens eigenlijk wel wat cultuur inhoudt? Waar haalt hij het lef vandaan om op basis van één ongegronde aanname de volledige theaterwereld door de mangel te halen? Helaas was hij niet de enige die zich laatdunkend uitliet. De denigrerende toon waarop er via diverse media gesproken wordt over acteurs is stuitend en ronduit choquerend. Theater maken is een ambacht. Toneel spelen is een vak. Het is een stiel die onmetelijk veel oefening en toewijding vereist. Aan een theatervoorstelling gaat een maandenlange en vooral ook intensieve voorbereiding vooraf. Acteurs passeren niet royaal langs de kassa nadat ze ocharme twee uur in de spotlights smoelen staan trekken. Ze draaien lange werkdagen op niet-reguliere tijdstippen omdat ze iets mooi en uniek willen geven aan hun publiek. Iets dat vluchtig, maar echt is. Dag na dag, in goede en slechte tijden. Iedereen die daar anders over denkt, zou eens een paar dagen mee op tournee moeten gaan om het het reilen en zeilen van de theaterwereld te ervaren. Vel dan je oordeel.

Laat mij geen vakken vullen in de supermarkt, straten aanleggen, longen transplanteren of de Europese Commissie leiden. Laat mij voor de klas staan. Ieder zijn vak en ook ieder zijn hobby. Elke mens heeft uiteindelijk behoefte aan ontspanning (en ontroering) op zijn eigen manier. Zo heb ik helemaal niets met voetbal, maar betaal ik net zo goed onrechtstreeks voor de veiligheidsmaatregelen die bij zulke wedstrijden genomen moeten worden. Mij goed. Het is echter problematisch dat we een minister van Cultuur hebben die (op Bokrijk na) weinig affiniteit lijkt te hebben met die bevoegdheid. Hij heeft de deur hard dicht geknald terwijl onze vingers er nog tussen zitten en roept pro forma: seg en nog bedankt he! Besparen op cultuur, dat is besparen op ons gevoel. Het is een stukje schoonheid dat verzwolgen wordt in het donkere woud van de verzuring. Omarm de rijke Vlaamse cultuur in al zijn facetten. Koester het acteertalent van onze vruchtbare eigen bodem. Grootmeester Leonard Cohen liet deze week nog postuum van zich horen met zijn nieuwste album Thanks for the dance. In eigen land kan ik alleen maar rechtstaan, hard in mijn handen klappen en vanuit het diepst van mijn hart zeggen: bedankt voor de cultuur. Het is een genoegen om jullie publiek te mogen zijn.

 

Loperspraat – Feest, stress en herfst in september

September is een maand met twee gezichten: enerzijds het stralende staartje van de zomer, anderzijds het verraderlijke begin van verandering. Onder de laatste zomerstralen vierden we verjaardagen en de eerste maanddag van Leah. Daarnaast werd ik overspoeld door werk en wist ik soms echt niet meer waar mijn hoofd stond. Er waren kortom redenen om feest te vieren, maar ook om in de zetel te liggen balen. Zoals alleen Herman van Veen het kan zeggen: we moeten rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan!

De zon scheen op de eerste schooldag en deze leerkracht had er zin in. Niet alleen om weer wat tienergezichten voor me te hebben, maar ook om op een maandag richting het immer bruisende Brussel te trekken. Roos en ik gingen ’s avonds namelijk naar het langverwachte concert van Hozier in het Koninklijk Circus. Zo ontdekten we een andere wijk en vonden we onze weg naar Café Caberdouche op de Vrijheidsplaats. We behoren nog net niet tot de groupies die twee uur voor de deuren open gaan voor die deuren zitten te wachten. Voor ons liever een goede zitplaats dan een staplaats op de eerste rij. Over het optreden kan ik kort zijn: onze Ierse held kwam op, de eerste tonen weerklonken en wij waren helemaal mee. Oh baby, wat kan die man zingen! Niet alleen Hozier zelf stelde op geen enkel vlak teleur, ook de attitude en ambiance die zijn hoofdzakelijk vrouwelijke band uitstraalde, werkten aanstekelijk.

Ondanks het energieshot dat ik kreeg van de steengoede show voelde ik me aan het einde van de eerste schoolweek helemaal uitgewrongen. Ik was kapot, stik op en mijn kinderlijk enthousiasme maakte plaats voor heel wat bedenkingen over mijn job als leerkracht. Dat gevoel overspoelde mij zo hard dat ik het moeilijk had om mezelf staande te houden. Begrijp me niet verkeerd: ik vind nog steeds dat ik een prachtige job heb op de beste school. Plots diende zich ook een grote MAAR aan. Ik spreek misschien in raadselen, maar jullie mogen later deze week een uitgebreidere blogpost verwachten over mijn bezorgdheid omtrent ons onderwijs en de rol die ik daarin als leerkracht heb. Er zijn ook nog zekerheden in het leven: na die heftige eerste week genoot ik volop van een rustig-aan-duurloop. Oef!

September is al sinds mensenheugenis een feestmaand. Zowel ik als mijn lieftallige zusje Roos vieren dan onze verjaardag. Wij lopen niet alleen vaak zij aan zij, we verjaren ook op die manier. Het feest van Roos barstte in alle hevigheid los op donderdagavond toen we ons succesrecept van de zomerbarbecue nog eens herhaalden. Niko was Chef Grill en Hoofd Sauzen. Roos was verantwoordelijk voor de muziek en al het andere lekkers dat op tafel stond. Mijn schamele bijdrage was een eigengemaakte tabouleh (een toppertje, dat wel). Daags nadien was ik aan de verjaardagsbeurt. Ik mocht mijn verjaardag vieren in het gezelschap van een enthousiaste bende vierdejaars leerlingen, aangezien op vrijdag 13 september onze sportieve kennismakingsdag in de bossen van Sint-Joris-Weert doorging. De leerlingen klommen in bomen, sjorden karren, gilden soms erg hard en zongen uit volle borst. Een geslaagde verjaardag! ’s Avonds werd het feest verder gezet ten huize Roos en Niko waar ik trakteerde op echte champagne.

IMG_1173b

Op trainingsgebied was september de laatste kans om voluit te trainen voor de marathon in Brugge op 20 oktober. Roos en ik stonden aan de start van de Leuven Nature trail waar we gezusterlijk 25 kilometer afhaspelden door de bossen. We deden dat aan een stevig tempo onder het goedkeurend oog van de laatste zomerzonnestralen. Na afloop bleken we de eerste twee plaatsen te bezetten in onze leeftijdscategorie. Een mooie opsteker! Als je zowel afstand, als hoogte, als snelheid combineert, dan mag je er zeker van zijn dat je daar daags nadien iets van gewaar wordt in je benen. Ik noemde het een zwaar gevoel. Roos had het over twee stramme stronken (om in het natuurthema te blijven).

Gisteren waren we dan toe aan de kroon op het werk van onze marathonvoorbereiding: voor sommigen de gevreesde, maar voor ons toch vooral gezellige, langste duurloop. Aangezien de weersverwachtingen op z’n zachtst gezegd apocalyptisch te noemen waren, vonden wij het al van veel karakter getuigen dat we überhaupt een lange duurloop zouden lopen. Het bleek een storm in een glas water te zijn. Zo straf was het uiteindelijk niet om door de wind, door de regen, dwars door alles heen onze kilometers gestaag op te bouwen. Doorgaans zijn wij voor een langste duurloop wel tevreden met een kilometer of 30. Gisteren klokten we uiteindelijk af op 33,03 kilometer in iets minder dan 3 uur. Voldoende tijd dus om weer eens goed bij te praten en vooruit te blikken op de marathon. Wederom een zussenmoment om in te kaderen.

Hoewel het nu officieel slechts een week herfst is, was die seizoensverandering al veel vroeger voelbaar. Ik had weer eens koude tenen op de mountainbike en behoefte aan een hete douche na afloop. Ik at al pompoenen. Ik vloekte op de wind die soms een vuil spelletje speelt op de fiets. Na de soms moeizame maand september, richt ik me nu op oktober: marathonmaand tout court. Ik kijk alvast uit naar zondag, want dan staan Roos en ik aan de start van de halve marathon in Brussel. Onze tapering mag dan wel ingezet zijn, een snelle halve marathon lopen behoort zeker tot het plan. May the force be with us!

IMG_1283b

De muziek – Waarom TIM een kostbaar geschenk is

If there were no paintings in the world,
Mine would be very important.
Same with my songs.
[…]
I call my work
Acceptable Decorations

Leonard Cohen nam tot twee maal toe in stijl afscheid van zijn publiek. Zijn album met de veelzeggende titel You Want It Darker verscheen enkele dagen voor hij stierf in november 2016. In het najaar van 2018 bracht Adam Cohen The Flame uit: de dichtbundel waaraan zijn vader tot aan zijn dood had gewerkt. Adam vertelt in zijn voorwoord dat schrijven de enige troost en reden tot leven was voor zijn vader. De vol gekribbelde notitieboekjes die hij op de vreemdste plaatsen bij hem terugvond, vormden hiervan het levende bewijs. Volgens Adam is het geen toeval dat de woorden fire, flame en candle veelvuldig aanwezig zijn in Cohens oeuvre omdat vuur zowel creatie als vernietiging symboliseert: de brandende vlam die de ketel aan de gang houdt, maar ook alles verwoestend kan toeslaan.

Vorige maand verscheen TIM, het afscheidsalbum van Tim Bergling die wereldwijd bekendheid verwierf als Avicii en op 20 april 2018 uit het leven stapte. De 12 nummers op dit album waren grotendeels afgewerkt toen Tim op die bewuste dag in april besloot dat het genoeg was. Zijn team moest geen notitieboekjes verzamelen en ontcijferen, maar kon Berglings work in progress digitaal terugvinden en veiligstellen. Drie producers waar hij nauw mee had samengewerkt, legden de laatste hand aan de nummers. De familie Bergling gaf zijn zegen. Ouders die hun 28-jarige zoon verliezen blijven ongetwijfeld achter met een overweldigend wrang gevoel van machteloosheid. Adam Cohen had er vrede mee dat de kaars van zijn 82-jarige vader uitdoofde en omschrijft diens leven als rich and complicated. Elk leven is onaf op een bepaalde manier. Je hoeft bovendien geen artiest te zijn om een ingewikkeld bestaan te leiden. De vraag is wanneer je een leven rijk kan noemen. Voor zowel Leonard Cohen als Tim Bergling was muziek maken een absolute noodzaak. Ook zonder publiek en verkoopcijfers zou hun hart blijven branden voor de muziek. Waar Leonard Cohen genoot van zijn publieke optredens, ging Tim Bergling juist daar aan ten onder. Het merk Avicii deed de persoon Tim onherroepelijk de das om.

IMG_0325b

Ik schreef in mijn ode aan Avicii al dat muziek een mens op verschillende niveaus kan raken: van uitbundig schreeuwen tot een ingetogen emotionele catharsis. Zogenaamd zware muziek kan je ook waarderen om de eenvoud van de melodie, een licht nummer kan een heel gevoelige snaar raken. De reikwijdte van muziek strekt zicht kortom uit van acceptable decorations (bescheidenheid siert de artiest) tot de kracht om herinneringen in leven te houden. Dat TIM aan het begin van de zomer verscheen, zal geen toeval zijn. Avicii’s derde album is zon en vrolijkheid. Onder meer Coldplay en Imagine Dragons leverden hun bijdrage. Mijn favoriete nummers zijn Tough Love (met dank aan de opzwepende riedel die ontstaan is uit Indiase invloeden) en het tropische Bad Reputation. Zowel al fietsend als lopend liet ik me meermaals en luidkeels I got a bad reputation ontglippen. Aanvankelijk had ik daar een dubbel gevoel bij: TIM is een album dat postuum verscheen. Het voelde tegenstrijdig om ongegeneerd blij te worden van die muziek. Bovendien kan je moeilijk ontkennen dat onder andere de lyrics van SOS te interpreteren zijn als een noodkreet. Spread positivity through my music: het was de uitdrukkelijke wens van Tim himself. Ook zijn familie wil met zijn muziek de herinnering aan Tim levend te houden.

Wie niet te overtuigen valt van het muzikale geschenk dat TIM is, kan om een heel andere reden overwegen om het album aan te schaffen. De opbrengst ervan gaat namelijk integraal naar de Tim Bergling Foundation, de stichting die recent door de Berglings werd opgericht om steun te bieden aan jongeren met mentale problemen en suïcidale gedachten. Op die manier hopen ze zelfdodingstragedies te voorkomen. Cijfers tonen aan dat zulke initiatieven broodnodig zijn. De zelfdodingscijfers liggen in Zweden een pak hoger dan het EU-gemiddelde. België doet het nog slechter en heeft het hoogste zelfdodingscijfer van West-Europa. In ons land ondernemen dagelijks 28 personen een poging tot zelfdoding. Naast die wrede cijfers kan ik te veel pijnlijke voorbeelden uit mijn leven oprakelen van hoe ik te maken kreeg met de keuze van sommigen om uit het leven te stappen. Afgelopen schooljaar werd ik als leerkracht tot twee keer toe van heel dichtbij geconfronteerd met de verwoestende impact van zelfdoding op de directe en indirecte omgeving. Wat overblijft zijn onbeantwoorde vragen en verdriet. Ontzettend veel verdriet.

Soms is het leven een feest, eentje waar iedereen met iedereen danst en niemand aan morgen denkt. Het leven is echter vaak worstelen, wroeten en ploegen. Leven is ook overleven. We moeten daar realistisch in zijn. Everyone would choose the alternative to this: dat is hoe journaliste Katie Bain treffend verwoordt dat we het zo graag anders zouden willen: een wereld waarin Tim Bergling een ander leven had kunnen leiden, het leven dat hij wilde. Die keuze hebben we helaas niet. Uit een lerarenbrochure over zelfdoding leerde ik dat mensen met zelfdodingsgedachten niet zo zeer dood willen zijn, maar niet meer op die manier verder willen leven. En nog belangrijker: zelfdoding kan voorkomen worden. Daar kunnen we allemaal aan bijdragen.

If There Were No Paintings – The Flame, Leonard Cohen

 

De muziek – Hozier, Baby!

Het was maart en plots hing er lente in de lucht. Die bracht niet alleen het licht terug naar de mensheid, maar ook de eerste voorzichtige bloemetjes, verse loopschoenen en het nieuwe album van Hozier: getiteld Wasteland, Baby! Als je in weken (en nadien in dagen) aftelt naar een cd die uitkomt, als was het een marathon die je ging lopen, dan weet je dat je een artiest met recht en reden een idool mag noemen. Op 2 maart ging deze fan van het eerste uur de nieuwkomer – lekker old school – in de plaatselijke cd-winkel kopen. De Ierse Andrew Hozier-Byrne is niet zomaar een muzikant. Hij heeft een betoverend mooie en jawel, ook zwoele, stem waarmee hij echt iets vertelt: zowel zijn muziek als zijn interviews gaan ergens over. Hozier is geen uitgeholde zanger, maar een man met een visie. Bovendien komt hij uit een creatief nest. Moeder Raine is kunstenares en verzorgde voor zijn beide albums de kunstzinnige cover en dito binnenwerk. Broer Jon was eveneens betrokken bij het creatieve proces. Wasteland, Baby! loste mijn torenhoge verwachtingen met gemak in. Mijn voorjaar klinkt Hozier.

In 2013 kende Hozier zijn grote doorbraak met het meeslepende nummer Take Me To Church. Hij domineerde er wekenlang de hitlijsten in binnen- en buitenland mee. Nochtans lokte de bijhorende videoclip behoorlijk wat controverse uit omdat erin te zien is hoe twee mannen elkaar kussen met als gevolg dat radicale jongeren een homoseksuele leeftijdsgenoot in elkaar slaan. Take Me To Church is zonder meer een straffe song: een rake in your face aanklacht over de hypocriete houding die de katholieke Kerk aanneemt tegenover homoseksualiteit. I’ll tell you my sins and you can sharpen your knife. Of hoe er in religieuze middens maar al te graag zieltjes worden ingelijfd om die vervolgens genadeloos op hun donder te geven als ze durven te houden van iemand van hetzelfde geslacht. Het getuigt van een stevige portie lef om als newbie onderwerpen als schijnheiligheid en discriminatie in de schijnwerpers te plaatsen. Geef mij maar eigenzinnige kunstenaars die niet achter de menigte aan lopen te blaten. Ik wil geïntrigeerd worden meegesleept. Nadat ik overdonderd was door Hoziers debuut single was ik uiteraard benieuwd naar meer. Dat had Andrew ook te bieden. Zijn eerste naamloze album was een voltreffer en ik liet me gewillig meevoeren op het ritme van de blues.

In januari 2016 werd onze liefde bezegeld in Parijs. Toen ging ik met Roos naar een concert van mijn Ierse idool. Roos, Parijs en Hozier: ik zou hen mijn persoonlijke heilige drievuldigheid kunnen noemen. De omstandigheden waren echter verre van ideaal. We waren in Parijs toen de wonden van de aanslagen in de Bataclan nog heel vers waren. Onze geliefde stad lag er troosteloos verlaten bij en we werden overspoeld door militaire controles. Het voelde als een daad van verzet om naar de Folies Bergères te gaan. Dat zou een iconisch theater zijn waar ooit sterren als Josephine Baker optraden. Wij zagen vervallen glorie. Bovendien waren we gezegend met zo ongeveer de slechtst denkbare plaatsen in die ondermaatse zaal. We zaten niet naast elkaar en moesten ons op een harde stoel door een tenenkrommend voorprogramma worstelen. Toen kwam Hozier op. Ik vergat alles. Een man met een gitaar en lange haren omringd door enkel vrouwelijke muzikanten. Groot van gestalte, maar bescheiden en oprecht van karakter. Hij speelde elk nummer van zijn album met evenveel overtuiging. Ik was nog meer verkocht. De volgende ochtend vloog ik door Parijs met Hozier in mijn oren.

Een writer’s block zit in een klein hoekje voor wie nieuw werk wil produceren na een succesvol debuut. Hozier was verstandig en nam ruim de tijd. Toen zijn single Movement* gelanceerd werd, wist ik dat het hem was gelukt. Ik herkende het warme stemgeluid en de krachtige uithalen, maar ik hoorde ook iets nieuws. Het grote aftellen kon beginnen. Ik beluisterde het volledige album Wasteland, Baby! voor het eerst tijdens een fietstocht op zaterdag. De toon wordt meteen gezet met het opzwepende Nina Cried Power: een duet met de 79-jarige gospelzangeres Mavis Staples. Van een kickstart gesproken. Welkom eigenheid! De nummers zijn stuk voor stuk pareltjes. Hozier slaagt er in om enerzijds energie en schwung te brengen, maar anderzijds ook ingetogen dramatiek. Met de nodige souplesse schippert hij moeiteloos tussen verschillende genres. Dat resulteert in een album waarbij alles klopt. Elke noot en elk woord zijn de nagel op de kop. Wasteland, Baby! laat zich dan ook lopend, fietsend of lezend consumeren. Roos keurde het album helemaal goed en werkt momenteel nog aan de luchtversie van de moeilijke drums in Nina Cried Power.

Tot slot volgt een bekentenis. Als Hozier baby zingt (dat doet hij vaak), dan heb ik altijd het gevoel dat hij zich tot mij richt. Kijk, ik was nog nooit in Ierland, maar als ik weg droom (dat doe ik vaak) dan zie ik mezelf ergens op het Ierse platteland wonen. Hozier kan namelijk niet anders dan een natuurmens zijn. Ik zit in een comfortabele houten tuinzetel op het terras en lees een boek. Ik heb een prachtig uitzicht over de bergen. Andrew speelt nonchalant op zijn gitaar. Hij werkt aan een nieuwe song over zijn baby. Uit zijn muziek blijkt een grote spontaniteit: hij zingt alsof hij gewoon luidop nadenkt. Een kat vleit zich tegen zijn been aan. Jackie en Wilson ravotten in de tuin. Mijn nuchtere zelve beseft dat ik me bijzonder snel steendood zou vervelen in de oppervlakkige romantische rol die ik mezelf toebedeel. Eén ding is zeker: wij zien elkaar weer. Op 2 september meer bepaald in het Koninklijk Circus. Roos, Brussel en Hozier: drie heel dikke hartjes. See you then, Andrew Baby!

*Saillant detail: in de videoclip van Movement is een hoofdrol weggelegd voor balletdanser Sergei Polunin. Die werd bekend dankzij een indrukwekkende solo op de tonen van Take Me To Church. Polunin begreep de boodschap duidelijk niet aangezien hij heel recent uit de Parijse Opera werd geweerd wegens homofobe uitspraken op sociale media. Of hoe je toch maar beter op je hoede bent als iemand een tatoeage heeft van Vladimir Poetin.

De muziek – Quotes om in te kaderen

Ik ben dan wel een paar keer per week met mijn leerlingen buiten de schoolmuren te vinden: het grootste deel van mijn tijd spendeer ik in mijn klaslokaal. Een jaar of 6 geleden begon ik aan opfrissingswerken, want veel was er niet veranderd ten opzichte van 15 jaar geleden toen ik zelf op die schoolbanken zat. De muren waren bedekt met een groene tint die ongetwijfeld ooit heel hip was, maar in combinatie met de bruine tegels niet bepaald een schot in de roos te noemen. Ik gaf de muren dus een neutrale off-white kleur zodat ik me volop kon uitleven met de aankleding. Een klaslokaal mag wat huiselijkheid uitstralen. Op de prikborden zijn allerlei creatieve werkjes van de leerlingen te bewonderen. Door de jaren heen verzamelde ik heel wat kaders uit de kringloopwinkel. Als centraal thema koos ik dan ook voor muziek om in te kaderen. Toen ik eenmaal een compositie op de muur had gecreëerd, was de grote vraag wat er in de kaders zou komen te staan. Uiteindelijk verzamelde ik zelf citaten uit muziek en kregen de leerlingen ook zeggenschap. Dat geldt nog steeds: zij mogen suggesties doen, maar ik kan mijn veto stellen, zij schrijven het uiteindelijk op de muur.  Ik toon jullie graag wat er zoal te lezen is.

We’re all in this togetherHigh School Musical – met dank aan Claire
Ik besloot om enkele geëngageerde leerlingen te laten beslissen welk citaat er in het grootste kader zou prijken. Daar moesten ze niet lang over nadenken. Ik kende het niet (een gat in mijn cultuur volgens hen), zocht het op en stelde vast dat het toch niet zo mijn ding was. Ik vind de dramatiek van het citaat wel mooi: allemaal samen zitten we in die klas!

Viva la vidaColdplay – met dank aan Ihsane en Yousra
Tijdens lessen over poëzie en beeldende kunst bespreek ik in de klas dit lied van Coldplay. De hoes van het gelijknamige album toont namelijk het beroemde schilderij De Vrijheid leidt het volk van Eugène Delacroix dat een tafereel van de Franse revolutie afbeeldt. Viva la vida verwijst eveneens naar een kleurrijk schilderij van de Mexicaanse kunstenares Frida Kahlo waarop watermeloenen zijn afgebeeld. Lang leve het leven, ook in de klas!

IMG_3818

Het leven is te precieus om te zeggen je m’en fousTourist LeMC – met dank aan Ailani
Tourist LeMC scoort goed bij leerlingen. Vorige week hadden we het in de klas over zijn Koning liefde waaruit dit citaat afkomstig is. Een mooie boodschap, maar ook eentje die goed klinkt: zeker als je er de Antwerpse tongval van den Tourist bij denkt.

Life is a movie but there will never be a sequelNicki Minaj – met dank aan Eline
Ook Nicki Minaj is goed voor een portie levenswijsheid. Wat opzoekingswerk leerde mij dat deze zin komt uit All Things Go en ik was opgelucht dat deze zin geselecteerd werd en niet een grofgebekte.

Ohne Musik wäre das Leben ein IrrtumNietzsche – met dank aan Eva
Nee, Nietzsche is niet de nieuwe Avicii. Het gaat hier wel degelijk over de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche. Eva wilde graag een citaat uit het Duits op de muur vereeuwigen. Ze vond een wijsheid van een groot denker over het belang van muziek. Irrtum wordt vertaald als vergissing. Ook voor onze Friedrich dus geen leven zonder muziek.

IMG_3815

We can be heroes just for one dayDavid Bowie – met dank aan Kaat
Ik gaf Engels in het zesde jaar toen David Bowie overleed. Reden te meer om een generatie in te wijden in het werk van Mr. Bowie. Zijn Heroes bleek het bekendste nummer te zijn onder mijn leerlingen. We kunnen allemaal helden zijn, al is het maar voor een dag.

Nous étions formidablesStromae – met dank aan Lisa
Onze Maestro mocht natuurlijk niet ontbreken op mijn muur. Omdat Formidable een topnummer is en blijft. Omdat Stromae stijl heeft. Omdat alle leerlingen die in mijn klas hebben gezeten op hun manier weer formidabel waren.

In de oranje kaders vroeg ik aan artistiek talent Anaïs om Beatrijs en de vos Reinaert te portretteren: helden van de middeleeuwse literatuur. Ook op de andere muren van mijn klaslokaal zijn muzikale citaten terug te vinden. Er staat natuurlijk ook een boekenkast. Mijn thuis is waar mijn boekenkast staat! Ik prijs me gelukkig dat ik dagelijks in zo’n krachtige werkomgeving les mag geven.

 

 

 

De muziek – Mijn soundtrack van 2018

2018 loopt op zijn laatste benen. Tijd voor lijstjes en overzichten met originele vragen en gevatte antwoorden. Op tv worden filmische jaaroverzichten uitgezonden met de hoogte- en dieptepunten van het afgelopen jaar. Soms vraag ik me af hoe het zou zijn als je door professionals zo’n compilatie zou laten maken van je eigen jaar, compleet met heroïsche muziek en al. Het nadeel is dan wel dat die mensen je paparazzi-gewijs doorheen het jaar constant op de hielen zouden moeten zitten. Weg privacy. Gedaan met de kluizenarij waar ik al eens van hou. Bovendien ben ik ook niet zo van de beelden. Ik maak wel foto’s, maar bij sportieve gebeurtenissen zijn die erg beperkt. Als ik een marathon loop, dan is het minste van mijn zorgen hoe en of dat wel op de gevoelige plaat vastgelegd wordt. Ik koester mijn ervaring en de plaatjes die ik schiet in mijn hoofd meer dan de actiefoto’s die ter plaatste genomen worden. Mijn jaar laat zich dan ook beter samenvatten in woorden en muziek.

In januari had ik een duidelijk doel voor ogen: in april zou ik een snelle marathon van Rotterdam lopen. Ik trok lessen uit 2017 waarin ik maar liefst vier marathons liep: dat was om verschillende redenen niet ideaal. Bovendien liep ik te vaak vanuit een frustratie en boosheid. Ik verloor mezelf wat en daarmee ook het initiële geluk dat lopen mij schenkt. De rust keerde weer in mijn hoofd en daarmee ook een grote drive om hard te trainen. Te hard eigenlijk. Tijdens mijn duurlopen eindigde ik altijd met het prachtige album Cleopatra van The Lumineers. Net zoals de Egyptische koningin waande ik me onaantastbaar. Ik staarde me blind op de kilometers die ik moest lopen en de tempo’s die ik moest halen. De kroniek van een aangekondigde dood: in maart stond ik na amper drie kilometer van de halve marathon in Den Haag langs de kant. Ik kon niet meer op mijn linkerbeen steunen. Drie weken liep ik met een kruk. Weg marathondroom. This is the end, my only friend the end: zoals wijlen Jim Morrison het zong. Met pijn in het hart keek ik vanaf de zijlijn toe hoe het loopproject dat ik op school had opgestart verder liep. Ik luisterde toen heel vaak naar Dreamer van Axwell ^ Ingrosso, waarin zowel mijn loopgeluk als -verdriet werden vervat. Mijn dromen werden aan diggelen geslagen, maar de dromer in mij was niet morsdood.

Op 20 april overleed Avicii. Ik stapte mankend verder door het leven en ontdekte Hey Brother. Zoals ik hier al vertelde, raakte dat een gevoelige snaar. Ik dacht aan mijn broer die op sportief vlak ook al de nodige woelige watertjes had doorzwommen (letterlijk en figuurlijk zelfs, check zijn triatlonverhalen maar). Eind april ging ik met school naar Parijs. Ik miste niet alleen mijn maatje An, maar ook de ochtendloopjes die ik daar normaal gezien afleg. Er was echter licht aan het einde van mijn weemoedige tunnel. Op 30 april liep ik voor het eerst weer in gezelschap van Roos. Maar liefst vijf keer een volle minuut. Het was toen niet toevallig stormachtig weer: revalideren en opbouwen gaat namelijk met ups en downs. I was a king under your control om het met Years & Years te zeggen: de koning te rijk dat ik weer aan het open was, maar de angst voor een blessure domineerde. In de maand mei overheerste uiteindelijk wel de zon en de energie die ik haalde uit mijn werk. Big God, de nieuwe single van Florence + The Machine, deed me nadenken over welke god ik nodig zou hebben. In juni ging de zon nog harder schijnen. Ik leerde steeds meer te vertrouwen op mijn lichaam en besefte dat het me niet in de steek had gelaten. De loper in mij beleefde een revival die werd gekenmerkt door het opzwepende Patricia van Florence’ nieuwe plaat High as Hope, dat kan geen toeval zijn.

In de zomervakantie gingen mijn loopkilometers in stijgende lijn en zo ook mijn loopgeluk. Dankbaar voor elke kilometer die ik liep, nam ik Rebel Heart van de nieuwe plaat van First Aid Kit nogal letterlijk: I don’t know what it is that makes me run. Juli bood mij heel wat mooie looprondjes op verplaatsing en ik overschreed weer eens de kaap van de 20 kilometer. Het plan voor de Hel van Kasterlee werd geboren in Houffalize. Mijn blog zag het daglicht. Ik maakte fietstochten naar Tervuren en Brussel met mijn nieuwe stadsfiets. De boeken vlogen erdoor en de koffie ook wel. Als ik in het bos was, kon ik helemaal opgaan in My Wild Sweet Love van First Aid Kit. Het bos als geliefde: het moet niet gekker worden. Ik sloot het einde van de maand af in Parijs, waar ik de dag weer lopend kon beginnen. Hoera! In augustus zette ik me voor het eerst op een mountainbike en kreeg ik de klikpedaal onder de knie. Het begin van een mooi avontuur: mijn status als fietsende loper beviel me meteen erg goed. In september begon een nieuw schooljaar en ging ik verder op mijn sportieve elan. De zon bleef schijnen. Behalve toen ik er daags voor mijn 33e verjaardag op uit trok om een XL duurloop af te leggen. Die sloot ik muzikaal af met Florence’ The Girl With One Eye: een behoorlijk gestoord lied wat meteen ook mijn beproeving samenvatte.

In oktober waren mijn beide ogen gericht op de marathon in Brussel. Ik luisterde veel Spinvis en dan vooral Kom terug. De dag voor mijn marathon verhuisden Roos en Niko. We zijn nu niet langer buren, maar moeten in plaats van enkele tientallen meters enkele kilometers overbruggen om elkaar te zien. Voor alle duidelijkheid: Roos moet niet terugkomen. De tekst zegt dat je in het leven moet durven doen en ontdekken als je wel steeds terugkeert naar jezelf of je thuis. Met die gedachte liep ik een formidabele marathon. Mijn laatste weken richting de Hel werden gekenmerkt door slecht weer en trainen in de duisternis. Ik stemde mijn muziekkeuze daarop af om het gebrek aan sfeer te compenseren. Zo was ik meteen gewonnen voor Hoziers nieuwe single Movement: toepasselijk. November is ook altijd een beetje de maand van Leonard Cohen. There’s a crack of light in everything, that’s how the light gets in. Ik luisterde bovendien ook veel naar Franse muziek, onder andere van de in oktober overleden Charles Aznavour. Het was echter toch vooral Gérard Lenorman die de nagel op de kop sloeg toen hij mij op de fiets toezong Voici les clés de ton bonheur, il n’attend plus que toi. De fiets bleek inderdaad een sleutel tot mijn geluk te zijn. De maand eindigde muzikaal met een klepper van formaat: het optreden van Tamino in de AB. Diens Sun May Shine raakt steeds weer een gevoelige snaar. Ook hij had gelijk: de zon ging stilaan weer schijnen.

December was niets minder dan duatlonmaand. Ik deed al uitgebreid verslag over mijn avontuur in de hel. De muziek die ter plaatse door DJ Infinity wordt gespeeld bleef de afgelopen jaren nog lang nazinderen. Wat me van deze editie zal bijblijven, is het succes van Leef. Toen ik na ruim 100 kilometer op de fiets aan de sporthal passeerde, schalde dit door de boxen en ik kon niet anders dan denken dat ik nu inderdaad echt wel aan het leven was. Het muzikale en ook wel sportieve hoogtepunt was echter het afsluitende loopnummer. De playlist die ik met Roos voor de gelegenheid samenstelde, bewees zijn nut. Het ijzersterke begin met Counting Stars van OneRepublic zette meteen de toon. We bespraken al uitvoerig hoe de shuffle erin slaagde om het juiste lied op het juiste moment af te spelen. Het enige minpuntje was dat onze playlist ruim 4,5 uur aan muziek bood en ik slechts 2,5 uur nodig had om mijn 30 kilometer af te leggen. We misten dus enkele pareltjes: dat heet dan een luxeprobleem.

2018 was zoals steeds een jaar met dalen en pieken over een hobbelig en vaak off-road terrein. Soms verlang ik naar meer snelle en veilige asfaltwegen in mijn leven die voorzien zijn van een duidelijke bewegwijzering. Dat zou me meer gemoedsrust geven, want ik kwam mezelf een paar keer goed tegen. Ik ben benieuwd welke paden ik in 2019 zal bewandelen en welk uitzicht ze me zullen bieden.

Het boek – Mijn cadeautips voor cultuurminnaars

Na ons jaarlijkse familiefeestje in Kasterlee naderen de feestdagen met rasse schreden. Allemaal heel gezellig, maar net zoals de Hel vragen de kerstdagen ook de nodige voorbereidingen. Alle hens aan dek dus. Ik gaf mijn familieleden al vaak boeken cadeau, want een boek is altijd een goed idee. In het ruime boekenaanbod kan je tegenwoordig voor ieders gading wat vinden. Sterker nog: je kan het onderwerp zo gek niet bedenken of er is een boek over verschenen. Zo is niet alleen de kattenhype een feit, maar stelde ik op de Boekenbeurs vast dat het moeilijk is om een gewoon kookboek te vinden. Cultuur kent vele verschijningsvormen. Ik geef jullie dan ook graag enkele culturele cadeautips in boekvorm.

In de categorie humor en herkenbaarheid stel ik jullie graag voor aan twee bewonderenswaardige vrouwen. Eva Mouton bracht een bundeling uit van haar wekelijkse cartoons in De Standaard en nog een paar dingskes, zoals de ondertitel luidt van Het leukste van Eva. Ik hou niet van roze, maar wel van dit boek. Eva Mouton is een bijzonder grappige vrouw die zich in haar doorgaans vrolijke tekeningen kwetsbaar durft op te stellen. Met de nodige zelfspot slaagt ze erin om dagelijkse beslommeringen en muizenissen herkenbaar weer te geven zonder dat het een klaagzang wordt. Ik gniffel dagelijks om haar grapjes. Net zo vermakelijk vind ik de boeken van Paulien Cornelisse, een Nederlandse cabaretière die in 2009 debuteerde met Taal is zeg maar echt mijn ding. Recent verscheen Taal voor de leuk, wat ik nog niet in mijn bezit heb. Paulien Cornelisse analyseert onze (on)geschreven taalgewoontes en probeert die op ludieke en droogkomische wijze te begrijpen zonder met het vingertje te zwaaien. Een must have voor de taalliefhebbers onder ons die zich al eens bezondigen aan talige ergernisjes.

Als je het wat serieuzer wil, dan kan ik je Pieter Steinz’ Gids voor de wereldliteratuur van harte aanbevelen. Dit standaardwerk moet elke boekenliefhebber op de plank hebben staan. Pieter Steinz durfde het aan om verbindende lijnen te trekken in het wereldwijde web van de literatuur. Tussen de schat aan informatie over canonliteratuur en het eerder populaire genre, vind je ook literaire quizzen. De bundel is een gids in die zin dat je tips krijgt over welke boeken je zoal kan lezen als je bijvoorbeeld fan bent van Arnon Grunberg of Vladimir Nabokov. Hebben, hebben, hebben! Wie tot slot fan is van die hard literatuurgeschiedenis (ik!) zal zijn literair hart helemaal kunnen ophalen aan Ontluikende letteren. In 500 pagina’s schetst Jan Herman een beeld van de Europese literatuur van Homerus tot Goethe. Opgelet: dit is serieuze kost. Consumeren met mate dus of je dreigt te bezwijken aan een literaire indigestie.

Het muzikale boek is al enkele jaren aan een opmars bezig. Elke zichzelf respecterende artiest laat tegenwoordig zo snel mogelijk een biografie publiceren om te vertellen over de moeilijke weg naar het sterrendom. Ja, ik schrijf dit met enige ironie omdat de haast en het commerciële belang van zulke boeken afdruipen. Niet mijn ding. Gelukkig zijn er ook muzikale kunstenaars die dicht bij hun stiel blijven en een boek uitgeven dat samenvalt met hun persoonlijkheid. Ik val in herhaling, maar Leonard Cohens postuum verschenen The Flame behoort tot die categorie. In deze bundeling vind je zijn laatste gedichten die hij ook nog zelf samenbracht voor hij overleed. Ik ben heel zuinig met dit boek, als in: ik consumeer niet meer dan twee gedichten per dag om er telkens het maximale uit te kunnen halen. In dat rijtje mocht ook Useless Magic van muzikale heldin Florence Welch niet ontbreken in mijn collectie: een verzameling van al haar lyrics, die zich als ware power poems laten lezen. Of zoals Florence het zelf zegt in het voorwoord I don’t know what makes a song a song and a poem a poem. Dit prachtig vormgegeven boek is rijkelijk voorzien van krabbels, kladversies en kleurrijke foto’s die de intrigerende gingerhead typeren. Het voelt alsof je in even in haar dagboek mag piepen en dat is op z’n zachtst gezegd een overweldigende ervaring.

Wie poëzie pur sang prefereert, vindt ongetwijfeld zijn gading in de toegankelijke verzamelbundels van Jozef Deleu. Zijn Groot Verzenboek ligt standaard op mijn salontafel. In 555 gedichten over leven, liefde en dood verzamelde Deleu Vlaamse en Nederlandse poëzie die over de grote thema’s des leven handelt. Ik lees regelmatig iets voor uit dit boek in de klas omdat het een ideale kennismaking is met de grote dichters van de Lage Landen. Stof tot nadenken voor het puber- en volwassenenbrein. Je vindt er onder andere Ilja Leonard Pfeijffer in terug, één van mijn favoriete Nederlandstalige schrijvers. Hij verwierf op zijn beurt faam met de bloemlezing De Nederlandse poëzie van de twintigste en de eenentwintigste eeuw in 1000 enige gedichten. Een gewichtige titel voor een ambitieus werk om eindeloos in te grasduinen. Als ik het poëtische noorden dan even kwijt ben, kan ik terecht bij Olijven moet je leren lezen, een cursus genieten van poëzie van Ellen Deckwitz. Op begrijpelijke wijze legt zij uit waarom de dichter niet gewoon zegt wat hij bedoelt, maar precies zegt wat hij bedoelt. Aan de hand van verhelderende voorbeelden illustreert Deckwitz dat poëzie voor iedereen kan bestaan. Voila, meer kan ik daar niet aan toevoegen.

 

 

De muziek – Een heel diepe buiging voor Leonard Cohen

Het is vandaag twee jaar geleden dat Leonard Cohen overleed op 82-jarige leeftijd. Ik stond op het punt om naar de Boekenbeurs te vertrekken toen ik vernam dat mijn idool der idolen niet langer onder ons was. Het is veelzeggend dat ik me dat moment nog levendig herinner. Hoewel ik hem nooit live aan het werk zag en weinig overeenkomsten heb met de Canadese singer-songwriter, dichter, schrijver en zenboeddhist voelde het toch alsof ik een dierbare vriend verloor uit mijn naaste omgeving. De wereld draait nog zonder Leonard Cohen. Hij laat een rijkdom aan muziek en poëzie na. Zijn oeuvre omvat wijsheid om een mensenleven lang over na te denken en bovenal van te genieten. Leonard Cohen is pure detox voor de geest, een innige vriendschap over alle grenzen heen.

Ik was een jaar of 10 toen ik voor de eerste keer een cd van Leonard Cohen in mijn handen kreeg. Mijn papa gaf het album I’m Your Man als romantisch cadeau aan mijn mama en schreef naast de cover Zeer toepasselijk, Jan. Een droge, maar tegelijkertijd innige liefdesverklaring. Geen seconde zou ik twijfelen als ik zo’n cadeau kreeg. Ik was een praktische schakel tussen de geliefden omdat ik nu eenmaal excelleerde in cadeautjes inpakken en ook nog eens goed mijn mond kon houden. Om die reden vertrouwde mijn mama me enkele maanden later toe dat ze van die cd maar één liedje goed vond en dat de rest op niks trok. Harde woorden van een Leonard Cohen fan die nog wat moest wennen aan die andere stijl. Ze durfde dat toen uiteraard niet tegen papa te zeggen. Het bekende Take This Waltz beluisterde ze bijgevolg in repeat-modus.

In 2001 maakte ik dankbaar gebruik van die bewuste cd toen ik voor Engels een protest song moest bespreken. In de nasleep van 9/11 vond ik mezelf een meesterlijk analyticus toen ik ontdekte dat Leonard Cohen profetische woorden had gezongen met First we take Manhattan, then we take New York. De wijze man had niet minder dan de aanslagen op de Twin Towers voorspeld! In pre-internettijden besloot ik er voor de zekerheid toch de lyrics uit het cd-boekje op na te slaan. Mijn teleurstelling was groot toen bleek dat hij niet New York, maar Berlin zong. Duidelijk te horen, maar mijn enthousiasme had het overstemd. Ik gaf dus een creatieve draai aan mijn presentatie. Aan protest en opstand geen gebrek in dat lied. Je zit altijd goed als je met Leonard Cohen op de proppen komt in de klas.

Pas in mijn twintiger jaren besefte ik dat mijn mama’s oordeel onterecht was. Had ze die andere liedjes wel een eerlijke kans gegeven? Ik luisterde ernaar met andere oren en kwam tot de conclusie dat het album een onvervalst pareltje is met gouden songs als Ain’t No Cure For Love en I’m Your Man. Zo begon ik ook naar ouder werk van de Ladies’ Man te luisteren. Dat verraste me, want geen album is identiek. Luchtige melodieën worden afgewisseld met poëzie van de donkerste soort. Leonard Cohen zwiert en huppelt soms door het leven, maar valt evengoed soms in een eenzame put waar zijn poëtische hersenspinsels eens zo hard galmen. Hij wordt niet toevallig zowel de King of Misery als de Poetic Playboy genoemd. Alleen Leonard Cohen kan de zwaarte en lichtheid van het leven zo harmonieus met elkaar verweven.

Met de jaren wordt Leonard Cohens stemgeluid dieper en doorleefder. So Long, Marianne klinkt heel anders dan Dear Heather. Over de vrouwen heeft hij zijn leven lang nagedacht, gepraat en gezongen. Monnik of niet: het andere geslacht bleek een onuitputtelijke bron van inspiratie. Er ging dan ook zowel een casanova als een romanticus schuil achter de immer charismatische Canadees. Zeg nu zelf: hoeveel mooier kan de liefde worden dan Dance me to the end of love? De Noorse Marianne Ihlen was één van de vrouwen waar hij al in de jaren 60 over zong. Vlak voor Mariannes dood op 29 juli 2016 stuurde haar oud-geliefde nog een brief: Well Marianne it’s come to this time when we are really so old and our bodies are falling apart and I think I will follow you very soon. Know that I am so close behind you that if you stretch out your hand, I think you can reach mine. Leonard Cohen voelde zijn einde naderen en gaf de wereld een prachtig afscheidscadeau. Zijn album You Want It Darker gaat recht naar je hart. Een au revoir (zoals hij het zelf zingt) dat alleen de Poet of Love kan brengen. Elke song is een darling om te koesteren. Treaty en Leaving the Table laten mij nooit onberoerd.

Ik vertelde hier al over The Flame van Leonard Cohen: een bundeling van zijn laatste gedichten (die hij zelf nog selecteerde) met een voorwoord van zijn zoon Adam. Ook Book of Longing (2006) is een prachtige bloemlezing van Cohens poëzie. Beluister zeker eens Jennifer Warnes’ album Famous Blue Raincoat. Warnes stond jarenlang letterlijk in Cohens schaduw als achtergrondzangeres toen ze toestemming kreeg om een album met covers van haar leermeester uit te brengen. Ik vind haar versie van Famous Blue Raincoat zelfs beter dan het mannelijke origineel. Ook wijlen Yasmine ging de uitdaging aan om haar Canadese idool te coveren en dan nog wel in het Nederlands. Een geslaagd experiment. Helaas is haar tribute album Yesterday’s Tomorrow niet meer te koop. Laat je met de feestdagen in het vooruitzicht trouwens niet vangen. De puberale uithalen van Jeff Buckley’s Hallelujah zijn slechts een schim van de oorspronkelijke versie van Leonard Cohen. De enige echte schrijver en zanger van dit weergaloze lied. There’s a blaze of light in every word: vergeet dat vooral niet deze donkere dagen.

De muziek – Mijn helden op De Lage Landenlijst van Radio 1

Morgen zou ik me van 9 tot 18 uur aan de radio willen kluisteren om niets te missen van de Radio 1 Lage Landenlijst 2018. Laat het buiten lekker guur weer zijn. Ik nestel me in de zetel met een boek (en waarschijnlijk kat) op schoot, een koffie erbij en rusten maar. Wie mij een beetje kent, weet dat ik mij slechts sporadisch kan overgeven aan zulke luilekkerdagen. Morgen gaat dat niet gebeuren. Desalniettemin ga ik mijn uiterste best doen om zoveel mogelijk mee te krijgen van wat de Lage Landen ons muzikaal te bieden hebben. Een bloemlezing van ruim 70 jaar Nederlandstalige muziek toont aan dat er naast de klassiekers ook heel wat verborgen pareltjes te ontdekken zijn binnen een gevarieerd scala aan genres.

Als ik in de klas peil welke Nederlandstalige muziek gekend is, dan valt het op dat jongeren Nederlandstalig vooral associëren met muziek voor ouderen. Iedereen kan zich aangesproken voelen, want voor de doorsnee leerling ben je per definitie bejaard als je ouder dan 25 bent. Radio 1 is in hun ogen dan ook specifiek ontworpen voor ouders die in de auto naar de radio luisteren. Clouseau en Bart Peeters vallen zonder enig mededogen onder de noemer alleen geschikt voor ouders. Dankzij Bazart kunnen jongeren inmiddels wel uit de bol gaan op Nederlandstalige muziek. Al zijn de meningen over de popgroep verdeeld: je hebt die hard fans en fervente haters. Rap doet het altijd goed onder de jeugd. Boef, Lil Kleine en De Jeugd van Tegenwoordig hebben hun aanhang, al vinden mijn leerlingen (4e en 5e jaar) hen al vaak te kinderachtig. Tja.

Ik laat geen leerkans onbenut en bestookte mijn leerlingen al meermaals met Nederlandstalige muziek. Vorig jaar kondigde ik in de klas met spreekwoordelijk tromgeroffel aan dat het een grote dag was omdat de nieuwe cd van Spinvis in de winkel lag. Ik werd vooral vreemd aangekeken, maar de nieuwsgierigheid was geprikkeld. Spinvis? Oh ja, Spinvis: de eenmansband van Erik de Jong. Ik vind het aangenaam toeven in de bizarre, vrolijke en tegelijkertijd melancholische wereld die Erik en zijn muzikanten weten te creëren. Hun recentste album Trein, vuur, dageraad raakte meteen de juiste snaar en laat zich beluisteren als een idyllische treinrit. Er passeert heel wat langs je netvlies en de gekste associaties kronkelen door je bovenkamer. Ook ouder werk barst van de geniale vondsten: het hilarische en pijnlijk herkenbare Koning Alcohol, het overdreven goedgeluimde Wespen op de appeltaart, de klassieker Voor ik vergeet en het krachtige Kom terug. Ga vooral ook eens live kijken om je nog meer thuis te voelen in Eriks universum. Het verdict van mijn leerlingen: hij zingt niet, maar zegt gewoon zijn tekst.

Voor ik een Spinvis-fan werd, was ik in de ban van Ramses Shaffy. In mijn prille twintiger jaren luisterde ik dagelijks naar de grootmeester. Het is inmiddels misschien al duidelijk dat ik wel hou van muziek met een gezonde of overdosis drama en theatraliteit. Wie kan zich niet vinden in een lijfspreuk als Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder? Ook Laat me (laat me mijn eigen gang maar gaan!) vind ik bijzonder herkenbaar en zelfs Pastorale laat me niet onberoerd. Ramses Shaffy’s stem gaat door merg en been. Hij zou bij wijze van spreke een kookboek kunnen voorlezen en ik zou in trance zijn. Al gebiedt de eerlijkheid mij te zeggen dat ik bij Ramses Shaffy ook altijd aan de Nederlandse acteur Pierre Bokma denk, die in de schitterende KRO-reeks Het schaap met de vijf poten ooit een geheel eigen versie van Pastorale ten berde bracht.

Ik waagde me in de klas nog niet aan Ramses Shaffy, maar liet de leerlingen wel al luisteren naar twee andere toppers. Jan De Wilde schreef een liedje over een naamgenote van mij, maar deze Joke is helemaal weg van zijn ontroerende Eerste sneeuw, waar zelfs mijn leerlingen wat stiller van werden en dat wil toch iets zeggen. Ik koppel er bovendien ook een herinnering aan: toen ik een jaar of 8 was en naar dwarrelende sneeuwvlokjes stond te kijken, mogelijk de eerste sneeuw van dat seizoen. Ik zag mezelf al sleeën en een sneeuwman maken met mijn broer, maar het pijnlijke was dat ik besefte dat die petieterige sneeuwvlokjes niet zouden blijven liggen en al helemaal niet de sneeuwmat zouden vormen die nodig was om mijn plannen uit te voeren. Een tweede lied dat ik al heel vaak beluisterde en dat mij steeds blijft raken is Rozane. De situatie is op geen enkele manier herkenbaar voor mij, maar toch voel ik elke keer weer de pijn en liefde die door Wim De Craene worden bezongen. Absolute klasse!

Wie nu denkt dat ik Nederlandstalige muziek enkel binnen een culturele context beluister, heeft het grondig mis. Ik zet mijn duurlopen vaak in met een album (of twee) van Spinvis. Het zet meteen de juiste toon en creëert die gekke cocon waar het zo aangenaam verblijven en vlot lopen is. De ervaring heeft mij geleerd dat drama ook opzwepend kan werken. Niet alleen Avicii loodst mij door moeilijke momenten, ook de klassiekers Malle Babbe, Arme Joe, Zij gelooft in mij, Je veux de l’amour, Kronenburg Park en Ik voel me zo verdomd alleen hebben mij al helemaal laten losgaan tijdens het lopen. In die mate dat ik het zou willen uitschreeuwen en grote armgebaren zou maken. Muziek kan een mens tot vreemde dingen bewegen.

Luister morgen dus naar 9 uur geweldige muziek van de Lage Landen. Laat je verrassen en zet vervolgens de dubbel-cd op je kerstlijstje. Je zal het je niet beklagen.

De muziek – Hartjes voor Florence + The Machine

Florence Welch werd vanochtend misschien wat katerig wakker. Van het feestgedruis welteverstaan, niet van de drank. Gisteren blies ze immers 32 kaarsjes uit. Ik vraag me af hoe ze haar verjaardag heeft gevierd. Ongetwijfeld in stijl of beter gezegd: volgens haar eigen unieke stijl. Misschien stonden die kaarsjes op een treacle tart en werden er ook scones geserveerd. Er was ongetwijfeld thee. Heel veel thee voor haar Machine, familieleden en andere inspirators die ze bezingt op haar nieuwste album High as Hope. Ik telde niet af tot het einde van het schooljaar, maar wel tot de laatste vrijdag van juni: de dag dat haar jongste telg in de winkel zou liggen. Mijn zomervakantie kleurde helemaal Florence en mijn liefde voor de ravissante gingerhead heeft weer een boost van jewelste gekregen.

Het is een understatement om te zeggen dat Florence Welch een bijzondere madame is. Door middel van haar muziek creëert ze een eigen universum waarin ze volledig zichzelf kan zijn. Florence is een zingende paradox. Ze staat soms mijlenver af van het gewone leven, maar draagt ook een grote herkenbaarheid met zich mee. Haar verschijning wekt nostalgie op, maar toch beschrijft ze de worstelingen van het moderne leven. Ze hunkert naar allesomvattende liefde, maar verafschuwt die op hetzelfde moment. Een powerwoman en fragiel meisje in hetzelfde lichaam. Het mag dan ook niet verbazen dat haar badkamer (jawel) volledig gewijd is aan de Mexicaanse kunstenares Frida Kahlo. Die slaagde erin om, ondanks de vele tegenslagen in haar korte leven, toch met een enorme positiviteit in dat leven te staan. Kahlo’s kunstwerken stralen zowel levensvreugde als -angst uit. Zelden was een zelfportret zo vrolijk, kleurrijk en tegelijkertijd luguber. Viva la vida volgens Frida en Florence.

Florence’ woning in Londen toont ons hoe haar universum eruit ziet. In haar charmante huis (of moet ik zeggen museum) zijn de muren bedekt met allerhande kaders, teksten, religieuze verwijzingen en vergeelde prenten: levendige herinneringen aan een turbulent artistiek leven. In haar dressing schitteren florale prints, vintage vondsten en extravagante gewaden zij aan zij. Haar tuin (jawel, in Londen!) is zonder twijfel de meest feeërieke van Groot-Brittannië. Misschien very British, maar vooral very Florence. De vrouw des huizes valt helemaal samen met haar omgeving. I like the past in objects, I’d say the past in my mind less. Geen wonder dat ze haar huis vergelijkt met een scrapbook of giant notebook. Zelfs Marie Kondo zal daar in een ijverige bui geen verandering in kunnen brengen.

Naar aanleiding van de release van High as Hope vertelt Florence in een interview met De Morgen openhartig over het ontstaan van haar vierde album. Twee jaar geleden stortte ze naar eigen zeggen in. Ze zwoer drank en drugs af en besefte dat ze eerlijk met zichzelf moest leren zijn. Dat betekende niet langer enkel communiceren via de muziek over de zwaarte van het leven, maar ook in het echt. Hierdoor ging er ook een andere wind waaien door haar artistieke carrière. Zo vertelt ze in South London Forever over haar bewogen tienerjaren en is Hunger het pijnlijke relaas over haar eetstoornis. In Grace verontschuldigt ze zich dan weer tegenover haar jongere zus voor de aandacht die ze jarenlang opslorpte in het gezin. Mijn favorieten zijn het meeslepende Patricia, een overweldigend bedankje aan het adres van icoon Patti Smith, en Big God, waarvoor ze samenwerkte met jazzsaxofonist Kamasi Washington. Bekijk vooral ook de clip en vul dan zelf maar in wie of wat die grote god is en waarom we die nodig hebben.

In december 2015 zag ik Florence + The Machine live aan het werk in het Sportpaleis. Niet meteen de meest intieme zaal, maar van zodra Mrs Welch langs haar fans naar het podium trok, gebeurde er iets. Een slechte zitplaats kon niet verhinderen dat we onophoudelijk naar die frêle gestalte met de imposante stem en soms wat bevreemdende choreografieën bleven kijken en luisteren. Florence lijkt zich soms in een andere wereld te bevinden, ver weg van alles en iedereen, maar toch is ze er helemaal voor het publiek. Ze creëert betrokkenheid en je kan niet anders dan haar geloven als ze zegt dat How Big, How Blue, How Beautiful een cadeautje is dat je langzaam moet uitpakken. Dat doe ik dan ook telkens weer als ik het beluister.

Florence’ muziek is één en en al emotie. In het artikel van De Morgen worden “emotionele chaos en drama” bestempeld als haar handelsmerk. Dat neemt niet weg dat ik heel vaak luister naar Florence + The Machine als ik ga lopen. Ook op haar voorgaande album How Big, How Blue, How Beautiful lijkt haar krachtige stem een emotioneel kompas te zijn. Je mag hard janken en roepen over het ongeluk dat je is aangedaan of de miserie die je jezelf op de hals hebt gehaald, maar dan gaan we gewoon weer verder met het leven. Ook geluk kan je van de daken schreeuwen. Hoop zit in een klein hoekje. Schouders recht, borst vooruit en gaan. Ik voel me altijd sterker als ik het magistrale Queen of Peace heb beluisterd. Doodzonde dat de intro ervan op de radio werd weggeknipt. Ik hou van de wie-doet-mij-wat-attitude in What Kind of Man. In mijn ode aan Avicii vertelde ik al over mijn zwak voor songs die de broeder- en zusterliefde bezingen. Wel, als Florence in Dog Days Are Over zegt dat ik snel moet lopen voor mijn moeder, vader, zussen en broer, dan kan ik niet anders dan daar gehoor aan geven. Florence + The Machine is een meeslepend feestje in een sfeervolle setting waar de gemoederen al eens hoog kunnen oplopen. Dat er nog heel veel cadeautjes en parels voor haar publiek mogen volgen. Cheers!