Marathonpraat – Paris sera toujours Paris

Anno 2022 is de angst niet langer dat een evenement afgelast wordt, maar dat je de gebeurtenis aan je neus voorbij moet laten gaan omdat je zelf geveld bent door corona. Aan de start staan is prioriteit nummer 1, als het eventjes kan in topvorm. De angst om ziek te worden overheerste dan ook de laatste anderhalve week voor mijn Paris Marathon. Gewapend met een FFP2-masker in de klas anderhalvemeterde ik erop los en ventileerde ik alsof mijn leven (mijn marathon dus) ervan afhing. Daarbovenop kwamen dan nog de vaste stressfactoren hun zegje doen. Ik hield de weersvoorspellingen maniakaal in de gaten (sneeuw?!) en brak mijn hoofd over vestimentaire keuzes ter voorbereiding van de inpakstress. De voorpret voor mijn 14e marathon was dan ook voorzichtig van aard te noemen.

Dat het lastigste deel van de marathonvoorbereiding die laatste week is, dat is op zich niks nieuws onder de zon. Naarmate de loopkilometers minderen, slinkt ook mijn zelfvertrouwen. Ik voel mij niet in de topvorm van mijn leven als ik dan eindelijk “mag” gaan lopen, dan voel ik vooral die stramme hamstrings, een zweem van rugpijn of een raar pijntje in mijn knie. Trust the process: je moet erop durven vertrouwen dat de voorbereidingen hun werk hebben gedaan. In het najaar van 2021 zat ik in een ongelooflijk positieve flow waarvan de Rotterdam marathon het hoogtepunt was. Werkelijk alles leek te lukken. Ik hervond mezelf helemaal als loper en liep op enkele weken tijd al mijn records van de tabellen. Het kon met andere woorden niet op. Nu heb ik soms wel het gevoel dat het op is. Ik voel mezelf niet meer die onoverwinnelijke loper die ik mezelf waande in het najaar. In mijn hoofd is het al frisser en luchtiger geweest. Er is wederom veel twijfel en de allesoverheersende vraag of ik er wel echt alles aan gedaan heb om in Parijs te kunnen knallen.

De aan-alles-twijfelende Joke moet er kortom op vertrouwen dat, wat de omstandigheden ook zijn, dat lichaam van haar naar marathonmodus kan schakelen. Cijfermatig wijst er trouwens helemaal niks op dat ik niet heel dicht in de buurt van mijn 3u07 kan eindigen. Het hoofd heeft dan misschien wat last van metaalmoeheid, er zijn geen indicaties dat er sleet zit op mijn loopcarrosserie. Bovendien is wat ik onthoud van vorige marathons (of mijn deelnames aan de Hel) de roes van de euforie. Voor het gemak vergeet ik de stress en onzekerheid die eraan vooraf gingen. Inmiddels weet ik dat je fysiek in staat kan zijn om onder een bepaalde grens te lopen, maar dat je vooral strijdvaardig moet kunnen blijven. Een marathon lopen is geen kwestie van pech of geluk hebben. Het is blijven lopen met rechte rug en de kin omhoog, wat de benen ook te zeggen hebben. Marathons lopen is nog steeds één van mijn favoriete activiteiten. Ik ben bovendien omringd door héél goed volk dat het beste in mij naar boven haalt. Daarenboven loop ik in de stad waar ik nooit op uit gekeken raak. Wat kan er eigenlijk misgaan?

Wees maar zeker dat ik er vooral heel erg van ga proberen te genieten. Hoe de marathon ook uitdraait, Parijs zal altijd Parijs zijn: een stad die barst van de herinneringen en de zussenliefde. De stad waar ik in 2017 bij mijn vijfde marathon teleurgesteld was in mezelf en de stad waar ik in 2019 bij mijn tiende marathon I’m still standing wilde uitschreeuwen, ook al hield ik een longembolie over aan dat avontuur. Nummer 3067, daar zal het mee gebeuren. Doe me één plezier, lieve lezers, denk morgen tussen 8u15 en 11u30 eventjes heel hard aan mij en stuur dan al je wilskracht richting Paris. Merci à vous!

Een voorbeschouwing op de Paris Marathon van Roos

Over welgeteld drie weken staan Roos en ik aan de start van de Paris Marathon. Een uitstapje en evenement waar we met z’n tweeën lang naar hebben uitgekeken. Ein-de-lijk terug samen naar Parijs! Voor Roos is het haar vijfde marathon, de eerste keer Parijs. Symbolisch, want zelf liep ik daar in 2017 mijn vijfde marathon. Een week geleden liepen we zij aan zij 30 kilometer zoals we dat zo graag doen. We hadden het natuurlijk over de marathon en onze verwachtingen, de stress die de kop begint op te steken en hoe bijzonder het is dat we dit samen kunnen beleven. Hoog tijd om Roos nog eens aan het woord te laten over haar weg naar de Paris Marathon 2022.

Na mijn laatste marathon in Brugge (oktober 2019) dacht ik eigenlijk dat ik geen marathon meer zou lopen. Ik vond het wel mooi geweest en dat record zou ik toch nooit meer kunnen verbeteren. Een marathonvoorbereiding is niet te onderschatten. De marathon van Parijs beleefde ik al twee keer als supporter. Na Jokes prestatie in Rotterdam kriebelde het om toch nog eens een marathon te lopen. En waar kon dat beter dan in onze geliefde stad Parijs? Begin november schreven Joke en ik ons dus in. Een voorjaarsmarathon past beter bij mij. In de zomer zijn er veel andere dingen en vind ik het moeilijker om me te schikken naar de trainingen. Je hebt echt structuur nodig in je voorbereidingen. Ik liep nu wel heel vaak in de regen en wind, ook veel in het donker, maar dat neem ik er dan maar bij. 

Mijn voorbereidingen voor deze marathon zijn goed verlopen. Op maandag liep ik meestal een snelle training. Woensdag deed ik mijn duurlopen. Na het werk liep ik dan 20 kilometer of meer. Vrijdag stond er een nuchtere loop op het programma en in het weekend liep ik nog wat er gelopen moest worden om de kilometers aan te vullen. Ik heb bewust meer tempo’s gelopen, eens goed de gaskraan opendraaien, uit gebrek aan wedstrijden ook wel. Ik heb ook strikter mijn kilometers geteld. Mijn weekgemiddelde lag telkens rond de 52 kilometer. Op maandag vond ik het stresserend dat de teller weer op nul stond. Naar mijn gevoel heb ik nu veel harder getraind dan voor Brugge. Ik stemde mijn planning ook meer af op de trainingen. In januari had ik veel stress voor deze marathon en vroeg ik me echt af waarom ik me had ingeschreven. Het zwaarste van een marathonvoorbereiding vind ik dat je heel de week aan lopen moet denken. Ik voel nu dat ik in vorm ben, heel leuk is dat! Zo gericht trainen geeft me ook veel voldoening.

IMG_7593b

Ik vind het jammer dat de CPC Loop vandaag niet doorgaat. Een snelle halve marathon lopen drie weken voor de marathon geeft veel vertrouwen. Al ben ik tevreden over mijn 30 kilometer vorige week. De laatste 4,5 km waren wel heftig. Ik had wat beter moeten drinken de dag ervoor, denk ik. Mijn voet was verkrampt, maar daar probeer ik niet te veel waarde aan te hechten. Ik heb me er al bij neergelegd dat ik ook spierkrampen zal krijgen tijdens de marathon. Hopelijk laten ze dan wat langer op zich wachten. Van mijn vorige marathon leerde ik dat het heel gemakkelijk is om in iemand z’n zog te hangen. Je wagonnetje kunnen aankoppelen scheelt echt veel. Ik breek mentaal meestal op kilometer 35, dan krijg ik krampen in mijn benen en moet ik heel diep gaan om te blijven lopen. Daarom moet ik meestal ook wenen van de ontlading als ik uiteindelijk over de finishlijn loop. In Brugge stond ik er niet alleen voor en had ik me al beter voorbereid op het mentale aspect, mede dankzij een podcast met Dixie Dansercoer die vertelde hoe koud hebben ook in je hoofd zit. Ik heb nu al nagedacht hoe ik me mentaal sterk kan houden in dat laatste deel van de marathon.

Mijn ambitie is om in Parijs mijn PR van 3u36 te verbeteren. Om dat alleen te kunnen zou een prestatie op zich zijn. Ik hoop zelfs om onder de 3u30 te finishen. Ik wil vertrekken aan een tempo tussen de 4’50” en 4’55”, veel marge heb ik dan niet. Sub 3u30 is een strakke tijd, ik durf er niet blindelings op te vertrouwen dat het me lukt, maar onze 30 kilometer was wel hoopgevend. Ik heb ook al nagedacht over m’n outfit op marathondag. Ik denk dat ik als geluksbrenger hetzelfde shirt aandoe als in Brugge. Ook ga ik hetzelfde shortje dragen als waar ik mijn vorige vier marathons in liep. Momenteel zijn mijn favoriete schoenen de Nike Pegasus 38. Ik twijfel nog of ik mijn compressiekousen zal aantrekken. Ik droeg die niet tijdens mijn trainingen, maar ze kunnen wel iets doen naar krampen toe. Er zijn nog wel een aantal kleine dingetjes waar ik de komende weken over moet nadenken. Ik heb er hoe dan ook heel veel zin in!

Lieve sis, je bent in topvorm, dat merk ik aan alles. Ik ben er zeker van dat 3 april 2022 een topdag wordt voor jou! ’s Avonds drinken we sowieso champagne op een terras. En zo zijn er nog heel veel momenten voor en na de marathon waar ik heel hard naar uitkijk. Wij zijn klaar voor Parijs, ik hoop dat Parijs ook klaar is voor ons.

IMG_7595b

Marathonpraat – Road to Rotterdam #3

Een online conversatie tussen Roos en mij:

Roos: Ben je er klaar voor?
Joke: Ik denk het wel, maar zo voelt het niet.
Roos: Dat is ook iets geks hè. Ik vraag me dan altijd af: hoe voelt dat, er klaar voor zijn? Je bent klaar om te rocken!
Joke: Ik voel me nu vooral dik en lui.
Roos: Ik heb een geluksbrenger voor je gemaakt.
Joke: Oh? Misschien voelt Bashir zich ook dik en lui.
Roos: Sowieso wel. Hopelijk kan hij deze keer beter slapen.

Plots is het moment dus echt bijna aangebroken: ik ga een marathon lopen die anderhalf jaar werd uitgesteld. De afgelopen week probeerde ik me op sportief vlak in te houden, maar rusten is relatief als je elke dag gaat werken. Nog steeds weet ik het antwoord niet op de vraag wanneer je er echt klaar voor bent. Misschien gewoon als je je die vraag begint te stellen, als lopen dus wordt vervangen door denken en de laatste voorbereidingen treffen. En daarbij: ook als je er niet klaar voor bent, dan zal je het er toch mee moeten doen. Rotterdam wacht niet. Niet nog eens.

Marathonpraat – Road to Rotterdam #2

Er was hier een losse draad blijven liggen. Af en toe struikelde ik erover en legde ik hem zorgvuldig opgerold weer weg in een lade met souvenirs van lang vervlogen tijden. Toen er nog marathons gelopen werden. In maart 2020 liep ik op een zondag koppig 30 kilometer als stil protest tegen een marathonluwe periode waarvan ik nog niet besefte hoe lang ze zou aanhouden. Er was een lockdown afgekondigd. Dat klonk als een donderwolk die ons boven het hoofd hing: pittig, intens en afschrikwekkend, maar ook weer snel voorbij. Niet dus. De marathon van Rotterdam werd eerst nog optimistisch verplaatst naar het najaar van 2020 om uiteindelijk te stranden in oktober 2021. Tot een paar weken geleden leek ook dat me niet realistisch. Met mijn sceptische houding wilde ik mezelf behoeden voor een zoveelste jammer, maar helaas. Ahmed Aboutaleb, burgemeester van Rotterdam, gaf echter groen licht voor de organisatie van #demooiste op zondag 24 oktober 2021. Zonder ongelukken sta ik over 20 dagen dus echt aan de start van mijn 13e marathon.

In augustus legde ik veel kwalitatieve loop- en fietskilometers af. Niet eens heel specifiek met die marathon voor ogen, wel omdat ik mezelf weer terugvond in de trainingsprikkels en wie weet wat dat najaar dan zou brengen. Ik liep duurlopen alsof het niks was en, nog belangrijker, ik genoot heel erg van die kilometers en de doorstart van mijn sportieve carrière. Ik bleek ook plots een pak rapper te lopen. Mijn toptijd op de 20 kilometer van Brussel was een eerste bekroning van die verrassende topvorm. Ik kan dus niet anders dan concluderen dat de Joke 13.0 er helemaal klaar voor is. De 13e versie van mezelf ja, want met elke marathon lijkt het toch alsof ik mezelf weer wat moet heruitvinden. 13 is trouwens mijn geluksgetal (wat moet je anders als je geboren wordt op een vrijdag de 13e?). Er hangt dus iets in de lucht.

Anderhalf jaar geleden wilde ik in Rotterdam simpelweg een goede marathon lopen. Over een tijd sprak ik me niet uit, voorzichtig als ik ben. Dat is nu anders. Ik ga over drie weken voor een PR op de marathon. Punt. Van Seppe leerde ik dat je je ambities beter kan uitspreken. Omdat je niet beter presteert door ze voor jezelf te houden en als het dan tegenzit, weet je omgeving ook dat ze hun peptalk zullen mogen bovenhalen. Mijn huidige PR dateert van april 2017. In Parijs had ik toen 3 uur, 21 minuten en 23 seconden nodig om over de finishlijn te lopen. Mijn gemiddelde snelheid bedroeg 4’45” per kilometer (12,5 km/u). Ook in oktober 2016 (Brussel) en april 2019 (Parijs) liep ik marathons met dat gemiddelde, alleen telden die net wat meer meters. Met mijn huidige vormpeil zou ik onder die 3u21 moeten kunnen duiken. Heel tegenstrijdig, want terwijl ik dit typ geloof ik zelf amper dat sub 3u15 een realistische ambitie is. Naast mijn vastberadenheid leeft namelijk een grote onzekerheid. Ik barst van de twijfels. Het zat niet in mijn planning om een verbetering van dat PR ooit nog als keihard doel te stellen. Ik wilde tevreden zijn met wat ik heb en heb gehad, me niet blindstaren op wat zou kunnen zijn. En misschien zou ik dan op een dag, als alles in de juiste plooit valt, nog een paar minuten van die tijd kunnen afpitsen. Omdat ik weinig ervaring heb met de tempo’s die ik nu loop lijkt mijn basis minder solide. Het voelt alsof ik iets nieuws moet gaan verankeren, alsof ik terug een eerste marathon ga lopen. Spanning troef dus.

FGDA5532

[Leeswaarschuwing: in deze alinea gebruik ik heel vaak het woord “regen”.] Om de losse draad écht op te pikken liep ik, inmiddels traditiegetrouw, mijn 30 kilometer van bij Roos in Rotselaar naar Marike in Voortkapel. Ik hoop dat er dagen zijn dat het best leuk is om mijn zus te zijn. Ik weet dat er ook dagen zijn dat de mantel der zussenliefde maar beter uit hoogwaardig regenbestendig materiaal vervaardigd kan zijn. Gisteren was zo’n dag. Wat een ellendig regenweer was me dat zeg! Een eerste dosis regen kreeg ik toegediend op de fiets onderweg naar Roos. Ik trok een loopoutfit aan en Roos wapende zich voor de strijd met regenponcho, regenjas, regenlaarzen en regenbroek om mij uiteindelijk 2 uur en 19 minuten lang op de fiets door de gietende regen te vergezellen. Van lopen in de regen word je doorweekt en dat is het dan. Fietsen in de regen daarentegen, dat is dubbele ellende. Bij deze dus nogmaals: dank je wel, lieve sisjes, voor het gezelschap onderweg en de warme ontvangst nadien. Ik had drie goede redenen om mezelf door de regen te jagen en mijn zussen in dat plan te betrekken. 1) Je kan maar beter af en toe trainen in lastige omstandigheden 2) Ik kon die 30 kilometer niet op een ander moment afhaspelen en 3) Je kan ook zo’n miserabel weer hebben bij je marathon. Ik hoop wel oprecht dat #demooiste droger weer in petto heeft. Rotterdam, here we come! 

Marathonpraat – De dag voor de Suikermarathon

Morgen is het zover: dan loop ik mijn 12e marathon, de Suikermarathon. 42,2 km rond Tienen in het gezelschap van een familielid (of twee) op de fiets. Ik ben er nog steeds van overtuigd dat ik Hét Marathongevoel kan ervaren zonder enige vorm van officiële wedstrijdomkadering. De marathon, die zit in mij, in m’n hart, in m’n benen en in m’n hoofd. Natuurlijk heb ik wel op een heel andere manier toegeleefd naar deze gebeurtenis. Ik dacht de afgelopen week niet elk uur aan die marathon, had dus niet constant schrik om te struikelen en gisterenavond dronk ik een La Chouffe blanche (die me echt heel goed smaakte). Enerzijds is die ontspanningsmodus erg fijn, anderzijds mis ik hierdoor de positieve spanning die bij het pre-marathonplezier hoort. Hoe dan ook is het in deze bizarre tijden fijn om nog eens iets niet-alledaags te ondernemen: een sportieve uitspatting, helemaal corona-proof.

Mijn voorbereiding voor deze marathon verliep ook anders dan anders. Tijdens de lockdown in het voorjaar liep en fietste ik er zonder enig doel op los. Nadat ik eind mei verhuisde, liep ik geen langere afstanden meer en was ik vooral op de fiets te vinden (lang leve de LF6 en fietsknooppunt 13). Eind augustus liep ik dan weer eens 20 km en daarmee was het startschot gegeven voor een wekelijkse duurloop. Dat liep niet altijd geheel naar wens, maar al bij al voelde ik wel dat mijn lichaam nog heel goed wist wat een duurloop was. Van een echte taperperiode was de voorbije weken absoluut geen sprake. Ik liep wat minder, maar door mijn woonwerkverkeer op de fiets legde ik alsnog behoorlijk wat sportkilometers af. Gisteren kregen wij op school een vrije dag cadeau die ik creatief (en dus niet sportief) invulde met Roos. Een rustdag zonder meer, waardoor ik het vandaag toch voelde kriebelen om het marathonparcours te verkennen op de fiets. Ook dat is wellicht uniek: dat ik de dag voor ik een marathon loop een marathon fiets.

Die parcoursverkenning bleek overigens geen overbodige luxe te zijn. Zoals gezegd, moet ik het parcours van de Suikerroute een beetje inkorten. Aanvankelijk was het mijn plan om op de Grote Markt van Tienen te vertrekken en aan de kerk van mijn hometown Bost te finishen. Helaas geldt er nog steeds een mondmaskerplicht in het centrum en lijkt de Grote Markt meer op een bouwwerf door de werkzaamheden die er plaatsvinden. Geen lus door Tienen-city dus en een kerk minder die ik langs loop. Ik zou mijn Suikermarathon namelijk net zo goed de Acht Kerken Marathon kunnen noemen omdat ik zoveel kerken van postcode 3300 aandoe. Verder stuitte ik tijdens mijn verkenning op twee wegonderbrekingen die met een eenvoudig ommetje te vermijden zijn. Ik kon ook vaststellen dat er hier en daar wat modder ligt, maar niets onoverkomelijk. Tijdens mijn fietstocht kreeg ik alvast heel veel zin om te lopen, ook al weet ik niet echt wat ik er nu van mag verwachten.

Vorige week beleefde ik trouwens al een ultiem marathonmoment toen ik naar de London Marathon keek en zag hoe Koning Eliud Kipchoge ook gewoon een mens bleek te zijn die het verschroeiende tempo van de Ethiopiërs niet aankon. De verrassende winnaar Shura Kitata stond te glunderen aan de finish. Zo mooi om te zien! Een lopende mens, het is eigenlijk iets heel bijzonder. Ik beschouw mijn marathon dan ook als een eerbetoon aan de eenvoud van wat lopen is en de emoties die het toch kan losmaken. Gewoon het ene voor het andere been zetten en blijven gaan. Ik ben benieuwd hoe het mij morgen bevalt. Niks moet, alles mag en ik hou er hoe dan ook een sterk verhaal aan over. Op naar een nieuw marathonavontuur!

Marathonpraat – Op weg naar de Suikermarathon

Na de perfecte duurloop die ik liep op mijn verjaardag wist ik het zeker: ik was klaar om binnen enkele weken een marathon te lopen. Geduld om te wachten op een georganiseerde wedstrijd heb ik niet. Ik liet in de zomer al uitschijnen dat ik mij in 2020 heel wat door de neus zou laten boren, maar niet mijn twaalfde marathon. Ook in 2020 zal ik een marathon lopen. Punt. Op eigen initiatief en met gezelschap op de fiets. Dat plan kreeg de afgelopen weken steeds concreter vorm in mijn hoofd. Er is een parcours (ongeveer toch) en een datum (eveneens ongeveer toch). 

Het blijkt zowel een vloek als een zegen te zijn om de route uit te tekenen voor je eigen marathon. Een vloek omdat je als eenkoppige (allesbehalve professionele) organisatie gebonden bent aan de reguliere voetpaden en weggetjes. Je kan geen beroep doen op hekken en politie om straten vrij te maken. Bovendien mag je nog zo’n toffe plannen hebben om je eigen marathon te lopen: 42,2 km is en blijft een aanzienlijke afstand. Het vergt dus wat denkwerk én voorbereiding om een parcours te bedenken van die lengte. Momenteel is het concept voor mijn marathon uitgewerkt, maar de puntjes moeten nog op de i worden gezet. Ik zal namelijk de suikermarathon lopen: een marathon in mijn eigen (relatief nieuwe) regio om en rond Tienen (de suikerstad) die gebaseerd is op de Suikerroute, een fietsroute die de de highlights van postcode 3300 aandoet. Het wordt met andere woorden een thuismarathon die het landelijke en glooiende karakter van de streek in de kijker zet met heel wat off-road stukken. Mocht ik mijn marathon aan de buitenwereld moeten verpatsen, ik zou het doen met de adjectieven uitdagend, gevarieerd en uniek.

IMG_3461b

De Suikerroute ontdekte ik in de zomer toen ik heel dicht bij huis rode zeshoekige bordjes opmerkte. Het kostte me echter vier pogingen om de route correct te volgen. Er blijkt namelijk al eens een bordje voor interpretatie vatbaar te zijn of – nog erger – volledig te ontbreken. Na elke mislukte poging bestudeerde ik mijn gereden Garmin route om te kijken waar de bordjes me aan mijn lot hadden overgelaten en ik dus grandioos de mist was ingegaan. Zo belandde ik bijvoorbeeld eens in Stok (die naam verzin ik niet). Uiteindelijk lukte het me op 11 augustus om de volledige Suikerroute te fietsen. Ik kwam uit op 45,5 km omdat ik geen lus door het centrum van Tienen maakte (waar een mondmaskerplicht geldt). Ik moet de Suikerroute dus wat inkorten naar eigen goeddunken. Ook wil ik vertrekken op de Grote Markt van Tienen en finishen aan de kerk van de voorstad waar ik woon. Ik probeerde al via online tools om de route uit te tekenen, maar dat is geen sinecure als je de omgeving nog niet als je broekzak kent. Er zit dus niets anders op dan de route de komende week op de fiets uit te testen en op die manier aan mezelf een meetcertificaat voor te leggen.

Zondag 11 oktober is de datum dat ik me eraan zal wagen. Mits enig voorbehoud: als het die dag echt ellendig weer is (heel de tijd regen en/of heel harde wind), dan stel ik mijn marathonplan een week uit. Hoewel ik in 2018 een sterke Brussel Marathon liep op het einde van de maand oktober, gaat mijn voorkeur toch uit naar het begin van de maand. De kans op zonnestralen en een ochtend die niet tegen het vriespunt aanleunt, is dan net ietsje groter. En als de Hel van Kasterlee echt doorgaat, dan gebruik ik de herfstvakantie (begin november) ook liefst om te fietsen in plaats van te recupereren. Over het doel van mijn marathon kan ik kort zijn: ik wil het optimale marathongevoel beleven en ervaren dat ik zo heb gemist. Dat houdt in te voet naar de startplaats gaan, daar nog een banaantje wegwerken, zenuwen die door de keel gieren, peptalk van Roos, persoonlijke support onderweg, adrenaline én verveling, melkzuur dat zich opstapelt en de ontlading die daarop volgt. Ik ben benieuwd hoe zoet de suikermarathon zal zijn voor mij.

Marathonpraat – Waarom ik de marathon mis

Ik heb de afgelopen dagen vaak nagedacht waarom ik mijn marathons zo mis. Als loper behoor ik tot de Geprivilegieerde Gelukzakken der Sporters, zij die hun sport zonder enig probleem kunnen blijven uitoefenen. Geen lockdown light of quarantaine die dat belet. Ik moet dus niet zeuren. Je zal nu maar gepassioneerd zijn door waterpolo, worstelen of acrogym. In eerste instantie vond ik het best aangenaam om zonder wedstrijddoel te lopen. Tijdens de quarantaine maakte ik veel kilometers zonder te overdrijven. Niets moest en alles mocht. Ik ging dus niet de toer op van mijn broer en stelde mezelf geen grootse doelen. Het plezier stond voorop. Elke kilometer die ik liep deed me deugd. Ik heb geen competitie nodig als stok achter de deur om me te motiveren mijn loopschoenen aan te trekken. Ook voor mijn lichaam was een periode met meer hersteltijd welgekomen. Ik verhuisde bovendien en had dus onontgonnen gebied te ontdekken. En ik een competitiebeest? Ik dacht het niet. Een gedwongen wedstrijdloze periode is echt geen ramp binnen het kader van een wereldwijde crisis.

Ik genoot oprecht van die vrije kilometers. Van een zwart gat was absoluut geen sprake. Tot ik enkele weken geleden de harde realiteit onder ogen zag. Marathonwedstrijden in 2020: ik zie het niet meteen gebeuren. In maart werd de Rotterdam marathon verplaatst naar eind oktober. Veilig ver weg, zo leek het. Na de paasvakantie zouden we gewoon weer met z’n allen op school zijn. Voor we het goed en wel zouden beseffen zou ons leven zich weer op gang trekken. Kortom, die corona zou zijn plaats kennen tegen het najaar. Wij zouden er dan weer lustig op los kunnen lopen met duizenden tegelijk, veel te dicht op elkaar in een startvak en langs de zijlijn. Marathons lopen is toch een buitensport? De realiteit is dat (sport)evenementen in Nederland verboden zijn tot 1 september. Erg realistisch lijkt het me dus niet dat we een krappe twee maand later met ruim 12.000 aan de start van een sportwedstrijd zouden staan. Het miljoen supporters dat de Rotterdam marathon op de been brengt, laat ik voor het gemak buiten beschouwing. Officieel gaat de marathon nog door, al is er het nodige voorbehoud te lezen in de officiële berichtgeving. De wereld vergaat niet, een jammer is hier wel op z’n plaats.

Naast lopen heb ik voldoende bezigheden. Ik weet mijn dagen aardig te vullen met allerhande projecten en activiteiten die helemaal niets met sport te maken hebben. Er blijft dus nog voldoende over als de marathon wegvalt. En toch ging er geen dag voorbij waarbij ik niet aan marathons lopen dacht. Omdat sportwedstrijden in het algemeen en marathons in het bijzonder mijn jaar structureren. Ik mis het aftellen in weken en dagen tot M-day. Ik mis de opbouw van de trainingen: sterven tijdens intervals en dromen in het bos. Ik mis die lange duurlopen waarbij de cadans ideaal is en het zelfvertrouwen torenhoog. Ik mis zelfs de onzekerheid en de stress. De angst om op het laatste moment te vallen (been there, done that) of ziek te worden. Ik mis de adrenaline die door mijn keel giert als het dan eindelijk zo ver is en je uit je bed stapt met de wetenschap: straks loop ik een marathon. Ik mis het zenuwachtige aanschuiven bij de dixi’s. Ik mis het avontuur van de looptocht waarbij mijn gedachten alle kanten opschieten (en mijn darmen meestal ook). Ik mis het finishmoment, maar nog meer het weerzien met mijn supporters nadien. Ik mis de grijns op mijn gezicht die een combinatie is van opluchting, geluk en stramme spieren. Ik mis een royaal ontbijt de dag nadien waarbij ik als een tachtigjarige in mijn stoel plof. Ik mis de marathon. Echt. Alles.

Ik durf nu ook luidop te zeggen dat ik eind maart in topvorm was. Mijn PR op de halve marathon was geen toevalstreffer (als dat al mogelijk is op die afstand). De oogverblindende glans is er inmiddels wat af, maar ik verbaas me nog steeds over de tempo’s die ik ogenschijnlijk moeiteloos lijk te lopen. Enerzijds ben ik daar blij om, anderzijds vind ik het bijna zonde. De enige manier om een vorm vast te leggen opdat die niet vervliegt is immers door een wedstrijd te lopen. Al is dat ook niet helemaal waar. Een marathontijd is geen droge weergave van je vormpeil. Ook andere factoren spelen een rol. Als marathonloper heb je nog één groot voordeel: niemand houdt je tegen om er eentje te lopen. Je kan het in principe overal doen en op elk moment van de dag. In het najaar loop ik dus een marathon: op eigen houtje als het niet officieel kan. Vanaf volgende week ga ik weer eens echt duurlopen en mijn kop boven het veld van de 20 kilometer steken. Wedden dat het uitzicht daar prachtig is?

 

 

Hoe train je voor een marathon die je niet loopt?

We leven in bizarre tijden. Het coronavirus legt ons land stil. Een ongeziene situatie die ook mij angst inboezemt, elke dag een beetje meer. Ik sta niet in mijn klaslokaal met mijn leerlingen, maar zit thuis en probeer een goede leerkracht op afstand te zijn. Donderdag kwam de crisis in een stroomversnelling terecht. Op school werden de maatregelen verscherpt. Het ene na het andere event werd uitgesteld. Zo ook de marathon van Rotterdam, waardoor mijn Road to Rotterdam abrupt werd onderbroken. Jammer, maar uiteindelijk slechts een aantekening in de marge. Niets is zo relatief als een uitgestelde marathon als de volksgezondheid op het spel staat. Zelfs een marathonjunkie als ik kon niet anders dan concluderen dat dit de enige juiste beslissing was. Het is onwezenlijk dat Roos en ik amper 10 dagen geleden nog in een propvol startvak stonden te drummen tot het startschot van de CPC Loop in Den Haag werd gegeven. Eens te meer besef ik nu dat ik mijn beide (gewassen) handjes mag kussen voor het memorabele en zorgeloze loopfeest dat ik toen met mijn familie kon beleven.

IMG_2262b

Dat de Rotterdam marathon niet over drie weken gelopen zou worden, die bui voelde ik wel hangen. De organisatie laat weten dat de 40e feesteditie later dit jaar plaats zal vinden. Een streep door het sportieve voorjaar, nieuwe kansen in het najaar. Tot nu toe verliepen mijn trainingen voorspoedig. Mijn PR in Den Haag is een bewijs dat ik in goede vorm verkeer. Nu het er niet meer toe doet, durf ik dat ook gewoon luidop te zeggen. In onzekere tijden als deze beschouw ik het als mijn plicht om eens zo standvastig achter het principe te staan dat ik in de eerste plaats loop omdat ik dat graag doe. Een marathon lopen kan een bekroning zijn op mijn voorbereidingswerk, maar is niet per se het ultieme doel dat tot loopvreugde leidt. Ik heb plezier gehaald uit mijn trainingen. Geen enkele loopkilometer voelde aan als een verspilling van mijn tijd. Integendeel. Net nu komt de essentie van lopen eens zo hard binnen: een inspanning voor de ontspanning, om het hoofd vrij te maken en frisse lucht op te snuiven.

PSFM8278
Ook als ik loop, gebruik ik liefst handgebaren om mijn verhaal te vertellen.

Ik had dus voldoende redenen om mijn geplande lange duurloop van 30 kilometer afgelopen zondag niet te lopen. Ik deed dat natuurlijk wel. Omdat ik ook hiervoor getraind heb. Omdat het ideaal loopweer was. Omdat het heel fijn is om van de woning van mijn ene zus Roos via de Demer en de Hagelandse veloroute naar mijn andere zus Marike te lopen. Omdat Roos mij begeleidde op de fiets, Marike mij tegemoet liep en mama ook nog een stuk mee fietste. De eerlijkheid gebiedt me wel om te zeggen dat die duurloop niet helemaal van een leien dakje verliep. In elk van mijn benen zat nog 10,5 kilometer verzuring van mijn snelle halve marathon. Zelfs dat had een voordeel: het werd echt een rustige duurloop aan een lage hartslag. Hoe train je dus voor een marathon die je niet loopt? Door veel deugd te hebben van de loopkilometers die je nu nog wel kan maken en er het beste van te maken.

 

Waarom de marathon het mooiste atletieknummer is

Voor mij is de marathon het aller-aller-allermooiste atletieknummer. Zowel in lengte (kwantiteit) als in pure schoonheid (kwaliteit) kent onze Griekse vriend zijn gelijke niet onder de andere loopnummers. Eén van zijn troeven is van historische aard: een Griek zou zichzelf te pletter hebben gelopen om een boodschap van Athene naar Marathon te brengen. Bovendien zal iedereen die ooit de finish haalde van een marathon beamen dat er enkel winnaars zijn en geen verliezers. Het is dan ook geoorloofd om 48 uur lang blij als een klein kind met een medaille rond je nek te pronken. Ik bedacht nog tien andere redenen waarom de marathon de onbetwiste nummer 1 van de Schoonheidswedstrijd der Atletieknummers is.

De marathon is het enige atletieknummer waarbij wereldtop en recreanten samen aan de start staan. Debutant en ervaringsdeskundige. Man en vrouw. Oud en jong. De marathon kent een divers deelnemersveld. Je staat natuurlijk niet gewoon achter een Abdi Nageeye of Eliud Kipchoge, maar je loopt wel identiek dezelfde wedstrijd en kan zo letterlijk in de voetsporen van de professionele atleten treden. Hierdoor krijgt ook het moment dat je staat te wachten in het startvak een extra dimensie.

Toeschouwers moeten geen cent betalen om heel veel sport in een prachtig decor te zien. Omdat je in, door en rond een stad of plaats loopt, krijgt eenieder die de race langs de zijlijn volgt de kans om ook interactief aan marathonkijken te doen. Je kan je als toeschouwer verplaatsen (een vaardigheid waarin mijn familie uitblinkt) om lopers op tactische plaatsen te zien en aan te moedigen. De omgeving is boeiend en levert gegarandeerd mooiere plaatjes op dan het eentonige piste-oranje.

Op marathons lopen staat geen leeftijd. Of toch bijna niet. Je hebt geen jeugdige explosiviteit nodig, wel wat maturiteit. Elke loper die goed voor zichzelf zorgt, kan decennia lang marathons lopen. Je loopt per jaar natuurlijk slechts een beperkt aantal marathons (jammer, zou dit bij wet zijn vastgelegd?), maar je kan dat wel jaren aan een stuk blijven doen. Een marathonloper kan op elke leeftijd boven zichzelf uitstijgen.

Het is meteen duidelijk wie als eerste aankomt. Je kan zonder geavanceerde techniek en met het blote oog waarnemen wie uiteindelijk die 42,195 kilometer het snelst heeft afgehaspeld. Je hoeft bovendien ook als loper of supporter niet kundig te zijn om te tellen met tienden en honderdsten van seconden. Uren en minuten volstaan.

Je loopt een marathon meer tegen jezelf dan tegen anderen. De grootste opponent zit tussen je oren. Ik kan me heel veel finale-marathonmomenten voor de geest halen waarbij ik volledig in mezelf gekeerd stap voor stap dichter bij die finish probeerde te komen. Als je dan eens rond je kijkt, dan zie je dat ieder voor zich een soortgelijke strijd aan het voeren is. In het hoofd. Samen alleen lopen dus.

Het gewone leven gaat door tijdens de marathon. Je moet drinken en eten. Je snuit je neus eens. Als het echt moet, kan je zelfs naar de wc gaan. Je kan praten met mensen die langs je lopen. Je familie is aanwezig en leeft met je mee. Soms is het geweldig leuk. Soms begrijp je echt niet waar je mee bezig bent. Op het einde komt alles meestal goed.

Techniek is van ondergeschikt belang. Je marathon staat of valt niet met de perfecte afzet bij de start. Dat mag je trouwens ook letterlijk nemen: in 2018 werd onze Belgische topper Bashir Abdi knap achtste op de marathon van Rotterdam nadat hij bij de start hard ten val was gekomen. Looptechniek is uiteraard niet helemaal onbelangrijk, maar tijdens je marathon is het toch vooral zaak om gewoon te blijven lopen.

Je hebt tijd genoeg om het beste en sterkste in jezelf te vinden. Je moet geen schrik hebben om te finishen met het idee dat je niet alles gegeven hebt. Na uren lopen heb je immers altijd alles gegeven. Dat betekent ook dat je nooit te behoedzaam kan beginnen. Zelfs als je na 40 kilometer nog over ultra frisse benen lijkt te beschikken, dan heb je nog een dikke 2 kilometer om die volledig in de verzuring te lopen.

Geen enkel atletieknummer is even saai als dat het heroïsch is. De grote marathons die op tv worden uitgezonden kijk ik altijd integraal. Als ik zelf gaan lopen ben, neem ik ze op en bekijk ik ze nadien volledig. Ik ga daar echt voor zitten, zelfs als ik de uitslag ken. De eenvoud van die inspanning creëert juist een zekere spanning. De vraag is altijd wanneer je de eerste tekenen van vermoeidheid zal ervaren of waarnemen. Niet is zo heldhaftig als de strijd met de eentonigheid.

Marathonlopers zijn sympathieke mensen met vaak markante verhalen. Iedereen heeft Bashir Abdi en Koen Naert in de armen gesloten. Daarnaast zijn er heel veel straffe verhalen van iconische marathonvrouwen. Dichter bij huis toonde de Nederlander Michel Butter aan dat een marathon in een bloedstollende thriller kan eindigen.

Marathonpraat – Road to Rotterdam

Op 1 januari leek het eventjes alsof alle tellers terug op nul stonden. Een blanco blad keek me uitdagend aan. Maagdelijk wit en onbeschreven. Een schone lei die klaar was om versierd te worden met mijn mooiste lussen, krabbels en bedenksels. Gelukkig ging het leven gewoon door en nam ik alles weer op waar het was blijven liggen in 2019. De eerste dag van het nieuwe jaar beschouwde ik wel als de start van mijn marathonvoorbereiding voor Rotterdam. Ergens klonk dat idee van het onbeschreven blad aantrekkelijk. Soms verlang ik terug naar de naïviteit van mijn beginnersjaren als marathonloper toen ik onbesuisd afstormde op het avontuur. Mijn aanpak was niet de beste, wel de eenvoudigste: veel lopen. Hoe meer, hoe beter. De ervaring gaf me meer grip en zelfinzicht. Kennis leidt echter ook onvermijdelijk tot twijfel.

Over 8 weken en 6 dagen sta ik aan de start van de Rotterdam Marathon. Het lijkt een eeuwigheid geleden dat ik me specifiek voor een marathon klaarstoomde. In het najaar liep ik een onvergetelijke marathon in Brugge in functie van Roos, maar die werd opgeslokt door mijn voorbereidingen van de Hel. Het kostte me die periode veel energie om me telkens weer op te laden voor alle uren trainingsarbeid. Vooral in het fietsen kroop veel tijd. Mijn leven leek on hold te staan: ik ging werken en sporten, voor iets anders was er amper tijd. Na de Hel genoot ik tijdens de kerstvakantie intens van mijn vrije tijd. Halve uurtjes lopen waren voldoende om mijn loophonger te stillen. De afgelopen weken betrapte ik mezelf erop dat ik vol weemoed terugblikte op mijn lange en donkere trainingen van oktober en november. Alsof in het donker langs een steenweg fietsen plots het hoogste sportgenot was. Het is een mij bekend fenomeen: wat ik vervloek, wordt na verloop van tijd geromantiseerd zodat ik het intens ga missen. Het gevolg was dat ik in januari vaak het idee had dat ik me niet voldoende toelegde op mijn marathon omdat ik ook tijd had voor andere dingen. Het was kortom een maand van zoeken naar balans: een goede basis leggen enerzijds, de ontspanning en het plezier laten zegevieren anderzijds.

En hoe is het nu met Juan? hoor ik jullie denken. Wel, mijn Spaanse vriend bracht de jaarwisseling gedemonteerd door voor een broodnodige onderhoudsbeurt na zijn Kastels modderbad. De liefde was eens zo groot toen we eenmaal herenigd waren. Mijn mountainbike maakt dus nog steeds deel uit van mijn trainingen. Ik beleefde zelfs een primeur van formaat: met niemand minder dan Roos sjeesde ik tientallen kilometers langs de Demer. Zij kreeg mama’s oude koersfiets en zo kunnen kunnen we elkaar dus niet alleen op twee benen, maar ook op twee wielen vergezellen. We gingen trouwens best hard (of wat had je gedacht?). Zo werd het een behoorlijk uitdagende training omdat we ook non-stop afwisselend aan het praten waren met de nodige inleving. Op korte termijn staat er nog meer zusterlijks op het trainingsprogramma. Daarover later meer!

De afgelopen weken liep ik ook weer intervals om aan mijn snelheid te werken. Het moet bijna een jaar geleden zijn dat ik me daar nog aan waagde. Ik begin er altijd mee in het bos omdat de verwachtingen dan nog niet al te hoog zijn. Op een rondje van 1,5 kilometer versnel ik twee keer bergop en twee keer bergaf. Dat herhaal ik een keer of drie. Vrijdag besloot ik dat het tijd was om tempo’s op het vlakke (en snelle) asfalt te lopen om eens te kijken wat er nu echt in het vat zat. Mijn snelheid bleek verbazingwekkend hoog te zijn. Ik zag cijfers op mijn horloge die ik voor het laatst zag tijdens de Eindejaarscorrida, toen ik pijlsnel vertrok en me ook vakkundig vergaloppeerde. Ondanks de vele kleine kwaaltjes die mijn benen rijk zijn, loop ik wel met een heel goed gevoel rond.

Januari was ook een maand waarin ik veel nadacht. Op zich is dat niets nieuws onder de zon. Soms leidt dat tot verrassend eenvoudige inzichten. Zoals dat ik moest stoppen met mezelf te verwijten dat ik geen 30 kilometer aan een stuk gelopen heb in Kasterlee. Of dat 9 uur sporten per week nog altijd meer dan normaal is. De grootste aha-erlebnis was echter dat ik op 5 april in Rotterdam simpelweg een goede marathon wil lopen: eentje die goed aanvoelt en waarvan ik ook goed herstel. In welke tijd dat zal gebeuren, daar ga ik me nu (nog) niet mee bezighouden. Eigenlijk is het gewoon heel fijn dat we altijd verder borduren op wat voorafging. Als sporter is het fout om te denken dat je altijd verandering nodig hebt. Toen Eliud Kipchoge zijn fenomenale 1:59 liep in Wenen vroeg de wereldpers hem steeds wat hij had veranderd ten opzichte van zijn vorige sub2-poging. Zijn antwoord was simpel: helemaal niets. Hij had gewoon altijd in zichzelf geloofd. Wat een wijsheid.