Marathonpraat – De dag voor de Suikermarathon

Morgen is het zover: dan loop ik mijn 12e marathon, de Suikermarathon. 42,2 km rond Tienen in het gezelschap van een familielid (of twee) op de fiets. Ik ben er nog steeds van overtuigd dat ik Hét Marathongevoel kan ervaren zonder enige vorm van officiële wedstrijdomkadering. De marathon, die zit in mij, in m’n hart, in m’n benen en in m’n hoofd. Natuurlijk heb ik wel op een heel andere manier toegeleefd naar deze gebeurtenis. Ik dacht de afgelopen week niet elk uur aan die marathon, had dus niet constant schrik om te struikelen en gisterenavond dronk ik een La Chouffe blanche (die me echt heel goed smaakte). Enerzijds is die ontspanningsmodus erg fijn, anderzijds mis ik hierdoor de positieve spanning die bij het pre-marathonplezier hoort. Hoe dan ook is het in deze bizarre tijden fijn om nog eens iets niet-alledaags te ondernemen: een sportieve uitspatting, helemaal corona-proof.

Mijn voorbereiding voor deze marathon verliep ook anders dan anders. Tijdens de lockdown in het voorjaar liep en fietste ik er zonder enig doel op los. Nadat ik eind mei verhuisde, liep ik geen langere afstanden meer en was ik vooral op de fiets te vinden (lang leve de LF6 en fietsknooppunt 13). Eind augustus liep ik dan weer eens 20 km en daarmee was het startschot gegeven voor een wekelijkse duurloop. Dat liep niet altijd geheel naar wens, maar al bij al voelde ik wel dat mijn lichaam nog heel goed wist wat een duurloop was. Van een echte taperperiode was de voorbije weken absoluut geen sprake. Ik liep wat minder, maar door mijn woonwerkverkeer op de fiets legde ik alsnog behoorlijk wat sportkilometers af. Gisteren kregen wij op school een vrije dag cadeau die ik creatief (en dus niet sportief) invulde met Roos. Een rustdag zonder meer, waardoor ik het vandaag toch voelde kriebelen om het marathonparcours te verkennen op de fiets. Ook dat is wellicht uniek: dat ik de dag voor ik een marathon loop een marathon fiets.

Die parcoursverkenning bleek overigens geen overbodige luxe te zijn. Zoals gezegd, moet ik het parcours van de Suikerroute een beetje inkorten. Aanvankelijk was het mijn plan om op de Grote Markt van Tienen te vertrekken en aan de kerk van mijn hometown Bost te finishen. Helaas geldt er nog steeds een mondmaskerplicht in het centrum en lijkt de Grote Markt meer op een bouwwerf door de werkzaamheden die er plaatsvinden. Geen lus door Tienen-city dus en een kerk minder die ik langs loop. Ik zou mijn Suikermarathon namelijk net zo goed de Acht Kerken Marathon kunnen noemen omdat ik zoveel kerken van postcode 3300 aandoe. Verder stuitte ik tijdens mijn verkenning op twee wegonderbrekingen die met een eenvoudig ommetje te vermijden zijn. Ik kon ook vaststellen dat er hier en daar wat modder ligt, maar niets onoverkomelijk. Tijdens mijn fietstocht kreeg ik alvast heel veel zin om te lopen, ook al weet ik niet echt wat ik er nu van mag verwachten.

Vorige week beleefde ik trouwens al een ultiem marathonmoment toen ik naar de London Marathon keek en zag hoe Koning Eliud Kipchoge ook gewoon een mens bleek te zijn die het verschroeiende tempo van de Ethiopiërs niet aankon. De verrassende winnaar Shura Kitata stond te glunderen aan de finish. Zo mooi om te zien! Een lopende mens, het is eigenlijk iets heel bijzonder. Ik beschouw mijn marathon dan ook als een eerbetoon aan de eenvoud van wat lopen is en de emoties die het toch kan losmaken. Gewoon het ene voor het andere been zetten en blijven gaan. Ik ben benieuwd hoe het mij morgen bevalt. Niks moet, alles mag en ik hou er hoe dan ook een sterk verhaal aan over. Op naar een nieuw marathonavontuur!

Marathonpraat – Op weg naar de Suikermarathon

Na de perfecte duurloop die ik liep op mijn verjaardag wist ik het zeker: ik was klaar om binnen enkele weken een marathon te lopen. Geduld om te wachten op een georganiseerde wedstrijd heb ik niet. Ik liet in de zomer al uitschijnen dat ik mij in 2020 heel wat door de neus zou laten boren, maar niet mijn twaalfde marathon. Ook in 2020 zal ik een marathon lopen. Punt. Op eigen initiatief en met gezelschap op de fiets. Dat plan kreeg de afgelopen weken steeds concreter vorm in mijn hoofd. Er is een parcours (ongeveer toch) en een datum (eveneens ongeveer toch). 

Het blijkt zowel een vloek als een zegen te zijn om de route uit te tekenen voor je eigen marathon. Een vloek omdat je als eenkoppige (allesbehalve professionele) organisatie gebonden bent aan de reguliere voetpaden en weggetjes. Je kan geen beroep doen op hekken en politie om straten vrij te maken. Bovendien mag je nog zo’n toffe plannen hebben om je eigen marathon te lopen: 42,2 km is en blijft een aanzienlijke afstand. Het vergt dus wat denkwerk én voorbereiding om een parcours te bedenken van die lengte. Momenteel is het concept voor mijn marathon uitgewerkt, maar de puntjes moeten nog op de i worden gezet. Ik zal namelijk de suikermarathon lopen: een marathon in mijn eigen (relatief nieuwe) regio om en rond Tienen (de suikerstad) die gebaseerd is op de Suikerroute, een fietsroute die de de highlights van postcode 3300 aandoet. Het wordt met andere woorden een thuismarathon die het landelijke en glooiende karakter van de streek in de kijker zet met heel wat off-road stukken. Mocht ik mijn marathon aan de buitenwereld moeten verpatsen, ik zou het doen met de adjectieven uitdagend, gevarieerd en uniek.

IMG_3461b

De Suikerroute ontdekte ik in de zomer toen ik heel dicht bij huis rode zeshoekige bordjes opmerkte. Het kostte me echter vier pogingen om de route correct te volgen. Er blijkt namelijk al eens een bordje voor interpretatie vatbaar te zijn of – nog erger – volledig te ontbreken. Na elke mislukte poging bestudeerde ik mijn gereden Garmin route om te kijken waar de bordjes me aan mijn lot hadden overgelaten en ik dus grandioos de mist was ingegaan. Zo belandde ik bijvoorbeeld eens in Stok (die naam verzin ik niet). Uiteindelijk lukte het me op 11 augustus om de volledige Suikerroute te fietsen. Ik kwam uit op 45,5 km omdat ik geen lus door het centrum van Tienen maakte (waar een mondmaskerplicht geldt). Ik moet de Suikerroute dus wat inkorten naar eigen goeddunken. Ook wil ik vertrekken op de Grote Markt van Tienen en finishen aan de kerk van de voorstad waar ik woon. Ik probeerde al via online tools om de route uit te tekenen, maar dat is geen sinecure als je de omgeving nog niet als je broekzak kent. Er zit dus niets anders op dan de route de komende week op de fiets uit te testen en op die manier aan mezelf een meetcertificaat voor te leggen.

Zondag 11 oktober is de datum dat ik me eraan zal wagen. Mits enig voorbehoud: als het die dag echt ellendig weer is (heel de tijd regen en/of heel harde wind), dan stel ik mijn marathonplan een week uit. Hoewel ik in 2018 een sterke Brussel Marathon liep op het einde van de maand oktober, gaat mijn voorkeur toch uit naar het begin van de maand. De kans op zonnestralen en een ochtend die niet tegen het vriespunt aanleunt, is dan net ietsje groter. En als de Hel van Kasterlee echt doorgaat, dan gebruik ik de herfstvakantie (begin november) ook liefst om te fietsen in plaats van te recupereren. Over het doel van mijn marathon kan ik kort zijn: ik wil het optimale marathongevoel beleven en ervaren dat ik zo heb gemist. Dat houdt in te voet naar de startplaats gaan, daar nog een banaantje wegwerken, zenuwen die door de keel gieren, peptalk van Roos, persoonlijke support onderweg, adrenaline én verveling, melkzuur dat zich opstapelt en de ontlading die daarop volgt. Ik ben benieuwd hoe zoet de suikermarathon zal zijn voor mij.

Marathonpraat – Waarom ik de marathon mis

Ik heb de afgelopen dagen vaak nagedacht waarom ik mijn marathons zo mis. Als loper behoor ik tot de Geprivilegieerde Gelukzakken der Sporters, zij die hun sport zonder enig probleem kunnen blijven uitoefenen. Geen lockdown light of quarantaine die dat belet. Ik moet dus niet zeuren. Je zal nu maar gepassioneerd zijn door waterpolo, worstelen of acrogym. In eerste instantie vond ik het best aangenaam om zonder wedstrijddoel te lopen. Tijdens de quarantaine maakte ik veel kilometers zonder te overdrijven. Niets moest en alles mocht. Ik ging dus niet de toer op van mijn broer en stelde mezelf geen grootse doelen. Het plezier stond voorop. Elke kilometer die ik liep deed me deugd. Ik heb geen competitie nodig als stok achter de deur om me te motiveren mijn loopschoenen aan te trekken. Ook voor mijn lichaam was een periode met meer hersteltijd welgekomen. Ik verhuisde bovendien en had dus onontgonnen gebied te ontdekken. En ik een competitiebeest? Ik dacht het niet. Een gedwongen wedstrijdloze periode is echt geen ramp binnen het kader van een wereldwijde crisis.

Ik genoot oprecht van die vrije kilometers. Van een zwart gat was absoluut geen sprake. Tot ik enkele weken geleden de harde realiteit onder ogen zag. Marathonwedstrijden in 2020: ik zie het niet meteen gebeuren. In maart werd de Rotterdam marathon verplaatst naar eind oktober. Veilig ver weg, zo leek het. Na de paasvakantie zouden we gewoon weer met z’n allen op school zijn. Voor we het goed en wel zouden beseffen zou ons leven zich weer op gang trekken. Kortom, die corona zou zijn plaats kennen tegen het najaar. Wij zouden er dan weer lustig op los kunnen lopen met duizenden tegelijk, veel te dicht op elkaar in een startvak en langs de zijlijn. Marathons lopen is toch een buitensport? De realiteit is dat (sport)evenementen in Nederland verboden zijn tot 1 september. Erg realistisch lijkt het me dus niet dat we een krappe twee maand later met ruim 12.000 aan de start van een sportwedstrijd zouden staan. Het miljoen supporters dat de Rotterdam marathon op de been brengt, laat ik voor het gemak buiten beschouwing. Officieel gaat de marathon nog door, al is er het nodige voorbehoud te lezen in de officiële berichtgeving. De wereld vergaat niet, een jammer is hier wel op z’n plaats.

Naast lopen heb ik voldoende bezigheden. Ik weet mijn dagen aardig te vullen met allerhande projecten en activiteiten die helemaal niets met sport te maken hebben. Er blijft dus nog voldoende over als de marathon wegvalt. En toch ging er geen dag voorbij waarbij ik niet aan marathons lopen dacht. Omdat sportwedstrijden in het algemeen en marathons in het bijzonder mijn jaar structureren. Ik mis het aftellen in weken en dagen tot M-day. Ik mis de opbouw van de trainingen: sterven tijdens intervals en dromen in het bos. Ik mis die lange duurlopen waarbij de cadans ideaal is en het zelfvertrouwen torenhoog. Ik mis zelfs de onzekerheid en de stress. De angst om op het laatste moment te vallen (been there, done that) of ziek te worden. Ik mis de adrenaline die door mijn keel giert als het dan eindelijk zo ver is en je uit je bed stapt met de wetenschap: straks loop ik een marathon. Ik mis het zenuwachtige aanschuiven bij de dixi’s. Ik mis het avontuur van de looptocht waarbij mijn gedachten alle kanten opschieten (en mijn darmen meestal ook). Ik mis het finishmoment, maar nog meer het weerzien met mijn supporters nadien. Ik mis de grijns op mijn gezicht die een combinatie is van opluchting, geluk en stramme spieren. Ik mis een royaal ontbijt de dag nadien waarbij ik als een tachtigjarige in mijn stoel plof. Ik mis de marathon. Echt. Alles.

Ik durf nu ook luidop te zeggen dat ik eind maart in topvorm was. Mijn PR op de halve marathon was geen toevalstreffer (als dat al mogelijk is op die afstand). De oogverblindende glans is er inmiddels wat af, maar ik verbaas me nog steeds over de tempo’s die ik ogenschijnlijk moeiteloos lijk te lopen. Enerzijds ben ik daar blij om, anderzijds vind ik het bijna zonde. De enige manier om een vorm vast te leggen opdat die niet vervliegt is immers door een wedstrijd te lopen. Al is dat ook niet helemaal waar. Een marathontijd is geen droge weergave van je vormpeil. Ook andere factoren spelen een rol. Als marathonloper heb je nog één groot voordeel: niemand houdt je tegen om er eentje te lopen. Je kan het in principe overal doen en op elk moment van de dag. In het najaar loop ik dus een marathon: op eigen houtje als het niet officieel kan. Vanaf volgende week ga ik weer eens echt duurlopen en mijn kop boven het veld van de 20 kilometer steken. Wedden dat het uitzicht daar prachtig is?

 

 

Hoe train je voor een marathon die je niet loopt?

We leven in bizarre tijden. Het coronavirus legt ons land stil. Een ongeziene situatie die ook mij angst inboezemt, elke dag een beetje meer. Ik sta niet in mijn klaslokaal met mijn leerlingen, maar zit thuis en probeer een goede leerkracht op afstand te zijn. Donderdag kwam de crisis in een stroomversnelling terecht. Op school werden de maatregelen verscherpt. Het ene na het andere event werd uitgesteld. Zo ook de marathon van Rotterdam, waardoor mijn Road to Rotterdam abrupt werd onderbroken. Jammer, maar uiteindelijk slechts een aantekening in de marge. Niets is zo relatief als een uitgestelde marathon als de volksgezondheid op het spel staat. Zelfs een marathonjunkie als ik kon niet anders dan concluderen dat dit de enige juiste beslissing was. Het is onwezenlijk dat Roos en ik amper 10 dagen geleden nog in een propvol startvak stonden te drummen tot het startschot van de CPC Loop in Den Haag werd gegeven. Eens te meer besef ik nu dat ik mijn beide (gewassen) handjes mag kussen voor het memorabele en zorgeloze loopfeest dat ik toen met mijn familie kon beleven.

IMG_2262b

Dat de Rotterdam marathon niet over drie weken gelopen zou worden, die bui voelde ik wel hangen. De organisatie laat weten dat de 40e feesteditie later dit jaar plaats zal vinden. Een streep door het sportieve voorjaar, nieuwe kansen in het najaar. Tot nu toe verliepen mijn trainingen voorspoedig. Mijn PR in Den Haag is een bewijs dat ik in goede vorm verkeer. Nu het er niet meer toe doet, durf ik dat ook gewoon luidop te zeggen. In onzekere tijden als deze beschouw ik het als mijn plicht om eens zo standvastig achter het principe te staan dat ik in de eerste plaats loop omdat ik dat graag doe. Een marathon lopen kan een bekroning zijn op mijn voorbereidingswerk, maar is niet per se het ultieme doel dat tot loopvreugde leidt. Ik heb plezier gehaald uit mijn trainingen. Geen enkele loopkilometer voelde aan als een verspilling van mijn tijd. Integendeel. Net nu komt de essentie van lopen eens zo hard binnen: een inspanning voor de ontspanning, om het hoofd vrij te maken en frisse lucht op te snuiven.

PSFM8278
Ook als ik loop, gebruik ik liefst handgebaren om mijn verhaal te vertellen.

Ik had dus voldoende redenen om mijn geplande lange duurloop van 30 kilometer afgelopen zondag niet te lopen. Ik deed dat natuurlijk wel. Omdat ik ook hiervoor getraind heb. Omdat het ideaal loopweer was. Omdat het heel fijn is om van de woning van mijn ene zus Roos via de Demer en de Hagelandse veloroute naar mijn andere zus Marike te lopen. Omdat Roos mij begeleidde op de fiets, Marike mij tegemoet liep en mama ook nog een stuk mee fietste. De eerlijkheid gebiedt me wel om te zeggen dat die duurloop niet helemaal van een leien dakje verliep. In elk van mijn benen zat nog 10,5 kilometer verzuring van mijn snelle halve marathon. Zelfs dat had een voordeel: het werd echt een rustige duurloop aan een lage hartslag. Hoe train je dus voor een marathon die je niet loopt? Door veel deugd te hebben van de loopkilometers die je nu nog wel kan maken en er het beste van te maken.

 

Waarom de marathon het mooiste atletieknummer is

Voor mij is de marathon het aller-aller-allermooiste atletieknummer. Zowel in lengte (kwantiteit) als in pure schoonheid (kwaliteit) kent onze Griekse vriend zijn gelijke niet onder de andere loopnummers. Eén van zijn troeven is van historische aard: een Griek zou zichzelf te pletter hebben gelopen om een boodschap van Athene naar Marathon te brengen. Bovendien zal iedereen die ooit de finish haalde van een marathon beamen dat er enkel winnaars zijn en geen verliezers. Het is dan ook geoorloofd om 48 uur lang blij als een klein kind met een medaille rond je nek te pronken. Ik bedacht nog tien andere redenen waarom de marathon de onbetwiste nummer 1 van de Schoonheidswedstrijd der Atletieknummers is.

De marathon is het enige atletieknummer waarbij wereldtop en recreanten samen aan de start staan. Debutant en ervaringsdeskundige. Man en vrouw. Oud en jong. De marathon kent een divers deelnemersveld. Je staat natuurlijk niet gewoon achter een Abdi Nageeye of Eliud Kipchoge, maar je loopt wel identiek dezelfde wedstrijd en kan zo letterlijk in de voetsporen van de professionele atleten treden. Hierdoor krijgt ook het moment dat je staat te wachten in het startvak een extra dimensie.

Toeschouwers moeten geen cent betalen om heel veel sport in een prachtig decor te zien. Omdat je in, door en rond een stad of plaats loopt, krijgt eenieder die de race langs de zijlijn volgt de kans om ook interactief aan marathonkijken te doen. Je kan je als toeschouwer verplaatsen (een vaardigheid waarin mijn familie uitblinkt) om lopers op tactische plaatsen te zien en aan te moedigen. De omgeving is boeiend en levert gegarandeerd mooiere plaatjes op dan het eentonige piste-oranje.

Op marathons lopen staat geen leeftijd. Of toch bijna niet. Je hebt geen jeugdige explosiviteit nodig, wel wat maturiteit. Elke loper die goed voor zichzelf zorgt, kan decennia lang marathons lopen. Je loopt per jaar natuurlijk slechts een beperkt aantal marathons (jammer, zou dit bij wet zijn vastgelegd?), maar je kan dat wel jaren aan een stuk blijven doen. Een marathonloper kan op elke leeftijd boven zichzelf uitstijgen.

Het is meteen duidelijk wie als eerste aankomt. Je kan zonder geavanceerde techniek en met het blote oog waarnemen wie uiteindelijk die 42,195 kilometer het snelst heeft afgehaspeld. Je hoeft bovendien ook als loper of supporter niet kundig te zijn om te tellen met tienden en honderdsten van seconden. Uren en minuten volstaan.

Je loopt een marathon meer tegen jezelf dan tegen anderen. De grootste opponent zit tussen je oren. Ik kan me heel veel finale-marathonmomenten voor de geest halen waarbij ik volledig in mezelf gekeerd stap voor stap dichter bij die finish probeerde te komen. Als je dan eens rond je kijkt, dan zie je dat ieder voor zich een soortgelijke strijd aan het voeren is. In het hoofd. Samen alleen lopen dus.

Het gewone leven gaat door tijdens de marathon. Je moet drinken en eten. Je snuit je neus eens. Als het echt moet, kan je zelfs naar de wc gaan. Je kan praten met mensen die langs je lopen. Je familie is aanwezig en leeft met je mee. Soms is het geweldig leuk. Soms begrijp je echt niet waar je mee bezig bent. Op het einde komt alles meestal goed.

Techniek is van ondergeschikt belang. Je marathon staat of valt niet met de perfecte afzet bij de start. Dat mag je trouwens ook letterlijk nemen: in 2018 werd onze Belgische topper Bashir Abdi knap achtste op de marathon van Rotterdam nadat hij bij de start hard ten val was gekomen. Looptechniek is uiteraard niet helemaal onbelangrijk, maar tijdens je marathon is het toch vooral zaak om gewoon te blijven lopen.

Je hebt tijd genoeg om het beste en sterkste in jezelf te vinden. Je moet geen schrik hebben om te finishen met het idee dat je niet alles gegeven hebt. Na uren lopen heb je immers altijd alles gegeven. Dat betekent ook dat je nooit te behoedzaam kan beginnen. Zelfs als je na 40 kilometer nog over ultra frisse benen lijkt te beschikken, dan heb je nog een dikke 2 kilometer om die volledig in de verzuring te lopen.

Geen enkel atletieknummer is even saai als dat het heroïsch is. De grote marathons die op tv worden uitgezonden kijk ik altijd integraal. Als ik zelf gaan lopen ben, neem ik ze op en bekijk ik ze nadien volledig. Ik ga daar echt voor zitten, zelfs als ik de uitslag ken. De eenvoud van die inspanning creëert juist een zekere spanning. De vraag is altijd wanneer je de eerste tekenen van vermoeidheid zal ervaren of waarnemen. Niet is zo heldhaftig als de strijd met de eentonigheid.

Marathonlopers zijn sympathieke mensen met vaak markante verhalen. Iedereen heeft Bashir Abdi en Koen Naert in de armen gesloten. Daarnaast zijn er heel veel straffe verhalen van iconische marathonvrouwen. Dichter bij huis toonde de Nederlander Michel Butter aan dat een marathon in een bloedstollende thriller kan eindigen.

Marathonpraat – Road to Rotterdam

Op 1 januari leek het eventjes alsof alle tellers terug op nul stonden. Een blanco blad keek me uitdagend aan. Maagdelijk wit en onbeschreven. Een schone lei die klaar was om versierd te worden met mijn mooiste lussen, krabbels en bedenksels. Gelukkig ging het leven gewoon door en nam ik alles weer op waar het was blijven liggen in 2019. De eerste dag van het nieuwe jaar beschouwde ik wel als de start van mijn marathonvoorbereiding voor Rotterdam. Ergens klonk dat idee van het onbeschreven blad aantrekkelijk. Soms verlang ik terug naar de naïviteit van mijn beginnersjaren als marathonloper toen ik onbesuisd afstormde op het avontuur. Mijn aanpak was niet de beste, wel de eenvoudigste: veel lopen. Hoe meer, hoe beter. De ervaring gaf me meer grip en zelfinzicht. Kennis leidt echter ook onvermijdelijk tot twijfel.

Over 8 weken en 6 dagen sta ik aan de start van de Rotterdam Marathon. Het lijkt een eeuwigheid geleden dat ik me specifiek voor een marathon klaarstoomde. In het najaar liep ik een onvergetelijke marathon in Brugge in functie van Roos, maar die werd opgeslokt door mijn voorbereidingen van de Hel. Het kostte me die periode veel energie om me telkens weer op te laden voor alle uren trainingsarbeid. Vooral in het fietsen kroop veel tijd. Mijn leven leek on hold te staan: ik ging werken en sporten, voor iets anders was er amper tijd. Na de Hel genoot ik tijdens de kerstvakantie intens van mijn vrije tijd. Halve uurtjes lopen waren voldoende om mijn loophonger te stillen. De afgelopen weken betrapte ik mezelf erop dat ik vol weemoed terugblikte op mijn lange en donkere trainingen van oktober en november. Alsof in het donker langs een steenweg fietsen plots het hoogste sportgenot was. Het is een mij bekend fenomeen: wat ik vervloek, wordt na verloop van tijd geromantiseerd zodat ik het intens ga missen. Het gevolg was dat ik in januari vaak het idee had dat ik me niet voldoende toelegde op mijn marathon omdat ik ook tijd had voor andere dingen. Het was kortom een maand van zoeken naar balans: een goede basis leggen enerzijds, de ontspanning en het plezier laten zegevieren anderzijds.

En hoe is het nu met Juan? hoor ik jullie denken. Wel, mijn Spaanse vriend bracht de jaarwisseling gedemonteerd door voor een broodnodige onderhoudsbeurt na zijn Kastels modderbad. De liefde was eens zo groot toen we eenmaal herenigd waren. Mijn mountainbike maakt dus nog steeds deel uit van mijn trainingen. Ik beleefde zelfs een primeur van formaat: met niemand minder dan Roos sjeesde ik tientallen kilometers langs de Demer. Zij kreeg mama’s oude koersfiets en zo kunnen kunnen we elkaar dus niet alleen op twee benen, maar ook op twee wielen vergezellen. We gingen trouwens best hard (of wat had je gedacht?). Zo werd het een behoorlijk uitdagende training omdat we ook non-stop afwisselend aan het praten waren met de nodige inleving. Op korte termijn staat er nog meer zusterlijks op het trainingsprogramma. Daarover later meer!

De afgelopen weken liep ik ook weer intervals om aan mijn snelheid te werken. Het moet bijna een jaar geleden zijn dat ik me daar nog aan waagde. Ik begin er altijd mee in het bos omdat de verwachtingen dan nog niet al te hoog zijn. Op een rondje van 1,5 kilometer versnel ik twee keer bergop en twee keer bergaf. Dat herhaal ik een keer of drie. Vrijdag besloot ik dat het tijd was om tempo’s op het vlakke (en snelle) asfalt te lopen om eens te kijken wat er nu echt in het vat zat. Mijn snelheid bleek verbazingwekkend hoog te zijn. Ik zag cijfers op mijn horloge die ik voor het laatst zag tijdens de Eindejaarscorrida, toen ik pijlsnel vertrok en me ook vakkundig vergaloppeerde. Ondanks de vele kleine kwaaltjes die mijn benen rijk zijn, loop ik wel met een heel goed gevoel rond.

Januari was ook een maand waarin ik veel nadacht. Op zich is dat niets nieuws onder de zon. Soms leidt dat tot verrassend eenvoudige inzichten. Zoals dat ik moest stoppen met mezelf te verwijten dat ik geen 30 kilometer aan een stuk gelopen heb in Kasterlee. Of dat 9 uur sporten per week nog altijd meer dan normaal is. De grootste aha-erlebnis was echter dat ik op 5 april in Rotterdam simpelweg een goede marathon wil lopen: eentje die goed aanvoelt en waarvan ik ook goed herstel. In welke tijd dat zal gebeuren, daar ga ik me nu (nog) niet mee bezighouden. Eigenlijk is het gewoon heel fijn dat we altijd verder borduren op wat voorafging. Als sporter is het fout om te denken dat je altijd verandering nodig hebt. Toen Eliud Kipchoge zijn fenomenale 1:59 liep in Wenen vroeg de wereldpers hem steeds wat hij had veranderd ten opzichte van zijn vorige sub2-poging. Zijn antwoord was simpel: helemaal niets. Hij had gewoon altijd in zichzelf geloofd. Wat een wijsheid.

 

Marathonpraat – De complete loper

In februari 2014 trok ik na een lange periode van inactiviteit mijn loopschoenen aan die al jaren ongebruikt in een hoek stof lagen te vangen. Ik zocht wat kleren bij elkaar die voor running wear konden doorgaan en de loper was herboren. Uit de hersenpan van Roos komt wel vaker een goed idee naar boven geborreld. Samen zouden wij de 20 kilometer van Brussel lopen in mei. Op drie maanden tijd van helemaal niets naar 20 kilometer: elke betrouwbare bron zal je die opbouw ten stelligste afraden. Terecht. Mijn achillespees tekende ernstig verzet aan, maar kon niet beletten dat Roos en ik op 18 mei 2014 voor het eerst in ons leven 20 kilometer liepen. Dagenlang heb ik me onoverwinnelijk gevoeld. Ik had een persoonlijke grens opgezocht en verlegd. De finish van mijn eerste marathon komt niet in de buurt van de euforie die ik voelde na afloop van die eerste 20 kilometer. Naar mijn gevoel had ik me daar perfect op voorbereid. Ik werd een loper door simpelweg veel te lopen. Zo simpel was dat.

Zes jaar later ben ik erachter gekomen dat je niet alleen een goede (marathon)loper wordt op trainingen, maar ook door wat je daarnaast doet. Een marathon lopen is een zware inspanning waarbij je je lichaam tot het uiterste drijft. Het is onverantwoord om een marathonhuis te bouwen op een onbetrouwbare ondergrond of (nog erger) op lucht. Een gebouw van dat formaat heeft stevige fundamenten nodig. Hier en daar een poutrel, zoals elke Belg met een baksteen in de maag weet. Zo las ik een keer over vier pijlers die een loper compleet maken. Ik zou mezelf niet zijn als ik daar geen eigen invulling aan gegeven zou hebben. De eerste steunpilaar is de meest voor de hand liggende: de carrosserie van elke loper of het buitenwerk van je lichaam. Dat zijn dus je spieren, pezen, botten en gewrichten die niet alleen sterker moeten worden, maar ook zo efficiënt mogelijk moeten kunnen samenwerken. Bovendien moet je die carrosserie onderhouden door te werken aan je stabiliteit om de impact van de eentonige loopbeweging te kunnen opvangen. Overbelasting loert hier telkens om de hoek.

Onder de carrosserie schuilt een motor die ervoor zorgt dat je een inspanning een langere tijd volhouden. Je hart en longen vormen dus de tweede pijler die gericht is op uithouding. Net zoals je lichaamsbouw (en het type spiervezels) is ook die voor een groot deel genetisch bepaald. Uithouding trainen doe je niet alleen door te lopen, ook een stevige wandeling of fietstocht dragen bij aan een verbetering van je conditie. Een actieve levensstijl is het begin van een goede conditie. Om de marathonauto aan het rijden (of het huis staande) te houden speelt ook je immuniteit of weerstand een belangrijke rol. Hoewel ik ervan overtuigd ben dat je door regelmatig te sporten een betere weerstand opbouwt, kan die weerstand ook afnemen als je te weinig herstelt van je inspanningen. Rust en voeding doen hier hun intrede in het verhaal.

Het hoofd vormt de laatste steunpilaar. Mentale weerbaarheid en veerkracht zijn onmisbare eigenschappen van de complete marathonloper. Als je voor de eerste keer een lange afstand loopt, dan weet je niet wat je kan verwachten. Je hebt wel een bepaald doel voor ogen dat je graag wil halen, maar je weet niet hoe het voelt om meer dan twee of drie uur te lopen. Laat staan hoe je daar mentaal op zal reageren. Door vaker lange afstanden te lopen en lastige omstandigheden niet uit de weg te gaan, train je zowel je lichaam als je geest. Daarbij is het ook belangrijk dat je ingesteldheid en intrinsieke motivatie op elkaar zijn afgestemd. Wie enkel doelgericht loopt, zal minder plezier halen uit het proces. Er was een periode dat ik vooral liep vanuit frustratie en boosheid. Op korte termijn doet dat de motor draaien, op lange termijn levert dat helemaal niets op.

Door veel marathons te lopen leerde ik mezelf beter kennen, niet alleen als loper. Van succeservaringen kan je iets leren, van teleurstellingen nog veel meer. Zo is mijn keikop-mentaliteit zowel een vloek als een zegen. Balans is hierbij het codewoord. In tegenstelling tot wat ik zes jaar geleden dacht, word je dus niet alleen een betere loper door veel te lopen en steeds meer kilometers te maken. Je kan ook een loper zijn in de keuzes die je elke dag maakt. Ik word daar zelf niet alleen beter van als loper, maar als mens tout court.

 

 

Marathonpraat – Voorbeschouwing op de marathon met Roos

Als de dagen korter worden en de blaadjes van de bomen vallen, dan voelen wij dat de marathon in de lucht hangt. Zondag 20 oktober is Brugge de plaats waar het voor Roos en mij weer zal gebeuren. Om 10u gaan mijn zusje en ik samen van start in de Great Bruges Marathon en huppelen we hopelijk in minder dan 3u40 ook weer samen over de finish. Voor mij is het marathon nr. 11, Roos is ook niet aan haar proefstuk toe na marathons in Leiden (2015), Rotterdam (2016) en Amsterdam (2017). Ik loop deze marathon als haas voor Roos en zal er dus alles aan doen om haar marathon zo comfortabel mogelijk te laten verlopen. Alleen het loopwerk moet ze wel voor haar rekening nemen. Een week voor M-day trokken wij samen het zonnige herfstbos in voor een gezamenlijk looprondje. Niet om onze hoofden op elkaar af te stemmen (dat gebeurt namelijk automatisch), wel om alvast wat voorpret te beleven. Omdat dit de marathon is van Roos ga ik het hier dus niet hebben over mijn eigen onzekerheden, twijfels en bedenkingen. Ik deed namelijk weer eens van vraag en antwoord met Roos. Dit is haar voorbeschouwing op de grote dag.

Ik koos voor de marathon van Brugge uit praktische overwegingen. Voor mij geldt: hoe groter de marathon, hoe meer stress. De marathon van Brussel is dichterbij huis, maar ik wil een goede tijd lopen en dan is het vlakke parcours in Brugge interessanter. Ik verwacht wel dat gaststad Brugge er een mooi event van zal maken met de nodige ambiance. Het parcours zelf ziet er best saai uit. De foto’s van vorige edities zijn mooi, maar Google Maps toont toch vooral veel dijken en saaie stukken. Langs een Vaart jeppen kunnen wij goed. Het heeft ook wel iets dat je naar de zee loopt en terug, net zoals de CPC Loop in Den Haag.

IMG_1448b

Mijn voorbereidingen voor deze marathon verliepen 100% naar wens. Ik heb mijn trainingen kunnen afwerken zoals ik het wilde en deed zowel de duurlopen, tempo- en intervaltrainingen. Mijn gevoelige schenen hebben af en toe geroepen, maar hielden zich al bij al koest. Ik heb geen echte kwaaltjes. Dat was in het verleden wel even anders toen ik vaak half geblesseerd aan de marathon begon. De marathonvoorbereiding voelde toen ook aan als zwaar werk. Ik heb nu echt veel plezier gehaald uit mijn trainingen. Mijn laatste marathon liep ik twee jaar geleden in Amsterdam (in 3u44). Het heeft mij toen heel goed geholpen dat Joke het parcours op voorhand voor mij had ingedeeld. Per stuk wist ik waar ik naartoe liep en hoe ik me zou voelen. Voor kilometer 25 mocht ik het niet zwaar hebben. Dat zat zo in mijn hoofd en gebeurde dus ook niet.

IMG_1445b

Eliud Kipchoges 1:59:40 van vorige week heeft mij ook een extra boost gegeven. Ik volg hem nu op Instagram. Zijn foto’s en teksten zijn zo inspirerend. Ik denk dan: je zou elke dag een marathon moeten lopen. Ik vind het mooi dat hij iets wilde betekenen in de sportgeschiedenis en net de marathon heeft uitgekozen als symbool. In mijn omgeving merk ik nu ook dat iedereen plots de marathon kent en naar waarde kan schatten. Het zou nooit zo bijzonder zijn als iemand een halve marathon aan een toptijd zou lopen. Zelfs Niko was best ontroerd toen hij de beelden van Kipchoge in Wenen zag.

Ik verwacht best veel van mijn persoonlijke haas. Joke zal comfortabeler lopen en mij daarom goed kunnen afleiden. Bovendien kan ik echt niet tellen als ik loop en is het dus een geruststelling dat ik niet moet uitrekenen of ik op schema lig. Ik kan gewoon in haar zog lopen en tegen haar aan plakken zonder te moeten nadenken. Ik zal waarschijnlijk niet heel veel praten, maar we kunnen wel gewoon iets zeggen en het hele avontuur samen beleven. Je loopt namelijk ook kilometer 1 en 5 met heel frisse benen. Bovendien komen Niko en vriendin Joke (niet mijn haas) supporteren. Papa zal ons bevoorraden.

IMG_1450b

Zaterdag ga ik niet veel doen. Ik ga een joggingbroek maken om vooraf en nadien te dragen. Ook ga ik nog naar de Albert Heijn. Ik liep mijn vorige marathons allemaal in Nederland. Mijn marathonontbijt bestond toen uit zogenaamde witte bolletjes met sneetjes geitenkaas van de Albert Heijn. Dat is mijn succesrecept. Ik vind het wel riskant om mijn verwachtingen uit te spreken. Mijn snelste marathon liep ik in Rotterdam in 3u43. Nu wil ik graag onder de 3u40 lopen. Ik ga ervan uit dat de kans groot is dat ik dat haal: ik heb getraind zoals ik het wilde, ik heb een haas en ben niet geblesseerd. Dat ik twee weken geleden mijn record op de halve marathon in Brussel verbeterde, is een teken dat het wel goed zit. Al blijft het een vreemd idee dat ik echt 42,2 kilometer lang aan 5’10” moet lopen. 5’30” beschouw ik namelijk als mijn standaardtempo, een spaarstand eigenlijk waarbij ik het idee heb dat ik kan blijven lopen. Enfin, we zullen wel zien hoe het zondag uitdraait.

Bedankt voor je verhaal, zus! Vergeet dus de Borleés, de Ingebrigtsens en The Belgian Tornados. Hier komt Team Odeyn!

img_1438b.jpg

 

 

Marathonpraat – Wat ik over mezelf leerde uit 10 marathons

In een marathon komen zowel de saaiheid als de heroïek van het leven samen. Uren aan een stuk lopen is namelijk een eentonige activiteit die geen specifieke vaardigheid vereist. De volharding die dat vergt, is echter wel een heldhaftige prestatie. Op mijn palmares staan ondertussen welgeteld tien marathons te blinken. Tien stuks: dat is toch een aardige bibliotheek aan verhalen omdat elke marathon garant staat voor een uniek verhaal. Misschien niet altijd bijster interessant, maar wel voldoende stof tot (na)vertellen en overpeinzen. Alles begint met de weg naar marathondag – trainingen die al eens wat hobbeliger verlopen, de laatste etappe tot de grote dag – als de zenuwen het overnemen, de marathonrace – de strijd met jezelf – en vooral de lessen die dat proces oplevert. Door marathons te lopen leerde ik in eerste instantie mezelf als sporter kennen. Ik wist aanvankelijk niet dat er iets atleetwaardig in mij huisde. Uiteindelijk leerde ik mezelf vooral als mens beter kennen. Of hoe de metaforische waarde van de marathon onuitputtelijk is.

Marathontrainingen kosten zelden bloed en tranen, maar vooral veel zweet. In mijn geval ongetwijfeld ettelijke liters. Waar ik in het prille begin simpelweg veel liep om me voor te bereiden, kreeg ik door de jaren heen duidelijker omlijnde ideeën omtrent de ideale marathonvoorbereiding. Hoe strakker de plannen in mijn hoofd vorm kregen, hoe moeilijker het werd om eraan te voldoen. Ik leerde zowel de kwaliteiten als de zwakke plekken van mijn lichaam kennen. Hierdoor ging ik beseffen hoe ondoorgrondelijk het menselijk lichaam in wezen is. Alles lijkt bovendien meetbaar te zijn door de overdaad aan informatie die beschikbaar is. De waarheid is dat niemand exact kan vertellen wat het beste werkt voor jouw lijf. Een marathontraining blijft een complexe evenwichtsoefening waarbij basisprincipes als kapstok dienen en je op menselijke experts kan vertrouwen om uiteindelijk zelf aan te voelen wat goed is. Geen enkele marathonvoorbereiding verloopt 100% naar wens. Dat kan frustrerend zijn, maar in principe is het de keerzijde van de medaille voor wie kennis en ervaring bezit. Hoe meer je weet over een bepaald onderwerp, hoe meer hiaten je in die kennis zal ontdekken en hoe meer vraagtekens er zullen rijzen. De kunst is om te kijken naar wat je al kan en weet. Koester dus de boeken die je al gelezen hebt en de kilometers die je liep.

Ik las eens dat de marathon in bed wordt gewonnen door voldoende te slapen. Wie een actief leven leidt, moet ook kwalitatieve rustmomenten inbouwen. Er is aan mij geen groots bedligger verloren gegaan. Geef mij de ochtend, de dag én ook de avond om bezig te zijn. Ik liep marathons met een vakantieweek als voorbereiding en marathons waar een werkweek aan vooraf ging. Werken staat gelijk aan minder rust, maar die afleiding werkt een positieve ingesteldheid in de hand. Tijdens een vakantieweek stort ik me soms nogal overdreven op de voorbereidingen van de marathon. Dan vind ik plots dat ik nog een nieuwe jas moet maken, om maar iets te noemen. Je zal me kortom nooit een dag met de benen omhoog in de zetel aantreffen. Uiteraard zijn rust en slaap belangrijk in de week voor je een uitputtende fysieke inspanning zal leveren. Ik denk echter dat de juiste verhouding tussen spanning en ontspanning belangrijker is dan netto uren bedrust. Je moet gefocust doch ontspannen toeleven naar een marathon. Ik hoop telkens weer om veel en goed te slapen de avond voor de grote dag, maar de realiteit is dat ik dan telkens weinig slaap. Soms gewoon in mijn eigen bed, soms verrassend goed op een krakende luchtmatras met mijn zus en soms heel slecht in een hotelbed. Een goede focus compenseert een gebrekkige nachtrust moeiteloos.

Zoals je je lichamelijk op een marathon voorbereidt, zo moet je dat ook mentaal doen. Als ik het zwaar heb tijdens trainingen, stel ik me voor dat ik me op een bepaald punt in de marathon bevind en dat ik ook dan zal moeten doorzetten. Er is namelijk geen weg terug als je eenmaal aan het lopen bent. Door delen van de marathon te simuleren probeer ik mijn mentale weerbaarheid te trainen. Het geeft vertrouwen als ik in zware omstandigheden gewoon blijf lopen. Ik kan ook kippenvel (en vleugels) krijgen als ik me inbeeld dat ik naar een marathonfinish toe loop. Daarnaast is ook parcourskennis niet te onderschatten. Ik verdeel een marathon in stukken en plaats die in een bepaalde categorie: wat is leuk en interessant om te lopen, wat is saai en wat wordt ronduit lastig en zwaar. De gemakkelijke kilometers worden hierdoor nog unieker (over de Champs-Elysées lopen is nog bijzonderder dan in je gedachten), de saaie stukken toch wat minder eentonig en de lastige delen niet zwaarder dan wat je je hebt voorgesteld. Als je de vinger kan leggen op wat je precies vervelend vindt en dat vervolgens kadert, valt dat doorgaans erg mee.

Tot slot kan ik nu ook de rustige periode na de marathon waarderen. Waar ik vroeger zo snel mogelijk ging lopen met stramme spieren en mijn neus in de richting van een volgende sportieve prestatie, besef ik nu dat een verminderde stijfheid niet de enige indicatie is van een goed herstel. Mijn lichaam is beter aangepast aan duursporten na vier jaar marathons lopen, maar een marathon blijft een zware inspanning die de nodige hersteltijd vraagt. Het is jammer dat ik in het verleden te weinig stil stond bij de geleverde prestatie omdat ik me meteen op een volgend avontuur stortte. Mijn lichaam mag inmiddels min of meer gemaakt zijn om te lopen, dat betekent niet dat ik het elke dag moet doen om me een marathonloper te voelen en daar trots op te zijn. Ik ben de eerste om de marathon te relativeren: het is ook gewoon maar lang aan een stuk lopen. Langs de andere kant moet je een beetje heroïek kunnen omarmen in de alledaagsheid van het leven. Wees dus schaamteloos trots op de gevoerde strijd, geniet ervan en gun je lichaam wat rust.

IMG_4354b
Ada haalt haar neus op voor al die marathons.

Marathonpraat – Waar ik zoal aan denk tijdens een marathon

Vandaag is M-day. Ik mag aan de bak in Parijs. Tijdens trainingen loop ik altijd met muziek, tijdens wedstrijden of marathons nooit. Ik heb die afleiding dan niet nodig en wil juist loskomen van mijn doorwinterde looproutine. Als je uren loopt, dan doe je veel indrukken op en schieten er heel veel verschillende emoties door je hoofd. Na een marathon heb ik doorgaans enkele dagen nodig om die ervaring te verwerken: niet alleen het afzien moet een plaats krijgen, maar ook de losse gedachtesnippers die door mijn hoofd dwarrelen worden gecatalogeerd. Dit is een overzicht van wat er zoal door dat hoofd van mij waait tijdens een marathon.

Fase 1: in het startvak
– ik probeer niet al te veel onder de indruk te zijn van de lopers rond me, maar toch: iedereen ziet er beter voorbereid uit
– ik ben opgelucht dat ik het tot aan de start heb gehaald: het enige wat ik nog moet doen is lopen
– ik probeer een moment van bewustwording te creëren: hier heb ik het voor gedaan, al die kilometers gelopen en gefietst, nu gaat het gebeuren

Fase 2: alles is plezant
– ik kijk rond en vind alles interessant: oh wat een mooi gebouw! oh wat een grappige wolk! oh er zijn toeschouwers!
– ik lijk te vliegen en voel nergens een pijntje met dank aan de adrenaline
– ik probeer om het juiste tempo te vinden, dat is niet evident omdat mijn gevoel en de kilometertijden die ik zie niet overeenstemmen
– ik zeg nog eens tegen mezelf dat ik er echt van moet genieten
– ik ervaar elk moment als zijnde magisch: tikkende loopschoenen op het asfalt zijn de mooiste symfonie die ik al hoorde
– ik versnel automatisch bij alleen nog maar de gedachte dat ik mijn supporters zal zien

Fase 3: de verveling slaat toe
– ik kijk rond en zoek afleiding, ik moet mijn best doen om die te vinden: de gebouwen zien er plots allemaal hetzelfde uit, de wolken en toeschouwers ook
– ik vind afleiding bij andere lopers: ik probeer te achterhalen welke schoenen ze dragen (merk + model)
– ik ga nog een stapje verder en raad hun schoenmaat en leeftijd, ik gok hoeveel marathons ze al gelopen hebben
– ik denk aan de geschiedenis van de marathon en hoe atleten met veel slechter materiaal dezelfde afstand aflegden
– ik probeer me niet te focussen op het tempo dat ik loop, maar op hoe het aanvoelt
– ik visualiseer dat ik enkel nog maar een lichaam ben dat zo uit een anatomieboek lijkt weg te lopen, ik bedenk hoe al die spieren in werking zijn om mij aan het lopen te houden
– ik vraag me af waar mijn mama en zussen zich op het parcours bevinden en ik denk na over wat ik hen in twee seconden kan toeroepen
– ik denk aan al het lekkere eten en drinken waar ik mezelf op zal trakteren na afloop
– ik zoek een geschikte soundtrack die ik opzwepend in mijn hoofd probeer af te spelen
– ik tel af hoeveel gels ik nog moet wegwerken

Fase 4: het wordt zwaar
– ik probeer kilometer per kilometer te denken en vergelijk de afstand die ik nog voor de boeg heb met looptoeren die ik vaak loop of met de mijlen die ik op school loop
– ik probeer de tijd los te laten, maar kan het ook niet laten om rekensommetjes te maken in mijn hoofd
– ik denk aan wat ik zal zeggen tegen mijn familie als ik aangekomen ben
– ik verbeeld me dat ik toeschouwers inspireer om ook een marathon te lopen, ik denk echter dat voor de meeste toeschouwers juist het omgekeerde geldt
– ik denk aan iedereen die achter mij loopt en het net zo zwaar heeft
– ik concentreer me op mijn houding: mijn armen probeer ik zo ontspannen mogelijk te bewegen, ik recht mijn rug en kantel mijn bekken een beetje: meestal hou ik die perfecte houding slechts een halve minuut vol
– ik probeer mijn bochten zo kort mogelijk te nemen en de ideale lijn te volgen, elke centimeter dat ik die kan afsnijden voelt als pure winst
– ik verbied mezelf nog om om mijn kilometertijden te bekijken om het gekmakende rekenen tegen te gaan
– ik ben me ervan bewust dat juist dit een marathon lopen is