De race – Amsterdam Marathon oktober 2022

  • De cijfers: mijn 15e marathon was een knaller van 3:01:03
  • De voorbereiding: een buitengewoon jaar, een bewogen sportieve zomer met ook heel wat getwijfel, veel wedstrijden en intervaltrainingen in september: ik kon fysiek heel veel aan
  • De race: het ging hard, oh zo hard, en het bleef hard gaan
  • De herinnering: hoe mijn benen over het asfalt bleven malen, hoe ik deze marathon zo bewust beleefde en hoe het toch altijd weer die verbindende verhalen zijn die de marathon zo bijzonder maken

Wat vooraf ging
Ik val in herhaling als ik zeg dat 2022 voor mij nu al een waanzinnig sportief jaar is. In januari was het meteen prijs en won ik mijn eerste wedstrijd in Holsbeek. En dan was het op naar de marathon van Parijs met Roos en Sam. Een geweldige ervaring, maar voor mij een marathon van harken en krabben om een minuutje van mijn PR te lopen. Nadien ging het steil bergop met mijn vorm. Ik veroverde een plek in de top 20 van de 20 km van Brussel. Er waren nog meer overwinningen en natuurlijk de ongelooflijke 68 kilometer lange La Chouffe trail die Roos en ik met trots op ons palmares konden schrijven. In de zomer ondernam ik verwoede pogingen om tot ontspannen te komen: zowel mijn hoofd als benen bleven echter op volle toeren draaien. In augustus en september zat ik volop in de marathonfocus, voelde ik me fysiek steeds beter worden en kreeg ik ook technische loopscholing van mijn kinesitherapeut Kathelijn. 3 weken voor Amsterdam was er mijn PR op de CPC Loop, een week later veroverde ik een derde plek in de halve marathon van Brussel. Crazy! Ik had nooit gedacht dat ik dit allemaal zou meemaken op krap een jaar tijd.

04e233a2-da13-4871-b7f7-6eccded78090B

Vlak voor de start
Roos, Sam en ik stappen iets na zevenen op de metro naar de start nabij het Olympisch Stadion. Tot onze verbazing begint het te regenen. Hm, dat was niet het plan. De sfeer is echter goed: we bespreken wat muzikale hoogtepunten van het jaar en rond half 8 komen we aan bij de startzone. Geen regen meer, voorzichtig breekt de zon door. Over de temperatuur hebben we helemaal niks te klagen. We schuiven aan bij de dixi’s, leveren onze tassen in en krijgen nog een motivational speech van coach Roos. Zij gelooft in ons, zoveel is zeker. Sam en ik gaan via de hoofdingang van het stadion elk naar ons startvak. Op de beats van Tsunami voel ik aan alles dat ik er zin in heb. Ik ben razend benieuwd wat Amsterdam voor ons in petto heeft.

De race
Als ik om 9:03 over de startlijn loop is het echt begonnen. Eerst het stadion uit en dan richting Vondelpark. De eerste kilometers van deze marathon zijn niet de bijzonderste, maar ze moeten zoals steeds ook gelopen worden. Niet te snel vertrekken (het advies van Roos en Sam), wel het moment pakken (het advies van Seppe): het resulteert in een ideale eerste kilometer van 4’16”. Netjes! De eerste passage door het Vondelpark flitst me meteen terug naar 2017: ik herken het hier! Ik zie ook de borden van kilometer 38 en 39, de laatste kilometers zijn namelijk identiek aan de eerste. Het lijkt nog zo oneindig ver weg, alsof ik hier pas over een dag weer zal doorlopen (in realiteit is het dik 2,5 uur, naar mijn gevoel effectief een dag later). Ik heb een goede tred te pakken die steeds net onder de 4’15” blijft. Ideaal om zo dicht mogelijk tegen die drie uur aan te schurken bij de finish. Amsterdam blijkt ook wakker te zijn. Er zijn al behoorlijk wat supporters op de been. Ik kan niet anders dan concluderen dat deze eerste kilometers me een pak beter bevallen dan 5 jaar geleden.

AMSW0535-originalb

Als de zon prachtig tussen de gebouwen door schijnt, je snelle tempo ontspannen aanvoelt en je van dit alles kan genieten dan weet je dat je goed vertrokken bent. Dit belooft een mooie dag te worden! Na een kilometer of 5 ontwaar ik plots in de massa het bekende blauwe shirt met witte sterretjes van Team Siktivity. Het is Stijn Van Roy (roepnaam De Witte), broer van Simon (roepnaam De Sikke) die samen met z’n broer van start is gegaan in het sub3 startvak voor mij. Ik loop Stijn voorbij en kruis ook de toplopers van de race: ronduit indrukwekkend! Het lijken atleten van een andere planeet te zijn, tenger, maar oh zo krachtig en snel. Op kilometer 7 zal Roos op haar eerste supporterspunt staan. Het parcours maakt daar één van de eerste gekke uitlopers naar beneden. Ik ben hypergeconcentreerd om op rechts Roos niet te missen en op links mogelijk een glimp van Sam op te vangen. Roos schreeuwt me met veel decibels verder op weg. Mijn benen tikken nog steeds mooie tempo’s af onder de 4’15” zonder dat ik er echt moeite voor lijk te doen. Wie weet, wie weet kan ik wel onder de 3:03 finishen.

Na 9 kilometer zie ik nog een loper met het Siktivity-shirt: Sikke himself. Ik weet niet zo goed wat ik moet doen. Ik zit helemaal in mijn lekkere marathontempo en ik zou hem kunnen inhalen, maar ik besluit dat niet meteen te doen. Sikke gaat immers voor een sub3 en startte voor mij. Hem nu voorbij lopen, betekent wellicht dat ik als vanouds te hard van stapel loop en dat ik mogelijk wederom een slag bij de Amstel zal verliezen. Aangezien hij ook mijn beoogde tempo loopt, blijf ik een paar meter achter hem hangen zonder me kenbaar te maken. Het klinkt raar, maar ik wil hem niet storen tijdens zijn race. Bovendien gaat er ook een grote rust uit van de lopende Sikke die een kop groter is dan ik. Ik volg zijn gezwinde pas en moet daardoor niet te veel meer nadenken. Als we de Amstel naderen rond kilometer 14 besluit ik dat ik uit de anonimiteit moet treden. Ik had eigenlijk kunnen weten dat de altijd aimabele Sikke erg blij is met mijn gezelschap. We wisselen wat ervaringen uit en kijken met gemengde gevoelens uit naar de lus langs de Amstel.

CDBP0297b

Ik voel me nog steeds fris. Het is nu mijn beurt om aan het stuur te gaan zitten. Sikke zet zich in mijn voeten en zal de komende 13 kilometer op mijn rug kijken. Ja, het was de juiste keuze om mezelf wat in toom te houden, want ik kan nu aan hetzelfde stevige tempo blijven doorgaan met tegenwind en Sikke in mijn zog. Ik lijk een inhaalrace te lopen: van de ene loper fladder ik naar de andere, niet tegen de wind in, maar er tussendoor. Sikke zou later in zijn verslag schrijven dat hij zo fier als een gieter achter een ervaren marathonrot als ik aanloop. Wel, ik ben eveneens trots dat ik een atleet van Sikkes kaliber aan boord kan nemen. Mijn benen blijven gaan aan een steady pace. Ik voel me zo machtig en besef nog maar eens dat dit een hemelsbreed verschil is met 2017. Ik kan dan ook amper geloven dat we al zicht hebben op het keerpunt over de Amstel (de Mont Ventoux aldus Sikke). Als we over de brug lopen, kruisen de broertjes Van Roy elkaar en dat gaat uiteraard gepaard met een stevige kreet.

Yes, we zijn na 19 kilometer het water over en de wind zit nu in de rug. Het tempo blijft goed aanvoelen. Als we het halfway point overschrijden, zie ik 1u30 en een handvol seconden op mijn horloge verschijnen. Op zich liep ik die tijd ook tijdens mijn vorige twee marathons, maar het grote verschil is dat ik nu zonder één spat verval gelopen heb en me nog steeds heel sterk voel. Ik zie mezelf niet meteen instorten. We passeren een bende trommelaars die tot Sikkes ongenoegen niet aan het trommelen zijn (erg vervelend). De kilometers floepen voorbij. Over de sfeer en beleving heb ik ook nog steeds niets dan lof. Amsterdam en Sikke blijven zich van hun meest enthousiaste kant tonen. Ik kan alleen maar hopen dat Sam, die voor mij in de race loopt, het net zo naar z’n zin heeft.

AMTN2422-originalB

Na 25 kilometer draaien we weg van de Amstel. Het is nu uitkijken naar kilometer 27 waar Roos ons weer zal aanmoedigen. Mijn passagier kondigde al aan om na de passage bij Roos zijn wagon los te koppelen van de stoomtrein (zoals hij me tijdens en na de race noemt) zodat hij zijn eigen tempo kan vinden. Onder luid geroep passeren we bij Roos. Nog een laatste aanmoediging van mijn compagnon en dan zet ik tgv-gewijs mijn tocht alleen verder. Jongens toch, wat is dit al ongelooflijk geweest! Doorgaans heb ik mijn dip tussen kilometer 25 en 30: het moment dat ik de inspanning voel en besef dat ik nog een end te gaan heb. Waar ik in Parijs op dit moment dacht: oh nee, nog een kilometer, denk ik nu: laat die volgende kilometer maar komen! Ik loop nog steeds als een jekko. Natuurlijk voel ik de inspanning wel. Mijn rug trekt een beetje, mijn hamstrings zijn wat stijver en ook mijn rechterkuit is al frisser geweest, maar er zit nog steeds veel schwung in mijn pas. This girl is on fire. Wat is lopen toch een fantastische sport! Zelfs als je door een bedrijventerrein in Amsterdam Oost scheurt met 30 kilometer in de benen.

Vanaf kilometer 30 lijkt het alsof ik wekelijks door Amsterdam loop. Elke meter komt me zo bekend voor. En dan vooral de worsteling die ik destijds had met elk van die 12.000 meters. Hoe ik mezelf heel de tijd moed moest inpraten om te blijven gassen. De ene marathon is al eindelozer dan de andere. Er zit nog steeds amper verval op mijn kilometertijden rond de 4’15”. Enerzijds loop ik heel verbeten en gefocust, anderzijds ben ik omhuld door een wolk van lichtheid. Vanuit mijn marathonbubbel heb ik veel oog voor wat er rond mij gebeurt. Elke aanmoediging komt binnen (en het zijn er veel). Mijn hoofd registreert wel wat pijntjes en ongemakken, maar die klachten worden eenvoudigweg geseponeerd. Het dringt niet door. Ik ben vastberaden om met deze mindset kilometer 35 in te gaan, als ik kan volharden wordt dit een marathon om in te kaderen. Hoe zou het eigenlijk met Sam gaan? Ik ga er maar van uit dat hij ook de flow te pakken heeft waar hij hoopte.

9bc24e59-d30d-43f7-80bb-d14bda7ece27B

Ik ga niet beweren dat ik vanaf kilometer 35 van elke meter geniet. Ik tel af, maar ik voel aan alles dat het nog steeds goed zit. Als die benenmolen maar kan draaien, dat zei Marike mij de afgelopen tijd vaak om aan te geven hoe wonderlijk het is dat mijn lichaam over een soort van marathonstand lijkt te beschikken, de cruise control waar ik op kan terugvallen. Stilaan begint het door te sijpelen dat ik heel dicht tegen die drie uur kan finishen. Zeker omdat ik weer langs de rand van de binnenstad loop en de aanmoedigingen toenemen. Ik kijk uit naar het laatste supporterspunt van Roos op kilometer 37. Ze heeft haar plek wel gekozen: de enige tunnel waar je je serieus in kan verslikken. Ik zie haar staan en het lijkt alsof ze me met een elastiek naar zich toe trekt. Echte woorden wisselen we niet uit met elkaar. Ik lach, ik roep. Roos brult me nog iets toe en geeft me een tik op mijn kont (daar waar mijn power button zit). Ondanks mijn hyperfocus probeer ik me ook heel bewust te zijn van het moment. Juist dit is de marathon. Dit is waar je voor traint.

In de bevoorradingen is het opletten geblazen voor de gekke manoeuvres van lopers die zonder nadenken de kortste weg nemen naar een bekertje water. Ik ben ook op m’n hoede voor de tramsporen. In normale omstandigheden vormen die geen noemenswaardig obstakel, met 38 kilometer op de teller voelt het alsof ze mijn voet zomaar zouden kunnen opslokken. Mijn kilometertijden schommelen nu tussen de 4’15” en 4’20”. En jawel hoor, ik loop weer door het Vondelpark. Sporadisch staat er een loper tegen een boom geparkeerd, maar verder doet niets vermoeden dat de finale van een marathon hier gelopen wordt. Onder de boog van de 40 km pak ik nog eens mijn moment. Nu ben ik er echt bijna, gewoon blijven gaan, niet strijden, maar lopen. Ik geef een high five aan een man met een microfoon die een applaus vraagt voor de moedige lopers die gevochten hebben voor de sub3 maar het net niet gehaald hebben. Euh, excuseer? Ik ben niet de verliezer van de dag. Mijn kilometer 42 loop ik in 4’10”. Vlak voor ik het stadion induik voor een halve ereronde kijk ik op mijn horloge en zie ik nog een 2 staan. Onder de drie uur lopen is niet mogelijk, maar een groot getal zal er niet achter staan. Ik doe een poging om alles uit mijn benen te persen op de piste. Ik kan nog wat mannen voorbij lopen. Ja, ik zie de finish! Daar stopt dit marathonavontuur. Op mijn horloge staat 3:00:59, maar mijn officiële netto tijd van 3:01:03 is de spiegeling van mijn lucky number 13. Ik liep met een gemiddelde snelheid van 4’15” per kilometer. Wat is hier allemaal gebeurd?

AMUN1728-original

Er is iets bevreemdends aan de finish van een marathon: je werkt maandenlang toe naar het moment dat je in dat startvak staat om aan je race te beginnen. Je vertrekt, doet je ding en vooral, je doet wat je het liefste doet: lopen. Tot je gaat uitkijken naar het moment dat je kan stoppen met lopen, dat de strijd gestreden is en je op adem kan komen. Maar dan overvalt je ook heel snel het besef: het zit erop, dit was het dan. Drie uur lang heb je je voeten over het asfalt horen kletsen. Heb je je ademhaling gehoord. Je eigen stem in je hoofd. Was er geroep en tumult langs alle kanten. Overal om je heen zag je lopers. Drie uur lang leef je mentaal in een andere dimensie. Heel abrupt komt dat allemaal tot stilstand. In mijn hoofd werd het toen heel erg stil. Blanco zelfs. Zowel fysiek als mentaal had ik alles gegeven. Hoe geweldig is het dan als een bekend gezicht je staat op te wachten: Sam! Hij kon zijn derde marathon finishen in 2:55, waar hij terecht erg tevreden mee was. Vooral omdat hij het uiterste uit deze dag had kunnen halen zonder opspelende maag- of knieproblemen. Wat een prestatie weer! De broers Van Roy finishten allebei in 3:08, net niet samen. Hoe dan ook een toptijd, al helemaal voor een marathondebuut.

17483f65-fcea-4f6e-b573-1d086ca12a7eB

De conclusie
Amsterdam zal nooit mijn stad zijn, maar ik ben de stad wel eeuwig dankbaar voor deze marathonervaring. Het parcours is – ondanks de vreemde vorm – echt snel. Je maakt er amper hoogtemeters. De supporters zijn talrijk en enthousiast. Ook het Amsterdamse decor heeft zeker wat moois te bieden. Het vertrek in het stadion en de dubbele passage door het Vondelpark zijn wat mij betreft de hoogtepunten. De finish vond ik een tikje tegenvallen omdat er relatief weinig publiek aanwezig is in het stadion, de kilometer ervoor was dan wel weer sfeervol te noemen. Het grote minpunt was de app die een uur achterliep en dan nog foutieve informatie gaf. Als supporter die de race op de voet wil volgen, heb je daar dus eigenlijk helemaal niks aan. Ook de marathon expo was een tegenvaller. Voor een marathon van dit niveau mag het net ietsje meer zijn dan een verouderde sporthal met dito stands.

Soms denk ik dat ik bij elke marathon of race in principe hetzelfde verhaal vertel. Oh, wat was het zwaar! Oh, wat was het ook leuk! Oh, wat was het weer een doldwaas avontuur met iedereen die erbij was! Deels is dat ook zo: omdat net dat is waarom lopen zo’n prachtige sport is. En toch is elk verhaal weer uniek omdat de beleving zo anders is. Hoe meer marathons ik loop, hoe meer ik ook besef hoe bijzonder het is dat ik dit kan doen. In eerste instantie omdat het geen prestatie is die je elke dag levert: telkens weer is het een uitdaging. Zowel fysiek als mentaal ga je door barrières. Sam zei daar iets heel mooi over, dat je de rauwheid van emoties die een marathon losmaakt met niks kan vergelijken. Je komt iets van jezelf tegen waar je anderen dan weer in vindt. Bij deze neem ik dus nogmaals mijn petje af voor iedereen die deel uitmaakte van dit avontuur, voor iedereen die heeft meegeleefd, van dichtbij of veraf. Roos en Sam, jullie haalden het beste in mij naar boven. Op naar de volgende met Team Invaincu!

Enkele weetjes

  • Ik slaagde erin om maar liefst 4 sportgels weg te werken tussen kilometer 10 en 27. En jawel, het zijn nog steeds die vervallen gels met lichte brokvorming. Dit was écht de laatste keer.
  • Een primeur: ik kocht voor het eerst mijn marathonfoto’s (of loopfoto’s van een organisatie tout court) omdat ze erin slaagden om het moment weer te geven.
  • Liefst van al loop ik met een korter en losser shortje, maar voor de marathon kies ik altijd voor een strakke versie. Met mijn favoriete short liep ik tal van marathons. Zaterdagavond onderwierpen Roos en ik het bewuste broekje aan een kruisnaadcontrole. Onze conclusie: zichtbare slijtage, maar het kan nog wel wat marathonnetjes mee.
  • De frustratie over de disfunctionele marathon-app maakte Roos zowel woedend als radeloos. Ze belde tijdens de marathon met Marike, onze ouders en Niko om de schaarse informatie die ze bezat toch te delen met het thuisfront.
  • Mijn metekindje Leah maakte een supportersschilderij met waterverf, maar dat liep wat uit de hand, als in: meer water dan verf.
  • Jullie weten al dat ik fan ben van het creatieve taalgebruik van onze noorderburen. Supporteren en enthousiast zijn is hen op het lijf geschreven. De mooiste aanmoediging die ik kreeg was Joke, jij koningin!
  • Nog een uitspraak van Sikke: als ik er niet door de ene Odeyn afgelopen wordt, dan is het wel door de andere!
  • Sikke plaatste zelf amper een paar uur na zijn race een verslag op Facebook getiteld Met stoomtrein Odeyn. Ik hou van zijn schrijfsels, lezen dus! Vandaag gaat hij trouwens van start in de duatlon Reuzen van Wetteren. In december komen we elkaar weer tegen in de Hel (waar we in 2018 allebei als derde eindigden).
  • Ik leefde ook mee met Tessa (die hier over haar masterpiece van 3:19 schreef) en Christelle (goed voor een ijzersterke 3:09). Het afgelopen jaar geraakte ik met hen aan de babbel in het loopwereldje.
  • Zaterdag deden Roos en ik niet veel sightseeing in Amsterdam. We kwamen wel toevallig uit bij de nieuwe rechtbank en werden geraakt door het imposante standbeeld Love or Generosity van Nicole Eisenman.

IMG_9892b

Het moment – Roos en Seppe op kruissnelheid door Berlijn

Het laatste weekend van september regende het sportieve verhalen. Ik vertelde al uitgebreid over Den Haag met Sam, maar er was ook Berlijn van Roos met Seppe en Bobby. Roos liet de CPC Loop namelijk niet zomaar aan zich voorbij gaan: op zaterdag 24 september zou ze deelnemen aan haar eerste skeelerrace ooit. En wat voor één: de iconische Berlin Marathon. 42,2 kilometer op wielen dus. Ook Seppe en Bobby trokken hun driewielers aan om door de Berlijnse straten te sjezen. Seppe liep daags nadien, in de schaduw van het wereldrecord van Eliud Kipchoge, ook nog de marathon. Hier spreekt een trotse grote zus. Needless to say dat ik behoorlijk onder de indruk was van de belevenissen van mijn zus en broer. Ik vind het zo dapper dat ze zich aan een skeelerrace durfden te wagen! Hoe dat Berlijnse avontuur hen beviel? Dat vertellen ze jullie zelf.

Roos: Toen Seppe in de zomer aankondigde dat hij de marathon van Berlijn zou skeeleren omdat Bart Swings hem en Robrecht – Bobby – Paesen had uitgedaagd in de podcast van De Jogclub dacht ik: leuk, dat wil ik volgend jaar ook doen. Er kwam echter een plaats vrij in de auto en het hotel. Ik twijfelde, maar Niko zei: waarom niet, wat kan er misgaan? Ik schreef me eind augustus in en kocht nieuwe skeelers: de Roces EGO 3×110 TIF. Skeelers met drie grote wielen waar ik nog nooit mee had gereden. Ik had me goed ingelezen voor ik ze kocht. Ze kwamen aan op 1 september. De testrit was meteen superleuk. Niko fietste met mij mee. Ik merkte wel dat ik met die drie wielen meer techniek nodig had om m’n bochten te nemen, maar ik maakte ook veel meer snelheid. Ik vloog echt!

7982_20220924_172948_250523432_original

Het probleem van skeeleren is dat je er goede asfalt voor nodig hebt en dat je het niet kan doen als het regent. De tweede week van september regende het elke dag, werden de dagen korter en had ik dus geen tijd om te trainen. Ik bleef wel fietsen en lopen. Na die week kon ik nog wat skeelertrainingen afwerken. Zo ging ik langs de Demer rijden om goede bochten te kunnen maken. Seppe gaf mij nog techniektips: dat je eigenlijk altijd een M achter je moet maken bijvoorbeeld. M’n langste skeelerrit was 25 kilometer. Ik was er niet echt moe van, maar had er wel 1u18 voor nodig gehad en in Berlijn is de tijdslimiet voor 42,2 kilometer 2u30. Dat leek haalbaar, maar zonder veel marge.

7982_20220924_173414_250558294_original

De beleving in Berlijn was uniek! Ik voelde helemaal die grote evenementensfeer, het festivalgevoel, maar ik was wel veel ontspannener dan voor een loopmarathon. De start van de skeelerrace was om 15u30. Het was best een internationaal deelnemersveld, ook veel verklede mensen. Bij het vertrek was ik meteen diep onder de indruk. Het ging ook meteen goed: heerlijk gevoel om over dat perfecte asfalt die snelheid te kunnen genereren! Eens goed kunnen doorperen, dat gevoelde kende ik niet van mijn trainingen. Ik heb niet in een treintje gereden, zo op elkaar gaan hangen durfde ik niet aan. Wel sprong ik moeiteloos over de tramsporen. Mijn race ging zo vlot dat ik wist dat ik een goeie tijd zou kunnen neerzetten. Ik wilde dus niet verzwakken – het is uiteindelijk wel een wedstrijd – maar er ook heel erg van genieten. Ik reed al glimlachend door Berlijn. Op zo’n parcours moet je gewoon hard gaan. Mijn enige angst was dat één van m’n wielen los zou komen. De laatste kilometer voor de Brandenburger Tor heb ik nog gesprint, vlak voor het monument rij je over kasseien waardoor je snelheid verliest en voor de laatste 200 meter heb ik nog een keer goed opgetrokken. Na de finishlijn kom je trouwens ook zonder rem verbazingwekkend gemakkelijk tot stilstand omdat de tijdsmatten een gigantisch obstakel zijn die voor geen meter bollen. Ik finishte uiteindelijk in 1u48. Ik had nooit gedacht dat ik zo ruim onder die 2 uur zou kunnen aankomen. Volgend jaar wil ik zeker nog eens deelnemen!

7982_20220924_173500_250569100_original

Ook de marathon op zondag als supporter van Seppe was indrukwekkend. We waren wel best moe en voelden ook de ontlading, maar de hele beleving in het hotel met al die marathonlopers en Seppe die op de startlijst van de elite stond, maakten weer adrenaline los. Ik maakte al vaker grote marathons mee, maar dit was m’n eerste Major. Ik keek er natuurlijk naar uit om Eliud Kipchoge in het echt te zien. Heel bijzonder was dat! Bobby en ik zagen Seppe voor het eerst op kilometer 2,5 en dan op 24. Hij was hard aan het afzien, maar lachte wel naar ons. 

KYVW9823

Seppe: Ik had er al drukke weken opzitten met veel buitenlandse wedstrijden. We kwamen vrijdagavond pas laat aan in Berlijn na een vermoeiende autorit. Ik stapte mankend uit de auto: zo fris was ik dus. Omdat ik bij de elite mocht vertrekken, stond zaterdag de officiële briefing op het programma en was het best nog een gedoe met nummers ophalen. In totaal namen er een zestigtal deelnemers deel aan het combinatieklassement van de skeeler- en loopmarathon. Bij de skeelerrace vertrok ik in een groepje, wat toch wel spannend was. Pas halverwege de race kon ik er wat van genieten. De kunst is om lange slagen te maken door je twee skeelers dicht bij elkaar te zetten, wat heel onstabiel aanvoelt, je moet dus wat relaxed zijn om dat te kunnen. Een zere rug moest ik er bij nemen. Ik reed mijn tweede helft sneller dan de eerste. Eerlijk gezegd heb ik toen niet veel meegekregen van het parcours. Er waren veel supporters, voornamelijk marathonlopers die al in de stad waren. Ik finishte in 1u35, een mooie tijd. Bobby kwam 2 minuten voor mij binnen.

Zondag stond ik op met een pijnlijke rug en voelde ik de inspanning van het skeeleren in m’n bovenbenen. Ik had me niet specifiek voorbereid op deze marathon. De laatste duurloop die ik liep was mijn zware run tijdens het Wereldkampioenschap Duatlon in Zofingen. Ik liep nog niet vaak een individuele marathon, maar ik was er toch op gebrand om mijn PR van 2u32 te verbeteren en onder die 2,5 uur te duiken. Mijn coach Stefan had op voorhand gezegd: het zal er van afhangen hoe graag ge het wilt. In het startvak stond ik twee rijen achter Eliud Kipchoge, heel speciaal. Ik vertrok in het pak en liep mijn eerste kilometer aan 3’15”. Om onder de 2u30 uit te komen zou ik gemiddeld 3’33” per kilometer moeten lopen. Al snel liep ik in een groepje, maar het is altijd lastig om de groep te vinden die jouw tempo loopt. Ik voelde meteen dat ik slechte benen had. Gelukkig duurde het lang voor ze écht slecht werden. Na een stuk vals plat op kilometer 25 viel mijn groep wat uiteen en vanaf kilometer 27 heb ik afgezien als de beesten. Met de woorden van mijn coach in mijn hoofd, dacht ik de hele tijd: ik wil het echt graag! Kilometer 33 was de eerste kilometer die ik boven de 3’33” liep. Het begon toen te dagen dat het nipt zou worden. Met zicht op de Brandenburger Tor heb ik alles moeten geven terwijl de klok doortikte. Ik had al zo hard afgezien, dit kon er nog wel bij. Ik was dan ook heel tevreden toen ik in 2:29:40 over de finish liep en als winnaar van het combi-klassement, zo bleek later.

JWNY4895

Het was uniek om dit te kunnen meemaken als elite-atleet. Ik kreeg ook best veel reacties op mijn prestaties in Berlijn. Een marathontijd is voor veel mensen toch een soort referentietijd, meer dan de andere wedstrijden waar ik aan meedoe. Ik heb geen verdere ambities voor de marathon. Veel sneller zal ik ook met een specifieke voorbereiding niet kunnen lopen. Misschien zit een 2u26 er wel in, maar dat is geen doel voor mij. Vrijdag ga ik naar Italië voor het eerste WK gravel, een wedstrijd over 190 kilometer die voor 75% uit gravelpaden bestaat. Ik ben er een ploegmaat van Greg Van Avermaet. Ook hier heb ik niet heel specifiek voor kunnen trainen. Ik hoop dus niet dat dit de wedstrijd te veel zal worden!

BJQS9397

De race – Het ging hard in Den Haag

Je hoeft geen zonnebril te zijn om dolgelukkig te worden van een zondag die zijn naam eer aan doet. Al helemaal als die week gekenmerkt wordt door herfstweer en je die dag een snelle halve marathon wil lopen als voorbereiding op je marathon. Zondag 25 september was een sportieve hoogdag waarvan de prelude zaterdag werd ingezet door Roos en Seppe in Berlijn (waarover later meer). Zelf was ik samen met mijn maatje Sam in Den Haag om er deel te nemen aan de eerste post-corona editie van de CPC Loop in Den Haag: een halve marathon van de Haagse binnenstad, richting de kust over de boulevard tot aan de pier en dan weer terug de stad in. De CPC is voor mij persoonlijk een wedstrijd met een beladen geschiedenis. Ik zag er af terwijl ik met volle teugen genoot van kakelverse PR’s, maar ik beleefde er ook pure loophorror toen ik in 2018 na 3,15 kilometer moest opgeven met een kapotte enkel. Bovendien is Den Haag me als stad om tal van redenen erg dierbaar. Het zou dus hoe dan ook een bijzondere dag worden.

Onze zondag begint vroeg zodat we kunnen zien hoe Remco Evenepoel zich in Australië tot wereldkampioen wielrennen kroont. Vervolgens voelen we de marathonvibes in Berlijn en kijken we vol bewondering hoe loopmachine Eliud Kipchoge zijn eigen wereldrecord op de marathon met maar liefst 30 seconden scherper stelt. Als klap op de vuurpijl zien we live op de Duitse televisie hoe Seppe zich een weg richting de finish knokt om er zijn PR op de marathon te verbeteren. Als Sam en ik om 13u richting het Malieveld vertrekken voor de start van de CPC hebben we dus al heel wat sportieve emoties doorstaan. De omstandigheden voor onze eigen race zijn best ideaal: de temperatuur is gunstig, er staat een voorzichtig zonnetje en weinig wind. Het is kortom mogelijk om mijn 1u27 van in Rotterdam te verbeteren, drie weken voor de marathon zou dat een heel mooie opsteker zijn. Terwijl Sam in het startvak nog een bijdrage levert aan de aftermovie (hij moet onder de startboog op zijn horloge kijken), gieren de zenuwen door mijn lijf.

SYFX7296

Als het startschot weerklinkt en ik me op gang trek, vind ik vrijwel meteen een goede tred. De benenwagen heeft er zin in. Mijn hoofd is dolblij dat ook dit evenement eindelijk weer plaatsvindt. De eerste kilometers vliegen zoals steeds voorbij. Ik loop kilometertijden rond de 3’50” waarvan ik weet dat ik ze geen halve marathon kan volhouden. Ik probeer vooral ontspannen te lopen, niet meteen hard door te duwen en me zeker niet op te blazen. 5 kilometer heel snel lopen deed ik al vaker, de kunst is om het nu 21,1 kilometer vol te houden. Ik hoop uiteindelijk om met een gemiddelde onder de 4’03” te kunnen finishen om zo 1u25 op de klok te zien verschijnen. Lekkâh bezag zie ik op een aanmoedigingsbord van een toeschouwer en ik besef dat het ook echt lekker gaat. Wat zijn er trouwens ontzettend veel supporters langs de kant en wat zijn ze enthousiast! Elke Joke die me wordt toegeroepen geeft me een boost. Het gaat goed, het gaat echt goed! Halverwege de wedstrijd malen mijn benen nog steeds onverzettelijk door. Ik weet dat het erin zit. Vandaag ben ik de Warrior waar Oscar and the Wolf over zingt.

Ik kijk uit naar de passage langs het strand in Scheveningen, maar de weg ernaartoe is verraderlijk. Bovendien loop ik alleen en voel ik dus ook het minste zuchtje wind. Als ik puffend afdraai richting de boulevard word ik voorbijgelopen door een man met een plan. Hij geeft me wijze raad: Keep breathing, you’re doing well. Just breathe deep down to your toes. En, braaf als ik ben, doe ik dat. Hij heeft gelijk. Ik moet gewoon goed en diep blijven ademen. Tot in mijn tenen, waarom ook niet? Ik krijg het desondanks erg lastig. De supporters op de boulevard zijn dun bezaaid. Hoe geweldig het ook is om met zeezicht te kunnen lopen, je kan hier echt je tanden op stukbijten. Ik voel me opgelucht als ik uiteindelijk weer rechts afdraai en wind in de rug heb. De benenwagen heeft wat aan snelheid ingeboet, maar hij draait nog. Ik blijf gefocust in mijn cocon zitten. Ik blijf lopen. En ademen. Mijn neef Maarten kan mijn laatste kilometers op de fiets volgen. Het is nu echt strijden om zo dicht mogelijk bij die 4 minuten te blijven. De laatste rechte lijn richting finish lijkt eindeloos. Ik werp een blik op mijn horloge en besef dat ik nét wel of nét niet onder de 1u25 kan duiken als ik écht alles geef. Dat doe ik. Ik finish in 1:24:54 met een gemiddelde snelheid van maar liefst 3’59” per kilometer. Waanzin!

FFHF6737

Hoe meer wedstrijden ik loop en hoe sneller ik ook ben gaan lopen, hoe meer ik besef wat lopen voor mij betekent. Het doet iets met mij, telkens weer. Ik ga momenteel mentaal door een heel moeilijke en donkere periode, waardoor ik het eens zo moeilijk vind om te vatten dat ik sportieve hoogtepunten van deze aard kan en mag beleven. Het is niet vanzelfsprekend dat lopen mij nog steeds zo blij kan maken. Dat heb ik niet zo zeer te danken aan mijn getrainde benenmolen. Lopen dat is ervaren en intens beleven. Soms helemaal gefocust vanuit mijn loop-cocon, maar toch vooral om die loopvreugde te delen met dierbaren om me heen. Voor nu dus een heel grote shout-out naar mijn goede vriend Sam die op korte tijd een heel waardevolle rol is gaan spelen in mijn verhalen. Ere wie ere toekomt: Sam krijgt daarom het laatste woord in dit raceverslag waarin hij vertelt hoe hij zijn eerste CPC beleefd heeft.

GBDN2837

Mijn initiële idee was om de halve marathon in Brussel op 2 oktober als tune-up race te lopen, een laatste race voor de marathon in Amsterdam. Den Haag was nieuw voor mij en ik dacht: waarom ook niet? Het is een vlak parcours waar ik minstens mijn PR van 1u19 zou kunnen verbreken dat ik dit voorjaar gelopen heb op de halve marathon in Gentbrugge. Mijn A-goal was zelfs om gemiddeld 3’40” per kilometer te lopen en onder de 1u18 te finishen, maar dat zou ik laten afhangen van mijn hartslag. Het begin van de race ging heel vlot. Als je op hartslag loopt, kom je niet meteen aan je beoogde hartslag. Ik wist dat die rond de 185 moest blijven om me niet op te blazen, na een kilometer zat ik daar al aan. Mijn eerste kilometertijden schommelden tussen de 3’30” en 3’35”, dat ging vlot en voelde heel gemakkelijk. 

Toen ik aansluiting vond bij een groepje, was mijn hartslag weer wat lager en zakte ook mijn tempo wat. 100 meter voor ons liep nog een groepje en ik kon dus de keuze maken of ik hier zou blijven lopen of de oversteek zou maken naar de andere groep. Ik dacht: kijk, het is een halve marathon en het is niet meteen een ramp als je wat tijd verliest, het is geen marathon waarbij je dan nog 10 kilometer volledig leeg moet doorlopen. Het leven is aan de dapperen, dus ik heb de oversteek proberen maken. Mijn hartslag steeg weer tot 187, wat ik wel aan zou moeten kunnen voor de rest van de race. Rond kilometer 10 vond ik aansluiting bij het groepje waar ook de vierde vrouw van de race liep. Daar kon ik 4 à 5 kilometer bijblijven. Vlak voor de boulevard begon de groep te versnellen op een lastig punt in de race. Mijn hartslag steeg nog wat en uiteindelijk heb ik moeten lossen. Die vrouw is uiteindelijk ook gefinisht in 1u16. Mijn tempo zakte tot 3’50” per kilometer wat ik ook voelde aan mijn cadans. Het venijnige stuk van het parcours liep wat bergop naar de boulevard. Daar stond ook veel minder publiek dan in de stad.

IUFH9841

Na 16,5 kilometer draaide ik terug naar de stad en was het doorbijten tot aan de finish. Maarten heeft nog een stuk met mij kunnen meefietsen, wat heel leuk was en ook echt hielp. De laatste 3 kilometer waren lang. Je ziet de gebouwen van Den Haag centrum al liggen, maar je bent er nog niet. Ik wist dat ik niet onder de 1u17 zou kunnen lopen, mijn PR verbeteren zou wel lukken. Ik heb me op het einde niet helemaal kapot gelopen omdat ik mezelf niet meer pijn wilde doen om er nog wat seconden af te krijgen. Ik finishte uiteindelijk in 1:18:25, waar ik tevreden mee ben. Dat ik wat ben stilgevallen, komt denk ik omdat ik in het begin toch iets te veel heb gepusht. Ik ben wel echt diep gegaan. Toen ik op adem was gekomen, keek ik op de tracker en zag ik dat Joke nog maar een kilometer moest lopen en ik wist dat zij heel blij zou zijn met haar tijd.

Ik liep deze race met dezelfde schoenen als waar Kipchoge die ochtend in Berlijn zijn wereldrecord op de marathon liep. Daar werd ik ook een paar keer op aangesproken voor de wedstrijd. Ik ga ze wel niet dragen bij mijn marathon omdat ze net wat smaller aanvoelen dan de vorige versie. De sfeer van de CPC vond ik top! Het was mijn eerste wedstrijd in Nederland en ik werd nog nooit zoveel aangemoedigd tijdens een race (behalve toen ik als 12-jarig jongetje de 20 km van Brussel liep samen met mijn mama). Ik voelde het nu echt elke keer als mijn naam geroepen werd, onbewust versnelde ik dan en dat deed deugd. Dit evenement is ook echt supergoed georganiseerd. Met een 7000 deelnemers aan de halve marathon is de start ook niet zo overwhelming als bij de 20 kilometer van Brussel. Organisator NN heeft duidelijk veel kennis van zake, het is een geoliede machine die weet hoe een evenement georganiseerd moet worden. Ik ben wel benieuwd naar de sfeer van de marathon in Amsterdam, al denk ik dat die wat minder zal zijn vanwege het vroege vertrekuur en het herfstweer. Ik kijk er naar uit!

IFSG8883

Het moment – Leven als Belgische god in Nederland

Ik had het geluk om 10 dagen lang vakantie te kunnen nemen in Den Haag: de mooie stad waar mijn neef Maarten met zijn gezin woont, de stad van de CPC, van zee en strand en tonnen gezelligheid. Een stad ook waar het zomerklimaat met verfrissende bries mij op het (zweterige) lijf geschreven was. Omdat ik in een vorig leven in Leiden studeerde kan ik mezelf niet bepaald een Nederland-leek noemen. Een jaar of 15 geleden was ik er echter van overtuigd dat het nooit zou werken tussen Nederland en mij. Dankzij mijn uitjes naar Den Haag ben ik weer helemaal gewonnen voor onze noorderburen en ja, ook voor hun directheid. Ik vond in Den Haag werkelijk alles wat ik nodig had om me in vakantiesferen onder te dompelen. La vie en rose in Nederland dus.

Nederland mag dan de naam hebben eerder laag te scoren op de gastronomische schaal, ik had daarover helemaal niks te klagen. Uit eten ging ik niet, wel deed ik talloze terrasjes met koffie en wijn. Wat me opviel was de populariteit van het nul punt nul biertje. Zowel op café (de kroeg) als in de supermarkt was er een uitgebreid en divers bieraanbod zonder of met een minimaal alcoholpercentage. Zelf werd ik een tevreden mens van de uitgebreide keuze aan wijnen per glas die ook nog eens betaalbaar waren. De koffiesnob in mij kon eveneens haar hartje ophalen. Ik dronk heerlijke cappuccino’s en flat whites zonder er de hoofdprijs voor te betalen. Na enkele dagen bombardeerde ik café Emma op het Regentesseplein tot mijn stamcafé. Daar had ik meerdere goede redenen voor: het was letterlijk om de hoek van mijn verblijfplaats, ik kon er terecht voor een goeie koffie én voor een wijntje, op het terras was er altijd wat te beleven, het personeel was vriendelijk en de klanten erg divers. Op hetzelfde plein ging ik ook twee keer de mezze-schotel halen bij Ali’s Incredible Lebanese Sandwiches, werkelijk een smaakexplosie! Op het strand genoot ik dan weer van de beach-vibes bij strandpaviljoen Zuid, waar steevast trots de Nederlandse vlag wapperde, maar de zon immer stralend was.

IMG_8862b

IMG_9078b

Wat mijn horeca-beleving helemaal naar een hoger niveau tilde was de joviale en steeds inventieve manier van bedienen. Met name café Emma leek daar een patent op te hebben. Daar werd niet simpelweg gevraagd wat je wil drinken (dat zou te alledaags zijn), maar kreeg je een andere pertinente vraag voorgeschoteld: wat kan ik voor jou betekenen? Nog beter vond ik de aanpak van de jongeman die met veel zin voor dramatiek en dito armgebaren voor het terras ging staan en uitriep: heeft er hier iemand mijn hulp nodig? Ook fijn vond ik het als mijn drankkeuze positief bevestigd werd met een oprechte Lekker! Als gevolg daarvan wilde ik als exotische Vlaamse natuurlijk even creatief en lyrisch uit de hoek komen als mij gevraagd werd of alles naar wens was. Ik heb soms vast vreemde dingen gezegd.

Om helemaal in het moment te zitten, besloot ik om op een terras niet in mijn boek weg te duiken. Vakantie is juist niks doen. Op een terras betekent dat dus zitten, wat drinken, je ogen de kost geven en je oren spitsen voor de gesprekken rondom je. Een mooie bijkomstigheid is dat Nederlanders doorgaans luid en goed gearticuleerd spreken, dat ik Nederlands best goed kan begrijpen en dat er toch met weinig schroom over gevoelens of delicate onderwerpen gepraat wordt. Een Belg doet dat liever met de rolluiken strak naar beneden en gedempte stem. Ik hing aan de lippen van twee vrouwen die hun vriendschap na enkele jaren weer opnamen en vergezeld van hun twee teckeltjes een jaar of 30 aan hondenliefde bespraken. Ik volgde een sollicitatiegesprek in heel informele sfeer (een biertje, lekker!). Geen soap kon op tegen de zenuwachtig ogende man die op zijn date wachtte (het was hun derde afspraakje, zij was net gaan kamperen in Frankrijk). Toen zij eindelijk arriveerde schreeuwde alles in zijn lichaamstaal dat hij hopeloos zijn hart verloren had aan haar, maar helaas vrees ik dat zij hem minder zag zitten. De stakker! Nederlanders zijn goede verhalenvertellers. Als buitenstaander die weldra van het Haagse toneel zou verdwijnen, voelde ik me ook niet bezwaard om al die gesprekken te absorberen. Ook dat is voor mij vakantie: opgaan in de anonimiteit van de grote stad.

IMG_9089b

IMG_9002b

Als je in Nederland bent, dan wil je natuurlijk fietsen. Op vakantie wandel ik graag zonder doel rond in een stad, in Den Haag ging ik soms doelloos fietsen. Al blijft het wel uit je doppen kijken in de grote stad. Er zijn tramsporen, auto’s en fietsers die uit alle richtingen lijken te komen. Mijn lieftallige Tony viel wat uit de toon naast de alomtegenwoordige omafietsen. Ook bleek de e-bike nog niet heer en meester der rijwielen te zijn en is de Nederlander duidelijk nog niet toe aan de fietshelm. Zelfs kinderen zag ik vaker zonder dan met een fietshelm. Volgens mijn Rotterdamse vriendin Machteld is dat zo omdat fietsen in Nederland zo ingeburgerd is dat je het kan vergelijken met een helm dragen bij het tandenpoetsen. Ze was het wel met me eens dat fietsen (ook in Nederland) heel wat meer risico’s inhield dan je dagelijkse mondhygiëne.

Wat ‘s-Gravenhage (de officiële naam) helemaal onweerstaanbaar maakt is de nabijheid van de zee. Op mijn eerste vakantiedagje ging ik een kijkje nemen op het drukkere strand van Scheveningen (omwille van de pier en het CPC-gevoel), de dagen erna was ik altijd te vinden op het veel rustigere zuiderstrand. Wat een ambiance daar! Zowel ’s ochtends als ’s avonds werd er gezwommen en dat werkte zo aanstekelijk dat zelfs een niet-watterrat als ik vond dat ze de zee in moest. Ook daar moet je wel zelf gewoon uit je doppen kijken. Er zijn verschillende vlaggen die aanduiden hoe gevaarlijk de zee is. De rode vlag staat voor een “zeer gevaarlijke zee”, maar dan mag je nog steeds het water in. Wie het veilig wilde spelen, moest wachten op de geelrode vlag, want dan waren de redders aanwezig. Om het kwartier reden die in een auto over het strand om te kijken of ze niemand van de verdrinkingsdood moesten redden. Soms was er trouwens gewoon geen vlag. Geen idee hoe je dat moest interpreteren. Ik liep en wandelde heel vaak langs de vloedlijn. Ik keek naar de rauwdouwers die meeuwen zijn en hoe ze boven de strandgangers helikopteren. Ik las op het strand en tegen de duinen (in totaal 5 boeken). Ik legde me zelfs eens op een handdoek om gewoon een beetje te liggen en naar de lucht te turen. Het moet niet gekker worden.

IMG_8967b

IMG_9006b

Naast één paar sandalen, één paar slippers, één paar espadrilles en twee paar sneakers nam ik ook drie paar loopschoenen mee. Ik trok dan ook 8 keer mijn loopschoenen aan. Wat de kustlijn in Nederland zo mooi maakt, is dat die nog meer aanvoelt als een natuurgebied. Ik liep door het Westduinpark, het Oostduinpark en het Zuiderpark, telkens ook stukken door de stad en over het strand. Geen meter stelde me teleur. Op zondag 31 juli fietste ik naar Rotterdam om er de halve marathon te lopen. Het zomerse gevoel was echter wat zoek bij de #yoursummerrun omdat het een miezerige, zelfs ietwat regenachtige dag was. Bovendien was het de eerste keer dat dit evenement georganiseerd werd en dat merkte je wel een beetje. Drie weken na mijn trailavontuur in Houffalize wist ik niet goed wat ik van een snelle halve marathon op asfalt mocht verwachten. Na een vlotte eerste helft en vervolgens een eenzame strijd tegen de wind tikte ik op de legendarische Coolsingel af op 1u27, waar ik niet anders dan tevreden mee kan zijn. Met wind tegen (die verduivelde wind!) fietste ik terug naar mijn Nederlandse thuis. Kijk, ook dat is een voordeel van Den Haag: dat het voor een ervaren steenwegrijder als ik slechts een fietstocht van 25 km verwijderd is van Rotterdam.

IMG_8926b

IMG_9134b

Ik genoot kortom heel erg van Het leven zoals het is – Den Haag. Met toch een beetje hartpijn maakte ik woensdagochtend nog wat kiekjes van het Regentessekwartier. Ik besefte dat ik echt een mooie vakantie had beleefd en dat de wereld op het Regentesseplein gewoon blijft draaien als ik er niet ben. Vakantie is ook: boordevol herinneringen en inspiratie, volledig doordrongen van die prachtige stad, dolblij zijn dat je weer thuis bent. In Tienen dus, of all places.

Het moment – Terug naar Tervuren

Er was een tijd dat Tervuren mijn achtertuin was. Ik woonde in Heverlee en bij gebrek aan een tuin werd het park van Tervuren mijn groene hangplek. Dichterbij huis was er uiteraard ook veel groens te vinden*, maar ik hield juist van die fietstocht van 13 kilometer. Ik nam koffie mee, een goed boek en dan kon ik gerust een paar uur ongestoord op mijn bank zitten. Bovendien bulkte Tervuren van de herinneringen. Ik was diep onder de indruk toen ik in oktober 2015 tijdens de marathon van Brussel rond de vijvers van het park liep. Het zal dus ergens rond die tijd zijn dat mijn liefde voor Tervuren in alle hevigheid tot bloei is gekomen. Ik moest naar Tervuren als ik buitensporig gelukkig was, maar ook als ik eens ongegeneerd wilde janken. Het park was er om mij op te vangen, in goede en slechte tijden, want – zoals het gaat met grote liefdes – tussen Tervuren en mij was het onvoorwaardelijk.

De marathon van Brussel zou ik uiteindelijk 3x lopen en telkens was daar die magie van het park. Ik ging dan ook op het parcours trainen (al stelde dat weinig voor). Het kan dus geen toeval zijn dat ik de marathon van Brussel, hoe zwaar die ook is, minder leek te voelen dan elke andere marathon die ik liep. In diezelfde periode behoorde een fietstocht naar Brussel (25 km) mét passage door het park ook tot mijn repertoire van uitstappen. Toen ik in in de zomer van 2018 zonder echt plan begon te trainen voor de Hel wist ik dan ook niet beter dan heel vaak naar Tervuren of Brussel te fietsen. De mountainbikeroutes in het Zoniënwoud waren mij op het lijf geschreven (lees: ze zijn toegankelijk). Tervuren is nog steeds de enige plek waar ik me als mountainbiker helemaal in m’n element voel. Ik fietste er zowel onder een loden zon als in de sneeuw. Ik hield er ook mijn generale repetities voor de Hel door er te gaan lopen-fietsen-lopen. Het is eigenlijk simpel: mocht de Hel in Tervuren doorgaan, mijn kansen op winst zouden exponentieel toenemen.

YENV7826

Het Zoniënwoud neemt zijn eretitel serieus en je kan het qua grandeur niet vergelijken met een doorsnee bos. Ook voor de loper biedt het groene Tervuren niks dan voordelen: je kan er makkelijk freestylen zonder hopeloos verloren te lopen en de variatiemogelijkheden zijn onuitputtelijk. Je kan er hoogtemeters overwinnen zonder het moordende klim- en klauterwerk van de Ardennen. Voor elke trail waar ik me op voorbereidde was “Tervuren” dan ook steevast het antwoord op de vraag: waar moet ik gaan trainen? Toen ik twee jaar geleden naar Tienen verhuisde verdween Tervuren wat van mijn radar. Mijn steenwegkilometers vormen al een behoorlijk deel van mijn fietstrainingen en ik heb een eigen achtertuin (met gras dat altijd te hoog staat). Maar – zoals het gaat met grote liefdes – uit het oog was niet uit het hart.

In november kwam ik weer terecht in Tervuren tijdens mijn Frans Claes mountainbike-avontuur. Ik besefte toen dat ik Tervuren had gemist in mijn leven. De liefde laaide weer in alle hevigheid op. Tervuren werd opnieuw een item in mijn agenda. Met dank aan Tony, die de 35 kilometer laat aanvoelen alsof het slechts de 13 zijn van weleer. Ook met dank aan de fantastische koffiecaravan die je aan de ingang van het park kan vinden. Voor onze laatste duurtraining voor de marathon sleepte ik Roos mee naar Tervuren. Ze had het zwaar, dat arme zusje van mij. Ik liep als een zottin in haar natuurlijke habitat en Roos snakte naar adem. Een week geleden liep ik wederom als een wildevrouw door het Zoniënwoud tijdens de Fura 10 Miles. Een wedstrijd die Roos en ik drie keer eerder liepen toen we helemaal into stratenlopen waren (ook weer een periode in mijn leven). 1 uur en 8 minuten had ik nodig om de 16 kilometer af te leggen en zowaar een wedstrijd te winnen in mijn geliefde Tervuren. Het was een besef-moment van jewelste: dat ik de afgelopen jaren zoveel in en rond Tervuren heb meegemaakt en dat ik het nooit voor mogelijk had gehouden dat er een periode zou aanbreken waarop ik wedstrijden zou winnen. Misschien moest het wel gewoon zo zijn – zoals het gaat met grote liefdes.

IMG_8060b

*Ik was en ben nog steeds ook een heel grote fan van Heverleebos, Bertembos (wel opletten voor hazelwormen!) en het park van Arenberg.

Het moment – Een mijlpaal op de fiets (met Frans)

Je weet dat je heel vaak op je fiets zit als je een zeemvel mist in je jeansbroek en als je je bloot voelt zonder fietshelm op je kop. Na mijn zogenaamde mountainbikestage in de herfstvakantie probeerde ik in volle voorbereiding voor de Hel van Kasterlee elke gelegenheid te benutten om erop uit te trekken met Juan, mijn dappere Orbea-mountainbike. Of de Hel nu doorgaat of niet, ik besloot zaterdag 20 november nog een belangrijke training af te werken: een avontuur om af te rekenen met mijn mountainbike-minderwaardigheidscomplex, een uitdaging die ook zonder Hel in december een mooie opsteker zou zijn. Enter de mountainbikeroute Frans Claes! Topmountainbiker en Leuvenaar Frans Claes tekende namelijk een gloednieuwe mountainbikeroute uit die de mooiste plekjes in de ruime regio rond Leuven met elkaar verbindt, goed voor maar liefst 136 kilometer fietsplezier. Een marathonroute dus en zou het niet heel mooi zijn als deze marathonloper die route volledig zou kunnen fietsen? Het is een verhaal geworden met verrassende plotwendingen, oude en nieuwe liefdes én een happy ending. Wie liever de korte versie leest: het was een bewogen dag op de fiets.

Zaterdagochtend vertrok ik om 7u30 naar het dichtstbijzijnde punt van de route op 12 kilometer van mijn deur. De omstandigheden waren behoorlijk perfect te noemen: er was modder, maar niet te veel en met een sombere, maar droge graad of 10 was ik erg tevreden. Ik wilde het mountainbikegedeelte afleggen tussen 8u en 17u. Qua snelheid leek dat een haalbare kaart. Alleen was ik zo naïef om te denken dat ik slechts een handvol kilometers meer zou fietsen dan de vooropgestelde 136 (150 dus met de verplaatsing naar de route). Ik was meteen in de ban van Frans Claes en wat hij mij voorschotelde. Frans heeft dat goed gedaan! dacht ik meermaals bij mezelf. Van Boutersem en Pellenberg ging het naar Linden, Kessel-Lo, Holsbeek en het Chartreuzenbos. Het ene herfstplaatje overtrof het andere en qua technische moeilijkheidsgraad was ik ook gerustgesteld. Misschien was ik toch meer mountainbiker dan ik altijd dacht?

IMG_6840b

Ik had niet in de gaten dat noch mijn mountainbikecapaciteiten, noch mijn gebrek aan duurervaring op de fiets mij de das zouden omdoen, wel de bewegwijzering. Op voorhand had ik het routeplan uitgebreid bestudeerd. Ik wist welke richting ik uit zou rijden, maar zonder fiets-GPS was ik volledig afhankelijk van de pijltjes. Nochtans was ik gewaarschuwd door niemand minder dan mijn broer. Een week eerder vroeg ik Seppe: Is de Frans Claes route technisch moeilijk en zijn de pijltjes duidelijk? Neeje! was zijn niet mis te verstane antwoord. Soms is het dus echt beter om heel naïef het avontuur in te vliegen. Het zou wel meevallen met die pijltjes. Deze enthousiasteling zag het als een grote speurtocht zoals we die als kind hielden en bovendien kon ik met mijn rijke pijltjeservaring op mountainbikeroutes onmogelijk de mist in gaan. Wel dus. Ik had niet in de mot dat ik vanaf het begin behoorlijk wat extra kilometers aan het maken was omdat ik a) zelf een pijltje miste b) een pijltje voor interpretatie vatbaar was of c) een pijltje op een cruciale plaats ontbrak.

Na een geslaagde passage door mijn eerste liefdes Heverlee- en Bertembos verliet ik het bekende terrein. Via Everberg en Kortenberg werd ik richting een andere oude geliefde gestuurd: Tervuren! Waar is de tijd dat ik hier met gemak wekelijks over Tervuren kon schrijven? Frans stuurt je ergens nooit in een rechte lijn heen, hij vermijdt het asfalt zoveel mogelijk en pikt werkelijk élke hoogtemeter mee. Als je iets grensverleggends gaat doen, dan weet je dat er onvermijdelijk een moment aanbreekt dat het niet leuk meer is. Dat je denkt: Waarom? Waar ben ik eigenlijk mee bezig? Wat heb ik me in mijn hoofd gehaald? Die fase brak bij mij aan rond kilometer 90. Ik zat 5 uur op mijn fiets, wat ik al heel lang vind, en de pijltjeszoektocht begon me op mijn zenuwen te werken. Bovendien was de batterij van mijn gsm om de één of andere reden leeggelopen en wist ik begod niet waar ik was. Best een bevreemdend gevoel. Het schoot zelfs door mijn hoofd om bij aankomst in Tervuren rechtstreeks (lang leve de steenwegen!) naar huis te rijden. Alleen moest ik dan nog altijd rekenen op een terugrit van 40 kilometer. Hallelujah, daar was het besef dat ik ruim boven die 150 kilometer zou eindigen. De moed zonk me in de schoenen.

IMG_6868b

Na 115 kilometer kwam ik ein-de-lijk aan in Tervuren. Ik dacht zelfs dat ik droomde toen bij de ingang van het park een koffiekraam stond met sfeervolle muziek. Dit was mijn redding. Mijn korte koffiemoment verrichtte een wonder: ik had weer zin om het spoor van Frans Claes te volgen. Met hernieuwde energie hervond ik mijn vrolijke mountainbikende zelve. Ik dacht terug aan al die kilometers die ik in en rond Tervuren fietste en liep, tijdens de marathon van Brussel of de voorbereiding ervan en ook in het najaar van 2018, toen ik voor mijn eerste Hel trainde. Frans’ keuzes in het Zoniënwoud stelden niet teleur. De extra kilometers die ik al gemaakt had en de klok die genadeloos bleef doortikken werden naar de achtergrond verdrongen. Ik zou deze route gaan finishen! Jawel, ik zou in de voetsporen van Frans Claes treden! Wat moest het trouwens fantastisch zijn om Frans Claes te zijn! Mijn euforie smolt weg als sneeuw voor de zon toen ik in Overijse aankwam. Na het zoveelste heen- en weer gerij dacht ik bij mezelf Denk als Frans Claes! Waar zou hij nu naartoe rijden? Het antwoord was simpel: omhoog, richting het groen. Terug op de route hield ik mezelf voor dat ik nu op weg naar huis was. Ook al reikt mijn geografische kennis zo ver dat Tienen en Overijse niet bepaald buurgemeenten zijn, al helemaal niet als je ze via groene wegen met elkaar wil verbinden.

Met 140 kilometer op de teller bereikte mijn motivatie een dieptepunt. Ik wilde thuis zijn, van de fiets af. Ik wilde iets anders eten dan sportvoeding. 8,5 uur had ik gefietst toen ik aankwam in Sint-Joris-Weert. Frans zou me nog 20 kilometer door het Meerdaal- en Mollendaalbos sturen. Er is niks mis met mijn zicht, maar voor de zoveelste keer kon ik een belangrijk pijltje dus niet vinden. Denk als Frans Claes! Compleet hulpeloos reed ik twee lussen rond het station. Bijkomend probleem was dat het donker begon te worden. Op goed geluk een schemerig bos in rijden: zo’n heldin of zottin ben ik niet. Het was tijd om te denken als Joke Odeyn. Als de nood hoog is, is de steenweg nabij. Ik koos er dus voor om in een rechte lijn over een geasfalteerd fietspad (hemels!) naar Oud-Heverlee te fietsen en zo over mijn eigenste vertrouwde steenweg naar huis te knallen. Na 9 uur gefietst te hebben, was ik verbaasd over de frisheid van mijn benen. Nog één tijdrit afwerken en dan zou ik thuis zijn. Om 18 uur gebeurde dat deze keer écht. Het was aardedonker, ik had 183 kilometer gefietst in 10 uur en 19 minuten. Crazy!

Technisch gezien is mijn missie dus niet geslaagd: ik kon de volledige route niet afwerken. Sorry, Frans. In mijn beleving deed ik dat wel. Het stuk dat ik skipte ken ik behoorlijk goed. Bovendien verpulverde ik mijn afstandsrecord en legde ik ook nooit eerder 1956 hoogtemeters af. Zonder meer een overwinning op mezelf. Ik werd me tijdens die 10 uur op de fiets ook heel bewust van alle (loop)herinneringen die ik al opdeed in de omgeving. Ik deed veel inspiratie op voor routes in de buurt. Zelfs in die mate dat ik gisteren weer op de fiets in Tervuren te vinden was en al lopend in Heverlee. Op voorhand dacht ik dat dit een avontuur zou worden van eens en nooit weer. Wel, ik zou er me toch nog een keer aan willen wagen. Op twee voorwaarden: het moet lente of zomer zijn en ik wil een compagnon de route die een GPS heeft op de fiets. Voelt iemand zich geroepen?

De race – Rotterdam Marathon oktober 2021

  • De cijfers: mijn lucky number marathon 13 liep ik in een nieuwe recordtijd van 3:07:43, goed voor een 31e plaats en een 10e plaats in mijn leeftijdscategorie
  • De voorbereiding: daar valt weinig noemenswaardig over te vertellen, behalve dat ik mezelf in augustus helemaal terugvond als sporter, al kan ik er niet precies de vinger op leggen hoe dat zo gekomen is
  • De race: INTENS!
  • De herinnering: de 40e editie van #demooiste was niet mijn perfecte marathon, maar wel een dag waarop alles in z’n plooi viel dankzij de eindeloze aanmoedigingenstroom, het ideale loopweer en de beste entourage

Wat vooraf ging
De aanloop naar deze marathon duurde 1 jaar en 9 maanden met daarin vervat een wereldwijde gezondheidscrisis, een lockdown en wat light-versies, een quarantaine, twee ultralopen van 50 kilometer, een marathon op eigen initiatief en twee vaccinaties. Door die omstandigheden was ik de afgelopen zomervakantie niet gebrand op de marathon. In juli ondernam ik verwoede pogingen om van de vakantie te genieten, met wisselend succes. Tot mijn nieuwe Garmin de katalysator was van een sportieve renaissance. Samen met Roos herontdekte ik de klassiekers: stratenlopen, grotere loopevenementen, samen op pad zijn, doelen stellen en hard gaan! Ik liep tijden waar ik van ging blozen. De dag voor mijn 36e verjaardag werd die Rotterdam marathon plots een heel concreet en belangrijk doel: op 24 oktober moest dat PR eraan geloven. Voor het marathonweekend reed ik op zaterdagochtend met Roos en mama naar Den Haag. Een zoveelste “eindelijk”: een blij weerzien met onze familie aldaar en met de stad.

IMG_6623b

Vlak voor de start
We vertrekken zondag om 7u in Den Haag. Om de trein naar Rotterdam te halen, moeten we een sprintje trekken op de fiets en lopend naar het perron. Als we met z’n drieën zitten uit te hijgen (en zweten) is daar het besef dat het nu echt gaat gebeuren. In Rotterdam is het nog opvallend rustig. Roos en mama gaan de metrohalte verkennen en nadien wandelen we samen richting startzone. We zijn zo goed op tijd dat de dixi’s nog ongebruikt zijn. Count your blessings. Wat een plaatje is de haven van Rotterdam trouwens! Om 9u30 sta ik vooraan in startvak 1 met zicht op de Erasmusbrug. Ondanks de kou probeer ik vooral het moment vast te houden. Gaat het nu écht gebeuren?

VPMJ6697

JNYG0108

De race
Als ik begin te lopen weet ik nog altijd niet aan welk tempo ik dat moet of zal doen. Tegen Roos had ik gezegd dat ik onder de 4’30” wilde blijven met een eindtijd van sub 3u15. Stiekem wilde ik eerder rond de 4’25” blijven om dan onder de 3u10 te kunnen duiken. Ambitieus, maar haalbaar: daar hou ik van. In 2016 liep ik de Rotterdam Marathon in vaderlijk gezelschap. Net zoals toen zijn de eerste kilometers druk. Het houdt me niet tegen om aan een rotvaart te vertrekken waardoor ik niet opmerk dat de iconische Erasmusbrug niet vlak is. Twee uur later zal ik dat wél ervaren. De eerste kilometers schieten voorbij. Ik blijf ontspannen lopen, ruim onder de 4’20” met een heel acceptabele hartslag en ik zie dus geen reden om me in te houden. Ik voel me best naïef. Onverschrokken dender ik op het marathonbeest af alsof dit een gewone duurloop op zondag is. Ik ben niet bezig met tussentijden, mijn race bestaat niet uit strak getimede blokken van 5 kilometer. Om mijn doel te bereiken heb ik een belachelijk simpel plan: blijven lopen.

IMG_6638b

Rond kilometer 10 ontmoet ik Dennis die naast me loopt en opmerkt dat ik wel heel veel aanmoedigingen krijg. Ik verzeker hem dat ik maar twee supporters ter plaatse heb, maar dat ik die vaak zal zien. Als vrouw op die plek in de race val ik inderdaad wel op en kan ik op extra sympathie rekenen. Yeah, daar loopt Joke met haar squad mannen om zich heen. Dennis uit Bergen-Op-Zoom is niet alleen sympathiek, ook zijn tred lijkt helemaal afgestemd te zijn op de mijne. Zijn doel is sub 3u15 lopen, ik zeg heel stoer dat ik voor de sub 3u10 ga. Dennis en ik zullen elkaar de komende twee uur gezelschap houden, zij aan zij, alsof we elkaar al jaren kennen. Rond kilometer 13 (dit kan geen toeval zijn) zie ik Roos en mama voor het eerst. Ze geven me vleugels! Bij een eerste U-turn constateer ik dat we nog ruim voor de pacers van 3u10 lopen. So far, so good.

De ambiance langs het parcours is ongezien. Rotterdam, en bij uitbreiding heel Nederland, lijkt massaal op post te staan om de stroom lopers naar de finish te schreeuwen. Hoe saai de omgeving soms ook mag zijn, er is werkelijk geen straat waar niemand te bespeuren is. Overal staan supporters die begrepen hebben wat aanmoedigen betekent. Hun complimenten en peptalk komen recht uit het hart. Ongelooflijk wat een sfeer! Daarbij zijn ook de weersomstandigheden ideaal. Ik blijf verbazingwekkend ontspannen lopen. Na 18 kilometer ben ik me nog steeds niet ten volle bewust van mijn tussentijden. Ik lever geen veldslag elke 5 kilometer. Ik ben niet in aanvalsmodus. Wel kijk ik uit naar het halfway point omdat ik daar een nieuw PR op de halve marathon zal neerzetten. Jawel, ik loop mijn eerste marathonhelft in 1:30:26 en verbeter daarmee mijn zwaar bevochten tijd op de CPC van maart 2020 met ruim 3 minuten. Dit pakken ze me niet meer af, maar het is niet waarom ik naar Rotterdam gekomen ben.

IMG_6642b

Ik blijf zorgeloos lopen. Ik denk niet aan de pijn die onvermijdelijk zal volgen, ik denk niet aan de mentale weerbaarheid die ik zal moeten tonen. Weet ik veel wat er nog zal gebeuren?! Voor we terug de Erasmusbrug over lopen, schieten me herinneringen van 2016 te binnen: ja, dit was toen ook een saai stuk en het is nog geen haar veranderd. 5 jaar geleden liep ik hier al met het mes tussen de tanden, nu loop ik gewoon. Naast Dennis dus. We spreken elkaar af en toe aan over iets dat we langs de kant van de weg zien. Dennis houdt een oog op de klok en verzekert met dat we helemaal op schema liggen voor die sub 3u10. Als we na 26 kilometer terug over de Erasmusbrug lopen, voel ik voor het eerst de kilometers en de verzuring. Au zeg, die brug is een venijnige kuitenbijter. Uitgerekend op de tonen van I Will Survive voel ik dat de fraîcheur weg is. Ik zeg tegen Dennis dat ik de inspanningen wel voel. Dat is toch niet meer dan normaal, zegt hij, het toont aan dat je een mens bent. En daar slaat hij de nagel op de kop.

Na 28 kilometer naderen we Rotterdam Blaak. Mijn kilometertijden schommelen nog steeds rond de 4’20”. Nu komt er een harde noot om te kraken. We lopen namelijk weg van de finish om een lus te maken rond de Kralingse Plas. Ik had Dennis al verteld hoe ik daar vijf jaar geleden zeven doden stierf in mijn vaders schaduw. Ik weet dus dat ik het hoofd koel moet houden, dat ik me niet mag laten kisten door die lus des doods. Ik bereid me voor op de mentale slag die ik zal moeten leveren. Ook de passage door de Boezemstraat herinner ik me nog levendig. Je kruist daar een kilometer lang lopers die de Kralingse Plas er al hebben opzitten. Waar wij aan kilometer 30 zitten, zijn zij al op kilometer 40. Gelukkig zijn de lopers aan de andere kant van de straat dun bezaaid. Voor ik het goed en wel zal beseffen, ben ik zelf die loper die zijn laatste kilometers mag afhaspelen. Hoofd omhoog, schouders recht en richting de eindeloze saaiheid van de verduivelde Kralingse Plas.

EVFA8150

Bij mijn vorige marathons had ik een patent op een lastig moment tussen kilometer 25 en 30. Daarna leefde ik, als bij wonder, telkens weer op. Vandaag niet, mijn benen worden strammer en strammer. Bashir Abdi heeft gelijk: de marathon begint op kilometer 30. Ik zeg tegen Dennis dat we er wel van moeten blijven genieten, al is dat niet wat ik op dat moment aan het doen ben. Met name mijn bovenbenen staan onder hoogspanning. Ik zeg tegen mezelf dat het sowieso beter zal gaan als ik op kilometer 35 ben (spoiler: dat zal niet gebeuren). Dennis spreekt me nog eens bemoedigend toe: wat er ook gebeurt, wij hebben ambitie getoond en daar moeten we trots op zijn. Ons breekpunt ligt pas op kilometer 43. Ik wil Dennis zo graag geloven. Mijn interne dialoog draait overuren: ik kan deze pijn aan, ik kom dit te boven, ik zal niet kopje onder gaan, ik moet en zal onder die 3u10 lopen. Ik kan helaas niet anders dan vaststellen dat mijn benenmachine niet meer gesmeerd loopt.

Rond kilometer 34 voel ik me enigszins opgelucht als we afdraaien en dus weer richting finish lopen. Het blijft bikkelen in mijn hoofd. Mijn kilometertijden zakken zienderogen en schommelen nu tussen de 4’30” en 4’40”. Van enige schwung of souplesse is geen sprake meer. Elke spiervezel tekent verzet aan tegen de inspanning die ik lever. Dennis lijkt minder last te hebben van de kilometers. Op kilometer 35 neemt hij wat meters op mij. Ik kan hem niet langer bijbenen, hij kijkt nog een paar keer om zich heen om te kijken of ik volg, maar helaas pindakaas: ik moet de rol lossen. Dennis is ribbedebie en ik zal de klus helemaal zelf moeten klaren. Als ik om me heen kijk, zie ik steeds vaker stappers en ook kotsers onder de lopers. Enerzijds voel ik mee met de ellende die zij ervaren, anderzijds probeer ik dankbaar te zijn dat ik nog niet zo ver heen ben. In mijn buik is het voor één keer opvallend rustig. Ik blijf mezelf moed inspreken. Dit doet pijn, maar ik moet blijven lopen! Mijn spieren zullen niet verkrampen! Na ruim 38 kilometer zie ik dat ik “nog maar” 2u50 gelopen heb. De sub 3u10 ligt dus binnen handbereik. Ik probeer er hier wel een boeiend verhaal van te maken, maar ik kan je vertellen dat de marathonheroïek op dat moment ver zoek was. Mijn benen zijn zo verzuurd dat mijn natuurlijk looppatroon erdoor belemmerd wordt. Ik voel me afwisselend een baksteen op pootjes, SpongeBob tussen de topatleten en een waggelende eend.

DSVY5991

Een kilometer bevat 1000 meter en heel veel stappen. Elke stap kost mij energie. Elke stap voel ik. Ik kijk uit naar de Boezemstraat en kilometer 40. De ambiance is er nog steeds top, al zie ik vooral sterretjes. De enige manier om verlost te worden van mijn ongemak is blijven lopen. Het moet. Lekker, Joke! Wat een toptijd, meisje! Hoedje af! Gaan, Joke! Lekker bezig zeg! Waar ik aanvankelijk vriendelijk glimlachte naar iedereen die mijn naam riep, heb ik nu de puf niet meer om mijn mondhoeken op te trekken. Het-gaat-niet-meer! En dan, een zoveelste “eindelijk”, de rechte lijn naar de finish. Een bijzonder lange lijn, het moet gezegd worden. De supporters zijn ongekend luid. Ik krijg nog een laatste aanmoediging van Roos en mama. Jajaja, het zit er echt bijna op. Mijn laatste pas over de mat is echt de laatste stap die ik kan zetten. Ik heb het gehaald! Ik mag stoppen met lopen! Ik kijk op mijn horloge en zie 3:07 staan. Wauw, die had ik niet zien aankomen. De strijd is gestreden, het PR is binnen. Wat een race!

Wat verderop in de finishzone staat mijn held Dennis me op te wachten. Ook hij verbeterde zijn PR (3u14) met een indrukwekkende 3:04:56. Chapeau! Hoewel ik echt trots ben op mijn race en het eindresultaat, voel ik ook een heel klein beetje ontgoocheling. Ik heb in de laatste kilometers te veel minuten naar mijn zin “verloren”. Dat kan een volgende keer beter, denk ik. Ik voel dat ik heel diep in mijn krachtenarsenaal heb moeten tasten. Ik wil uitschreeuwen dat ik het zo zwaar heb gehad. De hele wereld moet weten hoe pijnlijk deze marathon was. En toch kan ik ook niet anders dan onnozel lachen: ik heb het verdorie geflikt.

LAXS3776

De conclusie
In april 2016 liep ik in Rotterdam mijn derde marathon in 3u27, mijn eerste sub 3u30. 5 jaar en 10 marathons later bleek Rotterdam wederom grensverleggend te zijn. Ik liep mijn PR van de tabellen met 14 minuten. Toen dan ook nog bleek dat ik als 31e vrouw finishte bij een marathon van topniveau, kon ik mijn prestatie nog meer naar waarde schatten. Ik had dit echt nooit voor mogelijk gehouden. Uiteindelijk ben ik ook maar een dromer die zeven jaar geleden voor het eerst 20 kilometer liep. Juist mijn naïeve ingesteldheid, alsof ik een eerste marathon liep, is mijn redding geweest. Ik liep onbekommerd en met heel veel plezier. Ja, ik ben daardoor ook wat te hard van stapel gelopen, ik had het anders kunnen aanpakken, maar dat neem ik mee naar de volgende. De Rotterdam Marathon gaf mij alles wat ik van een marathon verwacht: een groot loopfeest dat tegelijkertijd een zwaar bevochten strijd is. Het is trouwens echt waar wat ze zeggen: de sfeer in Rotterdam is ongezien. Dit heb je niet in Parijs, ook niet in Brussel, zeker niet in Amsterdam. Kortom, een marathon die elke marathonloper eens gelopen moet hebben (en dat zeg ik niet snel). Heel veel hartjes en kussende emoji’s voor Rotterdam!

IPZO4210

Enkele weetjes

  • Ik vind Rotterdam een prachtige stad, maar hoe vreemd zit die eigenlijk in elkaar? Ik kan het geheel nog steeds niet vatten (ook al heb ik dat uitgebreid op kaart bestudeerd).
  • Joke is een heel goede roepnaam in Nederland: twee lettergrepen waar je veel emotie en kracht in kwijt kan. Ik liep een paar kilometer met een Saskia in de buurt en dat roept opvallend lastiger.
  • Op de marathon expo kocht ik nieuwe sokken van Incylence die perfect pasten bij mijn Zoom Fly’s (de betaalbare versie van Nikes snelle schoenen) en die ik dus ook droeg tijdens de marathon.
  • Ik nam tijdens deze marathon slechts drie sportgels in: op kilometer 8, 16 en 25. Verder dronk ik enkel water aan de bevoorradingsposten. In principe is dat te weinig, maar dit werkt voor mij het beste om mijn maag-darmstelsel koest te houden.
  • Naast drankposten waren er ook sponzenposten “ter verfrissing”. Ik nam altijd een spons om mijn handen proper te maken, maar ik vraag me af welke gek een spons over z’n hoofd heeft uitgeknepen.
  • Roos en mama slaagden erin om mij 5x op het parcours te zien. Wat een prestatie!
  • Bashir Abdi knalde in 2:03:36 naar een nieuw Europees record. Ik zag hem helaas zelf niet. Roos en mama konden hem meermaals aanmoedigen, zowel op weg naar de start als tijdens de race. Bashir had al een bijzonder plekje in ons hart, nu hebben we er definitief een idool bij.

IMG_6621b

Een postkaart uit Tienen

Dag lieve lezertjes

Ik schrijf jullie vanuit mijn vakantiestek in Tienen. Het eten is hier lekker en de koffie proeft zoals thuis. Door mijn boeken straalt de Italiaanse zon. De wifi is van uitstekende kwaliteit en op tv kan ik alle Belgische zenders ontvangen! Roos bleef logeren en eventjes voelde mijn eigen slaapkamer daardoor als een hotel, maar dan een pak ruimer. Veel hartjes voor het Hageland, de ideale uitvalsbasis om te lopen en fietsen. Warm aanbevolen zo’n thuisvakantie!

Belgische zomergroet
Joke X

IMG_5650b

IMG_5638b

IMG_5652b

IMG_5624b

IMG_5609b

IMG_5630b

IMG_5717b

IMG_5632b

Het moment – Mijn tips voor een geslaagde vakantie

Als leerkracht is het zonder meer een privilege om twee maanden zomerstop te mogen consumeren. Je zou me daarom een expert in zomervakanties kunnen noemen. Ik ben niet de persoon van de bijzondere reisbestemmingen, maar wel degene die zich prima thuis vermaakt en blij is met de uitstappen die zich aandienen. Toch overvalt de zomervakantie mij elke 1e juli. Hoe langer ik lesgeef, hoe minder goed het mij lukt om de klik van werk- naar vakantiemodus te maken. De flexibiliteit die het afgelopen corona-schooljaar vergde, de hectiek van de maand juni en de heftige emoties die ons soms overspoelen missen hun weerslag niet. Momenteel bevind ik me daarom nog in de decompressie-fase. Ik heb tijd nodig om school los te laten. Ik ben moe, soms zelfs wat lusteloos en ik kan me nog niet overgeven aan pure ontspanning. Gelukkig weet ik dat dit van voorbijgaande aard is.

Ik begrijp wel waarom mensen tijdens hun vakantie weg willen gaan. Het is als de reset-knop indrukken: verplicht op een ander ritme leven, weg van de routine thuis, weg van de klusjes en to-do’s die liggen te wachten. Er gaat namelijk ook iets dwingends uit van vakantie: eindelijk heb je nu die tijd waar je zo lang naar uitkeek. Nu moet je écht dat boek lezen of die film kijken en is er écht geen excuus meer om korte metten te maken met de rommel in de garage. Ik maak daarom allerhande lijstjes: van leuke en van nuttige dingen. Zo heb ik toch het gevoel dat ik de teugels in handen heb. Om de week op een productieve noot te beginnen zijn maandagen voorbehouden voor al wat nuttig is. Verder blijven lezen en bewegen heel belangrijk, kijk ik naar de Tour, spendeer ik tijd met vrienden en familie en drink ik koffie. Veel koffie. Ik geef jullie graag nog enkele laagdrempelige vakantietips voor wie het niet ver wil zoeken. 

Stuur eens een kaartje om iemand een fijne vakantie te wensen, vanuit je staycation-locatie of zelfs als je op daguitstap bent. Niets is zo fijn als je brievenbus openen en er een handgeschreven kaartje in te vinden dat belachelijk lang onderweg is geweest.

Neem je loopschoenen mee, waar je ook heen gaat. Lopen op verplaatsing is altijd een verrijking, ook als je gewoon bij vrienden gaat logeren. De veldweggetjes en het asfalt op een ander ogen net dat tikje pittoresker dan je eigen platgetreden paden. Zelfs als je niet de kans hebt om een looprondje te maken, dan kunnen loopschoenen hun nut bewijzen als comfortabel schoeisel.

IMG_5427b

Bak eens een cake, bijvoorbeeld een frisse citroencake volgens mijn eigen recept. Meng 120 gram gesmolten boter met 3 eieren. Voeg er 250 gram suiker aan toe en het sap van één citroen. Wie echt fancy wil zijn, gaat natuurlijk ook voor wat citroenzeste. Goed roeren tot een homogeen mengsel. Voeg 250 gram (spelt)bloem toe en 2 theelepels bakpoeder. Tot slot maakt 250 gram plattekaas het deeg compleet. 50 à 55 minuten de oven in op 180 °C. Smakelijk!

Maak eens een wandeling in je eigen buurt en loer eens – subtiel – bij de buren binnen (zij doen dat namelijk ook bij jou). Ik voel me altijd meer verbonden met mijn dorp als ik er doorheen wandel. Zo kwam ik tot de vaststelling dat mijn buurt wordt getypeerd door poorten en rolluiken: ieder voor zich op z’n lapje grond, lekker Vlaams. Maak ook eens foto’s van je buurt, bij voorkeur tijdens golden hour. Je zal ervan versteld staan hoe Instagram-proof je (al dan niet spreekwoordelijke) achtertuin blijkt te zijn en als dat niet zo is, heeft ook dat weer z’n charme.

Hou het veilig en neem je mondmasker mee. De coronacijfers doen het op alle vlakken goed, maar enige voorzichtigheid is nog steeds op z’n plaats. Gebruik je verstand. Als we dat allemaal blijven doen, komt er echt een dag dat corona ons leven niet meer bepaalt.

Maak er iets moois van deze zomer!

IMG_5423b

Loperspraat – Waarover ik praat als ik over Den Haag praat

Een zondag in maart en geen CPC Loop in Den Haag, dat doet pijn. Het weer is grillig maarts. De herinneringen aan de CPC die vorig jaar nog op de valreep kon doorgaan liggen vers in het geheugen omdat enkele dagen later een lockdown – al dan niet light – werd afgekondigd. De scholen gingen dicht, het land een beetje op slot, maar wij hadden Den Haag nog op zak. Ik heb lang nagedacht over wat ik kon vertellen over een zondag in maart zonder CPC en wat dat voor mij betekent. Misschien kon ik het hebben over wat ik nog niet vertelde? Al snel bleek dat bitter weinig schrijfstof op te leveren. Ik kon schrijven wat ik juist niet mis van de CPC of waarom ik Den Haag juist heel erg mis? Ook dat kon de lading van mijn gedachten niet helemaal dekken. Ik ga dus voor de chaotische benadering: wat schiet er door mijn hoofd als ik aan Den Haag en de CPC denk?

  • De autorit met Roos en de gewoontes die daarbij horen: verkeerschaos rond Antwerpen, beheerst rijgedrag in Nederland, High Way Den Haag zingen, een kwalitatieve koffiestop mét versnapering (Roos trakteert mij als onkostenvergoeding), heel vaak een herinnering ophalen Weet je nog toen? De volgende keer dat we onderweg zijn volgt ongetwijfeld Weet je nog toen we in augustus met 35 graden zonder airco wegsmolten in de auto?
  • De aartsmoeilijke kledingdilemma’s waar we mee geconfronteerd worden. Maart is een uitdagende maand op vestimentair gebied. Het weer zit op de wipplank tussen winters fris en veelbelovend voorjaars. Bovendien gaat de CPC Loop pas om 14u van start en zie je die dag zowel wind, regen als stralende zon. Het is dan vooral zaak om heel veel soorten kleding in je sporttas te proppen. Ik liep de CPC zowel in een heel blote als in een heel bedekte outfit. We komen daarom altijd belachelijk zwaar gepakt en gezakt aan bij onze familie.
  • De magie van het Malieveld, eigenlijk gewoon een heeeeel groot grasveld dat het kloppend hart van de CPC vormt. Meestal is het er ook modderig, vaak heeeeel modderig.
  • De wind die wij dus totaal niet kunnen inschatten. We vertrouwen daarvoor op de kennis van de locals (onze familie). Het is duidelijk dat wij niet aan zee wonen.
  • Hoe we altijd barsten van het zelfvertrouwen om op de fiets onze weg te vinden in Den Haag, maar dat altijd het onvermijdelijke moment aanbreekt dat Roos de gps moet inschakelen.
  • De AH XL in de Elandstraat waar we een fantastische shoppingervaring beleven. Roos heeft altijd schrik dat de witte bolletjes uitverkocht zullen zijn die ze nodig heeft als ontbijt.
  • Het brede scala aan emoties die de CPC teweeg brengt. Gaande van euforie tot diepe teleurstelling.
  • Irene die ons in de watten legt door voor ons te koken en een lekker bed op te maken. We kunnen met haar ook altijd goed bijbabbelen over de gebeurtenissen in onze familie.
  • Maarten is onze oudste neef en hoewel we intussen allemaal saai volwassen zijn, blijft het heel leuk om hem te plagen. Met zijn kleurrijke outfits bijvoorbeeld, maar ook hoe hij zich altijd als een gek moet haasten om dan nét op tijd of nét te laat te zijn. Roos en ik staan meestal te wachten tot het startvak opengaat, Maarten staat 10 minuten voor het startschot nog aan te schuiven om zijn borstnummer op te halen.
  • Onze neefjes Senne en Lev kijken inmiddels niet meer verschrikt op als de nichtjes van papa aan de deur staan. Ondertussen kunnen ze ook onze Vlaamse tongval begrijpen en waarderen ze ons heel erg als supporters tijdens de kinderloop.
  • De finale van Wie is de mol? blijkt steevast plaats te vinden op de dag voor de CPC. Zo kregen wij de afgelopen jaren steeds de ontknoping mee en dus ook de verraste blikken van Senne en Lev. We leerden vooral dat het begrip BN’er erg rekbaar is.
  • Een halve of hele marathon heeft altijd een verraderlijke staart. In Den Haag is die altijd nog venijniger dan je denkt. Je loopt naar de zee, maar moet dan ook weer terug. De wind is daarbij een bondgenoot, dan wel vijand. Bovendien is de laatste strook naar de finish een optische illusie: twee kilometer lang ben je in de waan dat je er bijna bent (en ja, we weten wel dat een halve marathon 21,1 kilometer is). Twee kilometer is erg lang als je het zwaar hebt.
  • Na de finish pas ik altijd voor de warme thee die wordt aangeboden. Gekke Nederlanders!

Wat zou het al fijn zijn als we binnenkort weer de grens over mogen voor een volstrekt essentieel familiebezoek!

IMG_3933b