Loperspraat – UTMB voor dummies

De marathon ligt niet meer op mijn maag. Ik ben goed hersteld. Dat is ook nodig, want volgende week zullen Hans en ik deelnemen aan de Trail Alsace Grand Est. Het belooft een prachtige tocht te worden van 108 km door pittoreske wijngaarden, langs een kasteeltje hier en daar met bijna 4000 hoogtemeters. Om nog wat berggevoel mee te pikken, gingen we 2x trailen in Stoumont. Het goede nieuws is dat ik mezelf als trailloper serieuzer neem sinds ik trailstokken heb. Daarover later meer. De Trail Alsace is onze eerste UTMB wedstrijd. Een concept dat enige verduidelijking verdient. Daarom een snelcursus UTMB voor dummies.

Waar staat UTMB voor?
Ultra Trail Mont Blanc. Ultra = een loopafstand langer dan de marathon. Trail = lopen op een (grotendeels) onverhard parcours met hoogtemeters. De Mont Blanc is de hoogste top van de Alpen met een hoogte van 4806 meter (ongeveer).
De UTMB is een trailwedstrijd van dik 170 km en ruim 10.000 hoogtemeters die gelopen wordt in het laatste weekend van augustus. Je moet ingeloot worden om te kunnen deelnemen. Op basis van je behaalde resultaten kan je kiezen uit afstanden van 20 tot ruim 170 km. “De Echte” UTMB-race is die van 170 km, die werd voor het eerst georganiseerd in 2003. Het is het spektakelstuk van de trailsport. Alle toppers staan aan de start in Chamonix om door Frankrijk, Italië en Zwitserland te lopen. Duizenden recreanten dromen van een plekje in die iconische wedstrijd met de Mont Blanc als decor.

Wat is UTMB nog?
De UTMB World Series organiseert, naast de UTMB-race, wereldwijd trailwedstrijden, bijvoorbeeld de Trail Alsace. Woorden als incredible, extraordinary en adventure keren vaak terug in hun communicatie. Ze zetten in op beleving en kiezen locaties die tot de verbeelding speken waar ze vervolgens een mooi verhaaltje bij kunnen vertellen. Zo bestaat de Trail Alsace uit 6 afstanden (10 tot 156 km) met elk een eigen naam en stukje geschiedenis. Wij lopen de ultra-trail des païens (UTDP) die een oude Keltische route zou volgen: a mystic experience! Trailrunning als lifestyle, zeg maar.

Je loopt “by UTMB” wedstrijden in de eerste plaats voor de lol (denk ik toch), maar je verzamelt ook een aantal running stones als je finisht. Voor een afstand van rond de 100 km zijn dat er 3. Die stenen kan je gebruiken om deel te nemen aan de loting voor de UTMB-race, mocht je dat willen. Hoe meer stenen, hoe groter je kansen in de loterij. Factoren als leeftijd, geslacht en nationaliteit spelen daarbij ook een rol opdat het deelnemersveld divers genoeg zou zijn. Om erbij te zijn bij de Mont Blanc moet je je met andere woorden al een beetje bewezen hebben als trailloper. Een wedstrijd winnen kan ook. Of dus gewoon wat geluk hebben dat je lotje getrokken wordt.

Wat is een UTMB-index?
De meeste trailwedstrijden in België of in het buitenland, zullen je een UTMB index score opleveren. Het is een score die je krijgt op basis van de afstand die je loopt en je behaalde resultaat. Hoe langer de trail en hoe hoger je in de ranking staat, hoe meer punten je krijgt. Je krijgt niet alleen punten bij de “by UTMB” evenementen en je moet ook niet per se lange afstanden lopen om punten te verzamelen. Je UTMB-index zegt vooral of je op regelmatige basis deelneemt aan trailwedstrijden en of je je ook (soms) aan het langere werk waagt. Om je een idee te geven: mijn huidige UTMB-index is 591. Die van Courtney Dauwalter, één van de fenomenen in de trailsport, 860. De score op zich geeft je niet meer of minder rechten om ergens aan deel te nemen.

Hoe schrijf je je in?
Voor alle “by UTMB” races kan je je inschrijven zonder loting, op voorwaarde dat je een geldige UTMB-index hebt (er is geen minimumscore) en dat je verzekerd bent voor repatriëring bij een ongeval. Wij schreven ons in september in voor de Trail Alsace. De kortere afstanden zijn sneller volzet dan de langere, maar van zodra de inschrijvingen openen, mag je niet te lang twijfelen. De inschrijvingsprocedure doorloopt nog wat bijkomende stappen nadat je betaald hebt. Zo kan je uiterlijk 4 maanden voor de wedstrijd je PPS kopen: le Pass Prévention Santé, de vervanger van het medische attest dat tot voor kort in Frankrijk verplicht was als je deelnam aan een sportevenement. Het houdt in dat je een aantal filmpjes moet bekijken van Franse dokters die uitleg geven bij hartfalen en waar je het aan kan herkennen. Goed bedoeld, wel een beetje absurd.

Wat kost het?
Ik betaalde voor mijn inschrijving 243 euro + 5 euro voor de PPS. Dat is veel geld! Bovendien is het verplichte materiaal dat je moet meenemen uitgebreider dan voor een trailwedstrijd in België of Nederland. Een regenjasje met kap en getapete naden is bijvoorbeeld verplicht, ongeacht het weer. Daar ben je makkelijk 200 euro aan kwijt. Zo zijn er waarschijnlijk nog wat andere spullen die je zal moeten aanschaffen. Natuurlijk kan je budgetvriendelijke keuzes maken, maar ook dan kost een trailuitrusting wel wat. Daarbovenop heb je nog de indirecte kosten zoals je verblijf en vervoer.

Wat krijg je daarvoor?
Wel veel, vind ik. Wij lopen onze 108k in een lijn van Orschwiller naar Obernai. De organisatie voorziet een busrit naar de startlocatie. Er zijn 8 bevoorradingsposten met heel wat faciliteiten, zoals 2x een warme maaltijd en je eigen drop bag die halverwege klaarligt. Wie uit de race stapt, kan op een aantal posten rekenen op vervoer naar de finish. Aangezien we 24 uur de tijd krijgen om te finishen, moeten de checkpoints voor lange tijd ruim bemand zijn. En dat is dan nog maar 1 van de 6 races. Logistiek niet van de poes. Ik heb het natuurlijk nog niet live meegemaakt, dus ik kan de organisatie nog geen officiële complimenten geven. Ter vergelijking: voor de Chouffe trail (80 km) betaalde ik vorig jaar 103 euro, ook niet bepaald weinig. Ieder bepaalt natuurlijk voor zich of ie dat het geld waard vindt.

Is dat UTMB-gedoe niet één en al commercie?
Tja, elke organisator van sportevenementen is commercieel ingesteld. UTMB of “by UTMB” is een merknaam, voor sommigen wellicht een vinkje op de bucketlist. Ze weten hun merk op een heel aantrekkelijke manier in de markt te zetten. Zo is Hoka één van de grote sponsors, een schoenenmerk met een mindset van vrijheid-blijheid en een flinke dosis fashion. Ergens is UTMB ongetwijfeld een circus met veel nullen, maar wel eentje met een hechte, oprechte community van mensen die de passie voor trailrunning delen. UTMB zet bovendien écht in op duurzaamheid en heeft extra aandacht voor vrouwen in het deelnemersveld. Dat zie je bijvoorbeeld aan hoe ze hun races in beeld brengen en aan het feit dat ze menstruatieproducten voorzien aan de bevoorradingen. Sceptisch zijn mag altijd, maar zoals steeds vertrouw ik liever op het positieve. Ik vind het gewoon lekker om me op sleeptouw te laten nemen door dat hele gedoe. Een organisatie mag van mij gerust wat tralala verkopen als ze ook echt iets te bieden heeft qua beleving.

Het moment – De perfecte marathon

Ik liep al 20 marathons en ondertussen durf ik daar schaamteloos trots op te zijn. Rotterdam en Parijs vormen vandaag het decor van twee iconen aan de marathonhorizon. Ik liep ze elk 3x. Parijs is ongetwijfeld de mooiste stadsmarathon. Je start op la plus belle avenue du monde, want chauvinistisch als de Fransen zijn schuwen ze de grote woorden niet, om dan 10 bijzondere stadskilometers te lopen tot aan het Château de Vincennes. Dan volgen heel mooie stukken langs de Seine met zicht op de Notre-Dame en de Eiffeltoren om via het Bois de Boulogne te finishen met zicht op de Arc. Het is een marathon die erin slaagt om maximaal voeling te houden met de stad. Geen omleidingen langs saaie bedrijventerreinen of identiteitsloze waterlopen. Rotterdam daarentegen herbergt objectief gezien veel meer saaie kilometers, maar toch ben ik het er helemaal mee eens dat het De Mooiste is. De sfeer is werkelijk ongezien. Het is een magische marathon die nog heel lang nazindert. De marathon van Parijs zal ik waarschijnlijk niet meer lopen omdat die te groot en duur geworden is. Voor Rotterdam wil ik dit najaar mijn kans in de loterij nog eens wagen.

Deze zondag is dus een marathonfeestdag, ook al moet ik zelf nog een weekje wachten voor ik aan de bak mag in Leuven. Ik vraag me af waar ik mijn perfecte marathon liep. Als ik door mijn mentale marathonarchief grasduin, vind ik het antwoord zeker niet in Parijs. Hoe onvergetelijk de ervaring daar telkens was, ik zag er ook altijd heel zwaar af. Als het niet door de warmte kwam, dan wel door de tunnels of de oplopende stukken. Ik leek me er altijd aan iets te mispakken. Nochtans liep ik er 2x een felbevochten PR. De Paris Marathon verkocht zijn vel altijd heel duur, waardoor ik met een zweem van ontgoocheling achterbleef. In 2019 liep ik er mijn 10e marathon die mij veel voldoening bracht, maar ik hield er ook een trombose en longembolie aan over. Perfect kan je dat niet noemen.

Wanneer is een marathon perfect? Veel lopers zullen antwoorden: als alles volgens plan verloopt. Ik zou een stapje verder willen gaan: als de marathon je plan overstijgt. Als lopen het enige is wat telt en dat grote plan naar de achtergrond verdwijnt. In oktober 2016 liep ik de marathon in Brussel. Het parcours was zwaar – op z’n Brussels – met 377 hoogtemeters. Ik liep alleen, had krampen in mijn buik en ik was helemaal niet tevreden met de schoenen van Saucony waar ik toen mee liep. En toch kon ik gewoon gedachteloos blijven lopen. De marathonwetten hadden die dag geen vat op mij. De pijn die ik voelde kon mij niet raken. Ik vloog zo bij mijn 4e marathon naar 3u22. Zowaar 5 minuten sneller dan mijn, zogenaamde “eens en nooit meer”, sub 3u30 die ik dat voorjaar liep in Rotterdam samen met papa. Die marathon van Brussel in 2016, die ik verder niet documenteerde, is heel lang overeind blijven staan als mijn strafste prestatie.

Een andere imperfecte perfecte marathon was die van Rotterdam in oktober 2021, de post-corona editie zeg maar. Ik verlegde daar mijn grenzen en deed wat ik jarenlang voor onmogelijk had gehouden: onder de 3u20 duiken. En hoe! Er was niet echt een plan, want het stond in de sterren geschreven dat ik zou knallen. Ik ging uiteraard te voortvarend van start. Juist omdat ik helemaal niet bezig was met wat nog komen zou, liep ik zo lekker. Onbezonnen stortte ik me in het avontuur. Ik kende een stevig verval de laatste kilometers, maar ook dat kon de dikke vette glimlach van mijn gezicht niet doen verdwijnen. Ik finishte in 3u07. Dat ik tijd verloren had door die snelle start kon me echt niet schelen. Het was een race die ik planloos liep, niet zonder slag of stoot, maar net daarom was het een grote liefdesverklaring aan de marathon.

In april 2023 stond ik in Rotterdam aan de start met een heel duidelijk plan: onder de 3 uur lopen. Na 2 km wist ik dat het binnen was. Hoe arrogant om dat te kunnen denken, maar ik voelde het gewoon: dit werd mijn dag en elke kilometer bevestigde dat. Ik liep volgens plan de eerste helft wat sneller dan de tweede. De laatste kilometers kreeg ik schrik om te vallen, want alleen pech kon mijn plan dwarsbomen. Ik liep gecontroleerd uit en, braaf volgens plan, rijfde ik mijn sub3 binnen. De perfecte race? Ik zat niet lekker in mijn vel en was doodongelukkig toen ik nadien thuis was. Die 2u58 stond achter mijn naam, de klus was geklaard en daarmee was de kous af. Ik deed simpelweg waar ik voor getraind had, maar het gevoel was er niet.

De marathon waar alles voor mij samenviel, dat was natuurlijk mijn triomf van Antwerpen in oktober 2023. Die prestatie belichaamt de marathonperfectie. Ik had geen plan of geen doel. Ah nee, want mijn sub3 was binnen, dus er moest helemaal niks. Natuurlijk wist ik wel dat ik vrijwel moeiteloos mijn tempo’s liep en dat nóg een sub3 een reële mogelijkheid was. Ik liep daar de marathon van mijn leven. Tot over mijn oren verliefd trouwens (en nog steeds). De pijn leek niet door te dringen. Ik was niet bezig met tijd en tempo, keek amper op de klok. Geen reken- en denkwerk met kilometers en seconden. Alleen maar die voeten die over het asfalt tikten. Ik liep en liep en liep en ik bleef dat doen tot die laatste lijn naar de finish. De perfectie: dat je alleen de vreugde voelt dat je aan het lopen bent. Makkelijk gezegd als het een marathon is waar je én op het podium staat én je snelste tijd loopt, maar het zal toch voor altijd dat ultieme onbezonnen gevoel zijn dat ik koester.

Ik wens alle lopers en hun supporters in Rotterdam en Parijs een onvergetelijke ervaring! Dat iedereen de marathon mag lopen die perfect is naar de eigen wensen. En als het niet zo is: wees dan onnoemelijk fier op wat je vandaag getoond hebt. Wij duimen alvast voor de broers Van Roy in Parijs!

Het moment – Een jubileumfeest met bijhorende tradities in Den Haag

10 jaar geleden was ik 30 en Roos 23. We waren serieus gebeten door de loopsport, in volle voorbereiding voor de Rotterdam Marathon, mijn 3e en Roos’ 2e marathon. Het eerste weekend van maart reden we voor het eerst naar Den Haag. De TomTom hing met een zuignap aan het autoraam, zo ging dat in die tijd. Naar Den Haag rijden was niet minder dan een missie. Zouden we zonder onder de tram te belanden veilig en wel aankomen bij onze neef Maarten? Het antwoord was gelukkig en volmondig “ja”. Onze schattige neefjes Senne en Lev van 7 en 5 deden de deur open en keken wat verschrikt naar de nichtjes van papa. We kwamen namelijk een nachtje logeren om op zondag 6 maart 2016 voor het eerst deel te nemen aan de CPC Loop, dé halve marathon van Nederland. Een nieuwe familietraditie was geboren.

De CPC bracht ons veel verhalen van de strafste soort. We liepen er meermaals PR’s en ook wel eens onszelf in de vernieling. De wedstrijd werd eens afgelast door de wind en was het laatste massa-evenement 4 dagen voor België in lockdown ging in 2020. Bij de comeback in het najaar van 2022 was Sam van de partij en zat Roos in Berlijn voor de skeelermarathon. Ook maatje Pieter trok eens ten strijde door de city-pier-city. We trotseerden er vaak herfstig regenweer, soms een stralende zon, maar vooral veel wind. Het Malieveld werd een grasveld met mythische proporties. Ik was zelfs zo gek om de CPC 2x in de zomer te lopen, op eigen houtje dus, toen ik op vakantie was in Den Haag en ik mijn parcourskennis wilde testen. Het gekke was dat het CPC-gevoel mij zelfs op het voetpad bekroop.

De neefjes zijn inmiddels tieners. Maarten en Irene wonen niet meer in het huis met de magnolia. Roos heeft een baby die bijna één jaar is. En ik vond Hans. De liefde voor de CPC bleef al die tijd overeind. Het is dan ook een ijzersterke formule: een halve marathon met stads- en zeezicht, een ongelooflijke organisatie en dat alles binnen een warm familiaal kader. We waren er daarom als de kippen bij om ons in te schrijven voor de 50e jubileumeditie. Geen digitale wachtrij is te lang als je de CPC wil lopen. Zaterdagochtend 14 maart stapten we meer dan goedgeluimd in de auto. Geen GPS meer aan het raam, ik laat me rijden tegenwoordig. Een vaste waarde is daarentegen dat het wisselvallige weer zich niet laat voorspellen. We vertrokken met gietende regen in Tienen, maar gaandeweg trok het wolkendek open en werd het zonniger hoe dichter we onze bestemming naderden.

Den Haag binnenrijden is altijd een beetje thuiskomen. De neefjes schrikken inmiddels niet meer als ze ons zien, maar zijn blij met de grote doos Belgische koffiekoeken. Hans en ik trokken de stad in via onze vaste fietsroute, gewoontediertjes als we zijn. Maart toonde zich inmiddels van zijn grilligste aard door zo nu en dan geheel onverwacht een pittig buitje uit de wolken te schudden. Er hingen dus grijze wolken boven het Malieveld waar we ons nummer gingen ophalen. De eventsite (zoals dat zo mooi heet) was wat anders ingericht met een entree (Nederlanders houden van Franse woorden) langs de zijkant. Daarna konden we het niet laten om nog wat boeken te gaan shoppen bij De Vries Van Stockum en er volgde een uitgebreide kijksessie op de mode afdeling van De Bijenkorf. De avond voor onze race was een borrel niet aan de orde, maar koffie met taart ging er wel in bij Café Emma. We schoven nadien onze voetjes onder tafel ten huize Maarten, de meest onveranderde factor in heel dit verhaal over tradities en gewoontes. Chaos en gezelligheid troef.

Sinds vorig jaar start de halve marathon niet in de late namiddag, maar om 11u30: het ideale uur als je in Den Haag logeert en je niet voor dag en dauw je bed uit wil. Om 10 uur vertrekken we met de fiets richting Malieveld. Er is regen voorspeld, maar die heeft zich vermomd als een stralende zon. Het blijkt het ideale loopweer te zijn met een bescheiden 10 graden, een zonnetje en relatief weinig wind. De meeuwen juichen ons vrolijk tegemoet. Op het Malieveld is het heerlijk druk. De kinderlopen zijn net achter de rug, de 5 km wedstrijd staat op het punt te vertrekken. We droppen onze spullen in de locker (vooral mijn spullen eigenlijk) en gaan richting startvak 1. Geen inhaalrace voor Hans dit jaar! We zijn allebei voorzichtig om onze ambities uit te spreken, aangezien het al bijna een jaar geleden is dat we nog een race op straat liepen. Er is altijd dat dubbele gevoel van enerzijds willen genieten van wat lopen is en anderzijds ook het volle pond te willen geven om te kijken waar je staat.

Even een promopraatje. De halve marathon is een prachtige afstand! Toegankelijk, maar niet alledaags. Haalbaar, maar niet vanzelfsprekend. Je hoeft geen gekke dingen met voeding en drinken te doen, zowel voor als tijdens de race. Je kan diep in het krachtenarsenaal tasten zonder dat je dat meteen heel zwaar bekoopt. Een dodelijke, maar verleidelijke cocktail van afstand en snelheid. Het parcours van de CPC zou ik als mijn broekzak moeten kennen, al kan ik me verschuilen achter het excuus dat er de laatste jaren wel wat wijzigingen zijn doorgevoerd. CPC staat voor city pier city, omdat je van de binnenstad over de boulevard richting de pier van Scheveningen loopt en dan terug de stad in. Starten gebeurt ook dit jaar – traditiegetrouw – op de Koningskade. De zon doet de oranje banners eens zo hard oplichten. Ik voel mijn 9e CPC-start kriebelen tot in mijn kleine teen. Er zijn dit jaar een pak meer deelnemers (de wedstrijd was alsnog na een paar uur uitverkocht). Daardoor is de startprocedure aangepast volgens het flessenhals-principe. Het zal absoluut de juiste keuze blijken te zijn om loopplezier en -comfort te garanderen. Wat ook nieuw is: we slaan snel linksaf waardoor de eerste 2 kilometer “nieuw” zijn. Ik leer ook echt een nieuw stukje Den Haag kennen, want vergis je niet: ik ken daar heus niet elke straatsteen.

Na 10 jaar ben ik tot de conclusie gekomen dat de CPC zich laat indelen in 4 blokken. Het eerste blok: de start van km 1 tot 7. Sfeer troef! Dikke rijen mensen juichen je toe die eerste kilometer. Je lijkt te joggen, maar in wezen vlieg je. Lopen gaat als vanzelf. Je gaat door relatief bekende straten, een groot feest van herkenning. Een moment van stilstaan en kort rouwen om de plaats des onheils waar ik in 2018 na 3 km stilstond met een enkelblessure. Het is dan verder lopen, een heel goed gevoel tanken en zoeken naar wat een comfortabel tempo is zonder door te duwen. Uit de praktijk blijkt echter dat ik pas na dit eerste blok weet of ik niet té voortvarend ben gestart. Het begin van de CPC, dat is eigenlijk altijd goed. Zo ook nu. Ik weet dat Hans wat sterker en sneller is, dus ik zie zijn blauwe Hoka-petje meter per meter afstand nemen. Zelfs als hij na 6 kilometer al een aardige voorsprong bij elkaar heeft gelopen, blijf ik om de zoveel tijd zoeken naar dat blauwe petje dat op en neer beweegt. Natuurlijk heb ik wel een richttempo voor vandaag. Op basis van mijn pistetrainingen denk ik gemiddeld onder de 4’30” per kilometer te kunnen blijven. Het eerste deel lijkt dat te bevestigen. Ik loop steady tussen de 4’20” en 4’25”. Het geeft de burger moed.

Kilometer 8 tot en met 14 noem ik het “uur” van de waarheid. Je bent in een wat saaier stuk van de stad (nooit iets slechts over Den Haag!). De benenwagen begint de inspanning te voelen. 38 hoogtemeters op 21,1 km lijkt verwaarloosbaar, maar ze bevinden zich bijna allemaal in dit deel van het parcours. En ja, dan voel je dat dus wel. Je loopt ook richting de zee, maar het duurt altijd langer dan je denkt vooraleer je daar bent. Zee betekent ook dat de wind plots kan oplaaien uit een richting die nooit echt gunstig lijkt te zijn. In deze fase bepaal je of je chill zal drijven, gezapig zal dobberen of genadeloos zal verdrinken. 10 jaar CPC ervaring leert mij dat ik hier vooral het hoofd fris moet houden. Ik mag niet gaan doorduwen als ik voel dat het zwaarder wordt, ik moet blijven zoeken om mijn tempo te kunnen consolideren en de Cielo’s hun werk laten doen. Waar ik hier vorig jaar tijd begon in te leveren, wat aanvoelde als een slag van de molen, blijf ik dit jaar dapper overeind. Zelfs op de wat zwaardere stukken blijf ik netjes onder mijn beoogde tijd. De metronoom is back in business. Op mijn eigen manier vlieg ik tussen de meeuwen door naar de zee.

Tijd voor het pronkstuk: van kilometer 15 tot 17 loop je dus langs de zee, niet over het strand, wel langs de boulevard (den dijk zoals wij in België zeggen). Een verraderlijk stukje waarbij de kunst is om te genieten van het feit dat je loopt met zeezicht, zonder je blind te staren op de kilometertijden die onvermijdelijk wat trager zijn. Het loopt namelijk wat omhoog en de ondergrond is oneffen. We hebben geluk! De wind staat hier in de rug. Ik blijf dus lopen! Ik ben zo enthousiast dat ik niet anders kan dan een sportgel aannemen van de enthousiaste meiden van Upfront. Het blijkt er één met appelsmaak te zijn, dat is het proberen waard. Le nouveau Joke est arrivée en duwt met een paar slokken die gel naar binnen. Waarom ik dat misschien niet beter had gedaan? We zijn net een bevoorradingspost met water gepasseerd en dit is wel degelijk een gel van de plakkerige soort die water nodig heeft.

Als je dan na 17 kilometer uiteindelijk rechts afdraait, richting de stad is de grande finale ingezet. Die loopt eerst lichtjes bergaf en gaat dan via wat keren in een redelijk rechte lijn richting finish. De Badhuisweg is een finale-waardige laan. Het is hier nog 4 kilometer letterlijk alles geven zonder jezelf de pleuris in te lopen, maar wel hard genoeg om er letterlijk elke druppel zweet te kunnen uitpersen. Dat lukt nog steeds behoorlijk. Ik blijf heel nette kilometertijden lopen. De buit is nog niet binnen. Ik voel elke vezel in mijn lijf werken, maar ik ben blij dat ik elke vezel in mijn lijf aan het werk krijg. Met zicht op de iconische skyline van Den Haag is het aftellen tot je eindelijk linksaf mag slaan om te finishen. Het doet pijn, echt waar, maar ik geniet. Als er iets is wat ik heb geleerd van 11 jaar wedstrijd lopen, dan is het dat je dat moment van de finish altijd moet capteren. Het is niet en zal nooit vanzelfsprekend zijn om weer maar eens een halve marathon af te tikken.

Ik klaar de klus uiteindelijk in 1u33. Wat verder voor mij zie ik Hans in de finishzone. We zijn min of meer in elkaars buurt gebleven. Hans heeft afgeklokt op een knappe 1u32 en neemt dus een mooi PR mee naar huis. De zon schijnt nog steeds, we zijn weer samen. Tijd om na te praten en te recupereren. Het leven is goed! We nemen afscheid van ons Den Haag en natuurlijk onze familie, maar niet voor te lang. En of we wat hebben om op terug te blikken! Niets dan lof in de eerste plaats voor de organisatie, die was feilloos te noemen. De drukte op het parcours was perfect gedoseerd. Ik liep nooit echt alleen, maar ook niet in een hinderlijke massa. Ook na de finish was de doorstroom en drukte behoorlijk ideaal te noemen. Duimpjes omhoog voor alle sympathieke vrijwilligers die dit loopfeest mogelijk maakten.

Na 9 CPC’s is het niet eenvoudig om een objectieve analyse te maken van mijn prestatie. De omstandigheden zijn altijd weer anders, net zoals de sportieve agenda. Er valt ook weinig peil te trekken op hoe mijn halve marathon zich verhoudt tot de marathon die erop volgt. Ik liep razendsnelle marathons zonder uitschieter op de halve. Dat je iets meet, betekent voor mij ook dat er nog heel veel is dat je niet weet. De cijfers zeggen dat ik al vaker sneller liep dan mijn 1u33, vorig jaar bijvoorbeeld. Ik heb aan de verleiding kunnen weerstaan om daarom te zitten kniezen omdat ik deze halve marathon zo constant heb kunnen lopen. Ik voelde me op geen enkel moment verzwakken en kon mijn goede start vasthouden tot aan de finish. Mijn traagste kilometer liep ik in 4’28”, mijn snelste in 4’21”. Ik ben trager dan vorig jaar, toen ik sneller vertrok, maar ook een groter verval liet optekenen. Met het oog op de marathon over 3,5 week denk ik dat sterk kunnen blijven belangrijker is dan een snelle start.

Toch even een kritische noot. De CPC werd voor het eerst gelopen in 1975, maar vrouwen mochten pas meedoen vanaf 1980. Over 5 jaar vieren we dus pas het echte jubileum. Hoe dan ook ben ik blij dat ik al 10 jaar CPC geschiedenis mocht meemaken. In 2022 speelde Sam een rol in de aftermovie van de CPC. Hij werd gevraagd om in het startvak naar zijn horloge te kijken. Een onvergetelijke acteerprestatie. Dramatiek en aftermovies zijn goede vriendjes, maar trop is echt te veel. De aftermovie van dit jaar is er zo over dat je denkt: dit is ironisch bedoeld. En toch klopt één citaat als een bus: it’s a memory we recreate each year. Deel van de traditie is het herbeleven van herinneringen en dat gaat dan van hoe we ons niet met de fiets konden oriënteren tot de magnolia die telkens weer in bloei staat begin maart. Volgend jaar wordt de CPC gelopen op 14 maart, de dag dat mijn opa 100 jaar geworden zou zijn. Het zal mijn 10e CPC zijn. Ik voel hier nu al geweldig veel symboliek ontstaan.

Het moment – Feest in Den Haag

Februari is een feestmand. Hans mocht op 6 februari de aftrap geven met een kroon op zijn hoofd. Hip hip hoera voor Koning Hans! Laat vrijdag nu toevallig mijn favoriete dag zijn en een jarige op vrijdag, dat creëert mogelijkheden om op verplaatsing te vieren. Wij dus op naar Den Haag – want dichtbij en altijd goed. Voor de derde keer verbleven we er in de Van Swietenstraat aan het Koningsplein: sfeer en gezelligheid, het is Den Haag ten voeten uit. Na een vlotte autorit met onze vaste tussenstop kwamen we in de Haagse avondspits terecht. Indrukwekkend! Hoe dan ook, jarig zijn zonder een toertje te gaan lopen: dat kan echt niet. We trokken dus onze loopschoenen aan voor een rondje in de schemer richting Malieveld om alvast wat van de CPC te proeven.

De avond was nog jong en waar we al heel de week naar uitkeken, dat was borrelen bij café Emma op het Regentesseplein. Café Emma, mensen, ik zou een boek kunnen schrijven over welke gesprekken je daar oppikt omdat het publiek er zo divers is en luid genoeg spreekt om er je oor aan te hangen. Deze keer waren het een vriend en vriendin die lekker aan het kletsen waren. Zij: behoorlijk dominant in het gesprek. Hij: vond het allemaal wel prima. Ik onthoud de woorden ongekend en bloedirritant om toe te voegen aan mijn verzameling woorden die een (overdreven) sterk gevoel uitdrukken. Wij bestelden een biertje en ongekend lekkere vegan oesterzwambitterballen. In Nederland maken ze bitterballen en kroketten van werkelijk alles. Gelukkig voor ons ook in vegetarische variant. Het was een feestelijke avond en die avond was nog steeds jong toen we onze mezzeschotel mét extra falafel gingen afhalen bij Ali. In onze knusse studio dronken we champagne, klonken we op de jarige en het goede leven.

Jullie voelen al aan dat het een feestweekend was, want zaterdag begonnen we met een heerlijk ontbijt dankzij de onovertroffen bakkunsten van Pompernikkel (en ook wel een broodje van de Appie). Een goede bodem leggen is belangrijk voor wie een winkeldagje voor de boeg heeft. Onze eerste stop was de Piet Heinstraat, waardoor we allebei met het gelijknamige lied (zijn naam is klein) in ons hoofd zaten. Je vindt er wijnwinkel Marius, die aan heel wat Haagse horecazaken wijn levert en inmiddels ook voor ons een vast adres geworden is. Een mooi voorbeeld van dat een speciaalzaak niet per se duur hoeft te zijn. Vervolgens gingen we naar boekhandel De Vries Van Stockum in de Passage. Voor we het goed en wel beseften, stapten we met een stapeltje boeken naar buiten, waaronder de nieuwe Herman Koch en Julian Barnes. In de Passage zit ook kookwinkel Oldenhof. Ongekend! Noem iets dat met koken en de keuken te maken heeft en het wordt er verkocht. Denk zowel aan een magneet die een pak miniatuurpasta is, aan een theedoek of een Italiaans hoogwaardig espressoapparaat. Oldenhof heeft voor ieder wat wils en dus vonden wij er een cadeau voor Marike, die woensdag haar kaarsjes mocht uitblazen. We gingen niet voor de pastamagneet.

De zon scheen trouwens en op zaterdagnamiddag is het ongekend druk in Den Haag. Wij baanden ons een weg naar De Bijenkorf. Hans kocht er schoenen en ik dook in het ondergoed. Tot slot gingen we nog langs bij distilleerderij Van Kleef voor een fles limoncello en dan was het echt wel tijd voor een koffietje met gebak bij Emma. Alsof we nog niet genoeg stappen hadden gezet, gingen de loopschoenen weer aan. We hadden de zee immers nog niet gezien. Het werd een donker rondje over een onverlicht duinpad en langs een behoorlijk wilde zee. Een bijzondere ervaring die ik in mijn uppie nooit zou ondernemen. De ideale loopschoen voor een weekendje Den Haag dat is zonder meer de Bondi van Hoka: stabiel en dempend, heerlijk allround in stad en zand. Je zit er eigenlijk altijd goed mee als je niet per se snelheidsrecords wil verbeteren.

Ook deze avond was nog jong. Na een borrel op het Koningsplein gingen we met de fiets naar de snackbar. Hoewel we op 200 meter van een frietkot wonen, gaan wij in België nooit naar de frituur. Een wat drogere Nederlandse friet met een kaassoufflé en vegetarische kroket, dat smaakt toch erg goed op z’n tijd. Onze Nederlandse dag was trouwens Belgisch getint, want we volgden Belpop op de Belgische Radio 1. Een top 100 van Belgische muziek met ook best weer wat Nederlandse invloeden. Hoe Belgisch is Novastar bijvoorbeeld? Arno ging voor de 5e keer met de winst lopen met Dans les yeux de ma mère. We luisterden naar een geshuffelde versie van die 100 nummers, waarbij bleek dat Hans – een kind van de seventies – de Belgische muziek in al zijn diversiteit zeer goed kent. Hij is een man met vele talenten, maar dat wisten jullie al.

Onze zonnige zondag begonnen we weer met een ontbijt van Pompernikkel en nadien gingen we op de koffie bij Maarten en Irene, onze Haagse familie. Er is altijd veel om over bij te praten. Daarom is het eens zo fijn dat we elkaar snel terugzien voor het traditionele logeerpartijtje met de CPC. Wij vertrokken in Den Haag richting Wassenaar naar Museum Voorlinden. In november waren we er nog voor de expo van Mark Manders, maar dit bezoek was van het impulsieve soort. Uitgerekend langs de snelweg zagen we namelijk reclame voor de Franse Claire Tabouret. Een vrouw met een achternaam als een kruk, dat wekt meteen interesse. We voelden aan dat we dit niet wilden missen, wat een heel juiste inschatting bleek te zijn. Als er één Den Haag tip is die je echt moet onthouden, dan is het wel Museum Voorlinden. Gelegen op een prachtig domein aan de duinen met een tuin ontworpen door Piet Oudolf en grazende koeien die het schilderij compleet maken. Naar Voorlinden gaan, is een andere wereld binnenstappen.

Het was dus Claire Tabouret die ons op slinkse wijze hierheen had gelokt. Ze is een Franse kunstenaar die lange tijd in Amerika heeft gewoond. Een kind van de jaren tachtig dat altijd geweten heeft dat ze zou gaan schilderen. In de vernieuwde Notre-Dame in Parijs kan je binnenkort glas-in-loodramen van haar hand gaan bewonderen. Haar tentoonstelling in Voorlinden heet Weaving Waters, Weaving Gestures en bundelt werk van de afgelopen 10 jaar. In de eerste zaal waren we al meteen verkocht door haar onconventionele zelfportretten die een statement vormden om vrouwen in de kunst naar de voorgrond te brengen. In de tweede zaal was water het overkoepelende thema. Ik begon toen al te fantaseren waar ik thuis een werk van haar zou kunnen ophangen (wat als) of toch op z’n minst een paar postkaarten. Haar kleurgebruik en stijl zijn zo apart, zo wondermooi dat het beklijvend is om naar haar werken te kijken.

Wij gaan wel vaker naar een museum en ik hou daar altijd een goed gevoel aan over. Claire is mijn onbetwiste nummer 1. Ze heeft een heel gevoelige snaar geraakt. Woorden en foto’s schieten eigenlijk altijd te kort als je kunst wil beschrijven, zowel wat je ziet als wat dat met je doet. Naast het esthetische aspect was ik ook enorm geboeid door de manier waarop ze als kunstenaar aan de slag gaat met alternatieve materialen. Zo zagen we prachtig beschilderde vazen van haar hand en landschapsschilderijen op een canvas van nepbont. Eén van die werken had ze dan weer door een Frans atelier laten omzetten naar een gigantisch handgeknoopt tapijt. Dat gebeurde ook met één van haar schilderijen. Het resultaat was ronduit verbluffend. Ik bedoel: ongekend. Claire Tabouret was de kers op een al rijkelijk gedecoreerde verjaardagstaart. Je kan haar nog bewonderen in Voorlinden tot 31 mei. Ik zeg: ga dat zien!

We sloten af met de expo Stilte in de storm. Een verzameling uiteenlopende werken van diverse kunstenaars met als overkoepelend thema “de kracht van stilte”. Juist de variatie is de kracht van zo’n expositie. Je ziet moderne werken waar je even om moet lachen zoals een doodgewone deurbel met naamkaartje “Heaven”, maar net zo goed indrukwekkende installaties die op een eenvoudige manier een ingewikkeld verhaal vertellen. Wij pasten voor de performance art van Marina Abramović, waarbij je op een bankje een uur lang rijst en linzen mag tellen met een noise-cancelling hoofdtelefoon op om de stilte in je hoofd op te zoeken. We bleven vooral plakken bij de opstelling van een bepakt figuur die in alle eenzaamheid door de sneeuw stapt, een creatie van het Scandinavische kunstenaarsduo Elmgreen & Dragset.

Laat je vooral niet afschrikken door de setting van een museum of expositie. In een brochure lees ik vaak dingen waarvan ik denk: hm, ik ben hier te simpel voor, ik mis iets. Kunst bezoeken kan op het eerste zicht moeilijk of elitair lijken, maar eigenlijk is het heel eenvoudig: je moet alleen je ogen de kost geven. En geloof het of niet, we moeten in maart terug naar Voorlinden als we in Den Haag zijn voor de CPC. De catalogus van Claire Tabouret was nog niet te koop en die willen (moeten) we toch echt hebben als aandenken. Moe, maar helemaal voldaan reden we terug naar huis. Den Haag – dichtbij, altijd goed en ongekend de moeite.

De gedachte – Over het zwarte gat

Ik kreeg de eer om een bijdrage te mogen leveren aan het jubileummagazine van de 45e Rotterdam #demooiste Marathon die in april gelopen wordt. Een journalist belandde namelijk op mijn sub3-blog uit april 2023 waarin ik het zwarte gat na Rotterdam noem. Ik beantwoordde telefonisch vragen over wat dat zwarte gat precies is, hoe het voelt en hoe je ermee omgaat. Het was heel leuk om eens aan de vertel-kant te zitten en de tekst-kant aan iemand anders te laten. Ik heb het eindresultaat al mogen lezen, waar ik natuurlijk niet te veel over ga verraden (dat komt nog). Wel besefte ik dat het gitzwarte gat waar ik destijds in wegzonk na de marathon er niet meer is.

Kernzinnen in mijn relaas zijn een allesoverheersend doel en het ontnuchterende besef dat alles achter de rug is. Marathons lopen was lange tijd wat mijn leven richting en daardoor zin gaf. Ik telde week na week af naar dat grote doel. Elke stap die ik zette was er één naar de marathon, mijn ultieme focuspunt. Mijn leven werd daardoor ook behoorlijk hard. Vlak voor en tijdens die marathon bereikte de intensiteit een hoogtepunt. Ik was er verbonden met vriendjes en familie, ik deed iets waar ik ongelooflijk straf in was. Na de finish voelde ik alle energie en focus uit mijn lichaam wegvloeien. Mentaal en fysiek totaal leeg, ging ik naar huis. Daar viel ik in een uitputtende eenzaamheid, waar ik niet meer de held was die ik me tijdens en voor de marathon waande. It’s where reality kicks in. Het contrast tussen de magische marathonwereld en wat ik miste in mijn leven kon niet groter zijn. Ik werd verzwolgen door tristesse. Omdat ik nu een veel gelukkiger en zorgelozer leven leid, is die put er niet meer. Er is geen gapende leegte meer als de marathon gelopen is. Het leven gaat verder en dat is net zo goed een reden tot feest.

Wat natuurlijk ook helpt, is dat Hans en ik nu samen onze sportieve avonturen beleven. Een ongekende luxe om veel redenen. We kunnen eindeloos doorpraten over wat we meegemaakt hebben. We begrijpen elkaars triomf en frustraties. Er komt dus geen abrupt einde aan het verhaal, want we kunnen samen nagenieten en herbeleven zonder enig gemis. Hans heeft bovendien nooit last gehad van het zwarte gat. Hij heeft doorgaans wel stress in aanloop naar een wedstrijd en is dus vooral opgelucht als het achter de rug is en min of meer volgens plan verlopen. Wedstrijden zijn voor hem nooit een doel geweest om op regelmatige basis te lopen. Hij zegt dat hij stiekem wel een beetje jaloers is op die ervaring om in een zwart gat te kukelen zoals ik dat destijds kon. Ik ben immers zijn sensei van de intensiteit en het enthousiasme, zegt hij zelf.

Ik ging eens bij mijn loopvriendjes polsen of zij het zwarte gat kennen en hoe ze dat ervaren. Meteen keek ik in de richting van Roos omdat zij een ervaringsdeskundige inzake zwarte gaten is. Wat wij gemeen hebben is dat we de dingen intens beleven. Wij kunnen tot ongekende hoogten opgaan in iets en er dermate enthousiast over zijn dat zelfs de koelste kikker instant warmbloedig wordt. Ik denk dat die intensiteit aan de bron van een zwart gat kan liggen. Na de hoogte volgt de diepte. Roos beschrijft hoe ze zich na de dag van een wedstrijd kapot en leeg voelt terwijl ze alle indrukken moet verwerken. Hoe langer en zwaarder de wedstrijd, hoe meer last ze ervan heeft. Ze kan ook in een zwart gat vallen na een dag supporteren in de Hel of na een vierdaagse Rock Werchter. Een dag verlof nemen na een intense periode betekent de deur wagenwijd openzetten om het zwarte gat te verwelkomen. Om dat te vermijden zorgt Pieter ervoor dat het de week na een grote wedstrijd juist heel druk is. Zo kan het tot 2 weken duren vooraleer de gebeurtenis verwerkt is.

Ook voor Joni is het zwarte gat geen onbekende diepte. Volgens hem valt het de dag na de wedstrijd nog goed mee omdat je met veel mensen kan praten over wat je hebt meegemaakt, maar de tweede dag is iedereen het vergeten en blijf je alleen nog over met je (spier)pijn. Je omgeving lijkt een rol te spelen om het zwarte gat op te vullen of juist uit te diepen. Er is een grote behoefte om te delen, maar ook een grote afstand: wie er niet bij was kan niet begrijpen wat de impact was. Bij Sam werkt napraten juist helend. De grote doelen zijn bij hem vaak een heel event waarbij je met familie en vrienden onderweg bent. Omdat ze deelnemen aan je avontuur, kan je er nadien met die mensen honderduit over praten. Ook het resultaat bepaalt voor Sam hoe hij zich nadien voelt. Ging het goed, dan is het vooral nagenieten en dromen hoe het nog beter kan, ging het wat minder dan is er de honger om het volgende keer beter te doen. In beide scenario’s speelt hij de film van de wedstrijd opnieuw en opnieuw af als er niet gepraat kan worden.

Waar iedereen het over eens lijkt te zijn, is dat een volgend doel kan voorkomen dat je al te lang in je zwarte gat blijft plakken. Laten we het erop houden dat we ons als gedreven lopers schuldig maken aan het betere vluchtgedrag om maar niet onder ogen te moeten zien dat een geweldige ervaring achter de rug is. Mijn blog heeft mij trouwens ook altijd geholpen. Niks werkt zo therapeutisch als een brij van indrukken en gevoelens door een fijn zeefje te halen en elk korreltje nog eens door de microscoop te bekijken om er een naam op te plakken. Schrijven schept rust in mijn hoofd en een hoofd in rust is ook beter in staat om simpelweg te beseffen hoe ongelooflijk mooi datgene is wat je hebt meegemaakt.

Loperspraat – Mijn sportieve plannen voor 2026

Ocharme januari, ik denk dat het één van de meest verguisde maanden is. Doorgaans donkerder dan stiekem gehoopt, winterachtig van aard en de zomer nog ver ver weg. Neem daarbij een portie onrealistische – zogenaamd – goede voornemens (het moet nu ineens anders) en je hebt een ontnuchterende cocktail van desillusie en valse hoop te pakken. Bij mij werkt dat dus niet zo. Januari is voor mij echt dat witte blad waarop er weer volop plannen geschetst en uitgetekend kunnen worden. Met onze Cloud Dancer in gedachten, de kleur van het jaar volgens Pantone, is die lei dit jaar eens zo wit. We vliegen er kortom weer in, aan plannen zelden een gebrek.

Snel zijn en ver vooruit durven denken blijft de boodschap voor wie zich wil inschrijven voor een loopevenement. Vorig jaar was ik er een week niet goed van dat de CPC Loop in Den Haag al uitverkocht was toen wij ons wilden inschrijven. Gelukkig viel er een plan B uit de bus: tot een week voor de race wachten tot startnummers massaal verkocht werden op Marktplaats. Zo liepen wij vorig jaar dus de halve marathon van de CPC als Stella en Annefleur. Hans moest noodgedwongen vertrekken vanuit de laatste startbox. Een prestatie die hem het inhaalmanoeuvre van de eeuw opleverde bij zijn CPC-debuut. We hadden er weer een verhaal bij en een zonnig weekend in Den Haag. Eens zo gemotiveerd waren we om dit jaar braaf in de digitale wachtrij te gaan staan. Met resultaat: we konden een startbewijs voor de jubileumeditie bemachtigen. De CPC viert op 15 maart namelijk zijn 50e verjaardag! Eentje die wij niet zullen missen, deze keer dus gewoon als Joke en Hans, maar met een ongetwijfeld even goed verhaal.

April zal ook dit jaar dé marathonmaand zijn. Het EK bracht ons vorig jaar van Brussel naar Leuven. Om heel veel redenen werd dat een onvergetelijke ervaring. De stad Leuven heeft alles in haar mars om een marathon te hosten. Denk: historisch karakter, een lange rechte Vaart, een overenthousiaste bevolking die in grote getalen komt opdagen als er iets te beleven valt én ook zelf maar wat graag de loopschoenen aantrekt. Het EK bleek een zaadje te hebben geplant voor een boom die ook dit jaar zal bloeien. Op 19 april zal ik aan de start staan van de Leuven Marathon. Het parcours wordt een variatie op dat van het EK. Geen start in Brussel, wel een rondje centrum, een lekker lang stuk langs het water en een passage over het gravel van Meerdaalwoud. Wederom dus een gevarieerde trip down Memory Lane in ongetwijfeld heel mooi gezelschap. Hans, Roos en Joni zullen ook de hele marathon lopen (mogelijk worden er zelfs allianties gesmeed). Papa en Marike lopen de halve marathon. Je hoeft niet te voetballen om thuismatchen te kunnen spelen.

In mei trekken Hans en ik naar de bergen en het buitenland voor een grensverleggend avontuur. We zullen op vrijdag 15 mei aan de start staan van de Trail Alsace by UTMB. Wij lopen de Ultra-Trail des Païens, een mystieke naam die verwijst naar de Keltische roots van de Elzas. Naamgeving en decor is belangrijk, dat weten ze heel goed bij UTMB. Het belooft een hallucinant stuk lopen te worden van maar liefst 109 km met 3900 hoogtemeters. De route brengt ons van Orschwiller naar Obernai langs kastelen en wijngaarden met het ene fenomenale zicht na het andere, dat is toch de romantische benadering. Jullie weten dat ik trails steevast afmeet aan de Chouffe trail en ik heb uit goede bron (Hans) vernomen dat beklimmingen in de Elzas niet technischer zijn dan de Ardennen, maar wel langer. Mijn geheime wapen: een paar spiksplinternieuwe trailstokken. We vertrekken gelukkig ’s ochtends, wat mijn maagdarmstelsel zal kunnen waarderen. Een uitdaging van formaat, dat sowieso, eentje waar we heel erg naar uitkijken! En als Seppe zich een beetje haast op de langste afstand van 156 km kunnen we hem op zaterdagavond zien finishen.

In juni gaan we nog eens terug naar Bouillon. Onze promotie voor de (een beetje) verborgen parel van de Ardennen heeft in kleine kring gewerkt. Joni en Roos zullen op 6 juni present tekenen voor de 100 km. Hans, Sam en ik zullen de 35 km lopen. We proberen Pieter nog te overtuigen om zijn karretje aan te hangen. Het is voor ons een degelijke uitdaging om de trailbenen gaande te houden voor wat nog komen zal. Heel bijzonder dat we er nu in uitgebreid gezelschap aanwezig zullen zijn. En ja hoor, gelukkig zullen we allemaal de Tombeau du Géant te zien krijgen. Ik verplicht nu al iedereen om daar een adembenemende selfie te maken, weer of geen weer.

Na de Trail des Fantômes was ik vorig jaar helemaal klaar met de (te) grote loopevenementen die door hun populariteit uit hun voegen barsten. Mij (ons) zou je niet meer op een trail van Sport Events zien bijvoorbeeld. Hun trails worden steeds opgeschaald en de fomo bij een jong publiek aangewakkerd, wat het loopcomfort niet bepaald ten goede komt. Dat ik dan de Chouffe trail zou missen: so be it! zei ik heel stoer. Tot de tijd me wat milder stemde en ik besefte dat ik met mijn principes vooral mezelf in de voet zou schieten. Ik kan de Chouffe trail simpelweg niet missen. Het avontuur wordt op 4 juli namelijk eens zo groot, want met Hans en Sam gaan we voor de Big Chouffe van maar liefst 101 km. Noem het gerust gekkenwerk, want om dit met ons drieën te doen: hoe ongelooflijk zot is dat?!

Het najaar brengt in september een herkansing voor Hans op de Great Escape 200 km. Hij is er eens zo hard op gebrand om die missie nu wel te volbrengen en ik heb eigenlijk ook wel weer eens zin om in de auto te slapen. In november zou het zou zomaar kunnen dat Den Haag een heel mooi wit konijn uit de hoed tovert. Er zou namelijk een marathon georganiseerd worden in onze oh zo geliefde stad. Als dat ervan komt, dan moet en wil ik daarbij zijn.

Tot slot gooi ik er nog een disclaimer tegenaan. Ik heb een dubbele verhouding met het gegeven dat de loopsport tegenwoordig steeds grootsere en extremere vormen aanneemt. Enerzijds vind ik het jammer als iets gehypet en gekaapt wordt door mensen die op een andere manier in de sport staan dan ik. Anderzijds, wie ben ik om er iets op tegen te hebben dat zovelen zich aangetrokken voelen tot de prachtige sport die lopen is? Bovendien pleit ik net zo goed zelf schuldig aan het langer en extremer maken van uitdagingen. Weet dus dat ik me daar bewust van ben. Wat voor mij altijd zal primeren is het avontuur, de ervaring en verbinding die lopen mij brengt. Let the games begin!

Het moment – En nu op naar 2026!

Lieve lezers

Ik heb een dubbele relatie met wit. Pantone’s Color of the Year 2026 is Cloud Dancer: niet meer of niet minder dan een wit-tint. Het is ergens een heel saaie keuze. Van een bedrijf dat wereldwijd elke denkbare kleur standaardiseert, verwacht je wat meer durf. De base line van hun motivatie is dat de wereld nood heeft aan rust. Denk aan: golvende vrede, tijd om te kunnen ademen en de creativiteit weer ten volle te laten draaien. Je kan daar niet tegen zijn. Wit boezemt echter ook angst in, want op die helderwitte bladzijde of dat kraakwitte tafellaken is elk vlekje meteen zichtbaar. Mijn advies: gewoon doen dat wit. Onze witte kater Phineas is het levende bewijs dat wit ook stoer kan zijn (ik noem hem nu mijn kerstpoes). Een wit hemd is voor mij onmisbaar in elke garderobe. Dat vlekje is er zo weer uit en wit is tijdloos. Bovendien hoeft een liefde voor wit geen kleurloos bestaan tegen te werken.

De wolken die zachtjes voorbij dobberen, ik kijk daar naar uit in 2026. Op professioneel vlak bevond ik me in 2025 in stevig stromende wateren. Ik ging van een winkel terug naar het onderwijs om te werken als leerondersteuner. Een job die heel losjes voortborduurt op mijn carrière als leerkracht, maar me vooral de kans biedt om heel veel bij te leren. Het roer eens omgooien: ik kan het iedereen aanraden. Ook op sportief vlak is het zoeken naar een nieuw ritme. De eerste helft van 2025 mocht er absoluut wezen met het EK marathon in Leuven in uitmuntend gezelschap, een grensverleggende 100 km met Hans en 80 Chouffe-kilometers met Sam erbij. De tweede helft hing met wat meer haken en ogen aan elkaar. Enerzijds is er berusting en dankbaarheid voor wat is geweest, anderzijds nog veel ambitie en gedrevenheid voor wat hopelijk nog mag komen. Die twee zijn ongetwijfeld op de één of andere manier met elkaar te rijmen, ik zoek nog uit hoe precies.

Waren er nog redenen om te dansen? Jazeker! 2025 was het jaar van mijn nichtje Marilou. Er was het memorabele UTMB-avontuur van Seppe en daarbij de ontdekking van Martigny. Het was net zo goed het jaar waarin ik gecharmeerd werd door Zoutleeuw en het jaar waarin ik mijn 40e verjaardag vierde in Parijs. Samen met Hans natuurlijk. We gingen vaak genoeg naar Den Haag om het leven te vieren. Er waren ook onvergetelijke momenten met de kinderen in mijn omgeving die weer rijkelijk met wijsheid in het rond strooiden. Allereerst gaan we naar Leah. Samen met haar broer kwam ze een namiddagje knutselen. Resoluut koos ze voor de prikblok. Uit dik papier met een botte naald een prent prikken, daar is geduld en doorzettingsvermogen voor nodig. Emil haakt vrijwel meteen af en vraagt om assistentie. Leah wil daarentegen zelf de klus klaren. We nemen een loopje met de waarheid door te vertellen dat Hans prenten prikt op zijn werk. Ze lijken mee te zijn in ons verhaal, tot Leah ons ernstig aankijkt en vraagt: is dat echt waar? Een meid die opgroeit omringd door artificiële intelligentie neem je niet zomaar in de maling.

Een ander onvergetelijk van wijsheid doordrongen moment kwam vorige week tijdens de officiële openingsceremonie van de boomhut. Mijn papa bouwde namelijk met recyclagehout een fantastisch mooie boomhut voor de kleinkinderen. Mijn oudste nichtje Laurien, bijna 10 jaar, nam het initiatief voor een plechtig moment en was ceremoniemeester van dienst. Ze schreef een speech en vroeg ook de maker (bompa) om een openingswoord te voorzien. Laurien riep door haar microfoon de aanwezigen op om zorg te dragen voor de boomhut. Het moet een plek worden waar de kinderen kunnen doen waar ze goed in zijn. Gelukkig zijn volwassenen er ook welkom. Als dat geen prachtige vredesboodschap is! Geef kinderen overal ter wereld alsjeblieft een eigen plaats waar hun talenten tot bloei kunnen komen. De kinderen klonken erop met appelsap en nadien dansten we op een kersthit van #LikeMe. Alles voor de nichtjes en neefjes.

Ik werd dus 40, mensen. Mijn leeftijd is helemaal niet meer zo’n issue en dat heb ik onder meer aan Hans te danken. Ik weet namelijk dat ik altijd graag gezien zal zijn. Bovendien deed ik ook een ander inzicht op, met dank aan Simon. We hadden het over relaties en hoe belangrijk het is dat je daar als partners dezelfde verwachtingen over hebt. Hans en ik zijn echt heel hecht samen, we brengen veel tijd samen door en vinden dat ook belangrijk. Sommigen vinden dat klef. Ik beschouw mezelf echter nog steeds als een vrijgevochten vrouw, een individu. Ik val niet samen met mijn relatie of met Hans. Juist door die innige band, word ik gestimuleerd om mezelf te ontwikkelen en ten allen tijde mezelf te mogen zijn. Simon knikte eens en zei: dat is oldskool. Gelijk heeft hij. Ik ben mega oldskool. Ik hou van teksten schrijven en lezen. Ik hou van filterkoffie en lineair tv kijken. Ik hou van Delfts Blauw en bordjes aan de muur. Ik rouw er nog steeds om dat Esprit en Maison Scotch failliet gingen.

Het is echt fijn om 40 jaar en oldskool te zijn. Ik ben nu eenmaal altijd een romantische, dromerige ziel geweest die, soms tegen beter weten in, gelooft in het goede. Dat weerhoudt mij er niet van om mijn bek open te trekken als er onrecht in het spel is. Ik heb daarin veel geleerd van het personage Merel uit de fantastische NPO-reeks Oogappels (kijken die handel!). We leren Merel aanvankelijk kennen als een bikkelharde tante die snoeihard kan uithalen. Zo is er een memorabele scène waarin ze tegen haar baas van leer trekt en uiteindelijk ook ontslag neemt omwille van de loonkloof – het is omdat ik geen piemel heb! Gaandeweg komt Merel echter in het reine met zichzelf en transformeert ze tot een zelfbewuste vrouw die leert dat mildheid en verbinding haar redding zijn. Het heeft geen zin om je te verstoppen achter cynisme of desinteresse. Alleen door je hoop, kwetsbaarheid en angst te laten zien kun je echt contact maken met anderen en voel je je niet meer zo alleen. Dan kan je ineens weer zien hoe bijzonder en krankzinnig mooi het leven is.

Bravo! Lieve lezers, mijn laatste loftrompet van het jaar is voor jullie. Met veel toeters en bellen, een stevige uithaal en in een uiterst creatieve zelfontworpen outfit zou ik jullie, vanop een groot podium, een serenade in een opzwepende driekwartsmaat willen brengen om te vertellen hoe dankbaar ik jullie ben. Het is namelijk dankzij jullie dat ik hier mijn podium krijg, dat ik hier op mijn oldskool manier in de schijnwerpers kan staan. Ik schreeuw het uit voor jullie! Wisten jullie trouwens dat het leven tegen je praat? Door oog te hebben voor wat op je pad komt, kan je ontdekken wat echt belangrijk is. Dat is dan ook wat ik jullie toewens: veel van wat klein en oh zo belangrijk is. Ik heb een spetterend nieuw jaar voor jullie gestrikt. Aan jullie om het uit te pakken. Trek iets wits aan om 2026 tegemoet te gaan of ga volop voor goud en glitter. Het is helemaal aan jullie.

Voilà.

Joke
X

Het moment – De 6 van Leah en Emil

Leah is mijn oogappel. De 6-jarige dochter van Marike en Peter, mijn metekindje. Ik neem mijn taak als Metie heel ernstig door originele en creatieve cadeaus te geven, samen herinneringen te maken en haar te laten voelen hoe belangrijk ze voor mij is. Emil is haar 3-jarige broer en als we een uitstap maken, mag hij natuurlijk mee. Het zijn echt fantastische kinderen! Ze barsten van de energie en ze hebben gevoel voor drama. Omdat ze het hart op de tong hebben, verveel je je geen seconde met hen. Er rollen al eens tranen omwille van een valpartij (Emil) of er is een sip mondje (Leah) omdat je niet alles wat zacht is en van pluche wil kopen, maar geef ze 1 of 2 chocoladebroodjes óf sandwiches met choco en hun dag is geslaagd. We namen ze dit jaar mee naar De Haan in de zomer en naar het Natuurhistorisch Museum – het dinomuseum – in Brussel. Aan onvergetelijke momenten geen gebrek.

Het ongeduld van Leah
In onze familie wordt er al eens gesupporterd en dat is niet alleen enthousiasme tonen, maar ook (lang) wachten. Met dat enthousiasme zit het wel snor bij de jonge garde, al vindt Leah wachten heel saai en steekt ze dat niet onder stoelen of banken. Tegen beter weten in probeer ik dan uit te leggen dat het niet erg is dat dingen een keer saai zijn. Leah’s ongeduld wordt vooral op de proef gesteld als je onderweg bent. Is het nog ver? Ja, eigenlijk wel, als je van de Kempen onderweg bent naar de zee en net een kwartier gereden hebt. Of als je met de trein van Aarschot naar Brussel gaat en het station nog maar net bent uitgereden. Gelukkig kan een spelletje Ik zie, ik zie wat jij niet ziet elke vorm van verveling aan.

De wijze woorden van Emil
Emil is een vlotte prater, wat hij zegt komt er altijd uit met een ondertoon van urgentie. Alles wat hij zegt of meemaakt is doorleefd en op dat moment het enige wat telt. Vaak gaan zijn vaststellingen gepaard met handgebaren. Toen we door een park wandelden, onderweg naar het dinomuseum deed onze kleine archeoloog een vondst van jewelste. Kijk, een bot van een dino! Het leek op een steen, maar in het museum werd bevestigd dat botten eruit zien als stenen. Ook op de terugweg werd het bot gespot. De grootste wijsheid kwam echter toen we langs de Stella brouwerij in Leuven reden. Bier is gevaarlijk! De waarheid komt uit een kindermond, dat weten we allemaal.

De stilte van Leah
Leah is een pientere meid die graag weet hoe de dingen in elkaar zitten. In de kleuterklas was ze in de ban van ruimtevaart, het heelal en moderne kunst. Op haar leeftijd kan je dan nog net zo goed gefascineerd zijn door eenhoorns en regenboogkleuren. Als je haar iets uitlegt, kan dat echter net zo goed op een doodse stilte onthaald worden. Zo liepen we in Brussel langs iemand die op straat sliep. Hans greep die schrijnende situatie aan om uit te leggen dat sommige mensen geen huis hebben en daarom op straat moeten leven. Er volgde geen vraag of emotie. Gelukkig trekken ze zich het niet te hard aan, dachten wij bij onszelf. Het was pas ’s avonds dat Leah thuis vertelde hoe erg het is dat sommige mensen geen huis hebben en dat de bouwvakkers daar toch echt iets aan zouden kunnen doen. Een pientere meid die doordenkt de dingen liever grondig voordat ze conclusies trekt zodat er ook meteen een oplossing voor handen is.

De mensenkennis van Emil
Als je met kinderen de trein neemt, dan kijk je door hun ogen naar medereizigers . Die heeft een hoofdtelefoon op! Daar is een kindje! Je beseft dat mensen met diverse activiteiten bezig zijn als ze op de trein zitten. Iets kijken op je laptop kan ook perfect tijdens een treinreis. Emil leek de laptop vooral te associëren met werken, niet met entertainment. Papa kijkt geen filmpjes op zijn pomtjoeter! Het klonk als een oordeel. Gelukkig had de persoon in kwestie oordopjes in.

Het verdriet van Leah
Onze poes Ada was de dikke vriend van Leah. Het is nu anderhalf jaar geleden dat Ada stierf. Een gemis dat nog altijd pijn doet, ook bij Leah. Ada was één van de eerste woorden die ze kon schrijven (toegegeven, het is een makkelijke naam) en ze tekent Ada wekelijks, al dan niet in regenboogkleuren. Ik mis Ada is een uitspraak waarmee ze aangeeft dat ze ergens mee zit, een handig excuus om verdrietig te kunnen zijn en dat ongemakkelijke gevoel van gemis in woorden te vatten. Leah kan uit het niets zeggen: het is toch spijtig dat Ada gestorven is. Vaak volgt dan de vraag waarom ze nu precies gestorven is. Kon de dierenarts haar echt niet meer helpen? Net dat is het pijnlijke van verlies: het is een verdriet dat altijd een beetje blijft, maar het is heel troostend om samen het icoon, dat Ada inmiddels geworden is, levend te houden.

De wereldse blik van Emil
We wandelden door de Europese wijk in Brussel. Teleurstelling alom toen bleek dat we niet om de hoek naar ons huis konden gaan om een filmpje in de zetel te kijken. Qua geografische inschatting zitten die kinderen er toch naast, dachten wij. We hadden immers twee treinen en de metro moeten nemen om onze bestemming in Brussel te bereiken, dan heb je een afstandje te overbruggen. Op weg naar het Schumanplein bleef Emil hangen achter een stoeptegel en maakte hij een snoekduik op het trottoir. Tranen natuurlijk. Bij wijze van afleiding legde ik uit dat op deze plaats in Brussel heel veel mensen werken in die hoge gebouwen en dat die uit verschillende landen komen. Waarop Emil een gigantische Europese vlag ziet hangen en zegt: We zijn in Europapa!



Loperspraat – Een toertje Ierland met Joni

Ierland is een land dat tot mijn verbeelding spreekt. Om te beginnen hebben de Ieren een rijke muzikale geschiedenis met Mr Eurovision Johnny Logan en Eimear Quinn, maar bovenal natuurlijk met Hozier. Michel Sardou’s Les lacs du Connemarra bezingt op lyrische wijze de indrukwekkende landschappen van de Ierse Connemarra regio en als je de spectaculaire performers van Riverdance aan het werk ziet, dan wil je gewoon gevoel voor ritme hebben. Tot slot mogen we Sally Rooney niet vergeten, één van de grande dames van de hedendaagse literatuur. Ik was nog nooit in Ierland. Nu ben ik natuurlijk niet de meest reislustige persoon, maar ik denk dat het gure weer er mij van weerhoudt om plannen in die richting te maken. Gelukkig hebben we Joni om Ierland op de kaart te zetten! Hij woont en werkt er nu al ruim een jaar. Hoe dat zo komt en waarom lopen in Ierland echt wel de moeite is, dat vertelt hij zelf!

Joni, heb jij echt Ierse roots of hoe ben je daar verzeild geraakt?
Dat zou inderdaad kunnen, want Ierland heeft een enorme emigratiegeschiedenis en er leven naar schatting ongeveer 70 miljoen mensen met Ierse roots wereldwijd!  Maar in mijn geval is het anders gelopen: ik ben in Ierland terechtgekomen met de taak om drinkwater te voorzien en afvalwater te behandelen voor de nieuwe Diageo (Guinness) brouwerij net buiten Dublin. Waterleau levert daar een turnkey installatie en ik heb het volledige traject van de grondwerken tot de finale oplevering opgevolgd. Eén jaar na de start van de werken haalden we de first brew en in maart 2026 zal de installatie op volle capaciteit draaien. Daarna keer ik terug naar België.

Hoe zou je “de Ier” omschrijven en heeft die een hart voor lopen?
Voor mij is de Ier vooral warm, gastvrij en behulpzaam, vaak met een opvallend luide stem (handig in de pub). De afgelopen jaren is er een duidelijke verschuiving van drink- naar sport- en loopcultuur. Dat merk je aan de vele recreatieve loopclubs, de enorme populariteit van parkruns en het grote aantal loopwedstrijden, die meestal snel uitverkocht zijn. De loopmicrobe heeft zich razendsnel verspreid.

Is lopen in Ierland net zo’n hype als in de Lage Landen?
Gaelic football, hurling en rugby blijven de populairste jeugdsporten, maar de gemiddelde werkende Ier trekt tegenwoordig met plezier zijn opvallende loopschoenen en fel T-shirt aan om in groep te gaan lopen. De marathon van Dublin had dit jaar ruim 60.000 registraties voor de loting en had dus probleemloos drie keer kunnen uitverkopen. Ook de Boston Marathon blijft tot de verbeelding spreken bij veel Ieren. Leuk weetje: dit jaar won een 19-jarige Ierse atlete de vrouwenwedstrijd. Indrukwekkend.

Hoe ziet jouw loopomgeving eruit? Wat moeten we ons daarbij voorstellen?
Wij wonen in Enniskerry, de toegangspoort van de kust richting de Wicklow Mountains. Ik kan de berg af lopen richting de zee naar ons looppark, ideaal voor intervals, of verder tot aan de kliffen voor een scenic cliff run. Als ik de berg oploop, sta ik al snel in de Wicklow Mountains en wordt het klimmen. De Great Sugar Loaf is hier de lokale trots. Ierland was ooit één van de meest beboste landen en is nu bij de kaalste van Europa. De bossen zijn dus relatief klein en vaak moet je betalen voor toegang met de wagen.

Loop je daar vaak in gezelschap of vaker alleen?
Meestal in gezelschap. Op dinsdag en donderdag sluit ik na het werk aan bij de Bray Runners in het park vlakbij waar we wonen. We staan daar gemiddeld met een dertigtal lopers. Jana loopt ook regelmatig mee. Na een gezamenlijke opwarming kiest iedereen een groepje voor de intervaltraining. Donderdag train ik met een sneller groepje (Paul, Rori en Robert) en dat is altijd best pittig. Dinsdag ben ik blij als Karla er is, met wie ik train met als (mijn) doel haar richting de Olympische Spelen te krijgen 😝 Zaterdag loop ik de wekelijkse parkrun, 5 km all-out, en richting de marathon was dat mijn lange tempoloop aangezien het al 15 km lopen is heen en terug van het park. Op zondag loop ik soms alleen of ga ik met vrienden of collega’s een nieuwe trail ontdekken.

Je liep drie weken geleden de marathon van Dublin in een toptijd! Hoe is die race je bevallen?
Het was één van de hoogtepunten van het jaar, zeker omdat de marathon symbolisch samen viel met de ‘first brew’ van de brouwerij. De weken ervoor waren erg intens en stresserend. Op de dag zelf verliep alles ideaal: de club had een bus geregeld en we konden vlak bij de start omkleden in een huisje van een clublid. Dat zorgde voor een uitzonderlijk ontspannen start, wat welkom was op een koude en regenachtige dag. Met twee clubgenoten mikte ik op een sub-3. We plaatsten ons netjes voor de 3-uur pacers. Door de grote massa was het geen vliegende start en ging de eerste kilometer trager dan gepland, maar dat was prima aangezien de meest gehoorde tip was om vooral niet te snel te starten. Al snel vond ik mijn ritme en genoot ik met volle teugen van de supporters, zo’n 300.000 volgens de organisatie. Het was ook fijn om nog eens door Phoenix Park te lopen, waar ik voor onze verhuis altijd trainde. Jana, vrienden en clubleden stonden luid aan te moedigen. Door de nieuwe levensstijl in Ierland, de aangepaste club trainingen, maar toch ook een goede consistentie was het idee om de eerste 35 km sub-3 tempo te houden en dan te kijken of er nog een versnelling in zat. Ik had echter geen superdag en de benen voelden verkrampt. Ik koos ervoor om iets te vertragen om veilig onder de 3 uur te finishen zonder blessure. Uiteindelijk finishte ik in een ook wel dramatischere tijd van 2u59’50. Net zoals het project: just in time. Afsluiten deden we in onze geliefde Harbour Bar in Bray. Een topdag.

Is de marathon van Dublin kortom een aanrader?
Ierland en Dublin zijn leuke vakantiebestemmingen en de marathon past daar perfect in. Je moet wel rekening houden met het weer, dat soms kan tegenvallen en met de meer dan 200 hoogtemeters. Het is vooral een wedstrijd voor de beleving die ideaal te combineren is met een rondreis. Enkel overkomen voor de marathon of om hier je PR te lopen zou ik minder aanraden. Mooi meegenomen: de trails in Ierland zijn absoluut de moeite. Drie weken voor de marathon liep ik de Wicklow EcoTrail (47 km, er is ook een 80 km variant) en dat is echt een aanrader: kleinschalig, pittig en prachtig.

Welke (loop)doelen staan er nog in jouw agenda?
De komende weekends zitten al vol met andere activiteiten, dus dit jaar staat er niets groots meer op de planning. Misschien nog eens op zoek naar de lokale corrida. Volgend jaar loop ik in maart de Wicklow Half Marathon als afscheid en ik heb me ook ingeschreven voor de marathon van Leuven. Daar zou ik het liefst willen pacen 😀

Loperspraat – Bouillon revisited

Na onze warme 102 km in Bouillon werd het snel duidelijk dat ik nog eens terug wilde (moest) naar de stad die mijn hart veroverd had. Geen ontkomen aan, want de Tombeau du Géant die zat nog in mijn kop. Huh, watte? Het uitzicht op het Graf van de Reus is dé bezienswaardigheid voor wie erop uit trekt in Bouillon. Niet voor niets is het uitzonderlijk natuurlijk erfgoed van Wallonië. Wat je mag verwachten: een uitzichtpunt op een meander van de Semois, waarbij het stukje omsloten land een heuvel met kruisvormige bebossing heeft. Met wat verbeelding (die ik in overvloed heb) zie je daar dan het graf (= kruis) van een reus (= groot). Op 14 juni liepen Hans en ik er dus langs met +60 km in de benen. Net op het moment dat het uitzicht ons pad kruiste, begon het reuzehard te regenen en was het zaak om snel te schuilen bij de bevoorrading. Wat ik gemist had, dat werd achteraf duidelijk. En zoals dat gaat bij mij: eens iets in mijn hoofd zit, gaat het er moeilijk uit.

Een gegronde reden dus om nog eens terug naar Bouillon te gaan. De zomer zat al boordevol met trailavonturen en zo bleek een herfstige zondag in oktober het uitgelezen moment om een trailtje te gaan lopen in Bouillon. 19 oktober was een herfstdag uit de boekjes: bladeren in alle kleuren en vooral nog rijkelijk aan de bomen. Bovendien was het droog en fris, maar niet zo koud dat het guur is. Hans stippelde een rondje uit waarbij we naar de Tombeau zouden lopen via de twee klimmen die er ons ook in juni hadden gebracht. Als je iets wil herbeleven, dan kan je het maar beter goed doen. In totaal zouden we 15 kilometer lopen en 660 hoogtemeters overwinnen: de perfecte afstand om een gevarieerd parcours te krijgen zonder al te diep in het krachtenarsenaal te moeten tasten.

En of het een blij weerzien was toen we Bouillon binnenreden! Het vertrek van onze route lag bovenaan het chateau van Godfried. Ik stuiterde zowat naar beneden van enthousiasme. Richting Semois, langs het hotel waar we in juni verbleven en dan ging het meteen goed omhoog. Ik ging ook écht goed omhoog met dank aan een hulpmiddel: de trailstokken van Hans! Helemaal geïnspireerd door de UTMB die we langs de zijlijn meemaakten en vooral door de beelden nadien van een oppermachtige Ruth Croft die als een jekko naar boven pikkelt met haar stokken, besefte ik dat het moment wellicht is aangebroken om trailstokken te gaan gebruiken. In mei zullen we ons namelijk aan een volgend (buitenlands) 100+ avontuur wagen. Dat ik in het verleden mijn trails zonder stokken liep, heeft niks te maken met koppigheid of principes. Ik liep vroeger 1x per jaar een lange trail in de Ardennen: de Chouffe trail, die dan ook nog eens goed beloopbaar was. Om enkel voor die gelegenheid stokken van 200 euro aan te schaffen, daar zag ik de noodzaak niet van in. De tijden veranderen en zo ook de loper. Bij de volgende trailgelegenheid zullen jullie Joke Odeyn met stokken aan het werk zien!

Terug naar onze route. Vanaf de oever konden we ergens hoog in het bos een uitkijkpunt zien. Hans verwerkte dat in het revisited-parcours. Wat echter vanop afstand een bescheiden vogelkijkhutje leek te zijn, was in realiteit een indrukwekkende constructie van trappen met een nog impressionanter uitzicht op het door de Semois omgeven Bouillon. We waren nog geen half uur onderweg en deze trip was nu al helemaal geslaagd. Op naar Botassart, want dat is de plek waar je moet zijn om de reus te spotten. We liepen eerst langs diens graf, maar dat is natuurlijk maar een bospaadje langs het water. Tot het weer omhoog ging en ik “mijn” stokken weer kon gebruiken. Hup hup hup tik tik tik. Ik had de smaak helemaal te pakken. In al mijn enthousiasme kon ik alleen maar heel snel naar boven willen. En toen waren we er dus echt: bij dat iconische uitzicht, de enige echte Tombeau du Géant! Op geen enkele manier stelde hij teleur. We namen dan ook uitgebreid de gelegenheid om hem goed te fotograferen, het betere selfiewerk kon niet ontbreken, want dat is uiteindelijk wat iedereen doet die daar een kijkje komt nemen.

We waren ongeveer halverwege met een uurtje op de teller, op naar deel II van ons weerzien met Bouillon. Ik kreeg nog tips om met de stokken te lopen. Bergaf gebruikte ik ze niet, maar zelfs op een gewoon stukje vals plat over asfalt, voelde ik de winst met het getik aan mijn zijde. Jullie voelen het: de stokkentest was eigenlijk meteen al volledig geslaagd. Eens iets in mijn hoofd zit, gaat het er moeilijk uit. Het klim- en daalwerk wisselde elkaar af. Via een heel bijzonder paadje passeerden we huizen waarbij gelijkvloers en verdiepingen door elkaar leken te lopen. Een bevreemdende situatie, maar zo gaat dat nu eenmaal als je een stad met hoogteverschillen hebt. Ons restte nog een bescheiden klimmetje naar het kasteel om dan moe, maar vooral heel voldaan te kunnen finishen zoals we dat in juni ook deden. Ah ja, want herbeleven dat kan je maar beter grondig doen.

Ik mocht van Murrie niet te veel reclame maken voor Bouillon, geen eigenlijk. Bouillon is stiekem een verborgen parel, zo eentje waar je een goede verhouding hebt tussen toeristische faciliteiten en het lokale, authentieke karakter. Dus, lieve lezers, zeg het misschien niet voort en laten we een beurtrol maken zodat we daar niet met z’n allen over de koppen gaan lopen of massaal met de auto aan de Tombeau du Géant parkeren. Trek je wandel- of loopschoenen aan, zodat Bouillon dat über-gezellige stadje met Franse vibes aan de Semois kan blijven.