Het moment – Een mijlpaal op de fiets (met Frans)

Je weet dat je heel vaak op je fiets zit als je een zeemvel mist in je jeansbroek en als je je bloot voelt zonder fietshelm op je kop. Na mijn zogenaamde mountainbikestage in de herfstvakantie probeerde ik in volle voorbereiding voor de Hel van Kasterlee elke gelegenheid te benutten om erop uit te trekken met Juan, mijn dappere Orbea-mountainbike. Of de Hel nu doorgaat of niet, ik besloot zaterdag 20 november nog een belangrijke training af te werken: een avontuur om af te rekenen met mijn mountainbike-minderwaardigheidscomplex, een uitdaging die ook zonder Hel in december een mooie opsteker zou zijn. Enter de mountainbikeroute Frans Claes! Topmountainbiker en Leuvenaar Frans Claes tekende namelijk een gloednieuwe mountainbikeroute uit die de mooiste plekjes in de ruime regio rond Leuven met elkaar verbindt, goed voor maar liefst 136 kilometer fietsplezier. Een marathonroute dus en zou het niet heel mooi zijn als deze marathonloper die route volledig zou kunnen fietsen? Het is een verhaal geworden met verrassende plotwendingen, oude en nieuwe liefdes én een happy ending. Wie liever de korte versie leest: het was een bewogen dag op de fiets.

Zaterdagochtend vertrok ik om 7u30 naar het dichtstbijzijnde punt van de route op 12 kilometer van mijn deur. De omstandigheden waren behoorlijk perfect te noemen: er was modder, maar niet te veel en met een sombere, maar droge graad of 10 was ik erg tevreden. Ik wilde het mountainbikegedeelte afleggen tussen 8u en 17u. Qua snelheid leek dat een haalbare kaart. Alleen was ik zo naïef om te denken dat ik slechts een handvol kilometers meer zou fietsen dan de vooropgestelde 136 (150 dus met de verplaatsing naar de route). Ik was meteen in de ban van Frans Claes en wat hij mij voorschotelde. Frans heeft dat goed gedaan! dacht ik meermaals bij mezelf. Van Boutersem en Pellenberg ging het naar Linden, Kessel-Lo, Holsbeek en het Chartreuzenbos. Het ene herfstplaatje overtrof het andere en qua technische moeilijkheidsgraad was ik ook gerustgesteld. Misschien was ik toch meer mountainbiker dan ik altijd dacht?

IMG_6840b

Ik had niet in de gaten dat noch mijn mountainbikecapaciteiten, noch mijn gebrek aan duurervaring op de fiets mij de das zouden omdoen, wel de bewegwijzering. Op voorhand had ik het routeplan uitgebreid bestudeerd. Ik wist welke richting ik uit zou rijden, maar zonder fiets-GPS was ik volledig afhankelijk van de pijltjes. Nochtans was ik gewaarschuwd door niemand minder dan mijn broer. Een week eerder vroeg ik Seppe: Is de Frans Claes route technisch moeilijk en zijn de pijltjes duidelijk? Neeje! was zijn niet mis te verstane antwoord. Soms is het dus echt beter om heel naïef het avontuur in te vliegen. Het zou wel meevallen met die pijltjes. Deze enthousiasteling zag het als een grote speurtocht zoals we die als kind hielden en bovendien kon ik met mijn rijke pijltjeservaring op mountainbikeroutes onmogelijk de mist in gaan. Wel dus. Ik had niet in de mot dat ik vanaf het begin behoorlijk wat extra kilometers aan het maken was omdat ik a) zelf een pijltje miste b) een pijltje voor interpretatie vatbaar was of c) een pijltje op een cruciale plaats ontbrak.

Na een geslaagde passage door mijn eerste liefdes Heverlee- en Bertembos verliet ik het bekende terrein. Via Everberg en Kortenberg werd ik richting een andere oude geliefde gestuurd: Tervuren! Waar is de tijd dat ik hier met gemak wekelijks over Tervuren kon schrijven? Frans stuurt je ergens nooit in een rechte lijn heen, hij vermijdt het asfalt zoveel mogelijk en pikt werkelijk élke hoogtemeter mee. Als je iets grensverleggends gaat doen, dan weet je dat er onvermijdelijk een moment aanbreekt dat het niet leuk meer is. Dat je denkt: Waarom? Waar ben ik eigenlijk mee bezig? Wat heb ik me in mijn hoofd gehaald? Die fase brak bij mij aan rond kilometer 90. Ik zat 5 uur op mijn fiets, wat ik al heel lang vind, en de pijltjeszoektocht begon me op mijn zenuwen te werken. Bovendien was de batterij van mijn gsm om de één of andere reden leeggelopen en wist ik begod niet waar ik was. Best een bevreemdend gevoel. Het schoot zelfs door mijn hoofd om bij aankomst in Tervuren rechtstreeks (lang leve de steenwegen!) naar huis te rijden. Alleen moest ik dan nog altijd rekenen op een terugrit van 40 kilometer. Hallelujah, daar was het besef dat ik ruim boven die 150 kilometer zou eindigen. De moed zonk me in de schoenen.

IMG_6868b

Na 115 kilometer kwam ik ein-de-lijk aan in Tervuren. Ik dacht zelfs dat ik droomde toen bij de ingang van het park een koffiekraam stond met sfeervolle muziek. Dit was mijn redding. Mijn korte koffiemoment verrichtte een wonder: ik had weer zin om het spoor van Frans Claes te volgen. Met hernieuwde energie hervond ik mijn vrolijke mountainbikende zelve. Ik dacht terug aan al die kilometers die ik in en rond Tervuren fietste en liep, tijdens de marathon van Brussel of de voorbereiding ervan en ook in het najaar van 2018, toen ik voor mijn eerste Hel trainde. Frans’ keuzes in het Zoniënwoud stelden niet teleur. De extra kilometers die ik al gemaakt had en de klok die genadeloos bleef doortikken werden naar de achtergrond verdrongen. Ik zou deze route gaan finishen! Jawel, ik zou in de voetsporen van Frans Claes treden! Wat moest het trouwens fantastisch zijn om Frans Claes te zijn! Mijn euforie smolt weg als sneeuw voor de zon toen ik in Overijse aankwam. Na het zoveelste heen- en weer gerij dacht ik bij mezelf Denk als Frans Claes! Waar zou hij nu naartoe rijden? Het antwoord was simpel: omhoog, richting het groen. Terug op de route hield ik mezelf voor dat ik nu op weg naar huis was. Ook al reikt mijn geografische kennis zo ver dat Tienen en Overijse niet bepaald buurgemeenten zijn, al helemaal niet als je ze via groene wegen met elkaar wil verbinden.

Met 140 kilometer op de teller bereikte mijn motivatie een dieptepunt. Ik wilde thuis zijn, van de fiets af. Ik wilde iets anders eten dan sportvoeding. 8,5 uur had ik gefietst toen ik aankwam in Sint-Joris-Weert. Frans zou me nog 20 kilometer door het Meerdaal- en Mollendaalbos sturen. Er is niks mis met mijn zicht, maar voor de zoveelste keer kon ik een belangrijk pijltje dus niet vinden. Denk als Frans Claes! Compleet hulpeloos reed ik twee lussen rond het station. Bijkomend probleem was dat het donker begon te worden. Op goed geluk een schemerig bos in rijden: zo’n heldin of zottin ben ik niet. Het was tijd om te denken als Joke Odeyn. Als de nood hoog is, is de steenweg nabij. Ik koos er dus voor om in een rechte lijn over een geasfalteerd fietspad (hemels!) naar Oud-Heverlee te fietsen en zo over mijn eigenste vertrouwde steenweg naar huis te knallen. Na 9 uur gefietst te hebben, was ik verbaasd over de frisheid van mijn benen. Nog één tijdrit afwerken en dan zou ik thuis zijn. Om 18 uur gebeurde dat deze keer écht. Het was aardedonker, ik had 183 kilometer gefietst in 10 uur en 19 minuten. Crazy!

Technisch gezien is mijn missie dus niet geslaagd: ik kon de volledige route niet afwerken. Sorry, Frans. In mijn beleving deed ik dat wel. Het stuk dat ik skipte ken ik behoorlijk goed. Bovendien verpulverde ik mijn afstandsrecord en legde ik ook nooit eerder 1956 hoogtemeters af. Zonder meer een overwinning op mezelf. Ik werd me tijdens die 10 uur op de fiets ook heel bewust van alle (loop)herinneringen die ik al opdeed in de omgeving. Ik deed veel inspiratie op voor routes in de buurt. Zelfs in die mate dat ik gisteren weer op de fiets in Tervuren te vinden was en al lopend in Heverlee. Op voorhand dacht ik dat dit een avontuur zou worden van eens en nooit weer. Wel, ik zou er me toch nog een keer aan willen wagen. Op twee voorwaarden: het moet lente of zomer zijn en ik wil een compagnon de route die een GPS heeft op de fiets. Voelt iemand zich geroepen?

De race – Rotterdam Marathon oktober 2021

  • De cijfers: mijn lucky number marathon 13 liep ik in een nieuwe recordtijd van 3:07:43, goed voor een 31e plaats en een 10e plaats in mijn leeftijdscategorie
  • De voorbereiding: daar valt weinig noemenswaardig over te vertellen, behalve dat ik mezelf in augustus helemaal terugvond als sporter, al kan ik er niet precies de vinger op leggen hoe dat zo gekomen is
  • De race: INTENS!
  • De herinnering: de 40e editie van #demooiste was niet mijn perfecte marathon, maar wel een dag waarop alles in z’n plooi viel dankzij de eindeloze aanmoedigingenstroom, het ideale loopweer en de beste entourage

Wat vooraf ging
De aanloop naar deze marathon duurde 1 jaar en 9 maanden met daarin vervat een wereldwijde gezondheidscrisis, een lockdown en wat light-versies, een quarantaine, twee ultralopen van 50 kilometer, een marathon op eigen initiatief en twee vaccinaties. Door die omstandigheden was ik de afgelopen zomervakantie niet gebrand op de marathon. In juli ondernam ik verwoede pogingen om van de vakantie te genieten, met wisselend succes. Tot mijn nieuwe Garmin de katalysator was van een sportieve renaissance. Samen met Roos herontdekte ik de klassiekers: stratenlopen, grotere loopevenementen, samen op pad zijn, doelen stellen en hard gaan! Ik liep tijden waar ik van ging blozen. De dag voor mijn 36e verjaardag werd die Rotterdam marathon plots een heel concreet en belangrijk doel: op 24 oktober moest dat PR eraan geloven. Voor het marathonweekend reed ik op zaterdagochtend met Roos en mama naar Den Haag. Een zoveelste “eindelijk”: een blij weerzien met onze familie aldaar en met de stad.

IMG_6623b

Vlak voor de start
We vertrekken zondag om 7u in Den Haag. Om de trein naar Rotterdam te halen, moeten we een sprintje trekken op de fiets en lopend naar het perron. Als we met z’n drieën zitten uit te hijgen (en zweten) is daar het besef dat het nu echt gaat gebeuren. In Rotterdam is het nog opvallend rustig. Roos en mama gaan de metrohalte verkennen en nadien wandelen we samen richting startzone. We zijn zo goed op tijd dat de dixi’s nog ongebruikt zijn. Count your blessings. Wat een plaatje is de haven van Rotterdam trouwens! Om 9u30 sta ik vooraan in startvak 1 met zicht op de Erasmusbrug. Ondanks de kou probeer ik vooral het moment vast te houden. Gaat het nu écht gebeuren?

VPMJ6697

JNYG0108

De race
Als ik begin te lopen weet ik nog altijd niet aan welk tempo ik dat moet of zal doen. Tegen Roos had ik gezegd dat ik onder de 4’30” wilde blijven met een eindtijd van sub 3u15. Stiekem wilde ik eerder rond de 4’25” blijven om dan onder de 3u10 te kunnen duiken. Ambitieus, maar haalbaar: daar hou ik van. In 2016 liep ik de Rotterdam Marathon in vaderlijk gezelschap. Net zoals toen zijn de eerste kilometers druk. Het houdt me niet tegen om aan een rotvaart te vertrekken waardoor ik niet opmerk dat de iconische Erasmusbrug niet vlak is. Twee uur later zal ik dat wél ervaren. De eerste kilometers schieten voorbij. Ik blijf ontspannen lopen, ruim onder de 4’20” met een heel acceptabele hartslag en ik zie dus geen reden om me in te houden. Ik voel me best naïef. Onverschrokken dender ik op het marathonbeest af alsof dit een gewone duurloop op zondag is. Ik ben niet bezig met tussentijden, mijn race bestaat niet uit strak getimede blokken van 5 kilometer. Om mijn doel te bereiken heb ik een belachelijk simpel plan: blijven lopen.

IMG_6638b

Rond kilometer 10 ontmoet ik Dennis die naast me loopt en opmerkt dat ik wel heel veel aanmoedigingen krijg. Ik verzeker hem dat ik maar twee supporters ter plaatse heb, maar dat ik die vaak zal zien. Als vrouw op die plek in de race val ik inderdaad wel op en kan ik op extra sympathie rekenen. Yeah, daar loopt Joke met haar squad mannen om zich heen. Dennis uit Bergen-Op-Zoom is niet alleen sympathiek, ook zijn tred lijkt helemaal afgestemd te zijn op de mijne. Zijn doel is sub 3u15 lopen, ik zeg heel stoer dat ik voor de sub 3u10 ga. Dennis en ik zullen elkaar de komende twee uur gezelschap houden, zij aan zij, alsof we elkaar al jaren kennen. Rond kilometer 13 (dit kan geen toeval zijn) zie ik Roos en mama voor het eerst. Ze geven me vleugels! Bij een eerste U-turn constateer ik dat we nog ruim voor de pacers van 3u10 lopen. So far, so good.

De ambiance langs het parcours is ongezien. Rotterdam, en bij uitbreiding heel Nederland, lijkt massaal op post te staan om de stroom lopers naar de finish te schreeuwen. Hoe saai de omgeving soms ook mag zijn, er is werkelijk geen straat waar niemand te bespeuren is. Overal staan supporters die begrepen hebben wat aanmoedigen betekent. Hun complimenten en peptalk komen recht uit het hart. Ongelooflijk wat een sfeer! Daarbij zijn ook de weersomstandigheden ideaal. Ik blijf verbazingwekkend ontspannen lopen. Na 18 kilometer ben ik me nog steeds niet ten volle bewust van mijn tussentijden. Ik lever geen veldslag elke 5 kilometer. Ik ben niet in aanvalsmodus. Wel kijk ik uit naar het halfway point omdat ik daar een nieuw PR op de halve marathon zal neerzetten. Jawel, ik loop mijn eerste marathonhelft in 1:30:26 en verbeter daarmee mijn zwaar bevochten tijd op de CPC van maart 2020 met ruim 3 minuten. Dit pakken ze me niet meer af, maar het is niet waarom ik naar Rotterdam gekomen ben.

IMG_6642b

Ik blijf zorgeloos lopen. Ik denk niet aan de pijn die onvermijdelijk zal volgen, ik denk niet aan de mentale weerbaarheid die ik zal moeten tonen. Weet ik veel wat er nog zal gebeuren?! Voor we terug de Erasmusbrug over lopen, schieten me herinneringen van 2016 te binnen: ja, dit was toen ook een saai stuk en het is nog geen haar veranderd. 5 jaar geleden liep ik hier al met het mes tussen de tanden, nu loop ik gewoon. Naast Dennis dus. We spreken elkaar af en toe aan over iets dat we langs de kant van de weg zien. Dennis houdt een oog op de klok en verzekert met dat we helemaal op schema liggen voor die sub 3u10. Als we na 26 kilometer terug over de Erasmusbrug lopen, voel ik voor het eerst de kilometers en de verzuring. Au zeg, die brug is een venijnige kuitenbijter. Uitgerekend op de tonen van I Will Survive voel ik dat de fraîcheur weg is. Ik zeg tegen Dennis dat ik de inspanningen wel voel. Dat is toch niet meer dan normaal, zegt hij, het toont aan dat je een mens bent. En daar slaat hij de nagel op de kop.

Na 28 kilometer naderen we Rotterdam Blaak. Mijn kilometertijden schommelen nog steeds rond de 4’20”. Nu komt er een harde noot om te kraken. We lopen namelijk weg van de finish om een lus te maken rond de Kralingse Plas. Ik had Dennis al verteld hoe ik daar vijf jaar geleden zeven doden stierf in mijn vaders schaduw. Ik weet dus dat ik het hoofd koel moet houden, dat ik me niet mag laten kisten door die lus des doods. Ik bereid me voor op de mentale slag die ik zal moeten leveren. Ook de passage door de Boezemstraat herinner ik me nog levendig. Je kruist daar een kilometer lang lopers die de Kralingse Plas er al hebben opzitten. Waar wij aan kilometer 30 zitten, zijn zij al op kilometer 40. Gelukkig zijn de lopers aan de andere kant van de straat dun bezaaid. Voor ik het goed en wel zal beseffen, ben ik zelf die loper die zijn laatste kilometers mag afhaspelen. Hoofd omhoog, schouders recht en richting de eindeloze saaiheid van de verduivelde Kralingse Plas.

EVFA8150

Bij mijn vorige marathons had ik een patent op een lastig moment tussen kilometer 25 en 30. Daarna leefde ik, als bij wonder, telkens weer op. Vandaag niet, mijn benen worden strammer en strammer. Bashir Abdi heeft gelijk: de marathon begint op kilometer 30. Ik zeg tegen Dennis dat we er wel van moeten blijven genieten, al is dat niet wat ik op dat moment aan het doen ben. Met name mijn bovenbenen staan onder hoogspanning. Ik zeg tegen mezelf dat het sowieso beter zal gaan als ik op kilometer 35 ben (spoiler: dat zal niet gebeuren). Dennis spreekt me nog eens bemoedigend toe: wat er ook gebeurt, wij hebben ambitie getoond en daar moeten we trots op zijn. Ons breekpunt ligt pas op kilometer 43. Ik wil Dennis zo graag geloven. Mijn interne dialoog draait overuren: ik kan deze pijn aan, ik kom dit te boven, ik zal niet kopje onder gaan, ik moet en zal onder die 3u10 lopen. Ik kan helaas niet anders dan vaststellen dat mijn benenmachine niet meer gesmeerd loopt.

Rond kilometer 34 voel ik me enigszins opgelucht als we afdraaien en dus weer richting finish lopen. Het blijft bikkelen in mijn hoofd. Mijn kilometertijden zakken zienderogen en schommelen nu tussen de 4’30” en 4’40”. Van enige schwung of souplesse is geen sprake meer. Elke spiervezel tekent verzet aan tegen de inspanning die ik lever. Dennis lijkt minder last te hebben van de kilometers. Op kilometer 35 neemt hij wat meters op mij. Ik kan hem niet langer bijbenen, hij kijkt nog een paar keer om zich heen om te kijken of ik volg, maar helaas pindakaas: ik moet de rol lossen. Dennis is ribbedebie en ik zal de klus helemaal zelf moeten klaren. Als ik om me heen kijk, zie ik steeds vaker stappers en ook kotsers onder de lopers. Enerzijds voel ik mee met de ellende die zij ervaren, anderzijds probeer ik dankbaar te zijn dat ik nog niet zo ver heen ben. In mijn buik is het voor één keer opvallend rustig. Ik blijf mezelf moed inspreken. Dit doet pijn, maar ik moet blijven lopen! Mijn spieren zullen niet verkrampen! Na ruim 38 kilometer zie ik dat ik “nog maar” 2u50 gelopen heb. De sub 3u10 ligt dus binnen handbereik. Ik probeer er hier wel een boeiend verhaal van te maken, maar ik kan je vertellen dat de marathonheroïek op dat moment ver zoek was. Mijn benen zijn zo verzuurd dat mijn natuurlijk looppatroon erdoor belemmerd wordt. Ik voel me afwisselend een baksteen op pootjes, SpongeBob tussen de topatleten en een waggelende eend.

DSVY5991

Een kilometer bevat 1000 meter en heel veel stappen. Elke stap kost mij energie. Elke stap voel ik. Ik kijk uit naar de Boezemstraat en kilometer 40. De ambiance is er nog steeds top, al zie ik vooral sterretjes. De enige manier om verlost te worden van mijn ongemak is blijven lopen. Het moet. Lekker, Joke! Wat een toptijd, meisje! Hoedje af! Gaan, Joke! Lekker bezig zeg! Waar ik aanvankelijk vriendelijk glimlachte naar iedereen die mijn naam riep, heb ik nu de puf niet meer om mijn mondhoeken op te trekken. Het-gaat-niet-meer! En dan, een zoveelste “eindelijk”, de rechte lijn naar de finish. Een bijzonder lange lijn, het moet gezegd worden. De supporters zijn ongekend luid. Ik krijg nog een laatste aanmoediging van Roos en mama. Jajaja, het zit er echt bijna op. Mijn laatste pas over de mat is echt de laatste stap die ik kan zetten. Ik heb het gehaald! Ik mag stoppen met lopen! Ik kijk op mijn horloge en zie 3:07 staan. Wauw, die had ik niet zien aankomen. De strijd is gestreden, het PR is binnen. Wat een race!

Wat verderop in de finishzone staat mijn held Dennis me op te wachten. Ook hij verbeterde zijn PR (3u14) met een indrukwekkende 3:04:56. Chapeau! Hoewel ik echt trots ben op mijn race en het eindresultaat, voel ik ook een heel klein beetje ontgoocheling. Ik heb in de laatste kilometers te veel minuten naar mijn zin “verloren”. Dat kan een volgende keer beter, denk ik. Ik voel dat ik heel diep in mijn krachtenarsenaal heb moeten tasten. Ik wil uitschreeuwen dat ik het zo zwaar heb gehad. De hele wereld moet weten hoe pijnlijk deze marathon was. En toch kan ik ook niet anders dan onnozel lachen: ik heb het verdorie geflikt.

LAXS3776

De conclusie
In april 2016 liep ik in Rotterdam mijn derde marathon in 3u27, mijn eerste sub 3u30. 5 jaar en 10 marathons later bleek Rotterdam wederom grensverleggend te zijn. Ik liep mijn PR van de tabellen met 14 minuten. Toen dan ook nog bleek dat ik als 31e vrouw finishte bij een marathon van topniveau, kon ik mijn prestatie nog meer naar waarde schatten. Ik had dit echt nooit voor mogelijk gehouden. Uiteindelijk ben ik ook maar een dromer die zeven jaar geleden voor het eerst 20 kilometer liep. Juist mijn naïeve ingesteldheid, alsof ik een eerste marathon liep, is mijn redding geweest. Ik liep onbekommerd en met heel veel plezier. Ja, ik ben daardoor ook wat te hard van stapel gelopen, ik had het anders kunnen aanpakken, maar dat neem ik mee naar de volgende. De Rotterdam Marathon gaf mij alles wat ik van een marathon verwacht: een groot loopfeest dat tegelijkertijd een zwaar bevochten strijd is. Het is trouwens echt waar wat ze zeggen: de sfeer in Rotterdam is ongezien. Dit heb je niet in Parijs, ook niet in Brussel, zeker niet in Amsterdam. Kortom, een marathon die elke marathonloper eens gelopen moet hebben (en dat zeg ik niet snel). Heel veel hartjes en kussende emoji’s voor Rotterdam!

IPZO4210

Enkele weetjes

  • Ik vind Rotterdam een prachtige stad, maar hoe vreemd zit die eigenlijk in elkaar? Ik kan het geheel nog steeds niet vatten (ook al heb ik dat uitgebreid op kaart bestudeerd).
  • Joke is een heel goede roepnaam in Nederland: twee lettergrepen waar je veel emotie en kracht in kwijt kan. Ik liep een paar kilometer met een Saskia in de buurt en dat roept opvallend lastiger.
  • Op de marathon expo kocht ik nieuwe sokken van Incylence die perfect pasten bij mijn Zoom Fly’s (de betaalbare versie van Nikes snelle schoenen) en die ik dus ook droeg tijdens de marathon.
  • Ik nam tijdens deze marathon slechts drie sportgels in: op kilometer 8, 16 en 25. Verder dronk ik enkel water aan de bevoorradingsposten. In principe is dat te weinig, maar dit werkt voor mij het beste om mijn maag-darmstelsel koest te houden.
  • Naast drankposten waren er ook sponzenposten “ter verfrissing”. Ik nam altijd een spons om mijn handen proper te maken, maar ik vraag me af welke gek een spons over z’n hoofd heeft uitgeknepen.
  • Roos en mama slaagden erin om mij 5x op het parcours te zien. Wat een prestatie!
  • Bashir Abdi knalde in 2:03:36 naar een nieuw Europees record. Ik zag hem helaas zelf niet. Roos en mama konden hem meermaals aanmoedigen, zowel op weg naar de start als tijdens de race. Bashir had al een bijzonder plekje in ons hart, nu hebben we er definitief een idool bij.

IMG_6621b

Een postkaart uit Tienen

Dag lieve lezertjes

Ik schrijf jullie vanuit mijn vakantiestek in Tienen. Het eten is hier lekker en de koffie proeft zoals thuis. Door mijn boeken straalt de Italiaanse zon. De wifi is van uitstekende kwaliteit en op tv kan ik alle Belgische zenders ontvangen! Roos bleef logeren en eventjes voelde mijn eigen slaapkamer daardoor als een hotel, maar dan een pak ruimer. Veel hartjes voor het Hageland, de ideale uitvalsbasis om te lopen en fietsen. Warm aanbevolen zo’n thuisvakantie!

Belgische zomergroet
Joke X

IMG_5650b

IMG_5638b

IMG_5652b

IMG_5624b

IMG_5609b

IMG_5630b

IMG_5717b

IMG_5632b

Het moment – Mijn tips voor een geslaagde vakantie

Als leerkracht is het zonder meer een privilege om twee maanden zomerstop te mogen consumeren. Je zou me daarom een expert in zomervakanties kunnen noemen. Ik ben niet de persoon van de bijzondere reisbestemmingen, maar wel degene die zich prima thuis vermaakt en blij is met de uitstappen die zich aandienen. Toch overvalt de zomervakantie mij elke 1e juli. Hoe langer ik lesgeef, hoe minder goed het mij lukt om de klik van werk- naar vakantiemodus te maken. De flexibiliteit die het afgelopen corona-schooljaar vergde, de hectiek van de maand juni en de heftige emoties die ons soms overspoelen missen hun weerslag niet. Momenteel bevind ik me daarom nog in de decompressie-fase. Ik heb tijd nodig om school los te laten. Ik ben moe, soms zelfs wat lusteloos en ik kan me nog niet overgeven aan pure ontspanning. Gelukkig weet ik dat dit van voorbijgaande aard is.

Ik begrijp wel waarom mensen tijdens hun vakantie weg willen gaan. Het is als de reset-knop indrukken: verplicht op een ander ritme leven, weg van de routine thuis, weg van de klusjes en to-do’s die liggen te wachten. Er gaat namelijk ook iets dwingends uit van vakantie: eindelijk heb je nu die tijd waar je zo lang naar uitkeek. Nu moet je écht dat boek lezen of die film kijken en is er écht geen excuus meer om korte metten te maken met de rommel in de garage. Ik maak daarom allerhande lijstjes: van leuke en van nuttige dingen. Zo heb ik toch het gevoel dat ik de teugels in handen heb. Om de week op een productieve noot te beginnen zijn maandagen voorbehouden voor al wat nuttig is. Verder blijven lezen en bewegen heel belangrijk, kijk ik naar de Tour, spendeer ik tijd met vrienden en familie en drink ik koffie. Veel koffie. Ik geef jullie graag nog enkele laagdrempelige vakantietips voor wie het niet ver wil zoeken. 

Stuur eens een kaartje om iemand een fijne vakantie te wensen, vanuit je staycation-locatie of zelfs als je op daguitstap bent. Niets is zo fijn als je brievenbus openen en er een handgeschreven kaartje in te vinden dat belachelijk lang onderweg is geweest.

Neem je loopschoenen mee, waar je ook heen gaat. Lopen op verplaatsing is altijd een verrijking, ook als je gewoon bij vrienden gaat logeren. De veldweggetjes en het asfalt op een ander ogen net dat tikje pittoresker dan je eigen platgetreden paden. Zelfs als je niet de kans hebt om een looprondje te maken, dan kunnen loopschoenen hun nut bewijzen als comfortabel schoeisel.

IMG_5427b

Bak eens een cake, bijvoorbeeld een frisse citroencake volgens mijn eigen recept. Meng 120 gram gesmolten boter met 3 eieren. Voeg er 250 gram suiker aan toe en het sap van één citroen. Wie echt fancy wil zijn, gaat natuurlijk ook voor wat citroenzeste. Goed roeren tot een homogeen mengsel. Voeg 250 gram (spelt)bloem toe en 2 theelepels bakpoeder. Tot slot maakt 250 gram plattekaas het deeg compleet. 50 à 55 minuten de oven in op 180 °C. Smakelijk!

Maak eens een wandeling in je eigen buurt en loer eens – subtiel – bij de buren binnen (zij doen dat namelijk ook bij jou). Ik voel me altijd meer verbonden met mijn dorp als ik er doorheen wandel. Zo kwam ik tot de vaststelling dat mijn buurt wordt getypeerd door poorten en rolluiken: ieder voor zich op z’n lapje grond, lekker Vlaams. Maak ook eens foto’s van je buurt, bij voorkeur tijdens golden hour. Je zal ervan versteld staan hoe Instagram-proof je (al dan niet spreekwoordelijke) achtertuin blijkt te zijn en als dat niet zo is, heeft ook dat weer z’n charme.

Hou het veilig en neem je mondmasker mee. De coronacijfers doen het op alle vlakken goed, maar enige voorzichtigheid is nog steeds op z’n plaats. Gebruik je verstand. Als we dat allemaal blijven doen, komt er echt een dag dat corona ons leven niet meer bepaalt.

Maak er iets moois van deze zomer!

IMG_5423b

Loperspraat – Waarover ik praat als ik over Den Haag praat

Een zondag in maart en geen CPC Loop in Den Haag, dat doet pijn. Het weer is  grillig maarts. De herinneringen aan de CPC die vorig jaar nog op de valreep kon doorgaan liggen vers in het geheugen omdat enkele dagen later een lockdown – al dan niet light – werd afgekondigd. De scholen gingen dicht, het land een beetje op slot, maar wij hadden Den Haag nog op zak. Ik heb lang nagedacht over wat ik kon vertellen over een zondag in maart zonder CPC en wat dat voor mij betekent. Misschien kon ik het hebben over wat ik nog niet vertelde? Al snel bleek dat bitter weinig schrijfstof op te leveren. Ik kon schrijven wat ik juist niet mis van de CPC of waarom ik Den Haag juist heel erg mis? Ook dat kon de lading van mijn gedachten niet helemaal dekken. Ik ga dus voor de chaotische benadering: wat schiet er door mijn hoofd als ik aan Den Haag en de CPC denk?

  • De autorit met Roos en de gewoontes die daarbij horen: verkeerschaos rond Antwerpen, beheerst rijgedrag in Nederland, High Way Den Haag zingen, een kwalitatieve koffiestop mét versnapering (Roos trakteert mij als onkostenvergoeding), heel vaak een herinnering ophalen Weet je nog toen? De volgende keer dat we onderweg zijn volgt ongetwijfeld Weet je nog toen we in augustus met 35 graden zonder airco wegsmolten in de auto?
  • De aartsmoeilijke kledingdilemma’s waar we mee geconfronteerd worden. Maart is een uitdagende maand op vestimentair gebied. Het weer zit op de wipplank tussen winters fris en veelbelovend voorjaars. Bovendien gaat de CPC Loop pas om 14u van start en zie je die dag zowel wind, regen als stralende zon. Het is dan vooral zaak om heel veel soorten kleding in je sporttas te proppen. Ik liep de CPC zowel in een heel blote als in een heel bedekte outfit. We komen daarom altijd belachelijk zwaar gepakt en gezakt aan bij onze familie.
  • De magie van het Malieveld, eigenlijk gewoon een heeeeel groot grasveld dat het kloppend hart van de CPC vormt. Meestal is het er ook modderig, vaak heeeeel modderig.
  • De wind die wij dus totaal niet kunnen inschatten. We vertrouwen daarvoor op de kennis van de locals (onze familie). Het is duidelijk dat wij niet aan zee wonen.
  • Hoe we altijd barsten van het zelfvertrouwen om op de fiets onze weg te vinden in Den Haag, maar dat altijd het onvermijdelijke moment aanbreekt dat Roos de gps moet inschakelen.
  • De AH XL in de Elandstraat waar we een fantastische shoppingervaring beleven. Roos heeft altijd schrik dat de witte bolletjes uitverkocht zullen zijn die ze nodig heeft als ontbijt.
  • Het brede scala aan emoties die de CPC teweeg brengt. Gaande van euforie tot diepe teleurstelling.
  • Irene die ons in de watten legt door voor ons te koken en een lekker bed op te maken. We kunnen met haar ook altijd goed bijbabbelen over de gebeurtenissen in onze familie.
  • Maarten is onze oudste neef en hoewel we intussen allemaal saai volwassen zijn, blijft het heel leuk om hem te plagen. Met zijn kleurrijke outfits bijvoorbeeld, maar ook hoe hij zich altijd als een gek moet haasten om dan nét op tijd of nét te laat te zijn. Roos en ik staan meestal te wachten tot het startvak opengaat, Maarten staat 10 minuten voor het startschot nog aan te schuiven om zijn borstnummer op te halen.
  • Onze neefjes Senne en Lev kijken inmiddels niet meer verschrikt op als de nichtjes van papa aan de deur staan. Ondertussen kunnen ze ook onze Vlaamse tongval begrijpen en waarderen ze ons heel erg als supporters tijdens de kinderloop.
  • De finale van Wie is de mol? blijkt steevast plaats te vinden op de dag voor de CPC. Zo kregen wij de afgelopen jaren steeds de ontknoping mee en dus ook de verraste blikken van Senne en Lev. We leerden vooral dat het begrip BN’er erg rekbaar is.
  • Een halve of hele marathon heeft altijd een verraderlijke staart. In Den Haag is die altijd nog venijniger dan je denkt. Je loopt naar de zee, maar moet dan ook weer terug. De wind is daarbij een bondgenoot, dan wel vijand. Bovendien is de laatste strook naar de finish een optische illusie: twee kilometer lang ben je in de waan dat je er bijna bent (en ja, we weten wel dat een halve marathon 21,1 kilometer is). Twee kilometer is erg lang als je het zwaar hebt.
  • Na de finish pas ik altijd voor de warme thee die wordt aangeboden. Gekke Nederlanders!

Wat zou het al fijn zijn als we binnenkort weer de grens over mogen voor een volstrekt essentieel familiebezoek!

IMG_3933b

Het moment – Vakantie in Den Haag

De kans is reëel dat Den Haag dit jaar de enige plek zal zijn waar ik over de landsgrenzen heen zal overnachten. Zo wordt 2020 niet alleen het jaar van afstandsleren, lockdowns en mondmaskers, maar zeker ook van Den Haag. Roos en ik spendeerden het afgelopen weekend net geen 48 uur in de administratieve hoofdstad van Nederland. Een mini-vakantie over de grens omdat Den Haag echt alles (en zelfs meer) te bieden heeft waar wij samen zo van kunnen genieten. Daarom besloten we dat Den Haag ons Parijs in Nederland is. Wie ons een beetje kent, weet dat dat het grootste compliment is dat we een stad kunnen geven. En om het gemis van Parijs wat te verzachten: in Den Haag is alles zo vlak als een biljarttafel en kan je ook nog eens heel fijn (en veilig!) fietsen. Hoewel ik het Frans wel wat mis, vindt Roos het bovendien mooi meegenomen dat ze er ook nog eens dezelfde taal spreken. Het relaas van ons weekend leest bijgevolg als een onvervalste lofzang op onze favoriete Nederlandse stad.

IMG_3219b

Toen we in 2016 onze eerste CPC Loop liepen, konden we niet vermoeden dat Den Haag het tot een volwaardige vakantiebestemming zou schoppen. We voelden ons natuurlijk heel erg welkom bij onze neef Maarten en diens gezin en “de klik” met de stad was er meteen. Die CPC werd de jaarlijkse aanleiding om een weekend bij Maarten, Irene, Senne en Lev te spenderen. Intussen hebben we al zoveel mooie familieherinneringen aan die weekends en de junglekamer van Lev (waar Roos en ik altijd mogen logeren) dat het lopen soms zelfs bijzaak lijkt te worden (en dat zeg ik niet snel). We twijfelden dan ook niet om eens zomertijd in Den Haag door te brengen: in het huis van Maarten & Co, helaas zonder hun gezelschap, aangezien ze zelf op vakantie waren.

IMG_3191b

Een groot pluspunt van Den Haag is de nabijheid van de zee: extra mooi meegenomen bij tropische temperaturen. Het enige euvel dat we moesten overwinnen, was de autorit naar het noorden. Mijn auto heeft namelijk geen airco (ja echt). In de praktijk betekende dit dat de eerste ernstige zweetuitbraken een feit waren op de Brusselse ring. Kleine domper op de zweetvreugde was bovendien dat onze favoriete tussenstop, zijnde de La Place net over de grens, blijkbaar de deuren gesloten heeft zonder ons – trouwe klanten – hiervan persoonlijk op de hoogte te brengen. Yes, we zouden onze eindbestemming nog sneller bereiken! Eenmaal aangekomen verwonderden we ons nog eens over de prachtige woning waar we mochten verblijven. We trokken iets frisruikender aan en sprongen op de fiets richting zee. In Nederland is fietsen echt kinderspel: werkelijk overal staan wegwijzers. Volgens Belgische normen vonden wij de drukte in Scheveningen-bad “gezellig druk”. Geen idee welke kleurcode hier zou bij horen. Ik haalde wat herinneringen op aan hoe ik als kind een begenadigd en succesvol schelpenverzamelaar was. Roos luisterde aandachtig, zoals ze dat altijd doet. We eindigden onze dag op een gezellig terras waar ook het eten ons geenszins teleurstelde.

IMG_3200b
Roos en haar ontbijtkommen.

Zaterdag begonnen we met een stevig ontbijt. Vervolgens brachten we een bezoekje aan De Bijenkorf. De gewoonte wil dat we daar zelden iets kopen, maar vooral veel wooninspiratie stelen met onze ogen. We gingen solden shoppen in de Hema (Roos kocht vier ontbijtkommen) en brachten nog een bezoek aan boekhandel Van Stockum (ik hield me in en kocht niets). Als lunch gingen we voor koffie en taart bij Bagels en Beans, die hebben aan ons een heel goede klant als we in Nederland zijn. Tijd om weer naar zee te vertrekken. We besloten naar het wat rustigere Zuiderstrand te fietsen. Daar kwam ik zelf iets te weten wat ik nog niet wist over Roos: zij loopt het liefst met waterschoenen over het strand omdat ze die scherpe randjes in het zand zo vervelend vindt. Na een stevige wandeling (ik blootvoets) zetten we ons neer bij strandpaviljoen Zuid. We dronken lauw Belgisch bier uit een kartonnen beker en – geloof het of niet – het smaakte fantastisch! ’s Avonds genoten we van een diner bij gastropub Van Kinsbergen. Ik denk dat we aan de meest ideale tafel zaten op het gezelligste plein van Den Haag. Eentje om te onthouden!

IMG_3204b

We eindigden de dag op een plek waar ons hart een beetje sneller gaat slaan. Het Malieveld is voor de Hagenezen wellicht slechts een groot grasveld waar al eens een manifestatie plaatsvindt. Voor ons is het dé plek van de CPC: start, finish, zenuwen, dixi’s en veel emoties. In maart is het Malieveld een bruine vlakte waar regenlaarzen best handig zouden zijn. In de zomer is het grasveld dus gewoon groen en hebben de bomen bladeren. Het voelde onwezenlijk dat we hier amper vijf maanden geleden nog een halve marathon liepen. De herinneringendoos ging weer open en we bespraken uitgebreid en met veel inleving onze laatste lijn en bocht naar de finish. Geïnspireerd door het Malieveld begonnen we zondagochtend met een bescheiden looprondje. De benen voelden stram aan, maar liepen zoals altijd los. Na ons ontbijt maakten we nog een fietstocht door het Westduinpark. Onze conclusie: in België kunnen we veel leren van de Nederlandse kust. Nog maar eens veel duimpjes omhoog voor de faciliteiten van Den Haag. We beseften vooral dat we nog veel te ontdekken hebben in de stad waar we steeds beter onze weg kennen. Hoe zou Den Haag er eigenlijk uitzien in de herfst?

IMG_3211b
Zeg nooit NOOIT grasveld tegen het Malieveld!

P.S. Sorry Machteld en Jelle dat we Den Haag voorlopig verkiezen boven Rotterdam.
Sorry Murielle dat Roos het Nederlands verkiest boven het Frans.

De gedachte – En nog bedankt voor de cultuur!

Het zijn barre, bittere ijskoude tijden voor het culturele landschap in Vlaanderen. Nadat minister-president Jan Jambon bekendmaakte dat er duchtig gesnoeid zal worden in de subsidies voor de culturele sector barstte er hevig protest los. Terecht. Jambon is immers ook cultuurminister. De grootste bezorgdheid is een besparing van 5 miljoen of maar liefst 60% op projectsubsidies. De impact daarvan is enorm. Volgens acteur Michael Pas wordt het voor jonge kunstenaars vrijwel onmogelijk om aan de slag te gaan omdat net die projectsubsidies een kweekvijver vormen voor aanstormend artistiek talent. Vergeet niet dat ook gevestigde gezelschappen ooit klein begonnen. De duimschroeven worden aangehaald en de kaasschaaf vakkundig gehanteerd. De culturele sector bloedt en dat raakt mij.

Naast onderwijs en zorg moet er, wat mij betreft, ook overheidsgeld gebruikt worden opdat ons culturele leven zou floreren. Ik kan mij geen cultuurloos leven voorstellen. Dit jaar ging ik naar de opera (voor het eerst), bezocht ik theatervoorstellingen, concerten en comedyshows. Altijd brengt dat iets teweeg. Ik vind daarin een vorm van ontspanning die ik niet uit sport of mijn dagelijks leven kan halen. Cultuur is voor mij verlichting en een stukje schoonheid. Het geeft mijn leven zowel diepgang als luchtigheid. Ik zie en hoor iets bijzonder, word geraakt, denk na, denk nog wat verder na en ben dan verrast over een gevoel dat uitgesproken is. Je mag dat raar of zelfs belachelijk vinden. Het getuigt echter van geen stijl om mij dan als een elitaire linkse trut te bestempelen, want dat is hoe overtuigde cultuurfanaten dezer dagen worden afgeschilderd. De culturele sector zou slechts een uiterst selecte groep van de Vlaamse bevolking bereiken.

Niemand is verplicht om deel te nemen aan het culturele leven, maar de cijfers liegen er niet om. Cultuur kent een brede waaier aan verschijningsvormen. Je hoeft niet naar de opera of het ballet te gaan om aan cultuur te doen. Ook naar de bioscoop gaan, een monument bezoeken of een musical bijwonen, valt onder de algemene noemer cultuur. Daarenboven tonen de cijfers aan dat cultuur beleven los staat van een politieke voorkeur. Met andere woorden: niet alleen linkse rakkers zijn cultuurliefhebbers. Je kan het daar niet mee eens zijn en de besparingen terecht vinden. Volwassenen kunnen namelijk van mening verschillen. Ze kunnen daar dan over spreken en naar elkaar luisteren. Wat ik echter tenenkrommend vind, is de bagger die theatermakers en acteurs de afgelopen dagen over zich heen kregen. Filip Brusselmans van Vlaams Belang beet op Radio 1 de spits af door acteurs af te schilderen als een stelletje onbekwame speelvogels die zich bij voorkeur naakt op een podium God wanen. Hij beriep zich op de provocatieve voorstelling Mount Olympus van de al even omstreden theatermaker Jan Fabre. Allemaal de schuld van de linkse pamperpolitiek dat dit soort verderfelijk amusement gefinancierd wordt met overheidsgeld. Hoog tijd dus om daar paal en perk aan te stellen.

Ik viel achterover van zoveel klinkklare nonsense. Weet die mens eigenlijk wel wat cultuur inhoudt? Waar haalt hij het lef vandaan om op basis van één ongegronde aanname de volledige theaterwereld door de mangel te halen? Helaas was hij niet de enige die zich laatdunkend uitliet. De denigrerende toon waarop er via diverse media gesproken wordt over acteurs is stuitend en ronduit choquerend. Theater maken is een ambacht. Toneel spelen is een vak. Het is een stiel die onmetelijk veel oefening en toewijding vereist. Aan een theatervoorstelling gaat een maandenlange en vooral ook intensieve voorbereiding vooraf. Acteurs passeren niet royaal langs de kassa nadat ze ocharme twee uur in de spotlights smoelen staan trekken. Ze draaien lange werkdagen op niet-reguliere tijdstippen omdat ze iets mooi en uniek willen geven aan hun publiek. Iets dat vluchtig, maar echt is. Dag na dag, in goede en slechte tijden. Iedereen die daar anders over denkt, zou eens een paar dagen mee op tournee moeten gaan om het het reilen en zeilen van de theaterwereld te ervaren. Vel dan je oordeel.

Laat mij geen vakken vullen in de supermarkt, straten aanleggen, longen transplanteren of de Europese Commissie leiden. Laat mij voor de klas staan. Ieder zijn vak en ook ieder zijn hobby. Elke mens heeft uiteindelijk behoefte aan ontspanning (en ontroering) op zijn eigen manier. Zo heb ik helemaal niets met voetbal, maar betaal ik net zo goed onrechtstreeks voor de veiligheidsmaatregelen die bij zulke wedstrijden genomen moeten worden. Mij goed. Het is echter problematisch dat we een minister van Cultuur hebben die (op Bokrijk na) weinig affiniteit lijkt te hebben met die bevoegdheid. Hij heeft de deur hard dicht geknald terwijl onze vingers er nog tussen zitten en roept pro forma: seg en nog bedankt he! Besparen op cultuur, dat is besparen op ons gevoel. Het is een stukje schoonheid dat verzwolgen wordt in het donkere woud van de verzuring. Omarm de rijke Vlaamse cultuur in al zijn facetten. Koester het acteertalent van onze vruchtbare eigen bodem. Grootmeester Leonard Cohen liet deze week nog postuum van zich horen met zijn nieuwste album Thanks for the dance. In eigen land kan ik alleen maar rechtstaan, hard in mijn handen klappen en vanuit het diepst van mijn hart zeggen: bedankt voor de cultuur. Het is een genoegen om jullie publiek te mogen zijn.

 

Het boek – Herfsttijd, leestijd, boekenbeurstijd!

Zoals mijn sportieve leven cyclisch de seizoenen doorloopt, zo gebeurt dat ook met mijn lezend leven. Deze periode loop ik dus niet alleen door de bladeren in het bos, maar (weliswaar aan een iets bescheidener tempo) ook over de sjofele tapijten van de Boekenbeurs in Antwerpen. Vorig jaar vertelde ik al over die tijdelijke en periodieke terugkeer naar het boekenvak als medewerker op de stand van Exhibitions International. Mijn allereerste werkgever is topleverancier van de mooiste boeken die op de Boekenbeurs te vinden zijn. Ondertussen ben ik al toe aan mijn twaalfde editie als werkkracht op de Boekenbeurs. Tijd om de balans op te maken van de eerste boekenbeursweek.

Laat er geen twijfel over bestaan: bij Exhibitions International vind je het meest gevarieerde en uitgebreide boekenaanbod: kunst, lifestyle, architectuur, Engelse ficite en non-fictie, film en muziek zijn slechts enkele onderwerpen. Een boek over fartology, tatoeages of kalligrafie behoort eveneens tot de mogelijkheden. Alle wegen leiden kortom naar Exhibitions International. De trends van vorig jaar zijn nog niet op hun retour. Het aantal katgerelateerde items lijkt weer wat toegenomen en valt nog steeds erg in de smaak. Ook de tote bags met opschrift hebben niet aan populariteit ingeleverd, net zoals de Disney scheurkalender die een must blijkt te zijn voor menig huishouden. Harry Potter is in al zijn verschijningsvormen eveneens erg geliefd bij jong en oud. Engelstalige fictie doet het in het algemeen goed met een glansrol voor Margaret Atwoord en haar Booker Prize winnende The Testaments. Het mannelijke publiek zwicht nog steeds voor dure boeken over nog duurdere Porsches of zeldzame horloges. Enkele kamerplanten fleuren sinds dit jaar de stand op, want stijlvolle boeken over groen in huis zijn ook helemaal in.

img_1623b.jpg

Dat ik al vier dagen tussen al die parels mocht vertoeven, heeft een groot voor- en tegelijkertijd ook nadeel: het is onmogelijk om zelf niets te kopen. Allereerst schafte ik me heel wat Engelstalige fictie aan. Ik ben onder meer razend benieuwd naar het bejubelde On Earth We’re Briefly Gorgeous van debutant Ocean Vuong. Ook Normal People van Sally Rooney staat inmiddels hoog op mijn leeslijst, samen met The Overstory van Richard Powers en Asymmetry van Lisa Halliday. De meest intrigerende titel is die van de Japanse bestseller Before the coffee gets cold van Toshikazu Kawaguchi. In de categorie non-fictie werd Factfulness me warm aanbevolen door tijdelijke collega Thomas en schoonbroer Peter. En omdat ik The Subtle Art of Not Giving a F*ck zo vaak over de toonbank zag gaan, ging ik ook voor die niet mis te verstane boodschap overstag.

Om een beetje in te spelen op die literaire overdaad in het najaar voer ik een boekenkoopstop in vanaf augustus. Het is dan uitkijken naar de nieuwigheden die strategisch in oktober verschijnen. Bij de andere stands is er dus ook heel wat moois te vinden. Zo kan ik niet wachten om te beginnen in Zwarte schuur, de nieuwe roman van Oek de Jong en Zonder liefde van Stefan Brijs. Ik kocht ook Zomervacht van Jaap Robben omdat ik deze zomer diens Birk in één ruk heb uitgelezen. Bij de buitenlandse literatuur maakte ik een vreugdesprongetje omdat mijn favoriete Deense auteur Jens Christian Grøndahl een nieuw boekenkind op de wereld zette. Alleen al omwille van de cover wil ik zijn De storm liefst nu lezen. Hetzelfde geldt voor De uitzichtlozen van Nicolas Mathieu, die vorig jaar de prestigieuze Prix Goncourt won. Dankzij de successen van de Paolo’s Cognetti en Giordano zetten uitgevers nu ook veeleer onbekende Italiaanse auteurs in de kijker. Ik ben niet moeilijk te overtuigen en kocht redelijk impulsief De menselijke maat van Roberto Camurri omdat het door Cognetti wordt omschreven als een ingetogen, gevoelig lied dat we nooit eerder hebben gehoord. Zo mogelijk nog impulsiever belandde Trocadéro van John-Alexander Janssen in mijn boekenzak. Simpelweg omdat het zich in Parijs afspeelt.

De goede verstaander leest hier dat ik graag boeken koop. Ik heb echter geen gebrek aan leesvoer in huis. Nadenken over welke boeken ik wil lezen, die vervolgens kopen, in huis hebben en alles organiseren: ook dat is deel van het boekenplezier. De heel goede verstaander leest hier dat mijn eigen woning momenteel ook een beetje op de Boekenbeurs begint te lijken. Zonder de muffe lucht en dure broodjes uiteraard.

De Boekenbeurs gaat door in Antwerp Expo en loopt nog tot en met maandag 11 november. Je vindt Exhibitions International in zaal 1, stand 109. Welkom!

IMG_1617b

Loperspraat – Nog meer zomer in augustus

Joepie! Morgen ga ik terug naar school! Na 9 weken ben ik weer helemaal opgeladen voor een nieuw schooljaar. Hoewel ik weinig concrete plannen had in augustus gebeurde er toch behoorlijk wat. Op sportief gebied bouwde ik de trainingen weer op in het kader van de najaarsplannen. Ik ging ook op uitstap en telde elke dag af tot Leah zou komen. Toen ze eenmaal geboren was, wilde ik haar natuurlijk zo vaak mogelijk zien. Naast mijn belangrijke rol als meter was er nog tijd om te lezen. Boeken werden verslonden, waarover later meer. Er was zelfs ook nog tijd om te barbecuen met Roos en Niko in hun paradijselijke tuin. Dit alles werd overgoten met mijn muzikale ontdekking van de maand: The Cat Empire! Ik ontdekte de Australische band van Felix Riebl very old school via de radio. Ik hoorde Brighter Than Gold (opzoeken!) en hoorde plots wat voor geweldig nummer dat is. Het bijhorende album Steal the Light overspoelde mij met trompetgeschal, latino invloeden en heel veel positieve energie. Net wat ik nodig had op de fiets, al lopend of gewoon liggend op mijn terras.

Ik nam een vliegende start in augustus. Na tien dagen had ik al meer bij elkaar gefietst dan tijdens de maand juli. Heel verwonderlijk is dat niet, want in juli deed ik het rustiger aan in aanloop naar en na afloop van de La Chouffe trail. Met die verjaardagsviering van Juan zat het dus wel snor. Voor de najaarsmarathon die ik zal lopen, was het tijd om de trainingsarbeid terug op te drijven. Ik blijf grote fan van de combinaite fiets- en looptraining. Het is voor mij de ideale manier om duurinspanningen te trainen zonder uren aan een stuk te moeten lopen. Ik verbaas me er steeds over dat ik best vlot kan lopen na anderhalf uur op de mountainbike te zitten. Er stonden ook enkele “gewone” duurlopen op de planning, waarbij ik steeds te koppig was om water mee te nemen, met als gevolg dat ik serieus gedehydrateerd thuis aankwam. Eigen schuld, dikke bult. Helaas had mijn rug er niet altijd evenveel zin in. In juli was er al enig gesputter te bespeuren, de afgelopen maand was het hek helemaal van de dam en werd mijn tere rug steeds stijver, strammer en stroever. De opgelegde mobilisatie-oefeningen van de kinesitherapeut konden slechts matig soelaas bieden. Zoals wel vaker, bleek het plots als vanzelf weer beter te gaan met die rugperikelen en heb ik er nu nog weinig last van.

IMG_0686b

Naast de Dossinkazerne bezocht ik met mama ook het Africamuseum in Tervuren. Dat was jaren gesloten voor renovatiewerken en ik was dus benieuwd hoe het er nu uit zou zien. De ligging aan het park van Tervuren en het gebouw zelf zijn indrukwekkend te noemen. Het museum is onderverdeeld in verschillende ruimtes waar telkens een ander aspect van Afrika centraal staat. Wij begonnen ons bezoek met de zaal over taal en cultuur. Het viel meteen op dat er wordt ingezet op interactiviteit en dat er dus ook op een jonger publiek gemikt wordt. De zaal met de opgezette dieren over de Afrikaanse fauna en flora is wellicht de bekendste. Leuk om te zien allemaal, maar wij misten wat overzicht en duiding in het museum. De koloniale beelden die controverse uitlokten, worden wel van een toelichting voorzien, maar daar bleef het dan ook bij. Na ons bezoek aan de Dossinkazerne vonden we dat het Africamuseum toch kansen onbenut laat.

IMG_0756b

En nu dus terug naar school. Om de voorschoolse spanning aan te wakkeren, kocht ik wat schrijfgerief en een nieuwe brooddoos. Ik moet eerlijk zeggen dat ik die eerste schooldag best spannend vind. Wie zal er allemaal voor mijn neus zitten? Zullen de leerlingen wel naar mij luisteren? Zal ik mijn leerkrachtige vaardigheden niet verleerd zijn? Uit ervaring weet ik dat ik die doorgaans niet verlies tijdens de vakantie. De komende weken zal het weer puzzelen zijn om schoolse en naschoolse activiteiten te combineren. Morgen bijvoorbeeld, als ik samen met Roos naar het langverwachte concert van Hozier in Brussel ga. Het is nog lang niet voorbij die mooie zomer!

 

Het moment – Een bezoek aan de Kazerne Dossin in Mechelen

Een bezoek aan de Kazerne Dossin zou voor iedereen verplichte kost moeten zijn. Je zou er opnieuw en opnieuw moeten langsgaan zodat een vreselijk deel van onze geschiedenis niet vergeten wordt. Tot die conclusie kwam ik maandag nadat ik het museum verliet. Ik ben spendeerde er 2,5 uur samen met mama. We waren danig onder de indruk. De militaire kazerne stamt uit de 18e eeuw en beleeft een gitzwarte periode tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tussen juli 1942 en september 1944 was het een deportatiecentrum waar ruim 25.000 Joden en enkele honderden Roma en Sinti gedeporteerd werden naar het concentratiekamp van Auschwitz-Birkenau. Amper 5% overleefde de horror. Lang geleden bezocht ik de Dossinkazerne al eens met school. Ook dat bezoek hakte er flink in. Als leerkracht besef ik hoe belangrijk herinneringseducatie is. Nu besef ik dat die ook verder dan het onderwijs moet reiken.

In een korte introductiefilm krijg je te zien dat jodenhaat van alle tijden is. De Jood zit als slechterik diepgeworteld in ons verleden. Reeds in de middeleeuwen worden Joden gestigmatiseerd en bruut vermoord, net zoals heksen. Karikaturale afbeeldingen presenteren hen als bedriegers en dieven. Voor de doorsnee middeleeuwer stond het als een paal boven water dat het Joden waren die Christus eigenhandig aan het kruis hebben genageld en ook de aanleiding hebben gegeven tot die vreselijke daad. Judas, de verrader, zou ook een Jood zijn. Kortom: de Jood is de grote boeman en bijgevolg ook pineut van de westerse geschiedenis. In de introductiefilm wordt ook verwezen naar andere genocides uit de 20e eeuw. Ze tonen aan dat als de ander gedehumaniseerd wordt, de gevolgen niet te overzien zijn.

IMG_0872b

Op de eerste verdieping van het museum staat de historische achtergrond van het nazisme en de aanleiding tot Hitlers vervolging van de Joden centraal. Het mechanisme van de massa wordt blootgelegd. Bij een gigantische foto van joelende festivalgangers op Tomorrowland lees je hoe de kracht van de massa werkt: je eigen “ik” verdwijnt, je wordt opgeslokt en meegesleurd in de euforie. De totalitaire dictatuur die in 1933 ontstaat in Nazi-Duitsland maakt daar handig gebruik van. Stelselmatig worden Joden steeds meer rechten ontnomen. Ze mogen zich enkel onder heel strikte voorwaarden in het openbare leven vertonen. Ze mogen hun beroep niet meer uitoefenen en moeten naar aparte scholen gaan. Ze worden kortom steeds meer de ander, steeds minder mens. Volgens Hitler zijn ze een zwak ras dat verjaagd moet worden om het bloed te zuiveren.

Op de tweede verdieping staat angst centraal. Joden worden ook in België geviseerd en opgejaagd. Als de Tweede Wereldoorlog losbarst, zijn ze voorgoed hun recht op een eigen leven kwijt. Vluchten, onderduiken of je vreselijke lot ondergaan? Je kinderen achterlaten of mee de dood in sleuren? Het zijn hartverscheurende beslissingen die je moeilijk een keuze kan noemen. De cijfers over de Dossinkazerne zijn bikkelhard. Met elk mensonterend transport vanuit Mechelen werd een duizendtal Joden vervoerd naar Auschwitz-Birkenau. Soms overleeft niemand het concentratiekamp. Hoogst uitzonderlijk zijn er 30 overlevenden. Het museum eindigt op de derde verdieping dan ook met dood als centrale thema. Tal van portretten, brief- en beeldfragmenten geven een gezicht aan de gruwel. Die individuele verhalen hebben overeenkomsten, maar uiteindelijk is elk verhaal uniek. Elk mensenleven is immers uniek. Elk mensenleven dat verloren is gegaan, is er één te veel.

IMG_0876b
Deze grijze muur heeft enkele gekleurde portretten: die van Holocaust-overlevers

Verspreid over het museum hoor je in vijf delen de beklijvende getuigenissen van vijf overlevers. Ik volgde het verhaal van Marie Pinhas. Ze werd in 1931 geboren in Griekenland en emigreerde een jaar later met haar ouders naar België. Het gezin woont in Laken, waar beide ouders werken. Marie heeft nooit beseft dat zij Joods was. Op school werd ze la petite Grecque genoemd en thuis wordt het joodse geloof niet gevolgd, maar het christelijke. Om die reden weigert haar vader hen als Joden te laten bestempelen. Ook als de dreiging toeneemt, probeert hij angstvallig hun Joodse identiteit te verhullen. Het gezin duikt onder, wordt verklikt en belandt in juli 1944 in de Dossinkazerne. Ze maken deel uit van het 26e en laatste transport vanuit Mechelen naar Auschwitz. Voor de medische keuring komt Marie oog in oog te staan met engel des doods, Josef Mengele. Ze liegt over haar leeftijd, waardoor ze niet rechtstreeks naar de gaskamers gaat, maar slavenarbeid moet verrichten: haar enige kans om te overleven. Ga naar Marie luisteren om het volledige verhaal te horen. Je zal een kranige dame zien die op haar veertiende abrupt volwassen werd.

IMG_0889b

We eindigden bij de kunstinstallatie Left Luggage van Willy Baeyens. Hij zocht een manier om zijn bezoek aan de Dossinkazerne te verwerken en begon daarom ingetogen olieverfportretten te schilderen van Joodse kinderen die de Holocaust niet overleefden. Uit het ene schilderij ontstond een volgend. Dit resulteerde uiteindelijk in ruim 100 portretten die in oude reiskoffers werden geplakt. De koffers liggen semi-nonchalant over de ruimte verspreid alsof ze uit een vrachtwagen zijn gevallen. In een filmpje geeft de kunstenaar uitleg bij de totstandkoming van de installatie. Ik had gemakkelijk een uur kunnen kijken naar die schilderijen. Ze hebben me diep geraakt, net zoals het verhaal van Marie dat deed.

img_0891b.jpg

Meer informatie over de Dossinkazerne vind je hier. Wacht niet te lang als je Left Luggage wil bewonderen: deze tijdelijke expo is nog tot 15 september gratis te bezichtigen tijdens de openingsuren van het museum.