Hoera, de blog is één jaar!

Op een symbolische vrijdag 13 juli 2018 ging mijn blog online. Daar ging natuurlijk een proces van maandenlang getwijfel aan vooraf. Ik heb al vaker gemerkt dat als ik ideeën of bedenkingen eenmaal deel met de buitenwereld de knoop eigenlijk is doorgehakt. Door iets uit te spreken, besef ik dat verandering geen kwaad kan en dat ik het maar beter kan proberen. Na één jaar online schrijven over wat mij bezighoudt, (want dat is bloggen uiteindelijk) heb ik nog helemaal niets moeten wijzigen aan mijn uitleg waarom ik schrijf. Wel heb ik me gerealiseerd dat schrijven best een complex en tijdrovend proces is. Het is niet niks wat ik op school van mijn leerlingen vraag. Om die reden heb ik dit schooljaar bij elke schrijfopdracht geprobeerd om concreet uit te leggen hoe je dat nu aanpakt: een goede tekst schrijven. Dat iets soms lastig is of tijd vraagt, betekent overigens niet dat het niet leuk is. Integendeel. Na één jaar durf ik zonder enige gêne te zeggen dat ik graag schrijf. Het geeft voldoening om mijn gedachten te ordenen. Het is bevrijdend om onbeschaamd vreemde hersenkronkels te delen. Het is plezierig om ook online terug te blikken op mijn sportieve avonturen. Kortom een leerrijk project, elke dag weer.

Toen ik vorig jaar dus uiteindelijk besliste om een blog te beginnen, pakte ik eerst ouderwets pen, potlood en een schriftje ter hand. Alles begint met goede ideeën (vergeet dat niet!) en die had ik in overvloed. Zo ontstonden er verschillende onderwerpen en categorieën. Uiteindelijk begon ik ook teksten te schrijven die ik mogelijk online kon zwieren. Toen was er weer twijfel. Ik wist niet hoe mijn stem op papier klonk of zou moeten klinken. Welke toon moest ik aanslaan? Had ik eigenlijk wel iets te vertellen? Hoe zouden mijn digitale woorden klinken voor mensen die mij niet kennen? Ik besprak die twijfel met Roos die mijn bedenkingen meteen vakkundig wegwuifde door te zeggen dat ik er al te veel over aan het nadenken was. Ik zette me dus over de drempel heen, schreef mijn eerste vier blogposts en na een dracht van enkele maanden werd mijn blogbaby geboren. De positieve reacties van mijn familieleden deden me deugd. Het mooiste compliment kreeg ik echter van jeugdvriendin Frea. We kennen elkaar al ruim 30 jaar, ongeveer ons hele leven dus. Zij maakte mijn blogproces van dichtbij mee en stuurde me enkele dagen na de eerste posts mooie woorden. Als iemand die me al zo lang kent, zegt dat ik oprecht over kom, dan durf ik dat te geloven.

Ik vertelde al eens dat ik aanvankelijk niet van plan was om ook over boeken en muziek te schrijven. Dat gaat ook in tegen het algemeen blogadvies om je op één specifieke doelgroep te richten en je blog dus te beperken tot een afgebakend onderwerp. Ik heb echter weinig toe te voegen aan de praktische informatie over lopen die overal te vinden is. Eigenzinnig als ik soms ben, sloeg ik dat advies dus in de wind. Ik schrijf graag een verhaal over wat ik zie, hoor, ervaar, beleef en opvang. Lopen is een onmisbare activiteit in mijn leven die verder reikt dan het sportieve element. Het is gelukkig niet het enige dat er toe doet in mijn leven. Daarom voelde het onnatuurlijk om mezelf te beperken tot de kilometers die ik loop (en nu dus ook fiets). En zo geef ik dus al eens boekentips, schrijf ik over mijn muzikale idolen en het leven op school. Niet iedereen zal alles interessant vinden, maar dat is helemaal niet erg.

Als ik elk van de 124 teksten die hier inmiddels verschenen nog eens zou nalezen, zou ik ongetwijfeld hier en daar nog iets kunnen wijzigen. Details welteverstaan. Al bij al sta ik nog steeds achter elke tekst die hier te lezen is. Elk onderwerp vormt op een andere manier een uitdaging. Bij een verslag van een marathon wil ik zo goed mogelijk weergeven wat ik heb doorgemaakt zonder dat het al te langdradig wordt, want dat is een marathon nu eenmaal. Bij een kritische kanttekening wil ik met een open geest een doordachte argumentatie opbouwen zonder dat ik al te drammerig overkom. Lastig soms, maar uitdagingen zijn er om aan te gaan. Juist door de variëteit aan onderwerpen blijft het voor mij boeiend om te schrijven. Ik kan dan ook onmogelijk een favoriete post of rubriek aanduiden. De portretten die ik over mijn familieleden schreef, vallen duidelijk goed in de smaak. Met name de tekst over mijn Oma – die overleed op Kerstmis – leek bij heel wat lezers een gevoelige snaar te raken. Oma valt natuurlijk niet te vatten in slechts 1000 woorden, maar toch lukte het me wonderwel om zowel mijn verdriet als haar warmte te vatten. Als ik die tekst terug lees, voelt het alsof ik weer eventjes dichter bij haar ben. Zonder blog zou dat eerbetoon nooit hebben bestaan.

Lieve lezers, ik wil jullie stuk voor stuk bedanken. Een blog zonder lezers zou immers een heel eenzame bedoening zijn, een beetje zoals praten tegen een betonnen muur of in de oneindigheid. Bedankt voor jullie aanwezigheid, jullie steun en enthousiasme. Merci voor de reacties! Op naar een nieuw blogjaar. Vandaag eten we taart. Santé!

 

Bericht 100 op een sportieve hoogdag

Op 13 juli 2018 werd mijn blog geboren. We zijn nu bijna negen maanden verder en dit is mijn honderdste bericht. 100 berichten, goed voor zo’n 88.000 woorden. Ik droomde onlangs dat mijn blog in boekvorm verschenen was. De cover was afgrijselijk: donkergele letters op een gele ondergrond. Ook in mijn droom vond ik dat spuuglelijk. Ik vind het wel toepasselijk om deze symbolische blogpost op een hoogdag voor de loper en fietser te plaatsen. Om 10u wordt namelijk het startschot gegeven van de marathon van Rotterdam die zichzelf De Mooiste noemt. Publieksfavoriet Abdi Nageeye hoopt het Nederlandse record van 2:08:16 scherper te stellen. Belgische trots en Europees kampioen Koen Naert wil zich in Rotterdam plaatsen voor de Olympische Spelen 2020 in Tokyo. Ik duim volop voor loopmaatje An die eveneens aan de start staat in Rotterdam. De marathon is live te volgen via NPO1. Ik zeg: kijken! En als je niet weet wat er in de namiddag op het sportieve programma staat, dan heb je de afgelopen dagen onder een steen geleefd.

Mijn leven is niet drastisch veranderd sinds ik op regelmatige basis mijn gedachten en verhalen hier neerschrijf. Al vertelde ik ook in mijn 42e bericht dat ik mijn blog niet als iets geheel vrijblijvend beschouw. Ik leg mezelf al eens druk op om iets te publiceren. Het ontbreekt me zelden aan inspiratie, maar veelal aan tijd. In het najaar had ik veel te vertellen over de marathon in Brussel, mijn derde plaats in de Hel en vooral hoe ik me daarop voorbereidde. In januari heb ik dan ook even gedacht dat mijn (online) verhaal verteld was. Ik maak elke maand een ruwe planning van onderwerpen waar ik over kan schrijven, maar ik merk dat mijn teksten vooral organisch ontstaan. Vaak treedt er uit onverwachte hoek plots een bepaald onderwerp naar de voorgrond en genereert dat weer nieuwe ideeën. Zo lag de focus in februari vooral op mijn leven als (lopende) leerkracht.

Door honderd teksten te schrijven kreeg ik meer inzicht in hoe een schrijfproces bij mij verloopt. Zo kost het me meer moeite om de juiste woorden te vinden in periodes dat ik wat worstel met mezelf. Ik lijk dan onzekerheid te bespeuren in elk woord dat op mijn scherm verschijnt. Het kost me weinig moeite om te schrijven over mijn loopverhalen en ook de goed gesmaakte portretten van mijn familieleden vloeiden relatief vlot uit mijn virtuele pen. Dat neemt niet weg dat elk bericht me de nodige tijd kost. Een blogpost moet kunnen groeien in mijn hoofd. Ik moet op een ongedwongen manier informatie en ideeën kunnen verzamelen. Het zal jullie niet verbazen dat lopen en fietsen een ideale generator vormen. Tijdens het sporten kunnen er plots zinnen door mijn hoofd vloeien die ik dan met behulp van ezelsbruggetjes probeer te onthouden tot ik thuis ben. Als ik over een onderwerp wil schrijven en die ideeën komen niet spontaan naar boven, dan zet ik het in de frigo voor later.

Ik probeer er niet al te veel bij stil te staan wie wat hier allemaal leest. Soms vraag ik me af hoe ik overkom bij mensen die mij niet in het echte leven kennen. Hoewel ik bijvoorbeeld geen klager wil zijn, ben ik me ervan bewust dat ik het hier vaak heb over mijn twijfels en onzekerheden. Ik stel me soms kwetsbaar op, maar ik deel ook niet mijn allerdiepste zielenroerselen met het wereldwijde web. Daarnaast ben ik soms ook overdreven enthousiast en heb ik vaak een duidelijk omlijnde mening. Ik denk dat die twee uitersten mij wel typeren als mens in het echte leven en dat ik hier dus een redelijk waarheidsgetrouw beeld van mezelf schets. Uit de statistieken van mijn blog leerde ik dat de portretten die ik schreef over mijn familieleden telkens veel bezoekers trokken en mijn leeservaringen duidelijk wat minder. Dat houdt me echter niet tegen om over boeken te blijven schrijven. Ik ga immers ook geen familieleden verzinnen om er nog meer in de spotlights te kunnen plaatsen. De inspiratie ligt overal voor het grijpen.

Bedankt, lieve lezers, om hier zo af en toe of juist heel vaak te komen lezen. Geniet van de zon, trek er op uit of blijf gewoon lekker in de zetel zitten. Ik wens jullie een schitterende zondag toe!

 

Gelukkige Gedichtendag!

Morgen is het Gedichtendag en dat is de aftrap van de Poëzieweek. Tom Lanoye verzorgt voor die gelegenheid het Poëziegeschenk getiteld Vrij – Wij? dat volledig in lijn ligt met het thema van de Poëzieweek: vrijheid. Zeg maar: poëzie, is dat geen complex gezweef en moeilijk doen met taal? Nee, in het geheel niet. Zoals ik hier al vertelde, leerde ik van Ellen Deckwitz dat poëzie de dingen niet gewoon zegt zoals ze zijn omdat de dichter de boodschap juist zo precies mogelijk wil weergeven. Poëzie vind je bovendien overal en is er voor iedereen. De Poëzieweek is een reden te meer om in de klas alle poëtische registers open te trekken.

Als lezer en leerkracht Nederlands past het wellicht binnen het plaatje om ook een poëzieliefhebber te zijn. Toch heb ik lange tijd weinig gehad met gedichten. Poëzie sprak me aan als cultureel-historisch product, maar het kon me niet echt raken. Zo vond ik tijdens mijn studies de achtergrond en het mysterie van Shakespeares sonnetten uitermate boeiend en het dramagehalte van die overvolle zinnen vond ik wel iets hebben. Waar ik echter meteen helemaal overspoeld werd door de veelzijdigheid van de magische wereld der literatuur, bleef poëzie lang een gesloten koffer die ik slechts sporadisch opende. Als tienerboekenmeisje las ik wel poëzie omdat ik het idee had dat het erbij hoorde. Als literatuurwetenschapper had ik niet de ambitie om De Poëzie te leren kennen. Het paste ook niet binnen mijn leespatroon. Lezen doe ik bij voorkeur lang aan een stuk om helemaal in een boek te kunnen kruipen. Ik weet nu dat je poëzie niet leest zoals een boek.

De poëtische vlam ontsprong ook niet meteen toen ik les begon te geven. Ik was wederom vooral gefascineerd door de tijdsgeest die bijvoorbeeld middeleeuwse dichters weergeven. Ik heb poëzie leren waarderen zoals ik koffie heb leren drinken: eerst met veel melk zodat ik niet echt koffie proefde. Gedichten die dus behapbaar zijn en iets herkenbaars oproepen omdat ze vaak inspelen op de grote emoties. De vergelijking gaat misschien niet helemaal op, want ik ben een verfijndere koffiedrinker dan dat ik een connaisseur van de poëzie ben. Inmiddels word ik wel helemaal lyrisch van een klassieker als het Egidiuslied, een pareltje uit het Middelnederlands waarin de zanger/dichter (ook toen waren die grenzen dun) het gemis van zijn vriend Egidius uitdrukt en daarbij hoe vreselijk oneerlijk het leven is. Ik zeg wel eens tegen mijn leerlingen (met enige overdrijving, want zo ben ik) dat ik een heel schooljaar les zou kunnen geven over dat gedicht.

Als ik in de klas poëzie bespreek dan vertel ik eerst dat je een gedicht niet moet willen begrijpen zoals het verhaal van een film. Je moet de poëzie durven ondergaan. De sleutel ligt niet in de analyse of interpretatie, maar in wat het teweeg brengt. Dat kan een eenvoudige glimlach zijn, een bedenkelijke frons of grimas, een steek van herkenbaarheid of helemaal niets natuurlijk. Er zijn drie dingen die opvallen als mijn leerlingen (met name de vierdejaars) uit poëziebundels gedichten selecteren. Ten eerste kiezen ze meestal voor iets wat kort is, zonder al te moeilijke woorden en met een duidelijke structuur: melk en suiker in de koffie dus. Op een tweede niveau grijpen ze naar absurde gedichten die spelen met de genrekenmerken: willekeurige klanken bijvoorbeeld of een parodie op het sonnet. Mevrouw, dat is toch geen poëzie: dat kan ik ook! Wat echter vooral opvalt is dat leerlingen erin slagen om zelfs in de dikste bundel in een mum van tijd gedichten te detecteren die verwijzen naar de lichamelijke liefde. Zij lijken hier een zesde zintuig voor te hebben en kunnen dan plots heel goed tussen de regels lezen. Poëzie is dan gewoon het feest van de dubbelzinnigheid.

Aan mij is er geen dichter verloren gegaan. Laat mij het maar bij lezen en uitleggen houden. Ik ben een grote fan van dichteres Maud Vanhauwaert. Enkele jaren geleden sloot zij Iedereen beroemd af door mensen op straat te verrassen met poëzie. Ik toon die fragmenten in de klas omdat ze aantonen hoe iets heel geks tegelijkertijd ook doodnormaal kan klinken. In 2015 won Maud Vanhauwaert de Herman De Coninck publieksprijs met Wij zijn evenwijdig.

maudvanhauwaert

Leve de poëzie! Geef er deze week een poëtische lap op!

Loperpraat – Over planning en organisatie in tijden van chaos

Ik heb eigenlijk geen tijd om deze blogpost te schrijven. Het zijn immers drukke tijden. Op professioneel vlak betekent de maand november traditiegetrouw bergen werk verzetten op en voor school. Bovendien werkte ik enkele dagen op de Boekenbeurs en volg ik dit weekend een bijscholing. Dat ik dan ook nog eens 9 trainingen per week probeer in te plannen voor mijn eerste duatlon over 4,5 week helpt mijn agenda niet bepaald vooruit. In tijden van chaos word ik onrustig als ik het idee krijg achter de feiten aan te hollen. Ik ontwikkelde dan ook verschillende methoden om drukte te handhaven en stress tot een minimum te beperken. Dat werkt. Meestal toch.

Enkele jaren geleden las ik David Allens bestseller Getting Things Done – How to Achieve Stress-free Productivity. Net zoals The Seven Habits of Highly Effective People van Stephen R. Covey is dit boek hét standaardwerk om te leren hoe je tijd nuttiger en efficiënter te besteden en komaf te maken met uitzichtloze to-dolijstjes. Allen gebruikt de benaming stuff om alles aan te duiden wat ons bezighoudt en mogelijk stress veroorzaakt. Denk hierbij aan werkgerelateerde deadlines en dingen die je niet mag vergeten, maar net zo goed huishoudelijke beslommeringen en karweitjes of persoonlijke beslissingen die je aandacht vragen. Daarnaast heeft iedereen ook grootsere projecten en ideeën die niet meteen uitgevoerd moeten worden. Als al dat stuff niet gecentraliseerd wordt opgeslagen, dan zal ons geheugen herinneringen blijven doorsturen over waar je allemaal aan moet denken, waardoor het onoverzichtelijk wordt wat je nu juist moet doen en stress vrij spel krijgt. Allen noemt dit de gevreesde open loops.

Om je productiviteit te verhogen moet je dus ten allen tijde vermijden dat die losse flarden blijven ronddwalen en stress uitlokken door één duidelijke plaats te hebben waar ze allemaal gestockeerd worden. Dit magazijn kan je op digitale of papieren wijze organiseren en het moet aangekleed worden met verschillende rekken. Daarenboven moet je ervoor zorgen dat je enkel concrete acties noteert. Schrijf op je to-dolijst dus niet trip Parijs, maar denk na wat de eerstvolgende concrete actie is die je moet ondernemen om die trip te plannen. Bijvoorbeeld dat je je zus moet bellen om een datum vast te leggen. Elke actie die minder dan twee minuten in beslag neemt, moet je ook meteen uitvoeren. Voor mij was die werkwijze wel een eye opener. Ik realiseerde me dat ik stress en onrust ervaar als ik geen grip heb op het werk dat gedaan moet worden en de dingen die ik wil realiseren.

Als ik mijn weekplanning opmaak dan moet die realistisch en concreet zijn. Uit ervaring leerde ik dat het het geen voldoening geeft als je planning is in het weekend ga ik examens maken. Je kan namelijk nooit heel het weekend productief zijn en je zal altijd het idee hebben dat je niet genoeg hebt gedaan. Ik bepaal dus per dag hoeveel uur ik kan werken en specificeer welk examen klaar moet zijn. Hetzelfde geldt voor sport: ik bereken hoeveel uren ik gelopen of gefietst wil hebben en ik spreid die trainingen zo verstandig mogelijk over de beschikbare tijd. ’s Ochtends gaan lopen vind ik dan ook een win win situatie omdat het een nuttige training is waardoor er overdag tijd vrijkomt. Als het enigszins kan, probeer ik om to-do’s te combineren. Zo is mijn verplaatsing met de fiets naar de bijscholing in Brussel meteen ook een training.

Eén van mijn geliefde motto’s is dat geen tijd heel vaak betekent geen prioriteit. David Allen noemt het learn to prioritise. Ik vind het belangrijk om tijd vrij te maken voor de dingen die voor mij belangrijk zijn. Rust en momenten van ontspanningen horen net zo goed gepland te worden. Als ik een uur voor school heb gewerkt, heb ik daarna bijvoorbeeld een kwartier om een koffie te drinken en de boekenbijlage van de krant te lezen. Ook lezen is een activiteit die ingepland wordt als het druk is. Een boek verdient het niet gelezen te worden in ontelbare stukken en brokken. Bewuste leesmomenten garanderen een positieve leeservaring. Al is het soms verleidelijk om me letterlijk op te sluiten in mijn werkbubbel, sociaal contact helpt ook om de zinnen te verzetten. Na wat ontspanning ga ik des te productiever aan de slag. Tijd maken om te koken en te eten is voor mij ook prioritair. Goed eten geeft weer energie om verder te gaan.

Haast en spoed zijn ook in tijden van een overvolle agenda zelden goed. Elke minuut is kostbaar, maar dat betekent niet dat je in een constante modus van gehaastheid moet verkeren. Integendeel. Diverse vormen van lompheid en impulsiviteit loeren dan om de hoek. Zo sloeg ik deze week de deur van de fietsenstalling zo enthousiast dicht dat mijn sleutelbos ertussen geklemd zat en ik bijgevolg dus eens goed moest in- en uitademen om dit euvel de wereld uit te helpen. Dat momentje van helder nadenken loonde. De positivo in mij probeert ook de essentie van mindfulness te bedrijven in het dagelijks leven. Bewust bezig zijn dus met wat je doet. In het moment leven. Blij zijn met mijn werk en de bezigheden die ik heb. Als mijn benen moe zijn op de fiets, dan concentreer ik me bijvoorbeeld op de muziek in mijn oren of ik neem de omgeving rond mij op. De herfst levert mooie mind pictures op. Geen gebrek aan verwondering. Van lopen word ik gelukkig, zei ik dat al?

Van nature ben ik een goede organisator, maar minstens een even goede uitsteller. Ik onderneem soms pas grondige actie als de deadline in mijn nek hijgt. Natuurlijk draait mijn planning soms dus ook hopeloos in de soep. Op momenten dat het water me echt aan de lippen staat, ga ik eens bij mijn katten te rade: mijn persoonlijke zenmasters en slapende hoopjes gelukzaligheid. Het is niet toevallig dat er tegenwoordig zoveel zelfhulpboeken verschijnen waarin katten het ultieme voorbeeld van een stressvrij leven zijn. Tot een duif hun blikveld betreedt.

De blog – Hoera voor blogpost 42!

Op vrijdag 13 juli 2018 ging mijn blog online en verscheen het eerste bericht op jokeloopt. Dit is bericht 42: een symbolisch getal op mijn persoonlijke marathonmedium, jullie begrijpen dat wel. 42 berichten op ruim 10 weken tijd… Ik durf hieruit te concluderen dat ik snel uit de startblokken ben gevlogen. Al zal dat mijn trouwe lezers niet echt verbazen. Bij mij is het wel vaker alles of niets. Een blog beginnen om daar elke maand iets op te publiceren, vind ik de moeite niet waard. Dat ik dit tempo niet eeuwig blijf volhouden, is een zekerheid. Hoog tijd voor een moment van zelfreflectie.

Creatieve projecten pakken zelden helemaal uit zoals je voor ogen had. De blog in mijn hoofd was praktischer van aard. Mijn blessureleed was in het voorjaar nog vers en pijnlijk. Schrijven en delen zou soelaas bieden. Dat draaide allemaal net even anders uit. Mijn looptrainingen schoten vanaf juli als paddenstoelen uit de grond. Ik had de verhalen maar te plukken en kon de kleurrijke oogst delen. Geen blog als pleister op de wonde dus. Ik besefte dat ik weinig zou kunnen toevoegen aan het praktische verhaal rond lopen en ging voluit voor mijn eigen verhaal. Misschien soms een vreemd en onsamenhangend verhaal vol kronkels, maar wel helemaal hoe ik in het leven sta. Toen ik in augustus ook nog eens de mountainbike herontdekte, ontstonden er sportieve plannen van een heel andere aard. Een overdaad aan stof tot schrijven!

Ik was aanvankelijk ook niet van plan om iets met boeken te doen op mijn blog. Het begon met een subtiele boekentip in de kantlijn. Daarna begon ik pagina’s te creëren en bedacht ik dat het wel handig zou zijn om hier een online boekenlijstje te publiceren voor geïnteresseerden. Dat kon wel wat opsmuk met foto’s gebruiken. Voor ik het goed en wel besefte, trok ik op een hete zomerdag met een zware tas vol boeken naar het bos en stond ik schaamteloos boeken te fotograferen in allerlei composities. Daags nadien deed ik dat nog eens over, want de foto’s konden beter. De zomer slaagde niet alleen op sportief vlak met vlag en wimpel, maar ook op literair. En zo werd nog meer stof tot schrijven geboren!

Foto’s? Daar zou ik toch niet aan meedoen? Ook dat pakte wat anders uit. Het bos is een dankbaar decor en het schitterende zomerlicht zorgde ervoor dat ik zelfs met mijn oude iPhone en zonder bewerking een – naar mijn normen – behoorlijk resultaat kon bekomen. Het bleef niet bij een bosuitstap met boeken, maar ik zeulde ook eens vijf paar schoenen en zo’n vijftien paar Stance sokken mee om op de gevoelige plaat te verenigen, nadat ik enkele weken daarvoor mijn familieleden al een fotoshoot had opgelegd. Mijn eigen woning met gestructureerde boekenchaos bleek verrassend veel decormogelijkheden te bieden. En voor wie het zich zou afvragen: als ik in huis foto’s maak, moet ik meer moeite doen om mijn katten niet op de foto te krijgen dan wel.

Ik vergeleek mijn blog eens met een online hobbykamertje waar ik kan uitstallen wat ik aan de wereld wil tonen. Die 42 blogposts kwamen echter niet uit de lucht vallen. Ik haal veel plezier uit het bedenken, plannen en uiteindelijk schrijven van mijn teksten, maar dat vraagt ook behoorlijk wat tijd. Als ik mezelf niets opleg, dan gebeurt er naar mijn zin te weinig. Ja dus, ik heb ook al gestrest over mijn blog. Het blijft een gekke gedachte om actief bij te dragen aan het wereldwijde web. Vooralsnog heeft schrijven enkel een positieve invloed gehad op mijn belevenissen. Op naar een volgende reeks van 42 berichten!

Een speciale merci aan Frea, die mijn laatste blogtwijfels wegnam en mij een groot compliment gaf!
Een bijzondere dankjewel aan mijn familie voor de tonnen inspiratie!
Bedankt lieve en trouwe lezers om mijn verhalen te volgen. Bedankt voor jullie warme reacties online en in het echt!

 

De gedachte – Over de zin en onzin van inspirational running quotes

Sometimes the best runs come on days you didn’t feel like running.
One run can change your day, many runs can change your life.
If you can run a mile. You can run a marathon. – Nike

Don’t just chase your dreams. Run them down!
Run. Find yourself.
Just do it. – Nike
Just run.

IMG_2304
Begin dit jaar scheurde ik deze pagina uit Runner’s World. Een krachtige, optimistische boodschap. 2018 wordt mijn jaar, wat dat ook moge betekenen. Zo niet, dan volgend jaar wel.

Het vergt weinig moeite om inspirational of motivational quotes over lopen of eender welke andere bezigheid te verzamelen. Zowel Google als Pinterest leveren een overvloed aan zoekresultaten op die ons wijze, al dan niet ludieke, lessen proberen mee te geven. Waar je ze aanvankelijk enkel aantrof in hippe koffiebars, vind je ze nu in elke winkel die wat eigenheid en lifestyle wil uitstralen. Het is trouwens opvallend dat er in het algemeen gekozen wordt voor de Engelse benaming inspirational quote. Als het gaat over inspireren of motiveren lijken de begrippen boodschap, citaat of spreuk de lading niet te dekken. Ook de mededeling zelf lijkt pas inspirerend te zijn als die Engels klinkt.

De zin van zulke quotes is dat ze op gebalde en vaak humoristische wijze een waarheid kunnen weergeven. Vaak is dat een positieve boodschap die ons aanzet van het leven te genieten: Eat cake, it’s somebody’s birthday somewhere. Ook enig realisme is niet vreemd. Life’s a bitch bijvoorbeeld. Het leven kan hard en gemeen zijn. Waarschijnlijk zou dezelfde boodschap in het Nederlands anders klinken. Het klinkt stoer, maar minder provocerend om het Engelse bitch te gebruiken. Een Nederlands equivalent zal sneller vulgair overkomen. Anno 2018 vloeken we in het Engels.

Vaak bevatten ze ook een dosis zelfspot: I don’t need an inspirational quote, I need coffee. Neem die inspirerende (on)zin vooral niet te serieus en geef mij maar een koffie. Motiverende spreuken zijn decoratie, een originele versiering met een dikke knipoog. Je gaat uiteindelijk ergens iets drinken omdat de koffie daar goed smaakt en het personeel vriendelijk is, niet omdat de slogans aan de muur zo catchy zijn. Dat er dan een glimlach op je gezicht verschijnt omdat je iets van jezelf herkent in een hippe uitdrukking, is alleen maar mooi meegenomen.

Hippe uitdrukking of gevatte uitspraak zijn juistere benamingen voor het fenomeen inspirational quote. Ik denk namelijk niet dat zulke gezegdes je echt inspireren of motiveren om iets te doen wat je daarvoor niet deed. Neem nu de Just do it van Nike (vergelijkbaar met de Yes, we can van Obama). Het betekent zoveel als: begin er aan. Doe het gewoon. Blijf niet eeuwig twijfelen en afwegen, maar ga ervoor. Ga gewoon eens lopen. Trek het je niet aan dat je zal zweten en wat stramme spieren zal hebben. Just run. Het lijkt me onwaarschijnlijk dat iemand na het lezen van twee of drie krachtige woorden effectief de loopschoenen aantrekt en denkt: ach ja, waarom niet? Niemand zal gemotiveerd zijn om voor een marathon te trainen als je met heel veel moeite uit het niets eens een mijl loopt omdat een quote dat gezegd heeft. Daarom zijn de woorden motivational en inspirational niet helemaal op hun plaats. Het is pas als je al gemotiveerd en geïnspireerd bent om te lopen dat je zal beamen dat de beste runs soms uit onverwachte hoek komen. In een hip jasje klinkt dit als: Sometimes the best runs come on days you didn’t feel like running.

We leven kortom niet in een wereld waarin de impact van enkele woorden zo groot is dat mensen plots rigoureus het roer omgooien en beginnen lopen omdat ze overtuigd zijn dat het hun leven zal veranderen nadat ze ergens One run can change your day, many runs can change your life aan de muur zagen hangen. Een hippe spreuk klinkt gewoon goed, is vaak grappig en moet herkenbaar zijn. Het kan ook een herinnering zijn aan een belangrijke boodschap voor jezelf, zoals mijn persoonlijke Dit wordt jouw jaar. De waarde van woorden is ook persoonlijk en zal afhangen van wie ze uitgesproken heeft. Als dat iemand is die je inspireert of simpelweg interesseert dan worden ze meteen krachtiger. Passion is not a chance, it’s a choice is een citaat van Eliud Kipchoge, de beste marathonloper van het moment. Een man die nog steeds een bescheiden leven leidt met zijn gezin in Kenia en waarvan ik oprecht geloof dat hij nog steeds heel veel plezier haalt uit elke kilometer die hij loopt. Als ik deze woorden zou horen uit de mond van Christiano Ronaldo dan zouden ze voor mij persoonlijk niets betekenen of toch veel minder. Sorry, Christiano.

Hang je muur dus vooral vol met wat voor jou belangrijk is of goed klinkt. Iedereen heeft zijn eigen waarheden. De inspirerende en motiverende kracht van mensen en plaatsen is gigantisch. Maak er gebruik van. Laat pretentie achterwege. Ga zeker geen slechte koffie drinken omdat de omgeving zo hip is. En als je een hekel hebt aan al die inspirerende nonsense: just don’t care.

Welkom, dit is dus mijn blog.

Ik kwam zelf ter wereld op een vrijdag de 13e. Vandaag is dus een symbolische geboortedatum om mijn blog het levenslicht te laten zien.

Aan deze blog ging heel wat getwijfel vooraf. Als lezer en leerkracht Nederlands groeit mijn liefde voor woorden met de jaren. Ik ben altijd een fervent dagboeken- en brievenschrijver geweest, maar het online gebeuren ligt ver buiten mijn comfortzone. Door een blessure ging ik plots anders naar mezelf als loper kijken. Uiteindelijk wonnen de nieuwsgierigheid en de zin om ermee te beginnen het van de onzekerheid. Zoals wel vaker het geval is, bleek de denker de weg te plaveien voor de doener in mij.

Verwacht hier vooral geen fotografische hoogstandjes, diepgaande wetenschappelijke artikels of uitgekiende trainingsschema’s en recepturen. Er schuilt in mij ook geen poëet, maar ik probeer wel de poëzie in het dagelijks leven te zien. Ik schrijf zoals ik loop: vanuit mijn buikgevoel probeer ik met oog voor detail naar de wereld rondom mij te kijken.

Ik hoop jullie te kunnen verblijden met mijn schrijfsels over mijn leven als loper en alles wat daarbij hoort: gaande van heel praktisch advies tot vreemde hersenspinsels. Op de achtergrond zal de lezer steeds aanwezig zijn. Inspiratie en verwondering: daar draait het om. Als ik daar een klein stukje aan kan bijdragen, dan is dat al heel wat.

Waarom ik loop en schrijf kan je hier uitgebreid lezen. Mijn lopers cv vind je hier terug.