Vorrei essere un’italiana, chiamami Gloria!*

Ik dacht iets te schrijven over onze reis. Na 2 dagen in Martigny besefte ik: dit is een verhaal op zich! De vakantieverhalen bleven zich opstapelen. Naast het campingleven en onze trailavonturen is er nog één aspect van de vakantie waar ik intens van genoten heb: het Italiaans! Er was een tijd (toen ik nog niet in Italië was geweest) dat ik het blasé vond om jezelf italofiel te noemen en te dwepen met het Italiaans. Om een taalcursus Italiaans te volgen zodat je dan bij de Italiaan in het Italiaans kan bestellen. Ik was zo niet. Ja, Italiaans is een mooie taal, maar ook wel makkelijk om er lyrisch over te zijn. Tegendraads als ik kan zijn, trad ik liever naar buiten met mijn liefde voor het Duits, een taal die meer positivisme nodig heeft dan dat eeuwige Italiaans. Ik wil niet per se anders zijn, maar het zit in mijn bloed om toch op de één of andere manier de ander te willen vertegenwoordigen.

Jullie voelen het al komen: dat is voltooid verleden tijd. Ik wil een cursus Italiaans volgen. Ik wil aan de Duolingo om elke dag met het Italiaans bezig te kunnen zijn zodat ik op z’n minst in het Italiaans kan bestellen bij de Italiaan en dat ik in Italië wat verder kom dan due cappuccino, wat fout is, want het is due cappuccini of cappu in de volksmond. Het begon allemaal in Milaan, waar ik tot de verrassende vaststelling kwam dat ik geschreven Italiaans heel goed begrijp. Met dank aan het Frans natuurlijk. Hans en ik imiteerden de stem van de metro, als vanzelf gingen we luider en met meer grimassen spreken. Het gaat echter mis als je zelf iets probeert te zeggen of gesproken Italiaans probeert te begrijpen. Door de snelheid zijn de woorden bijlange niet zo herkenbaar. Gesproken Italiaans leidt een eigen leven.

Italia is hoe dan ook een land dat tot de verbeelding spreekt. Alleen al de herkenbaarheid ervan op een blinde kaart is veelzeggend. Iedereen kent De Laars! In de 19e eeuw emigreerden miljoenen Italianen met de Italiaanse keuken als ultiem handelsmerk. Daardoor kan je min of meer overal ter wereld gaan eten bij Den Italiaan. Ook in de Europese geschiedenis is Italië toonaangevend. Ik denk aan de Italiaanse invloed op de renaissance en de modewereld. Italianen lijken het in elke sportdiscipline goed te doen. Of dat nu met een bal of in de sneeuw is. Zo bulkt ook elke Italiaanse stad van de geschiedenis en bezienswaardigheden. Als grote fan geef ik uiteraard de Italiaanse literatuur een vermelding in de eregalerij. Tutto è Italia.

Voor mij is Italië een land van chaos troef waar de emoties hoogtij vieren. De gesprekken zijn er altijd geanimeerd en doorleefd. Hartelijkheid altijd dat tikkeltje hartelijker. Een bongiorno is nooit zomaar een goedendag. Claxonneren is er net zo goed een taal. De polizia steekt je op de snelweg vrolijk langs rechts voorbij en op de afrit staat een verkeersbord dat zegt dat je er niet mag inhalen – want anders doe je dat toch gewoon! Ik dacht dat het woord macho uit het Italiaans afkomstig is, maar dat klopt niet: het is van Spaanse herkomst. Desalniettemin is de Italiaan een vat vol uitersten. Explosief van aard en tegelijkertijd zacht als een eitje. 2 bonken van kerels die op een terras witte wijn drinken met een bruscetta erbij, dat kan gewoon. Ik las eens een artikel waarin werd uitgelegd dat de Italiaanse cultuur wel tegen een spottend stootje kan, juist omdat ze altijd zo dominant is geweest. We hebben allemaal ergens een boon voor de Italianen, het is nooit een volk in verdrukking geweest.

En dan kom ik dus bij die fameuze Italiaanse taal. Een taal met een overdaad aan klinkers en klanken die alle kanten op stuiteren. Woorden leven bij het motto: hoe langer hoe beter! Die overdaad zie je ook op verkeersborden. Daar staat dan zoveel tekst op dat je denkt: ik krijg dit niet gelezen, enkele pictogrammen zouden handiger geweest zijn. Tot je het verkeersbord ziet dat aangeeft dat er file is. Doorgaans is dat een afbeelding van 3 auto’s achter elkaar: duidelijk genoeg, die staan in een rijtje aan te schuiven. In Italië is dat bord groter en staat het VOL met auto’s. Ik had ettelijke pogingen nodig om die auto’s te kunnen tellen. Wel, schrik niet: het zijn er 14! Op 1 verkeersbord dus. Veel woorden en dramatiek, ik kan daar alleen maar voor vallen.

De uitgelezen manier om als leek wat op te steken van gesproken Italiaans, is natuurlijk de muziek. Voor de vakantie stelde ik een playlist samen met de naam Tutta l’Italia, verwijzend naar het kitscherige nummer van Gabry Ponte, Italiaanse dj en producer. Op die lijst stond veel Paolo Conte en andere klassiekers zoals Zucchero en Umberto Tozzi. Laura Pausini mocht uiteraard ook niet ontbreken, net zoals Lucio Corsi die voor de hedendaagse touch zorgde. De zwierige en zangerige taal hielp in gezongen vorm om op onze uitspraak te werken door simpelweg na te zingen. Het was ook een oefening om woorden in gesproken vorm te herkennen. Ik zat er zo hard in dat ik me op een bepaald moment tot Gloria wilde laten omdopen, want paste dat eigenlijk niet veel beter bij mij? Onder die impuls kozen we ook resoluut voor Felicità en Sarà perché ti amo als muziek voor onze huwelijksceremonie. Het kleine geluk en de geneugten van verliefd zijn in een eighties Italiaans designerjasje!

Muzikaal drama volgens de perfectie gedoseerd en opgebouwd: ik viel als een blok voor het nummer Vivo per lei van Andrea Bocelli en Giorgia. Ik leerde er veel van. Andrea Bocelli bracht mij in mijn kindertijd voor het eerst Italiaans bij door zijn hit Con te partirò, wat niet bepaald een opbeurend nummer is, maar de tenor die niet kan zien maakte wel indruk op mij. In dit nummer blendt zijn zalvende stem fantastisch met die van Giorgia. Vivo per lei betekent Ik leef voor haar. Zij is geen vrouw, maar de muziek. Het is een duet waarin de troostende kracht van muziek bezongen wordt. De tekst toont ook aan hoe in het Italiaans een persoonlijk voornaamwoord – hier io (=ik) – al naargelang het uitkomt, wel of niet gebruikt kan worden. Wat een taal toch! Als klap op de vuurpijl verdiepte ik me in het privéleven van onze Andrea en dat bleek veel spannender dan verwacht. De saillante details zal ik jullie besparen, want ik bevind me niet in de positie om te oordelen over leeftijdsverschillen in een relatie.

Het is inmiddels 2 maanden geleden dat we in Italië waren. Ik ga heel eerlijk zijn: ik heb niks met Duolingo gedaan, noch ben ik ingeschreven voor een taalcursus. Het is Italia zelf en de Italianen die zwier en zwang geven aan hun taal, dat kan ik nooit met evenveel overgave oefenen aan de keukentafel. Wat rest is de helende kracht van de muziek. Tutta l’Italia!

* Ik wil een Italiaanse zijn, noem me Gloria!

Het moment – Wij gaan trouwen!

Tienen, zaterdag 29 augustus 2026.

Omstreeks het middaguur trekt het wolkendek misschien helemaal open. Gaat de zon stralen als een gek. Misschien ook niet. Valt de regen met bakken naar beneden. Of moeten we het doen met gemiezer. Op de weergoden kan je nooit echt rekenen. Hoe dan ook ben ik er zeker van dat er een heel grote roze wolk boven het stadhuis dan wel het stadspark zal hangen. Waar je ook bent, kijk maar eens heel goed. Ik ben 40 jaar en ik ga morgen trouwen met Hans, de man waarvan ik nooit kon dromen omdat ik niet wist dat hij bestond, daarom zonder meer de man van mijn leven.

Huh, trouwen? Jij? Hoe, wat, waarom???

Waar andere kinderen zich afvragen hoe een vogel kan vliegen, was ik vooral geboeid door de Grote Thema’s des Leven. Ik luisterde graag naar de gesprekken onder volwassenen om te horen wat zij voor interessants te bespreken hadden met elkaar. Als ik geen vragen stelde over die thema’s, dan zat ik er in mijn hoofd op te broeden. Zo vroeg ik ooit aan mijn papa waarom mama en hij eigenlijk getrouwd waren. Omdat je een keer moet zeggen dat het voor echt is. Een mooi antwoord. Eentje waar je ook meteen kritiek op kan geven, want is je relatie of je band echt echter als je getrouwd bent? Is het niet gewoon een ordinaire knieval voor de ambtenarij? Zwichten voor een plechtige setting om iets te officialiseren wat eigenlijk heel intiem is? Een ouderwets en achterhaald ritueel dat misschien juist moet compenseren dat er een gebrek aan echtheid is?

Ik heb heel wat jaren kunnen sjieken op die kwestie: de zin en onzin van trouwen. Omdat ik lang alleen ben geweest, verdween het trouwgebeuren in een doos ergens in de kelder. Ook toen Hans het toneel van mijn leven opkwam. Wij hadden elkaar gevonden, dat was het allerbelangrijkste. Waarom zouden wij moeten trouwen? Wat wij hadden was zo helemaal echt in alles. Tot ik dus afgelopen december droomde dat ik ging trouwen met Hans! Ik werd wakker met een gelukzalig gevoel. Het denken kwam verrassend tot een eind. Ik voelde wat ik wilde. Trouwen dus. We hadden geen van beide een officieel aanzoek nodig om dat een heel romantische gedachte te vinden: om dan voor echt man en vrouw te zijn.

We trouwen dus voor de romantiek. Uiteraard bestaat daarnaast ook een realiteit en moet je over onprettige dingen gaan nadenken als je voor een huwelijk kiest. Maar eigenlijk moet je dat altijd doen als je voor echt voor elkaar kiest. Ik vind het zoveel jaren na datum nog steeds een heel mooie uitleg van mijn papa. Zelf kwam ik niet heel veel verder toen ik aan Leah vroeg of zij eigenlijk wist wat trouwen was. Ik had het over opschrijven dat je dan écht bij elkaar hoort.

3 jaar geleden gingen Hans en ik op de laatste vrijdag van augustus een koffie drinken en toen was er geen houden meer aan. Aardplaten verschoven, de maan was het noorden kwijt. Wij vonden elkaar door te lezen en te schrijven. Wij beleefden onze eigen Murakami-roman. Wij zullen elkaar altijd blijven vinden en ontdekken door elke dag opnieuw voor elkaar en die grote liefde te kiezen.

Cheers!

Het moment – Adieu, bravo en vooral merci

Het regende verdrietig nieuws.

Martine Prenen stierf op 26 mei aan kanker. Ze was 62 jaar. Een televisiegezicht uit mijn jeugd, presentatrice van De rode loper aan de zijde van wijlen Yasmine. Een warme vrouw omgeven door een aura van positivisme. Zou niet iedereen een beetje Martine Prenen willen zijn? En zou de wereld ook niet een beetje mooier zijn als we allemaal een beetje Margriet Hermans konden zijn? Goedlachs en non-conformistisch. Spontane tv bestaat niet, maar wel met Margriet. Ze stierf op 3 juni, een paar weken nadat bij haar een agressieve vorm van kanker werd vastgesteld. 72 jaar en dan word je uit het leven weggerukt.

Hoe lang de dag ook leek, het was een snipper.
Hoe kort de dag ook lijkt, er is nog tijd.

Lieke Marsman

Lieke Marsman kon zich jaren voorbereiden op een leven dat jong zou stoppen. Ze deed dat zoals je verwacht van een schrijver en dichter. Door met de pen in de hand het leven warm en vast te houden. Door tegen de wetenschap in te blijven ontdekken. En hopen, vooral dat. Niet tegen beter weten in, maar om zich beter te voelen. Op 3 juni stierf ze aan de gevolgen van kraakbeenkanker. 36 jaar. Dat doet pijn. Net zoals het overlijden van Marjane Satrapi op 4 juni. In haar beeldverhaal Persepolis vertelt ze hoe ze in Iran opgroeide voor en na de revolutie, wat het betekent om vrouw en vrij te zijn. Marjane Satrapi werd 56 jaar. Een jaar geleden verloor ze haar man Mattias Ripa. Volgens haar familie stierf ze aan verdriet.

Er is heel veel wat een mens kapot kan krijgen. Er is ook heel veel wat een mens laat bloeien.

De gedachte – Over AI

Ik heb nog nooit AI gebruikt om mijn blogteksten te schrijven, mocht je je dat afvragen. Zoals met elke technologische stap die we zetten lijkt het me echter zinloos om tegen artificiële intelligentie te zijn. Vooruitgang laat zich niet tegenhouden. De uitdaging is om ermee te leren omgaan. Als leerkracht heb ik mijn hoofd niet gebroken over hoe ik kon vermijden dat de schrijfopdrachten van mijn leerlingen klakkeloos uit hun laptop kwamen gerold. Enerzijds kan je maar beter altijd op je hoede zijn voor vormen van bedrog, anderzijds is het ook zaak om je daar niet op blind te staren. Ik probeerde mijn (boek)opdrachten altijd zo op te stellen dat ze een persoonlijke leeservaring moesten uitdragen en dat er een vorm van creativiteit in verwerkt was. Je kan dan nog altijd valsspelen, maar je zal harder je best moeten doen (en dat is ook weer bezig zijn met je boek). Ik zie vandaag dat leerkrachten in het secundair onderwijs doorgaans op een gezonde manier omgaan met schrijfrobots. Ze leren jongeren er kritisch mee omgaan, zetten ze in om schrijfplezier juist aan te wakkeren en vooral ook als een middel om te leren. Dat lukt, zoals elk leerproces, met vallen en opstaan.

Zelf gebruik ik AI bitter weinig. Het is te zeggen, ik maak wel gebruik van AI-overzichten die je tegenwoordig bovenaan een zoekopdracht vindt, maar ik communiceer zelden met ChatGPT. Onlangs gebruikte ik het om twee tandverzekeringen met elkaar te vergelijken. Ik kreeg pas een duidelijk antwoord na een telefoontje met de mutualiteit. Hans en ik hebben eens aan ChatGPT gevraagd wie Joke Odeyn was en of ze een man had. Op beide vragen kregen we een behoorlijk accuraat antwoord. Heel gek is dat natuurlijk niet als je een publieke blog hebt. Voor professionele doeleinden gebruik ik eigenlijk nooit AI. Ik werk met en voor mensen en vertrouw dan toch vooral op mezelf en collega’s om een kind te beschrijven. Ongetwijfeld zijn er kansen die ik onbenut laat. Ik kan niet ontkennen dat ik met mijn ouderwetse ziel een bepaalde weerstand voel om werk uit te besteden aan de technologie.

Wat ik werkelijk niet kan begrijpen is dat verstandige mensen in de verleiding komen om, wat één of andere server bij elkaar zoekt, te verkopen als hun eigen woorden en te denken dat zo’n samenraapsel beter is dan wat ze zelf in huis hebben. Ik denk daarbij aan de openingsspeech van Petra De Sutter bij haar aanstelling als rector van de UGent en journalist Peter Vandermeersch die schoorvoetend toegaf dat hij op zijn politieke blogs onjuiste AI-citaten had gebruikt. De Sutter had het over slordigheid: ze had haar Einstein-citaten niet geverifieerd op hun juistheid. Vandermeersch benoemde hoe hij zwichtte voor de temptation: “Het is bijzonder pijnlijk dat ik precies de fout heb gemaakt waartegen ik collega’s herhaaldelijk heb gewaarschuwd: deze taalmodellen zijn zo goed dat ze onweerstaanbare citaten produceren die je als auteur in de verleiding brengen om te gebruiken. Natuurlijk had ik ze moeten verifiëren.”

Daar wringt het schoentje voor mij: ik vind AI op geen enkele manier onweerstaanbaar. Als ik een ervaren politica was die een speech mocht geven, dan zou ik een wijsheid van wijlen mijn Oma gebruiken in plaats van me te beroepen op Albert Einstein. Oma zei dat de tijd niet sneller of trager gaat als je ouder wordt. Wie heeft dan nog de relativiteitstheorie nodig? Maar goed, er is natuurlijk ook een reden waarom ik geen minister of rector ben. Ik schrijf hier voor de hobby en daar hangt verder niks van af. Als ik een gerenommeerd journalist was, zou ik toch vooral vertrouwen op mijn eigen kop om mijn teksten met spitsvondigheden te kruiden. Dat klinkt misschien arrogant: ik vind mezelf heus niet altijd zo interessant. Ik ben waarschijnlijk weer gruwelijk naïef als ik denk en zeg dat je schrijft omdat je trots bent op wat je zelf hebt geproduceerd. Ik heb geen blog om die te vullen met teksten van de AI-assistent. Dank je feestelijk! Wel omdat ik graag creëer.

Bij wijze van experiment nam ik de proef op de som. Ik vroeg aan ChatGPT om een voorbeschouwing te schrijven op de marathon van Leuven in de stijl van mijn blog. Dit zijn de eerste alinea’s.

Tien jaar geleden reden we voor het eerst naar Den Haag, met een TomTom die meer stress bezorgde dan rust. Ondertussen zijn we ettelijke wedstrijden, kilometers en herinneringen verder. Maar dat gevoel van een nieuwe wedstrijd die lonkt, dat blijft. Dit weekend is het opnieuw zo ver. Geen Den Haag deze keer, maar Leuven.

Leuven is geen onbekende. We kennen de stad van gezellige terrasjes aan de Oude Markt, van studenten die sneller fietsen dan wij ooit zullen lopen, en van straten die er op het eerste gezicht vlak uitzien… tot je er effectief door moet. Want wie het parcours een beetje kent, weet dat Leuven niet zomaar “een vlakke stadsmarathon” is. Het is er eentje die je moet verdienen.

Je ziet meteen wat ChatGPT goed kan: imiteren. Het begin is een variatie op de blog die ik schreef over de CPC in Den Haag. De zinsbouw en het ritme van de tekst passen bij wat ik mijn stijl zou noemen. Verder vind ik het vooral een heel slap afkooksel van wat ik zelf zou schrijven. Leuven en de terrasjes op de Oude Markt: hallo cliché! Leuven is geen onbekende: kan het nog algemener? De enige kanttekening die ik kan maken is dat dit de eerste versie was. Met wat meer prompts was er misschien iets beters uitgekomen. Daarmee wil ik niet zeggen dat mijn stijl perfect is. Integendeel! Ik heb soms het gevoel dat ik steeds opnieuw dezelfde trucjes toepas. Ik kan echt jaloers zijn op het schrijftalent van anderen. Ik zou graag andere registers kunnen opentrekken. Helaas zal een schrijfrobot me daar niet mee kunnen helpen door uitgeholde versies te produceren. Voor persoonlijkheid en creativiteit zal ik toch echt in mijn eigen hoofd moeten duiken. Of een schrijfcursus volgen.

Over niet-artificiële authenticiteit gesproken. Toen mijn blog net online was, gaf Murielle mij één van de mooiste complimenten: als ik je blog lees, hoor ik je spreken. En voilà, dat is wat ik hier uiteindelijk doe: mijn eigen stem laten horen. De ene keer met al wat meer toeters en bellen dan de andere. Ook als ik hier anderen aan het woord laat, probeer ik de eigenheid van hun woorden te behouden zonder daar mijn eigen saus over te gieten. Zullen we daarom afsluiten met een citaat van mijn Oma? Taart is een boterham met confituur. Over relativiteit gesproken.

De gedachte – Over het zwarte gat

Ik kreeg de eer om een bijdrage te mogen leveren aan het jubileummagazine van de 45e Rotterdam #demooiste Marathon die in april gelopen wordt. Een journalist belandde namelijk op mijn sub3-blog uit april 2023 waarin ik het zwarte gat na Rotterdam noem. Ik beantwoordde telefonisch vragen over wat dat zwarte gat precies is, hoe het voelt en hoe je ermee omgaat. Het was heel leuk om eens aan de vertel-kant te zitten en de tekst-kant aan iemand anders te laten. Ik heb het eindresultaat al mogen lezen, waar ik natuurlijk niet te veel over ga verraden (dat komt nog). Wel besefte ik dat het gitzwarte gat waar ik destijds in wegzonk na de marathon er niet meer is.

Kernzinnen in mijn relaas zijn een allesoverheersend doel en het ontnuchterende besef dat alles achter de rug is. Marathons lopen was lange tijd wat mijn leven richting en daardoor zin gaf. Ik telde week na week af naar dat grote doel. Elke stap die ik zette was er één naar de marathon, mijn ultieme focuspunt. Mijn leven werd daardoor ook behoorlijk hard. Vlak voor en tijdens die marathon bereikte de intensiteit een hoogtepunt. Ik was er verbonden met vriendjes en familie, ik deed iets waar ik ongelooflijk straf in was. Na de finish voelde ik alle energie en focus uit mijn lichaam wegvloeien. Mentaal en fysiek totaal leeg, ging ik naar huis. Daar viel ik in een uitputtende eenzaamheid, waar ik niet meer de held was die ik me tijdens en voor de marathon waande. It’s where reality kicks in. Het contrast tussen de magische marathonwereld en wat ik miste in mijn leven kon niet groter zijn. Ik werd verzwolgen door tristesse. Omdat ik nu een veel gelukkiger en zorgelozer leven leid, is die put er niet meer. Er is geen gapende leegte meer als de marathon gelopen is. Het leven gaat verder en dat is net zo goed een reden tot feest.

Wat natuurlijk ook helpt, is dat Hans en ik nu samen onze sportieve avonturen beleven. Een ongekende luxe om veel redenen. We kunnen eindeloos doorpraten over wat we meegemaakt hebben. We begrijpen elkaars triomf en frustraties. Er komt dus geen abrupt einde aan het verhaal, want we kunnen samen nagenieten en herbeleven zonder enig gemis. Hans heeft bovendien nooit last gehad van het zwarte gat. Hij heeft doorgaans wel stress in aanloop naar een wedstrijd en is dus vooral opgelucht als het achter de rug is en min of meer volgens plan verlopen. Wedstrijden zijn voor hem nooit een doel geweest om op regelmatige basis te lopen. Hij zegt dat hij stiekem wel een beetje jaloers is op die ervaring om in een zwart gat te kukelen zoals ik dat destijds kon. Ik ben immers zijn sensei van de intensiteit en het enthousiasme, zegt hij zelf.

Ik ging eens bij mijn loopvriendjes polsen of zij het zwarte gat kennen en hoe ze dat ervaren. Meteen keek ik in de richting van Roos omdat zij een ervaringsdeskundige inzake zwarte gaten is. Wat wij gemeen hebben is dat we de dingen intens beleven. Wij kunnen tot ongekende hoogten opgaan in iets en er dermate enthousiast over zijn dat zelfs de koelste kikker instant warmbloedig wordt. Ik denk dat die intensiteit aan de bron van een zwart gat kan liggen. Na de hoogte volgt de diepte. Roos beschrijft hoe ze zich na de dag van een wedstrijd kapot en leeg voelt terwijl ze alle indrukken moet verwerken. Hoe langer en zwaarder de wedstrijd, hoe meer last ze ervan heeft. Ze kan ook in een zwart gat vallen na een dag supporteren in de Hel of na een vierdaagse Rock Werchter. Een dag verlof nemen na een intense periode betekent de deur wagenwijd openzetten om het zwarte gat te verwelkomen. Om dat te vermijden zorgt Pieter ervoor dat het de week na een grote wedstrijd juist heel druk is. Zo kan het tot 2 weken duren vooraleer de gebeurtenis verwerkt is.

Ook voor Joni is het zwarte gat geen onbekende diepte. Volgens hem valt het de dag na de wedstrijd nog goed mee omdat je met veel mensen kan praten over wat je hebt meegemaakt, maar de tweede dag is iedereen het vergeten en blijf je alleen nog over met je (spier)pijn. Je omgeving lijkt een rol te spelen om het zwarte gat op te vullen of juist uit te diepen. Er is een grote behoefte om te delen, maar ook een grote afstand: wie er niet bij was kan niet begrijpen wat de impact was. Bij Sam werkt napraten juist helend. De grote doelen zijn bij hem vaak een heel event waarbij je met familie en vrienden onderweg bent. Omdat ze deelnemen aan je avontuur, kan je er nadien met die mensen honderduit over praten. Ook het resultaat bepaalt voor Sam hoe hij zich nadien voelt. Ging het goed, dan is het vooral nagenieten en dromen hoe het nog beter kan, ging het wat minder dan is er de honger om het volgende keer beter te doen. In beide scenario’s speelt hij de film van de wedstrijd opnieuw en opnieuw af als er niet gepraat kan worden.

Waar iedereen het over eens lijkt te zijn, is dat een volgend doel kan voorkomen dat je al te lang in je zwarte gat blijft plakken. Laten we het erop houden dat we ons als gedreven lopers schuldig maken aan het betere vluchtgedrag om maar niet onder ogen te moeten zien dat een geweldige ervaring achter de rug is. Mijn blog heeft mij trouwens ook altijd geholpen. Niks werkt zo therapeutisch als een brij van indrukken en gevoelens door een fijn zeefje te halen en elk korreltje nog eens door de microscoop te bekijken om er een naam op te plakken. Schrijven schept rust in mijn hoofd en een hoofd in rust is ook beter in staat om simpelweg te beseffen hoe ongelooflijk mooi datgene is wat je hebt meegemaakt.

Gelukkige Gedichtendag!

Hoera! Het is de poëzie die de mist in ons hoofd en het grijzedweilenweer kan doen vergeten. We vieren vandaag Gedichtendag met het thema “metamorfose”. Ellen Deckwitz schreef het Poëziegeschenk 2026. Ik ga heel eerlijk zijn: ik heb de poëzie de afgelopen tijd zwaar verwaarloosd. Vanaf vandaag breng ik daar verandering in. Ik luister namelijk altijd naar wat Ellen Deckwitz te vertellen heeft. Ellen wie? Ellen Deckwitz is een Nederlandse alleskunner. Ze praat, dicht en schrijft. Ze tovert het ene na het andere genre uit haar pen. Een vrouw met humor en een mening, een vrouw naar mijn hart dus. Ze is een onvermoeibare poëzie-ambassadeur. In haar boek Olijven moet je leren lezen legt ze uit hoe je van gedichten kan leren genieten. Ik heb kortom al veel van Ellen Deckwitz geleerd. Ze heeft bovendien cavia’s. En mensen met cavia’s die zijn eigenlijk bij voorbaat sympathiek.

Haast je dus naar de boekenwinkel om poëzie te kopen en het Poëziegeschenk van Ellen Deckwitz cadeau te krijgen!

Eerste metamorfose

Op een dag werd je verliefd. Je vel dwong je
op een strooptocht naar troost,

een ander om als een branddeken
over je heen te trekken.

Hormonenroedels raasden door haarvaten,
werden sledehonden in een sneeuwstorm,

de ander liet eeuwenoude kuren
in je ontwaken, je eiste blaren

op je heupen, wilde een navel
vol laten lopen met jouw zweet.

Je zenuwen werden een woud aan toortsen
en in de verte schemerde nog ergens een citaat

uit het Hooglied, dat hartstocht beklemmend is
als het rijk van de doden

maar er was alleen nog maar de ander.
Je botten die nieuwe botten wilden maken,

op een dag werd je verliefd. Het was magisch
en fantastisch, en ik bleef achter.

Ellen Deckwitz

Cheers op de poëzie!

Hoera, de blog is 7 jaar!

Verjaardagen zijn er om gevierd te worden. Mijn blogbaby is inmiddels een uit de kluiten gewassen kind geworden. 7 jaar geleden begon ik dus op heel regelmatige basis te schrijven over mijn lopende leven. Al gauw werd dat mijn leven in het algemeen waarin lopen een belangrijke rol vervult. Neem nu deze inleiding, de eerste versie vond ik zo beschouwend dat ik er bij in slaap viel. Ik ging een toertje lopen en besefte plots: ik heb Robbie nodig! Het verhaal ging namelijk als volgt. Hans en ik gingen eind juni naar TW Classics. Een afspraak die ik niet wilde missen aangezien ik er mijn twee tieneridolen voor het eerste live aan het werk zou zien: Bryan Adams en Robbie Williams. Het werd een onvergetelijke avond. De muziek van je tienerjaren in het echt horen, is de uitgelezen manier om met je 25 jaar jongere zelf te spreken.

De gitaren loeiden bij Bryan Adams, de Canadese rocker die even oud is als mijn ouders, maar nog altijd kan shaken als een jong veulen. Met zijn raspende zeemzoete stem is hij de ideale zalf voor elk (tiener)kwaaltje. De toon was gezet. Robbie Williams haalde veel meer toeters en bellen van stal. Jullie weten dat ik goed ga op wat drama en theatraliteit: een buiteling vanaf een gouden trap, kleurrijke outfit changes en heel wat ambiance op het podium. Robbie deed zijn naam alle eer aan. Hij is de enige echte King of Entertainment. Het kan onze redding zijn net als de wereld een akelige plek blijkt te zijn. Een tafelspringer of entertainer heeft er nooit in mij geschuild. Als er iets is wat ik met mijn blog wel hoop te zijn, dan is het de Vrouw van het Verhaal. 7 jaar schrijven leerde me dat de goede verhalen overal voor het rapen liggen.

Zelfs als ik er niet naar op zoek ben, kan ik op een verhaal stuiten dat ik wil delen. Zoals een foto helpt om je herinneringen te verankeren, zo doet een tekst dat voor het gevoel. Mijn blog is een mooie steekproef van wat mij bezighoudt in een bepaalde periode. Ik ga al eens grasduinen in mijn eigen bij elkaar geschreven archief. De conclusie is dan steevast: wat ben ik blij met wat ik al heb mogen meemaken. Er is zoveel moois spontaan op mijn pad gekomen. Schrijven helpt om de dingen een plaats te geven. Er zijn de euforische momenten die je een ereplaats geeft in de vitrinekast, maar ook de donkere kantjes die zichtbaar worden en daardoor lucht krijgen. Verhalen kunnen levens redden.

Mijn blog is een project waar ik altijd een beetje mee bezig ben. Ik schrijf mijn teksten in verschillende etappes. Mijn hoofd krijgt daardoor de tijd om woorden en verhalen te genereren opdat een tekst echt af zou zijn. Dat het een tijdrovende hobby is, daar had ik het al vaker over. Ik doe dit niet voor de likes of de bekendheid, wel omdat het zo plezierig is om iets te creëren. Om jullie dus die verhalen te brengen. Ik krijg daar dan ook ontzettend veel voor terug. Ik kan een stukje lopen, maar dat jullie mijn stukjes tekst zo graag lezen, dat raakt me steeds. Mijn blog heeft me al ontzettend veel verhalen van liefde en vriendschap opgeleverd. Dat is dankzij jullie!

Op deze verjaardag zeg ik dus nog maar eens: bedankt, mijn allerliefste lezers, jullie maken van jokeloopt zo’n fijne plek. Jullie zijn mijn chips en cola tijdens de trail die mij steeds de kracht geven om te blijven gaan. Net zoals Robbie wil ik jullie dan ook heel graag vragen: willen jullie samen met mij oud worden?

Cheers op de blog! Dat we samen nog vele verjaardagen mogen vieren!

Het moment – Een ander decor, een nieuwe koers

Aangezien het mij niet ontbreekt aan schrijfhonger en ook de ideeën doorgaans vanzelf komen, knaagt het als mijn blog op een laag pitje staat. Het was een algemeen gegeven waar ik mee kampte: ik leek zowel te weinig tastbare tijd als mentale ruimte te hebben voor veel dingen die me dierbaar waren: lopen, lezen en gewoon thuis zijn met Hans. De openingsuren van de winkel, mijn werkuren dus, bleken niet compatibel te zijn met hoe ik mijn leven wil inrichten. Er waren ook wat andere dingen die wrongen. Zoals lange dagen binnen zitten, geïsoleerd van de buitenwereld. De befaamde work-life balans zat niet goed. Ik was moe en kwam niet tot rust. Het gevoel bekroop me dat ik veel moest missen. Ik veranderde dus nog eens van koers. Terug het onderwijs in, maar dan wel binnen een heel ander decor. Hoog tijd voor een update.

Je hoort het vaak en het is eigenlijk ook wel zo: leerkracht zijn is een roeping. Het was voor mij de logica zelve dat ik voor de klas zou staan. Tot ik besefte dat het op was. Een pijnlijke vaststelling, want mijn hart ging nog steeds sneller slaan voor de interactie met jongeren, waar ik dan ook nog eens mijn liefde voor taal mee kon delen. Het gebrek aan autonomie en waardering nam elk jaar toe. Ik had het gevoel dat ik op elk vlak tekort schoot. Ik stond in een onmogelijke spagaat tussen hart en verstand. Ik had heel wat opgebouwd, maar het was tijd om los te laten. Het schip zou verder varen zonder mij. Ik gooide het roer drastisch om en belandde bij Absolute Run in Leuven. Goed omringd door loopschoenen en mensen baande ik mezelf een weg in de retail sector.

Ik heb echt een mooie tijd gehad in de winkel. Om er een cliché tegenaan te gooien: het is een ervaring die me rijker heeft gemaakt, als mens en als loper. Ik kan niet anders dan dankbaar zijn voor de gegeven kans. Juist daarom deed het afscheid ook een beetje pijn, maar eigenlijk is dat alleen maar goed: het betekent dat het iets betekend heeft en dat zonder enige vorm van rancune de wegen scheiden. Aangezien ik op relatief korte termijn ander werk wilde vinden, keek ik toch weer richting onderwijs. Voor de klas wilde ik liever niet staan. Met jongeren aan de slag daarentegen wel. Zo kwam ik uit bij de functie van leerondersteuner. Na een goed kennismakingsgesprek voelde ik mijn vlam voor het onderwijsveld weer opflakkeren. Ik had heel veel zin in deze nieuwe uitdaging en waagde de sprong.

Op zaterdag 8 februari werkte ik mijn laatste dag in de winkel en op maandag 10 februari begon ik als leerondersteuner. Een pittige switch dus van het één naar het ander. Ik werk voor Leersteuncentrum Oost-Brabant. Met in totaal zo’n 120 collega’s bieden we ondersteuning aan leerlingen met specifieke zorgbehoeften zowel in het kleuter, lager als secundair onderwijs. Binnen dat grotere team, word ik gesterkt door een regioteam van 10 collega’s. Ik ben niet gebonden aan één school, maar ik werk op verschillende scholen. Mijn pakket bestaat momenteel voornamelijk uit ondersteuning in het kleuteronderwijs bij kinderen met een verstandelijke beperking. Echt weer iets heel anders dus.

Mevrouw Odeyn heeft plaats gemaakt voor Juf Joke. Ik werk met kinderen aan individuele doelen, zowel 1 op 1 als in de klas. Ook ouders en de school zijn betrokken partijen die deel uitmaken van het traject. Het is een gevarieerde job waarbij elke dag anders is. Uitdagend ook wel. Er komt heel veel op me af en dat is soms spannend. Gelukkig voel ik me helemaal op mijn plek. Het allermooiste is dat ik weer vol verwondering en bewondering naar leren kijk. Ik sta dagelijks versteld van wat opgroeien zoal behelst en ik haal er voldoening uit om het onderwijs een stukje inclusiever te maken. Aangezien ik ook dicht bij huis werk, is er veel tijd vrijgekomen om leuke dingen te doen, samen met Hans. Ik heb meer leven dan alleen maar werken. Ik kan weer een dutje in de zetel doen als ik daar aan toe ben. Eigenlijk is dat de beste graadmeter om te zien of de balans goed zit. Ik ben benieuwd wat dit hoofdstuk me nog meer zal brengen. Genoeg verhalen over het leven in de kleuterklas alleszins!

Gelukkige Gedichtendag!

De laatste donderdag van januari is de dag dat de poëzie het voor het zeggen heeft. Poëzieweek 2025 is nu officieel begonnen. Het is op dit soort momenten dat ik mijn klas mis. Aftellen naar Gedichtendag en er zoveel trammelant over verkopen dat zelfs de oogjes van de meest ongeïnteresseerde van de klas gaan twinkelen op die bewuste donderdag. Charlotte Van den Broeck kreeg de eer om het Poëziegeschenk te schrijven. Het thema is dit jaar lijfelijkheid. Een goed woord, een sterk woord ook, want lijf klinkt zoveel beter dan lichaam. Daar moeten jongeren toch één en ander over te zeggen hebben (of om die reden juist niet). Voor mij is het dus een Gedichtendag met stille trompet en een beetje mineur.

Bij gebrek aan leerlingen keer ik voor de gelegenheid terug naar mijn eigen puberteit. Omgeven door boeken van de bibliotheek en het ene na het andere creatieve project dat zich in mijn kamer ontspon. Lekker teruggetrokken in mijn eigen hoofd. Dromen en denken. Eens een brief schrijven aan Bart Moeyaert. Stilletjes bladeren door mijn favoriete dichtbundel Met gekleurde billen zou het gelukkiger leven zijn van Jan Van Coillie. Een bundel troost in emotioneel intense jaren. Het kon geen toeval zijn dat ik het boek vorig jaar in de kringwinkel vond en zo weer een kring uit mijn leven rond kon maken. De bundel bevat ook een gedicht dat ik uit mijn hoofd kan opzeggen. Eentje van Bart Moeyaert. Zonder enige twijfel het mooiste gedicht over de geborgenheid van samen in bed liggen.

Siberië

Geef me je jas
van bont van teddyberen.
Leg je arm om me heen
en al je winterkleren.
Zoen me
tot ik warm word.
Zoen me
tot ik spin.
Trek je eigen huid dan uit,
stop mij eronder in.
Sus me met je hartslag:
wij ons wij ons wij ons.
Maak van dit veel te grote bed
een heel klein fort van dons.

Kruip maar op tijd onder de wol vanavond en maak het knus. Cheers op de poëzie!

Het moment – Tijd voor een Flat White

Vrijdag de 13e is geen dag om bang te zijn. Loop dus gerust onder een ladder door en aai een zwarte kat. 39 jaar geleden werd ik namelijk geboren op een vrijdag de 13e in september. 3 keer 13 jaar geleden dus, nog een reden tot feest. Toen ik als kind een keer jarig was op een vrijdag de 13e werd daar toch een beetje mee gelachen. Een ongeluksdag! Niks van dat. De 13 zal voor eens en voor altijd mijn geluksgetal zijn. Ondertussen ook wel dat van Seppe, die zich zondag weer tot vice-wereldkampioen duatlon kroonde met dat bijzondere nummer 13.

Ook mijn geboortejaar 1985 zal me niet snel vervelen. En laat ik dit jaar toch een fantastische ontdekking hebben gedaan over dat bijzondere jaar. De Flat White is mijn favoriete koffiebereiding: een cappuccino met een extra shot espresso. Romig, een tikje klassiek, maar met pit. Eveneens de eerste keuze van Hans (slechts één van de vele dingen die ons bindt). Als koffie-lover label ik bovendien de kleding en tassen die ik maak met mijn merknaam Flat White. Klassiek met net dat tikje meer durf, ook om me te kleden is dat waar ik van hou.

Er zijn verschillende theorieën over het ontstaan of de uitvinding van de Flat White. Mogelijk was de eerste Flat White eigenlijk een mislukte cappuccino die in de smaak viel. Consensus lijkt te bestaan over het feit dat het drankje voor het eerst geserveerd werd in Australië. Het toeval wil – hoewel toeval eigenlijk niet bestaat – dat het eerst tastbare bewijs van de Flat White dateert uit 1985. Moors Espresso Bar in Sydney zou de Flat White sedert dat bijzondere jaar op de kaart hebben staan.

Neem dus een koud of warm drankje naar keuze. Hef het glas of het kopje en dan klinken we samen op het leven en weer een jaartje erbij. Cheers!