Het boek – Toppers volgens mijn leerlingen #3

Het schooljaar is halverwege. Dat betekent dat mijn leerlingen al twee boeken lazen en er nog twee te goed hebben. Ik vertelde al eens wat mijn leerlingen van het vierde jaar zoal weten te waarderen op literair vlak. In het vijfde jaar kiezen leerlingen van een uitgebreide lijst die ruimte biedt aan de volledige wereldliteratuur. Vertalingen uit het Engels en Frans worden echter niet toegelaten. Jaarlijks komen er nieuwe titels bij waarvan ik denk dat ze iets teweeg kunnen brengen bij mijn lezerspubliek. Ik merk dat leerlingen in het vijfde jaar minder klagen over moeten lezen. Vaak ontwikkelen ze hun eigen smaak en ontdekken ze een schrijver wiens stijl ze waarderen. Ze geven elkaar ook vaak tips over wat het lezen waard is. Ik licht er graag drie titels uit die steevast positief onthaald worden.

De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween van de Zweedse auteur Jonas Jonasson wordt steeds weer op gejuich onthaald. Jonassons debuutroman verscheen in 2009 en werd meteen een wereldwijde bestseller. Om jongeren meer dan 300 pagina’s te kunnen boeien, moet een boek wel echt overtuigend zijn. Zeker voor jongens is deze roman telkens weer een schot in de roos. Het absurde levensverhaal en het ontsnappingsverhaal van het honderdjarige hoofdpersonage Allan, die op zijn verjaardag uit het rusthuis ontsnapt, worden in de eerste plaats gewaardeerd omdat heel wat gebeurtenissen uit de wereldgeschiedenis de revue passeren, zoals de Wereldoorlogen dichtbij huis, maar ook minder bekende gebeurtenissen in de Sovjet-Unie en China. Mij kon dit verhaal geenszins overtuigen. Ik stoorde me aan de ongeloofwaardige Allan die een voorliefde heeft voor bommen en explosies en bovendien bij werkelijk elke bepalende gebeurtenis in de wereldgeschiedenis een rol van betekenis heeft gespeeld. Mijn leerlingen zijn het daar duidelijk niet mee eens. Ze prijzen keer op keer de humor en originaliteit van het boek de hemel in. Een jongen zei eens: “Mevrouw, er zal echt nooit een boek zijn dat ook maar in de buurt komt van dit.” De pretlichtjes en gelukzalige glimlach op zijn gezicht zal ik niet snel vergeten.

Uit eigen land scoort Griet Op de Beecks Vele hemels boven de zevende erg goed. Ze krijgt vaak het neerbuigende etiket vrouwenliteratuur opgeplakt. Ik vind dat jammer: literatuur is niet te herleiden tot mannen- en vrouwenboeken, al zal ik niet ontkennen dat enkel meisjes dit boek kiezen en er laaiend enthousiast over zijn. Vooral de manier waarop de personages Eva, Lou en Elsie vorm krijgen. Ze worden beschouwd als bestaande personen, echte mensen van vlees en bloed die tot leven komen op papier. Iemand schreef dat ze het gevoel kreeg dat ze naar een toneelstuk aan het kijken was. De eenzaamheid en droevige gebeurtenissen waar de personages op hun zoektocht naar geluk mee geconfronteerd worden, raken duidelijk een gevoelige snaar bij mijn leerlingen. Daarenboven lees ik vaak dat ze door dit verhaal een ander, menselijker en genuanceerder, beeld hebben gekregen van onderwerpen als vreemdgaan en alcoholisme. Onderwerpen waar ze doorgaans een principiële mening over hebben. Vele hemels boven de zevende deed hen beseffen dat het begrijpelijk is dat mensen soms verkeerde beslissingen maken, dat je soms kiest voor zekerheid in plaats van voor geluk en dat het niet erg is om niet perfect te zijn.

De geniale vriendin van de mysterieuze Italiaanse schrijfster Elena Ferrante wordt sinds kort vaak en graag gelezen. Dit boek is het eerste deel van Ferrantes Napolitaanse romans, waarin we kennismaken met Lila en Elena die opgroeien in de harde realiteit van het grauwe Napels in de jaren 50, waar de klassenmaatschappij een feit is. De meisjes worden briljant en ontwapenend genoemd. Door hun kinderogen wordt intens meegeleefd met hun dromen: om een boek te schrijven en rijk te worden bijvoorbeeld. Naarmate de meisjes ouder worden, vervagen hun dromen en leer je hen steeds beter kennen. Je kan echter nooit volledig doorgronden waarom ze doen wat ze doen. Dat je hierdoor alle verwachtingspatronen loslaat en geen idee hebt waar het verhaal naartoe gaat, wordt als een groot pluspunt ervaren. Ik hoorde meermaals dat leerlingen meegesleurd en opgeslorpt werden door het hartverscheurende verhaal, ook al staat dat mijlenver van hun eigen leven. Naast wat Italiaanse geschiedenis leerden ze bovendien dat alles te relativeren valt en dat er niet zoiets bestaat als een absolute waarheid.

Met dank aan Bo, Dante, Lucas en Zacharias wiens inzichten over De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween ik in deze tekst verwerkte. De complimenten over Vele hemels boven de zevende haalde ik bij Josse, Limke, Mira, Robin en Ruth. Voor De geniale vriendin baseerde ik me op de ideeën van Elise, Hermelijn en Jits.

Het portret – Mijn gouden maatje An

Op 22 november 1982 steeg er ongetwijfeld een warme gloed op boven het druilerige herfstlandschap. Ofwel blonk het goud aan de rand van de zon zo hard dat het pijn deed aan je ogen. Die dag werd immers mijn collega en beste vriendin An geboren. Vandaag mag ze dus 37 kaarsjes uitblazen: één voor elk jaar dat ze met haar stralende persoonlijkheid over alles en iedereen een gouden gloed kan werpen, al had ik dat niet meteen in de gaten toen we elkaar zo’n 9 jaar geleden ontmoetten op school. We leerden elkaar pas echt kennen toen bleek dat we tijdens de opruim van een opendeurdag om dezelfde flauwe grappen moesten lachen. Enkele dagen later deelden we een kamer tijdens een schoolreis naar Parijs en de basis van een hechte vriendschap was gelegd. An is niet minder dan een zacht en kostbaar edelmetaal: een gouden vriendin van 24 karaat.

An en ik geven allebei les in het vierde jaar en werken dus nauw samen. Hoewel we elk onze eigen stijl hebben, vullen we elkaar in teamverband perfect aan omdat we intuïtief dezelfde ideeën hebben over onze lessen en wat we met onze leerlingen willen bereiken. Ook in de klas is An eindeloos geduldig en toegewijd. Ze biedt een luisterend oor aan elke leerling die dat nodig heeft. Tijdens haar carrière loodste ze al menig jongere met raad en daad door het oerwoud van de puberteit. Dankzij haar gevoel voor humor en haar oprechte interesse in de leefwereld van haar leerlingen breekt ze in no time het ijs. Haar organisatorische talent is om jaloers op te zijn. An loopt nooit achter de feiten aan, maar dirigeert die feiten netjes de pas zodat ze steeds strak in het gelid lopen. Elke vorm van chaos is haar vreemd.

GRBZ3881b

Ook buiten de schoolmuren is An een gouden collega. Inmiddels deelden we al heel vaak een hotelkamer in Parijs in het kader van een schooluitstap. Dankzij dat jaarlijkse uitje (in het bijzijn van 120 leerlingen en 10 collega’s) bleek al snel dat we allebei om dezelfde redenen van de Parijse sfeer houden. Liefst van al wandelen we er uren rond met de stiekeme hoop Bent Van Looy eindelijk eens tegen het lijf te lopen. Als dat niet gebeurt, is er altijd nog Le Bon Marché of een lekker stuk taart om ons hart aan op te halen. Winkelen met An is overigens een les in stijl. Wat zij kiest, is er altijd boenk op omdat ze een aangeboren gevoel heeft voor alles wat mooi is. Tijdens die vermoeiende Parijs-reis kunnen we het niet laten om nog tot veel te laat ’s nachts door te praten. Onze gesprekken hebben dan vaak niet meer niveau dan die van de gemiddelde vijftienjarige. Aanvankelijk dacht ik dat Roos en ik door onze genetica dezelfde rijke fantasie hebben, maar gek genoeg lijkt An over diezelfde hersenkronkels te beschikken. Zo moet ik nog steeds gniffelen bij de gedachte dat we ervan overtuigd waren dat onze Kipling-tassen ’s nachts op de hotelkamer een mini Kiplingkindje op de wereld zouden zetten met bijhorende ritsgeluiden.

CFYC3844

An en ik mogen aan de oppervlakte schijnbaar verschillende karakters hebben, onze gevoelige zielen zijn vanbinnen dezelfde. Ik deel lief en leed met haar, geen bergtop of vallei blijft onbesproken. Ondanks mijn bedachtzame en soms gereserveerde aard weet ik dat mijn onzekerheden, twijfels en beslommeringen veilig zijn bij haar. Op school hebben we zelden de tijd en ruimte om in alle rust een gesprek te voeren. An beschikt echter over de superkracht om een gemoedstoestand feilloos aan te voelen. Haar sensor voor menselijke emoties is heel fijn afgesteld. Meestal heeft ze aan een blik genoeg om vast te stellen of er mij iets dwarszit. Daarenboven is ze oprecht geïnteresseerd in wat mij bezighoudt en neemt ze mijn advies (hoe futiel ook) ter harte. Ze geeft geen compliment voor de vorm, maar omdat ze het echt meent. Samen met haar gezin is ze dan ook een trouwe volger en supporter van mijn sportieve ondernemingen. Ik vertelde hier al over haar motivatie en doorzettingsvermogen als loper. Eindeloos respect heb ik daarvoor. Ik mag dan wel de marathonloper zijn en zij de start-to-runner, in wezen is er geen verschil tussen ons.

IMG_4977b

Tot slot excelleert An ook in haar rol als moeder van mijn favoriete tweeling en als vrouw van Wim. De 9-jarige Lieselore en Reinout zijn natuurlijk genetisch bevoorrecht, maar dat ze zulke aangename en intelligente kinderen zijn, hebben ze toch vooral te danken aan hun opvoeding en het warme nest waar ze opgroeien. Met z’n vieren vormen ze een liefdevol gezin waarin er ook veel gelachen en gefeest wordt. Ik ben de gelukzak die daar af en toe ook in ondergedompeld mag worden.

Lieve An, mijn beste bestie: ik wens je een prachtige verjaardag toe. Laat je verwennen, eet taart (heel belangrijk) en klink op jouw gezondheid!

IMG_0664b

 

 

Het moment – Schrijftalent gespot in de klas

Schrijver, journalist, avonturier, Lost Generation, Nobelprijswinnaar. Het is onmogelijk en zelfs ronduit oneerbiedig om Ernest Hemingway te beschrijven in amper zes woorden: welgeteld één woord per decennium dat Hemingway de literatuur van de 21e eeuw gestalte gaf. In zes woorden kan je het turbulente leven van de in Chicago geboren Amerikaan niet vatten. Geen woord over zijn bewogen leven in Parijs tijdens de roaring twenties. Geen woord over zijn twee huwelijken en drie zonen. Geen woord over zijn betrokkenheid tijdens de wereldoorlogen en de Spaanse Burgeroorlog. Geen woord over zijn trieste levenseinde dat getekend werd door alcohol en depressies. Geen woord over zelfdoding. Nochtans was het Ernest Miller Hemingway himself die – zo wil het verhaal – op café een weddenschap met vrienden afsloot omdat hij beweerde een verhaal van slechts zes woorden te kunnen schrijven. For sale, baby shoes, never worn krabbelde hij neer en de weddenschap was gewonnen.

Ik legde Hemingway’s ver doorgedreven vorm van flash fiction voor aan mijn leerlingen van het vijfde jaar. De eerste vraag was: is dit wel een verhaal? De meningen waren verdeeld. Langs de ene kant hoorde ik een duidelijke nee omdat er geen personages zijn, je helemaal niets weet en die zes woorden net zo goed een betekenisloos zoekertje in de krant zouden kunnen zijn. Langs de andere kant gingen er ook heel wat stemmen op voor de verhalende waarde van deze korte zin. Hemingway’s zes woorden roepen een beeld op: een vader en moeder verliezen een kind en bieden de voorziene schoentjes te koop aan. Je voelt de leegte en het verdriet, ook al staan die er niet. Een leerling concludeerde dat zes woorden geen verhaal vormen, maar dat ze wel een verhaal kunnen vertellen. Laat net dat de kern zijn van een six word story ofte zes-woorden-verhaal.

Ik daagde de vijfdejaars leerlingen uit om een verhaal van exact zes woorden te schrijven. Omdat je ware creativiteit niet aflevert op bevel was het een vrijblijvende taak en een bescheiden wedstrijd onder het mom: wie is de Hemingway van onze school? Om een verhaal te vertellen met zes woorden moet je vertrekken vanuit een groter verhaal. In de klas bedachten leerlingen dus een overdaad aan dramatische situaties. Dat grotere verhaal werd vervolgens steeds kleiner en korter tot er een minimum aan woorden overbleef. Een schrijfoefening waarbij je meer moet schrappen dan schrijven, zonder dat de lezer het gevoel krijgt dat er betekenisvolle woorden zijn weggelaten. Het is een delicaat evenwicht tussen net genoeg vertellen om je lezer te prikkelen zodat die een concrete situatie voor ogen krijgt en voldoende mysterie behouden zodat de verbeelding het verhaal kan vormen. Een zes-woorden-verhaal overstijgt ook de gevatte quote.

Er bevindt zich duidelijk heel wat creatief schrijftalent onder mijn leerlingen en daar kan ik niet anders dan heel gelukkig van worden. Kiezen tussen 22 parels was een aartsmoeilijke opdracht. Uiteindelijk mochten alle leerlingen van het vijfde jaar hun stem uitbrengen, net zoals mijn collega’s Nederlands en de directie. Schrijven is schrappen en kiezen is ook verliezen. Het viel meteen op dat enkele verhalen er bovenuit staken en afgetekend de leiding namen. De nummer 1 liet zich niet van de troon stoten. Voor de ereplaatsen ging het lang haasje over. Gisteren werden de prijzen uitgereikt en de winnaars bekend gemaakt. Ga nu goed zitten en geniet van de beste verhalen. Winnaars Staf en Lucas staan uiteraard bovenaan.

Laatste halte, laatste regen, eerste tranen – Staf & Lucas
Ik en jij, maar nooit wij – Firdaous
Eén sms, schreeuwende banden, akelige stilte – Dante
Enkel mijn ogen zagen de waarheid – Amber
Wil niet weten wie me vasthoudt – Wica
Edelachtbare, u hebt de verkeerde voor – Maud
Hij traint elke dag, toch ontspoord – Ben
Jouw ogen, mijn blik, een ogenblik – Sarie & Seppe
Beroofd: kindertijd – Syrië – Oeganda – India – Zweden – Emely
Dromend zag ik hoe jij stierf – Lucas

IMG_1654b
Kasper (plaatsvervanger van Amber), Staf, Lucas, Wica, Dante en Maud: de top 5!

Wil je nog meer lezen en weten over Ernest Hemingway? Groot gelijk! Lees dan een echt boek van de meester. A Farewell to Arms is één van die boeken die mij tot tranen toe beroerd heeft: een verhaal dat heel diep sneed en waar ik nog vaak aan terugdenk. Ook de unieke sfeer van Fiesta: The Sun Also Rises kan ik zo weer oproepen. Als het iets luchtiger mag zijn, kijk dan vooral naar Woody Allens Midnight in Paris (al is het voor de Parijse scenery). Een (mislukte) schrijver met een romantische ziel is met zijn verloofde in Parijs. Vol weemoed verlangt hij naar de literaire wereld van de jaren twintig tot hij op een avond nietsvermoedend belandt in die roaring twenties. Hij ontmoet er kleurrijke sleutelfiguren waaronder Scott F. Fitzgerald (schrijver van The Great Gatsby), Gertrude Stein, Pablo Picasso en een baldadige Ernest Hemingway. Warm aanbevolen!

 

De gedachte – Dag van de leerkracht

Ik heb altijd al geweten dat ik leerkracht wilde worden. In mijn ogen was er simpelweg geen mooier en nuttiger beroep dan de lerarenstiel. Ik zou iets concreet kunnen doen met mijn enthousiasme voor taal en literatuur en jongeren iets klein of groot kunnen leren. Tijdens mijn eigen schoolcarrière heb ik meermaals ervaren wat de impact van een leerkracht kan zijn. Wat het teweeg brengt als iemand je wegwijs maakt in een vak dat je niet ligt of juist wel en wat een compliment met je kan doen. Toen ik op mijn 25e uiteindelijk aan de slag ging als leerkracht Nederlands en Engels op de middelbare school waar ik ook zelf leerling was geweest, voelde dat als een droom die uitkwam.

Mijn eerste schooljaren waren zwaar. Gewapend met de nodige diploma’s en – nog belangrijker – met de steun van collega’s en de directie trok ik ten strijde. De enige manier om iets onder de knie te krijgen is door zelf op onderzoek uit te gaan en aan den lijve te ondervinden wat werkt. Ik waadde mij dus een weg door de jungle. Ik leerde luisteren naar leerlingen. Ik kwam mezelf een paar keer goed tegen. Ik betaalde het nodige leergeld. Hoe zwaar dat parcours ook was, mijn inzet werd beloond met de voldoening die ik zelfs in dat prille begin al uit mijn werk kon halen.

Inmiddels ben ik aan mijn tiende schooljaar begonnen. Er is veel veranderd in die tijd. Ik heb in de eerste plaats meer zekerheid en stabiliteit gevonden. Zo heb ik een eigen klaslokaal en geef ik nog maar één vak in twee leerjaren. Als deel van een team slaagde ik erin mijn stempel te drukken op heel wat mooie projecten. Ik kan leerlingen beter inschatten en bijgevolg ook inspelen op hun kwaliteiten. Ik bezit meer instrumenten en vaardigheden om te anticiperen op allerhande situaties. Ik leerde om me niet alles persoonlijk aan te trekken, om school soms ook op school te laten. Door mijn ervaring sta ik steviger in mijn schoenen en ben ik gegroeid als leerkracht.

Ik zag ook het maatschappelijke debat rond onderwijs een andere wending nemen. De toon werd scherper. Het aangekondigde lerarentekort een realiteit. De discussie over of onderwijs al dan niet een zwaar beroep was, raakte heel wat gevoelige snaren. Steeds meer jongeren met grote zorgbehoeften moeten – mits de nodige aanpassingen – kunnen meedraaien in het reguliere schoolsysteem. Er werd heftig gedebatteerd en uiteindelijk ook hervormd. Elke vorm van preventie of opvoeding lijkt bovendien strikt voorbehouden voor het onderwijs. Leraren moeten jongeren wegwijs maken in het verkeer, hen burgerschap bijbrengen, wijzen op de gevaren van sociale media en – als het even kan – ook radicaliserende jongeren detecteren. Je zou haast vergeten dat onze initiële taak eruit bestaat om les te geven over een bepaald vak. Daar zijn we voor opgeleid en dat is waar we in uitblinken. Binnen je eigen vakgebied jongeren iets leren, evalueren en dat proces opvolgen is een voltijdse baan, waar ook bijscholingen en ruimte voor zelfontplooiing deel van uitmaken.

Leraren oefenen een zwaar onderschat beroep uit. We zagen en klagen echt niet omdat we 20 uur per week les geven. Voor de klas staan is slechts een deel van onze job. We zijn tegenwoordig niet langer pedagoog, didacticus, leercoach en vakidioot, maar net zo goed reisorganisator, boekhouder, zorgverstrekker en klasmanager. Alsof dat nog niet volstaat, moeten we ook verantwoording kunnen afleggen voor alles wat we doen en laten. Ik heb het geluk dat ik op mijn school omringd en gesteund wordt door een directieteam dat hard werk levert en steeds klaar staat voor haar leraren. Ook bij mijn collega’s zie ik een grote gedrevenheid om er het beste van te maken.

Het doet immens veel pijn om steeds weer te moeten opboksen tegen het clichébeeld van de gemakzuchtige en klagende leerkracht. Het raakt mij diep als onze job wordt gedefinieerd als pretpedagogie. Wij werken veel en hard omdat we onze taak serieus nemen. De torenhoge verwachtingen staan echter haaks op de schaarse middelen die we ter beschikking krijgen om dat werk uit te voeren. Net zoals mijn hardwerkende collega’s wil ik optimale omstandigheden om het beste onderwijs te kunnen geven aan mijn leerlingen, zodat zij allemaal maximale leerwinst kunnen boeken. De vraag of we moeten gaan voor excellentie of voor de zwakkere leerlingen is dan ook naast de kwestie. We moeten inzetten op alle leerlingen. Als de ondersteuning en waardering navenant zijn kan elke leerling namelijk boven zichzelf uitstijgen.

Voor het eerst in mijn lerarencarrière besef ik dat er ook op mijn kunnen een grens zit. Ik kan niet elk schooljaar nog meer en harder gaan werken. Het kost mij veel energie om me elke dag te weren in het woelige onderwijslandschap. De veerkracht van elke leerkracht kent grenzen. Ik sta nog steeds doodgraag voor de klas, maar ondanks mijn inzet en ervaring lijk ik mijn leerlingen steeds minder goed te kunnen helpen. Ik heb altijd van de daken geschreeuwd dat leerkrachten het mooiste beroep mogen uitoefenen. Nu begrijp ik plots waarom we stilaan met uitsterven bedreigd zijn. Ik zag voor het eerst dat ik niet op een roze wolk zit, maar dat er een stevig onweer in de lucht hangt.

Het water staat ons aan de lippen moet zowat de vaakst gebruikte metafoor zijn van de afgelopen maand. Ondertussen zijn wij met z’n allen al vijf keer kopje onder gegaan en ligt er voorlopig nog geen reddingsboei binnen handbereik. Wat ik hier vertel is niet nieuw. We roepen echt geen moord en brand omwille van een onbenullige schram op de knie. Het onderwijsprobleem is niet op te lossen met een kleurrijke pleister om de pijn te verlichten. De werkdruk moet omlaag. De verwachtingen moeten realistisch zijn. Laat ons weer doen waar we het beste in zijn: voor de klas staan. Geef elke leerkracht terug een roze wolk.

Loperspraat – Feest, stress en herfst in september

September is een maand met twee gezichten: enerzijds het stralende staartje van de zomer, anderzijds het verraderlijke begin van verandering. Onder de laatste zomerstralen vierden we verjaardagen en de eerste maanddag van Leah. Daarnaast werd ik overspoeld door werk en wist ik soms echt niet meer waar mijn hoofd stond. Er waren kortom redenen om feest te vieren, maar ook om in de zetel te liggen balen. Zoals alleen Herman van Veen het kan zeggen: we moeten rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan!

De zon scheen op de eerste schooldag en deze leerkracht had er zin in. Niet alleen om weer wat tienergezichten voor me te hebben, maar ook om op een maandag richting het immer bruisende Brussel te trekken. Roos en ik gingen ’s avonds namelijk naar het langverwachte concert van Hozier in het Koninklijk Circus. Zo ontdekten we een andere wijk en vonden we onze weg naar Café Caberdouche op de Vrijheidsplaats. We behoren nog net niet tot de groupies die twee uur voor de deuren open gaan voor die deuren zitten te wachten. Voor ons liever een goede zitplaats dan een staplaats op de eerste rij. Over het optreden kan ik kort zijn: onze Ierse held kwam op, de eerste tonen weerklonken en wij waren helemaal mee. Oh baby, wat kan die man zingen! Niet alleen Hozier zelf stelde op geen enkel vlak teleur, ook de attitude en ambiance die zijn hoofdzakelijk vrouwelijke band uitstraalde, werkten aanstekelijk.

Ondanks het energieshot dat ik kreeg van de steengoede show voelde ik me aan het einde van de eerste schoolweek helemaal uitgewrongen. Ik was kapot, stik op en mijn kinderlijk enthousiasme maakte plaats voor heel wat bedenkingen over mijn job als leerkracht. Dat gevoel overspoelde mij zo hard dat ik het moeilijk had om mezelf staande te houden. Begrijp me niet verkeerd: ik vind nog steeds dat ik een prachtige job heb op de beste school. Plots diende zich ook een grote MAAR aan. Ik spreek misschien in raadselen, maar jullie mogen later deze week een uitgebreidere blogpost verwachten over mijn bezorgdheid omtrent ons onderwijs en de rol die ik daarin als leerkracht heb. Er zijn ook nog zekerheden in het leven: na die heftige eerste week genoot ik volop van een rustig-aan-duurloop. Oef!

September is al sinds mensenheugenis een feestmaand. Zowel ik als mijn lieftallige zusje Roos vieren dan onze verjaardag. Wij lopen niet alleen vaak zij aan zij, we verjaren ook op die manier. Het feest van Roos barstte in alle hevigheid los op donderdagavond toen we ons succesrecept van de zomerbarbecue nog eens herhaalden. Niko was Chef Grill en Hoofd Sauzen. Roos was verantwoordelijk voor de muziek en al het andere lekkers dat op tafel stond. Mijn schamele bijdrage was een eigengemaakte tabouleh (een toppertje, dat wel). Daags nadien was ik aan de verjaardagsbeurt. Ik mocht mijn verjaardag vieren in het gezelschap van een enthousiaste bende vierdejaars leerlingen, aangezien op vrijdag 13 september onze sportieve kennismakingsdag in de bossen van Sint-Joris-Weert doorging. De leerlingen klommen in bomen, sjorden karren, gilden soms erg hard en zongen uit volle borst. Een geslaagde verjaardag! ’s Avonds werd het feest verder gezet ten huize Roos en Niko waar ik trakteerde op echte champagne.

IMG_1173b

Op trainingsgebied was september de laatste kans om voluit te trainen voor de marathon in Brugge op 20 oktober. Roos en ik stonden aan de start van de Leuven Nature trail waar we gezusterlijk 25 kilometer afhaspelden door de bossen. We deden dat aan een stevig tempo onder het goedkeurend oog van de laatste zomerzonnestralen. Na afloop bleken we de eerste twee plaatsen te bezetten in onze leeftijdscategorie. Een mooie opsteker! Als je zowel afstand, als hoogte, als snelheid combineert, dan mag je er zeker van zijn dat je daar daags nadien iets van gewaar wordt in je benen. Ik noemde het een zwaar gevoel. Roos had het over twee stramme stronken (om in het natuurthema te blijven).

Gisteren waren we dan toe aan de kroon op het werk van onze marathonvoorbereiding: voor sommigen de gevreesde, maar voor ons toch vooral gezellige, langste duurloop. Aangezien de weersverwachtingen op z’n zachtst gezegd apocalyptisch te noemen waren, vonden wij het al van veel karakter getuigen dat we überhaupt een lange duurloop zouden lopen. Het bleek een storm in een glas water te zijn. Zo straf was het uiteindelijk niet om door de wind, door de regen, dwars door alles heen onze kilometers gestaag op te bouwen. Doorgaans zijn wij voor een langste duurloop wel tevreden met een kilometer of 30. Gisteren klokten we uiteindelijk af op 33,03 kilometer in iets minder dan 3 uur. Voldoende tijd dus om weer eens goed bij te praten en vooruit te blikken op de marathon. Wederom een zussenmoment om in te kaderen.

Hoewel het nu officieel slechts een week herfst is, was die seizoensverandering al veel vroeger voelbaar. Ik had weer eens koude tenen op de mountainbike en behoefte aan een hete douche na afloop. Ik at al pompoenen. Ik vloekte op de wind die soms een vuil spelletje speelt op de fiets. Na de soms moeizame maand september, richt ik me nu op oktober: marathonmaand tout court. Ik kijk alvast uit naar zondag, want dan staan Roos en ik aan de start van de halve marathon in Brussel. Onze tapering mag dan wel ingezet zijn, een snelle halve marathon lopen behoort zeker tot het plan. May the force be with us!

IMG_1283b

Het moment – Een bezoek aan de Kazerne Dossin in Mechelen

Een bezoek aan de Kazerne Dossin zou voor iedereen verplichte kost moeten zijn. Je zou er opnieuw en opnieuw moeten langsgaan zodat een vreselijk deel van onze geschiedenis niet vergeten wordt. Tot die conclusie kwam ik maandag nadat ik het museum verliet. Ik ben spendeerde er 2,5 uur samen met mama. We waren danig onder de indruk. De militaire kazerne stamt uit de 18e eeuw en beleeft een gitzwarte periode tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tussen juli 1942 en september 1944 was het een deportatiecentrum waar ruim 25.000 Joden en enkele honderden Roma en Sinti gedeporteerd werden naar het concentratiekamp van Auschwitz-Birkenau. Amper 5% overleefde de horror. Lang geleden bezocht ik de Dossinkazerne al eens met school. Ook dat bezoek hakte er flink in. Als leerkracht besef ik hoe belangrijk herinneringseducatie is. Nu besef ik dat die ook verder dan het onderwijs moet reiken.

In een korte introductiefilm krijg je te zien dat jodenhaat van alle tijden is. De Jood zit als slechterik diepgeworteld in ons verleden. Reeds in de middeleeuwen worden Joden gestigmatiseerd en bruut vermoord, net zoals heksen. Karikaturale afbeeldingen presenteren hen als bedriegers en dieven. Voor de doorsnee middeleeuwer stond het als een paal boven water dat het Joden waren die Christus eigenhandig aan het kruis hebben genageld en ook de aanleiding hebben gegeven tot die vreselijke daad. Judas, de verrader, zou ook een Jood zijn. Kortom: de Jood is de grote boeman en bijgevolg ook pineut van de westerse geschiedenis. In de introductiefilm wordt ook verwezen naar andere genocides uit de 20e eeuw. Ze tonen aan dat als de ander gedehumaniseerd wordt, de gevolgen niet te overzien zijn.

IMG_0872b

Op de eerste verdieping van het museum staat de historische achtergrond van het nazisme en de aanleiding tot Hitlers vervolging van de Joden centraal. Het mechanisme van de massa wordt blootgelegd. Bij een gigantische foto van joelende festivalgangers op Tomorrowland lees je hoe de kracht van de massa werkt: je eigen “ik” verdwijnt, je wordt opgeslokt en meegesleurd in de euforie. De totalitaire dictatuur die in 1933 ontstaat in Nazi-Duitsland maakt daar handig gebruik van. Stelselmatig worden Joden steeds meer rechten ontnomen. Ze mogen zich enkel onder heel strikte voorwaarden in het openbare leven vertonen. Ze mogen hun beroep niet meer uitoefenen en moeten naar aparte scholen gaan. Ze worden kortom steeds meer de ander, steeds minder mens. Volgens Hitler zijn ze een zwak ras dat verjaagd moet worden om het bloed te zuiveren.

Op de tweede verdieping staat angst centraal. Joden worden ook in België geviseerd en opgejaagd. Als de Tweede Wereldoorlog losbarst, zijn ze voorgoed hun recht op een eigen leven kwijt. Vluchten, onderduiken of je vreselijke lot ondergaan? Je kinderen achterlaten of mee de dood in sleuren? Het zijn hartverscheurende beslissingen die je moeilijk een keuze kan noemen. De cijfers over de Dossinkazerne zijn bikkelhard. Met elk mensonterend transport vanuit Mechelen werd een duizendtal Joden vervoerd naar Auschwitz-Birkenau. Soms overleeft niemand het concentratiekamp. Hoogst uitzonderlijk zijn er 30 overlevenden. Het museum eindigt op de derde verdieping dan ook met dood als centrale thema. Tal van portretten, brief- en beeldfragmenten geven een gezicht aan de gruwel. Die individuele verhalen hebben overeenkomsten, maar uiteindelijk is elk verhaal uniek. Elk mensenleven is immers uniek. Elk mensenleven dat verloren is gegaan, is er één te veel.

IMG_0876b
Deze grijze muur heeft enkele gekleurde portretten: die van Holocaust-overlevers

Verspreid over het museum hoor je in vijf delen de beklijvende getuigenissen van vijf overlevers. Ik volgde het verhaal van Marie Pinhas. Ze werd in 1931 geboren in Griekenland en emigreerde een jaar later met haar ouders naar België. Het gezin woont in Laken, waar beide ouders werken. Marie heeft nooit beseft dat zij Joods was. Op school werd ze la petite Grecque genoemd en thuis wordt het joodse geloof niet gevolgd, maar het christelijke. Om die reden weigert haar vader hen als Joden te laten bestempelen. Ook als de dreiging toeneemt, probeert hij angstvallig hun Joodse identiteit te verhullen. Het gezin duikt onder, wordt verklikt en belandt in juli 1944 in de Dossinkazerne. Ze maken deel uit van het 26e en laatste transport vanuit Mechelen naar Auschwitz. Voor de medische keuring komt Marie oog in oog te staan met engel des doods, Josef Mengele. Ze liegt over haar leeftijd, waardoor ze niet rechtstreeks naar de gaskamers gaat, maar slavenarbeid moet verrichten: haar enige kans om te overleven. Ga naar Marie luisteren om het volledige verhaal te horen. Je zal een kranige dame zien die op haar veertiende abrupt volwassen werd.

IMG_0889b

We eindigden bij de kunstinstallatie Left Luggage van Willy Baeyens. Hij zocht een manier om zijn bezoek aan de Dossinkazerne te verwerken en begon daarom ingetogen olieverfportretten te schilderen van Joodse kinderen die de Holocaust niet overleefden. Uit het ene schilderij ontstond een volgend. Dit resulteerde uiteindelijk in ruim 100 portretten die in oude reiskoffers werden geplakt. De koffers liggen semi-nonchalant over de ruimte verspreid alsof ze uit een vrachtwagen zijn gevallen. In een filmpje geeft de kunstenaar uitleg bij de totstandkoming van de installatie. Ik had gemakkelijk een uur kunnen kijken naar die schilderijen. Ze hebben me diep geraakt, net zoals het verhaal van Marie dat deed.

img_0891b.jpg

Meer informatie over de Dossinkazerne vind je hier. Wacht niet te lang als je Left Luggage wil bewonderen: deze tijdelijke expo is nog tot 15 september gratis te bezichtigen tijdens de openingsuren van het museum.

Het boek – Toppers volgens mijn leerlingen #2

De examens zijn achter de rug. Mijn leerlingen hebben nu zeeën van tijd om boeken te verslinden. Ik zie voor me hoe ze stuk voor stuk zijn weggedoken in een papieren verhaal, geen oog voor de wereld rondom hen, dolgelukkig dat ze zich eindelijk weer kunnen overgeven aan hun geliefkoosde bezigheid: lezen. De realiteit is wellicht wat anders. Hier gaf ik al een korte inleiding over lezen in de klas. Vandaag presenteer ik jullie het tweede deel van de favoriete boeken van mijn leerlingen van het vierde jaar. Het centrale thema van de drie uitverkoren romans is Italië, dat – zonovergoten of niet – een prachtig decor voor jeugdig drama lijkt te zijn.

De eenzaamheid van de priemgetallen – Paolo Giordano (2011)
Lovende commentaren vlogen de jonge Giordano meteen om de oren toen zijn debuutroman verscheen. Beloftevol en talent vielen in zowat elke recensie. Mij kon het verhaal over Alice en Mattia niet echt bekoren. Later werk van Giordano deed dat wel. Mijn leerlingen daarentegen vallen als een blok voor dit verhaal over adolescenten die zich priemgetallen voelen: jongeren die anders zijn en zich bijgevolg buitengesloten voelen. De kracht van dit verhaal zit in die herkenbaarheid. Zowel jongens als meisjes vinden de personages aangrijpend en vertellen hoe ze worden meegesleurd in het ongewone liefdesverhaal van de twee eenzaten. Ze voelen zich met hen verbonden en herkennen hun gevoel om er enerzijds bij te horen en anderzijds zichzelf te zijn. Sommige leerlingen vonden het wel een triestig verhaal en konden zich niet vinden in het (in hun ogen) verwarrende einde. Het blijkt hoe dan ook een boek te zijn waarin een grote drive zit om verder te lezen. Aangezien het meer dan 300 pagina’s bevat, is dat geen overbodige luxe. Een jongen die niet graag las, schreef dat hij zich nog nooit zo verloren had gelezen in een boek. Mooi toch?

Ik en jij – Niccolò Ammaniti (2012)
Ammaniti wordt één van de grote sterren van de Italiaanse literatuur genoemd. Net zoals het werk van Giordano worden zijn boeken wereldwijd vertaald en gewaardeerd. Ook ik ben een fan. In vergelijking met Giordano vind ik hem net een tikje volwassener klinken. Ammaniti vertelt op een ingetogen manier over ingrijpende gebeurtenissen en worstelende jongeren, waar Giordano soms wat naar sensatie neigt. Ik en jij is een dun boek dat vooral door meisjes wordt gekozen. Het verhaal van de veertienjarige Lorenzo raakt steevast een gevoelige snaar omdat het gaat over het belang van familiebanden in tijden van zelfontplooiing. Herkenbaarheid troef voor leerlingen die bevestigen dat ze thuis vaak ruziemaken met een broer of zus en tegelijkertijd de verbondenheid met elkaar voelen. Ook het idee dat je steeds trouw moet blijven aan jezelf met het gewicht van groepsdruk op je schouders vormt een feest van herkenbaarheid. Iemand schreef dat ze uit het boek leerde dat het perfect normaal is om je af en toe niet goed te voelen en dat je je niet anders moet voor doen om erbij te horen. Ammaniti scoort ook punten met zijn eenvoudige taal en het verrassende – en gelukkig – gesloten einde. Het mooiste compliment kwam van iemand die zei dat ze niet graag las en daarom dit dunne boekje had uitgekozen. Toen ze erin begon, vond ze het echter heel jammer dat het boek slechts 100 pagina’s telde.

Noem me bij jouw naam – André Aciman (2007)
Dit boek brak pas vorig jaar door dankzij de prachtige verfilming van Luca Guadagnino. Aciman is een Amerikaanse auteur die de sfeervolle Italiaanse kust uitkoos om de ontluikende romance van Elio en Oliver te vertellen. Ik schreef hier al hoe ook ik daar weg van was. Een boek dat onverbloemd over de liefde vertelt, scoort goed bij de meisjes die het steevast kiezen. De magie van die idyllische zomerplaats komt meermaals terug in hun besprekingen. Dankzij Acimans poëtische schrijfstijl glijden hun gedachten af richting Italië en zouden ze maar wat graag dat ene bijzondere plaatsje bezoeken waar Claude Monet ooit geschilderd zou hebben en waar Elio en Oliver voor het eerst toenadering zoeken tot elkaar. De love story van de hoofdpersonages wordt gewaardeerd omdat zowel het rooskleurige als het alles overspoelend intense van de liefde aan bod komt. Schoonheid en intensiteit dus tegenover twijfel (heel veel twijfel), angst om gekwetst en gekweld te worden en lust maken net zo goed deel uit van het hobbelige liefdesparcours dat Noem me bij jouw naam is. Het intellectuele milieu waarin het verhaal zich afspeelt, blijkt geen struikelblok te zijn, maar de dramatiek juist te versterken. Hoewel dit qua schrijfstijl zeker geen gemakkelijk boek is, waren de lezers ervan het unaniem eens over Acimans kwaliteiten. Ze schreven dat hij zichzelf op elke pagina leek te overtreffen en dat elke zin de mooiste leek te zijn die ze ooit hadden gelezen. Van zulke complimenten gaat ongetwijfeld ook een gelauwerde auteur blozen.

Met dank aan Foeke, Mohamed en Lisa wiens teksten over De eenzaamheid van de priemgetallen mij heel wat wijzer maakten. Cyann, Fleur, Julie en Marie leverden stof tot schrijven over Ik en jij. De ambassadeurs van dienst voor Noem me bij jouw naam waren Elise, Hermelijn, Sophie en Wica.

Het boek – Toppers volgens mijn leerlingen #1

Lezen en leerlingen: het klinkt leuk, maar de realiteit is dat het merendeel van mijn leerlingen niet graag leest. Ik wijt dat niet aan de verleidingen van een uit de hand gelopen online leven. Als ik kijk naar de klasgenoten in mijn eigen puberjaren, dan was ik ook één van de weinigen die graag las. Ik denk dat veel kinderen boeken op een bepaald moment uit het oog verliezen omdat lezen een individuele ervaring is en als tiener is het groepsgebeuren nu eenmaal prioriteit nummer 1. Hoe minder je leest, hoe minder je leestechniek ontwikkelt en hoe meer inspanningen lezen dus vergt. Ook verbeeldingsvermogen is iets dat je moet trainen. Wie weinig leest, kan zich bijgevolg minder voorstellen bij wat er geschreven staat. Literatuuronderwijs staat voor mij als leerkracht in het vierde en vijfde jaar ASO heel hoog op het prioriteitenlijstje. Ik ben het dan ook helemaal eens met de uitspraak van mijn jeugdidool: de gelauwerde Bart Moeyaert. In een interview met De Standaard – naar aanleiding van de prestigieuze Astrid Lindgren Memorial Award die hij op zijn naam mocht schrijven – zei hij dat leerkrachten die zelf niet lezen, geen goede leerkracht zijn. Voila.

Door de jaren heen heb ik geleerd dat het belangrijk is om diverse boeken aan te bieden en om leerlingen bewust te laten kiezen. Leerkrachten hebben vandaag de dag meer vrijheid bij de samenstelling van een literatuurlijst. Ook binnen het vak Nederlands is er ruimte voor wereldliteratuur. Er is zoveel moois dat het zonde zou zijn om je te beperken tot de canon van de Lage Landen. De tijd dat je het als 15-jarige moest doen met Ward Ruyslincks Wierook en tranen ligt achter ons. Langs de andere kant heb ik ook geleerd dat enthousiasme en begeleiding niet elke leerling zal bekeren tot een leven als lezer. Elke positieve leeservaring van een leerling beschouw ik dan ook als een persoonlijke overwinning. Kort samengevat houden jongeren niet van alles wat het leesproces vertraagt of bemoeilijkt: veel pagina’s, kleine letters, wisselende of onduidelijke vertelperspectieven, uitgebreide beschrijvingen, een niet-lineaire verhaallijn en het állerergste: een open einde. Vandaag stel ik twee toppers voor volgens mijn leerlingen van het vierde jaar.

De alchemist – Paolo Coelho (1988)
Dit boek kon mij niet overtuigen, maar ik zag er wel meteen potentieel in voor leerlingen. In het oeuvre van deze Braziliaanse schrijver staat de spirituele zoektocht naar jezelf centraal. Zijn werk wordt wereldwijd gelezen en bewonderd. De alchemist vertelt in een toegankelijke taal het verhaal van de jonge herder Santiago die op zoek gaat naar een schat: over een duidelijke verhaallijn gesproken. Het valt op dat vooral jongens die niet graag lezen dit dunne boek kiezen én de hemel in prijzen. De aantrekkingskracht ligt in het feit dat Santiago’s verhaal en de sprookjesachtige setting in de verste verte niets te maken hebben met hun eigen leven. De alchemist gaat over keuzes maken en je hart volgen, waar jongeren dagelijks mee worstelen, maar het voelt nooit zwaar aan. Coelho weet op een lichtvoetige manier filosofie, poëzie en spiritualiteit samen te brengen. Het feeërieke landschap doet de rest. Leerlingen schrijven vaak hoe ze de zoute geur van de zee konden ruiken en de woestijnwind konden voelen. Ook weten ze er vaak heel wat levenswijsheden uit te plukken. Zoals dat geluk veel meer waard is dan eender welke schat en dat je risico’s moet nemen om je dromen na te jagen. Heel wat jongens schreven dat dit boek hun kijk op lezen heeft veranderd omdat het de eerste keer was dat ze echt hadden genoten van een boek. Ze waren zelfs geïnspireerd om meer boeken van Coelho of over filosofie te lezen. Als dat geen mooi compliment is!

Het parfum – Patrick Süskind (1985)
Een boek met als ondertitel De geschiedenis van een moordenaar trekt de aandacht. De verfilming uit 2006 heeft daar ongetwijfeld ook een aandeel in. 255 pagina’s: een serieuze klepper in leerlingentermen, maar dat hebben velen er voor over. Het bijzondere verhaal van Jean-Baptiste Grenouille die aan het moorden gaat om een uniek meisjesparfum samen te stellen, intrigeert hen mateloos. Vaak moeten leerlingen wel wennen aan de beschrijvende stijl van de Duitse auteur. Zo merkte iemand fijntjes op dat twee en een halve pagina schrijven over een deur die opengaat wat te veel van het goede is. Die beschrijvingen lijken echter wel belangrijk te zijn om je in te leven in de wereld van een moordende jongeling uit de 18e eeuw. Door Süskinds beeldende taal krijgen leerlingen het gevoel dat ze een toeschouwer zijn die de moordenaar live aan het werk zien. Jean-Baptiste is een wees en dat zet aan tot nadenken over de gevolgen van je jeugd op je verdere leven. Ook de auteurs vaardigheid om geur weer te geven met woorden oogst verwondering. Menig leerling vraagt zich ook af hoe je in hemelsnaam een verhaal als dit bedenkt. Komt dat plots uit de lucht vallen? Het verrassende einde is voer voor discussie. Sommigen vinden het ronduit choquerend, anderen vinden het de kers op een magische taart en beschrijven Het parfum als een betoverend totaalplaatje waarbij alles klopt.

Met dank aan Hachim, Ilhem, Kauãn, Korneel, Mathijs en Olga, wiens teksten over De alchemist ik als inspiratiebron gebruikte voor deze blogpost. Dante, Elisa, Elisabeth, Lena, Robin en Uma leverden mij stof tot schrijven over Het parfum.

Volgende week nemen mijn leerlingen jullie mee naar de Italiaanse literatuur!

 

 

De muziek – Quotes om in te kaderen

Ik ben dan wel een paar keer per week met mijn leerlingen buiten de schoolmuren te vinden: het grootste deel van mijn tijd spendeer ik in mijn klaslokaal. Een jaar of 6 geleden begon ik aan opfrissingswerken, want veel was er niet veranderd ten opzichte van 15 jaar geleden toen ik zelf op die schoolbanken zat. De muren waren bedekt met een groene tint die ongetwijfeld ooit heel hip was, maar in combinatie met de bruine tegels niet bepaald een schot in de roos te noemen. Ik gaf de muren dus een neutrale off-white kleur zodat ik me volop kon uitleven met de aankleding. Een klaslokaal mag wat huiselijkheid uitstralen. Op de prikborden zijn allerlei creatieve werkjes van de leerlingen te bewonderen. Door de jaren heen verzamelde ik heel wat kaders uit de kringloopwinkel. Als centraal thema koos ik dan ook voor muziek om in te kaderen. Toen ik eenmaal een compositie op de muur had gecreëerd, was de grote vraag wat er in de kaders zou komen te staan. Uiteindelijk verzamelde ik zelf citaten uit muziek en kregen de leerlingen ook zeggenschap. Dat geldt nog steeds: zij mogen suggesties doen, maar ik kan mijn veto stellen, zij schrijven het uiteindelijk op de muur.  Ik toon jullie graag wat er zoal te lezen is.

We’re all in this togetherHigh School Musical – met dank aan Claire
Ik besloot om enkele geëngageerde leerlingen te laten beslissen welk citaat er in het grootste kader zou prijken. Daar moesten ze niet lang over nadenken. Ik kende het niet (een gat in mijn cultuur volgens hen), zocht het op en stelde vast dat het toch niet zo mijn ding was. Ik vind de dramatiek van het citaat wel mooi: allemaal samen zitten we in die klas!

Viva la vidaColdplay – met dank aan Ihsane en Yousra
Tijdens lessen over poëzie en beeldende kunst bespreek ik in de klas dit lied van Coldplay. De hoes van het gelijknamige album toont namelijk het beroemde schilderij De Vrijheid leidt het volk van Eugène Delacroix dat een tafereel van de Franse revolutie afbeeldt. Viva la vida verwijst eveneens naar een kleurrijk schilderij van de Mexicaanse kunstenares Frida Kahlo waarop watermeloenen zijn afgebeeld. Lang leve het leven, ook in de klas!

IMG_3818

Het leven is te precieus om te zeggen je m’en fousTourist LeMC – met dank aan Ailani
Tourist LeMC scoort goed bij leerlingen. Vorige week hadden we het in de klas over zijn Koning liefde waaruit dit citaat afkomstig is. Een mooie boodschap, maar ook eentje die goed klinkt: zeker als je er de Antwerpse tongval van den Tourist bij denkt.

Life is a movie but there will never be a sequelNicki Minaj – met dank aan Eline
Ook Nicki Minaj is goed voor een portie levenswijsheid. Wat opzoekingswerk leerde mij dat deze zin komt uit All Things Go en ik was opgelucht dat deze zin geselecteerd werd en niet een grofgebekte.

Ohne Musik wäre das Leben ein IrrtumNietzsche – met dank aan Eva
Nee, Nietzsche is niet de nieuwe Avicii. Het gaat hier wel degelijk over de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche. Eva wilde graag een citaat uit het Duits op de muur vereeuwigen. Ze vond een wijsheid van een groot denker over het belang van muziek. Irrtum wordt vertaald als vergissing. Ook voor onze Friedrich dus geen leven zonder muziek.

IMG_3815

We can be heroes just for one dayDavid Bowie – met dank aan Kaat
Ik gaf Engels in het zesde jaar toen David Bowie overleed. Reden te meer om een generatie in te wijden in het werk van Mr. Bowie. Zijn Heroes bleek het bekendste nummer te zijn onder mijn leerlingen. We kunnen allemaal helden zijn, al is het maar voor een dag.

Nous étions formidablesStromae – met dank aan Lisa
Onze Maestro mocht natuurlijk niet ontbreken op mijn muur. Omdat Formidable een topnummer is en blijft. Omdat Stromae stijl heeft. Omdat alle leerlingen die in mijn klas hebben gezeten op hun manier weer formidabel waren.

In de oranje kaders vroeg ik aan artistiek talent Anaïs om Beatrijs en de vos Reinaert te portretteren: helden van de middeleeuwse literatuur. Ook op de andere muren van mijn klaslokaal zijn muzikale citaten terug te vinden. Er staat natuurlijk ook een boekenkast. Mijn thuis is waar mijn boekenkast staat! Ik prijs me gelukkig dat ik dagelijks in zo’n krachtige werkomgeving les mag geven.

 

 

 

Het moment – De magische mijl

Ik liet jullie al kennismaken met twee lopende leerlingen om trots op te zijn, maar elke leerling is uniek op haar of zijn eigen manier. Loper of gamer. Lezer of wetenschapswonder. Voorbeeldleerling of hangjongere. Dat is geen pedagogisch gezwets. Ik ben daar oprecht van overtuigd. Lesgeven vraagt veel geduld en overtuiging. Je moet soms wat meer moeite doen om de persoon achter het gedrag te ontdekken. Buiten het klaslokaal leer je de leerlingen vaak op een andere manier kennen. En zij jou. Daarom vind ik het een meerwaarde om tijdens de middagpauze met mijn leerlingen te gaan lopen. Niet alleen omdat beweging belangrijk is, maar omdat samen bewegen een verbindende activiteit is die de klasbanden aanscherpt. Ik heb het geluk dat ik op mijn school Koninklijk Atheneum De Ring goed omringd ben met enthousiaste collega’s die ook bereid zijn om hun sportiefste beentje voor te zetten. Vorige week werd het startschot gegeven voor de One Mile uitdaging die al aan zijn derde jaargang toe is.

Het Daily Mile project (vroeger One Mile a Day) werd in 2012 opgestart door Elaine Wyllie om leerlingen op basisscholen in het Verenigd Koninkrijk aan het bewegen te krijgen. Ze bedacht om de schooldag te beginnen door met alle leerlingen samen één mijl (1,6 km) te lopen. Loopplezier en samenzijn staan daarbij centraal. Ook in België werd het project opgepikt. Inmiddels nemen er al 7800 basisscholen verspreid over heel Europa aan deel. Toen we twee jaar geleden in april een sportdag organiseerden voor onze vierdejaars vond ik het een goede opwarmer om de week daarvoor dagelijks een mijl te gaan lopen. Voor schooltijd: vrijblijvend en van harte aanbevolen. Om leerlingen om 8u op school te krijgen om te gaan lopen, rekende ik niet alleen op mijn enthousiasme, maar bedacht ik ook enkele extraatjes. Elke dappere ochtendloper kreeg een gezonde versnapering na afloop en bij wijze van spelelement was er ook een klassencompetitie. Bovendien kon elke klasgroep een ontbijt verdienen als elke leerling een keertje mee kwam lopen. Tijdens die week kwamen er dagelijks zo’n 20 leerlingen van het vierde jaar lopen. Of dat aan mijn overtuigingskracht, dan wel aan de beloningen lag, laat ik het in het midden. Het project was geslaagd.

Vorig jaar zag ik het wat grootser: het project liep over meerdere weken met twee loopdagen per week waarop er zowel ’s ochtends om 8u als ’s middags om 13u gelopen kon worden. Ik blonk van trots toen bleek dat er op beide loopmomenten telkens een aanzienlijke groep van zo’n 30 leerlingen aan de start stond. Bovendien was ik klastitularis van een bijzonder sportieve klasgroep waar de One Mile een erezaak geworden was. Uiteindelijk ging maar liefst 95% van de vierdejaars eens mee lopen. Op de afsluitende sportdag werden de leerlingen die elke dag gelopen hadden nog eens in de bloemetjes gezet. Wederom een geslaagde sportieve missie. Dit jaar besloot ik er weer wat vroeger aan te beginnen, zodat bewegen op school een vaste waarde kan worden. Vorige week gingen we van start. Aanvankelijk met een bescheiden, maar wel heel enthousiaste groep lopers. Afgelopen dinsdag waren er 26 leerlingen van de partij. Tel ze maar na op de foto.

Dat ik die mijlmomenten magisch vind, is niets overdreven. Moeilijker is het om uit te leggen wat daar nu precies zo bijzonder aan is. Onze school ligt aan de ring in Leuven wat niet meteen een inspirerend parcours oplevert. Integendeel: we lopen langs de ring en moeten meestal twee keer bij het stoplicht wachten om over te steken. Door de jeugdige explosiviteit moet ik al meteen in turbomodus gaan om de eersten te kunnen volgen. Ik pas ook wijselijk voor de sprint die de die hards de laatste 100 meter inzetten. In mijn eentje zou ik niet op die manier 10 minuten lopen. Dat is echter helemaal ondergeschikt aan de positieve sfeer van samenhorigheid die er heerst gedurende die 1,6 kilometer. We doen iets heel eenvoudigs, maar het gebeurt samen. Hoewel we niet samen finishen, is er geen winnaar of verliezer. De koplopers leggen hun mijl af met twee vingers in de neus en zonder een druppel zweet te verliezen. De gezelschapslopers laten zich begeleiden door een stevige beat en met gebabbel. De doorzetters zijn elke dag weer blij dat het laatste stuk wat bergaf loopt.

Het valt op dat als er in een klas een harde kern van lopers ontstaat het project helemaal tot leven komt in die klas. Elke leerling voelt zich dan betrokken en wil zijn steentje bijdragen. Omgekeerd geldt ook dat als er minder animo is, het moeilijker wordt om de trein op gang te krijgen. Ik bekijk het zo dat elke leerling die mee komt een overwinning is. Aanmoedigingen en complimentjes geven: dat werkt voor ons allemaal immers stimulerend. Ik kijk uit naar nog meer magische mijlen. En wie er nog aan mocht twijfelen: een mijl kan je ook in jeansbroek lopen.