Het boek – Als ik groot ben word ik Michelle Obama

Het is vandaag Internationale Vrouwendag. Mocht u daaraan twijfelen: ja, het is nog nodig dat vrouwen wereldwijd hun solidariteit tonen. Er is al duchtig aan de weg getimmerd, maar we zijn er nog niet. Vorige week las ik Becoming (2018) van Michelle Obama, geboren als Michelle LaVaughn Robinson en voormalig First Lady van de VS. In haar memoires vertelt ze over haar jeugd in Chicago en het warme gezin waarin ze opgroeide, waarom ze rechten ging studeren en uiteindelijk advocaat werd en hoe ze op die manier haar man ontmoette wiens gedrevenheid ook haar aanstak om zich te engageren. De Obama’s krijgen twee dochters en resideren 8 jaar in het Witte Huis. Michelle Obama is op alle vlakken een rolmodel, niet zo zeer omdat de sympathieke girl next door het tot presidentsvrouw en mode-icoon schopte, wel omdat ze het aandurft om ten allen tijde zichzelf te blijven in een wereld waarin zij als zwarte vrouw al te vaak niet blijkt te conformeren aan de geldende norm. Laat me daarom heel duidelijk zijn: iedereen zou Becoming moeten lezen omdat het een pleidooi is om te geloven in onze eigen stem en ons eigen verhaal, hoe naïef dat soms ook mag klinken.

Uit het voorwoord blijkt meteen hoe authentiek Michelles vertelstem is. Als kind wilde ze dokter worden, wat altijd enthousiast onthaald werd door volwassenen. Nu beseft ze dat het zinloos is om aan een kind te vragen wat het later wil worden omdat de vraag impliceert dat een volwassen leven vrijwel meteen een eindstadium kent. Alsof je één welbepaalde rol kan en moet opnemen in je leven en dat was het dan. Het is maart 2017 als Michelle in haar keuken staat en beseft hoe bijzonder het is dat ze weer helemaal zelf een boterham kan smeren om die vervolgens zonder entourage op te eten. En ze heeft dus heel wat te vertellen over de verschillende rollen die ze in haar leven tot dusver kon vervullen.

Michelle Obama houdt zich ver weg van de glamour van het leven dat ze zowel als advocaat als First Lady kon leiden. Ze schetst een intiem portret van Barack en hoe ze elkaar leerden kennen (kan geen rom-com tegen op). Zo schreef hij liever brieven dan dat hij belde en wilde hij eigenlijk niet trouwen. Ze vertelt over de problemen die ze ervoeren om zwanger te worden en hoe pijnlijk dat proces was. Wat steeds terugkeert is de lastige spagaat waar ze zich als vrouw dagelijks in bevindt: enerzijds is er de ambitieuze geëngageerde vrouw die niet louter dossiers wil behandelen, maar haar idealen wil nastreven, anderzijds is er de moeder die een warm nest wil creëren voor haar gezin. Hoe trots ze ook is op de verwezenlijkingen van haar man, ze vindt het oneerlijk dat hij er vijf jobs op kan nahouden zonder te moeten inboeten in zijn vaderrol. Aanvankelijk loopt ze dan ook niet warm voor de politieke loopbaan waar hij in rolt. Na lang wikken en wegen stemt ze toe omdat ze beseft dat anderen hem ook nodig hebben voor hun strijd. Bovendien gaat ze ervan uit dat hij nooit verkozen zal worden: hij is te zwart voor sommigen en te wit voor anderen. Wanneer ze zelf een actieve rol opneemt in zijn presidentscampagne krijgt ze heel wat bagger over zich heen, een black woman die niet op haar mondje is gevallen wordt heel snel als angry black woman gepercipieerd.

In Becoming slaagt Michelle Obama erin om haar wereldberoemde man in een bijrolletje te duwen. Ze toont wat het betekent om zwart te zijn, vrouw en moeder, wereldburger én Amerikaan, om als mens je eigen pad te blijven bewandelen in een wereld die oprechtheid soms genadeloos hard afstraft. Het is een boek dat heel wat gevoeligheden aan de oppervlakte brengt, maar tegelijkertijd ook hoopvol durft te zijn. Simpelweg omdat we allemaal kunnen blijven schrijven aan ons eigen verhaal.

Het boek – Over de pijn die liefde heet

13 februari is Valentijnsdag voor de minnaars: de dag van de verboden liefde. Vandaag dus geen stroperige romantiek van dertien in een dozijn, maar een ode aan de stiekeme liefde. Een onderwerp dat vrijdag in de klas aan bod kwam toen we het hadden over middeleeuwse lyriek (liederen met een hoog drama-gehalte zeg maar). De onbereikbare of onmogelijke liefde zette de sluizen open voor een gesprek over liefde op het eerste gezicht (het bestaat zeker aldus mijn leerlingen) en het belang van aantrekkingskracht (je moet elkaar diep in de ogen durven kijken). Ook in boeken vind ik niks zo interessant als liefde in de meest pure vorm met de scherpe randjes die daarbij horen. Het is geen toeval dat ik Lolita zo’n geweldig boek vind. Vandaag dus geen kleffe I Love You beertjes, maar een selectie boeken over de liefde in al z’n complexiteit.

Iemand graag zien kan om diverse redenen ingewikkeld zijn, verboden zelfs of ongewenst. Je kan zulke ongezonde relaties verwerpelijk vinden, maar de realiteit is vaak gelaagder dan dat omdat ze op de één of andere manier wel een voedingsbodem vindt in liefde. Zo brengt Kate Elizabeth Russell met My Dark Vanessa een hedendaags Lolita-verhaal over een 15-jarig meisje dat een relatie begint met haar leerkracht Engels. Fout om heel veel redenen, net daarom voor beide partijen ook heel verleidelijk. Een spannend boek dat erin slaagt om die verschillende laagjes te ontrafelen. Net zo pijnlijk gevoelig is In the Dream House van Carmen Maria Machado dat de toxische relatie tussen twee vrouwen beschrijft. Het verhaal is opgebouwd uit korte hoofdstukken die elk vanuit een andere invalshoek het idee van het zogenaamde droomhuis (eerder een nachtmerriehuis) belichten. Of hoe een relatie compleet kan ontsporen in een ziek machtsspel. De omstreden klassieker Bear (1976) was het afgelopen jaar niet uit de bestsellerlijstjes weg te krijgen. Marian Engel beschrijft daarin hoe een eenzame vrouw zichzelf helemaal verliest in een affaire (ook fysiek) met een bruine beer. Met momenten bevreemdend en ongemakkelijk om te lezen, maar je kan niet ontkennen dat er ook een authentiek gevoel van liefde in vervat zit.

Ik legde hier al eens uit hoe zwaar ik onder de indruk was van Anna Enquists De thuiskomst dat het gefictionaliseerde verhaal vertelt van Elizabeth Cooke, vrouw van ontdekkingsreiziger James Cooke. Een gelijkaardig boek schreef Arhur Japin met Mrs. Degas over een verloren liefde van de schilder Edgar Degas. Alleen al de Parijse setting en de beschrijving van de schilderijen maken dit een heel sfeervol boek. Ook Connie Palmen verdient haar plaats in dit rijtje historische liefdes (met een fatale afloop, dat is geen spoiler) met het alom bekende en bejubelde I.M. Palmen verloor haar grote liefde Ischa Meijer uitgerekend op Valentijnsdag, eveneens zijn 52e verjaardag. In I.M. heeft ze het over hun relatie, haar rouwproces, het schrijverschap en het nut van fictie. Ik gebruik mijn leven niet voor de literatuur. Het werkt andersom. De literatuur bestaat uit levens als het mijne en ik zie welke fictie doorwerkt in mijn leven omdat ik die erin kan en wil zien. 

IMG_7414b

Dat de liefde als een verwoestende kracht kan toeslaan bewijst Hokwerda’s kind van Oek de Jong. Ergens in een warme zomer las ik dat boek op een bank in het park van Tervuren. Ongetwijfeld met een frons en een pijnlijke grimas op mijn gezicht. Hokwerda’s kind kwam namelijk aan als een mokerslag. Zo wondermooi en tegelijkertijd zo bikkelhard. Dat geldt ook voor The Only Story van meesterschrijver Julian Barnes. Een roman waarin werkelijk alles van de liefde samenkomt: de wollige romantiek, het geluk dat de liefde kan zijn zelfs als die onconventioneel is, maar ook een heel donkere keerzijde van de medaille. Je denkt aanvankelijk wel te weten waar het verhaal van de 19-jarige Paul naartoe gaat als die een relatie begint met een oudere vrouw. Wat je eerst leest is echter the only story, het enige verhaal dus dat er eigenlijk toe doet, het verhaal over de liefde tussen twee mensen zoals Paul wil dat die herinnerd wordt. Er volgt echter nog een verhaal. Barnes schrijft zo adembenemend mooi dat je werkelijk elke zin zou willen inlijsten omdat die zo raak is. The Only Story is, hoe hartverscheurend ook, mijn ultieme boek over de liefde.

So now he better understood how couples clung to their own story – each, often, to a separate part of it – long after it had gone cold on them, even to the point where they were not sure they could bear one another. Bad love still contained the remnant, the memory, of good love – somewhere, deep down, where neither of them any longer wanted to dig.

Ik denk dat de overgrote meerderheid van de boeken op de één of andere manier over liefde gaat omdat het een onderwerp is dat inherent verbonden is met het leven. Ik denk ook dat we uit een boek halen wat voor ons op dat moment relevant is. Dat kan iets zijn waar je nog nooit mee te maken had of iets dat al langere tijd aan het broeien is in je hoofd. Ik las soms boeken over de liefde die een pijnlijk feest van herkenbaarheid waren, zonder dat de beschreven situatie de mijne was. Destijds heb ik dat bijvoorbeeld heel sterk ervaren bij Over de liefde van Doeschka Meijsing. Ook bij Kom hier dat ik u kus van Griet Op de Beeck overkwam mij dat. Er was één zin, helemaal op het einde van het boek, die bij mij heel hard binnenkwam. Ik had beslist, ooit, dat gij mijn boei waart, als ik die losliet, dan zou ik verzuipen. Nu denk ik dat ik liefde wil.

De eerste werktitel van deze tekst was De mooiste boeken over de liefde. Ik stelde dat bij naar De vele gezichten van de liefde, maar uiteindelijk koos ik toch om de pijn in de schijnwerpers te zetten. Ik wil daarmee helemaal geen schaduw werpen over de liefde. Integendeel, ik geloof heel hard in de romantiek van de liefde, maar het is zoals bij de marathon: het is juist zo mooi als je beseft dat het niet vanzelfsprekend is. Daarom wil ik wel graag eindigen met een positieve noot. Lees Het geluk van de wolf van Paolo Cognetti, je weet wel: die schrijver die zo mooi over de natuur en de bergen kan schrijven. Zijn nieuwste roman werd maar lauwtjes onthaald in de pers omdat het verhaal onsamenhangend en plotloos zou zijn. Wel, voor mij schuilt de kracht van een goed verhaal soms net in de eenvoud en zelfs voorspelbaarheid ervan: dat twee mensen in de bergen op elkaar verliefd worden. En het leven in de bergen, dat kan héél romantisch zijn.

IMG_7389b

Het boek – Door dik en dun

Zou je liever alleen maar dikke of dunne boeken lezen? Als fan van het Dikke Boek kan ik dat dilemma makkelijk beantwoorden. Al geldt voor lezen, net zoals voor lopen, dat variatie het codewoord is. In dikte of lengte, in type, soort, afkomst, leeftijd of wat je verder nog kan bedenken. Er zijn periodes, zomervakanties bijvoorbeeld, waarin ik wat thematischer (of geografischer) lees, maar doorgaans zoek ik juist de afwisseling op omdat een boek dan meer op zichzelf kan staan. Volgens mijn leerlingen is trouwens elk boek van +150 pagina’s een Mount Everest van 8848 meter hoogte die beklommen moet worden. Ooit zei een leerling me bloedserieus: Mevrouw, ik vind Bart Moeyaert echt een goede schrijver… twee seconden was ik helemaal in de wolken met de uitspraak van die jongen (die absoluut geen lezer was) tot de ontnuchtering volgde … omdat hij alleen maar dunne boeken schrijft. Zelf noem ik een boek dun als het (ruim) onder de 200 pagina’s blijft en dik als het vlotjes boven de 400 gaat. Daartussenin bevindt zich de gulden middenmoot.

Er zijn heel wat dunne boeken waar ik helemaal weg van ben. In eigen land zette Dimitri Verhulst al heel wat pareltjes van de dunnere soort op de wereld. Als geen ander begrijpt hij de kunst om een lezer vanaf de eerste zin in een verhaal mee te sleuren en met een beperkt aantal woorden bij z’n nekvel te grijpen. Recent bekroop mij dat gevoel ook bij het wondermooie (en flinterdunne) De gelukzalige jaren van tucht van de Zwitserse Fleur Jaeggy: de paradoxale titel is al een verhaal op zich. Ook het wat toegankelijkere Een heel leven van Robert Seethaler slaagt erin om een heel leven te vertellen met een minimum aan papier. In dit rijtje mag de klassieker Of Mice and Men van Nobelprijswinnaar John Steinbeck niet ontbreken, net zoals Een doodgewoon leven van de Tsjechische auteur Karel Čapek die in elk van zijn boeken niet veel woorden nodig heeft om een personage neer te zetten. Tot slot is ook het alom bejubelde Gloed van Sándor Márai een aanrader als je op zoek bent naar een kort boek dat blijft nazinderen.

Wat sommigen een voordeel van dunne boeken vinden, is voor mij eerder een nadeel: de leestijd is zo beperkt dat ik mijn best moet doen om er niet door te vliegen. Ik probeer mijn leestempo dan bewust naar beneden te halen zodat het verhaal tijd krijgt om zich te wortelen in mijn hoofd. Ik moet me meer focussen om elk woord te laten doorsijpelen. Zowel ik als dat dunne boek moeten harder hun best doen om te blijven hangen. Een dik boek daarentegen dat neemt vanzelf de tijd. Denk aan het clichébeeld van lezen als een vorm van escapisme. Het kloeke boek verandert in een andere wereld waarin je even kan verdwijnen. Terwijl hun levens zich voor je neus ontplooien worden personages echte mensen waar je een band mee opbouwt. Je gaat van ze houden. Of juist niet. Een dik boek stevent zelden rechtstreeks op z’n plotdoel af, maar kabbelt er meanderend naartoe. Het zijn de zijweggetjes die de toon zetten. Je trappelt al eens ter plaatse of staat zelfs helemaal stil. Net zoals in het echte leven verlies je al eens de weg en moet je noodgedwongen een omleiding volgen (al dan niet bewegwijzerd).

Wie liever een spannend en lichtjes absurd uit de kluiten gewassen boek leest die is bij grootmeester Haruki Murakami aan het juiste adres. Lees bijvoorbeeld Kafka op het strand, je zal het je niet beklagen. Ik haalde mijn loftrompet hier al boven voor Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeijffer en Het achtste leven (voor Brilka) van Nino Haratischwili. Verre van originele boekentips, maar wat zou ik graag in de schoenen staan van iemand die ze nog niet las. Door gewoon de titels op te schrijven word ik terug gekatapulteerd naar het moment dat ik in hun universum ondergedompeld werd. In november overkwam mij hetzelfde met het magnum opus van Johan Harstad: Max, Mischa & het Tet-offensief, met 1200 pagina’s aan de haak eveneens een klepper van formaat te noemen (die wonderwel goed in de hand ligt). Voor deze drie mastodonten geldt dat ze allesomvattend zijn: het zijn in de eerste plaats boeiende menselijke verhalen, maar ook tijdsdocumenten en lessen (cultuur)geschiedenis.

Uit mijn liefde voor dikke boeken (en Marcel Proust) vloeit logischerwijze voort dat ik ook helemaal kan opgaan in romancycli. Ik heb met andere woorden een zwak voor schrijvers die niet toekomen met één dik boek om hun verhaal te vertellen, die de langdradigheid omarmen en van het principe zijn: waarom kort als het ook lang kan? Ik zit nu halverwege de zesdelige Mijn strijd-reeks van Karl Ove Knausgård. Slechts twee jaar had hij nodig om zijn autobiografische reeks van 3678 pagina’s op papier te zetten. Een verjaardagsfeestje van een paar uur beschrijft hij in een pagina of 80 (dat gaf ik eens als voorbeeld aan Roos om uit te leggen hoe hij zijn tijd neemt om iets te vertellen). Wat mij betreft hadden het net zo goed 180 pagina’s mogen zijn. Bij deze tip hoort een leeswaarschuwing. Het klopt namelijk als een bus wat ze zeggen over Knausgård: er gaat een verslavende werking uit van zijn introspectieve romans. Bezint dus eer ge begint. Voor je het weet zit je in gedachten vast op een verjaardagsfeestje.

Het boek – Patti has the power!

Patti Smith in trefwoorden: Amerikaanse – veelzijdig artiest – Robert Mapplethorpe – People Have The Power – Chelsea Hotel. Toen ik haar boek Just Kids las, stelde ik me de vraag hoe het in godsnaam mogelijk was dat ik Patti Smith nu pas ontdekt heb. Ik had nochtans kunnen weten dat ze mij zou bekoren omdat Florence & The Machine, één van mijn muzikale heldinnen, een nummer schreef over Patricia, aka Patti. Uiteindelijk was het een fragment in Alleen Elvis blijft bestaan (gekozen door Marieke Lucas Rijneveld) dat me er vrijwel meteen toe aanzette om Just Kids uit de ongelezen boekenkast te nemen. In het fragment is te zien hoe een timide en zichtbaar ontroerde Patti Smith enthousiast wordt onthaald door een koor om samen People Have The Power te zingen. Ik was meteen verkocht.

Ik verwachtte van Just Kids in de eerste plaats dat het een autobiografisch boek zou zijn over het lastige groeiproces dat inherent verbonden lijkt te zijn met het artiestenleven, over Patti die zich een weg baant door het turbulente Amerika van de jaren 60 en 70, hoe ze na een armoedige periode uiteindelijk succesvol wordt en dan beseft dat niets zo relatief is. En ja, ook wel een boek over de Amerikaanse fotograaf Robert Mapplethorpe, want die staat op de cover en de twee hadden een innige band. Just Kids is echter zoveel meer dan interessante non-fictie. Wanneer Robert Mapplethorpe in 1989 sterft aan de gevolgen van aids belooft Patti Smith om hun verhaal te vertellen. Just Kids dus, over hoe ze elkaar toevallig leren kennen als twintigers, over hoe hun levens vanaf dan onvermijdelijk en onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, over hoe ze elkaars artistieke loopbanen beïnvloeden en hoe hun vriendschappelijke liefdesrelatie of liefdevolle vriendschap als een rode draad alles aan elkaar rijgt. He was the artist of my life. Our work was our children.

De afgelopen weken had ik helaas weinig tijd om te lezen. Ik werk hard, ik sport veel. Ik tel af naar een laatste sportieve exploot van dit jaar en, ik geef het niet graag toe, naar de kerstvakantie. Ik snak naar rust terwijl die vervloekte crisis alles blijft overschaduwen en overspoelen. Gelukkig was Patti er. ’s Avonds nam ze mij bij de hand en mocht ik door haar ogen naar het leven kijken. Ze toonde me de rijke geschiedenis van Hotel Chelsea (wat ik dan weer kende van Leonard Cohen). Ze vertelde over het ontstaan van haar androgyne looks. Hoe je in de artistieke wereld net zo goed een evenwicht moet vinden tussen erbij horen zonder je eigenheid te verliezen. Ik zag hoe de dood van Jimi Hendrix en Andy Warhol haar aangrepen. We waren zelfs samen in Parijs om het graf van Jim Morrison te bezoeken op Père Lachaise.

We needed time to figure out what all of this meant, how we were going to come to terms and redefine what our love was called. I learned from him that often contradiction is the clearest way to truth. Ik vond heel veel schoonheid en berusting bij Patti Smith: precies wat ik nodig had. Als dat niet volstond was er de muziek van de Godmother of Punk die zowel ongetemd, explosief als poëtisch is: ook precies wat ik nodig had. Niet alles moet in hokjes passen en het is helemaal oké om je gevoel te volgen. Thank you, Patti. 

De boeken die je hebt gelezen…

… vormen samen de vele levens die je zult hebben geleefd. Het zijn niet mijn woorden, maar die van Peter Verhelst. Voor de Stichting Lezen maakte hij een poster die al enige tijd in mijn klas hangt te pronken. En zeg nu zelf: lezen als levensvorm, dat is toch een prachtige gedachte om mee te geven aan jongeren! Lezen is niet stoffig en saai. Lezen is leven in al z’n rijkdom. Wat volgt zijn 28 beschrijvingen van levens die in een boek uit de wereldliteratuur beleefd worden. Puzzelen maar!

De boeken die je hebt gelezen
vormen samen de vele levens die je zult hebben geleefd
Je wordt geboren op een vismarkt zonder geur.
Je rent achter een wit konijn zonder te dromen.
Je loopt een dag rond in Dublin zonder je af te matten.
Je bent een monnik in Italië zonder naar Italië te reizen.
Je bent een serial killer zonder in Manhattan te wonen.
Je trekt een vergiftigde jurk aan zonder te sterven.
Je bent een minnaar zonder in Indochina te zijn geweest.
Je giet een flesje parfum over je uit zonder verslonden te worden.
Je staat op een balkon in Verona zonder hoogtevrees.
Je zingt als een engel zonder ontmand te worden.
Je staat voor een vuurpeloton zonder naar Macondo te gaan.
Je ziet een nimfijn op bed liggen zonder jurk.
Je kunt Beatrice voorbij zien lopen zonder in Firenze op een brug te staan.
Je ontdekt de hemel zonder een meteoriet door je hoofd te krijgen.
Je verandert in een varken zonder verscheurd te worden door je moeder.
Je dobbert met een tijger in een boot zonder zorgen.
Je bedient Napoleon zonder naar Venetië te moeten vluchten.
Je wordt gebonden aan een man zonder betoverd te worden door zeemeerminnen.
Je dwaalt door Barcelona zonder te verdwalen in een bibliotheek.
Je ziet je moeder sterven zonder woorden.
Je verliest je geheugen zonder dat je het zult vergeten.
Je wordt wakker als kever zonder in slaap te zijn gevallen.
Je wordt oeverloos dronken zonder in Mexico te zijn geweest.
Je zwalpt in Bárakstad rond zonder geld, zonder vrouw, zonder dromen.

Je bewaakt een kelder zonder nieuws uit de buitenwereld.
Je gaat op zoek naar zijde in Japan, zonder zijde keer je naar je vrouw terug.
Je jaagt op vrouwen en wild zonder god of gebod in Congo.
Je sterft zonder dood te gaan.

P.S. En nu mogen jullie raden welke bonusopdracht mijn leerlingen kregen over het boek dat ze voor de vakantie hebben gelezen… euh, ik bedoel: hebben beleefd.

Het boek – Mijn literaire zomer van 2021

Laten we ook niet te hard zijn voor de zomer van 2021. Het weer mag dan het noorden kwijt zijn, het nieuwe normaal wordt steeds normaler en wie wil er nu eigenlijk lamgeslagen worden door een hittegolf? Ook mijn gemoed kende grillige curves, het ene moment had ik rust nodig, dan verlangde ik naar adrenaline. Aan goede verhalen was er echter geen gebrek. Er groeide en bloeide heel wat in de Tour en tijdens de Olympische Spelen, maar ook op literair niveau is de zomer van 2021 nu al een hoogvlieger voor mij. De ene boekenherinnering na de andere werd geboren en de boekenteller blijft vrolijk verder tikken. Door het kwakkelige karakter van het weer las ik bovendien op heel diverse plaatsen in en rond mijn huis. De boekenkeuzes die ik maakte waren dan weer niet bijster origineel. Jullie zijn bij deze gewaarschuwd: ik las veel boeken die overal worden aangeraden (terecht, zo bleek dus). Ik deed dat thematisch volgens geografie zodat ik helemaal covid-safe Europa kon doorkruisen. Ik toon jullie graag de hoogtepunten van mijn literaire reis.

Ik begon mijn zomervakantie met een Scandinavische week (een week is een rekbaar begrip als je op vakantie bent). Het regende of miezerde, er was wind, het was grijs, ik voelde me wat verdoofd. Kortom het uitgelezen moment om me op het wispelturige leven van Noorse, Zweedse en Deense hoofdpersonages te storten. Ik begon mijn dagen al lezend in bed. Zo was er De overlevenden van Alex Schulman. Het zoveelste verhaal over een duister familiegeheim, dacht ik aanvankelijk, maar jongens toch: wat was dit verrassend! Ook rond de Kopenhagen-trilogie van Tove Ditlevsen hangt de zweem van een hype. Ditlevsen schreef Kindertijd, Jeugd en Afhankelijkheid in de jaren 60, maar haar autobiografisch drieluik werd pas recent vertaald in het Nederlands. Ik was meteen verkocht. Ditlevsen vertelt hoe ze er als kind van droomde om schrijfster te worden, wat haar ook lukt. Ze slaagt er echter niet in om een fijn leven te leiden zonder pijnstillers. Hard en ontroerend, absoluut het lezen waard.

IMG_6071b

Toen het leek alsof de zomer gewoon met een valse noot was gestart en dat het zomerweer in alle hevigheid zou losbarsten (niet dus), begon ik aan de Italianen. Ik lag languit in de tuin terwijl ik mijn gras haast zichtbaar zag groeien. Dat kan ik dus als geen ander: in de wildernis van mijn tuin me totaal niks aantrekken van het werk dat gedaan “zou moeten” worden. Het boek dat me deze zomer het diepst heeft geraakt kwam van Roberto Camurri die in De naam van de moeder schrijft over een vader-zoon-relatie waarin het gemis van een moeder door merg en been snijdt, juist omdat er niet over haar wordt gepraat. Het was zo’n boek dat ik volledig wilde laten doordringen, een boek dat je nooit helemaal kan vatten, maar dat je ondergaat. De vreemdelinge van Claudia Durastanti is op een heel andere manier doordringend. Zij vertelt hoe ze als kind opgroeide met dove ouders in een multicultureel en armoedig Italië. Omdat ze meandert qua stijl en verhaal blijf je geboeid. Elke zin is ook raak. De wijsheden over identiteit volgen elkaar in sneltempo op. Zei ik trouwens niet dat dit het jaar van Italië was?

IMG_6080b

Een Franse week was uiteraard onvermijdelijk aangezien het al veel te lang geleden is dat ik daar lijfelijk aanwezig kon zijn. Het werd ook de meest diverse week: zowel klassiekers als recent verschenen romans gleden onder mijn ogen door. Daarbij ook De sneeuwpanter van Sylvain Tesson. Serieus, weer een boek over bergen? Weer een boek over de natuur? Jawel en wat voor één! Een stilistisch pareltje in al z’n eenvoud. Tesson bewijst dat een verhaal geen klassieke spanningsboog nodig heeft om je op sleeptouw te nemen, dat je geen vergezochte inzichten nodig hebt om iets krachtigs te vertellen. Ik kreeg zowaar zin om zelf uren op mijn buik in de Himalaya te liggen hopend op een glimp van de mysterieuze sneeuwpanter. Lees vooral zelf of het Tesson gelukt is. Het grappigste én snedigste boek dat ik deze zomer las was De kaart en het gebied van Michel Houellebecq, een auteur naar mijn hart die altijd zijn eigenzinnige zelve is. In deze roman staat de lucratieve kunstwereld centraal. De auteur Michel Houellebecq is een personage, dat hij helemaal niet spaart. Verder is het zonde om veel over de plot te vertellen. Houellebecq is wellicht geen spek voor ieders bek, maar De kaart en het gebied vond ik best toegankelijk. Gewoon eens proberen, zou ik zeggen.

IMG_6075b

Mijn literaire reis houdt momenteel halt in de Lage Landen, een thuismatch zeg maar. Ik werd omver geblazen door Wij zijn licht, de debuutroman van Gerda Blees die meteen goed was voor de shortlist van de AKO-literatuurprijs 2021. Blees baseerde zich voor haar verhaal op het overlijden van een vrouw in een Utrechtse woongroep. Haar personage Elisabeth sterft omdat ze deel uitmaakte van een groep die gelooft te kunnen overleven op licht. Dubieuze goeroes overtuigen hen van het feit dat voedsel energie vreet en dat een mens zich energieker voelt door niet te eten. Allesbehalve een licht onderwerp dus. Wat de roman op de één of andere manier toch verteerbaar maakt is de experimentele vorm: elk hoofdstuk is een object of concept de verteller van dienst. Dat voelt nooit vreemd aan, sterker nog: je krijgt op die manier steeds meer inzicht in de bizarre beweegredenen van de woongroepers.

Om het met Noordkaap te zeggen: we waren bijna echt vergeten hoe schoon nat de zomer wel kan zijn, maar om toch ietwat vrolijk te eindigen: de zomer zit er nog niet op. Wie weet wat die laatste maand nog voor ons in petto heeft (meer regen?). Ik stort me dan op de English fiction waar ik graag meer over vertel in een volgend deel. Cheers op de literatuur!

Het boek – Over oorlog en een beetje vrede

Ik weet niet meer precies waarom ik in mei besloot dat ik Oorlog en vrede zou lezen. Ik weet wel waarom het ruim een decennium één van die klassiekers was waar ik me niet echt aan kon zetten: een boek uit 1869 over oorlog met 1552 pagina’s en – naar verluidt – 580 individuele personages. Zelfs voor een literaire veelvraat klinkt dat als iets dat wel eens moeilijk verteerbaar zou kunnen zijn. Kortom een boek dat tijd en energie kost. Nochtans las ik in mijn studententijd met smaak de ene na de andere Russische klassieker. Anna Karenina (ook ruim 1000 pagina’s) vond ik bijvoorbeeld een echte winner. Ik had uiteindelijk drie weken nodig om me door Oorlog en vrede heen te werken. 

Toch las ik Tolstojs epos zeker niet met tegenzin. Mijn historische kennis vertoont nogal wat hiaten, dat van de oorlogen tussen Frankrijk en Rusland aan het begin van de 19e eeuw is dankzij Tolstoj een beetje opgevuld. Nog interessanter vond ik het om een beeld te krijgen van het leven dat was weggelegd voor een man of vrouw 200 jaar geleden in de Russische hogere kringen. Ben je liever een jongeman die als een held naar de oorlog mag gaan of een jonge vrouw die thuis moet wachten op een geschikte huwelijkskandidaat met het juiste vermogen? Oorlog en vrede is geen typische oorlogsroman waarbij je als lezer op je buik in de modder ligt en belaagd wordt door de vijand. Het is geen boek waarbij het ene drama het andere overtreft, waarbij de oorlog gekenmerkt wordt door onrecht en gruwel. Aanvankelijk vond ik de leesbaarheid goed meevallen, maar na enkele taaie uitweidingen over de technische kant van oorlogsvoering verloor ik voeling met de personages. Op zich is dat niet vreemd. Het was immers Tolstojs intentie om een werk te schrijven dat het midden hield tussen een roman en historische non-fictie. Dat resulteert in een nogal cleane oorlogsroman waarbij de analyse van het gebeurde belangrijker is dan de inleving. Om mijn leeservaring te delen én om jullie +1500 pagina’s leeswerk te besparen, presenteer ik vijf alternatieve titels die de lading beter dekken dan Oorlog en vrede.

De Rostovs
De aristocratische familie van graaf Ilja en gravin Natalia Rostov vormt de centrale as van de gebeurtenissen aan het front en thuis in Sint-Petersburg. Zij vertegenwoordigen de grandeur van Rusland die stelselmatig terrein verliest. Een bijzondere rol is weggelegd voor dochter Natasja die zowel over een romantische ziel als over een sterke wil lijkt te beschikken. 

War and People
Dit alternatief las ik in een recensie op Goodreads en vond ik erg treffend omdat het inderdaad het menselijke aspect is dat tegengewicht biedt aan de oorlogsmaterie. Mensen zijn uit op geld, willen grote liefdes en hechte vriendschappen. Ze willen op alle vlakken tot de winnaars behoren. Misschien schreef Tolstoj toch vooral een roman over de mens in al z’n hoedanigheden, zij het in een wat afstandelijke stijl.

Oorlog en wrevel
Tolstoj heeft duidelijk een fascinatie met het strategische en tactische aspect van oorlogsvoering. De grote emoties bouwen zich op bij de thuisblijvers in Moskou en Sint-Petersburg. Daar is het vooral ieder voor zich. Of toch elke familie voor zich, waardoor beslissingen worden genomen op basis van eergevoel. Met alle gevolgen van dien natuurlijk.

Onschuld en lijden
Wie heeft er schuld aan oorlog? Verlies je je onschuld in oorlogstijd? Wij lijdt er echt: zij die actief aan de oorlog deelnemen of zij die hem passief moeten ondergaan? Ben je laf als je niet aan de oorlog wenst deel te nemen? Volgens Tolstoj is het antwoord op die vragen genuanceerd. Iedereen lijdt op z’n eigen manier, iedereen is zowel schuldig als onschuldig. 

Toeval en genialiteit
Oorlog en vrede bestaat uit vier delen en twee epilogen. De afsluitende epiloog is een beschouwend essay waarin Tolstoj (op langdradige wijze) betoogt dat oorlogsvoering meer berust op toeval dan op genialiteit. Napoleon (die ook een handelend personage is) kan je dus beter geen tactisch genie noemen, maar iemand die toevallig de juiste beslissingen maakte. Stof tot nadenken. 

Tot slot: bij het opzoekwerk van deze tekst, kwam ik terecht op deze interessante blog over (Russische) boeken.

IMG_5558b

 

Als ik een boek was…

De examenperiode is in volle gang. Het is 30 graden en ik zweet me een ongeluk. Ik denk na over het afgelopen schooljaar. Wederom een ander schooljaar, weer een raar jaar. Een schooljaar waarin we uitblonken in improviseren, waarin gewoon in de klas zijn bijzonder werd, waarin we allemaal veel te veel achter een scherm moesten zitten. Het afgelopen jaar viel ook mij met momenten zwaar. Ik miste veel en probeerde blij te zijn met wat er wel was. Ik slaagde daar behoorlijk in. Voor jongeren daarentegen was het gebrek aan echt sociaal contact veel meer een ernstige inbreuk op hun levensstijl. 65% van de jongeren had het mentaal moeilijk tijdens de eerste coronagolf. Niet omdat het een gepamperde generatie is, niet omdat het watjes zijn, maar omdat alleen zijn indruist tegen het DNA van een jongere. Het is een cijfer om stil van te worden. Ik hoorde veel leerlingen klagen en zuchten. Ik zag hen vooral ook kei hard hun best doen. 

Waar ik gelukkig van word zijn leerlingen die hun leeservaringen delen. Een leerling die een boek graag gelezen heeft (soms tegen alle verwachtingen in), maakt van mij een tevreden leraar. Mijn leerlingen van het vierde jaar (15 à 16 jaar) vulden nog enkele vragen in over hun leesjaar. Ik vroeg hen ook om de zin Als ik een boek was aan te vullen. Het mooie aan vierdejaars is dat ze dat geen rare vraag vinden. Vlot formuleerden ze een antwoord, gaande van licht en luchtig tot overpeinzend en filosofisch. Hier volgt een bloemlezing met poëtische allures.

ALS IK EEN BOEK WAS…
zou ik geen cover hebben
zou ik een open boek zijn
zou ik gesloten blijven
zou ik veel prijzen winnen
zou ik stoffig worden in de kast
zou ik in de spiegel kijken om mezelf beter te leren kennen
zou ik zo dik mogelijk willen zijn om veel te kunnen vertellen
zou ik een strip zijn waarin weinig wordt gezegd, maar veel gebeurt
zou ik fantasy zijn die achteraan in de kast stof staat te vergaren
zou ik een roman zijn met een sterk verhaal en een vleugje magie
zou ik gelezen willen worden door mensen die ik zelf ook zou lezen
zou je met elke omgeslagen pagina verliefder worden op het leven
zou je me vaker moeten lezen om me te begrijpen
zou ik mensen inspireren met mijn levensverhaal
zou ik mijn pagina’s sluiten en me niet laten lezen
zou iedereen klagen omdat ze de afloop al kenden
zou niemand begrijpen waar het verhaal over gaat
zouden mijn ouders dit boek niet mogen lezen
zou mijn moeder een boom zijn

IMG_5250b

Het boek – Lezen in tijden van lockdown #4

Hoe licht of zwaar de lockdown ook is, wennen doet het nooit. Al zijn het ook steeds periodes waarin ik eens zo hard nood heb aan mijn boeken. Als vermaak, als verzet en als gezelschap. Ik las dus weer behoorlijk wat tijdens de paasvakantie. Bij deze vierde lichting lockdownliteratuur zijn het bizarre, maar uiterst menselijke en vredelievende hoofdpersonages die de toon zetten in een veelal groene omgeving. Of: de sympathieke outsider in zijn natuurlijke habitat. Lange of vreemde boektitels is ook iets wat deze boeken verbindt, net zoals eenzaamheid, maar ja: gaan eigenlijk niet alle boeken een beetje over eenzaamheid?

Death in Her Hands – Ottessa Moshfegh
Je zal maar een wandeling maken met de hond en een onheilspellend briefje aantreffen. Her name was Magda. Nobody will ever know who killed her. It wasn’t me. Here is her dead body. Vesta Gul is een vrouw die een teruggetrokken leven leidt met haar hond Charlie. Terwijl Vesta te weten wil komen wie Magda is (heeft ze eigenlijk wel bestaan?) en hoe ze aan haar eind is gekomen, kruipen wij in Vesta’s hoofd. Daar broeit behoorlijk wat. Magda wordt een obsessie die steeds meer een eigen leven gaat leiden. Een rechtlijnig thrillerverhaal mag je niet verwachten, wel een beklemmende gothic novel volgens de traditie van Edgar Allan Poe.

Spiegel spiegel schouder – Dorthe Nors
Rijlessen laten blijvende herinneringen na. Zo ook bij Sonja, een veertiger die met de auto leert rijden. Alsof dat nog niet lastig genoeg is, verloopt ook het contact met haar zus moeizaam en voelt ze zich verplicht om op een spiritueel niveau een verbintenis aan te gaan met haar masseuse. Het leven van Sonja loopt kortom niet over rozen. Net daarom kan je niet anders dan Sonja’s eigenzinnige karakter en haar droge humor omarmen. Hoe wereldvreemd Sonja soms ook lijkt te zijn, er zit een stukje Sonja in ieder van ons. Spiegel spiegel schouder is zowel hilarisch als ontroerend en maakte mij heel nieuwsgierig naar meer werk van de Deense Dorthe Nors.

IMG_4571b

Over het doppen van bonen – Wiesław Myśliwski
Dat de Poolse literatuur heel wat parels herbergt, daar is Wiesław Myśliwski het voorbeeld van. Over het doppen van bonen is een ode aan het gewone leven: een man vertelt – tijdens het doppen van bonen – aan een (toevallige?) bezoeker over zijn leven. In stukken en brokken, van de hak op de tak, zoals dat gaat. Hij focust daarbij vooral op toevallige ontmoetingen en gebeurtenissen. Namen worden nauwelijks genoemd en ook de identiteit van de bezoeker wordt niet onthuld. In één langgerekte monoloog kom je onder andere te weten hoe de verteller eens bij een praatgrage hoedenmaker een lamp herstelde en in ruil daarvoor een hoed kreeg (die hij vervolgens op de trein vergat). Over het doppen van bonen is een humoristisch boek over de (on)betrouwbaarheid van herinneringen en het kleine dat ieders leven typeert.

Jaag je ploeg over de botten van de doden – Olga Tokarczuk
Joepie, we blijven in Polen! De Nobelprijs voor Literatuur van 2018 werd immers toegekend aan Olga Tokarczuk. Aan Nobelprijswinnaars kleeft wel eens het stigma moeilijk leesbaar te zijn. Dat dacht ik ook toen ik in 2019 op de Boekenbeurs een roman van Torkarczuk doorbladerde. Ik kocht het boek niet: ik had ongelijk. Jaag je ploeg over de botten van de doden heeft namelijk alles wat je van een goede roman mag verwachten: humor, vaart, spanning en inhoud. We volgen het verhaal van Janina die op het Poolse platteland leeft en een diep verwantschap voelt met de natuur. In haar omgeving sterven mannen, de ene al gruwelijker dan de andere, die verbonden zijn met de jachtvereniging.  Janina mengt zich in het politieonderzoek en ziet al snel het verband tussen de doden en de daders: het is een complot van de natuur. Lees vooral zelf of ze het bij het rechte eind heeft.

Buzz Aldrin, waar ben je gebleven? – Johan Harstad
Naast Polen leerde ik ook de Faroër-eilanden kennen. Een bijzondere naam voor een bijzondere eilandengroep in de Atlantische Oceaan. Mathias is een Noorse jongeman die uitgerekend op de schapeneilanden het noorden verliest. Verder wil ik niet te veel vertellen over het verhaal omdat het een boek is waarin je ondergedompeld moet worden. Dat sommige plotwendingen ietwat voorspelbaar waren, werd ruimschoots goedgemaakt door Johan Harstads indringende stijl. Niemand minder dan Bart Moeyaert noemt Harstad één van zijn literaire helden en ik begrijp helemaal waarom. Laat je dus vooral niet misleiden door de vreemde titel. Er valt namelijk best veel interessants te zeggen over Buzz Aldrin.

IMG_4587b

Het boek – De vervloekte madeleine van Proust

Leiden, september 2007. Ik studeer af als master in de literatuurwetenschap met een thesis* over Marcel Proust. Mijn eindwerk krijgt de titel Een kant van Proust, liefde in de schaduw van jaloezie, een knipoog naar de eerste twee delen van Prousts levenswerk A la recherche du temps perdu: ruim 3000 pagina’s in zeven delen die verschenen tussen 1913 en 1927. Niet alleen de omvang van dit werk, maar ook de uitermate beschrijvende stijl van Proust hebben ertoe bijgedragen dat Proust lezen een zekere status met zich meedraagt. Mount Proust kent geen genade. Toen ik de volledige romancyclus als prille twintiger las, stelde ik vast dat Proust verrassend genoeg best leesbaar is. In mijn thesis ging ik specifiek in op deel 5 (De gevangene) en 6 (De voortvluchtige), waarin de Franse elite plaats ruimt voor de verstikkende relatie tussen verteller Marcel en zijn geliefde Albertine. Vanuit dat perspectief bleek het Marcels ziekelijke jaloezie te zijn die als een rode draad door de Recherche-cyclus loopt en in de laatste delen steeds meer de bovenhand krijgt. Geloof me: Proust heeft de moderne lezer meer te bieden dan ellenlange zinnen en een madeleine.  

Ik kijk met een dubbel gevoel terug op mijn studietijd in Leiden. Enerzijds was de opleiding literatuurwetenschap een verrijking voor mezelf als lezer en als mens. Anderzijds hield ik aan mijn studie ook een lichte afkeer aan het universitaire leven over en het ivoren-toren-gevoel dat erbij leek te horen. Mijn plan was altijd om leerkracht te worden: terug de maatschappij in. Bovendien heb ik me nooit echt thuis gevoeld in Leiden. Ik bleef er altijd De Belg, een sympathieke buitenstaander. Mijn keuze om over Proust te schrijven was een stille daad van verzet. Destijds was het namelijk in om het vooral niet te hebben over de grote klassiekers en hun verdiensten, maar juist een gemarginaliseerde auteur op te snorren die de canon oversteeg en die liefst niemand kende. Door te kiezen voor een boegbeeld van het modernisme (zwaar, snobistisch, moeilijk) en te betogen dat die wel degelijk leesbaar was, toonde ik stiekem waar ik zelf voor stond: een zelfbewuste benadering van literatuur.

IMG_4390b

In mijn thesis vermeed ik bewust de iconische madeleine. Het is in deel 1 (De kant van Swan) dat Marcel zijn madeleine in de thee doopt (van zompig gesproken), waarop hij terug gekatapulteerd wordt naar de vakantietijd die hij doorbracht bij zijn tante in Combray. Et voila: la mémoire involontaire doet haar intrede. De madeleine-scène werd exemplarisch voor de eindeloze mijmeringen die Proust tot in het kleinste detail weet te beschrijven. Ik dompelde me graag onder in Proust omdat ik er mijn liefde voor Parijs in weerspiegeld zag. Naarmate ik echter vorderde in de Recherche bleek het romantische beeld van die madeleine steeds minder typerend te worden. De meanderende herinneringen maken plaats voor een buitengewoon menselijk aspect: jaloezie die groteske vormen aanneemt. In tal van sappige passages krijgen we steeds meer zicht op de ongezonde relatie die Marcel en Albertine erop na houden. Hij beticht haar van vuile manieren met andere mannen. Zij liegt de pannen van het dak. De eens zo beheerste verteller trekt stilistisch een ander register open. Marcel is van kop tot teen menselijk. 

In augustus 2007 moest ik mijn thesis verdedigen bij mijn begeleider, in veel opzichten een atypische universitair docent. Wellicht kon ik het daarom goed met hem vinden. Bij dit gesprek was ook Docent 2 aanwezig. Hij gaf een collegereeks over het literaire modernisme, waarvan één sessie volledig gewijd was aan Proust. We kwamen daarbij niet verder dan de madeleine-passage, hoe verrassend! Ik kreeg complimenten voor de close-readings in mijn eindwerk (altijd scoren) en wat kritische vragen over de secundaire literatuur waar ik naar teruggreep (de pro-forma geplogenheden). Tot Docent 2 me lichtjes uit mijn lood sloeg. Waarom heb je het niet over de madeleine? Hoe kan je over Proust schrijven zonder het over de madeleine te hebben? Heel mijn thesis was opgebouwd rond het gegeven dat er door het motief van de uber-menselijke jaloezie juist een grote betrokkenheid ontstaat tussen lezer en verteller en dat je de Recherche oneer aandoet door de zevendelige cyclus te laten overschaduwen door één bovennatuurlijk gebakje dat nota bene in het eerste deel gegeten wordt! Bij nader inzien las Docent 2 waarschijnlijk geen enkel deel van Proust. Ik vraag me zelfs af of hij wel de moeite had genomen om mijn eindwerk volledig te lezen. Voor mij was dit het ultieme bewijs dat ze mij in Leiden nooit echt begrepen hebben.

IMG_4376b

Moet je Proust nog lezen anno 2021? Ja, als je graag eens een klassieker ter hand neemt. Nee, als je niet houdt van verhalen die hun tijd nemen om verteld te worden. Proust is de meester van de uitweiding en de breed uitgesponnen beschrijving, laat daar geen misverstand over bestaan. De kern van zijn romancyclus is echter een ongezonde relatie: begrijpelijke kost die ver weg ligt van het abstracte of conceptuele dat je bij andere modernisten terugvindt. Zo vond ik de 1200 pagina’s van Robert Musils De man zonder eigenschappen een worsteling en James Joyce heel interessant, maar ook aartsmoeilijk. Laat je dus niet intimideren door de status die Mount Proust in de wereldliteratuur krijgt toegewezen. Het is een meesterwerk, maar dat zijn de Ardennen ook. Je kan er prachtig wandelen en als je van de natuur houdt, moet je echt geen alpinist zijn om er een berg op te kunnen. Laat je verleiden door de madeleine, savoureer ze, maar weet dat de Franse boulangerie nog meer gebakjes in de toonbank heeft liggen. Ik hou ook meer van koffie dan van thee. Bon appétit!

IMG_4383b

*thesis, scriptie, eindwerk, masterproef: what’s in a name?