Het boek – Lezen in tijden van quarantaine

Je bent nooit alleen als je de literatuur hebt. Mocht ik over wat meer lef beschikken, dan zou ik die spreuk in koeien van letters op mijn rug laten tatoeëren. In onzekere tijden heb ik nog meer behoefte om mij te omringen met goede boeken. Toevallig heb ik ook meer tijd om die te lezen. Aanvankelijk was ik van plan om hier een donker overzicht te maken van thematische literatuur over isolatie, dreiging en een maatschappij die ontspoort. Niet bijster opbeurend. Ik koos dus voor diverse boeken die ik recent aan een hoog tempo heb verwerkt omdat het me niet lukte om ze met mate te savoureren. U bent dus gewaarschuwd.

De menselijke maat – Roberto Camurri
Ik weet niet wat het is met die Italiaanse schrijvers, maar ze klinken altijd zo weemoedig. Zo ook Roberto Camurri die een debuutroman schreef om u tegen te zeggen. In De menselijke maat vertelt hij het verhaal van Alena, Davide en Valerio die opgroeien en vergroeien met het – in hun ogen – nietszeggende dorpje Fabbricio, dat zich tussen Parma en Bologna bevindt. Jawel, in het inmiddels zwaar getroffen Noord-Italië dus. Het slaperige dorpsleven vormt het ultieme decor voor het kleine en grote menselijke drama. Hoe goed je de personages ook leert kennen, hun innerlijke drijfveren blijven gehuld in een waas van mysterie.

The Handmaid’s Tale – Margaret Atwood
Atwoods klassieker verscheen in mijn geboortejaar 1985. Mijn oog viel er pas op door de gelijknamige serie en de vervolgroman The Testaments die eind vorig jaar met de Booker Prize aan de haal ging. Ik was dit dystopische verhaal aan het lezen uitgerekend toen de coronacrisis in alle hevigheid losbarstte. Het verhaal van dienstmeid Offred (van Fred) staat centraal. Gehuld in een rode cape is zij van al haar vrijheden beroofd. Ze leeft onder streng toezicht met als enige doel kinderen te baren voor de hogere klasse. Vruchtbaarheid is immers een kostbaar goed in de totalitaire staat Gilead. Dankzij Atwoods aparte vertelstijl komen we in flarden en brokken meer te weten over Offreds vroegere (gezins)leven. Een adembenemende trip waarin fictie en werkelijkheid naadloos met elkaar worden verweven.

IMG_2347b

Buurtsupermens – Sayaka Murata
Als het wat luchtiger doch gevat mag zijn, dan moet je dit Japanse pareltje lezen. Maak kennis met de 36-jarige Keiko: een buitenbeentje in de strak georkestreerde Japanse samenleving. Keiko werkt al 20 jaar vol overgave in de plaatselijke supermarkt. Ze beschouwt haar job als een roeping. Tot haar eigen verbazing en frustratie moet ze zich steeds verantwoorden voor die keuze, net zoals voor het feit dat ze geen behoefte heeft aan een man in haar leven. Als ze op een dag de impulsieve beslissing neemt om onderdak te bieden aan een student die niet zo’n hoge pet op heeft met het hele supermarktgebeuren, is het hek van de dam. Toepasselijke literatuur, want wie dagelijks applaudisseert voor onze helden van de zorg, zou dat net zo goed kunnen doen voor de noeste werkers in de supermarkten.

Finse dagen – Herman Koch
Na het overlijden van zijn moeder trok de 19-jarige Herman Koch naar een boerderij in Finland om de verwachtingen van zijn vader tijdelijk te ontvluchten. In Finse dagen vertelt hij uitgebreid over die Finse periode. Wie denkt dat dit verhaal autobiografisch is: de enige waarheid is die van het boek, niet de waarheid van de gebeurtenissen zoals die zich in werkelijkheid hebben afgespeeld, aldus de auteur. In een verraderlijk eenvoudige stijl slaagde Koch er weer in om mij vanaf de eerste pagina mee te slepen in zijn verhaal. Je kan Finse dagen beschouwen als een coming of age novel die de ijzersterke verhalenverteller Herman Koch alle eer aan doet. Ook de prachtige cover met een reliëfdruk van berkenbomen kon mij bekoren.

De storm – Jens Christian Grøndahl
Je zou kunnen zeggen dat er weinig variatie zit in het oeuvre van de Deense topauteur Jens Christian Grøndahl. Hij schrijft namelijk altijd over vijftigers of zestigers die ietwat zijn vastgeroest in hun leven en huwelijk. Door een bepaalde gebeurtenis wordt een proces van mijmeren en overdenken in gang gezet. Glashelder overpeinzen ze de keuzes die hun leven heeft vormgegeven. Spijt is geen optie, berusting des te meer. In De storm kijken we mee over de schouder van auteur Adam Huus wiens carrière in het slop zit. Ook op familiaal vlak loopt zijn leven niet over rozen: er zit meer dan één haar in de boter. Als geen ander kan Grøndahl een levensverhaal schrijven dat zich laat lezen als een thriller. Woorden zijn als lege handschoenen, iedere hand kan ze aantrekken: een warme stem uit het soms onweersachtige noorden.

Atlas van de Nederlandse taal – uitgegeven bij Lannoo
Wat had ik dit boek graag zelf geschreven. Het zou namelijk betekenen dat ik erin was geslaagd om een origineel, humoristisch en bovenal compleet naslagwerk samen te stellen over onze prachtige taal. Een naslagwerk dat ook nog eens toegankelijk is. Duimpjes omhoog ook voor de strakke vormgeving en de knappe illustraties. Wisten jullie bijvoorbeeld dat het woord ochtendgrijs in 1997 werd bedacht door Frank Deboosere en dat het sinds 2015 behoort tot het AN? Een must have voor iedereen die – net zoals ik – van talige weetjes houdt!

IMG_2355b

Het boek – Toppers volgens mijn leerlingen #3

Het schooljaar is halverwege. Dat betekent dat mijn leerlingen al twee boeken lazen en er nog twee te goed hebben. Ik vertelde al eens wat mijn leerlingen van het vierde jaar zoal weten te waarderen op literair vlak. In het vijfde jaar kiezen leerlingen van een uitgebreide lijst die ruimte biedt aan de volledige wereldliteratuur. Vertalingen uit het Engels en Frans worden echter niet toegelaten. Jaarlijks komen er nieuwe titels bij waarvan ik denk dat ze iets teweeg kunnen brengen bij mijn lezerspubliek. Ik merk dat leerlingen in het vijfde jaar minder klagen over moeten lezen. Vaak ontwikkelen ze hun eigen smaak en ontdekken ze een schrijver wiens stijl ze waarderen. Ze geven elkaar ook vaak tips over wat het lezen waard is. Ik licht er graag drie titels uit die steevast positief onthaald worden.

De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween van de Zweedse auteur Jonas Jonasson wordt steeds weer op gejuich onthaald. Jonassons debuutroman verscheen in 2009 en werd meteen een wereldwijde bestseller. Om jongeren meer dan 300 pagina’s te kunnen boeien, moet een boek wel echt overtuigend zijn. Zeker voor jongens is deze roman telkens weer een schot in de roos. Het absurde levensverhaal en het ontsnappingsverhaal van het honderdjarige hoofdpersonage Allan, die op zijn verjaardag uit het rusthuis ontsnapt, worden in de eerste plaats gewaardeerd omdat heel wat gebeurtenissen uit de wereldgeschiedenis de revue passeren, zoals de Wereldoorlogen dichtbij huis, maar ook minder bekende gebeurtenissen in de Sovjet-Unie en China. Mij kon dit verhaal geenszins overtuigen. Ik stoorde me aan de ongeloofwaardige Allan die een voorliefde heeft voor bommen en explosies en bovendien bij werkelijk elke bepalende gebeurtenis in de wereldgeschiedenis een rol van betekenis heeft gespeeld. Mijn leerlingen zijn het daar duidelijk niet mee eens. Ze prijzen keer op keer de humor en originaliteit van het boek de hemel in. Een jongen zei eens: “Mevrouw, er zal echt nooit een boek zijn dat ook maar in de buurt komt van dit.” De pretlichtjes en gelukzalige glimlach op zijn gezicht zal ik niet snel vergeten.

Uit eigen land scoort Griet Op de Beecks Vele hemels boven de zevende erg goed. Ze krijgt vaak het neerbuigende etiket vrouwenliteratuur opgeplakt. Ik vind dat jammer: literatuur is niet te herleiden tot mannen- en vrouwenboeken, al zal ik niet ontkennen dat enkel meisjes dit boek kiezen en er laaiend enthousiast over zijn. Vooral de manier waarop de personages Eva, Lou en Elsie vorm krijgen. Ze worden beschouwd als bestaande personen, echte mensen van vlees en bloed die tot leven komen op papier. Iemand schreef dat ze het gevoel kreeg dat ze naar een toneelstuk aan het kijken was. De eenzaamheid en droevige gebeurtenissen waar de personages op hun zoektocht naar geluk mee geconfronteerd worden, raken duidelijk een gevoelige snaar bij mijn leerlingen. Daarenboven lees ik vaak dat ze door dit verhaal een ander, menselijker en genuanceerder, beeld hebben gekregen van onderwerpen als vreemdgaan en alcoholisme. Onderwerpen waar ze doorgaans een principiële mening over hebben. Vele hemels boven de zevende deed hen beseffen dat het begrijpelijk is dat mensen soms verkeerde beslissingen maken, dat je soms kiest voor zekerheid in plaats van voor geluk en dat het niet erg is om niet perfect te zijn.

De geniale vriendin van de mysterieuze Italiaanse schrijfster Elena Ferrante wordt sinds kort vaak en graag gelezen. Dit boek is het eerste deel van Ferrantes Napolitaanse romans, waarin we kennismaken met Lila en Elena die opgroeien in de harde realiteit van het grauwe Napels in de jaren 50, waar de klassenmaatschappij een feit is. De meisjes worden briljant en ontwapenend genoemd. Door hun kinderogen wordt intens meegeleefd met hun dromen: om een boek te schrijven en rijk te worden bijvoorbeeld. Naarmate de meisjes ouder worden, vervagen hun dromen en leer je hen steeds beter kennen. Je kan echter nooit volledig doorgronden waarom ze doen wat ze doen. Dat je hierdoor alle verwachtingspatronen loslaat en geen idee hebt waar het verhaal naartoe gaat, wordt als een groot pluspunt ervaren. Ik hoorde meermaals dat leerlingen meegesleurd en opgeslorpt werden door het hartverscheurende verhaal, ook al staat dat mijlenver van hun eigen leven. Naast wat Italiaanse geschiedenis leerden ze bovendien dat alles te relativeren valt en dat er niet zoiets bestaat als een absolute waarheid.

Met dank aan Bo, Dante, Lucas en Zacharias wiens inzichten over De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween ik in deze tekst verwerkte. De complimenten over Vele hemels boven de zevende haalde ik bij Josse, Limke, Mira, Robin en Ruth. Voor De geniale vriendin baseerde ik me op de ideeën van Elise, Hermelijn en Jits.

Het boek – Het lezen zoals het is

Ik lees niet alleen graag boeken, maar ik lees ook graag over boeken en wat bekende en onbekende lezers daar zoal over te zeggen hebben. Omdat Humo wellicht nooit in mij als lezer geïnteresseerd zal zijn en omdat je goede vragen mag pikken, beantwoord ik hier enkele prangende boekenvragen.

In welk boek ben je nu bezig?
Zonder liefde, de nieuwste roman van Stefan Brijs: het keuzeboek van de boekenclub voor mijn leerlingen van het vijfde jaar. Elk schooljaar selecteer ik hiervoor andere boeken die recent verschenen zijn. Leerlingen kunnen dan voor een bespreking in groep kiezen in plaats van een schriftelijke opdracht. Ik ben benieuwd wat ze over dit boeken te zeggen zullen hebben.

Waar lees je het liefst?
In de zomer gaat er echt helemaal niets boven buiten lezen: in de zon als het kan, in de schaduw als het nodig is. In huis geef ik dan weer simpelweg de voorkeur aan mijn zetel. Voor elk moment heb ik een andere houding: gaande van deftig rechtzitten of lomp onderuit gezakt.

Met welke auteur zou je een avondje uit willen?
Met Paulien Cornelisse, cabaretière en auteur van De verwarde cavia (aanrader!). Vorig jaar zag ik haar theatershow Om mij moverende redenen. Ik vind haar één van de grappigste mensen op aarde. Een avond in haar gezelschap doorbrengen zou hoe dan ook onvergetelijk zijn.

Met welk romanpersonage zie je een onenightstand wel zitten?
Met het naamloze hoofdpersonage uit De buitenjongen van Paolo Cognetti omdat het bergen-decor op verschillende vlakken zinnenprikkelend is. Als hij niet thuis zou geven, zou ik wel kunnen vallen voor de charmes van Giovanni uit Ernest Van der Kwasts De ijsmakers die een leven met de poëzie verkiest boven de familietraditie.

Wat is je favoriete gedicht?
In het Engels is dat zonder enige twijfel This Is Just To Say van William Carlos Williams omdat het zo bedrieglijk eenvoudig is. Tijdens mijn studies schreef ik eens een volledige paper over dit gedicht en het onderwerp vergeving. Ik zal jullie die uiteenzetting besparen. In het Nederlands kies ik voor een tijdloze klassieker: Voor een dag van morgen van Hans Andreus.

Welk boek heb je het vaakst cadeau gedaan?
De bijbel voor elke lezer: Pieter Steinz’ Gids voor de wereldliteratuur (vroeger: Lezen Etcetera) omdat het onmisbaar is voor iedereen die op een verfrissende manier wil proeven van de literatuur. Met dank ook aan de prachtige vormgeving.

IMG_2013b

Wat is volgens jou het ideale vakantieboek?
In de vakantie lees ik graag dikke boeken die zich afspelen in de natuur, op een desolate plek of in een hotel. Graag met veel personages. Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeijffer heeft het allemaal.

Welk non-fictieboek zou iedereen gelezen moeten hebben?
Mijn haat krijgen jullie niet van Antoine Leiris, die zijn vrouw verloor bij de aanslag op de Bataclan in Parijs en Maus van Art Spiegelman: verhalen die altijd belangrijk zullen blijven.

Welk kunst- of kijkboek kampeert op je salontafel?
Er liggen heel wat boeken op mijn salontafel: boeken die ik op korte termijn wil lezen, poëziebundels en ook blader- en kijkboeken. Het leukste van Eva (Mouton) en The Flame van Leonard Cohen zijn boeken die ik altijd bij de hand wil hebben. Mijn favoriete kunstboek is van Gregory Crewdson, een Amerikaanse fotograaf die cinematografische beelden schiet waarbij David Lynch nooit ver weg is.

Wat is het laatste boek dat je tranen van ontroering heeft bezorgd?
Ik heb nog nooit echt gehuild met een boek, maar een leeservaring kan me wel helemaal uit mijn lood slaan. Dagenlang loop ik dan rond met een krop in de keel die maar niet is weg te slikken. Onder meer A Farewell to Arms van Ernest Hemingway bezorgde me dat gevoel, maar heel recent ook Het echte leven van Adeline Dieudonné.

Welk boek zou je meteen (her)lezen als je een week leestijd cadeau kreeg?
Ik zou dan eindelijk beginnen in Oorlog en vrede van Leo Tolstoj: één van die klassiekers die me al jarenlang verwijtend aankijkt en die ik als literatuurwetenschapper toch gelezen zou moeten hebben.

Welk boek of oeuvre vind je zwaar overschat?
Schrijven is een vak. Het is niet omdat je enige bekendheid hebt, een hoop volgers en er een leuk verhaal in je hoofd zit dat je ook een goede roman kan schrijven. Ik erger me dus wel eens aan bekende koppen die zichzelf schrijver noemen. Zo vind ik onder andere de boeken van Ish Ait Hamou zowel inhoudelijk als stilistisch zwaar overschat.

Welk romaneinde had je liever anders gehad?
Het einde van Call Me By Your Name bleef te lang door kabbelen. Ik ben benieuwd of Find Me, het recent verschenen vervolg van André Aciman me kan verrassen en of er dus nog verhaal zit in de romance van Elio en Oliver.

 

Het boek – Herfsttijd, leestijd, boekenbeurstijd!

Zoals mijn sportieve leven cyclisch de seizoenen doorloopt, zo gebeurt dat ook met mijn lezend leven. Deze periode loop ik dus niet alleen door de bladeren in het bos, maar (weliswaar aan een iets bescheidener tempo) ook over de sjofele tapijten van de Boekenbeurs in Antwerpen. Vorig jaar vertelde ik al over die tijdelijke en periodieke terugkeer naar het boekenvak als medewerker op de stand van Exhibitions International. Mijn allereerste werkgever is topleverancier van de mooiste boeken die op de Boekenbeurs te vinden zijn. Ondertussen ben ik al toe aan mijn twaalfde editie als werkkracht op de Boekenbeurs. Tijd om de balans op te maken van de eerste boekenbeursweek.

Laat er geen twijfel over bestaan: bij Exhibitions International vind je het meest gevarieerde en uitgebreide boekenaanbod: kunst, lifestyle, architectuur, Engelse ficite en non-fictie, film en muziek zijn slechts enkele onderwerpen. Een boek over fartology, tatoeages of kalligrafie behoort eveneens tot de mogelijkheden. Alle wegen leiden kortom naar Exhibitions International. De trends van vorig jaar zijn nog niet op hun retour. Het aantal katgerelateerde items lijkt weer wat toegenomen en valt nog steeds erg in de smaak. Ook de tote bags met opschrift hebben niet aan populariteit ingeleverd, net zoals de Disney scheurkalender die een must blijkt te zijn voor menig huishouden. Harry Potter is in al zijn verschijningsvormen eveneens erg geliefd bij jong en oud. Engelstalige fictie doet het in het algemeen goed met een glansrol voor Margaret Atwoord en haar Booker Prize winnende The Testaments. Het mannelijke publiek zwicht nog steeds voor dure boeken over nog duurdere Porsches of zeldzame horloges. Enkele kamerplanten fleuren sinds dit jaar de stand op, want stijlvolle boeken over groen in huis zijn ook helemaal in.

img_1623b.jpg

Dat ik al vier dagen tussen al die parels mocht vertoeven, heeft een groot voor- en tegelijkertijd ook nadeel: het is onmogelijk om zelf niets te kopen. Allereerst schafte ik me heel wat Engelstalige fictie aan. Ik ben onder meer razend benieuwd naar het bejubelde On Earth We’re Briefly Gorgeous van debutant Ocean Vuong. Ook Normal People van Sally Rooney staat inmiddels hoog op mijn leeslijst, samen met The Overstory van Richard Powers en Asymmetry van Lisa Halliday. De meest intrigerende titel is die van de Japanse bestseller Before the coffee gets cold van Toshikazu Kawaguchi. In de categorie non-fictie werd Factfulness me warm aanbevolen door tijdelijke collega Thomas en schoonbroer Peter. En omdat ik The Subtle Art of Not Giving a F*ck zo vaak over de toonbank zag gaan, ging ik ook voor die niet mis te verstane boodschap overstag.

Om een beetje in te spelen op die literaire overdaad in het najaar voer ik een boekenkoopstop in vanaf augustus. Het is dan uitkijken naar de nieuwigheden die strategisch in oktober verschijnen. Bij de andere stands is er dus ook heel wat moois te vinden. Zo kan ik niet wachten om te beginnen in Zwarte schuur, de nieuwe roman van Oek de Jong en Zonder liefde van Stefan Brijs. Ik kocht ook Zomervacht van Jaap Robben omdat ik deze zomer diens Birk in één ruk heb uitgelezen. Bij de buitenlandse literatuur maakte ik een vreugdesprongetje omdat mijn favoriete Deense auteur Jens Christian Grøndahl een nieuw boekenkind op de wereld zette. Alleen al omwille van de cover wil ik zijn De storm liefst nu lezen. Hetzelfde geldt voor De uitzichtlozen van Nicolas Mathieu, die vorig jaar de prestigieuze Prix Goncourt won. Dankzij de successen van de Paolo’s Cognetti en Giordano zetten uitgevers nu ook veeleer onbekende Italiaanse auteurs in de kijker. Ik ben niet moeilijk te overtuigen en kocht redelijk impulsief De menselijke maat van Roberto Camurri omdat het door Cognetti wordt omschreven als een ingetogen, gevoelig lied dat we nooit eerder hebben gehoord. Zo mogelijk nog impulsiever belandde Trocadéro van John-Alexander Janssen in mijn boekenzak. Simpelweg omdat het zich in Parijs afspeelt.

De goede verstaander leest hier dat ik graag boeken koop. Ik heb echter geen gebrek aan leesvoer in huis. Nadenken over welke boeken ik wil lezen, die vervolgens kopen, in huis hebben en alles organiseren: ook dat is deel van het boekenplezier. De heel goede verstaander leest hier dat mijn eigen woning momenteel ook een beetje op de Boekenbeurs begint te lijken. Zonder de muffe lucht en dure broodjes uiteraard.

De Boekenbeurs gaat door in Antwerp Expo en loopt nog tot en met maandag 11 november. Je vindt Exhibitions International in zaal 1, stand 109. Welkom!

IMG_1617b

Het boek – De kracht van gewoontes volgens James Clear

Mijn papa lachte er vroeger wel eens mee dat ik op een stoel in de keuken zat te wachten tot de klok van de oven op 7u42 sprong: voor mij het startschot om naar school te vertrekken. Ik ben een gewoontedier (en dat heb ik van hem). Mijn tijdsschema is nu minder strikt, maar ik doe wel elke week op hetzelfde moment boodschappen, ik spreek af op dezelfde plaatsen en bestel dan ook telkens dezelfde koffie. Soms schaam ik me daar over. Gewoontes hebben klinkt namelijk saai en allesbehalve spannend. Dankzij Atomic Habits van James Clear (vertaald als Elementaire gewoontes) leerde ik dat gewoontes ons leven gemakkelijker maken en dat schijnbaar onbenullige gewoontes wel degelijk een grote verandering teweeg kunnen brengen. Ik verwees er hier al naar toen ik het had over motivatie. James Clear gelooft namelijk niet dat het de drastische veranderingen en grootse doelen zijn die ons motiveren om dingen in ons leven anders aan te pakken. In Atomic Habits legt hij uit welk proces een gewoonte doormaakt en hoe we ze kunnen veranderen of integreren in alle domeinen van ons leven. Dit zijn de vijf inzichten die mij het meest zullen bij blijven.

1. Focus je op het systeem en niet op een doel.
Liefst van al zou je willen dat je elke training vooruitgang of verbetering voelt, al is het maar een heel klein beetje. Dat proces verloopt echter niet lineair. James Clear heeft het over de verraderlijke valley of disappointment: de fase waarbij de gewoonte geen of niet het gewenste effect lijkt te hebben, wat demotiverend kan werken omdat je meteen resultaat wil zien. Volgens hem kan je je beter focussen op een systeem en dus op het proces. Een doel is dan slechts richtinggevend. Als je dus een marathon wil lopen, moet je kijken naar je trainingen en hoe je die kan optimaliseren. De marathon lopen is dan een logisch gevolg van je systematische aanpak. Het problematische aan doelgericht werken, is dat het slechts tijdelijke veranderingen met een jojo-effect creëert. Je ruimt je woonkamer grondig op en een week later ligt alles weer overhoop. Bovendien kan doelgericht denken ook je geluk hypothekeren. Je houdt jezelf namelijk voor dat je pas gelukkig zal zijn als je doel behaald is. Als dat niet lukt, ben je ongelukkig. Fall in love with the process!

2. Je gewoontes vormen je identiteit.
Gewoontes veranderen kan op drie niveaus: je kan je richten op het resultaat, op het proces, maar ook op je identiteit. Iemand die een paar kilo’s kwijt wil, focust op een resultaat. Als jij als persoon eigenlijk niets geeft om gezonde voeding is die gewoonte in conflict met je identiteit. Je kan dus beter zeggen: ik wil iemand zijn die gezonder eet en van daaruit handelen. Zeg dus ook niet: ik wil een marathon lopen, maar: ik wil een loper zijn. Omgekeerd gebruiken we die identiteit ook als excuus voor slechte gewoontes: ik ben nu eenmaal iemand die te laat komt. Om je identiteit aan te passen, geldt het systeem van de democratie. Je moet jezelf met voldoende stemmen overtuigen dat je iemand bent die graag loopt of op tijd komt. Elke handeling die je verricht en die past bij je (gewenste) identiteit is een stem. Het gaat erom een meerderheid te halen. Hoe vaker je op tijd komt, hoe meer je er zelf van overtuigd zal zijn dat je iemand bent die niet te laat komt.

3. Een nieuwe gewoonte kan je best koppelen aan een andere gewoonte.
Menselijk gedrag volgt vaak de cyclus van het Diderot-effect waarbij één aankoop automatisch tot de volgende leidt. Je koopt een nieuwe eettafel en hebt dan plots nieuw bestek nodig: uit de ene actie ontstaat de andere. Motivatie is dan ook niet de doorslaggevende factor die bepaalt of je een nieuwe gewoonte kan aanhouden. De efficiëntste manier om een nieuwe gewoonte in te voeren is habit stacking: het principe dat een nieuwe gewoonte voortbouwt op een bestaande gewoonte. Je moet je daarbij telkens afvragen wat je precies zal doen (het specifieke gedrag) en wanneer en waar dat zal plaatsvinden. Zeg dus niet: ’s avonds ga ik lezen, maar: na het avondeten ga ik een half uur een boek lezen in de zetel. De ene gewoonte moet dus de trigger zijn voor de volgende.

4. Onze omgeving heeft een grote invloed op onze gewoontes.
De omgeving en ook de personen die daar deel van uitmaken zijn uitermate belangrijk bij de vorming van gewoontes. We imiteren de gewoontes van drie sociale groepen: the close, the many en the powerful. Op een eerste niveau zijn dat dus de mensen uit onze nabije omgeving, zoals vrienden en familie waar je al dan niet mee samenleeft. Op de tweede plaats komt de meerderheid. We gaan namelijk gemakkelijker in tegen onze eigen principes dan tegen de mening van de groep. Tot slot imiteren we personen die succesvol zijn en waar we naar op kijken. Zo zal menig marathonloper de trainingsprincipes van Eliud Kipchoge proberen over te nemen (zelden met het gewenste resultaat). Een gewoonte veranderen is dus gemakkelijker als je je in een omgeving bevindt waar jouw gedrag het gewenste gedrag is.

5. De vier wetten der gewoonte
James Clear baseert zich op vier wetten om gewoontes in te voeren en te implementeren. Maak ten eerste duidelijk wat je gewoonte precies inhoudt (een concrete formulering volgens het principe van habit stacking). Maak je gewoonte ten tweede aantrekkelijk (je omgeving is hierbij cruciaal). Maak de gewoonte vervolgens gemakkelijk door de drempel zo laag mogelijk te houden. Verplicht jezelf niet om een heel boek te lezen, maar begin met twee pagina’s. Tot slot moet je gewoonte tot voldoening en tevredenheid leiden. Voorzie een beloning op de korte termijn die niet ingaat tegen je identiteit. Beloon jezelf dus niet met een pak friet als je drie keer gezond hebt gegeten. Als je slechte gewoontes wil afleren, moet je dus het omgekeerde doen: maak het onzichtbaar, onaantrekkelijk, moeilijk en teleurstellend.

Ik heb Atomic Habits met veel plezier gelezen. Het boek heeft me meer inzicht gegeven over hoe gewoontes ons dagelijks handelen vormgeven en welke processen hierachter schuil gaan. Zoals alle boeken die gaan over efficiëntie en organisatie vind ik niet alles toepasbaar in het dagelijks leven, maar dat neemt niet weg dat er wel degelijk heel wat nuttige strategieën worden aangereikt die je het leven aangenamer en makkelijker kunnen maken. Zo vond ik deze week weer de zin om mijn routine van stabilisatieoefeningen in te voeren en dat kostte me plots schijnbaar geen moeite. De sociale experimenten die als voorbeeld dienen bij elk hoofdstuk zijn ook een meerwaarde. Ik leerde dat ganzen instinctief een ei dat uit hun nest rolt terug naar het nest zullen verplaatsen. Uit proeven bleek dat ze dat met elk rond object doen dat in de buurt ligt. Hoe groter dat voorwerp, hoe groter de drang was om het in het nest te krijgen. Eén gans ging zelfs zo ver dat ze een witte volleybal in haar nest rolde. Zorg er met andere woorden dus voor dat je omgeving is afgestemd op je gewoontes. Wanneer je een handeling een gewoonte kan noemen, hangt trouwens niet af van hoeveel tijd er verstrijkt, maar wel van hoe vaak je die handeling hebt verricht. You have to fall in love with boredom en laat dat nu net zijn waarom ik zo graag marathons loop.

Atomic Habits – Tiny Changes, Remarkable Results van James Clear verscheen in 2018 bij Random House Business Books.

Het boek – Mijn zomervakantie in 20 boeken

Een zomer zonder boek is als een marathonloper zonder plan: hopeloos verloren. In de zomervakantie prijkt lezen bovenaan mijn prioriteitenlijstje. Ik kies dan bewust voor boeken die ik heel graag wil lezen en waar ik iets van verwacht. Zomerse leestijd is namelijk een kostbaar goed. Het is me deze zomer aardig gelukt om goede keuzes te maken. Van de twintig boeken die ik las, vielen er slechts drie echt tegen. En ook dat is niet erg, want zoals ik ook tegen mijn leerlingen zeg: een boek is nooit verspilde tijd, maar altijd een waardevolle ervaring. Amen.

IMG_1078b

Een eerste inspirerende hoofdrol was toebedeeld aan Grand Hotel, een meesterwerk uit 1929 van de Oostenrijkse schrijfster Vicki Baum. Baums Grand Hotel bevindt zich in het Berlijn van de jaren twintig. Een allegaartje aan personages vindt er grandeur, troost en onderdak. Elk van hen symboliseert een bepaald type persoon uit die tijd, zoals de charmante boef Gaigern die hopeloos verliefd wordt op de eenzame en veel oudere ballerina Groezinskaja. Al snel heb je door dat die op het eerste zicht tegengestelde personages met identiek dezelfde levensvragen en -verwachtingen worstelen. Ik concludeerde dat er 90 jaar later op de automobiel na misschien niet zo heel veel veranderd is en dat we allemaal een beetje Kringelein, Gaigern of Preysing herbergen.

Ook in Elke ochtend de zee van de Duitser Karl-Heinz Ott speelt het hotelleven een rol. Sonja blikt terug op haar leven waarin ze dertig jaar lang een hotel uitbaatte samen met haar inmiddels overleden man. Het is het soort leven waarin de onderhuidse pijn steeds voelbaarder wordt en het geluk ver zoek is. Sonja belandt uiteindelijk in een afgelegen plaatsje aan de Welshe kust waar ze dagelijks meerdere uren naar de zee kijkt. Daar gaat een zekere rust, maar ook dreiging van uit. Zonder meer een schot in de roos van Ott, die niet voor niets de Duitse Julian Barnes wordt genoemd. In Birk van Jaap Robben speelt de zee net zo’n gemeen spelletje met de jonge Mikael. Hij woont met zijn ouders op een afgelegen eiland tussen Schotland en Noorwegen. Contact met de buitenwereld is er amper. Mikaels wereld wordt nog kleiner als zijn vader Birk spoorloos in zee verdwijnt en zijn moeder langzaamaan de controle verliest. Een verhaal waar de tragiek zich vanaf de eerste pagina aankondigt en dat je daardoor niet kan lossen.

IMG_1084b

Ik mocht deze zomer nog maar eens ervaren hoe rijk de Noorse literatuur is. Een eerste parel was het minimalistische Buiten de orde van Tomas Espedal, waarin een oudere weduwnaar zijn liefdesbreuk met een jongere vrouw probeert te verwerken. Espedals romans vallen op door hun fragmentarische aard. Buiten de orde lijkt uit een hoop brokstukken te bestaan die de verteller één voor één bestudeert en navertelt. Dit maakt van Espedals stijl niet de meest toegankelijke. Ik liet de flarden die het verhaal vormen gewoon over me heen komen en werd meermaals geraakt door de schoonheid van Espedals proza.

Een andere Noor die een heel gevoelig snaar kon raken was Tarjei Vesaas met Het ijspaleis (1963). Het is het verhaal over de korte, doch intense vriendschap tussen Unn en Siss, twee meisjes die opgroeien op het Noorse platteland. Het ijspaleis is de naam van een indrukwekkend natuurverschijnsel: een bevroren waterval waar je in kan ronddwalen. Unn gaat in haar eentje op ontdekking in het mysterieuze ijspaleis en keert niet meer terug. Siss is ten einde raad. Dit boek was voor mij de absolute topper van de zomervakantie. De unieke personages overweldigen en vanaf de eerste woorden was ik geïntrigeerd door de wereld die Vesaas creëert, net zoals hij dat deed in De vogels.

IMG_1024b

Tot slot las ik nog drie boeken met een bijzondere, zeg maar compleet losgeslagen, vrouw als hoofdpersonage. Het meest bevreemdende boek was zonder enige twijfel De vegetariër van de Zuid-Koreaanse schrijfster Hang Kan. Nadat de jonge vrouw Yeong-hye een vreselijke nachtmerrie heeft, beslist ze van de ene dag op de andere om vegetariër te worden. In Zuid-Korea is vegetarisme een behoorlijk choquerende daad. Voor Yeong-hye is dit het begin van het einde. Haar ultieme streven is namelijk om een boom te worden. Jawel.

IMG_0970b

My Year of Rest and Relaxation van Ottessa Moshfegh gaat over een jonge vrouw die besluit om zichzelf een jaar lang te drogeren met slaap- en kalmeringspillen. Moshfeghs toon is aanvankelijk licht en humoristisch waardoor je niet meteen stilstaat bij de motieven achter de bizarre beslissing om in narcotic hibernation te gaan. In tegenstelling tot wat je misschien verwacht, biedt een gedrogeerde verteller meer dan voldoende stof tot vertellen. Gaandeweg passeren er namelijk personages met een serieuze hoek af en kom je ook meer te weten over de trieste voorgeschiedenis van het hoofdpersonage. Een zelfde patroon valt te ontwaren in Eleanor Oliphant Is Completely Fine van Gail Honeyman. Eleanor houdt zichzelf voor dat ze volkomen tevreden is met het door routine gedomineerde leven dat ze leidt, waarbij ze elke vorm van sociaal contact zoveel mogelijk uit de weg gaat. De waarheid is echter genuanceerder dan dat. Eleanor is een personage dat mijlenver van je af staat, maar toch kan je niet anders dan meteen heel veel sympathie voor haar te voelen.

IMG_1066b
Mijn metekind Leah is nu al voorbestemd om een grote lezer te worden

Dit was mijn boekenzomer 2019. Hup, vooruit! Nu gaan lezen!

*****
Het ijspaleis – Tarjei Vesaas

****
Birk – Jaap Robben
Buiten de orde – Tomas Espedal
De ijsmakers – Ernest Van der Kwast
De vegetariër – Han Kang
Eleanor Oliphant Is Completely Fine – Gail Honeyman
Elke ochtend de zee – Karl-Heinz Ott
Glorie – Patricia Jozef
Grand Hotel – Vicki Baum
Het menselijk lichaam – Paolo Giordano
Het slagveld – Jérôme Colin
Kamers Antikamers – Niña Weijers
My Year of Rest and Relaxation – Ottessa Moshfegh
Nultijd – Juli Zeh
Sofia draagt altijd zwart – Paolo Cognetti

***
Lieve Céline – Hanna Bervoets
Tussen april en september – Tomas Espedal

**
De avond is ongemak – Marieke Lucas Rijneveld
De verboden tuin – Wessel te Gussinklo

*
Het wordt spectaculair. Beloofd. – Zita Theunynck

IMG_1089b

 

Het boek – Toppers volgens mijn leerlingen #2

De examens zijn achter de rug. Mijn leerlingen hebben nu zeeën van tijd om boeken te verslinden. Ik zie voor me hoe ze stuk voor stuk zijn weggedoken in een papieren verhaal, geen oog voor de wereld rondom hen, dolgelukkig dat ze zich eindelijk weer kunnen overgeven aan hun geliefkoosde bezigheid: lezen. De realiteit is wellicht wat anders. Hier gaf ik al een korte inleiding over lezen in de klas. Vandaag presenteer ik jullie het tweede deel van de favoriete boeken van mijn leerlingen van het vierde jaar. Het centrale thema van de drie uitverkoren romans is Italië, dat – zonovergoten of niet – een prachtig decor voor jeugdig drama lijkt te zijn.

De eenzaamheid van de priemgetallen – Paolo Giordano (2011)
Lovende commentaren vlogen de jonge Giordano meteen om de oren toen zijn debuutroman verscheen. Beloftevol en talent vielen in zowat elke recensie. Mij kon het verhaal over Alice en Mattia niet echt bekoren. Later werk van Giordano deed dat wel. Mijn leerlingen daarentegen vallen als een blok voor dit verhaal over adolescenten die zich priemgetallen voelen: jongeren die anders zijn en zich bijgevolg buitengesloten voelen. De kracht van dit verhaal zit in die herkenbaarheid. Zowel jongens als meisjes vinden de personages aangrijpend en vertellen hoe ze worden meegesleurd in het ongewone liefdesverhaal van de twee eenzaten. Ze voelen zich met hen verbonden en herkennen hun gevoel om er enerzijds bij te horen en anderzijds zichzelf te zijn. Sommige leerlingen vonden het wel een triestig verhaal en konden zich niet vinden in het (in hun ogen) verwarrende einde. Het blijkt hoe dan ook een boek te zijn waarin een grote drive zit om verder te lezen. Aangezien het meer dan 300 pagina’s bevat, is dat geen overbodige luxe. Een jongen die niet graag las, schreef dat hij zich nog nooit zo verloren had gelezen in een boek. Mooi toch?

Ik en jij – Niccolò Ammaniti (2012)
Ammaniti wordt één van de grote sterren van de Italiaanse literatuur genoemd. Net zoals het werk van Giordano worden zijn boeken wereldwijd vertaald en gewaardeerd. Ook ik ben een fan. In vergelijking met Giordano vind ik hem net een tikje volwassener klinken. Ammaniti vertelt op een ingetogen manier over ingrijpende gebeurtenissen en worstelende jongeren, waar Giordano soms wat naar sensatie neigt. Ik en jij is een dun boek dat vooral door meisjes wordt gekozen. Het verhaal van de veertienjarige Lorenzo raakt steevast een gevoelige snaar omdat het gaat over het belang van familiebanden in tijden van zelfontplooiing. Herkenbaarheid troef voor leerlingen die bevestigen dat ze thuis vaak ruziemaken met een broer of zus en tegelijkertijd de verbondenheid met elkaar voelen. Ook het idee dat je steeds trouw moet blijven aan jezelf met het gewicht van groepsdruk op je schouders vormt een feest van herkenbaarheid. Iemand schreef dat ze uit het boek leerde dat het perfect normaal is om je af en toe niet goed te voelen en dat je je niet anders moet voor doen om erbij te horen. Ammaniti scoort ook punten met zijn eenvoudige taal en het verrassende – en gelukkig – gesloten einde. Het mooiste compliment kwam van iemand die zei dat ze niet graag las en daarom dit dunne boekje had uitgekozen. Toen ze erin begon, vond ze het echter heel jammer dat het boek slechts 100 pagina’s telde.

Noem me bij jouw naam – André Aciman (2007)
Dit boek brak pas vorig jaar door dankzij de prachtige verfilming van Luca Guadagnino. Aciman is een Amerikaanse auteur die de sfeervolle Italiaanse kust uitkoos om de ontluikende romance van Elio en Oliver te vertellen. Ik schreef hier al hoe ook ik daar weg van was. Een boek dat onverbloemd over de liefde vertelt, scoort goed bij de meisjes die het steevast kiezen. De magie van die idyllische zomerplaats komt meermaals terug in hun besprekingen. Dankzij Acimans poëtische schrijfstijl glijden hun gedachten af richting Italië en zouden ze maar wat graag dat ene bijzondere plaatsje bezoeken waar Claude Monet ooit geschilderd zou hebben en waar Elio en Oliver voor het eerst toenadering zoeken tot elkaar. De love story van de hoofdpersonages wordt gewaardeerd omdat zowel het rooskleurige als het alles overspoelend intense van de liefde aan bod komt. Schoonheid en intensiteit dus tegenover twijfel (heel veel twijfel), angst om gekwetst en gekweld te worden en lust maken net zo goed deel uit van het hobbelige liefdesparcours dat Noem me bij jouw naam is. Het intellectuele milieu waarin het verhaal zich afspeelt, blijkt geen struikelblok te zijn, maar de dramatiek juist te versterken. Hoewel dit qua schrijfstijl zeker geen gemakkelijk boek is, waren de lezers ervan het unaniem eens over Acimans kwaliteiten. Ze schreven dat hij zichzelf op elke pagina leek te overtreffen en dat elke zin de mooiste leek te zijn die ze ooit hadden gelezen. Van zulke complimenten gaat ongetwijfeld ook een gelauwerde auteur blozen.

Met dank aan Foeke, Mohamed en Lisa wiens teksten over De eenzaamheid van de priemgetallen mij heel wat wijzer maakten. Cyann, Fleur, Julie en Marie leverden stof tot schrijven over Ik en jij. De ambassadeurs van dienst voor Noem me bij jouw naam waren Elise, Hermelijn, Sophie en Wica.

Het boek – Toppers volgens mijn leerlingen #1

Lezen en leerlingen: het klinkt leuk, maar de realiteit is dat het merendeel van mijn leerlingen niet graag leest. Ik wijt dat niet aan de verleidingen van een uit de hand gelopen online leven. Als ik kijk naar de klasgenoten in mijn eigen puberjaren, dan was ik ook één van de weinigen die graag las. Ik denk dat veel kinderen boeken op een bepaald moment uit het oog verliezen omdat lezen een individuele ervaring is en als tiener is het groepsgebeuren nu eenmaal prioriteit nummer 1. Hoe minder je leest, hoe minder je leestechniek ontwikkelt en hoe meer inspanningen lezen dus vergt. Ook verbeeldingsvermogen is iets dat je moet trainen. Wie weinig leest, kan zich bijgevolg minder voorstellen bij wat er geschreven staat. Literatuuronderwijs staat voor mij als leerkracht in het vierde en vijfde jaar ASO heel hoog op het prioriteitenlijstje. Ik ben het dan ook helemaal eens met de uitspraak van mijn jeugdidool: de gelauwerde Bart Moeyaert. In een interview met De Standaard – naar aanleiding van de prestigieuze Astrid Lindgren Memorial Award die hij op zijn naam mocht schrijven – zei hij dat leerkrachten die zelf niet lezen, geen goede leerkracht zijn. Voila.

Door de jaren heen heb ik geleerd dat het belangrijk is om diverse boeken aan te bieden en om leerlingen bewust te laten kiezen. Leerkrachten hebben vandaag de dag meer vrijheid bij de samenstelling van een literatuurlijst. Ook binnen het vak Nederlands is er ruimte voor wereldliteratuur. Er is zoveel moois dat het zonde zou zijn om je te beperken tot de canon van de Lage Landen. De tijd dat je het als 15-jarige moest doen met Ward Ruyslincks Wierook en tranen ligt achter ons. Langs de andere kant heb ik ook geleerd dat enthousiasme en begeleiding niet elke leerling zal bekeren tot een leven als lezer. Elke positieve leeservaring van een leerling beschouw ik dan ook als een persoonlijke overwinning. Kort samengevat houden jongeren niet van alles wat het leesproces vertraagt of bemoeilijkt: veel pagina’s, kleine letters, wisselende of onduidelijke vertelperspectieven, uitgebreide beschrijvingen, een niet-lineaire verhaallijn en het állerergste: een open einde. Vandaag stel ik twee toppers voor volgens mijn leerlingen van het vierde jaar.

De alchemist – Paolo Coelho (1988)
Dit boek kon mij niet overtuigen, maar ik zag er wel meteen potentieel in voor leerlingen. In het oeuvre van deze Braziliaanse schrijver staat de spirituele zoektocht naar jezelf centraal. Zijn werk wordt wereldwijd gelezen en bewonderd. De alchemist vertelt in een toegankelijke taal het verhaal van de jonge herder Santiago die op zoek gaat naar een schat: over een duidelijke verhaallijn gesproken. Het valt op dat vooral jongens die niet graag lezen dit dunne boek kiezen én de hemel in prijzen. De aantrekkingskracht ligt in het feit dat Santiago’s verhaal en de sprookjesachtige setting in de verste verte niets te maken hebben met hun eigen leven. De alchemist gaat over keuzes maken en je hart volgen, waar jongeren dagelijks mee worstelen, maar het voelt nooit zwaar aan. Coelho weet op een lichtvoetige manier filosofie, poëzie en spiritualiteit samen te brengen. Het feeërieke landschap doet de rest. Leerlingen schrijven vaak hoe ze de zoute geur van de zee konden ruiken en de woestijnwind konden voelen. Ook weten ze er vaak heel wat levenswijsheden uit te plukken. Zoals dat geluk veel meer waard is dan eender welke schat en dat je risico’s moet nemen om je dromen na te jagen. Heel wat jongens schreven dat dit boek hun kijk op lezen heeft veranderd omdat het de eerste keer was dat ze echt hadden genoten van een boek. Ze waren zelfs geïnspireerd om meer boeken van Coelho of over filosofie te lezen. Als dat geen mooi compliment is!

Het parfum – Patrick Süskind (1985)
Een boek met als ondertitel De geschiedenis van een moordenaar trekt de aandacht. De verfilming uit 2006 heeft daar ongetwijfeld ook een aandeel in. 255 pagina’s: een serieuze klepper in leerlingentermen, maar dat hebben velen er voor over. Het bijzondere verhaal van Jean-Baptiste Grenouille die aan het moorden gaat om een uniek meisjesparfum samen te stellen, intrigeert hen mateloos. Vaak moeten leerlingen wel wennen aan de beschrijvende stijl van de Duitse auteur. Zo merkte iemand fijntjes op dat twee en een halve pagina schrijven over een deur die opengaat wat te veel van het goede is. Die beschrijvingen lijken echter wel belangrijk te zijn om je in te leven in de wereld van een moordende jongeling uit de 18e eeuw. Door Süskinds beeldende taal krijgen leerlingen het gevoel dat ze een toeschouwer zijn die de moordenaar live aan het werk zien. Jean-Baptiste is een wees en dat zet aan tot nadenken over de gevolgen van je jeugd op je verdere leven. Ook de auteurs vaardigheid om geur weer te geven met woorden oogst verwondering. Menig leerling vraagt zich ook af hoe je in hemelsnaam een verhaal als dit bedenkt. Komt dat plots uit de lucht vallen? Het verrassende einde is voer voor discussie. Sommigen vinden het ronduit choquerend, anderen vinden het de kers op een magische taart en beschrijven Het parfum als een betoverend totaalplaatje waarbij alles klopt.

Met dank aan Hachim, Ilhem, Kauãn, Korneel, Mathijs en Olga, wiens teksten over De alchemist ik als inspiratiebron gebruikte voor deze blogpost. Dante, Elisa, Elisabeth, Lena, Robin en Uma leverden mij stof tot schrijven over Het parfum.

Volgende week nemen mijn leerlingen jullie mee naar de Italiaanse literatuur!

 

 

Het boek – Waarom Grand Hotel Europa een uitzonderlijk boek is

Laat er geen twijfel over bestaan dat Ilja Leonard Pfeijffer de morele winnaar is van alle literaire prijzen die de komende vijf jaar uitgereikt zullen worden. In die periode zal er namelijk geen boek verschijnen dat zijn majestueuze Grand Hotel Europa kan evenaren. Ik kocht deze klepper vlak voor de feestdagen en wachtte toen op het uitgelezen moment om er in te beginnen. Na mijn Parijse marathonavontuur bleek dat moment in de paasvakantie te zijn aangebroken. Bij voorkeur had ik mijn leven twee dagen on hold gezet zodat ik mij volledig afgesloten van de dagelijkse beslommeringen kon overgeven aan dit heilige boek. Ook zonder doorgedreven escapisme was ik zwaar onder de indruk van dit literaire werk dat zichzelf op alle vlakken overstijgt. Dit is waarom iedereen Grand Hotel Europa zou moeten lezen.

Omdat Ilja Leonard Pfeijffer een opvallende figuur, maar vooral een begenadigd schrijver is.
Ik studeerde Literatuurwetenschap in Leiden, waar Pfeijffer destijds een docent was aan universiteit. Hoe graag ik ook zou vertellen over zijn excellente vaardigheden als docent, de waarheid is dat ik nooit les bij hem volgde. Wel ving ik al eens een glimp van hem op in het straatbeeld, wat niet mag verbazen aangezien Leiden een zakdoek groot is. In zijn omvangrijke oeuvre vallen de variëteit aan genres en de passie voor de klassieke literatuur op. Alleen een klasbak als Pfeijffer kan de Griekse mythen met zoveel bravoure hervertellen. In Grand Hotel Europa komt zijn meesterschap echt tot uiting. Hij schrijft theatraal met krullen en beelden zonder de grens van de kitsch te overschrijven. Zijn taal is altijd raak. Stilistische kracht typeert niet alleen de schrijver, maar ook de mens Ilja Leonard Pfeijffer. Wie al eens een interview met hem zag, weet dat hij een opvallende verschijning is die op dezelfde manier schrijft als hij spreekt en denkt.

Omdat Grand Hotel Europa een opwindende ode is aan de romantische liefde in moderne en nostalgische tijden.
Toen de auteur te gast was bij Van Gils & gasten werd hij niet enkel overladen met complimenten, maar merkte de doorgaans ingetogen gastheer fijntjes op dat Grand Hotel Europa een geil boek is. Het vrouwelijk en mannelijk naakt leidt tot opwindende passages waarin de classy gentleman zich nooit verliest in vulgarismen. Achter zijn imposante verschijning blijkt namelijk een peperkoeken hartje schuil te gaan. Waar je aanvankelijk zou kunnen denken dat het hoofdpersonage – Ilja Leonard Pfeijffer – een ordinaire vrouwenzot is die verliefd wordt op de eerste de beste femme fatale die zijn pad kruist, moet je dit beeld al na enkele hoofdstukken bijstellen. Pfeijffer weet haarfijn te omschrijven hoe onredelijk, onmogelijk en overgeleverd geliefden kunnen zijn. De liefde is altijd zowel nabijheid als afstand, zowel redding als ondergang.

Omdat Grand Hotel Europa brandend actueel is.
Met Venetië en de Europese kunstgeschiedenis als decor behandelt Pfeijffer ook een resem actuele thema’s, waaronder de impact van (massa)toerisme, de vluchtelingencrisis, Europese identiteitsvorming en de rol van kunst in dat proces. Hij hekelt onder andere het artistieke alternatieve milieu waar obscure figuren zich met vreemde gesubsidieerde kunstprojecten bezighouden. De roman speelt zich af in het door toeristen ingepalmde Venetië en bespreekt ook het geplaagde Amsterdam. Toerisme loert overal om de hoek. Zo bestaat er een Ilja-Leonard-Pfeijffer-wandeling in Genua, waar de auteur al enige tijd woont. De personages in het boek bieden verschillende inzichten vanuit een scherpe analyse die niet te herleiden is tot gemakzuchtige kritiek. Commercieel succes, nostalgie naar lang vervlogen tijden en het oude Europa hoeven elkaar niet uit te sluiten. Pfeijffer is een wereldburger die ook altijd een nuchtere Hollander blijft.

Omdat Grand Hotel Europa een boeiende reis door de kunstgeschiedenis is.
Wie nog nooit van de Italiaanse kunstschilder Caravaggio hoorde, krijgt in dit boek zowel een Caravaggio-voor-dummies als cursus voor gevorderden in het oeuvre van de 16e eeuwse kunstenaar. Centraal in het verhaal staat de zoektocht van Ilja’s geliefde en kunsthistorica Clio naar een verloren gewaand werk van Caravaggio. Kunst is voor beide personages geen luxe, maar een levensnoodzakelijk middel. Hierdoor krijg je een inkijk in de rijke en verborgen kunstgeschiedenis en hoe bepalend die is voor onze hedendaagse cultuur. Toegegeven, de overdaad aan informatie voelt soms intimiderend aan. Als je je echter gewillig op sleeptouw laat nemen, kijk je nadien met heel andere ogen naar het werk van de grootmeester Caravaggio en zijn invloed op schilders als Johannes Vermeer en Rembrandt van Rijn. Naast het elitaire label dat kunst soms draagt, blijkt het ook het ultieme spel tussen geliefden te zijn.

Omdat Grand Hotel Europa spannend, grappig en ontroerend is.
In Pfeijffers lyrische vertelling komen verschillende verhaallijnen en uiteenlopende personages samen. Absurde situaties zijn zowel hilarisch als ontroerend. Oud en nieuw botsen soms genadeloos hard om dan vreedzaam hand in hand verder te wandelen. Naarmate het boek vordert, laat het zich lezen als een pageturner. Je wil weten hoe het het nu zit tussen Ilja en Clio. Je wil weten waar de verloren Caravaggio zich bevindt. Bovendien zijn ook de typografie en de vormgeving van deze roman uitmuntend. Hoe zou je ook anders Pfeijffer kunnen lezen dan met een lint als bladwijzer?

 

Het boek – Marathonloper zonder grenzen Abdi Nageeye

Zondag werd de Rotterdam marathon gelopen. Ik bekeek de volledige uitzending en nadien nog twee compilaties omdat ik nu eenmaal graag in hogere marathonsferen word ondergedompeld. Er was in Rotterdam meer dan één reden om te feesten. De Keniaanse winnaar Marius Kipserem liep met 2:04:11 een nieuw parcoursrecord in de boeken. Onze Belgische trots Koen Naert verpulverde zijn persoonlijke record met ruim twee minuten. Hij finishte als zevende in 2:07:39. Het nationale record van Vincent Rousseau ligt nu binnen handbereik. Ook de Nederlandse topper Abdi Nageeye haalde zijn doel en stelde zijn eigen nationaal record scherper tot 2:06:17. Zijn vierde plaats toont aan dat hij de absolute wereldtop op de hielen zit. Zo graag als ik naar lopers kijk, zo graag lees ik er ook over. André van Kats volgde Abdi Nageeye een jaar. Het resultaat is het boek Atleet zonder grenzen, waarin het uitzonderlijke en met momenten beklijvende verhaal van Nageeyes jeugd in Somalië, Nederland, Syrië en Ethiopië beschreven wordt, alsook zijn sportieve belevenissen in een wisselvallig 2018.

Abdi Nageeyes jeugd laat zich niet samenvatten in enkele zinnen. Hij werd geboren in Somalië en belandde als kind in het Nederlandse Den Helder, waar hij snel integreerde. Vervolgens neemt halfbroer Mohammed Abdi met twee broertjes mee naar Syrië om er te gaan strijden. De kleine Abdi krijgt er een heel ander wereldbeeld voorgeschoteld en leert de kracht van propaganda kennen. Na drie jaar in Syrië belandt Abdi in de Somalische hoofdstad Mogadishu, die op dat moment oorlogsgebied is. Hij wordt er geconfronteerd met een uiterst gewelddadige samenleving die wordt gedomineerd door de strijd tussen verschillende stammen. Wapens en gevechten zijn er schering en inslag, eerwraak de normaalste zaak van de wereld. Abdi laat zich hier echter niet door tekenen. Hij hecht veel belang aan onderwijs en gaat trouw naar de moskee. Uiteindelijk neemt hij als tiener zijn toekomst in eigen handen door met een kalasjnikov op zak een gevaarlijke reis te ondernemen naar Addis Abeba, de hoofdstad van Ethiopië. Als bij wonder bereikt hij zijn bestemming ongedeerd. Van daaruit ligt de weg naar Nederland terug open. Nog voor Abdi achttien is, verblijft hij bij een Nederlands gezin in Gelderland. Op z’n achttiende loopt hij zijn eerste wedstrijd. Twee jaar later wordt hij Nederlands kampioen lange cross.

Abdi Nageeye werd vorige maand 30. Hoewel hij zich op en top Nederlander voelt, woont hij momenteel met zijn gezin in Kenia. Samen met onder andere wereldrecordhouder Eliud Kipchoge traint hij in het spartaanse kamp Kaptagat. Weg van de bewoonde wereld, weg van alle luxe. In 2013 maakte hij nogal impulsief de beslissing om zich volledig op de marathon toe te leggen. Met succes: Nageeye is inmiddels de eerste Nederlandse recordhouder op de vijf lange afstanden. In Atleet zonder grenzen staan ook de sportieve gebeurtenissen van 2018 centraal. Een jaar dat niet zonder slag of stoot verliep. Er is de memorabele editie van de Boston Marathon in april, waar Abdi een zevende plaats en een blessure aan overhoudt. Er is ook het ontgoochelende Europees kampioenschap in Berlijn waar hij na 37 kilometer de strijd moet staken en wederom geblesseerd achterblijft. Het boek geeft je een unieke inkijk in het leven van een professionele loper. Zo kom je meer te weten over de periode waarin Kamiel Maasse het Nederlandse marathonlandschap regeerde en hoe een werkweek van trainingsmakker Eliud Kipchoge eruit ziet. Leuk om te weten: de Kip in Keniaanse namen geeft aan dat iets van het mannelijk geslacht is, wat daarop volgt zijn de omstandigheden waarin iemand geboren is. Kipchoge betekent “geboren nabij graanopslag”.

Hoe aangrijpend het verhaal van Abdi’s jeugd ook is: ik was de draad hier en daar serieus kwijt. Dat komt enerzijds door de ingewikkelde familiale situatie waarin hij zich bevindt. Anderzijds springt het verhaal van de hak op de tak omdat het schippert tussen de jeugdervaringen, het leven van de professionele atleet en korte interviews met Abdi. Naarmate ik vorderde in het verhaal, werkte die cocktail wel. Abdi Nageeye is ook in het echt rad van tong en het leek alsof het boek zo uit zijn mond kwam gerold. Er is immers heel veel om over te vertellen. Ik had gerust meer willen lezen over zijn leven als marathonloper, maar de boeiendste stukken vond ik die waarin Abdi de cultuurverschillen bespreekt tussen Somalië en Nederland. Hij neemt daarbij geen blad voor de mond en hekelt onder andere de berustende houding die zijn Somalische familie aanneemt omdat alles bepaald wordt door het lot. Ook zegt hij onomwonden dat als hij in Syrië was gebleven, hij nu wellicht voor IS had gevochten. Abdi is overtuigd moslim, maar deinst er niet voor terug zich kritisch uit te laten over het geloof. Hij vertelt hoe iemand die varkensvlees eet in Somalië als een grotere misdadiger beschouwd wordt dan iemand die een moord pleegt als vergelding ten opzichte van een andere stam. Abdi heeft nog steeds contact met zijn familie, maar zijn moeder lijkt weinig besef te hebben van het beroep dat haar zoon heeft en het leven dat hij leidt. Het knappe is dat Abdi zowel de voor- als de nadelen van beide culturen in beeld weet te brengen.

Hoewel ik geen fan ben van de typografie van het boek, kon het uitzonderlijke verhaal van Abdi Nageeye mij meer dan bekoren. Uit diens turbulente leven blijkt een enorme drive en overtuiging om verantwoordelijkheid op te nemen voor de keuzes waar iedereen mee geconfronteerd wordt: als loper, maar vooral als mens. Hij durft de lat heel hoog te leggen voor zichzelf zonder voeling te verliezen met de realiteit. Atleet zonder grenzen is een leerrijk en geestverruimend boek over de fenomenale atleet en bovenal mooie mens die Abdi Nageeye is.