Het boek – Mijn zomervakantie in 20 boeken

Een zomer zonder boek is als een marathonloper zonder plan: hopeloos verloren. In de zomervakantie prijkt lezen bovenaan mijn prioriteitenlijstje. Ik kies dan bewust voor boeken die ik heel graag wil lezen en waar ik iets van verwacht. Zomerse leestijd is namelijk een kostbaar goed. Het is me deze zomer aardig gelukt om goede keuzes te maken. Van de twintig boeken die ik las, vielen er slechts drie echt tegen. En ook dat is niet erg, want zoals ik ook tegen mijn leerlingen zeg: een boek is nooit verspilde tijd, maar altijd een waardevolle ervaring. Amen.

IMG_1078b

Een eerste inspirerende hoofdrol was toebedeeld aan Grand Hotel, een meesterwerk uit 1929 van de Oostenrijkse schrijfster Vicki Baum. Baums Grand Hotel bevindt zich in het Berlijn van de jaren twintig. Een allegaartje aan personages vindt er grandeur, troost en onderdak. Elk van hen symboliseert een bepaald type persoon uit die tijd, zoals de charmante boef Gaigern die hopeloos verliefd wordt op de eenzame en veel oudere ballerina Groezinskaja. Al snel heb je door dat die op het eerste zicht tegengestelde personages met identiek dezelfde levensvragen en -verwachtingen worstelen. Ik concludeerde dat er 90 jaar later op de automobiel na misschien niet zo heel veel veranderd is en dat we allemaal een beetje Kringelein, Gaigern of Preysing herbergen.

Ook in Elke ochtend de zee van de Duitser Karl-Heinz Ott speelt het hotelleven een rol. Sonja blikt terug op haar leven waarin ze dertig jaar lang een hotel uitbaatte samen met haar inmiddels overleden man. Het is het soort leven waarin de onderhuidse pijn steeds voelbaarder wordt en het geluk ver zoek is. Sonja belandt uiteindelijk in een afgelegen plaatsje aan de Welshe kust waar ze dagelijks meerdere uren naar de zee kijkt. Daar gaat een zekere rust, maar ook dreiging van uit. Zonder meer een schot in de roos van Ott, die niet voor niets de Duitse Julian Barnes wordt genoemd. In Birk van Jaap Robben speelt de zee net zo’n gemeen spelletje met de jonge Mikael. Hij woont met zijn ouders op een afgelegen eiland tussen Schotland en Noorwegen. Contact met de buitenwereld is er amper. Mikaels wereld wordt nog kleiner als zijn vader Birk spoorloos in zee verdwijnt en zijn moeder langzaamaan de controle verliest. Een verhaal waar de tragiek zich vanaf de eerste pagina aankondigt en dat je daardoor niet kan lossen.

IMG_1084b

Ik mocht deze zomer nog maar eens ervaren hoe rijk de Noorse literatuur is. Een eerste parel was het minimalistische Buiten de orde van Tomas Espedal, waarin een oudere weduwnaar zijn liefdesbreuk met een jongere vrouw probeert te verwerken. Espedals romans vallen op door hun fragmentarische aard. Buiten de orde lijkt uit een hoop brokstukken te bestaan die de verteller één voor één bestudeert en navertelt. Dit maakt van Espedals stijl niet de meest toegankelijke. Ik liet de flarden die het verhaal vormen gewoon over me heen komen en werd meermaals geraakt door de schoonheid van Espedals proza.

Een andere Noor die een heel gevoelig snaar kon raken was Tarjei Vesaas met Het ijspaleis (1963). Het is het verhaal over de korte, doch intense vriendschap tussen Unn en Siss, twee meisjes die opgroeien op het Noorse platteland. Het ijspaleis is de naam van een indrukwekkend natuurverschijnsel: een bevroren waterval waar je in kan ronddwalen. Unn gaat in haar eentje op ontdekking in het mysterieuze ijspaleis en keert niet meer terug. Siss is ten einde raad. Dit boek was voor mij de absolute topper van de zomervakantie. De unieke personages overweldigen en vanaf de eerste woorden was ik geïntrigeerd door de wereld die Vesaas creëert, net zoals hij dat deed in De vogels.

IMG_1024b

Tot slot las ik nog drie boeken met een bijzondere, zeg maar compleet losgeslagen, vrouw als hoofdpersonage. Het meest bevreemdende boek was zonder enige twijfel De vegetariër van de Zuid-Koreaanse schrijfster Hang Kan. Nadat de jonge vrouw Yeong-hye een vreselijke nachtmerrie heeft, beslist ze van de ene dag op de andere om vegetariër te worden. In Zuid-Korea is vegetarisme een behoorlijk choquerende daad. Voor Yeong-hye is dit het begin van het einde. Haar ultieme streven is namelijk om een boom te worden. Jawel.

IMG_0970b

My Year of Rest and Relaxation van Ottessa Moshfegh gaat over een jonge vrouw die besluit om zichzelf een jaar lang te drogeren met slaap- en kalmeringspillen. Moshfeghs toon is aanvankelijk licht en humoristisch waardoor je niet meteen stilstaat bij de motieven achter de bizarre beslissing om in narcotic hibernation te gaan. In tegenstelling tot wat je misschien verwacht, biedt een gedrogeerde verteller meer dan voldoende stof tot vertellen. Gaandeweg passeren er namelijk personages met een serieuze hoek af en kom je ook meer te weten over de trieste voorgeschiedenis van het hoofdpersonage. Een zelfde patroon valt te ontwaren in Eleanor Oliphant Is Completely Fine van Gail Honeyman. Eleanor houdt zichzelf voor dat ze volkomen tevreden is met het door routine gedomineerde leven dat ze leidt, waarbij ze elke vorm van sociaal contact zoveel mogelijk uit de weg gaat. De waarheid is echter genuanceerder dan dat. Eleanor is een personage dat mijlenver van je af staat, maar toch kan je niet anders dan meteen heel veel sympathie voor haar te voelen.

IMG_1066b
Mijn metekind Leah is nu al voorbestemd om een grote lezer te worden

Dit was mijn boekenzomer 2019. Hup, vooruit! Nu gaan lezen!

*****
Het ijspaleis – Tarjei Vesaas

****
Birk – Jaap Robben
Buiten de orde – Tomas Espedal
De ijsmakers – Ernest Van der Kwast
De vegetariër – Han Kang
Eleanor Oliphant Is Completely Fine – Gail Honeyman
Elke ochtend de zee – Karl-Heinz Ott
Glorie – Patricia Jozef
Grand Hotel – Vicki Baum
Het menselijk lichaam – Paolo Giordano
Het slagveld – Jérôme Colin
Kamers Antikamers – Niña Weijers
My Year of Rest and Relaxation – Ottessa Moshfegh
Nultijd – Juli Zeh
Sofia draagt altijd zwart – Paolo Cognetti

***
Lieve Céline – Hanna Bervoets
Tussen april en september – Tomas Espedal

**
De avond is ongemak – Marieke Lucas Rijneveld
De verboden tuin – Wessel te Gussinklo

*
Het wordt spectaculair. Beloofd. – Zita Theunynck

IMG_1089b

 

Het boek – Toppers volgens mijn leerlingen #2

De examens zijn achter de rug. Mijn leerlingen hebben nu zeeën van tijd om boeken te verslinden. Ik zie voor me hoe ze stuk voor stuk zijn weggedoken in een papieren verhaal, geen oog voor de wereld rondom hen, dolgelukkig dat ze zich eindelijk weer kunnen overgeven aan hun geliefkoosde bezigheid: lezen. De realiteit is wellicht wat anders. Hier gaf ik al een korte inleiding over lezen in de klas. Vandaag presenteer ik jullie het tweede deel van de favoriete boeken van mijn leerlingen van het vierde jaar. Het centrale thema van de drie uitverkoren romans is Italië, dat – zonovergoten of niet – een prachtig decor voor jeugdig drama lijkt te zijn.

De eenzaamheid van de priemgetallen – Paolo Giordano (2011)
Lovende commentaren vlogen de jonge Giordano meteen om de oren toen zijn debuutroman verscheen. Beloftevol en talent vielen in zowat elke recensie. Mij kon het verhaal over Alice en Mattia niet echt bekoren. Later werk van Giordano deed dat wel. Mijn leerlingen daarentegen vallen als een blok voor dit verhaal over adolescenten die zich priemgetallen voelen: jongeren die anders zijn en zich bijgevolg buitengesloten voelen. De kracht van dit verhaal zit in die herkenbaarheid. Zowel jongens als meisjes vinden de personages aangrijpend en vertellen hoe ze worden meegesleurd in het ongewone liefdesverhaal van de twee eenzaten. Ze voelen zich met hen verbonden en herkennen hun gevoel om er enerzijds bij te horen en anderzijds zichzelf te zijn. Sommige leerlingen vonden het wel een triestig verhaal en konden zich niet vinden in het (in hun ogen) verwarrende einde. Het blijkt hoe dan ook een boek te zijn waarin een grote drive zit om verder te lezen. Aangezien het meer dan 300 pagina’s bevat, is dat geen overbodige luxe. Een jongen die niet graag las, schreef dat hij zich nog nooit zo verloren had gelezen in een boek. Mooi toch?

Ik en jij – Niccolò Ammaniti (2012)
Ammaniti wordt één van de grote sterren van de Italiaanse literatuur genoemd. Net zoals het werk van Giordano worden zijn boeken wereldwijd vertaald en gewaardeerd. Ook ik ben een fan. In vergelijking met Giordano vind ik hem net een tikje volwassener klinken. Ammaniti vertelt op een ingetogen manier over ingrijpende gebeurtenissen en worstelende jongeren, waar Giordano soms wat naar sensatie neigt. Ik en jij is een dun boek dat vooral door meisjes wordt gekozen. Het verhaal van de veertienjarige Lorenzo raakt steevast een gevoelige snaar omdat het gaat over het belang van familiebanden in tijden van zelfontplooiing. Herkenbaarheid troef voor leerlingen die bevestigen dat ze thuis vaak ruziemaken met een broer of zus en tegelijkertijd de verbondenheid met elkaar voelen. Ook het idee dat je steeds trouw moet blijven aan jezelf met het gewicht van groepsdruk op je schouders vormt een feest van herkenbaarheid. Iemand schreef dat ze uit het boek leerde dat het perfect normaal is om je af en toe niet goed te voelen en dat je je niet anders moet voor doen om erbij te horen. Ammaniti scoort ook punten met zijn eenvoudige taal en het verrassende – en gelukkig – gesloten einde. Het mooiste compliment kwam van iemand die zei dat ze niet graag las en daarom dit dunne boekje had uitgekozen. Toen ze erin begon, vond ze het echter heel jammer dat het boek slechts 100 pagina’s telde.

Noem me bij jouw naam – André Aciman (2007)
Dit boek brak pas vorig jaar door dankzij de prachtige verfilming van Luca Guadagnino. Aciman is een Amerikaanse auteur die de sfeervolle Italiaanse kust uitkoos om de ontluikende romance van Elio en Oliver te vertellen. Ik schreef hier al hoe ook ik daar weg van was. Een boek dat onverbloemd over de liefde vertelt, scoort goed bij de meisjes die het steevast kiezen. De magie van die idyllische zomerplaats komt meermaals terug in hun besprekingen. Dankzij Acimans poëtische schrijfstijl glijden hun gedachten af richting Italië en zouden ze maar wat graag dat ene bijzondere plaatsje bezoeken waar Claude Monet ooit geschilderd zou hebben en waar Elio en Oliver voor het eerst toenadering zoeken tot elkaar. De love story van de hoofdpersonages wordt gewaardeerd omdat zowel het rooskleurige als het alles overspoelend intense van de liefde aan bod komt. Schoonheid en intensiteit dus tegenover twijfel (heel veel twijfel), angst om gekwetst en gekweld te worden en lust maken net zo goed deel uit van het hobbelige liefdesparcours dat Noem me bij jouw naam is. Het intellectuele milieu waarin het verhaal zich afspeelt, blijkt geen struikelblok te zijn, maar de dramatiek juist te versterken. Hoewel dit qua schrijfstijl zeker geen gemakkelijk boek is, waren de lezers ervan het unaniem eens over Acimans kwaliteiten. Ze schreven dat hij zichzelf op elke pagina leek te overtreffen en dat elke zin de mooiste leek te zijn die ze ooit hadden gelezen. Van zulke complimenten gaat ongetwijfeld ook een gelauwerde auteur blozen.

Met dank aan Foeke, Mohamed en Lisa wiens teksten over De eenzaamheid van de priemgetallen mij heel wat wijzer maakten. Cyann, Fleur, Julie en Marie leverden stof tot schrijven over Ik en jij. De ambassadeurs van dienst voor Noem me bij jouw naam waren Elise, Hermelijn, Sophie en Wica.

Het boek – Toppers volgens mijn leerlingen #1

Lezen en leerlingen: het klinkt leuk, maar de realiteit is dat het merendeel van mijn leerlingen niet graag leest. Ik wijt dat niet aan de verleidingen van een uit de hand gelopen online leven. Als ik kijk naar de klasgenoten in mijn eigen puberjaren, dan was ik ook één van de weinigen die graag las. Ik denk dat veel kinderen boeken op een bepaald moment uit het oog verliezen omdat lezen een individuele ervaring is en als tiener is het groepsgebeuren nu eenmaal prioriteit nummer 1. Hoe minder je leest, hoe minder je leestechniek ontwikkelt en hoe meer inspanningen lezen dus vergt. Ook verbeeldingsvermogen is iets dat je moet trainen. Wie weinig leest, kan zich bijgevolg minder voorstellen bij wat er geschreven staat. Literatuuronderwijs staat voor mij als leerkracht in het vierde en vijfde jaar ASO heel hoog op het prioriteitenlijstje. Ik ben het dan ook helemaal eens met de uitspraak van mijn jeugdidool: de gelauwerde Bart Moeyaert. In een interview met De Standaard – naar aanleiding van de prestigieuze Astrid Lindgren Memorial Award die hij op zijn naam mocht schrijven – zei hij dat leerkrachten die zelf niet lezen, geen goede leerkracht zijn. Voila.

Door de jaren heen heb ik geleerd dat het belangrijk is om diverse boeken aan te bieden en om leerlingen bewust te laten kiezen. Leerkrachten hebben vandaag de dag meer vrijheid bij de samenstelling van een literatuurlijst. Ook binnen het vak Nederlands is er ruimte voor wereldliteratuur. Er is zoveel moois dat het zonde zou zijn om je te beperken tot de canon van de Lage Landen. De tijd dat je het als 15-jarige moest doen met Ward Ruyslincks Wierook en tranen ligt achter ons. Langs de andere kant heb ik ook geleerd dat enthousiasme en begeleiding niet elke leerling zal bekeren tot een leven als lezer. Elke positieve leeservaring van een leerling beschouw ik dan ook als een persoonlijke overwinning. Kort samengevat houden jongeren niet van alles wat het leesproces vertraagt of bemoeilijkt: veel pagina’s, kleine letters, wisselende of onduidelijke vertelperspectieven, uitgebreide beschrijvingen, een niet-lineaire verhaallijn en het állerergste: een open einde. Vandaag stel ik twee toppers voor volgens mijn leerlingen van het vierde jaar.

De alchemist – Paolo Coelho (1988)
Dit boek kon mij niet overtuigen, maar ik zag er wel meteen potentieel in voor leerlingen. In het oeuvre van deze Braziliaanse schrijver staat de spirituele zoektocht naar jezelf centraal. Zijn werk wordt wereldwijd gelezen en bewonderd. De alchemist vertelt in een toegankelijke taal het verhaal van de jonge herder Santiago die op zoek gaat naar een schat: over een duidelijke verhaallijn gesproken. Het valt op dat vooral jongens die niet graag lezen dit dunne boek kiezen én de hemel in prijzen. De aantrekkingskracht ligt in het feit dat Santiago’s verhaal en de sprookjesachtige setting in de verste verte niets te maken hebben met hun eigen leven. De alchemist gaat over keuzes maken en je hart volgen, waar jongeren dagelijks mee worstelen, maar het voelt nooit zwaar aan. Coelho weet op een lichtvoetige manier filosofie, poëzie en spiritualiteit samen te brengen. Het feeërieke landschap doet de rest. Leerlingen schrijven vaak hoe ze de zoute geur van de zee konden ruiken en de woestijnwind konden voelen. Ook weten ze er vaak heel wat levenswijsheden uit te plukken. Zoals dat geluk veel meer waard is dan eender welke schat en dat je risico’s moet nemen om je dromen na te jagen. Heel wat jongens schreven dat dit boek hun kijk op lezen heeft veranderd omdat het de eerste keer was dat ze echt hadden genoten van een boek. Ze waren zelfs geïnspireerd om meer boeken van Coelho of over filosofie te lezen. Als dat geen mooi compliment is!

Het parfum – Patrick Süskind (1985)
Een boek met als ondertitel De geschiedenis van een moordenaar trekt de aandacht. De verfilming uit 2006 heeft daar ongetwijfeld ook een aandeel in. 255 pagina’s: een serieuze klepper in leerlingentermen, maar dat hebben velen er voor over. Het bijzondere verhaal van Jean-Baptiste Grenouille die aan het moorden gaat om een uniek meisjesparfum samen te stellen, intrigeert hen mateloos. Vaak moeten leerlingen wel wennen aan de beschrijvende stijl van de Duitse auteur. Zo merkte iemand fijntjes op dat twee en een halve pagina schrijven over een deur die opengaat wat te veel van het goede is. Die beschrijvingen lijken echter wel belangrijk te zijn om je in te leven in de wereld van een moordende jongeling uit de 18e eeuw. Door Süskinds beeldende taal krijgen leerlingen het gevoel dat ze een toeschouwer zijn die de moordenaar live aan het werk zien. Jean-Baptiste is een wees en dat zet aan tot nadenken over de gevolgen van je jeugd op je verdere leven. Ook de auteurs vaardigheid om geur weer te geven met woorden oogst verwondering. Menig leerling vraagt zich ook af hoe je in hemelsnaam een verhaal als dit bedenkt. Komt dat plots uit de lucht vallen? Het verrassende einde is voer voor discussie. Sommigen vinden het ronduit choquerend, anderen vinden het de kers op een magische taart en beschrijven Het parfum als een betoverend totaalplaatje waarbij alles klopt.

Met dank aan Hachim, Ilhem, Kauãn, Korneel, Mathijs en Olga, wiens teksten over De alchemist ik als inspiratiebron gebruikte voor deze blogpost. Dante, Elisa, Elisabeth, Lena, Robin en Uma leverden mij stof tot schrijven over Het parfum.

Volgende week nemen mijn leerlingen jullie mee naar de Italiaanse literatuur!

 

 

Het boek – Waarom Grand Hotel Europa een uitzonderlijk boek is

Laat er geen twijfel over bestaan dat Ilja Leonard Pfeijffer de morele winnaar is van alle literaire prijzen die de komende vijf jaar uitgereikt zullen worden. In die periode zal er namelijk geen boek verschijnen dat zijn majestueuze Grand Hotel Europa kan evenaren. Ik kocht deze klepper vlak voor de feestdagen en wachtte toen op het uitgelezen moment om er in te beginnen. Na mijn Parijse marathonavontuur bleek dat moment in de paasvakantie te zijn aangebroken. Bij voorkeur had ik mijn leven twee dagen on hold gezet zodat ik mij volledig afgesloten van de dagelijkse beslommeringen kon overgeven aan dit heilige boek. Ook zonder doorgedreven escapisme was ik zwaar onder de indruk van dit literaire werk dat zichzelf op alle vlakken overstijgt. Dit is waarom iedereen Grand Hotel Europa zou moeten lezen.

Omdat Ilja Leonard Pfeijffer een opvallende figuur, maar vooral een begenadigd schrijver is.
Ik studeerde Literatuurwetenschap in Leiden, waar Pfeijffer destijds een docent was aan universiteit. Hoe graag ik ook zou vertellen over zijn excellente vaardigheden als docent, de waarheid is dat ik nooit les bij hem volgde. Wel ving ik al eens een glimp van hem op in het straatbeeld, wat niet mag verbazen aangezien Leiden een zakdoek groot is. In zijn omvangrijke oeuvre vallen de variëteit aan genres en de passie voor de klassieke literatuur op. Alleen een klasbak als Pfeijffer kan de Griekse mythen met zoveel bravoure hervertellen. In Grand Hotel Europa komt zijn meesterschap echt tot uiting. Hij schrijft theatraal met krullen en beelden zonder de grens van de kitsch te overschrijven. Zijn taal is altijd raak. Stilistische kracht typeert niet alleen de schrijver, maar ook de mens Ilja Leonard Pfeijffer. Wie al eens een interview met hem zag, weet dat hij een opvallende verschijning is die op dezelfde manier schrijft als hij spreekt en denkt.

Omdat Grand Hotel Europa een opwindende ode is aan de romantische liefde in moderne en nostalgische tijden.
Toen de auteur te gast was bij Van Gils & gasten werd hij niet enkel overladen met complimenten, maar merkte de doorgaans ingetogen gastheer fijntjes op dat Grand Hotel Europa een geil boek is. Het vrouwelijk en mannelijk naakt leidt tot opwindende passages waarin de classy gentleman zich nooit verliest in vulgarismen. Achter zijn imposante verschijning blijkt namelijk een peperkoeken hartje schuil te gaan. Waar je aanvankelijk zou kunnen denken dat het hoofdpersonage – Ilja Leonard Pfeijffer – een ordinaire vrouwenzot is die verliefd wordt op de eerste de beste femme fatale die zijn pad kruist, moet je dit beeld al na enkele hoofdstukken bijstellen. Pfeijffer weet haarfijn te omschrijven hoe onredelijk, onmogelijk en overgeleverd geliefden kunnen zijn. De liefde is altijd zowel nabijheid als afstand, zowel redding als ondergang.

Omdat Grand Hotel Europa brandend actueel is.
Met Venetië en de Europese kunstgeschiedenis als decor behandelt Pfeijffer ook een resem actuele thema’s, waaronder de impact van (massa)toerisme, de vluchtelingencrisis, Europese identiteitsvorming en de rol van kunst in dat proces. Hij hekelt onder andere het artistieke alternatieve milieu waar obscure figuren zich met vreemde gesubsidieerde kunstprojecten bezighouden. De roman speelt zich af in het door toeristen ingepalmde Venetië en bespreekt ook het geplaagde Amsterdam. Toerisme loert overal om de hoek. Zo bestaat er een Ilja-Leonard-Pfeijffer-wandeling in Genua, waar de auteur al enige tijd woont. De personages in het boek bieden verschillende inzichten vanuit een scherpe analyse die niet te herleiden is tot gemakzuchtige kritiek. Commercieel succes, nostalgie naar lang vervlogen tijden en het oude Europa hoeven elkaar niet uit te sluiten. Pfeijffer is een wereldburger die ook altijd een nuchtere Hollander blijft.

Omdat Grand Hotel Europa een boeiende reis door de kunstgeschiedenis is.
Wie nog nooit van de Italiaanse kunstschilder Caravaggio hoorde, krijgt in dit boek zowel een Caravaggio-voor-dummies als cursus voor gevorderden in het oeuvre van de 16e eeuwse kunstenaar. Centraal in het verhaal staat de zoektocht van Ilja’s geliefde en kunsthistorica Clio naar een verloren gewaand werk van Caravaggio. Kunst is voor beide personages geen luxe, maar een levensnoodzakelijk middel. Hierdoor krijg je een inkijk in de rijke en verborgen kunstgeschiedenis en hoe bepalend die is voor onze hedendaagse cultuur. Toegegeven, de overdaad aan informatie voelt soms intimiderend aan. Als je je echter gewillig op sleeptouw laat nemen, kijk je nadien met heel andere ogen naar het werk van de grootmeester Caravaggio en zijn invloed op schilders als Johannes Vermeer en Rembrandt van Rijn. Naast het elitaire label dat kunst soms draagt, blijkt het ook het ultieme spel tussen geliefden te zijn.

Omdat Grand Hotel Europa spannend, grappig en ontroerend is.
In Pfeijffers lyrische vertelling komen verschillende verhaallijnen en uiteenlopende personages samen. Absurde situaties zijn zowel hilarisch als ontroerend. Oud en nieuw botsen soms genadeloos hard om dan vreedzaam hand in hand verder te wandelen. Naarmate het boek vordert, laat het zich lezen als een pageturner. Je wil weten hoe het het nu zit tussen Ilja en Clio. Je wil weten waar de verloren Caravaggio zich bevindt. Bovendien zijn ook de typografie en de vormgeving van deze roman uitmuntend. Hoe zou je ook anders Pfeijffer kunnen lezen dan met een lint als bladwijzer?

 

Het boek – Marathonloper zonder grenzen Abdi Nageeye

Zondag werd de Rotterdam marathon gelopen. Ik bekeek de volledige uitzending en nadien nog twee compilaties omdat ik nu eenmaal graag in hogere marathonsferen word ondergedompeld. Er was in Rotterdam meer dan één reden om te feesten. De Keniaanse winnaar Marius Kipserem liep met 2:04:11 een nieuw parcoursrecord in de boeken. Onze Belgische trots Koen Naert verpulverde zijn persoonlijke record met ruim twee minuten. Hij finishte als zevende in 2:07:39. Het nationale record van Vincent Rousseau ligt nu binnen handbereik. Ook de Nederlandse topper Abdi Nageeye haalde zijn doel en stelde zijn eigen nationaal record scherper tot 2:06:17. Zijn vierde plaats toont aan dat hij de absolute wereldtop op de hielen zit. Zo graag als ik naar lopers kijk, zo graag lees ik er ook over. André van Kats volgde Abdi Nageeye een jaar. Het resultaat is het boek Atleet zonder grenzen, waarin het uitzonderlijke en met momenten beklijvende verhaal van Nageeyes jeugd in Somalië, Nederland, Syrië en Ethiopië beschreven wordt, alsook zijn sportieve belevenissen in een wisselvallig 2018.

Abdi Nageeyes jeugd laat zich niet samenvatten in enkele zinnen. Hij werd geboren in Somalië en belandde als kind in het Nederlandse Den Helder, waar hij snel integreerde. Vervolgens neemt halfbroer Mohammed Abdi met twee broertjes mee naar Syrië om er te gaan strijden. De kleine Abdi krijgt er een heel ander wereldbeeld voorgeschoteld en leert de kracht van propaganda kennen. Na drie jaar in Syrië belandt Abdi in de Somalische hoofdstad Mogadishu, die op dat moment oorlogsgebied is. Hij wordt er geconfronteerd met een uiterst gewelddadige samenleving die wordt gedomineerd door de strijd tussen verschillende stammen. Wapens en gevechten zijn er schering en inslag, eerwraak de normaalste zaak van de wereld. Abdi laat zich hier echter niet door tekenen. Hij hecht veel belang aan onderwijs en gaat trouw naar de moskee. Uiteindelijk neemt hij als tiener zijn toekomst in eigen handen door met een kalasjnikov op zak een gevaarlijke reis te ondernemen naar Addis Abeba, de hoofdstad van Ethiopië. Als bij wonder bereikt hij zijn bestemming ongedeerd. Van daaruit ligt de weg naar Nederland terug open. Nog voor Abdi achttien is, verblijft hij bij een Nederlands gezin in Gelderland. Op z’n achttiende loopt hij zijn eerste wedstrijd. Twee jaar later wordt hij Nederlands kampioen lange cross.

Abdi Nageeye werd vorige maand 30. Hoewel hij zich op en top Nederlander voelt, woont hij momenteel met zijn gezin in Kenia. Samen met onder andere wereldrecordhouder Eliud Kipchoge traint hij in het spartaanse kamp Kaptagat. Weg van de bewoonde wereld, weg van alle luxe. In 2013 maakte hij nogal impulsief de beslissing om zich volledig op de marathon toe te leggen. Met succes: Nageeye is inmiddels de eerste Nederlandse recordhouder op de vijf lange afstanden. In Atleet zonder grenzen staan ook de sportieve gebeurtenissen van 2018 centraal. Een jaar dat niet zonder slag of stoot verliep. Er is de memorabele editie van de Boston Marathon in april, waar Abdi een zevende plaats en een blessure aan overhoudt. Er is ook het ontgoochelende Europees kampioenschap in Berlijn waar hij na 37 kilometer de strijd moet staken en wederom geblesseerd achterblijft. Het boek geeft je een unieke inkijk in het leven van een professionele loper. Zo kom je meer te weten over de periode waarin Kamiel Maasse het Nederlandse marathonlandschap regeerde en hoe een werkweek van trainingsmakker Eliud Kipchoge eruit ziet. Leuk om te weten: de Kip in Keniaanse namen geeft aan dat iets van het mannelijk geslacht is, wat daarop volgt zijn de omstandigheden waarin iemand geboren is. Kipchoge betekent “geboren nabij graanopslag”.

Hoe aangrijpend het verhaal van Abdi’s jeugd ook is: ik was de draad hier en daar serieus kwijt. Dat komt enerzijds door de ingewikkelde familiale situatie waarin hij zich bevindt. Anderzijds springt het verhaal van de hak op de tak omdat het schippert tussen de jeugdervaringen, het leven van de professionele atleet en korte interviews met Abdi. Naarmate ik vorderde in het verhaal, werkte die cocktail wel. Abdi Nageeye is ook in het echt rad van tong en het leek alsof het boek zo uit zijn mond kwam gerold. Er is immers heel veel om over te vertellen. Ik had gerust meer willen lezen over zijn leven als marathonloper, maar de boeiendste stukken vond ik die waarin Abdi de cultuurverschillen bespreekt tussen Somalië en Nederland. Hij neemt daarbij geen blad voor de mond en hekelt onder andere de berustende houding die zijn Somalische familie aanneemt omdat alles bepaald wordt door het lot. Ook zegt hij onomwonden dat als hij in Syrië was gebleven, hij nu wellicht voor IS had gevochten. Abdi is overtuigd moslim, maar deinst er niet voor terug zich kritisch uit te laten over het geloof. Hij vertelt hoe iemand die varkensvlees eet in Somalië als een grotere misdadiger beschouwd wordt dan iemand die een moord pleegt als vergelding ten opzichte van een andere stam. Abdi heeft nog steeds contact met zijn familie, maar zijn moeder lijkt weinig besef te hebben van het beroep dat haar zoon heeft en het leven dat hij leidt. Het knappe is dat Abdi zowel de voor- als de nadelen van beide culturen in beeld weet te brengen.

Hoewel ik geen fan ben van de typografie van het boek, kon het uitzonderlijke verhaal van Abdi Nageeye mij meer dan bekoren. Uit diens turbulente leven blijkt een enorme drive en overtuiging om verantwoordelijkheid op te nemen voor de keuzes waar iedereen mee geconfronteerd wordt: als loper, maar vooral als mens. Hij durft de lat heel hoog te leggen voor zichzelf zonder voeling te verliezen met de realiteit. Atleet zonder grenzen is een leerrijk en geestverruimend boek over de fenomenale atleet en bovenal mooie mens die Abdi Nageeye is.

Gelukkige Gedichtendag!

Morgen is het Gedichtendag en dat is de aftrap van de Poëzieweek. Tom Lanoye verzorgt voor die gelegenheid het Poëziegeschenk getiteld Vrij – Wij? dat volledig in lijn ligt met het thema van de Poëzieweek: vrijheid. Zeg maar: poëzie, is dat geen complex gezweef en moeilijk doen met taal? Nee, in het geheel niet. Zoals ik hier al vertelde, leerde ik van Ellen Deckwitz dat poëzie de dingen niet gewoon zegt zoals ze zijn omdat de dichter de boodschap juist zo precies mogelijk wil weergeven. Poëzie vind je bovendien overal en is er voor iedereen. De Poëzieweek is een reden te meer om in de klas alle poëtische registers open te trekken.

Als lezer en leerkracht Nederlands past het wellicht binnen het plaatje om ook een poëzieliefhebber te zijn. Toch heb ik lange tijd weinig gehad met gedichten. Poëzie sprak me aan als cultureel-historisch product, maar het kon me niet echt raken. Zo vond ik tijdens mijn studies de achtergrond en het mysterie van Shakespeares sonnetten uitermate boeiend en het dramagehalte van die overvolle zinnen vond ik wel iets hebben. Waar ik echter meteen helemaal overspoeld werd door de veelzijdigheid van de magische wereld der literatuur, bleef poëzie lang een gesloten koffer die ik slechts sporadisch opende. Als tienerboekenmeisje las ik wel poëzie omdat ik het idee had dat het erbij hoorde. Als literatuurwetenschapper had ik niet de ambitie om De Poëzie te leren kennen. Het paste ook niet binnen mijn leespatroon. Lezen doe ik bij voorkeur lang aan een stuk om helemaal in een boek te kunnen kruipen. Ik weet nu dat je poëzie niet leest zoals een boek.

De poëtische vlam ontsprong ook niet meteen toen ik les begon te geven. Ik was wederom vooral gefascineerd door de tijdsgeest die bijvoorbeeld middeleeuwse dichters weergeven. Ik heb poëzie leren waarderen zoals ik koffie heb leren drinken: eerst met veel melk zodat ik niet echt koffie proefde. Gedichten die dus behapbaar zijn en iets herkenbaars oproepen omdat ze vaak inspelen op de grote emoties. De vergelijking gaat misschien niet helemaal op, want ik ben een verfijndere koffiedrinker dan dat ik een connaisseur van de poëzie ben. Inmiddels word ik wel helemaal lyrisch van een klassieker als het Egidiuslied, een pareltje uit het Middelnederlands waarin de zanger/dichter (ook toen waren die grenzen dun) het gemis van zijn vriend Egidius uitdrukt en daarbij hoe vreselijk oneerlijk het leven is. Ik zeg wel eens tegen mijn leerlingen (met enige overdrijving, want zo ben ik) dat ik een heel schooljaar les zou kunnen geven over dat gedicht.

Als ik in de klas poëzie bespreek dan vertel ik eerst dat je een gedicht niet moet willen begrijpen zoals het verhaal van een film. Je moet de poëzie durven ondergaan. De sleutel ligt niet in de analyse of interpretatie, maar in wat het teweeg brengt. Dat kan een eenvoudige glimlach zijn, een bedenkelijke frons of grimas, een steek van herkenbaarheid of helemaal niets natuurlijk. Er zijn drie dingen die opvallen als mijn leerlingen (met name de vierdejaars) uit poëziebundels gedichten selecteren. Ten eerste kiezen ze meestal voor iets wat kort is, zonder al te moeilijke woorden en met een duidelijke structuur: melk en suiker in de koffie dus. Op een tweede niveau grijpen ze naar absurde gedichten die spelen met de genrekenmerken: willekeurige klanken bijvoorbeeld of een parodie op het sonnet. Mevrouw, dat is toch geen poëzie: dat kan ik ook! Wat echter vooral opvalt is dat leerlingen erin slagen om zelfs in de dikste bundel in een mum van tijd gedichten te detecteren die verwijzen naar de lichamelijke liefde. Zij lijken hier een zesde zintuig voor te hebben en kunnen dan plots heel goed tussen de regels lezen. Poëzie is dan gewoon het feest van de dubbelzinnigheid.

Aan mij is er geen dichter verloren gegaan. Laat mij het maar bij lezen en uitleggen houden. Ik ben een grote fan van dichteres Maud Vanhauwaert. Enkele jaren geleden sloot zij Iedereen beroemd af door mensen op straat te verrassen met poëzie. Ik toon die fragmenten in de klas omdat ze aantonen hoe iets heel geks tegelijkertijd ook doodnormaal kan klinken. In 2015 won Maud Vanhauwaert de Herman De Coninck publieksprijs met Wij zijn evenwijdig.

maudvanhauwaert

Leve de poëzie! Geef er deze week een poëtische lap op!

Het boek – Het wonderlijke verhaal van Gobi en Dion

Een competitieve ultraloper, een zwerfhondje en het desolate landschap van de Chinese Gobi woestijn: die drie ingrediënten vormen de basis van het onwaarschijnlijke avontuur dat de Australiër Dion Leonard overkwam. Overkwam ja, want toen Dion in juni 2016 streed voor de overwinning in de Gobi Desert Race wist hij niet dat de 250 kilometer die hij al lopend zou afleggen peanuts zouden zijn in vergelijking met de maandenlange strijd om een Chinees zwerfhondje terug te vinden en het in zijn thuisbasis Edinburgh te krijgen. Uiteindelijk is de gezinsuitbreiding een feit ruim een half jaar nadat Gobi (zoals het hondje logischerwijze wordt gedoopt) haar uitverkoren baasje meer dan 100 kilometer volgde door de woestijn. Hét ultieme bewijs dat sprookjes bestaan. The amazing true story is inmiddels een bestseller in boekvorm getiteld Finding Gobi (2017). Gobi gaat zelfs naar Hollywood. Figuurlijk dan, want ook de filmrechten werden verkocht. Het verhaal van Gobi en Dion is buitengewoon en laat niemand onberoerd.

Ik vertelde al eens hoe ik vroeger smulde van dramatische dierenverhalen met goede afloop. Als loper en dierenvriend is dit boek mij op het lijf geschreven. Bovendien was ik ook geprikkeld door het verhaal van zo’n ultrarace. Met ultra worden alle afstanden aangeduid die langer dan een marathon zijn. Wat drijft die mensen in godsnaam om in zes dagen tijd 250 kilometer af te leggen door de woestijn, weg van alles en iedereen? Het antwoord van Dion is niet omdat ik zo graag loop. Integendeel: hij zegt onomwonden dat hij niet van lopen houdt. Wat hem drijft is de competitie: de race winnen dus. Dion begint op latere leeftijd te lopen in navolging van zijn vrouw Lucja, inmiddels eveneens een ervaren ultraloper. Het is voor hem een uitgelezen kans om komaf te maken met zijn overgewicht. Hij bouwt veel te snel op naar een halve marathon nadat hij een weddenschap afsluit met een vriend die hij met vijf minuten wil verslaan. Dat lukt: Dion finisht in 1:34. De wedstrijdloper is geboren.

Bij ultraraces van dit kaliber leggen de lopers dagelijks één à twee marathons af door zand, over rotsen, zonder bewegwijzering en onder een loden zon. Overnachten gebeurt in een tentenkamp. De lopers voorzien zelf hun voedsel en dragen dat ook mee tijdens de race. Een douche nemen is geen optie. Onderweg zijn er enkele bevoorradingsposten met water, beperkt uiteraard. Bikkelharde omstandigheden waar ultralopers zo’n 4000 dollar voor neertellen. Dion is echter niet aan zijn proefstuk toe. Hij vertrekt in juni 2016 naar China met als doel de Gobi Desert Race te winnen. Na afloop van de eerste racedag snuffelt er een hondje rond in het tentenkamp. Ze charmeert de lopers die wat van hun schaarse voedsel met haar delen. Dion blijft uit haar buurt voor het besmettingsgevaar. Zijn verwondering is dan ook groot als het dappere hondje bij de start van de tweede etappe aan zijn voeten staat en met hem begint mee te lopen. Ze houdt vol en volgt zijn stevige tred. Dion waardeert het gezelschap van het gek ogende hondje. Ze biedt hem de nodige afleiding. Hij gaat uiteindelijk overstag en deelt water met haar. Zijn compagnon wordt Gobi gedoopt. Samen overschrijden ze de finishlijn van de tweede etappe.

Die avond slaapt Gobi opgekruld tegen hem aan. Ook tijdens de derde etappe volgt ze Dion. Als hij haar oppakt bij een gevaarlijke wateroversteek beseft hij dat ze bij hem hoort. Na dag drie heeft Gobi 77 mijl met Dion meegelopen zonder dat ze overdag eten kreeg. Een straffe prestatie voor een hondje dat ongeveer 8 kilo weegt. Dion beslist om haar de volgende dagen bij de organisatie te laten zodat ze wat kan uitrusten, ook al mist hij haar gezelschap. ’s Avonds wijkt ze niet van zijn zijde. Op dag vijf staat er een dubbele marathon op het programma en dit bij een temperatuur van boven de 50 graden. Dion staat tweede in het algemeen klassement en weet dat hij de koploper kan verslaan. Dat pakt anders uit als hij terugkeert om een concurrent bij te staan die lijkt te bezwijken onder de verzengende hitte. Dion verspeelt daardoor zijn kans op winst en strandt op de tweede plaats in het eindklassement. Omdat de afsluitende zesde etappe slechts 10 mijl omvat zal hij de Gobi Desert Race dus niet winnen. Plots lijkt dat allemaal relatief. Hij staat voor een grotere uitdaging: zijn trouwe loopmaatje Gobi van China naar de UK krijgen.

Gobi’s verhaal is intussen viraal gegaan. Niet alleen de sociale media, maar ook de grote kranten pikken het onwaarschijnlijke verhaal van het hondje met de vechtersmentaliteit op. Een dier vanuit China naar Europa te krijgen kost niet alleen veel papierwerk, maar ook veel centen en bovenal tijd. Er geldt namelijk een lange quarantaineperiode. Dion en zijn vrouw starten crowdfunding op om de kosten te dekken. Gobi krijgt haar eigen Facebookpagina en zo meteen heel wat trouwe volgers. Het unieke verhaal raakt menigeen en voor ze het goed en wel beseffen is er 20.000 dollar ingezameld om Gobi thuis te krijgen. Die verblijft inmiddels bij iemand van de organisatie in de noordelijk gelegen stad Urumqi. Terwijl Dion druk bezig is de reis te plannen, komt er als een donderslag bij heldere hemel slecht nieuws uit China: Gobi is ontsnapt en zwerft door de straten van Urumqi. Verbijstering alom. Contactpersonen worden ingeschakeld en Dion besluit dat hij niet anders kan dan naar Urumqi afreizen om de zoektocht te leiden. Dat is geen sinecure in een troosteloze stad die wordt gekenmerkt door interne spanningen, druk verkeer, luchtvervuiling, duizenden zwerfhonden en vooral geen huisdierencultuur.

Een speld in een hooiberg vinden is kortom gemakkelijker dan een hondje in Urumqi. Tot er op een avond een mirakel plaatsvindt en Gobi wordt gevonden. Eind goed, al goed zou je dan denken. Niet in dit geval. Wat volgt heeft veel weg van het betere thrillerwerk. Gobi mag dan inmiddels een ster zijn met duizenden YouTube volgers, de procedures nemen tijd in beslag. Bovendien zijn ook de omstandigheden waarin Gobi verdween dubieus te noemen. De vraag rijst of ze met opzet werd gedognapt om losgeld te verkrijgen. Alsof die dreiging nog niet volstaat, wordt het duo ook nauwlettend in de gaten gehouden door de Chinese autoriteiten. Door de wereldwijde media-aandacht wordt angstvallig gecontroleerd of Dion in zijn communicatie met de buitenwereld China in een slecht daglicht zet. Hij wordt gelukkig bijgestaan door enkele locals met een groot dierenhart, maar hij vertrouwt niemand en durft Gobi geen seconde alleen te laten. Uiteindelijk kiest hij ervoor om met haar naar Peking te reizen en daar drie maanden door te brengen vooraleer ze definitief naar Europa vertrekken. Het alternatief is een verplichte quarantaineperiode van vier maanden in een deprimerende kennel nabij Heathrow Airport. In januari 2017 is het dan eindelijk zover en worden Dion, Gobi, Lucja en hun kat Lara een echt en vooral hecht gezin in Edinburgh.

Wat heb ik genoten van dit boek. Aanvankelijk vond ik dat het een tikje dramatisch klonk, maar het is een ijzersterk verhaal dat met een krachtige stem en goede vaart wordt verteld. Hoewel ik gerust meer had willen lezen over de race zelf, bleek die onmenselijke prestatie in de woestijn niet het hoogtepunt te zijn, maar de tijd die een paranoïde Dion doorbrengt met Gobi op een triestig appartementje in China. De dramatiek en suspense worden met veel gevoel vakkundig toegediend. Ook al ken je de goede afloop, je bent er pas echt gerust in als het boek uit is. Op YouTube is trouwens een schat aan beeldmateriaal te vinden van Gobi en haar baasjes. Ook daar heb ik inmiddels al van genoten. Ik hou mijn hart wel vast voor de film. Het wordt een huzarenstukje om een ongeloofwaardig verhaal als dit zonder al te veel tierlantijntjes geloofwaardig neer te zetten. Voor de rol van Gobi zullen zo’n 20 honden worden ingezet. Volgens mij kan enkel Daniel Craig de rol van Dion Leonard voor zijn rekening nemen.

Noot: op de foto zien jullie Benji, het uitzonderlijke konijn van Roos en Niko. Achter dit huisdier gaat ook een wonderlijk verhaal schuil.

Het boek – Mijn cadeautips voor cultuurminnaars

Na ons jaarlijkse familiefeestje in Kasterlee naderen de feestdagen met rasse schreden. Allemaal heel gezellig, maar net zoals de Hel vragen de kerstdagen ook de nodige voorbereidingen. Alle hens aan dek dus. Ik gaf mijn familieleden al vaak boeken cadeau, want een boek is altijd een goed idee. In het ruime boekenaanbod kan je tegenwoordig voor ieders gading wat vinden. Sterker nog: je kan het onderwerp zo gek niet bedenken of er is een boek over verschenen. Zo is niet alleen de kattenhype een feit, maar stelde ik op de Boekenbeurs vast dat het moeilijk is om een gewoon kookboek te vinden. Cultuur kent vele verschijningsvormen. Ik geef jullie dan ook graag enkele culturele cadeautips in boekvorm.

In de categorie humor en herkenbaarheid stel ik jullie graag voor aan twee bewonderenswaardige vrouwen. Eva Mouton bracht een bundeling uit van haar wekelijkse cartoons in De Standaard en nog een paar dingskes, zoals de ondertitel luidt van Het leukste van Eva. Ik hou niet van roze, maar wel van dit boek. Eva Mouton is een bijzonder grappige vrouw die zich in haar doorgaans vrolijke tekeningen kwetsbaar durft op te stellen. Met de nodige zelfspot slaagt ze erin om dagelijkse beslommeringen en muizenissen herkenbaar weer te geven zonder dat het een klaagzang wordt. Ik gniffel dagelijks om haar grapjes. Net zo vermakelijk vind ik de boeken van Paulien Cornelisse, een Nederlandse cabaretière die in 2009 debuteerde met Taal is zeg maar echt mijn ding. Recent verscheen Taal voor de leuk, wat ik nog niet in mijn bezit heb. Paulien Cornelisse analyseert onze (on)geschreven taalgewoontes en probeert die op ludieke en droogkomische wijze te begrijpen zonder met het vingertje te zwaaien. Een must have voor de taalliefhebbers onder ons die zich al eens bezondigen aan talige ergernisjes.

Als je het wat serieuzer wil, dan kan ik je Pieter Steinz’ Gids voor de wereldliteratuur van harte aanbevelen. Dit standaardwerk moet elke boekenliefhebber op de plank hebben staan. Pieter Steinz durfde het aan om verbindende lijnen te trekken in het wereldwijde web van de literatuur. Tussen de schat aan informatie over canonliteratuur en het eerder populaire genre, vind je ook literaire quizzen. De bundel is een gids in die zin dat je tips krijgt over welke boeken je zoal kan lezen als je bijvoorbeeld fan bent van Arnon Grunberg of Vladimir Nabokov. Hebben, hebben, hebben! Wie tot slot fan is van die hard literatuurgeschiedenis (ik!) zal zijn literair hart helemaal kunnen ophalen aan Ontluikende letteren. In 500 pagina’s schetst Jan Herman een beeld van de Europese literatuur van Homerus tot Goethe. Opgelet: dit is serieuze kost. Consumeren met mate dus of je dreigt te bezwijken aan een literaire indigestie.

Het muzikale boek is al enkele jaren aan een opmars bezig. Elke zichzelf respecterende artiest laat tegenwoordig zo snel mogelijk een biografie publiceren om te vertellen over de moeilijke weg naar het sterrendom. Ja, ik schrijf dit met enige ironie omdat de haast en het commerciële belang van zulke boeken afdruipen. Niet mijn ding. Gelukkig zijn er ook muzikale kunstenaars die dicht bij hun stiel blijven en een boek uitgeven dat samenvalt met hun persoonlijkheid. Ik val in herhaling, maar Leonard Cohens postuum verschenen The Flame behoort tot die categorie. In deze bundeling vind je zijn laatste gedichten die hij ook nog zelf samenbracht voor hij overleed. Ik ben heel zuinig met dit boek, als in: ik consumeer niet meer dan twee gedichten per dag om er telkens het maximale uit te kunnen halen. In dat rijtje mocht ook Useless Magic van muzikale heldin Florence Welch niet ontbreken in mijn collectie: een verzameling van al haar lyrics, die zich als ware power poems laten lezen. Of zoals Florence het zelf zegt in het voorwoord I don’t know what makes a song a song and a poem a poem. Dit prachtig vormgegeven boek is rijkelijk voorzien van krabbels, kladversies en kleurrijke foto’s die de intrigerende gingerhead typeren. Het voelt alsof je in even in haar dagboek mag piepen en dat is op z’n zachtst gezegd een overweldigende ervaring.

Wie poëzie pur sang prefereert, vindt ongetwijfeld zijn gading in de toegankelijke verzamelbundels van Jozef Deleu. Zijn Groot Verzenboek ligt standaard op mijn salontafel. In 555 gedichten over leven, liefde en dood verzamelde Deleu Vlaamse en Nederlandse poëzie die over de grote thema’s des leven handelt. Ik lees regelmatig iets voor uit dit boek in de klas omdat het een ideale kennismaking is met de grote dichters van de Lage Landen. Stof tot nadenken voor het puber- en volwassenenbrein. Je vindt er onder andere Ilja Leonard Pfeijffer in terug, één van mijn favoriete Nederlandstalige schrijvers. Hij verwierf op zijn beurt faam met de bloemlezing De Nederlandse poëzie van de twintigste en de eenentwintigste eeuw in 1000 enige gedichten. Een gewichtige titel voor een ambitieus werk om eindeloos in te grasduinen. Als ik het poëtische noorden dan even kwijt ben, kan ik terecht bij Olijven moet je leren lezen, een cursus genieten van poëzie van Ellen Deckwitz. Op begrijpelijke wijze legt zij uit waarom de dichter niet gewoon zegt wat hij bedoelt, maar precies zegt wat hij bedoelt. Aan de hand van verhelderende voorbeelden illustreert Deckwitz dat poëzie voor iedereen kan bestaan. Voila, meer kan ik daar niet aan toevoegen.

 

 

Het boek – Over de film die soms wel beter is

Ik slaag er nu al drie jaar op rij in om gemiddeld één boek per week te lezen. Er zijn periodes dat lezen me niet lukt. Als ik het heel erg druk heb bijvoorbeeld, zoals afgelopen maand. Het heeft dan weinig zin om in een boek te beginnen omdat er dan geen ruimte voor is in mijn hoofd. Ik hou niet van lezen in stukken en brokken omdat er dan te veel van het boek verloren gaat. Ter compensatie zijn er ook periodes dat ik de boeken er aan sneltreintempo doorjaag. In de zomer- en kerstvakantie is mijn hoofd er bijvoorbeeld heel hard aan toe om te lezen. Ik kan dan helemaal opgaan in een niet te stoppen leesflow. Misschien typeert die houding mij wel als duursporter of als mens tout court: zoals ik graag – alles of niks – kilometers maak, kan ik ook pagina’s verwerken. In vergelijking met de gulzigheid waarmee ik boeken kan consumeren, ben ik een erg ingetogen filmkijker. Deels is dat een kwestie van gewoonte, denk ik. Boekverfilmingen prikkelen mij net wat meer en zullen me sneller over de streep krijgen om een film te kijken. Ik leerde daaruit dat het boek zeker niet altijd beter is dan de film.

Het lijkt me een aartsmoeilijke opdracht om een boek te verfilmen. Niet alleen omdat je heel concreet en visueel moet invullen wat zich in de hoofden van lezers en de auteur afspeelt, maar ook omdat er harde keuzes gemaakt moeten worden. Hoe de personages er zullen uitzien en hoe ze vertolkt worden om er maar enkele te noemen. Kiezen is heel vaak verliezen. Een boek bestaat bovendien louter op papier, in woorden dus. Taal en schrijfstijl zijn zoveel meer dan de dialogen tussen personages. De lezer wordt via de vaak beeldende taal aan het denken gezet en ondergedompeld in een unieke sfeer. Het is dan ook de vraag in welke mate je als regisseur die eigenheid van het boek moet en kan weergeven. De beste boekverfilmingen bestaan helemaal naast het oorspronkelijke boek en zijn dus niet een rechtstreeks gevolg daarvan. Een papieren verhaal vormt dan een goudmijn aan inspiratie om een cinematografisch pareltje op te voeren. Filmmakers moeten met andere woorden de ballen hebben om een eigen draai en interpretatie te geven aan hun filmverhaal en ze moeten rigoureus durven snoeien in het boekmateriaal.

Verfilmingen die het boek als een heilige script bewaken, dreigen al snel aan gelaagdheid te verliezen. Je kan in een film namelijk nooit alles weergeven wat het boek te bieden heeft. Zo vond ik de verfilming van het in boekvorm bejubelde Vele hemels boven de zevende (2017) erg mager. Ondanks het prima acteerwerk waren de filmpersonages een te afgeborstelde versie van de papieren variant, waardoor ze uitgevlakt werden. Door de veelheid aan thema’s die aangereikt worden in Griet Op de Beecks boek (2013), verloor de film zich in de tragische gebeurtenissen van het verhaal en ging er heel wat subtiliteit verloren. Een tweede valkuil is dat filmmakers zich laten verleiden om een klein en aangrijpend verhaal in grootste, indrukwekkende filmbeelden weer te geven. Dat is althans wat ik ergerlijk vond bij de verfilming van Haruki Murakami’s Norwegian Wood (2010). Het prachtige verhaal (1987) van Toru Watanabe, die gebukt gaat onder het verlies van zijn beste vriend, kreeg een mainstream Hollywood invulling. Hierdoor ging het intrigerende Murakami-universum verloren en miste de film een helder vertelstandpunt. Een commerciële keuze waardoor de authenticiteit als sneeuw voor de zon verdwijnt.

Waar een schrijver zijn boek zo kort of lang maakt als hij zelf wil, is een filmmaker strikter gebonden aan een bepaalde duur. Er moet dus logischerwijze geschrapt worden. Sommige boeken varen daar wel bij. The Horse Whisperer (1998) vind ik nog steeds een sterke en sfeervolle film met glansrollen voor Robert Redford en Scarlett Johansson. Het gelijknamige en gehypete boek (1995) van Nicholas Evans kon mij echter niet bekoren omdat het verhaal veel te lang blijft doorgaan en daardoor ook steeds ongeloofwaardiger wordt. Afgelopen zomer las ik eerst Call Me By Your Name (2007) van André Aciman nadat ik niets dan lovende recensies las over de film (2018). Zoals ik hier schreef vond ik het boek absoluut een aanrader. De film overtrof echter mijn verwachtingen juist omdat het verhaal nog bondiger en daardoor intenser werd verteld. Bij nader inzien laat de auteur de liefde tussen Elio en Oliver te lang aanslepen. Bovendien slaagt regisseur Luca Guadagnino erin om de beladen sfeer van een prachtige zomer waarin relatief weinig wordt gepraat perfect weer te geven op het witte doek.

Goede boeken kunnen dus een uitstekende voorzet zijn voor een prachtige film die het oorspronkelijke verhaal weet te overstijgen. Zo schreef Annie Proulx met Brokeback Mountain (1999) een mooi kortverhaal van nog geen 40 pagina’s. Regisseur Ang Lee ontdekte de schat aan kostbaar verhaalmateriaal en maakte er een ruim 2 uur durend filmisch meesterwerk van (2005). Als geen ander kan hij het woeste en intieme tussen cowboys Jack en Ennis weergeven. Wijlen Heath Ledger is zoveel meer Ennis dan het personage op papier. Hetzelfde geldt voor Leonardo DiCaprio die een magistrale vertolking van Jay Gatsby neerzette in The Great Gatbsy (2013). Het boek van F. Scott Fitzgerald (1925) blies mij niet omver, maar gaf wel een interessante kijk op de Roaring Twenties. Dankzij Baz Luhrmann toont Leonardo DiCaprio een pijnlijk herkenbare en toch bevreemdende Jay Gatsby. Een gelaagdheid die ik miste in het boek.

Als boekenliefhebber durf ik dus zonder enige schroom te zeggen dat de film wel degelijk beter kan zijn dan het boek. Voor verfilmingen van boeken die me nauw aan het hart liggen, ben ik uiteraard erg op mijn hoede. Al hoeft dat niet bij voorbaat een verloren zaak te zijn. Adrian Lynes verfilming van Lolita (1997) stelde me geenszins teleur, met dank aan een ijzersterke Jeremy Irons die een overtuigende filmversie van Humbert Humbert is. Hoewel de film trouw blijft aan het boek (1955), hoeft Vladimir Nabokov zich dus niet om te draaien in zijn graf.

Het boek – Mijn eigen Helweek in 2016

Ik ben wel te vinden voor een grensverleggende uitdaging. Waaghalzerij en ouderwets spektakel zijn niet aan mij besteed. Ik zoek liever in de anonimiteit mijn persoonlijke grenzen op. Na jaren van inactiviteit bijvoorbeeld trainen om 20 kilometer te kunnen lopen. En dan nog eens dubbel zo lang of zelfs nog meer willen lopen. Of nog langer aan een stuk lopen, fietsen en dan nog eens lopen. Sport dus. Nadat ik in 2015 mijn eerste twee marathons liep, kwam het boek Helweek (2014) van mental coach Erik Bertrand Larssen mij ter ore. De ondertitel is 7 dagen die je leven veranderen en de auteur wordt dé sensatie uit Noorwegen genoemd. Ik las toen ook Getting Things Done van David Allen. Op diverse blogs circuleerden verhalen over de helweek-uitdaging. Ik kocht het boek, bereidde me grondig voor en begon mijn eigen Helvetesuka op maandag 1 februari 2016.

Erik Bertrand Larssen nam in 1992 als 18-jarge deel aan een helweek van het Noorse leger: een ultieme test in doorzetting en volharding, waarbij ieders fysieke en bijgevolg ook mentale grenzen worden verlegd. Larssens helweek-concept is gebaseerd op die ervaring. Het idee achter zijn helweek is dat je aan de hand van verschillende opdrachten een week lang de beste versie van jezelf bent. Je moet nadenken over jezelf en je eigen leven in kaart brengen. Wat zou je nog willen bereiken op korte en lange termijn? Vervolgens moet je nagaan waar zich het grootste verbeterpotentieel bevindt. Wat wil je kortom veranderen en hoe ga je dat heel concreet aanpakken? Wat je beweegredenen ook zijn: het is belangrijk dat je je helweek grondig voorbereidt. Voorafgaand beantwoord je enkele vragen over jezelf en je leven. Ik was toen 30 jaar. In mijn voorbereiding lees ik dat ik al bij al tevreden was met wat ik tot dusver had bereikt. Mijn zelfstandigheid beschouwde ik als iets om trots op te zijn. Ik stoorde me echter aan mijn schoolwerk dat ik moeilijk georganiseerd kreeg en al te vaak uitstelde. Bovendien vond ik dat ik te vaak aan het niksen was (ja echt). Ik vond het dan ook bijzonder jammer dat ik zo weinig boeken las en geen tijd had om te breien (ja echt). Ik begon mijn helweek initieel om veel werk voor school te kunnen verrichten.

Elke dag van de helweek krijgt een specifieke focus met bijhorende opdrachten. Zo neem je op maandag bijvoorbeeld je vaste gewoontes onder de loep, treed je donderdag buiten je comfortzone en is er vrijdag tijd voor rust en herstel. Er gelden echter ook strenge regels voor elke helweekdag. Hier volgt een korte bloemlezing. Je staat elke dag stipt om 5u op (snoozen kan echt niet) en je gaat stipt om 22u slapen. Je sport dagelijks, bij voorkeur ’s ochtends. Je besteedt extra aandacht aan je kleding en uiterlijk. Je eet alleen maar gezond en je kijkt uiteraard geen tv. Je werkt hard en gefocust. Je bent daadkrachtig en positief. Je denkt oplossingsgericht. Je gebruikt geen sociale media tijdens je werk. Je neemt enkel kwalitatieve rust. Persoonlijke toevoegingen op deze basisregels zijn een must. Zo begon ik met de plank challenge, kookte ik elke dag iets nieuw met een gezond ingrediënt (denk: rode bietjes, boerenkool en spruitjes) en trok ik elke dag een outfit aan met een kledingstuk dat ik al lang niet gedragen had. Het moge duidelijk zijn dat dit geen pretweek was.

Velen zullen zich laten afschrikken door het opstaan om 5u ’s ochtends. Aangezien je wel 7 uur geslapen hebt, valt dit best mee. Een week lang in alle vroegte gaan lopen (zelfs meermaals in de regen) zou ik niet meteen aanraden. Die inspanningen begon ik na enkele dagen wel te voelen. Al ontdekte ik ook de schoonheid van een toeristenrondje lopen in Leuven. Zo liep ik een paar keer over het Ladeuzeplein of de Grote Markt. Ik kwam dan al eens uitgaansvolk tegen, wat soms grappige taferelen opleverde. De lijn tussen een vroege vogel en een rare vogel is dan ook heel dun. Het zwaarste onderdeel van de helweek is donderdagnacht. Dan mag je namelijk niet gaan slapen. Een nachtje doorwerken had nog wel z’n charme, maar de dag nadien was een helse schooldag. Ik was een wrak. Elke minuut was ik me bewust van het gevecht tegen de vermoeidheid dat mijn lichaam moest voeren om op een primair niveau te blijven functioneren. Ik won uiteindelijk heel nipt de uitputtende strijd en viel nog nooit zo als een blok in slaap als vrijdag 5 februari om 22u.

Ik leerde van mijn helweek dat je wel degelijk bergen werk kan verzetten op zeven dagen tijd. Het gaf me veel voldoening om orde op zaken te stellen en werkjes af te ronden die ik veel te lang had uitgesteld. Mijn planningen brachten overzicht in de chaos die mijn schoolwerk geworden was. Ik startte grotere projecten op. De momenten van zelfreflectie waren verhelderend. Ik miste de tv niet en had ook niet te klagen over de gezonde kost die ik mezelf voorschotelde. En oh ja: ik leerde ook dat slechts een paar uur slapen nog altijd beter is dan helemaal niet. Als ik er nu aan terug denk, was het ook wel een eenzame week. Er gaat weinig heroïek gepaard met een doorgedreven gedisciplineerde levensstijl. Dit kan ook wel te maken hebben met het feit dat ik in mijn helweek letterlijk ook vaak in het donker aan het werk was. Ik vraag me trouwens af hoe je een helweek kan realiseren als je samenwoont of een gezin hebt.

Het is natuurlijk niet toevallig dat ik net die periode de helweek-uitdaging aanging. Ik voelde me sterker dankzij mijn prille en gedisciplineerde bestaan als marathonloper. Mijn herwonnen zelfstandigheid gaf me veel wilskracht. Ik wilde een frisse wind laten waaien door mijn ambities en takenpakket als leerkracht. Een helweek is een aanrader als je zelf graag verandering wil brengen in bepaalde patronen. Je wordt verplicht om na te denken over hoe je leven georganiseerd is en je leert om prioriteiten te stellen. Ik geloof echter niet dat één week vol discipline je leven drastisch verandert. Ik ben geen andere Joke geworden na 7 februari 2016. Een patroon of levensstijl veranderen is een proces dat onderhevig is aan verschillende factoren. Ik las niet plots meer boeken na die week. Ik ging ook geen truien breien. Ik ging pas meer lezen toen ik mezelf als doel stelde om 50 boeken op een jaar te lezen. Een duidelijke doelstelling: dat is wat ik nodig heb om in actie te schieten.

Erik Betrand Larssen raadt aan om jaarlijks een helweek te organiseren. Als ik het ooit nog zou doen, dan eerder in de zomer wegens meer licht. Ik kan me voorstellen dat het nuttig kan zijn als ik in de zomervakantie een groots creatief project zou willen realiseren. Voor een doorgedreven helweek zou ik toch passen omdat ik er niet bijster veel van zou opsteken. Ik ken de kneepjes van het organisatievak ondertussen meer dan behoorlijk. Bovendien vind ik dat mijn levensstijl op dit moment soms al iets te veel overhelt richting discipline en hard werken. Ironisch genoeg zou ik meer kunnen opsteken van een helweek die in het teken staat van doorgedreven niksen. Ik zou mezelf dan kunnen opleggen dat ik elke dag minstens 2 uur tv moet kijken, niet mag lezen of sporten, dagelijks gefrituurd voedsel moet nuttigen, niet mag opstaan voor 8u ’s ochtends en me moet inwerken in de wondere wereld van de computer games. Dat zou pas een ervaring zijn!

IMG_3407