Als ik een boek was…

De examenperiode is in volle gang. Het is 30 graden en ik zweet me een ongeluk. Ik denk na over het afgelopen schooljaar. Wederom een ander schooljaar, weer een raar jaar. Een schooljaar waarin we uitblonken in improviseren, waarin gewoon in de klas zijn bijzonder werd, waarin we allemaal veel te veel achter een scherm moesten zitten. Het afgelopen jaar viel ook mij met momenten zwaar. Ik miste veel en probeerde blij te zijn met wat er wel was. Ik slaagde daar behoorlijk in. Voor jongeren daarentegen was het gebrek aan echt sociaal contact veel meer een ernstige inbreuk op hun levensstijl. 65% van de jongeren had het mentaal moeilijk tijdens de eerste coronagolf. Niet omdat het een gepamperde generatie is, niet omdat het watjes zijn, maar omdat alleen zijn indruist tegen het DNA van een jongere. Het is een cijfer om stil van te worden. Ik hoorde veel leerlingen klagen en zuchten. Ik zag hen vooral ook kei hard hun best doen. 

Waar ik gelukkig van word zijn leerlingen die hun leeservaringen delen. Een leerling die een boek graag gelezen heeft (soms tegen alle verwachtingen in), maakt van mij een tevreden leraar. Mijn leerlingen van het vierde jaar (15 à 16 jaar) vulden nog enkele vragen in over hun leesjaar. Ik vroeg hen ook om de zin Als ik een boek was aan te vullen. Het mooie aan vierdejaars is dat ze dat geen rare vraag vinden. Vlot formuleerden ze een antwoord, gaande van licht en luchtig tot overpeinzend en filosofisch. Hier volgt een bloemlezing met poëtische allures.

ALS IK EEN BOEK WAS…
zou ik geen cover hebben
zou ik een open boek zijn
zou ik gesloten blijven
zou ik veel prijzen winnen
zou ik stoffig worden in de kast
zou ik in de spiegel kijken om mezelf beter te leren kennen
zou ik zo dik mogelijk willen zijn om veel te kunnen vertellen
zou ik een strip zijn waarin weinig wordt gezegd, maar veel gebeurt
zou ik fantasy zijn die achteraan in de kast stof staat te vergaren
zou ik een roman zijn met een sterk verhaal en een vleugje magie
zou ik gelezen willen worden door mensen die ik zelf ook zou lezen
zou je met elke omgeslagen pagina verliefder worden op het leven
zou je me vaker moeten lezen om me te begrijpen
zou ik mensen inspireren met mijn levensverhaal
zou ik mijn pagina’s sluiten en me niet laten lezen
zou iedereen klagen omdat ze de afloop al kenden
zou niemand begrijpen waar het verhaal over gaat
zouden mijn ouders dit boek niet mogen lezen
zou mijn moeder een boom zijn

IMG_5250b

Het boek – Lezen in tijden van lockdown #4

Hoe licht of zwaar de lockdown ook is, wennen doet het nooit. Al zijn het ook steeds periodes waarin ik eens zo hard nood heb aan mijn boeken. Als vermaak, als verzet en als gezelschap. Ik las dus weer behoorlijk wat tijdens de paasvakantie. Bij deze vierde lichting lockdownliteratuur zijn het bizarre, maar uiterst menselijke en vredelievende hoofdpersonages die de toon zetten in een veelal groene omgeving. Of: de sympathieke outsider in zijn natuurlijke habitat. Lange of vreemde boektitels is ook iets wat deze boeken verbindt, net zoals eenzaamheid, maar ja: gaan eigenlijk niet alle boeken een beetje over eenzaamheid?

Death in Her Hands – Ottessa Moshfegh
Je zal maar een wandeling maken met de hond en een onheilspellend briefje aantreffen. Her name was Magda. Nobody will ever know who killed her. It wasn’t me. Here is her dead body. Vesta Gul is een vrouw die een teruggetrokken leven leidt met haar hond Charlie. Terwijl Vesta te weten wil komen wie Magda is (heeft ze eigenlijk wel bestaan?) en hoe ze aan haar eind is gekomen, kruipen wij in Vesta’s hoofd. Daar broeit behoorlijk wat. Magda wordt een obsessie die steeds meer een eigen leven gaat leiden. Een rechtlijnig thrillerverhaal mag je niet verwachten, wel een beklemmende gothic novel volgens de traditie van Edgar Allan Poe.

Spiegel spiegel schouder – Dorthe Nors
Rijlessen laten blijvende herinneringen na. Zo ook bij Sonja, een veertiger die met de auto leert rijden. Alsof dat nog niet lastig genoeg is, verloopt ook het contact met haar zus moeizaam en voelt ze zich verplicht om op een spiritueel niveau een verbintenis aan te gaan met haar masseuse. Het leven van Sonja loopt kortom niet over rozen. Net daarom kan je niet anders dan Sonja’s eigenzinnige karakter en haar droge humor omarmen. Hoe wereldvreemd Sonja soms ook lijkt te zijn, er zit een stukje Sonja in ieder van ons. Spiegel spiegel schouder is zowel hilarisch als ontroerend en maakte mij heel nieuwsgierig naar meer werk van de Deense Dorthe Nors.

IMG_4571b

Over het doppen van bonen – Wiesław Myśliwski
Dat de Poolse literatuur heel wat parels herbergt, daar is Wiesław Myśliwski het voorbeeld van. Over het doppen van bonen is een ode aan het gewone leven: een man vertelt – tijdens het doppen van bonen – aan een (toevallige?) bezoeker over zijn leven. In stukken en brokken, van de hak op de tak, zoals dat gaat. Hij focust daarbij vooral op toevallige ontmoetingen en gebeurtenissen. Namen worden nauwelijks genoemd en ook de identiteit van de bezoeker wordt niet onthuld. In één langgerekte monoloog kom je onder andere te weten hoe de verteller eens bij een praatgrage hoedenmaker een lamp herstelde en in ruil daarvoor een hoed kreeg (die hij vervolgens op de trein vergat). Over het doppen van bonen is een humoristisch boek over de (on)betrouwbaarheid van herinneringen en het kleine dat ieders leven typeert.

Jaag je ploeg over de botten van de doden – Olga Tokarczuk
Joepie, we blijven in Polen! De Nobelprijs voor Literatuur van 2018 werd immers toegekend aan Olga Tokarczuk. Aan Nobelprijswinnaars kleeft wel eens het stigma moeilijk leesbaar te zijn. Dat dacht ik ook toen ik in 2019 op de Boekenbeurs een roman van Torkarczuk doorbladerde. Ik kocht het boek niet: ik had ongelijk. Jaag je ploeg over de botten van de doden heeft namelijk alles wat je van een goede roman mag verwachten: humor, vaart, spanning en inhoud. We volgen het verhaal van Janina die op het Poolse platteland leeft en een diep verwantschap voelt met de natuur. In haar omgeving sterven mannen, de ene al gruwelijker dan de andere, die verbonden zijn met de jachtvereniging.  Janina mengt zich in het politieonderzoek en ziet al snel het verband tussen de doden en de daders: het is een complot van de natuur. Lees vooral zelf of ze het bij het rechte eind heeft.

Buzz Aldrin, waar ben je gebleven? – Johan Harstad
Naast Polen leerde ik ook de Faroër-eilanden kennen. Een bijzondere naam voor een bijzondere eilandengroep in de Atlantische Oceaan. Mathias is een Noorse jongeman die uitgerekend op de schapeneilanden het noorden verliest. Verder wil ik niet te veel vertellen over het verhaal omdat het een boek is waarin je ondergedompeld moet worden. Dat sommige plotwendingen ietwat voorspelbaar waren, werd ruimschoots goedgemaakt door Johan Harstads indringende stijl. Niemand minder dan Bart Moeyaert noemt Harstad één van zijn literaire helden en ik begrijp helemaal waarom. Laat je dus vooral niet misleiden door de vreemde titel. Er valt namelijk best veel interessants te zeggen over Buzz Aldrin.

IMG_4587b

Het boek – De vervloekte madeleine van Proust

Leiden, september 2007. Ik studeer af als master in de literatuurwetenschap met een thesis* over Marcel Proust. Mijn eindwerk krijgt de titel Een kant van Proust, liefde in de schaduw van jaloezie, een knipoog naar de eerste twee delen van Prousts levenswerk A la recherche du temps perdu: ruim 3000 pagina’s in zeven delen die verschenen tussen 1913 en 1927. Niet alleen de omvang van dit werk, maar ook de uitermate beschrijvende stijl van Proust hebben ertoe bijgedragen dat Proust lezen een zekere status met zich meedraagt. Mount Proust kent geen genade. Toen ik de volledige romancyclus als prille twintiger las, stelde ik vast dat Proust verrassend genoeg best leesbaar is. In mijn thesis ging ik specifiek in op deel 5 (De gevangene) en 6 (De voortvluchtige), waarin de Franse elite plaats ruimt voor de verstikkende relatie tussen verteller Marcel en zijn geliefde Albertine. Vanuit dat perspectief bleek het Marcels ziekelijke jaloezie te zijn die als een rode draad door de Recherche-cyclus loopt en in de laatste delen steeds meer de bovenhand krijgt. Geloof me: Proust heeft de moderne lezer meer te bieden dan ellenlange zinnen en een madeleine.  

Ik kijk met een dubbel gevoel terug op mijn studietijd in Leiden. Enerzijds was de opleiding literatuurwetenschap een verrijking voor mezelf als lezer en als mens. Anderzijds hield ik aan mijn studie ook een lichte afkeer aan het universitaire leven over en het ivoren-toren-gevoel dat erbij leek te horen. Mijn plan was altijd om leerkracht te worden: terug de maatschappij in. Bovendien heb ik me nooit echt thuis gevoeld in Leiden. Ik bleef er altijd De Belg, een sympathieke buitenstaander. Mijn keuze om over Proust te schrijven was een stille daad van verzet. Destijds was het namelijk in om het vooral niet te hebben over de grote klassiekers en hun verdiensten, maar juist een gemarginaliseerde auteur op te snorren die de canon oversteeg en die liefst niemand kende. Door te kiezen voor een boegbeeld van het modernisme (zwaar, snobistisch, moeilijk) en te betogen dat die wel degelijk leesbaar was, toonde ik stiekem waar ik zelf voor stond: een zelfbewuste benadering van literatuur.

IMG_4390b

In mijn thesis vermeed ik bewust de iconische madeleine. Het is in deel 1 (De kant van Swan) dat Marcel zijn madeleine in de thee doopt (van zompig gesproken), waarop hij terug gekatapulteerd wordt naar de vakantietijd die hij doorbracht bij zijn tante in Combray. Et voila: la mémoire involontaire doet haar intrede. De madeleine-scène werd exemplarisch voor de eindeloze mijmeringen die Proust tot in het kleinste detail weet te beschrijven. Ik dompelde me graag onder in Proust omdat ik er mijn liefde voor Parijs in weerspiegeld zag. Naarmate ik echter vorderde in de Recherche bleek het romantische beeld van die madeleine steeds minder typerend te worden. De meanderende herinneringen maken plaats voor een buitengewoon menselijk aspect: jaloezie die groteske vormen aanneemt. In tal van sappige passages krijgen we steeds meer zicht op de ongezonde relatie die Marcel en Albertine erop na houden. Hij beticht haar van vuile manieren met andere mannen. Zij liegt de pannen van het dak. De eens zo beheerste verteller trekt stilistisch een ander register open. Marcel is van kop tot teen menselijk. 

In augustus 2007 moest ik mijn thesis verdedigen bij mijn begeleider, in veel opzichten een atypische universitair docent. Wellicht kon ik het daarom goed met hem vinden. Bij dit gesprek was ook Docent 2 aanwezig. Hij gaf een collegereeks over het literaire modernisme, waarvan één sessie volledig gewijd was aan Proust. We kwamen daarbij niet verder dan de madeleine-passage, hoe verrassend! Ik kreeg complimenten voor de close-readings in mijn eindwerk (altijd scoren) en wat kritische vragen over de secundaire literatuur waar ik naar teruggreep (de pro-forma geplogenheden). Tot Docent 2 me lichtjes uit mijn lood sloeg. Waarom heb je het niet over de madeleine? Hoe kan je over Proust schrijven zonder het over de madeleine te hebben? Heel mijn thesis was opgebouwd rond het gegeven dat er door het motief van de uber-menselijke jaloezie juist een grote betrokkenheid ontstaat tussen lezer en verteller en dat je de Recherche oneer aandoet door de zevendelige cyclus te laten overschaduwen door één bovennatuurlijk gebakje dat nota bene in het eerste deel gegeten wordt! Bij nader inzien las Docent 2 waarschijnlijk geen enkel deel van Proust. Ik vraag me zelfs af of hij wel de moeite had genomen om mijn eindwerk volledig te lezen. Voor mij was dit het ultieme bewijs dat ze mij in Leiden nooit echt begrepen hebben.

IMG_4376b

Moet je Proust nog lezen anno 2021? Ja, als je graag eens een klassieker ter hand neemt. Nee, als je niet houdt van verhalen die hun tijd nemen om verteld te worden. Proust is de meester van de uitweiding en de breed uitgesponnen beschrijving, laat daar geen misverstand over bestaan. De kern van zijn romancyclus is echter een ongezonde relatie: begrijpelijke kost die ver weg ligt van het abstracte of conceptuele dat je bij andere modernisten terugvindt. Zo vond ik de 1200 pagina’s van Robert Musils De man zonder eigenschappen een worsteling en James Joyce heel interessant, maar ook aartsmoeilijk. Laat je dus niet intimideren door de status die Mount Proust in de wereldliteratuur krijgt toegewezen. Het is een meesterwerk, maar dat zijn de Ardennen ook. Je kan er prachtig wandelen en als je van de natuur houdt, moet je echt geen alpinist zijn om er een berg op te kunnen. Laat je verleiden door de madeleine, savoureer ze, maar weet dat de Franse boulangerie nog meer gebakjes in de toonbank heeft liggen. Ik hou ook meer van koffie dan van thee. Bon appétit!

IMG_4383b

*thesis, scriptie, eindwerk, masterproef: what’s in a name? 

Het boek – Waarom Het achtste leven een fenomenaal boek is

Wie van plan is om in 2021 slechts één boek te lezen, die moet Het achtste leven (voor Brilka) van Nino Haratischwili lezen. Met 1271 pagina’s een klepper van formaat, maar laat dat je alsjeblieft niet weerhouden om je tanden te zetten in dit meesterwerk van de jonge Georgische auteur. Het achtste leven (voor Brilka) verscheen in 2016 en werd meteen bedolven onder de positieve recensies en superlatieven. Ik was niet mee met de hype (dat gebeurt wel vaker). Het boek belandde dus in mijn ongelezen kast. Voornamelijk omdat het etiket “monumentaal tolstojaans familie-epos” mij angst in boezemde. Tot mijn lieve collega én leesinspirator Murielle me op de laatste schooldag van 2020 liet weten dat ze er in bezig was en dat het echt verslavend werkte. Prompt bombardeerde ik Het achtste leven (voor Brilka) tot kerstvakantieboek. Uiteindelijk had ik slechts vijf dagen nodig om het te consumeren. Ik heb zo intens genoten van dit boek! Daarom geef ik jullie vijf redenen om NU te beginnen in Het achtste leven (voor Brilka).

Omdat het van begin tot eind een beklijvend verhaal is.
Nino Haratischwili is erin geslaagd om werkelijk elke van die 1271 pagina’s boeiend te maken. Het verhaal verliest nergens vaart. Ik kroop in het verhaal en het verhaal kroop in mij. Elk van de acht personages wiens leven wordt onthuld in een deel van de roman weet je aandacht vast te houden. Haratischwili gebruikt hiervoor in de proloog het beeld van het tapijt: een narratief geheel van allemaal aparte draden die aan elkaar worden geweven en samen een indrukwekkend patroon vormen. Een belofte die ze volledig inlost.

Omdat het een waardevolle geschiedenisles van de 20e eeuw is.
Eerlijk: ik wist amper dat Georgië een land was voor ik dit boek las, laat staan dat ik het op een kaart kon situeren of kaderen binnen de geschiedenislessen. Inmiddels heb ik het gevoel dat ik al in de hoofdstad Tbilisi geweest ben en dat betekent heel wat voor een non-reiziger als ik. Het leven van de familie Jasji speelt zich af tegen het decor van een veranderende wereld die geteisterd wordt door oorlogen en strijd op alle vlakken. Zo wordt onder meer de tanende status van de aanvankelijk welvarende familie beschreven onder invloed van het IJzeren Gordijn en de Koude Oorlog. Het is geschiedenis die zich laat lezen als een thriller.

IMG_4160b

Omdat het een stem geeft aan sterke vrouwen.
Het zijn niet de vrouwen die strijden aan het front, maar toch zwaaien zij de scepter in de familie Jasji. Ze moeten de boel draaiende houden in barre tijden. Ze dromen en verlangen. Ze worden op de proef gesteld en zien af. Enerzijds kunnen ze bikkelhard zijn voor de beslissingen van hun broers of zussen, anderzijds handelen ze steeds vanuit een allesoverweldigende familieliefde. Sommige dialogen sneden door merg en been en waren tegelijkertijd zo mooi dat ik ze met een pijnlijke grimas opnieuw las. Stasia, Christine en Kitty zijn een stukje van mezelf geworden.

Omdat het een toegankelijk boek is.
Ondanks de lijvigheid bereikt Het achtste leven (voor Brilka) een breed lezerspubliek. Nino Haratischwili toont zich een deskundig verteller die de lezer niet-betuttelend bij de hand neemt. Het is het kleinmenselijke familieverhaal dat de boventoon voert binnen het kader van de wereldgeschiedenis. Een verhaal over moeders en vaders, tantes en nichten, familietradities en hoe daarvan los te komen. Haratischwili schrijft ijzersterk, zonder dat je het gevoel krijg een literaire stijloefening te lezen.

Omdat het een unieke sfeer oproept.
Oké, ik las dit boek natuurlijk in een periode die in het teken stond van rust, sfeer en gezelligheid. Dat doet echter niets af aan de verbeeldende, zelfs betoverende kracht die Het achtste leven (voor Brilka) oproept. Ik denk nog dagelijks met heimwee terug aan de wereld waarin ik toen terechtkwam. Hoe wreed het lot van de Jasji’s soms was, er school ook zoveel schoonheid in het decor en de personages. En dan is er nog die magische, vervloekte chocoladedrank waarvan ik me nog steeds afvraag hoe die smaakt.

In september 2019 verscheen De kat en de generaal van Nino Haratischwili, “amper” 680 pagina’s dik. Ik denk dat dit een krokusvakantieboek wordt.

Het boek – Lezen in tijden van lockdown #3

Ik had er in het voorjaar niet echt rekening mee gehouden dat er ook een najaarslockdown zou volgen. Noem me naïef, maar ik dacht echt dat iedereen er alles aan zou doen om te vermijden dat het land weer gedeeltelijk op slot zou gaan. IJdele hoop, zo bleek, want onze wereld is weer een stukje kleiner geworden. De enige meevaller is dat de boekhandels en creawinkels nog open zijn, net zoals de scholen. Ik mag dus nog deeltijds in het echt lesgeven. Tijdens de herfstvakantie vermeed ik maar liefst een volle week alles wat met school te maken had. Ik sloot de media buiten en stortte me helemaal op mijn boeken. Ik las veel. In mijn bed, in de zetel en zelfs staand terwijl de kookpotten op het vuur stonden. De dag beginnen met een boek is voor mij de ultieme vorm van vakantiemodus. Door mijn bewuste kluizenaarschap voelde mijn inner lone wolf zich helemaal opbloeien. Ik las fantastisch mooie boeken die me toch wat verweesd achter lieten, waardoor de eenzaamheid soms des te harder insloeg. Met veel plezier stel ik jullie drie boeken voor met een onvergetelijke loner of eenzaat als hoofdpersonage. Bovendien spelen ze ook alle drie op vernuftige wijze met de grenzen tussen fictie en non-fictie.

IMG_3806b

De thuiskomst – Anna Enquist
Leen Demaré tipte dit boek in de podcast Drie boeken (eveneens een aanrader!) van Wim Oosterlinck. De insteek van de loners stal ik trouwens ook van haar. In De thuiskomst (2005) kijk en voel je als lezer door de ogen van Elizabeth Batts, beter gekend als Elizabeth Cook, vrouw van ontdekkingsreiziger James Cook die in de 18e eeuw drie grote wereldreizen ondernam. Anna Enquist deed grondige research naar de Cooks. De feiten die ze verhaalt zijn dan ook historisch correct. Op basis daarvan gaf ze een stem en kleur aan het personage van Elizabeth, een “vrouw van” die jarenlang thuis zit te wachten, al dan niet zwanger. Terwijl haar man de wereld vastlegt op kaart en leiding geeft aan een scheepscrew, runt zij een huishouden met jonge kinderen. In totaal krijgt ze zes kinderen die allemaal op jonge leeftijd sterven. Elizabeth overleeft niet alleen al haar kinderen, maar ook haar man.

Het perspectief van De thuiskomst prikkelde mij meteen: het zal je maar overkomen dat je man ontdekkingsreiziger is. Allereerst vond ik het historisch perspectief verrijkend. De 18e eeuw is absoluut een zwakke plek in mijn algemene (literatuur)kennis. Ik wist amper iets over James Cook en de wereld waarin hij leefde. Wat dit boek echter uitmuntend maakt, is de kracht van Anna Enquist om de personages van James en Elizabeth tot leven te wekken. Ik leefde echt in hun wereld. Ik voelde hun strubbelingen en onzekerheden. Hun herkenbaarheid greep me bij de keel. Elizabeth is een vrouw waarvan je aanvankelijk denkt dat ze het leven moet ondergaan. Ze wil zijn als het gras, dat moet meebuigen en niet star mag zijn, want dan breekt het. Ze gaat gebukt onder verlies dat ze amper kan delen met haar man. Tussen het echtpaar voel je een liefdevol spanningsveld. Ze kijkt uit naar James’ thuiskomst, maar door zijn jarenlange afwezigheid als geroemde avonturier is hij ook een vreemde voor haar. De ingetogen Elizabeth ontpopt zich echter als een krachtige vrouw die zich niet moedwillig neerlegt bij haar levenspad. Dat resulteert in een indringende levensgeschiedenis waarin alle emoties aan bod komen, een verhaal ook dat je blijft verrassen. De thuiskomst is één van de beste romans die ik ooit gelezen heb.

IMG_3807b

Het jaar dat Shizo Kanakuri verdween – Franco Faggiani
We schrijven het jaar 1912. De Olympische Spelen vinden plaats in Stockholm en de 21-jarige Shizo Kanakuri mag Japan vertegenwoordigen op de marathon, toen nog 40,2 km lang. Hij onderneemt een reis van 18 dagen van het Japanse platteland naar Europa. Shizo Kanakuri is een beloftevolle, maar allesbehalve professionele atleet, wiens besttijd op de marathon de snelste was van alle deelnemers. Zijn marathon loopt echter niet volgens plan (als dat er al was): de onervaren Shizo stapt uit de race en duikt onder omdat hij zich diep schaamt over zijn wanprestatie. Hij durft zijn familie niet onder ogen komen en slaat op de vlucht. Uiteindelijk komt hij weer in Japan terecht waar hij zich terugtrekt in de natuur om daar als zelfverklaarde kluizenaar te gaan wonen. Hij verschijnt pas terug onder de radar als hij een bejaard man is die de kans krijgt om zijn marathon uit te lopen en dus zijn eer te herstellen. Vergis je niet: dit is een waargebeurd verhaal. De Italiaanse auteur Franco Faggiani fictionaliseerde het en vult in wat er precies gebeurde tijdens die marathon en hoe het Shizo, ver weg van alles, verging.

Dit is zo’n boek waarvan ik meteen dacht: dit is mij op het lijf geschreven. We hebben de overweldigende natuur, een loner in de bergen én de heroïek van de marathon die vakkundig worden samengebracht door een Italiaans auteur. Wel, het heeft mijn verwachtingen ruimschoots overtroffen. Ik verzonk helemaal weg in de sprookjesachtige wereld van het kersenbomenbos waar Shizo een huis bouwt. Ik voelde de impact die de natuur en de eenzaamheid kunnen hebben. De natuur die zowel vrijheid als gevangenschap symboliseert. Ik herkende de bevrijding en de eenvoud zelve die lopen kan zijn. Het jaar dat Shizo Kanakuri verdween is een magistrale roman die ik nog lang voelde nazinderen. Hardlopen neemt alles weg wat overbodig is, het legt dingen bloot, het benadrukt wat je kunt, op elk moment dat je je ene voet voor de andere zet.

IMG_3810b

Het boek Daniel – Chris De Stoop
Sommige boeken moeten geschreven worden, ook al bijten en schuren ze langs alle kanten. Het boek Daniel is er zo eentje. Journalist Chris De Stoop vertelt je het volledig waargebeurde relaas van de gewelddadige dood van zijn oom Daniel. In 2015 kwam die om het leven op het Waalse platteland. Hij wordt als 84-jarige eenzaat het slachtoffer van een losgeslagen jeugdbende. Ze overvallen hem met geweld op zijn verlaten boerderij, beroven hem van zijn geld, maar ook van zijn waardigheid. Een week later steken jongeren de boerderij in brand en wordt het verkoolde lichaam van Daniel teruggevonden. Chris De Stoop is gechoqueerd door de gebeurtenissen, die amper media-aandacht krijgen. Hij besluit in 2019 de verdediging van zijn oom op zich te nemen in een rechtszaak. De jonge daders zijn inmiddels prille twintigers. In dit boek reconstrueert De Stoop Daniels leven, diens laatste dagen, het verloop van het onderzoek en de rechtszaak. Tot slot vertelt hij ook over de gesprekken die hij had met enkele daders.

Je kan je afvragen wie de échte loner is: Daniel die zich verwijderde van de maatschappij en amper nog contact had met de buitenwereld of Chris De Stoop zelf die het moederziel alleen moet opnemen voor de vereenzaamde boer. Ook als de daders uiteindelijk worden gestraft, kan je daar niet blij of opgelucht om zijn. Er is te veel blootgelegd. De Stoop schreef een onomfloerst eerbetoon aan zijn oom en diens eenvoudige levensstijl. Tegelijkertijd schetst hij een beklijvend portret van jongeren met een losgeslagen moreel kompas, de ontmenselijking van een slachtoffer en het schielijk te kort schieten van de maatschappij. Hij doet dat zonder te oordelen. Op elke pagina bleef ik hopen dat het verhaal toch een andere wending zou nemen. Ook na het laatste gesprek met één van de daders blijf je met een wrang gevoel achter. Het boek Daniel vertelt een pijnlijke waarheid, maar juist die moet ook gehoord worden.

IMG_3804b

Het boek – Over de 1000 boeken die ik las

Ik schreef dit jaar niet over de boeken die ik las tijdens mijn zomervakantie. Daar zijn meerdere redenen voor. Ik las namelijk behoorlijk wat boeken die vermakelijk waren, maar me toch niet helemaal konden overtuigen. Omdat ik in het voorjaar al een uitgebreid relaas schreef over de prachtige boeken die mijn quarantaine kleurden, was de noodzaak om mijn boekenzomer te documenteren iets kleiner. Bovendien wist ik ook dat ik vlak na de zomer een magische mijlpaal zou bereiken: de Mijlpaal van de Duizend Boeken. Ik las Boek 1000 in de maand dat ik 35 werd. Die eer was weggelegd voor het alom bejubelde De geniale vriendin van Elena Ferrante.

Hoe weet ik nu in godsnaam dat ik 1000 boeken heb gelezen? Simpel: het staat geschreven. Lang, heel lang geleden, begon ik namelijk op te schrijven welke boeken ik las. Ik was een jaar of 10 toen we aan zee waren en ik het lumineuze idee kreeg om bij te houden welke boeken ik gelezen had. Daarvoor beschikte ik over een lijntjesschrift met zwart-rood geruite omslag. Lelijk, dat vond ik toen ook, dus voorzag ik het van een blauwe kaft. Joke het boekenmeisje werd ouder, las nog meer en is altijd in datzelfde schrift blijven opschrijven welke boeken ze las. 25 jaar later heb ik mijn schrift dus nog altijd. Het is voor twee derde gevuld en de kaft heeft al de nodige versteviging gekregen. Mijn schrift is me door de jaren heen steeds dierbaarder geworden. Geen Moleskine die eraan kan tippen.

Op basis van de eerste titels die ik opschreef, blijkt dat ik ben begonnen met op te lijsten wat ik toen al gelezen had. Ik ga terug in de tijd tot ik ongeveer een jaar of 8 was. Wat ik op die leeftijd las, is wel degelijk een volwaardig “leesboek” te noemen. Na het vervolledigen van mijn inventaris begon ik in 1995 elk gelezen boek te noteren in mijn schrift. Ik heb dus 1000 boeken gelezen op 27 jaar tijd. Dat vind ik weinig én veel. Weinig omdat ik er als kind en tiener makkelijk 10 boeken op een maand kon doorjagen, maar er tot mijn scha en schande ook jaren zijn geweest dat ik als twintiger amper aan lezen toekwam. De laatste jaren slaagde ik er telkens in om minstens 50 boeken op jaarbasis te verorberen. Uiteindelijk las ik gemiddeld 37 boeken per jaar: toch nog een behoorlijke stapel.

Het mooie van mijn schrift is dat ik dus zowel mijn handschrift, als mijn voorkeur voor vulpennen met vreemde kleuren inkt, als mijn literaire smaak zie veranderen. Als kind las ik al heel graag. Astrid Lindgren en Roald Dahl mochten daarbij niet ontbreken, maar ook Joke Van Leeuwen, Dolf Verroen en Guus Kuijer ademen voor mij één en al jeugdsentiment. Hier besprak ik uitgebreid mijn evolutie als lezer en de zware thema’s waar ik als tiener zo van smulde. Er mocht bloed vloeien, maar vooral tranen. Veel tranen. Twee decennia later is die fascinatie voor breed uitgesponnen drama verdwenen. Ik erger me nu snel aan boeken die eenzijdig inzetten op groteske miserie. Een boek dat enkel als doel heeft om de lezer te verstrikken in een moeras van verdriet en ellende vind ik al te vaak weinig verrassend. Een bestseller als A Little Life of The Kite Runner vervalt, naar mijn smaak, vooral in clichés over verdriet. Ik lees liever over het kleinschalige, individuele drama uit gewone mensenlevens, over de donkere kantjes van de mens en het onheilspellende lot dat ons allen kan overkomen.

Uit mijn schrift kan je enkele eenvoudige voor de hand liggende conclusies trekken. Zo lees ik graag over de band tussen broers en zussen en hebben boeken die zich afspelen in en rond Parijs een streepje voor. Ik ben fan van de sfeer die Italiaanse hedendaagse schrijvers weten te vatten. Daarbij heb ik ook periodes doorgemaakt dat ik me volledig op een oeuvre heb gestort. W.F. Hermans moest er eens aan geloven, net als Vladimir Nabokov. In mijn 1000 boeken zijn ook recente, ietwat aparte tendensen te detecteren.

Ik hou van boeken die zich afspelen in een hotel van enkele decennia geleden, waar mensen overdreven beleefd met elkaar omgaan en gasten met een uiteenlopende achtergrond het toneel betreden. Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeijffer is niet voor niets de enige roman waar ik een volledige blogtekst aan wijdde. Ook mijn bewondering voor Grand Hotel van Vicki Baum en De Hills van Matthias Faldbakken sprak ik al eerder uit. Als decor kan ook het onherbergzame karakter van de natuur niet ontbreken. De buitenjongen van Paolo Cognetti vind ik ronduit magistraal en is één van mijn absolute toppers, samen met het Het ijspaleis van Tarjei Vesaas.

Ik hou van personages die nadenken over de eenvoud en banaliteit van hun leven. Karel Čapeks Een doodgewoon leven is bijvoorbeeld absoluut het lezen waard. Vader van Karl Ove Knausgård is ronduit verslavend. Niemand kan zo boeiend over menselijke relaties schrijven als Jens Christian Grøndahl. William Maxwells So Long, See You Tomorrow verdient veel meer eer, net zoals Leeuwerik van Desző Kosztolányi. De hype rond John Williams Stoner vond ik volkomen terecht. Daarnaast lees ik ook juist graag over vreemde, onconventionele hoofdpersonages. Een cavia bijvoorbeeld, in De verwarde cavia van Paulien Cornelisse. Ook Eleanor Oliphant is Completely Fine van Gail Honeyman en My Year of Rest and Relaxation van Ottessa Moshfegh mogen niet in dit lijstje ontbreken. De onbetwiste meester van het eigenaardige personage is Haruki Murakami, die al heel wat vreemde snuiters uit zijn literaire hoed kon toveren.

Ik hou van boeken die me aan het denken zetten over de maatschappij waarin wij leven en de maatschappij waarin we willen leven. Boeken die een heel ander perspectief bieden zoals Andrès Barba’s Republiek van licht en Margaret Atwoords The Testaments. Ook het ontluisterende Educated van Tara Westover en Muidhond van Inge Schilperoord hebben veel indruk op mij gemaakt. Ik hou daarom ook van auteurs die durven te choqueren, die ongegeneerd hard kunnen zijn voor de mens en meer buiten dan binnen de lijntjes kleuren. Geef mij dus maar een oldschool Michel Houellebecq zoals Platform of Bezette gebieden van Arnon Grunberg. In eigen land vervult Dimitri Verhulst die rol met verve.

Tot slot – hoe kan het ook anders – hou ik van boeken over de schoonheid van de liefde. Boeken over onversneden romantiek, over liefdespijn, over relaties die stuk lopen, heropbloeien en weer tegen de klippen uiteen spatten. Over wanhoop, maar zeker ook hoop in eenzame tijden. Turks fruit van Jan Wolkers is om die reden zoveel meer dan een geil puberboek. David Van Reybrouck raakte met Slagschaduw een heel gevoelige snaar bij mij. Ook Oek de Jong deed dat met Hokwerda’s kind. Mario Vargas Llosa verdient alleen al zijn Nobelprijs omwille van Het ongrijpbare meisje. Bregje Hofstede zou er, wat mij betreft, één mogen krijgen voor Drift. Het liefdesboek dat mij de afgelopen zomer van mijn sokken blies was The Only Story van Julian Barnes.

Als ik door mijn schrift met 1000 boeken blader, dan lijkt het alsof ik vanuit een boemeltrein mijn eigen leven voorbij zie pruttelen. Er zijn boeken die ik associeer met pijnlijke of heuglijke gebeurtenissen. Er zijn boeken die antwoorden of inzichten gaven op vragen waarvan ik niet wist dat ik ze stelde. Er zijn ook boeken waaraan ik me ergerde of waar ik helemaal niets meer over weet. In de afgelopen 27 jaar gebeurde er veel, maar het dappere lezertje van weleer en het kleine meisje met de rijke verbeelding is nog steeds springlevend.

Het boek – De schoonheid van het ongelezen boek

Ik doe dus aan tsundoku. Op meerdere plaatsen in huis zelfs. De eettafel en salontafel zijn mijn favoriete plekken, maar sinds kort heb ik ook een tussenverdieping om mijn hobby uit te oefenen. Al weet ik niet of je nog over tsundoku mag spreken als je je ongelezen boeken netjes in een aparte kast uitstalt. Inventief als ze zijn in Japan betekent de term namelijk ongelezen boeken verzamelen en ze op stapels te leggen. Dankzij dit artikel op Hebban.nl kwam ik namelijk te weten waarom lezers de neiging hebben om meer boeken te kopen dan dat ze effectief kunnen lezen. Het is namelijk geen tijdskwestie. Als ik morgen te horen krijg dat ik een jaar full-time mag lezen, dan zou ik alsnog boeken kopen. Boeken lezen doet boeken kopen, zo werkt het toch bij mij. Meestal gaat daar een doordacht en beredeneerd denkproces aan vooraf. Je kan namelijk niet alles kopen wat je potentieel zou willen lezen. Al is wat emo-boekenkopen me ook niet vreemd. Als prille twintiger kocht ik na elke autorijles (10 in totaal) een boek bij Plato in Leuven om mezelf te belonen voor de inzet. Ook tijdens het prille begin van de lockdown kocht ik – als hart onder de riem – online enkele recent verschenen titels*, weliswaar op voorwaarde dat ik ze binnen de zes weken zou lezen. Zulke afspraken maak ik dus echt met mezelf. Volgens de Hebban Crew houdt een ongelezen boek een belofte in en daardoor begrijp ik nu nog beter waarom ik ook mijn ongelezen boeken koester.

IMG_3246b

Hoe zeer ik ook gehecht ben aan mijn boekencollectie, ik kan ook heel goed begrijpen dat niet elke lezer de behoefte voelt om geld uit te geven aan (papieren) boeken. Voor een nieuw boek betaal je tegenwoordig tussen de 20 en de 25 euro. Wat ik lees op een jaar beslaat dus een viercijferig bedrag: veel geld dat ik ook aan iets anders kan spenderen. Dat is het leven: ieder moet voor zich keuzes maken. Ik kies ervoor om boeken te kopen, niet alleen voor het leesplezier dat ze me (waarschijnlijk) zullen bezorgen, maar ook voor alles wat daaraan vooraf gaat. Mijn boeken krijgen een prominente plaats in mijn woning omdat het me oprecht blij maakt om erdoor omringd te zijn. Stuk voor stuk roepen ze herinneringen op: aan het verhaal zelf, aan het moment waarop ik ze las of aan degene die me ze heeft aangeraden. Zo vertellen mijn boeken ook een beetje mijn verhaal. Alleen de boeken die ik gelezen en goed vond, belanden in mijn boekenwand in de woonkamer. De Marie Kondo-gedachte zeg maar: boeken die me blij maken als ik ze in handen heb (de beroemde spark of joy), mogen blijven. Een boek dat daar niet in slaagt, gaat onherroepelijk weg. In het prille begin van mijn boekenverzameling had ik het daar lastig mee. Wole Soyinka stond als Afrikaanse Nobelprijswinnaar wel leuk in de kast, maar ik vond zijn De vertolkers dus echt niet goed. Bijgevolg moest Wole vertrekken. Op die manier is mijn boekenkast ook wie ik ben.

Ook mijn ongelezen boekenvriendjes heb ik graag in de buurt. In mijn nieuwe woonst heb ik een ingebouwde boekenkast op de tussenverdieping: de ideale opslagplek voor het ongelezen leesvoer. Op andere plaatsen in huis heb ik altijd stapels liggen met boeken die ik op korte termijn wil lezen. Een shortlist die de omvangrijke vorm van een longlist aanneemt, zeg maar. De korte termijn is immers een rekbaar begrip. Liefde, het tweede deel van Karl Ove Knausgårds magnum opus ligt al ruim anderhalf jaar op de salontafelstapel. Juist dat is ook deel van het plezier: leesplannen maken en wachten op het geschikte moment om ze uit te voeren. Ik probeer wel om het aantal ongelezen boeken van één auteur te beperken. Enerzijds omdat één goed boek niet meteen betekent dat ik alles van die auteur schitterend zal vinden. Drift van Bregje Hofstede vond ik fantastisch, maar haar debuutroman De hemel boven Parijs vond ik dan weer weinig soeps. Anderzijds lijk ik ook minder snel naar een auteur te grijpen als ik te veel keuze heb binnen diens oeuvre.

IMG_3253b

Ik heb me wel eens geschaamd over de hoeveelheid ongelezen boeken die ik in huis heb. Alsof je tientallen luxe kledingstukken hebt liggen die je nooit draagt. De vergelijking met ongedragen kleding gaat echter niet op. Een boek dat niet meteen gelezen wordt, is geen miskoop. Dat boek wacht gewoon op het juiste moment. Boeken kunnen de tand des tijds moeiteloos doorstaan. Je koopt geen blouse om die na drie jaar eens te gaan dragen. Bovendien is een boek niet alleen zijn geld waard als je het hebt uitgelezen en goed vond. Ik tel niet alleen geld neer voor de leeservaring. Naast boeken lezen is ook bezig zijn met boeken een volwaardige tijdsbesteding. Ik geniet ervan om stapels te maken, mijn boekenkasten te reorganiseren of aan te kleden. Ik hou ervan om boekentips te verzamelen, na te denken over wat ik nu echt wil lezen en waar ik dat dan zal kopen. Om nog maar te zwijgen over de kringloop of tweedehandsvondsten die je op de meest onverwachte momenten kan doen. Dat ik de boeken die ik wil lezen kan vasthouden, helpt me ook om te kiezen wat ik wil gaan lezen. Ongelezen boeken bezorgen me kortom ook al geluksmomentjes. Toegegeven, ik vang soms ook verwijtende blikken op vanuit de ongelezen-kast. Momenteel komen die vooral van de klassiekers. Ik vrees dat Moby Dick, de walvis die niet gevangen wil worden, wel eens een boek kan worden dat ik nooit zal kunnen temmen.

*Die boeken waren De kolibrie van Sandro Veronesi, Waagstukken van Charlotte Van den Broeck, Finse dagen van Herman Koch en Bezette gebieden van Arnon Grunberg: stuk voor stuk aanraders die ik hier en hier besprak.

Het boek – Mijn 10 leeslessen

Lezen, het is voor mij soms een eenvoudig tijdverdrijf, vaak ook bittere ernst. Omdat ik niet vies ben van wat keiharde principes, deel ik hier graag mijn leesrichtlijnen.

Lees elk boek uit
Ik begin meteen met de pittigste, die menigeen waarschijnlijk wijselijk aan zich laat passeren. Toch ben ik ervan overtuigd dat elk boek een ervaring is. Je leert ook iets van een boek dat je niet goed vindt. Juist daarom lees ik elk boek uit waarin ik begin. Ja, ook als ik het dus meteen helemaal niks vind. Mijn leerlingen vinden dat een vorm van zelfkastijding. Een verhaal van liefde en duisternis van Amos Oz is het enige boek dat ik niet uitlas. Dat ging zo: lang geleden was er een periode waarin ik weinig las. Na enkele weken zat ik halverwege en realiseerde ik me dat ik echt totaal geen idee had waar het over ging omdat ik mijn hersenen leek uit te schakelen als ik las. Ik besloot dat ik beter opnieuw kon beginnen, deed dat niet, legde het weg en begon in een ander boek. Amos Oz blijft mij daarom een beetje achtervolgen.

Een auteur krijgt slechts één kans, meestal toch
Na amper vijf pagina’s vond ik het bejubelde De kunst van het crashen van Peter Verhelst al een vreselijk boek. Pretentieuze literatuur waar ik geen touw aan vast kon knopen. Ik las het uit (uiteraard) en vind het nu meer dan gerechtvaardigd om niets meer van Peter Verhelst te lezen. Soms geef ik auteurs wel een tweede kans. Omdat hun stijl me bijvoorbeeld wel aanspreekt en ik dan nieuwsgierig genoeg ben naar ander werk om hun slipper door de vingers te zien. Zo zal ik wel Otmars zonen lezen van Peter Buwalda, ook al vond ik diens Bonita Avenue helemaal niks.

Kiezen is niet verliezen
Integendeel: je moet keuzes maken. Hoe meer je leest, hoe meer boeken je ook zal willen lezen. Ik heb helemaal niets met fantasy en voel ook niet de behoefte om dit genre te ontdekken. Ook thrillers, detectiveverhalen en zogenaamde ontspanningsliteratuur laat ik links liggen. Het is mijn ding niet en er zijn genoeg andere boeken die wel helemaal mijn ding zijn.

Staar je niet blind op allerhande lijstjes
Ook ik ben niet ongevoelig voor lijstjes: of het nu gaat over de best verkochte boeken of de meest gewaardeerde. Ik keek dan ook uit naar de 21 beste boeken van de 21e eeuw volgens de lezers van De Morgen, een lijstje dat afgelopen week verscheen. Ik las 15 boeken uit die top 21. Onder andere nummer 19 De acht bergen van Paolo Cognetti en nummer 18 Het hout van Jeroen Brouwers krijgen van mij het label Magistrale Roman. De helaasheid der dingen van Dimitri Vehulst heeft zijn nummer 1 plek vooral te danken aan de cultstatus die het boek verworven heeft als kroniek van het marginale België. Hetzelfde kan je zeggen over Het smelt. Hoewel Lize Spit zeker literaire kwaliteiten heeft, voelde ik vooral afkeer voor de vunzigheid van het bestaan die ze op elke pagina van haar vuistdikke roman lijkt te willen beschrijven. Ik lees niet graag boeken waarbij een gevoel van afschuw overheerst. Lijstjes kunnen inspirerend zijn, maar beschouw ze niet als de Heilige Graal van de Literatuur.

Persoonlijke leestips zijn goud waard
Koester daarentegen de boekentips die je van vrienden en familie krijgt toegespeeld. Zo las ik het wondermooie Leeuwerik van de Hongaarse auteur Desző Kosztolányi als tip van studievriendin Machteld en werd Waagstukken van Charlotte Van den Broeck mij recenter aangeraden door vriend en oud-collega Thomas. De betere boekhandel heeft doorgaans ook een tafel met originele tips. Vorige week ontdekte ik het pareltje Hordubal van Karel Čapek bij De Zondvloed in Mechelen en dat is meteen een boekhandeltip.

IMG_3133b

Kies een boek in functie van de tijd die je hebt
Grand Hotel Europa las ik bewust in de paasvakantie omdat ik dan tijd zou hebben om dit meesterwerk te laten inwerken. Dikkere boeken lees ik liever op momenten dat ik wat meer tijd heb zodat de leeservaring niet al te veel uitgerekt wordt. Tijdens mijn zomervakantie ben ik dagelijks bezig met na te denken over welke boeken ik nu echt gelezen wil hebben. Ik ben overigens ook geen voorstander van lezen als inslapertje. Wel ligt op mijn nachtkastje steevast een non-fictie boek dat bestaat uit korte, losse stukjes. Op die manier kan ik nog wel iets lezen voor ik ga slapen zonder een volledig verhaal uit het oog te verliezen.

Lees niet te veel van hetzelfde achter elkaar
Ik lees nooit twee keer iets van één auteur na elkaar omdat ik dan het idee heb dat er een vorm van gewenning intreedt. Bovendien denk ik dat het dan ook lastiger wordt om boeken van elkaar te onderscheiden. Juist als je heel verschillende boeken na elkaar leest, wordt het gemakkelijker om de eigenheid daarvan te ontdekken én te waarderen. In 2007 (het jaar dat ik afstudeerde als literatuurwetenschapper) ontdekte ik het oeuvre van Willem Frederik Hermans, tot op heden één van mijn helden van de literatuur. Ik heb toen maandenlang een WF Hermans afgewisseld met iets anders. Als je eens helemaal uit je comfortzone gehaald wil worden, dan kan het een idee zijn om deel te nemen aan een zogenaamde Reading Challenge. Via diverse opdrachten (bijvoorbeeld: lees een boek van een auteur met jouw initialen) moet je dan noodgedwongen op zoek gaan naar uiteenlopende boeken.

Schrijf op wat je wanneer las
Dat ik kan zeggen in welk jaar ik door een WF-Hermans-fase ging, komt omdat ik als sinds mijn kindertijd een schrift heb waarin ik mijn leeservaringen noteer: titel, auteur, datum van uitlezen en een quotering op de misschien wat vreemde schaal van 1 tot 5. Ik koester dat schrift. Doorheen de jaren zie je mijn geschrift veranderen, wandel ik van de kinderboeken naar de jeugdromans, fiets ik door de adolescentenliteratuur naar de Literatuur voor Grote Mensen en maakte ik tijdens mijn opleiding heel wat uitstapjes naar eerder onbekende literaire oorden, met wisselend succes. Door dat overzicht kan ik tendensen ontwaren. Ik heb er al aan gedacht om mijn schrift te digitaliseren. Hoewel het hierdoor gemakkelijker zou zijn om boeken op te zoeken, gaat er dan ook heel veel charme verloren. Voorlopig hou ik het dus ouderwets op papier.

Boeken herlezen is wellicht een utopische gedachte
Ik las veel toen ik net ging studeren en dus amper literaire bagage had. Daarom vraag ik me af of ik nu net zo kapot zou zijn van Ernest Hemingway’s The Sun Also Rises en of ik William Faulkners modernistische roman The Sound and the Fury nu wel naar waarde zou kunnen schatten. Ook zou ik maar wat graag nogmaals het betoverende effect ervaren van boeken die ik recent de hemel in prees. Ik heb me er echter bij neergelegd dat ik niet heel snel zal gaan herlezen. Simpelweg omdat er nog zoveel te lezen en te ontdekken valt en ik niet bepaald tijd op overschot heb.

Lees eens een klassieker
Toen ik studeerde las ik heel wat boeken die tot de klassieke canon van de wereldliteratuur behoren. Soms zijn die klassiekers verrassend toegankelijk. Misdaad en straf blijft een ijzersterk boek en best goed verteerbaar, net zoals The Picture of Dorian Gray en Frankenstein. Nu grijp ik minder snel naar die oerklassiekers omdat ze ook iets afschrikwekkend uitstralen. Het is soms werken geblazen en mogelijk hou je er een indigestie aan over. Om die reden kwam ik nog niet toe aan De toverberg van Thomas Mann (klepper met filosofische insteek over “mens zijn”) en bleef ook Moby Dick (veel uitweidingen over walvisvangst) van Herman Melville tot dusver onaangeroerd in de kast staan. Elke kerstvakantie neem ik me bovendien voor om aan Oorlog en vrede van Tolstoj te beginnen. En die verduivelde Amos Oz laat me ook niet los.

 

Het boek – Lezen in tijden van lockdown #2

Met de voorzichtige heropstart van de scholen en mijn eigen verhuizing in het verschiet, staat ook mijn leestempo op een lager pitje. Helaas. Jullie hebben echter nog boeken te goed die mijn coronaperiode kleur gaven. Hoop en vermaak in onzekere tijden. Een goed boek moet, wat mij betreft, in de eerste plaats een sterk verhaal brengen dat leesbaar en begrijpelijk is voor de gemiddelde mens. Ik haak af als auteurs te opzichtig hun literaire kunsten tentoon spreiden of als een verhaal verteld wordt met zoveel afstand dat het eerder een gedachte-experiment lijkt te zijn dan een vertelling van vlees en bloed. Een goed boek is stilistisch verzorgd en zet mij aan tot nadenken over mezelf of de wereld. Ik wil iets bijleren: feitelijke kennis, andere standpunten of inzichten. Tot slot mogen ook gevoel voor humor en tragiek nooit ver weg zijn. Zo gaat dat immers in het echte leven. Bij deze stel ik jullie vier steengoede boeken voor waarbij ik met pijn in het hart de laatste pagina omsloeg.

IMG_2636b

Waagstukken – Charlotte Van den Broeck
Architectuur is zowel kunst als functionaliteit. Ik heb er nooit eerder bij stilgestaan dat architecten in zekere zin waaghalzen zijn omdat ze hun persoonlijke werk tonen in de openbare ruimte. Charlotte Van den Broeck vertelt de levensverhalen van 13 architecten die zich waagden aan een bijzonder project en zich uiteindelijk van het leven beroofden. Een ietwat vreemde insteek, zou je denken. Als je dan nog eens weet dat Van den Broeck debuteerde als dichter, amper 28 jaar oud is en dat ze in Waaghalzen schippert tussen een essayistische en autobiografische aanpak, dan zou je kunnen denken dat ze te veel hooi op haar vork heeft genomen. Niets is minder waar. Elk hoofdstuk is boeiend en verrassend. Motieven die steeds terugkeren zijn die van de kunstenaar als mens en falen in al zijn facetten. Middelmatigheid is wreder dan domweg mislukken. Het bijzonderste verhaal vond ik dat van George Arthur Crump die aan het begin van de 20e eeuw de Pine Valley Golf Course in New Jersey ontwierp. Een prestigieus project dat resulteerde in een golfterrein waar het gras maar niet wilde groeien, symptomatisch voor Crumps leven. Pine Valley is vandaag de dag enkel toegankelijk voor een select groepje en hult zich dus nog steeds in een waas van mysterie.

De geesten – Yves Petry
Sinds Liefde bij wijze van spreken ben ik fan van Yves Petry. Qua schrijfstijl zijn er weinig auteurs uit de Lage Landen die aan hem kunnen tippen. In De geesten volg je het verhaal van de derdewereldarts Mark Oostermans die abrupt terugkeert uit een vluchtelingenkamp uit West-Afrika waar hij op missie was. Aanvankelijk lijkt daar één specifieke aanleiding voor te zijn. Naarmate het verhaal vordert, merk je dat er meer speelt. Mark Oostermans blijkt op z’n zachtst gezegd een beschadigde mens te zijn die zijn ex-vriendin niet kan loslaten. Bovendien botste hij ook met het hoofd van het medische team, een ex-jezuïet die er bijzondere standpunten over vluchtelingenwerk op na houdt. De geesten is een straf boek over de drijfveren van weldoeners, over leven en de dood, over de gruwel en onzin van de oorlog, over de totale onredelijkheid die daarmee gepaard gaat en machteloosheid waar we allemaal in meer of mindere mate mee geconfronteerd worden.

IMG_2638b

Little Fires Everywhere – Celeste Ng
In maart ging de achtdelige gelijknamige serie in première. Reese Witherspoon en Kerry Washington vertolken de hoofdrollen van respectievelijk Elena Richardson en Mia Warren: twee vrouwen die sterk in hun schoenen staan. Mia is een artistieke, alleenstaande moeder. Met haar tienerdochter Pearl komt ze in het huurhuis wonen van Elena Richardson, een vrouw die alles voor elkaar lijkt te hebben door standvastig haar principes te volgen. Rules existed for a reason: if you followed them, you would succeed. Mia en Elena lijken goed met elkaar te kunnen opschieten, maar hoe meer hun levens met elkaar verstrengeld raken, hoe meer barsten hun band begint te vertonen. Het verhaal begint met het huis van de Richardsons dat in lichterlaaie staat, een huisbrand die werd aangestoken door de jongste dochter des huizes. Vonken die alle kanten opschieten en heel veel kleine brandjes zijn hieraan vooraf gegaan. Naast intrigerende personages, biedt dit boek ook een gelaagd portret van Amerika in de nineties, waar interraciale conflicten nooit ver weg zijn. Ik hoop van harte dat de eigenheid van dit boek niet verloren is gegaan in een fancy Hollywood-saus.

De kolibrie – Sandro Veronesi
Marco Carrera kreeg als kind de bijnaam de kolibrie vanwege zijn kleine gestalte. Ook als hij zijn groeiachterstand inhaalt, blijft die bijnaam hem achtervolgen. Dat een kolibrie met 80 vleugelslagen per minuut schijnbaar bewegingloos in de lucht kan blijven hangen, is een treffend beeld dat Veronesi uitstekend weet uit te spelen. Net zoals dat van de allesverwoestende kracht van een draaikolk, behalve als je je heel dicht bij de kern bevindt. Veronesi lijkt met elke roman aan te tonen dat hij nog iets achter de hand heeft. De kolibrie is wederom een schitterend staaltje vakmanschap! Het levensverhaal van Marco Carrera situeert zich tussen 1959 en 2030. Prozaïsche hoofdstukken doorspekt met culturele verwijzingen worden afgewisseld met e-mails, passionele brieven en telefoongesprekken. Een magisch en obscuur sfeertje is altijd aanwezig. Bovendien wordt Leuven genoemd en speelt ook Parijs een rol in het verhaal. Na afloop wist ik niet zo goed of ik nu diep respect dan wel medelijden moest hebben voor Marco Carrera.

IMG_2639b

Als de tijd schaars is, ben ik een kei in het combineren van verschillende activiteiten. De foto’s maakte ik dan ook tijdens een kort mountainbikerondje in Bertem. Het is eens iets anders om aan hoge snelheid een afdaling te nemen met vier boeken op je rug.

Het boek – Voorleestips voor jong en oud #3

De berenjacht is nog open. Pluche beren in allerlei formaten staan achter ramen om door kinderen “gevangen” te worden. Die berenjacht-wandeling is gebaseerd op een oerklassieker onder de prentenboeken: Wij gaan op berenjacht van Michael Rosen. We’re Going on a Bear Hunt, zoals het boek oorspronkelijk heet, is het favoriete voorleesboek van de tweejarige Julian. Op vrijdag 13 maart was hij jarig, maar ons land ging in lockdown light en Julians verjaardagsfeestje ging dus niet door. Als troost werd hem wellicht een extra boekje voorgelezen. Julian is het zoontje van mijn goede jeugdvriendin Elizabeth en haar man Samuël. Baby Julian stal meteen mijn hart. Aan schattigheid en charmes heeft hij namelijk geen gebrek. Recent verkoos hij een truitje dat ik voor hem maakte tot zijn allereerste lievelingskledingstuk. Wat een eer! Bovendien blijkt Julian ook een volbloed book lover te zijn, net zoals zijn mama.

DSCF3858 kopie

Elizabeth en ik… we go way back! We zaten samen in de eerste kleuterklas en later ook op de lagere school. Dat betekent dat we elkaar dus 32 jaar kennen, bijna ons hele leven. Als ik aan Elizabeth denk – nu durf ik haar Eli te noemen, vroeger had ze daar een hekel aan – dan denk ik aan boeken. We waren allebei die-hard lezers die wekelijks naar de bibliotheek gingen om een nieuwe dosis leesvoer (vijf boeken, het maximum dat je kon ontlenen) aan te slepen. Boeken over paarden werden verslonden, want ook de dierenliefde was er eentje die we deelden. We schreven brieven naar elkaar op briefpapier met dieren, ook al zagen we elkaar dagelijks op school. We signeerden die met een “geheim symbool” dat ik hier dus zeker niet zal delen. Ik herinner me nog heel goed hoe fascinerend ik het vond dat Elizabeth even goed Engels als Nederlands kon. Bij de Australisch-Belgische familie Carlon werd thuis namelijk Engels gesproken. Zo leerde ik ook de boeken van The Famous Five kennen en de Australische paardenfilm The Silver Brumby (aanrader!). Wat ik zo mogelijk nog vreemder vond, was dat Elizabeth Engels kon lezen en begrijpen, maar het niet kon vertalen. Ik herinner me hoe we het in het derde leerjaar naast elkaar zaten te lezen. Elizabeth las Alice in Wonderland van Lewis Carroll, in het Engels dus. Ze moest om iets lachen. Ik vroeg of ze kon vertellen wat er zo grappig was, maar hoe hard ze ook probeerde: dat kon ze me dus niet uitleggen.

Wanneer ik nu Alice in Wonderland zie passeren, herbeleef ik dat moment opnieuw. Ik vroeg Elizabeth naar haar eigen voorleesherinneringen. Ook daar blijkt een rijke fantasie de boventoon te voeren. Mama heeft de zeven delen van The Chronicles of Narnia allemaal voorgelezen aan ons. We vonden die magische fantasierijke wereld écht geweldig. We wilden zo graag één van die kindjes zijn, zodat we zelf al die avonturen konden meemaken. Ik ging af en toe eens in mijn kast kijken om te zien of daar echt geen doorgang was! Toen de films uitkwamen (we waren toen al twintigers) keken we er alle drie heel erg naar uit om die mooie boeken omgezet te zien in film, maar dat was toch een tegenvaller. In onze hoofden was het allemaal anders en beter… de films konden niet tippen aan de sfeer die in de boeken gecreëerd werd. Een ander boek dat ik me ook herinner is Pluk van de petteflet, een klassieker uiteraard. Dit werd ook op school voorgelezen. Ik vond het leuke en ontspannende verhaaltjes, maar de boeken van Narnia hebben een veel grotere indruk achtergelaten.

DSCF3873 kopie

Ik vroeg Elizabeth ook naar de voorleesgewoontes van Julian. Die nemen grootse vormen aan, zo blijkt. Julian is echt een boekjesfanaat, als je hem laat doen ben je de héle dag boeken aan het lezen. Soms verstoppen we boekjes als we ze echt beu zijn. Bumba bijvoorbeeld. Vooral in de voormiddag lezen we veel, als hij net wakker is. Dat zijn er minstens 4 à 5 na elkaar. Hij kiest altijd zelf een boek, zowel Engels en Nederlands. We hebben iets meer Engelse boeken omdat mama dat altijd als cadeau geeft. Ondertussen kent hij veel boekjes al quasi van buiten en kan hij de zinnen zelf aanvullen of uit z’n hoofd opzeggen. Vaak als hij aan het spelen is met z’n duplo mannetjes, horen we hem zinnetjes uit bepaalde boekjes opzeggen. Sinds hij Bear Hunt leerde kennen, is één van zijn knuffels, een bruine beer die hij nooit echt speciaal vond, ineens zijn lievelingsknuffel geworden. Hij sleept hem overal mee naartoe, soms moet hij zelfs mee op de fiets. Hij is door het boekje helemaal zot van beren! Hij kijkt ook graag naar de film, die wij persoonlijk zelfs nog beter vinden dan het boek, wat niet vaak gebeurt. Als hij de film wil zien, zegt hij altijd “beantje kijken” en dan zie je z’n gezichtje helemaal opfleuren en zegt hij de tekst mee op.

DSCF3869 kopie

Elizabeth spreekt, net zoals haar zussen dat doen met hun kroost, altijd Engels met Julian. Engels als moedertaal in letterlijke zin dus, de gelukzak! Julian pikte het Engels even snel op als Nederlands. Dat merk je aan het feit dat sommige eerste woordjes in het Nederlands komen en sommige in het Engels. Dat zijn dan woorden die ik veel gebruik in het Engels of Samuël in het Nederlands. Je merkt wel dat als Samuël een paar dagen meer met hem is bezig geweest, hij meer Nederlands praat. Als ik dan de dag erna tijd met hem doorbreng, praat hij weer meer Engels. Boeken helpen wel heel erg met zijn taalontwikkeling. Het boekje van Bear Hunt kan hij volledig mee zeggen en hij spreekt het ook echt met een goed Engels accent uit. In het begin liep het wat door elkaar, maar nu merk je dat hij door heeft dat hij tegen mij Engels moet praten en tegen Samuël Nederlands. Hij kan ook heel triomfantelijk kijken als hij iets in het Engels gezegd heeft. Zo zei hij onlangs tegen mij terwijl hij z’n tut overhandigde “don’t need the dummy, dummy is for sleeping” omdat ik dat altijd zeg. Met z’n neefjes en nichtjes praat hij in het algemeen niet veel. Meestal is het gewoon non-verbaal samen spelen en lachen.

DSCF3880 kopie

Bedankt, Elizabeth voor de prachtige foto’s en de boekenervaringen! Je bent niet alleen een fantastische vriendin, maar ook een bewonderenswaardige mama die ten allen tijde haar nuchterheid zal bewaren. Ik duim dat we snel weer eens samen kunnen gaan lunchen of bubbels drinken. In afwachting daarvan moeten we misschien weer eens brieven sturen op koala-briefpapier?

De voorleeslijst #3
We’re Going on a Bear Hunt of Wij gaan op berenjacht – Michael Rosen (wie inspiratie nodig heeft of de juiste melodie wil kennen: de auteur geeft hier het goede voorbeeld)
The Chronicles of Narnia – C.S. Lewis
Pluk van de petteflet – Annie M.G. Schmidt