Het boek – De stem van het Noorden

In Noorwegen vieren ze vandaag hun nationale feestdag. De Dag van de Grondwet is een familiedag waarop de Noren ijsjes en hotdogs eten en zich hullen in de bunad, hun traditionele klederdracht, terwijl ze naar een wuivend koningspaar kijken. Of toch iets in die trant. In de liefde is het onmogelijk te zeggen hoe en wanneer de vonk overspringt of wanneer het echt begint te knetteren. Dat geldt ook voor mijn hart dat sneller gaat kloppen voor Noorse literatuur. Ik was echter nog nooit in Noorwegen en, eerlijk is eerlijk, ik weet niet of de Noorse literatuur veel toeristen naar het land zal trekken. Ik leerde dat Noren een innige band kunnen hebben met de vaak ondoorgrondelijke natuur en dat daar ook een verwoestende kracht van uit gaat. Een aanleg voor melancholie en donkere gedachten is hen niet vreemd en bovendien blijken hun personages vaak van het type met een serieuze hoek af te zijn. Een verstoorde relatie met het zonlicht in combinatie met isolement in het dagelijks leven zitten hier wellicht voor iets tussen. Op deze bijzondere feestdag vertel ik graag wat meer over mijn aanraders van die gekke, donkere bovenburen en neem ik jullie en passant mee op een trip langs de boekwinkels waar ik graag over de vloer kom.

Ik denk dat mijn initiële vlam voor de Noorse literatuur ging branden door Karl Ove Knausgård en diens veelbesproken zesdelige Mijn strijd-reeks. Een auteur die houdt van slow writing en met gemak 70 pagina’s aan een stuk kan vertellen over één namiddag waarop hij een vriend ging bezoeken: ik hou daarvan. Zonder meer verslavende literatuur en terecht alom bejubeld als je het mij vraagt. De liefde werd vervolgens bestendigd door Tarjei Vesaas. Zijn verborgen parels werden recent opgevist in Nederlandse vertaling. Zowel De vogels als Het ijspaleis lieten een onuitwisbare indruk na en zal ik een leven lang de hemel in prijzen. Matias Faldbakken gooide nog wat hout op het laaiende kampvuur met De Hills (lang leve het hotel-boek) en Wij zijn met vijf (knotsgekker worden boeken niet geschreven).

Vorig jaar begon ik mijn zomervakantie in Den Haag met Dagen in de geschiedenis van stilte van Merethe Lindstrøm, een leestip die ik in heel wat lijstjes tegenkwam. Het bleek absoluut een voltreffer om de vakantie mee op gang te schieten. Ik was zelf ook wel toe aan wat stilte. Lindstrøms roman is er vooral eentje waar je heel stil van wordt, het type boek waarbij je vaak moet slikken om de krop in je keel weg te krijgen. Voor het ruigere natuurwerk kon ik in het najaar dan weer terecht bij Roy Jacobsen en diens eiland-trilogie over de familie Barrøy die het zwaar te verduren krijgt op het gelijknamige eiland. Ik kocht het tweede deel Witte zee zeer toepasselijk bij boekhandel Corman in Oostende op een moment dat het hard waaide in november.

Dat najaar werd de Nobelprijs voor Literatuur toegekend aan Jon Fosse. Een Noor die een rijk oeuvre van zowel romans als theaterstukken bij elkaar schreef. Zijn novelle Een schitterend wit kocht ik bij Plato in Tienen en was het eerste boek dat ik in 2024 las. Later zou blijken dat dit de officieuze start was van mijn Noorse leesfase. Er gaat een aantrekkingskracht uit van een Nobelprijswinnaar, al zijn de laureaten van de afgelopen decennia soms ook zo literair dat ze quasi onleesbaar zijn. Een schitterend wit behoort zeker niet tot die categorie, al wist ik ook niet echt wat ik er dan wel van moest vinden. Een man rijdt zich vast in de sneeuw, loopt doelloos het bos in en weet het dan ook zelf niet meer. Boeiend en eens iets helemaal anders, dat wel. Bij Plato kocht ik ook Voordat ik brand van Gaute Heivoll. Hij vertelt het waargebeurde verhaal van het kustdorp Finsland dat in de ban is van een pyromaan. Zei ik al dat de Noren het graag donker hebben? Een verhaal dat mij deed denken aan Het boek Daniël van Chris De Stoop, eveneens een non-fictie verhaal dat een inkijk geeft in naargeestige hoeken van de mens en hoe het soms stevig misloopt.

IMG_4169b

Op een wat luchtiger elan leek ik verder te gaan met Kjersti Anfinnsens Momenten voor de eeuwigheid dat ik ontdekte bij BARBÓÉK in Leuven. Een oude Noorse vrouw overpeinst in Parijs haar leven, wikt en weegt de keuzes die ze gemaakt heeft om vast te stellen dat haar leven nog niet geleefd is. Aanvankelijk voelde ik teleurstelling toen bleek dat de roman was opgebouwd uit korte dagboekfragmenten. Onterecht, want ik werd helemaal meegesleept in het levensverhaal van de norse Birgitte. Niks beter trouwens dan mensen die hun ogenschijnlijk saaie leven van naaldje tot draadje bespreken. Al helemaal als het ook grappig is. Net zo fascinerend vond ik het personage Albert die met zijn breiende vader in Hässelby woont. De roman Hässelby mag dan genoemd zijn naar een kleurloze Zweedse voorstad, hij is wel degelijk van de Noorse hand van Johan Harstad: de man die ons ook het lijvige en indrukwekkende Max, Mischa & het Tet-offensief bracht. Hässelby is net zo eigenzinnig als Naboekov in Sint-Truiden waar ik dit boek vond. Vergis je niet, de Noren kunnen met veel vaart vertellen.

Eigenheid en een zwierige stijl vond ik ook bij een oerklassieker van de Noorse literatuur: Honger van Knut Hamsun, Nobelprijswinnaar in 1920. Een jonge ambitieuze Noor wil schrijver worden, komt aan in Amerika en heeft vooral veel honger. Het autobiografische debuut van Hamsun voelt bijzonder fris aan voor een verhaal dat verscheen in 1890. Een boek dat duidelijk maakt hoe diepgeworteld een schrijversdroom kan zitten en welke opofferingen een mens bereid is daarvoor te maken. Ik werd bij De zondvloed in Mechelen gecomplimenteerd met mijn keuze voor Honger. Altijd fijn als de boekhandelaar zegt dat het goed is. Naar Hamsuns oeuvre wordt ook met de nodige egards gekeken in De halfbroer van Lars Saabye Christensen. In omvang een klepper van formaat die ook een moderne Proust wordt genoemd. Ik zag dat wel zitten. Zeker omdat ik het boek wist te vinden bij Colette in Den Haag. Als je eens echt wil snuisteren en struikelen over de boeken dan ben je bij dit antiquariaat aan het juiste adres. De eindeloos uitweidende vertelstijl vroeg soms wat inspanning, maar ik kon me volledig overleveren aan de turbulente levenswandel van halfbroers Barnum en Fred. Soms is het gewoon fijn om rond te plot heen te drijven in plaats van krachtig vooruit gestuwd te worden. En zoals steeds weten de Noren dat humor levens- en leesreddend kan zijn.

Tot slot las ik Nacht, het vierde deel van Knausgårds reeks. Wederom Knausgård ten voeten uit: psychologisch diepgravend, overmatig drankgebruik en getroebleerde familiebanden. Wederom heb ik er intens van genoten. Inmiddels heb ik een nieuwe, minder geografische beperkte en ietwat zonnigere leesfase ingeluid. Geloof het of niet, maar soms bestaat er geen beter medicijn tegen het donker dan een portie Noorse leestragiek. Een welgemeende cheers op mijn Noorse literaire vrienden, dat licht en lucht toch op z’n minst vandaag hun deel mag zijn!

IMG_4161b

Het boek – De lezer en het interview

Een lezer heeft altijd iets te vertellen. Met dat idee liet ik mijn leerlingen van het vijfde jaar ergens aan het begin van het schooljaar een lezer uit hun omgeving interviewen. Tijdens de voorbereiding in de klas wierp ik mezelf gewillig op als vrijwilliger om te testen welk type vragen een boeiend antwoord opleveren. Ik hoopte bovendien dat mijn doorgaans niet bepaald boekminnende kinderen door middel van een persoonlijk verhaal wat meer te weten zouden komen over waarom mensen wél graag lezen en wat dat voor hen betekent. De geïnterviewde lezer moest iemand uit hun omgeving zijn die jonger dan 12 of ouder dan 18 was. Mama’s werden daarbij het vaakst onderworpen aan een vragenvuur naar hun leesgewoontes, op de voet gevolgd door de lezende papa’s. Oma’s en opa’s waren eveneens van de partij, net zoals de broers, zussen en goede buren. Dit zijn opdrachten die ik met heel veel plezier lees omdat ik een inkijkje krijg in het leven van mijn leerlingen en wie hen zoal lezend omringt. Reden te meer om uit al dat moois wat met jullie te delen.

Laat ik beginnen met wat een zee van herkenbaarheid bleek te zijn voor heel wat geïnterviewde lezers: de jeugdauteurs die een bijzonder plekje hebben veroverd in lezende kinderharten en zaadjes hebben geplant om lezertjes te laten groeien. Twee namen steken daar met kop en schouders boven uit: wie anders dan Roald Dahl en de Harry Potter boeken van J.K. Rowling. Daarnaast keerden ook Jan Terlouw, Thea Beckman en Astrid Lindgren vaak terug als vroege leesherinneringen. Net zo herkenbaar lijken de redenen te zijn waarom mensen zo graag lezen: het is de ultieme vorm van ontspanning waarbij je je terug kan trekken in je eigen hoofd, maar wel in een andere wereld. Lezen verruimt je blik en houdt je hoofd gezond. Het gaat om je kunnen inleven in personages. Heel wat lezers hebben daardoor al eens moeten afkicken van een verhaal. Uitgeverijen die in tijden van crisis beknibbelen op covers en vormgeving zouden dat beter niet doen. Een boek keuren op basis van de omslag is namelijk de uitgelezen manier om een keuze te maken. Het papieren boek is nog lang niet passé, net zoals de liefde voor een eigen bibliotheek of die van de plaatselijke gemeente.

IMG_3386b

Mijn leerlingen peilden in hun interviews vaak naar dat ene lievelingsboek of boeken die levens hebben veranderd. In het Nederlands bleek dat meermaals Sprakeloos van Tom Lanoye te zijn, Oorlog en terpentijn van Stefan Hertmans en ook De zondvloed van Jeroen Brouwers. In de categorie non-fictie staat Rutger Bregman met stip op nummer 1 met zijn De meeste mensen deugen. Ook heel wat populaire titels van de afgelopen decennia passeerden de revue. Om te beginnen De schaduw van de wind van Carlos Ruiz Zafón dat menigeen in betovering heeft gebracht, net zoals De alchemist van Paolo Coelho en Het parfum van Patrick Süskind. In de categorie “raak eens een gevoelige snaar” werden velen (begrijpelijk) geraakt door Stoner, de verborgen parel van John Williams. De liefhebbers van het tranendal vonden hun gading bij Hanya Yanagihara’s A Little Life. De meest recente titel die de gemoederen beroerde bleek Where the Crawdads Sing van Delia Owens te zijn.

Aan liefhebbers van het klassieke werk was er absoluut geen gebrek. Ik was verheugd dat Honderd jaar eenzaamheid van Gabriel García Márquez, één van mijn lievelingsklassiekers vaak vernoemd werd. Ik kon me ook helemaal vinden in de vermelding van A Farewell to Arms, mijn lievelingswerk van Ernest Hemingway. John Irving scoorde met The World According to Garp. Jane Austen en haar Pride and Prejudice vertegenwoordigde de geëmancipeerde vrouw in de 19e eeuw met verve. Ik las een lofzang op Don Quichot waardoor ik nu toch lichte druk voel om me eens aan die klepper te wagen. Er bleken ook heel wat fans van het (zwaardere) Russische werk onder de geïnterviewde lezers. Misdaad en straf en de mentale helletocht van Raskolnikov kwam vaak terug. Ook Lolita werd geprezen om het taalspel dat Vladimir Nabokov op de lezer loslaat. Het vurigste pleidooi kwam zonder twijfel van een lezer die in het spoor van Boelgakovs De meester en Margarita een reis door Rusland had gemaakt. Ze las de roman inmiddels 4x in het Nederlands en 3x in het Russisch.

IMG_3354b

Heel wat lezers droomden van literaire dates met hun favoriete auteurs of personages. Zo was er een mama die maar al te graag een romantische avond met Bart Moeyaert wil doorbrengen omdat ze, geboeid door zijn schrijfstijl, meer wil weten over hoe hij in het leven staat. Een papa wilde postuum iets gaan drinken met Jeroen Brouwers omwille van de geniale wijze waarop hij zijn eigen hoop en verlangens deelt in zijn oeuvre. Hij had ook vragen over het schrijfproces van de naar verluidt Beste Pen van de Nederlandstalige Literatuur. Er was ook een oma die een ontmoeting met Isabel Allende wel zag zitten. Ze zou haar willen vragen hoe het nu gaat met haar kinderen en de moeilijke relaties die ze heeft gehad met de mannen in haar leven. Ook de politieke situatie in Chili zou een gespreksonderwerp kunnen zijn. Van levensreddende aard zou de ontmoeting tussen een papa en Werther uit Het lijden van de jonge Werther zijn. Om te kunnen voelen hoe diep de liefde kan snijden en met de hoop de jongeman te kunnen redden van de ondergang door middel van een goed gesprek en wat medeleven.

Lezers kunnen een heel intieme band hebben met een auteur. Een mama las Gloed van Sándor Márai toen ze haar partner leerde kennen. Het verhaal over onvoorwaardelijke liefde was zowel herkenbaar als toepasselijk voor dat bijzondere moment in haar leven. Ze heeft het boek om die reden al meermaals herlezen en schreef nadien ook een gedicht voor haar partner dat geïnspireerd was op dit boek. Er was ook een grote fan van Haruki Murakami die al zijn boeken gelezen heeft en ongeduldig wacht op nieuw werk van de Japanse topauteur. Erg herkenbaar vond ik de manier waarop ze beschreef hoe Murakami als geen ander zijn lezer kan meeslepen in zijn eigen universum en de bespiegelingen die hij geeft op het leven. De sfeer die hij creëert is uniek, verslavend zelfs, meer dan dat de plot belangrijk is. Ook mijn favoriete Noorse auteur Karl Ove Knausgård werd geëerd omdat iemand van hem leerde dat er juist een enorme kracht uitgaat van je kwetsbaar durven opstellen.

IMG_3375b

Het meest kwetsbare verhaal kwam van een papa die zichzelf op de één of andere manier kon herkennen in het personage Frans Laarmans uit Elschots oerklassieker Kaas. Laarmans is een klerk bij een scheepvaartmaatschappij die via zijn broer (een dokter) veel contacten van hogere stand heeft. Zo komt hij in contact met een kaasmaker die iemand zoekt om zijn kaas te verkopen. Hij gaat het kaas-avontuur aan, maar vanaf het begin weet hij dat hij er niet voor geschikt is. Hij beschikt over de nodige capaciteiten, maar heeft niet de overtuiging om er vol voor te gaan. Hij voelt zich een bedrieger. In dit personage herkent mijn vader een verborgen zelfrelativering, het gevoel dat ondanks alles wat je wil zijn en probeert te zijn, het een soort van façade of masker is en je eigenlijk weet dat je maar een showman bent. Dat je volledig ontoereikend bent voor het echte, publieke leven, en je voelt dat je ook academisch of als vader en echtgenoot tekortschiet.*

IMG_3364b

Onder de lezers waren er ook wat die (al dan niet stiekem) ooit droomden van een carrière als schrijver. Zo was er een papa die vertelde hoe hij ooit geprobeerd heeft om zijn gedachten op papier te zetten in een boek over zijn eigen leven. Hij begon hieraan toen hij 25 jaar oud was, met de bedoeling het als een soort therapie te gebruiken. Na het schrijven van één hoofdstuk besefte hij dat het niet zo goed hielp als hij verwachtte en is hij gestopt met schrijven.* We zullen dus nooit weten welk literair talent er al dan niet verloren is gegaan. Er was ook een leerling die haar schrijvende oma had geïnterviewd. Volgens mijn oma is schrijven altijd een verborgen talent van haar geweest. Ik ben het hier niet mee eens, mijn oma heeft mensen laten lachen dankzij taal, ze heeft haar mening kunnen en durven uiten en ze heeft zo veel mensen kunnen ontroeren met haar gedichten en verhalen, waaronder ik. Dan is schrijven toch geen verborgen talent? Nee, dan is schrijven een passie. Ik kan met trots zeggen dat mijn oma een schrijfster is. Misschien niet degene die zij verwacht had te zijn, maar ze is er één op haar eigen originele manier, haar manier om mijn schrijfster te zijn.*

Uit de teksten van mijn leerlingen leerde ik wat een reading slump is. Ik werd een beetje jaloers op een persoonlijke bibliotheek die maar liefst 1300 boeken telt. Ik ben bovendien erg benieuwd naar The Killers van Hemingway, een kortverhaal waarin zogenaamd niets gebeurt, maar waarin de spanning te snijden is. Ik ben al mijn leerlingen zoals steeds veel dank verschuldigd voor de inspiratie. In het bijzonder deed ik iets met de teksten van Aisha, Alex, Amos, Ana, Babette, Bagas, Bas, Bo, Camila, Daan, Eva, Florentina, Ilham, Jan, Jaira, Jana, Janne, Jesse, Jitte, Jozefien, Jules, Juul, Kamiel, Kasper, Lars, Lena, Leon, Leylani, Lila, Lilith, Loes, Lore, Louis, Lucien, Margo, Marit, Marjan, Matthia, Mats, Merel, Mina, Mira, Mohamed, Myrthe, Nena, Nika, Noor, Pablo, Pauline, Pixie, Rebecca, Roos, Sam, Sophia, Stan, Stephanie, Vos, Wietse, Yara, Vicky en Zakaria. De citaten aangeduid met een * heb ik letterlijk overgenomen.

IMG_3381b

Het boek – Het verhaal van de titel

Lang lang geleden gaf iemand mij bij wijze van grap de Joke Omnibus, drie verhalen over de blonde Joke van Vliet die met haar blauwe ogen parmantig de wereld inkijkt. Het is een oud jeugdboek dat door de holle dialogen voor geen meter leest en hopeloos gedateerd is, maar dat ik puur uit symbolische overwegingen wel ben gaan koesteren. Een leven in drie verhalen: het sloot naadloos aan bij een opdracht die ik kreeg van mijn psycholoog om het boek van mijn leven te maken (klinkt zwaar en dat is het ook). In een fysiek boek, in principe eender welk, bracht ik hoofdstukken aan met een zelfgekozen titel om zo mijn levenspad tot dusver samen te vatten. Mijn levensboek kreeg de titel Heaven, Hell and Mademoiselle, naar de roman van Harold Carlton die ik aantrof in een stapel oude boeken. Het donkere en het lichte, de intensiteit en ik die daar een beetje tussendoor wandel, strompel of paradeer, al naargelang: ik zag het wel voor me. Een titel die leest als een leven dus. Ik ging wat verder nadenken over romantitels die mij aanspreken van boeken die ook nog eens het lezen waard zijn: hier volgt een overzicht.

IMG_2917b

Een sprekende naam doet het ook als titel goed. Neem nu hét boek van het moment: het terecht alom bejubelde Alkibiades van Ilja Leonard Pfeijffer. Allesbehalve een voor de hand liggende of eenvoudige naam, net zoals het boek dat ook niet is. Wél de enige juiste titel om het omvangrijke levensverhaal van de Atheense strateeg te vertellen in een roman waarin fictie en non-fictie heel nauw met elkaar verweven zijn en Alkibiades zelf het woord neemt. Ik hou eveneens van de literaire personages Elizabeth Costello van J.M. Coetzee en Elizabeth Finch van Julian Barnes die elk een boektitel zijn en waarvan je hoopt dat ze stiekem toch bestaan hebben. Net zoals de enige echte Mrs. Dalloway van Virginia Woolf die zelfs bijna 100 jaar na publicatie nog steeds een springlevend personage is dat wel wat parallellen vertoont met het bewogen leven van Virginia Woolf zelf.

Een eenvoudige titel kan helemaal raak schieten. Het collage-achtige De jaren van Nobelprijswinnares Annie Ernaux is een indringend tijdsdocument van de jaren 1941 tot 2006 dat toch heel persoonlijk aanvoelt. De jaren, want dat is nu eenmaal een zekerheid: de tijd die verstrijkt. Mijn Noorse held Karl Ove Knausgård houdt het eveneens graag simpel. Het is te zeggen: hij is een man van veel woorden die maar liefst zeven lijvige romans nodig had om zijn levensverhaal, de Mijn Strijd serie, op te tekenen. Elk deel heeft een titel van slechts één woord. Ik las al Vader, Liefde en Zoon en kon niet anders dan vaststellen dat een kernachtige titel de enige werkbare is voor de eindeloze, maar ook heel verslavende beschrijvingen en observaties van Knausgard.

Ik laat me graag meevoeren door titels die een verhaal op zich zijn. Of hoe overdaad soms in het geheel niet schaadt. Niemand kan zo mooi over Parijs schrijven als Patrick Modiano. Toegegeven, binnen zijn rijke oeuvre kan ik de romans moeilijk van elkaar onderscheiden omdat hij steeds terugvalt op dezelfde ingrediënten: een mysterieuze gebeurtenis wordt nét niet ontrafeld in een nostalgisch Parijs. Mijn favoriete Modiano’s zijn De straat van de donkere winkels en In het café van de verloren jeugd. Wie van Rome houdt, kan dan weer terecht bij de filmische boeken van Gianfranco Calligarich die met De laatste zomer in de stad en In de omhelzing van de rivier voluit de kaart van de poëzie trekt. Ook de subtiele tegenstelling in de titel De gelukzalige jaren van tucht van Fleur Jaeggy is een verhaal op zich, een prachtig boek(je) over een romance op een meisjespensionaat. Merethe Lindstrøm schreef met Dagen in de geschiedenis van stilte een Noorse parel waarin zwijgen veel pijn blootlegt.

Een titel mag een beetje pijn doen. De eenzaamheid snijdt nergens zo hard als in The Heart Is a Lonely Hunter van Carson McCullers. Zeker als je weet dat ze amper 23 was en behoorlijk getekend door het leven toen dit boek in 1940 verscheen. De familiekroniek van de Buendía’s, Gabriel García Márquez’ magnum opus, Honderd jaar eenzaamheid mag dan wel magisch realistisch zijn, het schuurt langs alle kanten. Net hetzelfde gebeurt in die andere grote klassieker De ondraaglijke lichtheid van het bestaan van Milan Kundera, een boek dat leest als een sprookjesachtig verhaal met donkere randjes en filosofische inslag. Marcel Proust kan hier met zijn zevendelige romancyclus Op zoek naar de verloren tijd niet ontbreken. Hoe harder hij de tijd zoekt, hoe meer hij beseft dat die al hopeloos verloren is. Ook Julian Barnes onderzoekt in The Sense of an Ending of je de tijd ooit kan vastgrijpen en in welke mate tijd tastbaar en vatbaar is.

Ook intrigerende en bevreemdende titels doen lezen. Jens Christian Grøndahl, die hier wel eens vaker de revue passeert, lijkt daar een patent op te hebben. Zijn Vaak ben ik gelukkig voelt zo beladen dat je eigenlijk niet weet of het hoofdpersonage nu juist wel of niet gelukkig is. Dat weet je niet, eveneens van Grøndahl, vind ik net zo fascinerend. Wat evenveel vraagtekens doet rijzen is de titel Vang de haas van Lana Bastašic waar een levensbepalende vriendschap zich afspeelt ten tijde van de Balkanoorlog. Gaandeweg ontdek je wat de haas hiermee te maken heeft. Sneeuw, hond, voet mag dan in principe een beschrijving zijn van de opening van Claudio Morandini’s boek, een hond stuit op de voet van een ondergesneeuwd lichaam: het is al bevreemding dat de klok slaat in een verhaal waarin droom en realiteit constant tegen elkaar aan schurken.

Tot slot is I Am an Island van Tamsin Calidas een titel die heel veel ladingen dekt: zowel een duidelijke titel die een verhaal op zich is, als de knagende eenzaamheid om als een eiland omsloten te zijn door het grote niets. Voor wie al dat titel-gedoe maar niks vindt: lees Een doodgewoon leven van Karel Čapek omdat dat echt gewoon over een doodgewoon leven gaat waar helemaal niks mis mee is. Of hoe een titel ook doodgewoon glashelder kan zijn.

IMG_2912b

Het boek – 9 waanzinnige vrouwen

Het is vandaag Internationale Vrouwendag en – ik zeg het elk jaar – zo’n dag is nodig. Omdat er nog steeds door ons allemaal een strijd geleverd moet worden voor een gelijkwaardige behandeling van vrouwen. En natuurlijk ook omdat er gelukkig zoveel inspirerende fascinerende vrouwen zijn. Het is echt leuk om een vrouw te zijn hoor! Al zijn er heel veel plekken op de wereld waar ik liever geen vrouw ben. Je moet ook geen doorwinterd tijdreiziger zijn om te beseffen dat vrouwen er vroeger doorgaans bekaaid van af kwamen. De mythe van het zwakke geslacht zit diep in onze geschiedenis geworteld. Het kan geen toeval zijn dat ik de laatste tijd veel boeken las over vrouwen die tegen de stroom en tijd in op eigen benen proberen te staan. Veelal was dat wankel, met meer vallen dan opstaan. Meestal liepen zulke pogingen niet goed af. Je moest wel gek zijn om als vrouw je eigen koers te durven varen. Bam! Daar kreeg je je stempel! Vandaag kunnen we die waanzinnig dappere vrouwen alleen maar dankbaar zijn voor de stenen die ze hebben gelegd.

In 1900 schreef Frederik van Eeden Van de koele meren des Doods. De titel verwijst naar de naargeestige gedachten van hoofdpersonage Hetty. Als kind wordt ze getekend door de dood van haar moeder, waardoor ze steeds meer “verdonkert”. Sterven intrigeert en fascineert haar meer dan leven. Van Eeden was psychiater en in zijn voorwoord benadrukt hij dat hij geen wetenschappelijke studie wilde schrijven over een pathologisch geval, zoals hij Hetty zelf noemt, maar wel “een kunstwerk over een zielsgebeurtenis” (enter het moraliserende vingertje). Hetty’s leven is een lijdensweg, één en al kommer en kwel, afzien in het kwadraat. Ze belandt uiteindelijk in een obscure kliniek in Parijs waar ze troost vindt in het geloof. Dat is uiteindelijk ook de boodschap die Van Eeden tracht mee te geven: het enige heil dat mentaal lijden kan verzachten is religie. De onderliggende gedachte is dat een vrouw zwakker van natuur is. Pijnlijk.

Heel wat genuanceerder is Wat stilte wil (2022), de jongste roman van Arthur Japin. Hij vertelt het gefictionaliseerde verhaal van Anna Witsen, een jonge vrouw die aan het begin van de 20e eeuw een zangcarrière ambieert, maar heel wat tegenkanting ervaart. In de eerste plaats van haar vader. Anna worstelt bovendien stevig met de maatschappelijke verwachtingen. Gestaag worden haar dromen de grond ingeboord. Haar broer Willem daarentegen kan zich wel volop ontwikkelen. Hij is lid van de Tachtigers, een vernieuwende beweging binnen de Nederlandse literatuur, waar ook de reeds vernoemde Frederik van Eeden deel van uitmaakt. Als vooraanstaand psychiater reist hij naar Parijs om er hypnoseshows bij te wonen van dokter Charcot in het Hôpital de la Salpêtrière. Arthur Japin slaagt erin om van de historische figuur Anna Witsen een gelaagd personage te maken. Haar levensloop toont aan dat als vrouwen 125 jaar geleden durfden te kiezen voor een ander dan het gebaande pad ze van een héél kale reis terugkwamen.

Victoria Mas kiest in Het bal der gekken (2019) resoluut voor een positieve benadering van vrouwelijke waanzin. Haar roman speelt zich af in het eerder genoemde La Salpêtrière in Parijs, een ziekenhuis dat onderdak bood aan zogenaamd hysterische vrouwen. Onder hen zowel slachtoffers van verkrachting, als sekswerkers, als dementerenden of vrouwen die op de één of andere manier als “anders” werden bestempeld. Veelal gedumpt door hun familie werden ze er geïsoleerd van de samenleving zonder enig vooruitzicht op herintegratie. Daarbovenop waren ze overgeleverd aan de therapeutische sessies van dokter Charcot. Hij behandelde hysterie onder andere door zijn patiënten op te voeren in openbare hypnoseshows. Een akelig stukje geschiedenis kortom, maar toch slaagt Victoria Mas erin om met haar 19-jarige hoofdpersonage Eugénie het verzet te laten zegevieren. Ze stelt “gek zijn” in vraag en breekt daardoor een lans voor female empowerment.

IMG_0898b

Deprimerender van aard is dan weer Een revolverschot (1911) van Virginie Loveling dat zich omstreeks dezelfde periode afspeelt in het verstikkende Vlaanderen. In 2021 verscheen dankzij Annelies Verbeke een nieuwe versie van deze vergeten Vlaamse klassieker. Ze voorzag de roman van een voorwoord en friste de taal op met respect voor Lovelings stijl. Haar ingrediënten voor een gevaarlijke (lees: dodelijke) cocktail zijn: twee zussen, één man, één revolver en enkele sterfgevallen. Centraal staat het gevoelsleven van Marie Santander die door een samenloop van omstandigheden beetje bij beetje afglijdt richting de waanzin. Of is het de eenzaamheid? Maries verhaal zet de kwetsbare positie van vrouwen die alleen (over)leven in de verf. Als vrouw zonder man, maar ook als slachtoffer zonder aangepaste zorg, stapelen de desillusies zich op en was je een dikke eeuw geleden een vogel voor de kat.

Een Marie die er wel in slaagt om zich als buitenbeentje te manifesteren is het hoofdpersonage in Matrix (2021) van Lauren Groff. Deze dappere 17-jarige heldin wordt in de 12e eeuw verbannen van het hof van Queen Eleanor naar een verlaten abdij zonder enig toekomstperspectief. Marie is letterlijk en figuurlijk te groot voor het hoofse wereldje. Ze lijkt aanvankelijk dan ook een slachtoffer te zijn van haar eigenzinnigheid. Omringd door een bont allegaartje vrouwen (nonnen van diverse pluimage) slaagt Marie er echter in om een imperium in middeleeuwse stijl op te bouwen. Een plek waar vrouwen geen mannen nodig hebben om hun boontjes te doppen, waar de liefde voor God hand in hand kan gaan met de liefde voor vrouwen. Het alom bejubelde Matrix is een roman met sprookjesachtige allures én uitsluitend vrouwelijke personages. Smullen maar!

In het wondermooie The Easter Parade (1976) bewijst Richard Yates dat het leven als vrijgevochten vrouw ook niet zo gek lang geleden geen lachertje was. De eerste zin is meteen een stevige waarschuwing aan het adres van de gevoelige lezertjes: Neither of the Grimes sisters would have a happy life. Zussen Sarah en Emily zoeken vanuit een gebroken gezin elk hun eigen weg. Sarah kiest voor het klassieke gezinsleven: het ogenschijnlijk perfecte plaatje. Schijn bedriegt uiteraard, daar komt ook Emily achter die er een hobbelig liefdesparcours op na houdt, inclusief gefnuikte carrièremogelijkheden. De zusjes Grimes rijden zich keer op keer vast in hun verlangens. Werkelijk elke droom wordt vakkundig aan diggelen geslagen, of ze nu het rechte pad, dan wel de weg van de weerstand kiezen. Toch weet Yates tussen al de miserie door sprankeltjes hoop te laten schitteren. Je kan niet anders dan diep bewondering hebben voor alle Emily’s.

Few men since Flaubert have offered such sympathy to women whose lives are hell – Kurt Vonnegut over het werk van Richard Yates

Nightbitch (2021) van Rachel Yoder is ongetwijfeld het meest excentrieke boek in dit lijstje met het meest waanzinnige hoofdpersonage. Ook opgeleide vrouwen met een waaier aan kansen in onze tijd kunnen immers verzanden, spartelen en wegzakken. “The mother” is een naamloze verteller met kind “the boy” en een man die uitblinkt in afwezigheid. Een moeder die haar kind oprecht graag ziet, maar toch een torenhoge tol betaalt om te voldoen aan de maatschappelijke verwachtingen die bij het moederschap (niet ouderschap) horen. Waar ze zich aanvankelijk nog probeert te verzetten tegen de beperkende rol die haar wordt opgedrongen, beseft ze al vrij snel dat dit zinloos is. I am now a person I never imagined I would be (…) I would like to be content, but instead I am stuck inside a prison of my own creation. Het gevolg is dat deze moeder ervan overtuigd geraakt dat ze ’s nachts in een hond verandert. Jawel. Nightbitch is zowel teder als hilarisch. Hoe tegenstrijdig het ook klinkt, het verhaal gaat juist over de allesverpletterende liefde van een moeder voor haar kind. “The mother” dwaalt net zoveel als een hondsdolle jachthond op de dool.

Afsluiten doen we hoopvol én in stijl met Elizabeth Finch (2022) van Julian Barnes. We bevinden ons in een klassieke setting à la Barnes: Elizabeth Finch doceert namelijk Culture and Civilisation. Na haar dood gaat één van haar voormalige studenten graven in haar archieven. Hij doorspit stapels essays en notities in de hoop een saillant persoonlijk verhaal op te duikelen, maar het ene na het andere beschouwende stuk over de Europese kunst en cultuur belandt in zijn handen. Leeswaarschuwing: het verhaal gaat hier wel wat de elitaire toer op. Met name het middenstuk is een beschouwing over Julianus de Afvallige, een Romeinse keizer in de 4e eeuw. Barnes kwam er wat mij betreft mee weg omdat hij zo fantastisch mooi kan schrijven. Zijn Elizabeth Finch is net zo raadselachtig als dat ze intrigerend is. Een vrouw die leeft bij gratie van de kunst en cultuur en daar volstrekt gelukkig mee is. Of hoe gelukkig niet alle vrouwen die voor zichzelf en hun carrière kiezen grandioos ten onder moeten gaan.

IMG_0903b

Het boek – De lezer en de 13 vragen

Dagdagelijkse gewoontes van mensen vind ik mateloos fascinerend. Hoe verloopt je ochtendroutine bijvoorbeeld? Wat doe je het liefst op zondag? Waar en met welke frequentie doe je boodschappen? Ook over hoe het lezend en lopend leven plaatsvinden dan wel georganiseerd zijn, daar stel ik maar wat graag heel veel vragen over die ik ook met evenveel plezier beantwoord. Voor deze 13 vragen aan mezelf als lezer liet ik me inspireren door de vragen aan auteurs in de boekenbijlage van De Morgen.

Wat was het beste boek dat je las in 2022? Erfgoed van Miguel Bonnefoy, toevallig ook het allerlaatste boek dat ik vorig jaar las. De auteur is een Parijzenaar met Chileense en Venezolaanse ouders. Erfgoed gaat ook over hoe die verschillende culturen met elkaar verweven zijn. Aan mijn goede vriendin en collega Murielle (die ook nog eens Frans én Spaans spreekt) beschreef ik Erfgoed als een kruisbestuiving tussen Honderd jaar eenzaamheid van Gabriel García Márquez en Het achtste leven van Nino Haratischwili: een magisch familie-epos dat van mij veel langer had mogen duren.

Welke klassieker die je onlangs las, zou je aanraden? If Beale Street Could Talk (1974) van James Baldwin: het liefdesverhaal van Tish en Fonny, twee jonge zwarte mensen die opgroeien in het New Yorkse Harlem. Als Fonny in de gevangenis belandt omdat hij valselijk beschuldigd wordt van verkrachting zet Tish samen met haar familie alles op alles om hem vrij te krijgen. Een ontroerend liefdesverhaal dat voor de BLM-beweging bestond nog steeds brandend actueel is.

Welk boek had je zelf willen schrijven? Ik heb nooit de ambitie gehad om een roman te schrijven. Door mijn blog ben ik wel gaan beseffen dat ik graag schrijf over wat ik tegenkom in het leven. Om die reden had ik Waarover ik praat als ik over hardlopen praat van marathonloper en topauteur Haruki Murakami wel willen schrijven. Volgens mij is dat het mooiste boek over hoe het leven en lopen met elkaar verbonden zijn. Omdat ik ook graag de verhalen van anderen opschrijf, had ik met plezier de eindredactie van heel wat boeken over atleten voor mijn rekening genomen. Ik vind die boeken vaak te mager geschreven, bol van de clichés, soms zelfs tenenkrommend slecht.

Welk boek vertelt iets over jou? Alle boeken die ik lees doen dat op de één of andere manier. Hier vertelde ik daar al meer over.

Heb je een voorkeur voor boeken die eerder emotioneel of eerder intellectueel raken? Ik vind het juist heel belangrijk dat de balans niet overhelt naar het ene of het andere. Een boek is een kunstwerk dat moet raken omdat het zo knap gemaakt is. Als een auteur enkel inzet op het sentiment of op de stijl, dan voel ik het meestal niet. En met intellectueel raken bedoel ik zeker niet dat het altijd complex of overdreven literair moet zijn, ook daar heb ik een hekel aan.

Hoe beslis je welk boek je gaat lezen? Uit het ene boek volgt altijd een beetje het andere, als in: er is vaak ergens een link tussen wat ik net gelezen heb en wat daarop volgt. Dat kan iets thematisch zijn, maar net zo goed dat het allebei boeken zijn die gaan over de maatschappij van nu. Soms is er ook een duidelijk verband met wat er speelt in mijn eigen leven. Lezen is dan troost en herkenning. Ik lees nooit twee boeken van dezelfde auteur na elkaar. Net zoals ik het zal vermijden om twee boeken die qua stijl erg gelijkend zijn vlak na elkaar te lezen.

Hoe is je boekenkast georganiseerd? Zeker niet volgens kleur en al helemaal niet alfabetisch. Mijn boeken zijn geografisch geordend en daarbinnen streef ik naar chronologie. Bij de Italianen loopt het dus van Italo Calvino via Giorgio Bassani naar Elsa Morante en Elena Ferrante. Mijn bibliotheek in de woonkamer bevat alleen de boeken die ik al gelezen heb én ook goed vond. Al die boeken zijn dus mijn darlings. Er is niet echt samenhang in hoe de streken onderling samenhangen. Wel is het zo dat hoe centraler iets in de kast staat, hoe geliefder het is.

IMG_0855b

Wat voor soort lezer was je als kind? Een gulzige lezer, zoals ik nog steeds ben. Ook echt een lezertje dat in een boek kon wegkruipen en heel erg onder de indruk kon zijn van personages en verhalen. Ik verdiepte me als kind ook al in schrijvers in hun oeuvres, niet eenvoudig in internetloze tijden. Ik liet me graag verrassen, maar greep ook graag terug naar thema’s die ik goed vond.

Hoe is je leesstijl in de loop der jaren veranderd? Vroeger las ik alles wat los en vast zat. Nu vind ik het gemakkelijker om bepaalde genres en auteurs links te laten liggen. Dat moet ook wel, want als ambitieuze lezer besef je hoeveel er te lezen valt. Ik heb wel altijd mijn eigen leeskoers durven varen, waarbij ik wel gevoelig ben voor aanraders van vrienden.

Ben je vaker in de boekenwinkel of in de bibliotheek te vinden? In de boekenwinkel, ook al zijn boeken erg duur. Niks zo heerlijk als tussen de boeken grasduinen en wat high worden van de geur van vers papier. In de kringwinkel doe ik dat trouwens ook vaak en graag. Tegenwoordig voer ik wel een strenger beleid omtrent de aankoop van nieuwe boeken. Er waren jaren dat ik echt veel meer kocht dan las, met een rijkelijk gevulde ongelezen-kast tot gevolg. In de bibliotheek haal ik wel eens non-fictie boeken of dichtbundels.

Voor en met welke drie auteurs zou je een etentje willen organiseren? Miguel Bonnefoy, Lydia Sandgren en Olivia Wenzel. Een Fransman, een Zweedse en Duitse die allemaal ongeveer even oud als ik zijn en elk een topwerk afleverden in een heel eigen(tijdse) stijl: Erfgoed, Verzamelde werken en 1000 kronkelwegen angst. Dat kan niet anders dan een topavond worden! Ik hoop dan wel dat het Engels van Miguel wat op niveau is. En dat mijn kookkunsten niet teleurstellen.

Wie mag je levensverhaal schrijven? Mijn familieleden omdat hun taal gevoelsmatig het dichtst bij die van mij ligt.

Welke boeken liggen op je snel-te-lezen-stapel? Nino Haratischwili’s nieuwe klepper Het schaarse licht. Ik denk dat ik daaraan begin in de paasvakantie. Verder ben ik erg benieuwd naar Het lot van Atalanta van filosofe en marathonloper Hanna Vandenbussche: eentje voor de taperperiode van de marathon. Tot slot wil ik me ook snel wagen aan De diepst verborgen herinnering van de mens van Mohamed Mbougar Sarr, volgens De Morgen het beste boek van 2022 en bovendien winnaar van de prestigieuze Prix Goncourt 2021.

Het boek – Lezersverhalen en zomerse leestips #4

De zomervakantie van 2022 telt z’n laatste uren, al heeft die losgeslagen zomer van 2022 nog lang geen zin om z’n biezen te pakken. Het ziet ernaar uit dat september ons nog een prachtige indian summer zal brengen. Gedaan met de verzengende hitte: laat de zon maar schijnen, als het alsjeblieft ook eens goed gaat regenen. Kansen genoeg om in een goed boek weg te duiken dus. Voor het laatste luik van de zomerreeks over boekenverhalen laat ik mijn schoonzus Valerie en haar twee kinderen Laurien en Vik aan het woord.

Valerie, 34 jaar – geriatrisch verpleegkundige

Ik ben vooral een lente- en zomerlezer. In de wintermaanden kijk ik meer tv. Liefst van al lees ik buiten op een terras en op vakantie. Ik lees ook voor het slapengaan in bed of zelfs langs de kant van de weg tijdens wedstrijden van Seppe. Ik ben dan ook overgeschakeld op een e-reader, die is compact en kan je overal mee naartoe nemen. Zo heb ik ook nooit boeken te kort op vakantie, kan ik in bed lezen zonder te veel licht als Seppe al slaapt en zelfs buiten als het wat donkerder is. Het ideale boek is voor mij vlot leesbaar, heeft niet te veel personages en geen open einde. Ik lees graag waargebeurde verhalen, maar ook allerhande romans, oorlogsverhalen of boeken rond dementie en palliatieve zorg waar ik iets aan heb voor mijn job als verpleegkundige op geriatrie.

IKVF4952

Laurien (6 jaar) heeft altijd veel interesse gehad in boeken. Haar eerste boekje was er eentje in zwart-wit omdat baby’s eerst contrasten kunnen zien. Als peuter had ze heel graag boekjes met drukknoppen en en dierengeluiden. Laurien heeft een heel scherp geheugen voor details in afbeeldingen of gebeurtenissen in een verhaal. Ze kan boeken heel goed herkennen en haar eigen keuzes maken als er een boek voor school gezocht moet worden. In de bibliotheek kijkt ze altijd bij het thema gevoelens of sprookjes. Ze is een fan van de 14 muisjes reeks van Kazuo Iwamura, in Japan blijkbaar een echte klassieker. Ook de zeemzoete Tiny boeken kan ze wel smaken.

Vik (3 jaar) heeft graag zoekboeken en boeken over voertuigen zoals Het grootste en leukste beeldwoordenboek van Tom Schamp. Elke avond voor hij gaat slapen lezen we samen met Vik een boek. Dat moment mag zeker niet overgeslagen worden. Bij mijn ouders hebben Laurien en Vik een boekenschuif en is Vake voorlezer van dienst. Er staat dan geen limiet op de voorleesduur. Vik vindt het heel belangrijk om dan op de schoot te zitten. Ze lezen ook heel graag met Bomma en Leah. Vooral de grappige verhaaltjes zijn een succes. Zowel Laurien als Vik vinden de Bas & Klara boeken van Thaïs Vanderheyden heel leuk. Die bestaan uit foto’s van geknutselde mannetjes. Ze bevatten veel details en zoektochten. Er worden ook heel wat actuele thema’s in behandeld.

LPZP4773

In het oorlogsthema kan ik Post voor Mevrouw Bromley van Stefan Brijs van harte aanbevelen, net zoals Boetekleed van Ian McEwan. Wie graag een boeiende roman leest over dementie kan terecht bij Hersenschimmen van J. Bernlef (een Nederlandstalige klassieker), De grens van Riikka Pulkkinen (Finse relaties komen onder druk te staan) of De laatkomer van Dimitri Verhulst (voor wie het liever tragikomisch heeft).

Het boek – Lezersverhalen en zomerse leestips #3

Moeten er nog boekentips zijn? Jazeker! Mijn Tante Hilde behoeft hier inmiddels weinig introductie meer. Ik kan me nog heel levendig herinneren hoe ze vroeger met mama boekervaringen uitwisselde. De superlatieven schoten dan te kort als er weer een spannende pageturner was die hen beide had opgeslokt. Net als mijn mama’s boekensmaak gaat ook die van Tante Hilde inmiddels heel wat kanten op: van fictie over non-fictie, van de Lage Landen naar de wereldliteratuur en van de lichtere tot de stevigere leesarbeid. Hier volgt haar boeiende lezersverhaal.

Lezen als rode draad in je leven

Ik lees al mijn hele leven. Als kind hield ik van de typische meisjesboeken, liefst een serie rond één meisje met vriendinnen. Mijn moeder kon me echt gelukkig maken als ik een boek mocht gaan kopen bij de enige kranten- en boekenhandel van ons dorp vlakbij het station. Dan was ik weer vertrokken voor een dag of langer lezen. Ik was van de wereld. Vanaf een jaar of 13 kwam de bibliotheek in beeld. Iedere zaterdag ging ik naar de bibliotheek. Als de bibliothecaris, Jaak Foucqaert, aanwezig was, zakte de moed al in mijn schoenen. Hij wou me per se boeken aanprijzen waar ik echt niets aan vond. Ik wilde naar het schap van de boeken van 15-18 jarigen, daar waren de liefdesromannetjes die ik wilde lezen.

Ik ontdekte rond mijn 15e de romannetjes van Courths-Mahler, die ons ma las en die ze op de zolder bewaarde. Als we hele middagen moesten studeren in de examentijd, sloop ik naar de zolder, haalde er een paar en las ze. Ze had er minstens 100. Het waren ouderwetse liefdesverhalen met veel smachten en trachten. Hedwig Courths-Mahler is een Duitse schrijfster, geboren in 1867. Ik heb het opgezocht, er zijn 167 van haar boeken in het Nederlands uitgegeven. Als ik de titels lees, herinner ik me nog: Nooit geef ik je op en De blonde vrouw. Ongeveer in dezelfde tijd werd ik zware fan van Agatha Christie. Ik verzamelde alle boeken, net als mijn schoonbroer Jan, en las ze allemaal. De moord op Roger Ackroyd, Moord op de Nijl en Moord in de Oriënt Express zijn mijn toppers. Hercule Poirot is mijn favoriet, boven Miss Marple.

De rode draad in mijn manier van lezen is de onvoorwaardelijke trouw aan een schrijver, zodra het eerste boek een treffer is. Dat was zo met de meisjesboeken, met Agatha Christie en later zijn dat er nog velen geworden.

IMG_8989b

Vermeldenswaard in het genre spannend en psychologische thriller is Elizabeth George. Haar boek Waar rook is vond ik werkelijk fantastisch. Ik weet zeker dat ik dat besproken heb met mijn zus Alma, tijdens onze lange wandeltochten. Daarna heb ik al haar boeken gelezen, hoewel ze niet allemaal het gewenste niveau hadden. Ook nu nog hou ik bij of er een boek van haar verschijnt en lees ik het. Haar hoofdfiguren, inspecteur Thomas Linley en brigadier Barbara Havers vind ik geweldig. Ik wil weten hoe het met hen verder gaat. Wat ik ook bij haar waardeer, is dat ze dikke boeken schrijft. Daar hou ik echt van. In hetzelfde genre heb ik nog volgende schrijvers waar ik alles van heb gelezen, en die ik als vakantieliteratuur van harte kan aanbevelen: Het ijshuis en Het heksenmasker van Minette Walters, de Wallander-reeks van Henning Mankell, Jo Nesbø met zijn trieste politieman Harry Hole en de reeks met Frieda Klein van Nicci French.

Enige jaren geleden ontdekte ik het boek De waarheid over de zaak Harry Quebert van de Zwitserse schrijver Joël Dicker, op vakantie gelezen en dat was het perfecte vakantieboek. En onlangs las ik van dezelfde schrijver: Het mysterie van kamer 622, in één adem uitgelezen. Ik koop ieder jaar de VN-detective & thrillergids van Vrij Nederland. Zij geven, naast een korte inhoud van alle boeken in het laatste jaar verschenen, een sterrenkwalificatie. De hoogste notering is 5 sterren. Daaruit kiezen ze de VN-thriller/detective van het jaar. Dit jaar is dat: Harlem Shuffle van Colson Whitehead. Ik moet deze nog lezen. Zo leerde ik enige jaren geleden ook de schrijver Robert Harris kennen met zijn boek De officier. Robert Harris schrijft boeken over historische gebeurtenissen, maar dan vanuit een standpunt van een nabije betrokkene, in een mooie verhaalvorm. De officier gaat over de Dreyfus-affaire in Frankrijk. Hoewel je weet hoe het afloopt, want je kent het verhaal, is het spannend te lezen.

Met Elizabeth (vriendin van Joke) deel ik de liefde voor het boek De schaduw van de wind van Carlos Ruiz Zafon. Dat boek, en de overige delen uit de serie Het Kerkhof der Vergeten Boeken, had ook mij helemaal in de ban.

Ik ben dus een fan van het spannende genre: whodunit, psychologische thriller etc. Pas later in mijn leven ben ik toch ook aan een ander genre begonnen waarbij vooral de boeken van Griet Op de Beeck mij dierbaar zijn. Vele hemels boven de zevende en Het beste wat we hebben, raakten me stevig. Ook Elena Ferrantes reeks van De geniale vriendin was fijn om te lezen, met de Italiaanse geschiedenis van na de Tweede Wereldoorlog op de achtergrond. De boeken zijn beter dan de serie die ervan gemaakt is. Wat ik wel een fantastische film vond, en waarvan het boek me tegenviel was The English Patient van Michael Ondaatje. Ik ging het boek lezen nadat ik de film had gezien en het lukte met niet om er in te komen. De filmbeelden waren te beklijvend.

IMG_8795b

Tussendoor lees ik graag non-fictie. Ik heb volgende zware aanbevelingen:

  • Wilde Zwanen van Jung Chan, waarin de Chinese geschiedenis aan de hand van 3 generaties vrouwen wordt verteld. Dit boek staat in mijn top 3 van alle boeken die ik las, fictie en non-fictie.
  • Het boek van Geert Mak De eeuw van mijn vader doet hetzelfde aan de hand van het leven van zijn vader, maar dan voor de Nederlandse geschiedenis. Toen ik dat boek las, begreep ik Nederland en haar historie beter: hun koloniale tijd, de afscheiding in kerken en geloven binnen het protestantisme. Trouwens, Geert Mak is een fantastische schrijver en ook van hem heb ik alle boeken gelezen. Ik beveel al zijn boeken aan en noem volgende minder bekende: Hoe God verdween in Jorwerd en De levens van Jan Six.
  • Het zijn net mensen van Joris Luyendijk, een antropoloog van origine, die met deze kijk naar mensen en de maatschappij kijkt. Dit is het eerste boek dat ik van deze schrijver las. Daarna las ik alles van zijn hand. Ik ga nu starten met De zeven vinkjes, waarover al heel veel te doen was in Nederland.
  • De meeste mensen deugen van Rutger Bregman is ook een aanrader.
  • Alle (auto)biografieën, met die van Michelle en Barack Obama als laatste gelezen en zeer de moeite waard.
  • Van mijn twee zonen moet ik nog De Bourgondiërs van Bart van Loo lezen.

Van Humo en van de winkel Sissy Boy kreeg ik bij het begin van de zomer 8 boeken cadeau voor de e-reader. Ik ben begonnen met een boek van Isabel Allende, Violetta. In de selectie zit ook een 5-sterrenboek van de VN-thriller, De Repair Club van Charles den Tex.

Hilde blog 2

Lezen is voor mij op zijn best als ik mij volledig overgeef/onderdompel in een verhaal. Ik kan het boek dan niet goed wegleggen, ben er nog mee bezig als ik niet lees. Het boek moet dan uit, maar als het uit is, loop ik wat verweesd en sikkeneurig rond. Ik kan niet zomaar beginnen aan een nieuw boek. Niets te lezen hebben, is ook een ramp. Dat gebeurde mij eens op vakantie. Ik had maar twee leesboeken bij en we waren in Frankrijk. Sindsdien was de laatste vraag van mijn man voor vertrek of ik wel genoeg boeken mee had. Het moesten er minstens 10 zijn als we 14 dagen op vakantie gingen. Hij was opgelucht vanaf het moment dat ik een e-reader had. Ik heb net een vervanger voor mijn (20 jaar oude) eerste gekocht: eentje met een lampje om ook ’s nachts als ik niet kan slapen, te lezen.

Ik wens iedereen veel leesgenot toe in de komende zomer! En dank aan Joke dat ze me zo aan het denken heeft gezet over hoe lees ik, wat lees ik en wat lezen betekent.

In de stijl van Tante Hilde kan ik nog aanraden 1793 van Niklas Natt och Dag (donkere historische thriller), Vaderland van Fernando Aramburu (familiedrama in Spaans Baskenland ten tijde van de ETA) en Het glazen huis van Leonora Christina Skov (alternatieve whodunit).

Het boek – Lezersverhalen en zomerse leestips #2

De memorabele Tour de France 2022 mag dan zijn ontknoping naderen, de zomer is nog lang niet voorbij. Tijd om weer een portie leestips en inspirerende lezersverhalen op jullie los te laten. Om te beginnen de boekentips van mijn broer Seppe, met wie ik als kind leeswedstrijden hield door om het snelst een boek uit te lezen. Momenteel richt hij zich voornamelijk op de non-fictie met – het zal niet verbazen – een voorkeur voor het betere sportverhaal*. Mijn schoonbroer Peter leest dan weer graag praktische non-fictie boeken. Tot slot krijgt ook Roos het woord. Haar leesstijl waait een beetje alle kanten op.

Seppe, 35 jaar – sportman 

Ik zou mezelf omschrijven als een ex-lezer omdat ik een slechte lezer ben. Momenteel lees ik vooral sportgerelateerde boeken. Een goed boek heeft voor mij liefst prentjes, is niet te dik en bij voorkeur niet vertaald. Mijn lievelingsboek als kind voldoet aan die criteria: Monkie van Dieter Schubert, een verhaal over een jongetje dat zijn apenknuffel verliest en die ook weer terugvindt. Ik lees heel graag op het vliegtuig. Dankzij de goede soundtrack vond ik de film Into the Wild een pak beter dan het boek van Jon Krakauer. Omgekeerd vond ik Dan Browns The Da Vinci Code pakken beter dan de film. De beste boekentip die ik zelf ooit kreeg is De renner van Tim Krabbé, dat me werd aangeraden door Mia, mijn leerkracht Nederlands. Als kind kwam de beste boekentip van ons ma die mij De rode zwaan van Sjoerd Kuyper aanraadde.

Een boek dat ik niet snel zal vergeten is It’s Not About the Bike van Lance Armstrong. Het is heel inspirerend om te lezen hoe Lance van jonge wielergod naar kankerpatiënt gaat, bijna sterft en vervolgens 7x de Tour wint. Ondanks het dopinggebruik blijft dat verhaal overeind. Ook Robert Enke: een al te kort leven van Ronald Reng is me altijd bijgebleven. Het gaat over topkeeper Robert Enke die bij Barcelona speelde, maar kampte met zware depressies en uiteindelijk uit het leven stapt. Heel aangrijpend om te lezen hoe een topsporter het gevecht met zijn depressies verliest. Ik hoop deze zomer Het lot van Atalanta van Hanna Vandenbussche te kunnen lezen. Zij was al te gast in onze podcast van De Jogclub. Ik heb zelf al met plezier de Bahamontes Tour de France editie gelezen.

BHHF8270

Peter, 35 jaar – vertegenwoordiger

Ik ben een functionele lezer omdat de meeste boeken die ik lees aansluiten bij mijn werk. Zakelijke onderwerpen dus, maar ook zelfontwikkeling en menselijk handelen. Een goed boek moet voor mij dan ook begrijpelijk en te implementeren zijn in wat ik doe. Als kind las ik met plezier Daantje de wereldkampioen van Roald Dahl, de film vond ik helaas heel wat minder. De animatiefilm van de GVR kon mij dan weer meer bekoren dan het boek. Een boek dat ik niet snel zal vergeten is The Miracle Morning van Hal Elrod: het las heel vlot en bevatte veel eyeopeners. Wat me vooral is bijgebleven is dat je veel meer controle over je leven hebt dan wat je op het eerste gevoel kan inschatten. Dit boek heeft me ook geholpen om mezelf en mijn levenspad beter te begrijpen.

Ik lees het liefst van al in mijn leeszetel in mijn thuiskantoor, weg van alle hectische kinderdrama’s 🙂 De beste boekentip die ik zelf ooit kreeg is Feitenkennis van Hans Rosling, wat gaat over het menselijk denken. Het boek illustreert dat het beter gaat met de wereld dan we denken. Ik hoop deze zomer Surrounded by Idiots van Thomas Erikson te kunnen lezen. Mijn ultieme tip is Fish! van Stephen C. Lundin. Ik merk dat mensen vaak klagen over hun werk, dit boek kan hen misschien helpen om hun professionele leven nieuw leven in te blazen omdat het gaat over hoe je je job plezierig kan maken.

Roos, 29 jaar – ergotherapeut

Ik ben een erg beperkte lezer, zowel qua hoeveelheid als complexiteit. Ik kan niet goed om met veel lyrische beschrijvingen en/of complexe zinsconstructies. Ik lees het liefst boeken waarvan het verhaal me aanspreekt, ik ben dan ook een waargebeurd-verhaal-lezer. Al mag het niet té dramatisch zijn, maar zoek ik vooral een sterk verhaal. Het besef van een moeder van Sue Klebold en Turbulentie van Anette Herfkens vond ik twee fantastische voorbeelden hiervan. Drie jaar geleden las ik De verwarde cavia van Paulien Cornelisse, een boek dat me nog steeds is bijgebleven. Ik heb het aan veel vriendinnen aangeraden en we maken nog geregeld mopjes die verwijzen naar het boek. In de zomer probeer ik toch altijd minstens één boek te lezen. Voor nu is dat Tim, de biografie van Avicii geschreven door Måns Mosesson. Ik zou graag meer lezer willen zijn, meer die gewoonte te hebben om een boek te lezen. Ik neem het me elk jaar voor, maar het is me nog niet gelukt.

IZSN4703

In de stijl van deze drie lezertjes kan ik ook het volgende van harte aanbevelen: De meeste mensen deugen van Rutger Bregman (relevante non-fictie over menselijk gedrag), Atomic Habits van James Clear (inspirerende en praktische non-fictie) en Kruimeldief van Hind Eljadid (waargebeurd geïllustreerd verhaal over twee zussen).

*Ik vertelde hier al eens over hoe Seppe als tiener heel creatief omsprong met boeken lezen voor school. Of beter gezegd: om ze zo min mogelijk te lezen.

Het boek – Lezersverhalen en zomerse leestips #1

Wat is er beter dan een boek lezen? Nadenken over wat je nog kan lezen en lezen over lezers en hun verhalen. Goede boekentips zijn namelijk van onmetelijk belang. Om jullie heel diverse zomertips te kunnen voorschotelen ging ik te rade bij mijn framily. Mijn jeugdvriendin Elizabeth mag de spits afbijten van deze zomerreeks. Als er iets is dat wij van jongs af aan delen dan is het wel de liefde voor boeken en dieren. De term boekenmeisje schiet tekort voor de hoeveelheid boeken die wij als kind verorberden. We begonnen allebei in de Agatha Christie boeken toen we een jaar of 11 waren. Ook mijn vader las heel wat Agatha Christies. Ik koester nog steeds de retro-pockets die ik van hem kreeg. Momenteel zoekt hij het als lezer in de non-fictie en dan vooral alles wat te maken heeft met vliegtuigen en hun geschiedenis. Mijn zus Marike is ongetwijfeld de meest plichtsbewuste lezer van ons allemaal. Haar kinderen Leah en Emil zijn evenwel geboren boeken-lovers.

Elizabeth, 36 jaar – architect

Als kind verslond ik boeken bij de vleet: vijf boeken per week was een normaal gemiddelde. Na een tijdje kende ik alle boeken van de plaatselijke bibliotheek (en dan vooral die waar paarden in voorkwamen) en was het wachten op nieuwe aanwinsten. Mijn lievelingsboek was De Gebroeders Leeuwenhart van Astrid Lindgren: dat boek vond ik zó mooi. Als kind piekerde ik veel over de dood, over mijn ouders later te moeten afgeven. Dat boek gaf zo’n mooi beeld van dat doodgaan dat het mijn gedachten erover draaglijker maakte. Ik heb nu nog het gevoel dat als ik ooit van nabij met de dood word geconfronteerd, ik het boek zal oppakken en terug lezen.

Vanaf mijn hogere studies werden de leesboeken eerder ingeruild voor architectuurboeken, waar ik ondertussen een grote collectie van heb. Dat zijn eigenlijk de voornaamste boeken die ik de afgelopen 15 jaar kocht. Momenteel kom ik bitter weinig aan lezen toe, maar als ik eenmaal vertrokken ben met een goed boek, dan kan ik me er wel nog steeds in verliezen zoals vroeger. Alleen gebeurt dat “vertrokken zijn” niet zo vaak. Het ideale boek heeft voor mij sfeer, mysterie en een climax.

UNKO8207

Een boek dat ik niet snel zal vergeten is De schaduw van de wind van Carlos Ruiz Zafón. Ik las het in 2008 toen ik na mijn studies een half jaar rondtrok in Australië. Ergens in het hoge tropische noorden van Australië kwam ik een vrouw tegen op een camping. Na een avondje babbelen aan het kampvuur gaf ze me het boek. Ze had het zelf net uit gelezen en gaf het met veel plezier door aan mij. Het was een dikke kloefer, meer dan 500 pagina’s, vuil en met verkreukte pagina’s. Maar toen ik erin begon heeft het boek me volledig opgeslokt. Op 4 dagen tijd was het uit. Op elke tussenstop waar ik de mogelijkheid had om erin te lezen, haalde ik het terug boven… zo spannend was het verhaal. Ik zie nog de plaatsen voor mij waar ik erin las. Dus dat boek brengt ook een hoop nostalgische herinneringen terug aan mooie plaatsen in Australië.

Het liefst van al lees ik in een comfortabele ligstoel, ergens in de tuin onder een parasol. In de praktijk vaak in bed, waardoor ik na 10 pagina’s in slaap val. Ik waag deze zomer een tweede poging bij De acht bergen van Paolo Cognetti. Ik ben erin begonnen op een moment dat ik niet genoeg tijd en rust had om erin door te lezen, waardoor ik ben blijven steken ergens rond pagina 30. Op hoop van zegen neem ik het dit jaar weer mee op vakantie.

Marike, 32 jaar – kinesitherapeut

Ik lees weinig en ook traag, alleen op vakantie kan het soms snel vooruit gaan. Ik lees altijd boeken omdat ze me door iemand aangeboden of aangeraden zijn. Op school las ik altijd braafjes de boeken die we moesten lezen. Als kind was mijn lievelingsboek Ronja de roversdochter van Astrid Lindgren. Dat las ik toen we op vakantie in Engeland waren. Het gaat over een stoer meisje dat heel goed in bomen kan klimmen. Ik weet nog dat ik het echt jammer vond dat het boek uit was. Ik was als kind ook helemaal gek van de film Babe (ik kan nog steeds delen meezeggen), maar het boek Een buitengewone big heb ik zelfs niet uitgelezen. Een goed boek is voor mij makkelijk, waargebeurd en dramatisch. Zo las ik eens een boek over een moeder wiens zoon betrokken was bij een schietpartij op een school in Amerika. Ik moet er soms nog aan denken, maar ik ben de titel vergeten (red. Het besef van een moeder van Sue Klebold).

Mijn dochter Leah (bijna 3 jaar) houdt heel erg van boeken (dat kan niet anders met zo een Metie natuurlijk). Ze is helemaal in haar nopjes in de bibliotheek. Ik moet haar boekenkeuze wel wat bijsturen, want ze kiest vaak boeken die ze al kent. Haar lievelingsboek is Non pas dodo! van Stephanie Blake dat mama kocht in Parijs. Het gaat over een konijntje dat zijn doek (dodo) in zijn kamp vergeet en dus niet kan slapen. Zijn grote broer besluit zijn cape aan te doen en de doek te gaan halen. Leah speelt dat verhaaltje ook na door een cape aan te doen en haar doeken te zoeken. Mijn zoon Emil (6 maanden) moet van zijn tantes in de Little Feminists boeken lezen. Hij neemt dat heel ernstig en heeft een boon voor Amelia Earhart (daar zal ook zijn bompa blij mee zijn). Emil eet zijn boeken ook graag op. Gelukkig zijn de feministen van dik karton.

Deze zomer wil ik verder lezen in Mijn verhaal van Michelle Obama. Het is mijn zomertip en ook de beste tip die ik zelf kreeg. Ik ben er al even in bezig, maar ik ben juist blij dat het even duurt, want zo kan ik er langer van genieten.

bf3ee102-4d1d-4d0a-a25a-3f5ca30b4b39

67ab9899-ffec-4fb1-abb6-c10d44b8c5bf

Jan, 62 jaar – vader, bompa en hobbypiloot

Ik val niet echt onder de noemer “ lezer” en toch is er een tijd geweest dat ik om de 2 dagen een boek las. Het was meer consumeren vanuit een gewoonte. Uiteindelijk heb ik toch ingezien dat het net zoals tv kijken was en dat soort lezen is dan stil gevallen. Door mijn interesse voor vliegtuigen heb ik altijd veel over piloten, vliegtuigmodellen en strategieën gelezen. Vooral over de Tweede Wereldoorlog en dan vooral De slag om Engeland. De film The Battle of England zag ik toen ik 12 was. Inmiddels kan ik dus naar de film kijken en allerlei dingen vertellen over wat er te zien is. Inderdaad: lezen is weten. Mijn lievelingsboek dat ik helemaal kapot las in wachtkamers en op vakanties is The Great Air Races van Don Vorderman. Het gaat over de dolle jaren van de luchtraces tussen de wereldoorlogen.

In mijn jeugd ben ik onder lichte druk van mijn vader de In de ban van de ring trilogie van J.R.R. Tolkien beginnen lezen. Het was meer doorworstelen. Ik ben ooit verdwaald in de bladzijdenlange omschrijving van een bos. Soms was er twijfel of ik toch niet in een ander bos was terecht gekomen. Niet dus. De Lord of the Ring films waren een opluchting. Eindelijk wat tempo of lag het aan mijn lezen? De beelden van de film kwamen overeen met de beelden in mijn hoofd. Achteraf heb ik ook gelezen dat Tolkien uit liefde voor taal en oude verhalen letterlijk een nieuwe wereld schiep inclusief bewoners en talen, gedichten en liedjes.

Ook Umberto Eco sprak zijn vakgebied aan in De naam van de roos, een detectiveverhaal in de middeleeuwen. Hij ontwerpt in het verhaal ook de ideale bibliotheek met voldoende verluchting, daar vind je dus gekende maar verdwenen boeken. Je voelt zo de liefde voor boeken. Het boek geeft een vollediger beeld dan de film. In het boek staan veel voetnoten. Achteraf las ik dat Umberto Eco zijn boeken niet te gemakkelijk wilde maken. Hij zei dat hij schreef voor een elitair publiek, voor mij een afknapper.

Mijn boek- en filmtopper is Das Boot van Lothar-Gunther Buchheim. De auteur overleefde zelf zijn dienst bij de U-boten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het verhaal speelt zich af binnen de kleine wereld van een duikboot zonder heldendom. Heel realistisch en claustrofobisch allemaal in zowel film en boek. Veel films ontstaan in de wortels van een boek: A Clockwork Orange, The English Patient en Jojo Rabbit bijvoorbeeld, maar het is altijd het verhaal achter het boek dat de film blijft bepalen.

IMG_0136b

In de stijl van deze drie lezertjes (sfeer, spanning, toegankelijk en historische context) kan ik ook het volgende van harte aanbevelen: Een schitterend gebrek van Arthur Japin, De geniale vriendin van Elena Ferrante, Het jaar dat Shizo Kanakuri verdween van Franco Faggiani, Wij zijn met vijf van Mathias Faldbakken en De moord op Roger Ackroyd van Agatha Christie.

Het boek – Als ik groot ben word ik Michelle Obama

Het is vandaag Internationale Vrouwendag. Mocht u daaraan twijfelen: ja, het is nog nodig dat vrouwen wereldwijd hun solidariteit tonen. Er is al duchtig aan de weg getimmerd, maar we zijn er nog niet. Vorige week las ik Becoming (2018) van Michelle Obama, geboren als Michelle LaVaughn Robinson en voormalig First Lady van de VS. In haar memoires vertelt ze over haar jeugd in Chicago en het warme gezin waarin ze opgroeide, waarom ze rechten ging studeren en uiteindelijk advocaat werd en hoe ze op die manier haar man ontmoette wiens gedrevenheid ook haar aanstak om zich te engageren. De Obama’s krijgen twee dochters en resideren 8 jaar in het Witte Huis. Michelle Obama is op alle vlakken een rolmodel, niet zo zeer omdat de sympathieke girl next door het tot presidentsvrouw en mode-icoon schopte, wel omdat ze het aandurft om ten allen tijde zichzelf te blijven in een wereld waarin zij als zwarte vrouw al te vaak niet blijkt te conformeren aan de geldende norm. Laat me daarom heel duidelijk zijn: iedereen zou Becoming moeten lezen omdat het een pleidooi is om te geloven in onze eigen stem en ons eigen verhaal, hoe naïef dat soms ook mag klinken.

Uit het voorwoord blijkt meteen hoe authentiek Michelles vertelstem is. Als kind wilde ze dokter worden, wat altijd enthousiast onthaald werd door volwassenen. Nu beseft ze dat het zinloos is om aan een kind te vragen wat het later wil worden omdat de vraag impliceert dat een volwassen leven vrijwel meteen een eindstadium kent. Alsof je één welbepaalde rol kan en moet opnemen in je leven en dat was het dan. Het is maart 2017 als Michelle in haar keuken staat en beseft hoe bijzonder het is dat ze weer helemaal zelf een boterham kan smeren om die vervolgens zonder entourage op te eten. En ze heeft dus heel wat te vertellen over de verschillende rollen die ze in haar leven tot dusver kon vervullen.

Michelle Obama houdt zich ver weg van de glamour van het leven dat ze zowel als advocaat als First Lady kon leiden. Ze schetst een intiem portret van Barack en hoe ze elkaar leerden kennen (kan geen rom-com tegen op). Zo schreef hij liever brieven dan dat hij belde en wilde hij eigenlijk niet trouwen. Ze vertelt over de problemen die ze ervoeren om zwanger te worden en hoe pijnlijk dat proces was. Wat steeds terugkeert is de lastige spagaat waar ze zich als vrouw dagelijks in bevindt: enerzijds is er de ambitieuze geëngageerde vrouw die niet louter dossiers wil behandelen, maar haar idealen wil nastreven, anderzijds is er de moeder die een warm nest wil creëren voor haar gezin. Hoe trots ze ook is op de verwezenlijkingen van haar man, ze vindt het oneerlijk dat hij er vijf jobs op kan nahouden zonder te moeten inboeten in zijn vaderrol. Aanvankelijk loopt ze dan ook niet warm voor de politieke loopbaan waar hij in rolt. Na lang wikken en wegen stemt ze toe omdat ze beseft dat anderen hem ook nodig hebben voor hun strijd. Bovendien gaat ze ervan uit dat hij nooit verkozen zal worden: hij is te zwart voor sommigen en te wit voor anderen. Wanneer ze zelf een actieve rol opneemt in zijn presidentscampagne krijgt ze heel wat bagger over zich heen, een black woman die niet op haar mondje is gevallen wordt heel snel als angry black woman gepercipieerd.

In Becoming slaagt Michelle Obama erin om haar wereldberoemde man in een bijrolletje te duwen. Ze toont wat het betekent om zwart te zijn, vrouw en moeder, wereldburger én Amerikaan, om als mens je eigen pad te blijven bewandelen in een wereld die oprechtheid soms genadeloos hard afstraft. Het is een boek dat heel wat gevoeligheden aan de oppervlakte brengt, maar tegelijkertijd ook hoopvol durft te zijn. Simpelweg omdat we allemaal kunnen blijven schrijven aan ons eigen verhaal.