Loperspraat – Mijn eerste 50 km

Zondag 20 december 2020. De Hel van Kasterlee gaat niet door. In mijn blogpost van die dag verkondig ik dat ik nog eens echt lang ga lopen. Echt lang, dus niet gewoon lang. Eerder ultra-lang, zelfs record-lang. Om 9 uur trek ik de deur achter mij dicht en vertrek ik voor een zonnige duurloop via fietsknooppunten van het Hageland. Het doel: mijn eerste 50 kilometer lopen. Al voor ik in oktober mijn Suikermarathon liep, was ik namelijk van plan om als de Hel niet doorging – een scenario dat steeds aannemelijker werd – van de gelegenheid gebruik te maken om een andere straffe sportieve stoot te ondernemen. Om het jaar met een knaller af te sluiten, zeg maar. Om me echt volledig te kunnen overgeven aan het vakantiegevoel. Nadat ik die succesvolle marathon liep, leek mijn duurloophonger echter gestild. De Hel werd officieel afgelast en ik was best tevreden met de tijd die mij daardoor op een dienblaadje werd aangeboden. Ik bleef uiteraard fietsen en lopen, maar ik voelde niet de behoefte om weer in de duurlopen te vliegen. Dat plan van die 50 kilometer leek dus een stille dood te gaan sterven in mijn hoofd. 

Tot mijn broer weer iets fenomenaal uit zijn benen schudde. In een redelijk competitieloos jaar maakt hij van de nood een deugd om zich aan stevige uitdagingen te wagen. Op 21 november liep hij een Fastest Known Time op de GR Hageland route, een looptocht van maar liefst 151 kilometer in een goeie 14 uur. Samen met Roos fietste ik enkele kilometers mee. We gingen weer dromen van grootse sportieve prestaties in 2021. In zijn podcast van De Jogclub vertelde Seppe nadien dat hij het iedereen zou aanraden zo’n lange looptocht. Mijn idee van een ultraloop op 20 december kreeg daarmee weer een ferme groeischeut en bloeide in alle hevigheid op. Ik hield mijn plan nog voor mezelf omdat ik er nog niet op vastgepind wilde worden. Ik wilde die 50 km echt alleen lopen als ik er heel veel zin in had en niet omdat ik het gezegd had. De laatste schoolweek bleek die zin steeds overtuigender te weerklinken in mijn hoofd. Ik voelde een grote honger naar een stevige sportieve prikkel. Ik wilde weer naar iets toeleven, spanning voelen de dag voordien, wat op mijn voeding letten, opstaan met adrenaline en er dan op uit trekken voor een avontuur. Ik wilde nog eens de fysieke en mentale uitputting voelen om mijn vakantie in te zetten met een comateuze noodslaap en me nadien volledig over te geven aan de ontspanning.

Ik heb geen fotografisch bewijsmateriaal van mijn tocht. Soms moet je gewoon lopen en is al de rest ballast. Bovendien zal ook het verhaal over de totstandkoming van het idee langer zijn dan uitvoering ervan. Ja, ik liep 50 kilometer. Nee, dat verliep niet zonder slag of stoot. De eerste 12 kilometer verliepen snel. Tot ik last kreeg van mijn kleine teen, een winterteen. Wie niet bekend is met dat fenomeen: wees geprezen. Het komt erop neer dat ik bij elke keer dat ik mijn voet neerzette (behoorlijk vaak), een pijnscheut(je) voelde in die gezwollen teen. Ik probeerde dat te negeren. Ik kon mijn ultraloop toch niet laten verpesten door godbetert een kleine teen? Na een kilometer of 20 fietste mama me tegemoet in Korbeek-Lo. Voor al uw noodgevallen, ook tijdens een duurloop, één adres! De zon scheen, het was goed weer en we haalden herinneringen op aan de Hel van Kasterlee. In mijn enthousiasme volgde ik maar met een half oog de vooropgestelde route en had ik bijgevolg niet door dat we een fietsknooppuntenomleiding volgden. We werden kortom gedwongen om routegewijs wat te freestylen.

Plots had ik al 30 kilometer gelopen en voelde ik de hoogtemeters branden in mijn bovenbenen. Achteraf gezien bereikte ik tussen kilometer 30 en 36 het onvermijdelijke punt waarbij je je afvraagt waar je eigenlijk mee bezig bent. Dankzij wat navigeerwerk bereikten we uiteindelijk weer de vastgelegde fietsknooppunten en baanden we ons verder een weg over kasseien en slecht asfalt, vaak voorzien van modder. Met de hoogtemeters en ook de wind had ik niet echt rekening gehouden. De stijfheid nam toe, maar mama die bleef beweren dat daar niets aan te zien was. Ik weet dan nooit goed of dat valt onder een objectief kennersoog dan wel niets ontziende moederliefde. Omdat ik geen idee had of de improvisatie ons kilometers had gekost of opgeleverd, bracht de gps raad. Ik bleek perfect op schema te liggen om de 50 kilometer af te tikken, zonder nog x aantal keer rond de kerktoren te moeten draaien of, in het andere geval, er ruim boven te gaan. Tijdens de laatste kilometers was er weer die zon. Met een grote grijns op mijn gezicht, deels door de vreugde van een geslaagde missie, deels door de stijfheid in mijn bovenbenen, kwam ik thuis aan.

Mijn looptocht was geen puur geluksloopje van begin tot einde. Met momenten was het écht lastig. Anderzijds kan ik ook niet zeggen dat ik het echt heel zwaar kreeg. Ik liep, zonder specifieke voorbereiding, een marathon in 3u37 en mijn 50,5 kilometer uiteindelijk in 4u23 met een gemiddeld tempo van 5’13”. Ik besef dat ik daar echt heel trots op mag moet zijn. Dankzij mijn 50 kilometer kon ik nadien gelukzalig in de zetel neerstrijken, wetende dat ik fysiek en mentaal veel aan kan en dat mijn familieleden me altijd inspireren en steunen, hoe zot het plan ook is, hoe raar en bevreemdend het jaar ook mag zijn. Ik geef mijn broer gelijk, een stevige loopronde: ik kan het iedereen aanraden.

Oh nee, geen Hel van Kasterlee 2020!

Dat de Hel van Kasterlee vandaag niet doorgaat, is erg begrijpelijk: het is 10 graden en droog, mogelijk zelfs zonnig. In de Hel regent het of sneeuwt het, is het grijs en grauw, krijgen de begrippen “modder” en “koude” een tweede en derde dimensie. De Hel is afzien en genieten. Vandaag geen sporthal, geen Ben en Hans, geen strijd en glorie. Vandaag bloedt het sporthart van Team Odeyn en aanverwanten. Dit jaar dus geen uitgebreid verslag over helse ervaringen in Kasterlee. Ik denk dat ik zelfs de modder, de nattigheid en mijn open geschuurd zitvlak zal missen. Naar aanleiding van deze bijzondere dag vuurde ik enkele vragen af op mijn familieleden (inmiddels zijn ze dat gewend). Meermaals kreeg ik te horen: je kan de Hel niet beschrijven, je kan niet uitleggen wat het is als je er nooit bent geweest. Maar kijk, in tijden van crisis doen we toch een poging.

Ik geef eerst het woord aan Valerie, mijn schoonzus, mama van Laurien (4) en Vik (1) en zoveel meer dan de vrouw van Seppe. De week voor de Hel is het voor ons gezin minder druk dan de weken ervoor omdat Seppe dan juist minder traint. Wij zijn dan vooral met het weer bezig en alle mogelijke denkpistes die daarbij horen. Ik ben in die week ook altijd jarig. Afhankelijk van hoe dicht mijn verjaardag bij de Hel valt, is de feestmaaltijd eerder vettig of mager. De dag van de Hel zelf wordt met de jaren juist spannender. Ik geloof altijd in Seppe, aan hem twijfel ik nooit, maar ieder jaar opnieuw moet alles ook meezitten en mag je geen materiaalpech hebben. Het geluk moet altijd aan je zijde staan. Aan elke Hel-editie heb ik een speciale herinnering: ik heb twee keer zwanger langs het parcours gestaan, er was de eerste keer met Laurien en de eerste keer met Vik erbij. Dat maakt het extra bijzonder. Sinds vorig jaar leeft Laurien ook heel hard mee met haar papa. Tijdens de wedstrijd is ze dan wat opgejaagd en vraagt ze altijd: gaat papa winnen? Ze is heel blij als ze mee op het podium mag. 

hel

Ik was er ook bij in 2011 toen Seppe voor het eerst deelnam en meteen derde werd. Die afstanden leken mij toen immens. Ik was toen echt ongerust of dat het wel zou goedkomen. De dag zelf vind ik nu heel tof, die dag gaat ook heel snel voorbij. Er zijn veel mensen die ik één keer per jaar zie en spreek op dezelfde plaats. We worden ook altijd heel vriendelijk ontvangen door Ben en Hans. Ik krijg daardoor altijd het gevoel dat wij mee een deel zijn van Kasterlee. De gezelligheid die de sport daar uitstraalt kan je ook moeilijk uitleggen aan iemand die het nog nooit heeft meegemaakt. Echt uniek. Sinds we kinderen hebben, gaan Seppe en ik niet meer samen naar huis, maar we bespreken onze dag nadien wel heel uitgebreid na. Vanaf de zijlijn kan ik niet inschatten hoe het voor hem geweest is. Seppe vertelt dan hoe hij alles beleefd heeft, want er is veel meer gebeurd dan wat ik gezien heb. Ik vertel dan wie ik gesproken heb en waar de gesprekken over gingen. Hoe vaak Seppe nog zal deelnemen aan de Hel? Geen idee! Zo lang hij er zin in heeft, maar ik denk dat die zin niet snel over zal zijn. Na 10 overwinningen zijn er nog veel ronde getallen te behalen. 

hel4
Seppe aan de start in 2019

Seppe Odeyn  – broer (9 deelnames, 8 zeges)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. winter – modder – feest
2. Wat zal je het meest missen? de hele voorbereiding die afgesloten wordt in de sporthal
3. Wat zal je het minst missen? de stress die eraan voorafgaat
4. Hel-weetjes? in eerste instantie wilden ze de Hel nog extremer maken, de mama van Rob Woestenborghs won één van de eerste edities, de officiële aankomst ligt net buiten de sporthal: als het dus ooit aankomt op een sprint ligt daar de meet
5. Wat ga je vandaag doen? ik ga om 8 uur het startschot geven voor zij die de Hel op eigen houtje doen, ik ga de fietsronde eens lopen om te kijken hoe de Hel geweest zou zijn

DSC03201
Papa in actie in 2018

Jan Odeyn – papa (5 deelnames, 4 x supporter)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. trainen – doen – ondergaan
2. Wat zal je het meest missen? de start en aankomst, de laatste weken als je minder moet trainen en Alma elk weertype positief vertaalt in een voordeel, dat het goed gaat met Seppe en Joke tijdens de wedstrijd, het hoogtepunt als Seppe mij inhaalt en iets zegt, de overdreven positieve aanmoedigingen van Marike bij het laatste lopen en Alma die dan niets zegt omdat het nog lang gaat duren, de pintjes na de aankomst
3. Wat zal je het minst missen? het trainen en ongerust zijn over ziek worden of een blessure krijgen
4. Hel-weetje? i
n de douche herkennen ze me als de pa van Seppe
5. Wat ga je vandaag doen? me bezighouden met mijn modelbouwvliegtuigen

IMG_0603
Seppes overwinning in 2014 toen ik voor het eerst supporter was

Alma Artoos – mama (ontelbare keren supporter)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. familiedag – spannend – kou
2. Wat zal je het meest missen? Het gevoel dat één dag aanvoelt als één lang uur zonder eet- of hongergevoel (of misschien is die dag tijdloos), maar ook omroeper Hans. Het besef dat al die deelnemers helden zijn en daar een heel jaar voor trainden, de eerbied voor elke atleet. Ik vind het totaalpakket van de Hel perfect.
3. Wat zal je het minst missen? de spannende periode ervoor of misschien ook niet
4. Hel-weetje? (noot van de redacteur: mama had zoveel weetjes dat ik een selectie heb gemaakt) Jan en ik hadden op voorhand veel gesprekken over het weer, ik werd echt een meester-voorspeller om hem gerust te stellen: wind droogde de grond uit, regen was ook goed, want het zand kwam vaster te liggen, vriesweer was ideaal, want het zand lag nog vaster, dooi was dan weer goed om de ondergrond terug zachter te maken. Mijn voorspellingen werden alsmaar beter naarmate dat de Hel dichterbij kwam. Ik vertrok van het bestaande weerbericht en zette dat dan om in een gunstige voorspelling.

5. Wat ga je vandaag doen? het wordt een gewone zondag, denk ik. Misschien fietsen naar de Kempen?

FVAS2774

Mark Artoos – onze nonkel, mijn peter (4 deelnames, 1x supporter)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. afzien – genieten – nagenieten
2. Wat zal je het meest missen? vooral de sfeer ter plekke zowel voor, tijdens als na de wedstrijd, maar misschien nog leuker is de roze wolk de week erna en de vele verhalen van andere deelnemers en supporters: daar kan je nog lang van nagenieten
3. Wat zal je het minst missen? de trainingen van de maand november, die zijn lastig omdat je al zolang bezig bent en omdat het ook de zwaarste zijn, het weer is dan niet zo aangenaam meer en dan ben ik het trainen echt beu!
4. Hel-weetje? bij darmproblemen en een gebrek aan wc-papier kan een geschreven kerstlijstje van Marike ook een oplossing zijn
5. Wat ga je vandaag doen? sporten, want de training voor de Hel 2021 begint!

YGBX6086
Die zusjes van mij, zelfs goedlachs in regenponcho

Roos Odeyn – zus (8x supporter, waarvan 2x als mijn coach)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. familie – emotie – sport
2. Wat zal je het meest missen? De hel is een bijzondere dag. De fierheid op je familie. De pracht en kracht van een sport die je een hele dag kan aanschouwen, want het zijn zotten! Dat iedereen die over de rode loper naar binnen loopt een held is.
3. Wat zal je het minst missen? de eigen organisatie van kledij, voeding, drank, fietsen, lichten en voldoende batterijcapaciteit, het lege gevoel de dag erna: doodmoe en nog vol emoties 
4. Hel-weetjes? wij hebben altijd een fietstas vol zelfgemaakte wafels van Marike bij en als je heeeeeel vroeg komt, kan je gewoon aan de sporthal parkeren

5. Wat ga je vandaag doen? Herinneringen ophalen, beetje treuren. Blij zijn dat ik niet zo vroeg op moet staan.

DSC03200
Ikzelf in actie (lachend?!) in 2018

Marike Odeyn – zus (7x supporter, waarvan 5x als coach van papa)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. kou – familie – spanning
2. Wat zal je het meest missen? picknick maken, vroeg vertrekken en dan mama zoeken om een eerste update te krijgen over het wedstrijdverloop, het moment dat de familieleden gefinisht zijn, ze tevreden zijn over hun prestatie en het gevoel dat het dus ook een goed kerstfeest zal zijn
3. Wat zal je het minst missen? kou, modder, het gevoel dat je iets heel belangrijk aan het vergeten bent
4. Hel-weetje? Als ik mama bel om haar te vragen waar ze is, dan ziet ze mij meestal staan, maar ik haar niet, dus dan roept ze door de telefoon. Ik ben hier! Nee! Nee, hier! Je bent niets met die aanwijzingen door de telefoon.  

5. Wat ga je vandaag doen? bakken of in de tuin werken

hel6
Seppe op het podium in 2018, wat zullen we ook de Sikke (toen de nummer 3) missen!

Peter Dries – Kempenaar en partner van Marike (6x supporter)
1. Beschrijf de Hel in drie woorden. familiefeest – tijdschema’s – motivatiecoaches
2. Wat zal je het meest missen? de emotionele ontlading en de tranen van ontroering als ik mijn schoonbroer over de meet zie komen als winnaar, trots en opgelucht dat na weken meeleven je eindelijk weet: hij doet het, hij doet het!
3. Wat zal je het minst missen? het vroege opstaan, mijn wagen die stonk naar zure melk nadat Marike vergat om het dopje goed op de melkfles te draaien
4. Hel-weetje? ik moest eens naar Heist-op-den-Berg rijden toen Marike haar handtas op de veloroute had laten staan, uitslapen was geen optie 

5. Wat ga je vandaag doen? het stalen ros van stal en mountainbiken!

hel2

Wat ik vandaag zelf ga doen? Ik ga het gemis proberen weg te lopen, door nog eens een echt lange looptocht te ondernemen. Ik denk aan mama’s wijze woorden: die Hel mogen ze ons echt geen twee keer afpakken! Amen.

Loperspraat – En hoe is het nu met de zussen?

Aan sportieve plannen geen gebrek het afgelopen jaar. Het schoentje wrong echter bij de mogelijkheid om ze uit te voeren. Zo werd 2020 niet het jaar van de zussenmarathon en ook niet het jaar van Marikes kennismaking met de 10 Miles, althans niet de evenementenvariant van die middellange afstand. Het was uiteindelijk een jaar om eens zo hard te genieten van het feit an sich dat we zo nu en dan met ons drietjes (viertjes) mochten en konden lopen. Zondag was één van die schaarse momenten. We maakten gezusterlijk nog eens kilometers met Leah in de buggy. Ondanks de wind, de berg op en de modder was het een loopje om de batterijen weer helemaal mee op te laden. Met mijn zussen lopen, dat is namelijk altijd een klein feestje. Als kinesitherapeut en ergotherapeut zijn zij bovendien zorgwonders in barre tijden. Ik geef hen dus graag het woord om te vertellen hoe het hen sportief vergaat.

Hier hoor je Roos: ik heb sinds kort last van mijn heup, dat is gekomen door de klompen die ik moet dragen als ik op de Covid-afdeling van het ziekenhuis werk. Als ik loop, merk ik niks van die heup, maar ’s avonds speelt het wel op. Ik denk dat ik dus eens een bezoekje aan de kine moet brengen. Ook zonder wedstrijden of evenementen ben ik de afgelopen periode blijven lopen volgens mijn vast patroon, zo tussen de 30 en 40 kilometer per week. Ik loop geen echt lange afstanden en ook voor de intervaltrainingen pas ik voorlopig. Ik heb wel het idee dat ik in vorm ben als ik nu een wedstrijd zou lopen. Door alle maatregelen leef ik volgens een strak ritme en ben ik altijd goed uitgerust. Ja, er zit dus wel wat in de tank, denk ik.

Ik heb nog geen doelen voor 2021 gesteld. Als ik één wedstrijd van ons repertoire zou moeten kiezen, dan zou ik gaan voor de La Chouffe trail in Houffalize in de zomer. Dat is ook ons familieweekend en dus een hele happening. Zo’n trail lopen doet ook minder pijn dan al die snelle wedstrijden. De 10 Miles in Antwerpen zou ik eigenlijk ook wel heel graag lopen omdat dat gewoon al langer geleden is. Symbolisch zou het heel mooi zijn als de CPC Loop in maart door kan gaan omdat dat de laatste wedstrijd waar we dit jaar aan konden deelnemen. Ik weet ook wel dat dat niet realistisch is. We hebben het dit jaar al zo vaak gehad over die wedstrijd omdat het één van de enige is die we nog kunnen nabespreken. Wat ik mis aan wedstrijden lopen? Dat gevoel om eens echt diep te gaan, dat je de dag nadien wat stijfjes bent, de euforie ook die je dan voelt, de nabespreking en uitgebreide analyse. En natuurlijk ook het uitstapje dat je dan hebt, een dag weg zijn, daar wat rondhangen, de hele beleving van samen met andere lopers te zijn. Zien lopen doet lopen. Dat geeft je loopleven echt een boost.

Ik fiets nu ook elke week regelmatig. Dankzij de fietsknooppunten-app ontdekte ik al mooie routes in de omgeving. Ik werd ook al door veldwegen gestuurd. Niet ideaal als je met een gewone koersfiets rijdt. Op de fiets heb ik echt altijd koude voeten. Mijn fiets is ook heel snel vuil omdat ik geen spatborden heb. Dat vraagt dus wel wat onderhoud. Inline skaten is met dit weer ook echt geen optie. Modder en regen zijn slecht voor de wieltjes. Bij lopen is het weer minder bepalend.

Dit is wat Marike vertelt: ik ga nu meestal ’s ochtends lopen op nuchtere maag. Dat is voor mij gemakkelijk omdat ik dan geen rekening hoef te houden met mijn eten. Ik reageer namelijk allergisch op gluten in combinatie met een inspanning en kan dus 4 uur voor ik ga lopen geen gluten eten of ik heb het zitten. Het nadeel van ’s ochtends lopen, is dat het niet echt vooruit gaat. Ik heb al wel geprobeerd om te versnellen, maar dat ging echt niet. Omdat ik ook allergisch ben voor de kou is fietsen in de winter voor mij geen optie. Op zondag ga ik soms nog met Leah in de buggy lopen. Dat is nu ook wat ingewikkelder met haar maaltijden, het vraagt wat meer denkwerk. 

Ik weet nog niet echt wat ik in 2021 wil doen op loopgebied. Waarschijnlijk zullen mijn zussen wel weer een uitdaging bedenken en dan kan ik me daarvoor inzetten. Ik vond het wel jammer dat de 10 Miles dit jaar niet door kon gaan. Daar had ik echt wel naartoe geleefd en getraind. Ik heb die 16 kilometer wel snel op m’n eentje kunnen lopen, dus ik voel nu de stress om dat dan beter te doen tijdens een evenement. We zien wel wat het geeft. Dat we dit jaar geen marathon hebben gelopen, vind ik op zich niet heel erg, want daar was ik helemaal niet mee bezig toen het land in lockdown ging en alles werd afgelast.

Bedankt voor de update, zusjes! Ik kijk al uit naar ons volgende samen-loopje!

Het moment – Klein geluk #3

Oh ja, ik heb soms het gevoel dat de wereld naar de verdoemenis is en bijgevolg ook mijn eigenste leven. Reden te meer om stil te staan bij alles wat mij vervult met blijdschap, bij alles wat voldoening geeft en mijn mondhoeken naar boven tilt. Bovendien wachtten mijn lente– en winterverzamelingen van kleine gelukjes smachtend op een herfstvariant, uiteraard gekleurd door de huidige coronaperikelen. Carpe diem, count your blessings of probeer blij te zijn met wat er wél is. Hier gaan we.

  • de zon die onverwacht of harder schijnt dan het weerbericht voorspelde
  • steeds meer loop- en fietsroutes ontdekken waardoor ik beetje bij beetje een gedetailleerder beeld krijg van regio 3300 waar ik nu een half jaar woon
  • de natuur in de Grote Getevallei, een oase van rust
  • bescheiden modderspetters op mijn kuiten die me onder de douche het gevoel geven dat ik vuil ben, maar die niet zo talrijk zijn dat je overal in huis modder terugvindt
  • alle gerief van de Nike Trail collectie, ik word er heel hebberig van
  • met wat koud op het lijf gaan lopen, na een kilometer volledig opgewarmd zijn en als je dan thuis aankomt, je niet meer kunnen voorstellen wat “het koud hebben” betekent
  • na een looprondje zoveel inspiratie hebben dat ik hijgend boven een schrift sta om al die fantastische ideeën op te schrijven
  • een eekhoorn die gezwind de weg oversteekt of een koe die me sympathiek nastaart
  • loopkilometers tijdens vrije momenten op school met mijn sportieve collega’s Bart en Murielle
  • de leerlingen terugzien na de herfstvakantie en luisteren naar hun besoignes
  • de creatieve werkjes die mijn vierdejaars maakten over een boek, de trots op hun gezicht als je daar vol bewondering naar kijkt
  • een jongen die niet graag leest horen vertellen dat hij Het is de liefde die we niet begrijpen van Bart Moeyaert echt een goed boek vond omdat hij er veel over kon nadenken
  • de podcast Drie boeken beluisteren op de terugweg van school, hierdoor zoveel boekeninspiratie opdoen dat ik bij thuiskomst meteen naar mijn ongelezen-kast sprint om er enkele titels uit te vissen
  • boekenplannen maken, nadenken over welke boeken ik wil kopen en lezen, altijd maar lezen, altijd ook méér willen lezen
  • lezen en meteen aansluitend gaan lopen, waardoor ik het gevoel heb dat ik nog in dat boek aan het lopen ben 
  • koken met de crown prince, de koning der pompoenen
  • berekenen wat de maximale afmetingen van mijn kerstboom kunnen zijn: dit jaar zie ik het groots
  • ondanks alle maatregelen toch uitkijken naar de gezelligheid in eigen huis van de kerstperiode
  • kaartjes sturen: altijd een goed idee!
  • FaceTimen met Marike en Leah, die dan vaak in een wilde bui is 
  • creatieve projecten en nieuwe plannen maken met Roos, u hoort nog van ons!
  • wat kilometers mee fietsen met mijn broer Seppe tijdens de 151 kilometer lange looptocht (dit is geen typefout) door het Hageland die hij zaterdag aflegde in een goeie 14 uur: zowel zot als inspirerend
2_22021123_odeyn_FKT
Foto: Robrecht Paesen @ Be Movi

Loperspraat – Het geluk van nieuwe schoenen

Kleine gelukjes, ze zijn er gelukkig nog in overvloed. De ene dag moet je er al wat gerichter naar op zoek dan de andere, maar geloof me: het leven is echt niet helemaal om zeep nu we weer in een soortement lockdown zitten. Zo word ik niet alleen verblijd door de herfstzon, hard poezengespin en een volle boekenkast, ook nieuwe loopschoenen maken mij heel erg happy. Alles begint met de online zoektocht naar geschikte schoenen: research doen, wachten op een goed koopje en dan toeslaan. Het moment dat je die doos dan in handen hebt en het deksel voorzichtig openklapt, is alsof je een schatkist opent. Voorzichtig, doch ongeduldig, geritsel van papier, de schoen voor een eerste keer voelen, aandachtig en zorgvuldig bestuderen om er tot slot heel behoedzaam mijn voet voor een eerste keer in te schuiven en te denken: dit is het helemaal.

IMG_3772b

De eerste schoen die recent mijn collectie kwam vervoegen is de Nike Pegasus Trail 2. Vorig jaar bracht Nike namelijk de eerste trail-versie uit van hun alom bekende Pegasus. Ik was meteen fan en liep er – zonder enige andere test – meteen de La Chouffe trail op en recenter nog mijn Suikermarathon. Voor mij, als niet gespecialiseerde trailloper, zijn dit de ideale off-road najaarsschoenen. Ze bieden mij het comfort, de flexibiliteit en de demping van een standaardschoen. Dankzij het stevige profiel en de goede pasvorm kan je er perfect mee uit de voeten op een glibberige of modderige ondergrond. Ze bieden veel grip zonder in te boeten op responsiviteit. Bovendien begrijpt Nike als geen ander dat een schoen ook liefst mooi moet zijn. Voor de trailcollectie wordt resoluut gekozen voor kleurrijke designs. Terecht. De nieuwe Pegasus trail oogt zowel vrouwelijk als stoer. Ik werd helemaal smoor op de dark beetroot en kocht inmiddels ook de klassieke zwarte variant.

IMG_3743b

Zo mogelijk nog meer verliefd werd ik op de Nike Zoom Fly 3, zeg maar de betaalbare versie van de Kipchoge-schoen. De eerste en tweede versie van deze schoen riep ik hier al uit tot de ideale marathonschoen: een goede fit en veel demping in een absolute lichtgewicht schoen. Het is waar elke afstandsloper van droomt. Toch duurde het lang voor ik overstag ging voor de Zoom Fly 3. Ik kon namelijk echt niet begrijpen dat wit de nieuwe modekleur is voor loopschoenen, een trend die je ook in het wielrennen ziet. Witte schoenen, serieus? Ik loop nooit op een atletiekpiste en de komende maanden staan ook asfaltwegen garant voor een laagje smerigheid. Witte schoenen leken mij dus gedoemd om in een mum van tijd smoezelig te zijn. Bovendien past wit ook niet binnen het kleurenpalet waar ik doorgaans voor kies. Stilaan wende ik echter aan de cleane look en kon ik me verzoenen met het idee. Goh, die felkleurige details maken het toch weer helemaal af. Toen ik ze uiteindelijk uit de doos haalde, was ik meteen verkocht. Jep, het design is gewoon top.

IMG_3741b

De Pegasus Trail 2 voelde meteen aan als thuiskomen. Afgelopen zondag trok ik mijn nieuwe Zoom Fly’s voor het eerst aan. Met nieuwe schoenen vlieg ik zonder overdrijven altijd. Nu ook weer. Ik liep schijnbaar moeiteloos op een schoen die wat anders, maar toch heel vertrouwd aanvoelde. Ja, ik vloog echt. De ene na de andere snelle kilometer volgde elkaar op. Ik besloot mijn toer te vergroten, en nog een beetje en nog een beetje. Wow zeg, dit was echt next level vliegen! Uiteindelijk liep ik 10 miles, ofte 16,1 kilometer, aan een stevige 4:44 per kilometer. Dankzij mijn relatief lage hartslag (die schoen nam het echt volledig over) bereikte ook de VO2 max van mijn horloge een ongekende hoogte. Mocht je er dus nog aan twijfelen: ik vind de Nike Zoom Fly 3 echt geweldig. Hoewel ik het ondenkbaar vond dat een andere schoen mijn prachtige blauwe Zoom Fly’s (waar ik onder andere de marathon van Parijs op liep in 2019) ooit zou kunnen evenaren, moet ik nu toegeven dat die verduivelde witte exemplaren hun voorganger helemaal overschaduwen. Mijn blauwe geliefden kan ik dus met een gerust hart op pensioen sturen: veilig opgeborgen in een doos, welteverstaan. Voor een echt afscheid ben ik nog niet klaar.

IMG_3776b

Nieuwe schoenen laten me dromen van kleine en grote looprondes. Van plannen dichtbij en ver weg van huis. Van marathons die ik desnoods zelf vorm en naam zal geven. Van loopjes helemaal alleen en met mijn zussen. Van met mijn hoofd in de wolken, mijn haar in de regen en de zon op mijn gezicht.

Noot: ik betaal mijn schoenen helemaal zelf. Je leest hier dus mijn eigen ervaringen die op geen enkele manier beïnvloed zijn door commerciële motieven.

Duatlonspecial – Over een winter zonder Hel

Aanvankelijk zou ik hier beschrijven hoe oktober als een sneltrein aan mij voorbij raasde, ware het niet dat Steven Van Gucht die metafoor gisteren gebruikte om de opmars van het corona-virus in België te visualiseren. Ik dacht ook aan storm. Omdat er steeds meer wind opsteekt die op de fiets altijd tegenwind lijkt te zijn. Omdat we ons op alle vlakken in het oog van een storm bevinden die nog niet meteen zal gaan liggen. Ik zou ook nog iets vertellen over een turbulente (wind!) week op school. Hoe de media tegenstrijdig berichtten over voltijds dan wel deeltijds onderwijs op school. Hoe dat een impact had op mijn gemoed en hoe we er toch weer allemaal het beste van probeerden te maken. De laatste dagen voor de herfstvakantie stond ik soms met een krop in de keel voor de klas omdat ik een déjà-vu had naar het voorjaar, toen ik ook dacht dat we eventjes met vakantie gingen en elkaar snel zouden terugzien. Dat draaide toch eventjes heel anders uit. Er maalde kortom zoveel in mijn hoofd dat ik geen tijd had om stil te staan bij het feit dat de Hel van Kasterlee ook van de agenda werd geschrapt.

Een sportwedstrijd die wordt afgelast: echt verrassend nieuws is het dezer dagen niet. Slechts een kanttekening in de marge als je ziet wat er allemaal op ons afkomt. Ik was vooral opgelucht dat de organisatie de knoop begin oktober durfde door te hakken en daarmee klaarheid schepte. Bovendien liep ik op 11 oktober een marathon waar ik écht oprecht deugd van had. Ik besefte nog maar eens dat ik geen competitie nodig heb om sportief bezig te blijven. Lopen, dat doe ik voor mezelf. Om mijn hoofd en benen te luchten. Een jaar zonder Hel van Kasterlee dat betekende meer tijd voor mezelf en andere bezigheden. Ik zou dit jaar ook niet op de Boekenbeurs in Antwerpen werken (ah nee, die gaat ook niet door) en ik zou dus gewoonweg tijd hebben om te lezen en een tas te maken, om maar iets te noemen. Tijd, mensen, tijd! Wat kan ik me nog meer wensen?

IMG_3712b
Hemels en hels: het kan verduiveld dicht bij elkaar liggen.

Toen ik in 2018 en 2019 deelnam aan de Hel trainde ik in oktober en november rond de 18 uur per week, meestal in barre omstandigheden. In alle vroegte en donkerte gaan lopen, als je pech hebt in de regen. In het weekend urenlang op de fiets zitten, meestal met regen en wind. Mijn voorbereiding op de Hel was niet minder dan een halftijdse job die ik naast de drukte van mijn betaalde fulltime job uitoefende. Mijn leven leek die maanden on hold te staan. Wat doorweegt zijn niet zozeer de trainingsuren zelf. Eens je op die fiets zit met muziek in de oren of eens dat je aan het lopen bent, dan is dat zoals altijd best fijn. Zelfs als het regent. Wat het hels maakt, zijn de momenten dat je verkleumd en doorweekt thuiskomt in een kil huis. Dat je zelfs na een warme douche niet lijkt op te warmen. Dat je op automatische piloot nog een maaltijd klaarmaakt en je je hoofd pijnigt over welk schoolwerk toch wel nú moet gebeuren. Elke minuut van de dag moet je nuttig besteden: dat is wat doorweegt en wat ik dit jaar dus zeker niet zou missen. Daarmee was de kous af, dacht ik. 

Deelnemen aan de Hel is dus zwaar omwille van de grote opofferingen die je moet maken in een voorbereiding die eindeloos lijkt te duren. De dag zelf was ik telkens tussen de 11 en 12 uur bezig. Dat is hard labeur en zwaar afzien, maar al bij al vliegt die dag voorbij. Ik weet nog dondersgoed hoe ik me gevoeld heb tijdens die strijd. Ik weet ook nog heel goed hoe ik over de rode loper liep en onder luid applaus en gejoel kon finishen. Wat uiteindelijk echt blijft hangen, zijn de kleine momenten die als het ware achter de schermen plaatsvinden. Niet de opzichtige glorie van de prestatie, maar het menselijke aspect dat erachter schuilgaat. Hoe ik met Roos in de auto zat, voor en na de wedstrijd. Wat er gezegd werd (en wat juist niet) tijdens het afsluitende loopnummer in een aardedonker niemandsland met mijn familieleden op de fiets. De lieve reacties die ik nadien uit verwachte en onverwachte hoek kreeg. Het nakaarten in familiale kring tijdens de kerstdagen. Hoe eenzaam een dag in de Hel ook kan zijn, zelden voelde ik me meer gesteund. De Hel van Kasterlee is om die reden een dag die nog heel lang nazindert, waardoor je ook weer vergeet welke opofferingen je hebt gemaakt. Ik zal het om die reden dus wel missen. Heel hard zelfs. Omdat het weer een mooi familiemoment is dat ons door de neus wordt geboord. 

Of ik volgend jaar opnieuw deelneem aan de Hel van Kasterlee? Dat weet ik echt niet. Drie keer deelnemen leek me wel mooi, maar ik wil in alle eerlijkheid de afweging maken of die zware voorbereiding het me waard is. Deelnemen aan de Hel is geen must. Marathons lopen daarentegen: dat wil ik zo lang mogelijk blijven doen. Ik denk dat het dringend tijd wordt dat ik van de herfstbladeren en mijn nieuwe loopschoenen ga genieten. En van Juan, die dit jaar van een gigantische modderbad wordt gespaard. In 2020 is alles anders, maar daarom niet per se slechter. Let’s make it a November to remember!

IMG_3699b

Loperspraat – De perfecte duurloop

Zondag 13 september werd ik 35 jaar. Ik vierde dat in stijl door mijn dag te beginnen met een stevige duurloop. Zondag duurloopdag, weet je wel, zeker ook als je jarig bent. Er was een tijd dat ik rond mijn verjaardag mijn leeftijd in kilometers liep. Na de beproeving die ik moest ondergaan toen ik 33 werd, liet ik de uitdaging vorig jaar wijselijk aan mijn neus passeren. Ook mijn enthousiasme kent grenzen. Dit jaar ging de gedachte door mijn hoofd en er ook weer uit. Ik zou dit jaar dus niet zo gek zijn om 35 kilometer te gaan lopen. Het werden er uiteindelijk 32. Geloof het of niet, die drie kilometers maken wel degelijk een verschil. Ik liep via fietsknooppunten een duurloop in lijn van bij mij thuis in Tienen tot bij Roos in Rotselaar. Dankzij de hoogtemeters een pittig parcours. Dankzij de omgeving vooral ook erg gevarieerd en mooi. Achteraf besefte ik dat ik de perfecte duurloop liep op mijn verjaardag, eentje om in te kaderen en nog heel vaak aan terug te denken.

Wie wil duurlopen op een zonnige dag kan maar beter vroeg uit de veren. Roos verjaart de dag voor mij, dus ik had er een heel gezellige avond op zitten met lekker eten en drinken. Na een relatief korte nacht zat ik daarom om 6u havermoutpannenkoeken te eten. Al heel de week keek ik uit naar deze duurloop. In mijn hoofd zou het echt fantastisch leuk zijn. Quasi moeiteloos zou ik met de zon op mijn bol naar mijn zus lopen. Tussen droom en daad verbergt zich soms de desillusie. Ik was dus ook wel op m’n hoede. Om 9u stond ik op de stoep en weg was ik voor wat in mijn hoofd dus heel leuk zou worden. De eerste kilometers liepen meteen erg goed. Er was zon, het was rustig en de benen bolden vanzelf. Knooppunt 13 (mijn geluksgetal) stelde wederom niet teleur. Na een dik uur was ik in Pellenberg en vergezelde mama mij op de koersfiets.

Ik had al enkele flink oplopende stukken achter de rug, maar daar leek ik weinig van te merken. Mijn buik hield zich verdacht stil. Ondanks de prosecco’s op de gezondheid van Roos, leek ik niet heel veel dorst te hebben. De nazomerzon deed haar best en was zonnig, maar niet verzengend warm. Het landschap was prachtig. Mama vervulde haar rol als compagnon de route weer met glans. Voor ik het goed en wel wist, had ik ruim 20 kilometer gelopen, waren we in Linden en leek Rotselaar om de hoek. Ik verbaasde me over het strakke tempo dat ik bleef aanhouden. Mijn benen bleven maar draaien. Roos vervoegde ons de laatste kilometers. Ik grapte nog dat ik uiteindelijk toch wel mijn leeftijd, thirty-something, gelopen zou hebben en toen was ik er dus. 32,05 km liep ik met een gemiddelde van 4’58” en ik voelde me als herboren. We aten pistolets en taart natuurlijk, veel taart.

De conclusie was dat mijn duurloop nog leuker bleek te zijn dan hoe ik het had bedacht. Dit was de perfecte duurloop. Omdat alles juist zat. Omdat het zo eenvoudig was om te lopen. Omdat het gevoel belangrijker was dan de cijfers. Omdat het ook in mijn hoofd zo rustig was. Omdat ik ook wel een beetje trots was op mezelf. Zo leerde ik op mijn 35e verjaardag dat lopen echt in mijn lijf zit. En dat het soms eenvoudig is om gelukkig te zijn. Of toch op z’n minst uitermate tevreden.

De gedachte – Over de zomer van 2020

Morgen begint het nieuwe schooljaar en zit mijn zomervakantie er dus definitief op. Een kersvers schooljaar: dat is iets om reikhalzend naar uit te kijken. Ik zou liegen als ik beweer dat de zomer van 2020 significant anders dan anders was. Het grootste verschil was de nieuwe omgeving waar ik sinds enkele maanden van kan genieten: meer groen, meer plaats en meer rust. De corona-maatregelen gooiden zo nu en dan wel een klein beetje roet in het eten. Het was namelijk de zomer zonder zussentrip naar Parijs en zonder familieweekend (+ trail) in Houffalize. Het gemis van Parijs konden Roos en ik een beetje compenseren met Den Haag. Voor Houffalize was de La Chouffe blanche plaatsvervanger van dienst. Met mate uiteraard. De zomer van 2020 zal ik me herinneren als de zomer van rustiger aan en ironisch genoeg daardoor soms ook van onrustiger in het hoofd. Hoe ik mijn werk als leerkracht zou moeten uitvoeren in september, dat was namelijk heel lang een groot vraagteken. De zomer voelde soms een beetje leger aan, soms een beetje doellozer, maar uiteindelijk toch zonnig en deugddoend genoeg om er blij van te worden. Dit is wat mij zal bij blijven.

Ik heb nu dus een tuin. Eentje waarin behoorlijk wat groeit en woekert. Rozen, hortensia’s en cyclamen bijvoorbeeld, maar ook heel veel netels. Om de strijd met die hardnekkige sfeerkillers aan te gaan, kreeg ik versterking uit professionele hoek. Niemand minder dan mama en Roos kwamen met heel wat tuingereedschap een namiddag hard labeur leveren. Met verenigde krachten wonnen we zo toch al een veldslag van het onkruid. Voor het eerst in mijn leven heb ik een composthoop.

Composteren, het is een vak op zich

Op creatief gebied liet ik me volledig gaan met schuurpapier en lakverf. Ik besefte weer eens hoe graag ik meubels opschuur en van een fris kleurtje voorzie. Zo voorzag ik twee stoelen, wat wijnkistjes en tal van kleinere decoratie-items van een semi-vakkundig likje lak. Geloof me: dat is het ultieme DIY-project! De laatste weken bracht ik ook weer behoorlijk wat tijd door in mijn ruime crea-atelier, waarover later ongetwijfeld meer.

Er werd natuurlijk ook ernstig gelezen. Dankzij mijn nieuwe uitgebreide boekenkast staat elk boek nu echt te pronken in mijn salon. Dat moest dan weer het gebrek aan culturele uitjes compenseren. Waar ik vorige vakantie mijn Museumpas maximaal probeerde te benutten, bleef het nu bij lezen over cultuur en veel muziek luisteren via Spotify. Hopelijk biedt september nog de mogelijkheid tot een museumbezoek.

Vooral in augustus was ik veel op de fiets te vinden. Er was natuurlijk de ontdekking van de LF6 en de ravel, maar ik ging ook aan de slag met fietsknooppunten en ontdekte zo echt de meest idyllische weggetjes op een boogscheut van mijn huis. Wie er nog aan twijfelt: er is dichtbij ook zoveel moois te ontdekken.

Ik maakte ook al wat voorzichtige plannen voor het najaar. De Hel van Kasterlee zou doorgaan, de nodige maatregelen indachtig. En ja, die marathon moet en zal ik echt lopen in oktober. Het kriebelt te hard en als het kriebelt, dan moet je een marathon lopen. Ik voegde dus weer duurlopen toe aan mijn weekprogramma. Bij een +20 km kan het verschillende kanten opgaan. Tussen de extremen alles zit mee of alles zit tegen bevindt zich een scala aan mogelijke scenario’s. Vrijdag liep ik 27 km en het was een duurloop van de extreme alles-zit-tegen-soort: wind (tegen natuurlijk), te veel hoogtemeters, een gevaarlijke weg, buikkrampen en opbouwende stramheid in mijn hamstrings. Kortom nog maar eens een les in volharding en tijd om weer een bezoek te brengen aan de kinesitherapeut. Inmiddels kan dat weer.

Op sociaal vlak was het een povere zomer, daar moeten we niet onnozel in doen. Contact onderhouden gebeurde voornamelijk digitaal. Ik ging niet lunchen of koffiedrinken met mijn vriendjes. Bezoeken waren schaars en de familiemomenten beperkt binnen de bubbel. Gelukkig kon ik de vakantie wel in schoonheid afsluiten dankzij een looprondje in Rotselaar in gezelschap van mijn zussen, metekindje en papa. We hadden best veel bekijks met ons looppeloton. Ofwel is dat omdat een schattig kind als Leah nu eenmaal alle aandacht trekt, ofwel omdat mijn zussen zo knap zijn ofwel omdat we luid praten als we onder ons zijn.

Team Odeyn op pad!

Wanneer begint die Indian summer nu precies?

Het moment – Hoe ik in 2016 mijn snelste kilometer liep

Op zondag 11 september 2016 liep ik mijn snelste kilometer ooit: 3 minuten en 53 seconden. Omgerekend is dat een dikke 15 kilometer per uur. Om die topsnelheid te ontwikkelen had ik een verraderlijke afdaling in Bertem nodig, een stevige wedstrijdcomponent en een overdosis onbezonnenheid. Ik liep mijn snelste kilometer namelijk in de Bosstraat van Bertem tijdens de Teussersjogging toen ik de eindzege in het Loopcriterium van Vlaams-Brabant kon ruiken. Bosstraat klinkt nog idyllisch voor wat het weggetje eigenlijk is: stevig aflopend en geplaveid met kasseien die langs alle kanten invallen en uitsteken. Goed om met een tractor over te rijden, te mijden met enige andere vorm van transport. Inmiddels is mijn kilometerrecord al bijna vier jaar oud en denk ik dat het nog heel lang overeind zal blijven staan. Ik heb eerlijk gezegd ook niet de ambitie om het te verbeteren. Dan zou ik namelijk de ideale omstandigheden moeten opzoeken (saai) en dan zou ook de kracht van het verhaal van die bewuste septemberdag afnemen. Doodzonde, want het is één van die herinneringen die Roos en ik systematisch oprakelen: weet je nog toen in Bertem?

Ik heb al vaak gezegd dat ik geen competitiebeest ben. Ik lever graag wat strijd met mezelf, maar mijn drijfveer is niet om me met anderen te meten. Na dit verhaal ga je daar misschien anders over denken. Op mijn eigenste nine-eleven heeft het competitiebeest in mij namelijk haar duivels volledig ontbonden. Roos, papa en ik namen in 2016 deel aan de stratenlopen van het  Loopcriterium van Vlaams-Brabant. Dit regelmatigheidscriterium bestond uit 12 stratenlopen tussen de 10 en 21 kilometer. Vooral aan de Mutotoloop in Duisburg en de Furaloop in Tervuren denken wij wel eens met weemoed terug. Per wedstrijd kreeg je een aantal punten voor je deelname en bijkomend punten op basis van je resultaat in de eindrangschikking van jouw categorie. Je moest minstens aan 7 wedstrijden deelnemen. Liep je er meer, dan telden je beste uitslagen mee. In 2015 (het jaar van onze eerste marathon) kon ik al derde worden in het eindklassement van mijn categorie. Nu zou ik denken: mooi, dat hebben we gehad, toen dacht ik: dat kan beter. De Teussersjogging in Bertem was de laatste wedstrijd van de reeks. Twee dames waren intrinsiek sneller dan ik. Dame 1 finishte steevast minuten voor mij en had ik nooit in het vizier. Omdat zij aan minder wedstrijden deelnam, had ik toch meer punten. Zij was die dag niet van de partij en kon me dus niet meer bedreigen. Dame 2 was me altijd voor op de afstanden onder de 11 km. Ik kon haar wel al verslaan tijdens een 16 en 21 km. Ook zij nam aan iets minder wedstrijden deel, waardoor wij op de laatste racedag evenveel punten hadden. Alleen door voor haar te finishen, kon ik de eindoverwinning verzilveren.

Aangezien de Teussersjogging “slechts” 10,2 km lang was, speelde de relatief korte afstand met andere woorden in haar voordeel. Mijn geheime wapen was natuurlijk Roos. Ze kon me dan wel niet bijstaan als haas, maar wel als klankbord en tactisch brein. Vooraf bespraken we mijn wedstrijdtactiek uitvoerig. Ik zou me meteen in het zog van Dame 2 vastbijten en haar na de eerste ronde van 5 km als een duiveltje uit een doosje voorbij springen. Hoe dan ook was het maar de vraag of ik haar überhaupt 5 km lang zou kunnen volgen, want op papier was ik de traagste. Bovendien bestond het parcours voornamelijk uit onverharde wegen en zouden we twee keer een stevige klim van het type “muur” moeten op lopen. Zo eentje waarbij je heel hard op je adem trapt en als je niet oplet ook op je tong die sowieso op de grond hangt. Naar de finish toe volgde dan twee keer een afdaling. Over dé Bosstraat dus. Op voorhand wilde ik vooral niet gebeten en competitief overkomen. Als we dame 2 dus voor de start zouden spreken (wat denk ik ook gebeurde), zouden we met geen woord reppen over de eindzege en ons aimabel als altijd opstellen. Eerlijk: ik had het haar oprecht gegund, maar ik zou het mezelf niet vergeven als ik me bij voorbaat gewonnen zou geven. Die instelling is ook wel een beetje eigen aan stratenlopen. Er heerst altijd een amicaal ons-kent-ons-sfeertje, maar hoe dan ook meet je je met lopers die ongeveer even snel zijn als jij om hierover nadien complimenteus na te praten.

Het startsein werd gegeven om 16u. Ik had me dus al een hele dag kunnen opjutten. De eerste kilometer verliep min of meer volgens plan: ik liep in het zog van dame 2, met een kilometertijd van 4’11” weliswaar belachelijk snel. Destijds was dat hoe wij (Roos en ik) onze wedstrijden liepen: zo snel mogelijk vertrekken en dan pompen om niet te verzuipen. Aangenaam lopen was het niet, maar het werkte meestal wel. De tweede kilometer verliep ongeveer gelijkaardig. Ik herinner me dat we over een bospad liepen en dat ik me realiseerde dat we nooit eerder zo in elkaars buurt liepen. Wat de aanleiding precies was om plots van mijn tactische plan af te wijken, weet ik niet meer. Waar en hoe het precies gebeurde ook niet. Na een dikke 2 kilometer liep ik op gelijke hoogte met mijn rechtstreekse concurrente en zette ik nog een versnelling in om me definitief los te lopen. Helemaal niet volgens plan. Ik denk dat de adrenaline door mijn lijf gierde. Op dat moment leek het me echter comfortabeler om zelf op kop te lopen en een tempo op te leggen. Iemand “moeten” volgen kan behoorlijk vermoeiend en imponerend zijn. Ik nam de race dus in eigen handen. Zo werd wat al een heel riskant plan was, nog meer een mission impossible. Nooit eerder had ik haar op zo’n korte afstand kunnen verslaan. De kans dat ik me aan dit verschroeiende tempo zou opblazen was veel groter dan dat ik het zou kunnen volhouden. Ik probeerde niet achterom te kijken, maar ik benutte elke kans die ik had om uit mijn ooghoek te kijken hoe ik ervoor stond. Verbazend goed, zo bleek. Ik had een kloof kunnen slagen en die zag ik steeds een beetje groter worden.

Ik ging voluit op de afdaling in de Bosstraat. Het enige waar ik aan kon denken was die voorsprong behouden. Na 5 kilometer maakte ik een grote U-bocht langs dranghekken om de tweede ronde te beginnen. Ik passeerde Roos aan de andere kant, die meteen kon zien hoe groot mijn voorsprong op dat moment was. Roos heeft het over de killerblik die op mijn gezicht te lezen stond. Al kan dat ook een latere toevoeging zijn gezien de heroïsche status die het verhaal inmiddels verworven heeft. Mijn kilometertijden bleven erg hard gaan en hoe arrogant het ook klinkt, ik was halverwege de wedstrijd al zegezeker. Als een malle raasde ik over het parcours. Niet te stoppen. Onoverwinnelijk. Na 45 minuten en 56 seconden zaten mijn 10,2 kilometers er op. Ik eindigde als tweede vrouw in mijn categorie met maar liefst 2 minuten en 32 seconden voorsprong op dame 2. Ik was officieel de winnares van het Loopcriterium bij de dames senioren. Mijn eindoverwinning was goed voor een waardebon van 125 euro waar ik een paar Scott Kinabalu trailschoenen mee kocht, die ik nog steeds heb.

Zoals ik al zei: dit verhaal is tussen Roos en mij een beetje een eigen leven gaan leiden. Ik heb altijd gedacht dat ik mijn snelste kilometer liep op de laatste afdaling van de Bosstraat, toen ik dus zou gaan finishen. Uit de analyse van mijn Garmin-gegevens blijkt dat echter gebeurd te zijn op de eerste afdaling. De 3’53” zag ik helaas niet op mijn horloge verschijnen als kilometertijd omdat ik die snelste kilometer ergens tussen de 3,5 en 4,5 kilometer gelopen heb. Wel kan ik zien dat ik daar maximumsnelheden heb gehaald van rond de 3’10”. Dat is niet meer verschroeiend snel, maar Kipchoge-snel. Door mijn veranderde loopgewoontes tijdens de lockdown keerde ik meermaals terug naar de Bosstraat. Mijn kilometerverhaal mag dan heroïsche vormen hebben aangenomen, ik schrok toch oprecht van de slechte staat van die weg. Met elke stap die je aan hoge snelheid zet, riskeer je op z’n minst je voet te verzwikken. Elke steen is letterlijk een potentieel struikelblok. Als je echt tegen de grond kletst, kunnen de gevolgen ernstig zijn. Ik heb daar risico’s genomen die niet in verhouding waren met wat er op het spel stond. Op dat moment had het beest in mij het roer volledig overgenomen. Ik had destijds niet het gevoel dat ik roekeloos was en onnodige risico’s nam. Geen haar op mijn hoofd dat er nu aan denkt om uitgerekend daar records te gaan neerzetten.

Wie naar beneden heeft gescrold voor een heldenfoto van die dag is eraan voor de moeite. Foto’s maken deden we toen simpelweg niet. De foto boven deze tekst maakte ik tijdens mijn tassenfotoshoot in Bertembos en het is helaas niet de bewuste Bosstraat. Ook wie ik nu warm heb gemaakt voor de Teussersjogging en consorten zal ik moeten teleurstellen. Het Loopcriterium ging ter zielen en zo blijk ik dus de laatste editie op mijn naam te hebben geschreven. Nu besef ik ook dat ik tijdens dat najaar van 2016 een sportieve piek bereikte. Drie weken na mijn memorabele run door de Bosstraat zou ik mijn beste marathon ooit lopen in Brussel. Nog twee weken later een sterk PR op de halve marathon in Amsterdam. Maar toch, het is dit verhaal dat zal blijven. Zeg, Roos: weet je nog toen in Bertem?

Het moment – Vakantie in Den Haag

De kans is reëel dat Den Haag dit jaar de enige plek zal zijn waar ik over de landsgrenzen heen zal overnachten. Zo wordt 2020 niet alleen het jaar van afstandsleren, lockdowns en mondmaskers, maar zeker ook van Den Haag. Roos en ik spendeerden het afgelopen weekend net geen 48 uur in de administratieve hoofdstad van Nederland. Een mini-vakantie over de grens omdat Den Haag echt alles (en zelfs meer) te bieden heeft waar wij samen zo van kunnen genieten. Daarom besloten we dat Den Haag ons Parijs in Nederland is. Wie ons een beetje kent, weet dat dat het grootste compliment is dat we een stad kunnen geven. En om het gemis van Parijs wat te verzachten: in Den Haag is alles zo vlak als een biljarttafel en kan je ook nog eens heel fijn (en veilig!) fietsen. Hoewel ik het Frans wel wat mis, vindt Roos het bovendien mooi meegenomen dat ze er ook nog eens dezelfde taal spreken. Het relaas van ons weekend leest bijgevolg als een onvervalste lofzang op onze favoriete Nederlandse stad.

IMG_3219b

Toen we in 2016 onze eerste CPC Loop liepen, konden we niet vermoeden dat Den Haag het tot een volwaardige vakantiebestemming zou schoppen. We voelden ons natuurlijk heel erg welkom bij onze neef Maarten en diens gezin en “de klik” met de stad was er meteen. Die CPC werd de jaarlijkse aanleiding om een weekend bij Maarten, Irene, Senne en Lev te spenderen. Intussen hebben we al zoveel mooie familieherinneringen aan die weekends en de junglekamer van Lev (waar Roos en ik altijd mogen logeren) dat het lopen soms zelfs bijzaak lijkt te worden (en dat zeg ik niet snel). We twijfelden dan ook niet om eens zomertijd in Den Haag door te brengen: in het huis van Maarten & Co, helaas zonder hun gezelschap, aangezien ze zelf op vakantie waren.

IMG_3191b

Een groot pluspunt van Den Haag is de nabijheid van de zee: extra mooi meegenomen bij tropische temperaturen. Het enige euvel dat we moesten overwinnen, was de autorit naar het noorden. Mijn auto heeft namelijk geen airco (ja echt). In de praktijk betekende dit dat de eerste ernstige zweetuitbraken een feit waren op de Brusselse ring. Kleine domper op de zweetvreugde was bovendien dat onze favoriete tussenstop, zijnde de La Place net over de grens, blijkbaar de deuren gesloten heeft zonder ons – trouwe klanten – hiervan persoonlijk op de hoogte te brengen. Yes, we zouden onze eindbestemming nog sneller bereiken! Eenmaal aangekomen verwonderden we ons nog eens over de prachtige woning waar we mochten verblijven. We trokken iets frisruikender aan en sprongen op de fiets richting zee. In Nederland is fietsen echt kinderspel: werkelijk overal staan wegwijzers. Volgens Belgische normen vonden wij de drukte in Scheveningen-bad “gezellig druk”. Geen idee welke kleurcode hier zou bij horen. Ik haalde wat herinneringen op aan hoe ik als kind een begenadigd en succesvol schelpenverzamelaar was. Roos luisterde aandachtig, zoals ze dat altijd doet. We eindigden onze dag op een gezellig terras waar ook het eten ons geenszins teleurstelde.

IMG_3200b
Roos en haar ontbijtkommen.

Zaterdag begonnen we met een stevig ontbijt. Vervolgens brachten we een bezoekje aan De Bijenkorf. De gewoonte wil dat we daar zelden iets kopen, maar vooral veel wooninspiratie stelen met onze ogen. We gingen solden shoppen in de Hema (Roos kocht vier ontbijtkommen) en brachten nog een bezoek aan boekhandel Van Stockum (ik hield me in en kocht niets). Als lunch gingen we voor koffie en taart bij Bagels en Beans, die hebben aan ons een heel goede klant als we in Nederland zijn. Tijd om weer naar zee te vertrekken. We besloten naar het wat rustigere Zuiderstrand te fietsen. Daar kwam ik zelf iets te weten wat ik nog niet wist over Roos: zij loopt het liefst met waterschoenen over het strand omdat ze die scherpe randjes in het zand zo vervelend vindt. Na een stevige wandeling (ik blootvoets) zetten we ons neer bij strandpaviljoen Zuid. We dronken lauw Belgisch bier uit een kartonnen beker en – geloof het of niet – het smaakte fantastisch! ’s Avonds genoten we van een diner bij gastropub Van Kinsbergen. Ik denk dat we aan de meest ideale tafel zaten op het gezelligste plein van Den Haag. Eentje om te onthouden!

IMG_3204b

We eindigden de dag op een plek waar ons hart een beetje sneller gaat slaan. Het Malieveld is voor de Hagenezen wellicht slechts een groot grasveld waar al eens een manifestatie plaatsvindt. Voor ons is het dé plek van de CPC: start, finish, zenuwen, dixi’s en veel emoties. In maart is het Malieveld een bruine vlakte waar regenlaarzen best handig zouden zijn. In de zomer is het grasveld dus gewoon groen en hebben de bomen bladeren. Het voelde onwezenlijk dat we hier amper vijf maanden geleden nog een halve marathon liepen. De herinneringendoos ging weer open en we bespraken uitgebreid en met veel inleving onze laatste lijn en bocht naar de finish. Geïnspireerd door het Malieveld begonnen we zondagochtend met een bescheiden looprondje. De benen voelden stram aan, maar liepen zoals altijd los. Na ons ontbijt maakten we nog een fietstocht door het Westduinpark. Onze conclusie: in België kunnen we veel leren van de Nederlandse kust. Nog maar eens veel duimpjes omhoog voor de faciliteiten van Den Haag. We beseften vooral dat we nog veel te ontdekken hebben in de stad waar we steeds beter onze weg kennen. Hoe zou Den Haag er eigenlijk uitzien in de herfst?

IMG_3211b
Zeg nooit NOOIT grasveld tegen het Malieveld!

P.S. Sorry Machteld en Jelle dat we Den Haag voorlopig verkiezen boven Rotterdam.
Sorry Murielle dat Roos het Nederlands verkiest boven het Frans.