Loperspraat – Op de marathongolven drijven in oktober

Niemand gelooft mij als ik zeg dat oktober een rustmaand was. Ik liep immers een marathon samen met Roos in Brugge en lag dus niet een maand lang in de zetel. Een marathon lopen dat betekent echter rust nemen, voor en na de grote dag. Sinds ik ruim een jaar geleden het plezier van de mountainbike herontdekte, bleef ik telkens koppig doorfietsen in aanloop naar mijn marathons. Nu dus niet. Ik ging nog lopen, maar mijn trouwe tweewieler Juan bleef heel wat dagen onaangeroerd in de garage staan. Ik zou het grijze weer als schuldige kunnen aanduiden, maar het was eigenlijk vooral mijn eigen hoofd dat even vond dat het allemaal te veel was. Je moet Mister Marathon altijd met respect en de nodige egards behandelen. In dit geval was dat door eventjes wat minder te gaan doen. Misschien is het dus wel echt waar en komt verstand met de jaren.

IMG_1402b

Naar mijn gevoel kabbelde ik in oktober rustig voort richting Brugge. Ik liet me gewillig meedrijven op de golven van mijn geliefde bezigheid: lang aan een stuk lopen. Er was een eerste piekje waar te nemen toen Roos en ik een halve marathon lang door Brussel knalden. Twee weken later diende de echt piek zich aan en liepen we dus Roos’ record op de marathon aan diggelen. Een onvergetelijke loopronde die Roos prompt bombardeerde tot nummer 1 der zussenmomenten. Ze moest zelfs nadenken welke gebeurtenissen nummer 2 en 3 innamen. Daags na de marathon voelde ik wel dat ik iets met mijn benen had gedaan, maar dankzij de afwezigheid van echte hoogtemeters voelde ik me verbazingwekkend fit. Hoewel ik van plan was om nadien snel weer op de fiets te kruipen, strooide Juan zelf roet in het eten. Op een zonnige zaterdag stond ik na amper 4 kilometer te voet met een platte band. Mijn Spaanse vriend is nu een week van huis voor onderhoud aangezien ook de volledige aandrijving aan vervanging toe was. Ik beschouw het als een wellness-weekje voor hem.

Enerzijds ben ik ervan overtuigd dat het verstandig was om een rustig-aan-maand te nemen, anderzijds vloekt dat idee met mijn initiële plan. Ik heb namelijk nog een belangrijk doel in het verschiet. Over welgeteld 7 weken sta ik voor de tweede keer aan de start van de Hel van Kasterlee, een inspanning next level zoals het Roos het noemde. Een maand amper fietsen strookt niet met het idee van hard trainen voor die prestatie, ook al voelde ik de afgelopen weken tijdens het lopen wel dat er veel energie in de tank zit. Ik hou me vast aan het idee dat de basis van een goede wintervorm in de zomer wordt gelegd. Het verschil ten opzichte van vorig jaar is dat ik toen amper wist wat me te wachten stond. Ik liet het allemaal op me afkomen en had veel plezier in de trainingen. Nu is dat heel anders: er is een referentiejaar en ik weet min of meer waar ik me aan kan verwachten. Ik zal de komende 5 weken dus nog heel veel kilometers op de fiets maken. De weersvoorspelling beloven alleszins om het herfstig (lees: nat) te houden.

IMG_1563b
Op de top van de triomfboog in het Jubelpark

Oktober was ook de maand waarin we papa’s 60e verjaardag vierden. Jawadde! Hoewel we ons uiterste best deden om die dag niet zomaar te laten passeren, volgde er wat later slecht nieuws. Jan Odeyn, de man die vervaardigd is uit staal en carbon, sukkelt namelijk al enige tijd met zijn achillespezen. De pijn nam steeds toe. Lopen ging niet meer. Wat hij zelf vreesde, werd duidelijk na een echografie. Hij heeft een scheur in zijn achillespees en zal dit jaar dus niet als zestiger kunnen aantreden in de Hel van Kasterlee. Een domper van jewelste, aangezien hij al vijf keer op rij succesvol de finish haalde. Ik hoef jullie er niet bij te vertellen dat een loper ongelukkig wordt als hij niet mag lopen.

IMG_1581b
De Leopard tank kent geen geheimen voor deze man

Er was gelukkig wel een verzetje. Bij wijze van verjaardagsuitstap trokken papa en ik naar het vliegtuigmuseum, zoals wij het vroeger noemden, officieel het Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis in Brussel. Papa liep daar als kind vaak rond. Ongetwijfeld werd daar de kiem gelegd voor zijn latere leven als gedreven modelbouwvlieger en -bouwer. Wij mochten er als kind wel eens mee naartoe, met wisselend succes. Een slordige 25 jaar later heb ik niet echt affiniteit met motoren en oorlog, maar ik was toch heel benieuwd. Het is nog een museum van de oude stempel: tjokvolle vitrinekasten, een indrukwekkende loods vol vliegtuigen, heel veel wapens en weinig uitleg. Gelukkig had ik mijn persoonlijke gids mee. Mijn vliegtuig- en tankkennis moet na dit bezoek zowat verhonderdvoudigd zijn. Een bezoek dat absoluut voor herhaling vatbaar is.

Over twee weken gaan Roos, Seppe en ik traditiegetrouw van start in de halve marathon van Kasterlee. Helaas niet voor de pompoenregatta. Ik denk dat ik wel klaar ben voor november: regen, wind en pompoenen. Hoog tijd om mooie herfstfoto’s te maken in het bos!

IMG_1425b

Het boek – De kracht van gewoontes volgens James Clear

Mijn papa lachte er vroeger wel eens mee dat ik op een stoel in de keuken zat te wachten tot de klok van de oven op 7u42 sprong: voor mij het startschot om naar school te vertrekken. Ik ben een gewoontedier (en dat heb ik van hem). Mijn tijdsschema is nu minder strikt, maar ik doe wel elke week op hetzelfde moment boodschappen, ik spreek af op dezelfde plaatsen en bestel dan ook telkens dezelfde koffie. Soms schaam ik me daar over. Gewoontes hebben klinkt namelijk saai en allesbehalve spannend. Dankzij Atomic Habits van James Clear (vertaald als Elementaire gewoontes) leerde ik dat gewoontes ons leven gemakkelijker maken en dat schijnbaar onbenullige gewoontes wel degelijk een grote verandering teweeg kunnen brengen. Ik verwees er hier al naar toen ik het had over motivatie. James Clear gelooft namelijk niet dat het de drastische veranderingen en grootse doelen zijn die ons motiveren om dingen in ons leven anders aan te pakken. In Atomic Habits legt hij uit welk proces een gewoonte doormaakt en hoe we ze kunnen veranderen of integreren in alle domeinen van ons leven. Dit zijn de vijf inzichten die mij het meest zullen bij blijven.

1. Focus je op het systeem en niet op een doel.
Liefst van al zou je willen dat je elke training vooruitgang of verbetering voelt, al is het maar een heel klein beetje. Dat proces verloopt echter niet lineair. James Clear heeft het over de verraderlijke valley of disappointment: de fase waarbij de gewoonte geen of niet het gewenste effect lijkt te hebben, wat demotiverend kan werken omdat je meteen resultaat wil zien. Volgens hem kan je je beter focussen op een systeem en dus op het proces. Een doel is dan slechts richtinggevend. Als je dus een marathon wil lopen, moet je kijken naar je trainingen en hoe je die kan optimaliseren. De marathon lopen is dan een logisch gevolg van je systematische aanpak. Het problematische aan doelgericht werken, is dat het slechts tijdelijke veranderingen met een jojo-effect creëert. Je ruimt je woonkamer grondig op en een week later ligt alles weer overhoop. Bovendien kan doelgericht denken ook je geluk hypothekeren. Je houdt jezelf namelijk voor dat je pas gelukkig zal zijn als je doel behaald is. Als dat niet lukt, ben je ongelukkig. Fall in love with the process!

2. Je gewoontes vormen je identiteit.
Gewoontes veranderen kan op drie niveaus: je kan je richten op het resultaat, op het proces, maar ook op je identiteit. Iemand die een paar kilo’s kwijt wil, focust op een resultaat. Als jij als persoon eigenlijk niets geeft om gezonde voeding is die gewoonte in conflict met je identiteit. Je kan dus beter zeggen: ik wil iemand zijn die gezonder eet en van daaruit handelen. Zeg dus ook niet: ik wil een marathon lopen, maar: ik wil een loper zijn. Omgekeerd gebruiken we die identiteit ook als excuus voor slechte gewoontes: ik ben nu eenmaal iemand die te laat komt. Om je identiteit aan te passen, geldt het systeem van de democratie. Je moet jezelf met voldoende stemmen overtuigen dat je iemand bent die graag loopt of op tijd komt. Elke handeling die je verricht en die past bij je (gewenste) identiteit is een stem. Het gaat erom een meerderheid te halen. Hoe vaker je op tijd komt, hoe meer je er zelf van overtuigd zal zijn dat je iemand bent die niet te laat komt.

3. Een nieuwe gewoonte kan je best koppelen aan een andere gewoonte.
Menselijk gedrag volgt vaak de cyclus van het Diderot-effect waarbij één aankoop automatisch tot de volgende leidt. Je koopt een nieuwe eettafel en hebt dan plots nieuw bestek nodig: uit de ene actie ontstaat de andere. Motivatie is dan ook niet de doorslaggevende factor die bepaalt of je een nieuwe gewoonte kan aanhouden. De efficiëntste manier om een nieuwe gewoonte in te voeren is habit stacking: het principe dat een nieuwe gewoonte voortbouwt op een bestaande gewoonte. Je moet je daarbij telkens afvragen wat je precies zal doen (het specifieke gedrag) en wanneer en waar dat zal plaatsvinden. Zeg dus niet: ’s avonds ga ik lezen, maar: na het avondeten ga ik een half uur een boek lezen in de zetel. De ene gewoonte moet dus de trigger zijn voor de volgende.

4. Onze omgeving heeft een grote invloed op onze gewoontes.
De omgeving en ook de personen die daar deel van uitmaken zijn uitermate belangrijk bij de vorming van gewoontes. We imiteren de gewoontes van drie sociale groepen: the close, the many en the powerful. Op een eerste niveau zijn dat dus de mensen uit onze nabije omgeving, zoals vrienden en familie waar je al dan niet mee samenleeft. Op de tweede plaats komt de meerderheid. We gaan namelijk gemakkelijker in tegen onze eigen principes dan tegen de mening van de groep. Tot slot imiteren we personen die succesvol zijn en waar we naar op kijken. Zo zal menig marathonloper de trainingsprincipes van Eliud Kipchoge proberen over te nemen (zelden met het gewenste resultaat). Een gewoonte veranderen is dus gemakkelijker als je je in een omgeving bevindt waar jouw gedrag het gewenste gedrag is.

5. De vier wetten der gewoonte
James Clear baseert zich op vier wetten om gewoontes in te voeren en te implementeren. Maak ten eerste duidelijk wat je gewoonte precies inhoudt (een concrete formulering volgens het principe van habit stacking). Maak je gewoonte ten tweede aantrekkelijk (je omgeving is hierbij cruciaal). Maak de gewoonte vervolgens gemakkelijk door de drempel zo laag mogelijk te houden. Verplicht jezelf niet om een heel boek te lezen, maar begin met twee pagina’s. Tot slot moet je gewoonte tot voldoening en tevredenheid leiden. Voorzie een beloning op de korte termijn die niet ingaat tegen je identiteit. Beloon jezelf dus niet met een pak friet als je drie keer gezond hebt gegeten. Als je slechte gewoontes wil afleren, moet je dus het omgekeerde doen: maak het onzichtbaar, onaantrekkelijk, moeilijk en teleurstellend.

Ik heb Atomic Habits met veel plezier gelezen. Het boek heeft me meer inzicht gegeven over hoe gewoontes ons dagelijks handelen vormgeven en welke processen hierachter schuil gaan. Zoals alle boeken die gaan over efficiëntie en organisatie vind ik niet alles toepasbaar in het dagelijks leven, maar dat neemt niet weg dat er wel degelijk heel wat nuttige strategieën worden aangereikt die je het leven aangenamer en makkelijker kunnen maken. Zo vond ik deze week weer de zin om mijn routine van stabilisatieoefeningen in te voeren en dat kostte me plots schijnbaar geen moeite. De sociale experimenten die als voorbeeld dienen bij elk hoofdstuk zijn ook een meerwaarde. Ik leerde dat ganzen instinctief een ei dat uit hun nest rolt terug naar het nest zullen verplaatsen. Uit proeven bleek dat ze dat met elk rond object doen dat in de buurt ligt. Hoe groter dat voorwerp, hoe groter de drang was om het in het nest te krijgen. Eén gans ging zelfs zo ver dat ze een witte volleybal in haar nest rolde. Zorg er met andere woorden dus voor dat je omgeving is afgestemd op je gewoontes. Wanneer je een handeling een gewoonte kan noemen, hangt trouwens niet af van hoeveel tijd er verstrijkt, maar wel van hoe vaak je die handeling hebt verricht. You have to fall in love with boredom en laat dat nu net zijn waarom ik zo graag marathons loop.

Atomic Habits – Tiny Changes, Remarkable Results van James Clear verscheen in 2018 bij Random House Business Books.

Het moment – De halve marathon in Brussel met Roos

In 2014 begonnen Roos en ik samen te lopen om iets aan onze ondermaatse conditie te doen. Ons ultieme doel was de 20 kilometer van Brussel tot een goed einde te brengen. Dankzij dat project zagen we samen af en babbelden we vooral ook heel wat af. In mei 2014 liepen wij dus voor het eerst in ons leven 20 kilometer. Het zaadje van de marathondroom was geplant: een jaar later liepen we zij aan zij onze eerste marathon. We liepen nog stratenlopen, halve marathons en nog meer marathons, maar steeds minder vaak in elkaars gezelschap. In 2019 is dat allemaal anders. We haspelden samen trailtrainingen af en liepen gezusterlijk onze vijfde 20 kilometer van Brussel. Over exact een week zullen we 4,5 jaar na ons debuut nog eens samen een marathon lopen. Als generale repetitie liepen we daarom vorig weekend de halve marathon van Brussel. Ik ben namelijk Roos’ persoonlijke haas, pacer of tempomaker die ten allen tijde het hoofd koel houdt, de klok in de gaten houdt en steeds de juiste aanmoediging heeft. Dat straffe zusje van mij heeft dat allemaal niet nodig, maar we zijn nu eenmaal graag in elkaars gezelschap.

img_1387b.jpg

De Brusselse straatstenen kennen voor onze voeten geen geheimen meer. Ons doel was in eerste instantie om het goede marathongevoel te pakken te krijgen en als het even kon ook Roos’ persoonlijk record van 1:43 op de halve marathon scherper te stellen. Voor wie het nog niet opmerkte: Roos verkeert in bloedvorm, dus een scherpe tijd zat er zeker in. Gelukkig zag ze pas gisteren hoe Eliud – King of Marathon – Kipchoge naar een fenomenale 1:59:40 snelde in Wenen. De eerste mens die onder de 2 uur dook op de marathon, kon namelijk beroep doen op maar liefst 41 hazen die elkaar afwisselden zodat Kipchoge telkens in het intieme gezelschap van 7 tempomakers liep. Roos moet het over een week 42,2 kilometer lang en ruim 3,5 uur stellen met mij. Wij hebben wel één groot voordeel ten opzichte van Kipchoge: wij zijn zussen, bloed- en zielsverwanten. We kunnen elkaar heel goed aanvoelen en inschatten. Ik kan Roos tot het uiterste drijven: door de muur, zonder dat ze zich opblaast. Of ik daarom gelijk ben aan 41 wereldtoppers uit de atletiek, dat laat ik in het midden.

Zondag 6 oktober was het weer om in de zetel te liggen en vooral niet buiten te komen. Behalve als je een halve marathon in Brussel gaat lopen. Een loper weet dat wat regen echt geen kwaad kan. We gingen van start onder een grijs wolkendek en snelden er meteen hard van door. De loophonger was groot. Voor de ambiance zorgden we vooral zelf, want veel toeschouwers waren er niet te zien. Na enkele kilometers was de eerste adrenaline gaan liggen en dwongen de tunnels ons te temporiseren. Dat nam niet weg dat we nog steeds aan een behoorlijk tempo door Ter Kamerenbos stormden. Vervolgens beloofde ik Roos 6 kilometer lang een fijne afdaling om nog eens goed door te jassen. En of dat gebeurde: we werden gelanceerd en liepen Roos’ snelste kilometertijd ooit. Niet meteen het soort records dat je moet lopen tijdens een halve marathon, maar we leken over vleugels te beschikken.

Toen we na 15 kilometer door Vorst liepen, vroeg ik aan Roos hoe hard ze aan het afzien was op een schaal van 1 op 10. Haar antwoord was een 7, wat me niet meer dan normaal leek in die fase van de wedstrijd. Ik wist toen al dat een verbetering van haar record een feit zou zijn. Voor we afsloegen naar de Tervurenlaan, zat Roos op een 8,5 op de Schaal van Afzien. Het was nu vooral belangrijk om haar zo goed mogelijk over de Tervurenlaan te loodsen: een stevige en verraderlijk lange kuitenbijter van 1,5 kilometer. In mijn zog beet Roos terug. De berg kreeg haar niet klein. De boog van het Jubelpark doemde op in de verte. Ik gaf ons een halve kilometer om op adem te komen en nog een laatste snelle kilometer uit de benen te persen. Hand in hand overschreden we de finish in een sterke 1:40:36. Roos had haar record verbeterd met maar liefst drie minuten. Jawadde!

IMG_1396b

Ik liep niet mijn snelste halve marathon in Brussel, maar ik maakte een halve marathon zelden zo bewust mee. Uit mijn loopervaring leerde ik vooral hoe fijn het is om fit te zijn. Dat je dan een snelle halve marathon kan lopen zonder daar al te veel zorgen over te hebben. Dat je dan ook nog eens kan genieten van het parcours. Dat je dan niet eens opmerkt dat het vies regenweer is. En bovenal: hoe bijzonder het is dat je dat in het gezelschap van je zus kan doen. Wat vijf jaar geleden een zot plan was, is nu de bron van het ene schitterende zussenmoment na het andere. Lang leve de zusterliefde! Op naar Brugge!

IMG_1391b

Loperspraat – Feest, stress en herfst in september

September is een maand met twee gezichten: enerzijds het stralende staartje van de zomer, anderzijds het verraderlijke begin van verandering. Onder de laatste zomerstralen vierden we verjaardagen en de eerste maanddag van Leah. Daarnaast werd ik overspoeld door werk en wist ik soms echt niet meer waar mijn hoofd stond. Er waren kortom redenen om feest te vieren, maar ook om in de zetel te liggen balen. Zoals alleen Herman van Veen het kan zeggen: we moeten rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan!

De zon scheen op de eerste schooldag en deze leerkracht had er zin in. Niet alleen om weer wat tienergezichten voor me te hebben, maar ook om op een maandag richting het immer bruisende Brussel te trekken. Roos en ik gingen ’s avonds namelijk naar het langverwachte concert van Hozier in het Koninklijk Circus. Zo ontdekten we een andere wijk en vonden we onze weg naar Café Caberdouche op de Vrijheidsplaats. We behoren nog net niet tot de groupies die twee uur voor de deuren open gaan voor die deuren zitten te wachten. Voor ons liever een goede zitplaats dan een staplaats op de eerste rij. Over het optreden kan ik kort zijn: onze Ierse held kwam op, de eerste tonen weerklonken en wij waren helemaal mee. Oh baby, wat kan die man zingen! Niet alleen Hozier zelf stelde op geen enkel vlak teleur, ook de attitude en ambiance die zijn hoofdzakelijk vrouwelijke band uitstraalde, werkten aanstekelijk.

Ondanks het energieshot dat ik kreeg van de steengoede show voelde ik me aan het einde van de eerste schoolweek helemaal uitgewrongen. Ik was kapot, stik op en mijn kinderlijk enthousiasme maakte plaats voor heel wat bedenkingen over mijn job als leerkracht. Dat gevoel overspoelde mij zo hard dat ik het moeilijk had om mezelf staande te houden. Begrijp me niet verkeerd: ik vind nog steeds dat ik een prachtige job heb op de beste school. Plots diende zich ook een grote MAAR aan. Ik spreek misschien in raadselen, maar jullie mogen later deze week een uitgebreidere blogpost verwachten over mijn bezorgdheid omtrent ons onderwijs en de rol die ik daarin als leerkracht heb. Er zijn ook nog zekerheden in het leven: na die heftige eerste week genoot ik volop van een rustig-aan-duurloop. Oef!

September is al sinds mensenheugenis een feestmaand. Zowel ik als mijn lieftallige zusje Roos vieren dan onze verjaardag. Wij lopen niet alleen vaak zij aan zij, we verjaren ook op die manier. Het feest van Roos barstte in alle hevigheid los op donderdagavond toen we ons succesrecept van de zomerbarbecue nog eens herhaalden. Niko was Chef Grill en Hoofd Sauzen. Roos was verantwoordelijk voor de muziek en al het andere lekkers dat op tafel stond. Mijn schamele bijdrage was een eigengemaakte tabouleh (een toppertje, dat wel). Daags nadien was ik aan de verjaardagsbeurt. Ik mocht mijn verjaardag vieren in het gezelschap van een enthousiaste bende vierdejaars leerlingen, aangezien op vrijdag 13 september onze sportieve kennismakingsdag in de bossen van Sint-Joris-Weert doorging. De leerlingen klommen in bomen, sjorden karren, gilden soms erg hard en zongen uit volle borst. Een geslaagde verjaardag! ’s Avonds werd het feest verder gezet ten huize Roos en Niko waar ik trakteerde op echte champagne.

IMG_1173b

Op trainingsgebied was september de laatste kans om voluit te trainen voor de marathon in Brugge op 20 oktober. Roos en ik stonden aan de start van de Leuven Nature trail waar we gezusterlijk 25 kilometer afhaspelden door de bossen. We deden dat aan een stevig tempo onder het goedkeurend oog van de laatste zomerzonnestralen. Na afloop bleken we de eerste twee plaatsen te bezetten in onze leeftijdscategorie. Een mooie opsteker! Als je zowel afstand, als hoogte, als snelheid combineert, dan mag je er zeker van zijn dat je daar daags nadien iets van gewaar wordt in je benen. Ik noemde het een zwaar gevoel. Roos had het over twee stramme stronken (om in het natuurthema te blijven).

Gisteren waren we dan toe aan de kroon op het werk van onze marathonvoorbereiding: voor sommigen de gevreesde, maar voor ons toch vooral gezellige, langste duurloop. Aangezien de weersverwachtingen op z’n zachtst gezegd apocalyptisch te noemen waren, vonden wij het al van veel karakter getuigen dat we überhaupt een lange duurloop zouden lopen. Het bleek een storm in een glas water te zijn. Zo straf was het uiteindelijk niet om door de wind, door de regen, dwars door alles heen onze kilometers gestaag op te bouwen. Doorgaans zijn wij voor een langste duurloop wel tevreden met een kilometer of 30. Gisteren klokten we uiteindelijk af op 33,03 kilometer in iets minder dan 3 uur. Voldoende tijd dus om weer eens goed bij te praten en vooruit te blikken op de marathon. Wederom een zussenmoment om in te kaderen.

Hoewel het nu officieel slechts een week herfst is, was die seizoensverandering al veel vroeger voelbaar. Ik had weer eens koude tenen op de mountainbike en behoefte aan een hete douche na afloop. Ik at al pompoenen. Ik vloekte op de wind die soms een vuil spelletje speelt op de fiets. Na de soms moeizame maand september, richt ik me nu op oktober: marathonmaand tout court. Ik kijk alvast uit naar zondag, want dan staan Roos en ik aan de start van de halve marathon in Brussel. Onze tapering mag dan wel ingezet zijn, een snelle halve marathon lopen behoort zeker tot het plan. May the force be with us!

IMG_1283b

De gedachte – Over motivatie

Toen ik nog Engels gaf aan zesdejaars hadden we het over motivational and inspirational speeches. Een dankbaar onderwerp, want er zijn legio voorbeelden van zulke speeches te vinden. Zo liet de wereldberoemde Yes we can speech van Barack Obama niemand onberoerd en ook de woorden die Malala Yousafzai sprak toen ze de Nobelprijs voor Vrede ontving, konden op veel bijval rekenen. Op dit moment is de toespraak van een geëmotioneerde Greta Thunberg die fel uithaalt naar de wereldleiders brandend actueel, ook op school. Zowel Obama als Yousafzai als Thunberg slagen erin om hun idealen te belichamen in wat ze zeggen. Ze zijn hun boodschap en of je het nu eens of oneens bent met hun discours, het vraagt op z’n minst lef om met zoveel bravoure de massa toe te spreken. Hun speeches zijn een krachtig en goed georkestreerd signaal naar de wereld. Ze inspireren en zetten aan tot nadenken. Ik denk echter niet dat ze daadwerkelijk iets zullen veranderen aan individuele gewoontes en gedragingen. Daar is iets veel eenvoudiger voor nodig.

Als het over motivatie gaat, ontkom je niet aan het onderscheid tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie. Externe factoren liggen aan de basis van extrinsieke motivatie. Zo zal een leerling in de eerste plaats studeren omdat als hij slaagt hij bij zijn vrienden in de klas kan blijven zitten en zijn ouders dan niet zeuren. Mogelijk hangt aan een goed rapport ook een beloning vast. Ik merk zelf dat leerlingen in het vierde jaar (secundair onderwijs) heel gevoelig zijn voor beloningen: in de vorm van punten, maar zeker ook complimenten. Het is moeilijker om leerlingen de waarde van intrinsieke motivatie bij te brengen. In de ideale wereld studeert elk kind omdat het zichzelf wil verrijken en echt iets wil bijleren, puur voor zichzelf dus. Aangezien het schoolsysteem toch nog hoofdzakelijk op cijfers is gericht, is het niet evident om leerlingen bij te brengen dat ze in de eerste plaats een mooie en goede tekst moeten willen schrijven.

Ik erger me al eens aan die focus op extrinsieke motivatie die je vaak terugvindt in tijdschriften over lopen of bij andere motiverende raad. Veelal wordt er namelijk van uit gegaan dat een mens bij voorbaat geen zin heeft om te gaan lopen. Het is een opgave, het kost moeite en eigenlijk zegt je lichaam: blijf gewoon thuis. Er worden dan tal van tips aangereikt om toch ergens motivatie te vinden. Bijvoorbeeld jezelf nadien belonen door iets lekkers te eten of drinken. Ook sociale druk lijkt een efficiënte stok achter de deur te zijn. Door samen te gaan lopen, hou je je namelijk aan de gemaakte afspraak. Wie dan nog niet voldoende gemotiveerd is, krijgt de raad om een concreet doel te stellen. Schrijf je in voor een wedstrijd, want dan hebben je trainingen plots zin en nut. Als ik bij elke training hopeloos moet zoeken naar het waarom ervan, zou ik me toch eens de vraag stellen of ik niet beter een andere hobby kan zoeken. Ik vind het bijvoorbeeld redelijk absurd om marathons te lopen als je een hekel hebt aan duurlopen.

Zoals ik in mijn faq uitleg, kost het me weinig moeite om mezelf te motiveren om te gaan lopen. Ik heb er meestal gewoon zin in, ook als de omstandigheden niet ideaal zijn. Lange tijd heb ik dat weggewuifd als ach, dat is voor mij een gewoonte. Die redenering klopt deels. Het heeft mij namelijk ook weinig moeite gekost om die gewoonte aan te leren. Ik heb dat zo beslist en moest mezelf dus niet wekenlang motiveren met allerlei lekkers na een looprondje om toch maar die loopschoenen aan te trekken. Mijn directe motivatie ligt ook niet in de loopdoelen die ik stel. Ik ga in de eerste plaats lopen voor mezelf. Tijdens het lopen (en fietsen) kan ik mijn hoofd verluchten, zoals je dat met je woning ook moet doen om die fris en gezond te houden. Het is een onderhoud van mijn lichaam en geest. Mijn hoofd wordt tijdelijk leeggemaakt, zodat er weer ruimte ontstaat en meer lucht is om te ademen. Je kan om die reden ook bidden of mediteren, maar mijn sacraal me-time moment zit in een loopronde. De tijd die dat kost, betaalt zich terug in kwalitatieve tijd nadien. Met die gedachte heb je geen extrinsieke motivatie nodig om er op uit te trekken.

Om die reden ben ik fan van het boek Atomic Habits van James Clear. Hij pleit voor tiny changes for remarkable results. Als we iets willen bereiken, zijn we te vaak gefocust op een eindresultaat. Ik ga nu lopen omdat ik dan een marathon kan uitlopen. Je hoopt dan, door dit vaak genoeg te herhalen, dat je hier ook naar zal gaan handelen en een gewoonte kan veranderen. James Clear spreekt dat tegen. Volgens hem is het beter om het grootse eindresultaat los te laten en je te richten op je identiteit. Wat voor persoon wil je zijn? Wil je iemand zijn die drie keer per week gaat lopen? Waarom wil je zo iemand zijn? Als je op die manier motivatie kan aanboren, dan kost het je plots veel minder moeite om te lopen en dan is een loopwedstrijd geen stok achter de deur, maar een logisch gevolg van het feit dat je het voor jezelf belangrijk vindt om te gaan lopen.

Afsluiten doe ik met de mooie en uiterst gemotiveerde lopersvoeten van An, mijn lieve collega en vriendin. Enkele weken geleden besloot ze om te beginnen met lopen. Dat was geen vanzelfsprekende keuze nadat er vorig jaar heel veel op haar af kwam en ook het lichaam tegensputterde. Ze volgt een schema waarbij ze geleidelijk aan de loopminuten opbouwt (verstandig!). Natuurlijk vertel ik An vaak over mijn loopavonturen, mogelijk heb ik haar daardoor op ideeën gebracht. De motivatie om vol te houden, haalt ze echter bij zichzelf. Omdat ze plezier haalt uit die momenten, omdat ze dichtbij huis mooie plekken ontdekt, omdat het een manier is om zorg te dragen voor haar lichaam. Blijven gaan, maatje!

WUFH2377b

 

 

Daar zijn ze dan: de faq!

Ik kon niet langer achterblijven. Een website zonder frequently asked questions, kortweg faq, is als een een verjaardag zonder taart of ontbijten zonder koffie. Uiteindelijk ging ik nog redelijk lang faq-loos door het leven. Ik had er namelijk nooit bij stilgestaan dat er überhaupt vragen zijn die vaak aan mij gesteld worden. Ze kwamen echter meteen tevoorschijn toen ik er eenmaal over begon na te denken. *tromgeroffel en trompetgeschal*
Op deze pagina kan je vanaf nu veelgestelde vragen mét antwoorden terugvinden.

En vrees niet, vragen staat nog steeds vrij. Het is niet omdat ik nu kan verwijzen naar “mijn faq” dat jullie geen vragen meer op mij mogen afvuren. Ik zal ze met de glimlach beantwoorden. Verwacht niet dat ik ooit een Q&A* video zal opnemen, want zo hip ben ik echt niet.

Tot slot: mijn lievelingskleur is blauw (en Le Creuset oranje). Mijn lievelingsdier is een kat. Mijn lievelingsgetal is 13. Mijn lievelingsvak op school is taal. Niet zo frequently asked, maar net zo belangrijk.

*Questions and Answers, een filmpje dus waarin je zogenaamd spontaan vragen beantwoordt.

 

 

Loperspraat – Mijn loopkalender voor het najaar

Of je nu vindt dat het nog zomer is of al herfst: het najaar staat zachtjes op de deur te kloppen in gezelschap van zijn goede vriend het loopseizoen. Regen en wind zijn misschien niet meteen de weerselementen die de loper op zijn pad wenst, maar eigenlijk is een streepje grijs in najaar veel geschikter loopweer dan de zomerse warmte. Gedaan dus met zonnecrème smeren op een bezwete rug, weg met de dehydratatie en de pijnlijke schuurplekken! En als de duisternis zijn intrede doet, moet je maar denken aan de woorden van Leonard Cohen: there’s a crack in everything, that’s how the light gets in. Ik doe graag uit de doeken welke loopdoelen Roos en ik met stip in onze agenda hebben genoteerd. Aan plannen geen gebrek!

Op zondag 22 september tekenen we present voor de tweede editie van de Leuven Nature Trail. Het woord trail in combinatie met Leuven is wat misplaatst. Een juistere beschrijving is: een groene looproute over een grotendeels off-road parcours. Roos en ik zijn ingeschreven voor de langste afstand van 25 km. Wat dit evenement uniek maakt, is dat je aan de finish in Leuven de trein naar Sint-Joris-Weert neemt, waar de startlijn ligt. Van daaruit gaat het door het Meerdaalwoud naar vertrouwd gebied in Heverleebos en via Abdij van Park naar de finish aan het station in Leuven. Vorig jaar vond ik deze wedstrijd geen onverdeeld succes, aangezien de regen bijna constant met bakken naar beneden kwam. Bovendien werd ik dan ook nog eens doorweekt op de fiets, zowel op de heen- als de terugweg. Ook mijn optimisme kent grenzen. Ik hoop dus op een drogere tweede editie en kijk uit naar het samen lopen met Roos.

De afgelopen zes jaar liep ik in oktober ofwel de halve ofwel de volledige marathon in Brussel. Dit jaar staan we op zondag 6 oktober aan de start van de halve marathon. Het parcours vertoont veel overeenkomsten met de 20 kilometer van Brussel, maar de halve marathon kent een kleiner deelnemersveld. Zowel start als finish verlopen dan ook wat rustiger. Het plan is om nog eens plankgas te geven. Na de gemiste CPC Loop in het voorjaar liep ik immers nog geen halve marathon in wedstrijdverband. Mijn snelste halve marathon in Brussel liep ik in 1:37 (2017). Ik heb heel veel zin om onder die tijd te duiken, al vind ik het ook een beetje jammer dat ik niet aan de start sta van de hele marathon. Ik liep die al drie keer en heb aan elk van die marathons heel mooie herinneringen. Dit jaar zal ik dus dubbel zo hard van de kilometers van de halve moeten genieten.

Ik loop mijn oh zo geliefde marathon in Brussel niet omdat Roos en ik op zondag 20 oktober samen de marathon in Brugge zullen lopen. Wij kozen voor deze relatief jonge marathon omdat Roos haar persoonlijke marathontijd (PR voor de insiders) wil verbeteren. Daar kan je maar beter een vlak parcours voor kiezen en dat vind je dus in Brugge en niet in Brussel. Voor Roos wordt Brugge haar vierde marathon. Haar PR staat momenteel op 3:43 (Rotterdam 2016). Ik zal als haar persoonlijke haas of pacer alles uit de kast halen om die tijd onder de 3:40 te brengen. Eigenlijk is dit dus niet minder dan een droom die uitkomt. Mijn taak bestaat eruit om een constant tempo te lopen zodat Roos haar wagonnetje kan aanhaken, wat uit de wind wordt gezet en niet moet rekenen. Uiteraard zal ik haar met mijn doorgedreven aanmoedigingen ook tot het uiterste drijven. Als dat al nodig is, want Roos verkeert in topvorm. Professionele pacers stappen na 30 kilometer uit de wedstrijd, ik ga door tot het bittere eind, zodat we zij aan zij kunnen finishen. Dat deden we ook bij ons marathondebuut in 2015, toen er van hazen geen sprake was.

Na ons marathonavontuur gaat het in november richting de Kempen, meer bepaald naar het doorgaans modderige Kasterlee. Op 17 november lopen we daar de halve marathon: een familiegebeurtenis waarbij het altijd slecht weer lijkt te zijn en er vaak een Odeyn ten val komt. November wordt sowieso een zware trainingsmaand omdat ik dan in volle voorbereiding ben voor de Hel van Kasterlee, want jawel: ook dit jaar zal ik eraan geloven. Op zondag 22 december zal ik weer het onderste uit de kan halen om te finishen in de zwaarste winterduatlon ter wereld. Ik kan ook weer rekenen op Roos als trouwe begeleider. Vorig jaar werd ik dus onverwacht derde. Daarom leek het vanzelfsprekend dat ik me een tweede keer aan dit spektakelstuk zou wagen. Ik kijk met gemengde gevoelens naar de komende trainingsmaanden. Langs de ene kant heb ik er veel zin in. Ik focus me nu vooral op de voorbereiding van de marathon. Langs de andere kant herinner me maar al te goed hoe nat, koud, donker en eenzaam de trainingen in november kunnen zijn. Wekelijks was ik toen zo’n 20 uur aan het fietsen en lopen en daarnaast gaat mijn leven natuurlijk ook gewoon verder. We zien wel hoe het mij dit jaar bevalt.

Vergeet niet om morgen kaarsjes te branden, vingers te kruisen en duimpjes op te houden. Mijn broer strijdt namelijk vanaf 9u voor de wereldtitel duatlon in het Zwitserse Zofingen! Go Brobro!

 

 

Loperspraat – Nog meer zomer in augustus

Joepie! Morgen ga ik terug naar school! Na 9 weken ben ik weer helemaal opgeladen voor een nieuw schooljaar. Hoewel ik weinig concrete plannen had in augustus gebeurde er toch behoorlijk wat. Op sportief gebied bouwde ik de trainingen weer op in het kader van de najaarsplannen. Ik ging ook op uitstap en telde elke dag af tot Leah zou komen. Toen ze eenmaal geboren was, wilde ik haar natuurlijk zo vaak mogelijk zien. Naast mijn belangrijke rol als meter was er nog tijd om te lezen. Boeken werden verslonden, waarover later meer. Er was zelfs ook nog tijd om te barbecuen met Roos en Niko in hun paradijselijke tuin. Dit alles werd overgoten met mijn muzikale ontdekking van de maand: The Cat Empire! Ik ontdekte de Australische band van Felix Riebl very old school via de radio. Ik hoorde Brighter Than Gold (opzoeken!) en hoorde plots wat voor geweldig nummer dat is. Het bijhorende album Steal the Light overspoelde mij met trompetgeschal, latino invloeden en heel veel positieve energie. Net wat ik nodig had op de fiets, al lopend of gewoon liggend op mijn terras.

Ik nam een vliegende start in augustus. Na tien dagen had ik al meer bij elkaar gefietst dan tijdens de maand juli. Heel verwonderlijk is dat niet, want in juli deed ik het rustiger aan in aanloop naar en na afloop van de La Chouffe trail. Met die verjaardagsviering van Juan zat het dus wel snor. Voor de najaarsmarathon die ik zal lopen, was het tijd om de trainingsarbeid terug op te drijven. Ik blijf grote fan van de combinaite fiets- en looptraining. Het is voor mij de ideale manier om duurinspanningen te trainen zonder uren aan een stuk te moeten lopen. Ik verbaas me er steeds over dat ik best vlot kan lopen na anderhalf uur op de mountainbike te zitten. Er stonden ook enkele “gewone” duurlopen op de planning, waarbij ik steeds te koppig was om water mee te nemen, met als gevolg dat ik serieus gedehydrateerd thuis aankwam. Eigen schuld, dikke bult. Helaas had mijn rug er niet altijd evenveel zin in. In juli was er al enig gesputter te bespeuren, de afgelopen maand was het hek helemaal van de dam en werd mijn tere rug steeds stijver, strammer en stroever. De opgelegde mobilisatie-oefeningen van de kinesitherapeut konden slechts matig soelaas bieden. Zoals wel vaker, bleek het plots als vanzelf weer beter te gaan met die rugperikelen en heb ik er nu nog weinig last van.

IMG_0686b

Naast de Dossinkazerne bezocht ik met mama ook het Africamuseum in Tervuren. Dat was jaren gesloten voor renovatiewerken en ik was dus benieuwd hoe het er nu uit zou zien. De ligging aan het park van Tervuren en het gebouw zelf zijn indrukwekkend te noemen. Het museum is onderverdeeld in verschillende ruimtes waar telkens een ander aspect van Afrika centraal staat. Wij begonnen ons bezoek met de zaal over taal en cultuur. Het viel meteen op dat er wordt ingezet op interactiviteit en dat er dus ook op een jonger publiek gemikt wordt. De zaal met de opgezette dieren over de Afrikaanse fauna en flora is wellicht de bekendste. Leuk om te zien allemaal, maar wij misten wat overzicht en duiding in het museum. De koloniale beelden die controverse uitlokten, worden wel van een toelichting voorzien, maar daar bleef het dan ook bij. Na ons bezoek aan de Dossinkazerne vonden we dat het Africamuseum toch kansen onbenut laat.

IMG_0756b

En nu dus terug naar school. Om de voorschoolse spanning aan te wakkeren, kocht ik wat schrijfgerief en een nieuwe brooddoos. Ik moet eerlijk zeggen dat ik die eerste schooldag best spannend vind. Wie zal er allemaal voor mijn neus zitten? Zullen de leerlingen wel naar mij luisteren? Zal ik mijn leerkrachtige vaardigheden niet verleerd zijn? Uit ervaring weet ik dat ik die doorgaans niet verlies tijdens de vakantie. De komende weken zal het weer puzzelen zijn om schoolse en naschoolse activiteiten te combineren. Morgen bijvoorbeeld, als ik samen met Roos naar het langverwachte concert van Hozier in Brussel ga. Het is nog lang niet voorbij die mooie zomer!

 

De gedachte – Mijn voedingsprincipes

Het kookboek staat nog steeds aan het roer van de boekenmarkt. Aan zowat elk groente is een boek gewijd, net zoals aan specifiek kookgerei. Vergeet de ovenschotel, het is nu de bokaal – ofte jar – die het mooie weer maakt in de keuken. Schrijven over eten is hip, je eten fotograferen is de normaalste zaak van de wereld, die foto’s delen ook. Kookboeken zijn vaak inspirerend en vervlochten met een specifieke levensstijl. Langs de andere kant moeten we heel veel tegenwoordig. Gezond zijn bijvoorbeeld en gezond eten dus. Sommige kookboeken lijken bijbels te zijn van een uitgedokterde voedingsreligie. Dat is jammer, want zo lijkt het alsof je je moet beperken tot een bepaalde voedingsleer. Kiezen is verliezen, geldt zeker op gastronomisch gebied. Mijn voedingsgewoontes veranderden de afgelopen jaren toen ik steeds meer begon te sporten. Soms sloeg de slinger te ver door. Ik concludeerde dat ik daar niet gelukkig van werd en dat het leven te kort is om honger te lijden. Daarom stel ik jullie met de nodige nuchterheid en geheel vrijblijvend mijn persoonlijke voedingsprincipes voor.

  1. Koolhydraten zijn niet des duivels (en koffie ook niet)
    Variatie is het sleutelwoord van een gezonde voedingsstijl. Daarom zal ik nooit een bepaalde voedingsgroep volledig uitsluiten. Koolhydraatarm eten is tegenwoordig in. Ik begrijp dat niet zo goed. Vetten, suikers en koolhydraten zijn net zo goed essentiële voedingsstoffen als vitaminen en proteïnen. De verhoudingen moeten kloppen. En hoewel elke dag twee liter koffie drinken wellicht iets te veel van het goede is, maakt dat van een koffiedrinker nog geen drugsverslaafde.
  2. Elk lichaam is anders
    Uit Het sportkookboek van diëtiste Stephanie Scheirlynck leerde ik dat er verschillende lichaamstypes bestaan. Kort gezegd maakt de ene mens gemakkelijk spieren aan, slaat de ander makkelijker vet op en blijft nog een andere slank ongeacht wat hij erdoor jaagt. Als die drie types identiek hetzelfde zouden eten, zouden ze er nog steeds verschillend uitzien. Dat impliceert ook dat slank zijn, niet per se gelijk staat aan gezond zijn. Als sporter is het de kunst om het maximale uit jouw lichaam te halen. Het heeft dan weinig zin om je blind te staren op een bepaald gewicht.
  3. Denk niet in termen van “zondigen”
    Het is vaste koek bij elk dieet: eenmaal per week mag je zondigen. Ik vind dat een heel triestig idee. Je zit een week hongerig op je tandvlees, mag jezelf sussen met de saaiste koek van het schap en als je dan één keer echt iets mag eten wat je heel lekker vindt, dan heet dat een zonde. Probeer er dan maar eens onbeschaamd van te genieten. Als ik elke dag zou eten alsof het mijn laatste dag is, dan zou ik altijd taart eten. Dat is niet zo verstandig en die taart zou me niet meer zo goed smaken. Taart als zondig beschouwen, is een brug te ver. Nooit taart eten, dat is pas een zonde.
  4. Calorieën tellen maakt je ongelukkig
    De Amerikaanse top marathonloopster Shalane Flanagan legt in Run Fast. Eat Slow. uit dat je je niet moet focussen op calorieën, maar moet kiezen voor indulgence food. Kies dus voor voedzame producten die je een voldaan gevoel geven, zodat je je lichaam voedt en niet louter vult. Minder calorierijke light-producten zijn niet per se gezonder dan de volle variant. Wegen, meten en tellen maakt vaker ongelukkig dan dat het iets bijbrengt. Het exacte aantal calorieën dat een product bevat, is namelijk geen exacte wetenschap, laat staan hoe jouw individuele lichaam dat verbrandt. Gebruik calorieën desnoods als een leidraad, maar vertrouw op je gevoel en eet dus gewoon kaas en Griekse yoghurt.
  5. Negeer de Nutri-Score
    Op diverse producten kan je een Nutri-Score terugvinden die je met een cijfer van A tot E aangeeft hoe gezond een product is. Het zou aangetoond zijn dat dit label daadwerkelijk aanzet tot gezondere voedingskeuzes. Ik heb daar ernstige twijfels bij. De Nutri-Score is eerder een calorie-index. Alles wat hoog is in calorieën scoort automatisch laag. Zo creëer je absurde situaties waarbij olijfolie, volle yoghurt, kaas en gerookte zalm als ongezond worden bestempeld en diepvriesfrieten, kant- en klare maaltijden en hamburgerbroodjes zogenaamd gezonde alternatieven zijn. Het moet echt niet gekker worden.

Omdat ik én veel sport én geen vlees eet, word ik vaak in het hokje van de gezondheidsfreaks geplaatst. Ik vind gezond eten belangrijk, maar je gezond verstand gebruiken en bewuste keuzes maken belangrijker. Gezond eten is voor mij geen doel op zich. Net zoals ik niet alleen loop om marathons te kunnen lopen. Ik vraag behoorlijk wat van mijn lichaam en dus moet ik dat goed verzorgen. Daarom zal ik altijd tijd maken om te koken en te eten. Ik eet veel groenten en fruit omdat ik dat lekker vind, niet omdat het moet. Ik eet niet alleen maar groenten en fruit omdat andere dingen ook lekker zijn en mijn lichaam meer nodig heeft dan dat om goed te kunnen functioneren. Je hebt slechts één lichaam om je leven mee te leven. Laat ieder voor zich beslissen wat en hoe die eet. Ja, ik beken dus: ik eet behoorlijk gezond, maar ik eet vooral heel erg graag.

Duatlonspecial – Eén jaar op de fiets

Lange tijd was ik een hardcore loper die altijd volle gas vooruit vloog en zichzelf daardoor al eens voorbij liep. Mijn liefde voor lopen maakte me soms blind en doof. Ik liep zonder echt om me heen te kijken, laat staan naar mezelf te luisteren. Lopen was het fundament van mijn leven. Niets of niemand mocht daar aan raken. In onstabiele tijden was lopen mijn houvast die ik te krampachtig vasthield. Zo lang ik kon blijven lopen, zou mijn wereld ook blijven draaien. Toen ik vorig jaar geblesseerd raakte en wekenlang amper iets kon doen, stortte het plafond naar beneden en werd ik bedolven onder de brokstukken van mijn oh zo dierbare lopersleven. Ik ruimde puin en met het gruis maakte ik een zorgvuldig geconstrueerde mozaïek. Wat een apocalyps leek te zijn, was in feite een doorstart. Ik herontdekte mezelf eerst als loper, nadien als fietser. Een jaar geleden maakte ik kennis met het zachtaardige, doch pittige karakter van mijn Baskische held op wielen, Juan*. Wij hadden immers een plan: in december zou ik deelnemen aan de Hel van Kasterlee, een zware winterduatlon waarbij er, naast 45 loopkilometers, 115 kilometer op de mountainbike afgelegd moeten worden. De rest is geschiedenis.

Onze eerste maanden samen waren die van de verliefdheid: werkelijk alles wat we samen deden, was leuk. Zijn klikpedalen waren zo gemakkelijk, zijn versnellingen zo soepel en zijn remmen zo intens. Hij en ik konden bovendien uit de voeten op elke ondergrond. Met mijn hoofd in de wolken was ik niet echt met dat grote doel bezig. Mijn fietskilometers temperden mijn dagelijkse loopdrang. Als ik ging lopen, haalde ik daar eens zoveel plezier uit. Toen ik in oktober een geslaagde marathon in Brussel liep, was het bewijs geleverd dat de combinatie lopen-fietsen mij wel degelijk lag en dat er nog steeds een snelle marathon in mijn benen zat. Zo groeide Juan uit van een verzetje om mijn loophonger te stillen tot een volwaardig sportalternatief. Mijn Garmin-statistieken vertellen me dat ik het afgelopen jaar maar liefst 7031 kilometer in het zadel zat. Dat zou ik niet hebben gedaan als ik niet graag zou fietsen. Ik zie mezelf echter niet als een duatleet, maar als een volbloed marathonloper die ook heel graag met de mountainbike rijdt. Zonder twijfel ben ik een betere loper geworden door die twee sporten te combineren.

IMG_0789b

Waaraan ik moest wennen op de fiets is de bepalende invloed van het weer. Als fietser ben je doorgaans langer onderweg en dus ook langer overgeleverd aan de klimatologische grillen. Na twee uur in de regen bezwijkt ook het beste regenjasje voor de nattigheid. Wind is echt niet om mee te lachen op de fiets. Omdat je niet met je hele lichaam beweegt, krijg je ook sneller koud. Als loper ben ik zelfs in de winter na een kilometer warmgelopen, loop ik zelden met handschoenen en kan regen noch wind me deren. Als fietser laat mijn interne thermostaat me al eens in de steek. Gevoelloze tenen lijken er bij te horen. Ik heb de douchekraan vaak heter moeten draaien na een zoveelste barre fietstocht in het najaar. De fietser beschikt over heel wat mogelijkheden om zich te kleden, al is daar ook een stevig prijskaartje aan verbonden en is het assortiment voor vrouwen eerder beperkt. Ik prijs me dan ook gelukkig met de leopard-wieleroutfit van Italiaanse makelij die ik recent op de kop heb kunnen tikken. Stance sokken doen het trouwens ook uitstekend op de fiets. Twee paar over elkaar dragen behoort tot de mogelijkheden. Alleen bij echt frisse temperaturen geef ik de voorkeur aan thermische wielersokken. Fietsschoenen verslijten gelukkig niet zo snel als loopschoenen, integendeel. Ze gaan hooguit stinken als ze vaak doorweekt zijn. Een soda-sopje verricht dan wonderen.

IMG_0790b
Juan is gek op strobalen: om een beetje tegen te leunen, maar toch vooral om langs te scheuren

Als loper moet je steeds op je hoede zijn voor blessures. Fietsen is een minder blessuregevoelige sport, maar andere gevaren loeren om de hoek. Het risico op een val en de gevaren van het verkeer zijn de grote keerzijde van de wielersport. De onverdraagzaamheid en vooringenomenheid van sommige autobestuurders vind ik onbegrijpelijk. Omdat ik hen uit veiligheid aankijk en niet meteen vol in de remmen ga, denken ze al te gauw dat ik een voorrang opeis waar ik geen recht op heb (wat ik dus niet doe). Mijn alerte blik wordt dan verward met arrogantie waarop er geclaxonneerd wordt of een raampje opengaat. Op de fiets moet je altijd en overal uit je doppen kijken. Klikpedalen zorgen voor een stuk veiligheid, maar ze belemmeren ook je reflexen als je je evenwicht verliest. Bovendien moet je niet eens veel snelheid hebben om hard te vallen. Ik ben dus geen waaghals op de fiets. Het akelige is dat je niet veel nodig hebt om lelijk tegen de grond te gaan. De fatale val van wielertalent Bjorg Lambrecht toont aan dat een ongeluk in een heel klein petieterig en onbenullig hoekje kan zitten.

Het mooie van fietsen is dat je het echt rustig aan kan doen, als de benen wat stram zijn, als de wind het lijf zwaar maakt of als je daar gewoon zin in hebt. Stijve benen los fietsen kan echt. Los lopen daarentegen kan lelijk tegenvallen omdat de impact van lopen op je lichaam er altijd is. Ik hoorde nog nooit iemand spreken over een cyclist’s high, maar de rustgevende cadans op de fiets kan mij net in zo’n ontspannen modus brengen. De omgeving heeft daar ook een grote invloed op. Met de mountainbike kom ik op andere plaatsen dan tijdens mijn looproutes. Sowieso is mijn actieradius met de fiets groter en valt er dus ook meer te ontdekken verder van huis. Het bos weet mij altijd te raken. Langs en door velden fietsen kan ik ook adembenemend mooi vinden. Mijn fietsershand is snel gevuld met mooie plaatjes. Het afgelopen jaar heb ik samen met Juan enkele magische momenten beleefd die me vooral heel veel zin hebben gegeven om te blijven fietsen. Gracias!

IMG_0774b

*Juan heet zo omdat hij als Orbea Spaanse roots heeft en vier jaar lang de fiets van mijn papa, Jan, was.