Het moment – De halve marathon in Brussel met Roos

In 2014 begonnen Roos en ik samen te lopen om iets aan onze ondermaatse conditie te doen. Ons ultieme doel was de 20 kilometer van Brussel tot een goed einde te brengen. Dankzij dat project zagen we samen af en babbelden we vooral ook heel wat af. In mei 2014 liepen wij dus voor het eerst in ons leven 20 kilometer. Het zaadje van de marathondroom was geplant: een jaar later liepen we zij aan zij onze eerste marathon. We liepen nog stratenlopen, halve marathons en nog meer marathons, maar steeds minder vaak in elkaars gezelschap. In 2019 is dat allemaal anders. We haspelden samen trailtrainingen af en liepen gezusterlijk onze vijfde 20 kilometer van Brussel. Over exact een week zullen we 4,5 jaar na ons debuut nog eens samen een marathon lopen. Als generale repetitie liepen we daarom vorig weekend de halve marathon van Brussel. Ik ben namelijk Roos’ persoonlijke haas, pacer of tempomaker die ten allen tijde het hoofd koel houdt, de klok in de gaten houdt en steeds de juiste aanmoediging heeft. Dat straffe zusje van mij heeft dat allemaal niet nodig, maar we zijn nu eenmaal graag in elkaars gezelschap.

img_1387b.jpg

De Brusselse straatstenen kennen voor onze voeten geen geheimen meer. Ons doel was in eerste instantie om het goede marathongevoel te pakken te krijgen en als het even kon ook Roos’ persoonlijk record van 1:43 op de halve marathon scherper te stellen. Voor wie het nog niet opmerkte: Roos verkeert in bloedvorm, dus een scherpe tijd zat er zeker in. Gelukkig zag ze pas gisteren hoe Eliud – King of Marathon – Kipchoge naar een fenomenale 1:59:40 snelde in Wenen. De eerste mens die onder de 2 uur dook op de marathon, kon namelijk beroep doen op maar liefst 41 hazen die elkaar afwisselden zodat Kipchoge telkens in het intieme gezelschap van 7 tempomakers liep. Roos moet het over een week 42,2 kilometer lang en ruim 3,5 uur stellen met mij. Wij hebben wel één groot voordeel ten opzichte van Kipchoge: wij zijn zussen, bloed- en zielsverwanten. We kunnen elkaar heel goed aanvoelen en inschatten. Ik kan Roos tot het uiterste drijven: door de muur, zonder dat ze zich opblaast. Of ik daarom gelijk ben aan 41 wereldtoppers uit de atletiek, dat laat ik in het midden.

Zondag 6 oktober was het weer om in de zetel te liggen en vooral niet buiten te komen. Behalve als je een halve marathon in Brussel gaat lopen. Een loper weet dat wat regen echt geen kwaad kan. We gingen van start onder een grijs wolkendek en snelden er meteen hard van door. De loophonger was groot. Voor de ambiance zorgden we vooral zelf, want veel toeschouwers waren er niet te zien. Na enkele kilometers was de eerste adrenaline gaan liggen en dwongen de tunnels ons te temporiseren. Dat nam niet weg dat we nog steeds aan een behoorlijk tempo door Ter Kamerenbos stormden. Vervolgens beloofde ik Roos 6 kilometer lang een fijne afdaling om nog eens goed door te jassen. En of dat gebeurde: we werden gelanceerd en liepen Roos’ snelste kilometertijd ooit. Niet meteen het soort records dat je moet lopen tijdens een halve marathon, maar we leken over vleugels te beschikken.

Toen we na 15 kilometer door Vorst liepen, vroeg ik aan Roos hoe hard ze aan het afzien was op een schaal van 1 op 10. Haar antwoord was een 7, wat me niet meer dan normaal leek in die fase van de wedstrijd. Ik wist toen al dat een verbetering van haar record een feit zou zijn. Voor we afsloegen naar de Tervurenlaan, zat Roos op een 8,5 op de Schaal van Afzien. Het was nu vooral belangrijk om haar zo goed mogelijk over de Tervurenlaan te loodsen: een stevige en verraderlijk lange kuitenbijter van 1,5 kilometer. In mijn zog beet Roos terug. De berg kreeg haar niet klein. De boog van het Jubelpark doemde op in de verte. Ik gaf ons een halve kilometer om op adem te komen en nog een laatste snelle kilometer uit de benen te persen. Hand in hand overschreden we de finish in een sterke 1:40:36. Roos had haar record verbeterd met maar liefst drie minuten. Jawadde!

IMG_1396b

Ik liep niet mijn snelste halve marathon in Brussel, maar ik maakte een halve marathon zelden zo bewust mee. Uit mijn loopervaring leerde ik vooral hoe fijn het is om fit te zijn. Dat je dan een snelle halve marathon kan lopen zonder daar al te veel zorgen over te hebben. Dat je dan ook nog eens kan genieten van het parcours. Dat je dan niet eens opmerkt dat het vies regenweer is. En bovenal: hoe bijzonder het is dat je dat in het gezelschap van je zus kan doen. Wat vijf jaar geleden een zot plan was, is nu de bron van het ene schitterende zussenmoment na het andere. Lang leve de zusterliefde! Op naar Brugge!

IMG_1391b

Loperspraat – Feest, stress en herfst in september

September is een maand met twee gezichten: enerzijds het stralende staartje van de zomer, anderzijds het verraderlijke begin van verandering. Onder de laatste zomerstralen vierden we verjaardagen en de eerste maanddag van Leah. Daarnaast werd ik overspoeld door werk en wist ik soms echt niet meer waar mijn hoofd stond. Er waren kortom redenen om feest te vieren, maar ook om in de zetel te liggen balen. Zoals alleen Herman van Veen het kan zeggen: we moeten rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan!

De zon scheen op de eerste schooldag en deze leerkracht had er zin in. Niet alleen om weer wat tienergezichten voor me te hebben, maar ook om op een maandag richting het immer bruisende Brussel te trekken. Roos en ik gingen ’s avonds namelijk naar het langverwachte concert van Hozier in het Koninklijk Circus. Zo ontdekten we een andere wijk en vonden we onze weg naar Café Caberdouche op de Vrijheidsplaats. We behoren nog net niet tot de groupies die twee uur voor de deuren open gaan voor die deuren zitten te wachten. Voor ons liever een goede zitplaats dan een staplaats op de eerste rij. Over het optreden kan ik kort zijn: onze Ierse held kwam op, de eerste tonen weerklonken en wij waren helemaal mee. Oh baby, wat kan die man zingen! Niet alleen Hozier zelf stelde op geen enkel vlak teleur, ook de attitude en ambiance die zijn hoofdzakelijk vrouwelijke band uitstraalde, werkten aanstekelijk.

Ondanks het energieshot dat ik kreeg van de steengoede show voelde ik me aan het einde van de eerste schoolweek helemaal uitgewrongen. Ik was kapot, stik op en mijn kinderlijk enthousiasme maakte plaats voor heel wat bedenkingen over mijn job als leerkracht. Dat gevoel overspoelde mij zo hard dat ik het moeilijk had om mezelf staande te houden. Begrijp me niet verkeerd: ik vind nog steeds dat ik een prachtige job heb op de beste school. Plots diende zich ook een grote MAAR aan. Ik spreek misschien in raadselen, maar jullie mogen later deze week een uitgebreidere blogpost verwachten over mijn bezorgdheid omtrent ons onderwijs en de rol die ik daarin als leerkracht heb. Er zijn ook nog zekerheden in het leven: na die heftige eerste week genoot ik volop van een rustig-aan-duurloop. Oef!

September is al sinds mensenheugenis een feestmaand. Zowel ik als mijn lieftallige zusje Roos vieren dan onze verjaardag. Wij lopen niet alleen vaak zij aan zij, we verjaren ook op die manier. Het feest van Roos barstte in alle hevigheid los op donderdagavond toen we ons succesrecept van de zomerbarbecue nog eens herhaalden. Niko was Chef Grill en Hoofd Sauzen. Roos was verantwoordelijk voor de muziek en al het andere lekkers dat op tafel stond. Mijn schamele bijdrage was een eigengemaakte tabouleh (een toppertje, dat wel). Daags nadien was ik aan de verjaardagsbeurt. Ik mocht mijn verjaardag vieren in het gezelschap van een enthousiaste bende vierdejaars leerlingen, aangezien op vrijdag 13 september onze sportieve kennismakingsdag in de bossen van Sint-Joris-Weert doorging. De leerlingen klommen in bomen, sjorden karren, gilden soms erg hard en zongen uit volle borst. Een geslaagde verjaardag! ’s Avonds werd het feest verder gezet ten huize Roos en Niko waar ik trakteerde op echte champagne.

IMG_1173b

Op trainingsgebied was september de laatste kans om voluit te trainen voor de marathon in Brugge op 20 oktober. Roos en ik stonden aan de start van de Leuven Nature trail waar we gezusterlijk 25 kilometer afhaspelden door de bossen. We deden dat aan een stevig tempo onder het goedkeurend oog van de laatste zomerzonnestralen. Na afloop bleken we de eerste twee plaatsen te bezetten in onze leeftijdscategorie. Een mooie opsteker! Als je zowel afstand, als hoogte, als snelheid combineert, dan mag je er zeker van zijn dat je daar daags nadien iets van gewaar wordt in je benen. Ik noemde het een zwaar gevoel. Roos had het over twee stramme stronken (om in het natuurthema te blijven).

Gisteren waren we dan toe aan de kroon op het werk van onze marathonvoorbereiding: voor sommigen de gevreesde, maar voor ons toch vooral gezellige, langste duurloop. Aangezien de weersverwachtingen op z’n zachtst gezegd apocalyptisch te noemen waren, vonden wij het al van veel karakter getuigen dat we überhaupt een lange duurloop zouden lopen. Het bleek een storm in een glas water te zijn. Zo straf was het uiteindelijk niet om door de wind, door de regen, dwars door alles heen onze kilometers gestaag op te bouwen. Doorgaans zijn wij voor een langste duurloop wel tevreden met een kilometer of 30. Gisteren klokten we uiteindelijk af op 33,03 kilometer in iets minder dan 3 uur. Voldoende tijd dus om weer eens goed bij te praten en vooruit te blikken op de marathon. Wederom een zussenmoment om in te kaderen.

Hoewel het nu officieel slechts een week herfst is, was die seizoensverandering al veel vroeger voelbaar. Ik had weer eens koude tenen op de mountainbike en behoefte aan een hete douche na afloop. Ik at al pompoenen. Ik vloekte op de wind die soms een vuil spelletje speelt op de fiets. Na de soms moeizame maand september, richt ik me nu op oktober: marathonmaand tout court. Ik kijk alvast uit naar zondag, want dan staan Roos en ik aan de start van de halve marathon in Brussel. Onze tapering mag dan wel ingezet zijn, een snelle halve marathon lopen behoort zeker tot het plan. May the force be with us!

IMG_1283b

De gedachte – Over motivatie

Toen ik nog Engels gaf aan zesdejaars hadden we het over motivational and inspirational speeches. Een dankbaar onderwerp, want er zijn legio voorbeelden van zulke speeches te vinden. Zo liet de wereldberoemde Yes we can speech van Barack Obama niemand onberoerd en ook de woorden die Malala Yousafzai sprak toen ze de Nobelprijs voor Vrede ontving, konden op veel bijval rekenen. Op dit moment is de toespraak van een geëmotioneerde Greta Thunberg die fel uithaalt naar de wereldleiders brandend actueel, ook op school. Zowel Obama als Yousafzai als Thunberg slagen erin om hun idealen te belichamen in wat ze zeggen. Ze zijn hun boodschap en of je het nu eens of oneens bent met hun discours, het vraagt op z’n minst lef om met zoveel bravoure de massa toe te spreken. Hun speeches zijn een krachtig en goed georkestreerd signaal naar de wereld. Ze inspireren en zetten aan tot nadenken. Ik denk echter niet dat ze daadwerkelijk iets zullen veranderen aan individuele gewoontes en gedragingen. Daar is iets veel eenvoudiger voor nodig.

Als het over motivatie gaat, ontkom je niet aan het onderscheid tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie. Externe factoren liggen aan de basis van extrinsieke motivatie. Zo zal een leerling in de eerste plaats studeren omdat als hij slaagt hij bij zijn vrienden in de klas kan blijven zitten en zijn ouders dan niet zeuren. Mogelijk hangt aan een goed rapport ook een beloning vast. Ik merk zelf dat leerlingen in het vierde jaar (secundair onderwijs) heel gevoelig zijn voor beloningen: in de vorm van punten, maar zeker ook complimenten. Het is moeilijker om leerlingen de waarde van intrinsieke motivatie bij te brengen. In de ideale wereld studeert elk kind omdat het zichzelf wil verrijken en echt iets wil bijleren, puur voor zichzelf dus. Aangezien het schoolsysteem toch nog hoofdzakelijk op cijfers is gericht, is het niet evident om leerlingen bij te brengen dat ze in de eerste plaats een mooie en goede tekst moeten willen schrijven.

Ik erger me al eens aan die focus op extrinsieke motivatie die je vaak terugvindt in tijdschriften over lopen of bij andere motiverende raad. Veelal wordt er namelijk van uit gegaan dat een mens bij voorbaat geen zin heeft om te gaan lopen. Het is een opgave, het kost moeite en eigenlijk zegt je lichaam: blijf gewoon thuis. Er worden dan tal van tips aangereikt om toch ergens motivatie te vinden. Bijvoorbeeld jezelf nadien belonen door iets lekkers te eten of drinken. Ook sociale druk lijkt een efficiënte stok achter de deur te zijn. Door samen te gaan lopen, hou je je namelijk aan de gemaakte afspraak. Wie dan nog niet voldoende gemotiveerd is, krijgt de raad om een concreet doel te stellen. Schrijf je in voor een wedstrijd, want dan hebben je trainingen plots zin en nut. Als ik bij elke training hopeloos moet zoeken naar het waarom ervan, zou ik me toch eens de vraag stellen of ik niet beter een andere hobby kan zoeken. Ik vind het bijvoorbeeld redelijk absurd om marathons te lopen als je een hekel hebt aan duurlopen.

Zoals ik in mijn faq uitleg, kost het me weinig moeite om mezelf te motiveren om te gaan lopen. Ik heb er meestal gewoon zin in, ook als de omstandigheden niet ideaal zijn. Lange tijd heb ik dat weggewuifd als ach, dat is voor mij een gewoonte. Die redenering klopt deels. Het heeft mij namelijk ook weinig moeite gekost om die gewoonte aan te leren. Ik heb dat zo beslist en moest mezelf dus niet wekenlang motiveren met allerlei lekkers na een looprondje om toch maar die loopschoenen aan te trekken. Mijn directe motivatie ligt ook niet in de loopdoelen die ik stel. Ik ga in de eerste plaats lopen voor mezelf. Tijdens het lopen (en fietsen) kan ik mijn hoofd verluchten, zoals je dat met je woning ook moet doen om die fris en gezond te houden. Het is een onderhoud van mijn lichaam en geest. Mijn hoofd wordt tijdelijk leeggemaakt, zodat er weer ruimte ontstaat en meer lucht is om te ademen. Je kan om die reden ook bidden of mediteren, maar mijn sacraal me-time moment zit in een loopronde. De tijd die dat kost, betaalt zich terug in kwalitatieve tijd nadien. Met die gedachte heb je geen extrinsieke motivatie nodig om er op uit te trekken.

Om die reden ben ik fan van het boek Atomic Habits van James Clear. Hij pleit voor tiny changes for remarkable results. Als we iets willen bereiken, zijn we te vaak gefocust op een eindresultaat. Ik ga nu lopen omdat ik dan een marathon kan uitlopen. Je hoopt dan, door dit vaak genoeg te herhalen, dat je hier ook naar zal gaan handelen en een gewoonte kan veranderen. James Clear spreekt dat tegen. Volgens hem is het beter om het grootse eindresultaat los te laten en je te richten op je identiteit. Wat voor persoon wil je zijn? Wil je iemand zijn die drie keer per week gaat lopen? Waarom wil je zo iemand zijn? Als je op die manier motivatie kan aanboren, dan kost het je plots veel minder moeite om te lopen en dan is een loopwedstrijd geen stok achter de deur, maar een logisch gevolg van het feit dat je het voor jezelf belangrijk vindt om te gaan lopen.

Afsluiten doe ik met de mooie en uiterst gemotiveerde lopersvoeten van An, mijn lieve collega en vriendin. Enkele weken geleden besloot ze om te beginnen met lopen. Dat was geen vanzelfsprekende keuze nadat er vorig jaar heel veel op haar af kwam en ook het lichaam tegensputterde. Ze volgt een schema waarbij ze geleidelijk aan de loopminuten opbouwt (verstandig!). Natuurlijk vertel ik An vaak over mijn loopavonturen, mogelijk heb ik haar daardoor op ideeën gebracht. De motivatie om vol te houden, haalt ze echter bij zichzelf. Omdat ze plezier haalt uit die momenten, omdat ze dichtbij huis mooie plekken ontdekt, omdat het een manier is om zorg te dragen voor haar lichaam. Blijven gaan, maatje!

WUFH2377b

 

 

Daar zijn ze dan: de faq!

Ik kon niet langer achterblijven. Een website zonder frequently asked questions, kortweg faq, is als een een verjaardag zonder taart of ontbijten zonder koffie. Uiteindelijk ging ik nog redelijk lang faq-loos door het leven. Ik had er namelijk nooit bij stilgestaan dat er überhaupt vragen zijn die vaak aan mij gesteld worden. Ze kwamen echter meteen tevoorschijn toen ik er eenmaal over begon na te denken. *tromgeroffel en trompetgeschal*
Op deze pagina kan je vanaf nu veelgestelde vragen mét antwoorden terugvinden.

En vrees niet, vragen staat nog steeds vrij. Het is niet omdat ik nu kan verwijzen naar “mijn faq” dat jullie geen vragen meer op mij mogen afvuren. Ik zal ze met de glimlach beantwoorden. Verwacht niet dat ik ooit een Q&A* video zal opnemen, want zo hip ben ik echt niet.

Tot slot: mijn lievelingskleur is blauw (en Le Creuset oranje). Mijn lievelingsdier is een kat. Mijn lievelingsgetal is 13. Mijn lievelingsvak op school is taal. Niet zo frequently asked, maar net zo belangrijk.

*Questions and Answers, een filmpje dus waarin je zogenaamd spontaan vragen beantwoordt.

 

 

Loperspraat – Mijn loopkalender voor het najaar

Of je nu vindt dat het nog zomer is of al herfst: het najaar staat zachtjes op de deur te kloppen in gezelschap van zijn goede vriend het loopseizoen. Regen en wind zijn misschien niet meteen de weerselementen die de loper op zijn pad wenst, maar eigenlijk is een streepje grijs in najaar veel geschikter loopweer dan de zomerse warmte. Gedaan dus met zonnecrème smeren op een bezwete rug, weg met de dehydratatie en de pijnlijke schuurplekken! En als de duisternis zijn intrede doet, moet je maar denken aan de woorden van Leonard Cohen: there’s a crack in everything, that’s how the light gets in. Ik doe graag uit de doeken welke loopdoelen Roos en ik met stip in onze agenda hebben genoteerd. Aan plannen geen gebrek!

Op zondag 22 september tekenen we present voor de tweede editie van de Leuven Nature Trail. Het woord trail in combinatie met Leuven is wat misplaatst. Een juistere beschrijving is: een groene looproute over een grotendeels off-road parcours. Roos en ik zijn ingeschreven voor de langste afstand van 25 km. Wat dit evenement uniek maakt, is dat je aan de finish in Leuven de trein naar Sint-Joris-Weert neemt, waar de startlijn ligt. Van daaruit gaat het door het Meerdaalwoud naar vertrouwd gebied in Heverleebos en via Abdij van Park naar de finish aan het station in Leuven. Vorig jaar vond ik deze wedstrijd geen onverdeeld succes, aangezien de regen bijna constant met bakken naar beneden kwam. Bovendien werd ik dan ook nog eens doorweekt op de fiets, zowel op de heen- als de terugweg. Ook mijn optimisme kent grenzen. Ik hoop dus op een drogere tweede editie en kijk uit naar het samen lopen met Roos.

De afgelopen zes jaar liep ik in oktober ofwel de halve ofwel de volledige marathon in Brussel. Dit jaar staan we op zondag 6 oktober aan de start van de halve marathon. Het parcours vertoont veel overeenkomsten met de 20 kilometer van Brussel, maar de halve marathon kent een kleiner deelnemersveld. Zowel start als finish verlopen dan ook wat rustiger. Het plan is om nog eens plankgas te geven. Na de gemiste CPC Loop in het voorjaar liep ik immers nog geen halve marathon in wedstrijdverband. Mijn snelste halve marathon in Brussel liep ik in 1:37 (2017). Ik heb heel veel zin om onder die tijd te duiken, al vind ik het ook een beetje jammer dat ik niet aan de start sta van de hele marathon. Ik liep die al drie keer en heb aan elk van die marathons heel mooie herinneringen. Dit jaar zal ik dus dubbel zo hard van de kilometers van de halve moeten genieten.

Ik loop mijn oh zo geliefde marathon in Brussel niet omdat Roos en ik op zondag 20 oktober samen de marathon in Brugge zullen lopen. Wij kozen voor deze relatief jonge marathon omdat Roos haar persoonlijke marathontijd (PR voor de insiders) wil verbeteren. Daar kan je maar beter een vlak parcours voor kiezen en dat vind je dus in Brugge en niet in Brussel. Voor Roos wordt Brugge haar vierde marathon. Haar PR staat momenteel op 3:43 (Rotterdam 2016). Ik zal als haar persoonlijke haas of pacer alles uit de kast halen om die tijd onder de 3:40 te brengen. Eigenlijk is dit dus niet minder dan een droom die uitkomt. Mijn taak bestaat eruit om een constant tempo te lopen zodat Roos haar wagonnetje kan aanhaken, wat uit de wind wordt gezet en niet moet rekenen. Uiteraard zal ik haar met mijn doorgedreven aanmoedigingen ook tot het uiterste drijven. Als dat al nodig is, want Roos verkeert in topvorm. Professionele pacers stappen na 30 kilometer uit de wedstrijd, ik ga door tot het bittere eind, zodat we zij aan zij kunnen finishen. Dat deden we ook bij ons marathondebuut in 2015, toen er van hazen geen sprake was.

Na ons marathonavontuur gaat het in november richting de Kempen, meer bepaald naar het doorgaans modderige Kasterlee. Op 17 november lopen we daar de halve marathon: een familiegebeurtenis waarbij het altijd slecht weer lijkt te zijn en er vaak een Odeyn ten val komt. November wordt sowieso een zware trainingsmaand omdat ik dan in volle voorbereiding ben voor de Hel van Kasterlee, want jawel: ook dit jaar zal ik eraan geloven. Op zondag 22 december zal ik weer het onderste uit de kan halen om te finishen in de zwaarste winterduatlon ter wereld. Ik kan ook weer rekenen op Roos als trouwe begeleider. Vorig jaar werd ik dus onverwacht derde. Daarom leek het vanzelfsprekend dat ik me een tweede keer aan dit spektakelstuk zou wagen. Ik kijk met gemengde gevoelens naar de komende trainingsmaanden. Langs de ene kant heb ik er veel zin in. Ik focus me nu vooral op de voorbereiding van de marathon. Langs de andere kant herinner me maar al te goed hoe nat, koud, donker en eenzaam de trainingen in november kunnen zijn. Wekelijks was ik toen zo’n 20 uur aan het fietsen en lopen en daarnaast gaat mijn leven natuurlijk ook gewoon verder. We zien wel hoe het mij dit jaar bevalt.

Vergeet niet om morgen kaarsjes te branden, vingers te kruisen en duimpjes op te houden. Mijn broer strijdt namelijk vanaf 9u voor de wereldtitel duatlon in het Zwitserse Zofingen! Go Brobro!

 

 

Loperspraat – Nog meer zomer in augustus

Joepie! Morgen ga ik terug naar school! Na 9 weken ben ik weer helemaal opgeladen voor een nieuw schooljaar. Hoewel ik weinig concrete plannen had in augustus gebeurde er toch behoorlijk wat. Op sportief gebied bouwde ik de trainingen weer op in het kader van de najaarsplannen. Ik ging ook op uitstap en telde elke dag af tot Leah zou komen. Toen ze eenmaal geboren was, wilde ik haar natuurlijk zo vaak mogelijk zien. Naast mijn belangrijke rol als meter was er nog tijd om te lezen. Boeken werden verslonden, waarover later meer. Er was zelfs ook nog tijd om te barbecuen met Roos en Niko in hun paradijselijke tuin. Dit alles werd overgoten met mijn muzikale ontdekking van de maand: The Cat Empire! Ik ontdekte de Australische band van Felix Riebl very old school via de radio. Ik hoorde Brighter Than Gold (opzoeken!) en hoorde plots wat voor geweldig nummer dat is. Het bijhorende album Steal the Light overspoelde mij met trompetgeschal, latino invloeden en heel veel positieve energie. Net wat ik nodig had op de fiets, al lopend of gewoon liggend op mijn terras.

Ik nam een vliegende start in augustus. Na tien dagen had ik al meer bij elkaar gefietst dan tijdens de maand juli. Heel verwonderlijk is dat niet, want in juli deed ik het rustiger aan in aanloop naar en na afloop van de La Chouffe trail. Met die verjaardagsviering van Juan zat het dus wel snor. Voor de najaarsmarathon die ik zal lopen, was het tijd om de trainingsarbeid terug op te drijven. Ik blijf grote fan van de combinaite fiets- en looptraining. Het is voor mij de ideale manier om duurinspanningen te trainen zonder uren aan een stuk te moeten lopen. Ik verbaas me er steeds over dat ik best vlot kan lopen na anderhalf uur op de mountainbike te zitten. Er stonden ook enkele “gewone” duurlopen op de planning, waarbij ik steeds te koppig was om water mee te nemen, met als gevolg dat ik serieus gedehydrateerd thuis aankwam. Eigen schuld, dikke bult. Helaas had mijn rug er niet altijd evenveel zin in. In juli was er al enig gesputter te bespeuren, de afgelopen maand was het hek helemaal van de dam en werd mijn tere rug steeds stijver, strammer en stroever. De opgelegde mobilisatie-oefeningen van de kinesitherapeut konden slechts matig soelaas bieden. Zoals wel vaker, bleek het plots als vanzelf weer beter te gaan met die rugperikelen en heb ik er nu nog weinig last van.

IMG_0686b

Naast de Dossinkazerne bezocht ik met mama ook het Africamuseum in Tervuren. Dat was jaren gesloten voor renovatiewerken en ik was dus benieuwd hoe het er nu uit zou zien. De ligging aan het park van Tervuren en het gebouw zelf zijn indrukwekkend te noemen. Het museum is onderverdeeld in verschillende ruimtes waar telkens een ander aspect van Afrika centraal staat. Wij begonnen ons bezoek met de zaal over taal en cultuur. Het viel meteen op dat er wordt ingezet op interactiviteit en dat er dus ook op een jonger publiek gemikt wordt. De zaal met de opgezette dieren over de Afrikaanse fauna en flora is wellicht de bekendste. Leuk om te zien allemaal, maar wij misten wat overzicht en duiding in het museum. De koloniale beelden die controverse uitlokten, worden wel van een toelichting voorzien, maar daar bleef het dan ook bij. Na ons bezoek aan de Dossinkazerne vonden we dat het Africamuseum toch kansen onbenut laat.

IMG_0756b

En nu dus terug naar school. Om de voorschoolse spanning aan te wakkeren, kocht ik wat schrijfgerief en een nieuwe brooddoos. Ik moet eerlijk zeggen dat ik die eerste schooldag best spannend vind. Wie zal er allemaal voor mijn neus zitten? Zullen de leerlingen wel naar mij luisteren? Zal ik mijn leerkrachtige vaardigheden niet verleerd zijn? Uit ervaring weet ik dat ik die doorgaans niet verlies tijdens de vakantie. De komende weken zal het weer puzzelen zijn om schoolse en naschoolse activiteiten te combineren. Morgen bijvoorbeeld, als ik samen met Roos naar het langverwachte concert van Hozier in Brussel ga. Het is nog lang niet voorbij die mooie zomer!

 

De gedachte – Mijn voedingsprincipes

Het kookboek staat nog steeds aan het roer van de boekenmarkt. Aan zowat elk groente is een boek gewijd, net zoals aan specifiek kookgerei. Vergeet de ovenschotel, het is nu de bokaal – ofte jar – die het mooie weer maakt in de keuken. Schrijven over eten is hip, je eten fotograferen is de normaalste zaak van de wereld, die foto’s delen ook. Kookboeken zijn vaak inspirerend en vervlochten met een specifieke levensstijl. Langs de andere kant moeten we heel veel tegenwoordig. Gezond zijn bijvoorbeeld en gezond eten dus. Sommige kookboeken lijken bijbels te zijn van een uitgedokterde voedingsreligie. Dat is jammer, want zo lijkt het alsof je je moet beperken tot een bepaalde voedingsleer. Kiezen is verliezen, geldt zeker op gastronomisch gebied. Mijn voedingsgewoontes veranderden de afgelopen jaren toen ik steeds meer begon te sporten. Soms sloeg de slinger te ver door. Ik concludeerde dat ik daar niet gelukkig van werd en dat het leven te kort is om honger te lijden. Daarom stel ik jullie met de nodige nuchterheid en geheel vrijblijvend mijn persoonlijke voedingsprincipes voor.

  1. Koolhydraten zijn niet des duivels (en koffie ook niet)
    Variatie is het sleutelwoord van een gezonde voedingsstijl. Daarom zal ik nooit een bepaalde voedingsgroep volledig uitsluiten. Koolhydraatarm eten is tegenwoordig in. Ik begrijp dat niet zo goed. Vetten, suikers en koolhydraten zijn net zo goed essentiële voedingsstoffen als vitaminen en proteïnen. De verhoudingen moeten kloppen. En hoewel elke dag twee liter koffie drinken wellicht iets te veel van het goede is, maakt dat van een koffiedrinker nog geen drugsverslaafde.
  2. Elk lichaam is anders
    Uit Het sportkookboek van diëtiste Stephanie Scheirlynck leerde ik dat er verschillende lichaamstypes bestaan. Kort gezegd maakt de ene mens gemakkelijk spieren aan, slaat de ander makkelijker vet op en blijft nog een andere slank ongeacht wat hij erdoor jaagt. Als die drie types identiek hetzelfde zouden eten, zouden ze er nog steeds verschillend uitzien. Dat impliceert ook dat slank zijn, niet per se gelijk staat aan gezond zijn. Als sporter is het de kunst om het maximale uit jouw lichaam te halen. Het heeft dan weinig zin om je blind te staren op een bepaald gewicht.
  3. Denk niet in termen van “zondigen”
    Het is vaste koek bij elk dieet: eenmaal per week mag je zondigen. Ik vind dat een heel triestig idee. Je zit een week hongerig op je tandvlees, mag jezelf sussen met de saaiste koek van het schap en als je dan één keer echt iets mag eten wat je heel lekker vindt, dan heet dat een zonde. Probeer er dan maar eens onbeschaamd van te genieten. Als ik elke dag zou eten alsof het mijn laatste dag is, dan zou ik altijd taart eten. Dat is niet zo verstandig en die taart zou me niet meer zo goed smaken. Taart als zondig beschouwen, is een brug te ver. Nooit taart eten, dat is pas een zonde.
  4. Calorieën tellen maakt je ongelukkig
    De Amerikaanse top marathonloopster Shalane Flanagan legt in Run Fast. Eat Slow. uit dat je je niet moet focussen op calorieën, maar moet kiezen voor indulgence food. Kies dus voor voedzame producten die je een voldaan gevoel geven, zodat je je lichaam voedt en niet louter vult. Minder calorierijke light-producten zijn niet per se gezonder dan de volle variant. Wegen, meten en tellen maakt vaker ongelukkig dan dat het iets bijbrengt. Het exacte aantal calorieën dat een product bevat, is namelijk geen exacte wetenschap, laat staan hoe jouw individuele lichaam dat verbrandt. Gebruik calorieën desnoods als een leidraad, maar vertrouw op je gevoel en eet dus gewoon kaas en Griekse yoghurt.
  5. Negeer de Nutri-Score
    Op diverse producten kan je een Nutri-Score terugvinden die je met een cijfer van A tot E aangeeft hoe gezond een product is. Het zou aangetoond zijn dat dit label daadwerkelijk aanzet tot gezondere voedingskeuzes. Ik heb daar ernstige twijfels bij. De Nutri-Score is eerder een calorie-index. Alles wat hoog is in calorieën scoort automatisch laag. Zo creëer je absurde situaties waarbij olijfolie, volle yoghurt, kaas en gerookte zalm als ongezond worden bestempeld en diepvriesfrieten, kant- en klare maaltijden en hamburgerbroodjes zogenaamd gezonde alternatieven zijn. Het moet echt niet gekker worden.

Omdat ik én veel sport én geen vlees eet, word ik vaak in het hokje van de gezondheidsfreaks geplaatst. Ik vind gezond eten belangrijk, maar je gezond verstand gebruiken en bewuste keuzes maken belangrijker. Gezond eten is voor mij geen doel op zich. Net zoals ik niet alleen loop om marathons te kunnen lopen. Ik vraag behoorlijk wat van mijn lichaam en dus moet ik dat goed verzorgen. Daarom zal ik altijd tijd maken om te koken en te eten. Ik eet veel groenten en fruit omdat ik dat lekker vind, niet omdat het moet. Ik eet niet alleen maar groenten en fruit omdat andere dingen ook lekker zijn en mijn lichaam meer nodig heeft dan dat om goed te kunnen functioneren. Je hebt slechts één lichaam om je leven mee te leven. Laat ieder voor zich beslissen wat en hoe die eet. Ja, ik beken dus: ik eet behoorlijk gezond, maar ik eet vooral heel erg graag.

Duatlonspecial – Eén jaar op de fiets

Lange tijd was ik een hardcore loper die altijd volle gas vooruit vloog en zichzelf daardoor al eens voorbij liep. Mijn liefde voor lopen maakte me soms blind en doof. Ik liep zonder echt om me heen te kijken, laat staan naar mezelf te luisteren. Lopen was het fundament van mijn leven. Niets of niemand mocht daar aan raken. In onstabiele tijden was lopen mijn houvast die ik te krampachtig vasthield. Zo lang ik kon blijven lopen, zou mijn wereld ook blijven draaien. Toen ik vorig jaar geblesseerd raakte en wekenlang amper iets kon doen, stortte het plafond naar beneden en werd ik bedolven onder de brokstukken van mijn oh zo dierbare lopersleven. Ik ruimde puin en met het gruis maakte ik een zorgvuldig geconstrueerde mozaïek. Wat een apocalyps leek te zijn, was in feite een doorstart. Ik herontdekte mezelf eerst als loper, nadien als fietser. Een jaar geleden maakte ik kennis met het zachtaardige, doch pittige karakter van mijn Baskische held op wielen, Juan*. Wij hadden immers een plan: in december zou ik deelnemen aan de Hel van Kasterlee, een zware winterduatlon waarbij er, naast 45 loopkilometers, 115 kilometer op de mountainbike afgelegd moeten worden. De rest is geschiedenis.

Onze eerste maanden samen waren die van de verliefdheid: werkelijk alles wat we samen deden, was leuk. Zijn klikpedalen waren zo gemakkelijk, zijn versnellingen zo soepel en zijn remmen zo intens. Hij en ik konden bovendien uit de voeten op elke ondergrond. Met mijn hoofd in de wolken was ik niet echt met dat grote doel bezig. Mijn fietskilometers temperden mijn dagelijkse loopdrang. Als ik ging lopen, haalde ik daar eens zoveel plezier uit. Toen ik in oktober een geslaagde marathon in Brussel liep, was het bewijs geleverd dat de combinatie lopen-fietsen mij wel degelijk lag en dat er nog steeds een snelle marathon in mijn benen zat. Zo groeide Juan uit van een verzetje om mijn loophonger te stillen tot een volwaardig sportalternatief. Mijn Garmin-statistieken vertellen me dat ik het afgelopen jaar maar liefst 7031 kilometer in het zadel zat. Dat zou ik niet hebben gedaan als ik niet graag zou fietsen. Ik zie mezelf echter niet als een duatleet, maar als een volbloed marathonloper die ook heel graag met de mountainbike rijdt. Zonder twijfel ben ik een betere loper geworden door die twee sporten te combineren.

IMG_0789b

Waaraan ik moest wennen op de fiets is de bepalende invloed van het weer. Als fietser ben je doorgaans langer onderweg en dus ook langer overgeleverd aan de klimatologische grillen. Na twee uur in de regen bezwijkt ook het beste regenjasje voor de nattigheid. Wind is echt niet om mee te lachen op de fiets. Omdat je niet met je hele lichaam beweegt, krijg je ook sneller koud. Als loper ben ik zelfs in de winter na een kilometer warmgelopen, loop ik zelden met handschoenen en kan regen noch wind me deren. Als fietser laat mijn interne thermostaat me al eens in de steek. Gevoelloze tenen lijken er bij te horen. Ik heb de douchekraan vaak heter moeten draaien na een zoveelste barre fietstocht in het najaar. De fietser beschikt over heel wat mogelijkheden om zich te kleden, al is daar ook een stevig prijskaartje aan verbonden en is het assortiment voor vrouwen eerder beperkt. Ik prijs me dan ook gelukkig met de leopard-wieleroutfit van Italiaanse makelij die ik recent op de kop heb kunnen tikken. Stance sokken doen het trouwens ook uitstekend op de fiets. Twee paar over elkaar dragen behoort tot de mogelijkheden. Alleen bij echt frisse temperaturen geef ik de voorkeur aan thermische wielersokken. Fietsschoenen verslijten gelukkig niet zo snel als loopschoenen, integendeel. Ze gaan hooguit stinken als ze vaak doorweekt zijn. Een soda-sopje verricht dan wonderen.

IMG_0790b
Juan is gek op strobalen: om een beetje tegen te leunen, maar toch vooral om langs te scheuren

Als loper moet je steeds op je hoede zijn voor blessures. Fietsen is een minder blessuregevoelige sport, maar andere gevaren loeren om de hoek. Het risico op een val en de gevaren van het verkeer zijn de grote keerzijde van de wielersport. De onverdraagzaamheid en vooringenomenheid van sommige autobestuurders vind ik onbegrijpelijk. Omdat ik hen uit veiligheid aankijk en niet meteen vol in de remmen ga, denken ze al te gauw dat ik een voorrang opeis waar ik geen recht op heb (wat ik dus niet doe). Mijn alerte blik wordt dan verward met arrogantie waarop er geclaxonneerd wordt of een raampje opengaat. Op de fiets moet je altijd en overal uit je doppen kijken. Klikpedalen zorgen voor een stuk veiligheid, maar ze belemmeren ook je reflexen als je je evenwicht verliest. Bovendien moet je niet eens veel snelheid hebben om hard te vallen. Ik ben dus geen waaghals op de fiets. Het akelige is dat je niet veel nodig hebt om lelijk tegen de grond te gaan. De fatale val van wielertalent Bjorg Lambrecht toont aan dat een ongeluk in een heel klein petieterig en onbenullig hoekje kan zitten.

Het mooie van fietsen is dat je het echt rustig aan kan doen, als de benen wat stram zijn, als de wind het lijf zwaar maakt of als je daar gewoon zin in hebt. Stijve benen los fietsen kan echt. Los lopen daarentegen kan lelijk tegenvallen omdat de impact van lopen op je lichaam er altijd is. Ik hoorde nog nooit iemand spreken over een cyclist’s high, maar de rustgevende cadans op de fiets kan mij net in zo’n ontspannen modus brengen. De omgeving heeft daar ook een grote invloed op. Met de mountainbike kom ik op andere plaatsen dan tijdens mijn looproutes. Sowieso is mijn actieradius met de fiets groter en valt er dus ook meer te ontdekken verder van huis. Het bos weet mij altijd te raken. Langs en door velden fietsen kan ik ook adembenemend mooi vinden. Mijn fietsershand is snel gevuld met mooie plaatjes. Het afgelopen jaar heb ik samen met Juan enkele magische momenten beleefd die me vooral heel veel zin hebben gegeven om te blijven fietsen. Gracias!

IMG_0774b

*Juan heet zo omdat hij als Orbea Spaanse roots heeft en vier jaar lang de fiets van mijn papa, Jan, was.

De gedachte – Ja, ik zweet

Ik ben een zweter. Dat is geen bekentenis, maar een eenvoudige vaststelling. Je hoeft mij niet per se in een sportieve context tegen het klamme lijf te lopen om dat te beamen. Ook in het dagelijks leven ben ik al eens een beetje of een beetje heel bezweet te spotten. In principe zou dit geen waardig onderwerp zijn om over te schrijven, laat staan een gedachte te formuleren. Zweten is immers des mensen. Het feit dat je haar groeit, je handdoeken gewassen moeten worden en je boodschappen doet, heeft net zo weinig nieuwswaarde. In de realiteit blijkt zweten echter geen non-issue te zijn. Ik kreeg al subtiele en minder subtiele opmerkingen over mijn bezwete kop. Niet nader te bepalen mensen die het niet konden nalaten om mij erop te wijzen dat ik had gezweet. Euhm ja en dan? Ik ben me er van bewust dat ik zwetend niet de meest florissante verschijning ben (het zou vreemd zijn als dat wel zo was). Zweten in het bijzijn van andere niet-zwetenden voelt ongemakkelijk aan omdat je het gevoel krijgt dat je je ergens over moet schamen. Alsof er fijntjes wordt opgemerkt dat je in een hondendrol bent getrapt. Hoewel zweten een natuurlijk en gezond proces is, blijkt het voor sommigen een bizar en ronduit gênant verschijnsel te zijn.

Begrijp me niet verkeerd. Liefst van al ruik ik fris en fruitig alsof ik net een uur in bad heb liggen weken. Liefst van al ligt mijn haar dan ook nog eens in de juiste plooi. Liefst van al zweet ik dus niet. De ingenieuze werking van het menselijke lichaam heeft lak aan die persoonlijke voorkeuren. Elk lichaam kan zweten, het ene excelleert er al meer in dan het andere. Bij ons in de familie zit zweten onomstotelijk in de genen: wij zijn een familie zweters. Al generaties lang, ook mijn Oma zaliger kon er wat van. Dankzij die genen beschikt mijn lijf over een uitstekend warmteregulatiesysteem, waardoor de zweetmodus een feit is wanneer ik het warm krijg: sportgerelateerd of niet, met die conventies houdt mijn lichaam geen rekening. Transpireren is een efficiënte methode om af te koelen: het vocht verdampt op je huid en dat koelt af. Naar aanleiding van de extreme hitte las ik hier in De Morgen dat zweten de enige manier is om af te koelen als de temperatuur hoger is dan je lichaamstemperatuur. En ook hier kon ik lezen dat zweten goed en gezond is voor je lichaam. Niet elke mens of sporter zweet evenveel en niet elk zweet stinkt. Het is juist abnormaal als je nooit zweet.

Reclame voor deodorant wil ons overtuigen dat je met een simpele spray of roller maar liefst 24 uur lang niet zou zweten. Je reinste nonsense! Deodorant kan je poriën niet dichtmetselen (gelukkig maar). Ik gebruik deo omdat het een fris gevoel geeft en een opkomend zweetgeurtje in de kiem kan smoren, want nee: liefst van al ruik ik dus niet naar zweet. Zulke reclames tonen aan dat zweten wordt beschouwd als iets dat je absoluut moet vermijden. Vreemd, want dat is dus niet mogelijk. Er zijn voldoende middelen om zelfs als ernstig zweter fris door het leven te gaan. Wie zweet is niet onhygiënisch, wie zich nooit wast is dat wel.

IMG_0435b

Waar ik al helemaal de kriebels van krijg, is het feit dat zweten binnen een sportieve context iets is wat je zou moeten verstoppen. Het eufemistische onderschrift I don’t sweat, I sparkle, dat je al eens kan aantreffen bij foto’s van sporters op sociale media, is daar een mooi voorbeeld van. Kijk, het is eenvoudig: een sporter beweegt (intensief) waardoor de lichaamstemperatuur stijgt en het lichaam door middel van transpiratie gaat afkoelen, mogelijk heeft dat een geurtje. Je krijgt daarbij vaak een rode kop omdat je bloedvaten aan de oppervlakte wijder worden om het zweetproces mogelijk te maken. Het is dus absurd dat je als het ware verantwoording moet afleggen voor het feit dat je tijdens een sportieve activiteit wat anders oogt. Vaak is er op zulke zogenaamde sportfoto’s ook niet meer waar te nemen dan enkele perfect gestileerde parelvormige zweetdruppeltjes op het voorhoofd dat dankzij de juiste filters ook helemaal niet rood is te noemen. Voor het esthetische aspect van een foto is het te begrijpen dat je zweet wat probeert weg te moffelen. Het jammere is dat je daardoor afbreuk doet aan het bevrijdende van sport: dat het even echt helemaal niks uitmaakt hoe je eruit ziet. Je hebt gewoon je loopschoenen aangetrokken, een heel fijn uur lichaamsbeweging gehad en wat anderen daar van vinden doet er echt niet toe. Ik kan me niet voorstellen dat ik me vlak na een marathon bezig moet houden met een spontane, maar toch zweetvrije foto te maken.

Toen Roos en ik onze eerste marathon liepen in Leiden, hing er ergens langs de kant van de weg een bord met het opschrift zweet is slechts vet dat huilt. Een originele vondst om te zeggen dat zweet bij de inspanning hoort. Tijdens de hittegolf in Parijs heb ik bovendien gemerkt dat ik dankzij dat zweten uitstekend tegen die extreme temperaturen kan. Bij ons in de familie is zweten al eens een gespreksonderwerp. Zo introduceerden we de term nazweten en sturen Roos en ik elkaar soms waarschuwingsberichten voor zogenaamd zweetweer. Veel weertypes kunnen onder die noemer vallen. Onthou: een voorbereid zweter telt voor twee. We don’t sparkle, we sweat!

 

Loperspraat – Onder de zon over de bergen in juli

De vakantie vierde hoogtij in juli. De zon scheen (soms een beetje te hard), ik liep (soms te veel berg op), ik lag horizontaal te lezen (soms ook te dutten) en mijn familie was er (soms eigenlijk, want we wonen gelukkig niet allemaal onder hetzelfde dak). Ik begon juli relatief rustig om te bekomen van de sportieve en professionele inspanningen in juni. Toen ik aan het begin van de maand 24 uur aan de Noordzee spendeerde en ’s ochtends over het strand liep van Westende tot in Middelkerke werd de depart réel, het eigenlijke startschot, voor vakantie in mijn hoofd gegeven. Wat volgde was family time in Brussel, Houffalize en Parijs. Waarbij niet alleen de familiale liefde rijkelijk vloeide, maar ook het zweet.

IMG_0106b
Het asfalt en ik in afwachting van de renners.

Het eerste weekend van de maand was Brussel het decor van het grootste sportieve circus ter wereld: de Tour de France. Zonder Chris Froome, maar met Geraint Thomas, Peter Sagan en onze Belgische helden. Zaterdag gaf onze eigenste Eddy het startschot voor een etappe door en rond Brussel. Roos, mama en ik fietsten naar Tervuren om daar te zien hoe de coureurs voorbij vlamden voor hun laatste 15 kilometer. Het was niet de eerste keer dat ik de Tour zag passeren in België. Steeds is het net zo indrukwekkend om te zien hoeveel publiek wielrennen op de voet brengt voor een flitsende passage van een tiental seconden. Hoe dan ook een ervaring: zij die er niet bij waren, hadden ongelijk. Daags nadien legde ons bescheiden familiale wielerpeloton wat meer kilometers af: we fietsten tot aan de vijvers van Sint-Pieters-Woluwe om daar ons kamp op te slaan voor de ploegentijdrit. We hadden perfect zicht op de achtkoppige treintjes die elke 5 minuten passeerden aan een topsnelheid van rond de 50 km/u. Aan het aanzwellende gejoel kon je horen dat de renners in aantocht waren. In dat identieke rijtje renners herkennen, is zelfs voor ervaren wielerkijkers geen sinecure. Gelukkig reed Greg Van Avermaet in de bolletjestrui en konden we dus de longen uit ons lijf in de juiste richting schreeuwen en nadien zeggen dat we de Greg echt gezien hadden. We concludeerden ook dat Ollie een pak makkelijker te roepen is dan Oliver.

IMG_0108b
Het lijkt hier misschien alsof Roos en mama op strafkamp zijn met mij, maar hun bedremmelde blik is te wijten aan de spanning van wat komen gaat: de ploegentijdrit!

Gas terugnemen of taperen: noem het hoe je wil, maar ik bouwde de trainingsarbeid af met het oog op de La Chouffe trail in de Ardennen. Juist in de maand van grote sportieve prestaties is er ook veel tijd om op adem te komen. Dankzij mijn sportieve exploten in Houffalize leek ik daags nadien een houten vrouw met slecht geoliede gewrichten, zo stijf was ik. Stappen ging nog net. Alle bijkomende bewegingen waren een opgave. Om de stijfheid tegen te gaan is bewegen een must, maar alles in mijn lijf schreeuwde: blijf alsjeblieft gewoon liggen. Ik gaf me er één dag aan over en legde me er letterlijk bij neer dat ik de komende weken geen mens zou zijn. Wonder boven wonder verdween de stijfheid na drie dagen zienderogen. Ik klom vrij soepel op de mountainbike en er bleek heel wat in de tank te zitten. Ook tijdens mijn eerste looprondje voelde ik me als herboren. Gelukkig maar, want een week na de trail vertrok ik naar Parijs waar ik ook graag de nodige kilometers afleg. En zo geschiedde dus.

IMG_0220b

Juli 2019 gaat de boeken in als een sportieve kalm-aan-maand. Het was niet al lopen en fietsen wat de klok slaat. Ik had vaker comfortabele Birkenstocks aan mijn voeten dan sportschoenen. Zo genoot ik met volle teugen van een barbecue met Roos en Niko in hun paradijselijke tuin en las ik al 11 boeken. Dat klinkt misschien tegenstrijdig met wat ik net vertelde, maar de cijfers bevestigen het: ik kwam amper aan de helft van de kilometers die ik vorige maand aflegde. Uit ervaring leerde ik dat het goed is om na een stevig sportief doel (deze maand de La Chouffe trail) niet gedachteloos door te jagen naar het volgende avontuur. Mijn lijf moet soms eens op adem komen en ook in mijn hoofd moet er ruimte vrijkomen zodat ik weer veel zin heb om mijn pijlen te richten op wat nog komen zal. Maandag trok ik er op uit met Juan, mijn knappe Orbea, na 10 mountainbikeloze dagen. ’s Ochtends zat ik al een beetje te wiebelen op mijn stoel omdat ik daar zo naar uitkeek. Die fietstocht stelde niet teleur. Juan en ik zijn nog steeds een top team. Toen besefte ik dat nu echt een fietser ben.

IMG_0606b

Augustus belooft sowieso een bijzondere maand te worden met de komst van mijn metekindje, de eerstgeborene van Marike en Peter. Benieuwd wanneer die schoonheid zich zal tonen!