Duatlonspecial – Mijn trainingsprincipes voor de Hel

Vlak na mijn avontuur in Rotterdam zei ik meermaals dat de wereld niet stopt met draaien omdat ik een snelle marathon gelopen heb. Al helemaal mijn professionele leven als leerkracht niet, want maandag stond ik gewoon op post in de klas. Vreemd genoeg voelde ik me niet moe. Tot ik het laatste restje adrenaline, waar ik al een volle week op leefde, had opgebruikt. In Rotterdam had ik de vrouw met de hamer ternauwernood kunnen ontwijken, op woensdag deelde ze me alsnog een venijnige tik uit. Loslopen resulteerde in een herbeleving van mijn pijnlijke laatste marathonkilometers. Mijn woonwerk-verkeer op de fiets kroop slakgewijs vooruit. In de klas moest ik hard mijn best doen om uit de laatste vaatjes energie te tappen. Kortom: ik was op. Zaterdag begon ik de herfstvakantie bivakkerend in de zetel met een boek. Zondag was ik herboren en zat ik blij als een kind op de mountainbike.

Het volgende sportieve avontuur dient zich namelijk aan. Jawel… ik doe ook dit jaar weer mee aan de Hel van Kasterlee. Op 19 december zal ik daar voor de derde keer aan de start staan om er belachelijk veel kilometers te lopen (15), fietsen (115) en nog eens lopen (30). Na mijn deelname in 2019 heb ik nochtans heel goed nagedacht of ik me er nog wel aan zou wagen. Ik heb twee keer kunnen finishen en haalde bij mijn debuut zelfs het podium, dat is zonder meer mooi. Twee jaar geleden wogen de voorbereidingen zwaar op mij. Ik zat niet goed in m’n vel, modderde op alle vlakken maar wat aan en dat voelde ik toen ik mijn lichaam in december door de Hel joeg. Net daarom ga ik nu de uitdaging nog eens aan. Ik wil me nog eens goed (beter) voorbereiden en ook meer plezier beleven aan de race dan de lijdensweg van 2019. Een trilogie in de Hel: daar teken ik voor.

IMG_6766b

Het lastigste onderdeel is voor mij het fietsgedeelte. 115 kilometer mountainbiken in barre omstandigheden: ik ben heus niet de enige die dat een intimiderend gegeven vindt. Bovendien ben ik een loper en ligt mountainbiken in wedstrijdverband, omgeven en gedomineerd door mannen, ver buiten mijn comfortzone. Bij wijze van grondige voorbereiding was het dus hoog tijd om de confrontatie met de modder aan te gaan. De herfstvakantie bombardeerde ik prompt tot mountainbike-stage, niet in het zonnige Spanje, wel in het grijze Hageland. Op 6 dagen tijd fietste ik 374 kilometers bij elkaar, verspreid over diverse mountainbikeroutes in de omgeving. De eerste dag was behoorlijk confronterend: ik sukkelde en sakkerde, vloekte binnens- en buitensmonds, ploeterde en ploegde, ging onderuit en dan weer verder. Gaandeweg vond ik echter mijn ritme en zo fietste ik elke dag met wat meer vertrouwen rond. Een goede mountainbiker zal ik nooit zijn, een efficiënte plantrekker wel. Omdat mijn ervaringen met de Hel hier de laatste tijd opvallend vaak worden aangeklikt en omdat ik mede-hellegangers niet kan verblijden met keiharde trainingsschema’s, wil ik wel vertellen hoe ik zo gericht mogelijk probeer te trainen in functie van mijn doelen en agenda. Bij deze dus mijn vijf trainingsprincipes voor de Hel met één heel grote disclaimer: ik doe ook maar wat. Hier gaan we.

Train zoveel mogelijk in plaats van zo lang mogelijk, stort je dus niet alleen op lange trainingen in het weekend, maar probeer loop- en fietskilometers te spreiden over de week. Op die manier krijg je automatisch variatie in je trainingsmomenten waardoor je niet alleen traint als de zon schijnt en je uitgeslapen/goedgemutst bent. Juist met een drukke agenda is het de kunst om je tijd zo optimaal mogelijk te benutten. Ik kan bijvoorbeeld op school tijdens een springuur van 50 minuten een loopoutfit aantrekken, 6 kilometer lopen én douchen. Ochtend- en avondtrainingen zijn dan weer zinvol omdat je je lichaam een trainingsprikkel geeft met weinig in de tank, vermoeide benen en/of een gebrek aan goesting. Net die ervaring heb je nodig om mentaal weerbaar te zijn in de Hel.

IMG_6756b

Duatlon = lopen+fietsen en fietsen+lopen, die combinatie kan je dus best ook oefenen. Ik ga zelf heel vaak lopen nadat ik een paar uur heb gefietst. Dat is dan thuiskomen, fiets wegzetten, helm af, petje op, schoenen wisselen en lopen maar. Ik moest in het begin heel erg wennen aan de overschakeling van fietsen naar lopen, maar al snel bleek ik veel rendement te halen uit die korte, intensieve trainingsloopjes. Het is de ideale manier om het pittige einde van een duurloop te simuleren zonder dat je lichaam de impact van loopkilometers moet verteren. Eerst lopen en dan fietsen doe ik soms ook, maar dat is minder uitdagend.

Zoek zowel de eenzaamheid als het gezelschap op, of je nu alleen traint of in gezelschap: het is allebei goed en het is allebei nodig. In de Hel moet je het merendeel van de wedstrijd in je eentje afhaspelen. Met momenten is dat oersaai. Trainen in gezelschap biedt de nodige afleiding en vooral ook gezelligheid. Marike en Leah vergezelden mij vorige week op de fiets tijdens een looprondje (in de regen, die zusterliefde is echt onuitputtelijk). Vandaag ga ik fietsen met Roos, mijn persoonlijke coach in de Hel (ik deed haar een officieel aanzoek en ze was zo gek om weer ja te zeggen). Wij cultiveren die coach-atleet band ook, waardoor ik me nog meer geruggensteund voel door mijn zusjes.

Maak van de modder je vriend, hoop niet op goed weer tijdens de Hel. Bid niet tot de weergoden, ze zullen niet luisteren. Ga er voor het gemak van uit dat het slecht weer zal zijn. Punt. Je zal vaak genoeg hebben getraind als het weer zich niet van z’n fraaiste kant toonde. Vertrouw erop dat je dat aankan. Bij mijn eerste deelname in 2018 was het parcours afgetopt met een laagje sneeuw, in 2019 regende het de hele dag. Vooral aan het begin van het fietsgedeelte stoorde ik me daaraan, nadien – als je gewoon blij bent dat je nog vooruit gaat in die ellendige modderpoel – was de nattigheid het minste van mijn zorgen.

Zoek voeling met de Kastelse grond, door deel te nemen aan een groepstraining of er op eigen initiatief in de bossen te gaan crossen, dat kan al fietsend of lopend. Het gaf mij vertrouwen om daar eens op mijn mountainbike te rijden, zelfs met de wetenschap dat het parcours er enkele weken voor de Hel nog heel berijdbaar bij ligt. Om de benen eens goed los te gooien tekenen wij in familieverband ook traditiegetrouw present voor de halve marathon van Kasterlee die aanstaande zondag doorgaat. Seppe, Roos en ik zullen er aan de start staan. Ik ben alvast heel benieuwd wat mijn benen te zeggen hebben drie weken na de marathon. Hopelijk zit er weer wat vuur in! Geen zin om een halve (of hele) marathon te lopen? Kom dan gewoon supporteren en laat je onderdompelen in de Kastelse gezelligheid. Allen daarheen!

IMG_6751b

De race – Rotterdam Marathon oktober 2021

  • De cijfers: mijn lucky number marathon 13 liep ik in een nieuwe recordtijd van 3:07:43, goed voor een 31e plaats en een 10e plaats in mijn leeftijdscategorie
  • De voorbereiding: daar valt weinig noemenswaardig over te vertellen, behalve dat ik mezelf in augustus helemaal terugvond als sporter, al kan ik er niet precies de vinger op leggen hoe dat zo gekomen is
  • De race: INTENS!
  • De herinnering: de 40e editie van #demooiste was niet mijn perfecte marathon, maar wel een dag waarop alles in z’n plooi viel dankzij de eindeloze aanmoedigingenstroom, het ideale loopweer en de beste entourage

Wat vooraf ging
De aanloop naar deze marathon duurde 1 jaar en 9 maanden met daarin vervat een wereldwijde gezondheidscrisis, een lockdown en wat light-versies, een quarantaine, twee ultralopen van 50 kilometer, een marathon op eigen initiatief en twee vaccinaties. Door die omstandigheden was ik de afgelopen zomervakantie niet gebrand op de marathon. In juli ondernam ik verwoede pogingen om van de vakantie te genieten, met wisselend succes. Tot mijn nieuwe Garmin de katalysator was van een sportieve renaissance. Samen met Roos herontdekte ik de klassiekers: stratenlopen, grotere loopevenementen, samen op pad zijn, doelen stellen en hard gaan! Ik liep tijden waar ik van ging blozen. De dag voor mijn 36e verjaardag werd die Rotterdam marathon plots een heel concreet en belangrijk doel: op 24 oktober moest dat PR eraan geloven. Voor het marathonweekend reed ik op zaterdagochtend met Roos en mama naar Den Haag. Een zoveelste “eindelijk”: een blij weerzien met onze familie aldaar en met de stad.

IMG_6623b

Vlak voor de start
We vertrekken zondag om 7u in Den Haag. Om de trein naar Rotterdam te halen, moeten we een sprintje trekken op de fiets en lopend naar het perron. Als we met z’n drieën zitten uit te hijgen (en zweten) is daar het besef dat het nu echt gaat gebeuren. In Rotterdam is het nog opvallend rustig. Roos en mama gaan de metrohalte verkennen en nadien wandelen we samen richting startzone. We zijn zo goed op tijd dat de dixi’s nog ongebruikt zijn. Count your blessings. Wat een plaatje is de haven van Rotterdam trouwens! Om 9u30 sta ik vooraan in startvak 1 met zicht op de Erasmusbrug. Ondanks de kou probeer ik vooral het moment vast te houden. Gaat het nu écht gebeuren?

VPMJ6697

JNYG0108

De race
Als ik begin te lopen weet ik nog altijd niet aan welk tempo ik dat moet of zal doen. Tegen Roos had ik gezegd dat ik onder de 4’30” wilde blijven met een eindtijd van sub 3u15. Stiekem wilde ik eerder rond de 4’25” blijven om dan onder de 3u10 te kunnen duiken. Ambitieus, maar haalbaar: daar hou ik van. In 2016 liep ik de Rotterdam Marathon in vaderlijk gezelschap. Net zoals toen zijn de eerste kilometers druk. Het houdt me niet tegen om aan een rotvaart te vertrekken waardoor ik niet opmerk dat de iconische Erasmusbrug niet vlak is. Twee uur later zal ik dat wél ervaren. De eerste kilometers schieten voorbij. Ik blijf ontspannen lopen, ruim onder de 4’20” met een heel acceptabele hartslag en ik zie dus geen reden om me in te houden. Ik voel me best naïef. Onverschrokken dender ik op het marathonbeest af alsof dit een gewone duurloop op zondag is. Ik ben niet bezig met tussentijden, mijn race bestaat niet uit strak getimede blokken van 5 kilometer. Om mijn doel te bereiken heb ik een belachelijk simpel plan: blijven lopen.

IMG_6638b

Rond kilometer 10 ontmoet ik Dennis die naast me loopt en opmerkt dat ik wel heel veel aanmoedigingen krijg. Ik verzeker hem dat ik maar twee supporters ter plaatse heb, maar dat ik die vaak zal zien. Als vrouw op die plek in de race val ik inderdaad wel op en kan ik op extra sympathie rekenen. Yeah, daar loopt Joke met haar squad mannen om zich heen. Dennis uit Bergen-Op-Zoom is niet alleen sympathiek, ook zijn tred lijkt helemaal afgestemd te zijn op de mijne. Zijn doel is sub 3u15 lopen, ik zeg heel stoer dat ik voor de sub 3u10 ga. Dennis en ik zullen elkaar de komende twee uur gezelschap houden, zij aan zij, alsof we elkaar al jaren kennen. Rond kilometer 13 (dit kan geen toeval zijn) zie ik Roos en mama voor het eerst. Ze geven me vleugels! Bij een eerste U-turn constateer ik dat we nog ruim voor de pacers van 3u10 lopen. So far, so good.

De ambiance langs het parcours is ongezien. Rotterdam, en bij uitbreiding heel Nederland, lijkt massaal op post te staan om de stroom lopers naar de finish te schreeuwen. Hoe saai de omgeving soms ook mag zijn, er is werkelijk geen straat waar niemand te bespeuren is. Overal staan supporters die begrepen hebben wat aanmoedigen betekent. Hun complimenten en peptalk komen recht uit het hart. Ongelooflijk wat een sfeer! Daarbij zijn ook de weersomstandigheden ideaal. Ik blijf verbazingwekkend ontspannen lopen. Na 18 kilometer ben ik me nog steeds niet ten volle bewust van mijn tussentijden. Ik lever geen veldslag elke 5 kilometer. Ik ben niet in aanvalsmodus. Wel kijk ik uit naar het halfway point omdat ik daar een nieuw PR op de halve marathon zal neerzetten. Jawel, ik loop mijn eerste marathonhelft in 1:30:26 en verbeter daarmee mijn zwaar bevochten tijd op de CPC van maart 2020 met ruim 3 minuten. Dit pakken ze me niet meer af, maar het is niet waarom ik naar Rotterdam gekomen ben.

IMG_6642b

Ik blijf zorgeloos lopen. Ik denk niet aan de pijn die onvermijdelijk zal volgen, ik denk niet aan de mentale weerbaarheid die ik zal moeten tonen. Weet ik veel wat er nog zal gebeuren?! Voor we terug de Erasmusbrug over lopen, schieten me herinneringen van 2016 te binnen: ja, dit was toen ook een saai stuk en het is nog geen haar veranderd. 5 jaar geleden liep ik hier al met het mes tussen de tanden, nu loop ik gewoon. Naast Dennis dus. We spreken elkaar af en toe aan over iets dat we langs de kant van de weg zien. Dennis houdt een oog op de klok en verzekert met dat we helemaal op schema liggen voor die sub 3u10. Als we na 26 kilometer terug over de Erasmusbrug lopen, voel ik voor het eerst de kilometers en de verzuring. Au zeg, die brug is een venijnige kuitenbijter. Uitgerekend op de tonen van I Will Survive voel ik dat de fraîcheur weg is. Ik zeg tegen Dennis dat ik de inspanningen wel voel. Dat is toch niet meer dan normaal, zegt hij, het toont aan dat je een mens bent. En daar slaat hij de nagel op de kop.

Na 28 kilometer naderen we Rotterdam Blaak. Mijn kilometertijden schommelen nog steeds rond de 4’20”. Nu komt er een harde noot om te kraken. We lopen namelijk weg van de finish om een lus te maken rond de Kralingse Plas. Ik had Dennis al verteld hoe ik daar vijf jaar geleden zeven doden stierf in mijn vaders schaduw. Ik weet dus dat ik het hoofd koel moet houden, dat ik me niet mag laten kisten door die lus des doods. Ik bereid me voor op de mentale slag die ik zal moeten leveren. Ook de passage door de Boezemstraat herinner ik me nog levendig. Je kruist daar een kilometer lang lopers die de Kralingse Plas er al hebben opzitten. Waar wij aan kilometer 30 zitten, zijn zij al op kilometer 40. Gelukkig zijn de lopers aan de andere kant van de straat dun bezaaid. Voor ik het goed en wel zal beseffen, ben ik zelf die loper die zijn laatste kilometers mag afhaspelen. Hoofd omhoog, schouders recht en richting de eindeloze saaiheid van de verduivelde Kralingse Plas.

EVFA8150

Bij mijn vorige marathons had ik een patent op een lastig moment tussen kilometer 25 en 30. Daarna leefde ik, als bij wonder, telkens weer op. Vandaag niet, mijn benen worden strammer en strammer. Bashir Abdi heeft gelijk: de marathon begint op kilometer 30. Ik zeg tegen Dennis dat we er wel van moeten blijven genieten, al is dat niet wat ik op dat moment aan het doen ben. Met name mijn bovenbenen staan onder hoogspanning. Ik zeg tegen mezelf dat het sowieso beter zal gaan als ik op kilometer 35 ben (spoiler: dat zal niet gebeuren). Dennis spreekt me nog eens bemoedigend toe: wat er ook gebeurt, wij hebben ambitie getoond en daar moeten we trots op zijn. Ons breekpunt ligt pas op kilometer 43. Ik wil Dennis zo graag geloven. Mijn interne dialoog draait overuren: ik kan deze pijn aan, ik kom dit te boven, ik zal niet kopje onder gaan, ik moet en zal onder die 3u10 lopen. Ik kan helaas niet anders dan vaststellen dat mijn benenmachine niet meer gesmeerd loopt.

Rond kilometer 34 voel ik me enigszins opgelucht als we afdraaien en dus weer richting finish lopen. Het blijft bikkelen in mijn hoofd. Mijn kilometertijden zakken zienderogen en schommelen nu tussen de 4’30” en 4’40”. Van enige schwung of souplesse is geen sprake meer. Elke spiervezel tekent verzet aan tegen de inspanning die ik lever. Dennis lijkt minder last te hebben van de kilometers. Op kilometer 35 neemt hij wat meters op mij. Ik kan hem niet langer bijbenen, hij kijkt nog een paar keer om zich heen om te kijken of ik volg, maar helaas pindakaas: ik moet de rol lossen. Dennis is ribbedebie en ik zal de klus helemaal zelf moeten klaren. Als ik om me heen kijk, zie ik steeds vaker stappers en ook kotsers onder de lopers. Enerzijds voel ik mee met de ellende die zij ervaren, anderzijds probeer ik dankbaar te zijn dat ik nog niet zo ver heen ben. In mijn buik is het voor één keer opvallend rustig. Ik blijf mezelf moed inspreken. Dit doet pijn, maar ik moet blijven lopen! Mijn spieren zullen niet verkrampen! Na ruim 38 kilometer zie ik dat ik “nog maar” 2u50 gelopen heb. De sub 3u10 ligt dus binnen handbereik. Ik probeer er hier wel een boeiend verhaal van te maken, maar ik kan je vertellen dat de marathonheroïek op dat moment ver zoek was. Mijn benen zijn zo verzuurd dat mijn natuurlijk looppatroon erdoor belemmerd wordt. Ik voel me afwisselend een baksteen op pootjes, SpongeBob tussen de topatleten en een waggelende eend.

DSVY5991

Een kilometer bevat 1000 meter en heel veel stappen. Elke stap kost mij energie. Elke stap voel ik. Ik kijk uit naar de Boezemstraat en kilometer 40. De ambiance is er nog steeds top, al zie ik vooral sterretjes. De enige manier om verlost te worden van mijn ongemak is blijven lopen. Het moet. Lekker, Joke! Wat een toptijd, meisje! Hoedje af! Gaan, Joke! Lekker bezig zeg! Waar ik aanvankelijk vriendelijk glimlachte naar iedereen die mijn naam riep, heb ik nu de puf niet meer om mijn mondhoeken op te trekken. Het-gaat-niet-meer! En dan, een zoveelste “eindelijk”, de rechte lijn naar de finish. Een bijzonder lange lijn, het moet gezegd worden. De supporters zijn ongekend luid. Ik krijg nog een laatste aanmoediging van Roos en mama. Jajaja, het zit er echt bijna op. Mijn laatste pas over de mat is echt de laatste stap die ik kan zetten. Ik heb het gehaald! Ik mag stoppen met lopen! Ik kijk op mijn horloge en zie 3:07 staan. Wauw, die had ik niet zien aankomen. De strijd is gestreden, het PR is binnen. Wat een race!

Wat verderop in de finishzone staat mijn held Dennis me op te wachten. Ook hij verbeterde zijn PR (3u14) met een indrukwekkende 3:04:56. Chapeau! Hoewel ik echt trots ben op mijn race en het eindresultaat, voel ik ook een heel klein beetje ontgoocheling. Ik heb in de laatste kilometers te veel minuten naar mijn zin “verloren”. Dat kan een volgende keer beter, denk ik. Ik voel dat ik heel diep in mijn krachtenarsenaal heb moeten tasten. Ik wil uitschreeuwen dat ik het zo zwaar heb gehad. De hele wereld moet weten hoe pijnlijk deze marathon was. En toch kan ik ook niet anders dan onnozel lachen: ik heb het verdorie geflikt.

LAXS3776

De conclusie
In april 2016 liep ik in Rotterdam mijn derde marathon in 3u27, mijn eerste sub 3u30. 5 jaar en 10 marathons later bleek Rotterdam wederom grensverleggend te zijn. Ik liep mijn PR van de tabellen met 14 minuten. Toen dan ook nog bleek dat ik als 31e vrouw finishte bij een marathon van topniveau, kon ik mijn prestatie nog meer naar waarde schatten. Ik had dit echt nooit voor mogelijk gehouden. Uiteindelijk ben ik ook maar een dromer die zeven jaar geleden voor het eerst 20 kilometer liep. Juist mijn naïeve ingesteldheid, alsof ik een eerste marathon liep, is mijn redding geweest. Ik liep onbekommerd en met heel veel plezier. Ja, ik ben daardoor ook wat te hard van stapel gelopen, ik had het anders kunnen aanpakken, maar dat neem ik mee naar de volgende. De Rotterdam Marathon gaf mij alles wat ik van een marathon verwacht: een groot loopfeest dat tegelijkertijd een zwaar bevochten strijd is. Het is trouwens echt waar wat ze zeggen: de sfeer in Rotterdam is ongezien. Dit heb je niet in Parijs, ook niet in Brussel, zeker niet in Amsterdam. Kortom, een marathon die elke marathonloper eens gelopen moet hebben (en dat zeg ik niet snel). Heel veel hartjes en kussende emoji’s voor Rotterdam!

IPZO4210

Enkele weetjes

  • Ik vind Rotterdam een prachtige stad, maar hoe vreemd zit die eigenlijk in elkaar? Ik kan het geheel nog steeds niet vatten (ook al heb ik dat uitgebreid op kaart bestudeerd).
  • Joke is een heel goede roepnaam in Nederland: twee lettergrepen waar je veel emotie en kracht in kwijt kan. Ik liep een paar kilometer met een Saskia in de buurt en dat roept opvallend lastiger.
  • Op de marathon expo kocht ik nieuwe sokken van Incylence die perfect pasten bij mijn Zoom Fly’s (de betaalbare versie van Nikes snelle schoenen) en die ik dus ook droeg tijdens de marathon.
  • Ik nam tijdens deze marathon slechts drie sportgels in: op kilometer 8, 16 en 25. Verder dronk ik enkel water aan de bevoorradingsposten. In principe is dat te weinig, maar dit werkt voor mij het beste om mijn maag-darmstelsel koest te houden.
  • Naast drankposten waren er ook sponzenposten “ter verfrissing”. Ik nam altijd een spons om mijn handen proper te maken, maar ik vraag me af welke gek een spons over z’n hoofd heeft uitgeknepen.
  • Roos en mama slaagden erin om mij 5x op het parcours te zien. Wat een prestatie!
  • Bashir Abdi knalde in 2:03:36 naar een nieuw Europees record. Ik zag hem helaas zelf niet. Roos en mama konden hem meermaals aanmoedigen, zowel op weg naar de start als tijdens de race. Bashir had al een bijzonder plekje in ons hart, nu hebben we er definitief een idool bij.

IMG_6621b

Het moment – Een PR op de marathon in Rotterdam

Op zondag 24 oktober 2021 schijnt de zon in Rotterdam. Ruim 12.000 lopers staan aan de start van wat hun dag zal worden. Ein-de-lijk. Helemaal vooraan staat bronzen Bashir Abdi die als topfavoriet met ambitie het Europees record op zijn naam wil schrijven. In datzelfde startvak sta ik een meter of 8 achter hem. Ik zie Bashir niet, helaas. Ik probeer me wel voor te stellen wat er door zijn hoofd flitst. Wat is zijn plan? Waar hoopt hij op? Mijn handen zijn verkleumd, ik voel mijn voeten niet meer, ik ben geen brons waard, maar ik ben wel een vrouw met ambitie: mijn record van 2017 aan flarden lopen. Dit is mijn 13e marathon en vandaag zal het gebeuren. Het startschot weerklinkt en daar gaan we dan over de Erasmusbrug. De zon zal blijven schijnen.

Ik loop en blijf lopen. 187 minuten lang schieten mijn gedachten alle kanten op. Puur loopgeluk. Vertrouwen op de ervaring. Met de moed der wanhoop. Hoofd recht en blijven gaan. Voetje voor voetje. Blijven ademen. Kijk naar je horloge. Kijk niet naar je horloge. Ongekende verzuring. Een grijns op mijn smoel die schippert tussen een glimlach en een grimas. Benen van beton. Eindeloze aanmoedigingen. Een Say My Name van Florence die blijft duren. De Rotterdam Marathon was om heel veel redenen de meest intense marathon die ik ooit liep.

3 uur 7 minuten en 43 seconden heb ik nodig om de legendarische finish op de Coolsingel te bereiken. HET IS ME GELUKT! Ik loop mijn PR van de tabellen met maar liefst 14 minuten. De marathon was niet mals voor mij. Of misschien liep ik juist daarom wel de marathon van mijn leven. Als klap op de vuurpijl blijk ik als 31e vrouw gefinisht te zijn. 31 en 3u07. Ik begrijp wat die cijfers betekenen, maar ik begrijp niet dat ik dit gepresteerd heb.

Later deze week volgt een uitgebreid raceverslag. Ik moet alles wat laten bezinken. Reken maar dat ik nog heel veel woorden nodig heb om te vertellen over 36 uur in Nederland en die 3 uur en 7 minuten dat mijn marathon duurde. Voor nu wil ik jullie allemaal vanuit de grond van mijn hart bedanken voor de succeswensen, de aanmoedigingen, het meeleven, het enthousiasme ter plaatse en van overal. Ik kan het niet genoeg zeggen, maar dat zovelen dit met mij beleven, dat er zoveel mensen oprecht met mij begaan zijn en mijn dromen steunen, dat betekent heel veel voor mij.

Marathonpraat – Road to Rotterdam #3

Een online conversatie tussen Roos en mij:

Roos: Ben je er klaar voor?
Joke: Ik denk het wel, maar zo voelt het niet.
Roos: Dat is ook iets geks hè. Ik vraag me dan altijd af: hoe voelt dat, er klaar voor zijn? Je bent klaar om te rocken!
Joke: Ik voel me nu vooral dik en lui.
Roos: Ik heb een geluksbrenger voor je gemaakt.
Joke: Oh? Misschien voelt Bashir zich ook dik en lui.
Roos: Sowieso wel. Hopelijk kan hij deze keer beter slapen.

Plots is het moment dus echt bijna aangebroken: ik ga een marathon lopen die anderhalf jaar werd uitgesteld. De afgelopen week probeerde ik me op sportief vlak in te houden, maar rusten is relatief als je elke dag gaat werken. Nog steeds weet ik het antwoord niet op de vraag wanneer je er echt klaar voor bent. Misschien gewoon als je je die vraag begint te stellen, als lopen dus wordt vervangen door denken en de laatste voorbereidingen treffen. En daarbij: ook als je er niet klaar voor bent, dan zal je het er toch mee moeten doen. Rotterdam wacht niet. Niet nog eens.

Het moment – Wat een week!

Goh, wat was het me een bijzondere week. Uitgerekend op de dag dat ik mijn persoonlijke verhaal deelde over het trauma in mijn studententijd en hoe ik leerde omgaan met mijn kwetsbaarheid, knalde ik naar een 17e plaats op de 10 Miles in Antwerpen. Ik legde een dikke 16 kilometer af in 1u05 met een gemiddelde van 3’59” per kilometer. Nog steeds kan ik dat moeilijk vatten (ik val in herhaling, maar het is echt zo). De afgelopen week werd ik overladen met positieve reacties uit bekende en onbekende hoek. Ofwel omwille van die sportieve tour de force, ofwel om het heel persoonlijke verhaal dat ik deelde. Juist die combinatie van het heftige verhaal met iets volstrekt onbenulligs als een snelle loopwedstrijd deed de puzzel even helemaal in elkaar passen.

Over Antwerpen nog dit. Een dag met Roos op pad zijn dat is sowieso een cadeau. Het was een uitstap met alles erop en eraan: sportief vermaak, samen koffie drinken en supporteren, veel lachen en nog meer verhalen. We dansten samen toepasselijk op Rise van Lost Frequencies in het startvak. Over een momentum gesproken: ik heb helemaal niks met dansen, er moet iets speciaals gebeuren om dat lijf van mij aan het shaken te krijgen. Mijn 10 Miles waren niet alleen de snelste, maar ongetwijfeld ook de meest bewuste die ik ooit liep. Ik besefte ten volle dat dit weer één van die dingen is die weer kunnen en hoeveel plezier ik daaraan beleef. Ik nam alle aanmoedigingen in dank aan. Antwerpen, u was geweldig.

Over mijn persoonlijke verhaal nog dit. Eén van de redenen die me altijd tegenhield om het te vertellen, was dat ik wist hoe het mensen zou aangrijpen. Ik wilde niet dat iemand met mij zou inzitten. In veel opzichten is het een triestig verhaal over een lelijke en akelige kant van de wereld waarin we leven. Gelukkig kreeg ik meermaals te horen dat juist de krachtige stem van de veerkracht de bovenhand nam. Heel lang heb ik overigens niet getwijfeld of ik dit al dan niet zou publiceren. Pakweg een maand geleden zag ik in World Mental Health Day de ideale aanleiding. Sindsdien begon ik na te denken over wat ik precies wilde vertellen. De tekst ging rijpen in mijn hoofd en later op het digitale papier. Ik werd niet uit evenwicht gebracht toen ik dit verhaal opschreef. Ik ging dus niet door een emotioneel dal. De eerste keer dat ik typte dat ik werd aangerand, was ik me wel heel bewust van de lading van die woorden en van het feit dat ik dat nooit eerder opschreef. Op de één of andere manier werkte het wel verhelderend om alles in woorden te vatten. Ik probeerde er een samenhangend, niet al te langdradig geheel van te maken dat door iedereen gelezen mag worden. Ik ben er best trots op dat me dat aardig is gelukt.

Mijn dank gaat naar jullie. Ik zou hier voor mezelf kunnen schrijven, maar dat mijn schrijfsels gelezen en gewaardeerd worden, dat die betekenis krijgen en geven, dat heb ik aan mijn lezers te danken. Merci voor alles!

Marathonpraat – Road to Rotterdam #2

Er was hier een losse draad blijven liggen. Af en toe struikelde ik erover en legde ik hem zorgvuldig opgerold weer weg in een lade met souvenirs van lang vervlogen tijden. Toen er nog marathons gelopen werden. In maart 2020 liep ik op een zondag koppig 30 kilometer als stil protest tegen een marathonluwe periode waarvan ik nog niet besefte hoe lang ze zou aanhouden. Er was een lockdown afgekondigd. Dat klonk als een donderwolk die ons boven het hoofd hing: pittig, intens en afschrikwekkend, maar ook weer snel voorbij. Niet dus. De marathon van Rotterdam werd eerst nog optimistisch verplaatst naar het najaar van 2020 om uiteindelijk te stranden in oktober 2021. Tot een paar weken geleden leek ook dat me niet realistisch. Met mijn sceptische houding wilde ik mezelf behoeden voor een zoveelste jammer, maar helaas. Ahmed Aboutaleb, burgemeester van Rotterdam, gaf echter groen licht voor de organisatie van #demooiste op zondag 24 oktober 2021. Zonder ongelukken sta ik over 20 dagen dus echt aan de start van mijn 13e marathon.

In augustus legde ik veel kwalitatieve loop- en fietskilometers af. Niet eens heel specifiek met die marathon voor ogen, wel omdat ik mezelf weer terugvond in de trainingsprikkels en wie weet wat dat najaar dan zou brengen. Ik liep duurlopen alsof het niks was en, nog belangrijker, ik genoot heel erg van die kilometers en de doorstart van mijn sportieve carrière. Ik bleek ook plots een pak rapper te lopen. Mijn toptijd op de 20 kilometer van Brussel was een eerste bekroning van die verrassende topvorm. Ik kan dus niet anders dan concluderen dat de Joke 13.0 er helemaal klaar voor is. De 13e versie van mezelf ja, want met elke marathon lijkt het toch alsof ik mezelf weer wat moet heruitvinden. 13 is trouwens mijn geluksgetal (wat moet je anders als je geboren wordt op een vrijdag de 13e?). Er hangt dus iets in de lucht.

Anderhalf jaar geleden wilde ik in Rotterdam simpelweg een goede marathon lopen. Over een tijd sprak ik me niet uit, voorzichtig als ik ben. Dat is nu anders. Ik ga over drie weken voor een PR op de marathon. Punt. Van Seppe leerde ik dat je je ambities beter kan uitspreken. Omdat je niet beter presteert door ze voor jezelf te houden en als het dan tegenzit, weet je omgeving ook dat ze hun peptalk zullen mogen bovenhalen. Mijn huidige PR dateert van april 2017. In Parijs had ik toen 3 uur, 21 minuten en 23 seconden nodig om over de finishlijn te lopen. Mijn gemiddelde snelheid bedroeg 4’45” per kilometer (12,5 km/u). Ook in oktober 2016 (Brussel) en april 2019 (Parijs) liep ik marathons met dat gemiddelde, alleen telden die net wat meer meters. Met mijn huidige vormpeil zou ik onder die 3u21 moeten kunnen duiken. Heel tegenstrijdig, want terwijl ik dit typ geloof ik zelf amper dat sub 3u15 een realistische ambitie is. Naast mijn vastberadenheid leeft namelijk een grote onzekerheid. Ik barst van de twijfels. Het zat niet in mijn planning om een verbetering van dat PR ooit nog als keihard doel te stellen. Ik wilde tevreden zijn met wat ik heb en heb gehad, me niet blindstaren op wat zou kunnen zijn. En misschien zou ik dan op een dag, als alles in de juiste plooit valt, nog een paar minuten van die tijd kunnen afpitsen. Omdat ik weinig ervaring heb met de tempo’s die ik nu loop lijkt mijn basis minder solide. Het voelt alsof ik iets nieuws moet gaan verankeren, alsof ik terug een eerste marathon ga lopen. Spanning troef dus.

FGDA5532

[Leeswaarschuwing: in deze alinea gebruik ik heel vaak het woord “regen”.] Om de losse draad écht op te pikken liep ik, inmiddels traditiegetrouw, mijn 30 kilometer van bij Roos in Rotselaar naar Marike in Voortkapel. Ik hoop dat er dagen zijn dat het best leuk is om mijn zus te zijn. Ik weet dat er ook dagen zijn dat de mantel der zussenliefde maar beter uit hoogwaardig regenbestendig materiaal vervaardigd kan zijn. Gisteren was zo’n dag. Wat een ellendig regenweer was me dat zeg! Een eerste dosis regen kreeg ik toegediend op de fiets onderweg naar Roos. Ik trok een loopoutfit aan en Roos wapende zich voor de strijd met regenponcho, regenjas, regenlaarzen en regenbroek om mij uiteindelijk 2 uur en 19 minuten lang op de fiets door de gietende regen te vergezellen. Van lopen in de regen word je doorweekt en dat is het dan. Fietsen in de regen daarentegen, dat is dubbele ellende. Bij deze dus nogmaals: dank je wel, lieve sisjes, voor het gezelschap onderweg en de warme ontvangst nadien. Ik had drie goede redenen om mezelf door de regen te jagen en mijn zussen in dat plan te betrekken. 1) Je kan maar beter af en toe trainen in lastige omstandigheden 2) Ik kon die 30 kilometer niet op een ander moment afhaspelen en 3) Je kan ook zo’n miserabel weer hebben bij je marathon. Ik hoop wel oprecht dat #demooiste droger weer in petto heeft. Rotterdam, here we come! 

Duatlonspecial – Seppe de wereldkampioen

Hij deed het weer. Seppe werd wereldkampioen duatlon op de lange afstand. In 6 uur en 6 minuten liep hij 10 kilometer, fietste hij er 150 om dan nog eens 30 kilometer te lopen. Het Zwitserse Zofingen stond traditiegetrouw garant voor een pittig parcours, berg op en af dus en dat allemaal tegen een donkere lucht, in de regen en de kou. Echt takkeweer! Niet dat hij die zware omstandigheden nodig had om de wedstrijd te domineren. He looks so powerful! He completely destroyed this course! om het met de woorden van de commentator te zeggen. En ook he’s such a nice guy, misschien wel het belangrijkste.

Ik ben altijd trots op mijn broer, altijd fier om zus van te zijn, maar deze week loop ik er triomfantelijk bij. Omdat ik besef wat het vergt om wereldkampioen te worden. Tonnen toewijding, trainingsarbeid en focus. Elke dag weer. Jaar in jaar uit. Onze brobro is wereldkampioen. Dat is toch niet normaal?!

BUIO8312b
Roos en mama, de vrolijke wandelaars, gooien daags voor de wedstrijd de benen los in de Zwitserse bergen.

 

RWRB9379b
Vik Odeyn was vooral onder de indruk van de cheerleaders. Zij vielen ook als een blok voor hem.

 

NGOQ3201
Het Herentse ontvangstcomité

Loperspraat – Ons loopfeest in Brussel

Dat het dus een feestdag was, die zondag de 12e september. Roos werd 29 en dat kon gevierd worden tijdens hét feest der feesten: de 20 kilometer van Brussel, uitzonderlijk in najaarseditie. Bovendien was het uitstekend loopweer (een herfstzonnetje is altijd goed) en hadden we voor het eerst assistentie van Niko, onze persoonlijke zakkendrager, een rol die hij met verve vervulde. Na anderhalf jaar zonder sportevenementen kon ik niet geloven dat dit mega-feest echt zou doorgaan. Ik stapte achterdochtig op de trein in Tienen, kreeg gezelschap van Roos en Niko in Leuven en zelfs toen we door de Wetstraat richting Jubelpark wandelden, kon ik amper geloven dat het zou zijn zoals het ooit was.

IMG_6285b
De zakkendrager, de jarige en de vlag

Het was dus wel degelijk echt. Er was een startvak, er waren duizenden lopers, er was muziek en de triomfboog van Jubelpark (Jubeltje) straalde als nooit tevoren. Er waren ook stinkende dixi’s en sigarettenpeuken op de grond. Dit was echt Brussel. Ik zei het al vaker, maar de 20 van Brussel is voor ons een symbolische wedstrijd omdat daar in mei 2014 heel die loopgekte van ons ontstond. Daar stonden Roos en ik – voor echt – in dat startvak. Kriebels in de buik, ja zeg, dit was wel heel speciaal, enthousiast geklap van medelopers, zenuwachtig naar voren drummen als de kanonskogels van het startschot weerklinken, elkaar nog eens gezusterlijk in de schouder knijpen en succes wensen. En dan gewoon gaan en lopen. Snel lopen en me dan ook meteen ergeren aan de massa, aan de opstoppingen, mensen die tegen je aan botsen en halsbrekende toeren uithalen om je voor te schieten of juist in slow motion tussen de snelle lopers joggen. Jawel, ook dit was deel van het evenement.

Op voorhand vond ik het lastig om mijn verwachtingen uit te spreken. Sinds een maand loop ik sneller dan ooit. Mijn recente podiumplaatsen op de stratenlopen zullen niet in de geschiedenisboeken gebeiteld staan, ze tonen wel aan dat ik progressie maakte. Een stap voorwaarts die eerlijk gezegd uit de lucht komt vallen en me daarom ook wat ongemakkelijk maakt. In 2019 liepen Roos en ik onze 20 kilometer van Brussel samen: Roos met loden benen van de stratenloop in Wijgmaal daags voordien, ik frisser dan ooit 36 uur na een spoedopname in het ziekenhuis met longembolen en bloedverdunners in m’n lijf. Met 1u37 verbeterden we toen het PR van Roos. Ik was er rotsvast van overtuigd dat ze die tijd nu ook op eigen houtje aan diggelen zou lopen (spoiler: dat deed ze ook). Mijn snelste 20 in Brussel liet ik optekenen in 2016 toen ik 1u31 uit mijn benen kon schudden. Ik had er nooit rekening mee gehouden dat ik daar nog veel af zou kunnen doen. Enfin, ik zou het dus wel zien.

IMG_6291b

Ik vertrok hard en ik bleef ook hard gaan. Aan mijn pols zag ik getallen verschijnen waar ik nooit eerder mee moest rekenen. Getallen die heel dicht tegen de 4’00” aanleunden. Ik begon aan één grote inhaalrace vanuit startvak 2. Als een speer vloog ik omhoog richting Justitiepaleis, flitste ik door drie tunnels en door Ter Kamerenbos. Wat was dit zeg? Het ging allemaal zo moeiteloos. Brussel was vlakker dan ooit. Voor hoogtemeters leek ik immuun te zijn. Ik liep aan een waanzinnig snel tempo, maar als ik écht goed ben, zeggen die getallen me juist weinig. Tijd en afstand zijn dan fluïde begrippen die ik wel waarneem, maar niet registreer. Ik keek vooral uit naar mijn favoriete stuk na Ter Kamerenbos: door Vorst, langs de tramlijn richting Hermann Debroux, waar ook dit jaar heel veel enthousiaste supporters stonden die zich al eens een allez madame! lieten ontvallen. Daar kwam het besef dat ik onder dat anderhalf uur zou duiken. Alleen zou ik het pas echt geloven als ik het zag. Toen ik de bocht richting Tervuerenlaan maakte, werd ik nog eens extra geprikkeld toen een opdringerige loper in mijn nek zat te hijgen. Covidsafe-ticket of niet, daar had ik dus echt geen zin in. Ik zigzagde wat, versnelde nog eens en dan huppakee, de beklimming van de Tervuerenlaan. Met de triomfboog in zicht bleef ik een strak tempo lopen. Ik verplichtte mezelf er nog eens bewust van te genieten. Dit was écht een groot loopevenement.

En toen kwam ik aan. Ik liep de 20 km van Brussel in 1u23! Huh?! Ik voelde me nog zo fris en had er gerust nog wat kilometers aan willen plakken. De cijfers logen er niet om. Mijn geliefde PR op de 1 kilometer was gesneuveld, ook dat op de 5 kilometer (onder de 20 minuten) én de 10 kilometer. Hoe dan?! Ook jarige Roos was in de winnig mood en liep met 1u32 een huis van een nieuw PR. Sterk werk! Toch was ik na mijn finish niet echt euforisch, eerder van mijn melk. Zo zelfverzekerd als ik was tijdens de race, zo onzeker werd ik van die absurde eindtijd. Hoe was dit gebeurd? Als ik dit kon, waar mag ik dan de lat leggen voor de komende sportieve uitdagingen? Was dit toch niet gewoon één lucky shot, één opperste geluksdag waarbij ik over magische krachten beschikte? Stress, druk en verwachtingen staken in alle hevigheid de kop op. Zeker toen ik nadien mijn ranking in het eindklassement zag. Roos werd knap 79e vrouw, ikzelf 22e op een totaal van 19.000 deelnemers. Nog steeds kan ik dat niet vatten.

IMG_6301b

Dat het dus een feestdag was, die zondag de 12e september. ’s Avonds vierden we de jarige (en mijn laatste dag als 35-jarige) en werd er uitgebreid nagekaart. We hadden Niko wel gewaarschuwd: over de 20 kilometer van Brussel zouden we niet meteen uitgepraat zijn. Elk element van de beleving moest gedeeld worden, de meest memorabele momenten zelfs tot in den treure herverteld. Niko had zich gelukkig prima vermaakt in het Jubelpark. Gek genoeg konden we hem, ondanks ons enthousiasme, er niet van overtuigen dat de 20 van Brussel echt wel een heel mooi doel is om naartoe te werken. Afspraak in Brussel op 22 mei 2022?

Het moment – Happy birthday to Roos!

Beste Roos
Liefste sisje

Op zondag 12 september 1992 kreeg ik nog een zusje, keurig een dag te vroeg afgeleverd voor mijn 7e verjaardag. Jij bent het beste verjaardagscadeau dat ik ooit kreeg. De roze kers op de taart die ons gezin compleet maakte, een sociaal en vrolijk kind dat zich altijd aanpaste aan het spel en het plan. Een plantrekker die als jongste van vier vooral ook haar eigen ding deed.

7 jaar geleden was ik dus 29. We hadden een plan: een eerste vakantie samen, naar Parijs dan nog wel. Nadien zouden we naar Londen gaan. En daarna naar New York voor mijn 30e verjaardag. We kwamen dus nooit verder dan Parijs. We ontdekten dat Den Haag ons Parijs in Nederland is en Brussel dan weer Parijs in België. We ontdekten samen de marathon en dat alles daar voor ons in samenkomt. Als wij samen zijn is het altijd goed. Ook als we ergens onder een afdak in de regen staan te wachten.

Wij zijn communicerende vaten. Altijd met elkaar verbonden. Altijd met elkaar in interactie. We inspireren en stimuleren elkaar, op het vermoeiende af voor onze omgeving. Hoe ouder we worden, hoe verder we van elkaar wonen, hoe harder het gemis kan toeslaan. Bewust: dan stuur ik een bericht IK MIS JE!!! Onbewust: dan zie ik je en besef ik dat mijn gelukscurve meteen exponentieel stijgt. Ik heb lang het gevoel gehad dat ik jou moest beschermen. Dat ik je onder m’n hoede moest nemen en wijze lessen zou leren over het leven. Tot ik dus 30 werd, mijn leven wat op z’n kop stond en jij samen met Marike over mij ging zussen. Ik leer elke dag van jullie.

Het was niet gemakkelijk om een min of meer recente foto van jou te vinden die geschikt was voor publicatie. We waren het afgelopen jaar te weinig samen op pad naar god-weet-waar. Wel stuurden we elkaar opvallend veel foto’s van bezwete kleding (kijk eens hoe hard ik heb gezweet), van drogend wasgoed (kijk eens hoeveel wasjes ik heb gedaan), van onze oorlellen, voeten of afgepeigerde gezichten op vrijdagavond als we elk in onze eigen zetel voor dood liggen. Om maar te zeggen: er is weinig niet bespreekbaar tussen ons. Het is nooit echt stil.

Vandaag vieren we in stijl. Door 20 kilometer te lopen. In Brussel. ’s Avonds klinken we en eten we taart. Wat een feest! Wat een zus! Happy birthday, kleinste grootste zus van mij. Tina heeft gelijk. You’re the best. You’re simply the best!

Joke
x

AXIB8224

Loperspraat – De kunst van het supporteren

Voeg een “up” toe aan sporter en je krijgt een supporter met de belangrijke taak om de sporter “op” te trekken en te ondersteunen waar nodig. In de familie Odeyn zijn er sporters en supporters volgens een wisselende rolverdeling. Ik ben oprecht graag supporter en bevoorrader, maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat er in mijn familie betere supporters zijn dan ikzelf. Het ontbreekt mij soms aan het geduld dat supporteren vergt. Ook verdraag ik de prikkels minder goed die als supporter continu op je worden afgevuurd. Als sporter heb je het eigenlijk gemakkelijker. Een marathon lopen is, op die dag zelf, een relatief eenvoudige missie. Je moet tijdig in je startvak staan en dan moet je gewoon lopen. Mijn supporters daarentegen kienen een ijzersterk plan uit dat onderhevig is aan een veelvoud van factoren.

Ik ben natuurlijk een verwend kind met zo’n sterk vrouwelijk team rond mij. Tijdens mijn marathons, maar zeker ook tijdens de Hel van Kasterlee, zijn mijn supporters rotsen in de branding, veilige bakens die uitgezet worden in een woelige zee. Op voorhand weet ik altijd wanneer ik hen zal zien. Omdat het contact zo vluchtig is, denk ik na over wat ik zal zeggen en welke indruk ik wil nalaten. Je wil eerlijk zijn als het lastig is, maar je wil ze ook niet ongerust maken. In een flits geven ze me energie om door te gaan. De nabespreking is ook essentieel. Dan leggen we als het ware een puzzel waarin alle ervaringen samenkomen. Alles samen wordt dat dan Het Verhaal van die marathon of ervaring. Mijn mama en zussen hebben het supporterschap tot een ware kunst verheven. Puur vakmanschap is het als ik hen bezig zie. Ze waren bereid om hun ervaringen te delen en jullie een inkijk te geven in hun supportersziel.

IMG_2257b
Bevoorraders, supporters en sporters in actie tijdens de La Chouffe trail 2018.

Marike: Ik herinner me nog heel goed mijn allereerste supporterservaring tijdens de eerste marathon van Joke en Roos in Leiden (mei 2015). Ons eerste bevoorradingspunt bevond zich op kilometer 10. Mama en ik waren heel zenuwachtig. We hadden alles goed voorbereid en we stonden daar hypergeconcentreerd uit schrik dat we onze lopers zouden missen. Toen ik mijn zussen dan eindelijk zag lopen kreeg ik echt een krop in mijn keel. Ik kon niet veel roepen, maar mama die begon als een gek te schreeuwen. Zelfs de mondige Nederlanders waren onder de indruk. Ik schaamde me toen wel een beetje, maar ik dacht: mijn zussen zijn wel een marathon aan het lopen! Bij papa zijn eerste marathon (september 2015) ging ik bevoorraden op de fiets. Ik reed toen verloren en moest echt de ziel uit mijn lijf fietsen om hem toch zijn drinkbus te kunnen geven. Ik dacht ook heel de tijd: waarom loopt die zo snel?! De dag eindigde met papa die naar huis reed terwijl mama en ik op de achterbank lagen te slapen.

Supporteren is zeker ook ontspannend. Je komt op mooie plaatsen en je maakt om die reden uitstappen met de familie. Omdat wij altijd schrik hebben om te laat op ons supporterspunt te staan, zijn we daar veel te vroeg, maar dan is er dus nog tijd om te chillen. Zeker als Roos voor de juist muziek zorgt. Een supporter moet zich tot in de puntjes hebben voorbereid en beschikt best ook over een goed oriëntatievermogen. Het is handig als je goed kan rekenen: tijden, afstanden, kilometers per uur of minuten per kilometer. Je moet die snelheden ook nog kunnen afstemmen op je eigen snelheid die soms afhankelijk is van het openbaar vervoer: een lastige wiskundige som! Omdat ik zelf heel snel koud heb, neem ik altijd heel veel kleren mee, want je kan natuurlijk niet zelf gaan klagen. Uiteindelijk is het de kunst om zoveel mogelijk supportersmomenten mee te pikken zonder het risico te nemen dat je een post mist, want dat is echt het ergste wat je kan overkomen.

WSAG3815
Ook voor supporteren geldt: jong geleerd is oud gedaan.

Mama: Mijn mooiste supportersherinnering was toen Seppe wereldkampioen duatlon werd in Zofingen (september 2016). Echt heel bijzonder was het om daar bij te kunnen zijn. Het belangrijkste voor een supporter en bevoorrader vind ik parcourskennis. Je mag niets aan het toeval overlaten. Desnoods sta je een uur op voorhand klaar met de drinkbus in de hand. Je moet echt op alles voorbereid zijn. Het allerergste wat je kan overkomen is dat je sporter iets vraagt (drank, eten of medicatie) en dat je dat niet op zak zou hebben. Je hebt best een luide en herkenbare stem waarmee je de naam van de sporter hard roept, gewoon enkel de naam volstaat. Ik vind het belangrijk om ook voor andere deelnemers te supporteren. Soms kunnen die echt smachtend kijken om een aanmoediging te ontvangen. Raad of commentaar geven is ten strengste verboden. Je mag je sporter nooit onderschatten. Je berichtgeving aan haar of hem moet altijd positief zijn. Het verhaal van de sporter krijgt altijd voorrang. Je mag niet zelf klagen over je kleine ongemakken. Achteraf is het dan wel heel belangrijk om straffe verhalen te vertellen. Supporteren is doodvermoeiend, maar ik geniet er heel hard van. Het is echt een adrenalineshot voor mij.

IMG_0204b
Papa in actie als supporter met de basis supportershouding: gefocust applaudisserend voor iedereen.

Roos: De mooiste supportersherinneringen heb ik aan de Hel van Kasterlee. Dat is supporteren, genieten en vieren op alle niveaus. Eén groot feest. Het is uniek dat er zoveel familieleden meedoen. Ook de eerste ultratrail die Joke en papa liepen in Houffalize zal ik niet snel vergeten omdat het de eerste keer een trail was, daarbij dan dat parcours, hun prestatie, heel dat weekend en die omgeving. Magisch. Supporters zijn van onschatbare waarde, zeker bij grotere prestaties. Die taak moet je dan ook ernstig nemen. Toch is het belangrijk om te werken aan je eigen supportersbeleving: jezelf voorzien van koffie, koeken en alles waar je zin in hebt eigenlijk. Je moet je ook verheugen op het event en dat delen met de sporters. Supporteren doe je best in duo’s. Teams van twee personen die contact houden met elkaar werkt heel goed. Op voorhand moet je dan ook een goede taakverdeling maken. 

Een supporter moet voorbereid zijn op alle vlakken. Je eigen plan van die dag moet glashelder in je hoofd zitten. Je moet voorbereid zijn op alle mogelijke scenario’s en hierop kunnen anticiperen. Ook ben je maar beter behendig met de gsm om de andere supporters of het thuisfront snel en efficiënt op de hoogte te brengen van de recentste ontwikkelingen. Je maakt natuurlijk ook foto’s van sporters en supporters. Een goede supporter heeft inzicht in het kunnen van de atleet en eventueel kennis van de tegenstander als het echt een competitie is. Je moet weten wat de pijnpunten zullen zijn bij de prestatie: wat zijn de moeilijke momenten en hoe gaat mijn atleet hiermee om? Tot slot heb je een portie stalen zenuwen nodig en een overdosis enthousiasme en bewondering voor wat de atleet presteert, ongeacht het resultaat.

IMG_2080b

Supporteren kan je leren: het is een vorm van overgave, adrenaline en meegaan op de flow. Je mag niet alleen voor je eigen atleet supporteren, maar je moet enthousiasme tonen voor het event, andere deelnemers en de hele organisatie. Sta daar dus niet als een idioot met je gsm in de aanslag in de verte te turen met enkel oog voor jouw atleet. Als die nadert, dan ga je zoveel mogelijk lawaai maken, extra lawaai. Dat gaat in fasen: eerst joelen wanneer je haar of hem in je vizier hebt, dan focus je weer op de taak als zij of hij je nadert, je tracht iets te zeggen (soms kan iets vragen ook) en je joelt weer na. Zorg dat iedereen rondom jou doorheeft dat dat JOUW sporter was en dat je daar fier op bent. De sporter heeft maar één taak: het beste uit zichzelf halen. Nadien is die wel lichtjes verplicht om te laten voelen hoe belangrijk de supporters waren tijdens de prestatie. Het eindeloos napraten over de ervaring en de indrukken die je opdeed maakt het nagenieten ook zo mooi voor alle partijen.