Loperspraat – UTMB voor dummies

De marathon ligt niet meer op mijn maag. Ik ben goed hersteld. Dat is ook nodig, want volgende week zullen Hans en ik deelnemen aan de Trail Alsace Grand Est. Het belooft een prachtige tocht te worden van 108 km door pittoreske wijngaarden, langs een kasteeltje hier en daar met bijna 4000 hoogtemeters. Om nog wat berggevoel mee te pikken, gingen we 2x trailen in Stoumont. Het goede nieuws is dat ik mezelf als trailloper serieuzer neem sinds ik trailstokken heb. Daarover later meer. De Trail Alsace is onze eerste UTMB wedstrijd. Een concept dat enige verduidelijking verdient. Daarom een snelcursus UTMB voor dummies.

Waar staat UTMB voor?
Ultra Trail Mont Blanc. Ultra = een loopafstand langer dan de marathon. Trail = lopen op een (grotendeels) onverhard parcours met hoogtemeters. De Mont Blanc is de hoogste top van de Alpen met een hoogte van 4806 meter (ongeveer).
De UTMB is een trailwedstrijd van dik 170 km en ruim 10.000 hoogtemeters die gelopen wordt in het laatste weekend van augustus. Je moet ingeloot worden om te kunnen deelnemen. Op basis van je behaalde resultaten kan je kiezen uit afstanden van 20 tot ruim 170 km. “De Echte” UTMB-race is die van 170 km, die werd voor het eerst georganiseerd in 2003. Het is het spektakelstuk van de trailsport. Alle toppers staan aan de start in Chamonix om door Frankrijk, Italië en Zwitserland te lopen. Duizenden recreanten dromen van een plekje in die iconische wedstrijd met de Mont Blanc als decor.

Wat is UTMB nog?
De UTMB World Series organiseert, naast de UTMB-race, wereldwijd trailwedstrijden, bijvoorbeeld de Trail Alsace. Woorden als incredible, extraordinary en adventure keren vaak terug in hun communicatie. Ze zetten in op beleving en kiezen locaties die tot de verbeelding speken waar ze vervolgens een mooi verhaaltje bij kunnen vertellen. Zo bestaat de Trail Alsace uit 6 afstanden (10 tot 156 km) met elk een eigen naam en stukje geschiedenis. Wij lopen de ultra-trail des païens (UTDP) die een oude Keltische route zou volgen: a mystic experience! Trailrunning als lifestyle, zeg maar.

Je loopt “by UTMB” wedstrijden in de eerste plaats voor de lol (denk ik toch), maar je verzamelt ook een aantal running stones als je finisht. Voor een afstand van rond de 100 km zijn dat er 3. Die stenen kan je gebruiken om deel te nemen aan de loting voor de UTMB-race, mocht je dat willen. Hoe meer stenen, hoe groter je kansen in de loterij. Factoren als leeftijd, geslacht en nationaliteit spelen daarbij ook een rol opdat het deelnemersveld divers genoeg zou zijn. Om erbij te zijn bij de Mont Blanc moet je je met andere woorden al een beetje bewezen hebben als trailloper. Een wedstrijd winnen kan ook. Of dus gewoon wat geluk hebben dat je lotje getrokken wordt.

Wat is een UTMB-index?
De meeste trailwedstrijden in België of in het buitenland, zullen je een UTMB index score opleveren. Het is een score die je krijgt op basis van de afstand die je loopt en je behaalde resultaat. Hoe langer de trail en hoe hoger je in de ranking staat, hoe meer punten je krijgt. Je krijgt niet alleen punten bij de “by UTMB” evenementen en je moet ook niet per se lange afstanden lopen om punten te verzamelen. Je UTMB-index zegt vooral of je op regelmatige basis deelneemt aan trailwedstrijden en of je je ook (soms) aan het langere werk waagt. Om je een idee te geven: mijn huidige UTMB-index is 591. Die van Courtney Dauwalter, één van de fenomenen in de trailsport, 860. De score op zich geeft je niet meer of minder rechten om ergens aan deel te nemen.

Hoe schrijf je je in?
Voor alle “by UTMB” races kan je je inschrijven zonder loting, op voorwaarde dat je een geldige UTMB-index hebt (er is geen minimumscore) en dat je verzekerd bent voor repatriëring bij een ongeval. Wij schreven ons in september in voor de Trail Alsace. De kortere afstanden zijn sneller volzet dan de langere, maar van zodra de inschrijvingen openen, mag je niet te lang twijfelen. De inschrijvingsprocedure doorloopt nog wat bijkomende stappen nadat je betaald hebt. Zo kan je uiterlijk 4 maanden voor de wedstrijd je PPS kopen: le Pass Prévention Santé, de vervanger van het medische attest dat tot voor kort in Frankrijk verplicht was als je deelnam aan een sportevenement. Het houdt in dat je een aantal filmpjes moet bekijken van Franse dokters die uitleg geven bij hartfalen en waar je het aan kan herkennen. Goed bedoeld, wel een beetje absurd.

Wat kost het?
Ik betaalde voor mijn inschrijving 243 euro + 5 euro voor de PPS. Dat is veel geld! Bovendien is het verplichte materiaal dat je moet meenemen uitgebreider dan voor een trailwedstrijd in België of Nederland. Een regenjasje met kap en getapete naden is bijvoorbeeld verplicht, ongeacht het weer. Daar ben je makkelijk 200 euro aan kwijt. Zo zijn er waarschijnlijk nog wat andere spullen die je zal moeten aanschaffen. Natuurlijk kan je budgetvriendelijke keuzes maken, maar ook dan kost een trailuitrusting wel wat. Daarbovenop heb je nog de indirecte kosten zoals je verblijf en vervoer.

Wat krijg je daarvoor?
Wel veel, vind ik. Wij lopen onze 108k in een lijn van Orschwiller naar Obernai. De organisatie voorziet een busrit naar de startlocatie. Er zijn 8 bevoorradingsposten met heel wat faciliteiten, zoals 2x een warme maaltijd en je eigen drop bag die halverwege klaarligt. Wie uit de race stapt, kan op een aantal posten rekenen op vervoer naar de finish. Aangezien we 24 uur de tijd krijgen om te finishen, moeten de checkpoints voor lange tijd ruim bemand zijn. En dat is dan nog maar 1 van de 6 races. Logistiek niet van de poes. Ik heb het natuurlijk nog niet live meegemaakt, dus ik kan de organisatie nog geen officiële complimenten geven. Ter vergelijking: voor de Chouffe trail (80 km) betaalde ik vorig jaar 103 euro, ook niet bepaald weinig. Ieder bepaalt natuurlijk voor zich of ie dat het geld waard vindt.

Is dat UTMB-gedoe niet één en al commercie?
Tja, elke organisator van sportevenementen is commercieel ingesteld. UTMB of “by UTMB” is een merknaam, voor sommigen wellicht een vinkje op de bucketlist. Ze weten hun merk op een heel aantrekkelijke manier in de markt te zetten. Zo is Hoka één van de grote sponsors, een schoenenmerk met een mindset van vrijheid-blijheid en een flinke dosis fashion. Ergens is UTMB ongetwijfeld een circus met veel nullen, maar wel eentje met een hechte, oprechte community van mensen die de passie voor trailrunning delen. UTMB zet bovendien écht in op duurzaamheid en heeft extra aandacht voor vrouwen in het deelnemersveld. Dat zie je bijvoorbeeld aan hoe ze hun races in beeld brengen en aan het feit dat ze menstruatieproducten voorzien aan de bevoorradingen. Sceptisch zijn mag altijd, maar zoals steeds vertrouw ik liever op het positieve. Ik vind het gewoon lekker om me op sleeptouw te laten nemen door dat hele gedoe. Een organisatie mag van mij gerust wat tralala verkopen als ze ook echt iets te bieden heeft qua beleving.

De race – Leuven Marathon april 2026

De cijfers: we gingen met 3 over de finish bij mijn 21e marathon in een tijd van 3:32:06
De voorbereiding: trefwoorden als zigzaggend, met ups & downs en pieken & dalen zijn hier op hun plaats, maar toch ook wel een flinke dosis voorpret en love voor de marathon
De race: het ultieme bewijs dat ik een doener en een voeler ben, niet alleen als het goed en leuk is, zeker ook als het zwaar en ambetant is, nooit eerder ging ik zo kapot en was het vat helemaal leeg
De herinnering: de laatste rechte lijn en hoe ik niet anders kon dan lachen en roepen of een combinatie van beide die in een niet-sportieve context als deviant gedrag bestempeld zou worden, Leuven u was geweldig!

Wat vooraf ging
Na een wedstrijdloos najaar had ik veel zin om weer aan een echte marathonvoorbereiding te beginnen: intervals en tempolopen op de piste, geïmproviseerde tussendoortjes en een zondag-duurloopdag. Die voorbereiding verliep soms op een roze wolk, maar net zo goed eens onder een donker wolkendek. Bij die wisselvalligheid probeer ik me neer te leggen, de ene keer lukt dat al beter dan de andere. De CPC halve marathon in Den Haag gaf me goede hoop dat ik klaar was voor de marathon. Ik kon aan een consistent tempo blijven lopen zonder weg te zakken. Mijn doel was daarom duidelijk: beter doen dan mijn 3u15 van vorig jaar. Joni had niet veel overtuigingskracht nodig om mij te vergezellen en het tempo te bewaken. Veel familieleden en vriendjes zouden deel uitmaken van het evenement, dus ik had ouderwets veel zin om die marathon te lopen.

Vlak voor de start
Op tijd komen, het is een kunst die wij in de familie goed beheersen. Net zoals helder communiceren over hoe en waar je afspreekt. Roos en Joni komen met de fiets uit Wijgmaal (we zullen daar later ook heen lopen) en terwijl Hans nog op de dixi zit, treffen we elkaar net vóór tijd en net vóór de afgesproken plek. Daar herken je de echte op-tijd-komers aan. Het is gezellig druk op de eventsite. Er wordt gekletst en gelachen, er is wat paniek over gerommel in de darmen (niet bij mij – dat komt later pas) en om dat af te stoppen eten we banaantjes. De wandeling naar de startzone is meteen al een stevige warming-up. Met z’n vieren vertrekken we in startvak 2. De zon schijnt, mensen! Het wordt een hele mooie dag vandaag! We schieten wat kiekjes met dichtgeknepen ogen tegen de zon in en zeggen hallo tegen mensen die we kennen. Er volgt een klapmoment, een aftelmoment en dan worden we als een bende wilden losgelaten in Leuven.

De stadslus
De marathonlopers vertrekken samen met de lopers van de 10 km. Joni heeft Garmin een paceplan laten uitdokteren dat rekeninghoudt met het hoogteprofiel. De ene kilometer moet je dan wat sneller of trager lopen om als gemiddelde aan die 4’30” te komen. Ik heb Joni bovendien opgedragen om streng voor mij te zijn. Hij moet me niet meteen vermanend aanspreken, want ik volg braafjes in zijn zog. Hans is erbij volgens het plan: een sportieve ménage à trois (ik kom hier later op terug). De eerste kilometer vind ik altijd een goede graadmeter. Ik loop aan het vooropgestelde tempo en dat voelt ontspannen aan. Er is een eerste genietmoment als we via de Naamsestraat naar beneden knallen voor de bocht rond de Sint-Pieterskerk. Wat hou ik toch van deze stad!

Met nog maar dik 2 km gelopen moet ik spaarzaam zijn met de superlatieven. Ik ga het zicht van de Mechelsestraat op het Mariabeeld van de Abdij Keizersberg daarom niet iconisch noemen, wel indrukwekkend. Het is met dichtgeknepen billen dat ik ernaar toe loop, want dé klim van deze marathon, dat is die van de Boelenberg, aka Keizersberg. Een kleine 300 meter lang met een maximaal stijgingspercentage van 10%. Vorig jaar moedigden we hier aan, nu hebben we moed nodig. Het ding is: als je zo gefocust bent op een zwaar moment, dan blijkt dat uiteindelijk reuze mee te vallen. Al helemaal als er een Joni voor je loopt die als een metronoom weet hoe snel je die berg op moet. Voor ik het goed en wel besef zijn we erover. Tot mijn verrassing zie ik bovenaan collega Petra staan die net zo verrast is dat ze mij voorbij ziet rennen. De Boelenberg is Hans wat minder lekker bevallen. Hij moet een inhaalmanoeuvre inzetten om ons bij te benen. Als we bergaf rollen richting Vaart besluit Hans zijn eigen tempo te volgen. Een heel wijs besluit, zal later blijken. De wedstrijd ligt hier nog bijlange niet in een definitieve plooi.

Ik ben een optimist en met momenten ook een naïeveling, dat is nu niet anders. Zo had ik gespreksonderwerpen om met Joni door te praten. Het is de eerste keer dat ik met Joni een wedstrijd loop en die eerste helft: ach, dat zou toch op cruise control moeten zijn? In de bocht van de Vaartkom en ook in de schaduw van de Stella-gebouwen geeft Joni daarom een update over zijn werk in Ierland dat zich in de afrondingsfase bevindt. Ik onthoud dat de Ieren gist moeten opsturen zodat getest kan worden of de waterzuivering en -voorziening ook bij een maximale capaciteit van de brouwerij voldoet. Joni vertelt ook over zijn loopplannen voor de zomer: een trail van 35 opeenvolgende dagen doorheen het prachtige Ierland. Wat een geweldig avontuur zal dat zijn! Jullie horen het: met Joni heb ik echt een uniek (immer bescheiden) looptalent als haas te pakken.

De stadslus is een vroege verkenning van de grote finale. Nu tikt alles nog lekker weg en zit de vaart er goed in. Een eerste supportershoogtepunt beleven we aan het station waar ik een half gelukte high-five aan Sam kan geven. We spotten er ook Marike met haar aanhang. Bij Leah en Emil zie je altijd gemengde gevoelens op het gezicht: leuk om Metie in actie te zien, maar dat wachten duurt toch lang. Rembert is altijd in voor een verrassing en schreeuwt me met zijn stem als een beiaard richting Ladeuzeplein. Daar lees ik op een groot bord: Race day is just the victory lap of your training. Ik ben er nog steeds niet uit in welke mate ik het daar mee eens ben. Het mopje over de maskers die zouden afvallen bij de splitsing tussen 10k en marathon heb ik al gemaakt. Omdat ik het zelf zo grappig vind, herhaal ik het nog eens. Er liggen geen maskers in de laatste lijn richting finish en als er al één zou af vallen, dan zal het dat van mezelf zijn een handvol kilometers later.

De groene lus
We lopen voorbij de finishzone. Ik zweet als een Odeyn, knalrode kop incluis. Het is nog net niet té warm met dat zonnetje. Mijn stavaza na 10 km is dat ik niet echt weet wat ik erover moet denken. Het tempo is volgens plan, het gevoel niet helemaal zoals gehoopt. Ik denk dat ik hier de eerste twijfels begin te ontwaren die ik vakkundig naar de achtergrond weet te duwen. Een gesprek voeren zit er niet echt in, ook niet hoopgevend. Ik hobbel achter die frisse Joni aan. We duiken naar beneden richting Naamsepoort. Ik kijk nu al op tegen het moment dat ik hier terug naar boven moeten lopen. Het lijkt nog verre toekomstmuziek. Ook de Kardinaal Mercierlaan is zo’n dubbelaar in het parcours. Oranje kegeltjes vormen de scheiding tussen de heen-en-weer. Vanaf hier begint het te voelen alsof alles bergop gaat. Het verraderlijke van een kuitenbijter als de Keizersberg is dat je dreigt te vergeten dat Leuven één en al op en neer is. Net zoals Heverlee, waar we nu lopen.

Dit is de fase van de wip. Ik bevind me tussen nostalgische gevoelens voor Heverlee en een gevoel van knagend onbehagen. Ik heb 5 jaar in Heverlee gewoond en alles hier is dus een trip down memory lane. In deze straten werd ik de loper die ik nu ben. Stilaan sijpelt het ook door dat ik grip begin te verliezen op de wedstrijd. Dit voelt te veel als een inspanning in plaats van een ontspannen begin. Die eerste helft krijg ik echt niet gemiddeld aan 4’30” gelopen. Ik hou nog even mijn masker op en doe alsof ik nog niet heel hard aan het werken ben, maar het werkt niet bepaald mee dat ik Heverlee als m’n broekzak ken. We lopen niet in een rechte lijn op het bos af (alsof dat het doel is van een marathon) en dat stoort me. Het is nogmaals een bevestiging dat ik me niet fris genoeg voel.

Vlak voor we het bos in lopen, slik ik mijn tweede gel weg. Net zoals de eerste valt die écht niet lekker in mijn buik. Weer een teken aan de wand dat het niet is wat het zou moeten zijn (of wat ik gehoopt had dat het was). En dan dat bos. Hans heeft me het parcours helemaal uitgelegd. Ik heb het met eigen ogen gezien op een plan. In theorie weet ik dus dondersgoed wat me te wachten staat. Ik beschik echter over de gave dat ik zelfs plaatsen die ik heel goed ken vanuit een beschermingsmechanisme anders ga invullen. In mijn hoofd zouden wij dus echt! niet! over een bospad lopen, hooguit wat gravel. Na 14 km schrik ik me dan ook de pet van het lijf als we via de Middelweg Heverleebos inlopen via een onvervalst hobbelig bospad. En dat is ook weer heel dubbel. Ik hou enorm van Heverleebos! Ik heb hier zo vaak gelopen, sterker nog: ik leerde hier lopen. Ik heb in mijn lopersleven zo veel emoties beleefd in dit onnozel stukske bos, dat wil je echt niet weten! Het raakt me dat ik hier nu plots als een 40-jarige madame in dat bos een marathon aan het lopen ben.

We lopen door het tunneltje waarvan ik echt niet (nooit!) had gedacht dat ik er ooit een wedstrijd zou lopen en krijgen een welkome aanmoediging van Stijn en Yorien. Op een strook asfalt kan ik eventjes op adem komen. Voor Joni het uitgelezen moment om de socials te onderhouden. Hij post filmpjes waarin ik op de achtergrond lichtjes geforceerd mijn vrolijke masker probeer op te houden. Over de parking gaan we terug het bos in. Hier begint de groene lus pas echt. Werkelijk elk stuk lijkt omhoog te gaan. Ik loop op mijn geliefde snelle Cielo’s, een schoen waar je niet veel aan hebt op een onverharde weg. Alsof de grond me naar beneden trekt. Ik zoek naar een ritme, naar een goeie cadans, naar een tempo dat aangenaam aanvoelt. Het hoogteprofiel liegt er niet om. De marathon telt 244 hoogtemeters en die worden hoofdzakelijk tussen km 14 en 21 afgelegd. In totaal lopen we een kilometer of 5 over onverharde paden. Waar is die Waversebaan?! Ik passeer het halfway point in 1u36, dat valt beter mee dan gedacht, maar met die marge weet ik dat ik nooit onder de 3u15 zal eindigen.

Joni belichaamt het optimisme. Ik ga hier de fase van “de hoop op het mirakel” in, de fase van de wanhoop zeg maar. Ergens in mijn lichaam heb ik nog een paar über-optimistische spiervezels die denken dat ik een tweede adem zal vinden ergens in die stad (die niet vlak is) of ergens langs de Vaart (die oneindig lang is). Ik weet dat ik top 10 loop omdat me dat vaak wordt toegeroepen. Terwijl ik stilletjes zou willen verdwijnen naar de backstage voel ik de morele verplichting om te blijven bikkelen. Voor wie of wat eigenlijk? Ik voel een ietsiepietsie opluchting als de pacers van 5 uur ons kruisen: ik heb dat bos al achter de kiezen. Het heeft mij de vernieling doen in lopen. Slechts met een half oog kijk ik naar mijn kilometertijden. Ze voelen traag aan, wat niet helemaal strookt met de realiteit. Is er een schakelknop in mijn hoofd? Kan ik niet strijden voor iets anders dan het vooropgestelde plan? Alles doet pijn, mijn benen zijn nu al verzuurd. Als klap op de vuurpijl bevalt ook mijn derde gel me slecht. Mijn buik trekt samen, klaar om een paar stevige krampen te produceren. De goed-nieuws-show is hier definitief verleden tijd.

Joni blijft in verbinding staan met de wereld. Zo weet hij mij te zeggen dat Hans niet heel ver achter ons zit. Goed zo, denk ik, die zal wel genoten hebben van het bos. De genadeslag krijg ik uitgedeeld op de “klim” van de Naamsepoort met 25 km in de benen. Wauw zeg, top 10! Zo sterk, Joke! Ik sterf een stille dood, samen met mijn allerlaatste optimistische spiervezels. Ik ben kapot, het is gedaan. Op verzuring na zit er niks meer in mijn benen. De marathon is afgelopen voor hij goed en wel begonnen is. Het is ook lang geleden dat ik nog zo’n last had van buikkrampen. En dat is niet bepaald helpend als je al niet vooruit te branden bent. Op de één of andere manier blijf ik toch gaan. Vooruit dus. De tweede afdaling van de Naamsestraat is er één van het waggelende soort. Je weet dat het echt niet loopt als je bergaf op de rem gaat staan. Van de euforie die ik hier 2 uur geleden beleefde, is geen sprankeltje over.

Het kan geen toeval zijn dat we aan de Sint-Pieterskerk gezelschap krijgen van iemand die uit de doden herrezen is: Hans! Hij ziet er nog fris uit, hij loopt nog soepel en hij kan het verdorie nog goed uitleggen. Zoals verwacht heeft Heverleebos hem goed gedaan, hij kwam er lekker op toerental. Zo is The Chain op km 27 voor even weer compleet. Al is het duidelijk wie de zwakste schakel is. Bij mij is het op, zowel het lichaam als de geest. Hans kan daarentegen zijn PR aanvallen als hij zijn tempo aanhoudt. Het kost me ongeveer een kilometer om hem te overhalen door te lopen. Gaan met die banaan! Het is een mooi plaatje: we hebben mijn ouders en Niko in het vizier aan de Vaartkom, luid roepend en zwaaiend naar ons, Hans sjeest hen voorbij, wij joggen hen voorbij en krijgen te horen: Waar is Hans?! Joni kon ik niet overtuigen om voor een snellere tijd te gaan. Daarom breekt hier ook wel de (tijdelijke) fase van het schuldgevoel aan. Dan heb je eens een tophaas en dan kan je die geen succes geven. Zo zit Joni niet in elkaar, die is van het “samen uit, samen thuis” principe.

De vlakke lus
We zijn aan de Vaart met 29 km op de teller. De Vaart! Wat een icoon aan de Leuvense skyline! Ik liep hier oh zo veel kilometertjes gelopen, als beginner zonder meetapparatuur en als ervaren marathonrot intervaltrainingen. Die gedachte neemt de pijn niet weg. Vanaf hier zal ik geen kilometer meer onder de 5’00” lopen. Ik moet werken om überhaupt een voorwaartse beweging te maken. Met de buik gaat het van kwaad naar erger. Ik kon helaas nog geen dixi ontdekken langs het parcours. Een sanitaire stop kan me mogelijk een bescheiden redding brengen. Ik ken de weg naar Wijgmaal té goed. Het voelt alsof we helemaal naar Mechelen moeten lopen. Wat me blijft raken, is het enthousiasme van de supporters. Die mensen acteren niet dat ze vinden dat je goed bezig bent, ze vinden dat echt, dat voel ik. Het helpt om mijn prestatie in perspectief te plaatsen. Ik ben hier verdorie een marathon aan het lopen, niet meer in de top 10, wel nog bij de snelste 10% van het deelnemersveld.

Na 30,5 km is daar de bevoorradingspost van de verlossing. Ik kan niet anders dan hier wandelen om te drinken. Every drop counts! Wandelen deed ik dus nooit eerder tijdens een marathon en het is meteen een bijzondere ervaring. Posten worden vaak bezet de jeugdbeweging, de kans is groot dat daar een oud-leerling bij is. Zo krijgt Mevrouw Odeyn in heel wat bevoorradingen een aanmoediging. Het grote voordeel van wandelend door een waterpost te gaan is dat er zich een soort erehaag voor je vormt. Er zijn weinig andere lopers en je hebt de tijd om complimenten over je prestatie in ontvangst te nemen. En jawel hoor, wat wacht daar op mij? Een toiletkot uit plastic! Ik dacht altijd dat de walm je al van ver tegemoet komt als je het wc-hok voor lopers met darmklachten nadert. Niets is minder waar. Deze dixi is quasi ongebruikt. Dubbel geluk aan mijn zijde! Ik laat me een soort van vallen op de pot en dan kan eruit wat me dwarszat. Ik weet niet of Joni het kan beamen, maar ik kom als een ander mens uit dat kotje. Wat een opluchting! Ik zie de laatste lus plots zoveel positiever tegemoet.

Zelfs tijdens een ultratrail kost het me niet zoveel moeite om me op gang te trekken met dat stramme lijf. Het kan me dan ook niet echt deren dat we op dit lange stuk voelbaar wind tegen hebben. Joni informeert intussen de supporters dat het fameuze paceplan een social run geworden is. Over sociaal gesproken, stiekem kijk ik uit naar het moment dat Roos ons zal bijbenen. Heel ver ligt ze niet meer achter, maar zelfs een minuut of 5 heb je niet op 123 dichtgelopen. Waar de man met de hamer zou klaarstaan, is dit een kantelpunt in positieve zin. Ik voel me bevrijd door de druk die van mijn buik is. Mijn benen zijn nog altijd twee zure pikkels. Het enige herkenbare van deze marathon is dat ik kilometers 25 tot 30 als zwaarder ervaar dan wat daarna komt. Ik kijk amper nog op mijn horloge en berust erin dat dit avontuur een plot twist van jewelste kreeg. Er komen nog wat sorry’s naar Joni. Ik zeg een paar keer verontschuldigend: dit heb ik nog nooit meegemaakt! Maar Joni is een positivo en die zegt dat het daarom ook bijzonder is om hierbij te zijn.

Ik ben opgegroeid in Wijgmaal. Joni is nog steeds een trotse inwoner van dit stukje Groot-Leuven. We passeren op een boogscheut van mijn ouderlijk huis en ook langs de Remy Boys, de voetbalploeg waar Joni kampioenen-kapitein werd. Met 33 km stevenen we af op De Brug, een beetje Herent en dan Wijgmaal in. Ik kan beter zeggen: Joni-town! Heel Wijgmaal kent Joni (en vice versa). Blijdschap alom! In de bevoorrading is het weer wandelen geblazen. En als we onze (heel lange) rechte lijn richting Leuven inzetten, is het eindelijk tijd om één van dé gespreksonderwerpen aan te snijden. Wat duiding is hier op z’n plaats: ’s ochtends op de radio hoorden we het nummer Love’s a Stranger van Warhaus, dat liefde in een open relatie bezingt. Zeg Joni, ken jij mensen met een polyamoureuze of open relatie? Ik denk dat Joni zich hier niet meteen aan had verwacht deze marathon, maar het onderwerp houdt ons wel aan de waggel. Op de achtergrond horen we het luide gejoel van mijn ouders die langs de andere kant van de Vaart fietsen. Er is nooit een gebrek aan enthousiasme in onze familie. Ook de toeschouwers blijven te lief voor mij.

De finale
Geen sportieve relatie is ons te gek. We steken de Vaart weer over en als de teller op 37 km springt, is er weer sprake van een ménage à trois. Roos heeft ons bijgebeend! Joepie! We vertellen natuurlijk wat over en weer, ik over het diepe dal waarin ik me bevind, Roos over de klop of het klopje dat ze gekregen heeft. Tijd is hier een vreemd ding. Enerzijds lijkt het alsof we elkaar een volledige dag geleden gezien hebben, anderzijds zijn die 3 uren in een vingerknip voorbijgevlogen. Onze ouders fietsen langs ons, we lopen naast elkaar en zwaaien blij naar Marc van DCLA, de club waar we ons leven als loper begonnen zijn. Zo ontvalt ons de uitspraak dat we deze marathon eindigen zoals we ooit begonnen zijn: samen, gezusterlijk naast elkaar. De aanmoedigingen blijven trouwens toestromen. Ongekend! Ongezien! Ongelooflijk! Dit is écht de finale van de marathon. Het aftellen kan beginnen.

Ik denk dat het energieniveau van Joni’s tank amper gezakt is, ook Roos heeft duidelijk nog meer jus in de benen dan ik. Ik. Kan. Niet. Meer. Weer is het zo klaar als een klontje dat ik niet achtergelaten word. Met 38 km zijn we aan de Vaartkom klaar om het centrum van Leuven in te lopen. Een wandelpauze dringt zich hier weer op voor mij. Ikkannietmeer. Ik heb die ene vlakke meter in Leuven niet gevonden. Ook het bergopje naar de Bondgenotenlaan kan ik niet aan zonder te wandelen. Nog een observatie: als je wandelt, roepen mensen je dingen toe als dat je moet doorbijten of op je tanden moet bijten. Doorzetten dus. Ongetwijfeld aanmoedigend bedoeld. De waarheid is dat tot op dit punt van de marathon geraken aan eender welk tempo, lopend of wandelend, altijd een grote mate van doorbijting vereist. Wandelen is hier net zo goed je tanden keihard stuk bijten om die stijve benen een beetje in beweging te krijgen.

De passage aan het station is er weer eentje om blij van te worden dankzij de aanwezige supporters. De klok zegt 40 kilometer. We moeten het moment echt wel pakken. Dit Is De Marathon! Hier doe je het voor, hoe vreemd dat ook klinkt, hier moet je van genieten. De strijd is bijna gestreden. Op het Ladeuzeplein maken we voor de laatste keer een gek bochtje om dan via de Blijde Inkomststraat onze uittrede te doen. Mijn masker van in het begin ligt nog in de bocht. De laatste rechte lijn is laaaaang en loopt – oh verrassing – nog een beetje omhoog. We kijken elkaar een paar keer aan, roepen iets, proberen iets te zeggen. Er gaat heel veel door mij heen. De opluchting dat dit erop zit, is heel groot. De finishboog lonkt. Ik zie ontvangstcomité Hans al klaar staan. We stuiven met z’n drieën over de mat. Einde. 3 uur 32 minuten is het verdicht, veel trager dan verwacht en moeizamer dan gehoopt. Het is wat het is. De blijdschap primeert. Marathon 21 is binnen en we hebben met z’n vieren heel wat om over na te praten. Zeker ook dat Hans erin slaagde om zijn PR te evenaren met 3u21.

De conclusie
Complimenten voor de organisatie, die was ronduit uitmuntend. Ook de schaal van het evenement beviel mij. Genoeg lopers om omringd te zijn, niet te veel om omver gelopen te worden door de massa. Het is een marathon die ik zou aanraden voor iedereen die een waardig alternatief zoekt voor de grotere en bekende stadsmarathons. Je hebt enerzijds de verbinding met de stad en heel veel enthousiaste supporters, anderzijds een groene lus die snelheid kost, maar wel unieker is dan de klassieke bedrijvenzone waar je doorgaans doorgestuurd wordt. Je loopt heel wat stukken in en rond de stad dubbel. Nadeel is dat zware of saaie straten nog eens terugkomen, het voordeel dat je geweldige passages kan herbeleven. Ook voor supporters is dit daarom een marathon die veel te bieden heeft. Als geboren en getogen Leuvenaar is het uiteraard onmogelijk om deze marathon objectief te beoordelen (alsof ik dat ooit pretendeer). Niet iedereen zal immers zo lyrisch zijn over de Vaart.

De Leuven Marathon was me er eentje. Intens van begin tot einde. Sport is emotie, dat bewees deze marathon eens te meer. Het is achteraf makkelijk om kritisch te zijn over je gekoesterde ambitie. Ik wist dat ik een gokje waagde door aan een stevig tempo te vertrekken. Dat ik echter zo’n optater zou krijgen, had ik niet zien aankomen. Ik kon in mijn taperperiode genieten van 2 ontspannende vakantieweken. Aan mijn laatste trainingsloopjes hield ik een goed gevoel over. Redenen genoeg om erin te geloven. Ik denk dat ik ten onder ben gegaan aan heel veel kleine dingetjes die samen een waterval aan problemen hebben veroorzaakt, een situatie die onomkeerbaar was. Het is een uitdaging om deze marathon helemaal los te laten. Ik werd heen en weer geslingerd tussen gevoelens van falen & afgaan aan de ene kant en intense vreugde aan de andere kant. De berusting ligt erin om dit avontuur te koesteren in heel die kermis aan emoties.

Leuven Marathon 2026, photo by Tomas Sisk / Golazo

Wat me ook enorm geholpen heeft, is de steun van mijn lieve collega’s van Team Koraal. Zij wisten dat ik sportief ben en veel loop, maar niet dat marathons daar ook onder vallen. Diep onder de indruk waren ze van het feit dat ik überhaupt een marathon gelopen had (en het bleek dan niet eens de eerste te zijn). Het is met het schaamrood op de wangen dat je dan toegeeft dat je op een betere tijd had gehoopt. Ook dat blijft heel dubbel. Elke loper heeft het recht om eigen standaarden te hanteren van wat je een goed of tegenvallend resultaat vindt. Je moet die echter ook kunnen projecteren op het totaal van (marathon)lopers. Ik ben me er dus van bewust dat het nog steeds heel straf is om met een (voor mij) ongeziene instorting 3u32 te lopen. Bovendien ben ik alsnog 31e vrouw. Ik ben de afgelopen week meermaals uit onverwachte hoek aangesproken op mijn prestatie. Daardoor ging ik nog maar eens beseffen wat je als loper teweeg kan brengen. Heel wat, zo blijkt.

Nog enkele weetjes

  • Er startten ongeveer 3000 lopers op de marathon, 9000 op de halve afstand en 5500 op de 10 km. Leuvenaars Hanna Vandenbussche en Pieter De Wortelaer waren nummer 1 op de langste afstand.
  • Complimenten voor de fotografen van Sportograf. Ik koop hun foto’s zelden, maar het waren er zoveel dat ze een getrouwe beeldreportage vormen van mijn race mét het afzien in al z’n facetten. Er was duidelijk oog om de omgeving in beeld te brengen. Een foto met decor: daar hou ik van.
  • Al die foto’s verzamelen, selecteren en verwerken in deze tekst was een werk van lange adem. Ik schrijf liever. Ik zeg het eerlijk: de chronologie van de afbeeldingen klopt niet helemaal. Op een bepaald moment moet je loslaten.
  • Dankzij mijn wandelpauzes aan de bevoorrading kon ik nooit eerder zoveel water drinken tijdens een marathon. Het was welgekomen. Ik werkte uiteindelijk 4 sportgels weg. Dik tegen mijn zin.
  • Joni, Hans en ik kregen met de medaille rond onze nek een microfoon onder onze neus geduwd om – bij wijze van promotie – in het Engels te vertellen wat de Leuven Marathon zo bijzonder maakt. Ook in het Engels beschik ik over superlatieven.
  • Nadien spraken studenten van de UGent ons aan of we enkele vragen wilden beantwoorden over onze deelname. Ze waren vooral geïnteresseerd of we het inschrijvingsgeld te hoog vonden. Nee, was ons antwoord.
  • Hans zei dat hij Simon 2x zag in en na het bos. Die kon hem vertellen wat de afstand tussen ons was. Dat is gek, zei ik, ik zag Stijn 2x en heb Simon dus gemist. De broers Van Roy lijken op elkaar. Na een paar uur beseften we dat Hans Stijn voor Simon had gezien. Simon was namelijk in Spanje.
  • Zeg je Boelenberg of Keizersberg? Ik heb hem altijd gekend als Boelenberg, maar besefte op latere leeftijd dat enkel Leuvenaars de Keizersberg zo noemen.
  • Het Mariabeeld op de Abdij Keizersberg doet me altijd denken aan een weetje dat mama op school leerde. Op het hoofd van Maria zou een tafel voor 6 personen kunnen staan. Zo groot is dat hoofd dus, al denk ik niet dat het ooit in de praktijk getest is.
  • Ik koos voor een wit shirt omdat me dat herkenbaar leek voor de supporters. Nu ik de foto’s nadien zie, vind ik wel dat mijn kop er daardoor nog roder uitziet. Maar ja, een marathon is geen modeshow.
  • Na de bloedende tepels van Hans vorig jaar en mijn schuurwonden op de buik, kwamen we er dit jaar zonder bloedvergieten van af. Met dank ook aan de wonderstick van Roos die ik voor de start mocht gebruiken.
  • Leah en Emil maken traditiegetrouw een supportersvlag onder toeziend oog van Marike. Voor Emil was het heel duidelijk welke boodschap hij aan zijn Meetje (= Roos) wilde meegeven. Hij is trouwens pas jarig in februari.
  • In de namiddag gingen we supporteren in de Parkstraat en aan het station voor de halve marathonlopers. Marike evenaarde haar topprestatie van vorig jaar met 1u39, Sintija liep een PR met 1u48, Sam ging als een raket in een tijd die de waanzin voorbij is en papa liet een mooie 2u12 optekenen.
  • Ik liep deze marathon op 19 april met nummer 1943. Daags nadien zag ik in Zoutleeuw als bij toeval (dat dus niet bestaat) een informatief bord over wat er gebeurde met het XXste konvooi op 19 april 1943. Een verhaal van hoop en moed ingebed in een gitzwarte tijd.
  • Er is nog iets historisch met de datum. Op 19 april 1967 liep Katrin Switzer als eerste vrouw officieel de marathon. Bobbi Gibb had dat een jaar eerder undercover gedaan. Hoe absurd is het dat vrouwen 60 jaar geleden niet aan de marathon mochten deelnemen?

Het moment – Het marathonbeest van Leuven (maar de zon scheen)

The Chain: ik was vastberaden om met Joni en Hans over die finishlijn te lopen en liefst van al een beetje snel ook. De Leuven Marathon bewees dat een marathon zich niet laat vastleggen in plannen en scenario’s. Dat ambitie mooi is, maar de realiteit soms harder. Na 3 uur en 32 minuten liep ik uiteindelijk met Joni en Roos hand in hand onder de finishboog. Uitzinnig van blijdschap dat de verlossing nabij was. Ik ben nooit eerder zo diep moeten gaan om de eindmeet te halen. Ik heb na 30 km op een dixi gezeten. Ik heb gewandeld in bevoorradingsposten en op het einde ook als het bergop ging. Ik was op. Totaal kapot. Nooit eerder was ik zo stijf. Mijn 21e marathon was zonder meer de zwaarste die ik gelopen heb. Leuven bleek een monster van een marathon te zijn.

Bellezza e bruttezza is de naam van een lopende expo in Bozar die wij vorige week bezochten. De renaissancekunstenaar had zowel een obsessie met schoonheid als met lelijkheid. Schilders portretteerden geïdealiseerde vrouwen en maakten beeltenissen van al wat of wie lelijk was. De Leuven Marathon toonde ook die twee gezichten. Na 19 april 2026 weet ik hoe beestachtig verschrikkelijk 42,195 km lopen kan zijn, maar ook hoe lief en schitterend Leuven is. Ik hinkel nu tussen die twee gedachten. Ik moet bekomen van wat mij overkomen is – ik zei meermaals: ik heb dit nog nooit meegemaakt! – en ik ben ook heel blij met wat Leuven mij gebracht heeft.

Ik dacht eerst: over deze marathon zal ik héél snel uitgepraat en -geschreven zijn. Ik kwam, zag en liep me kapot in Heverleebos. Of was het al in Leuven zelf? Of werd ik gewoon koud gepakt door de marathon zoals iedereen dat wel eens meemaakt? Juist die ongeziene instorting verdient ook een verhaal. Er valt net heel veel te vertellen over hoe het gaat als het helemaal niet goed gaat. Mijn blog is het leven zoals het is. Verwacht je aan een uitgebreid verslag. Zoals steeds in geuren en kleuren.

En Hans? Die kende een moeizame start en kwam helemaal onder stoom in Heverleebos. Je bent een trailloper of niet. Hij maakte de comeback van het jaar: na 25 km kreeg ik mijn voeten amper nog voor elkaar en pikte hij zijn wagentje vrolijk weer aan. Ik kon hem gelukkig overtuigen om door te lopen op jacht naar dat PR. Hij finishte in een heel straffe 3 uur en 21 minuten.

Dank je wel, Leuven! Je was zo ontzettend lief voor mij! Dank je wel aan alle bekende gezichten die mij langs de kant aanvuurden. Evenzeer bedankt voor alle onbekenden die mij vooruit schreeuwden dat ik zo goed bezig was (terwijl mijn gevoel iets heel anders zei). Bedankt aan mijn vriendjes en familie ter plaatse voor de onvoorwaardelijke steun, in goede en in zware tijden. Mijn eeuwige dank aan Roos (we zijn geëindigd zoals we begonnen zijn), Joni (sorry voor alle sorry’s) en Hans (de knapste en liefste loopraket).

Marathonpraat – Morgen M-Day!

Of beter gezegd: LM-Day, want wij lopen de Leuven Marathon. Joehoe! Geen EK van Brussel naar Leuven zoals vorig jaar, wel één groot loopfeest in en rond het Troy van Vlaams-Brabant. Het parcours heeft wat nieuws in petto, maar belooft ook een herbeleving van hoogtepunten van vorig jaar. En die hoogte is ook letterlijk te nemen. Thinking of a place: vorige week volgden we de marathons van Rotterdam en Parijs op de voet. Over sfeer gesproken! Ik neem jullie graag voorbeschouwend aan de hand voor een wandeling doorheen verwachtingen, ambities en praktische zaken. Omdat we deze week ondergedompeld waren in de Classics 1000 van Radio 1 (en omdat ik wil bewijzen dat ik creatiever ben dan ChatGPT), vind je hier ook de songs die de top 20 vormen. Over een paar uur weten we wie op nummer 1 eindigt. Vingers kruisen voor Kate Bush. Veel lees- en luisterplezier!

De drie lussen (en de drie zussen)
De marathonlopers vertrekken samen met de deelnemers van de 10k. Het eerste kwart speelt zich namelijk af binnen de stadsring, een heruitgave van de laatste 10 km van vorig jaar. Dat betekent ook dat we na 3 km één van de meest Wuthering Heights voorgeschoteld krijgen: de beklimming van de Boelenberg, officieel de Keizersberg. Na een kronkel langs de Vaart en passage langs de finishzone lopen we naar A Forest genaamd Heverleebos. Jawel, check voor de groene lus! Na weer een doorkomst in de stad is het tijd voor lus 3: redelijk recht op recht langs de Vaart. Misschien zie ik daar wel Les yeux de ma mère. De finale wordt één laatste knotsgekke Bohemian Rhapsody over de Bondgenotenlaan en het Ladeuzeplein om te finishen aan de Parkpoort. Daar zullen de drie zussen aankomen: Roos en ik op de hele en Marike op de halve marathon.

De haas met het plan
Mijn doel is relatief eenvoudig: ik wil graag beter doen dan de 3u15 van vorig jaar. Ik vertrok toen aan de snelle kant, maar na enkele Brusselse tunnels, een langgerekte klim in Woluwe en een kuitenbijter in Leefdaal werd het eventjes Black. Joni was pacer voor Jan. Wish You Were Here! dacht ik toen het duo mij voorbij snelde aan IMEC. Awel, dit jaar zal hij bij mij (ons) zijn! Joni is haas van dienst. Aan een tempo van 4’30” zal hij mij hopelijk in een Stairway to Heaven naar de finish loodsen. Mij? Ons? Ja, want Hans die zal vrolijk zijn wagonnetje aanhaken. The Chain, dat zullen wij zijn. Verenigde krachten aan elkaar geschakeld mét een plan én een doel.

De sterren van de halve marathon
People have the power! en daarom gaan wij in de namiddag supporteren voor de Heroes op de halve marathon. Geen Martha, wel Marike die met Odeyn op haar borstnummer zal pronken. En of ze in vorm is! Vorig jaar stoof ze naar 1u39, met intervals in haar trainingen en een wat duidelijker omlijnd raceplan is ze er (niet zo stiekem) op gebrand om beter te doen. Papa tekent ook present. Ik ben er eigenlijk tegen om leeftijden te vermelden, maar ik ga het toch doen: hij is 66 en ijzersterk. Mijn peter Marc sluit de familiale kring. Zijn trainingsgebied bevat heel wat D+, Leuven zou hem daarom wel eens heel goed kunnen liggen. Tot slot is er ook onze Sam. Hij liep vorige maand als pacer de marathon van Barcelona en kijkt uit naar de marathon van Riga met Sintija. In Leuven neemt hij de halve afstand voor zijn rekening. Benieuwd wat hij daar uit zijn superbenen kan schudden.

De verwachting en de ambitie
Imagine. Alles verloopt volgens plan. Feeling Good van begin tot einde. Shine on you crazy diamond met die medaille rond mijn nek. De ambitie om een goede prestatie neer te zetten is er zeker. Onmogelijk is het niet om beter te doen dan vorig jaar, mogelijk lukt dat ook niet. Ik zal en mag dan een beetje teleurgesteld zijn. Maar niet voor te lang. We gaan dan niet Back to Black. Van Sintija leerde ik een Lets gezegde: wie niet waagt, drinkt geen chamapgne. Voilà. Ik heb best wel gevloekt en gezucht tijdens mijn voorbereidingen. Verdorie seg, waarom beschik ik niet meer over superkrachten? Ik ben ook eens zo dankbaar voor wat ik wel nog allemaal kan en doe. Bovendien is het heel bijzonder om dit met Hans te kunnen delen. Ik zie Both sides now. Het is heerlijk om plannen te maken en ambitieus te durven zijn, maar ik heb eigenlijk niks meer te bewijzen. Niet meer aan mezelf en al helemaal niet aan iedereen die mij volgt en aanmoedigt. Ik loop omdat ik dat graag doe.

De marathon van Hans (hij valt sowieso nadien Into My Arms en hoewel hij ooit dacht dat de marathon Once in a lifetime was, staat hij nu aan de start voor nummer 4. Het woord is aan hem.)

De marathon en ik. Zal het ooit iets worden tussen ons?

In een ver verleden heb ik ooit de stratenlopen afgezworen en liet ik snelheid voor wat het was, want die heb je toch niet echt nodig op de trails. En nu kan ik zowaar genieten van intervaltrainingen op de piste. Mijn vierde marathon wordt het alweer in iets meer dan tien jaar. Waarvan drie dus in de voorbije twee jaar.

Als ik iets geleerd heb door het lopen van die marathons, dan is het om vertrouwen te hebben in mijn lichaam. Om een of andere reden ben ik altijd bang dat mijn lichaam het ergens onderweg gaat opgeven tijdens die immense inspanning die een marathon is, want vergis je niet, het is niet omdat je ultratrails loopt dat de marathon plots een “eitje” wordt. Maar wat blijkt, dat “opgeven”, helemaal door het ijs zakken, gebeurt eigenlijk nooit echt. Natuurlijk wordt het vanaf een bepaald moment lastig, soms zelfs – zoals in Milaan – al vanaf de eerste kilometer. Maar toch blijf je ergens energie en motivatie vinden om de ene voet voor de andere te blijven zetten tot aan de finishlijn.

Wat ik verwacht van deze marathon: ik ga mijn lichaam nu eens al het krediet en vertrouwen geven dat het verdient. Ik ga in het zog van Joni en Joke (Jonike?) mijn spreekwoordelijk paard de sporen geven. Ik ga genieten van het parcours, van het publiek, van de sfeer, van het gevoel het asfalt onder mijn voeten weg te tikken. Het wordt met andere woorden een memorabele dag waarop we weer fantastische verhalen en herinneringen gaan maken.

Mensen, ik heb er écht zin in!
Gelukkig moest ik hier geen This is the end doorheen fietsen, want het einde is nog lang niet nabij.
Met dank aan Amy Winehouse, Arno, David Bowie, Fleetwood Mac, John Lennon, Joni Mitchell, Kate Bush, Led Zeppelin, Nick Cave, Nina Simone, Patti Smith, Pearl Jam, Pink Floyd, Sinead O’Connor, Queen, Talking Heads, The Cure, The War On Drugs en Tom Waits voor de muzikale omlijsting!
Morgen zal het wellicht met wat meer beat en kabaal zijn.

Het moment – De perfecte marathon

Ik liep al 20 marathons en ondertussen durf ik daar schaamteloos trots op te zijn. Rotterdam en Parijs vormen vandaag het decor van twee iconen aan de marathonhorizon. Ik liep ze elk 3x. Parijs is ongetwijfeld de mooiste stadsmarathon. Je start op la plus belle avenue du monde, want chauvinistisch als de Fransen zijn schuwen ze de grote woorden niet, om dan 10 bijzondere stadskilometers te lopen tot aan het Château de Vincennes. Dan volgen heel mooie stukken langs de Seine met zicht op de Notre-Dame en de Eiffeltoren om via het Bois de Boulogne te finishen met zicht op de Arc. Het is een marathon die erin slaagt om maximaal voeling te houden met de stad. Geen omleidingen langs saaie bedrijventerreinen of identiteitsloze waterlopen. Rotterdam daarentegen herbergt objectief gezien veel meer saaie kilometers, maar toch ben ik het er helemaal mee eens dat het De Mooiste is. De sfeer is werkelijk ongezien. Het is een magische marathon die nog heel lang nazindert. De marathon van Parijs zal ik waarschijnlijk niet meer lopen omdat die te groot en duur geworden is. Voor Rotterdam wil ik dit najaar mijn kans in de loterij nog eens wagen.

Deze zondag is dus een marathonfeestdag, ook al moet ik zelf nog een weekje wachten voor ik aan de bak mag in Leuven. Ik vraag me af waar ik mijn perfecte marathon liep. Als ik door mijn mentale marathonarchief grasduin, vind ik het antwoord zeker niet in Parijs. Hoe onvergetelijk de ervaring daar telkens was, ik zag er ook altijd heel zwaar af. Als het niet door de warmte kwam, dan wel door de tunnels of de oplopende stukken. Ik leek me er altijd aan iets te mispakken. Nochtans liep ik er 2x een felbevochten PR. De Paris Marathon verkocht zijn vel altijd heel duur, waardoor ik met een zweem van ontgoocheling achterbleef. In 2019 liep ik er mijn 10e marathon die mij veel voldoening bracht, maar ik hield er ook een trombose en longembolie aan over. Perfect kan je dat niet noemen.

Wanneer is een marathon perfect? Veel lopers zullen antwoorden: als alles volgens plan verloopt. Ik zou een stapje verder willen gaan: als de marathon je plan overstijgt. Als lopen het enige is wat telt en dat grote plan naar de achtergrond verdwijnt. In oktober 2016 liep ik de marathon in Brussel. Het parcours was zwaar – op z’n Brussels – met 377 hoogtemeters. Ik liep alleen, had krampen in mijn buik en ik was helemaal niet tevreden met de schoenen van Saucony waar ik toen mee liep. En toch kon ik gewoon gedachteloos blijven lopen. De marathonwetten hadden die dag geen vat op mij. De pijn die ik voelde kon mij niet raken. Ik vloog zo bij mijn 4e marathon naar 3u22. Zowaar 5 minuten sneller dan mijn, zogenaamde “eens en nooit meer”, sub 3u30 die ik dat voorjaar liep in Rotterdam samen met papa. Die marathon van Brussel in 2016, die ik verder niet documenteerde, is heel lang overeind blijven staan als mijn strafste prestatie.

Een andere imperfecte perfecte marathon was die van Rotterdam in oktober 2021, de post-corona editie zeg maar. Ik verlegde daar mijn grenzen en deed wat ik jarenlang voor onmogelijk had gehouden: onder de 3u20 duiken. En hoe! Er was niet echt een plan, want het stond in de sterren geschreven dat ik zou knallen. Ik ging uiteraard te voortvarend van start. Juist omdat ik helemaal niet bezig was met wat nog komen zou, liep ik zo lekker. Onbezonnen stortte ik me in het avontuur. Ik kende een stevig verval de laatste kilometers, maar ook dat kon de dikke vette glimlach van mijn gezicht niet doen verdwijnen. Ik finishte in 3u07. Dat ik tijd verloren had door die snelle start kon me echt niet schelen. Het was een race die ik planloos liep, niet zonder slag of stoot, maar net daarom was het een grote liefdesverklaring aan de marathon.

In april 2023 stond ik in Rotterdam aan de start met een heel duidelijk plan: onder de 3 uur lopen. Na 2 km wist ik dat het binnen was. Hoe arrogant om dat te kunnen denken, maar ik voelde het gewoon: dit werd mijn dag en elke kilometer bevestigde dat. Ik liep volgens plan de eerste helft wat sneller dan de tweede. De laatste kilometers kreeg ik schrik om te vallen, want alleen pech kon mijn plan dwarsbomen. Ik liep gecontroleerd uit en, braaf volgens plan, rijfde ik mijn sub3 binnen. De perfecte race? Ik zat niet lekker in mijn vel en was doodongelukkig toen ik nadien thuis was. Die 2u58 stond achter mijn naam, de klus was geklaard en daarmee was de kous af. Ik deed simpelweg waar ik voor getraind had, maar het gevoel was er niet.

De marathon waar alles voor mij samenviel, dat was natuurlijk mijn triomf van Antwerpen in oktober 2023. Die prestatie belichaamt de marathonperfectie. Ik had geen plan of geen doel. Ah nee, want mijn sub3 was binnen, dus er moest helemaal niks. Natuurlijk wist ik wel dat ik vrijwel moeiteloos mijn tempo’s liep en dat nóg een sub3 een reële mogelijkheid was. Ik liep daar de marathon van mijn leven. Tot over mijn oren verliefd trouwens (en nog steeds). De pijn leek niet door te dringen. Ik was niet bezig met tijd en tempo, keek amper op de klok. Geen reken- en denkwerk met kilometers en seconden. Alleen maar die voeten die over het asfalt tikten. Ik liep en liep en liep en ik bleef dat doen tot die laatste lijn naar de finish. De perfectie: dat je alleen de vreugde voelt dat je aan het lopen bent. Makkelijk gezegd als het een marathon is waar je én op het podium staat én je snelste tijd loopt, maar het zal toch voor altijd dat ultieme onbezonnen gevoel zijn dat ik koester.

Ik wens alle lopers en hun supporters in Rotterdam en Parijs een onvergetelijke ervaring! Dat iedereen de marathon mag lopen die perfect is naar de eigen wensen. En als het niet zo is: wees dan onnoemelijk fier op wat je vandaag getoond hebt. Wij duimen alvast voor de broers Van Roy in Parijs!

Het moment – Een jubileumfeest met bijhorende tradities in Den Haag

10 jaar geleden was ik 30 en Roos 23. We waren serieus gebeten door de loopsport, in volle voorbereiding voor de Rotterdam Marathon, mijn 3e en Roos’ 2e marathon. Het eerste weekend van maart reden we voor het eerst naar Den Haag. De TomTom hing met een zuignap aan het autoraam, zo ging dat in die tijd. Naar Den Haag rijden was niet minder dan een missie. Zouden we zonder onder de tram te belanden veilig en wel aankomen bij onze neef Maarten? Het antwoord was gelukkig en volmondig “ja”. Onze schattige neefjes Senne en Lev van 7 en 5 deden de deur open en keken wat verschrikt naar de nichtjes van papa. We kwamen namelijk een nachtje logeren om op zondag 6 maart 2016 voor het eerst deel te nemen aan de CPC Loop, dé halve marathon van Nederland. Een nieuwe familietraditie was geboren.

De CPC bracht ons veel verhalen van de strafste soort. We liepen er meermaals PR’s en ook wel eens onszelf in de vernieling. De wedstrijd werd eens afgelast door de wind en was het laatste massa-evenement 4 dagen voor België in lockdown ging in 2020. Bij de comeback in het najaar van 2022 was Sam van de partij en zat Roos in Berlijn voor de skeelermarathon. Ook maatje Pieter trok eens ten strijde door de city-pier-city. We trotseerden er vaak herfstig regenweer, soms een stralende zon, maar vooral veel wind. Het Malieveld werd een grasveld met mythische proporties. Ik was zelfs zo gek om de CPC 2x in de zomer te lopen, op eigen houtje dus, toen ik op vakantie was in Den Haag en ik mijn parcourskennis wilde testen. Het gekke was dat het CPC-gevoel mij zelfs op het voetpad bekroop.

De neefjes zijn inmiddels tieners. Maarten en Irene wonen niet meer in het huis met de magnolia. Roos heeft een baby die bijna één jaar is. En ik vond Hans. De liefde voor de CPC bleef al die tijd overeind. Het is dan ook een ijzersterke formule: een halve marathon met stads- en zeezicht, een ongelooflijke organisatie en dat alles binnen een warm familiaal kader. We waren er daarom als de kippen bij om ons in te schrijven voor de 50e jubileumeditie. Geen digitale wachtrij is te lang als je de CPC wil lopen. Zaterdagochtend 14 maart stapten we meer dan goedgeluimd in de auto. Geen GPS meer aan het raam, ik laat me rijden tegenwoordig. Een vaste waarde is daarentegen dat het wisselvallige weer zich niet laat voorspellen. We vertrokken met gietende regen in Tienen, maar gaandeweg trok het wolkendek open en werd het zonniger hoe dichter we onze bestemming naderden.

Den Haag binnenrijden is altijd een beetje thuiskomen. De neefjes schrikken inmiddels niet meer als ze ons zien, maar zijn blij met de grote doos Belgische koffiekoeken. Hans en ik trokken de stad in via onze vaste fietsroute, gewoontediertjes als we zijn. Maart toonde zich inmiddels van zijn grilligste aard door zo nu en dan geheel onverwacht een pittig buitje uit de wolken te schudden. Er hingen dus grijze wolken boven het Malieveld waar we ons nummer gingen ophalen. De eventsite (zoals dat zo mooi heet) was wat anders ingericht met een entree (Nederlanders houden van Franse woorden) langs de zijkant. Daarna konden we het niet laten om nog wat boeken te gaan shoppen bij De Vries Van Stockum en er volgde een uitgebreide kijksessie op de mode afdeling van De Bijenkorf. De avond voor onze race was een borrel niet aan de orde, maar koffie met taart ging er wel in bij Café Emma. We schoven nadien onze voetjes onder tafel ten huize Maarten, de meest onveranderde factor in heel dit verhaal over tradities en gewoontes. Chaos en gezelligheid troef.

Sinds vorig jaar start de halve marathon niet in de late namiddag, maar om 11u30: het ideale uur als je in Den Haag logeert en je niet voor dag en dauw je bed uit wil. Om 10 uur vertrekken we met de fiets richting Malieveld. Er is regen voorspeld, maar die heeft zich vermomd als een stralende zon. Het blijkt het ideale loopweer te zijn met een bescheiden 10 graden, een zonnetje en relatief weinig wind. De meeuwen juichen ons vrolijk tegemoet. Op het Malieveld is het heerlijk druk. De kinderlopen zijn net achter de rug, de 5 km wedstrijd staat op het punt te vertrekken. We droppen onze spullen in de locker (vooral mijn spullen eigenlijk) en gaan richting startvak 1. Geen inhaalrace voor Hans dit jaar! We zijn allebei voorzichtig om onze ambities uit te spreken, aangezien het al bijna een jaar geleden is dat we nog een race op straat liepen. Er is altijd dat dubbele gevoel van enerzijds willen genieten van wat lopen is en anderzijds ook het volle pond te willen geven om te kijken waar je staat.

Even een promopraatje. De halve marathon is een prachtige afstand! Toegankelijk, maar niet alledaags. Haalbaar, maar niet vanzelfsprekend. Je hoeft geen gekke dingen met voeding en drinken te doen, zowel voor als tijdens de race. Je kan diep in het krachtenarsenaal tasten zonder dat je dat meteen heel zwaar bekoopt. Een dodelijke, maar verleidelijke cocktail van afstand en snelheid. Het parcours van de CPC zou ik als mijn broekzak moeten kennen, al kan ik me verschuilen achter het excuus dat er de laatste jaren wel wat wijzigingen zijn doorgevoerd. CPC staat voor city pier city, omdat je van de binnenstad over de boulevard richting de pier van Scheveningen loopt en dan terug de stad in. Starten gebeurt ook dit jaar – traditiegetrouw – op de Koningskade. De zon doet de oranje banners eens zo hard oplichten. Ik voel mijn 9e CPC-start kriebelen tot in mijn kleine teen. Er zijn dit jaar een pak meer deelnemers (de wedstrijd was alsnog na een paar uur uitverkocht). Daardoor is de startprocedure aangepast volgens het flessenhals-principe. Het zal absoluut de juiste keuze blijken te zijn om loopplezier en -comfort te garanderen. Wat ook nieuw is: we slaan snel linksaf waardoor de eerste 2 kilometer “nieuw” zijn. Ik leer ook echt een nieuw stukje Den Haag kennen, want vergis je niet: ik ken daar heus niet elke straatsteen.

Na 10 jaar ben ik tot de conclusie gekomen dat de CPC zich laat indelen in 4 blokken. Het eerste blok: de start van km 1 tot 7. Sfeer troef! Dikke rijen mensen juichen je toe die eerste kilometer. Je lijkt te joggen, maar in wezen vlieg je. Lopen gaat als vanzelf. Je gaat door relatief bekende straten, een groot feest van herkenning. Een moment van stilstaan en kort rouwen om de plaats des onheils waar ik in 2018 na 3 km stilstond met een enkelblessure. Het is dan verder lopen, een heel goed gevoel tanken en zoeken naar wat een comfortabel tempo is zonder door te duwen. Uit de praktijk blijkt echter dat ik pas na dit eerste blok weet of ik niet té voortvarend ben gestart. Het begin van de CPC, dat is eigenlijk altijd goed. Zo ook nu. Ik weet dat Hans wat sterker en sneller is, dus ik zie zijn blauwe Hoka-petje meter per meter afstand nemen. Zelfs als hij na 6 kilometer al een aardige voorsprong bij elkaar heeft gelopen, blijf ik om de zoveel tijd zoeken naar dat blauwe petje dat op en neer beweegt. Natuurlijk heb ik wel een richttempo voor vandaag. Op basis van mijn pistetrainingen denk ik gemiddeld onder de 4’30” per kilometer te kunnen blijven. Het eerste deel lijkt dat te bevestigen. Ik loop steady tussen de 4’20” en 4’25”. Het geeft de burger moed.

Kilometer 8 tot en met 14 noem ik het “uur” van de waarheid. Je bent in een wat saaier stuk van de stad (nooit iets slechts over Den Haag!). De benenwagen begint de inspanning te voelen. 38 hoogtemeters op 21,1 km lijkt verwaarloosbaar, maar ze bevinden zich bijna allemaal in dit deel van het parcours. En ja, dan voel je dat dus wel. Je loopt ook richting de zee, maar het duurt altijd langer dan je denkt vooraleer je daar bent. Zee betekent ook dat de wind plots kan oplaaien uit een richting die nooit echt gunstig lijkt te zijn. In deze fase bepaal je of je chill zal drijven, gezapig zal dobberen of genadeloos zal verdrinken. 10 jaar CPC ervaring leert mij dat ik hier vooral het hoofd fris moet houden. Ik mag niet gaan doorduwen als ik voel dat het zwaarder wordt, ik moet blijven zoeken om mijn tempo te kunnen consolideren en de Cielo’s hun werk laten doen. Waar ik hier vorig jaar tijd begon in te leveren, wat aanvoelde als een slag van de molen, blijf ik dit jaar dapper overeind. Zelfs op de wat zwaardere stukken blijf ik netjes onder mijn beoogde tijd. De metronoom is back in business. Op mijn eigen manier vlieg ik tussen de meeuwen door naar de zee.

Tijd voor het pronkstuk: van kilometer 15 tot 17 loop je dus langs de zee, niet over het strand, wel langs de boulevard (den dijk zoals wij in België zeggen). Een verraderlijk stukje waarbij de kunst is om te genieten van het feit dat je loopt met zeezicht, zonder je blind te staren op de kilometertijden die onvermijdelijk wat trager zijn. Het loopt namelijk wat omhoog en de ondergrond is oneffen. We hebben geluk! De wind staat hier in de rug. Ik blijf dus lopen! Ik ben zo enthousiast dat ik niet anders kan dan een sportgel aannemen van de enthousiaste meiden van Upfront. Het blijkt er één met appelsmaak te zijn, dat is het proberen waard. Le nouveau Joke est arrivée en duwt met een paar slokken die gel naar binnen. Waarom ik dat misschien niet beter had gedaan? We zijn net een bevoorradingspost met water gepasseerd en dit is wel degelijk een gel van de plakkerige soort die water nodig heeft.

Als je dan na 17 kilometer uiteindelijk rechts afdraait, richting de stad is de grande finale ingezet. Die loopt eerst lichtjes bergaf en gaat dan via wat keren in een redelijk rechte lijn richting finish. De Badhuisweg is een finale-waardige laan. Het is hier nog 4 kilometer letterlijk alles geven zonder jezelf de pleuris in te lopen, maar wel hard genoeg om er letterlijk elke druppel zweet te kunnen uitpersen. Dat lukt nog steeds behoorlijk. Ik blijf heel nette kilometertijden lopen. De buit is nog niet binnen. Ik voel elke vezel in mijn lijf werken, maar ik ben blij dat ik elke vezel in mijn lijf aan het werk krijg. Met zicht op de iconische skyline van Den Haag is het aftellen tot je eindelijk linksaf mag slaan om te finishen. Het doet pijn, echt waar, maar ik geniet. Als er iets is wat ik heb geleerd van 11 jaar wedstrijd lopen, dan is het dat je dat moment van de finish altijd moet capteren. Het is niet en zal nooit vanzelfsprekend zijn om weer maar eens een halve marathon af te tikken.

Ik klaar de klus uiteindelijk in 1u33. Wat verder voor mij zie ik Hans in de finishzone. We zijn min of meer in elkaars buurt gebleven. Hans heeft afgeklokt op een knappe 1u32 en neemt dus een mooi PR mee naar huis. De zon schijnt nog steeds, we zijn weer samen. Tijd om na te praten en te recupereren. Het leven is goed! We nemen afscheid van ons Den Haag en natuurlijk onze familie, maar niet voor te lang. En of we wat hebben om op terug te blikken! Niets dan lof in de eerste plaats voor de organisatie, die was feilloos te noemen. De drukte op het parcours was perfect gedoseerd. Ik liep nooit echt alleen, maar ook niet in een hinderlijke massa. Ook na de finish was de doorstroom en drukte behoorlijk ideaal te noemen. Duimpjes omhoog voor alle sympathieke vrijwilligers die dit loopfeest mogelijk maakten.

Na 9 CPC’s is het niet eenvoudig om een objectieve analyse te maken van mijn prestatie. De omstandigheden zijn altijd weer anders, net zoals de sportieve agenda. Er valt ook weinig peil te trekken op hoe mijn halve marathon zich verhoudt tot de marathon die erop volgt. Ik liep razendsnelle marathons zonder uitschieter op de halve. Dat je iets meet, betekent voor mij ook dat er nog heel veel is dat je niet weet. De cijfers zeggen dat ik al vaker sneller liep dan mijn 1u33, vorig jaar bijvoorbeeld. Ik heb aan de verleiding kunnen weerstaan om daarom te zitten kniezen omdat ik deze halve marathon zo constant heb kunnen lopen. Ik voelde me op geen enkel moment verzwakken en kon mijn goede start vasthouden tot aan de finish. Mijn traagste kilometer liep ik in 4’28”, mijn snelste in 4’21”. Ik ben trager dan vorig jaar, toen ik sneller vertrok, maar ook een groter verval liet optekenen. Met het oog op de marathon over 3,5 week denk ik dat sterk kunnen blijven belangrijker is dan een snelle start.

Toch even een kritische noot. De CPC werd voor het eerst gelopen in 1975, maar vrouwen mochten pas meedoen vanaf 1980. Over 5 jaar vieren we dus pas het echte jubileum. Hoe dan ook ben ik blij dat ik al 10 jaar CPC geschiedenis mocht meemaken. In 2022 speelde Sam een rol in de aftermovie van de CPC. Hij werd gevraagd om in het startvak naar zijn horloge te kijken. Een onvergetelijke acteerprestatie. Dramatiek en aftermovies zijn goede vriendjes, maar trop is echt te veel. De aftermovie van dit jaar is er zo over dat je denkt: dit is ironisch bedoeld. En toch klopt één citaat als een bus: it’s a memory we recreate each year. Deel van de traditie is het herbeleven van herinneringen en dat gaat dan van hoe we ons niet met de fiets konden oriënteren tot de magnolia die telkens weer in bloei staat begin maart. Volgend jaar wordt de CPC gelopen op 14 maart, de dag dat mijn opa 100 jaar geworden zou zijn. Het zal mijn 10e CPC zijn. Ik voel hier nu al geweldig veel symboliek ontstaan.

Loperspraat – Zigzaggend op weg naar de marathon

Mijn blog werd in 2018 geboren uit mijn liefde voor de marathon. Lang verhaal kort: ik liep in mei 2015 samen met Roos mijn eerste marathon, een jaar nadat we voor de eerste keer in ons leven 20 km liepen. Het ging hard, wij gingen hard, dat was in die periode van mijn leven de enige manier. Alles of niks. En de marathon dat was mijn alles. Als ik denk aan wat die marathon mij gebracht heeft, dan vind ik het nog steeds bijzonder dat ik voor mijn 29e niet wist dat ik ooit marathons zou lopen, dat ik überhaupt een loper zou worden. Ik ben inmiddels 40 jaar en we zijn 20 marathons verder. De laatste jaren maakte ik steeds vaker uitstapjes naar de nog langere afstand en het trailgebeuren. Daarom ging ik ook vaker stilstaan bij de vraag of ik nog wel écht een marathonloper ben. Ik wil marathons lopen omdat ik het graag doe en er zin in heb, niet omdat ik het gevoel heb dat het moet. Net om die reden gaf ik vorig jaar forfait voor de marathon in Keulen. Het was niet het moment en dan moet het niet koste wat het kost.

En toch schreef ik me op 1 oktober 2025 vol overtuiging in voor de marathon van Leuven die in april gelopen wordt. Ja! schreeuwde mijn lichaam op de vraag of ik nog steeds het DNA van een marathonloper bezat. Ik had gewoon meer tijd nodig om er weer helemaal te staan. Een paar maanden wat doellozer lopen, gaf ruimte om ook op werkgebied te zoeken naar een sportritme: een combinatie van woonwerkverkeer op de fiets met kwalitatieve looptijd en dus geen training in de agenda proppen “omdat het moet”. Ik liep in het najaar nog steeds vaak, maar snelheidswerk en langere afstanden maakten amper deel uit van mijn trainingen. Lopen was voortkabbelen.

Hans schreef zich ook in voor de marathon van Leuven. 1 januari was de officieuze start van onze marathontraining. We besloten het nieuwe jaar in schoonheid op gang te lopen in het park van Tervuren. Een paar dagen later viel er sneeuw. Ik ben fan van sneeuw, echt waar, maar een trainingsweek werd mij door de neus geboord. Op gladde en natte stoepen lopen of door een laag sneeuw banjeren dat is het lichaam in beweging houden. Een semi-valse start, toch een beetje balen. Ik ben de laatste jaren aan mijn capaciteiten als marathonloper gaan twijfelen. Dat het trager gaat, daar kan ik mee leven. Lastiger is de vaststelling dat mijn lichaam vaker tegensputtert (wat wellicht de reden is dat het trager gaat). Mijn maandelijks bezoek aan de kine bracht de nodige peptalk. Ze had nog steeds het volste vertrouwen in mijn kunnen. Ik ben nog sterk. Zowel mijn leeftijd als mijn pijntjes staan mij niet in de weg om ervoor te gaan. Wel moet ik wat doordachter trainen dan het oeverloze woekeren met krachten waar ik me vroeger aan kon bezondigen.

Daar begon dus de eerste evenwichtsoefening: in de trainingsarbeid vliegen met mildheid voor dat wat strammere lichaam. Ergens halverwege januari liep ik voor het eerst sinds lang weer op de piste in Tienen. Echt grijzedweilenweer was het. De banen waren bezaaid met plassen. Het ging zowel goed als niet goed. Ik had al lang geen echte snelheid meer gemaakt, dus dan doet het pijn om de machinerie op gang te trekken. Voldoening gaf het sowieso om überhaupt weer op die piste te lopen. Een paar dagen later liepen we ook weer eens een echte duurloop in weersomstandigheden die als lente aanvoelden. Dat ging boven verwachting goed, al hield ik er wel een pijnlijke rechterheup aan over.

Dat ik niet te zot moest doen, had ik wat naar de achtergrond verdrongen. Het ging behoorlijk hard in de tweede helft van januari. Ik had mijn pistetrainingen tot nu toe gelopen op mijn geliefde Mach X 2 van Hoka. Tot ik besefte dat ik mijn ultieme geheime wapen op het schap had staan: de Cielo X1! Het is met die carbonschoen (een snelle wedstrijdschoen) dat ik mijn laatste 2 marathons liep. De Cielo is een magische schoen die je werk uit handen, ik bedoel voeten, neemt. Juist omdat het luxe is om met zo’n schoen over de piste te kunnen vlammen, ben je dan geneigd om er heel zuinig mee te zijn. Terwijl het pas echt decadent is om die schoenen uit zuinigheid niet te willen gebruiken. Verder liepen de zondagse duurlopen boven verwachting goed. De pijn in mijn heup bleef me echter wel zorgen baren. Na het lopen was ik een stijve oude vrouw die amper recht kon. Tot zover de evenwichtsoefening.

Februari begon rustiger. We liepen wel tijdens ons weekend in Den Haag, maar niet lang en aan een lage intensiteit. Mijn heup was me daar dankbaar voor. Bij de kine werd ik nog eens flink behandeld. Het bleek vooral de spierengroep rond mijn heup te zijn die moeilijk deed, waardoor het heupvlies geïrriteerd was. Ik ging naar huis met een nieuwe reeks oefeningen. Het advies: niet te voortvarend in actie schieten om mijn lichaam nog wat meer (relatieve) rust te gunnen. Dat lukte behoorlijk. In de krokusvakantie had ik immers tijd om kwalitatieve trainingsmomenten in te plannen mét voldoende rust. Het ging niet altijd zonder slag of stoot, maar al bij al was het een productieve trainingsweek. Mijn heup lijkt weer helemaal oké te zijn. We begonnen de maand maart met een duurloop van 23 km waarvan de laatste 10 met een strakke tegenwind. Als dat lukt zonder heel diep te gaan, dan put je daar voorzichtig vertrouwen uit.

Ik heb een sweater met een kleurrijke illustratie van Klaartje Busselot. Het is een Queen of Balance: een vrouw die een glas iced matcha op haar hoofd laat balanceren. Het onderschrift luidt: Balance is a myth – keep life busy, keep life fun. Ik kan me daar wel in vinden. Mijn looptrainingen bestaan uit laagtes en hoogtes. Er zijn loopjes waarbij ik niet vooruit te branden ben, waarbij ik nadien zucht en denk dat het nooit meer in orde komt. Er zijn (wat sporadischer) ook momenten dat ik me sterker voel worden, weer helemaal back on track. Balans betekent voor mij niet het perfecte evenwicht vinden tussen wat wel en niet kan. Het is mezelf toestaan om te klagen en meer te willen, om ambitieus te mogen zijn. Balans is ook dankbaar en tevreden zijn met wat er nog wel is, met die kracht die me vooruit stuwt en loopplezier geeft. Het is een oefening op de balk, waarbij het ook goed is als je eens een salto maakt en plots op de grond staat.

Het moment – Feest in Den Haag

Februari is een feestmand. Hans mocht op 6 februari de aftrap geven met een kroon op zijn hoofd. Hip hip hoera voor Koning Hans! Laat vrijdag nu toevallig mijn favoriete dag zijn en een jarige op vrijdag, dat creëert mogelijkheden om op verplaatsing te vieren. Wij dus op naar Den Haag – want dichtbij en altijd goed. Voor de derde keer verbleven we er in de Van Swietenstraat aan het Koningsplein: sfeer en gezelligheid, het is Den Haag ten voeten uit. Na een vlotte autorit met onze vaste tussenstop kwamen we in de Haagse avondspits terecht. Indrukwekkend! Hoe dan ook, jarig zijn zonder een toertje te gaan lopen: dat kan echt niet. We trokken dus onze loopschoenen aan voor een rondje in de schemer richting Malieveld om alvast wat van de CPC te proeven.

De avond was nog jong en waar we al heel de week naar uitkeken, dat was borrelen bij café Emma op het Regentesseplein. Café Emma, mensen, ik zou een boek kunnen schrijven over welke gesprekken je daar oppikt omdat het publiek er zo divers is en luid genoeg spreekt om er je oor aan te hangen. Deze keer waren het een vriend en vriendin die lekker aan het kletsen waren. Zij: behoorlijk dominant in het gesprek. Hij: vond het allemaal wel prima. Ik onthoud de woorden ongekend en bloedirritant om toe te voegen aan mijn verzameling woorden die een (overdreven) sterk gevoel uitdrukken. Wij bestelden een biertje en ongekend lekkere vegan oesterzwambitterballen. In Nederland maken ze bitterballen en kroketten van werkelijk alles. Gelukkig voor ons ook in vegetarische variant. Het was een feestelijke avond en die avond was nog steeds jong toen we onze mezzeschotel mét extra falafel gingen afhalen bij Ali. In onze knusse studio dronken we champagne, klonken we op de jarige en het goede leven.

Jullie voelen al aan dat het een feestweekend was, want zaterdag begonnen we met een heerlijk ontbijt dankzij de onovertroffen bakkunsten van Pompernikkel (en ook wel een broodje van de Appie). Een goede bodem leggen is belangrijk voor wie een winkeldagje voor de boeg heeft. Onze eerste stop was de Piet Heinstraat, waardoor we allebei met het gelijknamige lied (zijn naam is klein) in ons hoofd zaten. Je vindt er wijnwinkel Marius, die aan heel wat Haagse horecazaken wijn levert en inmiddels ook voor ons een vast adres geworden is. Een mooi voorbeeld van dat een speciaalzaak niet per se duur hoeft te zijn. Vervolgens gingen we naar boekhandel De Vries Van Stockum in de Passage. Voor we het goed en wel beseften, stapten we met een stapeltje boeken naar buiten, waaronder de nieuwe Herman Koch en Julian Barnes. In de Passage zit ook kookwinkel Oldenhof. Ongekend! Noem iets dat met koken en de keuken te maken heeft en het wordt er verkocht. Denk zowel aan een magneet die een pak miniatuurpasta is, aan een theedoek of een Italiaans hoogwaardig espressoapparaat. Oldenhof heeft voor ieder wat wils en dus vonden wij er een cadeau voor Marike, die woensdag haar kaarsjes mocht uitblazen. We gingen niet voor de pastamagneet.

De zon scheen trouwens en op zaterdagnamiddag is het ongekend druk in Den Haag. Wij baanden ons een weg naar De Bijenkorf. Hans kocht er schoenen en ik dook in het ondergoed. Tot slot gingen we nog langs bij distilleerderij Van Kleef voor een fles limoncello en dan was het echt wel tijd voor een koffietje met gebak bij Emma. Alsof we nog niet genoeg stappen hadden gezet, gingen de loopschoenen weer aan. We hadden de zee immers nog niet gezien. Het werd een donker rondje over een onverlicht duinpad en langs een behoorlijk wilde zee. Een bijzondere ervaring die ik in mijn uppie nooit zou ondernemen. De ideale loopschoen voor een weekendje Den Haag dat is zonder meer de Bondi van Hoka: stabiel en dempend, heerlijk allround in stad en zand. Je zit er eigenlijk altijd goed mee als je niet per se snelheidsrecords wil verbeteren.

Ook deze avond was nog jong. Na een borrel op het Koningsplein gingen we met de fiets naar de snackbar. Hoewel we op 200 meter van een frietkot wonen, gaan wij in België nooit naar de frituur. Een wat drogere Nederlandse friet met een kaassoufflé en vegetarische kroket, dat smaakt toch erg goed op z’n tijd. Onze Nederlandse dag was trouwens Belgisch getint, want we volgden Belpop op de Belgische Radio 1. Een top 100 van Belgische muziek met ook best weer wat Nederlandse invloeden. Hoe Belgisch is Novastar bijvoorbeeld? Arno ging voor de 5e keer met de winst lopen met Dans les yeux de ma mère. We luisterden naar een geshuffelde versie van die 100 nummers, waarbij bleek dat Hans – een kind van de seventies – de Belgische muziek in al zijn diversiteit zeer goed kent. Hij is een man met vele talenten, maar dat wisten jullie al.

Onze zonnige zondag begonnen we weer met een ontbijt van Pompernikkel en nadien gingen we op de koffie bij Maarten en Irene, onze Haagse familie. Er is altijd veel om over bij te praten. Daarom is het eens zo fijn dat we elkaar snel terugzien voor het traditionele logeerpartijtje met de CPC. Wij vertrokken in Den Haag richting Wassenaar naar Museum Voorlinden. In november waren we er nog voor de expo van Mark Manders, maar dit bezoek was van het impulsieve soort. Uitgerekend langs de snelweg zagen we namelijk reclame voor de Franse Claire Tabouret. Een vrouw met een achternaam als een kruk, dat wekt meteen interesse. We voelden aan dat we dit niet wilden missen, wat een heel juiste inschatting bleek te zijn. Als er één Den Haag tip is die je echt moet onthouden, dan is het wel Museum Voorlinden. Gelegen op een prachtig domein aan de duinen met een tuin ontworpen door Piet Oudolf en grazende koeien die het schilderij compleet maken. Naar Voorlinden gaan, is een andere wereld binnenstappen.

Het was dus Claire Tabouret die ons op slinkse wijze hierheen had gelokt. Ze is een Franse kunstenaar die lange tijd in Amerika heeft gewoond. Een kind van de jaren tachtig dat altijd geweten heeft dat ze zou gaan schilderen. In de vernieuwde Notre-Dame in Parijs kan je binnenkort glas-in-loodramen van haar hand gaan bewonderen. Haar tentoonstelling in Voorlinden heet Weaving Waters, Weaving Gestures en bundelt werk van de afgelopen 10 jaar. In de eerste zaal waren we al meteen verkocht door haar onconventionele zelfportretten die een statement vormden om vrouwen in de kunst naar de voorgrond te brengen. In de tweede zaal was water het overkoepelende thema. Ik begon toen al te fantaseren waar ik thuis een werk van haar zou kunnen ophangen (wat als) of toch op z’n minst een paar postkaarten. Haar kleurgebruik en stijl zijn zo apart, zo wondermooi dat het beklijvend is om naar haar werken te kijken.

Wij gaan wel vaker naar een museum en ik hou daar altijd een goed gevoel aan over. Claire is mijn onbetwiste nummer 1. Ze heeft een heel gevoelige snaar geraakt. Woorden en foto’s schieten eigenlijk altijd te kort als je kunst wil beschrijven, zowel wat je ziet als wat dat met je doet. Naast het esthetische aspect was ik ook enorm geboeid door de manier waarop ze als kunstenaar aan de slag gaat met alternatieve materialen. Zo zagen we prachtig beschilderde vazen van haar hand en landschapsschilderijen op een canvas van nepbont. Eén van die werken had ze dan weer door een Frans atelier laten omzetten naar een gigantisch handgeknoopt tapijt. Dat gebeurde ook met één van haar schilderijen. Het resultaat was ronduit verbluffend. Ik bedoel: ongekend. Claire Tabouret was de kers op een al rijkelijk gedecoreerde verjaardagstaart. Je kan haar nog bewonderen in Voorlinden tot 31 mei. Ik zeg: ga dat zien!

We sloten af met de expo Stilte in de storm. Een verzameling uiteenlopende werken van diverse kunstenaars met als overkoepelend thema “de kracht van stilte”. Juist de variatie is de kracht van zo’n expositie. Je ziet moderne werken waar je even om moet lachen zoals een doodgewone deurbel met naamkaartje “Heaven”, maar net zo goed indrukwekkende installaties die op een eenvoudige manier een ingewikkeld verhaal vertellen. Wij pasten voor de performance art van Marina Abramović, waarbij je op een bankje een uur lang rijst en linzen mag tellen met een noise-cancelling hoofdtelefoon op om de stilte in je hoofd op te zoeken. We bleven vooral plakken bij de opstelling van een bepakt figuur die in alle eenzaamheid door de sneeuw stapt, een creatie van het Scandinavische kunstenaarsduo Elmgreen & Dragset.

Laat je vooral niet afschrikken door de setting van een museum of expositie. In een brochure lees ik vaak dingen waarvan ik denk: hm, ik ben hier te simpel voor, ik mis iets. Kunst bezoeken kan op het eerste zicht moeilijk of elitair lijken, maar eigenlijk is het heel eenvoudig: je moet alleen je ogen de kost geven. En geloof het of niet, we moeten in maart terug naar Voorlinden als we in Den Haag zijn voor de CPC. De catalogus van Claire Tabouret was nog niet te koop en die willen (moeten) we toch echt hebben als aandenken. Moe, maar helemaal voldaan reden we terug naar huis. Den Haag – dichtbij, altijd goed en ongekend de moeite.

De gedachte – Over het zwarte gat

Ik kreeg de eer om een bijdrage te mogen leveren aan het jubileummagazine van de 45e Rotterdam #demooiste Marathon die in april gelopen wordt. Een journalist belandde namelijk op mijn sub3-blog uit april 2023 waarin ik het zwarte gat na Rotterdam noem. Ik beantwoordde telefonisch vragen over wat dat zwarte gat precies is, hoe het voelt en hoe je ermee omgaat. Het was heel leuk om eens aan de vertel-kant te zitten en de tekst-kant aan iemand anders te laten. Ik heb het eindresultaat al mogen lezen, waar ik natuurlijk niet te veel over ga verraden (dat komt nog). Wel besefte ik dat het gitzwarte gat waar ik destijds in wegzonk na de marathon er niet meer is.

Kernzinnen in mijn relaas zijn een allesoverheersend doel en het ontnuchterende besef dat alles achter de rug is. Marathons lopen was lange tijd wat mijn leven richting en daardoor zin gaf. Ik telde week na week af naar dat grote doel. Elke stap die ik zette was er één naar de marathon, mijn ultieme focuspunt. Mijn leven werd daardoor ook behoorlijk hard. Vlak voor en tijdens die marathon bereikte de intensiteit een hoogtepunt. Ik was er verbonden met vriendjes en familie, ik deed iets waar ik ongelooflijk straf in was. Na de finish voelde ik alle energie en focus uit mijn lichaam wegvloeien. Mentaal en fysiek totaal leeg, ging ik naar huis. Daar viel ik in een uitputtende eenzaamheid, waar ik niet meer de held was die ik me tijdens en voor de marathon waande. It’s where reality kicks in. Het contrast tussen de magische marathonwereld en wat ik miste in mijn leven kon niet groter zijn. Ik werd verzwolgen door tristesse. Omdat ik nu een veel gelukkiger en zorgelozer leven leid, is die put er niet meer. Er is geen gapende leegte meer als de marathon gelopen is. Het leven gaat verder en dat is net zo goed een reden tot feest.

Wat natuurlijk ook helpt, is dat Hans en ik nu samen onze sportieve avonturen beleven. Een ongekende luxe om veel redenen. We kunnen eindeloos doorpraten over wat we meegemaakt hebben. We begrijpen elkaars triomf en frustraties. Er komt dus geen abrupt einde aan het verhaal, want we kunnen samen nagenieten en herbeleven zonder enig gemis. Hans heeft bovendien nooit last gehad van het zwarte gat. Hij heeft doorgaans wel stress in aanloop naar een wedstrijd en is dus vooral opgelucht als het achter de rug is en min of meer volgens plan verlopen. Wedstrijden zijn voor hem nooit een doel geweest om op regelmatige basis te lopen. Hij zegt dat hij stiekem wel een beetje jaloers is op die ervaring om in een zwart gat te kukelen zoals ik dat destijds kon. Ik ben immers zijn sensei van de intensiteit en het enthousiasme, zegt hij zelf.

Ik ging eens bij mijn loopvriendjes polsen of zij het zwarte gat kennen en hoe ze dat ervaren. Meteen keek ik in de richting van Roos omdat zij een ervaringsdeskundige inzake zwarte gaten is. Wat wij gemeen hebben is dat we de dingen intens beleven. Wij kunnen tot ongekende hoogten opgaan in iets en er dermate enthousiast over zijn dat zelfs de koelste kikker instant warmbloedig wordt. Ik denk dat die intensiteit aan de bron van een zwart gat kan liggen. Na de hoogte volgt de diepte. Roos beschrijft hoe ze zich na de dag van een wedstrijd kapot en leeg voelt terwijl ze alle indrukken moet verwerken. Hoe langer en zwaarder de wedstrijd, hoe meer last ze ervan heeft. Ze kan ook in een zwart gat vallen na een dag supporteren in de Hel of na een vierdaagse Rock Werchter. Een dag verlof nemen na een intense periode betekent de deur wagenwijd openzetten om het zwarte gat te verwelkomen. Om dat te vermijden zorgt Pieter ervoor dat het de week na een grote wedstrijd juist heel druk is. Zo kan het tot 2 weken duren vooraleer de gebeurtenis verwerkt is.

Ook voor Joni is het zwarte gat geen onbekende diepte. Volgens hem valt het de dag na de wedstrijd nog goed mee omdat je met veel mensen kan praten over wat je hebt meegemaakt, maar de tweede dag is iedereen het vergeten en blijf je alleen nog over met je (spier)pijn. Je omgeving lijkt een rol te spelen om het zwarte gat op te vullen of juist uit te diepen. Er is een grote behoefte om te delen, maar ook een grote afstand: wie er niet bij was kan niet begrijpen wat de impact was. Bij Sam werkt napraten juist helend. De grote doelen zijn bij hem vaak een heel event waarbij je met familie en vrienden onderweg bent. Omdat ze deelnemen aan je avontuur, kan je er nadien met die mensen honderduit over praten. Ook het resultaat bepaalt voor Sam hoe hij zich nadien voelt. Ging het goed, dan is het vooral nagenieten en dromen hoe het nog beter kan, ging het wat minder dan is er de honger om het volgende keer beter te doen. In beide scenario’s speelt hij de film van de wedstrijd opnieuw en opnieuw af als er niet gepraat kan worden.

Waar iedereen het over eens lijkt te zijn, is dat een volgend doel kan voorkomen dat je al te lang in je zwarte gat blijft plakken. Laten we het erop houden dat we ons als gedreven lopers schuldig maken aan het betere vluchtgedrag om maar niet onder ogen te moeten zien dat een geweldige ervaring achter de rug is. Mijn blog heeft mij trouwens ook altijd geholpen. Niks werkt zo therapeutisch als een brij van indrukken en gevoelens door een fijn zeefje te halen en elk korreltje nog eens door de microscoop te bekijken om er een naam op te plakken. Schrijven schept rust in mijn hoofd en een hoofd in rust is ook beter in staat om simpelweg te beseffen hoe ongelooflijk mooi datgene is wat je hebt meegemaakt.

Loperspraat – Mijn sportieve plannen voor 2026

Ocharme januari, ik denk dat het één van de meest verguisde maanden is. Doorgaans donkerder dan stiekem gehoopt, winterachtig van aard en de zomer nog ver ver weg. Neem daarbij een portie onrealistische – zogenaamd – goede voornemens (het moet nu ineens anders) en je hebt een ontnuchterende cocktail van desillusie en valse hoop te pakken. Bij mij werkt dat dus niet zo. Januari is voor mij echt dat witte blad waarop er weer volop plannen geschetst en uitgetekend kunnen worden. Met onze Cloud Dancer in gedachten, de kleur van het jaar volgens Pantone, is die lei dit jaar eens zo wit. We vliegen er kortom weer in, aan plannen zelden een gebrek.

Snel zijn en ver vooruit durven denken blijft de boodschap voor wie zich wil inschrijven voor een loopevenement. Vorig jaar was ik er een week niet goed van dat de CPC Loop in Den Haag al uitverkocht was toen wij ons wilden inschrijven. Gelukkig viel er een plan B uit de bus: tot een week voor de race wachten tot startnummers massaal verkocht werden op Marktplaats. Zo liepen wij vorig jaar dus de halve marathon van de CPC als Stella en Annefleur. Hans moest noodgedwongen vertrekken vanuit de laatste startbox. Een prestatie die hem het inhaalmanoeuvre van de eeuw opleverde bij zijn CPC-debuut. We hadden er weer een verhaal bij en een zonnig weekend in Den Haag. Eens zo gemotiveerd waren we om dit jaar braaf in de digitale wachtrij te gaan staan. Met resultaat: we konden een startbewijs voor de jubileumeditie bemachtigen. De CPC viert op 15 maart namelijk zijn 50e verjaardag! Eentje die wij niet zullen missen, deze keer dus gewoon als Joke en Hans, maar met een ongetwijfeld even goed verhaal.

April zal ook dit jaar dé marathonmaand zijn. Het EK bracht ons vorig jaar van Brussel naar Leuven. Om heel veel redenen werd dat een onvergetelijke ervaring. De stad Leuven heeft alles in haar mars om een marathon te hosten. Denk: historisch karakter, een lange rechte Vaart, een overenthousiaste bevolking die in grote getalen komt opdagen als er iets te beleven valt én ook zelf maar wat graag de loopschoenen aantrekt. Het EK bleek een zaadje te hebben geplant voor een boom die ook dit jaar zal bloeien. Op 19 april zal ik aan de start staan van de Leuven Marathon. Het parcours wordt een variatie op dat van het EK. Geen start in Brussel, wel een rondje centrum, een lekker lang stuk langs het water en een passage over het gravel van Meerdaalwoud. Wederom dus een gevarieerde trip down Memory Lane in ongetwijfeld heel mooi gezelschap. Hans, Roos en Joni zullen ook de hele marathon lopen (mogelijk worden er zelfs allianties gesmeed). Papa en Marike lopen de halve marathon. Je hoeft niet te voetballen om thuismatchen te kunnen spelen.

In mei trekken Hans en ik naar de bergen en het buitenland voor een grensverleggend avontuur. We zullen op vrijdag 15 mei aan de start staan van de Trail Alsace by UTMB. Wij lopen de Ultra-Trail des Païens, een mystieke naam die verwijst naar de Keltische roots van de Elzas. Naamgeving en decor is belangrijk, dat weten ze heel goed bij UTMB. Het belooft een hallucinant stuk lopen te worden van maar liefst 109 km met 3900 hoogtemeters. De route brengt ons van Orschwiller naar Obernai langs kastelen en wijngaarden met het ene fenomenale zicht na het andere, dat is toch de romantische benadering. Jullie weten dat ik trails steevast afmeet aan de Chouffe trail en ik heb uit goede bron (Hans) vernomen dat beklimmingen in de Elzas niet technischer zijn dan de Ardennen, maar wel langer. Mijn geheime wapen: een paar spiksplinternieuwe trailstokken. We vertrekken gelukkig ’s ochtends, wat mijn maagdarmstelsel zal kunnen waarderen. Een uitdaging van formaat, dat sowieso, eentje waar we heel erg naar uitkijken! En als Seppe zich een beetje haast op de langste afstand van 156 km kunnen we hem op zaterdagavond zien finishen.

In juni gaan we nog eens terug naar Bouillon. Onze promotie voor de (een beetje) verborgen parel van de Ardennen heeft in kleine kring gewerkt. Joni en Roos zullen op 6 juni present tekenen voor de 100 km. Hans, Sam en ik zullen de 35 km lopen. We proberen Pieter nog te overtuigen om zijn karretje aan te hangen. Het is voor ons een degelijke uitdaging om de trailbenen gaande te houden voor wat nog komen zal. Heel bijzonder dat we er nu in uitgebreid gezelschap aanwezig zullen zijn. En ja hoor, gelukkig zullen we allemaal de Tombeau du Géant te zien krijgen. Ik verplicht nu al iedereen om daar een adembenemende selfie te maken, weer of geen weer.

Na de Trail des Fantômes was ik vorig jaar helemaal klaar met de (te) grote loopevenementen die door hun populariteit uit hun voegen barsten. Mij (ons) zou je niet meer op een trail van Sport Events zien bijvoorbeeld. Hun trails worden steeds opgeschaald en de fomo bij een jong publiek aangewakkerd, wat het loopcomfort niet bepaald ten goede komt. Dat ik dan de Chouffe trail zou missen: so be it! zei ik heel stoer. Tot de tijd me wat milder stemde en ik besefte dat ik met mijn principes vooral mezelf in de voet zou schieten. Ik kan de Chouffe trail simpelweg niet missen. Het avontuur wordt op 4 juli namelijk eens zo groot, want met Hans en Sam gaan we voor de Big Chouffe van maar liefst 101 km. Noem het gerust gekkenwerk, want om dit met ons drieën te doen: hoe ongelooflijk zot is dat?!

Het najaar brengt in september een herkansing voor Hans op de Great Escape 200 km. Hij is er eens zo hard op gebrand om die missie nu wel te volbrengen en ik heb eigenlijk ook wel weer eens zin om in de auto te slapen. In november zou het zou zomaar kunnen dat Den Haag een heel mooi wit konijn uit de hoed tovert. Er zou namelijk een marathon georganiseerd worden in onze oh zo geliefde stad. Als dat ervan komt, dan moet en wil ik daarbij zijn.

Tot slot gooi ik er nog een disclaimer tegenaan. Ik heb een dubbele verhouding met het gegeven dat de loopsport tegenwoordig steeds grootsere en extremere vormen aanneemt. Enerzijds vind ik het jammer als iets gehypet en gekaapt wordt door mensen die op een andere manier in de sport staan dan ik. Anderzijds, wie ben ik om er iets op tegen te hebben dat zovelen zich aangetrokken voelen tot de prachtige sport die lopen is? Bovendien pleit ik net zo goed zelf schuldig aan het langer en extremer maken van uitdagingen. Weet dus dat ik me daar bewust van ben. Wat voor mij altijd zal primeren is het avontuur, de ervaring en verbinding die lopen mij brengt. Let the games begin!