Marathonpraat – Road to Rotterdam

Op 1 januari leek het eventjes alsof alle tellers terug op nul stonden. Een blanco blad keek me uitdagend aan. Maagdelijk wit en onbeschreven. Een schone lei die klaar was om versierd te worden met mijn mooiste lussen, krabbels en bedenksels. Gelukkig ging het leven gewoon door en nam ik alles weer op waar het was blijven liggen in 2019. De eerste dag van het nieuwe jaar beschouwde ik wel als de start van mijn marathonvoorbereiding voor Rotterdam. Ergens klonk dat idee van het onbeschreven blad aantrekkelijk. Soms verlang ik terug naar de naïviteit van mijn beginnersjaren als marathonloper toen ik onbesuisd afstormde op het avontuur. Mijn aanpak was niet de beste, wel de eenvoudigste: veel lopen. Hoe meer, hoe beter. De ervaring gaf me meer grip en zelfinzicht. Kennis leidt echter ook onvermijdelijk tot twijfel.

Over 8 weken en 6 dagen sta ik aan de start van de Rotterdam Marathon. Het lijkt een eeuwigheid geleden dat ik me specifiek voor een marathon klaarstoomde. In het najaar liep ik een onvergetelijke marathon in Brugge in functie van Roos, maar die werd opgeslokt door mijn voorbereidingen van de Hel. Het kostte me die periode veel energie om me telkens weer op te laden voor alle uren trainingsarbeid. Vooral in het fietsen kroop veel tijd. Mijn leven leek on hold te staan: ik ging werken en sporten, voor iets anders was er amper tijd. Na de Hel genoot ik tijdens de kerstvakantie intens van mijn vrije tijd. Halve uurtjes lopen waren voldoende om mijn loophonger te stillen. De afgelopen weken betrapte ik mezelf erop dat ik vol weemoed terugblikte op mijn lange en donkere trainingen van oktober en november. Alsof in het donker langs een steenweg fietsen plots het hoogste sportgenot was. Het is een mij bekend fenomeen: wat ik vervloek, wordt na verloop van tijd geromantiseerd zodat ik het intens ga missen. Het gevolg was dat ik in januari vaak het idee had dat ik me niet voldoende toelegde op mijn marathon omdat ik ook tijd had voor andere dingen. Het was kortom een maand van zoeken naar balans: een goede basis leggen enerzijds, de ontspanning en het plezier laten zegevieren anderzijds.

En hoe is het nu met Juan? hoor ik jullie denken. Wel, mijn Spaanse vriend bracht de jaarwisseling gedemonteerd door voor een broodnodige onderhoudsbeurt na zijn Kastels modderbad. De liefde was eens zo groot toen we eenmaal herenigd waren. Mijn mountainbike maakt dus nog steeds deel uit van mijn trainingen. Ik beleefde zelfs een primeur van formaat: met niemand minder dan Roos sjeesde ik tientallen kilometers langs de Demer. Zij kreeg mama’s oude koersfiets en zo kunnen kunnen we elkaar dus niet alleen op twee benen, maar ook op twee wielen vergezellen. We gingen trouwens best hard (of wat had je gedacht?). Zo werd het een behoorlijk uitdagende training omdat we ook non-stop afwisselend aan het praten waren met de nodige inleving. Op korte termijn staat er nog meer zusterlijks op het trainingsprogramma. Daarover later meer!

De afgelopen weken liep ik ook weer intervals om aan mijn snelheid te werken. Het moet bijna een jaar geleden zijn dat ik me daar nog aan waagde. Ik begin er altijd mee in het bos omdat de verwachtingen dan nog niet al te hoog zijn. Op een rondje van 1,5 kilometer versnel ik twee keer bergop en twee keer bergaf. Dat herhaal ik een keer of drie. Vrijdag besloot ik dat het tijd was om tempo’s op het vlakke (en snelle) asfalt te lopen om eens te kijken wat er nu echt in het vat zat. Mijn snelheid bleek verbazingwekkend hoog te zijn. Ik zag cijfers op mijn horloge die ik voor het laatst zag tijdens de Eindejaarscorrida, toen ik pijlsnel vertrok en me ook vakkundig vergaloppeerde. Ondanks de vele kleine kwaaltjes die mijn benen rijk zijn, loop ik wel met een heel goed gevoel rond.

Januari was ook een maand waarin ik veel nadacht. Op zich is dat niets nieuws onder de zon. Soms leidt dat tot verrassend eenvoudige inzichten. Zoals dat ik moest stoppen met mezelf te verwijten dat ik geen 30 kilometer aan een stuk gelopen heb in Kasterlee. Of dat 9 uur sporten per week nog altijd meer dan normaal is. De grootste aha-erlebnis was echter dat ik op 5 april in Rotterdam simpelweg een goede marathon wil lopen: eentje die goed aanvoelt en waarvan ik ook goed herstel. In welke tijd dat zal gebeuren, daar ga ik me nu (nog) niet mee bezighouden. Eigenlijk is het gewoon heel fijn dat we altijd verder borduren op wat voorafging. Als sporter is het fout om te denken dat je altijd verandering nodig hebt. Toen Eliud Kipchoge zijn fenomenale 1:59 liep in Wenen vroeg de wereldpers hem steeds wat hij had veranderd ten opzichte van zijn vorige sub2-poging. Zijn antwoord was simpel: helemaal niets. Hij had gewoon altijd in zichzelf geloofd. Wat een wijsheid.

 

De gedachte – Over mijn lijf en ik

Ik hoor het me hier graag zeggen: draag zorg voor je lichaam, want je hebt er maar één. Als je er ook nog eens veel van vraagt dan wordt dat geen aantekening in de marge, maar een belangrijk deel van het verhaal. Ik slaag er behoorlijk goed in om mijn lichaam van de nodige basiszorg te voorzien. Ook kan ik als geen ander uitleggen wat ik van een complete loper (die ik elke dag probeer te zijn) verwacht. Er is echter een andere kant aan het verhaal. Een gevalletje theorie versus praktijk. Ik kan namelijk bikkelhard zijn voor dat lijf van mij. Ik tolereer niet het kleinste teken van moeheid, de enige weg is die vooruit. Het gaat kortom vaak hard. Ik ben soms boos op mijn lijf. Omdat ik het gevoel heb dat de mankementen eraan zwaarder doorwegen dan de pluspunten. Omdat het er niet altijd uitziet zoals ik zou willen. Omdat het me soms in de weg lijkt te zitten. Tegelijkertijd besef ik dat dit onzin is: mijn geest en lijf zijn geen entiteiten die los staan van elkaar. Ik ben mijn lichaam en erop vloeken leidt helemaal nergens toe. Daarom heb ik één goed voornemen. In 2020 zal ik me liefdevoller opstellen naar mijn dierbare lichaam.

De zussen Narain adviseren in Self-Care for the Real World om je lichaam te behandelen als een goede vriend. Voor vrienden doen we immers ons best, zijn we steeds vriendelijk en altijd bereid om het positieve te zien. Ik doe vaak het tegenovergestelde door het negatieve de bovenhand te laten nemen. Aan het begin van mijn loopcarrière was dat nochtans anders. Doordat ik begon te lopen, zag ik mijn lichaam veranderen. Keer op keer verbaasde het mij door te tonen wat het zoal kon. We waren heel dikke vrienden. Tot er een grens was bereikt. De gewenning deed zijn intrede. Onzekerheden slopen geruisloos binnen. Samen met mijn verwachtingen namen ook mijn complexen toe. Ik zag vooral dat mijn lichaam geen typisch afgetraind en vederlicht atletenlichaam is. Dat sportkleding weinig verhult hielp de zaak ook niet bepaald vooruit. Zoals ik hier vertelde, werd ik niet gelukkig door calorieën te tellen. Ik eet en leef te graag. Ik weiger mezelf uit te hongeren voor een hobby waarvan ik zo graag vertel dat ze me gelukkig maakt. Mijn geluk is geen getal op de weegschaal.

Zowel voor vrouwen als mannen geldt dat geen enkel lichaam hetzelfde is. Uit Stephanie Scheirlyncks Het sportkookboek voor duursporters stak ik een ander waardevol advies op: het heeft geen zin om jouw lichaam te vergelijken met dat van iemand anders. Respecteer je lichaamstype en focus je niet op je gewicht. Ik blijk een combinatie van het meso- en endomorfe lichaamstype te zijn. Dat betekent dat ik krachtig en gespierd ben met een normaal vetpercentage. Niet ideaal voor een marathonloper, maar ik beschik wel over een heel krachtige motor. Waarom klagen over wat vet als het een jaar of 20 geleden is dat ik griep had, ik amper blessureleed heb gekend, ik niet weet hoe het voelt om spierkrampen te hebben en ik er geen flauw benul van heb hoe het is als je hormoonhuishouding het roer overneemt? Stuk voor stuk troeven waar ik mijn sterke gestel dankbaar om mag zijn. Ik zou dat nooit willen inruilen voor een lichtere, maar ook meer kwetsbare versie. Count your blessings, heet dat.

Ik viel dan ook van mijn stoel toen ik vorig weekend in De Morgen de column van Hans Vandeweghe las. Met een ongekende grofheid haalde hij Kim Clijsters door de mangel die werkt aan een comeback op het hoogste tennisniveau, doch volgens Vandeweghe streng aangesproken moest worden op haar vermeende overgewicht. In zijn optiek is de topsportwereld er één van extremen en kunnen we het maar beter accepteren dat wielrenners aan magerzucht lijden. Of hoe sport gereduceerd wordt tot de wet van de magerste. De recente getuigenis van crossfenomeen en atlete Louise Carton over haar eetprobleem verdiende volgens hem niet zoveel aandacht, aangezien overgewicht een veel groter probleem is voor de volksgezondheid. Als sportliefhebber weiger ik graatmagere atleten als de norm te beschouwen. Het moedige verhaal van Louise Carton toont aan tot welke ongezonde levensstijl (top)sport kan leiden. We kunnen daar niet genoeg aandacht aan besteden.

Ook mijn avontuurlijke dag in Kasterlee droeg bij aan het besef dat ik mijn lichaam met mild- en zachtheid moet behandelen. Mensenlief, wat heb ik op mijn lijf gesakkerd. Niet alleen tijdens 115 pittige mountainbikekilometers, ook tijdens mijn afsluitende loopnummer. Ik had toen echt het gevoel dat mijn lichaam me in de steek liet. Hoe durfde dat lijf na 9 uur sporten met zo weinig kracht in de benen te lopen? Hoe was het in godsnaam mogelijk dat ik af en toe moest stappen om op adem te komen? De waarheid is eenvoudig: mijn lichaam was moe van een volledig dagdeel te strijden tegen zichzelf en de modder, zowel mentaal als fysiek. Ik liep niet mijn beste 30 kilometer van het jaar, wel de meest memorabele. Uiteindelijk was het mijn mama die me na mijn zoveelste gebrom en gemopper lief de mond snoerde: stop nu met jezelf zo onderuit te halen, je bent dat hier geweldig aan het doen. Ze had weer maar eens gelijk.

Marathonpraat – De complete loper

In februari 2014 trok ik na een lange periode van inactiviteit mijn loopschoenen aan die al jaren ongebruikt in een hoek stof lagen te vangen. Ik zocht wat kleren bij elkaar die voor running wear konden doorgaan en de loper was herboren. Uit de hersenpan van Roos komt wel vaker een goed idee naar boven geborreld. Samen zouden wij de 20 kilometer van Brussel lopen in mei. Op drie maanden tijd van helemaal niets naar 20 kilometer: elke betrouwbare bron zal je die opbouw ten stelligste afraden. Terecht. Mijn achillespees tekende ernstig verzet aan, maar kon niet beletten dat Roos en ik op 18 mei 2014 voor het eerst in ons leven 20 kilometer liepen. Dagenlang heb ik me onoverwinnelijk gevoeld. Ik had een persoonlijke grens opgezocht en verlegd. De finish van mijn eerste marathon komt niet in de buurt van de euforie die ik voelde na afloop van die eerste 20 kilometer. Naar mijn gevoel had ik me daar perfect op voorbereid. Ik werd een loper door simpelweg veel te lopen. Zo simpel was dat.

Zes jaar later ben ik erachter gekomen dat je niet alleen een goede (marathon)loper wordt op trainingen, maar ook door wat je daarnaast doet. Een marathon lopen is een zware inspanning waarbij je je lichaam tot het uiterste drijft. Het is onverantwoord om een marathonhuis te bouwen op een onbetrouwbare ondergrond of (nog erger) op lucht. Een gebouw van dat formaat heeft stevige fundamenten nodig. Hier en daar een poutrel, zoals elke Belg met een baksteen in de maag weet. Zo las ik een keer over vier pijlers die een loper compleet maken. Ik zou mezelf niet zijn als ik daar geen eigen invulling aan gegeven zou hebben. De eerste steunpilaar is de meest voor de hand liggende: de carrosserie van elke loper of het buitenwerk van je lichaam. Dat zijn dus je spieren, pezen, botten en gewrichten die niet alleen sterker moeten worden, maar ook zo efficiënt mogelijk moeten kunnen samenwerken. Bovendien moet je die carrosserie onderhouden door te werken aan je stabiliteit om de impact van de eentonige loopbeweging te kunnen opvangen. Overbelasting loert hier telkens om de hoek.

Onder de carrosserie schuilt een motor die ervoor zorgt dat je een inspanning een langere tijd volhouden. Je hart en longen vormen dus de tweede pijler die gericht is op uithouding. Net zoals je lichaamsbouw (en het type spiervezels) is ook die voor een groot deel genetisch bepaald. Uithouding trainen doe je niet alleen door te lopen, ook een stevige wandeling of fietstocht dragen bij aan een verbetering van je conditie. Een actieve levensstijl is het begin van een goede conditie. Om de marathonauto aan het rijden (of het huis staande) te houden speelt ook je immuniteit of weerstand een belangrijke rol. Hoewel ik ervan overtuigd ben dat je door regelmatig te sporten een betere weerstand opbouwt, kan die weerstand ook afnemen als je te weinig herstelt van je inspanningen. Rust en voeding doen hier hun intrede in het verhaal.

Het hoofd vormt de laatste steunpilaar. Mentale weerbaarheid en veerkracht zijn onmisbare eigenschappen van de complete marathonloper. Als je voor de eerste keer een lange afstand loopt, dan weet je niet wat je kan verwachten. Je hebt wel een bepaald doel voor ogen dat je graag wil halen, maar je weet niet hoe het voelt om meer dan twee of drie uur te lopen. Laat staan hoe je daar mentaal op zal reageren. Door vaker lange afstanden te lopen en lastige omstandigheden niet uit de weg te gaan, train je zowel je lichaam als je geest. Daarbij is het ook belangrijk dat je ingesteldheid en intrinsieke motivatie op elkaar zijn afgestemd. Wie enkel doelgericht loopt, zal minder plezier halen uit het proces. Er was een periode dat ik vooral liep vanuit frustratie en boosheid. Op korte termijn doet dat de motor draaien, op lange termijn levert dat helemaal niets op.

Door veel marathons te lopen leerde ik mezelf beter kennen, niet alleen als loper. Van succeservaringen kan je iets leren, van teleurstellingen nog veel meer. Zo is mijn keikop-mentaliteit zowel een vloek als een zegen. Balans is hierbij het codewoord. In tegenstelling tot wat ik zes jaar geleden dacht, word je dus niet alleen een betere loper door veel te lopen en steeds meer kilometers te maken. Je kan ook een loper zijn in de keuzes die je elke dag maakt. Ik word daar zelf niet alleen beter van als loper, maar als mens tout court.

 

 

Loperspraat – Mijn sportieve voorjaarsplannen

2019 was een jaar waarin ik heel vaak aan de zijde van Roos liep. Ik kan jullie verzekeren dat het daar fijn lopen is. We bereidden ons samen voor op onze zomertrail in Houffalize, liepen gezusterlijk de 20 kilometer van Brussel en piekten naar de marathon van Brugge in het najaar. Ik liep geen baanbrekende records, maar ik kon mijn besttijden evenaren. Tijdens de marathon van Parijs in het voorjaar bijvoorbeeld. Daar hield ik helaas een longembolie aan over, waardoor ik eens te meer besefte dat mijn lichaam een kostbaar goed is waar ik elke dag zorg voor moet dragen. Loopplezier is dus wat moet primeren, een snelle tijd slechts bijzaak. Drie dagen na mijn duivelse modderavontuur trok ik mijn loopschoenen terug aan voor een heerlijk half uurtje loslopen. Twee dagen later deed ik dat nog eens met evenveel plezier. Een week na Helledag streed ik in de straten van mijn hometown Leuven voor een snelle 12 kilometer tijdens de Eindejaarscorrida. De loophonger was heel groot. Ik vertrok hard met ijsklompen in plaats van voeten. Toen na een heerlijk half uurtje de dooi inzette, voelde ik ook de inspanningen van een week eerder doorwegen. Ik beet door en finishte uiteindelijk in 52’11”, goed voor een dertiende plaats (mijn geluksgetal) en een eervolle vermelding op de website 3athlon.be.

Gisteren zette ik het sportieve jaar 2020 even stijlvol in als ik 2019 had afgesloten. Na wederom twee halve uurtjes lopen in het nieuwe jaar (ode aan het heilige half uurtje) stonden Roos en ik belachelijk vroeg aan de start van de Hagelandse Naturarun: 18 kilometers door en rond het niet te onderschatten Chartreuzebos, onder andere door de Sukkelpotweg die zijn naam niet gestolen heeft. In tegenstelling tot vorig jaar regende het niet. Mijn moddernormen zijn serieus bijgesteld sinds ik mij twee weken geleden in helse omstandigheden urenlang door de modder moest slepen. Ook het begrip uitzichtloze situatie kreeg daar een andere dimensie. Een doorsnee modderstrook onderscheid ik nu enkel van asfalt door het zompige geluid van mijn schoenen. Ik was dus blij dat ik er alleen mezelf in moest voortbewegen en niet ook nog eens een fiets. Halverwege de wedstrijd werd ik ingehaald door een vrouw die duidelijk nog heel wat reserves had. Ik had geen idee in welke positie ik liep, maar achtte het weinig waarschijnlijk dat ik nog voor een podiumplaats in de running was. Mijn verbazing was dan ook groot toen ik aan de finish hoorde dat ik als tweede was geëindigd. Een aangename verrassing die me een robuust houten aandenken en enkele niet-alcoholische streekproducten opleverde. Laat er ook geen twijfel over bestaan dat Roos in vorm is. Ze eindigde knap in de top 10.

Mijn sportieve voorjaarsplannen van 2020 hebben geen grote verrassingen in petto. Het tromgeroffel kan dus achterwege blijven. In de eerste plaats hoop ik weer heel wat trainingskilometers met Roos te kunnen maken om ons optimaal voor te bereiden op een trail in de zomer. Fietskilometers behoren nu ook tot de mogelijkheden aangezien Roos sinds enkele weken met een koersfiets de Demerwegen (on)veilig maakt. We hopen eveneens dat Marike snel ons zussenverbond zal vervoegen, want 2020 wordt ook het jaar waarin zij haar sportieve comeback wil en zal maken. Eén voor allen, allen voor één: zo gaat dat bij de drie zusketiers (of de drie dennenzussen naar ons voorbeeld in het bos). Het kan niet anders dan unieke momenten opleveren. Graag heel veel van dat!

IMG_1953
Ja hoor, er is nog plaats op het eerste zussenschavot!

Wie ons een beetje kent, weet ook dat onze voorjaarskalender enkele vaste waarden bevat. Zo kijken we reikhalzend uit naar de CPC Loop in Den Haag (halve marathon) op zondag 8 maart. De editie van vorig jaar werd afgelast omwille van stormweer (een storm in een glas water, zo bleek). Hoogstwaarschijnlijk staan we ook aan de start van de 10 Miles in Antwerpen op zondag 26 april. De afgelopen twee edities moest ik helaas aan me voorbij laten gaan, dus ik heb er zin in om nog eens ouderwets hard over de E34 en door de Waaslandtunnel te snellen. In mei is het dan weer uitkijken naar de 25 kilometer van de Meerdaalwoudtrail op redelijk gekend gebied die doorgaat op Hemelvaartsdag. 10 dagen later wordt het dan nog ouderwetser genieten bij de enige echte 20 kilometer van Brussel op 31 mei.

Loop ik dit voorjaar dan helemaal geen marathon? Natuurlijk wel! In oktober schreef ik me in voor de jubileumeditie van de Rotterdam marathon. #demooiste, zoals alleen Nederlanders bescheiden kunnen zijn, is op zondag 5 april aan zijn 40e editie toe en op dat feestje wil ik niet ontbreken. Ik liep de marathon van Rotterdam al eens in april 2016, meer bepaald aan de zijde van mijn papa. Een keer of 42 dacht ik dat zou neervallen, maar onze trein bleef gaan en ik kon met 3u27 voor het eerst een sub-3u30 marathon afvinken. Roos herinnert mij er zo nu en dan nog eens aan dat ik mij na afloop de woorden dit nooit meer! liet ontvallen. Maar kijk, vier jaar later blijkt een marathon in minder dan drie uur en een half redelijk gebeiteld in mijn benen vast te zitten. In topvorm aan de start komen, dat is het belangrijkste doel. Of het dan ook echt mijn mooiste zal zijn, daar kan ik jullie over drie maanden meer over vertellen.

De race – De Hel van Kasterlee december 2019

Ik zou het nu heel kort kunnen houden door simpelweg te zeggen dat ik het weer deed: finishen in de Hel van Kasterlee en dus 15 kilometer lopen, 115 kilometer mountainbiken (zeg: mon-ten-baijke) en nog eens 30 kilometer lopen. 11 uur en 45 minuten had ik nodig om één van de zes vrouwen te zijn die de finish bereikte van wederom een legendarische Hel-editie. I did it en daarmee is de kous dan af. Ik zou met geen woord kunnen reppen over de regen en de loodzware omstandigheden waarin ik die prestatie leverde. Ik zou in alle talen kunnen zwijgen over de strijd die ik met de modder, maar toch vooral met mezelf voerde. Ik zou geheim kunnen houden dat het afsluitende loopnummer me dit jaar niet bracht waar ik op gehoopt had. In dat geval zou ik geen drie dagen nodig hebben gehad om mijn avontuur te laten bezinken en na te denken over het verhaal dat ik hier wil vertellen. Dat is er één van bijna 12 uur hard labeur waarbij mijn gedachten alle kanten opschoten, mijn lichaam het zwaar te verduren kreeg, boog, maar niet brak en de steun van mijn familie onuitputtelijk bleek te zijn. Aanmodderen in het kwadraat, letterlijk en figuurlijk.

Wat vooraf ging
Na mijn onverwachte derde plaats vorig jaar was het vanzelfsprekend dat ik dit jaar opnieuw aan de start zou verschijnen. Niet om beter te doen, maar omdat een uitdaging als de Hel mijn ding bleek te zijn dat bovendien ook past binnen mijn marathonkalender. 2019 was een rijkelijk gevuld sportief jaar. Ik liep twee marathons en een lange trail in Houffalize. Het hele jaar door bleef ik fietsen en lopen. In de zomermaanden legde ik zo een stevige basis voor een nog steviger najaar. Dat bleek nodig, want in september liep ik op de toppen van mijn tenen. De toon was gezet en ik spartelde door. Na technische mountainbike-perikelen was november een succesvolle trainingsmaand. Ik stond hoe dan ook aan de start staan met meer fietservaring dan vorig jaar.

Vlak voor de start
Wonder boven wonder sliep ik zaterdagnacht behoorlijk goed. Ik ontbeet samen met mijn zussen in het holst van de nacht en rond half 7 kwamen we aan in een donker Kasterlee. De zenuwen stonden nu echt op mijn gezicht te lezen. Ik was piete-nerveus om het met Roos haar woorden te zeggen. Ik was één van de 9 vrouwen die aan de start zou verschijnen. In onze kleedkamer hing een gemoedelijke sfeer. Het had ’s nachts flink geregend en dat deed het nog steeds. Heel drukte maakte ik me daar niet in omdat het parcours er volgens mij niet zwaarder dan vorig jaar kon bijliggen. Later zou blijken dat ik dat verkeerd had ingeschat. Wachtend in het startvak kregen we nog een stortbui over ons heen en zo openden de poorten van de Hel zich om 8u voor de eerste loopronde van 15 kilometer.

De race
Het eerste looponderdeel is het kortste, maar naar mijn gevoel duurde dit het langste. Ik vond een comfortabel tempo en liet me op sleeptouw nemen door het pak. Er werd wat gebabbeld. Mijn zenuwen ebden stilaan weg. Ik verbaasde me over de vele plassen die bezaaid lagen over het parcours. De onverharde wegen waren modderig. Dit zou een uitdaging worden voor mijn familieleden die hier over een uur of 8 met een gewone fiets door zouden moeten ploegen. Achteraf gezien bleek dit een correcte inschatting te zijn. Na 1 uur en 12 minuten kwam ik terug aan bij de sporthal. In de kleedkamer nam ik mijn fietsgerief. Roos en mama moedigden mij luid aan in de wisselzone. Ik was vertrokken voor wat een heel lang mountainbike-avontuur zou worden.

VFOA8407

Ik had mezelf dus voorgenomen om rustig te blijven tijdens de eerste fietsronde. Ja, ik zou voorbij gevlamd worden langs alle kanten. Niet iedereen zou dan even vriendelijk zijn. Ja, ik zou niet meteen mijn tempo vinden. So what? Vlak voor ik het veld insloeg, reed de immer sympathieke Natalie Franken me voorbij. Vorig jaar haalde ik haar in op 3 kilometer van de finish en werd ik derde. Ze riep me toe dat we ervoor moesten gaan om allebei te finishen. Natalie zou uiteindelijk de verdiende winnares worden. Met haar mooie woorden in mijn achterhoofd lukt het me aanvankelijk om me niet te laten imponeren door de omstandigheden, ook al lag er echt al heel veel modder. Ik gleed constant weg en was het goede spoor volledig bijster. Van snelheid maken was geen sprake. Het was spartelen, duwen, glibberen en wat bijsturen om vooruit te komen. Het leek onbegonnen werk om dit nog ruim 100 kilometer vol te houden. Samen met de modder zonk de moed me in de schoenen. Ik kon mezelf niet oppeppen. Ik was geen mountainbiker, zo bleek nu wel. Ik viel een eerste keer van mijn fiets. Ik trapte een eerste keer mijn mijn ketting eraf. Ik kon dit echt niet. Toen ik mijn familie na de eerste fietsronde in de bevoorradingspost zag, had ik het meteen over mijn belabberde mountainbikecapaciteiten en het ellendige parcours. Ik werd vakkundig de mond gesnoerd. Volgens hen was ik geweldig sterk bezig en had ook Seppe het zwaar. Ik kon dit wel. Roos maakte mij nog meer monddood door wat eten in mijn mond te duwen. Ik sputterde niet langer tegen en vertrok voor mijn tweede fietsronde.

DSC00191

Ik had de inner Wout Van Aert in mezelf nog niet ontdekt, maar ik joeg me niet meer op in het feit dat ik dit eigenlijk niet kon. In het eerste deel van de fietsronde waren bij nader inzien enkele stukken die nog behoorlijk berijdbaar waren. Seppe vlamde mij in koppositie voorbij. Hij zou die niet meer afgeven en zijn achtste zege binnenhalen. Ondanks mijn ervaring en analytisch vermogen ben ik vooral een gevoelsmens en als het gevoel niet goed zit, is het heel lastig om dat om te draaien. Ik probeerde daarom mijn gedachten niet te richten op wat ik aan het doen was (of probeerde te doen). Mountainbiken in de modder mocht dan niet mijn ding zijn, ik dacht aan de andere kwaliteiten waar ik over beschik. De innerlijke storm in mij ging even liggen. Op het einde van die tweede ronde werd ik nog eens met mijn neus op de feiten gedrukt. Op een strook van amper 100 meter smakte ik twee keer hard tegen de grond en kwam ik ook nog eens in botsing met een boom. Ik was met iets bezig dat ver buiten mijn comfortzone lag. Na de broodnodige peptalk van mijn supporters reed ik weg voor ronde nummer drie. Dat werd de ronde waarin ik het goede gevoel het beste te pakken kreeg. De Wout Van Aert in mij reed met meer lef rond en kreeg er zelfs wat zin in. Het parcours lag er weer wat zwaarder bij, maar veel erger zou dit toch niet kunnen worden. Dit bleek weer maar eens een foutieve inschatting te zijn. Door mijn klunzige valpartijen hadden mijn rug (die de afgelopen maanden wel vaker protest aantekende) en nek het al zwaar te verduren gekregen. Ik voelde de stijfheid dan ook toenemen. Vlak voor het einde van de derde fietsronde viel ik nog een keer languit op de moddergrond. Ik verloor weer wat van mijn herwonnen zelfvertrouwen.

DSC00172
Onder die modderige façade schuilt niemand minder dan Seppe Odeyn die de zege al kan ruiken.

In de bevoorrading hoorde ik dat ik nog 1 uur en 45 minuten had om de tijdslimiet te halen en dus mijn vierde ronde af te werken. In principe was dat een haalbare kaart. Tot de moed me voor de 85e keer in de schoenen zonk. Het parcours was exponentieel zwaarder geworden. Er was werkelijk geen meter waar je nog een beetje vlot kon rijden. Ik moest nog dieper gaan om te blijven rijden, ik moest nog harder duwen om boven te geraken op de klimmetjes. Nergens was nog een goed spoor te vinden. Elk weggetje bestond ofwel uit dikke blubbermodder, ofwel uit plassen, ofwel uit heel diepe groeven en putten ofwel uit een combinatie van die drie. Zelfs de meest eenvoudige afdaling was getransformeerd in een venijnig ding. Inmiddels was ik al gewend aan het schrapende, schurende geluid dat mijn mountainbike Juan maakte. Mijn remmen waren zo goed als afgesleten. Ik schat dat ik een kilo of 3 modder op mijn fiets meesleepte en nog eens 2 kilo op mijn lichaam. En Joke Odeyn? Zij ploegde voort.

DSC00192

Op het einde van mijn vierde ronde kreeg ik op een stuk asfalt de wind pal in mijn gezicht samen met een fikse regenbui. Mijn laatste greintje zelfvertrouwen liep hier van de fiets. Ik had al 90 kilometer gesparteld om niet te verzuipen op de fiets. Hoe moest ik in godsnaam nog een ronde doorkomen en dan 30 kilometer lopen? Voor de zoveelste keer dacht ik aan opgeven. Ik haalde de tijdslimiet echter vlot. Nu uit de race stappen zou belachelijk zijn. Met de moed der wanhoop begon ik dus aan mijn laatste fietsronde. Ik nam mijn tijd, er stond niets meer op het spel. Het besef drong door dat als ik dit doorkwam, ik zou kunnen finishen in de Hel van Kasterlee. Het ging nu echt voor geen centimeter meer vooruit. Ik moest nog vaker afstappen dan de rondes voordien. Ik glibberde als een slak door het grijze niemandsland waarin Kasterlee was omgetoverd.

DSC00512

Vraag me niet hoe, maar ik kwam na 115 kilometer aan in de wisselzone. Ik overhandigde mijn Spaanse kompaan en rots in de branding Juan (wiens strijdlust niet te temperen was) aan Marike en liep met Roos naar de kleedkamer. Het was geen sinecure om mijn handschoenen van mijn handen te trekken. Mijn voeten leken gemetseld met een centimeter modder in mijn schoenen vast te zitten. Ik voelde een branderig gevoel aan mijn zitvlak door de modderscrub waar ik gedurende 7 uur en 20 minuten van had mogen genieten. Roos deed propere sokken aan mijn moddervoeten en een paar trailschoenen. Een schoenkeuze die een juiste inschatting bleek te zijn. Ik liep mijn eerste meters en dat voelde beter aan dan verwacht. Onze playlist zette stevig in met Don’t Stop Me Now van Queen. En zo vertrok ik dus, niet enkel vergezeld door Roos op de fiets, maar ook door mijn beide ouders. Samenzijn op z’n Odeyns heet dat. Ik kreeg er weer zin in. De eerste zes kilometer liepen redelijk vlot tot ik bij de eerste bevoorradingspost aankwam, stopte om wat water te drinken en terug vertrok. Ik voelde toen dat ik niet nog 24 kilometer aan een stuk zou kunnen lopen. Dit zou niet mijn loopnummer worden, maar een zoveelste overlevingsslag. Het loopparcours was immers ook zwaar. Ten opzichte van het eerste loopnummer lag alles er weer eens zo nat en modderig bij. Ik koos voor de weg rechtdoor, liep door plassen en in putten. Dat mijn voeten weer kletsnat waren, was het minste van mijn zorgen.

Mentaal kreeg ik hier weer een krak. Het misselijke gevoel waar ik al heel de dag van mocht genieten, werd er niet beter op toen mijn sportgel weer eens dag kwam zeggen. Ik voelde de impact van mijn valpartijen in ongeveer elk ledemaat. Ik stapte af en toe om dan weer enkele kilometers te lopen. Op die manier kon ik toch nog heel wat lopers inhalen en passeerde ik een laatste keer aan de sporthal, luid aangemoedigd door heel veel bekende en onbekende supporters. De echte finale begon nu: ik moest nog één loopronde afleggen van 15 kilometer. Mijn ouders en Roos openden een nieuw blik aanmoedigingen en complimenten. Blijkbaar had ik toch nog ergens een restje moed bewaard en voor ik het goed en wel besefte was ik op enkele kilometers van de finish. Samen met Roos zong ik luid mee met Still Young van The Cat Empire: The kind of free I’d never been, a kind of beast I’d never seen. 160 kilometer lang heb ik een heel vies beest in de ogen gekeken. Een beest dat in mijn hoofd zat en een beest dat Modder heet. Toen ik onder luid applaus de sporthal binnenstapte kon ik niet anders dan lachen. Op mijn gezicht stonden opluchting en ontlading te lezen. Mijn broer, de onbetwiste modderduivel van Kasterlee, hing plechtig een medaille om mijn nek. Na 11 uur en 45 minuten zat mijn strijd erop.

79874741_1418693618298050_3976573175549919232_o

De conclusie
De Hel van Kasterlee maakte zowel het beste als het slechtste in mij wakker. Ik heb echt heel vaak gedacht om op te geven. Het leek namelijk een onmogelijke missie om deze uitdaging tot een goed einde te brengen. Ik leek echter nooit over een legitieme reden te beschikken om mijn strijd te staken. Na mijn derde fietsronde hoorde ik dat mijn peter Mark met materiaalpech uit de wedstrijd was moeten stappen. De winnares van vorig jaar gaf op omdat ze ziek was. Als je hele familie zo intens meeleeft en een hele dag voor jou in de regen staat, ongerust én apetrots is, dan is het flauw om te stoppen omdat je er geen zin meer in hebt. Het blijft een beetje knagen dat ik wandelpauzes moest inlassen tijdens mijn laatste 30 loopkilometers. Uiteindelijk liep ik die in 2 uur en 54 minuten, 20 minuten trager dan vorig jaar, maar nog steeds de snelste looptijd van de vrouwen. Ondertussen kan ik trots zijn op mijn prestatie. Er is geen top mountainbiker aan mij verloren gegaan, maar ik moet ook niet vals bescheiden zijn en zeggen dat ik alleen maar wat kan lopen. Ik ben een marathonloper die stiekem ook goed haar plan kan trekken op twee wielen. Het is hartverwarmend hoeveel aanmoedigingen ik gekregen heb van seingevers en supporters. Een vrouw in de Hel van Kasterlee is een rariteit en kan daarom op extra veel sympathie van de toeschouwers rekenen. Een welgemeende goed bezig of chapeau kan echt heel veel betekenen.

Enkele weetjes

  • Seppe won dus zijn achtste Hel van Kasterlee. Hij had daar een schamele 7 uur en 46 minuten voor nodig. Ruim 4 uur minder dan ondergetekende.
  • Ik finishte 50 minuten na winnares Natalie Franken, vorig jaar had ik ruim een uur meer nodig dan de eerste vrouw.
  • Ook supporters moeten belangrijke vestimentaire keuzes maken om een hele dag in de regen door te brengen. De regenponcho bleek een onmisbaar attribuut te zijn voor zowel Roos als papa.
  • Zowel de aanmoedigingen tijdens het fietsen van papa als Peter gaven mij heel even vleugels. Als zij zeggen dat ik het goed doe, dan neem ik dat heel serieus.
  • Mijn metekindje Leah kwam mij vanuit haar koets aanmoedigen tijdens het fietsen. Ze mocht natuurlijk niet ontbreken op deze familiale hoogdag.
  • Om aan te tonen hoe zwaar loodzwaar is, communiceerde ik hier nadien over als LOOD-ZWAAR.
  • Tijdens het afsluitende loopnummer legde Roos aan mama uit dat een producer geen zanger is. Ze deed dit naar aanleiding van When I Grow Up (I wanna be like Wiz Khalifa).
  • De uitspraak van de dag gaat naar mama die zo extreem meeleefde met mij dat ze zich liet ontvallen: ik zou hier kunnen gaan liggen van ellende!
  • Mountainbiken is eigenlijk een zomersport. Toch acht ik de kans nog steeds groter dat ik naar de Olympische Spelen ga als marathonloper dan als mountainbiker.
  • Toen ik ’s ochtends met Roos naar Kasterlee reed, speelde het prachtige On Top of the World van Carpenters op de radio. Mede door de stress raakte dat een gevoelige snaar. Ik heb nog vaak aan dat lieflijke liedje gedacht tijdens mijn helletocht. Het contrast kon niet groter zijn.
  • Ook de fietsen van mijn supporters kregen het zwaar te verduren. Bij Roos kwamen spatbord en fietstassen los. Mama slipte een keer bijna onderuit, maar toonde zich wel de sterkste op een modderige helling.
  • Ondanks het feit dat ik aardig wat blauwe plekken verzamelde, ben ik onder de indruk van het herstellend vermogen van mijn lichaam. Na een dag was er amper nog stijfheid in mijn spieren te bespeuren.

Met dank aan supporter Bert, maar ook Bert Aerts en finishfoto.be voor het fotografisch bewijs van deze helletocht.

80886318_1418693704964708_3021127902071619584_o
We are family! En we kunnen weer lachen!

Duatlonspecial – Mijn voorbeschouwing op de Hel

Gisterenochtend was ik veel te vroeg klaarwakker van de adrenaline. Die is niet meer gaan liggen. Vlak voor mijn ontbijt merkte ik ook een knoop in mijn maag op. Wees gerust, ik kan eten, maar ik moet me telkens ergens overheen zetten. Bovendien leid ik ook aan de meest uiteenlopende (hoogstwaarschijnlijk) imaginaire pijntjes. Het ene moment denk ik dat mijn knie naar de vaantjes is, het andere moment dat mijn longen het gaan begeven. Al die symptomen wijzen in dezelfde richting: ik leid aan PHS, het pre-hel-syndroom. Morgen moet ik er echt aan geloven.

De afgelopen week was behoorlijk gevuld met werk, wat ontspanning en slechts een minimale dosis sport. Maandagavond deed ik in de motregen nog een laatste generale repetitie met Roos: ik liep, zij fietste. Het was donker en we zochten bewust de paden op met een hoog Kasterlee-gehalte: asfalt, weinig bebouwing, eentonig en quasi onverlicht. De dag nadien bevestigde kinesitherapeut Kathelijn dat mijn lichaam helemaal klaar is voor een Hel(se) ervaring. Verder ging ik nog eens fietsen en lopen. Mijn benen voelden niet anders dan anders aan. Tussen het laatste schoolwerk door probeerde ik al wat kerstcadeaus te maken of toch de creatieve mise-en-place in orde te brengen. Mijn opperste moment van ontspanning beleefde ik toen ik sinds heel lange tijd nog eens een bad nam.

In mijn hoofd passeerden al honderden scenario’s de revue voor mijn tweede Hel van Kasterlee. Vooral doemscenario’s doen het goed. In vergelijking met vorig jaar ben ik veel onrustiger. Enerzijds omdat ik toen beter getraind leek. Anderzijds omdat ik me geen volwaardig duatleet voel. Ik kan me nu al perfect voor de geest halen hoe ik me vorig jaar vlak voor de start voelde: geïntimideerd tot en met. Beschaamd dat ik aan de start stond. Klaar om terug in de auto te stappen en thuis een boek te gaan lezen. Gelukkig deed ik dat niet, want ik werd onverwacht derde. Natuurlijk voel ik daardoor wat meer druk. Als zus van de zevenvoudig winnaar verschijn ik ook niet helemaal in cognito aan de start. Ik wil me echter niet bezighouden met mijn plaats in de ranking. De Hel van Kasterlee is een knoert van een wedstrijd, de weg naar de Hel is lang, fit aan de start geraken is al een prestatie, finishen in de Hel is dat nog meer. Mijn ambitie is dus om, liefst met een goed gevoel, de eindmeet te halen. Bij een wedstrijd van dit kaliber vallen de maskers sowieso af. Ik kan eindigen in de top 3, maar net zo goed in de top 12 (het aantal vrouwen dat aan de start staat).

Het regenachtige weer dat voorspeld wordt, baart me niet heel veel zorgen omdat ik een editie overleefde met sneeuwval die zowel koud, modderig als nat was. Ik heb me in de eerste plaats voorgenomen om ten alle tijden de kalmte te bewaren. Mijn papa doet helaas niet mee, dus ik zal zelf het hoofd koel moeten houden. Vorig jaar duurde het even voordat ik het juiste ritme vond op de fiets en kreeg ik pas wat vertrouwen toen ik me in familiaal gezelschap bevond. Ik kijk het meest op tegen de eenzaamheid tijdens het fietsen. Gezelschap of niet, ik zat vorig jaar 6 uur en 57 minuten op mijn mountainbike en al die tijd wordt de grootste strijd in je hoofd gevoerd. Een strijd met de eindeloosheid en de eentonigheid. Er was zelfs een moment dat ik tegen mijn fiets begon te praten. Waar ik het meest naar uitkijk, dat is het afsluitende loopnummer. Ik herinner me nog hoe groot de ontlading was toen ik eindelijk van de fiets kon. Tegen alle verwachtingen in bleek ik zelfs nog over een cartouche energie te beschikken die me heel goed van pas kwam bij de laatste loopkilometers. En er was natuurlijk de steun van mijn familie en van Roos in het bijzonder. Waardoor zelfs die laatste 30 kilometers voorbij waren voor ik het goed en wel besefte en ik een rode-loper-moment beleefde om u tegen te zeggen.

Ondanks de stress en zenuwen die door mijn lijf gieren, probeer ik toch ook uit te kijken naar de unieke beleving. De Hel staat namelijk voor ambiance, familiaal samenzijn en sportplezier. Ik prijs me gelukkig met de schare supporters die live of vanop afstand met mij zullen meeleven en -voelen. Mentaal moet ik de strijd dus aankunnen en dat is heel veel waard: met benen die op zijn kan je nog heel wat, met een hoofd dat op is, ben je ten dode opgeschreven. Morgen weten we of mijn broer zijn achtste zege mag vieren, of mijn peter Mark voor de derde keer zal finishen en of 503 mijn nieuwe geluksgetal wordt.

Het lopersleven zoals het is

Lopers: ze zijn niet moeilijk te herkennen in hun sporttenues, de ene al gekleurder dan de andere. Bovendien betrap ik mezelf vaak op uitspraken als “ah ja, ik heb daar al eens gelopen” als iemand het heeft over een bepaalde plaats of “ik ga eerst nog lopen” als iemand me vraagt naar mijn planning. Er zijn echter ook andere aspecten in mijn dagelijks leven waaraan je merkt dat ik leef als een loper.

  • Ik heb veel loopschoenen in huis. Echt veel. Hierdoor ben ik altijd op zoek naar handige opbergsystemen om die schoenen te bewaren. Ik vind het namelijk moeilijk om schoenen weg te doen die hun tijd hebben gehad en waar ik graag mee gelopen heb. Ik denk dan dat ze ooit nog van pas zullen komen. Geen idee bij welke gelegenheid ik afgedragen loopschoenen (waarmee ik een marathon liep!) zou kunnen dragen, maar ondertussen blijven mijn darlings wel mooi bij mij.
  • Als ik nieuwe loopschoenen heb, duurt het meestal eventjes vooraleer ik die effectief in gebruik neem. Net zoals ik mijn ongelezen boeken zorgvuldig op stapels leg en herorganiseer, zo koester ik ook mijn nieuwe loopschoenen in de doos (in de woonkamer). Ongedragen loopschoenen houden net zoals ongelezen boek een belofte in. Ik open de doos dan een paar keer per dag om mijn nieuwe aanwinsten te bewonderen en eens vast te houden om ze dan weer heel voorzichtig in het papier te wikkelen en de doos te sluiten.
  • Mijn kat Ada is de Koningin van de Schoendozen. Ze vindt het heerlijk om op schoendozen te zitten of liggen. Leeg of gevuld, daar doet ze niet moeilijk over. Als je die gelukzalige blik op haar snoet ziet, is het onmenselijk haar dit plezier te ontzeggen. Ada krijgt er dus een nieuwe loungeplek bij als mijn schoenen eenmaal in roulatie zijn. In het belang van haar welzijn maken schoendozen deel uit van mijn interieur.
  • Ik voer een nooit aflatende strijd te voeren tegen sportwas. De grootste uitdaging is om die fatsoenlijk op te bergen. Opruimgoeroe Marie Kondo zwijgt hier wijselijk over. Een stapel maken met sportkleding lijkt immers onmogelijk te zijn en resulteert gegarandeerd in een grabbelbak. Ophangen is dan weer belachelijk. Daarom heb ik vaak een centrale verzamelplaats (een hoop dus) als wachtplaats tussen wasmachine en kleerkast, waar ik het nodige gerief kan uitnemen. Niet netjes, wel praktisch.
  • Je zal mij zelden betrappen op stijfheid na duurlopen. De echte war zone bevindt zich doorgaans onder mijn kleding, waar schuurplekken van ondergoed en hartslagmeter zich thuis voelen. Om die te voorkomen smeert de loper vaseline. Er blijkt een taboe te rusten op die blauwe potjes omdat ze met andere wrijvingsvormen in verband worden gebracht. Aangezien ik op jaarbasis drie potjes verbruik, durf ik het inmiddels zonder schroom in mijn winkelwagen te gooien. Daarbij jaag ik er op een jaar ook twee tubes Flaminal hydro door om pijnlijke schuurwonden te verzorgen.
  • Zondag dat is duurloopdag en de weersvoorspellingen van het weekend zijn belangrijk. Zelfs van levensbelang als er een wedstrijd op het programma staat. Ik kan het dan niet laten om al veel te vroeg op voorhand het weer in de gaten te houden, wetende dat dit op het allerlaatste moment nog kan omslaan. Ik stel me dan voor hoe dat weer juist zal zijn en ik denk terug aan andere situaties waarin diezelfde weersomstandigheden zich voordeden. Ik weet wel dat zelfs het ellendigste weer geen ellendig loopweer is, maar die obsessie met het weerbericht kan ik moeilijk loslaten.
  • In een straal van 10 kilometer rond mijn woning weet ik exact waar de kilometerpunten liggen. Ik weet ook hoe ver mijn familieleden van mij wonen in loop- of fietskilometers. Afstanden inschatten kan ik dus behoorlijk goed. Andere steden ken ik vooral door de loopevenementen die er hebben plaatsgevonden. Zo heb ik nu echt het idee dat ik Brugge en Zeebrugge ken omdat ik er in oktober de marathon liep met Roos. Als ik in Brussel ben, dan associeer ik bepaalde plaatsen automatisch met het kilometerpunt van de halve of hele marathon. Dat parcours vormt voor mij de basis van heel wat aanknopingspunten om me er te oriënteren.
  • Ik vertelde het al: ik zweet veel en snel. Een eigenschap die me niet stoort in een sportieve context, maar waar ik me daarbuiten wel aan kan ergeren. Ik heb dan ook bijna altijd het nodige verfrissingsmateriaal op zak. Andere mensen die zweten in het dagelijks leven vind ik meteen sympathiek. Samen zweten: het smeedt een band.

Duatlonspecial – Mijn tweede weg naar de Hel #2

Over een week openen de poorten van de Hel. Letterlijk, want aan de sporthal van Kasterlee staan dan gates to hell met vlammen en een duivel die er behoorlijk angstaanjagend uitziet. Al weet elke deelnemer dat de gevaarlijkste duivel zich in zijn eigen hoofd bevindt. Om die strijd aan te gaan is het dus belangrijk om je in de weg naar de Hel voor te bereiden op de mentale ontbering. Net zoals vorig jaar zakte ik dus twee weken voor Helledag af naar het park van Tervuren om al eens te proeven van de hellevlammen. De weersomstandigheden deden mijn vagevuurtraining alle eer aan. Verder gebeurde er de afgelopen week bitter weinig met mijn benen, maar des te meer in mijn hoofd. Of hoe de weg naar de Hel nooit een walk in the park is.

Ik zei het al vaker: als ik gepland heb om te gaan lopen (of fietsen), dan zal dat gebeuren. Of het nu sneeuwt of bloedheet is. Daarbij ben ik ook van het principe dat je het maar beter zwaar kan hebben (en maken) op training om ook je mentale weerbaarheid te testen. Met die wetenschap moest ik eigenlijk dolgelukkig zijn dat het vorige zondag ellendig weer was: wind en regen eisten een hoofdrol op. Het weercijfer voor lopen was een 8 op 10, fietsen scoorde slechts een 2, slechts één punt meer dan barbecueën of een terrasje doen. Een optimistische inschatting voor beide sporten, want ik denk dat het nog best gezellig kan zijn op een verwarmd terras met een warme chocomelk of winterbarbecue. Vorig jaar beschouwde ik mijn vagevuurtraining als een generale repetitie. Ik liep, fietste en liep telkens de halve afstand van elk onderdeel in Kasterlee. Bovendien fietste ik vijf rondes om de omstandigheden zo goed mogelijk te simuleren. Dankzij dat lumineuze idee was ik een halve dag zoet in Tervuren. Aangezien ik nu toch al wat meer ervaring heb als mulitsporter besloot ik de afstand te beperken, maar wel voor de combi lopen-fietsen-lopen te gaan.

IMG_1757b
Hoe somber kan een dennenboom zijn?

Vijf (korte) rondes fietsen leek me aanvankelijk een leuk idee tot ik doorhad welk smerig spel de wind speelde. Omdat zelfs een koppigaard als ik flexibel kan zijn, besloot ik er een intensieve training van te maken en geen rondes te rijden. Ik zocht werkelijk elke modderstrook op die er in het Zoniënwoud te vinden is (en dat zijn er behoorlijk wat). Mijn training werd een cross-duatlon: niet lang, maar wel pittig. Ik deed dat op de tonen van de MNM 1000. Vooral Elton Johns Circle of Life vond ik symbolisch voor dat moment. Uiteindelijk fietste ik 30 kilometer door de modder en dat ging me beter af dan verwacht. De glibberige hellingen boezemden me geen angst in en bergop kon ik behoorlijk doorstampen. Mijn stalen man Juan mag dan wel zuiderse roots hebben, hij kan ook uitstekend ploeteren in herfstweer. Ook mijn loopbenen stelden me niet teleur.

IMG_1770b

Je zou denken dat je het Zoniënwoud voor jezelf hebt als het ellendig weer is. Niets is minder waar. Het leek alsof iedereen dit barre weer had afgewacht voor een uur natuur. Er startte een mountanibiketocht in Vossem, ik passeerde hordes lopers die duidelijk schik hadden in hun weekendloop en ook de nordic walkers waren vrolijk babbelend van de partij. De grootste hoofdrol was echter weggelegd voor de hondeneigenaars. Terwijl ik op de fiets al op keek tegen de onvermijdelijke schoonmaakbeurt van mezelf, mijn kleding en mijn fiets, realiseerde ik me dat het lastiger is om je hond na een modderwandeling schoon te krijgen. Honden blijken echt in hun element te zijn als het regent. Ik zag er eentje uitgelaten door de modder rollen, ik werd achtervolgd door een pitbull die niet meer luisterde naar zijn baasjes en ook een dartele poedel zag in mijn fietsverschijning een speelmaatje. En dan was er nog een hond met jachtinstinct die ging lopen met mijn handschoen die ik per ongeluk liet vallen toen ik even gestopt was. Mijn dierenliefde werd kortom op de proef gesteld.

Ik hield gemengde gevoelens over aan mijn generale repetitie. Het besef dat ik nu niets meer kan veranderen aan mijn vormpeil maakt me onrustig. Ik kan alleen maar vertrouwen op wat geweest is. De afgelopen week probeerde ik in te zetten op rust: sportrust welteverstaan. De doemdenker in mij kreeg daardoor vrij spel. Ik probeerde hem te verschalken door examens te verbeteren, mijn hobbykamer te herorganiseren, een Ikea-roltafel te monteren (een primeur), Leonard Cohen te luisteren en eindelijk weer eens een boek te lezen. Gisteren ging ik een lange toer in het bos lopen. Het werd een plezierloop met enkele onverwachte zonnestralen en frisse benen. Na die intensieve trainingsperiode ondervond ik plots weer aan den lijve wat de essentie van lopen is. Ik ontdekte het groenste mos in een bos dat voorts bruin, nat en kaal is. De komende week ga ik op groot onderhoud bij de kinesitherapeut, wordt het eerste semester op school afgesloten, zal ik eindelijk mijn kerstboom zetten en ook wat kaarsjes branden in de hoop dat het over een week niet de hele dag regent. Berusting in het kwadraat en hopen op veel groen mos.

 

Duatlonspecial – Mijn tweede weg naar de Hel #1

De weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen, zo ook die naar de Hel van Kasterlee. Ik bedoelde het allemaal heel goed, maar ondanks die puike voornemens begon de maand met een kwakkelstart. Daar waar oktober een relatieve rustmaand was, zou ik er in november stevig in vliegen om de duatleet in mezelf te herontdekken. Dat was toch het plan. Mijn stalen vriend Juan dacht daar anders over. Door zijn Baskische grillen volgde het ene technische probleem het andere op. Ik werd er moedeloos van. Vaker zat ik met mijn mountainbike in de auto dan op het zadel. Het nodige vakmanschap later (en heel wat euro’s lichter) was Juan herboren en verlost van al zijn kwaaltjes. Oef!

Ik mag vooral niet klagen over het weer van de afgelopen maand. Vorig jaar leek ik elke training regen en wind te trotseren. Nu werd ik elk weekend getrakteerd op een royale dosis zon. Tijdens mijn eerste fatsoenlijke trainingsweekend besefte ik dan ook dat het geen zin had om te kijken naar de trainingskansen die voorbij waren en wat ik (zogenaamd) had gemist. Gedane zaken nemen geen keer. De enige weg naar de Hel is die vooruit. Ik zou me dus focussen op de trainingskansen die nog voor het grijpen lagen. Dat betekent naast veel lopen en fietsen, vooral ook de omstandigheden opzoeken die de Hel van Kasterlee zo loodzwaar maken. In eerste instantie is dat het afsluitende loopnummer van 30 kilometer na ruim 100 fietskilometers. Ik ging dus vaak lopen nadat ik eerst een goed stuk had gefietst. Mijn lichaam lijkt daar ondertussen al behoorlijk aan gewend. Ook lopen met een lege tank, bij voorkeur als het donker is, behoort tot de specifieke trainingen. Ik stond dus (vaker dan me lief was) in alle vroegte op om nuchter te gaan lopen. In de zomer vind ik dat heerlijk. In drukke en donkere maanden is dat een opgave. De drempel van mijn bed naar mijn loopoutfit leek met de week groter te worden.

IMG_1673b

Van de nood een deugd maken of het nuttige aan het noodzakelijke koppelen: daar ben ik ondertussen een kei in. Toen ik mijn fiets nogmaals moest binnenbrengen voor een geplande vervanging besloot ik me ’s avonds op de mountainbike te verplaatsen naar de fietsenmaker om dan 17 kilometer naar huis lopen. Na een lange werkdag dus, in het donker, met een fluohesje over een slecht voetpad langs een steenweg. Kortom een nuttige training voor zowel benen als hoofd. Twee dagen later deed ik hetzelfde in omgekeerde volgorde. Heel recent ontdekte ik trouwens dat mijn drinkbushouder ook prima dienst kan doen als pistolethouder (mits een klein deukje in de onderste pistolet). Een fietstraining kan dus gecombineerd worden met een tussenstop bij bakkerij Vogelaers in Vossem.

IMG_1724b

Gelukkig was er dus de zon. En nog gelukkiger was er mijn familie. De halve marathon in Kasterlee was een mooie les in loopplezier. Een week later trok ik weer naar de Kempen om met Peter en mijn peter Mark (eveneens helleganger) nog meer voeling te krijgen met de Kastelse zandgrond. We fietsten de mountainbikeroute vanuit Herentals naar Kasterlee. De bossen lagen er verdacht goed bij. De dag nadien liep ik in het gezelschap van Roos op de fiets tot bij Marike en Peter in de Kempen. Voor de aandachtige volgers: ja, dat deed ik al vaker dit jaar. Het is de ideale route voor een lange duurloop. Welgeteld 30 vlakke kilometers in het aangenaamste gezelschap met de hartelijkste ontvangst die een mens zich kan voorstellen. Voor het eerst werd ik met open armen (min of meer toch) ontvangen door mijn metekindje Leah, die ondanks haar prille leeftijd al helemaal wordt ingewijd in de rol van supporter.

Ik ben geen klager. Echt niet. De afgelopen maand had ik het echter heel zwaar. Al van in september lijk ik letterlijk en figuurlijk achter de feiten aan te lopen. Ik word overspoeld door schoolwerk. Het voelt als aanmodderen, maar dan aan een duizelingwekkend hoog tempo. Mijn dagen zitten zo tjokvol dat ik van de ene shift in de andere tuimel. Ik snak naar ademruimte en dat is soms beklemmend. Hoewel ik vorig jaar heel wat meer kilometers aflegde in november (in slechtere omstandigheden), wogen die minder op mijn gemoed. Vooraleer ik me volgend jaar dus weer halsoverkop in een nieuw Hel-avontuur stort, zal ik toch eens goed nadenken of ik me er nogmaals voor wil en kan opladen. Lopen en fietsen doe ik gelukkig nog altijd heel graag. In de toekomst moet dat ook zo blijven.

IMG_1646b

Vandaag is het nog 2,5 week tot de Hel. De examenperiode staat voor de deur. Het grootste schoolwerk en de zwaarste trainingen zitten erop. De tol die ik daarvoor heb betaald is zwaar. Mijn katten staan op het punt een bezwaarschrift in te dienen bij de FOD Dierenwelzijn vanwege een ernstig en structureel gebrek aan zeteltijd. Mijn huishouden is een puinhoop. Mijn lezersbestaan ver zoek. Hoog tijd om schoon schip te maken zodat ik met een opgeruimd gemoed de laatste weken van het jaar in kan gaan. Vannacht had ik trouwens mijn eerste stressdroom over de Hel. Ik stond in de kleedkamer en ik bleek bijna geen sportkleding bij me te hebben. Ik zou lopen in hoge basketbal-achtige schoenen, een veel te ruim blauw shirt en een veel te korte short. Een fietsbroek had ik niet mee. Terwijl ik dus in de kleedkamer mijn lange veters stond te binden, weerklonk het startschot. Op zondag 22 december kan dat alleen maar beter verlopen. Ik beschouw die droom als een teken dat ook mijn hoofd zich stilaan in de juiste modus aan het nestelen is.

Loperspraat – De zon scheen in Kasterlee

In Kasterlee is een hotel met de naam Kempenrust. Ik kan me er iets bij voorstellen: dat mensen naar de Kempen trekken voor wat ongedwongen toerisme in eigen land: bos, duinen, pompoenen, het sappige Kempische accent en voldoende etablissementen voor een pannenkoek met koffie en meer. Hotel Kempenrust (met zwembad!) ligt echter vlak aan start en finish van de (halve) marathon van Kasterlee. Op zondag 17 november 2019 was het er omstreeks 10u dus even niet heel rustig omdat 1500 lopers zich verzamelden voor één of twee rondes door de streek. Als ik (of bij uitbreiding mijn familie) in Kasterlee ben, is dat allesbehalve om te rusten. Meestal loop of fiets ik er veel kilometers. Team Odeyn stond dit jaar met een driekoppige delegatie aan de start: Seppe, Roos en ik zouden de klus klaren. Hoog tijd dat Marike, die nota bene in de Kempen woont, ons kwartet eens vervolledigt en haar debuut maakt in Kasterlee!

Het was mijn zesde editie van de halve marathon op Kastelse bodem. Halverwege november mag je er doorgaans modder, regen en grijzigheid verwachten. Niet dit jaar. De zon scheen hard en het bleef kurkdroog: een schitterende dag om een halve marathon in de natuur te lopen. De temperatuur was aan de heel frisse kant en zo trokken Roos en ik naar de warmte van het startvak, waar we nog een laatste aanmoediging vanaf de zijlijn kregen van onze hoogsteigen pappie. Het startschot weerklonk en het confettikanon deed het even sneeuwen. Seppe snelde er vanop de eerste rij als een haas vandoor. Hij zou die koppositie niet meer lossen en won 1 uur en 13 minuten later de halve marathon. Ik vertrok ook best snel. Al leek ik door de koude niet op benen te lopen, maar op stokken. Na een kilometer of twee en een eerste off-road passage voelde ik weer dat ik voeten had. Nog twee kilometer later kwamen ook mijn tenen weer dag zeggen. Ik had er zin in, liep snel en dat leek me relatief weinig moeite te kosten. Op de stukken asfalt kon ik zelfs nog extra tempo maken en dankzij de zon liep het zweet al snel over mijn gezicht. Voor ik het wist had ik 11 kilometer als een malle gelopen en was ik klaar voor de tweede helft. Het bos wachtte op mij.

IMG_1689b

Al vijf jaar na elkaar mispak ik mij aan dat verduivelde bos. Elk jaar opnieuw lijk ik er mijn voortvarende start te bekopen. Dan vloek ik binnensmonds en hou ik me voor om het jaar nadien wat over te houden voor die verraderlijke staart. Lichtjes bevreesd liep ik dus het bos in met de angst er de Kastelse boeman tegen te komen die mij er elk jaar een klein tikje met zijn trollenknots uitdeelt. Ik wachtte dus af tot dat zou gebeuren. Er gebeurde echter helemaal niets. Integendeel, de kilometers flitsen voorbij. Het bos leek vlakker dan de voorbije jaren. Alsof ze het met een gigantische pletwals wat hadden uitgevlakt om het loopcomfort te vergroten. Ik kreeg dus helemaal geen klop of tik. Hooguit af en toe een déjà-vu naar mijn eindeloze passages in de Hel van Kasterlee, waar ik heel alleen kilometer na kilometer door de modder stampte. Ik prees me dan ook gelukkig dat ik me nu zo snel door dat bos kon voortbewegen. Wat ongewijzigd bleef, was mijn onvermogen om me te oriënteren in en rond Kasterlee. Het parcours van de (halve) marathon van Brussel zou ik geblinddoekt kunnen lopen. In wereldstad Kasterlee legde ik ondertussen al heel veel kilometers af, maar alles lijkt er op elkaar. Drop me er niet, want je ziet me niet meer terug.

Mede dankzij de duidelijke bewegwijzering kwam ik dus voor ik het goed en wel besefte terecht in mijn laatste kilometer richting finish. Hoewel ik voor de start absoluut geen ambitie had om een heel snelle tijd te lopen, zag ik plots dat die er wel in zat. Dankzij mijn eindsprint (die naam niet waardig) finishte ik uiteindelijk in 1:39:48 als zesde vrouw. Met een gemiddelde snelheid van 4’40” liep ik zelfs mijn snelste halve marathon ooit in Kasterlee. Ook Roos zette een sterke chrono neer en is bij deze volledig hersteld van onze marathon in Brugge. Ze gaf wel toe dat ze mijn gezelschap een beetje had gemist. Wat de dag zo mooi maakte, was niet mijn snelle tijd, maar wel het pure loopplezier dat ik beleefd had tijdens mijn 21 kilometer. Kasterlee voelde inderdaad aan als een stukje Kempenrust.

IMG_1683b