Loperspraat – Nieuwe plannen maken

Ik heb nog steeds geen wedstrijden of evenementen nodig om mijn loopschoenen aan te trekken of op de fiets te springen. De afgelopen weken bleek enige doelloosheid ook mij echter niet vreemd. Het was kortom tijd om nieuwe plannen te maken: één van mijn favoriete bezigheden, waar zowel structuur als chaos elkaar ontmoeten. De Rotterdam Marathon zal ik in 2020 niet achter mijn naam kunnen schrijven, althans niet de officiële versie die nu is gepland voor 11 april 2021. Maar kijk, het mooie van de marathon is dat je die echt wel overal kan lopen. In oktober loop ik dus wél een marathon. Waar en hoe die zal plaatsvinden, daar ben ik nog niet uit. Ofwel ga ik voor eerder vlak en snel, ofwel voor een mooie looproute in één lijn. Ik maakte nog andere sportieve plannen die weinig te maken hebben met duurlopen.

IMG_3041b

Om te beginnen zijn er natuurlijk plannen met mijn zussen Roos en Marike: sportief, enthousiast en het beste gezelschap dat een mens zich kan wensen. Zondag fietsten we met z’n drieën naar de basiliek in Scherpenheuvel, waar we ons welkom voelden bij Maria, maar een zegening toch aan ons lieten passeren. Twee weken geleden schotelde ik hen ook een nieuwe uitdaging voor. Eind augustus gaan we elk voor zich, maar toch in gezelschap een heel snelle drie kilometer uit onze benen proberen te schudden. Dat idee haalde ik van zowat overal, al heet het dan geen uitdaging, maar een challenge en geen 3 kilometer, maar een Solo3k. Ik beschouw het als een motivatie om wat aan de snelheid te werken en intervaltrainingen in te bouwen. Bij mijn marathonvoorbereidingen loop ik ook altijd enkele trainingen die bestaan uit drie tempblokken van elk drie kilometer. 3K is een uitdagende afstand: te lang om als een malle te vertrekken, te kort om aangenaam in je tweede adem te lopen. Mijn doel is om die drie kilometer onder de 13 minuten af te werken. Ambitieus, maar haalbaar.

QHMH2821

Gek genoeg waren mijn zussen meteen enthousiast over dit plan. Ik deelde het hen mee toen ze samen op vakantie in Frankrijk waren, net nadat ze een jaloersmakende foto hadden doorgestuurd van de prachtige Ardèche, waar ze samen aan het traillopen waren. En oh ja, ze beklommen ook nog enkele cols met de fiets. Marike heeft er inmiddels haar eerste intervaltraining op zitten. Ze bevestigde dat je daar aanvankelijk wat tegenaan hikt, maar er uiteindelijk veel voldoening uit haalt. Mijn eerste snelheidstrainingen vielen me ook erg goed mee. Vreemd is dat toch, hoe ook versnellingen geprogrammeerd in je benen kunnen zitten. Ik deed ze fartlek-gewijs: dat wil zeggen dat ik 10x versnelde op een spontane manier en dus zonder te kijken naar afstand of tijd op mijn horloge. Het begin is in ieder geval gemaakt.

Mijn andere plannen zijn fietsgerelateerd. Ik woon dus sinds twee maanden niet meer in het Leuvense, maar in het Tiense. Mensen toch, wat blijf ik me verbazen over de prachtige omgeving hier! Zo ontdekte ik recent de LF6 fietsroute. Die doorkruist Vlaanderen van West-Vlaanderen tot aan de grens met Nederland: goed voor 360 km fietsplezier. Tijdens mijn eerste LF6-ontdekkingstocht fietste ik via Hakendover en Landen naar Sint-Truiden om te belanden in fietsparadijs Limburg, waar je ironisch genoeg meer mensen op een Vespa passeert dan op een fiets. Ik volgde ook de andere kant die me via een pittige beklimming in Hoegaarden via Boutersem en Bierbeek tot het voor mij bekendere terrein van Meerdaalwoud bracht. Echt een aanrader! Al vind ik de route niet zo laagdrempelig als die wordt aangeprezen. Laat ik zeggen dat ik me gelukkig prijs met mijn comfortabele mountainbike. Hoewel ik niet meteen ambities heb om de volle 360 kilometer van de LF6 rond te maken, werkt de route inspirerend en ben ik vooral heel benieuwd naar wat voor moois er nog meer verscholen ligt langs dit immense traject.

IMG_3070b

Het jammere van de LF6 is dat die zich beperkt tot Vlaanderen. Aangezien ik op amper 4 kilometer van Wallonië woon, trok ik dus naar onze Franstalige zuiderburen. Zétrud-Lumay (aka Zittert-Lummen) is de eerste deelgemeente van Jodoigne (aka Geldenaken) die ik vlak na de taalgrens doorkruiste. Ik maakte een ommetje door het historische centrum van Jodoigne en ik keek mijn ogen uit. Het deed me zowel denken aan Houffalize als aan Mont-Martre als aan Brussel. Wat rommelig en chaotisch, alles schots en scheef, erg charmant en zelfs in het kleinste straatje weten ze nog een rij auto’s te parkeren. Ik vervolgde mijn weg verder over Ravel 2, die vanuit Hoegaarden naar Namen loopt. Een welkome vlakke afwisseling na het steeds glooiende landschap van de LF6. Ik hield nog even halt in Huppaye, gewoon omdat die naam zo vrolijk klonk. Wallonië bezorgde mij een instant vakantiegevoel en dat zo dicht bij huis. Ik kan dus niet wachten om er meer van te ontdekken. Een ritje via de Ravel 2 naar Namen (43 kilometer vanaf Hoegaarden) staat dan ook hoog op mijn prioriteitenlijstje. Laat het duidelijk wezen: la Belgique, douze points!

IMG_3075b

De gedachte – Hoe zou het zijn met?

Aan hoofdrolspelers was er geen gebrek tijdens de coronacrisis. Er zijn de zorgverleners, de winkelbediendes, de postbezorgers, de vuilnisophalers en het onderhoudspersoneel dat ettelijke malen – geheel terecht – in de bloemetjes werd gezet. De witte lakens en lieve berichten aan tal van woningen zijn daar nog steeds stille getuigen van. De crisis leverde ook figuranten aan die via sluikse weg hun stempel op de afgelopen periode konden drukken. Of juist niet. Hoe zou het hen eigenlijk vergaan?

Hoe zou het zijn met de hamsteraars?
Zijn ze nog steeds overtuigd van hun grote gelijk? Denken ze met weemoed terug aan de Slag om de Supermarkt die ze bevochten begin maart? Checken ze dagelijks hun geheime voorraad alcoholgel en handzeep in de hoop die aan woekerprijzen te kunnen verkopen? Of eten ze nu dagelijks erwten, wortelen en boontjes uit blik met het schaamrood op de wangen? Decoreren ze hun woning met zelfgemaakte mozaïekjes van gedroogde spliterwten en linzen? Zijn ze al maandenlang creatief in de keuken met spirelli en farfalle? Vullen ze hun zwembad niet met kraanwater, maar met de flessen bronwater die ze aansleepten?

Hoe zou het zijn met Eliud Kipchoge?
Zat hij de afgelopen maanden eenzaam op z’n berg in Kenia op anderhalve meter afstand van zijn collega-lopers? Hoe reageert het competitiebeest in hem op de gedwongen wedstrijdloze periode die hij nu doormaakt? Liet hij zich echt geen welgemeende f*ck ontvallen toen de London Marathon werd afgelast? Bleef hij spartaans kalm toen hij hoorde dat het rechtstreekse duel met Kenenisa Bekele, die in september op amper twee seconden van Kipchoges wereldrecord op de marathon strandde, niet zou plaatsvinden? Eet hij zijn ugali nog steeds met evenveel smaak, niet wetende wanneer hij zijn volgende marathon zal lopen? Of is De Filosoof stiekem blij dat hij nu eindelijk tijd heeft om boeken te lezen en zijn uitgebreide schoenenkast op te ruimen?

Hoe zou het zijn met alle enthousiastelingen die tijdens de quarantaine halsoverkop begonnen te sporten?
Blikken ze louter nostalgisch terug op al die quarantaine-kilometers? Zijn ze geveld door blessures en blijft hun lichaamsbeweging beperkt tot de verplaatsing naar de kinesitherapeut? Liggen de loopschoenen ergens achterin een kast (die sinds april ook niet meer werd opgeruimd) te verpieteren? Staat hun racefiets inmiddels te koop? Of zijn ze nu volledig verknocht aan hun nieuwe tijdverdrijf? Beseffen ze hoe heerlijk het is om op de fiets te stappen en er eventjes helemaal tussenuit te zijn? Nemen ze niet langer de auto om naar de bakker twee kilometer verderop te gaan? Hebben ze de smaak echt te pakken en dromen ze van 10 Miles, 20 kilometers van Brussel en volledige marathons? Hebben ze echt geproefd van wat sportgeluk betekent?

Hoe zou het zijn met de Arc de Triomphe en mijn andere stenen vrienden in Parijs?
Wie waren de bezoekers die op 15 juni voor het eerst terug de Arc de Triomphe mochten beklimmen? Hoe zag de iconische, en vooral chaotische, rotonde Etoile eruit toen je je slechts op straat mocht begeven met het juiste papier en de vereiste stempel? Werd er pro forma nog geclaxonneerd? Gebruiken chauffeurs nu wel hun richtingaanwijzers? Hebben de wonden die de gilets jaunes achterlieten kunnen helen? Was er tijd om noodzakelijke klusjes op te knappen? Hoe dicht of ver staan de terrasstoelen echt van elkaar op de smalle Parijse stoepen?

Hoe zou het zijn met Miguel Wiels?
Is hij er nog steeds echt van overtuigd dat leerkrachten klagers en luilakken zijn omdat ze tijdens lesvrije weken zogenaamd nauwelijks moesten werken? Kent Miguel Wiels, naast de genoemde hardwerkende zelfstandigen, überhaupt leerkrachten? Weet hij hoe mentaal belastend een schooljaar kan zijn? Beseft hij hoeveel maatschappelijke druk er op de leerkracht is komen te staan en dat zijn bijdrage daar een prachtig voorbeeld van is? Is hij zich ervan bewust dat hij met zijn uitspraken vooral zijn eigen kortzichtigheid in de kijker zet? #foei

 

 

 

Het portret – Hulde aan de zestigers

Mijn ouders, ze zijn uit heel uitzonderlijk materiaal gesneden. Ik gok op een kruising tussen hout (sfeervol), kevlar (vijf keer sterker dan staal) en diamant (schitterend en exclusief). Sinds vorig jaar behoren ze allebei tot de club der zestigers. Om die verjaardag te vieren kocht mijn mama een nieuwe koersfiets en kreeg papa een iPhone. Een nieuwe Orbea-fiets: in onze familie spreekt dat voor zich, de iPhone had wat meer voeten in de aarde. Inmiddels is papa ook helemaal mee op technologisch gebied, al worstelt hij af en toe nog wat met de gezichtjes of emo’s, zoals hij emoji’s noemt. Mijn ouders zijn dus mee met hun tijd. Dankzij hen heb ik geen schrik om op een dag tot het kransje van senioren te behoren. Heel velen kunnen een voorbeeld nemen aan hoe zij omgaan met ouder worden. Vergeet Cliff Young dus, de Australische aardappelboer die in 1983 op 61-jarige leeftijd een ultramarathon won. Ik geef jullie 10 andere redenen waarom het echt niet erg is om 60 te zijn.

Mijn ouders zijn in de fleur van hun sportieve leven.
Hun sportieve exploten heb ik hier al wel eens onder de aandacht gebracht. Voor wie dat gemist heeft: mijn papa liep zijn eerste marathon op 56-jarige leeftijd, begon dan deel te nemen aan de Hel van Kasterlee en wist die al vier keer tot een goed einde te brengen. Mama die loopt al eens een halve marathon om een virtuele badge van Garmin binnen te halen en ze rijdt als het moet blindelings naar zee (165 kilometer!) op de fiets. Ze zijn het levende bewijs dat op duursport geen leeftijd staat. Recent ervoer Roos hoe het is om op een helling te moeten lossen als je moeder die naar boven vlamt. Momenteel is papa wat op de sukkel met zijn achillespees, maar ik maak me geen illusies: als puntje bij paaltje komt, neemt hij het voortouw in ons peloton en mag je al blij zijn als je in zijn zog kan volgen.

TXDK2331
Waarom langs het water lopen als je er ook door kan?!

Ze kennen echt overal de weg.
Mede door die sportieve ervaringen (en ook wel die van hun kinderen), kennen mijn ouders echt overal de weg. Noem een snelweg en papa weet welke modelbouwwedstrijden er in de buurt zijn. Geef mama een fietsknooppunt en ze kent de verbindende wegen mét bakkers en hun openingstijden. De papieren landkaarten die vroeger (gescheurd) in de auto lagen, werden ingeruild voor een GPS. Als het er echt op aankomt dan blijkt hun ervaring een betrouwbaardere navigator te zijn. Maar als het er écht op aankomt, dan kan er tussen hen wel een klein meningsverschil ontstaan over de route.

Ze hebben er nooit problemen mee gehad om grijs haar te krijgen.
Begrijpelijk, het maakt hen nog knapper.

Ze kunnen een verhuisbedrijf beginnen.
Tijdens mijn verhuizing werd nog maar eens duidelijk hoe sterk ze allebei zijn. Ook aan daadkracht en organisatie ontbreekt het hen niet. Van zodra zij je huis binnen stappen om aan “de klus” te beginnen, geef je die uit handen aan een uiterst ervaren team verhuizers. Toegegeven, ik gaf mijn vader ook al voldoende kansen om mijn kasten in en uit elkaar te halen. Ook mijn moeder laadde al meermaals mijn kleerkast in en uit. Een bijzondere vermelding gaat hier ook naar Peter en Niko die het verhuisteam aanvullen. Als een geoliede machine samenwerken met je schoonzonen: ook dat is niet elke ouder gegeven. Het enige waar ik nog voor kan zorgen is op tijd en stond een koffiepauze, een pistolet en een bezoek aan de frituur om de verhuisdag in stijl af te sluiten.

Ze zijn niet vastgeroest.
Mijn verhuizing gold als een generale repetitie voor het grote werk. Over enkele weken verhuizen mijn ouders namelijk zelf. Je moet het maar durven om het huis waar je 33 jaar hebt gewoond en je vier kinderen hebt groot gebracht te verruilen voor een nieuwe woonst om daar nieuwe familieherinneringen te maken.

Ze hebben nog steeds een groot hart voor dieren.
Die dierenliefde van mijn ouders, het is iets apart. Ze lijken juist minder te vallen voor alles wat pluizig is, maar eerder voor alles wat veren heeft of een veelvoud aan poten. Hun gedragsgestoorde loopeenden bezorgen hen soms kopzorgen, ook het welzijn van salamanders verliezen ze niet uit het oog. Sinds kort voeren ze een duif die zich meteen thuis voelde en maakt papa zich zorgen over de aanwezigheid van vogels en insecten in de nieuwe woning. Het is namelijk juist belangrijk dat die talrijk aanwezig zijn.

OBWA3477
Leah en de huisduif. Ook een Curver-box is nooit ver weg.

Ze zijn een onuitputtelijke bron van wijsheid over het planten- en dierenrijk.
Wikipedia kan mij niks nieuws vertellen als ik een ouderlijke bron heb geraadpleegd. Papa blinkt uit in geschiedenis, geografie én geologie. Bij mama moet je dan weer zijn met vragen over vogelsoorten, tuinonderhoud, alles over groenteteelt en het bloeischema van sierplanten. Dat doet mij eraan denken dat ik papa straks een vraag wil stellen over marmer.

Ze gaan door het vuur, maar vooral door wind en regen voor hun kinderen.
Voor mijn ouders is geen plan te gek. Mijn broer gaat 100 kilometer lopen? Oké Seppe, stuur de route door dan fietsen we je tegemoet om 6 uur ’s ochtends door de gietende regen, 70 kilometer met onze stadsfiets. Oké Joke, jij doet mee aan de Hel van Kasterlee, wij zullen 12 uur met ongetemd enthousiasme in de kou en regen staan om JOU nadien met lof te bezingen.

Ze zijn de meest fantastische grootouders die Laurien, Vik en Leah zich kunnen toewensen.
Als ik de toewijding en warmte zie waarmee mijn ouders hun kleinkinderen omringen, dan besef ik ook hoe het komt dat wij zo’n mooie kindertijd hebben gehad.

Dit gezegd zijnde… Papa, zou het geen prachtig vader-dochter-moment zijn om samen voor jou een degelijke bril te gaan kopen?

Loperspraat – Op verkenning in mijn nieuwe buurt

Er zijn heel wat oneerbiedige benamingen te bedenken voor het soort dorp waar ik nu woon. Ik noem het liefkozend de voorstad of een banlieu met cachet. Twee weken geleden verruilde ik Heverlee dus voor regio Tienen. Gek genoeg voel ik me meer dan ooit Leuvenaar sinds ik er niet meer woon. Van heimwee is echter geen sprake. Ik krijg er simpelweg de kans niet toe omdat mijn werk zich nog steeds binnen de Leuvense stadskern situeert. De afgelopen week was dan ook bijzonder. Ik ging ein-de-lijk terug naar school: een eerste september op twee juni! Waar ik vroeger op een week 40 kilometer woon-werkverkeer aflegde op de fiets, was dat nu mijn dagtotaal. Man, wat voelde het goed om – ondanks alle maatregelen – weer echt in de klas te staan met leerlingen. Hoewel alles anders was, genoot ik met volle teugen van het nieuwe semi-normaal. Verhuizen dat is hard labeur en tussen de dozen wonen, maar lopen schrapte ik niet van mijn programma. De beste manier om je nieuwe achtertuin te verkennen is al lopend. Zo voelde ik me op onbekend terrein meteen helemaal thuis.

IMG_2827b

Mijn eerste looprondjes hield ik hier bewust klein. Ik ken de streek totaal niet en met mijn zware verhuisbenen wilde ik het geenszins riskeren om hopeloos verloren te lopen. Allereerst besloot ik om eens te kijken hoe het einde van mijn straat eruit ziet. Dat was meteen een meevaller: het asfalt mondt uit in een klein veldweggetje dat weer doorgang geeft tot andere landelijke paden. Ik liep zo lang mogelijk rechtdoor om dan wat af te buiten en een lus te kunnen lopen. Wonderwel lukte dat erg goed. Met dank aan de plaatselijke kerktoren, waar ik bijna letterlijk onder woon. Gedurende mijn rondje van 6 kilometer verloor ik die nooit uit het oog en wist ik dus perfect hoe ik me moest oriënteren. De dagen erna maakte ik kleine variaties op dat rondje in mijn spreekwoordelijke achtertuin. Ik wilde van elk weggetje weten waar het precies op uitkwam om de kaart te visualiseren en te begrijpen hoe alles met elkaar verbonden is. Ook om Tienen-centrum te leren kennen, liep ik er eens door heen. Echt waar: als je een nieuw gebied wil leren kennen, doe het dan al lopend.

Na een week had ik het idee dat ik mijn eigen buurt zou herkennen. Tijd dus voor fase 2 van mijn grote ontdekkingstocht van den boeren buiten. Via Garmin Connect bestudeerde ik de routes die ik gelopen had en hoe ik mijn lussen groter kon maken. Ik kijk dan eerst naar de wat grotere wegen die parallel lopen met wat ik al ken. Kwestie van de kans op slagen te optimaliseren. Ook die uitbreidingsroutes werden nadien grondig onder de loep genomen. Als ik ergens verkeerd liep en moest omdraaien, deed ik dat stuk de dag nadien opnieuw “op de juiste manier” zodat ik in mijn hoofd weer een nieuwe verbinding kon maken. In België is geen dorp te klein om een eigen kerktoren te hebben. Zo kon ik dus makkelijk van de ene naar de andere kerktoren lopen en vergrootte ik mijn rondes tot 11 à 12 kilometer. Meer dan eens waande ik me in het buitenland op amper enkele kilometers van mijn voordeur.

IMG_2830b

Mijn nieuwe omgeving valt ontegenzeggelijk in de categorie landelijk. Je ziet hier velden, akkers, boomgaarden, plantages en weien. Zitbanken zijn niet afgezet om samenscholingen tegen te gaan. Er is een gedenkteken voor Boer Staf. De koeien lijken hier gelukkiger te zijn. In tegenstelling tot Heverlee is er geen bos te bespeuren en ook een kanaal heb ik nog niet ontdekt. Voorlopig ervaar ik dat niet als een gemis. De grootste troef is dat ik hier langs elke kant nog tientallen kilometers verder in het groen kan lopen. In alle rust bovendien, want dat is wat de omgeving uitstraalt. Soms passeer ik meer tractors dan auto’s. Ik kan 10 kilometer lopen en slechts een handjevol lopers, wandelaars of fietsers tegenkomen. Een vriendelijke knik is hier overigens geen keuze, maar een evidentie. Vreemd genoeg ga ik hier niet lopen met muziek in mijn oren. Alsof zelfs dat de plattelandsrust zou verstoren. De gedachtestroom in mijn hoofd wordt geneutraliseerd door wat ik rondom mij zie en hoor: niet al te veel en juist dat heb ik nodig om mijn hoofd leeg te maken. Voorlopig heb ik daar geen muzikale ondersteuning bij nodig. Ik ben de komende weken nog wel eventjes zoet met de uitbreiding van mijn sportieve actieradius. Zeg nu nog eens dat ik er niet van hou om nieuwe oorden te ontdekken.

IMG_2852b

Loperspraat – Op de fiets met Roos

Hoe zou het eigenlijk zijn met Roos? Na de 10 Miles van Marike en de 100 kilometer van Seppe is dat een terechte vraag die jullie je vast stellen. Wel, het gaat goed met Roos. Mijn kleine zus moet natuurlijk niet op de covid-afdeling werken om een heldin te zijn, maar ze deed dat wel. Daarnaast verrichte ze ook uitstekend werk als persoonlijk psycholoog die mijn verhuisstress keer op keer kon sussen, want ja: sinds vorige week woon ik in regio Tienen. Nog verder van mijn zussen verwijderd dus. Gelukkig ontdekte Roos de geneugten van de fiets en nam ik in stijl afscheid van de Leuvense omgeving door in ons knusse zussenpeloton langs de Demer te sjezen. Marike gaat dus verder op haar sportieve elan en Roos kan je al eens op een koersfiets aantreffen. Hoe dat zo kwam, vertelt ze hier zelf.

Ik fiets elke dag 11 kilometer naar mijn werk en terug, maar door mijn fietsende familieleden kreeg ik wel steeds meer zin om ook te fietsen als hobby. Ik had echter geen koersfiets en ook niet meteen budget om er eentje aan te schaffen, dus toen mama vorig jaar voor haar 60e verjaardag een nieuwe koersfiets voor zichzelf kocht, zag ik mijn kans schoon om haar Specialized racefiets over te nemen. Echt een super goeie fiets! In het begin vond ik het wel heel moeilijk fietsen. Vooral manoeuvres maken, bleek lastig. Ik vond het wel meteen heel leuk. Je gaat veel sneller en het is toch een heel ander fietsgevoel dan met een stadsfiets. Met Joke ging ik al een paar keer langs de Demer vlammen. Twee weken geleden vormden we een zussenpeloton met Marike erbij. Fietsen doe ik namelijk bij voorkeur in groepsverband. Alleen hou ik het bij kortere ritjes. Ik zou heel graag eens naar de zee fietsen in een peloton vol familieleden. Als de corona-maatregelen dat weer toelaten, is dat zeker iets waar ik voor wil oefenen. Sinds heel kort heb ik klikpedalen. Ik heb daar nog maar een paar kilometer mee gefietst en dat viel goed mee. Het is een heel ander gevoel om ook aan je pedalen te kunnen trekken. Iedereen zegt wel dat je daar eens mee moet vallen, dus nu vraag ik me de hele tijd af wanneer dat zal gebeuren.

IMG_2647b
Mijn zussenpeloton #teamodeyn

Ik loop ook nog steeds regelmatig. 42 kilometer als weektotaal vind ik een mooi doel, maar dat lukt me niet altijd. Sommige weken loop ik met een super gevoel, andere weken lijkt niets te lukken. Ik loop niet echt gericht omdat ik geen specifiek trainingsdoel heb. Ik heb wel een tijdje intervals gelopen. Leuk, maar ik merkte dat ik daar een soort van patroon in kreeg, waardoor het niet meer uitdagend was. Toen heb ik een ander soort intervaltraining geprobeerd: elke kilometer sneller lopen dan de vorige, maar dat bleek na een werkdag niet echt ideaal te zijn. Soms frustreert het me wel dat mijn tempo lijkt vast te zitten. Omdat er geen wedstrijden zijn, weet je niet hoe snel je nu echt kan lopen. Als ik dan eens echt hard probeer door te lopen, merk ik dat mijn lichaam dat niet meer gewoon is en dan hakkel ik maar wat verder in de tempo’s die ik ken. Ik had me ook voorgenomen om wat vaker oefeningen te doen voor de core stability. Sterker nog: ik had aan Niko gezegd dat we daar samen aan zouden werken. Mij is het welgeteld drie keer gelukt, Niko deed nul keer mee.

Ik vind het wel spijtig dat de trail in Houffalize niet doorgaat, een jaarlijkse familietraditie. Een zussenmarathon in het najaar lijkt me geweldig, maar ook dat is onzeker. De 10 Miles zie ik niet meteen in het najaar plaatsvinden. Misschien wordt de halve marathon van Kasterlee in november dan wel mijn trainingsdoel. Ik vind het jammer dat er geen wedstrijden zijn, maar ik besef nu wel dat ik gewoon heel graag loop omdat ik geen races nodig heb om mezelf te te motiveren.

Op naar nog heel veel fietsritjes in familiaal gezelschap!

OKUE0040
Ook mijn metekindje Leah bereikte weer een mijlpaal. Ze mag achterop de fiets!

 

Loperspraat – De 100 kilometer van Seppe

Ik moet dezer dagen bij mijn broer en zussen zijn voor een straf verhaal of grensverleggende activiteit. We waren nog maar net bekomen van de snelle 10 Miles van Marike toen Seppe daar een week later, zoals we hem kennen, een serieuze schep bovenop deed. Op zaterdag 2 mei liep hij maar liefst 100 kilometer. Honderd. Een luttele 7 uur en 56 minuten had hij daar voor nodig. Mijn ouders vergezelden hem door weer en wind een heel stuk op de fiets. Ik zag mijn kans schoon om mijn broers looptempo aan te kunnen. Met 96 kilometer in de benen bleek hij inderdaad over een quasi normale tred te beschikken. Zou hij dan toch een mens zijn? Een onheilspellende lucht, enkele fikse buien en wat onweer droegen bij aan de heroïek, al ziet hij dat zelf niet zo. Ik belde hem op, vroeg naar zijn beleving van die 8 uur en hoe het een topsporter vergaat in deze competitieloze maanden.

Waar komt in godsnaam het idee vandaan om 100 kilometer aan een stuk te lopen? Het antwoord is eenvoudig: ik had dat op mijn lijstje staan. 100 kilometer is een afstand die ik ooit gelopen wilde hebben. Soms doe je een lange duurloop en denk je: ik kan de hele dag blijven lopen. Wel, ik wilde eens kijken of dat echt zo is. Omdat al mijn wedstrijden wegvielen, had ik nu de mogelijkheid om dit in te plannen. Binnen de 8 uur finishen was meteen een doel. Ik wilde sneller dan 12 kilometer per uur lopen en normaal gezien zou ik die dag aan de start staan van de Ironman in St. George. Wie een Ironman kan finishen binnen de 8 uur behoort tot de wereldtop, symbolische waarde dus. Sinds 18 maart loop ik elke dag. Hierdoor kwam ik aan weekvolumes van 120 à 140 kilometer. Drie weken geleden liep ik mijn eigen Trail d’Odin van 50 kilometer. Als ik daar mijn fietstrainingen bij optel, kom ik wel in de buurt van iemand die specifiek traint voor die afstanden.

SJSO6696

Seppe trok om 4 uur stipt de deur achter zich dicht in Herent. Om 3 uur stond hij op en at zijn muesli met havermout. Coach Stefaan deed hetzelfde bij hem thuis. Ook hij had een uitdaging op het programma staan: “Everesten” op Zwift, waarover later meer. Waarom vertrok Seppe eigenlijk om 4 uur en niet om pakweg 6 uur als het al licht is? Als ik deelneem aan een Ironman staan Stefaan en ik ook altijd op om 3 uur, een herkenbaar gevoel. De uren die je in het donker loopt, zijn gewonnen uren. Ik doe dat eigenlijk altijd als ik heel lang moet fietsen of lopen. Het is ook leuk om te zien hoe de zon opkomt en de wereld zich op gang trekt. Ik had bewust heel veel gegeten. Mijn eten ligt dan nog zwaar en dan vertrek ik niet te rap. Voor onderweg had ik 2 x 500 ml sportdrank mee en 2 x 500 ml isotone drank, drie gels en een havermoutreep. Normaal zou ik mijn voeding voor onderweg helemaal uitrekenen, maar nu heb ik gewoon gekeken wat ik thuis nog had liggen. Dat bleek dus niet heel veel meer te zijn. Gelukkig kon ik nog wat teren op dat stevige ontbijt. Mijn hartslag lag ook laag, dus heel veel verbruikte ik niet.

Met het weer ben ik niet echt bezig geweest. Om te lopen maakt dat niet zo heel veel uit. Ik was al content dat het niet te warm werd, anders had ik niet genoeg drinken kunnen meenemen. De route had ik op voorhand uitgetekend. Ik was eerst van plan om de Vaart af te lopen tot in Mechelen en dan via een lus terug, maar zo kwam ik niet aan 100 kilometer. Ik liep dus ook langs de Demer tot een stuk boven Mechelen. Dat zou een 98,9 kilometer zijn. Onderweg zou ik dan wel nog ergens een lus lopen. Op het einde ben ik dus nog creatief uit de hoek moeten komen en voor mijn deur liep ik ook nog een paar keer op en neer. Ik denk dat het wel wat beter vooruit zou gaan als je in het bos loopt, maar omdat ik een tijd wou lopen, wou ik niet te veel hoogtemeters. Ik wou ook eindigen met wind af en liep het laatste stuk van Zaventem naar huis.

BEVS8912
#teamodeyn

Hoe deel je een looptocht van 8 uur in? Ga je dan door pieken en dalen? Dankzij mijn zware ontbijt ben ik vertrokken aan een rustig tempo van 4:45. Daarna ben ik versneld naar 4:30. Op het einde liep ik nog rond de 5:00. 25 kilometer is een afstand die ik vaak loop en toen dacht ik: dit voelt nu al zo aan, gaat dat nog 4x erger worden? Ik verdeelde mijn toer verder in stukken: eerst tot 33 kilometer (een derde), dan tot de marathon, vervolgens tot 50 en vanaf dan was alles eigenlijk nieuw. Ik probeerde die kilometers ook los te laten en bekeek het als: ik ga een heel lang stuk lopen. Dat is een andere mindset. Vanaf 40 kilometer begon ik de inspanning wel te voelen, maar dat verergerde niet echt. Mijn benen voelden na 90 kilometer ongeveer hetzelfde als na 50 kilometer. 

PUHB1309
Laurien Odeyn op haar Orbea

Ik heb heel veel reacties gekregen op mijn 100 kilometer, veel meer dan bij een overwinning in de Hel. Daar ben ik wel van verschoten. Zelf vond ik dit niet heel bijzonder om te doen. Misschien raar, maar ik bekijk dat anders omdat ik een sport doe waarbij de marathon slechts een onderdeel is. Ik ben het dus gewoon om uren bezig te zijn. Dit was ook geen wedstrijd en ik had dus alles zelf in de hand. Natuurlijk voelde ik de inspanning wel, maar dit staat niet in mijn top 20 van Afzien. Bij mijn laatste Ironman in Cozumel (Mexico) was het zo warm dat ik van mijn fiets kwam en dacht: ik loop hier in geen 100 jaar een marathon. Het geeft veel vertrouwen als dat dan toch lukt. Op zich mis ik de competitie niet zo hard. Ik kan dat gevoel evenaren door uitdagingen als deze: je denkt daar over na, bent nerveus en volgt je vaste rituelen van voor een wedstrijd. Leerrijk en plezant! Ik mis het reizen wel en de sfeer van de competitie. Ik hoop dat het WK duatlon zal kunnen doorgaan in Zofingen op 20 september. Verder reken ik in december op de Hel van Kasterlee.

QIFM7422
Foto: Robrecht Paesen / Be Movi

Voor de lockdown werd afgekondigd, was Seppe met coach Stefaan op trainingsstage in Lanzarote, Spanje dus. Vluchten werden gecanceld, maar gelukkig konden ze vervroegd terugkeren. De afgelopen weken was hij ook nog aan het werk als vertegenwoordiger van fietsenmerk Orbea (what else?), vanop afstand weliswaar. Hij leerde zijn vierjarige dochter Laurien fietsen en zag hoe zoon Vik met steeds meer zelfvertrouwen begon rond te stappen langs het meubilair. Op de dag dat de Veiligheidsraad bijeen kwam om te beslissen over een mogelijke verstrenging van sportactiviteiten fietste hij “eventjes” naar de zee en terug (+/- 330 km), want ja: ook dat stond op zijn lijstje. Net zoals “Everesten”: op één berg en in één rit het aantal hoogtemeters bij elkaar fietsen van de Mount Everest: 8848 om precies te zijn. Die missie volbracht hij gisteren op de Sigarenberg in Herent. 239x dezelfde berg op en af, 393 kilometer op de teller in 15 uur en 21 minuten. En ja, ook voor die uitdaging werd het virtuele startschot gegeven om 4 uur. Bekijk hier de bijhorende documentaire.

Seppes andere uit de hand gelopen hobby is de podcast van De Jogclub die hij uitbaat met goede vriend Robrecht “Bobbie” Paesen. Elke week ontvangen ze een interessante gast die vertelt over haar of zijn sportieve exploten. In de recent verschenen aflevering 42 beantwoordt Seppe vragen van luisteraars over zijn 100 kilometer. Zeker beluisteren dus!

XVJZ7460
#teamodeyn

Ik wist natuurlijk al langer dat mijn broer uit heel bijzonder hout – of een andere degelijke doch waardevolle materie – gesneden is. Hij blijft verbazen en inspireren. Niet alleen door als 24-karaats sportman prestaties neer te zetten die tot de verbeelding spreken, maar net zo goed door gewoon onze broer te zijn. Ik ben alvast heel benieuwd wat hij volgende week in petto heeft. Aangezien kajakken weer toegelaten is, mogen we misschien iets met water verwachten?

 

Loperspraat – De 10 Miles van Marike

De loopkalender van het voorjaar is volledig blanco. Geen marathons, geen trails en ook geen 10 Miles in Antwerpen. Mijn zussen en ik keken daar nochtans heel erg naar uit. We zouden er met z’n drieën aan de start staan. Een absolute primeur én de officiële comeback van Marike: onze sportieve pitbull, top kinesitherapeut en mama van Leah. Na haar zwangerschap was de sportkriebel niet langer te negeren en ontstond er een plan. Eentje waar zij zelf mee op de proppen kwam: een zussenmarathon met drie! De 10 Miles zou haar eerste doel zijn en dus ook het eerste loopevent voor ons gezusterlijk trio. Met de koppigheid van een Odeyn liep Marike afgelopen zaterdag haar 16,1 kilometer oftewel 10 mijl. Volledig op eigen houtje. Ik belde haar op om te vragen hoe het was gegaan. Hier volgt haar relaas.

Voor ik zwanger was, ging ik drie keer per week lopen, telkens tussen de 30 en 45 minuten. Met afstand en snelheid was ik niet bezig. In de zomer fiets ik ook. In de winter ben ik minder sportief omdat ik allergisch ben aan de koude. Nadat ik in augustus bevallen was van Leah ben ik aan de slag gegaan met het boek Reboot van Elodie Ouedraogo. Daarin staan allemaal oefeningen om na je zwangerschap terug in vorm te komen. Er was veel werk aan de winkel! Zelfs een eenvoudig bruggetje was lastig. Mijn stabiliteit was ver zoek. Ik vond het wel leuk om terug fysiek bezig te zijn. Met Leah in de buggy ging ik veel wandelen. Toen Joke en Roos in oktober de marathon van Brugge liepen, wilde ik daar eigenlijk heel graag bij zijn. Ik kreeg het idee om samen eens een marathon te lopen. Dat was het startschot om weer te beginnen lopen.

Met een baby in huis was het niet gemakkelijk om trainingsmomenten in te plannen. Meestal liep ik ’s avonds op de loopband in mijn praktijk. Via de babyfoon kon ik Leah dan horen. Ideaal was het niet, maar wel de enige manier om drie keer per week te kunnen lopen. Naast een gebrekkige stabiliteit, had ik het ook conditioneel zwaar. Ik begon dus met enkele minuten aan een stuk te lopen. Stelselmatig bouwde ik dat uit. Ik ging voor het eerst buiten lopen toen Leah naar de crèche ging. Dat deed deugd! Het gaf ook voldoening toen ik merkte dat mijn uithoudingsvermogen verbeterde. Joke had me aangeraden om tot en met februari niet langer dan een uur te lopen. Ik heb me braaf aan dat advies gehouden. Drie keer per week ging ik lopen: twee kortere trainingen en één wat langere. Soms nam ik Leah mee in de Mountain buggy. Je kan daar schuin naast lopen zodat je de buggy met één hand kan bijsturen en dus nog een arm vrij hebt. Dat loopt best goed, behalve als je wind tegen hebt. Leah gaat graag mee in de buggy. Als ik langer dan een half uur loop, valt ze in slaap.

GVJY4790

Mijn laatste trainingsweken richting de 10 Miles verliepen goed. Een paar weken geleden liep ik al eens 15 kilometer, maar die 16 wilde ik echt houden voor het weekend van de 10 Miles. Mijn zaterdag was druk: ik had mijn praktijk en de ramen gepoetst, was gaan wandelen met Leah en had in de tuin gewerkt. Uiteindelijk ben ik rond 17u30 vertrokken. Bij mijn inschrijving moest ik van Joke een richttijd van 1u20 opgeven. Dat leek me te hoog gegrepen omdat ik nooit onder de 5 minuten (12 km/uur) loop: de snelheid die nodig is om te finishen in 1u20. De eerste kilometer was ik wat aan het prutsen met mijn iPod, maar toch liep ik vlot onder de 5 minuten. Ik liep door met de gedachte dat ik die seconden winst al op zak had. Ook mijn tweede kilometer liep ik sneller dan verwacht. Mijn zussen zeggen altijd: niet te snel vertrekken, maar ik waagde het er toch op en besloot gewoon door te lopen. Ik was heel gefocust en liep met een duidelijk doel voor ogen. Normaal gezien begroet ik iedereen die ik kruis, nu zat dat er echt niet in. Ik zat helemaal in mijn eigen wedstrijd en stelde me voor hoe ik achter mijn zussen liep. Zij waren een geoliede trein die ik MOEST volgen. Ik mocht niet lossen! De laatste drie kilometer waren echt zwaar. Toen ik thuiskwam, was ik knalrood en morsdood. Ik finishte uiteindelijk in 1:16:31. Zo snel, dat had ik nooit gedacht!

Ik weet nog niet hoe ik mijn looptrainingen de komende maanden verder zal zetten. Sowieso probeer ik wel om drie keer per week te blijven lopen en ook te fietsen in het weekend. Of ik in het najaar echt een marathon ga lopen, dat weet ik nog niet zeker. Ik merk dat mijn lichaam toch nog niet helemaal bekomen is van de zwangerschap. Als kinesitherapeut weet ik dat het niet verstandig is om je lichaam te forceren. Een halve marathon in het najaar is ook al een mooi doel. We zien wel…

DZIU8934

Na het telefoontje met Marike kreeg ik Peter nog aan de lijn. Hij zei me dat ik zeker moest vermelden dat Marike deze prestatie nooit had kunnen leveren zonder zijn steun en toeverlaat. Bij deze dus. Peter beweert dat hij in zijn tienerjaren een goede loper was. Tot hij besliste dat zijn befaamde dancemoves (met zware impact voor de knieën) belangrijker waren dan een loopcarrière. Het verdict van de kine in huis is hard: zijn knieën zijn kapot. Lopen zit er dus niet meer in. De trouwe volgertjes weten dat ik al eens met Peter ga mountainbiken. Normaal zou hij zaterdag zijn eerste Luik-Bastenaken-Luik hebben gefietst. Deze jongen is dus ook niet vies van een sportieve uitdaging.

Ik ben heel trots op Marike. Ze heeft haar 10 miles echt schitterend gelopen. Je moet het maar kunnen om je vast te bijten in een zog dat er niet is. Chapeau, zusje! Ik kijk uit naar het moment dat we gewoon weer eens samen kunnen lopen.

Loperspraat – Dilemma’s op donderdag #2

In tijden van quarantaine is out of the box denken onze tweede natuur geworden. Dilemma’s op dinsdag worden dan dilemma’s op donderdag. Daar kan zelfs Marc Van Ranst niets op tegen hebben. Ik moet eerlijk toegeven dat ik de afgelopen weken amper met dilemma’s werd geconfronteerd omdat er nu eenmaal weinig gebeurt in mijn leven. Ik kom dus niet verder dan Doe ik een grijze of donkerblauwe joggingbroek aan? Uiteraard staat er geen maat op mijn verbeelding en kon ik moeiteloos weer enkele loopgerelateerde dilemma’s bedenken die ik met veel plezier voor jullie beantwoord. Deze keer heb ik zelfs helemaal geen joker nodig.

Altijd op onverharde wegen of altijd op asfalt lopen?
Als loper wordt er van je verwacht dat je een natuurmens bent. Check. Dat ben ik in hart en nieren. Als loper ben ik echter ook een asfaltmens, wat meteen een stuk minder gezellig klinkt. Ik loop echt graag op asfalt. Lang, vlak en saai is voor mij de ultieme beoefening van de eentonige en hypnotiserende bezigheid die lopen kan zijn. In het bos of in de natuur kan je één worden met je omgeving, op kilometers asfalt langs een kanaal word je één met jezelf. De vraag is dus eerder wat ik écht niet zou kunnen missen. Het antwoord is dan toch de natuur. Bovendien moet een bos niet onderdoen voor een degelijk uitgeruste fitnesszaal waar je voor elk type training terecht kan. De geaccidenteerde ondergrond in de natuur zorgt daarenboven voor een betere stabiliteit en een gevarieerde belasting. De trainingsfilosofie van de Keniaanse toppers indachtig kies ik dus resoluut voor de onverharde wegen.

10 Miles van Antwerpen of 20 kilometer van Brussel?
Beide wedstrijden zullen voor het eerst in hun geschiedenis in het najaar gelopen worden. Of misschien is dat zelfs te voorbarig. De 10 Miles liep ik drie keer. Telkens was dat een weergaloze wedstrijd met dank aan het ongeziene enthousiasme van de toeschouwers. Echt mooi kan je het parcours niet noemen, uniek is het zeker wel. Je krijgt namelijk nooit de kans om over het prachtige asfalt van een snelweg te lopen. In Antwerpen wist ik mezelf telkens te overtreffen. Niets dan positieve herinneringen dus. Mijn hart ligt echter net ietsje meer bij de 20 kilometer van Brussel, waar ik vijf keer aan deelnam. Ik heb hier al heel vaak verteld waarom die wedstrijd een kantelmoment was in mijn leven. In mei 2014 verlegde ik in Brussel definitief mijn grenzen samen met Roos. Die allereerste keer heeft iets losgemaakt waar ik 11 marathons later nog heel vaak aan terug denk.

Altijd in lange of korte broek lopen?
Vorige week liep ik voor het eerst dit jaar in een korte broek. Heerlijk! Tussen lang en kort zit altijd een twijfelfase en is het onvermijdelijk dat je ofwel een keer te vaak met een lange broek gaat lopen ofwel te snel in korte broek verschijnt. Ik kan me tijdens het lopen echt ergeren aan benen die te warm zijn. Liefst van al zou ik dan in mijn onderbroek verder lopen. Wat ik natuurlijk niet doe. De keuze is dus snel gemaakt. Ik heb het liever wat fris aan mijn benen dan te warm. Een warmbloedig persoon met hoog zweetgehalte moet in principe ook winterkoude benen kunnen trotseren. Als je vals wil spelen, doe je gewoon compressiekousen aan.

Altijd rustig aan of altijd het volle pond geven?
Het is verstandig om je tempo’s te variëren tussen gezapig en verschroeiend snel. Ik probeer dat ook te doen, al zal mijn snelheidsmeter iets vaker doorslaan richting intensieve inspanning. Bewust traag lopen doe ik bij een hersteltraining of als ik nog een gesprek wil kunnen voeren. Roos gebruikt dit vaak als hulpmiddel om mij wat in te tomen. Als we dan bergop lopen, vraagt ze mij bijvoorbeeld om uit te leggen waar de film precies over ging die ik de dag ervoor gezien heb. Resultaat gegarandeerd. Uiteindelijk kies ik er toch voor om altijd het volle pond te geven. Niet zo zeer om altijd echt snel te lopen, maar omdat het in mijn aard zit om proefondervindelijk vast te stellen wat er in de tank zit.

Weg met alle berkenbomen of weg met alle dennenbomen?
Na mijn bekentenis over asfalt volgt nu een puur natuur dilemma. Er zijn twee bomen die ik een bijzonder warm hart toedraag: enerzijds de berk die al ik de hippe zebra van het bos noemde, anderzijds de ranke den die zowel fragiel als robuust is. Omdat berkenbomen niet oud kunnen worden – helaas – denk ik dat de impact op de natuur kleiner zou zijn als ik alle berken zou laten verdwijnen. Iedereen met pollenallergie zou me dan ook dankbaar zijn. Zonder dennen zou de ArDENnen slechts een hoop kale bergen bijeen zijn. Ook het Kastelse groen – waar ik al eens vertoef – zou niet meer hetzelfde zijn. Kiezen is in dezen zeker verliezen, dus met pijn in het hart kies ik voor het behoud van de dennenbomen.

IMG_2279b

 

Loperspraat – Waar ik nu zoal tijd voor heb

Oef! We mogen nog steeds ons kot uit om te sporten zonder kilometer- en duurbeperking. Fietstochten afleggen binnen een bepaalde perimeter: dat was duidelijk gevoelige materie in wielergek Vlaanderen, inmiddels ook aardig op weg om wandel- en loopgek te worden. In dezen ben ik het voor een keer volmondig eens met wat sportjournalist Hans Vandeweghe in De Morgen schreef: niet-essentiële verplaatsingen per fiets of op loopschoenen bestaan niet. Doe dus niet onnozel en stap niet in de auto om naar het park te gaan. De fiets op! En trek uw loopschoenen aan! Bizar is vandaag het nieuwe gewoon en dat merk ik ook aan mijn eigen loopgewoontes die onderhevig zijn aan verandering. Nu nog meer dan anders is lichaamsbeweging de uitgelezen kans om een frisse wind door mijn hoofd (en haar) te laten waaien met als enige doel daar plezier aan te beleven. Of hoe elk nadeel echt wel ze voordeel heb.

Ik heb tijd om mijn collectie loopschoenen te sorteren
Ontkennen heeft geen zin. Ik heb veel loopschoenen en stiekem zijn dat een beetje mijn beste vrienden. Afscheid nemen is lastig, maar ook voor loopschoenen geldt dat er een tijd van lopen is en een tijd van gaan. Ik (her)ontdekte enkele pareltjes in mijn collectie en ook enkele ouwe getrouwen die ik weer zorgvuldig opborg. Plots voelde ik ook de onweerstaanbare neiging opkomen om modderige schoenen grondig schoon te maken. Vreemd. Mijn collectie Stance kousen werd met eens zoveel liefde gesorteerd, zodat de nieuwste aanwinsten een waardig plekje kunnen krijgen.

Ik ontdek en verken nieuwe looproutes
Doorgaans ben ik eerder een gewoonteloper dan een avontuurlijke loper. Ik heb vaste routes door hetzelfde bos, langs de fietssnelweg of langs het kanaal. Vlak, lang en saai: ik hou daarvan. De laatste tijd is daar verandering in gekomen omdat mijn Heverleebos plots van iedereen was. Ik had geen zin om daar over de koppen te lopen, waarop ik naar de omgeving van Bertembos trok. Daar vind je geen royale dreven, wel avontuurlijke holle wegen. Het is een grilligere omgeving waar het voortdurend op en af gaat. Op goed geluk ontdekte ik fantastische looppaadjes. Dichtbij huis valt soms zoveel te ontdekken.

IMG_2358b

Ik loop in het midden van de dag
Mijn sportactiviteit deelt de dag in twee: er is de pre-sportperiode (beter gekend als de voormiddag) en de post-sportperiode (ofte de namiddag). Lopen (of fietsen) geeft mijn dag dus vorm en structuur. Mijn werk doe ik zoveel mogelijk in de voormiddag. Op het moment dat ik de zon niet langer kan negeren, trek ik mijn loop- of fietsschoenen aan. In de namiddag kan ik dan in de zon gaan liggen lezen met het gelukzalige gevoel van benen die hebben bewogen.

Ik stop al eens om rond te kijken
Met enige zin voor drama en overdrijving zou ik durven zeggen: er was een tijd waarin ik marathons liep. Pauzeren tijdens een looptraining deed ik toen zelden. Omdat ik nu optimaal wil genieten van mijn buitentijd stop ik nu soms om van het uitzicht te genieten. Of om op adem te komen als ik net een stevige helling ben opgelopen. Soms voer ik tijdens een looppauze een conversatie met schapen (echte zenmasters). Wie nu denkt dat praten met dieren een teken is van mijn vergevorderde staat van vereenzaming: spontaan tegen dieren praten, is mijn tweede natuur. Door die kleine rustmomenten neem ik de omgeving bewuster in mij op. Het kan dan al eens gebeuren dat ik mij in het buitenland waan. Geef mij dennenbomen op een heuvel en ik zie de Ardennen. Laat mij langs de Demer fietsen met Roos en wij zien de Nijl. In Leefdaal verwachtte ik op een bepaald moment echt dat er een kudde gnoes uit de struiken zou schieten. De kracht van de verbeelding is een kostbaar goed.

Ik spreek met Roos af om te lopen of fietsen
Roos is mijn uitverkoren buddy waarmee ik sport in de buitenlucht. Wie anders? Het werkt soms op mijn gemoed dat het familiale niet in het echte leven kan plaatsvinden. Gelukkig stuurt Marike ons voldoende foto’s en filmpjes van Leah, mijn metekind. Die  werkt elke dag stug door aan haar kruipvaardigheden: uiterst charmant en immer innemend. Mocht je eraan twijfelen: zelfs met een baby van 7 maanden kan je communiceren via FaceTime. Mijn real life sportminuten met Roos zijn dus echt goud waard. En wat de Nijl betreft: geen van ons zag die ooit in het echt. Google afbeeldingen vertelde dat onze fantasie wel erg rijk is.

De race – Een nieuw PR op de halve marathon in Den Haag

Soms beleef je een moment waarop alles – volstrekt onverwacht – in de juiste plooi valt. Alle opgestapelde bekommernissen en stress ebben weg en wat overblijft zijn schelpjes van dankbaarheid omdat je hebt kunnen doen wat je het liefste doet. In mijn geval is dat (hard) lopen, een klein beetje de grenzen opzoeken en vooral heel veel bij mijn familie zijn. Zondag 8 maart 2020 was zo’n dag. Ik liep de halve marathon van de CPC Loop in Den Haag in een nieuw PR van 1:33:56. Ondanks de harde wind en de angst voor blessureleed die mij al ruim een week in een stevige greep hield. Ik maakte dus schoon schip met mijn traumatische ervaring tijdens de CPC twee jaar geleden. Toen stond ik na exact 3,15 kilometer langs de kant van de weg met een kapotte enkel. Ik kon niet meer steunen op mijn linkerbeen. Stappen werd hinkelen. Mijn voorjaar van 2018 viel volledig in het water. De impact van die gebeurtenis is tweeledig. Langs de ene kant werd ik een bewustere en daardoor ook wel gelukkigere loper. Langs de andere kant hou ik in mijn hoofd altijd rekening met een doemscenario. Zondag was eindelijk de dag aangebroken dat mijn CPC-trauma werd omgezet in een CPC-triomf.

Zoals de traditie het wil, zakten Roos en ik zaterdag af naar Den Haag om tijd te spenderen met onze neef Maarten en zijn gezin. Een korte toer door het geweldige Den Haag mocht niet ontbreken op ons programma. Zondagochtend werden we wakker in de junglekamer van ons neefje Lev, die samen met zijn broer Senne zou deelnemen aan de 2,5 kilometer. Levs enthousiasme was eerder beperkt. Een uur voor de start vroeg hij hoopvol of de CPC niet was afgelast (net zoals vorig jaar), maar helaas voor hem: zelfs het coronavirus kon niet beletten dat er gelopen zou worden. Zo vertrokken we voor een eerste keer richting Malieveld om Lev en Senne aan te moedigen tijdens hun wedstrijd. Die neefjes van ons deden dat fantastisch, ook al liepen ze onder een bewolkte hemel met een heel strakke wind. Na een koolhydraatrijke lunch trokken Roos en ik weer richting Malieveld. Nu om Maarten aan te moedigen op de 10 kilometer. In tegenstelling tot zijn zoon Lev had Maarten er wel zin in. Dat hij amper had getraind, was dan ook een klein detail. Zijn prognose was om op karakter te finishen rond het uur. Uiteindelijk konden wij onze oudste neef nog een stevige high five geven richting finish, die hij na 51 minuten bereikte. Een knappe prestatie!

LLYU8167

De CPC Loop was dit jaar aan zijn 45e editie toe, nadat de geplande feesteditie vorig jaar werd afgelast door het voorspelde stormweer. Het was dus drie jaar geleden dat ik de finish kon halen van deze halve marathon die van de Haagse city naar de Scheveningse pier terug de city in loopt: CPC dus. In maart 2017 had ik daar 1 uur, 35 minuten en 25 seconden voor nodig. Een PR dat drie jaar lang onaantastbaar en duizelingwekkend snel leek. Zowel Roos als ik voelde de zenuwen stevig door ons lijf gieren. We werkten nog een smerig banaantje weg en bespraken onze racetactiek. Voor Roos was het simpel: zij wilde haar PR van 1:40 evenaren dat ze liep in Brussel en waaraan ik een bijdrage kon leveren. Zelf was ik er nog steeds niet uit wat mijn raceplan zou zijn. Enerzijds wilde ik lekker saai op veilig spelen: finishen in een acceptabele tijd zonder iets te forceren, zonder kans op een toptijd, zonder kans op enige vorm van teleurstelling. Anderzijds besefte ik ook dat dit het uitgelezen moment was om voor eens en altijd komaf te maken met het CPC-spook uit mijn verleden door een harde halve marathon uit mijn benen te schudden. Dat zou bovendien een mooie opsteker zijn richting Rotterdam marathon.

Stiekem heb ik altijd wel geweten dat ik het volle pond zou geven, met het risico dat ik op seconden of zelfs minuten van dat PR zou stranden. Het leven is aan de durvers, dus ik ging er snel van door toen het startschot weerklonk. Door allerlei omstandigheden had ik de afgelopen week een heel beperkt aantal kilometers gemaakt, waardoor mijn benen fris aanvoelden. Ik ging hard, maar liep soepel. Na twee kilometer stevende ik regelrecht af op de plek des onheils: de Groot Hertoginnelaan, waar ik in 2018 abrupt tot stilstand kwam en een DNF achter mijn naam liet optekenen. Heel even voelde ik de paniek van toen. Ik kon die ook weer snel achter me laten door met een stevige vaart verder over het parcours te denderen. Rond kilometer 8 kreeg ik een eerste aanmoediging van Maarten. Ik stelde vast dat mijn benenwagen het nog uitstekend deed.

IMG_2240b

Vroeger kon ik schijnbaar moeiteloos snel lopen. De enige verklaring die ik heb voor dat fenomeen is onbezonnenheid. Dat feestje blijft echter niet eindeloos duren. Op een dag kom je jezelf eens goed tegen en sluipen er onzekerheden in je hoofd. Onbesuisd hard lopen lukt dan niet meer. Je hebt wat naïviteit nodig om een snelle race te kunnen lopen. Zondag lag die in mijn onwetendheid omtrent het kilometertempo waaraan ik mijn vorige halve marathon in Den Haag gelopen had. Ik dacht dat dit rond de 4’25” moest liggen. Na 10 kilometer concludeerde ik daarom dat ik een heel klein beetje voor lag op mijn recordschema. Ik dacht dus dat het erom zou spannen. Halverwege de wedstrijd waren we nog steeds op weg naar de zee. Moeiteloos snel lopen zat er niet meer in. Ik hoopte dat ik mijn verval zou kunnen beperken tot aan kilometer 15. Vanaf dan zouden we immers de wind in de rug hebben. Misschien kon ik dan nog wat tijd terug winnen. Tussen kilometer 11 en 15 was het bikkelen geblazen. Ik stampte mij een weg over de boulevard (de dijk, zoals we in België zeggen), probeerde wat te genieten van de zon die scheen, maar ik voelde vooral mijn benen branden. Ik slaagde er behoorlijk in om mijn focus niet te verliezen. Ik klampte me vast aan het vooruitzicht van die 15 kilometer en ploegde dus voort. In plaats van 4’25” plakte ik eerder tegen de 4’30” aan. Ik probeerde mezelf op te peppen en wilde niet teleurgesteld zijn als ik mijn 1:35 barrière niet kon doorbreken.

Rond kilometer 16 kreeg ik nogmaals een aanmoediging van Maarten. Ik sprak met mezelf af dat ik niet op mijn horloge zou kijken naar de tijd die genadeloos weg tikte, kwestie van mezelf niet te veel op te jagen. Dat hield ik vol tot kilometer 18. Mijn verbazing was groot toen een eenvoudige rekensom me leerde dat ik perfect op schema lag om een nieuw record te lopen. De laatste 3 kilometer waren echter allesbehalve een walk in the park. De wind deed er alles aan om tegen te zitten. We liepen in een rechte lijn, die eindeloos leek te duren, op ons doel af. Met de wind pal op de neus drie kilometer buigen, maar niet breken: het leek schier onmogelijk te zijn. Van mijn gewenste versnelling was geen spoor te bekennen. Ik dacht nog aan SIA’s Unstoppable, maar in plaats van een Porsche with no breaks, leek ik eerder een Citroën met de handrem op. Uiteindelijk kwam die laatste bocht naar links er dan toch en liep ik af op de finishboog. Een laatste blik op mijn horloge zei me dat ik nog onder de 1:34 kon duiken als ik mij Usain Bolt gewijs richting de meet zou pushen. Mijn sprint leek op die van een stervende zwaan. Ik perste het laatste restje karakter uit mijn benen en klokte af op 1:33:56. WAUW. Dit had ik niet zien aankomen! Ik liep anderhalve minuut van mijn drie jaar oude PR. 21,22 kilometer liep ik aan een gemiddeld tempo van 4’26”. Nog steeds klinkt dat onwezenlijk snel.

IMG_2232b
Roos heeft het nog steeds zwaar.

Na de finishzone was het wachten op Roos. Haar blik sprak boekdelen. Ze finishte in een snelle tijd van 1:42:56, maar dat kleine zusje van mij was toch vooral teleurgesteld. Ze was slachtoffer geworden van het vuile spel dat de wind had gespeeld. Vooral tijdens die ellendige laatste kilometers had ze tijd verloren. Het voelde daar alsof ze geen meter vooruitkwam omdat ze een kar moest voorttrekken. Gelukkig had ze veel steun gekregen van Maarten, die ons gevoel bevestigde dat de wind het ons knap lastig had gemaakt. Hij merkte ook fijntjes op dat Roos nog steeds gemiddeld veel sneller had gelopen op haar halve marathon dan hij op de 10 kilometer. Met Maarten als gids op de fiets kregen we nog een laatste sightseeing tour door Den Haag.

Mocht het nog niet duidelijk zijn: Den Haag is een stad die een bezoek verdient. De CPC is een wedstrijd die op de bucketlist van elke loper hoort te staan. Ik ben diep gegaan tijdens mijn halve marathon. De verzuring in mijn benen is zelfs na twee rondjes loslopen nog steeds aanwezig. Wat overheerst is de euforie. En of de Rotterdam marathon nu wordt afgelast of niet: dit pakken ze mij niet meer af.