Het moment – Mijn tips voor een geslaagde vakantie

Als leerkracht is het zonder meer een privilege om twee maanden zomerstop te mogen consumeren. Je zou me daarom een expert in zomervakanties kunnen noemen. Ik ben niet de persoon van de bijzondere reisbestemmingen, maar wel degene die zich prima thuis vermaakt en blij is met de uitstappen die zich aandienen. Toch overvalt de zomervakantie mij elke 1e juli. Hoe langer ik lesgeef, hoe minder goed het mij lukt om de klik van werk- naar vakantiemodus te maken. De flexibiliteit die het afgelopen corona-schooljaar vergde, de hectiek van de maand juni en de heftige emoties die ons soms overspoelen missen hun weerslag niet. Momenteel bevind ik me daarom nog in de decompressie-fase. Ik heb tijd nodig om school los te laten. Ik ben moe, soms zelfs wat lusteloos en ik kan me nog niet overgeven aan pure ontspanning. Gelukkig weet ik dat dit van voorbijgaande aard is.

Ik begrijp wel waarom mensen tijdens hun vakantie weg willen gaan. Het is als de reset-knop indrukken: verplicht op een ander ritme leven, weg van de routine thuis, weg van de klusjes en to-do’s die liggen te wachten. Er gaat namelijk ook iets dwingends uit van vakantie: eindelijk heb je nu die tijd waar je zo lang naar uitkeek. Nu moet je écht dat boek lezen of die film kijken en is er écht geen excuus meer om korte metten te maken met de rommel in de garage. Ik maak daarom allerhande lijstjes: van leuke en van nuttige dingen. Zo heb ik toch het gevoel dat ik de teugels in handen heb. Om de week op een productieve noot te beginnen zijn maandagen voorbehouden voor al wat nuttig is. Verder blijven lezen en bewegen heel belangrijk, kijk ik naar de Tour, spendeer ik tijd met vrienden en familie en drink ik koffie. Veel koffie. Ik geef jullie graag nog enkele laagdrempelige vakantietips voor wie het niet ver wil zoeken. 

Stuur eens een kaartje om iemand een fijne vakantie te wensen, vanuit je staycation-locatie of zelfs als je op daguitstap bent. Niets is zo fijn als je brievenbus openen en er een handgeschreven kaartje in te vinden dat belachelijk lang onderweg is geweest.

Neem je loopschoenen mee, waar je ook heen gaat. Lopen op verplaatsing is altijd een verrijking, ook als je gewoon bij vrienden gaat logeren. De veldweggetjes en het asfalt op een ander ogen net dat tikje pittoresker dan je eigen platgetreden paden. Zelfs als je niet de kans hebt om een looprondje te maken, dan kunnen loopschoenen hun nut bewijzen als comfortabel schoeisel.

IMG_5427b

Bak eens een cake, bijvoorbeeld een frisse citroencake volgens mijn eigen recept. Meng 120 gram gesmolten boter met 3 eieren. Voeg er 250 gram suiker aan toe en het sap van één citroen. Wie echt fancy wil zijn, gaat natuurlijk ook voor wat citroenzeste. Goed roeren tot een homogeen mengsel. Voeg 250 gram (spelt)bloem toe en 2 theelepels bakpoeder. Tot slot maakt 250 gram plattekaas het deeg compleet. 50 à 55 minuten de oven in op 180 °C. Smakelijk!

Maak eens een wandeling in je eigen buurt en loer eens – subtiel – bij de buren binnen (zij doen dat namelijk ook bij jou). Ik voel me altijd meer verbonden met mijn dorp als ik er doorheen wandel. Zo kwam ik tot de vaststelling dat mijn buurt wordt getypeerd door poorten en rolluiken: ieder voor zich op z’n lapje grond, lekker Vlaams. Maak ook eens foto’s van je buurt, bij voorkeur tijdens golden hour. Je zal ervan versteld staan hoe Instagram-proof je (al dan niet spreekwoordelijke) achtertuin blijkt te zijn en als dat niet zo is, heeft ook dat weer z’n charme.

Hou het veilig en neem je mondmasker mee. De coronacijfers doen het op alle vlakken goed, maar enige voorzichtigheid is nog steeds op z’n plaats. Gebruik je verstand. Als we dat allemaal blijven doen, komt er echt een dag dat corona ons leven niet meer bepaalt.

Maak er iets moois van deze zomer!

IMG_5423b

Het moment – Een memorabele 51 km

Er was eens een loper. Ze woonde in een charmant dorp zonder bos en wilde graag eens 51 kilometer lopen. Om haar missie te volbrengen riep ze de hulp in van vijf andere lopers, zeven fietsers, een handvol toegewijde supporters en een hond. Na 51 kilometer bereikte ze haar doel. Ze leeft hopelijk nog lang en gelukkig.

Om lang te lopen kan je maar beter kinderlijk naïef zijn en uitgaan van het meest gunstige scenario. Niet denken aan beren op de weg in de vorm van verzuring, buikkrampen en klopjes in alle soorten en maten. Over het hoe en waarom van die 51 kilometer vertelde ik al eerder. Een doel hebben is leuk omdat je ergens naartoe kan leven. Zaterdag rustdag, zondag duurloopdag: dat was het plan. Zaterdag deed ik dus niet veel. Ik dronk veel water, at een stapel boterhammen en las veel pagina’s. Zondag 16 mei ging de wekker om 5u30. Wie lang wil lopen, moet vroeg opstaan. Er stonden nog eens havermoutpannenkoeken op mijn ontbijtmenu. Nadat ik die met smaak had weggewerkt, begon het aftellen. Om 9u stipt zou ik namelijk beginnen aan mijn ultra-vriendenloop en aangezien de betrokkenen mijn live-locatie konden volgen, kon ik niet ongemerkt vroeger starten. Ik had me dus strikt aan het opgegeven tijdsschema te houden.

KNTW2652

Twee minuten voor de start stond ik klaar aan de kerk in mijn dorp. Daar was helemaal niks te beleven. Ik denk dat het slechts zelden gebeurt dat iemand er al gierend van de adrenaline selfies staat te maken in een provisoir startvak. Het weer zat alleszins mee. Ja, dit moest en zou onze dag worden! Om 9u stipt ging ik van start. Traditiegetrouw liep ik mijn eerste kilometers zogezegd ingehouden, maar eigenlijk veel te snel. Ik zou 18 kilometer alleen lopen via mijn woonwerkloopverkeer. Omdat die kilometers grotendeels off-road liepen, beschouwde ik ze als een niet te onderschatten onderdeel van mijn loopavontuur. Bovendien had ik niet echt rekening gehouden met de wind die mij in het vizier kreeg tussen de velden. Op zo’n momenten zit de wind altijd tegen. Ik was dan ook heel blij toen ik na een solo van anderhalf uur een eerste gezelschapsloper kreeg: niemand minder dan mijn jeugdvriendin Elizabeth. Na een pittige verhuismaand had zij toch de energie gevonden om wat kilometers mee te draaien. Ook jeugdvriend Rembert voegde zich bij ons en natuurlijk was er ook mama op de fiets. Ik vergat helemaal dat ik al een halve marathon gelopen had.

ADAG8737

De sfeer in mijn privé-peloton was zo goed dat ik de route wat uit het oog verloor, net op een punt waar ik wat minder thuis was. We zouden namelijk langs Murielle lopen, maar ik miste een afslag, waardoor we een stukje moesten freestylen en zelfs teruglopen om Murielle op te pikken. Inmiddels sloeg de verhuisvermoeidheid toe bij Elizabeth, maar wie haar een beetje kent (ik dus), weet dat zij een opper-bikkel is die blijft gaan. Met drie vriendjes en een mama liep ik dus richting Parkpoort. Vanaf daar liep ik alleen verder met Murielle. We passeerden langs een enthousiaste Pieter-Jan en Joost, die met de ramen wijd open een stevige beat door de Leuvense straten lieten weerklinken. Het was duidelijk dat zij ervaring hebben met de muzikale ondersteuning bij loopevenementen. Wat verder sloot Marike zich fietsend aan en ging het verder richting Arenberg in Heverlee. Heel vertrouwd terrein, aangezien het vijf jaar mijn (loop)habitat geweest is. Mijn geliefde Heverleebos lieten we links liggen en dan was het alweer tijd om afscheid te nemen van Murielle. Ik vervolgde mijn route langs mijn oude straat in Heverlee. Nog bekender terrein dus. Zo bekend dat ik vergeten was dat je daar anderhalve kilometer lang stevig omhoog loopt. Mijn onvermijdelijke pré-30km-klop was een feit. Ik voelde wat buikkrampen, besefte dat ik nog een heel eind te gaan had en ik wist: ja, dit is duurlopen.

OFIQ2468

Ik moest nog een halve marathon rond kunnen draaien, dat lukte wel, maar toch: het deed pijn. Heel raar is dat niet. Ik lijk dat onderdeel van duurlopen echter altijd wat te vergeten. Gelukkig kon ik de Sigarenberg in Herent – sinds de Everestprestatie van Seppe ook wel Mount Odeyn genoemd – redelijk gezwind naar beneden lopen. Langs de spoorweg ging het verder richting Vaart. Terwijl we een eerste (en enige) buitje over ons heen kregen, begon ik af te tellen naar het gezelschap van fris lopersbloed. Een nieuwe lichting lopers diende zich namelijk aan: niemand minder dan Roos en papa. In hun gezelschap liep ik al ettelijke kilometers, zag ik al behoorlijk wat sterretjes en stierf ik zelfs al meerdere doden. Het deed me echter plezier om weer langs de Vaart, mijn Vaart, te lopen: een stuk asfalt waar ik honderden duurkilometers liep. Toen Seppe nog een stukje meefietste waren we plots als gezin compleet. Wat een verrassing!

NYIO6640

HOIO6508

Zo gezellig als het klinkt, zo lastig had ik het wel. Dat familieloopje voelde allesbehalve aan als een koffiekransje in intieme kring. Ik had er ondertussen een kilometer of 38 opzitten en ik stelde mezelf oprecht de vraag waarom ik niet “gewoon” een marathon had kunnen lopen, want dan was ik er nu bijna. Die 9 kilometer die ik langer zou lopen, leken een marathon op zich. Ik had beter moeten trainen, dat schoot meermaals door mijn hoofd. Onzin natuurlijk, want ik liep nog altijd een stevig tempo aangezien ik mijn marathon kon afklokken op 3u43. De lange staart die de marathon kreeg, kostte me steeds meer energie. Ik keek reikhalzend uit naar mijn laatste supportersclub: An, Wim, Lieselore, Reinout én Milo. Na de ellendige kasseien in Wakkerzeel met 47 kilometer op de teller zag ik hen: hyper-enthousiast en extreem aanmoedigend met gepersonaliseerde opschriften en al! Dit was wat ik nodig had om die 51 kilometer af te haspelen. De laatste loodjes deden pijn, maar desondanks kon ik genieten van het mooie gezelschap dat ik rond me had. Aan de finish in Rotselaar stonden Niko, Peter, Leah en mijn eigen peter Mark. Jawadde zeg, een looptocht van 51, 14 kilometer in 4u33. De zon scheen, de vlaggetjes hingen uit en ik was een tevreden mens.

TZSR1037

Lopen blijft een eenvoudige en veelal eenzame bezigheid. Juist daarom hou ik er zo van en kon ik ook eens zo hard genieten van die hele entourage rond mij. Op zondag 16 mei was lopen een teamsport. Mijn vriendenloop bracht me meer dan verwacht. De beleving was intens, de ontroering eens zo groot. Het was een moment om stil te staan bij het feit dat ik al zeven jaar een afstandsloper ben. Zeven jaar van gaan-gaan-gaan, van pieken en dalen, soms aan mezelf voorbij lopen, maar bovenal lopen met hart en ziel. Ik loop nu meer dan ooit omdat ik er gelukkig van word. Ik loop ook omdat ik er anderen mee hoop te inspireren: dat je niet moet voldoen aan een slankheidsideaal om een duurloper te zijn, dat je moet durven dromen en dat je soms gewoon moet doen. Ik besef dat ik dankbaar moet zijn omdat ik een lijf heb dat dit fysiek aankan. Ik besef dat ik deze loper geworden ben dankzij een bende lieve mensen om me heen, die me niet alleen steunen, maar ook blij zijn als ze deel kunnen uitmaken van mijn dromen. Een dikke merci is hier dus op zijn plaats: voor zij die erbij waren, voor zij die vanop afstand en van thuis uit hebben meegeleefd. Voor mijn trouwe lezers en mijn volgers. Jullie zijn de beste!

XHLJ2131

Loperspraat – De ultieme vriendenloop

Zeg Joke, had jij nu geen ambitieuze loopplannen voor het voorjaar? 
Jazeker! Ik kon namelijk niet nog eens een voorjaar laten passeren zonder groot loopproject (grijnst). Daarom onderneem ik zondag nog eens een stevige looptocht. Het doel: 51 kilometer van Tienen tot in Rotselaar via bekend terrein en in goed gezelschap.

Oké, 51 kilometer: WAAROM?
Tja (denkt na) omdat ik daar zin in heb. Als ik een marathon loop, dan wil ik een duidelijk omlijnd concept mét een doel. En ik kon dus niet echt iets bedenken dat aan die voorwaarden voldeed. Bovendien is een marathon lopen voor mij toch altijd wat beladen. Na mijn ultraloop in december besefte ik dat low-profile 50 kilometer lopen, gewoon omdat het kan en mag, echt leuk is. Ik kwam dus tot de conclusie dat langer dan een marathon lopen voor mij vrijblijvender aanvoelt dan een marathon zelf (lacht).

En dat gezelschap, wat mogen we daar van verwachten?
Als er iets is wat ik het afgelopen jaar meer dan ooit heb leren waarderen, dan is het lopen in gezelschap. In deze tijden is het de kunst om te denken in mogelijkheden in plaats van in beperkingen. Probeer in normale omstandigheden maar eens agenda’s af te stemmen op een zondag om bij vrienden en familie tijd te claimen om een stukje mee te lopen of fietsen: onmogelijk! Wel, nu is er ruimte in die agenda’s. Ik zou zelfs durven zeggen dat mensen blij zijn dat iemand een zot plan heeft waar ze bij kunnen aansluiten. Dat is ook wat ik zag tijdens die straffe looptocht van mijn broer: zoals wel vaker was dat inspirerend. Het wordt dus een ultra looptocht als ode aan de vriendschap: de ultieme vriendenloop.

Heb je je hier de afgelopen maanden dan grondig op voorbereid?
(aarzelt) Ja en nee. Ik fiets en loop altijd wel behoorlijk wat, maar specifieke marathontrainingen liet ik achterwege. Geen intervals of lange duurlopen dus. Mijn woonloopwerkverkeer beschouwde ik als een test om te zien of ik het betere duurloopwerk nog in me had zonder doorgedreven training. Ik had toch het idee dat mijn conditie nog bovengemiddeld goed was en gaf mezelf dus groen licht voor een uitdaging van dit formaat.

We zijn benieuwd naar het verhaal achteraf. Veel succes!
Bedankt! Ik zal er een sportieve lap op geven en als dat tegenvalt: dan is het verhaal achteraf eens zo interessant.

Loperspraat – 46 kilometer functioneel loopplezier

Het is nog steeds dik aan tussen de steenweg en mij. Die twee uur per werkdag dat ik op mijn fiets zit, zijn helemaal van mij. Of toch van mij en de steenweg. Als loper stond het echter al lang op mijn wensenlijstje om eens naar of van mijn werk te lopen. Het huidige deeltijdse lessysteem biedt ook meer mogelijkheden om al lopend woonwerkverkeer af te haspelen. Ik moet elke dag op school zijn, maar heb wel meer tijd om me van en naar het werk te begeven en daar, desgewenst, van te recupereren. Zo gebeurde het dat ik vorige week in twee etappes 46,12 kilometer liep binnen een tijdspanne van 25 uur. Woensdag fietste ik naar school en liep ik naar huis, donderdag maakte ik de omgekeerde beweging: twee functionele en bijzonder plezierige duurlopen.

Waarom zou je nu 23 kilometer van je werk naar huis lopen en de dag nadien nog eens hetzelfde in de andere richting? Om te beginnen omdat het een uitdaging is. Een kans om in deze bizarre periode nog eens positieve spanning te ervaren, ergens naartoe te leven en uit het normale alledaagse te breken zonder jezelf of anderen in gevaar te brengen. Om nog eens iets zots te doen dat ergens ook nuttig is en waar helemaal niemand last van heeft. Ik zweer al jaren bij zondag duurloopdag, maar ik besefte dat duurlopen tijdens de week ook zo gek niet is. Je werkt een hele week, dat is vermoeiend, en als je dan in het weekend kan uitrusten ga je op zondagvoormiddag een paar uur lopen, dat is ook vermoeiend. Er valt dus iets voor te zeggen om tijdens de week kilometers te maken en rust te nemen in het weekend. In mijn hoofd was deze onderneming kortom pure logica.

IMG_4596b

IMG_4599b

Duurlopen als volwaardig vervoermiddel vergt echter wel wat voorbereidingen. Ik moest bijvoorbeeld een route bedenken. Toegegeven, het heeft door mijn hoofd geflitst om simpelweg over de steenweg te lopen (“slechts” 20 kilometer en bekend terrein). Als eenzaam lopertje zou ik me wel erg kwetsbaar voelen en de kans onbenut laten om het onbekende terrein achter de steenweg te verkennen. Na een uitgebreide studie van de omgeving in kaartvorm, kwam ik tot de conclusie dat ik de spoorweg, die parallel loopt met de steenweg, als oriëntatiepunt kon gebruiken. Ook bagage-gewijs moest ik goed nadenken wat ik woensdagochtend op de fiets meenam en op school zou achterlaten én wat ik zeker in mijn looprugzak mee naar huis moest nemen. De juiste sleutels waren vooral onontbeerlijk: woensdag moest ik in mijn huis kunnen en donderdag op school in de douche om presentabel voor de klas te kunnen staan. 

Over de beleving van mijn woonwerkloopverkeer kan ik kort zijn: mannekes, wat was het mooi en wat heb ik er intens van genoten! Wonder boven wonder verliep ook mijn improvisoire oriëntatie zonder enig probleem. Ik keek mijn ogen uit en liep over charmante kasseistroken, zomerse zandweggetjes en holle wegen. Ik kwam in dat niemandsland amper mensen tegen en juist daarom leek het onwezenlijk dat dit woonwerkverkeer was. Meermaals zei ik tegen mezelf (hardop, zo ben ik wel) dat ik echt een gelukzak was dat ik dit mocht en kon doen. Daarmee wil ik niet zeggen dat mijn looptocht moeiteloos verliep. De eerste etappe was het behoorlijk warm en dat voelde ik toen ik thuis aankwam. Dorst, dorst, dorst. De tweede etappe viel nog beter mee dan ik had durven hopen. Ik bespeurde amper stijfheid in mijn benen en ik liep zelfs wat sneller dan de dag voordien. Omdat het toch wel even geleden was dat ik nog 20 kilometer liep, had ik niet durven hopen dat ik twee keer na elkaar vlotjes 23 kilometer ruim binnen de 2 uur kon afwerken. Nog maar eens een bevestiging dat de duurloopmodus een soort van tweede natuur geworden is. 

De vermoeidheid die ik op school amper leek te voelen, sloeg wel dubbel en dik toe op de terugweg donderdag met de fiets. Het leek alsof elke meter voorbij kroop. Ik voelde me een slak die in plaats van een huisje een zware fiets moest meesleuren. Al zuchtend, droomde ik van vrij en blij door velden te lopen en hoe ik dan veel sneller thuis zou zijn. Ik wierp vol verlangen een blik op mijn geheime wereld, waar ik zo nu en dan een glimp van kon opvangen, achter de steenweg. Ik fiets graag, echt graag, maar lopen dat is het pure geluk.  

IMG_4592b

Loperspraat – Het verraderlijke hart

Ik vind het soms een akelige gedachte dat mijn hart non-stop aan het werk moet blijven en dat ik het quasi dagelijks vraag om een bijkomende inspanning te leveren. Het is daarvoor gemaakt, dat weet ik wel, maar toch vind ik het confronterend om stil te staan bij de kwetsbaarheid die uitgaat van dat ene orgaan. Gelukkig heb ik vooralsnog geen redenen om te denken dat mijn hart het gaat begeven. Twee jaar geleden werd ik medisch binnenste buiten gekeerd toen ik in het ziekenhuis belandde met een longembolie: dat hart van mij werd na tal van onderzoeken helemaal goedgekeurd. Sinds ik met een sporthorloge loop (nu zo’n 6,5 jaar) heb ik ook altijd met een hartslagmeter gelopen. Inmiddels is de Garmin Forerunner 230 mijn trouwe metgezel tijdens loop- en fietstochten, steeds met een klassieke hartslagband rond de borst. Het laatste half jaar liep ik echter zonder hartslagmeting en dat bracht met tot enkele inzichten.

Ik vond het aanvankelijk razend interessant om me bezig te houden met de cijfers en getallen die mijn GPS-horloge en hartslagmeter op mij afvuurden. Het werd daarom een gewoonte om altijd met die hartslagband te lopen. Halverwege november vorig jaar liep ik voor het laatst met een hartslagmeter. Simpelweg omdat die het niet meer deed, ook niet met een nieuw batterijtje. Vroeger zou ik meteen een nieuwe hartslagband hebben gekocht. Ik zou het gevoel hebben gehad dat ik bij elk loopje zonder hartslagmeting cruciale informatie miste. Maar kijk, ik ben geëvolueerd als mens en als loper en in een competitie-luwe periode leek het me niet noodzakelijk om bij elk loopje mijn hartslag te meten. Ik heb minder behoefte aan die uitgebreide cijfers. Bovendien heb ik ook het idee dat die cijfers me steeds minder vertellen.

Dat brengt me dus bij de vraag in welke mate mijn hart mezelf nog verraadt om het met Edgar Allan Poe’s The Tell-Tale Heart (in het Nederlands vertaald als Het verraderlijke hart) te zeggen, een kortverhaal dat iedereen trouwens moet lezen omdat het én een klassieker is én heel kort én heel akelig zoals alleen Poe dat kan. Het verhaal gaat over een hart dat door stevig te kloppen een menselijke daad verraadt. Ik kwam tot de conclusie dat mijn hartslag de laatste jaren weinig uitschieters kent. Als ik tijdens trainingen wat dieper of sneller ga, is mijn gemiddelde hartslag logischerwijze wat hoger, maar de marge waar die zich binnen beweegt is beduidend kleiner geworden. Vroeger kon mijn hartslag ook variëren tijdens “gewone” loopjes en vertelde die me dus wanneer ik wat vermoeider was. Nu kan ik bij wijze van spreken per looprondje voorspellen wat mijn gemiddelde hartslag zal zijn, ongeacht de omstandigheden. Ook dat is niet onlogisch. Het wijst erop dat ik jaar na jaar een steeds betere basisvorm kreeg en dat mijn hartslag sneller daalt nadat ik diep ben gegaan.

Een zelfde evolutie zie ik ook bij mijn marathons: mijn gemiddelde hartslag zakt beetje bij beetje, terwijl ik steeds sneller loop. Mijn laatste marathon (de suikermarathon) liep ik met een gemiddelde hartslag van 142. De omstandigheden mochten dan wel redelijk ideaal zijn (geen stress en fris loopweer), ik liep die marathon nog steeds behoorlijk snel over een behoorlijk pittig parcours. Tijdens de CPC Loop waar ik vorig jaar mijn record verbeterde op de halve marathon had ik dan weer een gemiddelde hartslag van 165: stevig, maar niet abnormaal als je ruim anderhalf uur echt diep gaat.

Ik heb nooit specifiek volgens bepaalde hartslagzones getraind. Uiteindelijk denk ik dat als je verantwoord lange afstanden wil lopen het er op neer komt dat je gevarieerd én met plezier moet trainen. Al ben ik ook niet volledig immuun voor cijfers en waarden. Het grootste voordeel van lopen zonder hartslagmeter is dan ook dat mijn Garmin me niet meer vertelt wat mijn VO2-max en hersteltijd zijn: geschatte waarden die me meer beïnvloedden dan ik zou willen. Al weet ik dondersgoed dat ze gebaseerd zijn op je snelheid en gemiddelde hartslag, maar dat ze verder amper rekening houden met individueel afgestemde parameters. Het komt er dus op neer dat Garmin de boel heel wat rooskleuriger voorstelt. Zo zou ik volgens mijn horloge een marathon kunnen lopen in 2u46. Nog eventjes doortrainen en ik zou me dus kunnen kwalificeren voor de Olympische Spelen. Om maar te zeggen dat je de raceprognoses met een heel grote korrel zout moet nemen.

Ik denk dat mijn hartslag vooral verraadt dat ik al enkele jaren een gedreven loper ben. Een hartslagmeter beschouw ik dan ook als een handig instrument om over een langere periode te kijken hoe mijn basisconditie zich ontwikkelt. Voor prestaties waar ik naartoe werk, wil ik ook graag weten met welke gemiddelde hartslag ik ze gelopen heb. Om die reden ben ik van plan om snel weer een hartslagmeter aan te schaffen, want jawel: ik broed op leuke sportieve ideeën voor de korte termijn. Laat dat hart van mij dus maar vrolijk verder kloppen.

Loperspraat – De perfecte 14

Ik ben verliefd op een looprondje. Al weken zit het in mijn hoofd. Ik was niet op slag verliefd, ik gaf me niet meteen gewonnen, maar nu is er geen houden meer aan en zou ik het liefst van al dagelijks lopen. 14 kilometer om heel hard van te houden. 14 kilometer waar mijn hart sneller van gaat slaan, letterlijk en figuurlijk. Mijn perfecte 14 kilometer ontstond als route eerder bij toeval. Ik wilde op een zonnige zondag eigenlijk langer gaan lopen, maar helaas, ik zat krap in de tijd en moest dus noodgedwongen improviseren. Een schot in de roos, zo bleek. Een looptoer waarbij elk nadeel eigenlijk een voordeel blijkt te zijn. Bij deze dus 14x waarom ik hotel de botel ben op mijn 14k.

  • Ik heb het nooit onder stoelen of banken gestoken dat ik juist de saaiheid en eentonigheid van lopen heel erg waardeer. Van de eerste kilometers wordt de asfaltliefhebber in mij dan ook erg blij. De ideale aanloop om er meteen goed in te zitten.
  • Mijn lievelingsrondje blinkt echter uit in variatie: het grijze kleurt snel groen, ik loop door holle wegen, langs kleine paadjes, over brede wandelpaden, over en langs het water.
  • Ook de hoogteverschillen bieden variatie en zijn ideaal gepositioneerd. Na 6,5 en 9,5 kilometer volgt een pittig oplopend stuk, gevolgd door een afdaling waar ik mijn benen soms niet lijk te kunnen bijhouden.

IMG_4468b

  • Na de tweede beklimming volgt een uitzichtpunt waar je een prachtig zicht hebt op de skyline van Tienen (ja echt), als je rond je as draait, zie je maar liefst zes kerktorens en een kapel. I love kerktorens!
  • Het voelt efficiënt om halverwege ook echt het verst van huis te zijn. Je wil niet het gevoel hebben dat je dichtbij huis aan het rondcirkelen bent. In se is lopen natuurlijk altijd omweg maken.
  • De tweede helft van mijn 14k was ook de laatste 7 kilometer van de suikermarathon die ik liep in oktober. Ik herbeleef dus altijd opnieuw herinneringen aan die unieke marathon.
  • 14 km is lang genoeg om boven het uur te lopen en het gevoel van duur te ervaren, kort genoeg om het altijd aan te kunnen en er tijd voor te hebben.

IMG_4484b

  • Ik kan dit rondje altijd verrassend snel lopen terwijl ik vertrek met het idee om het rustig aan te gaan doen. Hoewel snelheid geen doel is, boost het wel mijn zelfvertrouwen.
  • De lus die ik loop neemt grillige vormen aan, waardoor de wind ook altijd draait en je dus nooit kilometers aan één stuk tegenwind hebt.
  • Ik heb looprondes waar ik echt geen mens tegenkom. Soms voelt dat zo eenzaam aan dat me zelfs op klaarlichte dag een akelig gevoel kan bekruipen. Bij mijn lievelingsrondje passeer ik altijd wel een wandelaar, een fietser en zelfs een loper, zonder dat het druk wordt.
  • Het is een toer die in zijn eenvoud een mooi staaltje natuur toont. Ook de dieren zijn goed vertegenwoordigd. Paarden en eenden bijvoorbeeld. De eervolle vermelding gaat toch naar een woelmuis die een roofvogel aftroefde.

IMG_4490b

  • Ik loop slechts een meter of 10 dubbel, ik kom dus langs een andere straat terug dan dat ik vertrokken ben.
  • De laatste kilometer brengt me door een lange straat terug richting dorpskern. Ideaal om uit te lopen en omdat het ook lichtjes oploopt, is dat eens zo gemakkelijk.
  • Ik loop ook altijd 14 kilometer, eerder 14,1. Ik ben geen loper die nog een paar keer op en af de voordeur loopt om een rond getal aan te tikken, maar ik vind het wel mooi als je 14 ook echt een 14 is.

IMG_4476b

IMG_4477b

IMG_4478b

P.S. Ik maakte de foto’s terwijl ik mijn ronde liep in de eerste echte warmte van het jaar. Ik was weer maar eens vergeten hoe die telkens als een mokerslag binnenkomt. Een goede gelegenheid om veel foto’s te maken en dus op adem te komen.

Loperspraat – Waarover ik praat als ik over Den Haag praat

Een zondag in maart en geen CPC Loop in Den Haag, dat doet pijn. Het weer is  grillig maarts. De herinneringen aan de CPC die vorig jaar nog op de valreep kon doorgaan liggen vers in het geheugen omdat enkele dagen later een lockdown – al dan niet light – werd afgekondigd. De scholen gingen dicht, het land een beetje op slot, maar wij hadden Den Haag nog op zak. Ik heb lang nagedacht over wat ik kon vertellen over een zondag in maart zonder CPC en wat dat voor mij betekent. Misschien kon ik het hebben over wat ik nog niet vertelde? Al snel bleek dat bitter weinig schrijfstof op te leveren. Ik kon schrijven wat ik juist niet mis van de CPC of waarom ik Den Haag juist heel erg mis? Ook dat kon de lading van mijn gedachten niet helemaal dekken. Ik ga dus voor de chaotische benadering: wat schiet er door mijn hoofd als ik aan Den Haag en de CPC denk?

  • De autorit met Roos en de gewoontes die daarbij horen: verkeerschaos rond Antwerpen, beheerst rijgedrag in Nederland, High Way Den Haag zingen, een kwalitatieve koffiestop mét versnapering (Roos trakteert mij als onkostenvergoeding), heel vaak een herinnering ophalen Weet je nog toen? De volgende keer dat we onderweg zijn volgt ongetwijfeld Weet je nog toen we in augustus met 35 graden zonder airco wegsmolten in de auto?
  • De aartsmoeilijke kledingdilemma’s waar we mee geconfronteerd worden. Maart is een uitdagende maand op vestimentair gebied. Het weer zit op de wipplank tussen winters fris en veelbelovend voorjaars. Bovendien gaat de CPC Loop pas om 14u van start en zie je die dag zowel wind, regen als stralende zon. Het is dan vooral zaak om heel veel soorten kleding in je sporttas te proppen. Ik liep de CPC zowel in een heel blote als in een heel bedekte outfit. We komen daarom altijd belachelijk zwaar gepakt en gezakt aan bij onze familie.
  • De magie van het Malieveld, eigenlijk gewoon een heeeeel groot grasveld dat het kloppend hart van de CPC vormt. Meestal is het er ook modderig, vaak heeeeel modderig.
  • De wind die wij dus totaal niet kunnen inschatten. We vertrouwen daarvoor op de kennis van de locals (onze familie). Het is duidelijk dat wij niet aan zee wonen.
  • Hoe we altijd barsten van het zelfvertrouwen om op de fiets onze weg te vinden in Den Haag, maar dat altijd het onvermijdelijke moment aanbreekt dat Roos de gps moet inschakelen.
  • De AH XL in de Elandstraat waar we een fantastische shoppingervaring beleven. Roos heeft altijd schrik dat de witte bolletjes uitverkocht zullen zijn die ze nodig heeft als ontbijt.
  • Het brede scala aan emoties die de CPC teweeg brengt. Gaande van euforie tot diepe teleurstelling.
  • Irene die ons in de watten legt door voor ons te koken en een lekker bed op te maken. We kunnen met haar ook altijd goed bijbabbelen over de gebeurtenissen in onze familie.
  • Maarten is onze oudste neef en hoewel we intussen allemaal saai volwassen zijn, blijft het heel leuk om hem te plagen. Met zijn kleurrijke outfits bijvoorbeeld, maar ook hoe hij zich altijd als een gek moet haasten om dan nét op tijd of nét te laat te zijn. Roos en ik staan meestal te wachten tot het startvak opengaat, Maarten staat 10 minuten voor het startschot nog aan te schuiven om zijn borstnummer op te halen.
  • Onze neefjes Senne en Lev kijken inmiddels niet meer verschrikt op als de nichtjes van papa aan de deur staan. Ondertussen kunnen ze ook onze Vlaamse tongval begrijpen en waarderen ze ons heel erg als supporters tijdens de kinderloop.
  • De finale van Wie is de mol? blijkt steevast plaats te vinden op de dag voor de CPC. Zo kregen wij de afgelopen jaren steeds de ontknoping mee en dus ook de verraste blikken van Senne en Lev. We leerden vooral dat het begrip BN’er erg rekbaar is.
  • Een halve of hele marathon heeft altijd een verraderlijke staart. In Den Haag is die altijd nog venijniger dan je denkt. Je loopt naar de zee, maar moet dan ook weer terug. De wind is daarbij een bondgenoot, dan wel vijand. Bovendien is de laatste strook naar de finish een optische illusie: twee kilometer lang ben je in de waan dat je er bijna bent (en ja, we weten wel dat een halve marathon 21,1 kilometer is). Twee kilometer is erg lang als je het zwaar hebt.
  • Na de finish pas ik altijd voor de warme thee die wordt aangeboden. Gekke Nederlanders!

Wat zou het al fijn zijn als we binnenkort weer de grens over mogen voor een volstrekt essentieel familiebezoek!

IMG_3933b

Het moment – Ontwaakt uit mijn winterslaap

Ik voelde al lente in januari, al was het sporadisch. Tussen de regenbuien en het miezerweer gebeurde het soms dat de natuur z’n uiterste best deed om er desondanks iets moois van te maken. Heel behoedzaam, dat wel, om je vooral geen valse hoop te geven. Januari moet zowat de lelijkste maand van het jaar zijn. Je ziet vooral modder en dorheid. Het is zoeken naar een sprietje groen in een palet van bruin. Als je bovendien met de fiets naar het werk gaat, dan is januari een behoorlijk harde noot om te kraken. Mijn kilometers op de steenweg waren knokkilometers. Februari kenmerkte zich dan weer door een diepvriesweek mét sneeuw om er nadien een portie onversneden lente overheen te gooien. Van beide genoot ik intens. Ik liep met een heel grote glimlach door de sneeuw: toch na een kilometer of 2, als mijn innerlijke thermostaat aansloeg, en ook het voorproefje lente zorgde ervoor dat ik in een opperbeste stemming verkeerde.

IMG_4225b

Ik ga er prat op om me niet af te zetten tegen de winter. Als je de wintermaanden als deprimerend en onmenselijk bestempelt, dan lijkt het me een bijzonder zware klus om die tijd door te komen. Ik hou van de afwisseling die de seizoenen bieden. Elke maand heeft iets. De winter, dat is gezelligheid. Zowel om binnen te zitten met de gordijnen dicht, als om er in alle vroegte op uit te trekken nog voor de wereld wakker is. Inmiddels weet ik ook dat ik heus wel bestand ben tegen wat regen en wind. Het meest vermoeiende aan de wintermaanden vind ik het denkwerk dat erbij hoort. Je moet je constant wapenen tegen een kracht van buitenaf, zowel jezelf, je huis, als je huisdieren. Dat vreet energie.

In de winter heb je een warme deken om je heen die je noodgedwongen warm houdt, maar als die dan weer af kan, voel je plots hoe licht je eigenlijk bent. Juist door de impact van de winter kan ik het voorjaar meer naar waarde schatten. In het voorjaar is het zoveel gemakkelijker om goed gezind te zijn, om de juiste kleding aan te trekken, om de dag aan te vatten, om naar buiten te trekken en simpelweg tevreden te zijn. Ook op sportief vlak biedt het voorjaarsweer niets dan voordelen. Allereerst stijgt de curve van het fietsgenot exponentieel. Voor je plezier maak je geen fietstocht als het kwik onder nul kruipt. Ik ging dus weer vaker de baan op met Juan, mijn onovertroffen Orbea mountainbike. Letterlijk de baan op, want als ik modder kan vermijden, dan doe ik dat ook. Juan kan het trouwens uitstekend vinden met Herman, de koersfiets van Roos. Gelukkig maar! Als ik na zo’n fietstocht en bijbabbelmoment leeggereden thuiskom, is mijn geestelijke batterij weer helemaal opgeladen.

IMG_4362b

Mijn loopkilometers bleven de afgelopen maanden constant. Ik loop regelmatig een duurloop van 18 kilometer die ik afwissel met kortere loopjes. Geen echte excessen dus, best gematigd voor mijn doen. Op kledingniveau bevind ik me in een transitiefase. Mijn Nike Pegasus trailschoenen met Gore Tex bewezen hun dienst in de sneeuw, maar ook mijn nagelnieuwe belachelijk witte Zoom Fly’s konden een eerste keer van stal in het nieuwe jaar. Ik schipper nog wat met de lengte van broek en shirt. De uitspraak die ik me de afgelopen weken vaak liet ontvallen was: als ik eenmaal naar kort ga, wil ik niet terug naar lang. Mijn club van loopvriendjes werd ook weer een beetje groter. Elizabeth is de naam van mijn nieuwste loopmaatje. Met dat nieuwe valt het overigens wel mee, aangezien we elkaar al een leven lang kennen. Elizabeth gebruikt me graag als stok achter de deur om een looprondje te maken (die invloed blijk ik wel eens te hebben op mijn omgeving). Er is veel wat ik waardeer aan mijn jeugdvriendin: als sporter is dat ongetwijfeld haar onverzettelijkheid en bikkelharde doorzettingsmentaliteit. I like! Een dikke yes dus aan het samen sporten en aan het buiten zijn!

IMG_4351b

De gedachte – Over passie

2021 wordt het jaar waarin het woord hobby definitief passé is. Hobby’s behoren tot een lang vervlogen tijdperk. De jaren 90 bijvoorbeeld, toen je nog ongegeneerd blij kon worden van postzegels verzamelen. Vandaag de dag is het al passie wat de klok slaat. Zeg dus niet: ik luister graag naar muziek, maar: muziek is mijn passie. Nu hou ik helemaal niet van het woord passie. Net zoals ik een hekel heb aan het woord vrijgezel, maar dat is weer een ander verhaal. Passie wordt veel te vaak en gemakkelijk gebruikt gewoon om aan te geven dat je iets graag doet. Bovendien associeer ik passie met jezelf ergens in verliezen, geen grip meer hebben op wat is en je roekeloos ergens instorten. Prachtig, maar ook behoorlijk beangstigend. Als passie betekent enthousiasme en vurigheid, dan ben ik mee. Als passie gaat over een niet te stuiten verlangen, een drift of oerkracht dan voel ik me er veel te nuchter voor.

Ik denk dat mijn aversie voor het woord passie te wijten is aan de alomtegenwoordigheid ervan. Het is zoals met uitroeptekens: als je hele tekst er vol van staat, hoort niemand je nog roepen. Daarenboven wordt passie ook  gratuit gebruikt, als een versterking om aan te tonen dat je het echt meent. Een hobby is slechts bezigheid, passie definieert je en geeft je identiteit vorm. Achter passie gaat urgentie schuil. Je moet het doen of je verloochent jezelf. Bij mij werkt het omgekeerd: ik ben juist trouw aan mezelf als ik ergens bewust voor kies. Ik word niet overspoeld door een drang om te lezen, ik kies er heel bewust voor omdat ik weet hoeveel vreugde het mij brengt. Ik sterf gelukkig niet als ik een paar dagen niet gelezen heb. Als ik lees zit ik – naar ik vrees – met een vreemde frons tussen mijn ogen naar een boek te turen, volledig toegewijd en ingetogen enthousiast. 

Wat ik eveneens problematisch vind aan het woord passie is dat het torenhoge verwachtingen creëert. Als iets je passie is, dan moet het altijd ronduit fantastisch en overdonderend zijn. Voor mij is lopen een wezenlijk deel van wie ik ben. Ik beschouw het als een noodzakelijke activiteit om mijn lijf en geest gezond te houden, om ideeën te krijgen en mijn omgeving te ervaren. Lopen is voor mij kortom iets wat me helpt te aarden met het leven en mezelf terwijl ik niks meer doe dan mijn ene voet voor de andere te zetten. De eenvoud van die handeling maakt het zo bijzonder deugddoend. Hetzelfde geldt voor mijn werk als leerkracht, waar ik ook een stuk van mezelf in leg. Wederom is het juist het gewone en alledaagse van mijn werk, namelijk omgaan met jongeren, wat ik er zo aan waardeer. Ik sta (bijna) altijd vol enthousiasme voor de klas, maar ik ben niet elke lesuur de grote bezieler en inspirator.

Ben ik dan echt geen passioneel mens? Natuurlijk wel! Achter die nuchtere façade zit een grote gevoelsmens. Ik doe niets liever dan mezelf in gedachten verliezen in mijn eigen gevoelswereld. In het echt heb ik de touwtjes graag strak in handen om bewuste keuzes te kunnen maken. Ik doe de dingen met overtuiging en toewijding. Ik heb graag gedreven mensen om me heen. Ik omarm het gevoel in al z’n onmogelijkheid. En ik blijf dus gewoon fan van het woord hobby en de bescheidenheid die het uitstraalt. Passie heb ik niet nodig in mijn vocabulaire.

Noot: dat passie ook bij jongeren leeft, hoorde ik maandag in de klas. De context: een gesprek over een auto van 80.000 euro. De leerling: zou u zo’n auto kopen, mevrouw? Ik: nee, ik heb niks met auto’s en als ik al zoveel geld zou hebben, zou ik het er niet aan uitgeven. De leerling: ja, maar mevrouw: als auto’s nu echt uw passie waren???

Loperspraat – Mijn sportieve plannen voor 2021

Je zou kunnen zeggen dat 2020 ons vooral leerde dat het nutteloos is om plannen te maken in onzekere tijden. Wel, ik denk dat het in zulke tijden juist extra belangrijk is om plannen te maken, mits je er niet halsstarrig aan vasthoudt en je bereid bent om ze eender wanneer bij te sturen. Plannen maken, dat geeft richting en houvast. Ook provisorische plannen geven hoop. Een plan dat anders loopt dan verwacht, is geen mislukking, maar een koerswijziging. Dat het schip blijft varen, is al heel wat.

Er zijn plannen waarvoor ik afhankelijk ben van organisaties. De evenementensector richt z’n pijlen op het najaar. De Rotterdam Marathon van april 2020 werd een tweede keer verplaatst: 24 oktober 2021 is de nieuwe afspraak. De CPC Loop in Den Haag, een vaste waarde van het voorjaar, hoopt dit jaar een septembereditie te kunnen houden. In België plant de 10 Miles een najaarseditie, zwijgt de 20 km van Brussel in alle talen en gokt de Brussels Marathon op 3 oktober 2021. Leuk allemaal, maar aangezien een sportwedstrijd een massa-evenement blijft, durf ik daar ook niet al te veel op te hopen. Het zou geweldig zijn als het lukt, het is geen ramp als dat niet zo is. Hetzelfde geldt voor de La Chouffe trail in juli die mogelijk doorgaat binnen het format van de vrije en gespreide start. Mijn geslaagde 50 km smaakte naar meer en wie weet vind ik dat wel in Houffalize. De vraag is of een logeerpartijtje met de familie dan verantwoord is.

Het competitieve element van een wedstrijd miste ik helemaal niet. Wel de bijhorende trein- en automomentjes met Roos, het samen onderweg zijn, samen strategisch aanschuiven bij dixi’s en samen praten over onze loopervaring. Samen herinneringen maken dus, dat gemis voelde ik tot in mijn kleine teen. Ik kijk uit naar het moment dat we er weer volledig niet-essentieel op uit kunnen trekken. Mijn zussen verwachten natuurlijk een gek plan om samen naar toe te werken. Elkaar naar een snelle 3 kilometer schreeuwen, lijkt me daarom een mooi speerpunt van het voorjaar. Ik hoop ergens de komende maanden ook weer een marathon te kunnen lopen op eigen initiatief. Als ik wild mag dromen, dan graag in en rond Den Haag. Omdat Den Haag dus ons Parijs in Nederland is. Ook hier is enig voorbehoud op z’n plaats. Plezier- en dus ook marathonreisjes behoren momenteel niet tot de mogelijkheden. Niet alle dromen hoeven echter bedrog te zijn.

Samen sporten is tegenwoordig een fijner alternatief dan samen in een tuin te zitten koukleumen. In gezelschap lopen of fietsen heb ik daardoor nog meer naar waarde leren schatten. Een beetje eenzaamheid en kluizenaarschap is mij niet vreemd, maar mijn innerlijke mens haalt heel veel energie uit samen actief zijn. Er zijn mijn pauzeloopjes op school met collega’s Bart en Murielle, er zijn fietstochten met Rembert, er zijn de zussenloopjes en binnenkort ook een loopje met Elizabeth. Al lopend babbel je op een nog spontanere manier. Ik zou zelfs durven zeggen dat je al babbelend ook op een spontanere manier loopt.

Oh ja. Hoe zit het nu met die witte schoenen? Ik was misschien iets te optimistisch – of ronduit naïef – toen ik verkondigde dat het met de viezigheid wel zou meevallen. Ik droeg ze sindsdien niet meer. Het merendeel van mijn looppaden is voorzien van een verraderlijk vies modderlaagje, waar mijn trailschoenen wel weg mee weten, maar mijn witte schoenen nachtmerries bezorgt. Laat hen dus maar zorgeloos dromen van vlakke en propere asfaltwegen. Ook die tijd komt er weer aan. Geduld.