Loperspraat – Het geluk van nieuwe schoenen

Kleine gelukjes, ze zijn er gelukkig nog in overvloed. De ene dag moet je er al wat gerichter naar op zoek dan de andere, maar geloof me: het leven is echt niet helemaal om zeep nu we weer in een soortement lockdown zitten. Zo word ik niet alleen verblijd door de herfstzon, hard poezengespin en een volle boekenkast, ook nieuwe loopschoenen maken mij heel erg happy. Alles begint met de online zoektocht naar geschikte schoenen: research doen, wachten op een goed koopje en dan toeslaan. Het moment dat je die doos dan in handen hebt en het deksel voorzichtig openklapt, is alsof je een schatkist opent. Voorzichtig, doch ongeduldig, geritsel van papier, de schoen voor een eerste keer voelen, aandachtig en zorgvuldig bestuderen om er tot slot heel behoedzaam mijn voet voor een eerste keer in te schuiven en te denken: dit is het helemaal.

IMG_3772b

De eerste schoen die recent mijn collectie kwam vervoegen is de Nike Pegasus Trail 2. Vorig jaar bracht Nike namelijk de eerste trail-versie uit van hun alom bekende Pegasus. Ik was meteen fan en liep er – zonder enige andere test – meteen de La Chouffe trail op en recenter nog mijn Suikermarathon. Voor mij, als niet gespecialiseerde trailloper, zijn dit de ideale off-road najaarsschoenen. Ze bieden mij het comfort, de flexibiliteit en de demping van een standaardschoen. Dankzij het stevige profiel en de goede pasvorm kan je er perfect mee uit de voeten op een glibberige of modderige ondergrond. Ze bieden veel grip zonder in te boeten op responsiviteit. Bovendien begrijpt Nike als geen ander dat een schoen ook liefst mooi moet zijn. Voor de trailcollectie wordt resoluut gekozen voor kleurrijke designs. Terecht. De nieuwe Pegasus trail oogt zowel vrouwelijk als stoer. Ik werd helemaal smoor op de dark beetroot en kocht inmiddels ook de klassieke zwarte variant.

IMG_3743b

Zo mogelijk nog meer verliefd werd ik op de Nike Zoom Fly 3, zeg maar de betaalbare versie van de Kipchoge-schoen. De eerste en tweede versie van deze schoen riep ik hier al uit tot de ideale marathonschoen: een goede fit en veel demping in een absolute lichtgewicht schoen. Het is waar elke afstandsloper van droomt. Toch duurde het lang voor ik overstag ging voor de Zoom Fly 3. Ik kon namelijk echt niet begrijpen dat wit de nieuwe modekleur is voor loopschoenen, een trend die je ook in het wielrennen ziet. Witte schoenen, serieus? Ik loop nooit op een atletiekpiste en de komende maanden staan ook asfaltwegen garant voor een laagje smerigheid. Witte schoenen leken mij dus gedoemd om in een mum van tijd smoezelig te zijn. Bovendien past wit ook niet binnen het kleurenpalet waar ik doorgaans voor kies. Stilaan wende ik echter aan de cleane look en kon ik me verzoenen met het idee. Goh, die felkleurige details maken het toch weer helemaal af. Toen ik ze uiteindelijk uit de doos haalde, was ik meteen verkocht. Jep, het design is gewoon top.

IMG_3741b

De Pegasus Trail 2 voelde meteen aan als thuiskomen. Afgelopen zondag trok ik mijn nieuwe Zoom Fly’s voor het eerst aan. Met nieuwe schoenen vlieg ik zonder overdrijven altijd. Nu ook weer. Ik liep schijnbaar moeiteloos op een schoen die wat anders, maar toch heel vertrouwd aanvoelde. Ja, ik vloog echt. De ene na de andere snelle kilometer volgde elkaar op. Ik besloot mijn toer te vergroten, en nog een beetje en nog een beetje. Wow zeg, dit was echt next level vliegen! Uiteindelijk liep ik 10 miles, ofte 16,1 kilometer, aan een stevige 4:44 per kilometer. Dankzij mijn relatief lage hartslag (die schoen nam het echt volledig over) bereikte ook de VO2 max van mijn horloge een ongekende hoogte. Mocht je er dus nog aan twijfelen: ik vind de Nike Zoom Fly 3 echt geweldig. Hoewel ik het ondenkbaar vond dat een andere schoen mijn prachtige blauwe Zoom Fly’s (waar ik onder andere de marathon van Parijs op liep in 2019) ooit zou kunnen evenaren, moet ik nu toegeven dat die verduivelde witte exemplaren hun voorganger helemaal overschaduwen. Mijn blauwe geliefden kan ik dus met een gerust hart op pensioen sturen: veilig opgeborgen in een doos, welteverstaan. Voor een echt afscheid ben ik nog niet klaar.

IMG_3776b

Nieuwe schoenen laten me dromen van kleine en grote looprondes. Van plannen dichtbij en ver weg van huis. Van marathons die ik desnoods zelf vorm en naam zal geven. Van loopjes helemaal alleen en met mijn zussen. Van met mijn hoofd in de wolken, mijn haar in de regen en de zon op mijn gezicht.

Noot: ik betaal mijn schoenen helemaal zelf. Je leest hier dus mijn eigen ervaringen die op geen enkele manier beïnvloed zijn door commerciële motieven.

Duatlonspecial – Over een winter zonder Hel

Aanvankelijk zou ik hier beschrijven hoe oktober als een sneltrein aan mij voorbij raasde, ware het niet dat Steven Van Gucht die metafoor gisteren gebruikte om de opmars van het corona-virus in België te visualiseren. Ik dacht ook aan storm. Omdat er steeds meer wind opsteekt die op de fiets altijd tegenwind lijkt te zijn. Omdat we ons op alle vlakken in het oog van een storm bevinden die nog niet meteen zal gaan liggen. Ik zou ook nog iets vertellen over een turbulente (wind!) week op school. Hoe de media tegenstrijdig berichtten over voltijds dan wel deeltijds onderwijs op school. Hoe dat een impact had op mijn gemoed en hoe we er toch weer allemaal het beste van probeerden te maken. De laatste dagen voor de herfstvakantie stond ik soms met een krop in de keel voor de klas omdat ik een déjà-vu had naar het voorjaar, toen ik ook dacht dat we eventjes met vakantie gingen en elkaar snel zouden terugzien. Dat draaide toch eventjes heel anders uit. Er maalde kortom zoveel in mijn hoofd dat ik geen tijd had om stil te staan bij het feit dat de Hel van Kasterlee ook van de agenda werd geschrapt.

Een sportwedstrijd die wordt afgelast: echt verrassend nieuws is het dezer dagen niet. Slechts een kanttekening in de marge als je ziet wat er allemaal op ons afkomt. Ik was vooral opgelucht dat de organisatie de knoop begin oktober durfde door te hakken en daarmee klaarheid schepte. Bovendien liep ik op 11 oktober een marathon waar ik écht oprecht deugd van had. Ik besefte nog maar eens dat ik geen competitie nodig heb om sportief bezig te blijven. Lopen, dat doe ik voor mezelf. Om mijn hoofd en benen te luchten. Een jaar zonder Hel van Kasterlee dat betekende meer tijd voor mezelf en andere bezigheden. Ik zou dit jaar ook niet op de Boekenbeurs in Antwerpen werken (ah nee, die gaat ook niet door) en ik zou dus gewoonweg tijd hebben om te lezen en een tas te maken, om maar iets te noemen. Tijd, mensen, tijd! Wat kan ik me nog meer wensen?

IMG_3712b
Hemels en hels: het kan verduiveld dicht bij elkaar liggen.

Toen ik in 2018 en 2019 deelnam aan de Hel trainde ik in oktober en november rond de 18 uur per week, meestal in barre omstandigheden. In alle vroegte en donkerte gaan lopen, als je pech hebt in de regen. In het weekend urenlang op de fiets zitten, meestal met regen en wind. Mijn voorbereiding op de Hel was niet minder dan een halftijdse job die ik naast de drukte van mijn betaalde fulltime job uitoefende. Mijn leven leek die maanden on hold te staan. Wat doorweegt zijn niet zozeer de trainingsuren zelf. Eens je op die fiets zit met muziek in de oren of eens dat je aan het lopen bent, dan is dat zoals altijd best fijn. Zelfs als het regent. Wat het hels maakt, zijn de momenten dat je verkleumd en doorweekt thuiskomt in een kil huis. Dat je zelfs na een warme douche niet lijkt op te warmen. Dat je op automatische piloot nog een maaltijd klaarmaakt en je je hoofd pijnigt over welk schoolwerk toch wel nú moet gebeuren. Elke minuut van de dag moet je nuttig besteden: dat is wat doorweegt en wat ik dit jaar dus zeker niet zou missen. Daarmee was de kous af, dacht ik. 

Deelnemen aan de Hel is dus zwaar omwille van de grote opofferingen die je moet maken in een voorbereiding die eindeloos lijkt te duren. De dag zelf was ik telkens tussen de 11 en 12 uur bezig. Dat is hard labeur en zwaar afzien, maar al bij al vliegt die dag voorbij. Ik weet nog dondersgoed hoe ik me gevoeld heb tijdens die strijd. Ik weet ook nog heel goed hoe ik over de rode loper liep en onder luid applaus en gejoel kon finishen. Wat uiteindelijk echt blijft hangen, zijn de kleine momenten die als het ware achter de schermen plaatsvinden. Niet de opzichtige glorie van de prestatie, maar het menselijke aspect dat erachter schuilgaat. Hoe ik met Roos in de auto zat, voor en na de wedstrijd. Wat er gezegd werd (en wat juist niet) tijdens het afsluitende loopnummer in een aardedonker niemandsland met mijn familieleden op de fiets. De lieve reacties die ik nadien uit verwachte en onverwachte hoek kreeg. Het nakaarten in familiale kring tijdens de kerstdagen. Hoe eenzaam een dag in de Hel ook kan zijn, zelden voelde ik me meer gesteund. De Hel van Kasterlee is om die reden een dag die nog heel lang nazindert, waardoor je ook weer vergeet welke opofferingen je hebt gemaakt. Ik zal het om die reden dus wel missen. Heel hard zelfs. Omdat het weer een mooi familiemoment is dat ons door de neus wordt geboord. 

Of ik volgend jaar opnieuw deelneem aan de Hel van Kasterlee? Dat weet ik echt niet. Drie keer deelnemen leek me wel mooi, maar ik wil in alle eerlijkheid de afweging maken of die zware voorbereiding het me waard is. Deelnemen aan de Hel is geen must. Marathons lopen daarentegen: dat wil ik zo lang mogelijk blijven doen. Ik denk dat het dringend tijd wordt dat ik van de herfstbladeren en mijn nieuwe loopschoenen ga genieten. En van Juan, die dit jaar van een gigantische modderbad wordt gespaard. In 2020 is alles anders, maar daarom niet per se slechter. Let’s make it a November to remember!

IMG_3699b

Loperspraat – De perfecte duurloop

Zondag 13 september werd ik 35 jaar. Ik vierde dat in stijl door mijn dag te beginnen met een stevige duurloop. Zondag duurloopdag, weet je wel, zeker ook als je jarig bent. Er was een tijd dat ik rond mijn verjaardag mijn leeftijd in kilometers liep. Na de beproeving die ik moest ondergaan toen ik 33 werd, liet ik de uitdaging vorig jaar wijselijk aan mijn neus passeren. Ook mijn enthousiasme kent grenzen. Dit jaar ging de gedachte door mijn hoofd en er ook weer uit. Ik zou dit jaar dus niet zo gek zijn om 35 kilometer te gaan lopen. Het werden er uiteindelijk 32. Geloof het of niet, die drie kilometers maken wel degelijk een verschil. Ik liep via fietsknooppunten een duurloop in lijn van bij mij thuis in Tienen tot bij Roos in Rotselaar. Dankzij de hoogtemeters een pittig parcours. Dankzij de omgeving vooral ook erg gevarieerd en mooi. Achteraf besefte ik dat ik de perfecte duurloop liep op mijn verjaardag, eentje om in te kaderen en nog heel vaak aan terug te denken.

Wie wil duurlopen op een zonnige dag kan maar beter vroeg uit de veren. Roos verjaart de dag voor mij, dus ik had er een heel gezellige avond op zitten met lekker eten en drinken. Na een relatief korte nacht zat ik daarom om 6u havermoutpannenkoeken te eten. Al heel de week keek ik uit naar deze duurloop. In mijn hoofd zou het echt fantastisch leuk zijn. Quasi moeiteloos zou ik met de zon op mijn bol naar mijn zus lopen. Tussen droom en daad verbergt zich soms de desillusie. Ik was dus ook wel op m’n hoede. Om 9u stond ik op de stoep en weg was ik voor wat in mijn hoofd dus heel leuk zou worden. De eerste kilometers liepen meteen erg goed. Er was zon, het was rustig en de benen bolden vanzelf. Knooppunt 13 (mijn geluksgetal) stelde wederom niet teleur. Na een dik uur was ik in Pellenberg en vergezelde mama mij op de koersfiets.

Ik had al enkele flink oplopende stukken achter de rug, maar daar leek ik weinig van te merken. Mijn buik hield zich verdacht stil. Ondanks de prosecco’s op de gezondheid van Roos, leek ik niet heel veel dorst te hebben. De nazomerzon deed haar best en was zonnig, maar niet verzengend warm. Het landschap was prachtig. Mama vervulde haar rol als compagnon de route weer met glans. Voor ik het goed en wel wist, had ik ruim 20 kilometer gelopen, waren we in Linden en leek Rotselaar om de hoek. Ik verbaasde me over het strakke tempo dat ik bleef aanhouden. Mijn benen bleven maar draaien. Roos vervoegde ons de laatste kilometers. Ik grapte nog dat ik uiteindelijk toch wel mijn leeftijd, thirty-something, gelopen zou hebben en toen was ik er dus. 32,05 km liep ik met een gemiddelde van 4’58” en ik voelde me als herboren. We aten pistolets en taart natuurlijk, veel taart.

De conclusie was dat mijn duurloop nog leuker bleek te zijn dan hoe ik het had bedacht. Dit was de perfecte duurloop. Omdat alles juist zat. Omdat het zo eenvoudig was om te lopen. Omdat het gevoel belangrijker was dan de cijfers. Omdat het ook in mijn hoofd zo rustig was. Omdat ik ook wel een beetje trots was op mezelf. Zo leerde ik op mijn 35e verjaardag dat lopen echt in mijn lijf zit. En dat het soms eenvoudig is om gelukkig te zijn. Of toch op z’n minst uitermate tevreden.

De gedachte – Over de zomer van 2020

Morgen begint het nieuwe schooljaar en zit mijn zomervakantie er dus definitief op. Een kersvers schooljaar: dat is iets om reikhalzend naar uit te kijken. Ik zou liegen als ik beweer dat de zomer van 2020 significant anders dan anders was. Het grootste verschil was de nieuwe omgeving waar ik sinds enkele maanden van kan genieten: meer groen, meer plaats en meer rust. De corona-maatregelen gooiden zo nu en dan wel een klein beetje roet in het eten. Het was namelijk de zomer zonder zussentrip naar Parijs en zonder familieweekend (+ trail) in Houffalize. Het gemis van Parijs konden Roos en ik een beetje compenseren met Den Haag. Voor Houffalize was de La Chouffe blanche plaatsvervanger van dienst. Met mate uiteraard. De zomer van 2020 zal ik me herinneren als de zomer van rustiger aan en ironisch genoeg daardoor soms ook van onrustiger in het hoofd. Hoe ik mijn werk als leerkracht zou moeten uitvoeren in september, dat was namelijk heel lang een groot vraagteken. De zomer voelde soms een beetje leger aan, soms een beetje doellozer, maar uiteindelijk toch zonnig en deugddoend genoeg om er blij van te worden. Dit is wat mij zal bij blijven.

Ik heb nu dus een tuin. Eentje waarin behoorlijk wat groeit en woekert. Rozen, hortensia’s en cyclamen bijvoorbeeld, maar ook heel veel netels. Om de strijd met die hardnekkige sfeerkillers aan te gaan, kreeg ik versterking uit professionele hoek. Niemand minder dan mama en Roos kwamen met heel wat tuingereedschap een namiddag hard labeur leveren. Met verenigde krachten wonnen we zo toch al een veldslag van het onkruid. Voor het eerst in mijn leven heb ik een composthoop.

Composteren, het is een vak op zich

Op creatief gebied liet ik me volledig gaan met schuurpapier en lakverf. Ik besefte weer eens hoe graag ik meubels opschuur en van een fris kleurtje voorzie. Zo voorzag ik twee stoelen, wat wijnkistjes en tal van kleinere decoratie-items van een semi-vakkundig likje lak. Geloof me: dat is het ultieme DIY-project! De laatste weken bracht ik ook weer behoorlijk wat tijd door in mijn ruime crea-atelier, waarover later ongetwijfeld meer.

Er werd natuurlijk ook ernstig gelezen. Dankzij mijn nieuwe uitgebreide boekenkast staat elk boek nu echt te pronken in mijn salon. Dat moest dan weer het gebrek aan culturele uitjes compenseren. Waar ik vorige vakantie mijn Museumpas maximaal probeerde te benutten, bleef het nu bij lezen over cultuur en veel muziek luisteren via Spotify. Hopelijk biedt september nog de mogelijkheid tot een museumbezoek.

Vooral in augustus was ik veel op de fiets te vinden. Er was natuurlijk de ontdekking van de LF6 en de ravel, maar ik ging ook aan de slag met fietsknooppunten en ontdekte zo echt de meest idyllische weggetjes op een boogscheut van mijn huis. Wie er nog aan twijfelt: er is dichtbij ook zoveel moois te ontdekken.

Ik maakte ook al wat voorzichtige plannen voor het najaar. De Hel van Kasterlee zou doorgaan, de nodige maatregelen indachtig. En ja, die marathon moet en zal ik echt lopen in oktober. Het kriebelt te hard en als het kriebelt, dan moet je een marathon lopen. Ik voegde dus weer duurlopen toe aan mijn weekprogramma. Bij een +20 km kan het verschillende kanten opgaan. Tussen de extremen alles zit mee of alles zit tegen bevindt zich een scala aan mogelijke scenario’s. Vrijdag liep ik 27 km en het was een duurloop van de extreme alles-zit-tegen-soort: wind (tegen natuurlijk), te veel hoogtemeters, een gevaarlijke weg, buikkrampen en opbouwende stramheid in mijn hamstrings. Kortom nog maar eens een les in volharding en tijd om weer een bezoek te brengen aan de kinesitherapeut. Inmiddels kan dat weer.

Op sociaal vlak was het een povere zomer, daar moeten we niet onnozel in doen. Contact onderhouden gebeurde voornamelijk digitaal. Ik ging niet lunchen of koffiedrinken met mijn vriendjes. Bezoeken waren schaars en de familiemomenten beperkt binnen de bubbel. Gelukkig kon ik de vakantie wel in schoonheid afsluiten dankzij een looprondje in Rotselaar in gezelschap van mijn zussen, metekindje en papa. We hadden best veel bekijks met ons looppeloton. Ofwel is dat omdat een schattig kind als Leah nu eenmaal alle aandacht trekt, ofwel omdat mijn zussen zo knap zijn ofwel omdat we luid praten als we onder ons zijn.

Team Odeyn op pad!

Wanneer begint die Indian summer nu precies?

Het moment – Hoe ik in 2016 mijn snelste kilometer liep

Op zondag 11 september 2016 liep ik mijn snelste kilometer ooit: 3 minuten en 53 seconden. Omgerekend is dat een dikke 15 kilometer per uur. Om die topsnelheid te ontwikkelen had ik een verraderlijke afdaling in Bertem nodig, een stevige wedstrijdcomponent en een overdosis onbezonnenheid. Ik liep mijn snelste kilometer namelijk in de Bosstraat van Bertem tijdens de Teussersjogging toen ik de eindzege in het Loopcriterium van Vlaams-Brabant kon ruiken. Bosstraat klinkt nog idyllisch voor wat het weggetje eigenlijk is: stevig aflopend en geplaveid met kasseien die langs alle kanten invallen en uitsteken. Goed om met een tractor over te rijden, te mijden met enige andere vorm van transport. Inmiddels is mijn kilometerrecord al bijna vier jaar oud en denk ik dat het nog heel lang overeind zal blijven staan. Ik heb eerlijk gezegd ook niet de ambitie om het te verbeteren. Dan zou ik namelijk de ideale omstandigheden moeten opzoeken (saai) en dan zou ook de kracht van het verhaal van die bewuste septemberdag afnemen. Doodzonde, want het is één van die herinneringen die Roos en ik systematisch oprakelen: weet je nog toen in Bertem?

Ik heb al vaak gezegd dat ik geen competitiebeest ben. Ik lever graag wat strijd met mezelf, maar mijn drijfveer is niet om me met anderen te meten. Na dit verhaal ga je daar misschien anders over denken. Op mijn eigenste nine-eleven heeft het competitiebeest in mij namelijk haar duivels volledig ontbonden. Roos, papa en ik namen in 2016 deel aan de stratenlopen van het  Loopcriterium van Vlaams-Brabant. Dit regelmatigheidscriterium bestond uit 12 stratenlopen tussen de 10 en 21 kilometer. Vooral aan de Mutotoloop in Duisburg en de Furaloop in Tervuren denken wij wel eens met weemoed terug. Per wedstrijd kreeg je een aantal punten voor je deelname en bijkomend punten op basis van je resultaat in de eindrangschikking van jouw categorie. Je moest minstens aan 7 wedstrijden deelnemen. Liep je er meer, dan telden je beste uitslagen mee. In 2015 (het jaar van onze eerste marathon) kon ik al derde worden in het eindklassement van mijn categorie. Nu zou ik denken: mooi, dat hebben we gehad, toen dacht ik: dat kan beter. De Teussersjogging in Bertem was de laatste wedstrijd van de reeks. Twee dames waren intrinsiek sneller dan ik. Dame 1 finishte steevast minuten voor mij en had ik nooit in het vizier. Omdat zij aan minder wedstrijden deelnam, had ik toch meer punten. Zij was die dag niet van de partij en kon me dus niet meer bedreigen. Dame 2 was me altijd voor op de afstanden onder de 11 km. Ik kon haar wel al verslaan tijdens een 16 en 21 km. Ook zij nam aan iets minder wedstrijden deel, waardoor wij op de laatste racedag evenveel punten hadden. Alleen door voor haar te finishen, kon ik de eindoverwinning verzilveren.

Aangezien de Teussersjogging “slechts” 10,2 km lang was, speelde de relatief korte afstand met andere woorden in haar voordeel. Mijn geheime wapen was natuurlijk Roos. Ze kon me dan wel niet bijstaan als haas, maar wel als klankbord en tactisch brein. Vooraf bespraken we mijn wedstrijdtactiek uitvoerig. Ik zou me meteen in het zog van Dame 2 vastbijten en haar na de eerste ronde van 5 km als een duiveltje uit een doosje voorbij springen. Hoe dan ook was het maar de vraag of ik haar überhaupt 5 km lang zou kunnen volgen, want op papier was ik de traagste. Bovendien bestond het parcours voornamelijk uit onverharde wegen en zouden we twee keer een stevige klim van het type “muur” moeten op lopen. Zo eentje waarbij je heel hard op je adem trapt en als je niet oplet ook op je tong die sowieso op de grond hangt. Naar de finish toe volgde dan twee keer een afdaling. Over dé Bosstraat dus. Op voorhand wilde ik vooral niet gebeten en competitief overkomen. Als we dame 2 dus voor de start zouden spreken (wat denk ik ook gebeurde), zouden we met geen woord reppen over de eindzege en ons aimabel als altijd opstellen. Eerlijk: ik had het haar oprecht gegund, maar ik zou het mezelf niet vergeven als ik me bij voorbaat gewonnen zou geven. Die instelling is ook wel een beetje eigen aan stratenlopen. Er heerst altijd een amicaal ons-kent-ons-sfeertje, maar hoe dan ook meet je je met lopers die ongeveer even snel zijn als jij om hierover nadien complimenteus na te praten.

Het startsein werd gegeven om 16u. Ik had me dus al een hele dag kunnen opjutten. De eerste kilometer verliep min of meer volgens plan: ik liep in het zog van dame 2, met een kilometertijd van 4’11” weliswaar belachelijk snel. Destijds was dat hoe wij (Roos en ik) onze wedstrijden liepen: zo snel mogelijk vertrekken en dan pompen om niet te verzuipen. Aangenaam lopen was het niet, maar het werkte meestal wel. De tweede kilometer verliep ongeveer gelijkaardig. Ik herinner me dat we over een bospad liepen en dat ik me realiseerde dat we nooit eerder zo in elkaars buurt liepen. Wat de aanleiding precies was om plots van mijn tactische plan af te wijken, weet ik niet meer. Waar en hoe het precies gebeurde ook niet. Na een dikke 2 kilometer liep ik op gelijke hoogte met mijn rechtstreekse concurrente en zette ik nog een versnelling in om me definitief los te lopen. Helemaal niet volgens plan. Ik denk dat de adrenaline door mijn lijf gierde. Op dat moment leek het me echter comfortabeler om zelf op kop te lopen en een tempo op te leggen. Iemand “moeten” volgen kan behoorlijk vermoeiend en imponerend zijn. Ik nam de race dus in eigen handen. Zo werd wat al een heel riskant plan was, nog meer een mission impossible. Nooit eerder had ik haar op zo’n korte afstand kunnen verslaan. De kans dat ik me aan dit verschroeiende tempo zou opblazen was veel groter dan dat ik het zou kunnen volhouden. Ik probeerde niet achterom te kijken, maar ik benutte elke kans die ik had om uit mijn ooghoek te kijken hoe ik ervoor stond. Verbazend goed, zo bleek. Ik had een kloof kunnen slagen en die zag ik steeds een beetje groter worden.

Ik ging voluit op de afdaling in de Bosstraat. Het enige waar ik aan kon denken was die voorsprong behouden. Na 5 kilometer maakte ik een grote U-bocht langs dranghekken om de tweede ronde te beginnen. Ik passeerde Roos aan de andere kant, die meteen kon zien hoe groot mijn voorsprong op dat moment was. Roos heeft het over de killerblik die op mijn gezicht te lezen stond. Al kan dat ook een latere toevoeging zijn gezien de heroïsche status die het verhaal inmiddels verworven heeft. Mijn kilometertijden bleven erg hard gaan en hoe arrogant het ook klinkt, ik was halverwege de wedstrijd al zegezeker. Als een malle raasde ik over het parcours. Niet te stoppen. Onoverwinnelijk. Na 45 minuten en 56 seconden zaten mijn 10,2 kilometers er op. Ik eindigde als tweede vrouw in mijn categorie met maar liefst 2 minuten en 32 seconden voorsprong op dame 2. Ik was officieel de winnares van het Loopcriterium bij de dames senioren. Mijn eindoverwinning was goed voor een waardebon van 125 euro waar ik een paar Scott Kinabalu trailschoenen mee kocht, die ik nog steeds heb.

Zoals ik al zei: dit verhaal is tussen Roos en mij een beetje een eigen leven gaan leiden. Ik heb altijd gedacht dat ik mijn snelste kilometer liep op de laatste afdaling van de Bosstraat, toen ik dus zou gaan finishen. Uit de analyse van mijn Garmin-gegevens blijkt dat echter gebeurd te zijn op de eerste afdaling. De 3’53” zag ik helaas niet op mijn horloge verschijnen als kilometertijd omdat ik die snelste kilometer ergens tussen de 3,5 en 4,5 kilometer gelopen heb. Wel kan ik zien dat ik daar maximumsnelheden heb gehaald van rond de 3’10”. Dat is niet meer verschroeiend snel, maar Kipchoge-snel. Door mijn veranderde loopgewoontes tijdens de lockdown keerde ik meermaals terug naar de Bosstraat. Mijn kilometerverhaal mag dan heroïsche vormen hebben aangenomen, ik schrok toch oprecht van de slechte staat van die weg. Met elke stap die je aan hoge snelheid zet, riskeer je op z’n minst je voet te verzwikken. Elke steen is letterlijk een potentieel struikelblok. Als je echt tegen de grond kletst, kunnen de gevolgen ernstig zijn. Ik heb daar risico’s genomen die niet in verhouding waren met wat er op het spel stond. Op dat moment had het beest in mij het roer volledig overgenomen. Ik had destijds niet het gevoel dat ik roekeloos was en onnodige risico’s nam. Geen haar op mijn hoofd dat er nu aan denkt om uitgerekend daar records te gaan neerzetten.

Wie naar beneden heeft gescrold voor een heldenfoto van die dag is eraan voor de moeite. Foto’s maken deden we toen simpelweg niet. De foto boven deze tekst maakte ik tijdens mijn tassenfotoshoot in Bertembos en het is helaas niet de bewuste Bosstraat. Ook wie ik nu warm heb gemaakt voor de Teussersjogging en consorten zal ik moeten teleurstellen. Het Loopcriterium ging ter zielen en zo blijk ik dus de laatste editie op mijn naam te hebben geschreven. Nu besef ik ook dat ik tijdens dat najaar van 2016 een sportieve piek bereikte. Drie weken na mijn memorabele run door de Bosstraat zou ik mijn beste marathon ooit lopen in Brussel. Nog twee weken later een sterk PR op de halve marathon in Amsterdam. Maar toch, het is dit verhaal dat zal blijven. Zeg, Roos: weet je nog toen in Bertem?

Het moment – Vakantie in Den Haag

De kans is reëel dat Den Haag dit jaar de enige plek zal zijn waar ik over de landsgrenzen heen zal overnachten. Zo wordt 2020 niet alleen het jaar van afstandsleren, lockdowns en mondmaskers, maar zeker ook van Den Haag. Roos en ik spendeerden het afgelopen weekend net geen 48 uur in de administratieve hoofdstad van Nederland. Een mini-vakantie over de grens omdat Den Haag echt alles (en zelfs meer) te bieden heeft waar wij samen zo van kunnen genieten. Daarom besloten we dat Den Haag ons Parijs in Nederland is. Wie ons een beetje kent, weet dat dat het grootste compliment is dat we een stad kunnen geven. En om het gemis van Parijs wat te verzachten: in Den Haag is alles zo vlak als een biljarttafel en kan je ook nog eens heel fijn (en veilig!) fietsen. Hoewel ik het Frans wel wat mis, vindt Roos het bovendien mooi meegenomen dat ze er ook nog eens dezelfde taal spreken. Het relaas van ons weekend leest bijgevolg als een onvervalste lofzang op onze favoriete Nederlandse stad.

IMG_3219b

Toen we in 2016 onze eerste CPC Loop liepen, konden we niet vermoeden dat Den Haag het tot een volwaardige vakantiebestemming zou schoppen. We voelden ons natuurlijk heel erg welkom bij onze neef Maarten en diens gezin en “de klik” met de stad was er meteen. Die CPC werd de jaarlijkse aanleiding om een weekend bij Maarten, Irene, Senne en Lev te spenderen. Intussen hebben we al zoveel mooie familieherinneringen aan die weekends en de junglekamer van Lev (waar Roos en ik altijd mogen logeren) dat het lopen soms zelfs bijzaak lijkt te worden (en dat zeg ik niet snel). We twijfelden dan ook niet om eens zomertijd in Den Haag door te brengen: in het huis van Maarten & Co, helaas zonder hun gezelschap, aangezien ze zelf op vakantie waren.

IMG_3191b

Een groot pluspunt van Den Haag is de nabijheid van de zee: extra mooi meegenomen bij tropische temperaturen. Het enige euvel dat we moesten overwinnen, was de autorit naar het noorden. Mijn auto heeft namelijk geen airco (ja echt). In de praktijk betekende dit dat de eerste ernstige zweetuitbraken een feit waren op de Brusselse ring. Kleine domper op de zweetvreugde was bovendien dat onze favoriete tussenstop, zijnde de La Place net over de grens, blijkbaar de deuren gesloten heeft zonder ons – trouwe klanten – hiervan persoonlijk op de hoogte te brengen. Yes, we zouden onze eindbestemming nog sneller bereiken! Eenmaal aangekomen verwonderden we ons nog eens over de prachtige woning waar we mochten verblijven. We trokken iets frisruikender aan en sprongen op de fiets richting zee. In Nederland is fietsen echt kinderspel: werkelijk overal staan wegwijzers. Volgens Belgische normen vonden wij de drukte in Scheveningen-bad “gezellig druk”. Geen idee welke kleurcode hier zou bij horen. Ik haalde wat herinneringen op aan hoe ik als kind een begenadigd en succesvol schelpenverzamelaar was. Roos luisterde aandachtig, zoals ze dat altijd doet. We eindigden onze dag op een gezellig terras waar ook het eten ons geenszins teleurstelde.

IMG_3200b
Roos en haar ontbijtkommen.

Zaterdag begonnen we met een stevig ontbijt. Vervolgens brachten we een bezoekje aan De Bijenkorf. De gewoonte wil dat we daar zelden iets kopen, maar vooral veel wooninspiratie stelen met onze ogen. We gingen solden shoppen in de Hema (Roos kocht vier ontbijtkommen) en brachten nog een bezoek aan boekhandel Van Stockum (ik hield me in en kocht niets). Als lunch gingen we voor koffie en taart bij Bagels en Beans, die hebben aan ons een heel goede klant als we in Nederland zijn. Tijd om weer naar zee te vertrekken. We besloten naar het wat rustigere Zuiderstrand te fietsen. Daar kwam ik zelf iets te weten wat ik nog niet wist over Roos: zij loopt het liefst met waterschoenen over het strand omdat ze die scherpe randjes in het zand zo vervelend vindt. Na een stevige wandeling (ik blootvoets) zetten we ons neer bij strandpaviljoen Zuid. We dronken lauw Belgisch bier uit een kartonnen beker en – geloof het of niet – het smaakte fantastisch! ’s Avonds genoten we van een diner bij gastropub Van Kinsbergen. Ik denk dat we aan de meest ideale tafel zaten op het gezelligste plein van Den Haag. Eentje om te onthouden!

IMG_3204b

We eindigden de dag op een plek waar ons hart een beetje sneller gaat slaan. Het Malieveld is voor de Hagenezen wellicht slechts een groot grasveld waar al eens een manifestatie plaatsvindt. Voor ons is het dé plek van de CPC: start, finish, zenuwen, dixi’s en veel emoties. In maart is het Malieveld een bruine vlakte waar regenlaarzen best handig zouden zijn. In de zomer is het grasveld dus gewoon groen en hebben de bomen bladeren. Het voelde onwezenlijk dat we hier amper vijf maanden geleden nog een halve marathon liepen. De herinneringendoos ging weer open en we bespraken uitgebreid en met veel inleving onze laatste lijn en bocht naar de finish. Geïnspireerd door het Malieveld begonnen we zondagochtend met een bescheiden looprondje. De benen voelden stram aan, maar liepen zoals altijd los. Na ons ontbijt maakten we nog een fietstocht door het Westduinpark. Onze conclusie: in België kunnen we veel leren van de Nederlandse kust. Nog maar eens veel duimpjes omhoog voor de faciliteiten van Den Haag. We beseften vooral dat we nog veel te ontdekken hebben in de stad waar we steeds beter onze weg kennen. Hoe zou Den Haag er eigenlijk uitzien in de herfst?

IMG_3211b
Zeg nooit NOOIT grasveld tegen het Malieveld!

P.S. Sorry Machteld en Jelle dat we Den Haag voorlopig verkiezen boven Rotterdam.
Sorry Murielle dat Roos het Nederlands verkiest boven het Frans.

Loperspraat – Nieuwe plannen maken

Ik heb nog steeds geen wedstrijden of evenementen nodig om mijn loopschoenen aan te trekken of op de fiets te springen. De afgelopen weken bleek enige doelloosheid ook mij echter niet vreemd. Het was kortom tijd om nieuwe plannen te maken: één van mijn favoriete bezigheden, waar zowel structuur als chaos elkaar ontmoeten. De Rotterdam Marathon zal ik in 2020 niet achter mijn naam kunnen schrijven, althans niet de officiële versie die nu is gepland voor 11 april 2021. Maar kijk, het mooie van de marathon is dat je die echt wel overal kan lopen. In oktober loop ik dus wél een marathon. Waar en hoe die zal plaatsvinden, daar ben ik nog niet uit. Ofwel ga ik voor eerder vlak en snel, ofwel voor een mooie looproute in één lijn. Ik maakte nog andere sportieve plannen die weinig te maken hebben met duurlopen.

IMG_3041b

Om te beginnen zijn er natuurlijk plannen met mijn zussen Roos en Marike: sportief, enthousiast en het beste gezelschap dat een mens zich kan wensen. Zondag fietsten we met z’n drieën naar de basiliek in Scherpenheuvel, waar we ons welkom voelden bij Maria, maar een zegening toch aan ons lieten passeren. Twee weken geleden schotelde ik hen ook een nieuwe uitdaging voor. Eind augustus gaan we elk voor zich, maar toch in gezelschap een heel snelle drie kilometer uit onze benen proberen te schudden. Dat idee haalde ik van zowat overal, al heet het dan geen uitdaging, maar een challenge en geen 3 kilometer, maar een Solo3k. Ik beschouw het als een motivatie om wat aan de snelheid te werken en intervaltrainingen in te bouwen. Bij mijn marathonvoorbereidingen loop ik ook altijd enkele trainingen die bestaan uit drie tempblokken van elk drie kilometer. 3K is een uitdagende afstand: te lang om als een malle te vertrekken, te kort om aangenaam in je tweede adem te lopen. Mijn doel is om die drie kilometer onder de 13 minuten af te werken. Ambitieus, maar haalbaar.

QHMH2821

Gek genoeg waren mijn zussen meteen enthousiast over dit plan. Ik deelde het hen mee toen ze samen op vakantie in Frankrijk waren, net nadat ze een jaloersmakende foto hadden doorgestuurd van de prachtige Ardèche, waar ze samen aan het traillopen waren. En oh ja, ze beklommen ook nog enkele cols met de fiets. Marike heeft er inmiddels haar eerste intervaltraining op zitten. Ze bevestigde dat je daar aanvankelijk wat tegenaan hikt, maar er uiteindelijk veel voldoening uit haalt. Mijn eerste snelheidstrainingen vielen me ook erg goed mee. Vreemd is dat toch, hoe ook versnellingen geprogrammeerd in je benen kunnen zitten. Ik deed ze fartlek-gewijs: dat wil zeggen dat ik 10x versnelde op een spontane manier en dus zonder te kijken naar afstand of tijd op mijn horloge. Het begin is in ieder geval gemaakt.

Mijn andere plannen zijn fietsgerelateerd. Ik woon dus sinds twee maanden niet meer in het Leuvense, maar in het Tiense. Mensen toch, wat blijf ik me verbazen over de prachtige omgeving hier! Zo ontdekte ik recent de LF6 fietsroute. Die doorkruist Vlaanderen van West-Vlaanderen tot aan de grens met Nederland: goed voor 360 km fietsplezier. Tijdens mijn eerste LF6-ontdekkingstocht fietste ik via Hakendover en Landen naar Sint-Truiden om te belanden in fietsparadijs Limburg, waar je ironisch genoeg meer mensen op een Vespa passeert dan op een fiets. Ik volgde ook de andere kant die me via een pittige beklimming in Hoegaarden via Boutersem en Bierbeek tot het voor mij bekendere terrein van Meerdaalwoud bracht. Echt een aanrader! Al vind ik de route niet zo laagdrempelig als die wordt aangeprezen. Laat ik zeggen dat ik me gelukkig prijs met mijn comfortabele mountainbike. Hoewel ik niet meteen ambities heb om de volle 360 kilometer van de LF6 rond te maken, werkt de route inspirerend en ben ik vooral heel benieuwd naar wat voor moois er nog meer verscholen ligt langs dit immense traject.

IMG_3070b

Het jammere van de LF6 is dat die zich beperkt tot Vlaanderen. Aangezien ik op amper 4 kilometer van Wallonië woon, trok ik dus naar onze Franstalige zuiderburen. Zétrud-Lumay (aka Zittert-Lummen) is de eerste deelgemeente van Jodoigne (aka Geldenaken) die ik vlak na de taalgrens doorkruiste. Ik maakte een ommetje door het historische centrum van Jodoigne en ik keek mijn ogen uit. Het deed me zowel denken aan Houffalize als aan Mont-Martre als aan Brussel. Wat rommelig en chaotisch, alles schots en scheef, erg charmant en zelfs in het kleinste straatje weten ze nog een rij auto’s te parkeren. Ik vervolgde mijn weg verder over Ravel 2, die vanuit Hoegaarden naar Namen loopt. Een welkome vlakke afwisseling na het steeds glooiende landschap van de LF6. Ik hield nog even halt in Huppaye, gewoon omdat die naam zo vrolijk klonk. Wallonië bezorgde mij een instant vakantiegevoel en dat zo dicht bij huis. Ik kan dus niet wachten om er meer van te ontdekken. Een ritje via de Ravel 2 naar Namen (43 kilometer vanaf Hoegaarden) staat dan ook hoog op mijn prioriteitenlijstje. Laat het duidelijk wezen: la Belgique, douze points!

IMG_3075b

De gedachte – Hoe zou het zijn met?

Aan hoofdrolspelers was er geen gebrek tijdens de coronacrisis. Er zijn de zorgverleners, de winkelbediendes, de postbezorgers, de vuilnisophalers en het onderhoudspersoneel dat ettelijke malen – geheel terecht – in de bloemetjes werd gezet. De witte lakens en lieve berichten aan tal van woningen zijn daar nog steeds stille getuigen van. De crisis leverde ook figuranten aan die via sluikse weg hun stempel op de afgelopen periode konden drukken. Of juist niet. Hoe zou het hen eigenlijk vergaan?

Hoe zou het zijn met de hamsteraars?
Zijn ze nog steeds overtuigd van hun grote gelijk? Denken ze met weemoed terug aan de Slag om de Supermarkt die ze bevochten begin maart? Checken ze dagelijks hun geheime voorraad alcoholgel en handzeep in de hoop die aan woekerprijzen te kunnen verkopen? Of eten ze nu dagelijks erwten, wortelen en boontjes uit blik met het schaamrood op de wangen? Decoreren ze hun woning met zelfgemaakte mozaïekjes van gedroogde spliterwten en linzen? Zijn ze al maandenlang creatief in de keuken met spirelli en farfalle? Vullen ze hun zwembad niet met kraanwater, maar met de flessen bronwater die ze aansleepten?

Hoe zou het zijn met Eliud Kipchoge?
Zat hij de afgelopen maanden eenzaam op z’n berg in Kenia op anderhalve meter afstand van zijn collega-lopers? Hoe reageert het competitiebeest in hem op de gedwongen wedstrijdloze periode die hij nu doormaakt? Liet hij zich echt geen welgemeende f*ck ontvallen toen de London Marathon werd afgelast? Bleef hij spartaans kalm toen hij hoorde dat het rechtstreekse duel met Kenenisa Bekele, die in september op amper twee seconden van Kipchoges wereldrecord op de marathon strandde, niet zou plaatsvinden? Eet hij zijn ugali nog steeds met evenveel smaak, niet wetende wanneer hij zijn volgende marathon zal lopen? Of is De Filosoof stiekem blij dat hij nu eindelijk tijd heeft om boeken te lezen en zijn uitgebreide schoenenkast op te ruimen?

Hoe zou het zijn met alle enthousiastelingen die tijdens de quarantaine halsoverkop begonnen te sporten?
Blikken ze louter nostalgisch terug op al die quarantaine-kilometers? Zijn ze geveld door blessures en blijft hun lichaamsbeweging beperkt tot de verplaatsing naar de kinesitherapeut? Liggen de loopschoenen ergens achterin een kast (die sinds april ook niet meer werd opgeruimd) te verpieteren? Staat hun racefiets inmiddels te koop? Of zijn ze nu volledig verknocht aan hun nieuwe tijdverdrijf? Beseffen ze hoe heerlijk het is om op de fiets te stappen en er eventjes helemaal tussenuit te zijn? Nemen ze niet langer de auto om naar de bakker twee kilometer verderop te gaan? Hebben ze de smaak echt te pakken en dromen ze van 10 Miles, 20 kilometers van Brussel en volledige marathons? Hebben ze echt geproefd van wat sportgeluk betekent?

Hoe zou het zijn met de Arc de Triomphe en mijn andere stenen vrienden in Parijs?
Wie waren de bezoekers die op 15 juni voor het eerst terug de Arc de Triomphe mochten beklimmen? Hoe zag de iconische, en vooral chaotische, rotonde Etoile eruit toen je je slechts op straat mocht begeven met het juiste papier en de vereiste stempel? Werd er pro forma nog geclaxonneerd? Gebruiken chauffeurs nu wel hun richtingaanwijzers? Hebben de wonden die de gilets jaunes achterlieten kunnen helen? Was er tijd om noodzakelijke klusjes op te knappen? Hoe dicht of ver staan de terrasstoelen echt van elkaar op de smalle Parijse stoepen?

Hoe zou het zijn met Miguel Wiels?
Is hij er nog steeds echt van overtuigd dat leerkrachten klagers en luilakken zijn omdat ze tijdens lesvrije weken zogenaamd nauwelijks moesten werken? Kent Miguel Wiels, naast de genoemde hardwerkende zelfstandigen, überhaupt leerkrachten? Weet hij hoe mentaal belastend een schooljaar kan zijn? Beseft hij hoeveel maatschappelijke druk er op de leerkracht is komen te staan en dat zijn bijdrage daar een prachtig voorbeeld van is? Is hij zich ervan bewust dat hij met zijn uitspraken vooral zijn eigen kortzichtigheid in de kijker zet? #foei

 

 

 

Het portret – Hulde aan de zestigers

Mijn ouders, ze zijn uit heel uitzonderlijk materiaal gesneden. Ik gok op een kruising tussen hout (sfeervol), kevlar (vijf keer sterker dan staal) en diamant (schitterend en exclusief). Sinds vorig jaar behoren ze allebei tot de club der zestigers. Om die verjaardag te vieren kocht mijn mama een nieuwe koersfiets en kreeg papa een iPhone. Een nieuwe Orbea-fiets: in onze familie spreekt dat voor zich, de iPhone had wat meer voeten in de aarde. Inmiddels is papa ook helemaal mee op technologisch gebied, al worstelt hij af en toe nog wat met de gezichtjes of emo’s, zoals hij emoji’s noemt. Mijn ouders zijn dus mee met hun tijd. Dankzij hen heb ik geen schrik om op een dag tot het kransje van senioren te behoren. Heel velen kunnen een voorbeeld nemen aan hoe zij omgaan met ouder worden. Vergeet Cliff Young dus, de Australische aardappelboer die in 1983 op 61-jarige leeftijd een ultramarathon won. Ik geef jullie 10 andere redenen waarom het echt niet erg is om 60 te zijn.

Mijn ouders zijn in de fleur van hun sportieve leven.
Hun sportieve exploten heb ik hier al wel eens onder de aandacht gebracht. Voor wie dat gemist heeft: mijn papa liep zijn eerste marathon op 56-jarige leeftijd, begon dan deel te nemen aan de Hel van Kasterlee en wist die al vier keer tot een goed einde te brengen. Mama die loopt al eens een halve marathon om een virtuele badge van Garmin binnen te halen en ze rijdt als het moet blindelings naar zee (165 kilometer!) op de fiets. Ze zijn het levende bewijs dat op duursport geen leeftijd staat. Recent ervoer Roos hoe het is om op een helling te moeten lossen als je moeder die naar boven vlamt. Momenteel is papa wat op de sukkel met zijn achillespees, maar ik maak me geen illusies: als puntje bij paaltje komt, neemt hij het voortouw in ons peloton en mag je al blij zijn als je in zijn zog kan volgen.

TXDK2331
Waarom langs het water lopen als je er ook door kan?!

Ze kennen echt overal de weg.
Mede door die sportieve ervaringen (en ook wel die van hun kinderen), kennen mijn ouders echt overal de weg. Noem een snelweg en papa weet welke modelbouwwedstrijden er in de buurt zijn. Geef mama een fietsknooppunt en ze kent de verbindende wegen mét bakkers en hun openingstijden. De papieren landkaarten die vroeger (gescheurd) in de auto lagen, werden ingeruild voor een GPS. Als het er echt op aankomt dan blijkt hun ervaring een betrouwbaardere navigator te zijn. Maar als het er écht op aankomt, dan kan er tussen hen wel een klein meningsverschil ontstaan over de route.

Ze hebben er nooit problemen mee gehad om grijs haar te krijgen.
Begrijpelijk, het maakt hen nog knapper.

Ze kunnen een verhuisbedrijf beginnen.
Tijdens mijn verhuizing werd nog maar eens duidelijk hoe sterk ze allebei zijn. Ook aan daadkracht en organisatie ontbreekt het hen niet. Van zodra zij je huis binnen stappen om aan “de klus” te beginnen, geef je die uit handen aan een uiterst ervaren team verhuizers. Toegegeven, ik gaf mijn vader ook al voldoende kansen om mijn kasten in en uit elkaar te halen. Ook mijn moeder laadde al meermaals mijn kleerkast in en uit. Een bijzondere vermelding gaat hier ook naar Peter en Niko die het verhuisteam aanvullen. Als een geoliede machine samenwerken met je schoonzonen: ook dat is niet elke ouder gegeven. Het enige waar ik nog voor kan zorgen is op tijd en stond een koffiepauze, een pistolet en een bezoek aan de frituur om de verhuisdag in stijl af te sluiten.

Ze zijn niet vastgeroest.
Mijn verhuizing gold als een generale repetitie voor het grote werk. Over enkele weken verhuizen mijn ouders namelijk zelf. Je moet het maar durven om het huis waar je 33 jaar hebt gewoond en je vier kinderen hebt groot gebracht te verruilen voor een nieuwe woonst om daar nieuwe familieherinneringen te maken.

Ze hebben nog steeds een groot hart voor dieren.
Die dierenliefde van mijn ouders, het is iets apart. Ze lijken juist minder te vallen voor alles wat pluizig is, maar eerder voor alles wat veren heeft of een veelvoud aan poten. Hun gedragsgestoorde loopeenden bezorgen hen soms kopzorgen, ook het welzijn van salamanders verliezen ze niet uit het oog. Sinds kort voeren ze een duif die zich meteen thuis voelde en maakt papa zich zorgen over de aanwezigheid van vogels en insecten in de nieuwe woning. Het is namelijk juist belangrijk dat die talrijk aanwezig zijn.

OBWA3477
Leah en de huisduif. Ook een Curver-box is nooit ver weg.

Ze zijn een onuitputtelijke bron van wijsheid over het planten- en dierenrijk.
Wikipedia kan mij niks nieuws vertellen als ik een ouderlijke bron heb geraadpleegd. Papa blinkt uit in geschiedenis, geografie én geologie. Bij mama moet je dan weer zijn met vragen over vogelsoorten, tuinonderhoud, alles over groenteteelt en het bloeischema van sierplanten. Dat doet mij eraan denken dat ik papa straks een vraag wil stellen over marmer.

Ze gaan door het vuur, maar vooral door wind en regen voor hun kinderen.
Voor mijn ouders is geen plan te gek. Mijn broer gaat 100 kilometer lopen? Oké Seppe, stuur de route door dan fietsen we je tegemoet om 6 uur ’s ochtends door de gietende regen, 70 kilometer met onze stadsfiets. Oké Joke, jij doet mee aan de Hel van Kasterlee, wij zullen 12 uur met ongetemd enthousiasme in de kou en regen staan om JOU nadien met lof te bezingen.

Ze zijn de meest fantastische grootouders die Laurien, Vik en Leah zich kunnen toewensen.
Als ik de toewijding en warmte zie waarmee mijn ouders hun kleinkinderen omringen, dan besef ik ook hoe het komt dat wij zo’n mooie kindertijd hebben gehad.

Dit gezegd zijnde… Papa, zou het geen prachtig vader-dochter-moment zijn om samen voor jou een degelijke bril te gaan kopen?

Loperspraat – Op verkenning in mijn nieuwe buurt

Er zijn heel wat oneerbiedige benamingen te bedenken voor het soort dorp waar ik nu woon. Ik noem het liefkozend de voorstad of een banlieu met cachet. Twee weken geleden verruilde ik Heverlee dus voor regio Tienen. Gek genoeg voel ik me meer dan ooit Leuvenaar sinds ik er niet meer woon. Van heimwee is echter geen sprake. Ik krijg er simpelweg de kans niet toe omdat mijn werk zich nog steeds binnen de Leuvense stadskern situeert. De afgelopen week was dan ook bijzonder. Ik ging ein-de-lijk terug naar school: een eerste september op twee juni! Waar ik vroeger op een week 40 kilometer woon-werkverkeer aflegde op de fiets, was dat nu mijn dagtotaal. Man, wat voelde het goed om – ondanks alle maatregelen – weer echt in de klas te staan met leerlingen. Hoewel alles anders was, genoot ik met volle teugen van het nieuwe semi-normaal. Verhuizen dat is hard labeur en tussen de dozen wonen, maar lopen schrapte ik niet van mijn programma. De beste manier om je nieuwe achtertuin te verkennen is al lopend. Zo voelde ik me op onbekend terrein meteen helemaal thuis.

IMG_2827b

Mijn eerste looprondjes hield ik hier bewust klein. Ik ken de streek totaal niet en met mijn zware verhuisbenen wilde ik het geenszins riskeren om hopeloos verloren te lopen. Allereerst besloot ik om eens te kijken hoe het einde van mijn straat eruit ziet. Dat was meteen een meevaller: het asfalt mondt uit in een klein veldweggetje dat weer doorgang geeft tot andere landelijke paden. Ik liep zo lang mogelijk rechtdoor om dan wat af te buiten en een lus te kunnen lopen. Wonderwel lukte dat erg goed. Met dank aan de plaatselijke kerktoren, waar ik bijna letterlijk onder woon. Gedurende mijn rondje van 6 kilometer verloor ik die nooit uit het oog en wist ik dus perfect hoe ik me moest oriënteren. De dagen erna maakte ik kleine variaties op dat rondje in mijn spreekwoordelijke achtertuin. Ik wilde van elk weggetje weten waar het precies op uitkwam om de kaart te visualiseren en te begrijpen hoe alles met elkaar verbonden is. Ook om Tienen-centrum te leren kennen, liep ik er eens door heen. Echt waar: als je een nieuw gebied wil leren kennen, doe het dan al lopend.

Na een week had ik het idee dat ik mijn eigen buurt zou herkennen. Tijd dus voor fase 2 van mijn grote ontdekkingstocht van den boeren buiten. Via Garmin Connect bestudeerde ik de routes die ik gelopen had en hoe ik mijn lussen groter kon maken. Ik kijk dan eerst naar de wat grotere wegen die parallel lopen met wat ik al ken. Kwestie van de kans op slagen te optimaliseren. Ook die uitbreidingsroutes werden nadien grondig onder de loep genomen. Als ik ergens verkeerd liep en moest omdraaien, deed ik dat stuk de dag nadien opnieuw “op de juiste manier” zodat ik in mijn hoofd weer een nieuwe verbinding kon maken. In België is geen dorp te klein om een eigen kerktoren te hebben. Zo kon ik dus makkelijk van de ene naar de andere kerktoren lopen en vergrootte ik mijn rondes tot 11 à 12 kilometer. Meer dan eens waande ik me in het buitenland op amper enkele kilometers van mijn voordeur.

IMG_2830b

Mijn nieuwe omgeving valt ontegenzeggelijk in de categorie landelijk. Je ziet hier velden, akkers, boomgaarden, plantages en weien. Zitbanken zijn niet afgezet om samenscholingen tegen te gaan. Er is een gedenkteken voor Boer Staf. De koeien lijken hier gelukkiger te zijn. In tegenstelling tot Heverlee is er geen bos te bespeuren en ook een kanaal heb ik nog niet ontdekt. Voorlopig ervaar ik dat niet als een gemis. De grootste troef is dat ik hier langs elke kant nog tientallen kilometers verder in het groen kan lopen. In alle rust bovendien, want dat is wat de omgeving uitstraalt. Soms passeer ik meer tractors dan auto’s. Ik kan 10 kilometer lopen en slechts een handjevol lopers, wandelaars of fietsers tegenkomen. Een vriendelijke knik is hier overigens geen keuze, maar een evidentie. Vreemd genoeg ga ik hier niet lopen met muziek in mijn oren. Alsof zelfs dat de plattelandsrust zou verstoren. De gedachtestroom in mijn hoofd wordt geneutraliseerd door wat ik rondom mij zie en hoor: niet al te veel en juist dat heb ik nodig om mijn hoofd leeg te maken. Voorlopig heb ik daar geen muzikale ondersteuning bij nodig. Ik ben de komende weken nog wel eventjes zoet met de uitbreiding van mijn sportieve actieradius. Zeg nu nog eens dat ik er niet van hou om nieuwe oorden te ontdekken.

IMG_2852b