De muziek – Hartjes voor Florence + The Machine

Florence Welch werd vanochtend misschien wat katerig wakker. Van het feestgedruis welteverstaan, niet van de drank. Gisteren blies ze immers 32 kaarsjes uit. Ik vraag me af hoe ze haar verjaardag heeft gevierd. Ongetwijfeld in stijl of beter gezegd: volgens haar eigen unieke stijl. Misschien stonden die kaarsjes op een treacle tart en werden er ook scones geserveerd. Er was ongetwijfeld thee. Heel veel thee voor haar Machine, familieleden en andere inspirators die ze bezingt op haar nieuwste album High as Hope. Ik telde niet af tot het einde van het schooljaar, maar wel tot de laatste vrijdag van juni: de dag dat haar jongste telg in de winkel zou liggen. Mijn zomervakantie kleurde helemaal Florence en mijn liefde voor de ravissante gingerhead heeft weer een boost van jewelste gekregen.

Het is een understatement om te zeggen dat Florence Welch een bijzondere madame is. Door middel van haar muziek creëert ze een eigen universum waarin ze volledig zichzelf kan zijn. Florence is een zingende paradox. Ze staat soms mijlenver af van het gewone leven, maar draagt ook een grote herkenbaarheid met zich mee. Haar verschijning wekt nostalgie op, maar toch beschrijft ze de worstelingen van het moderne leven. Ze hunkert naar allesomvattende liefde, maar verafschuwt die op hetzelfde moment. Een powerwoman en fragiel meisje in hetzelfde lichaam. Het mag dan ook niet verbazen dat haar badkamer (jawel) volledig gewijd is aan de Mexicaanse kunstenares Frida Kahlo. Die slaagde erin om, ondanks de vele tegenslagen in haar korte leven, toch met een enorme positiviteit in dat leven te staan. Kahlo’s kunstwerken stralen zowel levensvreugde als -angst uit. Zelden was een zelfportret zo vrolijk, kleurrijk en tegelijkertijd luguber. Viva la vida volgens Frida en Florence.

Florence’ woning in Londen toont ons hoe haar universum eruit ziet. In haar charmante huis (of moet ik zeggen museum) zijn de muren bedekt met allerhande kaders, teksten, religieuze verwijzingen en vergeelde prenten: levendige herinneringen aan een turbulent artistiek leven. In haar dressing schitteren florale prints, vintage vondsten en extravagante gewaden zij aan zij. Haar tuin (jawel, in Londen!) is zonder twijfel de meest feeërieke van Groot-Brittannië. Misschien very British, maar vooral very Florence. De vrouw des huizes valt helemaal samen met haar omgeving. I like the past in objects, I’d say the past in my mind less. Geen wonder dat ze haar huis vergelijkt met een scrapbook of giant notebook. Zelfs Marie Kondo zal daar in een ijverige bui geen verandering in kunnen brengen.

Naar aanleiding van de release van High as Hope vertelt Florence in een interview met De Morgen openhartig over het ontstaan van haar vierde album. Twee jaar geleden stortte ze naar eigen zeggen in. Ze zwoer drank en drugs af en besefte dat ze eerlijk met zichzelf moest leren zijn. Dat betekende niet langer enkel communiceren via de muziek over de zwaarte van het leven, maar ook in het echt. Hierdoor ging er ook een andere wind waaien door haar artistieke carrière. Zo vertelt ze in South London Forever over haar bewogen tienerjaren en is Hunger het pijnlijke relaas over haar eetstoornis. In Grace verontschuldigt ze zich dan weer tegenover haar jongere zus voor de aandacht die ze jarenlang opslorpte in het gezin. Mijn favorieten zijn het meeslepende Patricia, een overweldigend bedankje aan het adres van icoon Patti Smith, en Big God, waarvoor ze samenwerkte met jazzsaxofonist Kamasi Washington. Bekijk vooral ook de clip en vul dan zelf maar in wie of wat die grote god is en waarom we die nodig hebben.

In december 2015 zag ik Florence + The Machine live aan het werk in het Sportpaleis. Niet meteen de meest intieme zaal, maar van zodra Mrs Welch langs haar fans naar het podium trok, gebeurde er iets. Een slechte zitplaats kon niet verhinderen dat we onophoudelijk naar die frêle gestalte met de imposante stem en soms wat bevreemdende choreografieën bleven kijken en luisteren. Florence lijkt zich soms in een andere wereld te bevinden, ver weg van alles en iedereen, maar toch is ze er helemaal voor het publiek. Ze creëert betrokkenheid en je kan niet anders dan haar geloven als ze zegt dat How Big, How Blue, How Beautiful een cadeautje is dat je langzaam moet uitpakken. Dat doe ik dan ook telkens weer als ik het beluister.

Florence’ muziek is één en en al emotie. In het artikel van De Morgen worden “emotionele chaos en drama” bestempeld als haar handelsmerk. Dat neemt niet weg dat ik heel vaak luister naar Florence + The Machine als ik ga lopen. Ook op haar voorgaande album How Big, How Blue, How Beautiful lijkt haar krachtige stem een emotioneel kompas te zijn. Je mag hard janken en roepen over het ongeluk dat je is aangedaan of de miserie die je jezelf op de hals hebt gehaald, maar dan gaan we gewoon weer verder met het leven. Ook geluk kan je van de daken schreeuwen. Hoop zit in een klein hoekje. Schouders recht, borst vooruit en gaan. Ik voel me altijd sterker als ik het magistrale Queen of Peace heb beluisterd. Doodzonde dat de intro ervan op de radio werd weggeknipt. Ik hou van de wie-doet-mij-wat-attitude in What Kind of Man. In mijn ode aan Avicii vertelde ik al over mijn zwak voor songs die de broeder- en zusterliefde bezingen. Wel, als Florence in Dog Days Are Over zegt dat ik snel moet lopen voor mijn moeder, vader, zussen en broer, dan kan ik niet anders dan daar gehoor aan geven. Florence + The Machine is een meeslepend feestje in een sfeervolle setting waar de gemoederen al eens hoog kunnen oplopen. Dat er nog heel veel cadeautjes en parels voor haar publiek mogen volgen. Cheers!

De muziek – Ode aan Avicii

Vrijdag de 20e is het nieuwe vrijdag de 13e, dat zei ik toen in april. De voortekenen waren duidelijk: Marike sloot zichzelf buiten en werd zwaar afgezet door de slotenmaker. Tot overmaat van ramp werden ook de gehaalde frieten koud en kwamen ze bijna te laat op een theatervoorstelling van onze tante. Zelf had ik een uitermate deprimerend bezoek aan de kinesitherapeut achter de rug. Net op het moment dat we dit bijna allemaal een plaatsje hadden gegeven en toch nog iets van de avond probeerden te maken, hoorde ik in het journaal dat Avicii overleden was. Tim Bergling liet op 20 april 2018 het leven in Oman. Hij was 28 jaar.

IMG_2652

Er was een tijd dat ik al lachend zei dat ik ook wel naar van die slechte commerciële muziek met een stevige beat luisterde als ik ging lopen. Ah ja, want ik – madame cultuur – kon Avicii toch niet op hetzelfde niveau plaatsen als een Leonard Cohen of Ramses Shaffy? Ik heb echter nooit geweten dat er een progressive house liefhebber in mij schuilt, want dat is volgens Wikipedia hoe de muziek van Avicii gecatalogeerd moet worden. Inmiddels vind ik het flauw om minachtend te doen over muziek die cultureel minder hoog staat aangeschreven. Muziek kan een mens heel diep raken, maar dat kan op veel manieren: de ene al wat subtieler dan de andere. Zo zat ik een keer wat sip in de auto toen Roos de gevleugelde woorden sprak Jij hebt wat Avicii nodig. Er is muziek voor elk moment en elke gemoedstoestand. Gelukkig maar. Alleen Spinvis kan de wereld niet redden.

Ik luister dus niet naar Avicii als ik thuis rustig in de zetel zit met een boek. Avicii is inherent verbonden met mijn loperscultuur. Zijn doorbraakhit Levels wordt op elk groot loopevenement gespeeld. Een euforische kick gegarandeerd als je in de massa op het startschot staat te wachten. Tijdens de marathon van Rotterdam schalde Wake Me Up hard door de boxen toen mijn papa en ik rond kilometer 30 terug de stad in liepen. Kippenvel tot mijn kleinste teen. Avicii is een vaste waarde in mijn Duurloop-playlist. Ik krijg energie van die beats en word er gewoon blij van. Als dat geen emotie is?

Vlak na Avicii’s dood luisterde ik naar Hey Brother, een nummer dat mij altijd minder heeft aangesproken. Plots raakte het mij. David Bergling reisde zijn broer Tim achterna naar Oman omdat de familie ongerust was. David kwam te laat. Een paar dagen na het overlijden publiceerde de Berglings een emotionele open brief. Voor hen was de doodsoorzaak duidelijk: “Tim kon niet langer verder en wilde rust vinden. Hij was niet gemaakt voor de zakelijke machine waarin hij zich bevond.” Een realiteit waar je niet om heen kan in de documentaire True Stories. We zien hoe een verlegen knul met pet en ruitjeshemd in recordtempo de wereld verovert. Tot zijn 19e speelde Tim Berglings leven zich af binnen vijf straten in Stockholm. Twee jaar later ligt de wereld aan zijn voeten als hij een eerste concert draait in New York. Manager Arash “Ash” Pournouri wil er het financiële maximum uit halen. Het is ontnuchterend om te zien hoe Avicii’s volledige entourage enkel oog heeft voor de commerciële machine die moet blijven draaien. Als een doodzieke Tim Bergling met ernstige buikpijn in het ziekenhuis wordt opgenomen, gaan ook de dokters helemaal op in het product Avicii. Hij wordt opgelapt en met zware medicatie verder op tour gestuurd.

Er zijn ook veel lovende woorden voor de artiest Tim Bergling. Alle zangers waar hij mee samenwerkte, hebben niets dan respect voor zijn muzikale brein. Producen of dj’en wordt beschreven als een volledig orkest in je hoofd componeren. Je focust je niet op één instrument, maar creëert een muzikaal geheel. Het is een andere manier van muziek maken, maar daarom geen slappe oplossing voor wie geen talent heeft. Ondertussen gaat het niet alleen bergaf met Berglings fysieke gezondheid, hij wordt ook angstiger en kan geen rust vinden. In de spotlights staan is niets voor hem, net zo min als het touren. Hij slaat in paniek als de agenda nog maar ter sprake komt. Alcohol consumeren wordt een gewoonte om de zenuwen tegen te gaan. Zijn vrienden herkennen hem niet meer. Bergling moet grote inspanningen leveren om zijn entourage duidelijk te maken dat hij echt wil stoppen met de optredens. Uiteindelijk speelt hij zijn laatste concert op Ibiza in 2016 en stopt ook de samenwerking met zijn manager. Avicii gaf van 2012 tot 2016 maar liefst 813 shows over de hele wereld.

In april was ik dus geblesseerd en kon ik niet lopen. Toegegeven, dat maakte mij emotioneel wat labiel. Ik zocht de sentimentaliteit op en luisterde heel vaak naar Hey Brother. Wat een song, wat een waarheid. Het werd mijn ultieme lied over de broeder- en zusterliefde. If the sky comes falling down, for you, there’s nothing in this world I wouldn’t do. Ik kon niet anders dan aan mijn eigen broer en zussen denken. What if I’m far from home? Oh brother, I will hear you call. Zij zouden ook hemel en aarde bewegen en desnoods de wereld rond reizen als ik in de problemen zou zitten. Aangezien wij geen doorwinterde globetrotters zijn, betekent dat echt heel veel. Fans van Avicii vereeuwigden hun idool met de twee Avicii driehoekjes op hun lichaam. Via de muziek zou hij altijd met hen blijven praten. Het is een magere troost. Waarschijnlijk helemaal geen troost voor wie met Tim Bergling een broer of kind verloor.