Loperspraat – En toen scheen de zon in februari

Het was één van de wijsheden van mijn Oma: vanaf Lichtmis lengen de dagen. Ze had natuurlijk gelijk. Februari begon en *klik* de lichtschakelaar ging aan na een donkere en wispelturige januari. De zon scheen volop en het werd warm. Hier zit Oma zeker voor niets tussen: zij zou nooit gekozen hebben voor een voorzomer in februari. Ik genoot hoe dan ook van de aangename sporttemperaturen. Bye bye handschoenen op de fiets, hallo korte broek! Vorig jaar fietste ik nog niet in februari en liep ik die maand 380 kilometer. Zucht. Februari telde vorig jaar ook maar 28 dagen. Ik was er toen van overtuigd dat ik mij op en top aan het voorbereiden was voor mijn marathon in april. Dat werd dus niks. Integendeel: ik was me juist aan het klaarstomen voor een degelijke blessure. Nadat ik januari bombardeerde tot de maand van de trap wist ik dat ik het ook in februari verstandig moest aanpakken. Zoals wel vaker bleek dat makkelijker gezegd dan gedaan.

Ik kroop dus vaak de fiets op. Dat is nog steeds mijn Orbea mountainbike, Juan genaamd. De maand begon uitstekend met een duatlondag bij Marike en Peter in de Kempen. Onderdeel 1 bestond uit een mooie fietsroute langs Averbode en de abdij van Tongerlo, met Peter als gids en compagnon de route. De zon scheen, maar er stond ook een schriele wind. Onderdeel 2 was een loopronde van 16 kilometer met Marike als gezelschap op de fiets. Sportdagen om in te kaderen zijn dat. Net zoals de trailtrainingen met Roos die elke twee weken op het programma staan. Wij weten namelijk als geen ander dat de basis van een goede zomervorm in de winter wordt gelegd. Na Holsbeek trokken we naar Heverleebos voor 20 heel natte en modderige kilometers door regen en wind. Het contrast met onze training van afgelopen zondag kon niet groter zijn. Toen liepen we namelijk 23 kilometer in de zon (= warm) langs de Demer (= vlak). Hoewel we maar weer eens ondervonden welke ongemakken lopen in de zon met zich meebrengt (een leren tong onder andere), was dit wederom een geslaagde training. Mijn langste duurloop van de maand bedroeg 26,5 kilometer en liep ik langs de Vaart (hartjes voor de eentonigheid) voor een groot deel in gezelschap van mijn mama op de fiets (hartjes voor de gezelligheid).

IMG_3851b
Met Peter: goed gezelschap, Kempenkenner en kleurrijk figuur

Op Valentijn had ik een heel zonnige date met Juan. We hadden dan ook iets te vieren: ons halfjarig jubileum. Ergens halverwege augustus zette ik me namelijk voor het eerst in het zadel van mijn Baskische vriend. Ons romantisch uitje smaakte naar de zomer en dus naar droge mountainbikeroutes. Ik begon te mijmeren over mijn voorbereiding voor de marathon in Brussel en hoe ik poging na poging ondernam om het parcours (Dé Lus) te verkennen op de fiets. Door de overdosis modder die ik voorgeschoteld kreeg in Kasterlee blijf ik nog steeds weg van het bos als dat er ook maar ietsje nat bij ligt. Op mijn mountainbikeroutes in Tervuren was ik de afgelopen maand terug van misschien nooit echt weggeweest. Ik kreeg wel het idee dat het bos zich wat in zijn onderbroek gezet voelt. De zon zet de natuur volop in de spotlights, maar die is eigenlijk nog niet klaar om zich in volle glorie te tonen. Wat je ziet zijn overbelichte plaatjes van een bruine en dorre natuur. Het bos schaamt zich, want het is duidelijk nog geen lente.

Nieuw leven was er wel te bewonderen in de puurste vorm: op 18 februari werd Vik Odeyn geboren. Een pracht van een zoon voor Seppe en Valerie, een broer voor Laurien en een neefje om nu al heel trots op te zijn! Februari was ook de maand van de beweging op school, al hoop ik dat hetzelfde op gaat voor de komende maanden. Met leerlingen uit het vierde jaar liep ik al behoorlijk wat mijlen. Telkens dus met goed weer en evenveel enthousiasme. Vandaag schalde er speciaal voor mij Avicii uit de box. Mijn leerlingen weten duidelijk hoe ze bij mij moeten scoren.

IMG_3865

Ondanks al dat sportplezier stapelen ook de zenuwen zich op. Over anderhalve week sta ik namelijk aan de start van de CPC Loop in Den Haag: een prachtige halve marathon die door de Haagse binnenstad langs de dijk en terug loopt. De onzekerheid zit in het feit dat ik vorig jaar na 3 kilometer geblesseerd aan de kant stond tijdens die wedstrijd: het begin van een moeilijke periode waarin ik mijn loopschoenen en -dromen tijdelijk moest opbergen. Ondertussen bewees ik al meermaals dat ik in staat ben om een halve marathon tot een goed eind te brengen. Sterker nog: ik liep zelfs een marathon. Er is echter een irritant stemmetje in mijn hoofd dat me zachtjes influistert dat het weer kan mislopen tijdens de CPC. Ik kamp dus met een CPC-trauma. Gelukkig is Roos volgend weekend van de partij om me over dat trauma heen te helpen. Een snelle tijd is geen prioriteit, een blessurevrije finish wel. Hopelijk heeft maart nog veel moois in petto.

Loperspraat – Mijn sportieve plannen voor 2019

Ik sloot 2018 succesvol af met een snelle tijd op de Eindejaarscorrida in Leuven. Zo snel dat ik voor de eerste en wellicht ook enige keer Seppe versloeg met zomaar eventjes twee minuten. Met dank aan de seingevers die hem de verkeerde kant opstuurden waardoor hij geen 11 kilometer liep zoals ik, maar 15. Ach ja, soms staat het geluk gewoon aan je zijde. Een nieuw jaar dat betekent weer volop nieuwe loopplannen maken. Gisteren hadden Roos en ik daar een officiële meeting over: met agenda’s erbij en notities maken. We besloten dat het loopplezier voorop staat en dat we bijgevolg verstandig zullen omspringen met ons lichaam om ten allen tijde blessures te vermijden. Verstandig doseren is de sleutel voor een geslaagd voorjaar. Dat liep vorig jaar mis. Ik nam mijn taak als coach toen serieus en sleurde mijn pupil Roos mee naar verschillende wedstrijden. Dit jaar zal mijn enthousiasme niet afnemen en zal ik evengoed tot vervelens toe blijven doordrammen over lopen, maar dan wel als actieve loper en niet als mankende toeschouwer.

Het speerpunt van mijn voorjaar is de marathon van Parijs op 14 april. Twee jaar geleden liep ik de Paris Marathon al eens. Mijn symmetrische eindtijd van 3:21:23 was goed voor mijn snelste marathontijd. Als er iets is wat ik heb geleerd dan is het dat een snelle tijd relatief is en dat je die vooral loopt als je het niet verwacht. Hoe meer je je richt op de tijd, hoe minder je mee krijgt van de ervaring. Een jammerlijke zaak. Ik weet nu dat het parcours in Parijs in de categorie uitdagend valt. Een gewaarschuwd loper is er in dit geval minstens twee waard. Ik weet nu dus ook dat een zwaarder parcours mij niet noodzakelijk klein krijgt. Mijn doel is simpelweg om goed voorbereid aan de start te staan, stress tot een minimum te beperken en er vooral heel veel deugd van te hebben. Ik kan immers rekenen op een uitgebreid ondersteunend team, bestaande uit mijn zussen, mama én tante. Een weekend om nu al heel erg naar uit te kijken!

Om die goede marathonvorm te bekomen is het vooral zaak om niet te hard van stapel te lopen. Dankzij mijn intensieve voorbereidingsperiode voor de Hel is mijn vorm op dit moment namelijk al goed. Ik verlang wel naar de duurlopen, want kilometers maken langs de Vaart: dat is één van de dingen die ik het allerliefste doe. Om te voorkomen dat ik als een dolle te keer ga en dat de loopteller te veel doorslaat, blijf ik zeker ook fietsen. Al is het maar uit liefde voor Juan, mijn zwart-groene Orbea. Januari en februari zijn overgangsmaanden waarin het lengen van de dagen eindelijk voelbaar zal zijn. Aanstaande zondag lopen Roos en ik een nieuwkomer op de trailrunning kalender: de Naturarun in Holsbeek. Met 520 hoogtemeters over 18 kilometer een pittige onderneming, maar wel eentje op prachtig terrein. Een mooie afstand en uitdaging om het seizoen mee te beginnen.

We kijken nu al reikhalzend uit naar de CPC Loop in Den Haag op 10 maart, waar we de halve marathon voor onze rekening zullen nemen. CPC staat voor city-pier-city omdat je vanuit de prachtige Haagse binnenstad naar en langs de kustdijk loopt om dan terug te keren naar de stad. De CPC is voor ons niet minder dan een familie-evenement, aangezien onze oudste neef Maarten met zijn gezin in Den Haag woont. Telkens een blij weerzien! Enkele vaste waarden van dit weekend: supporteren voor onze neefjes Senne en Lev bij de kids run, bijpraten met Irene, een beetje (heel klein beetje) lachen met Maarten die elk jaar van plan is om de halve marathon te lopen, maar uiteindelijk toch kiest voor de 10 kilometer en genieten van de sfeer op het Malieveld. Vorig jaar eindigde mijn CPC Loop na 3 kilometer met een blessure. In 2017 stond Roos geblesseerd aan de zijlijn. Dit jaar gaan we dus allebei eenvoudigweg voor een start en finish zodat het weer een geweldig weekend in Den Haag wordt. Vijf weken voor mijn marathon geeft een goede halve lopen bovendien veel vertrouwen.

img_3603
Zoek onze familie.

Ik vertelde al eens dat ik sportief uit de startblokken schoot in 2014. Samen met Roos liep ik toen in mei de 20 km van Brussel. Mijn voorbereiding verliep geheel volgens eigen wijze, maar we haalden wel ons doel en liepen voor het eerst in ons leven 20 kilometer aan een stuk. Dat was op z’n zachtst gezegd een ervaring om niet snel te vergeten. De 20 kilometer van Brussel gaat dit jaar door op 19 mei en wij zullen natuurlijk niet ontbreken. Lopen in Brussel is namelijk altijd een genoegen. De hoofdstad laat zich perfect combineren met allerhande groene plekken en hoogtemeters. In maart gaan we dan ook al eens poolshoogte nemen in het Brusselse. Op 17 maart staat er een wedstrijd in Elsene op het programma en op 31 maart de Brussels 10 Miles met start en finish in het Koning Boudewijnstadion.

In de zomervakantie staat ons familieweekend in Houffalize op de planning waar er, hoe kan het ook anders, gelopen moet worden. Twee jaar geleden liep ik er met papa de La Chouffe trailrun van 50 kilometer, vorig jaar liep hij met Roos 25 kilometer. Om de kerk in het midden te houden gaan we dit jaar wellicht voor 36 kilometer onvervalst trailplezier. Een trail lopen is namelijk altijd een goed idee: in een ontspannen sfeer genieten van de groene omgeving omringd door sympathieke lopers. Soms kan het heel simpel zijn. In Houffalize ontstaan al eens grootse najaarsplannen: deelnemen aan de Hel is daar een voorbeeld van. De plannen voor het najaar zijn nu nog onder voorbehoud. Het idee is echter dat ik samen met Roos een marathon zal lopen, waarbij ik mijn diensten als haas zal aanbieden. Waarschijnlijk gaan we voor de marathon van Brugge op 20 oktober. Papaatje, als je dit leest: aansluiten kan altijd. Het mooie van plannen maken, is dat ze ook zo gewijzigd kunnen worden. Er zal echter gelopen worden in 2019, zoveel is zeker.

De muziek – Mijn soundtrack van 2018

2018 loopt op zijn laatste benen. Tijd voor lijstjes en overzichten met originele vragen en gevatte antwoorden. Op tv worden filmische jaaroverzichten uitgezonden met de hoogte- en dieptepunten van het afgelopen jaar. Soms vraag ik me af hoe het zou zijn als je door professionals zo’n compilatie zou laten maken van je eigen jaar, compleet met heroïsche muziek en al. Het nadeel is dan wel dat die mensen je paparazzi-gewijs doorheen het jaar constant op de hielen zouden moeten zitten. Weg privacy. Gedaan met de kluizenarij waar ik al eens van hou. Bovendien ben ik ook niet zo van de beelden. Ik maak wel foto’s, maar bij sportieve gebeurtenissen zijn die erg beperkt. Als ik een marathon loop, dan is het minste van mijn zorgen hoe en of dat wel op de gevoelige plaat vastgelegd wordt. Ik koester mijn ervaring en de plaatjes die ik schiet in mijn hoofd meer dan de actiefoto’s die ter plaatste genomen worden. Mijn jaar laat zich dan ook beter samenvatten in woorden en muziek.

In januari had ik een duidelijk doel voor ogen: in april zou ik een snelle marathon van Rotterdam lopen. Ik trok lessen uit 2017 waarin ik maar liefst vier marathons liep: dat was om verschillende redenen niet ideaal. Bovendien liep ik te vaak vanuit een frustratie en boosheid. Ik verloor mezelf wat en daarmee ook het initiële geluk dat lopen mij schenkt. De rust keerde weer in mijn hoofd en daarmee ook een grote drive om hard te trainen. Te hard eigenlijk. Tijdens mijn duurlopen eindigde ik altijd met het prachtige album Cleopatra van The Lumineers. Net zoals de Egyptische koningin waande ik me onaantastbaar. Ik staarde me blind op de kilometers die ik moest lopen en de tempo’s die ik moest halen. De kroniek van een aangekondigde dood: in maart stond ik na amper drie kilometer van de halve marathon in Den Haag langs de kant. Ik kon niet meer op mijn linkerbeen steunen. Drie weken liep ik met een kruk. Weg marathondroom. This is the end, my only friend the end: zoals wijlen Jim Morrison het zong. Met pijn in het hart keek ik vanaf de zijlijn toe hoe het loopproject dat ik op school had opgestart verder liep. Ik luisterde toen heel vaak naar Dreamer van Axwell ^ Ingrosso, waarin zowel mijn loopgeluk als -verdriet werden vervat. Mijn dromen werden aan diggelen geslagen, maar de dromer in mij was niet morsdood.

Op 20 april overleed Avicii. Ik stapte mankend verder door het leven en ontdekte Hey Brother. Zoals ik hier al vertelde, raakte dat een gevoelige snaar. Ik dacht aan mijn broer die op sportief vlak ook al de nodige woelige watertjes had doorzwommen (letterlijk en figuurlijk zelfs, check zijn triatlonverhalen maar). Eind april ging ik met school naar Parijs. Ik miste niet alleen mijn maatje An, maar ook de ochtendloopjes die ik daar normaal gezien afleg. Er was echter licht aan het einde van mijn weemoedige tunnel. Op 30 april liep ik voor het eerst weer in gezelschap van Roos. Maar liefst vijf keer een volle minuut. Het was toen niet toevallig stormachtig weer: revalideren en opbouwen gaat namelijk met ups en downs. I was a king under your control om het met Years & Years te zeggen: de koning te rijk dat ik weer aan het open was, maar de angst voor een blessure domineerde. In de maand mei overheerste uiteindelijk wel de zon en de energie die ik haalde uit mijn werk. Big God, de nieuwe single van Florence + The Machine, deed me nadenken over welke god ik nodig zou hebben. In juni ging de zon nog harder schijnen. Ik leerde steeds meer te vertrouwen op mijn lichaam en besefte dat het me niet in de steek had gelaten. De loper in mij beleefde een revival die werd gekenmerkt door het opzwepende Patricia van Florence’ nieuwe plaat High as Hope, dat kan geen toeval zijn.

In de zomervakantie gingen mijn loopkilometers in stijgende lijn en zo ook mijn loopgeluk. Dankbaar voor elke kilometer die ik liep, nam ik Rebel Heart van de nieuwe plaat van First Aid Kit nogal letterlijk: I don’t know what it is that makes me run. Juli bood mij heel wat mooie looprondjes op verplaatsing en ik overschreed weer eens de kaap van de 20 kilometer. Het plan voor de Hel van Kasterlee werd geboren in Houffalize. Mijn blog zag het daglicht. Ik maakte fietstochten naar Tervuren en Brussel met mijn nieuwe stadsfiets. De boeken vlogen erdoor en de koffie ook wel. Als ik in het bos was, kon ik helemaal opgaan in My Wild Sweet Love van First Aid Kit. Het bos als geliefde: het moet niet gekker worden. Ik sloot het einde van de maand af in Parijs, waar ik de dag weer lopend kon beginnen. Hoera! In augustus zette ik me voor het eerst op een mountainbike en kreeg ik de klikpedaal onder de knie. Het begin van een mooi avontuur: mijn status als fietsende loper beviel me meteen erg goed. In september begon een nieuw schooljaar en ging ik verder op mijn sportieve elan. De zon bleef schijnen. Behalve toen ik er daags voor mijn 33e verjaardag op uit trok om een XL duurloop af te leggen. Die sloot ik muzikaal af met Florence’ The Girl With One Eye: een behoorlijk gestoord lied wat meteen ook mijn beproeving samenvatte.

In oktober waren mijn beide ogen gericht op de marathon in Brussel. Ik luisterde veel Spinvis en dan vooral Kom terug. De dag voor mijn marathon verhuisden Roos en Niko. We zijn nu niet langer buren, maar moeten in plaats van enkele tientallen meters enkele kilometers overbruggen om elkaar te zien. Voor alle duidelijkheid: Roos moet niet terugkomen. De tekst zegt dat je in het leven moet durven doen en ontdekken als je wel steeds terugkeert naar jezelf of je thuis. Met die gedachte liep ik een formidabele marathon. Mijn laatste weken richting de Hel werden gekenmerkt door slecht weer en trainen in de duisternis. Ik stemde mijn muziekkeuze daarop af om het gebrek aan sfeer te compenseren. Zo was ik meteen gewonnen voor Hoziers nieuwe single Movement: toepasselijk. November is ook altijd een beetje de maand van Leonard Cohen. There’s a crack of light in everything, that’s how the light gets in. Ik luisterde bovendien ook veel naar Franse muziek, onder andere van de in oktober overleden Charles Aznavour. Het was echter toch vooral Gérard Lenorman die de nagel op de kop sloeg toen hij mij op de fiets toezong Voici les clés de ton bonheur, il n’attend plus que toi. De fiets bleek inderdaad een sleutel tot mijn geluk te zijn. De maand eindigde muzikaal met een klepper van formaat: het optreden van Tamino in de AB. Diens Sun May Shine raakt steeds weer een gevoelige snaar. Ook hij had gelijk: de zon ging stilaan weer schijnen.

December was niets minder dan duatlonmaand. Ik deed al uitgebreid verslag over mijn avontuur in de hel. De muziek die ter plaatse door DJ Infinity wordt gespeeld bleef de afgelopen jaren nog lang nazinderen. Wat me van deze editie zal bijblijven, is het succes van Leef. Toen ik na ruim 100 kilometer op de fiets aan de sporthal passeerde, schalde dit door de boxen en ik kon niet anders dan denken dat ik nu inderdaad echt wel aan het leven was. Het muzikale en ook wel sportieve hoogtepunt was echter het afsluitende loopnummer. De playlist die ik met Roos voor de gelegenheid samenstelde, bewees zijn nut. Het ijzersterke begin met Counting Stars van OneRepublic zette meteen de toon. We bespraken al uitvoerig hoe de shuffle erin slaagde om het juiste lied op het juiste moment af te spelen. Het enige minpuntje was dat onze playlist ruim 4,5 uur aan muziek bood en ik slechts 2,5 uur nodig had om mijn 30 kilometer af te leggen. We misten dus enkele pareltjes: dat heet dan een luxeprobleem.

2018 was zoals steeds een jaar met dalen en pieken over een hobbelig en vaak off-road terrein. Soms verlang ik naar meer snelle en veilige asfaltwegen in mijn leven die voorzien zijn van een duidelijke bewegwijzering. Dat zou me meer gemoedsrust geven, want ik kwam mezelf een paar keer goed tegen. Ik ben benieuwd welke paden ik in 2019 zal bewandelen en welk uitzicht ze me zullen bieden.

De race – De Hel van Kasterlee december 2018

  • De cijfers: 15 km lopen, 115 km mountainbiken en 30 km lopen in 11:02:48
  • De voorbereiding: ik begon vol goede moed aan mijn voorbereidingen in augustus, kwam echt op dreef in september, bleef fietsen in marathonmaand oktober en deed er nog een schepje bovenop in november: in totaal goed voor ruim 3000 fietskilometers
  • De race: ik liep door de sneeuw, stampte, gleed en ploegde 7 uur lang door de modder om uiteindelijk als een raket naar de finish te snellen
  • De herinnering: de familiebeleving en euforie na de zege van mijn broer, de tocht met Roos tot aan de finish, mijn verrassende derde plaats en de finish van mijn papa en peter

Wat vooraf ging
Er ging een bewogen jaar vooraf aan mijn debuut in Kasterlee. In het begin van het jaar liep ik belachelijk veel. Tot ik me in maart ernstig blesseerde tijdens de CPC Loop in Den Haag. Ik liep met krukken en kon zeven weken niet lopen. Al mijn loopdromen vielen voor mijn neus uiteen in duizend stukken. Dat deed pijn en stemde me diep ongelukkig. Mijn loopcarrière zag ik somber in. In juli liep ik echter weer 20 kilometer in Houffalize. Die dag kondigde mijn papa aan dat hij een nieuwe mountainbike zou kopen en dat ik zijn oude bijgevolg kon gebruiken. Onder de zomerzon ontstond een groots plan. In december zouden wij met drie Odeynen aan de start staan in Kasterlee. Vanaf augustus bouwde ik niet alleen mijn duurlopen verder uit met het oog op een marathon in oktober, maar begon ik ook op regelmatige basis te fietsen. Soms gewoon vlak en rechtdoor, soms op één van de talrijke mountainbikeroutes in mijn nabije omgeving. Er ging een nieuwe sportwereld voor mij open. Het was dik aan tussen Juan (zoals ik mijn fiets al liefkozend noem) en mij en dat is het nog steeds. Met de fiets erop uit trekken betekent vrijheid en avontuur.

Vanaf september begon ik te trainen op de combinatie lopen en fietsen. De nuchtere ochtendloopjes stonden weer in mijn agenda. Ik maakte een – voor mijn doen – bescheiden aantal loopkilometers en stilde mijn sportieve honger met kilometers op de fiets. Ik focuste me op mijn marathon in oktober: als ik die tot een goed eind zou brengen, zou het wel snor zitten met dat lopen in Kasterlee. De marathon in Brussel beviel me verrassend goed en zo werd november een maand met heel veel fietskilometers in minder vrolijke omstandigheden. Regen, wind en duisternis waren mijn deel. Met een duidelijk doel voor ogen hield ik vol: ik was vastberaden om me zo goed mogelijk voor te bereiden op mijn eerste duatlon.

Vlak voor de start
Het had ’s nachts gesneeuwd. Ik suste mezelf met de gedachte dat de impact daarvan op het parcours minimaal zou zijn. Soms ben ik uit zelfbescherming behoorlijk naïef. De stress sloeg hard toe toen ik de andere atleten en hun mountainbikes zag. Ik voelde me de grootste amateur die er rond liep en schaamde me zelfs dat ik daar aan de start durfde staan. In de auto gaan zitten en naar huis rijden, was echter geen optie. Ik probeerde mezelf te vermannen, nam Juan bij de hand en plaatste hem in de wisselzone. Er was geen ontkomen meer aan.

De race
Om 8u weerklonk het startschot voor een eerste loopronde van 15 kilometer. Ik liep behoedzaam door de papperige sneeuw om een slipper te voorkomen. Hierdoor was die eerste run al behoorlijk vermoeiend. Tijdens de wissel probeerde ik me niet te hard op te jagen opdat ik niets zou vergeten. Onder luid gejuich van mijn supporters snelde ik naar mijn fiets. Ik ging ervan uit dat mijn papa en peter voor mij uit fietsten.

DSC02837

Toen ik na amper een kilometer langs de kant ging staan om iets op te bergen in mijn jaszak werd ik uitgekafferd door een andere deelnemer. Super sympathiek. Ik voelde me opgejaagd wild. De zenuwen gierden door mijn lijf en ik deed mijn uiterste best om de kalmte te bewaren. Dat lukte niet. De eerste off-road stukken toonden meteen aan dat de natte sneeuw het parcours onomkeerbaar had veranderd in een glibberige en bovenal modderige omloop. Mijn fiets maakte na enkele kilometers bovendien zoveel lawaai dat ik ervan overtuigd was dat ik eerder vroeg dan laat materiaalpech zou kennen. Die arme Juan kraakte en sleurde langs alle kanten alsof elke kreun zijn laatste adem zou zijn. Ik stopte dus nogmaals met het idee dat er iets vast zat tussen mijn tandwielen of ketting. Dat bleek niet het geval. Ik trok me weer op gang met de moed der wanhoop. Na nog geen 7 kilometer kwam plots mijn voorste spatbord los en moest ik dus weer stoppen. Op een eerste uitdagende helling schakelde ik bruusk waardoor mijn ketting blokkeerde. Ik stond weer te voet en kreeg mijn ketting er niet eigenhandig op. Gelukkig schoot een vriendelijke omstaander me te hulp. Hij deinsde er niet voor terug zijn handen letterlijk vuil te maken en zette me weer op weg. Weer een kilometer later bleek één van mijn overschoenen los te zijn gekomen. Ik had nog geen 10 kilometer gefietst en stond weer maar eens naast mijn fiets.

Plots kwam vanuit de achtergrond de verlossing: mijn papa en peter reden blijkbaar achter mij en haalden me in. Ik sloot aan en luchtte mijn hart. Mijn mechanische bekommernis werd weggewuifd door papa. Het was niet meer dan normaal dat mijn fiets in deze omstandigheden zulke schurende geluiden produceerde. Dat was bij hen niet anders. Ik kon er dus op vertrouwen dat Juan niet meteen zou bezwijken onder de Kastelse modder. Met wat meer zelfvertrouwen stormden we met z’n drieën richting sporthal. Ik kreeg eindelijk een goed ritme te pakken en kon mijn valse start relativeren. Mijn eerste ronde legde ik uiteindelijk nog af in minder dan 1u20. Na een heel korte stop en bevoorrading bij de supporters begonnen we aan de tweede van in totaal vijf rondes. Ik had een goede tred te pakken en fietste voorbij alle plaatsen waar ik de vorige ronde had stilgestaan. De tweede ronde was mijn snelste.

IMG_2708b
Modder, modder, modder: maar we blijven lachen. De bewonderende blik van Peter spreekt boekdelen.

Ik wist op voorhand dat de derde fietsronde mentaal de zwaarste zou zijn. Bovendien werd het parcours er alleen maar slechter op. Ik begon wat sukkelig, moest hier en daar voet aan de grond zetten en verloor mijn tred. Het was aftellen tot kilometer 60, want dan zou de helft van het fietsnummer erop zitten. De kilometers kropen tergend traag voorbij. Halverwege kon ik weer aansluiten bij mijn twee compagnons. Ook deze ronde wisten we af te leggen binnen de 1u20. De supporters spraken ons bemoedigend toe. We hadden nog 2 uur om de vierde ronde af te leggen en binnen de tijdslimiet aan de finale fietsronde te mogen beginnen: een heel haalbare kaart. Ik was nu zo ver geraakt, 46 kilometer fietsen klonk niet meer oneindig lang. De vierde ronde kregen zowel mijn papa als peter het lastig. We haalden allemaal de tijdslimiet, maar ik vertrok als eerste en dus alleen voor de laatste ronde. Eindelijk kon ik zeggen dat het de laatste keer was dat ik elke ellendige moddermeter moest overwinnen. Ik voelde me niet leeg, maar nam wel mijn tijd. Daarbij schoof ik nog eens pijnlijk onderuit en viel recht op mijn knie. Het viel op dat het deelnemersaantal sterk was uitgedund. Ik reed in een niemandsland en zag het als een voordeel dat niemand me kon opjagen. Uiteindelijk vond ik nog gezelschap bij helleganger Bram. Hij vertelde me over de opgave van verschillende favorieten. Net op dat moment hoorden we Seppe finishen. Hij won zijn zevende Hel van Kasterlee en had daar minder dan 8 uur voor nodig. Zot!

hel_van_kasterlee_2018_kl._(102)

Mijn geluk kon niet op toen ik de sporthal voor een vijfde keer bereikte. Juan mocht in de wisselzone gaan rusten, voor mij zat het er nog niet op. Ik spurtte richting kleedkamer met Roos in mijn zog. Zij hielp me bij de wissel. Aan de modder en vuile kleren in de kleedkamer te zien, waren de meeste dames al aan het lopen. Als een duveltje uit een doosje vertrokken we voor een tocht van 30 kilometer. Ik wist dat ik die afstand kon afleggen en besefte dus dat ik hoogstwaarschijnlijk een survivor zou zijn in een loodzware editie van de Hel van Kasterlee. De eerste loopkilometers gingen heel vlot. Mijn benen hadden er nog zin in, ik raakte onder stoom en kon heel wat lopers inhalen. Rond kilometer 10 haalde ik een vrouw in. Ik had geen idee in welke positie ik liep en probeerde daar ook niet mee bezig te zijn. Het was nu aftellen naar het einde van de eerste 15 kilometer. Aan de sporthal zag ik terug wat supporters. De grande finale was nu ingezet.

Ook tijdens het tweede deel kon ik een tempo van rond de 11 km/u blijven aanhouden. Het was ondertussen pikdonker en elke kilometer werd zwaarder. Ik trok me op aan de lopers die ik kon inhalen, maar ik was me ervan bewust dat ik alsnog een klop van de hamer kon krijgen. Op 3 kilometer voor de finish haalde ik tot mijn eigen verrassing nog een vrouw in. Zij bleek achteraf gezien nummer 3 in de wedstrijd te zijn. Als ik nu terugdenk aan die finale is het verleidelijk om dat laatste uur te beschouwen als een uur waarop al mijn loopgeluk, frustratie en kracht van het afgelopen jaar samengebald werden. Ik liep niet de snelste, maar wel mijn meest heldhaftige kilometers van 2018. Op het moment zelf is dat echter puur overleven: blijven lopen om niet kopje onder te gaan. Daarin zit weinig heroïek vervat. Ik focuste me op de geweldige muziek van onze playlist en de bemoedigende woorden van Roos. De laatste anderhalve kilometer probeerde ik me bewust te zijn van het feit dat ik nu echt wel de Hel van Kasterlee had overleefd. Mijn verbazing was nog groter toen ik de rode loper opliep en hoorde dat ik derde was geworden, net zoals mijn broer bij zijn Hel-debuut in 2011. Ik kreeg een medaille van Seppe, we pakten elkaar eens goed vast en ik had totaal geen besef van wat me die 11 uur en 2 minuten allemaal was overkomen.

IMG_2724b
Ik won voor het eerst in mijn leven een beker.

De conclusie
De Hel van Kasterlee is nooit voor watjes, maar al helemaal niet op een modderig parcours met koude temperaturen. Ik zag af, maar groeide in de wedstrijd. Tijdens het fietsen heb ik nooit het gevoel gehad dat het op was. Het duurbeest in mij kon zich volledig uitleven. Pas tijdens mijn laatste loopronde voelde ik de inspanningen van de dag doorwegen. Ik presteer telkens goed op de zware marathon van Brussel en ook hier werd ik juist beter door de lengte van de race en de barre omstandigheden. Bizar. Wat deze wedstrijd uniek maakt, is het familiale gevoel dat er heerst. Je lijkt even weg van de gewone wereld te zijn. De laatste fietsronde heb ik dan ook mijn best gedaan om de seingevers te bedanken voor hun urenlange onmisbare inzet. Samen met organisator Ben en commentator Hans zorgen zij ervoor dat je je wel echt een held waant al strijdend in de Kastelse arena. Door al die lovende woorden zou ik haast vergeten dat trainen voor de Hel niet te onderschatten is. Lange trainingen in november staan garant voor herfstig weer en veel donkere, eenzame uren. Uiteraard kan ik nu alleen maar zeggen dat elke trainingskilometer die heroïek helemaal waard was.

Enkele weetjes

  • Sporza maakte een mooie reportage voor Sportweekend over Seppe.
  • Ik had bij het fietsen een geluksbrenger van Seppe op zak: een medaillon van Roger De Vlaeminck dat hij me vroeger eens had gegeven voor de examens.
  • Seppes trainer Stefaan doopte “ons” team om tot Team Doodgaan. Ook hij doorstond zijn Hel-debuut met glans.
  • Papa maakte tijdens het mountainbiken meermaals het grapje dat er een hamster in zijn achterwiel liep en dat die het schurende geluid veroorzaakte.
  • Roos voederde mij banaan en peperkoek in de fietsbevoorrading. Daarnaast kreeg ik niet alleen sportgels en -drank binnen, maar ook heel wat zand.
  • Het ultieme girlpower-moment beleefden Roos en ik toen we een loper voorbij stormden toen P!nk keihard uit de boxen schalde met So What!
  • We beleefden dan weer een mystieke ervaring toen papa-lied Camouflage weerklonk in een mistig en donker stuk. Things are never quite the way they seem.
  • Na afloop bleek dat ik met 2:34 een heel snelle looptijd had neergezet op de 30 kilometer: de snelste tijd bij de vrouwen.
  • Ik voelde mij na afloop nog zo fris dat ik zelf met de auto naar huis ben gereden.
  • Bij thuiskomst van de Hel wacht je een nieuwe modderuitdaging van formaat: al je kleding en materiaal weer proper krijgen. Juan is al weer weg voor een grondig onderhoud.
  • 22 december 2019 staat alvast in mijn agenda gemarkeerd.
IMG_2712b
We are family! Mijn papa, broer en peter: vier hellegangers op een rij.

Duatlonspecial – Een dag na de Hel

De Hel van Kasterlee, de zwaarste winterduatlon ter wereld, 15 kilometer lopen, 115 mountainbiken en 30 kilometer lopen in zware omstandigheden: I DID IT! Vlak voor de start was ik zo onder de indruk van het hele gebeuren dat de twijfel genadeloos toesloeg. Ik gaf mezelf geen schijn van kans om deze uitdaging tot een goed einde te brengen en wilde ergens in een hoekje kruipen en stilletjes verdwijnen. De sneeuw die ’s nachts gevallen was, had het fietsparcours omgetoverd tot een modderige omloop waar het snakken was naar een kilometertje asfalt. Ik klaarde de fietsklus uiteindelijk in 7 uur. Nog nooit zat ik zo lang op mijn mountainbike. Nog nooit zag ik zoveel modder.

In het afsluitende loopnummer kwam de marathonloper in mij naar boven en kon ik een behoorlijk tempo aanhouden. Zonder het te beseffen begon ik aan een inhaalrace. Tot mijn eigen grote verbazing finishte ik als derde. Op het eind van de rode loper stond Seppe me op te wachten om mijn medaille te overhandigen. Voor wie het nog niet zag op Sportweekend: mijn broer Seppe haalde zijn zevende zege in Kasterlee binnen en was al drie uur fris gewassen toen ik aankwam. Mijn papa en nonkel haalden eveneens de finish in wat een historische editie wordt genoemd met meer dan honderd deelnemers die vroegtijdig uit de race stapten.

Ik voel me vandaag verrassend fris, maar heb nog wat tijd nodig om te beseffen wat me gedurende die 11 uur is overkomen. Eén dezer dagen zal hier ongetwijfeld een uitgebreid raceverslag verschijnen waarin ik jullie zal vervelen met een gedetailleerd belevingsverslag per kilometer (of toch zoiets). Dat ik dit heb kunnen waarmaken, heb ik uiteraard in de eerste plaats te danken aan mijn doorgedreven trainingen en soms nogal koppige persoonlijkheid. Achter een sterke vrouw staat in mijn geval een sterke familie en meer. In afwachting van het verhaal over mijn heroïsche strijd wil ik graag een uitgebreid dankjewel formuleren aan zij die hebben bijgedragen aan mijn prestatie en deze memorabele dag.

Roos: voor de mentale coaching en de ongelooflijk persoonlijke begeleiding op topniveau, voor de afleidende praatjes en bemoedigende woorden de laatste zware kilometers, voor het plezier dat ik steeds heb als ik bij jou ben
Marike: voor het logement en zoveel gezelligheid, voor de vakkundige hulp en geruststelling als ik weer eens denk dat ik een vreselijke blessure heb, voor het trotseren van de kou en het zorgen voor de andere supporters
Seppe: voor de wedstrijdtips en het onthaal aan de finish, voor de inspiratie die je me steeds geeft door je sportieve avonturen, voor het vlammetje van de Hel dat je in mij hebt ontstoken
mama: voor altijd het geloof in mijn kunnen, de nooit aflatende steun als ik weer eens met een zot plan op de proppen kom, het enthousiasme en supporteren met hart en ziel
papa: voor de mountainbike die ik kreeg, voor het papa-zijn zelfs tijdens een barre mountainbiketocht, voor de geruststellende en nuchtere opmerkingen, voor je onnozele mopjes die eigenlijk toch altijd grappig zijn
mijn peter Mark: voor de babbeltjes over lopen, voor het gezelschap tijdens de wedstrijd en het warme familiegevoel dat je aanwakkert
Peter: voor de mountainbiketocht naar Kasterlee die we samen maakten als voorbereiding, voor het vertrouwen dat je me toen gaf, voor het ondergaan van onze familiegekte
An: voor de oprechte interesse die je telkens toont in mijn sportieve uitdagingen, voor het intens meeleven en supporteren met heel je familie
Murielle: voor het trouw en enthousiast volgen van mijn avonturen, voor je aanstekelijke en niet te onderschatten eigen sportieve ervaringen
Martin: voor het vakkundige onderhoud van mijn mountainbike en de persoonlijke topservice

Duatlonspecial – Mijn weg naar de Hel #4

Morgen moet ik er dus aan geloven: mijn duatlondebuut in XL-formaat. Ik kan het zelf amper geloven. De afgelopen week hield ik mijn spieren nog een beetje warm met rustige trainingen. Zo zat ik woensdag de laatste keer op de fiets en reed ik voor het eerst in echt koude temperaturen. Mijn tenen waren daar niet zo blij mee, maar de zon scheen en dat maakte veel goed. Ook mijn laatste zonnige looprondje op donderdag stemde me gelukkig. Er moest bovenal vooral gerust worden. Dat lukte behoorlijk, al is ontspannen op bevel geen evidentie. Bovendien vertelde ik vorige keer over de praktische issues die bij een dagje duatlon komen kijken. Kopzorgen en onzekerheden kwamen met andere woorden boven water drijven.

Organisatorisch en logistiek is de Hel van Kasterlee dit jaar een waar huzarenstukje in onze familie. Ik grapte al dat dit meer voorbereidingen vraagt dan ons eigenlijke kerstfeest en dat is dus niet overdreven. Een dagactiviteit op Kastelse grond vraagt zowel van de atleten als van de supporters doordachte voeding- en kledingkeuzes. Het is voor mijn begeleidende zussen en mama evenzeer de vraag wat ze moeten aantrekken en op welke onvoorziene omstandigheden ze zich moeten voorbereiden. We communiceerden daar de afgelopen week uitvoerig over en ons plan staat nu wel op punt. De playlist van Roos en mij telt inmiddels ruim 4,5 uur muziek van de bovenste plank. Roos testte de lijst zelfs al eens uit en kon bevestigen dat hij vlot liep. Weer iets dat afgevinkt kon worden.

Ik vind het bijzonder moeilijk om vooruit te blikken op de wedstrijd omdat ik in de verste verte geen idee heb wat ik mag verwachten. Natuurlijk voel ik wel dat die intensieve trainingsperiode conditioneel iets heeft opgebracht. Ik kan alleen niet inschatten welke vruchten ik daar morgen van mag plukken. Misschien zijn het wel heel erg zure citroenen. Voor mijn marathon eind oktober was ik zenuwachtig omdat ik moeilijk kon geloven dat ik die afstand nog in de benen had. Ik kon me toen wel beroepen op mijn ervaring en wist ergens ook wel dat de kans groot was dat ik marathon nr. 9 succesvol zou beëindigen. In het voorjaar had ik niet durven dromen dat ik op het einde van het jaar een sportieve uitdaging van dit niveau aan zou kunnen gaan. De weg naar de Hel leek ook lange tijd belangrijker dan het resultaat. Nu liggen de kaarten heel anders. Het voelt op de één of andere manier alsof dit avontuur mijn sportief jaar kan maken en dat ik dus wel degelijk wat te verliezen heb. Rampscenario’s bedenken voor een wedstrijd die ruim 10 uur duurt, is ook niet zo moeilijk. Die gedachten zijn natuurlijk niet bevorderlijk voor mijn gemoedsrust.

Als ik mezelf nu als buitenstaander bemoedigend zou moeten toespreken, dan zou ik het ongetwijfeld hebben over het belang van doordachte trainingen, grondige voorbereidingen en het geloof in eigen kunnen. Laat het los en vertrouw erop dat je er alles aan hebt gedaan om het een succes te laten worden: ik hoor het me zo zeggen. Hoe de dag ook zal verlopen: ik ga er bovenal van genieten dat ik daar om 8u aan de start sta met mijn broer, papa en nonkel om elk ons eigen verhaal te lopen en fietsen. Ik kan me overigens ook troosten met de gedachte dat de druk die ik voel niets is in vergelijking met de verwachtingen waar mijn broer als zesvoudig winnaar tegenop moet boksen. Hij kan dat, daar twijfel ik geen seconde aan. Ik heb zo’n voorgevoel dat dit een familiedag zal worden om nooit te vergeten.

Duatlonspecial – Mijn weg naar de Hel #3

Mijn weg naar de Hel is geplaveid met goede voorbereidingen. De afgelopen dagen maakte ik nog fiets- en loopkilometers, maar kwam ik vooral op adem van het harde trainingslabeur van de maand november. Er kwam wat tijd vrij om na te denken over heikele sportvraagstukken en praktische voorbereidingen te treffen. Een lange duatlonwedstrijd van dit formaat betekent immers ook dat je heel wat te regelen hebt op organisatorisch niveau, waaronder sportkleding, -voeding en materiaal. Bovendien is er een belangrijke taak weggelegd voor het ondersteunend team, dat natuurlijk ook graag op voorhand weet waar het aan toe is. Ik hoop dat een voorbereid mens er in dit geval meer dan twee waard is.

In Kasterlee zal ik voornamelijk lopen als het nog/al donker is. Daar heb ik ruime ervaring mee dankzij mijn ochtendlijke looptrainingen, maar ik oefende dit ook al eens met Roos op de fiets, aangezien zij mijn persoonlijke begeleider zal zijn tijdens de afsluitende 30 kilometer. We kozen een onverlicht parcours uit met lange stroken om zo onze verlichting te testen. In eerste instantie vonden we dat die volstond. Mogelijk is een extra lamp toch nodig omdat ik me niet wil laten vangen door de verraderlijke putten in Kasterlee. Voor de gelegenheid stelden we natuurlijk een aparte playlist samen die uit de box kan schellen. Variatie en opzwepend zijn de codewoorden van ons repertoire. Avicii en Florence mogen niet ontbreken op ons feestje, maar ook chansons, kleinkunst, een dosis pop en het stevigere werk (Highway to Hell!) zijn van de partij. We bespraken ook enkele rampscenario’s en wat te doen “in geval van”. Ik zei het al: je kan maar beter op werkelijk alles voorbereid zijn.

Een week geleden oefende ik de wedstrijdonderdelen al eens met mijn eigen vagevuur-training. Het was zwaar, maar ik doorstond de beproeving. Ik testte toen onder andere uit of ik vlot kon lopen met mijn fietsbroek (ja) en of de Clif bloks een waardige afwisseling waren met sportgels van Squeezy (ja). Inmiddels heb ik het kledingvraagstuk voor 90% opgelost. Het weer is echter een doorslaggevende factor en voorlopig ziet dat er niet gunstig uit. Zowel koude als regen zullen zondag aanwezig zijn. Mijn regen- en winddichte petje en handschoenen zullen met andere woorden van pas komen. Dan is dat de investering toch waard geweest, denk ik maar. Wat de voeding betreft ben ik er nog niet helemaal uit of ik een hele dag ga overleven op sportvoeding of toch ook iets anders ga proberen weg te werken tijdens het fietsen. Lastig, want ik kan niet inschatten hoe mijn lichaam zal reageren op 120 kilometer mountainbiken.

Dat gure weer boezemt me wel angst in. Ik fietste al vaak in regen en wind, maar vandaag kreeg ik nog iets anders voorgeschoteld: een intense regenbui die wel een kwartier aanhield met als resultaat dat ik meteen doorweekt was. Goed dat mijn fiets al eens voorgespoeld werd, maar het kostte me veel moeite om positief te blijven en dit als een nuttige les te beschouwen. Ik stelde me voor hoe het zou zijn als ik nog uren doorweekt zou moeten fietsen en dat was toch even slikken. Gelukkig heb ik mijn trainingen lichamelijk goed verteerd. Ik heb geen noemenswaardige klachten. Dit werd ook bevestigd door mijn kinesitherapeut. Zij gaf me 100% groen licht om er voor te gaan in Kasterlee. Kijk, dat geeft toch veel vertrouwen. Ik ging deze week nog eens overdag in het bos lopen omdat ik echt behoefte had aan zo’n plezierloop. Aanvankelijk schrok ik van het kale Heverleebos door de vele gekapte bomen, maar uiteindelijk overheerste een triomfantelijk gevoel dat alleen lopen me kan geven. Vooral aan mijn loopvorm voel ik dat al die trainingen hebben geloond. Ook hier geldt weer: geen idee wat ik daar over een week mee ben.

Ik had de afgelopen week ook tijd om orde op zaken te stellen in huis. Weken aan een stuk dagelijks sporten liet wel sporen na. Zo moest ik vaker boodschappen doen om de voorraden op peil te houden. Ik bakte dan ook heel wat havermoutpannenkoeken, at kilo’s pompoenen, bakken plattekaas en joeg er een pot pindakaas door met heel veel volkorenboterhammen. Veel trainen betekent namelijk goed en veel eten. De praktische rompslomp was ook niet van de poes. Mijn wasmachine draaide overuren aan sportkleding en handdoeken. Ik ondernam geen pogingen meer om sportkleding in de kast te leggen, maar sorteerde dit functioneel zodat ik meteen zocht wat ik nodig had buiten de kast. Mijn hal was omgetoverd tot een multifunctionele kleedkamer: allerhande gerief, waaronder handschoenen in verschillende diktes en mijn Stance sokken lagen er uitgestald. Handdoeken en krantenpapier lagen binnen handbereik voor als ik weer eens doorweekt thuiskwam. Niet heel gezellig, maar wel uitermate praktisch. Inmiddels is het sportschoolgehalte van mijn woning weer tot een minimum beperkt en heb ik ook op huishoudelijk gebied de touwtjes stevig in handen.

De komende week moet ik dus nog enkele knopen doorhakken. Ik zal ook maar wat kaarsen branden in de hoop zo geen al te rampzalig weer af te kunnen dwingen voor zondag. Bovenal zal ik proberen om de week ontspannen en goed uitgerust door te komen. Examens afnemen en verbeteren beschouw ik dan maar als een welkome afleiding. Ik ben de eerste om te zeggen dat je moet vertrouwen in je voorbereidend werk. De zenuwen omzetten in een positieve focus: dat is de boodschap. Kan een mens ooit klaar zijn voor de Hel?

Duatlonspecial – Mijn weg naar de Hel #2

Mijn voorbereidingen naar de Hel lopen op hun eind. Heel rouwig ben ik daar niet om. In mijn vorige bericht vertelde ik over de zware trainingsmaand november. Ik moest niet heel diep gaan, maar vooral lang in het zadel zitten. Kilometers maken zoals dat heet. Vaak als het donker was of als het weer zich van z’n herfstigste kant toonde. Het was een uitdaging om mijn tijd zo optimaal mogelijk te besteden, aangezien ik ook bergen schoolwerk te verzetten had. De afgelopen week vormde de bekroning van mijn intensieve fietsmaand met een weektotaal van maar liefst 320 fietskilometers. Naar analogie met mijn vorige vergelijking fietste ik dus deze week tot in de banlieue van Parijs. Gelukkig, want ik zou niet kunnen aanzien hoe mijn geliefde Arc de Triomphe vernield werd. Hoe dan ook stond er vandaag een bijzondere training op de planning.

Ik ben van het principe dat je het maar beter zwaar kan hebben op training zodat je op het ergste voorbereid bent. Lastige weersomstandigheden (zon, regen, wind of sneeuw) schuw ik niet. Daarom loop ik dus bijvoorbeeld 33 kilometer als alles tegenzit. Trainen onder zware omstandigheden maakt mij mentaal sterker en daar put ik vertrouwen uit. Sportieve uitdagingen worden namelijk voor een aanzienlijk deel in je hoofd bevochten. Als het op training altijd leuk is en vlot gaat, is dat mentale deel onvoldoende voorbereid. Daarom zou ik twee weken voor de Hel een vagevuur-training afwerken. Die term bedacht ik uiteraard zelf: een training tussen hemel en hel als generale repetitie. Ik zou met andere woorden een halve Hel lopen en fietsen om mezelf en het herfstweer nog eens keihard tegen te komen.

Met een halve Hel bedoel ik dat ik de helft van elk individueel onderdeel zou afleggen. Zo vertrok ik dus vanochtend om 8u met een auto vol fiets- en loopmateriaal naar het park van Tervuren. De echte Hel vertrekt om 8u, maar om nu ook al in het donker te vertrekken, daar had ik even geen zin in. Mijn eerste deel van de generale repetitie bestond uit 7,5 kilometer lopen. Ik had mijn lange fietsbroek al aan om uit te testen of die ook comfortabel zat bij het lopen. Dat scheelt namelijk werk tijdens de wissel. Rond 8u30 vertrok ik voor een eerste rondje langs de vijvers. 7,5 kilometer lopen: dat kan ik ondertussen moeiteloos. Mijn fietsbroek deed prima dienst als loopbroek. De voorspelde regen bleek slechts lichte motregen te zijn, dus ik had er best zin in. Na deze vlotte start was het tijd voor een wissel naar fietskleding. Vervolgens zou ik, net zoals in de Hel, vijf fietsrondes afwerken over voornamelijk off-road terrein.

IMG_3452
Die arme Juan was helemaal besmeurd en had dus een grondige wasbeurt nodig.

De eerste fietsronde viel meteen goed tegen. Op de kilometers vlakke asfalt waar ik normaal vlot zou kunnen rijden, stond een harde tegenwind. Wind is de grootste vijand van de fietser. De moed zonk me in de fietsschoenen. Tot overmaat van ramp begon het ook nog eens harder te regenen en waren mijn voeten al in modderklompen veranderd na amper 10 kilometer. Ik vervloekte mezelf voor dit verduivelde plan. Er was echter geen weg terug: het vagevuur had me opgeslokt. Na één ronde was ik al behoorlijk doorweekt. De tweede ronde werd het gelukkig droger en vond ik mijn ritme. Zoals verwacht liep het minder soepel in de derde ronde. Ik schakelde lomp en zat vaak maar wat te stampen. Het voordeel van dat vermoeiende stuk met de wind op kop was dat mijn jasje inmiddels droog was geblazen. Elk nadeel heeft zijn voordeel! De optimist in mij was terug van de partij. De laatste twee rondes begon ik wat stramheid te voelen, maar ik kon wel vlot blijven ronddraaien. Als gemiddelde wilde ik meer dan 20 kilometer per uur gemiddeld halen. Uiteindelijk legde ik mijn vijf fietsrondes af aan bijna 22 kilometer per uur. Missie 2 was geslaagd.

Het slotstuk van het vagevuur waren twee looprondes van samen 15 kilometer. Weer een wissel, maar mijn broek vol modder en natte sokken hield ik aan. Ik dacht niet te lang na en vertrok als een pijl uit een boog voor de finale. Het geeft een vreemd gevoel in je benen om te lopen vlak nadat je uren op de fiets hebt gezeten. Je lijkt de cadans van het fietsen te willen volgen, die natuurlijk veel hoger ligt. Mijn benen lieten zich echter niet kennen en leken me te willen bewijzen dat ze naast al dat gefiets toch primair gemaakt zijn om mee te lopen. Ik kon nauwelijks geloven dat ik aan mijn marathontempo liep en dat ook volhield. Al snel begon ik echter ook te voelen dat ik te weinig had gedronken op de fiets. Ik zette door, bleef gaan en finishte op een stevige beat van Dimitri Vegas & Like Mike. Het zat erop. Ik had geproefd van de hel en ik heb het gehaald.

In totaal heb ik vandaag vijf uur gesport. Conditioneel kon ik dat perfect aan. Ik heb geen spierpijn, maar voel wel in mijn lichaam dat ik lang bezig ben geweest. De grootste uitdaging voor de echte Hel zal zijn om goed in te delen en niet te veel vooruit te denken. Het werkt niet bepaald motiverend als je gaat uitrekenen hoeveel uren of tientallen kilometers je nog te gaan hebt. Nu ik dit in mijn eentje heb gepresteerd, durf ik te zeggen dat mijn hoofd alvast klaar lijkt te zijn voor het grote werk. De komende week zal een overgangsweek zijn waar ik me nog moet bekommeren om enkele praktische voorbereidingen. De druk zal sowieso wat van de ketel gaan zodat er minder moet. Wat rust en ontspanning zijn meer dan welkom.

Loperspraat – Door regen en wind in november

Er was de afgelopen maand geen ontkennen meer aan: het is nu echt herfst en ik ga echt een lange duatlon lopen en fietsen in december. November 2018 gaat officieel de geschiedenis in als de maand waarin ik de kaap van de 1000 fietskilometers overschreed. Ik fietste exact 1002 kilometer en liep nog een bescheiden 147 kilometer. Om me daar iets bij te kunnen voorstellen, zocht ik wat afstanden op. Google Maps zegt me dat ik tot in Parijs 345 kilometer zou moeten fietsen (dat zou me 18,5 uur kosten). Ik ben dus naar Parijs gefietst om er een Tour etappe af te leggen, nog enkele plaatselijke rondes te fietsen om te kunnen finishen aan de Arc de Triomphe en dan terug naar huis te peddelen. Jammer genoeg was november ook de maand van het snertweer en de duisternis. De heroïek was dus vaak ver te zoeken.

Begin november was het nog heerlijk toeven op mijn warme marathonwolk. Ik mocht dan wel wat verblind zijn door de marathonliefde, ik was ook verstandig en gaf mijn lichaam de nodige rust om te bekomen van die 3u24 in Brussel. Een volledige week, dat zijn dus zeven (7!) dagen, ging ik niet lopen. Een unicum in mijn carrière als marathonloper. Ik kroop wel de fiets op en maakte een mooie start voor wat de maand van de mountainbike zou worden. De zon scheen, het gras was nog wat groen, de bomen droegen een kleurrijke bladerjas en ik genoot met volle teugen van mijn fietstochtjes. Goh, wat was het leven toen mooi.

Op zaterdag 10 november stond er een eerste belangrijke afspraak in Kasterlee op de agenda. Samen met mijn papa en nonkel zou ik het parcours van de Hel gaan verkennen. De groepsverkenningen maken officieel deel uit van de organisatie. Er wordt eerst 15 kilometer gelopen en vervolgens een mountainbikeronde van 23 kilometer afgelegd zodat je een idee hebt wat je mag verwachten op de Grote Helledag. Ik was op voorhand gewaarschuwd: voor velen is dit een toonmoment van explosiviteit op de fiets. Met die wetenschap besloot ik mij (met een serieus ei in mijn broek) volledig te verschuilen achter mijn status als vrouw. Ik posteerde mij achteraan de tweede groep in de hoop daar iet of wat mijn eigen tempo te kunnen rijden. Mijn twee bodyguards offerden zich gewillig op om mij te vergezellen. Al bij al ben ik niet ontevreden over mijn verkenning. De stress raasde door mijn lichaam, maar toch slaagde ik erin om de kalmte te bewaren, goed te schakelen en elke heuvel en bocht naar behoren te nemen. Ik viel niet stil en knalde niet tegen de grond. Missie geslaagd.

IMG_3337b

Het weekend daarna trok ik er niet met Juan op uit. Hij was namelijk enkele dagen weg voor onderhoud. Even wat me-time voor Juan en zijn tandwielen, hij had het nodig. Ik miste hem heel erg toen ik met mijn klassieke damesfiets twee dagen na elkaar naar Brussel fietste voor een bijscholing. Wat een leuk idee en nuttige training leek in mijn hoofd, bleek in de praktijk een loodzware taak en uitputtingsslag te zijn. Daags nadien liep ik de halve marathon in Kasterlee, een tweede positieve ervaring met de Kempische zandgrond en een fijn familiemoment.

Vorig weekend kon ik mijn nieuwe fietskleding voor het eerst uittesten. Ik investeerde namelijk in een paar degelijke handschoenen en echt regengerief. Voor die gelegenheid kwam het dus mooi uit dat het regende. Het begon veelbelovend. Met de Lage Landenlijst 3 in mijn oren en mijn uitmuntende regenkleding zat ik met wat verbeelding in een tent waarop zachtjes de regen tikte. Alleen een koffie ontbrak, maar het was best gezellig daar in mijn waterdichte cocon. De regen stopte echter niet. Na ruim twee uur op de fiets moest ik concluderen dat mijn kleding wat klam begon aan te voelen. Na drie uur kon ik niet meer ontkennen dat ik doorweekt was. Na vier uur was ik thuis en redelijk onderkoeld. Wat als een klein feestje begon, eindigde toch in een serieuze beproeving.

Op zondag kon mijn geluk dan ook niet op toen ik kon trainen in gezelschap. Ik zakte wederom af naar de Kempen, waar Marike woont. Zij zou me vergezellen tijdens mijn looptraining. Het was de eerste keer dat ik samen met haar liep. Met gezwinde pas loodste ze me langs de lokale highlights om me na een eerste ronde verder te begeleiden op de fiets. Intussen was haar vriend Peter zich al aan het klaarstomen voor de mountainbiketraining die hij voor mij in petto had. Na een pauze hees ik me in het zadel en trokken Peter en ik naar de mountainbikeroute in Herentals. Van daaruit fietsten we door de bossen naar Kasterlee. Dit was zonder twijfel de meest geslaagde training van de maand. De Kempen bieden een afwisselend parcours met niet al te veel hoogtemeters, maar toch voldoende uitdaging. Peter is de ideale compagnon de route. Hij heeft niet alleen fietservaring te over en een coole mountainbike met hoog retrogehalte, maar hij geeft me ook nuttige tips en aanmoedigingen. Wat wil een mens nog meer?

November was een grensverleggende maand van hard labeur, zowel op professioneel als sportief vlak. Mijn organisatie liet me niet in de steek. De menselijke machine of machinale mens bleef draaien. Hoewel dat zeker ook voldoening geeft, beginnen de trainingen wel door te wegen. Die intensieve voorbereiding blijkt namelijk best een eenzame missie. Naast werken en trainen staat mijn leven on hold. De vele trainingsuren in de duisternis, wind en regen maakten het voor de optimist in mij niet gemakkelijk om sportplezier te ervaren met elke gefietste of gelopen kilometer. Ik ging maar liefst 10x ’s ochtends lopen en snak nu dus echt naar een ontspannen loopje in het bos bij daglicht. Gelukkig is het maar één keer per jaar november. December brengt ongetwijfeld wat meer rust, ontspanning en familiemomenten.

 

Duatlonspecial – Mijn weg naar de Hel #1

Een onheilspellende titel, maar over drie weken is het zo ver: de Hel van Kasterlee. Een duatlon waarin ik opeenvolgend 15 kilometer lopen, 118 kilometer mountainbiken en nog eens 30 kilometer lopen zal afwerken. Althans, dat is toch de bedoeling. Ik kan een marathon lopen, maar of ik dan nog eens ruim zes uur kan fietsen? Dat is een vraag die me de laatste weken bezighoudt en de nodige stress bezorgt. Het plan werd gesmeed in augustus, toen ik mijn papa’s mountainbike kon gebruiken. Fietskilometers waren meer dan welkom in een post-blessure periode waarin ik zuiniger omsprong met mijn loopkilometers. Inmiddels zijn we drie maanden verder. Tijd om een eerste balans op te maken over mijn nieuwe bezigheid.

Mountainbiken is een geweldige sport! Allereerst is het een buitensport die je mogelijkheden om (groene) plekken dichtbij en wat verder weg te ontdekken uitbreidt. Dankzij de talrijke goed bewegwijzerde mountainbikeroutes die je quasi overal kan terugvinden moet je je hoofd niet breken over hoe je gaat fietsen. Handig voor iemand met een oriëntatievermogen als het mijne. Bovendien kan je kiezen hoe zwaar je het jezelf wil maken. Hard en onbesuisd vlammen is een optie. Op het gemakje naar boven peddelen kan net zo goed. Sommige afdalingen vallen onder de categorie uitdagend, andere kan je bij wijze van spreken met de ogen dicht naar beneden rijden. Als je geen zin meer hebt in het off-road gebeuren dan leent een mountainbike zich perfect tot kilometers malen op het vlakke. Er is een fietstraining voor elk weerstype en elke gemoedstoestand.

De afgelopen weken probeerde ik dagelijks kilometers af te leggen al lopend, fietsend of een combinatie van beide. Ik ontdekte heel wat voordelen van fietsen ten opzichte van lopen. Een training met de fiets voelt als een kleine uitstap. Je kan je immers verder verplaatsen en bent minder gebonden aan vaste routes. Het steekt niet op een handvol kilometertjes meer of minder. Bovendien kan je ook meer meenemen op de mini-reis. Bagage zou ik het niet noemen, maar als je niet weet of een jasje nodig is, dan stop je dat dus gewoon ergens weg. Een korte pauze nemen om iets te eten of om een sanitaire stop te maken, is de normaalste zaak van de wereld. Je hebt nooit dorst als fietser. Als ik na mijn werk nog anderhalf uur ga fietsen, vind ik dat minder vermoeiend dan als ik dezelfde tijd zou gaan lopen. Op de mountainbike springen is laagdrempeliger. Met vermoeide benen fiets je gewoon wat gezapiger. Met vermoeide benen lopen blijft lastig, zelfs als je traag loopt.

Ik heb het geluk dat ik van mijn ouders een prachtige startuitzet voor de mountainbiker in de schoot geworpen kreeg. Dat ik niet zelf heb moeten beslissen welke fiets ik nodig had, beschouw ik dan ook als een groot voordeel. Ik heb namelijk niets met het technische aspect. Voor alles wat verdergaat dan een band oppompen en een ketting smeren, wend ik me maar wat graag tot het kennis- en expertiseteam van onze Orbea-familie. Het scheelt natuurlijk ook dat mijn papa mijn mountainbike (Juan dus) door en door kent. Dat specifieke materiaal ervaar ik dan ook als een nadeel van fietsen tegenover lopen. Mountainbiken is duurder. Niet alleen de fiets en het onderhoud zelf, maar ook fietskleding kan behoorlijk geprijsd zijn. Ik kreeg heel wat kleding van mijn mama en had natuurlijk ook loopgerief dat kon dienen. Intussen wordt het kouder en natter en investeerde ik in een goed regenjasje (duur!), een lange fietsbroek (duur!) en degelijke handschoenen (duur!). Als je wil weten of lopen iets voor jou is, dan kan dat met een beperkte sportoutfit. Bij mountainbiken ligt dat veel moeilijker.

Na jaren intensief lopen kroop ik dus op de mountainbike. Mijn lichaam was daar erg tevreden mee: mijn duurhonger werd gestild zonder de impact van het lopen bij elke pas te moeten opvangen. Voor de marathon in Brussel liep ik voor mijn doen een bescheiden aantal kilometers, maar conditioneel stond ik er helemaal dankzij mijn duurtrainingen op de fiets. Dat neemt niet weg dat mijn lichaam ook wel een beetje begint tegen te sputteren door die combinatie lopen-fietsen en de vele trainingen die het moet ondergaan. Zo heb ik me laten vertellen dat een loper kortere spieren heeft in de billen en bovenbenen in vergelijking met een fietser. Dat voel ik dus. Het is binnenin nog wat zoeken naar een evenwicht. Dat neemt niet weg dat de mountainbike voor mij de ideale aanvulling is op mijn looptrainingen.

Voel ik me nu al mountainbiker of duatleet? Nee, niet bepaald. Ik voel me nog steeds een fietsende loper. Voel ik me nu op drie weken klaar voor de Hel? Nee, niet bepaald. Ik begeef me namelijk op onbekend terrein en vulde mijn trainingen in op goed gevoel. Uiteraard kreeg ik tips van mijn broer en papa. ’s Ochtends op nuchtere maag lopen bijvoorbeeld om te wennen aan lopen met een lege tank en zware benen. De omvang van deze uitdaging is echter zo groot dat ik nooit het idee zal hebben dat ik voldoende heb getraind. Om het in zakelijke termen uit te drukken: lopen blijft mijn core business waar ik me helemaal thuis voel. Ik mis mijn duurlopen langs de Vaart. Ik mis mijn vaste looprondjes in het bos. Van tapering is voorlopig dus nog geen sprake. De komende week wordt er nog eentje van hard trainingslabeur. Wie weet voel ik me over een week wel in topvorm?