Het boek – Waarom je eens Murakami moet lezen

Ik leerde Haruki Murakami kennen in het najaar van 2007. Zijn boek Norwegian Wood (1987) was een stevige binnenkomer. Toru Watanabe groeit op in een turbulent Tokio waar hij niet gespaard blijft van emotionele catastrofes. Het was een verhaal dat pijn deed in de diepte, net daarom vond ik het zo goed. Een jaar later kruiste Murakami weer mijn pad. Ik werkte in het boekenvak en had een collega die grote fan was. Ze raadde me Kafka op het strand (2002) aan. Dit was Murakami helemaal op dreef. Ik was diep onder de indruk. Wat die Japanner kon creëren in een roman, dat was ongezien! Er volgden meer Murakami’s en telkens bleef ik verbluft achter. Haruki was een blijvertje. Een schrijver die ik iedereen van harte zou aanbevelen, niet alleen omdat hij zo’n fervent afstandsloper is en daar prachtig over kan schrijven, maar ook omdat hij alles heeft om je de leeservaring van je leven te bezorgen.

  • De boeken van Murakami zijn uniek, maar bereiken toch een breed publiek. Hij is kortom een prachtig voorbeeld van een auteur die begrijpelijk kan schrijven, terwijl hij bulkt van de eigenheid. Wat hij schrijft is zonder twijfel literair te noemen (zijn naam circuleert telkens als kanshebber voor de Nobelprijs), zonder ook maar een greintje elitair te zijn. Over bescheidenheid gesproken: in Romanschrijver van beroep (2015) reflecteert Murakami op zijn schrijverschap. Ik beschouw mezelf zeker niet als bijzonder begaafd. Ik heb ook nooit gedacht dat ik over een speciaal talent beschik.
  • Zijn werk is een ode aan de verbeelding en de fantasie. Hij creëert een eigen universum waarin je volledig geabsorbeerd wordt. Elementen die terugkeren zijn de wondere wereld van katten, bijzondere cafés waar jazz gedraaid wordt en bijzondere thee geschonken (Murakami baatte zelf jarenlang een jazzbar uit) en verwijzingen naar muziek van The Beatles (check Norwegian Wood maar eens). Murakami’s magisch realisme is bovendien doorspekt met humor. De setting is telkens het alledaagse leven waarin personages zelf ook niet helemaal vatten wat hen precies overkomt. Neem nu zijn jongste roman De stad en zijn onvaste muren (2024): de genoemde – onbestaande – stad is net zoals zijn muren fluïde, maar als Murakami je bij de hand neemt, wordt de stad door je verbeelding tot leven gewekt.
  • Een verhaal van Murakami geeft door die magische draai een andere kijk op onze realiteit. Waarom zijn werk niet tot het fantasy-genre behoort, heeft net te maken met de situering in de alledaagse wereld zoals wij (de Japanner) die kent. Zijn boeken zijn bij uitstek een weerspiegeling van onze maatschappij met alle relevante thema’s die daarbij horen. De dunne lijn met een droomwereld of een parallel universum is juist een middel om personages menselijke psychologische diepgang te geven en hen te laten voelen. Onvergetelijk vind ik het verhaal van de schaduw die als een levende gedaante van zijn mens gescheiden wordt in Hard-boiled wonderland en het einde van de wereld (1985).
  • Hij is de meester van de suspens. Zijn verhalen denderen aan een rotvaart voorbij met een spanningsboog die zich niet laat voorspellen. Murakami maakt dan ook handig gebruik van klassieke trucjes zoals cliffhangers en plot twists, maar hij kan die op zo’n knotsgekke manier laten draaien dat je geen idee hebt welke kant je op zal botsen. Net zoals de evenwichtsoefening tussen alledaags en magisch weet hij hier ook voldoende rustmomenten in te bouwen, zodat je als lezer wel de kans hebt om op adem te komen.
  • Murakami lezen is de puurste vorm van escapisme, maar het kan wel degelijke ernstige gevolgen hebben voor je ware leven. Hier volgt dan ook een stevige leeswaarschuwing: Murakami lezen kan je leven drastisch veranderen. In augustus 2023 begonnen Hans en ik, semi los van elkaar, 1q84 te lezen. Een adembenemende vuistdikke trilogie die onze levens met elkaar deed verstrengelen. 1q84 is ons verhaal. Hoe dat zo kon gebeuren? Dat lezen jullie donderdag!

Het boek – Twee zomerse lijstjes

Geen zomer zonder boeken en geen boeken zonder zomer. Na onze ultra exploten is het tijd om wat meer met de beentjes omhoog te liggen. Om met een koffietje in de zon te zitten. Of met een glas wijn in de hand en de voetjes in het zand. Wij trekken er kortom op uit. Dat doen we niet zonder onze shortlist voor de zomer te delen. Zeer goed gewikt en gewogen. Van alles wat en ook voor wat als. Er is trouwens een reden waarom we allebei dezelfde Murakami meenemen. Later meer!

Zomerleeslijst van Joke
Kernwoorden: genoeg lijvigheid, oud en nieuw, veel streepjes Italië, de betere familiekroniek, sfeer op de berg, er mag drama zijn
Lessons van Ian McEwan
De kwetsbare tijd van Donatella Di Pietrantonio
Leugens en tovenarij van Elsa Morante
De Schönwalds van Philipp Oehmke
Gedeelde stilte van Lalla Romano
Zwarte september van Sandro Veronesi
Hard-boiled wonderland en het einde van de wereld van Haruki Murakami
Kairos van Jenny Erpenbeck
Summer van Ali Smith
De stad en zijn onvaste muren van Haruki Murakami
Kijk ons dansen van Leïla Slimani
Als een steen in de stroom
van Mauro Corona
Intermezzo van Sally Rooney

Zomerleeslijst van Hans
Kernwoorden: dichtbij en ver weg, graag wat dikte, vertrouwd en op ontdekking
De herinnerde soldaat van Annet Daanje
Kwade dagen van Rob van Essen
De menselijke smet van Philip Roth
De stad en zijn onvaste muren van Haruki Murakami
Het volgende station van Hiro Arikawa
Het lichaam van Clara van Jan Siebelink



Het boek – Een stukje vervlogen tienertijd

Aidan Chambers is niet meer. De Britse jeugdauteur overleed op 11 mei. Wellicht geen naam die klinkt als een klok of misschien doet ie maar een klein belletje rinkelen. Daarom een spoedcursus Aidan Chambers in 5 trefwoorden: Je moet dansen op mijn graf – leesbevordering – opgroeipijnen – Bart Moeyaert – Dance-cyclus.

Ergens aan het begin van de nillies las ik als 16-jarige Je moet dansen op mijn graf omdat het één van de favoriete en allesbepalende boeken van mijn grote held Bart Moeyaert was. Ik werd diep geraakt. Dit verhaal was zo anders dan de andere jeugdboeken die ik las. De personages waren echter en ook hun worstelingen voelden dichterbij. Zo mogelijk nog meer omver geblazen was ik van De tolbrug. Een prachtig boek over de pijn die opgroeien heet en de drijvende motor die vriendschap is. Ik wist niet dat boeken mij op die manier konden beroeren.

Toen ik veel later als leerkracht Nederlands voor de klas stond, was Aidan Chambers vaste prik op mijn leeslijst. Vrije keuze weliswaar, want dat is één van de dingen waar hij zelf op hamerde als stem in het debat rond leesbevordering: het leesplezier moet zegevieren bij jongeren. Laat ze zelf ontdekken wat hen ligt en wat niet. Er zijn wel wat paralellen tussen het werk van Aidan Chambers en Bart Moeyaert. Dat ze verschillende generaties vertolken is dan ook amper te merken. De jonge Bart mocht ooit de grote Aidan interviewen en daar werd het zaadje geplant voor een hechte vriendschapsband. Aidan Chambers was geen veelschrijver. Zijn Dance-cyclus bestaat uit 6 romans die niet op elkaar voortbouwen, maar elk een verhaal over opgroeien vertellen.

Ik kan het verhaal van De tolbrug niet meer reconstrueren. Ik kan me wel nog levendig herinneren hoe ik in dat boek verzonken was, hoe het me opzoog en in de ban hield. Op het eerste zicht had ik misschien niet heel veel raakvlakken met hoofdpersonage Jany, een 17-jarige jongen die bewust de eenzaamheid opzoekt door als tolheffer op een verlaten tolbrug te gaan werken. Duchtig op zoek naar zichzelf. Inmiddels ben ik dik twee leesdecennia verder. Vrijwillige isolatie, eenzaamheid en onbegrip zijn thema’s die me al vaak hebben geraakt in de literatuur. De 39-jarige Joke wilde dus plots heel erg graag een exemplaar van De tolbrug hebben, liefst de editie die ik destijds zelf in mijn tienerhanden hield. Na wat tweedehands speurwerk viel mijn exemplaar in de bus. En of het een blij weerzien was! Het boek verscheen in Nederlandse vertaling in 1993, maar voelt nog verrassend eigentijds aan. Ik zocht en vond een passage die ik destijds indrukwekkend mooi vond. Zo mooi dat ik ze overschreef en in mijn archief bewaarde:

Misschien is de fout dat we over dagen denken in termen van kloktijd, een vaste, mechanische eenheid, terwijl tijd dat misschien helemaal niet is. We pretenderen alleen graag dat het wel zo is, omdat we dan het gevoel hebben dat we de tijd kunnen beheersen. Terwijl er waarschijnlijk helemaal niets valt te beheersen. Wat we doen is verschillende soorten woorden door elkaar halen. Je kunt lengte meten. Je kunt de tijd niet echt goed meten. Hoe meet je het verleden of de toekomst? En het heden heeft helemaal geen lengte, dat is simpelweg Nu. Als we ‘nu’ proberen te meten, dan komen we tot de ontdekking dat het altijd voorbij is, deel geworden is van het verleden. Als we er geen meetwoorden voor zouden gebruiken, zouden we niet zo met onze handen in het haar zitten over wat Tijd is.

Eigenlijk is het heel dapper om jeugdauteur te zijn. In mijn gelezen tweedehands exemplaar van De tolbrug is hier en daar wat gekribbeld, zoals je kan verwachten als iets door tienerhanden is gegaan. Helaas bleek de leeservaring voor de tiener in kwestie niet bijster positief uit te draaien. Op het allerlaatste blad werd naast het paginanummer 256 onverbiddelijk geschreven: Waren er 256 te veel. Au. Ik denk (en mogelijk is dat ijdele hoop, maar je moet altijd geloven in de jeugd) dat deze tiener heel stiekem toch nog eens zal terugdenken aan die 256 pagina’s. Vooral omdat de laatste zin zo ongelooflijk mooi en veelzeggend is: “Ik denk het wel. Jij hebt ook een verhaal te vertellen. Net als iedereen.”

Het boek – 5x anders dan anders

Er zijn heus dagen dat ik niet lees en – gelukkig – heb ik dan niet meteen het gevoel dat ik niet geleefd heb. Om een leven als actieve lezer te leiden probeer ik een evenwicht te vinden tussen lezen als activiteit inplannen en mijn boekkeuze af te stemmen op de mentale ruimte die op dat moment beschikbaar is. Ik zet liefst mijn tanden in een dik boek als ik weet dat ik tijd heb om te lezen. Als ik in een dipje zit, laat ik een inspannende leeservaring liever links liggen. Het mooie is dat als je quasi dagelijks leest je je door een nieuwe boekkeuze altijd laat leiden door het voorgaande dat je las. Juist door iets heel anders te willen of net meer van hetzelfde. Aangezien wij twee lezers onder één dak zijn, zijn we zowel elkaars literair klankbord als eerstelijns leesadvies. De afgelopen tijd las ik behoorlijk wat boeken die net dat tikkeltje anders zijn (toeval bestaat natuurlijk niet). Verhalen die in hun aanpak of concept een andere richting kiezen dan een klassieke roman en daarbovenop ook een aparte titel hebben. Jullie krijgen van mij 5 boekentips: stuk voor stuk leesbaar, niet te dik en een keertje anders dan anders.

Nadat ik in het najaar helemaal ondersteboven was van De walvissen van Glasgow kon ik niet wachten om een tweede boek van Rune Christiansen te lezen: De eenzaamheid in het leven van Lydia Erneman. Christiansen is een Noor en die weten wel raad met de grote thema’s des levens, net zoals met alles wat donker en duister is. Laat dit boek nu net bijzonder hoopvol en licht zijn. Lydia Erneman haalt voldoening uit haar werk als dierenarts, haar leven is geen opeenstapeling van pech en rampspoed. De eenzaamheid die zij ervaart is er één van de subtiele soort die niet per se een obstakel vormt om gelukkig te kunnen zijn. Christiansens stijl is sober, maar rijk. Hij zou geen echte Noor zijn, mocht er niet ook een rol voor de natuur weggelegd zijn.

Ik ga naar de schapen van Marieke De Maré (eentje van Club 85!) vind je vaker terug als boekentip in allerhande lijstjes. Het was Hans die zei dat ik dit moest lezen. Terecht. Ik ga naar de schapen blinkt uit in eenvoud. Zowel in de opzet als de taal vind je letterlijk en figuurlijk veel witregels. Elk woord is raak. Ongekreukt geluk. Het verhaal van Andrej, Rocco, Tove en Simone laat zich moeilijk samenvatten omdat het balanceert op de grens tussen zwijgen en spreken. Naar de schapen gaan, naar hen kijken en met hen praten biedt vaak soelaas. Een stukje troost in de schapenstal. En ja hoor, dit boek gaat wel degelijk ergens over. Bovendien is het ook nog eens heel grappig.

Zwijgen in de schapenstal is iets anders dan zwijgen op eender welke andere plek. Daar zijn ze allen op een uiteenlopend moment in het leven achter gekomen. – Marieke De Maré

Begin maart publiceerde De Standaard een overzicht van De 50 beste Nederlandstalige boeken van de 21e eeuw. Ik ga heel goed op dit soort lijstjes. Gewoon heerlijk ouderwets boeken quoteren en rangschikken. Het resultaat is een gezonde mix van voornamelijk fictie met non-fictie die met vlag en wimpel slaagt voor de diversiteitstest. Wat ik nog niet las, wil ik graag dit jaar gelezen hebben. Daarom kocht ik de nummer 41: Het tegenovergestelde van een mens van Lieke Marsman. Een boek waar het woord ideeënroman voor bedacht is. Een echt, maar wel fictief verhaal dat zoveel mooie en waardevolle inzichten bevat over de uitdagingen die de hedendaagse tijd typeren. Een mens die op zoek is naar zichzelf met de klimaatverandering op de achtergrond.

Iedereen loopt maar weg met de zee tegenwoordig. Nou, als ze hem maar niet naar de bergen brengen. Hier in de bergen kunnen wij zo’n zee helemaal niet gebruiken. – Lieke Marsman

Een goede boekenwinkel brengt je bij de boeken die je écht goed vindt en waarvan je niet wist dat ze bestonden. Zo stuitte ik bij Paard van Troje in Gent op De buitengewoon geslaagde opvoeding van Frida Wolf van de Nederlandse Maria Kager. Een debuutroman zo waar, die vorig jaar De Bronzen Uil in ontvangst mocht nemen. Prijswinnaars zijn niet altijd even leesbaar, deze topper is dat wel. Fris en speels zijn adjectieven die vaak terugkeren in de lovende recensies. Volledig terecht. Tragikomisch zeker ook. Het is een boek waar je hardop mee kan lachen. Frida Wolf groeit op naast de gevangenis als dochter van de gevangenisdirecteur. Mij heb je dan meteen mee. Je kan het kind uit de gevangenis halen, maar hoe haal je de gevangenis uit het kind?

Een beetje Bart Moeyaert was ons eerste gevoel bij Wachtruimte in de Atlantische Oceaan van Mona Høvring. Dit boek is een prachtig voorbeeld van het verhalend vermogen dat dichters kunnen hebben. Hoofdpersonage Olivia is eigenzinnig en introvert. Ze is een vrouw die op zoek is naar nabijheid zonder zichzelf te verliezen in de ander. Als ze Bé ontmoet verandert er heel veel. Er zijn wel wat parallellen tussen Mona Høvring en Rune Christiansen: het zijn generatiegenoten en Noren. Waar ze allebei meesterlijk in slagen is om het complexe en gelaagde op een eenvoudige manier weer te geven. Precies dat waar ook poëzie om draait. En een beetje Bart Moeyaert, dat kan de wereld redden zoals we allemaal weten.

Het moment – Hoe gaat het met Roos?

Op vrijdag 28 maart 2025 ergens laat op de avond kwam Marilou ter wereld. Een prachtige naam voor de nu al fantastische dochter van Roos en Niko. Een nichtje erbij dus in de familie. Reden tot feest! Net zo bijzonder is het dat mijn zussen en broer nu allemaal een ouderrol op zich nemen. En zoals dat gaat met Roos: ook dit is een rol die ze in alle authenticiteit invult. Eerlijk en recht-door-zee, vanuit de buik en met een positieve blik. Nu vind ik Marilou natuurlijk al helemaal geweldig gewoon omwille van het feit dat ze Roos en Niko als ouders heeft. Maar – geloof het of niet – Marilou lijkt op mij! Verschillende bronnen hebben dat onafhankelijk van elkaar vastgesteld. Ernstige denkrimpel en altijd in voor een overpeinzing: check! Gevoel voor drama en mogelijk wat overprikkeling: jawel! Het kan dan ook geen toeval zijn dat ze op een vrijdag ergens laat op de avond geboren werd. Tijd om wat vragen op Roos af te vuren.

Hoe bevalt het moederschap je?
Heel goed, al waren de eerste weken best overrompelend. Je weet uiteindelijk niet echt wat je te wachten staat tot het zover is. Ondanks dat Marilou 9 maanden in mijn buik zat, moet je elkaar echt leren kennen. Gelukkig was Niko er en konden we samen zoeken. 

Wat is Marilou voor een mensje?
Marilou kan een pittige dame zijn, ze maakte zelfs indruk op de vroedvrouwen in het ziekenhuis. Haar favoriete activiteit is luisteren naar wat je te vertellen hebt, nog liever heeft ze liedjes. Zodus hebben Niko en ik al verschillende songs bedacht voor haar. Dan kan ze hard lachen en soms ‘praat’ ze al een beetje terug. 

Mis je het lopen een beetje of heel erg?
Heel erg, zonder twijfel. 
Ik heb nog kunnen lopen tot week 34 in de zwangerschap en toen kreeg ik te veel last van mijn rug. Dat is op zich nog niet zolang geleden, maar toch lijkt het al een eeuw geleden dat ik liep. Er wordt zoveel gezegd over wat het moederschap met je doet en dat het je zo kan veranderen, dat ik soms vreesde dat lopen me misschien niks meer zou zeggen, dat ik er geen nood meer aan zou hebben, maar het tegendeel is waar. Ik snak ernaar om terug te kunnen lopen, die hartslag eens goed de hoogte in te jagen. Dat gevoel kan je niet evenaren met een wandeling, fietstocht of zwemmen. Om optimaal te herstellen mag ik van de kine nog even niet lopen. Ik mag wel al terug skeeleren. Terug kunnen sporten doet heel veel deugd. 

Heb je al sportieve plannen voor het najaar?
Nog niet. Het is ook moeilijk plannen omdat ik niet goed kan inschatten hoe snel ik het allemaal kan opbouwen. Ik heb van mezelf geleerd dat ik vooral loop omdat ik het zo leuk vind en niet altijd met een hoger doel. Tegenwoordig hoor ik iedereen maar doelen stellen en trainingsschema’s afhaspelen, maar het plezier van het lopen op zich is toch het belangrijkste.   

Waar kijk je de komende tijd naar uit?
Er staan nog heel veel leuke dingen gepland, minder sportief maar wel even plezierig: een trouw van goede vrienden, Rock Werchter 2025 en vooral veel avonturen met Marilou. 

Uit goede bron hebben we vernomen dat je een boek herlezen hebt. Verklaar u nader!
Met een kleine baby breng je meer tijd door in de zetel. Naast dat ik zowat alle huis- en verbouwprogramma’s kijk, ben ik ook terug een beetje beginnen lezen. De verwarde cavia, is een perfect boek om te lezen met een vermoeid hoofd: kleine hoofdstukjes, luchtig en vooral heel erg grappig. Ik ben nu aan het tweede boek bezig, De verwarde cavia terug op kantoor. Ook heel goed!

Bedankt, Roos, voor deze update en tot heel snel weer!

Gelukkige Gedichtendag!

De laatste donderdag van januari is de dag dat de poëzie het voor het zeggen heeft. Poëzieweek 2025 is nu officieel begonnen. Het is op dit soort momenten dat ik mijn klas mis. Aftellen naar Gedichtendag en er zoveel trammelant over verkopen dat zelfs de oogjes van de meest ongeïnteresseerde van de klas gaan twinkelen op die bewuste donderdag. Charlotte Van den Broeck kreeg de eer om het Poëziegeschenk te schrijven. Het thema is dit jaar lijfelijkheid. Een goed woord, een sterk woord ook, want lijf klinkt zoveel beter dan lichaam. Daar moeten jongeren toch één en ander over te zeggen hebben (of om die reden juist niet). Voor mij is het dus een Gedichtendag met stille trompet en een beetje mineur.

Bij gebrek aan leerlingen keer ik voor de gelegenheid terug naar mijn eigen puberteit. Omgeven door boeken van de bibliotheek en het ene na het andere creatieve project dat zich in mijn kamer ontspon. Lekker teruggetrokken in mijn eigen hoofd. Dromen en denken. Eens een brief schrijven aan Bart Moeyaert. Stilletjes bladeren door mijn favoriete dichtbundel Met gekleurde billen zou het gelukkiger leven zijn van Jan Van Coillie. Een bundel troost in emotioneel intense jaren. Het kon geen toeval zijn dat ik het boek vorig jaar in de kringwinkel vond en zo weer een kring uit mijn leven rond kon maken. De bundel bevat ook een gedicht dat ik uit mijn hoofd kan opzeggen. Eentje van Bart Moeyaert. Zonder enige twijfel het mooiste gedicht over de geborgenheid van samen in bed liggen.

Siberië

Geef me je jas
van bont van teddyberen.
Leg je arm om me heen
en al je winterkleren.
Zoen me
tot ik warm word.
Zoen me
tot ik spin.
Trek je eigen huid dan uit,
stop mij eronder in.
Sus me met je hartslag:
wij ons wij ons wij ons.
Maak van dit veel te grote bed
een heel klein fort van dons.

Kruip maar op tijd onder de wol vanavond en maak het knus. Cheers op de poëzie!

De 60 boeken van Hans in 2024

Als 2024 al een topjaar was op loopgebied, dan was het dat zeker ook op leesvlak. Maar liefst 60 boeken heb ik verslonden; dikke en dunne, grappige en ontroerende, oude en nieuwe… En dankzij Joke als mijn ervaren leesgids waren het stuk voor stuk boeken die absoluut het lezen waard waren. Ik ontdekte ook de kringwinkel als onuitputtelijke bron van boeken voor een spotprijs zodat ik inmiddels een respectabele voorraad leesvoer gehamsterd heb. Heerlijk toch om zoveel keuze te hebben bij het zoeken naar een volgend boek om lekker mee in de zetel te kruipen.

In navolging van Joke ben ik ook begonnen alle boeken die ik gelezen heb te noteren in een schriftje, vergezeld van een score. Maar liefst 10 boeken kregen het voorbije jaar de allerhoogste score 1+. Deze score is enkel voorbehouden voor de echt goede boeken die me bovendien op een of andere manier emotioneel weten te te raken.

Het is onbegonnen werk om over elk van die 60 boeken iets te vertellen, hoewel ze het stuk voor stuk waard zijn om vermeld te worden. Daarom ga ik proberen enkele dwarsdoorsneden van mijn leeservaringen met jullie te delen.

Hattricks: van elf schrijvers las ik meer dan één boek. Uitschieter is Jens Christian Grøndahl met zeven boeken, gevolgd door Ilja Leonard Pfeijffer met vier boeken. Drie boeken: Arnon Grunberg, Tommy Wieringa, Ian McEwan, Solvej Balle en Bart Moeyaert. Twee boeken: Joost Zwagerman, Rob van Essen, Mona Høvring en Paolo Cognetti.

Topscorer: Grøndahl was met voorsprong mijn favoriete schrijver. Van de 7 boeken die ik van hem las kregen er 3 de hoogste score. Hij is de schrijver bij uitstek die me weet te raken door de treffende manier waarop hij beschrijft hoe zijn personages worstelen met en in het leven, hoe ze omgaan met geluk en teleurstellingen, hoe ze de liefde beleven, hoe ze omgaan met de pijn die ze zichzelf en anderen soms gewild, soms ongewild aandoen. De kracht van zijn romans zit denk ik in de grote herkenbaarheid. Ik durf Grøndahl dan ook mijn lievelingsschrijver van het moment te noemen.

Gouden schoen: ik las drie boeken van Nobelprijswinnaars; Han Kang (De vegetariër), Jon Fosse (Ochtend en avond) en Gabriel Garcia Márquez (Honderd jaar eenzaamheid). Honderd jaar eenzaamheid begon ik enkele jaren geleden al eens te lezen, maar ik legde het halverwege aan de kant. Deze keer zette ik door en las deze pil helemaal uit. De vegetariër van Han Kan was het enige boek van deze drie dat de hoogste score kreeg en was toch ook echt een van de beste boeken die ik in 2024 gelezen heb, wat mij betreft dus zeker een terechte Nobelprijswinnaar. Al zijn Joke en ik ervan overtuigd dat ook Murakami zonder twijfel in dit rijtje thuishoort.

Plaatjes: ik las vooral fictie, van de 60 boeken waren er slechts twee non-fictie. Verder las ik ook een prachtig stripverhaal, Op een zee van leugens, over het leven van Anaïs Nin, dat me er op zijn beurt weer toe aanzette om Kreeftskeerkring van Henry Miller te lezen. Het is altijd fijn als er iets is dat op een of andere manier een aanleiding vormt om een bepaald boek te lezen. Dat kan een ander boek zijn, maar het kan evengoed iets anders zijn. Zo heb ik Woeste hoogten gelezen omdat het nummer Wuthering Heights van Kate Bush me erg intrigeerde.

Legendes: de volgende klassiekers passeerden de revue. Stoner (John Williams), Woeste hoogten (Emily Brontë), Honderd jaar eenzaamheid (Gabriel Garcia Márquez), Kreeftskeerkring (Henry Miller), Gloed (Sándor Márai), De maan en het vuur (Cesare Pavese). Allemaal decennia geleden geschreven maar allesbehalve gedateerd. De thema’s die in deze boeken op meesterlijke wijze aan bod komen zijn zodanig universeel en tijdloos dat ze ook nu nog brandend actueel zijn.

Tot slot, welke boeken wil ik jullie met stip aanraden? Oftewel, welke “1+” boeken hebben mij van m’n sokken geblazen, hopend dat ze met jullie hetzelfde zullen doen?

  • De melkweg – Bart Moeyaert
  • Lessen – Ian McEwan
  • De vegetariër – Han Kang
  • Stoner – John Williams
  • Portret van een man – Jens Christian Grøndahl

De gedachte – Over de zomer van 2024

Mag er nog een streepje zomer zijn tussen het herfstgevoel dat september domineert? Graag! Tijd voor een korte terugblik op de zomer van 2024, die toch wel wat anders dan anders was. Het was een mooie zomer. Met anders is helemaal niks verkeerd. Dit is wat me ervan zal bijblijven.

Ik zweette minder. Het weer was wat milder. Soms ronduit slecht, soms ook heerlijke zomertemperaturen zoals je die alleen in films ziet. Ik hou van de verschillende seizoenen en daarom ook aan de variatie in zomerdagen. Mij hoor je in ieder geval niet klagen als het eens wat wisselvalliger is. Niks zo goed tegen een zweetaanval als een verfrissend windje.

Ik ging naar Den Haag met Hans. Twee weken mochten we vakantie vieren in mijn – inmiddels onze – favoriete Nederlandse stad. En of dat goed was! We sleepten stapels boeken mee en lazen heel wat bij elkaar. We kochten nog wat extra boeken. We dronken koffie en wijntjes. We babbelden en lachten veel. We maakten wandelingen over het strand. We kregen gezelschap van Roos & Niko en gingen zwemmen in zee. Wat een leven!

TOKD9676

Ik liep in juli wat minder. Hoewel ik verbazingwekkend vlot de trap op en af kon na de Chouffe trail, voelde ik toch dat het tijd was om eens wat meer relatieve looprust in te lassen. Even dus niet meer trainen met een bepaald doel voor ogen, maar gewoon lekker gaan lopen. Al was het vooral “gewoon gaan lopen”. Het liep niet bepaald vlotjes in juli. Waarover later meer.

Ik ontdekte enkele literaire parels. Mijn leestrein maakte vaart in juli. Tijdens ons verblijf in Den Haag dook ik weer eens in de Italiaanse literatuur. Een absoluut hoogtepunt was Ballade van het bos van Maddalena Vaglio Tanet, een ontroerend verhaal over eenzaamheid en verbinding, een donker verhaal ook dat zich afspeelt in een bos, maar op de één of andere manier toch licht blijft. Net zo raak vond ik Mijn zusje en de zee van Donatella Di Pietrantonio, een boek over de onvoorwaardelijke zussenliefde en de zee: hoeveel mooier kan het zijn?

IMG_4642b

Ik was aan het werk. Bij Vedette Sport in Lier dus, waar ik heel veel leerde over loopschoenen. Ik kwam ook vrijwel meteen tot de vaststelling dat er nog ontzettend veel te leren valt en dat ik aan Stefanie en Geert twee heel waardevolle collega’s heb. Ik was (en ben nog steeds) zo in de ban van mijn nieuwe vakgebied dat ik vaak droom over een bepaald type schoen. Dat kan de Bondi van Hoka zijn, maar net zo goed de Guide van Saucony. Wordt vervolgd.

Ik leerde Lier kennen. Best wel een flinke stad met een echte winkelstraat en chique boutiques, zij aan zij met behoorlijk wat leegstand. De Zimmertoren bleek eerder klein te zijn, de Markt was dan weer groot. Tijdens mijn middagpauze zat ik al eens op een terrasje en werd ik fan van Feliks en Cabane, koffiebars waar je echt premium flat whites kan drinken. Een andere ontdekking was de inspirerende kunstenaarswinkel De Grote Kat.

Ik besefte dat niks zo heerlijk is als met de fiets gaan werken. Ik maakte amper kilometers op de fiets en wat vervloekte ik op den duur mijn autoritten van en naar Lier. Fileleed, een ongezien angstaanjagend onweer en een sterretje in mijn voorruit: een mens zou voor minder met tegenzin in de auto stappen. Fiets op en naar het werk, niets zo eenvoudig en ontspannend.

Ik ging naar Suikerrock. Samen met Hans, ons eerste festival. Al beschouwden we het eerder als een openlucht concert. Na het optreden van Joost was ik lichtjes overprikkeld, maar konden we gelukkig weer opgelucht ademhalen toen bleek dat Tienen niet bepaald storm liep voor onze hoofdact: Froukje. Op het Bietenplein maakte ze er een heel intiem, maar toch uitbundig feestje van. En zo werden wij nog grotere Froukje-fans dan we al waren.

Ik maakte uitstapjes. Met de zusjes trok ik naar Antwerpen voor de derde editie van het zussenweekend. 36 uur zusterlijk gezelschap, veel bijpraten, koffietjes drinken en vintage shoppen. Heerlijk herbronnen dus. Met de familie trokken we naar La Roche voor de Trail des Fantômes, een gezellig samenzijn in een typisch Ardens huis. Ondanks de onbetrouwbare wifi probeerden we de Olympische Spelen te volgen en hadden we een interessant gesprek over roddelen. Conclusie: bij roddels is het cruciaal dat de persoon in kwestie ze niet hoort. Onthoud dat!

IMG_4544b

Een verjaardagsbrief voor Bart Moeyaert

Beste Bart

Ik hoop dat ik gewoon Bart mag zeggen. En ook gewoon jij. Dat deed ik ook toen ik je in maart 2000 een brief schreef. 14 jaar was ik. Een heel grote (naar mijn gevoel de grootste) Bart Moeyaert fan die teleurgesteld was omdat je naast de Gouden Uil greep. Een grote literaire bekroning die alleen jij verdiende. Ik schreef een brief om je op te beuren. Ik dacht namelijk dat je verdrietig zou zijn en ik wilde je laten weten dat je op mijn steun als lezer altijd zou kunnen rekenen. Ik was een fan die haar taak ernstig nam. Ik wist dus dat jij jarig bent op 9 juni. Vandaag schrijf ik om je te feliciteren. Jij wordt op deze zonnige dag namelijk 60 jaar, een feestje waard en een moment om even stil te staan bij 25 jaar Bart Moeyaert in mijn leven.

Ik was dus 14 jaar toen ik voor het eerst een boek van jou in handen kreeg. Als boekenmeisje ging ik meermaals naar de bibliotheek in Herent waar een medewerker zo vriendelijk was om me wat leestips te geven. Ze duwde me jouw Mansoor of hoe we Stina bijna doodkregen in handen. De titel alleen al verklapte dat dit boek anders zou zijn dan de paardenboeken en sentimenteel dramatische verhalen waar ik aan verslingerd was, maar ook een beetje op uitgekeken. Het verhaal van Nisse en Stina nam mij meteen stevig in z’n greep. Dit was écht iets heel anders. Een nieuwe fascinatie was geboren. Ik wilde meteen andere boeken van je lezen en het was officieel: mijn lievelingsschrijver was Bart Moeyaert.

In 1999 kwam Het is de liefde die we niet begrijpen uit. Een ontroerend mooi boek over graag zien. Een moeilijk boek ook wel. Ik las stukjes opnieuw en opnieuw en ik vroeg me soms af wat je bedoelde. Juist dat vond ik eigenlijk heel leuk. Ik las geen hapklare kost. In tegenstelling tot de andere boeken die ik las, bleven jouw verhalen nazinderen. Ik kon ze voelen tot in mijn kleine teen. Daarom deed het soms ook een beetje pijn om jouw boeken te lezen. Zoals Broere, waarin je vertelt hoe je opgroeide als jongste van 7 zonen. Net die fijngevoeligheid en dat stukje pijn vond ik zo mooi. Ik had grote voelsprieten en door me terug te trekken in mijn hoofd en boeken wilde ik het leven wat beter kunnen begrijpen. Jij hielp me daarbij.

Het was ook in 1999 dat ik voor het eerst een eigen boek van Bart Moeyaert kreeg, een gekoesterd exemplaar van Het is de liefde die we niet begrijpen. Ik liet het signeren op de Boekenbeurs. Een jaarlijkse traditie was geboren. Elk jaar in november (meestal de 1e) stond ik daar weer om de nieuwe Bart Moeyaert uit jouw handen te krijgen. Een bijzonder moment voor een fan natuurlijk. Al voelde ik nooit echt de behoefte om me te opzichtig als fan van het eerste uur op te stellen. Ik bleef een introvert boekenmeisje dat liever de connectie met haar lievelingsschrijver voelde dan dat ze die zou uitspreken. Je kwam steeds hartelijk over, een beetje nerveus soms en ik herinner me ook dat je meestal een donkerblauw overhemd droeg. Ik zag de signeerrij jaar na jaar groeien. Je kreeg het publiek en de waardering die je verdiende en daar werd ik blij van.

In 2019 kreeg je de Astrid Lindgren Memorial Award toegekend. Niemand kan er nog omheen: je behoort tot de crème de la crème van de literatuur. Je schrijft voor mensen, niet alleen maar voor de jeugd of voor jongeren. Je toonde aan dat het label jeugdliteratuur in wezen nietszeggend is. Ik ben al die jaren fan gebleven. Als mens, lezer en als leerkracht. Voor mijn leerlingen heb ik mijn liefde voor Bart Moeyaert nooit onder stoelen of banken gestoken. Het voelde dan ook als een pluim op mijn hoed toen je naar aanleiding van je ALMA in De Standaard verkondigde dat “Leerkrachten die zelf niet lezen geen goede leerkracht zijn”. Helemaal mee eens.

Ik heb nu ongeveer de leeftijd die jij had toen ik jouw fan werd. Ik heb mijn taak als boekenpromotor, leesliefhebber en Bart Moeyaert fan altijd heel ernstig genomen. Dat is het minste wat ik kan doen voor alles wat jij mij gegeven hebt en nog steeds voor mij betekent. Voor de kleine 14-jarige Joke van weleer en de grote 38-jarige Joke van nu. Op levenslang boekengeluk met Bart Moeyaert.

Ik wens je een fantastische verjaardag toe!

Liefs
Joke X

IMG_4263b

Het boek – De stem van het Noorden

In Noorwegen vieren ze vandaag hun nationale feestdag. De Dag van de Grondwet is een familiedag waarop de Noren ijsjes en hotdogs eten en zich hullen in de bunad, hun traditionele klederdracht, terwijl ze naar een wuivend koningspaar kijken. Of toch iets in die trant. In de liefde is het onmogelijk te zeggen hoe en wanneer de vonk overspringt of wanneer het echt begint te knetteren. Dat geldt ook voor mijn hart dat sneller gaat kloppen voor Noorse literatuur. Ik was echter nog nooit in Noorwegen en, eerlijk is eerlijk, ik weet niet of de Noorse literatuur veel toeristen naar het land zal trekken. Ik leerde dat Noren een innige band kunnen hebben met de vaak ondoorgrondelijke natuur en dat daar ook een verwoestende kracht van uit gaat. Een aanleg voor melancholie en donkere gedachten is hen niet vreemd en bovendien blijken hun personages vaak van het type met een serieuze hoek af te zijn. Een verstoorde relatie met het zonlicht in combinatie met isolement in het dagelijks leven zitten hier wellicht voor iets tussen. Op deze bijzondere feestdag vertel ik graag wat meer over mijn aanraders van die gekke, donkere bovenburen en neem ik jullie en passant mee op een trip langs de boekwinkels waar ik graag over de vloer kom.

Ik denk dat mijn initiële vlam voor de Noorse literatuur ging branden door Karl Ove Knausgård en diens veelbesproken zesdelige Mijn strijd-reeks. Een auteur die houdt van slow writing en met gemak 70 pagina’s aan een stuk kan vertellen over één namiddag waarop hij een vriend ging bezoeken: ik hou daarvan. Zonder meer verslavende literatuur en terecht alom bejubeld als je het mij vraagt. De liefde werd vervolgens bestendigd door Tarjei Vesaas. Zijn verborgen parels werden recent opgevist in Nederlandse vertaling. Zowel De vogels als Het ijspaleis lieten een onuitwisbare indruk na en zal ik een leven lang de hemel in prijzen. Matias Faldbakken gooide nog wat hout op het laaiende kampvuur met De Hills (lang leve het hotel-boek) en Wij zijn met vijf (knotsgekker worden boeken niet geschreven).

Vorig jaar begon ik mijn zomervakantie in Den Haag met Dagen in de geschiedenis van stilte van Merethe Lindstrøm, een leestip die ik in heel wat lijstjes tegenkwam. Het bleek absoluut een voltreffer om de vakantie mee op gang te schieten. Ik was zelf ook wel toe aan wat stilte. Lindstrøms roman is er vooral eentje waar je heel stil van wordt, het type boek waarbij je vaak moet slikken om de krop in je keel weg te krijgen. Voor het ruigere natuurwerk kon ik in het najaar dan weer terecht bij Roy Jacobsen en diens eiland-trilogie over de familie Barrøy die het zwaar te verduren krijgt op het gelijknamige eiland. Ik kocht het tweede deel Witte zee zeer toepasselijk bij boekhandel Corman in Oostende op een moment dat het hard waaide in november.

Dat najaar werd de Nobelprijs voor Literatuur toegekend aan Jon Fosse. Een Noor die een rijk oeuvre van zowel romans als theaterstukken bij elkaar schreef. Zijn novelle Een schitterend wit kocht ik bij Plato in Tienen en was het eerste boek dat ik in 2024 las. Later zou blijken dat dit de officieuze start was van mijn Noorse leesfase. Er gaat een aantrekkingskracht uit van een Nobelprijswinnaar, al zijn de laureaten van de afgelopen decennia soms ook zo literair dat ze quasi onleesbaar zijn. Een schitterend wit behoort zeker niet tot die categorie, al wist ik ook niet echt wat ik er dan wel van moest vinden. Een man rijdt zich vast in de sneeuw, loopt doelloos het bos in en weet het dan ook zelf niet meer. Boeiend en eens iets helemaal anders, dat wel. Bij Plato kocht ik ook Voordat ik brand van Gaute Heivoll. Hij vertelt het waargebeurde verhaal van het kustdorp Finsland dat in de ban is van een pyromaan. Zei ik al dat de Noren het graag donker hebben? Een verhaal dat mij deed denken aan Het boek Daniël van Chris De Stoop, eveneens een non-fictie verhaal dat een inkijk geeft in naargeestige hoeken van de mens en hoe het soms stevig misloopt.

IMG_4169b

Op een wat luchtiger elan leek ik verder te gaan met Kjersti Anfinnsens Momenten voor de eeuwigheid dat ik ontdekte bij BARBÓÉK in Leuven. Een oude Noorse vrouw overpeinst in Parijs haar leven, wikt en weegt de keuzes die ze gemaakt heeft om vast te stellen dat haar leven nog niet geleefd is. Aanvankelijk voelde ik teleurstelling toen bleek dat de roman was opgebouwd uit korte dagboekfragmenten. Onterecht, want ik werd helemaal meegesleept in het levensverhaal van de norse Birgitte. Niks beter trouwens dan mensen die hun ogenschijnlijk saaie leven van naaldje tot draadje bespreken. Al helemaal als het ook grappig is. Net zo fascinerend vond ik het personage Albert die met zijn breiende vader in Hässelby woont. De roman Hässelby mag dan genoemd zijn naar een kleurloze Zweedse voorstad, hij is wel degelijk van de Noorse hand van Johan Harstad: de man die ons ook het lijvige en indrukwekkende Max, Mischa & het Tet-offensief bracht. Hässelby is net zo eigenzinnig als Naboekov in Sint-Truiden waar ik dit boek vond. Vergis je niet, de Noren kunnen met veel vaart vertellen.

Eigenheid en een zwierige stijl vond ik ook bij een oerklassieker van de Noorse literatuur: Honger van Knut Hamsun, Nobelprijswinnaar in 1920. Een jonge ambitieuze Noor wil schrijver worden, komt aan in Amerika en heeft vooral veel honger. Het autobiografische debuut van Hamsun voelt bijzonder fris aan voor een verhaal dat verscheen in 1890. Een boek dat duidelijk maakt hoe diepgeworteld een schrijversdroom kan zitten en welke opofferingen een mens bereid is daarvoor te maken. Ik werd bij De zondvloed in Mechelen gecomplimenteerd met mijn keuze voor Honger. Altijd fijn als de boekhandelaar zegt dat het goed is. Naar Hamsuns oeuvre wordt ook met de nodige egards gekeken in De halfbroer van Lars Saabye Christensen. In omvang een klepper van formaat die ook een moderne Proust wordt genoemd. Ik zag dat wel zitten. Zeker omdat ik het boek wist te vinden bij Colette in Den Haag. Als je eens echt wil snuisteren en struikelen over de boeken dan ben je bij dit antiquariaat aan het juiste adres. De eindeloos uitweidende vertelstijl vroeg soms wat inspanning, maar ik kon me volledig overleveren aan de turbulente levenswandel van halfbroers Barnum en Fred. Soms is het gewoon fijn om rond te plot heen te drijven in plaats van krachtig vooruit gestuwd te worden. En zoals steeds weten de Noren dat humor levens- en leesreddend kan zijn.

Tot slot las ik Nacht, het vierde deel van Knausgårds reeks. Wederom Knausgård ten voeten uit: psychologisch diepgravend, overmatig drankgebruik en getroebleerde familiebanden. Wederom heb ik er intens van genoten. Inmiddels heb ik een nieuwe, minder geografische beperkte en ietwat zonnigere leesfase ingeluid. Geloof het of niet, maar soms bestaat er geen beter medicijn tegen het donker dan een portie Noorse leestragiek. Een welgemeende cheers op mijn Noorse literaire vrienden, dat licht en lucht toch op z’n minst vandaag hun deel mag zijn!

IMG_4161b