Het boek – Het wonderlijke verhaal van Gobi en Dion

Een competitieve ultraloper, een zwerfhondje en het desolate landschap van de Chinese Gobi woestijn: die drie ingrediënten vormen de basis van het onwaarschijnlijke avontuur dat de Australiër Dion Leonard overkwam. Overkwam ja, want toen Dion in juni 2016 streed voor de overwinning in de Gobi Desert Race wist hij niet dat de 250 kilometer die hij al lopend zou afleggen peanuts zouden zijn in vergelijking met de maandenlange strijd om een Chinees zwerfhondje terug te vinden en het in zijn thuisbasis Edinburgh te krijgen. Uiteindelijk is de gezinsuitbreiding een feit ruim een half jaar nadat Gobi (zoals het hondje logischerwijze wordt gedoopt) haar uitverkoren baasje meer dan 100 kilometer volgde door de woestijn. Hét ultieme bewijs dat sprookjes bestaan. The amazing true story is inmiddels een bestseller in boekvorm getiteld Finding Gobi (2017). Gobi gaat zelfs naar Hollywood. Figuurlijk dan, want ook de filmrechten werden verkocht. Het verhaal van Gobi en Dion is buitengewoon en laat niemand onberoerd.

Ik vertelde al eens hoe ik vroeger smulde van dramatische dierenverhalen met goede afloop. Als loper en dierenvriend is dit boek mij op het lijf geschreven. Bovendien was ik ook geprikkeld door het verhaal van zo’n ultrarace. Met ultra worden alle afstanden aangeduid die langer dan een marathon zijn. Wat drijft die mensen in godsnaam om in zes dagen tijd 250 kilometer af te leggen door de woestijn, weg van alles en iedereen? Het antwoord van Dion is niet omdat ik zo graag loop. Integendeel: hij zegt onomwonden dat hij niet van lopen houdt. Wat hem drijft is de competitie: de race winnen dus. Dion begint op latere leeftijd te lopen in navolging van zijn vrouw Lucja, inmiddels eveneens een ervaren ultraloper. Het is voor hem een uitgelezen kans om komaf te maken met zijn overgewicht. Hij bouwt veel te snel op naar een halve marathon nadat hij een weddenschap afsluit met een vriend die hij met vijf minuten wil verslaan. Dat lukt: Dion finisht in 1:34. De wedstrijdloper is geboren.

Bij ultraraces van dit kaliber leggen de lopers dagelijks één à twee marathons af door zand, over rotsen, zonder bewegwijzering en onder een loden zon. Overnachten gebeurt in een tentenkamp. De lopers voorzien zelf hun voedsel en dragen dat ook mee tijdens de race. Een douche nemen is geen optie. Onderweg zijn er enkele bevoorradingsposten met water, beperkt uiteraard. Bikkelharde omstandigheden waar ultralopers zo’n 4000 dollar voor neertellen. Dion is echter niet aan zijn proefstuk toe. Hij vertrekt in juni 2016 naar China met als doel de Gobi Desert Race te winnen. Na afloop van de eerste racedag snuffelt er een hondje rond in het tentenkamp. Ze charmeert de lopers die wat van hun schaarse voedsel met haar delen. Dion blijft uit haar buurt voor het besmettingsgevaar. Zijn verwondering is dan ook groot als het dappere hondje bij de start van de tweede etappe aan zijn voeten staat en met hem begint mee te lopen. Ze houdt vol en volgt zijn stevige tred. Dion waardeert het gezelschap van het gek ogende hondje. Ze biedt hem de nodige afleiding. Hij gaat uiteindelijk overstag en deelt water met haar. Zijn compagnon wordt Gobi gedoopt. Samen overschrijden ze de finishlijn van de tweede etappe.

Die avond slaapt Gobi opgekruld tegen hem aan. Ook tijdens de derde etappe volgt ze Dion. Als hij haar oppakt bij een gevaarlijke wateroversteek beseft hij dat ze bij hem hoort. Na dag drie heeft Gobi 77 mijl met Dion meegelopen zonder dat ze overdag eten kreeg. Een straffe prestatie voor een hondje dat ongeveer 8 kilo weegt. Dion beslist om haar de volgende dagen bij de organisatie te laten zodat ze wat kan uitrusten, ook al mist hij haar gezelschap. ’s Avonds wijkt ze niet van zijn zijde. Op dag vijf staat er een dubbele marathon op het programma en dit bij een temperatuur van boven de 50 graden. Dion staat tweede in het algemeen klassement en weet dat hij de koploper kan verslaan. Dat pakt anders uit als hij terugkeert om een concurrent bij te staan die lijkt te bezwijken onder de verzengende hitte. Dion verspeelt daardoor zijn kans op winst en strandt op de tweede plaats in het eindklassement. Omdat de afsluitende zesde etappe slechts 10 mijl omvat zal hij de Gobi Desert Race dus niet winnen. Plots lijkt dat allemaal relatief. Hij staat voor een grotere uitdaging: zijn trouwe loopmaatje Gobi van China naar de UK krijgen.

Gobi’s verhaal is intussen viraal gegaan. Niet alleen de sociale media, maar ook de grote kranten pikken het onwaarschijnlijke verhaal van het hondje met de vechtersmentaliteit op. Een dier vanuit China naar Europa te krijgen kost niet alleen veel papierwerk, maar ook veel centen en bovenal tijd. Er geldt namelijk een lange quarantaineperiode. Dion en zijn vrouw starten crowdfunding op om de kosten te dekken. Gobi krijgt haar eigen Facebookpagina en zo meteen heel wat trouwe volgers. Het unieke verhaal raakt menigeen en voor ze het goed en wel beseffen is er 20.000 dollar ingezameld om Gobi thuis te krijgen. Die verblijft inmiddels bij iemand van de organisatie in de noordelijk gelegen stad Urumqi. Terwijl Dion druk bezig is de reis te plannen, komt er als een donderslag bij heldere hemel slecht nieuws uit China: Gobi is ontsnapt en zwerft door de straten van Urumqi. Verbijstering alom. Contactpersonen worden ingeschakeld en Dion besluit dat hij niet anders kan dan naar Urumqi afreizen om de zoektocht te leiden. Dat is geen sinecure in een troosteloze stad die wordt gekenmerkt door interne spanningen, druk verkeer, luchtvervuiling, duizenden zwerfhonden en vooral geen huisdierencultuur.

Een speld in een hooiberg vinden is kortom gemakkelijker dan een hondje in Urumqi. Tot er op een avond een mirakel plaatsvindt en Gobi wordt gevonden. Eind goed, al goed zou je dan denken. Niet in dit geval. Wat volgt heeft veel weg van het betere thrillerwerk. Gobi mag dan inmiddels een ster zijn met duizenden YouTube volgers, de procedures nemen tijd in beslag. Bovendien zijn ook de omstandigheden waarin Gobi verdween dubieus te noemen. De vraag rijst of ze met opzet werd gedognapt om losgeld te verkrijgen. Alsof die dreiging nog niet volstaat, wordt het duo ook nauwlettend in de gaten gehouden door de Chinese autoriteiten. Door de wereldwijde media-aandacht wordt angstvallig gecontroleerd of Dion in zijn communicatie met de buitenwereld China in een slecht daglicht zet. Hij wordt gelukkig bijgestaan door enkele locals met een groot dierenhart, maar hij vertrouwt niemand en durft Gobi geen seconde alleen te laten. Uiteindelijk kiest hij ervoor om met haar naar Peking te reizen en daar drie maanden door te brengen vooraleer ze definitief naar Europa vertrekken. Het alternatief is een verplichte quarantaineperiode van vier maanden in een deprimerende kennel nabij Heathrow Airport. In januari 2017 is het dan eindelijk zover en worden Dion, Gobi, Lucja en hun kat Lara een echt en vooral hecht gezin in Edinburgh.

Wat heb ik genoten van dit boek. Aanvankelijk vond ik dat het een tikje dramatisch klonk, maar het is een ijzersterk verhaal dat met een krachtige stem en goede vaart wordt verteld. Hoewel ik gerust meer had willen lezen over de race zelf, bleek die onmenselijke prestatie in de woestijn niet het hoogtepunt te zijn, maar de tijd die een paranoïde Dion doorbrengt met Gobi op een triestig appartementje in China. De dramatiek en suspense worden met veel gevoel vakkundig toegediend. Ook al ken je de goede afloop, je bent er pas echt gerust in als het boek uit is. Op YouTube is trouwens een schat aan beeldmateriaal te vinden van Gobi en haar baasjes. Ook daar heb ik inmiddels al van genoten. Ik hou mijn hart wel vast voor de film. Het wordt een huzarenstukje om een ongeloofwaardig verhaal als dit zonder al te veel tierlantijntjes geloofwaardig neer te zetten. Voor de rol van Gobi zullen zo’n 20 honden worden ingezet. Volgens mij kan enkel Daniel Craig de rol van Dion Leonard voor zijn rekening nemen.

Noot: op de foto zien jullie Benji, het uitzonderlijke konijn van Roos en Niko. Achter dit huisdier gaat ook een wonderlijk verhaal schuil.

Het boek – Mijn cadeautips voor cultuurminnaars

Na ons jaarlijkse familiefeestje in Kasterlee naderen de feestdagen met rasse schreden. Allemaal heel gezellig, maar net zoals de Hel vragen de kerstdagen ook de nodige voorbereidingen. Alle hens aan dek dus. Ik gaf mijn familieleden al vaak boeken cadeau, want een boek is altijd een goed idee. In het ruime boekenaanbod kan je tegenwoordig voor ieders gading wat vinden. Sterker nog: je kan het onderwerp zo gek niet bedenken of er is een boek over verschenen. Zo is niet alleen de kattenhype een feit, maar stelde ik op de Boekenbeurs vast dat het moeilijk is om een gewoon kookboek te vinden. Cultuur kent vele verschijningsvormen. Ik geef jullie dan ook graag enkele culturele cadeautips in boekvorm.

In de categorie humor en herkenbaarheid stel ik jullie graag voor aan twee bewonderenswaardige vrouwen. Eva Mouton bracht een bundeling uit van haar wekelijkse cartoons in De Standaard en nog een paar dingskes, zoals de ondertitel luidt van Het leukste van Eva. Ik hou niet van roze, maar wel van dit boek. Eva Mouton is een bijzonder grappige vrouw die zich in haar doorgaans vrolijke tekeningen kwetsbaar durft op te stellen. Met de nodige zelfspot slaagt ze erin om dagelijkse beslommeringen en muizenissen herkenbaar weer te geven zonder dat het een klaagzang wordt. Ik gniffel dagelijks om haar grapjes. Net zo vermakelijk vind ik de boeken van Paulien Cornelisse, een Nederlandse cabaretière die in 2009 debuteerde met Taal is zeg maar echt mijn ding. Recent verscheen Taal voor de leuk, wat ik nog niet in mijn bezit heb. Paulien Cornelisse analyseert onze (on)geschreven taalgewoontes en probeert die op ludieke en droogkomische wijze te begrijpen zonder met het vingertje te zwaaien. Een must have voor de taalliefhebbers onder ons die zich al eens bezondigen aan talige ergernisjes.

Als je het wat serieuzer wil, dan kan ik je Pieter Steinz’ Gids voor de wereldliteratuur van harte aanbevelen. Dit standaardwerk moet elke boekenliefhebber op de plank hebben staan. Pieter Steinz durfde het aan om verbindende lijnen te trekken in het wereldwijde web van de literatuur. Tussen de schat aan informatie over canonliteratuur en het eerder populaire genre, vind je ook literaire quizzen. De bundel is een gids in die zin dat je tips krijgt over welke boeken je zoal kan lezen als je bijvoorbeeld fan bent van Arnon Grunberg of Vladimir Nabokov. Hebben, hebben, hebben! Wie tot slot fan is van die hard literatuurgeschiedenis (ik!) zal zijn literair hart helemaal kunnen ophalen aan Ontluikende letteren. In 500 pagina’s schetst Jan Herman een beeld van de Europese literatuur van Homerus tot Goethe. Opgelet: dit is serieuze kost. Consumeren met mate dus of je dreigt te bezwijken aan een literaire indigestie.

Het muzikale boek is al enkele jaren aan een opmars bezig. Elke zichzelf respecterende artiest laat tegenwoordig zo snel mogelijk een biografie publiceren om te vertellen over de moeilijke weg naar het sterrendom. Ja, ik schrijf dit met enige ironie omdat de haast en het commerciële belang van zulke boeken afdruipen. Niet mijn ding. Gelukkig zijn er ook muzikale kunstenaars die dicht bij hun stiel blijven en een boek uitgeven dat samenvalt met hun persoonlijkheid. Ik val in herhaling, maar Leonard Cohens postuum verschenen The Flame behoort tot die categorie. In deze bundeling vind je zijn laatste gedichten die hij ook nog zelf samenbracht voor hij overleed. Ik ben heel zuinig met dit boek, als in: ik consumeer niet meer dan twee gedichten per dag om er telkens het maximale uit te kunnen halen. In dat rijtje mocht ook Useless Magic van muzikale heldin Florence Welch niet ontbreken in mijn collectie: een verzameling van al haar lyrics, die zich als ware power poems laten lezen. Of zoals Florence het zelf zegt in het voorwoord I don’t know what makes a song a song and a poem a poem. Dit prachtig vormgegeven boek is rijkelijk voorzien van krabbels, kladversies en kleurrijke foto’s die de intrigerende gingerhead typeren. Het voelt alsof je in even in haar dagboek mag piepen en dat is op z’n zachtst gezegd een overweldigende ervaring.

Wie poëzie pur sang prefereert, vindt ongetwijfeld zijn gading in de toegankelijke verzamelbundels van Jozef Deleu. Zijn Groot Verzenboek ligt standaard op mijn salontafel. In 555 gedichten over leven, liefde en dood verzamelde Deleu Vlaamse en Nederlandse poëzie die over de grote thema’s des leven handelt. Ik lees regelmatig iets voor uit dit boek in de klas omdat het een ideale kennismaking is met de grote dichters van de Lage Landen. Stof tot nadenken voor het puber- en volwassenenbrein. Je vindt er onder andere Ilja Leonard Pfeijffer in terug, één van mijn favoriete Nederlandstalige schrijvers. Hij verwierf op zijn beurt faam met de bloemlezing De Nederlandse poëzie van de twintigste en de eenentwintigste eeuw in 1000 enige gedichten. Een gewichtige titel voor een ambitieus werk om eindeloos in te grasduinen. Als ik het poëtische noorden dan even kwijt ben, kan ik terecht bij Olijven moet je leren lezen, een cursus genieten van poëzie van Ellen Deckwitz. Op begrijpelijke wijze legt zij uit waarom de dichter niet gewoon zegt wat hij bedoelt, maar precies zegt wat hij bedoelt. Aan de hand van verhelderende voorbeelden illustreert Deckwitz dat poëzie voor iedereen kan bestaan. Voila, meer kan ik daar niet aan toevoegen.

 

 

Het boek – Over de film die soms wel beter is

Ik slaag er nu al drie jaar op rij in om gemiddeld één boek per week te lezen. Er zijn periodes dat lezen me niet lukt. Als ik het heel erg druk heb bijvoorbeeld, zoals afgelopen maand. Het heeft dan weinig zin om in een boek te beginnen omdat er dan geen ruimte voor is in mijn hoofd. Ik hou niet van lezen in stukken en brokken omdat er dan te veel van het boek verloren gaat. Ter compensatie zijn er ook periodes dat ik de boeken er aan sneltreintempo doorjaag. In de zomer- en kerstvakantie is mijn hoofd er bijvoorbeeld heel hard aan toe om te lezen. Ik kan dan helemaal opgaan in een niet te stoppen leesflow. Misschien typeert die houding mij wel als duursporter of als mens tout court: zoals ik graag – alles of niks – kilometers maak, kan ik ook pagina’s verwerken. In vergelijking met de gulzigheid waarmee ik boeken kan consumeren, ben ik een erg ingetogen filmkijker. Deels is dat een kwestie van gewoonte, denk ik. Boekverfilmingen prikkelen mij net wat meer en zullen me sneller over de streep krijgen om een film te kijken. Ik leerde daaruit dat het boek zeker niet altijd beter is dan de film.

Het lijkt me een aartsmoeilijke opdracht om een boek te verfilmen. Niet alleen omdat je heel concreet en visueel moet invullen wat zich in de hoofden van lezers en de auteur afspeelt, maar ook omdat er harde keuzes gemaakt moeten worden. Hoe de personages er zullen uitzien en hoe ze vertolkt worden om er maar enkele te noemen. Kiezen is heel vaak verliezen. Een boek bestaat bovendien louter op papier, in woorden dus. Taal en schrijfstijl zijn zoveel meer dan de dialogen tussen personages. De lezer wordt via de vaak beeldende taal aan het denken gezet en ondergedompeld in een unieke sfeer. Het is dan ook de vraag in welke mate je als regisseur die eigenheid van het boek moet en kan weergeven. De beste boekverfilmingen bestaan helemaal naast het oorspronkelijke boek en zijn dus niet een rechtstreeks gevolg daarvan. Een papieren verhaal vormt dan een goudmijn aan inspiratie om een cinematografisch pareltje op te voeren. Filmmakers moeten met andere woorden de ballen hebben om een eigen draai en interpretatie te geven aan hun filmverhaal en ze moeten rigoureus durven snoeien in het boekmateriaal.

Verfilmingen die het boek als een heilige script bewaken, dreigen al snel aan gelaagdheid te verliezen. Je kan in een film namelijk nooit alles weergeven wat het boek te bieden heeft. Zo vond ik de verfilming van het in boekvorm bejubelde Vele hemels boven de zevende (2017) erg mager. Ondanks het prima acteerwerk waren de filmpersonages een te afgeborstelde versie van de papieren variant, waardoor ze uitgevlakt werden. Door de veelheid aan thema’s die aangereikt worden in Griet Op de Beecks boek (2013), verloor de film zich in de tragische gebeurtenissen van het verhaal en ging er heel wat subtiliteit verloren. Een tweede valkuil is dat filmmakers zich laten verleiden om een klein en aangrijpend verhaal in grootste, indrukwekkende filmbeelden weer te geven. Dat is althans wat ik ergerlijk vond bij de verfilming van Haruki Murakami’s Norwegian Wood (2010). Het prachtige verhaal (1987) van Toru Watanabe, die gebukt gaat onder het verlies van zijn beste vriend, kreeg een mainstream Hollywood invulling. Hierdoor ging het intrigerende Murakami-universum verloren en miste de film een helder vertelstandpunt. Een commerciële keuze waardoor de authenticiteit als sneeuw voor de zon verdwijnt.

Waar een schrijver zijn boek zo kort of lang maakt als hij zelf wil, is een filmmaker strikter gebonden aan een bepaalde duur. Er moet dus logischerwijze geschrapt worden. Sommige boeken varen daar wel bij. The Horse Whisperer (1998) vind ik nog steeds een sterke en sfeervolle film met glansrollen voor Robert Redford en Scarlett Johansson. Het gelijknamige en gehypete boek (1995) van Nicholas Evans kon mij echter niet bekoren omdat het verhaal veel te lang blijft doorgaan en daardoor ook steeds ongeloofwaardiger wordt. Afgelopen zomer las ik eerst Call Me By Your Name (2007) van André Aciman nadat ik niets dan lovende recensies las over de film (2018). Zoals ik hier schreef vond ik het boek absoluut een aanrader. De film overtrof echter mijn verwachtingen juist omdat het verhaal nog bondiger en daardoor intenser werd verteld. Bij nader inzien laat de auteur de liefde tussen Elio en Oliver te lang aanslepen. Bovendien slaagt regisseur Luca Guadagnino erin om de beladen sfeer van een prachtige zomer waarin relatief weinig wordt gepraat perfect weer te geven op het witte doek.

Goede boeken kunnen dus een uitstekende voorzet zijn voor een prachtige film die het oorspronkelijke verhaal weet te overstijgen. Zo schreef Annie Proulx met Brokeback Mountain (1999) een mooi kortverhaal van nog geen 40 pagina’s. Regisseur Ang Lee ontdekte de schat aan kostbaar verhaalmateriaal en maakte er een ruim 2 uur durend filmisch meesterwerk van (2005). Als geen ander kan hij het woeste en intieme tussen cowboys Jack en Ennis weergeven. Wijlen Heath Ledger is zoveel meer Ennis dan het personage op papier. Hetzelfde geldt voor Leonardo DiCaprio die een magistrale vertolking van Jay Gatsby neerzette in The Great Gatbsy (2013). Het boek van F. Scott Fitzgerald (1925) blies mij niet omver, maar gaf wel een interessante kijk op de Roaring Twenties. Dankzij Baz Luhrmann toont Leonardo DiCaprio een pijnlijk herkenbare en toch bevreemdende Jay Gatsby. Een gelaagdheid die ik miste in het boek.

Als boekenliefhebber durf ik dus zonder enige schroom te zeggen dat de film wel degelijk beter kan zijn dan het boek. Voor verfilmingen van boeken die me nauw aan het hart liggen, ben ik uiteraard erg op mijn hoede. Al hoeft dat niet bij voorbaat een verloren zaak te zijn. Adrian Lynes verfilming van Lolita (1997) stelde me geenszins teleur, met dank aan een ijzersterke Jeremy Irons die een overtuigende filmversie van Humbert Humbert is. Hoewel de film trouw blijft aan het boek (1955), hoeft Vladimir Nabokov zich dus niet om te draaien in zijn graf.

Het boek – Mijn eigen Helweek in 2016

Ik ben wel te vinden voor een grensverleggende uitdaging. Waaghalzerij en ouderwets spektakel zijn niet aan mij besteed. Ik zoek liever in de anonimiteit mijn persoonlijke grenzen op. Na jaren van inactiviteit bijvoorbeeld trainen om 20 kilometer te kunnen lopen. En dan nog eens dubbel zo lang of zelfs nog meer willen lopen. Of nog langer aan een stuk lopen, fietsen en dan nog eens lopen. Sport dus. Nadat ik in 2015 mijn eerste twee marathons liep, kwam het boek Helweek (2014) van mental coach Erik Bertrand Larssen mij ter ore. De ondertitel is 7 dagen die je leven veranderen en de auteur wordt dé sensatie uit Noorwegen genoemd. Ik las toen ook Getting Things Done van David Allen. Op diverse blogs circuleerden verhalen over de helweek-uitdaging. Ik kocht het boek, bereidde me grondig voor en begon mijn eigen Helvetesuka op maandag 1 februari 2016.

Erik Bertrand Larssen nam in 1992 als 18-jarge deel aan een helweek van het Noorse leger: een ultieme test in doorzetting en volharding, waarbij ieders fysieke en bijgevolg ook mentale grenzen worden verlegd. Larssens helweek-concept is gebaseerd op die ervaring. Het idee achter zijn helweek is dat je aan de hand van verschillende opdrachten een week lang de beste versie van jezelf bent. Je moet nadenken over jezelf en je eigen leven in kaart brengen. Wat zou je nog willen bereiken op korte en lange termijn? Vervolgens moet je nagaan waar zich het grootste verbeterpotentieel bevindt. Wat wil je kortom veranderen en hoe ga je dat heel concreet aanpakken? Wat je beweegredenen ook zijn: het is belangrijk dat je je helweek grondig voorbereidt. Voorafgaand beantwoord je enkele vragen over jezelf en je leven. Ik was toen 30 jaar. In mijn voorbereiding lees ik dat ik al bij al tevreden was met wat ik tot dusver had bereikt. Mijn zelfstandigheid beschouwde ik als iets om trots op te zijn. Ik stoorde me echter aan mijn schoolwerk dat ik moeilijk georganiseerd kreeg en al te vaak uitstelde. Bovendien vond ik dat ik te vaak aan het niksen was (ja echt). Ik vond het dan ook bijzonder jammer dat ik zo weinig boeken las en geen tijd had om te breien (ja echt). Ik begon mijn helweek initieel om veel werk voor school te kunnen verrichten.

Elke dag van de helweek krijgt een specifieke focus met bijhorende opdrachten. Zo neem je op maandag bijvoorbeeld je vaste gewoontes onder de loep, treed je donderdag buiten je comfortzone en is er vrijdag tijd voor rust en herstel. Er gelden echter ook strenge regels voor elke helweekdag. Hier volgt een korte bloemlezing. Je staat elke dag stipt om 5u op (snoozen kan echt niet) en je gaat stipt om 22u slapen. Je sport dagelijks, bij voorkeur ’s ochtends. Je besteedt extra aandacht aan je kleding en uiterlijk. Je eet alleen maar gezond en je kijkt uiteraard geen tv. Je werkt hard en gefocust. Je bent daadkrachtig en positief. Je denkt oplossingsgericht. Je gebruikt geen sociale media tijdens je werk. Je neemt enkel kwalitatieve rust. Persoonlijke toevoegingen op deze basisregels zijn een must. Zo begon ik met de plank challenge, kookte ik elke dag iets nieuw met een gezond ingrediënt (denk: rode bietjes, boerenkool en spruitjes) en trok ik elke dag een outfit aan met een kledingstuk dat ik al lang niet gedragen had. Het moge duidelijk zijn dat dit geen pretweek was.

Velen zullen zich laten afschrikken door het opstaan om 5u ’s ochtends. Aangezien je wel 7 uur geslapen hebt, valt dit best mee. Een week lang in alle vroegte gaan lopen (zelfs meermaals in de regen) zou ik niet meteen aanraden. Die inspanningen begon ik na enkele dagen wel te voelen. Al ontdekte ik ook de schoonheid van een toeristenrondje lopen in Leuven. Zo liep ik een paar keer over het Ladeuzeplein of de Grote Markt. Ik kwam dan al eens uitgaansvolk tegen, wat soms grappige taferelen opleverde. De lijn tussen een vroege vogel en een rare vogel is dan ook heel dun. Het zwaarste onderdeel van de helweek is donderdagnacht. Dan mag je namelijk niet gaan slapen. Een nachtje doorwerken had nog wel z’n charme, maar de dag nadien was een helse schooldag. Ik was een wrak. Elke minuut was ik me bewust van het gevecht tegen de vermoeidheid dat mijn lichaam moest voeren om op een primair niveau te blijven functioneren. Ik won uiteindelijk heel nipt de uitputtende strijd en viel nog nooit zo als een blok in slaap als vrijdag 5 februari om 22u.

Ik leerde van mijn helweek dat je wel degelijk bergen werk kan verzetten op zeven dagen tijd. Het gaf me veel voldoening om orde op zaken te stellen en werkjes af te ronden die ik veel te lang had uitgesteld. Mijn planningen brachten overzicht in de chaos die mijn schoolwerk geworden was. Ik startte grotere projecten op. De momenten van zelfreflectie waren verhelderend. Ik miste de tv niet en had ook niet te klagen over de gezonde kost die ik mezelf voorschotelde. En oh ja: ik leerde ook dat slechts een paar uur slapen nog altijd beter is dan helemaal niet. Als ik er nu aan terug denk, was het ook wel een eenzame week. Er gaat weinig heroïek gepaard met een doorgedreven gedisciplineerde levensstijl. Dit kan ook wel te maken hebben met het feit dat ik in mijn helweek letterlijk ook vaak in het donker aan het werk was. Ik vraag me trouwens af hoe je een helweek kan realiseren als je samenwoont of een gezin hebt.

Het is natuurlijk niet toevallig dat ik net die periode de helweek-uitdaging aanging. Ik voelde me sterker dankzij mijn prille en gedisciplineerde bestaan als marathonloper. Mijn herwonnen zelfstandigheid gaf me veel wilskracht. Ik wilde een frisse wind laten waaien door mijn ambities en takenpakket als leerkracht. Een helweek is een aanrader als je zelf graag verandering wil brengen in bepaalde patronen. Je wordt verplicht om na te denken over hoe je leven georganiseerd is en je leert om prioriteiten te stellen. Ik geloof echter niet dat één week vol discipline je leven drastisch verandert. Ik ben geen andere Joke geworden na 7 februari 2016. Een patroon of levensstijl veranderen is een proces dat onderhevig is aan verschillende factoren. Ik las niet plots meer boeken na die week. Ik ging ook geen truien breien. Ik ging pas meer lezen toen ik mezelf als doel stelde om 50 boeken op een jaar te lezen. Een duidelijke doelstelling: dat is wat ik nodig heb om in actie te schieten.

Erik Betrand Larssen raadt aan om jaarlijks een helweek te organiseren. Als ik het ooit nog zou doen, dan eerder in de zomer wegens meer licht. Ik kan me voorstellen dat het nuttig kan zijn als ik in de zomervakantie een groots creatief project zou willen realiseren. Voor een doorgedreven helweek zou ik toch passen omdat ik er niet bijster veel van zou opsteken. Ik ken de kneepjes van het organisatievak ondertussen meer dan behoorlijk. Bovendien vind ik dat mijn levensstijl op dit moment soms al iets te veel overhelt richting discipline en hard werken. Ironisch genoeg zou ik meer kunnen opsteken van een helweek die in het teken staat van doorgedreven niksen. Ik zou mezelf dan kunnen opleggen dat ik elke dag minstens 2 uur tv moet kijken, niet mag lezen of sporten, dagelijks gefrituurd voedsel moet nuttigen, niet mag opstaan voor 8u ’s ochtends en me moet inwerken in de wondere wereld van de computer games. Dat zou pas een ervaring zijn!

IMG_3407

Het boek – Op naar de Boekenbeurs!

Na al dat marathongedoe is het weer tijd voor een beetje cultuur. Of je die in hoogst eigen persoon op de Boekenbeurs in Antwerpen zal aantreffen, dat is een vraag die tegenwoordig verdeeldheid zaait. Langs de ene kant heb je de criticasters. Zij die vinden dat inkom betalen om boeken te kopen in een verouderde infrastructuur belachelijk is en dat de Boekenbeurs vooral een platform biedt aan de BV’s die boeken produceren. Langs de andere kant heb je de liefhebbers die houden van het diverse aanbod en elke gelegenheid die Het Boek in de spotlights zet een goede gelegenheid vinden. Hoewel ik zeker wat heb aan te merken op de organisatie, is een herfstvakantie zonder Boekenbeurs voor mij inmiddels ondenkbaar geworden.

Een boekenwurmpje als ik heeft alleen maar mooie herinneringen aan de keren dat ik als kind mee naar de Boekenbeurs mocht. Na mijn afstuderen als literatuurwetenschapper ging ik aan de slag in de boekensector en stond ik voor het eerst als medewerker op de beurs. Ik vond dat zo geweldig leuk dat ik het altijd ben blijven doen, ook nadat ik in 2011 in het onderwijs aan de slag ging. Enkele dagen per jaar boekenwinkeltje spelen met mooie en inspirerende boeken, dat moeten ze mij geen twee keer vragen. Mijn tijdelijke werkgever is Exhibitions International (zaal 1, stand 107) een groothandelaar of verdeler. Het bedrijf is met andere woorden de schakel tussen uitgeverij en boekhandel. In hun gamma vind je niet alleen de mooiste kunstboeken, maar ook tal van andere geïllustreerde boeken over lifestyle, fotografie, mode en koken om maar enkele categorieën te noemen. Draagtassen, kinderboeken, kaartjes en allerhande kalenders maken eveneens deel uit van het aanbod. Net zoals Engelstalige fictie en non-fictie. Kortom: echt voor ieder wat wils.

Na twee werkdagen op de Boekenbeurs kan ik enkele trends benoemen bij Exhibitions International. Zo blijken boekenliefhebbers ook vaak kattenliefhebbers te zijn. De katoenen tote bags met kat- en boekgerelateerde spreuken en illustraties zijn een geliefd hebbeding. Ook ludieke boeken over katten en hun eigenzinnige leven scoren goed. Ideaal cadeautjesmateriaal is dat. Het fotoboek Writers and Their Cats prijkt alvast op mijn verlanglijstje.
Een tweede vaststelling is dat Engelse fictie nog steeds door een breed publiek omarmd wordt. Niet alleen klassiekers à la Jane Austen en Mark Twain doen het goed, ook nieuwere spelers als Harry Potter en Miss Peregrine hebben heel wat aantrek. Net zoals de Disney kalender en Star Wars gadgets die door jong en oud gekocht worden. Zelf ben ik vooral benieuwd naar de recent verschenen novels My Year of Rest and Relaxation (Ottessa Moshfegh), Moonglow (Michael Chabon) en Reservoir 13 (Jon Mcgregor). Ik kan ook niet wachten om me in de zetel te nestelen met Useless Magic, Lyrics and Poetry van mijn idool Florence Welch en The Flame van Leonard Cohen. Geef me alsjeblieft wat tijd en guur herfstweer.

IMG_3308b

Een derde hit zijn de boeken van de Duitse uitgeverij Gestalten Verlag. Zo maken Hit the Road, Wanderlust en Off the Road de avonturier in ieder van ons wakker (zelfs in mij) en zorgen onder meer Northern Comfort en Evergreen – Living with Plants er dan weer voor dat je niet anders wil dan lekker thuis cocoonen. De boeken van Gestalten onderscheiden zich door hun eigentijdse look en kwalitatieve afwerking voor een scherpe prijs. Het zijn lifestyle boeken die het salontafelboek overstijgen. Rijkelijk geïllustreerde boeken over auto’s (vooral Porsche) doen het overigens nog steeds goed bij de mannelijke kopers. En wie op zoek is naar een boek over specifieke ambachten zoals weven, pottenbakken of keramiek zal ook bij Exhibitions International zijn gading vinden. Kom vooral langs en neem je tijd om te snuffelen tussen al dat moois. Succes met kiezen!

Bij de concullega’s kijk ik uit naar Het leukste van Eva (Borgerhoff & Lamberigts, zaal 3). Vandaag komt Eva Mouton signeren tijdens de nocturne. Joepie! Ik ben ook van plan om Mijn tas 2 aan te kopen (VBK, zaal 4) voor als ik ooit weer eens tijd heb om creatief te zijn en het Libanese kookboek Comptoir Libanais – Feest! van Tony Kitous (L&M Books, zaal 4). Mijn fictie-lijstje is wat uitgebreider. Sowieso moet je voor vakkundig advies en een ruim aanbod literatuur eens langs gaan bij Confituur, de vereniging van onafhankelijke boekhandels. Mijn nieuwsgierigheid werd gewekt door Peter Middendorps Jij bent van mij en de debuutroman van Marieke Lucas Rijneveld De avond is ongemak (beide bij Confituur, zaal 3). Ik las recent behoorlijk wat Italiaanse en Spaanse literatuur en zwicht wellicht voor De hemel verslinden, de nieuwe van Paolo Giordano (Standaard Uitgeverij, zaal 4), De lange weg naar Rome van Francesca Melandri (Pelckmans, zaal 1) en Berta Isla (Confituur, zaal 3), de kersverse klepper van Javier Marías. Tot slot kan ik de winter moeilijk doorkomen zonder wat extra Scandinavische literatuur in huis te halen. Karl Ove Knausgårds Het Amerika van de ziel (L&M Books, zaal 4) kocht ik al. Buiten de orde van Tomas Espedal (Vrijdag, zaal 1) en The Hills van Matias Faldbakken (Lannoo, zaal 3) zullen daar waarschijnlijk aan toegevoegd worden.

De Boekenbeurs gaat door in Antwerp Expo en loopt nog tot en met zondag 11 november. Je vindt Exhibitions International in zaal 1, stand 107.

IMG_3302b

 

Het boek – Mijn zomervakantie in 12 boeken

Ik wek misschien de indruk dat ik altijd in beweging ben. Niets is minder waar: ik spendeer ook behoorlijk wat tijd al lezend, een activiteit die ik nog steeds zittend of in ruststand beoefen. Net zoals voor lopen geldt dat ik ook tijd moet maken om te lezen. Doe ik dat niet, dan komt het er niet van. Lezen is verrijking, therapie en onderhoud van de geest. Dat kan ik mezelf toch niet ontzeggen? De zomervakantie is het uitgelezen moment om het boekenmeisje in mezelf eens te laten gaan. Dat lukte meer dan behoorlijk. Met 12 boeken op de teller haalde ik mijn culturele quota. Geen nood: voorlopig zijn die nog niet bij wet vastgelegd. Ik vertel jullie graag wat meer over de literaire ervaringen die mijn zomer nog warmer maakten.

Om in vakantie- en Tour-de-France-stemming te komen begon ik juli met Ventoux. Een boek over vriendschap en poëzie met als decor de mythische berg: aardig verteld en vermakelijk, maar Bergt Wagendorp kon me niet verrassen. Ook bij Noem het liefde bleef ik wat op mijn honger zitten. Als jong talent Daan Heerma Van Voss aankondigt een grote roman over de liefde te schrijven, dan zijn mijn verwachtingen hooggespannen. De personages waren mij echter te karikaturaal en het leek alsof ik het verhaal al gelezen had.

De Franse literatuur stelde geenszins teleur. Een onmogelijke liefde is een pijnlijk relaas over een getroebleerde gezinssituatie. Boeken over incest ruiken al snel naar sensatiezucht, maar Christine Agnot trapt niet in die val. Met rake pen en een groot observatievermogen schrijft ze een persoonlijk verhaal. De uitdagende cover van In de tuin van het beest kan ook misleidend overkomen. Verwacht geen literair alter ego van Anastasia Steele of een doktersroman in culturele verpakking. Hoofdpersonage is de seksverslaafde journaliste Adèle die een dubbelleven leidt. Haar angst voor een burgerlijk leven neemt groteske vormen aan. In de tuin van het beest geldt in mijn ogen dan ook als een moderne versie van Madame Bovary. Leïla Slimani schrijft beklijvend in haar debuutroman. Je bent als lezer betrokken, of je dat nu wil of niet.

IMG_2834b
Ada is een echt beest in bed.

Ik las Paris-Austerlitz van de Spanjaard Rafael Chirbes bijna in één ruk uit toen ik in Parijs was. De aangrijpende liefde tussen een jonge kunstenaar en een oudere fabriekswerker die zich afspeelt in de Franse hoofdstad, maakte me nieuwsgierig naar ander werk van de inmiddels overleden auteur. Studievriendin Machteld tipte De zevende functie van taal omdat de personages bekende namen uit de taal- en literatuurwetenschap zijn. Wij hebben dus een verleden met Jacques Derrida, Jean-Paul Sartre en consorten. Bovendien kan ik een klepper die een literaire James Bond wordt genoemd onder geen beding links laten liggen. De dood van Roland Barthes en de verdwijning van diens geheime manuscript over de zevende functie van taal staan centraal. Laurent Binet mengt fictie en realiteit vakkundig door elkaar. Dat resulteert in ronduit hilarisch scènes, uiterst interessante gedachten over de functie van taal en een zorgvuldig geconstrueerd labyrint van plotwendingen. Ik was de draad van deze unieke roman helemaal kwijt, maar dat kon de leespret niet drukken.

Bij menig lezer zat De acht bergen ongetwijfeld in de vakantiekoffer. Paolo Cognetti’s bestseller domineert immers al maandenlang alle verkooplijsten. Een slimme zet dus van de uitgever om een eerder geschreven roman van het Italiaanse wonderkind nu te publiceren. Aanvankelijk gaf ik De buitenjongen weinig kans om zijn magistrale voorganger te overtreffen. Dat deed het in zekere zin wel. Het gegeven van De buitenjongen is eenvoudig: een jonge man trekt naar de bergen om daar rust en zichzelf te vinden, geïnspireerd door Christopher McCandless. Dit levert, in tegenstelling tot Into the Wild, geen groot drama op of overleving van het hardste soort, maar een integer portret over de verbondenheid tussen mens en natuur. De stijl van Cognetti vond ik met momenten zo betoverend mooi, dat ik het boek met mate heb geconsumeerd om er maximaal van te kunnen genieten. Een les in zelfbeheersing.

IMG_2282b

Domenico Starnone heeft mij ook helemaal ingepakt met zijn Italiaanse charme. De zoektocht naar diens ware identiteit kan overigens perfect dienst doen als stof voor een roman. Recente tekstanalyses zouden hebben aangetoond dat Domenico Starnone de mysterieuze Elena Ferrante is. Starnone blijft dit echter met klem ontkennen. Zijn roman Strikken wordt subtiel aangeprezen als het mannelijke antwoord op Ferrantes Dagen van verlating: het pijnlijke verslag van een vrouw die met haar kinderen in de steek wordt gelaten. Strikken is een pareltje: een prachtig geschreven pageturner die zowel humoristisch als gevoelig is. Ik las dit boek zonder rem: ik begon erin en voor ik het wist, was het uit.

Om me helemaal in Italiaanse vakantiesfeer onder te dompelen las ik Call Me by Your Name: het boek van de gelijknamige film. André Aciman schrijft over de pure en ontroerende liefde tussen Elio en Oliver. Dit is dan ook allesbehalve een stereotiep verhaal over de mannenliefde of pathetisch vakantieliefdesverdriet. We bevinden ons in de jaren 80 ergens in het noorden van Italië. Denk: zonnige boomgaarden met zwoel zomerfruit, krakend huis met piano en boekenkasten, lezen en studeren aan het stenen zwembad, intellectuele discussies en geflirt op het hoogste literaire niveau. Aan sfeerschepping geen gebrek. De dialogen zijn schaars, maar altijd to the point. Zoals wanneer Oliver tegen Elio zegt: I like the way you say things. Serieus: kan je een mooier compliment krijgen?

IMG_2821b

Een andere Engelstalige aanrader is Home Fire van Kamila Shamsie. Zoek op en de lovende recensies vliegen je tegemoet. Terecht, want het vraagt lef om een boek te schrijven over een jongeman die zijn vader achterna gaat als jihad-strijder. Zijn verhaal wordt verteld vanuit vijf verschillende personages en dat geeft telkens een andere kijk op het gebroken gezin dat tegen alle logica in samen wil blijven. Je hinkt als lezer continu op twee gedachten: telkens als je een oordeel klaar hebt, draait de situatie om. Shamsie toont aan dat dergelijke actuele verhalen zoveel genuanceerder zijn dan hoe ze vaak worden voorgesteld. Om het met de woorden van Sunday Times te zeggen: Brave and brilliant!

Tot slot las ik ook nog twee Scandinavische juweeltjes. Jens Christian Grøndahl is de grootste Deense romanschrijver van dit moment. In Pieter Steinz’ Gids voor de wereldliteratuur las ik dat Arnon Grunberg Grøndahls werk ooit relatieporno noemde. Een interessante benaming die niet per se negatief bedoeld is. Grøndahl schrijft gedetailleerd over menselijke relaties en de mechanismen die erachter schuilgaan. In Dat weet je niet begint een gelukkig getrouwd koppel hun leven te overlopen naar aanleiding van de nieuwe Pakistaanse partner van hun dochter. Ze doen dat elk afzonderlijk en overpeinzen kleine, soms futiele, gebeurtenissen met een onverwacht grote impact. Ook Grøndahl prijkt nu op mijn lijstje “verder te ontdekken”. De Noor Tarjei Vesaas hoort daar ook thuis. Helaas is er niet veel meer van hem te lezen, want enkel zijn roman De vogels is in het Nederlands verkrijgbaar. Dit meesterwerkje, dat oorspronkelijk in 1957 verscheen, wordt een Stoner genoemd: een vergeten bijou uit de wereldliteratuur die opgevist en ontdekt wordt. Het tragikomische verhaal over broer Mattis en zus Hege dat zich afspeelt in de verlaten Noorse bossen, deed mij soms denken aan John Steinbecks Of Mice and Men.

Wie op zoek is naar nog meer leesinspiratie kan een kijkje nemen op Lang Zullen We Lezen!: een platform waar bekende en onbekende lezers ervaringen en tips delen. Zo leerde ik wat mijn culturele idool Sofie Lemaire zoal leest en aanprijst. Ik verwijs jullie ook nog eens graag door naar mijn eigen boekenpagina.

Dit stond er op mijn zomermenu 2018:
Noem het liefde – Daan Heerma Van Voss, Ventoux – Bert Wagendorp, Een onmogelijke liefde – Christine Agnot, Dat weet je niet – Jens Christian Grøndahl, De buitenjongen – Paolo Cognetti, Paris-Austerlitz – Rafael Chirbes, De zevende functie van taal – Laurent Binet, In de tuin van het beest – Leïla Slimani, Call Me by Your Name – André Aciman, De vogels – Tarjei Vesaas, Strikken – Domenico Starnone, Home Fire – Kamila Shamsie

img_2960b.jpg

 

 

Het boek – Lijstjestijd

Mijn boekenpagina werd aangevuld met enkele lijstjes: mijn aanraders voor iedereen die van een goed boek houdt. Een boekenstijl is heel persoonlijk, maar ik krijg zelf ook graag boekentips. Bij deze dus een inkijk in welke boeken mij zoal geraakt en geboeid hebben.

Ik ben al veel langer een lezer dan dat ik een loper ben. Als kind was ik het soort meisje dat naar een andere bibliotheek moest gaan omdat ik alle boeken van de plaatselijke bib gelezen had. Vakantie met de familie betekende stapels boeken meenemen en lezen maar. Een boek kon mij niet dramatisch genoeg zijn. Om maar iets te noemen: honden die van hun baasje gescheiden worden en uiteindelijk na heel veel leed herenigd worden, tienerproblemen in een puberende paardenwereld, moord of kindermishandeling. Mijn mama heeft ooit eens uit bezorgdheid gevraagd of alles wel oké was toen ze zag dat ik een boek las over een moeder die haar kind sloeg. Met mijn broer hield ik leeswedstrijden. We lazen dan samen elk een boek en vroegen om de paar minuten aan elkaar op welke pagina de ander zat. Die competitie hebben we inmiddels wijselijk achterwege gelaten.

Mijn keuze om literatuurwetenschap te gaan studeren kwam dus niet uit de lucht vallen. Op mijn 16e was het voor mij al heel duidelijk dat ik leerkracht Nederlands wilde worden en dat was als literatuurwetenschapper perfect mogelijk. Toegegeven, ik ben lang blijven hangen in de dramatische literatuur voor jongvolwassenen. Daar kwam abrupt een einde aan toen ik ging studeren en de poorten van de wereldliteratuur voor mij openden. Ik hoorde voor het eerste van de Ilias, ik las Shakespeare en ik liet me meevoeren in Honderd jaar eenzaamheid. De Echte Literatuur was zoveel gevarieerder en gelaagder dan een boek voor jongeren. Er bleek veel meer om van te proeven en ik leerde smaken kennen waarvan ik niet wist dat ze bestonden. Mijn eerste echte literaire ervaring was Vladimir Nabokovs Lolita. De stijl en het verhaal versterkten elkaar en lieten me overdonderd achter. Lolita is een schandaalroman die goed scoort op de dramaschaal, maar wel op een heel andere manier dan wat je verwacht. Het is een literair spel op het hoogste niveau. Voor mij persoonlijk zal dit boek altijd een mijlpaal blijven omdat ik toen voor het eerst de kracht van literatuur heb ervaren. Mijn zielige paardenverhalen behoorden definitief tot een ver verleden. Ik las de ene na de andere klepper uit de wereldliteratuur en was helemaal vertrokken op mijn literaire pad.

img_2585.jpg

Tijdens mijn studiejaren las ik veel. Ik zat vaak op de trein en lezen was mijn voornaamste hobby. Wie heeft er tijd om te sporten als de literatuur ontdekt moet worden? Uit mijn statistieken kan ik afleiden dat er een eerste serieuze dip in mijn leespatroon ontstond op het moment dat ik begon te werken. Sterker nog: de eerste jaren dat ik leerkracht was, vormen een triest en ironisch dieptepunt in mijn lezerscarrière. In februari 2016 besloot ik het roer drastisch om te gooien. Ik zou dat jaar 50 boeken lezen. Als ik tijd had om marathons te lopen, dan moest ik ook maar tijd maken om te lezen. Ik slaagde in mijn opzet. Net zoals met het lopen kreeg ik de smaak weer goed te pakken. Er was geen houden aan: de leesduivel was ontketend. Een dag niet gelopen of gelezen, is een dag niet geleefd. Zoiets. Ik heb moeite om maat te houden als ik ergens in op ga. Enige mate van overdrijving is mij niet vreemd. Zolang het dan bij boeken en lopen blijft is er geen probleem, hoop ik. Gemiddeld een boek per week lezen is inmiddels de standaard.

Ik vind het makkelijker om uit te leggen waarom ik loop dan waarom ik lees. Lopen is een fysieke activiteit in de buitenlucht: mijn lichaam blijft gezond en mijn geest wordt gelucht. In 2014 volgde ik binnen het kader van een bijscholing een lezing met als titel Moet dat nu echt, die literatuur? Volgens Johan van Iseghem (KUL) is literatuur van fundamentele waarde op individueel, maatschappelijk en specifiek literair gebied. Heel kort door de bocht betekent dit dat lezen als therapie kan dienen, ons moreel vormt en verbindt en dat taal niet alleen onze creativiteit prikkelt, maar net zo goed in staat is te betoveren. Bibliotherapie als krachtig medicijn om de wereld aan te kunnen: wat zou ik daar nog aan kunnen toevoegen?

IMG_2547

Het boek – Een indrukwekkend verhaal van Klaas Boomsma

Ren voor je leven is één van de hardloopboeken waar ik het meest van opgestoken en genoten heb. De ondertitel is dan ook niet voor niets Een persoonlijk boek over wat hardlopen met jou kan doen. Hardlopen is van groot belang voor journalist en hardloopbeest Klaas Boomsma. Hij begon ermee begon vlak voor z’n 37e verjaardag in een verslavingskliniek in Zuid-Afrika.

Klaas Boomsma was jarenlang verslaafd aan alcohol en cocaïne. Hij slaagde erin om toch min of meer normaal te functioneren als redacteur. Omdat hij zijn werk nog kon beoefenen, zag hij zichzelf ook nooit als iemand met een probleem. Hij lag immers niet ergens in de goot te creperen. Juist daar ligt het grote probleem van de verslaafde: hij ziet zelf niet hoe zijn leven geruïneerd wordt door de constante drang naar drugs. Keer op keer probeert hij zelf komaf te maken met zijn problemen. Ook als hij te kampen krijgt met angstaanvallen denkt hij steeds weer dat hij de situatie de baas is. Een echte ommekeer komt er dus pas in een kliniek in Zuid-Afrika. Daar wordt hem ook gezegd dat een verslaving als een ongeneeslijke ziekte is, wat in zijn oren klinkt als een te gemakkelijk excuus voor zijn probleem.

Op een heel bevattelijke manier weet Klaas Boomsma uit te leggen wat een verslaving met iemand doet en hoe dat een aanzienlijk deel van zijn leven heeft gedomineerd. Hij zwaait nooit met een belerend vingertje omdat de insteek van zijn verhaal het hardlopen is en hoe dat ervoor heeft gezorgd dat hij zijn leven weer op de rails kreeg. Zijn verhaal ruikt nooit naar sensatiezucht. Klaas Boomsma beweert ook niet dat hardlopen dé oplossing is voor elke verslaving of elk probleem. Ren voor je leven is vooral een aangrijpend verhaal over de ontstaansgeschiedenis van een hardloper. Rennen maakte leven weer mogelijk. Met een enorme drive zet hij zijn eerste passen als hardloper.

Die gedrevenheid kenmerkt ook de marathonloper Klaas Boomsma. Hij liep intussen al heel wat marathons in scherpe tijden. Ik ben duidelijk niet de enige die op geheel eigen wijze begon te lopen. Bij Klaas Boomsma komt daar ook de verslaving om de hoek kijken: hij is al jaren clean, maar hardlopen wordt steeds dominanter in zijn leven. Meer en sneller zijn codewoorden. Hij blijft jagen naar die fel begeerde sub 3 tijd, een marathon lopen in minder dan 3 uur dus. Tot er een moment komt dat hij beseft dat hij zichzelf aan het voorbij lopen is. De schoonheid van hardlopen zit niet in snelle tijden en heroïsche prestaties. Het is een onbeschrijfelijk machtig gevoel dat je overvalt als je op zondag de deur uitgaat om een duurloop af te werken. Zoveel meer dan een runner’s high. Dit vond ik het meest herkenbare in zijn verhaal. Ik las het boek in volle marathonvoorbereiding in een periode dat ik ook heel erg zocht naar een goed evenwicht tussen jezelf continu vooruit drijven zonder dat het primaire loopplezier daar onder lijdt.

Klaas Boomsma’s stijl is rechttoe rechtaan. Zijn taal is raak en verbloemt niets. In het begin moest ik wat wennen aan die directe aanpak, net zoals aan het vlotte Hollandse taalgebruik. Al snel leek het echter alsof hij zich rechtstreeks tot mij richtte. Ik geloof Klaas Boomsma. Hij is een echte, authentieke mens van vlees en bloed. Dat lees je ook op zijn blog. Ik ben een trouwe volger en heb veel gehad aan zijn berichten waarin hij schrijft over zijn blessureleed en zijn voorbereidingen op de marathon in Leiden die hij in mei liep. Momenteel traint hij volgens een trainingsmethode waarbij je in de marathonvoorbereiding niet langer dan 14 km aan een stuk loopt. Hij blijft dromen en strijden voor zijn sub 3. Ambitie hoeft loopplezier niet per se in de weg te staan.

Doe jezelf een plezier en lees dit boek. Het is zonder meer een indrukwekkend verhaal dat iedereen kan inspireren: loper en niet-loper, man en vrouw, jong en oud.

Klaas Boomsma – Ren voor je leven. Een persoonlijk boek over wat hardlopen met jou kan doen. (Uitgeverij Prometheus 2017)

Het boek – Murakami over hardlopen

Waarover ik praat als ik over hardlopen praat van de Japanse schrijver Haruki Murakami is een must read voor elke lopende lezer of lezende loper. Murakami is een bruggenbouwer en al lang geen onbekende meer in het literaire landschap. Hij wordt al jaren genoemd als mogelijke Nobelprijswinnaar. In Waarover ik praat als ik over hardlopen praat vind je echter niet de typische intrigerende Murakami-personages en ook de absurde magisch-realistische sfeer blijft achterwege. Het zijn Murakami’s ervaringen als marathonloper (en triatleet) die centraal staan.

In het voorwoord maakt Murakami meteen duidelijk dat hij geen (hand)boek zal schrijven over hoe je fit en gezond moet blijven. Hij schrijft over wat het voor hem betekent om hardloper te zijn, meer bepaald wat de wisselwerking is tussen zijn schrijverschap en hardlopersleven. Het boek verscheen in 2007, maar Murakami twijfelde 10 jaar of hij het zou schrijven. We kunnen hem alleen maar heel dankbaar zijn dat hij het uiteindelijk wel deed.

In verschillende hoofdstukken beschrijft Murakami zijn hardlopers- en schrijversleven vanaf de zomer in 2005 tot de herfst in 2006. Hoewel hij fanatiek met hardlopen bezig is en met veel detail uitlegt waar en hoe hij traint, blijft hij wel een erg menselijke duurloper. Soms heeft hij geen tijd om te lopen of twijfelt hij aan zijn eigen kunnen. Ook dit koppelt hij aan het schrijfproces. Murakami zegt zelf dat hij de metafoor tussen hardlopen en schrijven steeds verder kan uitwerken. Dat is ook wat dit boek zoveel meer maakt dan een opsomming van trainingsgegevens. Door middel van zijn eigen loopervaringen slaagt Murakami erin om beeldend weer te geven wat het loopproces met een mens en zijn denken doet. Tijdens het lopen zijn gedachten namelijk als wolken.

Murakami liep zijn eerste marathon buiten wedstrijdverband toen hij voor een reportage in Griekenland het idee kreeg om de omgekeerde marathon te lopen: van Athene naar Marathon dus. Hij deed dit volledig op eigen houtje onder een loden zon en wist toen nog niet dat de huidige marathonafstand 2,195 kilometer langer is dan de oorspronkelijke afstand tussen beide plaatsen. Het strafste en ook meest beklijvende verhaal is dat van de 100 km wedstrijd waar hij aan deelnam in juni 1996. Tijdens zijn tocht herhaalt hij de hele tijd dit mantra: “Ik ben geen mens. Ik ben een pure machine. Ik ben een machine en dus hoef ik niets te voelen. Ik moet gewoon vooruit”. De machinale ultraloper blijkt net zoals zijn romanpersonages ook over een bevreemdend kantje te beschikken, maar juist dat maakt hem alleen maar menselijker.

Is Waarover ik praat als ik over hardlopen praat een boek dat niet-lopers zal boeien? Wellicht minder. Het is namelijk geen lofzang over een leven als loper of een pleidooi om meer te bewegen. Murakami vertelt in een bijzonder nuchtere stijl over de heroïek van zijn (soms bovenmenselijke) prestaties. Zijn doel is niet om een spannend verhaal te vertellen. Hij slaagt er juist in om de eentonigheid en saaiheid van hardlopen te bezingen. Om die te kunnen begrijpen, moet je de schoonheid daarvan zelf als loper kunnen begrijpen. Voor de doorwinterde Murakami-fans biedt dit boek wel een unieke inkijk in het leven van de schrijver en persoon.

Voor wie meer of iets ander van Murakami wil lezen kan ik Kafka op het strand, Norwegian Wood en Ten zuiden van de grens van harte aanbevelen.

Haruki Murakami – Waarover ik praat als ik over hardlopen praat (Uitgeverij Atlas Contact 2009) – citaat p. 130