Het boek – Mijn zomervakantie in 12 boeken

Ik wek misschien de indruk dat ik altijd in beweging ben. Niets is minder waar: ik spendeer ook behoorlijk wat tijd al lezend, een activiteit die ik nog steeds zittend of in ruststand beoefen. Net zoals voor lopen geldt dat ik ook tijd moet maken om te lezen. Doe ik dat niet, dan komt het er niet van. Lezen is verrijking, therapie en onderhoud van de geest. Dat kan ik mezelf toch niet ontzeggen? De zomervakantie is het uitgelezen moment om het boekenmeisje in mezelf eens te laten gaan. Dat lukte meer dan behoorlijk. Met 12 boeken op de teller haalde ik mijn culturele quota. Geen nood: voorlopig zijn die nog niet bij wet vastgelegd. Ik vertel jullie graag wat meer over de literaire ervaringen die mijn zomer nog warmer maakten.

Om in vakantie- en Tour-de-France-stemming te komen begon ik juli met Ventoux. Een boek over vriendschap en poëzie met als decor de mythische berg: aardig verteld en vermakelijk, maar Bergt Wagendorp kon me niet verrassen. Ook bij Noem het liefde bleef ik wat op mijn honger zitten. Als jong talent Daan Heerma Van Voss aankondigt een grote roman over de liefde te schrijven, dan zijn mijn verwachtingen hooggespannen. De personages waren mij echter te karikaturaal en het leek alsof ik het verhaal al gelezen had.

De Franse literatuur stelde geenszins teleur. Een onmogelijke liefde is een pijnlijk relaas over een getroebleerde gezinssituatie. Boeken over incest ruiken al snel naar sensatiezucht, maar Christine Agnot trapt niet in die val. Met rake pen en een groot observatievermogen schrijft ze een persoonlijk verhaal. De uitdagende cover van In de tuin van het beest kan ook misleidend overkomen. Verwacht geen literair alter ego van Anastasia Steele of een doktersroman in culturele verpakking. Hoofdpersonage is de seksverslaafde journaliste Adèle die een dubbelleven leidt. Haar angst voor een burgerlijk leven neemt groteske vormen aan. In de tuin van het beest geldt in mijn ogen dan ook als een moderne versie van Madame Bovary. Leïla Slimani schrijft beklijvend in haar debuutroman. Je bent als lezer betrokken, of je dat nu wil of niet.

IMG_2834b
Ada is een echt beest in bed.

Ik las Paris-Austerlitz van de Spanjaard Rafael Chirbes bijna in één ruk uit toen ik in Parijs was. De aangrijpende liefde tussen een jonge kunstenaar en een oudere fabriekswerker die zich afspeelt in de Franse hoofdstad, maakte me nieuwsgierig naar ander werk van de inmiddels overleden auteur. Studievriendin Machteld tipte De zevende functie van taal omdat de personages bekende namen uit de taal- en literatuurwetenschap zijn. Wij hebben dus een verleden met Jacques Derrida, Jean-Paul Sartre en consorten. Bovendien kan ik een klepper die een literaire James Bond wordt genoemd onder geen beding links laten liggen. De dood van Roland Barthes en de verdwijning van diens geheime manuscript over de zevende functie van taal staan centraal. Laurent Binet mengt fictie en realiteit vakkundig door elkaar. Dat resulteert in ronduit hilarisch scènes, uiterst interessante gedachten over de functie van taal en een zorgvuldig geconstrueerd labyrint van plotwendingen. Ik was de draad van deze unieke roman helemaal kwijt, maar dat kon de leespret niet drukken.

Bij menig lezer zat De acht bergen ongetwijfeld in de vakantiekoffer. Paolo Cognetti’s bestseller domineert immers al maandenlang alle verkooplijsten. Een slimme zet dus van de uitgever om een eerder geschreven roman van het Italiaanse wonderkind nu te publiceren. Aanvankelijk gaf ik De buitenjongen weinig kans om zijn magistrale voorganger te overtreffen. Dat deed het in zekere zin wel. Het gegeven van De buitenjongen is eenvoudig: een jonge man trekt naar de bergen om daar rust en zichzelf te vinden, geïnspireerd door Christopher McCandless. Dit levert, in tegenstelling tot Into the Wild, geen groot drama op of overleving van het hardste soort, maar een integer portret over de verbondenheid tussen mens en natuur. De stijl van Cognetti vond ik met momenten zo betoverend mooi, dat ik het boek met mate heb geconsumeerd om er maximaal van te kunnen genieten. Een les in zelfbeheersing.

IMG_2282b

Domenico Starnone heeft mij ook helemaal ingepakt met zijn Italiaanse charme. De zoektocht naar diens ware identiteit kan overigens perfect dienst doen als stof voor een roman. Recente tekstanalyses zouden hebben aangetoond dat Domenico Starnone de mysterieuze Elena Ferrante is. Starnone blijft dit echter met klem ontkennen. Zijn roman Strikken wordt subtiel aangeprezen als het mannelijke antwoord op Ferrantes Dagen van verlating: het pijnlijke verslag van een vrouw die met haar kinderen in de steek wordt gelaten. Strikken is een pareltje: een prachtig geschreven pageturner die zowel humoristisch als gevoelig is. Ik las dit boek zonder rem: ik begon erin en voor ik het wist, was het uit.

Om me helemaal in Italiaanse vakantiesfeer onder te dompelen las ik Call Me by Your Name: het boek van de gelijknamige film. André Aciman schrijft over de pure en ontroerende liefde tussen Elio en Oliver. Dit is dan ook allesbehalve een stereotiep verhaal over de mannenliefde of pathetisch vakantieliefdesverdriet. We bevinden ons in de jaren 80 ergens in het noorden van Italië. Denk: zonnige boomgaarden met zwoel zomerfruit, krakend huis met piano en boekenkasten, lezen en studeren aan het stenen zwembad, intellectuele discussies en geflirt op het hoogste literaire niveau. Aan sfeerschepping geen gebrek. De dialogen zijn schaars, maar altijd to the point. Zoals wanneer Oliver tegen Elio zegt: I like the way you say things. Serieus: kan je een mooier compliment krijgen?

IMG_2821b

Een andere Engelstalige aanrader is Home Fire van Kamila Shamsie. Zoek op en de lovende recensies vliegen je tegemoet. Terecht, want het vraagt lef om een boek te schrijven over een jongeman die zijn vader achterna gaat als jihad-strijder. Zijn verhaal wordt verteld vanuit vijf verschillende personages en dat geeft telkens een andere kijk op het gebroken gezin dat tegen alle logica in samen wil blijven. Je hinkt als lezer continu op twee gedachten: telkens als je een oordeel klaar hebt, draait de situatie om. Shamsie toont aan dat dergelijke actuele verhalen zoveel genuanceerder zijn dan hoe ze vaak worden voorgesteld. Om het met de woorden van Sunday Times te zeggen: Brave and brilliant!

Tot slot las ik ook nog twee Scandinavische juweeltjes. Jens Christian Grøndahl is de grootste Deense romanschrijver van dit moment. In Pieter Steinz’ Gids voor de wereldliteratuur las ik dat Arnon Grunberg Grøndahls werk ooit relatieporno noemde. Een interessante benaming die niet per se negatief bedoeld is. Grøndahl schrijft gedetailleerd over menselijke relaties en de mechanismen die erachter schuilgaan. In Dat weet je niet begint een gelukkig getrouwd koppel hun leven te overlopen naar aanleiding van de nieuwe Pakistaanse partner van hun dochter. Ze doen dat elk afzonderlijk en overpeinzen kleine, soms futiele, gebeurtenissen met een onverwacht grote impact. Ook Grøndahl prijkt nu op mijn lijstje “verder te ontdekken”. De Noor Tarjei Vesaas hoort daar ook thuis. Helaas is er niet veel meer van hem te lezen, want enkel zijn roman De vogels is in het Nederlands verkrijgbaar. Dit meesterwerkje, dat oorspronkelijk in 1957 verscheen, wordt een Stoner genoemd: een vergeten bijou uit de wereldliteratuur die opgevist en ontdekt wordt. Het tragikomische verhaal over broer Mattis en zus Hege dat zich afspeelt in de verlaten Noorse bossen, deed mij soms denken aan John Steinbecks Of Mice and Men.

Wie op zoek is naar nog meer leesinspiratie kan een kijkje nemen op Lang Zullen We Lezen!: een platform waar bekende en onbekende lezers ervaringen en tips delen. Zo leerde ik wat mijn culturele idool Sofie Lemaire zoal leest en aanprijst. Ik verwijs jullie ook nog eens graag door naar mijn eigen boekenpagina.

Dit stond er op mijn zomermenu 2018:
Noem het liefde – Daan Heerma Van Voss, Ventoux – Bert Wagendorp, Een onmogelijke liefde – Christine Agnot, Dat weet je niet – Jens Christian Grøndahl, De buitenjongen – Paolo Cognetti, Paris-Austerlitz – Rafael Chirbes, De zevende functie van taal – Laurent Binet, In de tuin van het beest – Leïla Slimani, Call Me by Your Name – André Aciman, De vogels – Tarjei Vesaas, Strikken – Domenico Starnone, Home Fire – Kamila Shamsie

img_2960b.jpg

 

 

Het boek – Lijstjestijd

Mijn boekenpagina werd aangevuld met enkele lijstjes: mijn aanraders voor iedereen die van een goed boek houdt. Een boekenstijl is heel persoonlijk, maar ik krijg zelf ook graag boekentips. Bij deze dus een inkijk in welke boeken mij zoal geraakt en geboeid hebben.

Ik ben al veel langer een lezer dan dat ik een loper ben. Als kind was ik het soort meisje dat naar een andere bibliotheek moest gaan omdat ik alle boeken van de plaatselijke bib gelezen had. Vakantie met de familie betekende stapels boeken meenemen en lezen maar. Een boek kon mij niet dramatisch genoeg zijn. Om maar iets te noemen: honden die van hun baasje gescheiden worden en uiteindelijk na heel veel leed herenigd worden, tienerproblemen in een puberende paardenwereld, moord of kindermishandeling. Mijn mama heeft ooit eens uit bezorgdheid gevraagd of alles wel oké was toen ze zag dat ik een boek las over een moeder die haar kind sloeg. Met mijn broer hield ik leeswedstrijden. We lazen dan samen elk een boek en vroegen om de paar minuten aan elkaar op welke pagina de ander zat. Die competitie hebben we inmiddels wijselijk achterwege gelaten.

Mijn keuze om literatuurwetenschap te gaan studeren kwam dus niet uit de lucht vallen. Op mijn 16e was het voor mij al heel duidelijk dat ik leerkracht Nederlands wilde worden en dat was als literatuurwetenschapper perfect mogelijk. Toegegeven, ik ben lang blijven hangen in de dramatische literatuur voor jongvolwassenen. Daar kwam abrupt een einde aan toen ik ging studeren en de poorten van de wereldliteratuur voor mij openden. Ik hoorde voor het eerste van de Ilias, ik las Shakespeare en ik liet me meevoeren in Honderd jaar eenzaamheid. De Echte Literatuur was zoveel gevarieerder en gelaagder dan een boek voor jongeren. Er bleek veel meer om van te proeven en ik leerde smaken kennen waarvan ik niet wist dat ze bestonden. Mijn eerste echte literaire ervaring was Vladimir Nabokovs Lolita. De stijl en het verhaal versterkten elkaar en lieten me overdonderd achter. Lolita is een schandaalroman die goed scoort op de dramaschaal, maar wel op een heel andere manier dan wat je verwacht. Het is een literair spel op het hoogste niveau. Voor mij persoonlijk zal dit boek altijd een mijlpaal blijven omdat ik toen voor het eerst de kracht van literatuur heb ervaren. Mijn zielige paardenverhalen behoorden definitief tot een ver verleden. Ik las de ene na de andere klepper uit de wereldliteratuur en was helemaal vertrokken op mijn literaire pad.

img_2585.jpg

Tijdens mijn studiejaren las ik veel. Ik zat vaak op de trein en lezen was mijn voornaamste hobby. Wie heeft er tijd om te sporten als de literatuur ontdekt moet worden? Uit mijn statistieken kan ik afleiden dat er een eerste serieuze dip in mijn leespatroon ontstond op het moment dat ik begon te werken. Sterker nog: de eerste jaren dat ik leerkracht was, vormen een triest en ironisch dieptepunt in mijn lezerscarrière. In februari 2016 besloot ik het roer drastisch om te gooien. Ik zou dat jaar 50 boeken lezen. Als ik tijd had om marathons te lopen, dan moest ik ook maar tijd maken om te lezen. Ik slaagde in mijn opzet. Net zoals met het lopen kreeg ik de smaak weer goed te pakken. Er was geen houden aan: de leesduivel was ontketend. Een dag niet gelopen of gelezen, is een dag niet geleefd. Zoiets. Ik heb moeite om maat te houden als ik ergens in op ga. Enige mate van overdrijving is mij niet vreemd. Zolang het dan bij boeken en lopen blijft is er geen probleem, hoop ik. Gemiddeld een boek per week lezen is inmiddels de standaard.

Ik vind het makkelijker om uit te leggen waarom ik loop dan waarom ik lees. Lopen is een fysieke activiteit in de buitenlucht: mijn lichaam blijft gezond en mijn geest wordt gelucht. In 2014 volgde ik binnen het kader van een bijscholing een lezing met als titel Moet dat nu echt, die literatuur? Volgens Johan van Iseghem (KUL) is literatuur van fundamentele waarde op individueel, maatschappelijk en specifiek literair gebied. Heel kort door de bocht betekent dit dat lezen als therapie kan dienen, ons moreel vormt en verbindt en dat taal niet alleen onze creativiteit prikkelt, maar net zo goed in staat is te betoveren. Bibliotherapie als krachtig medicijn om de wereld aan te kunnen: wat zou ik daar nog aan kunnen toevoegen?

IMG_2547

Het boek – Een indrukwekkend verhaal van Klaas Boomsma

Ren voor je leven is één van de hardloopboeken waar ik het meest van opgestoken en genoten heb. De ondertitel is dan ook niet voor niets Een persoonlijk boek over wat hardlopen met jou kan doen. Hardlopen is van groot belang voor journalist en hardloopbeest Klaas Boomsma. Hij begon ermee begon vlak voor z’n 37e verjaardag in een verslavingskliniek in Zuid-Afrika.

Klaas Boomsma was jarenlang verslaafd aan alcohol en cocaïne. Hij slaagde erin om toch min of meer normaal te functioneren als redacteur. Omdat hij zijn werk nog kon beoefenen, zag hij zichzelf ook nooit als iemand met een probleem. Hij lag immers niet ergens in de goot te creperen. Juist daar ligt het grote probleem van de verslaafde: hij ziet zelf niet hoe zijn leven geruïneerd wordt door de constante drang naar drugs. Keer op keer probeert hij zelf komaf te maken met zijn problemen. Ook als hij te kampen krijgt met angstaanvallen denkt hij steeds weer dat hij de situatie de baas is. Een echte ommekeer komt er dus pas in een kliniek in Zuid-Afrika. Daar wordt hem ook gezegd dat een verslaving als een ongeneeslijke ziekte is, wat in zijn oren klinkt als een te gemakkelijk excuus voor zijn probleem.

Op een heel bevattelijke manier weet Klaas Boomsma uit te leggen wat een verslaving met iemand doet en hoe dat een aanzienlijk deel van zijn leven heeft gedomineerd. Hij zwaait nooit met een belerend vingertje omdat de insteek van zijn verhaal het hardlopen is en hoe dat ervoor heeft gezorgd dat hij zijn leven weer op de rails kreeg. Zijn verhaal ruikt nooit naar sensatiezucht. Klaas Boomsma beweert ook niet dat hardlopen dé oplossing is voor elke verslaving of elk probleem. Ren voor je leven is vooral een aangrijpend verhaal over de ontstaansgeschiedenis van een hardloper. Rennen maakte leven weer mogelijk. Met een enorme drive zet hij zijn eerste passen als hardloper.

Die gedrevenheid kenmerkt ook de marathonloper Klaas Boomsma. Hij liep intussen al heel wat marathons in scherpe tijden. Ik ben duidelijk niet de enige die op geheel eigen wijze begon te lopen. Bij Klaas Boomsma komt daar ook de verslaving om de hoek kijken: hij is al jaren clean, maar hardlopen wordt steeds dominanter in zijn leven. Meer en sneller zijn codewoorden. Hij blijft jagen naar die fel begeerde sub 3 tijd, een marathon lopen in minder dan 3 uur dus. Tot er een moment komt dat hij beseft dat hij zichzelf aan het voorbij lopen is. De schoonheid van hardlopen zit niet in snelle tijden en heroïsche prestaties. Het is een onbeschrijfelijk machtig gevoel dat je overvalt als je op zondag de deur uitgaat om een duurloop af te werken. Zoveel meer dan een runner’s high. Dit vond ik het meest herkenbare in zijn verhaal. Ik las het boek in volle marathonvoorbereiding in een periode dat ik ook heel erg zocht naar een goed evenwicht tussen jezelf continu vooruit drijven zonder dat het primaire loopplezier daar onder lijdt.

Klaas Boomsma’s stijl is rechttoe rechtaan. Zijn taal is raak en verbloemt niets. In het begin moest ik wat wennen aan die directe aanpak, net zoals aan het vlotte Hollandse taalgebruik. Al snel leek het echter alsof hij zich rechtstreeks tot mij richtte. Ik geloof Klaas Boomsma. Hij is een echte, authentieke mens van vlees en bloed. Dat lees je ook op zijn blog. Ik ben een trouwe volger en heb veel gehad aan zijn berichten waarin hij schrijft over zijn blessureleed en zijn voorbereidingen op de marathon in Leiden die hij in mei liep. Momenteel traint hij volgens een trainingsmethode waarbij je in de marathonvoorbereiding niet langer dan 14 km aan een stuk loopt. Hij blijft dromen en strijden voor zijn sub 3. Ambitie hoeft loopplezier niet per se in de weg te staan.

Doe jezelf een plezier en lees dit boek. Het is zonder meer een indrukwekkend verhaal dat iedereen kan inspireren: loper en niet-loper, man en vrouw, jong en oud.

Klaas Boomsma – Ren voor je leven. Een persoonlijk boek over wat hardlopen met jou kan doen. (Uitgeverij Prometheus 2017)

Het boek – Murakami over hardlopen

Waarover ik praat als ik over hardlopen praat van de Japanse schrijver Haruki Murakami is een must read voor elke lopende lezer of lezende loper. Murakami is een bruggenbouwer en al lang geen onbekende meer in het literaire landschap. Hij wordt al jaren genoemd als mogelijke Nobelprijswinnaar. In Waarover ik praat als ik over hardlopen praat vind je echter niet de typische intrigerende Murakami-personages en ook de absurde magisch-realistische sfeer blijft achterwege. Het zijn Murakami’s ervaringen als marathonloper (en triatleet) die centraal staan.

In het voorwoord maakt Murakami meteen duidelijk dat hij geen (hand)boek zal schrijven over hoe je fit en gezond moet blijven. Hij schrijft over wat het voor hem betekent om hardloper te zijn, meer bepaald wat de wisselwerking is tussen zijn schrijverschap en hardlopersleven. Het boek verscheen in 2007, maar Murakami twijfelde 10 jaar of hij het zou schrijven. We kunnen hem alleen maar heel dankbaar zijn dat hij het uiteindelijk wel deed.

In verschillende hoofdstukken beschrijft Murakami zijn hardlopers- en schrijversleven vanaf de zomer in 2005 tot de herfst in 2006. Hoewel hij fanatiek met hardlopen bezig is en met veel detail uitlegt waar en hoe hij traint, blijft hij wel een erg menselijke duurloper. Soms heeft hij geen tijd om te lopen of twijfelt hij aan zijn eigen kunnen. Ook dit koppelt hij aan het schrijfproces. Murakami zegt zelf dat hij de metafoor tussen hardlopen en schrijven steeds verder kan uitwerken. Dat is ook wat dit boek zoveel meer maakt dan een opsomming van trainingsgegevens. Door middel van zijn eigen loopervaringen slaagt Murakami erin om beeldend weer te geven wat het loopproces met een mens en zijn denken doet. Tijdens het lopen zijn gedachten namelijk als wolken.

Murakami liep zijn eerste marathon buiten wedstrijdverband toen hij voor een reportage in Griekenland het idee kreeg om de omgekeerde marathon te lopen: van Athene naar Marathon dus. Hij deed dit volledig op eigen houtje onder een loden zon en wist toen nog niet dat de huidige marathonafstand 2,195 kilometer langer is dan de oorspronkelijke afstand tussen beide plaatsen. Het strafste en ook meest beklijvende verhaal is dat van de 100 km wedstrijd waar hij aan deelnam in juni 1996. Tijdens zijn tocht herhaalt hij de hele tijd dit mantra: “Ik ben geen mens. Ik ben een pure machine. Ik ben een machine en dus hoef ik niets te voelen. Ik moet gewoon vooruit”. De machinale ultraloper blijkt net zoals zijn romanpersonages ook over een bevreemdend kantje te beschikken, maar juist dat maakt hem alleen maar menselijker.

Is Waarover ik praat als ik over hardlopen praat een boek dat niet-lopers zal boeien? Wellicht minder. Het is namelijk geen lofzang over een leven als loper of een pleidooi om meer te bewegen. Murakami vertelt in een bijzonder nuchtere stijl over de heroïek van zijn (soms bovenmenselijke) prestaties. Zijn doel is niet om een spannend verhaal te vertellen. Hij slaagt er juist in om de eentonigheid en saaiheid van hardlopen te bezingen. Om die te kunnen begrijpen, moet je de schoonheid daarvan zelf als loper kunnen begrijpen. Voor de doorwinterde Murakami-fans biedt dit boek wel een unieke inkijk in het leven van de schrijver en persoon.

Voor wie meer of iets ander van Murakami wil lezen kan ik Kafka op het strand, Norwegian Wood en Ten zuiden van de grens van harte aanbevelen.

Haruki Murakami – Waarover ik praat als ik over hardlopen praat (Uitgeverij Atlas Contact 2009) – citaat p. 130