Als kind was ik gefascineerd door de tourist offices in Engeland. De rekken vol kleurrijke folders oefenden een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit op mij. Niet om al die dingen te gaan bezoeken (dat was mij te avontuurlijk, ik las liever gewoon een boek), wel omwille van het informatieve en organisatorische karakter. Ik verzamelde heel veel folders en thuis opende ik dan mijn eigen kantoor om op maat tripjes en reizen uit te stippelen voor mijn familieleden. Ik begin daarom met een toeristische boodschap van algemeen nut: ga eens naar de Elzas! Denk aan folders vol kastelen. Postkaarten met vergezichten vol wijngaarden zover je oog reikt. De streek ademt kleurrijke rustieke charme. Onze uitvalsbasis was Obernai, net toeristisch genoeg om je er als buitenstaander welkom te voelen, voldoende kleinschalig om trouw te blijven aan de couleur locale. Het doel: de Ultra Trail des Païens by UTMB van 110 km tot een goed einde brengen in een heel kronkelende lijn van Orschwiller naar Obernai met 23 beklimmingen en dik 4000 hoogtemeters. Voor mij zou dat een nieuw afstandsrecord betekenen. De moeite dus om er met het nodige gerief op uit te trekken.

De vroege uurtjes
Om bij de roze startboog in Orschwiller te komen, moeten we om 5 uur op de bus van de organisatie zitten. De wekker gaat om half 4. We ontbijten deze keer met een grote bak rijstpap, die vlotjes en zelfs met smaak naar binnen schuift. Door een donker en verlaten Obernai wandelen we richting de bus. Het is onwezenlijk dat het grote avontuur nu echt bijna gaat beginnen. Nog een medische update: Hans kampt nog steeds met uitstralingspijn in zijn linkerbil en -been, waardoor een half uur op de bus zitten een uitdaging vormt. Ik zit wat te knikkebollen. Het is nog donker, dus heel veel valt er niet te zien. De sfeer op de bus is sereen, gelaten zelfs. Er wordt eigenlijk niet gepraat. Van de adrenaline voor het avontuur is weinig te merken. Rond half 6 bereiken we onze eindbestemming (die dus het vertrek is). Er wordt nog steeds amper een woord gezegd als we met tientallen lopers de plaatselijke feestzaal worden binnengeleid. Hier laten we onze drop bags achter. Het is dan in dat gekkige sfeertje wachten geblazen tot we echt van start gaan.

7u Orschwiller 0 km
Het is eventjes zoeken, maar na een korte wandeling door het überschattige Orschwiller vinden we de startzone. De ambiance hier is alvast heel goed. Er is gratis koffie voor de lopers! Net de kick die ik nodig heb om deze dag echt op gang te trappen. We kijken nog wat rond en gaan dan in ons startvak staan. Tijd voor een fotootje. Ik word aangesproken door iemand van de organisatie (herkenbaar aan het klembord) dat ik helemaal vooraan mag gaan staan bij de profs. Waarschijnlijk omdat ze voldoende vrouwen in beeld willen brengen bij de start. Ik knik van ja, maar doe van nee. Ik ben niet zo gek om me de eerste 500 meter door honderden lopers voorbij te laten razen. Met een bewolkte 5 graden is het trouwens best fris. Ik heb daarom van de gelegenheid gebruik gemaakt om mijn jasje aan te trekken: een duur jasje van Salomon dat ik kocht voor de verplichte uitrusting. Het voelt dan ook goed om het nu al aan te hebben. We zullen de komende kilometers 500 meter stijgen, dus op de berg zal het nog frisser zijn. Wauw, zo cool! Ik ga zowaar lopen met een jas aan! Dit voelt als een extra lading avontuur, want ik loop nooit met een jas. De echte startceremonie toont waar UTMB voor staat: voldoende showgehalte, veel superlatieven voor de adembenemende streek die we zullen doorkruisen en 3 minuten epische muziek. Alles wordt in het werk gesteld om ons het gevoel te geven dat we iets extraordinaire gaan doen. Nou en of!

8u22 Haut-Koenigsboerg 9,5 km
Stipt om 7 uur worden we op gang getrapt. Het gaat een beetje omhoog door het sfeervolle Orschwiller en dan al snel de wijngaarden in. Het plezier van het jasje duurt welgeteld 2 kilometer. Ik ben niet gemaakt om met jasjes te lopen en helemaal niet als ze gesealde naden hebben. Ik zweet me de pleuris. Het jasje plakt tegen mijn lijf aan. Vooraleer we echt omhoog gaan, stoppen we even langs de kant zodat het jasje (nat!) uit kan en de stokken erbij worden genomen. Omdat ik nog niet heel veel met mijn stokken gelopen heb, voelt het alsof ik niet door de mand mag vallen als stokkenbeginner. Ik gebruik ze met een air alsof ik nooit anders gedaan heb. We gaan bergop in een lange sliert mensen. De sfeer is nog steeds best ingetogen. Hans en ik zijn de enigen die praten met elkaar. De eerste klim valt beter mee dan gedacht omdat er nog goed beloopbare stukken bij zijn. Via Saint-Hippolyte lopen we de grens over van het departement Bas-Rhin naar Haut-Rhin in een lange bocht linksom naar het kasteel Haut-Koenigsbourg. Op 725 meter hoogte en na 9,5 kilometer bereiken we zo het op 1 na hoogste punt van de race. Mensen in middeleeuwse klederdracht heten ons welkom. We lopen door het kasteel. De eerste bevoorrading die we daar aantreffen kan mij meteen bekoren. Ik kies voor wat stukjes Lion, gezien de temperatuur niet echt een goeie keuze omdat ze aan de harde kant zijn. De eerste cola van de dag vloeit binnen. Een welverdiende 9/10 voor sfeer en gezelligheid!
9u22 Chatenois 18,3 km
Vanaf het kasteel gaat het dan weer kilometers lang naar beneden, een stevige afdaling die ik met dichtgeknepen billen loop. Lastig, want ik wil geen boemeltrein zijn die de tgv’s ophoudt, maar als boemel heb ik net zoveel recht om op deze (soms smalle) paadjes te lopen. Het compromis is dat Hans en ik af en toe stoppen op een plek waar dat kan om een peloton lopers voorbij te laten sjezen. We zijn nog maar net op pad en dan is het sowieso altijd zoeken naar een goed tempo. De schrik om te vallen zit erin. Hier een uitschuiver maken, kan grote gevolgen hebben. Zo zou later ook blijken voor Seppe die van start gaat op de 100 mijl wedstrijd. De wijngaarden blijven indruk maken. Wat is het hier mooi! We tikken meteen ons tweede kasteel aan, het Château de Kintzheim, een ruïne die een dierenpark is van roofvogels. (zal vast een leuke folder zijn). Als we in het dal Chatenois zien liggen, horen we ook het gejoel van de toeschouwers aan de bevoorrading. Het zijn er veel! Als helden worden we binnengehaald op de tweede ravito die een pak ruimer is dan de eerste. We maken kennis met de cola-tap die colasiroop mengt met bruisend water, wat veel beter werkt dan je denkt. Ik ga hier naar de wc op de meest luxe versie van een dixi: één met een doorspoelfunctie. Ik eet hier ook voor het eerst van de marmercake die de hoofdmoot zal vormen van mijn voedselplan, zo zal later blijken. De zon schijnt en samen gaan we weer op weg.

11u16 Dambach-la-Ville 30,9 km
Hans loopt met ischias, een geknelde beenzenuw die waarschijnlijk veroorzaakt wordt door een hernia. Vooral bij het dalen heeft hij daar last van. Het maakt hem wat onzeker naar het vervolg van de race, maar we kunnen niet meer dan afwachten en hopen op het beste. We lopen Chatenois uit via een relatief vlak stuk, eerst door het stadje en dan via een pad langs het water. Best lekker lopen zo eigenlijk. De zon schijnt trouwens en die voelt ook warm aan, terwijl het maar dik 10 graden is. We hebben ruim 20 km in de benen en dat voel ik zeker wel. Ik probeer niet te veel te denken aan wat nog komen moet. We leven van etappe per etappe. Stiekem kijk ik wel uit naar die 30 op de teller. Dat voelt toch alsof je aan het echte trailwerk begonnen bent. Na een stevige klim met afdaling ligt de volgende bevoorrading voor ons. De aankomst in het bijzonder charmante Dambach-la-Ville is geweldig. Wat een sfeer! De ravito bevindt zich op het pleintje in het midden van de stad en het lijkt alsof iedereen zich hier verzameld heeft. Het maakt de post wel druk, maar de cake glijdt weer lekker naar binnen. Pfff, wat is het warm trouwens. We houden ons hoofd onder de kraan, drinken nog wat cola en genieten van de uittocht van deze prachtige plek.

14u11 Andlau 48,2 km
De 17 km die we nu voor de boeg hebben is het langste stuk tussen twee bevoorradingen. Ik ben nog steeds helemaal in mijn nopjes. De eerste uren zijn voorbij gevlogen, ook al halen we een gemiddelde snelheid van “maar” 7 km/u. De eerste klim brengt ons bij het middeleeuwse Château du Bernstein, één van de oudste van de Elzas. De naam zou verwijzen naar de plaats van het kasteel: het is gebouwd op een rots waar een berenfamilie woonde. Het weer begint zich nu van zijn wisselvallige kant te tonen. Het gaat van zonnig naar bewolkt naar zon met regen naar nog meer regen en zelfs hagel. Wij lopen nog steeds in een shirt met korte mouwen. We verbazen ons erover hoe warm anderen zijn aangekleed. Voor een beetje regen bij +10 graden hoef je toch echt geen jasje aan en bij hagel al helemaal niet, want je wordt er niet nat van, aldus Hans. We maken een eerste filmpje voor het thuisfront waarin we onder andere vertellen over de epische start en het indrukwekkende landschap. We stoppen af en toe om een fotootje te nemen, want echt mensen: wat is het hier mooi! We blijven op en neer lopen langs de wijnranken. Waar ik me wel meer aan meer begin te storen zijn de wildplassende mannen in de wijngaarden. Totaal ongepast. Ten eerste: dat is privé-terrein dat je niet mag betreden. Ten tweede: als je dan toch gaat wildplassen (als man of vrouw zijnde), dan moet je altijd de beschutting opzoeken. Langs de kant van de weg gaan staan met je rug naar de anderen toe, dat kan echt niet.

De kilometers beginnen te wegen. Hans klaagt over een totaal leeg gevoel in zijn benen. Geen last van bil, rug of benen, maar een gebrek aan energie. Een Snickers en ultragel moeten redding bieden. Ik probeer het goede gevoel vast te houden. Ik vind écht dat we hoe dan ook goed bezig zijn. Ja, het is zwaar, maar wat hadden we nu eenmaal gedacht? Sommige stukken zijn wat eentoniger, net iets minder boeiend. Juist dan kan ik in een soort van trance komen waarbij het enige in de wereld dat nog bestaat mijn benen en stokken zijn die zich voortbewegen. Lang leve de stokken! Ik denk dat dit de fase is van de overgave aan de trail, pure mindfulness. Mijn schoenkeuze voor de Mafate 4 van Hoka stemt me tevreden. Ze zijn net wat platter en minder dempend dan de dikke carbonzool van de Mafate X, maar ze hebben meer grip. Door de regen is het op sommige plaatsen modderig geworden en is meer houvast echt wel nodig.
De aankomst in Andlau is weer hartverwarmend. Het voelt alsof iedereen is toegestroomd om net jou daar naar binnen te roepen. De bevoorradingspost bevindt zich in een grote sporthal. Het eerste wat we daar doen is naar de wc gaan. Heerlijk op een echte wc-pot! En dan neem ik een koffie. Op elke post is er oploskoffie en dit is het uitgelezen moment om een opkikker binnen te pakken. We eten allebei heel veel. Ik eet 4 stukken cake na elkaar, nog wat bretzels en kaasblokjes. Ik kap 3 bekers cola naar binnen. Ik besef nu pas dat ik honger heb. Deze bevoorrading doet ons allebei héél goed.

16u23 Barr 62,1 km
We lijken wel twee andere mensen. Nieuwe benen hebben we en de ischias van Hans speelt hem geen parten meer. Ik stuiter de berg op, genietend van het fantastische uitzicht op Andlau. Ik begin luidop te fantaseren over hoe de inwoners van de nabije dorpjes zich verhouden tot die van Obernai. Is het een soort van Tienen-Leuven verhouding? De dikkenekken van Leuven? De hipsters van Obernai? Alsof het niks is, gaan we weer de berg op. We maken een tweede filmpje voor het thuisfront om over onze herrijzenis te vertellen. Ook dat is traillopen: pas beseffen dat je het zwaar hebt gehad als je je weer beter voelt. En ook dus: nieuwe benen uitvinden met meer dan 50 km in diezelfde benen. We bewonderen achtereenvolgens het Château d’Andlau en Château de Spesbourg, waar Hans gewillig poseert voor een kasteelfoto. Het is aftellen naar het halverwege-punt en ook uitkijken naar de bevoorrading in Barr, waar we onze drop bag met eigen spullen zal klaarliggen.

Via Zotzenberg naderen we Barr. De aangegeven route wijkt af van de gpx, even lichte paniek: zijn we nog wel juist? Je wil echt geen kilometer omweg maken. De paniek blijkt ongegrond. We kronkelen wat door het stadje, maar bereiken dan uiteindelijk de heel drukke ravito. Het is magisch om daar je tas met eigen, schone spullen in handen te krijgen. Ik word er bijna emotioneel van. Hans gaat voor een schoon shirt, kousen en schoenen. Ik heb al besloten om geen schoenen te wisselen. Mijn Mafate X heeft minder grip en dat vertrouw ik niet met wat we nog voor de boeg hebben. Ik doe mijn schoenen wel eens uit om het vuil eruit te schudden en mijn kousen schoon te wrijven. Het is hier heel druk. Er is binnen plaats om te slapen, maar je kan ook kiezen voor een driegangenmenu mét vegetarische opties. We passen voor de käsespätzle, een zwaar gerecht waarvan je nooit helemaal zeker kan zijn hoe het in je buik valt. De cola, cake, pretzels en kaasblokjes schuiven daarentegen wel vlotjes naar binnen. Ik moet er nu niet aan denken om dat (in willekeurige volgorde) weg te stouwen. Vreemd hoe je smaakpapillen anders gaan werken in zware omstandigheden.

19u44 Abbaye de Niedermunster 78,7 km
We hebben er nog steeds zin in, al moeten we wel weer een lang stuk overbruggen tot de volgende bevoorrading. Met een prachtig zicht op Barr gaat het meteen weer omhoog. De klim doet echt pijn. Mijn ganzenpootje staat in brand. Daarmee bedoel ik niet één van mijn voeten (die doen ook pijn), maar de binnenkant van mijn linkerknie waar drie pezen samenkomen in de vorm van een ganzenpoot. Met elke stap die ik voorwaarts omhoog zet, trekt het heel erg tegen. Ik voel daardoor ook plots hoe hard de verzuring al heeft gewoekerd in mijn bovenbenen. Pommelien Thijs zingt Het beste moet nog komen, maar ik vrees dat ze hier ongelijk heeft. Het beste zit erop! Dit wordt een lijdensweg! Het gekke is dat je dus in elke hoedanigheid weer een soort van nieuw elan kan vinden. Een dafalgan neemt de scherpe randjes eraf en ik kan zowaar weer vlot lopen op de stukken bergaf. Wat je lopend kan meepakken, mag je niet laten liggen.



Hier volgt een bekentenis. Ik slaag er tijdens dit schrijfproces niet in om de kastelen op de route te plaatsen. Het zijn er veel, ze zijn indrukwekkend, maar geen idee wat waar was! Dat het lijkt alsof ik dat wel kan, heb ik te danken aan het kaartje met hoogteprofiel op de website. Zo kan ik jullie nu dus vertellen dat we op 587 meter hoogte langs het Château du Landsberg lopen. Al die kastelen activeren mijn verbeelding. Ik denk aan de mensen die hier honderden jaren geleden van berg naar berg slopen. Hoe ze erin geslaagd zijn om op die toppen stenen forten neer te poten zonder enige vorm van machinerie. In het avondlicht maak ik een foto van het Château du Birkenfels. De mystiek bereikt haar onbetwiste hoogtepunt als we langs de pelgrimsmuren van de Mont Sainte Odile lopen. Het licht is prachtig, de klokken van de abdij luiden. Als ik ooit in mijn leven dicht bij het goddelijke ben geweest, dan zal het hier zijn.
Er is ook frustratie: we komen aan bij het klooster op 741 meter hoogte en op basis van de kilometeraanduiding in Barr verwachten we hier een ravito… die er niet is. Het gaat weer helemaal naar beneden langs een pad dat aan de steile kant is, nog net beloopbaar, maar heel vervelend omdat er elke 100 meter verraderlijke trappen zijn. In gewone omstandigheden (die waarbij je nog geen +75 km gelopen hebt) doe je dat gezwind. Met stijve pikkels is het een technische uitdaging van formaat. De mystiek herpakt zich. Als we de bevoorrading bereiken, lijkt die ondergedompeld te zijn in sereniteit. We voelen het kouder worden. Hans zit in een dipje en hoopt dat een wc-bezoek en wat eten soelaas kan bieden. Ik drink een koffie en stort me op de chips. Ik snap van mezelf niet dat ik hier zo sta te schransen. Het beruchte jasje van km 2 krijgt een herkansing. Jawel, het gaat toch weer aan.

21u20 Klingenthal 86,2 km
We maken een derde filmpje voor het thuisfront waarop je kan zien hoe adembenemend mooi de omgeving is. Hans is er weer helemaal doorgebroken. Waar we eerst uitkeken naar het moment waarop we onder de 30 km te lopen zouden hebben – dat is behapbaar – daalt nu het besef neer dat we nog uren te gaan hebben en dat we al lang onderweg zijn. We zijn weer opgeladen, maar de batterij haalt niet meer de maximale capaciteit. De enige geruststelling is dat we tijd zat hebben om te finishen. Een sanitaire stop in de natuur dient zich aan. In het bos merk je nu dat het donker begint te worden. Wat me weer een reden geeft om op te kijken tegen het moment dat de hoofdlamp aan moet. Genoeg om over te kniezen dus.
Er zijn stukken waar we kunnen lopen en hoewel remmen spiertechnisch onmogelijk is, is de vaart er helemaal uit. En het jasje? Dat is ook nu meteen weer veel te warm. Ik blijk nog steeds over een heel goedwerkende thermostaat te beschikken. De bevoorrading in Klingenthal zou zomaar een hallucinatie kunnen zijn. Een donker rookgordijn van gigantische barbecues beneemt ons de adem. Hier is één of ander volksfeest aan de gang waarbij verbrand vlees en alcohol de hoofdrolspelers zijn. Het is donker en net in die uitdagende omstandigheden moet ik me heel goed focussen. Het jasje moet terug in de vest. Het shirt met lange mouwen moet ik aan met mijn nummer erop vastgespeld. Mijn stinkende shirt moet terug in de vest samen met mijn pet. Mijn muts en hoofdlamp gaan op en aan. Door de rook maken we ons uit de voeten richting een heel donker bos.
0u58 Rosheim 102,7 km
We zijn er ons (nog) niet helemaal van bewust, maar het zwaarste deel van de race dient zich nu aan. Situatieschets: het is donker en we hebben bijna 90 km in de benen. De laatste bevoorrading is nog 16 km ver. In deze fase betekent dat bijna 3 uur onderweg zijn. Onnoemelijk ver. We zullen nu stijgen tot het hoogste punt van de UTDP: Heidenkopf op 775 meter hoogte, 460 meter omhoog op een kilometer of 5. Het terrein is niet al te geaccidenteerd, maar de moed zakt me volledig in de schoenen en dat doet mijn pijnlijke voeten geen deugd. Hans neemt de kop. Ik focus met op de reflecterende elementen op zijn short (dat is het voordeel van lopen in het donker, dat je ziet hoeveel reflecterende details je outfit bevat). Ik probeer niet te veel na te denken. Niet eigenlijk. Gewoon gestaag met de stokken omhoog gaan. Het gaat niet vooruit, dat voel en zie ik ook wel, maar het is wat het is. We moeten hier over en door willen we die finish in Obernai halen.
We stijgen dus echt bijna 5 kilometer aan een stuk. Hans vloekt op zijn Garmin, want waar die belooft dat we dan ein-de-lijk de top hebben bereikt blijkt er nog een heel venijnige staart te zijn met een steil rotsachtig klimmetje. Ook de afdaling gaat geen meter vooruit omdat die bezaaid is met stenen in allerlei formaten. Ik durf niet meer te vertrouwen op mijn benen en probeer de stokken het zoveel mogelijk te laten overnemen. Het is één gestuntel en gepikkel. Als het dan uiteindelijk beter beloopbaar wordt, neem ik stappend weer de kop om tempo te maken. Ik wil op z’n minst het gevoel hebben dat we vooruitgang boeken.
Zo bereiken we verstedelijkt gebied, de bewoonde wereld die er totaal onbewoond uitziet in het holst van de nacht. Ik ga er – voor het gemak – van uit dat we zicht hebben op Obernai by night en dat we daar nu in een héél lange bocht rond zullen lopen. Achteraf zal blijken dat we op weg naar de laatste bevoorrading zicht hebben op Boersch by night. Rosheim wordt omschreven als a romanesque town, maar de romaanse romantiek is ver zoek. Ik zie alleen maar eindeloze donkere straten en steegjes. We bereiken de bevoorrading. Alles doet pijn. We eten toch nog maar wat. Ik drink een koffie. 7 km hebben we nog voor de boeg. Ondanks alles probeer ik de sfeer en een positieve insteek vast te houden. Hans is wat minder vrolijk gestemd. Maar wij gaan dit gewoon samen doen! We schipperen ergens tussen hoop en wanhoop. We verlaten Rosheim voor wat nu toch wel echt de finale is.

2u35 Obernai 110,1 km
Al is die laatste etappe echt niet finalewaardig voor alle mystieke pracht die we tot nu toe hebben mogen aanschouwen. Ik zou bijna zeggen: gelukkig is het donker en kunnen we alle grijze, grauwe grintwegen en asfaltstukken niet al te diep in ons opnemen. We lopen door niemandsland, hier nog een stukje bos, daar nog wat stenen. En ja hoor: het gaat uiteraard nog wat omhoog! Maar dan is het écht zo ver: we zien een verlicht Obernai! We torenen helemaal boven de stad uit. Via een heel steile afdaling over asfalt lopen we de stad binnen. Ik moet aan mijn stokken gaan hangen om niet als een rotsblok naar beneden te rollen. Dit doet zoveel pijn! Het gaat – zeer toepasselijk – via het kerkhof en de Rue du Cimetière richting finish. Eerder bevreemdend dan mystiek. We moeten zoeken naar de lintjes om de weg te vinden. Obernai is verlicht, maar er is werkelijk geen mens te bespeuren. Het allerlaatste obstakel dat we moeten nemen is een lange trap die als brug dient om de finish te bereiken. Vooruit, die hoogtemeters kunnen we nog wel aan. Wonder boven wonder staan er nog mensen bij de finish. Ik zou zeggen toch een stuk of 50 en wat zijn ze enthousiast! Dit is echt heel mooi! Het is ruim half 3 als we onder de roze boog lopen. Het zit erop. Het zit er echt op. Wat zijn we diep gegaan, maar wat was dit een onvergetelijke ervaring!
De naweeën
Na de finish kent het afzien niet meteen een einde. Doordat het erop zit en je dus volledig stilstaat in het midden van de nacht, vloeit alle strijdkracht uit je weg. We wandelen in alle stilte nog een stukje om onze medaille om de nek te laten hangen. Onze drop bags vragen een ommetje naar een schoolgebouw dat oneindig ver weg lijkt te zijn. Elke meter is er nu te veel aan. Alles doet pijn. Het is doodstil in een donker Obernai. Als we dan eindelijk onze spullen terug hebben, moeten we nog een 500 meter harken en krabben tot aan onze studio. Twee verdiepingen naar omhoog. Met heel veel moeite krijgen we onze kleren uit en spoelen we alle vuil en zweet van ons af. De voetverzorging is voor morgen. Rond half 4 liggen we in bed. We zijn 24 uur wakker. Hoe uitgeput we ook zijn, mentaal lijkt er toch ergens nog wat adrenaline aanwezig te zijn. Het is zoeken om een goede slaaphouding te vinden.
De volgende ochtend zijn we geradbraakt. We worden wakker om 8u30, maar het duurt nog een uur of 2 voor we ons fysiek klaar achten om uit ons gammele zetelbed te komen. Dat de studio zo klein is, werkt de mobiliteit niet bepaald in de hand. We gaan blarenpleisters kopen bij de apotheek, we verzorgen onze voeten en eten eindelijk een gewoon ontbijt met dank aan boulangerie Thierry Schwartz (aanrader!). Bewegen is de remedie tegen onze vreselijke spierpijn. Daarom pikkelen we wat rond in de stad. We lijken in een soort waas te leven. We voelen ons niet moe, maar er zit vertraging in ons denken en handelen. Het duurt langer om op een woord te komen, ik verspreek me vaak. We hebben zin in weer “normaal” eten en drinken, maar dan zegt de buik toch al snel dat het genoeg is geweest. We genieten hoe dan ook van onze laatste dag in Obernai, er is heel veel om over na te praten. Zondag nemen we met pijn in het hart afscheid. Au revoir Obernai!

De organisatie
Die is ronduit fantastisch en heeft op geen enkel moment teleurgesteld. Op elke post waren de vrijwilligers lief en behulpzaam. We kregen heel veel aanmoedigingen van seingevers. Bovendien is alles op de bevoorrading heel goed aangegeven. Je weet wat je waar kan vinden, je moet niet in de rij staan om je water bij te vullen. Je kan je handen wassen met ecologische poederzeep en kwalitatief naar de wc gaan. De inspanningen om de afvalberg te beperken zijn lovenswaardig, zo drink je cola en bruisend water van de tap. Als je je nummer gaat afhalen krijg je een privé-briefing waar respect voor de natuur centraal staat. Je krijgt bijvoorbeeld een afvalzakje om te vermijden dat je gebruikte toiletpapier onderweg in de natuur belandt. Je krijgt geen goodiebag vol troep die naar de vuilnisbak gaat. Op het parcours is alles duidelijk afgepijld met roze, reflecterende linten en ook met bordjes. Het enige minpunt was de finale. De laatste 10 km deden oneer aan de prachtige 100 kilometers die we al hadden gehad. De spreiding van de bevoorradingsposten is niet ideaal, maar het compromis is wel dat je telkens in een dorp toekomt. Hoe dan ook een heel héél dikke pluim!
De brandstof
Ik had in mijn trailvest 8 stuks sportvoeding mee: wat gels en repen. Het enige wat ik daarvan at was een reep Clif bloks. Ik heb deze trail dus helemaal gelopen op wat ik bij de bevoorradingen gegeten en gedronken heb. In totaal zal dat 3,5 liter cola en 6 liter water zijn. Ik ging helemaal los op de marmercake en ik at 2 Snickers. Als zoutje koos ik pretzels, chips of TUC-koekjes. Nieuw voor mij waren de kaasblokjes, het zal ongetwijfeld iets uit de streek zijn geweest. Iets gruyère-achtig, zonder daarmee iemand te willen kwetsen. Trots voor de streek stond ook hier centraal. Bij de pretzels (ze zeggen daar bretzels) stond telkens een bordje dat ze alsacienne waren. Ik probeerde ook een lokale specialiteit: een platte koek die heel taai en kruidig leek te zijn. Niet mijn ding. Voor de droge worst met of zonder noten paste ik uiteraard. Om maar te zeggen: er was echt voor ieder wat wils. Ik had het gevoel dat ik heel veel aan het eten was, maar ik verbrandde ook ongeveer 7000 kcal. Dat krijg je zelfs met cake en chips niet bij elkaar gegeten.

De cijfers
Volgens mijn Garmin legde ik 110,11 km af met 4115 hoogtemeters in 19 uur en 35 minuten. Goed voor een 1004e plaats, we lieten een 250 lopers achter ons en hadden nog 5 uur over op de cut-off. Op basis van de 15 uur en 45 minuten die we vorig jaar in Bouillon onderweg waren voor onze 102 km, schatte ik dat we voor deze trail 18 uur nodig zouden hebben. Het was dik anderhalf uur langer. We legden 1000 hoogtemeters meer af dan in Bouillon, dat heb ik onderschat. Op de bevoorradingen spendeerden we in totaal 1u19, gemiddeld 10 minuten per ravito. Het zijn grote plaatsen waar je meters aflegt en als je met twee bent kost het ook daar meer tijd om af te stemmen op elkaars behoeften. Samenlopen betekent dat je je altijd aanpast aan degene die op dat moment het traagst vooruit gaat. En natuurlijk stop je tussendoor nog eens om een fotootje te maken of omdat iemand moet plassen of dat er iets weggestoken moet worden. We hebben ons nooit moeten haasten. Samenblijven en samenzijn, wat er ook gebeurt: dat is gewoonweg de allermooiste manier om zo’n avontuur te beleven.

De mystieke ervaring
De Trail Alsace en meer bepaald de Ultra Trail des Païens was één groot avontuur. Eerlijk is eerlijk, dat deze race a mystic experience zou zijn, jatte ik vakkundig van UTMB. Ik geef hen volmondig gelijk. Het goddelijke beperkt zich voor mij tot al die mooie kerken (kerkjes) die we gezien hebben. Net zoals de kastelen zijn dat er heel wat. Omdat we dus telkens van dorp naar dorp liepen, zie je eens te meer hoe nederig we als mens zijn ten opzichte van de natuur. Die grote heuvels, bergen en bossen bepalen waar wij kunnen leven en wonen. Tijdens een ultra trail voel je de dag verstrijken, ook al werkt je tijdsbesef anders. Je kan niet anders dan in het moment te zitten en je kan daardoor plots overvallen worden door hoe mooi de lichtinval ergens is. Mystiek is ook in jezelf gekeerd zijn. Je bent rechtstreeks verbonden met wat je voelt en wat je behoeften zijn, maar je stijgt ook keer op keer weer boven jezelf uit. Een ongemak wat in eerste instantie onoverkomelijk lijkt te zijn, kan op mysterieuze wijze naar de achtergrond verdrongen worden. Toen we terug thuis waren, kon ik ook niet meteen schrijven over ons avontuur. Het leek onmogelijk om er woorden aan te geven. Nu nog steeds vind ik het moeilijk om in taal uit te drukken wat ik heb meegemaakt. Al is dit verslag echt lang: woorden schieten tekort om écht te vatten hoe het was. Ik zou bij elke zin willen zetten: het was zwaar en lastig, het deed pijn, maar ook: en toch was het zo ongelooflijk mooi.
De tips
Notities voor mezelf: wat dikkere sokken zijn aan te raden voor een ultra zodat je niet elk vuiltje voelt dat in je schoenen terecht komt (en dat zijn er heel veel). Het is handig om je nummer aan een elastische band vast te maken omdat je al eens van kleding wisselt. Zeker meenemen voor nadien: blarenpleisters! Stressen over de mogelijke controles op de verplichte uitrusting is niet nodig. We waren 100% in orde en werden welgeteld nul keer gecontroleerd, terwijl er duidelijk lopers waren die – op basis van hun quasi lege trailvest -onmogelijk de volledige verplichte uitrusting bij zich konden hebben. Een hoofdlamp zit een pak aangenamer met een muts eronder. Ik hou van mijn stokken! Ik heb ze maar heel weinig kilometers op mijn rug gedragen. De laatste 30 km heb ik ze letterlijk voor elke meter gebruikt.

Nog enkele weetjes
- We zetten onze gsm in besparingsmodus, waardoor die het prima een hele dag trok. Mocht het toch nodig zijn, hadden we de nodige kabels in onze drop bag om halverwege te kunnen bijladen.
- Seppe liep de langste afstand van 156 km. Hij vertrok 10 uur na ons en 46 km verder om dan dezelfde route af te leggen. In de afdaling van Haut-Koenigsbourg kwam hij ten val en brak hij een beentje in zijn hand. Het kon hem er niet van weerhouden om in zijn race alsnog naar een 8e plaats te lopen. Straf!
- We kregen een Belgisch vlaggetje met onze naam om achterop onze vest te hangen. Geweldig toch! De teleurstelling: we kwamen amper lopers tegen met een vlaggetje. Het deelnemersveld bestond hoe dan ook hoofdzakelijk uit Fransen, we kwamen enkele Belgen tegen, maar geen Nederlanders.
- Wel ongepast wildplasgedrag, gelukkig geen haantjesgedrag. Heerlijk!
- Er was een groepje enthousiaste vrienden dat zich op verschillende plaatsen langs het parcours positioneerde om met heel veel schwung en ambiance lopers aan te moedigen. Een onvergetelijk moment: toen we hen bergop tegemoet liepen op de tonen van She’s a Maniac.
- Mijn naam is onuitspreekbaar voor de Fransen. Ze maakten er in het beste geval Jake van. Ik antwoordde werkelijk op élke aanmoediging met merci, merci merci of merci beaucoup. Altijd evenzeer gemeend.
- Ik had één superfan die mijn naam juist kon uitspreken: een vrouw die we op heel veel bevoorradingen tegenkwamen en me met veel bewondering aankeek. Haar identiteit zal voor altijd een mysterie blijven.
- In het village du coureurs was natuurlijk een grote tent waar je UTMB-merchandise kon kopen. Ik kwam nooit echt in de verleiding om er geld te spenderen. Er waren onder andere hoodies per wedstrijd van de Trail Alsace met daarbij de deelnemerslijst op de rug gedrukt. Er zijn dus honderden mensen die rondlopen met mijn naam en die van Hans.
- Ik dacht een heel leuk weetje te hebben gevonden over Château du Bernstein, het werd bekend dankzij de film The English Patient! Jeej! Helaas bleek dat het Burg Bernstein in Oostenrijk te zijn. Bij nader inzien is die berenfamilie ook wel heel leuk.
- We waren het erover eens dat van alle bevoorradingsplekken Andlau het meest tot de verbeelding sprak. Wie weet, ooit.
- We gingen zaterdag wijn kopen bij de winkel van Domaine Seilly in Obernai. Toen ik vertelde dat we langs de wijngaarden gelopen hadden, deed de verkoper extra zijn best om de plaatsen te benoemen waar de druiven vandaan kwamen zodat we ook echt het gevoel kregen dat we precies daar geweest waren. De Perle Sainte Odile smaakt er eens zo goed door!