Een ander landschap doet bij mij de meest simpele vragen rijzen. Hoe en wanneer zijn de bergen ontstaan? Vroeger had ik mijn papa voor dat soort vragen, nu Hans die de juiste kennisgebieden weet aan te boren. Dan keer ik terug naar de aardrijkskunde lessen en herinner ik me het begrip platentektoniek en de kaarten in de atlas die daarbij hoorden. Kennis van de middelbare school ga je doorgaans pas op latere leeftijd naar waarde schatten. De bergen die ik ken van de Ardennen en de Vogezen, dat zijn bergen die ik van het bostype noem. De berg is deel van een boslandschap. Een gebergte als de Alpen, dat weet ik nu, is een landschapstype op zich. Als ik terugdenk aan de adembenemende uitzichten, dan komt vooral het gevoel terug van hoe mijn ogen tekort schieten om het beeld écht te vatten. De natuur is er helemaal anders. Het gras stugger en scherper, de bomen grilliger tot aan de boomgrens en dan zijn ze er gewoon niet meer.

Ik neem jullie verder mee op onze reis naar Zwitserland en het noorden van Italië. We bleven 3 nachten in Martigny en reden dan met de camper door naar Aosta, de dichtstbijzijnde stad in de buurt van onze bestemming in de bergen. Het toeval wil dat de UTMB Monte Rosa hier diezelfde avond zou vertrekken. Ah, Italia! We gingen boodschappen doen bij Gros Cidac, een supermercato à la Carrefour en we banjerden door de stad. Voor 1,8 euro een cappuccino drinken en de meest levendige Italiaanse gesprekken op net iets te luide toon horen: dat is vakantie. De rit van Aosta naar de camping was ongeveer 30 km. Meteen al een heel mooi voorproefje van het landschap. Ook in de auto hield ik soms even mijn adem in als ik naar beneden keek, maar ik vertrouwde volledig op de rijkunsten van Hans (en de vangrails in geval van nood). Via het kleine Cogne kwamen we aan in Valnontey op camping Lo Stambecco, onze thuis voor de komende dagen.

Valnontey ligt op 1667 meter hoogte in het Parco Nationale del Gran Paradiso. Je zit dus tussen de bergen en kijkt er niet gewoon op uit. De camping heeft ook wat hoogteverschillen. Het terrein is aangelegd met veel respect voor de plaatselijke natuur. (Later deze week wijd ik een aparte blogtekst aan mijn campingervaringen.) We krijgen op Lo Stambecco een idyllisch plekje toegewezen en wanen ons in het paradijs! Al vrij snel stellen we vast dat de natuur hier anders is. Er hangt een soort mos als baardhaar in de bomen. We horen het vertrouwde geluid van de vink, maar die zegt niet suskewiet. Het kost mij 2 dagen om een onomatopee te bedenken voor de Italiaanse variant. De vink zegt namelijk op verschillende plaatsen iets anders. Ik kom uiteindelijk uit bij centi! met een langgerekte e. De bergen verwennen ons met een gematigde temperatuur. Overdag een zonnige 20 graden en ’s avonds mag de sweater aan voor de gezelligheid.
Na onze bewogen hoogtemeters in Zwitserland hebben we na de reisdag een ontspannen dag op de camping. We gaan te voet naar Cogne, een schattig stadje 2 kilometer verder, maar houden er geen rekening mee dat de winkels een middagpauze van 3 uur nemen. Het kan de pret niet drukken. Mijn eerste gevoel bij deze plek is dat het gebrek aan architecturale smaak, waar wij in België ernstig mee kampen, hier op overschot ligt. Werkelijk alles is mooi! Ik geef mijn ogen de kost aan de stenen daken, de vormgeving van de balkons en de algehele schattigheid waarin alles gehuld is. Met het oog op onze geplande trailtocht de volgende dag baart het me wel zorgen dat ik nog heel stijf ben. We liepen in Martigny bijna 2000 meter naar beneden. Zoals gezegd, hakt dat stevig in de spieren. Bij het opstapje van de camper moet ik me met beide handen vasthouden om nog wat controle te hebben. Het is vaak schuifelen wat ik doe. Ik voel me kortom niet kakelfris voor een nieuw trailavontuur.

Ondanks dat lichamelijk ongemak heb ik wel echt zin om weer te gaan kijken hoe het op de bergen is, in plaats van er alleen maar naar te kijken. Deze keer heeft Hans voorkennis: 5 jaar geleden was hij hier al eens. Toen ondernam hij in alle vroegte een tocht naar “de hut”. Et voilà, dat gaan wij nu ook doen. We willen rekening houden met de lessen die we geleerd hebben in deel 1 van dit beoogde drieluik. Voldoende zonnecrème smeren dus en handelen naar de moeilijkheidsgraad van een pad. Zeker niet overmoedig worden! De vooropgestelde route die Hans heeft voorbereid (inspiratie komt wederom van Komoot) zullen we daarom aan een kritische blik onderwerpen om niet weer koud gepakt te worden door ons gebrek aan ervaring in de bergen. Het plan is eenvoudig: de route naar de hut is een toegankelijk wandelpad van 5,8 km serieus omhoog. Nadien kunnen we eventueel nog een beetje verder gaan – als het niet te gevaarlijk is – om het bergmeertje te zien. Via dezelfde weg dalen we dan weer tot in Valnontey. Simple comme bonjour! Vandaag geen waaghalzerij op het programma.

We vertrekken rond een uur of 10 met een ideale temperatuur. Wandelen is hier uiteraard een populaire bezigheid, daarvan getuigen de vele wandelroutes die ook effectief heel wat wandelend volk op de been brengen. Van mijn stijfheid merk ik gelukkig weinig als we bergop hiken. Mijn stokken zijn weer een grote hulp en zo gaan we aan een heel aardig tempo de berg op, telkens vriendelijk bongiorno-end met al wie ons pad kruist. We steken via een brug (een detail dat later in dit verhaal niet zomaar een detail zal zijn) de waterval over die we vanaf de camping kunnen zien. Schitterend! Hoewel het soms steil omhoog gaat, is het pad echt wel toegankelijk. Ja, er liggen uiteraard stenen in alle soorten en maten, maar er niks gevaarlijks aan. Ik heb dus de tijd om alles goed in me op te nemen. Wat vooral opvalt zijn de blinkende zilveren stenen. Alsof Leah hier haar pot met glitters heeft laten vallen, om het met de woorden van Hans te zeggen.

Zonder slag of stoot, maar vooral met veel ooh’s en aah’s bereiken we na anderhalf uur stijgen Rifugio Vittorio Sella, de hut dus. Ik weet niet wat jullie voor je zien bij het woord “hut”. In mijn hoofd (hier val ik weer maar eens door de mand als niet-bergenkenner) is dat iets heel primitiefs. Deze hut is veel meer uit de kluiten gewassen dan wat ik in mijn hoofd had. Het is een groot gebouw waar je iets kan eten of drinken. Er zijn naar het schijnt 161 slaapplaatsen. Het is met andere woorden een fijne plaats voor de dagwandelaar, die als doel heeft van het uitzicht te kunnen genieten met een drankje in de hand, maar ook voor de meerdaagse trekkers die van hut naar hut lopen en er overnachten. Ik drink een cappuccino (hoe luxe op 2588 meter hoogte), Hans een cola. We vragen aan de barvrouw of de wandeling tot aan het Lago del Lauson moeilijk is. Volgens Komoot is dat namelijk een T3-pad en wij zijn vastberaden ons daar niet meer aan te wagen. We worden wat meewarig aangekeken. Not difficult, is het antwoord, wat ons betreft een go! om verder te gaan.


Een bergmeer, dat heb ik nog niet gezien! De route ernaartoe valt inderdaad goed mee qua techniciteit. We komen er aan met ongeveer 7 km op de teller. Een magische plek! De combinatie van de schittering op het helderblauwe water omgeven door bergen. Dit is iets van postkaarten. Wauw! Het bijgestuurde plan is dus om van hieruit terug te keren over exact dezelfde route. We kunnen dan via een relatief beloopbaar pad dalen en eindigen met 14 km op de teller. Er is een grote, dikke “maar”. Het pad tot aan het meer is helemaal niet zo moeilijk als we vreesden, waardoor het initiële plan om de uitgestippelde route te volgen en dus een lus te lopen, toch weer aanlokkelijk wordt. Bijkomend voordeel is ook dat we dan in totaal meer dalende kilometers hebben dan stijgende. Dat gaat niet over snelheid, wel over de hoop om onze benen minder kapot te moeten lopen op die fel dalende stukken. Dit is met andere woorden het punt waarop we ons weer laten verleiden door het Avontuur met hoofdletter A.


Avontuurlijk is het zeker wel. Het pad loopt wederom langs een diepte, maar deze keer hebben we op de rechterkant de bergflank die beschutting en houvast geeft. Er is een wat gevaarlijkere passage waar een touw hangt en ook eentje met een laddertje bevestigd aan de rots. Ik zou dit “avontuur met beleid” noemen. We kunnen mentaal ook beter om met de hoogte. Het is pure mindfulness, alleen maar bezig zijn een pad te volgen. Ons zelfvertrouwen is ook gegroeid. Tot daar dan het eerste echte obstakel is. Een waterval! Het is te zeggen: ik noem het een waterval, maar volgens de wandelaar die we later zullen kruisen is het een ruisseau. Laten we het erop houden dat de waarheid in het midden ligt. Het is een stroom die zich over een lang steil stuk naar beneden over rotsblokken stort, waardoor op sommige plaatsen een watervaleffect ontstaat. Met veel lawaai ook tot gevolg.

We doen 43 minuten over kilometer 10. Dat moet wel een traagheidsrecord zijn. Het probleem is dus de watervallende stroom. We zien waar het pad aan de andere kant verderloopt, maar niet waar je bedoeld wordt de stroom over te steken. We hebben geen schrik voor natte voeten, wel voor het genadeloze water. De stroming is op sommige plaatsen heel sterk. We durven geen enkel risico te nemen. Ook de bedding is steil en bestaat uit grote stenen. We klimmen dus een paar keer op handen en voeten naar beneden en boven langs de stromende waterval op zoek naar de veiligste plaats om over te steken. Dit moet ons lukken. Uiteindelijk krijg ik een idee. Op één plaats liggen twee heel grote rotsblokken wat tegen elkaar. We kunnen daar veilig naast gaan staan. In Martigny leerde ik dat als iets akelig is, zittend dalen meer grip en houvast geef. Mijn idee is daarom om schrijlings over de stenen naar de andere kant te schuiven. Met mijn paardrij-ervaring is het logisch dat ik eerst ga. Het gaat vlotter dan gedacht, Hans volgt zonder problemen.

Er gaat een enorme adrenalinestoot door mijn lichaam omdat we dit geflikt hebben! Niks staat ons nu nog een voortvarende tocht in de weg, denk ik, toch weer naïef eigenlijk. We stijgen verder door en na een kilometer worden we met een prachtig uitzicht vanaf één van de toppen beloond. Als bij wonder komen er langs de andere kant twee wandelaars naar boven. Niet alleen handig omdat ze een foto van ons kunnen maken, maar ook omdat we zo te weten kunnen komen wat ons nog te wachten staat. Hun boodschap is duidelijk: het is niet altijd duidelijk waar het pad is en je moet alert zijn. Wij waarschuwen op onze beurt voor de cascade die door de man (hij kent de route) dus een stroom wordt genoemd. Vol goede moed zetten we onze tocht verder. Als deze mensen van vlees en bloed langs de andere kant naar boven zijn gekomen, dan is het doenbaar. We hebben er 9 km opzitten, nog 11 te gaan in dalende lijn.

De kilometers gaan traag voorbij door de grilligheid van het pad. 1 kilometer kost makkelijk 25 minuten. Gelukkig hebben we tijd, is het weer goed en hangt er geen onweer in de lucht. We blijven echter niet gespaard van waterproblemen. Er volgt een volgende stroomoversteek, een stroompje is het eigenlijk maar. Het probleem is deze keer dat de passage steil is en de grond rond de stroom heel los en modderig. Je hebt er met andere woorden amper grip. We proberen wederom een analyse te maken van de mogelijkheden. Ik probeer weer om zittend naar het water toe te schuiven, waarbij ik meteen een klein beetje naar beneden glij. Hans beleeft hier een doodsangst. Hij wil me helpen door zijn stok uit te steken, want in een flits ziet hij mij naar beneden de dieperik mijn dood tegemoet glijden. Zelf ben ik niet bang omdat ik me gecontroleerd kan laten zakken. Ik slaag er zo vrij snel in om tot bij een oversteekpunt te komen waar ik vlot de overkant kan bereiken. Ik heb daar ook een beter overzicht en kan Hans helpen de route te bepalen, die hij niet zittend en glijdend moet maken, maar met relatief vaste grond onder de voeten. Hehe, ook dit is weer gelukt! We beseffen nu dat terugkeren geen optie meer is en dat we werkelijk geen idee hebben wat ons nog te wachten staat. Dat is dan toch weer wat beangstigend.

Ik laat de chronologie hier even los. Het wordt namelijk moeilijk reconstrueren in welke volgorde nadien wat gebeurd is. Ja, er staat ons namelijk nog wel één en ander te wachten. Ik spoel even door naar de laatste 3 km die we relatief vlak langs het water kunnen lopen. We passeren daar een bord waarop staat dat het trailpad is afgesloten (non percorribile!) omdat de overstromingen in 2024 alle bruggen hebben weggespoeld. Denk hier een emoji bij die heel grote ogen trekt. Dat bord hing er NIET in de richting die wij gelopen hebben! Wij zouden nooit – jamais – no way een route hebben gevolgd die afgesloten was omdat er geen bruggen meer waren. Het verklaart dus wel één en ander. Na onze 2 spectaculaire wateroversteken, zullen we nog 2x water over moeten zonder brug. Gelukkig zijn die technisch niet lastig en houden we er enkel natte voeten aan over. We zien daar ook de restanten van een brug: de pijlers die er nog staan met wat verderop de weggespoelde oversteek.

De overstromingen hebben ook op andere plaatsen hun sporen nagelaten. Soms is het pad bedolven onder een steenlawine. Op zich is het niet per se moeilijk of gevaarlijk om over stenen te klauteren. Lastiger zijn de steilere hellingen waar een water- of modderstroom het pad weggespoeld heeft. Je moet je voorstellen dat je op een steile flank een meter of 3 moet zien over te steken die enkel bestaat uit los zand en stenen. Ik probeer nog eens de truc met het zitvlak. Op mijn poep probeer ik beheerst naar de zijkant te kruipen. Het lukt aardig, tot ik een pijnlijke steek onderaan mijn kuit voel. Ik zie rond mijn voeten tientallen wespen cirkelen. Mijn benen liggen in een wespennest! Ik roep iets naar Hans en op de één of andere manier slaag ik er spiderman-gewijs in om een stukje naar boven te klimmen. Hans heeft allergiepilletjes mee, waar ik er meteen één van neem om een mogelijke reactie tegen te gaan. Ik ben uiteindelijk 3x gestoken in mijn onderbenen. Het is geen agressieve wespensoort zoals we die hier kennen. Hun nest lijkt in de berg te zitten. De pijn valt mee, maar ik ben wel even helemaal klaar met het avontuur. Ik moet bekomen van deze schrik.

We zijn niet de enige gekken onderweg. Na de wespen kruisen we een vrouw en man. Fietsers! Niet bepaald wat je op dit terrein verwacht. Ze zijn op de fiets aan hun route begonnen en dragen hier op een steile, technische klim allebei een elektrische mountainbike op hun rug. We kunnen niet anders dan hen waarschuwen. Ze zijn onderweg naar de hut. Dat is nog minstens 6 km klimmen en water oversteken! We vinden hen veel te optimistisch kijken naar wat hen nog te wachten staat. Met alles wat wij hebben gezien, weten we dat er van fietsen niet veel in huis zal komen. Het is vooral klimmen en klauteren, goed uit je doppen kijken. Je hebt je handen echt wel nodig en het gewicht van een zware e-bike in je nek kan je dan missen. Ondanks onze waarschuwing, gaan ze vrolijk verder. We hebben de dagen erna nog vaak aan dit stel gedacht. Hoe en wanneer zouden ze die hut bereikt hebben?

Er zijn ook andere hoopgevende tekenen van menselijke aanwezigheid. Hoe dichter we bij het dal komen, hoe meer gestapelde stenen we tegenkomen. Die stapeltjes tonen waar het pad is. Het heeft iets ontroerends. Alsof anderen ons hier bij de hand nemen en naar de uitgang leiden. De stenenstapels zijn welkom, want het blijft lastig om met het oog te zien waar het pad loopt. We maken ook kennis met de plaatselijke fauna. Zo staan we bijna oog in oog met een gems die ons guitig aankijkt en alsof het niks is in 3 tellen 10 meter over rotsblokken stijgt. Vanuit zijn uitkijktoren blijft hij ons nastaren, alsof hij (ik denk dat het een jongen is) op zijn beurt verbaasd is waarom het ons moeite kost om over die stenen heen te geraken. Van nog dichterbij zie ik een schattige marmot die tussen een hoop stenen aan het loeren is. Ze schrikt harder van mij dan ik van haar (ik denk dat het een meisje is). In de allerlaatste kilometers is er nog een ree die met niet al te veel haast de benen neemt voor ons.

De laatste kilometers lopen we met onze stokken. Heerlijk! Bij mij blijft de schrik erin zitten dat we alsnog een halsbrekende rivieroversteek voorgeschoteld zullen krijgen. Niets van dat! Het is over de brug in Valnontey dat we weer veilig en wel onze camper bereiken. Waar we in Martigny met de daver op het lijf een pittige klim zijn aangegaan, zijn we nu vooral op een positieve manier onder de indruk van ons avontuur. Wat een verhaal, mensen! De bruggen waren weggespoeld en wij wisten van niks! We hebben intens kunnen genieten van de diversiteit van het Alpen-landschap: de stilte, het oorverdovende water, de uitzichten op die waanzinnige bergen en de geur van wilde kruiden. Ik ben heel trots op hoe we dit weer samen hebben aangepakt. Hans en ik geloven in elkaars kunnen, zorgen voor elkaar en beseffen hoe bijzonder het is om dit te kunnen delen. Daar drinken we er ’s avonds eentje (en nog eentje) op!

Nadien zien we ook hoe de schade van de overstromingen tot in Cogne zichtbaar is. De rivier heeft er hele stukken van de bergflank meegesleurd, er hangen nog steeds bomen in het water, er liggen gigantische rotsblokken in de rivier. De kracht van de natuur is verwoestend. Ik vraag me nu nog af hoe ze in hemelsnaam ooit die bruggen hersteld gaan krijgen. Hoe begin je aan zoiets? We hebben ook weer lessen geleerd voor de volgende bergentrail.
1) We zijn niet verbrand door de zon, lang leve het bijsmeren! Enter de noodzaak om een lippenbalsem met UVF-bescherming mee te nemen. Mijn lippen hebben het zwaar te verduren gekregen door de wind.
2) Je weet eigenlijk nooit wat je écht kan verwachten. Juich dus niet te vroeg als je denkt: deze T3 valt keigoed mee, dat zal de komende kilometers ook wel zo zijn. Het avontuur zit in een heel klein hoekje, altijd klaar om als een duveltje uit een doosje tevoorschijn te schieten en je keihard te verrassen. De ene T3 is de andere niet. En daarbij kan je op zoveel andere problemen stuiten.
Tot slot nog de cijfers. We legden uiteindelijk 21,13 km af in 6 uur en 40 minuten. Het hoogste punt bereikten we op 2678 meter, voor ons beide een nieuw hoogterecord. In totaal stegen we 1239 meter en liepen we die ook weer naar beneden.
Volgende week lezen jullie over de laatste etappe van ons drieluik in de Alpen. We bereiken in de Dolomieten het dak van onze Tour de Trail. Ik beloof jullie veel vredige koeien, een indrukwekkend bergmeer en een ski-achtige afdaling in Oostenrijkse sfeer. In Italië welteverstaan!
Hey Joke, het blijft zalig om die eerste verwonderingen van de bergen te lezen, ik sta daar na zoveel jaar ervaring niet meer bij stil hoe het binnenkomt. Ik ben daar enkele jaren terug trouwens ook gepasseerd aan de hut, we kwamen van over de Col Lauson: https://debbiestochten.com/2021/01/01/giro-del-parco-nazionale-gran-paradiso/, het was onze laatste etappe en we zijn gestart en gefinisht op dezelfde camping. Ik gebruik de tool Alpenvereinaktiv waar wel aangeduid staat welke routes afgesloten zijn, zeker in de Alpen. Bij mij staat op het pad dat jij hebt gevolgd om af te dalen een verbodsbord en een uitroepteken. Het kan nooit kwaad om een berghut of toerismebureau om informatie te vragen over de toegankelijkheid van de wandelroutes, die hebben altijd de meest lastminute info, ook vb. over resterende sneeuw in het begin van het seizoen.
LikeLike
Wat een avontuur opnieuw. Fijn dat jullie het na kunnen vertellen. Wij wandelden ooit een dal hoger/noordelijker lang geleden. Het is een prachtig gebied
LikeLike