Het boek – Voorleestips voor jong en oud #1

Als ik graaf in mijn jeugdherinneringen dan wroet ik boeken en verhalen naar de oppervlakte. Zelfverzonnen verhalen die mama ons vertelde in het stapelbed. Cassettes met verhalen die we kapot speelden. Later de boeken die ik zelf las en voorlas. Een boek is een verbindend middel tussen generaties waar geen superlijm tegen op kan. Het is dan ook niet vreemd dat in deze vreemde tijden tal van (voor)leesinitiatieven ontstaan. Ik deel al eens graag boekentips in de categorie leeswerk voor volwassenen. Bij deze geef ik de aftrap voor een reeks voorleestips. Bij gebrek aan eigen kinderen ging ik te rade bij vrienden en familie en vroeg ik naar hun voorleesboeken en -gewoontes. Vandaag beginnen we in mijn bloedeigen familie.

Als kind was ik zelf weg van Lars de kleine ijsbeer. Niet geheel toevallig heet mijn knuffel-ijsbeer Lars (ja, ik heb hem nog steeds). Ik bombardeerde de ijsbeer prompt tot mijn lievelingsdier, zelfs toen ik wat ouder was en ontdekte dat ijsberen roofdieren zijn die schattige zeehonden doden. Toch heeft het een jaar of 10 geduurd voor de cavia de ijsbeer van de troon der lievelingsdieren stootte. Of wat de impact van een boek kan zijn. Seppes favoriete boek was dan weer Monkie: een prentenboek waar geen letter tekst in staat. Het verhaal gaat over een jongetje dat zijn knuffelaapje Monkie verliest tijdens een fietstocht: regelrechte kinderhorror. Via verschillende dieren – die er niet bepaald zachtzinnig mee omspringen – komt de gehavende knuffel terecht bij een poppendokter die hem oplapt en uiteindelijk ook aan het jongetje terugbezorgt. Oef! Volgens Seppe ligt de kracht van dit verhaal in het feit dat de verteller bij gebrek aan tekst het verhaal wat naar zijn hand kan zetten, waardoor akelige stukken minder zwaar worden en de ontroerende meer naar de voorgrond komen. Dat was ook nodig voor onze gevoelige kinderzieltjes.

NHNS0274

Seppe en ik hebben ook de verhalen Een heel gewoon kikkervisje (dat uitgroeit tot een gigantisch, maar goedaardig zeedier), Ze lopen gewoon met me mee (nijlpaard volgt jongetje na school) en Als je maar vrienden hebt (een vis, een big en een vogel moeten met elkaar spelen) stukgelezen. Wij hielden heel erg van herhaling. Als we naar de bibliotheek gingen, kwamen we vaak met dezelfde boeken terug naar huis. Zo hebben we eens een volledig jaar Nijntje vliegt ontleend (spoiler: de titel is meteen ook het verhaal). Telkens als we het moesten inleveren, wachtten we tot het terug op z’n plaats werd gezet en namen we het terug mee. Sommige van onze boeken moesten jarenlang vier paar kinderhanden doorstaan. Net zoals de afstandsbediening (dé zapper) van de televisie aaneen hing met plakband, vertoonden sommige boeken ernstige gebruikssporen. Flapjes waren in- of afgescheurd, pagina’s meermaals geplooid en we gingen allemaal door een fase waarin we onze stift eens uittestten in een boek. Onverslijtbaar waren de geanimeerde verhalen die mama ons vertelde. Over het geheime leven van onze knuffels of over tractors die samenkwamen op het veld om allerlei agrarische activiteiten te verrichten. Ik ben er zeker van dat ze die verhalen nu – op verzoek – met evenveel overtuiging en inleving zou kunnen brengen. Net zoals ze dat deed bij het Engelse boek waarin acht honden steeds na elkaar op een andere manier blaften, in het Engels dus. Hilariteit gegarandeerd!

HOQY9806
Bomma is helemaal klaar voor een voorleesmoment!

Mijn mama mag zich ondertussen professioneel verhalenverteller noemen. Ze is leerkracht in het lager onderwijs en heeft dus al duizenden kinderen blij gemaakt met een goed boek en dito voorleeskunsten. Nu is ze zorgleerkracht, wat haar de kans geeft om haar taak als leescoach op school met nog meer glans in te vullen en de uitgebreide schoolbibliotheek te managen. Ook als bomma van drie kleinkinderen krijgt voorlezen een prominente plaats binnen het curriculum. Ik laat het haar zelf uitleggen. Voorlezen is één van mijn favoriete bezigheden. Ik lees op een schooldag vier keer voor. Stemvariaties, uitbeelden, vertragen, versnellen en decibels aanpassen: het lukt me allemaal. Mijn oudste kleinkind Laurien (4 jaar) heeft een uitgesproken voorkeur. Soms is ze bang van prenten. Toch kiest ze soms net voor boeken waarin “bang zijn” aanwezig is. Zo was een ouderwetse Roodkapje met een vreselijke prent van een wolf lang geliefd bij haar.

thumbnail_20200414_194456
Laurien en Vik (immer enthousiast) met hun favoriete boeken van thuis.

“De wolf komt echt niet” is één van Lauriens favoriete boeken. Het verhaal gaat over een konijntje dat gaat slapen en herhaaldelijk aan zijn mama vraagt of de wolf komt. Mama konijn stelt gerust en bedenkt telkens een andere reden waarom de wolf niet kan komen en het konijntje dus niet bang moet zijn: de wolven zijn doodgeschoten, ze zijn bang van de stad of ze kennen het adres niet. Het konijntje ontdekt altijd een zwakke plek in mama’s redenering. Op de prenten zie je de wolf naderen en als mama weg is, wordt er op de deur geklopt… Het konijntje heeft geen schrik van de wolf, maar verwacht die juist voor zijn verjaardag! Ik las dat boek elke week voor. Laurien ging telkens helemaal op in het verhaal en dacht altijd weer dat het konijntje bang was. Voor ik begon, zei ze al dat de wolf niet bij haar kon komen, want de wolf wist haar niet wonen. Een ander favoriet boek is “Tijger” (met prachtige prenten van Jan Jutte). Een tijger verschijnt in een dorp. Iedereen is bang van hem behalve een oud vrouwtje dat hem bij haar laat wonen. De tijger krijgt echter heimwee naar zijn land van herkomst. Het vrouwtje brengt hem met een grote boot terug, waarop de tijger herleeft en zijn kleuren terug krijgt. Als ze thuiskomt, vindt ze een poesje dat ze de toepasselijke naam Tijger geeft. Seppe wist me te vertellen dat Lauriens favoriete boek thuis Heksje Mimi en de baby is. Vik (1 jaar) kiest dan weer voor Klein wit visje hoort watermuziek.

HDZG4030

Leah mag als jongste telg van de familie natuurlijk niet ontbreken. Ze is inmiddels 8 maanden oud, maar – net zoals haar meter – volledig vertrouwd met boeken. Als kind was Marike fan van de verhalen van de rosse kater Dikkie Dik. Later ook van Elmer, een patchwork olifant die dus niet grijs is zoals zijn soortgenoten. De kleurrijke Elmer wakkerde bij de kleine Marike ook een fascinatie aan voor de abstracte kunst van Paul Klee. Ze maakte een tekening van allemaal gekleurde hokjes en gaf die de diepzinnige titel Papegaai in een kooi. Toen Marike vorig jaar zwanger was, gaf mama haar het boek van Elmer cadeau. Het gaat over een olifant die anders is. Bovendien is Elmer grappig en erg populair bij zijn grijze soortgenoten. Hij wil echter net zo grijs en gewoon zijn als hen. Als hij zich weet te bedekken met een grijze smurrie merkt hij op dat iedereen hem mist. Uiteindelijk kiest hij er dus toch voor om zijn kleurrijke en unieke zelf te zijn: een buitenbeentje dat gewaardeerd wordt om wie hij is.

ORQC0115
Druk, druk, druk aan het lezen.

Als Leah echter helemaal zelf mag kiezen (en dat kan ze), dan pikt ze altijd het verhaal van Muis uit de stapel. Tante Roos is ongetwijfeld erg blij met die keuze omdat de verhalen van Muis (wij zeiden Maisy, zoals ze oorspronkelijk heet) vroeger haar absolute lievelingsboeken waren. Op haar aanraden kochten we zelfs eens een boek van Maisy voor papa’s verjaardag, want dat zijn zijn lievelingsboeken! Boerderijdieren en vooral heel felle kleuren blijken een grote aantrekkingskracht uit te oefenen op een avontuurlijke baby.

VAOL9265

De voorleeslijst #1
Lars de kleine ijsbeer – Hans de Beer
Monkie – Dieter Schubert
Als je maar vrienden hebt – Friedrich Karl Waechter
Ze lopen gewoon met me mee – Margaret Mahy
Een heel gewoon kikkervisje – Steven Kellogg
De wolf komt echt niet – Myriam Ouyessad
Tijger – Jan Jutte
Elmer – David McKee
Boerderij van Muis – Lucy Cousins

Met dank aan mama, Seppe en Marike voor hun verhalen over voorleesboeken en het fotografisch materiaal.
Noot: mijn papa lijkt in dit verhaal misschien afwezig te zijn, maar hij was hoofdverantwoordelijk voor onze muzikale, wetenschappelijke en bouwkundige opvoeding. Als bompa neemt hij de taak als voorlezer heel ernstig.

Hoe train je voor een marathon die je niet loopt?

We leven in bizarre tijden. Het coronavirus legt ons land stil. Een ongeziene situatie die ook mij angst inboezemt, elke dag een beetje meer. Ik sta niet in mijn klaslokaal met mijn leerlingen, maar zit thuis en probeer een goede leerkracht op afstand te zijn. Donderdag kwam de crisis in een stroomversnelling terecht. Op school werden de maatregelen verscherpt. Het ene na het andere event werd uitgesteld. Zo ook de marathon van Rotterdam, waardoor mijn Road to Rotterdam abrupt werd onderbroken. Jammer, maar uiteindelijk slechts een aantekening in de marge. Niets is zo relatief als een uitgestelde marathon als de volksgezondheid op het spel staat. Zelfs een marathonjunkie als ik kon niet anders dan concluderen dat dit de enige juiste beslissing was. Het is onwezenlijk dat Roos en ik amper 10 dagen geleden nog in een propvol startvak stonden te drummen tot het startschot van de CPC Loop in Den Haag werd gegeven. Eens te meer besef ik nu dat ik mijn beide (gewassen) handjes mag kussen voor het memorabele en zorgeloze loopfeest dat ik toen met mijn familie kon beleven.

IMG_2262b

Dat de Rotterdam marathon niet over drie weken gelopen zou worden, die bui voelde ik wel hangen. De organisatie laat weten dat de 40e feesteditie later dit jaar plaats zal vinden. Een streep door het sportieve voorjaar, nieuwe kansen in het najaar. Tot nu toe verliepen mijn trainingen voorspoedig. Mijn PR in Den Haag is een bewijs dat ik in goede vorm verkeer. Nu het er niet meer toe doet, durf ik dat ook gewoon luidop te zeggen. In onzekere tijden als deze beschouw ik het als mijn plicht om eens zo standvastig achter het principe te staan dat ik in de eerste plaats loop omdat ik dat graag doe. Een marathon lopen kan een bekroning zijn op mijn voorbereidingswerk, maar is niet per se het ultieme doel dat tot loopvreugde leidt. Ik heb plezier gehaald uit mijn trainingen. Geen enkele loopkilometer voelde aan als een verspilling van mijn tijd. Integendeel. Net nu komt de essentie van lopen eens zo hard binnen: een inspanning voor de ontspanning, om het hoofd vrij te maken en frisse lucht op te snuiven.

PSFM8278
Ook als ik loop, gebruik ik liefst handgebaren om mijn verhaal te vertellen.

Ik had dus voldoende redenen om mijn geplande lange duurloop van 30 kilometer afgelopen zondag niet te lopen. Ik deed dat natuurlijk wel. Omdat ik ook hiervoor getraind heb. Omdat het ideaal loopweer was. Omdat het heel fijn is om van de woning van mijn ene zus Roos via de Demer en de Hagelandse veloroute naar mijn andere zus Marike te lopen. Omdat Roos mij begeleidde op de fiets, Marike mij tegemoet liep en mama ook nog een stuk mee fietste. De eerlijkheid gebiedt me wel om te zeggen dat die duurloop niet helemaal van een leien dakje verliep. In elk van mijn benen zat nog 10,5 kilometer verzuring van mijn snelle halve marathon. Zelfs dat had een voordeel: het werd echt een rustige duurloop aan een lage hartslag. Hoe train je dus voor een marathon die je niet loopt? Door veel deugd te hebben van de loopkilometers die je nu nog wel kan maken en er het beste van te maken.

 

De race – Een nieuw PR op de halve marathon in Den Haag

Soms beleef je een moment waarop alles – volstrekt onverwacht – in de juiste plooi valt. Alle opgestapelde bekommernissen en stress ebben weg en wat overblijft zijn schelpjes van dankbaarheid omdat je hebt kunnen doen wat je het liefste doet. In mijn geval is dat (hard) lopen, een klein beetje de grenzen opzoeken en vooral heel veel bij mijn familie zijn. Zondag 8 maart 2020 was zo’n dag. Ik liep de halve marathon van de CPC Loop in Den Haag in een nieuw PR van 1:33:56. Ondanks de harde wind en de angst voor blessureleed die mij al ruim een week in een stevige greep hield. Ik maakte dus schoon schip met mijn traumatische ervaring tijdens de CPC twee jaar geleden. Toen stond ik na exact 3,15 kilometer langs de kant van de weg met een kapotte enkel. Ik kon niet meer steunen op mijn linkerbeen. Stappen werd hinkelen. Mijn voorjaar van 2018 viel volledig in het water. De impact van die gebeurtenis is tweeledig. Langs de ene kant werd ik een bewustere en daardoor ook wel gelukkigere loper. Langs de andere kant hou ik in mijn hoofd altijd rekening met een doemscenario. Zondag was eindelijk de dag aangebroken dat mijn CPC-trauma werd omgezet in een CPC-triomf.

Zoals de traditie het wil, zakten Roos en ik zaterdag af naar Den Haag om tijd te spenderen met onze neef Maarten en zijn gezin. Een korte toer door het geweldige Den Haag mocht niet ontbreken op ons programma. Zondagochtend werden we wakker in de junglekamer van ons neefje Lev, die samen met zijn broer Senne zou deelnemen aan de 2,5 kilometer. Levs enthousiasme was eerder beperkt. Een uur voor de start vroeg hij hoopvol of de CPC niet was afgelast (net zoals vorig jaar), maar helaas voor hem: zelfs het coronavirus kon niet beletten dat er gelopen zou worden. Zo vertrokken we voor een eerste keer richting Malieveld om Lev en Senne aan te moedigen tijdens hun wedstrijd. Die neefjes van ons deden dat fantastisch, ook al liepen ze onder een bewolkte hemel met een heel strakke wind. Na een koolhydraatrijke lunch trokken Roos en ik weer richting Malieveld. Nu om Maarten aan te moedigen op de 10 kilometer. In tegenstelling tot zijn zoon Lev had Maarten er wel zin in. Dat hij amper had getraind, was dan ook een klein detail. Zijn prognose was om op karakter te finishen rond het uur. Uiteindelijk konden wij onze oudste neef nog een stevige high five geven richting finish, die hij na 51 minuten bereikte. Een knappe prestatie!

LLYU8167

De CPC Loop was dit jaar aan zijn 45e editie toe, nadat de geplande feesteditie vorig jaar werd afgelast door het voorspelde stormweer. Het was dus drie jaar geleden dat ik de finish kon halen van deze halve marathon die van de Haagse city naar de Scheveningse pier terug de city in loopt: CPC dus. In maart 2017 had ik daar 1 uur, 35 minuten en 25 seconden voor nodig. Een PR dat drie jaar lang onaantastbaar en duizelingwekkend snel leek. Zowel Roos als ik voelde de zenuwen stevig door ons lijf gieren. We werkten nog een smerig banaantje weg en bespraken onze racetactiek. Voor Roos was het simpel: zij wilde haar PR van 1:40 evenaren dat ze liep in Brussel en waaraan ik een bijdrage kon leveren. Zelf was ik er nog steeds niet uit wat mijn raceplan zou zijn. Enerzijds wilde ik lekker saai op veilig spelen: finishen in een acceptabele tijd zonder iets te forceren, zonder kans op een toptijd, zonder kans op enige vorm van teleurstelling. Anderzijds besefte ik ook dat dit het uitgelezen moment was om voor eens en altijd komaf te maken met het CPC-spook uit mijn verleden door een harde halve marathon uit mijn benen te schudden. Dat zou bovendien een mooie opsteker zijn richting Rotterdam marathon.

Stiekem heb ik altijd wel geweten dat ik het volle pond zou geven, met het risico dat ik op seconden of zelfs minuten van dat PR zou stranden. Het leven is aan de durvers, dus ik ging er snel van door toen het startschot weerklonk. Door allerlei omstandigheden had ik de afgelopen week een heel beperkt aantal kilometers gemaakt, waardoor mijn benen fris aanvoelden. Ik ging hard, maar liep soepel. Na twee kilometer stevende ik regelrecht af op de plek des onheils: de Groot Hertoginnelaan, waar ik in 2018 abrupt tot stilstand kwam en een DNF achter mijn naam liet optekenen. Heel even voelde ik de paniek van toen. Ik kon die ook weer snel achter me laten door met een stevige vaart verder over het parcours te denderen. Rond kilometer 8 kreeg ik een eerste aanmoediging van Maarten. Ik stelde vast dat mijn benenwagen het nog uitstekend deed.

IMG_2240b

Vroeger kon ik schijnbaar moeiteloos snel lopen. De enige verklaring die ik heb voor dat fenomeen is onbezonnenheid. Dat feestje blijft echter niet eindeloos duren. Op een dag kom je jezelf eens goed tegen en sluipen er onzekerheden in je hoofd. Onbesuisd hard lopen lukt dan niet meer. Je hebt wat naïviteit nodig om een snelle race te kunnen lopen. Zondag lag die in mijn onwetendheid omtrent het kilometertempo waaraan ik mijn vorige halve marathon in Den Haag gelopen had. Ik dacht dat dit rond de 4’25” moest liggen. Na 10 kilometer concludeerde ik daarom dat ik een heel klein beetje voor lag op mijn recordschema. Ik dacht dus dat het erom zou spannen. Halverwege de wedstrijd waren we nog steeds op weg naar de zee. Moeiteloos snel lopen zat er niet meer in. Ik hoopte dat ik mijn verval zou kunnen beperken tot aan kilometer 15. Vanaf dan zouden we immers de wind in de rug hebben. Misschien kon ik dan nog wat tijd terug winnen. Tussen kilometer 11 en 15 was het bikkelen geblazen. Ik stampte mij een weg over de boulevard (de dijk, zoals we in België zeggen), probeerde wat te genieten van de zon die scheen, maar ik voelde vooral mijn benen branden. Ik slaagde er behoorlijk in om mijn focus niet te verliezen. Ik klampte me vast aan het vooruitzicht van die 15 kilometer en ploegde dus voort. In plaats van 4’25” plakte ik eerder tegen de 4’30” aan. Ik probeerde mezelf op te peppen en wilde niet teleurgesteld zijn als ik mijn 1:35 barrière niet kon doorbreken.

Rond kilometer 16 kreeg ik nogmaals een aanmoediging van Maarten. Ik sprak met mezelf af dat ik niet op mijn horloge zou kijken naar de tijd die genadeloos weg tikte, kwestie van mezelf niet te veel op te jagen. Dat hield ik vol tot kilometer 18. Mijn verbazing was groot toen een eenvoudige rekensom me leerde dat ik perfect op schema lag om een nieuw record te lopen. De laatste 3 kilometer waren echter allesbehalve een walk in the park. De wind deed er alles aan om tegen te zitten. We liepen in een rechte lijn, die eindeloos leek te duren, op ons doel af. Met de wind pal op de neus drie kilometer buigen, maar niet breken: het leek schier onmogelijk te zijn. Van mijn gewenste versnelling was geen spoor te bekennen. Ik dacht nog aan SIA’s Unstoppable, maar in plaats van een Porsche with no breaks, leek ik eerder een Citroën met de handrem op. Uiteindelijk kwam die laatste bocht naar links er dan toch en liep ik af op de finishboog. Een laatste blik op mijn horloge zei me dat ik nog onder de 1:34 kon duiken als ik mij Usain Bolt gewijs richting de meet zou pushen. Mijn sprint leek op die van een stervende zwaan. Ik perste het laatste restje karakter uit mijn benen en klokte af op 1:33:56. WAUW. Dit had ik niet zien aankomen! Ik liep anderhalve minuut van mijn drie jaar oude PR. 21,22 kilometer liep ik aan een gemiddeld tempo van 4’26”. Nog steeds klinkt dat onwezenlijk snel.

IMG_2232b
Roos heeft het nog steeds zwaar.

Na de finishzone was het wachten op Roos. Haar blik sprak boekdelen. Ze finishte in een snelle tijd van 1:42:56, maar dat kleine zusje van mij was toch vooral teleurgesteld. Ze was slachtoffer geworden van het vuile spel dat de wind had gespeeld. Vooral tijdens die ellendige laatste kilometers had ze tijd verloren. Het voelde daar alsof ze geen meter vooruitkwam omdat ze een kar moest voorttrekken. Gelukkig had ze veel steun gekregen van Maarten, die ons gevoel bevestigde dat de wind het ons knap lastig had gemaakt. Hij merkte ook fijntjes op dat Roos nog steeds gemiddeld veel sneller had gelopen op haar halve marathon dan hij op de 10 kilometer. Met Maarten als gids op de fiets kregen we nog een laatste sightseeing tour door Den Haag.

Mocht het nog niet duidelijk zijn: Den Haag is een stad die een bezoek verdient. De CPC is een wedstrijd die op de bucketlist van elke loper hoort te staan. Ik ben diep gegaan tijdens mijn halve marathon. De verzuring in mijn benen is zelfs na twee rondjes loslopen nog steeds aanwezig. Wat overheerst is de euforie. En of de Rotterdam marathon nu wordt afgelast of niet: dit pakken ze mij niet meer af.

 

Het portret – Hoera voor mijn dertigjarige zus Marike!

Kleine zusjes worden groot: het is een eenvoudige vaststelling die de opening zou kunnen zijn voor een klaagzang over het feit dat ik zelf dan nog eens zoveel jaren ouder ben. Over imaginaire rimpels en grijze haren. Over hoe verschrikkelijk snel de tijd gaat. Over dat vroeger alles beter was. Niets van dat. We leven in 2020 en vandaag wordt mijn wonderlijke zus Marike 30 jaar. Roos staat nu dus helemaal alleen als twintiger in onze familie. De tijd gaat snel, ja. Ik herinner me nog levendig dat we boerderijen bouwden met Playmobil en samen (in het echt) gingen paardrijden. Ik herinner me nog net iets levendiger hoe we eergisteren tijdens de voorbode van storm Ciara de fikse wind trotseerden en er met z’n drieën op uit trokken voor een eerste zussenlooptraining: een primeur! We hebben geen Playmobil meer nodig om ons te vermaken. We hebben Leah, we hebben elkaar en een schat aan herinneringen. De ene episch, de andere ronduit banaal.

Het is iets heel apart een zusterband. Altijd als je denkt dat het een vanzelfsprekendheid is, besef je juist dat het allesbehalve evident is dat je hen werkelijk alles kan toevertrouwen en dat je echt altijd op hen kan rekenen. Door de jaren krijgt een broederlijke of zusterlijke band de tijd om uitgebreid te rijpen. Zo ontstaan er extra dimensies en ontdekken we steeds meer onderlinge raakvlakken. De body wordt steviger. De verbondenheid neemt toe. Ook de afdronk is navenant. Met de jaren is onze band kostbaarder geworden. De gelijkenissen tussen Roos en mij zijn altijd meer uitgesproken geweest dan die tussen Marike en mij. We zijn echter onmiskenbaar zussen. Ik denk dat we vooral op elkaar lijken in onze felheid en gedrevenheid die met vlagen de kop kan opsteken. We vullen elkaar ook heel goed aan. Laat Marike niet te veel met taal doen: geef mij woorden en ik maak er zinnen van. Hou mij vooral weg van alles wat medisch en wetenschappelijk is: geef haar een lichaam en zij kneedt het in de juiste vorm. Sinds kort doet ze dat in haar eigen praktijk Kine Odeyn. Check vooral eens de website, al was het maar voor de foto van mijn knappe zus met de mooiste blauwe ogen.

IMG_2100b

Op 20 augustus 2019 heeft Marike een kind op de wereld gezet. En wat voor één: Leah is het geweldigste metekind dat ik me kon wensen. Al van bij haar geboorte was het duidelijk dat ze uitzonderlijk was. Ze gedraagt zich voorbeeldig, slaapt als een prinses en heeft een hoge activiteitsgraad. Als zij lacht, ligt de wereld aan haar voeten. Ze is amper 6 maanden, maar maakt nu al deel uit van ons zussenverbond. Marikes sportieve leven mag dan even op een lager pitje hebben gestaan, haar come-back wordt er eentje om u tegen te zeggen zodat ze haar naam van Sporty Spice alle eer aan kan doen. Eind april zullen we haar wegwijs maken op haar eerste 10 Miles in Antwerpen. In het najaar hopen we met z’n drieën, zij aan zij, voetje voor voetje en als het nodig is arm in arm, een marathon te lopen. Ze wil dat gewoon één keer gedaan hebben, zegt ze. Een gevaarlijke uitspraak voor een Odeyn. Onze plannen zijn groots, het enthousiasme nog groter.

IMG_2096b

Liefste zusje, dertig staat je fantastisch. Ik wens je een prachtige verjaardag toe!

 

De race – De Hel van Kasterlee december 2019

Ik zou het nu heel kort kunnen houden door simpelweg te zeggen dat ik het weer deed: finishen in de Hel van Kasterlee en dus 15 kilometer lopen, 115 kilometer mountainbiken (zeg: mon-ten-baijke) en nog eens 30 kilometer lopen. 11 uur en 45 minuten had ik nodig om één van de zes vrouwen te zijn die de finish bereikte van wederom een legendarische Hel-editie. I did it en daarmee is de kous dan af. Ik zou met geen woord kunnen reppen over de regen en de loodzware omstandigheden waarin ik die prestatie leverde. Ik zou in alle talen kunnen zwijgen over de strijd die ik met de modder, maar toch vooral met mezelf voerde. Ik zou geheim kunnen houden dat het afsluitende loopnummer me dit jaar niet bracht waar ik op gehoopt had. In dat geval zou ik geen drie dagen nodig hebben gehad om mijn avontuur te laten bezinken en na te denken over het verhaal dat ik hier wil vertellen. Dat is er één van bijna 12 uur hard labeur waarbij mijn gedachten alle kanten opschoten, mijn lichaam het zwaar te verduren kreeg, boog, maar niet brak en de steun van mijn familie onuitputtelijk bleek te zijn. Aanmodderen in het kwadraat, letterlijk en figuurlijk.

Wat vooraf ging
Na mijn onverwachte derde plaats vorig jaar was het vanzelfsprekend dat ik dit jaar opnieuw aan de start zou verschijnen. Niet om beter te doen, maar omdat een uitdaging als de Hel mijn ding bleek te zijn dat bovendien ook past binnen mijn marathonkalender. 2019 was een rijkelijk gevuld sportief jaar. Ik liep twee marathons en een lange trail in Houffalize. Het hele jaar door bleef ik fietsen en lopen. In de zomermaanden legde ik zo een stevige basis voor een nog steviger najaar. Dat bleek nodig, want in september liep ik op de toppen van mijn tenen. De toon was gezet en ik spartelde door. Na technische mountainbike-perikelen was november een succesvolle trainingsmaand. Ik stond hoe dan ook aan de start staan met meer fietservaring dan vorig jaar.

Vlak voor de start
Wonder boven wonder sliep ik zaterdagnacht behoorlijk goed. Ik ontbeet samen met mijn zussen in het holst van de nacht en rond half 7 kwamen we aan in een donker Kasterlee. De zenuwen stonden nu echt op mijn gezicht te lezen. Ik was piete-nerveus om het met Roos haar woorden te zeggen. Ik was één van de 9 vrouwen die aan de start zou verschijnen. In onze kleedkamer hing een gemoedelijke sfeer. Het had ’s nachts flink geregend en dat deed het nog steeds. Heel drukte maakte ik me daar niet in omdat het parcours er volgens mij niet zwaarder dan vorig jaar kon bijliggen. Later zou blijken dat ik dat verkeerd had ingeschat. Wachtend in het startvak kregen we nog een stortbui over ons heen en zo openden de poorten van de Hel zich om 8u voor de eerste loopronde van 15 kilometer.

De race
Het eerste looponderdeel is het kortste, maar naar mijn gevoel duurde dit het langste. Ik vond een comfortabel tempo en liet me op sleeptouw nemen door het pak. Er werd wat gebabbeld. Mijn zenuwen ebden stilaan weg. Ik verbaasde me over de vele plassen die bezaaid lagen over het parcours. De onverharde wegen waren modderig. Dit zou een uitdaging worden voor mijn familieleden die hier over een uur of 8 met een gewone fiets door zouden moeten ploegen. Achteraf gezien bleek dit een correcte inschatting te zijn. Na 1 uur en 12 minuten kwam ik terug aan bij de sporthal. In de kleedkamer nam ik mijn fietsgerief. Roos en mama moedigden mij luid aan in de wisselzone. Ik was vertrokken voor wat een heel lang mountainbike-avontuur zou worden.

VFOA8407

Ik had mezelf dus voorgenomen om rustig te blijven tijdens de eerste fietsronde. Ja, ik zou voorbij gevlamd worden langs alle kanten. Niet iedereen zou dan even vriendelijk zijn. Ja, ik zou niet meteen mijn tempo vinden. So what? Vlak voor ik het veld insloeg, reed de immer sympathieke Natalie Franken me voorbij. Vorig jaar haalde ik haar in op 3 kilometer van de finish en werd ik derde. Ze riep me toe dat we ervoor moesten gaan om allebei te finishen. Natalie zou uiteindelijk de verdiende winnares worden. Met haar mooie woorden in mijn achterhoofd lukt het me aanvankelijk om me niet te laten imponeren door de omstandigheden, ook al lag er echt al heel veel modder. Ik gleed constant weg en was het goede spoor volledig bijster. Van snelheid maken was geen sprake. Het was spartelen, duwen, glibberen en wat bijsturen om vooruit te komen. Het leek onbegonnen werk om dit nog ruim 100 kilometer vol te houden. Samen met de modder zonk de moed me in de schoenen. Ik kon mezelf niet oppeppen. Ik was geen mountainbiker, zo bleek nu wel. Ik viel een eerste keer van mijn fiets. Ik trapte een eerste keer mijn mijn ketting eraf. Ik kon dit echt niet. Toen ik mijn familie na de eerste fietsronde in de bevoorradingspost zag, had ik het meteen over mijn belabberde mountainbikecapaciteiten en het ellendige parcours. Ik werd vakkundig de mond gesnoerd. Volgens hen was ik geweldig sterk bezig en had ook Seppe het zwaar. Ik kon dit wel. Roos maakte mij nog meer monddood door wat eten in mijn mond te duwen. Ik sputterde niet langer tegen en vertrok voor mijn tweede fietsronde.

DSC00191

Ik had de inner Wout Van Aert in mezelf nog niet ontdekt, maar ik joeg me niet meer op in het feit dat ik dit eigenlijk niet kon. In het eerste deel van de fietsronde waren bij nader inzien enkele stukken die nog behoorlijk berijdbaar waren. Seppe vlamde mij in koppositie voorbij. Hij zou die niet meer afgeven en zijn achtste zege binnenhalen. Ondanks mijn ervaring en analytisch vermogen ben ik vooral een gevoelsmens en als het gevoel niet goed zit, is het heel lastig om dat om te draaien. Ik probeerde daarom mijn gedachten niet te richten op wat ik aan het doen was (of probeerde te doen). Mountainbiken in de modder mocht dan niet mijn ding zijn, ik dacht aan de andere kwaliteiten waar ik over beschik. De innerlijke storm in mij ging even liggen. Op het einde van die tweede ronde werd ik nog eens met mijn neus op de feiten gedrukt. Op een strook van amper 100 meter smakte ik twee keer hard tegen de grond en kwam ik ook nog eens in botsing met een boom. Ik was met iets bezig dat ver buiten mijn comfortzone lag. Na de broodnodige peptalk van mijn supporters reed ik weg voor ronde nummer drie. Dat werd de ronde waarin ik het goede gevoel het beste te pakken kreeg. De Wout Van Aert in mij reed met meer lef rond en kreeg er zelfs wat zin in. Het parcours lag er weer wat zwaarder bij, maar veel erger zou dit toch niet kunnen worden. Dit bleek weer maar eens een foutieve inschatting te zijn. Door mijn klunzige valpartijen hadden mijn rug (die de afgelopen maanden wel vaker protest aantekende) en nek het al zwaar te verduren gekregen. Ik voelde de stijfheid dan ook toenemen. Vlak voor het einde van de derde fietsronde viel ik nog een keer languit op de moddergrond. Ik verloor weer wat van mijn herwonnen zelfvertrouwen.

DSC00172
Onder die modderige façade schuilt niemand minder dan Seppe Odeyn die de zege al kan ruiken.

In de bevoorrading hoorde ik dat ik nog 1 uur en 45 minuten had om de tijdslimiet te halen en dus mijn vierde ronde af te werken. In principe was dat een haalbare kaart. Tot de moed me voor de 85e keer in de schoenen zonk. Het parcours was exponentieel zwaarder geworden. Er was werkelijk geen meter waar je nog een beetje vlot kon rijden. Ik moest nog dieper gaan om te blijven rijden, ik moest nog harder duwen om boven te geraken op de klimmetjes. Nergens was nog een goed spoor te vinden. Elk weggetje bestond ofwel uit dikke blubbermodder, ofwel uit plassen, ofwel uit heel diepe groeven en putten ofwel uit een combinatie van die drie. Zelfs de meest eenvoudige afdaling was getransformeerd in een venijnig ding. Inmiddels was ik al gewend aan het schrapende, schurende geluid dat mijn mountainbike Juan maakte. Mijn remmen waren zo goed als afgesleten. Ik schat dat ik een kilo of 3 modder op mijn fiets meesleepte en nog eens 2 kilo op mijn lichaam. En Joke Odeyn? Zij ploegde voort.

DSC00192

Op het einde van mijn vierde ronde kreeg ik op een stuk asfalt de wind pal in mijn gezicht samen met een fikse regenbui. Mijn laatste greintje zelfvertrouwen liep hier van de fiets. Ik had al 90 kilometer gesparteld om niet te verzuipen op de fiets. Hoe moest ik in godsnaam nog een ronde doorkomen en dan 30 kilometer lopen? Voor de zoveelste keer dacht ik aan opgeven. Ik haalde de tijdslimiet echter vlot. Nu uit de race stappen zou belachelijk zijn. Met de moed der wanhoop begon ik dus aan mijn laatste fietsronde. Ik nam mijn tijd, er stond niets meer op het spel. Het besef drong door dat als ik dit doorkwam, ik zou kunnen finishen in de Hel van Kasterlee. Het ging nu echt voor geen centimeter meer vooruit. Ik moest nog vaker afstappen dan de rondes voordien. Ik glibberde als een slak door het grijze niemandsland waarin Kasterlee was omgetoverd.

DSC00512

Vraag me niet hoe, maar ik kwam na 115 kilometer aan in de wisselzone. Ik overhandigde mijn Spaanse kompaan en rots in de branding Juan (wiens strijdlust niet te temperen was) aan Marike en liep met Roos naar de kleedkamer. Het was geen sinecure om mijn handschoenen van mijn handen te trekken. Mijn voeten leken gemetseld met een centimeter modder in mijn schoenen vast te zitten. Ik voelde een branderig gevoel aan mijn zitvlak door de modderscrub waar ik gedurende 7 uur en 20 minuten van had mogen genieten. Roos deed propere sokken aan mijn moddervoeten en een paar trailschoenen. Een schoenkeuze die een juiste inschatting bleek te zijn. Ik liep mijn eerste meters en dat voelde beter aan dan verwacht. Onze playlist zette stevig in met Don’t Stop Me Now van Queen. En zo vertrok ik dus, niet enkel vergezeld door Roos op de fiets, maar ook door mijn beide ouders. Samenzijn op z’n Odeyns heet dat. Ik kreeg er weer zin in. De eerste zes kilometer liepen redelijk vlot tot ik bij de eerste bevoorradingspost aankwam, stopte om wat water te drinken en terug vertrok. Ik voelde toen dat ik niet nog 24 kilometer aan een stuk zou kunnen lopen. Dit zou niet mijn loopnummer worden, maar een zoveelste overlevingsslag. Het loopparcours was immers ook zwaar. Ten opzichte van het eerste loopnummer lag alles er weer eens zo nat en modderig bij. Ik koos voor de weg rechtdoor, liep door plassen en in putten. Dat mijn voeten weer kletsnat waren, was het minste van mijn zorgen.

Mentaal kreeg ik hier weer een krak. Het misselijke gevoel waar ik al heel de dag van mocht genieten, werd er niet beter op toen mijn sportgel weer eens dag kwam zeggen. Ik voelde de impact van mijn valpartijen in ongeveer elk ledemaat. Ik stapte af en toe om dan weer enkele kilometers te lopen. Op die manier kon ik toch nog heel wat lopers inhalen en passeerde ik een laatste keer aan de sporthal, luid aangemoedigd door heel veel bekende en onbekende supporters. De echte finale begon nu: ik moest nog één loopronde afleggen van 15 kilometer. Mijn ouders en Roos openden een nieuw blik aanmoedigingen en complimenten. Blijkbaar had ik toch nog ergens een restje moed bewaard en voor ik het goed en wel besefte was ik op enkele kilometers van de finish. Samen met Roos zong ik luid mee met Still Young van The Cat Empire: The kind of free I’d never been, a kind of beast I’d never seen. 160 kilometer lang heb ik een heel vies beest in de ogen gekeken. Een beest dat in mijn hoofd zat en een beest dat Modder heet. Toen ik onder luid applaus de sporthal binnenstapte kon ik niet anders dan lachen. Op mijn gezicht stonden opluchting en ontlading te lezen. Mijn broer, de onbetwiste modderduivel van Kasterlee, hing plechtig een medaille om mijn nek. Na 11 uur en 45 minuten zat mijn strijd erop.

79874741_1418693618298050_3976573175549919232_o

De conclusie
De Hel van Kasterlee maakte zowel het beste als het slechtste in mij wakker. Ik heb echt heel vaak gedacht om op te geven. Het leek namelijk een onmogelijke missie om deze uitdaging tot een goed einde te brengen. Ik leek echter nooit over een legitieme reden te beschikken om mijn strijd te staken. Na mijn derde fietsronde hoorde ik dat mijn peter Mark met materiaalpech uit de wedstrijd was moeten stappen. De winnares van vorig jaar gaf op omdat ze ziek was. Als je hele familie zo intens meeleeft en een hele dag voor jou in de regen staat, ongerust én apetrots is, dan is het flauw om te stoppen omdat je er geen zin meer in hebt. Het blijft een beetje knagen dat ik wandelpauzes moest inlassen tijdens mijn laatste 30 loopkilometers. Uiteindelijk liep ik die in 2 uur en 54 minuten, 20 minuten trager dan vorig jaar, maar nog steeds de snelste looptijd van de vrouwen. Ondertussen kan ik trots zijn op mijn prestatie. Er is geen top mountainbiker aan mij verloren gegaan, maar ik moet ook niet vals bescheiden zijn en zeggen dat ik alleen maar wat kan lopen. Ik ben een marathonloper die stiekem ook goed haar plan kan trekken op twee wielen. Het is hartverwarmend hoeveel aanmoedigingen ik gekregen heb van seingevers en supporters. Een vrouw in de Hel van Kasterlee is een rariteit en kan daarom op extra veel sympathie van de toeschouwers rekenen. Een welgemeende goed bezig of chapeau kan echt heel veel betekenen.

Enkele weetjes

  • Seppe won dus zijn achtste Hel van Kasterlee. Hij had daar een schamele 7 uur en 46 minuten voor nodig. Ruim 4 uur minder dan ondergetekende.
  • Ik finishte 50 minuten na winnares Natalie Franken, vorig jaar had ik ruim een uur meer nodig dan de eerste vrouw.
  • Ook supporters moeten belangrijke vestimentaire keuzes maken om een hele dag in de regen door te brengen. De regenponcho bleek een onmisbaar attribuut te zijn voor zowel Roos als papa.
  • Zowel de aanmoedigingen tijdens het fietsen van papa als Peter gaven mij heel even vleugels. Als zij zeggen dat ik het goed doe, dan neem ik dat heel serieus.
  • Mijn metekindje Leah kwam mij vanuit haar koets aanmoedigen tijdens het fietsen. Ze mocht natuurlijk niet ontbreken op deze familiale hoogdag.
  • Om aan te tonen hoe zwaar loodzwaar is, communiceerde ik hier nadien over als LOOD-ZWAAR.
  • Tijdens het afsluitende loopnummer legde Roos aan mama uit dat een producer geen zanger is. Ze deed dit naar aanleiding van When I Grow Up (I wanna be like Wiz Khalifa).
  • De uitspraak van de dag gaat naar mama die zo extreem meeleefde met mij dat ze zich liet ontvallen: ik zou hier kunnen gaan liggen van ellende!
  • Mountainbiken is eigenlijk een zomersport. Toch acht ik de kans nog steeds groter dat ik naar de Olympische Spelen ga als marathonloper dan als mountainbiker.
  • Toen ik ’s ochtends met Roos naar Kasterlee reed, speelde het prachtige On Top of the World van Carpenters op de radio. Mede door de stress raakte dat een gevoelige snaar. Ik heb nog vaak aan dat lieflijke liedje gedacht tijdens mijn helletocht. Het contrast kon niet groter zijn.
  • Ook de fietsen van mijn supporters kregen het zwaar te verduren. Bij Roos kwamen spatbord en fietstassen los. Mama slipte een keer bijna onderuit, maar toonde zich wel de sterkste op een modderige helling.
  • Ondanks het feit dat ik aardig wat blauwe plekken verzamelde, ben ik onder de indruk van het herstellend vermogen van mijn lichaam. Na een dag was er amper nog stijfheid in mijn spieren te bespeuren.

Met dank aan supporter Bert, maar ook Bert Aerts en finishfoto.be voor het fotografisch bewijs van deze helletocht.

80886318_1418693704964708_3021127902071619584_o
We are family! En we kunnen weer lachen!

Het portret – Mijn gouden maatje An

Op 22 november 1982 steeg er ongetwijfeld een warme gloed op boven het druilerige herfstlandschap. Ofwel blonk het goud aan de rand van de zon zo hard dat het pijn deed aan je ogen. Die dag werd immers mijn collega en beste vriendin An geboren. Vandaag mag ze dus 37 kaarsjes uitblazen: één voor elk jaar dat ze met haar stralende persoonlijkheid over alles en iedereen een gouden gloed kan werpen, al had ik dat niet meteen in de gaten toen we elkaar zo’n 9 jaar geleden ontmoetten op school. We leerden elkaar pas echt kennen toen bleek dat we tijdens de opruim van een opendeurdag om dezelfde flauwe grappen moesten lachen. Enkele dagen later deelden we een kamer tijdens een schoolreis naar Parijs en de basis van een hechte vriendschap was gelegd. An is niet minder dan een zacht en kostbaar edelmetaal: een gouden vriendin van 24 karaat.

An en ik geven allebei les in het vierde jaar en werken dus nauw samen. Hoewel we elk onze eigen stijl hebben, vullen we elkaar in teamverband perfect aan omdat we intuïtief dezelfde ideeën hebben over onze lessen en wat we met onze leerlingen willen bereiken. Ook in de klas is An eindeloos geduldig en toegewijd. Ze biedt een luisterend oor aan elke leerling die dat nodig heeft. Tijdens haar carrière loodste ze al menig jongere met raad en daad door het oerwoud van de puberteit. Dankzij haar gevoel voor humor en haar oprechte interesse in de leefwereld van haar leerlingen breekt ze in no time het ijs. Haar organisatorische talent is om jaloers op te zijn. An loopt nooit achter de feiten aan, maar dirigeert die feiten netjes de pas zodat ze steeds strak in het gelid lopen. Elke vorm van chaos is haar vreemd.

GRBZ3881b

Ook buiten de schoolmuren is An een gouden collega. Inmiddels deelden we al heel vaak een hotelkamer in Parijs in het kader van een schooluitstap. Dankzij dat jaarlijkse uitje (in het bijzijn van 120 leerlingen en 10 collega’s) bleek al snel dat we allebei om dezelfde redenen van de Parijse sfeer houden. Liefst van al wandelen we er uren rond met de stiekeme hoop Bent Van Looy eindelijk eens tegen het lijf te lopen. Als dat niet gebeurt, is er altijd nog Le Bon Marché of een lekker stuk taart om ons hart aan op te halen. Winkelen met An is overigens een les in stijl. Wat zij kiest, is er altijd boenk op omdat ze een aangeboren gevoel heeft voor alles wat mooi is. Tijdens die vermoeiende Parijs-reis kunnen we het niet laten om nog tot veel te laat ’s nachts door te praten. Onze gesprekken hebben dan vaak niet meer niveau dan die van de gemiddelde vijftienjarige. Aanvankelijk dacht ik dat Roos en ik door onze genetica dezelfde rijke fantasie hebben, maar gek genoeg lijkt An over diezelfde hersenkronkels te beschikken. Zo moet ik nog steeds gniffelen bij de gedachte dat we ervan overtuigd waren dat onze Kipling-tassen ’s nachts op de hotelkamer een mini Kiplingkindje op de wereld zouden zetten met bijhorende ritsgeluiden.

CFYC3844

An en ik mogen aan de oppervlakte schijnbaar verschillende karakters hebben, onze gevoelige zielen zijn vanbinnen dezelfde. Ik deel lief en leed met haar, geen bergtop of vallei blijft onbesproken. Ondanks mijn bedachtzame en soms gereserveerde aard weet ik dat mijn onzekerheden, twijfels en beslommeringen veilig zijn bij haar. Op school hebben we zelden de tijd en ruimte om in alle rust een gesprek te voeren. An beschikt echter over de superkracht om een gemoedstoestand feilloos aan te voelen. Haar sensor voor menselijke emoties is heel fijn afgesteld. Meestal heeft ze aan een blik genoeg om vast te stellen of er mij iets dwarszit. Daarenboven is ze oprecht geïnteresseerd in wat mij bezighoudt en neemt ze mijn advies (hoe futiel ook) ter harte. Ze geeft geen compliment voor de vorm, maar omdat ze het echt meent. Samen met haar gezin is ze dan ook een trouwe volger en supporter van mijn sportieve ondernemingen. Ik vertelde hier al over haar motivatie en doorzettingsvermogen als loper. Eindeloos respect heb ik daarvoor. Ik mag dan wel de marathonloper zijn en zij de start-to-runner, in wezen is er geen verschil tussen ons.

IMG_4977b

Tot slot excelleert An ook in haar rol als moeder van mijn favoriete tweeling en als vrouw van Wim. De 9-jarige Lieselore en Reinout zijn natuurlijk genetisch bevoorrecht, maar dat ze zulke aangename en intelligente kinderen zijn, hebben ze toch vooral te danken aan hun opvoeding en het warme nest waar ze opgroeien. Met z’n vieren vormen ze een liefdevol gezin waarin er ook veel gelachen en gefeest wordt. Ik ben de gelukzak die daar af en toe ook in ondergedompeld mag worden.

Lieve An, mijn beste bestie: ik wens je een prachtige verjaardag toe. Laat je verwennen, eet taart (heel belangrijk) en klink op jouw gezondheid!

IMG_0664b

 

 

Loperspraat – De zon scheen in Kasterlee

In Kasterlee is een hotel met de naam Kempenrust. Ik kan me er iets bij voorstellen: dat mensen naar de Kempen trekken voor wat ongedwongen toerisme in eigen land: bos, duinen, pompoenen, het sappige Kempische accent en voldoende etablissementen voor een pannenkoek met koffie en meer. Hotel Kempenrust (met zwembad!) ligt echter vlak aan start en finish van de (halve) marathon van Kasterlee. Op zondag 17 november 2019 was het er omstreeks 10u dus even niet heel rustig omdat 1500 lopers zich verzamelden voor één of twee rondes door de streek. Als ik (of bij uitbreiding mijn familie) in Kasterlee ben, is dat allesbehalve om te rusten. Meestal loop of fiets ik er veel kilometers. Team Odeyn stond dit jaar met een driekoppige delegatie aan de start: Seppe, Roos en ik zouden de klus klaren. Hoog tijd dat Marike, die nota bene in de Kempen woont, ons kwartet eens vervolledigt en haar debuut maakt in Kasterlee!

Het was mijn zesde editie van de halve marathon op Kastelse bodem. Halverwege november mag je er doorgaans modder, regen en grijzigheid verwachten. Niet dit jaar. De zon scheen hard en het bleef kurkdroog: een schitterende dag om een halve marathon in de natuur te lopen. De temperatuur was aan de heel frisse kant en zo trokken Roos en ik naar de warmte van het startvak, waar we nog een laatste aanmoediging vanaf de zijlijn kregen van onze hoogsteigen pappie. Het startschot weerklonk en het confettikanon deed het even sneeuwen. Seppe snelde er vanop de eerste rij als een haas vandoor. Hij zou die koppositie niet meer lossen en won 1 uur en 13 minuten later de halve marathon. Ik vertrok ook best snel. Al leek ik door de koude niet op benen te lopen, maar op stokken. Na een kilometer of twee en een eerste off-road passage voelde ik weer dat ik voeten had. Nog twee kilometer later kwamen ook mijn tenen weer dag zeggen. Ik had er zin in, liep snel en dat leek me relatief weinig moeite te kosten. Op de stukken asfalt kon ik zelfs nog extra tempo maken en dankzij de zon liep het zweet al snel over mijn gezicht. Voor ik het wist had ik 11 kilometer als een malle gelopen en was ik klaar voor de tweede helft. Het bos wachtte op mij.

IMG_1689b

Al vijf jaar na elkaar mispak ik mij aan dat verduivelde bos. Elk jaar opnieuw lijk ik er mijn voortvarende start te bekopen. Dan vloek ik binnensmonds en hou ik me voor om het jaar nadien wat over te houden voor die verraderlijke staart. Lichtjes bevreesd liep ik dus het bos in met de angst er de Kastelse boeman tegen te komen die mij er elk jaar een klein tikje met zijn trollenknots uitdeelt. Ik wachtte dus af tot dat zou gebeuren. Er gebeurde echter helemaal niets. Integendeel, de kilometers flitsen voorbij. Het bos leek vlakker dan de voorbije jaren. Alsof ze het met een gigantische pletwals wat hadden uitgevlakt om het loopcomfort te vergroten. Ik kreeg dus helemaal geen klop of tik. Hooguit af en toe een déjà-vu naar mijn eindeloze passages in de Hel van Kasterlee, waar ik heel alleen kilometer na kilometer door de modder stampte. Ik prees me dan ook gelukkig dat ik me nu zo snel door dat bos kon voortbewegen. Wat ongewijzigd bleef, was mijn onvermogen om me te oriënteren in en rond Kasterlee. Het parcours van de (halve) marathon van Brussel zou ik geblinddoekt kunnen lopen. In wereldstad Kasterlee legde ik ondertussen al heel veel kilometers af, maar alles lijkt er op elkaar. Drop me er niet, want je ziet me niet meer terug.

Mede dankzij de duidelijke bewegwijzering kwam ik dus voor ik het goed en wel besefte terecht in mijn laatste kilometer richting finish. Hoewel ik voor de start absoluut geen ambitie had om een heel snelle tijd te lopen, zag ik plots dat die er wel in zat. Dankzij mijn eindsprint (die naam niet waardig) finishte ik uiteindelijk in 1:39:48 als zesde vrouw. Met een gemiddelde snelheid van 4’40” liep ik zelfs mijn snelste halve marathon ooit in Kasterlee. Ook Roos zette een sterke chrono neer en is bij deze volledig hersteld van onze marathon in Brugge. Ze gaf wel toe dat ze mijn gezelschap een beetje had gemist. Wat de dag zo mooi maakte, was niet mijn snelle tijd, maar wel het pure loopplezier dat ik beleefd had tijdens mijn 21 kilometer. Kasterlee voelde inderdaad aan als een stukje Kempenrust.

IMG_1683b

Loperspraat – Op de marathongolven drijven in oktober

Niemand gelooft mij als ik zeg dat oktober een rustmaand was. Ik liep immers een marathon samen met Roos in Brugge en lag dus niet een maand lang in de zetel. Een marathon lopen dat betekent echter rust nemen, voor en na de grote dag. Sinds ik ruim een jaar geleden het plezier van de mountainbike herontdekte, bleef ik telkens koppig doorfietsen in aanloop naar mijn marathons. Nu dus niet. Ik ging nog lopen, maar mijn trouwe tweewieler Juan bleef heel wat dagen onaangeroerd in de garage staan. Ik zou het grijze weer als schuldige kunnen aanduiden, maar het was eigenlijk vooral mijn eigen hoofd dat even vond dat het allemaal te veel was. Je moet Mister Marathon altijd met respect en de nodige egards behandelen. In dit geval was dat door eventjes wat minder te gaan doen. Misschien is het dus wel echt waar en komt verstand met de jaren.

IMG_1402b

Naar mijn gevoel kabbelde ik in oktober rustig voort richting Brugge. Ik liet me gewillig meedrijven op de golven van mijn geliefde bezigheid: lang aan een stuk lopen. Er was een eerste piekje waar te nemen toen Roos en ik een halve marathon lang door Brussel knalden. Twee weken later diende de echt piek zich aan en liepen we dus Roos’ record op de marathon aan diggelen. Een onvergetelijke loopronde die Roos prompt bombardeerde tot nummer 1 der zussenmomenten. Ze moest zelfs nadenken welke gebeurtenissen nummer 2 en 3 innamen. Daags na de marathon voelde ik wel dat ik iets met mijn benen had gedaan, maar dankzij de afwezigheid van echte hoogtemeters voelde ik me verbazingwekkend fit. Hoewel ik van plan was om nadien snel weer op de fiets te kruipen, strooide Juan zelf roet in het eten. Op een zonnige zaterdag stond ik na amper 4 kilometer te voet met een platte band. Mijn Spaanse vriend is nu een week van huis voor onderhoud aangezien ook de volledige aandrijving aan vervanging toe was. Ik beschouw het als een wellness-weekje voor hem.

Enerzijds ben ik ervan overtuigd dat het verstandig was om een rustig-aan-maand te nemen, anderzijds vloekt dat idee met mijn initiële plan. Ik heb namelijk nog een belangrijk doel in het verschiet. Over welgeteld 7 weken sta ik voor de tweede keer aan de start van de Hel van Kasterlee, een inspanning next level zoals het Roos het noemde. Een maand amper fietsen strookt niet met het idee van hard trainen voor die prestatie, ook al voelde ik de afgelopen weken tijdens het lopen wel dat er veel energie in de tank zit. Ik hou me vast aan het idee dat de basis van een goede wintervorm in de zomer wordt gelegd. Het verschil ten opzichte van vorig jaar is dat ik toen amper wist wat me te wachten stond. Ik liet het allemaal op me afkomen en had veel plezier in de trainingen. Nu is dat heel anders: er is een referentiejaar en ik weet min of meer waar ik me aan kan verwachten. Ik zal de komende 5 weken dus nog heel veel kilometers op de fiets maken. De weersvoorspelling beloven alleszins om het herfstig (lees: nat) te houden.

IMG_1563b
Op de top van de triomfboog in het Jubelpark

Oktober was ook de maand waarin we papa’s 60e verjaardag vierden. Jawadde! Hoewel we ons uiterste best deden om die dag niet zomaar te laten passeren, volgde er wat later slecht nieuws. Jan Odeyn, de man die vervaardigd is uit staal en carbon, sukkelt namelijk al enige tijd met zijn achillespezen. De pijn nam steeds toe. Lopen ging niet meer. Wat hij zelf vreesde, werd duidelijk na een echografie. Hij heeft een scheur in zijn achillespees en zal dit jaar dus niet als zestiger kunnen aantreden in de Hel van Kasterlee. Een domper van jewelste, aangezien hij al vijf keer op rij succesvol de finish haalde. Ik hoef jullie er niet bij te vertellen dat een loper ongelukkig wordt als hij niet mag lopen.

IMG_1581b
De Leopard tank kent geen geheimen voor deze man

Er was gelukkig wel een verzetje. Bij wijze van verjaardagsuitstap trokken papa en ik naar het vliegtuigmuseum, zoals wij het vroeger noemden, officieel het Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis in Brussel. Papa liep daar als kind vaak rond. Ongetwijfeld werd daar de kiem gelegd voor zijn latere leven als gedreven modelbouwvlieger en -bouwer. Wij mochten er als kind wel eens mee naartoe, met wisselend succes. Een slordige 25 jaar later heb ik niet echt affiniteit met motoren en oorlog, maar ik was toch heel benieuwd. Het is nog een museum van de oude stempel: tjokvolle vitrinekasten, een indrukwekkende loods vol vliegtuigen, heel veel wapens en weinig uitleg. Gelukkig had ik mijn persoonlijke gids mee. Mijn vliegtuig- en tankkennis moet na dit bezoek zowat verhonderdvoudigd zijn. Een bezoek dat absoluut voor herhaling vatbaar is.

Over twee weken gaan Roos, Seppe en ik traditiegetrouw van start in de halve marathon van Kasterlee. Helaas niet voor de pompoenregatta. Ik denk dat ik wel klaar ben voor november: regen, wind en pompoenen. Hoog tijd om mooie herfstfoto’s te maken in het bos!

IMG_1425b

De race – Great Bruges Marathon oktober 2019

  • De cijfers: marathon nr. 11 liep ik als haas van Roos in 3:36:30, een nieuwe recordtijd voor Roos
  • De voorbereiding: Roos’ voorbereiding verliep volledig naar wens, ik ging er hard voor in augustus en september en besloot in de taperweken voluit voor rust te gaan
  • De race: we liepen zij aan zij langs bergen zand, over een saaie weg, over de zeedijk en langs een vaartdijk in gezelschap van papa op de fiets, tijdens de laatste 12 kilometer nestelde Roos zich in mijn zog en zetten we onze recordrace verder richting een legendarische finish in Brugge
  • De herinnering: het familiemoment met ons drieën en de zinderende finale-kilometers richting finish

Wat vooraf ging
Roos en ik zouden deze marathon eigenlijk in 2018 lopen. Dat liep anders toen Roos en Niko een huis kochten, stevig in de verbouwing vlogen en een marathon lopen dus niet tot de mogelijkheden behoorde. Mijn haas-aanbod bleef echter geldig en Roos besloot er een jaar later gretig gebruik van te maken. De trail in Houffalize was voor haar een eerste grote doel om het vormpeil te meten. Nadien vlogen we allebei nog steviger in de looptrainingen. Ik zat ook veel op de mountainbike. Al bij al kon ik relatief rustig toeleven naar deze marathon omdat ik trager zou lopen dan mijn eigen marathontempo. Plots sloeg de marathonstress alsnog in alle hevigheid toe. De marathon is en blijft het koningsnummer van de atletiek. Het doet er dan niet toe dat je die prestatie al vaker leverde en dat je aan een comfortabeler tempo zal lopen. De marathon is een niet te onderschatten beest van een wedstrijd dat altijd weer iets nieuws uit de hoed kan toveren. Je mag er dus nooit helemaal gerust in zijn.

IMG_1490b

Vlak voor de start
Papa is bevoorrader en chauffeur van dienst. Na een gezellige autorit waarbij we cultuurtips uitwisselen, komen we twee uur voor de start aan in Brugge. Eerste prioriteit is een toilet vinden, want de nood bij Roos is hoog. Na een eerste dixi-stop gaan we ons nummer afhalen op de Grote Markt (die niet heel groot blijkt te zijn). We eten nog een banaantje, geven papa iPhone-tips en dan is het tijd voor de laatste voorbereidingen. We leveren onze bagage in en papa vertrekt op de fiets naar het afgesproken punt. Het startvak is klein, maar charmant. Zoals alles in Brugge eigenlijk. Roos en ik maken nog een laatste lemniscaat. We spreken ook een codewoord af dat Roos kan gebruiken om aan te geven dat ze echt helemaal kapot zit. Als we allebei staan te geeuwen in het startvak, beseffen we dat we opvallend rustig zijn.

IMG_1506b
Team Odeyn is almost ready for take-off

De race
We lopen onze eerste kilometers in een behoorlijk dik pak lopers omdat ook de halve marathonlopers met ons van start gaan. Langs het Minnewater verlaten we al snel het historische centrum om verder te lopen langs de ring. De paden zijn smal en het is toch wat dringen. Door de menigte lopen we sneller dan beoogd. Na een kilometer of vijf is er meer ruimte en lopen we over een brede kaai waar saaiheid meteen al de boventoon voert. We lopen immers over het industrieterrein van Alzagri (Algemene Zand- en Grindwerken) waar we heel veel hopen zand zien: allemaal netjes gesorteerd, dat wel. De toon is gezet voor het verdere verloop van de marathon. Zelfs creativa’s als wij moeten moeite doen om iets leuk op te merken in de slaapverwekkende omgeving. We tellen dus af naar kilometer 11, waar we onze supporters Niko en Joke zullen treffen. Na dat punt zet de saaiheid zich verder. We lopen nu richting Lissewege, ongetwijfeld een heel fijne plek om te wonen, maar het is wel een niemandsland. Het goede nieuws is dat we een stevig tempo kunnen blijven aanhouden.

Op kilometer 15 zijn we dolgelukkig als we papa zien. Hij vergezelt ons verder op de fiets en zorgt voor de nodige afleiding: een grapje hier, een weetje daar, een aanmoediging links, een compliment rechts. De sfeer zit er weer in. We lopen over een saaie, maar brede weg richting zee en dat is toch iets om naar uit te kijken. Rond kilometer 18 kruisen we de koploper van de wedstrijd, Willem Van Schuerbeeck, die dan al belachelijk veel voorsprong heeft op zijn achtervolgers. Het moet gezegd worden dat de organisatie zijn best heeft gedaan om de saaie weg te pimpen. Er hangen boxen waaruit een stevige technobeat weerklinkt. Ook de jeugdbeweging die bekers uitdeelt in de bevoorradingspost zorgt voor ambiance. We naderen Zeebrugge, maken daar enkele onhandige U-bochten, halen het halfway-point en lopen uiteindelijk over de zeedijk. Die is wat schuiverig door het zand, maar we zijn tevreden met het zeezicht. We vervolgen onze weg langs een file van auto’s met slechtgezinde bestuurders en banen ons een weg door de uitlaatgassen. In de technostraat zien we nu langs de andere kant de laatste loper dapper strijden om de tijdslimiet te halen.

Terwijl papa ons wijst op het gedenkteken van Saint-George’s Day (een Britse aanval op de haven van Zeebrugge tijdens WOI) voel ik de druk in mijn buik toenemen. Een ongemakkelijk gevoel bekruipt me. Roos en ik lopen nog steeds heel vlot. We werken onze kilometers allemaal af onder de afgesproken 5’10”. Hoewel ik blij ben dat alles zo voorspoedig verloopt, voel ik me ook behoorlijk zwak als haas. Ik lijk niet echt iets te kunnen betekenen voor Roos. Sterker nog: ik voel me de zwakke schakel en ik heb schrik dat de situatie in mijn buik zal escaleren. Net zoals bij mijn vorige marathons, worden de sportgels die ik slik op hevig protest onthaald door mijn maag en darmen. Rond kilometer 25 besluit ik dat mijn vierde sportgel de laatste zal zijn. We lopen op dat moment langs een vaartdijk. Terwijl papa ons vertelt over de duikbotenherstelplaats in Brugge nemen de buikkrampen toe. Daardoor krijg ik ook een aanhoudende steek in mijn linker middenrif. Ik besluit te zwijgen en hoop dat het over zal gaan als ik niets meer eet. Bij elke boom of andere vorm van begroeiing die we passeren (het zijn er veel), schat ik in of het zou kunnen dienen als beschutting voor een sanitaire stop. Als ik dan ook nog een dixi zie bij een bevoorradingspost twijfel ik een fractie van een seconde om er gebruik van te maken. Ik doe het echter niet omdat ik me al de meest waardeloze haas ooit voel. Ik kan Roos niet laten wachten en zou enkele kilometers nodig hebben om haar bij te benen. Onze benen draaien nu zo goed, ik mag haar niet in de steek laten.

Er is één belangrijke marathonwijsheid van ervaren rot Dirk: moeilijke momenten gaan voorbij. Op kilometer 30 sluiten de betrokken partijen in mijn buik een gewapende vrede en keert de rust terug. Uitgerekend op het moment dat een professionele haas uit de wedstrijd zou stappen, kikker ik helemaal op. Ik lijk te ontwaken uit mijn slechte droom, recht mijn rug en besef dat ik hier verdorie een missie te volbrengen heb: samen met mijn zus naar haar record lopen. We hebben al zo ver gelopen, we moeten het alleen nog af maken en daar zal ik voor zorgen. In mijn hoofd gaat de marathonmodus aan. Mijn blik verandert van gelaten naar vastberaden. Onze laatste 12 kilometer lopen we langs velden en weiden waar wederom niets te beleven is. Ik spoor Roos aan om mij gedachteloos te volgen en verzeker haar dat we perfect op schema liggen. Ze plakt tegen me aan. Ik voel dat ze het zwaar heeft. Ze buigt, maar breekt niet. Het lijkt alsof haar kin op mijn linkerschouder rust en ik haar elke meter een beetje mee trek.

Ik heb meermaals tegen Roos gezegd dat juist dit de marathon is. Dat ze, ondanks de pijn, dit moment moest vasthouden. Zo liepen wij dus gezusterlijk de finale van onze marathon. We liepen niet onze snelste 12 kilometer ooit, zeker ook niet de boeiendste, maar zonder enige twijfel wel de meest memorabele. Ik bleef Roos moed inpraten en droeg haar op door de muur in haar hoofd te lopen. Dat lukte. Tussen kilometer 30 en 35 liepen we ietsje trager dan voorzien, maar vanaf dan hadden we weer een stevige tred te pakken. Na een laatste aanmoediging van Niko en Joke liepen we rond kilometer 41 terug de Brugse binnenstad in. Toen wist ik al dat Roos haar persoonlijke record zou verpulveren. Ook aan ons mooie marathonliedje kwam uiteindelijk een eind. De laatste meters pakten we elkaars hand vast en deden we iets wat voor een zegegebaar door het leven moest gaan. Roos haar record lag in diggelen aan de finish. We pakten elkaar eens goed vast en toen kon ik gaan aanschuiven bij de dixi’s.

WJLV8876
Een grote dankjewel aan onze bevoorrader papa en supporters Niko en Joke! (en sorry dat we zo stonken)

De conclusie
Brugge is een charmante stad van slechts een zakdoek groot. Dat voel je in de organisatie. Het is bijvoorbeeld niet praktisch om – nadat je een marathon hebt gelopen – een steile trap te beklimmen om je bagage af te halen. Ondanks het saaie parcours zijn er wel ruim voldoende bevoorradingsposten en wordt er moeite gedaan om allerlei muzikale ondersteuning te voorzien. Zowel de doedelzakspeler als de trommelaar waren aanwezig. Bovendien bevat deze marathon amper hoogtemeters en lopen de saaie stukken wel meestal over een snelle asfalt. Het aantal toeschouwers is beperkt. Dit werd echter gecompenseerd door hun enthousiasme: de aanmoedigingen vlogen ons om de oren. Ook (de aanloop naar) de finish op de Grote Markt garandeert een kippenvelmoment. Door deze unieke zussenervaring zal de marathon van Brugge voor ons altijd speciaal blijven.

IMG_1518b

Enkele weetjes

  • Roos at in plaats van haar gebruikelijke witte bolletjes sandwiches als ontbijt. Ik ging voor havermoutpannenkoeken.
  • Ons nichtje Leah werd van thuis uit al ingewijd in de kunst van het supporteren met een gepersonaliseerde vlag op babymaat.
  • Om het papa gemakkelijker te maken waren onze drinkbussen gelabeld met Kind 1 en Kind 2.
  • Zelfs in het Oude Griekenland zou elke atleet zijn neus hebben opgehaald voor de miserabele douchebeurt die ons na afloop te wachten stond.
  • Roos noemde mij achteraf de killer machine van de marathon, ook de vergelijking met een tank viel. Ik zou natuurlijk liever vergeleken worden met een elegant dier zoals een gazelle, maar niets is zo dodelijk efficiënt als der panzerwagen.
  • Papa kon uiteindelijk 20 kilometer met ons meefietsen: een godsgeschenk!
  • Ik ben nog steeds onder de indruk van de geschiedkundige kennis van papa. Man wat weet die veel!

 

Marathonpraat – Voorbeschouwing op de marathon met Roos

Als de dagen korter worden en de blaadjes van de bomen vallen, dan voelen wij dat de marathon in de lucht hangt. Zondag 20 oktober is Brugge de plaats waar het voor Roos en mij weer zal gebeuren. Om 10u gaan mijn zusje en ik samen van start in de Great Bruges Marathon en huppelen we hopelijk in minder dan 3u40 ook weer samen over de finish. Voor mij is het marathon nr. 11, Roos is ook niet aan haar proefstuk toe na marathons in Leiden (2015), Rotterdam (2016) en Amsterdam (2017). Ik loop deze marathon als haas voor Roos en zal er dus alles aan doen om haar marathon zo comfortabel mogelijk te laten verlopen. Alleen het loopwerk moet ze wel voor haar rekening nemen. Een week voor M-day trokken wij samen het zonnige herfstbos in voor een gezamenlijk looprondje. Niet om onze hoofden op elkaar af te stemmen (dat gebeurt namelijk automatisch), wel om alvast wat voorpret te beleven. Omdat dit de marathon is van Roos ga ik het hier dus niet hebben over mijn eigen onzekerheden, twijfels en bedenkingen. Ik deed namelijk weer eens van vraag en antwoord met Roos. Dit is haar voorbeschouwing op de grote dag.

Ik koos voor de marathon van Brugge uit praktische overwegingen. Voor mij geldt: hoe groter de marathon, hoe meer stress. De marathon van Brussel is dichterbij huis, maar ik wil een goede tijd lopen en dan is het vlakke parcours in Brugge interessanter. Ik verwacht wel dat gaststad Brugge er een mooi event van zal maken met de nodige ambiance. Het parcours zelf ziet er best saai uit. De foto’s van vorige edities zijn mooi, maar Google Maps toont toch vooral veel dijken en saaie stukken. Langs een Vaart jeppen kunnen wij goed. Het heeft ook wel iets dat je naar de zee loopt en terug, net zoals de CPC Loop in Den Haag.

IMG_1448b

Mijn voorbereidingen voor deze marathon verliepen 100% naar wens. Ik heb mijn trainingen kunnen afwerken zoals ik het wilde en deed zowel de duurlopen, tempo- en intervaltrainingen. Mijn gevoelige schenen hebben af en toe geroepen, maar hielden zich al bij al koest. Ik heb geen echte kwaaltjes. Dat was in het verleden wel even anders toen ik vaak half geblesseerd aan de marathon begon. De marathonvoorbereiding voelde toen ook aan als zwaar werk. Ik heb nu echt veel plezier gehaald uit mijn trainingen. Mijn laatste marathon liep ik twee jaar geleden in Amsterdam (in 3u44). Het heeft mij toen heel goed geholpen dat Joke het parcours op voorhand voor mij had ingedeeld. Per stuk wist ik waar ik naartoe liep en hoe ik me zou voelen. Voor kilometer 25 mocht ik het niet zwaar hebben. Dat zat zo in mijn hoofd en gebeurde dus ook niet.

IMG_1445b

Eliud Kipchoges 1:59:40 van vorige week heeft mij ook een extra boost gegeven. Ik volg hem nu op Instagram. Zijn foto’s en teksten zijn zo inspirerend. Ik denk dan: je zou elke dag een marathon moeten lopen. Ik vind het mooi dat hij iets wilde betekenen in de sportgeschiedenis en net de marathon heeft uitgekozen als symbool. In mijn omgeving merk ik nu ook dat iedereen plots de marathon kent en naar waarde kan schatten. Het zou nooit zo bijzonder zijn als iemand een halve marathon aan een toptijd zou lopen. Zelfs Niko was best ontroerd toen hij de beelden van Kipchoge in Wenen zag.

Ik verwacht best veel van mijn persoonlijke haas. Joke zal comfortabeler lopen en mij daarom goed kunnen afleiden. Bovendien kan ik echt niet tellen als ik loop en is het dus een geruststelling dat ik niet moet uitrekenen of ik op schema lig. Ik kan gewoon in haar zog lopen en tegen haar aan plakken zonder te moeten nadenken. Ik zal waarschijnlijk niet heel veel praten, maar we kunnen wel gewoon iets zeggen en het hele avontuur samen beleven. Je loopt namelijk ook kilometer 1 en 5 met heel frisse benen. Bovendien komen Niko en vriendin Joke (niet mijn haas) supporteren. Papa zal ons bevoorraden.

IMG_1450b

Zaterdag ga ik niet veel doen. Ik ga een joggingbroek maken om vooraf en nadien te dragen. Ook ga ik nog naar de Albert Heijn. Ik liep mijn vorige marathons allemaal in Nederland. Mijn marathonontbijt bestond toen uit zogenaamde witte bolletjes met sneetjes geitenkaas van de Albert Heijn. Dat is mijn succesrecept. Ik vind het wel riskant om mijn verwachtingen uit te spreken. Mijn snelste marathon liep ik in Rotterdam in 3u43. Nu wil ik graag onder de 3u40 lopen. Ik ga ervan uit dat de kans groot is dat ik dat haal: ik heb getraind zoals ik het wilde, ik heb een haas en ben niet geblesseerd. Dat ik twee weken geleden mijn record op de halve marathon in Brussel verbeterde, is een teken dat het wel goed zit. Al blijft het een vreemd idee dat ik echt 42,2 kilometer lang aan 5’10” moet lopen. 5’30” beschouw ik namelijk als mijn standaardtempo, een spaarstand eigenlijk waarbij ik het idee heb dat ik kan blijven lopen. Enfin, we zullen wel zien hoe het zondag uitdraait.

Bedankt voor je verhaal, zus! Vergeet dus de Borleés, de Ingebrigtsens en The Belgian Tornados. Hier komt Team Odeyn!

img_1438b.jpg