Het moment – De hittegolf trotseren in Parijs

Parijs transformeerde afgelopen week tot het Saint-Tropez van het Noorden. Toen ik met mijn liefste meter Sien plannen maakte voor een vierdaagse in Parijs was een temperatuur van rond de 40 °C niet meteen wat we in gedachten hadden. Hittegolf of niet: Parijs is altijd een goed idee. Maandag vertrokken wij dus in Brussel voor wat een memorabele reis zou worden en veruit mijn heetste citytrip. Donderdag sneuvelde het hitterecord en gaf de thermometer er een verschroeiende 42,6 °C aan. Parijs was daardoor een warmere plaats dan pakweg Luxor of Djibouti. Helemaal nieuw was die hittegolf voor mij niet. Toen ik in 2014 de eerste keer met Roos naar Parijs ging, belandden we ook in tropische sferen. Dat betekende bakken en braden, heel veel water drinken (en niet moeten plassen), met opgezwollen handen en voeten toch dagelijks een stevige voettocht ondernemen (onze Parijs-oriëntatie stond nog niet op punt) om dan ’s avonds op een bank aan de metro een zak chips leeg te vreten (zouten aanvullen) en bij de eerste slok vin die we dronken al meteen in de wind te zijn. Ik was dus gewaarschuwd.

IMG_0343b
Het Parijse straatbeeld verveelt nooit!

Maandagmiddag kwamen Sien en ik met zo’n 32 °C aan in Hotel Joke en die naam is geen grap. In 2015 verbleef ik er al eens met Roos: een hotel met zo’n naam kan gewoonweg niet tegenvallen. Net zoals de andere hotels van de Astotel-keten is ook Joke een aanrader. In de eerste plaats omwille van de uitstekende ligging aan de voet van Montmartre, vlakbij de metro en op wandelafstand van de Opéra en Jardin des Tuileries. De kamers zijn frivool aangekleed en beschikken over een mini-bar met gratis frisdrank en water. Bovendien is het personeel heel vriendelijk en krijg je er echt een thuisgevoel. Een bijkomend voordeel was de uitstekende airconditioning waarover het hotel beschikte. Op onze eerste dag maakten we een korte wandeling langs en door Galerie Lafayette en over het imposante Place Vendôme om op een nabijgelegen pleintje een koffie te drinken. De avond sloten we af in het immer bruisende Montmartre waar we dineerden bij brasserie Le Vrai Paris. We proostten op ons beider geluk en onze eerste dag in Parijs was meer dan geslaagd.

YAII3854

De volgende ochtenden trok ik er telkens op uit voor een looprondje door Parijs. 7 uur mag dan wel als een onchristelijk vroeg vakantie-uur klinken voor sommigen, met 25 °C bleek dit het koelste moment van de dag te zijn: uiteraard is dat nog steeds broeierig warm loopweer. Ik val in herhaling als ik zeg dat lopen in Parijs altijd een succes is, ondanks de vele stoplichten en de smalle voetpaden met verraderlijke steentjes, ondanks mijn toch wat stramme benen en ochtendhoofd. Mijn vaste loopronde gaat in rechte lijn naar Arc de Triomphe waar ik altijd even moet uithijgen omdat het 2 kilometer lang een verraderlijk oplopend stuk is. Ik vervolg mijn weg dan over de Champs Elysées, langs de Seine om dan door de Tuileries over Place Vendôme terug richting hotel te lopen. Een rondje van zo’n 8,5 kilometer. Het venijn zat hem niet alleen in het begin richting Arc, maar ook op het einde, waar ik zo’n 800 meter bergop moest lopen (Montmartre, weetjewel) tot aan het hotel. Een zweterige, maar echt wel de beste start van de dag in Parijs en de ideale basis voor een geslaagd ontbijtbuffet.

IMG_0371b

Sien was lang geleden al eens in Parijs. Ze viel nu als een blok voor de charme van de Champs Elysées. Hier zou ik wel kunnen wonen, liet ze zich meermaals ontvallen. Ook in andere wijken zag ze zichzelf aarden, maar de prestigieuze boulevard droeg haar voorkeur weg. We gingen op de Champs shoppen bij Petit Bateau en dronken wat verderop een dure koffie. Sien was eveneens onder de indruk van Le Bon Marché, het classy grootwarenhuis met bijhorende Grand Epicérie dat gelegen is in mijn favoriete wijk Saint-Germain des Prés. Ze vond er twee nieuwe vriendinnen onder de charmante verkoopsters, vereeuwigde hen op de foto en beloofde plechtig in september terug te komen. Donderdag was onze laatste en heetste dag. We kozen daarom voor een Seine cruise (in Parijs noem je dat geen ordinaire boottocht): een goede keuze, zo bleek. We vonden beschutting voor de ultra krachtige stralen van de zon en toen ik Kate Winslet-gewijs op het dek ging staan, zorgde een briesje voor wat verkoeling.

IMG_0505b

Gelukkig waren we ons toen niet bewust van de beproeving die ons boven het hoofd hing. Nadat we op het heetst van de dag naar het Gare du Nord stapten, bleek de verzengende hitte ook een grote impact te hebben op het spoorverkeer. Onze Thalys had een uur vertraging. Al snel werd duidelijk dat het daar niet bij zou blijven. Er kon tijdelijk geen enkele trein aankomen of vertrekken op het station. Regelrechte treinellende dus. Onder de glazen verkapping in het station was het bovendien amper uit te houden. Het was een sauna waar steeds meer volk strandde. De chaos nam toe toen een gedeelte van het station werd afgezet omdat er een verdacht pakket werd aangetroffen. Het ongenoegen onder de reizigers groeide en de aanvankelijk gelaten sfeer sloeg om. Plots was het zaak om een plekje te bemachtigen op de eerstvolgende Thalys die in Brussel-Zuid zou stoppen. Na een wachttijd van 4 uur en evenveel liters zweet, lukte het ons om een stoel richting België te claimen. Om 23 uur kwamen we uitgeteld aan in Bruxelles-Midi waar papa en Roos (hoe kan het ook anders) redders van dienst waren die ons veilig en wel naar huis brachten.

IMG_0464b
Sien deed twee vaststellingen: de Fransen drinken alleen goede wijn, bier is verfrissender dan wijn

Ik had het natuurlijk liever een graad of 10 koeler gehad in Parijs. Langs de andere kant is het hitterecord in Parijs meemaken ook een ervaring, net zoals vastzitten in het station. En Roos had weer eens gelijk: Parijs stelt echt nooit teleur.

IMG_0380b

Loperspraat – Hoe wij ons helden waanden in Houffalize

Houffalize was afgelopen zondag het decor van een familiaal moment de gloire. Papa, Roos en ik haspelden 36 kilometer en ruim 1000 hoogtemeters af in de parel der Ardennen. Dat had weinig te maken met een militair defilé of een super aanval à la Thomas De Gendt. Bij een trail run zijn de enige wapens waarover je beschikt een getraind lichaam en een zak met water op je rug. Je wordt niet opgejaagd door een dolgedraaid peloton, maar uitgedaagd door de bergen waardoor je ook tegen de muren in je hoofd aan loopt. Een trail lopen is geen wedstrijd. Het is avontuur, constant alert zijn voor de talrijke hindernissen die de natuur in petto heeft en telkens weer de moed vinden om te lopen. Ook met betonnen benen en als je zelfs verzuring in je oorlel lijkt te voelen.

Roos en papa stonden vorig jaar ook aan de start in Houffalize voor 28 km trailplezier. Twee jaar geleden ging ik met papa een stapje verder en liepen we 50 km in en rond de brouwerij van Achouffe omdat ik zo graag eens verder dan een marathon wilde lopen. Ik denk dat ik toen ook de grenzen van de vaderliefde opzocht. Na amper 10 kilometer waren we al volledig kapot en danig onder de indruk van de hoogtes die we moesten trotseren. Onze missie leek uitzichtloos tot we na 6 uur de eindmeet haalden: dat bleek een goede prestatie voor een vrouw en vijftiger. Dit jaar pasten Roos en ik wijselijk voor de trails van 68 en 47 km die ook op het programma stonden en gingen we voor de min of meer acceptabele 36 kilometer. Papa kon natuurlijk niet achterblijven en vervolledigde Team Odeyn. Hoog tijd voor een belevingsverslag van onze La Chouffe trail.

OYBF5200
Voor de start: helemaal klaar voor de strijd

We hadden op voorhand besproken dat ik waarschijnlijk voor papa en Roos zou lopen en dat zij samen zouden blijven. De eerste twee kilometers op asfalt liep ik snel. Ik klauterde vlotjes op de eerste bescheiden rots en vervolgde mijn weg over een idyllisch paadje langs het water. Na enkele kilometers en een eerste serieuze beklimming wist ik één klap weer hoe moordend de bergen in de Ardennen zijn. Klimmen wordt echter ook beloond. Zo liepen we onder andere over een bergtop langs een wei met impressionante oeros-achtige koeien die ons meewarig nakeken. De eerste steile afdaling was het wat zoeken om mijn voeten strategisch neer te zetten. Na 9 kilometer en een pittige passage over het BMX-parcours overviel mij hetzelfde gevoel als twee jaar geleden: verdorie, dit is echt heel zwaar. Gelukkig werd ik na een technische afdaling luid aangemoedigd door mama en Marike en kon ik een kilometer door Houffalize city cruisen, tot de volgende berg wachtte uiteraard. Bij de eerste bevoorradingspost aan de Achouffe brouwerij op 16 kilometer voelde ik de verzuring eens zo erg. Ik dronk wat water, treuzelde niet en vervolgde mijn weg.

IMG_0244b

Na een passage door en langs de Ourthe moesten we een berg over die wij achteraf De Muur noemden: een steile wand met rotsen waarvan je niet eens de top kan zien. De beloning was een fenomenaal zicht op het dal. Op het hoogteprofiel hadden we gezien dat het parcours tussen kilometer 20 en 25 de minste hoogteverschillen bezat: een lichtpuntje. Ik verbeet de verzuring en liep drie kilometer behoorlijk snel, deels over asfalt. Vreemd genoeg kreeg ik toen een mentale klop. Ik had pijn, liep helemaal alleen en moest op adem komen van mijn snelle kilometers. De moed zonk me in de schoenen. Na een korte stop en aanmoedigingen van mama bij de bevoorradingspost aan kilometer 24, waadde ik me een weg door de Ourthe. Ik had het nog steeds lastig en bezat weinig strijdkracht. Telkens weer moest ik mezelf aanporren om te lopen. Bij de minste hellingsgraad stapte ik even. Ik liep niet soepel, vooral dalen was extreem pijnlijk en er zat weinig rem in mijn benen. Rond kilometer 28 vond ik zo ongeveer mijn 85e adem en de moed om langer te blijven lopen. Na enkele beklimmingen om u tegen te zeggen, bereikte ik het hoogste punt rond kilometer 32. Ik kon me van daaraf weer lanceren om goed door te lopen. Ik negeerde de verzuring zo goed als het kon en liep relatief snel richting finish. Na de zoveelste uitdagende afdaling hoorde ik de vertrouwde stem van speaker Hans Cleemput. Ik had het gehaald in 4u05 en eindigde als 8e vrouw.

IMG_0213b
Voor de start poseren met mijn nieuwe schoenen én sokken. Stance natuurlijk.

Het relaas van papa en Roos klinkt een stuk positiever. Ze kwamen een kwartier na mij aan en hadden er vrolijke uren opzitten, zo bleek. Papa: het lopen ging goed. Af en toe was er een afdaling waarbij ik dacht: oei, dat moet ik hier even bekijken. Mijn nieuwe trailschoenen bewezen hun nut en zorgden voor de nodige grip. Je loopt een trail met een heel ander gevoel: er is geen wedstrijdelement en je bent voortdurend bezig met de hindernissen. Het grote voordeel van samen lopen is dat je jezelf niet opjaagt, maar elkaar aanmoedigt. We liepen hetzelfde tempo en op het einde konden we zelfs nog serieus gassen. Volgend jaar wil ik opnieuw een trail in Houffalize lopen, maar 36 kilometer is wel echt het maximum.
Roos: mijn trail is goed verlopen. De eerste 10 kilometer waren heel zwaar. Toen voelde ik de verzuring al. Ik heb de moed even laten zakken en dacht: ik zal sowieso wel finishen. Ik ben er helemaal doorgekomen! Tussen kilometer 20 en 24 hebben we toch wel zo’n 3 kilometer aan een stuk kunnen lopen, wat uitzonderlijk was. De rivieroversteken vond ik wat koud aan mijn voeten. Bij nader inzien ben ik heel blij met mijn prestatie. Het was heel leuk om met papa te lopen. Van begin tot einde hebben we aan de lopende band grapjes gemaakt en ook gepraat met andere traillopers.

ULAU4518
Roos en papa in actie!

Na de trail overviel ons alle drie een gevoel van triomfantelijkheid. Er werd duchtig nagepraat en heel wat afgelachen. Helaas konden we ook alle drie nagenieten met een extreme spierstijfheid die in de verste verte niet te vergelijken is met wat je voelt na een marathon. Uit bed stappen is bijgevolg een uitdaging. De trap afgaan lijkt een onmogelijke opgave. Maandag waren we terug thuis en ik denk dat ik niet de enige was die zich toen enkele uren horizontaal in de zetel bevond. Daar krijg je trouwens alleen maar meer spierpijn van. Gelukkig hebben we ook alle drie vakantie om op onze positieven te komen. Deze week doe ik het rustig aan.

Enkele weetjes:

  • Papa verrichtte zaterdag weer een heldendaad door medische assistentie te verlenen toen een trailrunner op enkele tientallen meters van de finish pijnlijk ten val kwam op zijn schouder.
  • Mede dankzij mijn puike West-Vlaamse tongval klonk Steentje van Brihang meermaals door de boxen in het weekend.
  • Papa pakte wederom uit met zijn kennis over geschiedenis en natuur. Na enkele berekeningen kwam hij tot de vaststelling dat de dennen aan de finish zo’n 125 jaar oud waren.
  • Tijdens de trail werd ik gestoken door een wespachtig insect.
  • Mijn gemiddelde hartslag lag tijdens deze trail hoger dan na een marathon.
  • Papa vond een klassieke finish niet heroïsch genoeg en eindigde zijn trail in stijl door een alternatieve route door het water te nemen.
  • We finishten alle drie in de eerste helft van het deelnemersveld. Roos eindigde als 11e vrouw. Papa, die over enkele maanden 60 wordt (ja echt!), liet niemand voorgaan die ouder was dan hij.
  • Ik was uiterst tevreden over mijn nieuwe trailschoenen, de Nike Pegasus 36 trail, waar ik nog geen meter mee gelopen had. Achteraf hoorde ik dat papa en Roos tijdens hun tocht wel hebben gelachen met het idee dat mijn hagelnieuwe schoenen zo besmeurd zouden zijn.
  • Papa overbrugde vandaag welgeteld 11 hoogtemeters over een gelopen afstand van 4 kilometer. Respect! Ik wacht nog even met lopen.
IMG_0247b
Papa de bomenmeter

Hoera, de blog is één jaar!

Op een symbolische vrijdag 13 juli 2018 ging mijn blog online. Daar ging natuurlijk een proces van maandenlang getwijfel aan vooraf. Ik heb al vaker gemerkt dat als ik ideeën of bedenkingen eenmaal deel met de buitenwereld de knoop eigenlijk is doorgehakt. Door iets uit te spreken, besef ik dat verandering geen kwaad kan en dat ik het maar beter kan proberen. Na één jaar online schrijven over wat mij bezighoudt, (want dat is bloggen uiteindelijk) heb ik nog helemaal niets moeten wijzigen aan mijn uitleg waarom ik schrijf. Wel heb ik me gerealiseerd dat schrijven best een complex en tijdrovend proces is. Het is niet niks wat ik op school van mijn leerlingen vraag. Om die reden heb ik dit schooljaar bij elke schrijfopdracht geprobeerd om concreet uit te leggen hoe je dat nu aanpakt: een goede tekst schrijven. Dat iets soms lastig is of tijd vraagt, betekent overigens niet dat het niet leuk is. Integendeel. Na één jaar durf ik zonder enige gêne te zeggen dat ik graag schrijf. Het geeft voldoening om mijn gedachten te ordenen. Het is bevrijdend om onbeschaamd vreemde hersenkronkels te delen. Het is plezierig om ook online terug te blikken op mijn sportieve avonturen. Kortom een leerrijk project, elke dag weer.

Toen ik vorig jaar dus uiteindelijk besliste om een blog te beginnen, pakte ik eerst ouderwets pen, potlood en een schriftje ter hand. Alles begint met goede ideeën (vergeet dat niet!) en die had ik in overvloed. Zo ontstonden er verschillende onderwerpen en categorieën. Uiteindelijk begon ik ook teksten te schrijven die ik mogelijk online kon zwieren. Toen was er weer twijfel. Ik wist niet hoe mijn stem op papier klonk of zou moeten klinken. Welke toon moest ik aanslaan? Had ik eigenlijk wel iets te vertellen? Hoe zouden mijn digitale woorden klinken voor mensen die mij niet kennen? Ik besprak die twijfel met Roos die mijn bedenkingen meteen vakkundig wegwuifde door te zeggen dat ik er al te veel over aan het nadenken was. Ik zette me dus over de drempel heen, schreef mijn eerste vier blogposts en na een dracht van enkele maanden werd mijn blogbaby geboren. De positieve reacties van mijn familieleden deden me deugd. Het mooiste compliment kreeg ik echter van jeugdvriendin Frea. We kennen elkaar al ruim 30 jaar, ongeveer ons hele leven dus. Zij maakte mijn blogproces van dichtbij mee en stuurde me enkele dagen na de eerste posts mooie woorden. Als iemand die me al zo lang kent, zegt dat ik oprecht over kom, dan durf ik dat te geloven.

Ik vertelde al eens dat ik aanvankelijk niet van plan was om ook over boeken en muziek te schrijven. Dat gaat ook in tegen het algemeen blogadvies om je op één specifieke doelgroep te richten en je blog dus te beperken tot een afgebakend onderwerp. Ik heb echter weinig toe te voegen aan de praktische informatie over lopen die overal te vinden is. Eigenzinnig als ik soms ben, sloeg ik dat advies dus in de wind. Ik schrijf graag een verhaal over wat ik zie, hoor, ervaar, beleef en opvang. Lopen is een onmisbare activiteit in mijn leven die verder reikt dan het sportieve element. Het is gelukkig niet het enige dat er toe doet in mijn leven. Daarom voelde het onnatuurlijk om mezelf te beperken tot de kilometers die ik loop (en nu dus ook fiets). En zo geef ik dus al eens boekentips, schrijf ik over mijn muzikale idolen en het leven op school. Niet iedereen zal alles interessant vinden, maar dat is helemaal niet erg.

Als ik elk van de 124 teksten die hier inmiddels verschenen nog eens zou nalezen, zou ik ongetwijfeld hier en daar nog iets kunnen wijzigen. Details welteverstaan. Al bij al sta ik nog steeds achter elke tekst die hier te lezen is. Elk onderwerp vormt op een andere manier een uitdaging. Bij een verslag van een marathon wil ik zo goed mogelijk weergeven wat ik heb doorgemaakt zonder dat het al te langdradig wordt, want dat is een marathon nu eenmaal. Bij een kritische kanttekening wil ik met een open geest een doordachte argumentatie opbouwen zonder dat ik al te drammerig overkom. Lastig soms, maar uitdagingen zijn er om aan te gaan. Juist door de variëteit aan onderwerpen blijft het voor mij boeiend om te schrijven. Ik kan dan ook onmogelijk een favoriete post of rubriek aanduiden. De portretten die ik over mijn familieleden schreef, vallen duidelijk goed in de smaak. Met name de tekst over mijn Oma – die overleed op Kerstmis – leek bij heel wat lezers een gevoelige snaar te raken. Oma valt natuurlijk niet te vatten in slechts 1000 woorden, maar toch lukte het me wonderwel om zowel mijn verdriet als haar warmte te vatten. Als ik die tekst terug lees, voelt het alsof ik weer eventjes dichter bij haar ben. Zonder blog zou dat eerbetoon nooit hebben bestaan.

Lieve lezers, ik wil jullie stuk voor stuk bedanken. Een blog zonder lezers zou immers een heel eenzame bedoening zijn, een beetje zoals praten tegen een betonnen muur of in de oneindigheid. Bedankt voor jullie aanwezigheid, jullie steun en enthousiasme. Merci voor de reacties! Op naar een nieuw blogjaar. Vandaag eten we taart. Santé!

 

Loperspraat – Voorbeschouwing op de La Chouffe trail met Roos

Er staat dus een trail op de planning: 36 kilometer klimmen, kronkelen en kapot gaan in en rond Houffalize. Eventueel nog wat lopen ook, als dat mogelijk is. Gelukkig kan ik niet alleen rekenen op een onmisbaar veldteam dat instaat voor de supportersbeleving, verkenning en bevoorrading, maar ook op papa en Roos die samen met mij aan de start staan. Net zoals mijn ouders heb ik nu vakantie en – ondanks mijn rijkelijk gevulde agenda – kan ik dus relatief rustig toeleven naar de traildag. Omdat jullie al vaak genoeg mijn uitweidingen lezen, geef ik vandaag met heel veel plezier het woord aan Roos. We gingen samen de benen losgooien in het bos. Nadien stelde ik haar wat vragen over de aankomende trail. Op de eerste vraag volgde meteen een stilte. Mijn zogenaamde interview voelde blijkbaar aan als een mondeling examen, dat effect lijk ik soms te hebben op mensen. Na een geruststelling (dat kan ik ook) volgde een mooie uiteenzetting van Roos’ sportieve La Chouffe ervaringen en verwachtingen.

Mijn voorbereiding verliep goed. In januari begonnen we (Joke en ik) met onze tweewekelijkse trailtrainingen. Die vielen even stil door enkele klassiekers op de loopagenda (waaronder de 20 kilometer van Brussel), maar daarna heb ik mijn duurlopen kunnen hernemen. De afgelopen twee weken waren wel wat minder qua trainingsarbeid. Ik ging vier dagen naar Rock Werchter… Dat betekent bier, frieten en laat gaan slapen. Genieten van het goede leven dus. Jammer, maar ik vertrouw erop dat de basis van mijn trainingen meer dan goed zit.

IMG_0164b

Vorig jaar liep ik samen met papa de 28 kilometer in Houffalize: dat was mijn eerste trail-ervaring in de Ardennen. Ik leerde om te beginnen dat het helemaal niet erg is om te stappen. Het was voor mij een openbaring dat je zo snel of traag mag gaan als je wil, tijd doet er echt niet toe. De omgeving maakte ook echt indruk. Het parcours is gevarieerd en je loopt over verschillende soorten ondergronden, langs en door water. De La Chouffe brouwerij (in Achouffe) is trouwens echt klein, dat wist ik ook niet.

Ik heb het meeste schrik voor de pijn die de bergen mij sowieso zullen bezorgen. En ook wel een beetje dat ik achteraf teleurgesteld zal zijn in mezelf. Onderweg denk ik dan misschien eens te snel “ik stap wel” en nadien kan ik dan denken “waarom heb ik nu niet wat doorgelopen?”. Ik kijk vooral uit naar het familiale samenzijn in het weekend: samen toeleven naar de trail en nadien een La Chouffe drinken. Natuurlijk kijk ik ook uit naar de trail zelf, maar dat is een beetje dubbel omdat je ook weet dat het niet elke kilometer leuk zal zijn. Op basis van mijn tijd van vorig jaar denk ik niet dat het haalbaar is om binnen de 4 uur aan te komen, al zou het leuk zijn als dat wel lukt. Ik ga volop voor de ervaring!

IMG_0140b

Ik heb één paar trailschoenen, dus ik twijfel niet over mijn schoenkeuze. Mijn spiksplinternieuwe Garmin Forerunner 235 gaat ook mee, samen met mijn nieuwe compressie tubes. Mijn Stance pet is een vaste waarde, net zoals de korte tight waar ik al mijn belangrijke wedstrijden mee liep. Ik twijfel nog of ik een T-shirt of singlet zal dragen. De voorspelde temperatuur is 20 graden, maar ik ben bang dat de riemen van mijn rugzak zullen snijden als ik een singlet draag. De avond voor de race eet ik iets pasta-achtig en drink ik (helaas) geen alcohol. Mijn pre-race ontbijt bestaat altijd uit witte boterhammen met kaas, wat peperkoek en een banaan: mijn persoonlijke succesrecept. Na afloop van de race drink ik eerst een chocomelk (een echte van Cecemel) en eet ik een Clif bar. Een La Chouffe volgt dan als ik me heb gedoucht. Ik hoop eigenlijk ook dat Marike iets zelfgebakken zal meenemen (HINT!) om nadien nog van te eten als we onderuit gezakt naar de Tour kijken. ’s Avonds gaan we altijd eten bij de pizzeria en kan er zeker ook een glaasje rosé van af.

Houffalize, we komen eraan!

IMG_0159b

 

 

Mijn recept voor een geslaagde zomervakantie

Aaah vakantie! Het kostte me zoals gewoonlijk enkele dagen om te wennen aan het idee dat ik de komende twee maanden niet ga werken en dat ik uitkijk over een zee van vrije dagen. Zelfs na al die jaren went dat bijzondere gevoel niet en heb ik tijd nodig om te acclimatiseren. Ik bracht deze week 24 uur aan de zonnige Noordzee door met mijn mama. We wandelden over het strand, dronken koffie, aanschouwden een zeilrace, aten garnaalkroketten en sloten de dag af met een veel te groot ijsje op de dijk. Mama vertrok de volgende dag in alle vroegte voor een Touretappe naar huis (175 kilometer!) en ik trok erop uit voor een heerlijke looprondje over het strand. De vakantiemodus was een feit. Zoals ik helemaal op kan gaan in mijn werk en sport, kan ik ook duchtig overdrijven in vakantie consumeren. Er komt immers tijd vrij die nuttig gespendeerd kan worden aan andere projecten en dus blijft mijn activiteitenpeil constant. Ik deel graag met jullie mijn (niet zo geheime) ingrediënten voor een geslaagde zomervakantie.

IMG_0070b

Het eerste ingrediënt zal weinig verbazing oogsten. Sport, beweging, activiteit: noem het zoals je wil, maar er moet wel iets gebeuren. Op een eerste niveau zijn dat trainingen: lopen en mountainbiken met het oog op de sportieve plannen van heel dichtbij (de La Chouffe trail) en iets verder weg (de marathon in Brugge en de Hel van Kasterlee). Het fijne van vakantie is dat je die gunstig kan plannen. Een duurtraining moet je bijvoorbeeld niet per se op zondag doen als het dan net heel warm is. Bovendien is het ook makkelijker om te herstellen en bekomen van de inspanningen.  Op een tweede bewegingsniveau maak ik in vakantietijden veel fietstochten met mijn stadsfiets zodat activiteit gecombineerd wordt met een andere vorm van ontspanning. Zo vertelde ik vorig jaar al in geuren en kleuren waarom ik zo hou van een fietstocht naar Tervuren en Brussel, maar ook Mechelen behoort tot de actieradius van mijn Cortina. Er is echt heel veel in eigen streek te ontdekken op de fiets.

Mijn tweede basisingrediënt is net zo essentieel. Ik kan me namelijk geen vakantie voorstellen zonder culturele bezigheden en plannen. Er moet in eerste instantie gelezen worden. Zo simpel is het. In de vakantie heb ik net iets minder besognes aan mijn hoofd en is er tijd om lang onafgebroken aan een stuk in een boek weg te kruipen. Ik begon de vakantie sterk en las deze week (hou je vast) al drie boeken. Dit tempo hou ik wellicht niet vol, maar ik moet hoe dan ook een inhaalmanoeuvre inzetten om mijn zelf opgelegde quotum van 50 boeken op jaarbasis te halen. Door de drukte in de maanden mei en juni kwam ik toen helaas amper aan lezen toe. Sinds kort ben ik ook in het bezit van een Museumpas. Voor 50 euro kan je daarmee een jaar lang zowat alle musea in België bezoeken. Hoog tijd dus om af te rekenen met mijn museumgerelateerde drempelvrees. Nog dringender tijd om eindelijk eens het MAS te bezoeken en zoveel meer. Jullie begrijpen ook dat een museumbezoek zich ideaal laat combineren met een uitstap op de fiets. Om de culturele verzadiging rond te krijgen, probeer ik in de vakantie ook meer films te kijken, wat ik tijdens het schooljaar te weinig doe.

IMG_0098b
Lezen! Lezen! Lezen!

In dat hoofd van mij is continu iets aan het borrelen. Mijn succesrecept is niet compleet zonder creatieve projecten. Ik maak al eens tassen en mijn gepersonaliseerde Flat White travel set dient dringend uitgebreid te worden met een rugzak en hip heuptasje. Ook voor in huis heb ik nog tal van ideeën die ik hoop te kunnen uitvoeren. Voor een nakende Parijs-trip heb ik nog enkele kledingwensen te vervullen. Op bloggebied ben ik nog bijlange niet uitgeschreven. Prioriteit nummer 1 is momenteel mijn metekindje dat zich ergens in augustus zal aandienen. De Flat White Petite collectie zag al het levenslicht, maar er is natuurlijk meer op til. Creativiteit komt daarenboven ook van pas om een taak in huis tot een goed einde te brengen: administratie ordenen bijvoorbeeld of een kast herorganiseren. Saaie, maar noodzakelijke klusjes die niet zo lastig zijn als je even de tijd neemt om er doordacht aan te beginnen.

Mogelijk zijn jullie al moe geworden door deze bespreking van mijn vakantieplannen. Als geen ander ben ik me ervan bewust dat de ingrediënten sport, cultuur en creativiteit pas echt tot hun recht komen met een gezonde dosis rust. Mijn vakantietijd besteed ik liefst niet al slapend in bed. Rusten en kalm-aan-doen dat is buitenshuis een koffie drinken of gaan lunchen in goed gezelschap. Naar Parijs gaan. De tuin van een familielid confisqueren om er mijn leesburcht op te trekken. Met mijn katten in de zetel liggen en hen onnozele verhalen vertellen. Foto’s maken van boeken en de plaats waar ik die lees. Mijn finishing touch is de saus van familie en vriendschap waar ik mijn vakantie rijkelijk mee overgiet. Geloof me: er is heel veel moois in aantocht!

IMG_0065b

Loperspraat – In volle vaart door juni

Ik zal het maar meteen zeggen zoals het is: juni was een topmaand. Met dank aan de zon die zich van haar stralendste kant liet zien. Met dank aan Roos die mij vaak vergezelde op looptrainingen en hielp met mijn examenwerk. Met dank aan mijn eigen lichaam dat een sportieve renaissance beleefde na mijn longembolie. Mijn eindrapport mag er dan ook wezen: voor het eerst in 2019 liep en fietste ik deze maand weer eens ietsje meer dan 1000 kilometers. Daar haalde ik niet alleen veel plezier uit, maar ook vertrouwen met het oog op de 36 kilometer La Chouffe trail die over exact twee weken op het programma staat. Oh yeah Freddie: Don’t stop me now, I’m having such a good time!

Het stond dus als een paal boven water dat er deze maand kilometers gemaakt zouden worden. Over 36 kilometer in de Ardennen doe ik namelijk langer dan een gemiddelde marathon. Wij hebben hier in de omgeving dan wel bossen en bergen, maar die kunnen in de verste verte de strijd niet aan met het Ardense hooggebergte. Om een beetje trailwaardig te kunnen trainen, moet je als loper dus creatief uit de hoek komen. Dat kan ik toevallig wel en dus vond ik er niet beter op dan mijn mountainbikeroutes in Tervuren te lopen met trailpartner in crime Roos. Sommige ideeën pakken in de realiteit nog beter uit dan in je hoofd. We liepen ruim 24 kilometer in de zon door een prachtige omgeving met de nodige hoogtemeters, uitdagende weggetjes en pittige beklimmingen. Ik werd ook nog eens met mijn neus op de feiten gedrukt dat trailschoenen wel degelijke een nut hebben: je glijdt er immers niet zo snel mee uit als met versleten asfaltschoenen die ook in nieuwstaat geen grip hebben. Staat bij deze genoteerd.

IMG_4721b
Roos en ik kruiden onze trainingen altijd met flauwe mopjes.

Terwijl mijn broer Seppe vorige week in winterse temperaturen streed tijdens de Iron Man in Ierland, liepen Roos en ik onder een loden zon naar Marike met fietsbegeleiding van mama. Mijn zussen wonen al lopend of fietsend 29,5 kilometer bij elkaar vandaan. De route loopt onder andere langs de Demer en is zo plat als een pannenkoek: een ideale duurtraining zonder franjes. In Ierland was Seppe er niet rouwig om dat het zwemonderdeel werd afgelast vanwege de barre weersomstandigheden. Op het moment dat onze broer getooid met handschoenen de Ierse wind en regen trotseerde op de fiets, verloren Roos en ik liters zweet door de verzengende Kempense hitte. Tot overmaat van ramp brak mijn water. Het is te zeggen: de darm van mijn trailrugzak kwam los met als gevolg dat mijn nat bezwete rug en achterwerk gespoeld werden met het water dat bedoeld was om mezelf te hydrateren. Gelukkig kon ik verderop water kopen aan een automaat, want niet drinken zou niet minder dan een zelfmoordmissie zijn. Een dikke 2,5 uur later kwamen we aan ten huize Marike, waar er – hoe kan het ook anders – heel wat lekkers op ons stond te wachten. Seppe stormde uiteindelijk af op een indrukwekkende vijfde plaats in zijn Iron Man.

Naast veel zweten (maar écht veel zweten), plakkerige zonnecrème, een vettige zonnebril, een racerback op mijn rug gebruind en (helaas) ook het lijntje van mijn koersbroek, staat de maand juni ook in het teken van de eindexamens op school: een hectische periode waarin het schooljaar wordt afgerond. Een emo-mens als ik staat dan ook even stil bij wat voorbij is. Kinderen worden groot. De tijd vliegt. Dat soort clichés worden dan bewaarheid. Ik heb altijd enkele dagen nodig om die laatste schooldag te verwerken en te laten doorsijpelen dat ik nu echt de volle twee maanden zomervakantie heb. Voor wie het zich trouwens afvraagt: onze pappie is ook volop aan het trainen voor de trail in Houffalize en lijkt verlost te zijn van zijn blessurekwaaltjes. Hij bevindt zich momenteel met mama aan de Noordzee, waar ons reddersduo er al een eerste interventie heeft op zitten toen een skater en fietser tegen elkaar botsten. Helden en heldinnen staan ook in tijden van vakantie paraat. Het is maar dat je het weet!

IMG_4658b

 

Vaderdag – Bijzondere papa-momenten

Eert vader en moeder, al de dagen van uw leven prijkte op een bordje bij Oma en Opa thuis. Als kind vroeg ik wat eren eigenlijk betekende. Dat ge altijd goed moet zijn voor uw ouders, zei Oma toen. Dat klonk logisch, al vroeg ik me meteen ook af hoe dat dan concreet vertaald moest worden naar de praktijk. Thuis nam ik me voor om zonder verpinken de kruimels van tafel te vegen met de vod. Naast een verjaardagscadeau en een knutselwerkje met Vader– en Moederdag kan je ouders het best eren met een mooi gebaar of in ons geval een creatief project met emotionele waarde. Zo maakten wij voor de 35e huwelijksverjaardag van onze ouders het Odeynenboek: een origineel fotoalbum met teksten en herinneringen aan onze jeugd. Ter ere van Vaderdag presenteer ik jullie vandaag enkele gedenkwaardige momenten die mijn papa typeren: kleine, schijnbaar onbenullige, gebeurtenissen waar ik nog steeds met een warm gevoel aan terugdenk.

Mijn eerste cinema-ervaring beleefde ik in de jaren 90 toen ik met papa en Seppe naar Free Willy ging kijken. Zo’n uitstap met ons drieën was zonder twijfel een geweldige ervaring, maar het verhaal van de zielige orka en diens beste vriend Jesse greep mij heel erg aan. Op de tonen van Michael Jacksons Will You Be There werd ik helemaal meegesleept in de dramatiek van het grote scherm. Het moment dat Willy op commando van Jesse over de pier naar zijn vrijheid springt, kon mij niet bevrijden van alle gevoelens die de film bij mij had losgemaakt. Ik was het type kind dat met een heel grote krop in de keel bleef zitten lang nadat de film afgelopen was. Papa had hiervoor de ideale remedie: humor. Hij focuste zich daarvoor op de rol van de papa in de film. Opstandige tieners en dieren die gered moeten worden: het leidt al eens tot schade aan het huis en de auto. Diene papa heeft nogal werk! zei hij dan meermaals. Ik moest elke keer weer lachen met die (flauwe) opmerking, waardoor de krop in mijn keel stilletjes loskwam en ik besefte dat het ook maar een film was die ik niet te serieus moest nemen.

IMG_4120b
Papa de dierenvriend

In mijn tienerjaren gingen wij met het gezin kamperen in Engeland. Een onderneming waar ik mijn ouders nog steeds om bewonder. Het was de tijd van de walkmans en cassettes die je opnam van de radio, dat ik als puber liefst gewoon een boek las en vooral geen zin had om kerken, ruïnes en lokale museumpjes te bezoeken. Ik was kortom niet het gezelligste gezelschap. Ondanks mijn semi-ongeïnteresseerde houding heb ik heel veel mooie herinneringen aan onze gezinsvakanties. Stiekem vond ik de momenten in de auto heel fijn. Papa zat aan het stuur, reed links alsof het niks was en regeerde over de muziek. Op zijn cassettes stonden compilaties van zijn new wave cd’s en ander moois uit de eighties. Zo maakten wij op jonge leeftijd reeds kennis met instant klassiekers als Stan Ridgway’s Camouflage (wij zongen CATmouflage), One Step Beyond van Madness (wij zongen Monster’s Claw) en The Passenger van Iggy Pop (geen idee wat we zongen): een unieke kennismaking met de Britse cultuur die ik toen niet naar waarde kon schatten, maar die ik nu nog steeds koester. Het enige moment dat we naar de radio luisterden was tijdens de terugrit van Calais naar huis. In het holst van de nacht mocht ik dan vooraan naast papa zitten omdat ik de enige was die niet sliep in de auto. Mama zag in mijn gebabbel de ideale wakker houder. Hij had mijn gepraat natuurlijk niet nodig, maar het was een taak die ik maar wat graag op me nam.

In mijn dertiger jaren maakt papa al eens deel uit van mijn sportieve avonturen. Soms tegen wil en dank. Hij smacht ongetwijfeld naar de tijd dat hij volop papa kon zijn door met een simpele druk op de play-knop een cassette af te spelen. We liepen dus al eens samen een marathon en ook in de Hel van Kasterlee fietsten we heel veel kilometers in elkaars gezelschap. We praten niet veel op die momenten. Dat was ook zo toen we twee jaar geleden een ultratrail gingen lopen in Houffalize. Mijn zot idee en papa deed mee. Twee weken voor die uitdaging gingen wij op de eerste dag van onze zomervakantie naar de Decathlon om een trailrugzak te kopen. Het was een regenachtige zaterdagnamiddag waarop half Vlaanderen had beslist dat dit het uitgelezen moment was om te gaan shoppen. Voor papa is den Decathlon het walhalla. Hij was in zijn nopjes en kocht naast het nodige trailgerief ook casual schoenen, sandalen en een tent. Mijn advies werd gewaardeerd. Om mij te plezieren gingen we ook naar de AS Adventure: de Decathlon voor snobs, volgens papa. Ze hebben daar gewoon dezelfde spullen, maar etaleren die dan in wat keien. Om onze gezamenlijke shoppingmiddag af te sluiten gingen we nog een pannenkoek eten. Papa trakteerde, hoe kan het anders?

Ik hoor graag dat ik op papa lijk en andersom. Voor hem reikt dat verder dan fysieke gelijkenissen en sportieve prestaties. Zo maakt hij zich soms oprecht zorgen over het feit dat ik zelden naar de frituur ga en dat ik niet standaard mayonaise in huis heb. Ik scoor dan gelukkig wel punten als ik een joggingbroek draag of een lifter meeneem. Gelukkige Vaderdag, daddy!

Op de foto zien jullie Meester Jan in zijn montage-atelier. Zoals altijd gewapend met de glimlach.

Loperspraat – Kwakkelen en kwaken in mei

Ik voelde me in de maand mei een eend die gezellig rond waggelt en lukraak wat loopt te kwaken. Eenden staan niet meteen bekend als de meest intelligente der diersoorten en zo voelde ik me ook. De oorzaak van dat gekwakkel, gewaggel en gekwaak was mijn medische toestand, waardoor ik na de marathon in Parijs wat ter plaatste bleef trappelen. Of peddelen. Aanvankelijk had ik daar best vrede mee. Net op het moment dat ik dacht gelanceerd te zijn, bleek ik een acute longembolie te hebben en spendeerde ik een nacht in het ziekenhuis. Twee dagen later liep ik echter een geslaagde 20 km van Brussel samen met Roos. Heel vreemd hoe je van rolstoelpatiënt naar afstandsloper kan gaan op twee dagen tijd.

Ondanks het feit dat ik geen goed sportritme vond, liep ik toch de nodige duurlopen. Door het gebrek aan een fatsoenlijke opbouw voelde ik die daags nadien wel in mijn lijf zitten. Mijn voorbereidingen waren kortom niet volgens het boekje, maar ik ben ook geen longpatiënt volgens het boekje. Aan het begin van de maand legden Roos, papa en ik onze eerste gezamenlijke duurtraining af in voorbereiding op de La Chouffe trail (36 km) in juli. We kronkelden met z’n drietjes vrolijk langs de Demer, waar papa zich weer eens op de kaart zette als natuurkenner en leerkracht. Wisten jullie dat sommige meanders van de Demer bewust zijn afgesneden door menselijke arbeid? Papa zette zich trouwens ook weer maar eens op de kaart als über-papa door 18 kilometer lang zonder verpinken op kop te lopen. Ik liet me niet kennen en liep zonder verpinken naast hem. Door die formatie belandde Roos comfortabel op de achterbank van onze auto, perfect uit de wind gezet door niet één, maar twee hazen. We oefenden zelfs al een zegegebaar in voor onze marathon. Ook dit onderging papa zonder verpinken. Papa zijn: het vraagt wat van een mens.

IMG_4651
Moeten er nog dieren zijn?

Op Hemelvaart waren Roos en ik van de partij op de eerste editie van de Naturarun in  Meerdaalwoud. Start en finish lagen bij de manege van Meerdaalhof: mijn spreekwoordelijke achtertuin en dus gingen we met de fiets tot daar. We kozen voor de langste afstand van 25 kilometer. De eerste kilometers liepen we over goed beloopbare bospaden. Na 10 kilometer werd het lastiger: de paden werden smalle weggetjes en de hoogtemeters hakten er goed in. Ik had de eerste bevoorrading overgeslagen en zag het weer helemaal zitten bij de tweede bevoorradingspost op kilometer 16. Mijn geluk was van korte duur, want op dat punt kwamen alle afstanden samen: een drukte van jewelste op het parcours! Op heel wat paadjes moest ik gedwongen in slow motion lopen. Als je al anderhalf uur onderweg bent, is het heel lastig als je niet je eigen tempo kan aanhouden. Ik was er dan ook niet rouwig om toen we na een lange klim en zandpad aankwamen. Geen 25 kilometer, maar 22,5 zo bleek. Ik vond het allemaal prima na ruim twee uur lopen in de warmte.

Mijn kwakkelende meimaand staat in schril contrast met die van een jaar geleden. Toen bouwde ik gestaag en verantwoord op om mezelf succesvol te lanceren na mijn blessure. Ik liep en fietste de afgelopen maand wel wat meer kilometers, maar nogmaals: het ritme en de regelmaat waren totaal zoek. Daar had ik last van. Ik voelde me onzeker en verlangde zelfs naar mijn natte, koude, eenzame en donkere kilometers die ik in oktober en november gedachteloos aflegde in voorbereiding op de Hel. Het was dan ook misschien niet helemaal toevallig dat ik me vorige week inschreef voor die beproeving. Het leven is aan de rappen voor wie eeuwige roem in de Hel wil vergaren. Er is verbetering op komst, dat voel ik. Als dierenvriend hou ik van eenden en vergis je niet: vanuit dat schattige gewaggel kunnen ze ook uit het niets opstijgen voor een indrukwekkende vlucht.

IMG_4646b

 

Het moment – Een weekend in Brussel met Sien en Roos

Als ik ook maar een beetje poëtische aanleg had, dan zou ik een dichtbundel wijden aan de 20 kilometer van Brussel. Omdat ik al heel vaak heb gezegd dat ik daar werd geboren als loper. Omdat ik aan die wedstrijd zoveel mooie herinneringen heb met Roos. Omdat Brussel altijd een goed idee is. Vorig jaar was ik er aanwezig als personal coach van Roos. Mijn zus schitterde en ik was trots op haar. Dit jaar was ik vastbesloten om de 20 kilometer niet aan mijn neus voorbij te laten gaan. Na mijn recente ziekenhuisopname en de diagnose longembolie zag ik mijn langverwachte revanche-weekend volledig in het water vallen. Ik had er zelfs vrede mee als ik op vrije voet zou zijn en dus niet langer in een ziekenhuisbed moest liggen. Het draaide allemaal onverwacht positief uit. Vrijdagmiddag kreeg ik mijn ontslag in het ziekenhuis en was ik terug een vrij mens. Zondagmiddag had ik samen met Roos 20 kilometer in Brussel gelopen.

Zoals wel vaker maakten wij van dit loopevenement ook een familie-evenement. Onze liefste Tante Sien kunnen we namelijk niet vaak genoeg zien en dus combineerden we onze sportwedstrijd met een Brussels logement bij mijn meter. Lucky me! In gezelschap van Sien is het altijd feest. We kunnen ongegeneerd onszelf zijn in vertrouwde familiale kring. We praten over katten en het leven. We heffen het glas op het samenzijn. We worden nog net zo hard in de watten gelegd als in onze kindertijd (lang lang geleden) toen we al eens met z’n vieren bij Tante Sien gingen logeren. Zaterdagnamiddag trokken we richting Jubelpark om ons startnummer voor de 20 kilometer af te halen. Nadat Sien ons de kneepjes van het Brusselse autoverkeer leerde kennen, gaven wij haar een korte introductie in de basisbeginselen van het loopevenement. Roos en ik beschouwen onszelf stiekem als ervaren rotten van de 20 kilometer van Brussel en deze 40e feesteditie zou voor ons allebei de 5e zijn. De avond bracht ons een glas champagne, lekker eten en uitbuiken bij het Eurovisiesongfestival. Meer heb je niet nodig om een topavond te beleven.

IMG_4583b

Er is geen ochtendmens verloren gegaan aan Sien, maar toch stond ze erop om samen met ons te ontbijten. Dat is liefde. Om half 9 vertrokken Roos en ik op de fiets in de motregen richting Jubelpark. Fietsen in Brussel is altijd uit je doppen kijken en vooral ook altijd berg op en af. Een stevige opwarming dus. Na een half uur fietsen kwamen we met een fris zweetluchtje aan in het Jubelpark: helemaal klaar om aan te schuiven bij de dixi’s, waar traditiegetrouw het wc-papier op was. We repten ons om de start te zien van de wheelers en handy bikes. Daar zagen we plots ook onze koning. Niet in looptenue, maar voor zijn doen ongetwijfeld redelijk casual gekleed voor een zondag. Onder een grijs wolkendek trokken we naar ons startvak. We speelden nog wat met absurd grote ballonnen in de Belgische kleuren tot het startschot van Koning Filip weerklonk.

Ik zou dus 20 kilometer lopen met een longembolie. Wie mij een beetje kent, weet dat ik een enorme stijfkop kan zijn (ik noem het liever vastberadenheid), maar weet ook dat ik mijn gezondheid onder geen beding op het spel zou zetten. Uitgerekend nu een medisch risico lopen, zou wel heel dom zijn. Mijn huisarts gaf groen licht om 20 kilometer te lopen op voorwaarde dat ik niet tot het uiterste zou gaan als was het een wedstrijd. Mijn longcapaciteit is verminderd en daarom moet mijn hart wat sneller kloppen als ik intensief sport. Als getrainde loper ondervind ik geen moeilijkheden als ik loop met een lage tot matige intensiteit. Dat ondervond ik ruim een week geleden nog, toen ik met papa en Roos 18 kilometer liep aan een lage hartslag. We zouden ons tempo nu laten afhangen van wat er nog bij Roos in de tank zat. Zij had namelijk de dag voordien haar titel op de 12 kilometer van het WK – Wijgmaals Kampioenschap – moeten verdedigen, waar ze als tweede was geëindigd. Dat had krachten gekost, maar wij Odeynen hebben altijd een blik karakter achter de hand. Zelf voelde ik de energie door mijn lijf stromen na dagen van sportrust.

Mijn vijfde 20 kilometer van Brussel gaat de boeken in als de editie waarbij ik het hardst heb genoten. Ik liep daar samen met mijn zusje. Vaak zij aan zij, wij samen: zoals bij onze eerste mijlpaal in 2014. Sinds ons debuut zijn zowel onze outfits als onze loopskills erop vooruitgegaan. Inmiddels beschikken we over een accurater inschattingsvermogen en kent het parcours geen geheimen voor ons. Roos voelde ’s ochtends de verzuring van haar WK nog in de benen zitten, maar ze beet zich vast en ging vooruit met één doel voor ogen. Zonder verpinken stormde ze na de kilometerlange kuitenbijter van de Tervurenlaan af op een nieuw PR. Ik deed dienst als haar treintje, haar lead out om het in wielertermen te zeggen. We hadden een zegegebaar ingeoefend. En zo liepen wij zusterlijk hand in hand over de finish met elk intussen 100 kilometer van Brussel in de benen. Het was net iets meer dan een ontspannen jogging voor mij, maar ik heb me geen moment benauwd of kortademig gevoeld. Mijn hartslagmeter kon dat bevestigen. Nog flinker bezweet kropen we terug de fiets op richting Sien. Na een douche en een stevige lunch bewonderden we Siens tuin en gaven we en passant nog wat advies over het tuinkot. Moe, maar heel voldaan stapten we uiteindelijk met weer veel te veel spullen in de auto. Wat een weekend!

IMG_4572

 

 

Loperspraat – Plan, planner, planst!

Ik zou me verloren voelen in een eenzaam niemandsland als ik geen plannen en ideeën zou hebben. Uiteindelijk begint alles met een goed idee: het vonkje dat plannen kan genereren, maar soms ook simpelweg uitdooft. Een goed plan kan ten alle tijden worden aangepast al naargelang de situatie. In een gesprek tussen Roos en mij valt meermaals de zinsnede “ik heb een idee”. Doorgaans wordt dat door de andere partij onthaald op “oh ja, dat is een goed idee!” Vaak vallen we dan nog een ander familielid lastig met dat plan. Papa bijvoorbeeld, die laat zich als een gewillig slachtoffer op sleeptouw nemen. Nadat ik het eerste kwartaal van 2019 toe leefde naar de marathon om me dan door een turbulente maand te worstelen, is het nu tijd voor enkele succesrecepten uit het Grote Boek der Loopplezier.

Mijn verzadigingspunt van Parijse avonturen is nog niet bereikt. Morgen vertrek ik voor een driedaagse naar la ville lumière* in het gezelschap van een enthousiast team collega’s en een zo mogelijk nog enthousiastere groep van 150 vierdejaars leerlingen. In 2013 was ik de eerste keer van de partij op deze schoolreis. Ik wist toen nog niet dat ik over een paar lopersbenen beschikte, laat staan dat ik ooit marathons zou lopen. In 2016 voegde ik voor het eerst een ochtendloopje toe aan het intensieve programma. Ik trek er in alle vroegte dan alleen op uit om de dag goed te beginnen. Ook om en passant bij een bakker alvast een pre-ontbijt te voorzien voor mezelf en maatje An. Het budgethotel waar we verblijven is doorgaans niet gelegen in een gezellige buurt, maar met een loopronde van zo’n 8 kilometer kan ik toch heel wat geliefde plekken bewonderen. Denk eraan: lopen in Parijs is altijd een uitdaging. Lopen in Parijs is altijd de moeite waard.

Mei is traditiegetrouw de maand van de 20 km van Brussel. Voor Roos en mij zal dat altijd een speciale wedstrijd blijven. We liepen er voor de eerste keer in ons leven 20 kilometer aan een stuk. Er sloeg toen een grote vonk over, waardoor onze looptrein niet meer was te stoppen. Ik herinner me nog heel goed hoe onoverwinnelijk ik me voelde na dat eerste grote loopevenement. Helaas misten we sinds onze eerste deelname in 2014 allebei al eens een editie wegens blessureleed. Op 19 mei is het dan ook voor ons beide de vijfde deelname. Door het euvel met de longembolie vreesde ik dat ik forfait zou moeten geven voor deze jubileumeditie. Niets is minder waar: ik kan lopen en sta aan de start. Tot twee keer toe liep ik er een heel scherpe tijd. Voor de aankomende editie zet ik volop in op ervaring. Hoe kan ik dat beter doen dan – zoals bij ons debuut – aan de zijde van mijn zusje? Ik stel me namelijk ten dienste als Roos’ personal pacer zodat we haar tijd onder de 1u40 kunnen brengen. Mijn rol als haas of tempomaker is meteen ook een goede oefening voor de najaarsmarathon die we samen zullen lopen. Misschien pikt ook papa dan zijn wagon aan in ons looptreintje.

Op korte termijn lopen we twee trails. Een trail is een loopwedstrijd in de natuur over niet-geasfalteerde wegen met heel wat hoogtemeters en vaak over een wat langere afstand. Voor het echte trailwerk moet je in eigen land in de Ardennen zijn. In het buitenland zijn de uitdagingen en afstanden nog extremer. Op 30 mei warmen we ons op met de 25 kilometer van de Naturarun in Meerdaalwoud. Een opwarmertje dus, want in juli trekken we (inmiddels ook al traditiegetrouw) naar Houffalize voor de La Chouffe trail, zijnde 36 kilometer onvervalst Ardens loopgenot. Ter vergelijking: ik zal over die afstand minstens een half uur langer doen dan over mijn marathon in Parijs. Omdat papa ook is ingeschreven, wanen we ons de drie musketiers op z’n Odeyns. Naast de prachtige natuur bezorgt een trail je ook heel veel zweet, insectenbeten en spierpijn. Om ons degelijk op die uitdaging voor te bereiden, hebben we de komende weken enkele gezamenlijke trainingen gepland. Familie, Brussel en de natuur: naast plannen en ideeën heb ik niet veel meer nodig om het voorjaar in te knallen.

*Wat opzoekingswerk leerde mij dat Parijs de bijnaam “lichtstad” kreeg vanwege de intellectuele bijdrage aan de Verlichting. Voila, weer iets geleerd.