Het moment – En nu op naar 2022!

Lieve lezers

Ik dacht de afgelopen dagen veel na. Hoe kon ik het woelige golfbad van 2021 in één woord vatten? Tijdens mijn laatste looprondje van het jaar kwam ik tot het inzicht dat 2021 zich niet laat vatten. 2021 schoot namelijk alle kanten op. Het is een jaar dat halsstarrig weigert zich een etiket te laten opplakken, dat hevig tegensputtert als je het nog maar richting een hokje dirigeert. 2021 wordt getypeerd door onvoorspelbaarheid. In 2021 ging ik me voor het eerst ook écht oud voelen. De voorbije jaren werd ik geconfronteerd met hoe het leven anders liep dan wat ik in mijn hoofd had, ten goede en ten slechte. Nu kwam ik tot het besef dat ik nooit had nagedacht hoe mijn leven zou zijn als ik 36 was omdat het zo veilig ver weg leek. En toch, toch kan ik niet anders dan dankbaar zijn voor wat 2021 mij bracht.

De cijfers van mijn jaar bewijzen dat ik behoorlijk wat ondernam. Zo weinig als ik de landsgrenzen overstak, zo veel grensverleggende activiteiten vulden mijn agenda. Ik onthoud de 12453 kilometer die ik dit jaar bij elkaar liep en fietste, de 90 boeken die ik las en de 3:07 op mijn 13e marathon. De magische 3 staat ook voor de derde plaats van Bashir Abdi op de Olympische marathon, de drie dennenzussen en mijn derde deelname aan de Hel. Intens is een woord dat ik hier de afgelopen maanden vaak gebruikte. Deels ligt dat aan mijn aard (ik ervaar de dingen vaak als behoorlijk intens), deels aan de grillige curves en verrassende plotwendingen waar 2021 een patent op had. De crisis houdt ons nog steeds stevig in z’n greep. De actualiteit voelt soms zo onmenselijk hard aan.

2021 was voor mij ook het jaar van de schaamte voorbij. Mijn persoonlijke verhaal maakte wat los. Het was mijn eigen Voilà! aan de buitenwereld. In dat verhaal spelen die verduivelde onvoorspelbaarheid en mijn zogenaamde naïviteit een grote rol: twee factoren die ik lange tijd beschouwd heb als oorzaken van het kwade. Anno 2021 heb ik eens zo hard mogen ervaren hoe ik juist door die onzekerheid en onbezonnenheid heel wat moois heb mogen meemaken. Als sporter is het enorm bevrijdend om je naïef (doch goed voorbereid) in het avontuur te storten, vol vooruit met twee voeten de onzekerheid in. Resultaat boeken geeft voldoening, maar waar het in wezen om draait dat is de beleving, de sportieve verbroedering, verzustering en verbinding.

Op deze laatste uren van het oude jaar wil ik nog eens mijn waardering uitspreken aan het adres van ieder van jullie, mijn dierbare lezers. Ik beweer dan wel voor mezelf te schrijven, maar dat zou ik niet blijven doen als mijn woorden niet zo warm onthaald zouden worden. Ik sta niet graag in de spotlights en dat is soms lastig als je online (al is het heel kleinschalig) een plek creëert waar je jezelf centraal stelt. Dat ik toch gewaardeerd word om wie ik ben en wat ik doe, met al mijn rare kronkels, dat raakt mij keer op keer. Een welgemeende dankjewel, un grand merci and huge thanks voor de tijd die jullie hier besteden, de fijne reacties, aanmoedigingen, steunbetuigingen en liefdevolle gebaren!

Ik werd verwend met heel wat kerstcadeaus. Het meest actuele was ongetwijfeld het befaamde “bommeke” dat ik van papa kreeg. Jawel, in 2022 is deze Joke op alles voorbereid. Roos en Niko gaven mij een met zorg uitgekozen pet die me instant deed dromen van nieuwe sportieve verhalen. Een pet die ook symbool staat voor mijn lieve familie die altijd betrokken is. Liefste lezertjes, ik wens jullie het allerbeste toe voor 2022. Dat jullie ook een pet mogen hebben die je beschermt en doet dromen, dat er zo nu en dan een bommeke van geluk in jullie levens gedropt mag worden. Ik wens jullie veel warmte en knusse momenten in de cocon van de comfortzone. Steek af en toe je neus buiten. Adem in en adem uit. Aanschouw wat voor je ligt en doe er dan je eigen ding mee. Ik durf het aan om jullie een intens 2022 toe te wensen. Santé!

Joke
X

De race – De Hel van Kasterlee december 2021

19 december 2021 – wat een dag!
Ik deed het weer, finishen in de Hel van Kasterlee. Seppe slaagde daarin voor de tiende keer en haalde zijn negende overwinning binnen. Wat een broer! Mijn derde editie wil ik onthouden als de meest strijdlustige, ook de meest emotioneel overdonderende. Deelnemen of betrokken zijn bij de Hel van Kasterlee voelt alsof je voor één dag een magische plek betreedt waar je losgekoppeld wordt van het leven van alledag. Voor één dag mag ik een rolletje spelen in een indrukwekkend schouwspel met mijn broer in de hoofdrol. De Hel dat is elk jaar weer een spektakelstuk met vuurwerk (letterlijk en figuurlijk), met een rijk gevuld palet aan emoties. Contentement, ongeloof, frustratie, dankbaarheid, onoverwinnelijkheid, familiale gezelligheid, onversneden euforie, teleurstelling en loopgeluk: het passeerde bij mij allemaal de revue. Na een strijd van 9 uur en 53 minuten liep ik uiteindelijk naar een vierde plek, die voelde zowel aan als een overwinning als een nederlaag. Moest mijn dag in deze bijzondere editie van de Hel een roman zijn, dan was het een thriller.

Wat voorafging
Het najaar van 2021 noemde ik al eerder mijn sportieve renaissance. Nadat de crisis alle sportevenementen van de agenda schrapte en ik mezelf wist te vermaken met allerhande sportieve doelen, was daar toch een heel grote zucht van opluchting toen Roos en ik er weer samen op uit konden trekken om te gaan lopen. De 20 km van Brussel was het bewijs dat we allebei in topvorm verkeerden. En dat was nog maar het begin van de loopvreugde! In september en oktober liep ik al mijn looprecords van de tabellen met de marathon in Rotterdam als een absoluut hoogtepunt. En plots was het dus november, was het grijs en nat, was er weer volop corona-ellende en denderde ik af op mijn volgende doel: de Hel van Kasterlee. Onder het juk van heel veel schoolwerk en veranderende maatregelen kreeg ik er een halftijdse job bij (want dat is een voorbereiding op de Hel). In december zag ik het een paar keer somber in, die Hel zou ons ook dit jaar weer door de neus worden geboord. Toen dat uiteindelijk niet zo bleek te zijn, was daar ook het besef dat ik dit jaar – meer dan ooit – blij moest zijn om fit aan de start te staan.

SZVS2856
Klop, klop. De duivel geeft nog geen gehoor.

Vlak voor de start
Een dag in de Hel begint ’s nachts. Traditiegetrouw boekte ik een zusterlijk logement in de Kempen bij Marike en werd ik om 4u15 gewekt uit een vreemde droom om een andere droom te gaan waarmaken. Samen met Roos, mijn officiële coach, werkte ik nog een koolhydraatrijk ontbijtje binnen. We vulden nog wat drinkbussen, showden onze outfits en laadden nog wat bakken in de auto (spullen, spullen, al die spullen!). Via de meest desolate weg ooit (als er een hel bestaat, dan ziet de weg ernaartoe er zo uit) kwamen we iets na zessen aan in een relatief rustig Kasterlee. De poort naar de Hel was nog gesloten. Ik installeerde m’n spullen in de kleedkamer, ging een keer of vijf naar de wc, bracht m’n fiets naar de wisselzone en wachtte af tot het eindelijk zou beginnen. In vergelijking met de voorbije jaren was ik iets minder nerveus en gestresseerd. Zou dat echt door de ervaring komen? Na een laatste peptalk van Roos en papa was het dan tijd om naar het startvak te gaan.

helseppe

De race
Er staan uiteindelijk zo’n 350 atleten aan de start die om 8u stipt weg knallen. Het eerste loopnummer is een rondje van 15 kilometer. Lang genoeg om in een goed tempo te vallen, kort genoeg om er meteen al de pees op te leggen. Onderweg hoorde ik meermaals dat ik als vierde vrouw liep. Voor mij was het allemaal prima. Ik zou me niet laten opjagen door de wedstrijd. Deze Joke had ervaring en wist dat de dag nog heel lang zou zijn. Na 1 uur en 4 minuten kwam ik al bij de sporthal en sprintte ik met extra gezwinde pas naar de kleedkamer om mij te transformeren tot mountainbiker. Juan stond me breed glimlachend op te wachten in de wisselzone: voor hem was het al de zesde Hel van Kasterlee en – flash forward – hij zou meer dan ooit een rol van betekenis spelen. Daar ging ik dan, voor een eerste mountainbikeronde van 23 kilometer. Een opvallend droge ronde in vergelijking met de voorbije jaren. Ik zou echter rustig blijven, niet te hard van stapel lopen, zeker geen onnodige risico’s nemen om me in de competitiestrijd te mengen. Ik zou mijn eigen ding doen. Het parcours lag er zo goed bij dat ik het op sommige plaatsen amper herkende: ik reed heuveltjes op alsof het niks was, er waren geen “mottige” afdalingen. Kortom, dit zou best nog ‘ns leuk kunnen worden.

FDPT8367
Bevoorrading van de supporters (eigen catering uiteraard) met in het midden de voetpomp die een belangrijke rol zou gaan vervullen.

Na welgeteld 11 kilometer was het gedaan met het fietsplezier. Ik voelde plots geen demping meer onder m’n zitvlak, mijn achterband stond volledig plat. Materiaalpech dat is één van mijn grootste nachtmerries. Het is één van die factoren die je niet in de hand hebt en – eerlijk is eerlijk –  er schuilt geen groots technicus in mij. Nu was deze Joke voor een keer best goed voorbereid op fietspech. Zoals altijd reed ik tubeless (yeah), maar had ik ook een fietspompje bij, een reserve binnenband én een set bandenlichters. Jawadde. Een eerste poging om lucht in die band te krijgen en de magie van tubeless te aanschouwen, leverde een teleurstelling op: er gebeurde just niks. Tot daar drie redders in nood passeerden, vriendelijke mannen op de fiets die vaststelden dat een nieuwe binnenband noodzakelijk was. Dat werd voor mij gefikst en na een uitgebreide bedankingsrede kon ik mijn fietsronde verder zetten. Ik voelde me zowel opgelucht als opgejaagd. Ja, ik fietste weer, maar hoe was het in godsnaam mogelijk om na een half uur op de fiets lek te rijden? 2 kilometer verder passeerde ik een eerste keer bij mijn supporters en met een lichte ondertoon van frustratie riep ik dat ik al was platgereden en of ze de voetpomp uit de auto konden gaan halen zodat ik bij mijn volgende passage desgewenst nog wat meer druk op de band kon zetten. Mijn binnenband hield het echter niet zo lang vol. Nog 2 kilometer verder reed ik langs de kleine Nete (ik zou ook pas later horen dat “het water” daar zo heet) en stond mijn achterband weer volledig plat. Dit kon toch echt niet waar zijn?

Een koppel wandelaars snelde me meteen te hulp. Mijn band werd nog maar eens opgepompt, wederom zonder succes. De vrouw ging hulp vragen bij een coach aan de overkant terwijl ik met hun gsm Coach Roos kon bellen. Samen met papa zou zij zich naar de plek des onheils begeven mét onze grote pomp en hopelijk een heel arsenaal aan technisch gerief. Seppe zei me nadien als ge met tubeless helemaal plat rijdt dan is het echt dikke miserie. En Seppe heeft meestal gelijk. Ook Coach Stijn Van Roy (broer van Simon) ondernam nog een poging om wat druk in mijn band te krijgen, maar concludeerde vrij snel dat ook mijn binnenband lek moest zijn. En ja, daar stond ik dan: 15 kilometer gefietst, nog geen spat modder op mezelf of mijn mountainbike, slechts lichtjes bezweet van het lopen en het besef dat het hier aan de houten brug zou kunnen eindigen. De tijd bleef doortikken, Roos kwam aan, leefde intens mee en belde nog een paar keer nerveus naar papa. Zou mijn race er hier en nu echt opzitten?

CFUC2985
Foto van de dag, foto van het jaar, foto voor de eeuwigheid
AMRQ0075
Vijf helden met nen 28

Mijn blik met reddende engelen bleek echter nog niet leeg te zijn… als de nood het hoogst is, dan zijn Pat en de Haventrappers nabij! Vijf mannen in blauwe tenue op de mountainbike: hadden zij misschien nog een reserveband bij? Ja natuurlijk! Alleen, ik reed met “ne 26” (nie-mand rijdt daar nog mee!), zij hadden allemaal “nen 28”. Op de fiets does size matter. Juans buitenband werd aan een grondige inspectie onderworpen. De oorzaak van de lekke binnenband kwam aan het licht: er zat een klein pinnetje muurvast in de buitenband. Gelukkig waren de Haventrappers op alles voorzien, met aangepast gereedschap slaagden ze erin om het pinnetje uit de band te duwen. Al was er dus nog steeds dat verschil in bandgrootte. Ze konden wel proberen om een te grote band in mijn wiel te proppen, maar dat gaven ze weinig kans op slagen. Ziedaar het mirakel: met z’n tweeën lukten het om de binnenband onder stevige druk op z’n plaats te krijgen. 45 minuten had ik stilgestaan met bandenpech, als bij wonder kon ik mijn race verderzetten.

Soms moet je eerst in een nachtmerrie te belanden om te beseffen wat je dromen waard zijn. Na mijn onverwachte doorstart overviel mij een gelukzalig gevoel van dankbaarheid! Al die mensen die het mogelijk hadden gemaakt dat ik weer aan het fietsen was, die intens hadden meegeleefd en me dit gunden! Een snelle rekensom leerde mij dat het, ondanks mijn lange pitstop, nog steeds mogelijk was om de tijdslimiet van het fietsgedeelte te halen. De competitie kon me gestolen worden. Vandaag zou met opgeheven hoofd de eindmeet halen mijn missie worden. Hier had ik voor getraind. Ik zou de longen uit mijn lijf mountainbiken om ook deze Hel tot een goed einde te brengen. Met 1 uur en 45 minuten zou mijn eerste fietsronde voor één keer de traagste zijn. Het kon alleen maar beter gaan. Fingers crossed dat mijn banden het zouden houden. Met het mes tussen de tanden fietste ik mij een weg door de Kastelse bossen.

hel_DSC08341

Wie mij in het echt kent, weet dat ik doorgaans een rustige vrouw ben (zij het met een enthousiaste kant onder de juiste omstandigheden). Ik hou de teugels graag strak in handen, ik ben doordacht en ingetogen. Heel soms komt er ook iets in mij naar boven dat ik moeilijk onder woorden kan brengen. Noem het een beest, noem het mijn duivels die ik ontbind. Noem het koppigheid of karakter. Waar ik de eerste 15 kilometer met een ei in mijn broek had rondgereden (zo voorzichtig en behoedzaam), zo mountainbikete ik nu alsof mijn leven ervan afhing. Ik voelde dat mijn training had geloond, dat ik dus echt wel met vaart en lef een bocht of afdaling kan pakken, dat ik tegen 30 km/u door een bos kan vlammen met een te grote binnenband. Als er een prijs voor de strijdlust zou zijn, dan zou ik die vandaag binnenhalen. Niet door op z’n Thomas De Gendts kilometers lang in de aanval te rijden, wel door als een malle mina aan een inhaalrace te beginnen. Ik reed namelijk in quasi laatste positie. Zelfs als die binnen- of buitenband het niet zou houden, dan zou ik al strijdend uit de race stappen.

hel_DSC08191
Je zou het niet zeggen, maar wij zijn dus echt familie.

De aanmoedigingen van mijn supporters gaven me nog meer vleugels. Ik kreeg een krop in de keel toen mijn bestie An met haar gezin bij wijze van verrassing langs het parcours stond. Jeetje, nog mensen die het zo goed met mij voor hadden. Na een snelle tweede fietsronde maakte ik een heel korte stop bij Coach Roos die me nog wat sportvoeding in de mond duwde en aanmoedigingen om het hoofd smeet. Het was 12u, ik had nog ruim 3 uur om 2 fietsrondes af te leggen. Tijd zat! om het met de gevleugelde woorden van mijn peter Mark te zeggen. Ook mijn derde fietsronde vloog voorbij. Mijn banden leken het te houden, al voelde ik vooral op het asfalt wel wat extra bounce onder m’n derrière door het bobbeleffect van die te grote band. In ronde 4 besefte ik dat ik niet over bovennatuurlijke krachten beschikte. Ik maakte hier en daar eens een foutje, moest al eens een voet zetten, vloekte toch wat meer op de modder. Mijn rug begon pijnlijker aan te voelen, ook mijn nek liet zich af en toe eens opmerken. Het einde was in zicht: de volgende ronde zou ik dit allemaal voor het laatst doen.

269601739_10228706175909369_1509382516802563259_n
Seppe begint aan zijn eerste loopronde als ik nog een ronde op de fiets voor de boeg heb. Niks nieuws onder de zon eigenlijk.

Mijn laatste ronde op de fiets legde ik niet alleen af, maar in het gezelschap van Kristof, een grote fan van Seppe (wie niet?), die ervan droomde om voor de eerste keer te finishen in de Hel (wat hem uiteindelijk ook is gelukt). Wat afleiding in de vorm van een babbeltje was meer dan welkom na 90 kilometer op de fiets. Ik popelde van ongeduld om te kunnen lopen. Wellicht ben ik de enige die reikhalzend uitkijkt naar een slotrun van 30 kilometer. Op 300 meter van de wisselzone bleek er echter nog een restje pech voor mij in het vat te zijn. Ik schakelde wat bruusk (dat gebeurt wel vaker) waarop mijn ketting volledig blokkeerde. Daar stond ik dus weer te voet. Mijn ketting leek in een knoop te liggen die ik niet kon loskrijgen. Er zat dus niks anders op dan met de fiets aan de hand richting de wissel te lopen. Ach ja, dit kon er nog wel bij na 115 kilometer mountainbike-vertier.

IWDL8767
Papa en ik. Ook een foto voor de eeuwigheid.

Na een snelle wissel in de kleedkamer gaf Coach Roos me de zoveelste peptalk: focus op je eigen tempo, er is echt nog wel wat mogelijk in de competitie. Daar gingen we dan, ik liep, Roos zat op de fiets, zoals dat wel vaker gebeurde dit jaar. Ook papa vervoegde ons snel. Ik kreeg nog een aanmoediging van Natalie Franken (de winnares van 2019) en weg waren wij. Mijn benen voelde veelbelovend aan: soepel, krachtig en ook het hoofd zat goed. Ik citeer Roos: we gaan hier vooruit aan een rotvaart! Ook hier had ik voor getraind, dit was wat ik écht kon. Het gaf me nog meer zelfvertrouwen dat ik veel lopers kon inhalen. Dat bedoel ik zeker niet oneerbiedig, want de meesten liepen al hun tweede ronde. Na 1 uur en 7 minuten had ik mijn tweede 15 kilometer er al op zitten. Ik probeerde te genieten van de aanmoedigingen langs de sporthal en bereidde me mentaal voor op de echte finale. Een laatste sportieve exploot, nog eens 15 kilometer lopen dus terwijl het donker begon te worden. Uiteraard begon de adrenaline bij mij ook stilaan uit te werken. Gelukkig waren mijn hartslag en tempo nog steeds heel acceptabel. Ik moest niet te veel meer nadenken. Soms is het kinderlijk eenvoudig en moet je gewoon blijven lopen met het besef dat dit eindig is en dat het een moment is waar je nog vaak op zal terugblikken. Tijdens mijn laatste loopronde haalde ik uiteindelijk nog drie vrouwen in. Na 2 uur en 21 minuten liep ik over de rode loper de lege sporthal in waar ik warm werd onthaald door speaker Hans en organisator Ben. Ik strandde op een luttele 5 minuten van het podium. Al kan ik beter zeggen dat ik me naar een vierde plaats knokte. Het zat erop. Het was mooi geweest.

DHAJ6548
Het optimisme en enthousiasme van Roos zijn onuitputtelijk.

De conclusie
Hans noemde mij de pechvogel van de dag. Enerzijds kan ik niet anders dan hem volmondig gelijk geven. Anderzijds ben ik net zo goed een grote geluksvogel. Hoe zuur zou het geweest zijn om na 15 kilometer op de fiets de race te moeten staken? Ongeluk gaat vaak gepaard met veel geluk: dat de juiste mensen op de juiste plaats staan, dat je materiaal uiteindelijk toch meewerkt en het uithoudt. Vlak na de finish primeerde dat gevoel van trots. Ondanks de omstandigheden had dit marathonlopertje het toch weer geflikt, finishen in de zwaarste winterduatlon ter wereld. In 2014 was ik voor het eerst toeschouwer in de Hel. Had je mij toen gezegd dat ik drie keer zou deelnemen én de eindmeet halen, ik had eens hartelijk gelachen. En nu denk ik dat de kans reëel is dat er toch nog een vierde deelname komt, dat de trilogie een sequel krijgt. Omdat ik ook heel veel plezier uit de race heb gehaald. Omdat ik de Haventrappers niet wil missen langs de kleine Nete. Ik ben nog niet klaar om de Hel los te laten.

Ook op basis van de cijfers kan ik niet anders dan concluderen dat ik mijn beste Hel ooit aflegde. Juist omdat ik helemaal niks te verliezen had, reed ik de mountainbikerace van mijn leven. Voor de derde keer op rij liep ik de snelste 30 km van de vrouwen. In de eindrangschikking liet ik nog een man of 90 achter mij. Een podiumplaats zou een officiële bekroning geweest zijn voor mijn remonte. Uiteraard hebben de drie vrouwen die voor mij zijn geëindigd net zo goed gevochten voor hun plekje. Ook zij verdienen het meer dan ooit om daar staan. Niemand heeft mij bestolen. Tot twee dagen na mijn finish zat ik (boven mijn stapel te verbeteren examens) best hard te balen en te janken om alles wat er gebeurd is die dag. Ik was emotioneel ontwricht. Ik had tijd nodig om alle indrukken te verwerken. Er vloeiden heel wat tranen van ellende en ontlading. Ook tranen van geluk en ontroering, om het prachtige verhaal van de Haventrappers dat ik voor eeuwig zal koesteren en al die toevallige passanten die een hoofdrol speelden in het verhaal van mijn Hel. Sport is emotie, ik zeg het zelf maar al te vaak en ik heb het nog maar eens aan den lijve mogen ondervinden. En net dat maakt het zo mooi.

Enkele weetjes

  • Ik tankte mij een hele dag bij op vervallen sportvoeding. De oorzaak: anderhalf jaar zonder sportcompetitie en ik die het zonde vind om iets weg te gooien.
  • Tijdens de depannage van mijn bandenellende vielen meermaals de magische woorden “bommeke” en “compresseur”. Nu ben ik dus heel benieuwd geworden hoe zo’n bommeke in actie eruit ziet. Het moet iets heel speciaals zijn.
  • Er stonden 10 vrouwen aan de start van deze Hel en voor het eerst haalden die ook allemaal de finish. Een applaus voor Karen, Lotte, Ellen, Sofie, Debby, Marlies, Elly, Joke (niet ik) en Véronique. Voor sfeer en gezelligheid in de kleedkamer geef ik een 10/10.
  • Wordt het trouwens niet eens tijd dat het prijzengeld bij de vrouwen gelijk staat aan dat van de mannen?
  • Ik blijf me verbazen over de veelheid aan spullen die je nodig hebt als duatleet. De gedachte dat je er dan ook nog een derde sport, met spullen, bij zou nemen, vind ik hallucinant. Lang leve het minimalisme van de loper!
  • Papa fietste uiteindelijk ruim 60 kilometer: 30 kilometer heel snel met Seppe, 30 kilometer behoorlijk snel met mij. Top-vadertje!
  • Mama moest het spektakelstuk van thuis uit volgen. Er was gelukkig een livestream, maar die liet het al eens afweten. Zware tijden voor een moederhart. Needless to say dat we haar hebben gemist!
  • Ik krijg al eens complimenten voor mijn stijlvolle wieleroutfits (waarvoor dank). Wie ook graag fashionable op de fiets zit, kan ik het Italiaanse merk 8848 Altitude aanbevelen en het Oostenrijkse Löffler. Niet gesponsord (helaas).
  • Wie dan weer vond dat mijn haar zo goed gestyled vanonder mijn helm of pet uit piekte: ik ging daags voordien naar de kapper. Een beetje raar, maar het kwam nu eenmaal zo uit.
  • Ik ben heel blij dat mijn hypothese klopte dat er altijd wel een behulpzame medemens langs de kant zou staan om mij te helpen met fietspech. Sterker nog: ik had twee handen nodig om ze te tellen.
  • Onze playlist voor het laatste loopnummer had de titel Hell Yeah. En of het een succes was! Eén van de hoogtepunten vond ik Les lacs du Connemara met papa die zijn smoezelige zakdoek bovenhaalde. Everywhere van Fleetwood Mac was dan weer het emo-momentje met Roos.
  • Een grote dankjewel aan Bert Aerts, Willy Boeykens, Wim Goossens en Roos Odeyn voor het fotografisch bewijs van mijn helletocht!
  • De volgende editie van de Hel wordt sowieso een bijzondere: het is de 20e Hel ooit en Seppe kan zijn 10e overwinning pakken.
267999588_10228706177709414_3544898089572927645_n
Drie Odeynen op een rij!

Duatlonspecial – Met zicht op de Hel

Over welgeteld 24 uur begin ik nu te lopen. In het donker, met een vrouw of 10 en een man of 400 rond mij. En dan begint het toch echt: de Hel van Kasterlee – editie 2021. Mijn derde, Seppes tiende. Nochtans zag het er een paar keer naar uit dat er ook dit jaar geen Hel zou zijn. Een streep door de rekening voor wat een sportieve hoogdag is in onze familie. Meer dan ooit is het dit jaar dus een prestatie om aan de start te staan, liefst van al voorbereid en fit. Meer dan ooit zal het ook een corona-editie zijn. Zonder toeschouwers in de sporthal, zonder catering, met gemondmaskerde supporters en deels ook atleten. Zonder mama voor ons, want die zit in quarantaine. Onze luidste en vurigste supporter zal het dus via de livestream thuis moeten beleven. Vreemd, raar, anders dan anders. Zoals wel vaker het afgelopen anderhalf jaar, wennen doet dat niet.

Door die bijzondere omstandigheden en de onzekere aanloop ernaartoe weet ik niet zo goed wat ik ervan mag verwachten. In mijn voorbereidingen heb ik eigenlijk alles kunnen doen zoals ik het wilde. Ik reed heel veel fietskilometers bij elkaar, ik ging ook vaak echt lang fietsen, ik trotseerde veel wind, modder en regen. Ik deed vertrouwen op met Frans Claes. Vijf weken geleden werd ik nog derde op de halve marathon in Kasterlee, al ging dat iets minder gezwind dan hoe ik in september en oktober door Brussel, Antwerpen en Rotterdam daverde. Enfin, ik moet niet flauw doen: ik ben nog steeds in goede vorm, niet meer de uitgeruste topvorm van vlak na de zomer, maar dat is ook onmogelijk omdat ik na mijn marathon geen rust nam.

Waar ik er bij mijn marathon-voorbeschouwing prat op ging om mijn ambitie uit te spreken, ben ik voor de Hel een pak voorzichtiger. De race is zo lang en onvoorspelbaar. Er zijn zoveel factoren waar je rekening mee moet houden of die je simpelweg kunnen overkomen. Mijn doel blijft daarom om te kunnen finishen met een positief gevoel. In 2018 maakte ik onverwacht een droomdebuut in de Hel door meteen als derde te eindigen. Dat kwam niet zozeer door mijn fietscapaciteiten, als wel door de positieve ingesteldheid waarmee ik toen in de wedstrijd zat. Meedoen aan de Hel voelde als een groot cadeau dat ik stukje bij beetje mocht uitpakken. Ik besefte dat ik iets aan het doen was waar ik al lang van droomde, iets wat mij ook wel leek te liggen. In 2019 was ik zowel in de aanloop naar de Hel als tijdens de wedstrijd te hard en veeleisend voor mezelf. Ik vloekte en zuchtte, het cadeau was een vergiftigd geschenk geworden. Ik heb tijd nodig gehad om te beseffen dat de finish bereiken toen net zo goed een tour de force was.

IMG_6995b

De afgelopen weken deed ik, zoals dat hoort, beduidend minder kilometers en liet ik de mountainbike, Juan voor de vrienden, wat vaker in de veranda staan. De liefde tussen ons is niet over, noch bekoeld, maar – eerlijk is eerlijk – fietsen in een grijs november met de akelige schaduw van de crisis boven het hoofd maakte dat de voorbereidingen er eens zo hard in hakten. De weg naar de hel mag dan geplaveid zijn met goede bedoelingen, de omstandigheden maakten het soms verdomd lastig om van dat proces te genieten. Gelukkig was het niet al kommer en kwel de afgelopen trainingsweken. Er waren genoeg momenten dat ik de vonken en sprankels van 2018 in alle hevigheid voelde rondspringen in mijn buik, gewoon omdat ik blij was dat ik een mountainbike had om mee rond te crossen (en verloren te rijden).

Wat ik leerde van mijn straffe loopprestaties de afgelopen maanden is dat ik een bepaalde mate van onbezonnenheid nodig heb om mij volledig te kunnen overgeven aan het avontuur. Ik moet de strijd aangaan met een opgeheven, fris en vrolijk hoofd, wat niet betekent dat je mij ruim 160 kilometer lang zal zien glimlachen. Als dat gevoel primeert en ik na een uur of 11 die rode loper betreed, dan kan ik niet anders dan een tevreden vrouw zijn. Een paar uur na mijn marathon in Rotterdam zei ik dat mijn sportieve jaar niet meer kapot kon door de sportieve hoogtepunten die ik al mocht beleven. Ik zei toen letterlijk, zelfs als die Hel lelijk tegenvalt dan kan ik niet anders dan tevreden terugblikken op wat is geweest. Maar zoals dat gaat met doelen en ambitieuze recreanten of hobbyisten die ze najagen: je vergeet al snel om content te zijn met wat je al hebt mogen meemaken. Wel, ik ga nu echt proberen om me daar niet door te laten vangen.

Maar toch, duimen jullie mee dat 505 een geluksnummer wordt?

Marathonpraat – Road to Rotterdam #3

Een online conversatie tussen Roos en mij:

Roos: Ben je er klaar voor?
Joke: Ik denk het wel, maar zo voelt het niet.
Roos: Dat is ook iets geks hè. Ik vraag me dan altijd af: hoe voelt dat, er klaar voor zijn? Je bent klaar om te rocken!
Joke: Ik voel me nu vooral dik en lui.
Roos: Ik heb een geluksbrenger voor je gemaakt.
Joke: Oh? Misschien voelt Bashir zich ook dik en lui.
Roos: Sowieso wel. Hopelijk kan hij deze keer beter slapen.

Plots is het moment dus echt bijna aangebroken: ik ga een marathon lopen die anderhalf jaar werd uitgesteld. De afgelopen week probeerde ik me op sportief vlak in te houden, maar rusten is relatief als je elke dag gaat werken. Nog steeds weet ik het antwoord niet op de vraag wanneer je er echt klaar voor bent. Misschien gewoon als je je die vraag begint te stellen, als lopen dus wordt vervangen door denken en de laatste voorbereidingen treffen. En daarbij: ook als je er niet klaar voor bent, dan zal je het er toch mee moeten doen. Rotterdam wacht niet. Niet nog eens.

Het moment – Wat een week!

Goh, wat was het me een bijzondere week. Uitgerekend op de dag dat ik mijn persoonlijke verhaal deelde over het trauma in mijn studententijd en hoe ik leerde omgaan met mijn kwetsbaarheid, knalde ik naar een 17e plaats op de 10 Miles in Antwerpen. Ik legde een dikke 16 kilometer af in 1u05 met een gemiddelde van 3’59” per kilometer. Nog steeds kan ik dat moeilijk vatten (ik val in herhaling, maar het is echt zo). De afgelopen week werd ik overladen met positieve reacties uit bekende en onbekende hoek. Ofwel omwille van die sportieve tour de force, ofwel om het heel persoonlijke verhaal dat ik deelde. Juist die combinatie van het heftige verhaal met iets volstrekt onbenulligs als een snelle loopwedstrijd deed de puzzel even helemaal in elkaar passen.

Over Antwerpen nog dit. Een dag met Roos op pad zijn dat is sowieso een cadeau. Het was een uitstap met alles erop en eraan: sportief vermaak, samen koffie drinken en supporteren, veel lachen en nog meer verhalen. We dansten samen toepasselijk op Rise van Lost Frequencies in het startvak. Over een momentum gesproken: ik heb helemaal niks met dansen, er moet iets speciaals gebeuren om dat lijf van mij aan het shaken te krijgen. Mijn 10 Miles waren niet alleen de snelste, maar ongetwijfeld ook de meest bewuste die ik ooit liep. Ik besefte ten volle dat dit weer één van die dingen is die weer kunnen en hoeveel plezier ik daaraan beleef. Ik nam alle aanmoedigingen in dank aan. Antwerpen, u was geweldig.

Over mijn persoonlijke verhaal nog dit. Eén van de redenen die me altijd tegenhield om het te vertellen, was dat ik wist hoe het mensen zou aangrijpen. Ik wilde niet dat iemand met mij zou inzitten. In veel opzichten is het een triestig verhaal over een lelijke en akelige kant van de wereld waarin we leven. Gelukkig kreeg ik meermaals te horen dat juist de krachtige stem van de veerkracht de bovenhand nam. Heel lang heb ik overigens niet getwijfeld of ik dit al dan niet zou publiceren. Pakweg een maand geleden zag ik in World Mental Health Day de ideale aanleiding. Sindsdien begon ik na te denken over wat ik precies wilde vertellen. De tekst ging rijpen in mijn hoofd en later op het digitale papier. Ik werd niet uit evenwicht gebracht toen ik dit verhaal opschreef. Ik ging dus niet door een emotioneel dal. De eerste keer dat ik typte dat ik werd aangerand, was ik me wel heel bewust van de lading van die woorden en van het feit dat ik dat nooit eerder opschreef. Op de één of andere manier werkte het wel verhelderend om alles in woorden te vatten. Ik probeerde er een samenhangend, niet al te langdradig geheel van te maken dat door iedereen gelezen mag worden. Ik ben er best trots op dat me dat aardig is gelukt.

Mijn dank gaat naar jullie. Ik zou hier voor mezelf kunnen schrijven, maar dat mijn schrijfsels gelezen en gewaardeerd worden, dat die betekenis krijgen en geven, dat heb ik aan mijn lezers te danken. Merci voor alles!

Marathonpraat – Road to Rotterdam #2

Er was hier een losse draad blijven liggen. Af en toe struikelde ik erover en legde ik hem zorgvuldig opgerold weer weg in een lade met souvenirs van lang vervlogen tijden. Toen er nog marathons gelopen werden. In maart 2020 liep ik op een zondag koppig 30 kilometer als stil protest tegen een marathonluwe periode waarvan ik nog niet besefte hoe lang ze zou aanhouden. Er was een lockdown afgekondigd. Dat klonk als een donderwolk die ons boven het hoofd hing: pittig, intens en afschrikwekkend, maar ook weer snel voorbij. Niet dus. De marathon van Rotterdam werd eerst nog optimistisch verplaatst naar het najaar van 2020 om uiteindelijk te stranden in oktober 2021. Tot een paar weken geleden leek ook dat me niet realistisch. Met mijn sceptische houding wilde ik mezelf behoeden voor een zoveelste jammer, maar helaas. Ahmed Aboutaleb, burgemeester van Rotterdam, gaf echter groen licht voor de organisatie van #demooiste op zondag 24 oktober 2021. Zonder ongelukken sta ik over 20 dagen dus echt aan de start van mijn 13e marathon.

In augustus legde ik veel kwalitatieve loop- en fietskilometers af. Niet eens heel specifiek met die marathon voor ogen, wel omdat ik mezelf weer terugvond in de trainingsprikkels en wie weet wat dat najaar dan zou brengen. Ik liep duurlopen alsof het niks was en, nog belangrijker, ik genoot heel erg van die kilometers en de doorstart van mijn sportieve carrière. Ik bleek ook plots een pak rapper te lopen. Mijn toptijd op de 20 kilometer van Brussel was een eerste bekroning van die verrassende topvorm. Ik kan dus niet anders dan concluderen dat de Joke 13.0 er helemaal klaar voor is. De 13e versie van mezelf ja, want met elke marathon lijkt het toch alsof ik mezelf weer wat moet heruitvinden. 13 is trouwens mijn geluksgetal (wat moet je anders als je geboren wordt op een vrijdag de 13e?). Er hangt dus iets in de lucht.

Anderhalf jaar geleden wilde ik in Rotterdam simpelweg een goede marathon lopen. Over een tijd sprak ik me niet uit, voorzichtig als ik ben. Dat is nu anders. Ik ga over drie weken voor een PR op de marathon. Punt. Van Seppe leerde ik dat je je ambities beter kan uitspreken. Omdat je niet beter presteert door ze voor jezelf te houden en als het dan tegenzit, weet je omgeving ook dat ze hun peptalk zullen mogen bovenhalen. Mijn huidige PR dateert van april 2017. In Parijs had ik toen 3 uur, 21 minuten en 23 seconden nodig om over de finishlijn te lopen. Mijn gemiddelde snelheid bedroeg 4’45” per kilometer (12,5 km/u). Ook in oktober 2016 (Brussel) en april 2019 (Parijs) liep ik marathons met dat gemiddelde, alleen telden die net wat meer meters. Met mijn huidige vormpeil zou ik onder die 3u21 moeten kunnen duiken. Heel tegenstrijdig, want terwijl ik dit typ geloof ik zelf amper dat sub 3u15 een realistische ambitie is. Naast mijn vastberadenheid leeft namelijk een grote onzekerheid. Ik barst van de twijfels. Het zat niet in mijn planning om een verbetering van dat PR ooit nog als keihard doel te stellen. Ik wilde tevreden zijn met wat ik heb en heb gehad, me niet blindstaren op wat zou kunnen zijn. En misschien zou ik dan op een dag, als alles in de juiste plooit valt, nog een paar minuten van die tijd kunnen afpitsen. Omdat ik weinig ervaring heb met de tempo’s die ik nu loop lijkt mijn basis minder solide. Het voelt alsof ik iets nieuws moet gaan verankeren, alsof ik terug een eerste marathon ga lopen. Spanning troef dus.

FGDA5532

[Leeswaarschuwing: in deze alinea gebruik ik heel vaak het woord “regen”.] Om de losse draad écht op te pikken liep ik, inmiddels traditiegetrouw, mijn 30 kilometer van bij Roos in Rotselaar naar Marike in Voortkapel. Ik hoop dat er dagen zijn dat het best leuk is om mijn zus te zijn. Ik weet dat er ook dagen zijn dat de mantel der zussenliefde maar beter uit hoogwaardig regenbestendig materiaal vervaardigd kan zijn. Gisteren was zo’n dag. Wat een ellendig regenweer was me dat zeg! Een eerste dosis regen kreeg ik toegediend op de fiets onderweg naar Roos. Ik trok een loopoutfit aan en Roos wapende zich voor de strijd met regenponcho, regenjas, regenlaarzen en regenbroek om mij uiteindelijk 2 uur en 19 minuten lang op de fiets door de gietende regen te vergezellen. Van lopen in de regen word je doorweekt en dat is het dan. Fietsen in de regen daarentegen, dat is dubbele ellende. Bij deze dus nogmaals: dank je wel, lieve sisjes, voor het gezelschap onderweg en de warme ontvangst nadien. Ik had drie goede redenen om mezelf door de regen te jagen en mijn zussen in dat plan te betrekken. 1) Je kan maar beter af en toe trainen in lastige omstandigheden 2) Ik kon die 30 kilometer niet op een ander moment afhaspelen en 3) Je kan ook zo’n miserabel weer hebben bij je marathon. Ik hoop wel oprecht dat #demooiste droger weer in petto heeft. Rotterdam, here we come! 

Duatlonspecial – Seppe de wereldkampioen

Hij deed het weer. Seppe werd wereldkampioen duatlon op de lange afstand. In 6 uur en 6 minuten liep hij 10 kilometer, fietste hij er 150 om dan nog eens 30 kilometer te lopen. Het Zwitserse Zofingen stond traditiegetrouw garant voor een pittig parcours, berg op en af dus en dat allemaal tegen een donkere lucht, in de regen en de kou. Echt takkeweer! Niet dat hij die zware omstandigheden nodig had om de wedstrijd te domineren. He looks so powerful! He completely destroyed this course! om het met de woorden van de commentator te zeggen. En ook he’s such a nice guy, misschien wel het belangrijkste.

Ik ben altijd trots op mijn broer, altijd fier om zus van te zijn, maar deze week loop ik er triomfantelijk bij. Omdat ik besef wat het vergt om wereldkampioen te worden. Tonnen toewijding, trainingsarbeid en focus. Elke dag weer. Jaar in jaar uit. Onze brobro is wereldkampioen. Dat is toch niet normaal?!

BUIO8312b
Roos en mama, de vrolijke wandelaars, gooien daags voor de wedstrijd de benen los in de Zwitserse bergen.

 

RWRB9379b
Vik Odeyn was vooral onder de indruk van de cheerleaders. Zij vielen ook als een blok voor hem.

 

NGOQ3201
Het Herentse ontvangstcomité

Loperspraat – Ons loopfeest in Brussel

Dat het dus een feestdag was, die zondag de 12e september. Roos werd 29 en dat kon gevierd worden tijdens hét feest der feesten: de 20 kilometer van Brussel, uitzonderlijk in najaarseditie. Bovendien was het uitstekend loopweer (een herfstzonnetje is altijd goed) en hadden we voor het eerst assistentie van Niko, onze persoonlijke zakkendrager, een rol die hij met verve vervulde. Na anderhalf jaar zonder sportevenementen kon ik niet geloven dat dit mega-feest echt zou doorgaan. Ik stapte achterdochtig op de trein in Tienen, kreeg gezelschap van Roos en Niko in Leuven en zelfs toen we door de Wetstraat richting Jubelpark wandelden, kon ik amper geloven dat het zou zijn zoals het ooit was.

IMG_6285b
De zakkendrager, de jarige en de vlag

Het was dus wel degelijk echt. Er was een startvak, er waren duizenden lopers, er was muziek en de triomfboog van Jubelpark (Jubeltje) straalde als nooit tevoren. Er waren ook stinkende dixi’s en sigarettenpeuken op de grond. Dit was echt Brussel. Ik zei het al vaker, maar de 20 van Brussel is voor ons een symbolische wedstrijd omdat daar in mei 2014 heel die loopgekte van ons ontstond. Daar stonden Roos en ik – voor echt – in dat startvak. Kriebels in de buik, ja zeg, dit was wel heel speciaal, enthousiast geklap van medelopers, zenuwachtig naar voren drummen als de kanonskogels van het startschot weerklinken, elkaar nog eens gezusterlijk in de schouder knijpen en succes wensen. En dan gewoon gaan en lopen. Snel lopen en me dan ook meteen ergeren aan de massa, aan de opstoppingen, mensen die tegen je aan botsen en halsbrekende toeren uithalen om je voor te schieten of juist in slow motion tussen de snelle lopers joggen. Jawel, ook dit was deel van het evenement.

Op voorhand vond ik het lastig om mijn verwachtingen uit te spreken. Sinds een maand loop ik sneller dan ooit. Mijn recente podiumplaatsen op de stratenlopen zullen niet in de geschiedenisboeken gebeiteld staan, ze tonen wel aan dat ik progressie maakte. Een stap voorwaarts die eerlijk gezegd uit de lucht komt vallen en me daarom ook wat ongemakkelijk maakt. In 2019 liepen Roos en ik onze 20 kilometer van Brussel samen: Roos met loden benen van de stratenloop in Wijgmaal daags voordien, ik frisser dan ooit 36 uur na een spoedopname in het ziekenhuis met longembolen en bloedverdunners in m’n lijf. Met 1u37 verbeterden we toen het PR van Roos. Ik was er rotsvast van overtuigd dat ze die tijd nu ook op eigen houtje aan diggelen zou lopen (spoiler: dat deed ze ook). Mijn snelste 20 in Brussel liet ik optekenen in 2016 toen ik 1u31 uit mijn benen kon schudden. Ik had er nooit rekening mee gehouden dat ik daar nog veel af zou kunnen doen. Enfin, ik zou het dus wel zien.

IMG_6291b

Ik vertrok hard en ik bleef ook hard gaan. Aan mijn pols zag ik getallen verschijnen waar ik nooit eerder mee moest rekenen. Getallen die heel dicht tegen de 4’00” aanleunden. Ik begon aan één grote inhaalrace vanuit startvak 2. Als een speer vloog ik omhoog richting Justitiepaleis, flitste ik door drie tunnels en door Ter Kamerenbos. Wat was dit zeg? Het ging allemaal zo moeiteloos. Brussel was vlakker dan ooit. Voor hoogtemeters leek ik immuun te zijn. Ik liep aan een waanzinnig snel tempo, maar als ik écht goed ben, zeggen die getallen me juist weinig. Tijd en afstand zijn dan fluïde begrippen die ik wel waarneem, maar niet registreer. Ik keek vooral uit naar mijn favoriete stuk na Ter Kamerenbos: door Vorst, langs de tramlijn richting Hermann Debroux, waar ook dit jaar heel veel enthousiaste supporters stonden die zich al eens een allez madame! lieten ontvallen. Daar kwam het besef dat ik onder dat anderhalf uur zou duiken. Alleen zou ik het pas echt geloven als ik het zag. Toen ik de bocht richting Tervuerenlaan maakte, werd ik nog eens extra geprikkeld toen een opdringerige loper in mijn nek zat te hijgen. Covidsafe-ticket of niet, daar had ik dus echt geen zin in. Ik zigzagde wat, versnelde nog eens en dan huppakee, de beklimming van de Tervuerenlaan. Met de triomfboog in zicht bleef ik een strak tempo lopen. Ik verplichtte mezelf er nog eens bewust van te genieten. Dit was écht een groot loopevenement.

En toen kwam ik aan. Ik liep de 20 km van Brussel in 1u23! Huh?! Ik voelde me nog zo fris en had er gerust nog wat kilometers aan willen plakken. De cijfers logen er niet om. Mijn geliefde PR op de 1 kilometer was gesneuveld, ook dat op de 5 kilometer (onder de 20 minuten) én de 10 kilometer. Hoe dan?! Ook jarige Roos was in de winnig mood en liep met 1u32 een huis van een nieuw PR. Sterk werk! Toch was ik na mijn finish niet echt euforisch, eerder van mijn melk. Zo zelfverzekerd als ik was tijdens de race, zo onzeker werd ik van die absurde eindtijd. Hoe was dit gebeurd? Als ik dit kon, waar mag ik dan de lat leggen voor de komende sportieve uitdagingen? Was dit toch niet gewoon één lucky shot, één opperste geluksdag waarbij ik over magische krachten beschikte? Stress, druk en verwachtingen staken in alle hevigheid de kop op. Zeker toen ik nadien mijn ranking in het eindklassement zag. Roos werd knap 79e vrouw, ikzelf 22e op een totaal van 19.000 deelnemers. Nog steeds kan ik dat niet vatten.

IMG_6301b

Dat het dus een feestdag was, die zondag de 12e september. ’s Avonds vierden we de jarige (en mijn laatste dag als 35-jarige) en werd er uitgebreid nagekaart. We hadden Niko wel gewaarschuwd: over de 20 kilometer van Brussel zouden we niet meteen uitgepraat zijn. Elk element van de beleving moest gedeeld worden, de meest memorabele momenten zelfs tot in den treure herverteld. Niko had zich gelukkig prima vermaakt in het Jubelpark. Gek genoeg konden we hem, ondanks ons enthousiasme, er niet van overtuigen dat de 20 van Brussel echt wel een heel mooi doel is om naartoe te werken. Afspraak in Brussel op 22 mei 2022?

Het moment – Happy birthday to Roos!

Beste Roos
Liefste sisje

Op zondag 12 september 1992 kreeg ik nog een zusje, keurig een dag te vroeg afgeleverd voor mijn 7e verjaardag. Jij bent het beste verjaardagscadeau dat ik ooit kreeg. De roze kers op de taart die ons gezin compleet maakte, een sociaal en vrolijk kind dat zich altijd aanpaste aan het spel en het plan. Een plantrekker die als jongste van vier vooral ook haar eigen ding deed.

7 jaar geleden was ik dus 29. We hadden een plan: een eerste vakantie samen, naar Parijs dan nog wel. Nadien zouden we naar Londen gaan. En daarna naar New York voor mijn 30e verjaardag. We kwamen dus nooit verder dan Parijs. We ontdekten dat Den Haag ons Parijs in Nederland is en Brussel dan weer Parijs in België. We ontdekten samen de marathon en dat alles daar voor ons in samenkomt. Als wij samen zijn is het altijd goed. Ook als we ergens onder een afdak in de regen staan te wachten.

Wij zijn communicerende vaten. Altijd met elkaar verbonden. Altijd met elkaar in interactie. We inspireren en stimuleren elkaar, op het vermoeiende af voor onze omgeving. Hoe ouder we worden, hoe verder we van elkaar wonen, hoe harder het gemis kan toeslaan. Bewust: dan stuur ik een bericht IK MIS JE!!! Onbewust: dan zie ik je en besef ik dat mijn gelukscurve meteen exponentieel stijgt. Ik heb lang het gevoel gehad dat ik jou moest beschermen. Dat ik je onder m’n hoede moest nemen en wijze lessen zou leren over het leven. Tot ik dus 30 werd, mijn leven wat op z’n kop stond en jij samen met Marike over mij ging zussen. Ik leer elke dag van jullie.

Het was niet gemakkelijk om een min of meer recente foto van jou te vinden die geschikt was voor publicatie. We waren het afgelopen jaar te weinig samen op pad naar god-weet-waar. Wel stuurden we elkaar opvallend veel foto’s van bezwete kleding (kijk eens hoe hard ik heb gezweet), van drogend wasgoed (kijk eens hoeveel wasjes ik heb gedaan), van onze oorlellen, voeten of afgepeigerde gezichten op vrijdagavond als we elk in onze eigen zetel voor dood liggen. Om maar te zeggen: er is weinig niet bespreekbaar tussen ons. Het is nooit echt stil.

Vandaag vieren we in stijl. Door 20 kilometer te lopen. In Brussel. ’s Avonds klinken we en eten we taart. Wat een feest! Wat een zus! Happy birthday, kleinste grootste zus van mij. Tina heeft gelijk. You’re the best. You’re simply the best!

Joke
x

AXIB8224

Loperspraat – De kunst van het supporteren

Voeg een “up” toe aan sporter en je krijgt een supporter met de belangrijke taak om de sporter “op” te trekken en te ondersteunen waar nodig. In de familie Odeyn zijn er sporters en supporters volgens een wisselende rolverdeling. Ik ben oprecht graag supporter en bevoorrader, maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat er in mijn familie betere supporters zijn dan ikzelf. Het ontbreekt mij soms aan het geduld dat supporteren vergt. Ook verdraag ik de prikkels minder goed die als supporter continu op je worden afgevuurd. Als sporter heb je het eigenlijk gemakkelijker. Een marathon lopen is, op die dag zelf, een relatief eenvoudige missie. Je moet tijdig in je startvak staan en dan moet je gewoon lopen. Mijn supporters daarentegen kienen een ijzersterk plan uit dat onderhevig is aan een veelvoud van factoren.

Ik ben natuurlijk een verwend kind met zo’n sterk vrouwelijk team rond mij. Tijdens mijn marathons, maar zeker ook tijdens de Hel van Kasterlee, zijn mijn supporters rotsen in de branding, veilige bakens die uitgezet worden in een woelige zee. Op voorhand weet ik altijd wanneer ik hen zal zien. Omdat het contact zo vluchtig is, denk ik na over wat ik zal zeggen en welke indruk ik wil nalaten. Je wil eerlijk zijn als het lastig is, maar je wil ze ook niet ongerust maken. In een flits geven ze me energie om door te gaan. De nabespreking is ook essentieel. Dan leggen we als het ware een puzzel waarin alle ervaringen samenkomen. Alles samen wordt dat dan Het Verhaal van die marathon of ervaring. Mijn mama en zussen hebben het supporterschap tot een ware kunst verheven. Puur vakmanschap is het als ik hen bezig zie. Ze waren bereid om hun ervaringen te delen en jullie een inkijk te geven in hun supportersziel.

IMG_2257b
Bevoorraders, supporters en sporters in actie tijdens de La Chouffe trail 2018.

Marike: Ik herinner me nog heel goed mijn allereerste supporterservaring tijdens de eerste marathon van Joke en Roos in Leiden (mei 2015). Ons eerste bevoorradingspunt bevond zich op kilometer 10. Mama en ik waren heel zenuwachtig. We hadden alles goed voorbereid en we stonden daar hypergeconcentreerd uit schrik dat we onze lopers zouden missen. Toen ik mijn zussen dan eindelijk zag lopen kreeg ik echt een krop in mijn keel. Ik kon niet veel roepen, maar mama die begon als een gek te schreeuwen. Zelfs de mondige Nederlanders waren onder de indruk. Ik schaamde me toen wel een beetje, maar ik dacht: mijn zussen zijn wel een marathon aan het lopen! Bij papa zijn eerste marathon (september 2015) ging ik bevoorraden op de fiets. Ik reed toen verloren en moest echt de ziel uit mijn lijf fietsen om hem toch zijn drinkbus te kunnen geven. Ik dacht ook heel de tijd: waarom loopt die zo snel?! De dag eindigde met papa die naar huis reed terwijl mama en ik op de achterbank lagen te slapen.

Supporteren is zeker ook ontspannend. Je komt op mooie plaatsen en je maakt om die reden uitstappen met de familie. Omdat wij altijd schrik hebben om te laat op ons supporterspunt te staan, zijn we daar veel te vroeg, maar dan is er dus nog tijd om te chillen. Zeker als Roos voor de juist muziek zorgt. Een supporter moet zich tot in de puntjes hebben voorbereid en beschikt best ook over een goed oriëntatievermogen. Het is handig als je goed kan rekenen: tijden, afstanden, kilometers per uur of minuten per kilometer. Je moet die snelheden ook nog kunnen afstemmen op je eigen snelheid die soms afhankelijk is van het openbaar vervoer: een lastige wiskundige som! Omdat ik zelf heel snel koud heb, neem ik altijd heel veel kleren mee, want je kan natuurlijk niet zelf gaan klagen. Uiteindelijk is het de kunst om zoveel mogelijk supportersmomenten mee te pikken zonder het risico te nemen dat je een post mist, want dat is echt het ergste wat je kan overkomen.

WSAG3815
Ook voor supporteren geldt: jong geleerd is oud gedaan.

Mama: Mijn mooiste supportersherinnering was toen Seppe wereldkampioen duatlon werd in Zofingen (september 2016). Echt heel bijzonder was het om daar bij te kunnen zijn. Het belangrijkste voor een supporter en bevoorrader vind ik parcourskennis. Je mag niets aan het toeval overlaten. Desnoods sta je een uur op voorhand klaar met de drinkbus in de hand. Je moet echt op alles voorbereid zijn. Het allerergste wat je kan overkomen is dat je sporter iets vraagt (drank, eten of medicatie) en dat je dat niet op zak zou hebben. Je hebt best een luide en herkenbare stem waarmee je de naam van de sporter hard roept, gewoon enkel de naam volstaat. Ik vind het belangrijk om ook voor andere deelnemers te supporteren. Soms kunnen die echt smachtend kijken om een aanmoediging te ontvangen. Raad of commentaar geven is ten strengste verboden. Je mag je sporter nooit onderschatten. Je berichtgeving aan haar of hem moet altijd positief zijn. Het verhaal van de sporter krijgt altijd voorrang. Je mag niet zelf klagen over je kleine ongemakken. Achteraf is het dan wel heel belangrijk om straffe verhalen te vertellen. Supporteren is doodvermoeiend, maar ik geniet er heel hard van. Het is echt een adrenalineshot voor mij.

IMG_0204b
Papa in actie als supporter met de basis supportershouding: gefocust applaudisserend voor iedereen.

Roos: De mooiste supportersherinneringen heb ik aan de Hel van Kasterlee. Dat is supporteren, genieten en vieren op alle niveaus. Eén groot feest. Het is uniek dat er zoveel familieleden meedoen. Ook de eerste ultratrail die Joke en papa liepen in Houffalize zal ik niet snel vergeten omdat het de eerste keer een trail was, daarbij dan dat parcours, hun prestatie, heel dat weekend en die omgeving. Magisch. Supporters zijn van onschatbare waarde, zeker bij grotere prestaties. Die taak moet je dan ook ernstig nemen. Toch is het belangrijk om te werken aan je eigen supportersbeleving: jezelf voorzien van koffie, koeken en alles waar je zin in hebt eigenlijk. Je moet je ook verheugen op het event en dat delen met de sporters. Supporteren doe je best in duo’s. Teams van twee personen die contact houden met elkaar werkt heel goed. Op voorhand moet je dan ook een goede taakverdeling maken. 

Een supporter moet voorbereid zijn op alle vlakken. Je eigen plan van die dag moet glashelder in je hoofd zitten. Je moet voorbereid zijn op alle mogelijke scenario’s en hierop kunnen anticiperen. Ook ben je maar beter behendig met de gsm om de andere supporters of het thuisfront snel en efficiënt op de hoogte te brengen van de recentste ontwikkelingen. Je maakt natuurlijk ook foto’s van sporters en supporters. Een goede supporter heeft inzicht in het kunnen van de atleet en eventueel kennis van de tegenstander als het echt een competitie is. Je moet weten wat de pijnpunten zullen zijn bij de prestatie: wat zijn de moeilijke momenten en hoe gaat mijn atleet hiermee om? Tot slot heb je een portie stalen zenuwen nodig en een overdosis enthousiasme en bewondering voor wat de atleet presteert, ongeacht het resultaat.

IMG_2080b

Supporteren kan je leren: het is een vorm van overgave, adrenaline en meegaan op de flow. Je mag niet alleen voor je eigen atleet supporteren, maar je moet enthousiasme tonen voor het event, andere deelnemers en de hele organisatie. Sta daar dus niet als een idioot met je gsm in de aanslag in de verte te turen met enkel oog voor jouw atleet. Als die nadert, dan ga je zoveel mogelijk lawaai maken, extra lawaai. Dat gaat in fasen: eerst joelen wanneer je haar of hem in je vizier hebt, dan focus je weer op de taak als zij of hij je nadert, je tracht iets te zeggen (soms kan iets vragen ook) en je joelt weer na. Zorg dat iedereen rondom jou doorheeft dat dat JOUW sporter was en dat je daar fier op bent. De sporter heeft maar één taak: het beste uit zichzelf halen. Nadien is die wel lichtjes verplicht om te laten voelen hoe belangrijk de supporters waren tijdens de prestatie. Het eindeloos napraten over de ervaring en de indrukken die je opdeed maakt het nagenieten ook zo mooi voor alle partijen.