Loperspraat – De schoonheid van de stratenloop

Wat mij betreft mag stratenloop Woord van het Jaar 2021 worden. Gewoon al omdat het op semantisch niveau zo’n helder woord is. Een stratenloop zou ik omschrijven als een gebeurtenis waarbij recreatieve lopers in wedstrijdverband over straten lopen. Een straat kent in België diverse verschijningsvormen: klassiek is ze geasfalteerd en bebouwd, bij uitbreiding is een kasseiweg ook nog steeds een straat en valt zelfs een onverharde weg in het bos onder diezelfde noemer. Variatie troef dus, want ook modderstroken en hoogtemeters maken mogelijk deel uit van het stratenloopparcours, waarbij je dan ook nog eens kan kiezen tussen een lange en korte afstand. Stratenlopen is een weekendaangelegenheid en het weekend, lieve mensen, dat begint op vrijdagavond. 2021 is het jaar waarin Roos en ik de stratenloop herontdekten, dat durf ik nu al te zeggen.

Ik heb het nooit onder stoelen of banken gestoken dat ik, ondanks mijn grote hart voor de natuur, als sporter toch ook een stevige boon heb voor asfalt. Een trail lopen is een geweldige ervaring, maar na een paar kilometer stevig klimmen en dalen (bij de La Chouffe trail bijvoorbeeld) kan ik mij niet van de gedachte ontdoen dat asfalt een heerlijkheid is om je over voort te bewegen. Toen Roos en ik in onze eerste passen in de loperswereld zetten, waren we vrijwel meteen verknocht aan stratenlopen. Met name in 2015 en 2016 beleefden wij hoogdagen op straat dankzij het regelmatigheidscriterium van Vlaams-Brabant. In 2016 kon ik dat zelfs winnen in mijn categorie. Heel slim om een algemeen klassement in te voeren. Wij liepen tussen april en september makkelijk een stratenloop of 10, want ja: ongeacht je ranking kreeg je ook punten voor je deelname. Je plek in het klassement verdedigde je natuurlijk alsof je leven ervan afhing.

Roos en ik kiezen altijd voor de langste afstand van 10 à 15 kilometer. Onze eerste stratenlopen liepen we zonder GPS-horloge. Op basis van de signalisatie wisten we wel ongeveer hoeveel kilometer we nog hadden te gaan. Voor het uiteindelijke resultaat was het ’s avonds wachten geblazen tot de uitslag online verscheen. Dan kon meteen ook de grote analyse beginnen. Onze wedstrijdtactiek was nochtans simpel: we vertrokken zo snel mogelijk en probeerden dat zo lang mogelijk vol te houden. Na een paar kilometer was het kwestie van de schade te beperken en door te bikkelen. Doseren of indelen was ons vreemd. Zoals een wielrenner in een peloton leert fietsen, zo leert een loper zichzelf ook beter kennen aan de hand van andere lopers. Je leert hoe lang één kilometer nog kan zijn en dat iemand volgen echt wel aangenamer is dan in je eentje te strijden. Je leert je eigen tempo’s kennen en hoe lang je die kan volhouden. Je leert vooral ook op een heel laagdrempelige manier competitie lopen. Als het startschot weerklinkt geef je het beste van jezelf en doe je iets wat moeilijk op training te simuleren is. Voor en na de race is er van competitiviteit weinig sprake. Bij een stratenloop hangt immers altijd een gemoedelijk ons-kent-ons-sfeertje. Ons kent ons daar ook daadwerkelijk, want je treft altijd dezelfde mensen aan die samen één grote loopclub vormen.

In 2017 waren wij dus een beetje klaar met stratenlopen. We hadden het idee dat we het wel allemaal hadden gezien en meegemaakt. We waren verkeerd. Op 7 augustus 2021 was daar onze officiële comeback op een stratenloop. We liepen de 14 kilometer van de Bierloop in Holsbeek. Zondag 22 augustus legden we 15 kilometer af bij de Haachtse Loop. Wat was het een intens blij weerzien met de straten en de lopers ervan! Wij zijn dan wel enkele jaren afwezig geweest, in se bleek er helemaal niks veranderd: dezelfde lopers, roestige veiligheidsspelden bij de inschrijving, een vriendelijke organisatie en jeugdig enthousiasme bij de kinderlopen. Als ik zelf aan de start sta, denk ik altijd: vandaag heb ik geen zin om snel te lopen, maar als ik dan vertrokken ben wordt er iets in mij gewekt dat het beste in mijn lopende zelf naar boven haalt. Het gaat dan niet alleen om snelheid, maar ook om het pure geluk dat lopen voor mij nog altijd is. Zo besefte ik een week geleden toen ik in de gietende regen over een straat in Haacht liep wat een sensatie het is om veilig in het midden van een straat te kunnen lopen.

Mijn twee deelnames deze maand waren telkens goed voor een podiumplek. Ik won zo al 1,5 liter wijn en 1,75 liter bier. Het doet me oprecht veel deugd dat ik nu bij de top 3 behoor, maar eerlijk gezegd vind ik niks zo ongemakkelijk als op een podium staan. Zelfs als er geen verhoogd podium is, sta je daar maar wat onwennig te glimlachen voor de foto waarvan je niet wil weten waar hij zal verschijnen. Liefst van al ga ik gewoon op in de massa lopers. Het allermooiste van een stratenloop vind ik juist dat het een plek is waar ik op dat moment alleen maar een loper ben. Met anderen praat je over lopen (blessures, wedstrijdverloop, plannen). Iedereen draagt een uniform (loopkleding). Het weer is nooit een spelbreker (je bent daar om te lopen of het nu bloedheet of zeikweer is). Er is geen actualiteit, er zijn geen meningen en ook leeftijd lijkt niet echt een issue te zijn. Soms is er een kermis of dorpsfeest aan de gang, maar ook als dat niet het geval is brengt een stratenloop mensen samen. Omdat ze graag over straten willen lopen. In al z’n eenvoud is een stratenloop een stukje Belgische folklore: 100% onversneden immaterieel erfgoed.

Het boek – Mijn literaire zomer van 2021

Laten we ook niet te hard zijn voor de zomer van 2021. Het weer mag dan het noorden kwijt zijn, het nieuwe normaal wordt steeds normaler en wie wil er nu eigenlijk lamgeslagen worden door een hittegolf? Ook mijn gemoed kende grillige curves, het ene moment had ik rust nodig, dan verlangde ik naar adrenaline. Aan goede verhalen was er echter geen gebrek. Er groeide en bloeide heel wat in de Tour en tijdens de Olympische Spelen, maar ook op literair niveau is de zomer van 2021 nu al een hoogvlieger voor mij. De ene boekenherinnering na de andere werd geboren en de boekenteller blijft vrolijk verder tikken. Door het kwakkelige karakter van het weer las ik bovendien op heel diverse plaatsen in en rond mijn huis. De boekenkeuzes die ik maakte waren dan weer niet bijster origineel. Jullie zijn bij deze gewaarschuwd: ik las veel boeken die overal worden aangeraden (terecht, zo bleek dus). Ik deed dat thematisch volgens geografie zodat ik helemaal covid-safe Europa kon doorkruisen. Ik toon jullie graag de hoogtepunten van mijn literaire reis.

Ik begon mijn zomervakantie met een Scandinavische week (een week is een rekbaar begrip als je op vakantie bent). Het regende of miezerde, er was wind, het was grijs, ik voelde me wat verdoofd. Kortom het uitgelezen moment om me op het wispelturige leven van Noorse, Zweedse en Deense hoofdpersonages te storten. Ik begon mijn dagen al lezend in bed. Zo was er De overlevenden van Alex Schulman. Het zoveelste verhaal over een duister familiegeheim, dacht ik aanvankelijk, maar jongens toch: wat was dit verrassend! Ook rond de Kopenhagen-trilogie van Tove Ditlevsen hangt de zweem van een hype. Ditlevsen schreef Kindertijd, Jeugd en Afhankelijkheid in de jaren 60, maar haar autobiografisch drieluik werd pas recent vertaald in het Nederlands. Ik was meteen verkocht. Ditlevsen vertelt hoe ze er als kind van droomde om schrijfster te worden, wat haar ook lukt. Ze slaagt er echter niet in om een fijn leven te leiden zonder pijnstillers. Hard en ontroerend, absoluut het lezen waard.

IMG_6071b

Toen het leek alsof de zomer gewoon met een valse noot was gestart en dat het zomerweer in alle hevigheid zou losbarsten (niet dus), begon ik aan de Italianen. Ik lag languit in de tuin terwijl ik mijn gras haast zichtbaar zag groeien. Dat kan ik dus als geen ander: in de wildernis van mijn tuin me totaal niks aantrekken van het werk dat gedaan “zou moeten” worden. Het boek dat me deze zomer het diepst heeft geraakt kwam van Roberto Camurri die in De naam van de moeder schrijft over een vader-zoon-relatie waarin het gemis van een moeder door merg en been snijdt, juist omdat er niet over haar wordt gepraat. Het was zo’n boek dat ik volledig wilde laten doordringen, een boek dat je nooit helemaal kan vatten, maar dat je ondergaat. De vreemdelinge van Claudia Durastanti is op een heel andere manier doordringend. Zij vertelt hoe ze als kind opgroeide met dove ouders in een multicultureel en armoedig Italië. Omdat ze meandert qua stijl en verhaal blijf je geboeid. Elke zin is ook raak. De wijsheden over identiteit volgen elkaar in sneltempo op. Zei ik trouwens niet dat dit het jaar van Italië was?

IMG_6080b

Een Franse week was uiteraard onvermijdelijk aangezien het al veel te lang geleden is dat ik daar lijfelijk aanwezig kon zijn. Het werd ook de meest diverse week: zowel klassiekers als recent verschenen romans gleden onder mijn ogen door. Daarbij ook De sneeuwpanter van Sylvain Tesson. Serieus, weer een boek over bergen? Weer een boek over de natuur? Jawel en wat voor één! Een stilistisch pareltje in al z’n eenvoud. Tesson bewijst dat een verhaal geen klassieke spanningsboog nodig heeft om je op sleeptouw te nemen, dat je geen vergezochte inzichten nodig hebt om iets krachtigs te vertellen. Ik kreeg zowaar zin om zelf uren op mijn buik in de Himalaya te liggen hopend op een glimp van de mysterieuze sneeuwpanter. Lees vooral zelf of het Tesson gelukt is. Het grappigste én snedigste boek dat ik deze zomer las was De kaart en het gebied van Michel Houellebecq, een auteur naar mijn hart die altijd zijn eigenzinnige zelve is. In deze roman staat de lucratieve kunstwereld centraal. De auteur Michel Houellebecq is een personage, dat hij helemaal niet spaart. Verder is het zonde om veel over de plot te vertellen. Houellebecq is wellicht geen spek voor ieders bek, maar De kaart en het gebied vond ik best toegankelijk. Gewoon eens proberen, zou ik zeggen.

IMG_6075b

Mijn literaire reis houdt momenteel halt in de Lage Landen, een thuismatch zeg maar. Ik werd omver geblazen door Wij zijn licht, de debuutroman van Gerda Blees die meteen goed was voor de shortlist van de AKO-literatuurprijs 2021. Blees baseerde zich voor haar verhaal op het overlijden van een vrouw in een Utrechtse woongroep. Haar personage Elisabeth sterft omdat ze deel uitmaakte van een groep die gelooft te kunnen overleven op licht. Dubieuze goeroes overtuigen hen van het feit dat voedsel energie vreet en dat een mens zich energieker voelt door niet te eten. Allesbehalve een licht onderwerp dus. Wat de roman op de één of andere manier toch verteerbaar maakt is de experimentele vorm: elk hoofdstuk is een object of concept de verteller van dienst. Dat voelt nooit vreemd aan, sterker nog: je krijgt op die manier steeds meer inzicht in de bizarre beweegredenen van de woongroepers.

Om het met Noordkaap te zeggen: we waren bijna echt vergeten hoe schoon nat de zomer wel kan zijn, maar om toch ietwat vrolijk te eindigen: de zomer zit er nog niet op. Wie weet wat die laatste maand nog voor ons in petto heeft (meer regen?). Ik stort me dan op de English fiction waar ik graag meer over vertel in een volgend deel. Cheers op de literatuur!

Loperspraat – Een nieuw vriendje aan de pols

Op 28 juli nam ik afscheid van een trouwe vriend, mijn Garmin Forerunner 230 waar ik vier jaar lang sportief lief en leed mee deelde. Aan onze intense samenwerking kwam behoorlijk abrupt een einde. De “wijzerplaat” kwam los en dus was het laatste rondje samen er één met een stuk plakband. Al waren er ook andere tekenen van aftakeling: het bandje stond op barsten en – veel erger – de batterijduur had het steeds lastiger met de duursporter die ik ben. Een waardige opvolger vond ik in de Garmin vívoactive 4. En zo kwam het dus dat er een nu een smartwatch aan mijn pols prijkt.

Ik ben aan mijn derde sporthorloge toe, zoals ik de Vivoactive 4 (ik doe ook niet aan dat gekke accent) nog steeds noem. Een smartwatch kopen stond nochtans niet op mijn wensenlijstje. Ik zag online een aanbieding voor de Forerunner 45. Lekker klassiek en basic, echt iets voor mij, dacht ik. Tot ik hem in het echt zag. Zo hard niet mijn ding: ik stoorde me aan de groene cijfers van de klok (serieus: groen?!) en verder deed het design me denken aan de Casio-horloges die ooit hip waren in de jaren 90. De Forerunner ging dus retour. De Garmin-goden waren me echter gunstig of ongunstig gezind (het is maar hoe je het bekijkt), want amper een dag later zat ik dus met een kapot afdekplaatje. Een nieuwe Garmin werd plots een zaak van staatsbelang. Ik deed wat onderzoek en haastte me naar een echte winkel. Daar werd me meteen duidelijk dat het Forerunner-era op z’n eind loopt. Weldra volgt een oerknal van smartwatches.

Ik ben al gewend aan het feit dat ik altijd achter ben met trends en evoluties. Mijn apparaten gebruik ik lang, heel lang, omdat ik er zo aan gewend ben. De laptop die ik vorig jaar – met pijn in het hart – verving had een minuut of 10 nodig om op te starten en daar zag ik eigenlijk echt geen graten in, want hij typte zo fijn. Bovendien sta ik nogal kritisch tegenover het nut van allerlei snufjes. Ik heb bijvoorbeeld echt niet de behoefte om via een app mijn vaatwasser te bedienen, laat staan om gebeld te worden via een horloge of er WhatsApp-conversaties te kunnen lezen. Mijn sportieve leven en bij uitbreiding mijn hele leven is daar gewoon niet spannend genoeg voor. Ik voel me bijna schuldig tegenover mijn Vivoactive dat ik nooit op een golfbaan te vinden ben, dat ik niet peddelsurf of aan yoga doe. En toch werd ik dus meteen helemaal verliefd op de knappe jongen rond mijn pols. Goh, wat werkt dat gemakkelijk zo’n touchscreen! Hoe leuk is het om je muziek in huis te kunnen bedienen via je pols! Geweldig zeg die auto-pause functie als je loopt of fietst! En ja, hartslagmeting aan de pols is toch ook wel een heel groot voordeel.

In de Garmin Connect app wordt mijn dag nu herleid tot een opsomming van kleurrijke cijfers en grafieken. Mijn stressniveau en body battery worden nauwgezet opgevolgd (zo voelt het toch). Hoewel ik aanvankelijk echt niet van plan was om met een horloge te slapen, vond ik juist mijn slaapgrafieken best interessant: mijn hartslag daalt dan soms tot 39 slagen per minuut. Mijn Garmin vriendje rapporteert niet alleen maar, hij stelt ook doelen op. Ik moet dagelijks voldoende hoogtemeters maken en stappen zetten. Ik mag niet te lang stilzitten of ik krijg een bewegingsmelding aangesmeerd, zelfs als je een paar uur hebt gesport. Hij is streng, maar rechtvaardig, want als je een doel haalt word je beloond met een flitsende animatie. Het zegt veel over hoe we met beweging omgaan: een natuurlijke actieve levensstijl is allesbehalve een evidentie geworden. Getallen zijn de Heilige Graal. Zelfs met al mijn relativeringsvermogen ben ook ik niet immuun voor de voldoening van het groene vinkje.

Laat het duidelijk zijn dat ik superblij ben met mijn aankoop. Mijn sportieve leven maakte een doorstart, al is dat niet alleen de verdienste van de Vivoactive. Toen ik vorige week (samen met Roos, hoe kan het ook anders?) deelnam aan een stratenloop voelde ik een stukje van mezelf weer wakker worden. Ik waan me plots een andere sporter. Ik ben weer een vrouw met een missie, een loper met een doel. Geen 10.000 stappen per dag of 150 minuten intensieve training per week, maar toeleven naar sportieve puntjes in de agenda, iets ondernemen en erop uit trekken. Het afgelopen anderhalf jaar zocht ik sportieve prikkels door op eigen initiatief een marathon en twee keer 50 kilometer te lopen. Toch leek ik in de wachtkamer te zitten. Ik wist niet dat ik de deining op het water zo gemist had.

Wat ik zal onthouden van de 32e Olympiade

Mijn vroegste herinneringen aan de Olympische Spelen gaan terug naar Atlanta 1996. Samen met mijn broer volgde ik het hele gebeuren op de voet (in de mate van het mogelijke als je een kind van 10 bent in pre-internettijden). Op school hielden we ook Olympische Spelen en zowel Seppe als ik behaalde drie medailles op loopnummers. Niet dat er toen in mij een vlam werd ontstoken om loper te worden, laat staan aan wedstrijden deel te nemen. De Echte Spelen hielden ons stevig in hun greep. Ze brachten iets teweeg, heel België leek dag en nacht bezig te zijn met de sportieve vertegenwoordigers van onze natie. Medaillewinnaars waren prompt nationale helden: gouden Fredje Deburghgraeve om er maar één te noemen. 25 jaar later zijn de Olympics merktekens in mijn leven geworden. Van elke Olympiade weet ik nog waar ik toen woonde en wat er zoal speelde in mijn leven. Sport is emotie, dat bleef echter onveranderd. Ook de afgelopen weken leefde ik intens mee: met de verhalen die elke atleet herbergt, met de kroppen in de keel, de ingehouden dan wel losgelaten tranen, met de beteuterde blikken en glimmende koppen van trots. Dit is een greep uit wat mij zal bijblijven van Tokyo 2020.

  • Oud-leerling Thibaut Vervoort die met zijn teamgenoten het flitsende 3×3 basket introduceerde en mij ook de term buzzer beater leerde kennen.
  • De Belgian Cats en de Red Lions die toonden wat de chemie van ploegsport is.
  • De tranen van Mieke Gorissen, een 38-jarige leerkracht én marathonloopster die in alle hevigheid ervoer wat het betekent om Olympiër te zijn.
  • De vlotte en oprechte babbels van 400 meter loper en Belgian Tornado Jonathan Sacoor.
  • Mijn kinesitherapeut Kathelijn die deel uitmaakt van het Belgisch team en hoe ze haar handen vol had met hamstringblessures.
  • Het vestimentaire statement van de Duitse turnsters.
  • De droge Sorry die Wout Van Aert tweette op de afknapper van formaat die zijn zilveren medaille volgens Hans Vandeweghe was.
  • De pijn en waaghalzerij die sport is: keihard op je rug op de tatami landen, rond een brug zwieren of vallen, van rotsen of een ramp springen met een fiets dan wel een skateboard.
  • De aandacht voor mentaal welzijn die deze Spelen ein-de-lijk leken te genereren en het besef dat achter elke atleet een mens schuilgaat.
  • De uitzinnige vreugde van hoogspringer Gianmarco Tamberi na zijn gedeelde gouden medaille. 2021 is het jaar van Italië.
  • Adrie van der Poel die zijn zoon liefkozend Matje noemt.
  • De pijnlijke uitschuivers en misplaatste uitspraken van sommige commentatoren. Dat ze alsjeblieft ook het woord falen eens uit hun vocabulaire schrappen!
  • De magie van de atletiekpiste: van de aflossingsnummers tot het wereldrecord op het hink-stap-springen en alle prestaties van de Belgen.
  • Onze Bronzen Bashir op de marathon en het broederschap dat hij deelt met Abdi Nageeye, Koen Naert, Eliud Kipchoge en Mo Farrah.
  • Dat Tokyo 2020 doorging in 2021 en dat we dus maar drie jaar moeten wachten tot Parijs!

Een postkaart uit Tienen

Dag lieve lezertjes

Ik schrijf jullie vanuit mijn vakantiestek in Tienen. Het eten is hier lekker en de koffie proeft zoals thuis. Door mijn boeken straalt de Italiaanse zon. De wifi is van uitstekende kwaliteit en op tv kan ik alle Belgische zenders ontvangen! Roos bleef logeren en eventjes voelde mijn eigen slaapkamer daardoor als een hotel, maar dan een pak ruimer. Veel hartjes voor het Hageland, de ideale uitvalsbasis om te lopen en fietsen. Warm aanbevolen zo’n thuisvakantie!

Belgische zomergroet
Joke X

IMG_5650b

IMG_5638b

IMG_5652b

IMG_5624b

IMG_5609b

IMG_5630b

IMG_5717b

IMG_5632b

Loperspraat – De vrouw met de hamer

Daar stond ik dan. Leunend tegen de vangrail op de meest ongezellige rotonde van Tienen. Gestrand als Odysseus, maar ontdaan van alle heroïek. Hoe was ik hier verzeild geraakt? Hoe kwam ik hier weer vandaan? Auto’s draaiden langs mij voorbij. Ik bleef op het fietspad staan en keek ernaar. Er leek nochtans niks aan de hand toen ik aan mijn looptoer van 18 kilometer begon: een prachtige route via Hakendover, langs de spoorwegbedding in Oplinter en door het Tiense broek*. De zon scheen hard. Ik had er zin in en liep snel. Na een half uur viel ik echter niet terug op mijn automatische stand waarbij lopen als vanzelf gaat. Ik was me bewust van de inspanningen die ik moest leveren om vooruit te komen. Moeilijke momenten gaan voorbij, dacht ik. Koppig vervolgde ik mijn weg. Lopen was het plan. Lopen was wat zou gebeuren.

Na een kilometer of 10 besloot ik een korte pauze in te lassen om op adem te komen, dan zou het wel beter gaan. Ik vertrok weer en besloot een kortere route te nemen die in rechte lijn naar huis ging. Als ik wat trager zou lopen, dan zou het wel beter gaan. Welgeteld een halve kilometer kon ik lopen en dan was er iets dat me tegenhield. Iets dat zei dat stilstaan beter was dan vooruitgaan, dan zou het wel beter gaan. Ik stopte, praatte mezelf weer moed in. Met die peptalk kon ik telkens een halve kilometer lopen om dan weer de pauzeknop in te drukken. Op die ellendige rotonde stond ik wat langer stil bij de situatie waarin ik mezelf had gemanoeuvreerd. Waarom was lopen vandaag niet vanzelfsprekend? Wat scheelde er eigenlijk? Had ik ergens pijn? Voelde ik me licht in mijn hoofd? Zou ik flauwvallen? Was ik misselijk? Niks van dat. Mijn strijd werd gestaakt en ik zou de laatste 2,5 kilometer naar huis wandelen. De teleurstelling borrelde op.

Wandelen was verbazingwekkend aangenaam. Plots begreep ik ook welke onnoemelijk zware taak ik mezelf had opgelegd. Ik was helemaal niet zo fit, nog volop aan het ontstressen van school, al weken had ik last van rug- en nekpijn, de dag voordien kreeg ik mijn tweede vaccin, ik had niet goed geslapen, amper gegeten en gedronken. Mijn lichaam had me tot de orde geroepen: vandaag behoorde anderhalf uur lopen niet tot de mogelijkheden. Het was niet mijn lichaam dat mij in de steek liet, maar ik die mijn lichaam in de steek had gelaten door te woekeren met mijn krachten. Lopen is niet altijd wat moet gebeuren. Soms is stilstaan echt beter dan vooruitgaan. Ik had rust nodig, zo simpel was dat. De man met de hamer is een vrouw en ze woont in mijn hoofd.

*Dit verhaal speelde zich af op vrijdag 9 juli. Het Tiense broek en het omliggende natuurgebied staan door de wateroverlast van de afgelopen dagen volledig onder water. In het kader van die vreselijke overstromingen en de enorme impact ervan is dit verhaal uiteraard totaal onbenullig.

Het boek – Over oorlog en een beetje vrede

Ik weet niet meer precies waarom ik in mei besloot dat ik Oorlog en vrede zou lezen. Ik weet wel waarom het ruim een decennium één van die klassiekers was waar ik me niet echt aan kon zetten: een boek uit 1869 over oorlog met 1552 pagina’s en – naar verluidt – 580 individuele personages. Zelfs voor een literaire veelvraat klinkt dat als iets dat wel eens moeilijk verteerbaar zou kunnen zijn. Kortom een boek dat tijd en energie kost. Nochtans las ik in mijn studententijd met smaak de ene na de andere Russische klassieker. Anna Karenina (ook ruim 1000 pagina’s) vond ik bijvoorbeeld een echte winner. Ik had uiteindelijk drie weken nodig om me door Oorlog en vrede heen te werken. 

Toch las ik Tolstojs epos zeker niet met tegenzin. Mijn historische kennis vertoont nogal wat hiaten, dat van de oorlogen tussen Frankrijk en Rusland aan het begin van de 19e eeuw is dankzij Tolstoj een beetje opgevuld. Nog interessanter vond ik het om een beeld te krijgen van het leven dat was weggelegd voor een man of vrouw 200 jaar geleden in de Russische hogere kringen. Ben je liever een jongeman die als een held naar de oorlog mag gaan of een jonge vrouw die thuis moet wachten op een geschikte huwelijkskandidaat met het juiste vermogen? Oorlog en vrede is geen typische oorlogsroman waarbij je als lezer op je buik in de modder ligt en belaagd wordt door de vijand. Het is geen boek waarbij het ene drama het andere overtreft, waarbij de oorlog gekenmerkt wordt door onrecht en gruwel. Aanvankelijk vond ik de leesbaarheid goed meevallen, maar na enkele taaie uitweidingen over de technische kant van oorlogsvoering verloor ik voeling met de personages. Op zich is dat niet vreemd. Het was immers Tolstojs intentie om een werk te schrijven dat het midden hield tussen een roman en historische non-fictie. Dat resulteert in een nogal cleane oorlogsroman waarbij de analyse van het gebeurde belangrijker is dan de inleving. Om mijn leeservaring te delen én om jullie +1500 pagina’s leeswerk te besparen, presenteer ik vijf alternatieve titels die de lading beter dekken dan Oorlog en vrede.

De Rostovs
De aristocratische familie van graaf Ilja en gravin Natalia Rostov vormt de centrale as van de gebeurtenissen aan het front en thuis in Sint-Petersburg. Zij vertegenwoordigen de grandeur van Rusland die stelselmatig terrein verliest. Een bijzondere rol is weggelegd voor dochter Natasja die zowel over een romantische ziel als over een sterke wil lijkt te beschikken. 

War and People
Dit alternatief las ik in een recensie op Goodreads en vond ik erg treffend omdat het inderdaad het menselijke aspect is dat tegengewicht biedt aan de oorlogsmaterie. Mensen zijn uit op geld, willen grote liefdes en hechte vriendschappen. Ze willen op alle vlakken tot de winnaars behoren. Misschien schreef Tolstoj toch vooral een roman over de mens in al z’n hoedanigheden, zij het in een wat afstandelijke stijl.

Oorlog en wrevel
Tolstoj heeft duidelijk een fascinatie met het strategische en tactische aspect van oorlogsvoering. De grote emoties bouwen zich op bij de thuisblijvers in Moskou en Sint-Petersburg. Daar is het vooral ieder voor zich. Of toch elke familie voor zich, waardoor beslissingen worden genomen op basis van eergevoel. Met alle gevolgen van dien natuurlijk.

Onschuld en lijden
Wie heeft er schuld aan oorlog? Verlies je je onschuld in oorlogstijd? Wij lijdt er echt: zij die actief aan de oorlog deelnemen of zij die hem passief moeten ondergaan? Ben je laf als je niet aan de oorlog wenst deel te nemen? Volgens Tolstoj is het antwoord op die vragen genuanceerd. Iedereen lijdt op z’n eigen manier, iedereen is zowel schuldig als onschuldig. 

Toeval en genialiteit
Oorlog en vrede bestaat uit vier delen en twee epilogen. De afsluitende epiloog is een beschouwend essay waarin Tolstoj (op langdradige wijze) betoogt dat oorlogsvoering meer berust op toeval dan op genialiteit. Napoleon (die ook een handelend personage is) kan je dus beter geen tactisch genie noemen, maar iemand die toevallig de juiste beslissingen maakte. Stof tot nadenken. 

Tot slot: bij het opzoekwerk van deze tekst, kwam ik terecht op deze interessante blog over (Russische) boeken.

IMG_5558b

 

Het moment – Mijn tips voor een geslaagde vakantie

Als leerkracht is het zonder meer een privilege om twee maanden zomerstop te mogen consumeren. Je zou me daarom een expert in zomervakanties kunnen noemen. Ik ben niet de persoon van de bijzondere reisbestemmingen, maar wel degene die zich prima thuis vermaakt en blij is met de uitstappen die zich aandienen. Toch overvalt de zomervakantie mij elke 1e juli. Hoe langer ik lesgeef, hoe minder goed het mij lukt om de klik van werk- naar vakantiemodus te maken. De flexibiliteit die het afgelopen corona-schooljaar vergde, de hectiek van de maand juni en de heftige emoties die ons soms overspoelen missen hun weerslag niet. Momenteel bevind ik me daarom nog in de decompressie-fase. Ik heb tijd nodig om school los te laten. Ik ben moe, soms zelfs wat lusteloos en ik kan me nog niet overgeven aan pure ontspanning. Gelukkig weet ik dat dit van voorbijgaande aard is.

Ik begrijp wel waarom mensen tijdens hun vakantie weg willen gaan. Het is als de reset-knop indrukken: verplicht op een ander ritme leven, weg van de routine thuis, weg van de klusjes en to-do’s die liggen te wachten. Er gaat namelijk ook iets dwingends uit van vakantie: eindelijk heb je nu die tijd waar je zo lang naar uitkeek. Nu moet je écht dat boek lezen of die film kijken en is er écht geen excuus meer om korte metten te maken met de rommel in de garage. Ik maak daarom allerhande lijstjes: van leuke en van nuttige dingen. Zo heb ik toch het gevoel dat ik de teugels in handen heb. Om de week op een productieve noot te beginnen zijn maandagen voorbehouden voor al wat nuttig is. Verder blijven lezen en bewegen heel belangrijk, kijk ik naar de Tour, spendeer ik tijd met vrienden en familie en drink ik koffie. Veel koffie. Ik geef jullie graag nog enkele laagdrempelige vakantietips voor wie het niet ver wil zoeken. 

Stuur eens een kaartje om iemand een fijne vakantie te wensen, vanuit je staycation-locatie of zelfs als je op daguitstap bent. Niets is zo fijn als je brievenbus openen en er een handgeschreven kaartje in te vinden dat belachelijk lang onderweg is geweest.

Neem je loopschoenen mee, waar je ook heen gaat. Lopen op verplaatsing is altijd een verrijking, ook als je gewoon bij vrienden gaat logeren. De veldweggetjes en het asfalt op een ander ogen net dat tikje pittoresker dan je eigen platgetreden paden. Zelfs als je niet de kans hebt om een looprondje te maken, dan kunnen loopschoenen hun nut bewijzen als comfortabel schoeisel.

IMG_5427b

Bak eens een cake, bijvoorbeeld een frisse citroencake volgens mijn eigen recept. Meng 120 gram gesmolten boter met 3 eieren. Voeg er 250 gram suiker aan toe en het sap van één citroen. Wie echt fancy wil zijn, gaat natuurlijk ook voor wat citroenzeste. Goed roeren tot een homogeen mengsel. Voeg 250 gram (spelt)bloem toe en 2 theelepels bakpoeder. Tot slot maakt 250 gram plattekaas het deeg compleet. 50 à 55 minuten de oven in op 180 °C. Smakelijk!

Maak eens een wandeling in je eigen buurt en loer eens – subtiel – bij de buren binnen (zij doen dat namelijk ook bij jou). Ik voel me altijd meer verbonden met mijn dorp als ik er doorheen wandel. Zo kwam ik tot de vaststelling dat mijn buurt wordt getypeerd door poorten en rolluiken: ieder voor zich op z’n lapje grond, lekker Vlaams. Maak ook eens foto’s van je buurt, bij voorkeur tijdens golden hour. Je zal ervan versteld staan hoe Instagram-proof je (al dan niet spreekwoordelijke) achtertuin blijkt te zijn en als dat niet zo is, heeft ook dat weer z’n charme.

Hou het veilig en neem je mondmasker mee. De coronacijfers doen het op alle vlakken goed, maar enige voorzichtigheid is nog steeds op z’n plaats. Gebruik je verstand. Als we dat allemaal blijven doen, komt er echt een dag dat corona ons leven niet meer bepaalt.

Maak er iets moois van deze zomer!

IMG_5423b

Als ik een boek was…

De examenperiode is in volle gang. Het is 30 graden en ik zweet me een ongeluk. Ik denk na over het afgelopen schooljaar. Wederom een ander schooljaar, weer een raar jaar. Een schooljaar waarin we uitblonken in improviseren, waarin gewoon in de klas zijn bijzonder werd, waarin we allemaal veel te veel achter een scherm moesten zitten. Het afgelopen jaar viel ook mij met momenten zwaar. Ik miste veel en probeerde blij te zijn met wat er wel was. Ik slaagde daar behoorlijk in. Voor jongeren daarentegen was het gebrek aan echt sociaal contact veel meer een ernstige inbreuk op hun levensstijl. 65% van de jongeren had het mentaal moeilijk tijdens de eerste coronagolf. Niet omdat het een gepamperde generatie is, niet omdat het watjes zijn, maar omdat alleen zijn indruist tegen het DNA van een jongere. Het is een cijfer om stil van te worden. Ik hoorde veel leerlingen klagen en zuchten. Ik zag hen vooral ook kei hard hun best doen. 

Waar ik gelukkig van word zijn leerlingen die hun leeservaringen delen. Een leerling die een boek graag gelezen heeft (soms tegen alle verwachtingen in), maakt van mij een tevreden leraar. Mijn leerlingen van het vierde jaar (15 à 16 jaar) vulden nog enkele vragen in over hun leesjaar. Ik vroeg hen ook om de zin Als ik een boek was aan te vullen. Het mooie aan vierdejaars is dat ze dat geen rare vraag vinden. Vlot formuleerden ze een antwoord, gaande van licht en luchtig tot overpeinzend en filosofisch. Hier volgt een bloemlezing met poëtische allures.

ALS IK EEN BOEK WAS…
zou ik geen cover hebben
zou ik een open boek zijn
zou ik gesloten blijven
zou ik veel prijzen winnen
zou ik stoffig worden in de kast
zou ik in de spiegel kijken om mezelf beter te leren kennen
zou ik zo dik mogelijk willen zijn om veel te kunnen vertellen
zou ik een strip zijn waarin weinig wordt gezegd, maar veel gebeurt
zou ik fantasy zijn die achteraan in de kast stof staat te vergaren
zou ik een roman zijn met een sterk verhaal en een vleugje magie
zou ik gelezen willen worden door mensen die ik zelf ook zou lezen
zou je met elke omgeslagen pagina verliefder worden op het leven
zou je me vaker moeten lezen om me te begrijpen
zou ik mensen inspireren met mijn levensverhaal
zou ik mijn pagina’s sluiten en me niet laten lezen
zou iedereen klagen omdat ze de afloop al kenden
zou niemand begrijpen waar het verhaal over gaat
zouden mijn ouders dit boek niet mogen lezen
zou mijn moeder een boom zijn

IMG_5250b

Het moment – Een memorabele 51 km

Er was eens een loper. Ze woonde in een charmant dorp zonder bos en wilde graag eens 51 kilometer lopen. Om haar missie te volbrengen riep ze de hulp in van vijf andere lopers, zeven fietsers, een handvol toegewijde supporters en een hond. Na 51 kilometer bereikte ze haar doel. Ze leeft hopelijk nog lang en gelukkig.

Om lang te lopen kan je maar beter kinderlijk naïef zijn en uitgaan van het meest gunstige scenario. Niet denken aan beren op de weg in de vorm van verzuring, buikkrampen en klopjes in alle soorten en maten. Over het hoe en waarom van die 51 kilometer vertelde ik al eerder. Een doel hebben is leuk omdat je ergens naartoe kan leven. Zaterdag rustdag, zondag duurloopdag: dat was het plan. Zaterdag deed ik dus niet veel. Ik dronk veel water, at een stapel boterhammen en las veel pagina’s. Zondag 16 mei ging de wekker om 5u30. Wie lang wil lopen, moet vroeg opstaan. Er stonden nog eens havermoutpannenkoeken op mijn ontbijtmenu. Nadat ik die met smaak had weggewerkt, begon het aftellen. Om 9u stipt zou ik namelijk beginnen aan mijn ultra-vriendenloop en aangezien de betrokkenen mijn live-locatie konden volgen, kon ik niet ongemerkt vroeger starten. Ik had me dus strikt aan het opgegeven tijdsschema te houden.

KNTW2652

Twee minuten voor de start stond ik klaar aan de kerk in mijn dorp. Daar was helemaal niks te beleven. Ik denk dat het slechts zelden gebeurt dat iemand er al gierend van de adrenaline selfies staat te maken in een provisoir startvak. Het weer zat alleszins mee. Ja, dit moest en zou onze dag worden! Om 9u stipt ging ik van start. Traditiegetrouw liep ik mijn eerste kilometers zogezegd ingehouden, maar eigenlijk veel te snel. Ik zou 18 kilometer alleen lopen via mijn woonwerkloopverkeer. Omdat die kilometers grotendeels off-road liepen, beschouwde ik ze als een niet te onderschatten onderdeel van mijn loopavontuur. Bovendien had ik niet echt rekening gehouden met de wind die mij in het vizier kreeg tussen de velden. Op zo’n momenten zit de wind altijd tegen. Ik was dan ook heel blij toen ik na een solo van anderhalf uur een eerste gezelschapsloper kreeg: niemand minder dan mijn jeugdvriendin Elizabeth. Na een pittige verhuismaand had zij toch de energie gevonden om wat kilometers mee te draaien. Ook jeugdvriend Rembert voegde zich bij ons en natuurlijk was er ook mama op de fiets. Ik vergat helemaal dat ik al een halve marathon gelopen had.

ADAG8737

De sfeer in mijn privé-peloton was zo goed dat ik de route wat uit het oog verloor, net op een punt waar ik wat minder thuis was. We zouden namelijk langs Murielle lopen, maar ik miste een afslag, waardoor we een stukje moesten freestylen en zelfs teruglopen om Murielle op te pikken. Inmiddels sloeg de verhuisvermoeidheid toe bij Elizabeth, maar wie haar een beetje kent (ik dus), weet dat zij een opper-bikkel is die blijft gaan. Met drie vriendjes en een mama liep ik dus richting Parkpoort. Vanaf daar liep ik alleen verder met Murielle. We passeerden langs een enthousiaste Pieter-Jan en Joost, die met de ramen wijd open een stevige beat door de Leuvense straten lieten weerklinken. Het was duidelijk dat zij ervaring hebben met de muzikale ondersteuning bij loopevenementen. Wat verder sloot Marike zich fietsend aan en ging het verder richting Arenberg in Heverlee. Heel vertrouwd terrein, aangezien het vijf jaar mijn (loop)habitat geweest is. Mijn geliefde Heverleebos lieten we links liggen en dan was het alweer tijd om afscheid te nemen van Murielle. Ik vervolgde mijn route langs mijn oude straat in Heverlee. Nog bekender terrein dus. Zo bekend dat ik vergeten was dat je daar anderhalve kilometer lang stevig omhoog loopt. Mijn onvermijdelijke pré-30km-klop was een feit. Ik voelde wat buikkrampen, besefte dat ik nog een heel eind te gaan had en ik wist: ja, dit is duurlopen.

OFIQ2468

Ik moest nog een halve marathon rond kunnen draaien, dat lukte wel, maar toch: het deed pijn. Heel raar is dat niet. Ik lijk dat onderdeel van duurlopen echter altijd wat te vergeten. Gelukkig kon ik de Sigarenberg in Herent – sinds de Everestprestatie van Seppe ook wel Mount Odeyn genoemd – redelijk gezwind naar beneden lopen. Langs de spoorweg ging het verder richting Vaart. Terwijl we een eerste (en enige) buitje over ons heen kregen, begon ik af te tellen naar het gezelschap van fris lopersbloed. Een nieuwe lichting lopers diende zich namelijk aan: niemand minder dan Roos en papa. In hun gezelschap liep ik al ettelijke kilometers, zag ik al behoorlijk wat sterretjes en stierf ik zelfs al meerdere doden. Het deed me echter plezier om weer langs de Vaart, mijn Vaart, te lopen: een stuk asfalt waar ik honderden duurkilometers liep. Toen Seppe nog een stukje meefietste waren we plots als gezin compleet. Wat een verrassing!

NYIO6640

HOIO6508

Zo gezellig als het klinkt, zo lastig had ik het wel. Dat familieloopje voelde allesbehalve aan als een koffiekransje in intieme kring. Ik had er ondertussen een kilometer of 38 opzitten en ik stelde mezelf oprecht de vraag waarom ik niet “gewoon” een marathon had kunnen lopen, want dan was ik er nu bijna. Die 9 kilometer die ik langer zou lopen, leken een marathon op zich. Ik had beter moeten trainen, dat schoot meermaals door mijn hoofd. Onzin natuurlijk, want ik liep nog altijd een stevig tempo aangezien ik mijn marathon kon afklokken op 3u43. De lange staart die de marathon kreeg, kostte me steeds meer energie. Ik keek reikhalzend uit naar mijn laatste supportersclub: An, Wim, Lieselore, Reinout én Milo. Na de ellendige kasseien in Wakkerzeel met 47 kilometer op de teller zag ik hen: hyper-enthousiast en extreem aanmoedigend met gepersonaliseerde opschriften en al! Dit was wat ik nodig had om die 51 kilometer af te haspelen. De laatste loodjes deden pijn, maar desondanks kon ik genieten van het mooie gezelschap dat ik rond me had. Aan de finish in Rotselaar stonden Niko, Peter, Leah en mijn eigen peter Mark. Jawadde zeg, een looptocht van 51, 14 kilometer in 4u33. De zon scheen, de vlaggetjes hingen uit en ik was een tevreden mens.

TZSR1037

Lopen blijft een eenvoudige en veelal eenzame bezigheid. Juist daarom hou ik er zo van en kon ik ook eens zo hard genieten van die hele entourage rond mij. Op zondag 16 mei was lopen een teamsport. Mijn vriendenloop bracht me meer dan verwacht. De beleving was intens, de ontroering eens zo groot. Het was een moment om stil te staan bij het feit dat ik al zeven jaar een afstandsloper ben. Zeven jaar van gaan-gaan-gaan, van pieken en dalen, soms aan mezelf voorbij lopen, maar bovenal lopen met hart en ziel. Ik loop nu meer dan ooit omdat ik er gelukkig van word. Ik loop ook omdat ik er anderen mee hoop te inspireren: dat je niet moet voldoen aan een slankheidsideaal om een duurloper te zijn, dat je moet durven dromen en dat je soms gewoon moet doen. Ik besef dat ik dankbaar moet zijn omdat ik een lijf heb dat dit fysiek aankan. Ik besef dat ik deze loper geworden ben dankzij een bende lieve mensen om me heen, die me niet alleen steunen, maar ook blij zijn als ze deel kunnen uitmaken van mijn dromen. Een dikke merci is hier dus op zijn plaats: voor zij die erbij waren, voor zij die vanop afstand en van thuis uit hebben meegeleefd. Voor mijn trouwe lezers en mijn volgers. Jullie zijn de beste!

XHLJ2131