Loperspraat – Het geluk van nieuwe schoenen

Kleine gelukjes, ze zijn er gelukkig nog in overvloed. De ene dag moet je er al wat gerichter naar op zoek dan de andere, maar geloof me: het leven is echt niet helemaal om zeep nu we weer in een soortement lockdown zitten. Zo word ik niet alleen verblijd door de herfstzon, hard poezengespin en een volle boekenkast, ook nieuwe loopschoenen maken mij heel erg happy. Alles begint met de online zoektocht naar geschikte schoenen: research doen, wachten op een goed koopje en dan toeslaan. Het moment dat je die doos dan in handen hebt en het deksel voorzichtig openklapt, is alsof je een schatkist opent. Voorzichtig, doch ongeduldig, geritsel van papier, de schoen voor een eerste keer voelen, aandachtig en zorgvuldig bestuderen om er tot slot heel behoedzaam mijn voet voor een eerste keer in te schuiven en te denken: dit is het helemaal.

IMG_3772b

De eerste schoen die recent mijn collectie kwam vervoegen is de Nike Pegasus Trail 2. Vorig jaar bracht Nike namelijk de eerste trail-versie uit van hun alom bekende Pegasus. Ik was meteen fan en liep er – zonder enige andere test – meteen de La Chouffe trail op en recenter nog mijn Suikermarathon. Voor mij, als niet gespecialiseerde trailloper, zijn dit de ideale off-road najaarsschoenen. Ze bieden mij het comfort, de flexibiliteit en de demping van een standaardschoen. Dankzij het stevige profiel en de goede pasvorm kan je er perfect mee uit de voeten op een glibberige of modderige ondergrond. Ze bieden veel grip zonder in te boeten op responsiviteit. Bovendien begrijpt Nike als geen ander dat een schoen ook liefst mooi moet zijn. Voor de trailcollectie wordt resoluut gekozen voor kleurrijke designs. Terecht. De nieuwe Pegasus trail oogt zowel vrouwelijk als stoer. Ik werd helemaal smoor op de dark beetroot en kocht inmiddels ook de klassieke zwarte variant.

IMG_3743b

Zo mogelijk nog meer verliefd werd ik op de Nike Zoom Fly 3, zeg maar de betaalbare versie van de Kipchoge-schoen. De eerste en tweede versie van deze schoen riep ik hier al uit tot de ideale marathonschoen: een goede fit en veel demping in een absolute lichtgewicht schoen. Het is waar elke afstandsloper van droomt. Toch duurde het lang voor ik overstag ging voor de Zoom Fly 3. Ik kon namelijk echt niet begrijpen dat wit de nieuwe modekleur is voor loopschoenen, een trend die je ook in het wielrennen ziet. Witte schoenen, serieus? Ik loop nooit op een atletiekpiste en de komende maanden staan ook asfaltwegen garant voor een laagje smerigheid. Witte schoenen leken mij dus gedoemd om in een mum van tijd smoezelig te zijn. Bovendien past wit ook niet binnen het kleurenpalet waar ik doorgaans voor kies. Stilaan wende ik echter aan de cleane look en kon ik me verzoenen met het idee. Goh, die felkleurige details maken het toch weer helemaal af. Toen ik ze uiteindelijk uit de doos haalde, was ik meteen verkocht. Jep, het design is gewoon top.

IMG_3741b

De Pegasus Trail 2 voelde meteen aan als thuiskomen. Afgelopen zondag trok ik mijn nieuwe Zoom Fly’s voor het eerst aan. Met nieuwe schoenen vlieg ik zonder overdrijven altijd. Nu ook weer. Ik liep schijnbaar moeiteloos op een schoen die wat anders, maar toch heel vertrouwd aanvoelde. Ja, ik vloog echt. De ene na de andere snelle kilometer volgde elkaar op. Ik besloot mijn toer te vergroten, en nog een beetje en nog een beetje. Wow zeg, dit was echt next level vliegen! Uiteindelijk liep ik 10 miles, ofte 16,1 kilometer, aan een stevige 4:44 per kilometer. Dankzij mijn relatief lage hartslag (die schoen nam het echt volledig over) bereikte ook de VO2 max van mijn horloge een ongekende hoogte. Mocht je er dus nog aan twijfelen: ik vind de Nike Zoom Fly 3 echt geweldig. Hoewel ik het ondenkbaar vond dat een andere schoen mijn prachtige blauwe Zoom Fly’s (waar ik onder andere de marathon van Parijs op liep in 2019) ooit zou kunnen evenaren, moet ik nu toegeven dat die verduivelde witte exemplaren hun voorganger helemaal overschaduwen. Mijn blauwe geliefden kan ik dus met een gerust hart op pensioen sturen: veilig opgeborgen in een doos, welteverstaan. Voor een echt afscheid ben ik nog niet klaar.

IMG_3776b

Nieuwe schoenen laten me dromen van kleine en grote looprondes. Van plannen dichtbij en ver weg van huis. Van marathons die ik desnoods zelf vorm en naam zal geven. Van loopjes helemaal alleen en met mijn zussen. Van met mijn hoofd in de wolken, mijn haar in de regen en de zon op mijn gezicht.

Noot: ik betaal mijn schoenen helemaal zelf. Je leest hier dus mijn eigen ervaringen die op geen enkele manier beïnvloed zijn door commerciële motieven.

De gedachte – Over intermittent fasting of dagen zonder ontbijt

Periodiek vasten of intermittent fasting is wijdverbreid en, mocht je er nog aan twijfelen, helemaal in. De ene na de andere lyrische getuigenis van een ervaringsdeskundige (al dan niet sporter) steekt de kop op. Periodiek vasten betekent dat je periodes niet of nauwelijks eet en die afwisselt met gewone eetmomenten. Als iets trending is, dan kan het bij mij twee kanten op: de rebel in mij verkettert het en weigert zich neer te leggen bij de mainstream. Ik doe lekker tegendraads dus niet mee. Die houding kan echter ook omslaan in: ik moet dit geprobeerd hebben om er een mening over te vormen die proefondervindelijk gefundeerd is. De heersende vorm van periodiek vasten is de 16/8 variant: je eet minstens 16 uur niet, gevolgd door een periode van 8 uur waarin je gewoon eet. Je zou zo beter leren luisteren naar je hongergevoel, waardoor je automatisch minder gaat eten. Bovendien zou je lichaam tijdens de vastenperiode overschakelen op vetverbranding en verlies je ook daardoor gewicht. Bij wijze van experiment besloot ik om tijdens de laatste werkweek voor de herfstvakantie twee dagen mijn ontbijt over te slaan. En dan zou ik wel weten hoe het zat. De twee dagen werden vier dagen en deze week ging ik er tijdens mijn vakantie vrolijk mee verder.  Waarom ik uiteindelijk zwichtte en hoe het me beviel, dat leg ik jullie graag uit.

Ik zal maar meteen toegeven dat ik niet helemaal aan mijn proefstuk toe ben wat betreft vasten. Enkele jaren geleden gaf ik toe aan het 5:2 dieet. Daarbij eet je vijf dagen per week volledig “normaal”, zonder enige restrictie en vast je twee dagen. Op die vastendagen mag je telkens 500 calorieën nuttigen. In de praktijk kwam het erop neer dat ik die dagen niet ontbeet en een héél héél lichte lunch en diner nuttigde. Denk: veel droge rauwkost met iets van eiwitten erbij. In eerste instantie was ik hier positief over. Ik worstelde toen stevig met gewichtsissues, zat niet fantastisch in mijn vel en dit dieet leek op het eerste zicht heel erg haalbaar, als in: je moet slechts twee dagen per week doorbijten. Na goed een half jaar hield ik het echter voor bekeken omdat ik merkte dat ik steeds meer begon op te kijken tegen de vastendagen. Een dag amper eten is echt geen pretje als je in se heel graag eet. Bovendien verloor ik er niet echt gewicht mee, wat wel het initiële doel was. Als een dieet je slechtgezind maakt en je er geen gewicht mee verliest, dan heeft het geen zin om door te zetten. Ik beloofde mezelf plechtig dat ik mezelf dit niet meer zou aandoen.

Periodiek vasten zou je naast gewichtsverlies ook een scherpere geest en een betere nachtrust opleveren. Sommigen gaan nog een stapje verder en beweren dat je hierdoor heel wat akelige ziektes kan vermijden. Ik las vaak dat het natuurlijker is voor je lichaam om langere tijd niet te eten. De oermens, lieve lezers, die at soms da-gen niets om zich dan te goed te doen aan een overdaad bessen of een stevige mammoetbiefstuk. Het is dus een oeroud mechanisme dat honger ons scherper en alerter maakt. Verteren daarentegen maakt ons slomer en net dat is voor onze oermens levensbedreigend. Ik vind het behoorlijk onzinnig om mijn lichaam vandaag de dag te vergelijken met dat van de oermens een dikke 100.000 jaar geleden. Alsof de mens en zijn lijf initieel zo bedoeld waren en wij daar zoveel jaar later terug naar moeten grijpen om goed bezig te zijn. Vreemd.

De meeste volgers van het 16/8 vasten slaan hun ontbijt over en eten rond 12 uur een eerste maaltijd. Je mag dan eten tot 20 uur. Dat klinkt heel acceptabel, ware het niet dat ik altijd gezegd heb dat ik nooit, maar dan ook nooit zou vasten omdat ik net zo graag ontbijt. Ik vind dat oprecht één van de gezelligste momenten van de dag. Bovendien is mijn ontbijt redelijk uitgebreid, sta ik op om 5u30 en fiets ik 20 kilometer naar school. Als het middag is, heb ik er kortom al een lang en actief dagdeel op zitten. Maar goed, ik zou periodiek vasten in alle objectiviteit een kans geven. Ik stond vorige week dus op om 5u30 en dronk een zwarte koffie (dat mag dus wel). Het voordeel van niet ontbijten is dat je meer tijd hebt. Tijd bijvoorbeeld om echt van die koffie te genieten en nog wat te werken. De ochtend was er niet per se minder gezellig om. Ik had geen slappe benen op de fiets. Door de drukte van de schooldag stond ik amper stil bij het feit dat ik nog niet gegeten had. Nee, ik werd dus niet overmand door een hongergevoel van jewelste. ’s Middags ging ik op nuchtere maag lopen en bijgevolg at ik vlotjes 17 uur niet omdat dat praktisch zo uitkwam. So far, so good.

Ik kan niet precies uitleggen waarom ik toch zwichtte voor het 16/8 intermittent fasting. Noem het nieuwsgierigheid en de behoefte om mijn gewoontes onder de loep te nemen. Met gewichtsverlies probeer ik niet meer bezig te zijn. Omdat het vasten zo makkelijk was toen ik ging werken, besloot ik om tijdens mijn vakantieweek ook eens na te gaan of het ontbijt overslaan me even goed zou bevallen. Het voordeel was dat ik niet zo vroeg moest opstaan. Het nadeel dat ik niet de afleiding van de werkdag heb en het misschien toch zou voelen als aftellen tot de middag. De afgelopen dagen stond ik op om 7u30, maakte een koffie die ik in bed opdronk met een goed boek en de katten erbij. Rond een uur of 11 ging ik dan nuchter lopen of fietsen. Zware trainingen zonder vooraf te eten worden sowieso afgeraden omdat je dan niet goed kan herstellen. Daar hield ik me braaf aan. Zowel de ontspannen ochtenden zonder ontbijt, maar mét koffie, als de training erna bevielen me erg goed.

Wat zijn mijn bevindingen na twee weken 16/8 vasten? Allereerst, het hongergevoel dat ik als geroutineerd ontbijtlover vreesde, is verwaarloosbaar. Het grootste voordeel is de rust die ik kreeg door niet met eten bezig te zijn. Op werkdagen sta ik toch onder lichte tijdsdruk fruit te snijden of een eitje te koken. Als dat wegvalt, komt er tijd vrij. Nuchter lopen of fietsen ging heel vlot, maar dat is wellicht ook te wijten aan mijn algehele staat van ontspanning nu ik even weg ben van de schooldrukte. Ik voelde me verder niet anders dan anders. Of ik gewicht verloren ben, daar heb ik het raden naar. Ik word niet gelukkig van op een weegschaal te gaan staan, dus daar heb ik ook nu voor gepast. Wel had ik nooit last van een opgeblazen gevoel, wat me anders wel eens kan overkomen. Ik wil dus graag geloven dat ik door periodiek vasten mijn lichaam de kans geef om te resetten, te herstellen en vet te verbranden. Al blijf ik ook mijn bedenkingen hebben. Periodiek vasten wordt strikt genomen geen dieet genoemd omdat het niet voorschrijft wat je wel en niet mag eten. Juist daar wringt voor mij het schoentje. Ik geloof in bewust eten en niet in punten, calorieën of uren tellen. Bij periodiek vasten kan je in principe nog steeds kiezen voor niet-voedzame maaltijden of snacks. Ik zou dus alleen voor deze levensstijl kiezen als die je helpt om bewuster te eten (en leven). Blijf echter ook nuchter en realistisch. Temper je verwachtingen. Mijn leven is er niet manifest anders door geworden, waarschijnlijk omdat ik al bewust met mijn lijf en gezondheid omga.

Tot slot, wil ik jullie na deze uiteenzetting over niet-eten niet op jullie honger laten zitten. Daarom volgt hier het recept van mijn niet te versmaden en erg voedzame frambozencake. Meng in een kom 160 gram havermout, 90 gram speltbloem (of wat je verkiest), 50 gram kokospoeder, 100 gram suiker en 2 eetlepels bakpoeder. Voeg er 2 eieren, 60 ml (haver)melk en 60 gram gesmolten kokosolie aan toe. Als dit een mooi beslag is, voeg je er nog eens 320 gram plattekaas of volle yoghurt aan toe. Stort de helft van het deeg uit in een cakevorm met bakpapier, voorzie het van een laagje diepgevroren frambozen en uiteindelijk de rest van het beslag. 55 à 60 minuten afbakken op 190 °C. Smakelijk!

IMG_3678b

Duatlonspecial – Over een winter zonder Hel

Aanvankelijk zou ik hier beschrijven hoe oktober als een sneltrein aan mij voorbij raasde, ware het niet dat Steven Van Gucht die metafoor gisteren gebruikte om de opmars van het corona-virus in België te visualiseren. Ik dacht ook aan storm. Omdat er steeds meer wind opsteekt die op de fiets altijd tegenwind lijkt te zijn. Omdat we ons op alle vlakken in het oog van een storm bevinden die nog niet meteen zal gaan liggen. Ik zou ook nog iets vertellen over een turbulente (wind!) week op school. Hoe de media tegenstrijdig berichtten over voltijds dan wel deeltijds onderwijs op school. Hoe dat een impact had op mijn gemoed en hoe we er toch weer allemaal het beste van probeerden te maken. De laatste dagen voor de herfstvakantie stond ik soms met een krop in de keel voor de klas omdat ik een déjà-vu had naar het voorjaar, toen ik ook dacht dat we eventjes met vakantie gingen en elkaar snel zouden terugzien. Dat draaide toch eventjes heel anders uit. Er maalde kortom zoveel in mijn hoofd dat ik geen tijd had om stil te staan bij het feit dat de Hel van Kasterlee ook van de agenda werd geschrapt.

Een sportwedstrijd die wordt afgelast: echt verrassend nieuws is het dezer dagen niet. Slechts een kanttekening in de marge als je ziet wat er allemaal op ons afkomt. Ik was vooral opgelucht dat de organisatie de knoop begin oktober durfde door te hakken en daarmee klaarheid schepte. Bovendien liep ik op 11 oktober een marathon waar ik écht oprecht deugd van had. Ik besefte nog maar eens dat ik geen competitie nodig heb om sportief bezig te blijven. Lopen, dat doe ik voor mezelf. Om mijn hoofd en benen te luchten. Een jaar zonder Hel van Kasterlee dat betekende meer tijd voor mezelf en andere bezigheden. Ik zou dit jaar ook niet op de Boekenbeurs in Antwerpen werken (ah nee, die gaat ook niet door) en ik zou dus gewoonweg tijd hebben om te lezen en een tas te maken, om maar iets te noemen. Tijd, mensen, tijd! Wat kan ik me nog meer wensen?

IMG_3712b
Hemels en hels: het kan verduiveld dicht bij elkaar liggen.

Toen ik in 2018 en 2019 deelnam aan de Hel trainde ik in oktober en november rond de 18 uur per week, meestal in barre omstandigheden. In alle vroegte en donkerte gaan lopen, als je pech hebt in de regen. In het weekend urenlang op de fiets zitten, meestal met regen en wind. Mijn voorbereiding op de Hel was niet minder dan een halftijdse job die ik naast de drukte van mijn betaalde fulltime job uitoefende. Mijn leven leek die maanden on hold te staan. Wat doorweegt zijn niet zozeer de trainingsuren zelf. Eens je op die fiets zit met muziek in de oren of eens dat je aan het lopen bent, dan is dat zoals altijd best fijn. Zelfs als het regent. Wat het hels maakt, zijn de momenten dat je verkleumd en doorweekt thuiskomt in een kil huis. Dat je zelfs na een warme douche niet lijkt op te warmen. Dat je op automatische piloot nog een maaltijd klaarmaakt en je je hoofd pijnigt over welk schoolwerk toch wel nú moet gebeuren. Elke minuut van de dag moet je nuttig besteden: dat is wat doorweegt en wat ik dit jaar dus zeker niet zou missen. Daarmee was de kous af, dacht ik. 

Deelnemen aan de Hel is dus zwaar omwille van de grote opofferingen die je moet maken in een voorbereiding die eindeloos lijkt te duren. De dag zelf was ik telkens tussen de 11 en 12 uur bezig. Dat is hard labeur en zwaar afzien, maar al bij al vliegt die dag voorbij. Ik weet nog dondersgoed hoe ik me gevoeld heb tijdens die strijd. Ik weet ook nog heel goed hoe ik over de rode loper liep en onder luid applaus en gejoel kon finishen. Wat uiteindelijk echt blijft hangen, zijn de kleine momenten die als het ware achter de schermen plaatsvinden. Niet de opzichtige glorie van de prestatie, maar het menselijke aspect dat erachter schuilgaat. Hoe ik met Roos in de auto zat, voor en na de wedstrijd. Wat er gezegd werd (en wat juist niet) tijdens het afsluitende loopnummer in een aardedonker niemandsland met mijn familieleden op de fiets. De lieve reacties die ik nadien uit verwachte en onverwachte hoek kreeg. Het nakaarten in familiale kring tijdens de kerstdagen. Hoe eenzaam een dag in de Hel ook kan zijn, zelden voelde ik me meer gesteund. De Hel van Kasterlee is om die reden een dag die nog heel lang nazindert, waardoor je ook weer vergeet welke opofferingen je hebt gemaakt. Ik zal het om die reden dus wel missen. Heel hard zelfs. Omdat het weer een mooi familiemoment is dat ons door de neus wordt geboord. 

Of ik volgend jaar opnieuw deelneem aan de Hel van Kasterlee? Dat weet ik echt niet. Drie keer deelnemen leek me wel mooi, maar ik wil in alle eerlijkheid de afweging maken of die zware voorbereiding het me waard is. Deelnemen aan de Hel is geen must. Marathons lopen daarentegen: dat wil ik zo lang mogelijk blijven doen. Ik denk dat het dringend tijd wordt dat ik van de herfstbladeren en mijn nieuwe loopschoenen ga genieten. En van Juan, die dit jaar van een gigantische modderbad wordt gespaard. In 2020 is alles anders, maar daarom niet per se slechter. Let’s make it a November to remember!

IMG_3699b

Het boek – Over de 1000 boeken die ik las

Ik schreef dit jaar niet over de boeken die ik las tijdens mijn zomervakantie. Daar zijn meerdere redenen voor. Ik las namelijk behoorlijk wat boeken die vermakelijk waren, maar me toch niet helemaal konden overtuigen. Omdat ik in het voorjaar al een uitgebreid relaas schreef over de prachtige boeken die mijn quarantaine kleurden, was de noodzaak om mijn boekenzomer te documenteren iets kleiner. Bovendien wist ik ook dat ik vlak na de zomer een magische mijlpaal zou bereiken: de Mijlpaal van de Duizend Boeken. Ik las Boek 1000 in de maand dat ik 35 werd. Die eer was weggelegd voor het alom bejubelde De geniale vriendin van Elena Ferrante.

Hoe weet ik nu in godsnaam dat ik 1000 boeken heb gelezen? Simpel: het staat geschreven. Lang, heel lang geleden, begon ik namelijk op te schrijven welke boeken ik las. Ik was een jaar of 10 toen we aan zee waren en ik het lumineuze idee kreeg om bij te houden welke boeken ik gelezen had. Daarvoor beschikte ik over een lijntjesschrift met zwart-rood geruite omslag. Lelijk, dat vond ik toen ook, dus voorzag ik het van een blauwe kaft. Joke het boekenmeisje werd ouder, las nog meer en is altijd in datzelfde schrift blijven opschrijven welke boeken ze las. 25 jaar later heb ik mijn schrift dus nog altijd. Het is voor twee derde gevuld en de kaft heeft al de nodige versteviging gekregen. Mijn schrift is me door de jaren heen steeds dierbaarder geworden. Geen Moleskine die eraan kan tippen.

Op basis van de eerste titels die ik opschreef, blijkt dat ik ben begonnen met op te lijsten wat ik toen al gelezen had. Ik ga terug in de tijd tot ik ongeveer een jaar of 8 was. Wat ik op die leeftijd las, is wel degelijk een volwaardig “leesboek” te noemen. Na het vervolledigen van mijn inventaris begon ik in 1995 elk gelezen boek te noteren in mijn schrift. Ik heb dus 1000 boeken gelezen op 27 jaar tijd. Dat vind ik weinig én veel. Weinig omdat ik er als kind en tiener makkelijk 10 boeken op een maand kon doorjagen, maar er tot mijn scha en schande ook jaren zijn geweest dat ik als twintiger amper aan lezen toekwam. De laatste jaren slaagde ik er telkens in om minstens 50 boeken op jaarbasis te verorberen. Uiteindelijk las ik gemiddeld 37 boeken per jaar: toch nog een behoorlijke stapel.

Het mooie van mijn schrift is dat ik dus zowel mijn handschrift, als mijn voorkeur voor vulpennen met vreemde kleuren inkt, als mijn literaire smaak zie veranderen. Als kind las ik al heel graag. Astrid Lindgren en Roald Dahl mochten daarbij niet ontbreken, maar ook Joke Van Leeuwen, Dolf Verroen en Guus Kuijer ademen voor mij één en al jeugdsentiment. Hier besprak ik uitgebreid mijn evolutie als lezer en de zware thema’s waar ik als tiener zo van smulde. Er mocht bloed vloeien, maar vooral tranen. Veel tranen. Twee decennia later is die fascinatie voor breed uitgesponnen drama verdwenen. Ik erger me nu snel aan boeken die eenzijdig inzetten op groteske miserie. Een boek dat enkel als doel heeft om de lezer te verstrikken in een moeras van verdriet en ellende vind ik al te vaak weinig verrassend. Een bestseller als A Little Life of The Kite Runner vervalt, naar mijn smaak, vooral in clichés over verdriet. Ik lees liever over het kleinschalige, individuele drama uit gewone mensenlevens, over de donkere kantjes van de mens en het onheilspellende lot dat ons allen kan overkomen.

Uit mijn schrift kan je enkele eenvoudige voor de hand liggende conclusies trekken. Zo lees ik graag over de band tussen broers en zussen en hebben boeken die zich afspelen in en rond Parijs een streepje voor. Ik ben fan van de sfeer die Italiaanse hedendaagse schrijvers weten te vatten. Daarbij heb ik ook periodes doorgemaakt dat ik me volledig op een oeuvre heb gestort. W.F. Hermans moest er eens aan geloven, net als Vladimir Nabokov. In mijn 1000 boeken zijn ook recente, ietwat aparte tendensen te detecteren.

Ik hou van boeken die zich afspelen in een hotel van enkele decennia geleden, waar mensen overdreven beleefd met elkaar omgaan en gasten met een uiteenlopende achtergrond het toneel betreden. Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeijffer is niet voor niets de enige roman waar ik een volledige blogtekst aan wijdde. Ook mijn bewondering voor Grand Hotel van Vicki Baum en De Hills van Matthias Faldbakken sprak ik al eerder uit. Als decor kan ook het onherbergzame karakter van de natuur niet ontbreken. De buitenjongen van Paolo Cognetti vind ik ronduit magistraal en is één van mijn absolute toppers, samen met het Het ijspaleis van Tarjei Vesaas.

Ik hou van personages die nadenken over de eenvoud en banaliteit van hun leven. Karel Čapeks Een doodgewoon leven is bijvoorbeeld absoluut het lezen waard. Vader van Karl Ove Knausgård is ronduit verslavend. Niemand kan zo boeiend over menselijke relaties schrijven als Jens Christian Grøndahl. William Maxwells So Long, See You Tomorrow verdient veel meer eer, net zoals Leeuwerik van Desző Kosztolányi. De hype rond John Williams Stoner vond ik volkomen terecht. Daarnaast lees ik ook juist graag over vreemde, onconventionele hoofdpersonages. Een cavia bijvoorbeeld, in De verwarde cavia van Paulien Cornelisse. Ook Eleanor Oliphant is Completely Fine van Gail Honeyman en My Year of Rest and Relaxation van Ottessa Moshfegh mogen niet in dit lijstje ontbreken. De onbetwiste meester van het eigenaardige personage is Haruki Murakami, die al heel wat vreemde snuiters uit zijn literaire hoed kon toveren.

Ik hou van boeken die me aan het denken zetten over de maatschappij waarin wij leven en de maatschappij waarin we willen leven. Boeken die een heel ander perspectief bieden zoals Andrès Barba’s Republiek van licht en Margaret Atwoords The Testaments. Ook het ontluisterende Educated van Tara Westover en Muidhond van Inge Schilperoord hebben veel indruk op mij gemaakt. Ik hou daarom ook van auteurs die durven te choqueren, die ongegeneerd hard kunnen zijn voor de mens en meer buiten dan binnen de lijntjes kleuren. Geef mij dus maar een oldschool Michel Houellebecq zoals Platform of Bezette gebieden van Arnon Grunberg. In eigen land vervult Dimitri Verhulst die rol met verve.

Tot slot – hoe kan het ook anders – hou ik van boeken over de schoonheid van de liefde. Boeken over onversneden romantiek, over liefdespijn, over relaties die stuk lopen, heropbloeien en weer tegen de klippen uiteen spatten. Over wanhoop, maar zeker ook hoop in eenzame tijden. Turks fruit van Jan Wolkers is om die reden zoveel meer dan een geil puberboek. David Van Reybrouck raakte met Slagschaduw een heel gevoelige snaar bij mij. Ook Oek de Jong deed dat met Hokwerda’s kind. Mario Vargas Llosa verdient alleen al zijn Nobelprijs omwille van Het ongrijpbare meisje. Bregje Hofstede zou er, wat mij betreft, één mogen krijgen voor Drift. Het liefdesboek dat mij de afgelopen zomer van mijn sokken blies was The Only Story van Julian Barnes.

Als ik door mijn schrift met 1000 boeken blader, dan lijkt het alsof ik vanuit een boemeltrein mijn eigen leven voorbij zie pruttelen. Er zijn boeken die ik associeer met pijnlijke of heuglijke gebeurtenissen. Er zijn boeken die antwoorden of inzichten gaven op vragen waarvan ik niet wist dat ik ze stelde. Er zijn ook boeken waaraan ik me ergerde of waar ik helemaal niets meer over weet. In de afgelopen 27 jaar gebeurde er veel, maar het dappere lezertje van weleer en het kleine meisje met de rijke verbeelding is nog steeds springlevend.

Het moment – De Suikermarathon

Zondag 11 oktober 2020 liep ik mijn twaalfde marathon. Voor het eerst was dat geen officiële race, maar een eigen initiatief. Ruim 42 kilometer zou ik dus afhaspelen met vertrek en finish zo ongeveer aan mijn voordeur. Door de perfecte duurloop van 32 kilometer die ik op mijn verjaardag liep, had ik het gevoel dat mijn duurloopgeluk voor 2020 nu wel een beetje was opgebruikt. Zou de uitvoering van dit koppige idee echt in de buurt komen van de ultieme marathonervaring? Het antwoord op die vraag is volmondig Ja, absoluut. Zondag was de marathon heel lief voor mij. Na 3u32 had ik mijn versie van de Suikerroute gelopen. Mijn twaalfde marathon zal ik me niet herinneren als mijn meest memorabele race, maar wel als veruit de meest ontspannen en vanzelfsprekende marathonervaring.

Het aller-aller-allergrootste voordeel van een marathonstart in je eigen straat is dat je van je eigen wc gebruik kan maken. Voor iemand die toch een beetje aan dixi-angst lijdt, is dat heel mooi meegenomen. Mijn vaste pre-start gewoontes en rituelen bleken bijna allemaal overbodig. 30 minuten voor ik eraan zou beginnen, zat ik nog in mijn pyjama naar een samenvatting van de London Marathon te kijken. Roos kwam toe, ik trok toch een ander plunje aan en we laadden de fietstassen in met onze bevoorrading. Voor Roos bestond die uit een banaan en koffie (gekke combinatie), voor mij uit sportgels en water. Verschil moet er zijn. Om 9u zou het virtuele startschot weerklinken aan de kerktoren. Geen gedrum in het startvak of gebabbel aan het hek, maar wij tweeën en Sia met Unstoppable. Echt een toplied om toch een beetje het idee te hebben dat je in the zone komt. Toen was het van Oké, zullen we nu vertrekken? en weg waren wij.

FLDN7724

Onderweg naar Goetsenhoven scheen de zon en dat was best een verrassing. Er werd namelijk regen voorspeld. We konden er nu maar beter van genieten, dachten we, want wie weet wat we nog over ons heen zouden krijgt. Helemaal niets, zo zou later blijken. Hakendover leverde ons kerk 3 (ik zei al dat de Suikermarathon net zo goed de Acht Kerken Marathon zou kunnen heten). Normaal gezien weet ik redelijk exact hoeveel kilometer ik op welk punt gelopen heb. Nu herinner ik me vooral wat Roos en ik hebben besproken (onder andere: een pompom als sleutelhanger). Van een adrenaline-rush was geen sprake. Ik liep. Roos fietste. Wij praatten. Nooit eerder was een marathon zo kinderlijk eenvoudig. Twee plaspauzes later stond onze vierde kerk in Oplinter. Ik denk dat ik toen een kilometer of 17 gelopen had. Ik wist ongeveer waar het halfway-point zich zou bevinden. Ik wist ook dat de wind op die weg waarschijnlijk tegen zou zitten. Het was echter de zon die zegevierde en die wind kon me echt niet deren.

JARZ0210

Als er marathons gelopen worden, dan kan mama natuurlijk niet op het appel ontbreken. Zij zou ons tegemoet fietsen in Sint-Margriete-Houtem. Zo breidde ons peloton dus een beetje uit. Met z’n drieën trokken we naar Vissenaken (kerk 6). Roos vervulde haar rol als manusje-van-alles met glans. Ze was zowel coach, als bevoorrader, als chef telefonie (drie telefoontjes met twee familieleden), als dj.  Een gedetailleerde beschrijving hoe ik me kilometer per kilometer voelde en wat er zoal door mijn hoofd schoot, kan ik niet geven. Mijn rechterbil en hamstrings zijn al enkele maanden aan de stijve kant en dat was nu niet anders. Het ging goed, ik was niet bezig met mijn tempo of de tijd, maar ik zag wel dat ik heel constant aan het lopen was. We liepen van Breisem naar Kumtich en die zon, die bleef maar schijnen terwijl wij op pad waren.

NHRK0131
Daar! Daar is de finish!

Op kilometer 35 waren we in Oorbeek, waar mama zich vol lof uitsprak over On Top of the World en Voici les clés (de muziek was écht goed), terwijl ik riep dat de marathon nu echt kon beginnen. Er volgde een avontuurlijk weggetje langs het water. Na 37 kilometer drong plots het besef door dat het er eigenlijk al bijna op zat. De enige hindernis die ik nog moest overwinnen, was een kuitenbijter die wel een prachtig zicht opleverde. Ik liet me niet kennen en benutte de afdaling om nog wat tempo te maken. Roos zette het opzwepende Great War van Sabaton op en sprak de legendarische woorden: en nu gaan we nog eventjes vechten. Ik dacht vooral dat ik er echt van moest genieten. Geen publiek of finish waar je naartoe gezogen wordt, maar net zo goed en net zo echt de marathon. Mijn marathon. De finishlijn lag in een doodgewone woonstraat achter de kerk. Op exact 42,2 kilometer zette ik de tijd stil. Nooit eerder liep ik een marathon op slechts twee sportgels en 750 ml water, zonder buikkrampen en met een negatieve split van een minuut. Missie meer dan geslaagd.

Ik weet nu ook dat je geen medaille nodig hebt om marathoneuforie te ervaren. Ja, ik voelde echt dat pure geluk van de marathon. De grootsheid en de eenvoud van de prestatie. Een klein beetje en voor heel even de heldin van de dag (van postcode 3300). Waar je in wedstrijdomstandigheden na de finish je bagage moet gaan afhalen en met de kou op het lijf nog wat wandelkilometers moet afleggen, kon mijn herstel nu meteen beginnen met een warme douche. Marike en Leah sloten nog aan op de bescheiden afterparty met pistolets en taart. Zondag 11 oktober werd ook om die reden een dag om in te kaderen en te etaleren in de familiegalerij. Mijn gelopen route bleek de vorm van een hart aan te nemen. Een groot hart voor mijn liefste familie (jullie zijn de besten!), voor de marathon en voor “als we maar gezond zijn”. Lang leve de marathon! 

WZCP4380

Marathonpraat – De dag voor de Suikermarathon

Morgen is het zover: dan loop ik mijn 12e marathon, de Suikermarathon. 42,2 km rond Tienen in het gezelschap van een familielid (of twee) op de fiets. Ik ben er nog steeds van overtuigd dat ik Hét Marathongevoel kan ervaren zonder enige vorm van officiële wedstrijdomkadering. De marathon, die zit in mij, in m’n hart, in m’n benen en in m’n hoofd. Natuurlijk heb ik wel op een heel andere manier toegeleefd naar deze gebeurtenis. Ik dacht de afgelopen week niet elk uur aan die marathon, had dus niet constant schrik om te struikelen en gisterenavond dronk ik een La Chouffe blanche (die me echt heel goed smaakte). Enerzijds is die ontspanningsmodus erg fijn, anderzijds mis ik hierdoor de positieve spanning die bij het pre-marathonplezier hoort. Hoe dan ook is het in deze bizarre tijden fijn om nog eens iets niet-alledaags te ondernemen: een sportieve uitspatting, helemaal corona-proof.

Mijn voorbereiding voor deze marathon verliep ook anders dan anders. Tijdens de lockdown in het voorjaar liep en fietste ik er zonder enig doel op los. Nadat ik eind mei verhuisde, liep ik geen langere afstanden meer en was ik vooral op de fiets te vinden (lang leve de LF6 en fietsknooppunt 13). Eind augustus liep ik dan weer eens 20 km en daarmee was het startschot gegeven voor een wekelijkse duurloop. Dat liep niet altijd geheel naar wens, maar al bij al voelde ik wel dat mijn lichaam nog heel goed wist wat een duurloop was. Van een echte taperperiode was de voorbije weken absoluut geen sprake. Ik liep wat minder, maar door mijn woonwerkverkeer op de fiets legde ik alsnog behoorlijk wat sportkilometers af. Gisteren kregen wij op school een vrije dag cadeau die ik creatief (en dus niet sportief) invulde met Roos. Een rustdag zonder meer, waardoor ik het vandaag toch voelde kriebelen om het marathonparcours te verkennen op de fiets. Ook dat is wellicht uniek: dat ik de dag voor ik een marathon loop een marathon fiets.

Die parcoursverkenning bleek overigens geen overbodige luxe te zijn. Zoals gezegd, moet ik het parcours van de Suikerroute een beetje inkorten. Aanvankelijk was het mijn plan om op de Grote Markt van Tienen te vertrekken en aan de kerk van mijn hometown Bost te finishen. Helaas geldt er nog steeds een mondmaskerplicht in het centrum en lijkt de Grote Markt meer op een bouwwerf door de werkzaamheden die er plaatsvinden. Geen lus door Tienen-city dus en een kerk minder die ik langs loop. Ik zou mijn Suikermarathon namelijk net zo goed de Acht Kerken Marathon kunnen noemen omdat ik zoveel kerken van postcode 3300 aandoe. Verder stuitte ik tijdens mijn verkenning op twee wegonderbrekingen die met een eenvoudig ommetje te vermijden zijn. Ik kon ook vaststellen dat er hier en daar wat modder ligt, maar niets onoverkomelijk. Tijdens mijn fietstocht kreeg ik alvast heel veel zin om te lopen, ook al weet ik niet echt wat ik er nu van mag verwachten.

Vorige week beleefde ik trouwens al een ultiem marathonmoment toen ik naar de London Marathon keek en zag hoe Koning Eliud Kipchoge ook gewoon een mens bleek te zijn die het verschroeiende tempo van de Ethiopiërs niet aankon. De verrassende winnaar Shura Kitata stond te glunderen aan de finish. Zo mooi om te zien! Een lopende mens, het is eigenlijk iets heel bijzonder. Ik beschouw mijn marathon dan ook als een eerbetoon aan de eenvoud van wat lopen is en de emoties die het toch kan losmaken. Gewoon het ene voor het andere been zetten en blijven gaan. Ik ben benieuwd hoe het mij morgen bevalt. Niks moet, alles mag en ik hou er hoe dan ook een sterk verhaal aan over. Op naar een nieuw marathonavontuur!

De gedachte – Bravo, dappere leerkracht!

Het is vandaag Dag van de Leerkracht. Exact een jaar geleden zag ik weinig reden tot feest, laat staan blijdschap. Ik schreef toen iets wat ik nu zonder meer een noodkreet durf te noemen. Het was eventjes helemaal op bij mij. September hakte er in, alles kwam op me af en ik leek de grip te verliezen. Ik stelde mezelf de vraag waarom ik leerkracht was geworden. In oktober liep ik dan wel een goede marathon als haas van Roos, maar ik was moe. Heel moe. Ja, ik stond nog graag in mijn klas, maar het kostte me meer energie dan anders. Ik had het idee dat ik mijn leven niet meer georganiseerd kreeg en dat de schoolstress alles overheerste. Dat ging zo verder tot in december 2019. Ik vond mijn esprit echter helemaal terug aan het begin van 2020. Tijdens de lockdown begin maart wist ik me prima bezig te houden, maar ik miste mijn klas en de leerlingen vrijwel meteen. Ik beschouwde dat als een uitermate positief teken.

De twijfel over mijn beroepskeuze is intussen als sneeuw voor de zon verdwenen. De hemel is opgeklaard. Ik zit soms weer eens op mijn roze wolk. Voor alle duidelijkheid: dat komt niet omdat de druk op leerkrachten is afgenomen, omdat we betere ondersteuning krijgen of omdat er anders naar onderwijs tout court gekeken wordt. De verwachtingen en de druk zijn nog steeds torenhoog. Als er iets is dat de corona-onderbreking van het afgelopen schooljaar aantoonde, dan is het wel dat leerkrachten uitblinken in flexibiliteit en improvisatievermogen. Hoe gek en bevreemdend die periode ook was, we deden met z’n allen verder en we deden dat best goed. We blijven doorgaan, niet omdat Ramses Shaffy dat zegt, maar omdat wij hardnekkig blijven geloven in ons onderwijs. Geen OESO-rapport dat daar tegenop kan.

Omdat het vandaag onze dag is, schuif ik mijn bescheiden aard aan de kant en prijs ik alle leerkrachten de hemel in. Een leerkracht is een circusartiest die elke dag letterlijk en figuurlijk op hoog niveau over een koord moet lopen. Alle blikken zijn op haar gericht. Ze kan in de diepte storten of perfect balanceren. Lesgeven dat is namelijk elke dag weer een evenwicht zoeken tussen inspireren, coachen, streng en behulpzaam zijn, aanmoedigen, geduldig zijn, corrigeren, zelf bijleren en blijven functioneren. Om het beste in je leerlingen naar boven te halen, moet je ook het beste in jezelf kunnen aanboren. Dat lukt de ene dag al beter dan de andere. Soms lijkt er nauwelijks spanning op onze koord te staan, dan val je en moet je vertrouwen op het vangnet van de school. Soms loop je schijnbaar moeiteloos over dat touw. Dan maak je al jonglerend met vijf ballen een pirouette of een dubbele axel. Dan lach je daar nog heel spontaan bij en vertel je en passant een goeie grap. Je wordt geen leerkracht voor dat unieke momentum dat je soms creëert. Je wordt leerkracht omdat je elke dag weer graag iets over je vak vertelt aan jongeren.

Ik ben weerbaar en flexibel omdat ik deel uitmaak van een fantastisch schoolteam dat wordt aangevoerd door een ijzersterke directie. Zonder mijn lieftallige collega’s zou ik vandaag maar half de leerkracht zijn die ik met 10 jaar ervaring geworden ben. Een speciale vermelding gaat naar An, Ellen, Kirsten, Murielle, Bart, Gunter, Pieter-Jan, Stijn en Zefir. Stuk voor stuk topleerkrachten die bevlogen en ambitieus, doch realistisch zijn. Zij geven les met de voeten op de grond, maar wel recht uit het hart. Zij zijn mijn rotsen in de branding telkens als ik denk dat we weer eens recht op de klippen afvaren. Met hen aan mijn zijde durf ik gerust nog 30 jaar voor de klas te staan. Natuurlijk gaat mijn appreciatie ook naar mijn beide ouders die leerkracht zijn. Zij hebben me niet alleen opgevoed tot het flinke meisje dat ik nu (meestal) ben, ze gaven ook al hun leerkrachtengenen (en dat zijn er heel wat) mee aan hun oudste kind. Mijn eeuwige dank daarvoor.

Als je vandaag een leerkracht ziet: bekijk haar of hem eens goed. Je gelooft het misschien niet, maar dit is echt een mens.

Marathonpraat – Op weg naar de Suikermarathon

Na de perfecte duurloop die ik liep op mijn verjaardag wist ik het zeker: ik was klaar om binnen enkele weken een marathon te lopen. Geduld om te wachten op een georganiseerde wedstrijd heb ik niet. Ik liet in de zomer al uitschijnen dat ik mij in 2020 heel wat door de neus zou laten boren, maar niet mijn twaalfde marathon. Ook in 2020 zal ik een marathon lopen. Punt. Op eigen initiatief en met gezelschap op de fiets. Dat plan kreeg de afgelopen weken steeds concreter vorm in mijn hoofd. Er is een parcours (ongeveer toch) en een datum (eveneens ongeveer toch). 

Het blijkt zowel een vloek als een zegen te zijn om de route uit te tekenen voor je eigen marathon. Een vloek omdat je als eenkoppige (allesbehalve professionele) organisatie gebonden bent aan de reguliere voetpaden en weggetjes. Je kan geen beroep doen op hekken en politie om straten vrij te maken. Bovendien mag je nog zo’n toffe plannen hebben om je eigen marathon te lopen: 42,2 km is en blijft een aanzienlijke afstand. Het vergt dus wat denkwerk én voorbereiding om een parcours te bedenken van die lengte. Momenteel is het concept voor mijn marathon uitgewerkt, maar de puntjes moeten nog op de i worden gezet. Ik zal namelijk de suikermarathon lopen: een marathon in mijn eigen (relatief nieuwe) regio om en rond Tienen (de suikerstad) die gebaseerd is op de Suikerroute, een fietsroute die de de highlights van postcode 3300 aandoet. Het wordt met andere woorden een thuismarathon die het landelijke en glooiende karakter van de streek in de kijker zet met heel wat off-road stukken. Mocht ik mijn marathon aan de buitenwereld moeten verpatsen, ik zou het doen met de adjectieven uitdagend, gevarieerd en uniek.

IMG_3461b

De Suikerroute ontdekte ik in de zomer toen ik heel dicht bij huis rode zeshoekige bordjes opmerkte. Het kostte me echter vier pogingen om de route correct te volgen. Er blijkt namelijk al eens een bordje voor interpretatie vatbaar te zijn of – nog erger – volledig te ontbreken. Na elke mislukte poging bestudeerde ik mijn gereden Garmin route om te kijken waar de bordjes me aan mijn lot hadden overgelaten en ik dus grandioos de mist was ingegaan. Zo belandde ik bijvoorbeeld eens in Stok (die naam verzin ik niet). Uiteindelijk lukte het me op 11 augustus om de volledige Suikerroute te fietsen. Ik kwam uit op 45,5 km omdat ik geen lus door het centrum van Tienen maakte (waar een mondmaskerplicht geldt). Ik moet de Suikerroute dus wat inkorten naar eigen goeddunken. Ook wil ik vertrekken op de Grote Markt van Tienen en finishen aan de kerk van de voorstad waar ik woon. Ik probeerde al via online tools om de route uit te tekenen, maar dat is geen sinecure als je de omgeving nog niet als je broekzak kent. Er zit dus niets anders op dan de route de komende week op de fiets uit te testen en op die manier aan mezelf een meetcertificaat voor te leggen.

Zondag 11 oktober is de datum dat ik me eraan zal wagen. Mits enig voorbehoud: als het die dag echt ellendig weer is (heel de tijd regen en/of heel harde wind), dan stel ik mijn marathonplan een week uit. Hoewel ik in 2018 een sterke Brussel Marathon liep op het einde van de maand oktober, gaat mijn voorkeur toch uit naar het begin van de maand. De kans op zonnestralen en een ochtend die niet tegen het vriespunt aanleunt, is dan net ietsje groter. En als de Hel van Kasterlee echt doorgaat, dan gebruik ik de herfstvakantie (begin november) ook liefst om te fietsen in plaats van te recupereren. Over het doel van mijn marathon kan ik kort zijn: ik wil het optimale marathongevoel beleven en ervaren dat ik zo heb gemist. Dat houdt in te voet naar de startplaats gaan, daar nog een banaantje wegwerken, zenuwen die door de keel gieren, peptalk van Roos, persoonlijke support onderweg, adrenaline én verveling, melkzuur dat zich opstapelt en de ontlading die daarop volgt. Ik ben benieuwd hoe zoet de suikermarathon zal zijn voor mij.

Het gerief – De perfecte koekjes

Ik ga eens heel zot doen en hier zowaar een volledige blogpost wijden aan een koekjesrecept. Niet omdat ik plots de foodie-toer op ga, wel omdat ik een geniaal koekjesrecept bij elkaar heb geïmproviseerd dat ik zelf niet zou willen kwijtspelen. Wie weet valt het ook bij sommigen van jullie in de smaak. Bij deze een waarschuwing: ik durf behoorlijk creatief te zijn met potten en pannen, maar ik ben geen expert inzake zoete baksels. Door de jaren heen verzamelde ik enkele succesrecepten die ik dan met periodes regelmatig maak om mijn luxueuze koffiepauzes naar een nog hoger niveau te tillen. De afgelopen maanden bezorgden mijn zelfgemaakte havermoutkokoskoekjes mét chocolade voor het ultieme koekmoment. 

IMG_3480b

Een favoriet koekje: het is iets heel persoonlijk. Naarmate ik ouder word, lijk ik steeds kieskeuriger te worden op koekvlak (misschien geldt dat ook op andere fronten). Ik hou niet van koeken die te vlak en zoet zijn van smaak. Een goede speculaas kan mij bekoren, al verkies ik dan de bakker boven de supermarkt. Kwaliteit boven kwantiteit: ik zeg dat wel vaker. Een goede koek moet voor mij body hebben. Ik wil effectief iets te eten hebben, meer dan enkele (v)luchtige happen suiker. Daarom ben ik fan van havermout in koekjes. Al is het belangrijk dat het koekgevoel overheerst en de balans dus niet overhelt naar té voedzaam. Om die reden mogen suiker, kokospoeder en zwarte chocolade niet op het feestje ontbreken.

Op een zonnige dag in juni begon mijn zoektocht naar het perfecte koekjesrecept. Een simpele zoekopdracht met havermoutkoekjes + kokos bracht me bij een resem van recepten. Omwille van de smaakvolle website koos ik er dit recept van Little Spoon uit. De honing verving ik door simpele suiker en ik voegde er chocoladestukjes aan toe. Het resultaat was geslaagd. Omdat er echter geen bloem gebruikt wordt, vond ik de koekjes toch net iets te droog en brokkelig. Op goed geluk voegde ik er dus wat bloem en volle yoghurt aan toe om het deeg kneedbaarder te maken. Een voltreffer, al zeg ik het zelf.

IMG_3470b

Dit is het recept van mijn succeskoekjes. Meng 1 ei met 60 gram suiker. Voeg er 65 gram kokospoeder (wat minder of meer kan ook) aan toe en 60 gram gesmolten boter. Meng goed tot je een gladde massa hebt. Voeg hier 200 gram havermout en 50 gram bloem naar keuze aan toe. Ik gebruik half-volkoren speltbloem, maar alles is mogelijk. Alles goed mengen en nog wat volle (of Griekse) yoghurt toevoegen. Ik doe dat wat op gevoel: een 100 ml, schat ik. Hierdoor wordt je deeg meteen een stuk smeuïger. Tot slot snij ik nog 30 gram zwarte chocolade in kleine stukjes, ook die gaan bij het mengsel. Verdeel het deeg in 12 bolletjes op een bakplaat met bakpapier. Druk ze plat en duw de randjes wat aan. De koekjes gaan 25 minuten de oven in op 190 graden. Best even in de gaten houden, want elke oven heeft zo z’n eigenheden. Zoals jullie wel door hebben komt het bij dit recept niet op een grammetje meer of minder. Ik hou daar wel van.

De koekjes zijn het al-ler-lekkerst een uur nadat ze uit de oven zijn. Je kan ze ook goed bewaren in een gesloten koektrommel. En dan nog iets: er moet écht koffie bij. Bon appétit!

Loperspraat – De perfecte duurloop

Zondag 13 september werd ik 35 jaar. Ik vierde dat in stijl door mijn dag te beginnen met een stevige duurloop. Zondag duurloopdag, weet je wel, zeker ook als je jarig bent. Er was een tijd dat ik rond mijn verjaardag mijn leeftijd in kilometers liep. Na de beproeving die ik moest ondergaan toen ik 33 werd, liet ik de uitdaging vorig jaar wijselijk aan mijn neus passeren. Ook mijn enthousiasme kent grenzen. Dit jaar ging de gedachte door mijn hoofd en er ook weer uit. Ik zou dit jaar dus niet zo gek zijn om 35 kilometer te gaan lopen. Het werden er uiteindelijk 32. Geloof het of niet, die drie kilometers maken wel degelijk een verschil. Ik liep via fietsknooppunten een duurloop in lijn van bij mij thuis in Tienen tot bij Roos in Rotselaar. Dankzij de hoogtemeters een pittig parcours. Dankzij de omgeving vooral ook erg gevarieerd en mooi. Achteraf besefte ik dat ik de perfecte duurloop liep op mijn verjaardag, eentje om in te kaderen en nog heel vaak aan terug te denken.

Wie wil duurlopen op een zonnige dag kan maar beter vroeg uit de veren. Roos verjaart de dag voor mij, dus ik had er een heel gezellige avond op zitten met lekker eten en drinken. Na een relatief korte nacht zat ik daarom om 6u havermoutpannenkoeken te eten. Al heel de week keek ik uit naar deze duurloop. In mijn hoofd zou het echt fantastisch leuk zijn. Quasi moeiteloos zou ik met de zon op mijn bol naar mijn zus lopen. Tussen droom en daad verbergt zich soms de desillusie. Ik was dus ook wel op m’n hoede. Om 9u stond ik op de stoep en weg was ik voor wat in mijn hoofd dus heel leuk zou worden. De eerste kilometers liepen meteen erg goed. Er was zon, het was rustig en de benen bolden vanzelf. Knooppunt 13 (mijn geluksgetal) stelde wederom niet teleur. Na een dik uur was ik in Pellenberg en vergezelde mama mij op de koersfiets.

Ik had al enkele flink oplopende stukken achter de rug, maar daar leek ik weinig van te merken. Mijn buik hield zich verdacht stil. Ondanks de prosecco’s op de gezondheid van Roos, leek ik niet heel veel dorst te hebben. De nazomerzon deed haar best en was zonnig, maar niet verzengend warm. Het landschap was prachtig. Mama vervulde haar rol als compagnon de route weer met glans. Voor ik het goed en wel wist, had ik ruim 20 kilometer gelopen, waren we in Linden en leek Rotselaar om de hoek. Ik verbaasde me over het strakke tempo dat ik bleef aanhouden. Mijn benen bleven maar draaien. Roos vervoegde ons de laatste kilometers. Ik grapte nog dat ik uiteindelijk toch wel mijn leeftijd, thirty-something, gelopen zou hebben en toen was ik er dus. 32,05 km liep ik met een gemiddelde van 4’58” en ik voelde me als herboren. We aten pistolets en taart natuurlijk, veel taart.

De conclusie was dat mijn duurloop nog leuker bleek te zijn dan hoe ik het had bedacht. Dit was de perfecte duurloop. Omdat alles juist zat. Omdat het zo eenvoudig was om te lopen. Omdat het gevoel belangrijker was dan de cijfers. Omdat het ook in mijn hoofd zo rustig was. Omdat ik ook wel een beetje trots was op mezelf. Zo leerde ik op mijn 35e verjaardag dat lopen echt in mijn lijf zit. En dat het soms eenvoudig is om gelukkig te zijn. Of toch op z’n minst uitermate tevreden.