De gedachte – En nog bedankt voor de cultuur!

Het zijn barre, bittere ijskoude tijden voor het culturele landschap in Vlaanderen. Nadat minister-president Jan Jambon bekendmaakte dat er duchtig gesnoeid zal worden in de subsidies voor de culturele sector barstte er hevig protest los. Terecht. Jambon is immers ook cultuurminister. De grootste bezorgdheid is een besparing van 5 miljoen of maar liefst 60% op projectsubsidies. De impact daarvan is enorm. Volgens acteur Michael Pas wordt het voor jonge kunstenaars vrijwel onmogelijk om aan de slag te gaan omdat net die projectsubsidies een kweekvijver vormen voor aanstormend artistiek talent. Vergeet niet dat ook gevestigde gezelschappen ooit klein begonnen. De duimschroeven worden aangehaald en de kaasschaaf vakkundig gehanteerd. De culturele sector bloedt en dat raakt mij.

Naast onderwijs en zorg moet er, wat mij betreft, ook overheidsgeld gebruikt worden opdat ons culturele leven zou floreren. Ik kan mij geen cultuurloos leven voorstellen. Dit jaar ging ik naar de opera (voor het eerst), bezocht ik theatervoorstellingen, concerten en comedyshows. Altijd brengt dat iets teweeg. Ik vind daarin een vorm van ontspanning die ik niet uit sport of mijn dagelijks leven kan halen. Cultuur is voor mij verlichting en een stukje schoonheid. Het geeft mijn leven zowel diepgang als luchtigheid. Ik zie en hoor iets bijzonder, word geraakt, denk na, denk nog wat verder na en ben dan verrast over een gevoel dat uitgesproken is. Je mag dat raar of zelfs belachelijk vinden. Het getuigt echter van geen stijl om mij dan als een elitaire linkse trut te bestempelen, want dat is hoe overtuigde cultuurfanaten dezer dagen worden afgeschilderd. De culturele sector zou slechts een uiterst selecte groep van de Vlaamse bevolking bereiken.

Niemand is verplicht om deel te nemen aan het culturele leven, maar de cijfers liegen er niet om. Cultuur kent een brede waaier aan verschijningsvormen. Je hoeft niet naar de opera of het ballet te gaan om aan cultuur te doen. Ook naar de bioscoop gaan, een monument bezoeken of een musical bijwonen, valt onder de algemene noemer cultuur. Daarenboven tonen de cijfers aan dat cultuur beleven los staat van een politieke voorkeur. Met andere woorden: niet alleen linkse rakkers zijn cultuurliefhebbers. Je kan het daar niet mee eens zijn en de besparingen terecht vinden. Volwassenen kunnen namelijk van mening verschillen. Ze kunnen daar dan over spreken en naar elkaar luisteren. Wat ik echter tenenkrommend vind, is de bagger die theatermakers en acteurs de afgelopen dagen over zich heen kregen. Filip Brusselmans van Vlaams Belang beet op Radio 1 de spits af door acteurs af te schilderen als een stelletje onbekwame speelvogels die zich bij voorkeur naakt op een podium God wanen. Hij beriep zich op de provocatieve voorstelling Mount Olympus van de al even omstreden theatermaker Jan Fabre. Allemaal de schuld van de linkse pamperpolitiek dat dit soort verderfelijk amusement gefinancierd wordt met overheidsgeld. Hoog tijd dus om daar paal en perk aan te stellen.

Ik viel achterover van zoveel klinkklare nonsense. Weet die mens eigenlijk wel wat cultuur inhoudt? Waar haalt hij het lef vandaan om op basis van één ongegronde aanname de volledige theaterwereld door de mangel te halen? Helaas was hij niet de enige die zich laatdunkend uitliet. De denigrerende toon waarop er via diverse media gesproken wordt over acteurs is stuitend en ronduit choquerend. Theater maken is een ambacht. Toneel spelen is een vak. Het is een stiel die onmetelijk veel oefening en toewijding vereist. Aan een theatervoorstelling gaat een maandenlange en vooral ook intensieve voorbereiding vooraf. Acteurs passeren niet royaal langs de kassa nadat ze ocharme twee uur in de spotlights smoelen staan trekken. Ze draaien lange werkdagen op niet-reguliere tijdstippen omdat ze iets mooi en uniek willen geven aan hun publiek. Iets dat vluchtig, maar echt is. Dag na dag, in goede en slechte tijden. Iedereen die daar anders over denkt, zou eens een paar dagen mee op tournee moeten gaan om het het reilen en zeilen van de theaterwereld te ervaren. Vel dan je oordeel.

Laat mij geen vakken vullen in de supermarkt, straten aanleggen, longen transplanteren of de Europese Commissie leiden. Laat mij voor de klas staan. Ieder zijn vak en ook ieder zijn hobby. Elke mens heeft uiteindelijk behoefte aan ontspanning (en ontroering) op zijn eigen manier. Zo heb ik helemaal niets met voetbal, maar betaal ik net zo goed onrechtstreeks voor de veiligheidsmaatregelen die bij zulke wedstrijden genomen moeten worden. Mij goed. Het is echter problematisch dat we een minister van Cultuur hebben die (op Bokrijk na) weinig affiniteit lijkt te hebben met die bevoegdheid. Hij heeft de deur hard dicht geknald terwijl onze vingers er nog tussen zitten en roept pro forma: seg en nog bedankt he! Besparen op cultuur, dat is besparen op ons gevoel. Het is een stukje schoonheid dat verzwolgen wordt in het donkere woud van de verzuring. Omarm de rijke Vlaamse cultuur in al zijn facetten. Koester het acteertalent van onze vruchtbare eigen bodem. Grootmeester Leonard Cohen liet deze week nog postuum van zich horen met zijn nieuwste album Thanks for the dance. In eigen land kan ik alleen maar rechtstaan, hard in mijn handen klappen en vanuit het diepst van mijn hart zeggen: bedankt voor de cultuur. Het is een genoegen om jullie publiek te mogen zijn.

 

Het portret – Mijn gouden maatje An

Op 22 november 1982 steeg er ongetwijfeld een warme gloed op boven het druilerige herfstlandschap. Ofwel blonk het goud aan de rand van de zon zo hard dat het pijn deed aan je ogen. Die dag werd immers mijn collega en beste vriendin An geboren. Vandaag mag ze dus 37 kaarsjes uitblazen: één voor elk jaar dat ze met haar stralende persoonlijkheid over alles en iedereen een gouden gloed kan werpen, al had ik dat niet meteen in de gaten toen we elkaar zo’n 9 jaar geleden ontmoetten op school. We leerden elkaar pas echt kennen toen bleek dat we tijdens de opruim van een opendeurdag om dezelfde flauwe grappen moesten lachen. Enkele dagen later deelden we een kamer tijdens een schoolreis naar Parijs en de basis van een hechte vriendschap was gelegd. An is niet minder dan een zacht en kostbaar edelmetaal: een gouden vriendin van 24 karaat.

An en ik geven allebei les in het vierde jaar en werken dus nauw samen. Hoewel we elk onze eigen stijl hebben, vullen we elkaar in teamverband perfect aan omdat we intuïtief dezelfde ideeën hebben over onze lessen en wat we met onze leerlingen willen bereiken. Ook in de klas is An eindeloos geduldig en toegewijd. Ze biedt een luisterend oor aan elke leerling die dat nodig heeft. Tijdens haar carrière loodste ze al menig jongere met raad en daad door het oerwoud van de puberteit. Dankzij haar gevoel voor humor en haar oprechte interesse in de leefwereld van haar leerlingen breekt ze in no time het ijs. Haar organisatorische talent is om jaloers op te zijn. An loopt nooit achter de feiten aan, maar dirigeert die feiten netjes de pas zodat ze steeds strak in het gelid lopen. Elke vorm van chaos is haar vreemd.

GRBZ3881b

Ook buiten de schoolmuren is An een gouden collega. Inmiddels deelden we al heel vaak een hotelkamer in Parijs in het kader van een schooluitstap. Dankzij dat jaarlijkse uitje (in het bijzijn van 120 leerlingen en 10 collega’s) bleek al snel dat we allebei om dezelfde redenen van de Parijse sfeer houden. Liefst van al wandelen we er uren rond met de stiekeme hoop Bent Van Looy eindelijk eens tegen het lijf te lopen. Als dat niet gebeurt, is er altijd nog Le Bon Marché of een lekker stuk taart om ons hart aan op te halen. Winkelen met An is overigens een les in stijl. Wat zij kiest, is er altijd boenk op omdat ze een aangeboren gevoel heeft voor alles wat mooi is. Tijdens die vermoeiende Parijs-reis kunnen we het niet laten om nog tot veel te laat ’s nachts door te praten. Onze gesprekken hebben dan vaak niet meer niveau dan die van de gemiddelde vijftienjarige. Aanvankelijk dacht ik dat Roos en ik door onze genetica dezelfde rijke fantasie hebben, maar gek genoeg lijkt An over diezelfde hersenkronkels te beschikken. Zo moet ik nog steeds gniffelen bij de gedachte dat we ervan overtuigd waren dat onze Kipling-tassen ’s nachts op de hotelkamer een mini Kiplingkindje op de wereld zouden zetten met bijhorende ritsgeluiden.

CFYC3844

An en ik mogen aan de oppervlakte schijnbaar verschillende karakters hebben, onze gevoelige zielen zijn vanbinnen dezelfde. Ik deel lief en leed met haar, geen bergtop of vallei blijft onbesproken. Ondanks mijn bedachtzame en soms gereserveerde aard weet ik dat mijn onzekerheden, twijfels en beslommeringen veilig zijn bij haar. Op school hebben we zelden de tijd en ruimte om in alle rust een gesprek te voeren. An beschikt echter over de superkracht om een gemoedstoestand feilloos aan te voelen. Haar sensor voor menselijke emoties is heel fijn afgesteld. Meestal heeft ze aan een blik genoeg om vast te stellen of er mij iets dwarszit. Daarenboven is ze oprecht geïnteresseerd in wat mij bezighoudt en neemt ze mijn advies (hoe futiel ook) ter harte. Ze geeft geen compliment voor de vorm, maar omdat ze het echt meent. Samen met haar gezin is ze dan ook een trouwe volger en supporter van mijn sportieve ondernemingen. Ik vertelde hier al over haar motivatie en doorzettingsvermogen als loper. Eindeloos respect heb ik daarvoor. Ik mag dan wel de marathonloper zijn en zij de start-to-runner, in wezen is er geen verschil tussen ons.

IMG_4977b

Tot slot excelleert An ook in haar rol als moeder van mijn favoriete tweeling en als vrouw van Wim. De 9-jarige Lieselore en Reinout zijn natuurlijk genetisch bevoorrecht, maar dat ze zulke aangename en intelligente kinderen zijn, hebben ze toch vooral te danken aan hun opvoeding en het warme nest waar ze opgroeien. Met z’n vieren vormen ze een liefdevol gezin waarin er ook veel gelachen en gefeest wordt. Ik ben de gelukzak die daar af en toe ook in ondergedompeld mag worden.

Lieve An, mijn beste bestie: ik wens je een prachtige verjaardag toe. Laat je verwennen, eet taart (heel belangrijk) en klink op jouw gezondheid!

IMG_0664b

 

 

Loperspraat – De zon scheen in Kasterlee

In Kasterlee is een hotel met de naam Kempenrust. Ik kan me er iets bij voorstellen: dat mensen naar de Kempen trekken voor wat ongedwongen toerisme in eigen land: bos, duinen, pompoenen, het sappige Kempische accent en voldoende etablissementen voor een pannenkoek met koffie en meer. Hotel Kempenrust (met zwembad!) ligt echter vlak aan start en finish van de (halve) marathon van Kasterlee. Op zondag 17 november 2019 was het er omstreeks 10u dus even niet heel rustig omdat 1500 lopers zich verzamelden voor één of twee rondes door de streek. Als ik (of bij uitbreiding mijn familie) in Kasterlee ben, is dat allesbehalve om te rusten. Meestal loop of fiets ik er veel kilometers. Team Odeyn stond dit jaar met een driekoppige delegatie aan de start: Seppe, Roos en ik zouden de klus klaren. Hoog tijd dat Marike, die nota bene in de Kempen woont, ons kwartet eens vervolledigt en haar debuut maakt in Kasterlee!

Het was mijn zesde editie van de halve marathon op Kastelse bodem. Halverwege november mag je er doorgaans modder, regen en grijzigheid verwachten. Niet dit jaar. De zon scheen hard en het bleef kurkdroog: een schitterende dag om een halve marathon in de natuur te lopen. De temperatuur was aan de heel frisse kant en zo trokken Roos en ik naar de warmte van het startvak, waar we nog een laatste aanmoediging vanaf de zijlijn kregen van onze hoogsteigen pappie. Het startschot weerklonk en het confettikanon deed het even sneeuwen. Seppe snelde er vanop de eerste rij als een haas vandoor. Hij zou die koppositie niet meer lossen en won 1 uur en 13 minuten later de halve marathon. Ik vertrok ook best snel. Al leek ik door de koude niet op benen te lopen, maar op stokken. Na een kilometer of twee en een eerste off-road passage voelde ik weer dat ik voeten had. Nog twee kilometer later kwamen ook mijn tenen weer dag zeggen. Ik had er zin in, liep snel en dat leek me relatief weinig moeite te kosten. Op de stukken asfalt kon ik zelfs nog extra tempo maken en dankzij de zon liep het zweet al snel over mijn gezicht. Voor ik het wist had ik 11 kilometer als een malle gelopen en was ik klaar voor de tweede helft. Het bos wachtte op mij.

IMG_1689b

Al vijf jaar na elkaar mispak ik mij aan dat verduivelde bos. Elk jaar opnieuw lijk ik er mijn voortvarende start te bekopen. Dan vloek ik binnensmonds en hou ik me voor om het jaar nadien wat over te houden voor die verraderlijke staart. Lichtjes bevreesd liep ik dus het bos in met de angst er de Kastelse boeman tegen te komen die mij er elk jaar een klein tikje met zijn trollenknots uitdeelt. Ik wachtte dus af tot dat zou gebeuren. Er gebeurde echter helemaal niets. Integendeel, de kilometers flitsen voorbij. Het bos leek vlakker dan de voorbije jaren. Alsof ze het met een gigantische pletwals wat hadden uitgevlakt om het loopcomfort te vergroten. Ik kreeg dus helemaal geen klop of tik. Hooguit af en toe een déjà-vu naar mijn eindeloze passages in de Hel van Kasterlee, waar ik heel alleen kilometer na kilometer door de modder stampte. Ik prees me dan ook gelukkig dat ik me nu zo snel door dat bos kon voortbewegen. Wat ongewijzigd bleef, was mijn onvermogen om me te oriënteren in en rond Kasterlee. Het parcours van de (halve) marathon van Brussel zou ik geblinddoekt kunnen lopen. In wereldstad Kasterlee legde ik ondertussen al heel veel kilometers af, maar alles lijkt er op elkaar. Drop me er niet, want je ziet me niet meer terug.

Mede dankzij de duidelijke bewegwijzering kwam ik dus voor ik het goed en wel besefte terecht in mijn laatste kilometer richting finish. Hoewel ik voor de start absoluut geen ambitie had om een heel snelle tijd te lopen, zag ik plots dat die er wel in zat. Dankzij mijn eindsprint (die naam niet waardig) finishte ik uiteindelijk in 1:39:48 als zesde vrouw. Met een gemiddelde snelheid van 4’40” liep ik zelfs mijn snelste halve marathon ooit in Kasterlee. Ook Roos zette een sterke chrono neer en is bij deze volledig hersteld van onze marathon in Brugge. Ze gaf wel toe dat ze mijn gezelschap een beetje had gemist. Wat de dag zo mooi maakte, was niet mijn snelle tijd, maar wel het pure loopplezier dat ik beleefd had tijdens mijn 21 kilometer. Kasterlee voelde inderdaad aan als een stukje Kempenrust.

IMG_1683b

Het moment – Schrijftalent gespot in de klas

Schrijver, journalist, avonturier, Lost Generation, Nobelprijswinnaar. Het is onmogelijk en zelfs ronduit oneerbiedig om Ernest Hemingway te beschrijven in amper zes woorden: welgeteld één woord per decennium dat Hemingway de literatuur van de 21e eeuw gestalte gaf. In zes woorden kan je het turbulente leven van de in Chicago geboren Amerikaan niet vatten. Geen woord over zijn bewogen leven in Parijs tijdens de roaring twenties. Geen woord over zijn twee huwelijken en drie zonen. Geen woord over zijn betrokkenheid tijdens de wereldoorlogen en de Spaanse Burgeroorlog. Geen woord over zijn trieste levenseinde dat getekend werd door alcohol en depressies. Geen woord over zelfdoding. Nochtans was het Ernest Miller Hemingway himself die – zo wil het verhaal – op café een weddenschap met vrienden afsloot omdat hij beweerde een verhaal van slechts zes woorden te kunnen schrijven. For sale, baby shoes, never worn krabbelde hij neer en de weddenschap was gewonnen.

Ik legde Hemingway’s ver doorgedreven vorm van flash fiction voor aan mijn leerlingen van het vijfde jaar. De eerste vraag was: is dit wel een verhaal? De meningen waren verdeeld. Langs de ene kant hoorde ik een duidelijke nee omdat er geen personages zijn, je helemaal niets weet en die zes woorden net zo goed een betekenisloos zoekertje in de krant zouden kunnen zijn. Langs de andere kant gingen er ook heel wat stemmen op voor de verhalende waarde van deze korte zin. Hemingway’s zes woorden roepen een beeld op: een vader en moeder verliezen een kind en bieden de voorziene schoentjes te koop aan. Je voelt de leegte en het verdriet, ook al staan die er niet. Een leerling concludeerde dat zes woorden geen verhaal vormen, maar dat ze wel een verhaal kunnen vertellen. Laat net dat de kern zijn van een six word story ofte zes-woorden-verhaal.

Ik daagde de vijfdejaars leerlingen uit om een verhaal van exact zes woorden te schrijven. Omdat je ware creativiteit niet aflevert op bevel was het een vrijblijvende taak en een bescheiden wedstrijd onder het mom: wie is de Hemingway van onze school? Om een verhaal te vertellen met zes woorden moet je vertrekken vanuit een groter verhaal. In de klas bedachten leerlingen dus een overdaad aan dramatische situaties. Dat grotere verhaal werd vervolgens steeds kleiner en korter tot er een minimum aan woorden overbleef. Een schrijfoefening waarbij je meer moet schrappen dan schrijven, zonder dat de lezer het gevoel krijgt dat er betekenisvolle woorden zijn weggelaten. Het is een delicaat evenwicht tussen net genoeg vertellen om je lezer te prikkelen zodat die een concrete situatie voor ogen krijgt en voldoende mysterie behouden zodat de verbeelding het verhaal kan vormen. Een zes-woorden-verhaal overstijgt ook de gevatte quote.

Er bevindt zich duidelijk heel wat creatief schrijftalent onder mijn leerlingen en daar kan ik niet anders dan heel gelukkig van worden. Kiezen tussen 22 parels was een aartsmoeilijke opdracht. Uiteindelijk mochten alle leerlingen van het vijfde jaar hun stem uitbrengen, net zoals mijn collega’s Nederlands en de directie. Schrijven is schrappen en kiezen is ook verliezen. Het viel meteen op dat enkele verhalen er bovenuit staken en afgetekend de leiding namen. De nummer 1 liet zich niet van de troon stoten. Voor de ereplaatsen ging het lang haasje over. Gisteren werden de prijzen uitgereikt en de winnaars bekend gemaakt. Ga nu goed zitten en geniet van de beste verhalen. Winnaars Staf en Lucas staan uiteraard bovenaan.

Laatste halte, laatste regen, eerste tranen – Staf & Lucas
Ik en jij, maar nooit wij – Firdaous
Eén sms, schreeuwende banden, akelige stilte – Dante
Enkel mijn ogen zagen de waarheid – Amber
Wil niet weten wie me vasthoudt – Wica
Edelachtbare, u hebt de verkeerde voor – Maud
Hij traint elke dag, toch ontspoord – Ben
Jouw ogen, mijn blik, een ogenblik – Sarie & Seppe
Beroofd: kindertijd – Syrië – Oeganda – India – Zweden – Emely
Dromend zag ik hoe jij stierf – Lucas

IMG_1654b
Kasper (plaatsvervanger van Amber), Staf, Lucas, Wica, Dante en Maud: de top 5!

Wil je nog meer lezen en weten over Ernest Hemingway? Groot gelijk! Lees dan een echt boek van de meester. A Farewell to Arms is één van die boeken die mij tot tranen toe beroerd heeft: een verhaal dat heel diep sneed en waar ik nog vaak aan terugdenk. Ook de unieke sfeer van Fiesta: The Sun Also Rises kan ik zo weer oproepen. Als het iets luchtiger mag zijn, kijk dan vooral naar Woody Allens Midnight in Paris (al is het voor de Parijse scenery). Een (mislukte) schrijver met een romantische ziel is met zijn verloofde in Parijs. Vol weemoed verlangt hij naar de literaire wereld van de jaren twintig tot hij op een avond nietsvermoedend belandt in die roaring twenties. Hij ontmoet er kleurrijke sleutelfiguren waaronder Scott F. Fitzgerald (schrijver van The Great Gatsby), Gertrude Stein, Pablo Picasso en een baldadige Ernest Hemingway. Warm aanbevolen!

 

Het boek – Herfsttijd, leestijd, boekenbeurstijd!

Zoals mijn sportieve leven cyclisch de seizoenen doorloopt, zo gebeurt dat ook met mijn lezend leven. Deze periode loop ik dus niet alleen door de bladeren in het bos, maar (weliswaar aan een iets bescheidener tempo) ook over de sjofele tapijten van de Boekenbeurs in Antwerpen. Vorig jaar vertelde ik al over die tijdelijke en periodieke terugkeer naar het boekenvak als medewerker op de stand van Exhibitions International. Mijn allereerste werkgever is topleverancier van de mooiste boeken die op de Boekenbeurs te vinden zijn. Ondertussen ben ik al toe aan mijn twaalfde editie als werkkracht op de Boekenbeurs. Tijd om de balans op te maken van de eerste boekenbeursweek.

Laat er geen twijfel over bestaan: bij Exhibitions International vind je het meest gevarieerde en uitgebreide boekenaanbod: kunst, lifestyle, architectuur, Engelse ficite en non-fictie, film en muziek zijn slechts enkele onderwerpen. Een boek over fartology, tatoeages of kalligrafie behoort eveneens tot de mogelijkheden. Alle wegen leiden kortom naar Exhibitions International. De trends van vorig jaar zijn nog niet op hun retour. Het aantal katgerelateerde items lijkt weer wat toegenomen en valt nog steeds erg in de smaak. Ook de tote bags met opschrift hebben niet aan populariteit ingeleverd, net zoals de Disney scheurkalender die een must blijkt te zijn voor menig huishouden. Harry Potter is in al zijn verschijningsvormen eveneens erg geliefd bij jong en oud. Engelstalige fictie doet het in het algemeen goed met een glansrol voor Margaret Atwoord en haar Booker Prize winnende The Testaments. Het mannelijke publiek zwicht nog steeds voor dure boeken over nog duurdere Porsches of zeldzame horloges. Enkele kamerplanten fleuren sinds dit jaar de stand op, want stijlvolle boeken over groen in huis zijn ook helemaal in.

img_1623b.jpg

Dat ik al vier dagen tussen al die parels mocht vertoeven, heeft een groot voor- en tegelijkertijd ook nadeel: het is onmogelijk om zelf niets te kopen. Allereerst schafte ik me heel wat Engelstalige fictie aan. Ik ben onder meer razend benieuwd naar het bejubelde On Earth We’re Briefly Gorgeous van debutant Ocean Vuong. Ook Normal People van Sally Rooney staat inmiddels hoog op mijn leeslijst, samen met The Overstory van Richard Powers en Asymmetry van Lisa Halliday. De meest intrigerende titel is die van de Japanse bestseller Before the coffee gets cold van Toshikazu Kawaguchi. In de categorie non-fictie werd Factfulness me warm aanbevolen door tijdelijke collega Thomas en schoonbroer Peter. En omdat ik The Subtle Art of Not Giving a F*ck zo vaak over de toonbank zag gaan, ging ik ook voor die niet mis te verstane boodschap overstag.

Om een beetje in te spelen op die literaire overdaad in het najaar voer ik een boekenkoopstop in vanaf augustus. Het is dan uitkijken naar de nieuwigheden die strategisch in oktober verschijnen. Bij de andere stands is er dus ook heel wat moois te vinden. Zo kan ik niet wachten om te beginnen in Zwarte schuur, de nieuwe roman van Oek de Jong en Zonder liefde van Stefan Brijs. Ik kocht ook Zomervacht van Jaap Robben omdat ik deze zomer diens Birk in één ruk heb uitgelezen. Bij de buitenlandse literatuur maakte ik een vreugdesprongetje omdat mijn favoriete Deense auteur Jens Christian Grøndahl een nieuw boekenkind op de wereld zette. Alleen al omwille van de cover wil ik zijn De storm liefst nu lezen. Hetzelfde geldt voor De uitzichtlozen van Nicolas Mathieu, die vorig jaar de prestigieuze Prix Goncourt won. Dankzij de successen van de Paolo’s Cognetti en Giordano zetten uitgevers nu ook veeleer onbekende Italiaanse auteurs in de kijker. Ik ben niet moeilijk te overtuigen en kocht redelijk impulsief De menselijke maat van Roberto Camurri omdat het door Cognetti wordt omschreven als een ingetogen, gevoelig lied dat we nooit eerder hebben gehoord. Zo mogelijk nog impulsiever belandde Trocadéro van John-Alexander Janssen in mijn boekenzak. Simpelweg omdat het zich in Parijs afspeelt.

De goede verstaander leest hier dat ik graag boeken koop. Ik heb echter geen gebrek aan leesvoer in huis. Nadenken over welke boeken ik wil lezen, die vervolgens kopen, in huis hebben en alles organiseren: ook dat is deel van het boekenplezier. De heel goede verstaander leest hier dat mijn eigen woning momenteel ook een beetje op de Boekenbeurs begint te lijken. Zonder de muffe lucht en dure broodjes uiteraard.

De Boekenbeurs gaat door in Antwerp Expo en loopt nog tot en met maandag 11 november. Je vindt Exhibitions International in zaal 1, stand 109. Welkom!

IMG_1617b

Loperspraat – Op de marathongolven drijven in oktober

Niemand gelooft mij als ik zeg dat oktober een rustmaand was. Ik liep immers een marathon samen met Roos in Brugge en lag dus niet een maand lang in de zetel. Een marathon lopen dat betekent echter rust nemen, voor en na de grote dag. Sinds ik ruim een jaar geleden het plezier van de mountainbike herontdekte, bleef ik telkens koppig doorfietsen in aanloop naar mijn marathons. Nu dus niet. Ik ging nog lopen, maar mijn trouwe tweewieler Juan bleef heel wat dagen onaangeroerd in de garage staan. Ik zou het grijze weer als schuldige kunnen aanduiden, maar het was eigenlijk vooral mijn eigen hoofd dat even vond dat het allemaal te veel was. Je moet Mister Marathon altijd met respect en de nodige egards behandelen. In dit geval was dat door eventjes wat minder te gaan doen. Misschien is het dus wel echt waar en komt verstand met de jaren.

IMG_1402b

Naar mijn gevoel kabbelde ik in oktober rustig voort richting Brugge. Ik liet me gewillig meedrijven op de golven van mijn geliefde bezigheid: lang aan een stuk lopen. Er was een eerste piekje waar te nemen toen Roos en ik een halve marathon lang door Brussel knalden. Twee weken later diende de echt piek zich aan en liepen we dus Roos’ record op de marathon aan diggelen. Een onvergetelijke loopronde die Roos prompt bombardeerde tot nummer 1 der zussenmomenten. Ze moest zelfs nadenken welke gebeurtenissen nummer 2 en 3 innamen. Daags na de marathon voelde ik wel dat ik iets met mijn benen had gedaan, maar dankzij de afwezigheid van echte hoogtemeters voelde ik me verbazingwekkend fit. Hoewel ik van plan was om nadien snel weer op de fiets te kruipen, strooide Juan zelf roet in het eten. Op een zonnige zaterdag stond ik na amper 4 kilometer te voet met een platte band. Mijn Spaanse vriend is nu een week van huis voor onderhoud aangezien ook de volledige aandrijving aan vervanging toe was. Ik beschouw het als een wellness-weekje voor hem.

Enerzijds ben ik ervan overtuigd dat het verstandig was om een rustig-aan-maand te nemen, anderzijds vloekt dat idee met mijn initiële plan. Ik heb namelijk nog een belangrijk doel in het verschiet. Over welgeteld 7 weken sta ik voor de tweede keer aan de start van de Hel van Kasterlee, een inspanning next level zoals het Roos het noemde. Een maand amper fietsen strookt niet met het idee van hard trainen voor die prestatie, ook al voelde ik de afgelopen weken tijdens het lopen wel dat er veel energie in de tank zit. Ik hou me vast aan het idee dat de basis van een goede wintervorm in de zomer wordt gelegd. Het verschil ten opzichte van vorig jaar is dat ik toen amper wist wat me te wachten stond. Ik liet het allemaal op me afkomen en had veel plezier in de trainingen. Nu is dat heel anders: er is een referentiejaar en ik weet min of meer waar ik me aan kan verwachten. Ik zal de komende 5 weken dus nog heel veel kilometers op de fiets maken. De weersvoorspelling beloven alleszins om het herfstig (lees: nat) te houden.

IMG_1563b
Op de top van de triomfboog in het Jubelpark

Oktober was ook de maand waarin we papa’s 60e verjaardag vierden. Jawadde! Hoewel we ons uiterste best deden om die dag niet zomaar te laten passeren, volgde er wat later slecht nieuws. Jan Odeyn, de man die vervaardigd is uit staal en carbon, sukkelt namelijk al enige tijd met zijn achillespezen. De pijn nam steeds toe. Lopen ging niet meer. Wat hij zelf vreesde, werd duidelijk na een echografie. Hij heeft een scheur in zijn achillespees en zal dit jaar dus niet als zestiger kunnen aantreden in de Hel van Kasterlee. Een domper van jewelste, aangezien hij al vijf keer op rij succesvol de finish haalde. Ik hoef jullie er niet bij te vertellen dat een loper ongelukkig wordt als hij niet mag lopen.

IMG_1581b
De Leopard tank kent geen geheimen voor deze man

Er was gelukkig wel een verzetje. Bij wijze van verjaardagsuitstap trokken papa en ik naar het vliegtuigmuseum, zoals wij het vroeger noemden, officieel het Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis in Brussel. Papa liep daar als kind vaak rond. Ongetwijfeld werd daar de kiem gelegd voor zijn latere leven als gedreven modelbouwvlieger en -bouwer. Wij mochten er als kind wel eens mee naartoe, met wisselend succes. Een slordige 25 jaar later heb ik niet echt affiniteit met motoren en oorlog, maar ik was toch heel benieuwd. Het is nog een museum van de oude stempel: tjokvolle vitrinekasten, een indrukwekkende loods vol vliegtuigen, heel veel wapens en weinig uitleg. Gelukkig had ik mijn persoonlijke gids mee. Mijn vliegtuig- en tankkennis moet na dit bezoek zowat verhonderdvoudigd zijn. Een bezoek dat absoluut voor herhaling vatbaar is.

Over twee weken gaan Roos, Seppe en ik traditiegetrouw van start in de halve marathon van Kasterlee. Helaas niet voor de pompoenregatta. Ik denk dat ik wel klaar ben voor november: regen, wind en pompoenen. Hoog tijd om mooie herfstfoto’s te maken in het bos!

IMG_1425b

Het boek – De kracht van gewoontes volgens James Clear

Mijn papa lachte er vroeger wel eens mee dat ik op een stoel in de keuken zat te wachten tot de klok van de oven op 7u42 sprong: voor mij het startschot om naar school te vertrekken. Ik ben een gewoontedier (en dat heb ik van hem). Mijn tijdsschema is nu minder strikt, maar ik doe wel elke week op hetzelfde moment boodschappen, ik spreek af op dezelfde plaatsen en bestel dan ook telkens dezelfde koffie. Soms schaam ik me daar over. Gewoontes hebben klinkt namelijk saai en allesbehalve spannend. Dankzij Atomic Habits van James Clear (vertaald als Elementaire gewoontes) leerde ik dat gewoontes ons leven gemakkelijker maken en dat schijnbaar onbenullige gewoontes wel degelijk een grote verandering teweeg kunnen brengen. Ik verwees er hier al naar toen ik het had over motivatie. James Clear gelooft namelijk niet dat het de drastische veranderingen en grootse doelen zijn die ons motiveren om dingen in ons leven anders aan te pakken. In Atomic Habits legt hij uit welk proces een gewoonte doormaakt en hoe we ze kunnen veranderen of integreren in alle domeinen van ons leven. Dit zijn de vijf inzichten die mij het meest zullen bij blijven.

1. Focus je op het systeem en niet op een doel.
Liefst van al zou je willen dat je elke training vooruitgang of verbetering voelt, al is het maar een heel klein beetje. Dat proces verloopt echter niet lineair. James Clear heeft het over de verraderlijke valley of disappointment: de fase waarbij de gewoonte geen of niet het gewenste effect lijkt te hebben, wat demotiverend kan werken omdat je meteen resultaat wil zien. Volgens hem kan je je beter focussen op een systeem en dus op het proces. Een doel is dan slechts richtinggevend. Als je dus een marathon wil lopen, moet je kijken naar je trainingen en hoe je die kan optimaliseren. De marathon lopen is dan een logisch gevolg van je systematische aanpak. Het problematische aan doelgericht werken, is dat het slechts tijdelijke veranderingen met een jojo-effect creëert. Je ruimt je woonkamer grondig op en een week later ligt alles weer overhoop. Bovendien kan doelgericht denken ook je geluk hypothekeren. Je houdt jezelf namelijk voor dat je pas gelukkig zal zijn als je doel behaald is. Als dat niet lukt, ben je ongelukkig. Fall in love with the process!

2. Je gewoontes vormen je identiteit.
Gewoontes veranderen kan op drie niveaus: je kan je richten op het resultaat, op het proces, maar ook op je identiteit. Iemand die een paar kilo’s kwijt wil, focust op een resultaat. Als jij als persoon eigenlijk niets geeft om gezonde voeding is die gewoonte in conflict met je identiteit. Je kan dus beter zeggen: ik wil iemand zijn die gezonder eet en van daaruit handelen. Zeg dus ook niet: ik wil een marathon lopen, maar: ik wil een loper zijn. Omgekeerd gebruiken we die identiteit ook als excuus voor slechte gewoontes: ik ben nu eenmaal iemand die te laat komt. Om je identiteit aan te passen, geldt het systeem van de democratie. Je moet jezelf met voldoende stemmen overtuigen dat je iemand bent die graag loopt of op tijd komt. Elke handeling die je verricht en die past bij je (gewenste) identiteit is een stem. Het gaat erom een meerderheid te halen. Hoe vaker je op tijd komt, hoe meer je er zelf van overtuigd zal zijn dat je iemand bent die niet te laat komt.

3. Een nieuwe gewoonte kan je best koppelen aan een andere gewoonte.
Menselijk gedrag volgt vaak de cyclus van het Diderot-effect waarbij één aankoop automatisch tot de volgende leidt. Je koopt een nieuwe eettafel en hebt dan plots nieuw bestek nodig: uit de ene actie ontstaat de andere. Motivatie is dan ook niet de doorslaggevende factor die bepaalt of je een nieuwe gewoonte kan aanhouden. De efficiëntste manier om een nieuwe gewoonte in te voeren is habit stacking: het principe dat een nieuwe gewoonte voortbouwt op een bestaande gewoonte. Je moet je daarbij telkens afvragen wat je precies zal doen (het specifieke gedrag) en wanneer en waar dat zal plaatsvinden. Zeg dus niet: ’s avonds ga ik lezen, maar: na het avondeten ga ik een half uur een boek lezen in de zetel. De ene gewoonte moet dus de trigger zijn voor de volgende.

4. Onze omgeving heeft een grote invloed op onze gewoontes.
De omgeving en ook de personen die daar deel van uitmaken zijn uitermate belangrijk bij de vorming van gewoontes. We imiteren de gewoontes van drie sociale groepen: the close, the many en the powerful. Op een eerste niveau zijn dat dus de mensen uit onze nabije omgeving, zoals vrienden en familie waar je al dan niet mee samenleeft. Op de tweede plaats komt de meerderheid. We gaan namelijk gemakkelijker in tegen onze eigen principes dan tegen de mening van de groep. Tot slot imiteren we personen die succesvol zijn en waar we naar op kijken. Zo zal menig marathonloper de trainingsprincipes van Eliud Kipchoge proberen over te nemen (zelden met het gewenste resultaat). Een gewoonte veranderen is dus gemakkelijker als je je in een omgeving bevindt waar jouw gedrag het gewenste gedrag is.

5. De vier wetten der gewoonte
James Clear baseert zich op vier wetten om gewoontes in te voeren en te implementeren. Maak ten eerste duidelijk wat je gewoonte precies inhoudt (een concrete formulering volgens het principe van habit stacking). Maak je gewoonte ten tweede aantrekkelijk (je omgeving is hierbij cruciaal). Maak de gewoonte vervolgens gemakkelijk door de drempel zo laag mogelijk te houden. Verplicht jezelf niet om een heel boek te lezen, maar begin met twee pagina’s. Tot slot moet je gewoonte tot voldoening en tevredenheid leiden. Voorzie een beloning op de korte termijn die niet ingaat tegen je identiteit. Beloon jezelf dus niet met een pak friet als je drie keer gezond hebt gegeten. Als je slechte gewoontes wil afleren, moet je dus het omgekeerde doen: maak het onzichtbaar, onaantrekkelijk, moeilijk en teleurstellend.

Ik heb Atomic Habits met veel plezier gelezen. Het boek heeft me meer inzicht gegeven over hoe gewoontes ons dagelijks handelen vormgeven en welke processen hierachter schuil gaan. Zoals alle boeken die gaan over efficiëntie en organisatie vind ik niet alles toepasbaar in het dagelijks leven, maar dat neemt niet weg dat er wel degelijk heel wat nuttige strategieën worden aangereikt die je het leven aangenamer en makkelijker kunnen maken. Zo vond ik deze week weer de zin om mijn routine van stabilisatieoefeningen in te voeren en dat kostte me plots schijnbaar geen moeite. De sociale experimenten die als voorbeeld dienen bij elk hoofdstuk zijn ook een meerwaarde. Ik leerde dat ganzen instinctief een ei dat uit hun nest rolt terug naar het nest zullen verplaatsen. Uit proeven bleek dat ze dat met elk rond object doen dat in de buurt ligt. Hoe groter dat voorwerp, hoe groter de drang was om het in het nest te krijgen. Eén gans ging zelfs zo ver dat ze een witte volleybal in haar nest rolde. Zorg er met andere woorden dus voor dat je omgeving is afgestemd op je gewoontes. Wanneer je een handeling een gewoonte kan noemen, hangt trouwens niet af van hoeveel tijd er verstrijkt, maar wel van hoe vaak je die handeling hebt verricht. You have to fall in love with boredom en laat dat nu net zijn waarom ik zo graag marathons loop.

Atomic Habits – Tiny Changes, Remarkable Results van James Clear verscheen in 2018 bij Random House Business Books.

De race – Great Bruges Marathon oktober 2019

  • De cijfers: marathon nr. 11 liep ik als haas van Roos in 3:36:30, een nieuwe recordtijd voor Roos
  • De voorbereiding: Roos’ voorbereiding verliep volledig naar wens, ik ging er hard voor in augustus en september en besloot in de taperweken voluit voor rust te gaan
  • De race: we liepen zij aan zij langs bergen zand, over een saaie weg, over de zeedijk en langs een vaartdijk in gezelschap van papa op de fiets, tijdens de laatste 12 kilometer nestelde Roos zich in mijn zog en zetten we onze recordrace verder richting een legendarische finish in Brugge
  • De herinnering: het familiemoment met ons drieën en de zinderende finale-kilometers richting finish

Wat vooraf ging
Roos en ik zouden deze marathon eigenlijk in 2018 lopen. Dat liep anders toen Roos en Niko een huis kochten, stevig in de verbouwing vlogen en een marathon lopen dus niet tot de mogelijkheden behoorde. Mijn haas-aanbod bleef echter geldig en Roos besloot er een jaar later gretig gebruik van te maken. De trail in Houffalize was voor haar een eerste grote doel om het vormpeil te meten. Nadien vlogen we allebei nog steviger in de looptrainingen. Ik zat ook veel op de mountainbike. Al bij al kon ik relatief rustig toeleven naar deze marathon omdat ik trager zou lopen dan mijn eigen marathontempo. Plots sloeg de marathonstress alsnog in alle hevigheid toe. De marathon is en blijft het koningsnummer van de atletiek. Het doet er dan niet toe dat je die prestatie al vaker leverde en dat je aan een comfortabeler tempo zal lopen. De marathon is een niet te onderschatten beest van een wedstrijd dat altijd weer iets nieuws uit de hoed kan toveren. Je mag er dus nooit helemaal gerust in zijn.

IMG_1490b

Vlak voor de start
Papa is bevoorrader en chauffeur van dienst. Na een gezellige autorit waarbij we cultuurtips uitwisselen, komen we twee uur voor de start aan in Brugge. Eerste prioriteit is een toilet vinden, want de nood bij Roos is hoog. Na een eerste dixi-stop gaan we ons nummer afhalen op de Grote Markt (die niet heel groot blijkt te zijn). We eten nog een banaantje, geven papa iPhone-tips en dan is het tijd voor de laatste voorbereidingen. We leveren onze bagage in en papa vertrekt op de fiets naar het afgesproken punt. Het startvak is klein, maar charmant. Zoals alles in Brugge eigenlijk. Roos en ik maken nog een laatste lemniscaat. We spreken ook een codewoord af dat Roos kan gebruiken om aan te geven dat ze echt helemaal kapot zit. Als we allebei staan te geeuwen in het startvak, beseffen we dat we opvallend rustig zijn.

IMG_1506b
Team Odeyn is almost ready for take-off

De race
We lopen onze eerste kilometers in een behoorlijk dik pak lopers omdat ook de halve marathonlopers met ons van start gaan. Langs het Minnewater verlaten we al snel het historische centrum om verder te lopen langs de ring. De paden zijn smal en het is toch wat dringen. Door de menigte lopen we sneller dan beoogd. Na een kilometer of vijf is er meer ruimte en lopen we over een brede kaai waar saaiheid meteen al de boventoon voert. We lopen immers over het industrieterrein van Alzagri (Algemene Zand- en Grindwerken) waar we heel veel hopen zand zien: allemaal netjes gesorteerd, dat wel. De toon is gezet voor het verdere verloop van de marathon. Zelfs creativa’s als wij moeten moeite doen om iets leuk op te merken in de slaapverwekkende omgeving. We tellen dus af naar kilometer 11, waar we onze supporters Niko en Joke zullen treffen. Na dat punt zet de saaiheid zich verder. We lopen nu richting Lissewege, ongetwijfeld een heel fijne plek om te wonen, maar het is wel een niemandsland. Het goede nieuws is dat we een stevig tempo kunnen blijven aanhouden.

Op kilometer 15 zijn we dolgelukkig als we papa zien. Hij vergezelt ons verder op de fiets en zorgt voor de nodige afleiding: een grapje hier, een weetje daar, een aanmoediging links, een compliment rechts. De sfeer zit er weer in. We lopen over een saaie, maar brede weg richting zee en dat is toch iets om naar uit te kijken. Rond kilometer 18 kruisen we de koploper van de wedstrijd, Willem Van Schuerbeeck, die dan al belachelijk veel voorsprong heeft op zijn achtervolgers. Het moet gezegd worden dat de organisatie zijn best heeft gedaan om de saaie weg te pimpen. Er hangen boxen waaruit een stevige technobeat weerklinkt. Ook de jeugdbeweging die bekers uitdeelt in de bevoorradingspost zorgt voor ambiance. We naderen Zeebrugge, maken daar enkele onhandige U-bochten, halen het halfway-point en lopen uiteindelijk over de zeedijk. Die is wat schuiverig door het zand, maar we zijn tevreden met het zeezicht. We vervolgen onze weg langs een file van auto’s met slechtgezinde bestuurders en banen ons een weg door de uitlaatgassen. In de technostraat zien we nu langs de andere kant de laatste loper dapper strijden om de tijdslimiet te halen.

Terwijl papa ons wijst op het gedenkteken van Saint-George’s Day (een Britse aanval op de haven van Zeebrugge tijdens WOI) voel ik de druk in mijn buik toenemen. Een ongemakkelijk gevoel bekruipt me. Roos en ik lopen nog steeds heel vlot. We werken onze kilometers allemaal af onder de afgesproken 5’10”. Hoewel ik blij ben dat alles zo voorspoedig verloopt, voel ik me ook behoorlijk zwak als haas. Ik lijk niet echt iets te kunnen betekenen voor Roos. Sterker nog: ik voel me de zwakke schakel en ik heb schrik dat de situatie in mijn buik zal escaleren. Net zoals bij mijn vorige marathons, worden de sportgels die ik slik op hevig protest onthaald door mijn maag en darmen. Rond kilometer 25 besluit ik dat mijn vierde sportgel de laatste zal zijn. We lopen op dat moment langs een vaartdijk. Terwijl papa ons vertelt over de duikbotenherstelplaats in Brugge nemen de buikkrampen toe. Daardoor krijg ik ook een aanhoudende steek in mijn linker middenrif. Ik besluit te zwijgen en hoop dat het over zal gaan als ik niets meer eet. Bij elke boom of andere vorm van begroeiing die we passeren (het zijn er veel), schat ik in of het zou kunnen dienen als beschutting voor een sanitaire stop. Als ik dan ook nog een dixi zie bij een bevoorradingspost twijfel ik een fractie van een seconde om er gebruik van te maken. Ik doe het echter niet omdat ik me al de meest waardeloze haas ooit voel. Ik kan Roos niet laten wachten en zou enkele kilometers nodig hebben om haar bij te benen. Onze benen draaien nu zo goed, ik mag haar niet in de steek laten.

Er is één belangrijke marathonwijsheid van ervaren rot Dirk: moeilijke momenten gaan voorbij. Op kilometer 30 sluiten de betrokken partijen in mijn buik een gewapende vrede en keert de rust terug. Uitgerekend op het moment dat een professionele haas uit de wedstrijd zou stappen, kikker ik helemaal op. Ik lijk te ontwaken uit mijn slechte droom, recht mijn rug en besef dat ik hier verdorie een missie te volbrengen heb: samen met mijn zus naar haar record lopen. We hebben al zo ver gelopen, we moeten het alleen nog af maken en daar zal ik voor zorgen. In mijn hoofd gaat de marathonmodus aan. Mijn blik verandert van gelaten naar vastberaden. Onze laatste 12 kilometer lopen we langs velden en weiden waar wederom niets te beleven is. Ik spoor Roos aan om mij gedachteloos te volgen en verzeker haar dat we perfect op schema liggen. Ze plakt tegen me aan. Ik voel dat ze het zwaar heeft. Ze buigt, maar breekt niet. Het lijkt alsof haar kin op mijn linkerschouder rust en ik haar elke meter een beetje mee trek.

Ik heb meermaals tegen Roos gezegd dat juist dit de marathon is. Dat ze, ondanks de pijn, dit moment moest vasthouden. Zo liepen wij dus gezusterlijk de finale van onze marathon. We liepen niet onze snelste 12 kilometer ooit, zeker ook niet de boeiendste, maar zonder enige twijfel wel de meest memorabele. Ik bleef Roos moed inpraten en droeg haar op door de muur in haar hoofd te lopen. Dat lukte. Tussen kilometer 30 en 35 liepen we ietsje trager dan voorzien, maar vanaf dan hadden we weer een stevige tred te pakken. Na een laatste aanmoediging van Niko en Joke liepen we rond kilometer 41 terug de Brugse binnenstad in. Toen wist ik al dat Roos haar persoonlijke record zou verpulveren. Ook aan ons mooie marathonliedje kwam uiteindelijk een eind. De laatste meters pakten we elkaars hand vast en deden we iets wat voor een zegegebaar door het leven moest gaan. Roos haar record lag in diggelen aan de finish. We pakten elkaar eens goed vast en toen kon ik gaan aanschuiven bij de dixi’s.

WJLV8876
Een grote dankjewel aan onze bevoorrader papa en supporters Niko en Joke! (en sorry dat we zo stonken)

De conclusie
Brugge is een charmante stad van slechts een zakdoek groot. Dat voel je in de organisatie. Het is bijvoorbeeld niet praktisch om – nadat je een marathon hebt gelopen – een steile trap te beklimmen om je bagage af te halen. Ondanks het saaie parcours zijn er wel ruim voldoende bevoorradingsposten en wordt er moeite gedaan om allerlei muzikale ondersteuning te voorzien. Zowel de doedelzakspeler als de trommelaar waren aanwezig. Bovendien bevat deze marathon amper hoogtemeters en lopen de saaie stukken wel meestal over een snelle asfalt. Het aantal toeschouwers is beperkt. Dit werd echter gecompenseerd door hun enthousiasme: de aanmoedigingen vlogen ons om de oren. Ook (de aanloop naar) de finish op de Grote Markt garandeert een kippenvelmoment. Door deze unieke zussenervaring zal de marathon van Brugge voor ons altijd speciaal blijven.

IMG_1518b

Enkele weetjes

  • Roos at in plaats van haar gebruikelijke witte bolletjes sandwiches als ontbijt. Ik ging voor havermoutpannenkoeken.
  • Ons nichtje Leah werd van thuis uit al ingewijd in de kunst van het supporteren met een gepersonaliseerde vlag op babymaat.
  • Om het papa gemakkelijker te maken waren onze drinkbussen gelabeld met Kind 1 en Kind 2.
  • Zelfs in het Oude Griekenland zou elke atleet zijn neus hebben opgehaald voor de miserabele douchebeurt die ons na afloop te wachten stond.
  • Roos noemde mij achteraf de killer machine van de marathon, ook de vergelijking met een tank viel. Ik zou natuurlijk liever vergeleken worden met een elegant dier zoals een gazelle, maar niets is zo dodelijk efficiënt als der panzerwagen.
  • Papa kon uiteindelijk 20 kilometer met ons meefietsen: een godsgeschenk!
  • Ik ben nog steeds onder de indruk van de geschiedkundige kennis van papa. Man wat weet die veel!

 

Marathonpraat – Voorbeschouwing op de marathon met Roos

Als de dagen korter worden en de blaadjes van de bomen vallen, dan voelen wij dat de marathon in de lucht hangt. Zondag 20 oktober is Brugge de plaats waar het voor Roos en mij weer zal gebeuren. Om 10u gaan mijn zusje en ik samen van start in de Great Bruges Marathon en huppelen we hopelijk in minder dan 3u40 ook weer samen over de finish. Voor mij is het marathon nr. 11, Roos is ook niet aan haar proefstuk toe na marathons in Leiden (2015), Rotterdam (2016) en Amsterdam (2017). Ik loop deze marathon als haas voor Roos en zal er dus alles aan doen om haar marathon zo comfortabel mogelijk te laten verlopen. Alleen het loopwerk moet ze wel voor haar rekening nemen. Een week voor M-day trokken wij samen het zonnige herfstbos in voor een gezamenlijk looprondje. Niet om onze hoofden op elkaar af te stemmen (dat gebeurt namelijk automatisch), wel om alvast wat voorpret te beleven. Omdat dit de marathon is van Roos ga ik het hier dus niet hebben over mijn eigen onzekerheden, twijfels en bedenkingen. Ik deed namelijk weer eens van vraag en antwoord met Roos. Dit is haar voorbeschouwing op de grote dag.

Ik koos voor de marathon van Brugge uit praktische overwegingen. Voor mij geldt: hoe groter de marathon, hoe meer stress. De marathon van Brussel is dichterbij huis, maar ik wil een goede tijd lopen en dan is het vlakke parcours in Brugge interessanter. Ik verwacht wel dat gaststad Brugge er een mooi event van zal maken met de nodige ambiance. Het parcours zelf ziet er best saai uit. De foto’s van vorige edities zijn mooi, maar Google Maps toont toch vooral veel dijken en saaie stukken. Langs een Vaart jeppen kunnen wij goed. Het heeft ook wel iets dat je naar de zee loopt en terug, net zoals de CPC Loop in Den Haag.

IMG_1448b

Mijn voorbereidingen voor deze marathon verliepen 100% naar wens. Ik heb mijn trainingen kunnen afwerken zoals ik het wilde en deed zowel de duurlopen, tempo- en intervaltrainingen. Mijn gevoelige schenen hebben af en toe geroepen, maar hielden zich al bij al koest. Ik heb geen echte kwaaltjes. Dat was in het verleden wel even anders toen ik vaak half geblesseerd aan de marathon begon. De marathonvoorbereiding voelde toen ook aan als zwaar werk. Ik heb nu echt veel plezier gehaald uit mijn trainingen. Mijn laatste marathon liep ik twee jaar geleden in Amsterdam (in 3u44). Het heeft mij toen heel goed geholpen dat Joke het parcours op voorhand voor mij had ingedeeld. Per stuk wist ik waar ik naartoe liep en hoe ik me zou voelen. Voor kilometer 25 mocht ik het niet zwaar hebben. Dat zat zo in mijn hoofd en gebeurde dus ook niet.

IMG_1445b

Eliud Kipchoges 1:59:40 van vorige week heeft mij ook een extra boost gegeven. Ik volg hem nu op Instagram. Zijn foto’s en teksten zijn zo inspirerend. Ik denk dan: je zou elke dag een marathon moeten lopen. Ik vind het mooi dat hij iets wilde betekenen in de sportgeschiedenis en net de marathon heeft uitgekozen als symbool. In mijn omgeving merk ik nu ook dat iedereen plots de marathon kent en naar waarde kan schatten. Het zou nooit zo bijzonder zijn als iemand een halve marathon aan een toptijd zou lopen. Zelfs Niko was best ontroerd toen hij de beelden van Kipchoge in Wenen zag.

Ik verwacht best veel van mijn persoonlijke haas. Joke zal comfortabeler lopen en mij daarom goed kunnen afleiden. Bovendien kan ik echt niet tellen als ik loop en is het dus een geruststelling dat ik niet moet uitrekenen of ik op schema lig. Ik kan gewoon in haar zog lopen en tegen haar aan plakken zonder te moeten nadenken. Ik zal waarschijnlijk niet heel veel praten, maar we kunnen wel gewoon iets zeggen en het hele avontuur samen beleven. Je loopt namelijk ook kilometer 1 en 5 met heel frisse benen. Bovendien komen Niko en vriendin Joke (niet mijn haas) supporteren. Papa zal ons bevoorraden.

IMG_1450b

Zaterdag ga ik niet veel doen. Ik ga een joggingbroek maken om vooraf en nadien te dragen. Ook ga ik nog naar de Albert Heijn. Ik liep mijn vorige marathons allemaal in Nederland. Mijn marathonontbijt bestond toen uit zogenaamde witte bolletjes met sneetjes geitenkaas van de Albert Heijn. Dat is mijn succesrecept. Ik vind het wel riskant om mijn verwachtingen uit te spreken. Mijn snelste marathon liep ik in Rotterdam in 3u43. Nu wil ik graag onder de 3u40 lopen. Ik ga ervan uit dat de kans groot is dat ik dat haal: ik heb getraind zoals ik het wilde, ik heb een haas en ben niet geblesseerd. Dat ik twee weken geleden mijn record op de halve marathon in Brussel verbeterde, is een teken dat het wel goed zit. Al blijft het een vreemd idee dat ik echt 42,2 kilometer lang aan 5’10” moet lopen. 5’30” beschouw ik namelijk als mijn standaardtempo, een spaarstand eigenlijk waarbij ik het idee heb dat ik kan blijven lopen. Enfin, we zullen wel zien hoe het zondag uitdraait.

Bedankt voor je verhaal, zus! Vergeet dus de Borleés, de Ingebrigtsens en The Belgian Tornados. Hier komt Team Odeyn!

img_1438b.jpg

 

 

Het moment – De halve marathon in Brussel met Roos

In 2014 begonnen Roos en ik samen te lopen om iets aan onze ondermaatse conditie te doen. Ons ultieme doel was de 20 kilometer van Brussel tot een goed einde te brengen. Dankzij dat project zagen we samen af en babbelden we vooral ook heel wat af. In mei 2014 liepen wij dus voor het eerst in ons leven 20 kilometer. Het zaadje van de marathondroom was geplant: een jaar later liepen we zij aan zij onze eerste marathon. We liepen nog stratenlopen, halve marathons en nog meer marathons, maar steeds minder vaak in elkaars gezelschap. In 2019 is dat allemaal anders. We haspelden samen trailtrainingen af en liepen gezusterlijk onze vijfde 20 kilometer van Brussel. Over exact een week zullen we 4,5 jaar na ons debuut nog eens samen een marathon lopen. Als generale repetitie liepen we daarom vorig weekend de halve marathon van Brussel. Ik ben namelijk Roos’ persoonlijke haas, pacer of tempomaker die ten allen tijde het hoofd koel houdt, de klok in de gaten houdt en steeds de juiste aanmoediging heeft. Dat straffe zusje van mij heeft dat allemaal niet nodig, maar we zijn nu eenmaal graag in elkaars gezelschap.

img_1387b.jpg

De Brusselse straatstenen kennen voor onze voeten geen geheimen meer. Ons doel was in eerste instantie om het goede marathongevoel te pakken te krijgen en als het even kon ook Roos’ persoonlijk record van 1:43 op de halve marathon scherper te stellen. Voor wie het nog niet opmerkte: Roos verkeert in bloedvorm, dus een scherpe tijd zat er zeker in. Gelukkig zag ze pas gisteren hoe Eliud – King of Marathon – Kipchoge naar een fenomenale 1:59:40 snelde in Wenen. De eerste mens die onder de 2 uur dook op de marathon, kon namelijk beroep doen op maar liefst 41 hazen die elkaar afwisselden zodat Kipchoge telkens in het intieme gezelschap van 7 tempomakers liep. Roos moet het over een week 42,2 kilometer lang en ruim 3,5 uur stellen met mij. Wij hebben wel één groot voordeel ten opzichte van Kipchoge: wij zijn zussen, bloed- en zielsverwanten. We kunnen elkaar heel goed aanvoelen en inschatten. Ik kan Roos tot het uiterste drijven: door de muur, zonder dat ze zich opblaast. Of ik daarom gelijk ben aan 41 wereldtoppers uit de atletiek, dat laat ik in het midden.

Zondag 6 oktober was het weer om in de zetel te liggen en vooral niet buiten te komen. Behalve als je een halve marathon in Brussel gaat lopen. Een loper weet dat wat regen echt geen kwaad kan. We gingen van start onder een grijs wolkendek en snelden er meteen hard van door. De loophonger was groot. Voor de ambiance zorgden we vooral zelf, want veel toeschouwers waren er niet te zien. Na enkele kilometers was de eerste adrenaline gaan liggen en dwongen de tunnels ons te temporiseren. Dat nam niet weg dat we nog steeds aan een behoorlijk tempo door Ter Kamerenbos stormden. Vervolgens beloofde ik Roos 6 kilometer lang een fijne afdaling om nog eens goed door te jassen. En of dat gebeurde: we werden gelanceerd en liepen Roos’ snelste kilometertijd ooit. Niet meteen het soort records dat je moet lopen tijdens een halve marathon, maar we leken over vleugels te beschikken.

Toen we na 15 kilometer door Vorst liepen, vroeg ik aan Roos hoe hard ze aan het afzien was op een schaal van 1 op 10. Haar antwoord was een 7, wat me niet meer dan normaal leek in die fase van de wedstrijd. Ik wist toen al dat een verbetering van haar record een feit zou zijn. Voor we afsloegen naar de Tervurenlaan, zat Roos op een 8,5 op de Schaal van Afzien. Het was nu vooral belangrijk om haar zo goed mogelijk over de Tervurenlaan te loodsen: een stevige en verraderlijk lange kuitenbijter van 1,5 kilometer. In mijn zog beet Roos terug. De berg kreeg haar niet klein. De boog van het Jubelpark doemde op in de verte. Ik gaf ons een halve kilometer om op adem te komen en nog een laatste snelle kilometer uit de benen te persen. Hand in hand overschreden we de finish in een sterke 1:40:36. Roos had haar record verbeterd met maar liefst drie minuten. Jawadde!

IMG_1396b

Ik liep niet mijn snelste halve marathon in Brussel, maar ik maakte een halve marathon zelden zo bewust mee. Uit mijn loopervaring leerde ik vooral hoe fijn het is om fit te zijn. Dat je dan een snelle halve marathon kan lopen zonder daar al te veel zorgen over te hebben. Dat je dan ook nog eens kan genieten van het parcours. Dat je dan niet eens opmerkt dat het vies regenweer is. En bovenal: hoe bijzonder het is dat je dat in het gezelschap van je zus kan doen. Wat vijf jaar geleden een zot plan was, is nu de bron van het ene schitterende zussenmoment na het andere. Lang leve de zusterliefde! Op naar Brugge!

IMG_1391b