Loperspraat – Nieuwe plannen maken

Ik heb nog steeds geen wedstrijden of evenementen nodig om mijn loopschoenen aan te trekken of op de fiets te springen. De afgelopen weken bleek enige doelloosheid ook mij echter niet vreemd. Het was kortom tijd om nieuwe plannen te maken: één van mijn favoriete bezigheden, waar zowel structuur als chaos elkaar ontmoeten. De Rotterdam Marathon zal ik in 2020 niet achter mijn naam kunnen schrijven, althans niet de officiële versie die nu is gepland voor 11 april 2021. Maar kijk, het mooie van de marathon is dat je die echt wel overal kan lopen. In oktober loop ik dus wél een marathon. Waar en hoe die zal plaatsvinden, daar ben ik nog niet uit. Ofwel ga ik voor eerder vlak en snel, ofwel voor een mooie looproute in één lijn. Ik maakte nog andere sportieve plannen die weinig te maken hebben met duurlopen.

IMG_3041b

Om te beginnen zijn er natuurlijk plannen met mijn zussen Roos en Marike: sportief, enthousiast en het beste gezelschap dat een mens zich kan wensen. Zondag fietsten we met z’n drieën naar de basiliek in Scherpenheuvel, waar we ons welkom voelden bij Maria, maar een zegening toch aan ons lieten passeren. Twee weken geleden schotelde ik hen ook een nieuwe uitdaging voor. Eind augustus gaan we elk voor zich, maar toch in gezelschap een heel snelle drie kilometer uit onze benen proberen te schudden. Dat idee haalde ik van zowat overal, al heet het dan geen uitdaging, maar een challenge en geen 3 kilometer, maar een Solo3k. Ik beschouw het als een motivatie om wat aan de snelheid te werken en intervaltrainingen in te bouwen. Bij mijn marathonvoorbereidingen loop ik ook altijd enkele trainingen die bestaan uit drie tempblokken van elk drie kilometer. 3K is een uitdagende afstand: te lang om als een malle te vertrekken, te kort om aangenaam in je tweede adem te lopen. Mijn doel is om die drie kilometer onder de 13 minuten af te werken. Ambitieus, maar haalbaar.

QHMH2821

Gek genoeg waren mijn zussen meteen enthousiast over dit plan. Ik deelde het hen mee toen ze samen op vakantie in Frankrijk waren, net nadat ze een jaloersmakende foto hadden doorgestuurd van de prachtige Ardèche, waar ze samen aan het traillopen waren. En oh ja, ze beklommen ook nog enkele cols met de fiets. Marike heeft er inmiddels haar eerste intervaltraining op zitten. Ze bevestigde dat je daar aanvankelijk wat tegenaan hikt, maar er uiteindelijk veel voldoening uit haalt. Mijn eerste snelheidstrainingen vielen me ook erg goed mee. Vreemd is dat toch, hoe ook versnellingen geprogrammeerd in je benen kunnen zitten. Ik deed ze fartlek-gewijs: dat wil zeggen dat ik 10x versnelde op een spontane manier en dus zonder te kijken naar afstand of tijd op mijn horloge. Het begin is in ieder geval gemaakt.

Mijn andere plannen zijn fietsgerelateerd. Ik woon dus sinds twee maanden niet meer in het Leuvense, maar in het Tiense. Mensen toch, wat blijf ik me verbazen over de prachtige omgeving hier! Zo ontdekte ik recent de LF6 fietsroute. Die doorkruist Vlaanderen van West-Vlaanderen tot aan de grens met Nederland: goed voor 360 km fietsplezier. Tijdens mijn eerste LF6-ontdekkingstocht fietste ik via Hakendover en Landen naar Sint-Truiden om te belanden in fietsparadijs Limburg, waar je ironisch genoeg meer mensen op een Vespa passeert dan op een fiets. Ik volgde ook de andere kant die me via een pittige beklimming in Hoegaarden via Boutersem en Bierbeek tot het voor mij bekendere terrein van Meerdaalwoud bracht. Echt een aanrader! Al vind ik de route niet zo laagdrempelig als die wordt aangeprezen. Laat ik zeggen dat ik me gelukkig prijs met mijn comfortabele mountainbike. Hoewel ik niet meteen ambities heb om de volle 360 kilometer van de LF6 rond te maken, werkt de route inspirerend en ben ik vooral heel benieuwd naar wat voor moois er nog meer verscholen ligt langs dit immense traject.

IMG_3070b

Het jammere van de LF6 is dat die zich beperkt tot Vlaanderen. Aangezien ik op amper 4 kilometer van Wallonië woon, trok ik dus naar onze Franstalige zuiderburen. Zétrud-Lumay (aka Zittert-Lummen) is de eerste deelgemeente van Jodoigne (aka Geldenaken) die ik vlak na de taalgrens doorkruiste. Ik maakte een ommetje door het historische centrum van Jodoigne en ik keek mijn ogen uit. Het deed me zowel denken aan Houffalize als aan Mont-Martre als aan Brussel. Wat rommelig en chaotisch, alles schots en scheef, erg charmant en zelfs in het kleinste straatje weten ze nog een rij auto’s te parkeren. Ik vervolgde mijn weg verder over Ravel 2, die vanuit Hoegaarden naar Namen loopt. Een welkome vlakke afwisseling na het steeds glooiende landschap van de LF6. Ik hield nog even halt in Huppaye, gewoon omdat die naam zo vrolijk klonk. Wallonië bezorgde mij een instant vakantiegevoel en dat zo dicht bij huis. Ik kan dus niet wachten om er meer van te ontdekken. Een ritje via de Ravel 2 naar Namen (43 kilometer vanaf Hoegaarden) staat dan ook hoog op mijn prioriteitenlijstje. Laat het duidelijk wezen: la Belgique, douze points!

IMG_3075b

De blog – Over twee jaar schrijven

Hip hip hoera voor mijn blog die deze week zijn tweede verjaardag vierde! Wat in 2018 begon als een project waarvan ik niet wist hoe het zou uitdraaien, is nu uitgegroeid tot een volwaardige vrijetijdsbesteding. Al twee jaar deel ik op deze plek wat van mijn leven. Al twee jaar lang schrijf ik heel regelmatig over uiteenlopende onderwerpen. Al twee jaar lang beleef ik daar veel plezier aan. Ik leer er nog steeds veel uit. Tijd om de balans op te maken. Wat leerde ik en waar ben ik trots op?

  • Mijn familie is altijd goed voor een straf verhaal. Ze doen dat niet om mij te plezieren en mijn blog van inhoud te voorzien, maar ze nemen de complimenten graag in ontvangst. Het kost mij relatief weinig moeite om die verhalen neer te pennen. Inspirerende mensen: die ouders, broer en zusjes van mij.
  • Ook zonder sociale media vinden lezers van diverse pluimage hun weg naar deze plek, al is het wellicht minder talrijk dan als ik mijn digitale nest zou aanprijzen via die kanalen. Daar voel ik echter weinig voor. Grootse principes schuilen daar niet achter. Mijn motto is: wie me zoekt, zal me uiteindelijk wel vinden.
  • Inspiratie zit echt overal. Op momenten dat ik denk dat ik ben uitgeschreven, stoot ik altijd (meestal al lopend) op iets waarvan ik denk: vreemd, dat ik hier niet eerder over verteld heb. Ideeën schieten wel eens als paddenstoelen uit de grond.
  • Het is steeds makkelijker om trouw te blijven aan mezelf. Ik schrijf hier over wat mij bezighoudt en intrigeert. Ik durf daarin steeds meer mijn eigen weg te gaan. Goede leescijfers zijn mooi meegenomen, maar mogen niet primeren. Wat ik hier schrijf ben ik zelf. Vreemde hersenkronkels inbegrepen.
  • Ik kan in alle eerlijkheid over mijn persoonlijke pieken en dalen vertellen zonder mijn diepste zielenroerselen online te gooien. Uiteraard gooi ik hier niet alles te grabbel.
  • Schrijven werkt louterend en helpt me mijn gedachten op orde te krijgen. Als er structuur is op papier, dan ook een klein beetje in mijn hoofd. Het voelt goed om op gezette tijden te schrijven en op die manier toch een soortement dagboek bij te houden om zo nu en dan in terug te lezen.
  • Hoewel ik nooit journalistieke ambities heb gehad, voelt het alsof ik verslaggever ben van mijn eigen leven. Soms lees ik elders een artikel en denk ik: damn, dat had ik graag zelf geschreven. Mijn respect voor professionele schrijvers is er nog groter op geworden.
  • Als ik het kan, dan kan echt iedereen een website maken en beheren. Slechts zelden ontglipt mij een zachte vloek als mijn digitale skills me in de steek lijken te laten. Of de technologie. Onthoud: het is altijd de schuld van de technologie.
  • Mijn blog beleeft de grootste piek de week na de Hel van Kasterlee. Zowel deelnemers als toeschouwers hebben dan blijkbaar behoefte aan levensechte verhalen over die gebeurtenis. Zelfs onbekenden blijken fan van mij als sporter te zijn. Hoe cool is dat?
  • Onder andere na afloop van de Hel kreeg ik heel wat hartverwarmende persoonlijke berichten via mijn blog. Weet dat ik die stuk voor stuk koester. Op momenten dat het tegenzit, lees ik ze en verschijnt er spontaan een glimlach op mijn gezicht.

Bedankt, lieve lezers! Zonder jullie zou dit plekje nooit zo warm aanvoelen. Daar drink ik een koffie op. Cheers!

 

 

De gedachte – Hoe zou het zijn met?

Aan hoofdrolspelers was er geen gebrek tijdens de coronacrisis. Er zijn de zorgverleners, de winkelbediendes, de postbezorgers, de vuilnisophalers en het onderhoudspersoneel dat ettelijke malen – geheel terecht – in de bloemetjes werd gezet. De witte lakens en lieve berichten aan tal van woningen zijn daar nog steeds stille getuigen van. De crisis leverde ook figuranten aan die via sluikse weg hun stempel op de afgelopen periode konden drukken. Of juist niet. Hoe zou het hen eigenlijk vergaan?

Hoe zou het zijn met de hamsteraars?
Zijn ze nog steeds overtuigd van hun grote gelijk? Denken ze met weemoed terug aan de Slag om de Supermarkt die ze bevochten begin maart? Checken ze dagelijks hun geheime voorraad alcoholgel en handzeep in de hoop die aan woekerprijzen te kunnen verkopen? Of eten ze nu dagelijks erwten, wortelen en boontjes uit blik met het schaamrood op de wangen? Decoreren ze hun woning met zelfgemaakte mozaïekjes van gedroogde spliterwten en linzen? Zijn ze al maandenlang creatief in de keuken met spirelli en farfalle? Vullen ze hun zwembad niet met kraanwater, maar met de flessen bronwater die ze aansleepten?

Hoe zou het zijn met Eliud Kipchoge?
Zat hij de afgelopen maanden eenzaam op z’n berg in Kenia op anderhalve meter afstand van zijn collega-lopers? Hoe reageert het competitiebeest in hem op de gedwongen wedstrijdloze periode die hij nu doormaakt? Liet hij zich echt geen welgemeende f*ck ontvallen toen de London Marathon werd afgelast? Bleef hij spartaans kalm toen hij hoorde dat het rechtstreekse duel met Kenenisa Bekele, die in september op amper twee seconden van Kipchoges wereldrecord op de marathon strandde, niet zou plaatsvinden? Eet hij zijn ugali nog steeds met evenveel smaak, niet wetende wanneer hij zijn volgende marathon zal lopen? Of is De Filosoof stiekem blij dat hij nu eindelijk tijd heeft om boeken te lezen en zijn uitgebreide schoenenkast op te ruimen?

Hoe zou het zijn met alle enthousiastelingen die tijdens de quarantaine halsoverkop begonnen te sporten?
Blikken ze louter nostalgisch terug op al die quarantaine-kilometers? Zijn ze geveld door blessures en blijft hun lichaamsbeweging beperkt tot de verplaatsing naar de kinesitherapeut? Liggen de loopschoenen ergens achterin een kast (die sinds april ook niet meer werd opgeruimd) te verpieteren? Staat hun racefiets inmiddels te koop? Of zijn ze nu volledig verknocht aan hun nieuwe tijdverdrijf? Beseffen ze hoe heerlijk het is om op de fiets te stappen en er eventjes helemaal tussenuit te zijn? Nemen ze niet langer de auto om naar de bakker twee kilometer verderop te gaan? Hebben ze de smaak echt te pakken en dromen ze van 10 Miles, 20 kilometers van Brussel en volledige marathons? Hebben ze echt geproefd van wat sportgeluk betekent?

Hoe zou het zijn met de Arc de Triomphe en mijn andere stenen vrienden in Parijs?
Wie waren de bezoekers die op 15 juni voor het eerst terug de Arc de Triomphe mochten beklimmen? Hoe zag de iconische, en vooral chaotische, rotonde Etoile eruit toen je je slechts op straat mocht begeven met het juiste papier en de vereiste stempel? Werd er pro forma nog geclaxonneerd? Gebruiken chauffeurs nu wel hun richtingaanwijzers? Hebben de wonden die de gilets jaunes achterlieten kunnen helen? Was er tijd om noodzakelijke klusjes op te knappen? Hoe dicht of ver staan de terrasstoelen echt van elkaar op de smalle Parijse stoepen?

Hoe zou het zijn met Miguel Wiels?
Is hij er nog steeds echt van overtuigd dat leerkrachten klagers en luilakken zijn omdat ze tijdens lesvrije weken zogenaamd nauwelijks moesten werken? Kent Miguel Wiels, naast de genoemde hardwerkende zelfstandigen, überhaupt leerkrachten? Weet hij hoe mentaal belastend een schooljaar kan zijn? Beseft hij hoeveel maatschappelijke druk er op de leerkracht is komen te staan en dat zijn bijdrage daar een prachtig voorbeeld van is? Is hij zich ervan bewust dat hij met zijn uitspraken vooral zijn eigen kortzichtigheid in de kijker zet? #foei

 

 

 

Marathonpraat – Waarom ik de marathon mis

Ik heb de afgelopen dagen vaak nagedacht waarom ik mijn marathons zo mis. Als loper behoor ik tot de Geprivilegieerde Gelukzakken der Sporters, zij die hun sport zonder enig probleem kunnen blijven uitoefenen. Geen lockdown light of quarantaine die dat belet. Ik moet dus niet zeuren. Je zal nu maar gepassioneerd zijn door waterpolo, worstelen of acrogym. In eerste instantie vond ik het best aangenaam om zonder wedstrijddoel te lopen. Tijdens de quarantaine maakte ik veel kilometers zonder te overdrijven. Niets moest en alles mocht. Ik ging dus niet de toer op van mijn broer en stelde mezelf geen grootse doelen. Het plezier stond voorop. Elke kilometer die ik liep deed me deugd. Ik heb geen competitie nodig als stok achter de deur om me te motiveren mijn loopschoenen aan te trekken. Ook voor mijn lichaam was een periode met meer hersteltijd welgekomen. Ik verhuisde bovendien en had dus onontgonnen gebied te ontdekken. En ik een competitiebeest? Ik dacht het niet. Een gedwongen wedstrijdloze periode is echt geen ramp binnen het kader van een wereldwijde crisis.

Ik genoot oprecht van die vrije kilometers. Van een zwart gat was absoluut geen sprake. Tot ik enkele weken geleden de harde realiteit onder ogen zag. Marathonwedstrijden in 2020: ik zie het niet meteen gebeuren. In maart werd de Rotterdam marathon verplaatst naar eind oktober. Veilig ver weg, zo leek het. Na de paasvakantie zouden we gewoon weer met z’n allen op school zijn. Voor we het goed en wel zouden beseffen zou ons leven zich weer op gang trekken. Kortom, die corona zou zijn plaats kennen tegen het najaar. Wij zouden er dan weer lustig op los kunnen lopen met duizenden tegelijk, veel te dicht op elkaar in een startvak en langs de zijlijn. Marathons lopen is toch een buitensport? De realiteit is dat (sport)evenementen in Nederland verboden zijn tot 1 september. Erg realistisch lijkt het me dus niet dat we een krappe twee maand later met ruim 12.000 aan de start van een sportwedstrijd zouden staan. Het miljoen supporters dat de Rotterdam marathon op de been brengt, laat ik voor het gemak buiten beschouwing. Officieel gaat de marathon nog door, al is er het nodige voorbehoud te lezen in de officiële berichtgeving. De wereld vergaat niet, een jammer is hier wel op z’n plaats.

Naast lopen heb ik voldoende bezigheden. Ik weet mijn dagen aardig te vullen met allerhande projecten en activiteiten die helemaal niets met sport te maken hebben. Er blijft dus nog voldoende over als de marathon wegvalt. En toch ging er geen dag voorbij waarbij ik niet aan marathons lopen dacht. Omdat sportwedstrijden in het algemeen en marathons in het bijzonder mijn jaar structureren. Ik mis het aftellen in weken en dagen tot M-day. Ik mis de opbouw van de trainingen: sterven tijdens intervals en dromen in het bos. Ik mis die lange duurlopen waarbij de cadans ideaal is en het zelfvertrouwen torenhoog. Ik mis zelfs de onzekerheid en de stress. De angst om op het laatste moment te vallen (been there, done that) of ziek te worden. Ik mis de adrenaline die door mijn keel giert als het dan eindelijk zo ver is en je uit je bed stapt met de wetenschap: straks loop ik een marathon. Ik mis het zenuwachtige aanschuiven bij de dixi’s. Ik mis het avontuur van de looptocht waarbij mijn gedachten alle kanten opschieten (en mijn darmen meestal ook). Ik mis het finishmoment, maar nog meer het weerzien met mijn supporters nadien. Ik mis de grijns op mijn gezicht die een combinatie is van opluchting, geluk en stramme spieren. Ik mis een royaal ontbijt de dag nadien waarbij ik als een tachtigjarige in mijn stoel plof. Ik mis de marathon. Echt. Alles.

Ik durf nu ook luidop te zeggen dat ik eind maart in topvorm was. Mijn PR op de halve marathon was geen toevalstreffer (als dat al mogelijk is op die afstand). De oogverblindende glans is er inmiddels wat af, maar ik verbaas me nog steeds over de tempo’s die ik ogenschijnlijk moeiteloos lijk te lopen. Enerzijds ben ik daar blij om, anderzijds vind ik het bijna zonde. De enige manier om een vorm vast te leggen opdat die niet vervliegt is immers door een wedstrijd te lopen. Al is dat ook niet helemaal waar. Een marathontijd is geen droge weergave van je vormpeil. Ook andere factoren spelen een rol. Als marathonloper heb je nog één groot voordeel: niemand houdt je tegen om er eentje te lopen. Je kan het in principe overal doen en op elk moment van de dag. In het najaar loop ik dus een marathon: op eigen houtje als het niet officieel kan. Vanaf volgende week ga ik weer eens echt duurlopen en mijn kop boven het veld van de 20 kilometer steken. Wedden dat het uitzicht daar prachtig is?

 

 

Het portret – Hulde aan de zestigers

Mijn ouders, ze zijn uit heel uitzonderlijk materiaal gesneden. Ik gok op een kruising tussen hout (sfeervol), kevlar (vijf keer sterker dan staal) en diamant (schitterend en exclusief). Sinds vorig jaar behoren ze allebei tot de club der zestigers. Om die verjaardag te vieren kocht mijn mama een nieuwe koersfiets en kreeg papa een iPhone. Een nieuwe Orbea-fiets: in onze familie spreekt dat voor zich, de iPhone had wat meer voeten in de aarde. Inmiddels is papa ook helemaal mee op technologisch gebied, al worstelt hij af en toe nog wat met de gezichtjes of emo’s, zoals hij emoji’s noemt. Mijn ouders zijn dus mee met hun tijd. Dankzij hen heb ik geen schrik om op een dag tot het kransje van senioren te behoren. Heel velen kunnen een voorbeeld nemen aan hoe zij omgaan met ouder worden. Vergeet Cliff Young dus, de Australische aardappelboer die in 1983 op 61-jarige leeftijd een ultramarathon won. Ik geef jullie 10 andere redenen waarom het echt niet erg is om 60 te zijn.

Mijn ouders zijn in de fleur van hun sportieve leven.
Hun sportieve exploten heb ik hier al wel eens onder de aandacht gebracht. Voor wie dat gemist heeft: mijn papa liep zijn eerste marathon op 56-jarige leeftijd, begon dan deel te nemen aan de Hel van Kasterlee en wist die al vier keer tot een goed einde te brengen. Mama die loopt al eens een halve marathon om een virtuele badge van Garmin binnen te halen en ze rijdt als het moet blindelings naar zee (165 kilometer!) op de fiets. Ze zijn het levende bewijs dat op duursport geen leeftijd staat. Recent ervoer Roos hoe het is om op een helling te moeten lossen als je moeder die naar boven vlamt. Momenteel is papa wat op de sukkel met zijn achillespees, maar ik maak me geen illusies: als puntje bij paaltje komt, neemt hij het voortouw in ons peloton en mag je al blij zijn als je in zijn zog kan volgen.

TXDK2331
Waarom langs het water lopen als je er ook door kan?!

Ze kennen echt overal de weg.
Mede door die sportieve ervaringen (en ook wel die van hun kinderen), kennen mijn ouders echt overal de weg. Noem een snelweg en papa weet welke modelbouwwedstrijden er in de buurt zijn. Geef mama een fietsknooppunt en ze kent de verbindende wegen mét bakkers en hun openingstijden. De papieren landkaarten die vroeger (gescheurd) in de auto lagen, werden ingeruild voor een GPS. Als het er echt op aankomt dan blijkt hun ervaring een betrouwbaardere navigator te zijn. Maar als het er écht op aankomt, dan kan er tussen hen wel een klein meningsverschil ontstaan over de route.

Ze hebben er nooit problemen mee gehad om grijs haar te krijgen.
Begrijpelijk, het maakt hen nog knapper.

Ze kunnen een verhuisbedrijf beginnen.
Tijdens mijn verhuizing werd nog maar eens duidelijk hoe sterk ze allebei zijn. Ook aan daadkracht en organisatie ontbreekt het hen niet. Van zodra zij je huis binnen stappen om aan “de klus” te beginnen, geef je die uit handen aan een uiterst ervaren team verhuizers. Toegegeven, ik gaf mijn vader ook al voldoende kansen om mijn kasten in en uit elkaar te halen. Ook mijn moeder laadde al meermaals mijn kleerkast in en uit. Een bijzondere vermelding gaat hier ook naar Peter en Niko die het verhuisteam aanvullen. Als een geoliede machine samenwerken met je schoonzonen: ook dat is niet elke ouder gegeven. Het enige waar ik nog voor kan zorgen is op tijd en stond een koffiepauze, een pistolet en een bezoek aan de frituur om de verhuisdag in stijl af te sluiten.

Ze zijn niet vastgeroest.
Mijn verhuizing gold als een generale repetitie voor het grote werk. Over enkele weken verhuizen mijn ouders namelijk zelf. Je moet het maar durven om het huis waar je 33 jaar hebt gewoond en je vier kinderen hebt groot gebracht te verruilen voor een nieuwe woonst om daar nieuwe familieherinneringen te maken.

Ze hebben nog steeds een groot hart voor dieren.
Die dierenliefde van mijn ouders, het is iets apart. Ze lijken juist minder te vallen voor alles wat pluizig is, maar eerder voor alles wat veren heeft of een veelvoud aan poten. Hun gedragsgestoorde loopeenden bezorgen hen soms kopzorgen, ook het welzijn van salamanders verliezen ze niet uit het oog. Sinds kort voeren ze een duif die zich meteen thuis voelde en maakt papa zich zorgen over de aanwezigheid van vogels en insecten in de nieuwe woning. Het is namelijk juist belangrijk dat die talrijk aanwezig zijn.

OBWA3477
Leah en de huisduif. Ook een Curver-box is nooit ver weg.

Ze zijn een onuitputtelijke bron van wijsheid over het planten- en dierenrijk.
Wikipedia kan mij niks nieuws vertellen als ik een ouderlijke bron heb geraadpleegd. Papa blinkt uit in geschiedenis, geografie én geologie. Bij mama moet je dan weer zijn met vragen over vogelsoorten, tuinonderhoud, alles over groenteteelt en het bloeischema van sierplanten. Dat doet mij eraan denken dat ik papa straks een vraag wil stellen over marmer.

Ze gaan door het vuur, maar vooral door wind en regen voor hun kinderen.
Voor mijn ouders is geen plan te gek. Mijn broer gaat 100 kilometer lopen? Oké Seppe, stuur de route door dan fietsen we je tegemoet om 6 uur ’s ochtends door de gietende regen, 70 kilometer met onze stadsfiets. Oké Joke, jij doet mee aan de Hel van Kasterlee, wij zullen 12 uur met ongetemd enthousiasme in de kou en regen staan om JOU nadien met lof te bezingen.

Ze zijn de meest fantastische grootouders die Laurien, Vik en Leah zich kunnen toewensen.
Als ik de toewijding en warmte zie waarmee mijn ouders hun kleinkinderen omringen, dan besef ik ook hoe het komt dat wij zo’n mooie kindertijd hebben gehad.

Dit gezegd zijnde… Papa, zou het geen prachtig vader-dochter-moment zijn om samen voor jou een degelijke bril te gaan kopen?

Loperspraat – Op verkenning in mijn nieuwe buurt

Er zijn heel wat oneerbiedige benamingen te bedenken voor het soort dorp waar ik nu woon. Ik noem het liefkozend de voorstad of een banlieu met cachet. Twee weken geleden verruilde ik Heverlee dus voor regio Tienen. Gek genoeg voel ik me meer dan ooit Leuvenaar sinds ik er niet meer woon. Van heimwee is echter geen sprake. Ik krijg er simpelweg de kans niet toe omdat mijn werk zich nog steeds binnen de Leuvense stadskern situeert. De afgelopen week was dan ook bijzonder. Ik ging ein-de-lijk terug naar school: een eerste september op twee juni! Waar ik vroeger op een week 40 kilometer woon-werkverkeer aflegde op de fiets, was dat nu mijn dagtotaal. Man, wat voelde het goed om – ondanks alle maatregelen – weer echt in de klas te staan met leerlingen. Hoewel alles anders was, genoot ik met volle teugen van het nieuwe semi-normaal. Verhuizen dat is hard labeur en tussen de dozen wonen, maar lopen schrapte ik niet van mijn programma. De beste manier om je nieuwe achtertuin te verkennen is al lopend. Zo voelde ik me op onbekend terrein meteen helemaal thuis.

IMG_2827b

Mijn eerste looprondjes hield ik hier bewust klein. Ik ken de streek totaal niet en met mijn zware verhuisbenen wilde ik het geenszins riskeren om hopeloos verloren te lopen. Allereerst besloot ik om eens te kijken hoe het einde van mijn straat eruit ziet. Dat was meteen een meevaller: het asfalt mondt uit in een klein veldweggetje dat weer doorgang geeft tot andere landelijke paden. Ik liep zo lang mogelijk rechtdoor om dan wat af te buiten en een lus te kunnen lopen. Wonderwel lukte dat erg goed. Met dank aan de plaatselijke kerktoren, waar ik bijna letterlijk onder woon. Gedurende mijn rondje van 6 kilometer verloor ik die nooit uit het oog en wist ik dus perfect hoe ik me moest oriënteren. De dagen erna maakte ik kleine variaties op dat rondje in mijn spreekwoordelijke achtertuin. Ik wilde van elk weggetje weten waar het precies op uitkwam om de kaart te visualiseren en te begrijpen hoe alles met elkaar verbonden is. Ook om Tienen-centrum te leren kennen, liep ik er eens door heen. Echt waar: als je een nieuw gebied wil leren kennen, doe het dan al lopend.

Na een week had ik het idee dat ik mijn eigen buurt zou herkennen. Tijd dus voor fase 2 van mijn grote ontdekkingstocht van den boeren buiten. Via Garmin Connect bestudeerde ik de routes die ik gelopen had en hoe ik mijn lussen groter kon maken. Ik kijk dan eerst naar de wat grotere wegen die parallel lopen met wat ik al ken. Kwestie van de kans op slagen te optimaliseren. Ook die uitbreidingsroutes werden nadien grondig onder de loep genomen. Als ik ergens verkeerd liep en moest omdraaien, deed ik dat stuk de dag nadien opnieuw “op de juiste manier” zodat ik in mijn hoofd weer een nieuwe verbinding kon maken. In België is geen dorp te klein om een eigen kerktoren te hebben. Zo kon ik dus makkelijk van de ene naar de andere kerktoren lopen en vergrootte ik mijn rondes tot 11 à 12 kilometer. Meer dan eens waande ik me in het buitenland op amper enkele kilometers van mijn voordeur.

IMG_2830b

Mijn nieuwe omgeving valt ontegenzeggelijk in de categorie landelijk. Je ziet hier velden, akkers, boomgaarden, plantages en weien. Zitbanken zijn niet afgezet om samenscholingen tegen te gaan. Er is een gedenkteken voor Boer Staf. De koeien lijken hier gelukkiger te zijn. In tegenstelling tot Heverlee is er geen bos te bespeuren en ook een kanaal heb ik nog niet ontdekt. Voorlopig ervaar ik dat niet als een gemis. De grootste troef is dat ik hier langs elke kant nog tientallen kilometers verder in het groen kan lopen. In alle rust bovendien, want dat is wat de omgeving uitstraalt. Soms passeer ik meer tractors dan auto’s. Ik kan 10 kilometer lopen en slechts een handjevol lopers, wandelaars of fietsers tegenkomen. Een vriendelijke knik is hier overigens geen keuze, maar een evidentie. Vreemd genoeg ga ik hier niet lopen met muziek in mijn oren. Alsof zelfs dat de plattelandsrust zou verstoren. De gedachtestroom in mijn hoofd wordt geneutraliseerd door wat ik rondom mij zie en hoor: niet al te veel en juist dat heb ik nodig om mijn hoofd leeg te maken. Voorlopig heb ik daar geen muzikale ondersteuning bij nodig. Ik ben de komende weken nog wel eventjes zoet met de uitbreiding van mijn sportieve actieradius. Zeg nu nog eens dat ik er niet van hou om nieuwe oorden te ontdekken.

IMG_2852b

Loperspraat – Op de fiets met Roos

Hoe zou het eigenlijk zijn met Roos? Na de 10 Miles van Marike en de 100 kilometer van Seppe is dat een terechte vraag die jullie je vast stellen. Wel, het gaat goed met Roos. Mijn kleine zus moet natuurlijk niet op de covid-afdeling werken om een heldin te zijn, maar ze deed dat wel. Daarnaast verrichte ze ook uitstekend werk als persoonlijk psycholoog die mijn verhuisstress keer op keer kon sussen, want ja: sinds vorige week woon ik in regio Tienen. Nog verder van mijn zussen verwijderd dus. Gelukkig ontdekte Roos de geneugten van de fiets en nam ik in stijl afscheid van de Leuvense omgeving door in ons knusse zussenpeloton langs de Demer te sjezen. Marike gaat dus verder op haar sportieve elan en Roos kan je al eens op een koersfiets aantreffen. Hoe dat zo kwam, vertelt ze hier zelf.

Ik fiets elke dag 11 kilometer naar mijn werk en terug, maar door mijn fietsende familieleden kreeg ik wel steeds meer zin om ook te fietsen als hobby. Ik had echter geen koersfiets en ook niet meteen budget om er eentje aan te schaffen, dus toen mama vorig jaar voor haar 60e verjaardag een nieuwe koersfiets voor zichzelf kocht, zag ik mijn kans schoon om haar Specialized racefiets over te nemen. Echt een super goeie fiets! In het begin vond ik het wel heel moeilijk fietsen. Vooral manoeuvres maken, bleek lastig. Ik vond het wel meteen heel leuk. Je gaat veel sneller en het is toch een heel ander fietsgevoel dan met een stadsfiets. Met Joke ging ik al een paar keer langs de Demer vlammen. Twee weken geleden vormden we een zussenpeloton met Marike erbij. Fietsen doe ik namelijk bij voorkeur in groepsverband. Alleen hou ik het bij kortere ritjes. Ik zou heel graag eens naar de zee fietsen in een peloton vol familieleden. Als de corona-maatregelen dat weer toelaten, is dat zeker iets waar ik voor wil oefenen. Sinds heel kort heb ik klikpedalen. Ik heb daar nog maar een paar kilometer mee gefietst en dat viel goed mee. Het is een heel ander gevoel om ook aan je pedalen te kunnen trekken. Iedereen zegt wel dat je daar eens mee moet vallen, dus nu vraag ik me de hele tijd af wanneer dat zal gebeuren.

IMG_2647b
Mijn zussenpeloton #teamodeyn

Ik loop ook nog steeds regelmatig. 42 kilometer als weektotaal vind ik een mooi doel, maar dat lukt me niet altijd. Sommige weken loop ik met een super gevoel, andere weken lijkt niets te lukken. Ik loop niet echt gericht omdat ik geen specifiek trainingsdoel heb. Ik heb wel een tijdje intervals gelopen. Leuk, maar ik merkte dat ik daar een soort van patroon in kreeg, waardoor het niet meer uitdagend was. Toen heb ik een ander soort intervaltraining geprobeerd: elke kilometer sneller lopen dan de vorige, maar dat bleek na een werkdag niet echt ideaal te zijn. Soms frustreert het me wel dat mijn tempo lijkt vast te zitten. Omdat er geen wedstrijden zijn, weet je niet hoe snel je nu echt kan lopen. Als ik dan eens echt hard probeer door te lopen, merk ik dat mijn lichaam dat niet meer gewoon is en dan hakkel ik maar wat verder in de tempo’s die ik ken. Ik had me ook voorgenomen om wat vaker oefeningen te doen voor de core stability. Sterker nog: ik had aan Niko gezegd dat we daar samen aan zouden werken. Mij is het welgeteld drie keer gelukt, Niko deed nul keer mee.

Ik vind het wel spijtig dat de trail in Houffalize niet doorgaat, een jaarlijkse familietraditie. Een zussenmarathon in het najaar lijkt me geweldig, maar ook dat is onzeker. De 10 Miles zie ik niet meteen in het najaar plaatsvinden. Misschien wordt de halve marathon van Kasterlee in november dan wel mijn trainingsdoel. Ik vind het jammer dat er geen wedstrijden zijn, maar ik besef nu wel dat ik gewoon heel graag loop omdat ik geen races nodig heb om mezelf te te motiveren.

Op naar nog heel veel fietsritjes in familiaal gezelschap!

OKUE0040
Ook mijn metekindje Leah bereikte weer een mijlpaal. Ze mag achterop de fiets!

 

Het boek – Lezen in tijden van quarantaine #2

Met de voorzichtige heropstart van de scholen en mijn eigen verhuizing in het verschiet, staat ook mijn leestempo op een lager pitje. Helaas. Jullie hebben echter nog boeken te goed die mijn coronaperiode kleur gaven. Hoop en vermaak in onzekere tijden. Een goed boek moet, wat mij betreft, in de eerste plaats een sterk verhaal brengen dat leesbaar en begrijpelijk is voor de gemiddelde mens. Ik haak af als auteurs te opzichtig hun literaire kunsten tentoon spreiden of als een verhaal verteld wordt met zoveel afstand dat het eerder een gedachte-experiment lijkt te zijn dan een vertelling van vlees en bloed. Een goed boek is stilistisch verzorgd en zet mij aan tot nadenken over mezelf of de wereld. Ik wil iets bijleren: feitelijke kennis, andere standpunten of inzichten. Tot slot mogen ook gevoel voor humor en tragiek nooit ver weg zijn. Zo gaat dat immers in het echte leven. Bij deze stel ik jullie vier steengoede boeken voor waarbij ik met pijn in het hart de laatste pagina omsloeg.

IMG_2636b

Waagstukken – Charlotte Van den Broeck
Architectuur is zowel kunst als functionaliteit. Ik heb er nooit eerder bij stilgestaan dat architecten in zekere zin waaghalzen zijn omdat ze hun persoonlijke werk tonen in de openbare ruimte. Charlotte Van den Broeck vertelt de levensverhalen van 13 architecten die zich waagden aan een bijzonder project en zich uiteindelijk van het leven beroofden. Een ietwat vreemde insteek, zou je denken. Als je dan nog eens weet dat Van den Broeck debuteerde als dichter, amper 28 jaar oud is en dat ze in Waaghalzen schippert tussen een essayistische en autobiografische aanpak, dan zou je kunnen denken dat ze te veel hooi op haar vork heeft genomen. Niets is minder waar. Elk hoofdstuk is boeiend en verrassend. Motieven die steeds terugkeren zijn die van de kunstenaar als mens en falen in al zijn facetten. Middelmatigheid is wreder dan domweg mislukken. Het bijzonderste verhaal vond ik dat van George Arthur Crump die aan het begin van de 20e eeuw de Pine Valley Golf Course in New Jersey ontwierp. Een prestigieus project dat resulteerde in een golfterrein waar het gras maar niet wilde groeien, symptomatisch voor Crumps leven. Pine Valley is vandaag de dag enkel toegankelijk voor een select groepje en hult zich dus nog steeds in een waas van mysterie.

De geesten – Yves Petry
Sinds Liefde bij wijze van spreken ben ik fan van Yves Petry. Qua schrijfstijl zijn er weinig auteurs uit de Lage Landen die aan hem kunnen tippen. In De geesten volg je het verhaal van de derdewereldarts Mark Oostermans die abrupt terugkeert uit een vluchtelingenkamp uit West-Afrika waar hij op missie was. Aanvankelijk lijkt daar één specifieke aanleiding voor te zijn. Naarmate het verhaal vordert, merk je dat er meer speelt. Mark Oostermans blijkt op z’n zachtst gezegd een beschadigde mens te zijn die zijn ex-vriendin niet kan loslaten. Bovendien botste hij ook met het hoofd van het medische team, een ex-jezuïet die er bijzondere standpunten over vluchtelingenwerk op na houdt. De geesten is een straf boek over de drijfveren van weldoeners, over leven en de dood, over de gruwel en onzin van de oorlog, over de totale onredelijkheid die daarmee gepaard gaat en machteloosheid waar we allemaal in meer of mindere mate mee geconfronteerd worden.

IMG_2638b

Little Fires Everywhere – Celeste Ng
In maart ging de achtdelige gelijknamige serie in première. Reese Witherspoon en Kerry Washington vertolken de hoofdrollen van respectievelijk Elena Richardson en Mia Warren: twee vrouwen die sterk in hun schoenen staan. Mia is een artistieke, alleenstaande moeder. Met haar tienerdochter Pearl komt ze in het huurhuis wonen van Elena Richardson, een vrouw die alles voor elkaar lijkt te hebben door standvastig haar principes te volgen. Rules existed for a reason: if you followed them, you would succeed. Mia en Elena lijken goed met elkaar te kunnen opschieten, maar hoe meer hun levens met elkaar verstrengeld raken, hoe meer barsten hun band begint te vertonen. Het verhaal begint met het huis van de Richardsons dat in lichterlaaie staat, een huisbrand die werd aangestoken door de jongste dochter des huizes. Vonken die alle kanten opschieten en heel veel kleine brandjes zijn hieraan vooraf gegaan. Naast intrigerende personages, biedt dit boek ook een gelaagd portret van Amerika in de nineties, waar interraciale conflicten nooit ver weg zijn. Ik hoop van harte dat de eigenheid van dit boek niet verloren is gegaan in een fancy Hollywood-saus.

De kolibrie – Sandro Veronesi
Marco Carrera kreeg als kind de bijnaam de kolibrie vanwege zijn kleine gestalte. Ook als hij zijn groeiachterstand inhaalt, blijft die bijnaam hem achtervolgen. Dat een kolibrie met 80 vleugelslagen per minuut schijnbaar bewegingloos in de lucht kan blijven hangen, is een treffend beeld dat Veronesi uitstekend weet uit te spelen. Net zoals dat van de allesverwoestende kracht van een draaikolk, behalve als je je heel dicht bij de kern bevindt. Veronesi lijkt met elke roman aan te tonen dat hij nog iets achter de hand heeft. De kolibrie is wederom een schitterend staaltje vakmanschap! Het levensverhaal van Marco Carrera situeert zich tussen 1959 en 2030. Prozaïsche hoofdstukken doorspekt met culturele verwijzingen worden afgewisseld met e-mails, passionele brieven en telefoongesprekken. Een magisch en obscuur sfeertje is altijd aanwezig. Bovendien wordt Leuven genoemd en speelt ook Parijs een rol in het verhaal. Na afloop wist ik niet zo goed of ik nu diep respect dan wel medelijden moest hebben voor Marco Carrera.

IMG_2639b

Als de tijd schaars is, ben ik een kei in het combineren van verschillende activiteiten. De foto’s maakte ik dan ook tijdens een kort mountainbikerondje in Bertem. Het is eens iets anders om aan hoge snelheid een afdaling te nemen met vier boeken op je rug.

Loperspraat – De 100 kilometer van Seppe

Ik moet dezer dagen bij mijn broer en zussen zijn voor een straf verhaal of grensverleggende activiteit. We waren nog maar net bekomen van de snelle 10 Miles van Marike toen Seppe daar een week later, zoals we hem kennen, een serieuze schep bovenop deed. Op zaterdag 2 mei liep hij maar liefst 100 kilometer. Honderd. Een luttele 7 uur en 56 minuten had hij daar voor nodig. Mijn ouders vergezelden hem door weer en wind een heel stuk op de fiets. Ik zag mijn kans schoon om mijn broers looptempo aan te kunnen. Met 96 kilometer in de benen bleek hij inderdaad over een quasi normale tred te beschikken. Zou hij dan toch een mens zijn? Een onheilspellende lucht, enkele fikse buien en wat onweer droegen bij aan de heroïek, al ziet hij dat zelf niet zo. Ik belde hem op, vroeg naar zijn beleving van die 8 uur en hoe het een topsporter vergaat in deze competitieloze maanden.

Waar komt in godsnaam het idee vandaan om 100 kilometer aan een stuk te lopen? Het antwoord is eenvoudig: ik had dat op mijn lijstje staan. 100 kilometer is een afstand die ik ooit gelopen wilde hebben. Soms doe je een lange duurloop en denk je: ik kan de hele dag blijven lopen. Wel, ik wilde eens kijken of dat echt zo is. Omdat al mijn wedstrijden wegvielen, had ik nu de mogelijkheid om dit in te plannen. Binnen de 8 uur finishen was meteen een doel. Ik wilde sneller dan 12 kilometer per uur lopen en normaal gezien zou ik die dag aan de start staan van de Ironman in St. George. Wie een Ironman kan finishen binnen de 8 uur behoort tot de wereldtop, symbolische waarde dus. Sinds 18 maart loop ik elke dag. Hierdoor kwam ik aan weekvolumes van 120 à 140 kilometer. Drie weken geleden liep ik mijn eigen Trail d’Odin van 50 kilometer. Als ik daar mijn fietstrainingen bij optel, kom ik wel in de buurt van iemand die specifiek traint voor die afstanden.

SJSO6696

Seppe trok om 4 uur stipt de deur achter zich dicht in Herent. Om 3 uur stond hij op en at zijn muesli met havermout. Coach Stefaan deed hetzelfde bij hem thuis. Ook hij had een uitdaging op het programma staan: “Everesten” op Zwift, waarover later meer. Waarom vertrok Seppe eigenlijk om 4 uur en niet om pakweg 6 uur als het al licht is? Als ik deelneem aan een Ironman staan Stefaan en ik ook altijd op om 3 uur, een herkenbaar gevoel. De uren die je in het donker loopt, zijn gewonnen uren. Ik doe dat eigenlijk altijd als ik heel lang moet fietsen of lopen. Het is ook leuk om te zien hoe de zon opkomt en de wereld zich op gang trekt. Ik had bewust heel veel gegeten. Mijn eten ligt dan nog zwaar en dan vertrek ik niet te rap. Voor onderweg had ik 2 x 500 ml sportdrank mee en 2 x 500 ml isotone drank, drie gels en een havermoutreep. Normaal zou ik mijn voeding voor onderweg helemaal uitrekenen, maar nu heb ik gewoon gekeken wat ik thuis nog had liggen. Dat bleek dus niet heel veel meer te zijn. Gelukkig kon ik nog wat teren op dat stevige ontbijt. Mijn hartslag lag ook laag, dus heel veel verbruikte ik niet.

Met het weer ben ik niet echt bezig geweest. Om te lopen maakt dat niet zo heel veel uit. Ik was al content dat het niet te warm werd, anders had ik niet genoeg drinken kunnen meenemen. De route had ik op voorhand uitgetekend. Ik was eerst van plan om de Vaart af te lopen tot in Mechelen en dan via een lus terug, maar zo kwam ik niet aan 100 kilometer. Ik liep dus ook langs de Demer tot een stuk boven Mechelen. Dat zou een 98,9 kilometer zijn. Onderweg zou ik dan wel nog ergens een lus lopen. Op het einde ben ik dus nog creatief uit de hoek moeten komen en voor mijn deur liep ik ook nog een paar keer op en neer. Ik denk dat het wel wat beter vooruit zou gaan als je in het bos loopt, maar omdat ik een tijd wou lopen, wou ik niet te veel hoogtemeters. Ik wou ook eindigen met wind af en liep het laatste stuk van Zaventem naar huis.

BEVS8912
#teamodeyn

Hoe deel je een looptocht van 8 uur in? Ga je dan door pieken en dalen? Dankzij mijn zware ontbijt ben ik vertrokken aan een rustig tempo van 4:45. Daarna ben ik versneld naar 4:30. Op het einde liep ik nog rond de 5:00. 25 kilometer is een afstand die ik vaak loop en toen dacht ik: dit voelt nu al zo aan, gaat dat nog 4x erger worden? Ik verdeelde mijn toer verder in stukken: eerst tot 33 kilometer (een derde), dan tot de marathon, vervolgens tot 50 en vanaf dan was alles eigenlijk nieuw. Ik probeerde die kilometers ook los te laten en bekeek het als: ik ga een heel lang stuk lopen. Dat is een andere mindset. Vanaf 40 kilometer begon ik de inspanning wel te voelen, maar dat verergerde niet echt. Mijn benen voelden na 90 kilometer ongeveer hetzelfde als na 50 kilometer. 

PUHB1309
Laurien Odeyn op haar Orbea

Ik heb heel veel reacties gekregen op mijn 100 kilometer, veel meer dan bij een overwinning in de Hel. Daar ben ik wel van verschoten. Zelf vond ik dit niet heel bijzonder om te doen. Misschien raar, maar ik bekijk dat anders omdat ik een sport doe waarbij de marathon slechts een onderdeel is. Ik ben het dus gewoon om uren bezig te zijn. Dit was ook geen wedstrijd en ik had dus alles zelf in de hand. Natuurlijk voelde ik de inspanning wel, maar dit staat niet in mijn top 20 van Afzien. Bij mijn laatste Ironman in Cozumel (Mexico) was het zo warm dat ik van mijn fiets kwam en dacht: ik loop hier in geen 100 jaar een marathon. Het geeft veel vertrouwen als dat dan toch lukt. Op zich mis ik de competitie niet zo hard. Ik kan dat gevoel evenaren door uitdagingen als deze: je denkt daar over na, bent nerveus en volgt je vaste rituelen van voor een wedstrijd. Leerrijk en plezant! Ik mis het reizen wel en de sfeer van de competitie. Ik hoop dat het WK duatlon zal kunnen doorgaan in Zofingen op 20 september. Verder reken ik in december op de Hel van Kasterlee.

QIFM7422
Foto: Robrecht Paesen / Be Movi

Voor de lockdown werd afgekondigd, was Seppe met coach Stefaan op trainingsstage in Lanzarote, Spanje dus. Vluchten werden gecanceld, maar gelukkig konden ze vervroegd terugkeren. De afgelopen weken was hij ook nog aan het werk als vertegenwoordiger van fietsenmerk Orbea (what else?), vanop afstand weliswaar. Hij leerde zijn vierjarige dochter Laurien fietsen en zag hoe zoon Vik met steeds meer zelfvertrouwen begon rond te stappen langs het meubilair. Op de dag dat de Veiligheidsraad bijeen kwam om te beslissen over een mogelijke verstrenging van sportactiviteiten fietste hij “eventjes” naar de zee en terug (+/- 330 km), want ja: ook dat stond op zijn lijstje. Net zoals “Everesten”: op één berg en in één rit het aantal hoogtemeters bij elkaar fietsen van de Mount Everest: 8848 om precies te zijn. Die missie volbracht hij gisteren op de Sigarenberg in Herent. 239x dezelfde berg op en af, 393 kilometer op de teller in 15 uur en 21 minuten. En ja, ook voor die uitdaging werd het virtuele startschot gegeven om 4 uur. Bekijk hier de bijhorende documentaire.

Seppes andere uit de hand gelopen hobby is de podcast van De Jogclub die hij uitbaat met goede vriend Robrecht “Bobbie” Paesen. Elke week ontvangen ze een interessante gast die vertelt over haar of zijn sportieve exploten. In de recent verschenen aflevering 42 beantwoordt Seppe vragen van luisteraars over zijn 100 kilometer. Zeker beluisteren dus!

XVJZ7460
#teamodeyn

Ik wist natuurlijk al langer dat mijn broer uit heel bijzonder hout – of een andere degelijke doch waardevolle materie – gesneden is. Hij blijft verbazen en inspireren. Niet alleen door als 24-karaats sportman prestaties neer te zetten die tot de verbeelding spreken, maar net zo goed door gewoon onze broer te zijn. Ik ben alvast heel benieuwd wat hij volgende week in petto heeft. Aangezien kajakken weer toegelaten is, mogen we misschien iets met water verwachten?

 

Het boek – Voorleestips voor jong en oud #3

De berenjacht is nog open. Pluche beren in allerlei formaten staan achter ramen om door kinderen “gevangen” te worden. Die berenjacht-wandeling is gebaseerd op een oerklassieker onder de prentenboeken: Wij gaan op berenjacht van Michael Rosen. We’re Going on a Bear Hunt, zoals het boek oorspronkelijk heet, is het favoriete voorleesboek van de tweejarige Julian. Op vrijdag 13 maart was hij jarig, maar ons land ging in lockdown light en Julians verjaardagsfeestje ging dus niet door. Als troost werd hem wellicht een extra boekje voorgelezen. Julian is het zoontje van mijn goede jeugdvriendin Elizabeth en haar man Samuël. Baby Julian stal meteen mijn hart. Aan schattigheid en charmes heeft hij namelijk geen gebrek. Recent verkoos hij een truitje dat ik voor hem maakte tot zijn allereerste lievelingskledingstuk. Wat een eer! Bovendien blijkt Julian ook een volbloed book lover te zijn, net zoals zijn mama.

DSCF3858 kopie

Elizabeth en ik… we go way back! We zaten samen in de eerste kleuterklas en later ook op de lagere school. Dat betekent dat we elkaar dus 32 jaar kennen, bijna ons hele leven. Als ik aan Elizabeth denk – nu durf ik haar Eli te noemen, vroeger had ze daar een hekel aan – dan denk ik aan boeken. We waren allebei die-hard lezers die wekelijks naar de bibliotheek gingen om een nieuwe dosis leesvoer (vijf boeken, het maximum dat je kon ontlenen) aan te slepen. Boeken over paarden werden verslonden, want ook de dierenliefde was er eentje die we deelden. We schreven brieven naar elkaar op briefpapier met dieren, ook al zagen we elkaar dagelijks op school. We signeerden die met een “geheim symbool” dat ik hier dus zeker niet zal delen. Ik herinner me nog heel goed hoe fascinerend ik het vond dat Elizabeth even goed Engels als Nederlands kon. Bij de Australisch-Belgische familie Carlon werd thuis namelijk Engels gesproken. Zo leerde ik ook de boeken van The Famous Five kennen en de Australische paardenfilm The Silver Brumby (aanrader!). Wat ik zo mogelijk nog vreemder vond, was dat Elizabeth Engels kon lezen en begrijpen, maar het niet kon vertalen. Ik herinner me hoe we het in het derde leerjaar naast elkaar zaten te lezen. Elizabeth las Alice in Wonderland van Lewis Carroll, in het Engels dus. Ze moest om iets lachen. Ik vroeg of ze kon vertellen wat er zo grappig was, maar hoe hard ze ook probeerde: dat kon ze me dus niet uitleggen.

Wanneer ik nu Alice in Wonderland zie passeren, herbeleef ik dat moment opnieuw. Ik vroeg Elizabeth naar haar eigen voorleesherinneringen. Ook daar blijkt een rijke fantasie de boventoon te voeren. Mama heeft de zeven delen van The Chronicles of Narnia allemaal voorgelezen aan ons. We vonden die magische fantasierijke wereld écht geweldig. We wilden zo graag één van die kindjes zijn, zodat we zelf al die avonturen konden meemaken. Ik ging af en toe eens in mijn kast kijken om te zien of daar echt geen doorgang was! Toen de films uitkwamen (we waren toen al twintigers) keken we er alle drie heel erg naar uit om die mooie boeken omgezet te zien in film, maar dat was toch een tegenvaller. In onze hoofden was het allemaal anders en beter… de films konden niet tippen aan de sfeer die in de boeken gecreëerd werd. Een ander boek dat ik me ook herinner is Pluk van de petteflet, een klassieker uiteraard. Dit werd ook op school voorgelezen. Ik vond het leuke en ontspannende verhaaltjes, maar de boeken van Narnia hebben een veel grotere indruk achtergelaten.

DSCF3873 kopie

Ik vroeg Elizabeth ook naar de voorleesgewoontes van Julian. Die nemen grootse vormen aan, zo blijkt. Julian is echt een boekjesfanaat, als je hem laat doen ben je de héle dag boeken aan het lezen. Soms verstoppen we boekjes als we ze echt beu zijn. Bumba bijvoorbeeld. Vooral in de voormiddag lezen we veel, als hij net wakker is. Dat zijn er minstens 4 à 5 na elkaar. Hij kiest altijd zelf een boek, zowel Engels en Nederlands. We hebben iets meer Engelse boeken omdat mama dat altijd als cadeau geeft. Ondertussen kent hij veel boekjes al quasi van buiten en kan hij de zinnen zelf aanvullen of uit z’n hoofd opzeggen. Vaak als hij aan het spelen is met z’n duplo mannetjes, horen we hem zinnetjes uit bepaalde boekjes opzeggen. Sinds hij Bear Hunt leerde kennen, is één van zijn knuffels, een bruine beer die hij nooit echt speciaal vond, ineens zijn lievelingsknuffel geworden. Hij sleept hem overal mee naartoe, soms moet hij zelfs mee op de fiets. Hij is door het boekje helemaal zot van beren! Hij kijkt ook graag naar de film, die wij persoonlijk zelfs nog beter vinden dan het boek, wat niet vaak gebeurt. Als hij de film wil zien, zegt hij altijd “beantje kijken” en dan zie je z’n gezichtje helemaal opfleuren en zegt hij de tekst mee op.

DSCF3869 kopie

Elizabeth spreekt, net zoals haar zussen dat doen met hun kroost, altijd Engels met Julian. Engels als moedertaal in letterlijke zin dus, de gelukzak! Julian pikte het Engels even snel op als Nederlands. Dat merk je aan het feit dat sommige eerste woordjes in het Nederlands komen en sommige in het Engels. Dat zijn dan woorden die ik veel gebruik in het Engels of Samuël in het Nederlands. Je merkt wel dat als Samuël een paar dagen meer met hem is bezig geweest, hij meer Nederlands praat. Als ik dan de dag erna tijd met hem doorbreng, praat hij weer meer Engels. Boeken helpen wel heel erg met zijn taalontwikkeling. Het boekje van Bear Hunt kan hij volledig mee zeggen en hij spreekt het ook echt met een goed Engels accent uit. In het begin liep het wat door elkaar, maar nu merk je dat hij door heeft dat hij tegen mij Engels moet praten en tegen Samuël Nederlands. Hij kan ook heel triomfantelijk kijken als hij iets in het Engels gezegd heeft. Zo zei hij onlangs tegen mij terwijl hij z’n tut overhandigde “don’t need the dummy, dummy is for sleeping” omdat ik dat altijd zeg. Met z’n neefjes en nichtjes praat hij in het algemeen niet veel. Meestal is het gewoon non-verbaal samen spelen en lachen.

DSCF3880 kopie

Bedankt, Elizabeth voor de prachtige foto’s en de boekenervaringen! Je bent niet alleen een fantastische vriendin, maar ook een bewonderenswaardige mama die ten allen tijde haar nuchterheid zal bewaren. Ik duim dat we snel weer eens samen kunnen gaan lunchen of bubbels drinken. In afwachting daarvan moeten we misschien weer eens brieven sturen op koala-briefpapier?

De voorleeslijst #3
We’re Going on a Bear Hunt of Wij gaan op berenjacht – Michael Rosen (wie inspiratie nodig heeft of de juiste melodie wil kennen: de auteur geeft hier het goede voorbeeld)
The Chronicles of Narnia – C.S. Lewis
Pluk van de petteflet – Annie M.G. Schmidt