Het boek – Voorleestips voor jong en oud #1

Als ik graaf in mijn jeugdherinneringen dan wroet ik boeken en verhalen naar de oppervlakte. Zelfverzonnen verhalen die mama ons vertelde in het stapelbed. Cassettes met verhalen die we kapot speelden. Later de boeken die ik zelf las en voorlas. Een boek is een verbindend middel tussen generaties waar geen superlijm tegen op kan. Het is dan ook niet vreemd dat in deze vreemde tijden tal van (voor)leesinitiatieven ontstaan. Ik deel al eens graag boekentips in de categorie leeswerk voor volwassenen. Bij deze geef ik de aftrap voor een reeks voorleestips. Bij gebrek aan eigen kinderen ging ik te rade bij vrienden en familie en vroeg ik naar hun voorleesboeken en -gewoontes. Vandaag beginnen we in mijn bloedeigen familie.

Als kind was ik zelf weg van Lars de kleine ijsbeer. Niet geheel toevallig heet mijn knuffel-ijsbeer Lars (ja, ik heb hem nog steeds). Ik bombardeerde de ijsbeer prompt tot mijn lievelingsdier, zelfs toen ik wat ouder was en ontdekte dat ijsberen roofdieren zijn die schattige zeehonden doden. Toch heeft het een jaar of 10 geduurd voor de cavia de ijsbeer van de troon der lievelingsdieren stootte. Of wat de impact van een boek kan zijn. Seppes favoriete boek was dan weer Monkie: een prentenboek waar geen letter tekst in staat. Het verhaal gaat over een jongetje dat zijn knuffelaapje Monkie verliest tijdens een fietstocht: regelrechte kinderhorror. Via verschillende dieren – die er niet bepaald zachtzinnig mee omspringen – komt de gehavende knuffel terecht bij een poppendokter die hem oplapt en uiteindelijk ook aan het jongetje terugbezorgt. Oef! Volgens Seppe ligt de kracht van dit verhaal in het feit dat de verteller bij gebrek aan tekst het verhaal wat naar zijn hand kan zetten, waardoor akelige stukken minder zwaar worden en de ontroerende meer naar de voorgrond komen. Dat was ook nodig voor onze gevoelige kinderzieltjes.

NHNS0274

Seppe en ik hebben ook de verhalen Een heel gewoon kikkervisje (dat uitgroeit tot een gigantisch, maar goedaardig zeedier), Ze lopen gewoon met me mee (nijlpaard volgt jongetje na school) en Als je maar vrienden hebt (een vis, een big en een vogel moeten met elkaar spelen) stukgelezen. Wij hielden heel erg van herhaling. Als we naar de bibliotheek gingen, kwamen we vaak met dezelfde boeken terug naar huis. Zo hebben we eens een volledig jaar Nijntje vliegt ontleend (spoiler: de titel is meteen ook het verhaal). Telkens als we het moesten inleveren, wachtten we tot het terug op z’n plaats werd gezet en namen we het terug mee. Sommige van onze boeken moesten jarenlang vier paar kinderhanden doorstaan. Net zoals de afstandsbediening (dé zapper) van de televisie aaneen hing met plakband, vertoonden sommige boeken ernstige gebruikssporen. Flapjes waren in- of afgescheurd, pagina’s meermaals geplooid en we gingen allemaal door een fase waarin we onze stift eens uittestten in een boek. Onverslijtbaar waren de geanimeerde verhalen die mama ons vertelde. Over het geheime leven van onze knuffels of over tractors die samenkwamen op het veld om allerlei agrarische activiteiten te verrichten. Ik ben er zeker van dat ze die verhalen nu – op verzoek – met evenveel overtuiging en inleving zou kunnen brengen. Net zoals ze dat deed bij het Engelse boek waarin acht honden steeds na elkaar op een andere manier blaften, in het Engels dus. Hilariteit gegarandeerd!

HOQY9806
Bomma is helemaal klaar voor een voorleesmoment!

Mijn mama mag zich ondertussen professioneel verhalenverteller noemen. Ze is leerkracht in het lager onderwijs en heeft dus al duizenden kinderen blij gemaakt met een goed boek en dito voorleeskunsten. Nu is ze zorgleerkracht, wat haar de kans geeft om haar taak als leescoach op school met nog meer glans in te vullen en de uitgebreide schoolbibliotheek te managen. Ook als bomma van drie kleinkinderen krijgt voorlezen een prominente plaats binnen het curriculum. Ik laat het haar zelf uitleggen. Voorlezen is één van mijn favoriete bezigheden. Ik lees op een schooldag vier keer voor. Stemvariaties, uitbeelden, vertragen, versnellen en decibels aanpassen: het lukt me allemaal. Mijn oudste kleinkind Laurien (4 jaar) heeft een uitgesproken voorkeur. Soms is ze bang van prenten. Toch kiest ze soms net voor boeken waarin “bang zijn” aanwezig is. Zo was een ouderwetse Roodkapje met een vreselijke prent van een wolf lang geliefd bij haar.

thumbnail_20200414_194456
Laurien en Vik (immer enthousiast) met hun favoriete boeken van thuis.

“De wolf komt echt niet” is één van Lauriens favoriete boeken. Het verhaal gaat over een konijntje dat gaat slapen en herhaaldelijk aan zijn mama vraagt of de wolf komt. Mama konijn stelt gerust en bedenkt telkens een andere reden waarom de wolf niet kan komen en het konijntje dus niet bang moet zijn: de wolven zijn doodgeschoten, ze zijn bang van de stad of ze kennen het adres niet. Het konijntje ontdekt altijd een zwakke plek in mama’s redenering. Op de prenten zie je de wolf naderen en als mama weg is, wordt er op de deur geklopt… Het konijntje heeft geen schrik van de wolf, maar verwacht die juist voor zijn verjaardag! Ik las dat boek elke week voor. Laurien ging telkens helemaal op in het verhaal en dacht altijd weer dat het konijntje bang was. Voor ik begon, zei ze al dat de wolf niet bij haar kon komen, want de wolf wist haar niet wonen. Een ander favoriet boek is “Tijger” (met prachtige prenten van Jan Jutte). Een tijger verschijnt in een dorp. Iedereen is bang van hem behalve een oud vrouwtje dat hem bij haar laat wonen. De tijger krijgt echter heimwee naar zijn land van herkomst. Het vrouwtje brengt hem met een grote boot terug, waarop de tijger herleeft en zijn kleuren terug krijgt. Als ze thuiskomt, vindt ze een poesje dat ze de toepasselijke naam Tijger geeft. Seppe wist me te vertellen dat Lauriens favoriete boek thuis Heksje Mimi en de baby is. Vik (1 jaar) kiest dan weer voor Klein wit visje hoort watermuziek.

HDZG4030

Leah mag als jongste telg van de familie natuurlijk niet ontbreken. Ze is inmiddels 8 maanden oud, maar – net zoals haar meter – volledig vertrouwd met boeken. Als kind was Marike fan van de verhalen van de rosse kater Dikkie Dik. Later ook van Elmer, een patchwork olifant die dus niet grijs is zoals zijn soortgenoten. De kleurrijke Elmer wakkerde bij de kleine Marike ook een fascinatie aan voor de abstracte kunst van Paul Klee. Ze maakte een tekening van allemaal gekleurde hokjes en gaf die de diepzinnige titel Papegaai in een kooi. Toen Marike vorig jaar zwanger was, gaf mama haar het boek van Elmer cadeau. Het gaat over een olifant die anders is. Bovendien is Elmer grappig en erg populair bij zijn grijze soortgenoten. Hij wil echter net zo grijs en gewoon zijn als hen. Als hij zich weet te bedekken met een grijze smurrie merkt hij op dat iedereen hem mist. Uiteindelijk kiest hij er dus toch voor om zijn kleurrijke en unieke zelf te zijn: een buitenbeentje dat gewaardeerd wordt om wie hij is.

ORQC0115
Druk, druk, druk aan het lezen.

Als Leah echter helemaal zelf mag kiezen (en dat kan ze), dan pikt ze altijd het verhaal van Muis uit de stapel. Tante Roos is ongetwijfeld erg blij met die keuze omdat de verhalen van Muis (wij zeiden Maisy, zoals ze oorspronkelijk heet) vroeger haar absolute lievelingsboeken waren. Op haar aanraden kochten we zelfs eens een boek van Maisy voor papa’s verjaardag, want dat zijn zijn lievelingsboeken! Boerderijdieren en vooral heel felle kleuren blijken een grote aantrekkingskracht uit te oefenen op een avontuurlijke baby.

VAOL9265

De voorleeslijst #1
Lars de kleine ijsbeer – Hans de Beer
Monkie – Dieter Schubert
Als je maar vrienden hebt – Friedrich Karl Waechter
Ze lopen gewoon met me mee – Margaret Mahy
Een heel gewoon kikkervisje – Steven Kellogg
De wolf komt echt niet – Myriam Ouyessad
Tijger – Jan Jutte
Elmer – David McKee
Boerderij van Muis – Lucy Cousins

Met dank aan mama, Seppe en Marike voor hun verhalen over voorleesboeken en het fotografisch materiaal.
Noot: mijn papa lijkt in dit verhaal misschien afwezig te zijn, maar hij was hoofdverantwoordelijk voor onze muzikale, wetenschappelijke en bouwkundige opvoeding. Als bompa neemt hij de taak als voorlezer heel ernstig.

Een bericht en vraag voor jullie

Lieve lezertjes

Ik weet dat het dinsdag is, maar verder is tijd een flou begrip tijdens de quarantaine. Dagen lijken naadloos in elkaar over te gaan. Een weekdag lijkt op een weekenddag en vice versa. In het weekend ga ik naar de bakker, in de week wacht ik op de post. Er is een voor-corona en er komt ook een na-corona. Ik vertelde al dat ik mijn familie en leerlingen mis, wat echter niet wegneemt dat ik me bovenal prima vermaak. Het was lang geleden dat ik nog eens het grote kruiswoordraadsel in de weekendkrant kon maken, ik heb geen zwervend wasgoed dat de weg naar de kast niet vindt, ik dweilde zelfs mijn terras. Ik kijk films, online opera, de vlogs van Viktor Verhulst en ik lees boeken. Ik verbaas me over het repertoire aan slaaphoudingen van mijn kat Ada. Ik bekeek een documentaire over de Amazone en de Nijl. Ik stapte bijna op het vliegtuig om te gaan backpacken toen ik me realiseerde dat ik mijn verhuis moet voorbereiden die eind mei zal plaatsvinden. Deze periode beschouw ik dan ook als een intens afscheid van het appartement waar ik vijf jaar woonde.

Kortom, het gaat goed met mij. Ik hoop van harte dat ook jullie gespaard bleven van verdriet en grote zorgen, dat jullie er in slagen om dit leven meestal oké te vinden omdat het ook niet eeuwig zal duren. Mijn tegeltjeswijsheid voor nu is Koester wat je hebt, maar ook wat je mist.

Het ontbreekt me dezer dagen niet aan inspiratie, al heb ik wel een verzoek voor jullie. Zijn er onderwerpen die ik nog onbeschreven liet? Is er iets wat je graag van mij zou weten? Zijn er praktische of filosofische vragen die ik dringend moet beantwoorden? Is er een reeks waar ik heel snel een vervolg op moet schrijven? Welk aartsmoeilijk dilemma zou je mij willen voorschotelen? Vragen staat vrij! Laat hieronder een reactie achter of stuur me een bericht. Ik kijk uit naar jullie antwoorden!

Tot slot heb ik nog een vrolijke tip voor jullie. Artistieke collega Pol maakte een aanstekelijke compilatie van de Work From Home bezigheden van leerlingen en leerkrachten van mijn school. Live muziek, zang, dans, zwoele poses en trampolinekunsten. Zoveel talent op onze school, zo blij dat dit mijn team is. Ik word er helemaal warm van.

Hou jullie goed en tot snel!

Joke
X

 

 

Loperspraat – Dilemma’s op donderdag #2

In tijden van quarantaine is out of the box denken onze tweede natuur geworden. Dilemma’s op dinsdag worden dan dilemma’s op donderdag. Daar kan zelfs Marc Van Ranst niets op tegen hebben. Ik moet eerlijk toegeven dat ik de afgelopen weken amper met dilemma’s werd geconfronteerd omdat er nu eenmaal weinig gebeurt in mijn leven. Ik kom dus niet verder dan Doe ik een grijze of donkerblauwe joggingbroek aan? Uiteraard staat er geen maat op mijn verbeelding en kon ik moeiteloos weer enkele loopgerelateerde dilemma’s bedenken die ik met veel plezier voor jullie beantwoord. Deze keer heb ik zelfs helemaal geen joker nodig.

Altijd op onverharde wegen of altijd op asfalt lopen?
Als loper wordt er van je verwacht dat je een natuurmens bent. Check. Dat ben ik in hart en nieren. Als loper ben ik echter ook een asfaltmens, wat meteen een stuk minder gezellig klinkt. Ik loop echt graag op asfalt. Lang, vlak en saai is voor mij de ultieme beoefening van de eentonige en hypnotiserende bezigheid die lopen kan zijn. In het bos of in de natuur kan je één worden met je omgeving, op kilometers asfalt langs een kanaal word je één met jezelf. De vraag is dus eerder wat ik écht niet zou kunnen missen. Het antwoord is dan toch de natuur. Bovendien moet een bos niet onderdoen voor een degelijk uitgeruste fitnesszaal waar je voor elk type training terecht kan. De geaccidenteerde ondergrond in de natuur zorgt daarenboven voor een betere stabiliteit en een gevarieerde belasting. De trainingsfilosofie van de Keniaanse toppers indachtig kies ik dus resoluut voor de onverharde wegen.

10 Miles van Antwerpen of 20 kilometer van Brussel?
Beide wedstrijden zullen voor het eerst in hun geschiedenis in het najaar gelopen worden. Of misschien is dat zelfs te voorbarig. De 10 Miles liep ik drie keer. Telkens was dat een weergaloze wedstrijd met dank aan het ongeziene enthousiasme van de toeschouwers. Echt mooi kan je het parcours niet noemen, uniek is het zeker wel. Je krijgt namelijk nooit de kans om over het prachtige asfalt van een snelweg te lopen. In Antwerpen wist ik mezelf telkens te overtreffen. Niets dan positieve herinneringen dus. Mijn hart ligt echter net ietsje meer bij de 20 kilometer van Brussel, waar ik vijf keer aan deelnam. Ik heb hier al heel vaak verteld waarom die wedstrijd een kantelmoment was in mijn leven. In mei 2014 verlegde ik in Brussel definitief mijn grenzen samen met Roos. Die allereerste keer heeft iets losgemaakt waar ik 11 marathons later nog heel vaak aan terug denk.

Altijd in lange of korte broek lopen?
Vorige week liep ik voor het eerst dit jaar in een korte broek. Heerlijk! Tussen lang en kort zit altijd een twijfelfase en is het onvermijdelijk dat je ofwel een keer te vaak met een lange broek gaat lopen ofwel te snel in korte broek verschijnt. Ik kan me tijdens het lopen echt ergeren aan benen die te warm zijn. Liefst van al zou ik dan in mijn onderbroek verder lopen. Wat ik natuurlijk niet doe. De keuze is dus snel gemaakt. Ik heb het liever wat fris aan mijn benen dan te warm. Een warmbloedig persoon met hoog zweetgehalte moet in principe ook winterkoude benen kunnen trotseren. Als je vals wil spelen, doe je gewoon compressiekousen aan.

Altijd rustig aan of altijd het volle pond geven?
Het is verstandig om je tempo’s te variëren tussen gezapig en verschroeiend snel. Ik probeer dat ook te doen, al zal mijn snelheidsmeter iets vaker doorslaan richting intensieve inspanning. Bewust traag lopen doe ik bij een hersteltraining of als ik nog een gesprek wil kunnen voeren. Roos gebruikt dit vaak als hulpmiddel om mij wat in te tomen. Als we dan bergop lopen, vraagt ze mij bijvoorbeeld om uit te leggen waar de film precies over ging die ik de dag ervoor gezien heb. Resultaat gegarandeerd. Uiteindelijk kies ik er toch voor om altijd het volle pond te geven. Niet zo zeer om altijd echt snel te lopen, maar omdat het in mijn aard zit om proefondervindelijk vast te stellen wat er in de tank zit.

Weg met alle berkenbomen of weg met alle dennenbomen?
Na mijn bekentenis over asfalt volgt nu een puur natuur dilemma. Er zijn twee bomen die ik een bijzonder warm hart toedraag: enerzijds de berk die al ik de hippe zebra van het bos noemde, anderzijds de ranke den die zowel fragiel als robuust is. Omdat berkenbomen niet oud kunnen worden – helaas – denk ik dat de impact op de natuur kleiner zou zijn als ik alle berken zou laten verdwijnen. Iedereen met pollenallergie zou me dan ook dankbaar zijn. Zonder dennen zou de ArDENnen slechts een hoop kale bergen bijeen zijn. Ook het Kastelse groen – waar ik al eens vertoef – zou niet meer hetzelfde zijn. Kiezen is in dezen zeker verliezen, dus met pijn in het hart kies ik voor het behoud van de dennenbomen.

IMG_2279b

 

De gedachte – Waarom ik school mis

Drie lesvrije weken hebben we er inmiddels op zitten. Ik kan concluderen dat uitleg en instructies geven achter een scherm mijn ding niet is. Ik mis het samenzijn in de klas met mijn leerlingen. Ik mis de interactie. Ik mis de unieke en altijd wisselende klasdynamiek waardoor elk lesuur anders is. Waar ik op drukke lesdagen soms snakte naar een rustmoment, verlang ik nu naar de drukte van het klasgebeuren. Ik ben zelfs zo ver dat ik mijn schoolse leven door een roze en ernstig geromantiseerde bril bekijk. Daarom dit lijstje met wat ik zoal mis.

  • Heel enthousiast met verschillende klemtonen en intonaties goedemorgen! zeggen als mijn leerlingen de klas binnen strompelen.
  • De zo mogelijk nog enthousiastere en welgemeende goedemorgen mevrouw! die daar meestal op volgt.
  • De dramatische manier waarop sommige leerlingen me-vrooooouuuuuw uitspreken: als een mix van hulpeloosheid, radeloosheid en verveling.
  • Leerlingen die me per ongeluk aanspreken met meneer (gênant voor mij) of mama (gênant voor hen).
  • Een attente hoe was uw weekend, mevrouw? en de stille hoop dat ik dan vertrokken ben met een spannend, persoonlijk en liefst ook lang verhaal.
  • De persoonlijke vragen, zoals: neemt u liever een bad of een douche? Ze dachten dat ik eerder een badtype was.
  • Leerlingen die na de les nog even blijven hangen om wat te babbelen en een momentje met mij te hebben.
  • De spitsvondigheden, droge opmerkingen en het gevoel voor humor en dramatiek van mijn leerlingen.
  • Samen aan de boekenkast staan, leesadvies geven en dan zien dat je tips ter harte worden genomen.
  • Samen aan de boekenkast staan, leesadvies geven en dan zien dat vooral het aantal pagina’s van het boek er echt toe doet.
  • Het spervuur van vragen dat soms op mij wordt afgevuurd om duidelijk te maken dat een opdracht echt wel veel te moeilijk is.
  • Het niet bepaald subtiele gegiechel als iets blijkbaar dubbelzinnig geïnterpreteerd kan worden.
  • Op 13 februari, de dag van de minnares, uitleggen wat een minnares is.
  • Het geblader en geritsel van kranten of woordenboeken.
  • Leerlingen die na 10 minuten door hebben dat ze met een woordenboek Nederlands-Engels geen Nederlandse verklaringen kunnen opzoeken.
  • Beschrijvingen van woorden die meestal nog onduidelijker zijn dan het opgezochte woord zelf.
  • De Humo’s in mijn lokaal die altijd toevallig openvallen op pikante tekeningen of mopjes.
  • Het geroezemoes van leerlingen die aanvankelijk ijverig aan het werk zijn, na verloop van tijd zichzelf verliezen in een persoonlijk verhaal, waardoor ongemerkt ook hun volume toeneemt en ze zich een bult verschieten als ik plots inpik.
  • Het gemor dat al eens kan opstijgen als ik zeg neem nu allemaal een blad om te noteren. Soms volgt hier ook blinde paniek op, want het was toch geen toets???!!!
  • Het werk en de tijd die leerlingen hebben gestoken in een presentatie of creatieve opdracht.
  • De trots op hun gezicht als je hen daarvoor de hemel in prijst.
  • De worsteling die sommige leerlingen ervaren als ze hun façade van lui en ongeïnteresseerd niet mogen laten vallen als iets hen echt boeit.
  • De geconcentreerde blik op mijn outfit die grondig bestudeerd wordt en veel interessanter is dan wat ik aan het vertellen ben.
  • Tijdens je uitleg een hand de lucht in zien gaan, denken dat er een goede inhoudelijke vraag gesteld zal worden en dan: mag ik naar de wc gaan?
  • Gemiddeld 5x per dag uitleggen waarom je het is gebeurd met een d schrijft en het gebeurt met een t.
  • De overtuigde nu begrijp ik het! die daar dan steevast op volgt.
  • Gemiddeld 5x per dag vriendelijk vragen zet je je kap af?
  • Gemiddeld 5x per dag vriendelijk vragen heb jij een kauwgom in je mond?
  • De gordijnen die dagelijks een keer of 125 open en weer dicht moeten gaan omdat de zon te hard of helemaal niet schijnt.
  • De temperatuur in mijn klas die ofwel eerder aansluit bij een Siberisch klimaat ofwel eerder tropisch te noemen is. Beide klimaattypes worden uitgebreid van commentaar voorzien.
  • De babbels met mijn collega’s, in het bijzonder die met An, Gunter, Murielle en Pieter-Jan.
  • De veel te straffe koffie in de leraarskamer die soms toch dat noodzakelijke cafeïneshot kan geven.
  • De nog steeds inspirerende quotes in mijn klaslokaal.
  • De oprechte daaaa-haaaag mevrouw als leerlingen de klas verlaten.

 

 

 

Loperspraat – Waar ik nu zoal tijd voor heb

Oef! We mogen nog steeds ons kot uit om te sporten zonder kilometer- en duurbeperking. Fietstochten afleggen binnen een bepaalde perimeter: dat was duidelijk gevoelige materie in wielergek Vlaanderen, inmiddels ook aardig op weg om wandel- en loopgek te worden. In dezen ben ik het voor een keer volmondig eens met wat sportjournalist Hans Vandeweghe in De Morgen schreef: niet-essentiële verplaatsingen per fiets of op loopschoenen bestaan niet. Doe dus niet onnozel en stap niet in de auto om naar het park te gaan. De fiets op! En trek uw loopschoenen aan! Bizar is vandaag het nieuwe gewoon en dat merk ik ook aan mijn eigen loopgewoontes die onderhevig zijn aan verandering. Nu nog meer dan anders is lichaamsbeweging de uitgelezen kans om een frisse wind door mijn hoofd (en haar) te laten waaien met als enige doel daar plezier aan te beleven. Of hoe elk nadeel echt wel ze voordeel heb.

Ik heb tijd om mijn collectie loopschoenen te sorteren
Ontkennen heeft geen zin. Ik heb veel loopschoenen en stiekem zijn dat een beetje mijn beste vrienden. Afscheid nemen is lastig, maar ook voor loopschoenen geldt dat er een tijd van lopen is en een tijd van gaan. Ik (her)ontdekte enkele pareltjes in mijn collectie en ook enkele ouwe getrouwen die ik weer zorgvuldig opborg. Plots voelde ik ook de onweerstaanbare neiging opkomen om modderige schoenen grondig schoon te maken. Vreemd. Mijn collectie Stance kousen werd met eens zoveel liefde gesorteerd, zodat de nieuwste aanwinsten een waardig plekje kunnen krijgen.

Ik ontdek en verken nieuwe looproutes
Doorgaans ben ik eerder een gewoonteloper dan een avontuurlijke loper. Ik heb vaste routes door hetzelfde bos, langs de fietssnelweg of langs het kanaal. Vlak, lang en saai: ik hou daarvan. De laatste tijd is daar verandering in gekomen omdat mijn Heverleebos plots van iedereen was. Ik had geen zin om daar over de koppen te lopen, waarop ik naar de omgeving van Bertembos trok. Daar vind je geen royale dreven, wel avontuurlijke holle wegen. Het is een grilligere omgeving waar het voortdurend op en af gaat. Op goed geluk ontdekte ik fantastische looppaadjes. Dichtbij huis valt soms zoveel te ontdekken.

IMG_2358b

Ik loop in het midden van de dag
Mijn sportactiviteit deelt de dag in twee: er is de pre-sportperiode (beter gekend als de voormiddag) en de post-sportperiode (ofte de namiddag). Lopen (of fietsen) geeft mijn dag dus vorm en structuur. Mijn werk doe ik zoveel mogelijk in de voormiddag. Op het moment dat ik de zon niet langer kan negeren, trek ik mijn loop- of fietsschoenen aan. In de namiddag kan ik dan in de zon gaan liggen lezen met het gelukzalige gevoel van benen die hebben bewogen.

Ik stop al eens om rond te kijken
Met enige zin voor drama en overdrijving zou ik durven zeggen: er was een tijd waarin ik marathons liep. Pauzeren tijdens een looptraining deed ik toen zelden. Omdat ik nu optimaal wil genieten van mijn buitentijd stop ik nu soms om van het uitzicht te genieten. Of om op adem te komen als ik net een stevige helling ben opgelopen. Soms voer ik tijdens een looppauze een conversatie met schapen (echte zenmasters). Wie nu denkt dat praten met dieren een teken is van mijn vergevorderde staat van vereenzaming: spontaan tegen dieren praten, is mijn tweede natuur. Door die kleine rustmomenten neem ik de omgeving bewuster in mij op. Het kan dan al eens gebeuren dat ik mij in het buitenland waan. Geef mij dennenbomen op een heuvel en ik zie de Ardennen. Laat mij langs de Demer fietsen met Roos en wij zien de Nijl. In Leefdaal verwachtte ik op een bepaald moment echt dat er een kudde gnoes uit de struiken zou schieten. De kracht van de verbeelding is een kostbaar goed.

Ik spreek met Roos af om te lopen of fietsen
Roos is mijn uitverkoren buddy waarmee ik sport in de buitenlucht. Wie anders? Het werkt soms op mijn gemoed dat het familiale niet in het echte leven kan plaatsvinden. Gelukkig stuurt Marike ons voldoende foto’s en filmpjes van Leah, mijn metekind. Die  werkt elke dag stug door aan haar kruipvaardigheden: uiterst charmant en immer innemend. Mocht je eraan twijfelen: zelfs met een baby van 7 maanden kan je communiceren via FaceTime. Mijn real life sportminuten met Roos zijn dus echt goud waard. En wat de Nijl betreft: geen van ons zag die ooit in het echt. Google afbeeldingen vertelde dat onze fantasie wel erg rijk is.

Het boek – Lezen in tijden van quarantaine #1

Je bent nooit alleen als je de literatuur hebt. Mocht ik over wat meer lef beschikken, dan zou ik die spreuk in koeien van letters op mijn rug laten tatoeëren. In onzekere tijden heb ik nog meer behoefte om mij te omringen met goede boeken. Toevallig heb ik ook meer tijd om die te lezen. Aanvankelijk was ik van plan om hier een donker overzicht te maken van thematische literatuur over isolatie, dreiging en een maatschappij die ontspoort. Niet bijster opbeurend. Ik koos dus voor diverse boeken die ik recent aan een hoog tempo heb verwerkt omdat het me niet lukte om ze met mate te savoureren. U bent dus gewaarschuwd.

De menselijke maat – Roberto Camurri
Ik weet niet wat het is met die Italiaanse schrijvers, maar ze klinken altijd zo weemoedig. Zo ook Roberto Camurri die een debuutroman schreef om u tegen te zeggen. In De menselijke maat vertelt hij het verhaal van Alena, Davide en Valerio die opgroeien en vergroeien met het – in hun ogen – nietszeggende dorpje Fabbricio, dat zich tussen Parma en Bologna bevindt. Jawel, in het inmiddels zwaar getroffen Noord-Italië dus. Het slaperige dorpsleven vormt het ultieme decor voor het kleine en grote menselijke drama. Hoe goed je de personages ook leert kennen, hun innerlijke drijfveren blijven gehuld in een waas van mysterie.

The Handmaid’s Tale – Margaret Atwood
Atwoods klassieker verscheen in mijn geboortejaar 1985. Mijn oog viel er pas op door de gelijknamige serie en de vervolgroman The Testaments die eind vorig jaar met de Booker Prize aan de haal ging. Ik was dit dystopische verhaal aan het lezen uitgerekend toen de coronacrisis in alle hevigheid losbarstte. Het verhaal van dienstmeid Offred (van Fred) staat centraal. Gehuld in een rode cape is zij van al haar vrijheden beroofd. Ze leeft onder streng toezicht met als enige doel kinderen te baren voor de hogere klasse. Vruchtbaarheid is immers een kostbaar goed in de totalitaire staat Gilead. Dankzij Atwoods aparte vertelstijl komen we in flarden en brokken meer te weten over Offreds vroegere (gezins)leven. Een adembenemende trip waarin fictie en werkelijkheid naadloos met elkaar worden verweven.

IMG_2347b

Buurtsupermens – Sayaka Murata
Als het wat luchtiger doch gevat mag zijn, dan moet je dit Japanse pareltje lezen. Maak kennis met de 36-jarige Keiko: een buitenbeentje in de strak georkestreerde Japanse samenleving. Keiko werkt al 20 jaar vol overgave in de plaatselijke supermarkt. Ze beschouwt haar job als een roeping. Tot haar eigen verbazing en frustratie moet ze zich steeds verantwoorden voor die keuze, net zoals voor het feit dat ze geen behoefte heeft aan een man in haar leven. Als ze op een dag de impulsieve beslissing neemt om onderdak te bieden aan een student die niet zo’n hoge pet op heeft met het hele supermarktgebeuren, is het hek van de dam. Toepasselijke literatuur, want wie dagelijks applaudisseert voor onze helden van de zorg, zou dat net zo goed kunnen doen voor de noeste werkers in de supermarkten.

Finse dagen – Herman Koch
Na het overlijden van zijn moeder trok de 19-jarige Herman Koch naar een boerderij in Finland om de verwachtingen van zijn vader tijdelijk te ontvluchten. In Finse dagen vertelt hij uitgebreid over die Finse periode. Wie denkt dat dit verhaal autobiografisch is: de enige waarheid is die van het boek, niet de waarheid van de gebeurtenissen zoals die zich in werkelijkheid hebben afgespeeld, aldus de auteur. In een verraderlijk eenvoudige stijl slaagde Koch er weer in om mij vanaf de eerste pagina mee te slepen in zijn verhaal. Je kan Finse dagen beschouwen als een coming of age novel die de ijzersterke verhalenverteller Herman Koch alle eer aan doet. Ook de prachtige cover met een reliëfdruk van berkenbomen kon mij bekoren.

De storm – Jens Christian Grøndahl
Je zou kunnen zeggen dat er weinig variatie zit in het oeuvre van de Deense topauteur Jens Christian Grøndahl. Hij schrijft namelijk altijd over vijftigers of zestigers die ietwat zijn vastgeroest in hun leven en huwelijk. Door een bepaalde gebeurtenis wordt een proces van mijmeren en overdenken in gang gezet. Glashelder overpeinzen ze de keuzes die hun leven heeft vormgegeven. Spijt is geen optie, berusting des te meer. In De storm kijken we mee over de schouder van auteur Adam Huus wiens carrière in het slop zit. Ook op familiaal vlak loopt zijn leven niet over rozen: er zit meer dan één haar in de boter. Als geen ander kan Grøndahl een levensverhaal schrijven dat zich laat lezen als een thriller. Woorden zijn als lege handschoenen, iedere hand kan ze aantrekken: een warme stem uit het soms onweersachtige noorden.

Atlas van de Nederlandse taal – uitgegeven bij Lannoo
Wat had ik dit boek graag zelf geschreven. Het zou namelijk betekenen dat ik erin was geslaagd om een origineel, humoristisch en bovenal compleet naslagwerk samen te stellen over onze prachtige taal. Een naslagwerk dat ook nog eens toegankelijk is. Duimpjes omhoog ook voor de strakke vormgeving en de knappe illustraties. Wisten jullie bijvoorbeeld dat het woord ochtendgrijs in 1997 werd bedacht door Frank Deboosere en dat het sinds 2015 behoort tot het AN? Een must have voor iedereen die – net zoals ik – van talige weetjes houdt!

IMG_2355b

Het moment – De tol van de onvoorspelbaarheid

En toen werd het dus plots echt stil. Door de verscherpte corona-maatregelen blijven we plichtbewust braafjes thuis en proberen we uit te blinken in social distancing, een begrip waar we tot voor kort nog nooit van hadden gehoord. Waar ik het aan het begin van de week nog onwezenlijk vond dat ik twee weken geleden een halve marathon liep in Nederland, lijkt het nu onvoorstelbaar dat ik vorige week nog met mijn leerlingen in de klas zat, wetende dat de lessen opgeschort zouden worden. Naïef als ik was, kon ik het toen nog ongegeneerd jammer vinden dat mijn voorjaarsmarathon werd uitgesteld. Ik kon nog semi-zorgeloos 30 kilometer lopen en nadien aan tafel zitten met mijn familie. Ondenkbaar in de huidige fase. We staan nu wellicht voor de grootste uitdaging: het gewone leven verderzetten in lockdown light versie.

Mijn persoonlijke coronasituatie is de volgende. Ik woon alleen met mijn twee katten, die zich uiteraard van geen kwaad bewust zijn. In de mate van het mogelijke probeer ik van thuis uit voor school te werken. Ik las al drie boeken. Het stevigere huishoudelijke werk liet ik vooralsnog links liggen. Ik ga dagelijks lopen of fietsen. Ik maak me niet schuldig aan hamsteren en hoop dat ik met mijn 15 rollen wc-papier nog wel eventjes voort kan. Mijn gemoed kent dalen en pieken. Alleen wonen is nu echt wel heel alleen. Het is next level alleen zijn. Hoewel tijd, voorheen nog een kostbaar goed, nu op een plateautje wordt aangeboden, voelt het als een vergiftigd geschenk dat we noodgedwongen moeten aanvaarden. In theorie heb ik nu wel tijd voor de verwaarloosde to-do’s die lang werden uitgesteld onder het mom geen tijd voor. In de praktijk staat mijn hoofd daar (nog) niet naar.

Het coronavirus voelt soms als een zwaard van Damocles dat me boven het hoofd hangt. In De Morgen las ik dat het de onvoorspelbaarheid is die dit virus gevaarlijk maakt: wetenschappers en artsen weten relatief weinig over Covid-19 en hoe het zal evolueren. Voor ieder van ons geldt ongeveer hetzelfde: de onvoorspelbaarheid van deze ongeziene situatie boezemt ons angst in. Wat voordien een vanzelfsprekendheid was, wordt nu een bekommernis. Zo is een eenvoudige bezigheid als boodschappen doen van elke alledaagsheid verheven. Een bezoek aan de supermarkt werpt prangende vragen op. Wanneer ga je? Zal de rij niet te lang zijn? Hoe leeg zullen de rekken zijn? Ik ben geen panikeur, verre van, maar zelfs voor mijn nuchtere ik voelt het ongemakkelijk aan om plannen te maken op lange termijn. Zullen de lessen hervat worden na de paasvakantie? Zullen we in de zomer op vakantie kunnen gaan? Koffiedik kijken moet de vaakst gebruikte uitdrukking zijn van de afgelopen weken. Omdat het onvoorspelbaar is wanneer de besmettingen in België een piek zullen bereiken, weten we ook niet in welke situatie ons land, en dus ook ons individuele leven, zich over een paar weken zal bevinden.

Er is gelukkig ook een positieve kant aan dit verhaal. De natuur kan op adem komen omdat vliegtuigen en auto’s in de garage blijven staan. Huizen worden van onder tot boven opgeruimd. Honden werden nog nooit zo vaak uitgelaten. Small talk bij de bakker voelt aan als een echt gesprek. Met respect voor de social distance haalt een ieder van ons dagelijks moeiteloos de kaap van de 10.000 stappen. Fietsen, loopschoenen en inline skates die eerder nog stof lagen te vangen, worden prompt gebombardeerd tot onze nieuwe beste vrienden. Het knikje onder lopers lijkt hartelijker, het fietsverkeer hoffelijker. Voor velen voelt dit waarschijnlijk aan als een herkansing voor de te vroeg gesneuvelde goede voornemens. We lijken ons massaal klaar te stomen voor een nationale conditie- en gezondheidstest. Hoewel ik het bos niet langer voor mij alleen heb, kan ik die omhelzing van de buitensport alleen maar toejuichen. Op voorwaarde dat we dan niet de auto nemen om naar park of bos te gaan en dat de nodige afstand gerespecteerd wordt.

Ik zei al eens dat de metaforische waarde van de marathon onuitputtelijk is. Zo ook voor de uitzonderlijke situatie waarin we ons nu bevinden. De marathon is een race van alleen en toch ook samen. We zitten allemaal in ons eigen leventje vast, maar iedereen is wel aan boord van hetzelfde schuitje. Alleen door simpelweg de ene voet voor de andere te zetten, zullen we alleen en ook samen de finish bereiken. Daar is wilskracht voor nodig, want die inspanningen wegen eerder mentaal dan fysiek door. We zullen doorgaan, zo luidt het devies van niemand minder dan Ramses Shaffy (en inmiddels ook van Radio 1). We kunnen daar nog een schepje bovenop doen. De heer Shaffy heeft ook een lied met als titel We leven nog. Alleen Ramses Shaffy kan zo overtuigend dramatisch zingen dat je niet anders kan dan er spontaan bij te glimlachen.

IMG_2291b

Hoe train je voor een marathon die je niet loopt?

We leven in bizarre tijden. Het coronavirus legt ons land stil. Een ongeziene situatie die ook mij angst inboezemt, elke dag een beetje meer. Ik sta niet in mijn klaslokaal met mijn leerlingen, maar zit thuis en probeer een goede leerkracht op afstand te zijn. Donderdag kwam de crisis in een stroomversnelling terecht. Op school werden de maatregelen verscherpt. Het ene na het andere event werd uitgesteld. Zo ook de marathon van Rotterdam, waardoor mijn Road to Rotterdam abrupt werd onderbroken. Jammer, maar uiteindelijk slechts een aantekening in de marge. Niets is zo relatief als een uitgestelde marathon als de volksgezondheid op het spel staat. Zelfs een marathonjunkie als ik kon niet anders dan concluderen dat dit de enige juiste beslissing was. Het is onwezenlijk dat Roos en ik amper 10 dagen geleden nog in een propvol startvak stonden te drummen tot het startschot van de CPC Loop in Den Haag werd gegeven. Eens te meer besef ik nu dat ik mijn beide (gewassen) handjes mag kussen voor het memorabele en zorgeloze loopfeest dat ik toen met mijn familie kon beleven.

IMG_2262b

Dat de Rotterdam marathon niet over drie weken gelopen zou worden, die bui voelde ik wel hangen. De organisatie laat weten dat de 40e feesteditie later dit jaar plaats zal vinden. Een streep door het sportieve voorjaar, nieuwe kansen in het najaar. Tot nu toe verliepen mijn trainingen voorspoedig. Mijn PR in Den Haag is een bewijs dat ik in goede vorm verkeer. Nu het er niet meer toe doet, durf ik dat ook gewoon luidop te zeggen. In onzekere tijden als deze beschouw ik het als mijn plicht om eens zo standvastig achter het principe te staan dat ik in de eerste plaats loop omdat ik dat graag doe. Een marathon lopen kan een bekroning zijn op mijn voorbereidingswerk, maar is niet per se het ultieme doel dat tot loopvreugde leidt. Ik heb plezier gehaald uit mijn trainingen. Geen enkele loopkilometer voelde aan als een verspilling van mijn tijd. Integendeel. Net nu komt de essentie van lopen eens zo hard binnen: een inspanning voor de ontspanning, om het hoofd vrij te maken en frisse lucht op te snuiven.

PSFM8278
Ook als ik loop, gebruik ik liefst handgebaren om mijn verhaal te vertellen.

Ik had dus voldoende redenen om mijn geplande lange duurloop van 30 kilometer afgelopen zondag niet te lopen. Ik deed dat natuurlijk wel. Omdat ik ook hiervoor getraind heb. Omdat het ideaal loopweer was. Omdat het heel fijn is om van de woning van mijn ene zus Roos via de Demer en de Hagelandse veloroute naar mijn andere zus Marike te lopen. Omdat Roos mij begeleidde op de fiets, Marike mij tegemoet liep en mama ook nog een stuk mee fietste. De eerlijkheid gebiedt me wel om te zeggen dat die duurloop niet helemaal van een leien dakje verliep. In elk van mijn benen zat nog 10,5 kilometer verzuring van mijn snelle halve marathon. Zelfs dat had een voordeel: het werd echt een rustige duurloop aan een lage hartslag. Hoe train je dus voor een marathon die je niet loopt? Door veel deugd te hebben van de loopkilometers die je nu nog wel kan maken en er het beste van te maken.

 

De race – Een nieuw PR op de halve marathon in Den Haag

Soms beleef je een moment waarop alles – volstrekt onverwacht – in de juiste plooi valt. Alle opgestapelde bekommernissen en stress ebben weg en wat overblijft zijn schelpjes van dankbaarheid omdat je hebt kunnen doen wat je het liefste doet. In mijn geval is dat (hard) lopen, een klein beetje de grenzen opzoeken en vooral heel veel bij mijn familie zijn. Zondag 8 maart 2020 was zo’n dag. Ik liep de halve marathon van de CPC Loop in Den Haag in een nieuw PR van 1:33:56. Ondanks de harde wind en de angst voor blessureleed die mij al ruim een week in een stevige greep hield. Ik maakte dus schoon schip met mijn traumatische ervaring tijdens de CPC twee jaar geleden. Toen stond ik na exact 3,15 kilometer langs de kant van de weg met een kapotte enkel. Ik kon niet meer steunen op mijn linkerbeen. Stappen werd hinkelen. Mijn voorjaar van 2018 viel volledig in het water. De impact van die gebeurtenis is tweeledig. Langs de ene kant werd ik een bewustere en daardoor ook wel gelukkigere loper. Langs de andere kant hou ik in mijn hoofd altijd rekening met een doemscenario. Zondag was eindelijk de dag aangebroken dat mijn CPC-trauma werd omgezet in een CPC-triomf.

Zoals de traditie het wil, zakten Roos en ik zaterdag af naar Den Haag om tijd te spenderen met onze neef Maarten en zijn gezin. Een korte toer door het geweldige Den Haag mocht niet ontbreken op ons programma. Zondagochtend werden we wakker in de junglekamer van ons neefje Lev, die samen met zijn broer Senne zou deelnemen aan de 2,5 kilometer. Levs enthousiasme was eerder beperkt. Een uur voor de start vroeg hij hoopvol of de CPC niet was afgelast (net zoals vorig jaar), maar helaas voor hem: zelfs het coronavirus kon niet beletten dat er gelopen zou worden. Zo vertrokken we voor een eerste keer richting Malieveld om Lev en Senne aan te moedigen tijdens hun wedstrijd. Die neefjes van ons deden dat fantastisch, ook al liepen ze onder een bewolkte hemel met een heel strakke wind. Na een koolhydraatrijke lunch trokken Roos en ik weer richting Malieveld. Nu om Maarten aan te moedigen op de 10 kilometer. In tegenstelling tot zijn zoon Lev had Maarten er wel zin in. Dat hij amper had getraind, was dan ook een klein detail. Zijn prognose was om op karakter te finishen rond het uur. Uiteindelijk konden wij onze oudste neef nog een stevige high five geven richting finish, die hij na 51 minuten bereikte. Een knappe prestatie!

LLYU8167

De CPC Loop was dit jaar aan zijn 45e editie toe, nadat de geplande feesteditie vorig jaar werd afgelast door het voorspelde stormweer. Het was dus drie jaar geleden dat ik de finish kon halen van deze halve marathon die van de Haagse city naar de Scheveningse pier terug de city in loopt: CPC dus. In maart 2017 had ik daar 1 uur, 35 minuten en 25 seconden voor nodig. Een PR dat drie jaar lang onaantastbaar en duizelingwekkend snel leek. Zowel Roos als ik voelde de zenuwen stevig door ons lijf gieren. We werkten nog een smerig banaantje weg en bespraken onze racetactiek. Voor Roos was het simpel: zij wilde haar PR van 1:40 evenaren dat ze liep in Brussel en waaraan ik een bijdrage kon leveren. Zelf was ik er nog steeds niet uit wat mijn raceplan zou zijn. Enerzijds wilde ik lekker saai op veilig spelen: finishen in een acceptabele tijd zonder iets te forceren, zonder kans op een toptijd, zonder kans op enige vorm van teleurstelling. Anderzijds besefte ik ook dat dit het uitgelezen moment was om voor eens en altijd komaf te maken met het CPC-spook uit mijn verleden door een harde halve marathon uit mijn benen te schudden. Dat zou bovendien een mooie opsteker zijn richting Rotterdam marathon.

Stiekem heb ik altijd wel geweten dat ik het volle pond zou geven, met het risico dat ik op seconden of zelfs minuten van dat PR zou stranden. Het leven is aan de durvers, dus ik ging er snel van door toen het startschot weerklonk. Door allerlei omstandigheden had ik de afgelopen week een heel beperkt aantal kilometers gemaakt, waardoor mijn benen fris aanvoelden. Ik ging hard, maar liep soepel. Na twee kilometer stevende ik regelrecht af op de plek des onheils: de Groot Hertoginnelaan, waar ik in 2018 abrupt tot stilstand kwam en een DNF achter mijn naam liet optekenen. Heel even voelde ik de paniek van toen. Ik kon die ook weer snel achter me laten door met een stevige vaart verder over het parcours te denderen. Rond kilometer 8 kreeg ik een eerste aanmoediging van Maarten. Ik stelde vast dat mijn benenwagen het nog uitstekend deed.

IMG_2240b

Vroeger kon ik schijnbaar moeiteloos snel lopen. De enige verklaring die ik heb voor dat fenomeen is onbezonnenheid. Dat feestje blijft echter niet eindeloos duren. Op een dag kom je jezelf eens goed tegen en sluipen er onzekerheden in je hoofd. Onbesuisd hard lopen lukt dan niet meer. Je hebt wat naïviteit nodig om een snelle race te kunnen lopen. Zondag lag die in mijn onwetendheid omtrent het kilometertempo waaraan ik mijn vorige halve marathon in Den Haag gelopen had. Ik dacht dat dit rond de 4’25” moest liggen. Na 10 kilometer concludeerde ik daarom dat ik een heel klein beetje voor lag op mijn recordschema. Ik dacht dus dat het erom zou spannen. Halverwege de wedstrijd waren we nog steeds op weg naar de zee. Moeiteloos snel lopen zat er niet meer in. Ik hoopte dat ik mijn verval zou kunnen beperken tot aan kilometer 15. Vanaf dan zouden we immers de wind in de rug hebben. Misschien kon ik dan nog wat tijd terug winnen. Tussen kilometer 11 en 15 was het bikkelen geblazen. Ik stampte mij een weg over de boulevard (de dijk, zoals we in België zeggen), probeerde wat te genieten van de zon die scheen, maar ik voelde vooral mijn benen branden. Ik slaagde er behoorlijk in om mijn focus niet te verliezen. Ik klampte me vast aan het vooruitzicht van die 15 kilometer en ploegde dus voort. In plaats van 4’25” plakte ik eerder tegen de 4’30” aan. Ik probeerde mezelf op te peppen en wilde niet teleurgesteld zijn als ik mijn 1:35 barrière niet kon doorbreken.

Rond kilometer 16 kreeg ik nogmaals een aanmoediging van Maarten. Ik sprak met mezelf af dat ik niet op mijn horloge zou kijken naar de tijd die genadeloos weg tikte, kwestie van mezelf niet te veel op te jagen. Dat hield ik vol tot kilometer 18. Mijn verbazing was groot toen een eenvoudige rekensom me leerde dat ik perfect op schema lag om een nieuw record te lopen. De laatste 3 kilometer waren echter allesbehalve een walk in the park. De wind deed er alles aan om tegen te zitten. We liepen in een rechte lijn, die eindeloos leek te duren, op ons doel af. Met de wind pal op de neus drie kilometer buigen, maar niet breken: het leek schier onmogelijk te zijn. Van mijn gewenste versnelling was geen spoor te bekennen. Ik dacht nog aan SIA’s Unstoppable, maar in plaats van een Porsche with no breaks, leek ik eerder een Citroën met de handrem op. Uiteindelijk kwam die laatste bocht naar links er dan toch en liep ik af op de finishboog. Een laatste blik op mijn horloge zei me dat ik nog onder de 1:34 kon duiken als ik mij Usain Bolt gewijs richting de meet zou pushen. Mijn sprint leek op die van een stervende zwaan. Ik perste het laatste restje karakter uit mijn benen en klokte af op 1:33:56. WAUW. Dit had ik niet zien aankomen! Ik liep anderhalve minuut van mijn drie jaar oude PR. 21,22 kilometer liep ik aan een gemiddeld tempo van 4’26”. Nog steeds klinkt dat onwezenlijk snel.

IMG_2232b
Roos heeft het nog steeds zwaar.

Na de finishzone was het wachten op Roos. Haar blik sprak boekdelen. Ze finishte in een snelle tijd van 1:42:56, maar dat kleine zusje van mij was toch vooral teleurgesteld. Ze was slachtoffer geworden van het vuile spel dat de wind had gespeeld. Vooral tijdens die ellendige laatste kilometers had ze tijd verloren. Het voelde daar alsof ze geen meter vooruitkwam omdat ze een kar moest voorttrekken. Gelukkig had ze veel steun gekregen van Maarten, die ons gevoel bevestigde dat de wind het ons knap lastig had gemaakt. Hij merkte ook fijntjes op dat Roos nog steeds gemiddeld veel sneller had gelopen op haar halve marathon dan hij op de 10 kilometer. Met Maarten als gids op de fiets kregen we nog een laatste sightseeing tour door Den Haag.

Mocht het nog niet duidelijk zijn: Den Haag is een stad die een bezoek verdient. De CPC is een wedstrijd die op de bucketlist van elke loper hoort te staan. Ik ben diep gegaan tijdens mijn halve marathon. De verzuring in mijn benen is zelfs na twee rondjes loslopen nog steeds aanwezig. Wat overheerst is de euforie. En of de Rotterdam marathon nu wordt afgelast of niet: dit pakken ze mij niet meer af.

 

Waarom de marathon het mooiste atletieknummer is

Voor mij is de marathon het aller-aller-allermooiste atletieknummer. Zowel in lengte (kwantiteit) als in pure schoonheid (kwaliteit) kent onze Griekse vriend zijn gelijke niet onder de andere loopnummers. Eén van zijn troeven is van historische aard: een Griek zou zichzelf te pletter hebben gelopen om een boodschap van Athene naar Marathon te brengen. Bovendien zal iedereen die ooit de finish haalde van een marathon beamen dat er enkel winnaars zijn en geen verliezers. Het is dan ook geoorloofd om 48 uur lang blij als een klein kind met een medaille rond je nek te pronken. Ik bedacht nog tien andere redenen waarom de marathon de onbetwiste nummer 1 van de Schoonheidswedstrijd der Atletieknummers is.

De marathon is het enige atletieknummer waarbij wereldtop en recreanten samen aan de start staan. Debutant en ervaringsdeskundige. Man en vrouw. Oud en jong. De marathon kent een divers deelnemersveld. Je staat natuurlijk niet gewoon achter een Abdi Nageeye of Eliud Kipchoge, maar je loopt wel identiek dezelfde wedstrijd en kan zo letterlijk in de voetsporen van de professionele atleten treden. Hierdoor krijgt ook het moment dat je staat te wachten in het startvak een extra dimensie.

Toeschouwers moeten geen cent betalen om heel veel sport in een prachtig decor te zien. Omdat je in, door en rond een stad of plaats loopt, krijgt eenieder die de race langs de zijlijn volgt de kans om ook interactief aan marathonkijken te doen. Je kan je als toeschouwer verplaatsen (een vaardigheid waarin mijn familie uitblinkt) om lopers op tactische plaatsen te zien en aan te moedigen. De omgeving is boeiend en levert gegarandeerd mooiere plaatjes op dan het eentonige piste-oranje.

Op marathons lopen staat geen leeftijd. Of toch bijna niet. Je hebt geen jeugdige explosiviteit nodig, wel wat maturiteit. Elke loper die goed voor zichzelf zorgt, kan decennia lang marathons lopen. Je loopt per jaar natuurlijk slechts een beperkt aantal marathons (jammer, zou dit bij wet zijn vastgelegd?), maar je kan dat wel jaren aan een stuk blijven doen. Een marathonloper kan op elke leeftijd boven zichzelf uitstijgen.

Het is meteen duidelijk wie als eerste aankomt. Je kan zonder geavanceerde techniek en met het blote oog waarnemen wie uiteindelijk die 42,195 kilometer het snelst heeft afgehaspeld. Je hoeft bovendien ook als loper of supporter niet kundig te zijn om te tellen met tienden en honderdsten van seconden. Uren en minuten volstaan.

Je loopt een marathon meer tegen jezelf dan tegen anderen. De grootste opponent zit tussen je oren. Ik kan me heel veel finale-marathonmomenten voor de geest halen waarbij ik volledig in mezelf gekeerd stap voor stap dichter bij die finish probeerde te komen. Als je dan eens rond je kijkt, dan zie je dat ieder voor zich een soortgelijke strijd aan het voeren is. In het hoofd. Samen alleen lopen dus.

Het gewone leven gaat door tijdens de marathon. Je moet drinken en eten. Je snuit je neus eens. Als het echt moet, kan je zelfs naar de wc gaan. Je kan praten met mensen die langs je lopen. Je familie is aanwezig en leeft met je mee. Soms is het geweldig leuk. Soms begrijp je echt niet waar je mee bezig bent. Op het einde komt alles meestal goed.

Techniek is van ondergeschikt belang. Je marathon staat of valt niet met de perfecte afzet bij de start. Dat mag je trouwens ook letterlijk nemen: in 2018 werd onze Belgische topper Bashir Abdi knap achtste op de marathon van Rotterdam nadat hij bij de start hard ten val was gekomen. Looptechniek is uiteraard niet helemaal onbelangrijk, maar tijdens je marathon is het toch vooral zaak om gewoon te blijven lopen.

Je hebt tijd genoeg om het beste en sterkste in jezelf te vinden. Je moet geen schrik hebben om te finishen met het idee dat je niet alles gegeven hebt. Na uren lopen heb je immers altijd alles gegeven. Dat betekent ook dat je nooit te behoedzaam kan beginnen. Zelfs als je na 40 kilometer nog over ultra frisse benen lijkt te beschikken, dan heb je nog een dikke 2 kilometer om die volledig in de verzuring te lopen.

Geen enkel atletieknummer is even saai als dat het heroïsch is. De grote marathons die op tv worden uitgezonden kijk ik altijd integraal. Als ik zelf gaan lopen ben, neem ik ze op en bekijk ik ze nadien volledig. Ik ga daar echt voor zitten, zelfs als ik de uitslag ken. De eenvoud van die inspanning creëert juist een zekere spanning. De vraag is altijd wanneer je de eerste tekenen van vermoeidheid zal ervaren of waarnemen. Niet is zo heldhaftig als de strijd met de eentonigheid.

Marathonlopers zijn sympathieke mensen met vaak markante verhalen. Iedereen heeft Bashir Abdi en Koen Naert in de armen gesloten. Daarnaast zijn er heel veel straffe verhalen van iconische marathonvrouwen. Dichter bij huis toonde de Nederlander Michel Butter aan dat een marathon in een bloedstollende thriller kan eindigen.