Het moment – Wat ik leerde in februari

We krijgen vandaag een extra februaridag cadeau. Een schrikkeldag die probeert om in de voetsporen te treden van zijn beduchte voorgangers in deze turbulente weermaand. Behalve een hittegolf werden we geconfronteerd met zowat elk denkbaar klimatologisch element. Voor de actieve buitensporter is het adjectief uitdagend hier dan ook op zijn plaats. Dat nam niet weg dat februari, in tegenstelling tot het slakkengangetje van januari, aan sneltreintempo voorbij raasde. Het was een leerrijke maand op verschillende fronten. Op school verbaasden mijn leerlingen me met hun kennis over het coronavirus en hun pessimistische blik op de toekomst. Ik kan jullie vertellen dat de klimaatbezorgdheid nog steeds leeft onder de jeugd. Daarnaast trainde ik vrolijk verder voor mijn Rotterdam marathon die nu met rasse schreden nadert. Vandaag liep ik een halve marathon en tikte ik in februari zo eventjes 275 loopkilometers af. Er was het afgelopen anderhalf jaar geen maand waarin ik meer kilometers liep. Hier volgen mijn lessen van februari 2020.

10 graden is een ellendige temperatuur
Vorig jaar eindigde februari met temperaturen die verdacht veel op zomer leken. Ik ging in korte broek fietsen in een kurkdroog bos. Natuurlijk zette het weer ons toen vakkundig op een vals spoor. Er volgde nog een winterprik in maart. De afgelopen februarimaand kenmerkt zich door de verraderlijke temperatuur van 10 graden: voor een zweter als ik is dat te warm om je echt winters te kleden, maar ook te koud om het idee te hebben dat het voorjaar wordt. Noch-vlees-noch-vis-temperaturen kortom. Tel daar wat regen en wind bij op en je lijkt op elk moment verkeerd gekleed te zijn.

Sluit je niet op omdat het stormt
Pistolets op zondag werd vervangen door storm op zondag. Elke stormdag heb ik gefietst en gelopen, waardoor ik durf te concluderen dat het uiteindelijk wel meeviel. Op de fiets beperkte ik mijn verplaatsing tot wat praktisch noodzakelijk was. Al lopend legde ik mezelf geen beperkingen op. Ook vandaag werd ik tijdens mijn halve marathon getrakteerd op een scherpe tegenwind tijdens mijn laatste kwart. Mijn ervaring is dat je niet heel veel trager loopt in de wind. Als je alleen loopt, boet je wel wat in aan loopplezier. Toen ik vorige week samen met Roos de wind pal op de neus kreeg langs de Demer kon dat de pret absoluut niet drukken. Wie zijn gezond verstand gebruikt, kan heus de deur wel uit tijdens stormweer.

Sneeuw is niet één en al romantiek
Woensdag begon idyllisch. Ik stapte mijn bed uit, zag sneeuwvlokjes dwarrelen en heel voorzichtig vormde er zich een bescheiden sneeuwtapijtje. Op de radio weerklonk De eerste sneeuw van Jan De Wilde. Ik was helemaal klaar voor twee dagen sneeuwpret. Na de middag stond er een looptraining met versnellingen op het programma. Ik stelde vast dat de sneeuw vooral nattigheid genereerde op de paden en tegen beter weten in hoopte ik dat ik donderdag alsnog door de sneeuw zou kunnen lopen. Wat toen echter uit de lucht viel, was het slechtste van twee werelden: extra natte en ijskoude regen. Ik liet me niet tegenhouden en trok naar het bos voor wat een ontspannen loopje zou moeten worden. Donderdag 27 februari gaat de geschiedenis in als depri-loopje van 2020. Het bos lag er mistroostig bij. Mijn kleding werd al snel nat en zwaar. Ik dacht zelfs dat ik het koud zou gaan krijgen. In plaats van loslopen, leep ik mijn benen juist stijf te lopen. De eerste sneeuw was niet wat ik ervan verwacht had.

Snel lopen zit net zo goed tussen je oren
Ter voorbereiding van mijn marathon loop ik wekelijks intervals op mijn marathontempo. De eerste intervaltrainingen overtroffen mijn verwachtingen ruimschoots. Mijn benen voelden fris en quasi moeiteloos kon ik in drie blokken een stevig tempo aanhouden. Vorige week liep de benenwagen stroever en gooide ik het idee van een intervaltraining aanvankelijk overboord. Ik kwam op die beslissing terug en hield me voor te beginnen met één kilometer te versnellen. Dat ging beter dan verwacht. Uiteindelijk legde ik dezelfde training af als de weken voordien en evenaarde ik de tijden die ik liep met de superbenen van toen. Gisteren voelde mijn benen weer minder fris, maar ook deze keer kon ik nog steeds behoorlijk hard lopen. Dat is geen pleidooi om tekenen van vermoeidheid te negeren, wel dat een eerste gevoel bedrieglijk kan zijn. Als een bepaald tempo eenmaal in je benen zit, heb je niet altijd superbenen nodig om dat van stal te kunnen halen.

Luister eens naar een podcast
Mijn broer Seppe heeft naast een blog ook een podcast met zijn vrienden van De Jogclub. Elke vrijdag verschijnt er een nieuwe aflevering van De Jogclub met een andere gast. De afgelopen week heb ik de tijd genomen om achterstallige podcasts bij te luisteren. Zo heb ik me laten inspireren door de avonturen van onder andere Matthieu Bonne (één van de achttien Belgen die het kanaal overzwom en later ook deelnemer van Kamp Waes), Michel Wuyts (naast wielerverslaggever ook gedreven marathonloper), Olivier Sels (over de 1200 kilometer lange fietsuitdaging Parijs-Brest-Parijs) en Willem Van Schuerbeeck (Belgische topmarathonloper). Warm aanbevolen!

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s