Wat ik zal onthouden van de Olympische Winterspelen

Als je in een niet-wintersportland sport in de winter, dan betekent dat door regen en modder baggeren. In een wintersportland daarentegen levert het feeërieke plaatjes op van het helderste wit en besneeuwde bergtoppen. Op televisiebeelden is geen spatje modder te bespeuren. Zoals dat meestal gaat, miste ik het begin, maar plots overkwam het mij en was ik volledig in de ban van de Olympische Winterspelen Milano-Cortina die zondag officieel werden afgesloten. Dat er gespeeld werd in en rond Milaan had zeker en vast een grote invloed op mijn enthousiasme. Italië! Land van hoop en optimisme! Mijn eerste vaststelling: wintersporters zijn waaghalzen, topatleten met een hoek af die onbesuisd aan hoge snelheden een berg af gaan en zich op glad ijs begeven. Wintersporten is altijd een delicate evenwichtsoefening op het scherpst van de schaats. Dit is wat mij – dankzij vele uren kijkplezier – zal bijblijven van de Winterspelen Milano-Cortina 2026.

  • Wintersporters dragen doorgaans kleding die hun lichaam volledig bedekt, dat is logisch. Als je stijl wil uitstralen met enkel het onderste deel van je gezicht, dan blijkt een perfect getrimde snor de oplossing te zijn of twee gestylede haarlokken die onder je helm uitpieken.
  • De coolio’s van de wintersport, dat zijn natuurlijk de snowboarders. Yeah! Ze dragen geen strakke kleding, maar houden het los en baggy. Het hesje met hun nummer dragen ze ook op de coolst denkbare manier: één arm erdoor, één erboven. Yeah!
  • Mijn liefde voor sporten met stokken is nog wat gegroeid. Als een jekko op ski’s de berg af knallen en dan die stokken aan weerszijden: dat straalt zowel kracht als nonchalance uit. Mijn ski-ervaring is beperkt, maar ik herinner me dat ik zelfs als tiener skiën stoerder vond dan snowboarden. Het zit ‘m in de stokken.
  • Er werden stokken weggegooid. Eén van de memorabele beelden was de Noorse skiër Atle Lie McGrath die door één klein foutje genadeloos werd afgestraft. Weg gouden medaille. Hij ontdeed zich van zijn ski’s om dan onder het lint door van de piste te stappen. Helemaal in z’n uppie de sneeuw in. Het leek wel een kunstwerk.
  • Van alle Olympische sporten denk ik dat langlaufen mij het best zou liggen. Lange afstand weliswaar. Harken en krabben, soort van lopen op sneeuw, niet te zot naar beneden gaan om dan totaal uitgeput wat van het landschap mee te krijgen. Ik zie het voor me.
  • Het eerste fenomeen dat ik – en bij uitbreiding de wereld – leerde kennen was Johannes Klaebo: maar liefst 6 gouden medailles op korte en lange langlaufafstanden neemt hij mee naar Noorwegen. Hij loopt een berg op alsof het niks is en verpletterde daarmee de concurrentie. Ik zie wel wat fysieke gelijkenissen met mijn broer. Tot nader order kon ik hem niet overtuigen de switch te maken.
  • Biatlon blijft een fascinerende wintersport. Je vertrekt met een geweer op je rug om de longen uit je lijf te langlaufen en dan zowel staand als liggend met een beperkt aantal kogels 5x een doel te raken. Het blijft een sport met een wapen en, alle respect voor de atleten, om die reden zou ik toch enkel voor het ski-gedeelte kiezen.
  • Er was een nieuwkomer in de Olympische wintersportfamilie: ski-mountaineering, ook wel skimo genoemd. Spektakel gegarandeerd! Hans vergeleek het met trailrunning. Op ski’s een berg met behoorlijke hellingsgraad oplopen door een soort van labyrint, ski’s uitdoen, de trap nemen, terug in je ski’s klikken om naar beneden te glijden. Je kan het zo gek niet bedenken of het bestaat al.
  • Het allerhardst ging ik op in het kunstschaatsen. Enter het volgende fenomeen: de Amerikaanse “Quad God” Ilia Malinin. Tegen alle verwachtingen in ging hij ten onder in zijn lange kür. De gedoodverfde winnaar moest tevreden zijn met een 8e plaats. Sport is bikkelhard. In het afsluitende schaatsgala zette hij een prestatie van jewelste neer met de emotionele performance getiteld “Fear”.
  • Onze Belgische kunstschaats-sterren schitterden aan de Milanese hemel. Zowel Olympisch debutante Nina Pinzarrone als “routiné” Loena Hendrickx reden een prachtige lange kür na een door blessureleed gedomineerde aanloop naar de Spelen. Hoe geweldig is het dat wij als niet-schaatsland twee kunstschaatsers van wereldniveau hebben?
  • Dé performance bij de vrouwen was die van Alysa Liu. Op een zonovergoten nummer van Donna Summer (what’s in a name) schaatste ze zich in een gouden jurk een weg naar het goud. Alysa Liu is een fenomeen op schaatsen mét een persoonlijkheid. Ze stopte met kunstschaatsen op haar 16e omdat ze andere dingen wilde doen, begon er terug mee op haar 18e om 2 jaar later Olympisch kampioen te worden. Je voelt en ziet het plezier dat zij beleeft. Ik zeg: ongekend!
  • Ook de paren in het kunstschaatsen spreken tot de verbeelding. Hallo zeg, wat spelen die allemaal klaar op ijs! De lassolift en de dodenspiraal zijn opgelegde elementen die iets lijken te zeggen over het gevaar van dat in elke beweging schuilt. Het Japanse paar Riku Miura en Ryuichi Kihara was wat mij betreft de verdiende winnaar, al was het om de emotionele comeback die ze maakten na een mindere korte kür.
  • Drama. Ik denk dat ik daarom zo van kunstschaatsen houd. Het zit niet alleen in de choreografie en de muziek, maar zeker ook in de kleding. Zoals steeds is de lijn tussen “perfect gedoseerd dramatisch met voldoende blingbling” en “een kitscherige overdaad aan nepblinkers” dun.
  • En dan toch nog een kanttekening bij mijn euforie over kunstschaatsen: het is een sport die helaas ook wordt gekenmerkt door coaches of trainers die geschorst worden omwille van grensoverschrijdend gedrag, schandalen en schorsingen door dopinggebruik en de meest uitzichtloze blessures.
  • IJshockey was de enige sport waar ik niet langer dan twee minuten naar kon kijken. Het is eerder een vechtsport voor grofgebekte aso’s dan een spel met regels en respect. Mannen die elkaar uitmaken voor bruidsmeisje, ik zal er nooit een greintje sympathie voor hebben.
  • De Belgische medaillespiegel mocht dan tegenvallen, ik heb daar als kijker niet zo’n last van. Ik geniet net zo goed van de Nederlandse overmacht op schaatsen. De sappige verhalen lagen ook voor het rapen, zowel bij het langebaanschaatsen als de short track waren er misnoegde atleten, rivalen en stiekemerds binnen een team. Het leven zoals het is: de schaatsbaan.
  • De échte Belgische revelatie? Astrid Demeure, het VRT sportanker dat de uitzending op tv aan elkaar praatte. Wat een ontdekking!

Ik zeg jullie: These were truly phenomenal Games!

Plaats een reactie