De laatste schooldag blijf ik een bijzondere dag vinden. In het onderwijs werken betekent nochtans dat je steeds dezelfde cyclische beweging maakt. Het is dus altijd weer een nieuw begin met wat is en een afscheid van wat was. Ik word daar een beetje emo van. Dat heeft ook te maken met het feit dat er tegenwoordig heel veel gepraat, dan wel geschreeuwd wordt over scholen, leerlingen en leerkrachten. Plannen en meningen vliegen in het rond. Alsof het niks is en een hervorming in een vingerknip gebeurd is. Dat het over mensen gaat, lijkt er niet toe te doen. Je kan niet anders dan vanuit betrokkenheid werken met jongeren, maar het doet pijn als je tegen de beperkingen van een log systeem aanloopt.
Ik rond nu mijn 2e schooljaar als leerondersteuner af. Het afgelopen schooljaar ondersteunde ik jongeren van 11 tot 18 jaar. Hier vertelde ik wat meer over het belang van motivatie en hier over opvoeden. Om dit schooljaar een plaats op het schap te geven, vertel ik jullie graag wat me is bijgebleven. In de eerste plaats is dat heel veel van de jongeren die ik begeleid heb. Omwille van privacy-redenen kies ik er echter bewust voor om (bijna) niets over hen persoonlijk mee te geven. Het schooljaar 2025-2026 in een onderwijskundige notendop dus.
- Op een studiedag over kansrijk onderwijs volgde ik een keynote van Bruno Vanobbergen, pedagoog en grote baas van Katholiek Onderwijs Vlaanderen. De cijfers zijn onverbiddelijk hard. Het lerarentekort blijft een structureel, steeds diepergeworteld probleem. 1 op de 8 kinderen haalt geen diploma van het lager onderwijs. In de A-finaliteit kampen we met een schooluitval tot 30%. Het aantal alarmerende opvoedingssituaties neemt toe en er wordt steeds vaker beroep gedaan op crisisjeugdhulp.
- We hebben nood aan een horizon, vervolgde Vanobbergen zijn betoog. Hij verduidelijkte daarom zijn visie op “Scholen voor iedereen”: met een gefaseerde aanpak werken we toe naar volledig inclusieve scholen tegen 2040. Dat betekent niet per se dat het buitengewoon onderwijs volledig afgeschaft zal worden, noch dat het simpelweg verplaatst wordt naar een andere campus. Wel dat er een intensievere samenwerking is op verschillende niveaus, een structureel partnerschap op scholen, onder andere door multidisciplinaire teams. We kunnen kortom veel van elkaar leren. Een kritische bedenking blijft hoe dat concreet allemaal haalbaar is.
- ADHD blijft een lastige ontwikkelingsstoornis om begrip voor te kweken. Het uit zich naar de buitenwereld toe als een gebrek aan discipline, een vorm van luiheid of nonchalance. Eerder een niet willen dan niet kunnen. Het zijn vaak kinderen die door het leven lijken te fladderen, dus zo veel last kan die toch niet hebben van ADHD? Die negatieve benadering heeft echter een grote impact op hun gedrag en zelfbeeld.
- De complexiteit van een kind met ASS is doorgaans duidelijker, al wordt er nog heel vaak in de grote (film)clichés gedacht. Daardoor is de groep jongeren die erin slaagt zich aan te passen, door zich “normaal” (= neurotypisch) te gedragen en op die manier hun ASS (bewust of onbewust) te camoufleren of maskeren, onderbelicht. Het vreet energie en breinruimte om je constant anders te moeten voordoen.
- 50% tot zelfs 70% van de mensen met ASS zou ook ADHD hebben. Het zijn doorgaans de kenmerken van ASS die meer in het oog springen, waardoor het concentratieprobleem minder prominent aanwezig lijkt te zijn. In beide gevallen zijn structuur, voorspelbaarheid en rust van cruciaal belang om te kunnen functioneren in een schoolse context.
- Football unites the world. Hahaha, wat een grap! Niet alleen in de echte wereld, maar ook op een school is voetbal de hoofdoorzaak van ruzies en incidenten op de speelplaats. Het grootste probleem is doorgaans het gebrek aan een goede scheidsrechter (of toezichthouder) en dan mondt een spelletje voetbal steevast uit in eindeloze discussies waarbij er geen beroep op een VAR gedaan kan worden. Het zijn frustraties die diep zitten en ook blijven aanslepen.
- Je hoort het elke expert zeggen: een kind kan alleen maar tot leren komen als er verbinding is. Een leerkracht die dus zonder meer les komt geven zonder aandacht te hebben voor de individuen in de klas en voor de groepsdynamiek, kan net zo goed tegen de muren praten. Zeker in het secundair onderwijs wordt het belang van verbinding schandalig onderschat. Investeren in de relatie met je leerlingen wordt te snel weggezet als tijdsverlies, terwijl het je juist in staat stelt om een enorme leerwinst te boeken.
- Maarten Vansteenkiste schreef met Het ABC van motivatie een interessant boek dat een leidraad vormt om kinderen warm en mee te krijgen in het verhaal dat je als leraar vertelt. Motiveren maakt het lesgeven tot een ware ambacht. Helaas tonen cijfers aan dat leerkrachten zich doorgaans laag inschalen als het gaat over hun bekwaamheid om leerlingen te motiveren. Motivatie wordt al te vaak verward met moet-ivatie (je doet iets omdat het moet). Autonomie, verBondenheid en Competentie zijn volgens Vansteenkiste de drie pijlers die intrinsieke motivatie mogelijk maken. Heel logisch eigenlijk.
- Ongewenst gebabbel of op een negatieve manier de aandacht trekken: elke leerkracht krijgt dagelijks te maken met dit (kleine) storende gedrag dat veel energie vraagt. Gedragsexpert Kees van Overveld heeft één ultieme regel voor alle vormen van storend gedrag in de klas: hou de regie in handen. Wacht dus niet tot het stil wordt, stel geen vragen waarop je geen antwoord wil. Blijf emotioneel neutraal en zeg wat je bedoelt. Gedrag verandert in kleine stapjes.
- Ik leerde van een 12-jarige dat je drie verschillende soorten regen hebt: koude, lauwe en warme regen. Ze verschillen niet alleen in temperatuur, maar vooral ook in de grootte van de druppels. De lauwe regen is het best te verdragen. Die voel je het minst scherp op je huid omdat de druppels het grootst zijn. De koude regen zijn pijnlijke speldenprikken. Diezelfde leerling nomineerde mij ook voor Leraar van het Jaar. Wat een ongelooflijke eer!