De gedachte – Over AI

Ik heb nog nooit AI gebruikt om mijn blogteksten te schrijven, mocht je je dat afvragen. Zoals met elke technologische stap die we zetten lijkt het me echter zinloos om tegen artificiële intelligentie te zijn. Vooruitgang laat zich niet tegenhouden. De uitdaging is om ermee te leren omgaan. Als leerkracht heb ik mijn hoofd niet gebroken over hoe ik kon vermijden dat de schrijfopdrachten van mijn leerlingen klakkeloos uit hun laptop kwamen gerold. Enerzijds kan je maar beter altijd op je hoede zijn voor vormen van bedrog, anderzijds is het ook zaak om je daar niet op blind te staren. Ik probeerde mijn (boek)opdrachten altijd zo op te stellen dat ze een persoonlijke leeservaring moesten uitdragen en dat er een vorm van creativiteit in verwerkt was. Je kan dan nog altijd valsspelen, maar je zal harder je best moeten doen (en dat is ook weer bezig zijn met je boek). Ik zie vandaag dat leerkrachten in het secundair onderwijs doorgaans op een gezonde manier omgaan met schrijfrobots. Ze leren jongeren er kritisch mee omgaan, zetten ze in om schrijfplezier juist aan te wakkeren en vooral ook als een middel om te leren. Dat lukt, zoals elk leerproces, met vallen en opstaan.

Zelf gebruik ik AI bitter weinig. Het is te zeggen, ik maak wel gebruik van AI-overzichten die je tegenwoordig bovenaan een zoekopdracht vindt, maar ik communiceer zelden met ChatGPT. Onlangs gebruikte ik het om twee tandverzekeringen met elkaar te vergelijken. Ik kreeg pas een duidelijk antwoord na een telefoontje met de mutualiteit. Hans en ik hebben eens aan ChatGPT gevraagd wie Joke Odeyn was en of ze een man had. Op beide vragen kregen we een behoorlijk accuraat antwoord. Heel gek is dat natuurlijk niet als je een publieke blog hebt. Voor professionele doeleinden gebruik ik eigenlijk nooit AI. Ik werk met en voor mensen en vertrouw dan toch vooral op mezelf en collega’s om een kind te beschrijven. Ongetwijfeld zijn er kansen die ik onbenut laat. Ik kan niet ontkennen dat ik met mijn ouderwetse ziel een bepaalde weerstand voel om werk uit te besteden aan de technologie.

Wat ik werkelijk niet kan begrijpen is dat verstandige mensen in de verleiding komen om, wat één of andere server bij elkaar zoekt, te verkopen als hun eigen woorden en te denken dat zo’n samenraapsel beter is dan wat ze zelf in huis hebben. Ik denk daarbij aan de openingsspeech van Petra De Sutter bij haar aanstelling als rector van de UGent en journalist Peter Vandermeersch die schoorvoetend toegaf dat hij op zijn politieke blogs onjuiste AI-citaten had gebruikt. De Sutter had het over slordigheid: ze had haar Einstein-citaten niet geverifieerd op hun juistheid. Vandermeersch benoemde hoe hij zwichtte voor de temptation: “Het is bijzonder pijnlijk dat ik precies de fout heb gemaakt waartegen ik collega’s herhaaldelijk heb gewaarschuwd: deze taalmodellen zijn zo goed dat ze onweerstaanbare citaten produceren die je als auteur in de verleiding brengen om te gebruiken. Natuurlijk had ik ze moeten verifiëren.”

Daar wringt het schoentje voor mij: ik vind AI op geen enkele manier onweerstaanbaar. Als ik een ervaren politica was die een speech mocht geven, dan zou ik een wijsheid van wijlen mijn Oma gebruiken in plaats van me te beroepen op Albert Einstein. Oma zei dat de tijd niet sneller of trager gaat als je ouder wordt. Wie heeft dan nog de relativiteitstheorie nodig? Maar goed, er is natuurlijk ook een reden waarom ik geen minister of rector ben. Ik schrijf hier voor de hobby en daar hangt verder niks van af. Als ik een gerenommeerd journalist was, zou ik toch vooral vertrouwen op mijn eigen kop om mijn teksten met spitsvondigheden te kruiden. Dat klinkt misschien arrogant: ik vind mezelf heus niet altijd zo interessant. Ik ben waarschijnlijk weer gruwelijk naïef als ik denk en zeg dat je schrijft omdat je trots bent op wat je zelf hebt geproduceerd. Ik heb geen blog om die te vullen met teksten van de AI-assistent. Dank je feestelijk! Wel omdat ik graag creëer.

Bij wijze van experiment nam ik de proef op de som. Ik vroeg aan ChatGPT om een voorbeschouwing te schrijven op de marathon van Leuven in de stijl van mijn blog. Dit zijn de eerste alinea’s.

Tien jaar geleden reden we voor het eerst naar Den Haag, met een TomTom die meer stress bezorgde dan rust. Ondertussen zijn we ettelijke wedstrijden, kilometers en herinneringen verder. Maar dat gevoel van een nieuwe wedstrijd die lonkt, dat blijft. Dit weekend is het opnieuw zo ver. Geen Den Haag deze keer, maar Leuven.

Leuven is geen onbekende. We kennen de stad van gezellige terrasjes aan de Oude Markt, van studenten die sneller fietsen dan wij ooit zullen lopen, en van straten die er op het eerste gezicht vlak uitzien… tot je er effectief door moet. Want wie het parcours een beetje kent, weet dat Leuven niet zomaar “een vlakke stadsmarathon” is. Het is er eentje die je moet verdienen.

Je ziet meteen wat ChatGPT goed kan: imiteren. Het begin is een variatie op de blog die ik schreef over de CPC in Den Haag. De zinsbouw en het ritme van de tekst passen bij wat ik mijn stijl zou noemen. Verder vind ik het vooral een heel slap afkooksel van wat ik zelf zou schrijven. Leuven en de terrasjes op de Oude Markt: hallo cliché! Leuven is geen onbekende: kan het nog algemener? De enige kanttekening die ik kan maken is dat dit de eerste versie was. Met wat meer prompts was er misschien iets beters uitgekomen. Daarmee wil ik niet zeggen dat mijn stijl perfect is. Integendeel! Ik heb soms het gevoel dat ik steeds opnieuw dezelfde trucjes toepas. Ik kan echt jaloers zijn op het schrijftalent van anderen. Ik zou graag andere registers kunnen opentrekken. Helaas zal een schrijfrobot me daar niet mee kunnen helpen door uitgeholde versies te produceren. Voor persoonlijkheid en creativiteit zal ik toch echt in mijn eigen hoofd moeten duiken. Of een schrijfcursus volgen.

Over niet-artificiële authenticiteit gesproken. Toen mijn blog net online was, gaf Murielle mij één van de mooiste complimenten: als ik je blog lees, hoor ik je spreken. En voilà, dat is wat ik hier uiteindelijk doe: mijn eigen stem laten horen. De ene keer met al wat meer toeters en bellen dan de andere. Ook als ik hier anderen aan het woord laat, probeer ik de eigenheid van hun woorden te behouden zonder daar mijn eigen saus over te gieten. Zullen we daarom afsluiten met een citaat van mijn Oma? Taart is een boterham met confituur. Over relativiteit gesproken.

4 gedachten over “De gedachte – Over AI”

  1. Mijn blogs zijn en blijven ook eigen maaksels. Dat is te verifiëren aan het aantal typ- en taalfouten dat erin staat. Complimenten voor jouw blog en de moeite die je erin steekt om het te maken. Ik weet uit ervaring dat dat toch niet niks is.

    Geliked door 1 persoon

  2. Jaloers op het schrijftalent van anderen, ik herken dat. Ik zou willen boeken kunnen schrijven, werelden bedenken, maar helaas is dat talent mij allemaal niet gegeven. Maar ik schrijf té graag om het door AI te laten doen. Dan maar geen boek. 😉

    Like

Geef een reactie op jokeloopt Reactie annuleren