Ik schrijf eigenlijk niet graag over mensen die gestorven zijn omdat ik dan het gevoel krijg dat ik ze niet lyrisch genoeg heb bezongen toen ze nog leefden. Alsof ik hun impact pas naar waarde kan schatten als ik ze moet missen. Paulien Cornelisse is niet meer. Nederlandse, schrijver en theatermaker. 50 jaar werd ze. Vorig jaar kreeg ik voor kerst haar verzamelbundel In het kort: 400 stukjes over haar alledaagse leven van 2019 tot 2025. Een vleugje Paulien is ideaal voor het slapengaan. Ik kwam vorige week amper bij van het lachen met haar verhaal IJskast, ik kreeg het niet voorgelezen aan Hans. Het leven praat tegen mij. Paulien neemt afscheid met een lach.
Er is heel veel waarom ik Paulien Cornelisse bewonder en dat ook altijd zal blijven doen. Dat ze zo enorm van taal hield en daar ook haar beroep van heeft gemaakt. Dat ze geen blad voor de mond nam, altijd gevat en innemend was. Om de geweldige boeken die ze schreef over alles wat tussen de regels, tussen neus en lippen gebeurt in onze taal. Om haar fenomenale gevoel voor detail en haar scherpe observatievermogen. Dat ze die spitsvondigheden naar heel leesbare teksten wist te vertalen die een groot publiek bereiken. Dat ze zo’n ongelooflijk mooi mens was in al haar zijn en schrijven.
Ik wil dringend haar roman De verwarde cavia herlezen, als troostende korte stukjes voor het slapengaan. Een cavia in een kantoorsetting met gewone mensen: dat is mijn humor. Mijn verbeelding kan daar heel veel mee. In 2019 ging ik naar haar theatervoorstelling Om mij moverende redenen. Een titel die ik eigenlijk niet snapte. Het was een onvergetelijke ervaring omdat er zoveel in samen kwam. Ik heb hard gelachen, met verwondering gekeken en een paar tranen weggeslikt. Paulien op het podium was een unieke kruisbestuiving tussen theater, comedy en cabaret.
Van die voorstelling is me ook Pauliens liefde voor mos bijgebleven. Ik hou ook heel erg van mos. Een schromelijk onderschat stukje groen. Ze vertelde hoe mos tergend traag kan groeien. Een onnozel mosje kan al heel oud zijn. Mos is ingetogen feest. Ik ben mos daardoor met nog meer egards gaan behandelen en ik ga er nu weer anders naar kijken. Niet het mos van de vergetelheid, maar het mos van de eeuwigheid.
Ik wil jullie het verhaal waar ik zo om moest lachen niet onthouden.
IJskast
Er moest een nieuwe rubber rand in de ijskast geplaatst worden. Dat deden we zelf, maar we moesten wel eerst de oude rand verwijderen. Na een halfuur zwoegen bleek dat we niet alleen de rand, maar ook het ding waar de rand ingeklemd moest worden, hadden weggehaald.
We kunnen ook niks.
Ik zocht uren naar een nieuwe ijskast die precies in onze nis zou passen. En ik dacht: waarom zie ik voortdurend berichten over hoe AI beter wordt in activiteiten die ik zelf juist graag ontplooi, zoals tekenen en schrijven?
Ik droom van een wereld waarin AI ziet wat er mis is met mijn ijskast en meteen een nieuwe bestelt. AI neemt ook de telefoon op als de planners van het witgoedbedrijf bellen. Hij wacht geduldig op de bezorgers. Hij zet koffie en maakt een gezellig praatje over… nou, dat weet AI dan dus.
En dan maak ik ondertussen boven een tekening van iemand met zes vingers.
In het kort, Paulien Cornelisse (p. 357)