De voorbereiding
Na een succesvolle deelname aan de Great Escape 100 mijl in 2024 en een opgave na een val tijdens Great Escape 200 kilometer in 2025 was het tijd voor een nieuwe aanval op de 200 kilometer in 2026.
Waar ik in 2025 het gevoel had goed voorbereid aan de start te verschijnen, maar het lot mij niet gunstig gezind was tijdens de wedstrijd, was ik nu minder optimistisch over mijn voorbereiding. Eigenlijk voelde ik me na de marathon in Leuven in april nooit meer helemaal lekker in mijn loopsas. Ja, we liepen en finishten nog een aantal supermooie wedstrijden: de Trail d’Alsace by UTMB (110 km), de Trail Godefroy de Bouillon (35 km), de Big Chouffe Trail (100 km), en we gingen tijdens onze vakantie in de Alpen ook drie keer op pad voor een mooie en uitdagende tocht. Natuurlijk was dat volop genieten, maar helemaal lekker liep het nooit en ik had net iets teveel “dipjes” om met vertrouwen naar de kers op de taart toe te werken: de Great Escape 200 km in september.
De warmte speelde me parten, de benen voelden vaak vermoeid aan, ik miste kracht en snelheid, kreeg ischias als gevolg van een hernia, had min of meer de hele tijd pijn in bil en onderrug… Toch wist ik in augustus nog 300 kilometer bij elkaar te lopen, onder andere in de Ardennen (de zwarte ExtraTrail route van 42 kilometer in Stavelot) en de 4 uur van de Mollekestrail (net geen 40 kilometer). In extremis begon ik me dan eind augustus toch stilaan iets beter te voelen, maar 100% klaar voelde ik me niet.
Nu, ik maakte me niet zo heel veel zorgen over de afstand op zich, maar wel over de “snelheid” waarmee deze wedstrijd gelopen zou moeten worden; je krijgt maximaal 44 uur om de finish te bereiken voor een totaal van 206 kilometer en ongeveer 8.000 hoogtemeters. Dat betekent een gemiddelde snelheid van ongeveer 4,7 km per uur. Dat lijkt niet zo snel, maar je moet dit tempo kunnen aanhouden gedurende mogelijk meer dan 40 uur, dag en nacht, inclusief pauzes om te slapen, eten enz. En dat alles in de meedogenloze en brutale Ardennen.
De strategie is nochtans eenvoudig; tijdens het eerste deel van de wedstrijd (de eerste 100 kilometer), wanneer je nog relatief fris bent, bouw je een voorsprong uit op het gemiddeld tempo. Die reserve kan je dan inzetten tijdens het tweede deel wanneer de vermoeidheid en uitputting toeslaan. Bovendien ligt het zwaartepunt van de hoogtemeters ook in het tweede deel van de wedstrijd.
The day(s) before
De dagen voor de wedstrijd staan vooral in het teken van plannen en inpakken; het parcours bestuderen, de gpx bestanden downloaden en op de horloge zetten als ondersteuning bij het navigeren, de lijst van de verplicht mee te nemen items nakijken en ontbrekende spullen aanvullen, nadenken over eten en drinken onderweg… Ik had de lijstjes die ik voor voorgaande ultra’s gemaakt had eindelijk eens gedigitaliseerd, wat de voorbereiding deze keer wat makkelijker maakte.

We zullen lopen van La Roche naar Clervaux in Luxemburg waarbij we de Escapardenne Trail volgen (gemarkeerd door een wit golfje op een blauwe achtergrond). In Clervaux gaan we dan zuidwaarts tot Michelau via een door de organisatie uitgepijld parcours, waar we opnieuw aansluiten op de Escapardenne Trail die ons noordwaarts weer richting Clervaux stuurt.
Onderweg passeren we 10 checkpoints (CP’s) waar je kan bijtanken. Hier vind je de fenomenale vrijwilligers van de Legends organisatie (de “legendary friends”) die je werkelijk in de watten leggen met alles wat je nodig kan hebben; eten en drinken, (medische) verzorging, een schouderklopje of een bemoedigend woordje. Deze vrijwilligers – zelf vaak ook ervaren ultralopers – kennen dit soort ondernemingen door en door en weten dus perfect wat je nodig hebt.
De afstand tussen de CP’s varieert van 14 tot 26 kilometer, en in het 5de, 7de en 9de CP kan je een dropbag laten voorzien waarin je dingen steekt die je onderweg nodig kan hebben; denk aan extra eten en drinken, propere kleding en schoenen, verzorgingsmateriaal, een powerbank enz.
De wekker staat vrijdag ingesteld om 10 uur. Ik sta voor een weekend waarin weinig geslapen zal worden, dus ik wil nog zoveel mogelijk slaap meepikken. Om 8 uur ben ik echter klaarwakker en lukt het niet meer om opnieuw in te slapen. Het is wat het is en ik zal het er mee moeten doen. Mijn racevest en dropbags zijn al eerder deze week ingepakt, dus rest me enkel nog alles eens grondig na te kijken en mijn sandwiches met kaas te smeren die in mijn dropbags zullen verdwijnen.
Wat zit er allemaal in mijn racevest: eten (gels, chews, snickers, frangpipanes, sandwiches), een liter water in 2 flasks (en nog twee lege flasks als reserve), een regenjas, een waterdichte broek, een warm jasje, 2 hoofdlampjes met reservebatterijen, een powerbank en kabeltje, oortjes, GSM, identiteitskaart, cash geld, een reddingsdeken, een plooibeker, stokken, een medische kit (anti-schuurcreme, pleisters, elastische tape, pijnstillers, een schaartje, ontsmettingsmiddel en insectenspray) en een rood ruglampje. Het grootste deel van deze uitrusting is verplicht en wordt gecontroleerd voor je je startnummer krijgt. Wanneer er iets ontbreekt mag je niet starten.

Naar Clervaux
Willem en zijn vriendin Julie zullen me komen oppikken omstreeks 13 uur, dus ik dood de tijd door mijn boek uit te lezen en nog wat te lummelen. Ik voel me betrekkelijk rustig en ben niet echt zenuwachtig. Hoewel elke ultra een enorme uitdaging blijft, helpt de ervaring wel om er op een rustige manier naartoe te leven. Joke is nog aan het werk, maar zal zaterdag avond afzakken naar de Ardennen en me bij de CP’s opwachten en aanmoedigen. De koffer van de auto is ingericht als slaapplek zodat ze tussendoor ook even een dutje kan doen.

De rit met Willem en Julie verloopt erg ontspannen. Willem is een kanjer van een (ultra)loper en schreef tijdens zijn relatief korte loopcarriere al een overwinning in de Bello Gallico 200 km op zijn naam in 2025. Een werkelijk fenomenale prestatie. Julie kreeg door de ultra-hobby van manlief ook de microbe te pakken, zij het niet als loper maar als vrijwilliger tijdens deze wedstrijden. Mooi dat zij op die manier samen deze supermooie evenementen kunnen beleven. Willem zal trouwens lang op kop lopen tijdens deze Great Escape, maar helaas met de overwinning in zicht moeten opgeven door een blessure die komt opzetten. Aangezien hij in oktober ook nog het WK Backyard Ultra met Team Belgium zal lopen wil hij geen risico’s nemen en wijselijk stapt hij net na het laatste CP uit de wedstrijd.
We zijn vroeg vertrokken en komen dus ruim op tijd aan in Clervaux waar het hoofdkwartier van de wedstrijd gevestigd is. We doorlopen hier eerst de nodige formaliteiten; controle van de verplichte items, ophalen van het startnummer, bevestigen van de GPS tracker aan het racevest (waarmee elke deelnemer tijdens de volledige wedstrijd gevolgd kan worden) en inleveren van de dropbags. We nemen onze tijd om een laatste warme maaltijd te nuttigen (rijst met groenten en currysaus) vergezeld van enkele alcoholvrije biertjes.
Omstreeks half zeven komt er dan eindelijk een einde aan het wachten; na de race briefing, waarbij nog eens heel nadrukkelijk gewezen wordt op het feit dat elke hulp van buitenaf niet toegestaan is, vertrekken de bussen die ons naar de start zullen brengen bij het Parc à Gibier nabij La Roche. Onderweg kunnen we de zonsondergang bewonderen. Ik probeer de ogen te sluiten en nog even te slapen, wat uiteraard niet lukt.
Vrijdag 20:00 – Start in La Roche – km 0,0
Eindelijk is het dan zover. Net voor acht uur wordt er afgeteld van 10 naar 0 en zonder startschot lopen we over een niet aanwezige startlijn. Ik doe het, net zoals iedereen eigenlijk, rustig aan. Het is al relatief duister dus de hoofdlampjes gaan al meteen aan. We lopen over een pad met grote keien en mijn ogen hebben wat moeite om te wennen aan de duisternis en het lamplicht, dus ik ben extra voorzichtig. Ik wil hier en nu echt mijn voet nog niet omslaan of vallen. Het gevoel is op dat moment zeker niet slecht en ik probeer vooral mijn eigen tempo te zoeken. Ik weet dat ik mijn snelheid niet “je dat” is, dus ik wil wel wat marge bewaren en niet meteen al mijn kruit verschieten.

Na 6 kilometer passeren we Maboge en lopen we voor het eerst langs de Ourthe, om er meteen ook weer afscheid van te nemen voor een klim naar Bérisménil. Na de afdaling komen we op kilometer 11 opnieuw bij de Ourthe en die zullen we ook min of meer blijven volgen tot kilometer 27. Deze proloog is best wel lastig; niet heel veel hoogtemeters, maar wel de hele tijd op en neer over heel technische paden met rotsblokken, boomwortels en steile hellingen. Met mijn valpartij vorig jaar in gedachten ben ik er toch best beducht voor om te vallen. Er zijn in deze fase ook al enkele slachtoffers te betreuren; een van de lopers verstuikt na 10 kilometer zijn enkel en moet opgeven in het eerste CP. Sven loopt tegen een boom en zal met een gehavende neus en lichte hersenschudding opgeven in CP2. Zo snel kan helaas gaan.
Vrijdag 22:40 – CP10 Hérou – km 17,6
Ik maak een snelle stop in dit CP dat zich buiten bevindt. Ik eet een sandwich met kaas en drink wat cola. Ik tref Geert hier ook aan en we zullen samen opnieuw vertrekken. Zijn navigatieskills bewijzen ons goede diensten; uit ervaring weet ik dat het vinden van de juiste weg in de duisternis op de kronkelende paden langs de Ourthe geen sinecure is. De markeringen van de Escapardenne Trail zijn niet reflecterend wat het soms moeilijk maakt ze te vinden. Geert leidt ons echter feilloos langs de juiste weg. Het tempo is prima op dit moment, we vorderen goed, de snelheid wordt wat gedrukt door de technische aard van het parcours, maar we slenteren allesbehalve.
Een aantal keer moeten we heel erg steil afdalen, wat ik toch met dichtgeknepen billen doe, maar zonder kleerscheuren bereiken we eindelijk het brugje over de Oostelijke Ourthe dat min of meer het einde van deze ellende inluidt. Nu nog de plek van mijn valpartij vorig jaar passeren en we hebben alvast de eerste grote uitdaging achter de rug.
Zaterdag 1:35 – CP9 Bonnerue – km 33,3
We komen aan in het centrum van Bonnerue in het eerste CP dat binnen ingericht is. Ik neem hier wat tijd om een hotdog (met een vegetarisch worstje en ketchup) te eten en even naar de wc te gaan. Ik verzorg ook mijn voeten met antischuurcrème om blaren te voorkomen en na een half uurtje gaan we opnieuw op pad.

De eerste kilometers haak ik mijn karretje nog aan bij Geert die intussen ook een team gevormd heeft met Kathleen. Tijdens de afdalingen moet ik helaas steeds wat afhaken, zij rennen overal vlot naar beneden, terwijl ik de risico’s toch een beetje meer schuw en niet zo snel durf te gaan. Wanneer het bergop gaat loop ik dan weer wat in op het duo maar na verloop van tijd laat ik ze toch gaan en zoek ik mijn eigen tempo. Ik zal ze in de loop van de wedstrijd nog regelmatig terugzien in de CP’s, dus ik verlies ook niet zo heel veel tijd op hen.
Tussen 3 en 4 uur ’s nachts passeer ik in ons geliefde Houffalize. Dat is altijd een beetje thuiskomen ondanks de donkere verlaten straten en de lege terrassen, zeker wanneer we de Vayamundo passeren, de plek waar ik Joke tijdens de Chouffe Trail voor het eerst ontmoette in 2023.
Zaterdag 5:13 – CP8 Buret – km 54,3
Aankomen in Buret is als het spelen van een thuismatch. Talloze keren spendeerden we hier onze herfstvakanties met een grote bende vrienden. Ik kom dus op bekend terrein wat fijn en vertrouwd aanvoelt. Het CP is gelegen in de plaatselijke feestzaal met referentie aan het jachtgebeuren in de regio: de Cercle Saint-Hubert. Hier staat pikante bouillon met noedels op het menu, en een vrijwilliger biedt meteen aan om mijn flessen bij te vullen. Dat lijkt een kleinigheid, maar met meer dan 50 kilometer in de benen tijdens de nacht betekenen zelfs die kleine dingen heel erg veel voor ons lopers. Geert en Kathleen zijn hier ook nog, dus we kunnen even bijpraten.
Ook hier ga ik nog eens naar de wc en verzorg mijn voeten en ook nu weer verlaat ik het CP na ongeveer een half uurtje. Ik neem uit het uitgestalde aanbod nog wat suikerwafels mee voor onderweg want wat stilaan een prominent thema begint te worden is mijn knorrende maag. Ik heb namelijk al een hele tijd bijzonder veel honger. Ik probeer mijn maag tevreden te stellen en regelmatig te eten; frangipanes, sandwiches en suikerwafels, maar steevast laat mijn maag een half uurtje later opnieuw van zich horen.
Op zich is dat helemaal geen slecht nieuws, het betekent dat mijn maag en darmen goed hun werk blijven doen; voeding omzetten in de energie die ik zo hard nodig heb onderweg. Het is echt geen pretje als dit systeem stilvalt en je niet meer kan eten zonder misselijk te worden. Een ultra lopen en niet in staat zijn de brandstoftank te vullen leidt doorgaans tot een opgave. Ik heb het omgekeerde probleem en ben een beetje bang dat als ik té veel begin te eten, ik mijn maag op den duur ga overbelasten. Gelukkig gebeurt dat niet, maar ik moet dus wel best veel blijven eten (en naar de wc gaan).
Intussen komt de zon stilaan op en steken we de grens tussen België en Luxemburg over. Het gevoel is nog steeds goed, maar het tempo zou strikt genomen misschien wel iets hoger moeten liggen. Maar forceren heeft geen zin, de wedstrijd is nog erg lang.

Zaterdag 8:01 – CP7 Troisvierges – km 70,4
Het CP net voor Troisvierges bevindt zich eveneens buiten en hier maak ik een snelle passage, ik blijf er slechts een kwartiertje. Ik drink een lekkere tas groentensoep, eet een beetje chips en ga opnieuw op pad. Na enkele kilometers verzeil ik in het gezelschap van een andere loper en we hebben een leuk gesprek over al onze ultra belevingen, waaronder – in zijn geval – de Marathon des Sables. Leuk om eens te vernemen hoe het er in zo’n type wedstrijd aan toegaat. Wat in ieder geval duidelijk is, is dat het een pak duurder is dan de gemiddelde Legends organisatie. De kilometers glijden op die manier vlot voorbij. Na verloop van tijd scheiden onze wegen weer en het laatste stuk naar Clervaux leg ik alleen af.
Zaterdag 10:53 – CP6 Clervaux – km 85,4
In Clervaux, eveneens het race-hoofdkwartier, ligt mijn eerste dropbag. Het belooft dus ook een iets langere stop te worden omdat ik er graag propere kleren zou willen aantrekken en even wil uitrusten. We zijn tenslotte al bijna 15 uur onderweg en het 100 kilometer punt komt in het vizier.
Ik tref ook hier weer Geert aan die nog steeds in goede doen is. Op het menu staat een wrap met kaas die ik ook weer vlot binnenwerk zodat de brandstoftank goed gevuld blijft. Ik trek vervolgens naar het toilet om mijn kleding te wisselen en wat anti-schuurcrème aan te brengen op enkele strategische plaatsen.
Ik ben op een van mijn tenen een blaartje aan het ontwikkelen en besluit dat ook even te laten nakijken. Het is nog erg klein en ik heb er niet zoveel last van, dus afblijven is de boodschap. Ik had hier wel gepland om mijn schoenen te wisselen voor een paar met wat meer comfort, maar omdat ik het gevoel heb dat ik daarmee toch net iets maar last heb van de blaar, laat ik dat plan varen en zal ik verder lopen met het paar waar ik mee gestart ben.
Na ongeveer een uurtje hijs ik mijn racevest opnieuw op mijn rug en ga ik weer op pad. Als het goed is dan zou ik tijdens de etappe die nu volgt Joni en Roos moeten tegenkomen die een dagje komen trailen in de Ardennen en van de gelegenheid gebruik zullen maken om even dag te komen zeggen.
En ja hoor, op kilometer 93 kom zie ik ineens twee lopers die schijnbaar in de verkeerde richting lopen. Eerst denk ik dat Geert en Kathleen om een of andere reden teruggedraaid zijn (de vermoeidheid begint stilaan op te duiken), maar het zijn dus gewoon Roos en Joni die erin geslaagd zijn me onderweg ergens te vinden. We maken even een praatje, een leuk intermezzo want af en toe kan een ultra trail ook best wel wat saai zijn, maar daarna vervolgen zijn hun weg en ik de mijne. Het is namelijk niet toegestaan dat je door anderen “gepacet” wordt dus meelopen mag helaas niet. Ze gaan wel proberen mij opnieuw te treffen bij het volgende CP dat zich ongeveer 10 kilometer verderop bevindt.

Zaterdag 14:50 – CP5-Enscherange – km 103,4
Net voor drie uur in de namiddag kom ik aan op dit CP, die zich ook weer buiten bevindt, net op het halfweg punt van de wedstrijd. Roos en Joni staan me net voor dit CP al op te wachten en verwelkomen me op luide en enthousiaste wijze. In dit CP is er niet zoveel te beleven. Ik ga wel even lekker aan de chips en de cola, maar verder zijn er geen culinaire verwennerijen te vinden. Ik verzorg mijn voeten nog een keer en na 25 minuten besluit ik om maar weer eens verder te gaan. De vermoeidheid begint nu wel sterk op te zetten en ik hoop dat in beweging komen zal helpen om die wat tegen te gaan.
In ieder geval staat er nu een pittige etappe te wachten; een kleine 24 kilometer, de langste tot nu toe en met best veel hoogtemeters. Een lichtpuntje is dat Joke me zal opwachten op het volgende CP dat zich in Heiderscheid bevindt. Het is het tweede CP met een dropbag en ook het enige CP waar je tijdens de wedstrijd binnen liggend mag slapen. Dat lees je inderdaad goed; liggend slapen mag verder alleen buiten. Wil je op de andere CP’s binnen slapen, dan moet dat zittend gebeuren. Af en toe vertoont de organisatie wel kleine sadistische trekjes.
Tijdens deze etappe zijn er ook best veel asfaltstroken en hoewel dat in principe makkelijker lijkt, hebben mijn voeten er toch wel wat onder te lijden. Het wordt ook lastiger om een goed tempo aan te houden en op een bepaald ogenblik schrik ik me een bult omdat ik wat verderop een grote hond achter een boom zie zitten. Ik vertrouw het niet helemaal en houd even halt. Ik ben ook niet helemaal zeker of het wel een hond is, het lijkt misschien zelfs eerder op een beer. Behoedzaam ga ik wat dichterbij en dan zie ik dat het de blaadjes zijn van een struik die achter de boom staat. Daar zijn ze dan, de hallucinaties. Het is de eerste keer dat ik ze bij daglicht ervaar. Ik zal de komende uren nog vanalles de revue zien passeren; koeien, geiten, groepen mensen, een dansende vrouw in een lange jurk… Ook het omgekeerde gebeurt; ik denk dat ik hallucineer wanneer ik iemand voorover gebogen langs de weg zie zitten en ik verwacht dat het beeld zich bij het dichterbij komen zal omvormen tot een boomstronk met grillige takken. Maar dan blijkt er dus toch echt iemand langs de kant te zitten.
Op kilometer 121 houd ik even halt voor een plaspauze met een prachtig uitzicht op de ondergaande zon. Wat verderop spreekt een Nederlander met een hondje me aan en vraagt of ik onderweg ben naar Heiderscheid. Ik antwoord bevestigend dat ons volgende CP zich daar inderdaad bevindt en dan toont hij mij waar Heiderscheid ligt; helemaal in de verte aan de overkant van een diepe vallei zie ik een piepklein kerktorentje. Ik ben er niet helemaal zeker van of ik deze informatie had willen krijgen. Het zal nog meer dan een uur kosten om daar uiteindelijk te geraken.

Ik ontmoet even later ook Tom, die me even tevoren met een groepje van drie voorbijgelopen is, maar de rol heeft moeten lossen. We zullen de komende uren nog vaak in elkaars gezelschap vertoeven maar nu stuur ik hem na een korte babbel vooruit omdat ik het gevoel heb dat hij sneller is dan ik en ik hem een beetje ophou tijdens de afdaling.
In de vallei bevindt zich een camping die ik doorkruis. Via een brugje gaat het over de Sûre en dan begint het klimwerk opnieuw; van 270 meter naar 516 meter. De zon is onder en ik haal mijn hoofdlampje opnieuw boven omdat het in het bos op de helling al erg donker begint te worden. Even verderop zie ik iemand zitten op een bankje langs de kant en ik ga even poolshoogte nemen om te kijken of er een probleem is. Het is Tom die de batterij van zijn hoofdlamp wil vervangen, maar dat is dus lastig als je geen licht meer hebt. Dat is een van de praktische redenen waarom ik niet louter reservebatterijen meeneem, maar ook steeds een tweede hoofdlampje. Dan kan je gewoon van lamp wisselen en in een CP de batterij vervangen die leeg is. Ik licht even bij zodat hij zijn lampje weer aan de praat krijgt. Vervolgens gaan we samen op pad en vallen we de klim opnieuw aan die erg lang is en heel steile passages heeft. We worden intussen ook ingehaald door de lopers van de 100 kilometer wedstrijd die een kleine twee uur eerder vertrokken zijn in Enscherange en uiteraard nog fris zijn en dus heel wat sneller opschieten.
De moraal bij Tom en mij daalt omgekeerd evenredig met de hoogtemeters die we winnen. Ik voel me steeds meer fysiek en mentaal gesloopt en mijn voeten zijn het ook een beetje aan het begeven. Op een bepaald moment worden we ingehaald door Lieven die de 100 kilometer loopt en even gelijke tred houdt met ons zodat we wat kunnen bijpraten, al is het langs onze kan eerder een klaagzang.

Zaterdag 20:36 – CP4 Heiderscheid – km 127
Eindelijk komen we rond half negen aan bij het CP in Heiderscheid waar Joke me staat op te wachten. Ik zeg haar meteen dat ik gesloopt ben en wil stoppen, maar gelukkig spreekt ze me streng toe en jaagt me het CP in met de boodschap even uit te rusten, de situatie rustig te evalueren en vooral geen overhaaste beslissingen te nemen die nog niet genomen moeten worden. Ze heeft gelijk, want we hebben nog voldoende tijd voor de cutoff. We moeten hier uiterlijk om 22u27 opnieuw vertrekken en hebben dus nog een kleine twee uur tijd.
Ik zoek samen met Tom een vrij plekje en begin me te installeren; dropbag zoeken, schoenen uit, warme trui aan, horloge en GSM aan de powerbank. Ik ga eerst nog even naar de wc en poets mijn tanden. Vervolgens besluit ik om te proberen een half uur te slapen. Ik heb geen matje en dekentje, dus ik leg me op de grond (gelukkig is er vast tapijt) en gebruik wat reserve kleding als deken en hoofdkussen. Ik zet de timer van mijn gsm op een half uur en doe mijn ogen dicht. Ik val niet echt in slaap, maar lig wat te soezen. In mijn hoofd begint het beeld om verder te lopen zich te vormen en net voor de wekker afgaat staat mijn besluit vast dat ik hier sowieso opnieuw zal vertrekken. Ik heb nog wat werk voor de boeg om dat mogelijk te maken, dus ik raap mijn spullen bij elkaar en ga op zoek naar een groot bord pasta en iemand die mijn voeten kan verzorgen. Gelukkig kunnen die activiteiten gecombineerd worden; terwijl een schat van een vrijwilliger mijn blaren doorprikt en tape aanbrengt, verorber ik een lekker groot bord pasta en drink ik wat cola. Tom aan de overzijde van de tafel heeft ook wat gerust maar is er nog niet uit of hij zal stoppen of doorgaan. Ik stel hem voor om sowieso samen te vertrekken, daar hebben we allebei niets bij te verliezen.
Wat verderop zit ook Geert aan een tafel. Hij voelt zich helemaal leeg, heeft al een hele tijd problemen om voldoende te eten en heeft daardoor het tempo beduidend moeten laten zakken. Hij had 20 kilometer voor het CP Kathleen al verder gestuurd om haar niet op te houden. Kathleen zal uiteindelijk de wedstrijd ook finishen. Wat een fantastische prestatie van een megasterke vrouw! Een vrijwilliger praat nog in op Geert om hem te overtuigen toch verder te gaan, maar zonder resultaat. Geert zal hier helaas de handdoek in de ring gooien, weliswaar na zijn langste afstand ooit te hebben afgelegd.
Rond 22 uur beginnen Tom en ik in te pakken en ons klaar te maken om onze tocht te hervatten. We trekken een extra laagje aan want het is intussen behoorlijk fris geworden. Om 22u05 stappen we naar buiten. Ik kus Joke nog ten afscheid en we stappen achter het lichtje van onze hoofdlamp aan de donkere velden in. Wonderlijk genoeg voel ik me als herboren; de voeten en de benen voelens als nieuw en ook mentaal zit ik weer lekker in mijn hoofd. Ik zie het weer helemaal zitten en Tom en ik praten honderduit over vanalles en nog wat. De cutoff in het volgende CP in Bourscheid is 3u17, dus we hebben iets meer dan 5 uur tijd om de 23 kilometer die ons scheiden van het CP te overbruggen én daar ook weer te vertrekken.
Op een van de eerste hellingen die we aanvatten gaan onze jasjes alweer uit omdat we het te warm krijgen want we zetten er stevig de pas in. Na een kilometer of 10 komt er helaas weer slecht nieuws; Tom geeft aan dat hij zich niet lekker voelt en niet goed kan eten. Hij heeft nochtans een grote zak Haribo snoepjes mee, maar het idee alleen al om ze te eten maakt hem misselijk. Ik som op wat ik nog mee heb en wat hij misschien wel kan eten; een frangipane gebakje, een suikerwafel, een snickers, een gelletje, een chew… Helaas maakt de opsomming van al dat lekkers het alleen maar erger. Dan kom ik op het lumineuze idee om hem de cola aan te bieden die ik ook nog bij me heb, en inderdaad, daar heeft hij wel trek in. Ik geef hem de fles waar hij enkele grote slokken van neemt. Aan de boeren die daarna volgen, leid ik af dat het zijn maag wel een beetje weet op te schudden en ik hoop dat daarmee ook het slechte gevoel zal verdwijnen. Jammer genoeg geeft hij wat verderop aan dat hij me ophoudt en dat ik alleen verder moet lopen. Hij zal in het volgende dorpje het safety team bellen om hem te komen oppikken. Ook voor hem is het dus game over, maar ook hij loopt hier een afstandsrecord. Hij had er wel op gerekend minstens 100 mijl aan te tikken, maar dat zal voor een volgende keer zijn die er vast en zeker nog aankomt.

Ik vervolg mijn weg dus weer alleen. Ik voel me goed en zet er flink de pas in. Uit mijn Shokz klinkt Editors en het ritme van de muziek past perfect bij het marstempo dat ik hier aanhoud. Mijn horloge weet me te vertellen dat ik voor 3 uur zal aankomen in het CP van Bourscheid en naargelang ik vorder verzamel ik zelfs nog wat extra minuten marge tot zelfs bijna een half uur. Ik zie mezelf zowaar al finishen.
Wanneer ik rond half een op kilometer 138 door het dorpje Welscheid loop wacht me nog een fijne verrassing; Joke staat me hier op te wachten om me nog een extra hart onder de riem te steken. En of dat deugd doet! Ik vertel haar dat ik me goed voel en dat het er goed uitziet.
Maar dat is buiten de twee laatste klimmen gerekend. Ik kom om half twee aan in Michelau, 8 kilometer voor het CP in Bourscheid. Ik heb dus iets minder dan 2 uur om die 8 kilometer te overbruggen en een snelle passage te maken in het CP. Maar de eerste helling is ellendig lang en steil, en er volgt een even lange en steile afdaling waar ik ook nog eens ten val kom, gelukkig zonder veel erg. Het enige lichtpuntje is het feeëriek zicht op de lichtjes van Bourscheid Moulin in het dal. Na de afdaling volgt een passage door Bourscheid Moulin met een ingewikkeld traject langs de spoorweg en het station, waar ik een andere deelnemer die het spoor bijster is weer in de juiste richting stuur, maar daardoor weer enkele kostbare minuten verlies die ik helaas niet op overschot blijk te hebben.

Uiteindelijk vang ik dan de laatste klim aan die me scheidt van het CP, en die uit nog net iets meer hoogtemeters opgebouwd is als de voorgaande. Ik zie onderweg de buffer die ik had op de tijdslimiet smelten als sneeuw voor de zon. Uiteindelijk bereik ik de top van de beklimming in Bourscheid, waar ik ook Joke aantref. De klok wijst 3u24 aan, de afstand net geen 150 kilometer. Te laat aangekomen in het CP dus, laat staan om er nog op tijd te kunnen vertrekken. Ik lever mijn GPS tracker in en ben dus officieel uit de race. Er staat ook al een bestelwagen klaar met een aantal andere onfortuinlijke lopers die eveneens de DNF status gekregen hebben. Ik kan gelukkig samen met Joke de wagen opzoeken en samen rijden we eerst naar het CP in Hoscheid en vervolgens naar Clervaux om mijn dropbags op te pikken. En dan gaat het huiswaarts. Ik doezel onderweg wat in onder een warm dekentje en rond 7 uur ’s ochtends komen we thuis aan waar ik na een heerlijke douche in een zalig comfortabel bed mag kruipen.
De nabeschouwing
Jammer dat ik tegen de tijdslimiet aanliep, want ik gaf mezelf wel een goede kans om de wedstrijd uit te lopen. Ik ben wel blij dat ik uiteindelijk – dankzij Joke – niet zelf opgaf, maar dat het “voor mij beslist” werd. Er is ook heel wat om dankbaar voor te zijn; ik mocht weer lange tijd buiten spelen in de prachtige natuur van de Ardennen en ik liep mijn derde langste afstand ooit (150 kilometer), de tweede langste in tijd (31u26). Ik deed weer heel wat ervaring op (onder andere met slapen tijdens een ultra, wat ik nooit eerder deed), en in combinatie met de 100 mijl versie die ik liep in 2024, ken ik nu het volledige parcours van deze wedstrijd. Allemaal troeven om van de derde keer de goede keer te maken in 2027.
Het grootste wonder is echter mijn herstel van deze wedstrijd. Zondagochtend sliepen we nog een uur of vier en zondagavond gingen we op ons gewoon tijdstip slapen. Maandag was ik al rond 9 uur uit de veren en ik voelde me kiplekker. Meer nog, het slechte gevoel dat ik in de maanden voordien had was helemaal verdwenen, mijn rugpijn was bijna helemaal weg, mentaal voelde ik me haast euforisch, op een roze wolk. Op vrijdag ging ik alweer een stukje lopen en mijn benen voelden als nieuw. Op een of andere wonderlijke manier heeft deze lange tocht mijn lichaam en geest een soort “reset” gegeven waar ik nu nog steeds het effect van voel. Ultralopen ongezond? Ik dacht het niet!
