De kleurrijke vedetten van het najaar

Potiron, pumpkin of Kürbis: in eender welke taal klinkt pompoen als pure poëzie. Een ode aan de pompoen als de herfst zijn intrede doet: bijster origineel is het niet. Het doet echter niets af aan de oprechte gevoelens die ik koester voor één van de mooiste en ook meest veelzijdige groenten. Als Le Creuset liefhebber hou ik van oranje in de keuken. Bovendien kan je met pompoen niks verkeerd doen. Het is een dankbaar ingrediënt dat zich in elk potje laat verwerken. Lang leve het seizoen van de pompoen!

Ik heb pompoen te lang geassocieerd met de veel te dikke, melige en smakeloze soep die in de lagere school gemaakt werd als het herfstfeest was. Het heeft tijd gekost om mij over die traumatiserende smaakervaring te zetten. Toen ik jaren geleden eens een pompoen kreeg (een pompoen in de groentetuin komt namelijk nooit alleen), wist ik niet beter dan er soep van te maken. Die soep leek in de verste verte niet op de brij die ik lang geleden moest wegwerken. Zo kreeg de pompoen een nieuwe kans in mijn leven. Het geheim van goede soep is zelfgemaakte bouillon en voldoende kruiding. Mijn overheerlijke P4-soep bestaat uit prei, pastinaak, pompoen en puntpaprika. De groenten aanstoven in een grote kookpot en overgieten met groentebouillon. Zachtjes laten pruttelen, mixen en kruiden. Serveren kan met linzen of kikkererwten, eventueel koriander en een toefje ricotta.

Inmiddels is pompoen niet weg te denken uit mijn kookpotten. Het aanbod lijkt dan ook steeds groter te worden. Waar je het vroeger moest doen met een onhandig groot formaat van de gewoonste soort, wordt het pompoengamma in eender welke supermarkt jaarlijks uitgebreider. Ik word daar blij van: die eerste pompoenenoogst in de supermarkt. Dit jaar is ook de oogst van mijn mama’s groentetuin een succes. Al heeft ze wel duchtig gevloekt op de butternuts die de halve moestuin overwoekerden en gekruist waren met de courgettes. Zo werden de buttergettes geboren. Misschien volgend jaar wel dé hype in gezondheidsland.

IMG_3130b

Laat één ding duidelijk zijn: pompoenen zijn voedzaam en gezond. Het is hier geen foodblog (mocht dat even niet meer duidelijk zijn), dus om een lang nutritioneel verhaal kort te maken: er zitten alleen maar goede dingen in pompoenen. Powerbrandstof is het, voor elk lichaam en elke activiteit. Mijn favoriete varianten zijn de kastanjepompoen (potimarron: hoe mooi klinkt dat?) en de butternut, de vader en moeder van de oranje familie. Ze vormen het hoofdaandeel van mijn wekelijkse pompoenconsumptie. Ik draai ze dan ook in quasi elk gerecht. De crown prince is een bijzondere meneer met majestueuze hermelijnen mantel om zijn oranje vruchtvlees en kroonjuwelen te bedekken. Spaghettipompoen kan mij ook bekoren, maar doet me denken aan voedingshypes waarbij we geen koolhydraten meer mogen eten en dan maar moeten zwichten voor de bloemkoolcouscous of spaghettislierten van pompoen.

Als salade voor de lunch kan ik geroosterde pompoen uit de oven van harte aanbevelen. Blokjes pompoen op een bakplaat uitstrooien. Kruiden met tijm, peper, zout en onder de grill zetten. De basis van de salade is geraspte wortel (gekleurde wortels zijn tegenwoordig ook echt in), gekookte sperziebonen en rauwe (punt)paprika. Tja, pompoen en paprika: dat zijn nu eenmaal vriendjes voor het leven. De salade afwerken met wat olijfolie en eventueel ricotta. Soms gaar ik pompoen ook met andere groenten in een ovenschaal. Hou rekening met de gaartijd per groente en snij de stukken dan wat grover of fijner. Olijfolie en kruiden toevoegen, goed mengen en op 180 graden in de oven plaatsen.

Mijn onbetwiste specialiteit zijn pruttel- of stoofpotjes met pompoen. Ik zou hier een aparte blog over kunnen beginnen. Serieus. De mogelijkheden zijn onuitputtelijk. Alles begint met rode ui of prei. Vervolgens pastinaak en een pompoen naar keuze toevoegen en aanstoven, nog wat zoete puntpaprika en pruttelen maar. Ook met rode bietjes, rapen of groene groenten kan de pompoen het uitstekend vinden: spinazie, broccoli, erwtjes of courgette om er maar enkele te noemen. Zo nu en dan moet je overgieten met wat water of bouillon zodat alle ingrediënten garen. Je kan niet echt iets verkeerd doen met de cuisson. Beetgaar of aan de platte kant: het smakenpalet zit altijd goed. Pompoen met curry en kurkuma is een gouden combinatie als je de oosterse toer wil op gaan. Rijst, pasta of zoete aardappel zorgen voor extra brandstof.

Ik kwam de afgelopen week recepten tegen voor pompoencake, – brood en zelfs – pannenkoeken. Daar heb ik me nog niet aan gewaagd. Zo gedreven ben ik nog niet als foodie, maar het zal ongetwijfeld smaken. Is er dan helemaal niets slechts te zeggen over pompoenen? Het enige minpuntje dat ik kan bedenken, is de harde schil van de kastanjepompoen. Geen te grote stukken willen schillen en behoedzaam te werk gaan is hier de boodschap. Mindfulness in de keuken: ook daar zorgt de pompoen voor. Een no-nonsense vedette is het, de ster van elke maaltijd. Smakelijk!

Noot: mijn wekelijkse groenteconsumptie is groot, maar niet zo gigantisch als de afgebeelde compositie.

Marathonpraat – Het ontbijt

Ik heb mezelf al meermaals de vraag gesteld wat mijn favoriete maaltijd van de dag is. Moeilijk, want kiezen is verliezen. Wat ik wel zeker weet, is dat ik niet zonder ontbijt kan. Ik ben geen typisch ochtendmens, maar of ik nu moet gaan werken of niet: ik wil ’s ochtends tijd hebben. Om te ontbijten dus en om koffie te drinken. Misschien vind ik dat wel het gezelligste eetmoment van de dag. Ik betrap mezelf er soms op dat ik ’s avonds al nadenk over mijn ontbijt van de volgende dag. Dat durf ik hier gewoon te delen, want een kleine rondvraag in mijn omgeving leerde mij dat ik niet de enige ben met die gedachte. Niets om je over te schamen dus.

Een ontbijt moet voor mij gevarieerd zijn. Een lekkere boterham met een gekookt eitje, wat yoghurt en vers fruit bijvoorbeeld. Ontelbaar veel variaties zijn mogelijk, al naargelang het seizoen en tijdsbestek. In het weekend mag het wat meer zijn. Ik ben een kenner en fan van goede bakkers. Een marathonontbijt is zeker niet mijn favoriete maaltijd omdat het allesbehalve een gevarieerde maaltijd is die je moet wegwerken op een veel te vroeg tijdstip. Het is om die redenen ook allesbehalve een gezellige maaltijd. Ik vrees dat hier een foto nodig is om dit duidelijk te maken.

IMG_3495

Op deze barslechte foto zien we mijn ontbijt voor de marathon in Parijs in april 2017. Het is nog donker, wat niet gek is aangezien ik hier zat te ontbijten om 5u. Ah ja, want je moet hebben gegeten 3 uur voor de marathon begint. Marathonlopers worden daardoor extreem vroege vogels. Het is een noodgedwongen ontbijt op bed omdat er op een hotelkamer doorgaans weinig faciliteiten tot gezellig tafelen zijn. Ik keek hier uit op mijn eigen rommel en probeerde een beetje stil te zijn voor mijn zus Roos die links van mij nog aan het slapen was. Met een prijs voor romantiek zal dit ontbijt dus niet gehonoreerd worden. Nu hoor ik jullie denken: een hotel biedt toch een ontbijt aan? Dat klopt helemaal, maar dat kan nooit op het vroege uur dat de marathonloper moet eten. Bovendien zou een ontbijtbuffet vooral ook een harde confrontatie zijn met alle lekkere dingen die je niet mag eten.

Een marathonontbijt moet licht verteerbaar zijn, hoog in koolhydraten en laag in vetten en eiwitten. Volkorengranen, zaden, fruit en melkproducten kan je dus beter vermijden. Er zijn ongetwijfeld marathonlopers die zweren bij een stevig ontbijt, maar ik loop dat risico liever niet. Toen ik nog een beginnende loper was, heb ik aan den lijve ondervonden wat er dan kan gebeuren. Je moet je lichaam brandstof geven om een lange inspanning te leveren en je moet het zo min mogelijk belasten met verteren. Dat resulteert dus in wit brood met honing of confituur als ontbijt. Een banaan kan, een koffietje ook. Je moet zeker genoeg eten. Meer dan wat lekker is. Niet om koolhydraten te stapelen (dat gebeurt de dagen voordien), maar wel omdat je de komende uren dus niets zal eten op plakkerige sportgels na en de brandstoftank moet zo vol mogelijk zijn.

Gelukkig loop ik niet elke zondag een marathon. Zondag is pistoletdag in België, maar bij mij ook duurloopdag. De ontbijtregels voor de marathon pas ik dan niet zo strikt toe. Dat kan, want bij een duurlooptraining drijf je je lichaam niet tot het uiterste en zal het dus minder lichtgeraakt reageren. Ik respecteer wel de verteringstijd en zorg dus dat er zeker 2,5 uur tussen het ontbijt en de training zit. Een pistoletontbijt behoort dan tot de mogelijkheden. Ik heb echter een nieuwe ontdekking gedaan. Veel marathonlopers zweren namelijk bij een pannenkoekenontbijt. Met dat in het achterhoofd heb ik mijn eigen recept voor havermoutpannenkoeken op punt gesteld. Inmiddels uitvoerig getest en goedgekeurd als basis voor een duurloop. Nu volgt smakelijker en gezelliger fotografisch bewijs om het vorige misbaksel door te spoelen.

img_2696.jpg

De bereiding is eenvoudig: je mixt 1 ei, 50 gram havermout, een klein beetje bakpoeder en 120 à 150 ml havermelk of gewone melk. Van dit deeg bak ik één dikke pannenkoek in een grote pan. Omdat ook ik niet ongevoelig ben voor voedingshypes, bak ik mijn pannenkoeken in kokosolie. De kunst is om lang genoeg te wachten vooraleer om te draaien. Al doende leert men en een pannenkoek in allemaal kleine stukjes smaakt niet minder goed. Ik dresseer met agave- of ahornsiroop. Voor een gewoon ontbijt volstaat één pannenkoek, voor een duurloopontbijt zijn het er twee. Smakelijk!

 

Loperspraat – Mijn beginnersfouten #1

Ik heb het hier al vaak gezegd: ik begon met lopen en deed zo maar wat. Eigenzinnig als ik ben, werd het dus een aanpak op geheel eigen wijze. Op een gegeven moment trok ik gewoon mijn loopschoenen aan en voila, mijn eerste echte training voor de 20 km van Brussel was een feit. Lopen is een sport die zich uitstekend leent voor een no nonsense aanpak. Ik was helemaal niet thuis in de loperswereld en had me ook niet voorbereid. Iedereen kan toch lopen? Inmiddels ben ik er achter gekomen dat lopen an sich inderdaad weinig voorbereiding vraagt, maar dat andere factoren wel mee zullen bepalen hoe dat lopen je bevalt. Bij deze dus een bloemlezing uit mijn beginnersfouten.

Laten we beginnen met het meest zichtbaar gênante onderdeel: kleding. In de meeste beginnerslijstje zal schoeisel als beginnersfout nummer 1 te boek staan. Ik had Adidas schoenen die ik enkele jaren geleden nieuw had gekocht in een speciaalzaak. Dat was dus geen probleem. Loopkleding had ik niet. Het zat namelijk zo: ik had kleding van Esprit Sports om te gaan paardrijden. Sportkleding dus. Lopen is toch sport? Ik zag er dus de noodzaak niet van in om aparte loopkleding aan te schaffen. Bijgevolg liep ik in katoenen kleding. Toen ik na ruim een maand de smaak toch goed te pakken had, bestelde ik zelfs nog wat nieuwe kleding van dat merk om mijn collectie uit te breiden. Zo had ik bijvoorbeeld een muntgroene (jawel) joggingbroek en behoorlijk wat polo’s en topjes, sommige in schreeuwerige kleuren. Echt heel chique als je gaat paardrijden, maar ik ging daar mee lopen. De ergste broek die ik had, was een blauw blinkend loszittend driekwartsgeval dat kwam uit de yoga-lijn. Ik hoef er geen tekening bij te maken om duidelijk te maken dat die broek niet flatterend was. Het enige goede eraan was de synthetische stof die wel licht aanvoelde. Godzijdank zag ik het licht vlak voor ik mijn eerste 20 km van Brussel zou lopen. Ik bestelde loopkleding van Nike: het echte spul. Als beginner moet je niet meteen honderden euro’s uitgeven aan dure loopkleding. Zorg voor goede loopschoenen en draag iets waar je je goed in voelt. Een fatsoenlijk sportshirt en -broek kosten echter geen fortuin. Loopkleding is niet voor niets bedacht en gemaakt. Katoen is niet gemaakt om hard in te zweten. Los van het feit dat elke zweetdruppel zichtbaar is, wordt de stof ook meteen nat en zwaar. Dat is onaangenaam en je krijgt er sneller schuurplekken van. Het dri-fit materiaal, waar de meeste sportkleding van gemaakt is, zit zoveel aangenamer. Als je dat één keer hebt gedragen, besef je dat katoen ideaal is voor het dagelijks niet-lopersleven. Esprit Sports is dus een goede klant aan mij verloren.

De tweede grote fout waar ik mij aan bezondigde, was een onaangepast voedingspatroon voor een grote inspanning: duurloop dus. Ik stond er eerlijk gezegd niet bij stil dat als je langer dan een uur gaat lopen, je lichaam brandstof nodig heeft en dat het kan tegensputteren als je te veel van het verteringsmechanisme vraagt. Mijn kledingflaters zag ik sneller in dan mijn voedingsfouten. Gek eigenlijk, want van voeding had ik meer last dan van die onaangepaste kleding. Wat deed ik fout? Ik was gewoon niet met voeding bezig en als ik er wel over nadacht, dan waren mijn principes helemaal fout. Ik verwarde calorierijk al eens met voedzaam. Zo leken een croissant en een chocoladebroodje mij een goede basis om een halve marathon op te lopen. Uiteindelijk liep ik er wel effectief een snelle halve op in Brussel (1:43), maar ik werd er tijdens de race wel meermaals aan herinnerd dat ik een vettig ontbijtje had weggewerkt. Een soortgelijk voorval speelde zich af toen ik eens op een vrijdagnamiddag 20 kilometer ging lopen. Ik kwam thuis van mijn werk en bedacht dat ik wel eerst nog iets moest eten. Waarom geen grote kom yoghurt met banaan, kiwi, sinaasappel en granola? Gezond toch? Laten dit nu net allemaal ingrediënten zijn die de darmactiviteit in de hand werken omdat ze wel wat vertering vragen. Zo liep ik mijn eerste duurloop waarbij ik sanitaire noodstops moest maken. Mijn lichaam was heel duidelijk: het is óf lopen óf verteren. Ik heb daar echt wel een duidelijk lesje geleerd. Hoewel ik later nog eens dezelfde fout heb gemaakt door een grote kom groenten te eten vlak voor ik ging lopen. Werkt niet. Soms gebeurde ook het omgekeerde en ging ik 26 kilometer lopen met één pistolet als ontbijt. Lopen met flanellen benen was het gevolg. Ik heb hier kortom van geleerd dat ik minstens twee uur voor een duurloop niet mag eten. Licht verteerbaar wil zeggen: niet te vettig, geen pitten, zaden of muesli-achtige zaken. Qua hoeveelheid probeer ik voor een duurloop net een boterham of pistolet meer weg te werken dan wat ik normaal zou eten. Yoghurt, groenten en fruit hou ik beter voor na de inspanning. Voor de marathon ben ik nog strenger, maar daar vertel ik later meer over.

Morgen komen jullie te weten welke beginnersfouten ik maakte in mijn looptrainingen zelf.