Marathonpraat – Hoe Eliud Kipchoge het wereldrecord aan flarden liep

Wahnsinn! Unglaublich! 2:01:39. Het wereldrecord op de marathon ging eraan op 16 september 2018. Ik ben er nog niet goed van. De Keniaan Eliud Kipchoge liep zichzelf nog verder de geschiedenisboeken in met een onvoorstelbare race in Berlijn. Op indrukwekkende wijze won hij zijn negende marathon: ruim een minuut sneller dan de 2:02:57 van Dennis Kimetto uit 2014. Alleen Wilson Kipsang slaagde er ooit in Kipchoge van de marathonwinst te houden. In 2013 had hij op de marathon van Londen een wereldrecord nodig om af te rekenen met zijn landgenoot. Een winstpercentage van 90%: het is zonder meer een straf cijfer.

Eliud Kipchoge liet zich misschien inspireren door Koen Naert, die op het EK in augustus al toonde dat je geen hazen nodig hebt om een topprestatie neer te zetten op dé marathon der marathons. Na 25 kilometer viel Kipchoges laatste tempomaker al weg. 17 kilometer als een dolle alleen lopen is zowel een mentale als fysieke uitdaging. Het ultrasnelle parcours in Berlijn stelde wederom niet teleur. In Wereldrecord legde Maarten Van Gramberen haarfijn uit waarom de omstandigheden in de Duitse hoofdstad zo gunstig zijn. Het vlakke, windluwe parcours zonder al te scherpe bochten vormt namelijk het perfecte decor voor een toptijd en de programmering in september vergroot de kans op geschikt marathonweer. De zon was afgelopen zondag geen spelbreker, maar gaf meer glans aan de historische prestatie van Kipchoge. Breedlachend knalde hij door het finishlint.

Ik leerde Eliud Kipchoge kennen door Breaking 2: het groots opgezette project van Nike om de magische 2 uur barrière op de marathon te doorbreken. Na een intensieve voorbereidingsperiode ondernamen drie zorgvuldig geselecteerde marathonlopers in mei 2017 op het Formule 1 circuit van Monza een poging om de elasticiteit van de menselijke grenzen nog verder op te rekken. Door de gemanipuleerde omstandigheden zou de eindtijd nooit als een officieel wereldrecord gelden, maar onder de 2 uur duiken zou hoe dan ook een stunt van formaat zijn. Dat lukte nét niet: Kipchoge finishte in een hallucinante 2:00:25. No human is limited, zei hij achteraf en zo had Nike er een nieuwe catch phrase bij voor hun najaarscollectie.

In de documentaire wordt ook duidelijk waarom de 33-jarige Kipchoge de filosoof wordt genoemd. Vergis je niet: marathons lopen op het hoogste niveau is een lucratieve bezigheid. Kipchoge blinkt echter uit in bescheidenheid. In zijn jeugd was lopen een noodzaak om zich van en naar school te verplaatsen. Inmiddels is hij zelf vader van drie kinderen. Hij woont nog steeds in Kenia en staat elke dag om 5 uur op. In zijn trainingen springt hij spaarzaam om met zijn krachten. Nog nooit had hij een ernstige blessure of een smet op zijn blazoen. Hard werken en doorbijten typeert de marathonloper, dat bewijst zijn zelf bedachte formule Motivation + Discipline = Consistency.

Als marathonliefhebber van het ergste soort zat ik natuurlijk voor de tv gebeiteld om niets te missen van dit spektakelstuk dat, godzijdank, live werd uitgezonden op ARD. Bij de start voelde ik het kriebelen alsof ik zelf aan de bak moest. Ik krijg een niet te stillen loophonger door naar andere marathonlopers te kijken, alsof ik de kunst van hen kan afkijken. Waar ik continu zat te rekenen en besefte dat het echt zou gaan gebeuren, bleven de Duitse commentatoren aanvankelijk redelijk rustig. Toen Kipchoge een fenomenale eindsprint uit zijn benen schudde, (alsof hij een 1500 meter loper was) schreeuwde ik hem naar de finish. Ein besonderer Moment! Wir sind sprachlos! Ook de Duitse beheersing maakte plaats voor ongebreideld enthousiasme. Het is onmogelijk kalm te blijven als er sportgeschiedenis wordt geschreven.

Eliud Kipchoge is een fervent lezer. Het zal niet verbazen dat The Seven Habits of Highly Effective People van Stephen R. Covey één van zijn favoriete boeken is. Als hij spreekt is dat doordacht en steeds met de glimlach. Hij is geen man van veel woorden, maar wel van de juiste woorden. Door zijn compacte taal heeft alles wat hij zegt potentieel om een inspirational quote te zijn. Vlak na zijn heroïsche finish werd hij de hero of the day genoemd. De filosoof lachte dat weg en relativeerde: I’m really grateful. Thank you to everybody! Een dankbare marathonheld die excelleert in menselijkheid. Ik ben heel benieuwd wat voor moois Eliud Kipchoge ons in de toekomst nog zal tonen.

Marathonpraat – Wijsheden #4

Op een historische marathondag presenteer ik jullie graag weer enkele marathonwijsheden.

Er bestaat niet één juist marathonplan
Zowel op het internet als in de vakliteratuur kan je een overdaad aan loopschema’s voor de marathon vinden. Sommige schema’s baseren zich op het ervaringsniveau van de loper, sommige gaan uit van een vast aantal trainingen per week en nog andere richten zich op een specifieke eindtijd. Als je je dan verder informeert over het verloop van een marathon, dan zal je ook merken dat geen enkele aanpak identiek is. Loop je aan een constant tempo, ga je voor de negatieve split of vertrek je wat sneller? Wat eet en drink je vooraf en onderweg? Er bestaan zoveel verschillende marathonplannen als er marathonlopers zijn. Het is dus belangrijk om een aanpak te vinden die voor jou werkt. Mijn advies is altijd om in de eerste plaats realistisch te zijn: je moet jezelf correct inschatten. In de tweede plaats vind ik ook dat je binnen je mogelijkheden ambitieus mag zijn. Je loopt immers niet wekelijks een marathon en je wil dan toch dat alles wat erin zit er ook uitkomt. In jouw persoonlijke marathonplan hou je dus rekening met het aantal kilometers (of minuten, zoals ik hier al vertelde) dat je gemiddeld per week kan afwerken zonder je ver buiten je comfortzone te begeven en zoek je naar een haalbaar marathontempo. Hoe meer ervaring je hebt als (marathon)loper, hoe meer je ook je fysieke grenzen kan opzoeken. Wie minder ervaring heeft, zal merken dat marathontrainingen sowieso grensverleggend zijn.

Hoe verder de marathon vordert, hoe langer hij wordt
De eerste 10 kilometer van een marathon vliegen voorbij. De loophonger is groot en de adrenaline doet z’n werk. Ik voel mij altijd ijzersterk dat eerste stuk. In het tweede deel tel ik af tot het halfway point. Ik vind dan doorgaans mijn tempo en besef dat de marathon echt bezig is. Dat betekent ook dat er af en toe al een momentje van verveling of twijfel plaatsvindt. De tijd tikt op een normaal tempo weg. Als je dan eenmaal halverwege bent, lijken de tijd en de kilometers trager te verstrijken. Het derde kwart is dat van het realisme. Je beseft dat er nog een lange weg te gaan is. Kilometers 21 tot 30 vind ik mentaal dan ook de zwaarste. In het laatste deel wordt het ook fysiek zwaar en voel je elke kilometer en elke minuut dubbel. Je denkt dan niet meer over kilometers in termen van nog maar een kilometer, maar als nog een kilometer. Je gaat nadenken over hoe lang je doet over een kilometer en beseft ten volle hoeveel seconden dat zijn. De tijd lijkt met andere woorden trager te tikken. Waar je de eerste kilometers voor je gevoel leek te zweven, ben je nu aan het kruipen. Vanaf kilometer 40 kan er sprake zijn van een kleine verrijzenis. Meestal merk je dan ook aan het parcours en de toeschouwers dat het einde nabij is. Als je er dan eenmaal bent, is het een heel gek idee dat er uren zijn verstreken en dat jij al die tijd aan het lopen was.

Supporters zijn het licht aan het einde van de tunnel
Als ik vertel hoe een marathon verloopt, dan gaat het vaak over hoe je moet indelen en aftellen. Dat gaat dan over de kilometers die wegtikken en voeding die je op vaste tijdstippen moet wegwerken. Soms zijn er ook bijzondere passages waar je naar uitkijkt. Die bevinden zich meestal aan het begin en einde van de race: over de Champs Elysées lopen bijvoorbeeld of door het Jubelpark. Waar ik echter het meest naar uitkijk en ook de grootste opkikker van krijg, zijn mijn supporters. Ik ga vanzelf sneller lopen als ik weet dat ik naar hen toe loop. Hierdoor verandert ook de focus. Je bent namelijk even niet meer bezig met de afstand en het tempo, maar je begint alert rond te kijken om al een glimp te kunnen opvangen. Ik heb het geluk dat mijn vaste ondersteuningsteam (mama en zussen) de kunst van het supporteren naar het allerhoogste niveau heeft getild. Zij zijn de topsporters der toeschouwers. Ik zie hen meestal dan ook gemiddeld drie keer tijdens de wedstrijd. Soms bedenk ik op voorhand al wat ik zal zeggen. Hoewel roepen misschien juister is met al dat enthousiasme. Ik wil ze geruststellen dat het goed gaat en soms deel ik al eens een ergernis. Een marathon lopen kan een heel eenzame en saaie gebeurtenis zijn, maar dankzij supporters voelt het toch ook een beetje aan als een teamsport.

Mijn trommeltje met marathonwijsheden is nog lang niet uitgeput. Wordt vervolgd…

Loperspraat – Over een bizar verjaardagsritueel

Na Roos ben ik aan de verjaardagsbeurt. Ik ben vandaag 33 levensjaren oud of jong. Verjaren dat betekent even stilstaan bij de jaren die voorbij vliegen, het glas heffen en taart eten. Twee jaar geleden voerde ik echter een ander verjaardagsritueel in. Ik zou vanaf dan met mijn verjaardag (+ een dag speling) mijn leeftijd in kilometers lopen. Dat paste toen perfect binnen mijn marathonvoorbereiding. Zo liep ik in 2016 daags na mijn verjaardag 31 kilometer onder een loden zon. Vorig jaar liep ik op mijn verjaardag 32 kilometer, eveneens in de zon. Gisteren stond mijn jaarlijkse verjaardagsrun op de planning en als het in mijn hoofd zit dat ik ga lopen, dan doe ik dat ook. Soms tegen beter weten in.

De omstandigheden waren verre van ideaal. Aanvankelijk werd er warm en zonnig weer voorspeld, maar dat werd bijgesteld. 10 dagen geleden haalde ik mijn trailrugzak nog eens van stal en dat deed ik gisteren ook. In mijn enthousiasme vulde ik het waterreservoir volledig en propte ik ook nog een Aquarius in het voorvak. Met ruim 2,5 kilo op mijn rug ging ik de deur uit. Tijdens de vorige edities had ik ook altijd de nodige twijfels gekend over een duurloop op woensdagnamiddag, maar die bleken telkens ongegrond. Ondanks mijn goede voorbereidingen leek gisteren alles meteen tegen te zitten. Het weer was ronduit slecht: redelijk fris met een harde tegenwind en motregen om het feestje compleet te maken.

De trailrugzak was geen onverdeeld succes. Door dat extra flesje voelde ik me Quasimodo die langs de Vaart hobbelt. Ja hobbelen, niet met gezwinde pas lopen. De inspanningen van het afgelopen weekend zaten nog in mijn benen. Daarbij begon mijn buik ook nog te rommelen. Mijn voeding was nochtans afgestemd op de inspanning, maar als het eenmaal tegenzit: dan werkt niets mee. De wind blies de motregen goed in mijn gezicht en ik wist dat dit geen feesteditie zou worden. Ik heb er zelfs aan gedacht om rechtsomkeert naar huis te maken. In mijn hoofd maakte ik de afweging: zou deze training mij iets opleveren of zette ik er te veel voor op het spel? Hoe belangrijk was het echt om vandaag 33 kilometer te lopen? De feiten: ik kon niet snel lopen, maar voelde ook geen pijntjes in mijn benen en ik had mijn gsm mee om in geval van nood iemand op te trommelen. Mijn conclusie rond kilometer 6,5 was dat ik dit lichamelijk aankon en dat het een nuttige training zou kunnen zijn in het kader van de mentale strijd.

Ik besefte dat dit een run zou worden waarvan ik achteraf zou denken: hoe vreselijk was dat? Af en toe heb je dat nodig om sterker te worden, echt waar. Tijdens de marathon van Brussel op 28 oktober kan het immers ook ellendig rotweer zijn en die afsluitende 30 kilometer in de Hel na een dag sporten zullen mijn mentale veerkracht ook beproeven. Ik ging er dus voor en koos voor de saaiste route: geen lus in een wisselende omgeving met bochten en lastige stoepen, maar in een rechte lijn 16,5 kilometer langs de Vaart en dan omdraaien. Ik deelde mijn Tour in volgens vijf etappes van 6,5 kilometer. Na elke etappe mocht ik eventjes stoppen als ik dat wilde. Dat gebeurde ook aan kilometer 13. Er moest iets veranderen: ik koos resoluut voor een andere playlist en haalde de Aquarius uit mijn rugzak. 2,5 liter drinken meeslepen is veel als je geen dorst hebt. Ik hobbelde verder en draaide om aan het sas van Kampenhout. Die derde etappe leek eindeloos te duren. Ik probeerde de moed erin te houden, maar het was een zwaar gevecht.

Op kilometer 20 besloot ik dat een sanitaire stop een urgente noodzaak was. Zo geschiedde. Ik vertrok als een andere loper. Wat een verschil! De vaart (!) zat er weer wat in en ook mentaal kreeg ik een boost. Weer maar eens het bewijs dat moeilijke momenten echt voorbij gaan. De laatste twee etappes liep ik aan één stuk door. Ik telde de kilometers af, maar de benenwagen bleef soepel draaien. De bui die ik de laatste kilometers nog over me heen kreeg, kon er nog wel bij. Op de tonen van FlorenceGirl with One Eye stormde ik mijn straat in. Ik voelde me net zo gestoord en onoverwinnelijk als de girl in dat lied. Uiteindelijk liep ik 33,33 kilometer: je bent symbolisch bezig of niet. Mijn gemiddelde hartslag loog er niet om en bewees dat dit een serieuze inspanning was.

Ik stond vanochtend op met verbazingwekkend frisse benen, maar naar volgend jaar toe moet ik dit concept misschien toch herzien. Een combinatie lopen-fietsen of enkel fietsen met symbolische cijfers is ook een mooie verjaardagsgewoonte. Roos stelde gisteren nog voor om samen het gemiddelde van onze leeftijden te lopen, maar herzag haar uitspraak toen ik uitrekende dat we volgend jaar dan ook al aan 31 kilometer zitten. Vandaag is een rustdag: geen sport op het programma, maar gezelligheid en ontspanning. Geloof me maar: dat kan ik zeker. Santé!

P.S. Hare Majesteit Teresa werd 12 jaar in februari.

Loperspraat – Mijn loopkalender voor het najaar

Het voorjaar van 2018 viel voor mij helemaal in het water door een blessure die ik opliep in maart. Ik was in uitstekende vorm om een scherpe tijd te lopen op de marathon van Rotterdam, maar helaas pindakaas: ik was begin april al blij dat ik zonder kruk kon stappen. Om me toch tussen de lopers te kunnen begeven, drong ik me op als persoonlijke coach van Roos. Zoals het een goede coach betaamt, fietste ik mee als zij ging trainen. Ik denk dat Roos toen net wat meer kilometertjes deed dan ze aanvankelijk in gedachten had, maar als je je zus kan opbeuren door te gaan lopen, dan doe je dat natuurlijk. Zo werd ik haar chauffeur, compagnon en trouwe supporter op de Brussels, Antwerp en Fura 10 Miles en op de 20 km van Brussel. Het was wat vreemd en ook wel wrang om langs de kant te moeten staan, maar het zijn mooie zusterlijke herinneringen. Intussen liep ik al enkele wedstrijden en durf ik terug min of meer te vertrouwen op mijn beide benen. Ik zou mezelf niet zijn als het in mijn hoofd niet al wemelde van de plannen voor het najaar. 2018 geeft mij nog 16 weken om mijn gemiste voorjaar te compenseren.

In september staan er al meteen twee mooie wedstrijden op het programma. Aanstaande zondag loop ik de XL 10 Miles. Die XL staat voor Ixelles of Elsene en 10 miles zijn nog steeds 16 kilometer. Het vertrek is aan het Europees Parlement. De tocht bestaat uit twee rondes die je door de Matongéwijk tot bij het immer bruisende Flageyplein brengen om dan rond de vijvers en de Abdij Ter Kameren te draaien. Ik bezong hier al vaker mijn liefde voor Brussel en omgeving. Dit evenement is mij dan ook op het lijf geschreven. Vorig jaar finishte ik als derde vrouw. Het leverde me een officieel podium op en een joekel van een trofee. Dankzij radio Nostalgie was er veel ambiance daar in Elsene. Roos en ik waren onder de indruk van de dancemoves van de speaker die helemaal los ging op Alexandrie, Alexandra. Allen daarheen!

IMG_2080b
Roos is helemaal klaar voor de 20 kilometer van Brussel.

Op zondag 23 september neem ik deel aan de Leuven Nature Trail (25 km). Dit is een nieuwkomer op de loopkalender met een origineel concept: de lopers vertrekken met de trein in Leuven naar Sint-Joris-Weert. Er is geen gezamenlijke start, maar wel een tijdsmeting en klassement. Het parcours van de 25 kilometer loopt door Meerdaalwoud, langs de Zoete Waters en Abdij van ’t Park. De aankomst ligt aan het station van Leuven. Jammer genoeg zal ik dit jaar niet kunnen deelnemen aan de Zoniënwoud trail (21 oktober) en de trail in Meerdaalwoud (23 december), dus ik ben benieuwd of deze trein-trailervaring dat kan goed maken.

Oktober is traditiegetrouw marathonmaand. Al maanden was mijn plan duidelijk: ik zou met Roos de marathon van Brugge lopen op 21 oktober om haar te hazen naar een nieuwe recordtijd. Roos kocht in juni echter een huis samen met Niko en al snel werd duidelijk dat werken, verbouwen en trainen voor een marathon niet te verenigen zijn. Geen probleem, ik zou die marathon alleen tot een goed eind brengen om een week later de halve in Brussel nog te kunnen meepikken. Vorige week begon ik echter wat praktischer na te denken. Brugge is niet bij de deur, de volgende dag is gewoon werkendag en als een snelle tijd niet echt het doel is: zou het dan niet logischer zijn om de marathon van Brussel te lopen op 28 oktober? Ja dus. Het is nu definitief: ik ga voor een derde marathon van Brussel op mijn palmares. Dat Brusseltje toch: het blijft maar terugkomen in mijn verhalen. Het parcours werd gewijzigd met start én finish in het Jubelpark. De impressionante passage over de Grote Markt zal ik wel missen.

Op 18 november teken ik weer present voor de halve marathon in Kasterlee, die ik ook al drie keer liep. Vijf keer eigenlijk, want vorig jaar liep ik er de hele marathon en die bestaat uit twee identieke rondes. Ik heb daar afgezien: moederziel alleen liep ik door de Kastelse velden en hobbelweggetjes met een fikse tegenwind in een troosteloos niemandsland. Eén ronde volstaat dus wel op dit grotendeels off-road parcours waar het ook altijd guur herfstweer lijkt te zijn.

Ik kan maar beter wennen aan de Kastelse lucht en bodem. Vorige week stelde ik jullie al voor aan Juan. Wel, het is niet helemaal zonder doel dat ik zoveel met mijn fietsvriendje op gang ben. Hier vertelde ik al over de Hel van Kasterlee. Mijn broer won die wedstrijd al zes keer, maar ook mijn papa volbracht al vier keer zijn helletocht. Als vrouwelijke Odeyn en marathonloper met fietsambities werd mij steeds vaker de vraag gesteld waarom ik niet eens meedeed. Simpel: geen fiets en geen tijd. Toen ik dus plots in de zomervakantie een mountainbike ter beschikking had, waren die praktische bezwaren helemaal van de baan. Ja, ik ga dus deelnemen aan de Hel van Kasterlee op 16 december. Dat staat bij deze op virtueel papier. Dit is ongetwijfeld de grootste uitdaging die ik mezelf voorschotel. Ik weet dat ik lang aan een stuk kan lopen. Of ik ook 15 kilometer kan lopen, 118 kilometer kan mountainbiken en dan nog eens 30 kilometer kan lopen, dat weet ik toch niet zeker. Ik begeef me dus echt ver uit mijn sportieve comfortzone. Op glad ijs, maar gelukkig kan ik wel schaatsen. Finishen is het doel en de volgende dag nog een mens zijn: dat is mooi meegenomen. In oktober maak ik dus mijn rentree als marathonloper en in december maak ik mijn duatlondebuut, spannende tijden!

IMG_2863b

Marathonpraat – Het ontbijt

Ik heb mezelf al meermaals de vraag gesteld wat mijn favoriete maaltijd van de dag is. Moeilijk, want kiezen is verliezen. Wat ik wel zeker weet, is dat ik niet zonder ontbijt kan. Ik ben geen typisch ochtendmens, maar of ik nu moet gaan werken of niet: ik wil ’s ochtends tijd hebben. Om te ontbijten dus en om koffie te drinken. Misschien vind ik dat wel het gezelligste eetmoment van de dag. Ik betrap mezelf er soms op dat ik ’s avonds al nadenk over mijn ontbijt van de volgende dag. Dat durf ik hier gewoon te delen, want een kleine rondvraag in mijn omgeving leerde mij dat ik niet de enige ben met die gedachte. Niets om je over te schamen dus.

Een ontbijt moet voor mij gevarieerd zijn. Een lekkere boterham met een gekookt eitje, wat yoghurt en vers fruit bijvoorbeeld. Ontelbaar veel variaties zijn mogelijk, al naargelang het seizoen en tijdsbestek. In het weekend mag het wat meer zijn. Ik ben een kenner en fan van goede bakkers. Een marathonontbijt is zeker niet mijn favoriete maaltijd omdat het allesbehalve een gevarieerde maaltijd is die je moet wegwerken op een veel te vroeg tijdstip. Het is om die redenen ook allesbehalve een gezellige maaltijd. Ik vrees dat hier een foto nodig is om dit duidelijk te maken.

IMG_3495

Op deze barslechte foto zien we mijn ontbijt voor de marathon in Parijs in april 2017. Het is nog donker, wat niet gek is aangezien ik hier zat te ontbijten om 5u. Ah ja, want je moet hebben gegeten 3 uur voor de marathon begint. Marathonlopers worden daardoor extreem vroege vogels. Het is een noodgedwongen ontbijt op bed omdat er op een hotelkamer doorgaans weinig faciliteiten tot gezellig tafelen zijn. Ik keek hier uit op mijn eigen rommel en probeerde een beetje stil te zijn voor mijn zus Roos die links van mij nog aan het slapen was. Met een prijs voor romantiek zal dit ontbijt dus niet gehonoreerd worden. Nu hoor ik jullie denken: een hotel biedt toch een ontbijt aan? Dat klopt helemaal, maar dat kan nooit op het vroege uur dat de marathonloper moet eten. Bovendien zou een ontbijtbuffet vooral ook een harde confrontatie zijn met alle lekkere dingen die je niet mag eten.

Een marathonontbijt moet licht verteerbaar zijn, hoog in koolhydraten en laag in vetten en eiwitten. Volkorengranen, zaden, fruit en melkproducten kan je dus beter vermijden. Er zijn ongetwijfeld marathonlopers die zweren bij een stevig ontbijt, maar ik loop dat risico liever niet. Toen ik nog een beginnende loper was, heb ik aan den lijve ondervonden wat er dan kan gebeuren. Je moet je lichaam brandstof geven om een lange inspanning te leveren en je moet het zo min mogelijk belasten met verteren. Dat resulteert dus in wit brood met honing of confituur als ontbijt. Een banaan kan, een koffietje ook. Je moet zeker genoeg eten. Meer dan wat lekker is. Niet om koolhydraten te stapelen (dat gebeurt de dagen voordien), maar wel omdat je de komende uren dus niets zal eten op plakkerige sportgels na en de brandstoftank moet zo vol mogelijk zijn.

Gelukkig loop ik niet elke zondag een marathon. Zondag is pistoletdag in België, maar bij mij ook duurloopdag. De ontbijtregels voor de marathon pas ik dan niet zo strikt toe. Dat kan, want bij een duurlooptraining drijf je je lichaam niet tot het uiterste en zal het dus minder lichtgeraakt reageren. Ik respecteer wel de verteringstijd en zorg dus dat er zeker 2,5 uur tussen het ontbijt en de training zit. Een pistoletontbijt behoort dan tot de mogelijkheden. Ik heb echter een nieuwe ontdekking gedaan. Veel marathonlopers zweren namelijk bij een pannenkoekenontbijt. Met dat in het achterhoofd heb ik mijn eigen recept voor havermoutpannenkoeken op punt gesteld. Inmiddels uitvoerig getest en goedgekeurd als basis voor een duurloop. Nu volgt smakelijker en gezelliger fotografisch bewijs om het vorige misbaksel door te spoelen.

img_2696.jpg

De bereiding is eenvoudig: je mixt 1 ei, 50 gram havermout, een klein beetje bakpoeder en 120 à 150 ml havermelk of gewone melk. Van dit deeg bak ik één dikke pannenkoek in een grote pan. Omdat ook ik niet ongevoelig ben voor voedingshypes, bak ik mijn pannenkoeken in kokosolie. De kunst is om lang genoeg te wachten vooraleer om te draaien. Al doende leert men en een pannenkoek in allemaal kleine stukjes smaakt niet minder goed. Ik dresseer met agave- of ahornsiroop. Voor een gewoon ontbijt volstaat één pannenkoek, voor een duurloopontbijt zijn het er twee. Smakelijk!

 

Marathonpraat – Waarom het EK-goud van Koen Naert zo hard blinkt

We beleven niet alleen zonnige hoogdagen, maar ook sportieve. Wat een zomer! Onze nationale voetbalploeg beet de spits af en zorgde voor een overdaad aan tricolore vlaggen, gadgets en tous ensemble. Geraint Thomas won verrassend genoeg een boeiende Tour de France die ontsierd werd door asociaal supportersgedrag. Op de Europese Kampioenschappen volgde voor ons land het ene sportieve hoogtepunt na het andere. Nafi Thiam, de Belgian Tornados (4x 400 meter), Kevin en Jonathan Borlée en de immer sympathieke Bashir Abdi zorgden voor maar liefst vijf medailles in de atletiek. Marathonloper Koen Naert voegde daar gisteren een gouden medaille en Europese titel aan toe.

Het zal niet verbazen dat ik een boon heb voor de lange afstandslopers. Gentenaar Bashir Abdi nam afscheid op de 10.000 meter met een zilveren medaille. Hij wil zich volledig toeleggen op de langste afstand nadat hij in april dit jaar zijn marathondebuut maakte in Rotterdam. Hij kwam daar ten val vlak na de start, maar schudde toch nog een fenomenale 2:10:43 uit zijn benen: de 9e beste tijd ooit door een Belg gelopen. Dat belooft voor de toekomst! Gisteren was het dus aan Koen Naert om zich te meten met de Europese top en te strijden voor de medailles op de marathon in Berlijn. Hij zette de race volledig naar zijn hand en zegevierde met een persoonlijke recordtijd. Een prestatie waar ik niets dan bewondering voor kan hebben.

DSC03238
De finishlijn lag aan de Gedächtniskirche op Kurfürstendamm.

Koen Naert was tot 2015 verpleger in het brandwondencentrum van Neder-over-Heembeek. Tot dan combineerde hij zijn sport met een fulltime job, nachtdiensten inbegrepen. Vlak na de aanslagen in Brussel sprong hij zijn collega’s vrijwillig bij. Hij studeert nu opnieuw: een postgraduaat wondzorg en weefselherstel. Na zijn sportcarrière wil hij immers terug aan de slag gaan als verpleger. Naert kreeg geen topsportcontract bij de Vlaamse federatie, maar bij de Waalse. Ik schreef al over topsport als beroep en de grote opofferingen die dan gemaakt moeten worden. Geld is zelden de drijfveer van een topatleet. De meeste topsporters in ons land kunnen amper leven van hun inkomen, voor Naert is dat niet anders. De passie voor zijn baan als verpleger maakt er hem alleen maar een knappere atleet op.

Vorig jaar liep Naert zijn snelste marathon in Rotterdam. Hij kwam toen over de finish in 2:10:16. Gisteren liep hij in Berlijn pas zijn 7e marathon als topsporter. Zijn schitterende 2:09:52 was meteen goed voor de 2e snelste marathon ooit door een Belg gelopen. De straten in Berlijn vormen het snelste marathonparcours ter wereld. Dennis Kimetto vestigde er in 2014 het nog steeds heersende wereldrecord van 2:02:57. Gisteren waren de omstandigheden echter minder gunstig. De temperatuur steeg tot ver boven de 20 °C en het parcours bevatte meer bochten dan het traditionele parcours van de race die in september wordt gelopen. Naert schreef met andere woorden sportgeschiedenis en had daar geen ideale omstandigheden voor nodig.

Tot slot is er nog de manier waarop Naert de titel binnenhaalde. Hij geloofde in zijn eigen kunnen en wist dat de titel een mogelijkheid was. Met dat besef liep hij ook zijn wedstrijd. Tot kilometer 30 hield hij zich schuil in de groep der favorieten. Toen die uiteen viel en Naert met de Zwitser Abraham en de Italiaan Rachik vooraan liep, zette hij een versnelling in op 10 kilometer voor de finish. Als je weet dat een marathon doorgaans wordt beslist in de laatste 2 à 3 kilometer, dan is dat een heel gedurfde aanval. Naert ging uit van zijn eigen kracht, liep met lef en kreeg geen inzinking. In de laatste rechte lijn kon hij nog een Belgische driekleur bemachtigen die hij vervolgens ook nog op de juiste manier om zijn schouders sloeg. Hij had uiteindelijk ruim anderhalve minuut voorsprong op Abraham. De marathon kan met andere woorden wel een sensationele wedstrijd zijn.

IMG_2714
De laatste kilometer van de Berlin Marathon loopt over de Pariser Platz, vlak voor de Brandenburger Tor.

Ik heb genoten van de atletieknummers op deze overkoepelende Europese kampioenschappen, maar ook van de gemengde triatlonaflossing (brons voor de Belgian Hammers) en de wielerwedstrijd op de weg (brons voor Wout Van Aert). Dat overkoepelende concept wekte bij mij in ieder geval een Olympische Spelen-gevoel op. Duimpje omhoog dus. De volgende sportieve afspraak in Berlijn is op zondag 16 september: dan wordt de 45e Berlin Marathon gelopen. De Keniaan Eliud Kipchoge zal weer een gooi doen naar het wereldrecord. Vorig jaar regende het en strandde hij op 35 seconden van Kimetto’s chrono. De Berlin Marathon is integraal te volgen via de Duitse televisie: gewoon kijken.

De race – Great Breweries marathon – juni 2017

  • De cijfers: marathon nr. 6, gefinisht in 3:27:53 – goed voor een 2e plaats
  • De voorbereiding: ik kon nog teren op mijn vorm van de Paris marathon
  • De race: met 30 graden was het veel te warm en ook wel een beetje saai
  • De herinnering: mijn podiumplaats en de kennismaking met Tripel Karmeliet
IMG_0951b
These shoes are made for running.

Wat vooraf ging
In april liep ik de marathon van Parijs. 10 weken later stond deze marathon op het menu, een tussendoortje zeg maar. Het zat namelijk zo: december 2016 was op meerdere vlakken een donkere maand. Op een avond kreeg ik de aankondiging van dit evenement in mijn mailbox. Ik had mooie herinneringen aan de 25 km wedstrijd die ik er in juni liep. Andere mensen vliegen op zulke momenten misschien in de drank of boeken een reis naar een exotische bestemming. Ik schreef mij impulsief in voor de marathon (wel een biermarathon). Het idee was om er in Parijs helemaal voor te gaan en de Great Breweries marathon puur voor het plezier te lopen. 10 weken recuperatietijd zou volstaan. Bovendien zou ik dan trager kunnen lopen en bewust een einde maken aan steeds snellere marathons lopen. Een winwin-situatie dus. In mijn hoofd zou het echt één groot loopfeest van begin tot einde zijn.
Helaas stond ik ook nu weer gehavend aan de start. Net zoals in april was ik tegen de grond gegaan in het bos, zo’n 5 dagen voor de marathon. Ik was aan een lage snelheid gevallen, maar wel op een venijnig kiezelweggetje. Behoorlijke schaafwonden op mijn linkerscheenbeen en -knie waren het resultaat. Weer wat krassen op de carrosserie erbij dus. Schoonheidsprijzen zal ik nooit winnen met die benen. Een marathonprijs blijkbaar wel.

Vlak voor de start
De startzone ligt aan de Duvel-brouwerij in Puurs. Met ruim 800 deelnemers is dit een eerder kleine marathon die bovendien nog redelijk dicht bij mijn voordeur vertrekt. Ik ben nog nooit zo ontspannen geweest voor een marathonstart. Er hangt een heel gemoedelijke sfeer aan de brouwerij. Je kan stressloos wachten tot het startschot klinkt omdat je nergens moet aanschuiven en niet abnormaal vroeg in het startvak moet gaan staan om een goede plaats te bemachtigen. Het enige wat me wat angst inboezemde, was de temperatuur die volgens de voorspellingen tot boven de 30 graden zou stijgen. Je moet geen kenner zijn om te beseffen dat dat eigenlijk veel te warm is om uren te lopen. Geen zotte dingen doen, petje op en zonnecrème smeren was dus de boodschap.

IMG_0873
Luxe is… wachten in een gepersonaliseerde strandstoel.

De race
De Great Breweries marathon loopt door drie provincies en drie brouwerijen. Ik vertrok om 9u15 vol goede moed richting Londerzeel. Een stadsmarathon heeft doorgaans een indrukwekkende start met boeiende eerste kilometers. 10 weken geleden liep ik over de Champs-Elysées, nu door een woonwijk in Breendonk. Op zondagochtend zitten de meeste mensen pistolets te eten in familiale kring (begrijpelijk). Er was dan ook niet veel animo langs het parcours. Gelukkig is het wel een heel groene streek en heeft het parcours ook enkele off-road stroken. Die lopen niet snel, maar bieden wel een welkome afwisseling. Rond kilometer 10 kwam ik aan bij de brouwerij van Palm in Steenhuffel. Ik liep de oprit van de brouwerij op met langs weerszijden de kenmerkende Palmpaarden die daar staan te grazen, om dan letterlijk door de brouwerij te lopen. Toen volgde een heel lang saai stuk, waar ik helemaal alleen liep.

Ik hoor jullie al denken: waren haar trouwe supporters er dan niet? Natuurlijk wel! Mijn persoonlijk assistentieteam op de fiets, bestaande uit mijn mama en zus Marike. Ik was heel blij toen ik nog eens een mens zag na ruim een uur lopen. Het fijne aan een kleinere marathon is dat zij veel stukken met mij konden mee fietsen. Afleiding is goud waard. Door de warmte en de kleine massa was ik niet overdreven snel gestart en liep ik op schema voor een tijd onder de 3u30. Warm of niet, ik zou dit wel kunnen vasthouden. Na het halfway point kwam een schaduwrijk stuk door het bos. Een verademing! Ondertussen wist ik ook dat ik als tweede vrouw in de wedstrijd liep en dat nummer 3 me niet op de hielen zat. De derde brouwerij die ik mocht bezoeken, was die van Bosteels in Buggenhout rond kilometer 26. Ik had hier veel van verwacht, maar het is een bijzonder kleine brouwerij, waar ik dus net zo snel weer uitliep als ik erin was gelopen. Van de laatste 12 kilometer herinner ik me vooral dat het warm was en stoffig op de veldweggetjes. Het was zwaar, maar ik kon mijn tempo wel aanhouden. Ik prijsde me erg gelukkig dat mijn team tot bijna op het einde kon mee fietsen. De aankomst kwam dan ook niets te vroeg: na het betere bochtenwerk in en rond de Duvel-brouwerij liep ik als tweede vrouw over de finish in 3:27:53. Nog altijd een heel snelle tijd voor een marathon in tropische temperaturen. Ik was bovendien in mijn missie geslaagd om mijn record niet te verbeteren. In vergelijking met Parijs voelde ik dan ook geen greintje teleurstelling.

IMG_0877
#nofilterneeded

Het nadeel van in de prijzen vallen, is dat je moet wachten op de podiumceremonie. Het voordeel is dus dat je een prijs krijgt. Ik werd gelauwerd met een prachtige (ahum) glazen troffee, een boeket bloemen en het mooiste van al: vier flesjes Tripel Karmeliet met bijhorend glas. Samen met het degustatiepakket dat elke deelnemer krijgt, ging ik dus met een behoorlijke buit naar huis.

De conclusie
De Great Breweries marathon of 25 km is een heel gezellige wedstrijd. Een ideale marathon voor lopers die juist niet van de grote drukte houden. Het parcours is zo nu en dan letterlijk hobbelig, maar wel groen. Een marathon in juni betekent sowieso te warm weer om te lopen. Je moet dan ook geen toptijd verwachten. Door de brouwerijen lopen is een belevenis. De organisatie plaatst ook informatieve en ludieke borden met biergerelateerde spreuken langs het parcours. Zo wordt er bijvoorbeeld aangeduid wanneer je langs de rijpende hop voor het Palm-bier loopt. En wie wordt er nu niet vrolijk van: A run is like a beer, I’m much happier after I’ve had one? Je kan het parcours ook al wandelend afleggen en krijgt dan de kans om op enkele bevoorradingsposten bieren te degusteren. Kortom een mooie promotie voor onze Belgische bieren!

IMG_0881
Wat een weelde!

Enkele weetjes

  • Roos liep die dag de 25 km wedstrijd. Ze finishte in een knappe 2:10. Op voorhand had ze echter weinig vertrouwen in haar eigen kunnen: Ik maak me meer zorgen om mijn eigen wedstrijd dan om jouw marathon.
  • Marike is op een gegeven moment ruim een kilometer terug gefietst naar een bevoorradingspost om nog een beker water voor mij te halen. Mijn mama vond toen dat ze wel erg lang weg bleef en sprak de dramatische woorden We zijn haar kwijt!
  • Uiteindelijk is Marike wel gewoon met die beker tot bij ons geraakt, maar toen moesten we net over een hobbelige veldweg. Al haar moeite ten spijt bleef er na dat weggetje dus niet veel water in de beker over. Toch bedankt, zusje!
  • Tijdens de laatste kilometers stak ik een grote, atletisch gebouwde man voorbij. Volgens Marike mompelde die Sterk toen hij mij zag passeren.
  • Dankzij dit evenement leerde ik de fenomenale Tripel Karmeliet kennen. De brouwerij viel dan misschien een beetje tegen, maar dit is echt een Belgische delicatesse! Omdat dit mijn podiumprijs was, waan ik mezelf nog steeds een beetje de ambassadrice van dat bier. Ik word hiervoor tot op heden niet gesponsord.

Marathonpraat – Wijsheden #3

Ik heb de wijsheid niet in pacht, maar uit mijn eigen marathonervaring en heel wat advies van anderen heb ik wel de nodige lessen getrokken. Dit zijn mijn persoonlijke marathonwijsheden.

Een duurloop moet een plezierloop zijn
Voor ik mijn eerste marathon liep met Roos kocht ik voor haar in de kringloopwinkel een boekje over de mythische afstand. Zoals wel vaker met spullen die je daar aantreft, deden zowel de lay-out als de taal van het boek vermoeden dat het al enkele decennia oud was en dat het dus niet voor niets was afgedankt. Dit handboek zou ons hoogstwaarschijnlijk niet gaan inspireren. De cadeauwaarde was dus veeleer symbolisch. Ik kan me weinig concrete lessen herinneren die we ervan opstaken, behalve dus dat een duurloop een plezierloop moest zijn. We namen dat overdreven letterlijk tijdens onze eerste duurlopen: op een dood moment moest iemand met een mop op de proppen komen, waar we dan allebei overdreven hard en luid mee moesten lachen. We wisten zelf ook wel dat de auteur op iets anders doelde. Inmiddels is dit voor mij een serieuze waarheid geworden. In de eerste plaats is het belangrijk dat je niet te diep gaat tijdens je duurlopen. Je moet op een aangenaam tempo lopen waarbij je dus nog een mop kan vertellen, als dat nodig zou zijn. Je moet nog kunnen praten en lachen zonder helemaal buiten adem te zijn. In de tweede plaats moet je duurlopen als een aangenaam – zo niet het aangenaamste – deel van de marathontrainingen beschouwen.

Je hoofd is je grootste kracht, maar ook je ergste vijand
Het is vooral de onderkant van je lichaam die een marathon tot een goed einde brengt. Je benen en voeten hebben getraind, kilometers gedraaid, af en toe eens serieus afgezien, eelt gekweekt en misschien een blaar. Je romp en armen zwiepen mee op het aangegeven tempo. Met wat verbeelding trekken je armen je lichaam vooruit. Je hoofd an sich doet helemaal niets. Het kijkt voor en rondom zich heen. In tegenstelling tot andere sporten vraagt lopen amper tactiek, laat staan spelinzicht. De eentonigheid van de inspanning belet je bovenkamer niet om op volle toeren te draaien. Probeer die hersencapaciteit positief in te zetten. Bekijk de marathon per 5 kilometer, bedenk wanneer je zal drinken en waar je supporters zullen staan. Put kracht uit je motivatie. Laat je meedrijven door de aanmoedigingen. Zoek afleiding in wat er rondom je te zien is. Je mag je hoofd niet de ruimte geven om te spreken als het duiveltje dat op je schouder zit, want dan krijg je te maken met je ergste vijand. Te veel aandacht besteden aan hoe ver je nog moet lopen, kan je een mokerslag opleveren. Negatieve gedachten kunnen ook nefast zijn voor je benen. Het is dus de kunst om je mentale kracht positief uit te buiten en een zekere focus te behouden.

Pain is inevitable, suffering is optional
Dit is een klassieker die je op menig loopgerelateerde website zal terugvinden. Ja, het is helemaal waar: een marathon lopen doet pijn. Hoe goed je ook getraind hebt, of je er nu 2 of 5 uur over doet: pijn hebben is onvermijdelijk. Denk hierbij aan spierpijn die zich langzaam verspreidt en vastzet in je bovenbenen en kuiten. Pijn die met elke kilometer een klein beetje erger kan worden, maar wel gewoon pijn die je kan verbijten. Pijn die soms ook goed te overzien is en niet verergert. Afzien daarentegen is optioneel, het is een mogelijkheid. De vraag is of je zelf kiest voor die optie. Een hoofd dat tegenwerkt vol kwellende gedachten kan ervoor zorgen dat pijn uitmondt in afzien. Dan zou je het afzien als het ware over jezelf hebben afgeroepen. De waarheid is dat je dat niet altijd in de hand hebt. Soms wordt een marathon plots serieus afzien, ongeacht je positieve ingesteldheid. Het is een gevoel dat je als een donderslag bij heldere hemel kan overvallen. Ik noem dat de lichten die uitgaan. Ook dat is niet noodzakelijk een eindstation of snelweg richting de afgrond. Mits je de schakelaar tijdig vindt, kunnen de lichten heus weer gaan branden. Ze zullen misschien een beetje meer gedimd zijn. Ga er dus op voorhand niet van uit dat je zal afzien en als het wel zo is, dan is ook dat niet onoverkomelijk.

Mijn trommeltje met marathonwijsheden is nog lang niet uitgeput. Wordt vervolgd…

Marathonpraat – Wijsheden #2

Ik heb de wijsheid niet in pacht, maar uit mijn eigen marathonervaring en heel wat advies van anderen heb ik wel de nodige lessen getrokken. Dit zijn mijn persoonlijke marathonwijsheden.

Al is het begin nog zo snel, de marathon achterhaalt hem wel
Om er meteen nog een ander gezegde tegen aan te gooien: seconden die je in het begin te snel loopt, worden minuten die je op het einde verliest (eveneens met dank aan Dirk). Rustig starten is heel erg moeilijk als marathonloper, maar oh zo belangrijk. Je loophonger is ontembaar, de adrenaline giert door je lijf en je wordt meegezogen door de massa. Je houdt je écht wél in, maar je tussentijden tonen duidelijk anders aan. Geef jezelf maximum twee kilometer om veel sneller dan voorzien te lopen. Daarna moet je temporiseren. Volgens het meest ideale scenario zou je een negatieve split moeten lopen. Dit betekent dat je tweede marathonhelft sneller is dan de eerste. Je hebt je energie dan goed gedoseerd. De zogezegde winst die je in de eerste helft (of de eerste 10 kilometer) behaalt, leidt doorgaans tot een veel groter tijdverlies in de tweede helft. Bekijk het zo: je moet de eerste helft van je marathon niet lopen in een tijd die dicht bij je PR in de buurt komt, want je moet die inspanning veel langer kunnen volhouden. Kilometers 5 tot 10 loop je logischerwijze makkelijker dan kilometers 30 tot 35. Versnellen kan altijd nog. Desnoods leg je de laatste 2 kilometer af aan een moordend tempo. De marathon is lang genoeg om echt alles uit je benen te lopen.

Lopen is de snelste manier om de finish te bereiken, stappen brengt je geen stap verder
Vanaf kilometer 25 zie je aan de bevoorradingsposten steeds meer lopers stappen om te drinken. Hoe verder de marathon vordert, hoe groter de drang lijkt te worden om te stoppen met lopen. Het aantal stappers neemt dan ook gestaag toe, niet alleen bij de bevoorrading. Je bereikt hier helaas bijzonder weinig mee. Het is de logica zelve dat je de finish het snelst al lopend bereikt. Bovendien zal je de verzuring voelen opstijgen tot in je oorlel als je je opnieuw op gang wil trekken om te lopen. Een wandelpauze betekent tijd krijgen om elk pijntje te voelen en analyseren. Je zal je looptempo nooit kunnen opdrijven na een wandelpauze. Kortom: geloof je lichaam niet als het zegt dat alles weer beter zal gaan als je even stopt met lopen. Het is als een duiveltje dat op je schouder zit: negeer het en loop verder.

Het zit nooit allemaal mee, maar dat is ook geen ramp
Of je marathon eerder positief of negatief zal uitdraaien, wordt bepaald door een combinatie van heel veel factoren. Een goede voorbereiding is het allerbelangrijkste: gebalanceerde trainingen die naar wens verlopen, een doordacht voedingsplan en dito raceverloop. 100% garantie dat dan alles goed uitpakt heb je niet. Daarenboven zijn er ook bepalende factoren die je niet in de hand hebt. Het weer is daar het mooiste voorbeeld van. Je hebt liefst niet te veel wind, niet te veel zon en niet te veel regen. De kans dat aan al je wensen wordt voldaan is erg klein. Denk daarom niet dat je alleen een goede marathon kan lopen als alles meezit. Ik liep tot nu toe 8 marathons en er is maar eentje waarbij er niet echt iets tegenstak (Brussel oktober 2015). Dat was zeker niet de marathon die het beste (of snelste) verliep. Sterker nog, bij mijn beste marathonervaring (Brussel oktober 2017) zat er behoorlijk wat tegen: een gure tegenwind op een zwaar parcours, schoenen waar ik toch niet zo blij mee was, heel weinig ambiance langs de kant en het ergste van al: buikkrampen. Het heeft mij geleerd dat je als loper weerbaarder en sterker bent dan je soms zelf inschat.

Mijn trommeltje met marathonwijsheden is nog lang niet uitgeput. Wordt vervolgd…

Het boek – Een indrukwekkend verhaal van Klaas Boomsma

Ren voor je leven is één van de hardloopboeken waar ik het meest van opgestoken en genoten heb. De ondertitel is dan ook niet voor niets Een persoonlijk boek over wat hardlopen met jou kan doen. Hardlopen is van groot belang voor journalist en hardloopbeest Klaas Boomsma. Hij begon ermee begon vlak voor z’n 37e verjaardag in een verslavingskliniek in Zuid-Afrika.

Klaas Boomsma was jarenlang verslaafd aan alcohol en cocaïne. Hij slaagde erin om toch min of meer normaal te functioneren als redacteur. Omdat hij zijn werk nog kon beoefenen, zag hij zichzelf ook nooit als iemand met een probleem. Hij lag immers niet ergens in de goot te creperen. Juist daar ligt het grote probleem van de verslaafde: hij ziet zelf niet hoe zijn leven geruïneerd wordt door de constante drang naar drugs. Keer op keer probeert hij zelf komaf te maken met zijn problemen. Ook als hij te kampen krijgt met angstaanvallen denkt hij steeds weer dat hij de situatie de baas is. Een echte ommekeer komt er dus pas in een kliniek in Zuid-Afrika. Daar wordt hem ook gezegd dat een verslaving als een ongeneeslijke ziekte is, wat in zijn oren klinkt als een te gemakkelijk excuus voor zijn probleem.

Op een heel bevattelijke manier weet Klaas Boomsma uit te leggen wat een verslaving met iemand doet en hoe dat een aanzienlijk deel van zijn leven heeft gedomineerd. Hij zwaait nooit met een belerend vingertje omdat de insteek van zijn verhaal het hardlopen is en hoe dat ervoor heeft gezorgd dat hij zijn leven weer op de rails kreeg. Zijn verhaal ruikt nooit naar sensatiezucht. Klaas Boomsma beweert ook niet dat hardlopen dé oplossing is voor elke verslaving of elk probleem. Ren voor je leven is vooral een aangrijpend verhaal over de ontstaansgeschiedenis van een hardloper. Rennen maakte leven weer mogelijk. Met een enorme drive zet hij zijn eerste passen als hardloper.

Die gedrevenheid kenmerkt ook de marathonloper Klaas Boomsma. Hij liep intussen al heel wat marathons in scherpe tijden. Ik ben duidelijk niet de enige die op geheel eigen wijze begon te lopen. Bij Klaas Boomsma komt daar ook de verslaving om de hoek kijken: hij is al jaren clean, maar hardlopen wordt steeds dominanter in zijn leven. Meer en sneller zijn codewoorden. Hij blijft jagen naar die fel begeerde sub 3 tijd, een marathon lopen in minder dan 3 uur dus. Tot er een moment komt dat hij beseft dat hij zichzelf aan het voorbij lopen is. De schoonheid van hardlopen zit niet in snelle tijden en heroïsche prestaties. Het is een onbeschrijfelijk machtig gevoel dat je overvalt als je op zondag de deur uitgaat om een duurloop af te werken. Zoveel meer dan een runner’s high. Dit vond ik het meest herkenbare in zijn verhaal. Ik las het boek in volle marathonvoorbereiding in een periode dat ik ook heel erg zocht naar een goed evenwicht tussen jezelf continu vooruit drijven zonder dat het primaire loopplezier daar onder lijdt.

Klaas Boomsma’s stijl is rechttoe rechtaan. Zijn taal is raak en verbloemt niets. In het begin moest ik wat wennen aan die directe aanpak, net zoals aan het vlotte Hollandse taalgebruik. Al snel leek het echter alsof hij zich rechtstreeks tot mij richtte. Ik geloof Klaas Boomsma. Hij is een echte, authentieke mens van vlees en bloed. Dat lees je ook op zijn blog. Ik ben een trouwe volger en heb veel gehad aan zijn berichten waarin hij schrijft over zijn blessureleed en zijn voorbereidingen op de marathon in Leiden die hij in mei liep. Momenteel traint hij volgens een trainingsmethode waarbij je in de marathonvoorbereiding niet langer dan 14 km aan een stuk loopt. Hij blijft dromen en strijden voor zijn sub 3. Ambitie hoeft loopplezier niet per se in de weg te staan.

Doe jezelf een plezier en lees dit boek. Het is zonder meer een indrukwekkend verhaal dat iedereen kan inspireren: loper en niet-loper, man en vrouw, jong en oud.

Klaas Boomsma – Ren voor je leven. Een persoonlijk boek over wat hardlopen met jou kan doen. (Uitgeverij Prometheus 2017)