Het moment – Het leven zoals het is in de kleuterklas

De laatste schooldag van het schooljaar 2024-2025 is een feit. Een schooljaar waarbij ik aanvankelijk niet wist dat ik weer deel van het onderwijs-circus zou gaan uitmaken. In februari ging ik namelijk aan de slag als leerondersteuner. Ik begeleidde op drie scholen voornamelijk kleuters met een ontwikkelingsachterstand of verstandelijke beperking. Samen met hen timmerde ik aan een inclusiever schoolpad voor kinderen in het regulier onderwijs. Een heel andere doelgroep en werkomgeving dan wat ik kende van mijn carrière voor de klas in het secundair onderwijs. Het was geweldig! Ik stortte me in een nieuw avontuur en leerde heel veel nieuwe mensen kennen. Ik besefte hoe belangrijk school kan zijn. Ik ervoer ook weer de beperkingen van het onderwijs. Ik zag soms ongelukkige kinderen en hun emotionele ouders die helemaal op waren omdat ze op zoveel muren botsten. Ik werd ingewijd in de wondere wereld van 3- tot 5-jarigen. Ik genoot met volle teugen van hoe mooi en bijzonder het leven kan zijn als je nog zoveel te ontdekken hebt. Wat de toekomst mij brengt, is nog onzeker. We zien wel. Ik geef jullie echter nog graag een inkijk in mijn kleuterklaservaringen van de afgelopen periode.

  • Voltooide deelwoorden zijn niet enkel voor tieners potentiële struikelblokken. Kleuters hebben iets gekiesd, ze hebben water gedrinkt, hun papa heeft dat gebrengd of ze hebben iets gehebd.
  • Een kleuter kan wat verstouwen. Je hebt moeilijke en makkelijke eters, maar doorgaans gaat er qua hoeveelheid wel wat in dat kleine lijf. Een uit de kluiten gewassen banaan wegwerken op een halve minuut? Geen probleem! Boterhammen met choco zijn trouwens nog steeds overal een hit.
  • Ik zag sommige kinderen letterlijk groeien. Op een paar maanden tijd zijn hun schoenen plots te klein of is hun trui cropped geworden.
  • Ik leerde dat een wafel geen koek is, een prinses geen fee en een draak geen dino.
  • Ik kreeg een sticker van Paw Patrol op mijn hand en als iemand daarop zou drukken, zou ik een hondje worden. Het is goed afgelopen.
  • Ouders weten dit al, maar ik ga het toch nog eens zeggen: je kleuter vertelt zonder schroom ALLES in de klas. Mijn papa toont soms zijn blote bil. Mijn papa heeft een tatoeage op zijn buik. Mijn mama is zot in zijn hoofd. Mijn mama had pijn in zijn buik, want die had te veel pintjes gedronken. Vergeet het dus ook om bedgeheimen te hebben: Mijn mama slaapt slecht, want ik hoor haar altijd zoenen met papa.
  • Kleuters zijn bovengemiddeld vaak gewond. We kennen allemaal de geschaafde knie (met of zonder pleister) die te wijten is aan een valpartijtje. Ze deinzen er ook niet voor terug om fysiek aan elkaar duidelijk te maken waar de grens ligt. Er wordt gebeten, gekrabd en gepitst. Bijgevolg wordt er ook heel wat beschuldigd, geschreeuwd en gehuild.
  • Hun gehavende lichaamsdelen tonen ze met een zekere trots, als was het een oorlogswonde. Omgekeerd zien ze het ook meteen als je zelf ergens een wondje hebt en dan is het belangrijk om te weten of er bloed was en of het pijn doet.
  • Kleuters kunnen een goed potje liegen, maar ze houden dat niet langer dan een halve minuut vol, dan zijn het plots de meest oprechte wezens die je kent. Weet je hoe ik dat weet, juf? Ik heb stiekem door de deur gekijkt!
  • Door die eerlijkheid gaan ze ook geen enkele vraag uit de weg. Wat gevraagd moet worden, dat zal je geweten hebben. Ben jij een jongen of een meisje? Ben jij een juf of een mama? Waarom draag jij binnen een sjaal? Wat heb jij aaaaaan? (het was een broekpak)
  • Als volwassene zit je vaak letterlijk gewrongen in een kleuterklas. De stoelen zijn te klein en de tafel is te laag, waardoor je dan maar beter op je hurken of knieën naast hen zit. Niet meteen de beste werkergonomie.
  • Bij werkelijk elke activiteit hoort een liedje op rijm. Of je nu moet opruimen, naar de wc gaat of stil moet zijn. Het zijn liedjes die zich heel makkelijk in je hoofd nestelen. Vooral het liedje over het weer –Goeiemorgen mevrouw, goeiemorgen meneer, kunt u mij vertellen wat is het voor weer? – en dat van de dagen – donderdag gaat de donder rond – zijn hardnekkige oorwurmen.
  • Ik heb een zwak voor educatief kleuterspeelgoed. Er zijn zoveel leuke mozaïekspelletjes, magnetische puzzels of variaties op klassieke blokken. Om nog maar te zwijgen over al het knutselmateriaal!
  • Ik bezocht in plaats van een museum met hangerige tieners nu een binnenspeeltuin en een kinderboerderij met overenthousiaste kleuters. Het is eens wat anders.
  • Met Moeder- en Vaderdag ergerde ik me lichtjes aan de gendernormatieve invulling ervan. Voor mama maak je iets met bloemen en hartjes en zeg je hoeveel je van haar houdt. Papa is natuurlijk je superheld met spierballen die zijn sleutels altijd kwijtspeelt. Gelukkig leren kleuters aan hun juffen dat er toch één en ander verandert. Heb jij die wafels samen met mama gebakken? Nee, met papa!
  • Eveneens een kleine ergernis: het gebruik van verkleinwoorden. Een kleuter is voor mij geen kleutertje, de deur van de klas is echt geen deurtje en laten we het lichtje ook gewoon het licht noemen.

Ik ga in ieder geval wat vaker proberen om mijn innerlijke kleuter naar de wereld te laten kijken!

Het moment – Hartentroef in Bouillon

Het is gelukt! Zaterdag 14 juni liepen Hans en ik 102 kilometer in en rond Bouillon. We overwonnen 3258 hoogtemeters en hadden daar 15 uur en 45 minuten voor nodig. Een afstand met drie cijfers lopen vergt heel wat meer inspanning dan een marathon onder de drie uur. Als kilometervreter heeft het voor mij altijd tot de verbeelding gesproken om ook qua afstand mijn grenzen te verleggen. Het is vooral een kwestie van doen en uitproberen om er beter in te worden en daadwerkelijk dat avontuur aan te gaan. Graag en veel lopen is het allerbelangrijkste, denk ik. De zin om ervoor te blijven gaan volgt dan vanzelf.

Met 26 kilometer op de teller sprak ik – ergens heel vroeg op de ochtend – de woorden: ik denk dat het niet gaat lukken. Ik voelde me belabberd, zowel in buik als benen. Het goede gevoel dat ik op training te pakken had, was totaal afwezig. Dit was een mission impossible. Ik ben dan ook enorm dankbaar dat het mij wel gelukt is om die mythische 100 te overschrijden. Een uitgebreid verslag volgt – uiteraard – nog. Ik zeg het steeds, maar ook nu geldt: er valt wel wat te vertellen over die heel lange dag in Bouillon. Enkele warmmakertjes: we trotseerden de hitte en een onweer met hevige regen. Ik hield mijn motor draaiende met enkel cola en chips. Na een moeizame start brak ik er de tweede helft helemaal door. Ik maakte twee keer noodgedwongen een sanitaire stop. Ik bleef niet teek-, maar wel blaarvrij. Hans is een fantastische man, dat wisten jullie al, bij deze bevestig ik officieel dat het eens zo fantastisch is om samen met hem dit avontuur te kunnen beleven.

Voor nu wil ik jullie deze niet geheel vrijblijvende boodschap meegeven: ga alsjeblieft eens naar Bouillon! Het is een prachtige stad die tal van troefkaarten op tafel kan leggen. Om te beginnen ligt het in een lusvormige bocht van de Semois. Steden met een stevige rivier hebben altijd een streepje voor. Bovendien is de Semois buiten de stad een rivier zoals je die uit de boekjes kent. Ik zeg hier en nu gewoon: de Semois is voor de Ardennen wat de Nijl voor Egypte is. Denk hierbij nog wat loofbossen en wandelpaden langs de oevers en je bent mee in de idylle. Eveneens aanwezig in Bouillon: een middeleeuwse burcht, meer bepaald die van onze vriend Godfried. Burchten en kastelen zijn altijd goed voor wat extra drama en heroïek. Een vermelding waard is ook de Eglise des Saints Pierre et Paul, een kerk met kathedraal-allures. In Bouillon en omgeving liggen de uitzichten voor het rapen. Het is een prachtig stukje België in Franse sferen. Een stukje buitenland in eigen land. Ik had me geen mooier decor voor dit avontuur kunnen wensen. Bouillon heeft mijn hart veroverd!

Het moment – Hoe gaat het met Roos?

Op vrijdag 28 maart 2025 ergens laat op de avond kwam Marilou ter wereld. Een prachtige naam voor de nu al fantastische dochter van Roos en Niko. Een nichtje erbij dus in de familie. Reden tot feest! Net zo bijzonder is het dat mijn zussen en broer nu allemaal een ouderrol op zich nemen. En zoals dat gaat met Roos: ook dit is een rol die ze in alle authenticiteit invult. Eerlijk en recht-door-zee, vanuit de buik en met een positieve blik. Nu vind ik Marilou natuurlijk al helemaal geweldig gewoon omwille van het feit dat ze Roos en Niko als ouders heeft. Maar – geloof het of niet – Marilou lijkt op mij! Verschillende bronnen hebben dat onafhankelijk van elkaar vastgesteld. Ernstige denkrimpel en altijd in voor een overpeinzing: check! Gevoel voor drama en mogelijk wat overprikkeling: jawel! Het kan dan ook geen toeval zijn dat ze op een vrijdag ergens laat op de avond geboren werd. Tijd om wat vragen op Roos af te vuren.

Hoe bevalt het moederschap je?
Heel goed, al waren de eerste weken best overrompelend. Je weet uiteindelijk niet echt wat je te wachten staat tot het zover is. Ondanks dat Marilou 9 maanden in mijn buik zat, moet je elkaar echt leren kennen. Gelukkig was Niko er en konden we samen zoeken. 

Wat is Marilou voor een mensje?
Marilou kan een pittige dame zijn, ze maakte zelfs indruk op de vroedvrouwen in het ziekenhuis. Haar favoriete activiteit is luisteren naar wat je te vertellen hebt, nog liever heeft ze liedjes. Zodus hebben Niko en ik al verschillende songs bedacht voor haar. Dan kan ze hard lachen en soms ‘praat’ ze al een beetje terug. 

Mis je het lopen een beetje of heel erg?
Heel erg, zonder twijfel. 
Ik heb nog kunnen lopen tot week 34 in de zwangerschap en toen kreeg ik te veel last van mijn rug. Dat is op zich nog niet zolang geleden, maar toch lijkt het al een eeuw geleden dat ik liep. Er wordt zoveel gezegd over wat het moederschap met je doet en dat het je zo kan veranderen, dat ik soms vreesde dat lopen me misschien niks meer zou zeggen, dat ik er geen nood meer aan zou hebben, maar het tegendeel is waar. Ik snak ernaar om terug te kunnen lopen, die hartslag eens goed de hoogte in te jagen. Dat gevoel kan je niet evenaren met een wandeling, fietstocht of zwemmen. Om optimaal te herstellen mag ik van de kine nog even niet lopen. Ik mag wel al terug skeeleren. Terug kunnen sporten doet heel veel deugd. 

Heb je al sportieve plannen voor het najaar?
Nog niet. Het is ook moeilijk plannen omdat ik niet goed kan inschatten hoe snel ik het allemaal kan opbouwen. Ik heb van mezelf geleerd dat ik vooral loop omdat ik het zo leuk vind en niet altijd met een hoger doel. Tegenwoordig hoor ik iedereen maar doelen stellen en trainingsschema’s afhaspelen, maar het plezier van het lopen op zich is toch het belangrijkste.   

Waar kijk je de komende tijd naar uit?
Er staan nog heel veel leuke dingen gepland, minder sportief maar wel even plezierig: een trouw van goede vrienden, Rock Werchter 2025 en vooral veel avonturen met Marilou. 

Uit goede bron hebben we vernomen dat je een boek herlezen hebt. Verklaar u nader!
Met een kleine baby breng je meer tijd door in de zetel. Naast dat ik zowat alle huis- en verbouwprogramma’s kijk, ben ik ook terug een beetje beginnen lezen. De verwarde cavia, is een perfect boek om te lezen met een vermoeid hoofd: kleine hoofdstukjes, luchtig en vooral heel erg grappig. Ik ben nu aan het tweede boek bezig, De verwarde cavia terug op kantoor. Ook heel goed!

Bedankt, Roos, voor deze update en tot heel snel weer!

Het moment – 42,195 km later

Brussel en Leuven hebben niet teleurgesteld. 3u15 stond er op de klok toen ik over de finish kwam. Marathon numero 20 is daarmee officieel binnen! 42,195 kilometer lang schipperde ik tussen onverschrokken de strijd aangaan met de klok en het besef dat marathons lopen zoveel meer is dan de tijd die in je nek hijgt. Ik hapte naar adem. Gaf soms plankgas. Om dan te zoeken naar iets dat ergens comfortabel aanvoelde. Ik kon de marathonwetten deze keer niet overstijgen. Ik was niet onoverwinnelijk en had ook behoorlijk wat verval. Een marathon lopen is een les in omgaan met ongemak.

Pain is just a French word for bread: ik las het meermaals op een stuk karton bij wijze van ludieke aanmoediging, een woordspeling die ik stiekem zelf had willen bedenken. Ik las ook Gek zijn doet zeer en Therapy was also an option. Laat me eerst vooropstellen dat de doorsnee supporter bovenmatig enthousiast is. Bovendien denk ik dat de gemiddelde toeschouwer langs het parcours liever niet al te veel en te lang loopt. De perceptie is immers dat je wel gek moet zijn om jezelf zoveel pijn aan te doen om een marathon te lopen. Ik zal niet ontkennen dat er behoorlijk wat gekte in mij schuilt. Loopgekte onder andere. Ik kan soms in elke vezel van mijn lichaam voelen dat ik gemaakt ben om te lopen. Ik loop niet omdat ik mezelf graag pijn doe. Wel omdat er op de één of andere vreemde manier juist iets heel krachtigs van mezelf naar boven komt als ik loop.

Toen Hans en ik ons startnummer gingen ophalen, hadden we het erover in welke mate marathons lopen een vorm van pijn opzoeken is. Is het zo dat marathonlopers in wezen kicken op pijn lijden? Wat je voelt als je 30 kilometer gelopen hebt, zou ik niet beschrijven als pijn, maar als een groeiend ongemak. Het Engelse discomfort is hier op z’n plaats. Je loopt en loopt en blijft lopen ook als je lichaam zegt dat het steeds meer moeite kost, als het ongemak niet alleen in je benen, maar ook in je buik en in je hoofd zit. Als je dat ervaart, besef je ten volle wat het betekent om een marathon te lopen. Het is waar de marathon zich onderscheidt van een andere loopdiscipline. De ironie is ook dat als je dan eindelijk stopt met lopen, je pas echt voelt hoe dat ongemak zich verspreid heeft in je lichaam. Opluchting neemt het dan over van het ongemak.

Geen nood, na deze korte bespiegeling ben ik nog lang niet uitgepraat over mijn 20e. Een uitgebreid raceverslag hebben jullie nog van mij te goed. Het zal ook deze keer niet ontbreken aan geuren en kleuren om een impressie te geven van hoe Brussel-Leuven mij beviel. Het is een verhaal waarin de marathon de hoofdrolspeler is en wij samen met z’n allen de nevenpersonages. Rest er mij voor nu nog een dikke vette dankjewel uit te spreken aan het adres van al wie die dag deel uitmaakte van ons team. Samen aan de start met Hans, Sam, Pieter (x2), Joni, Jan, Simon en Stijn. Samen over het parcours met heel veel dierbare supporters waarvan in het heel bijzonder Roos.

Oh ja trouwens, wat ik ook leerde van al die originele aanmoedigingen: Beyoncé never ran a marathon! Aha!

Gelukkige Gedichtendag!

De laatste donderdag van januari is de dag dat de poëzie het voor het zeggen heeft. Poëzieweek 2025 is nu officieel begonnen. Het is op dit soort momenten dat ik mijn klas mis. Aftellen naar Gedichtendag en er zoveel trammelant over verkopen dat zelfs de oogjes van de meest ongeïnteresseerde van de klas gaan twinkelen op die bewuste donderdag. Charlotte Van den Broeck kreeg de eer om het Poëziegeschenk te schrijven. Het thema is dit jaar lijfelijkheid. Een goed woord, een sterk woord ook, want lijf klinkt zoveel beter dan lichaam. Daar moeten jongeren toch één en ander over te zeggen hebben (of om die reden juist niet). Voor mij is het dus een Gedichtendag met stille trompet en een beetje mineur.

Bij gebrek aan leerlingen keer ik voor de gelegenheid terug naar mijn eigen puberteit. Omgeven door boeken van de bibliotheek en het ene na het andere creatieve project dat zich in mijn kamer ontspon. Lekker teruggetrokken in mijn eigen hoofd. Dromen en denken. Eens een brief schrijven aan Bart Moeyaert. Stilletjes bladeren door mijn favoriete dichtbundel Met gekleurde billen zou het gelukkiger leven zijn van Jan Van Coillie. Een bundel troost in emotioneel intense jaren. Het kon geen toeval zijn dat ik het boek vorig jaar in de kringwinkel vond en zo weer een kring uit mijn leven rond kon maken. De bundel bevat ook een gedicht dat ik uit mijn hoofd kan opzeggen. Eentje van Bart Moeyaert. Zonder enige twijfel het mooiste gedicht over de geborgenheid van samen in bed liggen.

Siberië

Geef me je jas
van bont van teddyberen.
Leg je arm om me heen
en al je winterkleren.
Zoen me
tot ik warm word.
Zoen me
tot ik spin.
Trek je eigen huid dan uit,
stop mij eronder in.
Sus me met je hartslag:
wij ons wij ons wij ons.
Maak van dit veel te grote bed
een heel klein fort van dons.

Kruip maar op tijd onder de wol vanavond en maak het knus. Cheers op de poëzie!

Het moment – En nu op naar 2025!

Lieve lezers

2024 eindigt op een dinsdag. Laat dat nu net een dag zijn waar ik geen hoge pet van op heb. Op een dinsdag is de kans het grootst dat mijn mentale en fysieke energie in een dip zit. Het zijn dagen die identiteitsloos hangen te bungelen tussen maandag en woensdag. Toeval bestaat natuurlijk niet, het zegt iets over dit jaar. Aan intensiteit geen gebrek, ook niet aan bijzondere gebeurtenissen, maar er waren toch wat dipjes in de curve. Dingen die aansleepten en uitzichtloos leken. Cirkels die vicieus van aard waren, soms werden gerond of opnieuw begonnen. Er werd wat af gebungeld in 2024. Een zuinig jaar zou ik het echter niet noemen. Ik heb heel veel en kreeg alleen nog meer: een overdaad aan liefde, zowel van de man als de zussen van mijn leven. Ik zet dit jaar dus met veel plezier op de stoep op een dinsdag.

Vrouw van het jaar 2024 is zonder enige twijfel Froukje. De Nederlandse alleskunner die prachtige liedjes schrijft en die dan ook nog eens prachtig brengt. Omdat toeval dus echt niet bestaat bleek Zeeën van liefde volgens Spotify mijn nummer 1 van het afgelopen jaar. Froukje is mijn gids in emotioneel moerassig gebied. Ze raakt me keer op keer. Net zo blij word ik van mijn kapper Selma, die ik dit jaar ontdekte. Ze heeft Kroatische roots en weet wat ze wil. Onomwonden stelde ze vast dat mijn kapsel achteraan niet pittig was. Ik onderging en vertrouwde haar advies. Selma had gelijk. Een pittig kapsel is niet braafjes opgeknipt langs achteren. Selma en ik, wij begrijpen elkaar. Een andere vrouw die een diepe indruk naliet was Gisèle Pelicot, hét gezicht voor alle slachtoffers van seksueel geweld die in het openbaar durfde af te rekenen met de schaamte. Zeer veel bewondering. Tot slot verdient ook Stephanie Van Houtven hier een plaats. Ze stierf op 39-jarige leeftijd aan baarmoederhalskanker (slik), maar zorgde ervoor dat vrouwen uitgebreider op die ziekte gescreend zullen worden vanaf 1 januari 2025. Boegbeelden en rolmodellen, we hebben ze allemaal nodig.

Ik werd dit jaar 39 op een vrijdag de 13e. Dat is 3×13 en Hans die werd 4×13. Het is symboliek waar ik goed op ga. Daarbovenop was er nog de 2x 100 mijl die Hans liep, de legendarische 2e plek van Seppe in de Hel, de baby van Roos die onderweg is en het onmeetbaar grote hart van Marike. Ook de levenswijsheden van mijn 5-jarige metekindje Leah wil ik jullie niet onthouden. De dood van Ada was voor Leah een eerste confrontatie met de eindigheid van een (katten)leven. Ze heeft nog steeds af en toe verdriet omdat haar dikke vriend er niet meer is en nooit meer terug komt. Het helpt haar dan om met een ingelijste foto van Ada in bed te kruipen. Sta stil bij je verdriet en geef toe aan de troost. Mogelijk herinneren jullie je het kerstdrama nog dat zich 2 jaar geleden afspeelde: Leah knalde in volle vaart tegen een stoelpoot en hield er een eivormige buil op haar hoofd aan over. Dit jaar was er een salontafel bij het pre-kerstdrama betrokken. Menig salontafel is het lot beschoren om tegen beter weten in een kinderkopje te willen opvangen. Leah moest naar de dokter van wacht en die haalde een grote naald boven om de wonde op haar kin te hechten. Ze had gehuild omwille van die naald en de plakker op haar kin, maar ze vertelde ook parmantig dat ze nadien snoepjes uit de nachtwinkel had gekregen. Voilà, mensen. Onderga je lot, laat alle emoties de vrije loop en beloon jezelf nadien met iets lekkers.

Luisteraars van Radio 1 verkozen sluimervriend tot ontbreekwoord van het jaar. Het is een vriend die je lange tijd niet kan zien, maar waarmee je moeiteloos de gespreksdraad weer oppikt bij een ontmoeting. 2024 leerde me dat het schip niet zinkt als de dingen af en toe eens sluimeren en aanslepen. Het vuur kan niet altijd vollen bak branden, soms smeult en sluimert het wat aan. Er hangen al eens wat losse draadjes te bungelen, net zoals dagen dat doen tussen weken. Niet alles moet op elk moment 100% betekenisvol zijn. Ik heb graag dat er dingen gebeuren in het leven, dat er volop plannen worden gesmeed en met daadkracht gehandeld. Soms is het onvermijdelijk dat het gewoon wat sluimert en broeit. Het tienerwoord van het jaar is noncha. Wel, ik ben fan. Van een meer noncha levenshouding waarbij het soms ook windstil is.

2024 zit er bijna op. Hand in hand met mijn schatjes Roos en Hans ga ik de jaarwisseling vieren. Ik heb heel wat om naar uit te kijken in 2025. De komst van een nichtje in de familie, het EK marathon Brussel-Leuven, een 100 kilometer lange trail, een optreden van mijn tieneridolen en mijn 40e verjaardag: om maar wat te noemen. 2024 was geen gemakkelijk jaar, maar is het dat ooit eigenlijk echt? Liefste lezers, ik wens jullie een schitterend uiteinde en een flitsend dan wel sluimerend begin toe. Ik wens jullie alle goeds en moois, dat de kleinste droom grootse vormen mag aannemen, dat het kleine blijft sluimeren, dat je jezelf de kans kan geven om eens ergens tussen de bungelen. Maak een prioriteit van wat je graag doet. Maak er een feestje van als je daar zin in hebt. Tot slot wil ik jullie nogmaals uitdrukkelijk bedanken voor de trouwe steun en de enthousiaste reacties. Joke loopt ook als ze niet blogt, maar ze doet dat toch het liefst als de blogs gelezen en gewaardeerd worden. Jullie hebben me al zoveel gegeven. Dank daarvoor.

Ik wens jullie een royaal 2025!

Joke
X

Het moment – Nieuw leven in het bijna oude jaar

De eindsprint van 2024 is ingezet. Meer dan ooit is dat een periode waarin ik het afgelopen jaar eens goed doorkauw. Ik ben nu eenmaal een mens van mijmeren en overpeinzen, van terug- en ook vooruitblikken. Een algemene contemplatie op het jaar 2024 (zou het intens zijn?!) volgt traditiegetrouw op de laatste dag van het jaar, als we het samen gezellig kunnen uitzwaaien en een ander verwelkomen. Er is ook iets om nu al bij stil te staan: dit is het 400e bericht dat ik op mijn blog zal publiceren. Een rond en mooi getal dat ik graag wijd aan een verlaat verhaal over nieuw leven in de kerststal. Het betreft een nieuw ding, twee harige huisgenoten en de komst van een klein mensje.  

Het eerste dingetje: er hangt een nieuwe Garmin rond mijn pols. Ik kocht mijn allereerste Garmin Forerunner in het mintgroen in november 2014. Ik liep een half jaar en was al die tijd aangewezen op mijn gevoel om te weten hoe lang ik onderweg was. Over die vuurdoop vertelde ik hier al eens wat meer. Na twee jaar ruilde ik het flashy exemplaar in voor een andere Forerunner. Ik ging steeds langer lopen en de batterij moest dat zien zitten. In juli 2021 kwam mijn derde Garmin er en die luidde het begin in van een nieuw looptijdperk. Tot ook die machinerie begon te haperen met de marathon in Berlijn als absoluut dieptepunt (toen het bij een kilometer niet stak op 200 meter meer of minder). Enter de Fenix 7 die ik cadeau kreeg van Hans. Een parel van een horloge is het! Ik ben momenteel nog een absolute beginner met alle functies die de Fenix biedt. Het display is prachtig (net zoals het prentje dat ik krijg als de ochtend begint), de batterij kan ongezien lang mee en de GPS is instant ready voor vertrek. Ik moet nog een beetje wennen aan alle cijfers en rapporten die mij worden meegedeeld, net zoals de trainingssuggesties die net iets te ambitieus zijn voor de dagplanning van het moment. Ik zie het helemaal zitten om er mee te gaan vlammen in het nieuwe jaar.

Op het dierenfront valt er ook nieuws te melden. In het voorjaar namen we afscheid van Ada, onze eigenzinnige 17-jarige poes. Haar dood betekende het begin van een huisdierloos leven en dat was wennen. Rouwen vraagt tijd. Er gaat geen dag voorbij zonder dat ik mijn dieren mis. Ik heb soms heimwee naar de tijd dat ze bij mij waren. Er vloeien nog tranen om wat niet meer is. Dat er op een dag nieuwe poezen in huis zouden komen, dat stond vast. De donkere dagen van het najaar leken ideaal om nieuw leven in huis te verwelkomen. We wilden graag een thuis geven aan een kattenduo uit een opvang, liefst volwassen katten. Zo kruiste het bijzondere stel Phineas en Babette ons pad. Hij een grote witte kater van 9 jaar met een bang hart. Zij een kleine tijgerpoes van 6 maanden met pit. Samen vormen ze een onafscheidelijk duo als pleegpapapoes en –dochter. Sinds eind november wonen ze bij ons. Ze moeten nog wennen aan hun nieuwe omgeving en thuis voor altijd, maar onze harten hebben ze al veroverd door de innige band die ze met elkaar hebben. Er gaat af en toe eens een plant tegen de grond en er zit al eens een kat in de boekenkast. Leven in de brouwerij dus, heerlijk.

En dan is het vooral heel erg uitkijken naar maart 2025. Roos was hier – uiteraard – de afgelopen maanden niet weg te slaan uit de verhalen. Wat ik echter nog niet vertelde, is dat Roos zwanger is. Jawel! Wij sliepen tijdens de Great Escape dus eigenlijk met z’n drietjes in de kofferbak van de auto en Roos stond er in Berlijn niet helemaal alleen voor tijdens haar skeelerrondes. Ik krijg er een nichtje bij, hoe geweldig is dat. Roos en Niko worden ouders van een klein mensje dat ongetwijfeld een bron zal zijn van verhalen en creatieve uitspattingen. Als dat geen leuk nieuws is waar jullie nog vaak een vervolg op zullen lezen!

Geniet nog van de laatste dagen van 2024. Ik hoor de 5 al op de deur bonzen.

Het moment – Welkom in de winkel!

Ik koos dus voor een ander carrièrepad. In september ruilde ik mijn vertrouwde klaslokaal in voor een winkel waar alles rond lopen draait. Ik word al eens winkelmanager genoemd, ook wel sales advisor of store manager. Eigenlijk komt het erop neer dat ik met lopers praat en hen help om een goede loopschoen te vinden. In essentie is mijn carrièreswitch vooral een verandering van decor. Zoals ik vroeger in de klas iets kon delen dat mij nauw aan het hart ligt, zo doe ik dat nu in de winkel. Ik mag uitleg geven, mensen soms eens streng toespreken, maar vooral ook enthousiast zijn. Het helpt bovendien dat ik over de gave beschik om intens gelukkig te worden van een goed georganiseerd rek vol sokken. Na drie maanden in de winkel deel ik graag enkele observaties met jullie.   

  • Je oude loopschoenen meenemen naar de winkel is een goed idee, dat weten ook de meeste klanten. Soms gebeurt dat bewust niet omdat er toch enige schroom is omwille van de slijtage of kwaliteit van de huidige schoen. Ik zie behoorlijk wat retro-versies van loopschoenen. Zo is de Kayano 22 een collector’s item tegenover de huidige versie met nummer 31. Mijn voeten krimpen in elkaar bij de gedachte om te lopen op schoenen van 10 jaar oud.  
  • Met iets minder fascinatie kijk ik naar schoenen die zo vuil zijn dat de modder eraf valt als ze uit de tas komen, al helemaal als ze nog nat zijn van het loopje diezelfde dag. Deze week kreeg ik schoenen in de hand gedrukt die nog dampten van de wasverzachter: een liefdevol gebaar van een klant die haar oude loopschoenen speciaal voor het winkelbezoek in de wasmachine deed onder het mom van “ik kan niet met vuile schoenen komen aanzetten en ze zijn toch versleten”. 
  • Het is erg dankbaar om een loper die op oude of gewoonweg brol-schoenen loopt een nieuw paar te laten passen. Lopen op wolkjes of kussens is een vergelijking die vaak terugkeert. Vaak gaat dat gepaard met heel wat oooh’s en aaah’s, ook wel met de opmerking dat die dikke zool zo groot oogt. Ik heb toch niet zo’n grote voeten? Alles went, dat kan ik je verzekeren. 
  • Ik dacht dat er niet echt een ander woord bestond voor loopschoenen – buiten hardloopschoenen dan. Toch is er een groep Leuvenaars die het heeft over loopsloefen of loopsloefkes. Lopen moet je dan ook eerder uitspreken als lèupen. Ja, wij verkopen dus ook loopsloefen voor wie dat wil. 
  • Er bestaat al eens verwarring over de naam van een merk. Het logo van Asics zorgt ervoor dat het merk ook wel Oasi(c)s of Basics wordt. Ik kan ook begrijpen dat ON niet meteen leesbaar is en het QC of OC wordt. De vaakst voorkomende spraakverwarring is het Amerikaanse Saucony dat volgens sommigen Sauwsoonie is of Sosonie. Het merk dankt zijn naam aan de Saucony Creek, op z’n English dus graag. 
  • Fans die met spanning uitkijken naar een release zijn niet enkel voorbehouden voor de boeken van Sally Rooney. De lancering van de Adrenaline GTS 24 van Brooks deed menig loper de nachten aftellen tot het eindelijk 5 november was en een kersvers schoentje in de Brooks familie voor het grote publiek te beschikbaar was. Kampeerders hadden we niet voor de winkel, wel een klant die drie dagen op rij kwam vragen of de nieuwe Adrenaline er al was. 
  • Nieuwe loopschoenen kopen dat betekent vaak plannen maken. Het EK marathon dat in april plaatsvindt en in lijn van Brussel naar Leuven loopt, doet veel Leuvenaars dromen van die eerste marathon. Ik hoor dan ook vaak: we zijn zoals iedereen in Leuven aan het trainen voor de marathon in april. Het is in dit geval geen overdrijving. 
  • Aan de andere kant van het spectrum hoor ik ook wel eens “ik haat lopen”. Het is met een klein beetje pijn in het hart dat ik schoenen meegeef aan iemand die ze ziet als een noodzakelijk kwaad om in conditie te blijven. Evenzeer meelijwekkend vind ik schoenen die nooit de buitenlucht zullen voelen en gedwongen zijn om hun kilometers op de loopband te slijten. 
  • Wie schoenen past, moet veters strikken. Ondertussen weet ik dat er ontelbaar veel manieren zijn om je veters te binden. Wat dacht je bijvoorbeeld van het zijwaartse strikje, dat ik tot dusver enkel mannen zag maken? Er zijn ook mensen die weinig veters gebonden hebben in hun leven. Dat leid ik toch af aan het dermate trage tempo waaraan ze dat doen en de hoge mate van concentratie die bij de handeling komt kijken. Ergens kan heeft dat ook iets schattigs. 
  • Even aandoenlijk vind ik de zachte hand die sommige klanten hanteren als ze een schoen vastnemen en die voorzichtig teruggeven of – nog mooier – heel behoedzaam de veters in de schoen stoppen voordat die terug de doos in gaat. Dat zijn sowieso mensen die een heel ordelijke kledingkast hebben, denk ik dan.

Het moment – Waanzin op wielen in Berlijn

Ik ging naar Berlijn en nam niet mee: skeelers met grote wielen, bescherming voor hoofd en ledematen, een vloeiende techniek en heel wat durf. De skeelermarathon op wielen van Roos en haar mannen leverde al straffe verhalen op. Zaterdag 28 september was het skateteam van De Jogclub dan ook voor de derde keer op de afspraak. Toch met hier en daar een klein beetje angstzweet onder de oksels. Hans en ik zouden voor het eerst aanschouwen hoe de durvers van dienst zich aan hoge snelheid door Berlijn waagden. In tegenstelling tot de vorige edities van dit evenement volgde de skeelermarathon niet het parcours van de marathon op zondag. De organisatie koos ervoor om de skeeleraars vijf rondes te laten afleggen met start en finish aan de Brandenbürger Tor. Wij namen als toeschouwers plaats aan de Siegessäule om ons team aan te vuren. En of we onder de indruk waren.

Allereerst verdient de uitrusting van onze delegatie ter plekke een vermelding. Een kamer delen met vijf, inclusief uitrusting en materiaal: ik kan jullie verzekeren dat je daardoor een stevige hoop spullen bij elkaar ziet. Zo snel en waaghalzerig als je skeeleren met snelheid voorstelt, zo is het ook echt. We hadden amper tijd om de eerste doorkomst van Bart Swings (veelvuldig winnaar van de skeelermarathon) te verwerken en daar denderde het ene na het andere peloton van topatleten aan ons voorbij. In spanning wachtten we af tot de eerste doortocht van ons team. Seppe en Bobby vormen niet alleen een hecht podcast-duo, ze zijn ook brothers in arms op wielen. Roos behoeft geen introductie meer, ze is de vrouw en stuwende kracht van het gezelschap. Dave was getooid in zijn werkbroek zonder de twijfel de coolste. Na een pijnlijke val in het voorjaar was hij op tijd in vorm om door Berlijn te jassen. Bart, een trail- en ultrarunner die eigenlijk niets met asfalt heeft, maakte het gezelschap compleet. Geheel tegen zijn lopers-DNA in, koos hij er – net zoals Seppe – voor om deel te nemen aan de combiné. Dat wil zeggen: de marathon skeeleren op zaterdag en de marathon lopen op zondag. Gekkenwerk.

WIGJ4177

TWJT8191

Fun fact: er was een tijd dat ik overwoog om de Berlin Marathon te skeeleren. Wie de finish van de marathon op wielen haalt, kan zich namelijk zonder loting inschrijven voor de lopersmarathon. Wat ben ik blij dat ik inmiddels snel genoeg loop om een startnummer voor Berlijn te kunnen bemachtigen. We zagen Seppe en Bobby werken in hun tandem. Roos mocht dan één en al plezier en souplesse uitstralen op haar skeelers, mijn zusterhart kon het amper aan om haar aan dik 30 km/u voorbij te zien sjezen. Das ist wahnsinn! om het met de gevleugelde woorden van Wolfgang Petry te zeggen. Door het aangepaste parcours en een venijnige wind werden er geen PR’s neergezet. Seppe, Bobby en Roos vertrokken in een vroegere startwave, maar misten daardoor ook wat aansluiting bij het pak. Het was dus heel hard werken tegen de wind in. Meer een tactische race dan een spel met treinen. Wat een schouwspel, wat een avontuur. Hoedje af voor onze skeelerhelden!

IMG_5169b

Het moment – Tijd voor een Flat White

Vrijdag de 13e is geen dag om bang te zijn. Loop dus gerust onder een ladder door en aai een zwarte kat. 39 jaar geleden werd ik namelijk geboren op een vrijdag de 13e in september. 3 keer 13 jaar geleden dus, nog een reden tot feest. Toen ik als kind een keer jarig was op een vrijdag de 13e werd daar toch een beetje mee gelachen. Een ongeluksdag! Niks van dat. De 13 zal voor eens en voor altijd mijn geluksgetal zijn. Ondertussen ook wel dat van Seppe, die zich zondag weer tot vice-wereldkampioen duatlon kroonde met dat bijzondere nummer 13.

Ook mijn geboortejaar 1985 zal me niet snel vervelen. En laat ik dit jaar toch een fantastische ontdekking hebben gedaan over dat bijzondere jaar. De Flat White is mijn favoriete koffiebereiding: een cappuccino met een extra shot espresso. Romig, een tikje klassiek, maar met pit. Eveneens de eerste keuze van Hans (slechts één van de vele dingen die ons bindt). Als koffie-lover label ik bovendien de kleding en tassen die ik maak met mijn merknaam Flat White. Klassiek met net dat tikje meer durf, ook om me te kleden is dat waar ik van hou.

Er zijn verschillende theorieën over het ontstaan of de uitvinding van de Flat White. Mogelijk was de eerste Flat White eigenlijk een mislukte cappuccino die in de smaak viel. Consensus lijkt te bestaan over het feit dat het drankje voor het eerst geserveerd werd in Australië. Het toeval wil – hoewel toeval eigenlijk niet bestaat – dat het eerst tastbare bewijs van de Flat White dateert uit 1985. Moors Espresso Bar in Sydney zou de Flat White sedert dat bijzondere jaar op de kaart hebben staan.

Neem dus een koud of warm drankje naar keuze. Hef het glas of het kopje en dan klinken we samen op het leven en weer een jaartje erbij. Cheers!