Het moment – Tour de Trail #1 in Zwitserland

Vakantie! Dat is lezen en vooral niet te veel willen doen. Het leven laten gebeuren, proeven van een andere omgeving om daar dan weer nieuwe gewoontes op te bouwen. In mijn geval toch. 4 jaar op rij ging ik in de zomer naar mijn geliefde Den Haag. Ik kon er verblijven in het fantastische huis van mijn neef Maarten. Toen ik niet alleen meer was, kwam Hans mee. Onvergetelijke zomers beleefde ik in Den Haag. Dankzij Hans kreeg ik ook de kans om mijn horizon wat te verbreden. Zo liepen we de marathon in Milaan en kwam ik eindelijk eens Italië. Wat een ervaring! Vorig jaar trokken we voor een lang weekend naar Zwitserland om iets van de UTMB mee te pikken. Het camperavontuur smaakte naar meer en zo kreeg onze vakantie voor de zomer van 2026 vorm. Met dank weer aan Hans, want die heeft én camperervaring én organisatieskills om een mooi reisje in elkaar te steken. Ik moest enkel enthousiast zijn en foto’s van campings bekijken.

We zijn 2 weken weggeweest met Benny, onze gehuurde camper. De reis was een combinatie van bergen en een beetje stad, van Italië en een beetje Zwitserland. Van tijd om te niksen en te hangen en tijd om er sportief eens heel serieus op uit te trekken. Dit meisje van de zee zou kortom helemaal ondergedompeld worden in de pracht van de Alpen. Ik beloof dat het een lang en meerdelig verhaal zal worden, maar ik kan nu al heel kort zeggen: ik ben verkocht! Ik ben zot van de bergen, ik ben gefascineerd door de chaos van Italië en het leven in het dal. We hebben zoveel ongelooflijk indrukwekkende dingen gezien. Zoveel boeiende levens zijn onze weg gekruist. Ik denk er nog dagelijks aan en kan nog heel lang teren op al die indrukken.

Laat ik beginnen bij het begin. We zouden op 4 plaatsen verblijven. In Milaan zouden we slechts één volledige dag zijn en stond er dus geen sportieve activiteit op de planning. De 3 andere verblijfplaatsen vormden het unieke decor voor een drieluik in de Alpen. Ook hier gaat weer alle applaus naar Hans die 3x een route uitstippelde, telkens tussen de 20 en 25 km. In de bergen ben je daar al gauw een dag mee bezig. Het is misschien gek om uitgerekend in je vakantie zo’n sportieve onderneming aan te gaan. Conditioneel kunnen we dat prima aan en is het voor ons een uitgelezen kans om trails te lopen in “de echte bergen”. Bovendien kan je op relatief korte tijd heel veel gezien hebben van dat berglandschap, net wat meer dan aan een gemiddeld wandeltempo.

Onze eerste bestemming: Martigny in Zwitserland! Bij de trouwe lezers doet dat wellicht een koebelletje rinkelen. In augustus was ik er nog niet klaar mee. Ik moet nog een keer terugkomen. En of het een blij weerzien was, mensen! We dronken onze geliefde Petite Arvine bij l’Adresse alsof we nooit écht waren weggeweest. Er was nu tijd om meer van “de stad” te zien en van “de Zwitser” die er woont. Martigny samenvatten is niet zo moeilijk. De stad heeft één winkelstraat (met boekenwinkel) en één gezellig plein, daar vind je de enige gebouwen met historisch karakter. Voor de culturele beleving moet je bij Fondation Gianadda zijn. Vorige jaar opende Barryland, een belevingscentrum rond de Sint-Bernardshond. Het Château de la Bâtiaz zou ik eerder een toren met bijgebouwen dan een kasteel noemen, maar je hebt er wel een mooi zicht op de stad als je niet per se je wandelschoenen wil aantrekken (ik deed de klim op mijn goudkleurige slippers). Na 1 dag was het glashelder: Martigny is zeker niet de mooiste Zwitserse stad, net daarom is er ook niets toeristisch. Martigny is bekend omdat het dichtbij andere – bekendere – plaatsen ligt zoals Chamonix. Die vaststelling deed voor mij niets af aan de intense beleving. Je zit er alsnog in een prachtig decor, omgeven door indrukwekkende Toblerone-bergen en wijngaarden in alle soorten en maten. Ik ben er nog altijd niet uit wie nu “de Zwitser” is die in Martigny woont.

Het is op dag 2 dat we ons in trailoutfit hullen. Helaas wordt het een warme dag. 30 graden is niet wat je nodig hebt als je de berg op gaat, ook al is het daar koeler. Het eerste deel van de tocht is een kopie van vorig jaar: de klim naar de Col de la Forclaz. Op 8,5 km stijg je ongeveer 1000 meter tot 1500 meter hoogte. Hoe lyrisch ik vorig jaar ook was – ik neem er geen woord van terug – dit is niet het echt trail-of bergengevoel. Vanaf de camping lopen we 3 km over asfalt tot Martigny-Combe om dan nog 2 km te stijgen door een residentiële wijk, voornamelijk over asfalt. De laatste 3,5 km zijn wat meer bosachtige paadjes langs chalets en weides, maar je bent nog steeds niet in of tussen de bergen. Je kan namelijk ook gewoon met de auto tot aan de Forclaz rijden. Door de warmte hakt dit begin er bij ons steviger in dan vorig jaar (toen ik “gehaast” was om Seppe te zien). We doen er nu ongeveer anderhalf uur over.

Hoe dan ook is het bijzonder om weer aan te komen op de Col de la Forclaz. De hut is open, dus we kopen een colaatje en vullen ons water bij aan de bron. Aan herinneringen geen gebrek. Dan kan het echte werk beginnen. Vorig jaar stegen we na Seppes passage tot de Mont de l’Arpille. Dit jaar nemen we de andere kant. Hans vond op Komoot een route van een kleine 10 km die ons naar de top Pointe Ronde zal brengen, nog eens bijna 1000 meter omhoog. De eerste paar 100 meters stijgen, geven al meteen een fenomenaal zicht op de gletsjer. Overal waar ik kijk, denk ik: dit is ongezien! En ook: wat ben ik blij met dit pad! Het is steil, maar ook breed en niet moeilijk qua ondergrond. Als je wat ambitie hebt, duw je hier een buggy naar boven. We worden vrij snel beloond voor onze inspanning. Het eerste echte uitzichtpunt smaakt naar meer. Er staat ook een houten kruis en als we wat hoger en verder kijken, zien we nog een kruis. We vermoeden dat dit de top is waar we naartoe gaan.

Tot hiertoe geen noemenswaardige problemen. We kunnen alles aan. In de verte zie ik een bende koeien staan. Ik voel me wat geïntimideerd. Zelfs de mieren die hier over de grond kruipen zijn kleine bodybuilders. Zo ook deze koeien. Ze zijn donker van kleur, hebben een massief lichaam en héél grote horens. Sam vertelde ons tijdens de Chouffe trail een verhaal met fatale afloop over een stel wandelaars dat werd aangevallen door koeien. Het is de voedingsbodem voor mijn angst. Onze route loopt dwars door hun wei heen. Ik duik vrij snel onder het kleine schrikdraadje om toch iet of wat bescherming te hebben. Na een blik op de gpx stelt Hans vast dat we dit stukje ook kunnen afsnijden zodat we niet dwars door de koeienkudde moeten. Hij voelt mijn angst. Er is bovendien een koe die parallel met ons mee naar boven loopt. Ik voel me geviseerd. Deze meid met horens ziet niet vaak mensen. Ik ben een grote dierenvriend, maar je moet altijd voorzichtig zijn met dieren. Je wil niet de toerist zijn die te zelfverzekerd op een bende wantrouwige koeien afloopt. Ik ben dus blij dat het draadje tussen ons blijft.

Een volgende obstakel is het pad. Als je hier al met een buggy zou zijn, dan had je nu beseft hoe ronduit slecht dat idee was en dan had je hem beter voor de koeienweide kunnen achterlaten. Iemand die in de bergen woont zal ongetwijfeld een uitgebreide woordenschat hebben om bergpaden en stenen te beschrijven, maar jullie moeten het doen met mijn beperkte woorden om ons lastige parket te beschrijven. 1) Het pad is heel smal 2) Het is bezaaid met losse stenen 3) Het is behoorlijk dichtgegroeid met struikgewas 4) Die beplanting duwt je de kant van de afgrond op. Heel geconcentreerd lopen we steeds wat meer omhoog. Hoe fenomenaal deze omgeving ook is, ik krijg schrik als ik rond me kijk. Je voortbewegen en rondkijken in één beweging doe je ook beter niet. Hoe hoog we zitten, merk ik aan de de leegte langs mij. Eén schuiver en je ligt er, niet op het pad, maar de diepte in. Het kruis, dat we als eindpunt zien, lijkt ook niet echt dichter te komen.

Ergens denk je dat het terrein weer toegankelijker zal worden. Het is slechts ijdele hoop. Nu weten we dat het zo niet werkt. De volgende fase is er één van klimmen en klauteren over rotsen. Het is niet duidelijk waar het pad is en daarom kan je dit ook bezwaarlijk een pad noemen. Achteraf zullen we zien en beseffen dat we hier eigenlijk over de graat van de berg naar boven klimmen. Dat geeft letterlijk en figuurlijk geen houvast. We moeten onze handen zetten als we de benen niet vertrouwen. Ook in mijn hoofd ben ik er niet gerust in. Al stijgend heb je weinig overzicht over waar je naartoe gaat. Je ziet niet wat bedoeld is als pad of route. Het enige lichtpuntje is dat we het kruis nu echt wel naderen. We zijn allebei echt niet op ons gemak op dit terrein. Het gaat ons petje te boven. Je wil niet de toerist zijn die de koeien vredig achter zich liet, maar na een valpartij per helikopter van de berg gehaald moet worden (als je het dan nog kan navertellen).

Uiteindelijk bereiken we dan toch plots het kruis. We hebben nu in totaal 12 kilometer gestegen, dat is amper 3,5 km vanaf de Forclaz. De wind is zo fel dat we niet durven recht te staan op dit topje. Er is ook amper plaats. We zitten naast elkaar en maken toch maar wat foto’s. Het uitzicht is niet te vatten, alsof het niet echt is en iemand met wat Caran d’Ache potloden bergen heeft getekend. We hebben nu ook een beter zicht op “het pad” dat we gevolgd hebben en hoe dat over de ruggengraat van de berg loopt. Het is onvoorstelbaar dat wij hierover naar boven zijn gekomen. We mogen dan ervaren traillopers zijn, niet van het Alpen-kaliber. Dit is echter nog niet het eindpunt van de vooropgestelde toer. We zien nu wat een akelige bult de Pointe Ronde is, nóg eens 300 meter stijgen over een pad dat er eigenlijk niet is. Nog grilliger en kaler dan wat we achter de rug hebben. We besluiten dus heel snel om terug te keren langs dezelfde weg. Je wil niet de koppige toerist zijn die met gevaar voor eigen leven per se verder wilde.

Het dalen voelt gelukkig comfortabeler aan dan het stijgen. We moeten nog steeds heel goed kijken waar we onze voeten zetten, maar de ergste schrik is er af. Ik ben dolblij als ik de boze koeien terugzie. Als het dit maar is. Ik kruip terug onder het draadje. We zijn opgelucht dat we weer vaste grond onder de voeten hebben. Onze keuze om terug te keren is trouwens dubbel verstandig, want donkere wolken pakken zich samen. Het begint te regenen. Over het begaanbare pad kunnen we gelukkig redelijk vlot naar beneden lopen tot aan de Col de la Forclaz. Dalen is zoveel pijnlijker dan stijgen. De impact op je spieren, zeker bij gebrek aan een degelijke daaltechniek, is enorm. We moeten nog eens 1000 heel steile meters naar beneden. Het doet pijn! We voelen het ook weer heter worden naarmate we het dal naderen.

Als we veilig en wel onze camper bereiken, gooien we ons met enig gevoel voor dramatiek in onze plooistoel. Jongens, wat was dat! Wat hebben wij gedaan! We zijn totaal kapot. Nu we zeker zijn dat het écht is afgelopen, durven we pas uit te spreken hoe bang we waren dat het fout zou gaan. De schrik maakt ook ruimte voor trots en dankbaarheid. We kunnen onze “daarboven” min of meer zien vanaf de camping. We zijn op een heel bijzondere plaats geweest, die inmiddels mythische en magische proporties heeft aangenomen. Het kruis met zicht op de Pointe Ronde, een avontuur om nooit te vergeten.

Voor onze volgende trail in de bergen hebben we 2 belangrijke lessen geleerd.
1) We zijn allebei verbrand in onze nek en Hans ook op zijn hoofd, we hadden ons onderweg nog eens moeten insmeren met zonnecrème.
2) Je kan in Komoot na wat zoeken en doorklikken een indicatie vinden hoe moeilijk een bepaalde route is. Wij hebben ons zowaar gewaagd aan een oranje route of T3-pad! Een T1 en T2 indicatie duiden op een wandel- of bergpad dat duidelijk gemarkeerd is en waar je niet echt een aangepaste uitrusting of ervaring voor nodig hebt. Een T3 is gevaarlijker terrein waarbij het pad niet altijd zichtbaar is. Tredzekerheid is hierbij belangrijk, ervaring in de bergen vereist, net zoals een aangepaste uitrusting. Het deel van onze tocht dat we hebben overgeslagen was zelfs T4 (= rood), daarvoor is alpiene ervaring vereist.

Voor jullie denken dat we helemaal gek zijn geworden, toch nog even benadrukken dat we niet helemaal onvoorbereid aan deze trailtoer begonnen zijn. Hans heeft echt zijn best gedaan om op voorhand een inschatting te maken van de moeilijkheidsgraad. We hadden allebei onze trailstokken en-vest mee met voldoende water en eten, een tweede (warme) bovenlaag en een regenjasje. Hoewel het soms gevaarlijk was, hebben we geen roekeloze risico’s genomen. We checkten ook telkens bij elkaar of we het nog zagen zitten. We waren niet uitgeput, op of leeg, wel onder de indruk en daar hebben we ook naar gehandeld.

Tot slot de cijfers. We liepen in totaal 24,86 km in 5 uur en 23 minuten. We overwonnen 1898 hoogtemeters. De Col de la Forclaz ligt op 1526 meter hoogte. Het kruis dat we uiteindelijk bereikten is het Croix de Prélayes op 2385 meter hoogte. Als je echt wil zien hoe het eruitzag: op YouTube vond ik dit indrukwekkende filmpje (amper 8 minuten) van twee wandelaars die 8 jaar geleden de tocht van Forclaz via Prélayes tot Pointe Ronde in beeld brachten. Er is een hond mee die doodleuk overal rondsnuffelt alsof hij in het park is. Ik krijg er weer een beetje de riebels van als ik het bekijk.

Volgende week neem ik jullie mee op Tour de Trail naar Italië! Daar proberen we in de praktijk te brengen wat we hebben geleerd van Zwitserland, om dan toch weer verleid te worden door het avontuur…

6 gedachten over “Het moment – Tour de Trail #1 in Zwitserland”

  1. Tof om te lezen! Wat schrijf je toch vlot! Je gaat die mentale grenzen wel verleggen. Tot T4 is zeker mogelijk, al komt er misschien dan wat meer wandelen bij. De inschatting van Komoot en co klopt niet altijd over die T niveaus. Beter het terrein op de topokaart goed bekijken (hoogtelijnen/ondergrond) en foto’s/videos/verslagen opzoeken. Nog veel plezier!

    Like

    1. Dank je, Debbie! De tweede keer konden we allebei al wat beter om met de hoogte, al blijft het indruk maken als je geen echte bergen gewoon bent. We hebben toen ook ervaren dat de inschaling van het niveau niet betrouwbaar is. We zijn dus nog volop lerende, maar het smaakt absoluut naar meer! Jouw verslag van de solo-trip heb ik dan ook meermaals met bewondering gelezen.

      Geliked door 1 persoon

  2. Leuk verslag.

    Hoe een wandeling/hike uitpakt is altijd lastig in te schatten gezien het weer ook. Over het algemeen hebben wij lagelanders allemaal vrij weinig ervaringsuren in de bergen. We vergeten ook gauw weer hoe lastig en/of zwaar het was en/of denken dat we sportief genoeg zijn doordat we ergens een keer iets gedaan hebben. Wij dit zelf een aantal keren zo ervaren op tochten in Noorwegen, Schotland en in de Tatra. Je komt er wel net zoals jullie en je geniet ervan maar toch. Wij nemen overigens altijd een eigen kaart mee met hoogtelijnen en een kompas omdat je niet alleen op je telefoonbereik kunt vertrouwen.

    Like

Plaats een reactie