Het moment – Dit was de Chouffe trail 2025

(de Chouffe trail heeft geen introductie meer nodig)

De cijfers
Op 5 juli startte mijn 6e Chouffe trail om 7 uur bij een temperatuur van 12,8 graden. Met 80,5 km en 2540 hoogtemeters was het meteen ook de pittigste. We liepen met z’n 3en en hadden 12 uur en 37 minuten nodig om de finish te bereiken. Mijn gemiddelde hartslag was 123. Volgens mijn Garmin verbruikte ik 5840 calorieën. Ik dronk ongeveer 6 liter water en 3 liter cola. De temperatuur steeg tot een graad of 23. Ik kwam 1 keer ten val. In totaal liepen er 3430 lopers in en rond Houffalize, verspreid over 10 afstanden.

Het parcours
De organisatie weet elk jaar iets anders uit de trailpet te toveren. Traillopers die houden namelijk van een streepje avontuur, ze deinzen niet terug voor verandering. Voor elk Chouffe-parcours dat ik liep kan ik voor- en nadelen bedenken. Het is telkens zwaar op een andere manier, maar ook altijd mooi en verrassend op weer een andere manier. Ik durf te beweren dat we dit jaar de meest gevarieerde Chouffe trail op ons bord kregen. Er was heel veel variatie in de ondergrond en het klim- en daalwerk. We liepen langs de Ourthe, maar staken die alleen over met behulp van een brug. We zagen heel wat knappe koeien en ook de uitzichten waren zeer de moeite. Ik zeg zonder twijfel: douze points!

De bevoorrading
6 bevoorradingsposten zouden ons door die 80 km loodsen. Dat lijkt veel, maar als je weet dat we ruim 12 uur op pad zijn geweest en dat het toch warm was, is dat geen overbodige luxe. De derde bevoorrading lag traditiegetrouw bij de brouwerij van Achouffe. Daar is het altijd wat drukker omdat er verschillende afstanden elkaar kruisen. Een dieptepunt was de vierde bevoorrading die op 46 km lag. Tegenvaller 1) de cola was op en het water bijna, we hebben er gelukkig niet heel lang op moeten wachten. Tegenvaller 2) de tent stond in de brandende zon, waardoor je zelf een serieuze klop kreeg en al het eten op een heel onaangename manier verwarmd werd. Sam noemde de sandwich met kaas een croque monsieur. De vijfde en zesde bevoorrading waren dan weer helemaal top. Op 62 km kregen we zelfs al felicitaties en konden we ons verfrissen bij een fontein wat verderop. Op 69 km stond het trailbuffet binnen uitgestald, wat als bijkomend voordeel had dat de cola gekoeld was (goddelijk) en ik naar een extreem propere wc kon (net zo goddelijk).

Het gezelschap
Sam, Hans en ik zijn misschien een beetje een gek trio. De advocaat, de bankier en de leerondersteuner samen op pad. De twintiger, dertiger en vijftiger als zorgvuldig uitgebalanceerde cocktail. We vertegenwoordigen met z’n drieën dan ook heel wat partijen in het deelnemersveld. Het voelt alsof wij nooit anders hebben gedaan dan er samen op uit trekken. De verveling heeft amper kans om toe te slaan. Je vult elkaars moeilijke momenten op en er is altijd iemand die lacht met je grappen. Je kan naast of achter elkaar lopen, in duo of in trio. Er bungelt al eens iemand aan de staart (ik) of er hangt er eentje overenthousiast voorop (Sam). We zijn in wezen eigenlijk drie heel verschillende lopers, maar juist daarom pakt de mayonaise tussen ons zo goed.

De gespreksstof
Hans strooide – op vraag van Sam – gul in het rond met zijn kennis van internationale munteenheden. Hij formuleerde ook een antwoord op de vraag in welke mate de Europese en Amerikaanse banken veranderd zijn na de financiële crisis. Sam vertelde wat meer over een burenruzie en het papierwerk van een arbitragegeschil. Ik gaf dan weer wat duiding bij de functiebeschrijving van de leerondersteuner en de specifieke doelgroep van type 2 leerlingen (in het bijzonder kleuters). We vergeleken onze visies op samenwonen en het moderne feminisme om via de brandend actuele materie “princess treatment vs bare minimum” de vraag te beantwoorden of liefde een werkwoord is. Hans beschreef – volgens de mannen die op dat moment in onze buurt liepen met té veel details – enkele pijnlijke medische onderzoeken die hij moest ondergaan nadat hij brufen had genomen voor een inspanning. Belangrijk advies: niet doen! Aan de hand van enkele voorbeelden hielp hij daarbovenop enkele fabeltjes over kleurenblindheid de wereld uit. De jongensschool was voor Hans een realiteit, voor Sam onvoorstelbaar. Naar aanleiding van een kleuter die fake news verspreidde legde Sam uit dat mensen met een donkerdere huidskleur net zo goed kunnen bruinen en verbranden. Passeerden eveneens de revue: collega’s die er de kantjes vanaf lopen, een erfeniskwestie en moeizame relaties in de familiale sfeer (we noemen geen namen). Sam slaagde er ook in om tussendoor updates te geven over de eerste Tourrit. Het scheelt natuurlijk dat Hans en ik samenwonen en Sam mijn blog leest, maar toch kan ik het iedereen van harte aanbevelen: als je eens echt goed wil (bij)praten met je vrienden, ga dan twee dagdelen in de Ardennen lopen.

De beleving
Het venijn zat in het midden. Ik voelde vrij snel dat de benen niet bepaald fris waren, maar dankzij onze praatgroep gingen de eerste 30 km relatief snel voorbij. De temperatuur viel toen ook nog mee. Het middendeel van het parcours zag er op het hoogteprofiel verraderlijk vlak uit. De adder onder de oeversteen was het “pad” langs de Ourthe dat we daar volgden. Eentje van het type waarbij je echt elke keer dat je je voet verzet moet kijken waar en hoe. Het zijn stukken waarbij je elke seconde en elke meter voorbij ziet kruipen, soms letterlijk. Bij ons alle drie zonk toen de moed in de Hoka’s omdat er werkelijk geen schot in de zaak kwam. Wat uiteindelijk heel goed mee viel, was het langste stuk tussen de bevoorradingen op km 46 en 62. We hervonden daar onze goede moed. Aan onze eindtijd kan je ook afleiden dat wij geen haast hadden, ook bij de bevoorradingen namen we de tijd. Sam was uiteraard entertainer en pr-manager van dienst. Hij speelde na elke bevoorrading een toepasselijk liedje en hield de loopvriendjes op de hoogte via filmpjes. Ook een verzoeknummer was mogelijk toen Hans in slaap dreigde te vallen na 66 km. Het was Ich will van Rammstein dat hem wakker hield.

Het afzien
Zoals gezegd voelde ik me niet kakelfris. Twee zaken speelden me ernstig parten. 1) we liepen amper 3 weken geleden 100 km in Bouillon. Hoewel we in de tussentijd niet heel veel liepen en elkaar goed verzorgden, hakt zo’n inspanning in de reserves. 2) ik had sinds twee dagen veel rugpijn. Mijn rug is al sinds mijn kindertijd mijn zwakke schakel. Sinds een medische molen vorig jaar weet ik dat mijn rugpijn en hamstringlast met elkaar verbonden zijn. Het is op geen enkele manier schadelijk om met die rug te sporten, ook niet als dat eindeloos lang duurt. Lopen op zich deed geen pijn. Bukken ging heel beperkt en vooral steile afdalingen waren lastig. Op kilometer 38 bereikte ik dan ook een dieptepunt toen we heel steil naar beneden liepen en ik mezelf amper recht kon houden. Hoe gezellig we het ook hadden met z’n drieën – en dit kan mogelijk arrogant klinken – het nieuwe van de ultra was er voor Hans en mij eventjes af met Bouillon nog zo vers in ons geheugen. Op de laatste bevoorrading spraken we dan ook de bevrijdende woorden dat we er helemaal klaar mee waren. Hehe! Het laatste uur liepen we trouwens in de regen. Starten en finishen doe ik toch liever droog.

De vriendschap
Je hebt altijd enkele supporters die zo gek zijn om hun lopers gedurende een heel lange dag te volgen. Ergens halverwege riep een sympathieke vrouw ons toe: jullie zijn nog altijd samen! Met z’n drieën een trail lopen is geen verdoken manier om je vriendschap zwaar op de proef te stellen en te kijken hoe die de ultieme vriendschapstest doorstaat. Integendeel, samen een trail lopen is de allermooiste manier om je vriendschap te vieren. Je hebt niks anders bij je dan een vestje met wat gerief, je bent volledig overgeleverd aan dat parcours, aan elkaar en aan alles wat op je pad komt. Je kan niet anders dan in het moment te zijn. Naar het einde toe fladderde Sam met tonnen overschot voor Hans en mij uit. Het gevoel dat je iemand ophoudt, bekruipt je dan wel even. Gelukkig voelde Sam dat niet zo aan, hij vond het juist een geschenk om dit samen met ons te mogen meemaken. Samen uit, samen thuis: het is een waarheid als een bos.

De conclusie
De Chouffe trail blijft een prachtige wedstrijd en ik denk dat ik er nooit echt helemaal klaar mee zal zijn. Ik laat me ook in de toekomst graag verrassen door wat de omgeving en het parcours te bieden hebben. Het is telkens een heel blij weerzien met de familie Van den Borre en hun aanhang. Ook Sam weet inmiddels heel wat schoon loopvolk mee te krijgen en zo blijft onze trailfamilie groeien. Een groot voordeel dit jaar was dat er relatief weinig overlap was met lopers van kortere afstanden. Het eerste deel liepen we nog deels met de lopers van de 56 km, maar vanaf dan hadden we vrije baan. Lopen en trailrunning zijn nog steeds razend populair zijn, dat zie je aan de sterkte van het deelnemersveld. Twee jaar geleden liep ik nog naar de tweede plek in Houffalize. Dit jaar belandden we met z’n drieën net in de top 100 en lieten we nauwelijks 20 lopers achter ons. Ik werd 10e vrouw en in die top 10 staat slechts één andere Belgische vrouw. Trailrunning in België, het brengt iets teweeg. Ik hou de woorden van Roos in gedachten: wij waren de bakermat.

De weetjes

  • Het Chouffe bier onderging een rebranding, de La verdwijnt steeds meer naar de achtergrond, ook het event heet nu niet meer zo.
  • Een primeur met een pijnlijke vaststelling in de Chouffe shop die we daags nadien bezochten: de Chouffe blanche is uit het assortiment verdwenen. Noooo!
  • Tijdens onze laatste uren kruisten we deelnemers van de gravelrace Borderride 400. Jawel, die moesten 400 kilometer afleggen in 40 uur. Gekkenwerk als je ziet over welke onmogelijk wegen ze werden gestuurd.
  • We volgden tijdens onze eigen race ook de Ultra Backyard van Lieven, die liep 28 uur (!) aan een stuk rondjes om zo de Legends Slam binnen te halen. Straf werk!
  • Sam kocht recent een Garmin Fenix 7, exact het horloge dat Hans en ik ook hebben. Voor Sam was het een goede manier om heel wat features af te toetsen bij Hans. Beide hadden ze de gpx op hun horloge staan. Ik weet mij echt altijd te omringen met de juiste mensen.
  • Sintija en Siv liepen op zaterdag hun 25 km. Het werd een heel mooi debuut in de trailwereld. Ze haalden maar liefst 2x de fotospecial. Uitbundigheid wordt altijd beloond.
  • Lisa, Pieter en Stijn namen zondag de 36 km voor hun rekening, de langste afstand die Lisa ooit liep. Volgens Pieter loopt Lisa altijd hetzelfde tempo, zowel de berg op als af. Ze deden dat goed met z’n drieën! Sowieso verdienen ze een medaille voor moed en zelfopoffering omdat het een regelrechte regendag was.
  • Hans trof een bijzondere souvenir aan in zijn schoen. Een scherp takje bleek namelijk de zool van zijn Mafate doorboord te hebben, waardoor ook zijn steunzool beschadigd is. Het zoveelste bewijs dat het onmogelijke mogelijk wordt tijdens een trail.

Loperspraat – 13 voorbeschouwende weetjes op de Chouffe trail

Het is juli! Het is zomer! Het is vakantie! Dat betekent feesten in Werchter, maar vooral lekker lopen tijdens de Chouffe trail. Wij zijn dus weer verzekerd van een stevig trailfeest in en rond de omgeving van Houffalize. Over iconen raak je niet snel uitgepraat, dus ik heb heus nog wel wat te vertellen over dit pareltje op de kalender. De Chouffe heeft dan ook een rijke geschiedenis en brengt elk jaar onze trailfamilie samen. Meer verbroedering en verzustering vind je nergens. Ik wil jullie er niks van onthouden. Daarom 13 weetjes om jullie aan boord te nemen van de Chouffe-trein.

  • Na een hitte-editie in 2023 en een natte in 2024, zien de weersverwachtingen voor morgen er goed uit: een graadje of 24, wat bewolking en geen regen. De lopers op zondag mogen zich aan iets wisselvalliger en frisser weer verwachten.
  • Hans en ik liepen drie weken geleden onze 100 km. We voelen ons allebei goed hersteld. Wel een unicum: we liepen de afgelopen week helemaal niet, kwestie van echt goed te rusten. Helaas sputtert mijn rug sinds gisteren heel erg tegen. We zullen zien hoe dat uitdraait.
  • De afgelopen jaren was de langste afstand net geen 70 km. Dit jaar werd die stevig opgeschaald naar 80 km. Volgens parcourskenner Hans zitten er dan ook heel wat nieuwe stukken in, waaronder een passage langs Bonnerue, waar we ook een deel van de Great Escape route zullen lopen.
  • De Chouffe trail is toe aan zijn 8e editie. Het leuke is: ik was er die eerste keer bij in 2017, toen ik samen met papa 49 km liep. Enkel in 2021 waren we in familiaal verband afwezig vanwege corona-maatregelen. Als loper zal het dus mijn 6e deelname zijn.
  • Hans en ik zullen – net zoals vorig jaar – onze 80 km lopen in het gezelschap van Sam, een garantie op entertainment en boeiende gespreksstof. Benieuwd welke bancaire materie morgen de revue zal passeren en welke monsterhit we in onze laatste kilometers voor de kiezen krijgen. Hoe dan ook vieren we feest op km 70, want dan breekt Sam zijn afstandsrecord.
  • Morgen zijn de Vanden Borres supporters van dienst, op zondag staan ze zelf in het veld. Pieter, Stijn en Lisa zullen samen de 36 km lopen. De semi-broers zijn niet aan hun trailproefstuk toe, voor Lisa is het haar officiële debuut in Houffalize. Net zoals Sintija, die gaat voor de 25 km.
  • Roos die zit op Werchter en Joni in Ierland. We zullen ze missen, maar in gedachten zijn ze er altijd bij. Loopvriendjes 4ever!
  • Mijn trailuitrusting onderging door de jaren heen een metamorfose. Qua schoeisel kies ik zonder twijfel voor de Mafate die in Bouillon de verwachtingen ruimschoots inloste. Ik kan weer twinnen met Hans en samen met Sam zijn we een heel kleurrijk Team Hoka meets Garmin Fenix 7.
  • Eveneens met Bouillon in gedachten: ik ga niet te veel eten meesleuren in mijn vest. Chips en cola zorgen vanaf nu voor mijn brandstoftoevoer. We kunnen rekenen op 6 bevoorradingsposten. De langste afstand die we tussen 2 posten moeten overbruggen is tussen km 46 en 62. De laatste ravito ligt op km 69.
  • Ook nieuw dit jaar: een drop bag bij de bevoorradingspost op km 46. Niet voor ons deze keer, in Bouillon bleken we het niet nodig te hebben. De lijst met verplicht materiaal is trouwens ook wat uitgebreid en ligt in lijn met wat we in Bouillon meenamen.
  • Tradities zijn er om in ere te worden gehouden: vanavond gaan we met Sam en Sintija eten bij Chez l’Italien. Hans en ik zullen overnachten in de Vayamundo. Omdat we net te laat waren om te reserveren, zijn we weer voorzien van een familiekamer. Zondagochtend sluiten we aan bij het rijkelijke ontbijtbuffet in refterstijl.
  • Ik ontmoette Hans voor het eerst aan de start van de Chouffe trail 2023. Er was toen een heel klein beetje voorgeschiedenis. Vandaag is het immers precies 2 jaar geleden dat Hans mij een mailtje stuurde. Ons eerste gespreksonderwerp: insectenspray met of zonder DEET.
  • We zijn nog niet uitgetraild na de Chouffe. In augustus zal ik namelijk mijn debuut maken op de Trail des Fantômes 74 km. Samen met Hans of wat had je gedacht? Roos tekent er present voor haar comeback. Ze doet dat samen met Marike op de 25 km. Nu al een onvergetelijk familiemoment!

Het moment – Dat wij dus 100 km liepen in Bouillon

Ik heb geen bucket list, laat ik daar heel duidelijk over zijn. 10 jaar geleden liep ik mijn eerste marathon en dat heb ik altijd beschouwd als een stevige opstoot van hobbyistisch enthousiasme. Ik droomde als kind niet over marathons lopen, wel over dieren redden. Met ouder te worden ben ik mijn eigen gedroom steeds meer gaan koesteren. Mijn dromen geven juist richting aan de realiteit. En net zoals ik nog heel precies kan zeggen wanneer mijn marathondroom ontstond, zo weet ik ook nog heel precies wanneer die 100 km droom boven mijn hoofd ging zweven: in het najaar van 2020, zoals steeds aan de zijde van Roos. Na een eerste Chouffe trail van 68 km schoof ik het 100 km plan tijdelijk naar achter op het schap. Toen ik Hans leerde kennen en als supporter aan zijn zijde meemaakte hoe een 100 mijl wedstrijd verloopt, besefte ik dat ik mijn ideale compagnon de route gevonden had. De Trail Godefroy in Bouillon zou ons momentum worden om samen, zij aan zij, drie cijfers op de tabellen te lopen.

De voorzichtige aanloop
Trigger warning voor wie gevoelig is aan vroeg opstaan. Om 1 uur weerklinkt de wekker in Hotel La Plage in Bouillon. We hebben een uur of 2 geslapen en het mag dan ook niet verbazen dat ik me niet bepaald fris en monter voel. Gedachteloos proberen we te ontbijten. Boterhammen met stroop smaken dus echt niet in het midden van de nacht. Het is wringen om wat binnen te krijgen en dan begint het pakken en zakken, de trailvest of de drop bag in. Om kwart over 2 stappen we de berg op richting de burcht van Godfried waar het startpunt ligt voor ons grote avontuur. Met 20 graden is het al of nog best warm. De sfeer aan de startzone is heerlijk relaxt. Er zullen 131 lopers van start gaan voor de 100 km en die zitten te wachten op een bank, maken nog een fotootje, gaan op een heel propere dixi of reorganiseren hun gerief in de vest. Niks nerveus wachten in een startvak, niks opzwepende beat. In een briefing krijgen we te horen dat we een extra kilometer zullen lopen door een omleiding na 16 kilometer en dat er buien kunnen zijn tussen 11u en 13u. Op dat moment lijkt dat allemaal nog erg verre toekomstmuziek. Om 3 uur zijn we weg. Achter een auto als uitgeleide gaat het eerst weer de berg af en dan lopen we langs de Semois Bouillon centrum uit.

Het grote afzien
Ik loop voor het eerst met een hoofdlamp en die zal ik toch minstens een uur of 2 moeten dragen. De eerste 4 kilometers gaan over asfalt, wat best lekker loopt tot we ergens het bos in duiken. Gelukkig over een onverharde weg in redelijke staat, want ik vind het toch spannend met die lamp op mijn kop. Er zijn nog veel lopers in de buurt en zo brengt iedereen een beetje licht in elkaars duisternis. Wellicht overbodig om te zeggen, maar je hebt dus totaal geen idee waar je loopt als het donker is. In totale onwetendheid loop je misschien langs een steile rotswand of voorbij het meest memorabele uitzicht. Al snel ben ik mijn oriëntatiegevoel kwijt. Wat ik wel weet: de eerste helft van onze toer lopen we een grote lus ten oosten van Bouillon richting Herbeumont. Dat is het makkelijkere deel met wel veel hoogte, maar geen al te steile of technische klimmetjes. Onze eerste 10 kilometer kunnen we netjes binnen het uur afwerken. Het zou de burger moed moeten geven. En toch ben ik helemaal niet in mijn element. Mijn lichaam is het er totaal niet mee eens dat ik wakker ben en met een buik vol boterhammen aan het lopen ben.

Na 12 kilometer bereiken we de eerste bevoorradingspost in het ongetwijfeld pittoreske Dohan. De organisatie kan rekenen op de hulp van de carnavalsvereniging van Florenville. Op elk van de 8 posten zitten enkele carnavalsleden die verantwoordelijk zijn voor het trailbuffet. Van mensen die in hun vrije tijd met festiviteiten bezig zijn, verwacht je enig gevoel voor sfeer en gezelligheid. Met wisselend succes, daar kom ik later op terug. Hier zit de ambiance alvast goed. Hans gaat aan de cola. De gedachte aan eten of drinken vervult mij met weerzin. Na een heel korte stop lopen we verder. Vanaf dan gaat het bergaf. Met mij, niet op het parcours helaas. Ik voel me écht niet lekker. Zowel mijn benen als buik voelen zwaar en vermoeid aan. De lamp op mijn hoofd stoort me mateloos en ik ben in een stemming waarbij dat onoverkomelijk lijkt. In mijn hoofd zou het een magisch moment worden als de zon opkomt. In de realiteit merk ik op dat het steeds wat lichter wordt, maar blijft het tussen de bomen nog redelijk lang duister.

We lopen langs Camping Maka die langs de Semois gelegen is: meteen de eerste kennismaking met het water nu het licht is. Minder magisch dan gedacht, maar toch wel leuk. Het is hier dat we ons extra kilometertje lopen. Achteraf zie je dan op de kaart dan we netjes mee kronkelen met de Semois. Tot in Cugnon, waar de tweede bevoorradingspost ligt. We hebben 26 kilometer afgelegd in 3 uur en 10 minuten. Lastige buik of niet, ik besef dat ik wel moet eten om het brandstofniveau op peil te houden. Met tegenzin werk ik een isogel met appel weg en duw ik er nog een halve reep Clif bloks achteraan. Ik denk dat mijn doorzettingsvermogen hier een dieptepunt bereikt. Ik ben teleurgesteld in mezelf. Tijdens trainingen voelde ik me nog zo wonderbaarlijk fris na 3 uur lopen, nu voelt het alsof ik al dubbel zoveel gedaan heb. Dit wordt hem echt niet vandaag. Ik geef mezelf weinig kans op slagen met een lichaam dat al op lijkt te zijn vooraleer het begonnen is. Gelukkig heb ik dus mijn klankbord bij de hand. Hans probeert mij wat te sussen.

Na 30 kilometer is het zo ver… ik moet naar de wc. Op exact 400 meter hoogte – 1 kilometer en 37 hoogtemeters voor het hoogste punt dat we zullen bereiken – zit ik achter een boom. Hans staat naast mij op de uitkijk. Het is moeilijk te beschrijven hoe groot de opluchting is als ik dit pakketje kan achterlaten. Er komt wat rust in de buik, de boterhammen lijken inmiddels verteerd te zijn. Ik krijg stilaan oog voor de indrukwekkende omgeving. Ik laat de hoop varen om me plots kiplekker te gaan voelen. Iets na 7 uur en met 34 kilometer op de teller, maken we een eerste filmpje voor het thuisfront. Och! Wat is het lang en zwaar! Ik klaag nog wat over het gebrek aan goeie benen en een lastige maag. Ook Hans is trouwens – tegen mijn gevoel in – nog niet helemaal in zijn sas. Mentaal breekt hier zowat het lastigste punt aan. Ik ken de kilometers tussen 30 en 40 te goed. Ze staan gelijk aan afzien, het moeilijk hebben én ook een einde dat in zicht is. Niet vandaag. Het is nog maar ochtend. We hebben amper een derde gelopen. Dat er tussen de tweede en derde bevoorradingspost liefst 17 kilometer ligt, betekent in trailjargon een eeuwigheid.

Onze eerste marathon is dik binnen als we na 44 km de derde ravito bereiken. We zijn 5,5 uur onderweg en bevinden ons in Les Hayons. Op aanraden van Hans gooi ik het over een andere boeg en ga ik aan de cola. In ultramiddens zijn ze het er over eens dat er geen betere sportdrank bestaat. Wauw, dit smaakt zo goed! Voor de beeldvorming: om half 9 ’s ochtends heb ik al drie liter water gedronken (zweten!), drink ik drie bekers cola na elkaar en neem ik nog een handje chips om de tank helemaal vol te gooien. Hoe trots ik ook was op mijn voedingsplan en alles wat me op training zo goed beviel: vandaag is het met cola en chips. Onthoud dat. Wat is het trouwens warm! Op 47 km maken we nog eens een filmpje voor de volgertjes thuis. Ik omschrijf de omgeving daarin als heel bosachtig (mijn woordkeuze is niet origineel als ik het zwaar heb). Berggeit-gewijs zetten we onze tanden in hellingen met gemiddelde stijgingspercentages van 15%. Het uitzicht is er dan ook wel naar.

De onverwachte doorbraak
Met 55 km in de benen dalen we via steile trappen naar de oever van de Semois in Bouillon city. We kunnen nog even over asfalt lopen en dan is daar het athenée dat de vierde bevoorradingspost herbergt: de ravito van het pauzemoment. Onze dag is al vergevorderd, maar eigenlijk is het nog maar 10u30 en hebben we 57 km gelopen. Behoorlijk wat lopers zitten op een bank. Er zijn ook supporters die hun lopers soigneren. De goesting in eten en drinken ligt heel erg uit elkaar. De ene doet zich te goed aan wat watermeloen, de ander heeft een pot havermout of neemt een stokbroodje met kaas. Ik neem een chocomelk uit mijn drop bag, ik drink cola en eet chips. Dat smaakt me gewoon het allerbeste en ik ben er de afgelopen uren ook op doorgekomen. Hans gaat naar de wc terwijl ik naar de overkant tuur: met zicht op de burcht en dus de finish. Ik denk aan de gevleugelde woorden van Erwin: voetjes wassen en binnen lopen.

Terwijl ik fysiek heel duidelijk verval voel, breek ik er mentaal helemaal door. Ik ben potverdorie al helemaal hier geraakt! Nu begint het echt en ik heb er zin in! Na een kwartier vertrekken we weer. Het tweede deel van het parcours is pittiger. We lopen westelijk richting Vresse Sur Semois, een omgeving met steilere en ook wat technischere klimmen. Allesbehalve een walk in the park dus. Eerst gaat het idyllisch over de kade, vlak langs ons hotel de berg op. Ik vertel aan Hans dat ik al uren in mijn hoofd zit met het romantische Eurosong-lied Volevo essere un duro terwijl we aan een klim bezig zijn met stijgingspercentages tot wel 20%. Op 1 kilometer overwinnen we 145 hoogtemeters. Het geeft vertrouwen als je zelfs met 60 km in de benen nog vlotjes wandelaars voorbij steekt. De lucht is inmiddels betrokken en als we weer maar eens heel stevig aan het klimmen zijn, klinkt er ook gedonder en begint het zachtjes te druppelen.

Na 63 km komen we aan in Botassart met het uitzicht op Le Tombeau du Géant. Terwijl het keihard regent, werp ik snel een blik op de begraven reus achter mij en dan is het maken dat we kunnen schuilen voor het onweer. We zijn net op tijd bovenop de berg. Aan de bevoorrading is een ruim afdak waar we droog staan onder het genot van een colaatje en wat chips. Een snelle blik op de meteo zegt dat het nog een uur zal regenen. Als de echte drache erop zit, lopen we verder. Op zich is het fijn dat het wat frisser is, maar de steile afdalingen liggen er glad bij. Het is dan op handen en voeten schuiven en surfen om beneden te geraken. Ik kijk uit naar kilometer 70: dan verbreek ik mijn afstandsrecord – hopelijk met nog wat meer cijfers. Om het te vieren maak ik een sanitaire stop in de regen. Het is pas later dat je de heroïek van die troosteloze momenten gaat inzien. Hans en ik lijken ook echt helemaal alleen into the wild te zijn. De harmonicalopers in onze buurt gaan nu elk hun eigen weg.

Mentaal voel ik me nog steeds best lekker. De bevoorradingen volgen elkaar sneller op, waardoor de etappes relatief kort zijn. Op het hoogteprofiel dat op mijn borstnummer gedrukt is, meen ik te tellen dat het tweede deel uit “maar” 7 steile klimmen bestaat. Achteraf gezien zou dat niet heel accuraat blijken te zijn. Het zegt vooral iets over hoe ik op zoek ben naar een houvast om deze missie behapbaar te maken. Na 73 km komen we aan in Rochehaut. 10 uur en 40 minuten zijn we onderweg. Er staat een toeristisch treintje te wachten en door de organisatie wordt de plek aangeprezen als dé spot voor supporters. De bemanning van de post is helaas niet bijster enthousiast. Leden van een carnavalsvereniging hebben doorgaans niet heel veel met de trail- of loopsport, op zich hoeft dat ook helemaal geen probleem te zijn om betrokkenheid te tonen op een bevoorradingspost. De twee aanwezige vrouwen gunnen de lopers letterlijk geen blik waardig. Het is nog steeds bewolkt en na de obligate cola en chips laten we het treintje voor wat het is en lopen we weer verder.

Wat je eigenlijk niet moet doen is aftellen. Ik probeer me te focussen op de afstand die al is geweest. Gelukkig heeft Hans ook heel veel parcourskennis. Hij heeft het routebestand op zijn horloge staan, waardoor hij precies weet hoe lang en hoe steil een beklimming is. Ook dat geeft wat richting en houvast. Met dik 70 kilometer in de benen gaat niks meer vanzelf: of dat nu een lange niet zo heel steile klim is of een kuitenbijter met een stevig stijgingspercentage. Elke stukje dat je kan lopen, al is het dan traag, doet de tocht vlotten. Van kilometer 76 tot 78 lopen we over een smal weggetje door het gras. Het doet zowel pijn als deugd om nog eens 20 minuten aan één stuk te kunnen lopen. Wat ook belangrijk is om “tijd te pakken”: een goede afdaling die dus niet te steil is, want daar heb je helemaal niks aan. Dan gaat het weer traag omdat je moet kijken waar je je voeten zet om voldoende af te remmen. Na 82 krijgen we er zo eentje voorgeschoteld. Het is een héél smal weggetje door dichtbegroeid struikgewas waarbij ik de vegetatie moet gebruiken om niet van de berg te rollen.

De langverwachte finale
Onder een loden zon bereiken we de bevoorrading in Frahan met 84 km op de teller en ruim 12 uur looptijd in de benen. Er hangt een opzwepende sfeer dankzij de mannen van de carnavalsvereniging. Don’t You Forget About Me schalt keiluid uit de boxen. Ik denk dat er doorgaans niet zoveel gebeurt in het door de Semois omsloten Frahan. De landtong is op z’n smalste punt 230 meter breed en er is slechts één weg die je er met de auto heen brengt. Hans heeft een leeg gevoel in de benen. Hij valt aan op de rijsttaart. Ik giet er nog wat cola bij. Hoe dichter we ons doel naderen, hoe groter de honger bij mij is om weer te vertrekken. Na 89 km lopen we over een ellendige weg die bezaaid is met keien. Een rot(s)weg die vlak langs de Franse grens loopt. Ik begin bovendien een schurend gevoel aan mijn voetzolen te voelen. Bij elke pas wrijf ik door het vuil dat in mijn schoen terecht is gekomen. Het is het soort ongemak dat er op dat moment nog wel bij kan.

De aller-aller-laatste bevoorradingspost ligt op de speelplaats van de plaatselijke school in Corbion. Een vriendelijk koppel (leerden ze elkaar kennen in de vereniging of tijdens carnaval?) neemt hier de honneurs waar. We hebben 92 kilometer gelopen met 14 uur op de klok. Op voorhand hadden we een richttijd van sub16 uur voor ogen. Dat lijkt plots een haalbare kaart. Nu het einde echt in zicht is, wil ik de kilometers heel bewust beleven. Wat hebben we vandaag allemaal meegemaakt? Het blijft vechten voor elke kilometer. We krijgen nog twee heel venijnige klimmen van het zigzaggende soort voorgeschoteld. Als goedmakertje ook een mooie passage langs en dan over de Semois. Voetjes wassen en binnen lopen. Mijn geluk kan niet op als ik de 100 op mijn Garmin zie verschijnen. De voorlaatste klim brengt ons een prachtig zicht op Bouillon en dan gaat het steil naar beneden (zo’n afdaling waar je niks aan hebt). De aller-aller-laatste klim: de berg op naar de burcht! Waar we onderweg amper aanmoedigingen kregen, staat er nu een comité klaar dat ons met een hartverwarmend applaus binnenhaalt. En dan gebeurt het eindelijk ook echt: we lopen (ja echt, als is het heel voorzichtig) zij aan zij over die finishlijn na 15 uur en 45 minuten. 102,4 km hebben we elkaar gestreden met 3258 hoogtemeters. We hebben het gehaald – samen! Wat een dag!

De voorlopige conclusies
Het is me wat, 100 kilometer lopen. Ik liep een paar uur in het donker en bijna 50% meer dan de langste afstand die ik ooit liep. Dat heet buiten de comfortzone gaan. Alhoewel, comfortzone is een relatief gegeven als je ultra-avonturen aangaat. Zonder overdrijven is elke kilometer intens op z’n eigen manier. Er zijn kilometers die relatief snel voorbij floepen, maar pijn doen omdat lopen nu eenmaal pijn doet na een bepaalde tijd. Er zijn kilometers waarbij je makkelijk 10x op de klok kijkt. Ik ben sowieso meer een klokkijker dan Hans. Ik wil progressie kunnen zien – en soms lijkt die er dus helemaal niet te zijn. Op parcoursniveau zat het venijn hem absoluut in de staart: de laatste 40 kilometer waren zonder enige twijfel zwaarder door de techniciteit en de stijgingspercentages. Naar mijn gevoel zat het venijn juist helemaal in het begin. Mijn lichaam sputterde tegen toen het in het holst van de nacht werd aangespoord om in actie te komen. Je gaat niet juichen als je 15 kilometer gelopen hebt, maar ook die moet je nu eenmaal afleggen.

Wat ook meespeelde in die moeizame start is het gegeven van de comfortzone. Ik heb redelijk wat referenties als het gaat over een afstand tot 40 kilometer lopen. Ik heb bepaalde verwachtingen over hoe ik me dan zou kunnen en willen voelen. Als je 34 kilometer loopt als een derde van je totale afstand, verwacht je stiekem dat je nog maar voor een derde aan het afzien bent, in de comfortzone dus. Niks is minder waar. Afzien komt net zo makkelijk als het gaat wanneer je in staat bent om het los te laten. 34 kilometer lopen deed ik al vaker en voelt daarom niet aan als grenzen verleggen. Omgaan met de eindeloosheid en er vooral in kunnen berusten is deel van het ultralopen. Ook hier is Hans al heel wat meer ervaren dan ik. Voor mij was het een mentale bevrijding toen ik zag hoeveel we al achter de rug hadden en ik bezig was met iets dat ik niet elke dag doe.

De Trail Godefroy kreeg vorig jaar de beste beoordeling van de deelnemers van Sportevents. De setting is dan ook uniek te noemen. Starten en finishen aan een middeleeuwse burcht spreekt nu eenmaal tot de verbeelding. Bouillon is bovendien echt de moeite! In de wijde omgeving zorgt de meanderende Semois voor een indrukwekkend landschap in combinatie met de vele loofbossen (heel bosachtig dus). Er werden in totaal 5 afstanden aangeboden, maar er is weinig overlap in het parcours met die andere wedstrijden, waardoor de grote drukte vermeden wordt en je ongehinderd je ding kan doen. Ook een compliment voor de bepijling van de organisatie. Heel knap hoe ze erin slagen om duidelijk richting te geven over zo’n lange afstand. Je gaat mij echter niet horen zeggen dat Bouillon op trailgebied zoveel meer te bieden heeft dan wat je in Houffalize of La Roche vindt. Elke trail heeft zijn eigenheid en identiteit, juist dat is er zo leuk aan.

Nog prangende vragen
Hoe zit dat nu eigenlijk met het lopen versus wandelen? Wat mij verbaasd heeft, is dat wij zelfs met 101 kilometer in de benen nog konden lopen. Heel traag en waggelend weliswaar. Ik denk dat wij tot een kilometer of 60 nog redelijk vlot begonnen te lopen als het parcours niet te zwaar was. Vanaf dan doe je dat niet meer als er ook maar een beetje hellingsgraad is. Je lichaam trekt dat niet meer en je gaat gewoon sneller als je dan aan een stevig tempo wandelt. Ook het optrekken van wandelen naar lopen kost steeds meer energie. De eerste meters doen altijd pijn. Zeker na 80 kilometer merk je dat je stramme spieren telkens een optater krijgen door de impact van het lopen. Gek genoeg vind je zelfs met die stijfheid en pijnlijke voeten een comfort in lopen. Het moge duidelijk zijn dat je goed getraind aan een avontuur van dit kaliber moet beginnen, daar moeten we niet vals bescheiden over willen zijn. Ik wist wel dat ik over een heel sterke motor beschikte. Eentje die heel lang kan blijven gaan, als het moet gewoon op chips en cola. Wat ik ook ervaren heb, is dat niet alle pijntjes blijven toenemen naarmate je langer loopt. In het begin voel je nog heel duidelijk dat je bil pijn doet of je hamstrings weer maar eens stijf is. Na 50 kilometer is alles gewoon stijver gaan aanvoelen en begin je de eerste schuurplekjes te krijgen. Het is een ongemak dat lang op hetzelfde niveau kan blijven hangen zonder te escaleren.

Hoe is dat nu eigenlijk om alles koppel zo’n avontuur te beleven? Wel, dat is echt heel bijzonder en daar was ik ook tijdens de tocht bewust heel dankbaar voor. Je hebt je klankbord bij je. Iemand waar je 100% jezelf bij kan zijn, geen schone schijn voor moet ophouden of gezellig moet doen als je daar geen zin in hebt. Iemand waar je het wel altijd heel gezellig mee hebt. Ik vind werkelijk alles leuker en gezelliger met Hans erbij. Dat geldt zeker ook voor bijna 16 uur met elkaar op pad zijn en afzien. In het begin zeggen wij trouwens niet heel veel tegen elkaar. Als het allemaal wat trager begint te gaan, komt het gepraat vanzelf en is er veel te delen. Er schuilt een grote intimiteit in samen op avontuur gaan en samen afzien. Je maakt iets heel bijzonders mee dat je kan delen met de allerbelangrijkste persoon aan je zijde. Het is een verhaal van “wij samen” of “helemaal niet”. Je weet dat er iemand is die er altijd voor je zal zijn. Wat je dan ook nodig hebt, wat er ook gebeurt. Ik kus mijn beide handje dat ik Hans ontmoet heb en dat wij samen tot zoveel moois in staat zijn, dat wij samen elkaars dromen helpen waarmaken.

Smaakt dit nu naar meer? Jazeker, ik zou graag nog eens een 100 km lopen. Qua parcours en afstand volstaat iets in deze orde. Het moet voor mij dus niet heel veel moeilijker (hooggebergte) zijn en zeker ook niet langer (+120 km). Een hele nacht al lopend overbruggen trekt me niet aan. Het survivalgehalte was precies goed.

Hoe geradbraakt ben je na zo’n avontuur? Eigenlijk niet heel erg. Ons herstel verloopt goed. We zijn nooit helemaal kreupel geweest, wel stijf uiteraard, maar niet in die mate dat je geen stap meer kan verzetten. We merken wel dat er nog een bepaalde vermoeidheid in het lichaam zit, die proberen we ook te respecteren en dus niet te zot te doen. Al helemaal niet omdat wij er op zaterdag 5 juli weer in vliegen, dan staat de La Chouffe trail op het programma. We zullen daar de 80 km voor onze rekening nemen. Voor de sfeer en ambiance kunnen we rekenen op Sam en nog wat ouwe getrouwe maatjes. Wordt vervolgd!

Nog enkele weetjes

  • 96 mannen en 12 vrouwen bereikten de finish van de 100 km. Hans en ik eindigden ergens in het midden. De eerste vrouw had 13 uur en 52 minuten nodig om de finish te bereiken, de eerste man deed dat in 11 uur en 7 minuten. Ook Sam was in Bouillon. Hij liep de 34 kilometer in 3 uur en 35 minuten.
  • We staken meermaals de rivier over, maar dat ging telkens over een brug. Geloof me, de Semois is geen riviertje dat je zomaar eventjes doorwaadt.
  • Het is de zomer van de teek, vrees ik. Ondanks de insectenspray nam ik twee teken mee als souvenir uit de bossen. Onderweg nog eens wat extra sprayen was wel doeltreffend als bestrijding tegen rondcirkelende beesten.
  • Op de school waar Hans een toiletbezoek bracht tijdens de bevoorrading bleken de wc’s bewust niet op slot te kunnen. Onbegrijpelijk!
  • Met de drop bag deden we dus niet heel veel. Je stopt die natuurlijk helemaal vol met spullen (kleding, eten) die je denkt nodig te kunnen hebben. In de realiteit is zelfs de moeite om die zak te openen er al te veel aan.
  • We kregen een gedrocht van een rugzak “cadeau” toen we ons nummer gingen ophalen. Denk aan het grijze Basic Fit geval, maar dan met zwart en rood. Hans ziet er de functionaliteit wel van in.
  • Ik schat dat ik 8 liter water dronk en dan nog eens 4 liter cola. Tel daar nog een zak chips bij, één isogelletje en een reep Clif bloks. Op bijna 16 uur tijd in de warmte is dat niet gek veel.
  • Volgens mijn Garmin verbruikte ik 7432 calorieën en was mijn gemiddelde hartslag 122.
  • De omgeving van Bouillon heeft dus veel meer loof- dan dennenbossen. Eveneens opmerkelijk: een witte steensoort in de grond. Heel bijzonder!
  • Op het verste punt waren we in vogelvlucht zo’n 20 kilometer van Bouillon. De gemeente Bouillon telt amper 5000 bewoners, dat is inclusief de 12 naburige dorpen.
  • Over het toerisme in de regio valt wel wat te zeggen: wat wordt er veel gebouwd! Het is eigen aan de mens om overal waar je een potentieel mooi zicht hebt een huis uit de grond te willen stampen.
  • Pas op vrijdagavond viel mijn frank dat Godefroy gewoon Godfried in het Frans is. En dat Bouillon in Luxemburg ligt. Au.
  • Bouillon is zo trots op voormalig Rode Duivel Philippe Albert, die er geboren werd, dat hij een soort ereteken op een muur kreeg. Wel een beetje op een rare plaats, maar over eretekens mag je nooit te kritisch zijn.
  • Hans en ik gaan over een paar weken nog eens een kort trailtje lopen in Bouillon. Er is namelijk iets dat steekt bij mij: het uitzicht op Le Tombeau du Géant is werkelijk iconisch te noemen. Ik publiceerde er – dankzij Sam – vorig jaar zelfs een foto van op mijn blog! Ik moet terug om dat nu eens met volle aandacht te kunnen aanschouwen.
  • De droom van Roos haar 100 km is nog springlevend, let op mijn woorden.

Het moment – Hartentroef in Bouillon

Het is gelukt! Zaterdag 14 juni liepen Hans en ik 102 kilometer in en rond Bouillon. We overwonnen 3258 hoogtemeters en hadden daar 15 uur en 45 minuten voor nodig. Een afstand met drie cijfers lopen vergt heel wat meer inspanning dan een marathon onder de drie uur. Als kilometervreter heeft het voor mij altijd tot de verbeelding gesproken om ook qua afstand mijn grenzen te verleggen. Het is vooral een kwestie van doen en uitproberen om er beter in te worden en daadwerkelijk dat avontuur aan te gaan. Graag en veel lopen is het allerbelangrijkste, denk ik. De zin om ervoor te blijven gaan volgt dan vanzelf.

Met 26 kilometer op de teller sprak ik – ergens heel vroeg op de ochtend – de woorden: ik denk dat het niet gaat lukken. Ik voelde me belabberd, zowel in buik als benen. Het goede gevoel dat ik op training te pakken had, was totaal afwezig. Dit was een mission impossible. Ik ben dan ook enorm dankbaar dat het mij wel gelukt is om die mythische 100 te overschrijden. Een uitgebreid verslag volgt – uiteraard – nog. Ik zeg het steeds, maar ook nu geldt: er valt wel wat te vertellen over die heel lange dag in Bouillon. Enkele warmmakertjes: we trotseerden de hitte en een onweer met hevige regen. Ik hield mijn motor draaiende met enkel cola en chips. Na een moeizame start brak ik er de tweede helft helemaal door. Ik maakte twee keer noodgedwongen een sanitaire stop. Ik bleef niet teek-, maar wel blaarvrij. Hans is een fantastische man, dat wisten jullie al, bij deze bevestig ik officieel dat het eens zo fantastisch is om samen met hem dit avontuur te kunnen beleven.

Voor nu wil ik jullie deze niet geheel vrijblijvende boodschap meegeven: ga alsjeblieft eens naar Bouillon! Het is een prachtige stad die tal van troefkaarten op tafel kan leggen. Om te beginnen ligt het in een lusvormige bocht van de Semois. Steden met een stevige rivier hebben altijd een streepje voor. Bovendien is de Semois buiten de stad een rivier zoals je die uit de boekjes kent. Ik zeg hier en nu gewoon: de Semois is voor de Ardennen wat de Nijl voor Egypte is. Denk hierbij nog wat loofbossen en wandelpaden langs de oevers en je bent mee in de idylle. Eveneens aanwezig in Bouillon: een middeleeuwse burcht, meer bepaald die van onze vriend Godfried. Burchten en kastelen zijn altijd goed voor wat extra drama en heroïek. Een vermelding waard is ook de Eglise des Saints Pierre et Paul, een kerk met kathedraal-allures. In Bouillon en omgeving liggen de uitzichten voor het rapen. Het is een prachtig stukje België in Franse sferen. Een stukje buitenland in eigen land. Ik had me geen mooier decor voor dit avontuur kunnen wensen. Bouillon heeft mijn hart veroverd!

Het gerief – Ik ga 100 km lopen en neem mee

Yes yes, morgen is het zover! Hans en ik beginnen dan aan ons mega trailavontuur in Bouillon. 101 kilometer met 3314 hoogtemeters staan er op het menu. Om 3 uur (!) beginnen we eraan. We zijn gepakt en gezakt, klaar om eraan te beginnen, al klinkt het op dit moment nog heel onwezenlijk. Aan onze voorbereiding zal het niet liggen. In mei liepen we heel veel kilometertjes zij aan zij, waaronder ook een paar mooie trails in de Ardennen. We hadden dus de kans om wat eten en gerief uit te testen. Zo leerde ik van Hans dat er eigenlijk een soort van vuilniszakje in je trailvest hangt. Heel handig! Dan is de vraag van vandaag: wat neemt een mens zoal mee als ze 100 kilometer gaat lopen?

De organisatie legt een lijst op van verplicht materiaal dat elke deelnemer moet meenemen. Daar zitten spullen bij voor in geval van nood, een scenario waar je liever niet aan denkt, maar toch rekening mee moet houden: een overlevingsdeken (zo’n thermisch blinkend geval), een fluitje (hangt standaard aan elke trailvest) en elastische tape (kinesiotape). Elke loper moet bovendien een telefoon en identiteitskaart bij zich hebben. Aangezien we ’s nachts vertrekken, is ook een hoofdlamp verplicht en allesbehalve een overbodige luxe. Tot slot moet je een eigen beker bij je hebben (om te drinken aan de bevoorradingsposten), een waterreserve van 1 liter (wat niet heel veel is gezien het warme weer) en een voedselreserve (die niet verder gespecificeerd wordt).

Mijn trailvest is nog steeds de Advanced Skin 5 van Salomon. Ik kocht die in 2022 voor mijn eerste 70 kilometer in Houffalize. Een absolute aanrader! 5 liter opbergruimte is behoorlijk wat en meer dan genoeg als je geen extra kleding meeneemt. De meeste plaats wordt ingenomen door 4 soft flasks, in totaal 2 liter water. Twee flesjes zitten vooraan, de andere twee zijn extra’s op de rug. Ik drink liefst van al gewoon puur water. Misschien zwicht ik op de bevoorrading ook eens voor een colaatje. Naast drinken herberg je ook een hoeveelheid voeding. Tijdens de trainingen bleken de ISO gels van 6D met appel- en ananassmaak mij goed te bevallen, net zoals de sportrepen van 6D. De bloks (een soort snoepjes) van Clif mogen zeker ook niet ontbreken. Qua voeding reken ik verder op het buffet van de bevoorradingsposten. Voor mij is er geen trail zonder TUC. Heerlijk om het mondgevoel te neutraliseren en ook wat zouten binnen te krijgen. Een stukje peperkoek en wat rijsttaart schuif ik doorgaans ook vlot naar binnen. Mag zeker niet ontbreken “voor het geval dat”: zakdoekjes (de noodzakelijke sanitaire stop), insectenspray (er vliegt en springt daar wel wat rond), ontsmettingsspray (toch wel zo proper na een valpartij) en wat basis medicatie (pijnstiller en allergiepilletje).

We zullen onderweg 8 bevoorradingsposten passeren. Dat is mooi! Na 55 kilometer ligt op post nr. 4 onze drop bag, een tas met wat extra persoonlijke spullen die de organisatie daar voor je klaarzet. Hans heeft met zijn 100 mijlers al drop bag ervaring, voor mij is dit een primeur. Er gaan sowieso een paar schoenen en wat extra kleding in. Niet dat ik van plan ben om iets te wisselen, maar je weet maar nooit. Een fris washandje lijkt me wel lekker, net zoals iets boterham-achtig om te eten. We zijn van plan om ons daar van een goeie laag zonnecrème te voorzien – voor wat dat waard is met al dat gezweet. Uiteraard is het ook een kans om de voorraad gels en repen in je vest aan te vullen. Voor alle duidelijkheid: ik ben niet van plan om alles wat op de foto staat weg te stouwen. Ik heb niet heel veel brandstof nodig om te blijven gaan.

Hoewel ik het gedoe met gerief aanvankelijk veel gedoe vond bij trails, ben ik er nu van gaan houden. Het is het ultieme padvindersgevoel: vestje op, spulletjes mee en gaan! Denken jullie ergens in de loop van de dag eens aan ons?

Loperspraat – De trailloper in mei

De trailloper in mij, er valt wel wat over te zeggen. 8 jaar geleden liep ik mijn eerste trail. Hoewel, 25 kilometer in een modderig en winters Meerdaalwoud: dat kan je nog een uit de kluiten gewassen bosloop noemen. In juli 2017 stond ik voor het eerst aan de start van een ultra in de Ardennen. 49 kilometer! Samen met mijn papa begon ik eraan. Zwaar onder de indruk bereikten we allebei de finish, want in de Ardennen daar loop je 3D bergen op en beleef je een bos- en berggevoel voor gevorderden. Ik had het al vaker over die genese van mezelf als trailloper. Aan sympathie voor de trailsport was er nooit een gebrek, aan vertrouwen in mijn eigen kunnen buiten het geasfalteerde pad wel. Al voor ik Hans kende, was die droom er om ooit eens 100 kilometer aan te tikken. Et voilà, daar was dus plots het concrete plan om op 14 juni in Bouillon samen 102 kilometer te lopen tijdens de Trail Godefroy. Na 2 rustigere weken in april met een focus op herstel, was mei onze onvervalste trailmaand. Ik overschreed deze maand de kaap van de 400 loopkilometers (een record!). De trailloper in mij, ze bestaat wel degelijk.

Op 1 mei vlogen we meteen stevig in de trainingsarbeid. In het Park van Tervuren en het Zoniënwoud liepen we onze toer van 25 kilometer: een gevarieerde lus die het ideale opstapje naar het echt trailwerk vormt. Een pittige binnenkomer was het zeker. Toen we ergens halverwege pauzeerden om iets te eten, stelden we allebei vast dat die marathon ons nog in het lijf zat. Lichtjes gedehydrateerd liepen we binnen. Een zware training is een nuttige training. We hadden nog tijd genoeg om helemaal in het goede gevoel te groeien. Een paar dagen later liepen we een prachtige 20 kilometer in de omgeving van Houwaart en Tielt-Winge. We haalden herinneringen op aan ruim een jaar geleden toen we hier in de sneeuw tussen de wijnranken liepen. Voor mij was het ook de omgeving waar ik Katja leerde kennen tijdens de Houwaartse Wijnjogging. Een afsluitend lusje liepen we in het Troostembergbos, echt de moeite! Met 267 hoogtemeters in de benen kwam nu ook het goede gevoel om de hoek kijken.

Op 10 mei trokken we naar Bierbeek voor een rondje door het Mollendaalbos en het Meerdaalwoud. Het waren 19 kilometers die niet zonder slag of stoot verliepen. Hans kreeg na een kilometer of 8 veel last van zijn kuit, in die mate dat lopen heel pijnlijk was. Rustig aan vervolmaakten we onze tocht. De schrik zat er in dat er meer aan de hand was. Gelukkig bleek de weerbarstige kuit zondagochtend heel wat soepeler te zijn en waagden we het erop om naar de Voerstreek te trekken voor een lange duurloop. Met 24 graden was het aan de warme kant. We liepen uiteindelijk twee lussen met een tussentijdse bevoorrading aan de auto: in totaal 31 kilometer met 760 hoogtemeters. Wat een ongelooflijk mooie omgeving is Voeren toch! In de stijl van The Sound of Music liepen we over grasvelden (de edelweissjes waren vervangen door boterbloemen). Berg op en af uiteraard, maar de omgeving was zo gevarieerd dat we helemaal in het moment zaten. Schril contrast met de rustgevende omgeving: een familiewandeling die ontaard was in een familieruzie. Roepende broers met aanhang en ouders die de boel proberen te sussen, dat was althans mijn interpretatie van de feiten. De kuit van Hans hield het. Helemaal heppie en opgeladen reden we dus terug naar huis.

Heverleebos mocht natuurlijk niet op het trail-appel ontbreken. 17 mei liepen we daar een leuk rondje van een kleine 15 kilometer. Een fijn weerzien met het bos waar ik vroeger elke tak kende. De kuit van Hans speelde wat op en ik keerde huiswaarts met een allergische reactie aan mijn oog. Daags nadien zouden we nog meer blikschade oplopen. Er stond namelijk een eerste trail in de Ardennen gepland, meer bepaald in Aywaille. Het nadeel van Tienen is dat je niet in een bosrijke omgeving woont. Het voordeel is dat Tienen de poort naar de Ardennen is. Hans had een uitdagende route uitgestippeld: 34 kilometer met 1400 hoogtemeters. Pijn zou dat hoe dan ook doen. Zoals steeds, ging de start meteen heel pittig omhoog. Na amper 1,5 kilometer liep Hans tegen een overhangende boom. Een stevige knots en daar lag hij op de grond. Na de eerste schrik, bleek er gelukkig niet meer aan de hand dan een schram op zijn hoofd. De volgende hindernis was een koeienweide die we moesten oversteken. Ik hoorde in de verte een koe als een dolle loeien en vertrouwde het zaakje voor geen haar. Vertrappeld te worden door een bende koeien in de Ardennen, het is niet de manier waarop ik wil sterven. Ze kregen ons gelukkig niet te pakken.

Onze tocht ging verder onder een indrukwekkend viaduct en dan over een grimmig paintballterrein waar (ook weer gelukkig) geen activiteit plaatsvond. Het gevoel zat goed bij mij. Trailen in de Ardennen: het is altijd zwaarder dan je denkt, maar het is ook altijd mooier dan je verwacht. De route langs de Ninglinspo blijkt erg in trek te zijn bij Nederlanders, een betoverend mooi stukje Ardennen met een kabbelende rivier en feeërieke bomen. Al werd de rust een beetje verstoord door een bende gekken op een mountainbike die zich met gevaar voor eigen leven aan een halsbrekende downhill waagden. Zij liever dan wij! Na een heel pittige klim ging het nog steeds goed en kon ik uitkijken naar het einde: de laatste 6 kilometer zouden namelijk in dalende lijn lopen. Dat deed deugd! Op één van de laatste dichtbegroeide stroken haalde ik wel mijn benen goed open aan de doorns. Eveneens toe te voegen aan het schaderapport van de dag: twee teken bij Hans. Moe, maar heel voldaan stapten wij weer in de auto.

Ook regenweer was van de partij in onze trailmaand. Vorig weekend liepen we een rondje Tervuren door de gietende regen. Het ging lekker, maar we waren goed verzopen nadien. Mag het eens iets anders zijn? Op zondag 25 mei stond Hans aan de start van de 20 kilometer door Brussel. Ik beleefde het (in de regen) als supporter langs de zijlijn. Waarom? Wel, ik viel weer maar eens ten prooi aan de fomo van de loophypers. Deze editie was in amper een kwartier uitverkocht en dan ben ik eigenlijk altijd te laat. Hans kon een startbewijs scoren via zijn werk. Moreel was hij het aan mij (en Roos) verplicht om te starten. Het was er eentje om van te genieten! Amper 1u31 had hij nodig om de finish te bereiken. Lopen in Brussel, het is nooit een echt lachertje.

Over twee weken starten we dus ergens heel vroeg aan ons 100 kilometer avontuur. Ik liep deze maand elke dag. Nog belangrijker: ik verteerde ook de langere trails heel goed. Ik onthoud dat je voor elke meter die je berg op loopt, er eentje berg af loopt. Bovendien heb ik er heel erg van genoten om samen trainingen te plannen en zowel dichtbij als wat verder van huis samen kilometertjes te maken. Morgen volgt er nog een slotstuk in Malmedy van 39 kilometer en dan kan de rustiger-aan-periode beginnen. De trailloper in mij heeft niet bepaald stilgezeten in mei.

Het gerief – Een trailschoenenspecial

Tot voor kort had ik weinig speciaals te vertellen over de trailschoenen waar ik mee liep. Een beetje hetzelfde verhaal als met mijn wegschoenen: ik bleef hangen bij wat ik kende van Nike zonder me daar veel vragen bij te stellen. Ik liep veel en ook lange trails in de Ardennen met de Pegasus trail reeks. Met schoenen van een ander merk zouden die uitdagingen niet plots veel makkelijker geweest zijn. Buiten die keer in Houffalize dat ik de totaal onlogische keuze maakte om met een GoreTex schoen te lopen. In warm weer, uren aan een stuk en een paar keer de rivier door. Het resultaat: blijvend natte voeten én blaren. Mijn trailschoenen van Nike deden het vooral goed als modderschoenen. Als je in een dorp woont richting boerenbuiten, dan loop je in het najaar steevast door modder op een harde ondergrond. Een niet zo bijzondere trailversie van een niet zo bijzondere wegschoen (want dat is de Pegasus trail) is dan een goed compromis: je hebt meer grip, maar boet in aan comfort. Nu ben ik dus samen met een rasechte trailloper, die ook al heel wat meer jaren ervaring met trailschoenen heeft. Bovendien verzeilde ik in de loopschoenenbranche en was het dus onafwendbaar dat ik ook op trailvlak mijn horizon zou verleggen. Een blik op mijn trailschoenenrek.

De Speedgoat 5 van Hoka is voor mij de ideale allround trailschoen. Eentje waar je op divers terrein mee uit de voeten kan. Een modderige loop in Heverleebos of een technischer trailtje in de Ardennen, met de Speedgoat aan je voeten zit je altijd safe. Het is een zachte schoen die voldoende grip geeft. De pasvorm zal vele voetjes blij maken. Dat bleek toch toen ik nog schoenen verkocht: de Speedgoat zit zo lekker als een pantoffel, maar wel één die doet dromen van bos en bergen. In het najaar kwam de Speedgoat 6 uit. Veel veranderde er niet, al zijn lopers met bredere voeten blijer met de 5. Een aandachtspunt is de slijtage van het profiel. Verharde kilometers moet je er echt wel mee beperken om te vermijden dat het profiel wegsmelt als sneeuw onder de zon. Mijn snelle geiten waren het eerste paar Hoka’s dat ik kocht en we zijn nog niet uitgelopen samen.

Liefde op het eerste gevoel had ik met de Xodus Ultra 3 van Saucony, een oerdegelijke trailschoen verpakt als een wegschoen. De eerste keer dat ik hem aantrok, was het meteen raak: dit is de trailschoen die ik nodig had! De zool is wat hoger en bestaat uit twee lichte foams. De Xodus combineert demping dan ook met responsiviteit. Je zakt er kortom minder in weg, waardoor je tempo kan maken als het off-road terrein wat beter beloopbaar is. Ik trek ze vooral aan bij bosloopjes hier in de omgeving. In december liep ik er de Trail de la Soupe mee: een goeie 40 kilometer die modderiger en technischer waren dan verwacht, maar ik betreurde mijn keuze voor mijn bordeauxrode rakkers in geen geval.

De Mafate Speed 4 van Hoka is mijn nieuwste aanwinst en kocht ik met het oog op het echt lange ultrawerk dat er zit aan te komen. Ik was al lichtjes beïnvloed door de complimentenregen van Hans over deze schoen. Voor een gewone bosloop met wat hoogte moet je niet meteen investeren in de Mafate. Het is op alle vlakken immers de meest geavanceerde trailschoen uit de Hoka-stal. Aan de pasvorm merk je meteen dat het een schoen is waar je een huis op kan bouwen. De zool is opgebouwd uit een zachtere foam om voldoende demping en dus comfort te geven, aangevuld met een wat hardere basis zodat de schoen ook stabiel blijft als je er uren aan een stuk mee loopt. Voor het technische werk (denk: steile klimmetjes en afdalingen over een geaccidenteerd terrein) is de Mafate je allerbeste vriend. Na mijn eerste trailtje ermee, kroonde ik mezelf meteen tot trailgodin Maffie. Een schot in de roos dus!

Tot slot nog dit: een trailschoen koop je niet om je voeten droog te houden. Lopende voeten kunnen beter gewoon nat worden in ademend materiaal waarin het vocht uit de schoen kan. Een trailschoen is aan te raden als je meer grip wil houden op een natte, gladde of oneffen ondergrond. De zool van een trailschoen is robuuster, waardoor je niet meteen elke steen voelt waar je over loopt. Bovendien is ook het bovenwerk steviger en zijn je tenen beter beschermd als je ergens tegenaan stoot. Voor de meeste trailschoenen is de algemene richtlijn dat je om het profiel van de zool te sparen niet meer dan een kwart van je kilometers op verharde (asfalt/beton) ondergrond mag lopen. Omdat trailschoenen het doorgaans harder te verduren krijgen door de omstandigheden waarin ze worden gebruikt, gaan ze wat minder lang mee. Door te stijgen en dalen staat het bovenwerk meer onder druk en kan dat sneller scheuren. Ook modder en zand zorgen ervoor dat het materiaal sneller verslijt.

Disclaimer: ik werkte dan wel voor Absolute Run – Vedette Sport in Leuven. Ik betaal mijn schoenen helemaal zelf en word door niks of niemand verplicht om daar een mening over te hebben, laat staan om die te delen.

Loperspraat – Mijn sportieve voorjaar van 2025

Er zijn eigenlijk alleen maar voordelen aan een lopend koppel te zijn of een koppel lopers. Je kan samen gaan lopen en nadien een chocomelk drinken ter recuperatie. Je kan op elk moment van de dag iets delen over alles wat je tegenkomt tijdens het lopen, zowel letterlijk als figuurlijk. Er is altijd iemand die daar net op dat ene pijnlijke plekje op je bil wil duwen om je verkrampte spier los te krijgen. Er is altijd iemand tegen wie je schaamteloos een pijntjesrapport kan afleveren. Je kan vooral ook heel veel plannen maken samen. Zo is mijn hart nog sneller gaan slaan om een toertje te gaan trailen (ook al loop ik nog steeds niet graag bergop) en is Hans makkelijker te verleiden om een marathon op asfalt te lopen. Onze sportieve agenda voor de eerste helft van 2025 is kortom weer goed, maar vooral mooi, gevuld. 

Het leven is aan de rappen en al helemaal als je je wil inschrijven voor een sportief evenement. Terwijl wij dachten dat we in december goed bezig waren met plannen te maken voor over een half jaar, werden we meermaals gepakt op snelheid. De 10 Miles in Antwerpen (27 april 2025) was in amper twee dagen uitverkocht. Een boot gemist, maar geen man over boord: de 10 Miles konden we wel een jaartje overslaan. Een veel pijnlijkere trein die aan ons voorbij raasde was die van de CPC Loop in Den Haag (9 maart 2025). Toch wel mijn favoriete halve marathon, omdat het gewoon altijd goed is daar. Ook de CPC viel dus ten prooi aan de FOMO die onder lopers heerst. We konden geen inschrijvingsbewijs bemachtigen: een pijnlijke noot om te kraken. Dezelfde dag kwamen we ook te weten dat een trail in de Elzas die we in mei wilden lopen helaas uitverkocht was. Even flink balen om dan van koers te veranderen. 

Voor de meeste stadsmarathons is het eerder regel dan uitzondering dat je je ruim van tevoren moet inschrijven. Pakweg een jaar. Het was dan ook in maart 2024 dat we ons inschreven voor toch wel een heel bijzonder evenement: het EK marathon dat gewoon voor iedereen toegankelijk is. 13 april 2025 is de dag waarop het zal gebeuren. In rechte lijn lopen we dan van Brussel naar Leuven om in Leuven de finale in te zetten. Aha, van Brussel naar Leuven lopen! Ik was een trendsetter toen ik me daar in 2018 aan waagde. De organisatie mag gerust beroep doen op mijn ervaring met de lijn Brussel-Tervuren-Leuven. Op dit moment zijn er 11.000 inschrijvingen voor de volledige afstand (er is ook een halve en 10 km race) en zo wordt dit evenement de grootste stadsmarathon van België. Bovendien wordt het mijn 20e marathon en zal het ook 10 jaar geleden zijn dat ik me aan de marathonafstand waag. Een ongezien loopfeest waar ik heel erg naar uitkijk in het jaar waarin ik 40 word.

In mei hoop ik weer aan de start te staan van de 20 km door Brussel. De inschrijvingen starten op 12 maart en ik ga nu echt eens heel hard mijn best doen om me meteen die dag in te schrijven. De maand mei zal verder in het teken staan van kilometers maken en ook wel wat hoogte. Ik heb altijd de droom gehad om eens 100 kilometer te lopen en met Hans aan mijn zijde heb ik nu ook de perfecte partner om dat avontuur aan te gaan. Samen trails lopen, geloof me: romantischer dan dat wordt het niet. Een voorlopige streep dus door de UTMB trail in de Elzas (wellicht een plan voor 2026). Om die 100 kilometer rond te krijgen vonden we een waardig alternatief bij de Trail de Godefroy in Bouillon op 14 juni. Een bucketlist trail van de Benelux, aldus de organisatie. Met 3150 hoogtemeters ligt die in lijn met de Chouffe trail en, jullie weten dat al, dat is de trail waar ik alles aan afmeet. En hoe zit het dan met de Chouffe trail in Houffalize? Wel, de organisatie heeft beslist dat het voor mij na drie deelnames aan de (net geen) 70 kilometer tijd was voor wat meer trailfun. De langste afstand is nu 80 kilometer en aangezien de Chouffe amper drie weken na Bouillon komt en het begin juli doorgaans warm is, betekent dat toch aanzienlijk meer zweet en mogelijks ook gesakker op de hoogte. Sam zal trouwens ook weer van de partij zijn.

Aan plannen geen gebrek. Nu alleen hopen dat mijn hamstrings er ook wat meer zin in krijgen de komende tijd. Sinds mijn positieve bericht na de Trail de la Soupe zet die positieve tendens zich voorzichtig verder, al is er nog veel werk aan de winkel. De moed zakt me soms nog in de schoenen, maar diezelfde schoenen voelen ook wel weer dat er meer power in de beentjes zit. Hoop doet leven. Plannen maken doen dat eens zo hard. Hans verkeert trouwens nog steeds in uitstekende vorm na zijn 100 mijl op de Bello Gallico in december en een toptijd op de Eindejaarscorrida in Leuven. Op naar veel sfeer en gezelligheid dus in het sportieve jaar 2025! 

Loperspraat – Een toertje trailen met soep

Soms is het beter om onwetend te zijn. Als ik had geweten dat er in de Trail de la Soupe geklommen moest worden met touwen, dan zou ik het namelijk niet hebben aangedurfd. Ik loop natuurlijk wel graag een trailtje, dat mag ook lang zijn, maar liefst niet te technisch. De La Chouffe is om die reden een trail naar mijn hart. Door de jaren heen werd de Chouffe een referentie waar ik trails aan afmeet. Het brute werk van de Trail des Fantômes liet ik in augustus dan ook met plezier aan Roos, Joni en Hans. Sinds de Hel van Kasterlee mijn najaarsprogramma niet langer hypothekeert, kwam er ruimte vrij om een wintertrail te lopen. Hans en Sam hadden ook nog eens zin om samen op pad te gaan in de omgeving van La-Roche-en-Ardenne en zo stonden wij dus op zondagochtend aan de (ijskoude!) start van de 44 km. 

Het was lang geleden dat mijn vlam om erin te vliegen zo hevig brandde. Niks moet en alles mag, dit was een avontuur waar ik me onbezonnen kon instorten. Die ingesteldheid had ik te danken aan het uitmuntende gezelschap, maar ook aan de positieve flow die ik weer te pakken heb. Het heeft wat tijd gekost om mijn marathon in Berlijn op het schap te kunnen plaatsen. Halverwege oktober ging ik nietsvermoedend 10 kilometer lopen door het Tiense platteland en voelde ik dat er iets veranderd was. Ik voelde me sterker en fitter. Ik kon plots weer wat tempo maken en het gaspedaal induwen, ondanks die zeurende hamstrings en bilspieren. Alsof al die maanden training en inspanningen om te herstellen op dat eigenste moment hun vruchten afwierpen. Ik kwam tot de conclusie dat de Berlin Marathon mij deugd had gedaan. 

SZTJ6529

De start van een trail is altijd goed voor een spontane ontmoeting. Ik leerde trouwe bloglezer Lobke kennen die zich in goed gezelschap warm hield voor de start van de 33 km. Sam zou – met dank aan de vrije start – 7 minuten na Hans en mij vertrekken om zo meteen aan een inhaalrace te beginnen. Veel wist ik niet van wat ons op het parcours te wachten stond. Aangezien ik alles met de Chouffe trail vergelijk, wist ik dat 1500 hoogtemeters op 44 kilometer best wel wat is. De eerste kilometers gingen meteen goed omhoog. We kregen een prachtig uitzicht gepresenteerd, de zon brak erdoor en ik besefte weer dat het zo leuk is om samen met Hans te lopen. 

Niks dan goed nieuws dus. De stijging was beloopbaar, de ondergrond gevarieerd: hier en daar modderig, soms nog keihard bevroren. Ook de omgeving stelde niet teleur. Na 8 kilometer bereikten we het hoogste punt en een kilometer later werden we bijgebeend door Sam die ook tijdens een trail niet vies is van wat sprintwerk. Tijd dus om bij te praten. Na 18 kilometer en net geen 2 uur op de klok bereikten we met z’n drieën de eerste bevoorradingspost in Maboge. Naast het standaard trailbuffet stond daar uiteraard ook soep op het menu. Terwijl Hans aan de cola zat en Sam aan de soep ging, koos ik voor de TUC koekjes. Geen trail zonder TUC! 

SDUR5526

Mijn muts had ik al ingewisseld voor een pet, maar ik bleef er bijzonder goedgemutst bij lopen. Ik vloekte niet op de hoogte, ik zat helemaal in het moment en genoot ten volle van het samenzijn met mijn trailcompagnons. Zelfs toen het steeds steiler omhoog ging, er geklommen en gesprongen moest worden. Ook toen ik dus touwen zag hangen die een noodzaak waren om boven te geraken. Ik hing nog steeds aan de rekker van die twee klasbakken voor mij, maar ik voelde me 10x beter dan in Houffalize enkele maanden geleden en dat was zonder meer een reden om heel blij van te worden. Het had letterlijk wel wat voeten in de aarde om de tweede bevoorradingspost op kilometer 35 te bereiken. Daar schoof ik nog wat TUC’s naar binnen om opgeladen de finale te kunnen inzetten.  

De Muur van Maboge wachtte nog op ons, een beklimming die zijn naam niet gestolen heeft. Ruim een kilometer ging het steil omhoog. Met als hoogtepunt 500 meter stijgen aan 20%: het is niet van de poes. Al klauterend naar boven besloten we een groepsportret te laten vastleggen door de fotograaf van dienst, wat maar net goed afliep voor Sam. De laatste kilometers gingen in dalende lijn back to the city, het charmante La-Roche-en-Ardenne dus. Na 5 uur en 30 minuten bereikten we hand in hand de finish. Een beetje moe maar voldaan, zoals dat heet. We konden ons verwarmen aan het soepbuffet. Het was een stralende dag in La Roche. Net zoals de soep smaakte het naar meer.  

IMG_5398b

Loperspraat – De legendarische Great Escape van Hans

Jullie weten al dat Hans een bijzondere man is. Een man die van vele markten thuis is. Een echte trailloper die niet bang is voor een grensverleggend avontuur dat op een mission impossible lijkt. Zo bracht ik hem op vrijdag 13 september naar Maboge waar hij de bus zou nemen naar Ettelbrück in Luxemburg om van daaruit in (een niet zo heel rechte) lijn terug naar Maboge te lopen. Goed voor een trailrun van zo’n 100 mijl, ofte een dikke 160 kilometer. Kortom, een missie die wel wat voeten in de aarde had en ook van het lange type zou zijn. Roos toverde haar auto voor de gelegenheid om tot een camper zodat wij Hans vanaf zaterdagavond van controlepost naar controlepost konden volgen. Op het koudst van de nacht was het een graad of 2. We konden toch wat uurtjes slaap meepikken en slaagden er ook in om de sfeer erin te houden. Hans was duidelijk beter bestand tegen de ontbering. Hij zette en pakte door. Zondagmiddag zagen we hem net na de middag finishen. Na 32 uur en 51 minuten zaten zijn 164 kilometers erop. Ik zei het al: wat een man! Hoe hem dat alles verging? Hij vertelt het jullie zelf.

FHHO3873

Toen ik in 2017 besloot me op trailrunning toe te leggen en de stratenlopen links te laten liggen had ik geen duidelijk omlijnd plan of doel. Ik wilde deze “discipline” rustig ontdekken; zo vaak mogelijk in de natuur lopen, over onverharde paden, het liefst zo ver mogelijk van de drukte en het lawaai. Ik liep dus af en toe eens een trailwedstrijd in de Ardennen, maar nog vaker trok ik er gewoon in mijn eentje op uit om ergens in de natuur een mooie trail te lopen.

Ik begon ook steeds vaker langere afstanden te lopen en zoals ik altijd gedaan heb bouwde ik dat rustig op. Hoewel ik na verloop van tijd ook steeds vaker verder dan de marathonafstand liep, en dus theoretisch gezien een ultraloper werd, vond ik het wat overdreven om mezelf dat predicaat toe te kennen.

In 2023 ontmoette ik Joke tijdens de La Chouffe Trail 70 km en wat er daarna allemaal gebeurde, kan je uitgebreid lezen elders in deze blog, maar het gaf sowieso een boost aan mijn loopambities en meer bepaald met betrekking tot het “ultratrailen”. Toen ik het er met haar eens over had om me in te schrijven voor een 50 mijl wedstrijd was haar reactie: “Waarom ga je niet meteen voor 100 mijl?” Dat was het zetje dat ik nodig had om eens iets gek te doen en zo geschiedde… Ik schreef me in voor de Bello Gallico 100 mijl in december 2023. Helaas sloeg in volle voorbereiding het noodlot toe. Eind november verstuikte ik tijdens een rustig trainingsloopje mijn enkel. Met de moed der wanhoop en tegen beter weten in verscheen ik toch aan de start, maar mijn enkel liet het onderweg meer en meer afweten en na 14 uur en 101 kilometer moest ik noodgedwongen de strijd staken hoewel ik me verder nog prima voelde. Ik stapte uit met een dubbel gevoel; een DNF in deze wedstrijd, maar wel mijn afstandsrecord op 101 kilometer gebracht. Ik kon me al wat beter verzoenen met het label ultraloper.

Mijn herstel van die blessure werd eind februari helaas nog eens doorkruist door een spierscheur in mijn kuit die ik opliep tijdens een trailwedstrijd in Binkom en terwijl ik het loopjaar 2024 al compleet de mist zag ingaan, bleef Joke bij hoog en bij laag beweren dat 2024 een top-loopjaar zou worden voor mij. En ze heeft echt wel gelijk gekregen; achtereenvolgens verzamelde ik in de volgende maanden PR’s op de marathon (in Milaan) en de 20 km van Brussel, zette ik samen met Roos een mooie tijd neer tijdens de 10 miles in Antwerpen, liep ik in juli samen met Joke en Sam de La Chouffe Trail 70 km en in augustus samen met Roos en Joni de Trail des Fantômes 48 km, ging ik tijdens een weekend in de Ardennen 60 km hiken en liep ik 44 kilometer tijdens de 4 uur van de Mollekestrail. Kon ik er meer klaar voor zijn om een nieuwe poging te wagen om die 100 mijl te verslaan? Ik denk het niet…

Het weekend van 13 tot 15 september stond al heel lang in mijn agenda met stip genoteerd: the Great Escape. Ik citeer even de website: “Escape from the Ardennes! 160 km doorheen het mooiste dat de Ardennen te bieden hebben. Trek je stoute schoenen aan, stap uit de dagelijkse sleur, en begin te dromen van wijdse open vlaktes en de mooiste landschappen. Je zal 160 km aan trails ontdekken, aan beide zijden van de Belgisch-Luxemburgse grens, in het hart van de Ardennen. Onderweg tal van kleine ontdekkingen – een historisch kruis, oude muren, kleine beekjes en rivieren – en grootse uitzichten. Feërieke mist, een vluchtige glimp van een hert, de geur van vers gemaaide velden, je zal overdonderd worden met indrukken die je ‘Great Escape’ tot een memorabele ervaring zullen maken.”

Het concept kort samengevat: je start op zaterdagochtend om 4 uur samen met 199 andere lopers in het Luxemburgse Ettelbrück, om na meer dan 160 kilometer in de loop van zondag aan te komen in het Ardense dorpje Maboge. Onderweg overwin je meer dan 6.000 hoogtemeters, zie je twee keer de zon opkomen, passeer je 8 controleposten en beleef je het mooiste van wat de Ardennen te bieden hebben.

Een wedstrijd van die omvang loop je niet zomaar, ook logistiek is dit een ingewikkelde operatie. In 3 van de 8 controleposten (na 40, 80 en 120 kilometer) kan je een “dropbag” laten plaatsen met daarin allerhande spullen; droge kleding en schoenen, verzorgingsmateriaal, voeding en drank enz… Je moet op voorhand goed nadenken wat je waar en wanneer denkt nodig te hebben, rekening houdend met het geschatte tijdstip, de weersvoorspellingen, het terrein en noem maar op.

Slaap is ook een “dingetje” tijdens deze wedstrijd; je weet dat je sowieso de nacht van zaterdag op zondag al lopend zal doorbrengen, maar omdat de start plaatsvindt op zaterdagochtend om 4 uur is de nacht daarvoor ook al gehypothekeerd. Je kan dit op verschillende manieren proberen op te lossen die allemaal gemeen hebben dat er in de praktijk van slapen niet zoveel in huis komt.

Ik heb op vrijdag vakantie genomen om in de loop van de dag nog zoveel mogelijk te slapen. Wel, ik heb veel in mijn bed gelegen maar nauwelijks geslapen. ’s Avonds hebben we dan nog samen thuis gegeten en rond half tien bracht Joke me naar Maboge voor het ophalen van mijn startnummer en de afgifte van mijn dropbags. We kwamen daar aan rond 23 uur, deden het nodige en probeerden daarna nog enkele uren onder een dekentje in de auto een beetje te rusten, wat ook niet echt lukte. Om 2 uur vertrok dan de bus die de lopers naar de start in Ettelbrück zou brengen en ook hier was een poging om de ogen te sluiten tevergeefs. Je komt dus eigenlijk al aan de start met een nacht slaapachterstand.

En dan de start… eigenlijk voel je je al een beetje zielig en ellendig na die slapeloze nacht, gepakt en gezakt met een best wel zwaar trailvest op je schouders. Je lichaam heeft op dat tijdstip eigenlijk helemaal geen zin om het op een lopen te zetten. Het is koud en donker en de stationsbuurt in een Luxemburgs stadje is ook niet meteen een opbeurende plek. Na een korte briefing zet de kudde zich in beweging om de komende pakweg 30 uur in beweging te blijven, een lange kolonne lichtjes die je op de hellingen voor en achter je ziet voortbewegen.

Start

Zaterdag 04u00 – start Ettelbruck – km 0,0

Ik begin aan het avontuur met een klein hartje, geïntimideerd door de eindeloosheid van wat nog komen gaat, meer dan 160 kilometer en waarschijnlijk meer dan 30 uur onderweg. Je verstand kan dit onmogelijk vatten en begint hier heel erg tegen te protesteren. “Ik wil hier eigenlijk helemaal niet zijn”, is een gedachte die meermaals door mijn hoofd flitst.

Toch moet je trachten jezelf tot bedaren te brengen en die gedachten te bannen; je probeert enkel nog in het moment zelf te zijn, je te concentreren op de ene stap na de andere zetten en niet verder te denken dan de volgende controlepost. Je kijkt in het begin ook uit naar de zonsopgang die je hopelijk een beter gevoel zal geven en je probeert aansluiting te vinden bij groepjes lopers die jouw tempo lopen omdat samen toch makkelijker lijkt dan alleen op dit moment.

IMG_3942b

Een eerste mentale opsteker is het moment waarop we vanop een hoogte door de nevel in het dal de lichtjes van Bourscheid-Moulin zien, een prachtig feeëriek zicht dat een bevoorrecht gevoel geeft deze mooie dingen te kunnen beleven tijdens dit uitzonderlijk avontuur.

Kort na een prachtige zonsopgang komt dan eindelijk de eerste controlepost in zicht. We lopen net op een heuvelrug op dat moment, beneden in het dal hangt er mist, wij zien de zon opkomen in een heldere staalblauwe lucht. Het is nog erg koud, ik heb een jasje en handschoenen aan maar ben van plan om die uit te doen in de controlepost.

IMG_3946b

Zaterdag 07u37 – CP8 Bourscheid – km 23,7

Ik eet hier twee sandwiches met choco en vul mijn drank aan. Ik schud ook het vuil en de steentjes uit mijn schoenen, iets wat ik later nog vaak zal herhalen om blaren zoveel mogelijk te voorkomen. Wanneer ik opnieuw vertrek en we vanop de hoogte waar de controlepost zich bevindt naar beneden lopen stel ik vast dat het toch nog te koud is om mijn jasje uit te doen. Ik trek zelfs opnieuw mijn handschoenen aan.

IMG_3947b

Het uitzicht is wondermooi en wanneer we afdalen in de vallei lopen we via een prachtige route langs een ravijn in de buurt van Dirbach. We passeren de “Doigt de Dieu”, een indrukwekkende rotsformatie die hoog boven de vallei uittorent. Enkele kilometers verder wordt het dan toch echt te warm en trek ik alsnog mijn jasje uit. De warme zon op onze rug tijdens de beklimmingen vormt een groot contrast met de koude nacht tijdens de eerste uren na de start.

Op naar Hoscheid dan, waar we over een “graat” uit de vallei zullen klimmen. Ik zag deze al op heel wat foto’s en het is een hoogtepunt waar ik al geruime tijd naar uitkijk. En de realiteit stelt ook echt niet teleur. Samen met enkele andere lopers pauzeren we hier even om de omgeving in ons op te nemen en enkele foto’s te maken. Van hieruit is het nog slechts enkele kilometers tot het volgende controlepunt, het eerste met een dropbag.

IMG_3955b

Zaterdag 9u57 – CP7 Hoscheid – km 37,6

Op deze controlepost drink ik wat soep en cola, controleer ik mijn materiaal en vul aan wat nodig is. Ik wissel ook mijn kousen en doe een “grote boodschap” na wat aanschuiven. Het vergt best wel wat concentratie, zo’n uitgebreide bevoorrading; foute keuzes of beslissingen hier kunnen in een later stadium van de wedstrijd leiden tot opgave zoals later nog zou blijken. Goed nadenken en zorgvuldig en methodisch te werk gaan is dus de boodschap, maar tegelijk wil je ook niet té veel tijd verliezen.

Ik vertrek hier opnieuw met een klein hartje, we hebben tenslotte nog altijd meer dan 120 kilometer voor de boeg. Gelukkig kan ik aansluiten bij een groepje luidruchtige Nederlanders. Onder andere omstandigheden zou ik dit misschien niet zo leuk vinden maar nu vormt het een welgekomen afleiding en schuiven de kilometers haast ongemerkt voorbij.

Zaterdag 13u54 – CP6 Kautenbach Chateau – km 57,5

Enkele kilometers voor de volgende controlepost loop ik wat weg van het groepje en ik kom net voor hen aan bij een middeleeuws kasteel. Ook hier tank ik weer routineus bij. Ik eet (een sandwich met choco) en drink (cola) wat en maak mijn schoenen leeg. Ik heb een goed gevoel en voel me sterk. Nog “slechts” een dikke 20 kilometer tot het halfweg punt waar ook een warme maaltijd wacht. Dat geeft een burger moed; vanaf de helft kan je beginnen aftellen en “gaat het alleen nog bergaf”. Ik ga dus goedgezind opnieuw op pad.

Zaterdag 17u27 – CP5 Clervaux – km 78,8

De warme maaltijd die de organisatie voorzien heeft in deze controlepost moet je wel eerst verdienen; we wijken hier enkele steile en technische kilometers af van de route en hoewel deze kilometers uiteraard ook meetellen valt het psychologisch toch zwaar om dit heen-en-weertje te moeten doen.

Ook hier maak ik weer een stand van zaken op van mijn materiële en fysieke toestand; ik laad mijn horloge op aan mijn powerbank, controleer mijn materiaal voor de nacht die eraan komt, wissel mijn shirt, vul mijn eten en drank aan… Bij het wisselen van mijn kousen stel ik vast dat ik ondanks alle voorzorgsmaatregelen toch blaren begin te krijgen. Gelukkig heb ik Compeed pleisters mee en een van de vele fantastische vrijwilligers die deze wedstrijd rijk is, knipt ze tot het gewenst formaat en brengt ze aan.

Vervolgens eet ik een groot bord pasta met lekkere veggie saus en veel kaas. Een ultra trail wedstrijd is ook een eetwedstrijd zegt men wel eens en dat is niet gelogen; je verbruikt gigantisch veel energie en je moet die voorraden eigenlijk permanent aanvullen, het liefst zoveel mogelijk met “echt” eten, aangevuld met wat snelle energiebronnen zoals gelletjes (al dan niet met cafeïne). Niet meer kunnen eten, bijvoorbeeld omdat je misselijk wordt, is een van de grootste oorzaken van problemen tijdens dit soort wedstrijden. Niet eten = geen energie = game over. Gelukkig beschik ik over een zeer welwillend maagdarmstelsel dat prima blijft functioneren en kan ik de ganse wedstrijd met goesting en smaak blijven eten.

Ik heb hier in mijn dropbag ook een lange broek maar ik besluit die niet mee te nemen omdat het droog zal blijven en ik niet verwacht dat het té koud zal worden. Dat zou later een tactische fout blijken te zijn die ik gelukkig niet duur zal betalen.

Na een grote boodschap ga ik opnieuw op pad richting Asselborn waar Joke en Roos me een eerste keer zullen opwachten. Ze hebben de wagen van Roos ingericht als kampeerplek en zullen mij in de volgende controleposten telkens opwachten om te supporteren en me de nodige moed in te spreken (meer mogen ze ook niet doen volgens het wedstrijdreglement).

De nacht valt nu heel snel en het koelt al behoorlijk af maar omdat ik een stevig tempo kan aanhouden blijf ik zelf lekker warm. Ik voel me ook heel erg goed en kijk ernaar uit Roos en Joke te zien binnen enkele uren.

Zaterdag 22u00 – CP4 Asselborn – km 98,4

Wanneer ik aankom in de controlepost spot ik Roos en Joke meteen. Ook hier weer maak ik mijn schoenen leeg en neem ik een wrap met kaas (die Roos maar niks vond, maar ik vind hem heerlijk). Ik eet de helft op en neem de rest mee voor later. Ik spendeer hier niet zoveel tijd en wil graag snel opnieuw op pad voor wat het zwaarste deel van de wedstrijd zou blijken te zijn.

8cf13271-c68f-478c-b750-8530d4552cd0

Op weg naar Vissoule nu. Ik keek eigenlijk uit naar deze etappe omdat die voor een groot stuk over voor mij heel bekend terrein loopt door de vele vakanties in deze regio. In de praktijk viel het helaas best tegen omdat het heel erg zwaar was. Het wordt nu heel erg koud en mistig en de temperatuur daalt richting vriespunt. Tijdens deze etappe steken we de Belgisch-Luxemburgse grens over die zich boven de 500 meter bevindt in open en dus onbeschut terrein. Hier en daar is het ook erg modderig wat een vlotte doortocht niet echt makkelijk maakt.

Onderweg vervang ik de batterij van mijn hoofdlamp en beluister ik een podcast van De Jogclub om de tijd te doden.

Zondag 1u40 – CP3 Vissoule – km 118,0

Verkleumd kom ik aan in een troosteloos en ijskoud Vissoule. Joke en Roos mogen gelukkig mee binnen in de controlepost waar we een soort slagveld aantreffen van lopers, zittend en liggend, gewikkeld in dekentjes. Achteraf zou blijken dat de koude, en dan vooral het hier niet op voorbereid zijn, tot het gros van de opgaves geleid heeft. Ik eet een hotdog en drink een tas koffie, en met een dekentje om me heengeslagen evalueren we de situatie. Ik heb spijt dat ik die lange broek niet meegenomen heb in Clervaux maar maak het beste van wat ik wel mee heb, waaronder mijn regenjas en wat extra buffs.

Na een grote boodschap en wat “anti-chafing creme” op enkele strategische plekken verman ik me en ga opnieuw op pad, de koude nacht in.

cce95ce4-e6d8-4d23-bb33-c54fcb14b0bd

De uren die volgen lijken eindeloos te duren. Het stuk van Houffalize naar Bonnerue is best ellendig, het zijn de moeilijkste uren van de nacht en ik heb het gevoel dat alles bergop gaat. Door het slaaptekort in combinatie met het schijnsel van mijn hoofdlamp maak ik ook voor de allereerste keer in mijn leven kennis met hallucinaties. Iets waar je ervaren ultralopers wel eens over hoort vertellen en nu maak ik dit dus zelf mee, zij het in milde vorm. Af en toe zie ik in het bos dus grote gebouwen en dieren die er uiteindelijk niet blijken te zijn. Vreemd en ook best wel grappig.

Zondag 5u35 – CP2 Bonnerue – km 133,3

Ik arriveer in Bonnerue op wat waarschijnlijk het koudste moment van de nacht is, net voor de ochtend. Joke en Roos mogen hier helaas niet binnen omdat het er al erg vol zit. Hier ligt opnieuw een dropbag, dus ik doorloop voor de derde keer de intussen vertrouwde routine. Ik eet ook twee lekkere croques maar durf mijn kousen niet meer te vervangen omdat ik bang ben dat ik de pleisters op mijn blaren los zal trekken. De pijn valt nog erg goed mee en dat zou ik zo lang mogelijk zo willen houden.

Grote boodschap, zalf aan de poep en weer op pad. Stevig het tempo erin om het warm te krijgen, al is dat na meer dan 130 kilometer gemakkelijker gezegd dan gedaan. Gelukkig is er het vooruitzicht op de tweede zonsopgang.

IMG_5051b

Ik  kom nu aan in de vallei van “les deux Ourthes” in de buurt van Nisramont en wie deze regio kent weet dat je hier vooral heel erg moeilijk bewandelbare paden vindt door de ontelbare rotsblokken en boomwortels. Intussen kan ik door de bomen en de mistslierten heen de opgaande zon zien schitteren in het water van de Ourthe, al heb ik door de fysieke en mentale vermoeidheid al mijn concentratie nodig om hier niet te struikelen zodat de magie van dit moment helaas een beetje aan me voorbijgaat.

Het draaien en kronkelen van het pad langs de meanderende Ourthe desoriënteert je zodanig dat je op den duur geen idee meer hebt in welke richting de volgende controlepost ligt. Gelukkig loopt het parcours hier geregeld samen met dat van de Trail des Fantômes die ik in augustus liep zodat ik hier en daar toch wat herkenningspunten vind.

BXTL2942

Zondag 9u10 – CP1 Le Hérou – km 148,9

Ook hier staan Joke en Roos weer paraat; ik zie ze nu voor de eerste keer bij daglicht. Ik neem hier een korte pauze, trek mijn regenjas uit, eet en drink een beetje en neem een chocolade wafel mee voor onderweg. Even rusten en dan op weg voor de laatste etappe. Minder dan 20 kilometer nog, maar zoals vaak zit het venijn in de staart.

4a35dd1c-89c2-4a98-9acb-7bd640ba2662

Het is een traditie bij de Legends trails dat het “beste” tot het laatste bewaard wordt. Een heel moeilijk en technisch stuk, de hele tijd steil klimmen en dalen, wortels, rotsblokken… Van de oever van de Ourthe naar Le Cheslé op handen en voeten klimmen op een bijna verticale helling. Voor ik aan die klim begin trek ik eerst nog even mijn warme kleding uit aangezien het intussen toch weer best warm begint te worden.

Boven aangekomen hang ik dan mijn karretje aan een groepje lopers uit de Kempen (denk ik) wat ook weer wat afleiding biedt. Ik heb nu een heel dubbel gevoel; enerzijds heb ik het erg zwaar, mijn benen en voeten doen pijn, dalen wordt steeds moeilijker, maar anderzijds weet je gewoon dat je gaat finishen, al is het moeilijk om dat nu al te laten doordringen.

In de allerlaatste 4 kilometer krijgen we dan nog een helling van 2 kilometer voorgeschoteld waarin we 120 meter moeten stijgen, gevolgd door een even lange afdaling terwijl je benen en voeten het nu echt wel gehad hebben. Het uitzicht onderweg op Maboge maakt gelukkig een en ander goed.

IMG_3961

Zondag 12u50 – Finish Maboge – km 164,6

Eindelijk is het zover. Ik kom aan onder luid gejuich van Joke en Roos over een niet echt duidelijk aangegeven finishlijn om dan de zo begeerde medaille in ontvangst te mogen nemen samen met een blikje Kerel bier dat er meteen aan moet geloven. Heerlijk is dat!

Ik ben superblij en ook erg opgelucht dat ik het gehaald heb, dat alles goed verlopen is en dat ik bovendien ook wat heb kunnen genieten van dit prachtig avontuur, want dat was het echt wel. Eindelijk durf ik nu ook zonder schroom te zeggen dat ik een ultraloper ben, en omdat ik voor mezelf graag wil bewijzen dat dit geen toevalstreffer was, staat – opnieuw met stip – in mijn agenda in het weekend  van 13 tot 15 december genoteerd: de Bello Gallico 100 mijl, waar ik toevallig nog wat “unfinished business” mee te regelen heb.

Last but not least zou ik graag Joke en Roos heel erg willen bedanken. Meer nog dan een fysieke uitdaging is een ultra een mentale beproeving. Hoe hard je het wil speelt een grotere rol dan je lichamelijke grenzen. Als je na eindeloze uren doorheen de koude en donkere Ardense bossen en velden bij een controlepost dan eindelijk twee lieve bekende gezichten ziet die je verzekeren dat je goed bezig bent en dit zeker aankan, dan geeft dat een enorme boost om door te blijven gaan. Dit fantastische zussenteam heeft heel wat koude nachtelijke uren doorstaan, geduldig wachtend tot ik eindelijk opdook bij een controlepost en tussendoor pogend wat te slapen in de koffer van een ijskoude auto. Dankjewel, lieve schatten!

Einde 1

Einde 2

Einde 3