Marathonpraat – Wijsheden #4

Op een historische marathondag presenteer ik jullie graag weer enkele marathonwijsheden.

Er bestaat niet één juist marathonplan
Zowel op het internet als in de vakliteratuur kan je een overdaad aan loopschema’s voor de marathon vinden. Sommige schema’s baseren zich op het ervaringsniveau van de loper, sommige gaan uit van een vast aantal trainingen per week en nog andere richten zich op een specifieke eindtijd. Als je je dan verder informeert over het verloop van een marathon, dan zal je ook merken dat geen enkele aanpak identiek is. Loop je aan een constant tempo, ga je voor de negatieve split of vertrek je wat sneller? Wat eet en drink je vooraf en onderweg? Er bestaan zoveel verschillende marathonplannen als er marathonlopers zijn. Het is dus belangrijk om een aanpak te vinden die voor jou werkt. Mijn advies is altijd om in de eerste plaats realistisch te zijn: je moet jezelf correct inschatten. In de tweede plaats vind ik ook dat je binnen je mogelijkheden ambitieus mag zijn. Je loopt immers niet wekelijks een marathon en je wil dan toch dat alles wat erin zit er ook uitkomt. In jouw persoonlijke marathonplan hou je dus rekening met het aantal kilometers (of minuten, zoals ik hier al vertelde) dat je gemiddeld per week kan afwerken zonder je ver buiten je comfortzone te begeven en zoek je naar een haalbaar marathontempo. Hoe meer ervaring je hebt als (marathon)loper, hoe meer je ook je fysieke grenzen kan opzoeken. Wie minder ervaring heeft, zal merken dat marathontrainingen sowieso grensverleggend zijn.

Hoe verder de marathon vordert, hoe langer hij wordt
De eerste 10 kilometer van een marathon vliegen voorbij. De loophonger is groot en de adrenaline doet z’n werk. Ik voel mij altijd ijzersterk dat eerste stuk. In het tweede deel tel ik af tot het halfway point. Ik vind dan doorgaans mijn tempo en besef dat de marathon echt bezig is. Dat betekent ook dat er af en toe al een momentje van verveling of twijfel plaatsvindt. De tijd tikt op een normaal tempo weg. Als je dan eenmaal halverwege bent, lijken de tijd en de kilometers trager te verstrijken. Het derde kwart is dat van het realisme. Je beseft dat er nog een lange weg te gaan is. Kilometers 21 tot 30 vind ik mentaal dan ook de zwaarste. In het laatste deel wordt het ook fysiek zwaar en voel je elke kilometer en elke minuut dubbel. Je denkt dan niet meer over kilometers in termen van nog maar een kilometer, maar als nog een kilometer. Je gaat nadenken over hoe lang je doet over een kilometer en beseft ten volle hoeveel seconden dat zijn. De tijd lijkt met andere woorden trager te tikken. Waar je de eerste kilometers voor je gevoel leek te zweven, ben je nu aan het kruipen. Vanaf kilometer 40 kan er sprake zijn van een kleine verrijzenis. Meestal merk je dan ook aan het parcours en de toeschouwers dat het einde nabij is. Als je er dan eenmaal bent, is het een heel gek idee dat er uren zijn verstreken en dat jij al die tijd aan het lopen was.

Supporters zijn het licht aan het einde van de tunnel
Als ik vertel hoe een marathon verloopt, dan gaat het vaak over hoe je moet indelen en aftellen. Dat gaat dan over de kilometers die wegtikken en voeding die je op vaste tijdstippen moet wegwerken. Soms zijn er ook bijzondere passages waar je naar uitkijkt. Die bevinden zich meestal aan het begin en einde van de race: over de Champs Elysées lopen bijvoorbeeld of door het Jubelpark. Waar ik echter het meest naar uitkijk en ook de grootste opkikker van krijg, zijn mijn supporters. Ik ga vanzelf sneller lopen als ik weet dat ik naar hen toe loop. Hierdoor verandert ook de focus. Je bent namelijk even niet meer bezig met de afstand en het tempo, maar je begint alert rond te kijken om al een glimp te kunnen opvangen. Ik heb het geluk dat mijn vaste ondersteuningsteam (mama en zussen) de kunst van het supporteren naar het allerhoogste niveau heeft getild. Zij zijn de topsporters der toeschouwers. Ik zie hen meestal dan ook gemiddeld drie keer tijdens de wedstrijd. Soms bedenk ik op voorhand al wat ik zal zeggen. Hoewel roepen misschien juister is met al dat enthousiasme. Ik wil ze geruststellen dat het goed gaat en soms deel ik al eens een ergernis. Een marathon lopen kan een heel eenzame en saaie gebeurtenis zijn, maar dankzij supporters voelt het toch ook een beetje aan als een teamsport.

Mijn trommeltje met marathonwijsheden is nog lang niet uitgeput. Wordt vervolgd…

Marathonpraat – Het ontbijt

Ik heb mezelf al meermaals de vraag gesteld wat mijn favoriete maaltijd van de dag is. Moeilijk, want kiezen is verliezen. Wat ik wel zeker weet, is dat ik niet zonder ontbijt kan. Ik ben geen typisch ochtendmens, maar of ik nu moet gaan werken of niet: ik wil ’s ochtends tijd hebben. Om te ontbijten dus en om koffie te drinken. Misschien vind ik dat wel het gezelligste eetmoment van de dag. Ik betrap mezelf er soms op dat ik ’s avonds al nadenk over mijn ontbijt van de volgende dag. Dat durf ik hier gewoon te delen, want een kleine rondvraag in mijn omgeving leerde mij dat ik niet de enige ben met die gedachte. Niets om je over te schamen dus.

Een ontbijt moet voor mij gevarieerd zijn. Een lekkere boterham met een gekookt eitje, wat yoghurt en vers fruit bijvoorbeeld. Ontelbaar veel variaties zijn mogelijk, al naargelang het seizoen en tijdsbestek. In het weekend mag het wat meer zijn. Ik ben een kenner en fan van goede bakkers. Een marathonontbijt is zeker niet mijn favoriete maaltijd omdat het allesbehalve een gevarieerde maaltijd is die je moet wegwerken op een veel te vroeg tijdstip. Het is om die redenen ook allesbehalve een gezellige maaltijd. Ik vrees dat hier een foto nodig is om dit duidelijk te maken.

IMG_3495

Op deze barslechte foto zien we mijn ontbijt voor de marathon in Parijs in april 2017. Het is nog donker, wat niet gek is aangezien ik hier zat te ontbijten om 5u. Ah ja, want je moet hebben gegeten 3 uur voor de marathon begint. Marathonlopers worden daardoor extreem vroege vogels. Het is een noodgedwongen ontbijt op bed omdat er op een hotelkamer doorgaans weinig faciliteiten tot gezellig tafelen zijn. Ik keek hier uit op mijn eigen rommel en probeerde een beetje stil te zijn voor mijn zus Roos die links van mij nog aan het slapen was. Met een prijs voor romantiek zal dit ontbijt dus niet gehonoreerd worden. Nu hoor ik jullie denken: een hotel biedt toch een ontbijt aan? Dat klopt helemaal, maar dat kan nooit op het vroege uur dat de marathonloper moet eten. Bovendien zou een ontbijtbuffet vooral ook een harde confrontatie zijn met alle lekkere dingen die je niet mag eten.

Een marathonontbijt moet licht verteerbaar zijn, hoog in koolhydraten en laag in vetten en eiwitten. Volkorengranen, zaden, fruit en melkproducten kan je dus beter vermijden. Er zijn ongetwijfeld marathonlopers die zweren bij een stevig ontbijt, maar ik loop dat risico liever niet. Toen ik nog een beginnende loper was, heb ik aan den lijve ondervonden wat er dan kan gebeuren. Je moet je lichaam brandstof geven om een lange inspanning te leveren en je moet het zo min mogelijk belasten met verteren. Dat resulteert dus in wit brood met honing of confituur als ontbijt. Een banaan kan, een koffietje ook. Je moet zeker genoeg eten. Meer dan wat lekker is. Niet om koolhydraten te stapelen (dat gebeurt de dagen voordien), maar wel omdat je de komende uren dus niets zal eten op plakkerige sportgels na en de brandstoftank moet zo vol mogelijk zijn.

Gelukkig loop ik niet elke zondag een marathon. Zondag is pistoletdag in België, maar bij mij ook duurloopdag. De ontbijtregels voor de marathon pas ik dan niet zo strikt toe. Dat kan, want bij een duurlooptraining drijf je je lichaam niet tot het uiterste en zal het dus minder lichtgeraakt reageren. Ik respecteer wel de verteringstijd en zorg dus dat er zeker 2,5 uur tussen het ontbijt en de training zit. Een pistoletontbijt behoort dan tot de mogelijkheden. Ik heb echter een nieuwe ontdekking gedaan. Veel marathonlopers zweren namelijk bij een pannenkoekenontbijt. Met dat in het achterhoofd heb ik mijn eigen recept voor havermoutpannenkoeken op punt gesteld. Inmiddels uitvoerig getest en goedgekeurd als basis voor een duurloop. Nu volgt smakelijker en gezelliger fotografisch bewijs om het vorige misbaksel door te spoelen.

img_2696.jpg

De bereiding is eenvoudig: je mixt 1 ei, 50 gram havermout, een klein beetje bakpoeder en 120 à 150 ml havermelk of gewone melk. Van dit deeg bak ik één dikke pannenkoek in een grote pan. Omdat ook ik niet ongevoelig ben voor voedingshypes, bak ik mijn pannenkoeken in kokosolie. De kunst is om lang genoeg te wachten vooraleer om te draaien. Al doende leert men en een pannenkoek in allemaal kleine stukjes smaakt niet minder goed. Ik dresseer met agave- of ahornsiroop. Voor een gewoon ontbijt volstaat één pannenkoek, voor een duurloopontbijt zijn het er twee. Smakelijk!

 

Marathonpraat – Waarom het EK-goud van Koen Naert zo hard blinkt

We beleven niet alleen zonnige hoogdagen, maar ook sportieve. Wat een zomer! Onze nationale voetbalploeg beet de spits af en zorgde voor een overdaad aan tricolore vlaggen, gadgets en tous ensemble. Geraint Thomas won verrassend genoeg een boeiende Tour de France die ontsierd werd door asociaal supportersgedrag. Op de Europese Kampioenschappen volgde voor ons land het ene sportieve hoogtepunt na het andere. Nafi Thiam, de Belgian Tornados (4x 400 meter), Kevin en Jonathan Borlée en de immer sympathieke Bashir Abdi zorgden voor maar liefst vijf medailles in de atletiek. Marathonloper Koen Naert voegde daar gisteren een gouden medaille en Europese titel aan toe.

Het zal niet verbazen dat ik een boon heb voor de lange afstandslopers. Gentenaar Bashir Abdi nam afscheid op de 10.000 meter met een zilveren medaille. Hij wil zich volledig toeleggen op de langste afstand nadat hij in april dit jaar zijn marathondebuut maakte in Rotterdam. Hij kwam daar ten val vlak na de start, maar schudde toch nog een fenomenale 2:10:43 uit zijn benen: de 9e beste tijd ooit door een Belg gelopen. Dat belooft voor de toekomst! Gisteren was het dus aan Koen Naert om zich te meten met de Europese top en te strijden voor de medailles op de marathon in Berlijn. Hij zette de race volledig naar zijn hand en zegevierde met een persoonlijke recordtijd. Een prestatie waar ik niets dan bewondering voor kan hebben.

DSC03238
De finishlijn lag aan de Gedächtniskirche op Kurfürstendamm.

Koen Naert was tot 2015 verpleger in het brandwondencentrum van Neder-over-Heembeek. Tot dan combineerde hij zijn sport met een fulltime job, nachtdiensten inbegrepen. Vlak na de aanslagen in Brussel sprong hij zijn collega’s vrijwillig bij. Hij studeert nu opnieuw: een postgraduaat wondzorg en weefselherstel. Na zijn sportcarrière wil hij immers terug aan de slag gaan als verpleger. Naert kreeg geen topsportcontract bij de Vlaamse federatie, maar bij de Waalse. Ik schreef al over topsport als beroep en de grote opofferingen die dan gemaakt moeten worden. Geld is zelden de drijfveer van een topatleet. De meeste topsporters in ons land kunnen amper leven van hun inkomen, voor Naert is dat niet anders. De passie voor zijn baan als verpleger maakt er hem alleen maar een knappere atleet op.

Vorig jaar liep Naert zijn snelste marathon in Rotterdam. Hij kwam toen over de finish in 2:10:16. Gisteren liep hij in Berlijn pas zijn 7e marathon als topsporter. Zijn schitterende 2:09:52 was meteen goed voor de 2e snelste marathon ooit door een Belg gelopen. De straten in Berlijn vormen het snelste marathonparcours ter wereld. Dennis Kimetto vestigde er in 2014 het nog steeds heersende wereldrecord van 2:02:57. Gisteren waren de omstandigheden echter minder gunstig. De temperatuur steeg tot ver boven de 20 °C en het parcours bevatte meer bochten dan het traditionele parcours van de race die in september wordt gelopen. Naert schreef met andere woorden sportgeschiedenis en had daar geen ideale omstandigheden voor nodig.

Tot slot is er nog de manier waarop Naert de titel binnenhaalde. Hij geloofde in zijn eigen kunnen en wist dat de titel een mogelijkheid was. Met dat besef liep hij ook zijn wedstrijd. Tot kilometer 30 hield hij zich schuil in de groep der favorieten. Toen die uiteen viel en Naert met de Zwitser Abraham en de Italiaan Rachik vooraan liep, zette hij een versnelling in op 10 kilometer voor de finish. Als je weet dat een marathon doorgaans wordt beslist in de laatste 2 à 3 kilometer, dan is dat een heel gedurfde aanval. Naert ging uit van zijn eigen kracht, liep met lef en kreeg geen inzinking. In de laatste rechte lijn kon hij nog een Belgische driekleur bemachtigen die hij vervolgens ook nog op de juiste manier om zijn schouders sloeg. Hij had uiteindelijk ruim anderhalve minuut voorsprong op Abraham. De marathon kan met andere woorden wel een sensationele wedstrijd zijn.

IMG_2714
De laatste kilometer van de Berlin Marathon loopt over de Pariser Platz, vlak voor de Brandenburger Tor.

Ik heb genoten van de atletieknummers op deze overkoepelende Europese kampioenschappen, maar ook van de gemengde triatlonaflossing (brons voor de Belgian Hammers) en de wielerwedstrijd op de weg (brons voor Wout Van Aert). Dat overkoepelende concept wekte bij mij in ieder geval een Olympische Spelen-gevoel op. Duimpje omhoog dus. De volgende sportieve afspraak in Berlijn is op zondag 16 september: dan wordt de 45e Berlin Marathon gelopen. De Keniaan Eliud Kipchoge zal weer een gooi doen naar het wereldrecord. Vorig jaar regende het en strandde hij op 35 seconden van Kimetto’s chrono. De Berlin Marathon is integraal te volgen via de Duitse televisie: gewoon kijken.

Marathonpraat – Wijsheden #3

Ik heb de wijsheid niet in pacht, maar uit mijn eigen marathonervaring en heel wat advies van anderen heb ik wel de nodige lessen getrokken. Dit zijn mijn persoonlijke marathonwijsheden.

Een duurloop moet een plezierloop zijn
Voor ik mijn eerste marathon liep met Roos kocht ik voor haar in de kringloopwinkel een boekje over de mythische afstand. Zoals wel vaker met spullen die je daar aantreft, deden zowel de lay-out als de taal van het boek vermoeden dat het al enkele decennia oud was en dat het dus niet voor niets was afgedankt. Dit handboek zou ons hoogstwaarschijnlijk niet gaan inspireren. De cadeauwaarde was dus veeleer symbolisch. Ik kan me weinig concrete lessen herinneren die we ervan opstaken, behalve dus dat een duurloop een plezierloop moest zijn. We namen dat overdreven letterlijk tijdens onze eerste duurlopen: op een dood moment moest iemand met een mop op de proppen komen, waar we dan allebei overdreven hard en luid mee moesten lachen. We wisten zelf ook wel dat de auteur op iets anders doelde. Inmiddels is dit voor mij een serieuze waarheid geworden. In de eerste plaats is het belangrijk dat je niet te diep gaat tijdens je duurlopen. Je moet op een aangenaam tempo lopen waarbij je dus nog een mop kan vertellen, als dat nodig zou zijn. Je moet nog kunnen praten en lachen zonder helemaal buiten adem te zijn. In de tweede plaats moet je duurlopen als een aangenaam – zo niet het aangenaamste – deel van de marathontrainingen beschouwen.

Je hoofd is je grootste kracht, maar ook je ergste vijand
Het is vooral de onderkant van je lichaam die een marathon tot een goed einde brengt. Je benen en voeten hebben getraind, kilometers gedraaid, af en toe eens serieus afgezien, eelt gekweekt en misschien een blaar. Je romp en armen zwiepen mee op het aangegeven tempo. Met wat verbeelding trekken je armen je lichaam vooruit. Je hoofd an sich doet helemaal niets. Het kijkt voor en rondom zich heen. In tegenstelling tot andere sporten vraagt lopen amper tactiek, laat staan spelinzicht. De eentonigheid van de inspanning belet je bovenkamer niet om op volle toeren te draaien. Probeer die hersencapaciteit positief in te zetten. Bekijk de marathon per 5 kilometer, bedenk wanneer je zal drinken en waar je supporters zullen staan. Put kracht uit je motivatie. Laat je meedrijven door de aanmoedigingen. Zoek afleiding in wat er rondom je te zien is. Je mag je hoofd niet de ruimte geven om te spreken als het duiveltje dat op je schouder zit, want dan krijg je te maken met je ergste vijand. Te veel aandacht besteden aan hoe ver je nog moet lopen, kan je een mokerslag opleveren. Negatieve gedachten kunnen ook nefast zijn voor je benen. Het is dus de kunst om je mentale kracht positief uit te buiten en een zekere focus te behouden.

Pain is inevitable, suffering is optional
Dit is een klassieker die je op menig loopgerelateerde website zal terugvinden. Ja, het is helemaal waar: een marathon lopen doet pijn. Hoe goed je ook getraind hebt, of je er nu 2 of 5 uur over doet: pijn hebben is onvermijdelijk. Denk hierbij aan spierpijn die zich langzaam verspreidt en vastzet in je bovenbenen en kuiten. Pijn die met elke kilometer een klein beetje erger kan worden, maar wel gewoon pijn die je kan verbijten. Pijn die soms ook goed te overzien is en niet verergert. Afzien daarentegen is optioneel, het is een mogelijkheid. De vraag is of je zelf kiest voor die optie. Een hoofd dat tegenwerkt vol kwellende gedachten kan ervoor zorgen dat pijn uitmondt in afzien. Dan zou je het afzien als het ware over jezelf hebben afgeroepen. De waarheid is dat je dat niet altijd in de hand hebt. Soms wordt een marathon plots serieus afzien, ongeacht je positieve ingesteldheid. Het is een gevoel dat je als een donderslag bij heldere hemel kan overvallen. Ik noem dat de lichten die uitgaan. Ook dat is niet noodzakelijk een eindstation of snelweg richting de afgrond. Mits je de schakelaar tijdig vindt, kunnen de lichten heus weer gaan branden. Ze zullen misschien een beetje meer gedimd zijn. Ga er dus op voorhand niet van uit dat je zal afzien en als het wel zo is, dan is ook dat niet onoverkomelijk.

Mijn trommeltje met marathonwijsheden is nog lang niet uitgeput. Wordt vervolgd…

Marathonpraat – Wijsheden #2

Ik heb de wijsheid niet in pacht, maar uit mijn eigen marathonervaring en heel wat advies van anderen heb ik wel de nodige lessen getrokken. Dit zijn mijn persoonlijke marathonwijsheden.

Al is het begin nog zo snel, de marathon achterhaalt hem wel
Om er meteen nog een ander gezegde tegen aan te gooien: seconden die je in het begin te snel loopt, worden minuten die je op het einde verliest (eveneens met dank aan Dirk). Rustig starten is heel erg moeilijk als marathonloper, maar oh zo belangrijk. Je loophonger is ontembaar, de adrenaline giert door je lijf en je wordt meegezogen door de massa. Je houdt je écht wél in, maar je tussentijden tonen duidelijk anders aan. Geef jezelf maximum twee kilometer om veel sneller dan voorzien te lopen. Daarna moet je temporiseren. Volgens het meest ideale scenario zou je een negatieve split moeten lopen. Dit betekent dat je tweede marathonhelft sneller is dan de eerste. Je hebt je energie dan goed gedoseerd. De zogezegde winst die je in de eerste helft (of de eerste 10 kilometer) behaalt, leidt doorgaans tot een veel groter tijdverlies in de tweede helft. Bekijk het zo: je moet de eerste helft van je marathon niet lopen in een tijd die dicht bij je PR in de buurt komt, want je moet die inspanning veel langer kunnen volhouden. Kilometers 5 tot 10 loop je logischerwijze makkelijker dan kilometers 30 tot 35. Versnellen kan altijd nog. Desnoods leg je de laatste 2 kilometer af aan een moordend tempo. De marathon is lang genoeg om echt alles uit je benen te lopen.

Lopen is de snelste manier om de finish te bereiken, stappen brengt je geen stap verder
Vanaf kilometer 25 zie je aan de bevoorradingsposten steeds meer lopers stappen om te drinken. Hoe verder de marathon vordert, hoe groter de drang lijkt te worden om te stoppen met lopen. Het aantal stappers neemt dan ook gestaag toe, niet alleen bij de bevoorrading. Je bereikt hier helaas bijzonder weinig mee. Het is de logica zelve dat je de finish het snelst al lopend bereikt. Bovendien zal je de verzuring voelen opstijgen tot in je oorlel als je je opnieuw op gang wil trekken om te lopen. Een wandelpauze betekent tijd krijgen om elk pijntje te voelen en analyseren. Je zal je looptempo nooit kunnen opdrijven na een wandelpauze. Kortom: geloof je lichaam niet als het zegt dat alles weer beter zal gaan als je even stopt met lopen. Het is als een duiveltje dat op je schouder zit: negeer het en loop verder.

Het zit nooit allemaal mee, maar dat is ook geen ramp
Of je marathon eerder positief of negatief zal uitdraaien, wordt bepaald door een combinatie van heel veel factoren. Een goede voorbereiding is het allerbelangrijkste: gebalanceerde trainingen die naar wens verlopen, een doordacht voedingsplan en dito raceverloop. 100% garantie dat dan alles goed uitpakt heb je niet. Daarenboven zijn er ook bepalende factoren die je niet in de hand hebt. Het weer is daar het mooiste voorbeeld van. Je hebt liefst niet te veel wind, niet te veel zon en niet te veel regen. De kans dat aan al je wensen wordt voldaan is erg klein. Denk daarom niet dat je alleen een goede marathon kan lopen als alles meezit. Ik liep tot nu toe 8 marathons en er is maar eentje waarbij er niet echt iets tegenstak (Brussel oktober 2015). Dat was zeker niet de marathon die het beste (of snelste) verliep. Sterker nog, bij mijn beste marathonervaring (Brussel oktober 2017) zat er behoorlijk wat tegen: een gure tegenwind op een zwaar parcours, schoenen waar ik toch niet zo blij mee was, heel weinig ambiance langs de kant en het ergste van al: buikkrampen. Het heeft mij geleerd dat je als loper weerbaarder en sterker bent dan je soms zelf inschat.

Mijn trommeltje met marathonwijsheden is nog lang niet uitgeput. Wordt vervolgd…

Marathonpraat – Het ontstaan van mijn marathondroom

In oktober 2014 werd ik een loper met een plan. Een groots sportief plan: ik zou in 2015 een marathon lopen. Ook nu ontstond dit idee uit een wisselwerking met mijn jongste zus Roos. In mei liepen we de 20 km van Brussel en dat bleek allesbehalve een eindstation te zijn van ons lopersleven. Van een opflakkering in sportiviteit was dus al lang geen sprake meer. Het was duidelijk: wij waren serieus gebeten door de loopmicrobe en we waren gedreven om onze sportieve grenzen nog wat te verleggen.

We trainden nog steeds volgens het principe dat je gewoon regelmatig moest lopen om beter te worden. Dat werkte. In augustus liepen we nog een 20 kilometer wedstrijd in Zaventem. Ik liep maar liefst een kwartier sneller dan in mei. Mijn broer Seppe won die wedstrijd trouwens en ook mijn vader was bij de snelle finishers. In oktober stond de halve marathon van Brussel op het menu. Dat parcours is in grote lijnen hetzelfde als dat van de 20 km. Je loopt wel een kilometer extra, maar de laatste kilometers gaan bergaf en de hoogtemeters van Ter Kamerenbos vallen weg. Mijn doel was om te finishen rond de 1:45. We waren deze keer zelfs voorzien van technologische hulpmiddelen. Onze meetapparatuur bestond uit een digitaal Casio horloge dat Roos leende van haar vriend Niko. Daar stond immers een chronometerfunctie op waardoor we dus konden timen hoe lang we onderweg waren. Met behulp van de kilometeraanduiding langs de weg hadden wij dus echt geen GPS-horloge nodig. Ik finishte uiteindelijk in 1:43:49. Missie geslaagd.

De halve marathon van Brussel is sowieso een aanrader, maar er wordt dan ook een volledige marathon gelopen. Beide afstanden hebben een indrukwekkende laatste kilometer over de Grote Markt en komen aan op De Brouckère. Ongeveer halverwege de halve marathon voegen de marathonlopers zich bij de lopers van de halve afstand op weg naar de finish. Zo zagen wij dus voor de eerste keer marathonlopers van dichtbij. Ik was onder de indruk. Dat was duidelijk het echte werk. Roos en ik bleven dan ook lang aan de finish plakken en we treuzelden op weg naar het station om ook die laatste marathonlopers aan te moedigen. Juist dat waren voor ons de helden van de marathon. Ze zijn het langst onderweg en vallen doorgaans niet binnen het prototype van de marathonloper. De strijd die zij hebben geleverd is er eentje op het hoogste niveau. Ik weet niet of wij het toen hebben uitgesproken, maar dat was wat wij ook wilden. Enkele weken later werden er concrete plannen gemaakt.

Uiteraard kregen wij hier ook weer het sportieve voorbeeld van mijn familie. Mijn broer was toen al een ervaren duursporter en duatleet. Hoe langer de wedstrijd duurt, hoe beter hij wordt. Als je een broer hebt die zo hard traint en zijn hand niet omdraait voor uren durende wedstrijden, dan verklaren ze je thuis ook niet voor gek als je een marathon wil lopen. Bovendien maakte mijn vader op 54-jarige leeftijd in september van dat jaar zijn marathondebuut in Ieper in een belachelijk snelle 3:28. Inspiratie op overschot dus binnen de eigen familiekring. Het was dan ook niet meer dan logisch dat mijn zus en ik groots durfden te dromen. Een droom die uiteindelijk werkelijkheid werd in mei 2015, slechts een jaar nadat we voor de eerste keer in ons leven 20 km liepen.

Marathonpraat – Wijsheden #1

Ik heb de wijsheid niet in pacht, maar uit mijn eigen marathonervaring en heel wat advies van anderen heb ik wel de nodige lessen getrokken. Dit zijn mijn persoonlijke marathonwijsheden.

Moeilijke momenten gaan voorbij (of blijken toch niet zo moeilijk te zijn)
Dirk is een ervaren marathonloper en collega van mijn zus. Hij was meteen fan van ons marathonplan en maakte speciaal voor ons een lijstje met enkele nuttige tips en adviezen. “Moeilijke momenten gaan voorbij” was er daar één van. Een prachtig gezegde dat helemaal waar is. Het klinkt misschien als een magere troost, maar het is wel de enige waarheid die wat troost kan bieden op een moment dat je het zwaar hebt. Een moeilijk moment kan op drie manieren voorbij gaan. Ten eerste is een marathon eindig. Op een gegeven moment is het sowieso gedaan. Dit is de meest praktische interpretatie. Ten tweede duurt niet elk moeilijk moment tot aan de finish. Je kan het zwaar hebben, maar dat moment helemaal te boven komen. Met andere woorden: een marathonloper heeft niet alleen een tweede, maar ook een derde, vierde en misschien zelfs vijfde adem. Dit is de meest hoopgevende en optimistische interpretatie. Ten derde kan een moment wat aanvankelijk moeilijk leek, gevolgd worden door een nog moeilijker moment. Vandaar mijn eigen toevoeging aan dit gezegde. Dat klinkt misschien negatief, maar het betekent juist dat je meer aankan dat je soms zelf denkt. Dit is de meest realistische interpretatie.

Jezelf vergelijken met andere lopers werkt alleen maar onrust in de hand
De eerste confrontatie met medemarathonlopers vindt steevast plaats als je je nummer gaat afhalen. Ik zie dan vooral heel veel afgetrainde, extreem gefocuste, ontspannen en vastberaden mensen. Alles wat ik me op dat moment juist niet voel: een eerste moment dat de twijfel toeslaat. Op weg naar de start van een marathon wordt het er doorgaans niet beter op. Iedereen ziet er dan zo verdacht rustig uit. Ik kan alles op dat moment verontrustend vinden: iemand die meer gels mee heeft dan ik. Oei, ik zal er dan wel te weinig mee hebben. Een andere loper heeft helemaal niets mee. Oei, dan zal ik wel te veel meedragen. Het is een totaal nutteloze denkoefening die vooral de stresslevels de hoogte injaagt. Jezelf met anderen vergelijken heeft geen zin omdat je helemaal niet weet wat de ambitie en ervaring van de loper in kwestie is. Bovendien is ook elk lijf anders. Wat voor de één wel werkt, doet dat voor de ander totaal niet. Als je wel graag vergelijkt, bekijk het dan als een grote modeshow voor loopkleding en -schoenen.

Een marathon is geen feestje van begin tot eind
Ook niet als je zelf de slingers ophangt. Ik ben de eerste om de marathon tot mythische proporties te verheffen. Dit betekent echter niet dat je je Hercules waant van de 1e tot de 43e kilometer. Integendeel, je beseft pas echt wat je hebt gedaan als de taak erop zit. Elke keer opnieuw. Mogelijke pieken van het feestniveau zijn plaatsen waar er:

  • veel supporters zijn, of nog beter: je eigen supporters
  • een goede muzikale ondersteuning is, mijn favoriet: de live dj
  • een interessante bezienswaardigheid is, de Grote Markt in Brussel om maar iets te noemen
  • variatie in het loopparcours komt, bruggen doen het – ondanks hun stijgingspercentage – altijd goed bij mij
  • vanuit het niets toch een vriendelijke mens staat die je bemoedigend toespreekt, vaak de immer plichtbewuste seingever
  • een stuk aflopend vals plat in de eerste helft van de race, je denkt dan dat je over magische krachten beschikt, maar eigenlijk loop je dus bergaf

Mijn trommeltje met marathonwijsheden is nog lang niet uitgeput. Wordt vervolgd…