Marathonpraat – De dag nadien

Ik beleefde gisteren een sprookjeshuwelijk met Mr. Marathon in Brussel. We vielen elkaar onder de triomfboog in het Jubelpark in de armen na 3u24. Een tijd die nog steeds onwerkelijk aanvoelt. Mijn derde Brussels marathon stoot daarmee Amsterdam van het derde schavotje op mijn podium der snelste marathons. Het was een marathonfeest om nooit te vergeten. Een uitgebreid raceverslag volgt nog. Zie dat als de ouderwetse diavoorstelling van het trouwfeest: een moment om elke gebeurtenis van die wonderlijke dag van ruim commentaar te voorzien en te zwijmelen bij zoveel sportieve liefde. Na een spetterend feest wordt het echte leven hervat. Ik vertel jullie graag hoe de hernieuwde prille liefdesmomenten tussen Mr. Marathon en mij verliepen.

Wie thuiskomt van zijn trouwfeest wordt onderworpen aan enkele praktische beslommeringen van huishoudelijke aard. Terug met beide voetjes op de grond na al dat gezweef. Geen bruidsjurk naar de droogkuis of bloemen die water nodig hebben, maar wel heel veel sportkleding die rechtstreeks de wasmachine in gaat. Ook het lichaam kan een uitgebreide verfrissingsbeurt gebruiken. Aangezien wij niet gaan zitten rusten tussen het kattenhaar wordt de stofzuiger bovengehaald. Een uitdagende activiteit met stramme benen, maar Mr. Marathon en ik, wij zitten nog in onze roes en doen het samen met de glimlach. Geen gekibbel over het huishouden bij ons. Niet alleen de katten eisen hun avondmaal op, ook de eigen innerlijke mens moet versterkt worden. Achter de kookpotten dus voor een voedzame herstelmaaltijd. Mr. Marathon is een hongerige huisgenoot.

Hoewel hij mij als mens sterker maakt, is trappen op en af lopen even een no go. Hij geeft mij de kracht om zelf over de drempel van mijn woning te stappen. Het is wel de lift die me met stijfheid en al in een vloeiende beweging naar de juiste verdieping brengt. Na het avondmaal viert de romantiek hoogtij. Ik kan volledig mezelf zijn en nestel me in pyjama in de zetel met aan elke zijde een kat, de verzuurde benen warm onder een dekentje in een zo comfortabel mogelijke houding. Een glimlach op mijn gezicht. Moe, maar voldaan: zoals dat heet. Als de ogen steeds meer dicht vallen en de lichten in mijn hoofd doven, kan het huwelijk geconsumeerd worden. Dat betekent op tijd in bed kruipen om in de geruststellende armen van Mr. Marathon in een heel diepe slaap te vallen.

Daags nadien zorgt de eerste dag van de herfstvakantie ervoor dat de ochtend in alle rust verloopt. Een uitgebreid ontbijt (niet op bed) moet energie leveren zodat het lichaam verder kan herstellen. Het is een kalmaandag van de beste soort. Onder het genot van een koffie overloop ik met mama en zus de memorabele dag. We tellen niet het geld uit de enveloppen, maar zetten herinneringen van onschatbare waarde vast op een bijzondere plaats om er met een warm gevoel aan terug te kunnen denken. We herbeleven de dag vanuit verschillende perspectieven. We bekijken ook de foto’s die we vooral niet op groot formaat of op canvas willen laten afdrukken. Actie- en sfeerbeelden wisselen elkaar af. Er is de obligate foto aan het startvak, die met de drinkbus en de medaille. Ik zie hoe mama op haar zondags uitgedost en ingepakt is als een paaseitje om de koude te trotseren. Om de winterse temperaturen aan te kunnen waren twee paar handschoenen nodig en haar geheime wapen: het chaufferke als medicijn tegen koude handen.

Om al wat verder in de toekomst te kijken, bespreken we in familiale kring ook enkele voorbereidingen voor de huwelijksreis met Mr. Marathon. Waar kan die anders gevierd worden dan in de stad van de liefde? In april 2019 trekken we immers naar Parijs om het marathonhuwelijk te bezegelen. Tot dan kunnen we nog wel teren op de schittering van deze onvergetelijke dag.

 

Marathonpraat – Een voorbeschouwing op de marathon van Brussel

Ik denk dat ik me kan voorstellen hoe een mens zich voelt die toe leeft naar een huwelijksfeest. Een heuglijke dag waarop je wil schitteren en genieten tegelijk brengt torenhoge verwachtingen met zich mee en vraagt de nodige voorbereidingen. Het ene rampscenario na het andere doemt op. Niemand wil uitgerekend die dag ziek zijn of een verzwikte enkel hebben. Het weer is een onvoorspelbare, maar niet onbelangrijke factor. Je wil uitgerust aan je eigen feest kunnen beginnen zonder wallen of zware benen. Rusten op commando is geen evidentie. Het leven draait bovendien verder en er zijn altijd kleine probleempjes die last minute opduiken. Je moet ervan uitgaan dat op die ene dag alle puzzelstukjes in elkaar vallen. Ik geef zondag mijn ja-woord aan de marathon. Een verbintenis voor het leven, maar liefde is een werkwoord. Dat geldt ook voor Mr. Marathon.

Een half jaar geleden zat ik met smart af te tellen naar het moment dat ik terug zou mogen lopen. Van 350 kilometer op een maand lopen naar 7 weken looprust gaan: dat is cold turkey afkicken. De bijwerkingen waren er dan ook naar. Van zodra ik me weer een loper voelde, kwamen de marathonplannen. Met een bang hartje bouwde ik mijn trainingen braafjes op. De schrik zat er immers goed in dat het weer mis zou gaan. Ik was wijs, hield me in, luisterde naar mijn lichaam en vervloekte het ook wel eens. Dat ik in oktober echt weer een marathon zou kunnen lopen, dat had ik in mei nooit geloofd. Voor de goede verstaander: dit is even wat peptalk voor mezelf om stil te staan bij het proces en me niet blind te staren op het resultaat. Op dat proces ben ik behoorlijk trots. Ik voerde duizenden stabiliteitsoefeningen van de kine uit. Ik herontdekte mezelf als loper en genoot daarvan met volle teugen. Veel hartjes ook voor Juan, die een leegte opvulde waarvan ik niet wist dat ze er was.

Dit gezegd zijnde, hoe moeilijk kan het nu nog zijn om met veel vertrouwen en zin voor avontuur uit te kijken naar de marathon van Brussel aanstaande zondag? Aartsmoeilijk, dat kan ik je verzekeren. Bij mijn voorgaande acht marathons rolde ik van het ene in het andere project en verbaasde ik mezelf keer op keer. Het was niet altijd feest, maar het werkte duidelijk tussen de marathon en mij. Meer dan ooit heb ik daar nu ernstige twijfels over. Ik durf er niet van uit te gaan dat ik dat mijn oude kunstje nog eens kan opvoeren. 42,195 kilometer lopen: wie heeft dat ooit bedacht?

De twijfel groeit gestaag. Zo viel er tot op heden nog geen definitieve beslissing in het grote schoenendilemma. Ik slaagde er woensdag wel eindelijk in om dé lus (het nieuwe stuk van het parcours) in Tervuren eens volledig te fietsen. Variatie is daar het codewoord: grindweggetjes door het bos en brede straten door de villawijk. Dit alles overgoten met een rijkelijke saus van hoogtemeters. De vraag is of dat juist voor een positieve afleiding zal zorgen of toch vooral veel krachten zal kosten. Een bijkomende stressfactor is het weer. In het begin van de week meed ik elk weerbericht angstvallig wegens nog te onzeker. Koud en wisselvallig was het eerste verdict. Inmiddels werd dat bijgesteld naar koud, maar droog weer. Volgens Frank Deboosere gaan we de winterjassen dit weekend voor het eerst echt uit de kast moeten halen. Een winterjas maakt niet meteen deel uit van mijn outfit, maar als loper is kou niet per se nadelig. 8 graden is vooral bitter weinig voor die lieve supporters van mij.

Mijn parcourskennis is sowieso een voordeel. Dit is mijn derde Brussels marathon. Leer mij nog maar eens een nieuwe meter Brussel of Tervuren kennen. Ook mijn trainingen verliepen vlotjes. Ik ging vaak ’s ochtends lopen en verbaasde mezelf met het behoorlijke tempo dat ik schijnbaar moeiteloos liep aan een trage hartslag. De raceprognoses van mijn horloge bereikten ongekende hoogten, maar die indicaties moet je met een halve kilo zout nemen. Relativeren dat kan ik als geen ander. Als genieten en vertrouwen winnen voorop staan, hoe belangrijk is de tijd dan nog? Roep ik zelf ook niet altijd dat een marathon lopen een knalprestatie is ongeacht de tijd die het je kost? Ja, maar ik ben ook altijd de eerste om te zeggen dat je ambitieus moet zijn binnen je eigen mogelijkheden. De vraag is dus vooral of ik het nodig vind om überhaupt diep in het krachtenarsenaal te tasten. Het zou een mooie marathonwijsheid voor mezelf zijn. Twee jaar geleden leverde ik in Brussel een prestatie van formaat door zo eventjes 3:22 op de chrono af te tikken. Roos beschreef die race onlangs treffend als een dag waarop de marathonwetten niet op mij van toepassing waren. Laat ik zondag vooral uit gaan van mijn eigen kracht om die wetten te trotseren. Bovendien bulkt ook mijn supportersteam van de ervaring. Afspraak aan het altaar in het Jubelpark. Mr. Marathon, wij komen eraan.

Marathonpraat – Over rust en pre-marathon rituelen

Nog 11 keer slapen en ik sta aan de start van de Brussels marathon. Ik ben nu dus volop aan het taperen en met behoorlijk wat zenuwen aan het aftellen om marathon nr° 9 tot een goed eind te brengen. Waar 28 oktober in de zomer nog veilig ver klonk, voelt het nu akelig dichtbij. Door mijn blessure in het voorjaar ben ik vertrouwen kwijt in mijn kunnen als marathonloper. Zal Brussel mij voor een derde keer kunnen geruststellen? Ik probeer positief te zijn en stort me op de soms ietwat vreemde gewoontes die ik ontwikkelde in aanloop naar de marathon. Hoewel geen voorbereiding identiek is, houdt het gewoontedier in mij van een aantal vaste rituelen.

Taperen en rusten dat betekent dat ik nu nog meer dan anders zo ontspannen mogelijk in het leven wil staan. Comfortabele kleding dragen helpt me om in extra zenmodus te gaan. Ik kan mijn benen al wat ontzien in het dagelijks leven met sportief en zacht schoeisel aan mijn voeten. Ook laat ik geen kans onbenut om me in een joggingbroek te hullen. Als de situatie dat toelaat tenminste, daar beslist de ijdeltuit in mezelf over. Die is ook verantwoordelijk voor het feit dat ik steeds zo’n anderhalve week voor de marathon naar de kapper ga. Ik weet heus wel dat een frisse coupe niet zal bijdragen aan een geslaagde actiefoto en ook een finisherselfie met medaille staat niet op mijn prioriteitenlijstje. Een kappersbezoek geeft mij op de één of andere manier het idee dat alles tot in de puntjes in orde zal zijn. Onder de noemer “nog absurder”: ik lakte al meermaals mijn teennagels een paar dagen voor de marathon. Ook die handeling geeft me het geruststellende idee dat ik mijn lichaam tot in de puntjes soigneer. En als ik op de EHBO-post zou eindigen met vreselijke blaren dan zijn mijn tenen de blikvangers. Voila.

Nadenken over mijn kleding op marathondag behoort ook tot het repertoire. Zo liep ik al mijn marathons in een ander shirt of singlet dat ik kocht voor die gelegenheid. Jullie begrijpen natuurlijk dat ik daar nu niet omheen kan en dat een nieuwe aankoop niet te vermijden is. Een ernstiger dilemma is met welke schoenen ik de marathon zal lopen. Vorig jaar liep ik drie marathons met de Adidas Ultra Boost, maar die hebben hun beste tijd inmiddels gehad. In het voorjaar liep ik veel duurtrainingen op de Nike Zoom Fly’s die me werkelijk het idee gaven te kunnen vliegen. Ik dacht dus mijn nieuwe marathonschoen te hebben gevonden, maar na mijn blessure liep ik er nog maar een paar keer op wegens net wat belastender voor mijn toen gevoelige kuiten. Er nu een marathon mee gaan lopen voelt niet echt veilig en gaat in tegen heel wat marathonprincipes. Mogelijk biedt de Nike Zoom Pegasus 35 een waardig alternatief. Ik voel keuzestress!

IMG_3202b
Hier zal ik me ergens rond kilometer 28 bevinden tijdens de marathon.

Dan is daar nog de parcoursverkenning. Door de start en gewijzigde aankomst in het Jubelpark wordt er een andere lus in Tervuren gelopen. Dat stuk moet ik natuurlijk eens gezien en gevoeld hebben. Ik ondernam reeds drie pogingen om de uitbreiding te fietsen, maar ging telkens op een ander punt de mist in. Dit geeft meteen aan dat het geen eenvoudige geometrische lus is. Wat ik tot nu toe zag, stelde me niet meteen gerust. De overzichtelijke langgerekte stukken vals plat, zijn vervangen door minder vlot beloopbare stroken in het Zoniënwoud. Denk: oneffen en steentjes, berg op en berg af, draaien en keren. Ik probeer het positief te catalogeren als een parcours met voldoende afwisseling om de zinnen te verzetten op de moeilijke kilometers van het derde kwart. We zullen zien wat het geeft.

Voorts heb ik geen praktische zaken te regelen. Mijn voorraad Squeezy sportgels is nog meer dan toereikend met 15 stuks en ik heb nog ruim 3 kilo koolhydratenpoeder in de kast staan. Aan energie en kunstmatige fruitsmaken geen gebrek de komende jaren. Volgende week vrijdag ga ik mijn deelnemerspakket met borstnummer afhalen om de sfeer van de Marathon Expo al wat op te snuiven. Er rest mij dus nog te duimen voor goed marathonweer. Misschien moet ik een brief richten aan de weergoden in de hoop dat ze de regen en wind kunnen bewaren voor een ander tijdstip. Nu is het ook wachten op de eerste marathondroom waarbij ik gestresseerd en gehaast probeer om tijdig aan de start te staan. Het signaal bij uitstek dat ik me mentaal aan het klaarstomen ben voor de strijd. Er is dan echt geen ontkennen meer aan.

Marathonpraat – Let’s taper!

Een marathon lopen is in principe eenvoudig: je moet je grondig voorbereiden en erop vertrouwen dat die trainingen hun werk hebben gedaan. De tapering of taperperiode is het laatste onderdeel van de marathontraining. Huh? Taperen betekent zoveel als in een punt uitlopen. Zo zitten tapered broeken bovenaan los en worden ze naar beneden toe smaller. Je marathonvoorbereiding bereikt dus de laatste fase. Die staat in het teken van afbouwen en rusten zodat je trainingen het scherpst van de snee bereiken. De Grote Marathondag is het puntje waar alles op uitloopt, een piek waar alles moet samenvallen.

De oogst van een training kan je pas zo’n twee weken nadien plukken en proeven. Met die wetenschap is het dus logisch dat je niet hard blijft doorgaan. Een intervaltraining in de week vlak voor de marathon kan je met andere woorden amper iets opleveren voor de dag zelf. Het kan je vooral afmatten en dat is juist niet de bedoeling. De intensieve trainingsperiode eindigt met de langste duurloop drie weken voor de grote dag. Vanaf dan loop je nog wel om in beweging te blijven, maar niet te lang en intensief. Er zijn verschillende richtlijnen over hoe je moet afbouwen. Ik loop de eerste taperweek zo’n 30% minder dan mijn gemiddeld aantal kilometers per week en de tweede week gaat daar nog eens 30% af. De laatste taperweek loop ik respectievelijk 8, 7 en 6 kilometer: in totaal een halve marathon.

Taperen is niet zo mijn ding. Laat mij maar trainingen uitdenken en afwerken. Laat mij puzzelen om mijn sportieve bezigheden in een week te proppen. Ik haal voldoening uit bezig zijn en naar een doel toe werken. Mijn activiteitsgraad is over het algemeen nogal hoog. Een rustdag waarbij ik met de beentjes omhoog in de zetel ga zitten en niets doe is een rariteit. Dat is niet iets om mee op te scheppen, want goed rusten is net zo belangrijk als goed trainen. In de intensieve weken van een voorbereiding zoek je je fysieke grenzen op om die te kunnen oprekken. Doe je dat te veel, dan zal je nog amper rendement halen uit je trainingen. Een lichaam dat uitgeput is, gebruikt alle energie om te herstellen en kan die niet gebruiken om te verbeteren. Een blessure loert dan om de hoek. Trainen is een evenwicht zoeken tussen (plank)gas geven en tijdig terugnemen.

In de taperweken blijf je dus in beweging, maar de intensiviteit en duur worden teruggeschroefd. Een grote aanpassing als je de voorafgaande weken heel veel kilometers hebt gedraaid. Bij mijn eerste marathon was ik zo gebeten dat ik mezelf tijdens de tapering bij wijze van spreken aan de tafelpoot moest vastketenen om niet de deur uit te gaan voor een kort rondje. Inmiddels kan ik mezelf al wat beter beteugelen. Het hoort nu eenmaal bij de aanloop naar een marathon. Een week vakantie voor de marathon kan helpen om uitgerust aan de start te staan. Minder lopen betekent namelijk niet per se dat je ook rust als je nog gaat werken. Ik liep al twee marathons in de paasvakantie waardoor ik dus een week rusttijd had. Dat viel tegen. Ik werd er rusteloos van. Mijn hoofd verkeerde in een permanente staat van hyperfocus waardoor rusten juist moeilijker werd. Gaan werken zorgt voor een vaste structuur en biedt mij de nodige afleiding.

Over drie weken zit mijn marathon er nu hopelijk op. Drie weken klinkt nog ver weg om echt te kunnen aftellen. Dat ik hier nu sta, voelt wel een klein beetje als een overwinning omdat ik in maart op één week van mijn tapering geblesseerd raakte. Vandaag liep ik een aangename 27 kilometer in herfstige sferen. Ik kon ontspannen lopen aan een behoorlijk tempo en zo volop genieten van mijn laatste echte duurtraining. Al zal er op sportief vlak genoeg te beleven zijn in mijn tapering met de mountainbike. Bovendien wil ik ook het vernieuwde parcours in Brussel gaan verkennen. De vijvers en het park van Tervuren worden niet meer belopen. De komende weken zal het wat zoeken zijn om een evenwicht te vinden tussen de loopbenen laten rusten en de fietsbenen blijven trainen. Als dat al mogelijk is. Rusten, niet overdrijven, rusten, matigen, rusten, temporiseren, luisteren naar het lichaam en er vooral zorg voor dragen: het wordt mijn devies voor de komende weken. Hopelijk draait het niet uit op een botte punt, maar op een vlijmscherpe piek.

Marathonpraat – Waarom ik niet per se de World Marathon Majors wil lopen

De Heilige Graal der marathonlopers is niet de Power- of Ironman, maar de World Marathon Majors of Big Six Marathons. Dit zijn de zes meest prestigieuze marathons ter wereld waar de toppers strijden om een goedgevulde prijzenpot en een recordtijd. Het Majors voorjaar wordt op gang geschoten in Tokyo en verdergezet in Boston en Londen. In het najaar staan Berlijn en Chicago op het programma. De New York City marathon sluit het seizoen af in november: meteen ook dé klepper onder de Majors met ruim 50.000 deelnemers. Elke zichzelf respecterende marathonloper lijkt te willen deelnemen aan minstens één van de Grote Zes. Ik vertelde vorige week over mijn sportieve dromen, maar over de Majors repte ik met geen woord. Waarom toch?

Deelnemen aan één van de Majors is geen kwestie van een formuliertje invullen. Alleen echt snelle lopers kunnen zich met een toptijd van een startplaats verzekeren. Voor de overige startnummers wordt geloot. De marathon in Berlijn geeft je als gewone sterveling nog een reële startkans en het inschrijvingsgeld valt met 125 euro nog in de categorie aanvaardbaar. Een startbewijs (dus zonder verplaatsing en verblijf) voor de New York City marathon kost ruim 500 dollar. Er zijn legio alternatieven als geld geen issue is. Reisbureaus organiseren all-in marathonreizen die je een startplaats garanderen. Ook verschillende goede doelen krijgen een aantal startnummers toegewezen die worden overgenomen door wie bereid is een aanzienlijk sponsorbedrag bij elkaar te krijgen. Voor de Boston marathon moet elke deelnemer zich kwalificeren. Voor vrouwen in mijn leeftijdscategorie betekent dat onder de 3u35 duiken, liefst sub 3u30 om zeker te zijn. Ik liep dat al 5x en had dus al 5x de kans om in Boston van start te gaan, maar ik heb het nooit overwogen.

Ik kan heel wat praktische redenen opnoemen waarom de Boston of Chicago marathon niet op mijn wishlist staan. Als leerkracht ben ik aan schoolvakanties gebonden. De Londen marathon valt in de paasvakantie, bij de overige Majors zou ik dus een paar uur na de race op het vliegtuig moeten stappen om daags nadien voor de klas te kunnen staan. Daar zijn ongetwijfeld oplossingen voor te bedenken, maar ik zou dat voor mezelf niet kunnen verantwoorden. Je gaat ook niet voor een weekendje naar Tokyo of New York. Als ik een aardig bedrag betaald heb voor die reis, zou ik ook wel wat meer willen meepikken van de stad dan de Marathon Expo en mijn hotelkamer. Een intensieve city trip valt doorgaans niet te rijmen met het lopen van een marathon.

Vorig jaar liep ik de marathon van Parijs: geen Major, maar wel de tweede grootste marathon ter wereld met ruim 40.000 deelnemers*. Een massa-evenement op die schaal kent in tijden van terreurdreiging veel veiligheidsprocedures. Dat betekent veel wachten en aanschuiven bij de onnoemelijk lange start- en finishzone. Je moet dus heel vroeg aan de start zijn om je bagage in te leveren en tijdig in het startvak te geraken. Dat bezorgde mij stress. Veel stress. Het was zonder meer een onvergetelijke ervaring, maar de hele onderneming maakte wel dat het genieten op een tweede plan terecht kwam. Voor een marathon buiten Europa zou ook het financiële plaatje mij stresspieken bezorgen. Toen ik mij in het voorjaar blesseerde vier weken voor ik de Rotterdam marathon zou lopen, was dat een domper van jewelste, maar geen financiële aderlating. Ik zou namelijk bij vrienden overnachten en ik kon nog geld recupereren van het startnummer dat ik kocht voor 65 euro. Een marathon is niet zomaar een sportwedstrijd en de kans bestaat altijd dat je niet van start kan gaan. New York of niet.

Dat ik volgend jaar wel weer voor de marathon van Parijs ga, komt omdat ik graag in die stad ben. Het is dan eens zo speciaal om daar over de straten te kunnen lopen. Daarom loop ik dit najaar ook mijn derde marathon van Brussel. Ik zou bij wijze van spreken nu op mijn fiets kunnen springen om het parcours te gaan verkennen. Een groots avontuur, dicht bij huis is eens zo praktisch. Ik was nog nooit in de VS of Azië. De New York City marathon lopen is ongetwijfeld een unieke ervaring, maar het is niet mijn ultieme droom. Een marathon is immers overal even lang. Met je entourage naar de andere kant van de wereld vliegen om er 42,195 kilometer te gaan lopen, klinkt in mijn oren dan ook een beetje als water naar de zee dragen. Er worden prachtige marathons georganiseerd in eigen land en bij onze dichte en wat verdere buren. In Nederland kunnen ze ook overdreven hard roepen en enthousiast zijn. Beter een goede buur, dan een verre vriend.

Ook de protserige zesdelige medaille die elke loper krijgt die de Grote Zes op zijn palmares kan toevoegen, zal mij niet kunnen overtuigen. Voor mij toont dit alleen maar aan dat er toch een elitair geurtje hangt aan die Majors. De laatste jaren wordt een marathon lopen steeds meer als statussymbool gezien. Marathonsnobisme noem ik dat. Het legertje BV’s dat kan pochen met hun weg naar de New York City marathon lijkt elk jaar toe te nemen. Nogmaals: elke marathon is even lang. De mythische afstand overwinnen is sowieso een heroïsche prestatie, ongeacht de tijd, ongeacht de plaats. Of je nu manager, BV, leerkracht of buschauffeur bent. Ik sluit niet uit dat ik ooit aan een Major deelneem. Als die mogelijkheid zich zou aanbieden welteverstaan, niet als een ultiem streven. Berlijn zou dan mijn favoriet zijn. Omdat ik Berlijn een geweldige stad vind en het ook nog eens het snelste marathonparcours is.

Ik hou van de magie van de marathon: de individuele strijd die iedere loper voor zich voert. Je bent de held in je eigen verhaal. Samen met je supporters. Ik herinner me nog goed hoe ik twee jaar geleden tijdens de marathon van Brussel door Ter Kamerenbos liep rond 10 uur. De opkomende zon scheen op het gras vol dauw en het enige wat ik hoorde was een ritmisch geroffel van loopschoenen. Er was geen publiek, er werd niets gezegd. Dat moment zal ik nooit vergeten. Ik ben me ervan bewust dat het Ter Kamerenbos Central Park niet is. Om de schoonheid van de marathon te ervaren, moet je niet per se naar de andere kant van de wereld vliegen. Je kan bij wijze van spreken de deur uitstappen en op eigen houtje een marathon lopen. Stoef er vooral op los en bestook iedereen met je marathonverhaal, hier of ver weg. Uitpakken kan net zo goed in onze eigen contreien. Vergeet niet dat Brussel de hoofdstad van Europa is. Geen stress: inschrijven kan nog op de dag van de marathon zelf. Wat een gemak!

*Ik schreef mij een jaar op voorhand in voor de marathon van Parijs en betaalde 89 euro voor mijn startbewijs. Bijkomend voordeel is dat de hotelprijzen niet duurder zijn in het marathonweekend.

Marathonpraat – Hoe Eliud Kipchoge het wereldrecord aan flarden liep

Wahnsinn! Unglaublich! 2:01:39. Het wereldrecord op de marathon ging eraan op 16 september 2018. Ik ben er nog niet goed van. De Keniaan Eliud Kipchoge liep zichzelf nog verder de geschiedenisboeken in met een onvoorstelbare race in Berlijn. Op indrukwekkende wijze won hij zijn negende marathon: ruim een minuut sneller dan de 2:02:57 van Dennis Kimetto uit 2014. Alleen Wilson Kipsang slaagde er ooit in Kipchoge van de marathonwinst te houden. In 2013 had hij op de marathon van Londen een wereldrecord nodig om af te rekenen met zijn landgenoot. Een winstpercentage van 90%: het is zonder meer een straf cijfer.

Eliud Kipchoge liet zich misschien inspireren door Koen Naert, die op het EK in augustus al toonde dat je geen hazen nodig hebt om een topprestatie neer te zetten op dé marathon der marathons. Na 25 kilometer viel Kipchoges laatste tempomaker al weg. 17 kilometer als een dolle alleen lopen is zowel een mentale als fysieke uitdaging. Het ultrasnelle parcours in Berlijn stelde wederom niet teleur. In Wereldrecord legde Maarten Van Gramberen haarfijn uit waarom de omstandigheden in de Duitse hoofdstad zo gunstig zijn. Het vlakke, windluwe parcours zonder al te scherpe bochten vormt namelijk het perfecte decor voor een toptijd en de programmering in september vergroot de kans op geschikt marathonweer. De zon was afgelopen zondag geen spelbreker, maar gaf meer glans aan de historische prestatie van Kipchoge. Breedlachend knalde hij door het finishlint.

Ik leerde Eliud Kipchoge kennen door Breaking 2: het groots opgezette project van Nike om de magische 2 uur barrière op de marathon te doorbreken. Na een intensieve voorbereidingsperiode ondernamen drie zorgvuldig geselecteerde marathonlopers in mei 2017 op het Formule 1 circuit van Monza een poging om de elasticiteit van de menselijke grenzen nog verder op te rekken. Door de gemanipuleerde omstandigheden zou de eindtijd nooit als een officieel wereldrecord gelden, maar onder de 2 uur duiken zou hoe dan ook een stunt van formaat zijn. Dat lukte nét niet: Kipchoge finishte in een hallucinante 2:00:25. No human is limited, zei hij achteraf en zo had Nike er een nieuwe catch phrase bij voor hun najaarscollectie.

In de documentaire wordt ook duidelijk waarom de 33-jarige Kipchoge de filosoof wordt genoemd. Vergis je niet: marathons lopen op het hoogste niveau is een lucratieve bezigheid. Kipchoge blinkt echter uit in bescheidenheid. In zijn jeugd was lopen een noodzaak om zich van en naar school te verplaatsen. Inmiddels is hij zelf vader van drie kinderen. Hij woont nog steeds in Kenia en staat elke dag om 5 uur op. In zijn trainingen springt hij spaarzaam om met zijn krachten. Nog nooit had hij een ernstige blessure of een smet op zijn blazoen. Hard werken en doorbijten typeert de marathonloper, dat bewijst zijn zelf bedachte formule Motivation + Discipline = Consistency.

Als marathonliefhebber van het ergste soort zat ik natuurlijk voor de tv gebeiteld om niets te missen van dit spektakelstuk dat, godzijdank, live werd uitgezonden op ARD. Bij de start voelde ik het kriebelen alsof ik zelf aan de bak moest. Ik krijg een niet te stillen loophonger door naar andere marathonlopers te kijken, alsof ik de kunst van hen kan afkijken. Waar ik continu zat te rekenen en besefte dat het echt zou gaan gebeuren, bleven de Duitse commentatoren aanvankelijk redelijk rustig. Toen Kipchoge een fenomenale eindsprint uit zijn benen schudde, (alsof hij een 1500 meter loper was) schreeuwde ik hem naar de finish. Ein besonderer Moment! Wir sind sprachlos! Ook de Duitse beheersing maakte plaats voor ongebreideld enthousiasme. Het is onmogelijk kalm te blijven als er sportgeschiedenis wordt geschreven.

Eliud Kipchoge is een fervent lezer. Het zal niet verbazen dat The Seven Habits of Highly Effective People van Stephen R. Covey één van zijn favoriete boeken is. Als hij spreekt is dat doordacht en steeds met de glimlach. Hij is geen man van veel woorden, maar wel van de juiste woorden. Door zijn compacte taal heeft alles wat hij zegt potentieel om een inspirational quote te zijn. Vlak na zijn heroïsche finish werd hij de hero of the day genoemd. De filosoof lachte dat weg en relativeerde: I’m really grateful. Thank you to everybody! Een dankbare marathonheld die excelleert in menselijkheid. Ik ben heel benieuwd wat voor moois Eliud Kipchoge ons in de toekomst nog zal tonen.

Marathonpraat – Wijsheden #4

Op een historische marathondag presenteer ik jullie graag weer enkele marathonwijsheden.

Er bestaat niet één juist marathonplan
Zowel op het internet als in de vakliteratuur kan je een overdaad aan loopschema’s voor de marathon vinden. Sommige schema’s baseren zich op het ervaringsniveau van de loper, sommige gaan uit van een vast aantal trainingen per week en nog andere richten zich op een specifieke eindtijd. Als je je dan verder informeert over het verloop van een marathon, dan zal je ook merken dat geen enkele aanpak identiek is. Loop je aan een constant tempo, ga je voor de negatieve split of vertrek je wat sneller? Wat eet en drink je vooraf en onderweg? Er bestaan zoveel verschillende marathonplannen als er marathonlopers zijn. Het is dus belangrijk om een aanpak te vinden die voor jou werkt. Mijn advies is altijd om in de eerste plaats realistisch te zijn: je moet jezelf correct inschatten. In de tweede plaats vind ik ook dat je binnen je mogelijkheden ambitieus mag zijn. Je loopt immers niet wekelijks een marathon en je wil dan toch dat alles wat erin zit er ook uitkomt. In jouw persoonlijke marathonplan hou je dus rekening met het aantal kilometers (of minuten, zoals ik hier al vertelde) dat je gemiddeld per week kan afwerken zonder je ver buiten je comfortzone te begeven en zoek je naar een haalbaar marathontempo. Hoe meer ervaring je hebt als (marathon)loper, hoe meer je ook je fysieke grenzen kan opzoeken. Wie minder ervaring heeft, zal merken dat marathontrainingen sowieso grensverleggend zijn.

Hoe verder de marathon vordert, hoe langer hij wordt
De eerste 10 kilometer van een marathon vliegen voorbij. De loophonger is groot en de adrenaline doet z’n werk. Ik voel mij altijd ijzersterk dat eerste stuk. In het tweede deel tel ik af tot het halfway point. Ik vind dan doorgaans mijn tempo en besef dat de marathon echt bezig is. Dat betekent ook dat er af en toe al een momentje van verveling of twijfel plaatsvindt. De tijd tikt op een normaal tempo weg. Als je dan eenmaal halverwege bent, lijken de tijd en de kilometers trager te verstrijken. Het derde kwart is dat van het realisme. Je beseft dat er nog een lange weg te gaan is. Kilometers 21 tot 30 vind ik mentaal dan ook de zwaarste. In het laatste deel wordt het ook fysiek zwaar en voel je elke kilometer en elke minuut dubbel. Je denkt dan niet meer over kilometers in termen van nog maar een kilometer, maar als nog een kilometer. Je gaat nadenken over hoe lang je doet over een kilometer en beseft ten volle hoeveel seconden dat zijn. De tijd lijkt met andere woorden trager te tikken. Waar je de eerste kilometers voor je gevoel leek te zweven, ben je nu aan het kruipen. Vanaf kilometer 40 kan er sprake zijn van een kleine verrijzenis. Meestal merk je dan ook aan het parcours en de toeschouwers dat het einde nabij is. Als je er dan eenmaal bent, is het een heel gek idee dat er uren zijn verstreken en dat jij al die tijd aan het lopen was.

Supporters zijn het licht aan het einde van de tunnel
Als ik vertel hoe een marathon verloopt, dan gaat het vaak over hoe je moet indelen en aftellen. Dat gaat dan over de kilometers die wegtikken en voeding die je op vaste tijdstippen moet wegwerken. Soms zijn er ook bijzondere passages waar je naar uitkijkt. Die bevinden zich meestal aan het begin en einde van de race: over de Champs Elysées lopen bijvoorbeeld of door het Jubelpark. Waar ik echter het meest naar uitkijk en ook de grootste opkikker van krijg, zijn mijn supporters. Ik ga vanzelf sneller lopen als ik weet dat ik naar hen toe loop. Hierdoor verandert ook de focus. Je bent namelijk even niet meer bezig met de afstand en het tempo, maar je begint alert rond te kijken om al een glimp te kunnen opvangen. Ik heb het geluk dat mijn vaste ondersteuningsteam (mama en zussen) de kunst van het supporteren naar het allerhoogste niveau heeft getild. Zij zijn de topsporters der toeschouwers. Ik zie hen meestal dan ook gemiddeld drie keer tijdens de wedstrijd. Soms bedenk ik op voorhand al wat ik zal zeggen. Hoewel roepen misschien juister is met al dat enthousiasme. Ik wil ze geruststellen dat het goed gaat en soms deel ik al eens een ergernis. Een marathon lopen kan een heel eenzame en saaie gebeurtenis zijn, maar dankzij supporters voelt het toch ook een beetje aan als een teamsport.

Mijn trommeltje met marathonwijsheden is nog lang niet uitgeput. Wordt vervolgd…

Marathonpraat – Het ontbijt

Ik heb mezelf al meermaals de vraag gesteld wat mijn favoriete maaltijd van de dag is. Moeilijk, want kiezen is verliezen. Wat ik wel zeker weet, is dat ik niet zonder ontbijt kan. Ik ben geen typisch ochtendmens, maar of ik nu moet gaan werken of niet: ik wil ’s ochtends tijd hebben. Om te ontbijten dus en om koffie te drinken. Misschien vind ik dat wel het gezelligste eetmoment van de dag. Ik betrap mezelf er soms op dat ik ’s avonds al nadenk over mijn ontbijt van de volgende dag. Dat durf ik hier gewoon te delen, want een kleine rondvraag in mijn omgeving leerde mij dat ik niet de enige ben met die gedachte. Niets om je over te schamen dus.

Een ontbijt moet voor mij gevarieerd zijn. Een lekkere boterham met een gekookt eitje, wat yoghurt en vers fruit bijvoorbeeld. Ontelbaar veel variaties zijn mogelijk, al naargelang het seizoen en tijdsbestek. In het weekend mag het wat meer zijn. Ik ben een kenner en fan van goede bakkers. Een marathonontbijt is zeker niet mijn favoriete maaltijd omdat het allesbehalve een gevarieerde maaltijd is die je moet wegwerken op een veel te vroeg tijdstip. Het is om die redenen ook allesbehalve een gezellige maaltijd. Ik vrees dat hier een foto nodig is om dit duidelijk te maken.

IMG_3495

Op deze barslechte foto zien we mijn ontbijt voor de marathon in Parijs in april 2017. Het is nog donker, wat niet gek is aangezien ik hier zat te ontbijten om 5u. Ah ja, want je moet hebben gegeten 3 uur voor de marathon begint. Marathonlopers worden daardoor extreem vroege vogels. Het is een noodgedwongen ontbijt op bed omdat er op een hotelkamer doorgaans weinig faciliteiten tot gezellig tafelen zijn. Ik keek hier uit op mijn eigen rommel en probeerde een beetje stil te zijn voor mijn zus Roos die links van mij nog aan het slapen was. Met een prijs voor romantiek zal dit ontbijt dus niet gehonoreerd worden. Nu hoor ik jullie denken: een hotel biedt toch een ontbijt aan? Dat klopt helemaal, maar dat kan nooit op het vroege uur dat de marathonloper moet eten. Bovendien zou een ontbijtbuffet vooral ook een harde confrontatie zijn met alle lekkere dingen die je niet mag eten.

Een marathonontbijt moet licht verteerbaar zijn, hoog in koolhydraten en laag in vetten en eiwitten. Volkorengranen, zaden, fruit en melkproducten kan je dus beter vermijden. Er zijn ongetwijfeld marathonlopers die zweren bij een stevig ontbijt, maar ik loop dat risico liever niet. Toen ik nog een beginnende loper was, heb ik aan den lijve ondervonden wat er dan kan gebeuren. Je moet je lichaam brandstof geven om een lange inspanning te leveren en je moet het zo min mogelijk belasten met verteren. Dat resulteert dus in wit brood met honing of confituur als ontbijt. Een banaan kan, een koffietje ook. Je moet zeker genoeg eten. Meer dan wat lekker is. Niet om koolhydraten te stapelen (dat gebeurt de dagen voordien), maar wel omdat je de komende uren dus niets zal eten op plakkerige sportgels na en de brandstoftank moet zo vol mogelijk zijn.

Gelukkig loop ik niet elke zondag een marathon. Zondag is pistoletdag in België, maar bij mij ook duurloopdag. De ontbijtregels voor de marathon pas ik dan niet zo strikt toe. Dat kan, want bij een duurlooptraining drijf je je lichaam niet tot het uiterste en zal het dus minder lichtgeraakt reageren. Ik respecteer wel de verteringstijd en zorg dus dat er zeker 2,5 uur tussen het ontbijt en de training zit. Een pistoletontbijt behoort dan tot de mogelijkheden. Ik heb echter een nieuwe ontdekking gedaan. Veel marathonlopers zweren namelijk bij een pannenkoekenontbijt. Met dat in het achterhoofd heb ik mijn eigen recept voor havermoutpannenkoeken op punt gesteld. Inmiddels uitvoerig getest en goedgekeurd als basis voor een duurloop. Nu volgt smakelijker en gezelliger fotografisch bewijs om het vorige misbaksel door te spoelen.

img_2696.jpg

De bereiding is eenvoudig: je mixt 1 ei, 50 gram havermout, een klein beetje bakpoeder en 120 à 150 ml havermelk of gewone melk. Van dit deeg bak ik één dikke pannenkoek in een grote pan. Omdat ook ik niet ongevoelig ben voor voedingshypes, bak ik mijn pannenkoeken in kokosolie. De kunst is om lang genoeg te wachten vooraleer om te draaien. Al doende leert men en een pannenkoek in allemaal kleine stukjes smaakt niet minder goed. Ik dresseer met agave- of ahornsiroop. Voor een gewoon ontbijt volstaat één pannenkoek, voor een duurloopontbijt zijn het er twee. Smakelijk!

 

Marathonpraat – Waarom het EK-goud van Koen Naert zo hard blinkt

We beleven niet alleen zonnige hoogdagen, maar ook sportieve. Wat een zomer! Onze nationale voetbalploeg beet de spits af en zorgde voor een overdaad aan tricolore vlaggen, gadgets en tous ensemble. Geraint Thomas won verrassend genoeg een boeiende Tour de France die ontsierd werd door asociaal supportersgedrag. Op de Europese Kampioenschappen volgde voor ons land het ene sportieve hoogtepunt na het andere. Nafi Thiam, de Belgian Tornados (4x 400 meter), Kevin en Jonathan Borlée en de immer sympathieke Bashir Abdi zorgden voor maar liefst vijf medailles in de atletiek. Marathonloper Koen Naert voegde daar gisteren een gouden medaille en Europese titel aan toe.

Het zal niet verbazen dat ik een boon heb voor de lange afstandslopers. Gentenaar Bashir Abdi nam afscheid op de 10.000 meter met een zilveren medaille. Hij wil zich volledig toeleggen op de langste afstand nadat hij in april dit jaar zijn marathondebuut maakte in Rotterdam. Hij kwam daar ten val vlak na de start, maar schudde toch nog een fenomenale 2:10:43 uit zijn benen: de 9e beste tijd ooit door een Belg gelopen. Dat belooft voor de toekomst! Gisteren was het dus aan Koen Naert om zich te meten met de Europese top en te strijden voor de medailles op de marathon in Berlijn. Hij zette de race volledig naar zijn hand en zegevierde met een persoonlijke recordtijd. Een prestatie waar ik niets dan bewondering voor kan hebben.

DSC03238
De finishlijn lag aan de Gedächtniskirche op Kurfürstendamm.

Koen Naert was tot 2015 verpleger in het brandwondencentrum van Neder-over-Heembeek. Tot dan combineerde hij zijn sport met een fulltime job, nachtdiensten inbegrepen. Vlak na de aanslagen in Brussel sprong hij zijn collega’s vrijwillig bij. Hij studeert nu opnieuw: een postgraduaat wondzorg en weefselherstel. Na zijn sportcarrière wil hij immers terug aan de slag gaan als verpleger. Naert kreeg geen topsportcontract bij de Vlaamse federatie, maar bij de Waalse. Ik schreef al over topsport als beroep en de grote opofferingen die dan gemaakt moeten worden. Geld is zelden de drijfveer van een topatleet. De meeste topsporters in ons land kunnen amper leven van hun inkomen, voor Naert is dat niet anders. De passie voor zijn baan als verpleger maakt er hem alleen maar een knappere atleet op.

Vorig jaar liep Naert zijn snelste marathon in Rotterdam. Hij kwam toen over de finish in 2:10:16. Gisteren liep hij in Berlijn pas zijn 7e marathon als topsporter. Zijn schitterende 2:09:52 was meteen goed voor de 2e snelste marathon ooit door een Belg gelopen. De straten in Berlijn vormen het snelste marathonparcours ter wereld. Dennis Kimetto vestigde er in 2014 het nog steeds heersende wereldrecord van 2:02:57. Gisteren waren de omstandigheden echter minder gunstig. De temperatuur steeg tot ver boven de 20 °C en het parcours bevatte meer bochten dan het traditionele parcours van de race die in september wordt gelopen. Naert schreef met andere woorden sportgeschiedenis en had daar geen ideale omstandigheden voor nodig.

Tot slot is er nog de manier waarop Naert de titel binnenhaalde. Hij geloofde in zijn eigen kunnen en wist dat de titel een mogelijkheid was. Met dat besef liep hij ook zijn wedstrijd. Tot kilometer 30 hield hij zich schuil in de groep der favorieten. Toen die uiteen viel en Naert met de Zwitser Abraham en de Italiaan Rachik vooraan liep, zette hij een versnelling in op 10 kilometer voor de finish. Als je weet dat een marathon doorgaans wordt beslist in de laatste 2 à 3 kilometer, dan is dat een heel gedurfde aanval. Naert ging uit van zijn eigen kracht, liep met lef en kreeg geen inzinking. In de laatste rechte lijn kon hij nog een Belgische driekleur bemachtigen die hij vervolgens ook nog op de juiste manier om zijn schouders sloeg. Hij had uiteindelijk ruim anderhalve minuut voorsprong op Abraham. De marathon kan met andere woorden wel een sensationele wedstrijd zijn.

IMG_2714
De laatste kilometer van de Berlin Marathon loopt over de Pariser Platz, vlak voor de Brandenburger Tor.

Ik heb genoten van de atletieknummers op deze overkoepelende Europese kampioenschappen, maar ook van de gemengde triatlonaflossing (brons voor de Belgian Hammers) en de wielerwedstrijd op de weg (brons voor Wout Van Aert). Dat overkoepelende concept wekte bij mij in ieder geval een Olympische Spelen-gevoel op. Duimpje omhoog dus. De volgende sportieve afspraak in Berlijn is op zondag 16 september: dan wordt de 45e Berlin Marathon gelopen. De Keniaan Eliud Kipchoge zal weer een gooi doen naar het wereldrecord. Vorig jaar regende het en strandde hij op 35 seconden van Kimetto’s chrono. De Berlin Marathon is integraal te volgen via de Duitse televisie: gewoon kijken.

Marathonpraat – Wijsheden #3

Ik heb de wijsheid niet in pacht, maar uit mijn eigen marathonervaring en heel wat advies van anderen heb ik wel de nodige lessen getrokken. Dit zijn mijn persoonlijke marathonwijsheden.

Een duurloop moet een plezierloop zijn
Voor ik mijn eerste marathon liep met Roos kocht ik voor haar in de kringloopwinkel een boekje over de mythische afstand. Zoals wel vaker met spullen die je daar aantreft, deden zowel de lay-out als de taal van het boek vermoeden dat het al enkele decennia oud was en dat het dus niet voor niets was afgedankt. Dit handboek zou ons hoogstwaarschijnlijk niet gaan inspireren. De cadeauwaarde was dus veeleer symbolisch. Ik kan me weinig concrete lessen herinneren die we ervan opstaken, behalve dus dat een duurloop een plezierloop moest zijn. We namen dat overdreven letterlijk tijdens onze eerste duurlopen: op een dood moment moest iemand met een mop op de proppen komen, waar we dan allebei overdreven hard en luid mee moesten lachen. We wisten zelf ook wel dat de auteur op iets anders doelde. Inmiddels is dit voor mij een serieuze waarheid geworden. In de eerste plaats is het belangrijk dat je niet te diep gaat tijdens je duurlopen. Je moet op een aangenaam tempo lopen waarbij je dus nog een mop kan vertellen, als dat nodig zou zijn. Je moet nog kunnen praten en lachen zonder helemaal buiten adem te zijn. In de tweede plaats moet je duurlopen als een aangenaam – zo niet het aangenaamste – deel van de marathontrainingen beschouwen.

Je hoofd is je grootste kracht, maar ook je ergste vijand
Het is vooral de onderkant van je lichaam die een marathon tot een goed einde brengt. Je benen en voeten hebben getraind, kilometers gedraaid, af en toe eens serieus afgezien, eelt gekweekt en misschien een blaar. Je romp en armen zwiepen mee op het aangegeven tempo. Met wat verbeelding trekken je armen je lichaam vooruit. Je hoofd an sich doet helemaal niets. Het kijkt voor en rondom zich heen. In tegenstelling tot andere sporten vraagt lopen amper tactiek, laat staan spelinzicht. De eentonigheid van de inspanning belet je bovenkamer niet om op volle toeren te draaien. Probeer die hersencapaciteit positief in te zetten. Bekijk de marathon per 5 kilometer, bedenk wanneer je zal drinken en waar je supporters zullen staan. Put kracht uit je motivatie. Laat je meedrijven door de aanmoedigingen. Zoek afleiding in wat er rondom je te zien is. Je mag je hoofd niet de ruimte geven om te spreken als het duiveltje dat op je schouder zit, want dan krijg je te maken met je ergste vijand. Te veel aandacht besteden aan hoe ver je nog moet lopen, kan je een mokerslag opleveren. Negatieve gedachten kunnen ook nefast zijn voor je benen. Het is dus de kunst om je mentale kracht positief uit te buiten en een zekere focus te behouden.

Pain is inevitable, suffering is optional
Dit is een klassieker die je op menig loopgerelateerde website zal terugvinden. Ja, het is helemaal waar: een marathon lopen doet pijn. Hoe goed je ook getraind hebt, of je er nu 2 of 5 uur over doet: pijn hebben is onvermijdelijk. Denk hierbij aan spierpijn die zich langzaam verspreidt en vastzet in je bovenbenen en kuiten. Pijn die met elke kilometer een klein beetje erger kan worden, maar wel gewoon pijn die je kan verbijten. Pijn die soms ook goed te overzien is en niet verergert. Afzien daarentegen is optioneel, het is een mogelijkheid. De vraag is of je zelf kiest voor die optie. Een hoofd dat tegenwerkt vol kwellende gedachten kan ervoor zorgen dat pijn uitmondt in afzien. Dan zou je het afzien als het ware over jezelf hebben afgeroepen. De waarheid is dat je dat niet altijd in de hand hebt. Soms wordt een marathon plots serieus afzien, ongeacht je positieve ingesteldheid. Het is een gevoel dat je als een donderslag bij heldere hemel kan overvallen. Ik noem dat de lichten die uitgaan. Ook dat is niet noodzakelijk een eindstation of snelweg richting de afgrond. Mits je de schakelaar tijdig vindt, kunnen de lichten heus weer gaan branden. Ze zullen misschien een beetje meer gedimd zijn. Ga er dus op voorhand niet van uit dat je zal afzien en als het wel zo is, dan is ook dat niet onoverkomelijk.

Mijn trommeltje met marathonwijsheden is nog lang niet uitgeput. Wordt vervolgd…