De race – Brussels marathon oktober 2018

Zondag 28 oktober 2018 liep ik mijn derde Brussels marathon in koude temperaturen. Het werd een hartverwarmende editie. De derde keer was in dit geval weer een goede keer.

  • De cijfers: marathon n° 9 gelopen in 3:24:27, mijn derde snelste race
  • De voorbereiding: wegens blessureleed in het voorjaar bouwde ik gestaag en verstandig op, ik liep een beperkt aantal kilometers in vergelijking met andere marathonvoorbereidingen en ik taperde als nooit tevoren
  • De race: ik genoot van het parcours en concentreerde me op dat loopplezier, de hoogtemeters waren pijnlijk voelbaar, maar kregen me niet klein
  • De herinnering: de momenten met Roos voor en na de race, de kilometers met mijn ouders op de fiets aan mijn zijde en de finish in het Jubelpark

Wat vooraf ging
Alles wat op deze blog verscheen, kan op de één of andere manier gelinkt worden aan mijn voorbereiding van deze marathon. Heel korte samenvatting: in april miste ik de marathon van Rotterdam door een blessure. De impact daarvan eiste zowel op mentaal als fysiek vlak zijn tol. Ik zat aan de grond en kon op een bepaald moment niet eens meer geloven dat ik ooit nog normaal zou kunnen stappen, laat staan marathons lopen. Als ik terugdenk aan die periode is het moeilijk om mezelf te herkennen in het zielig mensje dat te vaak uitgeput in de zetel lag te snikken. Ik probeerde mijn rug te rechten, werkte hard aan mijn herstel en kon stilaan weer beginnen lopen en dromen. Hoewel ik genoot van mijn herwonnen bestaan als loper, hing de angst voor een blessure als een zwaard van Damocles boven mijn hoofd. Toen ik in augustus begon te mountainbiken en ook andere sportieve plannen kon smeden, werd het duurbeest in mij wakker en kwam stilaan het zelfvertrouwen terug. Brussel is een graag gezien decor van mijn loop- en fietstrainingen en daarom dus een logische keuze om er mijn enige marathon van dit jaar te betwisten. Hoe herfstiger het werd, hoe ongeloofwaardiger het mij leek dat ik echt een marathon zou gaan lopen. Daar waren de twijfels en onzekerheid weer.

Vlak voor de start
Dankzij het winteruur kreeg ik een uur nachtrust cadeau. Ik voel me uitgeslapen als om 5 uur de wekker gaat. Mijn ontbijt bestaat uit geroosterd brood met honing en een havermoutpannenkoek. Op de fiets naar het station wakker ik de adrenaline al wat aan door hard mee te zingen met Feel the magic in the air. Rond 8 uur zijn Roos en ik in het Jubelpark. De kleedkamer en provisoire wachtruimte bevinden zich in Autoworld. Een half uur voor de start krijgt Roos telefoon van mama die al paraat staat bij het eerste bevoorradingspunt rond kilometer 16 in Watermaal-Bosvoorde. Hoog tijd dus om mijn bagage af te geven, nog een dixi op te zoeken en richting startvak te gaan. Ik heb geen specifieke richttijd, maar vindt het wel gepast om in het startvak van 3:30 plaats te nemen. Het voelt nog steeds onwerkelijk dat ik nu echt een marathon ga lopen.

IMG_2559
Tijd om het startvak in te gaan en mijn warme trui uit te trekken.

De race
De eerste kilometers lijk ik zoals steeds te vliegen. De tapering heeft z’n werk gedaan, want de loophonger is groot. Uit mijn kilometertijden blijkt dat ik effectief een vliegende start heb genomen en dat de benen er zin in hebben. In mijn hoofd blijft het nog steeds een vreemd idee dat ik een marathon ga lopen. Het lijkt de 20 km van Brussel, maar dan zonder de warmte en massa lopers. Rond kilometer 8 loop ik Ter Kamerenbos in, wat ook wel Ter Badkamerenbos genoemd kan worden vanwege de vele mannen (tja) die het beschouwen als een toiletruimte. Het is groen en gaat heel de tijd op en neer: dit moet Brussel zijn. De eerste saaiheid slaat toe. Ja, ik ben dus een marathon aan het lopen. Als ik het bos uit ben, kan ik beginnen aftellen naar mijn eerste supporterspunt. Mama en Roos staan rond kilometer 16. De kilometer die ik naar hen toe loop, gaat bergaf en is niet toevallig de snelste kilometer (4’22”!) van mijn marathon. Van heel ver roepen ze mij aanmoedigingen toe. De Vorstlaan is bij deze wakker.

IMG_2574
50 meter gelopen en er heeft er eentje zin in.

Mama volgt me verder met de fiets. Het enige wat me zorgen baart, is het feit dat mijn sportgels me nu al slecht bevallen. Mijn lichaam schreeuwt hard nee! bij de gedachte dat er een gel of sportdrank in moet. Ik zit nog niet eens halverwege dus drinken en eten zijn een must. Dat wordt werken. Rond kilometer 20 wacht een kuitenbijter van formaat. Ik ken hem als geen ander en blaf dus vrolijk terug. Wat later word ik aangenaam verrast door mijn papa die plots komt langs gefietst op de mountainbike. Perfecte timing, want ik bereik net De Lus in Tervuren. Afleiding en gezelschap zijn meer dan welkom. De stukken bos zijn zoals verwacht zwaar. Het gaat continu berg op en af. Van een gladde asfalt kan ik slechts dromen. Ik slaag er wel in om nog een behoorlijk tempo te lopen terwijl ik met papa praat. De gels blijven echter voor protest zorgen in mijn buik. Ik probeer er niet te veel aandacht aan te besteden om het interne conflict niet op de spits te drijven.

Zo liep ik dus rond kilometer 30 door Tervuren geflankeerd door mijn beide ouders op de fiets. Dat heet dan zondags samenzijn op z’n Odeyns. De zon komt er zelfs door als ik de Tervurenlaan op loop richting kilometer 35. Nu gaat het in een rechte, maar oplopende lijn richting finish. Ik krijg een klopje. Gelukkig geen man met de hamer. Eerder een gewaarwording van de hoogtemeters die zich hebben opgestapeld in mijn benen. Mijn aandeel in het gesprek tussen ons drieën neemt zienderogen af. Rond kilometer 39 voegen de halve marathonlopers zich bij ons op weg naar de finish. Hoewel ik aanvankelijk opkeek naar lopen in de menigte, kan ik me optrekken aan de lopers om me heen. Als ik die verdomde Tervurenlaan moet op lopen, probeer ik mijn gedachten uit te schakelen. Ik kan nog halve marathonlopers voorbij lopen en dat geeft me goede moed. Kilometer 41 is een feit. Mijn ouders kunnen me niet verder volgen met de fiets. Ik neem me voor om nog eens hard te gaan genieten van het feit dat ik wel degelijk mijn negende marathon tot een goed einde zal brengen. Naar mijn idee loopt de benenwagen niet echt gesmeerd, maar mijn tempo ligt nog steeds behoorlijk hoog. Ik pers er in de laatste bocht richting Jubelpark nog iets uit wat op een sprint lijkt. De zon schijnt, ik kijk naar boven, zie de triomfboog blinken en besef dat het nu echt gebeurd is. Dit is zonder twijfel mijn meest bewuste marathonfinish. Ik kan niet anders dan glimlachen. Als ik dan zie dat ik 3:24 heb gelopen, is het feestje helemaal compleet. Wat een prestatie! Welkom terug vertrouwen.

IMG_2588

De conclusie
Het marathonbeest in mij lag even in de patatten, maar het is niet dood. Integendeel: het is springlevend als nooit tevoren. Ik liep mijn drie snelste marathons in Parijs en Brussel. Hieruit durf ik dus te concluderen dat ik beter presteer onder zware omstandigheden, zowel wat het parcours als het weer betreft. Mijn liefde voor Brussel is er alleen maar groter op geworden. Geen enkele stadsmarathon kan je zoveel wereldstad en groenbeleving aanbieden in één parcours. Dit is marathonlopen in de puurste vorm: een individuele strijd, maar wel eentje die je in alle rust kan aanvatten. Er is elke 2,5 kilometer een bevoorradingspost voorzien. De muzikale ondersteuning langs het parcours is beperkt en ook de toeschouwers zijn schaars. Neem er dus best zelf wat mee als je daar nood aan hebt.

Enkele weetjes

  • Volgens Roos was de supportersbeleving in het Jubelpark een meerwaarde. Volgens mama was er veel meer politiebeveiliging langs het parcours.
  • Marike wilde graag assisteren bij de bevoorrading, maar kreeg een verbod van mama wegens allergie voor koude.
  • Ik liep nog nooit zo’n grote ronde in Ter Kamerenbos. Soms deed het mij denken aan Parc des Buttes-Chaumont in Parijs (denk: creatief met hoogte en rotsen).
  • Mijn ouders lijken soms wel een komisch duo. Je verveelt je geen moment met hen in de buurt. Practical joke van mijn papa: er lag een grote opblaasbanaan van Chiquita in de kant, hij nam die mee en vroeg: wilt ge nog een banaantje hebben?
  • Papa weet dat ik een hekel heb aan wildplassers. Hij maakte rond kilometer 34 gebruik van mijn onmondigheid om een zogenaamd mankement aan zijn fiets als excuus aan te grijpen om een plaspauze in te lassen.
  • Rond kilometer 37 zei mama dat ik nog heel goed aan het lopen was. Ik antwoordde dat ik nochtans betonnen benen had, waarop zij repliceerde dat ik toch nog heel soepel kon lopen met die betonnen benen.
  • Na 2,5 uur ben ik gestopt met gels weg te werken. Ik heb vanaf dan enkel nog wat water gedronken. Mijn buik zei dankjewel.
  • Ik ben erin geslaagd om tijdens deze marathon niet constant te zitten rekenen. Dat leidt al snel tot denken in termen van tijd verliezen. Mijn finishtijd was dus echt een verrassing van formaat.

Een speciale dankjewel aan Roos voor het fotografische bewijs van deze memorabele dag. Het leverde haar ongetwijfeld extra koude handen op. Bedankt zusje voor je professionele begeleiding en verwarmende aanwezigheid.

Marathonpraat – De dag nadien

Ik beleefde gisteren een sprookjeshuwelijk met Mr. Marathon in Brussel. We vielen elkaar onder de triomfboog in het Jubelpark in de armen na 3u24. Een tijd die nog steeds onwerkelijk aanvoelt. Mijn derde Brussels marathon stoot daarmee Amsterdam van het derde schavotje op mijn podium der snelste marathons. Het was een marathonfeest om nooit te vergeten. Een uitgebreid raceverslag volgt nog. Zie dat als de ouderwetse diavoorstelling van het trouwfeest: een moment om elke gebeurtenis van die wonderlijke dag van ruim commentaar te voorzien en te zwijmelen bij zoveel sportieve liefde. Na een spetterend feest wordt het echte leven hervat. Ik vertel jullie graag hoe de hernieuwde prille liefdesmomenten tussen Mr. Marathon en mij verliepen.

Wie thuiskomt van zijn trouwfeest wordt onderworpen aan enkele praktische beslommeringen van huishoudelijke aard. Terug met beide voetjes op de grond na al dat gezweef. Geen bruidsjurk naar de droogkuis of bloemen die water nodig hebben, maar wel heel veel sportkleding die rechtstreeks de wasmachine in gaat. Ook het lichaam kan een uitgebreide verfrissingsbeurt gebruiken. Aangezien wij niet gaan zitten rusten tussen het kattenhaar wordt de stofzuiger bovengehaald. Een uitdagende activiteit met stramme benen, maar Mr. Marathon en ik, wij zitten nog in onze roes en doen het samen met de glimlach. Geen gekibbel over het huishouden bij ons. Niet alleen de katten eisen hun avondmaal op, ook de eigen innerlijke mens moet versterkt worden. Achter de kookpotten dus voor een voedzame herstelmaaltijd. Mr. Marathon is een hongerige huisgenoot.

Hoewel hij mij als mens sterker maakt, is trappen op en af lopen even een no go. Hij geeft mij de kracht om zelf over de drempel van mijn woning te stappen. Het is wel de lift die me met stijfheid en al in een vloeiende beweging naar de juiste verdieping brengt. Na het avondmaal viert de romantiek hoogtij. Ik kan volledig mezelf zijn en nestel me in pyjama in de zetel met aan elke zijde een kat, de verzuurde benen warm onder een dekentje in een zo comfortabel mogelijke houding. Een glimlach op mijn gezicht. Moe, maar voldaan: zoals dat heet. Als de ogen steeds meer dicht vallen en de lichten in mijn hoofd doven, kan het huwelijk geconsumeerd worden. Dat betekent op tijd in bed kruipen om in de geruststellende armen van Mr. Marathon in een heel diepe slaap te vallen.

Daags nadien zorgt de eerste dag van de herfstvakantie ervoor dat de ochtend in alle rust verloopt. Een uitgebreid ontbijt (niet op bed) moet energie leveren zodat het lichaam verder kan herstellen. Het is een kalmaandag van de beste soort. Onder het genot van een koffie overloop ik met mama en zus de memorabele dag. We tellen niet het geld uit de enveloppen, maar zetten herinneringen van onschatbare waarde vast op een bijzondere plaats om er met een warm gevoel aan terug te kunnen denken. We herbeleven de dag vanuit verschillende perspectieven. We bekijken ook de foto’s die we vooral niet op groot formaat of op canvas willen laten afdrukken. Actie- en sfeerbeelden wisselen elkaar af. Er is de obligate foto aan het startvak, die met de drinkbus en de medaille. Ik zie hoe mama op haar zondags uitgedost en ingepakt is als een paaseitje om de koude te trotseren. Om de winterse temperaturen aan te kunnen waren twee paar handschoenen nodig en haar geheime wapen: het chaufferke als medicijn tegen koude handen.

Om al wat verder in de toekomst te kijken, bespreken we in familiale kring ook enkele voorbereidingen voor de huwelijksreis met Mr. Marathon. Waar kan die anders gevierd worden dan in de stad van de liefde? In april 2019 trekken we immers naar Parijs om het marathonhuwelijk te bezegelen. Tot dan kunnen we nog wel teren op de schittering van deze onvergetelijke dag.

 

De race – Amsterdam marathon oktober 2017

Vandaag werd de 43e Amsterdam marathon gelopen. De Keniaan Lawrence Cherono kwam als winnaar over de finish in een parcoursrecord van 2:04:06. Vorig jaar stond ik samen met Roos aan de start in Amsterdam.

  • De cijfers: marathon n° 7 gelopen in 3:26:11, mijn derde snelste race
  • De voorbereiding: ik was in goede vorm na een lastige zomer en hoopte mijn recordtijd te kunnen aanvallen
  • De race: ik bevocht een zware slag aan de Amstel, ging nipt ten onder, maar beleefde toch een gloriemoment in het Olympisch stadion
  • De herinnering: het overvolle Amsterdam, de luxueuze hotelkamer en vooral heel veel familieliefde met mijn zussen en mama

Wat vooraf ging
Ik liep in april 2017 een ijzersterke marathon in Parijs en behaalde 10 weken later in juni mijn eerste marathonpodium in Puurs. Ik zat met oogkleppen in een marathonflow, negeerde enkele pijnsignalen en liep de La Chouffe trail met een peesblessure aan de lies. Mijn gedrevenheid bereikte een grote piek in de zomervakantie, maar mijn lichaam verkeerde in winterslaapmodus alsof het putteke winter was. Als ik in oktober de Amsterdam marathon wilde lopen, moest er één en ander aangepakt worden. Zo belandde ik in augustus op de behandeltafel van een kinesitherapeut die gespecialiseerd is in loopblessures. Het lastige gevoel in mijn lies verdween snel, maar toen begon mijn rug te protesteren. Enkele verlichtende dry-needling sessies hielpen ook die problemen de wereld uit. Ik mocht lopen, maar deed beduidend minder kilometers en schrapte de intervaltrainingen. In september beschikte ik terug over mijn volledige lichaamsfuncties en krachtenarsenaal. Zo klokte ik een scherpe tijd op de halve marathon in Brussel zonder me in de vernieling te lopen. Ik kreeg 100% groen licht van de kine om voluit te gaan in Amsterdam. Tja, dat moeten ze mij geen twee keer zeggen.

Vlak voor de start
Start en finish bevinden zich in het Olympisch stadion. Ervaren marathonrotten als Roos en ik zijn, weten we dat je bij de start moet zijn nog voor de startvakken open gaan. We hadden dus tijd om een propere dixi te gebruiken en een babbeltje te slaan met een pissebed die in het stadion woonde. Het was behoorlijk fris, maar de zon tekende present. We namen nog een geforceerde foto en trokken toen richting startvak. Roos stond in het vak achter mij. Een hek kon niet voorkomen dat wij stonden te keuvelen over koetjes en kalfjes. Bij mij slaat de stress echt toe als ik het idee krijg dat ik mijn plaats moet gaan verzekeren vooraan in het startvak. Een bijkomende stressfactor was dat er een pacer was voor de tijd van 3:20, de tijd die ik beoogde. Lastig! Ik besloot toch om op mijn eigen plan te vertrouwen en de pacer niet te volgen.

De race
Mijn voeten waren gevoelloos door de kou en dat voelde als een bijzondere loopsensatie die eerste kilometers. Het kon de pret niet drukken. Net zoals in Parijs leek ik de eerste kilometers te vliegen. Ik kon moeiteloos een stevig tempo aanhouden en mijn vertrouwen groeide met de minuut. Rond kilometer 10 liepen we een lange U-bocht. Ik speurde de massa af op zoek naar mijn zusje. We schreeuwden elkaar nog wat aanmoedigingen toe. De adrenaline vloog in het rond. Wij zouden onze PR’s vandaag aan diggelen lopen! Ik geloofde dat het mogelijk was.

2017-10-16-PHOTO-00000134
Dit is zonder twijfel de meest geslaagde actiefoto die ooit van mij gemaakt werd. Bedankt, Marike!

Ongeveer halverwege bereikten we de Amstel. Een ellendig stuk dat je kilometers langs het water voert om dan via een brug langs de andere kant terug te lopen. Ik streed er mijn persoonlijke Slag om de Amstel. In de eerste plaats was de wind mijn vijand. Wind en tempolopen zijn nooit een goede combinatie. Ook begon het te dagen dat ik nog wel een stuk te gaan had. Een saaie, zware lus lopen helpt dan niet bepaald om negatieve gedachten te verjagen. Met lede ogen zag ik hoe mijn kilometertijden toenamen. Als klap op de vuurpijl kwam toen die vermaledijde 3:20-pacer aanzetten, aangeklampt door een bende sputterende lopers. Wat was wijsheid? Ik kon krampachtig proberen om hem voor te blijven, maar besloot me uiteindelijk over te geven aan de menigte in de hoop dat ik energie zou kunnen sparen als ik gewoon moest volgen. Dat ging dus niet. Op de smalle weg werd er bijna letterlijk gevochten om een plaatsje in de massa te veroveren. Ik streed voor wat ik waard was, verloor nog meer energie en moest het onderspit delven. De pacer en zijn aanhang denderden me zonder pardon voorbij en ik bleef verweesd achter. Ik was zo van mijn melk dat ik bijna mijn mama en Marike miste die me mijn tweede drinkbus aanreikten.

Zo bereikte ik dus rond kilometer 26 moederziel alleen een bedrijventerrein in Zuid-Oost Amsterdam. Troosteloosheid troef. De waarheid was dat ik geen PR zou lopen. Ik had nog voldoende marge om een tijd onder de 3:30 te lopen en concentreerde me dus op het vinden van een constant tempo. De wind bleef zich echter opdringen en ook de zon scheen wat te hard. Ik moest steeds meer harken om vooruit te kunnen gaan. Breken deed ik niet. Ik telde af en stelde vast dat er nog wel iets in mijn benen zat. De laatste kilometers door het Vondelpark waren slopend. Ambiance genoeg, maar het leek wel het park van de wandelende marathonzombies. Op automatische piloot kwam ik aan in het Olympisch stadion voor een bescheiden ereronde. Dat gaf wel een kick en ik perste er nog iets uit wat op een sprint moest lijken. 3:26 was het verdict. Mijn taak zat er nog niet op. Als ik Roos vanuit het stadion wilde zien finishen, was er geen tijd te verliezen. Met mijn laatste krachten en verzuurde benen liep ik nog enkele trappen op. En ja hoor: ik zag dat kleine straffe zusje van mij binnenkomen in een knappe 3:43.

De conclusie
De Amsterdam marathon is qua deelnemersaantal net iets groter dan de Rotterdam marathon. Amsterdam en Rotterdam: dat is concurrentie. Dit werd me duidelijk gemaakt door Rotterdammer Jelle. Het parcours van Amsterdam kon mij slechts matig bekoren. Je loopt relatief veel kilometers buiten de stad in saaie buitenwijken en langs de Amstel zonder supporters. Zowel aan het begin als aan het einde van de marathon loop je door het Vondelpark. De kilometers door het stadscentrum zijn zwaar. Door de vele tramsporen en oneffen stenen worden loopvoeten extra uitgedaagd. De start en finish in het indrukwekkende Olympische stadion zijn de grote troef van deze marathon en maken veel goed. Als ik een kamp moet kiezen, dan ga ik resoluut voor Rotterdam: een sympathieke stad met een snel marathonparcours. Je merkt ook dat de marathon daar meer leeft onder de stadsbewoners. Sorry, lieve Amsterdammers. I am Rotterdam.

IMG_1659
Team Odeyn for the win!

Enkele weetjes

  • Het idee om de marathon in Amsterdam te lopen ontstond in oktober 2016 toen ik mijn broer er zag finishen in 2:32. Zelf liep ik daarna een recordtijd op de halve marathon. Ik kreeg kippenvel van Seppes finish en dat heeft bij mij wel vaker als gevolg dat ik dat dan zelf ook wil ervaren.
  • Seppe schreef een heel grappige blogpost over zijn Amsterdam marathon.
  • Op zaterdag spraken Roos en ik af met vriendin Machteld om iets te gaan drinken in het stadscentrum. Slecht idee: Amsterdam lijdt onder het toerisme en op zaterdagnamiddag is dat overal voelbaar.
  • Ons hotel in Amsterdam-Sloterdijk was een welkome oase van rust. Dat mocht ook wel voor de exorbitante prijs in marathonweekend. De ruime badkamer en dito inloopdouche vormden een grote meerwaarde om het marathonzweet van ons af te spoelen.
  • De avond voor de marathon dineerden we in het stijlvolle restaurant van het hotel. De pastamogelijkheden waren beperkt en zo aten Roos en ik zwarte tagliatelli met tonijn. Pasta is pasta. Geen racisme op ons bord.
  • Ere wie ere toekomt: na de Kralingse Plas (Rotterdam) en het Bois de Boulogne (Parijs) voegde ik dus met veel plezier de Amstel toe aan mijn persoonlijke marathongevechten.
  • Als je in Nederland bent, moet je poffertjes eten. Bij de aankomst bestelde ik twee porties ambachtelijke poffertjes mét ferme klont boter. En of dat smaakte! Roos finishte haar schaaltje niet wegens toenemende buikactiviteiten.
  • Calling all superheroes is de slogan van de Amsterdam marathon. Wij lijken het als familie soms aan te trekken dat we mensen ontmoeten die hulp nodig hebben. Zo ontfermden mama en Marike zich over een Vlaamse jonge loper die zijn supporters niet vond bij de aankomst. Ze wilden hem zelfs bijna mijn chocomelk aanbieden. Mijn naastenliefde kent echter grenzen.

IMG_1656

Het portret – Mijn vader en held Jan Odeyn

Vandaag wordt mijn papa 59 jaar. Net als ik is hij ook een loper en een leerkracht. Een lezer zou ik hem niet echt meer noemen. Wel een grapjas pur sang, gedreven bouwer en piloot van modelbouwvliegtuigen en één en al papa tot in zijn kleinste teen. De jaren lijken geen vat te krijgen op zijn kracht en vitaliteit. Mijn mama heeft eens terecht opgemerkt dat hij bionisch lijkt te zijn. Laat hem een marathon lopen en hij draagt nadien met soepele tred je bagage naar boven. Echt gebeurd! Met ouder te worden, zie ik steeds meer hoe ik op mijn vader lijk. Om het met Stef Bos te zeggen: papa, ik lijk best veel op jou. Daar kan ik alleen maar heel dankbaar om zijn.

Mijn vader is niet alleen voor mij persoonlijk een held. Hij is dat ook door zijn daden. Afgelopen zomer stond hij nog in De Morgen met een grote foto in een artikel over helden. In 2004 werd hij namelijk geëerd met een bronzen medaille nadat hij de brandende woning van de buurvrouw binnenging in een poging haar te redden. In 2015 draaide een rondje lopen onverwacht uit op een heldendaad. Hij zag een auto de Vaart in rijden, sprintte er naartoe, sprong in het water om de bewusteloze vrouw onder water uit haar voertuig te bevrijden en haar langs de kant te reanimeren. De vrouw herstelde volledig. Het leverde hem de bijnaam Jan zonder Vrees op in de lokale media. Heldhaftiger kan het niet worden.

IMG_3177b

Zoals hij zijn heldendaden relativeert, zal hij ook zeggen dat zijn natuurlijke reflex tot het helpen van zijn medemens vanzelfsprekend is. Zo stopt hij werkelijk voor elke lifter die zijn pad kruist en bracht hij eens een vluchteling mee naar huis. Als superheld wordt hij vaker geconfronteerd met crisissituaties. In juli bijvoorbeeld, toen we van Houffalize naar huis reden en vlak voor ons op de snelweg een auto in de berm crashte. In geen tijd had mijn vader zijn auto omgebouwd tot een mobiele ambulancepost om de slachtoffers op te vangen. De andere omstaanders haalden opgelucht adem. Hij was een professional in vergelijking met de ambulanciers die hun krakkemikkige rolstoel amper gemonteerd kregen. Ook het dierenrijk kan steeds op zijn steun rekenen. Hij zal zichzelf geen dierenmens noemen, maar toch deinst hij er niet voor terug om een losgeslagen paard terug naar de wei te begeleiden, een verdwaald konijn mee naar huis te nemen of zich te bekommeren over een egel.

Mijn vader is een man die veel stielen kent. Hij beschikt over elk gereedschap. Geen enkel materiaal of voertuig kent geheimen voor hem. Het is gênant dat ik hem moet vragen een kapstok op te hangen of een schroefje van mijn fiets vast te draaien. Want ja, dat doe ik dus. Inmiddels kan ik wel zelf mijn banden oppompen, maar ik laat geen kans onbenut om dit aan hem te vragen. Jullie begrijpen ook dat je met een superheld als vader altijd een noodlijn achter de hand hebt. Roos en ik zeggen soms tegen elkaar: als het niet lukt, dan bellen we gewoon papa om ons te komen halen. Dat plan B zat ook in mijn achterhoofd toen ik in mijn eentje naar Berlijn reed. Zo’n telefoontje zou misschien wel wat ongelegen komen als er net een interessante documentaire op National Geographic bezig is.

IMG_0259b

Op creatief vlak kent mijn vaders inspiratie geen grenzen. Zo maakte hij vroeger zijn eigen kerstkaarten die hij naar zijn vliegvrienden stuurde, is hij gezegend met een vlotte babbel en kan hij moppen vertellen in heel wat talen. Hij heeft een gevatte pen, schrijft graag postkaartjes en typt met slechts twee vingers. Ook upcycling en kunst met een knipoog behoren tot zijn oeuvre. Hij herwerkte eens klassieke landschapsschilderijen uit de kringloopwinkel tot moderne klassiekers door zo’n schilderij bijvoorbeeld in hoekvorm te monteren. Dit hoekschilderij werd zelfs geëxposeerd als deel van de Canvascollectie in de Bozart. Het aantal modelbouwvliegtuigen dat hij al gemaakt heeft in zijn leven, zal inmiddels ook uit drie cijfers bestaan. Ik heb mijn hobbykamerdrang niet van vreemden net zoals de liefde voor de Kewlox-kast, al begreep ik het gemak en design daarvan pas toen ik mijn eigen hobbykamer moest inrichten.

Met één dodentocht, twee marathons en vier keer de Hel van Kasterlee op zijn conto zijn ook de sportieve prestaties van mijn vader niet van de poes. Hij traint op gevoel, met tonnen karakter en heeft lak aan trainingsprincipes uit de boekjes. Sterker nog: hij ontwikkelde zijn eigen principes. In april 2016 liepen we de marathon van Rotterdam zij aan zij in 3u27. Mijn vader had de avond voordien drie alcoholische consumpties genuttigd en de nacht doorgebracht op een kampeermatje in de keuken. Voor alle duidelijkheid: hij had zelf gekozen voor die spartaanse omstandigheden en ze leken hem alleen maar sterker te maken. Ik zag af tijdens die marathon en de laatste 12 kilometer nestelde ik me in zijn zog om niet meer na te denken en zijn gezwinde pas te volgen. Zeventien doden stierf ik in zijn schaduw. Op het aankomstfilmpje is te zien hoe mijn vader mij galant voor laat over de streep. Ik sta stil van zodra ik de finishlijn overschrijd en lijk te blokkeren. Hij kijkt in een vaderlijke reflex om zich heen alsof hij denkt ik moet de kinderen verzamelen.

DSC03201

Vaderen dat kan hij als geen ander. Hij geeft zelfs een extra dimensie aan dit begrip, al zal hij dat weglachen. Zijn deelname aan de 50 km La Chouffe trail in 2017 zie ik als een daad van vaderliefde. Bij Marike ging hij in huis lampen ophangen, met zijn oudste dochter zou hij een ultratrail lopen. Ook voor mijn deelname aan de Hel van Kasterlee spaart hij kosten noch moeite. Hij stelde zijn mountainbike ter beschikking, stelde die vakkundig af op mijn lengte (die korte benen heb ik ook van geen vreemde) en trakteerde me op een nieuw fietszadel. Ik rij met zijn mountainbike, terwijl zijn nieuwe nog niet is aangekomen. Zo spaart hij voor zijn kinderen dus niet het eten uit zijn mond, maar wel de mountainbike vanonder zijn gat.

Wie mijn vader kent of ooit kort heeft ontmoet, zal zich ongetwijfeld zijn aparte gevoel voor humor herinneren. Willen of niet: hij maakt grappen met alles. Vooral ludieke opmerkingen over kleding leidden vroeger steevast tot een lichtjes tot zwaar geïrriteerd en verwijtend Papaaaa! Dat heeft hem nooit kunnen deren. Hij neemt geen blad voor de mond en schuwt het taboe niet in zijn moppen. Ook hier geldt weer dat ik met ouder te worden die onnozele grappen steeds meer begin te waarderen. Er zal nog een Papaaaa! weerklinken, maar dan een gniffelende. Ik deel graag mijn drie favoriete practical jokes uit zijn moppentrommeltje. Lang geleden bij de dierenarts: we komen daar binnen met onze kat in een doos. Hij zegt: we zijn hier met onze boa constrictor. Recent nog met mama bij de oogarts: doen alsof hij de blind is en op de tast de dokterskamer betreden. Recenter in Houffalize: doen alsof hij een hartaanval krijgt als hij de EHBO-post passeert.

Ik schreef nu al ruim 1000 woorden over mijn held en vader en ik heb het gevoel dat ik nog maar een fractie heb verteld van de 33 jaar dat ik hem nu ken. Ik repte nog met geen woord over zijn kunde als leerkracht, zijn kennis van geschiedenis en wetenschap, zijn basic en ongedwongen levensstijl, zijn kampeerskills en de muzikale opvoeding die hij ons meegaf. Het is dat ik geen ambitie heb als romanschrijver. Enkele weken geleden wilde ik een foto maken van Karl Ove Knausgårds roman Vader als boekentip op mijn blog. Ik dacht er het heldenartikel van mijn vader naast te leggen. Gewoon omdat dat iets van mijn vader is. Geen goed idee! Mijn vader lijkt in niets op de autoritaire, kille en veeleisende vaderfiguur die Knausgård beschrijft. Die twee verenigen in een beeld zou een contradictio in terminis zijn. Ik voel me altijd en overal veilig met een papa als de mijne. Wij hoeven de deur daarvoor niet plat te lopen bij elkaar. Mijn papa, dat is gewoon de beste. Hij zal nu fijntjes opmerken: ah ja, ge hebt er maar ene!

Loperspraat – Mijn sportieve dromen

Ik ben een dromer. Zowel ’s nachts als overdag is het zelden stil in mijn hersenpan. De vreemdste dingen kunnen mijn hoofd binnen sluipen, bewust of onbewust. Zo droom ik regelmatig dat ik me moet haasten omdat ik te laat dreig te komen. Hoe harder ik echter mijn best doe om op tijd te zijn, hoe meer obstakels mijn pad kruisen. Het is dus duidelijk dat ik me niet graag haast en niet graag te laat kom. Mijn sportieve plannen vormen vaak stof tot stress of ontspanning in mijn hoofd. Op een bewuster niveau droom ik graag over sportieve avonturen. Het ene plan is dan al wat realistischer dan het andere.

Waar ik zeker niet over droom is triatlon. Vaak wordt me gevraagd of dat iets voor mij zou zijn. Nee, zeker niet! Ik ben geen watermens en ik zie niet in waarom ik me daarover zou moeten zetten. Mijn duatlondebuut in de Hel van Kasterlee is al voldoende grensverleggend. In maart had ik nooit durven dromen dat ik in oktober (over welgeteld vijf weken!) een nieuw marathonavontuur zou kunnen aangaan. Mijn derde marathon van Brussel tot een goed einde brengen na een jaar dat in mineur begon, zal dus echt voelen als een droom die uitkomt.

Dromen gaan vaak over jezelf overtreffen. Op sportief vlak heb ik al geleerd om tevreden te zijn met het geluk dat lopen mij schenkt. Steeds sneller en beter is niet meer wat primeert. Natuurlijk droom ik zeker ook over hoe ik mijn persoonlijke records op de halve en hele marathon aan diggelen zou kunnen lopen. Ik liep mijn snelste marathons in 3:21 (Parijs, april 2017) en 3:22 (Brussel, oktober 2016). Mocht ik destijds een vlakkere marathon hebben gelopen, dan zou ik dus onder de 3:20 zijn gedoken. Dat lijkt nu mijn eigen magische grens te zijn. Ik durf zeker te dromen over een verbetering van die tijd, maar het is geen ramp als dat niet gebeurt.

Ik zou graag nog eens een marathon lopen met een familielid in mijn kielzog. Zo zou ik bijvoorbeeld maar wat graag Roos assisteren tijdens een marathon: haar uit de wind zetten, drinken aannemen, geruststellen en aanmoedigen. Ik zou dan nog eens de ideale grote zus kunnen spelen als ik deelgenoot ben in een verbetering van haar record. Hetzelfde aanbod geldt ook voor de andere leden van mijn trouwe supportersteam. Mijn mama en Marike mogen dus ook altijd beroep doen op die aangeboden diensten. Of waarom geen (halve) marathon met mijn beide zussen? De mannen in de familie zouden de rollen liever omgekeerd hebben, denk ik. Ik zeg geen nee tegen mijn broer of papa als haas.

Sowieso zou ik later graag pacen op marathons. Pacers of gangmakers lopen een constant tempo dat je naar een bepaalde eindtijd loodst. Ze zijn herkenbaar aan de vlag op hun rug. Het zijn veelal ervaren marathonlopers die je informeren over de tussentijden en de valkuilen op het parcours. Ze lopen met de vingers in de neus aan een tempo dat voor hen als ontspannen aanvoelt. Meestal vertrekken ze met een grote tros lopers om hen heen, maar komen ze aan met een select groepje. Ik zou mijn ervaring dan kunnen inzetten om anderen te helpen en zo deel uit te maken van de marathonbelevenis van een andere loper.

Tot zover mijn behoorlijk realiseerbare dromen. Ik zou mezelf niet alleen kunnen overtreffen met snelheid, maar ook door eens overdreven lang te gaan lopen. Ultralopen heet dat dus. Vorig jaar liep ik al een ultratrail van 50 kilometer en 1500 hoogtemeters. Ik deed daar 6 uur over: heel wat langer dus dan een marathon. Dit jaar zag ik in Houffalize hoe de 55 helden en heldinnen van de 100 kilometer finishten. Zij begonnen aan hun strijd om 5 uur ’s ochtends. De winnaars klaarden de klus in 11,5 uur, de laatste loper had ruim 19,5 uur nodig. Ja, dat sprak tot de verbeelding. Een tocht die blijft duren, waar je jezelf waarschijnlijk tientallen keren tegen komt en blijft hopen dat de moeilijke momenten voorbij gaan. Ik durf er van te dromen.

Als ik tot slot helemaal over the top moet dromen, geef mij dan maar de Marathon des Sables: een zesdaagse ultraloop van om en bij de 250 kilometer door de Sahara. Tom Waes achterna dus, maar dan denk ik meteen ook aan de vreselijke blaren die we te zien kregen en dan stopt mijn droom abrupt. Mijn mama zou ook absoluut niet kunnen lachen met dit plan. De lopers moeten hun eigen gelimiteerde bevoorrading mee sleuren en dan zou ze haar taak als ultrabevoorrader niet op zich kunnen nemen. Ze zou ongetwijfeld haar best doen om mij langs het parcours aan te moedigen, maar ik denk dat ze zich daar in the middle of nowhere niet helemaal in haar sas zou voelen. Ik droom dus liever met de voetjes op de grond in plaats van in het zand. Op naar de marathon!

Het portret – Mijn kleine grootse zus Roos Odeyn

Mijn jongste zusje werd één dag voor mijn zevende verjaardag geboren. Ze wordt vandaag 26 jaar. Ik weet nog goed dat ik op school vertelde dat de baby geboren was en dat een klasgenootje vroeg of ze Roos of Roosje heette. Ze is dan wel de jongste in ons gezin, maar volmondig Roos. De leeftijdsgrenzen tussen ons lijken steeds vager te worden. Als oudste voel ik me nog altijd verantwoordelijk voor mijn zussen en broer, maar het zorgen voor elkaar is geen eenrichtingsverkeer meer. Een grootse persoonlijkheid en inspiratiebron als Roos mag je geen kleintje noemen.

Roos en ik lijken hard op elkaar. Lichamelijk zijn de gelijkenissen niet te ontkennen, maar ook onze hoofden zijn op elkaar afgestemd. Wij lachen om dezelfde dwaze dingen en maken dezelfde vreemde hersenkronkels. Wij hebben kortom plezier op dezelfde manier. Wij voelen de dingen vaak hetzelfde aan en hebben weinig woorden nodig om dat duidelijk te maken. Ik heb Roos al eens een meer uitgebalanceerde versie van mezelf genoemd. Waar ik soms in ernstige overdrijfmodus kan gaan, dartelt Roos gracieus over de evenwichtsbalk van het leven. Ze kan hard gaan voor iets, maar beseft als geen ander dat de boog niet altijd gespannen moet staan. Ik kan elke dag leren van haar.

Het is geen toeval dat Roos van zorgen haar beroep heeft gemaakt. Als ergotherapeut helpt ze dagelijks diverse patiënten met kleine en grote problemen om hun leven weer op de rails te krijgen. Naast haar professionele leven is dat niet anders. Roos heeft een heel groot hart voor mensen en dieren. Ik noem haar soms dan ook al plagend moeder Teresa of vraag wanneer haar zaligverklaring zal plaatsvinden. Die vergelijking gaat helemaal niet op. Roos heeft namelijk nooit een dubbele agenda en staat met beide voeten in het echte leven. Er zit nooit ruis op haar luisterend oor. Niemand voelt mij zo goed aan als zij. Ze weet perfect wanneer ze iets moet zeggen en welke toon ze moet raken. Ze weet ook heel goed wanneer ze niets moet zeggen en mij eventjes moet laten razen.

IMG_2026b

Als Roos niet lijfelijk aanwezig is, dan is ze op een andere manier betrokken. Haar naam valt op deze blog dan ook bijzonder vaak. We begonnen samen te lopen om bij te babbelen en we begonnen samen over de marathon te dromen. Die eerste marathon liepen we ook zij aan zij en we werden toen Jansen & Jansen genoemd omdat onze cadans zo identiek was. Parijs is onze gedeelde geliefde. We vinden elkaar ook in onze creatieve projecten en de liefde voor katten. Bovendien spendeerden wij al heel wat uren samen in de auto. De taakverdeling is duidelijk: ik hou me bezig met het stuur en de route, Roos met de muziek. Als je met Roos op pad bent, is de sfeer namelijk altijd goed. Ze is een danswonder en dj-talent van de bovenste plank. Noem een instrument en zij bespeelt het in de lucht.

Ironisch genoeg zorgde mijn blessure in het voorjaar ervoor dat we toen vaak samen op avontuur waren. Roos weet namelijk ook heel goed wat snel en lang lopen is. Ze maakte haar marathondebuut op 22-jarige leeftijd en heeft inmiddels al drie marathons op de teller staan met een persoonlijke recordtijd van 3:43. Momenteel is Roos samen met Niko aan een veel grootser project bezig dan een marathon- of duatlonvoorbereiding. Ze verbouwen een huis met hun eigen handen. Hard werken: ook dat kan ze. Multitalent, zei ik het al?

Lieve Roos, ik wens je een prachtige verjaardag. Lieve lezers, ik wens jullie een Roos in jullie leven toe.

Loperspraat – Mijn loopkalender voor het najaar

Het voorjaar van 2018 viel voor mij helemaal in het water door een blessure die ik opliep in maart. Ik was in uitstekende vorm om een scherpe tijd te lopen op de marathon van Rotterdam, maar helaas pindakaas: ik was begin april al blij dat ik zonder kruk kon stappen. Om me toch tussen de lopers te kunnen begeven, drong ik me op als persoonlijke coach van Roos. Zoals het een goede coach betaamt, fietste ik mee als zij ging trainen. Ik denk dat Roos toen net wat meer kilometertjes deed dan ze aanvankelijk in gedachten had, maar als je je zus kan opbeuren door te gaan lopen, dan doe je dat natuurlijk. Zo werd ik haar chauffeur, compagnon en trouwe supporter op de Brussels, Antwerp en Fura 10 Miles en op de 20 km van Brussel. Het was wat vreemd en ook wel wrang om langs de kant te moeten staan, maar het zijn mooie zusterlijke herinneringen. Intussen liep ik al enkele wedstrijden en durf ik terug min of meer te vertrouwen op mijn beide benen. Ik zou mezelf niet zijn als het in mijn hoofd niet al wemelde van de plannen voor het najaar. 2018 geeft mij nog 16 weken om mijn gemiste voorjaar te compenseren.

In september staan er al meteen twee mooie wedstrijden op het programma. Aanstaande zondag loop ik de XL 10 Miles. Die XL staat voor Ixelles of Elsene en 10 miles zijn nog steeds 16 kilometer. Het vertrek is aan het Europees Parlement. De tocht bestaat uit twee rondes die je door de Matongéwijk tot bij het immer bruisende Flageyplein brengen om dan rond de vijvers en de Abdij Ter Kameren te draaien. Ik bezong hier al vaker mijn liefde voor Brussel en omgeving. Dit evenement is mij dan ook op het lijf geschreven. Vorig jaar finishte ik als derde vrouw. Het leverde me een officieel podium op en een joekel van een trofee. Dankzij radio Nostalgie was er veel ambiance daar in Elsene. Roos en ik waren onder de indruk van de dancemoves van de speaker die helemaal los ging op Alexandrie, Alexandra. Allen daarheen!

IMG_2080b
Roos is helemaal klaar voor de 20 kilometer van Brussel.

Op zondag 23 september neem ik deel aan de Leuven Nature Trail (25 km). Dit is een nieuwkomer op de loopkalender met een origineel concept: de lopers vertrekken met de trein in Leuven naar Sint-Joris-Weert. Er is geen gezamenlijke start, maar wel een tijdsmeting en klassement. Het parcours van de 25 kilometer loopt door Meerdaalwoud, langs de Zoete Waters en Abdij van ’t Park. De aankomst ligt aan het station van Leuven. Jammer genoeg zal ik dit jaar niet kunnen deelnemen aan de Zoniënwoud trail (21 oktober) en de trail in Meerdaalwoud (23 december), dus ik ben benieuwd of deze trein-trailervaring dat kan goed maken.

Oktober is traditiegetrouw marathonmaand. Al maanden was mijn plan duidelijk: ik zou met Roos de marathon van Brugge lopen op 21 oktober om haar te hazen naar een nieuwe recordtijd. Roos kocht in juni echter een huis samen met Niko en al snel werd duidelijk dat werken, verbouwen en trainen voor een marathon niet te verenigen zijn. Geen probleem, ik zou die marathon alleen tot een goed eind brengen om een week later de halve in Brussel nog te kunnen meepikken. Vorige week begon ik echter wat praktischer na te denken. Brugge is niet bij de deur, de volgende dag is gewoon werkendag en als een snelle tijd niet echt het doel is: zou het dan niet logischer zijn om de marathon van Brussel te lopen op 28 oktober? Ja dus. Het is nu definitief: ik ga voor een derde marathon van Brussel op mijn palmares. Dat Brusseltje toch: het blijft maar terugkomen in mijn verhalen. Het parcours werd gewijzigd met start én finish in het Jubelpark. De impressionante passage over de Grote Markt zal ik wel missen.

Op 18 november teken ik weer present voor de halve marathon in Kasterlee, die ik ook al drie keer liep. Vijf keer eigenlijk, want vorig jaar liep ik er de hele marathon en die bestaat uit twee identieke rondes. Ik heb daar afgezien: moederziel alleen liep ik door de Kastelse velden en hobbelweggetjes met een fikse tegenwind in een troosteloos niemandsland. Eén ronde volstaat dus wel op dit grotendeels off-road parcours waar het ook altijd guur herfstweer lijkt te zijn.

Ik kan maar beter wennen aan de Kastelse lucht en bodem. Vorige week stelde ik jullie al voor aan Juan. Wel, het is niet helemaal zonder doel dat ik zoveel met mijn fietsvriendje op gang ben. Hier vertelde ik al over de Hel van Kasterlee. Mijn broer won die wedstrijd al zes keer, maar ook mijn papa volbracht al vier keer zijn helletocht. Als vrouwelijke Odeyn en marathonloper met fietsambities werd mij steeds vaker de vraag gesteld waarom ik niet eens meedeed. Simpel: geen fiets en geen tijd. Toen ik dus plots in de zomervakantie een mountainbike ter beschikking had, waren die praktische bezwaren helemaal van de baan. Ja, ik ga dus deelnemen aan de Hel van Kasterlee op 16 december. Dat staat bij deze op virtueel papier. Dit is ongetwijfeld de grootste uitdaging die ik mezelf voorschotel. Ik weet dat ik lang aan een stuk kan lopen. Of ik ook 15 kilometer kan lopen, 118 kilometer kan mountainbiken en dan nog eens 30 kilometer kan lopen, dat weet ik toch niet zeker. Ik begeef me dus echt ver uit mijn sportieve comfortzone. Op glad ijs, maar gelukkig kan ik wel schaatsen. Finishen is het doel en de volgende dag nog een mens zijn: dat is mooi meegenomen. In oktober maak ik dus mijn rentree als marathonloper en in december maak ik mijn duatlondebuut, spannende tijden!

IMG_2863b

De gedachte – Over duatlon

Mijn broer strijdt op dit moment voor de wereldtitel lange afstand duatlon. Een voorbeschouwing kan je hier terugvinden. Ongeacht het resultaat vind ik het bijzonder jammer dat de nationale media amper aandacht besteden aan dit kampioenschap. Je zou haast denken dat we in België struikelen over de (vice-)wereldkampioenen. Enkele weken geleden berichtte Het journaal op Eén nochtans over de kersverse wereldkampioene garnalen pellen. Ja, serieus. Er moeten blijkbaar prioriteiten worden gesteld. Vorig jaar vond ik het dus hoog tijd voor een lezersbrief. Die werd niet gepubliceerd. Of wat had je gedacht?

Beste redactie

Een jaar geleden haalde Seppe Odeyn deze krant. Welgeteld zes zinnen wijdde De Morgen aan de wereldtitel duatlon die mijn broer behaalde op 4 september 2016 in het Zwitserse Zofingen. Jawel, duatlon. Hij moest hiervoor 10 km lopen, 150 km fietsen en nog eens 30 km lopen. Hij kreeg uitgebreide aandacht op 3athlon.be, slechts een korte vermelding op de website van Sporza en een interview op Radio 1. Daarin werd onder andere vermeld dat hij een jaar eerder reeds vice-wereldkampioen duatlon werd. Gisteren behaalde hij een tweede zilveren medaille op de meest prestigieuze aller duatlonwedstrijden. Zijn palmares bevat daarnaast nog Belgische titels en podiumplaatsen op internationale wedstrijden. Het moge dus duidelijk zijn dat mijn broer wereldtop is in zijn sport.

Helaas voor hem is duatlon het kleine, ongekende broertje van triatlon. Een sport die net iets meer bekendheid heeft, maar op zijn beurt ook maar een garnaaltje is in de grote sportzee. Mijn broer leeft en traint als een professionele atleet, maar heeft daarnaast ook gewoon een job om de kost te verdienen. Je wordt met andere woorden geen duatleet om geld te verdienen. Juist daarom is het bijzonder jammer dat een klein land als België een volwaardig (vice)wereldkampioen niet eens het vermelden waard vindt in een programma als Sportweekend. Ironisch, als enkele dagen voordien het zendschema wordt omgegooid omwille van kwalificatiewedstrijden waarin onze nationale voetbalploeg het opneemt tegen voetbaldwerg Gibraltar met de (on)nodige voor- en nabesprekingen. Wikipedia leert mij dat het team van Gibraltar slechts één professionele speler heeft.

Als “zus van” ben ik uiteraard bevooroordeeld. Ik begrijp heus dat duatlon minder spektakelwaarde heeft in vergelijking met sporten die wel volop in de belangstelling staan. Ik ben ook een trouwe volger van de Tour, waar dit jaar volop steen en been werd geklaagd over (veel) te lange en saaie ritten. We vinden het met z’n allen echter niet meer dan logisch dat ook die ritten wel uren zendtijd krijgen met daarbovenop (uitgebreide) samenvattingen en besprekingen omdat het nu eenmaal de Tour is.

Enkele keren per jaar slechts één minuut aandacht op de nationale televisie zou heel wat betekenen voor de professionele duatleten die op het scherpst van de snee met hun sport bezig zijn. Ze zullen niet met champagne in het rond spuiten en ze zullen ook geen luxe auto winnen (ze rijden nadien gewoon zelf naar huis in een geleende mobilhome), want daar doen ze het niet voor. Wel om een klein beetje waardering te krijgen voor het harde labeur dat ze leveren om onze nationale driekleur met glans te vertegenwoordigen.

En als er dan toch geen media aandacht aan deze sport wordt geschonken: geef die atleten dan gewoon een standbeeld.

Met vriendelijke groeten

Joke Odeyn

Loperspraat – Multisport en verkoeling in de maand augustus

Een maand geleden strooide ik gul in het rond met complimenten aan het adres van de maand juli. Vol vertrouwen ging ik verder op dat sportieve elan. Ik liep wat meer en sneller in de tweede helft van de zomervakantie en ik haalde een oude sporthobby van onder het stof. Kortom: in juli vond ik mezelf opnieuw uit als loper, in augustus herontdekte ik mezelf als sporter tout court.

Waar het in juli nog bakken, braden en vooral veel zweten was, bood augustus meer verkoeling. Zo liep ik weer eens in de regen en zag ik de natuur steeds groener worden. Lente in de zomer, kan dat? Mijn looptrainingen waren gevarieerd. Ik liep vaker ’s ochtends voor het ontbijt. Velen zullen mij voor gek verklaren, maar ik vind dat een ijzersterk begin van de dag, waardoor mijn energiepeil ongekende hoogten bereikt. Mijn duurlopen bouwde ik gestaag verder uit. Tot twee keer toe ging ik boven de 30 kilometer piepen en mensenlief: wat had ik daar een prachtig uitzicht op een nieuw marathonverhaal! Kilometers malen: het lijkt mijn tweede natuur te zijn.

De afgelopen maand stonden er ook twee wedstrijden op het programma. Op 15 augustus stond ik aan de start van de halve marathon Dwars door Zaventem en op 24 augustus nam ik deel aan de Voerhoekjogging (11,5 km) in Vossem. Beide wedstrijden begon ik met weinig verwachtingen. Kleine pijntjes in beide onderbenen baren me meteen grote zorgen: een sluimerende onzekerheid. Aangezien ik me ook blesseerde tijdens een wedstrijd, durf ik geen blitzstart te maken. In Zaventem begon ik daarom aan een heel gezapig tempo. Ik fietste tot daar en zag die 21 kilometer als een rustige duurtraining. Dat draaide anders uit. Tot kilometer 8 maakte ik me grote zorgen over een pijntje in mijn linkerbeen, dat uiteindelijk helemaal los liep. Net iets over de helft kwam er plots een versnelling uit mijn benen die ik al lang niet meer had gevoeld. Zo finishte ik als 5e vrouw en wat belangrijker was: met een heel goed gevoel. De Voerhoekjogging verliep volgens een gelijkaardig scenario. Ik zou niets forceren en vooral genieten van de omgeving. Halverwege ging de turbo toch aan en begon ik aan een remonte. Vertrouwen tanken, zoals dat heet.

IMG_2867b

De grote ster van de afgelopen maand was de mountainbike. In een heel ver verleden beoefende ik die sport al. Om aan te duiden dat het écht lang geleden is, zeg ik altijd: in de tijd dat ik nog wedstrijdjes kon doen met mijn broer. We spreken hier over mijn 15e tot 18e levensjaren. Toen ik 16 was, deed ik in de zomervakantie een studentenjob om een eigen mountainbike te kunnen kopen. Die is intussen al lang op een schroothoop beland. In juli zei mijn papa dat hij een nieuwe mountainbike zou kopen en dat opende perspectieven voor mij.

Mijn beide ouders zijn fervente lopers én fietsers. Mocht dat nog niet duidelijk zijn: ik heb mijn sportieve genen niet van vreemden. Er was dus een mountainbike “over” en ik kon heel wat fietskleding gebruiken van mijn mama. Zo kroop ik op 7 augustus weer eens op een mountainbike. En wat voor één! We hebben het hier over een 4-jarige Orbea Alma. Wie nu een resem technische specificaties verwacht, zal ik moeten teleurstellen. Ik kan wel zeggen dat ik nu all the way fiets met klikpedalen en schijfremmen. Mijn eerste kilometers fietste ik op vlak eentonig terrein (Vaart en Demer) om wat aan het gevoel te wennen. Dat zat snel goed. Tijd dus om het bos te gaan verkennen. Wat een plezier! Ik beleefde een tweede jeugd, maar dan zonder oplaaiende hormonen en peer pressure.

IMG_2926b

Er is dus een tweede fiets in mijn leven. Ik heb al eens de neiging om objecten te personifiëren. De mountainbike kreeg dan ook een naam. We hebben het vanaf nu over Juan. Orbea is namelijk een Spaans (Baskisch) merk en Juan is De Spaanse variant van Jan, mijn papa’s naam. De liefde voor Juan nam meteen ernstige vormen aan. Zo noem ik hem soms al liefkozend Juanie en wil ik hem liefst van al ook in huis bij me hebben. Eén en al liefde dus. Mijn sportieve actieradius werd dankzij Juan uitgebreid. Tervuren ligt nu echt om de hoek. Ik volgde daar al enkele mountainbikeroutes en die stelden niet teleur. Ook dichter bij huis is er heel wat moois te ontdekken op mijn stoere tweewieler.

Geen nood voor wie gek is op mijn loopverhalen en zich nu bedrogen voelt omdat Jokeloopt nu ook fietst. Ik blijf een loper, zoals ik ook niet meteen geen lezer meer ben omdat ik de film eens beter vind dan het boek. Mijn sportieve ei kan ik nu volledig kwijt in een tweede sport, zodat het gemakkelijker is om mijn loopkilometers binnen de perken te houden. Ik loop nog altijd veel, meer dan wat mensen gemiddeld “normaal” zullen vinden, maar ik bouw meer rustdagen in. Die kleine pijntjes blijven me eraan herinneren dat meer lopen niet altijd nodig is. Juan staat vanaf nu altijd paraat om mij op te vangen.

Maandag begint het nieuwe schooljaar. Ik ga dus weer aan het werk en zal creatiever met mijn agenda moeten omspringen. Dat betekent dat ik wat harder in de dagen zal moeten knijpen om er alles uit te persen. Dankuwel Augustus, u was een prachtige sportmaand!

Duatlonspecial – Wat je moet weten over duatlon, Seppe Odeyn en het WK

Zondag 2 september 2018 is het zover: dan vindt het wereldkampioenschap lange afstand duatlon plaats in Zofingen (Zwitserland). Mijn broer Seppe zal dan opnieuw een gooi doen naar de wereldtitel. In september 2016 bracht hij de titel al eens naar België. Vorig jaar werd hij, net zoals in 2015, vice-wereldkampioen. Hij staat dit jaar voor de vijfde keer aan de start van dit WK. Redenen genoeg dus om jullie een korte inleiding te geven over de – helaas onbekende – duatlonsport, mijn broer die hierin tot de wereldtop behoort en het komende wereldkampioenschap.

De olympische sport triatlon zal bij velen bekender in de oren klinken met de Ironman-competitie als bekendste wedstrijdenreeks over de volledige afstand. De atleten zwemmen 3,8 kilometer, fietsen er 180 en sluiten af met een marathon, goed voor 42,2 kilometer lopen. Mijn broer nam dit jaar deel aan maar liefst drie Ironmans: Texas in april, Lanzarote in mei en Tallinn in augustus. Hij eindigde telkens nét buiten de top 10. Dat is heel straf voor iemand die zegt dat hij nog wedstrijdervaring moet op doen in de grote triatlons en die niet geboren werd als waterrat. Duatlon wordt ook al eens verward met de olympische wintersport biatlon, een langlaufwedstrijd waarbij de atleten onderweg met een geweer op doel moeten schieten. Mijn broer zou hier waarschijnlijk goed in zijn, maar bij gebrek aan sneeuw en een wapenvergunning kan hij zich hier niet op toeleggen.

seppe2

Duatlon bestaat uit drie onderdelen: de atleten lopen eerst, springen dan op de fiets en sluiten weer af met een loopnummer. Net zoals er ook kwart- en halve triatlons georganiseerd worden, verschillen ook de afstand en aard van het parcours van een duatlon. Zo is het Belgisch kampioenschap bijvoorbeeld een cross duatlon over de korte afstand, waar dus met een mountainbike wordt gefietst. Er bestaat ook een Belgisch en Europees kampioenschap over de lange afstand (10-60-10). Seppe behaalde al titels in beide disciplines en is ook zesvoudig winnaar van de Hel van Kasterlee. Een wedstrijd die zich niet voor niets de zwaarste winterduatlon ter wereld noemt. Op de Kempische bodem van Kasterlee wordt 15 kilometer gelopen, 118 kilometer gemountainbiket, om de benen nog eens finaal los te gooien met een run van 30 kilometer. Aangezien er gestreden wordt in december zijn de weersomstandigheden onverbiddelijk: kou, ijs en nattigheid behoren dan ook tot het vaste repertoire.

seppe3

Het is overigens op die Kastelse grond dat mijn broer zijn eerste stapjes (en trapjes) in de duatlonsport zette. Als ik juist kan tellen, was het op 24-jarige leeftijd dat hij de overstap maakte van het wielrennen naar de duatlon. In dit oprechte portret van Vojo Magazine dat vorig jaar over hem verscheen, kan je daar meer over lezen. Ik vertelde hier al dat hij naast zijn professionele topsportleven als duatleet en triatleet ook nog een job als vertegenwoordiger voor fietsenmerk Orbea heeft. Dat betekent trainen in vrije momenten en dus in alle vroegte of donkerte: over toewijding gesproken. Duatlon is een kleine wereld die weinig bekendheid geniet in het medialandschap, maar het is niet zomaar een opstapje naar de triatlon. Het prijzengeld ligt daar echter hoger, de sport kent meer prestige en triatleten hebben bijgevolg een grotere sterrenstatus dan mijn broer. Jammer, want Seppe Odeyn is een naam die klinkt als een klok in het duatlonmilieu en zijn wereldtitel in 2016 leverde hem ook een nominatie op de longlist voor sportman van het jaar op.

Het wereldkampioenschap lange afstand duatlon behoort tot de Powerman-competitie, zeg maar de Ironman van de duatlon. Seppe won in februari nog een Powerman-wedstrijd op Mallorca. Op de Powerman-ranking eindigde hij in 2016 op nummer 1. Seppe Odeyn is met andere woorden dus de Rafael Nadal van zijn sport, maar dan zonder Aston Martin. Het Zwitserse Zofingen is de vaste locatie voor het WK duatlon lange afstand. De wedstrijd is een klepper van formaat en omvangt 10 kilometer lopen, 150 kilometer fietsen en een afsluitend loopnummer van 30 kilometer. In 2016 volbracht Seppe dat kunstje in 6u23. Wie durft nu nog te beweren dat duatlon het kleine of minderwaardige broertje is van triatlon? België heeft overigens een stevige reputatie in de duatlon. De betreurde Benny Vansteelant schreef vijf wereldtitels op zijn naam, diens broer Joerie haalde er drie binnen en Rob Woestenborgs was goed voor één zege in Zofingen.

seppe1

Naast Seppe Odeyn worden ook Søren Bystrop (Denemarken), Gaël Le Bellec (Frankrijk) en Felix Köhler (Duitsland) tot de kanshebbers op de wereldtitel gerekend. Bij de vrouwen is het de vraag of de Britse Emma Pooley haar vijfde kampioenschap op rij kan winnen. Om alvast wat in de sfeer te komen, kan je hier een uitgebreid videoverslag van de race in 2016 bekijken: de editie die mijn broer dus won. Vanaf 1:14:00 zie je hoe hij op de finish afstormt, applaus in ontvangst neemt van enthousiaste Zwitsers en letterlijk door het lint mag gaan. Andere aanwezige elementen zijn: een Belgische vlag, een vreemde hond als mascotte, zonnebloemen en zelfs cheerleaders. Stand up for the champion! In het interview met de kersverse wereldkampioen kan je zien en horen dat mijn broer ook welbespraakt is in het Engels. Om het met de samenvattende woorden van de interviewer te zeggen: You started like a rocket, you finished like a champion!

Wie zich bij wijze van voorbereiding nog verder wil verdiepen in de sportieve carrière en avonturen van mijn broer, kan zich inlezen op Seppes website en blog. Jullie willen nu natuurlijk helemaal niets missen van dit wereldkampioenschap. Er is helaas geen plaats meer in de auto’s van de familieleden en supporters die naar Zofingen afzakken en Sporza beseft nog niet dat deze race uitzendwaardig is. Niet getreurd: je kan de wedstrijd volgen via livestreaming op de gloednieuwe Powerman Zofingen site. Ik zeg: kijken en supporteren!