Het portret – Mijn getalenteerde broer Seppe Odeyn

Vandaag is mijn enige echte unieke broer Seppe jarig. Hij wordt 32 jaar. Ik schreef al portretten over mijn beide ouders en zussen, maar na het prachtige tv-portret dat Sammy Neirinck & co in Sportweekend van mijn broer schetsten (naar aanleiding van zijn zevende overwinning in de Hel van Kasterlee), voelde ik toch enige schroom om iets over Seppe te schrijven. De heroïsche reportage toonde aan wat de kracht van beelden is. Ik vertel namelijk al lang welke zotte prestaties mijn broer levert, maar pas als mensen met hun eigen ogen zien hoe hij als een sneltrein de winterse nattigheid trotseert, beseffen ze pas hoe zwaar dat is. Vooral over het eindbeeld – waarin die arme duts de modder van zijn benen spoelt in de invalidendouche – werd ik vaak aangesproken. Ik vertelde hier al over de sport waarin Seppe tot de wereldtop behoort, maar die helaas weinig erkenning krijgt. Aangezien hij ook met enige regelmaat met naam en foto in zowel de papieren als digitale media verschijnt, heb ik niet het idee nog iets portretwaardig te kunnen toevoegen aan het verhaal van de professionele atleet Seppe Odeyn. Mijn broer is echter zoveel meer dan zijn indrukwekkende sportieve palmares. Zijn minder bekende talenten verdienen het net zo goed om eens in de kijker te worden gezet. Seppe is namelijk niet alleen een multisporter, maar een talent tout court.

Als 1,5-jarige koter was ik aanvankelijk op z’n zachtst gezegd not amused met de komst van mijn babybroertje. Ik had een week nodig om te wennen aan mijn gedeelde alleenheerschappij. Vanaf dan was het dikke mik tussen ons. Seppe speelt een rol in al de jeugdherinneringen die ik op mijn blog op tafel gooi. We speelden ontelbaar veel bordspelletjes, bouwden indrukwekkende huizen van Lego en dorpen van Playmobil en we maakten reportages op cassette over de Tour de France. We fietsten heel wat af en begonnen ook samen te mountainbiken. Heel lang geleden dus, in de tijd dat we op sportief gebied nog aan elkaar gewaagd waren. Seppe reed trouwens met een sportieve stadsfiets en ik met een echte mountainbike. Later gingen we samen naar de atletiekclub. Dankzij Seppe heb ik ook heel wat positieve herinneringen aan de examenperiode op de middelbare school. ‘s Namiddags het huis voor ons alleen hebben, dat was dolle pret. Het grote verschil was dat Seppe een aanleg had voor wetenschappelijke vakken en ik totaal niet. Zijn geschiedkundige en geografische kennis staan trouwens nog steeds op punt. Dankzij zijn sportieve carrière verlegt hij nu ook letterlijk zijn grenzen.

In Seppes atletische lichaam huist niet alleen een intelligente, maar ook een creatieve en artistieke geest. Hij is een begenadigd tekenaar. Op zijn chaotische bureau lag steevast een tekening in wording met daarrond heel wat kleurpotloden en een medaille (die hij won met loopwedstrijden) die diende om fietswielen te tekenen. Tot in het kleinste detail kon hij de juiste outfit en fiets tekenen van elke renner uit het wielerpeloton. Zijn meesterwerk hangt in Brussel. Nog niet in het Museum voor Schone Kunsten, maar bij onze Tante Sien: fan van het eerst uur. Langs de zijkant van haar trap prijkt een meterslang rennerspeloton in volle sprintactie.

IMG_1712b
Deze tekening maakte Seppe voor mij. Ik heb het altijd ontroerend gevonden dat hij mij tot Wereldkampioen kroonde en zichzelf in mijn wiel plaatste. Het kan verkeren.

Ook Seppes spitsvondige teksten die hij al enkele jaren op zijn blog schrijft, kennen heel wat fans. Zijn poëtische pen is jullie wellicht minder bekend. Op de middelbare school schreef hij eens een prachtig gedicht voor Nederlands. De leerkracht dacht dat Seppes zus, die literatuurwetenschap studeerde, het geschreven had. Laat het voor eens en altijd duidelijk zijn dat hij de poëet is en niet ik. Seppe was vroeger ook bijzonder creatief met boekopdrachten. Hij verzon eens een volledig boek, waar hij een overtuigende tekst over schreef. Als er dan toch gelezen werd, deed hij dat in gezelschap. Hij hanteerde verschillende leesstrategieën al naargelang de beschikbare tijd, gaande van om en om een pagina wel en niet lezen tot een hoofdstuk wel en niet. De ene formule was al succesvoller dan de andere. Vergis je echter niet: mijn broer is heden ten dage een belezen man. Hij leest boeken nu in hun totaliteit en is niet vies van wat duiding en opinie in de media. Mede daarom zou hij uiterst geschikt zijn als tafelgast in Vive le vélo. Seppe heeft een ongezouten, maar gefundeerde mening en kent het reilen en zeilen van het peloton. Door zijn job als vertegenwoordiger voor fietsenmerk Orbea kent hij de fiets en fietser in al zijn facetten.

Tot slot is er nog mijn broer als familieman. Samen met Valerie vormt hij het trotse ouderpaar van Laurien en Vik. Seppe is een liefdevolle, maar nooit betuttelende vader. Ik vind het ontwapenend om te zien hoe no-nonsense hij met zijn kinderen omgaat. Hij is terecht apetrots op zijn kroost en steekt dat niet onder stoelen of banken. Seppe is eveneens een toegewijde broer: hij wil er altijd zijn voor zijn zussen. Met zijn eigenzinnige humor brengt hij ons nog steeds aan het lachen. Hij inspireert mij niet alleen door zijn grootse sportieve dromen, maar net zo goed met de nuchtere houding die hij daarbij aanneemt. Hij is een toegankelijke kampioen die uitblinkt op verschillende fronten. Het spreekt voor zich dat ik me gelukkig prijs met een broer als Seppe. Gelukkige verjaardag, bro!

 

Het portret – Mijn moeder en supervrouw Alma Artoos

Vandaag wordt mijn mama 60 jaar. Ze krijgt dus een nieuwe voordeur zoals dat heet, hoewel de vorige nog stevig in de hengsels hing en niet de minste sporen van veroudering vertoonde. Daarmee bedoel ik niet dat haar toenemende leeftijd een gevoelige kwestie is. Integendeel: ze verkondigt al jaren dat grijs en ouder worden alleen maar voordelen oplevert. Ouder worden: wat is daar nu erg aan? Haar levensstijl is echter zo actief dat je niet meteen zou denken dat ze die al 6 decennia volhoudt. Het is dan ook een persoonlijkheidstrek dat ze namen en titels moeilijk kan onthouden en geen teken van ouderdom. Wat mijn mama zo bijzonder maakt, is dat ze zich steeds voor de volle 100% geeft in werkelijk alles wat ze doet. Haar hart loopt over voor haar familie, de natuur en het onderwijs. Mijn mama is een supervrouw die een hoofdrol speelt in het stripverhaal van mijn leven.

Haar gedrevenheid en dynamische geest waren al voelbaar in mijn kinderjaren. Zo deinsde ze er niet voor terug om in het gezelschap van haar vier jonge kinderen tijdens het wekelijkse boodschappenmoment een houten tuinset, bestaande uit zes stoelen en een tafel, te kopen in het grootwarenhuis. De logistieke uitdaging die daarmee gepaard ging, was een kolf naar haar hand. Ook in mijn vroegste herinneringen is mama haar moestuin aan het omspitten, stapelt ze oude bakstenen op elkaar tot sierlijke muurtjes in de tuin of is ze in de weer met wilgentwijgen en -bomen. In de tuin werken: dat is hard labeur, maar nog steeds één van haar favoriete bezigheden. Een professionele tuinaannemer kan een puntje zuigen aan de ondernemingszin en daadkracht die ze tentoon spreidt. Een heggenschaar of hakselaar hanteren is haar tweede natuur. Inmiddels breidt ze haar tuinwerken ook uit naar de tuinen van mijn zussen, waar ze graag het grove geschut inzet om een verwilderd domein te temmen.

IMG_3965

Mama koestert niet alleen het groen in de tuin, maar ook de dieren die ze daar aantreft. Ze tuinierde dan ook al ecologisch lang voor biologisch überhaupt beschikbaar was in de supermarkt. Als kind waren wij net zo blij als we een glimp konden opvangen van de egel die in de tuin leefde. We leerden ook over het lieflijke winterkoninkje en het arrogante roodborstje en we deelden haar euforie als de staartmezen in groep neerstreken in onze klimboom. Ik haak af bij mama’s fascinatie met de pad en de salamander, maar het staat buiten kijf dat menig dier een warm onderdak vindt in haar tuin. Inmiddels zijn loopeenden Beck en Lance haar trouwe metgezellen in de natuurlijke strijd tegen de slak. Zij zorgen er mede voor dat wij allemaal kunnen mee genieten van de indrukwekkende oogst die mammies moestuin jaarlijks oplevert. Mama zegt trouwens dat ze niets heeft met alles wat hip is, maar jullie lezen hier ongetwijfeld tussen de regels door dat ze een hipster avant la lettre is. Ze maakt granola, breit truien en sokken, draagt sneakers, heeft een iPhone en ze vergezelt Roos en mij vaak naar optredens. Ze moet haar haar ook niet grijs kleuren om trendy te zijn.

In tijden van vakantie zijn activiteit en buitenlucht sleutelwoorden ten huize Artoos-Odeyn. In onze jeugd hadden wij geen klimaatmars nodig om niet met het vliegtuig op vakantie te gaan. Wij gingen kamperen met de tent in Engeland omdat je daar net zo goed groen en een zee hebt. Mama verkiest het winderige en soms onvoorspelbare klimaat boven de hitte. Ze houdt van de Belgische zomers: een maximumtemperatuur van 20 graden, wat bewolking en af en toe wat regen voor de tuin. Daarom begint ze haar zomervakantie tegenwoordig met papa aan de Belgische kust. Het basic appartement dat ze dan huren dient vooral als een uitvalsbasis voor tal van sportieve activiteiten. Zwemmen of surfen horen daar niet bij, wandelen, fietsen en lopen des te meer. Ook kamperen in Engeland staat nog steeds op hun programma: lekker old school met de tent en zelfs in primitievere omstandigheden dan onze gezinsvakanties van vroeger.

Mama's eerste vliegreis
Mama’s eerste vliegreis!

Aangezien mama en papa als huwelijksreis met de tandem naar Denemarken fietsten, mag het niet echt verbazen dat sportiviteit diep in haar genen geworteld zit. Seppe gaat er dan ook prat op dat hij zijn sportieve DNA meer aan mama dan aan papa te danken heeft. Ik schrok er niet van toen ik ooit droomde dat mama een schansspringer was. Inmiddels draait ze haar hand niet meer om voor een Dodentocht of een Tourwaardige rit op haar koersfiets van 160 kilometer naar de zee. Ze loopt vlotjes 20 kilometer, droomt al eens van de marathon en schrijft de organisatie van de Leuvense Corrida aan als die haar 10 minuten extra tijd aanrekent. Bovendien steunt ze ook haar kinderen volop in hun sportieve avonturen. In 2016 vloog ze voor het eerst om samen met mijn zussen Seppe te gaan aanmoedigen in Kopenhagen. Inmiddels kent ze ook Lanzarote (Iron Man) en Zofingen (WK duatlon) als geen ander. Op elk van mijn marathons was ze erbij: steeds even enthousiast en voorbereid op elke crisissituatie. Haar taak als bevoorrader ziet ze dan ook als een zaak van staatsbelang. Ze ligt nog steeds wakker van het feit dat ze niet tijdig in Bois de Boulogne geraakte toen ik de marathon van Parijs liep in 2017. De kopzorgen voor de editie van volgende maand zijn dan ook navenant.

DSC03005b
Finish van de Dodentocht editie 2016

Als wij met mama op pad zijn, dan mag je er zeker van zijn dat er gelachen wordt. Ze is de eerste om te spotten met haar gebrekkige kennis van het Engels en de knotsgekke situaties die dat oplevert. De onnatuurlijke gezichtsuitdrukkingen die ze steevast aanneemt op foto’s (vooral als ze selfies probeert te maken) werden haar handelsmerk. Mama blinkt echter ook uit langs de andere kant van het spectrum der emoties. Ze grossiert in de kunst van het troosten en relativeren. Je bent mama voor het leven en je kinderen weten je vooral te vinden op momenten dat het minder goed gaat. Als alles goed gaat, kijkt mama rustig mee vanaf de zijlijn. Als er verdriet is, treedt ze op de voorgrond. In pre-gsmtijden stond er daarom een telefoontoestel naast haar bed. Dat aspect van het moederschap werd me ook duidelijk toen ik twee jaar geleden in Parijs één en al gestresseerd rondliep omdat ik goed wilde presteren. Ik biechtte op dat ik het erg voor mijn zussen en mama zou vinden als ik mijn marathonstrijd vroegtijdig zou moeten staken. Juist dan zou ik hier in Parijs willen zijn, was haar antwoord.

Ogen dicht voor koetje
Helemaal in haar element in Zwitserland met haar broer Mark

Als eerste kind kreeg ik een serieuze portie onderwijsgenen mee van mijn beide ouders. Mama en ik praten heel vaak over ons werk als leerkracht. Leerlingen die bij haar op de lagere school hebben gezeten en later bij mij in de klas terecht komen, zullen ongetwijfeld heel wat gelijkenissen zien in onze stijl en persoonlijkheid. Ik zie dat als een groot compliment. We delen bovendien de passie voor boeken. Sterker nog: dankzij haar werd ik literatuurwetenschapper. Zij vond via een eenvoudige Google zoekopdracht dat je Literatuurwetenschap kon studeren en ze moedigde me aan om die studie in het verre Leiden te gaan volgen. Het is een voorrecht om op te groeien met een mama die altijd vertrouwt op de wijsheid van haar kinderen. Ze leerde ons de logica van het gezond verstand. Als het er op aankomt, is dat waardevoller dan de diploma’s die we behaalden. Mama is trots op de personen die we zijn en niet per se op de prestaties die we leveren. We zijn stuk voor stuk onze eigen weg kunnen inslaan omdat zij ons steeds  – bewust en onbewust – heeft aangemoedigd om onze kleine en grote dromen te verwezenlijken. Dat is een kracht die alleen voor de sterkste supervrouwen is weggelegd, mijn mama dus. Happy hipster birthday!

Het moment – Een looptocht door Den Haag op eigen wijze

Zondag 10 maart zou ik afrekenen met mijn demonen door de halve marathon van de CPC Loop in Den Haag uit te lopen en niet na 3 kilometer geblesseerd aan de kant te staan. Dat was het plan. Soms denk ik wel eens dat plannen er zijn om gewijzigd te worden. De wedstrijd werd namelijk afgelast vanwege de slechte weersomstandigheden: van een plottwist gesproken. Nietsvermoedend vertrokken Roos en ik zaterdag in een goed gevulde auto met twee fietsen, veel zelfgemaakte tassen en nog meer loopkleding. De highway Den Haag (zoals wij die snelweg op de tonen van Highway to Hell noemen) bracht ons in een vloeiende beweging bij onze Nederlandse familie. Toen we zondagochtend vernamen dat de wedstrijd was afgelast, waren we vastbesloten om onze loopkilometers op Haagse bodem af te leggen. We liepen uiteindelijk onze eigen CPC Loop door een beetje regen en wind en hielden er een prachtig weekend aan over.

Bij deze bombardeer ik Den Haag officieel tot mooiste stad van Nederland. ‘s-Gravenhage is met ruim 500.000 inwoners de grootste Nederlandse kuststad. De nabijheid van het strand is meteen ook één van de troeven van de administratieve hoofdstad van onze noorderburen. Het stadscentrum biedt diverse shoppinggelegenheden en trendy horecazaken. Vaste waarden voor ons zijn een bezoekje aan De Bijenkorf en de Bagels & Beans. Het Haagse straatbeeld wordt getypeerd door statige woningen. De standing van de stad is overal voelbaar. Vanaf het centrum ben je op een kwartier fietsen aan het strand van Scheveningen. In tegenstelling tot de doorsnee Belgische badstad wordt de boulevard (een chiquer woord voor dijk) niet ontsierd door lelijke hoogbouw. De halve marathon vertrekt vanuit de binnenstad een stukje langs de boulevard en de bijhorende pier terug naar de stad: city – pier – city, ofte CPC. Jullie begrijpen dat dit een bijzonder mooi halve marathonparcours is.

IMG_3948
Stance sokken zijn ook geschikt voor het strand!

Roos en ik zakten al voor de vierde keer af naar Den Haag voor de CPC. Tradities zijn er om in ere te houden, maar enkel bij ons debuut in 2016 bereikten we allebei de finish. Ik had op voorhand met heel veel (doem)scenario’s rekening gehouden, maar niet met een afgelaste wedstrijd. Toen ik zondagochtend ontwaakte in het grote bed met camouflagenet van mijn (achter)neefje Lev hoorde ik de regen al iets te hard naar mijn zin op het dak tikken. Ook Roos kon niet anders dan vaststellen dat het net zoals vorig jaar een natte editie zou worden. Ze nam haar gsm erbij om het weerbericht op te zoeken: vooral in het zuiden van het land (waar wij ons dus niet bevonden) werden er harde windstoten voorspeld. Rond het middaguur zou de ergste regen achter de rug zijn. Aangezien onze wedstrijd pas om 14u30 van start ging, rekenden wij dus op een alles overweldigende opklaring. Enkele minuten later zag Roos dat er geen start zou zijn. De organisatie had om 7u een email gestuurd dat de wedstrijd was afgelast omdat de veiligheid van de lopers niet gegarandeerd kon worden.

Wij hadden meteen onze bedenkingen bij de drastische beslissing om de wedstrijd af te gelasten. Met heel veel moeite konden wij een beetje wind ontwaren in de struiken buiten. Daarenboven spendeerde ik in Kasterlee maar liefst 11 uur in barre weersomstandigheden en liep ik ook al eens een marathon bij 30 graden. Slecht weer is dus niet per se een domper op de feestvreugde voor ons. Nadat het ontbijt was verteerd, vertrokken wij met de routetips van Maarten en Irene voor onze geheel eigen invulling van de CPC. Wij kunnen namelijk wel tegen een (wind)stootje en we wilden aan den lijve ondervinden hoe slecht die weersomstandigheden waren vooraleer ons definitieve oordeel uit te schreeuwen. Er het beste van maken: dat is waar wij met momenten in excelleren. We maakten eerst een klein ommetje langs de plek des onheils van vorig jaar: dé plaats waar mijn persoonlijke drama zich voltrok. Er stond nog geen ereteken voor de volharding die ik heb getoond tijdens mijn revalidatie, dus we moesten ook geen bloemen achterlaten. Vervolgens trokken we verder richting de kust. Ik maakte een cruciale vergissing in onze beoogde route en zo liepen we niet in een rechte lijn naar het strand van Scheveningen, maar naar dat van Kijkduin.

IMG_3955

Soms pakken vergissingen verrassend goed uit. Zo ook deze. Na een kilometer of 5 zagen we plots de zee opdoemen en voelden we ook een krachtige wind. Het kostte ons heel wat moeite en een stevige zandstraling om een klein stukje tegen de wind in op het strand te komen. Wat een plezier om plots langs de kustlijn te staan met onze voeten in de schelpen! Met de wind in de rug zouden we richting Scheveningen lopen, waar ook het officiële CPC parcours langskomt. Het leek alsof er een gigantische haardroger achter ons aanzat, want we werden vooruit geblazen. Omdat zand hoe dan ook een zware ondergrond blijft, zetten we onze weg verder via een mooi geasfalteerd pad door de duinen. We bereikten Scheveningen en maakten een vreugdesprongetje toen plots de zon doorbrak. Ons vermoeden werd bevestigd: er stond wat wind, maar niet in die mate dat het gevaarlijk was om je op de boulevard te begeven. Heel wat mensen kuierden gezellig rond en we zagen geen terrasstoelen in het rond vliegen. We gingen een stukje de pier op en liepen via de haven terug richting centrum. Na 22,3 kilometer zat onze CBDPC Loop erop: city, beach, dunes, pier, city.

Dit was zonder twijfel de meest gevarieerde duurloop die ik al liep. Wat een parcours, wat een ervaring! Omdat ik toch behoorlijk gestresseerd toe had geleefd naar deze wedstrijd, geef ik toe dat het in eerste instantie voelde alsof ik een lastige confrontatie uit de weg kon gaan. Dit alternatief leverde me enkel voordelen op: ik liep een nuttige training aan Roos’ zijde. Toen het later in de namiddag ook nog eens heel hard begon te regenen, waren wij er helemaal niet rouwig om dat we droog en wel in de auto zaten. Volgend jaar is er weer een kans om sportief te schitteren in Den Haag, maar voor nu kunnen wij nog nagenieten van een sportief en familiaal hoogstaand weekend.

IMG_3945

 

 

 

Het portret – Mijn bijzondere zus en zorgwonder Marike Odeyn

Vandaag is mijn zus Marike jarig. Ze wordt 29 jaar. Dat wil zeggen dat ze werd geboren op 11 februari 1990: de dag dat Nelson Mandela opnieuw een vrij man was na 27 jaar gevangenschap. Ik ben ervan overtuigd dat hij een stuk van zijn zachtaardige karakter en vredelievendheid heeft doorgegeven aan mijn zusje. In 1993 kreeg Mandela de Nobelprijs voor de Vrede. Zonder enige twijfel zal ook Marike ooit een Nobelprijs in ontvangst mogen nemen. Het zal ofwel die voor de Vrede zijn ofwel die voor Kinesitherapie. Waarschijnlijk zal dit ook eerder vroeg dan laat gebeuren. Marike is niet iemand die op de barricaden gaat staan roepen om haar boodschap te verkondigen. De individuele strijd die zij voert voor een zachtere wereld waarin iedereen zich geholpen en gesteund voelt, is er eentje vanuit de achtergrond. Een missie vanuit het hart met beide voeten op de grond in het echte leven: dat is mijn zus waar ik zo trots op ben.

Als Marike ergens haar zinnen op zet, dan mag je er zeker van zijn dat ze haar doel zal bereiken. Dat was vroeger al duidelijk toen wij allemaal nog kleine schattige Odeyntjes waren. Seppe en ik waren op school tevreden als we geen tekorten haalden, Marike wilde alles tot in de puntjes begrijpen. Haar minder ontwikkelde talenknobbel belette haar niet om zich als een gek in te zetten voor de taalvakken. Ze was de meest voorbeeldige leerling en student van ons alle vier. Ook in haar hobby’s gaf Marike zich altijd volledig. Toen zij begon met paardrijden wist ik plots hoe recreatief ik was als ruiter. Marike trainde haar paard Trust (dat niet echt haar eigen paard was, maar toch een beetje) alsof ze zich klaarstoomden voor de Olympische Spelen. Kinesitherapeut worden dat vraagt inzet, toewijding en veel tijd. In haar studentenjaren was er dan ook minder tijd voor Trust. Na een vlekkeloos parcours van vijf jaar studeerde Marike af. Ze specialiseerde zich in de neuromotorische revalidatie. Op haar stageplaats bleven haar gouden handjes niet onopgemerkt en bijgevolg had ze dus al vast werk voor ze goed en wel haar diploma in diezelfde handjes had.

P1040023b
Wat een stijl, wat een karakter. Pitbull in actie op de Tourmalet!

Hier volgt een bekentenis. Op zotte momenten in de nillies zagen wij ons, de drie zussen, als de Spice Girls. Ik was Ginger, Roos Baby en Marike Sporty Spice. In die tijd was Marike namelijk het lichtende sportieve voorbeeld voor Roos en mij. Ze liep stiekem al best lange duurlopen in haar tienerjaren en na het paardrijden stortte ze zich op het wielrennen. Inmiddels lopen Roos en ik marathons en zeggen we al eens lachend dat Marike haar Sporty Spice titel verloren is. Diep vanbinnen weten we dat ze dat altijd zal blijven. Je moet namelijk geen marathons lopen om sportiviteit uit te ademen. Marike sport zoals normale verstandige mensen dat doen: een paar keer per week met mate en soms ook gewoon niet. Ze is een sportieve pitbull. Als ik haar nu zou uitdagen, loopt ze waarschijnlijk met twee vingers in de neus een marathon. Net zoals ze in 2017 de Tourmalet beklom zonder een echte voorbereiding, maar omdat ze haar vriend Peter natuurlijk niet alleen de berg op kon sturen. Er moest toch iemand voor hem kunnen zorgen mocht dat nodig zijn? Als zij zich ergens in vast bijt, dan lost ze niet.

Met diezelfde gedrevenheid zorgt Marike voor haar patiënten en familieleden. Wie nood heeft aan deskundig advies en een luisterend oor kan altijd bij haar terecht. Ze beseft als geen ander dat je zorg moet afstemmen op de persoon en de specifieke situatie waarin die zich bevindt. Haar individuele aanpak ontstaat vanuit een oprechte interesse in wie er voor haar zit. In de warme verhalen die ze vertelt over haar professionele ervaringen hoor je de liefde voor haar beroep rijkelijk stromen. Dat haar patiënten graag bij haar over de vloer komen en vice versa, is dan ook een understatement van formaat. Als ik bij haar te rade ga (vaak met een vreemd pijntje waarvan ik denk dat het het begin van het einde is), voel ik mij al geholpen door de manier waarop ze naar mij luistert. Vergis je trouwens niet: die gouden, zachte handen van haar hebben genadeloze vingers die elk gevoelig plekje naadloos weten te detecteren. En ook dat roepen vanop de barricaden kan ze als geen ander als er gesupporterd moet worden, redelijk vaak dus in onze familie. Bovendien blinkt ze niet alleen uit als supporter, maar ook als verzorger van de supporters. Is er nood aan een pauze of versnapering, dan voelt ze ook die noden feilloos aan.

IMG_3746
Mijn allerliefste en knapste zusjes. Wat zou ik zijn zonder hen?

Iemand vroeg ooit eens of Marike het niet lastig vindt dat Roos en ik zo goed met elkaar opschieten. Nee, absoluut niet. Ze vindt het een goede zaak dat Roos en ik elkaar lastigvallen met vreemde humorkronkels en hersenspinsels. Het is een misvatting dat als je hard op de ene zus lijkt, de andere zus minder belangrijk zou zijn. Ik voel me net zoveel zus van mijn zussen als zus van mijn broer. Je hoeft niet heel veel tijd met elkaar te spenderen om een hechte band te hebben. Over dat gevoel hadden Marike en ik het toevallig vorige week nog. Ik zei haar dat zij een stuk van mij is, net zoveel als Roos, Seppe en mijn ouders dat zijn. Je ziet het ene familielid dan misschien wel vaker dan het andere, maar elk voor zich vervullen ze een specifieke rol in je leven die uniek en onmisbaar is. Wie nu denkt dat wij dit gesprek ergens ’s avonds laat hadden tijdens een diepgaand moment van existentiële overpeinzing, heeft het bij het verkeerde eind. Het gaat er bij ons wat luchtiger aan toe. Ik sprak die woorden uit op een zonnige zondagmiddag terwijl ik aan het lopen was en Marike naast mij fietste. Een minuut later ging het misschien over de ingrediënten van een ovenschotel.

Tot slot is er nog iets waar Marike in excelleert: ze heeft zonder overdrijven de mooiste blauwe ogen van ons allemaal. Peter is de gelukkige man die lief, leed en huis deelt met die wonderlijke zus en die dus mag verdrinken in haar blauwe kijkers. Zij volgde hem naar de Kempen. Samen renoveerden ze een oude dokterswoning. Momenteel wordt er hard gewerkt om de praktijk aan huis Kine Odeyn te verwezenlijken. Ik pleit voor de slogan: voor al uw zorgen groot en klein, moet u bij Kine Odeyn zijn. Overdreven rijmelarij die het professionele karakter misschien wat ondermijnt, maar het is nu eenmaal de waarheid. Gelukkig verjaardag, liefste zusje!

P1040454b

 

 

Loperspraat – Mijn sportieve plannen voor 2019

Ik sloot 2018 succesvol af met een snelle tijd op de Eindejaarscorrida in Leuven. Zo snel dat ik voor de eerste en wellicht ook enige keer Seppe versloeg met zomaar eventjes twee minuten. Met dank aan de seingevers die hem de verkeerde kant opstuurden waardoor hij geen 11 kilometer liep zoals ik, maar 15. Ach ja, soms staat het geluk gewoon aan je zijde. Een nieuw jaar dat betekent weer volop nieuwe loopplannen maken. Gisteren hadden Roos en ik daar een officiële meeting over: met agenda’s erbij en notities maken. We besloten dat het loopplezier voorop staat en dat we bijgevolg verstandig zullen omspringen met ons lichaam om ten allen tijde blessures te vermijden. Verstandig doseren is de sleutel voor een geslaagd voorjaar. Dat liep vorig jaar mis. Ik nam mijn taak als coach toen serieus en sleurde mijn pupil Roos mee naar verschillende wedstrijden. Dit jaar zal mijn enthousiasme niet afnemen en zal ik evengoed tot vervelens toe blijven doordrammen over lopen, maar dan wel als actieve loper en niet als mankende toeschouwer.

Het speerpunt van mijn voorjaar is de marathon van Parijs op 14 april. Twee jaar geleden liep ik de Paris Marathon al eens. Mijn symmetrische eindtijd van 3:21:23 was goed voor mijn snelste marathontijd. Als er iets is wat ik heb geleerd dan is het dat een snelle tijd relatief is en dat je die vooral loopt als je het niet verwacht. Hoe meer je je richt op de tijd, hoe minder je mee krijgt van de ervaring. Een jammerlijke zaak. Ik weet nu dat het parcours in Parijs in de categorie uitdagend valt. Een gewaarschuwd loper is er in dit geval minstens twee waard. Ik weet nu dus ook dat een zwaarder parcours mij niet noodzakelijk klein krijgt. Mijn doel is simpelweg om goed voorbereid aan de start te staan, stress tot een minimum te beperken en er vooral heel veel deugd van te hebben. Ik kan immers rekenen op een uitgebreid ondersteunend team, bestaande uit mijn zussen, mama én tante. Een weekend om nu al heel erg naar uit te kijken!

Om die goede marathonvorm te bekomen is het vooral zaak om niet te hard van stapel te lopen. Dankzij mijn intensieve voorbereidingsperiode voor de Hel is mijn vorm op dit moment namelijk al goed. Ik verlang wel naar de duurlopen, want kilometers maken langs de Vaart: dat is één van de dingen die ik het allerliefste doe. Om te voorkomen dat ik als een dolle te keer ga en dat de loopteller te veel doorslaat, blijf ik zeker ook fietsen. Al is het maar uit liefde voor Juan, mijn zwart-groene Orbea. Januari en februari zijn overgangsmaanden waarin het lengen van de dagen eindelijk voelbaar zal zijn. Aanstaande zondag lopen Roos en ik een nieuwkomer op de trailrunning kalender: de Naturarun in Holsbeek. Met 520 hoogtemeters over 18 kilometer een pittige onderneming, maar wel eentje op prachtig terrein. Een mooie afstand en uitdaging om het seizoen mee te beginnen.

We kijken nu al reikhalzend uit naar de CPC Loop in Den Haag op 10 maart, waar we de halve marathon voor onze rekening zullen nemen. CPC staat voor city-pier-city omdat je vanuit de prachtige Haagse binnenstad naar en langs de kustdijk loopt om dan terug te keren naar de stad. De CPC is voor ons niet minder dan een familie-evenement, aangezien onze oudste neef Maarten met zijn gezin in Den Haag woont. Telkens een blij weerzien! Enkele vaste waarden van dit weekend: supporteren voor onze neefjes Senne en Lev bij de kids run, bijpraten met Irene, een beetje (heel klein beetje) lachen met Maarten die elk jaar van plan is om de halve marathon te lopen, maar uiteindelijk toch kiest voor de 10 kilometer en genieten van de sfeer op het Malieveld. Vorig jaar eindigde mijn CPC Loop na 3 kilometer met een blessure. In 2017 stond Roos geblesseerd aan de zijlijn. Dit jaar gaan we dus allebei eenvoudigweg voor een start en finish zodat het weer een geweldig weekend in Den Haag wordt. Vijf weken voor mijn marathon geeft een goede halve lopen bovendien veel vertrouwen.

img_3603
Zoek onze familie.

Ik vertelde al eens dat ik sportief uit de startblokken schoot in 2014. Samen met Roos liep ik toen in mei de 20 km van Brussel. Mijn voorbereiding verliep geheel volgens eigen wijze, maar we haalden wel ons doel en liepen voor het eerst in ons leven 20 kilometer aan een stuk. Dat was op z’n zachtst gezegd een ervaring om niet snel te vergeten. De 20 kilometer van Brussel gaat dit jaar door op 19 mei en wij zullen natuurlijk niet ontbreken. Lopen in Brussel is namelijk altijd een genoegen. De hoofdstad laat zich perfect combineren met allerhande groene plekken en hoogtemeters. In maart gaan we dan ook al eens poolshoogte nemen in het Brusselse. Op 17 maart staat er een wedstrijd in Elsene op het programma en op 31 maart de Brussels 10 Miles met start en finish in het Koning Boudewijnstadion.

In de zomervakantie staat ons familieweekend in Houffalize op de planning waar er, hoe kan het ook anders, gelopen moet worden. Twee jaar geleden liep ik er met papa de La Chouffe trailrun van 50 kilometer, vorig jaar liep hij met Roos 25 kilometer. Om de kerk in het midden te houden gaan we dit jaar wellicht voor 36 kilometer onvervalst trailplezier. Een trail lopen is namelijk altijd een goed idee: in een ontspannen sfeer genieten van de groene omgeving omringd door sympathieke lopers. Soms kan het heel simpel zijn. In Houffalize ontstaan al eens grootse najaarsplannen: deelnemen aan de Hel is daar een voorbeeld van. De plannen voor het najaar zijn nu nog onder voorbehoud. Het idee is echter dat ik samen met Roos een marathon zal lopen, waarbij ik mijn diensten als haas zal aanbieden. Waarschijnlijk gaan we voor de marathon van Brugge op 20 oktober. Papaatje, als je dit leest: aansluiten kan altijd. Het mooie van plannen maken, is dat ze ook zo gewijzigd kunnen worden. Er zal echter gelopen worden in 2019, zoveel is zeker.

Het portret – Afscheid van mijn liefste Oma

Het jaar eindigt in mineur. Vandaag namen wij afscheid van Oma die onverwacht overleed op kerstdag. Begin deze maand werd ze 90 jaar. Een prachtige leeftijd voor een ijzersterke vrouw. Ze is gestorven zoals ze het zelf gewild zou hebben: plots, thuis, zonder af te zien. Dat biedt troost, maar neemt het ongemakkelijke gevoel niet weg dat haar leven nog niet af was. Ze is er ineens niet meer en dat klopt niet. Net zoals de trui die ze voor Marike aan het breien was: bijna klaar, maar nog niet helemaal. Of mijn kerstkaart die wel op de post ging, maar niet meer geopend kan worden door haar handen. Misschien is het ook typisch Oma om ons te snel af te zijn. 90 worden, een feest plannen en dan het licht dat uitgaat. Na de tranen denk ik met een grote glimlach en vol trots aan alles wat Oma voor mij betekent en de talloze herinneringen die ze nalaat.

Een grootouder die sterft dat is voor een stuk ook afscheid nemen van je kindertijd. De jaren negentig zijn één brok nostalgie. Zo leerde Oma ons met de kaarten spelen en later kruiswoordraadsels maken. Ik leerde dat Eire Ierland is. Ik leerde dat jeirebezen aardbeien zijn en een peerrips een wesp. Seppe en ik verslonden de Jommekes strips die Oma voor de kleinkinderen kocht. We wisten allemaal waar de glazen snoeppot met fruittella’s stond. Oma nam ons in de zomer mee naar de speeltuin. Alles was goed als zij maar in de schaduw kon zitten. Ik herinner me ook hoe Oma en Opa toe leefden naar het huwelijk van onze Mark. Oma en ik knipten maanden van tevoren confetti uit gebruikte chocoladewikkels. Als ze op reis gingen, namen ze altijd chocolade mee voor de kleinkinderen. Ik koester nog steeds de authentieke matroesjka die ik kreeg omdat ik voor hun kat had gezorgd toen zij in Rusland waren. Toen ik op de middelbare school zat, ging ik tijdens de examens ’s middags bij Oma en Opa eten. Oma’s kost: dat was oerklassiek, maar altijd lekker omdat het van Oma was.

Oma en Opa werden ouder, ik ook. Als ik bij hen langsging, was er altijd genoeg om over te praten. Wat er zoal op tv kwam bijvoorbeeld. Nieuws van de andere familieleden. Het vreemde gedrag van hun kat Jappe. Occasioneel een roddeltje dat in de Story stond die ze bij de kapper las. Oma kreeg een klap toen Opa vijf jaar geleden stierf. Ze waren ruim zestig jaar getrouwd, maar sterk als ze was, ging ze alleen verder. Ze verliet het huis dat ze met Opa had gebouwd om in de tuin van onze Mark te gaan wonen. Een nieuwe start als 87-jarige: niet iedereen kan dat. Koken beperkte Oma echter tot een minimum. Ze bakte wel nog af en toe frieten voor zichzelf en verving maaltijden al eens door een stuk taart. Ah ja, want een stuk fruittaart is toch hetzelfde als een boterham met confituur? Haar plan trekken en leven, dat was Oma ten voeten uit.

De laatste jaren ging ik te weinig naar Oma. Dat was niet erg, want Oma was altijd gewoon blij als ik kwam. Vol bewondering aanschouwde ze de kledingstukken en tassen die ik naaide en zelfs de sjaals die ik breide. Ons Joke, dat is nogal nen artiest, zei ze dan tegen al wie het wilde horen. Ik kon geen groter compliment krijgen aangezien zij dé handwerk-expert was. Oma was ook een trouwe volger van het wielrennen. Al in mijn vroegste herinneringen was ze fan van Tony Rominger, een Zwitser: daar gingen ze ook op vakantie. Hij won helaas nooit de Tour. Uiteraard volgde ze ook Seppes sportieve prestaties nauwgezet op. Als zijn naam nog maar in de krant stond, ging ze al blinken van fierheid. Je moest als kleinkind niet in de krant staan om Oma trots te maken, dat was ze sowieso. Het geeft me nu wel een warm gevoel dat Oma mij vorige week nog in haar gazet Het Nieuwsblad heeft zien staan door mijn prestatie in de Hel mét foto.

Als kind was ik me al bewust van het onvermijdelijke idee dat ik het overlijden van Oma en Opa zou meemaken. Op de één of andere manier leek dat altijd veilig ver weg. Nu Oma er niet meer is, voelt het alsof ook mijn leven even stilstaat. Ze zal mij niet ouder hebben gekend dan de 33 jaar die ik nu ben. Alles wat ik nu nog meemaak, zal ik niet meer met Oma kunnen delen. We zagen elkaar dan wel minder, maar ze was nog steeds dezelfde Oma als die uit mijn jeugd. Ik schreef haar kaartjes om te tonen dat ze nog steeds een rol vervulde in mijn leven. De laatste tijd vond Oma het vooral belangrijk dat haar familieleden samen waren en elkaar konden vinden. Ze moest daar zelf niet meer per se in betrokken zijn. Als wij het weer eens hadden over lopen, dan vond ze het mooi om te zien dat wij iets deelden. Die band is wat overblijft. Oma zit nog altijd tussen ons.

Ik heb geen afscheid genomen van Oma. Misschien is dat ook niet zo erg. Ik zou niet weten hoe ik dat had moeten doen. Vaarwel zeggen. Voor eeuwig en altijd. Wat had ik haar moeten toewensen? Hoe had ik haar kunnen geruststellen? Ik denk dat Oma alles al wist wat ik haar nog had kunnen zeggen. En ik kan ook wel bedenken wat zij me nog had kunnen vertellen. Ik voel Oma nu overal. Zowel in de spullen die ik van haar heb, als in de gedachten die door mijn hoofd wandelen. Slaap zacht, Rachelle. Dag liefste Oma.

 

De muziek – Mijn soundtrack van 2018

2018 loopt op zijn laatste benen. Tijd voor lijstjes en overzichten met originele vragen en gevatte antwoorden. Op tv worden filmische jaaroverzichten uitgezonden met de hoogte- en dieptepunten van het afgelopen jaar. Soms vraag ik me af hoe het zou zijn als je door professionals zo’n compilatie zou laten maken van je eigen jaar, compleet met heroïsche muziek en al. Het nadeel is dan wel dat die mensen je paparazzi-gewijs doorheen het jaar constant op de hielen zouden moeten zitten. Weg privacy. Gedaan met de kluizenarij waar ik al eens van hou. Bovendien ben ik ook niet zo van de beelden. Ik maak wel foto’s, maar bij sportieve gebeurtenissen zijn die erg beperkt. Als ik een marathon loop, dan is het minste van mijn zorgen hoe en of dat wel op de gevoelige plaat vastgelegd wordt. Ik koester mijn ervaring en de plaatjes die ik schiet in mijn hoofd meer dan de actiefoto’s die ter plaatste genomen worden. Mijn jaar laat zich dan ook beter samenvatten in woorden en muziek.

In januari had ik een duidelijk doel voor ogen: in april zou ik een snelle marathon van Rotterdam lopen. Ik trok lessen uit 2017 waarin ik maar liefst vier marathons liep: dat was om verschillende redenen niet ideaal. Bovendien liep ik te vaak vanuit een frustratie en boosheid. Ik verloor mezelf wat en daarmee ook het initiële geluk dat lopen mij schenkt. De rust keerde weer in mijn hoofd en daarmee ook een grote drive om hard te trainen. Te hard eigenlijk. Tijdens mijn duurlopen eindigde ik altijd met het prachtige album Cleopatra van The Lumineers. Net zoals de Egyptische koningin waande ik me onaantastbaar. Ik staarde me blind op de kilometers die ik moest lopen en de tempo’s die ik moest halen. De kroniek van een aangekondigde dood: in maart stond ik na amper drie kilometer van de halve marathon in Den Haag langs de kant. Ik kon niet meer op mijn linkerbeen steunen. Drie weken liep ik met een kruk. Weg marathondroom. This is the end, my only friend the end: zoals wijlen Jim Morrison het zong. Met pijn in het hart keek ik vanaf de zijlijn toe hoe het loopproject dat ik op school had opgestart verder liep. Ik luisterde toen heel vaak naar Dreamer van Axwell ^ Ingrosso, waarin zowel mijn loopgeluk als -verdriet werden vervat. Mijn dromen werden aan diggelen geslagen, maar de dromer in mij was niet morsdood.

Op 20 april overleed Avicii. Ik stapte mankend verder door het leven en ontdekte Hey Brother. Zoals ik hier al vertelde, raakte dat een gevoelige snaar. Ik dacht aan mijn broer die op sportief vlak ook al de nodige woelige watertjes had doorzwommen (letterlijk en figuurlijk zelfs, check zijn triatlonverhalen maar). Eind april ging ik met school naar Parijs. Ik miste niet alleen mijn maatje An, maar ook de ochtendloopjes die ik daar normaal gezien afleg. Er was echter licht aan het einde van mijn weemoedige tunnel. Op 30 april liep ik voor het eerst weer in gezelschap van Roos. Maar liefst vijf keer een volle minuut. Het was toen niet toevallig stormachtig weer: revalideren en opbouwen gaat namelijk met ups en downs. I was a king under your control om het met Years & Years te zeggen: de koning te rijk dat ik weer aan het open was, maar de angst voor een blessure domineerde. In de maand mei overheerste uiteindelijk wel de zon en de energie die ik haalde uit mijn werk. Big God, de nieuwe single van Florence + The Machine, deed me nadenken over welke god ik nodig zou hebben. In juni ging de zon nog harder schijnen. Ik leerde steeds meer te vertrouwen op mijn lichaam en besefte dat het me niet in de steek had gelaten. De loper in mij beleefde een revival die werd gekenmerkt door het opzwepende Patricia van Florence’ nieuwe plaat High as Hope, dat kan geen toeval zijn.

In de zomervakantie gingen mijn loopkilometers in stijgende lijn en zo ook mijn loopgeluk. Dankbaar voor elke kilometer die ik liep, nam ik Rebel Heart van de nieuwe plaat van First Aid Kit nogal letterlijk: I don’t know what it is that makes me run. Juli bood mij heel wat mooie looprondjes op verplaatsing en ik overschreed weer eens de kaap van de 20 kilometer. Het plan voor de Hel van Kasterlee werd geboren in Houffalize. Mijn blog zag het daglicht. Ik maakte fietstochten naar Tervuren en Brussel met mijn nieuwe stadsfiets. De boeken vlogen erdoor en de koffie ook wel. Als ik in het bos was, kon ik helemaal opgaan in My Wild Sweet Love van First Aid Kit. Het bos als geliefde: het moet niet gekker worden. Ik sloot het einde van de maand af in Parijs, waar ik de dag weer lopend kon beginnen. Hoera! In augustus zette ik me voor het eerst op een mountainbike en kreeg ik de klikpedaal onder de knie. Het begin van een mooi avontuur: mijn status als fietsende loper beviel me meteen erg goed. In september begon een nieuw schooljaar en ging ik verder op mijn sportieve elan. De zon bleef schijnen. Behalve toen ik er daags voor mijn 33e verjaardag op uit trok om een XL duurloop af te leggen. Die sloot ik muzikaal af met Florence’ The Girl With One Eye: een behoorlijk gestoord lied wat meteen ook mijn beproeving samenvatte.

In oktober waren mijn beide ogen gericht op de marathon in Brussel. Ik luisterde veel Spinvis en dan vooral Kom terug. De dag voor mijn marathon verhuisden Roos en Niko. We zijn nu niet langer buren, maar moeten in plaats van enkele tientallen meters enkele kilometers overbruggen om elkaar te zien. Voor alle duidelijkheid: Roos moet niet terugkomen. De tekst zegt dat je in het leven moet durven doen en ontdekken als je wel steeds terugkeert naar jezelf of je thuis. Met die gedachte liep ik een formidabele marathon. Mijn laatste weken richting de Hel werden gekenmerkt door slecht weer en trainen in de duisternis. Ik stemde mijn muziekkeuze daarop af om het gebrek aan sfeer te compenseren. Zo was ik meteen gewonnen voor Hoziers nieuwe single Movement: toepasselijk. November is ook altijd een beetje de maand van Leonard Cohen. There’s a crack of light in everything, that’s how the light gets in. Ik luisterde bovendien ook veel naar Franse muziek, onder andere van de in oktober overleden Charles Aznavour. Het was echter toch vooral Gérard Lenorman die de nagel op de kop sloeg toen hij mij op de fiets toezong Voici les clés de ton bonheur, il n’attend plus que toi. De fiets bleek inderdaad een sleutel tot mijn geluk te zijn. De maand eindigde muzikaal met een klepper van formaat: het optreden van Tamino in de AB. Diens Sun May Shine raakt steeds weer een gevoelige snaar. Ook hij had gelijk: de zon ging stilaan weer schijnen.

December was niets minder dan duatlonmaand. Ik deed al uitgebreid verslag over mijn avontuur in de hel. De muziek die ter plaatse door DJ Infinity wordt gespeeld bleef de afgelopen jaren nog lang nazinderen. Wat me van deze editie zal bijblijven, is het succes van Leef. Toen ik na ruim 100 kilometer op de fiets aan de sporthal passeerde, schalde dit door de boxen en ik kon niet anders dan denken dat ik nu inderdaad echt wel aan het leven was. Het muzikale en ook wel sportieve hoogtepunt was echter het afsluitende loopnummer. De playlist die ik met Roos voor de gelegenheid samenstelde, bewees zijn nut. Het ijzersterke begin met Counting Stars van OneRepublic zette meteen de toon. We bespraken al uitvoerig hoe de shuffle erin slaagde om het juiste lied op het juiste moment af te spelen. Het enige minpuntje was dat onze playlist ruim 4,5 uur aan muziek bood en ik slechts 2,5 uur nodig had om mijn 30 kilometer af te leggen. We misten dus enkele pareltjes: dat heet dan een luxeprobleem.

2018 was zoals steeds een jaar met dalen en pieken over een hobbelig en vaak off-road terrein. Soms verlang ik naar meer snelle en veilige asfaltwegen in mijn leven die voorzien zijn van een duidelijke bewegwijzering. Dat zou me meer gemoedsrust geven, want ik kwam mezelf een paar keer goed tegen. Ik ben benieuwd welke paden ik in 2019 zal bewandelen en welk uitzicht ze me zullen bieden.

Een kerstboodschap van algemeen nut

Lieve lezers

Mijn kerstboom staat sfeervol te pronken. Er ligt geen sneeuw, maar de zon schijnt. Ik pakte mijn kerstcadeaus in met wat zeemzoete kerstmuziek en kattengeronk op de achtergrond. Geduldig tel ik af tot de ontknoping van De warmste week. Er mag geen twijfel over bestaan: ik ben klaar voor de feestdagen. Vooraleer het feestgedruis in alle hevigheid losbarst, geef ik jullie graag mijn tips voor een vredige en energieke kerst.

Beweeg! Wie dacht dat ik de komende weken sportief verzadigd zou zijn na mijn duatlon-avontuur heeft het grondig mis. Ik ging al een paar keer lopen, gisteren zelfs in de gietende regen, en ik genoot ervan met volle teugen. Gun je lichaam wat beweging voor het een avond gebeiteld in een stoel moet doorbrengen om een zitmarathon tot een goed einde te brengen. Maak een wandeling of fietstochtje, kijk om je heen en de kerstdis nadien zal eens zo goed smaken.

Relax! Ik krijg soms de indruk dat feestdagen gelijk staan aan stressdagen. Er komt dan ook het nodige voorbereidende werk kijken bij uitgebreid feesten in gezelschap. Ook mijn eigen to-do lijstje is tot op vandaag behoorlijk gevuld met diverse taakjes: het ene al urgenter dan het andere. De kunst is om ook van de tijd voorafgaand aan het feest te genieten. Als ik kook, probeer ik dat met liefde te doen voor zij die het voorgeschoteld zullen krijgen. Dat smaakt immers beter dan de wrange nasmaak van stress.

Praat! Wij zullen in onze familie wellicht nog uitgebreid nakaarten over onze avonturen in Kasterlee. Kwestie van de verschillende perspectieven samen te brengen tot een familieportret van een boeiende dag. Er zijn echter ook andere onderwerpen die de revue zullen passeren: de dingen des levens op kleine en grote schaal. Met wie je de avond ook doorbrengt: babbel eens goed bij en geniet van het gezelschap.

Feest! Lach, geniet ervan en wees ook lief voor de dieren.

Ik wens jullie sprankelende feestdagen!

De race – De Hel van Kasterlee december 2018

  • De cijfers: 15 km lopen, 115 km mountainbiken en 30 km lopen in 11:02:48
  • De voorbereiding: ik begon vol goede moed aan mijn voorbereidingen in augustus, kwam echt op dreef in september, bleef fietsen in marathonmaand oktober en deed er nog een schepje bovenop in november: in totaal goed voor ruim 3000 fietskilometers
  • De race: ik liep door de sneeuw, stampte, gleed en ploegde 7 uur lang door de modder om uiteindelijk als een raket naar de finish te snellen
  • De herinnering: de familiebeleving en euforie na de zege van mijn broer, de tocht met Roos tot aan de finish, mijn verrassende derde plaats en de finish van mijn papa en peter

Wat vooraf ging
Er ging een bewogen jaar vooraf aan mijn debuut in Kasterlee. In het begin van het jaar liep ik belachelijk veel. Tot ik me in maart ernstig blesseerde tijdens de CPC Loop in Den Haag. Ik liep met krukken en kon zeven weken niet lopen. Al mijn loopdromen vielen voor mijn neus uiteen in duizend stukken. Dat deed pijn en stemde me diep ongelukkig. Mijn loopcarrière zag ik somber in. In juli liep ik echter weer 20 kilometer in Houffalize. Die dag kondigde mijn papa aan dat hij een nieuwe mountainbike zou kopen en dat ik zijn oude bijgevolg kon gebruiken. Onder de zomerzon ontstond een groots plan. In december zouden wij met drie Odeynen aan de start staan in Kasterlee. Vanaf augustus bouwde ik niet alleen mijn duurlopen verder uit met het oog op een marathon in oktober, maar begon ik ook op regelmatige basis te fietsen. Soms gewoon vlak en rechtdoor, soms op één van de talrijke mountainbikeroutes in mijn nabije omgeving. Er ging een nieuwe sportwereld voor mij open. Het was dik aan tussen Juan (zoals ik mijn fiets al liefkozend noem) en mij en dat is het nog steeds. Met de fiets erop uit trekken betekent vrijheid en avontuur.

Vanaf september begon ik te trainen op de combinatie lopen en fietsen. De nuchtere ochtendloopjes stonden weer in mijn agenda. Ik maakte een – voor mijn doen – bescheiden aantal loopkilometers en stilde mijn sportieve honger met kilometers op de fiets. Ik focuste me op mijn marathon in oktober: als ik die tot een goed eind zou brengen, zou het wel snor zitten met dat lopen in Kasterlee. De marathon in Brussel beviel me verrassend goed en zo werd november een maand met heel veel fietskilometers in minder vrolijke omstandigheden. Regen, wind en duisternis waren mijn deel. Met een duidelijk doel voor ogen hield ik vol: ik was vastberaden om me zo goed mogelijk voor te bereiden op mijn eerste duatlon.

Vlak voor de start
Het had ’s nachts gesneeuwd. Ik suste mezelf met de gedachte dat de impact daarvan op het parcours minimaal zou zijn. Soms ben ik uit zelfbescherming behoorlijk naïef. De stress sloeg hard toe toen ik de andere atleten en hun mountainbikes zag. Ik voelde me de grootste amateur die er rond liep en schaamde me zelfs dat ik daar aan de start durfde staan. In de auto gaan zitten en naar huis rijden, was echter geen optie. Ik probeerde mezelf te vermannen, nam Juan bij de hand en plaatste hem in de wisselzone. Er was geen ontkomen meer aan.

De race
Om 8u weerklonk het startschot voor een eerste loopronde van 15 kilometer. Ik liep behoedzaam door de papperige sneeuw om een slipper te voorkomen. Hierdoor was die eerste run al behoorlijk vermoeiend. Tijdens de wissel probeerde ik me niet te hard op te jagen opdat ik niets zou vergeten. Onder luid gejuich van mijn supporters snelde ik naar mijn fiets. Ik ging ervan uit dat mijn papa en peter voor mij uit fietsten.

DSC02837

Toen ik na amper een kilometer langs de kant ging staan om iets op te bergen in mijn jaszak werd ik uitgekafferd door een andere deelnemer. Super sympathiek. Ik voelde me opgejaagd wild. De zenuwen gierden door mijn lijf en ik deed mijn uiterste best om de kalmte te bewaren. Dat lukte niet. De eerste off-road stukken toonden meteen aan dat de natte sneeuw het parcours onomkeerbaar had veranderd in een glibberige en bovenal modderige omloop. Mijn fiets maakte na enkele kilometers bovendien zoveel lawaai dat ik ervan overtuigd was dat ik eerder vroeg dan laat materiaalpech zou kennen. Die arme Juan kraakte en sleurde langs alle kanten alsof elke kreun zijn laatste adem zou zijn. Ik stopte dus nogmaals met het idee dat er iets vast zat tussen mijn tandwielen of ketting. Dat bleek niet het geval. Ik trok me weer op gang met de moed der wanhoop. Na nog geen 7 kilometer kwam plots mijn voorste spatbord los en moest ik dus weer stoppen. Op een eerste uitdagende helling schakelde ik bruusk waardoor mijn ketting blokkeerde. Ik stond weer te voet en kreeg mijn ketting er niet eigenhandig op. Gelukkig schoot een vriendelijke omstaander me te hulp. Hij deinsde er niet voor terug zijn handen letterlijk vuil te maken en zette me weer op weg. Weer een kilometer later bleek één van mijn overschoenen los te zijn gekomen. Ik had nog geen 10 kilometer gefietst en stond weer maar eens naast mijn fiets.

Plots kwam vanuit de achtergrond de verlossing: mijn papa en peter reden blijkbaar achter mij en haalden me in. Ik sloot aan en luchtte mijn hart. Mijn mechanische bekommernis werd weggewuifd door papa. Het was niet meer dan normaal dat mijn fiets in deze omstandigheden zulke schurende geluiden produceerde. Dat was bij hen niet anders. Ik kon er dus op vertrouwen dat Juan niet meteen zou bezwijken onder de Kastelse modder. Met wat meer zelfvertrouwen stormden we met z’n drieën richting sporthal. Ik kreeg eindelijk een goed ritme te pakken en kon mijn valse start relativeren. Mijn eerste ronde legde ik uiteindelijk nog af in minder dan 1u20. Na een heel korte stop en bevoorrading bij de supporters begonnen we aan de tweede van in totaal vijf rondes. Ik had een goede tred te pakken en fietste voorbij alle plaatsen waar ik de vorige ronde had stilgestaan. De tweede ronde was mijn snelste.

IMG_2708b
Modder, modder, modder: maar we blijven lachen. De bewonderende blik van Peter spreekt boekdelen.

Ik wist op voorhand dat de derde fietsronde mentaal de zwaarste zou zijn. Bovendien werd het parcours er alleen maar slechter op. Ik begon wat sukkelig, moest hier en daar voet aan de grond zetten en verloor mijn tred. Het was aftellen tot kilometer 60, want dan zou de helft van het fietsnummer erop zitten. De kilometers kropen tergend traag voorbij. Halverwege kon ik weer aansluiten bij mijn twee compagnons. Ook deze ronde wisten we af te leggen binnen de 1u20. De supporters spraken ons bemoedigend toe. We hadden nog 2 uur om de vierde ronde af te leggen en binnen de tijdslimiet aan de finale fietsronde te mogen beginnen: een heel haalbare kaart. Ik was nu zo ver geraakt, 46 kilometer fietsen klonk niet meer oneindig lang. De vierde ronde kregen zowel mijn papa als peter het lastig. We haalden allemaal de tijdslimiet, maar ik vertrok als eerste en dus alleen voor de laatste ronde. Eindelijk kon ik zeggen dat het de laatste keer was dat ik elke ellendige moddermeter moest overwinnen. Ik voelde me niet leeg, maar nam wel mijn tijd. Daarbij schoof ik nog eens pijnlijk onderuit en viel recht op mijn knie. Het viel op dat het deelnemersaantal sterk was uitgedund. Ik reed in een niemandsland en zag het als een voordeel dat niemand me kon opjagen. Uiteindelijk vond ik nog gezelschap bij helleganger Bram. Hij vertelde me over de opgave van verschillende favorieten. Net op dat moment hoorden we Seppe finishen. Hij won zijn zevende Hel van Kasterlee en had daar minder dan 8 uur voor nodig. Zot!

hel_van_kasterlee_2018_kl._(102)

Mijn geluk kon niet op toen ik de sporthal voor een vijfde keer bereikte. Juan mocht in de wisselzone gaan rusten, voor mij zat het er nog niet op. Ik spurtte richting kleedkamer met Roos in mijn zog. Zij hielp me bij de wissel. Aan de modder en vuile kleren in de kleedkamer te zien, waren de meeste dames al aan het lopen. Als een duveltje uit een doosje vertrokken we voor een tocht van 30 kilometer. Ik wist dat ik die afstand kon afleggen en besefte dus dat ik hoogstwaarschijnlijk een survivor zou zijn in een loodzware editie van de Hel van Kasterlee. De eerste loopkilometers gingen heel vlot. Mijn benen hadden er nog zin in, ik raakte onder stoom en kon heel wat lopers inhalen. Rond kilometer 10 haalde ik een vrouw in. Ik had geen idee in welke positie ik liep en probeerde daar ook niet mee bezig te zijn. Het was nu aftellen naar het einde van de eerste 15 kilometer. Aan de sporthal zag ik terug wat supporters. De grande finale was nu ingezet.

Ook tijdens het tweede deel kon ik een tempo van rond de 11 km/u blijven aanhouden. Het was ondertussen pikdonker en elke kilometer werd zwaarder. Ik trok me op aan de lopers die ik kon inhalen, maar ik was me ervan bewust dat ik alsnog een klop van de hamer kon krijgen. Op 3 kilometer voor de finish haalde ik tot mijn eigen verrassing nog een vrouw in. Zij bleek achteraf gezien nummer 3 in de wedstrijd te zijn. Als ik nu terugdenk aan die finale is het verleidelijk om dat laatste uur te beschouwen als een uur waarop al mijn loopgeluk, frustratie en kracht van het afgelopen jaar samengebald werden. Ik liep niet de snelste, maar wel mijn meest heldhaftige kilometers van 2018. Op het moment zelf is dat echter puur overleven: blijven lopen om niet kopje onder te gaan. Daarin zit weinig heroïek vervat. Ik focuste me op de geweldige muziek van onze playlist en de bemoedigende woorden van Roos. De laatste anderhalve kilometer probeerde ik me bewust te zijn van het feit dat ik nu echt wel de Hel van Kasterlee had overleefd. Mijn verbazing was nog groter toen ik de rode loper opliep en hoorde dat ik derde was geworden, net zoals mijn broer bij zijn Hel-debuut in 2011. Ik kreeg een medaille van Seppe, we pakten elkaar eens goed vast en ik had totaal geen besef van wat me die 11 uur en 2 minuten allemaal was overkomen.

IMG_2724b
Ik won voor het eerst in mijn leven een beker.

De conclusie
De Hel van Kasterlee is nooit voor watjes, maar al helemaal niet op een modderig parcours met koude temperaturen. Ik zag af, maar groeide in de wedstrijd. Tijdens het fietsen heb ik nooit het gevoel gehad dat het op was. Het duurbeest in mij kon zich volledig uitleven. Pas tijdens mijn laatste loopronde voelde ik de inspanningen van de dag doorwegen. Ik presteer telkens goed op de zware marathon van Brussel en ook hier werd ik juist beter door de lengte van de race en de barre omstandigheden. Bizar. Wat deze wedstrijd uniek maakt, is het familiale gevoel dat er heerst. Je lijkt even weg van de gewone wereld te zijn. De laatste fietsronde heb ik dan ook mijn best gedaan om de seingevers te bedanken voor hun urenlange onmisbare inzet. Samen met organisator Ben en commentator Hans zorgen zij ervoor dat je je wel echt een held waant al strijdend in de Kastelse arena. Door al die lovende woorden zou ik haast vergeten dat trainen voor de Hel niet te onderschatten is. Lange trainingen in november staan garant voor herfstig weer en veel donkere, eenzame uren. Uiteraard kan ik nu alleen maar zeggen dat elke trainingskilometer die heroïek helemaal waard was.

Enkele weetjes

  • Sporza maakte een mooie reportage voor Sportweekend over Seppe.
  • Ik had bij het fietsen een geluksbrenger van Seppe op zak: een medaillon van Roger De Vlaeminck dat hij me vroeger eens had gegeven voor de examens.
  • Seppes trainer Stefaan doopte “ons” team om tot Team Doodgaan. Ook hij doorstond zijn Hel-debuut met glans.
  • Papa maakte tijdens het mountainbiken meermaals het grapje dat er een hamster in zijn achterwiel liep en dat die het schurende geluid veroorzaakte.
  • Roos voederde mij banaan en peperkoek in de fietsbevoorrading. Daarnaast kreeg ik niet alleen sportgels en -drank binnen, maar ook heel wat zand.
  • Het ultieme girlpower-moment beleefden Roos en ik toen we een loper voorbij stormden toen P!nk keihard uit de boxen schalde met So What!
  • We beleefden dan weer een mystieke ervaring toen papa-lied Camouflage weerklonk in een mistig en donker stuk. Things are never quite the way they seem.
  • Na afloop bleek dat ik met 2:34 een heel snelle looptijd had neergezet op de 30 kilometer: de snelste tijd bij de vrouwen.
  • Ik voelde mij na afloop nog zo fris dat ik zelf met de auto naar huis ben gereden.
  • Bij thuiskomst van de Hel wacht je een nieuwe modderuitdaging van formaat: al je kleding en materiaal weer proper krijgen. Juan is al weer weg voor een grondig onderhoud.
  • 22 december 2019 staat alvast in mijn agenda gemarkeerd.
IMG_2712b
We are family! Mijn papa, broer en peter: vier hellegangers op een rij.

Duatlonspecial – Een dag na de Hel

De Hel van Kasterlee, de zwaarste winterduatlon ter wereld, 15 kilometer lopen, 115 mountainbiken en 30 kilometer lopen in zware omstandigheden: I DID IT! Vlak voor de start was ik zo onder de indruk van het hele gebeuren dat de twijfel genadeloos toesloeg. Ik gaf mezelf geen schijn van kans om deze uitdaging tot een goed einde te brengen en wilde ergens in een hoekje kruipen en stilletjes verdwijnen. De sneeuw die ’s nachts gevallen was, had het fietsparcours omgetoverd tot een modderige omloop waar het snakken was naar een kilometertje asfalt. Ik klaarde de fietsklus uiteindelijk in 7 uur. Nog nooit zat ik zo lang op mijn mountainbike. Nog nooit zag ik zoveel modder.

In het afsluitende loopnummer kwam de marathonloper in mij naar boven en kon ik een behoorlijk tempo aanhouden. Zonder het te beseffen begon ik aan een inhaalrace. Tot mijn eigen grote verbazing finishte ik als derde. Op het eind van de rode loper stond Seppe me op te wachten om mijn medaille te overhandigen. Voor wie het nog niet zag op Sportweekend: mijn broer Seppe haalde zijn zevende zege in Kasterlee binnen en was al drie uur fris gewassen toen ik aankwam. Mijn papa en nonkel haalden eveneens de finish in wat een historische editie wordt genoemd met meer dan honderd deelnemers die vroegtijdig uit de race stapten.

Ik voel me vandaag verrassend fris, maar heb nog wat tijd nodig om te beseffen wat me gedurende die 11 uur is overkomen. Eén dezer dagen zal hier ongetwijfeld een uitgebreid raceverslag verschijnen waarin ik jullie zal vervelen met een gedetailleerd belevingsverslag per kilometer (of toch zoiets). Dat ik dit heb kunnen waarmaken, heb ik uiteraard in de eerste plaats te danken aan mijn doorgedreven trainingen en soms nogal koppige persoonlijkheid. Achter een sterke vrouw staat in mijn geval een sterke familie en meer. In afwachting van het verhaal over mijn heroïsche strijd wil ik graag een uitgebreid dankjewel formuleren aan zij die hebben bijgedragen aan mijn prestatie en deze memorabele dag.

Roos: voor de mentale coaching en de ongelooflijk persoonlijke begeleiding op topniveau, voor de afleidende praatjes en bemoedigende woorden de laatste zware kilometers, voor het plezier dat ik steeds heb als ik bij jou ben
Marike: voor het logement en zoveel gezelligheid, voor de vakkundige hulp en geruststelling als ik weer eens denk dat ik een vreselijke blessure heb, voor het trotseren van de kou en het zorgen voor de andere supporters
Seppe: voor de wedstrijdtips en het onthaal aan de finish, voor de inspiratie die je me steeds geeft door je sportieve avonturen, voor het vlammetje van de Hel dat je in mij hebt ontstoken
mama: voor altijd het geloof in mijn kunnen, de nooit aflatende steun als ik weer eens met een zot plan op de proppen kom, het enthousiasme en supporteren met hart en ziel
papa: voor de mountainbike die ik kreeg, voor het papa-zijn zelfs tijdens een barre mountainbiketocht, voor de geruststellende en nuchtere opmerkingen, voor je onnozele mopjes die eigenlijk toch altijd grappig zijn
mijn peter Mark: voor de babbeltjes over lopen, voor het gezelschap tijdens de wedstrijd en het warme familiegevoel dat je aanwakkert
Peter: voor de mountainbiketocht naar Kasterlee die we samen maakten als voorbereiding, voor het vertrouwen dat je me toen gaf, voor het ondergaan van onze familiegekte
An: voor de oprechte interesse die je telkens toont in mijn sportieve uitdagingen, voor het intens meeleven en supporteren met heel je familie
Murielle: voor het trouw en enthousiast volgen van mijn avonturen, voor je aanstekelijke en niet te onderschatten eigen sportieve ervaringen
Martin: voor het vakkundige onderhoud van mijn mountainbike en de persoonlijke topservice