Loperspraat – Mijn sportieve dromen

Ik ben een dromer. Zowel ’s nachts als overdag is het zelden stil in mijn hersenpan. De vreemdste dingen kunnen mijn hoofd binnen sluipen, bewust of onbewust. Zo droom ik regelmatig dat ik me moet haasten omdat ik te laat dreig te komen. Hoe harder ik echter mijn best doe om op tijd te zijn, hoe meer obstakels mijn pad kruisen. Het is dus duidelijk dat ik me niet graag haast en niet graag te laat kom. Mijn sportieve plannen vormen vaak stof tot stress of ontspanning in mijn hoofd. Op een bewuster niveau droom ik graag over sportieve avonturen. Het ene plan is dan al wat realistischer dan het andere.

Waar ik zeker niet over droom is triatlon. Vaak wordt me gevraagd of dat iets voor mij zou zijn. Nee, zeker niet! Ik ben geen watermens en ik zie niet in waarom ik me daarover zou moeten zetten. Mijn duatlondebuut in de Hel van Kasterlee is al voldoende grensverleggend. In maart had ik nooit durven dromen dat ik in oktober (over welgeteld vijf weken!) een nieuw marathonavontuur zou kunnen aangaan. Mijn derde marathon van Brussel tot een goed einde brengen na een jaar dat in mineur begon, zal dus echt voelen als een droom die uitkomt.

Dromen gaan vaak over jezelf overtreffen. Op sportief vlak heb ik al geleerd om tevreden te zijn met het geluk dat lopen mij schenkt. Steeds sneller en beter is niet meer wat primeert. Natuurlijk droom ik zeker ook over hoe ik mijn persoonlijke records op de halve en hele marathon aan diggelen zou kunnen lopen. Ik liep mijn snelste marathons in 3:21 (Parijs, april 2017) en 3:22 (Brussel, oktober 2016). Mocht ik destijds een vlakkere marathon hebben gelopen, dan zou ik dus onder de 3:20 zijn gedoken. Dat lijkt nu mijn eigen magische grens te zijn. Ik durf zeker te dromen over een verbetering van die tijd, maar het is geen ramp als dat niet gebeurt.

Ik zou graag nog eens een marathon lopen met een familielid in mijn kielzog. Zo zou ik bijvoorbeeld maar wat graag Roos assisteren tijdens een marathon: haar uit de wind zetten, drinken aannemen, geruststellen en aanmoedigen. Ik zou dan nog eens de ideale grote zus kunnen spelen als ik deelgenoot ben in een verbetering van haar record. Hetzelfde aanbod geldt ook voor de andere leden van mijn trouwe supportersteam. Mijn mama en Marike mogen dus ook altijd beroep doen op die aangeboden diensten. Of waarom geen (halve) marathon met mijn beide zussen? De mannen in de familie zouden de rollen liever omgekeerd hebben, denk ik. Ik zeg geen nee tegen mijn broer of papa als haas.

Sowieso zou ik later graag pacen op marathons. Pacers of gangmakers lopen een constant tempo dat je naar een bepaalde eindtijd loodst. Ze zijn herkenbaar aan de vlag op hun rug. Het zijn veelal ervaren marathonlopers die je informeren over de tussentijden en de valkuilen op het parcours. Ze lopen met de vingers in de neus aan een tempo dat voor hen als ontspannen aanvoelt. Meestal vertrekken ze met een grote tros lopers om hen heen, maar komen ze aan met een select groepje. Ik zou mijn ervaring dan kunnen inzetten om anderen te helpen en zo deel uit te maken van de marathonbelevenis van een andere loper.

Tot zover mijn behoorlijk realiseerbare dromen. Ik zou mezelf niet alleen kunnen overtreffen met snelheid, maar ook door eens overdreven lang te gaan lopen. Ultralopen heet dat dus. Vorig jaar liep ik al een ultratrail van 50 kilometer en 1500 hoogtemeters. Ik deed daar 6 uur over: heel wat langer dus dan een marathon. Dit jaar zag ik in Houffalize hoe de 55 helden en heldinnen van de 100 kilometer finishten. Zij begonnen aan hun strijd om 5 uur ’s ochtends. De winnaars klaarden de klus in 11,5 uur, de laatste loper had ruim 19,5 uur nodig. Ja, dat sprak tot de verbeelding. Een tocht die blijft duren, waar je jezelf waarschijnlijk tientallen keren tegen komt en blijft hopen dat de moeilijke momenten voorbij gaan. Ik durf er van te dromen.

Als ik tot slot helemaal over the top moet dromen, geef mij dan maar de Marathon des Sables: een zesdaagse ultraloop van om en bij de 250 kilometer door de Sahara. Tom Waes achterna dus, maar dan denk ik meteen ook aan de vreselijke blaren die we te zien kregen en dan stopt mijn droom abrupt. Mijn mama zou ook absoluut niet kunnen lachen met dit plan. De lopers moeten hun eigen gelimiteerde bevoorrading mee sleuren en dan zou ze haar taak als ultrabevoorrader niet op zich kunnen nemen. Ze zou ongetwijfeld haar best doen om mij langs het parcours aan te moedigen, maar ik denk dat ze zich daar in the middle of nowhere niet helemaal in haar sas zou voelen. Ik droom dus liever met de voetjes op de grond in plaats van in het zand. Op naar de marathon!

Loperspraat – Over een bizar verjaardagsritueel

Na Roos ben ik aan de verjaardagsbeurt. Ik ben vandaag 33 levensjaren oud of jong. Verjaren dat betekent even stilstaan bij de jaren die voorbij vliegen, het glas heffen en taart eten. Twee jaar geleden voerde ik echter een ander verjaardagsritueel in. Ik zou vanaf dan met mijn verjaardag (+ een dag speling) mijn leeftijd in kilometers lopen. Dat paste toen perfect binnen mijn marathonvoorbereiding. Zo liep ik in 2016 daags na mijn verjaardag 31 kilometer onder een loden zon. Vorig jaar liep ik op mijn verjaardag 32 kilometer, eveneens in de zon. Gisteren stond mijn jaarlijkse verjaardagsrun op de planning en als het in mijn hoofd zit dat ik ga lopen, dan doe ik dat ook. Soms tegen beter weten in.

De omstandigheden waren verre van ideaal. Aanvankelijk werd er warm en zonnig weer voorspeld, maar dat werd bijgesteld. 10 dagen geleden haalde ik mijn trailrugzak nog eens van stal en dat deed ik gisteren ook. In mijn enthousiasme vulde ik het waterreservoir volledig en propte ik ook nog een Aquarius in het voorvak. Met ruim 2,5 kilo op mijn rug ging ik de deur uit. Tijdens de vorige edities had ik ook altijd de nodige twijfels gekend over een duurloop op woensdagnamiddag, maar die bleken telkens ongegrond. Ondanks mijn goede voorbereidingen leek gisteren alles meteen tegen te zitten. Het weer was ronduit slecht: redelijk fris met een harde tegenwind en motregen om het feestje compleet te maken.

De trailrugzak was geen onverdeeld succes. Door dat extra flesje voelde ik me Quasimodo die langs de Vaart hobbelt. Ja hobbelen, niet met gezwinde pas lopen. De inspanningen van het afgelopen weekend zaten nog in mijn benen. Daarbij begon mijn buik ook nog te rommelen. Mijn voeding was nochtans afgestemd op de inspanning, maar als het eenmaal tegenzit: dan werkt niets mee. De wind blies de motregen goed in mijn gezicht en ik wist dat dit geen feesteditie zou worden. Ik heb er zelfs aan gedacht om rechtsomkeert naar huis te maken. In mijn hoofd maakte ik de afweging: zou deze training mij iets opleveren of zette ik er te veel voor op het spel? Hoe belangrijk was het echt om vandaag 33 kilometer te lopen? De feiten: ik kon niet snel lopen, maar voelde ook geen pijntjes in mijn benen en ik had mijn gsm mee om in geval van nood iemand op te trommelen. Mijn conclusie rond kilometer 6,5 was dat ik dit lichamelijk aankon en dat het een nuttige training zou kunnen zijn in het kader van de mentale strijd.

Ik besefte dat dit een run zou worden waarvan ik achteraf zou denken: hoe vreselijk was dat? Af en toe heb je dat nodig om sterker te worden, echt waar. Tijdens de marathon van Brussel op 28 oktober kan het immers ook ellendig rotweer zijn en die afsluitende 30 kilometer in de Hel na een dag sporten zullen mijn mentale veerkracht ook beproeven. Ik ging er dus voor en koos voor de saaiste route: geen lus in een wisselende omgeving met bochten en lastige stoepen, maar in een rechte lijn 16,5 kilometer langs de Vaart en dan omdraaien. Ik deelde mijn Tour in volgens vijf etappes van 6,5 kilometer. Na elke etappe mocht ik eventjes stoppen als ik dat wilde. Dat gebeurde ook aan kilometer 13. Er moest iets veranderen: ik koos resoluut voor een andere playlist en haalde de Aquarius uit mijn rugzak. 2,5 liter drinken meeslepen is veel als je geen dorst hebt. Ik hobbelde verder en draaide om aan het sas van Kampenhout. Die derde etappe leek eindeloos te duren. Ik probeerde de moed erin te houden, maar het was een zwaar gevecht.

Op kilometer 20 besloot ik dat een sanitaire stop een urgente noodzaak was. Zo geschiedde. Ik vertrok als een andere loper. Wat een verschil! De vaart (!) zat er weer wat in en ook mentaal kreeg ik een boost. Weer maar eens het bewijs dat moeilijke momenten echt voorbij gaan. De laatste twee etappes liep ik aan één stuk door. Ik telde de kilometers af, maar de benenwagen bleef soepel draaien. De bui die ik de laatste kilometers nog over me heen kreeg, kon er nog wel bij. Op de tonen van FlorenceGirl with One Eye stormde ik mijn straat in. Ik voelde me net zo gestoord en onoverwinnelijk als de girl in dat lied. Uiteindelijk liep ik 33,33 kilometer: je bent symbolisch bezig of niet. Mijn gemiddelde hartslag loog er niet om en bewees dat dit een serieuze inspanning was.

Ik stond vanochtend op met verbazingwekkend frisse benen, maar naar volgend jaar toe moet ik dit concept misschien toch herzien. Een combinatie lopen-fietsen of enkel fietsen met symbolische cijfers is ook een mooie verjaardagsgewoonte. Roos stelde gisteren nog voor om samen het gemiddelde van onze leeftijden te lopen, maar herzag haar uitspraak toen ik uitrekende dat we volgend jaar dan ook al aan 31 kilometer zitten. Vandaag is een rustdag: geen sport op het programma, maar gezelligheid en ontspanning. Geloof me maar: dat kan ik zeker. Santé!

P.S. Hare Majesteit Teresa werd 12 jaar in februari.

Loperspraat – Van Brussel in rechte lijn naar Leuven

Stel je voor dat er een etappewedstrijd voor lopers zou bestaan. Een Tour de France bijvoorbeeld waar lopers met een verschillende bouw en specialisatie dagelijks strijden om de overwinning over diverse afstanden en ondergronden. Mega gespierde sprintkanonnen zouden dan ook uit de voeten moeten kunnen over een heuvelachtige halve marathon. Lichtgewicht marathonlopers zouden zich dan moeten bewijzen op een explosieve korte afstand. Zou iemand daar al ooit over nagedacht hebben? Er zijn wel marathons of atletiekmeetings die onder de noemer klassieker vallen, maar die hebben altijd een recentere geschiedenis dan pakweg een Parijs-Roubaix en dus ook een minder klinkende naam.

Op zondag 2 september liep ik mijn eigen loopklassieker. Een duurlooptraining in lijn: een specialleke om de geslaagde zomervakantie af te sluiten, iets met Brussel dus. Mijn idee was eerst om van Heverlee tot in Brussel te lopen en dan de trein naar huis te nemen. Toen ik dat aan mijn papa vertelde, merkte die fijntjes op dat het misschien logischer zou zijn om vanuit Brussel huiswaarts te lopen. Ik weet niet of alle papa’s dat hebben, maar de mijne kan in ieder geval heel terechte bedenkingen maken. Aankomen in Brussel leek me bijzonder, maar het is om verscheidene redenen minder aangenaam op de trein zitten na een duurloop dan ervoor. Bovendien dacht ik ook dat ik meer hoogteverlies zou hebben van Brussel naar huis dan omgekeerd. Spoiler: dat was niet het geval.

IMG_2945b

Zo haalde ik dus een week geleden mijn trailrugzak nog eens uit de kast. Dat was meer dan een jaar geleden, meer bepaald van de 50 km La Chouffe trail die ik vorig jaar liep in juli. Zonde eigenlijk dat ik hem sindsdien niet meer gebruikte, want ik vertelde hier al over al die keren dat ik één en al gedehydrateerd thuiskwam van een duurloop. Note to self: die rugzak met waterreservoir is echt wel praktisch voor een training en ik kan er ook mijn gsm en ander nuttig gerief in kwijt. Om 9 uur vertrok ik dus naar Leuven station. 4,2 kilometer later kwam ik daar aan. De proloog was een feit.

Om 10 uur kwam ik aan in Brussel Centraal. Een beetje onwennig toch om daar in bezwete looptenue te staan met alleen een bescheiden rugzakje. Het imaginaire startschot werd gegeven en ik vertrok meteen steil omhoog richting Wetstraat door het Warandepark. Ook zonder officieel loopevenement is het in Brussel rustig op zondagvoormiddag. Ik genoot van het eerste deel richting Jubelpark en dan verder over de Tervurenlaan. Het was ook nog eens perfect loopweer met een stralende zon die nog niet te hard scheen. Ik was overigens niet de enige sportieveling. Zowel in het Warande- en Jubelpark als op de Wetstraat en de Tervurenlaan waren er veel lopers op pad. Op een bepaald moment dacht ik zelfs dat ik in mijn fietspost over Brussel overdreven had met dat alomtegenwoordige en agressieve autoverkeer. Ik ontwaakte echter abrupt uit die droom toen er duchtig werd geclaxonneerd, een auto rakelings langs mij scheerde en een andere bestuurder op het zebrapad was gestopt voor het rode licht en dit weigerde vrij te maken.

IMG_2951b
Ik verzin dit niet: deze vijver langs de Tervurenlaan heet blijkbaar Lange Vijver en die daarnaast Ronde Vijver.

Het grote voordeel van deze training was dat ik de kilometers veel minder leek te voelen. Voor mijn lange duurlopen heb ik vaste toeren waar ik perfect weet hoe lang ik nog moet lopen vanaf elk punt. Die gewoonte werkt een zekere conditionering in de hand. Er zijn stukken waar het altijd zwaar is: of ik er nu 10 of 15 kilometer heb gelopen. Dat gevoel had ik nu helemaal niet. Ik moest het eerste deel vaak stoppen aan een verkeerslicht en daardoor had mijn biologische lopersklok weinig besef van het aantal gelopen kilometers. Ook aan mooie loopliedjes bleek een eind te komen.

In en rond het Park van Tervuren was het Gordelfestival volop aan de gang met tal van lopers en fietsers. Heel goed dat mensen samen aan het sporten gaan, maar geef mij maar verbindende lijnen in plaats van afscheidende cirkels. Het dappere lopertje moest dus ook door het Park lopen en het leek alsof de vijvers plots gegroeid waren. Niet dus, ik had mij weer maar eens mispakt. Je loopt niet eventjes door Tervuren, dat vraagt tijd. Ik voelde in één klap alle kilometers die ik al gelopen had. De laatste 12 kilometer waren dus minder comfortabel. Ik verkoos de weg binnendoor langs Leefdaal in plaats van de steenweg. Een logische keuze, maar het voetpad liep lastig: veel bulten, smalle stukken en vaak schuin aflopend. Wel een goede training voor mijn enkels.

IMG_2957b
De Mellaertsvijvers in Sint-Pieters-Woluwe

De virtuele finishboog van mijn loopklassieker stond aan mijn voordeur. Minder heroïsch dan in het wereldse Brussel, maar wel heel praktisch om gewoon thuis te zijn na 28,4 + 4,2 kilometer. Die hoogtemeters bleken dus helemaal niet in mijn voordeel te zijn en dat heb ik daags nadien gevoeld. Wat een race, wat een klassieker. Absoluut voor herhaling vatbaar!

Noot voor mijn trouwe volgertjes: gisteren verscheen er even per ongeluk een ietwat bizarre sneak preview van deze blogpost. Dat heeft een reden: ik heb deze post gebruikt om de verschillende fases van het schrijfproces in kaart te brengen voor mijn leerlingen. Ja kijk, je bent een leerkracht of niet. Een eerste opzet van dit bericht werd door een menselijke fout abusievelijk gepubliceerd. Sorry!

Loperspraat – Mijn loopkalender voor het najaar

Het voorjaar van 2018 viel voor mij helemaal in het water door een blessure die ik opliep in maart. Ik was in uitstekende vorm om een scherpe tijd te lopen op de marathon van Rotterdam, maar helaas pindakaas: ik was begin april al blij dat ik zonder kruk kon stappen. Om me toch tussen de lopers te kunnen begeven, drong ik me op als persoonlijke coach van Roos. Zoals het een goede coach betaamt, fietste ik mee als zij ging trainen. Ik denk dat Roos toen net wat meer kilometertjes deed dan ze aanvankelijk in gedachten had, maar als je je zus kan opbeuren door te gaan lopen, dan doe je dat natuurlijk. Zo werd ik haar chauffeur, compagnon en trouwe supporter op de Brussels, Antwerp en Fura 10 Miles en op de 20 km van Brussel. Het was wat vreemd en ook wel wrang om langs de kant te moeten staan, maar het zijn mooie zusterlijke herinneringen. Intussen liep ik al enkele wedstrijden en durf ik terug min of meer te vertrouwen op mijn beide benen. Ik zou mezelf niet zijn als het in mijn hoofd niet al wemelde van de plannen voor het najaar. 2018 geeft mij nog 16 weken om mijn gemiste voorjaar te compenseren.

In september staan er al meteen twee mooie wedstrijden op het programma. Aanstaande zondag loop ik de XL 10 Miles. Die XL staat voor Ixelles of Elsene en 10 miles zijn nog steeds 16 kilometer. Het vertrek is aan het Europees Parlement. De tocht bestaat uit twee rondes die je door de Matongéwijk tot bij het immer bruisende Flageyplein brengen om dan rond de vijvers en de Abdij Ter Kameren te draaien. Ik bezong hier al vaker mijn liefde voor Brussel en omgeving. Dit evenement is mij dan ook op het lijf geschreven. Vorig jaar finishte ik als derde vrouw. Het leverde me een officieel podium op en een joekel van een trofee. Dankzij radio Nostalgie was er veel ambiance daar in Elsene. Roos en ik waren onder de indruk van de dancemoves van de speaker die helemaal los ging op Alexandrie, Alexandra. Allen daarheen!

IMG_2080b
Roos is helemaal klaar voor de 20 kilometer van Brussel.

Op zondag 23 september neem ik deel aan de Leuven Nature Trail (25 km). Dit is een nieuwkomer op de loopkalender met een origineel concept: de lopers vertrekken met de trein in Leuven naar Sint-Joris-Weert. Er is geen gezamenlijke start, maar wel een tijdsmeting en klassement. Het parcours van de 25 kilometer loopt door Meerdaalwoud, langs de Zoete Waters en Abdij van ’t Park. De aankomst ligt aan het station van Leuven. Jammer genoeg zal ik dit jaar niet kunnen deelnemen aan de Zoniënwoud trail (21 oktober) en de trail in Meerdaalwoud (23 december), dus ik ben benieuwd of deze trein-trailervaring dat kan goed maken.

Oktober is traditiegetrouw marathonmaand. Al maanden was mijn plan duidelijk: ik zou met Roos de marathon van Brugge lopen op 21 oktober om haar te hazen naar een nieuwe recordtijd. Roos kocht in juni echter een huis samen met Niko en al snel werd duidelijk dat werken, verbouwen en trainen voor een marathon niet te verenigen zijn. Geen probleem, ik zou die marathon alleen tot een goed eind brengen om een week later de halve in Brussel nog te kunnen meepikken. Vorige week begon ik echter wat praktischer na te denken. Brugge is niet bij de deur, de volgende dag is gewoon werkendag en als een snelle tijd niet echt het doel is: zou het dan niet logischer zijn om de marathon van Brussel te lopen op 28 oktober? Ja dus. Het is nu definitief: ik ga voor een derde marathon van Brussel op mijn palmares. Dat Brusseltje toch: het blijft maar terugkomen in mijn verhalen. Het parcours werd gewijzigd met start én finish in het Jubelpark. De impressionante passage over de Grote Markt zal ik wel missen.

Op 18 november teken ik weer present voor de halve marathon in Kasterlee, die ik ook al drie keer liep. Vijf keer eigenlijk, want vorig jaar liep ik er de hele marathon en die bestaat uit twee identieke rondes. Ik heb daar afgezien: moederziel alleen liep ik door de Kastelse velden en hobbelweggetjes met een fikse tegenwind in een troosteloos niemandsland. Eén ronde volstaat dus wel op dit grotendeels off-road parcours waar het ook altijd guur herfstweer lijkt te zijn.

Ik kan maar beter wennen aan de Kastelse lucht en bodem. Vorige week stelde ik jullie al voor aan Juan. Wel, het is niet helemaal zonder doel dat ik zoveel met mijn fietsvriendje op gang ben. Hier vertelde ik al over de Hel van Kasterlee. Mijn broer won die wedstrijd al zes keer, maar ook mijn papa volbracht al vier keer zijn helletocht. Als vrouwelijke Odeyn en marathonloper met fietsambities werd mij steeds vaker de vraag gesteld waarom ik niet eens meedeed. Simpel: geen fiets en geen tijd. Toen ik dus plots in de zomervakantie een mountainbike ter beschikking had, waren die praktische bezwaren helemaal van de baan. Ja, ik ga dus deelnemen aan de Hel van Kasterlee op 16 december. Dat staat bij deze op virtueel papier. Dit is ongetwijfeld de grootste uitdaging die ik mezelf voorschotel. Ik weet dat ik lang aan een stuk kan lopen. Of ik ook 15 kilometer kan lopen, 118 kilometer kan mountainbiken en dan nog eens 30 kilometer kan lopen, dat weet ik toch niet zeker. Ik begeef me dus echt ver uit mijn sportieve comfortzone. Op glad ijs, maar gelukkig kan ik wel schaatsen. Finishen is het doel en de volgende dag nog een mens zijn: dat is mooi meegenomen. In oktober maak ik dus mijn rentree als marathonloper en in december maak ik mijn duatlondebuut, spannende tijden!

IMG_2863b

Loperspraat – Multisport en verkoeling in de maand augustus

Een maand geleden strooide ik gul in het rond met complimenten aan het adres van de maand juli. Vol vertrouwen ging ik verder op dat sportieve elan. Ik liep wat meer en sneller in de tweede helft van de zomervakantie en ik haalde een oude sporthobby van onder het stof. Kortom: in juli vond ik mezelf opnieuw uit als loper, in augustus herontdekte ik mezelf als sporter tout court.

Waar het in juli nog bakken, braden en vooral veel zweten was, bood augustus meer verkoeling. Zo liep ik weer eens in de regen en zag ik de natuur steeds groener worden. Lente in de zomer, kan dat? Mijn looptrainingen waren gevarieerd. Ik liep vaker ’s ochtends voor het ontbijt. Velen zullen mij voor gek verklaren, maar ik vind dat een ijzersterk begin van de dag, waardoor mijn energiepeil ongekende hoogten bereikt. Mijn duurlopen bouwde ik gestaag verder uit. Tot twee keer toe ging ik boven de 30 kilometer piepen en mensenlief: wat had ik daar een prachtig uitzicht op een nieuw marathonverhaal! Kilometers malen: het lijkt mijn tweede natuur te zijn.

De afgelopen maand stonden er ook twee wedstrijden op het programma. Op 15 augustus stond ik aan de start van de halve marathon Dwars door Zaventem en op 24 augustus nam ik deel aan de Voerhoekjogging (11,5 km) in Vossem. Beide wedstrijden begon ik met weinig verwachtingen. Kleine pijntjes in beide onderbenen baren me meteen grote zorgen: een sluimerende onzekerheid. Aangezien ik me ook blesseerde tijdens een wedstrijd, durf ik geen blitzstart te maken. In Zaventem begon ik daarom aan een heel gezapig tempo. Ik fietste tot daar en zag die 21 kilometer als een rustige duurtraining. Dat draaide anders uit. Tot kilometer 8 maakte ik me grote zorgen over een pijntje in mijn linkerbeen, dat uiteindelijk helemaal los liep. Net iets over de helft kwam er plots een versnelling uit mijn benen die ik al lang niet meer had gevoeld. Zo finishte ik als 5e vrouw en wat belangrijker was: met een heel goed gevoel. De Voerhoekjogging verliep volgens een gelijkaardig scenario. Ik zou niets forceren en vooral genieten van de omgeving. Halverwege ging de turbo toch aan en begon ik aan een remonte. Vertrouwen tanken, zoals dat heet.

IMG_2867b

De grote ster van de afgelopen maand was de mountainbike. In een heel ver verleden beoefende ik die sport al. Om aan te duiden dat het écht lang geleden is, zeg ik altijd: in de tijd dat ik nog wedstrijdjes kon doen met mijn broer. We spreken hier over mijn 15e tot 18e levensjaren. Toen ik 16 was, deed ik in de zomervakantie een studentenjob om een eigen mountainbike te kunnen kopen. Die is intussen al lang op een schroothoop beland. In juli zei mijn papa dat hij een nieuwe mountainbike zou kopen en dat opende perspectieven voor mij.

Mijn beide ouders zijn fervente lopers én fietsers. Mocht dat nog niet duidelijk zijn: ik heb mijn sportieve genen niet van vreemden. Er was dus een mountainbike “over” en ik kon heel wat fietskleding gebruiken van mijn mama. Zo kroop ik op 7 augustus weer eens op een mountainbike. En wat voor één! We hebben het hier over een 4-jarige Orbea Alma. Wie nu een resem technische specificaties verwacht, zal ik moeten teleurstellen. Ik kan wel zeggen dat ik nu all the way fiets met klikpedalen en schijfremmen. Mijn eerste kilometers fietste ik op vlak eentonig terrein (Vaart en Demer) om wat aan het gevoel te wennen. Dat zat snel goed. Tijd dus om het bos te gaan verkennen. Wat een plezier! Ik beleefde een tweede jeugd, maar dan zonder oplaaiende hormonen en peer pressure.

IMG_2926b

Er is dus een tweede fiets in mijn leven. Ik heb al eens de neiging om objecten te personifiëren. De mountainbike kreeg dan ook een naam. We hebben het vanaf nu over Juan. Orbea is namelijk een Spaans (Baskisch) merk en Juan is De Spaanse variant van Jan, mijn papa’s naam. De liefde voor Juan nam meteen ernstige vormen aan. Zo noem ik hem soms al liefkozend Juanie en wil ik hem liefst van al ook in huis bij me hebben. Eén en al liefde dus. Mijn sportieve actieradius werd dankzij Juan uitgebreid. Tervuren ligt nu echt om de hoek. Ik volgde daar al enkele mountainbikeroutes en die stelden niet teleur. Ook dichter bij huis is er heel wat moois te ontdekken op mijn stoere tweewieler.

Geen nood voor wie gek is op mijn loopverhalen en zich nu bedrogen voelt omdat Jokeloopt nu ook fietst. Ik blijf een loper, zoals ik ook niet meteen geen lezer meer ben omdat ik de film eens beter vind dan het boek. Mijn sportieve ei kan ik nu volledig kwijt in een tweede sport, zodat het gemakkelijker is om mijn loopkilometers binnen de perken te houden. Ik loop nog altijd veel, meer dan wat mensen gemiddeld “normaal” zullen vinden, maar ik bouw meer rustdagen in. Die kleine pijntjes blijven me eraan herinneren dat meer lopen niet altijd nodig is. Juan staat vanaf nu altijd paraat om mij op te vangen.

Maandag begint het nieuwe schooljaar. Ik ga dus weer aan het werk en zal creatiever met mijn agenda moeten omspringen. Dat betekent dat ik wat harder in de dagen zal moeten knijpen om er alles uit te persen. Dankuwel Augustus, u was een prachtige sportmaand!

Duatlonspecial – Wat je moet weten over duatlon, Seppe Odeyn en het WK

Zondag 2 september 2018 is het zover: dan vindt het wereldkampioenschap lange afstand duatlon plaats in Zofingen (Zwitserland). Mijn broer Seppe zal dan opnieuw een gooi doen naar de wereldtitel. In september 2016 bracht hij de titel al eens naar België. Vorig jaar werd hij, net zoals in 2015, vice-wereldkampioen. Hij staat dit jaar voor de vijfde keer aan de start van dit WK. Redenen genoeg dus om jullie een korte inleiding te geven over de – helaas onbekende – duatlonsport, mijn broer die hierin tot de wereldtop behoort en het komende wereldkampioenschap.

De olympische sport triatlon zal bij velen bekender in de oren klinken met de Ironman-competitie als bekendste wedstrijdenreeks over de volledige afstand. De atleten zwemmen 3,8 kilometer, fietsen er 180 en sluiten af met een marathon, goed voor 42,2 kilometer lopen. Mijn broer nam dit jaar deel aan maar liefst drie Ironmans: Texas in april, Lanzarote in mei en Tallinn in augustus. Hij eindigde telkens nét buiten de top 10. Dat is heel straf voor iemand die zegt dat hij nog wedstrijdervaring moet op doen in de grote triatlons en die niet geboren werd als waterrat. Duatlon wordt ook al eens verward met de olympische wintersport biatlon, een langlaufwedstrijd waarbij de atleten onderweg met een geweer op doel moeten schieten. Mijn broer zou hier waarschijnlijk goed in zijn, maar bij gebrek aan sneeuw en een wapenvergunning kan hij zich hier niet op toeleggen.

seppe2

Duatlon bestaat uit drie onderdelen: de atleten lopen eerst, springen dan op de fiets en sluiten weer af met een loopnummer. Net zoals er ook kwart- en halve triatlons georganiseerd worden, verschillen ook de afstand en aard van het parcours van een duatlon. Zo is het Belgisch kampioenschap bijvoorbeeld een cross duatlon over de korte afstand, waar dus met een mountainbike wordt gefietst. Er bestaat ook een Belgisch en Europees kampioenschap over de lange afstand (10-60-10). Seppe behaalde al titels in beide disciplines en is ook zesvoudig winnaar van de Hel van Kasterlee. Een wedstrijd die zich niet voor niets de zwaarste winterduatlon ter wereld noemt. Op de Kempische bodem van Kasterlee wordt 15 kilometer gelopen, 118 kilometer gemountainbiket, om de benen nog eens finaal los te gooien met een run van 30 kilometer. Aangezien er gestreden wordt in december zijn de weersomstandigheden onverbiddelijk: kou, ijs en nattigheid behoren dan ook tot het vaste repertoire.

seppe3

Het is overigens op die Kastelse grond dat mijn broer zijn eerste stapjes (en trapjes) in de duatlonsport zette. Als ik juist kan tellen, was het op 24-jarige leeftijd dat hij de overstap maakte van het wielrennen naar de duatlon. In dit oprechte portret van Vojo Magazine dat vorig jaar over hem verscheen, kan je daar meer over lezen. Ik vertelde hier al dat hij naast zijn professionele topsportleven als duatleet en triatleet ook nog een job als vertegenwoordiger voor fietsenmerk Orbea heeft. Dat betekent trainen in vrije momenten en dus in alle vroegte of donkerte: over toewijding gesproken. Duatlon is een kleine wereld die weinig bekendheid geniet in het medialandschap, maar het is niet zomaar een opstapje naar de triatlon. Het prijzengeld ligt daar echter hoger, de sport kent meer prestige en triatleten hebben bijgevolg een grotere sterrenstatus dan mijn broer. Jammer, want Seppe Odeyn is een naam die klinkt als een klok in het duatlonmilieu en zijn wereldtitel in 2016 leverde hem ook een nominatie op de longlist voor sportman van het jaar op.

Het wereldkampioenschap lange afstand duatlon behoort tot de Powerman-competitie, zeg maar de Ironman van de duatlon. Seppe won in februari nog een Powerman-wedstrijd op Mallorca. Op de Powerman-ranking eindigde hij in 2016 op nummer 1. Seppe Odeyn is met andere woorden dus de Rafael Nadal van zijn sport, maar dan zonder Aston Martin. Het Zwitserse Zofingen is de vaste locatie voor het WK duatlon lange afstand. De wedstrijd is een klepper van formaat en omvangt 10 kilometer lopen, 150 kilometer fietsen en een afsluitend loopnummer van 30 kilometer. In 2016 volbracht Seppe dat kunstje in 6u23. Wie durft nu nog te beweren dat duatlon het kleine of minderwaardige broertje is van triatlon? België heeft overigens een stevige reputatie in de duatlon. De betreurde Benny Vansteelant schreef vijf wereldtitels op zijn naam, diens broer Joerie haalde er drie binnen en Rob Woestenborgs was goed voor één zege in Zofingen.

seppe1

Naast Seppe Odeyn worden ook Søren Bystrop (Denemarken), Gaël Le Bellec (Frankrijk) en Felix Köhler (Duitsland) tot de kanshebbers op de wereldtitel gerekend. Bij de vrouwen is het de vraag of de Britse Emma Pooley haar vijfde kampioenschap op rij kan winnen. Om alvast wat in de sfeer te komen, kan je hier een uitgebreid videoverslag van de race in 2016 bekijken: de editie die mijn broer dus won. Vanaf 1:14:00 zie je hoe hij op de finish afstormt, applaus in ontvangst neemt van enthousiaste Zwitsers en letterlijk door het lint mag gaan. Andere aanwezige elementen zijn: een Belgische vlag, een vreemde hond als mascotte, zonnebloemen en zelfs cheerleaders. Stand up for the champion! In het interview met de kersverse wereldkampioen kan je zien en horen dat mijn broer ook welbespraakt is in het Engels. Om het met de samenvattende woorden van de interviewer te zeggen: You started like a rocket, you finished like a champion!

Wie zich bij wijze van voorbereiding nog verder wil verdiepen in de sportieve carrière en avonturen van mijn broer, kan zich inlezen op Seppes website en blog. Jullie willen nu natuurlijk helemaal niets missen van dit wereldkampioenschap. Er is helaas geen plaats meer in de auto’s van de familieleden en supporters die naar Zofingen afzakken en Sporza beseft nog niet dat deze race uitzendwaardig is. Niet getreurd: je kan de wedstrijd volgen via livestreaming op de gloednieuwe Powerman Zofingen site. Ik zeg: kijken en supporteren!

Loperspraat – Beginnersfouten die ik nog steeds maak

Ik vertelde jullie vorige week over de beginnersfouten die ik maakte als loper. Zowel wat betreft mijn kleding en voeding als mijn trainingsprincipes leerde ik wat werkte en wat niet door zo maar wat te doen. Trial and error om het doordachter te laten klinken. Inmiddels heb ik een patroon vastgesteld in de manier waarop ik omga met een nieuwe bezigheid of hobby. Aanvankelijk begin ik altijd low profile: ik zie het als een uitdaging om met zo weinig mogelijk specifiek materiaal mijn plan te trekken. Ik zou bij wijze van spreken van een oud laken een judopak in elkaar naaien. Dan volgt een fase waarin ik volledig opga in die bezigheid en dat betekent ook dat ik me helemaal ga inlezen. Ik zou het dan hebben over mijn uwagi en zibon, want ah ja: zo heten een judojas en judobroek. Tot slot volgt dan de conclusie dat ik dit en dat toch echt wel nodig heb en begin ik een prijsvergelijkende studie. Ik ga kortom overstag en investeer in een judopak of judogi. Gelukkig ben ik mijn hobby’s niet snel beu. Oké, ik verzamel geen schelpen en postzegels meer, maar ik heb ook geen duur fitnesstoestel dat als kapstok dient of een duikset om de deur open te houden. Dat scheelt. Doorgaans leer ik dus uit mijn beginnersfase. Er zijn echter ook bepaalde denkbeelden en gewoontes vastgeroest in mijn systeem als loper en die krijg ik er niet zo gemakkelijk uit. Voor alle duidelijkheid: ik ambieer geen carrière als judoka.

Eén van mijn gewoontes van het eerste uur is dat ik nog te vaak denk in trainingskilometers in plaats van in loopminuten. Toen ik zelf een marathonschema opstelde, baseerde ik me op andere schema’s die uitgingen van het aantal gelopen kilometers. De schema’s die ik tegenwoordig zie verschijnen in looptijdschriften vertellen je hoeveel minuten je moet lopen en aan welke intensiteit. 8 kilometer lopen aan een rustig tempo en daar 48 minuten over doen of het gaspedaal induwen en diezelfde afstand afleggen in 38 minuten, levert een andere training op, hoewel de afstand dezelfde is. Het voordeel van schema’s die uitgaan van het aantal gelopen minuten is dat ze je verplichten om niet steeds hetzelfde tempo te lopen. Ik vind het nadeel hiervan dat het lastiger is om je tempo te laten afhangen van het moment. Het is namelijk niet altijd goed in te schatten hoe je benen zijn en als dan op mijn schema zou staan dat ik 8 kilometer moet lopen aan een hoge intensiteit, dan zal ik daar niet zomaar van afwijken. Bovendien denk ik ook over mijn looproutes in termen van kilometers. Door intervaltrainingen in te bouwen en in te spelen op de vorm van de dag ga ik ervan uit dat ik voldoende varieer in intensiteit. Ik staar me al eens blind op die kilometers en ik durf dus gerust te bekennen dat ik al meermaals een lusje extra gelopen heb omdat ik van plan was om 12 kilometer te lopen en geen 11,6.

Over cijfers gesproken: ik kan nogal opgaan in getallen en tijden. Voor een wedstrijd zoek ik mijn tijden van voorbijgaande jaren op en bekijk ik mijn kilometersplits om te zien waar ik eventueel nog tijdwinst kan boeken. Allemaal goed, maar ik hou daarbij onvoldoende rekening met de specifieke omstandigheden. Zo was ik in mei 2017 ontgoocheld dat ik een halve minuut trager had gelopen op de 20 km van Brussel dan het jaar voordien. Het gold voor mij niet als een verzachtende omstandigheid dat het weer in 2017 te omschrijven was als “drukkend onaangenaam warm” en dat er op voorhand in het nieuws gewaarschuwd werd voor de hitte. Belachelijk natuurlijk, want dat ik op maar een halve minuut van mijn snelle tijd van het jaar voordien strandde, was misschien zelfs een straffere prestatie. Ook de cijfers en prognoses die mijn Garmin aangeeft, neem ik vaak te ernstig. Ik weet dat de metingen van een GPS-horloge gebaseerd zijn op algemene parameters die onvoldoende individueel zijn afgestemd en dat daar ook nog een behoorlijke foutenmarge op zit, maar het is sterker dan mezelf om waarde te hechten aan die getallen.

Ik blijf ook bijzonder hardleers als het gaat over hydratatie. Natuurlijk weet ik dat je voldoende water moet drinken. In voorbereiding van een marathon besteed ik daar wel aandacht aan: ik zorg er dan voor dat ik 2 liter water drink de dag voordien. Voor een training heb ik daar weinig oog voor. Zo ben ik al heel vaak vertrokken met een droge mond omdat ik wel koffie heb gedronken, maar geen water. Bij een kortere training resulteert dit niet meteen in lichamelijk klachten, bij een duurloop is dat toch anders. Als het echt warm is, dan zal ik drinken meenemen en ergens halverwege ook een bevoorrading voorzien. Ik lijk soms te vergeten dat 20 graden ook al warm is om te lopen en 30 kilometer een behoorlijke afstand. Water meenemen lijkt op voorhand dan zoveel gedoe. Dat slaat nergens op: ik heb vandaag maar weer eens ervaren hoe onaangenaam het is om kilometers lang te snakken naar slechts een paar slokken water. Ik moest mezelf bedwingen om niet uit een waterplas te drinken onderweg. Een beetje afzien op training kan geen kwaad, maar je maakt het je lichaam wel erg zwaar om gedehydrateerd te blijven lopen. Bovendien ben ik nogal een zweter, dus op ruim 2,5 uur verlies ik heel veel vocht. Dit is onder andere nadelig voor het herstel nadien. Ik blijf dan ook zitten met een niet te lessen dorst. Vreemd genoeg vergeet ik dus steeds weer hoe vervelend dat is.

Tot slot mijn allergrootste werkpunt: rust. Ik kan heel veel doen op een dag en bikkelhard zijn voor mezelf. Mijn papa zei vorige week nog voor de grap (hoop ik) dat ik een goede slavendrijver geweest zou zijn in het oude Egypte. Slaap is bij mij al een schaars goed en ik offer net iets te gemakkelijk een uur slaap op voor een ochtendlijke looptraining. Als het in mijn hoofd zit dat ik ga lopen, dan zal dat gebeuren. Ik sus mezelf dan met de gedachte dat ik daarna eens zo goed in de zetel zal zitten. Dat is deels ook wel zo, maar soms is het verstandiger om te kiezen voor rust. Goed trainen wil ook zeggen: goed rusten. Trainingen inplannen vormt geen probleem, rust inlassen daarentegen wel. Om maximaal rendement te halen uit je trainingen, moet je die zo uitgerust mogelijk kunnen afleggen. In navolging van Joop Zoetemelk denk ik dat je niet alleen de Tour, maar ook een marathon spreekwoordelijk in bed kan winnen.

Het moment – Fietsen, lopen en lezen in Tervuren

Ik leerde Tervuren kennen op 28 maart 2015. Toen nam ik voor het eerst deel aan de Furaloop*. Roos en ik zouden zo’n twee maanden later onze eerste marathon lopen. Ik herinner me nog goed dat we samen met onze papa in de auto zaten te wachten. Het regende en eerlijk gezegd hadden mijn zus en ik er niet zoveel zin in. Mijn zelf opgestelde marathonschema was best pittig en we hadden dus al heel wat kilometers afgelegd die week. Te veel eigenlijk. 16 kilometers in het Zoniënwoud lopen, klonk op dat moment dan ook niet meteen als muziek in onze oren. Het bleken uiteindelijk 16 prachtige kilometers te zijn, die ik onverwacht ook nog eens snel afwerkte. Sindsdien is het dik aan tussen Tervuren en mij.

IMG_2839b

In oktober 2015 liep ik voor het eerst de marathon in Brussel, die net zo goed Brussel-Tervuren-Brussel zou kunnen heten. Via de beruchte Tervurenlaan komen de marathonlopers in het Park van Tervuren. Ik had op de kaart van het parcours natuurlijk gezien dat daar rond de vijvers wordt gelopen, maar in mijn gedachten was dat een bescheiden vijver. Zo één van het formaat waar je in 10 minuten wel rond bent. Niet dus: in het Park van Tervuren is niets klein. Adjectieven als majestueus en prestigieus zijn hier op hun plaats. Het park heeft dan ook een koninklijke geschiedenis. Koning Leopold II zag alles groots en bouwde het park en de Tervurenlaan uit aan het einde van de 19e eeuw volgens zijn persoonlijke royale standaard. Wie het graag wat chiquer heeft, mag dan ook zeggen: de Warande van Tervuren of het Warandepark. Het is als loper op z’n zachtst gezegd imponerend als je over een autovrije Tervurenlaan langs de Jazzfontein een ronde door dat park loopt.

IMG_2049b
Ik kocht in mei een nieuwe fiets. Die testte ik meteen met een ritje naar Tervuren. Waar anders zou de Cortina Blue Lake beter kunnen poseren dan hier?

Een jaar later liep ik weer de Furaloop en begon het mij te dagen dat Tervuren niet zo ver van mijn woonplaats ligt, aangezien er op het einde van mijn straat een wegwijzer staat met “Tervuren 13”. In oktober 2016 zou ik voor de tweede keer de marathon van Brussel lopen. Een marathon die ik al eens liep en die tot op 13 kilometer van mijn woonst passeert: dat is een uitgelezen kans om het parcours wat grondiger te (ver)kennen. Zo fietste ik dus voor die marathon in Brussel een paar keer tot in het Park om van daaruit het verraderlijke stuk van de vijvers tot aan Sint-Pieters-Woluwe te lopen en terug. Die marathon zou mij niet meer hebben liggen. Ik wist exact welke kilometers op- of aflopend waren en dat het stuk rond de vijvers toch zo’n 5 kilometer lang is. Of het door die parcoursverkenning kwam of niet: de marathon die ik op 2 oktober 2016 liep, beschouw ik nog altijd als mijn ultieme marathonervaring. Ik finishte als 8e vrouw in 3:22:30. Sindsdien is het nog dikker aan tussen Tervuren en mij.

IMG_2716

Mijn innige vertrouwensband met Tervuren dient soms louter sportieve redenen. Dan fiets ik tot daar in looptenue en loop ik langs de vijvers verder het Zoniënwoud in. Een mooie looproute die nooit teleurstelt. Soms is de insteek van mijn fietstocht ook van louter ontspannende aard. Als Joke naar het Park van Tervuren gaat, dan neemt ze mee: de krant, een boek en een thermos koffie. Voor zoetigheid of een goed brood kan ik bakkerijen Au Flan Breton (Tervuren centrum) en Vogelaers (Vossem) van harte aanbevelen. Het Park van Tervuren werkt als mijn persoonlijke zen-master. Je bent er nooit alleen, maar er gaat een enorme rust uit van die plaats. Ook de eenden daar lijken vredevoller met elkaar om te gaan. Je komt er niet zelden een paard en ruiter tegen. Er wordt gepicknickt en de hond wordt uitgelaten. Eerlijk is eerlijk: het elitaire sfeertje blijft ook anno 2018 nazinderen in de Warande van Tervuren. De doorsnee wandelaar in het Park paradeert meer dan dat hij stapt. Aangezien mijn prinsessengehalte bijzonder laag ligt, hou ik het daarom bij op mijn favoriete bank zitten en lezen.

IMG_1318b

Het Park van Tervuren ligt ook halverwege mijn fietsroute naar Brussel. Morgen vertel ik jullie graag meer over mijn uitstapjes naar onze hoofdstad. Toerist in eigen land!

IMG_2159b

*De Furaloop gaat inmiddels door het leven in een hipper jasje: de Fura 10 Miles.

 

 

 

Loperspraat – Mijn beginnersfouten #2

Beginnersfouten dus, daar had ik het over. Zowel qua kleding als voeding sloeg ik de nodige missers. Ook mijn looptrainingen waren in het begin weinig doordacht. Ik deed niet aan opbouwen, maar ging voor de korte pijn: meteen een half uur aan een stuk lopen. Een mooi voorbeeld van mijn soms toch wel aanwezige je m’en foutisme. Ik zou dit niet per se onder de noemer beginnersfout scharen. Evy Gruyaert heeft velen aan het lopen gekregen met haar Start to run, maar ik denk dat die aanpak niet aan iedereen besteed is. Ik hoor ook soms dat mensen ergens halverwege Start to run stoppen met lopen omdat ze weinig vooruitgang boeken en je dat wel wekenlang moet kunnen volhouden. Het lijkt me een ideale introductie als je nooit echt hebt gesport of om andere redenen rustig aan moet opbouwen. Voor meer ervaren sporters is er niets mis met gaan lopen en zien waar het schip strandt. Op voorwaarde dat je wel signalen oppikt van je lichaam.

Tegen die regel zondigde ik wel. Luisteren naar mijn lichaam deed ik zelden. Behalve dus als het echt misliep omdat ik onaangepast of te weinig had gegeten vlak voor een lange duurloop. Wellicht zou ik mijn achillespeesblessure, die ik opliep als gevolg van mijn ondoordachte opbouw, hebben kunnen vermijden als ik iets minder voortvarend te werk was gegaan. Bijvoorbeeld niet meteen een half uur aan een stuk lopen, maar 3x 10 minuten met tussendoor wat wandelen. Meten is weten. Ik mat niets en dat gaf me het ideale excuus om koppig door te blijven gaan. Als ik dan al iets van een pijntje voelde, dan negeerde ik het, want dat waait wel over. Soms is dat zo, soms ook niet.

Er zat ook weinig variatie in mijn looptoertjes. Helemaal in het begin ging ik op de Finse piste rondjes van 1 kilometer lopen. Ik hou wel van dat monotone lopen, maar heel stimulerend is het niet. Omdat er ook geen variatie zat in mijn langere toeren, leken die vaak volgens hetzelfde stramien te verlopen: altijd hetzelfde punt waar het zwaar werd, of die wind daar nu mee of tegen stond. Bij mijn duurlopen hetzelfde verhaal. We liepen meestal langs de Vaart tot halverwege de beoogde afstand en dan rechtsomkeert naar huis. Op één lijn lopen kan demotiverend werken. Je weet immers nog exact hoe lang de weg naar huis is. Dat weet je natuurlijk ook als je die afstand meet, maar de beleving is heel anders. Variatie in zowel duur, intensiteit als het tijdstip op de dag dat je gaat lopen zorgen ervoor dat je om je heen blijft kijken en minder volgens vastgeroeste patronen loopt. Nu vind ik het een heerlijk gevoel om na te denken over hoe en waarheen ik zal lopen.

Ik had er toen dus geen idee van hoe ver en snel ik liep. Dat is op zich geen probleem, al kan het soms wel verhelderend zijn. Je perceptie van snelheid is niet altijd juist. Soms lijkt het alsof je voor geen meter vooruit gaat, maar is dat niet correct. Bij mijn eerste stratenlopen liet ik mij veel te hard opjagen door de massa. Ik had een bepaalde tijd voor ogen die ik wilde behalen, maar ik wist ook dat ik dan alles moest geven. Dat betekende volle gas vanaf de start tot ik na een paar kilometer voelde dat ik te hard van stapel was gelopen om dan mijn tanden op elkaar te zetten en te blijven doorjassen. Ik bereikte mijn doel meestal wel op die manier, maar het is allesbehalve een aangename manier van lopen. Ook toen ik later wel een GPS-horloge had, liet ik mij maar wat graag op sleeptouw nemen door de massa. Bij mijn tweede 20 km van Brussel was ik er zo op gebrand mijn vorige tijd aan flarden te lopen dat ik de eerste kilometers niet kon geloven dat ik echt zo hard liep. Ik heb dat toen bekocht en moest aan snelheid inboeten. Mijn minst gunstige streeftijd haalde ik dan ook maar ternauwernood, wat als een teleurstelling aanvoelde. Indelen en temporiseren: juist dat is de sleutel voor een snelle en aangename race.

Tot zover de valkuilen waar ik nu (bijna niet) meer in loop. Er zijn echter ook beginnersfouten waar ik mij nog al te vaak aan bezondig. Daarover een volgende keer meer.

 

Loperspraat – Mijn beginnersfouten #1

Ik heb het hier al vaak gezegd: ik begon met lopen en deed zo maar wat. Eigenzinnig als ik ben, werd het dus een aanpak op geheel eigen wijze. Op een gegeven moment trok ik gewoon mijn loopschoenen aan en voila, mijn eerste echte training voor de 20 km van Brussel was een feit. Lopen is een sport die zich uitstekend leent voor een no nonsense aanpak. Ik was helemaal niet thuis in de loperswereld en had me ook niet voorbereid. Iedereen kan toch lopen? Inmiddels ben ik er achter gekomen dat lopen an sich inderdaad weinig voorbereiding vraagt, maar dat andere factoren wel mee zullen bepalen hoe dat lopen je bevalt. Bij deze dus een bloemlezing uit mijn beginnersfouten.

Laten we beginnen met het meest zichtbaar gênante onderdeel: kleding. In de meeste beginnerslijstje zal schoeisel als beginnersfout nummer 1 te boek staan. Ik had Adidas schoenen die ik enkele jaren geleden nieuw had gekocht in een speciaalzaak. Dat was dus geen probleem. Loopkleding had ik niet. Het zat namelijk zo: ik had kleding van Esprit Sports om te gaan paardrijden. Sportkleding dus. Lopen is toch sport? Ik zag er dus de noodzaak niet van in om aparte loopkleding aan te schaffen. Bijgevolg liep ik in katoenen kleding. Toen ik na ruim een maand de smaak toch goed te pakken had, bestelde ik zelfs nog wat nieuwe kleding van dat merk om mijn collectie uit te breiden. Zo had ik bijvoorbeeld een muntgroene (jawel) joggingbroek en behoorlijk wat polo’s en topjes, sommige in schreeuwerige kleuren. Echt heel chique als je gaat paardrijden, maar ik ging daar mee lopen. De ergste broek die ik had, was een blauw blinkend loszittend driekwartsgeval dat kwam uit de yoga-lijn. Ik hoef er geen tekening bij te maken om duidelijk te maken dat die broek niet flatterend was. Het enige goede eraan was de synthetische stof die wel licht aanvoelde. Godzijdank zag ik het licht vlak voor ik mijn eerste 20 km van Brussel zou lopen. Ik bestelde loopkleding van Nike: het echte spul. Als beginner moet je niet meteen honderden euro’s uitgeven aan dure loopkleding. Zorg voor goede loopschoenen en draag iets waar je je goed in voelt. Een fatsoenlijk sportshirt en -broek kosten echter geen fortuin. Loopkleding is niet voor niets bedacht en gemaakt. Katoen is niet gemaakt om hard in te zweten. Los van het feit dat elke zweetdruppel zichtbaar is, wordt de stof ook meteen nat en zwaar. Dat is onaangenaam en je krijgt er sneller schuurplekken van. Het dri-fit materiaal, waar de meeste sportkleding van gemaakt is, zit zoveel aangenamer. Als je dat één keer hebt gedragen, besef je dat katoen ideaal is voor het dagelijks niet-lopersleven. Esprit Sports is dus een goede klant aan mij verloren.

De tweede grote fout waar ik mij aan bezondigde, was een onaangepast voedingspatroon voor een grote inspanning: duurloop dus. Ik stond er eerlijk gezegd niet bij stil dat als je langer dan een uur gaat lopen, je lichaam brandstof nodig heeft en dat het kan tegensputteren als je te veel van het verteringsmechanisme vraagt. Mijn kledingflaters zag ik sneller in dan mijn voedingsfouten. Gek eigenlijk, want van voeding had ik meer last dan van die onaangepaste kleding. Wat deed ik fout? Ik was gewoon niet met voeding bezig en als ik er wel over nadacht, dan waren mijn principes helemaal fout. Ik verwarde calorierijk al eens met voedzaam. Zo leken een croissant en een chocoladebroodje mij een goede basis om een halve marathon op te lopen. Uiteindelijk liep ik er wel effectief een snelle halve op in Brussel (1:43), maar ik werd er tijdens de race wel meermaals aan herinnerd dat ik een vettig ontbijtje had weggewerkt. Een soortgelijk voorval speelde zich af toen ik eens op een vrijdagnamiddag 20 kilometer ging lopen. Ik kwam thuis van mijn werk en bedacht dat ik wel eerst nog iets moest eten. Waarom geen grote kom yoghurt met banaan, kiwi, sinaasappel en granola? Gezond toch? Laten dit nu net allemaal ingrediënten zijn die de darmactiviteit in de hand werken omdat ze wel wat vertering vragen. Zo liep ik mijn eerste duurloop waarbij ik sanitaire noodstops moest maken. Mijn lichaam was heel duidelijk: het is óf lopen óf verteren. Ik heb daar echt wel een duidelijk lesje geleerd. Hoewel ik later nog eens dezelfde fout heb gemaakt door een grote kom groenten te eten vlak voor ik ging lopen. Werkt niet. Soms gebeurde ook het omgekeerde en ging ik 26 kilometer lopen met één pistolet als ontbijt. Lopen met flanellen benen was het gevolg. Ik heb hier kortom van geleerd dat ik minstens twee uur voor een duurloop niet mag eten. Licht verteerbaar wil zeggen: niet te vettig, geen pitten, zaden of muesli-achtige zaken. Qua hoeveelheid probeer ik voor een duurloop net een boterham of pistolet meer weg te werken dan wat ik normaal zou eten. Yoghurt, groenten en fruit hou ik beter voor na de inspanning. Voor de marathon ben ik nog strenger, maar daar vertel ik later meer over.

Morgen komen jullie te weten welke beginnersfouten ik maakte in mijn looptrainingen zelf.