De gedachte – Over zeeën van tijd

Naar aanleiding van Singles’ Day begon ik in november 2022 aan een blogconcept met de werktitel Over alleen zijn. De 11e dag van de 11e maand bestaat uit vier 1’tjes op rij die de singles overal ten velde willen vieren en hen vooral aan het kopen wil krijgen. Ik haalde mijn neus op voor deze marketinghype die uit China kwam overwaaien. Op dat moment was ik al geruime tijd een singletje, al zal je mij dat woord enkel horen gebruiken binnen de context van de jaren 90 toen ik met mijn zakgeld cd-singles ging kopen*. Nog steeds word ik lichtjes geagiteerd als ik het woord single hoor als aanduiding voor iemand die zich niet in een amoureuze relatie bevindt. Ik wilde de cultus rondom het single-dom zijn pluimen ontnemen. Ik vind het nog steeds raar dat er een etiket bestaat voor iemand die geen relatie heeft, maar dat de pendant double niet bestaat. Discriminatie op semantisch niveau die zich ook maatschappelijk liet voelen. Bovendien voelde ik verzet tegenover alles wat het alleen-zijn verheerlijkte: de single-status als lifestyle, ik was niet mee. Ik maakte die blogtekst nooit af omdat ik me ergens ook een enorme zeikerd zou voelen als ik eens haarfijn zou gaan uitleggen waarom single zijn geen lachertje is. 

Het zegt vooral veel over hoe ik me op dat moment voelde. Ik was graag alleen en ik vond van mezelf ook dat ik goed alleen kon zijn. Tijdens een drukke dag kon ik verlangen naar het moment dat ik alleen zou zijn, veilig in mijn thuishaven van waaruit ik dagelijks met mijn bootje vertrok en er weer naartoe roeide als het mij te veel werd. Het kostte mij geen enkele moeite om avonden alleen te spenderen, in de zetel met een boek bijvoorbeeld. Om een weekend geen sociale afspraken te hebben en helemaal alleen te kunnen beslissen hoe ik mijn sportieve activiteiten zou inplannen. Ik kon zo vroeg opstaan als ik zelf wilde. De rommeltjes in huis waren helemaal alleen van mezelf. Ik kon elke dag kiezen wat de pot schafte. Bovendien werd ik graag gezien door mijn nabije omgeving. Ik was sociaal liefdevol omringd. Er was altijd iemand die met mij een koffie wilde gaan drinken. Ik was een plantrekker die in haar eigen wereldje de baas was. Ik vond dat ik best goed kon thuiskomen bij mezelf.

Er was ook een keerzijde aan de medaille. Ik voelde vaak een onbestemd, maar wel heel groot gemis. Mijn thuis was net zo goed een plek waar ik mezelf in hardheid onderdompelde. Ik werd soms doodmoe en besluiteloos omdat ik werkelijk over alles moest nadenken en elke beslissing er één van mezelf was. Voor iemand die al een neiging heeft tot overpeinzen is de denklast als alleenwonende bijzonder hoog. Ik kon geen enkel klusje uitbesteden. Ook financieel voelde ik veel druk. Ik moest bovendien vaak de aanname ontkrachten dat ik meer tijd zou hebben dan iemand die een gezin had. Een huishouden van één persoon draaiende houden met één persoon is net zo goed heel veel werk. De norm lijkt te zijn dat je niet alleen bent en dat versterkte het gevoel dat ik me onbegrepen, ongehoord of irrelevant voelde. Ik voelde me best vaak eenzaam en ik moest ook steeds harder mijn best doen om dat voor mezelf te blijven ontkennen.

Ik ken een raadsel over eenzaamheid, het gaat als volgt: wat doet pijn en telt voor twee? – Spinvis

Ik heb echt heel gezellige kerstdagen met mezelf beleefd waarbij ik vooral blij was met de vrijheid die ik had om mijn eigen feestje vorm te geven. Wat steeds vaker pijn ging doen was om thuis te komen bij alleen mezelf nadat ik een weekend met zussen of ander goed gezelschap had gespendeerd. Ik had dan wel huisdieren die blij waren met mijn thuiskomst, maar ik werd ook weer teruggeworpen op het bikkelharde regime dat ik mezelf had opgelegd. Thuis kon ik mijn wagentje niet aankoppelen aan dat van een ander. Ik verzeilde vaak in aanslepende interne dialogen met een ontmoedigende ondertoon. Mijn vrijheid ging behoorlijk beklemmend aanvoelen omdat mijn referentiekader alleen op mezelf was afgestemd. De tijd die voor me lag leek eindeloos, maar de eisen die ik stelde aan de opvulling ervan waren torenhoog.

Ik hou van de zee en ik hou ook van de muziek van de Nederlandse singer-songwriter Froukje. Haar recentste album Noodzakelijk Verdriet zou ik een jankplaat in positieve zin durven noemen. Er is de afgelopen weken nog geen dag voorbij gegaan dat ik niet naar Froukje heb geluisterd. Het nummer Zeeën van liefde katapulteerde me helemaal terug naar de periode in mijn leven dat ik alleen was. Van alles dat erg is, is het alleen doen het ergst – het allerergst. Herkenbaarheid alom. Hoe vaak ik me reddeloos en afgedreven voelde. Dat ik echt niet wist wat ik in hemelsnaam aan moest met zeeën van tijd. Ik zal de verdrietige kant van die periode niet snel vergeten en dat hoeft ook niet. Het was immers niet al kommer en kwel. Ik leerde ook heel veel over mezelf en daar heb ik nog dagelijks iets aan. 

Zoals dat hier tegenwoordig gaat op mijn blog krijgt een initieel triestig verhaal een sprookjesachtige wending. Ik ben nu niet meer alleen, ik ben samen met Hans en wij zijn toch echt wel het koningspaar van de sfeer en gezelligheid. Ik ervaar nu hoe fijn het is om met z’n tweeën te zijn, om de zeeën van tijd op te vullen met zeeën van liefde. Om samen aan zee te zijn, er samen te wandelen en te lopen. Soms uitgelaten pratend, soms zwijgzaam zij aan zij. Ik heb nu een echt klankbord. Iemand die met mijn grapjes lacht en mij ook aan het lachen brengt. Iemand om ’s avonds mee in de zetel te zitten, ieder weggedoken in een boek, maar wel arm tegen arm om te voelen dat we niet alleen zijn. We zijn elk een 1’tje, maar samen zijn we zoveel meer dan 2. 

*Mijn eerste single kreeg ik op mijn 12e: het onnavolgbare La tribu de Dana van Manau, een Franse hit nota bene. Ik zal dat schijfje voor eeuwig bewaren, daar kan geen Spotify tegen op.

De gedachte – Over dromen

Het is vandaag Dag van de Mentale Gezondheid, een dag die van wereldbelang is en ook mijn persoonlijke aandacht nog steeds verdient. Een dag om hier even stil te staan bij de angsten waar ik mee leef en het trauma dat daaraan ten grondslag ligt. Het is nu het derde jaar dat ik dit moment aangrijp om iets meer over mezelf en mijn psychische kwetsbaarheid te vertellen. Op mijn blog kan je lezen wat mijn agenda bepaalt, wat mij bezighoudt en wat ik onderneem. Soms kan je hier letterlijk lezen hoe het écht met mij gaat, soms lees je dat eerder tussen de regels door. Lang verhaal kort: het is niet altijd gemakkelijk, maar bovenal wil ik dankbaar zijn voor alles wat ik heb in het leven. 

Dit wordt het jaar waarin jij voor jezelf gaat leren zorgen, het waren de gevleugelde woorden van mijn psycholoog aan het begin van dit jaar dat een bewogen start kende. Hij heeft (uiteraard) gelijk gekregen. Met vallen en opstaan leer ik steeds beter om mezelf te aanvaarden in al mijn gelaagdheid, inclusief de donkere kantjes die daarbij horen. Oktober is altijd een bewogen maand. Enerzijds een periode van rouw en herdenking, waarbij spoken van het verleden hun best doen om mij van de wijs te brengen. Een maand waarin het letterlijk steeds donkerder wordt en het dan de kunst is om daar de gezelligheid van in te zien. Door op zondag soep te maken bijvoorbeeld. Oktober is ook dé marathonmaand bij uitstek, waar verhalen van verbinding en avontuur ontstaan. Het is kortom een maand waarin alle emoties samenkomen. En dat is helemaal goed zo.

In het voorjaar las ik Untamed van Glennon Doyle, een inspirerend boek over hoe je dat doet “jezelf zijn”. Aan de hand van haar eigen levensverhaal vertelt ze hoe we de meest ongetemde versie van onszelf moeten durven zijn, zoals het kind dat vrij van alle verwachtingspatronen eenvoudigweg is wie het is. Ik vond het boek soms net ietsje té inspirational voor mijn nuchtere ik, maar ik kon er ook niet omheen dat het op sommige vlakken een eye opener van jewelste was. Ik denk er nu vaak aan, hoe ik als kind was. Ik stel mezelf dan de vraag hoe ik als kind op een bepaalde situatie gereageerd zou hebben. Ik sta vaker stil bij wat mij als kind blij maakte en dan kom ik tot de conclusie dat de grote Joke nog heel dicht bij de kleine Joke kan staan. Ik ben nog steeds de kleine Joke.

Ik was als kind al een enorme dromer met een intens gevoelsleven. In mijn volwassen leven raakte ik ervan overtuigd dat ik nu maar eens moest stoppen met al dat gefantaseer. Ik dacht dat mijn dromen en wat daarachter schuil ging een afleiding waren van de essentie, van het echte leven en de echte ik. Ik vond mezelf altijd wat naïef en theatraal omdat ik me zo graag in mijn eigen hoofd terugtrok. Door altijd maar te willen lezen bijvoorbeeld en te leven en denken in verhalen. Ik beschouwde mijn rijke verbeelding als een belemmering om mezelf te zijn en een echt leven te leiden. Ik had ongelijk. Ik wil juist altijd blijven dromen en ook intens voelen. Er gaat een enorme kracht uit van je eigen verbeelding. Dromen is geen vorm van zwak escapisme, maar een noodzaak om je leven vorm te geven. Imagination is not where we go to escape reality, but where we go to remember it, om het met de woorden van Glennon Doyle te zeggen.

The Everly Brothers wisten het al in de jaren 50: All I Have To Do Is Dream. Als ik mijn jongere ik dus één levensbelangrijk advies zou geven dan is het om te blijven dromen. Het is ook wat ik jullie op deze bijzondere dag toewens: mooie en zoete dromen, elke nacht en elke dag. Hoe donker of licht het op dat moment ook is. Ik spreek uit ervaring als ik zeg dat dromen je hoofd fris houden. 

Dreaming, after all, is a form of planning – Gloria Steinem

De gedachte – Over blauw

Ik zie het leven liefst van al door een blauwkleurige bril. Niet dat ik zo’n bril heb – blauwe glazen, het lijkt me helemaal niks – maar ik zie nu eenmaal graag blauw om me heen. Er stroomt nochtans geen blauw bloed door mijn aderen, maar ik kom wel uit een familie Blauwogen: de allermooiste blauwe ogen zijn die van mijn zus Marike. Ik hou zoveel van blauw omdat blauw alles kan zijn: elegant, stoer, rijk, genuanceerd en oogverblindend. Blauw is een universum op zich, maar ook perfect compatibel met andere kleuren. Om jullie de veelzijdigheid van blauw te illustreren, geef ik jullie graag een inkijkje in het blauw dat ik koester.

Ik maak er geen geheim van dat ik graag blauw draag. Op vestimentair vlak ben ik dus voorzien van blauw voor elke gelegenheid. De foto’s van mijn sportieve avonturen getuigen daar van. Maatje Pieter (die kleurenblind is) merkte eens fijntjes op dat ik precies altijd hetzelfde draag op een wedstrijd. Wel ja, dat is eigenlijk zo. Ik heb drie singletjes in verschillende tinten blauw, waarbij de donkerste variant mijn absolute favoriet is. Ook mijn lievelingspetten hebben blauw als hoofdkleur. En natuurlijk kan het geen toeval zijn dat mijn snelste loopschoenen, de Nike Vaporfly 3, mij naar de sub3 brachten in de kleur university blue. Of ik nu aan zee ben of niet, in het dagelijks leven zwicht ik al te graag voor de maritiem geïnspireerde look en daar leent heus niet enkel marineblauw zich toe. Samen met mijn zussen deel ik ook nog eens de liefde voor washed denims (als het kan vintage). Jeansstof dus, ah ja, want jeans is blauw.

Als tiener ging ik in de nineties uit de bol op Blue (Da Ba Dee), misschien liep ik toen ook mijn eerste blauwtje. Inmiddels schenkt Mister Blue Sky van ELO mij instant geluk, al helemaal als de hemel ook echt strak blauw is. Leonard Cohens Famous Blue Raincoat (met of zonder Jennifer Warnes) laat mij nooit onberoerd en als het romantisch wordt, geef mij dan maar Prachtig in het blauw van Bart Peeters. Als kind was ik fan van Matisse en zeker ook van diens Blauw Naakt (dat helemaal zo naakt niet is). Al het blauw van Peter Terrin is dan weer een boek dat ik iedereen aanraad. Aan tederheid geen gebrek, ook dat is blauw. Ik ben artistiek zo mogelijk nog meer onder de indruk van het blauwe containerschip dat mijn 4-jarige neefje Vik onlangs voor mij tekende.

IMG_2670b

Met blauwe bessen maak je mij wel blij, maar verder is blauw geen kleur voor etenswaren. Wel voor alle andere vormen van huisraad en -decoratie. Mijn liefde voor Delfts Blauw bracht me in juli bij het enige atelier waar het bloemig gedecoreerde sierservies vervaardigd wordt. Een uniek productieproces waarbij vakmanschap centraal staat. Om die reden betaal je je helaas ook blauw als je the real stuff in huis wil halen. Ik was zo in de ban van dat atelier dat ik me bijna opgaf om een 10-jarige opleiding meester-schilder Delfts Blauw te volgen. Eten en drinken doe ik het liefst van het wit-blauwe servies dat ik door de jaren heen bij elkaar sprokkelde van de kringwinkel. Zo mogen we in België met recht en rede trots zijn op het servieswerk van Royal Boch. Ook het bleu van Le Creuset doet mijn hart altijd een beetje sneller slaan.

Nu ik er zo over nadenk, het is eigenlijk zonde dat ik dit niet schrijf op een blauwe maandag. Een heel mooie zondag gewenst!

IMG_2870b

De gedachte – Over namen

Ik heb altijd al de onweerstaanbare drang gehad om alles een naam te geven. Voor een huisdier vind ik dat niet meer dan logisch, maar ook een auto of fiets ontkomt niet aan mijn namenmanie. Ik laat me daarbij graag inspireren door de interesses van het moment. Zo noemde ik mijn eerste hamster Tony Van Gullik, naar de klusjesman die al eens op mijn kot langskwam. Mijn katten Ada en Teresa zijn dan weer genoemd naar literaire personages. Jullie kennen inmiddels ook mijn fietsen Juan en Tony, maar in mijn garage herberg ik ook nog Tina en Ludo. Mijn auto heet trouwens Berry (de Citroën Berlingo).

Ook mijn creatieve projecten bundel ik onder een naam: Flat White. Een naam die staat als een (mode)huis – al zeg ik het zelf – en die verwijst naar één van mijn favoriete koffies. Flat White combineert de klassieke Italiaanse cappuccino met een extra shot durf. Een edgy kantje dat net wat meer pit geeft. De kracht van een naam is dat een concept of bedrijf tot leven komt. Je koopt ook een stukje identiteit en beleving. Boekenwinkels beheersen het metier van de naamgeving tot in de puntjes. Boekarest, Barboek, Buchbar, Plato of Paard van Troje zijn namen die niet alleen goed klinken, maar zowel speels als ernstig zijn.

Afgelopen zomer zag ik in Den Haag een camionette van stukadoorsbedrijf De Smeerbeer (voor al uw stuc- en sauswerk). Ik moet nog steeds lachen om die naam. Enerzijds: origineel en grappig, anderzijds: ook heel bevreemdend. Ik vraag me dan of die naam ontstaan is na een brainstormsessie van een paar uur dan wel door de ingeving van het moment. Over stukadoors (of plakkers zoals wij in Vlaanderen zeggen) gesproken: de herkomst van het Nederlandse Goldband verdient hier ook een vermelding. De bandleden zijn stukadoors die dagelijks werkten met pleister van het merk Goldband. In het algemeen kom ik vaak goede namen tegen van dienstverlenende bedrijven: Patje Repair, ’t Dakdekkertje, Wifiman en The Kotfather bijvoorbeeld. Namen met een knipoog die een duidelijke link hebben met het beroep in kwestie.

Tijdens mijn dagelijkse fietstochten over de steenweg heb ik veel tijd om me te verwonderen over de namen die mijn oog passeren. Vooral kapperszaken en frituren beslaan een enorme waaier aan naamtypes. Ik heb een grote liefde voor de gewone naam. Kapsalon Vera of Betty, dat is gewoon goed. Net zoals frituur Peggy of Sigrid. Ook broodjeszaak De pitstop bij Erika en Ivan blijf ik een topper in deze categorie vinden. Minder geslaagd vind ik Geert Roekeloos die onder z’n eigen naam elektriciteitswerken uitvoert.

Je maakt mij ook altijd blij met een goede woordspeling. Kapsalon De Hoofdzaak, dat is toch echt geniaal? Sizoo vraagt net iets meer denkwerk (het Franse des ciseaux), maar vind ik een leuke vondst. Ook Frituur Boem patat is er boenk op. Het wordt natuurlijk helemaal tof als je je eigen naam kan verwerken in je bedrijfsnaam. Broodmieke wordt uitgebaat door Mieke, ook Tinne van TarTinne was voorbestemd om een bakkerij te beginnen en Boomwerken Bosmans mag eveneens niet in dit rijtje ontbreken. Bij een woordspeling kan je er ook over gaan. Frituur Het volle ventje vind ik op het randje van te vergezocht. Vol-au-vent en een frituur: er is een bruggetje, maar het is wankel. Ook frituur De Vuntzak (gelegen aan de Vunt), slaat de bal wat mij betreft mis. Een associatie met vunzig wil je liever niet (zou ik toch denken).

Het loopt ook al eens fout als je met een naam te veel wilt. Dat gevoel heb ik bijvoorbeeld bij kapsalon Trendy Look. Het voelt oubollig aan, op een geforceerde manier hip willen zijn. Zijn er mensen die hun kapsel omschrijven als trendy? Bij kapsalon Metamorfose heb ik hetzelfde gevoel. Ik wil juist géén metamorfose als ik naar de kapper ga. Ik wil een snit die bij mij past, geen gedaanteverwisseling à la Kafka. Ook de naam van winkelketen Veritas blijf ik apart vinden. De geschiedenis van het bedrijf gaat terug tot 1892 toen Jean-Baptiste Leestmans in Antwerpen een handel in brei- en naaigaren opzette onder de naam In den Jood. Net zo goed apart, al begrijp ik dat J-B met zijn eigen naam niet veel kon aanvangen. Sinds 1922 heet de keten Veritas, naar het Latijnse “waarheid”. De ontstaansgeschiedenis vertelt verder helaas niet waarom de keuze viel op deze naam. Ook bij frituren Peach Pit en Tropicana zie ik het verband niet tussen het product en de naam. De imaginaire combinatie tussen friet en perzik prikkelt allesbehalve mijn smaakpapillen.

Less is vaak more. De apotheek die Den Apotheker heet bijvoorbeeld. Sommige namen zijn echter zo minimalistisch dat less soms ook echt less is. Een naam voelt dan armoedig en inspiratieloos aan. Jeugdhuis De Jeugd bijvoorbeeld. Tja, dat is toch een gemiste kans, net zoals fruit- en groentezaak Het Natuurtje of Het Nootje waar ze – je raadt het nooit- noten verkopen. Bij de naam van mijn school, De Ring (3x raden waar je ons kan vinden) denk ik ook: mag het ietsje meer zijn? Met de naam van mijn blog ben ik nog steeds tevreden: een naam en een actie, een onderwerp en een pv, het gaat hier over mijn leven en wat ik graag doe. Helder. Ik schudde die naam 5 jaar geleden uit mijn mouw en in die tijd is er nooit een moment geweest dat ik een beter alternatief kon bedenken. Suggesties zijn altijd welkom!

De gedachte – Over veerkracht

Een jaar geleden vertelde ik naar aanleiding van World Mental Health Day een heel persoonlijk verhaal over mijn psychische kwetsbaarheid en hoe ik die leerde te aanvaarden als een deel van wie ik ben. Dankzij de hartverwarmende reacties die ik daarop kreeg, blik ik met een warm gevoel terug op oktober 2021. Ik dacht dat mijn verhaal was verteld. Voor wie hier vaker leest of mij in het echt kent, zal het niet als een totale verrassing komen dat ik al eens worstel met het leven. Mijn enthousiaste en ondernemende kant heeft een gespannen en angstige keerzijde. Ook hier kregen mijn sportieve verhalen de laatste tijd vaker een ondertoon van knagende onzekerheid. Waar ik dacht mijn kwelgeesten onder controle te hebben, moet ik nu vaststellen dat ze al enkele jaren bezig zijn mij de dieperik in te praten. Op 1 september begon ik vol goede moed aan het schooljaar om vrij snel te ervaren dat het helemaal op was. Het-ging-niet-meer. Mijn hoofd zat overvol. Rust nemen was een noodzaak.

In vergelijking met vorig jaar vind ik het nu een pak lastiger om over mijn hoofd en ik te vertellen. Toen kon ik vanuit mijn sterkte over mijn interne winkel spreken. Vanop afstand ook. Ik was niet de crisis, maar de observator. Nu bevind ik me in het oog van de storm. Op het eerste zicht ben ik een goed functionerende vrouw. Sterker nog, op sportief vlak ben ik in topvorm: ik won dit jaar heel wat wedstrijden, verzamelde tal van podiumplekken en liet het ene na het andere PR optekenen. Voor mezelf vind ik het behoorlijk lastig om die mentale turbulentie te kunnen rijmen met een lichaam dat wel kan presteren, laat staan hoe ik dat aan de buitenwereld kan uitleggen. Of eerder verantwoorden, want zo voelt het. Ik vind het kortom erg moeilijk om te accepteren dat het fysiek wel lekker kan lopen, maar mentaal voor geen meter. En dat ik dat net zo goed serieus moet nemen. Net daarom besloot ik om in deze Week van de Mentale Gezondheid toch weer iets neer te schrijven. Omdat ik een gezicht wil geven aan mentale kwetsbaarheid. Omdat ik eerlijk en oprecht wil zijn. Niet door alles van mezelf zomaar te grabbel te gooien, wel door een genuanceerd beeld te schetsen van mij als persoon.

Ik heb lang gedacht dat ik veerkrachtig was omdat ik zogenaamd alles aankon. Ik ben de persoon met het gigantische draagvlak die altijd plankgas kan geven. Veerkrachtig zijn stond voor mij gelijk aan altijd hoge toppen scheren of dat toch op z’n minst ambiëren: presteren op professioneel vlak, als loper, als lezer, als zus, als vriendin. Om die reden vind je in mijn huishouden geen weessokken, vergeet ik nooit een verjaardag en zal je mij niet kunnen betrappen op een spelfout. Elke dag wil ik als mens groeien door mijn idealen na te streven. Ik wil altijd sterk en dapper zijn. Ik heb de teugels graag strak in handen. Voor een heel groot deel is dat echt wie ik ben. Hoe ik als kind ook was: iemand die er voldoening uithaalt om zichzelf te verrijken en uit te dagen. Ik heb er altijd van gehouden om heel veel projecten te hebben en daar eisen aan te stellen. Anderzijds is het gaandeweg ook een vorm van vermijding geworden. Ik ben bang dat het de enige rol is waarvoor ik waardering zal krijgen, zowel van mezelf als van mijn omgeving. Het is ook een strategie geworden om mezelf staande te houden in de complexiteit van het leven.

Door elke dag mijn stinkende best te doen, sta ik de laatste jaren altijd “aan”. Mijn gedachtemolen blijft op volle kracht verder malen zonder pauzeknop. Ik kan mezelf helemaal verliezen in overpeinzen en (over)analyseren. De traumatische ervaring uit mijn studententijd heeft mij gesterkt in de overtuiging dat denken mij wapent in het leven. Als ik maar ver genoeg vooruit denk en rekening houd met alle mogelijke doemscenario’s ben ik voorbereid op wat er mis kan gaan. Ik voel me vaak angstig. Somber ook, want het kan heel donker zijn in mijn hoofd. Door al dat rumineren verlies ik soms de voeling met de realiteit. Mijn angstmonsters zijn een steeds prominentere rol gaan spelen in mijn dagelijks functioneren. Ik kan niet anders dan toegeven aan de akelige gedachten die in mijn bovenkamer gegenereerd worden. Er is overal een dreiging. Mijn meest dierbare bezit lijkt altijd in gevaar te zijn. Ik moet paraat staan om op elk moment te kunnen vluchten of vechten. Ik overleef meer dan dat ik kan leven.

Door tijdelijk een stap terug te zetten, besef ik dat veerkracht iets heel anders betekent. Het is toelaten dat het minder gaat of zelfs helemaal niet. Het is toegeven aan mijn soms alles verlammende verdriet. Een soort verdriet dat heel onverwacht kan toeslaan en mij in alle hevigheid overmant. Veerkrachtig zijn betekent nu om een troostende schouder te zoeken en te aanvaarden. Om te proberen met mildheid naar mezelf te kijken. Het is schaamteloos kunnen genieten van het plezier dat lopen mij schenkt waardoor het volume van de denkmolen even getemperd kan worden. Veerkracht is gas terugnemen. Loslaten ook. Het is – ondanks de angst dat dit het is en dat het altijd zo zal zijn – er ook op durven vertrouwen dat het uiteindelijk wel goed komt.

Hoe lastig deze periode ook is, ik wil dit momentum aangrijpen om dingen fundamenteel anders aan te pakken (zonder ook daar weer een enorme uitslover in te zijn). Om te beginnen door niet altijd in mijn eigen hoofd te kruipen als het wat minder gaat. Om nog meer verbinding te zoeken met mijn omgeving. Buiten mijn sociale vangnet kan ik terecht bij mijn huisarts en ga ik tweewekelijks naar de psycholoog. Ik ga nu meer dan ooit de confrontatie aan met alles wat ik de voorbije jaren heb vermeden omdat ik mezelf een zorgelozer leven gun. Ik doe kortom wat ik denk dat nodig is om te herstellen. Morgen ga ik terug aan het werk en, geloof het of niet, daar heb ik veel zin in. Het mag dan tegenstrijdig klinken, ik beschouw mezelf nog steeds als een enorme gelukzak. Net nu ervaar ik ook hoeveel liefde er om mij heen is en dat ik echt wel graag gezien word om de persoon die ik ben in al haar facetten. Ik kan niet anders dan daar ontzettend dankbaar voor zijn.

De gedachte – Over 8 bijzondere vrouwen

Welke persoon heeft een belangrijke – zo niet de belangrijkste – invloed gehad op de maatschappij waarin wij vandaag leven? Wie was een groots influencer avant la lettre? Die vraag moesten mijn vijfdejaars beantwoorden tijdens hun spreekexamen Nederlands. Ze kregen 2 minuten de tijd om hun gekozen persoon met vuur te verdedigen. Enkele grote namen die elk jaar terugkeren zijn Napoleon Bonaparte, Isaac Newton, Nelson Mandela, Rosa Parks en Elon Musk. Elk jaar zijn er ook heel wat originele of zelfs gedurfde keuzes. Zo werden dit jaar onder andere Pierre Kompany, Karen Damen, Stromae, Anne Frank, Eminem en William Shakespeare uitvoerig de hemel in geprezen. Dat zo ongeveer alles kan en mag moge bij deze dan ook duidelijk zijn. Ik selecteerde voor jullie 8 bijzondere vrouwen uit de spreekexamens en baseerde me voor onderstaande tekst hoofdzakelijk op wat mijn leerlingen vertelden. Mijn geschreven woorden hier heb ik dus te danken aan hun gesproken woorden.

Jane Austen kwam in de overgangsperiode tussen de 18e en 19e eeuw op voor het recht van vrouwen om ongehuwd en intelligent te zijn. Ze rekende af met de sentimentele vrouwenromans van haar tijd waarin de traditionele rolpatronen bestendigd worden. In haar romans wilde ze de absurditeit tonen van de cultuur waarin ze leefde. Op die manier werd ze niet alleen de grondlegger van een literaire romantraditie, maar ook één van de eerste vrouwen die geld kon verdienen door boeken te schrijven. Anno 2022 zijn haar vrouwelijke personages nog steeds levensecht en herkenbaar. Ze was een vrouw die het aandurfde om tegen de maatschappij in haar eigen koers te varen.

Vesta Stoudt stuitte als arbeider op een heel praktisch probleem toen ze munitiekisten verpakte in de Tweede Wereldoorlog. De kisten waren namelijk te stevig dichtgeplakt waardoor soldaten aan het front ze in het heetst van de strijd niet snel konden openen. Ze kreeg het lumineuze idee om stukken stof te bewerken zodat ze een hoge plakkracht hadden, maar toch scheurbaar zouden zijn. Op die manier werd een waterdichte, scheurbare tape ontwikkeld die geldt als het prototype van de duct tape. En zeg nu zelf: als zelfs de NASA rampen kon voorkomen door duct tape te gebruiken, kan je dan niet eigenlijk alles fiksen met die wonderlijke plakband?

Marie Stopes startte het debat rond anticonceptie. Als paleobotanicus onderzocht ze aanvankelijk steenkool en varens, maar haar boek Married Love bracht in 1918 heel wat te weeg. Ze hield een pleidooi voor anticonceptie om ongewenste zwangerschappen tegen te gaan omdat ze ook tegen abortus was. Ze werd de eerste vrouwelijke docent aan de Universiteit van Manchester. Samen met haar man richtte ze uiteindelijk ook een anticonceptie-kliniek op in Londen waar vrouwen advies konden krijgen over geboortebeperking. Haar nalatenschap zet zich nog steeds in om wereldwijd ongewenste zwangerschappen te voorkomen.

Harriet Tubman geldt als een voorbeeld voor niemand minder dan Barack Obama en Martin Luther King. Zelf kon ze ternauwernood ontsnappen aan een leven als slavin. Slavery is the next thing to hell zei ze daarover. Om die reden hielp ze tijdens Amerikaanse Burgeroorlog honderden slaven ontsnappen aan hetzelfde gruwelijke lot. Later streed ze voor de afschaffing van de slavernij en een algemeen stemrecht. Vandaag de dag wordt ze nog steeds beschouwd als één van de grote Amerikaanse vrouwen met Afrikaanse roots en vormt ze ook een inspiratiebron voor de Black Lives Matter beweging.

Rihanna belichaamt de diversiteit. De zangeres uit Barbados is niet alleen één van de meest succesvolle artiesten, ze is daarenboven een rolmodel voor jongeren. Ze bracht een genderinclusieve lingerielijn op de markt, foundation voor donkere tinten en ze is begaan met het klimaat. Ook tijdens haar zwangerschap maakte ze van de gelegenheid gebruik om te ijveren voor de normalisatie van blote zwangere buiken. Met al die initiatieven doorprikt ze het vooroordeel van de zingende modepop. En vooral: er is een Rihanna-song voor elke stemming.

Leymah Gbowee won in 2011 de Nobelprijs voor de Vrede. Ze was mede-oprichter van de Liberiaanse vredesbeweging die ervoor zorgde dat er een eind kwam aan de Liberiaanse Burgeroorlog in 2003, waardoor er in 2005 voor het eerst een vrouwelijke Afrikaanse president kwam. Ze begeleidde ook getraumatiseerde kindsoldaten en hekelde de positie van de vrouw in de maatschappij. Ze streeft ernaar om bruggen te slaan tussen het christelijke geloof en de islam. Onder meer Malala Yousafzai beweert dat ze één van de sterkste vrouwen is die de wereld heeft veranderd.

Frida Kahlo kennen we omdat ze haar eigen kleurrijke werkelijkheid schilderde terwijl ze het merendeel van haar leven aan bed gekluisterd was. Ze is ook de vrouw met de unibrow die getrouwd en biseksueel was. In haar uiterlijk schuwde ze de mannelijkheid niet. Zo rekende ze op haar eigen manier af met het westerse schoonheidsideaal. Ze was een feministe in hart en nieren die er niet voor terugdeinsde om vrouwelijke problemen die als taboe werden beschouwd bespreekbaar te maken. Voor de huidige generatie is ze het toonvoorbeeld van hoe je onder alle omstandigheden vooral trouw moet blijven aan jezelf. Inmiddels lieten al heel wat artiesten zich door haar kunst en persoonlijkheid inspireren.

Marsha P. Johnson was een dragqueen uit New York die vocht voor gelijke rechten. Als iemand die zich anders dan anders voelde, was ze bekommerd om de verschoppelingen van de maatschappij. Ze bood onderdak aan tal van minderheidsgroepen en ontfermde zich over hen. Ook vandaag is ze nog steeds een toonaangevend figuur in de LGBTQIA+ community. Ze wordt geroemd om haar bijdrage in de strijd voor het homohuwelijk en de acceptatie van coming-outs. Ook het feit dat de maand juni Pride Month is, hebben we aan haar te danken. In 1992 werd haar lichaam aangetroffen in de Hudson na een pride optocht. Zelfmoord volgens de politie. Moord volgens velen.

Een grote dankjewel aan Marin, Senna, Fien, Ona, Sari, Joske, Hanne, Febe, Elly en Marit voor hun inspirerende bijdrage!

De gedachte – De 5 van 2021

In mijn familie is er veel dat ons verdeelt. Zij die graag in de tuin werken en zij die dat als een noodzakelijk kwaad beschouwen. Zij die zweren bij mayonaise en zij die cocktail light verkiezen. Zij die een talenknobbel hebben en zij die Engels een vreemde taal blijven vinden. Er is ook veel dat ons verbindt. Dat we al eens de neiging hebben om een gedachte de wereld in te sturen. Zelf heb ik daar hier op mijn blog soms heel veel woorden voor nodig. Bij mijn familieleden hoor ik vaak snedige oneliners die ik maar al te graag op een tegeltje zou laten drukken. Bij deze de 5 gedachtes van 2021 die ook een heel beknopte weergave vormen van enkele highlights die het afgelopen jaar rijk was.

Dan nog liever een K3’tje!
Roos kijkt naar De prijs van de winnaar op Canvas en volgt ook K2 zoekt K3. Ze kwam tot het inzicht dat, mocht ze ooit voor de keuze komen te staan, ze nog liever een carrière in de showbusiness ambieert dan haar dagen als topsporter te slijten.

De Hel, dat is geen 10 Miles ofzo.
Marike beseft als geen ander dat papa’s voorbereiding op de Hel niet niks is.

Je kan aan het trainen zijn voor je grootste succes, maar ook voor je grootste ontgoocheling.
Seppe leert me wijze lessen over sportieve ambities.

Dat ze is stoppen met bommen te gooien!
Mama kan het niet laten om in een ogenschijnlijk luchtige conversatie over het Eurovisiesongfestival een politiek statement te maken, al vond ze de inzending van Israël wel goed.

Wie papa’s eigenzinnige gedachtes wil lezen, die kan maar beter met hem in de friendzone van Facebook vertoeven. Waar hij aanvankelijk een profiel aanmaakte om te berichten over de internationale avonturen met zijn modelbouwvliegtuigen, bleek hij zich al snel te ontpoppen tot de vliegende reporter van onze familie. Of het nu gaat over loopprestaties, medische issues, kleinkinderen die spelen in de bouwkamer of Roos die zwarte pens eet vlak voor een loopwedstrijd: papa is werkelijk altijd gevat en grappig. Dankzij mijn trotse pappie en zijn Facebook-skills werd mijn verhaal over de Hel hier ook erg gretig gelezen. Kortom, als ik ooit een manager of een woordvoerder nodig heb, dan zou ik mij tot papa wenden. Zelfs al is die sneller bereikbaar via e-mail of de vaste lijn dan via zijn gsm.

De gedachte – Over autisme

Vrijdag 2 april was Wereld Autisme Dag. Door de jaren heen leerde ik heel wat jongeren met autisme kennen in de klas. Elk schooljaar heb ik per klasgroep gemiddeld 1 of 2 leerlingen met autisme. Sommige van hen gedijden erg goed in een grote groep leeftijdsgenoten en ervaarden geen grote problemen binnen de schoolcontext, bij andere leek de schoolse loopbaan bezaaid te zijn met obstakels. Stuk voor stuk lieten die leerlingen wel een indruk na. Elk van hen leerde me weer iets anders over autisme en hoe het is om daarmee te leven.

Iemand heeft een autismespectrumstoornis (ASS) of kortweg autisme, maar je noemt iemand geen autist omdat je die persoon dan een (beladen) label opplakt op basis van slechts één eigenschap. Veelal goedbedoelde uitspraken als de autist in mij kan er niet tegen als het volume een oneven getal is zijn heel nietszeggend over hoe het is om te leven met autisme. Ik kan stress ervaren als ik voor een groep onbekende mensen moet spreken of ik kan geen zin hebben om uit bed te komen, maar dat maakt me nog niet faalangstig of depressief omdat mijn dagelijks functioneren er niet door beïnvloed wordt. Autisme bestaat bovendien in heel uiteenlopende verschijningsvormen (vandaar ook het spectrum in de benaming ASS). Dé Autist bestaat met andere woorden niet en doet afbreuk aan de persoon die erachter schuilt.

Mensen met autisme kunnen moeilijk onderscheid maken tussen details, hoofd- en bijzaken. Dat is lastig als ze iets leren op school (wat is nu eigenlijk het belangrijkste?), maar ook in een veel bredere context. Tijdens een bijscholing over ASS werd ons gevraagd naar een prent te kijken om te benoemen welke ruimte in huis dit was. We konden echter niet naar het totale plaatje kijken, maar moesten dat doen via een heel klein kijkgaatje dat over de afbeelding schoof, waardoor de details herkenbaarder waren dan het geheel en je een badkamer niet van een woonkamer kon onderscheiden. Als je vanuit die gedachte naar de supermarkt gaat of de was moet doen, dan heeft dat heel wat meer voeten in de aarde. Een supermarkt is sowieso een plek die als behoorlijk overweldigend ervaren kan worden door mensen met autisme door de overdaad aan prikkels die ongefilterd binnenkomen.

Mensen met autisme hebben net zo goed emoties, ze kunnen die alleen minder goed aanvoelen en interpreteren. Leerlingen met autisme kunnen heel direct uit de hoek komen omdat ze de dingen zeggen zoals ze zijn. Om tactvol te zijn moet je iemands gevoeligheden kunnen inschatten. Ook humor kan om die reden een struikelblok zijn. Vaak detecteren leerlingen met autisme wel dat iets als een grap bedoeld is, maar ze kunnen die niet interpreteren omdat de talige boodschap afwijkt van de intentie. Het kan enerzijds een voordeel zijn dat een leerling het niet ongemakkelijk vindt om alleen te zitten op de speelplaats, anderzijds worstelen ze wel vaak met een emotioneel beladen begrip als vriendschap. Wanneer kan je iemand immers als een vriend beschouwen?

Een autismevriendelijke omgeving is gunstig voor alle leerlingen, je moet als leerkracht dus niet iets anders of extra’s doen enkel voor leerlingen met autisme, maar wel proberen om je lessen zo autismevriendelijk in te richten. Elke leerling is gebaat bij een duidelijke lesstructuur, eenduidige instructies en een heldere vraagstelling die bij voorkeur ook schriftelijk meegedeeld worden. Het is in een klasgroep pubers niet altijd gemakkelijk om gepast te reageren op een vreemde uitspraak of opmerking van een leerling met autisme. Duidelijk communiceren is de boodschap. Je kan dus gerust zeggen dat iets onbeleefd of ongepast is als je dat niet met een boze of ironische ondertoon doet, want dan wordt je boodschap onduidelijk en multi-interpretabel.

Er worden meer jongens dan meisjes gediagnosticeerd met autisme, al zou er bij meisjes wel sprake zijn van onderdiagnose omdat het sociale aspect bij hen doorgaans beter ontwikkeld is. ASS zou vier keer zo vaak voorkomen bij jongens. Dit komt ook overeen met mijn ervaringen. Meisjes lijken hun autisme beter te kunnen camoufleren omdat ze van jongs af aan beter geoefend worden in het emotionele aspect. Helaas lijkt er bij meisjes ook een groter taboe rond autisme te hangen. Ze schamen zich er vaker over. In de klas kunnen jongens met autisme trouwens zelden goed samenwerken omdat ze tegen elkaars rigiditeit oplopen en vooral de ander heel raar vinden.

De vraag waar de grens ligt tussen iemands persoonlijkheid en diens autisme is irrelevant omdat ieders persoonlijkheid beïnvloed wordt door diverse factoren. ASS kan je helpen om bepaald gedrag te kaderen en om te begrijpen waar het vandaan komt. Bij een puberende leerling met autisme die de clown uithangt omdat dat een rol is die hem een identiteit geeft binnen de groep, heeft het geen zin om je af te vragen of de puberteit dan wel het autisme hiervan de oorzaak is. Beide aspecten zijn immers continu met elkaar in interactie en je moet dus ook met beide rekening houden als je dit gedrag bespreekbaar wil maken. Hoe ouder je wordt, hoe meer je persoonlijkheid ook vervlochten raakt met de dingen die je doet. Zo stel ik vast dat er geen harde grens meer te trekken is tussen mezelf en mijn beroep. De leerkracht in mij is ook buiten de klas aanwezig net zoals dat mijn persoonlijkheid ook tot uiting komt als ik mijn beroep uitoefen.

De gedachte – 10 x over spelling

Beroepsmatig kruist er heel wat mijn pad, zo ook spelfouten, spellingfouten of spellingsfouten: zo u wil. De Nederlandse taal en cultuur zijn mijn vak, spelling is daar een deel van. In mijn omgeving blijkt dit tot gevolg te hebben dat iemand die mij – professioneel of privé- schriftelijk contacteert een verhoogde waakzaamheid heeft wat betreft bovengenoemde fouten. Nochtans heb ik niet de neiging om elke spelfoutje dat mijn blik kruist met een belerend vingertje te corrigeren. Ik beschouw mezelf niet als rechercheur van de taalpolitie. Ik veroordeel ook oprecht niemand op basis van spellingsfouten. Echt. Niet. Anderzijds is het wel een keihard feit dat ik elke spellingsfout zie. Door mijn werk als leerkracht Nederlands ben ik daar simpelweg in getraind. Het is dus echt sterker dan mezelf dat ik op elk briefje dat uithangt of in elke folder die ik krijg toegeschoven automatisch fouten zie, ook als ik niet aan het werk ben. Leuk, maar je redt er geen levens mee. Mijn kinesist vertelde eens dat zij hetzelfde heeft met looppatronen: als ze iemand ziet lopen, kan ze niet anders dan in een oogwenk diens voetzetting analyseren. De fouten die ik als leerkracht het vaakst zie, zijn werkwoordsfouten, in de volksmond dt-fouten genoemd. Zulke fouten doen soms echt pijn aan mijn ogen. Ik heb een arsenaal aan flauwe grappen om dit in de klas kenbaar te maken (dat ik dit weekend een overdosis heb gekregen… aan spelfouten). 10 lesjes over spelling dus, omdat spelling niet ergerlijk is, maar om van te houden!

Ik ken niet alle spellingregels, maar ik draag juist schrijven wel heel hoog in het vaandel. Bij de geringste twijfel zoek ik een woord op. Spelling is een onderdeel van mijn vak dat ik meer dan behoorlijk onder de knie heb. Als ik vroeger thuis mee schreef met het Groot Dictee der Nederlandse Taal dan maakte ik steevast minder fouten dan het gemiddelde. Het Groene Boekje kampeert echter niet op mijn nachtkastje.

De spellingregels wijzigen niet jaarlijks, al is het een excuus dat vaak wordt aangehaald om niet juist te spellen. Het eerste Groene Boekje werd gepubliceerd in 1954. De grootste Nederlandse spellinghervorming vond plaats in 1995. Hiermee verdween de voorkeursspelling en werd een insekt onherroepelijk een insect en de pannekoek een volwaardige pannenkoek. In 2005 volgden er nog enkele correcties op die hervorming en ontstond uit protest daarop het Witte Boekje. Het is nu al geruime tijd rustig in spellingland.

Er bestaan sympathieke spelfouten, die doen zich veelal voor in een context waarin spelling geen prioriteit is, maar waar ik het idee krijg dat er juist wel is nagedacht over de juiste schrijfwijze. In de frituur vind ik een kaaskrokket bijvoorbeeld krokanter klinken dan een simpele kaaskroket.

Zonder spellingregels zouden we elkaar minder goed begrijpen, spelling heeft dus wel degelijk een communicatief nut. Een wereld zonder spellingregels klinkt misschien aanlokkelijk, maar als één woord tientallen schrijfwijzen heeft, komt dat de leesbaarheid en ook verstaanbaarheid van een tekst absoluut niet ten goede. Taal als communicatiemiddel en ach ja, dat we elkaar begrijpen is toch het belangrijkste, vraagt juist om eenduidige spellingregels. 

Een spelfout in een sollicitatiebrief is echt gênant, niet omdat het je minder intelligent zou maken, wel omdat het nonchalant overkomt en dat is nu net niet de eerste indruk die je wil maken. Je wil bij een sollicitatiegesprek niet binnen komen in een keurige outfit terwijl je rits openstaat en je onderbroek naar buiten gulpt.

Lezers en latinisten hebben een beter ontwikkeld taalgevoel wat hen ook betere spellers maakt. Wie lezer en latinist is, heeft dus dubbel prijs. Omdat lezers meer teksten en woorden zien, prenten ze meer woordbeelden in hun geheugen. Latinisten zijn zowel sterker in woord- als zinsleer en dat maakt hen kundiger om spellingregels correct toe te passen. Het is natuurlijk geen voorwaarde om juist te kunnen spellen.

Schrijf eigennamen altijd juist én met een hoofdletter omdat het iedereen meteen opvalt als haar of zijn naam verkeerd geschreven wordt. Recent was er een leerling in de klas die er mij in een spellingsoefening op wees dat ik Marieke verkeerd had geschreven als Marike. Tot ik haar vertelde dat mijn zus Marike heette (en de voorbeeldzin zich dus binnen een niet-fictieve context afspeelde, mijn familieleden treden vaak op als figuranten in spellingsoefeningen).

Werkwoorden juist spellen is een kwestie van consequent zijn, je moet mij dan ook niet vertellen dat de dt-regel (die dus helemaal niet bestaat, maar een gevolg is van de algemene werkwoordspelling) verwarrend is. Werkwoorden juist spellen is niet vergelijkbaar met à la carte eten in een restaurant. Bij wiskunde loopt het ook grandioos mis als je x en + vrolijk door elkaar gebruikt. 

Engelse woorden hebben vaak een aantrekkelijkere spelwijze, wij hebben wel sexy, maar geen sex. We hebben geen barbeque (bbq), maar een barbecue (bbc?). En toegegeven, een exotische q of x geeft taal wat pit. Bovendien ziet gebrainwashed er gevoelsmatig normaler uit dan gebrainwasht. Spelling is echter consequent zijn, ook met invloeden van buitenaf.

Stijl is doorslaggevender dan spelling, zo vind ik een overdreven formeel bericht in een context waarbij dat helemaal niet nodig is ergerlijker dan een schattig spelfoutje binnen een gepaste stijl. Ook op een blog val ik voor stijl (en hoe die past bij een persoon) en niet voor spelling. Het lot van spelling is dat het niet opvalt als het juist is. Stijl die past en spreekt: dat is het charisma van de taal.  

De hierboven afgebeelde Atlas van de Nederlandse taal (uitgegeven bij Lannoo) is een echte aanrader voor iedereen die houdt van taalweetjes die zoveel verder gaan dan spelling.

 

De gedachte – Over passie

2021 wordt het jaar waarin het woord hobby definitief passé is. Hobby’s behoren tot een lang vervlogen tijdperk. De jaren 90 bijvoorbeeld, toen je nog ongegeneerd blij kon worden van postzegels verzamelen. Vandaag de dag is het al passie wat de klok slaat. Zeg dus niet: ik luister graag naar muziek, maar: muziek is mijn passie. Nu hou ik helemaal niet van het woord passie. Net zoals ik een hekel heb aan het woord vrijgezel, maar dat is weer een ander verhaal. Passie wordt veel te vaak en gemakkelijk gebruikt gewoon om aan te geven dat je iets graag doet. Bovendien associeer ik passie met jezelf ergens in verliezen, geen grip meer hebben op wat is en je roekeloos ergens instorten. Prachtig, maar ook behoorlijk beangstigend. Als passie betekent enthousiasme en vurigheid, dan ben ik mee. Als passie gaat over een niet te stuiten verlangen, een drift of oerkracht dan voel ik me er veel te nuchter voor.

Ik denk dat mijn aversie voor het woord passie te wijten is aan de alomtegenwoordigheid ervan. Het is zoals met uitroeptekens: als je hele tekst er vol van staat, hoort niemand je nog roepen. Daarenboven wordt passie ook  gratuit gebruikt, als een versterking om aan te tonen dat je het echt meent. Een hobby is slechts bezigheid, passie definieert je en geeft je identiteit vorm. Achter passie gaat urgentie schuil. Je moet het doen of je verloochent jezelf. Bij mij werkt het omgekeerd: ik ben juist trouw aan mezelf als ik ergens bewust voor kies. Ik word niet overspoeld door een drang om te lezen, ik kies er heel bewust voor omdat ik weet hoeveel vreugde het mij brengt. Ik sterf gelukkig niet als ik een paar dagen niet gelezen heb. Als ik lees zit ik – naar ik vrees – met een vreemde frons tussen mijn ogen naar een boek te turen, volledig toegewijd en ingetogen enthousiast. 

Wat ik eveneens problematisch vind aan het woord passie is dat het torenhoge verwachtingen creëert. Als iets je passie is, dan moet het altijd ronduit fantastisch en overdonderend zijn. Voor mij is lopen een wezenlijk deel van wie ik ben. Ik beschouw het als een noodzakelijke activiteit om mijn lijf en geest gezond te houden, om ideeën te krijgen en mijn omgeving te ervaren. Lopen is voor mij kortom iets wat me helpt te aarden met het leven en mezelf terwijl ik niks meer doe dan mijn ene voet voor de andere te zetten. De eenvoud van die handeling maakt het zo bijzonder deugddoend. Hetzelfde geldt voor mijn werk als leerkracht, waar ik ook een stuk van mezelf in leg. Wederom is het juist het gewone en alledaagse van mijn werk, namelijk omgaan met jongeren, wat ik er zo aan waardeer. Ik sta (bijna) altijd vol enthousiasme voor de klas, maar ik ben niet elke lesuur de grote bezieler en inspirator.

Ben ik dan echt geen passioneel mens? Natuurlijk wel! Achter die nuchtere façade zit een grote gevoelsmens. Ik doe niets liever dan mezelf in gedachten verliezen in mijn eigen gevoelswereld. In het echt heb ik de touwtjes graag strak in handen om bewuste keuzes te kunnen maken. Ik doe de dingen met overtuiging en toewijding. Ik heb graag gedreven mensen om me heen. Ik omarm het gevoel in al z’n onmogelijkheid. En ik blijf dus gewoon fan van het woord hobby en de bescheidenheid die het uitstraalt. Passie heb ik niet nodig in mijn vocabulaire.

Noot: dat passie ook bij jongeren leeft, hoorde ik maandag in de klas. De context: een gesprek over een auto van 80.000 euro. De leerling: zou u zo’n auto kopen, mevrouw? Ik: nee, ik heb niks met auto’s en als ik al zoveel geld zou hebben, zou ik het er niet aan uitgeven. De leerling: ja, maar mevrouw: als auto’s nu echt uw passie waren???