De gedachte – Weg met Blue Monday!

Morgen is het Blue Monday. Blue Watte? Deprimaandag: zogenaamd de meest deprimerende dag van het jaar. Heel toevallig valt die dag elk jaar op de maandag van de laatste volle week van januari. Jawel. Het concept werd in 2005 bedacht door een PR-bureau om de commercie na de feestperiode weer aan te zwengelen. We moeten natuurlijk iets kopen om die donkere dag te kunnen verslaan. Et voila: de portemonnee kan ongegeneerd worden geopend. Zulke doorzichtige verkoopspraatjes kunnen maar beter overgoten worden met een wetenschappelijke saus. De Britse psycholoog Cliff Arnall liet zich rijkelijk vergoeden om een wetenschappelijke formule te bedenken en zijn naam aan Blue Monday te verbinden. Een slimme carrièrezet was het niet, want de universiteit van Cardiff distantieerde zich van Arnall en diens uitspraken. Blue Monday: dat is je reinste onzin. En ik zal het bewijzen ook.

Arnalls zogenaamde formule is opgebouwd uit de volgende elementen: het weer, de af te lossen schulden, het maandelijkse salaris, het aantal dagen tot het weer kerst is en het motivatieniveau. We zouden ons morgen dus massaal depressief voelen omdat we ten volle beseffen dat we die goede voornemens niet hebben kunnen waarmaken en dat we nog een aardig bedrag van de hypotheek moeten afbetalen. Bovendien zou het ook slecht weer zijn en moeten we nog ruim 11 maanden wachten tot de feestdagen hard op de deur komen kloppen. Wie niet in het bezit is van een huis, kan zich wellicht daar uitgerekend morgen ernstige zorgen over maken. Wie deze maand net opslag heeft gekregen, zal wellicht op meer hebben gehoopt. Dat we morgen een mooie zonnige winterdag voorgeschoteld krijgen, doet de geloofwaardigheid nog meer kelderen. Kortom: het kleinste kind voelt dat de formule rammelt langs alle kanten.

Het is een misvatting van formaat om te veronderstellen dat we het hele jaar toeleven naar de feestdagen. Alsof dat de ultieme dagen zijn waarop we ons opperste geluk beleven omdat we zogenaamd niets moeten doen, behalve dan veel eten. Alsof dat de uiterste vorm van zingeving is in onze levens. Ik denk dat weinig mensen De Feestdagen op hun lijstje plaatsen met gebeurtenissen waar ze zoal naar uitkijken in 2019. Die periode heeft absoluut z’n charme, maar niemand wil toch dat het altijd Kerstmis is? Vergeet niet dat velen vooral blij zijn dat ze de feestdagen weer zijn doorgekomen. Of hoe de zogezegd gezelligste periode van het jaar ook veel gemis en eenzaamheid in de hand werkt. De zomer is op dit moment veel dichterbij dan de donkere decembermaand. Van een lichtpuntje gesproken.

Misvatting nummer 2 is dat maandag de zwaarste dag van de week is. Die dag is immers het verst van het weekend verwijderd. Alsof we alleen in het weekend echt kunnen leven. Alsof we onze voldoening louter halen uit weekendactiviteiten. Vrije dagen zijn zo aangenaam juist omdat je werkgerelateerde activiteiten hebt en een weekroutine. Maandag is in mijn ogen dan ook geen lastige dag. Sterker nog: ik ben doorgaans bijzonder productief op maandagen. Vaker beleef ik een dinsdagdip omdat ik vaak dan pas een klopje krijg van de inspanningen van het weekend. Wie kent trouwens niet het typische zondagsgevoel? Maandag kan dan alleen maar aanvoelen als een opluchting.

Hoe het ook zij, we lijken wel nood te hebben aan het idee van een depridagje, ook al wordt Blue Monday met de nodige ironie aangekondigd in de media. Slechts één dagje per jaar mogen we ons dus schaamteloos depressief voelen. Lastig. Het sluit aan bij de maakbaarheid van ons leven. Mijn advies: doe niet aan goede voornemens. Wacht niet tot in januari om het over een andere boeg te gooien. Zoek een echte motivatie in plaats van wat anderen je opleggen. Durf ambitieus te zijn, maar wees vooral ook realistisch. Weet dat het 20 dagen kost om een gewoonte te veranderen. Lang leve de routine en structuur van het dagdagelijkse leven. Hoera voor de wekker die afgaat zodat we iets van onze dag kunnen maken. Ik breek een lans voor elke maandag!

 

De gedachte – Over gezond zijn

Het is een huizenhoog cliché dat met stip op nummer één prijkt op het lijstje met nieuwjaarswensen: een goede gezondheid, want dat is toch het allerbelangrijkste? Jazeker. Een mens kan pas intense geluksmomenten, verrijkende ervaringen en sportieve successen beleven als het lichaam gezond is. Dat is althans wat we veronderstellen. Wie ongezond of ziek is, mag dan nog zoveel meevallers hebben: ze zullen niet onder de allesoverkoepelende noemer geluk vallen, want je kan er niet van genieten. Met de veelgehoorde nieuwjaarswens wordt in de eerste plaats bedoeld dat je in het nieuwe jaar niet te veel dagen in bed gekluisterd zal moeten doorbrengen en dat je vooral gespaard mag blijven van een ernstige ziekte. Gezondheid omvat echter meer dan niet ziek zijn. De vraag rijst dan ook in welke mate een goede gezondheid maakbaar is en of die ook effectief bijdraagt aan ons geluksgevoel.

Wat betreft het lichamelijke aspect zijn er de nodige medische parameters om na te gaan of iemand gezond is. Iemand die fysiek gezond verklaard wordt, voelt zich daarom nog niet goed in zijn vel. Een goede geestelijke gezondheid is moeilijker te definiëren. Aan welke voorwaarden moet voldaan worden opdat een mens zich goed voelt? Het antwoord op die vraag zal individueel verschillen. Bovendien gaat het vaak over een gevoel waar je moeilijk de vinger op kan leggen. Denk je er te veel over na, dan kan het al vervlogen zijn. Zo kan iemand met een ongezonde levensstijl als een gelukkige mens sterven op een mooie leeftijd. Je kan met andere woorden ongezond, maar wel gelukkig zijn. Omgekeerd kan een fysiek gezonde persoon een ongelukkig leven leiden. Er bestaat een wisselwerking tussen de mentale en fysieke component, maar je goed voelen laat zich niet vangen in een formule.

Waar gezondheid vroeger werd gezien als iets wat je automatisch had als je niet ziek was, is werken aan een goede gezondheid tegenwoordig het ultieme streven. Hiervan getuigen, samen met de nieuwjaarswensen, de vele goede voornemens omtrent gezonder gaan leven. We lijken er nu van uit te gaan dat een gezonde levensstijl ons per definitie gelukkiger zal maken. Al te vaak maken we bovendien de denkfout dat gezondheid af te meten is aan sportieve prestaties die geleverd moeten worden met een slank lichaam. Er wordt verwacht dat je pogingen onderneemt om ’s middags een verantwoorde salade met avocado te eten in plaats van een eenvoudige boterham met kaas. In je voorraadkast verberg je beter de hagelslag door er quinoa, chiazaad en goji-bessen voor te plaatsen. Je hebt een stappenteller nodig om dagelijks voldoende te bewegen en o wee als je op een dag slechts 9.000 stappen aftikt in plaats van de vooropgestelde 10.000.

In zijn boek Ziek van gezondheid (2013) schetst gezondheidsfilosoof en ethicus Ignaas Devisch (Universiteit Gent) een onthutsend beeld van de toenemende medicalisering van onze maatschappij. We nemen met z’n allen steeds meer medicatie. Het aantal ziektes en stoornissen neemt in sneltreintempo toe. Volgens Devisch belijden we gezondheid als een orthodox geloof. Dit houdt in dat we gaan leven volgens de regels van een strenge gezondheidsreligie. Gezondheid is de norm, wie daar niet aan voldoet valt buiten de duidelijk gemarkeerde lijnen van de maatschappij. Slank zijn is een statussymbool waaruit blijkt dat je een gedisciplineerd en succesvol leven leidt. Het aantal gevallen van orthorexia nervosa neemt toe: een eetstoornis waarbij iemand geobsedeerd is door gezond eten. De slinger slaat met andere woorden te hard door, vooral bij de hoogopgeleide tweeverdieners in de stad. Gezondheid is niet langer een middel om doelen te kunnen bereiken, maar een doel op zich geworden.

Het slaat natuurlijk nergens op dat wie slank is, ook gezond is. Laat staan gelukkig. Elk lichaam is anders. Geluk en gezondheid druk je niet uit met een getal op de weegschaal. Ik ben de eerste om te roepen dat lichaamsbeweging deel uitmaakt van een gezonde levensstijl omdat ik zelf aan den lijve heb ondervonden wat het positieve effect is van een actieve ingesteldheid. Ik loop en beweeg omdat ik daar een gelukkigere mens van word. Dat betekent niet dat we allemaal marathons moeten lopen om gezond en goed bezig te zijn. Dat betekent ook niet dat ik altijd gelukkig ben. Ieder lichaam is anders en iedere persoon. Gelukkig maar. In de weg als loper die ik tot nu toe aflegde, trapte ik al meermaals in de valkuil van het gezonde leven en slanke lichaam als doel op zich. Ik werd daar nooit gelukkig van. Ondertussen besef ik dat wie veel van z’n lichaam vraagt er goed moet naar luisteren, al was het een goede vriend. Je moet lief zijn voor je lichaam en er zorg voor dragen, ongeacht wat je ermee doet. Je hebt er uiteindelijk maar één voor een heel leven. Ik vergaloppeerde me dus al eens in het gezonde en sportieve leven dat ik leid. Nooit omdat ik sport en gezondheid als een statussymbool beschouw, maar omdat het soms nu eenmaal verleidelijk is om te denken dat alles maakbaar is. Je hebt heel wat factoren zelf in de hand hebt om in een goede vorm te verkeren, maar er is ook een mysterieus ingrediënt wat maakt dat alle puzzelstukjes op hun plaats vallen en je simpelweg tevreden bent.

In clichés zit doorgaans een kern van waarheid. Laten we elkaar dus vooral een goede gezondheid blijven wensen zodat we de energie en zin hebben om onze dromen na te jagen en onze tijd naar eigen goeddunken plezierig in te vullen. Laten we vooral ons gezond verstand gebruiken om gezond te zijn.

P.S. Op de foto zien jullie een overheerlijke salade met knolselder, wortel, puntpaprika, bloemkool, veldsla en rode bietenhummus als finishing touch. Freekeh is trouwens het nieuwe quinoa. Getest en goedgekeurd!

De gedachte – Over duatlon

Mijn broer strijdt op dit moment voor de wereldtitel lange afstand duatlon. Een voorbeschouwing kan je hier terugvinden. Ongeacht het resultaat vind ik het bijzonder jammer dat de nationale media amper aandacht besteden aan dit kampioenschap. Je zou haast denken dat we in België struikelen over de (vice-)wereldkampioenen. Enkele weken geleden berichtte Het journaal op Eén nochtans over de kersverse wereldkampioene garnalen pellen. Ja, serieus. Er moeten blijkbaar prioriteiten worden gesteld. Vorig jaar vond ik het dus hoog tijd voor een lezersbrief. Die werd niet gepubliceerd. Of wat had je gedacht?

Beste redactie

Een jaar geleden haalde Seppe Odeyn deze krant. Welgeteld zes zinnen wijdde De Morgen aan de wereldtitel duatlon die mijn broer behaalde op 4 september 2016 in het Zwitserse Zofingen. Jawel, duatlon. Hij moest hiervoor 10 km lopen, 150 km fietsen en nog eens 30 km lopen. Hij kreeg uitgebreide aandacht op 3athlon.be, slechts een korte vermelding op de website van Sporza en een interview op Radio 1. Daarin werd onder andere vermeld dat hij een jaar eerder reeds vice-wereldkampioen duatlon werd. Gisteren behaalde hij een tweede zilveren medaille op de meest prestigieuze aller duatlonwedstrijden. Zijn palmares bevat daarnaast nog Belgische titels en podiumplaatsen op internationale wedstrijden. Het moge dus duidelijk zijn dat mijn broer wereldtop is in zijn sport.

Helaas voor hem is duatlon het kleine, ongekende broertje van triatlon. Een sport die net iets meer bekendheid heeft, maar op zijn beurt ook maar een garnaaltje is in de grote sportzee. Mijn broer leeft en traint als een professionele atleet, maar heeft daarnaast ook gewoon een job om de kost te verdienen. Je wordt met andere woorden geen duatleet om geld te verdienen. Juist daarom is het bijzonder jammer dat een klein land als België een volwaardig (vice)wereldkampioen niet eens het vermelden waard vindt in een programma als Sportweekend. Ironisch, als enkele dagen voordien het zendschema wordt omgegooid omwille van kwalificatiewedstrijden waarin onze nationale voetbalploeg het opneemt tegen voetbaldwerg Gibraltar met de (on)nodige voor- en nabesprekingen. Wikipedia leert mij dat het team van Gibraltar slechts één professionele speler heeft.

Als “zus van” ben ik uiteraard bevooroordeeld. Ik begrijp heus dat duatlon minder spektakelwaarde heeft in vergelijking met sporten die wel volop in de belangstelling staan. Ik ben ook een trouwe volger van de Tour, waar dit jaar volop steen en been werd geklaagd over (veel) te lange en saaie ritten. We vinden het met z’n allen echter niet meer dan logisch dat ook die ritten wel uren zendtijd krijgen met daarbovenop (uitgebreide) samenvattingen en besprekingen omdat het nu eenmaal de Tour is.

Enkele keren per jaar slechts één minuut aandacht op de nationale televisie zou heel wat betekenen voor de professionele duatleten die op het scherpst van de snee met hun sport bezig zijn. Ze zullen niet met champagne in het rond spuiten en ze zullen ook geen luxe auto winnen (ze rijden nadien gewoon zelf naar huis in een geleende mobilhome), want daar doen ze het niet voor. Wel om een klein beetje waardering te krijgen voor het harde labeur dat ze leveren om onze nationale driekleur met glans te vertegenwoordigen.

En als er dan toch geen media aandacht aan deze sport wordt geschonken: geef die atleten dan gewoon een standbeeld.

Met vriendelijke groeten

Joke Odeyn

De gedachte – Over topsport als beroep

Ik ben een ambitieuze, maar bovenal recreatieve loper. Marathons lopen is niet mijn werk, het is mijn hobby. Een hobby die weliswaar een belangrijke plaats in mijn leven inneemt. Op sommige momenten mijn leven zelfs een beetje domineert. Soms vraag ik me af wat mij drijft als loper. Waarom kan ik er zo in opgaan en is het zo belangrijk voor mij? Dezelfde vragen kan ik ook stellen over mijn beroep. Het antwoord is dan namelijk niet simpelweg omdat ik er mijn geld mee verdien. Voor het gros van de topatleten zal het financiële aspect ook niet de grootste motivatie zijn om op het hoogste niveau te presteren. Als geld je enige drijfveer is, dan is elke job een zwaar beroep. Mijn broer Seppe is professioneel du- en triatleet, maar hij kan niet leven van zijn sport. Hij heeft dus ook nog een gewone job als vertegenwoordiger. Trainen doet hij met andere woorden in zijn vrije tijd. Het maakt er zijn motivatie niet minder om, integendeel.

Ik heb mezelf ook al de vraag gesteld of ik mijn leven zou willen ruilen voor dat van een betaald topatleet. Begrijp me niet verkeerd: ik heb in de verste verte niet het talent om het te maken als topsporter, ook 15 jaar geleden had ik dat niet. De vraag is dus puur hypothetisch, maar het antwoord erop is telkens volmondig nee. Oké, er zijn al momenten geweest dat ik het lastig vond dat lopen niet mijn core business is. Om praktische redenen bijvoorbeeld: als ik op een warme zondagnamiddag met een marathon in de benen uren in de auto moest zitten, om dan de volgende dag amper uit mijn bed te kunnen, maar dan wel een hele dag op mijn benen te moeten staan in een klaslokaal. Of omdat “niet gaan lopen” niet betekent dat je ook daadwerkelijk rust als je fulltime werkt. Ook toen ik geblesseerd was, dacht ik dat het wel voordeliger zou zijn als ik een andere naam zou hebben. Borlée om maar iets te noemen. Ik zou dan niet ruim een week in onzekerheid hebben moeten leven met allerlei rampscenario’s die zich in mijn hoofd afspeelden, om dan te worden weggestuurd met de boodschap dat ik mijn been moest ontlasten. Met een andere naam kon ik zondagavond nog bij de specialist terecht en zou tot op het bot worden uitgeplozen wat er juist scheelde.

De keerzijde van die praktische voordelen is groot. Topsporters maken immense opofferingen om hun sportieve doelen na te streven. Hun sociale leven lijdt onder de strakke trainings- en voedingsschema’s. Rusten is een noodzaak. Een kerstfeest bij de familie Borlée zal waarschijnlijk minder gezellig zijn dan in een andere niet-topsportende familie. De agenda van een topsporter is tot in de puntjes georkestreerd. Je sport dan niet voor je leven. Je leeft voor je sport. Een blessure kan je inkomen hypothekeren. Je bent niet getroost met een eenvoudige volgende keer beter als een wedstrijd niet uitdraait zoals verhoopt. Een tegenvaller op sportief gebied heeft een grote impact op je hele leven en je kan je gedachten niet verzetten door je op je werk te storten.

Een professionele omkadering betekent ook dat je niet alles zelf kan bepalen. Omringd zijn door specialisten wil zeggen dat je ook naar die mensen moet luisteren. Chris Froome mocht in 2012 de Tour niet winnen omdat zijn bazen Bradley Wiggins hadden betaald om de eindzege binnen te halen. Froome was wellicht sterker, maar mocht zijn eigen kans niet gaan. Afgelopen weekend besliste de coach van onze Belgische turnploeg dat ze de ploegenfinale op het EK niet zouden turnen om de dames te sparen met het oog op het nakende WK. Het zijn rationele beslissingen die gemaakt worden binnen een groter plan, maar die ingaan tegen het instinct van de sporter. Topsport betekent jezelf voor een stuk uit handen geven. Ook aan de media en het publiek. Je wordt dan als persoon gemeengoed en voor je het goed en wel beseft, gaan dingen hun eigen leven leiden. In de afgelopen Tour de France werd gedemonstreerd hoe het publiek zich tegen een ploeg en groep atleten kan keren. Het feest dat sport kan zijn, kreeg plots een grimmige invulling.

Aan mij zou een leven als topsporter dus niet besteed zijn. De eentonigheid van een topsportersbestaan zou mij op lange termijn weinig voldoening schenken. Toen ik geblesseerd thuis zat, werd ik het ongelukkigst van het feit dat ik niet eens kon gaan werken. Naast lopen zijn er veel andere uiteenlopende dingen die mij boeien en bezighouden. Ik kan en wil ook niet kiezen om me op één iets te focussen. Mijn interesses zijn met elkaar verbonden en door te lopen krijg ik ideeën en maak ik plannen. Ik word geprikkeld om eens iets anders te proberen. Een blog beginnen bijvoorbeeld. Laat mij dus maar ver uit de spotlights mijn kilometers lopen. Ik zoek mijn grenzen op binnen de mogelijkheden die ik nu heb en ben mijn eigen coach. Dat is van onschatbare waarde.

De gedachte – Over jongeren en sport

Ik ben leerkracht Nederlands in het vierde en vijfde jaar ASO. Hoe langer ik voor de klas sta, hoe meer voldoening ik haal uit mijn werk. Ik ben er trots op om een leerkracht te zijn. Onder de noemer Joke klaagt zou ik gerust een blog kunnen vol pennen over de problemen waar het onderwijs mee te kampen krijgt, maar ik heb geleerd om vooral te kijken naar alle mooie aspecten die bij het leraarschap horen. Als je dat niet meer kan, dan is het tijd voor iets anders. Je moet je eigen vak doodgraag zien en het tegelijkertijd ook kunnen relativeren. De schoolgaande jeugd die voor je neus zit, is net zo belangrijk als dat vak.

De afgelopen jaren werd ik dus steeds een ferventer loper. Aanvankelijk deed ik daar niets mee in de klas. Ik zag er de meerwaarde niet van in. Ik geef geen sport, dus waarom zou ik er over vertellen? Bovendien ligt de interesse van de gemiddelde 16-jarige nu eenmaal niet bij lopen. Gaandeweg besloot ik om mijn passie voor lopen en een actieve levensstijl wel te delen met mijn leerlingen. Ik vertelde al eens dat ik graag liep of dat ik ’s ochtends voor school al was gaan lopen. Ik vertelde over de marathon en mijn sportieve plannen. Ik vertelde over mijn broer, de wereldkampioen duatlon. Het klonk als waanzin in hun oren: vroeger opstaan om te gaan sporten? Uren aan een stuk lopen?? Voor je plezier??? Ze begrepen het niet en waren juist daarom geïnteresseerd in mijn beweegredenen.

Een persoonlijk verhaal doet altijd zijn werk in de klas. Het zou straf zijn om nu te kunnen vertellen dat mijn leerlingen dermate geïnspireerd werden door mijn ervaringen dat ze ook begonnen te lopen. Dat is natuurlijk niet zo. Er was wat meer nodig om hen aan het bewegen te krijgen. Voor een spelletje zijn ze altijd in, maar dat is heel anders dan eentonige fysieke inspanningen leveren. Vorig schooljaar bedacht ik een concreet project toen ik met mijn collega’s voor de leerlingen van het vierde jaar een sportdag organiseerde. Bij wijze van sportieve aanloop zouden de vierdejaars gedurende een week de kans krijgen om voor school onder begeleiding samen een mijl te gaan lopen (gebaseerd op de One Mile Challenge). Geheel vrijblijvend dus. Om hen mee te krijgen in mijn loopverhaal voegde ik er een spelelement aan toe. Het concept was dus een klassencompetitie waarbij vooral veel beloningen te verdienen waren. Dat bleek te werken. Tot mijn eigen verbazing zag ik elke dag een behoorlijke groep leerlingen om 8u verzamelen om samen 1,6 kilometer te lopen langs de ring van Leuven. De voldoening was groot. Afgelopen schooljaar werkte ik het project nog verder uit en er is meer op komst.

Ik heb lang gedacht dat jongeren steeds inactiever worden door de toenemende invloed van sociale media en allerhande games. We hebben al snel de neiging om vroeger te idealiseren: toen moest je je verplaatsen om een sociaal leven te hebben en kinderen speelden meer buiten. Ik denk echter niet dat er in mijn generatie meer jongeren vrijwillig in een sportclub zaten. Het aanbod en de variëteit aan actieve vrijetijdsbestedingen groeit aanzienlijk. Bovendien is het al te gemakkelijk om met de beschuldigende vinger naar jongeren te wijzen als het aankomt op een passieve levensstijl. Luiheid is eigen aan de mens. Als ik om me heen kijk in eender welke omgeving, dan zie ik dat voor de meeste volwassenen geldt dat sport of lichaamsbeweging een opgave is. We spreken liever af met vrienden om een glas te gaan drinken dan dat we samen gaan lopen. Een uur slaap wordt niet ingeruild voor een uur sport. Lichaamsbeweging heeft geen prioriteit in onze agenda. Mooi meegenomen als het kan, tant pis als dat niet zo is.

Net zoals dat we de jeugd verwijten dat ze heel de tijd met hun schermpjes bezig zijn, doen we het zelf niet echt beter. Het is dan ook veel te kort door de bocht om te stellen dat jongeren bij voorbaat geen boodschap hebben aan lichaamsbeweging. Het gegeven dat je een gevoel van ontspanning krijgt na een inspanning is iets wat je moet leren ervaren. Lichaamsbeweging is een gewoonte die je moet leren waarderen. De ene mens zal sneller van dat principe overtuigd zijn dan de andere. Jongeren zijn in mijn ogen dan ook helemaal niet luier of passiever dan de gemiddelde mens. Ze voelen hooguit minder sociale druk om te voldoen aan een bepaald gezondheidsideaal. Alleen als jongeren in hun directe omgeving geprikkeld worden om actiever te zijn, kunnen ze leren dat lichaamsbeweging een meerwaarde is. Op mijn school vond ik gelukkig zonder problemen een draagvlak voor dit sportieve project. Veel fijne collega’s maakten maar al te graag een beetje tijd vrij in hun agenda om het goede sportieve voorbeeld te geven. Practice what you preach heet dat dan.

De gedachte – Over de zin en onzin van inspirational running quotes

Sometimes the best runs come on days you didn’t feel like running.
One run can change your day, many runs can change your life.
If you can run a mile. You can run a marathon. – Nike

Don’t just chase your dreams. Run them down!
Run. Find yourself.
Just do it. – Nike
Just run.

IMG_2304
Begin dit jaar scheurde ik deze pagina uit Runner’s World. Een krachtige, optimistische boodschap. 2018 wordt mijn jaar, wat dat ook moge betekenen. Zo niet, dan volgend jaar wel.

Het vergt weinig moeite om inspirational of motivational quotes over lopen of eender welke andere bezigheid te verzamelen. Zowel Google als Pinterest leveren een overvloed aan zoekresultaten op die ons wijze, al dan niet ludieke, lessen proberen mee te geven. Waar je ze aanvankelijk enkel aantrof in hippe koffiebars, vind je ze nu in elke winkel die wat eigenheid en lifestyle wil uitstralen. Het is trouwens opvallend dat er in het algemeen gekozen wordt voor de Engelse benaming inspirational quote. Als het gaat over inspireren of motiveren lijken de begrippen boodschap, citaat of spreuk de lading niet te dekken. Ook de mededeling zelf lijkt pas inspirerend te zijn als die Engels klinkt.

De zin van zulke quotes is dat ze op gebalde en vaak humoristische wijze een waarheid kunnen weergeven. Vaak is dat een positieve boodschap die ons aanzet van het leven te genieten: Eat cake, it’s somebody’s birthday somewhere. Ook enig realisme is niet vreemd. Life’s a bitch bijvoorbeeld. Het leven kan hard en gemeen zijn. Waarschijnlijk zou dezelfde boodschap in het Nederlands anders klinken. Het klinkt stoer, maar minder provocerend om het Engelse bitch te gebruiken. Een Nederlands equivalent zal sneller vulgair overkomen. Anno 2018 vloeken we in het Engels.

Vaak bevatten ze ook een dosis zelfspot: I don’t need an inspirational quote, I need coffee. Neem die inspirerende (on)zin vooral niet te serieus en geef mij maar een koffie. Motiverende spreuken zijn decoratie, een originele versiering met een dikke knipoog. Je gaat uiteindelijk ergens iets drinken omdat de koffie daar goed smaakt en het personeel vriendelijk is, niet omdat de slogans aan de muur zo catchy zijn. Dat er dan een glimlach op je gezicht verschijnt omdat je iets van jezelf herkent in een hippe uitdrukking, is alleen maar mooi meegenomen.

Hippe uitdrukking of gevatte uitspraak zijn juistere benamingen voor het fenomeen inspirational quote. Ik denk namelijk niet dat zulke gezegdes je echt inspireren of motiveren om iets te doen wat je daarvoor niet deed. Neem nu de Just do it van Nike (vergelijkbaar met de Yes, we can van Obama). Het betekent zoveel als: begin er aan. Doe het gewoon. Blijf niet eeuwig twijfelen en afwegen, maar ga ervoor. Ga gewoon eens lopen. Trek het je niet aan dat je zal zweten en wat stramme spieren zal hebben. Just run. Het lijkt me onwaarschijnlijk dat iemand na het lezen van twee of drie krachtige woorden effectief de loopschoenen aantrekt en denkt: ach ja, waarom niet? Niemand zal gemotiveerd zijn om voor een marathon te trainen als je met heel veel moeite uit het niets eens een mijl loopt omdat een quote dat gezegd heeft. Daarom zijn de woorden motivational en inspirational niet helemaal op hun plaats. Het is pas als je al gemotiveerd en geïnspireerd bent om te lopen dat je zal beamen dat de beste runs soms uit onverwachte hoek komen. In een hip jasje klinkt dit als: Sometimes the best runs come on days you didn’t feel like running.

We leven kortom niet in een wereld waarin de impact van enkele woorden zo groot is dat mensen plots rigoureus het roer omgooien en beginnen lopen omdat ze overtuigd zijn dat het hun leven zal veranderen nadat ze ergens One run can change your day, many runs can change your life aan de muur zagen hangen. Een hippe spreuk klinkt gewoon goed, is vaak grappig en moet herkenbaar zijn. Het kan ook een herinnering zijn aan een belangrijke boodschap voor jezelf, zoals mijn persoonlijke Dit wordt jouw jaar. De waarde van woorden is ook persoonlijk en zal afhangen van wie ze uitgesproken heeft. Als dat iemand is die je inspireert of simpelweg interesseert dan worden ze meteen krachtiger. Passion is not a chance, it’s a choice is een citaat van Eliud Kipchoge, de beste marathonloper van het moment. Een man die nog steeds een bescheiden leven leidt met zijn gezin in Kenia en waarvan ik oprecht geloof dat hij nog steeds heel veel plezier haalt uit elke kilometer die hij loopt. Als ik deze woorden zou horen uit de mond van Christiano Ronaldo dan zouden ze voor mij persoonlijk niets betekenen of toch veel minder. Sorry, Christiano.

Hang je muur dus vooral vol met wat voor jou belangrijk is of goed klinkt. Iedereen heeft zijn eigen waarheden. De inspirerende en motiverende kracht van mensen en plaatsen is gigantisch. Maak er gebruik van. Laat pretentie achterwege. Ga zeker geen slechte koffie drinken omdat de omgeving zo hip is. En als je een hekel hebt aan al die inspirerende nonsense: just don’t care.